Vragenuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D09662, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-04 09:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-03 14:00: Vragenuur (Vragenuur), TK
Preview document (š origineel)
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig
artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Brekelmans
Vragen van het lid Brekelmans aan de minister van
Buitenlandse Zaken over de situatie in Iran.
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik heet de minister van
Buitenlandse Zaken van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer
Brekelmans voor zijn vragen aan de minister namens de fractie van de
VVD.
De heer Brekelmans (VVD):
Voorzitter. Iran, het Midden-Oosten en de wereld zijn een brute dictator
en een staatsterrorist armer. Daar hoeven wij geen traan om te laten. Al
tientallen jaren worden Iraniƫrs onderdrukt door een bruut regime dat
mensen nauwelijks vrijheid gunt. Het is een regime dat Iraniƫrs
bedreigt, vervolgt en zelfs per tienduizenden vermoordt, puur en alleen
omdat zij vrij willen zijn. Het is een regime dat terreurgroepen in het
Midden-Oosten financiert en daarmee de regio in brand zet. Het is een
regime dat Rusland steunt met wapens tegen OekraĆÆne en daarmee tegen
ons. Het is een regime dat nucleaire capaciteiten ontwikkelt,
ballistische raketten heeft met een bereik van duizenden kilometers en
daarmee een bedreiging vormt voor Europa. Het is een regime wiens lange
arm tot in onze straten reikt, dat Iraniƫrs in Nederland intimideert en
bedreigt. Ons eigen, dappere Kamerlid Ulysse Ellian weet hier helaas
alles van.
Decennialang is het diplomatieke spoor bewandeld en is de politieke en
economische druk opgevoerd, maar met weinig resultaat. Dan kun je op een
punt komen dat afwachten gevaarlijker is dan ingrijpen. Als we afwachten
tot Iran nucleaire wapens heeft, waant het regime zich onaantastbaar.
Dan wordt het nog gevaarlijker dan Noord-Korea en vormt het een nog
grotere dreiging voor ons allemaal. We moeten daarom duidelijk laten
zien aan welke kant wij staan: aan de kant van vrijheid, aan de kant van
het Iraanse volk en aan de kant van de Verenigde Staten en de partners
in de regio die nu door het Iraanse regime worden aangevallen.
De eerste reactie van het kabinet was wat vlak en neutraal. In de eerste
uren begrijp ik dat. Ik heb er ook begrip voor dat de minister praktisch
in OekraĆÆne was en dat communicatie daar moeilijk is. Maar waarom duurde
het meer dan 48 uur voordat het kabinet begrip uitte voor de Amerikaanse
en Israƫlische inzet, die in de plaats kwam van de oproep die tot dan
toe was gedaan: terughoudendheid van alle partijen? Had deze reactie
niet wat eerder kunnen komen? Had de bewoording ook niet steviger
gekund, zoals bijvoorbeeld bondskanselier Merz heeft gedaan? Graag vraag
ik de minister om hierop te reflecteren.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Berendsen:
Voorzitter, dank u wel. Ik had gehoopt alle Kamerleden in een andere
context dan deze voor het eerst te spreken, maar dat hebben wij niet
voor het kiezen. Ik dank het lid Brekelmans voor de vragen. Ik hoop dat
ik de gelegenheid krijg om eerst in het kort iets te zeggen over de
grootste zorgen die wij hebben en waar mijn grootste inzet op dit moment
op gericht is, namelijk de zorgen over de Nederlandse gestrande
reizigers in de regio. Er zijn op dit moment duizenden reizigers in de
regio gestrand. Die maken zich grote zorgen. We zien allemaal de beelden
en lezen allemaal de verhalen over de projectielen die langskomen. Ik
snap ook heel goed de grote zorgen van familieleden en bezorgde naasten
hier in Nederland.
Ik zeg graag tegen de Kamer dat wij er op dit moment alles aan doen om
ervoor te zorgen dat mensen veilig thuis kunnen komen en dat ze
informatie hebben. Mijn oproep via u, meneer de voorzitter, is ook dat
al die mensen die zich in de regio bevinden, zich melden bij het
ministerie en hun gegevens achterlaten, zodat we weten wie waar is en
zich in welke situatie bevindt. Op dit moment bereiden we alle
mogelijkheden voor. In het bijzonder wil ik even noemen dat er vanavond
al een vlucht in samenwerking met de KLM gaat, om ervoor te zorgen dat
een deel van de Nederlanders terug kan komen. We hebben het over
duizenden Nederlanders, en dat zal niet met ƩƩn vlucht kunnen. Ik wil de
KLM dan ook danken voor de samenwerking op dat gebied. Nogmaals, wij
kijken naar alle mogelijkheden en bereiden ons op dit moment ook voor op
mogelijke repatriƫring, in aanvulling op alle mogelijkheden die er
natuurlijk ook via commerciƫle vluchten et cetera zullen zijn.
Ik snap dat ik naar de vragen moet, maar ik wil ook graag hier even mijn
waardering uitspreken voor al het ambassadepersoneel, het crisiscentrum
op het ministerie en al die mensen die hard aan het werk zijn om mensen
te informeren en eraan bij te dragen dat mensen veilig thuiskomen.
Dan ga ik naar de vragen van de heer Brekelmans. Wij zagen afgelopen
zaterdag inderdaad de situatie ontstaan dat in de eerste plaats Israƫl
en daarna de Verenigde Staten Iraanse doelen aanvielen. Ik kan allerlei
algemene inleidingen geven, maar ik kan me voorstellen dat vragen van uw
collega's nog aanleiding gaan geven om op specifieke punten in te gaan,
dus ik zal meteen naar uw vraag gaan. Op het moment dat de situatie
ontstond, waren wij inderdaad in OekraĆÆne. Ik wil hier even vermelden
dat ik me op dat moment heel erg bewust was van het feit dat de grootste
angst van de OekraĆÆners is dat er iets in de wereld gebeurt waardoor
onze aandacht afgeleid wordt van OekraĆÆne. Ik ben daar dus ook bewust
bezig geweest met aandacht geven aan de gesprekken die daar waren. De
situatie heeft zich gedurende de dag natuurlijk ontwikkeld. Het begon
met een aantal aanvallen, waarbij onze eerste reactie was: rust en
stabiliteit in de regio. Vervolgens hebben we natuurlijk ook gezien dat
stap voor stap de aanvallen groter bleken te zijn en dat ook het Iraanse
regime aangevallen werd en ongeveer 50 hooggeplaatste leden, in het
bijzonder de opperste leider Khamenei, uitgeschakeld werden. Laat er
geen twijfel over bestaan dat wij als kabinet het Iraanse regime ⦠U
moet het aangeven als u vindt dat ik te lang bezig ben met mijn eerste
beantwoording, voorzitter. Ik moet uw gezicht nog leren lezen.
De voorzitter:
Nou, als u tot een beantwoording van de vraag van de heer Brekelmans kan
komen, dan heel graag.
Minister Berendsen:
Laat er geen twijfel zijn over wat wij vinden van het Iraanse regime.
Het lid Brekelmans heeft al een aantal elementen daarvan genoemd. Het is
een moorddadig regime richting de eigen inwoners en een gevaar voor de
regio. Het heeft een nucleair programma en over de ontwikkeling daarvan
bestaan grote zorgen. Hetzelfde geldt voor het bereik van de
ballistische raketten, de steun aan allerlei proxygroepen in de regio en
de steun aan Rusland voor de invasie in OekraĆÆne. Dat maakt dat wij er
begrip voor hebben dat Israƫl en de VS zich genoodzaakt voelden om op
basis van dat risico actie te ondernemen. Tegelijkertijd zit er enige
terughoudendheid bij het kabinet. Die zit niet in het uiten van begrip,
maar die hebben we wel omdat Nederland tegelijkertijd het internationaal
recht hoog heeft staan en er terechte vragen zijn over de juridische
basis in het internationaal recht.
De heer Brekelmans (VVD):
Het is goed dat de minister van Buitenlandse Zaken zelf ook de
Nederlanders in de regio noemt. Daarover ging ook een van mijn vragen.
In eerste instantie was namelijk de boodschap dat het te gevaarlijk was
en dat we niks konden doen, maar complimenten aan de minister dat er wat
dat betreft een been is bijgetrokken en er nu op alle mogelijke manieren
wordt ingezet op het weghalen van mensen daar. Ik zou hem willen
aansporen om daarin ook zo veel mogelijk Europees en met andere landen
samen te werken, want de berichten dat het ene land het ene doet en het
andere land het andere, zijn natuurlijk onwenselijk. Je kunt ook samen
mensen terughalen op ƩƩn vlucht, dus volgens mij liggen daar enorm veel
kansen.
Dat brengt mij bij een breder punt, namelijk: hoe zetten wij ons als
Nederland en als Europa nu verder in? Wat is nu onze inzet? U heeft het
over terughoudendheid ten opzichte van het internationaal recht, maar
als er een land is dat de afgelopen jaren het internationaal recht
compleet aan zijn laars heeft gelapt, dan is het wel het Iraanse regime.
We moeten ons dus ook niet verschuilen achter het internationaal recht,
maar ons zelf actief inzetten om nu met name de druk op Iran op te
voeren om deze oorlog niet verder te laten ontsporen. Mijn vraag is wat
de minister van Buitenlandse Zaken daaraan gaat doen.
