[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Begroting Defensie (36800-X) 1e TK (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D09908, datum: 2026-03-04, bijgewerkt: 2026-03-05 09:31, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026

Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (36800-X);

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 (36800-K).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Ik vraag ook de staatssecretaris plaats te nemen, in vak K. U zit tegenwoordig aan die kant, meneer Boswijk. Het is nog even wennen misschien. Het staat u goed.

Aan de orde is de eerste termijn van de begroting van Defensie. In de eerste termijn zullen we sprekers van de zijde van de Kamer horen. Ik heet de minister en de staatssecretaris van Defensie van harte welkom. Er zijn veertien sprekers van de zijde van de Kamer. Ik vind het altijd mooi als we bij begrotingshandelingen goed de ruimte bieden voor interrupties en het aantal interrupties niet maximeren, maar ik zeg er wel bij: dat vraagt ook een bepaalde verantwoordelijkheid, namelijk dat we het kort houden. Ik kan u vertellen dat ik afgelopen nacht tot 1.45 uur de begroting van VWS heb voorgezeten. Dat heb ik natuurlijk met liefde gedaan, maar er waren fracties bij die 38 interrupties hadden. Dat hoeft niet, zeg ik er bij voorbaat bij. Enige terughoudendheid is dus prettig. Een onbeperkt aantal interrupties schept een zware verantwoordelijkheid, dus ik vraag u daar rekening mee te houden. Interrupties, vragen en antwoorden zijn kort en bondig, niet meer dan in drieën. Als het echt uit de klauwen loopt, zullen we er met elkaar misschien toch een dakje op moeten zetten, maar ik denk dat dat niet nodig is, omdat we er met elkaar uit gaan komen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Piri, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Allereerst wil ik de bewindspersonen heel veel succes wensen, met meteen in de eerste week een begroting in de Kamer. Heel specifiek spreek ik de heer Boswijk aan, met wie ik in de Kamer altijd heel fijn heb samengewerkt. Ik hoop vooral dat hij de Afghanistanmotie die we in de Kamer hebben aangenomen, niet vergeet. We hopen dat het nieuwe kabinet die voortvarend zal gaan uitvoeren.

Voorzitter. Ik begin met de investeringen in Defensie. Deze twee bewindspersonen kunnen hier met een grote glimlach zitten, want dit is het enige ministerie in Den Haag waar fors in geïnvesteerd gaat worden. Laat ik duidelijk zijn: mijn fractie steunt de investeringen in Defensie, maar we hebben wel grote problemen met de financiële keuzes die dit kabinet maakt — dat zal de bewindspersonen niet verrassen — omdat wij ervan overtuigd zijn dat het draagvlak dat zo nodig is voor deze investeringen, op deze manier ernstig ondermijnd kan worden. Dan bedoel ik natuurlijk dat tegenover deze investeringen hele, hele zware bezuinigingen staan op zorg en sociale zekerheid. Dat ondermijnt het draagvlak. Denk bijvoorbeeld ook aan de vrijheidsbijdrage. We hebben er al eerder bij stilgestaan, mijn fractie ook, dat die, niet op progressieve manier, alleen maar wordt gevraagd aan de werkende mensen en niet aan de allerrijksten, en ook nog eens op zo'n manier dat de ministers letterlijk minder hoeven bij te dragen dan de conducteur of de schoonmaker.

Laten we eens kijken naar het hele domein van het buitenland. Vroeger waren we als Nederland trots op de 3D's: development, diplomacy en defence. Het lijkt nu slechts één D geworden te zijn: er zijn alleen nog maar investeringen in defensie; de andere takken worden weggelaten. Laat duidelijk zijn dat het voor mijn fractie een prioriteit is om te investeren in Europa. Ik hoor dan ook graag van het kabinet welke keuzes het maakt. Is de keuze het opvullen van de gaten binnen de NAVO of is de keuze — dat hoopt mijn fractie — om fors te investeren in Europese samenwerking? De EU-landen steken per jaar gezamenlijk 381 miljard euro in defensie. Volgens mij zijn we er allemaal van overtuigd dat dat geld efficiënter besteed kan worden. Volgens mij zijn we allemaal op zoek naar Europese autonomie en niet naar nationale autonomie. Wat dat betreft was ik ook enigszins verrast door het voorstel in het coalitieakkoord om te kijken naar het Amerikaanse DARPA-model. Het lijkt me heel goed om dat op Europees niveau te doen, maar wat gaan we daar qua schaal aan doen in Nederland? Als het gaat om 10% van het Defensiebudget, is mijn vraag of die ook uit de Defensiebegroting komt of ergens anders vandaan. Het lijkt me goed om het kabinet om een apart debat en een aparte brief te vragen.

Dan SAFE-2. Nederland heeft besloten om niet deel te nemen aan SAFE-1, terwijl je daarmee, even los van hoe je dat doet met leningen, juist die samenwerking met Europese partners kan vinden. Binnenkort komt SAFE-2 en ik ben benieuwd of het kabinet voornemens is om daar wel aan deel te nemen.

Ook de MFK-discussie speelt in Europa. Von der Leyen heeft gezegd dat ze 131 miljard — ik hoor dat het waarschijnlijk nog hoger wordt — wil investeren in defensie. Ik hoop te horen van dit kabinet dat het daar welwillend tegenover staat.

Het tweede punt dat voor mijn fractie natuurlijk van belang is, is het goed besteden van belastinggeld. Er is een angst dat er vooral een soort bestedingsdrang komt. De vraag die altijd voorop zal moeten staan, is: hoe dragen die extra investeringen in defensie op korte termijn bij aan nationale en Europese capaciteitsversterking en aan die binnen de NAVO?

Daar komt natuurlijk ook het volgende bij. Als we niet opletten met belastinggeld, kan er ook sprake zijn van overmatige winsten in de defensie-industrie. Er is hier in de Kamer eerder een motie aangenomen … Het vorige kabinet heeft die met een net briefje van de minister van Financiën eigenlijk weer opzijgelegd, maar dit blijft wel een zorgpunt. Hoe zorgen we ervoor, als het gaat om belastinggeld dat goed en efficiënt besteed wordt, dat publieke middelen niet alleen maar leiden tot woekerwinsten in de private sector?

Voorzitter. Dan een waarschuwing die we een aantal maanden geleden zagen van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zelf. Zij noemen 2027 een "window of vulnerability". Dat is de kwetsbaarheid van de situatie waar we nu in zitten. Dan doemt de vraag op of alles wat we doen wel snel genoeg gaat. Ik noem het personeelsaantal en het opschalen van defensie. Rusland houdt zich niet aan onze planning. We weten ook dat die afhankelijkheid van de VS vele fracties in dit parlement een doorn in het oog is. Laten we zeggen dat de VS bijvoorbeeld militair ergens anders op de wereld actief zijn. Wat doen we dan met al die strategische afhankelijkheden wat betreft luchttransport en inlichtingen? Gaan we daar nu de komende jaren Europees werk van maken? De doelen in het coalitieakkoord, namelijk 40% gezamenlijke inkoop en 50% inkoop in Nederland of Europa, zijn wat mijn fractie betreft niet ambitieus genoeg. Dit zijn de minimale doelen die we al in Europa hadden gesteld. Mijn vraag is dan ook hoe wij dit vanuit de Tweede Kamer kunnen monitoren. Waar staan we nu? Is dit nou een harde eis of is dit een streven? Is Europees dan ook echt Europees of gaat het dan ook om licenties of joint ventures met de Amerikanen?

Voorzitter, dan Oekraïne en Rusland. Rusland is een dreiging voor het hele continent. Het is belangrijk om nu te werken aan onze afschrikking, het op orde krijgen van de gereedheid en de maximale steun aan Oekraïne. Daar komt de vraag over de motie-Klaver over de 2 miljard bij kijken. Ik vraag de drie fracties in de coalitie, die dit mede hebben geïnitieerd, waar die 2 miljard is gebleven. Vorig jaar besteedden we nog 5,7 miljard aan Oekraïne. Dit jaar staat er 3,5 miljard in de boeken. Het baart mij ook grote zorgen dat er is besloten om hulp voor Oekraïne buiten het uitgavenkader te plaatsen. Dat is ook weer iets wat zorgt voor ondermijning voor het draagvlak.

Over personeel komen we nog te spreken in een apart debat. Voor mijn fractie is dat altijd een heel belangrijk punt. Hoe kwamen we nou aan dat aantal van 122.000? Ik vraag me af hoe dat gaat aan zo'n onderhandelingstafel. "Moeten het er nou 120.000 of 130.000 zijn?" Hoe komen we nou aan die 122.000? Ook de opleidingen lijken steeds meer verkort te worden. De vraag is welke risico's we daarmee lopen.

Voorzitter. Dit is het gevaar als je een tekst niet uitschrijft; ik moet al richting afronding gaan. Ik heb nog een klein punt. Ik hoorde van een vader van twee mariniers die nu deelnemen aan een oefening in Noorwegen dat zij niet kunnen stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen, omdat ze al waren weggegaan voordat de stempas binnenkwam. Is dit iets waar het kabinet naar zou willen kijken? Hoe zorgen we ervoor dat onze militairen op training of missie gewoon kunnen stemmen wanneer er verkiezingen zijn in Nederland?

Tot slot, voorzitter. De afronding van mijn inbreng is: je loopt risico's met het draagvlak met het opeens opschalen van de vrijwillige bijdrage naar mogelijk een selectieve opkomstplicht. Dat geldt ook voor de keuzes die worden gemaakt rond de bezuinigingen op de sociale zekerheid en de zorg, maar ook over Oekraïne. Als we daarvoor extra geld nodig hebben, moeten we weer bezuinigen op een andere post. Ik hoop dus dat het kabinet alsnog bereid is om daarnaar te kijken en daar andere keuzes in te maken.

Dank u wel.

De heer Van Lanschot (CDA):
Mevrouw Piri zegt een aantal zeer terechte dingen, maar er is ook iets wat mij van het hart moet en dat is de relatie tussen politiek, publiek en het bedrijfsleven. De toon waarop wordt gesproken over te veel winsten, vind ik nogal wantrouwend. Het is noodzakelijk om de publiek-private samenwerking te versterken. Ik vraag mij af hoe mevrouw Piri denkt dat deze toon daaraan bijdraagt.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Discussies over toon vind ik prima. Ik denk dat we gewoon realistisch moeten zijn. Bij heel veel van de capaciteiten die we nodig hebben, gaat het niet om nationale autonomie. Wat wij volgens mij moeten doen, is niet zozeer ervoor zorgen dat we straks belastinggeld besteden aan Nederlandse bedrijven, maar ervoor zorgen dat bij alles wat we Europees doen om de capaciteit van onze defensie op orde te krijgen Nederlandse bedrijven onderdeel zijn van die keten. Ook de heer Van Lanschot kan toch zeggen: hoelang gaan we als Nederland ons best doen om bijvoorbeeld een bedrijf als Damen overeind te houden? We moeten er toch voor zorgen dat zo'n bedrijf gewoon in de Europese keten zit? Dat is toch geen nationale aangelegenheid?

De heer Van Lanschot (CDA):
Het lid Piri merkt terecht op dat het denken in ketens en op Europese schaal essentieel is voor een effectieve krijgsmacht en defensie-industrie. Mijn vraag ging over de tegenstelling die wordt gecreëerd tussen het bedrijfsleven, dat zogenaamd extra winsten zou maken, en de publieke belangen, terwijl die twee juist op één lijn zouden moeten staan. Ik zou het fijn vinden als mevrouw Piri daar nog op zou kunnen reflecteren.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tegen de heer Van Lanschot zeg ik: investeringen in defensie zijn altijd publiek geld. Het zijn natuurlijk altijd alleen maar overheden die dat soort orders plaatsen. Natuurlijk hebben wij de defensie-industrie nodig, maar neem de winstcijfers van een bedrijf als Rheinmetall in Duitsland. Zoiets met publiek geld doen gaat gewoon iets doen met het draagvlak in de samenleving, kan ik u vertellen. Dat is precies waar ik tijdens de behandeling van deze begroting voor wil waarschuwen. Ik denk dat Defensie zich er heel erg van bewust is in deze tijd, waarin zo veel miljarden naar Defensie gaan, dat zij ook een maatschappelijke rol te vervullen hebben. Dan zie ik de politiek, dit kabinet, keuzes maken die juist dat draagvlak dreigen te ondermijnen. Dat is mijn punt.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Piri. Dan is het woord aan mevrouw Belhirch voor haar inbreng namens de fractie van D66 in de eerste termijn.

Mevrouw Belhirch (D66):
Voorzitter. Allereerst feliciteer ik de minister en de staatssecretaris met hun benoeming. U treedt aan in een tijd waarin vrede, veiligheid en onze democratische waarden niet langer vanzelfsprekend zijn. De verantwoordelijkheid die u draagt, is groot. Wij zullen u daarop scherp houden.

Voorzitter. Wat zich nu in het Midden-Oosten afspeelt, laat zien hoe onvoorspelbaar en instabiel de wereld is geworden. De oorlog tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten heeft zich in korte tijd verspreid over de regio. Wij leven mee met de Iraniërs en anderen in de regio die door dit geweld worden geraakt. Deze escalatie raakt onze energiezekerheid, onze economie en onze veiligheid. Het is goed dat hierover volgende week een debat wordt gevoerd. Wie nog denkt dat veiligheid vanzelfsprekend is, vergist zich. Juist daarom moeten wij investeren in onze veiligheid en in onze weerbaarheid. Niet tijdelijk, maar structureel. Juist daarom moet Europa zijn eigen defensieve verantwoordelijkheid steviger organiseren.

Voorzitter. Vier jaar Russische agressie tegen Oekraïne maakt één ding duidelijk: Europa moet zelf meer doen voor zijn veiligheid. Vorige week spraak ik met Vadim en Vitali. Vadim was bankier, Vitali advocaat. Vandaag staan zij aan het front. Hun leven veranderde in korte tijd volledig. Zij vechten voor hun land, voor hun vrijheid, voor hun democratie, maar ook voor de veiligheid van ons continent.

Steun aan Oekraïne staat voor ons niet ter discussie. Oekraïne verdedigt niet alleen zijn eigen vrijheid, maar ook de veiligheid van Europa. Die steun blijft er wat ons betreft zo lang als dat nodig is. Daarom is het goed dat dit kabinet de steun aan Oekraïne van jaarlijks 3 miljard euro voor de aankomende drie jaar heeft vastgelegd. Hoe gaat de minister ons op de hoogte houden van de uitputting daarvan en van de directe noden vanuit Oekraïne? Tegelijkertijd is er veel meer nodig dan alleen Nederlandse steun. Langdurige inzet vraagt om een eerlijke lastenverdeling binnen Europa. Meer lidstaten moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Hoe zorgt de minister ervoor dat alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen voor de financiële steun aan Europa?

