[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag

Wijziging van de Wet milieubeheer en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, ter gedeeltelijke implementatie van een daaraan gerelateerde richtlijn, ter aanvullende implementatie van Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en in verband met het opnemen van een grondslag voor de uitvoering van Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen (Wet uitvoering EU-verordening overbrenging van afvalstoffen en implementatie enkele andere EU-rechtshandelingen)

Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)

Nummer: 2026D08471, datum: 2026-02-25, bijgewerkt: 2026-02-26 10:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36880 -5 Wijziging van de Wet milieubeheer en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, ter gedeeltelijke implementatie van een daaraan gerelateerde richtlijn, ter aanvullende implementatie van Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en in verband met het opnemen van een grondslag voor de uitvoering van Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen (Wet uitvoering EU-verordening overbrenging van afvalstoffen en implementatie enkele andere EU-rechtshandelingen) .

Onderdeel van zaak 2026Z00285:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 880 Wijziging van de Wet milieubeheer en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, ter gedeeltelijke implementatie van een daaraan gerelateerde richtlijn, ter aanvullende implementatie van Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en in verband met het opnemen van een grondslag voor de uitvoering van Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen (Wet uitvoering EU-verordening overbrenging van afvalstoffen en implementatie enkele andere EU-rechtshandelingen)
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 25 februari 2026

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen. Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng is geleverd.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Algemeen

Inleiding

Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen

Doelstelling EVOA 2024

Toepassingsbereik EVOA 2024

Procedures EVOA 2024

Faciliteren van de overbrenging van afvalstoffen voor hergebruik en recycling binnen de EU

Voorkomen dat de EU haar afvalproblemen naar derde landen uitvoert

Bestrijden van illegale overbrengingen van afvalstoffen

Relatie met de Richtlijn milieucriminaliteit

Relatie met de Kaderrichtlijn afvalstoffen

Relatie met de Verordening inzake elektronische informatie over goederenvervoer

Uitvoering van de EVOA 2024

Nationale bevoegde autoriteit

Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving

Opsporing en strafrechtelijke handhaving

Gedeeltelijke implementatie van de Richtlijn milieucriminaliteit

Aanvullende implementatie van de Kaderrichtlijn afvalstoffen

Opname van een aanvullende wettelijke grondslag voor de uitvoering van de Batterijenverordening

Gevolgen

Advies en consultatie

Internetconsultatie

Toetsing regeldrukgevolgen door het ATR

Toetsing handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid door de ILT

Overgangsrecht en inwerkingtreding

2

3

7

7

8

8

8

9

11

12

13

14

14

14

14

15

15

16

16

17

17

19

19

19

19

20

Algemeen

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij onderschrijven het belang van een gemoderniseerd Europees kader voor de grensoverschrijdende verplaatsing van afvalstoffen en hebben nog enkele vragen.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1157 (EVOA 2024), de gedeeltelijke implementatie van de Richtlijn milieucriminaliteit, aanvullende implementatie van de Kaderrichtlijn afvalstoffen en de verbreding van de grondslag ten behoeve van de Batterijenverordening. Zij hebben hierover de volgende vragen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben nog enkele vragen.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer en enkele andere wetten in verband met de uitvoering van de nieuwe Europese regels voor de overbrenging van afvalstoffen en enkele aanverwante onderwerpen. Deze leden hebben nog enkele opmerkingen en vragen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat afvalstromen in Europa nog steeds aanzienlijke risico’s vormen voor milieu, natuur, volksgezondheid en dierenwelzijn. Zij hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben nog enkele vragen.

Inleiding

De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van effectieve Europese regels voor grensoverschrijdend afvaltransport, het tegengaan van illegale afvalstromen en het bevorderen van hoogwaardige recycling binnen Europa. Tegelijkertijd hechten deze leden sterk aan uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, rechtszekerheid voor ondernemers en het voorkomen van onnodige regeldruk.

De leden van de VVD-fractie constateren dat sprake zou zijn van een ā€œzuivere en lastenluwe implementatieā€ van de Europese regelgeving. Zij vragen de regering nader toe te lichten op welke wijze dit wetsvoorstel daadwerkelijk geen aanvullende nationale lasten introduceert. In het bijzonder vragen deze leden hoe dit zich verhoudt tot de gewijzigde strafrechtelijke indeling en de verbreding van artikel 9.5.2 van de Wet milieubeheer. Kan de regering concreet onderbouwen waarom deze wijzigingen volgens haar niet leiden tot extra nationale verplichtingen of lasten voor betrokken partijen?

Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie de regering om te bevestigen dat in dit wetsvoorstel geen sprake is van zogeheten nationale koppen op de Europese regelgeving. Kan de regering expliciet aangeven dat de implementatie volledig in lijn is met de Europese verplichtingen en niet verder gaat dan strikt noodzakelijk voor de uitvoering daarvan?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie steunen van harte het doel om de controle en handhaving op het hanteren van onze (schadelijke) afvalstoffen te versterken. Te vaak raken gevaarlijke stoffen uit het zicht, door ze simpelweg naar een ander (EU-)land te brengen en te veel milieucriminelen ontspringen de dans. Tevens wordt met dit wetsvoorstel hopelijk voldaan aan de EU regels die reeds lang geĆÆmplementeerd hadden moeten worden.

De leden van de CDA-fractie lezen dat dit voorstel beoogt de nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de nieuwe Europese verordening en de handhaafbaarheid te waarborgen. Deze leden onderschrijven het belang van duidelijke regels en effectieve handhaving, en hebben over de uitvoerbaarheid, proportionaliteit en praktische uitwerking nog enkele vragen.

De leden van de CDA-fractie bezien dit wetsvoorstel nadrukkelijk in het bredere kader van de circulaire economie. Heldere regels rond einde-afvalstatus, productnormering en het terugdringen van de import van primaire grondstoffen van buiten Europa zijn volgens hen essentieel om de markt voor secundaire grondstoffen te versterken. Dit voorstel moet daarom goed aansluiten op lopende en aangekondigde Europese trajecten, waaronder de Circular Economy Act, zodat consistent en samenhangend wordt gewerkt aan een robuuste circulaire economie.

De leden van de CDA-fractie vragen de regering hoe dit wetsvoorstel concreet bijdraagt aan het versterken van de markt voor secundaire grondstoffen in Nederland en Europa. Op welke wijze zorgt de implementatie ervoor dat gerecyclede materialen daadwerkelijk een gelijkwaardig of aantrekkelijker alternatief worden voor primaire grondstoffen?

Voorts vernemen de leden van de CDA-fractie graag hoe de regering waarborgt dat de nationale uitwerking van deze verordening in de praktijk aansluit bij bestaande en komende Europese wetgeving op het terrein van circulaire economie. Hoe wordt voorkomen dat verschillen in definities, normen of uitvoeringspraktijk leiden tot onduidelijkheid voor bedrijven?

Daarnaast vragen deze leden hoe de samenhang wordt geborgd met toekomstige Europese voorstellen, waaronder de Circular Economy Act. Wordt bij de verdere uitwerking rekening gehouden met mogelijke aanvullende verplichtingen of aanpassingen, zodat dubbele regelgeving of tegenstrijdige eisen worden voorkomen?

Ten slotte vragen de leden van de CDA-fractie hoe de regering de voortgang richting een meer circulaire economie meet in relatie tot deze implementatie. Welke indicatoren of evaluatiemomenten worden voorzien om te beoordelen of de beoogde versterking van hergebruik en hoogwaardige recycling daadwerkelijk wordt gerealiseerd?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen in

recente nationale en internationale berichtgeving dat afvalexport, secundaire grondstoffen en zogenoemde restproducten regelmatig leiden tot vervuiling van bodem, water en leefomgeving. Kan de regering uiteenzetten op welke punten de nieuwe verordening daadwerkelijk leidt tot materieel scherpere milieubescherming en bescherming van gezondheid (en op welke manier), en op welke punten vooral sprake is van procedurele harmonisatie?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat er in het verleden een gebrek is geweest aan voldoende toetsing op effecten voor gezondheid en milieu als het gaat om afvalstoffen en hergebruik van grondstoffen. Zo heeft de Commissie mer een negatief advies gegeven op het Circulair Materialenplan omdat de milieu- en gezondheidseffecten onvoldoende in beeld zijn gebracht. Is de regering van plan om zulke effecten wel beter in beeld te brengen en onafhankelijk te laten toetsen? Kan de regering toelichten op welke wijze adviezen van gezondheidsexperts zijn geraadpleegd bij deze wetswijziging? Hoe wordt bij vergunningverlening expliciet rekening gehouden met en getoetst op cumulatieve effecten op natuur, waterkwaliteit, bodemecosystemen en gezondheid van burgers?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat recente nieuwsberichten wijzen op aanhoudende problemen rond kwaliteit en traceerbaarheid van gerecyclede materialen, plasticafvalstromen en verschillen tussen lidstaten in handhaving. Hoe voorkomt de regering dat Nederland afhankelijk blijft van export van moeilijk recyclebaar afval? Welke maatregelen worden genomen om afvalpreventie, hoger in de afvalhiƫrarchie, centraal te stellen in plaats van transport en verwerking? Hoe wordt transparantie voor burgers verbeterd over waar Nederlands afval uiteindelijk terechtkomt?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie benadrukken dat een circulaire economie alleen geloofwaardig is wanneer afvalproductie daadwerkelijk afneemt. Hoe draagt dit wetsvoorstel concreet bij aan afvalreductie aan de bron, in plaats van efficiƫntere verplaatsing van afval? Worden producentenverantwoordelijkheid en ecodesign voldoende verbonden aan afvaltransportregels?

