[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02-3346)

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D08185, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 16:09, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03579:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Een 21 501 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld, xx

Nr. xxx

Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3346), het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3345) en de Kabinetsreactie op het advies van de Commissie van Advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken: Bijzondere rechtsgevolgen van een regel van dwingend internationaal recht (Nr. 51) (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3345).

De op 17 februari 2026 aan de minister toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van … toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Klaver

De adjunct-griffier van de commissie,

AB Coco Martin

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie


II Antwoord / Reactie van de minister

III Volledige agenda

I


Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Inleiding

De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de situatie in de Palestijnse gebieden. Deze leden wijzen in het bijzonder op de dramatische humanitaire gevolgen van het weren van essentiële hulporganisaties uit Gaza door Israël, evenals op recente aankondigingen en beleidsontwikkelingen die wijzen op verdere stappen richting annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Deze leden hebben daarnaast nadere vragen over de situatie in Iran en de mogelijke vervolgstappen, mede in het licht van de recente Europese besluitvorming waarbij de Islamic Revolutionary Guard Corps (IRGC) als terroristische organisatie is aangemerkt.

Tevens constateren deze leden dat ontwikkelingen in Noord-Syrië een actievere opstelling van de Europese Unie (EU) vereisen, met name waar het de bescherming van minderheden, regionale stabiliteit en naleving van mensenrechten betreft. Verder benadrukken deze leden dat de omvangrijke Europese betrokkenheid bij Oekraïne zich dient te vertalen in een zwaardere en structurele Europese rol bij eventuele vredesonderhandelingen en toekomstige veiligheidsafspraken. Tot slot benadrukken deze leden de urgentie van versterkte Europese en nationale weerbaarheid tegen de groeiende dreiging van Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI). Tegen deze achtergrond leggen deze leden het kabinet de volgende vragen voor.

Gaza: Toegang voor hulporganisaties

De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de humanitaire situatie in Gaza. Deze leden wijzen op de bijna volledige verwoesting van de medische infrastructuur, het structureel beperken van de toegang van medische hulpgoederen, en recente besluiten waarbij essentiële hulporganisaties de toegang tot Gaza zal worden ontzegd. Deze ontwikkelingen achten deze leden volstrekt onacceptabel.

De leden van de D66-fractie constateren tevens dat Israël in recente weken opnieuw luchtaanvallen heeft uitgevoerd in dichtbevolkte gebieden, ondanks afspraken rond een staakt-het-vuren. Dit onderstreept naar het oordeel van deze leden de urgentie van onbelemmerde humanitaire toegang.

De leden van de D66-fractie verwijzen naar de beantwoording van schriftelijke vragen van 12 februari 2026 (Handelingen 11, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1106, blz. 2), waarin het kabinet stelt dat het weigeren van humanitaire hulp op willekeurige gronden evident indruist tegen het humanitair oorlogsrecht. Tegelijkertijd constateren deze leden dat het kabinet in dezelfde brief mildere bewoordingen gebruikt ten aanzien van het besluit om hulporganisaties te weren vanwege een herregistratieplicht. Het kabinet spreekt van ‘niet de juiste weg voorwaarts’ en stelt zich ‘naar vermogen’ te hebben ingezet om dit besluit te voorkomen, waarbij voornamelijk het uiten van zorgen als concrete actie wordt genoemd.

De leden van de D66-fractie constateren dat deze inzet vooralsnog weinig effect heeft gehad. Zij zijn van mening dat een actievere opstelling mogelijk en noodzakelijk was geweest, onder meer door deelname aan stevigere gezamenlijke (Europese) verklaringen. Tegen deze achtergrond vragen deze leden of het kabinet bereid is het weren van cruciale hulporganisaties tijdens de eerstvolgende Raad Buitenlandse Zaken expliciet aan de orde te stellen.

  1. Antwoord van het kabinet

Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening in de bezette Palestijnse Gebieden. Nederland neemt Israëlische veiligheidszorgen serieus en heeft meermaals verzocht of de Israëlische autoriteiten in gesprek kunnen gaan met de ngo’s hierover. Het besluit om de registratie van deze internationale ngo’s niet te verlenen, zonder hierover met hen in gesprek te gaan, ziet het kabinet niet als de juiste weg voorwaarts. Nederland heeft in lijn met de motie van het lid Bamenga1 en de motie van het lid Ceder2 de zorgen over de Israëlische herregistratieplicht voor internationale ngo’s in afgelopen maanden veelvuldig en op alle niveaus aan de Israëlische autoriteiten kenbaar gemaakt. Nederland roept Israël daarbij op het besluit terug te draaien om verschillende Nederlandse hulporganisaties, waaronder vertrouwde partners van Nederland, de toegang tot de Palestijnse Gebieden te ontzeggen. Nederland zal zich in EU-verband blijven inzetten voor vrije, veilige humanitaire toegang in de Palestijnse Gebieden, zoals het in afgelopen maanden heeft gedaan. De zorgen over de herregistratieplicht van internationale ngo’s zullen zodoende ook bij de aanstaande Raad Buitenlandse Zaken worden opgebracht.

Tevens vragen zij of het kabinet bereid is zich in EU-verband in te zetten voor een gezamenlijke krachtsinspanning gericht op het terugdraaien van dit besluit. Deze leden vernemen graag of het kabinet bereid is zich in Europees verband actief in te zetten voor een krachtig gezamenlijk statement waarin het weren van cruciale hulporganisaties expliciet wordt afgekeurd. Daarnaast vragen deze leden of het kabinet concrete aanvullende maatregelen passend acht zolang het besluit voortduurt, en zo ja, welke instrumenten daarbij worden overwogen. Tot slot vragen de leden of het kabinet, indien unanimiteit binnen de EU uitblijft, bereid is in kleiner verband met gelijkgestemde lidstaten op te trekken om zowel een dergelijke politieke boodschap als bijbehorende maatregelen alsnog vorm te geven.

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland heeft in lijn met de motie van het lid Bamenga3 en de motie van het lid Ceder4 zorgen over het Israëlische besluit veelvuldig gedeeld in Europees verband, waaronder in bijeenkomsten van de RBZ en de Europese Raad van afgelopen december, in lijn met motie Dobbe.5 Nederland blijft dit doen, bilateraal evenals in samenwerking met EU-lidstaten en gelijkgezinde landen, specifiek ook in aanloop naar de naderende deadline van 28 februari, waarop de betreffende internationale ngo’s volgens Israël de Palestijnse Gebieden moeten hebben verlaten.

Gaza: Grensovergang Rafah en Palestijnse representatie

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de aankondiging van fase 2 van het Gaza-plan. Zij constateren echter dat de grensovergang bij Rafah nog steeds onvoldoende is geopend voor humanitaire hulp per vrachtwagen. Deze leden vragen of het kabinet bereid is, zowel bilateraal als in EU-verband, te blijven pleiten voor volledige opening van deze cruciale grensovergang.

  1. Antwoord van het kabinet

Momenteel is Rafah slechts open voor personenverkeer, en niet voor humanitaire goederen. Nederland blijft oproepen tot de opening van meer grensovergangen voor humanitaire hulp, waaronder de volledige grensovergang bij Rafah. Nederland roept Israël eveneens op de aanhoudende belemmeringen bij grensovergangen te verhelpen, waaronder beperkingen op in- en uitreismogelijkheden voor humanitair personeel en de restricties op invoer van essentiële humanitaire goederen die Israël als dual use bestempelt.

Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over Palestijnse representatie in het vredesproces en het toekomstige bestuur van Gaza. Zij verwijzen naar berichten over blokkades op de aanstelling van Palestijnse ambtenaren en reisbeperkingen voor leden van het Palestijnse nationale comité. Deze leden vragen welke concrete stappen Nederland en de EU zetten om Palestijnse bestuurlijke en politieke representatie te waarborgen en te versterken.

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland heeft de aanstelling van het Nationaal Comité voor het Bestuur van Gaza (NCAG) verwelkomd en onderstreept dat, met oog op het belang van Palestijnse betrokkenheid, het NCAG een belangrijke rol moet spelen in de implementatie van het vredesplan van president Trump en VNVR-resolutie 2803. Naar verwachting zullen discussies in EU-verband de komende tijd toezien op de wijze waarop de EU kan bijdragen aan de implementatie hiervan, waaronder ook samenwerking en eventuele steun aan het NCAG.

Voorts vragen de leden van de D66-fractie het kabinet om een nadere update ten aanzien van de inzet van de EU met betrekking tot de noodzakelijke ontwapening van Hamas. Welke concrete discussies worden hierover momenteel in Europees verband gevoerd, en welke rol ziet het kabinet voor de EU bij het bevorderen van dit proces? Tevens vragen deze leden in hoeverre de EU bereid is om diplomatieke druk uit te oefenen op landen die invloed of communicatielijnen met Hamas onderhouden, zoals Qatar, teneinde voortgang richting ontwapening en stabilisatie te bevorderen.

