36904 Advies Afdeling advisering Raad van State inzake wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur
Advies Afdeling advisering Raad van State
Nummer: 2026D08512, datum: 2026-02-24, bijgewerkt: 2026-02-25 12:21, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State
Onderdeel van zaak 2026Z03714:
- Indiener: M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-02-26 14:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-10 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
| No. W04.25.00192/I | 's-Gravenhage, 19 november 2025 |
|---|
Bij Kabinetsmissive van 16 juli 2025, no.2025001661, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en de Wet goed verhuurderschap in verband met de uitvoering van de verordening kortetermijnverhuur, met memorie van toelichting.
Verordening nr. 2024/1028 van het Europees parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot kortetermijnverhuur van accommodatie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad stelt voorschriften aan de wijze waarop verhuurders via online platforms accommodaties voor kortdurend verblijf aanbieden. Het wetsvoorstel geeft uitwerking aan enkele administratieve verplichtingen die uit deze verordening voortvloeien en regelt de handhaving ervan.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over het zogeheten overschrijfverbod en over de wijze waarop het toezicht op de naleving van de verordening is georganiseerd en toegelicht.
1. Achtergrond van de verordening en inhoud van het voorstel
Als gevolg van de opkomst van de platformeconomie neemt het aantal diensten voor kortetermijnverhuur van accommodatie in de hele Europese Unie aanzienlijk toe. Deze ontwikkeling kan leiden tot bezorgdheid over afnemende beschikbaarheid van woningen voor langdurige verhuur en de stijging van huur- en huizenprijzen. Tegen die achtergrond is door de Uniewetgever de Verordening betreffende het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor korte termijnverhuur van accommodatie (hierna: de verordening) vastgesteld.1 De verordening is op 19 mei 2024 in werking getreden. Zij wordt op 20 mei 2026 van toepassing.
De verordening stelt regels vast voor het verzamelen en delen van gegevens door bevoegde autoriteiten en aanbieders van online platforms voor kortetermijnverhuur. Die gegevens hebben betrekking op de verlening van diensten voor kortetermijnverhuur van accommodatie door verhuurders via daarvoor bestemde online platforms.2 Beschikbaarheid van deze informatie moet autoriteiten in staat stellen om de effecten van diensten voor kortetermijnverhuur te beoordelen en passende en evenredige beleidsreacties te ontwikkelen en te handhaven.3
In de Huisvestingswet 2014 is al geregeld dat gemeenteraden met het oog op de woonruimtevoorraad en de leefbaarheid gebieden kunnen aanwijzen waar regels gelden voor toeristische verhuur van woonruimte.4 Het wetsvoorstel past de Huisvestingswet 2014 voor zover nodig op de verordening aan. Daarnaast regelt het enkele administratieve verplichtingen die uit de verordening voortvloeien. Het wetsvoorstel belegt het toezicht en de handhaving bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM), de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de colleges van burgemeester en wethouders van betrokken gemeenten.
2. Overschrijfverbod
De verordening schrijft verschillende in- en voorlichtingsverplichtingen voor. Online platforms en verhuurders hebben elkaar over en weer in te lichten over het van toepassing zijn van een registratieprocedure in het gebied waar de te verhuren accommodatie zich bevindt. Lidstaten moeten via een centraal digitaal toegangspunt data beschikbaar stellen.
Enkele bepalingen van de verordening zijn in gedeeltelijk gewijzigde bewoordingen overgenomen in het wetsvoorstel. Dit parafraseren is problematisch nu de verordening in al haar onderdelen verbindend en in de lidstaten rechtstreeks toepasselijk is.5 Om die reden is omzetting in nationaalwettelijke bepalingen in beginsel niet toegestaan (het zogenoemde overschrijfverbod).6 Dit verbod laat onverlet dat lidstaten de wettelijke, bestuursrechtelijke en financiële maatregelen moeten nemen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen van de verordening, voor zover de betrokken verordening dat aan hen overlaat.7
Op ten minste één punt wijkt het wetsvoorstel betekenisvol af van de tekst van de verordening. Waar de verordening voorschrijft dat op het centraal digitaal toegangspunt wordt gepubliceerd welke bevoegde autoriteiten informatie hebben opgevraagd, bepaalt het wetsvoorstel dat op het centraal digitaal toegangspunt wordt gepubliceerd aan welke bevoegde autoriteiten informatie is verstrekt. Een lijst van autoriteiten die gegevens hebben opgevraagd is niet per definitie hetzelfde als een lijst van autoriteiten waaraan gegevens zijn verstrekt.8 In ieder geval in zoverre moet het wetsvoorstel aangepast worden.
