Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (36800-XVI) 1e TK (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D09670, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-04 09:31, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-03 18:05: Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (36800-XVI) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026
Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (36800-XVI).
De voorzitter:
Ik stel de leden voor om door te gaan met de begroting van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voor de eerste termijn van de Kamer
geef ik het woord aan de heer Bushoff als eerste spreker. Dat doet hij
namens de fractie van GroenLinks-PvdA. Het woord is aan hem
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb iets meer minuutjes, toch?
De voorzitter:
U heeft acht minuten in de eerste termijn en de resterende in de tweede
termijn, maar als u dat zelf anders wenst in te richten, kan dat
natuurlijk.
Ik begrijp dat we nog even wachten op de collega van de minister. Het is
fijn dat de heer Bushoff er al is; dan kunnen we gelijk de spreektijd
even met elkaar afstemmen. De vergadering is een kort ogenblik
geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik heet de beide ministers van harte welkom
in de Kamer.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Bushoff als eerste spreker. Dat doet hij
namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het woord is aan
hem.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ook welkom aan de beide nieuwe bewindspersonen
in vak K. Gelet op de grote uitdagingen in de zorg die voor u liggen en
ook het feit dat er al zeven voorgangers in korte tijd zijn geweest,
heeft uw partij in ieder geval heel veel vertrouwen in u, denk ik. Er
ligt een enorme opgave voor u en de verwachtingen zijn heel
hooggespannen. Ik wens u van harte succes, want dat heeft de zorg echt
nodig.
Voorzitter. Vandaag hebben we het natuurlijk over de begroting van 2026.
De oplettende kijker zou dan kunnen denken: "De begroting van 2026? We
zitten al in maart. Hoe zit dat nou?" Misschien is dat wel het beste
symbool van de stilstand die we de afgelopen twee jaar hebben
meegemaakt.
Voorzitter. De begroting van 2026 heet "beleidsarm". Dat betekent dat er
in principe niet heel veel spannende voorstellen in zitten. Ik doe samen
met een aantal collega's wel een aantal verbetervoorstellen. Zo doe ik
samen met mijn collega Bikker een voorstel om juist in die wijken waarin
de armoede relatief hoog is en er grote gezondheidsachterstanden zijn
maar eigenlijk te weinig aed's en hulpverleners, meer aed's en
hulpverleners te krijgen, zodat je postcode niet bepaalt wat je
overlevingskansen zijn bij hartproblemen. Ik doe samen met verschillende
collega's ook een voorstel om onderzoeksgeld vrij te maken voor
onderzoek naar, of in ieder geval het opstellen van een agenda voor,
PAIS. Dat zijn postacute infectiesyndromen zoals postcovid, Q-koorts et
cetera. Het voorstel is om daar een klein budgetje voor vrij te maken
dat potentieel een groot verschil kan maken in het dagelijks leven van
mensen.
Voorzitter. Ik heb ook een aantal kritische vragen bij deze begroting,
bijvoorbeeld over pandemische paraatheid, maar daar kom ik zo meteen op.
Ik denk dat het ook wel reëel is om te zeggen dat het vandaag zal gaan
over de plannen van het nieuwe kabinet voor de zorg. Laat ik ook gelijk
helder zijn: zoals ze nu voorliggen, steunt GroenLinks-PvdA die plannen
niet. Maar natuurlijk is GroenLinks-PvdA wel bereid om het te hebben
over de vraag hoe we de zorg beter kunnen maken. Ik doe vandaag trouwens
ook de volgende oproep aan alle collega's, van oppositie tot coalitie:
laten we vandaag dat gesprek aangaan, elkaar bevragen op eenieders plan
en visie om de zorg beter te maken.
"Waar visie en uitzicht ontbreekt, komt het volk om", zei Joop den Uyl
op 28 mei 1973 hier in het parlement tijdens zijn regeringsverklaring.
Dat lijkt misschien heel lang geleden, maar ook vandaag de dag is dat
nog even waar, juist voor de zorg. Ja, de zorg staat voor hele grote
uitdagingen. Dat vraagt niet om het verdedigen van de status quo, maar
juist om de moed om te hervormen. Maar ik zeg erbij dat dit echt iets
anders is dan visieloos bezuinigen. Want welk probleem wordt er opgelost
met een lagere zorgtoeslag, een hoger eigen risico en het afschaffen van
de tegemoetkoming voor chronisch zieken? Wat voor antwoord geef je op de
vergrijzing met het invoeren van een eigen bijdrage in de
wijkverpleging, terwijl mensen langer thuis moeten blijven wonen en we
nu al zien dat de spoedeisende hulp overloopt met mensen die juist die
zorg thuis niet krijgen? En hoe wordt de zorg beter als je straks meer
moet gaan betalen voor je eigen medicijnen en minder terugkrijgt van de
Belastingdienst omdat je je zorgkosten niet meer kunt aftrekken? Waar
visie ontbreekt, komt het volk om.
Voorzitter. Gisteren sprak ik Roger. Die heeft 24 jaar in de zorg
gewerkt: een goed inkomen, een gelukkig gezin en zingeving, omdat hij
levens redde als ambulancebroeder. Dat gold ook voor Ben, die ik
gisteravond ook aan de telefoon had. Ben heeft eerst bij de marine
gewerkt. Daarna werkte hij 37 jaar in de zorg, waarvan hij de laatste 28
jaar ook bij de ambulance werkte. Dat deed hij totdat hij van
hulpverlener patiënt werd. Roger en Ben weten wat het is om hard te
werken, willen graag hun eigen boontjes doppen en vragen niet heel veel
meer dan een klein stukje zekerheid. Juist die sociale zekerheid wordt
afgebroken. Zij krijgen straks tot €700 minder per maand, terwijl hun
zorgkosten met honderden euro's toenemen.
Voorzitter. Dat is de praktijk achter de bezuinigingen. Dat is wat er
gebeurt met de mensen achter de cijfers. Wat me misschien wel het meeste
raakte in die gesprekken, was het feit dat ze zeiden: "Weet je, wij
hebben het misschien nog wel goed genoeg; wij kunnen al deze
bezuinigingsvoorstellen misschien nog net dragen. Maar wat te denken van
de mensen aan de onderkant?"
Voorzitter. Als zoon van twee moeders die in de gehandicaptenzorg
werkten en een zus die nu in de ggz werkt, weet ik dat er echt dingen
beter kunnen in de zorg. Sterker nog, er móéten dingen beter in de zorg.
De mensen in de zorg pleiten er niet voor om alles te houden bij het
oude; zij willen ook verbeteringen. Maar dat staat in zo'n schril
contrast met de visieloze bezuinigingen die het kabinet nu voorstelt.
Het kan zoveel beter, het kan zoveel beter. Want, zeg ik erbij en vraag
ik ook aan deze bewindspersonen, wat is uw visie op het feit dat er per
jaar miljarden aan publiek geld, bedoeld voor de zorg, weglekken naar
private winsten en fraude? Wanneer komt de Wet integere bedrijfsvoering
zorg- en jeugdhulpaanbieders naar de Tweede Kamer? Wordt die scherper
dan het concept dat eerst in de Kamer lag?
Voorzitter. Als je weet dat er voor 10 miljard euro per jaar aan fraude
plaatsvindt in de zorg … Stel je voor, we nemen daar 1% van. We leggen
deze ministers voor volgend jaar de doelstelling op dat 1% van die 10
miljard in ieder geval behouden blijft voor de zorg volgend jaar. Ik zei
in het begin van mijn inbreng: we leggen de lat hoog voor deze
ministers. Maar laten we gewoon schappelijk beginnen met 1% en wat dat
al niet oplevert. Ik vraag het ook aan deze ministers. Wat vinden zij
van het feit dat je als aandeelhouder en zorgbestuurder ver boven de
WNT, de Wet normering topinkomens, kan binnenharken in de zorg? Zou niet
iedereen die in de zorg werkt maximaal moeten kunnen verdienen wat
toegestaan is volgens de Wet normering topinkomens? En wat te denken van
medisch specialisten in loondienst nemen? Er zijn zo veel mogelijkheden
om de zorg beter te maken en daarmee ook geld op te halen.
Voorzitter. Ik denk echt dat het beter moet in de zorg. Ik denk dat de
zorg schreeuwt om echte hervormingen in plaats van visieloze
bezuinigingen. Wat alleen al bijvoorbeeld te denken van het feit dat we
graag de beweging willen zien van zorg naar gezondheid, maar dit kabinet
daar eigenlijk veel te weinig aan doet en niet eens de vorige
bezuinigingen op preventie terugdraait? Of neem de perverse prikkel in
de zorg dat het loont om vooral lichte zorg te leveren in plaats van de
complexe problematiek op te lossen. Ook die prikkel wordt niet
aangepakt, en dan ben je een dief van je eigen portemonnee. Met andere
woorden, het kan zoveel beter in de zorg en verbetervoorstellen kunnen
ook zo veel geld opleveren.
Voorzitter, ik kom tot een afronding. Ik noemde in het begin van mijn
inbreng al dat ik nog een aantal kritische vragen heb over pandemische
paraatheid. Ik vind dat misschien wel het meest tonende voorbeeld van
die visieloze bezuinigingen die worden voortgezet. Noem het misschien —
excusez le mot — dom bijna. Want hoe kun je nou de infrastructuur die we
hebben opgetuigd na de coronajaren nu wegbezuinigen? Dat is, zoals de
voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid terecht zei, zoals de
brandweer wegbezuinigen omdat er nu even geen vuur is. Wat is daar de
visie achter, vraag ik deze ministers.
Voorzitter, dan helemaal tot slot. Ik noemde al even het gezin waaruit
ik kom en daar wil ik ook weer mee eindigen. Wat mij heel erg bijstaat,
is dat mijn zus mij laatst nog vertelde: in mijn vrije tijd maak ik de
gespreksverslagen, zodat ik in werktijd echt tijd heb voor de patiënten.
Het staat mij nog bij dat mijn moeder toen ze thuiskwam altijd zei: in
de auto eet ik mijn boterham op, zodat ik geen pauze hoef te nemen en
meer tijd heb voor de patiënten. Ik moet denken aan Ben en Roger, die
elke dag, dag in dag uit, in de nacht en overdag klaarstonden als
ambulancebroeders. Dat zijn de mensen die ons zorgstelsel draaiende
houden. Dat is de kern, de belofte van ons zorgstelsel: mensen die
omkijken naar elkaar, die willen zorgen en die kiezen voor gezondheid.
Dat is ook waar GroenLinks-PvdA voor staat. De vraag is: waar staat dit
kabinet en waar staat deze coalitie?
De voorzitter:
Dank u wel. Ik maximeer het aantal interrupties niet, maar ik stel wel
voor dat ze kort en bondig zijn en dat ze niet vaker dan in reeksen van
drie worden gepleegd richting de spreker bij het spreekgestoelte. Kort
en bondig, de heer Claassen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een punt van orde als het mag. Dit schijnt een gewoonte te worden, maar
ik vind het zelf fijn om door te kunnen vragen op een bepaald onderwerp.
Ik heb liever dat ik zes keer achter elkaar door kan vragen en
vervolgens verder geen vragen kan stellen dan dat ik niet door kan
vragen. Dat vind ik zelf fijn.
De voorzitter:
Ik stel toch voor om het te doen zoals ik het voorstel. Ik zie dat
daarmee wordt ingestemd. Meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb het verhaal gehoord van de heer Bushoff. Ik had eigenlijk iets
eerder willen interrumperen, maar ik moet zeggen dat de manier waarop de
heer Bushoff het doet bewonderenswaardig is. Ik wilde hem lekker zijn
verhaal laten afmaken. Uit je hoofd met passie je verhaal kunnen
vertellen; daar kan menigeen wat van leren, denk ik. Maar ik hoorde
GroenLinks-PvdA in het nieuws ook een harde njet zeggen. Er sijpelt toch
iets van Rusland door in de fractie. Ik hoorde een harde njet tegen het
kabinetsbeleid en dat delen wij. Wij delen een harde njet als het gaat
over de zorg in het voorgestelde kabinetsbeleid. Het zijn harde
maatregelen. Ik zal daar straks, als het al lang diep en donker is, iets
over zeggen. Deze keer ben ik niet de laatste spreker.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Mijn vraag is als volgt. De heer Bushoff gaf aan dat het kabinet een
beweging zal moeten maken en dat wij als Kamer zullen moeten
samenwerken. Kan de heer Bushoff aan de Kamer of in ieder geval aan mij
vertellen hoe die samenwerking eruit zou moeten zien om het ridicule
zorgbeleid dat doorgevoerd zou moeten worden, te kunnen slechten?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank voor de vraag. Ik ga daar zo een antwoord op geven. Eén observatie
moet mij eerst even van het hart als ik de woorden van de heer Claassen
hoor. Als de Groep Markuszower ook zo in de wedstrijd staat, dan
betekent dat inderdaad iets voor de zorgplannen van dit kabinet. Dat
schiet mij te binnen als ik de inleidende woorden hoor die u spreekt. Ik
denk dat het goed is om dat hier te markeren.
U vraagt: waar valt met GroenLinks-PvdA samen te werken als het gaat om
de zorg? Het simpele antwoord is: met alles wat de zorg beter maakt. Met
ons valt samen te werken door het kabinet, de coalitie en de oppositie
op het gebied van de zorg, maar wel met plannen die de zorg
daadwerkelijk beter maken. Ik heb net een aantal voorbeelden genoemd in
mijn eigen inbreng. Ik ben ervan overtuigd dat je kunt komen met
voorstellen die de zorg beter maken, zodat we van zorg naar gezondheid
gaan en we perverse prikkels, fraude in de zorg en exorbitante
winstuitkeringen in de zorg aanpakken. Zo kan ik nog wel een tijdje
doorgaan. Als je alle voorbeelden die ik net noemde in plannen vat, dan
maak je de zorg beter. Dat levert ook heel veel geld op. Met
GroenLinks-PvdA valt dus zeker samen te werken door het kabinet, de
coalitie en de oppositie met plannen die de zorg beter maken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Zeker. De Groep Markuszower wil dat ook. We willen zeker samenwerken;
dat hebben we ook uitgesproken. Alle voorstellen die de zorg beter maken
zijn heel goed, maar al die voorstellen zullen vragen om een dekking en
volgens mij zit daar de pijn. Wij zullen als Kamer op zoek moeten gaan
naar een dekking. Ik kan allerlei dingen bedenken, bijvoorbeeld minder
geld naar ontwikkelingshulp of minder geld voor asiel en migratie, maar
daarin gaan wij elkaar niet vinden. De opdracht die we hebben als we de
plannen van dit kabinet wezenlijk willen veranderen, is dat we op zoek
moeten gaan naar een dekking waarin we elkaar kunnen vinden. Mijn
vervolgvraag is: heeft GroenLinks-PvdA ideeën over welke
dekkingsvoorstellen wij als Kamer zouden kunnen dragen om die plannen te
kunnen torpederen?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik ben in ieder geval blij dat ook de heer Claassen van de Groep
Markuszower in niet mis te verstane bewoordingen zegt dat deze plannen
van tafel moeten. Dat delen wij, want die zijn niet goed voor de zorg en
die maken de zorg niet beter. Ik denk zelfs dat je er op termijn duurder
mee uit bent dan dat het op korte termijn besparingen oplevert.
Ik kom bij uw vraag hoe we dit gaan betalen en of we elkaar op dat stuk
kunnen vinden. Dat wordt een uitdaging, zegt de heer Claassen. Ik denk
dat dat terecht is. Laat ik daar in ieder geval iets over zeggen vanuit
GroenLinks-PvdA. Ik vind het bijna onbegrijpelijk dat van de meest
vermogenden en van de hoogste inkomens niks extra's wordt gevraagd en
dat met name de middenklasse, de middeninkomens, er minder op
vooruitgaat dan de meest vermogenden. Ik denk dat daar een
oplossingsrichting zit. Ik denk dat er ook een oplossingsrichting zit in
het aanpakken van perverse prikkels en het tegengaan van exorbitante
winstuitkeringen. We moeten ervoor zorgen dat iedereen die in de zorg
werkt onder de Wet normering topinkomens valt en dat medisch
specialisten in loondienst komen. Ik heb nu al een heel rijtje met
maatregelen genoemd die oplopen tot honderden miljoenen, zelfs tot boven
de miljard. Dat geld kunnen we ophalen en vervolgens weer gebruiken voor
bijvoorbeeld de zorg.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vond het ook een mooi betoog. Volgens mij is GroenLinks-PvdA een
bondgenoot van 50PLUS, omdat we ons zorgen maken over de toekomst van de
zorg. Ik heb over één onderwerp niets gehoord. Misschien ligt het bij de
collega's. Ik heb veertien jaar gewerkt in de wijkverpleging. Als je het
signaal krijgt dat het niet zo goed gaat met de buurvrouw, dan weet ik
hoe belangrijk het is dat je daar even mag aanbellen. Voordat je
überhaupt binnenkomt, moet je heel vaak aangebeld hebben. Als daar dan
een bedrag tegenover staat, wordt er niet meer aangebeld. Ik ben dus wel
even benieuwd hoe GroenLinks-PvdA tegen de eigen bijdrage van de
wijkverpleging aankijkt.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Goede vraag. Heel kort drie dingen daarover. Ten eerste verwacht ik
zomaar dat een van mijn collega's daar nog langer op door zal gaan. Dat
is dus alvast een soort cliffhanger, zogezegd. Ten tweede heb ik in mijn
eigen bijdrage heel kort de vraag gesteld: wat lost zo'n eigen bijdrage
in de wijkverpleging nou op, wetende dat steeds meer mensen langer thuis
gaan blijven wonen? We zien nu al dat, juist doordat deze mensen thuis
vaak te weinig goede zorg krijgen, ze op de eerste hulp belanden. Veel
van de spoedeisendehulpposten in het ziekenhuis hebben te maken met
personeelstekorten en toenemende druk. Veelal komt dat doordat er toch
te vaak ouderen terechtkomen die misschien beter geholpen zouden zijn
met iemand die vaker even aanklopt of aanbelt om te vragen hoe het met
ze gaat. Zo iemand kan op tijd signaleren of er iets aan de hand is. Ik
denk inderdaad dat zo'n eigen bijdrage daar niet behulpzaam bij is.
Volgens mij blijkt daar heel duidelijk uit hoe GroenLinks-PvdA naar deze
maatregel kijkt. Zoals ik zei: de cliffhanger is dat ik mij zomaar kan
voorstellen dat een van mijn collega's daar nog veel meer inkleuring aan
kan geven.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Daar kijk ik dan graag naar uit.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik heb de heer Bushoff horen ingaan op een aantal met name financiële
aspecten van de zorg. Volgens mij is het grootste probleem waar we op
dit moment, en met name straks in de toekomst, mee te maken hebben het
personeelstekort. Op dit moment zijn er al heel veel vacatures. Als we
niks doen, loopt dat personeelstekort op tot 300.000 in 2035. Mijn vraag
is dus: wordt de omvang van het volume dat we als samenleving kunnen
dragen niet bepaald door het aantal werkenden die kúnnen werken in de
zorg?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het klopt dat de zorg voor grote uitdagingen staat, waaronder de
personeelstekorten. Wat mij zo verbaasde aan de plannen van deze
coalitie is dat er vooral een botte bezuiniging staat, maar er geen
enkel serieus voorstel komt over hoe je de zorg daadwerkelijk beter
maakt zodat de zorgvraag afneemt. Je kunt bijvoorbeeld echt inzetten op
gezondheid en preventie. Dit kabinet investeert minder in preventie dan
dat het kabinet-Schoof erop bezuinigde. Dan zeg je in woorden misschien
"we willen van zorg naar gezondheid, om de zorgvraag af te remmen", maar
in daden laat je dat nog niet zien. Mijn oproep was de volgende. Gelet
op de uitdagingen waar de zorg voor staat, waar personeelstekorten een
serieus probleem vormen, moet je durven hervormen, maar dan moet je er
juist voor durven kiezen om te hervormen van zorg naar bijvoorbeeld
gezondheid, bijvoorbeeld door die perverse prikkels in het systeem aan
te pakken et cetera, et cetera. Dan moet je niet doen wat deze coalitie
doet, namelijk zonder een idee plat bezuinigen. Ik denk namelijk dat het
personeelstekort daarmee niet opgelost wordt.
Voorzitter. Laat me er nog eentje aan toevoegen: ik denk dat het enorm
zou helpen voor de zorg en voor mensen die in de zorg willen gaan werken
als we ze een stukje meer vertrouwen geven, als we ze hun werk laten
doen en als we ze ook goed betalen. Dat zijn allemaal maatregelen die
eraan kunnen bijdragen dat meer mensen in de zorg blijven werken. Wil je
meer mensen naar de zorg trekken, zou het ook te overwegen zijn om
bijvoorbeeld het Stagefonds niet af te schaffen, want dat gebeurt ook.
Dus ik zie vooral maatregelen die het probleem van het
arbeidsmarkttekort niet oplossen maar mogelijk zelfs erger maken. Mijn
fundamentele kritiek op deze plannen van de nieuwe coalitie is dan ook
dat het vooral platte en visieloze bezuinigingen zijn, zonder dat het
daadwerkelijk hervormingen zijn.
De voorzitter:
De antwoorden mogen wat korter, meneer Bushoff.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
U kunt zich voorstellen dat mijn hart opsprong toen de heer Bushoff
uitsprak "waar de visie ontbreekt, verwildert het volk". Want Joop den
Uyl was een kenner van die prachtige oudtestamentische Bijbel, met de
Spreuken die koning Salomo ooit opschreef. Dus mooi dat deze woorden
hier mogen klinken en wat goed dat oude wijsheden telkens opnieuw hun
toepassing kennen. Nu is het zo dat ik met collega Bushoff — hij noemde
dat ook aan het begin van zijn betoog — geregeld optrek als het gaat om
de positie van postcovidpatiënten maar ook al die andere mensen die een
PAIS-ziekte hebben opgelopen. Juist daarom vind ik het extra zorgwekkend
dat dit kabinet zegt: wij gaan niet meer investeren in de pandemische
paraatheid en de weerbaarheid van Nederland. Daarbij gaat het om alle
vormen van infectieonderzoek die je kunt doen, dus bijvoorbeeld ook de
mazelen. Is collega Bushoff het met mij eens dat als je vraagt om visie,
dat ook implicaties moet hebben voor hoe de komende begroting op dit
punt eruitziet? Wat is dan voor collega Bushoff de harde vraag die hij
voor dit kabinet heeft? Hoe moet het er anders uitzien?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
De harde vraag over pandemische paraatheid die ik stelde aan dit kabinet
is welke visie erachter deze, in mijn ogen domme en visieloze,
bezuiniging zit. Ik heb het niet kunnen ontdekken. Sterker nog, ik denk
dat deze bezuiniging Nederland onveiliger maakt. Zoals de voorzitter van
de Onderzoeksraad voor Veiligheid terecht zei: het is alsof je de
brandweer afschaft nu er even geen vuur is. Ik vind dat heel treffend
verwoord. Ik denk dat deze bezuiniging, die nu al in deze begroting zit,
echt een hele pijnlijke en hele problematische is. Ik hoop dat dit
kabinet ziet dat het eigenlijk zo niet verder kan en dat er een
oplossing voor gevonden moet worden bij de Voorjaarsnota.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het zit als een graat in mijn keel: aan de ene kant zien we de
vaccinatiegraad, met een d, omlaaggaan, maar aan de andere kant nemen we
niet de maatregelen op het moment dat er opnieuw besmettelijke ziekten
rondgaan. Ik heb in de afgelopen tijd gezien hoe de mazelen om zich heen
grepen in allerlei gebieden, ook de stedelijke gebieden. Dat gebeurde
niet alleen in de klassieke Biblebelt, waarnaar verwezen werd, maar
juist ook op een hele hoop andere plekken. Hoe dom is het op lange
termijn voor de gezondheidszorg als we dit laten gebeuren? Is collega
Bushoff het met me eens dat we van het kabinet het volgende moeten
vragen wat betreft de scenario's? We zien hoe vaak er een epidemie is —
ik heb het dan nog niet eens over een pandemie — dus wat kost het de
zorg als we dit zouden laten verwateren?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Jazeker. Ik denk dat dat een hele goede vraag is, maar het was meer een
vraag aan het kabinet. Ik geleid die dus, via u, gelijk door. Dat
scheelt wellicht weer voor uw spreektijd zo meteen, mevrouw Bikker. Ik
zou nog één ding toe willen voegen. Volgens mij staat deze bezuiniging,
die ingezet is door mevrouw Agema en het vorige kabinet en niet
gerepareerd wordt door deze coalitie en dit kabinet, symbool voor de
kortzichtige plannen voor de zorg van deze coalitie, namelijk op korte
termijn bezuinigen, geld ophalen. Dat zorgt ervoor dat op we op de lange
termijn als samenleving misschien wel slechter af zijn en ook de
schatkist slechter af is. Wat gaat het de samenleving en de schatkist
kosten als we inderdaad niet goed voorbereid zijn op de volgende
epidemie of, erger nog, de volgende pandemie?
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik rond kort af. Ik heb in de coronatijd het volgende geleerd. Het
stompzinnigste dat je kan doen, is telkens maatregelen voorstellen
waarvan je wist: als we dit goed hadden voorbereid, hadden we maar de
helft van die maatregelen hoeven te nemen. We hebben wel om de effecten
gevraagd. Wat voor effect hadden de schoolsluitingen wel niet op onze
jongeren? Nog steeds zien we het in alle gevolgen voor de mentale
gezondheid van jongeren. Wat voor gevolgen hadden de sluitingen van
bedrijven wel niet voor de economie? Het is dus niet alleen een kwestie
van de VWS-begroting. Het kabinet moet wat mij betreft bij zichzelf te
rade gaan. Ook als je financieel redeneert, moet je breder kijken en die
visie pakken. Waar de visie ontbreekt, verwildert het volk. De Bijbel
heeft weer eens gelijk. Dat is heel mooi.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik voeg er niks meer aan toe.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik vind het mooi dat collega Bushoff zo'n soort gezamenlijke uitdaging
over de toekomst van de zorg bij de Kamer neerlegt. Daar wil ik dus
graag op reageren. De heer Bushoff rekent stevig af met de in zijn ogen
botte bezuinigingen. Ik kan dat voor een deel volgen. De heer Bushoff
zegt vervolgens dat er nog wel meer geld te halen is bij de vermogenden.
Dat kan een keuze zijn. Tegelijkertijd zit ook daar een grens aan. Mijn
vraag is vooral of de kunst 'm niet in het volgende zit. We staan
allemaal voor het beteugelen van de zorgkosten, want we houden dit niet
vol, maar we moeten het op zo'n manier doen dat de samenleving daarop
kan inspelen. Vergt dat niet vooral een versterking van het sociaal
fundament? Moeten we daar niet de kracht benutten? Kunnen we daarin ook
rekenen op GroenLinks-PvdA?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Jazeker. Om te voorkomen dat we er een soort Algemene Beschouwingen van
maken, zal ik mij vooral richten op het zorggedeelte en het
samenlevingsgedeelte en iets minder op de vraag waar je nog meer
financiële dekking vandaan kunt halen, bijvoorbeeld bij de vermogenden.
Dat is een heel interessant debat, maar laten we het even houden bij de
zorg. Ik denk inderdaad, zoals de heer Van Dijk aangeeft, dat als je
slim investeert, je ervoor zorgt dat de samenleving gezond is. Als je
investeert in gemeenschappen en sport, kan dat misschien wel heel veel
gezondheidswinst opleveren en ervoor zorgen dat je minder geld kwijt
bent aan de zorg. We kunnen elkaar daar zeker op vinden.
Tegelijkertijd denk ik dat er nog best wel een aantal andere voorstellen
zijn die de zorg niet alleen beter maken, maar op termijn, misschien op
heel korte termijn, zelfs geld opleveren. Ik heb die genoemd en ik kan
er nog meer noemen. Ik denk dat je vooral op die manier naar de zorg
moet kijken. Hoe kunnen we de zorg nou beter maken? Hoe kunnen we met
name voorkomen dat mensen zorg nodig hebben? Als we dat soort
maatregelen met elkaar weten te treffen, dan denk ik dat dat in de
eerste plaats niet alleen goed is voor de samenleving en de mensen zelf,
maar ook voor de portemonnee van ons allemaal.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Precies. Ik begrijp dus — als ik het niet goed zeg, dan verbetert de
heer Bushoff mij wel — dat ook GroenLinks-PvdA niet alleen maar wil
kijken hoe je die overheidstaak nog verder kunt uitbouwen, maar ook
welke kracht de samenleving heeft en die, bijvoorbeeld via het
versterken van mantel- en respijtzorg en dergelijke, ook kan benutten.
Daarmee kun je aan de andere kant de zorgkosten enigszins
beteugelen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij kunnen we elkaar zeker vinden in kijken hoe we de
samenleving sterker kunnen maken en hoe we kunnen voorkomen dat mensen
zorg nodig hebben. Ik denk dat we elkaar daarin zeker kunnen vinden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het laatste deel van uw betoog is me uit het hart gegrepen. Volgens mij
delen wij allemaal de overtuiging dat die zorg grote hervormingen nodig
heeft. Een onderdeel daarvan is juist die beweging van zorg naar
gezondheid. U gaf dat net ook al aan, zeg ik via de voorzitter, maar als
we de beweging van zorg naar gezondheid gaan maken, betekent dat juist
investeren buiten de zorg. Dat is dus investeren in die sterke wijken,
waar we 50 miljoen voor reserveren, in die aanpak van armoede en
problematische schulden, waar we 150 miljoen voor investeren, in die
leefbare wijken, waar we 135 miljoen in investeren, en in die sterke
scholen, waar we voor 1,5 miljard opplussen. Is de heer Bushoff het met
mij eens dat als wij die beweging van zorg naar gezondheid maken, we ook
verder moeten kijken dan het zorgbudget?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik deel inderdaad met D66 dat als je de beweging wilt maken van zorg
naar gezondheid, je veel verder moet kijken dan alleen naar de
zorgbegroting. Je zult dan met name ook moeten kijken naar
bestaanszekerheid. In dat licht bezien snap ik de plannen van deze
coalitie eigenlijk niet, die zo keihard ingrijpen op de sociale
zekerheid. Dat gaat om mensen die in de WIA zitten, mensen die
arbeidsongeschikt zijn en mensen die door domme pech — ik noemde twee
voorbeelden, Roger en Ben — niet meer kunnen werken. Als je daar zo hard
op kort en mensen in de armoede stort, wat denk je dat er dan gebeurt?
Dan krijgen mensen meer financiële stress, kunnen ze minder gezond leven
en kunnen ze misschien de schimmelwoning waar ze in zitten niet
aanpakken. Dan worden ze dus alleen maar ongezonder en dat zorgt er dus
ook voor dat de kosten aan de zorgkant op zullen lopen. Waar je keihard
snijdt in de sociale zekerheid, drijft dat mensen niet alleen in
armoede, maar drijft dat uiteindelijk ook de zorgkosten op. Dit is
precies uw punt: moeten we niet breder kijken dan alleen naar de zorg en
naar bestaanszekerheid? Dat deel ik helemaal, maar in dat licht snap ik
dus de bezuinigingen op de sociale zekerheid niet.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het is fijn dat dat punt over dat breder kijken naar de zorg en de
gezondheid, dus ook juist naar die andere elementen, gedeeld wordt, want
daar vinden we elkaar volgens mij. Dat geldt ook voor die grote
hervormingen in de zorg, want ik voel ook de handreiking — daar ben ik
zelf ook naar op zoek — om met elkaar te kijken wat wel passende
manieren zijn om die grote hervormingen te realiseren. Die zorg loopt
namelijk nu al vast: niet volgende maand of volgend jaar, maar nú
krijgen de meest kwetsbare kinderen en de meest kwetsbare volwassenen al
niet de zorg die ze nodig hebben.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
De analyse delen we wel, maar voor mij zit het probleem 'm in de
antwoorden die deze coalitie daarop geeft, want we zien inderdaad nu al
wachtlijsten en kwetsbare kinderen en kwetsbare ouderen die de zorg niet
krijgen die ze nodig hebben. Maar wat gaat een eigen bijdrage in de
jeugdzorg of een eigen bijdrage in de wijkverpleging daarvoor doen? Mijn
collega zal daar straks meer over vertellen. Of wat gaan een verhoging
van het eigen risico, een lagere zorgtoeslag en het afschaffen van de
tegemoetkoming voor chronisch zieken die elk jaar hun eigen risico kwijt
zijn, doen voor precies de problemen die mevrouw Synhaeve van D66
beschrijft, namelijk dat we nu al problemen hebben in de zorg en dat
mensen niet de zorg krijgen die ze nodig hebben? Daarom zeg ik ook dat
deze bezuinigingen die nu voorliggen vrij visieloos zijn en de problemen
in de zorg niet gaan oplossen, terwijl er juist een stukje moed nodig is
om daadwerkelijk te durven hervormen. Daar staat GroenLinks-PvdA echt
voor open, voor hervormingen in de zorg die de zorg beter maken. Ik hoop
dat we elkaar daar de komende tijd op kunnen vinden.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bushoff. Dan is het woord aan mevrouw Westerveld voor
haar inbreng, eveneens namens de fractie van GroenLinks-Partij van de
Arbeid.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Hervormingen in de zorg die de zorg beter maken: daar staat
onze fractie voor. Dat kan ook. Het kabinet kan bijvoorbeeld flink
besparen door die zorgfraude, waar 10 miljard in omgaat, eindelijk eens
aan te pakken, door een verbod op winstuitkeringen of door het aanpakken
van topsalarissen in de zorg. Dat zou onze volle steun hebben gekregen,
maar dit kabinet legt de rekening neer bij mensen die er niet voor
kiezen om ziek of gehandicapt te zijn, mensen die geen netwerk hebben in
Den Haag, mensen die geen duur lobbykantoor kunnen betalen, mensen die
niet naar het Malieveld kunnen komen om te staken omdat ze dan hun
kinderen of de cliënten waar ze voor zorgen in de steek laten. Zij
betalen de rekening van dit kabinet. Dit kabinet bezuinigt op mensen die
soms letterlijk geen stem hebben vanwege een beperking. Ik vind dat een
laffe bezuiniging.
Voorzitter. Onze nieuwe minister-president wil dat Nederland één team
wordt, verwijzend naar de Nederlandse Olympiërs, maar veel mensen willen
wel heel graag meedoen, maar kúnnen niet meedoen in dat team. Zo schreef
Jonas vorige week in het Algemeen Dagblad: "Mijn dochter is een
kostenpost." Dat ging over zijn dochter Anna, die een meervoudige
beperking heeft. Dat is het verhaal van zó veel ouders die gewoon ouders
willen zijn, maar die zich steeds meer manager voelen voor hun kind,
omdat ze zo veel moeten plannen en zo veel moeten regelen doordat ze
iedere keer weer opnieuw aanvragen moeten doen en moeten bewijzen dat
hun kind nog steeds ziek is, dat het niet beter gaat worden en dat die
zorg of die ondersteuning dus nog steeds nodig is. Ik sprak afgelopen
week een ouder, die zei dat zijn kind in vier zorgwetten zit. Dat klinkt
misschien luxe, maar dat is een hele hoop ellende, een hele hoop
administratie en een hele hoop gedoe.
Voorzitter. Afgelopen zomer hoorden Jonas en zó veel andere ouders dat
hun aanvraag voor meer zorg werd afgewezen. Die regeling is juist
bedoeld voor mensen of kinderen waar soms 24 uur per dag naar omgekeken
moet worden en die het zonder hulp niet overleven. In september kwam er
ruime steun voor onze motie met een glasheldere opdracht aan het
kabinet: los het op en vind een oplossing, zowel voor de korte termijn
als voor de lange termijn. We zijn inmiddels een halfjaar verder en deze
gezinnen zitten nog steeds in onzekerheid. Op 27 januari kwam er nóg een
extra klap: ouders kregen een brief van de zorginstellingen van
ExpertCare, waar ze hun kind met een gerust hart kunnen laten logeren om
soms zelf even bij te komen. Die plekken gaan totaal onverwacht sluiten.
Gezinnen gaan hieraan keihard onderdoor. Het is geen verrassing dat er
tekorten zijn aan logeerplekken en respijtzorg. Ouders en
belangenorganisaties, maar ook wij vanuit de Kamer trekken hierover al
jaren aan de bel. Ik wil heel precies weten hoe dit is gelopen en wat de
minister gaat doen om zo snel mogelijk een oplossing te vinden. Ik wil
ook weten wie hier nou verantwoordelijk is voor zorg en voor
voorzieningen voor ernstig zieke kinderen. Ik geef ook alvast aan dat
ik, maar ook ouders het zat zijn dat het ministerie dan naar de NZa of
de zorgkantoren verwijst en dat zij weer terugwijzen. Wie is hier nou
verantwoordelijk? Klopt het dat die zorgvilla's pas gaan sluiten als er
voor alle kinderen een oplossing is? Wat nou als dat niet kan, omdat
personeel op zoek gaat — dat begrijp ik heel goed — naar een andere plek
waar ze kunnen werken? Wat gaat er dan gebeuren met kinderen die soms
palliatieve hulp nodig hebben of die hulp nodig hebben die ouders niet
kunnen bieden? Graag een reactie van de minister. Hoe staat het ook met
de uitvoering van onze breed aangenomen motie over meer zorg? Welke
oplossing is er voor de korte termijn, maar ook voor de lange
termijn?
Voorzitter. Er zijn meer mensen die er niet voor kiezen om ziek te zijn.
Mensen kiezen er ook niet voor om mentale problemen te hebben. Recent
bezocht ik mensen met psychotische klachten die gelukkig vroegtijdig
gezien werden door een specialistisch team. We hadden een heel
indrukwekkend gesprek met een aantal cliënten. We spraken met Jeffrey,
die ons zijn verhaal vertelde. Hij vertelde over de stemmen in zijn
hoofd die hem opdrachten gaven. Het lukte hem dan niet meer om de nuance
te zien, alles was zwart of wit. Hij wist ook wel dat het steeds
slechter met hem ging, hij wist alleen niet precies wat er aan de hand
was. Die stemmen in zijn hoofd werden wel steeds luider en gaven hem ook
de opdracht om iets heel ergs te doen, namelijk om een aanslag voor te
bereiden op een politicus. Dat plan in zijn hoofd werd steeds concreter.
Nou heeft Jeffrey, en wij allemaal, het geluk dat hij net op tijd gezien
werd door een specialistisch team en dat hij echt een fantastische
hulpverlener kreeg. Ik vond dit een heel indrukwekkend verhaal. Ik heb
dat ook tegen hem gezegd. Ik heb ook gezegd: wat fijn en wat dapper dat
je ons dit wil vertellen. Toen zei hij, en dat zal ik niet snel
vergeten: ik heb liever dat ik het aan jullie vertel dan dat ik het echt
had gedaan.
Voorzitter. Er waren meer ervaringsdeskundigen in dat gesprek die
allemaal hun verhaal vertelden. Zij gaven ons allemaal één hele
duidelijke boodschap mee. Ze zeiden: "Zorg er nou voor dat dit soort
hulp, de hulp die wij krijgen, voor veel meer mensen beschikbaar komt.
Zorg er nou voor dat mensen niet ellenlang moeten wachten op hulp, want
ze lopen vast." In uitzonderlijke gevallen leidt dit zelfs tot een
dodelijke afloop. Tijdige goede hulp kan dit voorkomen.
Voorzitter. Deze begroting, deze plannen schieten tekort. Ook het nieuwe
regeerakkoord schiet tekort. Twee weken geleden bleek dat de wachttijden
in de ggz opnieuw zijn opgelopen. Het doel van het Integraal Zorgakkoord
was om eind 2026 — dat is dus dit jaar — een gemiddelde wachttijd van
vijf weken te hebben, maar dat wordt bij lange na niet gehaald. Er staan
100.000 mensen op de wachtlijst. Meer dan de helft wacht langer dan de
afgesproken maximale treeknorm van veertien weken. Die wachttijd is het
langst bij de specialistische ggz. Voor persoonlijkheidsstoornissen is
het 32 weken, voor eetstoornissen 22 weken. Wachttijden kosten levens.
En dan lees ik in het regeerakkoord de mooie woorden over
gespecialiseerde zorg en over preventie, maar het financiële plaatje
staat hier haaks op: snoeiharde bezuinigingen op zorg en sociale
zekerheid. Kan de minister mij uitleggen hoe deze twee dingen samengaan?
Stress, ook vanwege je financiële situatie of je gezondheid, zorgt toch
juist voor mentale problemen? Erkent zij dat de kabinetsplannen ertoe
kunnen leiden dat meer mensen ggz-hulp nodig hebben en hoe gaat zij die
leveren? Kan ze ook uitleggen waarom de NZa stopt met het analyseren van
wachtlijstgegevens? Hoe houden we dan grip op die wachtlijsten?
Voorzitter. Over de ggz stond er in ieder geval nog iets in het
regeerakkoord, maar dat geldt niet voor dakloosheid. Terwijl het aantal
dakloze mensen en zelfs kinderen alarmerend aan het stijgen is, staat er
niets — helemaal niets — in het regeerakkoord over het Nationaal
Actieplan Dakloosheid. Dat heeft als doel in 2030 nul dak- en thuisloze
mensen te hebben. Ik wil het kabinet dan ook vragen of zij met ons
erkennen dat dit een fout is en dat dit niet had mogen gebeuren. Zo ja,
wat gaat de minister doen om deze fout te herstellen? Is het kabinet
bereid om alle aanbevelingen uit het voortgangsrapport van dat Nationaal
Actieplan Dakloosheid op te volgen? Welk effect verwachten ze door
bezuinigingen op de WW en WIA? Zien ze ook dat mensen daardoor verder in
de problemen komen, hun huur of hypotheek niet meer kunnen betalen en
misschien wel op straat belanden? Bovendien heeft het vorige kabinet ook
een bezuiniging van 40 miljoen ingeboekt op zorg voor onverzekerden
vanaf 2027. Waarom is deze bezuiniging niet teruggedraaid? Meer
partijen, ook het CDA, hadden daar felle kritiek op.
Tot slot, voorzitter. Wij hebben een aantal amendementen ingediend. Met
collega Beckerman van de SP hebben we een amendement ingediend om de
Nederlandse Straatdokters Groep te ondersteunen. Zij doen echt
fantastisch werk. Dat willen we graag zo houden. Wij vragen in dat
amendement drie ton om hun projecten voort te zetten. Met onder anderen
collega Bikker van de ChristenUnie hebben we een amendement ingediend
voor suïcidepreventie. Ik hoop op brede steun daarvoor.
Voorzitter. Ik sluit af met een oproep. Herzie dit beleid en stop met
deze domme bezuinigingen. Haal dat geld nou weg bij mensen die misbruik
maken van ons systeem. Zorg ervoor dat iedereen volwaardig kan meedoen,
want dan bouwen we echt aan een goed team.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Wat een mooi vlammend betoog tegen de bezuinigingen. Ik kan me daar op
zich heel goed in vinden. Mevrouw Westerveld zegt: haal dat geld nou
ergens anders weg. Mijn vraag is dan of het niet logisch zou zijn om dat
geld misschien deels weg te halen bij defensie. Die uitgaven stijgen
enorm, naar 19 miljard. Is het niet onvermijdelijk dat er helaas ook op
de zorg bezuinigd moet worden als je die defensie-uitgaven, waar
GroenLinks-PvdA ook voor getekend heeft, zo laat stijgen?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de indruk dat ik een beetje doorga op wat collega Bushoff al zei.
We kunnen hier een soort Algemene Politieke Beschouwingen houden, maar
laten we ons vooral richten op de zorgbegroting. We geven ook aan dat we
zaken als bijvoorbeeld de zorgfraude, waarvan we weten dat daar naar
schatting zo'n 10 miljard in omgaat, aan willen pakken. Collega Bushoff
heeft ook een aantal andere voorbeelden genoemd waar wij het geld zouden
willen weghalen. Die voorbeelden staan ook in de doorrekening die onze
partij heeft laten maken door het onafhankelijke CPB. Zij hebben een
doorrekening gemaakt van de plannen. Je ziet dan dat je kan investeren
in veiligheid, maar tegelijkertijd ook in de zorg door dat geld op
andere plekken weg te halen. Dat kan bijvoorbeeld door meer te vragen
van mensen die heel veel verdienen of van vervuilende bedrijven. Dat
zijn onze keuzes. Die staan vrij helder in dat document beschreven.
Volgens mij is dat een heel helder antwoord op deze vraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Maar ja, politiek is ook keuzes maken. Als je die 19 miljard euro in
beton giet — de PvdA heeft dat gedaan — dan moet dat ergens vandaan
komen. Ik denk dat het onvermijdelijk is dat je dan naar de sociale
zekerheid en naar de zorg gaat kijken, naar de typisch linkse thema's. U
kunt zich dus voorstellen, voorzitter, dat ik daar gewoon oprecht
verbaasd over ben. Dat is dan ook mijn vraag aan mevrouw Westerveld. Hoe
kan het nou zo zijn dat die defensie-uitgaven voor GroenLinks-PvdA in
beton gegoten zijn, dat dat niet onderhandelbaar is, maar dat mevrouw
Westerveld nu een poging moet doen om hier en daar wat geld bij elkaar
te scharrelen voor de zorg? Ik vind dat zo'n vreemde keuze.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is onze keuze glashelder. Ik zei net al dat die keuze door
ons is opgeschreven in ons verkiezingsprogramma. Een heel aantal
partijen — de partij van meneer Van Houwelingen deed dat niet — hebben
die keuzes vervolgens laten doorrekenen door het CPB. Wat betekenen die
keuzes nou? Zie je waar wij die keuzes leggen? Wij investeren in de
zorg. Wij investeren ook in preventie. Tegelijkertijd willen we
natuurlijk ook dat de zorg wordt hervormd, maar onze keuzes zijn
glashelder. We proberen niet een beetje bij elkaar te schrapen. We maken
onze keuzes heel duidelijk.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Westerveld. Dan zijn we aanbeland bij een heuglijk
moment, namelijk de maidenspeech van mevrouw Vliegenthart. Ik geef haar
daarvoor graag het woord. Zij spreekt namens GroenLinks-Partij van de
Arbeid. Ik wijs erop dat er niet wordt geïnterrumpeerd bij
maidenspeeches. Als u zover bent, heeft u het woord.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Toen ik 16 jaar was, begon ik aan de opleiding tot
verloskundige. Dat ik in de zorg zou gaan werken, was van jongs af aan
al duidelijk. Samen met mijn moeder keek ik alle bevallingsprogramma's
die er maar waren. Daar ontstond mijn fascinatie voor zwangerschap en
geboorte. De keuze om verloskundige te worden, was dus ook snel
gemaakt.
Ik startte mijn studie met een oprecht en simpel geloof: als ik mijn
werk goed doe, krijgt iedere moeder en ieder kind een gelijke kans op
een goede gezondheid. Al snel leerde ik hoe bijzonder mijn vak is. Ik
mocht jarenlang aanwezig zijn bij de meest vormende momenten in een
mensenleven. Ik kwam achter voordeuren in verschillende wijken: van een
villawijk in Wassenaar tot een portiekflat in Katwijk tot een kamertje
in een asielzoekerscentrum. Mensen stelden hun leven voor mij open. Hun
vertrouwen lag in mijn handen. Ik leerde hen echt kennen: hun kracht,
hun kwetsbaarheid en hun hoop voor de toekomst.
Maar ik zag ook iets anders. Ik zag achter die voordeuren hoe ongelijk
de start voor een kind in Nederland kan zijn. Ik zag een baby die werd
geboren in een huis met ernstige schimmel boven de wieg. De ouders
werkten hard, maar konden geen andere woning betalen. Ook werden ze niet
serieus genomen door hun verhuurder. Die baby heeft als kind een ernstig
verhoogde kans op het krijgen van astma, niet door pech, niet door
geërfde genen, maar door omstandigheden ontstaan door politieke
keuzes.
Ik begeleidde ook een zwangere asielzoekster. Zij moest midden in een
zeer risicovolle zwangerschap halsoverkop verhuizen door de ernstige
opvangproblematiek in Nederland. Een week later beviel zij. Toen was ze
30 weken zwanger. Ze was ernstig ziek vanwege haar te vroeg geboren
baby, maar zonder haar vertrouwde zorgverleners om haar heen.
Voorzitter. Aanvankelijk had ik de ietwat naïeve overtuiging dat goede
zorg voldoende zou moeten zijn, maar die overtuiging verdween als sneeuw
voor de zon tijdens mijn werk bij Dokters van de Wereld, een medische
mensenrechtenorganisatie die zorg levert aan de mensen bij wie het
zorgsysteem faalt of waar het systeem mensen uitsluit. Met de Zorgbus
ging ik het hele land door. We deden uitstrijkjes bij vrouwen die
uitgesloten zijn van bevolkingsonderzoek in Nederland, terwijl juist zij
een hogere kans hebben op het krijgen van baarmoederhalskanker. Daar zag
ik mensen in de meest kwetsbare situaties, mensen die voor velen
onzichtbaar blijven. Ik zag vrouwen die heel hard geraakt werden door
gezondheidsachterstanden, simpelweg omdat ze dakloos of ongedocumenteerd
waren of omdat ze lhbtiq'er waren. Ik zag nog meer hoe groot de impact
is van politieke keuzes.
Gezondheid begint namelijk bij lange na niet in de verloskamer.
Gezondheid hangt van zo veel meer af, bijvoorbeeld van de vraag of je
genoeg geld in je portemonnee hebt, of je een veilig en fijn huis hebt,
of je gelijk wordt behandeld door de overheid en door mensen die je
zouden moeten helpen. Ook in een rijk land als Nederland is de realiteit
een stuk grimmiger dan we soms durven toegeven. Want wie in armoede
leeft en wie steeds weer moet vechten om gehoord te worden, begint met
een achterstand nog voordat de eerste hartslag klinkt. Als we echt
willen dat iedereen gelijke kans heeft op goede gezondheid, dan moeten
we één ding erkennen: gelijke behandeling is niet altijd rechtvaardig.
Ongelijke situaties moeten we ook ongelijk behandelen. Want
rechtvaardigheid is iets anders dan voor iedereen hetzelfde doen. Soms
betekent rechtvaardigheid dat je meer doet voor wie minder heeft, dat je
investeert in wijken waar de vaccinatiegraad achterblijft, dat je
preventie versterkt waar gezondheidsrisico's zich opstapelen en dat je
actief optreedt tegen discriminatie in de zorg. Omgekeerd geldt dus ook
dat ongelijke kansen op een gezond leven ontstaan door politieke
keuzes.
Voorzitter. Wie het heeft over een gezonde start, kan niet om vrouwen
heen. Als verloskundige stond ik aan het begin van nieuw leven, maar ik
stond ook naast vrouwen die soms al een heel leven moesten vechten om
serieus genomen te worden, vrouwen bij wie pijn werd weggezet als
"overdrijven", vrouwen die jarenlang langs tientallen artsen moesten
voordat hun klachten eindelijk werden herkend en vrouwen die zich
moesten verantwoorden voor keuzes over hun eigen lichaam.
Vrouwengezondheid is de basis van onze volksgezondheid. En toch zien we
dat de kennis over vrouwenaandoeningen achterblijft. Vrouwen leven
gemiddeld zes jaar korter in goede gezondheid dan mannen. Dat is
schrijnend. Het veroorzaakt onnodig veel leed en het kost de
maatschappij ook nog eens onnodig veel geld.
Aandoeningen zoals endometriose zijn jarenlang onderbelicht geweest. Ook
nu is er nog steeds geen passende behandeling. Preventieprogramma's
sluiten onvoldoende aan bij alle jonge vrouwen. De toegang tot zorg, het
kunnen krijgen van uitstrijkjes of een fatsoenlijke financiering voor
een abortusbehandeling, blijft voor sommige groepen nog steeds
kwetsbaar.
Als we spreken over gelijke kansen op gezondheid, moeten we eerlijk
zijn. Vrouwen krijgen die nog steeds niet vanzelfsprekend. Dat is geen
nieuw inzicht. Meer dan 100 jaar geleden zagen vrouwen al dat
gezondheid, autonomie en politieke zeggenschap onlosmakelijk met elkaar
verbonden zijn, dat je geen gelijke kansen kunt hebben als je geen
gelijke rechten hebt en dat je geen regie over je gezondheid hebt als je
geen stem hebt in de politiek. Dat ik hier nu achter dit spreekgestoelte
sta, komt omdat ik op de schouders van reuzen mag staan. In 1918 nam
Suze Groeneweg als eerste vrouw plaats in deze Kamer. Niet veel later
volgde het vrouwenkiesrecht, mede dankzij de eerste vrouwelijke
Nederlandse arts, Aletta Jacobs, die als geen ander wist wat het
betekent als vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen lichaam.
