Nota van wijziging
Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)
Nota van wijziging
Nummer: 2026D08052, datum: 2026-02-23, bijgewerkt: 2026-03-05 15:45, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Lid Keijzer)
Onderdeel van zaak 2026Z00295:
- Indiener: M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-02-24 12:00 ⇒ Aanmelden voor plenaire behandeling (wetgevingsoverleg; voorkeur voor 16 maart 2026). (Besluit)
- 2026-01-28 12:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-01-27 16:30 ⇒ Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2026-01-27 16:30 ⇒ In een e-mailprocedure op 15 januari jl. is besloten om de inbrengdatum voor het verslag vast te stellen op 28 januari 2026 om 12.00 uur, voor het wetgevingsoverleg is een moment gereserveerd op maandag 2 maart 2026 van 15.15 tot 19.15 uur. (Besluit)
- 2026-01-14 13:45 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-01-14 13:45 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z03547:
- Indiener: M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-01-14 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-27 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-01-28 12:00: Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) (TK 36881) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-02-24 12:00: Voorstel van het lid Grinwis (ChristenUnie) om het wetsvoorstel novelle Wet versterking regie volkshuisvesting (TK 36881) aan te melden voor plenaire behandeling en het wetgevingsoverleg te plannen op 2 maart 2026 (E-mailprocedure), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-03-10 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-03-16 15:00: Wetsvoorstel novelle Wet versterking regie volkshuisvesting (TK 36881) (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
| 36 881 | Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) |
| Nr. 7 | NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 23 februari 2026 |
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel I wordt onderdeel toegevoegd, luidende:
D
Na artikel IX wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel IXa
Indien het bij koninklijke boodschap van 25 september 2025 ingediende voorstel van wet tot wijziging van diverse wetten in verband met het overzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische gebreken en leemten (Kamerstukken 36824) tot wet is of wordt verheven en artikel XII, onderdeel E, van die wet:
a. eerder in werking is getreden of treedt dan artikel III, van deze wet, wordt aan artikel III, onderdeel FD, van die wet een onderdeel toegevoegd, luidende:3. In het vierde lid, onder a, wordt “drie jaar” vervangen door “vijf jaar”.
b. later in werking treedt dan artikel III van deze wet, wordt in artikel XII, onderdeel E, onder 3, van die wet “drie jaar” vervangen door “vijf jaar”.
Toelichting
In artikel XII, onderdeel E, van het voorstel van wet tot Wijziging van diverse wetten in verband met het overzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische gebreken en leemten (Kamerstukken 36824) wordt artikel 9.4 van de Omgevingswet inzake de geldingsduur en vervaltermijnen van voorkeursrechten ook gewijzigd. Het in dat wetsvoorstel voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, van de Omgevingswet beoogt de werking van de vervaltermijnen te verduidelijken voor de situatie dat de geldingsduur van een reeds gevestigd voorkeursrecht op grond van artikel 9.4, eerste lid, van de Omgevingswet is verlengd. De vervaltermijn geldt dan niet vanaf het moment van ingaan van het voorkeursrecht, maar vanaf het moment van ontstaan van de nieuwe omgevingsrechtelijke grondslag. Dit is ofwel het moment van vaststelling van een omgevingsvisie of programma waarin de nieuwe functie wordt toegedacht (het voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, onderdeel a, van de Omgevingswet) ofwel het moment van inwerkingtreding van een omgevingsplan waarin de nieuwe functie wordt toegedeeld (het voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, onderdeel b, van de Omgevingswet). Omdat de vervaltermijnen van het voorkeursrecht in het eerste lid van artikel 9.4 van drie jaar door de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting (artikel III, onderdeel FD) wordt vervangen door vijf jaar moet daarbij in het voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, onderdeel a, van de Omgevingswet bij worden aangesloten.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
M.C.G. Keijzer