Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026
Brief regering
Nummer: 2026D08805, datum: 2026-02-26, bijgewerkt: 2026-02-27 10:09, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
- Mede ondertekenaar: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Beslisnota bij Kamerbrief Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026
- Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026
Onderdeel van zaak 2026Z03875:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-03-02 12:00: JBZ Raad 5-6 maart 2026 (Brussel) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-03-03 17:00: JBZ Raad (Brussel) (Commissiedebat), vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-03-19 12:00: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Hierbij bieden wij, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, uw Kamer de geannoteerde agenda aan van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 5-6 maart a.s. in Brussel. De minister van Justitie en Veiligheid, de minister van Asiel en Migratie en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zullen aan de Raad deelnemen.
Daarnaast informeren wij uw Kamer over de volgende onderwerpen.
Kopgroep contraterrorisme ontbijt
Voorafgaand aan de JBZ-Raad op 5 maart a.s. organiseert Nederland een ontbijtbijeenkomst van de kopgroep terrorismebestrijding, die de minister van Justitie en Veiligheid zal voorzitten. Tijdens deze bijeenkomst spreekt de kopgroep (bestaande uit België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Spanje, Zweden) en de EU Contraterrorismecoördinator over het tegengaan van online radicalisering en de ontwikkelingen in Syrië en de implicaties daarvan op de interne veiligheid van de EU en op contraterrorisme. Dit als voorbereiding op de werklunch tijdens de JBZ-Raad.
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad
over de EU-visumstrategie
De Europese Commissie heeft op 29 januari jl. – voor de eerste keer
– een strategie gepubliceerd over een toekomstbestendig visumbeleid. Het
visumbeleid valt onder de primaire verantwoordelijkheid van de minister
van Buitenlandse Zaken. Vanwege de raakvlakken met het asiel- en
migratiebeleid valt de kabinetsappreciatie van de EU-visumstrategie ook
onder de gedeelde verantwoordelijkheid van de minister van Asiel en
Migratie.
Met de strategie beoogt de Commissie het visumbeleid meer strategisch in te zetten in een snel veranderende wereld en tegelijkertijd bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van de Europese economie en de concurrentiepositie van de EU wereldwijd te verstevigen. Dit sluit aan bij de positie van het kabinet voor een sterke Europese Unie die daadkrachtig optreedt voor veiligheid en het beheersen van migratie. Het is nodig om wendbaar te zijn, en waar nodig (ad-hoc) maatregelen te kunnen nemen. Gerichte visumbeperkingen moet sneller mogelijk worden bij verslechteringen in de politieke- of veiligheidssituatie in een derde land, de samenwerking op het gebied van terugkeer of bij vijandige acties door een derde land (zoals hybride dreigingen). Het kabinet ondersteunt de inzet van de Commissie om (terugkeer)samenwerking met visumplichtige landen meer af te kunnen dwingen door middel van het sneller en flexibeler kunnen inzetten van visummaatregelen, zoals het opschorten van de visumafgifte (art 25bis Visumcode). Ook volgt het kabinet de lijn van de Commissie dat er momenteel – behoudens artikel 25bis Visumcode – geen andere instrumenten zijn om maatregelen te nemen ten aanzien van visumplichtige landen als de situatie op het gebied van migratie, veiligheid of politiek (plotseling) verslechtert, terwijl een dergelijk breed inzetbaar instrument wel bestaat voor visumvrijgestelde landen (het visumopschortingsmechanisme). De Commissie noemt o.a. de mogelijkheid om tijdelijk geen visumaanvragen te behandelen als maatregel. Een dergelijk instrument moet ook de strategische autonomie van de EU versterken. Visumvrijheid is een recht dat komt met plichten. Het recent herziene visumopschortingsmechanisme zal daarom waar noodzakelijk en opportuun benut moeten worden volgens de Commissie. Het kabinet steunt dit ten volle. Binnenkort ontvangt uw Kamer de appreciatie van het achtste rapport van de Commissie- over het opschortingsmechanisme.
Documentveiligheid is cruciaal voor een veilige Schengenzone. Dit wil de Commissie versterken door een uniforme lijst van erkende reisdocumenten op te stellen. Erkenning van reisdocumenten is nu een nationale competentie, waardoor Nederland snel een besluit kan nemen als de situatie daarom vraagt. Hierdoor is er echter geen geharmoniseerd EU-standpunt. Een eventueel voorstel van de Commissie zal het kabinet op zijn merites beoordelen. Om het kader van kort verblijf (90 dagen binnen een periode van 180 dagen) beter te waarborgen, stuurt de Commissie aan op het uitfaseren van bilaterale verdragen die hier een uitzondering op bieden. Nederland steunt het uitgangspunt vanwege de uniformiteit binnen het Schengengebied, maar vanwege de waarde van deze vriendschapsverdragen en de impact van het opheffen ervan, zal het kabinet dit per geval beoordelen. Het kabinet ziet meerwaarde in het voorstel om gebruik te maken van de expertise van het Europese Grens- en Kustwachtgezelschap Frontex voor wat betreft training, documentverificatie en opstellen van trendrapportage ten bate van het visumproces, maar wenst geen directe betrokkenheid van het Agentschap bij het beslisproces. De beoordeling van visumaanvragen moet volgens het kabinet volledig bij de lidstaten blijven.