Hoe wordt geborgd dat afval niet via juridische herclassificatie als product, bijproduct of bouwstof aan strengere regels ontsnapt? Welke criteria hanteert Nederland concreet bij het vaststellen van de zogenoemde einde-afvalstatus, en acht de regering deze criteria voldoende beschermend voor bodem, waterkwaliteit en volksgezondheid? Op basis van welke adviezen van experts op het gebied van gezondheid en milieu baseert de regering zich dan? Hoe wordt precies voorkomen dat economische belangen leidend worden bij de kwalificatie van materialen als product in plaats van afvalstof?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de implementatie van de richtlijn gevolgen heeft voor het nationale staalslakken beleid. Hoe verhoudt dit wetsvoorstel zich tot de toepassing van staalslakken in Nederland, mede gezien recente maatschappelijke en wetenschappelijke zorgen over uitloging en milieuschade? Specifiek vragen deze leden of de richtlijn impact heeft op de eventuele verlenging van het gedeeltelijke verbod op gebruik van staalslakken of het eventueel permanent maken van het verbod.

Ook vragen deze leden of de voorliggende richtlijn het eventueel geven van een afvalstatus aan staalslakken in de weg staat? Kan de regering in detail ook toelichten op welke manieren de richtlijn op andere vlakken impact zou kunnen hebben of heeft op het staalslakkendossier? Acht de regering het mogelijk dat staalslakken die momenteel als bouwstof worden toegepast juridisch onder de Europese afvalstoffenverordening zouden moeten vallen?

De leden van Partij voor de Dieren-fractie zien dat digitalisering van kennis kansen biedt voor betere controle. Worden transportgegevens publiek toegankelijk gemaakt? Kunnen maatschappelijke organisaties en omwonenden makkelijk inzicht krijgen in afvalstromen in hun regio en zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Wordt een openbaar register overwogen van bedrijven die herhaaldelijk overtredingen begaan? Hoe wordt digitale traceerbaarheid van afvaltransporten gecontroleerd op fraudegevoeligheid?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie achten het essentieel dat implementatie van de verordening niet leidt tot normalisering van grootschalige afvalverplaatsing, maar juist bijdraagt aan constante vermindering van afvalproductie, strengere milieubescherming en een economie binnen planetaire grenzen. Kan de regering daarop reflecteren?

Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben vernomen dat het wetsvoorstel ervoor kan zorgen dat niet alleen ter bescherming van het milieu, maar ook ter bescherming van de gezondheid regels worden gesteld. Kan dit ook worden toegevoegd voor het gebruik van staalslakken? Zo ja, is dit ook toegepast voor staalslakken? En zo nee, waarom niet?

Doelstelling EVOA 2024

De leden van de VVD-fractie onderschrijven het doel om illegale afvalstromen tegen te gaan en hoogwaardige verwerking binnen de Europese Unie te bevorderen. Tegelijkertijd vragen zij hoe het verbod op overbrenging voor verwijdering zich verhoudt tot situaties waarin grensoverschrijdende verwerking aantoonbaar efficiƫnter of duurzamer kan zijn. Kan de regering toelichten hoe in dergelijke gevallen wordt voorkomen dat een mogelijk duurzamere of efficiƫntere verwerkingsroute wordt belemmerd?

Daarnaast vragen deze leden of het risico bestaat dat als gevolg van deze beperking capaciteitsknelpunten in Nederland kunnen ontstaan. Kan de regering ingaan op de beschikbare verwerkingscapaciteit in Nederland en toelichten hoe wordt voorkomen dat het verbod leidt tot knelpunten in de verwerking van afvalstromen?

Toepassingsbereik EVOA 2024

De leden van de VVD-fractie vragen de regering te verduidelijken hoe in de praktijk het onderscheid wordt gemaakt tussen een afvalstof en een gebruikt goed. Op welke wijze wordt dit onderscheid in de handhaving en uitvoering toegepast, en hoe wordt voorkomen dat hierover in de praktijk onduidelijkheid ontstaat voor bedrijven en toezichthouders?

Daarnaast vragen deze leden welke gevolgen de regering verwacht voor Nederlandse exporteurs van gebruikte goederen, zoals elektronica of voertuigen. Kan de regering toelichten of en in hoeverre deze exporteurs te maken krijgen met aanvullende administratieve lasten, controles of beperkingen als gevolg van de nieuwe regels?

Voorts merken de leden van de VVD-fractie op dat de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen 2024 (EVOA 2024) niet van toepassing is op onder meer afvalstoffen die ontstaan aan boord van voertuigen, treinen, vliegtuigen en schepen (tot het moment waarop deze worden gelost), radioactief afval, dierlijke bijproducten, voedermiddelen en stedelijk afvalwater. Deze leden vragen de regering waar de overbrenging en verwerking van deze stoffen wordt gereguleerd. Tevens vragen zij in hoeverre deze regelgeving is omgeven met vergelijkbare waarborgen als die gelden voor afvalstoffen die wel onder het toepassingsbereik van de EVOA 2024 vallen.