Daarna volgden vrouwen als Joke Smit en Hedy d'Ancona, die het feminisme
definitief op de kaart zetten, en in hun voetsporen Lilianne Ploumen en
Corinne Ellemeet, die zich nationaal en internationaal inzetten voor het
recht op abortus en reproductieve vrijheid. Want zij begrepen: zonder
lichamelijke autonomie geen gelijke gezondheid, en zonder politieke
vertegenwoordiging geen duurzame verandering.
Die verbinding zie ik elke dag terug in de praktijk van zorg, want
zolang abortus in het Wetboek van Strafrecht staat en nog steeds niet
wordt erkend als zorg, zolang desinformatie wordt verspreid over
anticonceptie en vaccinaties, zolang preventie van baarmoederhalskanker
niet iedereen bereikt die we kunnen bereiken, zolang dat allemaal niet
vanzelfsprekend is, is onze opdracht niet volbracht en zal ik de strijd
van deze vrouwen voortzetten. Want wereldwijd staan rechten van vrouwen
en lhbtiq-personen onder druk. Ook in Nederland ervaren minderheden
vaker discriminatie in de zorg. De wachttijden in bijvoorbeeld de
transzorg zijn schrijnend. Gelijke rechten zijn nooit vanzelfsprekend.
Ze vragen om blijvende strijd, om bescherming en om politieke
moed.
Voorzitter. Tien jaar geleden legde ik de eed van Hippocrates af. Ik
beloofde dat ik het belang van mijn cliënt altijd voorop zou stellen,
dat ik zou bijdragen aan toegankelijke en kwalitatieve zorg, en dat ik
mijn verantwoordelijkheid zou nemen voor de samenleving. Mijn werkplek
is veranderd. Waar ik eerst naast een vrouw stond tijdens haar bevalling
en in een zorgbus door Nederland trok, sta ik nu achter dit
spreekgestoelte. Maar mijn drijfveer is dezelfde: ik wil werken aan een
land waarin gezondheid geen privilege is maar een recht voor iedereen,
waar een postcode niet je levensverwachting bepaalt, waar preventie écht
de prioriteit krijgt, waar vrouwen vrij zijn om keuzes te maken over hun
eigen lichaam, waar de meisjes van nu niet hoeven te lijden zoals hun
moeders dat hebben gedaan, en waarin we ongelijkheid niet accepteren als
een gegeven maar bestrijden als onrecht. Ik zal hier mijn stem gebruiken
voor degenen die te vaak niet worden gehoord. Strijdbaar wanneer het
moet, verbindend waar het kan, omdat gezondheid begint bij keuzes —
keuzes die wij hier elke dag maken — en omdat de volgende generatie niet
kan wachten.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Vliegenthart. Het is mij een genoegen u als eerste
te mogen feliciteren met uw prachtige maidenspeech, met alle
praktijkervaring die u daarin heeft betrokken. Ik wil u vragen voor het
rostrum de felicitaties in ontvangst te nemen. Ik schors tot 19.45 uur
voor felicitaties en de dinerpauze.
De vergadering wordt van 18.55 uur tot 19.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan mevrouw Synhaeve voor
haar inbreng in de eerste termijn namens de fractie van D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik zei net al tegen een aantal collega's dat ik
echt een ochtendmens ben. Ik moet er dus even aan wennen dat ik hier nu
om 20.00 uur 's avonds sta. Maar dat gaat vanzelf goedkomen. Allereerst
natuurlijk mijn felicitaties aan collega Vliegenthart voor de
indrukwekkende maidenspeech. Bij voorbaat ook mijn felicitaties voor de
maidenspeech die nog zal komen.
Voorzitter. De afgelopen weken ging ik op bezoek bij verschillende
zorginstellingen, bij ziekenhuizen, bij wijkteams. Ik ging in gesprek
met professionals, met ouders, met jongeren. Wat mij steeds weer opvalt,
is hun enorme inzet en gedrevenheid. Mensen werken met hart en ziel.
Maar ik zie ook hoe het vaak vastloopt. Professionals maken keuzes die
eigenlijk niemand zou moeten maken, niet omdat zij tekortschieten, maar
omdat het systeem tekortschiet. Ook vanavond staat ergens in Nederland
een jeugdzorgwerker alleen op een groep van zes jongeren, hopend dat er
geen crisis uitbreekt. Als dat gebeurt, moet je namelijk kiezen: ga je
met de jongere mee in de ambulance, wetende dat dat voor de jongere weer
een zeer traumatische ervaring zal zijn, of blijf je bij de groep? In
een verpleeghuis maakt een verzorgende een vergelijkbare afweging: help
je een bewoner nu met douchen, of reageer je eerst op de alarmbel van
iemand verderop in de gang? Wie krijgt er aandacht, en wie moet er
wachten? Dat is hoe het nu veel te vaak gaat. En toch zag ik ook iets
anders. Ik zie dat het anders kan. Ik zie teams die de ruimte krijgen en
daardoor veel betere zorg kunnen bieden. Ik zie teams die het vertrouwen
gegund wordt en die dat vertrouwen allesbehalve beschamen.
Voorzitter. In deze zaal gaat het vaak over de vraag: geven we meer of
minder geld uit aan zorg? Alsof dat altijd de oplossing biedt. Feit is
dat we meer geld uitgeven aan zorg dan ooit. Dat bedrag blijft stijgen,
ook de komende jaren. We weten ook: meer geld gaat dit niet oplossen. We
hebben nu al te weinig mensen om zorg te leveren. Als we zorg blijven
leveren zoals we dat nu doen, dan zou in 2040 een op de vier mensen in
Nederland in de zorg moeten werken. Ook nu zien we, nog even los van het
arbeidsmarktvraagstuk, al dat juist mensen die de zorg het allerhardst
nodig hebben, die nu niet krijgen. Kijk naar de voorbeelden die collega
Westerveld net gaf. Als je een complexe geestelijkegezondheidszorgvraag
hebt, sta je 32 weken op de wachtlijst, maar we weten allemaal dat dit
zomaar de verkeerde wachtlijst zou kunnen zijn, dat je daarna naar de
volgende gaat, en dat je dan zo een paar jaar verder bent en nog steeds
niet geholpen bent.
Voorzitter. Als we willen dat iedereen die zorg nodig heeft die ook
krijgt, dan begint dat met een andere manier van kijken naar zorg. Veel
van de vragen die nu in de zorg worden opgepakt, zijn eigenlijk helemaal
geen zorgvragen maar samenlevingsvragen. Dat zie ik bij mij in de buurt
elke week weer. Ik woon aan zo'n autovrij plein. Daar hebben we een
gedeelde buurttuin. Dat is de plek waar ik hoor dat de buurvrouw een
knieoperatie krijgt en we samen bekijken wie de boodschappen doet, wie
gaat koken en wie elke dag even een stukje met haar gaat wandelen. Dat
is de plek waar de weduwnaar zegt: ik voel me best wel alleen. Dan kan
diegene een gesprek voeren met de POH-ggz, maar het is misschien een
stuk effectiever als hij af en toe 's avonds bij ons komt eten. Dat is
de plek waar ik zie dat ouders met jonge kinderen aangeven dat de zorg
ze even te veel wordt, en dat de buren dan zeggen: "Weet je wat? Stuur
de kinderen dan maar even naar ons toe." Daar is geen beschikking voor
nodig. Daar is geen indicatie voor nodig. Zelfs als de zorgvraag
intensiever is, zien we nog dat je heel veel kan doen buiten de zorg om.
Ik was gisteren in Leiden, waar ik gesprekken voerde met getrainde
jongvolwassenen, die met andere kinderen, met jongeren en met studenten
in gesprek gaan over mentale problemen die ze ervaren. Zij gaven mij
juist mee: maak dat niet allemaal "zorg", want het hoort ook bij het
leven. Zullen we het daar ook over hebben met elkaar?
Voorzitter. Natuurlijk zijn er momenten waarop die zorg er dan juist
moet zijn en dat hebben we nu veel te weinig geregeld met elkaar. Dat
betekent dat we ook kritisch moeten kijken naar hoe we het systeem
hebben georganiseerd. Wat ons betreft doen we dat langs twee lijnen. Als
eerste, en dat raakt aan de meest wezenlijke vraag: voor wie is die zorg
bedoeld? Zorg is bedoeld voor die hulpvragen waarbij professionele hulp
onmisbaar is. Dat betekent dat we ons moeten richten op de meest
kwetsbare mensen. Op het moment dat wij er niet meer in slagen om onze
meest kwetsbaren te beschermen, dan falen we in onze meest fundamentele
opdracht: als Kamer, als organisaties, als professionals, als
samenleving.
In dat kader heb ik twee vragen aan het kabinet, want het kabinet is nu
aan de slag met het uitwerken van de maatregelen uit het
coalitieakkoord. Ik wil eigenlijk twee toezeggingen. Ten eerste: kan het
kabinet toezeggen dat in de uitwerking van de plannen van het
coalitieakkoord telkens expliciet wordt bekeken wat iets betekent voor
de meest kwetsbare groep, en dat dat ook wordt teruggekoppeld aan ons
als Kamer? Ten tweede: ik wil graag dat in de uitwerking van de
voorstellen uit het coalitieakkoord eveneens gekeken wordt wat iets
betekent per sector. Daarmee wil ik ook de zorgen erkennen die leven in
de verschillende sectoren, waaronder de gehandicaptensector.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor de terechte en goede vragen van collega Synhaeve en haar mooie
en warme pleidooi voor een goede, betrokken samenleving, waarin men wil
omzien naar elkaar. Dat herken ik. Mijn zorg is de volgende. Bij ieder
apart plan van het kabinet valt een hele ratio op te bouwen, maar de
stapeling van het geheel kan maken dat de rekening voor mensen hoog
wordt en dat zij zorg gaan mijden. Hoe ziet collega Synhaeve dat?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik denk dat de keuzes die wij maken, althans de voorstellen die wij
maken voor keuzes in het coalitieakkoord, precies de basis zijn waarvan
wij zeggen: dat zijn de keuzes die wij moeten gaan maken om die zorg te
kunnen hervormen, én om de zorg voor de meest kwetsbaren te regelen, én
vanwege het arbeidsmarktvraagstuk. Uiteindelijk moet je dat in z'n
geheel bezien en dat is natuurlijk moeilijk, want ook nu bespreken wij
alleen de VWS-begroting. Wij hebben wel gezegd: we zien dat het bij een
aantal groepen kan neerslaan. Daarom reserveren we die 350 miljoen voor
mensen met een beperking en chronisch zieken, en daarom reserveren we
ook die 150 miljoen voor een aanpak armoede en problematische schulden.
Daarom willen we bovendien het eigen risico steeds trancheren op €150.
Maar uiteindelijk zal de balans gemaakt moeten worden op het moment dat
het kabinet terugkomt met die voorstellen, en ik denk dat we het dan pas
echt integraal zullen kunnen afwegen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb eerder met D66 gesproken over de zorgbegroting en over de
houdbaarheid op de lange termijn. Wat mij is opgevallen, is dat iedere
keer dat wij afspraken maken over bedragen, daarna de bedragen bijna
meer leidend worden dan de visie — dat zei collega Bushoff terecht — die
daaronder zou moeten liggen over hoe we de komende tien jaar een
zorgzame samenleving zijn. Dat is precies de reden waarom ik zo'n moeite
heb met de stapeling van bezuinigingen in de gehandicaptenzorg, om maar
een voorbeeld te geven. Kan collega Synhaeve aangeven wat voor haar de
piketpaaltjes zijn waar zij sowieso aan zal meten, los van die
bedragen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De piketpalen zijn sowieso de twee punten die ik net genoemd heb als
verzoeken aan de minister om een toezegging. Juist als we als leidend
principe hanteren dat de zorg er moet zijn voor de meest kwetsbare
inwoners, dan moeten wij weten dat onze plannen daar geen averechts
effect op hebben. Dat zal ook mijn toetssteen zijn. Daarop kunt u mij nu
en in de toekomst altijd bevragen. U zegt daarnaast: er moet een plan
zijn en u moet met een visie komen die hierin leidend is. Ik denk dat we
die visie hier juist heel mooi uitwerken. Ik denk dat we juist heel
duidelijk aangeven dat we de beweging van zorg naar gezondheid maken.
Dat betekent juist investeren buiten het zorgdomein. Daarnaast denk ik
dat we heel duidelijke keuzes maken door te zeggen dat we focussen op de
meest kwetsbare groepen. Beide zullen de toetssteen zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vind deze heel spannend, merk ik. Vorige week heb ik ook in het
gesprek met de minister-president de langdurige zorg en de 990 miljoen
die daar structureel staat ingeboekt als voorbeeld genomen. Toen ik
vervolgens doorvroeg wat dat betekent voor de gehandicaptenzorg, gaf de
minister-president toe: dat hebben we eigenlijk nog niet goed genoeg
doordacht. Er gaat een brief komen. Ik ben daar zeer benieuwd naar, ook
naar welke scenario's daarin zitten. Ergens zegt het natuurlijk iets
over de visie daaronder. Wij delen dat de meest kwetsbare mensen nooit
de dupe mogen worden van bezuinigingen. Dat dreigt momenteel wel te
gebeuren, met het bedrag dat genoteerd is. Onderkent collega Synhaeve
dat? Kunnen wij samen afspreken dat we dat sowieso gaan voorkomen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik onderken en onderschrijf volledig dat de zorg ten goede moet komen
aan de meest kwetsbare groepen. Ik gaf net ook al aan dat u me daar
altijd, op elk moment, op kunt aanspreken. Ik vind het heel fijn dat we
volgende week met elkaar uitgebreid het debat kunnen voeren over
specifiek de gehandicaptensector. Ik vind het ook heel fijn dat daar een
kabinetsbrief aan ten grondslag ligt, omdat dat tot een beter debat zal
leiden. In algemene zin is de gehandicaptensector als deel van de
langdurige zorg echt een ander type sector. Waar we in de ouderenzorg
mensen hebben die een aantal jaar op een plek leven, gaat het bij de
gehandicaptensector om mensen die er soms decennialang wonen. Daar ben
ik me dus heel erg van bewust, niet alleen op het moment dat we maandag
het debat met elkaar voeren, maar ook in de keuzes die we hierna
maken.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor mevrouw Synhaeve van D66 aan het kabinet vragen wat de
maatregelen die ze hebben opgeschreven in het coalitieakkoord in de
praktijk betekenen voor de meest kwetsbare mensen. Hoe kun je eerst
maatregelen opschrijven in een coalitieakkoord, en dan ook nog deze
maatregelen, en pas daarna aan het kabinet vragen wat het in de praktijk
betekent voor de mensen in de meest kwetsbare posities? Ik zeg het
nogmaals: waar visie ontbreekt, komt het volk om.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ga hier niet het debat van vorige week opnieuw doen, want dat is al
gevoerd. Uit het coalitieakkoord spreekt juist een hele duidelijke
visie: de visie om de beweging van zorg naar gezondheid te maken, de
visie om te investeren in preventie en de visie om dus ook buiten dat
zorgdomein te investeren. Dat is waarvoor ik wil staan. Daar zitten ook
keuzes in waarbij we zeggen: als we de zorg voor de meest kwetsbare
mensen willen regelen, dan moeten we ook aan andere knoppen durven
draaien. Die hebben we in het coalitieakkoord beschreven. We hebben daar
ook nog ruimte gelaten. We hebben het dus niet van a tot z
dichtgetimmerd. Dat zou namelijk pretenderen dat ik het alleenrecht op
goede ideeën zou hebben; dat geloof ik niet. Ik vind het heel logisch
dat je met zo'n coalitieakkoord vervolgens aan een kabinet vraagt nu aan
de slag te gaan met die uitwerking. In die keuze kan je namelijk nog
heel veel andere keuzes maken.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het volstrekt onnavolgbaar dat je eerst een set aan maatregelen
opschrijft, zoals tot 6 miljard bezuinigen op de sociale zekerheid en 10
miljard bezuinigen op de zorg, met enorme eigen bijdragen voor mensen,
en dat je dan pas de vraag stelt wat dat in de praktijk voor mensen zou
betekenen en wat dat betekent voor mensen in de meest financieel
kwetsbare situaties. Ik heb voorbeelden gegeven van wat het betekent
voor mensen die jaren in de zorg hebben gewerkt en nu arbeidsongeschikt
zijn geraakt. Is die vraag echt niet aan de orde gekomen tijdens de
coalitieonderhandelingen? Ik kan het me gewoon niet voorstellen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Natuurlijk is die aan de orde gekomen in de coalitieonderhandelingen,
maar op het moment dat wij bijvoorbeeld zeggen dat er een eigen bijdrage
in de wijkverpleging moet komen, dan kan je dat op tal van manieren
vormgeven; ik vermoed zomaar dat daar zo nog vragen over zullen komen.
Je kan bepalen hoe hoog die eigen bijdrage is. Je kan bepalen of je die
vanaf de eerste keer gaat betalen of niet. Er zijn allerlei knoppen
waaraan je kan draaien. Ik vind het heel passend dat wij dat als
coalitie in de coalitieonderhandelingen nog niet van a tot z hebben
uitgewerkt, maar dat het juist een opdracht is die we meegeven aan het
kabinet.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, afrondend. Als je bijvoorbeeld mensen die chronisch ziek of
arbeidsongeschikt zijn, keihard pakt met het verlagen van hun inkomsten
en je een eigen bijdrage voor de wijkverpleging invoert, een hoger eigen
risico vraagt, de zorgtoeslag verlaagt en het aftrekken van de
zorgkosten bij de belasting afschaft, als je al dat soort maatregelen
neemt, kan ik je al wel op een briefje geven wat dat in de praktijk voor
deze mensen betekent, namelijk dat ze het hoofd niet meer boven water
kunnen houden. Ik vind het echt stuitend, echt stuitend om te horen dat
die vraag blijkbaar niet is beantwoord toen deze maatregelen in het
coalitieakkoord werden opgeschreven. Dat is ook precies de fundamentele
kritiek die ik heb. Er zit geen visie achter. Er is niet over nagedacht.
Er is gewoon gekeken: hoeveel moeten we nog ophalen? Dat heeft u bij de
zorg opgehaald.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat beeld deel ik absoluut niet. De keuzes die we maken, zijn juist de
keuzes om ervoor te zorgen dat zij die de zorg het allerhardst nodig
hebben, die kunnen krijgen. We weten ook dat als we verdergaan op de weg
die we nu zijn ingeslagen, het dus niet gaat gebeuren, want deze mensen
vallen nu al tussen wal en schip en dat wordt de komende jaren alleen
maar erger als we niet durven kiezen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is een beetje wrang dat er inderdaad keuzes worden gemaakt, maar dat
D66 doet alsof het vanzelfsprekend is dat er bezuinigd moet worden juist
op mensen die het meest kwetsbaar zijn, mensen met een handicap,
arbeidsongeschikten, mensen met een PAIS-ziekte, dus mensen met long
covid. Dat zijn geen vanzelfsprekende keuzes. Een keuze die je ook kan
maken, is zeggen: hoe worden mensen eigenlijk ziek? We hebben een enorme
industrie in Nederland, die mensen ziek maakt. We hebben een enorme
veehouderij met een grote veedichtheid in Nederland, die mensen ziek
maakt. Waarom maakt D66 niet de keuze om daar de lasten te leggen en om
dat aan te pakken, in plaats van te beknibbelen in de hoeken waar het al
moeilijk is?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De afgelopen twintig jaar hebben we elk jaar meer uitgegeven aan zorg.
In 2026 geven we 120 miljard uit aan zorg. In 2030 wordt dat 126
miljard. Alleen maar extra geld gaat niet de oplossing zijn. Ik deel
volledig het punt dat u noemt: moeten we niet gaan kijken waarom het nou
zo is dat mensen ziek worden? Dat is precies wat ook in de beweging van
zorg naar gezondheid zit. Dus ja, laten we zeker kijken wat de industrie
bijdraagt aan het ziek maken van mensen en kijken hoe we dat kunnen
voorkomen in de toekomst.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste weten we uit onderzoek dat de zorgkosten vooral worden
opgedreven door economische groei. Hoe meer economische groei, hoe meer
kosten we voor zorg maken. Zo werkt dat. D66 zou dus misschien iets
moeten doen aan economische groei als ze dat volledig willen dempen.
Maar in de kern gaat het erom dat je een keuze maakt om te bezuinigen op
de meest kwetsbare mensen, in die hoek, in plaats van het te halen bij
bedrijven en grote investeerders en de vervuilers aan te pakken.
Dan op het punt van de grote vervuilers aanpakken: dat rijmt niet met
wat ik van D66 hoor. In het coalitieakkoord zie ik dat de
Omnibusakkoorden, de Omnibuswetgeving van Europa, gewoon worden omarmd,
terwijl experts zeggen dat die ervoor gaan zorgen dat de regels die onze
gezondheid beschermen, worden versoepeld. Hoe rijmt D66 dat met de
ambitie om de zorgkosten te drukken?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik wil in dit debat toch echt focussen op de VWS-begroting.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit ís VWS.
Mevrouw Synhaeve (D66):
In algemene zin kan ik herhalen wat ik net ook al zei, namelijk dat je
heel goed moet gaan kijken hoe het nou komt dat mensen ziek worden en
hoe we dat kunnen voorkomen met elkaar. Dat zit niet … Punt.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Tot slot. Dit is dus precies het probleem van de visie van D66 op zorg.
Ze zoeken het beknibbelen op de zorg in hoekjes waar al weinig te
beknibbelen valt, maar zien niet dat we heel veel kosten kunnen besparen
door natuur en milieu beter te beschermen, door omwonenden van de
veehouderij-industrie beter te beschermen. Dan zegt ze: ik verwijs naar
een ander debat. Nee, het gaat hier ook over. De minister van VWS gaat
daarover. Ik wil dus heel graag nog een serieuze reactie van D66 op de
vraag waarom de Omnibusvoorstellen van Europa blindelings, met één zin,
worden omarmd en waarom in het coalitieakkoord staat dat de
toezichthouders misschien maar minder hard toezicht moeten houden op de
grote vervuilers en minder streng moeten zijn, terwijl we weten hoe
belangrijk het is om het juist strenger te doen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik zit gewoon veel minder diep in die grote vervuilers en Omnibus. Ik
kan in dit debat alleen aangeven dat ik zie dat ook daar een oorzaak
ligt van zorg en dat we daar ook naar moeten kijken. Ik ben in ieder
geval nu niet de goede persoon om vragen aan te stellen die specifiek
daarover gaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik was in aanloop naar dit debat heel benieuwd hoe D66 en de andere
coalitiepartijen zouden verantwoorden en uitleggen waarom er zo enorm
veel miljarden uit de zorgpot worden gepakt om Defensie te financieren,
want dat is uiteindelijk wat er gebeurt. Er was geld nodig voor
defensie. D66 heeft er samen met de rest van de coalitiepartijen voor
gekozen om dat niet te halen bij de mensen die het meest verdienen in
Nederland, maar bij de zorg. Dat zijn de feiten. Dan krijgen we een
verhaal te horen om dat uit te leggen. Als je daarnaar luistert, hoor je
dat er twee lijnen zijn. Maar als je dan goed luistert, komen allebei
die lijnen neer op: we bezuinigen en we bezuinigen. Dat is dan de visie.
Dan iets over de meest kwetsbaren. Ik heb bijvoorbeeld bezoeken afgelegd
aan de gehandicaptenzorg. Ik heb met zorgverleners gesproken, maar ook
met mensen die zorg nodig hebben en hun families. Ik heb het dan
bijvoorbeeld over een volwassen man met de verstandelijke vermogens van
iemand van 2, die niet kan communiceren en niet zelfstandig kan eten.
Juist op die groep bezuinigt D66 bijna een half miljard euro
structureel. Wat betekent dat nou?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik wil twee punten maken. Als eerste: ik geloof echt niet dat steeds
meer geld toevoegen aan zorg, leidt tot betere zorg. Kijk naar de
jeugdzorg: in tien jaar tijd is het budget van 3,6 miljard naar meer dan
8 miljard gegaan. Wie staat er nu heel lang op de wachtlijst? Dat zijn
de kinderen die deze zorg het allerhardste nodig hebben. Meer geld gaat
echt niet de oplossing zijn. Daar geloof ik niet in. Dan het tweede
punt. Ik heb dit net in het interruptiedebat met mevrouw Bikker ook
aangegeven. Voor de gehandicaptensector geldt dat we heel zorgvuldig
moeten bekijken wat zoiets nou betekent voor deze groep; dat geldt
trouwens voor alle sectoren, maar zeker voor de gehandicaptensector.
Heel veel keuzes zijn ook nog niet helemaal uitgetekend. Dat is waar
volgens mij ook de brief vanuit het kabinet iets over zal vertellen deze
week. We gaan hier aankomende maandag ook een uitgebreid debat over
voeren met elkaar.
Mevrouw Dobbe (SP):
Weet u wie er heel goed weten wat die halve miljard die uit de
gehandicaptenzorg wordt gehaald, maar ook de miljarden die worden
gegraaid uit de ouderenzorg, de ggz en alle andere zorg die Nederlanders
nodig hebben, gaan betekenen? Weet u wie dat heel goed weten? De mensen
die de zorg geven. Die weten dat heel goed. Die mensen zeggen: dit gaat
voor ons betekenen dat de werkdruk stijgt, dat daarmee de
personeelstekorten ook stijgen, dat de zorg minder goed wordt en dat
mensen keihard in de knel komen. Het zou D66 sieren als zij naar die
mensen zou luisteren en dit soort besluiten niet neemt voordat zij zelf
ook maar enig idee heeft wat dit betekent voor mensen. Ik wil nog van
D66 weten hoe zij uitlegt dat er wel 19 miljard euro gevonden kan worden
voor defensie, maar niet voor de gehandicaptenzorg. Er is wel 19 miljard
euro voor defensie, maar niet voor de ouderenzorg, niet voor de ggz,
niet voor de ziekenhuizen en niet voor de chronische patiënten.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ook ik spreek die mensen in de zorg. Daar begon ik mijn bijdrage ook
mee. Die mensen die in de jeugdzorg werken, zijn dezelfde mensen die
vanavond hopen dat er geen crisis is. Die mensen vragen: help mij nou om
ervoor te zorgen dat ik hier niet in mijn eentje sta, maar dat we met
zijn tweeën zijn. Dat kan alleen maar als we de inloop omlaagbrengen.
Dat betekent dat we aan knoppen moeten draaien. Dat is waar ik voor ga
staan. Dat is echt waar ik voor ga staan de komende jaren. We zien nu
namelijk dat deze zaken ten koste gaat van de groep die dit het
allerhardste nodig heeft. Als we geen keuzes durven maken, dan leggen we
die keuzes, die moreel-ethische dilemma's, neer bij de uitvoerende
professionals omdat wij niet, of veel minder, durven te kiezen. Dat is
niet wat ik de komende vier jaar ga doen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik had geloof ik een aantal vragen gesteld over hoe D66 uitlegt waarom
er wel miljarden gevonden kunnen worden voor defensie, maar niet voor de
zorg. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Misschien wil mevrouw
Synhaeve daar wel nog een antwoord op geven, want een heleboel mensen
vragen zich dat af. Mijn vraag is dan als volgt. Ik snap natuurlijk dat
mevrouw Synhaeve zegt dat meer geld niet de oplossing is, want ze haalt
10 miljard uit de zorg weg. Natuurlijk zegt zij dan: meer geld is niet
de oplossing. Maar hoe is minder geld dan de oplossing? Hoe is 10
miljard euro uit de zorg graaien de oplossing voor die dilemma's waar
zorgverleners volgens mevrouw Synhaeve elke dag voor staan? Ik zie dat
namelijk niet, en zorgverleners zien dat ook niet.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Er zijn heel veel vragen gesteld in een halve minuut. Ik sta even
specifiek stil bij het punt dat nu al verschillende keren genoemd is:
het budget voor defensie. Dan verwijs ik toch echt naar het debat dat
vorige week gevoerd is. Dat ga ik hier echt niet opnieuw voeren.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vind het eigenlijk wel verfrissend dat een coalitiepartner zegt: de
meest kwetsbaren, daarvoor sta ik aan de lat en als die in het geding
komen, dan vindt u mij aan uw zijde. Ik heb een groep die best kwetsbaar
is en waarvoor andere keuzes gemaakt worden. Afgelopen vrijdag zag ik
een minister een reactie daarop geven die ik nogal hardvochtig vond. Het
gaat over de gordelroosvaccinatie. Er wordt gezegd dat de 60-jarigen de
toekomstige ouderen zijn en er wordt een keuze gemaakt om hen eerst te
gaan vaccineren. Maar we weten dat juist de ouderen, de meest kwetsbare
groep, die vaccinatie het hardst nodig hebben. Hoe kijkt D66 daar dan
tegen aan?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Allereerst dank voor de complimenten over een verfrissende bijdrage. Ik
hoop dat ik dat vier jaar lang vast kan houden. Nu een iets minder
verfrissend antwoord. Ik ga voor het antwoord op deze vraag toch echt
naar mijn collega Marc Vervuurt kijken, die hier straks ook bij stil zal
staan. Ik kijk even schuin langs u heen met het verzoek of hij daar
onmiddellijk op wil reageren in de eerste termijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dan hoop ik dat ook die helft van D66 voor de kwetsbaarsten in onze
samenleving is, want dat is wel een van mijn zorgen. Ik wil graag nog
een ander punt maken. Ik denk dat er zeker binnen de zorg andere keuzes
te maken zijn. Volgens mij hebben meerderen dat gezegd. Er zijn heel
veel mensen die werken áán de zorg in plaats van ín de zorg, waar
volgens mij het geld naartoe zou moeten. Maar als wij toe willen gaan
naar zorgzame buurten, naar mensen die naar elkaar omkijken, dan is het
toch heel vaak zo dat eerst de kost voor de baat uit moet gaan. Hoe
kijkt D66 daartegen aan als daar nu al op wordt bezuinigd zonder dat die
zorgzame buurten er zijn?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Allereerst zijn we één team D66. We zijn ook één TeamNL, dus dat trekken
we gewoon door. We hebben alle vertrouwen dat dat ook aan die kant
dadelijk goed gaat. De kosten gaan voor de baat uit; dat was het laatste
punt dat u maakte. Dat ben ik met u eens. Tezelfdertijd vertrekken we
natuurlijk niet van nul. Dat blijkt ook uit mijn eigen voorbeeld dat ik
net gaf. Maar ik zie ook dat je moet gaan investeren. Dat is ook de
reden waarom we gezegd hebben dat we daar 50 miljoen apart voor gaan
vrijmaken, juist om in die sterke wijken te investeren. Dat staat nog
los van het extra geld, volgens mij 135 miljoen, dat we besteden aan het
vergroten van de leefbaarheid in wijken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dan is het wel zorgelijk dat bijvoorbeeld de envelop voor ouderen
geschrapt is. Daar zat nog het nodige in. Die middelen waren juist voor
de ouderenzorg, de gezamenlijke seniorenwoningen die gebouwd moeten
worden en de ontmoetingsruimten. Aan de ene kant wordt er weggehaald en
schijnbaar aan de andere kant weer teruggebracht. Ik maak me even zorgen
dat D66 wel het ene vertelt maar niet het hele plaatje laat zien.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Zoals een aantal van u weten, heb ik deze portefeuille net een week. Ik
heb een poging gedaan om me goed in te lezen, maar ik heb de afgelopen
jaren wel veel mogen doen, ook op dit terrein. De envelop ouderenzorg
was vooral bedoeld om de oude verpleeghuizen terug te brengen. Wij
hebben gezegd dat wij daar niet in geloven. Wij geloven veel meer in de
zorgzame buurten en hebben daar ook geld voor gereserveerd. Dit is een
onderwerp waarbij we volgens mij hetzelfde doel dienen, net als … Dat
zal vast voor meer onderwerpen gelden. Laten we er samen voor zorgen dat
dat inderdaad tot stand komt.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoor mevrouw Synhaeve eigenlijk lachend zeggen: we zijn één TeamNL.
Een collega zei dat volgens mij ook al in haar inbreng. Ik geloof niet
dat dat door iedereen zo wordt ervaren de afgelopen weken. Sinds het
uitkomen van het coalitieakkoord regent het brandbrieven van
organisaties en mailtjes van mensen. Die zullen ongetwijfeld iedereen
hier in de zaal bereiken. Dat zijn vaak brandbrieven van organisaties
die voor de meest kwetsbaren staan, waar ik u vanavond al vaak over heb
gehoord. Het zijn mailtjes van mensen die behoren tot de meest
kwetsbaren. Ik zou toch het volgende willen vragen. D66 zegt dat het
doel is om de meest kwetsbare mensen te beschermen. Ik som even een
aantal maatregelen op: het eigen risico omhoog naar €520, een eigen
bijdrage in de wijkverpleging, het schrappen van de tegemoetkoming voor
chronisch zieken, het verdwijnen van de envelop ouderenzorg en de
bezuinigingen op de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Kunt u mij per
maatregel uitleggen hoe die bijdraagt aan de meest kwetsbaren in deze
samenleving?
Mevrouw Synhaeve (D66):
U noemt precies de keuzes die we maken om de zorg te hervormen, juist
zodat er ruimte ontstaat voor mensen met meer complexe zorgvragen. Zoals
ik al eerder aangaf, worden die keuzes nu uitgewerkt door het kabinet.
Ik zal er één uitlichten. U zult het met collega Vervuurt vast nog
hebben over het eigen risico. Op het moment dat je dat niet doet en de
keuze maakt om het eigen risico te halveren, dan weten we dat de
zorgpremie enorm stijgt. Dat raakt ons allemaal. Als we de keuze maken
om het eigen risico iets te laten stijgen maar daar wel bij zeggen "u
bent maximaal €150 kwijt per keer", dan geloof ik dat heel veel mensen
die nu de zorg mijden, wél gebruik zullen maken van de zorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Nogmaals, mijn vraag was veel breder dan alleen het eigen risico.
Mevrouw Synhaeve heeft het erover dat het iets stijgt. U en ik kunnen
misschien €520 betalen, mocht dat nodig zijn, maar er zijn heel veel
mensen die dat niet kunnen betalen. Dat zijn precies dezelfde mensen die
ook worden getroffen door alle andere maatregelen die ik net opsomde.
Dus nogmaals: als u, mevrouw Synhaeve, de meest kwetsbare mensen wilt
beschermen, hoe doet u dat dan met deze maatregelen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Bij het eerste deel van de vraag ga ik verwijzen naar het antwoord dat
ik net heb gegeven. Dat zie ik ook bij de andere keuzes die we maken. Ik
hoor ook de zorgen van organisaties uit het veld over de eigen bijdrage
in de wijkverpleging. Ik wil ook niet dat dat ertoe leidt dat mensen die
die zorg wel degelijk nodig hebben, daar niet meer of minder snel
gebruik van gaan maken. Daarom is het aan het kabinet om te kijken: wat
wordt de hoogte, gaat het vanaf de eerste keer in en zit er een maximum
aan? Dat doen we juist om te borgen dat dit er niet toe leidt dat de
mensen die die zorg nodig hebben, daar geen gebruik meer van gaan
maken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voor mij is het antwoord dat D66 ze niet beschermt. We kregen hier van
de week een petitie van verpleegkundigen en verzorgenden. Er zijn meer
dan 30.000 handtekeningen verzameld tegen de invoering van de eigen
bijdrage. Ik vond op de website een hele mooie quote. Ik zal die zo ook
nog aanhalen in mijn eigen inbreng. Een casemanager dementie zei het
volgende: "Bij een eigen bijdrage zullen mensen zorg uitstellen of
weigeren. Niet uit onwil, maar omdat zij de noodzaak niet ervaren of
kosten willen vermijden. In de praktijk betekent dit dat mensen later in
beeld komen, problemen escaleren en crisisopnames of versnelde
verpleeghuisopnames vaker voorkomen." Dus nogmaals: hoe beschermt u de
meest kwetsbaren, die hierop aangewezen zijn?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Nogmaals, ik deel die zorgen. Maar ik zal een ander citaat van een
wijkverpleegkundige voorlezen: "Vaak hebben mensen eerst meer hulp nodig
omdat je moet laten zien hoe het werkt, bijvoorbeeld met steunkousen of
medicijnen. Maar daarna kunnen ze het deels zelf, al dan niet met
hulpmiddelen. Zo'n eigen bijdrage kan dan helpen om ervoor te zorgen dat
we straks überhaupt voldoende verpleegkundigen hebben." De vraag naar
zorg zal in de komende jaren enorm gaan toenemen en we weten dat er een
beperking zit aan het aantal mensen dat in de zorg kan werken. Het is
weinig waarschijnlijk dat in de toekomst een op de vier Nederlanders in
de zorg zal werken. We moeten dus durven kijken naar de vraag: hoe
zorgen we ervoor dat de wijkverpleegkundige bij diegene is die de zorg
op dat moment het hardst nodig heeft?
De voorzitter:
Ik zou de leden erop willen wijzen dat we het debat vooral voeren met
onze eigen bijdragen en niet met citaten van de een tegen de ander. Dat
houdt het debat ook een beetje scherp, want u staat hier zelf op eigen
titel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik denk niet dat het veel zin heeft om in te gaan op de specifieke
bezuinigingen op de meest kwetsbaren, want volgens mij is de Kamer het
van links tot rechts met elkaar eens dat dit hele slechte plannen zijn
en dat je het geld van de bezuinigingen niet in die hoek moet halen.
Maar ik wil wel even verdiepen en weer terug naar wat die preventie
betekent voor mijn collega. Ik begrijp dat ze nieuw is op dit dossier,
maar het is voor mijn partij heel fundamenteel dat we het met elkaar
eens zijn over wat die preventie betekent. De industrie zorgt voor 7
miljard aan gezondheidskosten en de vee-industrie voor minstens 9
miljard. Dat zijn schattingen die aan de onderkant zitten. Is mijn
collega het dan met mij eens dat als we kijken naar preventie, we ook
zeker die kant op moeten kijken? Dan doel ik op veel meer ingrijpen in
vervuilende, ziekmakende stoffen vanuit de industrie, veehouderij en
landbouw.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ben het volmondig met u eens dat we dan ook heel goed moeten kijken
naar wat de rol van industrie is op ervaren gezondheid, maar ook op
ziekte.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is fijn. Het PBL heeft al wat cijfers over de kosten van de
veehouderij en de industrie. Ik heb daar een aantal cijfers van genoemd.
Ik zou tegen D66 willen zeggen: neem dat nou mee als je ergens
bezuinigingen en geld zoekt en de zorgkosten wilt drukken.
Dan heb ik nog een vraag. Is D66 het met ons eens dat de minister van
Volksgezondheid ook daarin een verantwoordelijkheid draagt? Vindt D66
dat de minister dus niet moet achteroverleunen en wachten totdat de
minister van Economische Zaken of de minister van IenW een keer de
industrie aanpakt, of tot de minister van Landbouw de uitstoot in de
landbouw aanpakt? Vindt D66 dat de minister van Volksgezondheid ook hier
een eigen verantwoordelijkheid in moet nemen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ja, dat ben ik met u eens en ik zie daar een parallel. De vele jongeren
die ik de afgelopen tijd heb gesproken, zeggen: als het gaat over jeugd,
gaat het alleen maar over jeugdzorg, terwijl ik me zorgen maak over
woningen en het onderwijs dat ik wel of niet kan krijgen. Ik verwacht
van deze minister dat die het er ook met collega-bewindspersonen over
heeft. Dat geldt net zo goed als het gaat over gezondheid en
volksgezondheid.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, tot slot. Dat is heel mooi, want op basis daarvan kunnen we verder.
Ik zoek het graag in die hoek, wat betreft het drukken op de zorgkosten.
Ik heb dit soort debatten heel vaak gehad. Dan zegt de minister van VWS
"ja, ik praat natuurlijk wel met mijn collega's". In de praktijk zien we
dat als het gaat om de bescherming van omwonenden tegen landbouwgif en
veehouderijen, de minister van Landbouw daar uiteindelijk een eindzegje
in heeft. We zien dat als het gaat om de industrie, toch IenW en de
economie aan zet zijn. De Kamer heeft vaker gezegd dat de minister van
Volksgezondheid in dit soort gevallen, ook bij het voorkomen van
pandemieën, veel meer zelf de lead moet nemen. De gezondheid staat daar
namelijk centraal. Zou D66 samen met ons een oproep willen doen aan de
minister van VWS om daar ook echt een eigen verantwoordelijkheid in te
pakken en zelf met initiatieven te komen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging. Op het moment dat wij
onderwerpen zoals gezondheid en jeugd bespreken, maar ook als het gaat
om mensen met een beperking of een handicap, hebben we daar juist ook
allerlei andere ministeries voor nodig. Dus ik ga ervan uit dat het
kabinet daar ook zelf de verbindingen legt en dat ook aan ons
terugkoppelt. Wie zij dan precies afvaardigen, is toch echt aan hen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Synhaeve had het over de wachtlijsten in de ggz. Ze zei dat heel
veel mensen hulp zoeken, terwijl het eigenlijk geen zorgvragen maar
samenlevingsvragen betreft. Vergelijk dat met de plannen van het
kabinet. Die plannen zorgen voor een stapeling van zorgkosten en meer
mensen komen in de armoede terecht. Als mensen arbeidsongeschikt zijn en
hun uitkering omlaaggaat, dan zorgt dat voor veel meer financiële stress
bij gezinnen. Mensen zijn misschien bang dat ze hun huisvestingskosten
niet meer kunnen betalen. Erkent mevrouw Synhaeve dan dat dit alleen
maar gaat zorgen voor meer mensen die hulp nodig hebben, voor meer
stress en een groter beroep op de ggz?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Van de vragen die nu al in de ggz landen, weten we dat die voor een heel
groot deel eigenlijk niet in de ggz thuishoren. Laat ik één voorbeeld
eruit lichten: we weten nu uit die eerste pilotfase dat op het moment
dat een huisarts doorverwijst naar de ggz en er eerst een verkennend
gesprek tussen sociale teams en ggz-aanbieders plaatsvindt, bij de helft
van de doorverwijzingen blijkt dat een doorverwijzing naar de ggz niet
passend is maar dat er juist sprake is van armoedeproblematiek,
schuldenproblematiek en eenzaamheid. Dat kan dus veel beter op een
andere plek worden opgevangen. Dat onderschrijf ik. We moeten er
natuurlijk voor waken dat het complete pakket aan maatregelen niet leidt
tot meer armoede en meer stress. Ik geloof dat we daar de kaders voor
neerzetten.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Wat het eerste deel van het antwoord betreft: dat weet ik natuurlijk,
maar dat was niet mijn punt. Mijn punt betreft het laatste deel. En dat
weet mevrouw Synhaeve ook. We weten namelijk dat de plannen van het
kabinet zorgen voor meer armoede. Dat blijkt gewoon uit de
onafhankelijke berekening van het CPB: de plannen zorgen voor meer
armoede en een stapeling van zorgkosten en brengen gezinnen in de
stress. We krijgen allemaal de mails van ouders met bijvoorbeeld een
kind met een beperking, maar ook van mensen die aangeven dat ze enorm
veel financiële zorgen hebben. Mijn vraag is dus: erkent mevrouw
Synhaeve dat de huidige plannen er gewoon voor gaan zorgen dat er meer
beroep wordt gedaan op de mentale hulp en de ggz?
Mevrouw Synhaeve (D66):
We weten ook dat er vorige week een motie is aangenomen die zegt dat als
je nu die plannen verder gaat uitwerken, het wel moet leiden tot minder
armoede. We hebben ook een minister-president die dat bekrachtigd heeft.
Als het niet leidt tot minder armoede, moeten we ook kijken naar de
keuzes die gemaakt worden.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik hoor jullie zorgen en die deel ik. Dat is de bril waardoor ik wil
kijken naar de uitwerking die er dan ligt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar dan is de logische vervolgvraag: is D66 dan bereid om af te
stappen van het strakke financiële kader? Dat financiële kader zegt
namelijk wel degelijk dat er keiharde bezuinigingen komen op sociale
zekerheid en op de zorg. Dat staat in dat kader. Als wordt erkend dat
het niet goed is dat er meer gezinnen in armoede komen, de instroom in
de zorg hoger wordt en er misschien aan zorgmijding wordt gedaan, is D66
dan bereid om af te stappen van dat financiële kader? Dat kader leidt
namelijk tot veel meer mensen in de zorg, terwijl dat juist niet de
bedoeling is.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het financiële kader stelt juist dat we de komende jaren meer gaan
uitgeven aan zorg. Dat is waarvoor ik sta. Het zal geen ongebreidelde
groei zijn, ook omdat we dat niet waar kunnen maken en ook nu al niet
waarmaken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is helaas niet zo dat als er een motie wordt aangenomen om armoede
te verminderen, dat dan ook direct gebeurt. Ik denk dat daar wel wat
meer voor nodig is. Er zijn hier meer moties aangenomen die wel wat
betere uitvoering behoeven. Eentje daarvan gaat over budgetplafonds en
daar wil ik het nu over hebben.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb vorige week of een paar dagen geleden — ik weet het niet meer —
een uitzending van Radar gezien, waar mevrouw Synhaeve ook in zat. Die
ging over de wachtlijsten in de ggz, waar het nu dus ook over gaat. Het
ging erover dat die niet korter, maar langer worden. Daarover werd de
volgende vraag gesteld. Er is een zorgplicht, een recht op zorg, dus dan
kun je toch niet zeggen dat je moet wachten tot volgend jaar omdat het
budgetplafond is bereikt? Mevrouw Synhaeve zei: nee, absoluut niet. Ze
zei dat in de zin van: die budgetplafonds zitten dat in de weg. Ik werd
er heel hoopvol van. Is mevrouw Synhaeve dan nu bereid om samen met ons
op te trekken en de motie uit te voeren die is aangenomen om de
budgetplafonds niet alleen uit de ggz, maar bijvoorbeeld ook uit nota
bene de palliatieve zorg te halen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Die Radaruitzending ging inderdaad over het recht op zorg. Volgens mij
zitten wij allemaal in deze Kamer om ervoor te zorgen dat we dat voor
elkaar krijgen. De conclusie is dat ons dat nu niet lukt voor de mensen
die het het hardst nodig hebben. Ik heb ook beschreven dat er een aantal
knoppen zijn waaraan je kan draaien. Eén knop is het veel meer inzetten
op het bemiddelen en dat ook veel proactiever doen. De andere knop is
ervoor zorgen dat je gaat kijken naar al die eindeloze exclusiecriteria,
want het gaat juist om kosten van de groep die de zorg het hardst nodig
heeft. Er is niet expliciet stilgestaan bij de vraag of er
budgetplafonds zijn en hoe D66 daar nou precies tegen aankijkt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Er werd gevraagd: als je zorg nodig hebt, dan kun je toch niet zeggen
dat je moet wachten tot volgend jaar omdat nu het plafond bereikt is?
Dat ging natuurlijk specifiek over de budgetplafonds. Mevrouw Synhaeve
was het met de presentator eens dat je inderdaad niet kan zeggen dat het
plafond bereikt is en je dus nog maar een paar maanden en soms bijna een
heel jaar moet wachten. In de palliatieve zorg zijn die budgetplafonds
er ook. Meermaals heeft de Tweede Kamer gezegd dat we daarvanaf moeten.
Er zijn wachtlijsten, dus dan ga je die wachtlijsten toch niet
kunstmatig lang houden met dit soort perverse prikkels van
zorgverzekeraars? Ik had gehoopt dat ze ons daarin zou steunen. Ik hoop
dat mevrouw Synhaeve dat nu gaat zeggen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Excuses, nu begrijp ik de eerste vraag ook beter. Wat ik heb aangegeven
en waar ik voor sta, is dat een budgetplafond natuurlijk niet de reden
mag zijn dat je zegt: nu moet je nog een jaar wachten, want dan is het
weer januari. Dat is juist de reden waarom ik vind dat de
zorgverzekeraar veel actiever moet gaan bemiddelen. Die moet ook zelf de
telefoon pakken en zeggen: "U staat nu al bijna veertien weken op de
wachtlijst. Bij deze aanbieder gaat het nog een tijdje duren, maar op
plek A, B of C is wel veel sneller plek." In dat kader vind ik dus dat
we veel actiever moeten sturen. Het budgetplafond mag dan geen reden
zijn om de zorg niet meer te krijgen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is natuurlijk wel een reden. Daarom vraag ik het. Daarom vragen we
er al anderhalf à twee jaar om. We horen namelijk van zorgverleners en
zorginstellingen dat zij dan geen mensen meer kunnen opnemen. In theorie
wordt er dan bemiddeld en wordt er niet tegen mensen gezegd dat er geen
plek is, maar in de praktijk gebeurt dat wel. Dat zeggen zorgverleners
en zorgorganisaties. Het helpt mensen die zorg nodig hebben dus niet om
te zeggen: er is wel een plek, maar het budgetplafond is bereikt. Dat
gebeurt in de praktijk dus wel. In de wetenschap dat dat wel gebeurt, is
mevrouw Synhaeve bereid om te zeggen: dat mag niet, dus die
budgetplafonds doen we gewoon niet? Of laten we dan zeggen: in ieder
geval niet zolang er wachtlijsten zijn.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik geloof niet dat dat de oplossing zal zijn. Het is natuurlijk aan de
zorgverzekeraars om te zorgen dat er een dekkend aanbod is van zorg. Dat
gebeurt nu onvoldoende, zonder twijfel. Anders zou je die wachtlijsten
namelijk niet hebben en zou je niet al in april je budgetplafond bereikt
kunnen hebben. Ik geloof alleen niet dat de oplossing zit in het
weghalen van het budgetplafond; volgens mij zit de oplossing veel meer
in zoeken naar waar dan nog wel ruimte is. Hoe kunnen we zorgen dat a
zorgverzekeraar beter contracteren, zodat we een dekkend aanbod hebben,
en b dat we de mensen op die wachtlijst ook veel beter begeleiden naar
de plek waar op dat moment wel ruimte is? Ik geloof dat die duizenden
mensen op de wachtlijst daar veel meer bij gebaat zijn dan wanneer we nu
zeggen: we stoppen met dat budgetplafond.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Onnavolgbaar! Hier ontbreekt toch elke logica? Waarom is het afschaffen
van die budgetplafonds geen oplossing? Dan kan er meer zorg worden
ingekocht. Dat is toch volstrekt logisch? Licht eens toe.
Mevrouw Synhaeve (D66):
We zien nu volgens mij in de zorg, bijvoorbeeld als je kijkt naar de
ggz, dat veel van de zorg die geboden wordt lichte vormen van zorg
betreft. We zien ook dat veel zorgprofessionals in de ggz juist daar
gaan werken, want dat is iets minder zware problematiek en het is veel
duidelijker afgebakend, van negen tot vijf. Ik denk dat dat ten koste
gaat van het beschikbare aanbod voor de complexere zorgvragen. Ik geloof
dus dat op het moment dat we gewoon scherper kijken wie welke zorg nodig
heeft, we daarmee ook ruimte en menskracht creëren om beschikbaar te
zijn voor mensen met juist heel complexe zorgvragen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat is wel interessant. Er is wel degelijk schaarste in de zorg. Dat
weten we natuurlijk allemaal. Daarbij kan extra geld natuurlijk helpen.
Mevrouw Dobbe had net ook een volkomen terechte vraag. Waarom krijgen we
daar geen antwoord op van D66? Waarom heeft D66 wel onmiddellijk 19
miljard paraat voor defensie en is schraalhans keukenmeester als het om
de zorg gaat en wordt er overal op beknibbeld? Waarom?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Nogmaals, ik ga hier niet het debat van vorige week overnieuw doen. Wij
denken dat een veilig Europa, een veilig Nederland een randvoorwaarde is
om goede zorg te kunnen leveren.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
D66 schat die dreiging dus enorm hoog in. Wat ons betreft is dat een
fabeltje. Maar dan nogmaals: er gaat dus 19 miljard naar Defensie en dat
kan óók niet! Dat hoor ik mevrouw Synhaeve de hele tijd zeggen: extra
geld in de zorg heeft geen zin. Die 19 miljard kunnen ze bij Defensie
niet eens opmaken. Het werd eind vorig jaar maar weggegeven aan
Oekraïne. Waarom is meer geld bij Defensie dan wel de oplossing en niet
meer geld bij de zorg, is dan mijn eindvraag. Dat is toch volstrekt
onlogisch allemaal?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Nu ga ik echt in herhaling vallen. Dit zijn vragen die ik al beantwoord
heb.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoor mevrouw Synhaeve zeggen dat zij staat voor de meest kwetsbare
mensen en dat zij daarvoor haar best zal doen. Wie zijn dat? Wie zijn
volgens haar de meest kwetsbare mensen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat is bijvoorbeeld de jongere die nu in de gesloten jeugdzorg zit, die
daar getraumatiseerder uit komt dan zoals hij erin is gegaan. We weten
al twintig jaar lang dat dit gebeurt en toch doen we het nog steeds. Dat
is de jongere waarvoor ik hier wil staan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Oké, dat is in ieder geval een categorie. Ik hoor mevrouw Synhaeve niet
positief reageren op de gordelroosvaccinaties voor ouderen en ook niet
op de vraag over nota bene palliatieve zorg. We weten allemaal dat die
palliatieve zorg buitengewoon kwetsbaar is, omdat het daarbij vaak om
mensen in hun laatste levensfase gaat. Die hoor ik haar niet noemen. Ik
hoor haar nu ook niet de mensen noemen die echt op zoek zijn naar een
plek om er te kunnen gaan wonen als het thuis niet meer gaat; misschien
gaat ze die nu noemen. Vallen die onder die groep van kwetsbare
mensen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ja, absoluut. Die vallen daaronder. Over de vraag over
gordelroosvaccinaties heb ik volgens mij gezegd dat die dadelijk nog
wordt beantwoord.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zag dat ze die doorschoof naar haar collega. Om in te gaan op de
groep die op zoek is naar een plek om er te gaan wonen omdat het thuis
niet gaat: waarom wordt die ouderenenvelop dan geschrapt? Ik hoorde
mevrouw Synhaeve net zeggen dat die voor verpleeghuizen is. Dat is nou
precies net niet het geval. Dit gaat juist over ouderen die ergens wonen
waar het niet meer gaat en die kleiner willen gaan wonen in gezamenlijk
verband. Daar zijn onrendabele toppen en daar moet in geïnvesteerd
worden, bijvoorbeeld door woningcorporaties. Daar zijn extra zorg en
gemeenschappelijke ruimte nodig. Is dat dan de groep die zij bedoelt met
"de meest kwetsbaren"? We gaan in Nederland inmiddels immers richting de
2 miljoen 80-plussers. Dat zijn mensen die echt op zoek zijn naar zo'n
plek. Gaat ze daarvoor staan en wil ze dit dan uiteindelijk terug gaan
draaien?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat is waar we voor staan. Dat is ook wat in het coalitieakkoord staat.
