Begroting Koninkrijksrelaties (36800-IV) (derde termijn) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D09901, datum: 2026-03-04, bijgewerkt: 2026-03-05 09:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-04 10:40: Begroting Koninkrijksrelaties (36800-IV) (derde termijn) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 (36800-IV).
(Zie vergaderingen van 17 en 18 december 2025.)
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij de derde termijn van de begroting
Koninkrijksrelaties, met twee sprekers van de zijde van de Kamer. Ik wil
graag als eerste het woord geven aan mevrouw Tseggai van de fractie van
GroenLinks-PvdA. Ik wijs erop dat deze derde termijn vooral is ontstaan
door een wisseling vanuit de Kamer en het kabinet, dus laten we niet al
te veel interrupties op elkaar plaatsen.
De algemene beraadslaging wordt heropend.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, u heeft het woord.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad vrij uitzonderlijk dat we een
derde termijn doen bij een begroting, maar gelet op het feit dat er veel
onduidelijkheid bleek te bestaan na de tweede termijn van de begroting,
leek het mij en mijn zeer gewaardeerde toenmalige collega Eric van der
Burg een goed idee om een derde termijn aan te vragen, om ervoor te
zorgen dat we helderheid krijgen over de afspraken die gemaakt zijn
tussen BZK en de BES-eilanden over onder andere de uitbreiding van de
eilandsraden.
Ik heb dus een paar concrete vragen aan de nieuwe staatssecretaris.
Allereerst heb ik de vraag: wat is er nu precies afgesproken tussen het
kabinet en de BES-eilanden bij de inmiddels beruchte bijeenkomst op De
Bilt? Ik blijf dat namelijk toch een vreemd verhaal vinden. Wat is er
sindsdien gebeurd waardoor het kabinet besloot om eenzijdig de afspraken
te wijzigen ten aanzien van de functie van de Rijksvertegenwoordiger?
Waarom is ervoor gekozen om het wetsvoorstel over het uitbreiden van het
aantal eilandsraadsleden uit het tijdpad te halen dat toen is
afgesproken en alvast aan de Kamer te sturen? Is dit alleen maar omdat
anders de verkiezingen van 2027 niet worden gehaald of zijn er nog
andere redenen? Wanneer worden die andere afspraken die in De Bilt
gemaakt zijn dan nagekomen door het kabinet?
Specifiek ten aanzien van de uitbreiding van de eilandsraden heb ik een
aantal vragen. Wat is nu het huidige standpunt van Bonaire, Statia en
Saba ten aanzien van deze wijziging? Zit er nog verschil tussen de
colleges van de eilanden en tussen de standpunten van de eilandsraden
zelf? Is er sinds de begrotingsbehandeling in december nog nader overleg
geweest met de eilanden en, zo ja, wat heeft dit opgeleverd? Klopt het
dat de €300.000 die gereserveerd is voor de drie eilanden te weinig is
om de uitbreiding volledig te financieren? Ik zou graag antwoord willen
van de staatssecretaris op deze vragen. Ik hoop dat we dan goed
geïnformeerd kunnen stemmen over de begroting. Omdat het debat vandaag
in één ronde gevoerd wordt, heb ik een motie die ik graag wil indienen,
maar ik zie eerst een interruptie, geloof ik. Nee. Oké. Dan ga ik verder
met de motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er middelen gereserveerd zijn voor de uitbreiding van
het aantal leden van de eilandsraden en de eilandcolleges per
2027;
overwegende dat er signalen van de BES-eilanden zijn die aangeven dat
deze middelen onvoldoende zijn om het aantal eilandsraadsleden en leden
van de colleges uit te breiden omdat onder andere geen rekening wordt
gehouden met het uitbreiden van de ondersteuning en de
huisvesting;
verzoekt de regering om voor de plenaire behandeling van de Wet
verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden te
inventariseren welke middelen precies nodig zijn om deze wet goed uit te
kunnen voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 50 (36800-IV) (#2).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Twee dingen. Ik zou graag de motie mee willen ondertekenen, als dat
mag.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ja, bij dezen.