Voorzitter. Europa moet zijn eigen verdedigingscapaciteit duurzaam versterken en Nederland neemt daarin verantwoordelijkheid. Met de stap naar 3,5% investeren wij niet alleen in defensie, maar ook in geloofwaardigheid binnen de NAVO en binnen Europa. Dit coalitieakkoord bevat daarom de meest Europese veiligheids- en defensieparagraaf ooit, niet uit idealisme, maar uit noodzaak. Dat is een bewuste keuze. Maar investeren zonder samenwerking levert geen resultaat op. Het moet leiden tot hogere paraatheid en tot het dichten van hiaten, onder meer in de luchtverdediging en qua munitie. Europa moet in staat zijn de eigen kritieke capaciteiten te organiseren en te leveren. Daarom wordt Europese samenwerking de norm: meer interoperabiliteit en gezamenlijk inkopen.

Mijn vragen aan de minister. Wat moet in 2030 concreet anders zijn in de Europese pijler binnen de NAVO? Zijn we dan daadwerkelijk in staat om zelfstandig kritieke capaciteiten te leveren? Welke stappen worden dit jaar gezet om Europese inkoop en standaardisatie te versnellen? Hoe wordt inzichtelijk gemaakt dat deze investeringen leiden tot meetbare paraatheid?

De heer Dassen (Volt):
Een terechte vraag. Ik heb daar ook een vraag over. De coalitie geeft aan dat ze 40% gezamenlijk wil inkopen, waarvan 50% gezamenlijk in Europa. Dat is eigenlijk ook al het voorstel van de Europese Commissie. Nederland gaat daarin dus niet verder dan de EC; ik denk dan ook niet dat wij ons wat dat betreft te hard op de borst moeten gaan kloppen. Dat zou ambitieuzer moeten zijn. Maar er zit nog een ander punt in, namelijk dat het ook onderdeel kan zijn van Europese leveranciers met licentieproductie, lees: Amerikaanse bedrijven met Europese licentieproductie. Is de coalitie van mening dat dit onderdeel is van die 40% en die 50%?

Mevrouw Belhirch (D66):
Dat is een heel goede vraag. Ik moet daarop terugkomen, want ik weet daar het antwoord niet op. Wat ons betreft is het heel erg belangrijk dat we steeds meer Europees inkopen, maar of die licentieproductie daar ook onder valt, daar moet ik op terugkomen. Ik kan hier wel wat over verzinnen, maar daar zal ik op dit moment eerlijk over zijn.

De heer Dassen (Volt):
Dat is fijn. Ik neem aan dat u terugkomt op wat de coalitie daarvan vindt. Ik ben ook benieuwd wat u, of wat mevrouw Belhirch, daar zelf van vindt. Is zij van mening dat we als Nederland voldoende gaan doen als die licentieproductie daar ook onder valt? Of is dat dan eigenlijk meer een escape richting Amerikaanse afhankelijkheid?

Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst geeft u aan — of, voorzitter, de heer Dassen geeft aan — dat wij ons hier niet op de borst kunnen kloppen. Het is toch echt wel zo dat dit het meest Europese veiligheids- en defensiecoalitieakkoord ooit is. Ik vind het belangrijk dat we die inkopen zo veel mogelijk Europees doen. Daar zouden die licenties ook bij betrokken moeten worden.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat we die afhankelijkheid van de Verenigde Staten nog veel sneller moeten afbouwen, en dat betekent inderdaad dat we nog veel meer gezamenlijk in Europa moeten gaan investeren. Wat je nu ziet, is dat gezamenlijk in kleine clubjes investeringen worden gedaan, waardoor vaak grote projecten niet van de grond komen. Ik hoop toch echt dat dadelijk niet die licentieovereenkomsten onderdeel gaan zijn van de percentages die net genoemd zijn. Mijn mening is dan namelijk dat de ambitie van Nederland op dit vlak erg tekortschiet.

Mevrouw Belhirch (D66):
Als ik daarop mag reageren: onze ambitie is juist groot en ook Europees. Wij willen ons er echt voor inzetten dat de afhankelijkheid van Europa richting bijvoorbeeld Amerika afneemt. Daar zullen we echt ons best voor doen.

De voorzitter:
U continueert.

Mevrouw Belhirch (D66):
We spreken vandaag over een Defensiebegroting die groter is dan ooit. Dat is nodig, maar bij zo'n omvang hoort verantwoordelijkheid. Elke euro moet effectief en toekomstgericht worden ingezet. De Kamer kijkt daarbij kritisch mee.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik dacht dat we misschien nog wat zouden horen over Europese samenwerking in dit blokje.

De voorzitter:
Is dat het geval?

Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, ik kom nog op Europese samenwerking.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dan neem ik een voorschot. Het gaat mij om de nucleaire samenwerking. We hebben gezien dat Macron een plan heeft gepresenteerd. Het kabinet heeft daarop gereageerd er constructief tegenover te staan. Het plan gaat over het uitbreiden van kernwapenarsenalen, maar Macron heeft het bijvoorbeeld ook over de mogelijkheid om strategische middelen tijdelijk ook in andere landen te plaatsen, zoals in Nederland, of over meedoen aan nucleaire oefeningen.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
D66 is ook voorstander van internationale verdragen en het nakomen daarvan. We hebben het non-proliferatieverdrag voor kernwapens. Hoe staat D66 tegenover deze plannen?

Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst, D66 staat nog steeds voor het non-proliferatieverdrag. Waar het hier om gaat, is dat Macron, Frankrijk, heeft aangegeven dat hij de afschrikking op nucleair gebied wil uitbreiden. Als we kijken naar hoe de wereld is veranderd, dan zien we dat het belangrijk is om extra afschrikking te hebben. Dit is een aanvulling op de afschrikking vanuit de NAVO. Dit is ook een aanvulling op onze collectieve verdediging. Dit wil niet zeggen dat we hiermee gaan doen aan een wapenwedloop op nucleair gebied. De inspanningen zijn nog altijd om met terughoudendheid het nucleair wapenarsenaal op peil te houden. Wij houden ons als Nederland aan het non-proliferatieverdrag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Er zit wel een beetje een tegenstelling in dit antwoord. Kijk, het non-proliferatieverdrag pleit ook voor kernontwapening, niet voor kernherbewapening, niet voor het uitbreiden van het wapenarsenaal en ook niet voor het uitbreiden en normaliseren van kernwapens. Dat is wel wat hier gebeurt. Als je zou zeggen "we houden ons aan het non-proliferatieverdrag", dan moet je eigenlijk zeggen: nee, hier staan wij niet achter; hier doen wij niet aan mee en daar zijn we duidelijk over. Wat betreft het begrip voor meer nucleaire afschrikking in deze gevaarlijke tijden: weet D66 hoeveel kernkoppen Frankrijk op dit moment heeft en hoeveel kernkoppen je precies nodig hebt om een kernoorlog te voeren?

Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst over het non-proliferatieverdrag. Daarin staat niet dat er ontwapening moet plaatsvinden. Er staat in dat er gesprekken gevoerd moeten worden over hoe het te beperken en eventueel ontwapenen. Dat is een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting. Dat als eerste.

Dan het andere. We moeten kijken naar de realiteit, waar we nu momenteel in de wereld staan. Rusland heeft 5.500 nucleaire kernwapens. Je ziet hoe snel de wereld verandert. Daar moeten we wel naar kijken. Ik weet niet uit mijn hoofd hoeveel kernkoppen Frankrijk heeft, maar de afschrikking moet wel zodanig zijn dat wij in Europa, en ook in Nederland, een verdedigbaar continent hebben.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Dobbe (SP):
Misschien heeft D66 de cijfers niet paraat, maar eigenlijk doet dat er ook niet zo veel toe. De vraag die ik daarna stelde is namelijk veel relevanter, namelijk: hoeveel kernkoppen en hoeveel kernwapens zijn er volgens D66 nodig om een nucleaire oorlog te voeren voordat er geen oorlog meer te voeren valt? Zijn dat er niet al genoeg voor afschrikking? Een inspanningsverplichting voor non-proliferatie is niet het normaliseren en het uitbreiden van kernwapenarsenalen. Ik hoop echt dat D66 steviger stelling wil nemen voor het nakomen van het non-proliferatieverdrag.

Mevrouw Belhirch (D66):
Ik ga hier toch voor de derde keer herhalen dat wij dat serieus nemen. Het is ook belangrijk om aan te geven dat deze verdiepende gesprekken gaan plaatsvinden en dat we zeer zeker het non-proliferatieverdrag in ons achterhoofd houden.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Nucleaire afschrikking, en dan meer Europees gericht, is een belangwekkend en ingrijpend thema. Ook de SGP vindt het goed dat we het gesprek daarover voeren met Frankrijk. Ik ben wel benieuwd hoe D66 vervolgens die inbedding ziet. Er is nu sprake van nucleaire autonomie van de Fransen, heel begrijpelijk, maar kan dat zo blijven of zou dat juist ingebed moeten in de bredere NAVO-structuur? Heeft D66 daar ook gedachten bij?

Mevrouw Belhirch (D66):
Het is vers. Het is nog vrij nieuw. De nieuwe insteek is dat het natuurlijk een aanvulling is op de nucleaire capaciteit van de NAVO. Het is geen vervanging, maar het is ter aanvulling. Vanuit Frankrijk zijn de eerste duidingen ook aangegeven, dat zij als Frankrijk wel de autoriteit erover willen hebben, maar daar moeten nog wel verder gesprekken over plaatsvinden. Het Franse nucleaire wapenarsenaal verdedigt nu alleen maar Frankrijk, maar het gaat erom dat die een breder bereik heeft om ook, indien dat nodig is, een afschrikking vanuit ons te geven. Dat wil niet per definitie zeggen dat die wel of niet bij ons komen. De gesprekken en de verdere uitwerking daarvan moeten nog plaatsvinden.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze reactie. Die gesprekken moeten inderdaad nog plaatsvinden. Misschien kan D66 daar toch iets van zeggen. Welke kant zouden we idealiter op moeten gaan? Is er niet heel veel voor te zeggen dat je je zo veel mogelijk aansluit bij de bestaande NAVO-structuur op dit terrein?

Mevrouw Belhirch (D66):
Er is inderdaad een NAVO-structuur, maar de kernafschrikking daarvan is Amerikaans en wij willen juist onafhankelijk worden van Amerika. Het is wel belangrijk om dat ook te onderstrepen en dit is een stap daarnaartoe.

De voorzitter:
U vervolgt.

Mevrouw Belhirch (D66):
Intensievere Europese samenwerking kan tussen de 75 en 100 miljard euro besparen. Geen overlap en parallelle systemen, maar middelen die direct bijdragen aan onze defensieve kracht. Hoe voorkomt de minister dat middelen wegvloeien in inefficiëntie? Welke afspraken maakt zij hierover in Europees verband en hoe wordt de Kamer daarbij betrokken? Ook nationaal moet het beter. De defensie-industrie wil opschalen, maar loopt vast in korte contracten en trage procedures. Zekerheid is de basis voor investering, investering is de basis voor productie en productie is de basis van paraatheid. Wat doen de bewindspersonen om langdurige contracten mogelijk te maken, procedures te versnellen en onderhoud structureel mee te nemen? Wanneer zien we het resultaat daarvan? Welke meetbare indicatoren gaat het kabinet hanteren om inzichtelijk te maken dat extra investeringen leiden tot een hogere paraatheid?

Voorzitter. We moeten streng controleren hoe belastinggeld wordt besteed, maar innovatie niet beperken. Controle en flexibiliteit moeten hier hand in hand gaan. Dit mag geen begroting van goede bedoelingen worden, maar wel een van aantoonbare slagkracht. Alleen dan wordt dit budget niet alleen groter, maar ook sterker. Hoe gaan de bewindspersonen concreet borgen dat deze extra middelen aantoonbaar leiden tot meer inzetbare capaciteit, terwijl innovatie en opschaling niet vastlopen in procedures?

Voorzitter. We bouwen een krijgsmacht van morgen. Innovatie is daarbij doorslaggevend. Defensie-investeringen hebben eerder geleid tot doorbraken als internet, gps en recent lifi. In een tijd van hybride dreigingen en snelle technologische ontwikkelingen is een technologische voorsprong cruciaal. Wie achterblijft, verliest strategisch terrein. Daarom steun ik de komst van een defensie-innovatieautoriteit naar het voorbeeld van DARPA. Wanneer ontvang de Kamer de tijdlijn van oprichting en inrichting? Hoe wordt daarbij Europees samengewerkt?

Voorzitter. Onze maritieme veiligheid is cruciaal. De Noordzee is geen randgebied, maar een strategische kern van onze nationale veiligheid. Onze energievoorziening, windparken, datakabels en logistieke routes komen hier samen. Wie daar ruimte laat ontstaan, raakt direct onze veiligheid en energiezekerheid. De Noordzee mag geen achterdeur worden voor sanctieontduiking, spionage of sabotage. Het kabinet werkt aan wetgeving om Russische schepen uit de schaduwvloot steviger aan te pakken. Wat is er tegen de aanwezigheid van deze schepen ondernomen? Wanneer ontvangt de Kamer dit wetsvoorstel? Kan de minister een tijdlijn geven, gezien de aanwezigheid van schaduwvlootschepen in onze Nederlandse exclusieve zone? Hoe wordt geborgd dat handhaving daadwerkelijk uitvoerbaar en afdwingbaar is?

Daarnaast staat de capaciteit van de Kustwacht onder druk. Regels alleen zijn niet genoeg; toezicht moet daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Welke concrete stappen zet het kabinet om capaciteit en toezicht structureel te versterken? Wie is eindverantwoordelijk voor de coördinatie tussen Defensie, Kustwacht en andere betrokken diensten? Prioriteit vraagt niet alleen om woorden, maar om duidelijke aansturing en voldoende capaciteit.

Voorzitter. Ik ben trots op onze mannen en vrouwen die iedere dag hard werken voor onze vrede en veiligheid. Waar de druk op onze veiligheid toeneemt, is het dankzij hun inzet dat Nederland veilig blijft. Ik wil hen allen bedanken voor hun inzet. Onze krijgsmacht moet groeien, niet alleen in omvang, maar ook in kwaliteit en paraatheid en op de juiste plekken. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe hij borgt dat de personele groei zich daadwerkelijk vertaalt in inzetbare capaciteit. Hoe groeit daarnaast de opleidingscapaciteit tijdig mee met deze ambities, zodat mensen die willen dienen ook daadwerkelijk snel en goed inzetbaar worden?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Belhirch heeft het nu net over het opschalen van Defensie. Nog geen jaar geleden heeft de vorige staatssecretaris een brief naar de Kamer gestuurd waarin staat dat Defensie naar 100.000 man moet gaan. Voor de duidelijkheid: we zitten nu op 76.000. Nu is die ambitie nog een keer opgeschaald. Denkt mevrouw Belhirch, als ze kijkt naar de maatregelen in het coalitieakkoord, dat het heel realistisch is om dat op deze manier op korte termijn te bereiken?