Minister Berendsen:
Over de Nederlanders in de regio wil ik het volgende zeggen. Ik denk dat
we met z'n allen moeten beseffen dat dit niet alleen gaat om de vraag
hoe je vluchten veilig kan laten vertrekken van luchthavens die veilig
zouden zijn, maar ook om de vraag hoe je mensen veilig op de plek kan
krijgen vanwaar de vlucht vertrekt. Het is natuurlijk ook een zorg van
het kabinet dat mensen veilig op die plek komen en niet in het wilde weg
door de regio gaan reizen, wetende dat er op dit moment
oorlogshandelingen in die regio plaatsvinden. Tegelijkertijd moeten we
dit inderdaad doen in samenwerking met onze Europese partners. Ik ben
continu in contact met onze Europese partners om gezamenlijke
mogelijkheden te bekijken. Ook bekijken wij of we alle plekken gevuld
krijgen en of we eventueel plekken die we niet gevuld krijgen omdat
mensen nog niet op locatie zijn, kunnen laten vullen door partnerlanden
van ons, zoals zij dat andersom ook voor ons zullen doen. Onze inzet en
onze belangen in de regio zijn inderdaad groot. In de eerste plaats zijn
er natuurlijk de zorgen over Nederlandse reizigers en überhaupt de
zorgen over verdere escalatie van het conflict. Maar er zijn ook
allerlei andere belangen, bijvoorbeeld economische belangen die wij in
de regio hebben, die gerelateerd zijn aan de energieprijs. Onze
gezamenlijke inzet zal daar ook op gericht zijn plus op het gezamenlijk
druk uitoefenen op Iran om ervoor te zorgen dat het niet in het wilde
weg landen om zich heen gaat beschieten. Daarover heb ik contact gehad
met al die partners daar in de regio. Zij zijn verbijsterd en woedend
over het feit dat Iran dat doet. Juist dat zorgt voor verdere escalatie.
Daar moeten we inderdaad druk op uitoefenen.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zie dat ik nog twintig seconden heb. Ik wilde nog een vraag stellen
over de oplopende energieprijzen en hoe het kabinet daar voorbereidingen
voor treft, maar dat komt later. Ik zou willen eindigen door het
volgende te zeggen. Ik zei vorige week: dit zou weleens een geopolitiek
kabinet kunnen worden. Nou, we zien zich dat vanaf vandaag manifesteren.
Ik wens de minister daarin heel veel succes. Mijn laatste woorden wil ik
met name richten tot de Iraniƫrs en het Iraanse volk. Ik hoop oprecht
dat na alle onderdrukking en al het geweld dat zij hebben ondergaan, dit
het moment is waarop zij in staat zijn om op te staan en zelf het heft
in handen te nemen voor een vrij en veilig Iran.
Dank u wel.
De heer Wilders (PVV):
In tegenstelling tot de heer Brekelmans kan ik geen enkel begrip
opbrengen voor de slappe reactie van premier Jetten. Ik zou de minister
van Buitenlandse Zaken willen vragen hoe dat toch kan. De bevrijding van
Iran door de helden uit Amerika en Israƫl was net begonnen en de reactie
van premier Jetten was een oproep tot terughoudendheid aan alle
partijen. Ik kreeg echt plaatsvervangende schaamte. Wat een amateurisme.
Dit is echt een slag in het gezicht van al die mensen in Iran die graag
weer een vrij land willen. Het was een belediging van onze bondgenoten,
want Amerika is een bondgenoot en Israƫl is ook een vriend. Kunt u dus
nog eens uitleggen hoe onze nieuwe premier zo'n ontzettend
amateuristische reactie kon geven?
Minister Berendsen:
Nou, "amateuristisch" is niet het woord dat bij mij opkomt als ik naar
onze nieuwe premier kijk. Ik denk dat onze reactie, vanuit het kabinet,
zich gaandeweg de situatie heeft ontwikkeld. Die is breder geworden en
daar zijn allerlei facetten aan toegevoegd. Ik denk ook dat we met z'n
allen moeten beseffen dat dit een complexe situatie is, juist als je de
risico's van escalatie in de regio ziet, de grote impact die die kan
hebben op de regio, op buurlanden daar en op de Iraanse bevolking, maar
zeker ook op ons in Europa. Dat moeten we meewegen. Bovendien: als wij
als Nederland bij conflicten die op andere plekken in de wereld ontstaan
een beroep doen op het internationaal recht, kunnen we het begrip
"internationaal recht" ook nooit zomaar terzijde schuiven. Ik denk dat
de reactie van het kabinet duidelijk en helder is geweest, langs de
lijnen die ik zojuist in het antwoord aan de heer Brekelmans
schetste.
De heer Wilders (PVV):
Dat was een flutreactie, meneer de minister. Een tweede vraag die ik
heb, gaat over het doel van deze operatie. Ik zou aan de minister willen
vragen of hij het met me eens is dat het doel regime change moet zijn.
We hebben nou eindelijk een kans om dat toch islamitische,
fundamentalistische, terroristische regime van Iran kwijt te zijn. Het
was voorheen, zoals u weet, een seculiere staat en dat zou het opnieuw
kunnen worden, met rechten voor vrouwen, homoseksuelen, journalisten,
minderheden en afvalligen. Daarvoor moeten die ayatollahs, niet alleen
Khamenei maar ook die andere, weg om van Iran een net zo mooi land te
maken als het was in de tijd van de sjah. Is de minister het met me eens
dat regime change het doel moet zijn of durft hij dat ook niet te
zeggen?
Minister Berendsen:
Dit kabinet gaat niet over de doelen die de VS en Israƫl stellen bij de
acties die zij op dit moment in Iran uitvoeren. Ik ben het wel met de
heer Wilders eens over het volgende. Als de uitkomst uiteindelijk is dat
de Iraanse bevolking in veiligheid is en weer echte zeggenschap over de
toekomst van het eigen land heeft, maakt dat dat dit kabinet zegt: ja,
dan hebben we ook begrip voor de acties die uitgevoerd worden. We zien
ook dat de VS en Israƫl zich, gezien de grote dreiging die van het
Iraanse regime uitging, genoodzaakt voelden om deze acties te
ondernemen.
De heer Flach (SGP):
De SGP is zwaar teleurgesteld in de reactie van het kabinet rond de
situatie van Iran. Door te roepen om terughoudendheid en door
stabiliteit op ƩƩn te zetten, geef je er als kabinet toch geen blijk van
de urgentie te beseffen? De excuses die worden gebruikt dat de minister
niet fysiek ter plaatse was, vind ik eigenlijk niet relevant. We weten
al jaren dat we hier te maken hebben met een bloeddorstig regime dat
keihard optreedt tegen de eigen bevolking en dan komt er zo'n
terughoudende reactie. Wat was nou het doel van het kabinet met die
reactie?
Minister Berendsen:
Dank u voor de vraag. Ik kan me niet helemaal vinden in de benaming die
u aan de reactie geeft, de allereerste reactie 's ochtends, toen Israƫl
heeft aangevallen. Ik denk dat het belangrijk is om hier te benadrukken
dat onze oproep tot terughoudendheid met name gericht was op Iran, dat
vervolgens in het wilde weg buurlanden, zelfs partners in de regio,
begon te bestoken. Wij hebben er grote zorgen over dat dat escalatie in
de regio veroorzaakt.
De heer Flach (SGP):
Dit antwoord klopt volgens mij niet, want er werd terughoudendheid
gevraagd van Ɣlle betrokkenen. We weten toch al jaren dat dit
terroristische regime, de grote externe dreiging en de moorddadige
neigingen richting zijn eigen bevolking een gevaar zijn voor de
stabiliteit in de regio. Ertoe oproepen dat stabiliteit de eerste
prioriteit zou moeten zijn, suggereert dan toch dat je de status quo in
stand houdt. Ook hier in de beantwoording zie ik de terugreizigers en de
economische belangen op ƩƩn staan. Ik hoor ook bijna niks over de
bevolking, die daar zo zwaar onder lijdt. Ik vraag me echt af of de
prioriteiten van het kabinet in deze casus echt op orde zijn.
Minister Berendsen:
Zoals ik net ook in mijn beantwoording heb aangegeven, is het volstrekt
helder hoe dit kabinet aankijkt tegen het Iraanse regime: het is een
moorddadig regime en een groot gevaar voor de directe omgeving met een
groot bereik van ballistische raketten, zelfs richting Europa. Het
ontwikkelt een nucleair programma en ondersteunt proxy's in de regio.
Daar zijn wij dus volstrekt helder over. Het is belangrijk om hier te
vermelden dat ik de vragen, als zij gaan over de initiƫle reactie van
het kabinet, begrijp. U heeft gezien dat die reactie zich gedurende de
dag ook heeft ontwikkeld en dat inmiddels in alle breedte van alle
ontwikkelingen en alle punten die in deze complexe situatie meewegen,
volstrekt duidelijk is dat de reactie van het kabinet inmiddels op orde
is.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De aanval op Iran en de dood van de ayatollah hebben heel veel
losgemaakt, allereerst bij Iraniƫrs hier. Ik maar ook vele anderen staan
al jaren zij aan zij met hen om te pleiten voor een vrij Iran, want dit
regime heeft niet alleen in eigen land duizenden tot tienduizenden
mensen gedood, maar heeft ook instabiliteit in het Midden-Oosten, Israƫl
en Libanon en via de Houthi's aangevuurd. Het gaat maar door en door. Ik
snap dat er zorgen leven over internationaal recht, maar internationaal
recht kan toch niet verworden tot iets waarmee alleen maar
schurkenregimes in stand worden gehouden? In dat licht vind ik de
reactie van Nederland behoorlijk flets en slap, want die wekt de indruk
dat daar dingen gebeuren en dat Europa een toeschouwer is, terwijl wij
met de gevolgen te maken hebben. Er zitten daar Nederlanders vast en de
energieprijzen stijgen. We kunnen niet alleen op Europa leunen.
