Geannoteerde Agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 9 maart 2026
Bijlage
Nummer: 2026D08474, datum: 2026-02-25, bijgewerkt: 2026-02-25 10:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Geannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) d.d. 9 maart 2026 (2026D08473)
Preview document (🔗 origineel)
GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID (WSB) 9 maart 2026
In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:
De kwartaalrapportage t.a.v. de herziening van Coördinatieverordening Sociale Zekerheid (COM(2016)815);
De kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP, COM(2025)842);
Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 9 maart 2026;
Kwartaalrapportage: herziening Coördinatieverordening Sociale Zekerheid (883/2004)
Sinds 2016 wordt onderhandeld over de herziening van Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidssystemen. Het onderwerp staat niet geagendeerd voor de Formele Raad van 9 maart 2026. Uw Kamer is recentelijk in de Geannoteerde Agenda in aanloop naar de Informele Raad WSB van 12-13 februari jl.1 geïnformeerd over de achtergronden en de Nederlandse inzet.
Zoals eerder met uw Kamer gedeeld, heeft het Cypriotische voorzitterschap de ambitie uitgesproken om de komende maanden tot een akkoord op dit dossier te komen. De wens om tot overeenstemming te komen wordt breed gedragen in Brussel: de Europese Commissie, het Europees Parlement, een groot aantal lidstaten en ook de sociale partners op Europees niveau onderstrepen het belang van afronding van dit dossier. Op het moment van schrijven van de Geannoteerde Agenda is een eerste concept-wettekst verspreid door het Cypriotische voorzitterschap. Deze tekst dient als basis voor bilaterale gesprekken van het voorzitterschap met lidstaten, die de komende periode zullen plaatsvinden. De tekst dient nog nader bestudeerd te worden. Ik zal uw Kamer nader informeren zodra zich nieuwe ontwikkelingen voordoen op dit dossier.
Kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (herziening IORP II richtlijn, COM(2025) 842)
De behandeling van de herziening van de IORPII-richtlijn in de Raadswerkgroep2 is na de publicatie van het voorstel op 1 december 2025 gestart onder voorzitterschap van Denemarken.
De Europese Commissie heeft in die Raadswerkgroep een toelichting gegeven op het voorstel. Onder voorzitterschap van Cyprus is de behandeling van het richtlijnvoorstel in de Raadswerkgroep voortgezet. De besprekingen hebben in deze fase een technisch karakter. Dat betekent dat het voorstel artikelsgewijs wordt toegelicht en lidstaten de gelegenheid krijgen om te reageren en vragen te stellen. De daadwerkelijke onderhandelingen beginnen nadat het voorstel artikelsgewijs is doorgelopen.
Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 9 maart 2026
In het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, 9 maart 2026, waaraan ik voornemens ben deel te nemen. De Formele Raad vindt plaats in Brussel.
Agendapunt: gedachtewisseling ‘Van innovatie naar kwaliteitsbanen: AI gebruiken om de kwaliteit van werkgelegenheid en de rechten van werknemers te versterken’
Doel Raadsbehandeling
Een gedachtewisseling rondom het thema ‘van innovatie naar
kwaliteitsbanen: AI gebruiken om de kwaliteit van werkgelegenheid en de
rechten van werknemers te versterken’.
Inhoud
Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten
tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet
beschikbaar.
De verwachting is dat de gedachtewisseling aansluit op de recent gepubliceerde routekaart kwaliteitsbanen (Quality Jobs Roadmap)3, waarmee de Commissie probeert kwalitatief hoogwaardige banen in de hele EU te bevorderen. De routekaart schetst een alomvattende aanpak om de arbeidsomstandigheden en loopbaantransities voor werknemers en zelfstandigen te verbeteren, en tegelijkertijd concurrerend te blijven.
Digitalisering en AI worden in de routekaart genoemd als cruciaal voor innovatie en EU-concurrentievermogen via hoogwaardigere banen, hogere productiviteit, minder krapte, en een hogere werktevredenheid. Wel dient volgens de routekaart gewaakt te worden voor risico’s, bijvoorbeeld gerelateerd aan privacy. De routekaart stelt daarom dat toekomstig werk gericht moet zijn op twee elkaar versterkende doelen, het ondersteunen van het gebruik van AI-hulpmiddelen op werk en de bescherming van werkenden voor de potentiële risico’s van het gebruik van algoritmisch management.