Mevrouw Belhirch (D66):
Er zijn verschillende maatregelen getroffen. We zien dat de motivatie en het enthousiasme van mensen om zich aan te melden bij Defensie groeit. Daarom heb ik inderdaad een aantal vragen gesteld aan de staatssecretaris over de opleidingscapaciteit. Daarnaast kijken we juist hoe we mensen kunnen motiveren om het leger in te gaan.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar is mijn fractie uiteraard ook voorstander van. Als ik kijk naar het coalitieakkoord, zie ik alleen een behoorlijke escalatie: van het invullen van een vrijwillige enquête tot een selectieve opkomstplicht als we het doel van 122.000 niet halen in 2030. Mag ik dan vragen aan mevrouw Belhirch: wat bedoelt de coalitie met een "selectieve opkomstplicht"?

Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst is het inderdaad zo dat we jongeren verplicht een enquête laten invullen. We doen dat omdat we dan zien waar mensen wel of niet in mee willen gaan. Je krijgt dan dus echt zeer gemotiveerde mensen die aan de slag gaan. De selectieve opkomstplicht is echt het laatste middel dat we gaan gebruiken als het écht niet mogelijk is om die opschaling tijdig te krijgen. Zover zijn we nog alleen nog niet.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat begrijp ik, maar je zet het niet voor niks in het coalitieakkoord. Je zet in het coalitieakkoord dat we binnen vier jaar in Nederland over kunnen gaan op een selectieve opkomstplicht. Wat betekent dat nu voor jongeren? Met alle respect, maar stel dat je op je 17de of 18de een enquête invult en dat je daar op die dag heel enthousiast over bent. Als je vervolgens geselecteerd wordt en niet komt opdagen, dan staat daar twee jaar gevangenisstraf op. Ik wil dus toch tegen mevrouw Belhirch zeggen dat er heel veel mogelijkheden zijn tussen die enquête en een selectieve opkomstplicht. Ik maak me er zorgen over dat we binnen vier jaar, in vredestijd, aan jongeren vragen om verplicht te dienen, of op te draaien voor twee jaar gevangenisstraf.

Mevrouw Belhirch (D66):
Even over die gevangenisstraf. Ik denk dat de kijkers thuis daarvan schrikken. Dit staat echter letterlijk in de wet, die is opgeschort. Wij gaan er echt van uit — daar hebben we ook vertrouwen in — dat de staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat er met de maatregelen die worden genomen een groei zal komen. Ik wil hier dus niet op vooruitlopen. Ik heb er vertrouwen in dat dit tijdig kan.

De heer Van Baarle (DENK):
D66 heeft zichzelf altijd neergezet als een liberale partij, als een partij van individuele keuzes. Als je dan als D66 samen met de andere coalitiepartijen voor een selectieve opkomstplicht gaat — dat is een moeilijk woord voor "geforceerde dienstplicht" — waarbij mensen geforceerd het leger in moeten en een straf krijgen als ze dat niet doen, en als je daarvoor tekent, dan is dat een niet-liberaal principe. Dan dwing je mensen iets te doen. Hoe kan D66 nou kiezen voor het mogelijk mensen dwingen om het leger in te gaan?

Mevrouw Belhirch (D66):
Ik herhaal het nog één keer, maar ik heb het antwoord net al gegeven. Het is echt een laatste redmiddel, als Nederland zo bedreigd wordt dat we het niet aankunnen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we het redden met hoe we het nu hebben ingericht, met de inzet van de staatssecretaris en de mensen op Defensie, met de enquête en met de groei die we nu hebben. Ik denk dat we dat moeten afwachten.

De heer Van Baarle (DENK):
Even een paar stappen terug. Hoe kan D66 dit er überhaupt in zetten? Hoe kan D66 überhaupt de mogelijkheid erin zetten dat jongeren gedwongen het leger in moeten en misschien zelfs tegen hun zin gedwongen uitgezonden gaan worden? Dat is immers wat een opkomstplicht in de praktijk kan zijn. D66 is een liberale partij, die gestoeld is op individuele keuzes. Daar kan je toch niet voor kiezen? Nogmaals: hoe is het mogelijk dat dit erin is gekomen?

Mevrouw Belhirch (D66):
Wederom: het is een laatste redmiddel, een worstcasescenario. Ik ga hier niet van uit. Maar mocht het zo zijn dat er een acute dreiging is, dat Nederland verdedigd moet worden en dat er onvoldoende mensen in het leger zitten, dan is dit nodig voor onze veiligheid. Maar zoals ik al eerder zei, is dit een ultimum remedium. Volgens mij moeten we dit gewoon afwachten. Het gaat goed met de instroom, dus ik heb er alle vertrouwen in.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Ja, afrondend.

Dat is ook niet wat er staat. Er staat dat het leger moet toegroeien naar 122.000. Als dat niet gaat lukken, wordt de selectieve opkomstplicht een mogelijkheid. Die is dus niet gerelateerd aan acute dreiging, maar aan het getal van 122.000. Nogmaals, ik kan het gewoon niet begrijpen dat als je prat gaat op individuele vrijheid, wat D66 altijd doet, je dan kan tekenen voor een opkomstplicht, waarbij mensen tegen een straf gedwongen het leger in moeten. Dat kan toch niet de mogelijkheid zijn waar je als D66 dan voor kiest? Ik zou dus willen zeggen: haal die van tafel. Haal die eruit, want heel veel mensen, heel veel jongeren, maken zich hier nu zorgen over.

Mevrouw Belhirch (D66):
Volgens mij heb ik hier al eerder op gereageerd, dus ik hou het hierbij.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Volgens mij is het volstrekt gezond dat we van jongeren vragen om na te denken over de vraag hoe zij dit land kunnen dienen. Wat mij betreft kan dat op verschillende manieren. Dat kan bijvoorbeeld met een maatschappelijk dienstjaar, waarin je bij de politie of in de zorg aan de slag gaat. Dat kan zeker ook door in het leger een opleiding te krijgen en zo nodig opgeroepen te worden. Ik hoor genoeg jongeren die zeggen graag hun land te willen dienen. Wat mij betreft moeten we nu niet aan de slag gaan met spookbeelden. We moeten wel aan de slag gaan met de vraag voor welk Nederland we staan. Daarom is mijn vraag aan collega Belhirch of zij ook vindt dat we juist moeten werken aan de cultuur. Hoe zorgen we ervoor dat het weer vanzelfsprekend wordt dat er een defensie is die namens ons allen ons land beschermt en dat we dankbaar zijn voor de mensen die dat werk doen?

Mevrouw Belhirch (D66):
Daarover ben ik het helemaal met mevrouw Bikker eens. Daarom ben ik begonnen met het bedanken van onze mannen en vrouwen voor al hun inzet. Ik zie dat er de afgelopen jaren juist veel geïnvesteerd is om niet alleen te laten zien hoe belangrijk het is, maar ook hoe goed en fijn het is om in het leger te dienen. Daar heeft ook een cultuurverandering plaatsgevonden. Ik kom straks nog op het blokje reservisten, maar het is ook mooi om te zien dat onze koningin nu reservist is en dat de kroonprinses zich ook bij het leger heeft aangesloten. Het is dus heel erg belangrijk om positief en constructief te kijken naar de mensen die ons dagelijks verdedigen en om mensen te kunnen motiveren om zich bij het leger aan te sluiten. Ik denk ook dat wij daar als geheel een verantwoordelijkheid in hebben.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor dit antwoord. Ik vind het volstrekt normaal dat jongeren even nadenken over de vraag: hoe kan ik het land, waar ik zo veel van krijg, een poosje dienen? Wij moeten dat ook een beetje voorleven, in plaats van dat we alleen maar schetsen wat voor rampscenario's zich zouden kunnen voltrekken; kom nou. Maar nu pak ik even door. We gaan nu opschalen. Dat gaat om de nodige tijd en het nodige budget vragen. Deze coalitie heeft een aantal ruige keuzes gemaakt om dat te kunnen betalen. Mijn vraag aan collega Belhirch is of zij het met mij deelt dat je voor de draagkracht van een land ook moet opletten waar je dat geld de komende jaren vandaan haalt.

Mevrouw Belhirch (D66):
Ik begrijp uw vraag. Dat is ook belangrijk. We moeten investeren en dat geld moet ergens vandaan komen. Veiligheid is namelijk niet gratis. De keuze waar dat geld vandaan komt, ligt niet hier bij mij. We hebben deze week begrotingsdebatten over VWS en volgende week over Sociale Zaken. Daarover worden dus ook gesprekken gevoerd, maar ik begrijp wat u zegt.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik was gisteren, of beter gezegd vannacht, bij de begroting van VWS. Ik zie hoeveel pijn het doet. Ik denk dat twee dingen dan juist extra belangrijk zijn. Ten eerste moeten we nog eens heel goed kijken of we die verdeling nou goed hebben gedaan, ook op de lange termijn. Als we de Defensiebegroting namelijk op de lange termijn willen volhouden, vraagt dat om draagkracht van de hele bevolking. Het vraagt ook om draagkracht van de bedrijven, want die zijn net zo afhankelijk van de veiligheid. Ten tweede, heel kort, voorzitter, vraagt het van ons ook dat we iedere euro bij Defensie besteden als duur verdiend belastinggeld, in plaats van geld uit een grote, klotsend volle schatkist. Is collega Belhirch dat met mij eens? Hoe houden we daar het zicht op?

Mevrouw Belhirch (D66):
Het is een grote uitgave. Daarom geef ik ook aan dat we heel goed moeten controleren waar belastinggeld aan wordt uitgegeven. Ook moet er inderdaad naar het grotere plaatje gekeken worden, maar we kunnen tijdens dit Defensiebegrotingsdebat niet met elkaar bespreken waar dat geld vandaan wordt gehaald. Dat hoort echt thuis bij een ander debat.

De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb niet geturfd — ik ben bij tien gestopt — maar ik hoor steeds: jongeren, jongeren, jongeren. Ik wil het volgende toch even aan D66 meegeven. Ik heb recent een brief gekregen van net gepensioneerde militairen die heel graag hun bijdrage willen leveren. Ik krijg signalen uit de maatschappij van mensen die zeggen: op dit gebied ben ik keigoed en ik wil best mijn werk twee jaar neerleggen om een bijdrage aan onze vrijheid en veiligheid te leveren. Mijn vraag is: is D66 bereid tot een bredere oriëntatie, ook gericht op het generatiepact, zodat we versneld en met veel kennis en kunde op die 122.000 uitkomen?

Mevrouw Belhirch (D66):
Jazeker, dat onderstreep ik. Dat is ook een onderdeel van bijvoorbeeld het reservistenbeleid. Dat valt daar ook onder. We willen kijken hoe we zo breed mogelijk in de samenleving mensen kunnen motiveren om mee te doen. Ik onderstreep dat dus.

De heer Struijs (50PLUS):
Laten we dan ook breder kijken dan alleen naar reservisten. Dat is uitermate belangrijk. Er kloppen nu al mensen aan de deur die, denk ik, een bijdrage kunnen leveren. Ik kijk dan ook erg uit naar de gesprekken die we hierover gaan voeren.

Mevrouw Belhirch (D66):
Ik kijk er ook naar uit.

Mevrouw Dobbe (SP):
Even een beschouwende opmerking vooraf. Ik zit met een beetje verwondering te kijken naar hoe dit debat verloopt. Alle lessen die we hebben geleerd uit het verleden worden nu ineens wel heel gemakkelijk over de schutting gekieperd. Er komt een opkomstplicht voor jongeren. De dienstplicht komt gewoon terug. Daar moeten onze 17-jarigen straks mee dealen. Het uitbreiden van de arsenalen aan kernwapens is ook de normaalste zaak van de wereld. Het is blijkbaar ook heel normaal om wel geld te vinden voor defensie en de NAVO maar niet voor de zorg.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
De discussie over waar we al deze plannen van betalen is natuurlijk wel relevant, ook voor deze begroting. Hier staan een heleboel dingen in die heel veel geld kosten. Het moet 19 miljard extra kosten. Dat moet ergens van betaald worden. Mijn vraag is: welke discussie heeft D66 gevoerd over het feit dat er wel geld is gevonden voor de NAVO, die 19 miljard, maar niet voor de gehandicaptenzorg, niet voor de AOW en niet voor kinderen in armoede?

Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst dit. Hier wordt aangegeven dat we van alles over de schutting gooien, dat we mee gaan doen aan een nucleaire wapenwedloop en dat we de dienstplicht gaan invoeren, maar dat klopt niet. We gaan de dienstplicht niet invoeren. Die staat nog steeds in de wet, maar wordt opgeschort. We gaan beginnen met een enquête. Die wachten we af en pas later komen we eventueel tot een selectieve dienstplicht. Ook de discussie die wij wel of niet intern hebben gevoerd over waar het geld vandaan komt ... Het is belangrijk — ik hoop dat mensen dat beseffen — dat veiligheid, onze veiligheid, niet gratis is. We zien hoe instabiel de wereld is. Het is echt nodig om te investeren in onze veiligheid, ook voor onze mensen hier, ook om goede zorg te kunnen leveren. Ik ga hier niet — dat heb ik al eerder gezegd — de discussie aan of het geld ergens anders naartoe had gemogen. We staan hier nu voor het debat over Defensie. Dáár kan ik wat over zeggen, niet over waar andere gelden wel of niet naartoe moeten. Ik ben het wel met u eens dat het belangrijk is om ook te zorgen voor onze mensen en voor goede zorg. Mijn collega's die daarover gaan, zijn daar heel betrokken bij en gaan graag met u in gesprek om te kijken wat ze daaraan kunnen doen.

De voorzitter:
Denk echt aan de lengte van uw interrupties, want ze zijn eindeloos. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als D66 geen selectieve opkomstplicht wil, zeg dat dan gewoon en doe het dan ook niet. Nu laat u de weg namelijk gewoon open. Als D66 niet een uitbreiding wil van kernwapenarsenalen, zeg dan gewoon: hier werken wij niet aan mee. Als D66 niet de zorg wil afbreken, graai de 19 miljard euro voor de Defensiebegroting dan niet uit de zorgpot en de AOW. Dat is namelijk wel wat er gebeurt. Wat ik hier mis, is erkenning van D66 van de keuzes die hier worden gemaakt.