Aanpassing van de Visumcode is noodzakelijk om bepaalde ideeën en voorstellen uit de visumstrategie van de Commissie mogelijk te maken. De verwachting is dat de Commissie afhankelijk van de appreciatie van de lidstaten in de loop van 2026 met een concreet wetgevingsvoorstel hiertoe zal komen. Nederland kijkt uit naar deze concrete verbeterslag en zal een voorstel te zijner tijd op zijn merites beoordelen via het reguliere proces van een BNC-fiche.
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad:
Europese asiel- en migratiebeheerstrategie
Op 29 januari jl. publiceerde de Commissie de vijfjaarlijkse
strategie voor asiel- en migratiebeheer conform de gelijknamige
verordening. In de strategie formuleert de Commissie vijf prioriteiten:
1) Migratiediplomatie intensiveren, 2) Sterke EU-grenzen voor betere
controle en Veiligheid, 3) Een stevig, eerlijk en aanpasbaar asiel- en
migratiestelsel, 4) Doeltreffender terugkeer en overnamebeleid, 5).
Arbeids- en talentmobiliteit om het concurrentievermogen te stimuleren.
De strategie is een herbevestiging van de lopende inzet op deze vijf
prioriteitsgebieden; de afgelopen jaren zijn er op deze gebieden
significante stappen zijn gezet. Voorbeelden hiervan zijn het akkoord
over het Europese Asiel- en Migratiepact en de verschillende brede,
strategische partnerschappen die de Commissie met landen buiten de EU is
aangegaan. De aankomende vijf jaar staan in het teken van het
bestendigen en versterken van dit beleid. Het kabinet verwelkomt de
strategie en steunt in grote lijnen de prioriteiten die daarin geschetst
worden. Hieronder wordt een korte appreciatie gegeven op de inzet van de
Commissie op de vijf prioriteiten.
Het kabinet verwelkomt de focus van de Commissie op het verder vormgeven en versterken van de samenwerking met derde landen door middel van brede en wederkerige partnerschappen. Onderdeel hiervan is steun voor opvang in de regio, terugkeerondersteuning en de versterking van de aanpak van mensensmokkel, onder andere door de voorzetting van de Global Alliance Against Human Smuggling. Het kabinet kijkt in dat kader ook uit naar het Commissievoorstel voor een sanctie instrument tegen mensensmokkelaars. Hoewel de Commissie oog heeft voor innovatieve oplossingen in de strategie acht het kabinet het van belang dat de Commissie haar strategie verder concretiseert op dit punt om innovatieve oplossingen zoals terugkeerhubs en het veilig-derde-land-concept te operationaliseren1. De geschetste aanpak van de Commissie voor een breed spectrum aan maatregelen, waar naast de inzet op brede partnerschappen, ook het inzetten van negatieve maatregelen, waaronder visummaatregelen en het algemeen preferentieel stelsel, onderdeel van zijn, sluit aan bij de inzet van het kabinet.
Het kabinet onderschrijft het belang van het versterken van het buitengrensbeheer als één van de vijf prioriteiten voor de komende vijf jaar. De Commissie legt in dit kader de focus op het verder ontwikkelen en uitrollen van de digitale grensbeheersystemen waaronder het in-uitreissysteem (EES), het Europese systeem voor reisinformatieautorisatie (ETIAS), alsook de tijdige implementatie van de screeningsprocedure. Dit is in lijn met de inzet van het kabinet. In het verlengde daarvan is digitalisering en de inzet van technologische innovatie waaronder artificiële intelligentie, inclusief een aankondiging van een AI-forum, een focusgebied in de strategie. Daarnaast verwijst de Commissie naar de geplande herziening van de Frontex-verordening om grensbeheer te versterken. Voor Nederland staan, in lijn met de strategie, innovatie en informatiegestuurd optreden voorop bij het grensbeheer. Het is van belang dat het gebruik van nieuwe innovatieve systemen en verdere digitalisering van grensmanagement leidt tot versterking van informatie- en risico gestuurd optreden van grensautoriteiten. Het kabinet zet zich hier actief in de EU voor in. Daarnaast roept het kabinet in de EU op tot het aanpakken van structurele kwetsbaarheden en tekortkomingen van het Schengenacquis.