Nederland en het kabinet moeten ook een eigen mening hebben over waar we
heen gaan met het Iraanse regime. Mijn vraag is dan ook of de minister
kan aangeven wat op korte termijn en op lange termijn het Nederlandse
standpunt en het Nederlandse doel zijn ten aanzien van de huidige
situatie in Iran.
Minister Berendsen:
In relatie tot het eerste gedeelte van de vraag laat dit kabinet
duidelijk zien dat wij in het kader dat u schetst over het Iraanse
regime en de Iraanse bevolking begrip hebben voor het feit dat Israƫl en
de VS zich gezien de dreiging genoodzaakt voelden om in te
grijpen.
Dan onze aanpak op de korte en lange termijn. Op de korte termijn
betreft dat in de eerste plaats de zorgen over de gestrande reizigers.
Daar heb ik net al het een en ander over gezegd. Op de korte termijn
betekent dat ook met alle partners in de regio ervoor zorgen dat de
escalatie buiten Iran, naar landen in de regio, zo min mogelijk is. Als
die regio veilig is, kunnen wij namelijk ook gestrande reizigers naar
buiten krijgen. Inmiddels is het natuurlijk ook duidelijk dat het wel
degelijk impact heeft als daar een conflict ontstaat, bijvoorbeeld op
onze economische belangen, gerelateerd aan de energie. Dat wisten we
natuurlijk ook van tevoren. Dus ook op dat gebied hebben we er alle baat
bij dat stabiliteit ontstaat in de regio. Daar is onze kortetermijninzet
op gericht. Ik zeg hier ook nadrukkelijk bij dat de impact van Nederland
alleen beperkt is. In die zin moeten we juist met onze Europese partners
gezamenlijk optrekken, moeten we de informatie bij elkaar leggen en
kijken waar we gezamenlijk druk kunnen zetten. In contact zijn met alle
landen in de regio, zodat we de informatie hebben over de situatie plus
alle wegen om mensen daar veilig weg te krijgen, heeft op dit moment de
prioriteit. Dat is mijn persoonlijke inzet.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zie vooral een Europa en een Nederland die in een veranderende wereld
aan de zijlijn staan. Over OekraĆÆne wordt onderhandeld en wij staan aan
de zijlijn. Ten aanzien van de situatie in Israƫl en Gaza staat Europa
aan de zijlijn. Ook nu staan we weer aan de zijlijn, terwijl we wel met
de gevolgen te maken hebben. Ik vraag dus ook om een Nederland en een
kabinet met visie ten aanzien van de regio. Als het gaat over de
stijgende prijzen wil ik het volgende zeggen. Al wekenlang is er een
opbouw van militaire macht vanuit Amerika naar Iran, of in ieder geval
naar het betreffende gebied. Europa reageert alsof het ons overkomen is,
terwijl iedereen heeft zien aankomen dat een escalatie op de loer lag.
Ik heb een vraag specifiek over de energieprijzen. Wat als dit conflict
langer voortduurt dan we allemaal zouden willen? Welke maatregelen heeft
het kabinet nu op tafel liggen als Europa, dat aan de zijlijn staat, wel
de gevolgen van stijgende prijzen gaat ondervinden?
Minister Berendsen:
Ik deel absoluut het inzicht van de vraagsteller over de vraag hoe wij
als Nederland in samenwerking met onze partners in Europa echt een vuist
kunnen maken in de wereld. Dat is een uitdrukkelijke ambitie van dit
kabinet, ook van mij op deze post, met een achtergrond in Europa. Dat is
een uitdrukkelijke wens. Als we impact willen maken met ons
buitenlandbeleid, moeten we dat via onze Europese partners en met onze
Europese partners invullen en vormgeven. Ik denk dat dat kan. We noemen
het niet voor niets optimistisch en realistisch. Maar ik geloof echt dat
dat kan. We zijn geen kleine speler, maar we moeten het in samenwerking
met onze partners doen.
Voor wat betreft de vraag over de energieprijzen het volgende. U heeft
nu de minister van Buitenlandse Zaken voor u. Ik snap dat mijn antwoord
wellicht niet uitgebreid genoeg is om uw vragen te beantwoorden. Sterker
nog, mijn antwoord zal veel te kort zijn. Maar in dit geval kunt u erop
rekenen dat het kabinet deze vraagstukken natuurlijk op tafel heeft
liggen en op dit moment alle mogelijkheden onderzoekt om eventuele
effecten te mitigeren.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mijn fractie steunt de Iraniƫrs in hun strijd voor een vrij en veilig
Iran. Maar het is natuurlijk maar de vraag of een luchtaanval daartoe
gaat leiden, zeker als je kijkt naar het gebrek aan een duidelijke
strategie en ook een einddoel. Dus mijn vraag aan de minister is: welke
stappen gaat dit kabinet zetten om concreet bij te dragen aan een
toekomst waarin Iraniƫrs wel vrij zijn?
Minister Berendsen:
Dank voor de vraag. Ik laat hem even op me inwerken. Uiteindelijk denk
ik dat we ook realistisch moeten zijn over de rol die Nederland op dit
moment in het conflict kan spelen. De grootste nood voor de Iraanse
bevolking is natuurlijk dat het moorddadige regime verdwijnt en dat de
vijandigheden en het geweld in hun land stoppen. Tegelijkertijd zijn er
natuurlijk echt wel dingen die we kunnen doen. Daarom onderzoekt het
kabinet de mogelijkheden. Wat kunnen we nu doen richting de Iraanse
civil society, richting de bevolking? Hoe kunnen we er, daar waar op dit
moment onze toegang beperkt is, toch voor de toekomst voor zorgen dat we
de Iraanse bevolking hierin ondersteunen, met alle stappen die hopelijk
hierna gaan volgen op weg naar een democratie en een toekomst die ze ook
zelf in eigen handen hebben?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Zeer eens. Aanvullend daarop: ik denk dat Nederland dit niet in z'n
eentje hoeft te doen. We kunnen dit in Europees verband doen. Kijk
bijvoorbeeld naar radioverbindingen, satellieten en communicatie, zodat
je het voor een vrije oppositie daadwerkelijk mogelijk maakt om contact
te onderhouden en samen op te kunnen trekken. Ik vraag de minister om
dat op te pakken.
Minister Berendsen:
Dank voor de suggestie. Dit is een van de routes die we op dit moment
kunnen onderzoeken.
De heer Dassen (Volt):
We hopen natuurlijk allemaal dat het Iraanse volk verlost wordt van de
misdadigheid van het regime waar het al zo lang mee te maken heeft.
Tegelijkertijd merk ik dat ik veel moeite heb met het begrip dat de
minister van Buitenlandse Zaken uit, terwijl hij ook zegt dat we ons aan
het internationaal recht moeten houden. Hoe rijmen die twee met elkaar?
Hoe kun je zeggen dat je begrip hebt voor het schenden van het
internationaal recht, maar dat we ons daar ook aan moeten houden? Ik
vraag dat ook omdat er totaal niet nagedacht is over een
langetermijnplan. We hebben in de geschiedenis gezien dat dit leidt tot
alleen maar meer slachtoffers, juist onder de Iraanse bevolking, omdat
het regime deze kans aangrijpt voor nog meer repressie van de Iraanse
bevolking. Hoe rijmt de minister die twee zaken?
Minister Berendsen:
Ik denk dat deze minister de afgelopen uren en dagen door dezelfde
worsteling is gegaan als vele Kamerleden en vele mensen die dit debat
thuis volgen. Wij zijn immers een land dat staat voor het internationaal
recht en dat zich in wil zetten voor de internationale rechtsorde, die
we ook proactief bevorderen. We willen een wereldorde op basis van
internationaal recht. Tegelijkertijd denk ik dat we ook eerlijk en
realistisch moeten zijn. We kijken op dit moment naar een wereld waarin
het internationaal recht door een aantal grootmachten aan de kant
geschoven wordt. Dat is de ene kant van het verhaal.
De andere kant van het verhaal is dat we zien hoe moorddadig dit regime
was en hoe groot het gevaar is voor de eigen bevolking en de omgeving.
Ik heb die elementen al meerdere keren benoemd. Dat betekent dat het
kabinet in die afweging is gekomen tot begrip voor de noodzaak die
Israƫl en de VS gevoeld hebben. Maar ik ga niet weglopen voor het feit
dat dit inderdaad een discussie is en een complexe afweging die we hier
met z'n allen maken. We kunnen er zeker van zijn dat we dit gesprek de
komende jaren in een wereld die verandert, en in een wereldorde die
verandert, vaker met elkaar zullen moeten voeren. Met welk kader en met
welke mogelijkheden kijken wij als Nederland naar een wereld waarin de
internationale rechtsorde niet meer zo geldt als in het verleden en
zoals we dat zelf graag willen zien?
