[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Regeringsverklaring (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D08589, datum: 2026-02-25, bijgewerkt: 2026-02-26 09:36, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Regeringsverklaring

Regeringsverklaring

Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring.

De voorzitter:
Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring door de minister-president. Ik heet de nieuwe premier van harte welkom, net als alle ministers en staatssecretarissen, de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en iedereen thuis die dit debat volgt.

Ik deel u mee dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat vandaag niet aanwezig is vanwege zijn vaderschapsverlof. Wij wensen hem en zijn gezin een fijne kraamperiode. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat sluit later vandaag aan in verband met een uitvaart.

Het debat van vandaag markeert traditioneel de eerste ontmoeting tussen het nieuwe kabinet en de volksvertegenwoordiging. Nog meer dan eerdere keren schrijven we vandaag samen de eerste bladzijde van een nieuw hoofdstuk in onze parlementaire geschiedenis.

Zoals gebruikelijk in ons staatsbestel ligt het zwaartepunt bij het parlement. Vandaag krijgt dat nog een extra betekenis. Nederland heeft een minderheidskabinet. Dat betekent een nieuwe dynamiek tussen coalitie en oppositie, en dat het politieke proces, misschien wel meer dan ooit, hier in deze Kamer plaatsvindt. Politiek zoals politiek bedoeld is: in alle openheid en voor het oog van de kiezer.

Ik wil van dit moment gebruikmaken om iedereen te bedanken die een rol heeft gespeeld in de formatie: de verkenners, de informateurs, de formateur, de fracties en hun medewerkers. U heeft samen veel werk verzet. En u heeft daarbij ook oog gehad voor de breed gedragen wens om tempo te maken.

Voordat wij gaan luisteren naar de minister-president wil ik u eraan herinneren dat tijdens het uitspreken van de regeringsverklaring geen interrupties zijn toegestaan, ook niet achteraf. Het is mij een genoegen om het woord te geven aan de minister-president. U heeft het woord.

Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Ik realiseer me dat dit het enige moment is dat die spelregels gelden.

Ik feliciteer, ook namens het hele kabinet, de zojuist benoemde Kamerleden. Ik wens jullie heel veel succes en vooral ook plezier in het mooiste ambt dat je kunt vervullen, namelijk het zijn van een Tweede Kamerlid. Deze voltallige ploeg heeft er heel veel zin in om hier vandaag en morgen aanwezig te zijn, om inderdaad dat politieke debat in zijn pure vorm te aanschouwen, u aan te horen en ook te kijken wat we daarvan kunnen meenemen in ons dagelijks werk. Ik zag wat feedback op het tempo waarop ik de ministers en staatssecretarissen introduceerde bij de Koning. Dat was niet zozeer omdat ik daar heel veel tempo aan het maken was, maar omdat al deze mensen stonden te trappelen om die Oranjezaal binnen te komen, beëdigd te worden en aan het werk te gaan. Dat doen we heel graag vanaf vandaag.

Meneer de voorzitter. Een van de meest wijze mensen die ik ooit heb ontmoet was Jan Terlouw. Mildheid en scherpte gingen bij hem hand in hand en dat werd nog sterker naarmate hij ouder werd. Een gesprek met Terlouw voelde vaak als een warm bad en examen doen tegelijkertijd. Ik heb me de laatste tijd onwillekeurig weleens afgevraagd wat Jan zou hebben gevonden van de uitkomst van de formatie. Ongetwijfeld zou hij op onderdelen van het akkoord superkritisch zijn geweest, maar ik hoop ook dat hij er iets in zou herkennen van zijn eigen woorden na die iconische "touwtje uit de brievenbus"-toespraak. Hij zei toen tegen de aanwezige jongeren in de studio: "Ik heb een prachtig leven gehad. Ik wil dat jullie dat ook hebben." Voor mij is dat de essentie van wat politiek moet zijn. Politiek gaat over de toekomst en over hoe we die met optimisme en realisme tegemoet treden. Politiek gaat over een goed leven voor iedereen, inclusief de hoopvolle belofte dat kinderen het beter kunnen krijgen dan hun ouders.