Ook overigens vormt het overschrijfverbod aanleiding om te bezien in hoeverre kan worden volstaan met verwijzingen naar de verordening in plaats van het parafraseren ervan. Daarbij zal een afweging moeten worden gemaakt tussen het belang van juiste en duurzame vervulling van Europeesrechtelijke verplichtingen enerzijds en leesbare wetgeving anderzijds.9 De in dat verband gemaakte keuzes behoren in de memorie van toelichting verantwoord te worden.
De Afdeling adviseert met het oog op het overschrijfverbod het wetsvoorstel en de toelichting aan te passen.
3. Toezicht
a. Inhoud van de steekproeven
Online platforms moeten redelijke inspanningen leveren om regelmatig de verklaringen van verhuurders steekproefsgewijs te controleren.10 Deze controle ziet op het al dan niet bestaan van een registratieplicht in een bepaald gebied en, indien een dergelijke plicht geldt, op de geldigheid van het door verhuurders verstrekte registratienummer.
De online platforms voeren de steekproeven uit op basis van informatie aangeleverd door verhuurders in de eigen verklaring, rekening houdend met de informatie van het centraal digitaal toegangspunt waarop door de lidstaat voorlichtingslijsten worden gepubliceerd. Volgens het wetsvoorstel kan de ACM bij onjuiste naleving van deze verplichting aan een online platform een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen.11
Wanneer uit de steekproeven blijkt van onjuistheden of misbruik moeten online platforms de uitkomsten delen met het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. Dat is van belang in het kader van de handhaving van gemeentelijk beleid dat is gericht op de leefbaarheid in de wijk en het beheer van de woningvoorraad.12 Het wetsvoorstel draagt het toezicht op de naleving van de verplichting om de betrokken colleges te informeren op aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De minister zal deze taak mandateren aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT).13 Ook deze toezichthouder kan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen.14
Uit de verordening en het wetsvoorstel blijkt niet hoe de open normen omtrent de steekproeven moeten worden ingevuld, bijvoorbeeld waar het gaat om de steekproefgrootte en -frequentie. Voor de toezichthouders en de online platforms is het van belang te weten wat van hen verwacht wordt. In de memorie van toelichting volstaat de regering met de mededeling dat over de steekproeven op Europees niveau gesprekken worden gevoerd.15
Deze onduidelijkheid leidt tot rechtsonzekerheid. Dat moet, zeker nu gebrekkige nakoming van de verplichtingen kan leiden tot een last onder dwangsom of beboeting, voorkomen worden. Daartoe bestaan verschillende mogelijkheden. Naast de in de toelichting genoemde initiatieven om op Europees niveau helderheid te verkrijgen valt te denken aan wijziging van het wetsvoorstel, aanvulling van de toelichting of een uitnodiging aan de betrokken toezichthouders om bijvoorbeeld in een beleidsregel inzichtelijk te maken hoe de toezichthouders de verordening op dit punt interpreteren.
De Afdeling adviseert in de memorie van toelichting nader op het voorgaande in te gaan en zo nodig het wetsvoorstel aan te passen.
b. Verhouding verschillende toezichthouders
Het toezicht op de naleving van de verordening wordt opgedragen aan de ACM, de ILT (namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) en de colleges van burgemeester en wethouders van betrokken gemeenten. De verordening laat ruimte voor een zekere opdeling van toezichtstaken.16
Uit de memorie van toelichting blijkt niet op grond van welke overwegingen de regering bij het benutten van die keuzeruimte ook bij de ILT toezichthoudende taken belegt. Ook wordt niet duidelijk hoe de toezichtstaken van de ACM en de ILT onderling zijn afgebakend. Dat is problematisch nu sommige van de taken ogenschijnlijk in elkaars verlengde liggen.
Zo rijst de vraag in hoeverre de, bij de ACM belegde, beoordeling van de volledigheid van de verklaring van verhuurders over het bestaan van een registratieplicht17 zich onderscheidt van de, bij de ILT belegde, beoordeling van onjuistheden in diezelfde verklaringen van verhuurders.18 Ook op andere plekken lijkt de toelichting te suggereren dat het toezicht van de ILT en de ACM gedeeltelijk overlapt.19
Bovendien zijn scenario’s denkbaar waarin een online platform als gevolg van onregelmatigheden in de naleving van de verordening of de wet met twee toezichthouders van doen krijgt. De toelichting maakt niet inzichtelijk of en hoe de handhaving in dergelijke gevallen onderling wordt afgestemd. Deze onduidelijkheden en mogelijke overlappingen kunnen effectief en uniform toezicht op de verordening bemoeilijken.