Inzet Nederland
Het kabinet ziet digitalisering en AI als essentieel voor onze
toekomstige economie en maatschappelijk welzijn4 en
zal via onderstaande lijnen bijdragen aan de gedachtewisseling.
AI biedt grote kansen voor productiviteitsontwikkeling en het realiseren van maatschappelijke opgaven op een krappe arbeidsmarkt. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de inzet van AI te allen tijde op een veilige en mensgerichte wijze plaatsvindt. AI mag nooit een doel op zich zijn, maar dient bij te dragen aan het vergroten van ons welzijn en onze welvaart. Het gebruik van AI kan de klassieke arbeidsverhouding tussen werkgevers en werknemers en de relatie tussen opdrachtgevers en zelfstandigen onder druk zetten. De inzet van AI moet daarom op een verantwoorde manier plaatsvinden, met aandacht voor de risico’s van AI en voor wat mensen nodig hebben om ontwikkelingen bij te benen. Sociaal overleg tussen werkgever en werknemer is essentieel om de veranderingen op de arbeidsmarkt door AI in goede banen te leiden.
Vanuit Europees perspectief voorzien de Europese AI-verordening5 en de Platformwerkrichtlijn6 reeds in een aantal waarborgen. Zo zijn praktijken als emotieherkenning op de werkvloer of in het onderwijs vanaf februari 2025 verboden. Daarnaast hebben personen die worden geraakt door de inzet van een hoog risico AI-systeem recht op uitleg van besluiten die worden genomen met behulp van AI. Daarbij vraagt de AI-verordening expliciet dat werkgevers hun werknemers en hun vertegenwoordigers vooraf informeren als zij een dergelijk systeem op de werkvloer willen inzetten. Voor deze regels worden momenteel Europese standaarden ontwikkeld. De Platformwerkrichtlijn bevat onder meer regels rondom de transparantie van het gebruik van AI-gedreven automatische monitoring en besluitvormingssystemen, databescherming en het borgen van menselijk toezicht. Het is goed om in EU-verband in gesprek te blijven over de ontwikkelingen op dit terrein, mede in het kader routekaart kwaliteitsbanen en het voor eind 2026 aangekondigde wetgevende initiatief over kwaliteitsbanen (Quality Jobs Act). Juist ook omdat de ontwikkelingen op dit terrein alle lidstaten raken. Zoals ook toegelicht in het BNC-fiche over kwaliteitsbanen7 dienen eventuele aanvullende Europese initiatieven de balans te borgen tussen innovatie en bescherming van werknemers.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Niet van toepassing.
Agendapunt: beleidsdebat ‘het doorbreken van de armoedecyclus’
Doel Raadsbehandeling
Het Cypriotisch voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over het doorbreken van de armoedecyclus.
Inhoud
Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde
van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.
Inzet Nederland
De Europese Commissie is voornemens om in het tweede kwartaal van 2026 een Europese Anti-Armoedestrategie (EAAS) te publiceren.
In lijn met het Coalitieakkoord, zet het kabinet ambitieus in om zoveel mogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat ze erin komen. In afwachting van het discussiedocument voor het beleidsdebat is Nederland voornemens te interveniëren langs de lijnen van het eerder met de Kamer gedeelde Nederlandse non-paper met de kabinetsinzet voor de EAAS8. Deze inzet bouwt voort op het Nationaal Programma Armoede en Schulden9. Het kabinet vindt het van belang dat de volgende punten terugkomen in de Europese strategie: 1) hanteer een geïntegreerde aanpak; 2) geef prioriteit aan preventie; 3) besteed aandacht aan (de gevolgen van) armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven; en 4) moedig lidstaten aan om ervaringsdeskundigen te betrekken bij het beleidsvormingsproces. Dit is van belang om tot effectief beleid te komen dat problemen daadwerkelijk oplost. Daarbij benadrukt het kabinet dat armoedebeleid primair een nationale competentie is en dat de EAAS lidstaten moet ondersteunen bij het maken van nationaal beleid. Ook moet de EAAS niet leiden tot onnodige extra administratieve lasten.