De voorzitter:
Dat noteren we.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank. In het verlengde daarvan heb ik nog een vraag. Ik heb ook twee
amendementen ingediend, omdat ik heel graag zou willen dat we deze wet
gewoon snel behandelen, omdat ik denk dat de eilanden erbij gebaat zijn
als wij het democratische mandaat dusdanig uitbreiden dat er meer
plekken in de eilandsraad beschikbaar zijn. We zien nu dat het gewoon
knelt. U heeft de derde termijn van dit debat aangevraagd. Begrijp ik
goed dat u zegt dat als de afspraken die gemaakt zijn tussen de
Rijksoverheid en de eilandsraden gewoon worden nagekomen en daar comfort
is, u ook bereid bent om die behandeling snel te laten plaatsvinden,
waardoor we ervoor kunnen zorgen dat de verkiezingen in 2027 doorgaan
met de uitbreiding? Dat is namelijk ook mijn insteek.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik snap deze vraag. GroenLinks-PvdA is zeker niet tegen het uitbreiden
van het aantal eilandsraadsleden, maar ik heb in de vorige termijn van
deze begroting geprobeerd te achterhalen waarom het per se voor 2027
moet. Zouden we het bijvoorbeeld niet nog een termijn kunnen uitstellen?
Ik hoop dat ik daar nu een goed antwoord op krijg van de
staatssecretaris. Dan ben ik bereid dat proces te versnellen. Maar ik
wil dat het goed geregeld wordt, ook voor de eilanden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dijk als laatste spreker van de
zijde van de Kamer tijdens deze derde termijn. Zij spreekt namens de
fractie van D66.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel. Eigenlijk heb ik dezelfde vragen als mijn collega van
GroenLinks-PvdA, dus die zal ik niet herhalen. Voor mij is er ook heel
veel onduidelijkheid. Ik weet nog dat ik toen advies heb gevraagd aan
mijn collega, de heer Van der Burg. Ik vroeg: wat moeten we doen? Nu ben
ik benieuwd wat zijn antwoord wordt, want ik wil het natuurlijk ook
zorgvuldig doen en niet onnodig tijd verliezen. Ik probeer ook heel goed
te luisteren naar de geluiden van de eilanden. Ik ben eigenlijk op zoek
naar een antwoord op de vraag: moeten Bonaire, Saba en Statia nu alle
drie of kunnen we ook maatwerk aanbieden? Ik hoop gewoon op wat meer
reflectie en tegelijkertijd snelheid.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is er toch nog een spreker van de zijde van de Kamer.
Dat is de heer Van den Brink, die ik het woord geef voor zijn inbreng
namens de fractie van het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik had wat willen zeggen over de eilandsraden,
maar daar zijn alle vragen al over gesteld, dus dat komt wel goed. Ik
heb daarnaast nog één andere vraag. Tijdens ons werkbezoek aan Aruba in
het voorjaarsreces constateerden we dat daar onrust is ontstaan rond een
zin uit het coalitieakkoord. Dat betreft de zin: "Het Statuut vormt de
basis voor de verhoudingen tussen de verschillende landen. Hierin wordt
opgenomen dat de eilanden kunnen verklaren onafhankelijk te worden, als
zij dat willen." Zou de staatssecretaris ons willen vertellen hoe hij
deze zin interpreteert?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Een hele korte interruptie van mevrouw Tseggai. Kort.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had deze vraag eigenlijk ook, maar ik dacht: ik laat die even voor
een andere keer. Het CDA heeft toch ook bij de onderhandelingen gezeten?
Het staat toch in het regeerakkoord? Hebben de coalitiepartijen er dan
niet goed over nagedacht voordat ze deze zin in het regeerakkoord
zetten?
De voorzitter:
Kort dan, meneer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ja. Daar is ongetwijfeld goed over nagedacht. Ik ben daar niet bij
betrokken geweest, dus ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dat op dit
moment uitlegt.