De heer Dassen (Volt):
Als je in die wereld wil kunnen opereren, is er een verenigde staten van
Europa nodig. Ik vind het nogal wat als de minister van Buitenlandse
Zaken nu eigenlijk zegt dat grootmachten het internationaal recht aan de
kant schuiven en dat het kabinet daar begrip voor heeft. Daarmee zeg je
eigenlijk dat het internationaal recht ten grave is gedragen. Dat is er
dan niet meer. Dat is namelijk wat er onder Trump gebeurt. Als dat de
positie is van dit kabinet, dan hoor ik dat graag. Voorzitter, ik kom
tot mijn vraag. Ik wil graag weten hoe de minister dat rijmt met zijn
oproep tot de-escalatie, terwijl we precies het tegenovergestelde zien
gebeuren. Het gaat dan toch aan alle kanten scheef op dit moment? Je
kunt niet oproepen tot de-escalatie en tegelijkertijd begrip hebben voor
een schending van het internationaal recht, waarbij de Verenigde Staten
hebben aangegeven nu nog harder in te zullen gaan grijpen. Dus nogmaals
mijn vraag: hoe rijmt de minister dit?
Minister Berendsen:
Ik heb geen begrip voor de schending van het internationaal recht. Wij
staan als Nederland voor de internationale rechtsorde. Waar dit kabinet
begrip voor heeft, is dat Israƫl en de VS zich genoodzaakt voelden om in
te grijpen, gezien de dreiging vanuit het Iraanse regime. Ik denk dat
dat de belangrijkste elementen zijn. Dat is inderdaad een worsteling.
Dat is een afweging. Dat is ook lastig, want het is niet zwart-wit. Dat
is precies de discussie die we met z'n allen te voeren hebben, namelijk
hoe die wereldorde er in de toekomst uit gaat zien. Dat moeten we
inderdaad doen in nauwe samenwerking met de Europese landen om ons heen.
Dat hoeft volgens het kabinet niet per se meteen te leiden tot de
verenigde staten van Europa.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Laten we vooropstellen dat het Iraanse regime verschrikkelijk en
moorddadig is en dat de Iraanse bevolking enorm onder dat regime lijdt.
Er zijn al duizenden tot tienduizenden burgerdoden gevallen, vermoord
door het Iraanse regime. Het regime moet dan ook weg. Maar de manier
waarop de Verenigde Staten en Israƫl dit nu doen, is niet de manier. Er
wordt een illegale aanval gepleegd. Ik vind de kabinetsreactie ronduit
warrig. We hebben eerst terughoudendheid gezien. Daarna heeft de
minister gisteravond bij Nieuwsuur begrip getoond voor de aanval en
vervolgens zien we ook de minister van Defensie op Bluesky allerlei
begrip tonen voor de aanval. Mijn vraag is heel helder: veroordeelt het
kabinet deze aanval als een illegale aanval, in lijn met het
internationaal recht? En zet het kabinet nu inderdaad in op
de-escalatie?
Minister Berendsen:
De reactie van het kabinet kent vele elementen. Dat past ook bij de
omvang en de complexiteit van de situatie waarmee we hier te maken
hebben. Ik herhaal: wij hebben inderdaad begrip voor het feit dat Israƫl
en de VS zich genoodzaakt voelden om in te grijpen, gezien de dreiging
die uitgaat van het Iraanse regime. Tegelijkertijd zijn er terechte
vragen te stellen bij de juridische basis in relatie tot het
internationaal recht voor de VS en Israƫl om deze aanvallen uit te
voeren. Die vragen zijn in de eerste plaats te beantwoorden door de VS
en Israƫl. Die beide kanten van de zaak, en al die andere zaken die daar
nog omheen spelen, zijn belangrijke elementen.
In mijn antwoord op een andere vraagsteller heb ik zojuist ook al
aangegeven dat de de-escalatie op dit moment met name gericht is op de
escalatie voorbij Iran, dus vanuit Iran naar de omgeving, die de
stabiliteit in de regio ernstig onder druk zet. Daardoor kunnen ook
bijvoorbeeld Nederlandse gestrande reizigers die plekken niet op een
veilige manier verlaten.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit is nog steeds geen eenduidige reactie. Je kunt niet aan de ene kant
begrip tonen voor de VS en Israƫl en tegelijkertijd zeggen dat alle
partijen zich aan het internationaal recht moeten houden. Mijn vraag
gaat dan toch over die de-escalatie, want daar lijkt de minister het ook
om te draaien. Natuurlijk escaleert Iran ook, maar twee landen zijn
begonnen met de aanval, namelijk de VS en Israƫl. In dit geval zijn die
landen in eerste instantie begonnen met de escalatie. Is de minister het
daar in ieder geval mee eens? Kan hij concreet maken wat hij bedoelt met
de-escalatie? Welke stappen zet Nederland? We hebben gezien dat Israƫl
nu niet alleen maar Iran binnenvalt, maar ook Libanon aanvalt en
genocide pleegt in Gaza. Wordt het dan in het kader van de-escalatie
niet eens tijd om ook sancties richting Israƫl in te stellen om te laten
weten: hƩ, jullie moeten even afremmen?
Minister Berendsen:
De de-escalatie is in eerste instantie gericht op Iran, zoals ik net al
zei, om ervoor te zorgen dat de stabiliteit in de regio niet verder
onder druk komt te staan. Op die manier zijn er ook veilige
mogelijkheden voor al die duizenden gestrande reizigers, ook uit
Nederland, om terug te keren. Tegelijkertijd zou dit kabinet ook heel
graag zo snel mogelijk een diplomatieke oplossing zien voor de situatie
in Iran in het belang van de Iraanse bevolking, zodat de mensen daar de
toekomst van hun land in eigen hand kunnen nemen. Tegelijkertijd moeten
we ook realistisch zijn over de situatie en over de invloed van het
Nederlandse kabinet op dit moment op Iran en op de VS en Israƫl. Ik wil
hier nog wel aan toevoegen dat we inderdaad grote zorgen hebben over de
escalatie vanuit Israƫl naar andere gebieden en zeker ook over de
effecten hiervan op Gaza.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het werkt natuurlijk niet zo dat je zegt: ik ben een voorstander van het
internationaal recht, maar nu even niet. Tussen al de woorden die ik nu
hoor van deze minister, is dat wel de enige conclusie die hij trekt. Als
er een schending is van het internationaal recht, kan het antwoord
slechts zijn dat daar een veroordeling op moet volgen. Dat moet deze
minister ook gaan doen. We zien nu in Iran heel veel opluchting bij de
mensen. Dat snap ik ook heel goed, want zij leden en lijden onder een
enorm repressief regime. Er is geen vrijheid en die vrijheid moeten ze
wel krijgen. Die opluchting zagen we ook in Irak. De opluchting zagen we
ook in Afghanistan en Libiƫ, maar we hebben gezien hoe de bevolking er
daarna aan toe was, namelijk dat zich daar een permanente oorlog heeft
ontsponnen. We zagen de aanval van Trump op Venezuela. Dat was ook een
bevrijdingsactie: niet van het volk, maar van olie. We zien nu een
aanval van Trump op Iran. Daar is ook veel olie. Wat denkt deze minister
dat de echte motieven zijn achter deze aanval van Trump?
Minister Berendsen:
Deze minister vindt het lastig om de exacte motieven te duiden,
aangezien de communicatie tussen mij en de president zeer beperkt is.
Wat wij moeten doen, is ⦠Ik moet het zo zeggen: wij moeten het doen met
de gecommuniceerde inzet vanuit de Verenigde Staten. Die is gericht op
het leiderschap, op de raketlanceringsinstallaties en op het nucleaire
programma. Dat zijn de doelstellingen. Ik deel wel de zorgen met het
lid, zeg ik via u, voorzitter, dat we op dit moment natuurlijk helemaal
geen zicht hebben op hoe deze situatie zich verder gaat ontwikkelen. We
hebben geen zicht op hoe de situatie over een aantal weken, maanden of
jaren is, voor de stabiliteit in de regio en zeker ook voor de Iraanse
bevolking zelf. Wij varen wat dat betreft natuurlijk een beetje in de
mist. Ik hoop dat dit in tijd en in omvang zeer beperkt is, en dat de
uitkomst is dat de Iraanse bevolking haar toekomst weer in eigen hand
heeft.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat hopen we allemaal. Maar mijn punt was natuurlijk ā ik vind het
jammer dat deze minister dat niet wil bevestigen, want ik denk denk dat
hij wel weet dat het zo is ā dat het geen bevrijdingsactie was voor het
volk van Iran, maar een bevrijdingsactie voor de olie en de belangen van
Trump. Ik vraag mij dus heel erg af of deze minister ā hij geeft het
zelf al een beetje aan ā zicht heeft op welke gevolgen dit zal hebben
voor de bevolking in Iran, en ook voor die hier in Nederland. Het ging
hier net ook al over dat de energie- en olieprijzen enorm zullen gaan
stijgen. Ik heb net ook goed geluisterd naar de beantwoording. Daarin
bleef deze minister heel erg vaag. Hij zegt dan dat hij minister van
Buitenlandse Zaken is en dat hij er dus nu niet op kan ingaan. Het zou
heel erg fijn zijn als deze minister, samen met andere ministers, ons
een brief namens het kabinet stuurt over wat hij verwacht dat de
gevolgen van deze oorlog zijn, voor het Iraanse volk, maar ook voor de
Nederlanders, inclusief de energie- en olieprijzen.