Mevrouw Belhirch (D66):
Ik heb het gevoel dat hier meer een inbreng wordt geleverd dan een vraag wordt gesteld. Ik gaf al aan: we zijn ons echt wel bewust van de keuzes die we maken. Het is belangrijk om die keuze te maken om onze eigen veiligheid veilig te stellen. Daarnaast vinden we zowel de zorg als de sociale zekerheid belangrijk.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Dobbe (SP):
Heel kort, voorzitter. Heeft D66 enig idee wat deze plannen betekenen voor de zorg?

Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, maar ik ga hier echt deze discussie niet aan. Ik besef zeer wat dat betekent. U heeft het debat gevoerd. Ik zou verzoeken om het debat daar verder te voeren.

De heer Dassen (Volt):
Als we sterk en onafhankelijk willen worden in Europa, moeten we ook zorgen dat we afkomen van die 178 wapensystemen, al die verschillende fregatten en tanks. Alleen gezamenlijk inkopen op papier helpt daarbij niet voldoende. Een voorstel is om te zorgen dat we komen tot één centraal inkooppunt in Europa, een gezamenlijke inkoopautoriteit. Ik was benieuwd: is D66 van mening dat die er moet komen?

Mevrouw Belhirch (D66):
U kaart het precies aan: daarom is standaardisatie belangrijk. We moeten eraan werken dat we veel meer gezamenlijk inkopen. Een gezamenlijk inkooppunt is een belangrijke stap waar we naartoe moeten. Maar nu zijn we nog niet zover. We gaan het wel intensiveren. Dat is ook waar de staatssecretaris en de minister zich voor inzetten. Het uiteindelijke doel is inderdaad een centraal inkooppunt.

De heer Dassen (Volt):
Op wat voor termijn moet dat er komen naar de mening van mevrouw Belhirch? Het is vaak een heikel punt geweest in de Tweede Kamer dat er niet Europees aangekocht gaat worden, maar landen daar steeds zelf over blijven gaan. In het Draghirapport staat wel degelijk dat er een inkoopautoriteit moet komen. Ik ben dus heel benieuwd of deze coalitie daar daadwerkelijk hard op gaat inzetten, om te zorgen dat die er op een zo kort mogelijke termijn gaat komen. Of zeggen verschillende partijen dadelijk: nee, we gaan er toch nog wat langer mee wachten? Is deze coalitie en is D66 van mening dat er centraal in Europa aangekocht moet gaan worden, juist om die versnippering tegen te gaan?

Mevrouw Belhirch (D66):
Voor ons is het belangrijk dat we nu intensiveren in de standaardisatie en zo veel mogelijk Europees en gezamenlijk inkopen. Ik heb ook vragen aan de bewindspersonen gesteld over hoe snel we hier resultaat in kunnen bereiken. De vraag is ook wanneer een Europees inkooppunt realiseerbaar is. Ik hoor dan ook graag van de minister en de staatssecretaris hoe zij dat zien en wanneer het realiseerbaar is.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat iets realiseerbaar is op het moment dat je je er hard voor gaat maken en daarvoor in Europa de barricades opgaat om te zorgen dat dit er zo snel mogelijk komt. Als we echt die afhankelijkheid en fragmentatie willen tegengaan, als we echt een sterke krijgsmacht willen, dan zal die autoriteit er snel moeten komen, zodat we tot die gezamenlijke inkoop gaan komen. Ik zal daarover ook vragen stellen aan het kabinet, maar ik hoop ook dat de coalitie van mening is dat het Draghirapport moet worden uitgevoerd, en dit dus ook.

De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw inbreng?

Mevrouw Belhirch (D66):
Nee, nog niet.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u uw inbreng eerst afrondt. Daarna geef ik ruimte voor interrupties.

Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, dat is goed. In een onzekere wereld hebben we daarnaast een krijgsmacht nodig die snel kan op- en afschalen. Reservisten zijn daarin geen bijzaak, maar een structureel onderdeel van onze paraatheid. Dat vraagt om meer dan incidentele oplossingen. Het vraagt om een samenhangende langetermijnstrategie. Ziet de staatssecretaris de noodzaak om het reservistenbeleid strategischer vorm te geven? Is hij bereid te bezien of wet- en regelgeving moet worden aangepast om rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor reservisten en werkgevers duurzaam te borgen?

Voorzitter. De wereld om ons heen is instabieler geworden. Dat vraagt hier om duidelijke en structurele keuzes. Historische investeringen brengen historische verantwoordelijkheid met zich mee, niet alleen om meer uit te geven, maar om daadwerkelijk sterker te worden als het gaat om paraatheid, slagkracht en betrouwbaarheid. Dat doen we niet voor vandaag alleen, maar voor de vrijheid en veiligheid van de generaties na ons. Veiligheid vraagt structurele inzet, niet tijdelijk, maar blijvend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een vraag. Onze fracties hebben samen opgetrokken voor de 2 miljard voor Oekraïne. We hebben toen ook heel duidelijk gezegd: dat moet in het eerste kwartaal beschikbaar zijn voor Oekraïne. Waar is dat geld?

Mevrouw Belhirch (D66):
Goede vraag. De minister heeft de opdracht gekregen om te kijken hoe ze die 1,3 miljard kan vinden. Zoals ik al eerder zei, hebben we voor de komende drie jaar 3 miljard uitgetrokken. Binnen Europa is er 90 miljard uitgetrokken. Nederland zal 6 tot 9 miljard bijdragen. Het is ook belangrijk dat de bewindspersonen in nauw contact staan met Oekraïne over wat het nodig heeft. Het is vooral ook een vraag aan de bewindspersonen: hoe staat het er nu voor en wat zijn uw plannen met die 1,3 miljard?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even voor de duidelijkheid. Het oude kabinet zei: hier gaat de nieuwe ploeg over en die moeten het gewoon meenemen in de Voorjaarsnota. Kan ik rekenen op D66 om ervoor te zorgen dat we er alsnog gewoon voor staan? Oekraïne heeft dat geld nu nodig. We zien al dat de coalitie ervoor kiest om 2 miljard minder te sturen dan vorig jaar. Dat is niet toevallig die 2 miljard die we als Kamer hebben geregeld. Heb ik D66 aan mijn kant bij de Voorjaarsnota? Dan moet die breed aangenomen Kamermotie gewoon worden uitgevoerd. Het gaat om dat resterende, niet uitgegeven bedrag uit die motie.

Mevrouw Belhirch (D66):
We hebben onze naam daaronder gezet. Wij vinden het belangrijk dat Oekraïne het geld krijgt dat het nodig heeft. Wij wachten het antwoord af van de minister over hoe zij hiermee omgaat.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wacht ook zeker het antwoord af, maar volgens mij is het hier in de Kamer gewoon aan fracties om duidelijk te maken wat wij verwachten van het kabinet. Ik reken op de steun van D66 om ervoor te zorgen dat dit bedrag gewoon duidelijk in de Voorjaarsnota komt.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Belhirch. Het woord is aan de heer Boon voor zijn inbreng in eerste termijn namens de PVV.

De heer Boon (PVV):
Voorzitter. Wie vandaag spreekt over de versterking van Defensie, moet eerst eerlijk durven zijn over hoe wij hier terecht zijn gekomen. Onder leiding van oud-minister-president Mark Rutte is onze krijgsmacht structureel uitgekleed. Terwijl de wereld instabieler werd, daalden de defensie-uitgaven tot ongeveer 1,1% van het bbp. Dat is ver onder de NAVO-norm en ver onder wat verantwoordelijk was. Dat was geen natuurverschijnsel. Dat waren politieke keuzes.

Onder Rutte werd de 41 Pantserbrigade opgeheven en gingen onze Leopardtanks de deur uit. Pantserhouwitsers werden afgestoten. De artilleriecapaciteit werd fors gereduceerd. De landmacht verloor zijn zware slagkracht. Bij de luchtmacht werden squadrons samengevoegd en werd vervanging van materieel uitgesteld. Daardoor namen transport- en helikoptercapaciteit af en kwam de inzetbaarheid onder druk te staan. Bij de marine verdwenen fregatten en ondersteuningsschepen uit de vaart. De mijnenjagersvloot werd verkleind. De vervanging van onderzeeboten werd járenlang vooruitgeschoven. Kazernes sloten hun deuren. Oefenterreinen verdwenen. Duizenden militairen en burgerpersoneelsleden verloren hun functie. Munitievoorraden werden zo ver teruggebracht dat zelfs trainen problematisch werd. De toenmalige D66-fractievoorzitter vernederde onze militairen door hen openlijk uit te lachen, met dat ze tijdens oefeningen "pang, pang" moesten roepen. Onze krijgsmacht werd gekleineerd en uitgekleed tot op het bot. Dat is de erfenis van Rutte. En vandaag betalen wij de rekening: miljarden om terug te kopen wat toen is verkwanseld; miljarden om te herstellen wat toen is gesloopt.

Mevrouw Belhirch (D66):
Een vraag aan de heer Boon. Kunt u zich Rutte I nog herinneren, waar ook de PVV in zat en waarin flink is bezuinigd?

De heer Boon (PVV):
Ja, dat kan ik mij zeker herinneren. Ik kan mij zeker herinneren dat de PVV toen ingezet heeft op 1 miljard extra voor de krijgsmacht. Alleen heeft de PVV dat niet voor elkaar gekregen; er is juist een miljard bezuinigd op Defensie. En ik vind het wel mooi dat de NRC een hele reconstructie heeft gemaakt van hoe dat nou kon: wie zat er nou achter die bezuiniging, wie ging er nou persoonlijk voor zorgen dat Defensie de genadeklap kreeg? Dat was meneer Rutte, onze oud-minister-president van de VVD. Hij heeft zich er persoonlijk voor ingezet dat Defensie kapot werd gemaakt. Ik kan me dat dus heel goed herinneren. Ik denk dat alle militairen in Nederland zich dat nog heel goed kunnen herinneren.

Mevrouw Belhirch (D66):
Nou, u zat ook in dat kabinet. Maar mijn andere vraag: hoe staat u nu dan tegenover deze investeringen?

De heer Boon (PVV):
Daar kom ik nog op. Maar ik sta er zeker positief achter; dat voorproefje wil ik u alvast geven.

De voorzitter:
U continueert.

De heer Boon (PVV):
Vandaag betalen wij dus de rekening: miljarden om terug te kopen wat toen is verkwanseld; miljarden om te herstellen wat er toen is gesloopt.

Voorzitter. Terwijl wij onze krijgsmacht afbraken, werd de wereld om ons heen steeds bedreigender. Vier jaar geleden viel Rusland Oekraïne binnen. Maar Rusland staat niet alleen. Er vormt zich opnieuw een as van het kwaad: landen die elkaar militair, technologisch en economisch versterken. China bouwt zijn militaire macht razendsnel uit en investeert massaal in cyberoorlogvoering en strategische beïnvloeding. Noord-Korea levert manschappen, munitie en raketten aan Rusland. Iran, waar de islamitische duivel, ayatollah Khamenei, gelukkig is geëlimineerd, vuurde zelfs raketten af richting Cyprus, een Europees land. Iran is al jaren de grootste sponsor van wereldwijd terrorisme. Het levert drones en andere wapens aan Hezbollah, Hamas en de Houthi's, en destabiliseert daarmee complete regio's. En er is hier één partij in dit huis die de Houthi's verheerlijkt als "fiere strijders". Ze zijn er weer niet. Maar laten we helder zijn: de Houthi's zijn een jihadistische terreurorganisatie die de sharia oplegt, homoseksuelen ter dood veroordeelt en vrouwen onderdrukt, en die de internationale scheepvaart aanvalt en daarmee onze economie direct raakt. Wanneer schepen in de Rode Zee worden aangevallen, lopen de transportkosten namelijk op en worden producten in de supermarkt duurder. Dat betaalt de Nederlandse consument. Wanneer energiecorridors worden bedreigd, stijgen gas- en stroomprijzen. Dat merkt ieder huishouden op de maandelijkse rekening. Wanneer onderzeese kabels kwetsbaar blijken, komt ook onze digitale infrastructuur in gevaar. Het raakt onze havens, onze bedrijven, onze communicatie.

Dagelijks worden westerse landen geconfronteerd met cyberaanvallen op ziekenhuizen, energiebedrijven en logistieke knooppunten. Dat zijn geen speldenprikken, maar gerichte pogingen om onze samenlevingen te ontregelen. Dit is geen ver-van-ons-bedshow. Dit raakt Nederland, dit raakt onze economie, dit raakt iedere burger. Hybride oorlog is geen toekomstscenario; het gebeurt nu. Als dit de dreiging is waar wij mee worden geconfronteerd, dan moet onze krijgsmacht daarop zijn gebouwd. Niet op papier, niet op beleidsnota's, maar met échte slagkracht: volle munitievoorraden, inzetbare brigades. Luchtafweer die drones en raketten uit de lucht haalt. Maritieme bescherming van onze Noordzee. Cybercapaciteit die tegenstanders afschrikt in plaats van ons alleen maar te laten reageren. Een sterke krijgsmacht is geen luxe. Het is een voorwaarde om als land te blijven bestaan. Die voorwaarde begint bij onszelf: bij het verdedigen van ons eigen grondgebied, bij ónze grenzen, bij ónze vitale infrastructuur, bij ónze zee- en luchthavens, bij ónze energievoorziening, bij ónze Noordzee, bij het Caribisch deel van het Koninkrijk. Eerst ons eigen huis veilig, en dan pas elders verantwoordelijkheid nemen.

Voorzitter. Vandaag staan we voor de taak om Defensie opnieuw op te bouwen; niet een beetje bijschaven, maar fundamenteel herstellen. Wat is afgebroken, moet worden hersteld. Wat is weggegeven, moet worden teruggebracht. Wij moeten onze krijgsmacht weer sterk maken. Die moet robuust, slagvaardig en onafhankelijk zijn. De feniks moet weer herrijzen uit het vuur, en dat begint hier.

De begroting voor 2026 laat zien dat Defensie groeit. De NAVO-norm van 2% wordt gehaald. Er wordt stevig geïnvesteerd in materieel, munitie, modernisering en uitbreiding van de capaciteit. De PVV steunt de investeringen die onze gevechtskracht daadwerkelijk versterken. Wij steunen de aanschaf van de Leopardtanks en de heroprichting van een volwaardig Nederlands tankbataljon. Wij steunen de moderne luchtdoelraketten en luchtverdedigingssystemen. Wij steunen investeringen in elektronische oorlogsvoering en in cyber- en ruimtecapaciteiten. Wij steunen de versterking van de marine en de bescherming van de vitale infrastructuur op de Noordzee.