Procedures EVOA 2024

De leden van de VVD-fractie steunen de digitalisering van procedures in het kader van de uitvoering van de regelgeving. Zij vragen de regering hoe de interoperabiliteit tussen het Europese digitale systeem en het Nederlandse systeem wordt gewaarborgd. Op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat beide systemen goed op elkaar aansluiten en dat gegevensuitwisseling tussen nationale en Europese autoriteiten soepel kan verlopen?

Daarnaast vragen deze leden of er risico’s bestaan op vertragingen bij de implementatie van het digitale platform. Kan de regering toelichten welke stappen worden genomen om tijdige implementatie te waarborgen en hoe eventuele vertragingen worden voorkomen?

Tot slot vragen deze leden welke investeringskosten de invoering van dit digitale systeem met zich meebrengt. Kan de regering aangeven welke kosten worden verwacht voor bedrijven en welke kosten gemoeid zijn met de implementatie en uitvoering bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)?

Faciliteren van de overbrenging van afvalstoffen voor hergebruik en recycling binnen de EU

De leden van de D66-fractie wijzen erop dat hoogwaardige recyclingcapaciteit niet alleen een milieudoel dient, maar ook een strategisch-economische dimensie heeft. In het licht van toenemende geopolitieke spanningen en afhankelijkheden van kritieke grondstoffen vragen deze leden hoe de regering dit wetsvoorstel beziet in samenhang met de Europese ambitie tot strategische autonomie. Kan de regering uiteenzetten in hoeverre de aangescherpte Europese regels bijdragen aan het binnen de Unie houden van waardevolle secundaire grondstoffen, zoals metalen uit batterijen en elektronische apparatuur? Ziet de regering kansen om Nederland – mede via de havens en bestaande industriĆ«le clusters – te positioneren als knooppunt voor hoogwaardige recycling binnen de EU?

De leden van de D66-fractie achten het van belang dat de implementatie van de EVOA 2024 niet uitsluitend wordt benaderd vanuit handhaving en administratieve lasten, maar nadrukkelijk ook als instrument voor industriƫle versterking en grondstoffenzekerheid. Op welke wijze wordt deze bredere strategische dimensie betrokken bij de nationale uitvoering? Deze leden lezen daarnaast dat de EVOA 2024 beoogt het transport van afval voor recycling binnen de EU te vergemakkelijken. Kan de regering toelichten welke specifieke kansen dit wetsvoorstel biedt voor de Nederlandse innovatieve recyclingindustrie, nu er naar verwachting meer hoogwaardige reststromen binnen de Europese Unie zullen blijven?

De leden van de VVD-fractie vragen de regering of zij kan kwantificeren welk effect de aangepaste termijnen hebben op de doorlooptijd van vergunningprocedures. Kan de regering aangeven in hoeverre deze wijzigingen naar verwachting leiden tot een verkorting van de totale proceduretijd? Daarnaast vragen deze leden of de regering verwacht dat de aangepaste termijnen in de praktijk daadwerkelijk zullen leiden tot een versnelling van vergunningprocedures. Kan de regering toelichten op basis waarvan deze verwachting wordt onderbouwd?

Voorkomen dat de EU haar afvalproblemen naar derde landen uitvoert

De leden van de D66-fractie stellen dat vanaf mei 2027 een strenger regime geldt voor de uitvoer van niet-gevaarlijke afvalstoffen naar niet-OESO-landen. Hoe borgt de regering dat dit niet leidt tot een ongewenst overschot aan laagwaardig afval in Nederland, maar juist een prikkel vormt voor investeringen in extra Nederlandse verwerkings- en innovatiecapaciteit?

Daarnaast moeten bedrijven die afval uitvoeren naar derde landen via onafhankelijke audits aantonen dat dit milieu hygiƫnisch verantwoord gebeurt. Deelt de regering de mening van deze leden dat de kwaliteit van deze audits cruciaal is om 'greenwashing' en illegale dump te voorkomen? Hoe gaat Nederland toezien op de objectiviteit en kwaliteit van deze private auditbureaus?

De leden van de VVD-fractie vragen de regering wat de economische gevolgen zijn voor Nederlandse bedrijven die momenteel afval exporteren naar landen die geen lid zijn van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Kan de regering toelichten welke effecten zij verwacht voor deze bedrijven, bijvoorbeeld ten aanzien van kosten, afzetmogelijkheden en administratieve lasten? Daarnaast vragen deze leden of de regering verwacht dat de nieuwe regels zullen leiden tot verschuivingen van afvalstromen naar andere lidstaten van de Europese Unie of tot stijgende kosten voor afvalverwerking. Kan de regering ingaan op de mogelijke gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven?