Het klopt dat je anders kan kijken naar wat precies een goed leven is en welke politieke keuzes daarvoor nodig zijn. Toch ben ik ervan overtuigd dat de verschillen, als het erop aankomt, helemaal niet zo groot zijn. In de basis willen mensen namelijk hetzelfde: een huis en een inkomen, mee kunnen doen via een opleiding, een baan of een eigen bedrijf, een veilige omgeving, de zekerheid dat je niet meteen door het ijs zakt als het leven even tegenzit, goede en toegankelijke zorg, goed onderwijs en een duurzaam en leefbaar land voor later. Zo kan ik doorgaan, maar de kern is dat we willen bouwen aan een beter Nederland voor de politieman op straat, de onderwijzer voor de klas, de jonge boer in de melkput, de starter op de woningmarkt, de winkelier in de buurt en vul maar aan. Aan ons de opdracht om dat de komende jaren dichterbij te brengen met heldere prioriteiten, concrete veranderingen en graag ook een beetje tempo.

De keuzes daarvoor maken we in het coalitieakkoord. Dan bedoel ik allereerst de keuze voor investeringen in een sterke en innovatieve economie, in goed onderwijs, in defensie en veiligheid en in klimaat en duurzaamheid. Daarnaast maken we grote keuzes om los te trekken wat vastzit, zoals het stikstofbeleid, het migratiebeleid en de woningmarkt, zodat Nederland weer vooruit kan. Dat betekent: noodzakelijke keuzes durven maken, stoppen met problemen vooruitschuiven, zorgen dat de financiën op orde blijven, geen rekeningen doorschuiven naar later, en daar ook eerlijk over zijn, zodat goede zorg, een stevig sociaal vangnet en een fatsoenlijke oude dag ook straks nog voor iedereen beschikbaar zijn.

Voorzitter. Dan gaat het ook al snel over de beste manier om dat te bereiken. Wat ons betreft is er de komende jaren maar één manier: samenwerking in de politiek en met sociale partners, maatschappelijke organisaties, andere landen in het Koninkrijk en onze collega-overheden, de provincies, gemeenten en waterschappen. Samenwerking is de beste manier om resultaten te boeken die goed zijn voor heel Nederland, ook voor de kiezers die niet op een van de drie coalitiepartijen hebben gestemd. Met oog voor de diepgewortelde opvattingen van andere partijen, omdat democratie meer moet zijn dan de helft plus één: zo willen wij werken. Wat niet werkt, is als we in Den Haag de hele tijd alleen maar met onszelf bezig zijn. Dat hebben we nu wel lang genoeg geprobeerd. We moeten weg van de politiek van de vierkante millimeter, weg van het chagrijn, weg van elkaar constant de maat nemen. We zullen weer moeten leren luisteren, naar elkaar en vooral naar de samenleving. We willen ook gebruikmaken van die kracht van de samenleving, want er zit zo veel energie en betrokkenheid in mensen zelf. Nederland is een land van vrijwilligers, verenigingen, wijkinitiatieven en burenhulp. Dat moeten we koesteren en de ruimte geven. Dat betekent dat de overheid niet in de weg moet lopen, maar moet helpen en de juiste voorwaarden moet scheppen. Ons doel is een slagvaardige en slanke overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, een overheid die begrijpelijke taal spreekt en een menselijk gezicht laat zien. We staan dus niet tegenover mensen, maar ertussenin.

Voorzitter. Ik wil deze regeringsverklaring vooral benutten om antwoord te geven op één vraag: wat voor kabinet willen we zijn? Het korte antwoord heb ik eigenlijk al gegeven. We willen een kabinet zijn dat grote keuzes maakt voor de toekomst, op basis van heldere prioriteiten. We willen een kabinet zijn dat hervormt en noodzakelijke knopen doorhakt, ook als die ingewikkeld zijn. We willen een kabinet zijn van samenwerking.

