Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over het spionageschandaal bij de NCTV
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D09722, datum: 2026-03-04, bijgewerkt: 2026-03-04 11:52, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z02952:
- Gericht aan: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Indiener: P. van Duijvenvoorde, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1217
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 4 maart 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat een voormalig medewerker van
de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)
jarenlang staatsgeheime informatie zou hebben doorgespeeld aan de
Marokkaanse geheime dienst? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat deze zaak een van de grootste veiligheids- en
spionageschandalen uit de recente Nederlandse geschiedenis is? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 3
Hoe kan het dat een medewerker met toegang tot uiterst vertrouwelijke
informatie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)
en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) jarenlang
ongecontroleerd honderden staatsgeheime documenten kon printen, meenemen
en digitaliseren?
Vraag 4
Welke concrete tekortkomingen in toezicht, interne controle en
informatiebeveiliging hebben dit mogelijk gemaakt?
Antwoord op vraag 2 t/m 4
De aanhouding op donderdag 26 oktober 2023 van twee personen op verdenking van het bezitten en naar buiten brengen van staatsgeheime informatie was zeer verontrustend, zoals mijn ambtsvoorganger schetste bij brief aan uw Kamer van 1 november 2023.1 Naar aanleiding van deze aanhoudingen heeft mijn ambtsvoorganger een onafhankelijk onderzoek naar de omgang met bijzondere informatie bij de NCTV en de politie laten uitvoeren door de Auditdienst Rijk (ADR). Dit rapport en de kabinetsreactie daarop zijn aan uw Kamer gestuurd bij brief van 13 december 2024.2 Voor een overzicht van de uitkomsten in het rapport van de ADR en de maatregelen die zijn getroffen verwijs ik u naar die brief.
Vraag 5
Kunt u aangeven welke risico’s deze informatielekken hebben opgeleverd
voor de nationale veiligheid en de veiligheid van Nederlandse
burgers?
Antwoord op vraag 5
Zoals geschetst Kamerbrief van 25 november 2025 is door de politie
direct na de aanhouding van de verdachte gekeken naar de
veiligheidsrisico’s voor zowel medewerkers als lopende onderzoeken.3 Mede naar aanleiding van deze
doorlichting heeft de politie maatregelen genomen. Op dit moment loopt,
mede naar aanleiding van de motie Six-Dijkstra, een onderzoek naar de
schade van de mogelijk gelekte gegevens bij de NCTV.4
Zoals toegezegd in de brief van 10 november jl. zal ik uw Kamer voor
zover dit mogelijk is nader informeren over relevante
ontwikkelingen.
Vraag 6
In hoeverre zijn door deze zaak lopende operaties, informatiebronnen of
personen in binnen- en buitenland in gevaar gebracht?
Vraag 7
Wanneer ontving de AIVD de eerste signalen van mogelijk ongeoorloofd
contact tussen de verdachte en buitenlandse inlichtingendiensten, en
waarom is toen niet eerder ingegrepen?
Antwoord op vraag 6 en 7
In zijn algemeenheid geldt dat dat er in de openbaarheid niet
wordt ingegaan op vragen omtrent staatsgeheime informatie of operaties.
Voor de behandeling hiervan heeft de Kamer haar geëigende kanalen.
Vraag 8
Deelt u de zorg dat Nederland structureel te naïef omgaat met
buitenlandse inmenging en spionage, met name vanuit landen die hier een
grote diaspora hebben?
Antwoord op vraag 8
Sinds 2018 zet het kabinet Rijksbreed in op tegengaan van ongewenste buitenlandse inmenging.5 In 2023 is deze aanpak geïntensiveerd, met onder andere maatregelen om het bewustzijn over statelijke inmenging te vergoten en de strafbaarstelling van spionageactiviteiten in Nederland uit te breiden.6 Voor een actueel overzicht verwijs ik uw Kamer naar de Kamerbrief ‘Stand van zaken aanpak ongewenste buitenlandse inmenging’ en de fenomeenanalyse van de AIVD en NCTV over dit thema.7
Vraag 9
Deelt u de zorg dat ambtenaren met sterke persoonlijke, familiale of
buitenlandse loyaliteiten kwetsbaar kunnen zijn voor
belangenverstrengeling en het schenden van het ambtsgeheim, zoals blijkt
uit recente zaken waaronder die van Fouad A.? 2)
Antwoord op vraag 9
De Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) stelt dat privécontacten
van rijksambtenaren het vertrouwen van het publiek in de overheid kunnen
beïnvloeden. Hier staat tegenover dat een ambtenaar recht heeft op de
bescherming van zijn of haar privéleven zolang de uitoefening van dit
recht het functioneren of het functioneren van de dienst niet schaadt.