Minister Berendsen:
Ik moet even zoeken naar de juiste bewoordingen. Dat zullen velen die
meer ervaring hebben in deze Kamer sneller doen dan ik. Ik heb zelf wat
terughoudendheid over de impact die wij als Nederland hebben op Iran en
de Iraanse bevolking in de huidige situatie. We delen allemaal dat we er
met grote zorgen naar kijken, maar de vraag is wat we nu echt concreet
kunnen doen. Ik wil me richten op datgene wat wij als kabinet concreet
kunnen doen voor inderdaad ook de impact op Nederland. Op dit moment
zijn we al die informatie aan het verzamelen. We zijn daar al een
analyse op los aan het laten. We zien alle ontwikkelingen. Daaraan
liggen al allerlei analyses ten grondslag, wetende dat dit niet zomaar
uit de lucht is komen vallen. Dat betekent dat het kabinet zich daarop
voorbereidt en ook snel zal willen handelen als er mitigerende
maatregelen genomen kunnen worden. De verschillende leden van het
kabinet zullen daar ongetwijfeld snel over communiceren met de
Kamer.
De heer Van Baarle (DENK):
Uit het internationaal recht volgen twee dingen. We steunen het Iraanse
volk in de strijd voor mensenrechten. We veroordelen een illegale aanval
van Israƫl en de Verenigde Staten zonder internationale legitimering en
zonder aanleiding. Honderden mensen die dood zijn, bommen op een
meisjesschool waardoor kinderen zijn doodgegaan, Israƫl dat nu de hele
regio destabiliseert door bijvoorbeeld ook Libanon aan te vallen; als je
het internationaal recht volgt, moet de minister dit toch gewoon
veroordelen? Anders is hij toch niet meer geloofwaardig?
Minister Berendsen:
Zoals ik net al meerdere keren heb aangegeven, is dit geen
zwart-witsituatie. Het lid doet het voorkomen als een zwart-witsituatie,
maar we zitten hier echt in een hele complexe internationale situatie:
een groot conflict met allerlei elementen die wij deels in beeld hebben
en deels ook nog niet in beeld hebben en zo snel mogelijk aan het
uitzoeken zijn. Ik heb net al gezegd ā ik zal het nog een keer herhalen
ā dat dit kabinet staat voor het internationaal recht, dat wij de
internationale rechtsorde ook willen bevorderen en dat wij er alles aan
zullen doen om onze positie in de wereld te gebruiken om ervoor te
zorgen dat we een wereldorde hebben die is gestoeld op internationaal
recht. Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn. We zien dat het
internationaal recht zoals wij dat voor ons zien, door allerlei
grootmachten aan de kant wordt geschoven. Wij zullen ā ik herhaal het
nogmaals ā met elkaar ook het gesprek moeten voeren over hoe wij ons als
Nederland, ook in de toekomst, bewegen in die nieuwe wereldorde.
Tegelijkertijd blijf ik melden dat, gezien de kwaadaardigheid van het
Iraanse regime, het kabinet er inderdaad ook begrip voor heeft dat
Israƫl en de VS zich genoodzaakt voelden om in te grijpen.
De heer Van Baarle (DENK):
Heeft de minister niks geleerd van de oorlog in Irak? Honderdduizenden
mensen kunnen die niet meer navertellen. Die zijn dood. Die hebben
gezien dat het Midden-Oosten enorm lang is gedestabiliseerd. Dat deze
minister begrip toont voor Netanyahu, een genocidepleger, en Trump, een
notoire schender van het internationaal recht ⦠Hoe kunt u de motieven
van deze mensen nou geloven, alsof ze een biet zouden geven om de mensen
in Iran? Dit gaat om belangen, om hun eigenbelang, om hun zionistische
agenda, om olie, om geld, om macht. Als dingen een schending zijn van
het internationaal recht, dan moet je die veroordelen. Waarom doet de
minister dat niet?
Minister Berendsen:
Ik deel de zorgen die het lid heeft over de Iraanse bevolking en haar
positie, maar zeker heb ik zorgen over de rol van het kwaadaardige
regime ten opzichte van zijn eigen bevolking. Er worden nu elementen bij
gehaald door de vraagsteller over allerlei motivaties die er zouden
kunnen zijn voor de inval. Ik wil er wel graag ƩƩn element aan
toevoegen, namelijk dat we ook de beelden hebben gezien van het Iraanse
regime dat de demonstranten aanviel, vermoordde et cetera, waarbij
vanuit de demonstraten een roep klonk van "help ons" en "als de
internationale gemeenschap niets doet, zijn wij aan ons lot
overgelaten". Ook dat is onderdeel van het begrip dat wij als kabinet
tonen.
De heer Vermeer (BBB):
Dit Iraanse regime is natuurlijk misdadig en daartegen passen geen halve
maatregelen. Maar de Duitse veiligheidsdiensten waarschuwen voor
mogelijke Iraanse vergeldingsacties, ook in Europa, waaronder het
activeren van netwerken die nu nog stil zijn maar die wel aanwezig zijn.
Ziet het kabinet op dit moment ook een verhoogde dreiging in Nederland?
Is ook bekend welke doelen en kwetsbare doelen op dit moment het
grootste risico lopen?
Minister Berendsen:
Ook de vraagsteller stelt mij vragen over allerlei informatie waar ik in
mijn rol sinds zes dagen mee te maken heb. Ik hoop dat de vraagsteller
er vrede mee heeft dat mijn antwoord zal zijn dat dit kabinet natuurlijk
zorgen heeft over al deze analyses en daarover in contact staat met de
diensten. Het kabinet brengt alle zorgen daarover in kaart en neemt
vervolgens, waar mogelijk, mitigerende maatregelen. Vanzelfsprekend zijn
bij het uitbreken van dit conflict precies dit soort punten ook op eigen
bodem en op Europese bodem onderdeel van de veiligheidsanalyse die
gemaakt wordt en eventuele acties die daarop volgen.
De heer Vermeer (BBB):
De minister is minister van Buitenlandse Zaken, maar wel van Nederland.
Als hij dat antwoord nu niet paraat heeft, ga ik er dus van uit dat hij
dat zo snel mogelijk schriftelijk aan ons doet toekomen. Dat geldt ook
voor het volgende punt, want Iran heeft in het verleden ook in Europa en
in Nederland geweld gebruikt tegen mensen die het regime zijn ontvlucht.
Is er in het licht van de huidige spanningen en de waarschuwingen uit
Duitsland ook extra aandacht voor de veiligheid van Iraanse Nederlanders
en politieke vluchtelingen die een risico lopen? Worden zij actief
beschermd tegen mogelijke intimidatie of geweld vanuit het Iraanse
regime? Ik vraag de minister dit ook in zijn hoedanigheid als lid van
het kabinet, niet alleen als minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Dank aan de vraagsteller. Ook ik moet wennen aan de rol die ik heb en de
manier waarop ik daarmee om zou moeten gaan richting de Kamer. Al deze
elementen zijn onderdeel van alle veiligheidsanalyses die op dit moment
gemaakt worden. Als daar acties aan verbonden moeten worden, dan zullen
die acties ook plaatshebben. Precies het element dat de vraagsteller
aanhaalt, namelijk de moorden die gepleegd zijn in opdracht van het
Iraanse regime op onze eigen Nederlandse bodem, zorgt dat wij ook begrip
kunnen opbrengen voor het feit dat Israƫl en de VS zich genoodzaakt
voelden dit Iraanse regime aan te vallen.
De heer Hoogeveen (JA21):
JA21 staat ook pal achter het Iraanse volk. Wij vonden de reactie van
het kabinet wat zuinigjes, maar we zijn in ieder geval blij dat het
kabinet nu ook begrip opbrengt voor de militaire interventie. We zien nu
een effect van zo'n militaire interventie: de gasprijzen gaan door het
dak, met 80% erbij sinds vrijdag. Qatar heeft zijn lng-leveringen
opgeschort. De gasreserves in Nederland zijn al historisch laag. Het
ironische was dat er vorige week een persverklaring kwam van Gasunie:
het is allemaal onder controle, zolang er maar niets geks gebeurt, zoals
het afsluiten van de Straat van Hormuz. En dat is gebeurd. Mijn vraag
aan de minister is: is er nou een plan van aanpak van het kabinet om de
effecten van deze geopolitieke ontwikkelingen te mitigeren?
Minister Berendsen:
Zoals ik net ook aan vorige vraagstellers heb gemeld, is natuurlijk
onderdeel van de aanpak van het kabinet het nemen van mitigerende
maatregelen op eventuele effecten die vanuit dit conflict voortvloeien.