Maar groei op papier is geen garantie voor slagkracht in de praktijk. Meer geld betekent niet automatisch meer gevechtskracht. Meer budget betekent niet automatisch meer paraatheid. Kan de minister garanderen dat deze begrotingsgroei niet verdwijnt in extra managementlagen, stafstructuren en diversiteitsadviseurs, maar dat die daadwerkelijk terechtkomt bij gevulde brigades, volle munitiedepots en inzetbare militairen?

De PVV ziet dat Defensie kampt met grote personeelstekorten. Er zijn naar schatting 14.500 nieuwe militairen nodig om de organisatie op sterkte te brengen. Tegelijkertijd is de arbeidsmarkt extreem krap. In 45 van de 59 beroepen die Defensie vraagt, bijvoorbeeld in ICT, techniek, transport, logistiek en zorg, is sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt. Dat maakt het des te urgenter om het aanwezige personeel maximaal te benutten, en om geen onnodige drempels op te werpen. Wat gebeurt er met infanteristen en andere militairen in fysiek zware functies die na jaren inzet niet langer volledig operationeel inzetbaar zijn? Worden zij actief omgeschoold voor functies waar nu tekorten bestaan, zoals monteur, technicus of beveiligingsspecialist? Of blijven die vacatures extern openstaan, terwijl ervaren militairen de organisatie verlaten?

Voorzitter. Het gaat niet alleen om de doorstroom, maar ook om de instroom. Voor bepaalde gevechts- en beveiligingsfuncties gelden harde leeftijdsgrenzen bij aanstelling. Dat staat los van individuele fysieke en mentale geschiktheid. Neem als voorbeeld Jorrit Bergsma. Hij is 40 jaar, ónze olympisch kampioen, mentaal en fysiek uitzonderlijk fit. Toch zou zo iemand met vergelijkbare kwaliteiten in sommige functies niet eens mogen solliciteren, simpelweg vanwege een leeftijdsgrens op papier. Wat is de concrete onderbouwing van die grenzen? Waarom telt kalenderleeftijd zwaarder dan aantoonbare fysieke en mentale inzetbaarheid? Zijn deze grenzen nog houdbaar in een tijd van structurele personeelstekorten?

Voorzitter. Dan kom ik op een voor de PVV principieel punt. Het Wapen der Cavalerie krijgt weer een tanktaak; ons tankbataljon keert weer terug. Dat is herstel van onze zware slagkracht, maar de volledige stationering vindt plaats in Duitsland. Heropbouw van onze landmacht hoort ook zichtbaar te zijn op Nederlands grondgebied. Is de minister bereid te onderzoeken of een deel van het tankbataljon blijvend in Nederland kan worden geplaatst, zoals in het verleden ook het geval was?

Zonder munitie zijn tanks, artillerie en luchtafweer echter niets meer dan staal op rupsbanden. Nederland kan zich niet permitteren afhankelijk te blijven van buitenlandse leveranciers voor zoiets essentieels als munitie. In een crisis moeten wij nu eerst naar het buitenland bellen om onze krijgsmacht inzetbaar te houden. Onze militairen moeten kunnen rekenen op een eigen betrouwbare en structurele munitievoorziening. Zonder munitie geen inzetbaarheid. Daarom moet Nederland zelf munitie produceren en die productie structureel opschalen. Is de minister bereid hier concreet werk van te maken en munitieproductie op eigen bodem daadwerkelijk te realiseren?

Een ander punt. Ik wil niet te diep ingaan op de hele casus rondom chroom-6. De feiten, de rapporten en de juridische discussie zijn bekend. Maar achter die dossiers zitten mensen, voormalig en huidig Defensiepersoneel dat ziek is geworden, terwijl zij werk deden voor ons land. Ik wil vandaag wel het volgende vragen. Kan de minister toezeggen dat zij als nieuwe minister met open vizier en in alle redelijkheid een gesprek met de chroom-6-slachtoffers zal aangaan? Is zij bereid te luisteren, dingen opnieuw te bekijken waar dat nodig is en te zoeken naar oplossingen die recht doen aan deze mensen?

Dan nu onze veteranen, mannen en vrouwen die voor Nederland zijn uitgezonden en soms voor de rest van hun leven de gevolgen van hun inzet dragen. Erkenning en zorg zijn geen gunst, maar een plicht van de Staat. In deze begroting wordt geïnvesteerd in materiële en immateriële zorg, ondersteuning van het thuisfront en betere nazorg. Daar gaat extra geld naartoe, en dat is terecht. Ikzelf heb contact met jonge veteranen die psychische en sociale problemen hebben, maar moeilijk in beeld komen en zorg mijden. Hoe gaat de minister juist deze groep actief bereiken?

Voorzitter. De PVV steunt de inzet aan de oostflank van de NAVO, maar hoofdtaak 1 begint bij de bescherming van ons eigen grondgebied. Waarom sturen wij militairen naar het buitenland om onze grenzen te verdedigen tegen Russische dreiging, terwijl onze eigen grens onvoldoende wordt bewaakt? Waarom zijn er wel militairen beschikbaar voor inzet in het buitenland, maar niet voor structurele ondersteuning en bewaking van onze eigen landsgrens? We worden nu al aangevallen met hybride oorlogsvoering. Migratie is een van de wapens daarin. Kijk naar wat er in onze grote steden gebeurt. Groepen voornamelijk islamitische mannen in de militaire leeftijd, vaak Syrische statushouders of asielzoekers, maken hele wijken onveilig met intimidatie, straatterreur, berovingen en geweld. Zelfs linkse burgemeesters slaan alarm over ernstige overlast. Winkeliers durven hun zaak niet meer open te houden en bewoners voelen zich niet meer veilig in hun eigen buurt. Dit zijn geen incidenten meer; dit is structurele ontwrichting, recht in het hart van onze samenleving.

Dat is geen toeval. Dit is precies hoe hybride oorlogsvoering werkt: chaos zaaien zonder één schot te lossen. En wat doet de regering? Die stuurt soldaten naar Litouwen om de grens met Rusland te bewaken. Prima, maar onze eigen straten en wijken laat ze over aan deze ontwrichting. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Is de ongecontroleerde, structureel hoge instroom een veiligheidsdreiging voor Nederland? Is dit hybride oorlogsvoering tegen ons land? Zo ja, waarom verdedigen wij dan met man en macht de grenzen van andere landen, terwijl hier de asieltsunami van ongedocumenteerde asielzoekers maar doorgaat? Voor de PVV is het helder: hoofdtaak 1 begint hier, bij onze eigen grens. Wij willen defensie inzetten voor grensbewaking. Wie zijn grenzen niet controleert, geeft zijn land uit handen.

Voorzitter. Defensie is het zwaard en het schild waarmee wij onze vrijheid, rechtsstaat en manier van leven verdedigen, generatie op generatie. Onze vrijheid stond herhaaldelijk op het spel, door één en dezelfde dreiging: de islam, de strijd tussen vrijheid en de islam, de strijd tussen goed en kwaad. Die strijd is eeuwenoud en nog steeds actueel. Onze vrijheid is nooit een geschenk geweest. Zij is bevochten met bloed en vuur, door westerse militairen die hun leven gaven op het slagveld, zodat wij, hun nakomelingen, vandaag vrij kunnen ademen, vrij kunnen spreken en vrij kunnen leven in een samenleving die de onze is. Bij Tours, in Frankrijk, werd de islamitische opmars gestopt door Karel Martel. In 1492 viel Granada en eindigde de Moorse overheersing in Spanje. In 1683 werden de Ottomaanse legers bij het tweede beleg van Wenen teruggeslagen. Zonder koning Jan III Sobieski had dit het einde van de westerse wereld kunnen betekenen, maar gelukkig werd dit het begin van het verval van het Ottomaanse Rijk. Dit waren geen symbolische maatregelen; dit waren beslissende keerpunten voor het voortbestaan van onze samenleving. Dankzij die overwinningen leven wij vandaag in een vrije en democratische samenleving, gebouwd op rede, rechten en individuele vrijheid, en niet op onderwerping en sharia. Vrijheid die eeuwenlang met moed en offers is verdedigd, geven wij nu wel stap voor stap uit handen.

Defensie — u hoort het goed, voorzitter — organiseerde zelf een iftar. Zelfs de Commandant der Strijdkrachten, generaal Onno Eichelsheim, schoof daar officieel aan. Dat deed hij als hoogste militair van het Nederlandse leger, dus niet als privépersoon, maar in functie. Hij deed dat als generaal van de krijgsmacht. In plaats van onze vrijheid met hand en tand te verdedigen, viert hij een islamitisch feest, op kosten en initiatief van Defensie zelf. Waar helden als Karel Martel onversaagd streden tegen het kwaad, buigt de huidige commandant zich aan onderwerping. Wat vindt de minister ervan dat de hoogste generaal meedoet aan een Defensie-iftar? Staat zij toe dat de islam en de sharia nu gewoon binnen Defensie worden gevierd? Het mag duidelijk zijn dat de PVV wél tegen de islamisering van onze eigen krijgsmacht strijdt. Ons leger moet de vrijheid en democratie beschermen tegen dreigingen van buiten en van binnen. De islamitische ideologie, die onze rechtsstaat verwerpt, onze vrijheden haat en ons de sharia wil opleggen, verdient geen enkele ruimte binnen Defensie. Daarom zegt de PVV keihard en duidelijk: geen iftars, geen islamitische gebedsruimtes, geen Defensie-imams in ons leger en geen personeel met een dubbele nationaliteit. Deelt de minister dit standpunt of laat zij toe dat Defensie zelf het paard van Troje binnenlaat?

De heer Van Baarle (DENK):
Ik vind dat het mijn taak is als volksvertegenwoordiger om deze vormen van haat en verdachtmaking in het parlement altijd te weerspreken. Dit is niet alleen een kanonnade van haat in de richting van alle Nederlandse moslims, maar ook gewoon shoppen in en het vervalsen van de geschiedenis. De heer Boon weet namelijk ook dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in de legers van de geallieerden heel veel moslims uit bijvoorbeeld Marokko en de Kaukasus hebben meegevochten. Dat deden ze om uiteindelijk ook ons land te bevrijden van de tirannie van de nazi's. De heer Boon doet het hier voorstellen alsof er een soort tweestrijd zou zijn tussen "de westerse samenleving" en "anderen". Hij noemt de islam. Het is gewoon vervalsing van de geschiedenis. Ik zou hem willen vragen te stoppen met die verdachtmakingen en het in de verdachtenhoek plaatsen van al die Nederlandse moslims.

De heer Boon (PVV):
Ik wil hier graag op reageren, want het ís geen vervalsing van de geschiedenis. Overal waar de islam komt, verdwijnen vrijheid, gelijkheid en rechten. Daar verschijnt de sharia. Overal waar de islam verschijnt, ontstaan woestijnen. Ik wil van Nederland geen woestijn maken. Ik wil Nederland een vruchtbare oase houden. Daarom is hier geen plek voor de islam.

De heer Van Baarle (DENK):
De heer Boon heeft het feit dat hij überhaupt kan tellen, te danken aan de vooruitgang van heel veel Arabische en islamitische geleerden, die een enorme bijdrage hebben geleverd aan de wiskunde. Zo kan ik nog heel veel elementen noemen van de beschaving die de heer Boon nu noemt. Hij doet alsof die alleen westers zou zijn, maar die is juist ook gestoeld op de vooruitgang dankzij heel veel islamitische geleerden. De heer Boon verkoopt haat. Hij verkoopt ook klinkklare onzin. Daarmee geeft hij een klap in het gezicht van al het islamitische Defensiepersoneel. Zij dienen ook in het Nederlandse leger. Zij zitten in de Defensieorganisatie. Als het nodig is, zijn zij bereid om hun leven op te offeren voor mijn veiligheid en zelfs voor die van de heer Boon. Ik zeg tegen de heer Boon: geef die mensen geen klap in hun gezicht en stop met het zaaien van haat en verdeeldheid; stop met het wegzetten van die mensen die ons allemaal dienen.

De heer Boon (PVV):
Dat is grote onzin. Ik strijd juist tegen haat, tegen de haat van de islam, de haat van de sharia. Heeft u enig idee van wat er in de sharia staat over homoseksuelen? Die moeten van daken af worden gegooid. Over vrouwen? Mishandeling is gewoon toegestaan, zolang je geen botten breekt. Dat is laatst nog weer ingevoerd in Afghanistan. Ik noem de haat tegen Joden en de haat tegen christenen. Ik strijd juist tegen de haat. De PVV is opgericht om te strijden tegen deze islamitische haat en de haat van de sharia. Dat zullen wij altijd blijven doen, wat u ook zegt. Wij strijden tegen de haat.

De voorzitter:
Tot slot. Daarna gaan we weer terug naar de begroting van Defensie, zeg ik ook tegen de heer Boon, want die ligt vandaag ter bespreking voor.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat klopt, voorzitter, maar als een groep van meer dan 1 miljoen Nederlanders hier in dit huis op deze manier verdacht wordt gemaakt en wordt weggezet, zie ik het als mijn taak om dat te weerspreken.

De voorzitter:
Dit was ook een opmerking voor de heer Boon. Dat u dit punt maakt, is meer dan terecht.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat snap ik, voorzitter. De heer Boon bestrijdt geen haat. De heer Boon verkondigt haat. De PVV is haat, tot diep in de vezels. De heer Boon gaat niet in op wat ik zeg, namelijk dat de heer Boon het te danken heeft aan heel veel islamitische wetenschappers en aan de islamitische beschaving dat hij überhaupt kan tellen. De heer Boon reageert niet op het feit dat er talloze mensen zijn binnen de Defensieorganisatie met een islamitische achtergrond, die uiteindelijk voor ons allemaal hun leven willen geven. Stop met het verkondigen van haat. Stop met het verkondigen van onzin. Stop met het pompen van dit antimoslimgif in de Nederlandse samenleving.

De voorzitter:
Uw punten zijn gemaakt, maar ik zou echt willen voorstellen dat we weer teruggaan naar de begroting Defensie. De reconquista en alles uit de geschiedenis is zeer relevant, maar we bespreken volgens mij vandaag de begroting Defensie.

De heer Boon (PVV):
Ja, voorzitter, maar in die tijd streden wij tegen de islam voor vrijheid en we moeten nu vandaag de dag hetzelfde doen. Vandaag zien we ook dat het paard van Troje hier binnen is en onze vrijheden wil afpakken.

De voorzitter:
U continueert.