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals bekend in uw Kamer zijn de inspanningen van de EU erop gericht om het vredesplan voor Gaza te laten slagen. Daarvoor is nodig dat Hamas de wapens neerlegt en geen rol speelt in de toekomst van de Gazastrook. Daarvoor blijft druk op Hamas noodzakelijk en blijven discussies over aanvullende EU-sancties tegen Hamas en Palestinian Islamic Jihad op tafel. Daarnaast blijft het van belang dat partners als Qatar en Turkije de druk op Hamas houden. De Nederlandse diplomatieke inzet richt zich met dit doel ook op andere landen in de regio.

Westelijke Jordaanoever: Nederzettingenbeleid

De leden van de D66-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen van recent aangenomen wetgeving in Israël die het voor Israëlische burgers verder zou vergemakkelijken om land te verwerven op de Westelijke Jordaanoever, het beheer van religieuze locaties onder Israëlische controle brengt en bouwprocessen voor kolonisten vereenvoudigt. Deze leden vrezen dat deze wetgeving niet op zichzelf staat, maar past binnen een bredere ontwikkeling waarbij de uitbreiding en institutionalisering van nederzettingen verder wordt gefaciliteerd. Deze zorgen worden naar het oordeel van deze leden versterkt door publieke uitspraken van Israëlische ministers, waarin expliciet is gesproken over het ‘vernietigen van het idee van een Palestijnse staat’ en het uitbreiden van Israëlische soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever.

De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet de vrees deelt dat deze wetgeving, bezien in samenhang met genoemde politieke uitspraken, de facto bijdraagt aan verdere annexatie.

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland veroordeelt de besluiten waarmee het Israëlische veiligheidskabinet zijn controle over de bezette Westelijke Jordaanoever verder wil uitbreiden. Deze besluiten zijn onacceptabel en gaan in tegen de afspraken van de Oslo-akkoorden en tegen het internationaal recht. Ook zetten de plannen de fragiele situatie op de Westelijke Jordaanoever verder onder druk, juist op het moment dat alle inspanningen gericht moeten zijn op het laten slagen van het vredesplan en het werken naar een tweestatenoplossing. Het is dan ook zaak dat de besluiten worden teruggedraaid. Nederland heeft zich hierover publiekelijk uitgesproken, onder andere op 17 februari jl. in New York in een breed gezelschap van 80 VN-landen. Daarnaast is deze boodschap bilateraal, op politiek niveau, aan Israël overgebracht. Nederland zal tevens deze boodschap onderstrepen in EU-verband in de aanstaande Raad Buitenlandse Zaken.

Tevens vragen zij welk concreet gevolg het kabinet verbindt aan het uitblijven van Israëlische beleidswijzigingen met betrekking tot het nederzettingenbeleid, mede gezien eerdere oproepen van Nederland en de EU. In dat verband vernemen deze leden graag of het kabinet bereid is het EU-associatieverdrag opnieuw ter sprake te brengen.

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland weegt voortdurend welke stappen in combinatie van druk en dialoog het effectiefst kunnen zijn om invloed te kunnen uitoefenen op het beleid van Israël. De besluitvorming over eventuele volgende stappen wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Zie voor verdere beantwoording vraag 6.

Daarnaast vragen zij of het kabinet bereid is te pleiten voor aanvullende maatregelen, waaronder gerichte sancties tegen politici en burgers die illegale nederzettingen faciliteren of mogelijk maken.

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet deelt de zorgen over het Israëlische nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Ten aanzien van aanvullende maatregelen blijft Nederland zich in Europees verband inzetten voor aanname van het door Nederland en Frankijk voorgestelde derde sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Voor aanname bestaat momenteel niet de vereiste consensus. Nieuwe voorstellen liggen derhalve op dit moment niet in de rede.

Iran

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de recente Europese besluitvorming inzake de IRGC. Zij vragen het kabinet nader te concretiseren welke gevolgen deze besluitvorming op korte termijn naar verwachting zal hebben. In hoeverre leidt dit besluit tot aanvullende sanctiemaatregelen, verscherpte handhaving van bestaande restricties, of uitbreiding van financiële en economische beperkingen?

  1. Antwoord van het kabinet

Het is goed nieuws dat het IRGC eindelijk op de EU-terrorismelijst gezet wordt, ten dele het gevolg van Nederlands aandringen. Dat is een duidelijk signaal vanuit de EU richting het Iraanse regime en de Iraanse bevolking. Op 24 oktober 2023 is uw Kamer per brief6, en op 11 september 2024 vertrouwelijk per brief, geïnformeerd over de impact van deze listing.

Tevens vernemen zij graag of het kabinet voorstander is van uitbreiding van sancties naar lagere rangen en ondersteunende netwerken. Tot slot vragen zij hoe de Raad heeft gereageerd op het Nederlandse voorstel voor een EU-sanctietaskforce tegen Iran.

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet is voorstander van een aanvullende gerichte sanctie-inzet tegen Iran en zet zich hiervoor in. Dit blijkt onder andere uit de aanname van sancties tegen IRGC frontbedrijven en personen vorige maand, naast de IRGC-terrorismelisting. Het kabinet heeft tijdens de RBZ van 29 januari jl. opgeroepen tot een EU-sanctietaskforce Iran. De mogelijkheden hiertoe dienen de komende tijd verder te worden uitgezocht op Raadswerkgroepsniveau. Er is binnen de EU steun voor het opvoeren van druk op het Iraanse regime; het is evenwel nog onzeker of zich dit vertaalt in de benodigde unanimiteit voor te treffen concrete maatregelen.

Syrië

De leden van de D66-fractie spreken hun steun uit voor de territoriale integriteit van Syrië en benadrukken het belang van een Nederlandse en Europese buitenlandpolitiek die gericht is op stabilisatie van Syrië, onder een bestuur dat rekening houdt met lokale belangen en de rechten van minderheden. Deze leden achten het in dat licht begrijpelijk dat de EU toenadering zoekt tot de huidige Syrische machthebbers en steun biedt ten behoeve van economisch herstel en (lokaal) bestuur.

Tegelijkertijd maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over signalen van aanhoudend geweld, met name gericht tegen minderheden, in de context van pogingen tot verdere centralisatie van bestuur. Zij verwijzen daarbij onder meer naar berichten over geweld tegen Druzen, Alawieten en meer recentelijk Koerdische gemeenschappen.

Tegen deze achtergrond vragen de leden van de D66-fractie op welke wijze binnen het voorgestelde Europese raamwerk en in de hernieuwde bilaterale relaties met Syrië voorwaarden worden verbonden aan (financiële) steun. Hoe wordt geborgd dat Europese steun bijdraagt aan stabilisatie en niet onbedoeld ruimte laat voor hardhandig optreden tegen minderheden? Wordt de naleving van mensenrechten, waaronder expliciet de bescherming en institutionele verankering van minderheidsrechten, structureel meegenomen in de conditionaliteit van steun? De leden vragen tevens of vergelijkbare voorwaarden worden betrokken bij eventuele stappen richting heropstarten of herziening van bestaande samenwerkingsovereenkomsten met Syrië.

  1. Antwoord van het kabinet

Tijdens haar bezoek aan Syrië op 8 januari jl. kondigde Commissievoorzitter Von der Leyen een financieel steunpakket van circa EUR 620 mln. aan voor 2026 en 2027, dat humanitaire hulp, steun voor het herstel, en bilaterale steun omvat.

In EU-verband onderstreept het kabinet, in lijn met de motie Stoffer/Ceder7, dat aan mensenrechtenschendingen en geweldsuitbraken consequenties verbonden dienen te worden en dat voorwaarden voor steun streng nageleefd moeten worden. Tijdens de RBZ van 29 januari jl. heeft het kabinet dit punt wederom uitgedragen.8

De steun aan Syrië, die niet direct aan de Syrische overgangsregering verleend wordt, is onderhevig aan uitgebreide monitoring, evaluatiemechanismen en risicobeoordelingen. De EU-steun wordt tevens middels strikte implementatiekaders toegekend aan uitvoerende organisaties zoals internationale organisaties en ngo’s met een bewezen staat van dienst met betrekking tot transparantie en verantwoording. Indien risico’s op uitsluiting of marginalisering van bevolkingsgroepen worden vastgesteld, kan de uitvoering worden aangepast, opgeschort of beëindigd. Hiermee wordt geborgd dat EU-steun niet bijdraagt aan spanningen of ongelijkheid.

Tot slot hebben de leden van de D66-fractie vragen over de situatie rond de bewaking van IS-gevangenenkampen in Koerdisch gecontroleerde gebieden. Kan de minister een stand van zaken geven met betrekking tot het overbrengen van gevangenen naar Irak?

