Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02-3343)
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D08202, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 16:17, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: L.B. Blom, griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij het Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02-3343)
Onderdeel van zaak 2026Z03582:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-03-05 10:00: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
21501-02 Raad Algemene Zaken
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld d.d. .. 2026
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 februari 2026 inzake de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3343) en de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 januari 2026 inzake het verslag van de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3341).
Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Erkens
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026. De leden constateren dat deze Raad vooral in het teken zal staan van de voorbereiding van de Europese Raad van 19 en 20 maart, en dat daarom naar alle waarschijnlijkheid een breed scala aan onderwerpen kort de revue zal passeren. Naar aanleiding hiervan hebben deze leden nog een aantal vragen.
Europees concurrentievermogen
De leden van de VVD-fractie hebben met veel belangstelling kennisgenomen van het voorstel om met een kopgroep van zes Europese Unie (EU)-lidstaten werk te maken van een Europese Kapitaalmarktunie. Deze leden ondersteunen dit initiatief van het kabinet. Wat zijn de eerste stappen die deze kopgroep volgens het kabinet dienen te zetten om de totstandkoming van een Europese Kapitaalmarktunie in een stroomversnelling te brengen? Verwacht de minister, gezien het feit dat volgens artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) minstens negen lidstaten nodig zijn voor nauwere samenwerking binnen de Europese Unie, dat meer lidstaten zich op korte termijn bij het initiatief zullen aansluiten? Zo ja, om welke lidstaten zou dit dan gaan? Hoe verwacht de minister dat lidstaten die nog niet klaar zijn voor verdere integratie zich richting deze kopgroep gaan opstellen, en hoe wordt eventueel verzet van deze lidstaten voorkomen?
Antwoord van het kabinet
De ministers van Financiën van Duitsland en Frankrijk hebben het initiatief genomen om met Italië, Spanje, Nederland en Polen op informele wijze te bespreken hoe de EU sterker en weerbaarder zou kunnen worden, zeker in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen. Onderwerpen die in dit verband tot nog toe worden besproken zijn de Spaar- en Investeringsunie (SIU), weerbaarheid van toeleveringsketens van kritieke grondstoffen, investeringen in defensie en de internationale rol van de euro. In de groep is overeenstemming om toe te werken naar concrete acties om op korte termijn vaart te maken met de SIU.
Het uitgangspunt van het kabinet blijft om zoveel mogelijk op te trekken met 27 lidstaten, op basis van Commissievoorstellen. Dit zorgt immers voor de grootst mogelijke impact van de maatregelen. Mocht voortgang met alle lidstaten niet mogelijk zijn, dan is Nederland bereid tot samenwerking in kopgroepen. Nauwere samenwerking volgens artikel 20 VEU, zoals gevraagd, is op dit moment niet aan de orde.
Wat is voorts de voortgang omtrent de plannen van Finance Europe?
Antwoord van het kabinet
Op 3 december jl. heeft het kabinet toegezegd een onderzoek te doen naar mogelijkheden om beleggen fiscaal te stimuleren in box 3. Hierin worden eveneens de mogelijkheden verkend om beleggen in specifiek de Europese Economische Ruimte fiscaal te stimuleren, conform de intentieverklaring van Finance Europe. Uw Kamer wordt in de loop van dit jaar over de uitkomst van het onderzoek geïnformeerd.
Uitbreiding van de Europese Unie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het onder voorbehoud sluiten van hoofdstuk 32 in het onderhandelingsproces over toetreding van Montenegro tot de EU. Ook constateren deze leden dat er mogelijk nog tijdens het Cypriotische voorzitterschap een ad hoc werkgroep opgericht zal worden voor het opstellen van een toetredingsverdrag. Wat zijn volgens de minister de belangrijkste obstakels die nog weggenomen dienen te worden om Montenegro als lid toe te laten tot de EU? Acht de minister daarnaast 2028 als beoogd toetredingsjaar voor Montenegro nog haalbaar?