De Afdeling adviseert de memorie van toelichting en, zo nodig, het wetsvoorstel aan te passen om de beoogde organisatie van het toezicht te verduidelijken.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal
opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden
voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt
ingediend.
De vice-president van de Raad van State,
Verordening (EU) nr. 2024/1028 van het Europees parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot kortetermijnverhuur van accommodatie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad.↩︎
Artikel 1 van de verordening.↩︎
Overweging 1 van de considerans van de verordening.↩︎
De Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) introduceerde paragraaf 1a in hoofdstuk 4 van de Huisvestingswet 2014. Daarmee is de Huisvestingswet 2014 al bij voorbaat in belangrijke mate in overeenstemming met wat de verordening nu van de lidstaten vraagt.↩︎
Artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.↩︎
Zie aanwijzing 9.9 Aanwijzingen voor de regelgeving.↩︎
HvJEU 5 mei 2015, zaak C-146/13, Koninkrijk Spanje tegen Europees Parlement en Raad van de Europese Unie, ECLI:EU:C:2015:298, punt 105.↩︎
Vergelijk artikel 13, eerste lid, onder b van de verordening met het voorgestelde artikel 23j, tweede lid onder b van de Huisvestingswet 2014 (artikel I, onderdeel G van het wetsvoorstel).↩︎
Zo lijkt de meerwaarde van het voorgestelde artikel 23a, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014 (artikel I, onderdeel C van het wetsvoorstel) ten opzichte van artikel 5, vierde lid, van de verordening beperkt. Het wetsvoorstel omschrijft in andere bewoordingen een verplichting die door de verordening wordt opgelegd. Zie ook het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het voorstel voor de Uitvoeringswet Betekeningsverordening van 20 april 2022 (W16.22.0028/II), Kamerstukken 2021/22 36152, nr. 4, punt 1.↩︎
Artikel 7, eerste lid onder c van de verordening.↩︎
Voorgestelde artikelen 2.2, 2.3 en 2.4 van de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening (artikel II van het wetsvoorstel).↩︎
Memorie van toelichting, algemeen deel, paragraaf 6.2 ‘Toezicht en handhaving door de ILT’.↩︎
Voorgestelde artikelen 34a, eerste lid en 34b, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 (artikel I, onderdeel K van het wetsvoorstel). Van het voornemen om de ILT te mandateren blijkt uit de memorie van toelichting, onder meer paragraaf 6.2 ‘Toezicht en handhaving door de ILT’ en de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel K.↩︎
Voorgestelde artikelen 34a, tweede lid en 35a van de Huisvestingswet 2014 (artikel I, onderdelen K en M van het wetsvoorstel).↩︎
Memorie van toelichting, algemeen deel, paragraaf 6.4 ‘Uitvoeringstoetsen’.↩︎
Wel wordt in artikel 15 van de verordening geregeld dat de instelling die optreedt als de nationale toezichthouder bij de digitaledienstenverordening, ook toezicht houdt op de naleving van de artikelen 7, eerste lid en 8 van de verordening.↩︎
Artikel 8, gelezen in samenhang met artikel 7, eerste lid onder a, van de verordening.↩︎
Artikel 7, tweede lid, van de verordening.↩︎
Zo schrijft de regering in paragraaf 5.1 van het algemeen deel van de memorie van toelichting dat online platforms ‘steekproefsgewijs controles uit [moeten] voeren op het al dan niet bestaan van een registratieplicht in een bepaald gebied en, indien er een registratieplicht geldt, de geldigheid van het door verhuurders verstrekte registratienummer. De handhaving van deze verplichtingen wordt bij Minister van VRO belegd en zal feitelijk in mandaat worden uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Toezicht (ILT).’ Een vergelijkbare taakomschrijving van de ILT is opgenomen in paragraaf 6.2. Volgens paragraaf 6.4.1 daarentegen is de ACM aangewezen ‘als toezichthouder op de naleving van de verplichtingen (…) in artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van de verordening kortetermijnverhuur. Deze verplichtingen zien op conformiteit gericht ontwerp en de steekproefsgewijze controles van platforms op de verklaringen van aanbieders.’↩︎