We willen dat mensen, als ze dat zelf ook willen, zo lang mogelijk op
een fijne plek in de buurt kunnen wonen. We zien ook dat de woonvormen
daar nog onvoldoende op voorbereid zijn en dat dat deels ook in die
onrendabele toppen zit. Daar vindt u mij de komende jaren dus aan uw
zijde.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nou, dan voel ik een amendementje aankomen, want dat betekent dat
datgene wat in de doorrekening van het coalitieakkoord staat niet kan,
want met 40 miljoen red je dat niet.
De voorzitter:
Mevrouw Keijzer, u neemt een vierde interruptie; dat doen we eigenlijk
niet. U vervolgt uw termijn, mevrouw Synhaeve.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik vermoed zomaar dat ik eigenlijk alles al gezegd heb, voorzitter.
De voorzitter:
Ik kan me daar iets bij voorstellen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Veel dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vervuurt, tevens namens D66 in de
eerste termijn.
De heer Vervuurt (D66):
Dank u wel, voorzitter. Een tijd geleden zaten in de wijk Groenveld in
mijn eigen gemeente, Venlo, zo'n 10.000 patiënten een jaar zonder vaste
huisarts. Huisartsentekorten komen steeds vaker voor; 60% van de
praktijken in Nederland had in 2024 een patiëntenstop. Dit betekent dat
honderdduizenden mensen op zoek zijn naar een nieuwe of andere huisarts.
Dat brengt allerhande problemen met zich mee. Een huisarts kent de
patiënt die tegenover deze arts zit. Een huisarts kent je
voorgeschiedenis, weet wat er speelt in je leven en kan je helpen of
verder helpen bij alle gezondheidsproblemen die je hebt of krijgt.
Een ander voorbeeld. Ik heb een chronische ziekte, coeliakie. Als ik
dingen eet of drink waar gluten in zitten, gaat mijn dunne darm kapot.
Deze ziekte is prima te behandelen met een levenslang glutenvrij dieet.
Jaarlijks ga ik op controle bij de maag-darm-leverarts. Ik laat bloed
prikken en er worden testen gedaan. De mdl-arts belt mij op, zegt dat
alles er goed uitziet en wij gaan weer verder met ons leven. Een jaar
later herhalen we dit hele riedeltje. Door dit soort zorg anders in te
richten, bijvoorbeeld digitaal, kan mijn arts meer tijd besteden aan
patiënten die zijn hulp harder nodig hebben.
Voorzitter. Waar Nederland terecht trots is op haar zorgsysteem, is de
waarheid dat dit zorgsysteem onder hoge druk staat. Het huisartsentekort
in mijn gemeente of mijn persoonlijke ervaringen in het ziekenhuis zijn
maar twee voorbeelden. Wachttijden in de zorg lopen op. Druk op
medewerkers stijgt, waardoor ze uitvallen. Cruciale medicatie is
onvoldoende beschikbaar. Dit alles betekent dat mensen die zorg nodig
hebben, deze niet krijgen. We moeten de zorg dus anders organiseren.
Zoals mijn collega Synhaeve al zei, moet de zorg zich wat ons betreft
richten op mensen die deze het hardst nodig hebben.
Een van de grote belemmeringen op dit vlak is de groeiende zorgvraag.
Steeds meer mensen hebben een ondersteuningsvraag die we nu invullen met
professionele zorg. Dit is niet houdbaar. Los van de vraag of we het
kunnen of willen betalen, hebben we simpelweg de mensen niet. We zullen
dingen dus anders moeten gaan doen, niet alleen in de langdurige zorg,
maar ook in de geneeskundige zorg. Neem een patiënt met artrose. Iedere
patiënt een kunstknie of -heup geven legt veel druk op het zorgsysteem.
Er moet een operatiekamer vrij zijn, orthopeden en verpleegkundigen
moeten ingeroosterd worden en er is de noodzaak tot nazorg en
fysiotherapie et cetera. Maar veel patiënten kunnen net zo goed of zelfs
beter geholpen worden met medicijnen, fysiotherapie en
leefstijlinterventies. Het aanpassen van behandelingen aan de noden en
wensen van patiënten is beter voor de patiënt en voor het systeem. Het
is goedkoper en het houdt een operatiekamer en operatieteam vrij voor
een patiënt die het harder nodig heeft.
Betere toegang tot zorg voor iedereen betekent ook dat we het eigen
risico weer geleidelijk gaan verhogen. Het eigen risico is daarbij een
prikkel die doet nadenken over hoe gebruik te maken van zorg.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik hoorde D66 net allemaal behandelvoorstellen doen voor mensen met een
nieuwe heup of een nieuwe knie, terwijl D66 daar helemaal niet over
gaat. Daar gaan de behandelaars en de orthopeden over. Die hebben daar
een godsvermogen aan uitgegeven — u gaat daarop bezuinigen; daar komen
we later nog op terug — en nu zegt D66 dat we dat anders gaan doen? De
politiek bepaalt dus blijkbaar wat de beste behandelingen zijn?
De heer Vervuurt (D66):
Dat is niet het punt dat ik wil maken. Het punt dat ik wil maken is dat
we het op deze manier, zoals we het nu doen, niet gaan redden. Dat is
vanwege een gebrek aan geld, maar ook vanwege een gebrek aan mensen die
de zorg moeten leveren. We moeten er dus voor gaan zorgen dat we bij
mensen die hulp nodig hebben — ik gaf net het voorbeeld van die
artrosepatiënt — eerder kunnen ingrijpen met bijvoorbeeld
leefstijlinterventies en met hulp in de buurt, zoals mevrouw Synhaeve
ook al omschreef. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat het niet
zover komt dat die patiënt een nieuwe heup of nieuwe knie nodig heeft.
Dan kunnen we die patiënten beter helpen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Op het moment dat iemand zich bij de huisarts meldt met artrose is
leefstijlpreventie al te laat. Dat ten eerste. En als er wordt gezegd
dat er een nieuwe heup nodig is, zal een patiënt niet zeggen: dat lijkt
me niet de bedoeling, want D66 vindt dat u mij medicijnen en nog meer
leefstijlpreventie moet geven omdat we te weinig personeel hebben. Dat
is het verhaal dat u hier staat te verkondigen. Het is niet te bevatten
dat dat hier in de Kamer wordt gezegd.
De heer Vervuurt (D66):
Nee, dat is absoluut niet wat ik heb gezegd. Ik heb gezegd dat we moeten
inzetten op het terugbrengen van patiënten die zeer hoogspecialistische
zorg nodig hebben. Dat kunnen we doen door eerder in hun ziektetraject
in te grijpen. Voorkomen is beter dan genezen: dat is eigenlijk het
verhaal dat ik houd.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
"Voorkomen is beter dan genezen." Dat brengt me op een punt dat ook in
het coalitieakkoord staat. Er wordt mega op gemikt en gegokt dat
preventie de oplossing is. Maar u kunt het toch niet met uzelf eens zijn
als u zegt dat leefstijlpreventie effect gaat hebben bij nieuwe heupen
en overgewicht — noem het allemaal maar op; ik ben geen arts — want dat
duurt jaren. U rekent zich volgens mij rijk door in te zetten op
leefstijlpreventie, op "preventie, preventie!", om het verhaal van de
bezuinigingen maar te kunnen verklaren. Kunt u toelichten hoe die
preventie om nu te bezuinigen dan werkt, terwijl we de effecten
misschien pas over 20 tot 30 jaar zien?
De voorzitter:
We spreken via de voorzitter, meneer Claassen.
De heer Vervuurt (D66):
Wij zetten hier de lijnen uit voor de toekomst. Wij zien dat de druk op
de wachtlijsten, waar ik het al over had, enorm is. Dat betekent dat de
patiënten die de zorg het hardst nodig hebben, die zorg niet krijgen.
Aan de ene kant moeten we ervoor zorgen dat dat nu gebeurt. Dat zijn
patiënten die hier, nu, vandaag leven; die moeten we helpen. We moeten
er ook voor zorgen dat in onder andere de medische zorg die mensen voor
wie dat noodzakelijk is, die zorg ook krijgen. Aan de andere kant hebben
wij ook de verantwoordelijkheid als politiek om de keuzes te maken die
de zorg ook op de langere termijn houdbaar houden. Die keuzes maken wij
op dit moment niet. De keuzes die in dit coalitieakkoord staan, zijn een
eerste aanzet. Dat is de denklijn die wij hier neerleggen, omdat wij
voelen dat daar de oplossing in zit. Ik ga graag met u het debat aan
over hoe u denkt dat we dat beter kunnen doen. Ik luister daarin ook
graag naar uw voorstellen, maar dit is het voorstel dat wij hier
neerleggen.
De voorzitter:
Ik doe geen voorstellen. De heer Claassen doet voorstellen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Gaat D66 daarom het eigen risico verhogen, omdat dat een prikkel is die
aanzet tot nadenken over zorg? Ik zou D66 willen vragen hoe ze dan
denken over mensen die ieder jaar hun eigen risico kwijt zijn. Zij
hebben geen keuze. Zij zijn gewoon chronisch ziek. Zij zijn dat bedrag
ieder jaar kwijt en zien hun zorgkosten dus verder oplopen. Dit is voor
hen helemaal geen keuze. Zij hebben dit nodig. Dit zijn ook de meest
kwetsbare mensen. Hoe ziet D66 dat?
De heer Vervuurt (D66):
Ik verwijs terug naar wat collega Synhaeve en ik net ook al zeiden: wij
vinden dat we juist voor de mensen die dat het hardst nodig hebben,
juist voor de kwetsbare mensen, die zorg moeten leveren. We doen daarom
twee dingen. Aan de ene kant gaan we ervoor zorgen dat het eigen risico
getrancheerd wordt. We gaan het in blokjes opdelen, zodat je per
behandeling, bezoek aan de huisarts of het afhalen van medicatie
maximaal een bedrag van €150 kwijt bent. Aan de andere kant hebben wij
een envelop met daarin 350 miljoen structureel. Die hebben wij
gereserveerd. Dat is een tegemoetkoming voor mensen met een chronische
ziekte, voor mensen met een beperking. Op die manier gaan wij er ook
voor zorgen dat de zorg voor deze patiënten toegankelijk en betaalbaar
blijft.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mensen die chronisch ziek zijn en elk jaar op 1 januari hun eigen risico
kwijt zijn, hebben helemaal niets aan dat opknippen in blokjes van €150.
Zij zijn dit gewoon elk jaar kwijt. Zij hebben hier helemaal niets aan.
Ik hoor die 350 miljoen als antwoord op ongeveer alles. We hoorden dat
net de hele tijd voorbijkomen. Ik ben heel benieuwd hoe vaak die 350
miljoen wordt ingezet. Die is namelijk al vijftien keer in dit huis
uitgegeven. Als ik D66 was, zou ik me niet rijk rekenen met die 350
miljoen, want die wordt overal voor ingezet. Voorzitter, meneer Vervuurt
weet net zo goed als wij allemaal dat het bedrag dat wordt bezuinigd,
het bedrag dat deze mensen extra gaan betalen, vele malen hoger is dan
deze compensatie, die nu al heel vaak is uitgegeven.
De heer Vervuurt (D66):
Die mening deel ik niet met mevrouw Westerveld. Ik ben het wel met u,
via de voorzitter, eens dat we ervoor moeten zorgen dat de zorg voor
deze mensen in stand blijft en dat de kwaliteit van de zorg ook bewaakt
blijft. Ik denk dat we elkaar daarin kunnen vinden. Het hele verhaal is
denk ik als volgt. We hebben die pot met geld. De vraag is hoe het
kabinet de plannen gaat uitwerken om ervoor te zorgen dat dat geld ook
terechtkomt bij de mensen die dat nodig hebben. Ik kijk daarvoor ook
naar het kabinet. Op het moment dat die plannen hier liggen, ga ik graag
samen met u kijken of dat geld de mensen bereikt die het moet bereiken,
of het genoeg geld is of niet en hoe we dat goed doen. Dat is de
uitdaging die ik voor mijzelf zie. Ik ga graag met u die uitdaging
aan.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het probleem is dat in het coalitieakkoord plannen zijn opgeschreven
waar een financiële prijskaart aan hangt die aantoonbaar het hardst
drukt op mensen die in de meest kwetsbare positie zitten. Wij noemden
net al de voorbeelden. Dat zijn bijvoorbeeld de mensen met een
chronische beperking die ieder jaar hun eigen risico kwijt zijn en nu
zien dat dat dat nog eens wordt verhoogd. Dat weten we gewoon. Volgens
mij staat dat helemaal niet ter discussie. Dat weten we gewoon. Ik vind
het een heel rare, omgekeerde wereld dat D66 ook weet wat de plannen
zijn, wat het financiële kader is, hoeveel we gaan bezuinigen en bij
welke mensen dat neerkomt en nu naar het kabinet verwijst met: o, ja,
maar het mag niet ten koste gaan van de meest kwetsbare mensen. Op deze
manier is dat toch niet uit te leggen?
De heer Vervuurt (D66):
Volgens mij is dat ook helemaal niet wat hier ligt. Het coalitieakkoord
is een denkrichting, een manier waarop wij denken dat we in de toekomst
de zorg moeten inrichten om die betaalbaar en toegankelijk voor iedereen
te houden. En ja, zoals dat in de politiek werkt, hangen wij daar
financiële kaartjes aan vast. We kunnen daarover gaan soebatten en ook
dat is terecht. Ik snap de vragen die mevrouw Westerveld stelt. We
kunnen erover soebatten of het een drie of een vier moet zijn. Ik zou
het volgende voorstellen. Dat geld ligt er nu. Het kabinet gaat aan de
slag met het uitwerken van de plannen. Op het moment dat die plannen er
zijn, komen die naar deze Kamer, of dat nu bij de Voorjaarsnota is of
bij de begroting aan het einde van het jaar. Dan gaan wij als Kamer daar
een oordeel over vellen, want deze minderheidscoalitie heeft
meerderheden nodig om de begrotingen door het parlement te krijgen. Het
centrale punt dat ik al vaker heb benoemd en dat mevrouw Synhaeve ook al
vaker heeft benoemd is dat de zorg toegankelijk moet zijn en dat de
kwaliteit van de zorg bewaakt moet blijven, juist voor de mensen die
deze het hardste nodig hebben. Ik hoor dat mevrouw Westerveld ook
zeggen. Ik hoop dat wij daar dan samen voor kunnen strijden.
De voorzitter:
Nu de heer Claassen en daarna vervolgt de heer Vervuurt zijn betoog.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik hoor de heer Vervuurt zeggen dat het een denkrichting is, maar
volgens mij is het gewoon een coalitieakkoord. Het is geen denkrichting.
De regering zegt: wij gaan gewoon bezuinigen. Als het een denkrichting
was, dan gingen we hier met elkaar gezellig aan tafeltjes zitten,
stickertjes plakken en kijken wat we gaan doen, maar dat is het niet. Er
staan keiharde bezuinigingen op het programma voor de zorg, keiharde
bezuinigingen voor de mensen die het nodig hebben. Het eigen risico is
daar eentje van. Ik vraag me werkelijk af … Het eigen risico gaat zorgen
voor zorgmijding. We verplaatsen het probleem naar de toekomst. Mensen
worden wel wat ouder, maar ze worden niet gezonder ouder. Dat betekent
dat we over een paar jaar met een enorm probleem zitten door alle
bezuinigingen die hier worden gedaan. Mijn vraag is: heeft D66 daarover
nagedacht? Wat is dan hun oplossing daarvoor?
De heer Vervuurt (D66):
Ja, wij hebben daarover nagedacht. Dat is ook waarom we het eigen risico
gaan opdelen in blokjes van €150, zodat juist de mensen waar de heer
Claassen aan refereert, die bijvoorbeeld een bezoekje aan de dokter of
aan de fysiotherapeut … Nee, die niet, want die zit in … Nou ja, maakt
niet uit. Maar juist voor de mensen die een bezoek aan de dokter
vermijden omdat het te duur is en omdat ze de volle mep, €385, moeten
betalen, wordt de drempel lager. Daardoor zullen zij minder zorg gaan
mijden.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Maar dat is natuurlijk flauwekul. Die dokter is een specialist. Die
dokter is niet de huisarts, dus dat valt er helemaal buiten. Het is een
specialist. Als je doorverwezen wordt naar een specialist, ga je daar
misschien niet één keer naartoe. Sommige mensen gaan daar de rest van
hun leven naartoe, of op z'n minst drie, vier keer. Als je al die
bedragen optelt, blijft het toch gewoon het eigen risico dat onder het
gesternte van dit kabinet gaat oplopen tot €540. Dat moet u toch niet
willen? Uw verhaal houdt dan geen stand.
De heer Vervuurt (D66):
De patiënten die de heer Claassen hier beschrijft, zijn patiënten die
een chronische ziekte hebben. Dan kom ik terug op het antwoord dat ik
gaf aan mevrouw Westerveld. Het zijn mensen die met enige regelmaat,
bijvoorbeeld met een jaarlijkse controle, gebruikmaken van medische
zorg. Als daar financiële drempels in bestaan en zij zorg gaan mijden,
hoop ik dat het kabinet met plannen gaat komen — daarvoor kijk ik ook
naar het kabinet; dat verwacht ik ook van het kabinet — waarmee het geld
dat in het coalitieakkoord staat wordt ingezet om ervoor te zorgen dat
mensen geen zorg gaan mijden. Dat is onze inzet.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, heel kort dan. Ik had eigenlijk gedacht dat de heer
Claassen zijn betoog weer zou vervolgen.
De heer Vervuurt (D66):
Hoho! We hebben wel dezelfde haardos, maar …
De voorzitter:
Ik bedoelde de heer Vervuurt. Als u een heel korte interruptie plaatst,
sta ik dat toe.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou willen voorkomen dat we hier met elkaar een goed gesprek hebben …
Ik hoor de heer Vervuurt terecht praten over de denkrichtingen in het
coalitieakkoord. Ik vind het ook mooi dat hij dat wil aangaan. Maar ik
zou willen voorkomen dat we vervolgens, na dat gesprek, in het
financiële harnas van de minister van Financiën zitten. Ik zou aan
collega Vervuurt willen vragen of hij daarop kan reflecteren, ook voor
de komende tijd. Staan die bedragen? Of is het voor hem mogelijk dat we
daar toch, als alle inzichten duidelijk worden, net wat anders naar gaan
kijken?
De heer Vervuurt (D66):
Ik verwacht van het kabinet dat het met uitgewerkte plannen komt en dat
daar ook een bepaalde inschatting in zit van wat dit betekent voor
mensen. Dan herhaal ik eigenlijk wat mevrouw Synhaeve net zei. Ik ga
ervan uit dat er positieve ontwikkelingen in zitten. Als er negatieve
ontwikkelingen in zitten, ga ik ervan uit dat wij als Kamer daar zeer
kritisch naar zullen kijken en ook kijken wat de financiële realiteit
erachter is. Hét voorbeeld dat wij nu al van dit kabinet hebben gezien,
is de discussie die er vorige week is geweest omtrent de armoede.
Volgens de berekeningen van het CPB stijgt die. Het kabinet heeft voor
zover ik het heb gezien, gezegd: "Oké, maar dat is niet de bedoeling.
Wij gaan kijken hoe dat in elkaar zit en wij gaan kijken hoe wij dat
kunnen wegwerken, hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de armoede in
Nederland niet stijgt." Op het moment dat de fenomenen zoals u ze
omschrijft, zouden plaatsvinden, verwacht ik dat wij als Kamer daar
kritisch op zijn. Maar ik verwacht ook dat het kabinet ermee aan de slag
gaat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat lijkt me ook heel nodig, want los van de coalitiepartijen hoor ik
dat alle andere partijen zeer bezorgd zijn over de financiële gevolgen
en over de gevolgen die die vervolgens hebben voor het wegblijven van
zorg maar ook voor de kwaliteit van zorg. Daarom doe ik op dit moment
mijn interruptie. Als de zorgbegroting een financieel harnas is, gaan we
zwaar weer tegemoet. Dat zou heel jammer zijn, want de zorg staat de
komende jaren al voor grote uitdagingen. Dus ik hoop dat de handschoen
die wordt uitgestoken, ook gaat over de financiën.
De heer Vervuurt (D66):
Bij de handschoen zoals u die omschrijft, heb ik meteen het beeld van
een bokshandschoen in mijn hoofd. Dat is niet de intentie. Ik zou willen
zeggen: de hand die daarin zit … Voor zover ik het begrijp en voor zover
ik begrotingen ken, komen daar heel vaak correcties op. Dat hebben we
met voorjaarsnota's en met najaarsnota's. Een begroting is wat dat
betreft een dynamisch document. Dat betekent niet dat het van vandaag op
morgen radicaal verandert, maar het betekent wel dat wij continu met
elkaar in gesprek zijn over welke besluiten genomen worden en de
gevolgen die dat heeft. Het antwoord op uw vraag is dus ja.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, tot slot. Ik heb geen bokshandschoenen, dus geen zorgen.
De heer Vervuurt (D66):
Gelukkig.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is weer een andere tak van sport. Ik vind het wel belangrijk dat we
ook kunnen spreken over waar het geld vandaan komt. Er wordt nu
bijvoorbeeld gekozen voor het enorm verhogen van het eigen risico, wat
we ook direct terug zien komen in de doorrekeningen. Je zou er
bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om artsen in loondienst te brengen
of om andere maatregelen te nemen in de zorg. Die maatregelen raken
misschien een andere groep, en mogelijk ook iets meer kiezers die
betrokken zijn bij de coalitiepartijen, maar zouden in de verdeling heel
goed uit kunnen vallen voor gewone huishoudens. Is daarover te
praten?
De heer Vervuurt (D66):
Op dit moment zijn de plannen zoals ze er liggen — ik wil niet zeggen
dat we in dat harnas zitten waar we het net over hadden — het verhaal
van de coalitie. Nogmaals, voor de uitwerking van de plannen zoals ze er
nu liggen, kijk ik naar het kabinet. Ik kan mij heel goed voorstellen
dat er, vanuit het kabinet ofwel vanuit de Kamer, op een gegeven moment
gezegd wordt: "Misschien moeten we dit toch anders doen. Misschien is
het toch beter om wat minder aan de ene knop te draaien en wat meer aan
de andere, of om het toch in een andere hoek te zoeken dan waar we het
nu hebben gedaan." Volgens mij is dat ook gewoon politiek bedrijven op
de manier waarop het in deze Kamer zou moeten gaan. Ik heb daar de
afgelopen twee jaar natuurlijk een beetje op afstand naar mogen kijken.
Volgens mij was de Kamer die manier van politiek bedrijven lange tijd
verleerd, maar ik heb goede hoop dat we die praktijk weer in ere kunnen
gaan herstellen.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Eerder spraken de collega's van GroenLinks-PvdA over een bedrag van 10
miljard voor de opsporing van zorgfraude. Dat is nogal een bedrag. In de
brief van de minister werd later ook gezegd dat dat bedrag wat lager kan
zijn. Ik heb dat een beetje geïnterpreteerd als: het kan ook wel zo
zijn, maar we weten het eigenlijk allemaal niet zo zeker. Is dat bedrag
nu eigenlijk meegenomen in de bezuinigingen die toch ook wel spreken uit
dit coalitieakkoord? Is dit bedrag meegenomen en meegerekend, ja of
nee?
De heer Vervuurt (D66):
Dat durf ik u eigenlijk niet te zeggen. Dat is een vraag op
detailniveau, die ik op dit moment niet kan beantwoorden. Ik weet wel
dat er in dit coalitieakkoord meerdere voorstellen staan om zorgfraude
te bestrijden en te bestraffen, en aan de voorkant natuurlijk ook op te
sporen. Ik denk dus dat er ... Nee, dat.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik zie wat maatregelen en ik zie wederom een taskforce. Dat woord spuug
ik bijna uit, als ik zie hoe vaak we taskforces hebben, want daar hopen
we dan heel veel van. Maar verder zie ik geen tijdpad. We hebben
helemaal geen idee bij hoe concreet het eigenlijk is. En een detail?
Nou, ik vind het nogal een detail. We praten hier over waarvan we straks
zaken gaan betalen. Dan kijken we naar allerlei zaken die opgehoogd
moeten worden, die weggedaan worden of waarop we bezuinigen. Wij moeten
daar ook echt wel een standpunt over gaan formuleren. Ik vind dit dus
niet zomaar een detail. Ik vind dat er een terecht punt wordt
aangekaart. De vraag is dus toch wel even om hier kritisch naar te
kijken en een antwoord op te formuleren. Het kabinet zegt: we gaan ons
hier echt op richten. Is dit bedrag meegenomen, ja of nee? Het gaat om
10 miljard.
De heer Vervuurt (D66):
Er staan in het coalitieakkoord meerdere voorstellen om zorgfraude te
bestrijden. Laten we duidelijk zijn, klip-en-klaar: wij zijn tegen
zorgfraude, en ik denk dat iedereen in deze Kamer daartegen is. Maar we
zien natuurlijk ook dat, zoals u zelf al omschrijft, de realiteit
weerbarstig is. Ik verwacht dus dat het kabinet, in lijn met wat er in
het coalitieakkoord staat, aan de slag gaat en de plannen gaat
uitwerken, en juist op dit dossier met voortvarende plannen komt om
zorgfraude zo veel mogelijk te voorkomen en die te bestrijden op het
moment dat die plaatsvindt.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik ga toch nog een poging wagen. We weten en horen dat er in ieder geval
op z'n minst miljarden te vinden zijn. Het kabinet en de coalitie zeggen
hiervan werk te gaan maken, dit geld te gaan vinden en er alles aan te
gaan doen. Daarin vinden wij elkaar. Dan ben ik toch benieuwd waar dat
geld blijft. Is dat geld al ergens aan uitgegeven of gaat het linea
recta naar de zorg? En kunnen we dan van dit kabinet verwachten dat er
minder bezuinigd gaat worden omdat we het geld blijkbaar toch ergens
gevonden hebben?
De heer Vervuurt (D66):
Ik gaf in mijn eerste antwoord al aan: u stelt een vraag op een
detailniveau, die ik op dit moment niet kan beantwoorden. Dat ligt
misschien aan mijn nieuwigheid in deze Kamer. Misschien heb ik dat op
dit moment even niet helder. Misschien kan de minister in haar eerste
termijn beantwoorden hoe zij daar precies naar kijkt. Laat ik duidelijk
zijn: als wij 10 miljard aan zorgfraude kunnen opsporen en verhalen op
de daders, dan doe ik dat graag. Op het moment dat wij in lijn daarmee
de financiële kaders die hierin zitten op enig vlak kunnen verlichten,
doe ik dat met alle liefde. Maar u overvraagt mij op dit moment.
De voorzitter:
De heer Vervuurt vervolgt zijn betoog als vijfde spreker van de zijde
van de Kamer.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Betere toegang tot zorg voor iedereen betekent ook dat we
het eigen risico weer geleidelijk gaan verhogen. Het eigen risico is
daarbij een prikkel die mensen laat nadenken over hoe zij gebruikmaken
van zorg. Dat is an sich goed, want onnodige zorg belast het stelsel en
zorgt ervoor dat mensen die echt zorg nodig hebben, deze niet krijgen.
Het mag echter niet zo zijn, zoals ik al vaker heb gezegd, dat mensen
noodzakelijke zorg gaan mijden omdat geld een reden wordt om niet naar
de arts of de tandarts te gaan. Daarom delen we het eigen risico op. Per
bezoek aan het ziekenhuis, het ophalen van medicijnen bij de apotheek en
andere behandelingen betaal je maximaal €150. Omdat veel mensen slechts
beperkt gebruikmaken van de zorg, wordt een bezoek aan de dokter
goedkoper voor deze mensen.
Sommige mensen moeten vaker naar een arts of een apotheek, bijvoorbeeld
omdat ze een chronische ziekte of een beperking hebben. Ik zie de heer
Claassen alweer naar de interruptiemicrofoon lopen, maar ook voor deze
mensen houden we de zorg toegankelijk. We trekken structureel 350
miljoen euro per jaar uit om mensen met een chronische ziekte of een
beperking tegemoet te komen in hun zorgkosten. Onze opdracht aan de
minister is daarbij als volgt: garandeer dat het opdelen van het eigen
risico geldt voor alle vormen van zorg. Misschien kan de minister in
haar eerste termijn erop terugkomen hoe zij hiervoor gaat zorgen en welk
tijdpad hierbij past.
Daarnaast gaan we het leveren van passende zorg belonen. Zorgverleners
krijgen geld op basis van verleende passende zorg en niet, zoals nu het
geval is, op basis van verleende zorg. Zo staan gezondheid en kwaliteit
van bestaan centraal. We sturen aan op betere richtlijnen, bewezen
effectieve behandelingen en meer transparantie over de kwaliteit van
behandelingen. We vinden het daarbij belangrijk dat het uitgangspunt
wordt dat zorgaanbieders contracten afsluiten met zorgverzekeraars. Dat
zorgt voor grip op de zorg die geleverd wordt. Hierdoor kunnen we beter
garanderen dat de zorg die geleverd wordt, ook bewezen effectief is. Met
die inzet op passende zorg en weloverwogen eigen betalingen houden we de
zorg betaalbaar en toegankelijk voor iedereen, juist voor de mensen die
het het hardst nodig hebben. Op die manier zetten we in op goede
gezondheid voor iedereen.
Voorzitter. Dan nog de geneesmiddelentekorten. Nog te vaak krijgen
mensen die afhankelijk zijn van bloeddrukverlagers,
schildkliermedicijnen of anti-epileptica te horen dat het medicijn dat
zij kennen en al jaren nemen, niet beschikbaar is. Dat leidt tot onrust
en paniek. Die begrijp ik volledig. We moeten er dus voor zorgen dat
essentiële medicijnen beschikbaar zijn en blijven. Dat zit 'm wat mij
betreft in twee dingen: ten eerste het dichter bij huis produceren van
essentiële geneesmiddelen om de toeleverketens stabieler en
voorspelbaarder te maken en ten tweede het efficiënter omgaan met
medicijnen die we in Nederland hebben, bijvoorbeeld door goede medicatie
die over is niet weg te gooien. Hoe gaat de minister aan de slag om die
leveringszekerheid van medicijnen te garanderen?
Voorzitter, ik rond af. We staan voor grote uitdagingen om niet alleen
de zorg van vandaag te verbeteren, maar ook die betere zorg voor morgen
te behouden. Mijn fractie ziet een mooi akkoord met moedige en
noodzakelijke hervormingen. Dat betekent dat we dingen anders moeten
gaan doen, en dat is spannend. Dat begrijp ik. Ik vind dat ook spannend.
Maar wij zijn wel van mening dat het anders moet om de zorg in de
toekomst ook goed en toegankelijk te houden. Mijn fractie en ik gaan met
alle collega's in gesprek om te kijken waar de plannen in het
coalitieakkoord verbeterd kunnen worden. Wij staan open voor goede en
gedekte plannen uit elke hoek van de Kamer om verbeteringen aan te
brengen. Bovenal zien we uit — ik heb het al vaker gezegd — naar de
uitwerking van het coalitieakkoord door het kabinet, want het kabinet
zal in gesprek moeten met de Kamer, zowel met coalitie als oppositie.
Wij zullen het kabinet daarbij zeer kritisch volgen om erop toe te zien
dat het kabinet invulling geeft aan deze noodzakelijke plannen, zonder
daarbij het doel dat daarachter zit, uit het oog te verliezen, namelijk
de zorg meer solidair en toekomstbestendig maken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik was een beetje aan het nadenken over die tranchering, want ik heb
daar veel over gehoord van D66. Meneer Jansen valt met z'n fiets op z'n
hoofd, ligt op de grond, er wordt een ambulance gebeld, en de ambulance
komt. Meneer Jansen wordt naar de eerste hulp gebracht en daar
onderzocht. De arts zegt: we gaan meneer Jansen observeren, we gaan hem
opnemen. Hoe ziet die tranchering er dan precies uit? Dat zijn drie
verschillende declaraties. Het kost heel veel. De zorgverzekeraar wil
gaan uitbetalen, of niet. Hoe? Wie krijgt dat geld? Wanneer? Ik ben heel
erg benieuwd hoe die tranchering er dan gaat uitzien volgens D66.
De heer Vervuurt (D66):
Dat is een hele goede vraag. Die begrijp ik ook. Wat mij betreft komt
het hierop neer: op het moment dat meneer Jansen valt en opgenomen moet
worden en daarna gevolgd moet worden of wat dan ook, geldt dat hele
systeem van medische zorg die hij ontvangt, één keer €150, om het even
plat te slaan. De vraag is natuurlijk — het wordt misschien een beetje
sleets, maar ik verwijs daarvoor naar het kabinet, ook in lijn met wat
mevrouw Synhaeve eerder zei — hoe wij dit gaan uitwerken. Wat mij
betreft, wat D66 betreft, is dit de inzet.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Oké. Dus we gaan het eigen risico laten oplopen. De rek is daar allang
uit, maar we laten het nog gewoon oplopen. We gaan de mensen lekker
maken met de uitspraak "we gaan dat trancheren, het komt allemaal goed".
Maar wat blijkt? D66 en het kabinet weet volgens mij nog helemaal niet
hoe dat er dan uit gaat zien! Dan vind ik dat er een nogal gevaarlijke
situatie ontstaat. Ik vind het ook jammer om te horen dat D66 blijkbaar,
evenmin als de andere coalitiepartijen en misschien wel het kabinet als
geheel, nog helemaal niet weet wat de oplossing is voor dit grote
probleem.
De heer Vervuurt (D66):
Ik deel die opvatting niet. Wat wij doen als parlement, is op grote
lijnen keuzes maken. Die keuzes worden vervolgens ingevuld en uitgevoerd
door een kabinet. Dat is precies wat ik hier verkondig. Wij zeggen: wij
willen het trancheren in lijn met hoe ik het net verwoordde. Vervolgens
kijken we voor het ontwerp van de uitvoering ervan én de uitvoering
ervan naar het kabinet. Dat is volgens mij hoe het hier werkt.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Naast dat de plannen voor de zorg van deze nieuwe coalitie heel veel
lijken op die van het kabinet-Schoof, hetzij met iets meer
bezuinigingen, lijkt het ook alsof de heer Vervuurt zich nog waant in
een meerderheidscoalitie. Plannen opschrijven en vervolgens laten
uitwerken door het kabinet en dan terugkomen naar een Kamer waar ik
weinig steun hoor voor de plannen zoals die er nu liggen, is afrijden op
een blinde muur. Hoe ziet de heer Vervuurt dat voor zich?
De heer Vervuurt (D66):
Ik heb volgens mij net vrij uitgebreid in mijn bijdrage en in reactie op
de vele interrupties uitgelegd hoe ik denk dat ik het voor me zie. Dat
kwam, denk ik, het beste naar voren in mijn reactie op mevrouw Bikker.
Wij maken hier plannen, deze coalitie legt het coalitieakkoord hier
neer, omdat wij denken dat dit het idee is. Dit is hoe wij het voor ons
zien. Vervolgens gaan wij in gesprek met de Kamer. Aan de ene kant
verwacht ik van het kabinet dat zij die plannen gaan uitwerken, en
vervolgens gaan wij als Kamer in debat over die plannen en over de vraag
of die plannen goed genoeg zijn of niet. Als die niet goed genoeg zijn,
moeten wij daar als Kamer wijzigingen in aanbrengen. Ik hoor u zeggen
dat ik mij in een meerderheidscoalitie zou wanen. Dat doe ik juist
helemaal niet. Ik erken juist de politieke situatie waarin wij zitten en
zeg: wij moeten als coalitie met de rest van de Kamer als één geheel tot
uitwerking van deze plannen komen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Laat ik dan de heer Vervuurt maar gelijk uit zijn droom helpen: als de
plannen zoals ze opgeschreven zijn in het coalitieakkoord uitgewerkt
worden door het kabinet en naar de Kamer komen, kunnen ze niet op steun
rekenen van een meerderheid in deze Kamer. Daarom snap ik dus echt niet
dat de heer Vervuurt niet al wat meer openingen biedt om hier tot andere
plannen te komen, die zo hard nodig zijn. Als dit het namelijk is, als
dit echt de houding is van deze minderheidscoalitie, de houding van D66,
dan vraag ik mij echt af hoe dat in hemelsnaam goed moet komen met de
zorgplannen? Niet zozeer met die van dit kabinet, want die stranden dan
wel. Maar hoe moet het dan goedkomen met de zorg? Met die opdracht — hoe
maken we de zorg beter? — zouden we hier namelijk moeten staan.
De heer Vervuurt (D66):
De heer Bushoff spreekt over de houding en dat vind ik een beetje
vervelend. Ik erken het feit dat wij als Kamer als geheel uitvoering
moeten geven aan de plannen die wij samen maken. Wij zitten in een
minderheidscoalitie. Dat betekent dat we een meerderheid van de Kamer
ervan moeten overtuigen dat dit goede plannen zijn. Op het moment dat
dat ons niet lukt, moeten we gaan kijken met welk scenario en met welke
wijzigingen we dat wel kunnen doen. Ik krijg het idee dat de heer
Bushoff mij arrogantie verwijt, maar dat is in ieder geval totaal niet
wat ik wil uitstralen. Ik wil de uitgestoken hand reiken, en niet, zoals
mevrouw Bikker zei, de bokshandschoen. Als u zegt dat u niet kan leven
met dit totaalpakket, dan ga ik heel graag met u in deze Kamer in
gesprek over de vraag waar u dan wel mee kunt leven. Dat doe ik niet
alleen met u, maar met ieder Kamerlid dat in deze Kamer zit.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik had het in mijn inbreng al eventjes over Roger, die ik
gister aan de telefoon had, die 34 jaar in de zorg heeft gewerkt, en
over Ben, die dat 37 jaar deed. Door domme pech zijn ze
arbeidsongeschikt geraakt. Die zien nu de vaste grond, hun sociale
vangnet, onder hun voeten verdwijnen. Aan de andere kant zien ze de
zorgkosten enorm toenemen. Mijn vraag is: wat is daar nou eerlijk aan?
Eigenlijk wil ik het niet eens zelf horen. Vertel het aan Roger, die
meekijkt. Wat is daar rechtvaardig aan?
De heer Vervuurt (D66):
Juist voor mensen, juist voor Roger, juist voor Ben is het belangrijk
dat we ook in de toekomst zorg kunnen bieden aan de mensen die dat het
meeste nodig hebben. Daarvoor moeten we dingen anders gaan doen. Het is
belangrijk dat we daarin ook keuzes durven te maken. Daarvoor hebben we
een meerderheid van de Kamer nodig. Op het moment dat een meerderheid
van de Kamer zou zeggen dat dit op deze manier niet gaat vliegen, dan
gaan wij graag met de Kamer in gesprek over hoe we dit wel kunnen doen.
Dat hoeft niet precies te zijn zoals in het scenario dat nu voorligt.
Begrijp me goed: er is geen sprake van een ijzeren harnas of dat soort
zaken. Het gaat erom dat we een manier vinden om aan de ene kant gewoon
keuzes te maken om de zorg toegankelijk en houdbaar te houden in de
toekomst en aan de andere kant de kwaliteit van zorg voor de mensen te
kunnen garanderen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil reageren op iets wat de heer Vervuurt in zijn betoog zei over het
eigen risico. Hij zei vrij stellig: het eigen risico is een prikkel om
zorg die niet noodzakelijk is te vermijden. Ik heb het misschien niet
helemaal letterlijk onthouden, maar volgens mij zei hij zoiets.
Misschien kan hij in zijn tekst terugzoeken hoe hij het precies heeft
gezegd. In ieder geval zei hij dat het eigen risico zou helpen om te
zorgen dat mensen geen zorg consumeren die ze niet nodig hebben. Mijn
vraag is: waar baseert hij dat op?
De heer Vervuurt (D66):
Wat ik zei had betrekking op het idee dat wij, als collectief in deze
Kamer, het eigen risico gebruiken als een instrument om goed na te
denken over welke zorg we gebruiken. Dat is niet omdat we mensen op
kosten willen jagen, maar dat heeft te maken met het feit dat wij een
beperkte capaciteit hebben om zorg te verlenen. Dat is de functie van
het eigen risico.
Mevrouw Dobbe (SP):
We zien in de praktijk dat het eigen risico leidt tot zorgmijding. Het
mensbeeld dat de heer Vervuurt blijkbaar heeft, is dat mensen zorg
consumeren alsof het een paar schoenen betreft. In de praktijk klopt dat
niet. Je ziet dat mensen zorg mijden die ze wel nodig hebben en
uiteindelijk duurdere zorg nodig hebben. Kan de heer Vervuurt wat zeggen
over wat volgens hem de gevolgen zijn van het verhogen van het eigen
risico naar meer dan €500 voor die mensen die de keuze niet hebben?
De heer Vervuurt (D66):
Wij verhogen het eigen risico niet op de manier waarop mevrouw Dobbe het
omschrijft. Zoals ik ook al in het interruptiedebat met de heer Claassen
zei, wordt het consumeren, het gebruikmaken van zorg, voor de meeste
mensen goedkoper, juist omdat we het gaan trancheren. Op het moment dat
we het hebben over mensen met een chronische ziekte of een beperking,
dan kom ik weer terug bij het verhaal dat ik eerder hield: daarvoor
reserveren we structureel 350 miljoen. Ik hoop dat het kabinet dat geld
kan inzetten om invulling te geven aan de kosten voor mensen die
structureel gebruik dienen te maken van zorg, juist om hun kwaliteit van
leven te garanderen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat de heer Vervuurt voorstelt met het trancheren, is gewoon een soort
betalingsregeling waarbij je je eigen risico, dat je toch moet betalen,
in stukjes mag aflossen. Ik vraag mij af of D66 wel beseft welke mensen
dat eigen risico nu opmaken, waarom ze dat doen en hoeveel keuze zij
daarin hebben. Ikzelf heb een schildklierprobleem. Ik moet mijn
medicijnen hebben. Stelt de heer Vervuurt dan voor dat ik dat niet doe,
omdat ik een keuze kan maken? Heb ik dan een keuze? Of neem het eigen
risico. Ik was onlangs bij een Centrum Seksueel Geweld. Vrouwen moeten
het eigen risico betalen voor een medisch onderzoek nadat ze zijn
verkracht. Hebben zij dan een keuze? Ook als je genitaal verminkt bent
en een hersteloperatie wil, moet je het eigen risico betalen. Zeg het
maar! Zeg dan maar hoe deze mensen geholpen zijn met dit asociale plan
om het eigen risico tot zulke hoogte te laten stijgen.
De heer Vervuurt (D66):
Laat ik vooropstellen dat de voorbeelden die mevrouw Dobbe gebruikt,
natuurlijk vreselijk zijn. Ze zijn vreselijk en dat wil ik helemaal
erkennen. We moeten natuurlijk collectief een manier vinden om ervoor te
zorgen dat bijvoorbeeld de vrouwen die u aanhaalt, de zorg kunnen
ontvangen die zij nodig hebben. Dat stel ik voorop. De vraag is
vervolgens, als je het hebt over mensen die … Nee, even terug naar het
begin. Op het moment dat dat het geval is, gaan wij het eigen risico
opdelen in blokjes van €150. Mensen die op incidentele basis
gebruikmaken van zorg, zijn dus goedkoper uit. Op het moment dat ze
structureel gebruik dienen te maken van zorg, omdat ze een chronische
ziekte of een beperking hebben, hebben we de 350 miljoen euro
structureel die we gereserveerd hebben. Ik hoop en ik ga ervan uit dat
het kabinet met plannen komt die op een zodanige manier daaraan
invulling geven dat die mensen tegemoet worden gekomen, oftewel, dat ze
gecompenseerd worden in de zorgkosten die zij maken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Belofte maakt schuld. Ik had nog wat tegoed. Er was wat doorgespeeld van
een secondant van D66. Dat ging over gordelroos. Hoe eerlijk is het nou
dat we de 60-plussers wel vaccineren en alle mensen daarboven, die het
eigenlijk het meest nodig hebben omdat ze het kwetsbaarst zijn,
niet?
De heer Vervuurt (D66):
Ja, dat is een hele goede vraag van mevrouw Van Brenk. Ik begrijp dat er
een advies ligt van de Gezondheidsraad, die voorstelt om ouderen op de
leeftijd van 60 jaar te vaccineren. Voor zover ik het begrijp, is dat
het plan dat nu ten uitvoer wordt gebracht. Of dat dan eerlijk is of
niet, is een kwalificatie die ik daar niet aan wil geven, maar het is
een keuze die we ergens moeten maken. Op het moment dat wij met een
meerderheid in deze Kamer zeggen: dat is niet de keuze die wij willen
maken … Daar zitten ook een heleboel factoren achter. Ik ga ervan uit
dat op het moment dat er uitvoering wordt gegeven aan dit soort plannen,
er ook een soort maatschappelijke kosten-batenanalyse in zit: aan wie ga
je dit geven; hoe vaak ga je prikken? Ik ken de details van dit voorstel
op dit moment ook niet, maar ik kan mij voorstellen dat wij dan zeggen:
luister, als Kamer maken wij hier een afweging in en zeggen wij dat we
alleen de mensen vaccineren die 60 zijn. Misschien doen we dat ook bij
mensen van 65 of nemen we een andere leeftijdsgroep mee. Dat zijn
integrale afwegingen die je maakt om te kijken wat we wel en niet kunnen
doen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het is duidelijk dat de collega van D66 hier onvoldoende duidelijk in
is. Ik zal het debat met de minister aangaan. Er komt een motie. Ik hoop
dat D66 daardoor meer kleur bekent.
Voorzitter. We hebben net de discussie gehad over het eigen risico. Ik
denk dat het voor de mensen thuis goed is om even het rijtje van de
stapeling van kosten af te lopen. We hebben het eigen risico dat
omhooggaat, de eigen bijdrage voor de wijkverpleging, de aftrek van de
zorgkosten — de ouderenbonden hadden die geschat op €800 op jaarbasis —
en meer medicijnen zelf betalen. We zien heel vaak dat dit hele rijtje
een en dezelfde groep treft. Dat hakt er heel erg in. Sommige mensen
kunnen dat niet betalen. Hoe denkt D66 dat dan op te lossen?
De heer Vervuurt (D66):
Mevrouw Synhaeve heeft een verhaal gehouden over de visie die D66 heeft
om te bekijken: welke zorg kunnen wij aan de voorkant afvangen? Kunnen
we investeren in preventie en ervoor zorgen dat mensen niet ziek worden?
Maar sommige mensen zijn ziek. Die mensen moeten we helpen. Dat staat
buiten kijf. Wat we daarin doen, is de medische kant van het verhaal
waar ik het net over had. We hebben het in meerdere interruptiedebatjes
gehad over het eigen risico trancheren, 350 miljoen structureel voor
chronisch zieken en gehandicapten enzovoorts. Aan de andere kant
investeren wij ook in het sociale domein. Wij investeren in gezonde
buurten. Wij investeren 150 miljoen structureel in armoede. Wij
investeren in gezond schoolfruit op basisscholen. We halen de leeftijd
voor het roken omhoog. Dat zijn allemaal voorbeelden waarin wij op een
meer integrale manier naar de samenleving kijken. Wij doen ook een
beroep op de samenleving om zorg die niet professioneel geleverd hoeft
te worden en die ook beter niet professioneel geleverd kán worden, niet
te leveren maar in de samenleving op te lossen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik begrijp inderdaad dat er een heleboel dingen preventief, en
ook veel nadrukkelijker, zouden moeten gebeuren. Dat vinden wij absoluut
ook. Maar ten aanzien van al die 80-plussers die nu aangewezen zijn op
de wijkverpleging enzovoorts: wij maken ons ernstige zorgen over het
gegeven dat alles bij een en dezelfde groep komt te liggen, en dat dit
juist de meest kwetsbaren zijn van deze maatschappij. Dat zouden we
eigenlijk niet moeten willen met z'n allen. Ik hoop dat dit ook voor D66
geldt.
De heer Vervuurt (D66):
Die zorgen deel ik volledig. Daarom verwacht ik ook van het kabinet dat
zij, op het moment dat zij de uitwerking van de plannen terug laten
komen naar de Kamer, ook een uitsplitsing maken, bijvoorbeeld wat
betreft de vraag wat dit nou betekent voor specifieke doelgroepen. Op
het moment dat blijkt dat de zorgen, die wij dus delen, bewaarheid
worden, dan verwacht ik dat wij daar als Kamer ook iets aan gaan doen.
Daar zult u mij dan in ieder geval ook over horen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Toch nog een vraag over het doorzetten van de bezuinigingen op
pandemische paraatheid. De minister kon geen duidelijkheid geven
richting de media ten aanzien van de vraag waarom die keuzes zijn
gemaakt. Ik weet wel wat wij in de vorige periode samen met D66 hebben
gedaan. Wij hebben namelijk keihard gestreden om die bezuinigingen op
pandemische paraatheid terug te draaien, omdat wij beide wisten dat het
aantal infectieziektes stijgt vanwege de manier waarop we met dieren en
natuur omgaan, klimaatverandering et cetera. Dat moeten we aanpakken.
Daarom moeten we ook voorbereid zijn. We moeten van corona leren. Alle
experts — denk aan de OVV, GGD's en virologen — zeggen: "Daar mag je
echt niet op bezuinigen. Dat is gewoon de basis. Dat moet je
financieren. We weten dat er weer een uitbraak gaat komen; dan moet je
paraat staan."
De voorzitter:
Uw vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Kan D66 dan uitleggen waarom zij het heeft laten gebeuren dat die
bezuinigingen zijn doorgezet?
De heer Vervuurt (D66):
Pandemische paraatheid is voor ons een integrale kijk op de keten. Wat
betekent dat? We hebben kunnen zien dat we tijdens de covidpandemie heel
erg overvallen waren. De verschillende partijen in de keten konden
elkaar niet vinden. Dat betekent dat de verzorgingstehuizen en de
verpleeghuizen overvallen waren, dat de zorg die daar nodig was, niet
geleverd kon worden en dat de ic-bedden waar mensen in moesten komen te
liggen, wegbezuinigd waren. Het heeft ons heel veel tijd gekost om dat
allemaal weer op te schalen. De les die wij daaruit geleerd hebben, is
dat wij de ervaring die vanuit de covidpandemie is opgedaan, moeten
borgen. Dat zit 'm bijvoorbeeld al in die eerste lijn, in de
ziekenhuizen. Wij moeten de volgende afweging maken. Aan de ene kant
moeten we bekijken wat nou de capaciteit moet zijn die we reserveren.
Dat is namelijk ook capaciteit die elders niet ingezet kan worden. Aan
de andere kant moeten we kijken hoe we ervoor zorgen dat we wel snel
kunnen opschalen op het moment dat dat nodig is.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat waren heel veel woorden, maar het was geen antwoord op mijn vraag.