Agendapunt: Raadsconclusies over investeringen in kinderen: versterking van het welzijn van kinderen, sociale inclusie en bestrijding van kinderarmoede in de Europese Unie
Doel Raadsbehandeling
Aanname van de Raadsconclusies.
Inhoud
Het Cypriotische voorzitterschap presenteerde
concept-Raadsconclusies (hierna: Raadsconclusies) over investeringen in
kinderen ter versterking van het welzijn van kinderen, sociale inclusie
en bestrijding van kinderarmoede in de EU. Ten tijde van het opstellen
van deze Geannoteerde Agenda wordt nog onderhandeld over de definitieve
tekst.
De Raadsconclusies beogen het welzijn van kinderen te versterken door economische veerkracht van gezinnen te vergroten en armoede te verminderen. De Raadsconclusies onderstrepen het belang om het EU 2030-doel op armoedebestrijding te halen, roepen op tot een versterking van de European Kindergarantie, en benadrukken de meerwaarde van voortzetting van beleid voor toereikende minimuminkomens. Daarnaast worden elementen uitgelicht die van belang zijn voor het welzijn van kinderen zoals het verbeteren van leefomstandigheden van kinderen en gezinnen, de ontwikkeling van basisvaardigheden, en het betrekken van kinderen bij het maken van beleid dat hen aangaat. Ook benadrukken de Raadsconclusies het belang van een geïntegreerde aanpak, evenals voldoende financiering voor maatregelen die vooral kwetsbare kinderen ten goede komen. Tot slot wordt de Europese Commissie opgeroepen om lidstaten te ondersteunen bij het maken van beleid via dataverzameling en kennisuitwisseling tussen lidstaten te faciliteren.
Inzet Nederland
Ik ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de
Raadsconclusies. Het kabinet deelt het belang en de urgentie om
kinderarmoede tegen te gaan en het welzijn van kinderen te versterken.
Het kabinet wil investeren in armoedebeleid en een effectieve aanpak en
preventie van schulden, waarbij gezinnen worden ondersteund en meer
zekerheid krijgen.
De Raadsconclusies zijn in lijn met staand Nederlands beleid. Het kabinet heeft in de onderhandelingen benadrukt dat investeringen om de economische veerkracht van gezinnen te vergroten en armoede te verminderen primair een nationale bevoegdheid zijn. Daarnaast is op voorspraak van Nederland in de Raadsconclusies opgenomen dat de aangekondigde Europese Anti-Armoedestrategie een holistische benadering dient te hebben.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Naar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadsconclusies.
Er is geen rol voor het Europees Parlement.
Agendapunt: Aanname Raadsaanbeveling menselijk kapitaal
Doel Raadsbehandeling
Aanname van de Raadsaanbeveling.
Inhoud
De Europese Commissie heeft op 25 november 2025 een Raadsaanbeveling
gepubliceerd over menselijk kapitaal, gericht op het aanpakken van
structurele uitdagingen voor de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen
in de EU. De afgelopen maanden hebben de lidstaten onderhandeld over de
inhoud van de Raadsaanbeveling. Het kabinet heeft het parlement via de
Geannoteerde Agenda van de Informele Onderwijsraad10
geïnformeerd over de inhoud van de Raadsaanbeveling en de kabinetsinzet
tijdens de onderhandelingen. Waar relevant en afhankelijk van de
nationale context zal de Commissie de inhoud van Raadsaanbeveling
meenemen in de landspecifieke aanbevelingen die als onderdeel van het
Lentepakket (publicatie voorzien in juni 2026) in het kader van het
Europees Semester worden vastgesteld.
Inzet Nederland
Ik ben voornemens namens Nederland in te stemmen met de
Raadsaanbeveling. Het kabinet onderschrijft de belangrijke rol van
vaardigheden en menselijk kapitaal voor het concurrentievermogen en de
sociale veerkracht van de EU. Dit is ook relevant in het licht van de
groene- en digitale transities, zoals ook aangekaart in het
Draghi-rapport. Het kabinet onderschrijft dan ook het belang van het
versterken van vaardigheden en het bevorderen van de ontwikkeling van
een goed opgeleide en flexibele beroepsbevolking, zowel in strategische
sectoren als in het bredere maatschappelijke en economische domein.