Op het EU asiel- en migratiestelsel benadrukt de Commissie, in lijn met Nederlandse inzet, dat een tijdige en volledige implementatie van het Pact noodzakelijk is. Het kabinet zet zich hier op Europees niveau stelselmatig voor in. De Commissie neemt verder een vlucht vooruit naar de evaluatie van de asiel- en migratiebeheerverordening (AMMR) en de asielprocedureverordening (APR), die aangekondigd is in 2027. Het kabinet zal dit nauwgezet volgen. Een goede evaluatie is cruciaal om te kunnen beoordelen hoe regelgeving wordt toegepast in de praktijk en om vast te stellen of er tekortkomingen zijn in de regelgeving.
De Commissie zet verder in op het bouwen aan een gemeenschappelijke Europees terugkeersysteem. De basis hiervoor moet in de toekomst de terugkeerverordening worden. De Commissie noemt ook expliciet de ontwikkeling van terugkeerhubs als onderdeel van het gemeenschappelijk Europees terugkeersysteem. Het is voor het kabinet een prioriteit om het terugkeersysteem en daarmee de terugkeercijfers in de EU te verbeteren en ziet het belang van het inzetten van het gehele EU-instrumentarium voor het verbeteren van de terugkeersamenwerking met derde landen. Ook steunt het kabinet dat de Commissie in haar strategie specifiek aandacht geeft aan terugkeer naar complexe landen en gebieden waaronder Syrië. Het kabinet blijft oproepen tot een gecoördineerde EU inzet op Syrië om irreguliere migratie tegen te gaan en terugkeer te bevorderen door bij te dragen aan het verbeteren van de veiligheid en socio-economische omstandigheden in Syrië.
Als laatste wil de Commissie stevig blijven inzetten op arbeids- en talentmobiliteit in de samenwerking met derde landen onder andere door bestaande talentpartnerschappen uit te breiden en nieuwe te lanceren. De Commissie introduceert geen wetgevende voorstellen, maar doet wel aanbevelingen om het bestaande EU-acquis beter te benutten, bijvoorbeeld door procedures te vereenvoudigen. In het bijzonder heeft de Commissie – samen met de EU-visumstrategie – een separate aanbeveling gepubliceerd over het aantrekken van talent ter bevordering van innovatie.2 Ook zet de Commissie in haar strategie in op het bestrijden van arbeidsuitbuiting en het bevorderen van integratie van arbeidsmigranten. Het is positief dat de Commissie arbeidsmobiliteit nadrukkelijker verbindt aan migratiediplomatie, met zowel aandacht voor kansen om talent aan te trekken, als voor risico’s die dat mee kan brengen, zoals arbeidsuitbuiting. Ook onderschrijft het kabinet dat kennismigratie nodig blijft voor het behoud van het concurrentievermogen van de Unie. Tegelijkertijd is het kabinet kritisch op het directe verband tussen arbeidsmigratie en tekorten op de arbeidsmarkt. Ook had het kabinet in dit verband graag aandacht gezien voor de problematiek rond doordetachering van derdelanders. Uw Kamer wordt voorts via het reguliere BNC-traject geïnformeerd over de aanbeveling van de Commissie inzake het aantrekken van talent ter bevordering van innovatie.
De vijfjarige asiel- en migratiebeheerstrategie van de Commissie vormt een goede basis voor de Europese asiel- en migratieagenda voor de aankomende jaren. Het kabinet kijkt daarom uit naar de verdere uitrol van de strategie en de daarmee samenhangende voorstellen.
Formeel akkoord inzake voorstellen herziening veilig-derde-land-concept
en EU-lijst veilige landen van herkomst
Op 23 februari jl. werden de nieuwe regels voor veilige derde landen en een EU-lijst van veilige landen van herkomst, als onderdelen van het asiel en migratiepact, bekrachtigd in de Raad. Deze aanpassingen zullen gelijktijdig met het Pact van toepassing worden op 12 juni dit jaar. De nieuwe regels zijn in lijn met de algemene oriëntaties van de Raad die werden aangenomen tijdens de JBZ-Raad van 8 en 9 dec jl.3 Voor de nieuwe regels ten aanzien van het concept van veilige derde landen gaat het in het bijzonder om de aanpassingen van het bandencriterium, waardoor het beter mogelijk wordt het concept toe te passen als een verzoeker voor internationale bescherming op zijn reis naar de EU door een veilig land is gereisd, of als er een overeenkomst of regeling is gesloten met een derde land. De EU-lijst van veilige landen van herkomst zorgt voor meer harmonisering in de EU bij de beoordeling van kansarme asielprocedures.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
De Minister van Asiel en Migratie,
Bart van den Brink
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Claudia van Bruggen
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2025, 32 317, nr. 987.↩︎
Commissieaanbeveling inzake het aantrekken van talent voor innovatie, 29 januari 2026, C(2026) 462.↩︎
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 32 317, nr. 987.↩︎