Voorts vragen de leden van de VVD-fractie hoe wordt voorkomen dat afvalstromen zich verplaatsen naar landen met een lagere handhavingscapaciteit. Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat strengere regels leiden tot ontwijkgedrag of minder controleerbare verwerkingsroutes? Tot slot vragen deze leden welk stimulerend of flankerend beleid Nederland voert om afvalverwerking juist binnen Nederland te laten plaatsvinden. Kan de regering toelichten welke maatregelen worden genomen om hoogwaardige verwerking en recycling in Nederland te bevorderen?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat de EVOA 2024 beoogt te voorkomen dat de EU haar afvalproblemen afwentelt op derde landen. De verordening bevat strengere eisen voor export naar niet-OESO-landen. Acht de regering het wenselijk dat afvalexport naar landen met zwakkere milieustandaarden überhaupt blijft plaatsvinden, rekening houdende met risico's voor mens en milieu? Zo ja, waarom precies en op welke inzichten van experts baseert de regering zich? Hoe wordt gecontroleerd of ontvangende landen daadwerkelijk beschikken over veilige verwerkingscapaciteit? Hoe wordt gecontroleerd dat afvalexport niet leidt tot milieuschade buiten de Europese Unie waarvoor feitelijk Europese verantwoordelijkheid bestaat? Op welke manier zou EVOA 2024 in theorie nog ingezet kunnen worden om export van staalslakken en bijbehorende milieuproblemen naar derde landen te beperken? Wordt bij grensoverschrijdende verplaatsing van staalslakken standaard beoordeeld of sprake is van afvaltransport?

Bestrijden van illegale overbrengingen van afvalstoffen

De leden van de VVD-fractie vragen de regering hoe de samenwerking binnen de Europese handhavingsgroep concreet wordt ingericht. Kan de regering toelichten op welke wijze lidstaten binnen deze structuur informatie uitwisselen, gezamenlijke controles uitvoeren en de handhaving op grensoverschrijdende afvalstromen versterken?

Daarnaast vragen deze leden of de ILT over voldoende capaciteit beschikt om de aangescherpte handhavingsverplichtingen uit te voeren. Kan de regering aangeven in hoeverre de huidige capaciteit van de ILT toereikend is voor de uitvoering van deze taken?

Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie of de regering inzicht kan geven in de huidige handhavingscapaciteit en eventuele voorgenomen uitbreidingen. Kan de regering toelichten welke maatregelen worden genomen om de handhaving waar nodig te versterken?

De leden van de CDA-fractie constateren dat in het wetsvoorstel wordt geregeld welke overtredingen van de Europese regels strafbaar zijn in de Wet milieubeheer. Deze leden vernemen graag hoe de regering waarborgt dat voor bedrijven, vervoerders en andere betrokkenen voldoende duidelijk is welke gedragingen precies strafbaar zijn. Hoe wordt voorkomen dat administratieve vergissingen of onduidelijkheden direct tot strafrechtelijke vervolging leiden? Kan de regering toelichten welke uitgangspunten worden gehanteerd bij de keuze om een overtreding strafrechtelijk dan wel bestuursrechtelijk te handhaven?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat illegale afvaltransporten volgens Europese inspecties een structureel probleem zijn. Recente berichtgeving wijst erop dat afvalstromen regelmatig verkeerd worden geclassificeerd of via tussenlanden worden uitgevoerd. Hoeveel extra handhavingscapaciteit is noodzakelijk om de nieuwe verordening effectief uit te voeren? Wordt het aantal fysieke controles verhoogd, en zo ja met welk percentage? Hoe wordt samenwerking tussen ILT, douane en omgevingsdiensten versterkt? Kan de regering inzicht geven in het aantal geconstateerde overtredingen bij afvaltransporten in de afgelopen tien jaar en de opgelegde sancties?

Relatie met de Richtlijn milieucriminaliteit

De leden van de D66-fractie stellen dat het wetsvoorstel het aantal strafcategorieƫn terugbrengt van drie naar twee. Kan de regering nader onderbouwen waarom een categorie 3 niet langer noodzakelijk wordt geacht? Bestaat het risico dat 'lichtere' administratieve overtredingen, die in de praktijk toch grote milieuschade kunnen faciliteren, hierdoor minder effectief worden aangepakt?

Er wordt een EU-handhavingsgroep opgericht en de Europese Commissie krijgt bevoegdheden voor transnationale onderzoeken. Welke extra capaciteit (fte en expertise) stelt de regering beschikbaar aan de ILT om een leidende rol te spelen in deze grensoverschrijdende opsporing van milieucriminelen?

De leden van de VVD-fractie vragen de regering waarom is gekozen voor een indeling in twee strafcategorieƫn in plaats van drie of meer categorieƫn. Kan de regering toelichten welke overwegingen aan deze keuze ten grondslag liggen en waarom een verdere differentiatie niet noodzakelijk wordt geacht?