  1. Antwoord van het kabinet

Het Amerikaanse leger heeft onlangs aangegeven de afgelopen maand meer dan 5.700 mannelijke ISIS-strijders die gedetineerd waren in Noordoost-Syrië te hebben overgebracht naar Irak. Op 13 februari jl. heeft het National Center for International Judicial Cooperation, onderdeel van de Hoge Raad in Irak, een verklaring uitgebracht dat er in totaal 5704 ISIS-strijders met 61 nationaliteiten zijn overgebracht, waaronder personen met een Nederlandse band. Hiermee zou de operatie zijn voltooid.

Tevens vragen deze leden of een inschatting kan worden gegeven van het aantal IS-gevangenen dat in recente perioden is vrijgelaten of ontsnapt. Welke rol speelt de Syrische regering in deze ontwikkelingen? Deze leden vernemen graag welke mogelijke gevolgen het kabinet ziet voor de regionale veiligheid en, in het verlengde daarvan, voor de Nederlandse veiligheid.

  1. Antwoord van het kabinet

Er circuleren verschillende berichten dat IS-gevangenen zijn ontsnapt uit detentiecentra, en weer opgepakt. In beantwoording op vragen van de leden Stoffer en Ceder heeft het kabinet het belang benadrukt van duidelijkheid ten aanzien van de berichten dat IS-gevangenen bewust zouden zijn vrijgelaten. Het kabinet brengt dit belang, ook via de EU, over aan de Syrische overgangsregering en spreekt deze aan op haar verantwoordelijkheden. De Syrische overgangsautoriteiten zijn sinds het staakt-het-vuren van 30 januari jl. verantwoordelijk voor de bewaking van detentiecentra in Noordoost-Syrië. Nationale en internationale partners zijn alert en staan met elkaar in contact.

Oekraïne: Europese positie in vredesproces

De leden van de D66-fractie constateren dat Europa inmiddels een substantieel deel van de financiële en militaire steun aan Oekraïne draagt. Zij zijn van mening dat deze betrokkenheid zich dient te vertalen in een duidelijke Europese rol bij de vredesonderhandelingen en bij de totstandkoming van toekomstige veiligheidsafspraken op het Europese continent.

Tegen deze achtergrond vragen de leden van de D66-fractie hoe het kabinet het voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger, Kaja Kallas, beoordeelt om Europese randvoorwaarden voor een mogelijk vredesakkoord vast te leggen. Welke functie kan een dergelijke lijst met Europese uitgangspunten volgens het kabinet vervullen, zowel ter ondersteuning van Oekraïne als bij het formuleren van bredere afspraken over stabiliteit en veiligheid in Europa?

  1. Antwoord van het kabinet

Europa draagt het leeuwendeel van de financiële en militaire steun aan Oekraïne. Het kabinet deelt de mening van de leden van de D66-fractie dat deze betrokkenheid en de zwaarwegende Europese belangen die hiermee gemoeid zijn zich dienen te vertalen in een duidelijke Europese rol bij de vredesonderhandelingen en bij de totstandkoming van toekomstige veiligheidsafspraken op het Europese continent.

De Europese Raad stelde eerder op 6 maart 2025 principes vast voor onderhandelingen om tot duurzame vrede te komen. Onder meer in EU-verband vindt doorlopend het gesprek plaats over hoe de Europese betrokkenheid verder vorm te geven.

Het kabinet ziet echter op dit moment geen enkele serieuze bewegingen of uitlatingen van Rusland gericht op enige vorm van vrede. In tegendeel, het kabinet ziet dat Rusland bezig is met het escaleren van zijn oorlog tegen Oekraïne o.a. door de systematische vernietiging van de Oekraïense energie-infrastructuur. Volgens het kabinet is het dan ook van belang dat de discussie over het vredesproces niet afleidt van wat nu juist noodzakelijk is: het zo spoedig mogelijk verhogen van militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en van de druk op Rusland om zijn oorlog te beëindigen. Tijdens de aankomende RBZ zal de Nederlandse inzet hier op gericht zijn.

Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe het kabinet het voorstel tot aanstelling van een Europese gezant waardeert, die namens de EU zou kunnen aanschuiven bij diplomatieke trajecten en onderhandelingen. Hoe beoordeelt het kabinet de mogelijke meerwaarde van een dergelijke vertegenwoordiger in het licht van de Europese belangen?

In dit verband verwijzen deze leden tevens naar recente diplomatieke inspanningen, waaronder het bezoek van de Franse diplomaat Emmanuel Bonne aan Rusland, waaruit opnieuw zou zijn gebleken dat Rusland vooralsnog weinig bereidheid toont tot serieuze vredesonderhandelingen.

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland vindt het belangrijk dat Europa is vertegenwoordigd in het vredesproces en in gesprekken over Europese veiligheid en steunt de inspanningen van Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de NAVO en de Europese Commissie met dat doel. Nederland ziet dit niet als het juiste moment voor een herziening van het isolatiebeleid richting Rusland, maar is bereid om een voorstel voor een Europese of EU-gezant te bespreken wanneer dat voorligt. Daarvoor geldt dat timing, mandaat en toegevoegde waarde ten opzichte van bestaande structuren goed moeten worden afgewogen.

Oekraïne: EU-lidmaatschap

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van discussies over versnelde of alternatieve toetredingsprocedures. Zij vragen of het kabinet reeds overleg heeft gevoerd met toekomstige EU-voorzitterschappen, waaronder Ierland, over mogelijke scenario’s. Tevens vragen zij welke voorbereidingen het kabinet noodzakelijk acht om dergelijke trajecten mogelijk te maken.

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals gebruikelijk heeft Nederland contact met het inkomend voorzitterschap over de uitdagingen waar de Unie op dit moment voor staat, waaronder op het gebied van EU-uitbreiding. Het kabinet staat constructief tegenover het voeren van gesprekken over eventuele gefaseerde toetreding door Oekraïne, conform de motie Klos c.s.9 Het EU-toetredingsproces is een zorgvuldig en complex proces waarin de Kopenhagen criteria en voortgang in het doorvoeren van rechtsstaathervormingen centraal staan. Een land dat toetreedt tot de Unie moet de waarden van de Unie eerbiedigen en uitdragen en voldoen aan alle voorwaarden om volwaardig lid te worden. Dit blijft de basis waar vanuit het kabinet naar EU toetreding kijkt.

Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI)

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorgenomen bespreking over Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI) tijdens de informele ontbijtbijeenkomst van de Raad. Zij onderschrijven het belang van versterkte Europese samenwerking op het terrein van Strategische Communicatie en het tegengaan van FIMI. Deze leden delen de opvatting dat de EU een belangrijke rol kan spelen bij het signaleren van dreigingen en het faciliteren van samenwerking tussen lidstaten, mede in het licht van de grensoverschrijdende aard van FIMI-campagnes.

De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet toegevoegde waarde ziet in de oprichting van een European Centre for Democratic Resilience (ECDR), in aanvulling op de bestaande capaciteiten binnen de European External Action Service (EEAS). Hoe beoordeelt het kabinet de verhouding tussen dergelijke nieuwe structuren en reeds bestaande Europese instrumenten?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet steunt het initiatief voor het vormen van het European Centre for Democratic Resilience (ECDR). Het kabinet deelt de analyse van de Europese Commissie dat de veelzijdige aard van de hedendaagse dreigingen voor de democratie vraagt om een beter geïntegreerde aanpak. Informatie uit bestaande structuren kunnen worden samengebracht in een centraal punt, om zo silovorming te voorkomen en expertise breder te kunnen delen. Het is volgens het kabinet wel van belang om overlappend werk te voorkomen en gebruik te maken van de reeds bestaande structuren, zoals het Rapid Alert System. Ook is gestructureerde samenwerking tussen het ECDR en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) benodigd, met behoud van taken, kennis en netwerken.

Tot slot vragen de leden van de D66-fractie welke specifieke rol het kabinet voor Nederland ziet bij het versterken van de Europese weerbaarheid tegen FIMI en op welke terreinen Nederland volgens het kabinet een voortrekkers- of aanvullende rol kan vervullen.

