Evaluatie Wet transparant toezicht financiële markten
Wet- en regelgeving financiële markten
Brief regering
Nummer: 2026D08414, datum: 2026-02-24, bijgewerkt: 2026-02-25 12:00, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (Ooit VVD kamerlid)
- Evaluatie Wet transparant toezicht financiële markten
- Beslisnota bij Kamerbrief over evaluatie Wet transparant toezicht financiële markten
Onderdeel van kamerstukdossier 32545 -226 Wet- en regelgeving financiële markten.
Onderdeel van zaak 2026Z03675:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-02-26 14:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-12 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik u de evaluatie aan van de Wet transparant toezicht financiële markten (Wttfm). Hiermee geef ik uitvoering aan de toezegging die is gedaan gedurende de plenaire behandeling van de Wttfm.1 In deze brief geef ik mijn appreciatie van de evaluatie.
Aanleiding en context evaluatie
De Wttfm is op 1 juli 2018 in werking getreden.2 Dankzij de wet krijgen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank (DNB) meer mogelijkheden om informatie te delen over het toezicht op afzonderlijke instellingen. Op deze manier wordt er transparanter toezicht gehouden op de financiële markten. De Wttfm biedt drie nieuwe mogelijkheden om het toezicht transparanter te maken. De evaluatie richtte zich op één mogelijkheid: het uitbreiden van de bevoegdheid tot het opleggen van een openbare maatregel. De andere twee maatregelen, die buiten beschouwing zijn gelaten, betreffen de mogelijkheid tot spoedpublicaties van overtredingen en het kunnen publiceren van kerncijfers over banken.
Tijdens de plenaire behandeling van de Wttfm in de Tweede Kamer in 2018 is door mijn ambtsvoorganger toegezegd om de wet te evalueren en daarbij de AFM en DNB te betrekken. De evaluatie gaat over de vraag of de juiste balans is getroffen tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid. Voor de focus van de evaluatie op een van de drie nieuwe maatregelen is gekozen omdat tijdens de parlementaire behandeling vooral vragen waren over het opleggen van een openbare maatregel en ook vooral bij die mogelijkheid sprake is van een uitruil tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid. In de evaluatie is aandacht besteed aan de factoren die een rol spelen bij de beslissing om een openbare waarschuwing uit te vaardigen.
In de evaluatie is ook bijzondere aandacht besteed aan de gevolgen van de aansprakelijkheidsbeperking voor het toezicht van de AFM en DNB, mede ter opvolging van eerdere toezeggingen.3 Daarom is onderzocht of de aansprakelijkheidsbeperking meespeelt bij beslissingen om een openbare waarschuwing uit te vaardigen en of er aanwijzingen zijn dat instellingen door zo’n waarschuwing of de publicatie van een bestuurlijke sanctie onevenredige schade lijden die niet kan worden verhaald.
Hoofdbevindingen
Van 2019 tot en met 2023 heeft DNB geen gebruik gemaakt van de openbare waarschuwing. De AFM heeft in die periode vier openbare waarschuwingen opgelegd. De beslissing om een openbare waarschuwing uit te vaardigen is gebaseerd op het Handhavingsbeleid van de AFM en DNB.4 Relevante factoren die daarin genoemd worden zijn onder meer de inhoud en strekking van de norm, de verwachte effectiviteit van de maatregel, de ernst en duur van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de compliancegerichtheid van de overtreder. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur spelen een rol. De aansprakelijkheidsbeperking stelt toezichthouders in staat om de mogelijkheid van schadeclaims buiten beschouwing te laten, waardoor zij doortastender kunnen optreden. Hoewel enige reputatieschade voor instellingen inherent is aan openbaarmaking, blijkt uit de aangeleverde gegevens niet dat ondertoezichtstaande instellingen onevenredige schade hebben geleden door een openbare waarschuwing of de publicatie van een bestuurlijke sanctie.
Appreciatie
In de evaluatie staat de balans tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid centraal. Uit de evaluatie blijkt dat er sinds de inwerkingtreding van de Wttfm enkele openbare waarschuwingen zijn uitgevaardigd. Ik zie dit niet als indicatie dat er sprake is van te weinig transparantie. Het is een bijzondere maatregel die slechts in uitzonderlijke gevallen nodig is. De AFM en DNB staan bij het opleggen van deze maatregel zorgvuldig stil bij enerzijds het belang van de samenleving en anderzijds het belang van de betrokken instelling. Uit het onderzoek blijkt niet dat de openbaarmaking tot disproportionele financiële gevolgen leidt voor instellingen. Ik concludeer daarom dat sprake is van een goede balans tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid.
Hoogachtend,
| de minister van Financiën, E. Heinen |
|
|---|---|
Handelingen II 2017/18, nr. 46, item 4.↩︎
Stb. 2018, 186.↩︎
Kamerstukken II 2021/22, 25268, nr. 204, p. 8.↩︎
Stcrt. 2020, 56540.↩︎