[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Eurogroep/Ecofinraad d.d. 9 en 10 maart 2026 (CD 4/3) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D09903, datum: 2026-03-04, bijgewerkt: 2026-03-05 09:26, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Eurogroep/Ecofin-Raad d.d. 9-10 maart 2026

Eurogroep/Ecofin-Raad d.d. 9-10 maart 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad d.d. 9-10 maart 2026 (CD d.d. 04/03).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik heet de minister van Financiën van harte welkom bij het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 9 en 10 maart 2026. Er zijn drie sprekers aan de zijde van de Kamer en ik geef als eerste het woord aan de heer Hoogeveen namens JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat binnen de Europese Unie in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van Europese leningsinstrumenten waarbij de Europese Commissie geld aantrekt op de kapitaalmarkt om dit vervolgens door te lenen aan lidstaten, met de Europese begroting als garantie;

overwegende dat dergelijke constructies het risico met zich meebrengen dat prikkels voor begrotingsdiscipline en structurele hervormingen bij lidstaten kunnen verzwakken;

overwegende dat het Stabiliteits- en Groeipact het fundament vormt voor gezonde overheidsfinanciën binnen de eurozone;

verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat toegang tot nieuwe door de Europese begroting gegarandeerde leningsinstrumenten nadrukkelijk wordt gekoppeld aan de naleving van het Stabiliteits- en Groeipact en aan een geloofwaardig pad naar de 60%-schuldnorm,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2169 (21501-07) (#1).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Centrale Bank heeft aangedrongen op het creëren van een gemeenschappelijke Europese safe asset, hetgeen neerkomt op grootschalige, structurele en gezamenlijke financiering van overheidsuitgaven;

overwegende dat de spaar- en investeringsunie primair gericht moet zijn op het mobiliseren van privaat kapitaal ten behoeve van betere financiering van bedrijven;

verzoekt de regering zich in de Raad actief te verzetten tegen het creëren van een Europese safe asset of andere vormen van structurele gezamenlijke schulduitgifte in het kader van dẹ spaar- en investeringsunie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2170 (21501-07) (#2).

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, tot slot. We hadden een mooi debat vandaag. Mijn fractie steunt ook de ambitie van het kabinet om die Europese kapitaalmarkt verder te integreren en barrières voor grensoverschrijdende investeringen weg te nemen. Juist voor Nederland is dat van groot belang. Tegelijkertijd zien we in Europa een andere tendens ontstaan. We zien dat er in de discussies rondom kapitaalmarkten, bijvoorbeeld over clearing en de post-trade sector, weer meer wordt gekeken naar het geforceerd verplaatsen van financiële markten van buiten de EU naar binnen de EU. Ik overwoog hier een motie over in te dienen, maar ik vraag de minister nu gewoon of hij kan bevestigen dat de Nederlandse inzet blijft dat verdere integratie van de kapitaalmarkt dus primair marktgedreven plaatsvindt door het wegnemen van barrières en het versterken van concurrentiekracht en dat Nederland niet meegaat in dit soort protectionistisch Europees denken of het geforceerd afdwingen van relocatie van financiële activiteiten.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Bushoff namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ga uw gang.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Europese emissiehandelssysteem (ETS) bedoeld is om industriële CO2-uitstoot jaarlijks te verlagen en dit bovendien in 2025 circa 923 miljoen aan veilingopbrengsten voor de Nederlandse schatkist oplevert;

overwegende dat voorstellen om de jaarlijkse daling van het aantal emissierechten te stoppen het klimaatbeleid ondermijnen, investerende en reeds verduurzaamde bedrijven benadelen en substantiële inkomsten voor de schatkist in gevaar brengen;

verzoekt de regering zich in Europa ondubbelzinnig uit te spreken tegen iedere afzwakking van het ETS en zich actief in te zetten voor behoud van de huidige systematiek en reductieambitie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 2171 (21501-07) (#3).

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat u het kan lezen; het is een beetje gekrabbel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Van Houwelingen. Hij spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland circa 612 ton goud bezit, waarvan een aanzienlijk deel is opgeslagen in de kluizen van de Federal Reserve Bank in New York;

overwegende dat dit goud eigendom is van de Nederlandse Staat en daarmee van het Nederlandse volk;

overwegende dat opslag in het buitenland risico's met zich meebrengt op het gebied van geopolitieke onzekerheid, toegankelijkheid en nationale soevereiniteit over de eigen goudreserves;

overwegende dat meerdere Europese landen, waaronder Duitsland, Oostenrijk en Hongarije, reeds zijn overgegaan tot (gedeeltelijke) repatriëring van hun goudreserves;

overwegende dat het in het belang van Nederland is om zeggenschap en controle over de eigen goudreserves te waarborgen;

verzoekt het kabinet het Nederlandse goud dat momenteel in New York is opgeslagen zo spoedig mogelijk te repatriëren naar Nederland, en de Kamer over de voortgang hiervan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.