De heer Boon (PVV):
Wij zijn opgericht om daartegen te strijden. Ik kan hele verzen met haat van de islam noemen: "wanneer gij ongelovigen ontmoet, houwt in op hun nekken". Sorry, u ziet het misschien als liefde, maar ik zie dat als haat.

De voorzitter:
Ik zie helemaal niets, want ik zit slechts uw vergadering voor en die gaat vandaag over de begroting Defensie. Ik stel voor dat we daar gewoon weer het debat over gaan voeren.

De heer Boon (PVV):
Het ging over het paard van Troje dat we hebben binnengehaald binnen Defensie. Dat paard heet: islam en sharia. Daar zijn wij tegen, dus het was een heel legitiem punt en ik zal altijd blijven strijden tegen de islam en de sharia, zolang ik leef. Ik heb het hier gedaan, ik heb het gedaan in Afghanistan en ik blijf het doen. Ik heb gezien hoe de islam hele samenlevingen vernietigt en hoe het hele Midden-Oosten is vernietigd door de islam. U noemt allerlei uitvindingen — voorzitter, ik bedoel u niet persoonlijk — die uit de tijd komen van voor de islam, toen de wetenschap nog wel domineerde. Maar toen kwam de islam en de islam heeft alles kapotgemaakt. Dat wil ik in Nederland voorkomen. Ik wil dat onze kinderen in vrijheid leven en niet onder de sharia.

Voorzitter, ik ga verder. Ik wilde gaan afsluiten. De begroting bevat positieve elementen: meer geld, meer investeringen en meer nadruk op gereedheid. Ook wordt geïnvesteerd in veteranenzorg en erkenning en nazorg voor wie ons land heeft gediend. Dat steunen wij. Na jaren van afbraak is er noodzakelijk herstel. Maar geld alleen is niet genoeg; het gaat om keuzes. Focus op Nederland. Focus op onze eigen grenzen. Focus op gevechtskracht en niet op bijzaken, maar op bescherming van ons grondgebied en onze bevolking. Defensie bestaat namelijk om Nederland te verdedigen; onze vrijheid, onze veiligheid en onze manier van leven. Ik zeg al onze militairen, veteranen en burgerpersoneel dank. Nederland ziet wat u doet. Voor de veteranen: Nederland zag wat u deed. Nederland waardeert wat u doet. Voor de veteranen: Nederland waardeert wat u deed. Nederland moet weer een land worden dat zichzelf kan en durft te verdedigen. De PVV kiest voor een sterke krijgsmacht, sterke grenzen en een veilig Nederland. Eerst ons eigen land, altijd! Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Peter de Groot, voor zijn inbreng namens de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou willen beginnen met de minister en de staatssecretaris van harte te feliciteren met de nieuwe klus die wacht. Ik wil hun vooral heel veel succes wensen de komende jaren, want er ligt een aantal grote uitdagingen en er rust een grote verantwoordelijkheid op uw beider schouders. Dat als start.

Het stormt namelijk in de wereld. Met een oorlog op het Europese continent en een agressief Rusland dat zijn invloed probeert uit te breiden, is veiligheid niet langer vanzelfsprekend. Vrijheid en veiligheid vormen de basis onder onze samenleving en onze welvaart. Zonder veiligheid zijn al onze andere voorzieningen uiteindelijk kwetsbaar. Voor de VVD is het daarom helder: een sterke krijgsmacht is geen luxe, maar een absolute noodzaak. Daarom investeren we fors in Defensie. Daarom hebben we als coalitie afgesproken dat Nederland doorgroeit naar 3,5% van het bbp voor Defensie, in lijn met NAVO-afspraken. Wat de VVD betreft wordt dat percentage wettelijk verankerd, zodat onze krijgsmacht ook op langere termijn zekerheid heeft. Veiligheid is geen concurrerende uitgave; veiligheid is de randvoorwaarde voor onze manier van leven. Zonder veiligheid is uiteindelijk niets houdbaar.

We hebben het vandaag over plannen, cijfers en percentages, maar waar het echt over gaat, zijn de mensen die ons land veilig moeten houden. Ik ben zelf opgegroeid in Harderwijk, aan de rand van de Veluwe. In mijn jeugd zag ik eigenlijk niets anders dan onze militairen op straat op weg naar een oefening, naar een schietterrein op de Veluwe, om te oefenen en te kijken hoe zij paraat zouden kunnen zijn in het geval zij klaar zouden moeten zijn voor welk conflict dan ook. Ik heb geen andere herinnering dan die uit mijn jeugd, namelijk dat het de mensen zijn die onze krijgsmacht maken. Het zijn de mannen en vrouwen die dagelijks werken aan onze veiligheid. Militairen die trainen en oefenen en zich voorbereiden op het uiterste. Mensen die bereid zijn hun leven te riskeren voor Nederland.

We moeten ook stilstaan bij onze veteranen. Dat zijn namelijk ook mannen en vrouwen die namens Nederland op missie zijn geweest en vaak blijvende gevolgen dragen van wat zij hebben meegemaakt. Voor de VVD staat één ding vast. Wie bereid is zijn leven te riskeren voor Nederland moet erop kunnen vertrouwen dat Nederland er ook voor hem of haar is. Veteranen verdienen niet alleen waardering in woorden, maar ook zekerheid in daden. Onze zorgplicht stopt niet bij terugkeer van een missie. Daarom wil ik de minister vragen: kan zij garanderen dat onze veteranen niets tekortkomen? Als dat risico er wel is, wat gaat zij dan doen om dat te voorkomen?

Voorzitter. Nederland blijft Oekraïne ook onverminderd steunen: militair, financieel en humanitair. Hun strijd voor vrijheid is ook onze strijd. Daarom was het mooi om te zien — complimenten daarvoor — dat de minister van Defensie samen met de minister van Buitenlandse Zaken in een van hun eerste dagen naar Kiev zijn afgereisd om Oekraïne steun te betuigen op het moment dat Oekraïne een wrange mijlpaal van vier jaar oorlog haalde. Vier jaar waarin het dappere Oekraïense volk en de militairen vechten voor hun en uiteindelijk onze vrijheid. Kan de minister na haar bezoek aan Oekraïne aangeven en/of bevestigen dat Nederland voldoende doet om Oekraïne te steunen? In dat verband: kan de minister ook aangeven dat die steun in 2026 onverminderd blijft?

Dan ga ik naar de uitvoering. Extra geld voor Defensie is noodzakelijk, maar extra geld alleen maakt Defensie niet sterker. Voor de VVD gaat het om uitvoering en snelheid. In 2026 geven we 28 miljard uit aan Defensie, inclusief het materieelfonds. Dat zijn enorme bedragen. Die bedragen lopen de komende jaren fors op. Daar hoort ook een enorme verantwoordelijkheid bij, want elke euro belastinggeld moet terechtkomen waar die hoort: bij onze militairen, bij munitie, bij materieel en bij geoefende eenheden. Dus niet in bureaucratie, niet in vertraging en niet in plannen die op papier goed klinken, maar in de praktijk te lang duren. Militairen moeten merken dat het beter wordt. Nederland moet zien dat Defensie sterker wordt, en niet alleen Nederland, maar ook iedereen daarbuiten. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris wat hij concreet gaat doen om de uitvoering te versnellen. Waar zitten nu de grootste knelpunten? Welke procedures moeten sneller? En wanneer zien we daarvan het resultaat? In deze tijd is onderuitputting namelijk geen administratief probleem; het is een veiligheidsprobleem.

Voorzitter. De krijgsmacht groeit dus fors de komende jaren. Dat vraagt mensen maar ook ruimte. Onze militairen moeten kunnen oefenen. Defensie moet zichtbaar zijn in onze samenleving en ook onze krijgsmacht moet fysiek en juridisch de ruimte krijgen om zich voor te bereiden op zijn taak. Dat betekent dat vergunningstrajecten sneller moeten, dat betekent dat procedures korter moeten en dat betekent dat de nationale veiligheid soms zwaarder moet wegen dan andere belangen. Dat zal lokaal soms best schuren — daar ben ik me van bewust — maar veiligheid vraagt soms om moeilijke keuzes. De VVD steunt de minister en de staatssecretaris bij het maken van die keuzes. Wel vraag ik aan de staatssecretaris of de Wet op de defensiegereedheid voldoende instrumenten biedt om deze procedures echt te versnellen en belemmeringen weg te nemen, want zonder die ruimte komt er geen groei en daarmee uiteindelijk geen sterkere krijgsmacht.

Voorzitter. Ook Europa moet binnen de NAVO meer verantwoordelijkheid nemen voor de eigen veiligheid. De VVD ziet niks in een Europees leger, zoals u weet. De inzet van Nederlandse militairen blijft altijd een nationale beslissing van deze Kamer, maar de Europese samenwerking moet wel worden verdiept, op alle niveaus. Wij willen een sterke Europese pijler binnen de NAVO, waarbij ook samen met bijvoorbeeld het VK en Noorwegen wordt opgetrokken. Dat betekent gezamenlijke investeringen, strategische capaciteiten en gezamenlijke inkoop waar logisch. Hoever zijn we hiermee, is mijn vraag aan de minister. Is er al een inventarisatie gemaakt van welke kritieke systemen en capaciteiten op termijn met andere EU-landen aangeschaft moeten worden? Daarbij blijft voor de VVD één punt helder: Nederland gaat niet garant staan voor schulden van andere landen.

De heer Boon (PVV):
Ik heb één vraag. Hoe kijkt de VVD aan tegen de keuze óf gezamenlijk inkopen óf het allerbeste materiaal voor onze militairen? Kiest de VVD er duidelijk voor dat we altijd moeten kiezen voor het allerbeste materiaal voor onze militairen en dat dan de gezamenlijke inkoop — jammer dan — niet van toepassing is?

De heer Peter de Groot (VVD):
Het allerbelangrijkste dat wij te doen hebben, is dat wij onze militairen moeten voorzien van het materiaal dat nodig is. Wij moeten opschalen als Defensie. Dat betekent dat we niet altijd de luxe hebben om te kiezen waar en wat we kopen. Het is goed dat we dat in Europees verband gezamenlijk doen. U noemde het al in uw eigen bijdrage. We weten wat er in het verleden weleens is gebeurd bij een tekort aan bijvoorbeeld munitie. We kunnen ons niet permitteren om daar keuzes in te maken. Voor de VVD staat voorop dat we die opschaling verzorgen en dat we ervoor zorgen dat onze militairen goed uitgerust zijn. Dat is precies de reden waarom ik aan de minister vraag wat we gezamenlijk kunnen doen en wat we zelf kunnen doen.

De heer Boon (PVV):
Ik begrijp dat je iets wat er niets is, niet kunt inkopen, maar als het er wel is, kiest u dan wel altijd voor het beste materiaal dat voorhanden is voor onze militairen? Of kiest u dan voor datgene wat partners gezamenlijk inkopen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Uiteindelijk gaat het er hier over wat wij in Nederland doen. Wij willen uiteraard voor onze militairen het allerbeste hebben. Zo is het ook. Alleen, ik wilde wel ook het vorige antwoord geven, omdat het ten eerste belangrijk is dat we alles kunnen verkrijgen met elkaar.

De heer Dassen (Volt):
Ik zou graag over die gezamenlijke inkopen een vraag willen stellen. Het kabinet heeft dezelfde ambitie als de Europese Commissie, namelijk 40% gezamenlijke inkoop. We lezen in het coalitieakkoord dat de licentieovereenkomsten daar onderdeel van zijn. Daar wordt vaker mee gewerkt, waardoor Europese bedrijven hier kunnen produceren, maar dat gebeurt wel met een licentie van Amerikaanse technologie. Daarmee blijven we eigenlijk afhankelijk van die Amerikaanse technologie en zeggenschap. Is de heer De Groot van mening dat onder die 40% ook die licentietechnologieën vallen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ga straks nog iets zeggen over de defensie-industrie en over hoe ik daar vanuit de VVD naar kijk, maar ik denk dat datgene wat we hebben opgeschreven over wat we samen in Europa willen doen, een gezonde ambitie is. Als de VVD zou moeten kiezen tussen het wel of niet inkopen van defensiematerieel, munitie of wat we ook nodig hebben dat van de VS afkomstig is op korte termijn, dan zullen we er altijd voor kiezen om ervoor te zorgen dat we de Defensie die we nodig hebben, kunnen zijn met elkaar. We weten ook dat we de defensie-industrie in Europa verder moeten opschalen. We weten ook dat we daar als Nederland een belangrijke rol in kunnen spelen. Het belangrijkste wat voor de VVD overeind staat, is echter dat we onszelf voldoende kunnen equiperen.

De heer Dassen (Volt):
Dit is niet helemaal een antwoord op de vraag. Ik ben echt zoekende. Wat is nou de afspraak die deze coalitie hierover heeft gemaakt? Zijn zij van mening dat we die 40% minimaal moeten gaan investeren in de gezamenlijke Europese defensie-industrie, of zitten daar ook die licentieproducties bij vanuit de Verenigde Staten en eventueel andere landen als Israël? Dat zou namelijk betekenen dat we dus helemaal niet in een groot tempo onafhankelijk aan het worden zijn, maar dat we het gewoon anders opschrijven.

De heer Peter de Groot (VVD):
Het doel is om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden. Ik schets alleen het dilemma dat we met elkaar hebben, namelijk dat we die ambitie hebben — dat hebben we ook met elkaar opgeschreven — maar dat het tegelijkertijd zo kan zijn dat op het moment dat wij specifieke strategische inkopen moeten doen, we dan ook afhankelijk zijn van partijen buiten de Europese industrie. Zo simpel is het nou eenmaal. Als je morgen een strategisch middel wil inkopen en je het niet zelf produceert in Europa, is het niet zo dat je dat niet buiten Europa zou moeten inkopen. Wat mij betreft staat die afspraak voor 40% en 50% helder in het coalitieakkoord en zullen wij met elkaar moeten werken aan een sterke defensie-industrie in Europa.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Voor mij staat het dus niet helder in het coalitieakkoord, omdat daarachter tussen haakjes iets staat over die licentieovereenkomsten. Ik probeer duidelijkheid te krijgen bij de VVD en bij D66 — ik zal het dadelijk ook bij het CDA vragen — over wat dat nu precies betekent. Als we echt onafhankelijk willen worden, dan moeten we gezamenlijk in Europa gaan investeren. Ik heb grote twijfels of het daadwerkelijk een grote ambitie is, als al die licentieovereenkomsten onderdeel zijn van die 40%-ambitie. Ik vraag aan de heer De Groot of hij mij daar duidelijkheid over kan geven. Is de VVD van mening dat onder die 40% ook die licentieovereenkomsten vallen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik blijf bij het vorige antwoord. We zijn het erover eens dat we moeten werken aan onafhankelijkheid en aan de productie in Europa. Daarvoor hebben we deze afspraken met elkaar gemaakt. Daar heb ik niets meer aan toe te voegen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de heer De Groot zeggen: we moeten sneller onafhankelijk worden. Even voor de duidelijkheid: betekent dat dus ook onafhankelijker van de enorme afhankelijkheid die we hebben van de VS?

