[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026

Bijlage

Nummer: 2026D09891, datum: 2026-03-05, bijgewerkt: 2026-03-05 09:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026 (2026D09890)

Preview document (🔗 origineel)


GEANNOTEERDE AGENDA RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 17 MAART 2026

Op 17 maart 2026 vindt de Raad Algemene Zaken (RAZ) plaats in Brussel. Op

de agenda staan het Meerjarig Financieel Kader (MFK), de voorbereiding op de Europese Raad (ER) van 19 en 20 maart, de European Electoral act, en het Europees Semester 2026. De minister van Buitenlandse Zaken is voornemens deel te nemen aan deze Raad. Het kabinet maakt tevens gebruik van deze geannoteerde agenda om uw Kamer te informeren over de EU-toetredingsprocessen van Montenegro, Oekraïne en Moldavië.

Meerjarig Financieel Kader

De Raad zal spreken over het Meerjarig Financieel Kader (2028-2034). Specifiek staat de governance van het MFK geagendeerd. Het kabinet is voorstander van een toekomstbestendig en gemoderniseerd MFK, met een focus op concurrentievermogen, innovatie, asiel en migratie, en veiligheid en defensie. Het kabinet zet zich in voor een realistisch EU-budget en behoud van het correctiemechanisme op de bni-afdracht (bni-korting). Het kabinet is voorstander van een grotere rol voor de Raad en de lidstaten in het volgend MFK ten opzichte van het Commissievoorstel. Tegelijkertijd moeten administratieve processen niet onnodig zwaar worden.

Voorbereiding Europese Raad van 19 en 20 maart

De Raad zal stilstaan bij de geannoteerde conceptagenda van de Europese Raad van 19 en 20 maart. De onderwerpen zijn onder meer: Oekraïne, het Midden Oosten, Concurrentievermogen en de interne markt, het Meerjarig Financieel Kader, Europese veiligheid en defensie en migratie. De kabinetsinzet wordt opgenomen in de geannoteerde agenda van de ER. Nederland zal, waar opportuun, conform de in de geannoteerde agenda geformuleerde inzet interveniëren tijdens de Raad.

European Electoral act

De Raad zal een wijziging, op initiatief van het Europees Parlement, van de Kiesakte behandelen. Daarin wordt geregeld dat stemoverdracht (proxy voting) mogelijk wordt voor leden van het Europees Parlement tijdens zwangerschap en na geboorte. Wat het kabinet betreft, moet het voorstel voor stemoverdracht gezien worden als opmaat naar een tijdelijke vervangingsregeling en/of een uitbreiding voor vaderschapsverlof en ziekteverlof.1 Nu binnen de Raad en het Europees Parlement geen draagvlak lijkt te bestaan voor een dergelijke maatregel van tijdelijke vervanging, meent het kabinet dat het verantwoord is om te opteren voor het alternatief van stemoverdracht. Zoals aangegeven in het kabinetsstandpunt is het voornemen om in Raadsverband een nationale verklaring af te leggen waarin wordt aangegeven dat het voorstel voor stemoverdracht wat Nederland betreft gezien moet worden als opmaat naar een tijdelijke vervangingsregeling en/of een uitbreiding voor vaderschapsverlof en ziekteverlof, alsmede dat het beginsel van stemmen zonder last moet worden gewaarborgd.

Europees Semester 2026

In de Raad Algemene Zaken zal gesproken worden over het Europees Semester 2026. De ministers zullen onder Cypriotisch voorzitterschap de mogelijk geactualiseerde routekaart (Roadmap) bespreken met belangrijke stappen. De Roadmap behelst een tijdslijn van het Europees Semester in aanloop naar de publicatie van het lentepakket, naar verwachting begin juni 2026. Daarnaast zal er waarschijnlijk van gedachten worden gewisseld over de economische beleidsaanbevelingen voor de eurozone in 2025.

De Commissie heeft op 25 november jl. het herfstpakket in het kader van het Europees Semester gepubliceerd. Onderdeel van dit pakket is de door de Commissie voorgestelde ontwerpaanbeveling voor het economisch beleid in de eurozone voor 2026, de Euro Area Recommendation (EAR). In de EAR worden de gezamenlijke (beleids-)uitdagingen voor het eurogebied voor 2026 en 2027 geïdentificeerd. De voorliggende aanbevelingen die door de Ecofinraad bekrachtigd zijn op 17 februari, zijn aangepast naar aanleiding van besprekingen in de ambtelijke voorportalen van de Eurogroep, de Ecofinraad en de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid. Deze aanbevelingen sluiten aan op de hoofdthema’s: begrotingsbeleid, defensie-uitgaven en begrotingsbeleid, arbeidsmarkt, investeringen en innovatie, interne markt, simplificatie, Spaar- en Investeringsunie, de digitale euro en de internationale rol van de euro, en macro-financiële stabiliteit.

Een kabinetsappreciatie van de EAR op de economische aspecten is opgenomen in de Geannoteerde Agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026. Nederland verwelkomt de EAR en ziet deze als een belangrijk onderdeel binnen het Europees Semester. Nederland is positief aangezien de EAR de eurozonelidstaten nuttige richtsnoeren bieden en bijdragen aan effectievere beleidscoördinatie binnen de EMU. Nederland benadrukt het belang van schuldhoudbaarheid in de lidstaten en onderschrijft daarbij de aanbeveling voor het herprioriteren van nationale begrotingen, onder andere in verband met hogere defensie-uitgaven. Daarnaast steunt Nederland de aandacht in de EAR voor voortgang op de kapitaalmarktunie, aandacht voor onderzoek en innovatie, decarbonisatie, de digitale transitie, de verdieping van de interne markt en aanpak van regeldruk. Verder onderschrijft Nederland het belang van het bevorderen van (basis)vaardigheden om een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt te stimuleren en een goede match van vraag en aanbod naar vaardigheden op de arbeidsmarkt te bevorderen.