Daarnaast vragen deze leden of de regering verwacht dat deze indeling in de praktijk zal leiden tot hogere strafmaten. Kan de regering aangeven welk effect zij verwacht op de straftoemeting bij overtredingen?

Tot slot vragen deze leden hoe de proportionaliteit wordt gewaarborgd bij administratieve overtredingen. Kan de regering toelichten op welke wijze wordt voorkomen dat relatief lichte of administratieve overtredingen leiden tot onevenredig zware sancties?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen dat er ā€˜een gedeeltelijke’ implementatie van de richtlijn Milieucriminaliteit plaatsvindt en vragen zich af of dit betekent dat er zaken uit die richtlijn niet worden overgenomen. Mocht dit het geval zijn, willen deze leden graag een gedetailleerde toelichting over wat er wel en niet overgenomen wordt, waarom precies, en op basis van welke (experts) adviezen.

Relatie met de Kaderrichtlijn afvalstoffen

De leden van de D66-fractie vragen de regering in hoeverre de statusbepaling van afvalstoffen onder de nieuwe EVOA 2024 voldoende flexibiliteit biedt om innovatieve recyclingtrajecten te ondersteunen. Hoe wordt voorkomen dat een te rigide interpretatie van ā€˜afval’ de transitie naar een circulaire economie frustreert?

De leden van de VVD-fractie vragen de regering waarom de doelstellingen voor recycling niet eerder wettelijk zijn verankerd. Kan de regering toelichten welke redenen hieraan ten grondslag lagen en waarom ervoor is gekozen om deze doelstellingen pas nu expliciet in wetgeving op te nemen?

Daarnaast vragen deze leden welke juridische risico’s Nederland heeft gelopen doordat deze doelstellingen niet eerder wettelijk waren vastgelegd. Kan de regering aangeven in hoeverre dit gevolgen had voor de naleving van Europese verplichtingen?

Tot slot vragen zij welke gevolgen de ingebrekestelling door de Europese Commissie voor Nederland heeft. Kan de regering toelichten welke stappen worden gezet om aan de Europese verplichtingen te voldoen en verdere juridische procedures of sancties te voorkomen?

Relatie met de Verordening inzake elektronische informatie over goederenvervoer

De leden van de VVD-fractie vragen de regering in hoeverre bedrijven de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen verschillende systemen. Kan de regering toelichten welke keuzeruimte bedrijven hebben bij het gebruik van deze systemen en hoe wordt geborgd dat deze keuze in de praktijk werkbaar is?

Daarnaast vragen deze leden of het bestaan van meerdere systemen kan leiden tot dubbele administratieve lasten voor bedrijven. Kan de regering toelichten op welke wijze wordt voorkomen dat bedrijven onnodig met extra administratieve verplichtingen worden geconfronteerd?

Uitvoering van de EVOA 2024

Nationale bevoegde autoriteit

De leden van de D66-fractie stellen dat de verordening een volledige digitalisering van de kennisgevingsprocedures via een centraal EU-systeem verplicht. Deze leden vragen in hoeverre de systemen van de ILT reeds interoperabel zijn met dit Europese platform? Kan de regering garanderen dat de digitale transitie op tijd is voltooid om vertragingen in de circulaire keten te voorkomen?

Verder vragen deze leden of de regering mogelijkheden ziet om de geanonimiseerde data uit dit centrale systeem openbaar te maken als 'open data'. Op die manier zouden onderzoekers en de markt de voortgang van de circulaire economie in Nederland en de EU immers beter kunnen monitoren.

De leden van de VVD-fractie vragen de regering of voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen extra budget of capaciteit beschikbaar wordt gesteld. Kan de regering toelichten in hoeverre aanvullende middelen nodig worden geacht en hoe deze worden ingezet om een goede uitvoering en handhaving te waarborgen?

Ten aanzien van de overgang van de oude naar de nieuwe Europese regels vragen de leden van de CDA-fractie hoe in de praktijk duidelijkheid wordt geboden aan bedrijven en toezichthouders. Hoe wordt geborgd dat er in de overgangsperiode geen misverstanden ontstaan over welke regels van toepassing zijn? Op welke wijze wordt hierover gecommuniceerd richting het veld?

Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving

De leden van de VVD-fractie vragen de regering hoe de bestuursrechtelijke handhaving zich verhoudt tot de strafrechtelijke handhaving binnen dit wetsvoorstel. Kan de regering toelichten op welke wijze beide handhavingsinstrumenten zich tot elkaar verhouden en hoe wordt voorkomen dat overlap of onduidelijkheid ontstaat in de toepassing daarvan?

Daarnaast vragen deze leden in welke situaties wordt gekozen voor bestuursrechtelijke handhaving en in welke gevallen voor strafrechtelijke handhaving. Kan de regering toelichten welke criteria of afwegingskaders hierbij worden gehanteerd?