Het lid geeft terecht aan dat het feit dat de schepen niet door de
Straat van Hormuz gaan, grote impact heeft op de energieprijzen. De
minister van KGG, die dit in portefeuille heeft, heeft ook al gereageerd
dat dit de aandacht heeft van het kabinet, maar dat er op dit gebied
niet meteen zorgen zijn. Maar het heeft natuurlijk alle aandacht, want
wij zijn ons er vanzelfsprekend van bewust dat precies dit element ons
heel hard kan gaan raken. Laten we niet vergeten dat niet alleen de
energieprijs daardoor kan stijgen, maar dat dat boven op een
energierekening komt die voor heel veel mensen al veel te hoog is.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dit antwoord baart ons als JA21 wel zorgen. We zien dat de geopolitieke
situatie snel verandert. We zien dat de energieleveringszekerheid onder
druk staat; dat zien we al een tijdje. We zien nu dat de nood aan de man
is. We vragen aan de Nederlandse bevolking: sla een noodpakket in; houd
rekening met een oorlogsscenario. Uiteindelijk zien we nu dat er
eigenlijk geen concreet plan van aanpak is om die gasleveringszekerheid
te waarborgen. Ik lees vandaag dat er vanuit Brussel balletjes worden
opgegooid om de leveringen uit Rusland weer te hervatten of daarnaar te
gaan kijken. Ik vraag het kabinet dan toch echt het volgende. Wij zitten
in Nederland op de grootste gasreserve van Europa. Wat is ervoor nodig
om in ieder geval te zeggen "wij storten die gasputten niet dicht met
beton, want als de nood aan de man is, hebben we die keihard nodig"?
Minister Berendsen:
De zorgen zijn bekend. Zoals ik net zei, heeft het conflict dat nu
plaatsvindt grote impact op onze energieprijzen. Daar bestaan terecht
veel zorgen over. In bredere zin is het ook zo dat de grote opdracht van
dit kabinet, de grote ambitie van dit kabinet op een aantal onderdelen
ligt waar wij zeer gevoelig op zijn: afhankelijkheden van anderen op het
gebied van energie, veiligheid en kritieke grondstoffen, digitale
diensten et cetera, zaken waar wij echt voornemens zijn om daar heel
snel stappen op te zetten om die afhankelijkheden te minderen, zodat wij
er als Nederland minder last van hebben als zich conflicten voordoen in
de wereld. Ik begrijp zeer goed de zorg van het lid op dit gebied. Het
kabinet kent die zorg en doet er ook alles aan om ervoor te zorgen dat
we daar mitigerende maatregelen kunnen nemen.
De heer Van Lanschot (CDA):
We zien in dit mondelinge vragenuur tot nu toe reacties op reacties. Dat
laat zien hoe moeilijk het is om in zo'n vroege fase te duiden wat hier
nu aan de hand is. Vanuit het CDA vinden wij dit een risicovolle
ontwikkeling, maar zien we ook kansen. Die kansen zien ook Iraniƫrs, die
tegen mij zeggen: "Wij zijn niet naĆÆef; wij weten ook wel dat Netanyahu
en Trump niet Moeder Teresa zijn. Wij weten ook hoe het in Irak
afgelopen is, maar wij zien dit wel als dƩ kans om regimeverandering te
krijgen na al die jaren van terreur van dit regime." Kansen zijn er ook
voor het land OekraĆÆne. Shahed-drones worden grotendeels door Iran aan
Rusland geleverd voor gebruik in OekraĆÆne. Mijn vraag aan de minister
is: wat voor implicaties ziet hij ook op een breder geopolitiek
speelveld, ook in relatie tot de oorlog in OekraĆÆne?
Minister Berendsen:
Het is volstrekt duidelijk dat Iran Rusland volop steunde in de invasie
van OekraĆÆne. Er zijn meerdere effecten te noemen. De Iraanse drones
zijn daar onderdeel van. Tegelijkertijd moeten wij ons ook realiseren
dat de ontwikkeling van die drones weliswaar plaatsvond in Iran, maar
dat Rusland nu zelf ook de capaciteit heeft om die drones te ontwikkelen
op Russische bodem. Waar ik mij zeker ook zorgen over maak, ook na mijn
gesprekken met de OekraĆÆense president en anderen in OekraĆÆne, is dat
daar zorgen leven over de capaciteit voor luchtafweersystemen. Die zijn
nu natuurlijk overal in het Midden-Oosten hard nodig. OekraĆÆne heeft
daar een tekort aan, en ook onze voorraden zijn zeer beperkt en kunnen
niet overal zomaar ingezet worden. Dus ja, er is impact. Laten we hopen
dat het uiteindelijk een positieve impact zal zijn als dit Iraanse
kwaadaardige regime verandert, aangepakt wordt en in ieder geval niet
meer de invloed gaat hebben die het in het verleden had.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht: ik sluit achter in de rij aan, in de hoop dat ik dan precies
te horen krijg van de minister wat er nu eigenlijk de afgelopen dagen is
veranderd. Het is me nog niet helder. Zaterdag kwam er een aantal uren
na de aanval een reactie van premier Jetten. Toen wisten we al wat voor
moorddadig regime er zit in Iran. Dat was natuurlijk al voor zaterdag
bekend. We wisten ook al van de reactie van Iran op allerlei aanvallen
op landen in de regio. We wisten dat er geen volkenrechtelijk mandaat
was. Toen was de reactie van het kabinet: "de-escalatie, er moet een
diplomatieke oplossing komen". Volgens mij de enige reactie die u kunt
geven. Vervolgens hebben we de twee afgelopen dagen gezien dat het doel
niet duidelijk is en dat de rechtvaardiging van de oorlog elk uur anders
wordt. De ene keer gaat het over het nucleaire programma, de andere keer
gaat het over regimechange en dan toch weer niet over regimechange.
Inmiddels is vanuit de Amerikaanse inlichtingen duidelijk dat er geen
acute dreiging was voor de VS vanuit Iran.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister zeggen "onze kwalificatie 'begrip' is niet vóór
schending van het internationaal recht". Waar is die dan wel voor? Wat
is er in die 48 uur gebeurd dat de regering is overgestapt op begrip
voor de aanval die de Amerikanen en Israƫl hebben gepleegd?
Minister Berendsen:
Er zit wat dat betreft geen verandering in het standpunt van het
kabinet. Wat we gezien hebben, is dat er een eerste reactie is gegeven
op een situatie die ontstond, waar je nog niet het volledige overzicht
over hebt, plus dat die situatie zich verder ontwikkelt gedurende de
dag. In de reacties daarna heeft het kabinet gepoogd veel meer elementen
van dit razend complexe conflict mee te nemen in z'n reactie, wetende
dat daar niet alleen vragen over leven bij u in de Kamer, maar in de
hele Nederlandse samenleving over al die elementen die onderdeel zijn
van dit conflict. Het staat buiten kijf dat we hier te maken hebben met
een moorddadig regime. De hele context van het risico dat daarvan
uitgaat voor de bredere regio ā dat gaat zelfs helemaal tot Europa aan
toe, want er zijn zelfs op onze eigen bodem moorden gepleegd in opdracht
van het Iraanse regime ā maakt uiteindelijk dat we er begrip voor hebben
dat de VS en Israƫl zich genoodzaakt voelden. Maar al die andere
elementen zijn ook onderdeel van de afweging en de communicatie van het
kabinet.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat Iraanse regime ā dit is al gezegd ā terroriseert al decennia de
eigen bevolking en is een bedreiging voor onze nationale veiligheid,
maar eigenlijk ook voor de veiligheid van het hele vrije Westen. Dan is
de vraag of begrip tonen voldoende is. Mijn fractie wil eigenlijk zelfs
militaire steun geven. Kan deze minister vandaag gewoon zeggen dat hij
in ieder geval politieke steun wil geven aan de heldhaftige acties van
het Amerikaanse en Israƫlische leger? Dat is wel het minimale wat
Nederland kan doen: politieke steun geven aan deze geweldige acties, die
dat verschrikkelijke Iraanse regime hopelijk van de kaart vegen.
Minister Berendsen:
Dank voor de vraag. Ik merk inmiddels dat de kritiek vanuit de Kamer op
het standpunt van het kabinet velerlei vormen en kanten heeft. Dat snap
ik, want dit is gewoon een complexe situatie, waarin allerlei elementen
meespelen en afgewogen worden. Dat heeft het kabinet ook proberen te
doen. Ik heb het al eerder gezegd en herhaal het hier nogmaals: dit
kabinet heeft er begrip voor, gezien de enorme dreiging die van het
Iraanse regime uitgaat voor de directe omgeving, voor de bredere
omgeving et cetera. Daar hebben wij begrip voor. Tegelijkertijd hecht
dit kabinet er echt aan om elke keer ook het internationaal recht en het
belang van de internationale rechtsorde te benoemen, hoe complex de
afweging ook is in situaties als deze.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb een vraag die een beetje in het verlengde ligt van die van de
heer Vermeer. Er bereiken ons veel berichten over de oproepen van de nog
bestaande elementen van het Iraanse regime, van de nationale garde, maar
ook van Hamas en diverse bevriende groepen, om zo snel mogelijk tot
actie over te gaan in Europa en met name ook in Nederland. Dat gaat dus
breder dan de Iraanse mensen die hier worden bedreigd. In die oproepen
worden ook met name Joodse instellingen genoemd. Concreet is mijn vraag
aan de minister en de regering of ze de Kamer daar waar mogelijk actief
op de hoogte willen houden over de risicoanalyse die wordt gemaakt
specifiek op dit gebied.