Voor ambtenaren met toegang tot relevante informatie of diensten geldt
dat het integriteitsrisico groter is. De rijksoverheid zet daarom in op
bewustwording over integriteitsrisico’s, onder andere via het rijksbrede
programma ‘Weerbaarheid rijksoverheid tegen ondermijning’.
Vraag 10
Ziet u aanleiding om te onderzoeken of er sprake is van structurele
patronen bij het schenden van het ambtsgeheim, waaronder het beschermen
van bekenden, en of huidige screenings- en toezichtmechanismen daarbij
tekortschieten?
Antwoord op vraag 10
Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik naar de beantwoording van vragen 2, 3 en 4. Ten aanzien van een centraal toezicht op staatsgeheimen verwijs ik u naar de initiatiefnota van de voormalige leden Six Dijkstra. Bij brief van 14 juli 2025 heeft de minister van Binnenlandse Zaken uw Kamer een kabinetsreactie op deze initiatiefnota gestuurd.
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de rol van de Marokkaanse staat in deze zaak, gezien de
verdenkingen van direct contact tussen de verdachte en hoge
functionarissen van de Marokkaanse inlichtingendienst?
Vraag 12
Worden er, naar aanleiding van deze zaak, diplomatieke of
veiligheidsmaatregelen overwogen ten aanzien van de samenwerking met
Marokko?
Antwoord op vraag 11 en 12
Zoals eerder door het kabinet is aangegeven, is het van belang
om eerst de uitkomsten van het strafproces af te wachten.
Vraag 13
Acht u de huidige screenings- en herbeoordelingsprocedures voor
medewerkers met toegang tot staatsgeheime informatie toereikend? Zo nee,
welke aanscherpingen acht u noodzakelijk?
Vraag 14
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat collega’s inloggegevens konden
uitlenen zonder dat dit direct werd gesignaleerd of
gesanctioneerd?
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat het uitlenen van accounts en het meenemen van
staatsgeheime stukken naar huis wijst op een gebrekkige
veiligheidscultuur binnen de NCTV?
Vraag 16
Welke bestuurlijke of disciplinaire gevolgen zijn er verbonden aan het
falen van interne beveiligingsmaatregelen binnen de NCTV?
Antwoord op vraag 13 t/m 16
Ten aanzien van de screenings- en herbeoordelingsprocedures verwijs
ik naar het onderzoek van de CTIVD (“Toezichtrapport over het handelen
van de AIVD in relatie tot de verdenking van het lekken van
staatsgeheimen door NCTV-medewerkers”) en de Kabinetsreactie van de
minister van BZK van 13 november 2025 daarop. Voor het overige geldt dat
naar aanleiding van de aanhouding van twee verdachten mijn
ambtsvoorganger een onafhankelijk onderzoek naar de omgang met
bijzondere informatie bij de NCTV en de politie heeft laten uitvoeren
door de ADR. Dit rapport en de kabinetsreactie daarop zijn aan uw Kamer
gestuurd bij brief van 13 december 2024.8
Voor een overzicht van de uitkomsten in het rapport van de ADR en de
maatregelen die zijn getroffen verwijs ik u naar de betreffende
brief.
Vraag 17
In hoeverre wordt momenteel rekening gehouden met mogelijke
kwetsbaarheden voor buitenlandse beïnvloeding, zoals financiële
voordelen, reizen of andere gunsten, bij medewerkers in gevoelige
functies?
Vraag 18
Bent u bereid om het beleid rondom het accepteren van geschenken, reizen
en andere voordelen van buitenlandse partijen verder aan te scherpen
voor ambtenaren met toegang tot staatsgeheimen?