Conform de Nederlandse inzet is verduidelijkt dat de inhoud van Raadsaanbeveling in lijn dient te zijn met de bevoegdheidsverdeling van het Werkingsverdrag van de Unie (VWEU). Dit is voor kabinet van belang omdat de Raadsaanbeveling voldoende ruimte dient te laten voor verschillen tussen nationale onderwijssystemen, wat tot uitdrukking komt in het VWEU. Daarbij heeft Nederland het belang onderstreept van synergie met de bredere doelen van onderwijsbeleid en de bredere Europese onderwijssamenwerking gericht op een Europese onderwijsruimte. Ook is op voorspraak van Nederland verduidelijk dat een versnelling van de procedures voor de erkenning van beroepskwalificaties, van EU-burgers en derdelanders, niet ten koste mag gaan van de geldende hoge kwaliteitseisen. Hierdoor blijft een effectieve match van vraag en aanbod naar vaardigheden op de Europese arbeidsmarkt gewaarborgd. Daarnaast heeft Nederland tijdens de onderhandelingen benadrukt dat arbeidsmigratie en het aantrekken van talent weliswaar kan bijdragen aan het gericht verlichten van personeelstekorten in bepaalde sectoren, maar dat dit niet ten koste moet gaan van prikkels voor werkgevers om te investeren in arbeidsvoorwaarden en arbeidsbesparende innovaties.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Naar verwachting kan een gekwalificeerde meerderheid instemmen met de
Raadsaanbeveling. Er is geen rol voor het Europees Parlement.
Agendapunt: goedkeuring van de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone
Doel Raadsbehandeling
Goedkeuring van de werkgelegenheids- en sociale aspecten van het
voorstel van de Europese Commissie voor de aanbevelingen van de Raad
voor het economisch beleid van de eurozone in 2026 en 2027.
Inhoud
De Commissie heeft op 25 november 2025 het herfstpakket in het kader
van het Europees Semester gepubliceerd. Onderdeel van dit pakket is de
door de Commissie voorgestelde ontwerpaanbeveling voor het economisch
beleid in de eurozone voor 2026 (Euro Area Recommendation,
EAR). Een kabinetsappreciatie van de EAR op de economische aspecten is
opgenomen in de Geannoteerde Agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van
19 en 20 januari 2026 en op 12 januari met het parlement gedeeld.11
In de EAR worden de gezamenlijke (beleids-)uitdagingen voor het eurogebied voor 2026 en 2027 geïdentificeerd. De voorliggende aanbevelingen, die zijn aangepast naar aanleiding van besprekingen in de ambtelijke voorportalen van de Eurogroep, de Ecofinraad en de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, sluiten aan op de hoofdthema’s: begrotingsbeleid, defensie-uitgaven en begrotingsbeleid, arbeidsmarkt, investeringen en innovatie, interne markt, simplificatie, Spaar- en Investeringsunie, de digitale euro en de internationale rol van de euro, en macro-financiële stabiliteit.
De aanbevelingen op het gebied van de arbeidsmarkt hebben primair aandacht voor het verhogen van de productiviteit en innovatiecapaciteit en voor het ondersteunen van strategische sectoren. Om dit te bewerkstelligen, is het nodig om bij- en omscholing van de beroepsbevolking te verhogen, het onderwijs te verbeteren, en te zorgen voor een betere afstemming tussen vraag en aanbod van vaardigheidsprofielen. Net als voorgaande jaren beveelt de Commissie aan om de arbeidsmarktparticipatie van ondervertegenwoordigde groepen verder te verhogen en de prikkels om te werken te versterken door middel van een passende hervorming van belasting- en uitkeringsstelsels. Ook wordt wederom aanbevolen om gecontroleerde legale migratie van werknemers uit derde landen te vergemakkelijken en maatregelen te nemen om armoede te bestrijden.
Inzet Nederland
Zoals aangegeven in bovengenoemde kabinetsappreciatie die uw Kamer
eerder ontving, kan het kabinet zich over het algemeen goed vinden in de
voorgestelde aanbevelingen. Nederland kan ook instemmen met de
werkgelegenheids- en sociale aspecten van de EAR.