Voordat ik daar meer over ga zeggen, ook vanuit mij een aantal woorden van dank aan Sybrand Buma en Wouter Koolmees en in het bijzonder aan Rianne Letschert. Zij heeft ons met humor, onbevangenheid en af en toe ook een vaste hand door een ingewikkeld inhoudelijk formatieproces geleid. Dank ook aan alle medewerkers van de Tweede Kamer en het Bureau Kabinetsformatie voor wie niets te veel was. Uiteraard dank ik ook de leden van het vorige kabinet voor hun inzet tot op het laatst, speciaal mijn voorganger. Dick Schoof, die op een bijzonder moment in onze parlementaire geschiedenis verantwoordelijkheid heeft genomen. Die heeft hij tot de allerlaatste dag voluit gedragen. Daaruit blijkt maar weer dat langeafstandlopers volhouders zijn. Ik wens hem het allerbeste, in het bijzonder bij het lopen van de Marathon van Sydney. Dick, dank voor de afgelopen tijd.

(Geroffel op bankjes)

Minister Jetten:
Voorzitter. Ik denk dat weinig mensen zullen betwisten dat internationale veiligheid een grote en misschien wel onze eerste prioriteit moet zijn. Voor het eerst in decennia beseffen we dat onze vrijheid en veiligheid niet in beton gegoten en ook niet gratis zijn. In Oekraïne vallen nu al vier jaar lang elke dag Russische bommen op woonwijken, energiecentrales en ziekenhuizen. Dat is geen ver-van-mijn-bedshow, maar een concrete geweldsdreiging, op slechts een paar uur vliegen. Voor het kabinet is het volstrekt duidelijk dat Nederland en Europa zich hiertegen moeten wapenen, samen met onze bondgenoten in de NAVO. Onze veiligheid is onze eigen verantwoordelijkheid. Met dit coalitieakkoord kiezen we daarom voluit voor doorgaande steun aan Oekraïne en voor grote investeringen in defensie. We gaan dat ook wettelijk vastleggen, omdat een sterke defensie niet kan zonder zekerheid voor de lange termijn.

Ook als we breder kijken, kunnen we er niet omheen: geopolitiek is in korte termijn machtspolitiek geworden. In hoog tempo wordt de naoorlogse internationale rechtsorde aangevallen en afgebroken. Oude allianties zijn minder zeker. Nederland en Europa worden geconfronteerd met de afhankelijkheid van big tech, met een ingewikkelde relatie met China en met autocratische tendensen wereldwijd, en zelfs ook binnen Europa. De vraag is: laten we ons dat overkomen of niet? Wat mij betreft is dat een retorische vraag.

De Europese Unie heeft in het verleden bewezen dat een sterke democratie en rechtsstaat dé waarborg zijn voor vrede, veiligheid en voorspoed. Rechtszekerheid staat aan de basis van een sterke Europese economie, waarin bedrijven met vertrouwen investeren, zodat 450 miljoen mensen een goed leven kunnen opbouwen. In Europa gaan waarde en welvaart samen. Er is dus geen enkele aanleiding voor calimerogedrag. Europa leert de taal van de machten spreken. Dat is ook hoognodig. Wij geloven dat een sterk Europa en een sterk Nederland in elkaars verlengde liggen. In die sterke, eensgezinde Europese Unie moet Nederland weer een drijvende kracht zijn, zoals past bij een van de zes oprichters van en de vijfde economie in de EU. Meer aandacht voor onze aanwezigheid in de wereld hoort daar ook bij, inclusief extra geld voor het postennetwerk en ontwikkelingssamenwerking. Je moet namelijk aan tafel zitten om mee te praten.