D66 heeft in juli 2025 nog een motie ingediend om de bezuinigingen op
pandemische paraatheid te heroverwegen. Dat was D66 in 2025. We horen nu
blijkbaar een nieuw soort D66, eentje die heel veel woorden wijdt aan
bureaucratie, maar niet luistert naar alle experts. We hebben het niet
over de minste, hè? De OVV, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, virologen
— Partij van de Arbeid-GroenLinks fluistert mij ook nog iets in —
iedereen zegt dat dit heel onverstandig is, dat dit ons juist op hogere
kosten gaat jagen en dat dit ons in gevaar brengt. Dat zijn stevige
woorden, en terecht. D66 lijkt namelijk gewoon weg te kijken. Ik stel
dus nogmaals deze vraag: wat is er gebeurd met D66 tussen de zomer van
2025 en nu?
De heer Vervuurt (D66):
Ik hoor de zorgen van het lid Kostić. Ik snap die, en tot op zekere
hoogte deel ik die ook. Ik verwacht dan ook dat wij kritisch blijven
bedenken, ook als Kamer, wat wij hier nou van vinden. Daarvoor kijk ik
ook naar het kabinet. Ik wil via deze weg dan ook de volgende vraag aan
de minister stellen: zijn wij in de huidige situatie nou voorbereid op
een volgende pandemie? Hebben wij de capaciteit om snel op te schalen op
het moment dat dat nodig is? Als dat niet zo is, dan moeten wij een
ander gesprek gaan voeren.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind het echt wonderbaarlijk dat D66 vorig jaar heel goed wist dat we
niet voorbereid zijn op een pandemie — alle experts zeggen dat tegen
ons; ik noemde net de OVV — en nu opeens aan de minister uit de eigen
coalitie moet vragen of dat nou echt zo is. Wat zijn al die experts, al
die adviesorganen nog waard, vraag ik aan D66. Alsjeblieft, zeg gewoon:
"Dit gaat te ver. Dit was gewoon een foutje. We hebben gewoon niet goed
opgelet. We gaan met jullie meedenken om dat geld weer terug te halen en
Nederland veilig te houden."
De heer Vervuurt (D66):
Wij hebben de adviescolleges en de adviesorganen van dit parlement en
van deze regering in zeer hoge achting. Dat is ook de reden dat ik naar
u luister en dat ik uw zorgen deel. Dat is ook de reden waarom ik die
vraag stel aan het kabinet. Dat is ook waarom ik zeg dat op het moment
dat blijkt dat wij niet goed voorbereid zijn, wij hier in deze Kamer een
gesprek moeten voeren: welke keuzes maken we nou? Op het moment dat wij
zeggen dat het anders moet, ga ik graag samen met u kijken hoe dat
anders kan.
De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Vliegenthart en mevrouw Maeijer, en dan gaan
we naar de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Ik wijs erop dat
er nog achttien sprekers moeten komen. Mevrouw Vliegenthart.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het laatste — hoelang is het? — uur eens geluisterd. Het mag
duidelijk zijn, ook uit de interrupties van mijn collega's, dat we deze
bezuinigingen visieloos en totaal onverstandig vinden. Maar er is één
ding wat ik heb gemist het laatste uur en waarbij ik D66 wel altijd als
trouwe bondgenoot vond. Dat is abortus, het strijden voor vrouwenrechten
en abortuszorg. Ik heb er nu niks over gehoord. De heer Vervuurt kan
zich voorstellen dat ik ontzettend verrast was dat er in het
coalitieakkoord met geen enkel woord gerept wordt over abortuszorg. Hoe
is dat mogelijk? Wat is er gebeurd? Zijn er afspraken gemaakt of vind ik
D66 aan mijn zijde als het gaat om de beloftes die ze in hun
verkiezingsprogramma hebben gemaakt?
De heer Vervuurt (D66):
Wij staan voor het recht op abortus en wij zijn voor het initiatief om
abortus uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Dat is altijd onze
inzet geweest. Maar wij vinden ook — ik denk dat die mening gedeeld
wordt — dat wij in deze Kamer juist medisch-ethische kwesties op een
zeer nauwgezette en gedegen manier dienen te behandelen. Dat vindt u ook
terug in het coalitieakkoord. Dat is onze inzet zoals u die kent en zo
gaan wij ook die gesprekken in, maar wij vinden wel dat we dat gesprek
in deze Kamer goed moeten voeren met respect voor ieders opvatting en
voor ieders mening.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik vind hier helemaal niks over terug in het coalitieakkoord, want ik
zie geen woord over abortus. Volgens mij heb ik in uw
verkiezingsprogramma gelezen dat staan voor vrouwenrechten en
abortuszorg ook vraagt om politieke moed en keuzes. Ik ben het absoluut
met u eens dat we hier een gedegen gesprek over moeten voeren in de
Kamer. Maar als we dat gedegen gesprek voeren, als we hier een wet
hebben liggen om abortus uit het strafrecht te krijgen en hier een
meerderheid in de Kamer hebben, vind ik D66 dan aan mijn zijde zoals D66
dat hiervoor ook heeft gedaan?
De heer Vervuurt (D66):
Ik verwijs naar wat ik net zei. Ik vind dat we dat gesprek in deze Kamer
goed moeten voeren. Dat doen we, en dat doen we ook vaker. Onze inzet
daarbij is zoals u die van ons kent, maar wij moeten dat gesprek hier
wel goed voeren. Het feit dat er in het coalitieakkoord niks over staat,
interpreteert u op de ene manier. Ik interpreteer dat op een andere
manier, namelijk dat medisch-ethische kwesties in principe een vrije
keuze zijn, behoudens het idee dat we hier wel goed dat debat kunnen
voeren.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik kijk ernaar uit om als onze initiatiefwet om abortus uit het
strafrecht te krijgen nog voor de zomer richting de Kamer komt, hierin
samen te werken met D66 en er een goed gesprek over te voeren.
De heer Vervuurt (D66):
Wij zullen die initiatiefwet zeer goed bekijken en onze opvatting
daarover integraal delen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Het duurde wat lang, dus ik heb even tijd gehad om na te denken over wat
de heer Vervuurt net precies zei bij de interrupties en in zijn eigen
bijdrage. Ik heb hem een aantal keren horen zeggen: het is wel spannend,
dit coalitieakkoord is een denkrichting en daar gaan we dan straks over
soebatten. Dat zijn allemaal elementen die ik de heer Vervuurt heb horen
noemen. We zijn hier natuurlijk geen biljartclub. Hier is wekenlang over
nagedacht, hier is hard aan gewerkt en uiteindelijk is dit stuk naar
buiten gekomen. Premier Jetten zei volgens mij bij het debat over de
regeringsverklaring dat er keuzes moesten worden gemaakt en dat er geld
vrijgemaakt moest worden voor zaken die jullie belangrijk vinden.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik was nog bezig aan mijn inleiding, maar …
De voorzitter:
Ja, maar die duurt al bijna een minuut. Interrupties zouden kort en
bondig zijn.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb me net vrij stil gehouden. Mijn conclusie is dan dat als het gaat
om geld vrijmaken voor zaken die je belangrijk vindt, daar in ieder
geval niet de zorg onder valt. Dat is één.
Punt twee. Ik hoor de heer Vervuurt zeggen: het is niet de bedoeling dat
mensen zorg gaan mijden. Hij hoopt op positieve ontwikkelingen. Ik heb
een vergelijkbare vraag aan uw collega gesteld. Welke positieve
ontwikkelingen verwacht u van het verhogen van het eigen risico, van het
invoeren van een eigen bijdrage en van het afschaffen van de
tegemoetkoming voor chronisch zieken? Welke positieve ontwikkelingen
verwacht u nu eigenlijk?
De heer Vervuurt (D66):
Als u mij dezelfde vraag stelt als mijn collega, dan ga ik hetzelfde
antwoord geven als mijn collega. Als we op deze manier doorgaan, dan is
het zorgsysteem niet houdbaar. Dat betekent dat op termijn een op de
vier mensen in de zorg moet gaan werken. Op die manier kan een land
economisch gezien al niet draaien. We moeten dus kijken hoe we zorg
kunnen leveren aan de mensen die dat het meest nodig hebben en hoe we de
ondersteuningsvraag op een andere manier kunnen invullen. Aan de andere
kant moeten we kijken hoe we de mensen die we hebben om dat soort dingen
te doen, zo goed mogelijk kunnen inzetten.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Mensen gaan niet voor de lol naar de huisarts. Ze hebben een
zorgvraag.
De heer Vervuurt (D66):
Dat heb ik ook niet gezegd.
Mevrouw Maeijer (PVV):
De huisarts zit daar als poortwachter en verwijst ze door. Met uw
verhoging van het eigen risico zet u een soort boete op ziek zijn.
Mensen zullen zorg gaan mijden. De heer Vervuurt zegt net dat dat niet
de bedoeling is, maar wat verwacht u dan voor positieve ontwikkelingen?
Nogmaals, wat verwacht u voor positieve ontwikkelingen voor de groepen
mensen die nu zorg nodig hebben?
De heer Vervuurt (D66):
Het spijt me dat ik in herhaling val, maar ik heb dit volgens mij al
tien keer gezegd. We gaan het eigen risico opbreken in kleinere blokjes
van €150 per behandeling. Dat betekent dat mensen die op incidentele
basis gebruikmaken van de zorg, bijvoorbeeld een eerste of tweede bezoek
aan een specialist, goedkoper uit zijn dan op dit moment. Dat is
bijvoorbeeld een positieve prikkel die ik zie in dit akkoord.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Maeijer voor haar inbreng in eerste
termijn namens de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik neem u even mee terug naar de
regeringsverklaring, zoals vorige week uitgesproken door premier Jetten.
Er werden toen overigens slechts enkele zinnen gewijd aan de zorg. Hij
zei toen "er moet een rem komen op de zorgkosten" en "de zorgkosten en
de kostenvergrijzing beheersbaar maken". Het was koud en kil. Het was
boekhouderstaal. Ik hoorde niets over al die zorgverleners en geen woord
over patiënten die zorg gebruiken. Zorg gaat over mensen. Uw begroting,
zeg ik tegen de twee nieuwe ministers in vak K, gaat over de mensen die
onze zorg overeind houden in het ziekenhuis, in de wijk, in de
verpleeghuizen en de gehandicaptenzorg. Het gaat over professionals,
mantelzorgers en vrijwilligers en over de mensen die zorg nodig hebben.
Dat zijn vaak de meest kwetsbaren, zoals ernstig zieken, ouderen,
kinderen en mensen in de laatste fase van hun leven. Daar gaat het
vandaag over. Ik roep u op, ministers, om hen in al uw werk te
betrekken, want zij kunnen u vertellen wat er mis is. Zij kunnen u
vertellen wat ze nodig hebben en zij voelen de consequenties van de
maatregelen die u voorstelt.
Voorzitter. Dit kabinet bezuinigt keihard op de zorg. De rekening van
miljarden wordt neergelegd bij patiënten, bij chronisch zieken, bij
ouderen en bij gehandicapten. Het eigen risico gaat omhoog naar €520. Er
komt een eigen bijdrage in de wijkverpleging. De tegemoetkoming voor
chronisch zieken wordt afgeschaft en er komen nieuwe tariefkortingen in
de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. De envelop ouderenzorg wordt
wegbezuinigd. Het is een kaalslag, omdat de zorg blijkbaar geen
prioriteit is. Het wordt gevangen in frames van minder en meer. Ik vraag
beide ministers: wat vond u er eigenlijk van toen u dit plaatje voor u
zag en wat vindt u ervan dat de rekening wordt neergelegd bij patiënten,
chronisch zieken, gehandicapten en ouderen?
Voorzitter. Sinds het verschijnen van het coalitieakkoord regent het
reacties van mensen en organisaties die zich grote zorgen maken. Ze
maken zich zorgen over de stapeling van zorgkosten. Ze vragen zich af of
ze hun zorg straks nog wel kunnen betalen of dat ze ervan af gaan zien
en wat dat betekent voor hun kwaliteit van leven. De Patiëntenfederatie
voerde een peiling uit onder meer dan 6.000 mensen met een of meer
chronische aandoeningen. Uit die peiling blijkt dat mensen zich grote
zorgen maken over de zorgplannen van dit nieuwe kabinet. Maar liefst 80%
maakt zich zorgen. 31% mijdt in de toekomst meer zorg door deze plannen.
Onder de deelnemers die aangeven dat de zorgkosten nu al een grote
impact hebben op hun financiën is dat zelfs 48%. Wat zegt u tegen al die
mensen? Dat vraag ik beide ministers.
Voorzitter. In korte tijd werden door Verpleegkundigen &
Verzorgenden Nederland meer dan 30.000 handtekeningen verzameld voor de
petitie tegen de eigen bijdrage in de wijkverpleging. De heer Jansen,
casemanager dementie, zei er het volgende over. Ik citeer: "Bij een
eigen bijdrage zullen mensen zorg uitstellen of weigeren, niet uit
onwil, maar omdat zij de noodzaak niet ervaren of kosten willen
vermijden. In de praktijk betekent dit dat mensen later in beeld komen,
problemen escaleren en crisisopnames of versnelde verpleeghuisopnames
vaker voorkomen." Is dit wat de minister wil bereiken, mensen die zorg
uitstellen of weigeren waardoor problemen escaleren? Graag een
reactie.
Voorzitter. De zorg voor onze ouderen staat al jaren onder druk, met het
sluiten van de verzorgingshuizen in 2013 als dieptepunt. Meer dan 800
huizen sloten de deuren. Vele ouderen willen graag zo lang mogelijk
thuis wonen, maar we zien nu ook dat er een groep ouderen is die tussen
wal en schip valt. Ze zijn te goed voor het verpleeghuis en eigenlijk te
slecht om thuis te blijven. Hoe houdt de minister zicht op de kwaliteit
van zorg die thuis geleverd wordt en of dat verantwoord is? Hoe kijkt de
minister aan tegen het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg? Hoe verhoudt dat
zich dan weer tot het nieuwe bestuurlijk akkoord dat de minister wil
gaan sluiten? Waarom kiest u niet voor rust voor de sector in plaats van
nieuwe bezuinigingen?
Voorzitter. De envelop ouderenzorg was juist bedoeld voor de groep
kwetsbare ouderen en voor de ontwikkeling van moderne verzorgingshuizen.
Het geld dat hiervoor was gereserveerd, wordt weggegraaid. Waarom doet u
dat? Wat is uw boodschap aan deze mensen? Wat gaat u voor hén doen? Dat
zou ik graag van de minister willen weten. Ik roep de minister op om
ervoor te zorgen dat de envelop ouderenzorg beschikbaar blijft voor de
ouderenzorg, want het is keihard nodig. Ouderen kunnen niet zonder een
goed vangnet, van de wijkverpleging tot de huishoudelijke hulp en de
mantelzorgers. Kan de minister concreet aangeven hoe zij dit vangnet
gaat ondersteunen in plaats van afbreken? Hoe kijkt zij bijvoorbeeld aan
tegen het idee van een mantelzorgbonus?
Voorzitter. Voor veel mensen zijn berichten over een borreltje dat niet
geserveerd mag worden of de biljardtafel die weg moet een doorn in het
oog. Recent moesten ook de schilderijen eraan geloven in een zorgcentrum
in 's-Gravendeel. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat ouderen niet
alleen brandveilig, maar ook nog eens gezellig ergens kunnen
wonen?
Voorzitter. De verwachting is dat er in 2040 zo'n 500.000 mensen zijn
met dementie. De impact van dementie is groot, op de persoon zelf, maar
ook op de partner, kinderen en de samenleving. Hoe gaat de minister de
zorg voor mensen met dementie verbeteren? Hoe stimuleert ze de mooie
voorbeelden die er zijn, zoals de Odensehuizen en DemenTalent? Ook jonge
mensen kunnen dementie krijgen. Het zijn er nu zo'n 15.000 onder de 65.
Wat zijn uw plannen specifiek voor hen? Zij lopen weer tegen hele andere
problemen aan dan oudere mensen met dementie.
Voorzitter. Ouderenmishandeling blijft vaak verborgen achter de
voordeur. Met steeds meer ouderen die langer thuis wonen, is het daarom
belangrijk om daar goed zicht op te houden. Hoe krijgen we daar
voldoende zicht op? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die professionals,
die achter de voordeur komen, iets doen met het niet-pluisgevoel als ze
bij iemand thuis zijn?
Voorzitter. Het is mij een lief ding waard als spreken over de zorg aan
het einde van het leven net zo vanzelfsprekend wordt als praten over
geboortezorg. Dan hebben we het natuurlijk over palliatieve zorg en
palliatieve terminale zorg. Ik zou graag willen weten of de minister dit
met mij eens is. Wat zijn haar beleidsvoornemens om ook de palliatieve
zorg weerbaar te maken voor de toekomst?
Voorzitter. Het persoonsgebonden budget, het pgb, is meer dan geld op
een rekening. Ik citeer mevrouw Outjes in de Leeuwarder Courant: "Het is
ruimte, tijd en adem. Dankzij die keuzevrijheid kon ik zelf iemand
kiezen, die mij kende, die mijn tempo respecteerde en mij hielp om weer
mens te worden in plaats van een dossier". In het coalitieakkoord lezen
we nu dat zorg in natura "voorliggend" wordt op het pgb. Kan de minister
toezeggen dat er keuzevrijheid blijft voor mensen die bewust kiezen voor
het pgb? En zo ja, is zij van plan om verder werk te maken van het
vereenvoudigen van het pgb, met oog voor wat er misgaat met de juiste
besteding van het geld?
Voor deze begrotingsbehandeling ontvingen we een brandbrief van de
Landelijke Eerstelijns Farmacie en de Vereniging van Jonge Apothekers
over de aanhoudende medicijntekorten en de gevolgen daarvan voor
patiënten en apotheken. Het gaat om tienduizend mensen die dagelijks
worden geraakt. Weer waarschuwen zij voor patiënten die hun medicatie
niet krijgen, vanwege het niet-beschikbaar zijn van het preferente
middel. Zij vragen om een fundamentele herziening van het
preferentiebeleid. Graag een reactie van de minister hierop. Wat gaat de
minister in de tussentijd doen? De PVV heeft al eerder voorgesteld om
bijvoorbeeld twee of drie geneesmiddelen als preferent aan te wijzen om
tekorten te dempen of om apothekers meer vrijheid te geven om schaarse
medicijnen met elkaar te delen. Graag een reactie.
Voorzitter. We mogen trots zijn op de zorg in Nederland. En we mogen
trots zijn op al die mantelzorgers en vrijwilligers zonder wie we niet
meer kunnen. Op al die professionals die dag en nacht voor ons klaar
staan, die vaak onder moeilijke omstandigheden voor ieder zorgen die
zorg nodig heeft. Laten we hen steunen door het schrappen van
bureaucratie en managementlagen die de zorg duurder en ingewikkelder
hebben gemaakt, met de slimme inzet van AI, met het geven van meer
zeggenschap over hun eigen werk, en met het aanpakken van agressie en
bedreigingen.
De zorg kent enorme personeelstekorten. Terwijl we Defensie in zo
ongeveer elk bushokje zien adverteren, blijft het hier stil. Waar
blijven de billboards om werkzoekenden te overtuigen van het mooie werk
in de zorg?
Voorzitter. We moeten erop inzetten dat we de zorg voor iedereen
toegankelijk houden. Daarom pleiten wij voor het afschaffen van het
eigen risico, zodat mensen niet om financiële redenen zorg uitstellen en
vervolgens zieker worden. Toegankelijke zorg betekent ook zorg in de
nabijheid. Regionale ziekenhuizen zijn daarom van levensbelang.
Financiële problemen mogen geen reden zijn om af te schalen of te
sluiten. Ik hoor dan ook graag welke plannen de minister heeft om
regionale zorg overeind te houden. Elke kilometer verder kan namelijk
levens kosten. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat bijvoorbeeld het
ziekenhuis in Heerlen volwaardig openblijft? Vandaag was er weer een
oproep van de Ziekenhuisalliantie. Zij staken hun strijd niet en dat
moeten wij dus ook niet doen.
Voorzitter. We houden de zorg ook toegankelijk door fraude keihard aan
te pakken. De opbrengsten van de opgelegde boetes worden wat ons betreft
aan de zorg besteed. Door een steentje bij te dragen aan de zorg kun je
het verschil maken. Ik sluit dan ook af met een woord van dank aan alle
zorgmedewerkers, mantelzorgers en vrijwilligers. Ik roep het kabinet op
om af te zien van de keiharde bezuinigingen die aangekondigd zijn in het
coalitieakkoord. Onze zorg verdient echt beter. Ouderen, chronisch
zieken en gehandicapten verdienen beter. De bezuinigingen leveren ons
geen betere zorg en geen leukere omgeving om in te werken op, maar
verschraling, eenzaamheid, mensen die zorg mijden en minder kwaliteit
van leven. Daar worden zorgmedewerkers en patiënten de dupe van. Dat kan
niet.
Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat is een hartstikke mooie oproep. Door deze bezuinigingen wordt de
zorg inderdaad niet beter. Ik hoor mevrouw Maeijer ook terechte kritiek
uiten op de bezuinigingen op het gehandicaptenbeleid, maar die zijn ook
niet van de ene op de andere dag ontstaan. Ik kijk naar wat het vorige
kabinet heeft gedaan. Ik kan er wel even een krantenkop bij halen:
"Staatssecretaris zet bezuiniging gehandicaptenzorg door, sector
woedend". Dit ging over een bedrag van 88 miljoen euro per jaar. De
staatssecretaris die dat verdedigde, was mevrouw Maeijer. Ik wil haar
toch vragen wat hier dan gebeurd is. Waarom heeft ze toen ze in vak K
zat er dan niet voor gezorgd dat er echt werd geïnvesteerd in de sector?
Nu komt ze als Kamerlid wel weer op voor de sector, maar in vak K kon ze
er echt wat aan doen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dat is een terecht punt, een terecht punt. Hier maak ik het punt dat dit
kabinet zo'n 10 miljard bezuinigt op de zorg en de rekening daarvan
neerlegt bij patiënten, gehandicapten, zorgverleners en ouderen. In het
vorige coalitieakkoord kozen wij voor het verlagen van het eigen risico
en voor een investering in de ouderenzorg. Was ik blij met de
bezuinigingen die er nog lagen op het gebied van gehandicaptenzorg? Nee,
maar ik had de financiële ruimte niet. Vandaar dat die brief toen naar
de Kamer is gestuurd. Dit was een tariefmaatregel uit Rutte IV.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij met dit antwoord, maar laten we heel eerlijk zijn: ook de
halvering van het eigen risico is er natuurlijk niet gekomen. Dat geldt
ook voor een heel aantal beloofde investeringen in de zorg. Ik kan nog
wel even doorgaan. Ik vind wel dat als we hier vanuit de zaal kritiek
kunnen hebben, we er dan vooral voor moeten zorgen dat je je beloften
nakomt als je in vak K zit. Ik laat het daarbij.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoor op zich geen nieuwe vraag, maar een oproep aan degenen in vak K.
Ik zeg in de richting van mevrouw Westerveld: als je in vak K
terechtkomt, dan heb je niet alles voor elkaar gekregen wat je als
partij zou willen. Daar ben ik heel eerlijk in. Was ik blij met de
bezuiniging die er nog lag en de brief die ik moest sturen? Nee,
absoluut niet. Daarom vindt u mij nu aan uw zijde om ervoor te zorgen
dat we de bezuinigingen van tafel kunnen halen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb mevrouw Maeijer een aantal keren gehoord over de zorg voor de
ouderen. Ik zou ook graag aandacht willen vragen voor de zorg voor
ouders, en dan vooral voor jonge ouders. Kleine kinderen, baby's en hun
moeders zijn zeer gebaat bij goede kraamzorg. Steeds meer professionals,
maar ook gemeenten, dringen er in dat kader op aan om de eigen bijdrage
voor de kraamzorg af te schaffen, zodat iedereen daarvan gebruik kan
maken. Is dat een idee dat ook op steun van de PVV kan rekenen?
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dat klinkt absoluut als een heel sympathiek idee. Ik zag dat u een
voorstel heeft. Bij ons werkt het dan wel zo dat ik het in de fractie ga
bespreken, maar ik vind het een sympathiek idee.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maeijer. Het woord is aan mevrouw Van Meetelen voor
haar eerste termijn, eveneens namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje een vreemde begroting. We
spreken namelijk over een al lopende begroting, terwijl we net twee
nieuwe ministers hebben, die met een coalitieakkoord zijn gekomen. We
vinden hier in de Kamer ook van alles van dat akkoord, dus daar gaan
we.
Voorzitter. Als we vandaag spreken over de begroting van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, spreken we in feite over de staat van
ons land. Dan spreken we over hoe gezond Nederlanders zijn, over hoe
vrij zij nog zijn om keuzes te maken over hun eigen lichaam en over
hoever de overheid inmiddels is doorgeschoten in bemoeienis, betutteling
en ideologisch gestuurd beleid. Onze gezondheidszorg is technisch
indrukwekkend; die is echt geweldig. We kunnen steeds meer, maar
tegelijkertijd is het systeem vastgelopen in symptoombestrijding: een
pilletje erbij, nog een protocol, nog een richtlijn en nóg een medicijn,
om de bijwerkingen van het vorige medicijn te onderdrukken. Chronische
ziekten worden gemanaged, maar niet voorkomen, en daar zit precies de
kern van het probleem.
Voorzitter. We hebben een zorgstelsel gebouwd dat draait om behandelen
in plaats van voorkomen, terwijl iedereen hier weet dat de grootste
gezondheidswinst, en de grootste begrotingswinst, niet te halen is in
het ziekenhuis maar aan de keukentafel. Dat zit 'm in wat mensen eten en
hoe ze leven, in beweging, slaap, stress en voeding. Maar dat gesprek
vraagt geen nieuwe heffingen en geen nieuwe toezichthouders, maar gewoon
eerlijkheid en openheid. Ja, we hebben het Gezond en Actief Leven
Akkoord, we bespreken leefstijlpreventie en we hebben
voedingsrichtlijnen, maar in hoeverre zijn die ideologisch ingegeven en
in hoeverre zijn die eerlijk en actueel? Worden eventuele nieuwe
inzichten ook meegenomen of wordt er vastgehouden aan de ingeslagen weg?
Ik vraag beide ministers vandaag om daar eerlijk op te
reflecteren.
Voorzitter. Leefstijl is een autonome keuze, maar wat doet deze
regering? Men grijpt terug op het oude vertrouwde instrumentarium:
belasting, dwang en betutteling. De voorgenomen suikertaks als een
morele zweep. Alsof een extra belasting iemand gezonder maakt. Alsof je
met een prijssticker gedragsverandering afdwingt zonder de oorzaak aan
te pakken. Dat is geen gezondheidsbeleid; dat is gewoon geldklopperij.
De PVV is tegen de voorgenomen suikertaks. Deze belasting gaat
voornamelijk de mensen met de kleinste beurs raken en is een ideologisch
ingegeven belasting om gaten in de begroting aan te vullen. Als dit
D66-kabinet zijn zin krijgt, blijft het niet bij een suikertaks; dan is
het wachten op een klimaatbelasting op je biefstuk, misschien wel een
verplicht quinoaqoutum of een bewegingsboete voor iemand die minder dan
10.000 stappen per dag zet. En ja, ik weet dat ik nu overdrijf, maar een
paar jaar geleden hadden we ook nooit gedacht dat we een suikerbelasting
zouden krijgen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Van het begin werd ik heel enthousiast: de grootste winst is te halen
aan die keukentafel. Dat denk ik namelijk ook; daar is die grootste
winst te halen. Ik heb een concrete vraag. Van de suikertaks weten we
dat die er op het moment dat hij wordt ingevoerd ook toe leidt dat
producenten juist minder suiker aan voeding toevoegen. Zou dat dan niet
juist een hele mooie prikkel kunnen zijn die zorgt dat het aan die
keukentafel net wat gezonder wordt?
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ik zeg niet dat suiker niet schadelijk zou kunnen zijn. Dat kan wél en
misschien is het ook best wel goed als producenten daar beter naar gaan
kijken, maar daar gaat het niet om. Wij zijn principieel tegen het
belasten daarvan. Er zijn allerlei onderzoeken. Wereldwijd zijn er al
taksen ingevoerd. Verschillende landen zien wel dat er wat minder wordt
verkocht: 6% à 7% minder. Het gaat overigens meestal om suikerhoudende
dranken; de taks wordt niet op alles geheven. Dat daalt weer neer bij de
mensen met de kleinste inkomens; die kunnen die producten dan gewoon
niet meer kopen. Maar er is geen sprake van gezondheidswinst, dus dan
kun je niet zeggen dat we daar wat aan winnen. Het blijft dus gewoon een
belasting. Het is gewoon een belasting die we weer extra gaan heffen. We
gaan weer mensen in de portemonnee raken. De boodschappen gaan weer
duurder worden. Eigenlijk betoog ik hier dat wij gewoon géén extra
belastingen willen. We hebben al enorme bezuinigingen — daar heeft
inmiddels iedereen het nu over gehad en na mij nog zeventien of zestien
sprekers, denk ik — maar we willen ook geen belastingverhogingen of
extra of nieuwe belastingen. Dat is eigenlijk het betoog.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter. De overheid hoort mensen correct, volledig en eerlijk te
informeren over gezondheidsrisico's. Dáár ligt haar taak, niet bij het
opleggen van morele voorkeuren via extra belastingen. Zijn de ministers
het daarover met de PVV eens? Als je dan met belastingen iets wilt
bereiken, verlaag dan de btw op de boodschappen, zodat de mensen gewoon
meer geld in de portemonnee hebben en ze alle keuzes gewoon zelf kunnen
maken. Daar pleit de PVV al jaren voor en daar blijven we voor
staan.
Voorzitter. De overheid denkt inmiddels overal verstand van te hebben:
wat u eet, hoe u beweegt, hoeveel u drinkt, hoe u opvoedt, hoe u leeft.
Maar de overheid heeft opmerkelijk genoeg geen verstand van wat er
misgaat in haar eigen systemen, want als deze overheid zo graag
verantwoordelijkheid wil nemen en controle wil uitoefenen, laat ze dat
dan doen waar het echt, echt nodig is en dat is in de jeugdzorg. Er is
sprake van een stelsel dat al decennialang bestaat uit pleister op
pleister plakken, een doolhof van instanties, lagen van loketten en
contracten. Daarbij worden kinderen van organisatie naar organisatie
geschoven, zijn misstanden aan de orde van de dag, worden signalen
gemist, verdwijnen dossiers en wordt niemand werkelijk verantwoordelijk
gehouden. De huidige plannen beloven vooral dat het ooit beter wordt,
terwijl kwetsbare kinderen vandaag nog steeds de prijs betalen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Recent hebben wij het wetgevingsoverleg over jeugd gehad. Toen was
mevrouw Van Meetelen, als ik het goed zeg, twee of drie dagen
woordvoerder op jeugd. Toen heb ik haar bevraagd op de aankomende
reikwijdtewet. Ik vroeg haar, zeg ik via de voorzitter, of wij haar aan
onze kant kunnen vinden als wij die reikwijdtewet straks willen invoeren
om ervoor te zorgen dat jeugdzorg beschikbaar is voor de kinderen die
dat het hardste nodig hebben. We zijn nu iets verder en nu wil ik
vanavond van mevrouw Van Meetelen weten of ik haar aan mijn kant vind
als wij straks hier staan voor de reikwijdtewet.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Inderdaad, ik was toen nog maar een paar dagen woordvoerder. Volgens mij
geldt dat ook voor u; volgens mij zijn we het allebei nog niet zo heel
erg lang, maar dat maakt niet uit. Ik heb me inmiddels inderdaad wel
beter ingelezen. Ik ga u nu nog niet toezeggen of ik wel of niet aan uw
zijde ga staan. Volgens mij moet het ook nog ter consultatie gebracht
worden en dan moet het nog voorgelegd worden; wie weet komen er nog
allerlei veranderingen in. Ik zie er positieve dingen in staan en ik zie
er ook een aantal dingen in waar ik misschien nog vragen over heb, maar
die gaan we tegen die tijd met elkaar bespreken.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter. De regering zou haar controledrift mogen loslaten op de
jeugdzorg. Daar is toezicht geen betutteling, maar noodzaak. Daar is
ingrijpen geen ideologie, maar bescherming. Maar dat vraagt politieke
moed, want dan moet men toegeven dat het systeem faalt. Dat doet pijn.
Dat vraagt om het nemen van verantwoordelijkheid en om daadkracht. Wat
we nu zien, is precies het omgekeerde: een overheid die zich wel bemoeit
met het avondeten van hardwerkende Nederlanders, maar wegkijkt van
structurele misstanden onder haar eigen verantwoordelijkheid. Gaat deze
minister, die in een minderheidskabinet zit, ook echt luisteren naar en
gehoor geven aan een groot deel van de Kamer, dat wil dat er strakker en
harder wordt opgetreden in de jeugdzorg? Gaat deze minister er werk van
maken om te kijken hoe er meer bestuurlijke consequenties kunnen
voortvloeien uit onbehoorlijk of niet adequaat bestuur, zodat er recht
wordt gedaan aan kinderen, ouders en anderen die slachtoffer zijn
geworden van bepaalde instanties?
Nu kom ik bij een overkoepelend punt. Volksvertegenwoordigers lijken
steeds vaker te vergeten wat hun taak is. Wij zitten hier niet om de
voedingsindustrie en de farmaceutische industrie te vertegenwoordigen,
om internationale organisaties tevreden te houden en om Europese
agenda's kritiekloos uit te voeren. We zitten hier voor het Nederlandse
volk, voor Nederlandse gezinnen, voor Nederlandse kinderen, die veilig
moeten opgroeien, voor burgers die zelf verantwoordelijkheid kunnen
dragen als je hen serieus neemt, voor een land dat gezond wil zijn
zonder betutteld te worden. Misschien is het tijd voor een nieuw
uitgangspunt in het gezondheidsbeleid. Niet nog een akkoord, niet nog
een alliantie, maar een simpele, bijna radicale gedachte, namelijk
vertrouwen: vertrouwen in mensen en een overheid die faciliteert in
kennis, vrijheid en echte preventie in plaats van dat zij stuurt met
dwang, schuld en belastingen. Ik vraag de ministers dit toe te zeggen.
Beperk leefstijlinterventie en preventie strikt tot voorlichting en
informatievoorziening en ontwikkel geen leefstijlkeuzes voor
volwassenen. Stuur niet via financiële prikkels, verplichtingen of
sancties.
Voorzitter. Gezondheid begint niet bij een wet, niet bij een heffing en
niet bij een folder. Gezondheid begint bij eerlijk beleid, bij open
vragen durven stellen en bij een overheid die weet waar zij wel en niet
over gaat. Dat is de koers die mijn fractie voorstaat en die we hier
zullen blijven verdedigen.
Tot slot, voorzitter, want ik rond af. In de afgelopen kabinetsperiode
zijn stappen gezet rond de backpayregelingen voor weduwen van
KNIL-militairen en ambtenaren waarbij in de begrotingen reserveringen en
een traject zijn opgenomen om zo'n regeling mogelijk te maken. We zien
daar niets van terug in het huidige coalitieakkoord. De PVV vraagt de
ministers om een toezegging dat deze regeling in het nieuwe kabinet alle
aandacht blijft krijgen en dat de beoogde tijdlijn voor inwerkingtreding
wordt gehaald. Ten slotte vragen we ook duidelijkheid over de uitvoering
en de voortgang, zodat rechtvaardig herstel voor de weduwen geen verdere
vertraging oploopt.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Meetelen. Het woord is aan de heer Bevers voor
zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van de VVD.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de begroting van VWS voor
2026. Het lijkt mij een goed begin om dat nog even terug te halen.
Inmiddels zijn we al een poosje aan dat jaar bezig. Deze begroting is
door het vorige, demissionaire kabinet gemaakt en is, zoals het hoort,
beleidsarm. Toch zitten er een aantal wijzigingen in die onder andere
bij de Voorjaarsnota in 2025 zijn afgesproken. Mijn collega Hilde Wendel
zal straks ingaan op zaken rond preventie, de langdurige zorg en mentale
gezondheid. Ik zal een aantal zaken rond de curatieve zorg noemen en
afsluiten met een aantal opmerkingen rond herdenken en vieren in het
kader van oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers. Dat is essentieel in
ons besef van de gevolgen van oorlog, bezetting en onderdrukking, en
weer verbazend actueel deze dagen.
Voorzitter. Ten diepste wil niemand gebruikmaken van zorg, want
gebruikmaken van zorg betekent dat je gezondheid te wensen overlaat, om
het maar zacht uit te drukken. We willen vanzelfsprekend in goede
gezondheid ons leven leiden en ouder worden. Maar toch, als het wel
nodig is, willen we de allerbeste zorg: bereikbaar en beschikbaar.
Daarom geven we ook dit jaar weer een groot deel van de rijksbegroting
uit aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: bijna 119
miljard euro. Dat is ongeveer een kwart van al het geld dat we in dit
land uitgeven. Na Sociale Zaken en Werkgelegenheid is het de tweede
begroting qua omvang. Dat bedrag stijgt elk jaar. De VVD geeft al jaren
aan dat we ons grote zorgen maken over die stijging. Dat is een
consequente toon in ons beleid, zeker bij de begrotingsbehandelingen.
Ook dit jaar stijgt deze begroting met 4% ten opzichte van 2025, nog
steeds harder dus dan de verwachte economische groei. Ook na deze nieuwe
kabinetsperiode zal de begroting verder gestegen zijn tot bijna 126
miljard euro, zelfs met de maatregelen die we voornemens zijn, die we
hebben uitgeschreven en die we de komende tijd willen gaan nemen. De VVD
neemt daarom ook verantwoordelijkheid voor de hervormingen zoals die
zijn overeengekomen in het coalitieakkoord voor dit nieuwe kabinet,
zodat we de toegankelijke zorg, met de heel hoge kwaliteit die we in
Nederland hebben, ook kunnen behouden. Dat vraagt keuzes. Niet kiezen is
geen optie meer. De VVD wil die keuzes maken op basis van uitgangspunten
als passende zorg, bewezen effectieve behandelingen, preventie en een
passend aanbod bij zorg en ondersteuning. De opdracht om dit verder uit
te werken ligt nu bij deze nieuwe, missionaire bewindspersonen. De
begroting van 2027 zal daar de eerste contouren van laten zien. Voor nu
vraagt deze begroting voor 2026 nog onze aandacht.
Voorzitter. De behoefte aan zorg is het grootste als die acuut is, als
er behoefte is aan spoedeisende hulp, de SEH. De minister van VWS heeft
onlangs besloten om de financiering voor de spoedeisende hulp te
wijzigen naar budgetbekostiging. Het is algemeen bekend dat de
VVD-fractie daar geen voorstander van is geweest, maar die is wel
ingevoerd. Ik ga daar toch nog een paar nieuwe vragen over stellen, mede
naar aanleiding van een nogal verontrustend rapport van Gupta. Daarin
worden een aantal onwenselijke gevolgen beschreven van de tussenstap die
de minister voornemens is te maken in 2027. Ik heb daarover de volgende
vragen. In hoeverre herkent de minister dat er een verschil ontstaat,
aangezien de bijdrage vanuit het eigen risico voor een SEH-bezoek
volgens het rapport van Gupta afhankelijk wordt van de keuze van een
ziekenhuis? Kan de minister reageren op de opmerkingen over de dubbele
betaling van het eigen risico wanneer de tranchering van het eigen
risico wordt ingevoerd en die dan ook geldt voor het bezoek aan de
spoedeisende hulp en, enigszins technisch, de
diagnose-behandelcombinatie, de dbc? Ziet de minister ten slotte
mogelijkheden om dit probleem te ondervangen in het voorstel voor de
tranchering?
Voorzitter. Bij de Voorjaarsnota in 2025 is verzuimd geld te reserveren
voor het Mobiel Medisch Team Oost-Nederland, kortgezegd de traumaheli,
en een Mobiel Medisch Team in de regio Zuid, een grondgebonden team met
een auto. Dat is niet uit te leggen. De Mobiel Medische Teams in
Nederland kunnen daardoor namelijk de dekking niet garanderen. De hulp
van Duitse teams is regelmatig nodig. Samen met BBB en in goed overleg
met de minister hebben we een amendement opgesteld dat hiervoor op de
lange termijn structureel 14,7 miljoen beschikbaar stelt. Ons amendement
stelt in 2026 de eerste tranche van €200.000 beschikbaar voor de
organisatie, voor opleiding en voor werving en selectie. We hopen dat
dat dan ook de start is voor de milieueffectrapportage voor het
luchthavenbesluit dat de provincie nog moet nemen. Ons amendement zet
wat dat betreft dus alle seinen op groen.
Dan aandacht voor medicijnen, met name dure medicijnen. De kosten van
medicijnen zijn nog altijd een punt van discussie. Afgelopen jaar heeft
de minister een drietal oncologiemedicijnen, kankermedicijnen, niet
toegelaten, omdat er geen prijsafspraken gemaakt konden worden.
Farmaceutische bedrijven zijn onderdeel van ons systeem. Ze zijn
noodzakelijk om investeringen te doen in research and development naar
nieuwe medicijnen. Ze zijn ook nodig voor de logistiek. Tegelijkertijd
zijn die bedrijven vaak weinig transparant, op z'n minst, over kosten en
marges, waardoor er wantrouwen ontstaat richting deze bedrijven.
Overigens is de VVD altijd open geweest over de kritiek die wij hierover
hebben richting de industrie. Ik zal even met mijn vragen aan de
minister wachten …
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Ten Hove, een interruptie.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Het ging net al even kort over het amendement over het Mobiel Medisch
Team. Het is een heel mooi amendement — ik heb het ook gezien — maar
alleen met dat amendement zijn we er nog niet, zeker wat betreft
vliegveld Teuge. Daar dient het luchthavenbesluit nog veranderd te
worden. Dat kan nog heel lang gaan duren. Welke oplossing heeft de heer
Bevers daarvoor?
De heer Bevers (VVD):
Wij zullen aan de minister vragen om dit zo snel mogelijk in gang te
zetten. De provincie heeft laten weten dat zij het proces van de
vergunningverlening niet kan opstarten zolang er geen financieel besluit
ligt. Dat is een-op-een aan elkaar gekoppeld. Ze hebben mij daar ook
over bericht. Dat betekent dat de lichten wat dat betreft op groen
staan, als wij het amendement aangenomen hebben bij de stemming. Dan kan
de provincie starten met de vergunningverlening. Zoals ik al zei, moet
de milieueffectrapportage nog plaatsvinden. Wij hopen dat de heli dan
binnen twee jaar kan vliegen, maar daarbij moet gezegd worden dat we
natuurlijk wel eerst mensen moeten werven. Dat is ook de reden waarom we
daar nu mee beginnen. De organisatie moet opgezet worden. De opleidingen
moeten gestart worden. Dat zal ook enige tijd duren. We hebben daar ook
nog wel wat tijd voor, maar wat mij betreft moet dat zo snel mogelijk
gebeuren.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Wat mij betreft hebben we die tijd niet. Elke dag dat het langer duurt
totdat die traumaheli vliegt, kost dat kostbare levens. Ik kom zelf van
de ambulance uit de regio van Teuge. Ik heb ervaren wat het betekent als
je die heli niet krijgt. Op het moment dat deze Kamer onder het
leiderschap van de minister van VWS samen met de minister van IenW
besluit dat we de heli loskoppelen uit het luchthavenbesluit, kan die al
heel snel vliegen. Dan hoeven we daar niet meer jaren op te wachten.
Samen met het voorliggende amendement heeft de Kamer dan gezorgd voor de
oplossing. Is de heer Bevers bereid om daar nog naar te kijken?
De heer Bevers (VVD):
Helder. Ik ben zeker bereid om daarnaar te kijken. Het hangt natuurlijk
wel even af van de inschatting van de minister of we die loskoppeling
kunnen doen. Elke dag eerder is beter! Als ik het op de een of andere
manier kan versnellen door er een bijdrage aan te leveren, zal ik dat
zeker doen. Ik hoor wel graag even van de minister of zij denkt dat dat
mogelijk is. Als dat zo is, dan zullen wij vanzelfsprekend meedenken of
daarin meegaan.
De voorzitter:
Tot slot. U vervolgt.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel. Ik ga verder met de dure medicijnen. Er zijn grenzen aan de
kosten die we bereid zijn om te betalen voor medicijnen. Om de kosten
van de dure medicijnen te beperken kennen we de zogenaamde
sluisprocedure. Ik ga niet treden in de sluisprocedure. Het is een goed
gebruik dat we ons daar niet mee bemoeien. Wij hebben die procedure
juist om het zo objectief mogelijk vast te stellen. Toch heb ik daar wel
een vraag over. Dat is ook iets wat terugkomt vanuit de industrie.
Destijds is die procedure vooral ingericht — ik zeg het even kort door
de bocht, heel platgeslagen — voor pillen en poeders. Voldoet deze
procedure anno 2026 nog steeds? We zien namelijk steeds vaker heel dure
geneesmiddelen die zeker geen pil zijn of iets anders. Denk bijvoorbeeld
aan zoiets als CAR-T-celtherapie. Dat is individueel gerichte medicatie.
Voldoet de sluisprocedure nog voor die ontwikkelingen? Het antwoord kan
kort zijn — "ja, dat is zo" — maar ik wil toch die vraag stellen.
Tot slot wil ik, zoals aangekondigd, nog wat zeggen over het herdenken
van de slachtoffers van de verschrikkingen in de Tweede Wereldoorlog,
zowel in Nederland als in voormalig Nederlands-Indië, en het vieren van
de bevrijding van deze wrede onderdrukking. Het kabinet heeft bij de
Voorjaarsnota extra geld beschikbaar gesteld voor het herdenken van de
Tweede Wereldoorlog en het vieren van de bevrijding. De eerste fase van
de renovatie van Kamp Westerbork kan gestart worden en de
bevrijdingsfestivals kunnen doorgaan. De VVD-fractie is erg blij met
deze ontwikkelingen.
Daarnaast is in de Voorjaarsnota van afgelopen jaar besloten om 50
miljoen vrij te maken voor de backpayregeling voor Indische weduwen.
Volgens mij is die ook in het basispad opgenomen, dus die zal bij het
aannemen van deze begroting ook doorlopen. Maar die 50 miljoen is nu, om
het even technisch te maken, geplaatst op artikel 11. Dat betekent, voor
de mensen thuis, dat het nog niet is gelukt om daadwerkelijk iets met
dit geld te doen. Mijn concrete vraag aan de minister is: kan zij een
korte update geven over de stand van zaken met betrekking tot de
uitvoering van de backpayregeling voor Indische weduwen?
Tot zover, voorzitter. Collega Wendel neemt nu het stokje over. Althans,
zo meteen, denk ik.
De voorzitter:
U heeft nog wel een aantal interrupties, allereerst van de heer
Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb eigenlijk maar één vraag: is de VVD een beetje blij met de
zorgplannen van het nieuwe kabinet?
De heer Bevers (VVD):
De VVD heeft zich voor de volle honderd procent ingezet voor een goed
zorgakkoord. Ik heb net in mijn inleiding gezegd dat wij de afgelopen
jaren heel duidelijk zijn geweest over onze grote zorgen over de
oplopende zorgkosten. Ik denk dat wij erin geslaagd zijn om een beweging
in gang te zetten vanuit passende zorg, waarbij er gezocht wordt naar
veel meer aanpassingen in het beleid, waardoor we ook een aantal
maatregelen nemen die geld opleveren. Dat is van belang om de kosten te
beperken. Ik heb aan het begin ook gezegd dat de kosten de komende
periode nog doorstijgen. Maar we hebben ons hard ingezet voor deze
paragraaf. Wij moesten wel even nadenken — u kent de VVD — over hoe we
omgaan met preventie. Wij vinden dat vrij snel betutteling. Maar ook
daar hebben we een aantal goede stappen in kunnen zetten, denk ik. In
die zin denk ik dat onze inzet goed is geweest. Ja.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat de VVD blij is met de zorgplannen van het nieuwe kabinet, zegt
eigenlijk alles. Daarmee kan ik alleen maar "sterkte" zeggen tegen de
zorg, de VVD en D66.
De heer Bevers (VVD):
Dat vind ik een hele vervelende insinuatie, want ik heb het woord "blij"
niet gebruikt. Ik heb gezegd dat wij ons maximaal hebben ingezet om een
goed zorgonderdeel neer te zetten. Daar staan wij voor. Daar neem ik ook
de verantwoordelijkheid voor. Maar ik vind het niet netjes om daar
woorden aan toe te voegen die ik niet gebruik, want ik snap ook dat er
een aantal heel lastige, pijnlijke maatregelen in zitten. Maar ik heb
ook gezegd: niet kiezen is geen optie. Wij kiezen wel. Het zullen uw
keuzes misschien niet zijn. Ik hoop dat we elkaar op de lange termijn
gaan vinden. Ik ga het niet hebben over een uitgestoken hand. Uw bureau
ligt inmiddels vol met uitgestoken handen. Die houding is er wel, maar
we treden elkaar op een serieuze manier tegemoet, want dat is oprecht
mijn bedoeling.
De voorzitter:
Ook de heer Bevers spreekt via de voorzitter.
De heer Bevers (VVD):
Sorry, voorzitter.
Mevrouw Dobbe (SP):
De heer Bevers zei dat de VVD ook kritiek heeft op het gebrek aan
transparantie in de farmaceutische industrie en die kritiek ook uit. Dat
zien wij natuurlijk ook. Hoe worden de prijzen van geneesmiddelen
bepaald? Welk deel gaat er precies naar de miljardenwinsten, die de
farmaceuten ook lijken te maken over de ruggen van mensen die medicijnen
nodig hebben? Wat doet de VVD met die kritiek?
De heer Bevers (VVD):
Ik heb met verschillende partijen contact. Ik uit die kritiek ook. Ik
ben in gesprek. Ik zorg dat ik duidelijk ben over waar die kritiek uit
bestaat. Ik snap ook dat het soms lastig is om bijvoorbeeld inzage te
geven in zaken als kostprijsberekening. Dat is voor een ondernemer
lastig. Maar op dit moment is het niet transparant genoeg hoe die
prijzen tot stand komen. Kijk, een bedrijf heeft soms drie missers
voordat er iets wordt gevonden dat goed werkt en iets oplevert. Je moet
wel transparant zijn over wat dat dan is en hoe je dat verwerkt in de
prijs. Als je die transparantie niet geeft … Daar ben ik open en ook
altijd duidelijk over geweest. De industrie zal echt een vorm moeten
gaan vinden om dat op een goede manier te doen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Een industrie die heel goed in staat is om uit te rekenen hoeveel winst
ze kunnen uitkeren aan aandeelhouders, weet de rest van de opbouw van
het product dat ze verkopen, in dit geval medicijnen, natuurlijk ook
wel. Die transparantie is er inderdaad niet. De heer Bevers zei het al:
die kritiek uiten we al langere tijd. Ik vraag mij af of, als de kritiek
niet leidt tot meer transparantie bij de farmaceut en bij de
farmaceutische industrie, de VVD bereid is om vanuit de Tweede Kamer
extra stappen te nemen bovenop het alleen in gesprek gaan.
De heer Bevers (VVD):
Ik vind dat wij daar als Tweede Kamer terughoudend in moeten zijn. Het
Zorginstituut beoordeelt met name hoe die prijs tot stand komt. Zolang
het Zorginstituut aangeeft nog steeds goede afwegingen te kunnen maken
voordat een product wordt toegelaten, ondanks de kritiek die er wel is
over de transparantie, vind ik dat het aan het Zorginstituut is om bij
ons aan de bel te trekken. Ik neem daarbij dus niet het initiatief, maar
ik deel de kritiek wel heel duidelijk in de contacten die ik heb.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat betekent dan wel dat die kritiek eigenlijk niet leidt tot
verandering. In de Tweede Kamer hebben wij wel de keuze om er druk op te
zetten. We kopen iets met publiek geld. Wij kunnen van de farmaceutische
industrie eisen om openheid te geven over waar wij ons geld aan geven,
en over hoeveel van ons zorggeld eigenlijk gaat naar de winsten van de
farmaceuten. Ik vind het jammer dat het beperkt blijft tot die kritiek
alleen hier in de Kamer uiten, en vervolgens geen stappen willen zetten
om te komen tot een oplossing. Ik hoop dat de VVD dat nog eens wil
heroverwegen.
De heer Bevers (VVD):
Ik uit de kritiek niet alleen in de Kamer, maar ook bij dit soort
bedrijven zelf. Nogmaals, ik heb in die zin ook heel veel vertrouwen in
de beoordeling door het Zorginstituut.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Over de wees- en sluisgeneesmiddelen zal ik het straks of morgen —
wanneer we dat dan ook gaan doen — gaan hebben. Het is goed dat dit
genoemd wordt. Tot nu toe ontbreekt in het debat eigenlijk het
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Ik heb daar nog weinig over
gehoord. Ik zie daar in het coalitieakkoord ook weinig van terug. Aan de
andere kant horen we dat het wel doorgaat. Kan de heer Bevers misschien
aangeven hoe ze dat denken te gaan financieren, nu het eigen risico tot
belachelijke hoogte gaat stijgen en de remgelden verdwijnen? Het geld
moet toch ergens vandaan komen.