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet ziet voor Nederland een actieve rol bij het versterken van de Europese weerbaarheid tegen FIMI, met name in de verdere uitwerking van het European Democracy Shield en het European Centre for Democratic Resilience (ECDR). Nederland is een voorloper met het versterken van mediawijsheid, het ondersteunen van de veiligheid van journalisten en de bescherming van wetenschappers die worden bedreigd. Nederland brengt daarnaast expertise en ervaring in op het gebied van verkiezingsintegriteit en de bescherming van politieke ambtsdragers zoals middels het programma weerbaar bestuur. Het kabinet ziet hier een voortrekkersrol voor Nederland en deelt deze ervaringen graag met andere lidstaten.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en stellen de minister daarover nog enkele vragen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat de Verenigde Staten (VS) hebben geëist dat Oekraïne vóór 15 mei 2026 presidentsverkiezingen en een referendum over een vredesovereenkomst organiseert. Wat is het standpunt van het kabinet hierover?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet stelt voorop dat het organiseren van verkiezingen en/of een referendum in Oekraïne aan Oekraïne zelf is. Voor zover dit onderwerp ook aan de orde komt tijdens de onderhandelingen over vrede, loopt het kabinet niet vooruit op de uitkomst daarvan. Oekraïne heeft al meermaals aangegeven dat het organiseren van verkiezingen onder de huidige omstandigheden heel moeilijk is, om tal van redenen. Een van die redenen is dat de veiligheid van de bevolking tijdens verkiezingen moet kunnen worden gegarandeerd en dat ook de miljoenen ontheemde Oekraïners, alsmede honderdduizenden aan het front actieve militairen, in staat moeten zijn hun stem uit te brengen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook vernomen dat de Raad Buitenlandse Zaken naar alle waarschijnlijkheid een twintigste sanctiepakket tegen Rusland zal aannemen. Deze leden zijn tevreden dat Europa stappen blijft nemen om bijvoorbeeld de Russische fossiele exporten aan te pakken, schepen van de schaduwvloot te sanctioneren, alsmede de import van Russische goederen naar Europa verder te beperken. Deze leden vragen aan de minister op welke punten hij meer ambitie zou willen zien van de Raad – op welke punten zou Europa nog scherper kunnen optreden tegen de Russische oorlogseconomie.

  1. Antwoord van het kabinet

Wat het kabinet betreft zouden aankomende sanctiepakketten het Russische verdienvermogen op mondiale grondstoffenmarkten verder moeten ondermijnen. Hiertoe zou de EU de Amerikaanse sancties tegen oliebedrijven Rosneft en Lukoil over moeten nemen. Ook zou de Unie, in coördinatie met partners, het olieprijsplafondmechanisme los moeten laten om grotere delen van dienstverlening aan Russische maritieme olie-export volledig te verbieden. Tot slot zou de Unie importverboden moeten instellen op bredere categorieën grondstoffen, waaronder metalen, en eventueel bestaande afbouwtermijnen en quota verkorten en verlagen. Het kabinet spant zich in de onderhandelingen voor het twintigste pakket op deze punten in en zal dat, voor zover dit niet tot resultaten leidt, ook voor aankomende sanctiepakketten blijven doen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met grote zorgen kennisgenomen van de besluiten van het Israëlische kabinet om de annexatie van Palestijns land op de Westelijke Jordaanoever verder te faciliteren. Is de minister bereid om zijn veroordeling van de kabinetsbesluiten op te volgen met concrete consequenties? Zo nee, waarom niet?

  1. Antwoord van het kabinet

Zie het antwoord op vraag 6.

Op welke manier heeft de minister de aangenomen motie Piri (Kamerstuk 23432, Nr. 620) om het EU-Israël Associatieakkoord opnieuw te agenderen uitgevoerd? Als het voor de EU nu niet voldoende is om serieuze stappen voor de tweestatenoplossing te zetten, wanneer dan wel?

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland weegt voortdurend welke stappen in combinatie van druk en dialoog het effectiefst kunnen zijn om het beleid van Israël te kunnen beïnvloeden. Het kabinet heeft nog geen uitvoering gegeven aan motie Piri aangenomen op 28 januari jl. Opvolging hiervan wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tot slot vernomen dat premier Netanyahu bereid zou zijn om het aangekondigde wetsvoorstel om de doodstraf in te voeren aan te passen. Bent u het met deze leden eens dat de doodstraf, voor wie dan ook, moreel en internationaalrechtelijk volledig onacceptabel is? Zo ja, bent u met de Israëlische autoriteiten in gesprek om het plan volledig van tafel te vegen? Zo nee, waarom niet?

  1. Antwoord van het kabinet

De Nederlandse regering verzet zich overal en altijd tegen de doodstraf. Internationaal spreekt Nederland zich ertegen uit en zet zich in voor de afschaffing ervan. De doodstraf is een schending van de mensenrechten en naar overtuiging van de Nederlandse regering in strijd met fundamentele rechtstatelijke principes. Nederland brengt deze boodschap over aan de Israëlische regering, zoals tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur in november 2025.

Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie

De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026. Deze leden hebben een aantal vragen en opmerkingen.

Oekraïne

De leden van de JA21-fractie staan stil bij het feit dat de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne op het punt staat het vierde jaar in te gaan. Deze leden onderschrijven het belang van het blijven steunen van Oekraïne in haar strijd voor onafhankelijkheid en het opvoeren van de druk op Rusland, onder meer door inwerkingtreding van een twintigste sanctiepakket. In het verlengde hiervan heeft de Europese Commissie voorgesteld het anti-omzeilingsinstrument voor het eerst in te zetten. Kan de minister de mogelijke gevolgen hiervan voor Nederland uiteenzetten?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet kan lopende de onderhandelingen over het twintigste sanctiepakket niet in detail ingaan op de voorstellen die op tafel liggen. Het zogenaamde anti-omzeilingsinstrument behoort tot de gereedschapskist waarover de EU beschikt om omzeiling van de Ruslandsancties via derde landen aan te pakken. Wat het kabinet betreft zou dit instrument expliciet op tafel moeten liggen en, wanneer lichtere middelen zoals gerichte exportbeperkingen tegen bedrijven geen effect sorteren, ingezet moeten worden. Voor Nederland zou dit inhouden dat de export van specifieke goederen naar omzeilingsgevoelige jurisdicties verboden zou worden.

De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van Franse en Italiaanse initiatieven om in het kader van de vredesbesprekingen direct Europees contact met Rusland te leggen. Steunt de minister deze initiatieven, waaronder het aanstellen van een Europees gezant?

  1. Antwoord van het kabinet

Zie het antwoord op vraag 15.

De leden van de JA21-fractie hebben berichtgeving uit de Financial Times gadeslagen die stelt dat de VS Oekraïne zouden hebben opgedragen voor 15 mei van dit jaar presidentsverkiezingen en een referendum te organiseren. Bij weigering zouden de VS geen veiligheidsgaranties aan Oekraïne willen bieden. Kan de minister een toelichting geven over deze vermeende Amerikaanse eis aan Oekraïens adres? Klopt de berichtgeving en wat betekent dit in het verlengde voor het verloop van de gesprekken? Heeft de minister inmiddels enige indicatie dat Rusland aan de onderhandelingstafel beweegt?

  1. Antwoord van het kabinet

Zie antwoorden op vraag 14 en 15.

De leden van de JA21-fractie zijn, ongeacht hun steun voor het land in oorlogstijd, uiterst kritisch op Oekraïense toetreding tot de EU. In dit licht vragen deze leden graag om toelichting over hoe de minister invulling geeft aan de motie Hoogeveen/Ceulemans (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3327) en hoe dit samenvalt met de invulling van de motie Klos c.s. (Kamerstuk 36800-V, Nr. 49)? Hoe kijkt de minister naar het idee van ‘omgekeerde EU-toetreding’ voor Oekraïne? En steunt de minister het eventueel omzeilen van een Hongaars veto door middel van een artikel 7 procedure?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet houdt vast aan de eisen voor EU-toetreding, waaronder de Kopenhagencriteria. Een land dat toetreedt tot de Unie moet de waarden van de Unie eerbiedigen en moet voldoen aan alle voorwaarden om volwaardig lid te worden. Dit zal het uitgangspunt van het kabinet blijven, in lijn met de motie Hoogeveen/Ceulemans10. Nederland staat constructief tegenover het voeren van gesprekken over eventuele gefaseerde toetreding door Oekraïne, conform de motie Klos c.s.11 De schorsing van stemrechten door toepassing van de artikel 7 procedure kan alleen na een unanieme constatering door de Europese Raad van een ernstige en voortdurende schending van de waarden van de EU (artikel 2 EU-Verdrag). Hongarije bevindt zich, bij gebrek aan voldoende draagvlak onder lidstaten, niet in deze fase van de artikel 7 procedure. Er is op dit moment geen sprake van dat het Hongaarse veto omzeild kan worden op basis van artikel 7 VEU.

Iran

De leden van de JA21-fractie maken zich grote zorgen om de situatie in het Midden-Oosten. Met name de schrijnende situatie in Iran gaat deze leden zeer aan het hart. Zou de minister een laatste stand van zaken willen meedelen met betrekking tot de protesten in het land? Vinden deze nog altijd doorgang? Is er een wijziging merkbaar in hoe het ayatollahregime zich opstelt tegenover demonstranten?