Ten aanzien van de aanbeveling over om- en bijscholing deelt het kabinet de analyse dat een goed opgeleide beroepsbevolking met de juiste vaardigheden essentieel is voor het concurrentievermogen van de EU. Daarvoor is het van belang dat lidstaten, werkgevers en werknemers blijven investeren in leven lang ontwikkelen. Ook kijkt het kabinet uit naar het reeds aangekondigde ‘Skills Portability Initiative’, dat zich ook zal richten op het wegnemen van grensoverschrijdende barrières voor beroepskwalificaties en -vaardigheden. Het kabinet wil serieus grip krijgen op arbeidsmigratie, door onszelf de vraag te stellen wat ons land aankan en nodig heeft, en daar ook naar te handelen. Door te gaan sturen op arbeidsmigratie die we écht nodig hebben en uitbuiting aan te pakken, mede door de adviezen van de Commissie Roemer en het SER-advies ‘Arbeidsmigratie naar waarde’ uit te voeren. Het kabinet wil waar nodig gericht internationaal talent aantrekken, en stelt daartoe een talentstrategie op om ervoor te zorgen dat we het juiste talent gericht selecteren en voor Nederland behouden.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
De economische aspecten van de EAR zijn in de Ecofinraad besproken en
goedgekeurd. Hierna zal de Europese Raad voor Regeringsleiders de EAR in
maart bekrachtigen, waarna de Ecofinraad de aanbevelingen in april
formeel aanneemt.
Agendapunt: hoofdboodschappen gezamenlijk werkgelegenheidsrapport
Doel Raadsbehandeling
Bekrachtiging van het voorstel voor het Gezamenlijk
Werkgelegenheidsrapport 2026.
Inhoud
Op 25 november 2025 heeft de Commissie een voorstel voor het
jaarlijks Gezamenlijk Werkgelegenheidsrapport (Joint Employment
Report, JER) van de Commissie en de Raad gepubliceerd. In het JER
signaleert de Commissie de belangrijkste trends op het gebied van
werkgelegenheid en sociale ontwikkelingen binnen de EU. Verder geeft het
JER een beeld over de voortgang van de lidstaten ten aanzien van de drie
EU-kerndoelen voor 2030 die toezien op de terreinen werkgelegenheid,
vaardigheden en de bestrijding van armoede.
Het JER merkt op dat de EU vooruitgang boekt op het gebied van werkgelegenheid en bij het bestrijden van armoede, maar dat er structurele uitdagingen blijven bestaan die vragen om gerichte actie. Ondanks economische en geopolitieke onzekerheid groeide de werkgelegenheid in de EU in 2024 met 1,7 miljoen banen. Het werkloosheidspercentage daalde naar een historisch laag niveau van 5,9%.
Ondanks het feit dat armoede onder werkenden daalde, blijft het risico op kinderarmoede groot, met name voor kinderen van laagopgeleide ouders en in eenoudergezinnen. De Commissie roept daarom op tot extra inspanningen om de armoededoelstellingen voor 2030 (EU) en 2050 (VN) te halen.
De Commissie gebruikt voor de analyse in het JER het ‘Sociale Scoreboard’. Aan de hand van zestien indicatoren toont het scorebord hoe lidstaten ervoor staan op het terrein van gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, eerlijke werkomstandigheden, en sociale zekerheid en inclusie. Daarnaast zijn de drie EU-kerndoelen voor 2030 op het gebied van werkgelegenheid, deelname aan opleiding en de bestrijding van armoede, opgenomen in het JER.
Nederland presteert, net als voorgaande jaren, goed op de indicatoren. Bijvoorbeeld op het gebied van werkgelegenheid en (jeugd)werkloosheid.
Op het gebied van vaardigheden presteert Nederland goed, hoewel de algemene basisvaardigheden van met name studenten uit kwetsbare groepen, zijn verslechterd. Het bij- en omscholen van bepaalde groepen (zoals laaggeschoolden, mensen met flexibele of tijdelijke contracten, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking) blijft belangrijk.
De sociale situatie in Nederland is over het algemeen goed. Het aandeel van de bevolking dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting bleef stabiel en behoort tot de laagste in de EU, hoewel er wel uitdagingen blijven bestaan voor specifieke groepen, zoals mensen met een beperking of mensen met een migratieachtergrond, in het bijzonder kinderen.