De heer Bevers (VVD):
Het antwoord is heel kort en duidelijk. Wij hebben met elkaar
afgesproken dat we het deel van de remgelden dat gebruikt wordt voor de
uitvoering van het AZWA in stand houden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik hoor de heer Bevers hele warme woorden spreken over de
herdenkingscentra. Heel mooi, want die zijn misschien wel belangrijker
dan ooit. Ik hoor hem ook Kamp Westerbork noemen. Voor 2026 en 2027 is
de bekostiging geregeld, voor daarna nog niet. Heel concreet vraag ik
het volgende. Het is misschien boter bij de vis, maar ik heb een motie
voorbereid waarin de regering wordt verzocht om bij de Voorjaarsnota een
voorstel te doen voor de aanvullende financiering voor na 2027. Er staat
al een meerderheid onder die motie, maar ik wil de heer Bevers er heel
graag bij zetten. Is dat mogelijk?
De heer Bevers (VVD):
Dat begrijp ik. Ik ga daar even rustig naar kijken. Maar ik ben ook
helder: Westerbork heeft de financiële middelen om de eerste fase te
starten. Ik vind — dat heb ik ook met hen besproken — dat ze ook even
rond kunnen kijken naar eventuele cofinanciering voordat we aan die
tweede fase beginnen. Ik wil die motie dus zeker welwillend bekijken,
maar ik wil de tekst wel eerst even zien.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, meneer Bevers.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ken de VVD als een partij die altijd goed opkomt voor de weerbaarheid
van Nederland en stevig investeert in defensie. Wij stonden ook schouder
aan schouder als het gaat om de vraag hoe we de
infectieziektebestrijding met elkaar weerbaar en tot een beter niveau
dan voor de coronatijd kunnen krijgen. Het kabinet-Schoof liet daar een
gat vallen; dat hebben we allemaal gezien en allemaal benoemd. Ik zie
minister Jan Anthonie Bruijn nog in een van zijn laatste
talkshowoptredens zeggen: dat is onverstandig; we moeten dat gat
repareren. Hoe heeft de VVD dat pleidooi beluisterd?
De heer Bevers (VVD):
Ik ken natuurlijk de zorgen die de afgelopen periode zijn geuit, ook
door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Ik begrijp die zorgen ook. Aan
de andere kant denk ik wel: we kunnen niet simpelweg bedenken hoeveel
geld er nodig is en het dan in één keer regelen. Bovendien zou ik willen
kijken naar het volgende. Het klopt dat die bezuiniging is ingeboekt,
maar er is ook iets bij gezegd, namelijk: laten we nou gaan kijken hoe
het advies van de NCTV over dat totale pakket van een weerbare
samenleving eruit gaat zien. Daar hoort weerbare zorg bij, en dus ook
pandemische paraatheid. Laten we vanuit de inhoud bekijken wat er nodig
is. Ik heb in de reactie van de minister gehoord dat ze de zorgen ook
begrijpt en alles op alles zet om te kijken wat er dan nodig is. Daar
komt natuurlijk ook de vraag bij hoe we dat gaan financieren. Maar wat
mij betreft gaat het om meer dan alleen de pandemische paraatheid. Het
gaat om de totale weerbaarheid, bij pandemieën, maar ook bij
oorlogsdreigingen. Daar heeft de NCTV ook een heel uitgebreid advies
over uitgebracht en tools voor aangegeven. Ik denk dat dat het
uitgangspunt zou moeten zijn. Ik wil in die zin, zonder flauw te willen
zijn, wel gewoon even van de minister weten hoe zij zoekt naar de
mogelijkheden die er op dit onderwerp zijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nu ken ik collega Bevers als een ware Fries. Hij weet heel goed dat je
het Woudagemaal niet pas weer helemaal moet gaan onderhouden op het
moment dat hoogwater dreigt; dat heb je juist op orde voordat die
noodsituatie er is. Nu dreigt een situatie waarin het hele Woudagemaal
in stukjes ligt. Op het moment dat er een pandemie is, moeten we weer de
experts gaan zoeken, weet ik veel waar vandaan, om ervoor te zorgen dat
de kennis weer aan boord is. Op het moment dat de mazelen uitbreken —
dat is niet denkbeeldig — hebben we onze complete infrastructuur
afgeschaald. We moeten dan toch niet wachten op de NCTV? Dat is toch
juist een verantwoordelijkheid van ons als Kamerleden die
verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid? Hoe kijkt de VVD naar het
voorzorgsprincipe?
De heer Bevers (VVD):
We hoeven niet te wachten op de NCTV. Er ligt een verhaal van de NCTV
over hoe zij aankijken tegen die weerbaarheid. Ze zijn ook al bezig om
dat uit te rollen — dat is een vreselijk woord — in de zin van
maatschappelijke weerbaarheid. Het zou wel mijn voorkeur hebben om
vanuit dat denken aan het kabinet te vragen wat er mogelijk is. Ik zie
natuurlijk ook — daar loop ik niet voor weg — dat die bezuiniging niet
is teruggedraaid. Als we daar stappen in willen nemen, zullen we daar
dus mee aan de slag moeten, maar wat mij betreft doen we dat wel graag
vanuit de inhoud. Welk advies ligt er? Hoe gaan we dat oplossen? Welke
ruimte gaat de minister daar al dan niet voor vinden? Dan kunnen wij
daar als Kamer, denk ik, ook op gaan reageren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Van de Kamerleden die nu aanwezig zijn, ben ik, samen met in ieder geval
collega Westerveld en collega Van Houwelingen, een van de weinigen die
hier al waren toen de coronapandemie volop aanwezig was. Mevrouw Van
Brenk was er inderdaad ook. We hebben hier allemaal gestaan met onmacht,
met houtje-touwtjebeleid en met het feit dat dingen niet op orde waren.
We hebben allemaal gezegd: die lessen moeten we leren. Ik heb grote
waardering voor collega Daan de Kort, die doorgaat met die
corona-enquête. Maar het is toch van de zotte als wij moeten afwachten
tot allerlei enquêtes er zijn geweest, terwijl er al OVV-rapporten
liggen over wat nodig is? Dat we dit dan nu niet zouden herstellen, is
in ieder geval mijn eer te na. Ik heb een amendement ingediend om dit te
repareren. Over alles valt te praten: over de dekking, over de manier
waarop. Maar we moeten niet hebben dat, als er een volgende uitbraak van
de mazelen komt of van wat dan ook, wat je in het rioolwater prima had
kunnen aantonen, wij dan moeten zeggen: we wisten het niet, terwijl we
het hadden kunnen weten. Deelt de heer Bevers dat?
De heer Bevers (VVD):
Ik deel de zorg. Ik ken het amendement en wil van de minister weten hoe
ze daarop reageert, want het is een groot amendement. Dat weet u ook.
Het gaat niet om een klein bedrag. Ik wil wel gewoon weten wat de
minister daarvan vindt. Die zorg deel ik, zij het met de opmerking erbij
dat we natuurlijk ook al veel hebben geleerd; er is veel bij huisartsen
en in de eerste lijn terechtgekomen. Maar dat is niet voldoende, dat
geef ik onmiddellijk toe. We moeten daar dus gewoon op een realistische
manier naar kijken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wel mooi om te horen dat de VVD iets toegeeft. Ik was even benieuwd naar
passende zorg. Dat klinkt zo lekker, maar wat is het nou? Wat verstaat
de VVD onder passende zorg?
De heer Bevers (VVD):
Het moet kort, hè? Passende zorg is een breed begrip, maar passende zorg
is vooral dat je de zorg levert die op dat moment echt nodig is. Dat kan
soms betekenen dat je geen zorg geeft, omdat je samen met je behandelaar
besluit dat je dat niet meer wilt. Dat is ook passende zorg. Ik moest
even denken aan het voorbeeld van de heer Bushoff eerder op deze avond,
van het aanbellen bij iemand die het wellicht moeilijk heeft of eenzaam
is. Dan is passende zorg wat mij betreft niet de wijkverpleegkundige,
maar de sociaal werker uit het wijkteam. Dat is passende zorg. Kijken
wat iemand nodig heeft en zo dicht mogelijk daarbij die persoon bieden
wat die nodig heeft.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Een van de punten waar wij ons zorgen over maken, is het Generiek
kompas. Daarmee hebben wij gezegd: de wijkverpleging en de
verpleeghuiszorg hoeven niet meer aan te tonen wat de kwaliteit is van
wat zij bieden. Dan weet je ook niet wat zij voor die centen doen, of
het werkelijk kwaliteit is en of die zorg dus passend is. Hoe kijkt de
VVD daartegen aan?
De heer Bevers (VVD):
Dat is een dilemma. Ik ken de discussie over het Generiek kompas. Die
heeft in de vorige periode ook vrij uitgebreid gespeeld. Het is niet zo
dat er in het Generiek kompas geen kwaliteitsdoelen worden gesteld; het
wordt alleen op een andere manier gedaan. Je komt voor een dilemma te
staan: in hoeverre vertrouwen wij de mensen die aan het bed zorg leveren
en de organisaties die dat organiseren en leveren? Het Generiek kompas
betekent niet dat er geen kwaliteitscontrole meer is, maar het wordt op
een andere manier ingedeeld. Ik heb het vertrouwen in de mensen op de
werkvloer — dat hebben we al vaker geconstateerd — dat zij zich op een
goede manier bezighouden met hun werk. Dat zij veel minder met
administratie zouden moeten doen, is een bijzin wat mij betreft.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik kom daar in mijn bijdrage nog wel op terug.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben toch wel benieuwd. De collega van de VVD had het over vanuit de
inhoud praten over wat er nodig is voor de pandemische paraatheid. We
weten vanuit de inhoud wat nodig is. We weten het van de OVV, we weten
het vanuit de zorgsector, we weten het vanuit de virologen. Ook
oud-minister Bruijn zei vorig jaar letterlijk: dit overziend zijn wij
dus slechter voorbereid op een grootschalige gezondheidscrisis en hebben
we de lessen van de COVID-19-pandemie niet opgevolgd. Ik kan daarom niet
borgen dat de afbouw van middelen voor pandemische paraatheid geen
afbreuk doet aan de continuïteit van de beschikbaarheid van zorg tijdens
een toekomstige pandemie. Alle feiten liggen op tafel.
De voorzitter:
Uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind het heel jammer dat de VVD, die oproept om vanuit de inhoud te
praten, niet hierop doorgaat en gewoon zegt: wij gaan niet nog maanden
wachten. We gaan als VVD nu onze verantwoordelijkheid nemen. We zijn
niet voor niets een coalitie in gestapt. Dit was gewoon een omissie en
wij zorgen ervoor dat dat geld er komt.
De heer Bevers (VVD):
Volgens mij ben ik heel helder geweest over het feit dat de zorgen die
er zijn en datgene wat op tafel ligt, helder zijn. Bij de bezuiniging
van 300 miljoen euro heeft de toenmalige minister een brief gestuurd. In
die brief is inderdaad gezegd dat de NCTV met een totaaladvies over de
weerbare samenleving komt en dat daar het een en ander in opgaat. Dat
advies is uitgebracht. Dat is er al. Daar hoeven we dus niet maanden op
te wachten. Het is een kwestie van hoe wij daarmee omgaan en hoe het
kabinet daarmee omgaat. Dat vind ik wel de inhoud, want ik meen oprecht
dat het verder gaat dan alleen de pandemische paraatheid. Het gaat over
de weerbare samenleving, ook in de geopolitieke tijd waarin we op dit
moment leven en waarin het noodzakelijk is om als samenleving weerbaar
te zijn en voorbereid te zijn op wat ons mogelijk, maar hopelijk nooit,
zal overkomen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Oké, dat kan. Ik hoor hierin dat er misschien nog meer geld vrijkomt,
zodat we meer kunnen inzetten op preventie van allerlei mogelijke
ziektes en om vervuiling te voorkomen et cetera. Dat is alleen maar
positief, maar ik snap gewoon niet waarom de VVD en overigens ook andere
politieke partijen zo moeilijk doen over dit punt en verwijzen naar de
NCTV en mogelijke weerbaarheidsverbreding et cetera, terwijl het
klip-en-klaar is wat we moeten doen.
Ten slotte heb ik nog één vraag over die preventie, namelijk of de VVD
dan ook met mij meegaat in het volgende. Ik deel de overtuiging dat het
goed is om breder te kijken om de samenleving gezond en weerbaar te
houden. Kan de VVD dan ook meegaan in ons punt dat wij als Kamer goed
moeten borgen dat we wat betreft preventie ook kijken naar de uitstoot
van de industrie en de landbouw et cetera?
De heer Bevers (VVD):
Die vraag is vaker gesteld. Ook wij als VVD hebben in ons
partijprogramma heel duidelijk gezegd dat gezondheid meer is dan alleen
naar de dokter gaan en zorg; daar hoort de omgeving ook bij. Dan gaat
het om sociale factoren en economische factoren. Wij kijken daarin mee.
Dat weet u ook. Wij kijken soms wel op een ietwat andere manier dan de
Partij voor de Dieren. Dat is het verschil tussen u en mij.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw ... Meneer Van Houwelingen,
kort.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik wil hier kort op aanvullen. Weerbaarheid is dus belangrijk voor de
VVD als het gaat om pandemische paraatheid. Ziet de VVD dat ook als een
verplichting die is aangegaan?
De heer Bevers (VVD):
Hoe bedoelt u "een verplichting"?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Zoals de heer Bevers ongetwijfeld weet, hebben we de
NAVO-weerbaarheidsdoelen, die we onderschrijven. Is dat een verplichting
die voortvloeit uit de Vilniusakkoorden of is dat iets wat vrijblijvend
is? Hoe ziet de VVD dat?
De heer Bevers (VVD):
Daar kan ik u geen antwoord op geven. Dat zal ik in tweede termijn
moeten doen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Graag.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Wendel. Heeft mevrouw Maeijer nog iets voor de
heer Bevers? Daarna gaan we door naar mevrouw Wendel.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Op de valreep toch nog even over de weerbare samenleving. Defensie en
zorg, VWS, zijn dan wat mij betreft communicerende vaten, want op het
moment dat hier een grootschalige crisis uitbreekt, heeft Defensie die
zorg nodig en dan moet die zorg er zijn. Dan gaat het niet alleen over
de ziekenhuizen, maar over het hele systeem. De vraag richting de heer
Bevers is: dan is het toch niet heel slim om het geld bij de zorg weg te
halen?
De heer Bevers (VVD):
Nee, het gaat ook niet alleen om het weghalen van geld bij zorg. De
weerbare samenleving is breed. Je kan naar verschillende ministeries en
verschillende beleidsterreinen kijken. Dat is veel breder dan alleen
zorg. Dat is ook de reden waarom ik zei dat het voor mij veel verder
gaat dan alleen de pandemische paraatheid. De dreigingen komen op
verschillende manieren op ons af. Maar dat is ook de afweging: waar
komen we mee uit? Overigens heeft de NCTV daar ook een aantal dingen
over gezegd. Wat mij betreft is het dus logisch dat je breder kijkt dan
alleen naar de zorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan begrijpt u mijn vraag niet. Of u wilt hem gewoon anders
beantwoorden; dat kan natuurlijk ook. Maar ik had het juist specifiek
over de zorg. Voordat ik hier een aantal weken geleden weer als
woordvoerder VWS terechtkwam, mocht ik even aan het Defensieterrein
proeven. Daar is mij meerdere malen verteld dat op het moment dat er
echt iets gebeurt in dit land, zoals een grootschalige crisis, een
oorlogssituatie of iets in die trant, Defensie de zorg nodig heeft en
dat het dan niet logisch is om die zorg nu te gaan verzwakken. Dus
waarom doet u dat dan?
De heer Bevers (VVD):
De zorg waar mevrouw Maeijer het over heeft, is niet de zorg die we
verstaan onder "pandemische paraatheid". Ik ken die discussie. Ik heb
een oud-bewindspersoon van Defensie vrij dichtbij in de fractie. Daar
hebben we het ook over gehad. Voor de zorg die nodig is op het moment
dat het tot een grootschalig conflict buiten Nederland of in Nederland
komt, is er een beperkte capaciteit binnen de noodhospitalen van
Defensie en hetgeen zij in dat soort situaties kunnen leveren. Daarna
hebben ze de capaciteit van de reguliere zorg nodig. Dat is bekend.
Daarvoor is een bepaalde ic-capaciteit nodig. Ik wens ons toe dat die
situatie niet gaat ontstaan, want dat vraagt bijvoorbeeld ook zaken als
triage en heel ingewikkelde beslissingen, maar daarvoor hebben zij op
dat moment wel de zorginfrastructuur nodig zoals we die bij VWS hebben
ingericht.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bevers. Het woord is aan mevrouw Wendel voor haar
inbreng namens de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. De uitdagingen in de langdurige zorg en op het gebied
van preventie zijn niet minder groot dan in de curatieve zorg. We hebben
te maken met dubbele vergrijzing: er komen meer ouderen en zij worden
ook steeds ouder. Dat brengt uitdagingen met zich mee, maar ik wil
benadrukken dat dit echt iets moois is. Dit is gewoon goed nieuws. Dit
komt mede door de goede gezondheidszorg in Nederland, door al die mensen
die dag in, dag uit keihard werken in de zorg.
De VVD vindt het belangrijk dat ook in de toekomst mensen in goede
gezondheid oud kunnen worden. Een gezonde leefstijl en een gezonde
leefomgeving kunnen veel ziekten voorkomen. Goede gezondheid is een
voorwaarde om mee te kunnen komen op school en op het werk en om een
bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. De VVD wil dan ook de
focus verschuiven van zorg naar gezondheid. We zetten in op preventie,
niet omdat wij ons als liberalen graag bemoeien met de manier waarop
mensen hun leven inrichten, maar omdat we zien dat dit noodzakelijk is.
Met de dubbele vergrijzing voor de deur hebben we simpelweg niet meer de
luxe om preventie weg te zetten als betutteling.
Vandaag sta ik stil bij drie specifieke vormen van preventie, namelijk
het tegengaan van vapen, huidkankerpreventie en valpreventie voor
ouderen. Nog steeds worden er massaal vapes verkocht aan kinderen. Ik
wil de minister vragen hoe zij ervoor gaat zorgen dat vapes echt niet
meer bij kinderen terechtkomen. Het demissionaire kabinet heeft
aangegeven de boetes voor de verkoop van vapes aan minderjarigen te
verhogen. Kan de minister toezeggen dit plan voort te zetten?
Dan huidkankerpreventie. Huidkanker is de meest voorkomende en snelst
stijgende vorm van kanker. Het aantal diagnoses in 2032 wordt geschat op
100.000 per jaar. Dat betekent dat elke vijf minuten iemand te horen
krijgt dat hij of zij huidkanker heeft. Dat betekent dat terwijl ik hier
sta, al twee mensen hebben gehoord dat zij gediagnosticeerd zijn met
huidkanker. De gevolgen van huidkanker zijn groot, terwijl die relatief
gemakkelijk te voorkomen is. De publiekscampagne "Voorkom huidkanker",
met onder andere het Zonvenant, is dan ook van groot belang. De
financiering hiervoor loopt echter in april 2026 af en er zijn geen
middelen voor de rest van het jaar. Ik dien dan ook een amendement in om
het Zonvenant ook in de rest van 2026 voort te zetten. Preventie is van
belang voor jong en oud. Bij ouderen leidt een val vaak tot letsel,
verlies van zelfstandigheid en minder kwaliteit van leven. Door
maatregelen te nemen, kunnen veel valincidenten voorkomen worden. Ik wil
de minister vragen wat de ervaringen zijn met de ketenaanpak
valpreventie. Werkt die, of is er nog meer nodig?
Helaas is niet alle zorg te voorkomen. Steeds meer mensen leiden aan een
chronische ziekte. Deze ziektes worden ook steeds ernstiger. De grootste
groep chronisch zieken leidt aan dementie. De VVD vindt het belangrijk
dat deze mensen op een zo fijn mogelijke manier oud kunnen worden. Ze
moeten zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven.
Innovatieve, slimme manieren om zorg te bieden, helpen daarbij. Dit
zorgt voor een hogere tevredenheid bij cliënten. Daarnaast bespaart het
personeel en geld. In de praktijk zien we dat zorginstellingen door hun
bekostigingsmodellen geen prikkel hebben om over te stappen op die
slimmere vormen van zorg, bijvoorbeeld omdat ze betaald worden op basis
van geleverde zorg in tijd. Ik wil de minister vragen of zij dit herkent
en wat zij gaat doen om wel een stimulans te bieden om over te stappen
op slimmere vormen van zorg.
Dementie kan ernstige gevolgen hebben voor de kwaliteit van leven van
ouderen, maar ook van hun naasten. We mogen ons daar niet bij
neerleggen. We moeten meer kennis zien te krijgen over oorzaken, over
hoe we zo vroeg mogelijk kunnen diagnosticeren en over hoe we dementie
kunnen behandelen. Alleen zo krijgen we meer inzicht in hoe we dementie
kunnen voorkomen of uitstellen. Het is dan ook teleurstellend dat het
nieuwe alzheimermedicijn onvoldoende blijkt te werken en zorgt voor
ernstige bijwerkingen. De vorige bewindspersonen zijn heel voortvarend
aan de slag gegaan met de Nationale Dementiestrategie. Kan de minister
toezeggen dat ook zij zich zal inzetten voor preventie van dementie? We
mogen nu namelijk echt niet verslappen.
Dan de mentale gezondheid in Nederland. Die is de afgelopen jaren
verslechterd, vooral onder jongeren. Daar maak ik me zorgen om. Ook
hiervoor geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Dit kan de
zorgverlener niet alleen, ook niet met hulp van de overheid. Het start
met de eigen verantwoordelijkheid om de gezonde keuzes te maken, maar
daar is natuurlijk wel bewustzijn en samenwerking voor nodig. De
overheid kan hieraan bijdragen door de aanpak van suïcidepreventie en
mentale gezondheid te versterken. Voor mentale gezondheid zijn ook juist
verenigingen, vrienden en buren belangrijk. Omkijken naar elkaar;
noaberschap, zoals we dat in Drenthe noemen. Het initiatief van
afgelopen weekend waarbij profvoetballers massaal aandacht vroegen voor
mentale gezondheid bij mannen, vind ik dan ook geweldig.
De VVD vindt het belangrijk dat er meer samengewerkt wordt door de ggz,
huisartsen, onderwijs, wijkteams, sportverenigingen en vele andere
partijen. Ik wil de minister vragen of privacywetgeving deze
samenwerking momenteel in de weg staat en wat ervoor nodig is om deze
belemmering weg te nemen.
Voorzitter. Tot slot zorgfraude. We geven veel geld uit aan zorg voor
mensen die die het hardste nodig hebben. Dat er dan criminelen zijn die
hier misbruik van maken, vindt de VVD onacceptabel. We mogen niet
tolereren dat zorggeld in de zakken van criminelen verdwijnt terwijl de
mensen voor wie het geld bedoeld is, de zorg niet krijgen.
Ik zie mevrouw Westerveld staan, maar ik kom nu met een heel plan rond
zorgfraude, dus wellicht …
De voorzitter:
Wil mevrouw Westerveld interrumperen op het onderwerp zorgfraude? Dan
stel ik namelijk voor dat we dat even afmaken. O, het gaat over het
vorige punt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik vraag me af wat "eigen verantwoordelijkheid" is als je bijvoorbeeld
psychotische klachten hebt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Wat ik bedoel met eigen verantwoordelijkheid bij mentale gezondheid, is
dat het gezond is om bijvoorbeeld te sporten, gezond te eten en om te
kijken naar elkaar; dat is dat noaberschap waar ik het over had.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
De grootste problemen en de grootste wachtlijsten spelen bij de mensen
die enorm ernstige klachten hebben. Ik noemde die net al: bij
persoonlijkheidsstoornissen is het 32 weken, bij eetstoornissen is het
22 weken. Dat kan je dus niet voorkomen met "eigen verantwoordelijkheid"
of met "meer sporten". Dat zijn gewoon reële problemen. Ik ben heel bang
dat die wachtlijsten alleen maar zullen toenemen als de plannen die deze
coalitie nu heeft, doorgezet gaan worden.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dat ben ik met mevrouw Westerveld eens. Ik bedoel ook niet te zeggen dat
je bijvoorbeeld psychoses kunt voorkomen door gezond te eten of te
sporten; laat ik dat idee uit de wereld helpen. Ik vind het belangrijk
dat geestelijke gezondheidszorg juist beschikbaar is voor de mensen die
deze het hardste nodig hebben. Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen z'n
stinkende best doet om te werken aan de mentale gezondheid van zichzelf
maar ook van elkaar, zoals ik net al stelde. Dat vind ik heel erg
belangrijk. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat we ervoor moeten
zorgen dat de ggz beschikbaar is voor de mensen die die het allerhardste
nodig hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan ben ik heel benieuwd wat er wel gedaan gaat worden, zodat die ggz
beschikbaar komt voor de mensen die dit het hardst nodig hebben.
Daarover lees ik dus helemaal niets in het coalitieakkoord.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dat is een terechte vraag. Daarom hebben we juist wel iets daarover
opgenomen in het coalitieakkoord. Wij vinden het heel erg belangrijk om
te kijken: wat is zorg die in de geestelijke gezondheidszorg thuishoort
en wat is zorg die ook elders geboden kan worden? Wij denken dat we de
wachtlijsten absoluut gaan verkorten door de reikwijdte aan te passen en
de perverse prikkel aan te pakken die er nu is om vooral met lichte zorg
bezig te zijn in plaats van met zware zorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Mevrouw Wendel had het net over mensen met dementie, een pleidooi voor
meer onderzoek et cetera. Maar de casemanager dementie is vaak onderdeel
van de wijkverpleging. Hoe helpt u die mensen met dementie nu met een
eigen bijdrage voor de wijkverpleging?
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD ziet dat momenteel een op de zes mensen in de zorg werkt. Als we
geen keuzes maken, wordt dat een op de vier. Wat de VVD doet, samen met
D66 en het CDA — ik hoop dat we elkaar hier in de Kamer daarop gaan
vinden — is keuzes maken om ervoor te zorgen dat we er kunnen blijven
zijn voor de mensen die dit het hardst nodig hebben. Ja, dat.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dat is, denk ik, een beetje een ingestudeerd verhaal. Ik heb tot nu toe
niet helemaal het gevoel dat we elkaar hier vandaag heel erg in vinden,
maar dat terzijde. Mijn vraag ging heel specifiek over de casemanager
dementie, die vaak onderdeel is van de wijkverpleging. Hoe helpt u nu
die mensen met dementie waar u het net over had met het invoeren van die
eigen bijdrage? Daardoor zullen er waarschijnlijk juist minder
casemanagers dementie achter de voordeur komen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Wat wij belangrijk vinden, is juist dat de schaarse capaciteit die wij
hebben, de relatief weinig zorgverleners die wij hebben ingezet worden
voor de mensen die dat het hardst nodig hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Maar die mensen met beginnende dementie hebben dat toch hard nodig? Of
begrijp ik u dan verkeerd?
Mevrouw Wendel (VVD):
Wij willen ervoor zorgen dat als mensen dat het hardst nodig hebben, er
iemand in de wijkverpleging beschikbaar is. Daarom moeten we er wel voor
zorgen dat we daarin keuzes maken.
De voorzitter:
U vervolgt, maar niet voordat mevrouw Keijzer nog een interruptie
plaatst.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dit is toch echt wel volstrekt naast de praktijk. Mensen die dementie
ontwikkelen, willen dat eigenlijk vaak niet weten. Als er dan iemand bij
moet, bijvoorbeeld zo'n casemanager, en het al begint met een eigen
bijdrage, dan bedankt men. Hoe gaat de VVD dat nou oplossen? Het zijn
ingestudeerde praatjes.
Mevrouw Wendel (VVD):
U hoort de VVD niet zeggen, zeg ik via de voorzitter, dat wij vinden dat
de wijkverpleging er niet moet zijn voor mensen met dementie, al dan
niet beginnend. Wij vinden alleen niet dat dat betekent dat die zorg
gratis hoeft te zijn. Daarover verschillen we wellicht van mening; dat
zou natuurlijk kunnen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Niks is gratis. Dit is de Zorgverzekeringswet en daar zit ook een eigen
bijdrage via de premies in, dus dat klopt niet. Uw antwoord net was:
"Nee, als we een eigen bijdrage doen, dan gaan de casemanagers dementie
alleen daarheen waar dat echt nodig is." Maar zo werkt het niet in de
praktijk. Wanneer mensen dementie krijgen, willen ze het eigenlijk niet
weten. Zo'n casemanager die dan bijvoorbeeld de partner of de kinderen
kan ontlasten, komt dan niet binnen omdat er al een extra argument is om
het niet te willen, namelijk een eigen bijdrage. Dus zeg gewoon dat u
geld zoekt, maar kom niet aan met dit soort praatjes.
Mevrouw Wendel (VVD):
De VVD ziet dat er momenteel schaarse capaciteit is en dat we, zoals ik
net ook al zei, keuzes moeten maken waar die zorgverlener wel heengaat
en waar niet. Wat ik de afgelopen tijd veel heb gehoord van
zorgverleners, is ook: alstublieft, er zijn impopulaire keuzes nodig;
alstublieft, maakt u die keuzes zodat wij dat niet aan het bed hoeven te
doen. Ik begrijp dat de boodschap impopulair is. Ik ben heel benieuwd
naar de uitwerking daarvan door de minister, want het is natuurlijk maar
heel kort neergezet in zo'n akkoord. Maar dat is wel wat het is.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik was bezig met mijn plannen op zorgfraude. Allereerst wil de VVD dat
het Informatie Knooppunt Zorgfraude, het IKZ, informatie kan uitwisselen
met relevante partners zoals de politie en gemeenten. In mijn werk,
voordat ik Kamerlid werd, heb ik te vaak gezien dat fraude doodleuk door
kon gaan door een gebrek aan gegevensuitwisseling. Cliënten werden
uitgebuit, mishandeld en kregen niet de zorg die ze nodig hadden.
Cliënten werden letterlijk vastgebonden. De eigenaar ging in een dikke
auto de helft van het jaar lekker op vakantie. Terwijl verschillende
organisaties hiervan op de hoogte waren, werd dit onder het mom van
privacy onder het tapijt geschoven.
Voorzitter. Ik wil dat dit stopt. Criminelen lachen ons uit, terwijl
zorgbehoevenden eraan onderdoor gaan. Zorgfraudeurs moeten vaker
strafrechtelijk vervolgd worden. Ik vraag de minister dan ook of zij kan
toezeggen dat het kabinet in overleg gaat met het OM om het
vervolgingsbeleid te herzien, zodat zorgcriminelen vaker worden
vervolgd. Tot slot moet er een taskforce zorgfraude opgericht worden bij
de politie, zoals is afgesproken in het coalitieakkoord. Ik vraag de
minister dan ook naar het tijdpad van deze taskforce. Wanneer kunnen we
de eerste resultaten verwachten?
Voorzitter, afrondend. De VVD vindt dat zorg beschikbaar moet zijn voor
de mensen die dat het hardst nodig hebben. Zorggeld moet worden besteed
aan het bieden van kwalitatief goede en liefdevolle zorg en mag niet
verdwijnen in de zakken van criminelen. Daar zal de VVD zich altijd voor
inzetten.
De voorzitter:
Er zijn interrupties van de heer Bushoff en mevrouw Maeijer. Meneer
Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik maakte mij eerder in het betoog van de VVD best wel zorgen. Ik dacht:
ze houden wel heel strak vast aan het financiële kader dat ze hebben
neergelegd, het financiële harnas, waar mevrouw Bikker het eerder ook al
over had. Maar ik ga toch kijken of we elkaar ergens kunnen vinden,
namelijk in het aanpakken van zorgfraude en exorbitante
winstuitkeringen. Ik ben benieuwd welke doelstelling de VVD zichzelf of
dit kabinet oplegt als het gaat om de geschatte 10 miljard euro aan
fraude. Hoeveel geld, hoeveel procent, moet beschikbaar blijven voor de
zorg en mag niet wegvloeien naar fraude volgend jaar?
Mevrouw Wendel (VVD):
Als er per jaar 10 miljard euro naar criminelen gaat en dat geld in hun
zakken belandt terwijl het bedoeld is voor de meest kwetsbare mensen in
onze samenleving, dan vindt de VVD, dan vind ik, dat die volle 10
miljard euro natuurlijk besteed moet worden aan de zorg. Het is echter
niet zo simpel om dat morgen een-twee-drie binnengehaald te hebben. Dat
is de reden waarom dit niet in onze financiële plaat staat, zoals het
genoemd wordt. Maar wat mij betreft gaan we vanaf vandaag direct samen
aan de slag om die criminelen aan te pakken en om ervoor te zorgen dat
het zorggeld besteed wordt op de manier waarop het bedoeld is.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Wellicht helpt het als we ons in ieder geval een hele bescheiden
doelstelling opleggen. Laten we gewoon 1% nemen. Dat is heel bescheiden.
Dat lijkt mij heel goed haalbaar. Dat helpt om onszelf achter de broek
aan te zitten, om te kijken of we al een beetje van die geschatte 10
miljard euro aan fraude hebben kunnen terugdringen en of we op het goede
spoor zitten om resultaten te behalen. Voelt de VVD daarvoor?
Mevrouw Wendel (VVD):
Mijn persoonlijke doelstelling is om 100% van het geld terug te halen.
Sterker nog, ik wilde specifiek de Kamer in omdat ik in mijn dagelijks
werk zag hoe criminelen misbruik maakten van de meest kwetsbare mensen
in de samenleving. Ieder debat zal u mij hier weer over horen. Mijn doel
is echt om al dat geld weg te halen bij die criminelen en om het te
besteden aan de mensen die het het hardst nodig hebben. Maar als de heer
Bushoff vraagt of ik dat wil gebruiken als dekking voor andere uitgaven,
dan zeg ik: dat kan ik helaas niet doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat de VVD dit soort goede plannen wél wil heroverwegen als die
vanuit de oppositie komen. Dat lijkt me juist verstandig. Ik doe deze
handreiking. Ik hoop dat de VVD die oppakt en daar nog eens goed naar
gaat kijken.
Ik heb tot slot nog één vraag. We bieden een aantal mogelijkheden voor
criminelen en zorgfraudeurs. Er zit iets lucratiefs in de zorg,
bijvoorbeeld het feit dat je je als aandeelhouder en
directeur-bestuurder meer kan uitkeren dan wat in de Wet normering
topinkomens staat. Dat soort dingetjes moeten we ook aanpakken. We
moeten dat soort mogelijkheden dichtgooien.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik waardeer de handreiking van de heer Bushoff. Uiteraard trek ik graag
samen met hem op om zorgfraude aan te pakken. Ik trek ook graag samen op
met mevrouw Van Brenk van 50PLUS en met vele anderen. Ik zie ook mevrouw
Coenradie staan. Ik denk dat ik haar ook aan mijn zijde kan vinden. In
het coalitieakkoord spreken we een aantal specifieke zaken af om
zorgfraude tegen te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het stoppen met
ongecontracteerde zorg.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Toch nog even voortbordurend daarop. Ik hoor mevrouw Wendel zeggen dat
zij dat elke keer gaat benoemen in debatten, maar ik heb haar nog geen
kritische vragen daarover horen stellen aan het kabinet. Ik denk dat die
wel terecht zijn. Want welke doelstellingen zijn er dan aan gekoppeld?
Zijn er KPI's waarop we de boel kunnen afrekenen? En waar blijft het
geld dat we dan vinden? Gaat dat richting minister Heinen en komt dat
ergens in de schatkist terecht? Of gaan we dit echt terugstoppen in de
zorg? Dat zijn misschien van die kritische vragen, die denk ik ook voor
een coalitiepartij terecht zijn om te stellen. Hoe kijkt mevrouw Wendel
hiernaar?
Mevrouw Wendel (VVD):
Deze vragen kan ik wellicht doorgeleiden naar de minister. Ik ben
benieuwd hoe zij hiernaar kijkt. U heeft mij inderdaad twee vragen horen
stellen en verder concrete voorstellen horen doen voor hoe we met elkaar
de zorgfraude kunnen aanpakken. Ik ga hier ook twee moties over
indienen. Ik hoop dat ik mevrouw Coenradie en andere collega's aan mijn
zijde zal vinden.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Zorgfraude is een doorn in het oog, want geld voor zorg moet ook naar
zorg. Maar soms lijkt iets niet crimineel, maar is het eigenlijk wel
heel fout. We hebben het recent gezien bij de tandartszorg. In het
totaalbedrag voor de verpleeghuizen zit geld voor tandartszorg, maar die
wordt niet geleverd. Dat is dus fraude. Hoe kijkt de VVD daartegen
aan?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ben blij dat mevrouw Van Brenk dit specifieke voorbeeld oppert. In
alle eerlijkheid had ik dat aanvankelijk ook in mijn eigen spreektekst
verwerkt, maar ik probeerde toch een soort "mand" toe te voegen aan mijn
woordvoorziening en keuzes te maken over waar ik wel en niet over zou
beginnen. Specifiek de mondzorg valt binnen de Wlz. Daar wordt voor
betaald en dat moet ook worden geleverd. We horen nu schrijnende
verhalen over bijvoorbeeld ouderen die in de keukenstoel een behandeling
krijgen met allerlei apparatuur die niet deugdelijk is. Dat zal de VVD
nooit steunen. Ik hoop de komende tijd echt samen op te kunnen trekken
om ervoor te zorgen dat dat stopt. Want hoe oud je ook bent, of je nou
thuis woont of in een verzorgingshuis zit, het is echt van belang dat je
kwalitatief goede zorg krijgt. Het is niet de bedoeling dat mensen dat
in hun zakken kunnen steken, zonder dat er zorg verleend wordt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij dat we daar hetzelfde over denken. Datzelfde geldt overigens
voor zorg laten leveren door ongekwalificeerde mensen, want ook dat
levert geld op voor organisaties. Ook daar zou ik graag de mening van de
VVD over willen horen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Er zijn eisen gesteld aan wie welke zorg mag leveren. Maar we zien dat
dat bij de mondzorg, waar mevrouw Van Brenk het over heeft — die binnen
de Wlz valt, wil ik even benadrukken — niet altijd op de juiste manier
gebeurt. Laat ik daarover zeggen: het is belangrijk dat mondzorg
geleverd wordt door kwalitatief goed personeel, met de juiste apparatuur
en op een wijze waarop dat hoort te gebeuren, en niet op een manier
waardoor het geld in de zakken van mensen verdwijnt, terwijl de meest
kwetsbare mensen in onze samenleving niet de zorg krijgen die zij nodig
hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Wij hebben beiden een gesprek gehad met iemand die dat kwam
melden en in tranen vertelde dat daar ook uitspraken werden gedaan in de
trant van "deze mensen leven toch niet lang meer, dus het is niet erg."
Ik hoop echt oprecht dat dat onder deze ministers tot het verleden
behoort. Mensen die zulke uitspraken doen, horen ook niet in de zorg
thuis. Ik hoop dat de VVD dat met mij deelt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Nogmaals dank dat mevrouw Van Brenk dit opbrengt. Ik heb inderdaad ook
gesprekken gehad met verschillende mensen, zorgverleners, die ermee te
maken hebben. Ik hoor dat tandartsen geïntimideerd worden en er
geprobeerd wordt om hen te lozen als ze weigeren om deze zorg te
verlenen omdat ze zeggen: dit is niet de manier waarop ik kwalitatief
goede zorg wil verlenen. Dat is iets wat de VVD nooit zal accepteren. De
komende tijd trek ik hierin dus graag samen op. Ik denk zo dat we
meerdere partijen aan onze zijde gaan vinden in deze strijd, totdat dit
echt beëindigd is.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Coenradie voor haar inbreng namens
JA21 in de eerste termijn.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. De afgelopen decennia is zorg een vanzelfsprekend onderdeel
van ons welzijn geworden. Voor vrijwel elk ongemak verwachten we
behandeling en voor elk risico een voorziening. Dat is iets om dankbaar
voor te zijn. We hebben een sterk systeem opgebouwd, maar door oplopende
kosten en groeiende tekorten is dit niet onbeperkt houdbaar.
Tegelijkertijd lopen de personeelstekorten op. We staan aan de vooravond
van een ongekende crisis. We staan voor een zorgvraag die stijgt als het
water bij storm, maar het aantal mensen dat de dijk moet ophogen, wordt
juist relatief kleiner. In de verpleging, verzorging en thuiszorg staan
inmiddels 41 vacatures open per 1.000 banen. Dat is een verdubbeling ten
opzichte van zeven jaar geleden. Dat betekent vandaag al 20.000
openstaande vacatures, en dat is nog maar het begin. In 2030 dreigt een
tekort van 46.000 zorgmedewerkers. In 2035 zijn dat er zelfs 127.000 als
we niet ingrijpen, terwijl het personeel nú al op het tandvlees loopt.
Het ziekteverzuim steeg in tien jaar van 6% naar 9%. Hoe ziet dit er
over tien jaar uit?
Dat betekent dat we voor fundamentele keuzes staan. We moeten hierbij
ook naar het stelsel zelf kijken, want de Nederlandse burger kan dit
niet alleen dragen. We moeten dus ook kijken naar de rol van
zorgverzekeraars. Zijn zij voldoende transparant? Hoe zit het met hun
marktmacht? Is er voldoende tegenwicht tegen hun onderhandelingspositie
richting zorginstellingen en het ministerie van VWS? Dat debat moeten we
ook gaan voeren. Ook zorgorganisaties moeten in de spiegel kijken: veel
management, afstand tot de werkvloer, hoog verzuim en gemiddeld 0,6 fte
in de verpleegzorg. Is dit wel efficiënt georganiseerd, met voldoende
aandacht voor de medewerker? Als we de zorg houdbaar willen houden,
moeten we eerlijk zijn over grenzen en bereid zijn om zowel naar de
vraag als naar het systeem zelf te kijken. Alleen zo beschermen we de
zorg én de mensen die die dragen.
Voorzitter. Ggz-cliënten zonder strafrechtelijke titel bezetten bedden
in tbs-klinieken, terwijl de wachtlijst voor tbs oploopt. Op dit moment
wachten ongeveer 270 veroordeelden op een tbs-plek, waarvan een deel
gevangeniscapaciteit bezet houdt. Kortom, de strafrechtketen raakt
hierdoor verstopt. Het baart mij grote zorgen dat VWS binnen de
werkagenda een afwachtende houding aanneemt. Ik mis de urgentie om hier
daadwerkelijk stappen op te zetten. Daarom wil ik van de minister weten
welke concrete verantwoordelijkheid VWS neemt binnen deze werkagenda.
Staat de inzet volgens de minister in verhouding tot wat JenV nu moet
opvangen? In de meest recente Kamerbrief lezen we dat pas in het najaar
van 2026 wordt onderzocht hoeveel cliënten zonder passende titel in
forensische zorg verblijven. Waarom duurt dit zo lang? Waar is de
urgentie om dit probleem nú inzichtelijk en oplosbaar te maken? Welke
concrete maatregelen neemt de minister, nu en aanvullend, om deze
mismatch te beëindigen en mensen op de juiste plek in het systeem te
krijgen?
Voorzitter. De ouderenzorg is voor JA21 een kwestie van beschaving: hoe
gaan wij om met de mensen die dit land hebben opgebouwd? Waardig oud
worden moet kunnen, maar een afname van vijf werkenden per
gepensioneerde in 1990 naar drie in 2020 en vermoedelijk nog maar twee
in 2050 maakt doorgaan op dezelfde weg onbetaalbaar. Doorgaan op
dezelfde weg ís onbetaalbaar, niet alleen kostentechnisch maar ook
vanwege het tekort aan handen aan het bed. De gemiddelde arbeidsduur in
de verpleging, verzorging en thuiszorg ligt al vijftien jaar stabiel
rond de 24 uur per wijk. Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om
dit gemiddelde te verhogen?
In 2035 stevenen we af op een tekort van 95.000 medewerkers in de
verzorging en verpleging. Tegelijkertijd laten we mbo-zorgstudenten
steeds meer betalen. Het collegegeld steeg van €1.357 naar € 1.458. Als
we die tekorten echt willen aanpakken, waarom maken we deze opleidingen
dan niet juist aantrekkelijker, bijvoorbeeld door het collegegeld te
verlagen?
JA21 is een warm voorstander van verzorgingstehuizen. Gemeenschappelijke
faciliteiten, sociale contacten en zorg dichtbij zijn aspecten die wij
belangrijk vinden. Hoe kijkt het kabinet naar de haalbaarheid van
verzorgingstehuizen tegenover de grote personele uitdagingen?
Voorzitter. In het IZA is afgesproken dat concentratie samengaat met
regionale spreiding en digitale gegevensuitwisseling. Toch reist de
patiënt verder, terwijl gegevens niet automatisch meereizen, met
risico's voor de patiëntveiligheid. Wat gaat de minister concreet doen
om spreiding en gegevensuitwisseling te versnellen? Patiënten moeten
verder reizen, terwijl hun medische gegevens niet altijd automatisch
meereizen. Je zal maar in een ander ziekenhuis een antibioticum krijgen,
terwijl niemand weet dat je daarvoor allergisch bent. Dit raakt direct
aan de patiëntveiligheid. Tegelijkertijd dreigen streekziekenhuizen
expertise te verliezen doordat spreiding van zorg uitblijft. Dat
ondermijnt de kwaliteit en de toegankelijkheid in de regio. Deze
ziekenhuizen mogen niet omvallen. Mijn vraag aan de minister is dus hoe
het kan dat de randvoorwaarden nog steeds niet op orde zijn en wat zij
nu concreet gaat doen om zowel regionale spreiding als
gegevensuitwisseling te versnellen.
Voorzitter. Dan de rol van zorgverzekeraars in ons zorgstelsel. Neem de
prijsafspraken tussen zorgverzekeraars en farmaceuten: we weten dat er
wordt onderhandeld en dat er kortingen zijn, maar niet onder welke
voorwaarden en hoe die doorwerken in premies en zorgkosten. Het gaat
echter wel om publiek geld. Vertrouwelijkheid kan nodig zijn, maar
volledige ondoorzichtigheid wringt. Daarnaast bereiken ons signalen dat
zorgverzekeraars een zeer grote machtspositie hebben in het
zorglandschap, soms zelfs ten opzichte van het ministerie. Is deze
balans wel op orde, vraag ik aan de minister. Hoe reflecteert zij wat
het evenwicht betreft op deze signalen? Hoe vaak zitten zorgverzekeraars
aan tafel bij belangrijke beleids- en stelselbesprekingen en hoe vaak
zitten ziekenhuizen en zorgprofessionals daarbij aan tafel?
Voorzitter. Voor JA21 staat één principe voorop: wie ziek is, moet
kunnen vertrouwen op beschikbaarheid van medicatie. Dat is een absolute
basis, maar dat vertrouwen staat onder druk. Uit onderzoek van SIR en de
LEF blijkt dat jaarlijks ongeveer 4 miljoen patiënten worden
geconfronteerd met medicijntekorten. In meer dan 70% van de gevallen
gaat het om preferent aangewezen middelen die simpelweg niet meer
leverbaar zijn. Apothekers luiden de noodklok. Zij moeten patiënten
steeds vaker een ander middel meegeven, laten wisselen van dosering of
zelfs zonder medicatie naar huis sturen. Dat is onwenselijk en soms
ronduit gevaarlijk.
Voorzitter. Filomena laat zien dat een integrale aanpak van huiselijk
geweld werkt: bescherming van slachtoffers en gerichte interventie bij
plegers onder één dak. Hier heb ik twee vragen over. Filomena toont dat
een integrale aanpak werkt. Is de minister bereid toe te werken naar een
landelijke uitrol en wil de minister zorgen voor structurele meerjarige
landelijke financiering voor Filomena, maar ook voor Veilig Thuis en de
Blijf Groep, zodat zij niet langer jaarlijks hoeven te leuren om
subsidie? Bovendien kunnen slachtoffers van huiselijk geweld en femicide
niet altijd bellen. Voor velen is de chat de enige veilige eerste stap
naar hulp. Veilig Thuis is 24/7 telefonisch bereikbaar, maar de chat
stopt vaak buiten kantooruren, juist wanneer risico's toenemen. Daarom
heb ik een amendement ingediend voor een 24/7-chatfunctie. Dat is
noodzakelijk. Ik hoop op uw steun.
Tot zover.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor uw betoog. Er moet natuurlijk meer geld naar de huishoudelijke
hulp en de ouderenzorg omdat er meer ouderen komen en we vergrijzen. Nou
heeft JA21 vorige week tegen moties gestemd die wilden voorkomen dat er
wordt bezuinigd op de ouderenzorg en ook tegen andere moties. Mijn vraag
is: waarom heeft JA21 dat gedaan?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Hele goede vraag. Dat hebben wij bewust gedaan. We willen namelijk graag
een heel pakket zien en dat hebben we nog niet gezien. Wat wij in dat
pakket belangrijk vinden, is dat er sprake is van lastenverlichting en
niet van lastenverzwaring. Voor ons heeft het dus ook niet zo veel zin
om daar per onderdeel, bijvoorbeeld het eigen risico of de hogere
bijdrage voor de regiohulp of wijkverpleging, elke keer afzonderlijk
over te stemmen. Wij willen graag een heel pakket zien en geven dan een
oordeel over dat pakket.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Oké, dus JA21 wil een zorgvuldige afweging maken. Maar dan verbaast het
me dat JA21 eind vorig jaar, toen er nog wat geld over was en het
kabinet daarom vroeg, binnen 48 uur een handtekening heeft gezet onder
het overmaken van 700 miljoen naar Oekraïne. Waarom kunnen er dan ineens
wel honderden miljoenen worden vrijgemaakt?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ja, dit is allemaal leuk voor de TikTok-filmpjes. Dit is de zoveelste
interruptie. Elke keer komt meneer Van Houwelingen met hetzelfde verhaal
over Oekraïne en defensie. Ik wist het ook al van tevoren. Ik dacht: zo
meteen komt de heer Van Houwelingen weer met een interruptie. En tada!
Daar hebben we 'm. Dank. Het is voorspelbaar. Ik ga hetzelfde antwoord
geven als vorige keer. Wij bekijken elke keer waarin we investeren. Als
we investeren in defensie of in Oekraïne, betekent dat niet dat we niet
in de zorg investeren. We bekijken alles elke keer weer apart. Er is
inderdaad maar één taart waar je uit kunt gaan scheppen. Zo bekijken we
ook deze hele zorgbegroting en straks ook weer de Voorjaarsnota, de
volgende begroting et cetera.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Afrondend, voorzitter. Fijn dat mevrouw Coenradie dat opmerkt. Ze heeft
zich inderdaad kunnen voorbereiden op deze vraag, maar ze geeft geen
antwoord op de vraag. Mevrouw Coenradie zegt over de zorg dat erop
beknibbeld wordt en dat ze er goed naar gaat kijken, terwijl er binnen
48 uur 700 miljoen euro werd overgemaakt door JA21 naar Oekraïne. Daar
is helemaal geen zorgvuldige afweging gemaakt. Alles kan blijkbaar. De
vraag blijft dus staan. Waarom werd er aan de ene kant zo makkelijk geld
weggesmeten, want zo zien wij dat, en wordt er aan de andere kant
beknibbeld op de zorg voor onze eigen ouderen? Dat is toch niet
logisch?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Meneer Van Houwelingen zegt terecht dat zij dat zo zien. Ja, zo ziet
Forum dat, alsof wij dat zo maar eventjes heel snel doen. Wij denken
over alles heel goed na. Dat doen wij binnen onze partij. Dat hebben we
bij deze gelden ook gedaan.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde mevrouw Coenradie heel scherp en heel terecht de uitdagingen
schetsen waar de zorg voor staat. Ik vroeg me eigenlijk af of de plannen
van de coalitie in het akkoord zoals ze dat nu hebben opgesteld, in de
ogen van mevrouw Coenradie en van JA21 in voldoende mate een antwoord
geven op die zo goed en scherp geschetste uitdagingen in de zorg.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Hele goede vraag. Ik ben daar nog niet over uit. Ik ben kritisch op
zorgfraude, zoals u gemerkt hebt. Hoe krijgen we die 10 miljard, of laat
het iets minder zijn, weggezet in de tijd? Hoe moeten we dat zien? Wat
kunnen we daarmee doen om bijvoorbeeld bepaalde bezuinigingen toch on
hold te zetten? Ik ben daar wel scherp op. Ik ben er nog niet over uit
inderdaad. Voordat wij een handtekening bij een kruisje zetten, ben ik
aankomende donderdag, wanneer we antwoorden krijgen van het kabinet,
benieuwd naar dit onderdeel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde mevrouw Coenradie inderdaad een heel aantal alternatieven
schetsen voor de voorgestelde plannen van het kabinet. Zonet in het
antwoord benoemde zij ook dat we die alternatieven wellicht kunnen
gebruiken om een aantal bezuinigingen tegen te houden of ongedaan te
maken. Aan welke bezuinigingen zou ik dan moeten denken?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ten eerste wil ik heel graag weten wat het geld van de zorgfraude
betekent. Ik wil weten om hoeveel geld het gaat en hoe we dat moeten
zien in de tijd. Dat vind ik een hele belangrijke. We gaan niet zomaar
akkoord met bezuinigingen die voorgesteld worden. Tegelijkertijd ben ik
ook realistisch. Als er een zak geld naar de zorg toe gaat, dan heb je
ook niet ineens die 41.000 vacatures die op dit moment openstaan,
opgelost. Dat is ook het eerlijke verhaal. We zullen daarin ook
pijnlijke keuzes moeten maken. Zo begon ik ook mijn betoog. Daarin vindt
de coalitie mij wel, met het verhaal dat we ook keuzes zullen moeten
maken, want met een zak geld is het probleem in de zorg morgen niet
opgelost, maar ook niet over tien of twintig jaar. En regeren is toch
een beetje vooruitzien.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, afrondend. Op zich vinden we elkaar daar wel. Inderdaad, alleen met
geld of alleen met de plannen van de coalitie zijn de problemen van de
zorg niet opgelost. Ik zoek nog wel een beetje naar waar de pijn zit
voor JA21. Zit er pijn in de plannen van deze coalitie? Of vindt u het
allemaal wel goed als we iets aan zorgfraude kunnen doen?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Nee, zeker niet. Ik heb mijn ideale wereld geschetst. In onze ideale
wereld hebben wij verzorgingstehuizen. In onze ideale wereld gaan wij
niet inleveren op het eigen risico. Wij gaan ook niet inleveren op
wijkverpleging, ondanks dat wij vorige week inderdaad tegen een motie
hebben gestemd, omdat wij niet afzonderlijk al die moties willen
behandelen voordat wij de uitwerking zien. Wij zien echt wel pijnlijke
punten. Tegelijkertijd snappen wij dat er ergens maatregelen getroffen
moeten worden. Ik ben wel benieuwd waar er nog ruimte ligt waardoor een
aantal van dit soort pijnlijke maatregelen naar beneden bijgesteld
kunnen worden. We hebben simpelweg af te wachten wat het kabinet hierop
zegt.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Oké, alstublieft.