Zij krijgt nr. 2172 (21501-07) (#4).

De heer Van Houwelingen (FVD):
Daar zou ik nog kort het volgende bij willen opmerken. De minister zei in het debat: daar gaat uiteindelijk De Nederlandsche Bank over. Maar ik kan me niet voorstellen — dat is mijn vraag aan de minister — dat zoiets belangrijks als de toekomst van onze nationale goudvoorraad uiteindelijk geen politiek besluit is, dus dat de Kamer en de minister daar niet over gaan. Als De Nederlandsche Bank daar inderdaad over gaat, is het dan ook zo dat die dan eindverantwoordelijk is als er iets misgaat met onze goudvoorraad? Het lijkt mij dat de minister dat is. Als dat zo is — ik hoop dat dat zo is — hoop ik dat de minister wanneer hij de motie ontraadt, zoals ik verwacht, met een andere onderbouwing komt dan dat De Nederlandsche Bank daarover gaat. Dat lijkt me dan wel redelijk.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer in deze termijn. Ik schors een enkel ogenblik voor de beantwoording van de minister van Financiën.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Minister Heinen:
Dank u wel. Dank u wel ook voor de moties en voor de vraag die gesteld is door de heer Hoogeveen. Ik kan bevestigen dat de inzet op de kapitaalmarkt inderdaad "langs de lijn" is, zoals de heer Hoogeveen in dit debat heeft uiteengezet.

Voorzitter. Dan wil ik naar de moties. De motie op stuk nr. 2169 van de heer Hoogeveen gaat over de eventuele nieuwe instrumenten en de toegang daartoe voor landen die niet aan het SGP voldoen. Ik denk dat het goed is om hier even een gedachtewisseling aan vooraf te laten gaan, zodat we elkaar goed begrijpen. Als het namelijk gaat om leeninstrumenten zoals die in Europa plaatsvinden, bijvoorbeeld het SAFE-instrument, heeft Nederland altijd ingezet op het belang van schuldhoudbaarheid. Nederland is daar ook altijd onderdeel van geweest. Dat blijf ik ook doen. In die zin lees ik de motie als ondersteuning van het huidige beleid. Ik snap de heer Hoogeveen ook goed als hij zegt dat hij wil dat het voor de toekomst geborgd is. Uiteraard blijft schuldhoudbaarheid voor ons een belangrijke voorwaarde.

Voorzitter. Het is zaak dat we elkaar goed begrijpen. De heer Hoogeveen verwijst expliciet naar de 60%-schuldnorm. Ook landen in een buitensporigtekortprocedure die niet voldoen aan de 60%-norm kunnen wél voldoen aan de regels van het SGP. Ze zitten namelijk in een buitensporigtekortprocedure. Ze moeten toewerken naar een houdbare schuld en daar afspraken over maken. In die zin voldoen ze aan het SGP, maar niet aan de 60%-norm.

Voorzitter. Ik lees de motie zodanig dat ook deze landen — dat zijn landen die dus bijvoorbeeld in een buitensporigtekortprocedure zitten en toewerken naar schuldhoudbaarheid en in die zin voldoen aan het SGP — wel aan deze instrumenten mee kunnen doen. Ik zal dan inderdaad, als ik de motie zo goed lees, conform de motie dit punt altijd naar voren blijven brengen in de Europese Raad als belangrijke voorwaarde voor Nederland. We moeten altijd naar die schuldhoudbaarheid blijven kijken. Er is namelijk ook een achterliggend doel. We delen uiteraard de zorg voor toenemende schulden en een groeiende schuldenberg. Die willen we uiteraard voorkomen. Ik kijk dus ook even de heer Hoogeveen in de ogen met de vraag of we met deze motie hetzelfde bedoelen. Zo kan ik de juiste appreciatie geven.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank aan de minister voor deze bespiegeling. Ja, dit klopt. Het doel van mijn motie is echt om dit in de toekomst te waarborgen en die 60% uit het SGP niet uit het oog te verliezen voordat we dit soort leeninstrumenten gaan gebruiken. Ik begrijp uit de reactie van de minister dat dit al het geval is. Is er toch nog een manier waarop dat net iets formeler kan worden benoemd, voordat we beginnen aan nieuwe leeninstrumenten? We weten namelijk dat er een aantal landen zijn die in zo'n buitensporigtekortprocedure zitten en dat zij bij lange na niet voldoen aan die 60%-norm. Het zou fijn zijn als er een geloofwaardig pad aan ten grondslag ligt.