Antwoord op vraag 17 en 18
Van alle rijksambtenaren wordt verwacht dat zij in hun werk betrouwbaar, onafhankelijk en onpartijdig zijn. In artikel 8, eerste lid, onder e, van de Ambtenarenwet 2017 is opgenomen dat het de ambtenaar niet is toegestaan om zonder toestemming van de overheidswerkgever giften, vergoedingen en beloften van een derde aan te nemen of hierom te vragen, indien de ambtenaar als ambtenaar met deze derde betrekkingen onderhoudt. Als grondregel geldt dat het aannemen van geschenken slechts geoorloofd is wanneer de handelingsvrijheid van de ambtenaar er niet direct of indirect door wordt aangetast én het gedrag van de ambtenaar de toets van de openbare verantwoording kan doorstaan.9 Zoals ook in de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) is opgenomen, dient elke rijksambtenaar bij geschenken na te gaan wat de achtergrond en mogelijke bijbedoelingen van een geschenk zijn. Indien een ambtenaar zich hierdoor niet meer vrij voelt om een onpartijdige beslissing te nemen, moet een geschenk geweigerd worden. In het geval van een geschenk door een buitenlandse relatie, dient de rijksambtenaar dit te beschouwen als een geschenk aan de organisatie en bespreekt de rijksambtenaar het geschenk met de leidinggevende. In het verlengde hiervan is het Rijksbrede programma ‘Weerbaarheid rijksoverheid tegen ondermijning’ in het leven geroepen tegen ondermijning vanuit statelijke actoren, buitenlandse beïnvloeding, en criminele organisaties. Vanuit het programma is er bijvoorbeeld een toolkit ontwikkeld waarmee Rijksorganisaties een risicoanalyse kunnen uitvoeren ten aanzien van corruptie en ondermijning.
Vraag 19
Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting en het toezicht op
de nationale veiligheidsketen als geheel?
Antwoord op vraag 19
Het is niet aan mij om uitspraken te doen over de inrichting en het toezicht op de nationale veiligheidsketen als geheel. Als benoemd bij de beantwoording van vragen 2 tot en met 4 heeft mijn ambtsvoorganger de ADR gevraagd onderzoek te doen naar de omgang met bijzondere informatie bij de NCTV en de politie. Voor de uitkomsten van dit rapport en de maatregelen die zijn getroffen verwijs ik u naar de eerder genoemde brief van 13 december 2024. Ten aanzien van een centraal toezicht op staatsgeheimen verwijs ik u naar de initiatiefnota van de voormalige leden Six Dijkstra. Bij brief van 14 juli 2025 heeft de minister van Binnenlandse Zaken uw Kamer een kabinetsreactie op deze initiatiefnota gestuurd.
Vraag 20
Kunt u toezeggen dat de Kamer volledig en transparant wordt geïnformeerd
over de uitkomsten van evaluaties en eventuele hervormingen naar
aanleiding van deze zaak?
Antwoord op vraag 20
Bij brief van 24 oktober 2024 heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik de ADR heb gevraagd om een aanvullend onderzoek te doen bij de NCTV naar de opvolging van de aanbevelingen van het rapport van de ADR naar de omgang met bijzondere informatie bij de NCTV en de politie en waar nodig aanvullende aanbevelingen te doen. Uw Kamer zal, zoals toegezegd in de genoemde brief en tijdens het debat met uw Kamer van 3 april 2025, vanzelfsprekend over de uitkomsten worden geïnformeerd.
1) NOS, 3 februari 2026, Spionageschandaal voor de rechter: 'NCTV-expert was spion voor Marokko' (https://nos.nl/artikel/2600728-spionageschandaal-voor-de-rechter-nctv-expert-was-spion-voor-marokko).
2) Noordhollands Dagblad, 8 juli 2025, Celstraf voor Alkmaarse ex-politieagent voor lekken informatie (https://www.noordhollandsdagblad.nl/regio/alkmaar/celstraf-voor-alkmaarse-ex-politieagent-voor-lekken-informatie/76517508.html).
Kamerstukken II, 2023/24, 36 410-VI, nr. 10.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 36 600-VI, nr. 123.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 36 800-VI, nr. 18.↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 36 600-VI, nr.134.↩︎
Kamerstuk 30 821 en 26 643, nr. 42.↩︎
Kamerstuk 30 821, nr. 180.↩︎
Kamerstuk 30 821, nr. 241 & AIVD en NCTV. Over de grens. Statelijke inmenging in diasporagemeenschappen in Nederland. Oktober 2024.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 36 600-VI, nr. 123.↩︎
Kamerstukken II, 2003/04, 29 436, nr. 3, p. 13.↩︎