De voorzitter:
Hoe later op de avond, des te schoner het volk, zeiden ze bij ons thuis
vroeger altijd. We hadden mevrouw Coenradie, maar nu hebben we de heer
Poortman uit het mooie Zwolle, die zijn maidenspeech zal brengen namens
het CDA. Ik wijs er andermaal op dat interrupties niet worden toegestaan
bij maidenspeeches. Meneer Poortman, u heeft het woord.
De heer Poortman (CDA):
Veel dank, voorzitter. In het boek Zorg van Lynn Berger las ik het
verhaal van antropoloog Margaret Mead. Aan haar werd gevraagd welke
archeologische vondst het begin van de menselijke beschaving
illustreert. Een heel interessante vraag. Is dat de vondst van speren,
ons wapenarsenaal? Zijn dat de ontdekte grottekeningen, kunst? Zijn dat
de gevonden kleitabletten, die verwijzen naar onze taal? De vraag is:
wat vormt de kern van of de aanzet tot de menselijke beschaving?
Margaret Mead neemt een heel bijzonder voorbeeld. Zij wijst op de vondst
van een bot van een menselijk dijbeen van 15.000 jaar oud, een bot dat
duidelijk gebroken is geweest, maar geheeld is. Dat is bijzonder, want
vroeger betekende een gebroken been een doodsvonnis. Met een gebroken
been kun je niet vluchten en niet in je levensonderhoud voorzien. Het
feit dat deze persoon de botbreuk overleefde, betekent dat er
soortgenoten, stamgenoten, zijn geweest die deze persoon in bescherming
hebben genomen en hebben verzorgd. Lynn Berger concludeert op basis van
dit verhaal dat het vermogen om te zorgen het wezenskenmerk is van onze
soort. Ik sluit me daar als christendemocraat van harte bij aan.
In een gepolariseerde samenleving is dat soms uit het zicht verdwenen.
Het lijkt alsof scheidslijnen ons definiëren. Het lijkt alsof mensen en
gemeenschappen allereerst cultureel identitair bepaald zijn. Dat is niet
waar. Het beeld van het geheelde dijbeen toont een ander perspectief,
namelijk dat de samenleving allereerst een zorgende gemeenschap is van
mensen die oog hebben voor elkaar, die verantwoordelijk zijn en voor
elkaar zorgen. We zijn mensen die antwoorden op het appel van de
ander.
De zorg is tegenwoordig niet langer iets van alleen de nabije omgeving.
Zorg is geïnstitutionaliseerd en daarmee soms ook uitbesteed. Ik denk
dat we in Nederland trots mogen zijn op ons zorgstelsel. Tegelijkertijd
functioneert ons zorgstelsel niet zomaar vanzelfsprekend goed. Dat
moeten we ons realiseren. Toegankelijkheid en betaalbaarheid zijn niet
zonder meer gewaarborgd. Juist op deze punten staan zorg en samenleving
voor enorme uitdagingen. De zorgvraag stijgt. Het zorgaanbod staat onder
druk en er bestaat een maatschappelijke tendens tot medicalisering.
Daarom is mijn eerste vraag aan de minister hoe het staat met de
staatscommissie voor de toekomst van de zorg. Wanneer mogen wij een
voorstel tegemoetzien dat daar invulling aan geeft?
Voorzitter. De zorgvraag stijgt sterk, mede door de dubbele vergrijzing.
Dat is vanavond al eerder genoemd. Er zijn meer ouderen, die bovendien
langer leven. Dat is een prachtig iets, want velen blijven vitaal en
maatschappelijk actief, bijvoorbeeld als vrijwilliger. Ouderen zijn van
enorme waarde voor een samenleving. Tegelijkertijd groeit ook de druk op
de zorg. Het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp van 85-plussers
stijgt naar verwachting met 200%. Daarnaast zal het aantal hart- en
vaatpatiënten ook fors stijgen richting 2035.
We moeten ook kijken naar het zorgaanbod, dat onder druk staat door de
grote personeelstekorten. Daarmee komen de toegankelijkheid en de
beschikbaarheid van de zorg in het gedrang. Regelmatig moeten
spoedeisendehulpafdelingen tijdelijk sluiten en moeten operatiekamers
langere tijd dicht. Gezinnen met pasgeboren baby's wachten soms dagen op
kraamzorg, terwijl kraamverzorgenden soms enorme afstanden moeten
afleggen. In 2034 — de cijfers zijn bekend — zijn naar verwachting
265.000 extra zorgmedewerkers nodig bovenop de huidige 1,4 miljoen. Op
deze manier zal in de toekomst een op de drie werkenden actief moeten
zijn in de zorg. Die mensen zijn er eenvoudigweg niet, terwijl mensen de
zorg maken tot wat die is, met aandacht, de handen aan het bed van
verzorgenden, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals. Het zijn
kale en harde cijfers, maar ze wijzen op ontwikkelingen met een grote
impact op mens en omgeving, omdat we het ten diepste niet over cijfers
hebben, maar over mensen.
Als derde: de maatschappelijke tolerantie voor leven met beperkingen en
ongezondheid neemt af. Afwijkingen van een vermeende norm ervaren we als
ongemakkelijk. Dat ongemak lossen we steeds vaker op met een medische
indicatie. Let wel, het gaat me daarbij niet om het idee van een
medische indicatie op zichzelf, maar om onze moeite met het accepteren
van leefbaar tekort. We benaderen het leven te vaak als project, als
maakbaar. Dat leidt tot overspannen verwachtingen van de
gezondheidszorg. We willen voldoen aan hoge en soms, misschien wel vaak
onrealistische normen van gezondheid en perfectie, maar al te vaak niet
subtiel ingefluisterd door sociale media. Zo medicaliseren we
maatschappelijke en existentiële vragen. Dat is een ontwikkeling die
eerder toeneemt dan afneemt.
De politiek heeft een andere verantwoordelijkheid dan de zorgsector
zelf, maar de politiek heeft zeker een verantwoordelijkheid,
bijvoorbeeld door allereerst in te zien en te erkennen dat het stelsel
vastloopt. De komende jaren moeten de uitdagingen in de zorg op de goede
manier geadresseerd worden om ontwikkelingen in de zorg de juiste kant
op te sturen. Niet vanaf onze Haagse tekentafel, maar samen met de
zorgsector en de samenleving zelf. Met het nieuwe coalitieakkoord maken
we duidelijke keuzes voor de toekomst en de houdbaarheid van de zorg. We
zetten de lijn van de afgelopen jaren voort door akkoorden met de sector
te sluiten en deze te ondersteunen met noodzakelijke wet- en
regelgeving. Daarmee maken we passende zorg het uitgangspunt, via
professionele richtlijnen, door zorgverzekeraars beter in positie te
brengen bij de inkoop, en door nieuwe geneesmiddelen strenger te toetsen
op effectiviteit en meerwaarde voor het basispakket. We vragen ook meer
van mensen en hun omgeving. Dat is wat anders dan via bezuinigingen
taken en verantwoordelijkheden over de schutting van de samenleving te
knikkeren. Het gaat erom dat politiek, sector en samenleving een
gedeelde en tegelijkertijd onderscheiden verantwoordelijkheid erkennen
om fundamentele vragen te stellen bij de inrichting, toegankelijkheid en
toekomstbestendigheid van de zorg. Niet alles kan collectief worden
gefinancierd.
Voor het CDA zijn voor de uitwerking van het coalitieakkoord heldere
randvoorwaarden essentieel. Die zullen we ook volgen in de uitwerking
van het kabinet. Ik noem er drie. Allereerst moeten we werk maken van
een verantwoordelijke, gezonde en zorgzame samenleving. Dat zal u niet
verbazen van het CDA. Deze coalitie breekt met het liberale
leefstijlparadigma. Een tabak- of fastfoodindustrie die miljarden pompt
in het chirurgisch verleiden van kwetsbare kinderen wordt gevierd als
een uiting van individuele keuzevrijheid, terwijl een overheid die
mensen probeert te stimuleren om gezond te leven wordt gezien als
betuttelend. Deze coalitie neemt verantwoordelijkheid als het gaat om
het beschermen van de gezondheid van jong tot oud. We investeren
structureel in preventie en welzijn, te beginnen bij kinderen en
jongeren. Programma's als Kansrijke Start zijn cruciaal om achterstanden
vroeg te voorkomen. Vanaf 2027 komt er extra geld beschikbaar, maar ik
vraag aan de minister of zij duidelijkheid kan geven over hoe Kansrijke
Start in 2026 wordt voorgezet en wordt doorontwikkeld in structureel
beleid. De sterke samenleving gaat ook over de moed van politiek en
overheid om samenleving en zorg niet dicht te reguleren, maar ruimte en
lucht te geven aan creativiteit en het zelfoplossend vermogen van zorg
en samenleving, en om initiatief aan te moedigen.
In de tweede plaats moeten we nadrukkelijk oog hebben voor kwetsbare
groepen. Hervormingen in de zorg mogen er niet toe leiden dat kwetsbare
groepen in de knel komen. Ik denk dan aan groepen zoals chronisch zieken
en mensen met een beperking. Zij hebben met veel zorgkosten te maken.
Het CDA — ik durf het bijna niet meer te zeggen, maar mevrouw Westerveld
is er niet — heeft zich ervoor sterk gemaakt om in het nieuwe
coalitieakkoord 350 miljoen beschikbaar te stellen voor gemeenten om
mensen te helpen. Dit is ongeveer een verdubbeling van het geld dat
gemeenten hiervoor nu al krijgen. Graag hoor ik van de minister hoe zij
dit verder gaat uitwerken en wanneer zij hiervoor een plan
presenteert.
Ik zou ook graag de toezegging krijgen dat de minister er alles aan doet
om het woud aan gemeentelijke regelingen en de enorme onderlinge
verschillen tussen gemeenten terug te dringen, zodat chronisch zieken
zich niet ook nog eens druk hoeven te maken over hun postcode.
In de derde plaats moet de zorg een aantrekkelijke en veilige plek om te
werken zijn. Dat hangt samen met de waardering voor zorgverleners.
Agressie in de zorg is bijvoorbeeld een groot probleem. 57% van de
zorgverleners krijgt daarmee te maken. Ondanks meldpunten, campagnes en
extra beveiliging lukt het niet om die agressie terug te dringen. Dat
zorgverleners volgens het CBS gemotiveerd blijven en enthousiast zijn
over hun werk, mag niet betekenen dat agressie er zomaar bij
hoort.
We weten dat een samenhangende aanpak werkt: training, goede nazorg en
een open cultuur waarin meldingen serieus worden genomen. Mijn vraag is
of de minister bereid is te verkennen wat zorgorganisaties nodig hebben
voor een effectievere aanpak. Mijn collega Straatman heeft voorgesteld
om bij geweld tegen hulpverleners een educatieve maatregel op te leggen.
Mijn vraag aan deze minister is om in dit onderzoek ook de situatie van
zorgverleners mee te nemen.
Voorzitter, ik rond af. Verzorgenden, verpleegkundigen en andere
zorgprofessionals laten elke dag zien wie we als mensen zijn: zorgzame
en verantwoordelijke wezens. We zijn hen enorm dankbaar voor hun werk.
Ze inspireren ons om onszelf weer allereerst als een zorgende
gemeenschap te zien. In dat perspectief zien we, in de woorden van de
katholieke theoloog Erik Borgman, "dat de samenleving waarin wij leven,
verschijnt als een fundamenteel gebrekkige en gebroken, maar niettemin
reële aanzet tot het goede leven waarop het menselijke bestaan is
gericht, dat wil dus zeggen als een plaats van hoop".
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Van harte gefeliciteerd met uw mooie maidenspeech. Ik wil u voor het
rostrum uitnodigen om felicitaties in ontvangst te nemen. De vergadering
is voor een kort ogenblik geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Het woord is aan mevrouw Tijmstra, eveneens
namens de fractie van het CDA, voor haar eerste termijn. Gaat uw
gang.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Na de mooie maidenspeech van mijn collega André
Poortman mag ik als woordvoerder op de portefeuille Langdurige Zorg het
betoog houden voor de carekant.
Afgelopen maanden sprak ik met heel veel zorgverleners, bestuurders,
mantelzorgers en mensen die zorg nodig hebben. We staan voor een grote
opgave, maar ik zie ook heel veel energie en vernieuwing. De beweging
van zorg naar gezondheid en zorgzame wijken is al in volle gang en wordt
ook echt breed gedragen door iedereen die ik spreek in het veld. De
veranderingen in de langdurige zorg komen niet voort uit de wens om de
zorg af te bouwen, maar juist om die te beschermen, zodat de meest
kwetsbare mensen ook in de toekomst kunnen rekenen op de zorg die zij
nodig hebben en zorgverleners hun werk kunnen blijven doen zonder
structureel overbelast te raken, met ruimte voor wat uiteindelijk echt
telt in het leven: kwaliteit van leven.
Schaarste aan zorgpersoneel is geen tijdelijk probleem, maar een
structurele realiteit. Dat vraagt om duidelijke maatschappelijke keuzes:
niet blijven doen alsof alles kan, maar eerlijk verdelen wat wel kan en
bepalen wat we als samenleving aanvaardbare zorg vinden. We moeten
anders durven zorgen, met oog voor kwaliteit van leven, eigen regie en
versterking van buurten en wijken, waarin mensen samenleven en naar
elkaar omzien, met blijvende aandacht voor chronisch zieken en mensen
met een beperking, zowel financieel als in de praktijk.
Voor deze begrotingsbehandeling heb ik ervoor gekozen om mijn inbreng
niet langs de lijn van doelgroepen te doen, maar langs de lijn van een
aantal gemeenschappelijke onderwerpen. Hierbij zal ik vier punten
langslopen.
Het eerste punt gaat over passende zorg. Voor het CDA begint passende
zorg bij één vraag: wat heeft iemand echt nodig? Dat is niet altijd meer
of zwaardere zorg en ondersteuning. Een verpleegkundige uit de
gehandicaptenzorg vertelde dat samen buiten een wandeling maken bij
moeilijk gedrag soms ook kan helpen. Toch is daar, vertelde zij, voor de
verpleegkundige geen tijd of financiering voor, terwijl een medisch
traject met een psycholoog en medicatie wel mogelijk is en dan wordt
ingezet, waarbij je eerst ook nog op een wachtlijst komt. Het is duurder
en niet per se beter. De kernvraag is dus: helpt ons systeem mensen of
sturen we onbedoeld richting zwaardere en medische zorg?
Ook in de ouderenzorg gaan behoeften niet altijd over meer zorg. Die
gaan ook over een zo goed mogelijk gelukkig leven. Die gaan over
zingeving. Die gaan over je verbonden voelen met anderen en onderdeel
uitmaken van een gemeenschap. Soms geeft alleen al het weten waar je
terechtkunt als het even niet gaat lucht, rust en stabiliteit. Daar heb
ik hele mooie voorbeelden van gezien binnen de ggz. Er is zo
verschrikkelijk veel kennis te vinden in de praktijk, bij zorgverleners.
Mijn oproep aan de minister is dan ook: maak gebruik van al deze kennis
bij de uitwerking van de plannen.
Mijn tweede punt is de bureaucratie.
De voorzitter:
Maar eerst is er een interruptie van mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
U sprak over kwaliteit van leven en over het samen buiten lopen,
bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg. In hoeverre denkt u nou eigenlijk
dat die tariefkorting op de gehandicaptenzorg daarbij gaat helpen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik denk dat we met elkaar, hier, in de samenleving, onderling en tussen
zorgaanbieders, vooral het gesprek moeten voeren over wat iemand echt
nodig heeft. En volgens mij gaat kwaliteit van leven ook over iets
persoonlijks. We moeten dus oppassen dat we niet meteen in het medische
verhaal schieten, maar vooral daarnaar kijken. Ik heb ook veel
verpleegkundigen gesproken die daar heel goed zicht op hebben, maar die
hun werk moeten doen in een systeem waarin er geen ruimte is om te doen
wat nodig is en om hun professionaliteit tot bloei te laten komen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik ben het op zich met u eens dat kwaliteit van leven niet altijd
medicatie hoeft te zijn. Maar dat samen buiten lopen, dat juist zo
belangrijk kan zijn maar dat tijd kost en waar een zorgverlener tijd
voor moet hebben, komt mogelijk in de knel door de tariefkorting op de
gehandicaptenzorg. Hoe rijmt u die twee zaken dus met elkaar? U gaf net
aan dat de kwaliteit van leven zo belangrijk is, maar dat wordt mogelijk
best ingewikkeld als er nog een tariefkorting overheen komt.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het valt mij eigenlijk de hele avond op dat op het moment dat we het
hebben over de toekomst van de zorg, de interrupties helemaal
gereduceerd worden tot één specifieke casus. Volgens mij zijn we daarmee
het verkeerde gesprek aan het voeren. Het CDA wil dat we helemaal
opnieuw naar het zorgstelsel gaan kijken, om te kijken hoe we het beter
kunnen doen. Op het moment dat het helpt en effectief is om een
wandeling te maken met een verpleegkundige, wat vele malen goedkoper is,
scheelt dat natuurlijk een behandeling in de medische zorg. Ik kan hier
dus niet een-op-een het antwoord op geven. Ik zie wel dat er een
beweging gaande is in de samenleving, waarbij iedereen zegt: we moeten
bewegen naar de voorkant en doen wat nodig is, en we moeten zorg zo veel
mogelijk voorkomen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik krijg geen antwoord op mijn vraag, voorzitter. Mevrouw Tijmstra slaat
mijn vraag nu dood door te zeggen dat ik op een specifieke casus inga,
maar mevrouw Tijmstra introduceert die casus zelf, als voorbeeld van een
extraatje dat kwaliteit van leven kan bieden. Ik vraag haar hoe dat zich
verhoudt tot die tariefkorting, waar het CDA nu achter gaat staan.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het gaat er uiteindelijk om dat wij uitzoomen naar het hele zorgstelsel
en daarnaar kijken. We moeten kijken naar de hele Wet langdurige zorg in
combinatie met de andere zorgwetten, en kijken hoe we het zorgstelsel in
de toekomst ook overeind kunnen houden voor de mensen die zorg nodig
hebben. Dat betekent een verschuiving, weg van complexe, duurdere zorg,
veel meer naar de voorkant. Daar is dit een voorbeeld van. Het is een
voorbeeld uit de praktijk waarmee ik hier in het debat kom, dat mij
aangereikt wordt door verpleegkundigen die zeggen: we kúnnen dit echt
anders organiseren, maar help ons daar dan ook bij, politiek.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vind dat hele goede en terechte opmerkingen. Ik merk ook dat een
heleboel mensen voorstander zijn van zorgzame wijken en
ontmoetingsplekken in de buurt waar mensen elkaar kunnen vinden. Maar
een van de vragen daarbij is de volgende. Die ontmoetingsruimtes komen
er niet vanzelf. Het is geen zelfrijzend bakmeel dat vanzelf omhoog
komt. Eigenlijk heb je daar gewoon hele goeie welzijnswerkers voor
nodig. Het is VWS, met een W in het midden, en die W is af en toe bijna
verdwenen. Hoe kijkt het CDA daartegen aan?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik denk dat dat een hele terechte opmerking is. Als je een verschuiving
wil naar de voorkant, en als je wil investeren in sterke wijken en in
omzien naar elkaar en in een plek waar mensen elkaar kennen en
tegenkomen, dan zijn die plekken voor ontmoeting heel belangrijk. Ook
daarvan zijn gewoon echt al hele goede voorbeelden te zien in het land.
Daar zijn gemeenten en zorgaanbieders ook al heel druk mee bezig. Het is
ook een groot onderdeel van de plannen in het IZA en het AZWA. In het
coalitieakkoord is daarvoor onder andere in het gemeenschapsfonds 200
miljoen gereserveerd.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
In mijn bijdrage zal ik daarop terugkomen. Ik heb de afgelopen twee jaar
daaraan gewerkt. Maar als ik dan kijk naar bijvoorbeeld voorzorgcirkels,
waar heel veel mensen enthousiast over zijn, en terecht, kunnen die niet
zonder een goede welzijnswerker die zorgt dat mensen geholpen worden als
ze vastlopen, of dat er weer nieuwe mensen komen als deelnemers
verhuizen of weggaan. De vraag is: in hoeverre is ook het CDA bereid om
daarin te investeren?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik deel die inhoudelijke lijn helemaal met u. Daar staat het CDA ook
helemaal achter, want juist dat zorgt voor sterke buurten en wijken.
Maar ik denk dat de beweging ten eerste al gaande is en dat er ten
tweede al in geïnvesteerd wordt. Volgens mij moeten we daar nu gewoon
voortvarend op doorpakken. Dat is ook wat ik de nieuwe minister wil
meegeven: ga aan de slag daarmee en laten we dan even kijken wat vanaf
daar nog nodig is. Tegelijkertijd moeten we natuurlijk ook aan de slag —
collega Poortman zei dat ook — met de staatscommissie zorg, om te kijken
hoe we het systeem beter kunnen maken. Dat daarmee nog veel sterker een
verschuiving komt naar de voorkant, kan ik mij goed voorstellen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik geloof dat wij hetzelfde voor ogen hebben, dus dat klinkt
goed. Ik wil hier nog wel een statement maken: wat ons niet voor ogen
staat is de uitspraak van de voorzitter van VGZ, die investeerde in
voorzorgcirkels omdat er dan geen enkele zorg meer nodig is. Volgens mij
is dat een verkeerde veronderstelling.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Die veronderstelling deel ik, mevrouw Van Brenk. Ik denk namelijk juist
dat dat voor heel veel mensen een oplossing kan zijn, zodat we de zorg
overeind kunnen houden voor de mensen die die wel nodig hebben.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Deze coalitie heeft het vaak over de gezondste generatie tot nu toe. Ik
heb dat even op een rijtje gezet. Het vorige kabinet, het
kabinet-Schoof, bezuinigde in totaal 600 miljoen op preventie, op sport
en op pandemische paraatheid. Deze coalitie zegt te investeren in
preventie, maar als ik het optel, zie ik nog niet eens een investering
van 200 miljoen. Mijn vraag aan mevrouw Tijmstra is: hoe denkt u te gaan
zorgen voor de gezondste generatie ooit als u nog niet eens de
bezuinigingen van het kabinet-Schoof op preventie terugdraait?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Investeren in preventie gaat niet alleen over geld en het gaat ook niet
alleen over geld vanuit de VWS-begroting. Ik denk dat mevrouw Synhaeve
daar ook al op ingegaan is. Het gaat ook over roken na 21 jaar en over
een suikertaks. Dat is natuurlijk ook preventie. Zelf zie ik vanuit de
langdurige zorg ook woningbouw als een vorm van preventie. Daar zal ik
in mijn betoog nog uitgebreid bij stilstaan. Ik denk dus dat de
vergelijking die u maakt, niet helemaal klopt en dat we bij preventie
veel breder moeten kijken dan sec de VWS-begroting.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het er helemaal mee eens dat we breder moeten kijken. We zien
waar de sociaal-economische verschillen zijn en daar is ook de
gezondheid slechter. Daarom snap ik het ook niet als ze ook al bij D66
zeggen dat juist daar de sociale zekerheid volledig wordt afgebroken. Ik
heb net gesproken over kinderen die geboren worden in woningen met
schimmel. De armoede neemt toe onder dit kabinet. Eens met dat het meer
is dan deze cijfers, maar juist dan snap ik niet zo goed hoe mevrouw
Tijmstra gaat zorgen voor die gezondste generatie.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Volgens mij heb ik daar net antwoord op gegeven. Ik deel ook niet
helemaal de analyse van mevrouw Vliegenthart dat er op andere terreinen
niets gedaan wordt. Er wordt ook geïnvesteerd in gezinnen. Er wordt ook
geïnvesteerd in armoedebestrijding. Ik heb de minister horen zeggen "we
gaan nog eens kijken naar die armoedecijfers". Er is een motie
aangenomen waar ook het CDA voor heeft gestemd. Volgens mij moeten we
gewoon aan de slag.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):
Dat we aan de slag moeten, is zeker, want volgens mij zijn we het hier
allemaal over eens dat deze bezuinigingen keihard de meest kwetsbare
mensen in deze samenleving raken, ook die gezonde generatie. Als ik het
zo hoor, is deze investering in preventie vooral een wassen neus, een
rookgordijn voor de gigantische bezuinigingen die op VWS staan.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik heb geen vraag gehoord, maar ik vind het jammer dat het op deze
manier weggezet wordt. Ik denk ook niet dat dat de samenleving verder
brengt.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Hoe brengt mevrouw Tijmstra dan de samenleving verder met het realiseren
van zorggeschikte woningen met gemeenschapsruimte?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nou, dat is een hele goede vraag. Er wordt in ieder geval fors
geïnvesteerd in woningbouw. Er staan ook woningen voor ouderen
opgenomen. Op dit moment lopen er allerlei trajecten rondom het IZA en
het AZWA. Daar wordt volgens mij ontzettend veel ervaring opgedaan.
Domeinoverstijgende financiering is een mooi woord voor scrabble, maar
in het veld hoor je heel vaak dat de problemen vooral daar zijn. Volgens
mij zijn we al aan het kijken hoe het daar beter kan. Ik zie daar ook
echt wel oplossingen in.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Met ervaringen opdoen bouw je geen zorggeschikte woningen en
gemeenschapsruimten. Ik zal mevrouw Tijmstra helpen. In het
coalitieakkoord staat er drie keer 40 miljoen voor zorg in de wijk,
terwijl je het hebt over onrendabele toppen. U schrapt bijna 500 miljoen
voor de ouderenenvelop. Daar bouw je nou juist die gemeenschapsruimten
en die zorggeschikte woningen voor. Dus nog een keer: hoe gaat mevrouw
Tijmstra dat straks betalen? Kom niet aan met de onrendabele toppen op
de begroting van VRO, want die zijn daar al hard nodig.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik deel de analyse van de heer Keijzer eigenlijk niet. Ik ben in
Wormerveer geweest. Daar is een heel mooi voorbeeld dat laat zien dat
het wél kan, ook in het huidige systeem. Wat daarvoor nodig was, waren
drie hele moedige bestuurders vanuit de woningbouwcorporatie, de
gemeente en de zorgaanbieder die een fantastisch concept neergezet
hebben waarbij het een buurthuis is voor de wijk, waarbij ouderen
zelfstandig wonen en hun eigen woning huren, een woning waar je met z'n
tweeën kan wonen als je dat wil, en waarin gemeenschapszin en zorgen
voor elkaar de norm is. Als ik het nu al zie gebeuren, dan heb ik er met
alle pilots die nu lopen vanuit het IZA en het AZWA, echt vertrouwen in
dat we straks een grote stap naar voren gaan zetten.
De voorzitter:
Tot slot, mevróúw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u, voorzitter; je weet nooit wat er gebeurt bij de behandeling van
de begroting van VWS. Ik zou toch eventjes in de gemeente Wormer gaan
vragen met welke subsidiestromen dat gerealiseerd is. Je bouwt dat soort
complexen namelijk niet door er alleen over te praten; daar zijn gewoon
heel veel euro's voor nodig.
De voorzitter:
U vervolgt met de beantwoording.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ga toch zeggen dat ik dit totaal geen recht vind doen aan een
fantastisch initiatief vanuit de samenleving. Als we íéts nodig hebben
in het land, dan is het díé energie. Ik heb er gewoon moeite mee dat dat
dan op deze manier weggezet wordt. Dat als reactie.
Ik ga verder met mijn tweede punt. Dat gaat over de bureaucratie. Een
andere stap die het CDA belangrijk vindt voor de toekomst van de zorg,
is het aanpakken van de bureaucratie. Als nieuw Kamerlid valt het me op
hoe ongelofelijk complex we de zorg gemaakt hebben. Dat is allemaal
ontstaan vanuit goede bedoelingen, maar dat heeft er wel toe geleid dat
er verschillende wetten, loketten en indicaties zijn. Die zorgen voor
hoge regeldruk en frustratie, zowel bij zorgprofessionals als bij mensen
die zorg nodig hebben. Nog steeds gaat ongeveer 30% van de tijd van de
zorgprofessionals op aan registratie. Daar moet echt iets aan gebeuren.
Als we de zorg toekomstbestendig willen maken, moeten we zowel als
overheid als vanuit zorgorganisaties durven los te laten en weer werken
vanuit vertrouwen in het vakmanschap van professionals. Zij weten wat
nodig is.
Door de bureaucratie terug te dringen buigen we niet alleen kosten om en
komt er meer tijd beschikbaar voor de zorg zelf, maar vergroten we
bovenal het werkplezier en daarmee de aantrekkelijkheid van het vak. Het
CDA is dan ook blij dat we iets gaan doen aan het almaar herindiceren
van mensen met een levenslange beperking, zodat niemand zijn chronische
ziekte meer periodiek hoeft te bewijzen. Dat zijn hele goede stappen,
maar dat is niet genoeg. Welke concrete maatregelen neemt de minister de
komende periode om de regeldruk merkbaar te verminderen? Mijn vraag is
ook wat zij hiervoor van de Kamer nodig heeft. Hoe kan de Kamer helpen
om hier echt snel stappen in te zetten?
Dan kom ik bij het derde punt: passende huisvesting en sterke buurten.
Het CDA zet in op zorgzame buurten, sterke gemeenschappen en
wooncomplexen die ontmoeting en onderlinge steun stimuleren. Er zijn in
het land al hele mooie voorbeelden van te vinden. Ik sprak zojuist
bijvoorbeeld over De Amandelbloesem in Wormerveer. De bouw van geschikte
woningen voor ouderen is een belangrijke voorwaarde om de ouderenzorg
anders te organiseren. Daarbij hoort ook het stimuleren van woonvormen
waar jong en oud samenleven. Wij vragen de minister dit samen met de
minister van Wonen voortvarend op te pakken.
Passende huisvesting is een randvoorwaarde voor goede zorg, niet alleen
voor de ouderen die langer zelfstandig thuis willen wonen, maar ook voor
andere kwetsbare groepen. Dak- en thuisloosheid aanpakken begint met een
woning. Pas daarna kan herstel echt op gang komen en kan zorg effectief
zijn. Ook in de ggz zien we hoe bepalend wonen is. De uitstroom uit
beschermd wonen stokt nu vaak simpelweg door het gebrek aan beschikbare
woningen, waardoor mensen onnodig lang in zwaardere zorg blijven zitten.
Hetzelfde geldt voor mensen met een beperking. Ook voor hen moeten er
voldoende kleinschalige woonvoorzieningen in de wijk zijn om volwaardig
mee te kunnen doen. Vanuit de zorgkant wil ik hier echt extra aandacht
voor vragen. Als we willen komen tot een inclusieve samenleving en
sterke buurten en wijken, moet er een plek zijn voor iedereen. Je kan de
zorgvraag heel vaak niet los zien van de woonvraag. Daar hebben we de
verschillende ministeries echt nodig. Daar hebben de verschillende
ministeries elkáár echt nodig. Daarom is mijn vraag aan de minister hoe
zij de samenwerking tussen deze ministeries ziet om voldoende passende
huisvesting te organiseren voor iedereen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde dat dak- en thuisloosheid aanpakken begint bij een woning.
Daar ben ik het uiteraard volledig mee eens. Maar dan is natuurlijk wel
de vraag waarom het Nationaal Actieplan Dakloosheid niet in het
coalitieakkoord staat. Ik heb daarover de vraag of mevrouw Tijmstra
vindt dat dit een fout is en of de doelstelling van "niemand dakloos in
2030" nog steeds staat.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Er staat in de paragraaf over wonen wel iets over dak- en thuisloosheid.
Wat ik het allerbelangrijkste vind, is dat het begint met een woning,
want dan pas is zorg effectief. Daar zijn we het volgens mij ook over
eens. We hebben net een rapportage van de minister gekregen over de
stand van zaken van het actieplan dak- en thuisloosheid. Dat zou ik
graag verder met u bespreken in het commissiedebat Wmo. Ik maak mij er
ook zorgen om dat daarin geschetst wordt dat die doelstelling niet
gehaald wordt. Volgens mij moeten we juist kijken wat ervoor nodig is om
daar wel stappen in te zetten met elkaar.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
We weten wat er nodig is om die doelstelling te halen. Dat is namelijk
ook meer investeren in woningen. Ik stel het misschien wat scherp, maar
dat is omdat ik het ook een beetje zat ben dat we hier allemaal mooie
woorden gebruiken, terwijl we gewoon weten dat die doelstelling van "nul
mensen dakloos in 2023" niet gehaald gaat worden als er niets over staat
in het coalitieakkoord en als er nul extra euro's bij komen. Dat weten
we gewoon. Dat staat heel duidelijk in de brief. Dat staat heel
duidelijk in de voortgangsrapportage. Mijn vraag is dus: staat die
doelstelling nog en, zo ja, hoe gaan we die halen, of staat die niet?
Dan weten wij ten minste waar we aan toe zijn.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Die doelstelling staat, want die staat in het actieplan. Volgens mij is
het dan ook een verantwoordelijkheid van ons allemaal om daaraan te
werken of in ieder geval de regering te controleren op de wijze waarop
daaraan gewerkt wordt. Volgens mij gaan we dat ook met elkaar doen in
het commissiedebat.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het staat in het actieplan. Als die doelstelling staat, betekent dat dus
ook dat het kabinet en de coalitiepartijen ervoor moeten zorgen dat we
die doelstelling halen. We weten dat wat er tot nu toe is gebeurd, die
65 miljoen per jaar, niet genoeg is. Dat staat heel duidelijk in de
brief van december. Dat staat heel duidelijk in de voortgangsrapportage.
Als het CDA zegt dat die doelstelling nog staat, wat gaat het CDA dan
doen om ervoor te zorgen dat die doelstelling wordt gehaald? Volgens mij
is dat een heel concrete vraag.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik denk niet dat ik als volksvertegenwoordiger de uitvoerder ben van het
actieplan. Wij gaan de minister scherp houden op datgene wat voorligt en
de voortgang daarop bewaken. Het belangrijkste is dat er meer gebouwd
gaat worden. Waarom besteed ik een hele paragraaf of een paar minuten
van mijn inbreng in de commissie voor VWS aan huisvesting? Juist hierom,
omdat ik vind dat je dit gezamenlijk moet oppakken, omdat de echte
sleutel tot succes om de aanpak hiervan te doen laten slagen, is: meer
woningen bouwen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoorde mevrouw Tijmstra over passende huisvesting, ook voor ouderen.
Is mevrouw Tijmstra het met mij eens dat het wegbezuinigen van de
envelop ouderenzorg gewoon een grote fout was?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nee. Daar ben ik al op ingegaan in antwoord op mevrouw Keijzer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Maar het is toch te bizar voor woorden dat de middelen die nu
beschikbaar worden gesteld, in geen verhouding staan tot de gelden die
worden wegbezuinigd? Mevrouw Tijmstra heeft grote woorden over het
vinden van passende huisvesting, ook voor de groep kwetsbare ouderen. Ik
vraag het u nogmaals en ik hoop echt op een beter antwoord dan het
antwoord hiervoor. Bent u het met mij eens dat dat geld gewoon terug
moet naar waar het voor bedoeld was, namelijk voor passende huisvesting
voor onze ouderen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nee. Ik blijf bij de beantwoording die al gegeven heb aan mevrouw
Keijzer.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat mensen, ook de ouderen, in hun eigen wijk willen blijven wonen,
omdat daar hun sociale netwerk is, is volgens mij voor iedereen te
begrijpen. Als daar dus mooi geclusterd wonen gerealiseerd kan worden,
is dat fantastisch. Wat we echter zien, is dat het ontzettend lastig is
om daar betaalbaar te blijven wonen en om de huur daar betaalbaar te
houden. Hoe denkt het CDA deze zaken te gaan realiseren?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Volgens mij is het heel erg belangrijk dat we gemixt gaan bouwen. Dat
gaf ik ook al aan in mijn betoog. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat hier
in de samenleving zelf al zo veel mooie voorbeelden van zijn. Laten we
die nou bij de kop pakken en verder uitbreiden. Volgens mij is dat veel
effectiever dan hier als Kamerlid een invulling te geven aan iets wat de
praktijk vele malen beter kan en weet. Deze hele beweging is al gaande.
Zorgaanbieders zijn hier samen met de corporaties al mee bezig. Dit ís
de beweging naar de voorkant. Gemeenten zijn hier ook al bij aangehaakt.
Ik denk dus: laten we die energie vasthouden en dit vooral een zetje
geven met elkaar. Dat doen we nu met de akkoorden. In het
coalitieakkoord staat ook dat we verder gaan met die akkoorden, om dit
samen met het veld verder op te pakken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het klinkt toch een beetje als wensdenken. Ik zeg het eerlijk, want ik
zie dat er fantastische woonzorgcomplexen komen, maar die komen er echt
tegen een ongelofelijk forse prijs. Zoals mevrouw Keijzer ook al aangaf,
is het ontzettend lastig om rendabel te kunnen bouwen.
De voorzitter:
Komt u tot een vraag?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat betekent echt wel dat er geld bij moet komen qua subsidie om ervoor
te zorgen dat dit ook voor sociale huur kan. Heeft het CDA daar
voldoende zicht op?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Volgens mij is het heel erg belangrijk dat de woningbouwcorporaties
aangehaakt zijn bij dit soort concepten. Dat zie ik ook gebeuren in de
praktijk. Ook zij hebben natuurlijk gewoon een opdracht, namelijk om te
zorgen voor voldoende sociale huurwoningen. Volgens mij moeten we dus
ook de ruimte geven om partijen te laten doen wat nodig is.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tot slot. Ik begrijp niet dat het CDA de brandbrief van Aedes niet
gelezen heeft, waarin wordt gezegd: "Voor die centen kán het gewoon
niet. De envelop is weggehaald waarmee we dit juist wel hadden kunnen
bouwen." Ik maak me dus gewoon heel grote zorgen dat hier iets volkomen
misgaat.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik heb geen vraag gehoord. Dan ga ik verder.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik was bij het vierde punt aangekomen: mantelzorgondersteuning. Als we
vragen van de samenleving om meer naar elkaar om te zien, dan moeten we
ook mantelzorgers beter ondersteunen. Zij moeten de ruimte hebben om
zorg te combineren met werk en privé. Werkgevers kunnen hierin echt het
verschil maken, met mantelzorgvriendelijk beleid zoals flexibele
roosters en thuiswerkmogelijkheden. De Sociaal-Economische Raad heeft
hier onlangs een advies over uitgebracht dat duidelijk maakt dat
mantelzorg geen individueel vraagstuk meer is, maar een maatschappelijke
opgave. Zeker nu ouderen langer thuis wonen, moet de combinatie van werk
en zorg ook echt haalbaar zijn. Het SER-advies laat zien dat hierin nog
een grote stap te zetten is, en adviseert om werkenden recht te geven op
acht weken betaald mantelzorgverlof.
Hierover heb ik de volgende vragen aan de minister. Wanneer kunnen we
een kabinetsreactie verwachten over het SER-advies? Is de minister
bereid om naar aanleiding van dit SER-rapport met haar
collega-ministers, planbureaus en sociale partners te verkennen hoe de
combinatie van werk en mantelzorg structureel kan worden verbeterd?
Wordt de opvolging van het SER-advies ook meegenomen in het brede
mantelzorgplan naar aanleiding van de aangenomen motie-Struijs
c.s.?
Naast betere ondersteuning bij de combinatie van werk en zorg is het ook
essentieel dat er voldoende respijtzorg beschikbaar is, zoals
logeeropvang en dagbesteding. Voor ouders die dag en nacht zorgen voor
een kind met een beperking of voor mensen die voor een partner zorgen,
is dat geen luxe, maar een voorwaarde om de zorg vol te kunnen houden.
Welke stappen zet de minister om ervoor te zorgen dat deze vormen van
respijtzorg overal voldoende beschikbaar en toegankelijk zijn?
Voorzitter. Tot slot wil ik ook stilstaan bij de recente sluiting van de
zorglocaties van ExpertCare, waar ook logeerzorg aangeboden werd. Veel
ouders hebben ons benaderd met grote zorgen: voor deze gezinnen was dat
een cruciale schakel om de zorg thuis vol te kunnen houden. In de
beantwoording van de Kamervragen van verschillende partijen lezen we dat
de locaties openblijven zolang er geen passende oplossing is en dat er
voor de kinderen en de gezinnen naar oplossingen gezocht wordt.
Tegelijkertijd roept deze zaak wel de vraag op of ExpertCare wel aan de
verplichting heeft voldaan om op tijd de zorgverzekeraar en de NZa te
informeren over de continuïteit van zorg. Wat doen zorgverzekeraars nu
precies om invulling te geven aan deze zorgplicht? Kan de minister hier
nog nader op ingaan?
Ik rond af. Voor het CDA gaat zorgbeleid uiteindelijk over vertrouwen,
in mensen, gezinnen, gemeenschappen en professionals, over uitgaan van
eigen draagkracht en het omzien naar elkaar.
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer … O, de heer Bushoff voor de 35ste interruptie
van de GroenLinks-Partij van de Arbeidfractie. De 35ste. Iets minder mag
ook.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
35 alweer. Dan is het toch nog een goed gesprek. Daar ben ik eigenlijk
wel blij mee, maar ik zal me een beetje proberen te beperken hierna. Ik
had nog een vraag. Op het einde zei het CDA: "Voor ons staat omzien naar
elkaar voorop en vertrouwen vinden wij een belangrijke kernwaarde." Toen
dacht ik toch even terug aan waar ik mijn betoog mee begon: die twee
verpleegkundigen van de ambulance die door domme pech, nadat ze bij
elkaar opgeteld meer dan 70 jaar in de zorg hebben gewerkt, nu
afhankelijk zijn van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en hoge
zorgkosten maken.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is dan: ziet het CDA ook om naar deze soort mensen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
We bespreken hier natuurlijk de begroting van VWS. Ik denk dat dit meer
bij de begroting van Sociale Zaken hoort. Ik denk dat het heel erg
belangrijk is dat we in de samenleving met elkaar stilstaan bij waar de
zorg nu staat, welke problemen professionals dagelijks ondervinden en
waar we naartoe moeten. Wat ik zie in de samenleving, is dat er een hele
grote gemene deler zit in wat er aan de hand is en waar het heen moet en
dat er al mensen zijn die heel hard werken om daar te komen. Ik wil hen
het vertrouwen en de ruimte geven om hun werk te doen. Ik wil hier met
elkaar in vertrouwen werken, omdat ik erin geloof dat ieder Kamerlid
hier met een hart voor de zorg staat om ervoor te zorgen dat het ook in
de toekomst beschikbaar is en dat de druk omlaaggaat. En ja, vertrouwen
is voor mij het sleutelwoord, maar vertrouwen betekent niet dat we alles
tot in lengte van dagen kunnen houden zoals het nu is, want dan doen we
niet het goede.
De voorzitter:
Kort en bondig, meneer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het eigenlijk een beetje een schoffering naar bijvoorbeeld die
ambulanceverpleegkundigen: heel veel woorden gebruiken en totaal geen
antwoord geven op de vraag. Dat zie ik nu al vaker gebeuren bij
verschillende interrupties van collega's: niet serieus ingaan op de
vragen die gesteld worden, maar vooral een verkooppraatje houden wat
voor het CDA heel mooi en belangrijk is en hoe het nu gaat in de zorg.
Maar de zorg staat voor grote uitdagingen, en dan dien je naar de zorgen
van de rest van de Kamer te luisteren en daar een serieus antwoord op te
geven. Ik kan mijn vraag herhalen, maar ik hoop dat u daar alsnog een
serieus antwoord op wil geven.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Zeker. Als ik kijk naar de uitdagingen in de zorg, dan zie ik dat
personeelskrapte een grotere uitdaging is dan welke financiën dan ook.
In het begin van mijn betoog ben ik er nadrukkelijk op ingegaan dat wij
ons daartoe te verhouden hebben. Zo staat het CDA erin. Dus ik hoop
vooral dat we de komende jaren het gesprek op een hoger niveau gaan
voeren: hoe kunnen we dat systeem beter draaiende krijgen zodat we met
de middelen en vooral de mensen die we hebben de juiste zorg krijgen in
de samenleving?
De voorzitter:
Kort.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Hier hebben de mensen waar ik het over had helemaal niks aan. Het is nog
niet een begin van een antwoord op de zorgen die die mensen hebben,
omdat ze aan de ene kant hun sociale zekerheid afgebroken zien worden en
aan de andere kant de zorgkosten zien stijgen. En wat misschien wel het
ergste daaraan is, is dat dit antwoord geen serieus antwoord is op de
uitdagingen van personeelstekorten. Want er wordt geen één suggestie
gegeven hoe we dat serieuze probleem gaan aanpakken, en dat vind ik wel
pijnlijk.
De voorzitter:
Mevrouw Tijmstra, wenst u daarop te reageren?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik kan er heel lang op reageren, maar ik denk dat dat voor deze avond
niet verstandig is. Wij komen elkaar zeker nog te spreken in andere
debatten. Ik laat het dus hierbij, omdat ik geen concrete vraag gehoord
heb.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zie ook niet zo goed voor me hoe we met 10,3 miljard euro bezuinigen
de personeelstekorten gaan oplossen, behalve dan dat je de zorg
kapotbezuinigt en er niet meer zo veel personeel nodig is. Dat zou dan
de consequentie zijn. Ik heb een vraag over de gehandicaptenzorg. Op het
moment dat wij de zorg goedkoper maken omdat je hervormt en met
hervormingen verbeteringen bereikt waardoor het beter en goedkoper gaat,
kan dat geld opleveren. In de gehandicaptenzorg stonden een aantal
hervormingen op de rol, maar die zijn geschrapt.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die besparingen gaan dus niet door, maar de bezuinigingen zijn blijven
staan: bijna 250 miljoen euro aan bezuinigingen zonder dekking, die
gewoon met de kaasschaaf uit de gehandicaptenzorg worden gehaald. Wat
denkt het CDA dat dat betekent voor de mensen in de gezondheidszorg?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
De minister komt natuurlijk nog met een brief waarin de cijfers geduid
worden en een aantal scenario's staan. Dat wachten we in ieder geval
even af. Aanstaande maandag is het WGO Gehandicaptenbeleid, dus dan
kunnen we het er daar uitgebreid over hebben.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het zou fijn zijn als het CDA ook zelf nadenkt over wat het hiervan
vindt en in gesprek gaat met de mensen die de gehandicaptenzorg leveren,
want zij weten het het beste.
Mijn tweede vraag gaat over de kraamzorg. Daarna ben ik klaar,
voorzitter. Er waren vandaag kraamzorgers in de Tweede Kamer. Zij hadden
het over het belang van hun werk en zeiden dat hun werk onder druk
staat. Er is een crisis in de kraamzorg. De kraamzorgers kunnen hun werk
niet blijven doen, omdat ze niet rond kunnen komen en omdat de werkdruk
te hoog is. Wij hebben een plan gepresenteerd waarin we in ieder geval
zeggen: zorg dat de eigen bijdrage voor de kraamzorg wordt afgeschaft,
dat de wachtdiensten worden opgelost — die zijn nu €11 en nog wat per
dag, waarvoor je geen kinderopvang kunt regelen — dat er dekkende
tarieven zijn en dat de marktwerking wordt aangepakt. Kunnen we op steun
rekenen van het CDA en, zo ja, op welke concrete punten?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ga even in op de eerste vraag: als je voor 10 miljard bezuinigt, doe
je dan niks aan de personeelstekorten? Dat ben ik echt niet met mevrouw
Dobbe eens. Een op de zes mensen werkt in de zorg. Het perspectief is
dat de samenleving eigenlijk niet meer dan dat kan leveren. Het volume
aan zorg moet zich over de hele range daartoe verhouden. Je kunt vanuit
de overheid op een aantal manieren sturen. Eén is investeren in
preventie: voorkomen dat mensen in de zorg terechtkomen. Twee is mensen
leren om een aantal dingen zelf te kunnen doen: reablement. Dat staat
uitgebreid in het HLO en daar zijn hele mooie voorbeelden van. Je moet
naar elkaar omzien in wijken en buurten. Dat zorgt er ook voor dat de
zorgvraag niet toeneemt of afneemt. Daarna kom je in de Tweede Kamer:
sturen op tarieven, aanspraken of toegang. Dat zijn hele moeilijke
besluiten. Dat ben ik helemaal met u eens. Ook ik vind het niet
makkelijk om dat te besluiten, maar ik doe dat — nu kom ik bij uw eerste
vraag — omdat ik met die mensen in de gehandicaptenzorg heb gesproken.
Zij zeggen: "De werkdruk is skyhigh. We hebben heel veel vacatures die
niet op te vullen zijn. Er zijn continu personele wisselingen, waar de
cliënten maar ook wij als personeel heel veel last van hebben. Op deze
manier kunnen we niet de juiste zorg bieden die nodig is." Dat is de
reden waarom ik hier sta en waarom het CDA de verantwoordelijkheid wil
dragen om de moeilijke keuzes te maken die al jarenlang staan
opgeschreven in ieder rapport dat naar de Kamer is gestuurd.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik rond af.
De voorzitter:
Graag.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik kan u geen antwoord geven over de kraamzorg, want dat is de
portefeuille van mijn collega. Ik weet het niet, dus daar komen we
ongetwijfeld met mijn collega André Poortman op een ander moment over te
spreken.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dacht dat u zei dat u klaar was, mevrouw Dobbe. U zei: ik
ben klaar. Nou, kort dan!
Mevrouw Dobbe (SP):
Als het CDA nu gaat antwoorden op het eerste deel van mijn interruptie
met een aanvulling die halverwege is bedacht, dan vind ik het fijn om
daar nog even op te kunnen reflecteren.
De voorzitter:
Kort.
Mevrouw Dobbe (SP):
We kunnen concluderen dat we in de visie van het CDA de
personeelstekorten oplossen door te zorgen dat er minder zorg is, omdat
we dan ook minder personeel nodig hebben. Als u 10,3 miljard euro uit de
zorg graait, dan kan ik u garanderen dat het personeel gillend wegrent.
Probeer er maar eens met preventieve programma's voor te zorgen dat er
minder gehandicapten zijn die zorg nodig hebben. Zo werkt dat natuurlijk
niet in die tak van de zorg. Probeer het daar maar eens te doen met
minder personeel en minder geld. Die mensen rennen gillend de zorg uit
en het personeelstekort wordt alleen maar groter. Dat is de consequentie
van wat het CDA nu zegt.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Nee, nee, nee, ik ben het hier echt niet mee eens. Hier zit de
veronderstelling in dat mensen met een beperking niks kunnen. Daar blijf
ik echt verre van. Dit zijn mensen met ontzettend veel mogelijkheden. In
de gesprekken met de gehandicaptenzorg hoor je dat ook die sector bezig
is met preventie. Ik ben langsgegaan bij een zorgaanbieder voor de VG7+.