Minister Berendsen:
Deze componenten die benoemd worden, zijn natuurlijk onderdeel van het
dreigingsbeeld dat opgesteld wordt. Alle mitigerende maatregelen daarin
zullen daar waar mogelijk uitgevoerd worden. Ik kan me goed voorstellen
dat het kabinet de Kamer over alles wil informeren, maar specifiek op
dit gebied zitten daar natuurlijk ook restricties aan, in de vorm et
cetera. Ik geef gewoon toe dat ik niet exact weet hoe ik deze vraag moet
beantwoorden. Ik wil misschien wel de bereidwilligheid uitspreken dat we
de Kamer, als we dat kunnen, zullen informeren over die zorgen, die ik
snap en die onderdeel zijn van het dreigingsbeeld.
De heer Dekker (FVD):
Het gaat mij vooral om de gevolgen van deze oorlog voor Nederland zelf.
Mijn vraag aan de minister is als volgt. Hij is bezig met scenario's,
begrijp ik. Ze zijn bezig met beoordelen wat we allemaal als Nederland
zouden kunnen doen om in ieder geval de Nederlandse samenleving er zo
min mogelijk last van te laten hebben. Houdt de minister rekening met de
mogelijkheid dat deze oorlog langdurig is, en dus met het verleggen van
allerlei stromen van die regio naar andere regio's?
Minister Berendsen:
Dit kabinet kan alleen maar rekening houden met alle mogelijke
scenario's die nu op tafel komen. We hebben geen idee hoelang dit
conflict zal duren. We weten ook niet wat de situatie is als dit
conflict eindigt. Dat betekent inderdaad dat het kabinet zich
voorbereidt op alle mogelijke scenario's, in het belang van Nederland en
alle Nederlandse belangen, ook als uitvloeisel van dit conflict.
De heer Dekker (FVD):
Betekent dit ook dat we rekening houden met vluchtelingenstromen? Zo ja,
wat zijn onze plannen om die enigszins te mitigeren?
Minister Berendsen:
Op dit moment is dat nog niet aan de orde, maar vanzelfsprekend zijn dat
bij een langdurig conflict elementen waarop dit kabinet zich zal moeten
voorbereiden. De inzet van het kabinet zal daarbij altijd zijn om eerst
te kijken hoe we partners in de regio kunnen ondersteunen bij de opvang
van eventuele vluchtelingen.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Buitenlandse Zaken voor de beantwoording.
Vragen El Boujdaini
Vragen van het lid El Boujdaini aan de minister van
Justitie en Veiligheid over het bericht "Odido betaalt geen
losgeld, criminelen publiceren deel gestolen
klantgegevens".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw El Boujdaini voor haar vragen aan de
minister van Justitie en Veiligheid. Ze stelt haar vragen namens de
fractie van D66. Ik heet de minister van harte welkom. Het woord is aan
mevrouw El Boujdaini.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voorzitter. Stel je het volgende voor. Je vlucht voor je gewelddadige
partner. Je hebt een veilige locatie voor jezelf, een nieuw
telefoonnummer en een nieuw adres. Niemand weet waar je bent, tot vorige
week. Door het datalek bij Odido liggen er nu gegevens van 10 miljoen
mensen op straat. Het gaat om naam, adres, IBAN en paspoortnummer, maar
ook om interne notities van klantenservicemedewerkers over stalking,
huiselijk geweld, schuldhulpverlening en mensen onder bewind. Dat is
informatie die Odido nooit had mogen opslaan. Die informatie is nu in
handen van iedereen die er kwaad mee wil. Net is ons ook nog ter ore
gekomen dat er in het lek ook informatie zit van beveiligde mensen, die
extra gevaar lopen, en van ministers. Dit is een veiligheidsrisico voor
heel Nederland, maar in het bijzonder voor de meest kwetsbare mensen.
Mijn eerste vraag voor de minister is: wat doet de regering op dit
moment om de slachtoffers van huiselijk geweld en stalking te
beschermen?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Dank voor de vraag. Laat ik beginnen met te zeggen dat
de regering natuurlijk ontzettend meeleeft met iedereen die slachtoffer
is geworden van deze brutale hack. Laten we ook vooropstellen: de
schuldigen van deze hack zijn de hackers. De afgelopen dagen lijkt dat
af en toe uit beeld te zijn verdwenen, maar uiteindelijk zijn het
criminelen, die onschuldige mensen in gevaar of in een kwetsbare positie
brengen voor maar ƩƩn reden. Dat is om geld te verdienen over onze rug.
Laat ik dus vooropstellen dat ik achter het besluit van Odido sta om
niet te betalen aan dit soort groeperingen, en om te zorgen dat we dit
soort criminaliteit aanpakken en niet belonen.
Dat gezegd hebbende moeten we natuurlijk kijken welke impact dit lek
heeft op alle mensen wiens gegevens op straat liggen. Laat ik eerst
kijken naar de mensen zelf, omdat een heleboel van wat nu kan gebeuren,
ook in de handen ligt van de mensen wiens gegevens nu op straat terecht
zijn gekomen. U kunt inmiddels op politie.nl zelf checken of uw gegevens
daarbij zitten. Laat me ook zeggen: ga niet zelf het darkweb op.
Uiteindelijk is het zelf in aanraking komen met deze gegevens ook een
strafbaar feit. In die zin moeten we dus zorgen dat die gegevens niet
breder worden gedeeld.
Wat u ook kunt doen, los van de tips die op de site staan, is ieder
geval uw wachtwoord voor Odido aanpassen. Als dat een wachtwoord is dat
u in combinatie met uw e-mailadres vaker gebruikt, dan wordt u gevraagd
om dat ook op andere plekken aan te passen. Let daarnaast heel goed op
phishingmails. Deze informatie gaat voornamelijk gebruikt worden door
criminelen om op een heel geraffineerde manier te doen alsof ze uw bank
zijn, alsof ze gegevens over u hebben en alsof ze iets van u vragen.
Daarmee proberen ze toegang te krijgen tot meer gegevens en uiteindelijk
vaak tot geld.
Voorzitter. Staat u mij alstublieft toe om deze oproep te doen aan
iedereen die hierdoor getroffen is: zorg voor jezelf en zorg dat er in
ieder geval geen grotere schade kan worden aangericht met de gegevens
die buitgemaakt zijn.
Kwetsbare mensen, zoals mensen die gestalkt worden of die gevlucht zijn
voor huiselijk geweld, kunnen contact opnemen met de politie. Bij de
politie, waar deze mensen vaak al bekend zijn, kan aangifte worden
gedaan, maar er zijn ook medewerkers zorg en veiligheid die mee kunnen
kijken of hiermee een groter risico is ontstaan voor deze mensen in een
kwetsbare positie. Indien nodig kunnen ze daarop maatregelen nemen.
Datzelfde geldt voor te beveiligen personen of bewindslieden. Ik heb het
zelf nog niet gecheckt op politie.nl en ik ga zelf ook niet het darkweb
op, maar het zou zomaar kunnen dat ook mijn gegevens ertussen staan. Het
grootste risico dat ik of te beveiligen personen daarmee lopen, is
hetzelfde als elke andere burger, namelijk dat er met die gegevens
geprobeerd kan worden om misbruik te maken, geld afhandig te maken of op
een andere manier druk te zetten. Uiteraard kijkt de NCTV naar de impact
op de beveiliging van deze personen, maar laat ik vooropstellen dat we
er in algemene zin in de beveiliging natuurlijk van uitgaan dat gegevens
zoals adresgegevens al op een of andere manier verkrijgbaar zijn. Dit is
dus niet de grote breach van de beveiliging daar waar het gaat om te
beveiligen personen.
Ik wil dit zeker niet bagatelliseren. Dit is een van de grootste
datalekken en hacks die we de afgelopen periode hebben gezien. Het raakt
ontzettend veel Nederlanders, maar laat ik ook zeggen dat u zelf heel
veel kunt doen om in ieder geval te voorkomen dat u slachtoffer wordt
van vervolgschade. Daartoe roep ik iedereen dan ook op.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank voor alle tips, zeg ik richting de minister, maar dat betekent dus
nog steeds dat we niets doen voor al die kwetsbare vrouwen van wie de
data zijn gelekt. Zij hebben fysieke bescherming nodig. Zij lopen gevaar
op dit moment. Heeft de minister een plan om deze groep te beschermen
tegen dit fysieke gevaar?
Minister Van Weel:
Het is niet gezegd dat iedereen van wie de gegevens in deze database
zitten, ook daadwerkelijk gevaar loopt. Ik wil die illusie hier ook
wegnemen, omdat we mensen anders onnodig paniek kunnen aanjagen. Ik roep
de mensen die in een kwetsbare positie zitten, de mensen die via
politie.nl erachter komen dat hun gegevens buit zijn gemaakt en dat daar
mogelijk ook kwetsbare gegevens zoals adresgegevens bij zitten ā dat kan
in het geval van huiselijk geweld of stalking natuurlijk onwenselijk
zijn ā echt op om naar de politie te gaan. De politie staat daarvoor
open. Bij elk lokaal bureau zitten medewerkers die alert zijn en die
kunnen kijken wat er in een specifieke situatie voor mensen moet worden
gedaan.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Toch wil ik de minister nog een keer op het hart drukken dat dit niet
genoeg is voor de mensen van wie de fysieke veiligheid op dit moment in
gevaar is. Waarom moeten zij zelf bellen met de politie? Waarom worden
zij niet actief benaderd?
