[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindverslag van de formateur, R.A.A. Jetten, inzake zijn formatiewerkzaamheden

Bijlage

Nummer: 2026D08215, datum: 2026-02-23, bijgewerkt: 2026-02-23 10:42, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Eindverslag van de formateur, R.A.A. Jetten, inzake zijn formatiewerkzaamheden (2026D08214)

Preview document (🔗 origineel)


EINDVERSLAG

Op 3 februari 2026 aanvaardde de Tweede Kamer de motie Jetten c.s. (Kamerstukken II 2025/26, 36 848, nr. 53), waarmee ik werd aangewezen als formateur. Mijn opdracht luidde de vorming van een kabinet bestaande uit D66, VVD en CDA binnen een termijn van drie weken, te weten uiterlijk 23 februari 2026.

Op 4 februari 2026 ben ik begonnen met mijn werkzaamheden. Op 4 en 5 februari 2026 heb ik de fractievoorzitters van de VVD en het CDA ontvangen om te spreken over de postenverdeling, waar we op 5 februari 2026 overeenstemming over hebben bereikt. We hebben afgesproken dat het kabinet zal bestaan uit achttien ministers (inclusief de minister-president) en tien staatssecretarissen. D66 draagt zeven ministers voor, de VVD zes ministers het CDA vijf ministers. De partijen dragen ieder drie staatssecretarissen voor. We kwamen overeen dat staatssecretaris Palmen-Schlangen opnieuw wordt voorgedragen als staatsecretaris van Financiën belast met Herstel Toeslagen voor de duur van de afwikkeling hiervan.

Nadat de gemaakte afspraken waren uitgewerkt hebben we overeenstemming bereikt over de precieze afbakening van de portefeuilles en taken van de individuele ministers. Daarnaast hebben we afgesproken de naam van het ministerie van Economische Zaken te wijzigen in: het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, en hebben we afspraken gemaakt over enkele departementale herindelingen.

De genoemde departementale herindelingen betreffen de overgang van het beleid rond circulaire economie van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat naar de minister van Economische Zaken en Klimaat en de overgang van digitale zaken van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar Economische Zaken en Klimaat.

Ook hebben we besloten de aangelegenheden van drie ministeries, te weten die van Asiel en Migratie, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en die van Klimaat en Groene Groei opnieuw onder te brengen bij de ministeries waaraan zij zijn ontsproten. Dit draagt bij aan de doelmatigheid van de rijksdienst. De aangelegenheden op de drie genoemde terreinen blijven de verantwoordelijkheid van drie afzonderlijke ministers met een eigen begroting.

Om een einde te maken aan het (gepercipieerde) onderscheid in politiek gewicht tussen ministers met of zonder de leiding van een eigen ministerie hebben we er voor gekozen alle ministers als ministers ‘van’ aan te duiden. Naast de voornoemde drie ministers betreft dit de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de minister van Werk en Participatie en de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. De eerste had en houdt een eigen begroting, de laatste twee niet.

Wat betreft de staatssecretariaten was er overeenstemming over het voortzetten van de praktijk dat staatssecretarissen in het buitenland de titel minister voeren. Ten aanzien van de tweede staatssecretaris op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat werd geconstateerd dat hij werkzaam is als staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei bij de minister van Klimaat en Groene Groei.

Voor de uitvoering van ons coalitieakkoord is goede samenwerking tussen de verschillende overheidslagen van groot belang. Het aantredende kabinet zal daarom, in lijn met het advies van de Studiegroep interbestuurlijke verhoudingen, de Code interbestuurlijke verhoudingen als uitgangspunt hanteren.

Van 16 tot en met 20 februari 2026 heb ik de kandidaat-ministers en kandidaat-staatssecretarissen ontvangen. In deze gesprekken heb ik bij elk van hen de bereidheid vastgesteld om zonder voorbehoud tot het beoogde kabinet toe te treden op basis van het coalitieakkoord van de fracties van D66, VVD en CDA 2026-2030. Met hen besprak ik voorts de formele vereisten, zoals onder meer neergelegd in de brief aan de Tweede Kamer van het kabinet van 26 september 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 28754, nr. 31) de gedragsregels en, voor zover aan de orde, de taakomschrijving van de staatssecretaris.

De voorzitter van de D66-fractie J. Paternotte, de voorzitter van de VVD-fractie D. Yeşilgöz-Zegerius evenals de voorzitter van de CDA-fractie H. Bontenbal hebben mijn conceptverslag op 20 februari 2026 ontvangen en onderschreven.

Op 21 februari 2026 heeft de constituerende vergadering plaatsgevonden. Op basis hiervan kan ik u meedelen dat de volgende personen bereid zijn als minister tot het kabinet toe te treden:

R.A.A. Jetten, Minister-President, Minister van Algemene Zaken;
T.B.W. Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken;
D.M. van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid;
P.E. Heerma, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
R.M. Letschert, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
E. Heinen, Minister van Financiën;
D. Yeşilgöz-Zegerius, Minister van Defensie, tevens vice-Minister-President;
V.P.G. Karremans, Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
H.G. Herbert, Minister van Economische Zaken en Klimaat;
J. van Essen, Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
J.A. Vijlbrief, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
S.Th.M. Hermans, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
S.W. Sjoerdsma, Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
G. van den Brink, Minister van Asiel en Migratie, tevens Vice-Minister-President;
E. Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
S. van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei;
A.A. Aartsen, Minister van Werk en Participatie;
W.R.C. Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.

De volgende personen zijn bereid als staatssecretaris tot het kabinet toe te treden:

K.T. van Bruggen, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid;
E. van der Burg, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
J.Z.C.M. Tielen, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
E. Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën;
S.Th.P.H. Palmen-Schlangen, Staatssecretaris van Financiën;
D.G. Boswijk, Staatssecretaris van Defensie;
A.W.H. Bertram, Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat;
W.J.M. Aerdts, Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat;
J. de Bat, Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat;
S.P.A. Erkens, Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Graag dank ik de Tweede Kamer voor het in mij gestelde vertrouwen.