Die zegt: we kijken wat mensen zelf kunnen doen, we helpen de omgeving
om gedrag te begrijpen en we zetten in op het afschalen van zorg.
Blijven die mensen altijd een vorm van zorg houden? Ja, absoluut. Maar
dat betekent niet dat het altijd het allerhoogste zorgniveau, 24
uurszorg, moet zijn. Het gebeurt nu gewoon al. Als we het hebben over
preventie bij licht verstandelijk beperkten, kan het heel erg helpen als
de wereld begrijpelijk is, als we als overheid in begrijpelijke taal
schrijven, zodat een brief niet voelt als een dreigement. Boris van der
Ham heeft daar onlangs een mooi boek over geschreven. Ook daar staat
heel nadrukkelijk in waar mensen naar op zoek zijn, namelijk deelname
aan het gewone leven. Ik vind echt dat de SP daar volledig aan
voorbijgaat op dit moment.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tijmstra. Ik wil nu eigenlijk naar de heer Van
Houwelingen gaan. Het is 23.55 uur. Er zijn fracties die al aan hun
38ste interruptie toe zijn, dus we gaan nu gewoon naar de heer Van
Houwelingen. We hebben ook nog de maidenspeech van mevrouw Wiersma. Ik
hoop dat we ons daar allemaal voor opladen. Dat is ook een belangrijk
moment. Meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Zoals u weet moet het geld voor het zotte
klimaatbeleid, voor de zinloze proxyoorlog in Oekraïne, voor de ons land
ontwrichtende massamigratie, voor het zogenaamd vrijwillige uitkopen van
onze geweldige boeren en voor het verder uitbouwen van die vreselijke
Europese Unie, die ons land zo knecht en knevelt, ergens vandaan komen.
Al deze in onze ogen onnozele projecten, waar Forum voor Democratie als
enige partij zich tegen verzet, kosten ons immers vele tientallen
miljarden euro per jaar. Tientallen miljarden euro elk jaar weer. Dat
geld, dat verdwijnt in de zakken van onder andere de klimaatlobby, de
asiel- en wapenindustrie, moet natuurlijk ergens vandaan komen. Daarom
gaat het kabinet bruut bezuinigen op de sociale zekerheid en de
zorg.
De Nederlandse burger is de klos. De Nederlander komt voor dit kabinet
op de allerlaatste plaats. We bloeden en betalen voor de internationale
ambities van dit kabinet; dat wil zeggen een globalistische agenda die
op geen enkele wijze het Nederlandse belang dient. Integendeel:
Nederlanders worden ten behoefte hiervan genadeloos uitgeperst en mogen
verder hun mond houden. Vele Nederlanders stemmen inmiddels met hun
voeten en zijn al geëmigreerd of zijn van plan dit te doen.
De rekening voor de tientallen miljarden die dit kabinet per jaar wil
gaan spenderen aan het klimaat, asiel en de wapenindustrie komt voor een
groot deel bij de zorg terecht, waar we vandaag met elkaar over
debatteren. Op de zorg wordt maar liefst 10 miljard euro bezuinigd. Zo
gaat de eigen bijdrage fors omhoog, terwijl die wat Forum voor
Democratie betreft juist zou moeten worden verlaagd, er komt een eigen
bijdrage voor de wijkverpleging en de zorgkosten kunnen niet langer
fiscaal worden afgetrokken. Zes op de tien chronische gehandicapten
heeft aangegeven gebruik te maken van deze fiscale regeling en 40% van
hen verwacht zorg te gaan mijden als deze regeling verdwijnt.
Dan heb ik het nog niet gehad over de voorgenomen forse bezuinigingen op
de arbeidsongeschiktheid, waarover we van allerlei burgers die simpelweg
niet meer kunnen werken en dus geen kant op kunnen, al veel schrijnende
berichten hebben ontvangen.
Daarnaast wordt er op allerlei manieren beknibbeld op de zorg. Zo heeft
het Zorginstituut onlangs geadviseerd een medicijn tegen alzheimer, dat
in andere landen zoals Japan en de Verenigde Staten gewoon wordt
vergoed, niet in het basispakket op te nemen. Ook gaat dit kabinet de
toegang tot niet-gecontracteerde zorg nog moeilijker maken, met nog
langere wachtlijsten tot gevolg. Waarom? Als dit kabinet nota bene zegt
te willen inzetten op preventieve zorg, waarom is het dan voor private
aanbieders in Nederland verboden zonder verwijsbrief preventieve zorg,
bijvoorbeeld een darmonderzoek of bodyscan, aan te bieden? Dat heeft tot
gevolg dat Nederlanders hiervoor naar het buitenland, vooral Duitsland,
moeten gaan, waardoor er ook nog eens zorggeld weglekt naar het
buitenland. Waarom wil dit kabinet Nederlanders zo graag goede
preventieve zorg onthouden? Dit is private zorg, die niet op het
zorgbudget drukt en de belastingbetaler dus nota bene geen cent kost.
Welke gedachte zit hier nou toch achter? Of is het misschien wel de
bedoeling dat Nederlanders zorg gaan mijden? Want blijkbaar is voor dit
kabinet het faciliteren van massamigratie, het stimuleren van de
wapenindustrie en het vernietigen van onze industrie en welvaart omwille
van een zogenaamde klimaattransitie belangrijker dan onze
volksgezondheid. Sterker nog: dit alles kan alleen maar betaald worden
als er zwaar wordt bezuinigd op de zorg. Wie zorg nodig heeft moet
inleveren. Wie opvang nodig heeft, krijgt roomservice. Dat lijkt het
motto van dit kabinet te zijn. Aan de slag! Inderdaad, maar niet voor de
Nederlandse bevolking.
De Nederlander staat op de allerlaatste plek voor deze regering. Voor
ons, voor Forum voor Democratie, daarentegen telt uitsluitend en alleen
het Nederlandse belang. Daarom vinden we het zo erg dat dit kabinet niet
kiest voor de Nederlander en het Nederlands belang maar zich inzet voor
een globalistische agenda — en daar tientallen miljarden aan
spendeert.
Dus, samengevat: wel veel geld beschikbaar stellen voor anderen, dus
voor de massamigratie, een zinloze proxyoorlog in Oekraïne en de
heilloze Europese Unie die ons land zo verwurgt, maar geen geld voor de
zorg in Nederland.
Dat is het verhaal dat we vandaag vertellen. Terwijl het kabinet
afgelopen december binnen 48 uur op de valreep op de lopende begroting
maar liefst 700 miljoen euro wist vrij te maken voor Oekraïne, is er
geen geld om de tandarts in het basispakket op te nemen en gaat een op
de drie Nederlanders met een kleine beurs vanwege de kosten zelfs
helemaal nooit naar de tandarts. Nederlanders moeten bij de apotheek
onnodig lang wachten op hun medicijnen, omdat er alleen geld is om de
preferente medicijnen te vergoeden, ook als die toevallig uitverkocht
zijn. Dat is zo, terwijl er in een handomdraai 19 miljard euro — 19
miljard — extra wordt vrijgemaakt voor defensie. Dat wil zeggen, voor de
Amerikaanse wapenindustrie en voor Oekraïne, want daar gaat dat geld
vooral naartoe. In de zorg is schraalhans ondertussen keukenmeester,
wordt elk dubbeltje tien keer omgedraaid, terwijl hetzelfde kabinet dus
in een oogwenk miljarden weet vrij te spelen voor Oekraïne, de EU of het
faciliteren van de massamigratie. Dat is de realiteit.
Voor dit kabinet is het niet Nederland eerst, maar zijn Nederlanders de
sluitpost op een begroting die niet het Nederlandse belang maar een
globalistische agenda dient, en dat is nog niet alles. Terwijl er door
dit kabinet dus keihard 10 miljard wordt bezuinigd op de zorg, gaat er
wel steeds meer geld naar het ministerie van VWS zelf. Deze zogenaamde
"apparaatskosten", dat wil zeggen, de loonkosten en overige kosten die
werken op het ministerie van VWS, zijn de afgelopen jaren dramatisch
gestegen, van iets meer dan 300 miljoen euro in 2015 naar meer dan 600
miljoen euro in 2024. Dat is dus een verdubbeling in tien jaar tijd,
terwijl de totale kosten voor zorg en welzijn in deze periode niet zijn
verdubbeld, maar met nog geen 70% zijn gestegen, van 92 miljard euro
naar 155 miljard euro. Hoe kijkt de minister hiernaar? Wat gaat de
minister concreet doen om de apparaatskosten van VWS terug te dringen
met minstens een kwart, van meer dan 600 miljoen euro nu naar minder dan
500 miljoen euro tegen het einde van dit decennium?
Voorzitter. Tot slot zou ik graag nog twee onderwerpen willen
aanstippen. Het eerste onderwerp betreft de jeugdzorg in het algemeen en
de gedwongen uithuisplaatsing in het bijzonder. We blijven vooral wat de
uithuisplaatsingen betreft heel veel zorgwekkende berichten ontvangen.
Daarbij horen we onder andere keer op keer dat jeugdzorg en
jeugdbescherming niet geïnteresseerd zijn in waarheidsvinding en het
ondersteunen van het gezin, maar toeredeneren naar een uithuisplaatsing.
De kinderrechter corrigeert dit vervolgens niet, omdat de kinderrechter
niet aan waarheidsvinding doet maar blind lijkt te vertrouwen op het
oordeel van de jeugdzorg. Kortom, het hele systeem faalt. Daarnaast
spelen volgens de ouders en experts die we hebben gesproken, perverse
prikkels bij uithuisplaatsingen en het niet terugplaatsen van kinderen
een rol. De jeugdzorg krijgt bijvoorbeeld betaald bij een
uithuisplaatsing, maar krijgt geen geld — sterker nog, die verliest
inkomen — zodra een kind weer in het eigen gezin wordt teruggeplaatst.
Een vraag aan de minister: klopt dit? Is de minister bereid om op zoek
te gaan naar een financieringsmodel waarbij deze perverse prikkels geen
rol spelen? Dat kan bijvoorbeeld door jeugdzorginstellingen een bonus te
geven als een kind weer terug kan worden geplaatst in het ouderlijk
gezin, waar het thuishoort.
Komt het voor dat pleegouders financieel afhankelijk worden van de
vergoeding die ze krijgen voor hun pleegkinderen, of misschien ook wel
emotioneel? Want we horen ook dat pleegouders die, hoe tragisch en
begrijpelijk ook, zelf niet in staat zijn om kinderen te krijgen, de
kinderen die ze onder hun hoede hebben zelf niet meer willen afstaan.
Hoe kijkt de minister aan tegen de hechtingstheorie die de jeugdzorg
hanteert waarbij, na een bepaalde periode in het pleeggezin, een
terugplaatsing in het biologische gezin als onwenselijk wordt gezien,
omdat het kind dan te veel gehecht zou zijn aan het pleeggezin? Is dit
uitgangspunt dat de jeugdzorg hanteert wel acceptabel? Het beleid zou
namelijk moeten zijn dat het kind zo snel mogelijk wordt teruggeplaatst
in het oorspronkelijke gezin. Hoe kan het zo zijn, zoals onderzoek van
professor Bruning heeft aangetoond, dat slechts 19% van mening is dat de
jeugdzorg zijn best doet om kinderen weer terug te plaatsen in het
oorspronkelijk gezin? Is de minister bereid, gezien al deze zorgwekkende
signalen, om onderzoek te laten uitvoeren naar de ervaringen met de
jeugdzorg van ouders van wie kinderen uit huis zijn geplaatst en onder
kinderen die ooit, al dan niet gedwongen, uit huis zijn geplaatst? En
hoe staat het met de uitwerking van onze aangenomen motie om het
wettelijk kader waaronder gedwongen uithuisplaatsingen kunnen
plaatsvinden, aan te scherpen? Hoe staat het daarmee? Zou het, gezien
alle misstanden die al aan het licht zijn gekomen en waar we hier ook
vaak over hebben gedebatteerd — denk aan het lot van het Vlaardingse
pleegmeisje en het feit dat een gedwongen uithuisplaatsing het kind en
het gezin sowieso veel schade berokkent; daar twijfelt niemand aan —
wellicht verstandig kunnen zijn om in dit aangescherpte wettelijk kader
als eis op te nemen dat de vader en/of moeder strafrechtelijk
veroordeeld moet zijn voor kindermishandeling voordat tot gedwongen
uithuisplaatsing kan worden overgegaan? Is de minister bereid deze optie
op z'n minst te onderzoeken en daarover aan de Kamer te rapporteren?
Weet de minister wellicht bij hoeveel procent van de gedwongen
uithuisplaatsingen op dit moment de moeder en/of vader strafrechtelijk
veroordeeld is of op z'n minst — dat zou je toch verwachten —
strafrechtelijk vervolgd wordt voor kindermishandeling? Indien dit niet
het geval is, zou de minister dit dan willen uitzoeken en daarover aan
de Kamer willen rapporteren?
Voorzitter. Tot slot een paar vragen over een opmerkelijke onthulling
afgelopen december in een podcast van De Nieuwe Wereld. Daarin liet Ruud
Koornstra weten dat zowel Diederik Gommers als coronagezant Feike
Sijbesma — de heer Koornstra noemt beide heren dus bij naam — naar
aanleiding van een mogelijk medicijn voor corona, waar de heer Koornstra
toen onder anderen met premier Rutte over heeft gesproken, tegen hem
gezegd zouden hebben dat een dergelijk medicijn niet wenselijk zou zijn,
omdat dit de vaccinatiestrategie en het verdienmodel van de
farmaceutische industrie zou ondermijnen. Dit is natuurlijk een hele
schokkende onthulling en, indien waar, bijzonder zorgelijk. Een
zorgminister die geeft om de volksgezondheid, zou na zo'n onthulling
natuurlijk op z'n minst navraag moeten doen bij de heren Koornstra,
Gommers en Sijbesma. Het lijkt me dat dat voor zich spreekt. De vorige
minister, hiernaar door ons gevraagd, liet echter weten dit niet zinvol
te vinden. Ook weigerde hij in strijd met artikel 68 van de Grondwet de
brief van de heer Koornstra aan VWS hierover alsmede het antwoord van
VWS op deze brief naar de Kamer te sturen. Mijn laatste vraag aan deze
minister: is zij hiertoe wel bereid?
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aanbeland bij de laatste maidenspeech van deze
avond. Ik moet eigenlijk zeggen: de eerste maidenspeech van deze
ochtend, van deze dag, van woensdag 4 maart. Die is van mevrouw Wiersma,
die haar maidenspeech brengt namens de fractie van de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik vraag me af of het de laatste of de vroegste maidenspeech is die hier
heeft plaatsgevonden, maar dank, voorzitter. Ik begin natuurlijk met het
feliciteren van deze twee nieuwe bewindspersonen op dit mooie dossier.
Ik heb met beiden samengewerkt op andere portefeuilles. Ik wens hun heel
veel succes bij de uitdagingen die hun hier op dit domein te wachten
staan.
Ik heb zelf getwijfeld over een maidenspeech, maar het hoort er toch een
beetje bij. Als lid van een partij die voor behoud van tradities
strijdt, moet ik er toch maar niet aan voorbijgaan.
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik opgroeide in een situatie
met veel uitdagingen. Er waren psychische problemen in de thuissituatie,
er waren schulden en er was geen ondersteunend en versterkend netwerk.
In de tijd dat ik zelf in het sociaal domein ging werken, noemden ze dat
"een kansarme situatie". Tegenwoordig spreken we liever van
"kansenongelijk" oftewel een ongunstige maatschappelijke startpositie
voor een kind. Dat zijn zachtere woorden, waar minder oordeel in ligt,
maar in principe blijft het hetzelfde. Ook in Nederland is de kans om je
te ontwikkelen als kind verre van gelijk. Dat is wat me drijft, want ik
weet hoe moeilijk het is om daaruit te komen. Toch gun ik alle kinderen
die kans.
Ik geloof persoonlijk, als mens, heel erg in eigen verantwoordelijkheid
nemen, maar als er niemand is die je de weg wijst en helpt navigeren, is
het moeilijk om op de juiste of de beste bestemming aan te komen. En
niet iedereen heeft een reëel referentiekader. Als er één ding is dat ik
uit mijn persoonlijke ervaring geleerd heb, is dat dat je, om jezelf,
met welke achterstand dan ook, te ontwikkelen, die anderen nodig hebt:
mensen die iets in je zien, die je stimuleren, die je zelfvertrouwen
geven en die omdenken. Laag beginnen op de sociaal-maatschappelijke
ladder gaat vaak gepaard met een soortgelijk zelfbeeld. Ik ben de
sleutelfiguren die ik in mijn leven ben tegengekomen tot op de dag van
vandaag dankbaar. Toen ik bijvoorbeeld een stage had bij de Wmo en daar
een mentor kreeg, droegen wij toevallig dezelfde achternaam: Wiersma en
Wiersma. Tijdens gezamenlijke werkbezoeken leidde dit soms tot
verwarring. Dan deden we ons als grap weleens voor als familie wanneer
cliënten zich dat hardop afvroegen. Waar dat als grap werd afgedaan,
deed deze stagebegeleider destijds op vele vlakken wel degelijk een
extra stap in het mij helpen mezelf te ontwikkelen in mijn rol als
ambtenaar, meer dan redelijkerwijs vanuit professioneel oogpunt aan
betrokkenheid van haar gevraagd kon worden. Ze wees mij werkmatig de
weg, maar ze overtuigde mij ook van mijn eigen potentie. Die omgang met
en voor elkaar is niet vanzelfsprekend. Dat is op de werkvloer niet het
geval, maar ook niet in onze samenleving.
Dat brengt mij op een van de kernwaarden. Ik heb 'm vandaag eerder
gehoord, ik vind het ook bij BBB en ik sta er volledig achter:
noaberschap. Als Friezin denk ik dat we iets soortgelijks hebben in mijn
provincie, want daar noemen we het mienskip. Het betekent omzien naar
elkaar, zorg voor elkaar en dat je daar soms ook even een extra stapje
voor doet, onzelfzuchtig en zonder direct eigenbelang. In een
maatschappij die steeds individualistischer wordt en verhardt, waarin
anderen afbreken vaak gemakkelijker gaat en is dan elkaar opbouwen,
waarin fouten vaak tot publieke afstraffing leiden in plaats van dat ze
een waardevol leerpunt kunnen zijn en we elkaar ruimte geven, zijn dit
kernwaarden waarvan ik hoop dat we die na zullen blijven streven. Daarin
wil ik benadrukken, ook vanuit mijn eigen ervaring als minister, dat we
hier daarin het goede voorbeeld moeten geven. Hoe wij elkaar
publiekelijk bejegenen sijpelt door in de omgangsvormen elders: fysiek,
maar vooral online. Dat is de wereld waarin onze kinderen opgroeien.
Omdenken voor elkaar levert ons op de lange termijn veel op. Ik heb het
vandaag eerder gehoord, maar er bestaat aantoonbaar minder eenzaamheid
onder ouderen in gemeenschappen waarin nog een grote sociale cohesie is.
Het leidt tot snellere signalering van zorgvragen, meer beweging en
participatie en een betere mentale gezondheid, en dus minder depressie.
Van zorg naar positieve gezondheid ligt dus ook in het principe van
omdenken en in het uitdragen daarvan in alle delen van de samenleving.
Dat moeten we ook als overheid nastreven: zorg die dichtbij,
toegankelijk en bereikbaar is.
Dan wil ik graag nog ingaan op het amendement dat voorligt. Dat dien ik
samen met de VVD in en gaat over de financiering voor het plaatsen van
een traumahelikopter op Teuge. In Oost-Nederland is op dit moment een
duidelijke witte vlek in de dekking voor deze traumazorg, terwijl
tijdige inzet van een mobiel medisch team letterlijk het verschil kan
betekenen tussen leven en dood. Ook in die regio moet de overheid daarin
haar verantwoordelijkheid nemen. Structurele inzet op Teuge is
noodzakelijk om de acute zorg in deze regio op niveau te houden. De
financiering komt pas later op gang, in 2027, terwijl besluitvorming
over de luchthaven pas later dat jaar kan plaatsvinden. Daarmee is
feitelijke inzet pas veel later mogelijk. Dat is te laat. Daar was
zojuist een interruptiedebatje over. Ik heb nu de eerste vraag aan de
minister. Ziet zij mogelijkheden om samen met IenW via een
overbruggingsmaatregel, zoals een ministeriële regeling of een AMvB,
ervoor te zorgen dat de traumahelikopter op Teuge toch eerder
operationeel kan zijn?
Voorzitter. In deze begroting speelt ook het Aanvullend Zorg- en
Welzijnsakkoord een rol. Op de uitvoering daarvan zijn in de
voorliggende begroting forse schuiven toegepast. Het AZWA is juist
bedoeld als kader om zorg en welzijn toekomstbestendig te gaan
organiseren. Het mag niet uitgekleed worden om de afspraken die gemaakt
zijn na te komen.
Dan kom ik op het bredere beeld, voorzitter. Wat het kabinet voorstelt,
doet het tegenovergestelde van wat wij willen. Het is een stapeling van
bezuinigingen op ziekenhuizen, langdurige zorg en het eigen risico. Dat
is geen hervorming, want het leidt tot verschraling. Het raakt precies
de mensen die het al zwaar hebben en die al zorgmijdend zijn. Er zijn nu
al ouderen die wegkwijnen achter gesloten deuren en die soms lang moeten
wachten tot ze verschoond of gewassen kunnen worden, terwijl dit basale
en fundamentele behoeften en voorzieningen zijn. Ook begeleiders in de
gehandicaptenzorg vroegen daar vandaag aandacht voor. Ook zij maken zich
grote zorgen over de voorgenomen bezuinigingen. Gemeenten die nu juist
de ruimte en het vertrouwen nodig hebben, worden opnieuw geconfronteerd
met tekorten in de Wmo en de langdurige zorg. U vindt mij aan uw zijde
als het gaat over de ontwikkeling van zorg naar gezondheid. Maar lukraak
kosten wegbezuinigen zorgt niet voor een betere gezondheid. De kosten
gaan voor de baten uit: eerst zaaien, dan oogsten.
Er moeten juist geen extra drempels opgeworpen worden voor de toegang
tot zorg, omdat dat leidt tot uitgestelde zorg. Dat kost vaak juist nog
veel meer. Ongericht bezuinigen leidt uiteindelijk ook tot een hogere
werkdruk en mogelijk tot nog meer uitval in zorgpersoneel. Het werd al
benoemd vandaag. Onze visie is: zorg dichtbij, kleinschalige
woonzorglocaties, verzorgingshuizen nieuwe stijl, een sterke eerste lijn
en goede steun voor mantelzorgers. Het kabinet kiest voor ombuigingen in
de Wlz en het schrappen van middelen die juist voor die
verzorgingstehuizen nieuwe stijl waren gereserveerd. Dat waren nou net
de broodnodige eerste stappen op de goede weg. Die worden nu weer
tenietgedaan. Dit lijkt op het eerste gezicht ook een besparing, maar er
zitten veel extra verborgen kosten aan noodgedwongen langer thuis wonen.
Dat vereist een integrale aanpak. Heeft de minister inzicht in hoe dit
specifiek uitpakt, bijvoorbeeld in krimpgebieden? Daar maakt één
verpleeghuis of wijkteam het verschil tussen er kunnen blijven wonen of
noodgedwongen verhuizen. Als dat inzicht er niet is, is zij dan bereid
om dat inzichtelijk te maken?
Dan de ziekenhuiszorg. BBB is altijd helder geweest: basiszorg moet in
de regio blijven. Streekziekenhuizen zijn onmisbaar, maar onder het mom
van passende zorg wordt er gekort op medisch-specialistische zorg, lopen
de marges terug en nemen bureaucratie en werkdruk toe. Hoe voorkomt de
minister verdere verschraling in regio's waar mensen nu al verder moeten
reizen voor spoedeisende hulp of geboortezorg?
Voorzitter. Daar komt de verhoging van het eigen risico nog bij. Dan is
er de maximering per behandeling. Het wordt niet €50, zoals het vorige
kabinet had voorgenomen, maar €150. Daarbij heb ik de concrete vraag aan
de minister of de maximering per behandeling over het hele zorgtraject
gaat. Of kan het gebeuren dat de bijdrage per onderdeel van het traject
in rekening gebracht wordt? Ook daar hoorde ik een interruptiedebatje
over, met het Kamerlid van D66, over wat de intentie is. Kan de minister
dat bevestigen?
Ik moet afronden, zie ik. Dan wil ik tot slot nog iets vragen over de
backpayregeling. Het lid Van Meetelen had daar een vraag over. Vorig
jaar bij de voorjaarsbesluitvorming heeft de BBB 50 miljoen geregeld. Ik
vraag de minister hoe het daarmee staat. Ik ben benieuwd.
Dank.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. Het is een genoegen om u als eerste te
mogen feliciteren met uw mooie persoonlijke maidenspeech. Ik verzoek u
daarna voor het rostrum de felicitaties in ontvangst te nemen. De
vergadering is kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer El Abassi. Met het
oog op de interrupties wijs ik op de klok. Ik wil u dus toch wel
verzoeken om enige terughoudendheid te betrachten, sommige fracties wat
meer dan andere. De heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Goed dat er meer aandacht is voor kwetsbaarheid en
mentale gezondheid bij mannen in de sport. Aan dit thema heeft rapper
Typhoon op indringende wijze een nummer gewijd. Kwetsbaarheid bij mannen
zien we regelmatig terug, onder andere op de velden. Een vol stadion dat
juicht wanneer je scoort en datzelfde stadion dat apengeluiden maakt
wanneer je mist, is de realiteit voor zwarte voetballers: Ruud Gullit,
Edgar Davids, Clarence Seedorf. En dan heb je het over de wereldtop,
over Oranje, over nationale trots, maar ook over racistische
spreekkoren, over vernedering, en over twijfel aan hun menselijkheid en
kwetsbaarheid.
Georginio Wijnaldum stond naast zijn teamgenoot en zei: we moeten dit
samen aanpakken. Waarom moeten spelers steeds hetzelfde gevecht voeren?
Sifan Hassan werd Olympisch kampioen. Ze wint goud voor Nederland, maar
onder haar prestaties verschijnen reacties als: waar komt ze echt
vandaan? En nog veel ergere reacties, die ik hier niet ga benoemen.
Alsof haar medaille minder waard is en haar Nederlanderschap
voorwaardelijk is.
Voorzitter. Racisme in de sport is geen incident. Het is een systeem dat
wegkijkt, dat relativeert, dat bagatelliseert. We zagen recent spelers
die met de hand voor de mond praatten op het veld, die woorden zeiden
die niet gehoord mogen worden. Clarence Seedorf zei het jaren geleden
al: pak dat aan. Maak het transparant. Geef er desnoods een kaart
voor.
Voorzitter. Kinderen kijken naar deze sporters. Wat leren zij? Dat je
pas wordt geaccepteerd zolang je presteert, dat je Nederland mag
vertegenwoordigen maar nooit helemaal Nederland bent. DENK gelooft in de
kracht van deze mensen. DENK gelooft in de kracht van diversiteit.
Erkent de minister dat racisme in de sport geen reeks incidenten is,
maar een structureel probleem? Is de minister bereid structureel geld
vrij te maken voor verplichte antiracismetrainingen bij sportbonden en
betaaldvoetbalorganisaties? Is de minister bereid om samen met de KNVB
te onderzoeken hoe de transparantie op het veld kan worden vergroot,
bijvoorbeeld rond het fenomeen "hand voor de mond", zodat racistische
uitingen niet buiten beeld blijven?
Voorzitter. Je zou het niet zeggen, maar 25 jaar geleden en ongeveer 25
kilo lichter mocht ik voetballen bij prachtige clubs als PSV, FC
Utrecht, RKC Waalwijk en een aantal andere clubs. Ook ik had een droom,
om in een vol stadion, met juichende supporters, te voetballen. Ik dacht
aan stadions als de Amsterdam Arena — niet dat ik fan ben van Ajax —
maar het is een andere arena geworden, namelijk de arena hier, niet met
juichende fans, maar met Kamerleden die elkaar bespringen. Althans, dat
heb ik in mijn eerste periode hier meegemaakt.
Voorzitter. Als voetballer wilde ik gezond leven, want je gezondheid is
je alles. Zonder je gezondheid heb je niets. Juist daarom moet
gezondheidsbeleid draaien om mensen, toegankelijkheid, betaalbaarheid,
rechtvaardigheid en inclusiviteit. Vandaag bespreken we een oude
begroting, met nieuwe ministers, die hun plannen gepresenteerd hebben in
hun coalitieakkoord, waarvan de rekening helaas is neergelegd bij de
gewone Nederlanders.
Dat begint natuurlijk bij het eigen risico. Het nieuwe kabinet-Jetten,
met CDA en VVD, kiest ervoor het eigen risico vanaf 2027 met €60 te
verhogen. Daarnaast laat het de premie structureel stijgen, met
stijgingen van €12 tot €15 per maand. Dit betekent dat de premies
stijgen richting €190 per maand. En daar blijft het niet bij. Uit de
CPB-doorberekening blijkt dat het eigen risico zal doorstijgen naar €520
in 2030, dus van €385 nu naar €520 in 2030. En zo ver is 2030 niet meer.
Het is werkelijk te bizar voor woorden. Je zou denken dat de premies
omlaaggaan als het eigen risico omhooggaat, maar dat is niet waar dit
kabinet voor kiest. Dit kabinet wil dat onze Nederlanders een hoger
eigen risico betalen waarbij hun premie stijgt. Nederlanders worden dus
niet gecompenseerd, maar genaaid. Sorry, voorzitter, dat ik dit woord
gebruik. Ze worden zelfs dubbel genaaid. Sorry daarvoor, meneer de
voorzitter.
We weten wat een hoger eigen risico betekent: meer zorgmijding. Mensen
gaan niet meer naar de huisarts, wachten met onderzoek en stellen hun
medicatie uit. Voor Nederlanders met een laag inkomen is de kans op
zorgmijding natuurlijk veel hoger. Erkent de minister dat met name
mensen met lage inkomens en mensen met chronische aandoeningen hierdoor
relatief het hardst worden geraakt? Heeft de minister laten doorrekenen
wat het effect van deze verhoging is op zorgmijding en latere, duurdere
zorg? En, zo ja, kan zij die cijfers met de Kamer delen?
Voorzitter. Dan de mantelzorgers. Daar heb ik het vaker over gehad in
dit huis. Het is het mooiste, maar ook het zwaarste soort werk dat je
kunt doen. Ik heb het zelf een tijd geleden mogen ervaren met mijn
vader. Mantelzorgers zijn de stille kracht in onze samenleving. We
hebben er zo'n vijf miljoen in Nederland: ouders die dag en nacht mensen
verzorgen, partners die hun baan opgeven, kinderen die opgroeien met een
verantwoordelijkheid die geen kind zou moeten dragen. Uit onderzoek
blijkt: 46% raakt steeds vermoeider, 10% staat op omvallen en 40% loopt
jaarlijks duizenden euro's mis.
Bijna de helft van deze mantelzorgers heeft ook een betaalde baan. Juist
die combinatie wordt steeds moeilijker vol te houden. De SER waarschuwt
dat mantelzorg zich niet laat plannen en dat de druk fysiek en mentaal
alleen maar toeneemt. Als we niets doen, dan vallen mensen uit op het
werk, maar ook in de zorg. De SER doet ook een aantal goede, concrete
voorstellen. Is de minister bereid het advies van de SER over te nemen
en wettelijk te regelen dat mantelzorgers recht krijgen op acht weken
betaald mantelzorgverlof? Gaat het kabinet fiscale maatregelen treffen
om werk en mantelzorg beter te combineren, waaronder het heroverwegen
van de kostendelersnorm? Hoe zorgt de minister ervoor dat gemeenten
overal onafhankelijke mantelzorgondersteuning aanbieden en dat
respijtzorg daadwerkelijk beschikbaar en toegankelijk is? Hoe voorkomt
de minister dat juist door de bezuinigingen in de zorg de druk verder
verschuift naar mantelzorgers die daardoor uitvallen op de
arbeidsmarkt?
Voorzitter. Dan het laatste stukje wat mij betreft: cultuursensitieve
zorg. Een familie in Zaandam moest drie jaar strijden om een
dementiediagnose voor hun moeder te krijgen — drie jaar! — omdat er
onvoldoende oog was voor taalbarrières, voor cultuurverschillen, voor
schaamte en voor misverstanden. De moeder sprak slecht Nederlands, dus
er moest telkens een tolk mee. Een arts vroeg niet door en een second
opinion was nodig om uiteindelijk erkenning te krijgen.
Dit staat niet op zichzelf. Een 95-jarige Marokkaanse vrouw — 95 jaar! —
met diabetes en dementie, volledig zorgafhankelijk, wachtte acht maanden
op een beoordeling van haar Zvw-dossier door de zorgverzekeraar. Acht
maanden! Een thuiswonende Iraakse man met dementie zonder Nederlands
taalbegrip werd als uitbehandeld bestempeld en leefde op bijvoeding,
terwijl hij feitelijk verstoken was van cultuursensitieve zorg. Pas toen
die aansluiting wel werd gevonden, verbeterde zijn situatie.
Voorzitter. Het zijn allemaal schrijnende verhalen, van maandenlange
doorlooptijden, mantelzorgers die verdrinken in formulieren,
kleinschalige aanbieders die financieel risico lopen en geen structurele
borging van cultuursensitieve zorg in opleiding en beleid. Is de
minister bereid landelijk inzicht te geven in de doorlooptijden van
Zvw-, Wlz- en pgb-aanvragen bij kwetsbare ouderen en daarbij te kijken
naar ouderen met een migratieachtergrond? Erkent de minister dat gebrek
aan cultuursensitieve expertise kan leiden tot verkeerde diagnoses of
onterechte kwalificaties als "uitbehandeld"? Ten slotte: is de minister
bereid een rondetafelgesprek te organiseren met patiëntenorganisaties,
mantelzorgers en kleinschalige zorgaanbieders die deze knelpunten
dagelijks ervaren, zodat hun signalen direct worden betrokken bij de
beleidsvorming?
Voorzitter, dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u, meneer El Abassi. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk
voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. Gaat uw
gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ook vanaf deze plaats nog felicitaties aan de
collega's Wiersma, Vliegenthart en Poortman. Misschien vraagt u zich wel
af of het bij VWS-debatten altijd zo laat wordt. Ja, dat is wel
gebruikelijk! Bedenk dan vooral: de tijd vliegt als je plezier hebt.
Goed.
Voorzitter. "No man is an island", aldus de beroemde Engelse dichter
John Donne in de zeventiende eeuw. Mensen zijn geen eilandjes. Mensen
zijn relationeel geschapen, om verbonden te zijn met anderen, met de
Ander, onze Schepper. We bloeien op als we ons gezien en geliefd weten,
en we verpieteren als contacten met andere mensen ontbreken of als we
die verwaarlozen.
Voorzitter. Het coalitieakkoord maakt stevige keuzes om de zorgkosten te
beteugelen, en de SGP begrijpt dat in zichzelf. Als we niet ingrijpen,
dreigt een zorginfarct. De coalitie doet daarbij een extra beroep op de
eigen verantwoordelijkheid van mensen, op meer omzien naar elkaar.
Hoewel de SGP dat uitgangspunt deelt, maken we ons hierover toch ook
zorgen. Als je de samenleving namelijk meer verantwoordelijkheid geeft,
zul je ook het sociale fundament moeten versterken. Dat gebeurt mijns
inziens in het coalitieakkoord te weinig. De coalitie haalt de
huishoudelijke hulp uit de Wmo, voert een eigen bijdrage in voor de
wijkverpleging, bezuinigt zeer fors op de langdurige zorg, schrapt de
envelop ouderenzorg en schrapt de aftrek specifieke zorgkosten. Eerdere
bezuinigingen op het preventiebeleid blijven staan. Ja, er komt extra
geld voor buurtvoorzieningen en mantelzorgondersteuning, maar dat is
slechts tijdelijk en qua omvang zeer beperkt. Er komt een zogenaamd
gemeenschapsfonds, maar ook dit is tijdelijk, en nog niet uitgewerkt. Er
komt een tegemoetkoming voor chronisch zieken en mensen met een
handicap, maar is dat niet meer een doekje voor het bloeden? Daarom heb
ik de volgende vraag aan de minister van VWS. Denkt zij dat de
samenleving dit bezuinigingspakket aankan? Hoe voorkomt zij verschraling
van zorg en ondersteuning? Laat ik het concreet maken. Vorige week kwam
het SER-advies over mantelzorg en werk. Er ligt een grote opgave voor
het kabinet om met name overbelaste mantelzorgers te ondersteunen. Is de
coalitie bereid om langjarig en substantieel te investeren in
respijtzorg?
Voorzitter. Het kabinet wil werken aan zorgzame buurten en
gemeenschappen. Dit zou worden bekostigd uit de envelop ouderenzorg,
maar die wordt nu helemaal geschrapt. Hoe gaat het kabinet dit oplossen?
En hoe wordt de ontwikkeling van nieuwe, geclusterde woonvormen en
voorzieningen na 2026 alsnog gefinancierd? Tussen haakjes: mijn collega
Flach heeft bij de VRO-begroting een amendement ingediend om de
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting met 10
miljoen euro te verhogen. Ik heb goede hoop dat dit amendement een
meerderheid mag halen.
Dan mentale gezondheid. Er wordt wel gesproken over "onze hypernerveuze
samenleving", en de ggz kan dit niet alleen oplossen. In het
coalitieakkoord ontbreken echter middelen voor het versterken van de
mentale weerbaarheid. Is het kabinet bereid om daar alsnog werk van te
maken? Ik zie ook uit naar de appreciatie van het amendement dat ik met
collega's heb ingediend voor extra middelen voor suïcidepreventie.
Voorzitter. Een goede start voor moeders en kinderen is cruciaal voor
een gezonde ontwikkeling. Vorig jaar nam de Kamer de motie-Stoffer/Dijk
aan, om de effecten in kaart te brengen van het afschaffen van de eigen
bijdrage in de kraamzorg. Vanmorgen kwam de kabinetsreactie binnen. Dank
daarvoor. Het afschaffen van de eigen bijdrage heeft brede steun bij
professionals en gemeenten. De SGP en de SP dienden daarom een
amendement in om de eigen bijdrage voor kraamhulp en poliklinisch
bevallen per 1 juli af te schaffen. Graag een appreciatie.
Voorzitter. Vorige week besloot de Europese Commissie dat het Europees
Sociaal Fonds gebruikt kan worden voor de financiering van abortussen,
terwijl dat fonds daar helemaal niet voor bedoeld is. Sterker nog, op
grond van Europese verdragen zou de EU ongeboren kinderen juist moeten
beschermen. Wat vindt de minister ervan dat de Commissie voor deze
dubieuze constructie kiest? En is zij bereid om zich hier namens
Nederland tegen te verzetten? Ik mag toch hopen dat Nederland in ieder
geval niet van dit fonds gebruik gaat maken.
Voorzitter. De coalitie wil het doorgeslagen indicatiecircus gaan
stoppen. Hier is de SGP blij mee. Toegang tot zorg moet menswaardiger en
eenvoudiger. Samen met collega's Bikker en Ten Hove heb ik een
amendement opgesteld dat hier heel mooi bij aansluit. Wij willen geld
vrijmaken voor actieonderzoek naar de toegang tot zorg voor mensen met
een levenslange en brede ondersteuningsvraag. Op 1 januari is in de
gemeente Eindhoven al zo'n actieonderzoek gestart. Ik noem het
initiatief Mens met Naam. Met ons amendement kunnen nog vijf van zulke
trajecten starten. Ik hoor graag de appreciatie van de minister.
Voorzitter. Het is belangrijk — dat punt werd ook heel mooi gemaakt door
de heer Bevers — dat we de geschiedenis van de Jodenvervolging levend
houden voor volgende generaties. De herinneringscentra spelen daarin een
grote rol. Het vorige kabinet trok 15 miljoen euro uit voor de
vernieuwing van Westerbork. Voor de voortgang van dit project is het
nodig dat er snel duidelijkheid komt over de financiering na 2027. Ik
vraag de minister om hiervoor bij de Voorjaarsnota een voorstel te doen.
Op dit punt heb ik een motie voorbereid.
Voorzitter. De coalitie wil de vergoeding voor ongecontracteerde zorg
volledig afschaffen. De SGP is bezorgd over wat dit betekent voor
complexe zorg, maar ook over wat dit betekent voor identiteitsgebonden
zorgaanbieders. Kan de minister aangeven of zo'n verbod juridisch wel
kan, ook in het licht van het Europees recht? Is zij bereid om, voordat
zij dat wetsvoorstel indient, eerst de consequenties daarvan in kaart te
brengen, evenals alternatieven?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan lid Kostić, voor haar
inbreng namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Iedereen nog een beetje wakker? Super. Yes! Bij dit debat denk ik altijd
aan Gitta. Zij vertelde me hoe op een paar meter afstand van haar huis
maandenlang landbouwgif wordt gespoten. Gitta moet steeds opletten of ze
haar kinderen buiten kan laten spelen en of de ramen open kunnen worden
gezet. Haar vrijheid in eigen huis wordt haar afgepakt. Als ze bij de
overheid aanklopt, hoort ze telkens "we hechten ook zwaar aan agrarische
belangen". Maar wie beschermt haar belangen? "Wat als mijn kinderen over
een paar jaar kanker krijgen", vraagt ze mij. Het gevoel van onrecht en
onmacht overheerst. Dat voel ik.
Voorzitter. Dat is het gevoel van veel mensen in Nederland als zij zien
welke keuzes de overheid steeds maakt. Gewone burgers, omwonenden van
vervuilende industrie en veehouderijen worden in de steek gelaten. De
overheid beschermt hun gezondheid onvoldoende, maar dwingt burgers
steeds om naar de rechter te stappen. De industrie kost de burgers
minstens 7 miljard aan gezondheidsschade, de veehouderij 9 miljard, per
jaar! Met dit bedrag kun je alle bezuinigingen op de zorg terugdraaien.
Maar telkens weer worden grote vervuilers ontzien en gewone burgers
moeten de rekening betalen. Ik hoopte echt dat dit kabinet het beter zou
doen.
We zijn natuurlijk blij dat het kabinet zegt in te zetten op preventie,
maar preventie vraagt om meer dan een leefstijlcampagne en mooie
woorden. Je moet laten zien dat je het principe "voorkomen is beter dan
genezen" serieus toepast overal waar gezondheidswinst valt te halen.
Maar we zien dat het verhaal van preventie niet rijmt met het feit dat
het kabinet de heffing op CO2-vervuiling afschaft en een
nieuwe luchthaven opent. Het rijmt niet met het feit dat, terwijl mensen
ziek worden van te veel stikstof, dit kabinet de rechterlijke uitspraak
over het halveren van stikstof in 2025 niet uitvoert. Het minimale wat
je in een rechtsstaat moet doen voor de gezondheid, wordt dus niet
gedaan.
Het verhaal van preventie rijmt ook niet met het feit dat het
coalitieakkoord klakkeloos alle Europese Omnibuswetsvoorstellen omarmt
die de bescherming van de gezondheid gaan afzwakken. Een van die
voorstellen leidt ertoe dat de regels rondom landbouwgif worden
versoepeld, terwijl rechters al hebben geoordeeld dat de overheid de
omwonenden nu al te weinig beschermt. En dit gaat dus leiden tot meer
zorgkosten, zeg ik tegen de coalitie. Hoe legt de minister dit uit aan
omwonenden zoals Gitta?
Voorzitter. Virologen waarschuwen al jaren dat door de klimaatcrisis en
onze enorme veedichtheid de kans op uitbraken van infectieziekten en
pandemieën toeneemt. Ze noemen Nederland "een tikkende tijdbom". Toch
wordt er bezuinigd op pandemische paraatheid. Dat is alsof je de dijken
verlaagt terwijl de zeespiegel stijgt. Waarom is de bezuiniging ondanks
alle negatieve adviezen van experts doorgezet, vraag ik de minister.
Blijkbaar heeft het kabinet niet geleerd van eerdere uitbraken, terwijl
tienduizenden mensen met PAIS-ziekten zoals longcovid en Q-koorts nog
dagelijks lijden aan de gevolgen en niet kunnen werken. Spreekt de
minister deze mensen? Snapt ze dat er nog steeds nieuwe slachtoffers bij
komen? Snapt ze dat het allemaal vermijdbare kosten zijn als je
investeert in preventie? Is de minister bereid met een samenhangend plan
te komen voor de preventie van infectieziekten en postinfectieuze
aandoeningen?
Voorzitter. Juist de minister van Volksgezondheid, die preventie serieus
neemt, zou het voortouw moeten nemen om burgers te beschermen tegen
ziekmakende stoffen van industrie, luchtvaart, veehouderijen en
landbouwgif, en zou het niet over moeten laten aan andere
bewindspersonen. De Kamer en de Algemene Rekenkamer hebben daar al
uitspraken over gedaan. Wil de minister die rol en verantwoordelijkheid
pakken, vraag ik haar.
Voorzitter. We vragen de minister in het kader van preventie en
volksgezondheid ook om met spoed te komen met een uitwerking van onze
aangenomen motie om woningbouw en volksgezondheid altijd te prioriteren
boven geitenhouderijen. We zien nu dat sommige gemeenten ondanks
negatieve GGD-adviezen toch gezondheid onderaan plaatsen en woningen
vlak bij geitenhouderijen bouwen, terwijl mensen daar ziek van worden.
Nogmaals, hiermee kan je zorgkosten vermijden. Om de woningnood aan te
pakken en de zorgkosten te dempen zullen niet woningen, maar stallen
moeten wijken.
Voorzitter. Tot slot de transgenderzorg. Achter wachttijden van soms
vijf jaar schuilt veel leed. Jongeren die eindelijk durven uit te
spreken wie ze zijn, moeten nog jaren wachten op passende zorg. De
Partij voor de Dieren vraagt de minister of ze bereid is om samen met
Transvisie te verkennen hoe die wachttijden kunnen worden verkort.
Tot slot. Echte preventie begint bij een schone leefomgeving en een
overheid die haar burgers beschermt, bij een overheid die de dijk
ophoogt als er overstroming dreigt, in plaats van een overheid die de
dijken verzwakt. Gezondheid moet geen sluitpost zijn, maar het
vertrekpunt van al het beleid.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, lid Kostić. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar
inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Hoe mooi is het dat de Kamer zich bij een
begroting over de zorg, waar mensen dag en nacht klaarstaan, één keer
een beetje solidair verklaart met al die zorgmedewerkers die ook in de
nacht voor ons klaarstaan!
De voorzitter:
Ja, zo is dat!
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik feliciteer collega Vliegenthart, collega Poortman en
collega Wiersma natuurlijk van harte met hun prachtige maidenspeeches.
Dan op naar de inhoud! Daar heeft u vast wel zin in op dit
tijdstip.
Hoe herinnert de patiënt met postcovid of een andere PAIS-ziekte zich
dit kabinet over vier jaar? Hoe de psychiater die crisisdienst draait in
de ggz, ook op dit moment? Hoe de kraamverzorgster die met hart en ziel
werkt, ook op dit moment, maar die met al dat werk geen enkele hypotheek
kan vinden?
Zorg gaat niet over stelsels of over spreadsheets, maar over mensen.
Mensenlevens zijn geen kostenpost, maar een geschenk. Aan het begin van
dit debat zou ik de minister daarom willen vragen: waar moeten we over
vier jaar staan? Voor wie en voor welke sector is er over vier jaar
verschil gemaakt? Op welke stelselwijziging zijn ze straks trots? Ik
kijk uit naar het antwoord van beide ministers.
Mijn antwoord op deze vraag is helder. De ChristenUnie is een
prolifepartij. Dat gaat voor ons niet alleen over het begin of het einde
van het leven, maar over het hele leven. Daarom staan wij op voor de
kraamzorg, voor de gehandicaptenzorg of voor kinderen in zorghuizen. Als
we niet uitkijken, begint deze coalitie met stevig bezuinigen zonder
horizon van hoe de samenleving er daarna uit moet zien. Maar de kracht
van een samenleving wordt niet groter als iedereen kiest voor zichzelf.
Dat wordt hij wel als we opstaan voor elkaar. De kracht van onze
samenleving wordt niet groter als het alleen maar gaat om jouw
toegevoegde waarde. De kracht van onze samenleving wordt wel groter als
elk leven voluit van waarde is.
Voorzitter. Wat doet dit nieuwe kabinet nu met de kracht van onze
samenleving? Links en rechts zijn er bezuinigingsposten gekozen, zodat
er een mooi sluitend plaatje ligt. Maar als begonnen wordt met kloppende
cijfers en er geen visie achter zit, dan wordt de zorg in een harnas
gedrongen. Afgelopen week werd dat duidelijk in het debat met de
minister-president over de gehandicaptenzorg. Mijn vraag aan de minister
is daarom: wanneer legt u een visie neer op de langdurige zorg en de
bezuinigingen die op stapel staan? De ChristenUnie zal namelijk niet
instemmen met een cocktail van een enorme stijging van het eigen risico,
stapeling van zorgkosten en ook nog eens onbekende gevolgen voor de
meest kwetsbare mensen, zoals in de gehandicaptenzorg.
Voorzitter. Ik begin bij de zorg aan de start van het leven. Goede
kraamzorg geeft gezinnen een sterke start, maar door personeelstekorten
raakt die steeds verder uit zicht. Bovendien is de eigen bijdrage voor
gezinnen met een kleine portemonnee inmiddels een obstakel om voldoende
zorg te krijgen. Als we niet uitkijken, is de kraamzorg straks
afgebroken. Ik heb de afgelopen tijd heel veel kraamverzorgsters
gesproken. Zij maken zich grote zorgen. Herkent de minister dat door de
eigen bijdrage de meest kwetsbare gezinnen niet de zorg krijgen die ze
nodig hebben? Wil de minister in gesprek met gemeenten en
zorgverzekeraars om een oplossing te vinden voor deze gezinnen en kijkt
zij ook naar een steviger arbeidsmarktaanpak?
Voor de ChristenUnie gaat medische ethiek ook om goede zorg aan het
begin van het leven. Dat geldt ook voor het ongeboren leven. Vorige week
sprak de minister-president uit dat hij zich wil inzetten voor vrouwen
in een kwetsbare positie om hen te helpen bij het voorkomen van
herhaalabortussen en voor de inzet van anticonceptie. Hoe gaat de
minister dat uitwerken? Deelt ze met de ChristenUnie dat er dan ook
alternatieven moeten zijn voor een abortus? Is ze bereid met ons te
kijken hoe we daar werk van kunnen maken?
Voorzitter. Ook aan het einde van het leven doet goede zorg ertoe: de
palliatieve zorg en de terminale zorg die wordt gegeven in hospices en
terminale zorg thuis. Daar ligt een opgave voor het kabinet, want de
vraag neemt toe. Hoe gaat het kabinet dat invullen?
Voorzitter. Dan de pandemische paraatheid, want zes jaar geleden brak de
coronapandemie uit. We kwamen erachter dat jaar op jaar bezuinigen op de
publieke gezondheidszorg funest is voor goede zorg. Dat zagen we in te
krappe ic-capaciteit en in de trage start van vaccinaties. Dijken laat
je niet afkalven omdat je een paar jaar geen storm hebt gehad. Daarom is
de bezuiniging op weerbare zorg een onbegrijpelijke keuze. Alles wat is
opgebouwd, wordt weer afgebroken, en dat terwijl de kans op een
grootschalige uitbraak van infectieziekten reëel is. Ik vraag niet om al
in dit jaar alles te fiksen, maar ik heb wel een amendement ingediend
omdat ik voorzie dat we voor de komende jaren een structureel probleem
hebben. Daarom vraag ik een meewerkende houding aan de minister en ook
aan de collega's in de Kamer.
Voorzitter. Ik sluit me aan bij collega Van Brenk, want ik weet
toevallig dat zij mooie dingen gaat zeggen over mantelzorg. Dat bespaart
u wat tijd, maar het is ook om haar in het zonnetje te zetten.
Voorzitter. Ik rond af met een vraag voor de collega's. Op dit
beleidsterrein gaan we heel veel mensen ontmoeten die wij niet beter
kunnen maken. We gaan veel situaties zien waarin het stelsel niet
voldoet. Sterker nog, langzaam maar zeker denk ik soms: de zorg is stuk.
Steeds meer mensen staan op wachtlijsten, vallen tussen wal en schip, en
er is niemand die zich verantwoordelijk weet. Dan kan je als
volksvertegenwoordiger naar het stelsel wijzen of een andere keuze
maken. Ik leerde van de Britse rabbijn Jonathan Sacks dat ieder mens een
verantwoordelijkheid heeft met het oog op de heling van een verscheurde
wereld. God heeft de mens namelijk geschapen om een antwoord te geven,
aan Hem en aan elkaar, om een verantwoorde bijdrage te leveren aan de
hele samenleving. Dan gaat het om concrete keuzes. Die zitten in kleine
dingen: een goed woord op het juiste moment, dat gesproken kan worden in
het leven van een ander; een goede motie, die net een nieuwe wending kan
geven; een goede wet.