  1. Antwoord van het kabinet

Sinds 15 januari jl. zijn er geen grootschalige protesten in Iran waargenomen. Wel vonden tijdens herdenkingen op de veertigste dag sinds de gewelddadigheden in januari, kleinere protesten plaats die tevens door het regime hardhandig werden neergeslagen. De repressie door het regime, middels o.a. intimidatie, arbitraire detentie, executies, en inperking van internetvrijheid, gaat onverminderd door. Het kabinet staat achter het Iraanse volk en diens recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzaam protest.

De leden van de JA21-fractie danken de minister en het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het in het verslag van de vorige Raad Buitenlandse Zaken opgenomen overzicht van Iraanse oppositiegroepen. De minister was aanwezig op de Münchner Sicherheitskonferenz, evenals de Iraanse kroonprins in ballingschap Reza Pahlavi. Heeft de minister de mogelijkheid gehad met hem in gesprek te gaan?

  1. Antwoord van het kabinet

De leden van de Nederlandse delegatie hebben niet met de heer Pahlavi gesproken.

De leden van de JA21-fractie maken zich zorgen om sanctie-ontwijking door het Iraanse regime. Nu verzoekt de motie Van der Werf c.s. (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3337) het kabinet om zich in EU-verband in te zetten voor een sanctietaskforce Iran. Hoe zou deze eruit kunnen komen te zien en hoe worden best practices in de omgang met Rusland geïncorporeerd in de benadering naar Iran toe? Kan een anti-omzeilingsinstrument, zoals nu op tafel ligt voor Rusland, ook in beeld kunnen komen voor Iran?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet neemt sanctieomzeiling door Iran uiterst serieus. Het kabinet heeft tijdens de RBZ van 29 januari jl. opgeroepen tot een EU-sanctietaskforce Iran. De mogelijkheden dienen de komende tijd verder uitgezocht te worden op Raadswerkgroepsniveau, waarbij zoveel mogelijk aansluiting zal worden gezocht bij bestaande structuren.

In het kader van de Ruslandsancties beschikt de Unie over een breed instrumentarium om omzeiling tegen te gaan. Zo kunnen gerichte sancties en exportcontrolemaatregelen getroffen worden tegen personen en bedrijven in derde landen die omzeiling faciliteren, alsook tegen financiële instellingen en schepen. Tot slot behoort ook het zogenaamde anti-omzeilingsinstrument, dat ziet op een volledig exportverbod van specifieke goederen naar omzeilingsgevoelige jurisdicties, tot de gereedschapskist. Nederland spant zich in om een aantal van deze best practices uit de sancties tegen Rusland te incorporeren in de sancties tegen Iran, voor zover dat van aanvullende waarde kan zijn.

Syrië

De leden van de JA21-fractie maken zich grote zorgen over de situatie in Noordoost-Syrië, met name voor de Koerdische bevolking en de risico’s op massale ontsnapping van voormalig IS-strijders. In het licht van laatstgenoemde willen deze leden vragen naar een toelichting van de minister over hoe het kabinet invulling geeft aan de motie Van der Plas (Kamerstuk 36800-XX, Nr.18).

  1. Antwoord van het kabinet

De Kamer wordt op een later moment nader geïnformeerd over hoe het kabinet invulling geeft aan de motie Van der Plas.12

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari aanstaande. Dit heeft bij deze leden tot enkele vragen en opmerkingen geleid.

De leden van de SP-fractie willen beginnen met het vestigen van de aandacht op Palestina. De misdaden van Israël tegen het Palestijnse volk blijven voortduren. Op de Westoever blijven gewelddadige kolonisten de Palestijnse bevolking terroriseren en de E1-nederzettingen worden gelegaliseerd, met de specifieke bedoeling om een Palestijnse staat onmogelijk te maken. Vorige week nog gaf de extreemrechtse minister van Financiën aan het idee van een Palestijnse staat te willen ‘vermoorden.’ Deelt de minister de mening dat deze uitspraken ondubbelzinnig moeten worden veroordeeld? Zo ja, doet de minister dat? Deelt de minister dat het beleid van de Israëlische regering aanleiding geeft tot meer maatregelen tegen de Israëlische regering? Zo nee, waarom niet?

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland veroordeelt de besluiten waarmee het Israëlische veiligheidskabinet zijn controle over de bezette Westelijke Jordaanoever verder wil uitbreiden. Deze besluiten zijn onacceptabel en gaan in tegen de afspraken van de Oslo-akkoorden en het internationaal recht. Ook zetten de plannen de fragiele situatie op de Westelijke Jordaanoever verder onder druk, juist op het moment dat alle inspanningen gericht moeten zijn op het laten slagen van het vredesplan en het werken naar een tweestatenoplossing. Nederland heeft zich hierover publiekelijk uitgesproken en bovenstaande boodschap bilateraal op politiek niveau aan Israël overgebracht, en zal dit blijven onderstrepen in EU-verband.

De leden van de SP-fractie stellen dat Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza door blijven gaan, ondanks het zogenaamde ‘staakt het vuren’. Israël blijft, in strijd met humanitair oorlogsrecht, noodhulp voor Gaza blokkeren. Deelt de minister het inzicht dat Israël het oorlogsrecht schendt en dat Nederland de verplichting heeft dit te veroordelen? Deelt de minister het inzicht dat het staakt-het-vuren door Israël wordt geschonden? Deelt de minister de mening dat dit moet worden veroordeeld en dat er sancties vanuit Nederland en Europa op moeten volgen?

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals bekend in uw Kamer is de Nederlandse inzet voor de Gazastrook gericht op het steunen van de implementatie van het vredesplan van president Trump. Nederland onderstreept hierbij nadrukkelijk dat alle partijen zich moeten houden aan de gemaakte afspraken. Dat betekent onder meer dat, conform het akkoord tussen Israël en Hamas, meer grensovergangen open moeten om ongehinderde humanitaire hulp tot de Gazastrook toe te laten. Ook roept Nederland expliciet op de ngo-registratiewetgeving niet in zijn huidige vorm te implementeren.

En deelt de minister de mening dat het volledig vertrouwen op Trump en zijn ‘vredesplan’, zoals ons kabinet doet, niet voldoet aan de verplichtingen die de internationale gemeenschap aan het Palestijnse volk heeft? Kan de minister een reactie geven?

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland heeft zich – ook in EU-verband – achter het vredesplan van president Trump geschaard, dat na ruim twee jaar van lijden, geweld en verwoesting een perspectief op vrede biedt. Net als partners, waaronder de EU, vindt Nederland het van belang dat het vredesplan van president Trump en de VNVR-resolutie 2803 worden geïmplementeerd in lijn met het internationaal recht en in lijn met de motie Piri.13 Daarbij is het van belang dat overgangsregelingen bijdragen aan duurzame vrede en een geloofwaardig pad naar een tweestatenoplossing.

Nederland heeft nadrukkelijk de aanstelling van het Nationaal Comité voor het Bestuur van Gaza (NCAG) verwelkomd en onderstreept dat, met oog op het belang van Palestijnse betrokkenheid, het NCAG een belangrijke rol moet spelen in de implementatie van het vredesplan van president Trump en VNVR-resolutie 2803. Naar verwachting zullen discussies in EU-verband de komende tijd zien op de wijze waarop de EU kan bijdragen aan de implementatie hiervan, waaronder ook samenwerking en eventuele steun aan het NCAG.

De leden van de SP-fractie zijn extreem teleurgesteld en verontwaardigd over de onmenselijke manier waarop dit kabinet omgaat met de medische evacuaties van Palestijnse kinderen uit Gaza. Deze kinderen kunnen niet in de regio worden behandeld. Het kabinet gaat in een brief van 30 januari 2026 (Kamerstuk 23432, Nr. 629) in op de maatregelen die ze neemt om de capaciteit van de gezondheidszorg in de regio te vergroten. Dit is iets waar niemand in de Kamer om gevraagd heeft en gaat volledig voorbij aan het feit dat deze capaciteit onvoldoende blijft. Het kabinet weigert aangenomen Kamermoties uit te voeren om meer Palestijnse kinderen naar Nederland te evacueren voor levensreddende gezondheidszorg. De minister kan helpen, maar wil dit niet. Voor de leden van de SP-fractie is dit onbegrijpelijk en niet uitlegbaar. Kan de minister uitleggen waarom hij deze kinderen geen hulp wil bieden? Welke (geo)politieke overwegingen liggen hieronder?