Antwoord van het kabinet
In de kabinetsappreciatie van het uitbreidingspakket 2025
verwelkomde het kabinet de door de Commissie geconstateerde aanhoudende
positieve trend in hervormingen en overname van het EU-acquis in
Montenegro, net als de volledige Gemeenschappelijk Buitenland en
Veiligheidsbeleid (GBVB)-aansluiting.1
Voor Montenegro vormt in deze fase van het toetredingsproces,
waarin hoofdstukken onder voorbehoud worden gesloten, de versterking en
verankering van de Fundamentals het voornaamste aandachtspunt.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het bewerkstelligen van een track
record in de strijd tegen corruptie en de georganiseerde misdaad,
inclusief definitieve veroordelingen. Het is tevens belangrijk dat
Montenegro administratieve en personele capaciteit verder
versterkt.
De kwaliteit en het tempo van hervormingen blijven voor het kabinet
leidend in het op merites gebaseerde toetredingsproces. Indien
Montenegro de eigen capaciteit en weerbaarheid blijft versterken en zich
blijft richten op de implementatie en bestendiging van hervormingen, dan
komt de afronding van de EU-toetredingsonderhandelingen sneller in
zicht. Het kabinet doet geen uitspraken over wanneer dit het geval zal
zijn. Het voorbereiden van een toetredingsverdrag kost veel tijd, daarom
zal de Raad naar verwachting op korte termijn starten met het
voorbereidende werk voor een toetredingsverdrag met Montenegro. Het
kabinet zal hierbij inzetten op sterke waarborgen, waaronder op het
gebied van de rechtsstaat.
Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid
De leden van de VVD-fractie constateren dat er op de agenda van de Raad Algemene Zaken een werklunch gepland staat over het Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid (ECDR). Deze leden onderschrijven de positieve grondhouding van het kabinet richting het ECDR, en ook de zorg dat het ECDR geen bestaande structuren om de democratische weerbaarheid van lidstaten te versterken dient te vervangen en het uitgangspunt dat deelname in beginsel vrijwillig dient te zijn. Hoe kan hierbij volgens de minister voorkomen worden dat landen met beperkte democratische weerbaarheid, zoals Hongarije en Bulgarije, zichzelf uit gaan sluiten van het ECDR en daardoor achter zullen blijven bij de overige lidstaten?
Antwoord van het kabinet
Deelname aan het ECDR is vrijwillig: het is aan lidstaten zelf om te bepalen of en wanneer zij hieraan deelnemen.
Deze leden constateren voorts dat het Europese Schild voor de Democratie (EDS), waar het ECDR onderdeel vanuit maakt, vooral een defensief karakter heeft. Andere geopolitieke spelers, waaronder Rusland, China en de Verenigde Staten (VS) voeren daarentegen juist steeds offensievere informatiecampagnes om hun belangen te verdedigen. In hoeverre ziet de minister binnen het EDS ruimte voor Europa om ook informatiecampagnes te voeren met een offensievere toon die verder gaan dan de huidige kabinetsinzet voor het tegengaan van Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI)?
Antwoord van het kabinet
Offensieve informatiecampagnes in derde landen vormen geen onderdeel van het EDS. Het kabinet is echter wel van mening dat FIMI-campagnes beantwoord moeten worden. Hierbij zijn coördinatie van boodschappen en maatregelen in EU-verband van belang. Het EDS en ECDR kunnen hierbij een rol spelen, bijvoorbeeld door het bijeenbrengen van bestaande structuren op gebied van democratische weerbaarheid en dreigingsanalyses in de EU.
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026. Zij wensen hierover enkele vragen te stellen.
De leden van de DENK-fractie lezen dat tijdens deze bijeenkomst de Raad zal spreken over de agenda van de Europese Raad (ER) van 19 en 20 maart. Naar verwachting, zo lezen deze leden, zal de ER o.a. stilstaan bij de situatie in het Midden-Oosten. Deze leden wensen hierover aan de minister te vragen of hij bereid is om te bepleiten om expliciet op de agenda van de ER te zetten hoe de voortdurende schendingen van het internationaal recht die de Israëlische regering pleegt tegen de Palestijnen gestopt kunnen worden.
