Verslag
Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2026D08702, datum: 2026-02-26, bijgewerkt: 2026-02-27 11:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: J.J. Meijerink, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36882 -5 Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie.
Onderdeel van zaak 2026Z00825:
- Indiener: N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-01-21 13:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-28 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-02-26 14:00: Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
36 882 Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 26 februari 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave
Algemeen deel
Inleiding
Aanleiding en achtergrond van het voorstel
Inhoud van het wetsvoorstel
3.1 Proces van indicatiestelling door het CIZ
3.2 Overwogen aanvullende waarborgen ter bescherming van de verzekerde die niet in staat is zelf een aanvraag in te dienen
10. Evaluatie
11. Advies en consultatie
Algemeen deel
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de wijzigingen van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. De leden van de D66-fractie onderstrepen het belang van dit wetsvoorstel, dat de toegankelijkheid van de Wet langdurige zorg waarborgt door familieleden de mogelijkheid te geven een aanvraag in te dienen wanneer de verzekerde dat zelf niet meer kan en er geen wettelijk vertegenwoordiger of machtiging is geregeld.
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel met betrekking tot de Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. Op het moment hebben zij hierbij geen verdere vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. Zij hebben hier nog enkele vragen over.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van wet en de memorie van toelichting. Deze leden vinden het belangrijk dat kwetsbare mensen niet tussen wal en schip vallen door formaliteiten. Tegelijk moet het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt voorop blijven staan en mag een wetswijziging niet leiden tot extra bureaucratie of onwerkbare situaties in de uitvoering.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van Wijziging Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. De leden hebben geen vragen aan de minister.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Zij steunen de regering in dit voorstel dat al lang een wens is van cliënten, hun familie en de zorgsector. Deze leden dringen aan op een snelle behandeling en invoering van de wet. Welke datum ambieert de regering om deze wet in te laten gaan?
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben hier nog een enkele vraag over.
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie. Genoemde leden delen de mening dat het ontbreken van deze mogelijkheid in de praktijk zorgt voor een onnodige belemmering van de toegang tot de Wlz-zorg, niet iedereen heeft immers een levenstestament of zelfgeschreven wilsverklaring. Voorkomen moet worden dat door het ontbreken van deze mogelijkheid het verkrijgen van zorg vanuit de Wlz een tijdrovend proces wordt met daarbovenop nog een toename van administratieve lasten. Daarom onderschrijven de leden van de Groep Markuszower de noodzaak van deze wetswijziging en hebben zij daarover geen nadere vragen of opmerkingen.
Inleiding
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden allereerst willen benadrukken dat zij veel waarde hechten aan de toegankelijkheid van de zorg. Zij lezen dat het onderhavige wetsvoorstel beoogt om de toegankelijkheid tot de Wlz te waarborgen en onderstrepen dit doel.
Aanleiding en achtergrond van het voorstel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de ondertekening van de aanvraag duidelijk maakt dat iemand uit vrije wil om een indicatiebesluit vraagt en overziet wat de rechten en plichten van de aanvraag zijn. Zou nader toegelicht kunnen worden op welke wijze gewaarborgd wordt dat dit uit vrije wil gebeurt en de aanvrager de rechten en plichten van de aanvraag voldoende overziet?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het tijdig opstellen van een levenstestament bij de notaris, het afgeven van een schriftelijke machtiging of tijdig aanvragen van een wettelijk vertegenwoordiger aanbevelenswaardig is. Zou nader toegelicht kunnen worden op welke wijze deze aanbeveling eventueel gecommuniceerd wordt naar mensen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het in de huidige situatie met regelmaat voorkomt dat cliënten die thuis wonen en daarnaast veel begeleid en verzorgd worden door familieleden, maar dat deze zorg uiteindelijk niet meer voldoende is met als gevolg dat de naasten onder druk komen te staan en de zorg niet meer aankunnen. Wat zijn de eventuele gevolgen voor de druk op mantelzorgers indien dit wetsvoorstel aangenomen zou worden? Is hier ook nader onderzoek naar verricht, zoals bijvoorbeeld naar de gedragseffecten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de huidige praktijk indien een Wlz-aanvraag voortvloeit uit een acute ontwikkeling, zoals een beroerte, het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) de aanvraag gelet op de spoedeisende zorgbehoefte alsnog in behandeling zal nemen ondanks het ontbreken van een handtekening. Zou nader toegelicht kunnen worden aan de hand van welke criteria wordt bepaald of er sprake is van een acute ontwikkeling en/of een spoedeisende zorgbehoefte?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het knelpunt zich voordoet wanneer een meerderjarige verzekerde de gevolgen van een aanvraag niet kan overzien en er geen wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde aanwezig is. Zij vragen hoe vaak deze situatie zich jaarlijks voordoet en hoeveel mensen hierdoor feitelijk vertraging oplopen in het krijgen van passende zorg. Verder vragen zij welk deel van de problemen in de praktijk werkelijk te maken heeft met wilsonbekwaamheid en welk deel met administratieve fouten of onduidelijkheid rond handtekeningen.
De leden van de PVV-fractie begrijpen dat het doel is de toegang tot langdurige zorg te verbeteren. Zij vragen concreet welke verbetering in doorlooptijd wordt verwacht en hoeveel situaties van zorguitstel hiermee worden voorkomen.
