[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Afschrift brief aan Eerste Kamer over uitzondering op verbod contante betalingen

Bijlage

Nummer: 2026D09636, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-03 18:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Antwoord op vragen van het lid Vermeer over het verbod op contante betalingen boven de 3000 euro, zoals opgenomen in de wet plan van aanpak witwassen en de nadelige effecten van deze wetgeving in het bijzonder voor de exportsector (2026D09634)

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Tijdens het debat van 27 mei 2025 over het verbod op contante betalingen boven de € 3000 heb ik aan uw Kamer toegezegd om samen met de toezichthouder, de Dienst Financieel Economische Integriteit (DFEI), in gesprek te gaan met de sector om te kijken naar mogelijke uitzonderingen in het toezicht op dit verbod voor exporterende sectoren. Deze gesprekken hebben dit najaar plaatsgevonden. In deze brief informeer ik u over de uitkomst.

Tijdens het debat uitten enkele leden van uw Kamer hun zorgen over gevolgen van het verbod voor sectoren die handelen in het buitenland of met buitenlandse partijen. In het debat noemde ik dat de wettekst weinig ruimte biedt voor uitzonderingen, maar dat ik met de toezichthouder zou bezien wat er mogelijk was. Daarbij benadrukte ik de balans tussen enerzijds het mitigeren van witwasrisico’s en anderzijds de last die ondernemers door deze wetgeving ervaren.

Bij de verkenning naar mogelijke uitzonderingen zijn daarom drie overwegingen meegenomen. Ten eerste dat het doel en de strekking van de maatregel, namelijk het voorkomen van witwassen, niet ondermijnd mag worden. Ten tweede moet de handhaafbaarheid van de maatregel geborgd blijven. Tot slot moet de uitzondering aansluiten bij de Europese limiet op contante betalingen die op 10 juli 2027 in werking treedt, om te voorkomen dat regels kort na elkaar weer wijzigen.

Uitzondering voor aankopen buiten de Europese Unie

Dit leidde tot de conclusie dat een beperkte uitzondering kan worden gemaakt voor aankopen buiten de Europese Unie. In deze gevallen is redelijkerwijs te veronderstellen dat alternatieven niet ter plaatse voor handen zijn en is het witwasrisico lager omdat het aankopen betreft. De toezichthouder acht zo’n uitzondering handhaafbaar en zal deze uitzondering in het toezicht hanteren. Bovendien sluit dit aan bij de toekomstige situatie als de Europese limiet gaat gelden, omdat deze alleen binnen de grenzen van de EU van toepassing is. Een brede uitzondering voor specifieke goederen of sectoren zou in strijd zijn met doel van de maatregel, niet handhaafbaar zijn en niet goed aansluiten op de Europese limiet. In deze brief licht ik bovenstaande toe aan de hand van de gehanteerde overwegingen.

Het verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Op 1 januari 2026 is het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000 inwerking getreden. Dit verbod geldt voor handelaren die ‘in of vanuit’ Nederland transacties verrichten. ‘Vanuit Nederland’ houdt in dat ook transacties in het buitenland door handelaren die in Nederland gevestigd zijn onder het verbod vallen. Hier is voor gekozen naar aanleiding van de uitvoeringstoets van de toezichthouder, om te voorkomen dat het verbod wordt omzeild door de betaling net over de grens te laten plaatsvinden.1

Op 10 juli 2027 treedt via de Europese antiwitwasverordening een Europese limiet vanaf € 10.000 in werking voor goederen en diensten. Lidstaten krijgen de mogelijkheid om die limiet lager vast te stellen. In het recent geconsulteerde wetsvoorstel Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering is het voorstel opgenomen om voor diensten aan te sluiten bij de bestaande limiet voor goederen van € 3.000.

Knelpunten voor internationale handelaren

Tijdens de behandeling van het verbod op contante betalingen vanaf €3.000 in de Eerste Kamer is gesproken over bepaalde sectoren die veel transacties met buitenlandse partijen contant afhandelen, waardoor deze regelgeving mogelijk belemmerend zou kunnen werken. Het gaat hierbij om sectoren die contante betalingen doen naar landen met een minder ontwikkeld digitaal betalingssysteem. Ik heb vertegenwoordigers van die sectoren opgeroepen om zich te melden. Hiervan hebben vertegenwoordigers van verschillende voertuig-, metaal- en scheepsvaartbranches gebruik gemaakt.