Minister Heinen:
Exact. Geloofwaardigheid is natuurlijk altijd een interpretatie, maar die borgen wij via een controle via de Europese Commissie en rapportages vanuit de landen die laten zien hoe ze dat geloofwaardige pad naar de schuldhoudbaarheid borgen. Dat is ook altijd de Nederlandse inzet. Ook in het licht van ReArm Europe en het SAFE-instrument heeft Nederland er altijd op ingezet dat als iets leidt tot aanvullende schulden bij lidstaten, dat ook leidt tot een grotere inspanning van die lidstaten om toe te bewegen naar schuldhoudbaarheid. Die instrumenten kunnen in die zin nooit een ontsnapping zijn uit een buitensporigtekortprocedure of een omzeiling om toch hogere schulden aan te gaan. In die zin denk ik dat wij de motie op dezelfde manier interpreteren. De motie verzoekt mij daar in Europa op te blijven inzetten. Dat zal ik ook doen. Daarmee kan ik de motie op stuk nr. 2169 oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Ik zie dat de heer Hoogeveen daarmee akkoord gaat. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 2169 oordeel Kamer.

Minister Heinen:
Ook dank voor deze toelichting, want het luistert nauw. We delen het belang van schuldhoudbaarheid. Dat is de kern van het financiële beleid.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 2170, van de heer Hoogeveen, verzoekt de regering zich in de Raad actief te verzetten tegen het creëren van een Europese safe asset. Ook hier geef ik, los van de appreciatie, een kleine interpretatie mee. Ik ben namelijk een groot voorstander van een Europese safe asset, om ervoor te zorgen dat lidstaten hun begroting op orde hebben, dat ze gezonde overheidsfinanciën hebben en dat ze een sterke economie hebben. Dan worden hun staatsobligaties namelijk een safe asset. Maar ik denk dat de heer Hoogeveen in de motie doelt op het creëren van eurobonds. Daar is dit kabinet geen voorstander van. Ik ben daar geen voorstander van en het kabinet onderschrijft die lijn. Nee, ik moet het anders zeggen. We onderschrijven die lijn, net zoals het vorige kabinet; zo zeg ik het goed. Daarom geef ik ook deze motie oordeel Kamer.

De motie ...

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2170: oordeel Kamer.

Minister Heinen:
De motie op stuk nr. 2171, van de heer Bushoff, zou ik de appreciatie "ontijdig" willen geven, vanwege dezelfde argumentatie als bij het debat van vanochtend. Wij zijn niet voornemens om het ETS-beleid te veranderen. Allereerst is dit niet aan mij, maar aan de minister van KGG. Zij is hier primair verantwoordelijk voor. Daarnaast kunnen we nu niet voorzien hoe dit zich in Europees verband ontwikkelt.

De voorzitter:
Dan stel ik eerst de formele vraag of de heer Bushoff bereid is om de motie aan te houden.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is inderdaad zo dat we niet kunnen voorzien hoe het zich in Europees verband ontwikkelt, maar we weten wel dat er ontwikkelingen zijn in Europees verband en dat de Nederlandse regering zich daartoe zou moeten verhouden. Deze motie geeft eigenlijk een opdracht mee aan de Nederlandse regering. In die zin vind ik het dus eigenlijk helemaal niet zo'n rare motie.

De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 2171 de appreciatie "ontijdig".

Minister Heinen:
Voor de Handelingen: ik heb 'm niet geduid als "raar". Ik vind 'm ontijdig. Dat is mijn formele appreciatie.

Dan de laatste motie, de motie op stuk nr. 2172 van de heer Van Houwelingen, die het kabinet verzoekt "om het Nederlandse goud dat momenteel in New York is opgeslagen" — dat is niet helemaal waar, want het ligt in zowel de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk als Nederland — "te repatriëren". Los van de feitelijke onjuistheden in deze motie zou ik 'm ook willen ontraden, omdat het niet aan het kabinet maar aan De Nederlandsche Bank is. Die is onafhankelijk in het bepalen van het monetaire beleid en ook het beheer van het goud. De heer Van Houwelingen doet hier in de plenaire zaal eigenlijk hetzelfde als vanochtend in het commissiedebat: hij stelt dat dit niet democratisch zou zijn. Het mandaat van De Nederlandsche Bank en de taak om de goudvoorraad te beheren staan gewoon in de wet en die wet wordt hier democratisch aangenomen. Ook hier zou ik wat de heer Van Houwelingen stelt de waarheid te zijn, willen challengen.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Maar even zodat ik de minister goed begrijp. De toekomst en de veiligheid van een groot deel van onze nationale goudvoorraad zijn uiteindelijk niet in handen van dit parlement of van de Nederlandse bevolking, en ook niet van de regering hoor ik net, maar in handen van De Nederlandsche Bank.