Net als vorig jaar behoeft Nederland geen vervolganalyse zoals voorzien in het Sociale Convergentie Raamwerk.
Inzet Nederland
Het kabinet kan zich goed vinden in de voorgestelde
hoofdboodschappen. Ik ben dan ook voornemens hiermee in te stemmen.
Het kabinet herkent de aandachtspunten van de Commissie voor wat betreft het tegengaan van armoede, in het bijzonder voor kinderen. In het Nationaal Programma Armoede en Schulden is expliciet aandacht voor kinderen en jongeren en werkt SZW met vier andere departementen (BZK, JenV, OCW en VWS) aan een overheidsbrede aanpak rond gezinnen in een kwetsbare positie met kinderen in de leeftijd van -1 tot en met 27 jaar.12
Daarnaast deelt het kabinet het belang van een wendbare en
concurrerende arbeidsmarkt
waarin mensen zich een leven lang blijven ontwikkelen om
arbeidsmarktkrapte tegen
te gaan en de groene, digitale en demografische transities te
realiseren.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Naar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met het JER. Deze
worden afgestemd in het Werkgelegenheidscomité (Employment
Committee, EMCO) en het Sociale Beschermingscomité (Social
Protection Committee, SPC). Het Europees Parlement heeft geen
rol.
Agendapunt: Raadsconclusies gezamenlijk werkgelegenheidsrapport
Doel Raadsbehandeling
Bekrachtiging van de Raadsconclusies over het gezamenlijk
werkgelegenheidsrapport (Joint Employment Report, JER).
Inhoud
De Raadsconclusies onderstrepen de hoofdboodschappen van het JER
zoals hierboven omschreven en roepen op tot het nemen van specifieke
acties op onder meer het gebied van innovatie, menselijk kapitaal,
sociale zekerheid en huisvesting.
De stagnatie van de arbeidsproductiviteit vormt een uitdaging voor de concurrentiekracht en de economische groei op de lange termijn in de EU. De Raadsconclusies roepen op tot het versterken van innovatie, onder meer door de kwaliteit van banen te bevorderen en het menselijk kapitaal van Europa te versterken.
Ook merken de Raadsconclusies op dat het gebrek aan basis- en digitale vaardigheden een grote barrière vormt voor zowel sociale mobiliteit op individueel niveau als productiviteit op macroniveau. Het tekort aan leraren in de STEM-vakken (science, technology, engineering, mathematics) komt daar nog bovenop. De gepubliceerde Raadsaanbeveling over menselijk kapitaal (zie boven) is gericht op het aanpakken van het aanhoudend tekort aan arbeidskrachten en vaardigheden.
Daarnaast roepen de Raadsconclusies op tot gelijke toegang tot sociale zekerheid, met name voor werknemers die geen vast contract hebben. Demografische trends zetten socialezekerheidsstelsels onder druk, met name pensioenen, maar ook de gezondheidszorg. Verder blijft de betaalbaarheid van woningen een dringende uitdaging in de Unie, en vertoont de dakloosheid in verschillende lidstaten een stijgende trend.
Inzet Nederland
Het kabinet kan zich vinden in de geschetste uitdagingen en
prioriteiten in de Raadsconclusies over het JER 2026.
Het kabinet onderschrijft de belangrijke rol van vaardigheden en menselijk kapitaal voor het concurrentievermogen en de sociale veerkracht van de EU. Het kabinet onderschrijft dan ook het belang van het versterken van vaardigheden en het bevorderen van de ontwikkeling van een goed opgeleide en flexibele beroepsbevolking, zowel in strategische sectoren als in het bredere maatschappelijke en economische domein.
Daarnaast ziet het kabinet de verhoging van de arbeidsparticipatie, in het bijzonder die van ouderen, als een belangrijk onderdeel in de aanpak van de uitdagingen van vergrijzing en arbeidsmarktkrapte.
Ook in Nederland is er een grote groep dakloze mensen. Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2022-2030) wordt ingezet op een omslag van opvang naar passende huisvesting met begeleiding en het versterken van de financiële bestaanszekerheid om dakloosheid te voorkomen en duurzaam op te lossen.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Naar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadsconclusies.