Antwoord van het kabinet
De ER zal naar verwachting spreken over de situatie in het Midden-Oosten waaronder de situatie in de Gazastrook, en de voortgang van het vredesplan van president Trump ter beëindiging van het conflict, inclusief de wijze waarop de EU en haar lidstaten daaraan kunnen bijdragen. Daarnaast zal de Raad naar verwachting ook spreken over de verslechterde situatie op de Westelijke Jordaanoever. Nederland steunt een dergelijke bespreking.
De Nederlandse inzet voor de Gazastrook is gericht op het steunen van de implementatie van het plan van president Trump. Nederland onderstreept hierbij nadrukkelijk dat alle partijen zich moeten houden aan de gemaakte afspraken. Hierbij blijft voor Nederland het uitgangspunt dat Hamas ontwapent en geen rol speelt in het toekomstig bestuur van de Gazastrook. Dat betekent eveneens dat grensovergangen open moeten om ongehinderde humanitaire hulp toe te laten. De humanitaire situatie blijft zeer zorgelijk. In dit kader roept Nederland expliciet op de ngo-registratiewetgeving niet in zijn huidige vorm te implementeren.
De situatie op de Westelijke Jordaanoever blijft de aandacht van Nederland behouden. Recente besluiten van Israël om verdere controle uit te breiden zijn onacceptabel en gaan in tegen internationaal recht. Ook onderstreept Nederland dat Israël de belastinggelden van de Palestijnse Autoriteit moet vrijgeven en de banking waiver duurzaam moet verlengen in plaats van met enkele weken.
De precieze inzet voor deze ER zal door het nieuwe kabinet worden vastgesteld en komt uw Kamer toe via de geannoteerde agenda.
Deze leden wensen hierbij aan de minister te vragen of hij bereid is om te bepleiten dat in dit kader aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten in de vorm van een nieuw sanctiepakket op de agenda van de ER komen.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de zorgen over kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever. Nederland blijft zich in Europees verband inzetten voor aanname van het door Nederland en Frankijk voorgestelde derde sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Voor aanname bestaat op dit moment niet de vereiste consensus. Een nieuw pakket ligt derhalve niet in de rede.
Voorts wensen deze leden te vragen of de minister bereid is om de noodzaak voor een Europese reactie op de voortdurende en nieuwe stappen van de Israëlische regering om de illegale bezetting van de Westelijke Jordaanoever uit te breiden op de agenda van de ER te zetten. Deelt het kabinet de mening dat dit in Europees verband dient te leiden tot sancties tegen Israël en een krachtige Europese veroordeling, zo vragen deze leden.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet veroordeelt de besluiten waarmee het Israëlische veiligheidskabinet zijn controle over de bezette Westelijke Jordaanoever verder wil uitbreiden. Deze besluiten gaan in tegen de afspraken van de Oslo-akkoorden en implementatie is een duidelijke schending van het internationaal recht. Ook zetten de plannen de fragiele situatie op de Westelijke Jordaanoever verder onder druk, juist op het moment dat alle inspanningen gericht moeten zijn op het laten slagen van het vredesplan en het werken naar een tweestatenoplossing. Het is dan ook zaak dat de besluiten zo snel mogelijk worden teruggedraaid. Nederland heeft zich hierover publiekelijk uitgesproken en deze boodschap bilateraal aan Israël overgebracht. Nederland zal tevens deze boodschap blijven onderstrepen in EU-verband.
Ook wensen de leden van de DENK-fractie aan de minister te vragen of hij bereid is om te bepleiten om opschorting van ten minste het handelsdeel van het EU-Associatieakkoord met Israël op de agenda van de ER te plaatsen.
Antwoord van het kabinet
Zie het antwoord op vraag 6.
Tot slot wensen de leden van de DENK-fractie aan de minister te vragen om te bepleiten dat de wederopbouw van Gaza, alsmede humanitaire hulp aan de bevolking in Gaza en onbelemmerde toegang van hulporganisaties, journalisten en waarnemers tot Gaza, op de agenda van de ER wordt gezet.
Antwoord van het kabinet
Zie het antwoord op vraag 6.
Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Kamerstuk 23987, nr. 398↩︎