Verslag Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 12-13 februari 2026
Bijlage
Nummer: 2026D08475, datum: 2026-02-25, bijgewerkt: 2026-02-25 10:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Geannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) d.d. 9 maart 2026 (2026D08473)
Preview document (🔗 origineel)
Verslag Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, 12 en 13 februari jl. te Nicosia, Cyprus
Op 12 en 13 februari 2026 vond de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid plaats in Nicosia, Cyprus. Tijdens de Raad werden gedachtewisselingen gehouden over eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheid, de aankomende Europese anti-armoedestrategie, en persoonsgerichte lange termijn zorg als aanjager van actief ouder worden. Zoals aangekondigd in de Geannoteerde Agenda was Nederland ambtelijk vertegenwoordigd.
Eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheid
Het Voorzitterschap organiseerde een gedachtewisseling over eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheid. De Directeur-Generaal van de Internationale Arbeidsorganisatie, Gilbert Houngbo, verzorgde een inleiding.
Tijdens de gedachtewisseling noemden meerdere lidstaten het belang van investeringen in vaardigheden, met name in het kader van de groene, digitale en demografische transities. Ook werd door diverse lidstaten gewezen op het voorzien in kwaliteitsbanen en de noodzaak van betere handhaving in complexe onderaannemingsketens. Tevens onderstreepten meerdere lidstaten het belang van een gelijk speelveld ten aanzien van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden rond arbeidsmigratie. Tot slot werd brede steun uitgesproken voor het belang en de versterking van de sociale dialoog als fundament onder de Europese arbeidsmarkten.
Nederland heeft tijdens de gedachtewisseling ingebracht dat de arbeidsmarkt fundamenteel verandert. In dat kader lichtte Nederland de ontwikkeling van CompetentNL toe, dat kan bijdragen om matching op de arbeidsmarkt tussen werkzoekenden en werkgevers te vergemakkelijken. Nederland heeft toegelicht op Europees niveau in het kader van eerlijke werkgelegenheid in te zetten op versterking van grensoverschrijdende handhaving, inclusief een sterkere rol voor de Europese Arbeidsautoriteit en verduidelijking van het juridisch kader rond de detachering van derdelanders. Ten slotte heeft Nederland het belang van internationale arbeidsnormen en de rol van de sociale dialoog op mondiaal niveau onderstreept.
Europese anti-armoedestrategie
Het Voorzitterschap organiseerde een gedachtewisseling over de aankomende Europese anti-armoedestrategie, waarvan publicatie door de Europese Commissie wordt voorzien in het tweede kwartaal van 2026. Deze strategie moet bijdragen aan het behalen van de 2030-doelstelling om het aantal mensen met risico op armoede of sociale uitsluiting in de EU met ten minste 15 miljoen te verminderen.
Tijdens de gedachtewisseling benadrukten meerdere lidstaten het belang van bestrijding van kinderarmoede en investeringen in vroege kinderopvang en onderwijs. Ook legden verschillende lidstaten de nadruk op betaalbare huisvesting en energiearmoede. Daarnaast werd door diverse lidstaten gewezen op het belang van werk als structurele route uit armoede. Lidstaten vroegen aandacht voor de samenhang van de strategie met cohesiefondsen en het toekomstige Meerjarig Financieel Kader. Tevens benadrukten enkele lidstaten dat de strategie ondersteunend moet zijn en geen nieuwe administratieve lasten mag creëren.
Nederland benadrukte dat armoede het resultaat is van meerdere, samenhangende factoren, zoals onderwijs, arbeid, gezondheid en huisvesting. Daarom heeft Nederland gepleit voor een geïntegreerde aanpak gericht op de grondoorzaken van armoede. Nederland onderstreepte daarbij dat werk de kortste route uit armoede is voor wie kan participeren. Ook benadrukte Nederland het belang van preventie, waaronder vroegsignalering van schulden. Ten slotte vroeg Nederland aandacht voor het tegengaan van intergenerationele armoede, en betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming.
Persoonsgerichte lange termijn zorg als aanjager van actief ouder worden
Het Voorzitterschap organiseerde een gedachtewisseling over persoonsgerichte lange termijn zorg als aanjager van actief ouder worden.
In de gedachtewisseling wezen meerdere lidstaten op de noodzaak van versterking van thuis- en gemeenschapsgerichte zorg. Ook werd breed gewezen op de structurele personeelstekorten en de noodzaak van betere arbeidsvoorwaarden. Daarnaast pleitten diverse lidstaten voor duurzame financieringsmodellen en langdurige verankering van hervormingen. Een aantal lidstaten vroeg aandacht voor ondersteuning van mantelzorgers. Tot slot onderstreepten meerdere lidstaten het belang van digitalisering en innovatie.
Tegen de achtergrond van een versnellende vergrijzing van de bevolking benadrukte Nederland dat langdurige zorg ten dienste moet staan aan actief ouder worden. Nederland lichtte toe dat via het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord door middel van aanvullende afspraken met veldpartijen wordt gewerkt aan duurzame, toegankelijke en betaalbare langdurige zorg. Nederland benadrukte daarbij de versterking van autonomie en ondersteuning van mantelzorgers, preventieve huisbezoeken en geïntegreerde wijkgerichte zorg. Samen met de inzet van digitale oplossingen en duurzame nationale financieringsmodellen beoogt deze inzet preventie en zelfstandigheid te bevorderen. Ten aanzien van de Europese dimensie gaf Nederland aan dat de EU op deze thema’s vooral kan bijdragen via kennisdeling, onderzoek en het delen van goede praktijken.