Minister Heinen:
Net zoals elke euro die en elk bankbiljet dat in omloop is: het wordt beheerd door een centrale bank. De centrale bank doet dat in onafhankelijkheid. Het mandaat wordt verleend met een wettelijke basis die hier democratisch wordt vastgesteld en die ook in Europees verband is vastgesteld in het eurosysteem. Ik heb de Kamer ook — ik herhaal dat aanbod in de plenaire zaal, omdat wellicht andere kijkers dit debat volgen — een technische briefing aangeboden, zodat we dit onderwerp nader kunnen bespreken en ik u details kan verschaffen die ik niet plenair kan verschaffen.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank daarvoor. Daar ga ik op zich graag op in. Maar dan toch nogmaals de vraag. Iemand moet uiteindelijk ergens verantwoordelijk voor zijn. Zo werkt het toch overal, in het bedrijfsleven, op scholen en hier ook. Stel dat straks blijkt dat we een deel van onze goudvoorraad kwijt zijn — dat zou kunnen — wie is daar dan verantwoordelijk voor? Is dat dan De Nederlandsche Bank? Dat is dan logisch, want wij gaan er blijkbaar niet over.

Minister Heinen:
Maar hier gaat steeds de aanname aan vooraf dat we het goud kwijt zullen zijn. Daar hebben we vanochtend al een debat over gevoerd. Ik snap dat de heer Van Houwelingen een frame probeert neer te zetten dat hem politiek uitkomt, maar dat is ver buiten de waarheid. Daar heb ik inmiddels voldoende over gezegd.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Tot slot, voorzitter. Met andere woorden, concludeer ik dan toch, zeg ik via u tegen de minister: als er wat verkeerd gaat — dat zou kunnen; de minister weet het ook niet — kunnen we niemand daarop aanspreken. Het is een soort act of God. Niemand is eindverantwoordelijk. Het is in ieder geval niet De Nederlandsche Bank en wij kunnen er als Kamer niks aan doen, want wij gaan er niet over, krijgen we de hele tijd te horen. Dat vind ik een bizarre conclusie, ja.

Minister Heinen:
Het feit dat meneer Van Houwelingen dat concludeert, maakt het nog niet waar.

Daarmee ben ik aan het einde gekomen van mijn appreciaties.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog één punt ter verduidelijking. De minister noemde mijn motie ontijdig. Daar ben ik het eigenlijk niet mee eens, maar dat kan. Maar de minister noemde tussen neus en lippen door dat het misschien wel voor een deel op het terrein van de minister van Klimaat en Groene Groei ligt. Dat kan ik begrijpen, maar als dat zo is, zouden we misschien de appreciatie van die minister kunnen krijgen voordat we erover stemmen.

Minister Heinen:
Ik zal het doorgeleiden. Ik denk dat dit de appreciatie niet verandert en dat de minister van KGG met dezelfde argumentatie uitkomt op de ontijdigheid van de motie. Uiteraard kan ik het doorgeleiden, zodat er ook vanuit de minister van KGG een appreciatie komt, maar dan stel ik ook voor dat voortaan dit soort moties worden ingediend bij debatten met de minister van KGG. Anders wordt het voor de ordentelijkheid van dit debat in deze Kamer wat onhandig.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is een beetje flauw, maar dan verwacht ik ook dat de minister van Financiën zich eigenlijk alleen op zijn eigen terreinen uitspreekt in de toekomst. Ik zeg, met een kuch: box 3!

Minister Heinen:
Ik ben eindverantwoordelijk voor het ministerie van Financiën, waar box 3 onder valt. In de taakopvatting is dat gedelegeerd aan de staatssecretaris, maar staatsrechtelijk is dat mijn verantwoordelijkheid.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zal morgen bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd. Ik schors de vergadering tot 16.30 uur, waarna we verdergaan met het debat over toeslagenouders die benadeeld worden omdat hun dossiers niet worden verstrekt door de Belastingdienst. De vergadering is geschorst tot 16.30 uur.

De vergadering wordt van 16.19 uur tot 16.30 uur geschorst.