Minister Van Weel:
Wij hebben geen overzicht van de volledige database van Odido. We kunnen
ook niet inschatten voor wie dit naar eigen mening in welke situatie
gevaar oplevert. Voor sommige mensen die te maken hebben gehad met
huiselijk geweld, is het geen probleem dat het adres bekend is,
bijvoorbeeld omdat iemand al voor huiselijk geweld veroordeeld is of een
gebiedsverbod heeft gekregen en zich daar verder aan houdt. In andere
gevallen is dat niet zo. Het hangt dus echt af van de specifieke
situatie. De slachtoffers zelf zijn uiteindelijk degenen die het beste
kunnen inschatten welk gevaar zij denken te lopen. Dan staat de politie
natuurlijk klaar om te helpen.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Erkent de minister dan niet dat er juist voor deze groep vrouwen, voor
deze kwetsbare mensen, een speciale aanpak nodig is? Ik hoor u als u
zegt dat mensen zichzelf kunnen beschermen en dingen meer in de gaten
kunnen houden. Maar dat is op dit moment dus niet genoeg voor die hele
kwetsbare groep. Ik wil dus toch nog een keer aan de minister vragen of
hij erkent dat deze groep mensen juist extra bescherming nodig heeft en
of hij bereid is om daar dan ook een plan voor te maken.
Minister Van Weel:
Als dat gevaar er is, dan speelt dat nu. Er is geen one-size-fits-all.
We kunnen niet voor de miljoenen klanten van Odido als overheid nu een
maatwerkplan maken. We kunnen er wel voor zorgen dat we loketten hebben
voor iedereen die het gevoel heeft gevaar te lopen vanwege de informatie
die hierin zit. Vanuit daar kunnen we meewerken om die gevaren weg te
nemen of de overtuiging te creƫren dat dit acute gevaar er niet is.
Zover zou de zorgplicht vanuit de overheid naar mijn mening moeten
reiken.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voor mijzelf is dit toch niet toereikend genoeg. Ik ben blij dat u wel
probeert mee te denken, maar ik denk dat deze kwetsbare groep mensen
echt extra hulp verdient. Ik zou dan graag samen met de Kamer willen
bekijken of we daar iets voor kunnen doen. Ik wil het graag hierbij
laten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dit is niet alleen maar iets tussen Odido en de klanten, want er zijn 10
miljoen Nederlanders getroffen. Dit is nu echt iets tussen overheid en
burgers. Mijn vraag gaat dan ook over oplossingen voor al die
slachtoffers, want de overheid speelt hier een grote rol in. Dat is
gewoon niet anders, aangezien het om 10 miljoen Nederlanders gaat.
GroenLinks-Partij van de Arbeid vraagt ten eerste van u om zo snel als
het kan een cybertelefoon op te richten. Dat moet een echt nummer zijn,
waar mensen terecht kunnen met al hun vragen. Doe dat samen met Odido.
Twee. Zorg dat er gecommuniceerd wordt op overheidskanalen. Dan heb ik
het niet over de doorverwijzingen die daar nu te vinden zijn. Er moet
daar echt gecommuniceerd worden, mensen moeten daar vragen kunnen
stellen en er moeten antwoorden komen, want daar is ongelofelijk veel
behoefte aan. Dat geldt zeker voor de groep vrouwen die net werd
genoemd: kwetsbare publieke figuren, mensen die beveiligd worden en noem
maar op. Dit is echt een zaak rond nationale veiligheid.
Minister Van Weel:
Toch wil ik even hiervoor waken. We zijn nu heel veel mensen angst aan
het aanjagen. We doen hier alsof de veiligheid van 10 miljoen mensen in
het geding is. Mijn reactie daarop is: dat is niet het geval. Dit is een
heel erg datalek. Natuurlijk is het vervelend als persoonsgegevens op
straat belanden, maar dat wil niet automatisch zeggen dat de veiligheid
van mensen in het geding is. Mensen kunnen heel veel zelf doen om te
voorkomen dat ze slachtoffer worden van de criminelen die uiteindelijk
deze informatie vanuit het darkweb tot zich zouden kunnen nemen en
daarmee acties zouden kunnen ondernemen. We communiceren ook over wat je
daartegen kunt doen. Je kunt onder andere op politie.nl tips vinden. Ik
zou iedereen willen oproepen om daarheen te gaan. Veiliginternetten.nl
is een site waarop we deze casus helemaal hebben uitgesplitst. Voor de
bijzondere gevallen, de beveiligde personen, is de NCTV natuurlijk het
aanspreekpunt. Ik heb al gezegd dat we nu niet acuut een verhoging van
de dreiging zien op basis van de gelekte gegevens. Kwetsbare mensen ā
daar werd al door de vraagsteller op gehint ā kunnen terecht bij de
politie. Dan zal worden gekeken of er inderdaad sprake is van
onveiligheid en of er maatwerk moet worden gedaan. Nogmaals, het is een
ontzettend vervelende hack, maar laten we niet de mensen onnodig angst
aanjagen dat hun veiligheid in het geding is. In de meeste gevallen kan
dat echt zelf worden voorkomen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Allereerst dank aan collega El Boujdaini voor het stellen van deze
vragen. Het is goed dat er onderzoek wordt gedaan naar dit datalek en
ook naar de eventuele nalatigheid ten aanzien van het opslaan van
gegevens. Mijn vraag gaat ook over de communicatie. Ik hoorde inderdaad
tips van de minister. Dat is begrijpelijk; het zijn terechte tips. Maar
ook wij zien graag dat er iets meer gebeurt. Het is echt een heel groot
datalek, misschien niet het laatste dat gaat plaatsvinden. Ik zou graag
het volgende willen weten. Kunnen we als overheid toch eventueel in
samenwerking met Odido kijken of we de mensen die het betreft gerichter
kunnen benaderen en bereiken? En kunnen we ā dat is dan mijn vraag in
aanvulling op die van de vorige spreker ā een breder plan opstellen voor
de komende jaren over hoe we omgaan met dit soort datalekken en welke
rol we daarin voor de overheid zien? Alleen roepen "zorg goed voor
jezelf" is wat ons betreft niet de insteek.
Minister Van Weel:
Zeker. Er zijn meerdere sites waarop deze informatie is te vinden op dit
moment. Dat is logischerwijs op de site van Odido. Politie.nl heb ik al
genoemd. De informatie staat bij de Autoriteit Persoonsgegevens en ook
op veiliginternetten.nl, een website van de campagne die wij jaarlijks
houden om te voorkomen dat mensen slachtoffer worden van dit soort
datalekken. U heeft in het coalitieakkoord kunnen lezen dat we extra
inspanningen gaan leveren om juist onlinecriminaliteit aan te pakken,
dat daar meer rechercheurs voor komen en dat er meer capaciteit komt om
te zorgen dat dit soort criminelen achter slot en grendel verdwijnen.
Maar we zullen dit soort lekken in de toekomst niet helemaal kunnen
uitsluiten. Daarom is het belangrijk dat we nieuwe wetgeving krijgen,
waaronder de Cyberbeveiligingswet, waar we op korte termijn met elkaar
over gaan spreken. Dat legt nadrukkelijk een zwaardere
verantwoordelijkheid bij de bedrijven om zorg te dragen voor een goede
weerbaarheid en een goede omgang met persoonsgegevens. In dit geval
zullen de Autoriteit Persoonsgegevens en de rijksdienst voor digitale
informatie after the fact onderzoek gaan doen of dat hier goed is
gebeurd en of er goed is omgegaan met de data. Alle mensen die hier nu
slachtoffer van zijn geworden, hebben daar helaas niks. Die zullen het
moeten doen met de tips om te voorkomen dat zij vervolgschade
ondervinden.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik sluit me aan bij een groot gedeelte van de vragen die al zijn
gesteld, maar ik zou het eigenlijk naar een iets hoger niveau willen
tillen. Er zijn vele soortgelijke bedrijven met grote databases die zijn
te vergelijken met de situatie waar we het vandaag over hebben. Kan de
minister misschien iets meer schetsen over of de lessen die worden
getrokken, worden gedeeld met soortgelijke bedrijven met soortgelijke
klantenbestanden en welke rol de minister hier eventueel zelf in zou
kunnen spelen?
Minister Van Weel:
We gaan natuurlijk kijken naar deze casus, naar wat hieruit voortkomt en
naar wat we voor de toekomst als algemeen handelingskader zouden kunnen
krijgen. Ik geloof dat de staatssecretaris voor Economische Zaken dat
gisteren in een commissiedebat met uw Kamer al heeft toegezegd. We gaan
dus zeker daarnaar kijken, zodat we in ieder geval dat handelingskader
klaar hebben liggen als zoiets onverhoopt weer zou gebeuren. Ik zeg het
nog ƩƩn keer. Op politie.nl, op de site van Odido, bij de Autoriteit
Persoonsgegevens en op veiliginternetten.nl kunt u alle informatie
vinden om u te wapenen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de minister voor zijn beantwoording en schors de
vergadering een enkel ogenblik, waarna we gaan stemmen. De vergadering
is geschorst voor een kort ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.