De heer Peter de Groot (VVD):
Dat zou de VVD heel graag willen, maar de realiteit is dat we daar in NAVO-verband nog heel afhankelijk van zijn als het gaat over de verdediging van Europa. Dat is precies de reden waarom de VVD ook zo hard geknokt heeft bij dit akkoord om die 3,5% te gaan halen. We zullen alleen minder afhankelijk van Amerika worden als wij zelf die investeringen doen met elkaar, als wij er zelf voor zorgen dat we de Nederlandse industrie daarbij betrekken en als wij er zelf voor zorgen dat we als Europa een sterke pijler worden binnen de NAVO, en op geen enkele andere manier.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even voor de duidelijkheid: het doel is nog steeds … In het akkoord van D66 en het CDA stond dat namelijk ook heel duidelijk. Sorry, het was geen akkoord: het was een stuk van die twee partijen. Daarin stond heel duidelijk dat het een doel is om onafhankelijk te worden van de VS. In het coalitieakkoord van deze drie partijen staat iets over de Europese pijler van de NAVO, maar ik vraag gewoon expliciet: betekent dat nog steeds dat we dus ook onafhankelijker willen worden van de VS?

De heer Peter de Groot (VVD):
Binnen die Europese pijler binnen de NAVO moeten wij gewoon een sterke partij worden. Zonder in een semantische discussie met elkaar te willen belanden: wij hebben als Nederland en als Europa heel veel te doen binnen die Europese pijler binnen de NAVO, anders kunnen we alleen maar naar Amerika blijven kijken, en volgens mij is het gezond als wij gewoon onze eigen broek weten op te houden.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Het is niet zo'n hele moeilijke vraag. Nu zie ik vooral dat kennelijk het enige waar de drie partijen het over eens konden worden, was: laten we maar iets opschrijven over die Europese pijler in de NAVO. Maar ik hoor hier toch echt een ander verhaal van D66. Dat betekent gewoon echt investeren in de Europese industrie en op langere termijn onafhankelijkheid van de Amerikanen. Diezelfde woorden hoor ik niet bij de heer De Groot. Ik doe nog één keer een poging. Betekent het versterken van die Europese pijler ook dat we onze afhankelijkheid van de Amerikanen moeten afbouwen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Volgens mij heb ik dat net gezegd. Wij willen onafhankelijker worden van de Verenigde Staten. Alleen — ik blijf bij het antwoord dat ik daar net over heb gegeven — duurt dat een tijd. Wij moeten daarom werken aan die stevige pijler binnen de NAVO. Maar als Europa en als Nederland moeten wij onszelf gewoon beter kunnen verdedigen. Dus onafhankelijker: ja. Maar volledig onafhankelijk zie ik niet direct gebeuren.

De heer Struijs (50PLUS):
Ik deel de opbouw naar die onafhankelijkheid, maar één element mis ik, namelijk het gesprek dat ik met hoge militairen had. In deze discussie is één ding erg belangrijk, hoe snel of langzaam we ook afbouwen met onder andere de Amerikanen, namelijk dat de afhankelijkheid van die technologie hoog blijft en dat de veiligheid van onze militairen leidend is. Laten we dus niet onverantwoord in avonturen stappen richting Europese onafhankelijkheid, die ik ook nastreef. Ik zie nu een afhankelijkheid van satellieten, AI en noem allemaal maar op. Laten we dit debat dus ook realistisch voeren. Is de VVD dat met mij eens?

De heer Peter de Groot (VVD):
Het korte antwoord is ja. Dat is waarom ik zoek naar de woorden voor wat "onafhankelijk" betekent. Dat betekent dat we als Nederland meer zelf moeten regelen. Dat betekent ook dat we dingen gezamenlijk moeten doen in Europa, bijvoorbeeld als het gaat om satellietcapaciteit, AI — daar ga ik zo nog wat over vragen — en het opschalen van een defensie-industrie in Europa met de nieuwe technologieën die nodig zijn, waar ik zo ook nog even kort op terugkom. Ik denk dat dat allemaal voorwaardelijk is voordat je op een gegeven moment kunt zeggen: nu worden we onafhankelijker en laten we onze militairen niet in de steek als er iets belangrijks langskomt.

De heer Struijs (50PLUS):
Dank voor uw antwoord. De veiligheid van onze burgers en militairen moet altijd leidend zijn.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel. Dat is een mooie afhechting, zou ik zeggen.

Dan ga ik naar de defensie-industrie. Dat is het laatste onderwerp dat ik zal aansnijden. Investeren in defensie betekent namelijk ook gewoon investeren in Nederland. Als we richting die structurele opgave van 3,5% van het bbp gaan, moeten we ervoor zorgen dat onze eigen defensie-industrie kan meegroeien.

Voor de VVD is de defensie-innovatieautoriteit, naar voorbeeld van DARPA, vooral belangrijk als instrument om de defensie-industrie op te schalen. Innovatie is een belangrijke pijler waarvoor samenwerking bij investeringen in de industrie hét verschil maakt. Uiteindelijk zijn het de bedrijven die nieuwe technologieën moeten kunnen produceren. Goede ideeën zijn pas waardevol als ze leiden tot systemen en technologieën die beschikbaar zijn voor onze militairen. Er wordt daarbij tot diep in militaire oefeningen en bij echte gevechtsomstandigheden samengewerkt met ondernemers. Zo kunnen technologieën en systemen snel worden doorontwikkeld.

Daarom moet de aanbesteding eenvoudiger worden en moeten kleinere bedrijven beter toegang krijgen tot opdrachten. Daarom moet Defensie investeren in langdurige samenwerking met Nederlandse bedrijven. Ik vraag daarom aan de minister: hoe gaat de defensie-innovatieautoriteit concreet bijdragen aan het opschalen van de Nederlandse defensie-industrie? Hoe zorgen we ervoor dat Nederlandse bedrijven daadwerkelijk kunnen doorgroeien? Hoe zorgen we ervoor dat innovatie sneller wordt omgezet in productie en inzetbare capaciteit? Als laatste vraag: hoe gaan we borgen dat we op het gebied van AI innovatief kunnen concurreren met andere grootmachten zoals China en de VS, zonder dat we onszelf verstikken in strengere ethische regels dan onze rivalen hebben? Investeren in Defensie is ook investeren in onze veiligheid, strategische autonomie en Nederlandse banen.

Voorzitter, ik kom tot een slot. Laat ik afsluiten met het volgende. De VVD steunt deze begroting, omdat investeren in Defensie noodzakelijk is. Steun betekent niet vrijblijvendheid. Het gaat om kráchtige uitvoering, met voldoende snelheid. Resultaat in de opschaling is namelijk keihard nodig. Elke euro belastinggeld moet bijdragen aan een sterkere krijgsmacht, voor onze veiligheid, voor onze militairen en voor onze veteranen.

Dank u wel.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik ben het erg eens met wat de heer De Groot in abstracte zin zegt over investeringen in de Nederlandse industrie. Om het toch even concreet te maken, denk ik aan een voorbeeld: de investeringen in de bergingscapaciteit. Die kunnen oplopen tot 1 miljard euro. Het vorige kabinet heeft dat uitbesteed aan een Duitse concurrent. Op zo'n punt vraag je je toch echt af: kan zo'n investering, met een producent als Rheinmetall in Ede, niet gewoon in Nederland blijven?

De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is precies de reden waarom ik deze vragen stel. Ik ben zelf ook bij een aantal maritieme bedrijven geweest die zich bezighouden met technologie die uiteindelijk in de defensie-industrie gebruikt kan worden. Dat is natuurlijk iets dat wij moeten koesteren. Ik denk dat met name de maritieme industrie in Nederland belangrijk is, vooral vanwege onze geschiedenis daarmee. Ik zie ook kansen voor opschaling van bijvoorbeeld droneproductie. We moeten kijken hoe we het hier kunnen houden, maar ook hoe we het hier kunnen vermarkten. Ik denk namelijk dat het belangrijk is dat als wij iets maken, de andere Europese landen daar dan ook gebruik van moeten kunnen maken.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze reactie. Ik maak het even iets concreter. Het is een feit dat deze hele grote opdracht is uitbesteed aan een Duitse concurrent. Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar vanuit zijn VVD-bril?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb net al iets gezegd over hoe we die aanbestedingen moeten vormgeven en wat voor effort we op dat vlak moeten doen. Ik heb daar ook vragen over gesteld aan de minister.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mijn vraag aan collega De Groot gaat over iets anders. We gaan nu heel veel investeren. Ik zie heel veel vacatures staan voor het kerndepartement. Mijn zorg is dat we straks een zelfrijzend bakmeel krijgen aan heel veel mensen van goede wil, maar dat we niet écht de slagkracht krijgen voor onze defensie. Is collega De Groot het met mij eens dat we de komende jaren even moeten opletten dat we niet een eindeloze groei krijgen van de beleidsmatige kant van de overheid, maar dat we juist een groei krijgen van de slagvaardige kant van de overheid?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind dit een hele mooie vraag. Ik denk dat we de kracht van onze strijdkracht pas kunnen vergroten als we de operationele capaciteit, de technologie en de inzet vergroten. Dus ja, ik kan het er eigenlijk alleen maar mee eens zijn dat we hiervoor moeten opletten.

Dan het tweede deel van het antwoord. Ik denk dat we op bepaalde beleidsterreinen vacatures hebben die we moeten invullen, zodat we de opschaling kunnen vormgeven. Ik denk dat dat ook belangrijk is. Ik vind echter wel dat er geen onevenwichtigheid moet ontstaan.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou willen voorkomen dat het de consultants zijn die ons vertellen hoe wij de opschaling gaan vormgeven. Ik zou dit juist heel graag zien vanuit de vakkennis die we op het ministerie hebben. Ik denk dat het belangrijk is dat we die vakkennis laten groeien en dat we niet tijdelijke krachten krijgen die duurbetaald een poosje een klus gaan doen. Is collega De Groot het met mij eens dat het kabinet daar juist zicht op moet houden? Dan kunnen we over tien jaar namelijk zeggen "we hebben geïnvesteerd in dat wat blijft" en niet "we hebben van alles gezaaid, en maar een paar bloemen geplukt".

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou graag een vergelijking willen maken met hoe ik dat zelf in het bedrijfsleven heb gezien. De kracht moet in de uitvoering zitten. De mooiste innovaties en technologieën worden ook ontwikkeld op de werkvloer. In algemene zin zou ik willen zeggen dat de doorgroei daar moet plaatsvinden.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mijn laatste vraag ziet op de wendbaarheid van de investeringen. Als ik namelijk iets heb gezien in de oorlog in Oekraïne, dan is het hoe razendsnel de ontwikkelingen gaan. Waar we vandaag in investeren, is overmorgen mogelijk achterhaald. Is collega De Groot het ook met mij eens dat we moeten bekijken of onze aanbestedingen voldoende wendbaar zijn om de industrie in staat te stellen om zich te verhouden tot nieuwe oorlogsvoering, in plaats van dat we aanbestedingen hebben en dingen blijven aanschaffen die niet meer of beperkt nuttig zijn?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben het er helemaal mee eens. Dat was eigenlijk de reden van mijn inbreng net. Ik heb aangegeven dat aanbestedingen daarom ook eenvoudiger moeten worden. Ik vind ook dat er in de samenwerking tussen Defensie en het bedrijfsleven dicht op de gevechtsomstandigheden gewerkt moet worden. Van daaruit kunnen de aanpassingen die nodig zijn weer teruggelegd worden bij bijvoorbeeld de inkooporganisatie van Defensie. Ik vind vooral dat dat beter moet werken en niet tegengehouden moet worden door juridische regels. Daar moet de snelheid gemaakt worden. Als je namelijk kijkt hoe dat op dit moment op andere plekken gaat — ik noem alleen maar Oekraïne — dan zie je dat je snel wendbaar moet zijn om dit voor elkaar te krijgen. Ik ben het dus helemaal met mevrouw Bikker eens.

De heer Boon (PVV):
Ik vraag mij af of de heer De Groot al zijn spreektekst al uitgesproken heeft, want ik miste volledig een stuk over hybride oorlogsvoering. Ik heb daar in mijn spreektijd ruim de tijd voor ingeruimd. Ik heb ook aangetoond dat wij worden aangevallen. Zelfs de EU heeft in whitepapers gezegd dat migratie een wapen is, dat nu al wordt ingezet. We hebben gisteren de tunnels in Polen gezien. Die zijn gegraven door terroristen, waarschijnlijk van Hamas of IS; dat is nog niet bekend. Polen werd volledig overspoeld door migranten. Die migranten blijven niet in Polen, maar komen hier. Dat zien we iedere week in Ter Apel, waar de cijfers blijven stijgen.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Boon (PVV):
Waar is het antwoord van de VVD op deze hybride oorlogsvoering?

De heer Peter de Groot (VVD):
Volgens mij wordt de hybride oorlogsvoering binnen Defensie volledig erkend. Het is belangrijk om hierin door te groeien, om daar oog voor te hebben en om dat aan te pakken. Het is onderdeel geweest van mijn bijdrage. Ik heb het niet specifiek gehad over de marine, de luchtmacht of de landmacht. Ik heb een meer integrale inbreng geleverd over Defensie en daar maakt dit onderdeel van uit.

De heer Boon (PVV):
U zegt "aanpakken", maar ik heb nog geen begin gehoord van hoe u dit wilt aanpakken. Die gasten die door de tunnels komen, die migranten die als wapen worden ingezet, lopen gewoon door tot Ter Apel. Die komen gewoon in onze buurten. Hoe wilt u dat aanpakken? De PVV heeft een heel duidelijk plan, een tienpuntenplan zelfs: grenzen sluiten, Defensie inzetten. Dat lijkt ons het allerbeste middel om in te zetten tegen de hybride oorlogsvoering. Wat is nou het begin van het antwoord dat de VVD hierop heeft?