Het Europees Parlement heeft geen rol.
Agendapunt: bekrachtiging hoofdboodschappen van het Werkgelegenheidscomité over de implementatie van de Jongerengarantie
Doel Raadsbehandeling
Aanname van de hoofdboodschappen.
Inhoud
Het Werkgelegenheidscomité (Employment Committee, EMCO)
heeft als taak de vooruitgang te monitoren inzake de versterkte
Jongerengarantie.
In 2013 is de Jongerengarantie in het leven geroepen middels een Raadsaanbeveling. Deze is in 2020 vervangen door een versterkte jongerengarantie. De evaluatie in 2025 richtte zich op structurele uitdagingen die de duurzame integratie van jongeren die niet werken, onderwijs of een opleiding volgen (not in employment, education or training, NEETs) belemmeren. Alle lidstaten hebben vooruitgang geboekt bij het uitvoeren van de versterkte Jongerengarantie, hoewel dit beeld ook deels verklaard wordt door demografische ontwikkelingen. Door een dalend aandeel jongeren onder de bevolking, daalt ook het aantal NEETs. Tegelijkertijd stijgt het aandeel inactieve NEETs, wat aantoont dat er nog veel onbenut potentieel is.
Belangrijke uitdagingen voor de Jongerengarantie blijven een mismatch van vaardigheden, gezondheidsproblemen (met name mentale gezondheid), en socio-economische en persoonlijke barrières. Er zijn dan ook verdere inspanningen nodig. Dit omvat bijvoorbeeld betere coördinatie tussen de verschillende betrokken organisaties, het verbeteren van de gegevensuitwisselingen en het integreren van diensten.
Inzet Nederland
Het kabinet is voornemens in te stemmen met de hoofdboodschappen. De
versterkte Jongerengarantie draagt eraan bij dat de ondersteuning van
jongeren in de EU-lidstaten op de agenda blijft en houdt tegelijkertijd
rekening met de nationale, regionale en lokale omstandigheden in
lidstaten. Nederland kent het laagste NEETs cijfer en na Duitsland het
laagste jeugdwerkloosheidcijfer in Europa. De nationale decentrale
aanpak van het sociale domein wordt in dit kader door de Europese
Commissie verwelkomd.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Naar verwachting stemmen alle lidstaten in met de hoofdboodschappen. Het
Europees Parlement is niet betrokken bij de hoofdboodschappen.
Mogelijk w.v.t.t.k.-punt: Onrechtmatige detachering van derdelanderwerknemers
Nederland overweegt tezamen met enkele andere lidstaten om het Cypriotisch voorzitterschap te verzoeken om onder het agendapunt ‘overige onderwerpen’ kort stil te staan bij de onrechtmatige detachering van derdelanderwerknemers. Hier vindt ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog overleg over plaats met andere lidstaten.
Kamerstukken II, 2025/26, 21501-31, nr. 810.↩︎
Behandeling vindt plaats in een Raadswerkgroep die valt onder de ECOFIN-Raad, dat is de Raadsformatie waarin de ministers van Financiën van de lidstaten samenkomen.↩︎
Fiche: Mededeling Routekaart voor kwaliteitsbanen (2026), Kamerstuk 22 112, nr. 4263.↩︎
Aan de slag (2026) Coalitieakkoord 2026-2030, p.30.↩︎
Fiche: Verordening betreffende Kunstmatige Intelligentie (2021), Kamerstuk 35 913 nr. A.↩︎
Richtlijn (EU) 2024/2831 van het Europees Parlement en de Raad
van 23 oktober 2024 betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk.↩︎
Fiche: Mededeling Routekaart voor kwaliteitsbanen (2026), Kamerstuk 22 112, nr. 4263.↩︎
https://open.overheid.nl/documenten/da42771d-7d3c-411d-8516-7e78f4aca859/file↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24515, nr. 799.↩︎
https://open.overheid.nl/documenten/f8d9d720-910b-4410-b6fc-ac23bbad3c85/file↩︎
https://open.overheid.nl/documenten/ed418deb-4a34-4d8f-add9-1c34a55845cc/file↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 24515, nr. 799.↩︎