Opsporing en strafrechtelijke handhaving

De leden van de VVD-fractie vragen de regering hoe wordt geborgd dat zware milieucriminaliteit effectief wordt aangepakt. Kan de regering toelichten welke instrumenten, bevoegdheden en samenwerkingsstructuren worden ingezet om ernstige overtredingen op het gebied van afvaltransport en -verwerking doeltreffend te bestrijden, en hoe wordt gewaarborgd dat deze zaken daadwerkelijk prioriteit krijgen in de handhaving?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen graag weten of deze regeling naar verwachting gaat leiden tot extra taken voor de opsporings- en handhavingsdiensten en of deze voldoende zijn toegerust. Deze leden wijzen erop dat er nu al forse tekorten zijn in de capaciteit, ten opzichte van wat nodig is. Is de regering bereid om zo nodig extra mensen en middelen ter beschikking te stellen?

Gedeeltelijke implementatie van de Richtlijn milieucriminaliteit

De leden van de VVD-fractie vragen de regering waarom is gekozen voor implementatie via dit wetsvoorstel en niet via een separaat traject. Kan de regering toelichten welke overwegingen aan deze keuze ten grondslag liggen en welke voordelen deze aanpak biedt ten opzichte van een afzonderlijk implementatietraject?

Daarnaast vragen deze leden of er risico’s bestaan op vertraging met het oog op de implementatiedatum van 21 mei 2026. Kan de regering toelichten welke stappen worden genomen om tijdige implementatie te waarborgen en hoe eventuele vertragingen worden voorkomen?

Aanvullende implementatie van de Kaderrichtlijn afvalstoffen

De leden van de VVD-fractie vragen de regering of de registratie van inzamelingsfrequentie in de praktijk leidt tot extra administratieve lasten voor bedrijven. Kan de regering toelichten in hoeverre deze verplichting nieuwe administratieve handelingen met zich meebrengt voor betrokken ondernemingen?

Daarnaast vragen deze leden hoe wordt voorkomen dat ondernemers dezelfde gegevens in meerdere systemen moeten registreren. Kan de regering aangeven op welke wijze dubbele registratie wordt voorkomen en hoe de administratieve lasten voor bedrijven zo beperkt mogelijk worden gehouden?

Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie of er onder de EVOA 2024 sprake is van meer registratieverplichtingen ten opzichte van de huidige regeling. Kan de regering toelichten in hoeverre de administratieve verplichtingen veranderen ten opzichte van de bestaande praktijk?

Opname van een aanvullende wettelijke grondslag voor de uitvoering van de Batterijenverordening

De leden van de VVD-fractie begrijpen de wens van de regering om te komen tot ƩƩn handhavingsregime. Zij vragen de regering waarom er niet voor is gekozen om de uitvoering primair via de Warenwet te laten plaatsvinden. Kan de regering toelichten welke overwegingen aan deze keuze ten grondslag liggen?

Daarnaast vragen deze leden of de regering nader kan toelichten waarom samenloop van verschillende handhavingsregimes als problematisch wordt beschouwd. In hoeverre zou een combinatie van regimes tot knelpunten leiden in de uitvoering of handhaving?

Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie welke gevolgen de gekozen systematiek heeft voor de hoogte van mogelijke sancties. Kan de regering aangeven in hoeverre de huidige keuze invloed heeft op de aard en omvang van de sancties die kunnen worden opgelegd?

Met betrekking tot de uitvoering van de Europese Batterijenverordening vragen de leden van de CDA-fractie hoe de taakverdeling tussen de ILT en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wordt vormgegeven. Hoe wordt voorkomen dat bedrijven te maken krijgen met verschillende toezichthouders of uiteenlopende interpretaties van regels? Kan de regering aangeven hoe de samenwerking tussen deze instanties in de praktijk wordt georganiseerd?

Gevolgen

De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over de toenemende onveiligheid in de afvalketen. De fysieke gevolgen van gevaarlijk afval in de verkeerde stroom kunnen grote gevolgen hebben zoals branden en explosies bij sorteercentra en afvalverbrandingsinstallaties. Deze leden steunen de extra maatregelen voor de veilige verwerking van batterijen. Zij wijzen er echter op dat de veiligheid in de afvalketen momenteel ook ernstig onder druk staat door de enorme toename van lachgascilinders in het restafval, die leiden tot levensgevaarlijke situaties en ernstige schade door explosies. Hoewel dit wetsvoorstel primair over de EVOA 2024 en batterijen gaat, is de veiligheid van de afvalketen een integraal probleem; een explosie door een lachgasfles kan immers de logistiek van de (Europese) afvalstroom ontregelen.