  1. Antwoord van het kabinet

De kabinetsinzet is gericht op de opvang en behandeling van patiënten uit de Gazastrook in de regio, omdat Nederland op deze manier de meeste mensen kan ondersteunen. Over de inzet van de aanvullende middelen om de medische capaciteit in Gaza en in de regio te vergroten, is uw Kamer geïnformeerd in de brieven van 2 oktober 202514 en 30 januari 2026.15 Naast deze inzet heeft het kabinet een operatie opgezet om vijf minderjarige patiënten die hoog-specialistische zorg nodig hebben tijdelijk naar Nederland te evacueren. Gezien de snel opeenvolgende ontwikkelingen in Gaza en de regio, en de aanvang van de tweede fase van het vredesplan, zal het aan het nieuwe kabinet zijn om besluiten te nemen over de verdere kabinetsinzet, inclusief eventuele budgettaire keuzes. Het nieuwe kabinet zal uw Kamer hierover informeren.

Daarnaast maken de leden van de SP-fractie zich grote zorgen over de steeds verder oplopende spanningen tussen de VS en Iran. Recente berichtgeving wijst op serieuze voorbereidingen voor mogelijke Amerikaanse militaire acties tegen Iraanse doelen. Deelt de minister de analyse dat

een dergelijke aanval desastreuze gevolgen zou hebben voor de stabiliteit in het Midden-Oosten?

Deelt de minister de mening dat regime change geen legitiem oorlogsdoel is en nog nooit geleid heeft tot wenselijke uitkomsten voor de lokale bevolking? Deelt de minister de mening dat een nieuwe oorlog in de regio alleen maar meer burgerdoden, meer vluchtelingen en verdere escalatie zal veroorzaken?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet blijft het belang van stabiliteit in het Midden-Oosten onderstrepen. Een escalatie tussen de VS en Iran zal hier directe gevolgen op hebben, ook voor Nederland en Europa. Nederland steunt daarom de huidige inzet gericht op onderhandelingen.

Is de minister bereid binnen de EU actief te pleiten voor de-escalatie, diplomatie en een hernieuwde inzet op nucleaire onderhandelingen in plaats van militaire confrontatie? Kan de minister ondubbelzinnig uitspreken dat Nederland geen steun zal verlenen, politiek noch militair, aan een militaire aanval die in strijd is met het internationaal recht?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet heeft steun uitgesproken voor de hernieuwde onderhandelingen tussen de VS en Iran. Binnen de EU draagt het kabinet actief uit dat de-escalatie tussen de VS en Iran van groot belang is en dat diplomatie de boventoon moet voeren. Het kabinet kan niet vooruitlopen op wat mogelijk staat te gebeuren.

Ook de positie van de Koerden in Syrië baart de leden van de SP-fractie ernstige zorgen. Sinds de machtsverschuivingen in Damascus bereiken ons zorgwekkende berichten over repressie, eerst tegen Druzen en Alawieten, nu tegen de Koerden. Deelt de minister de zorg dat de nieuwe Syrische machthebbers zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen tegen Koerdische gemeenschappen? Welke maatregelen neemt de minister, in Europees verband, tegen de Syrische regering om een einde te maken aan de wandaden tegen minderheden?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet is van mening dat duurzame vrede in Syrië alleen mogelijk is via een inclusieve politieke transitie waarin de rechten, veiligheid, en vertegenwoordiging, van alle Syrische gemeenschappen worden geborgd. Het kabinet verwelkomt in dit kader het op 16 januari jl. door interim-president al-Sharaa getekende decreet waarin wordt herbevestigd dat de Koerdische gemeenschap een integraal onderdeel van Syrië is, waarin Koerdische culturele rechten worden erkend, en stateloze Koerden het burgerschap toegekend zal worden.

In EU-verband onderstreept het kabinet, in lijn met de motie Stoffer/Ceder,16 dat aan mensenrechtenschendingen en geweldsuitbraken consequenties verbonden dienen te worden, en dat voorwaarden voor EU-steun streng nageleefd moeten worden. Bij de RBZ van 29 januari jl. heeft het kabinet dit punt wederom uitgedragen. Zie ook het antwoord op vraag 11.

Het kabinet houdt de mogelijkheid open om nieuwe sancties voor te stellen als het handelen van de overgangsregering daartoe aanleiding geeft. Zo zet Nederland zich consequent in voor listings tegen plegers van (sektarisch) geweld, onder andere jegens minderheden in Syrië. In dit kader heeft de Europese Raad – mede op initiatief van Nederland – in 2025 nieuwe listings aangenomen tegen personen en entiteiten die betrokken waren bij gewelddadigheden in de kustregio in maart 2025. Het gaat hierbij om nieuwe listings onder het EU horizontale mensenrechtensanctieregime.

De leden van de SP-fractie willen het kabinet daarnaast vragen naar de stand van zaken rondom de zogenaamde Coalition of the Willing. Zijn er nog toezeggingen gedaan vanuit Nederland en wordt er gesproken over een Nederlandse militaire deelname aan een missie in Oekraïne? Welke gesprekken vinden hier plaats, welke vraag is daarbij aan Nederland gesteld en hoe heeft de Nederlandse regering daar op gereageerd? Welk aanbod is eventueel gedaan? Blijft het uitgangspunt dat Nederlandse steun aan een militaire missie of een vredesmissie, als onderdeel van een vredesakkoord, alleen met voorafgaande expliciete toestemming van het parlement kan plaatsvinden? Dat zou betekenen dat er op dit moment, zonder toestemming van het parlement, geen toestemming door het kabinet kan worden gegeven. Kan de minister hierop reageren?

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland is nauw betrokken bij de Coalition of the Willing om samen met internationale partners bij te dragen aan het beëindigen van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. In dat verband vinden regelmatig gesprekken plaats tussen regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie. Het kabinet heeft een bereidwillige houding uitgesproken om een substantiële bijdrage te leveren aan militaire inzet van een internationale troepenmacht in Oekraïne als onderdeel van veiligheidsgaranties. Het nemen van verantwoordelijkheid past binnen de onverminderde steun van Nederland aan Oekraïne, die mede in het belang is van de Nederlandse en Europese veiligheid. De nadere invulling van deze bereidwillige houding is onder voorbehoud van politieke besluitvorming, zoals het kabinet ook internationaal uitdraagt.

Zodra inzet van een internationale militaire presentie aanstaande lijkt, zal het gesprek met de Kamer worden voortgezet conform Artikel 100 van de Grondwet en het Toetsingskader 2014. De bevoegdheid om de krijgsmacht in te zetten ligt bij de regering, maar conform het Toetsingskader overlegt de regering over deze inzet met de Kamer. Het kabinet acht breed draagvlak van groot belang en hecht eraan de Kamer zorgvuldig te blijven informeren, daarbij de noodzakelijke snelheid, vertrouwelijkheid en operationele veiligheid in acht nemend.

Tot slot vragen de leden van de SP-fractie opnieuw aandacht voor Soedan. De oorlog daar duurt maar voort, inmiddels bijna drie jaar, met nauwelijks aandacht in de media en weinig diplomatieke of humanitaire initiatieven. Kan de minister aangeven wat de huidige inzet van de Nederlandse regering en de Europese Unie is? Is de minister eindelijk bereid tot het nemen van maatregelen tegen de Verenigde Arabische Emiraten? Zo nee, hoe verhoudt zich dat tot onze verplichtingen onder het internationaal recht en tot de aangenomen moties van de Kamer?

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland spant zich in voor een blijvende oplossing van het conflict en hecht daarbij belang aan een gezamenlijke Europese aanpak. Nederland vervult een aanjagende rol binnen de EU, onder andere via de EU-kerngroep die eind 2024 op Nederlands initiatief is opgericht. In oktober 2025 zijn, o.a. door inzet van deze kerngroep, nieuwe Raadsconclusies op Soedan aangenomen, die sturend zijn voor de EU. In april 2026 organiseert de EU met o.a. Frankrijk en Duitsland een jaarlijkse conferentie over Soedan ten behoeve van het vredesproces. Ook speelt de EU een belangrijke rol in het engagement met het Soedanese maatschappelijk middenveld, dat nodig zal zijn om tot een duurzame oplossing voor het conflict te komen. Nederland staat in nauw contact met de EU en andere lidstaten om onze inzet te coördineren. Nederland blijft zich daarnaast actief inzetten voor engagement met externe actoren, zowel via de EU als in bilaterale contacten. Zoals reeds besproken tijdens het debat over de noodsituatie na het uitbreken van de burgeroorlog in Soedan van 10 december 2025, zet het kabinet hierbij in op diplomatiek engagement.