EU-toetredingsproces Montenegro: onder voorbehoud sluiten van een hoofdstuk
De Commissie heeft voorgesteld om in de toetredingsonderhandelingen met Montenegro hoofdstuk 21 over trans-Europese netwerken onder voorbehoud te sluiten. Dit hoofdstuk omvat onder andere het EU-acquis over trans-Europese netwerken voor transport en energie (vastgelegd in de TEN-T en TEN-E verordeningen, en de Connecting Europe Facility).

Het kabinet weegt de bredere (rechtsstaats-)situatie in Montenegro zodanig dat het een kritisch-constructieve grondhouding heeft ten aanzien van voorstellen van de Commissie voor het onder voorbehoud sluiten van individuele hoofdstukken. Het kabinet kan deze steunen, mits Montenegro blijvend investeert in versterking van administratieve en personele capaciteit, en aan de beleidsinhoudelijke closing benchmarks voor individuele hoofdstukken is voldaan.2 De benchmarks voor hoofdstuk 21 zien onder andere op het overeenkomen van prioritaire transportprojecten om Montenegro verder aan te sluiten op trans-Europese transportnetwerken, en adequate institutionele en administratieve capaciteit.

Nederland heeft tijdens de behandeling in Brussel opgeroepen tot deugdelijke implementatie van hervormingen en nauwe, blijvende monitoring door de Commissie van resterende stappen, waaronder verdere omzetting van energie-netwerkvereisten in wetgeving. Het kabinet steunt het onder voorbehoud sluiten van dit hoofdstuk, nu de Commissie dit bevestigt. Naar verwachting zal er in de Raad unanieme steun zijn voor deze stap. Afhankelijk van instemming van EU-lidstaten zal en marge van de RAZ van 17 maart een Intergouvernementele Conferentie worden georganiseerd.

EU-toetredingsproces Oekraïne en Moldavië
Ondanks de Hongaarse blokkade in het EU-toetredingsproces van Oekraïne vindt voorbereidend technisch werk plaats, opdat de onderhandelingsclusters voor Oekraïne en Moldavië zo snel mogelijk geopend kunnen worden op het moment dat Hongarije deze blokkade opheft en de besluiten formeel voorliggen.

Eerder oordeelde de Commissie al dat Cluster 1 (Fundamentals), Cluster 2 (interne markt) en Cluster 6 (externe betrekkingen) geopend kunnen worden. In de appreciatie van het uitbreidingspakket 2025 gaf het kabinet aan dit oordeel te volgen en voornemens te zijn hiermee in te stemmen wanneer dit besluit voorligt, de Raad concludeert dat aan de opening benchmarks is voldaan, en overeenstemming bereikt is over gepaste interim benchmarks. Nadat Cluster 1 geopend is, is het kabinet eveneens voornemens in te stemmen met het openen van Cluster 2 en Cluster 6, wanneer deze besluiten voorliggen en Nederlandse aandachtspunten in voldoende mate verankerd zijn.

De Commissie gaf in het uitbreidingsrapport 2025 aan te verwachten dat Oekraïne en Moldavië voor eind 2025 zouden voldoen aan de vereisten voor het openen van de overige Clusters: Cluster 3 over concurrentievermogen en inclusieve groei, Cluster 4 over de groene agenda en duurzame connectiviteit, en Cluster 5 over hulpbronnen, landbouw en cohesie. De Commissie oordeelt nu dat dit het geval is en adviseert de Raad om ook deze Clusters te openen.

Het kabinet onderschrijft de bevindingen van de Commissie en is voornemens in te stemmen met het openen van deze clusters, onder dezelfde voorwaarden als voor Clusters 2 en 6. In het technisch voorbereidende werk heeft Nederland onder andere aandacht gevraagd voor adequate institutionele en administratieve capaciteit voor alle beleidsterreinen onder de Clusters.

Bij het openen van onderhandelingsclusters worden zogenaamde closing benchmarks vastgesteld voor individuele hoofdstukken waar kandidaat-lidstaten aan moeten voldoen voordat te zijner tijd overgegaan kan worden tot het onder voorbehoud sluiten van individuele hoofdstukken. Hier dient ook een positieve beoordeling op de zgn. interim benchmarks voor de Fundamentals aan vooraf te gaan. Voortgang van rechtsstaathervormingen wordt gedurende het proces meegewogen. Tijdens deze lange en complexe fase van de toetredingsonderhandelingen staat de Commissie in nauw contact met de kandidaat-lidstaten over de overname en implementatie van het EU-acquis, en houdt de Raad hiervan op de hoogte.


  1. Beide Kamers hebben op 16 januari 2026 een kabinetsstandpunt over dit voorstel ontvangen, zie Kamerstuk 36 104, nr. 10↩︎

  2. Zie ook de Kabinetsappreciatie uitbreidingspakket 2025, Kamerstuk 23 987, nr. 398↩︎