[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36881 Nota van wijziging inzake Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)

Nota van wijziging

Nummer: 2026D08052, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 12:55, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z03547:

Preview document (🔗 origineel)


36881 Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting)

NOTA VAN WIJZIGING

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel I wordt onderdeel toegevoegd, luidende:

D

Na artikel IX wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel IXa

Indien het bij koninklijke boodschap van 25 september 2025 ingediende voorstel van wet tot wijziging van diverse wetten in verband met het overzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische gebreken en leemten (Kamerstukken 36824) tot wet is of wordt verheven en artikel XII, onderdeel E, van die wet:

a. eerder in werking is getreden of treedt dan artikel III, van deze wet, wordt aan artikel III, onderdeel FD, van die wet een onderdeel toegevoegd, luidende:3. In het vierde lid, onder a, wordt “drie jaar” vervangen door “vijf jaar”.

b. later in werking treedt dan artikel III van deze wet, wordt in artikel XII, onderdeel E, onder 3, van die wet “drie jaar” vervangen door “vijf jaar”.

Toelichting

In artikel XII, onderdeel E, van het voorstel van wet tot Wijziging van diverse wetten in verband met het overzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische gebreken en leemten (Kamerstukken 36824) wordt artikel 9.4 van de Omgevingswet inzake de geldingsduur en vervaltermijnen van voorkeursrechten ook gewijzigd. Het in dat wetsvoorstel voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, van de Omgevingswet beoogt de werking van de vervaltermijnen te verduidelijken voor de situatie dat de geldingsduur van een reeds gevestigd voorkeursrecht op grond van artikel 9.4, eerste lid, van de Omgevingswet is verlengd. De vervaltermijn geldt dan niet vanaf het moment van ingaan van het voorkeursrecht, maar vanaf het moment van ontstaan van de nieuwe omgevingsrechtelijke grondslag. Dit is ofwel het moment van vaststelling van een omgevingsvisie of programma waarin de nieuwe functie wordt toegedacht (het voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, onderdeel a, van de Omgevingswet) ofwel het moment van inwerkingtreding van een omgevingsplan waarin de nieuwe functie wordt toegedeeld (het voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, onderdeel b, van de Omgevingswet). Omdat de vervaltermijnen van het voorkeursrecht in het eerste lid van artikel 9.4 van drie jaar door de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting (artikel III, onderdeel FD) wordt vervangen door vijf jaar moet daarbij in het voorgestelde artikel 9.4, vierde lid, onderdeel a, van de Omgevingswet bij worden aangesloten.

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Mona Keijzer