We investeren daarnaast in onze nationale veiligheid en in de kracht van onze democratische rechtsstaat. Iedereen heeft recht op een onbezorgd gevoel van veiligheid, op straat en achter de voordeur. Dat vraagt niet alleen om een goed toegeruste politie, maar ook om meer aandacht voor het tegengaan van huiselijk geweld en femicide. Het vraagt om extra inzet op cybersecurity en een weerbare samenleving, waarin mensen elkaar op buurtniveau vinden en helpen als de nood aan de man komt. We kunnen en mogen ook nooit accepteren dat onze rechtsstaat van binnenuit wordt ondermijnd door de georganiseerde misdaad of dat journalisten, advocaten en politici worden bedreigd.

We mogen ook nooit accepteren dat mensen in ons land zich uitgesloten voelen, zoals dat helaas nog te vaak het geval is. Daartegen zullen we als kabinet steeds in het geweer komen, en hopelijk doen niet alleen wij dat. In Nederland, in ons land, moet het namelijk niet uitmaken waar je woont, wat de kleur van je huid is, waar je wieg of die van je ouders stond, wat je gelooft of van wie je houdt. Dat is het fundament waarop we staan.

Voorzitter. Prioriteiten stellen en grote keuzes maken, betekent in de politiek ook geld vrijmaken voor de dingen die je belangrijk vindt. Dat zien we terug in de afspraken over wonen en infrastructuur, over landbouw, natuur en de stikstofaanpak, over energie en klimaat en over economie en onderwijs. Meer geld betekent natuurlijk niet dat alles morgen is opgelost. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen. Ik ben ervan overtuigd dat mensen dat heel goed snappen. Meer geld is meestal ook niet de enige of de hele oplossing, maar het kan wel helpen om naar die oplossingen toe te werken, zeker in combinatie met minder regels, minder procedures en minder obstakels voor burgers en bedrijven.

Dat is precies hoe we het de komende jaren willen doen. Ook hier is "samen" het toverwoord. Samen met bedrijven en kennisinstellingen willen we dus werken aan een stabiel ondernemersklimaat, dat uitnodigt om te investeren en te innoveren. Dat willen we doen door bijvoorbeeld te werken aan meer capaciteit op het elektriciteitsnet, te investeren in infrastructuur, door het makkelijker te maken voor kleine bedrijven, vaak familiebedrijven, om personeel aan te nemen en door de oprichting van een nationale investeringsbank. Alleen al vanwege de snelle opmars van AI moeten we ons opmaken voor een nieuwe economie. Ook de klimaatopgave, die zo bepalend is voor de toekomst van onze jongeren, vraagt om nieuwe kennis en nieuwe toepassingen van die kennis. De start-up van vandaag kan namelijk het ASML van morgen zijn. Daarom moet talent de ruimte krijgen. Daarom moeten zelfstandigen de ruimte krijgen. Daarom moet ondernemerschap de ruimte krijgen. In de bedrijven worden namelijk de banen gecreëerd en de euro's verdiend waarmee mensen hun boodschappen en huur betalen. Daarmee worden ook zorg, onderwijs en andere voorzieningen gefinancierd. Om al die voorzieningen op peil te houden, hebben we gezonde economische groei nodig. Een grotere koek is daarbij voor iedereen beter.

Niet minder belangrijk: een baan brengt mensen ook persoonlijke ontwikkeling, zelfvertrouwen en sociaal leven. We zullen daarom doen wat we kunnen om zo veel mogelijk mensen de kans te geven om mee te doen op de arbeidsmarkt en in de nieuwe economie. Er is nog altijd een schreeuwend tekort aan personeel, terwijl een miljoen mensen met een uitkering aan de kant staan. Laat er geen misverstand over bestaan: een goed sociaal vangnet is onmisbaar en een belangrijke verworvenheid. Tegelijk zijn er genoeg mensen die dolgraag aan de slag willen, maar nu vastzitten in een doolhof aan regelingen. Die mismatch willen we aanpakken en die knopen willen we ontwarren. We moeten van niet goed werkende stelsels naar werkende mensen. Dat begint aan de keukentafel, met extra steun aan gezinnen. Het moet makkelijker worden om werk met kinderen te combineren en we willen dat ouders meer rust en zekerheid krijgen door verschillende kindregelingen samen te voegen.