De brancheorganisaties hebben op verzoek van het ministerie voorbeelden gegeven van knelpunten. De aangedragen voorbeelden komen vooral neer op transacties met partijen uit Afrika, Zuid-Amerika en Oost-Europa, die voertuigen of onderdelen voor hoge sommen contant geld ter plekke afrekenen. Ook dienen handelaren die actief zijn buiten de EU soms ter plekke noodzakelijke inkopen te doen.

Doel en strekking van de maatregel en handhaafbaarheid

Een uitzondering voor verkoop van specifieke goederen of voor specifieke handelaren in Nederland is met oog op het doel en de strekking van de maatregel niet wenselijk. Een uitzondering voor hoogrisicosectoren voor transacties die worden uitgevoerd in Nederland zou namelijk precies datgene toestaan dat de wet beoogt te voorkomen. Uit diverse onderzoeken komen juist de sectoren die mogelijk belemmerd worden naar voren als sectoren met een hoog risico op witwassen.2 Een te ruime uitzondering voor deze transacties zou leiden tot een forse ondermijning van de strekking en het doel van het verbod en zou te ver afwijken van de strekking van de wet.

Er is ook onderzocht of er een bredere uitzondering gemaakt kan worden voor verkooptransacties met buitenlandse partijen. Dit is echter niet goed handhaafbaar. Het is vrijwel onmogelijk voor de toezichthouder om met zekerheid achteraf vast te kunnen stellen of een transactie daadwerkelijk in het buitenland heeft plaatsgevonden. Bovendien zou er bij een algehele uitzondering voor transacties met buitenlandse partijen een te groot risico zijn dat een buitenlandse partij tussen een transactie van twee Nederlandse partijen wordt geschoven om het verbod te omzeilen. Een uitzondering zou daarmee neerkomen op een flinke maas in de wet die vatbaar zou zijn voor misbruik.

Een uitzondering voor de aankoop van goederen buiten de EU zou het doel en de strekking van het verbod niet te zeer ondermijnen. Aankoop van goederen is een activiteit met een lager risico op witwassen. Witwassen draait immers om het legitimeren van geld dat de economie binnenkomt. Bij de aankoop van goederen verlaat het geld het systeem en is het risico op witwassen dus lager. Ook heeft de toezichthouder DFEI aangegeven dat een uitzondering voor de aankoop van goederen buiten de Europese Unie met oog op de handhaafbaarheid een acceptabel risico vormt.

Europese limiet op contante betalingen

Zoals eerder aangegeven treedt op 10 juli 2027 een Europees limiet voor contant geld voor goederen en diensten in werking via de Europese antiwitwasverordening. De antiwitwasverordening biedt geen ruimte aan lidstaten om hier uitzonderingen op te maken binnen de Europese Unie. De enige optie die voor lidstaten bestaat is het nationaal hanteren van een lagere limiet. Dus ook om aan te sluiten bij de generieke Europese limiet kan er alleen een uitzondering gemaakt worden voor transacties die buiten de Europese Unie plaatsvinden. Zoals hierboven toegelicht zal toezichthouder DFEI die uitzondering in het toezicht maken.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

de minister van Financiën,






E. Heinen

  1. Dit was ten tijde van de uitvoeringstoets nog de Belastingdienst. Per 1 januari 2026 is DFEI toezichthouder geworden. https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK011420 .↩︎

  2. Zie bijvoorbeeld een onderzoek van de Anti Money Laundering Centre (AMLC) dat contant geld in de autohandel helemaal niet zo gebruikelijk is als vaak wordt verondersteld, maar dat het enkel een paar autohandelaren zijn die veel contant geld gebruiken en een onderzoek van de FIOD waaruit blijkt dat de handel in aardappelen en uien vatbaar is voor grootschalige witwaspraktijken, onder andere vanwege soepele regels in Nederland met betrekking tot contante betalingen.↩︎