De ruimte voor humanitaire hulpverlening in Soedan staat ernstig onder druk. Nederland blijft zich inspannen om het cruciale werk van humanitaire organisaties in Soedan te ondersteunen. Dat doen we onder meer middels flexibel inzetbare financiering, waarmee we hulporganisaties in staat stellen om wendbaar te zijn en in te springen op de zich ontwikkelende situatie. Nederland blijft daarnaast het belang van veilige, ongehinderde humanitaire hulp onderstrepen, dat doen we in multilateraal (EU-)verband, en waar nodig ook bilateraal in dialoog met landen die invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkelingen in Soedan. Zoals uw kamer is geïnformeerd per brief van 28 november 2025 heeft het kabinet een additionele bijdrage gedaan van EUR 10 mln. aan het Sudan Humanitarian Fund. Deze bijdrage is opgenomen in de Tweede suppletoire begroting BHO 2025.17

En is de minister bereid om een oplossing te vinden voor de financiering van Radio Dabanga, om bij te dragen aan onafhankelijke journalistiek in Soedan?

  1. Antwoord van het kabinet

In lijn met aangenomen motie van Dobbe c.s.18 werkt het kabinet aan het een oplossing ten aanzien van de financiering voor Radio Dabanga en het Sudan Media Forum, binnen de beschikbare financiële ruimte. U zult hierover zo snel mogelijk nader geïnformeerd worden.

Vragen en opmerkingen van de Partij voor de Dieren-fractie

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Raad van Buitenlandse Zaken op 23 februari 2026. Hiervoor hebben zij nog enkele vragen en opmerkingen.

Syrië

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de situatie van de Koerden in Noord-Syrië en hebben daarom de volgende vragen aan de minister.

Hoe beoordeelt het kabinet de huidige veiligheidssituatie in Rojava en de meldingen van mensenrechtenschendingen en gedwongen verdrijving van Koerdische burgers? Is de minister bereid deze mensenrechtenschendingen en vormen van etnische zuivering expliciet en publiekelijk te veroordelen? Zo nee, waarom niet?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet volgt de ontwikkelingen in Noordoost-Syrië nauwgezet. De veiligheidssituatie blijft fragiel, ondanks de overeenkomst van 30 januari jl. tussen de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF). Berichten over mensenrechtenschendingen zijn zeer zorgwekkend.

Het kabinet veroordeelt geweld gericht tegen burgers en schendingen van het humanitair oorlogsrecht en mensenrechtenschendingen ondubbelzinnig, ongeacht wie daarvoor verantwoordelijk is. Voor een beoordeling of er sprake is van schending van het humanitair oorlogsrecht, of een oorlogsmisdrijf, is het nodig alle feiten en omstandigheden te kennen. Het kabinet roept op tot zorgvuldig en onafhankelijk onderzoek naar de feitelijke omstandigheden, zodat een bevoegde rechter hierover een uitspraak kan doen en verantwoordelijken ter verantwoording kunnen worden geroepen.

Welke concrete stappen zet Nederland binnen de EU, de Verenigde Naties en andere multilaterale fora om de Koerdische bevolking in Noordoost-Syrië te beschermen? Is het kabinet bereid zich in internationaal verband actief in te zetten voor onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Rojava?

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland zet zich zowel in contacten met de Syrische overgangsregering als in multilateraal verband actief in voor de bescherming van verschillende gemeenschappen in Syrië, waaronder de Koerdische gemeenschappen.

Binnen de EU benadrukt Nederland consequent het belang van het respect voor mensenrechten als voorwaarde voor verdere stappen in de relatie met Syrië, alsmede op gerichte sancties tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen. Zie ook de beantwoording op vraag 11 en 12.

Binnen VN-verband ondersteunt Nederland actief bestaande onafhankelijke mechanismen die mensenrechtenschendingen monitoren en onderzoeken, waaronder de Commission of Inquiry on Syria, het International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM) en het OHCHR-landenkantoor in Damascus. Deze mechanismen zijn bij uitstek aangewezen om mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht en mensenrechtenschendingen te onderzoeken. Nederland blijft zich inzetten voor adequate financiering en politieke steun voor deze instrumenten om straffeloosheid van dergelijke schendingen tegen te gaan.

Hoeveel humanitaire hulp ontvangt Noordoost-Syrië momenteel via Nederlandse bijdragen, en is het kabinet bereid deze hulp, met name gericht op vrouwen en kinderen, op te schalen? Welke specifieke beschermingsmaatregelen worden ondersteund om vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen in Rojava beter te beschermen tegen geweld en gedwongen verdrijving?

  1. Antwoord van het kabinet

Nederland geeft flexibel inzetbare en meerjarige financiering aan humanitaire partnerorganisaties die actief zijn – direct of via lokale partners – in Noordoost-Syrië, waaronder de Dutch Relief Alliance (DRA), de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging, en de relevante VN-organisaties. Hiermee stelt Nederland humanitaire organisaties in staat om goed en snel te kunnen reageren op zich ontwikkelende humanitaire noden. Zo ging via de DRA circa EUR 8 mln. naar de humanitaire respons in Syrië in 2025. Daarnaast steunde Nederland in 2025 het humanitaire VN-landenfonds voor Syrië met een bijdrage van EUR 12 mln. Voor 2026 wordt eenzelfde landenspecifieke inzet voorzien van circa EUR 20 mln. via de DRA en het VN-landenfonds, bovenop de reguliere, flexibel inzetbare bijdragen die humanitaire partners wereldwijd kunnen inzetten daar waar de humanitaire noden het hoogst zijn. Overigens heeft de DRA eerder deze maand een additionele bijdrage van EUR 171.000 aangekondigd, gefinancierd door Nederland, om te reageren op de oplopende noden in het noordoosten. Zij zullen zich onder meer richten op water en sanitaire voorzieningen, en de bescherming van kwetsbare groepen.

Klopt het dat de EU circa 600 miljoen euro aan steun verstrekt aan het Al Sharaa-regime en aanverwante netwerken? Zo ja, kan de minister uiteenzetten onder welke voorwaarden deze steun wordt verleend? Is de minister bereid zich in EU-verband in te zetten voor opschorting of beëindiging van Europese financiering aan het Al Sharaa-regime en aanverwante netwerken, zolang sprake is van betrokkenheid bij repressie en etnische zuivering van Koerden in Rojava? Zo nee, waarom niet?

  1. Antwoord van het kabinet

Zie het antwoord op vraag 11.

Deze leden vragen welke stappen de minister wil zetten tegen de inzet van grote hoeveelheden landbouwgif glyfosaat door Israël in Syrië en Libanon.19

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet heeft kennisgenomen van de berichten dat Israël glyfosaat zou hebben ingezet in Syrië en Libanon. Nederland beziet op welke wijze hier meer duidelijkheid over kan worden gekregen.

Westelijke Jordaanoever

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de Israëlische annexaties, het toenemende kolonistengeweld en uitbreiding van de nederzettingen. Deze leden constateren met diepe zorg dat de situatie op de Westelijke Jordaanoever verder is verslechterd. Wanneer komt het kabinet met het nationale verbod op handel in producten met illegale nederzettingen? Hoe denkt het kabinet dit verbod te handhaven als een handelsboycot niet geldt voor heel Israël? Is de minister bereid om een handelsverbod met heel Israël per direct in te voeren, aangezien de druk om te stoppen met de illegale annexatie per direct moet worden opgevoerd? Zo nee, waarom niet?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet werkt aan de voorbereiding van de nationale maatregelen om producten uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de vereiste wetgevings- en uitvoeringstoetsen, en adviestrajecten. In de planningsbrief voor het jaar 2026 heeft het kabinet aangegeven dat het verwacht het sanctiebesluit in het tweede kwartaal van dit jaar naar de Kamer te sturen.20 Het kabinet richt zich niet op een algehele handelsboycot van Israël. Zie ook het antwoord op vraag 7.

Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen investeren in totaal miljarden euro's in bedrijven die actief zijn in of profiteren van illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Is de minister bereid het handelsverbod uit te breiden met een verbod om te investeren in illegale nederzettingen richting banken, verzekeraars en pensioenfondsen? Zo nee, waarom niet? Welke andere mogelijkheden ziet de minister om de druk op de Israëlische regering om te stoppen met het annexeren van Palestijns gebied, en de Palestijnse bevolking voortdurend te intimideren, discrimineren en angst aan te jagen per direct te stoppen?

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals vermeld in het RBZ-verslag van 29 januari 202621 is voor nationale maatregelen tegen goederen een duidelijke grondslag beschikbaar in het Unierecht, maar voor diensten en investeringen heeft het kabinet een dergelijke evidente grondslag nog niet gevonden. Om recht te doen aan de oproep vanuit uw Kamer middels motie Paternotte c.s,22 motie Van Baarle23 en motie Piri24 om de nationale maatregel zo spoedig mogelijk tot stand te laten komen, is prioriteit gegeven aan de nationale maatregel jegens goederen.