Ziet de regering mogelijkheden om de aangescherpte handhavingsstructuur en de rol van de ILT, zoals voorzien in dit wetsvoorstel, ook in te zetten voor een effectievere aanpak van dit specifieke veiligheidsrisico?

Kan de regering reflecteren op de stelling dat de doelstellingen van dit wetsvoorstel, namelijk een hoogwaardige en veilige Europese afvalmarkt, onhaalbaar zijn zolang afvalverwerkers kampen met een onbeheersbare instroom van lachgas-gerelateerd gevaarlijk afval?

Ten slotte vragen deze leden wie er in de visie van de regering opdraait voor de enorme schade en extra kosten wanneer het misgaat. In hoeverre wordt het principe 'de vervuiler betaalt' hier gehanteerd en wie draait op voor de schade als het misgaat?

De leden van de VVD-fractie vragen de regering of zij kan bevestigen dat het wetsvoorstel geen financiƫle consequenties heeft voor decentrale overheden. Kan de regering toelichten of gemeenten, provincies of andere decentrale bestuurslagen als gevolg van dit voorstel met extra kosten of uitvoeringsverplichtingen te maken krijgen?

Daarnaast vragen deze leden of de regering indirecte economische effecten voorziet voor de recyclingsector. Kan de regering toelichten welke gevolgen dit wetsvoorstel mogelijk heeft voor bedrijven die actief zijn in recycling en afvalverwerking, bijvoorbeeld ten aanzien van kosten, investeringen of marktkansen?

Advies en consultatie

Internetconsultatie

De leden van de VVD-fractie vragen de regering waarom is afgezien van een internetconsultatie, mede gelet op de mogelijke praktische gevolgen van de EVOA 2024 voor ondernemers. Kan de regering toelichten welke overwegingen aan deze keuze ten grondslag liggen en hoe de inbreng van betrokken partijen desondanks is meegenomen bij de totstandkoming van het wetsvoorstel?

Daarnaast vragen deze leden of er informeel overleg is gevoerd met brancheorganisaties of andere relevante stakeholders. Kan de regering aangeven met welke partijen overleg heeft plaatsgevonden en op welke wijze hun signalen of zorgen zijn betrokken bij de voorbereiding van dit wetsvoorstel?

Toetsing regeldrukgevolgen door het ATR

De leden van de VVD-fractie merken op dat deze wetswijziging volgens de regering niet leidt tot extra regeldruk. Zij vragen echter of er een beeld bestaat van de impact van de EVOA 2024 op de betrokken branche. Kan de regering toelichten welke gevolgen deze verordening naar verwachting heeft voor bedrijven in de afval- en recyclingsector, bijvoorbeeld ten aanzien van administratieve lasten, nalevingskosten of aanpassingen in de bedrijfsvoering?

De leden van de CDA-fractie vragen naar de gevolgen voor regeldruk en nalevingskosten. Ook wanneer het wetsvoorstel vooral technisch van aard is, kunnen de onderliggende Europese verplichtingen in de praktijk impact hebben. Hoe ondersteunt de regering bedrijven bij de invoering van de nieuwe regels, bijvoorbeeld via voorlichting, handreikingen of digitale systemen? Op welke wijze wordt in beeld gebracht wat de feitelijke lasten in de praktijk zijn?

Toetsing handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid door de ILT

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het beschamend dat Nederland telkens weer in gebreke moet worden gesteld voordat EU-regels worden geĆÆmplementeerd of uitgevoerd. Kan de regering een actueel overzicht verschaffen van regels en regelingen waarin Nederland achterloopt, in gebreke is gesteld of dreigt te worden? Kan de regering bij elk van deze gevallen een korte verklaring geven en een inschatting van wanneer de Kamer het kan agenderen en wanneer het gebrek naar verwachting is hersteld?

De leden van de CDA-fractie vragen aandacht voor de uitvoerbaarheid. Het voorstel beoogt de handhaving te versterken. Wat betekent dit concreet voor de capaciteit van de ILT, de douane, de politie en het Openbaar Ministerie? Is voorzien in aanvullende middelen of prioritering? Op welke wijze wordt gemonitord of de handhaving in de praktijk effectief en proportioneel uitpakt?

Overgangsrecht en inwerkingtreding

De leden van de VVD-fractie vragen de regering of het bedrijfsleven tijdig is geĆÆnformeerd over de overgangsregeling. Kan de regering toelichten op welke wijze betrokken bedrijven en brancheorganisaties op de hoogte zijn gebracht van de wijzigingen en de gevolgen daarvan voor lopende en toekomstige procedures?

Daarnaast vragen deze leden of er risico’s bestaan op juridische procedures met betrekking tot lopende kennisgevingen. Kan de regering aangeven in hoeverre de overgangsregeling voldoende duidelijkheid en rechtszekerheid biedt om dergelijke procedures te voorkomen?

De voorzitter van de commissie,

Peter de Groot

Adjunct-griffier van de commissie,

Van der Graaf