Ontwikkelingen in Syrië en Irak in relatie tot uitreizigers met een Nederlandse link
Brief regering
Nummer: 2026D08013, datum: 2026-02-19, bijgewerkt: 2026-02-19 17:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z03521:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-03-04 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Met deze brief willen wij uw Kamer informeren over de ontwikkelingen in Syrië en Irak in relatie tot uitreizigers met een Nederlandse link. Daarbij wordt ingegaan op de overplaatsingen van ISIS-strijders uit detentiecentra in Noordoost-Syrië naar detentiecentra in Irak en berichtgeving omtrent de detentie- en opvangkampen in Noordoost-Syrië.
Het Amerikaanse leger heeft onlangs aangegeven de afgelopen maand meer dan 5700 mannelijke ISIS-strijders die gedetineerd waren in Noordoost-Syrië te hebben overgebracht naar Irak. Over de mogelijke aanwezigheid van ISIS-strijders met een Nederlandse link onder de overgeplaatste gedetineerden waren enkele informele en in sommige gevallen tegenstrijdige signalen, die niet eerder bevestigd konden worden. Op 13 februari 2026 heeft het National Center for International Judicial Cooperation een verklaring uitgebracht. Hierin staat dat er in totaal 5704 ISIS-strijders met 61 nationaliteiten zijn overgebracht.1 In deze berichtgeving is ook aangegeven dat er tussen de overgebrachte ISIS-strijders uitreizigers met een Nederlandse link zouden zitten.
Zoals bij uw Kamer bekend moet er terughoudend worden omgegaan met het doen van mededelingen over individuele zaken. Het kabinet kan op basis van informatie van verschillende internationale partners bevestigen dat er op dit moment mannelijke uitreizigers met een Nederlandse link zich in detentie in Irak bevinden. Nederland staat hierover in contact met de Iraakse autoriteiten. Op dit moment wordt alle informatie verzameld en vindt nader onderzoek plaats om hun identiteit vast te stellen, onder meer om te bepalen of deze personen (nog) de Nederlandse nationaliteit hebben. Hierover staan nationale en internationale partners met elkaar in contact. Betrokkenen met de Nederlandse nationaliteit kunnen een beroep doen op consulaire bijstand van de ambassade in Bagdad, zoals deze wordt verleend aan gedetineerde Nederlanders in het buitenland.
Het kabinet hanteert als uitgangspunt nadrukkelijk dat berechting van uitreizigers en de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen in de regio moet plaatsvinden.2 Conform dit standpunt wordt er maximaal ingezet om binnen de (internationale) wettelijke vereisten afspraken met Irak te maken. Dit betekent dat er intensief contact plaatsvindt tussen o.a. het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Iraakse autoriteiten.
Ten aanzien van de berichtgeving over de opvang- en detentiekampen in Noordoost-Syrië geldt dat deze nauwlettend wordt gevolgd. Zo is er verschillende berichtgeving geweest over ontsnappingen en overplaatsingen vanuit deze kampen. Op dit moment zijn er geen indicaties dat vrouwelijke uitreizigers met een Nederlandse link en hun kinderen, die in de kampen verbleven, zich op dit moment buiten de door de Syrische overgangsregering beveiligde kampen bevinden.
Tot slot
De ontwikkelingen in Syrië en Irak volgen elkaar snel op. Dit maakt snelle informatievoorziening en een accuraat beeld van de ontwikkelingen in Syrië moeilijk. De betrokken nationale en internationale (veiligheids-)partners staan goed met elkaar in contact en houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten om een zo compleet mogelijk beeld te vormen. Bij relevante ontwikkelingen zal uw Kamer – waar nodig vertrouwelijk - worden geïnformeerd.
De Minister van Justitie en Veiligheid, De Minister van Buitenlandse Zaken,
Foort van Oosten D.M. van Weel
Zie inzake de mogelijkheden tot berechting in de regio onder meer Kamerstukken II 2025/2026, 27925 nr. 1016.↩︎