De voorzitter:
Dank u wel. We schorsen vijf minuten voor de beantwoording van de
gestelde vragen en voor de appreciaties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de staatssecretaris van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Het is inderdaad wel een beetje vreemd om bij dit debat hier
te staan, omdat wij in de tweede termijn aan het bespreken waren hoe we
dit met de staatssecretaris zouden gaan doen. Gelukkig heb ik toen geen
al te gekke dingen gezegd; dat helpt dan wel. Het ging oorspronkelijk
ook over de vraag hoe het zat in het licht van het eventueel
controversieel verklaren. Maar goed, controversieel verklaren kan
sowieso niet meer, want er is een missionair kabinet ... "Met een
uitstekende staatssecretaris", zo meldt GroenLinks-PvdA. Ik zeg dit nog
maar even in de microfoon ...
De voorzitter:
Het staat opgenomen in de Handelingen!
Staatssecretaris Van der Burg:
... zodat het ook in de Handelingen is opgenomen; dat is sowieso goed.
Kijk, de afspraken die in De Bilt zijn gemaakt, zijn vrij duidelijk en
die heeft u als Kamer ook gehad. We zien echter dat mijn voorganger — en
daarmee ik, want alles wat mijn voorgangers hebben gedaan, is nu van mij
— daar specifieke uitbreiding uit heeft gelicht. Dat is gebeurd in het
licht van 2027. We moeten tempo maken, anders kan het niet. Dat speelt
ook mee bij de discussie over het controversieel verklaren, want door
dat controversieel verklaren had 2027 niet meer gekund. En er was
inderdaad discussie over wat te doen met de Rijksvertegenwoordiger.
Doordat die discussie er was, is dit er nu uitgelicht. In De Bilt was
namelijk de afspraak gemaakt waarbij mijn voorganger zei: daar wil ik
het nog een keertje over hebben. Dat is dus de achtergrond van waarom
deze wet hier nu specifiek voorligt.
Er wordt verschillend over gedacht door de drie eilanden. Statia is
voor. Bonaire geeft aan wel voor te zijn, maar heeft bezwaar tegen het
feit dat het in een aparte wet gebeurt, gezien het feit dat dit daarmee
wordt uitgelicht. Bij Saba zitten bezwaren die meer inhoudelijk zijn. En
dan lag er in dat licht nog een vraag van mevrouw Dijk: zou je niet
moeten kijken naar maatwerk? Daar ben ik minder voor. We kennen
natuurlijk wel maatwerk als het gaat om bijvoorbeeld gemeentes voor het
aantal leden dat de gemeente heeft; Schiermonnikoog heeft er minder dan
Amsterdam. En zo kun je ook kijken naar aantallen als het gaat om
eilanden. Maar wat je niet moet doen, is zeggen dat we het wel gaan
uitbreiden op Saba en niet op Bonaire en Statia, of nu wel op Saba en nu
nog niet op die andere. Ik denk dat je daar wel één lijn in zou moeten
trekken.
Overigens heb ik zelf nog niet met de eilandsraden gesproken. Ik heb al
wel de gezaghebbers gesproken, maar nog niet de eilandsraden zelf. Die
wil ik er zelf ook even over horen, ook om te kijken of, en zo ja hoe,
ik de wet voortzet. Nu heeft u morgen uw indieningstermijn. Ik zou u in
ieder geval ernstig willen vragen om dat in ieder geval wel door te
zetten, want als u dit niet morgen zou doen of zegt "ik wacht eerst even
af of Van der Burg de wet in deze vorm wil voortzetten", dan is de
dodelijke datum van 2027 in gevaar, want dan moet het ook voor de zomer
richting de Eerste Kamer. Dus zet u uw proces gewoon door. Ik ga dan zo
snel mogelijk met de eilandsraden praten en kom er dan in ieder geval
bij u op terug.
Sorry, voorzitter, ik was even aan het ademhalen omdat ik mevrouw
Tseggai zag bewegen.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we een korte interruptie toestaan aan het einde van uw
beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja. Over die €300.000 is inderdaad discussie. Wij zeggen dat dat genoeg
is. Daar wordt anders over gedacht op de eilanden, dus daar moeten we
nog even goed naar kijken.