Inhoud van het wetsvoorstel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het met dit wetsvoorstel mogelijk wordt dat de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel een ander familielid de aanvraag kan doen. Zou nader toegelicht kunnen worden wat er bedoeld wordt met ‘andere levensgezel’ en wat onder dit containerbegrip zou vallen? Welke ruimte biedt dit wetsvoorstel daarmee aan niet-traditionele gezinnen of relaties, zoals bijvoorbeeld meeroudergezinnen? Welke criteria worden gehanteerd voor het bepalen wie wel of niet een aanvraag mag doen namens de cliënt en hoe rijmt dit met de rechten van personen met niet-traditionele gezinnen of relaties? Hoe wordt gereflecteerd op het risico op praktische barrières bij de toepassing van het wettelijk kader, gelet op de reikwijdte van de term ‘andere levensgezel’ in het onderhavige voorstel? Welke eventuele praktische drempels zouden niet-traditionele gezinnen bijvoorbeeld in de praktijk alsnog kunnen ervaren en zijn er wijzen om dat te ondervangen binnen het onderhavige voorstel?
De leden van de PVV-fractie lezen dat er een volgorde geldt binnen de familiekring. Zij vragen hoe in de praktijk wordt vastgesteld wie als levensgezel wordt gezien en wat er gebeurt bij twijfel of conflict. Ook vragen zij hoe wordt gehandeld wanneer meerdere familieleden zich melden of elkaar tegenspreken en hoe vertraging voor de cliënt wordt voorkomen. Specifiek vragen zij aandacht voor situaties waarin een nauwelijks betrokken familielid een aanvraag doet terwijl andere naasten daar anders over denken.
Verder lezen deze leden dat familie alleen kan aanvragen wanneer geen curator, mentor of gemachtigde optreedt. Zij vragen hoe het CIZ controleert dat een gemachtigde daadwerkelijk niet optreedt en hoe wordt gehandeld wanneer familie stelt dat deze onbereikbaar is terwijl zorg dringend nodig is.
Proces van indicatiestelling door het CIZ
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het CIZ bij alle aanvragen onderzoek doet naar de relevante feiten en omstandigheden ter bepaling van de noodzaak van permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals dat in artikel 3.2.1, eerste en tweede lid, van de Wlz is bepaald). Zou nader toegelicht kunnen worden op welke wijze het CIZ dit onderzoek verricht en welke stukken het hiervoor in het onderzoek meeneemt? De leden van de fractie GroenLinks-PvdA lezen tevens dat bij gerede twijfel het CIZ de ondertekening / aanvraag zal onderzoeken. Wanneer is er sprake van gerede twijfel?
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast hoe wordt voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat in situaties waarin de Wlz en onvrijwillige zorg samenlopen. Zij willen weten hoe de praktijk wordt geïnformeerd zodat zorgverleners en naasten weten welke route moet worden gevolgd.
De leden van de SP-fractie lezen dat de verlening van zorg op basis van vrijwilligheid zal plaatsvinden en dat er anders een beroep moet worden gedaan op de Wzd of Wvggz. Zij vragen hoe dit in praktijk eruit ziet als mensen niet meer zelf in staat zijn om een Wlz-aanvraag te ondertekenen. Hoe verhoudt de vrijwillige basis van opname in een zorginstelling zich tot het gebrek aan de capaciteit om hier zelf een afweging over te maken?
Overwogen aanvullende waarborgen ter bescherming van de verzekerde die niet in staat is zelf een aanvraag in te dienen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er twee opties zijn overwogen als mogelijk aanvullende waarborgen ter bescherming van de verzekerde. Zijn er naast deze twee genoemde opties, nog andere mogelijkheden? Zo ja, om welke mogelijkheden gaat dit, waarom zijn deze niet meegenomen in de overwegingen en zou alsnog een toelichting met de overweging aangeleverd kunnen worden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat naar het oordeel van de regering de verplichting voor het aangeven waarom een verzekerde niet zelf in staat is om de aanvraag te doen, in combinatie met de procedure zoals die al door het CIZ is gericht, en de mate waarin de zeggenschap van de verzekerde bij de zorgverlening wordt meegewogen, voldoende waarborgen bieden ter bescherming van de verzekerde. Zou nader toegelicht kunnen op basis waarvan de regering tot dit oordeel is gekomen? Op welke wijze heeft de regering de afweging gemaakt tussen zelfbeschikking, rechtsbescherming, toegang tot passende zorg en administratieve lasten?
Evaluatie
De leden van de PVV-fractie vragen of de effecten van deze wetswijziging eerder dan bij de algemene evaluatie kunnen worden gemonitord, zodat duidelijk wordt of de toegankelijkheid daadwerkelijk verbetert en of zich problemen voordoen met druk, misbruik of conflicten binnen families.
Advies en consultatie
Tot slot lezen de leden van de PVV-fractie dat Vereniging Valente en de Nederlandse ggz specifiek aandacht vragen voor de context van de Wlz-ggz groep. Zij vragen de regering om hier nog eens nader op in te gaan.
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Meijerink