Voorzitter. In het verlengde daarvan investeren we ook in het onderwijs. Aan de voorkant van een goed functionerende arbeidsmarkt en een sterke economie en samenleving staat namelijk goed onderwijs. Kinderen en jongeren verdienen de best mogelijke start. Het land van morgen is immers hun land. Daarom investeren we over de volle breedte in hun toekomst: van de basisvaardigheden, lezen en schrijven, en een sterkere positie voor het mbo tot meer geld voor wetenschap en onderzoek.

Voorzitter. Als er twee onderwerpen zijn die Nederland nu al veel te lang op slot zetten, zijn dat wel stikstof en wonen — met alle gevolgen van dien, zeker voor jongeren: voor de jonge boer die het familiebedrijf wil overnemen, maar ook voor de jonge starter op de woningmarkt die popelt om ergens zelfstandig een leven te beginnen. Als er ergens urgentie is om de mouwen op te stropen en aan de slag te gaan, dan is het wel op deze terreinen. Daarom gaan we samen met boeren, provincies en natuurorganisaties doen wat nodig is voor een landbouwsector van de toekomst, voor natuurherstel en biodiversiteit en voor het op gang brengen van de vergunningverlening. We kunnen dat niet langer voor ons uitschuiven. De pot met geld voor de stikstofaanpak wordt weer goed gevuld. Nederlandse boeren verdienen ook een duidelijk perspectief. Ons land moet nu echt van het slot. We gaan ook samen met corporaties bouwen en met onze collega-overheden alles uit de kast halen om die doelstelling te halen van 100.000 woningen per jaar met 30 grootschalige nieuwbouwlocaties in het land. Met extra geld later in deze periode en met kortere en eenvoudigere procedures op korte termijn moet dat lukken. Dat is ook letterlijk bouwen aan een beter Nederland.

En ja, het coalitieakkoord bevat ook stevige hervormingen, zoals de verkorting van de WW-duur, de verhoging van de AOW-leeftijd per 2033 en een rem op de zorgkosten. We hebben daar al eerder uitvoerig over gedebatteerd en ik twijfel er niet aan dat deze onderwerpen ook vandaag en morgen weer uitgebreid voorbij zullen komen. Het punt is dat nu niet kiezen, op termijn nog meer pijn gaat doen. Als je mensen vraagt of onze kinderen en kleinkinderen later ook moeten kunnen genieten van hun oude dag en van goede, toegankelijke zorg, dan zegt iedereen: ja, natuurlijk willen we dat. Maar niemand vindt het fijn daarvoor nu een pas op de plaats te moeten maken. En toch, toch moeten we de zorgkosten en de kosten van de vergrijzing beheersbaar houden. Alle deskundigen zeggen ons al jaren: politiek, doe iets! Het beste moment om daarmee te beginnen was een paar jaar geleden, maar het een-na-beste moment is vandaag. Niets doen betekent immers dat we de jongeren van nu opzadelen met onmogelijke financiële lasten en onhoudbare voorzieningen. Dat wil ook niemand. Daarom willen wij het kabinet zijn dat knopen doorhakt en wél die noodzakelijke keuzes maakt. Daar gaan we vanaf dag één met u, met de zorgsector en met de sociale partners mee aan de slag. Daarover gaan we in gesprek.

