[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Evaluatie van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) en tussentijdse evaluatie van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo)

Brief regering

Nummer: 2026D08115, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 14:03, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03560:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Het ministerie van EZ heeft enige tijd geleden SEO Economisch Onderzoek (SEO) en de Universiteit Leiden gevraagd een evaluatie van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) en een tussentijdse evaluatie op hoofdlijnen van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo) uit te voeren. Door middel van deze brief informeer ik uw Kamer over de afronding van deze evaluatie. Om efficiëntie te bevorderen en de samenhang tussen beide wetten te waarborgen, zijn de evaluaties van de WOZT en de Wet vifo als één opdracht uitgezet bij een extern onderzoeksbureau. Dit is conform de toezegging op het verzoek van Kamerlid Thijssen tijdens het commissiedebat Telecom begin 2025.1 Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, het evaluatierapport aan.

WOZT

De WOZT is in 2020 in het leven geroepen met als doel het beschermen van de nationale veiligheid en openbare orde door te voorkomen dat bepaalde telecommunicatiepartijen in handen vallen van partijen die hun zeggenschap kunnen gebruiken om deze te schaden. De WOZT heeft een signalerende, preventieve en waarborgende functie. Het bestaan van de wet heeft als gevolg, zo blijkt uit de evaluatie, dat potentiële partijen met een risicoprofiel ontmoedigd worden om te investeren binnen de telecommunicatiesector waardoor daadwerkelijk ingrijpen overbodig is. Wat betreft de impact op de risico’s voor de nationale veiligheid stellen de onderzoekers dat deze lastig vast te stellen is, doordat de inhoud van de toetsen en de gesignaleerde risico’s vertrouwelijk zijn. Het kabinet verwelkomt de conclusie van het rapport dat de WOZT waarschijnlijk het nagestreefde doel bereikt, namelijk het beperken van ongewenste zeggenschap of significante invloed. Met deze evaluatie wordt uitvoering gegeven aan de eis uit de Telecommunicatiewet om “binnen vijf jaar na de inwerkingtreding […] over de doeltreffendheid en de effecten van [de WOZT] in de praktijk“2 een evaluatie uit te voeren.

Tijdens het eerdergenoemde commissiedebat is naar aanleiding van een vraag van Kamerlid Thijssen ook toegezegd bij de evaluatie van de WOZT te onderzoeken of aanbieders van clouddiensten onder de werking van de WOZT moeten worden gebracht. Een besluit over de reikwijdte van de WOZT is een politieke keuze die gezien de huidige demissionaire status aan het volgend kabinet gelaten wordt. Wel zijn er enkele aandachtspunten om met uw Kamer te delen. De markt voor clouddiensten in Nederland wordt, net als in de rest van de Europese Unie, gedomineerd door enkele zeer grote Amerikaanse aanbieders. Uit een marktonderzoek van de ACM3 blijkt dat 75 tot 90 procent van de markt in Nederland in handen is van dergelijke grote (niet-Europese) spelers. Voor deze gevestigde partijen lijkt het onderbrengen van clouddiensten onder de WOZT op voorhand niet erg effectief. Daarnaast bestaat de markt voor clouddiensten uit Nederlandse aanbieders die weliswaar kleiner van omvang zijn dan de Amerikaanse aanbieders, maar evengoed kunnen deze partijen relevante diensten aanbieden waarvoor het mogelijk van belang is deze in het kader van de nationale veiligheid te beschermen.

Hoe mogelijke risico’s op de nationale veiligheid voor deze Nederlandse partijen ondervangen kunnen worden en of de WOZT daar het juiste instrument voor is zal het volgende kabinet moeten onderzoeken. Daarbij geldt dat het al dan niet onderbrengen van deze aanbieders onder de WOZT, en op basis van welke drempelwaarden, gebaseerd moet worden op zorgvuldig onderbouwde risico's voor de nationale veiligheid en de effectiviteit van de WOZT.

Wet vifo

De Wet vifo is in werking sinds 1 juni 2023. Deze wet heeft tot doel nationale veiligheidsrisico's die voortvloeien uit bepaalde verwervingsactiviteiten, zoals investeringen, fusies en overnames, te beheersen. De motie van de leden Van Haga en Smolders verzoekt de regering “na twee jaar op hoofdlijnen de doeltreffendheid en andere effecten van de wet te evalueren, boven op de geplande evaluatie na vijf jaar.4 Het onderhavige onderzoek heeft als doel de doeltreffendheid en de andere effecten van de Wet vifo te beoordelen, waarmee uitvoering is gegeven aan de voornoemde motie Van Haga-Smolders.

Het kabinet verwelkomt de conclusie van het rapport dat de Wet vifo waarschijnlijk het nagestreefde doel bereikt, namelijk het beperken van ongewenste zeggenschap of significante invloed. Ook verwelkomt het kabinet de onderschrijving van het onderzoek dat de neveneffecten bij de huidige vormgeving van de Wet vifo te overzien lijken.

Verder neemt het kabinet kennis van de aandachtspunten en verdere conclusies die het rapport meldt. Het kabinet zal deze meenemen in de doorontwikkeling van de Wet vifo, en zal nagaan of deze evaluatie aanleiding geeft tot het wijzigen van de Wet vifo. Daarbij dient ook nader te worden bezien hoe een eventuele wijziging samenhangt met andere ontwikkelingen die van invloed zijn op de Wet vifo; zo zal de Wet vifo mogelijk gewijzigd moeten worden om te zorgen dat het aansluit op de stelselwijziging m.b.t. vitale aanbieders en processen door het invoeren van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Ook eventuele constateringen uit de uitvoeringspraktijk zouden aanleiding tot wetswijziging kunnen geven.

Bij het bezien wanneer dergelijke eventuele wetswijzigingen gestart kunnen worden, zal rekening moeten worden gehouden met de herziening van de FDI-Verordening. Deze herziening bevindt zich nu in de afrondende fase. Na vaststelling zal een traject tot omzetting in nationale wetgeving gestart worden, wat ook zal leiden tot wijziging van de Wet vifo. Aan dat traject zal prioriteit worden gegeven boven andere eventuele wetgevingsvoornemens. Dit gebeurt met het oog op het realiseren van tijdige omzetting. Eventuele nationale beleidsvoornemens die wetgeving vereisen mogen niet in dit traject worden ondergebracht, aangezien dat vertraging van de implementatie van EU-regels met zich mee zou brengen, wat strijdig zou zijn met het uitgangspunt van minimumimplementatie.

Tot slot merkt het kabinet op dat over twee jaar (vijf jaar na inwerkingtreding van de Wet vifo) de formele reguliere evaluatie van de Wet vifo zal plaatsvinden.

Conclusie

De uitkomsten van deze evaluatie zullen meegenomen worden in de voortzetting van zowel de WOZT als de Wet Vifo. De in deze wetten geregelde investeringstoetsen zijn een belangrijk onderdeel van het bredere instrumentarium om risico's voor de nationale veiligheid en economische veiligheid te mitigeren, en het kabinet beziet constant of deze verbeterd kunnen worden.

Vincent Karremans

Minister van Economische Zaken