Voorzitter. Als wij dat in het oog houden en in het oog houden voor wie
wij willen opstaan, dan geloof ik erin dat er de komende vier jaar iets
heel moois kan gebeuren.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar
inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Hallo allemaal, goedemorgen! We zijn er nog. Omdat ouderen steeds langer
thuis moeten blijven wonen, komen er steeds vaker ouderen verwaarloosd
in het ziekenhuis terecht. Dat gebeurt nu, in ons land. Thuis gaat het
niet meer of thuis is er niet genoeg hulp, niet genoeg zorg of niet
genoeg ondersteuning. Ziekenhuizen melden dat ze elke dag ouderen in het
ziekenhuis zien die bijvoorbeeld naar urine ruiken, vliegjes in het haar
hebben, urenlang in de eigen ontlasting hebben gelegen en daardoor
doorligplekken hebben, of heel lange, vuile nagels hebben. Dat is gewoon
heel erg schrijnend. Ze zien dat elke week. Het is geen uitzondering
meer te noemen als dit elke week gebeurt. Dan gaat er iets mis in het
systeem, maar ook in de samenleving. Dit is zo verdrietig en boosmakend,
vind ik. Dit zou namelijk niet gebeuren als er hier andere keuzes zouden
worden gemaakt. Het zijn de onmenselijke gevolgen van de politieke keuze
om mensen zo lang als mogelijk thuis te laten wonen, terwijl
tegelijkertijd veel zorg en ondersteuning thuis is weggehaald. Dit kan
en mag niet zo door gaan. Het kan ook anders, want datgene wat
veroorzaakt wordt door foute politieke keuzes, kan ook weer opgelost
worden door andere keuzes te maken. Daar gaan we het vanavond, of
eigenlijk vanochtend, over hebben.
Het begint bij het schrappen van de geplande bezuinigingen op de
ouderenzorg, de thuiszorg en de wijkverpleging. Er is de afgelopen jaren
flink bezuinigd op de zorg. Dat gebeurt ook weer in 2026. Elke
zorgverlener zal dit herkennen en zal hier de gevolgen van hebben
ondervonden. Het nieuwe kabinet wil daar nog nieuwe, ongekende
bezuinigingen bovenop stapelen: 10,3 miljard euro extra aan
bezuinigingen op de zorg. Ik vraag u: waarom heeft u wel 19 miljard euro
voor de NAVO-norm, de Trumpnorm gevonden, maar niet voor de
gehandicaptenzorg? Waarom heeft u wel 19 miljard euro gevonden voor de
NAVO, maar niet voor de ouderenzorg, de jeugdzorg, de ggz en de
gehandicaptenzorg? Waarom heeft u wel 19 miljard gevonden voor de NAVO,
maar niet voor chronisch zieken? Waarom wel 19 miljard voor de NAVO en
niet voor onze ziekenhuizen? Hoe haal je het in je hoofd? Hoe is het
kapotbezuinigen van de zorg ook maar ergens een oplossing voor? Graag
een antwoord op al deze vragen.
Er is namelijk geen enkele realiteit waarin deze bezuinigingen doorgaan
en ouderen, maar ook kinderen, de ggz, de gehandicaptenzorg, patiënten
en zorgverleners deze niet keihard zullen gaan voelen, keihard de prijs
zullen gaan betalen en keihard in de problemen gaan komen. Een recent
voorbeeld daarvan zijn de ernstig zieke en meervoudig gehandicapte
kinderen die na het sluiten van locaties van ExpertCare vanaf 31 maart —
dat is over een paar weken — geen plek meer hebben. Wat moeten ouders
van deze kinderen nu doen? Waar kunnen zij terecht? Wat zegt de minister
tegen hen? Dit is hoe het eruitziet als zorg van en voor mensen
wegvalt.
Dit kan ook anders: schrap die bezuinigingen. Wij hebben voorstellen
gedaan en amendementen geschreven om de bezuinigingen op de ouderenzorg
en de jeugdzorg te schrappen, en om geld vrij te maken om zorgverleners
fatsoenlijk te belonen. Het kan ook anders door de eigen bijdrage aan de
wijkverpleging van tafel te halen. Vorige week spraken we hier met
wijkverpleegkundigen. Een aantal van u was daar ook bij. Die gaven een
duidelijke waarschuwing: voer die eigen bijdrage niet in. Ik vraag aan
het kabinet of er met wijkverpleegkundigen over deze plannen is
gesproken. Dan had het namelijk nooit zo kunnen zijn dat deze onzalige
plannen erdoorheen waren gekomen en waren bedacht. Wij zullen een
voorstel doen om die ook van tafel te halen.
Dan de gehandicaptenzorg. Volgende week praten we daar uitgebreider
over, maar ik wil daar nu ook wel wat over zeggen. Daarop worden
bezuinigingen gedaan waarvan dit kabinet weet dat die niet haalbaar
zijn: die zijn gebaseerd op besparingen die niet zijn doorgevoerd. Maar
die bezuinigingen gaan wel door. Dat is gewoon met de kaasschaaf geld
graaien uit de gehandicaptenzorg. Dit gaat oplopen tot een half miljard
euro. Heeft dit kabinet enig idee hoe belangrijk de gehandicaptenzorg is
voor mensen? Heeft dit kabinet enig idee hoe onmenselijk de gevolgen van
deze bezuiniging zullen zijn? Dit moet van tafel. Daarom doen wij samen
met mevrouw Bikker een voorstel hiertoe.
Het kan ook anders. Zorg dat er zorgbuurthuizen komen. Hoe mooi is het
als je oud kunt worden in je eigen, vertrouwde buurt, met een vaste
zorgverlener en vers eten en op een plek waar je samen met je partner
kunt wonen en niet gedwongen wordt gescheiden? Lilian Marijnissen nam
het initiatief om tot een zorgbuurthuis te komen en presenteerde dit
plan al in 2017. Iedereen was toen enthousiast. Het eerste zorgbuurthuis
is er gekomen, in Oss. De SP heeft een boek geschreven over de manier
waarop dit tot stand is gekomen en waar men tegenaan is gelopen. Graag
overhandig ik ook dit boek aan de minister; ik doe dit bij iedere
begroting tegenwoordig. Ik hoop dat ze daar ook wil gaan kijken.
Er is geen gebrek aan enthousiasme bij iedereen die er komt, die er
werkt of die er woont. Iedereen is enthousiast! Iedereen zegt: "Dit
moeten we doen. We moeten ervoor zorgen dat dit op meer plekken
gebeurt." Het probleem is alleen het zorgsysteem. Dat is bedoeld om zorg
mogelijk te maken, maar zit hierbij dus vreselijk in de weg. Want het
laat zien dat het anders kan, maar het gebeurt niet. Er komt nu ook een
zorgbuurthuis in Heerlen aan. Op veel meer plekken moeten ouderen wat
ons betreft de mogelijkheid hebben om te kiezen voor het zorgbuurthuis.
Vorig jaar werd ons amendement aangenomen om drie ton vrij te maken voor
een team om zorgbuurthuizen op te richten, maar waar is dat team? Wij
hebben dat amendement ingediend en het is aangenomen; waar is dat team?
Laten we nu zorgen dat die zorgbuurthuizen er gaan komen. Laten we hier
samen, met elkaar, laten zien dat dit ook anders kan.
Waar dit kabinet de thuiszorg afbreekt en onder het mom van
zelfredzaamheid een "zoek het zelf maar uit"-samenleving creëert, willen
mensen goede zorg voor elkaar. Laat ik daar een voorbeeld van geven.
Voor buurten en dorpen waar ouderen thuis en in hun gemeenschap kunnen
blijven wonen, is thuiszorg, ook huishoudelijke zorg, keihard nodig. Dit
heeft een signalerende functie en voorkomt verwaarlozing, vervuiling en
vereenzaming. De thuiszorg versterkt en ondersteunt mantelzorgers en
werkt preventief. Juist die thuiszorg zorgt ervoor dat mensen
zelfstandig kunnen blijven wonen en dat het ook gewoon lukt. Nu al zien
we te veel ouderen die door gebrek aan voldoende thuiszorg in het
ziekenhuis belanden met zwaardere klachten, zwaardere problemen en
menselijk leed, en het is ook duurder. Deze zorg moet en mag niet
geprivatiseerd worden, zoals dit kabinet nu wil. Dus stop de
marktwerking in de thuiszorg waarbij tientallen thuiszorgbedrijven
achter elkaar door de straat rijden zonder van elkaars bestaan af te
weten, want dit kan ook anders, namelijk door de huishoudelijke zorg
voor iedereen die het nodig heeft gewoon beschikbaar te houden en door
de markt uit de zorg te halen. Gemeenten zijn niet verplicht om aan te
besteden en dit circus op te tuigen, maar ze doen het wel. Laten we
zorgen dat gemeenten hiermee stoppen, want we hebben hier heel veel last
van en het kost ook heel veel geld. Wij zullen hier ook een voorstel
voor doen.
Een ander voorbeeld van de gevolgen van de zorg die tot markt is
gemaakt, is de commerciële tandartsketen Atlas Dental Care; het moet ook
altijd in het Engels, hè. Dental Care bleek stelselmatig niet-geleverde
handelingen te declareren. €90 werd gedeclareerd voor het meegeven van
een tandenborstel: een hele dure tandenborstel die dan ook nog niet eens
was geleverd. Eerst kwamen er ook al misstanden met commerciële
tandartsketens aan het licht in de ouderenzorg en bleken tandartsketens
enorm veel controles uit te voeren in verpleeghuizen, tot wel 31 keer
per jaar. Zonder logische reden werden er nog veel langere consulten
gedeclareerd dan er daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Wat is er nu
gedaan om te voorkomen dat dit gebeurt en dat mensen gedupeerd raken?
Wat is er nu gedaan om te voorkomen dat zorggeld wegvloeit via dit soort
zorgfraude en via dit soort winsten die worden gemaakt door dit soort
commerciële clubs? Want wil je besparen in de zorg, dan doe je dat door
commerciële bedrijven uit de zorg te weren. Wil je besparen in de zorg,
dan zorg je dat sprinkhaankapitalisten geen geld meer kunnen verdienen
met ons zorggeld. Hier zijn al talloze voorstellen voor ingediend. Gaat
deze minister deze nu uitvoeren en private equity ook uit de zorg weren?
Want mensen worden er telkens weer de dupe van en dat moet afgelopen
zijn. Anders zullen wij weer een voorstel doen, want dit moet
anders.
Dan de ggz; daar is het hier gisteren ook al een beetje over gegaan. De
wachtlijsten zijn absurd lang. Meer dan 100.000 keer lopen mensen tegen
een wachtlijst aan en de wachttijd is gestegen in plaats van gedaald.
Ja, hoe dan? In het ibo-rapport mentale gezondheid en ggz is eindelijk
serieus gekeken naar verschillende opties, tot fundamentele
stelselhervormingen waaronder centrale inkoop zonder concurrentie van
ggz voor mensen met ernstige psychische problematiek. Ook MIND roept in
een petitie op om de marktwerking te stoppen in de ggz, net zoals
Stichting Recht Op GGZ. Laten we dit dan nu ook gaan doen, want zoals
het nu gaat werkt het niet. Marktwerking heeft gefaald. Is de minister
bereid om aan de slag te gaan met alternatieven zoals die in het
ibo-rapport worden beschreven en om dit te gaan regelen? In juli 2025
werd onze motie al aangenomen om een einde te maken aan het gebruik van
budgetplafonds in de ggz en in de palliatieve zorg. Het is nog niet te
verkroppen dat jij zorg nodig hebt en er wel een plek is, zorg nodig,
maar je er niet naartoe kan omdat de zorgverzekeraar zegt: het
budgetplafond is al bereikt. In de palliatieve zorg, mensen! De
palliatieve zorg. Daar moeten we echt van af. Er is capaciteit en dan
mag het niet. Dit is niet uit te leggen. Gaat u deze motie nu uitvoeren?
Want het kan anders, dus doe het dan ook.
Voorzitter, dan het eigen risico. Een kwart van de mensen mijdt zorg
vanwege de zorgkosten. Waarom zou je er in vredesnaam bewust voor kiezen
om nog meer mensen zorg te laten mijden door het eigen risico naar €520
te laten stijgen? Wat een ontzettend slecht en asociaal idee is dat.
Zorgverleners, patiënten en zorgorganisaties zeggen: doe het niet. Een
boete op ziek zijn leidt tot onnodig leed bij mensen en de zorg wordt er
alleen maar duurder van. De problemen worden erger, het leed wordt
groter en de behandeling wordt duurder. Doe dit mensen en ons
zorgsysteem niet aan.
Het kan anders, bijvoorbeeld met een nationaal zorgfonds zonder eigen
risico. De plannen liggen klaar. Nu zijn de middeninkomens het grootste
deel van hun inkomen kwijt aan zorgkosten, net als mensen met een laag
inkomen, terwijl juist de rijkste huishoudens relatief het minst
bijdragen. We hebben door het CPB laten doorrekenen wat een
inkomensafhankelijke zorgpremie zou opleveren, waarbij het eigen risico
wordt afgeschaft en de zorgtoeslag overbodig wordt. Wat blijkt? Volgens
berekeningen van het CPB gaat 80% van de huishoudens er financieel op
vooruit met dit plan, terwijl de rijkste 20% iets meer betaalt. Dat is
een veel beter plan dan het eigen risico tot onmenselijke hoogte te
laten stijgen. Het eigen risico moet worden afgeschaft. Het kan anders.
Is de minister bereid om dit te gaan doen? Anders zullen wij ook hier
een voorstel voor doen.
Voorzitter. Dan de kraamzorg. De kraamzorg staat onder druk. Al in juni
vorig jaar hebben kraamverzorgenden uit het hele land een manifest
aangeboden om aandacht te vragen voor de toekomst van de kraamzorg.
Sindsdien is het niet verbeterd, maar wordt de situatie juist
dringender. Steeds vaker kunnen kraamverzorgenden gezinnen niet de zorg
bieden die ze nodig hebben. Elke kersverse ouder zal bevestigen hoe
belangrijk de kraamzorg is, ikzelf ook. Ik ben onze kraamverzorgende nog
steeds dankbaar voor de mooie start die wij als gezin hebben gekregen.
We moeten onze kraamzorg daarom koesteren als de unieke en waardevolle
zorg die het is. Daarom hebben wij samen met kraamverzorgenden een
vijfpuntenplan gemaakt met dringende en fundamentele oplossingen om de
crisis in de kraamzorg op te lossen. Ook dit plan wil ik graag
overhandigen aan de minister. Wij roepen de minister op om de tarieven
te verhogen, om de salarissen te verbeteren, om de wachtdiensten
fatsoenlijk te vergoeden, om de eigen bijdrage af te schaffen en om de
marktwerking in de kraamzorg te stoppen. Graag een reactie.
Vanmiddag was er een grote groep bewoners van de voormalige mijnstreek
in de Tweede Kamer om met ons in gesprek te gaan. Zij strijden nu al
lange tijd voor een volwaardig ziekenhuis in hun regio, de armste regio
van Nederland, waar veel mensen zorg nodig hebben. Zij kijken naar ons
en wat zien zij? Zij zien een Tweede Kamer die al veel voorstellen heeft
gedaan en aangenomen over het behoud van ziekenhuiszorg, maar zij zien
ook dat het daarbij blijft en dat er niks mee gebeurt. Wij kregen van
hen een aantal oproepen mee: "Den Haag, vergeet ons niet. Wij zijn een
trotse en veerkrachtige regio, maar de afbraak moet stoppen. Sta op
tegen huidig onrecht en behoud het volwaardige ziekenhuis in Heerlen."
Wie in het Zuiden woont, weet dat Parkstad niet zonder een spoedeisende
hulp en een geboortecentrum kan. Graag een reactie op hun oproepen. Bent
u bereid om onderzoek te doen naar in ieder geval kansrijke geboortezorg
en naar de toegankelijkheid daarvan voor alle moeders, zoals in
Zoetermeer ook is gedaan? Anders zullen wij hierover ook een voorstel
indienen.
Voorzitter. Nog altijd zijn er honderdduizenden mensen die leiden aan
long covid of andere postinfectieuze aandoeningen. Daar moet structureel
aandacht voor blijven. Ondertussen zien we echter dat C-support en
Q-support grotendeels worden wegbezuinigd. Daardoor valt er een gat in
de ondersteuning van longcovid- en Q-koortspatiënten, zonder dat die
ondersteuning wordt overgenomen door de reguliere zorg. Wat is de
boodschap van de minister voor de patiënten die hierdoor worden
geraakt?
De voorzitter:
Kunt u afronden?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, tot slot, voorzitter. De nieuwe coalitie van D66, CDA en VVD heeft
geen middelen opgenomen in het coalitieakkoord voor de pandemische
paraatheid. Daardoor worden de bezuinigingen van 300 miljoen euro van
het vorige kabinet gewoon doorgevoerd. Het kan anders. Is het kabinet
bereid om ervoor te zorgen dat hier voldoende middelen voor worden
vrijgemaakt?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Brenk voor haar inbreng namens
50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. De laatste twee jaar heb ik gewerkt bij het Senioren Netwerk
Nederland. Ik heb heel veel respect gekregen voor al die vrijwilligers
die daar werken. 10.000 vrijwilligers zijn daar actief. We hadden daar
een prachtig project vanuit de IZA-gelden over hoe je je als senior kunt
voorbereiden op de tijd dat je minder vitaal bent: het project Senioren
zelf aan zet. We hebben inmiddels 150.000 senioren gezien en het loopt
tot het eind van het jaar. Ik hoop dat de minister in staat is om een
keer een van die bijeenkomsten bij te wonen. Ik weet dat
staatssecretaris Maeijer dat ooit gedaan heeft. Ik kan het aanbevelen.
Een van de mooie dingen is dat je ziet dat senioren actief aangezet
worden om na te denken over wat je nu al kunt doen om je woning aan te
passen, om na te denken over valpreventie — er wordt les in valpreventie
gegeven — en voorzorgcirkels. Kortom: daar wordt heel actief aan de slag
gegaan volgens het adagium van het ministerie: zelf als het kan, thuis
als het kan en digitaal als het kan.
Het grote punt is echter: wat als het thuis niet meer kan? Waar kan je
dan nog terecht? Zijn er zorggeschikte woningen tegen een sociale
huurprijs? Aedes en ActiZ hebben al laten weten dat je een zorgwoning
helemaal niet kan bouwen voor sociale huur. Dus hoe lossen we dat op,
vraag ik aan de minister. Want dat is een van de randvoorwaarden voor
het welslagen van al deze plannen van het kabinet. Er moeten 290.000
seniorenwoningen bij, en dan wel graag tegen een betaalbare prijs. Je
gunt iedereen een eigen appartement, maar wat die redelijke prijs
betreft: als je om je heen kijkt zie je heel veel duurdere
appartementen. Als voorbeeld noem ik een woonzorgcentrum in Gemert. Dat
kost minimaal €1.245 huur, met €100 aan servicekosten, terwijl de AOW
toch echt €1.600 is. Ja, je mag zeker een woning gaan bewonen tegen een
hogere huursubsidiegrens, maar dat is vaak een keuze met de rug tegen de
muur. Wij zijn dus wel benieuwd hoe de minister denkt dat dit probleem
opgelost wordt.
Er zijn prachtige zorgvilla's. Voor €4.500 per maand kan je fantastisch
wonen. Een wit wijntje in de tuin drinken met een bitterballetje erbij,
maar dat kan zeker niet iedereen betalen. Ik gun het echt de mensen die
het kunnen betalen, maar als je dat nou niet kan betalen, wat dan? Kom
je dan in een oud verpleeghuis, waar je geen appelmoes meer mag en waar
de gangen kaal zijn omdat het allemaal brandgevaarlijk is? Wat betekent
dat dan? Moet je dan je huis verkopen en al die tijd maar duur gaan
wonen? En als het geld dan op is van je woning, en je alleen je AOW en
misschien een klein pensioentje hebt, dan kan je die €4.500 niet meer
opbrengen. Wat dan? Moeten we Rob Jetten dan vragen: mag ik dan bij
jou?
Voorzitter. Hoe geweldig is het als er dan wél een mooi voorbeeld is.
Het is net al genoemd: Zorgbuurthuis 't Hageltje in Oss, werkelijk een
geweldig voorbeeld van hoe je de ouderenzorg in Nederland ook kan
organiseren. Twee vaste medewerkers, een verzorgende en een
wijkverpleegkundige, organiseren voor de vijftien appartementen de zorg
en de hulp in huis. Er is een ontmoetingsruimte. Ja, het is echt denk ik
een droom die we met z'n allen kunnen ondersteunen. Ik kan de minister
zeker aanbevelen om daar te gaan kijken. Want wij snappen niet zo goed
hoe je dit nou kan vormgeven als je bij voorbaat 2 miljard weghaalt uit
de langdurige zorg. Die kleinschalige voorzieningen in de buurt, zo lang
mogelijk thuis wonen in je eigen buurt: daar moet in geïnvesteerd
worden. Maar dat betekent echt dat er eerst kosten gemaakt worden
voordat je de opbrengsten hebt. Dus graag een toelichting.
't Hageltje is het eerste zorgbuurthuis in Nederland. Er is een motie
aangenomen dat er daarvan 100 gerealiseerd moeten worden. Hoe gaan we
dat nou doen? Ik zei al dat het echt de moeite waard is om daar te gaan
kijken. We weten dat staatssecretaris Pouw is gaan kijken, maar de
bekostiging voor het zorgbuurthuis zou zij ook nog gaan bekijken.
Immers, als er een goede financiële onderbouwing ligt, is het voor de
gemeente veel makkelijker om groen licht te geven. Daar willen we dus
graag een reactie op. Het is ook een ideale plek om de motie-Tielen vorm
te geven. Deze aangenomen motie pleit voor een ouderenconsultatiebureau.
Ik kan me voorstellen dat we het "een wijkpoli voor ouderen" gaan
noemen. Het zou toch fantastisch zijn als dat in zo'n zorgbuurthuis
plaatsvindt: een plek waar mantelzorgondersteuning is, waar gevaccineerd
kan worden en waar medicatiebeoordeling kan plaatsvinden. Dat is een
prachtig ijkpunt voor de wijk. Ik hoor graag hoe daarnaar gekeken
wordt.
Ik noemde al dat wij graag willen weten welke intramurale zorg nog
overblijft. Het is namelijk hartstikke mooi dat je iedereen extramuraal
wilt, maar als je dan een financiële bijdrage vraagt voor de
wijkverpleging, levert dat weer problemen op. Daar dienden wij vorige
week een motie over in, die niet van harte is ondersteund door iedereen.
Wijkverpleegkundigen zijn de ogen en oren in de wijk. Ik noemde net al
een voorbeeld. We kregen bij de petitie vanuit de wijkverpleegkundigen
het volgende te horen. Je gaat naar een deur en belt aan, omdat je van
de buurvrouw te horen kreeg dat het daar niet goed gaat, en ze doen niet
zomaar open, dus je moet er een paar keer naartoe, maar als het geld
gaat kosten is bij voorbaat de deur dicht en blijft die dicht. Wij maken
ons zorgen over zorgmijding, dus wij willen heel graag weten hoe dit
vormgegeven gaat worden.
Voorzitter. Wij vragen ons ook af hoe het pakket thuis eruit gaat zien.
Welke zorg gaat nou onder welke wet vallen? Dat is een belangrijk punt.
Wie krijgen nou wel of niet toegang tot de huishoudelijke hulp vanuit de
Wmo? Wij snappen dat mensen die genoeg geld hebben ook zelf
huishoudelijke hulp kunnen betalen, maar waar komt die grens te liggen?
Dat willen we heel graag weten van de minister.
Voorzitter. Dementie is een ontzettend nare ziekte. De cijfers zijn
schrikbarend en nemen alleen maar toe. Op dit moment kan dat op latere
leeftijd een op de vijf personen treffen. Hoe gaan we de samenleving nou
dementievriendelijker maken? Ik vraag dan ook aandacht voor het
onderzoek naar het verschil tussen mannen en vrouwen bij het ontstaan
van de ziekte. Wij hadden het er daarstraks in het tweeminutendebat al
over. O nee, dat was gisteren. Daarover willen we ook graag van de
minister horen wat er allemaal mogelijk is. Ik noemde daarstraks in een
interruptie ook al het Generiek kompas. Wij willen eigenlijk wel graag
weten hoe mensen, de naasten van patiënten, kunnen zien of er kwaliteit
geleverd wordt. Hoe krijgen zij daar nou zicht op? Wij zien steeds dat
de kosten toenemen, maar krijgen ze voor dat geld ook kwalitatief goede
zorg? Kan de minister hierop reageren? Hoe is dat nou wel
inzichtelijk?
De toegankelijkheid van de zorg — ik noemde het al — de verhoging van
het eigen risico, meer geneesmiddelen gaan betalen, de aftrek van
zorgkosten, het stapelt allemaal wel op in dezelfde hoek en bij dezelfde
groepen. Dat zijn vaak de groepen die minder financieel vet op de botten
hebben en het zijn ook vaak mensen met een lage economische status. Dat
zijn ook vaak mensen die eerder hulp nodig hebben. Hoe gaan de ministers
regelen dat iedereen die zorg nodig heeft, die ook gaat ontvangen? Ik
vroeg het net ook al aan de collega: wat wordt er nou precies bedoeld
met "passende zorg"? We horen heel graag de reactie van de ministers
hierop.
Dan mantelzorg. Mijn collega van de ChristenUnie zei het al: we moeten
echt naar een cultuuromslag, zeker als we de buurt als ecosysteem nemen.
Maar dat betekent dat er steeds vaker een beroep gedaan wordt op
mantelzorg. Er wordt al zo veel van hen gevraagd; meer dan 5 miljoen
mensen leveren al mantelzorg en die zijn heel zwaar belast. Ik zie
inderdaad goede voorbeelden in het land: een laagdrempelig logeerhuis,
waar gelogeerd kan worden zodat de mantelzorger even kan bijtanken, en
een mantelzorgmakelaar die een netwerk heeft waarin vrijwilligers een
middagje kunnen bijspringen. Maar gaat de regering een plan maken? Ik
weet dat ze dat gaat doen, maar wanneer kunnen we dat
tegemoetzien?
Voorzitter. Waar is welzijn? Dit is het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport. In verpleeghuizen zien we steeds vaker dat welzijn er
eigenlijk niet is. De basiszorg is al moeilijk rond te krijgen, maar de
activiteiten, juist de activiteiten, zijn vaak het enige pleziertje dat
er nog is. De vraag is dus in hoeverre er ook rekening is gehouden met
gelden voor welzijn. Ik zei al dat welzijnswerkers onmisbaar zijn bij
het opzetten en onderhouden van voorzorgcirkels en de ontmoetingsruimte
in de wijk. Dus wat is de visie van de minister op het welzijn?
Dan de gordelroosvaccinatie. Ik vind het ongelofelijk verdrietig. Ik heb
drie problemen met de brief die we gekregen hebben. Hoe komt het nou dat
de prijs van het vaccin heel hoog is? Kan het niet goedkoper? Waarom is
de keuze gemaakt om zo'n laag bedrag vrij te maken en ook de keuze om de
60-jarigen te gaan vaccineren? Ik snap dat je 5 miljoen 60-plussers niet
zomaar gevaccineerd hebt, hoewel we in de coronatijd wel hele grote
groepen snel konden vaccineren, maar de oudste ouderen ervaren de meeste
ziektelast. Het zou dus logischer en vooral menselijker zijn om hen als
eersten te vaccineren. Ik was echt teleurgesteld over de reactie van de
minister. Ik hoor graag hoe zij ertegen aankijkt dat het vaccin zo duur
moet zijn. Wat kan de minister daaraan doen? Zou het menselijkerwijs
niet toch mogelijk zijn om de 70- of 80-jarigen of in ieder geval de
mensen die in een verzorgings- of verpleeghuis zijn te vaccineren?
Fraude in de zorg: welk tempo denkt de minister te maken zodat de
taskforce voor de aanpak van fraude aan het werk kan? Kan ze ons op dat
punt een vergezicht geven en kunnen we er voor zorgen dat alles wat
binnengehaald wordt van die 10 miljard zorgfraude, ook binnen de zorg
blijft? En wil ze ook partijen betrekken die hier al jaren aandacht voor
vragen, bijvoorbeeld Follow the Money, en daar informatie ophalen? We
zullen over zorgfraude in ieder geval een motie indienen.
We zijn blij met de grote aandacht voor preventie. Die grote aandacht is
van groot belang voor jongeren en ouderen. De zorgkosten in Nederland
zijn inderdaad hoog. In tegenstelling tot de collega's aan mijn
rechterzijde vragen wij ons daarom af of het niet eens tijd is om op te
houden met de vrijblijvendheid. Preventie is de ultieme manier om
zorgkosten structureel te verlagen. Dus graag een reactie. In dit kader
willen we ook graag weten hoe het staat met de medicatiebeoordeling:
staat die nog steeds goed in de steigers?
Voorzitter. Kan de minister ons nu eens haarfijn uit de doeken doen hoe
het zit met de tandartszorg in verpleeghuizen? Wat is de vergoeding
binnen het tarief en waarom krijgen wij zo veel signalen dat mensen in
verpleeghuizen deze zorg desondanks helemaal niet krijgen? Hoe zit het
met de dagelijkse tandartszorg in verpleeghuizen? We horen zelfs
geluiden dat er gezegd wordt: "Het heeft toch geen nut, want ze gaan
toch snel dood." Ik mag hopen dat mensen die dit soort uitspraken doen,
worden geweerd. Zij hebben niets te zoeken in de zorg. Gaat de minister
de fraude in de mondzorg in die verpleeghuizen nu eens uitgebreid
onderzoeken en aanpakken?
De pandemische paraatheid is voor ons ook een heel belangrijk punt. De
infrastructuur ligt er. Laten we in ieder geval zorgen dat die op peil
blijft. Ik zag minister Hermans bij Nieuwsuur een uitspraak doen die ons
niet echt geruststelt. Ze heeft er enkele nachten over kunnen slapen.
Misschien denkt ze er nu iets genuanceerder over.
Voorzitter. We hebben bij de begroting van Binnenlandse Zaken gelukkig
een motie aangenomen gekregen over gemeenten die gegevens kunnen delen
over frauderende zorgbureaus. We hebben daarop veel positieve reacties
gekregen van gemeenten. Ik hoop dat de ministers een inkijkje kunnen
geven: hoe gaan ze deze motie uitvoeren? Datzelfde geldt voor onze motie
over de uitbreiding van het aantal openbare toiletten. Ook daar hebben
we heel veel reacties op gekregen.
Voorzitter. Als allerlaatste, ter inspiratie voor beide ministers, een
kaartje van de oma van Loesje: je bent nooit te oud voor de toekomst. Ik
hoop dat we daarnaar gaan handelen, ook met en na deze
begrotingsbehandeling.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Het woord is aan de heer Claassen, als
hij nog in het gebouw is. Ja, dat is-ie. Het woord is aan hem voor zijn
inbreng namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Daarstraks hadden we het erover dat de minister
nog terugging naar het ministerie. Ik weet niet of dat nog steeds zo is.
Ik wens haar daar heel veel sterkte bij.
Ambtsgenoten, mensen op de publieke tribune en mensen thuis. Alhoewel
dit debat formeel over de begroting voor dit jaar gaat, spreken we
vandaag in werkelijkheid over wat zich buiten deze zaal voltrekt. Voor
mensen die zorg nodig hebben, tekent zich een ramp af. Wie ziek wordt of
al ziek is, ziet de lasten toenemen en de financiële bodem in zicht
raken. Het gaat hier niet om boekhoudkundige schema's, maar over de
vraag wie in dit land de rekening van ziekte betaalt. Die wordt steeds
nadrukkelijker bij de patiënt gelegd. Het eigen risico stijgt van €385
via €460 naar €530 per jaar. Dat is meer dan 20% erbij. Voor chronisch
zieken is dat geen prikkel, maar een jaarlijkse aanslag, een vaste
toeslag op ziek zijn.
Daar komt nog een stapeling bovenop: een hoge eigen bijdrage in de Wmo
en voor wijkzorg, waardoor mensen die zorg nodig hebben, financieel klem
komen te zitten. We weten dat ongeveer een kwart van de Nederlanders
zorg, en dus ook noodzakelijk zorg, mijdt vanwege de kosten. Wie een
drempel voor de voordeur legt, moet niet verbaasd zijn dat mensen
binnenkomen wanneer ze zijn gevallen. Dan is de behandeling zwaarder,
duurder en minder effectief. Zo ondermijnt het kabinet feitelijk ook
zijn eigen preventiebeleid. Investeringen in preventie verdampen als
mensen de noodzakelijke zorg gaan uitstellen. Dit kabinet noemt dat
hervormen, maar iedereen ziet dat het een ordinaire kasschuif is.
Terwijl de zorg wordt uitgeknepen, gaan er tientallen miljarden extra
naar defensie en een waslijst aan linkse hobby's. Mijn vraag aan de
minister is daarom: wil zij een zorgstelsel dat mensen tijdig behandelt
of een stelsel dat mensen eerst afremt om daarna veel duurdere zorg te
moeten gaan leveren?
Tegelijkertijd lekt er zorggeld weg alsof de kraan open staat. Jaarlijks
verdwijnen miljarden door fraude en onrechtmatige declaraties, terwijl
de controle versnipperd en traag blijft. Dat is alsof we het eigen
risico verhogen omdat de waterrekening stijgt zonder iets aan de lekkage
te doen. De Groep Markuszower wil fraudebestrijding fundamenteel
omdraaien. Wij willen niet pas achteraf corrigeren, maar vooraf
voorkomen dat onterechte zorg wordt gedeclareerd, zodat alleen
aantoonbare zorg wordt betaald. Elke euro die zo wordt beschermd, moet
beschikbaar blijven voor patiëntenzorg. Er zijn stappen gezet: de Wet
bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg en het operationele
Informatieknooppunt Zorgfraude. Maar de praktijk blijft te versnipperd
en grotendeels reactief met controles pas ná declaratie of betaling.
Fraude moet je niet achteraf najagen. Fraude moet je blokkeren. Wij zien
uit naar de behandeling van de Wibz, die hier allang had kunnen liggen
overigens, en zullen daarbij voorstellen doen voor proactieve
zorgverificatie en het tegengaan van doorgeschoten commercialisering in
de zorg.
Ook over preventie wordt hier vaak gesproken alsof het de zorgkosten
vanzelf zal laten dalen. We hebben genoeg voorbeelden voorbij zien komen
vandaag. Alsof langer leven goedkoper is. Zo werkt het niet. Preventie
zorgt er vooral voor dat mensen langer leven. Dat is winst, maar dat
betekent ook dat ze later in hun leven zorg nodig hebben, vaak
jarenlang. Dat zien we in Nederland. We worden ouder, maar we brengen
meer jaren door met chronische ziekten. De zorg verdwijnt dus niet door
preventie. De zorg schuift op en wordt uitgesmeerd over een langere
levensloop. Wie dat verkoopt als een besparing rekent zich rijk.
Dan het geneesmiddelenbeleid. Voor patiënten voelt het Nederlandse
systeem als een wachtkamer zonder klok, met gemiddeld 459 dagen wachten
op nieuwe medicijnen. Vier op de tien halen het basispakket niet eens.
Bij dure therapieën loopt dat op tot twee jaar, terwijl dezelfde
middelen buiten Nederland in de door velen alom geprezen Europese Unie
al levens veranderen. Daarbovenop komen tekorten door het
preferentiebeleid, met vaak één laagsteprijsleverancier. 74% van de
tekorten betreft preferente middelen. In 2026 moesten bijna 930.000
patiënten wisselen door leveringsproblemen of preferentiewijzigingen. De
beschikbaarheid moet boven de laagste prijs staan, vinden wij. We willen
daarom een sluis die werkt als toegangspoort in plaats van als een
stuwdam. We willen een snellere beoordeling, parallelle en transparante
prijsonderhandelingen, en vroege voorwaardelijke toegang bij hoge
ziektelast.
Ik refereer aan de motie van mijzelf over sluisgeneesmiddelen. Ik zou
daaraan toe willen voegen dat binnen die toelating een aparte categorie
komt voor weesgeneesmiddelen met langetermijnbewijs, zodat middelen met
vroege plausibele effecten maar met late uitkomsten niet jarenlang
buiten bereik blijven. Het medicijn Voxzogo tegen achondroplasie,
dwerggroei, kan wat mij betreft bijvoorbeeld vroegtijdig ingezet worden.
Dat zou als een pilot kunnen dienen om te onderzoeken of die derde
stroom in het beleid zou kunnen werken. Is de minister bereid om zo'n
derde toelatingsstroom te onderzoeken?
Over de arbeidsmarkt hebben we het ook al gehad. Er werd terecht gezegd
dat je heel veel kunt doen aan de zorg maar dat we handen tekort hebben.
Daar moet je dus ook wat aan doen. Ik denk dat dat haalbaar is. We
spreken er vaak over, maar te weinig over de sturing daarop. Kijk naar
de opleiding, de accreditatie en de capaciteitsplanning van
zorgpersoneel. Die zijn enorm versnipperd. Ik heb het al vaker hier
gezegd, en ik zal het blijven herhalen: het resultaat is een
opleidingsketen die meer lijkt op een estafette zonder stokje. Iedereen
beweegt, maar er is geen overdracht mogelijk. Zolang de regie verdeeld
blijft, met parallelle rollen voor onder meer de NVAO en het CZO, en met
beperkte afstemming tussen OCW en VWS, blijft het tekort structureel.
Bundeling van sturing op zorgopleidingen binnen één verantwoordelijkheid
is nodig om instroom, curriculum en zorgvraag op elkaar aan te laten
sluiten. Ik herhaal mijn vraag vandaag, met een andere minister aan het
roer: is de minister bereid om met de minister van OCW te komen tot
geïntegreerde regie op zorgopleidingen en capaciteitsplanning?
Tot slot de diagnostiek bij dementie. Hierbij kan innovatie de zorg
juist goedkoper en toegankelijker maken. We hebben daarvoor een
amendement ingediend. Dat kunnen jullie allemaal lezen. Kortom, de rode
draad is helder. Het zorgstelstel kan functioneren als vangnet of als
hindernisbaan. Dit kabinet voegt helaas drempels toe, vertraagt toegang
en laat middelen weglekken. Wij kiezen voor het tegenovergestelde: zorg
zonder financiële drempels, zonder verspilling en zonder onnodige
wachttijd.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Zijn er nog vragen?
De voorzitter:
Dat is uitlokking. Het woord is aan mevrouw Ten Hove, die het
estafettestokje, dat hier wel aanwezig is, van u overneemt voor haar
inbreng, tevens namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. De vergrijzing in Nederland stelt ons voor een
harde realiteit: meer ouderen, minder werkenden en een snel stijgende
zorgvraag. De vergrijzing in Nederland legt een zware druk op onze
samenleving én op de zorg. Maar laten we wel eerlijk zijn: dit probleem
komt namelijk niet alleen door de vergrijzing. Steeds meer mensen maken
namelijk gebruik van onze verzorgingsstaat, zonder daar zelf ook maar
iets aan bij te dragen. Nu het systeem inmiddels dreigt te bezwijken
onder zijn eigen lasten, zet het beleid in op langer zelfstandig wonen,
meer mantelzorg en zorgzame gemeenschappen. Hiervoor werken
woningcorporaties binnen geclusterde en zorggeschikte woningen in de
praktijk al veel samen met bewoners, zorgaanbieders, welzijnswerkers en
deze zorgzame gemeenschappen. We hebben het er al veel over gehad. Hoe
gaat de financiering van zorgzame gemeenschappen eruitzien? Het opbouwen
van die gemeenschappen vraagt tijd, langdurige inzet, coördinatie en
domeinoverstijgende samenwerking. Terwijl de vergrijzing juist om meer
van deze zorgzame woonvormen vraagt, blijft de langdurige bekostiging
dus uit. Hoe rijmt het kabinet dit met het schrappen van de envelop
ouderenzorg, die eerder beschikbaar zou komen voor de noodzakelijke
impuls aan onder andere zorgzame gemeenschappen?
Alsof duurdere zorg, langer thuis en meer informele zorg nog niet
voldoende zijn, wil het kabinet daarbovenop ook nog eens de eigen
bijdrage voor de wijkverpleging invoeren. Wijkverpleegkundigen verlenen
onmisbare zorg. Zij zijn essentieel voor het versterken van de eerste
lijn. Groep Markuszower wil dat de invoering van deze eigen bijdrage
geschrapt wordt, omdat ook dit een drempel tot zorg is en leidt tot
uitgestelde zorg, meer leed en uiteindelijk tot duurdere zorg. Daarnaast
rijmt voor ons deze eigen bijdrage niet met de ingeslagen weg van de
beweging naar de voorkant. Hoe rijmt de minister dit met elkaar?
Net als het Sociaal en Cultureel Planbureau waarschuwen wij dat de
stapeling van maatregelen kwetsbare groepen hard raakt en nieuwe
kwetsbaarheden creëert. Dat kan en mag nooit de bedoeling van beleid
zijn. Gelukkig werd recent de motie-Stoffer c.s. aangenomen en zal de
Kamer er scherp op toezien dat bij de hervormingen de menselijke maat
behouden blijft.
Voorzitter. Er wordt steeds meer verwacht van informele zorg. Zo'n 2
miljoen Nederlanders combineren inmiddels hun betaalde baan met
mantelzorg. Al ruim 436.000 mantelzorgers geven aan zwaarbelast of zelfs
overbelast te zijn. Dat is een stijging van 27% ten opzichte van twee
jaar geleden. Het rapport "Op de rem! Voorbij de hypernerveuze
samenleving" van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
concludeert dat de samenleving is doorgeslagen in prestatiedruk en
versnelling, wat het mentale welzijn ernstig bedreigt. De RVS adviseert
een structurele omslag naar meer vrije tijd en rust, waarbij welzijn
voorrang moet krijgen boven constante productiviteit. Hoe verhoudt dit
advies zich tot mantelzorgers en de stapeling van zorgkosten?
Ook de SER wijst in het rapport Mantelzorg en werk in een zorgzame
samenleving, dat ook al even genoemd werd, op het belang om de stijgende
vraag naar mantelzorg zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door te
investeren in de gezondheid van mensen. Hoe geeft het kabinet gehoor aan
dit advies? Mantelzorg mag geen stilzwijgende vervanging van
professionele zorg worden.
Het aantal mensen dat wacht op geestelijke gezondheidszorg en de
gemiddelde wachttijden in de ggz zijn in 2025 wederom niet gedaald. Meer
dan 100.000 keer liepen mensen tegen een wachtlijst aan. Gemiddeld
wachten mensen zelfs 24 weken op ggz. Dat is een stijging van drie weken
vergeleken met het jaar ervoor, terwijl zelfdoding doodsoorzaak nummer
één is onder jongeren, en daarnaast stressgerelateerde klachten de
hoofdoorzaak zijn voor langdurig verzuim op het werk. Welke concrete
plannen heeft dit kabinet om deze problematiek eindelijk eens
structureel op te gaan lossen?
Voorzitter, tot slot. Nog nooit was de uitbreiding van het mmt zo
dichtbij als nu, want de financiering ligt inmiddels voor middels een
amendement. Alleen, voor de komst van de Lifeliner 5 vanaf vliegveld
Teuge zijn we er nog niet. Daar is essentieel — ik heb dat daarstraks
bij een interruptie al een keer benoemd en dat doe ik nogmaals — dat het
nieuw te nemen luchtvaartbesluit losgekoppeld gaat worden van de komst
van de traumahelikopter, zodat deze daadwerkelijk snel ingezet kan
worden. Indien dat niet gebeurt, kan het nog jaren duren voordat de
Lifeliner 5 de enorm belangrijke taak die die heeft, kan gaan uitvoeren.
In november '25 heeft de provincie Gelderland per brief om een gesprek
en om hulp van Den Haag gevraagd. Heeft dit gesprek inmiddels
plaatsgevonden? Zo ja, wat was daar de conclusie van? Ik zal in de
tweede termijn een motie indienen die vraagt om een
overbruggingsmaatregel via een AMvB of ministeriële regeling. Ik hoop
daarbij op brede steun van de Kamer, om de traumaheli op Teuge
daadwerkelijk snel operationeel te hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Keijzer, als laatste spreker
van de zijde van de Kamer in eerste termijn. Het woord is aan haar.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Het heet geloof ik "panta rhei". Ik ben een eenvoudig
atheneummeisje, maar het gevoel dat alles stroomt, bekruipt mij vandaag
nu ik hier sta om te spreken. Weliswaar gaat het over de begroting van
2026, maar feitelijk hebben we het natuurlijk over de plannen van het
nieuwe kabinet. Voor mij is het cirkeltje rond, want ik waan mij weer
terug in de jaren 2012, 2013 en 2014, toen ik samen met Fleur Agema van
de PVV-fractie en Renske Leijten van de SP-fractie een gesloten front
vormde tegen de bezuinigingen en de plannen die toen speelden. Dit
coalitieakkoord lijkt gewoon weer opnieuw te beginnen. Toen de nieuwe
minister van Langdurige Zorg — laat ik het zo maar even noemen —
gepresenteerd werd, had zij op haar Instagram geschreven dat het een
voorrecht was, althans, zo heb ik het maar vertaald, omdat zij, zoals
zij schrijft, graag wilde werken aan liefdevolle zorg. Toen dacht ik bij
mezelf: heb je wel gelezen wat je straks als minister moet doen?
Voorzitter. Het is niet namelijk mis. Als je het coalitieakkoord
openslaat, zie je een werkelijkheid die niet te rijmen is met deze
vriendelijke woorden. De zorg moet toegankelijk blijven, hoor ik de
betrokken fracties zeggen. Er moet verstandig geïnvesteerd worden. We
willen goede ouderenzorg. Het moet betaalbaar blijven. En dat terwijl
het een van de stevigste versoberingspakketten in jaren is. Het frame
van toekomstgericht beleid, dat ook beweerd wordt omdat er anders, zoals
ik ook een aantal keren vandaag heb gehoord, onvoldoende mensen zijn om
in de zorg te werken, houdt alleen stand zolang je je niet afvraagt
wiens toekomst dat dan is. Je ziet wat mij betreft geen gedroomde
vooruitgang. Je ziet eigenlijk een koude rekensom die mensen
raakt.
Het akkoord is geen onafwendbare noodzaak, maar een keuze die gemaakt
wordt. Het is gewoon een politieke keuze. Die keuze zal ouderen,
chronisch zieken en mantelzorgers, maar trouwens ook de zorgverleners
zelf, hard raken. Waarom de zorgverleners zelf? Omdat die zien dat ze
niet de zorg kunnen leveren die eigenlijk nodig is. Want ja, mensen
zullen besluiten geen zorg te vragen of ze zullen het niet kunnen
betalen, terwijl ze wel in een situatie zijn waarin die zorg nodig is.
Het zijn keuzes die trouwens ook lijnrecht ingaan tegen afspraken en
inzichten die de afgelopen jaren met het zorgveld en alle
belangenorganisaties zijn opgebouwd.
Het nieuwe kabinet, en daarmee de drie dragende partijen VVD, D66 en
CDA, doen alsof het niet anders kan, terwijl ze feitelijk niet anders
willen. De gemaakte keuzes waren al te lezen in de verschillende
verkiezingsprogramma's. Zoals dat in Den Haag gaat, zijn de keuzes, de
voorstellen die het CPB, het Centraal Planbureau, van een goedkeurend
vinkje voorziet, uiteindelijk ook gewoon terechtgekomen in het
coalitieakkoord. Het is wat mij betreft dan ook een cafetariamodel,
onder het mom van "financieel verantwoord beleid".
Even weer terug naar 2013 en 2014. Mijn ouders leefden toen alle twee
nog. Ik heb inmiddels zelf ervaren hoe belangrijk het is dat die zorg er
nog steeds is als mensen echt oud worden en die zorg echt nodig hebben.
Nou waren wij in gelukkige omstandigheden, namelijk met twee zussen en
een broer die het goed met elkaar en met hun ouders konden vinden en die
ook nog eens in hetzelfde dorp woonden. Dat geldt niet voor iedereen.
Sindsdien zijn er flinke veranderingen doorgevoerd in de langdurige
zorg, de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Er is uitgebreid voor
gewaarschuwd in die jaren, maar het moest en het zou.
Inmiddels zijn we een stuk verder. Ik zal nu niet ingaan op hoe de
voorstellen die in dit coalitieakkoord staan, aansluiten bij de keuzes
die in de jaren 2013 en 2014 zijn gemaakt. Ik sla dat deel over. Ik ga
direct over naar een evaluatie uit 2018 door het Sociaal en Cultureel
Planbureau. Dat heeft namelijk gekeken hoe alle beloftes uiteindelijk
zijn uitgepakt die zijn gedaan bij de hervorming van de langdurige zorg
in 2014. De belangrijkste bevindingen daarvan zijn de volgende.
De hervormingen hebben geleid tot meer aandacht voor eigen regie, maar
niet alle cliënten zijn hiertoe in staat. Juist de groepen die ik net
noemde zijn er niet toe in staat. De zelfredzaamheid moest toenemen,
maar kwetsbare groepen blijven afhankelijk.
Dan de participatie. Kan je meepraten over de zorg die je wil? Jawel,
maar alleen als je dat ook kán.
Kwaliteit van leven. Zolang je het prima voor elkaar hebt, is die in
orde, maar juist voor de groep mensen die afhankelijk is, dus chronisch
zieken, gehandicapten, ouders van kinderen met een zware zorgvraag,
ouderen zelf en mensen met dementie, is de kwaliteit van leven minder.
Die zal er ook niet beter op worden met deze plannen.
Voorzitter. Dan is er nog de financiële duurzaamheid. De hervorming
heeft bijgedragen aan de beheersing van kosten, maar de structurele
kostenstijging door vergrijzing gaat natuurlijk gewoon door, terwijl de
problemen al zo groot zijn. Ik heb dat zonet in een interruptie gezegd.
In 2030 ligt het aantal 75-plussers en 80-plussers zo rond de 1,5
miljoen mensen. Richting 2040 gaat dat richting de 2 miljoen mensen.
Deze generatie heeft juist behoefte aan plekken om te wonen waar ze bij
elkaar kunnen zijn, kleinschalig, met ontmoetingsruimten, en aan
woningen die geschikt zijn voor het verlenen van zorg als het nodig is.
Dan is het echt heel jammer dat er in de plannen van de vorige
staatssecretaris geschrapt wordt. In de budgettaire tabel bij het
regeerakkoord heet dit "vrijvallen resterende envelop ouderenzorg". Ik
vind dit echt eeuwig jammer, temeer omdat er nu in het land voorbeelden
zijn waaraan je ziet dat het zo ontzettend goed kan werken, mits je er
de middelen voor hebt. Dit ging uiteindelijk om zo'n 470 miljoen
structureel, en dan is het echt een complete misvatting om te denken dat
je dat kunt doen met 3 keer 40 miljoen voor het versterken van wijken en
buurten. Het resultaat: ouderen blijven zitten in woningen die eigenlijk
veel te groot zijn en die ongeschikt zijn voor zorg, en waarbij het ook
een probleem is om die ontmoeting te bereiken, die zo belangrijk
is.
Voorzitter. Dan tot slot: hoe gaan we ervoor zorgen dat de ouderen die
nu op ziekenhuisbedden liggen, daarvan afkomen? Elke
transferverpleegkundige kan je vertellen wat voor drama het is als
iemand die eigenlijk een te zware zorgbehoefte heeft voor thuis, maar
een te lichte voor een ziekenhuisbed, daar toch blijft liggen, omdat er
niemand thuis is om het te doen. Op beide punten wil ik de minister
graag om een analyse vragen. Hoe gaat zij dit nu oplossen? Hoe gaat zij
zorgen dat ouderen kunnen verhuizen naar kleinere, passende woningen met
bijbehorende zorg? En hoe gaat zij ervoor zorgen dat ouderen van die
ziekenhuisbedden af komen?
Voorzitter. Hier wil ik het bij laten. Ik zou nog veel meer kunnen
vertellen over al die andere punten die ik heb gelezen, die niet gaan
over de ouderenzorg en die uiteindelijk allemaal ingegeven zijn door het
CPB-cafetariamodel, namelijk: we hebben nog een paar honderden miljoenen
c.q. miljardjes nodig, waar zullen we die eens vandaan halen, zonder
stil te staan bij de vraag of dat het effect bereikt dat je wilt
bereiken. Wordt daarvan uiteindelijk de zorg en daarmee de
volksgezondheid van Nederland beter? Ik denk het niet.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van de Kamer in deze begrotingsbehandeling.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van deze vergaderdag. Ik wens
u allen een goede nachtrust toe en een gezond weerzien morgen. De
vergadering is gesloten.
Sluiting
Sluiting 1.47 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|