Voorzitter. Het asiel- en migratiebeleid gaat ook over noodzakelijke keuzes. Het is geen geheim dat de drie partijen in deze coalitie daar van huis uit behoorlijk verschillend naar kijken. Maar hoelang houdt dit onderwerp het maatschappelijke en politieke debat al gegijzeld zonder dat er wezenlijk iets is veranderd? Hoelang weten we al dat de manier waarop het nu is georganiseerd niet werkt? Er moet iets gebeuren. We willen de komende jaren rust brengen in de asielketen door drie dingen te bereiken: een lagere instroom, fatsoenlijke opvang en zorgen dat kansrijke asielzoekers vanaf dag één mee kunnen doen door de taal te leren en te werken. Onze plannen zijn zowel streng als gericht op een asielketen die werkt. Dat begint met een lagere instroom, omdat we zien dat ongecontroleerde migratie te veel vraagt van de draagkracht van de samenleving. Natuurlijk lossen we niet ineens alle problemen op, maar we gaan er wel meteen mee beginnen. Uitvoerende organisatie zoals de IND en het COA hebben lucht nodig en ze moeten weten waar ze aan toe zijn. Gemeentes moeten zich weer gesteund voelen door Den Haag. We moeten samenwerken met landen binnen en buiten Europa om het probleem zo dicht mogelijk bij de bron aan te pakken, met als uiteindelijk doel om grip te hebben op migratie in een asielsysteem waarin er altijd plek is voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld of vervolging.

Voorzitter. Ik kom tot slot bij het kabinet van samenwerking dat we willen zijn. We realiseren ons heel goed dat de eerste verantwoordelijkheid daarvoor bij ons ligt. Wij zullen met goede voorstellen moeten komen. We zullen het gesprek opzoeken met maatschappelijke organisaties en de polder, met collega-overheden en de mensen overal in het land, en natuurlijk ook met u allen en de leden van de Eerste Kamer. We zullen goed luisteren en ons de blaren op de tong praten. Als het een keer niet lukt of het net iets anders moet, dan moeten we daar als volwassen mensen mee omgaan. Natuurlijk staan wij als coalitie gewoon voor onze plannen, maar plat gezegd moeten we hier wel zakendoen met elkaar. Goede ideeën en slimme alternatieven zijn dus welkom, als we maar met elkaar bereid zijn om te doen wat nodig is, we met elkaar maar onder ogen durven zien dat Nederland niet gebaat is bij politici die stikken in hun eigen gelijk en we met elkaar maar kunnen werken volgens de bekende woorden van Jan de Koning: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Ik geloof echt dat de mensen in Nederland daarnaar snakken. Ze snakken naar pragmatische politiek die bereid is compromissen te sluiten die ons land verder brengen. U begrijpt, voorzitter, dat de koffiemachines al staan op te warmen.

Voorzitter. Tot slot één persoonlijke notie. Er is mij de komende jaren veel aan gelegen dat mensen weer gaan voelen dat de politiek er voor hen is, juist ook de mensen die dat gevoel zo erg zijn kwijtgeraakt. Dat zijn er veel te veel. Ik hoop heel erg dat we er de komende jaren in zullen slagen om stap voor stap iets van het verloren vertrouwen in politiek en overheid terug te winnen. Jan Terlouw sprak in dat verband graag van een "vertrouwensdemocratie". Hij vond dat je door op iemand te stemmen voor vier jaar het vertrouwen geeft aan mensen zoals u en ik. Je geeft het vertrouwen dat zij — dat zijn wij hier dus — die stem voor iets goeds gebruiken. Maar dat werkte voor Terlouw wel twee kanten op.

Politici moeten omgekeerd ook laten zien dat ze vertrouwen hebben in de samenleving en dat ze begrijpen dat vertrouwen krijgen ook een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Dat betekent dat de politiek moet werken voor iedereen. Ik realiseer me heel goed dat dat snel en makkelijk gezegd is. Het is een stuk moeilijker om het waar te maken. Maar dat moet wel onze ambitie zijn. Ik hoop dat dat ook onze gezamenlijke ambitie is, van Kamer en kabinet. Ik zeg graag toe dat het nieuwe team hier in vak K zich daar maximaal voor zal inspannen en dat ik van plan ben om als premier voorop te gaan wat dat betreft. Zo gaan we aan de slag, met optimisme over de toekomst van ons land, met realisme omdat niet alle problemen morgen zijn opgelost, en vooral met het vertrouwen dat politiek met elkaar meer oplevert dan tegenover elkaar.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Ik dank de minister-president voor zijn regeringsverklaring.