Het ontmoedigingsbeleid blijft daarnaast onverkort van kracht en wordt actief uitgedragen, onder andere via de websites van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, alsook via diverse informatiesessies voor het bedrijfsleven. Ook wordt verkend of de toepassing van het ontmoedigingsbeleid kan worden uitgebreid naar bijvoorbeeld Nederlandse pensioenfondsen. De Kamer zal nader worden geïnformeerd wanneer de verkenning is afgerond.

In algemene zin verwacht het kabinet van Nederlandse ondernemingen, waaronder financiële instellingen, dat zij de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights toepassen. Volgens deze kaders dienen bedrijven risico’s voor mens en milieu in hun waardeketens te identificeren en waar nodig aan te pakken. De Nederlandse overheid informeert en ondersteunt ondernemingen hierbij.

Het nieuwe kabinet zal moeten besluiten over verdere inzet. Zie ook het antwoord op vragen 7 en 8.

Daarnaast wijzen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie erop dat er een aangenomen motie is van de Partij voor de Dieren die de regering verzoekt te onderzoeken welke juridische stappen Nederland, al dan niet samen met andere landen, kan zetten zodat Israël het Verdrag tegen foltering van de Verenigde Naties naleeft (Kamerstuk 21501-20, Nr. 2315). Deze leden vragen de minister welke stappen er gezet zijn in dit onderzoek en welke stappen het kabinet bereid is te zetten om het martelen van Palestijnse gevangenen door Israël te stoppen.

  1. Antwoord van het kabinet

Zoals uw Kamer is medegedeeld in het verslag van de Europese Raad van 18 december 2025,25 is uit onderzoek gebleken dat geen van de verdragspartijen stappen kan zetten die leiden tot een bindende uitspraak van een internationaal hof of tribunaal over de naleving door Israël van het Antifolteringverdrag. Dit neemt niet weg dat het kabinet bij Israël consequent wijst op naleving van het internationaal recht, waaronder het Antifolteringverdrag.

Detentieomstandigheden van Palestijnen in Israëlische detentiefaciliteiten blijven zorgelijk. Nederland brengt deze zorgen op in bilaterale contacten met de Israëlische autoriteiten, waaronder tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en de Palestijnse Gebieden afgelopen november 2025. Ook multilateraal spreekt Nederland zich hierover uit, waaronder in de gemeenschappelijke positie van de EU-Israël Associatieraad en in (EU-)verklaringen bij de VN Mensenrechtenraad.

Gaza

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de situatie in Gaza. Israël heeft het staakt-het-vuren meerdere malen verbroken met bombardementen op dichtbevolkte woonwijken. Deze leden wijzen erop dat er afgelopen weekend weer doden gevallen zijn in Gaza door Israëlische bombardementen en dat er sinds het ‘staakt-het -vuren’ al meer dan 600 Palestijnen door Israëlische bombardementen zijn gedood in Gaza.26 Hoe kijkt de minister naar de schendingen van het staakt-het-vuren door Israël? Welke nationale maatregelen gaat de minister treffen tegen deze oorlogsmisdaden?

  1. Antwoord van het kabinet

Het staakt-het-vuren in de Gazastrook is fragiel, maar houdt stand. Nederland roept consistent de betrokken partijen op zich aan de afspraken te houden, en om te blijven onderhandelen over verdere uitwerking en implementatie van het vredesplan.

Daarnaast willen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie graag weten hoe de minister naar de berichtgeving kijkt dat er 645 Nederlanders in het IDF (Israëlisch Defensieleger) hebben gediend ten tijde van de genocide in Gaza.27 Heeft het kabinet zicht op hoeveel Nederlanders er in het IDF hebben gediend sinds 7 oktober 2023? Is het kabinet op de hoogte of deze Nederlanders betrokken waren bij oorlogsmisdaden of andere schendingen van het internationaal recht? Welke instrumenten is de minister bereid in te zetten om Nederlanders die zich in het IDF schuldig hebben gemaakt aan schendingen van het internationaal oorlogsrecht te berechten? Is de minister bereid om een onderzoek te starten naar de Nederlanders die na 7 oktober in het IDF hebben gediend? Is de minister bereid om in Europees verband zich met andere lidstaten in te zetten om een gezamenlijk aanpak te formuleren voor EU-burgers die na 7 oktober in het IDF zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van het internationaal recht?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet houdt zelf niet bij of Nederlanders dienst hebben genomen bij een krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict is. Nederlandse burgers mogen in een vreemde krijgsdienst treden, tenzij ze militair zijn in Nederland of wanneer Nederland in gewapend conflict zou zijn met het land in kwestie.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren met diepe zorg dat het Israëlische leger thermische en thermobarische munitie heeft ingezet op dichtbevolkte woonwijken. Kloppen deze berichten, zo vragen deze leden?28 Hulpdiensten hebben sinds oktober 2023 maar liefst 2.842 Palestijnen geregistreerd van wie vrijwel geen stoffelijke resten zijn teruggevonden. Deze leden willen graag weten of de minister op de hoogte is van deze inzet van thermische en thermobarische munitie op burgerdoelen? Zo ja, welke concrete maatregelen wil de minister nemen tegen Israël voor de inzet van deze verschrikkelijke wapens op burgerdoelen?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet is bekend met de berichten over het gebruik van thermobarische munitie, maar beschikt niet over eigenstandige informatie om dit te kunnen bevestigen. Het kabinet benadrukt dat alle partijen bij het gewapend conflict zich moeten houden aan het humanitair oorlogsrecht. Dat betekent bij het uitvoeren van aanvallen in bewoonde gebieden dat de regels over onderscheid, voorzorgsmaatregelen, en proportionaliteit moeten worden gerespecteerd. Het kabinet roept hiertoe consistent op.

Iran

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de positie van mensenrechtenverdedigers en- organisaties in Iran. Deze leden wijzen erop dat er een motie is aangenomen om meer geld vrij te maken voor het maatschappelijke middenveld in Iran en Iraanse mensenrechtenorganisaties in de diaspora gemeenschappen (Kamerstuk 36800-V, Nr. 73). Deze leden willen graag van de minister vernemen welke stappen het kabinet gaat zetten om dit te verwezenlijken?

  1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet deelt de zorgen van de leden van de Partij voor de Dieren, en is voornemens motie-Teunissen c.s.29 uit te voeren en zal de Kamer hierover in een later stadium informeren.

II Antwoord/ Reactie van de minister

III Volledige agenda

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 9 februari 2026 over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3346).

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 29 januari 2026 over het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3345)

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 16 januari 2026 over de Kabinetsreactie op het advies van de Commissie van Advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken: Bijzondere rechtsgevolgen van een regel van dwingend internationaal recht (Nr. 51) (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3345).


  1. Kamerstuk 36 180 nr. 190↩︎

  2. Kamerstuk 21501-02 nr. 3273↩︎

  3. Kamerstuk 36 180 nr. 190↩︎

  4. Kamerstuk 21501-02 nr. 3273↩︎

  5. Kamerstuk 21501-20, nr. 2312↩︎

  6. Zie Kamerstuk 27925, nr. 948↩︎

  7. Kamerstuk 21501-02, nr. 3339↩︎

  8. Kamerstuk 21501-02, nr. 3345↩︎

  9. Zie Kamerstuk 36800-V nr. 49↩︎

  10. Zie Kamerstuk 21501-02, nr. 3327↩︎

  11. Zie Kamerstuk 36800-V nr. 49↩︎

  12. Kamerstuk 36800-XX, nr. 18↩︎

  13. Kamerstuk 21 501-20 nr. 2293↩︎

  14. Kamerstuk 23 432, nr. 611↩︎

  15. Kamerstuk 23432, nr. 629↩︎

  16. Kamerstuk 21501-02 nr. 333↩︎

  17. Kamerstuk 36850-XVII↩︎

  18. Motie 29 237, nr. 241↩︎

  19. Volkskrant, 16 februari 2026, (Israël sproeit landbouwgif in grensgebied Libanon en Syrië, rampzalige gevolgen voor de grond | de Volkskrant)↩︎

  20. Kamerstuk 36 800-V, nr. 86.↩︎

  21. Kamerstuk 21 501-02, nr. 3345.↩︎

  22. Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236.↩︎

  23. Kamerstuk 36 800-V, nr. 27.↩︎

  24. Kamerstuk 23 432, nr. 619.↩︎

  25. Kamerstuk 21 501-20 nr. 2362↩︎

  26. NOS, 15 februari 2026, (Zeker tien doden gemeld bij Israëlische luchtaanvallen in de Gazastrook)↩︎

  27. NOS, 13 februari 2026, (Ruim 600 Nederlanders dienden vorig jaar in Israëlische leger)↩︎

  28. BNNVARA, 11 februari 2026, (Israël bombardeerde Gaza met thermobarische wapens: duizenden Palestijnen letterlijk verdampt - Joop - BNNVARA)↩︎

  29. Kamerstuk 36800-V, Nr. 73↩︎