De heer Van den Brink stelde nog een specifieke vraag over het voornemen
in het regeerakkoord over het wijzigen van het Statuut. Kijk, daar
spelen twee dingen. Eén. Voor Aruba is het geregeld. Voor Aruba staat in
het Statuut opgenomen dat Aruba kan uittreden, dus in die zin kunt u die
zin in het coalitieakkoord zodanig lezen dat we dit gelijktrekken voor
de andere twee landen Curaçao en Sint-Maarten. Tegelijkertijd erkennen
wij als Nederland gewoon het zelfbeschikkingsrecht in den brede. Mocht
een van de twee andere landen zeggen dat het wil uittreden, kan dat nu
dus ook al, zelfs met een niet gewijzigd Statuut. Ik zie deze Kamer —
beide Kamers, moet ik zeggen — dit niet blokkeren. Als het gebeurt, is
het overigens niet alleen een zaak van Nederland, maar van alle landen.
Naast Nederland zouden dus ook de andere twee landen moeten instemmen
als een van de drie landen wil uittreden. Ik zeg erbij: zij hebben er
geen behoefte aan, want zij blijven graag in het Koninkrijk. Dat hebben
de drie premiers in hun gesprekken met mij ook al gemeld.
De voorzitter:
De motie.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dan de motie op stuk nr. 50. Die krijgt van mij oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag twee interrupties, één van mevrouw Tseggai en één van
de heer Ceder. Mevrouw Tseggai was eerst.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had even een korte vraag over de gesprekken die de staatssecretaris
gaat voeren met de eilandsraden. Zou hij daar misschien per brief op
terug willen komen, en ervoor kunnen zorgen dat wij die brief hebben
voor de behandeling van de wet?
Staatssecretaris Van der Burg:
Uiteraard.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat zou heel prettig zijn. Dank u wel.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik vind het ingewikkeld dat de staatssecretaris in de lucht laat hangen
of hij de wet gaat intrekken of niet. Als je hem intrekt, betekent dat
namelijk de facto dat het aantal eilandsraadleden voor de volgende
verkiezingen hetzelfde blijft, terwijl hierover in de Kamer, waar
uiteindelijk het mandaat ligt om wetgeving voor te bereiden, anders
gedacht wordt. De kans om wetgeving voor te bereiden wordt dus
ontnomen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de staatssecretaris het met mij eens is dat, als het
gaat om de inrichting van gemeentelijke overheden, en daarmee ook de
BES-eilanden, het niet per se aan de eilandsraad is. Net zoals
gemeenteraden kunnen zij wel geadviseerd en geconsulteerd worden, maar
uiteindelijk is het aan de wijsheid van de Kamer om te kijken hoe we dat
inrichten. Ik wil dit meegeven, omdat ik wil voorkomen dat wij een
briefje krijgen dat er na een gesprek met de huidige vertegenwoordigers
een keuze gemaakt wordt, waardoor wij vervolgens voor een voldongen feit
gesteld worden, terwijl ik graag de behandeling in de Kamer zou willen
…
De voorzitter:
Het is helder, meneer Ceder. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van der Burg:
Uiteraard neem ik, in dit geval vier, democratisch gekozen organen
serieus. Ik neem namelijk de drie eilandsraden serieus, maar uiteraard
ook de Tweede Kamer. Daar ik staatssecretaris ben, is de Tweede Kamer
voor mij daarin het hoogste orgaan, dus ik zal het serieus nemen. Maar
ik heb in de tweede termijn van het debat ook gehoord dat ook voor een
aantal Kamerfracties de mening van de eilandsraden uitermate belangrijk
is. Daarom hadden we toen die discussie over het controversieel
verklaren.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording. Daarmee zijn we aan
het einde gekomen van deze derde termijn van de begrotingsbehandeling
Koninkrijksrelaties.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 11.00 uur, waarna we verdergaan met de
begrotingsbehandeling Defensie. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.