De heer Peter de Groot (VVD):
Kijk, het gaat niet alleen over deze vorm van hybride oorlogsvoering. Het gaat bijvoorbeeld ook over cyberoorlog of over ondermijning. Denk aan informatieverstrekking. Daar moeten we allemaal heel erg gespitst op zijn bij Defensie. Vergeef het mij, het is mijn eerste debat als defensiewoordvoerder. Ik heb me een week kunnen inlezen, maar het is ontzettend veel. Ik heb me vooral gefocust op de vraag hoe we sneller Defensie kunnen opbouwen. Ik zal daar op een ander moment zeker nog op terugkomen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In het coalitieakkoord staat de ambitie, waar mijn fractie zeer voor is, voor het openbreken van die gesloten defensiemarkten. Dan luister ik naar de inbreng van de heer De Groot, zeker in respons op de collega van de SGP, en denk ik: ik hoor toch weer vooral een pleidooi voor die nationale markt. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik pleit er namens de VVD voor dat wij ervoor zorgen dat investeringen ook in Nederland gaan landen. Ik bedoel de ontwikkeling — daar maakt onder andere DARPA onderdeel van uit — dat Defensie samenwerkt met Nederlandse bedrijven om die technologie, bijvoorbeeld als het gaat om drones of andere vormen van inzet van technologie, ook in Nederland te ontwikkelen, zodat we die ook kunnen exporteren. Daarvoor is het natuurlijk nodig dat we die markt openbreken. Dat werkt natuurlijk twee kanten op; laten we wel zijn. Dat is ook de reden dat we met elkaar gezamenlijk gaan inkopen, zodat we dingen die we in Nederland niet produceren, in andere landen inkopen. Zo zou dat systeem volgens mij moeten werken.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Het staat toch een beetje op gespannen voet met elkaar. Als wij vooral bij andere Europese landen gaan bepleiten "zet je markt open en zorg ervoor dat er ook Nederlandse bedrijven op kunnen komen", dan kunnen wij hier niet nationaal een verhaal houden dat wij ons geld vooral nationaal willen besteden. Dat is precies waar de angst bij mij zit: dat juist nu er veel meer geld beschikbaar komt voor defensie, al die Europese landen dat vooral nationaal gaan besteden, in plaats van te zorgen voor een Europese markt, waarbij Nederlandse bedrijven juist onderdeel zijn van die keten. Ik zie u knikken. Wat is uw reactie daarop?

De heer Peter de Groot (VVD):
Misschien heb ik daar niet scherp genoeg op geantwoord. Het zijn twee verschillende dingen. We zullen als Europa en defensie-industrie met z'n allen moeten opschalen. Waar het om gaat, is dat wij in Europa voldoende zelf produceren van datgene waar elk land goed in is qua productie en wat we nodig hebben met elkaar, zodat we meer van onze defensie-investeringen hier kunnen doen en bijvoorbeeld niet alleen maar Amerikaans wapentuig moeten kopen. Daar gaat het over. Mijn pleidooi gaat erover dat we ervoor zorgen dat een deel van de investeringen die we als Nederland doen, ook in onze industrie landt, bij de dingen waar wij goed in zijn, waar wij goede technologieën op kunnen ontwikkelen. Dus ik ben het er helemaal mee eens dat er een ecosysteem ontstaat in Europa dat ervoor zorgt dat we ook zelf goed geëquipeerd zijn.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, afrondend. We gaan zien hoe het uitpakt. We hebben vaak gezien in landen dat niet per se wordt gekeken naar die efficiëntie, maar dat men het nog belangrijker vindt dat geld nationaal besteed wordt. Als we dat gaan doen met 381 miljard euro jaarlijks in Europa, dan is dat heel veel geld dat heel inefficiënt besteed gaat worden. Dus ik hoop de VVD daarin aan mijn zijde te krijgen.

De heer Peter de Groot (VVD):
Daar gaan we zeker samen naar kijken. Ja. Maar mijn pleidooi is ook dat niet al het geld over de grens heen gaat en dat we goed kijken hoe we ervoor zorgen dat we een deel daarvan in onze eigen economie kunnen steken. Dus het is wat de VVD betreft wel en-en, maar wel op de juiste en meest efficiënte manier.

De voorzitter:
Een korte interruptie van de heer Dassen. Daarna krijgt mevrouw Nanninga het woord.

De heer Dassen (Volt):
Het allergrootste deel van de uitgaven aan materieel doen we buiten de Europese Unie. Als we nu zorgen dat we daarvan een heel groot gedeelte binnen de Europese Unie gaan uitgeven, dan hebben we daar allemaal veel profijt van. Ik denk dat dat de inzet zou moeten zijn. Om daar te komen, moeten we inzetten op die Europese aankoopautoriteit. Ik ben benieuwd hoe de VVD daarnaar kijkt, dus dat er gezamenlijk in Europa voor de landen wordt aangekocht.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dat hebben we ook afgesproken in het coalitieakkoord.

De heer Dassen (Volt):
Dat is heel mooi. Het staat natuurlijk niet expliciet genoemd. Het is onderdeel van het Draghi-akkoord. Dan is de VVD het er dus mee eens dat een Europese inkoopautoriteit namens de landen de aankopen gaat doen?

De heer Peter de Groot (VVD):
Volgens mij staat in het coalitieakkoord de afkorting EDM; ik weet de precieze naam niet. Volgens mij gaan we daarin verkennen hoe we dat op een goede manier met elkaar kunnen doen. Anders moeten wij nog eens even doorpraten over wat het technische verschil is tussen een inkoopautoriteit en het EDM. Ik dacht namelijk dat dat hetzelfde was.

De voorzitter:
Dank u wel. Heel kort, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Daar zit dus inderdaad een verschil. Een EDM is niet iets wat binnen de Europese Unie gedaan wordt, terwijl het rapport-Draghi stelt dat dat juist wel moet gebeuren. Daar zit dus een verschil, ook tussen de manieren waarop daarnaar gekeken wordt. Daar moet inderdaad nog over gesproken worden, want als je het Draghirapport wil uitvoeren, moet je een Europese inkoopautoriteit hebben.

De heer Peter de Groot (VVD):
Misschien kunnen we dat tijdens de lunch doen, meneer Dassen.

De voorzitter:
Ja, daar gaan we zo naartoe.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Maar niet voordat we mevrouw Nanninga het woord geven voor haar inbreng in de eerste termijn namens JA21. Gaat uw gang.

Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Ik heb nu een beetje een kikker in de keel. Dat is ook lastig.

Anyway, Nederland haalt met deze demissionair opgestelde begroting net de 2%-norm, maar de tijd waarin dat voldoende was, is alweer voorbij. We zullen moeten doorgroeien naar 3,5%. We zijn dan ook blij dat het nieuwe kabinet deze lijn volgt en uiteindelijk toewerkt naar 19 miljard extra voor defensie. Het is wel zaak om ervoor te zorgen dat deze miljarden daadwerkelijk voor een sterkere defensie gaan zorgen. Daarover leven bij JA21 een aantal zorgen.

Sinds 2021 zien we een oplopende onderbesteding en steeds meer kasschuiven. In 2024 bleven er opnieuw miljarden liggen. Enerzijds hoort dat natuurlijk bij het karakter van de Defensiebegroting, omdat je afhankelijk bent van veel externe factoren. Anderzijds moet je wel een idee hebben van hoe dit te voorkomen wanneer wij, en vooral ook de rest van de NAVO, gigantisch veel meer geld gaan uitgeven. De kernvraag is niet alleen of we het georganiseerd krijgen om dat geld uit te geven. De vraag is ook wat we ervoor terugkrijgen. Als onderbesteding wordt opgelost doordat prijzen met 30% of 40% stijgen, zijn we per saldo niet verder. Dan betalen we simpelweg meer voor dezelfde wapensystemen, dezelfde munitievoorraden en dezelfde inzetbare capaciteit. Dat vergroot wel het budget, maar niet de gevechtskracht.

Ik wil daarom graag, al dan niet vertrouwelijk, concreet geïnformeerd worden over volume en niet alleen over het budget: hoeveel zware wapensystemen, hoeveel artilleriegranaten, hoeveel drones? Prijzen zijn namelijk volatiel en zeggen steeds minder over de daadwerkelijke capaciteit. Als de Kamer geen zicht heeft op concrete aantallen, dan is controle op de effectiviteit bijna onmogelijk. Ik vind deze informatie op dit moment simpelweg niet te controleren. Kortom, ik hoor graag van de minister hoe zij borgt dat extra geld daadwerkelijk leidt tot meer materieel en meer inzetbare capaciteit, en niet alleen tot hogere facturen.

Voorzitter. Al die miljarden moeten natuurlijk ook iets opleveren voor Nederland zelf. Defensie-uitgaven zijn ook investeringen in technologie, productie en innovatie. De vraag is hoe we die groei benutten om onze eigen economische positie te versterken. Er wordt gesproken over 40% gezamenlijke Europese inkoop en 50% inkoop bij Nederlandse en Europese ondernemers. Dat klinkt ambitieus, maar wat prevaleert als de doelen botsen? Wat weegt zwaarder? Dat is geen waardeoordeel, maar gewoon een vraag. Wat weegt zwaarder, de snelheid van levering of Europese industriepolitiek?

Daarnaast wordt een defensie-innovatieautoriteit naar het voorbeeld van DARPA aangekondigd, met een oplopend aandeel tot mogelijk 10% van het defensiebudget. Dat zijn hele forse bedragen. Hoe gaan we voorkomen dat dit overhead wordt, een extra bestuurlijke laag in plaats van een versneller en aanjager van innovatie? Welke concrete resultaten verwacht de minister binnen deze kabinetsperiode? Wat is de scope hiervan? Ik wil hier graag een toezegging op of meer duidelijkheid over. Anders overweeg ik op dit punt een motie.

Voorzitter. We moeten daarbij realistisch blijven over Europese ambities. Vorige week las ik nog een bericht over het nieuwe, gezamenlijke Europese jachtvliegtuig, het Future Combat Air System. Die ontwikkeling is zo goed als dood. Duitsland en Frankrijk worden het niet eens. Dit voorbeeld laat zien hoeveel Europa nog achterloopt op de VS. Ik begrijp dan ook niet dat veel partijen hier denken dat we onafhankelijk kunnen worden van Amerika, onze trans-Atlantische relatie. Europese versterking is zeker nodig, maar de NAVO blijft de hoeksteen van onze veiligheid. Zonder de Verenigde Staten is de afschrikkingskracht van Europa fundamenteel zwakker. Langjarige allianties verbreek je niet vanwege een tijdelijke politieke wind. Onze relatie met de VS is weleens beter geweest en de heer Trump is een bijzonder figuur, maar onze defensiebehoefte is structureel.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Nanninga is het misschien niet eens met de scenario's die mijn fractie voor zich ziet, maar laten we gewoon even een ander scenario pakken. Amerika is volledig gecommitteerd aan de NAVO, aan artikel 5, maar er gebeurt iets in Azië. China doet een inval in Taiwan. De Amerikanen zeggen: wij hebben nu alle middelen nodig in dat deel van de wereld. In dat opzicht, wat is het dan waarvan mevrouw Nanninga zegt dat we ons erop moeten voorbereiden? Dit is gewoon een reëel scenario, waarvan onze eigen inlichtingendiensten ook zeggen dat dit die window of vulnerability is waar we rekening mee moeten houden.

Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik ben het helemaal met mevrouw Piri eens. Het is interessant dat zij China noemt. Dat is een gevoelige slag toegebracht doordat het ook is afgesneden van de Iraanse olietoevoer dankzij Donald Trump, maar dit terzijde. Ik ben het dus helemaal eens met dat we ook onafhankelijker moeten worden van de NAVO en van Amerika, zeker. Maar het idee dat wij onafhankelijk van Amerika of de NAVO zouden kunnen opereren, is onzin. Je moet dus diversifiëren; je moet niet al je eieren in één mandje stoppen. Dat ben ik helemaal eens met mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, dat is fijn. Maar laten we dan ook vooral geen karikatuur maken, zou ik zeggen, alsof GroenLinks-PvdA zou zeggen dat we morgen volledig onafhankelijk zouden moeten zijn van de Amerikanen. Ik denk gewoon dat we voor onze veiligheid, als het gaat om strategische autonomie, veel sneller, echt veel sneller, deze slag moeten maken, vanwege allerlei scenario's, waarvan ik er zonet eentje heb geschetst.

Mevrouw Nanninga (JA21):
De karikatuur die ik heb beluisterd, is "onafhankelijkheid van de Verenigde Staten". Als dat niet is gezegd door GroenLinks-PvdA, dan niet. Als het wel is gezegd, dan vind ik dat een karikatuur. De woordvoerder van de VVD zei terecht: onafhankelijker van de Verenigde Staten. Maar onafhankelijkheid daarvan is niet mogelijk en onzes inziens ook niet wenselijk.

Mevrouw Belhirch (D66):
Mevrouw Nanninga zei net dat het belangrijk is om ons belastinggeld goed uit te geven, maar ze zette ook kritische vraagtekens bij Europese samenwerking. Nu is het zo dat we, als we Europees samenwerken, ongeveer tussen de 75 en 100 miljard euro besparen. Ik zou dan zeggen dat dat heel goed is voor ons belastinggeld. Hoe kijkt mevrouw Nanninga daarnaar?

Mevrouw Nanninga (JA21):
Zeker. Wij zitten fijn op het standpunt "het Nederlands belang gaat altijd voor". Dus waar we dingen nationaal, bij het Nederlandse bedrijfsleven, kunnen aanbesteden, moeten we dat zeker doen; en als het Europees kan, dan Europees. Dat moeten we per geval, per aanbesteding, per contract bekijken. Maar we staan hier voor het Nederlandse belang. Wij zien graag dat het Nederlandse bedrijfsleven, de Nederlandse maakindustrie, hier zo veel mogelijk van profiteert, en dat we niet onnodig, om maar Europees te doen, maar zo veel mogelijk gaan uitbesteden. Maar ik ben het helemaal met D66 eens dat het ook zeer voordelig kan uitpakken.

Mevrouw Belhirch (D66):
Erkent mevrouw Nanninga dat we, als we het als Nederland niet alleen aankunnen, juist de Europese defensie-industrie nodig hebben om onze veiligheid te garanderen?

Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik heb mezelf niet horen zeggen dat we Europa niet nodig hebben.

Mevrouw Belhirch (D66):
Daarom is het juist belangrijk om te onderstrepen dat we ook moeten investeren in een betere Europese samenwerking, en ook in de Europese defensie-industrie.

Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik heb mijzelf net niet het tegendeel horen beweren. JA21 is niet tegen Europese samenwerking op defensie; wij zien daar zeker het nut van in. Maar ik wil hier wel een lans breken en een heel duidelijke markering maken: wij denken wel altijd eerst vanuit het nationale belang, dus dat we wat nationaal kan, wat in Nederland kan, ook echt in Nederland moeten doen en dat we dat niet over de grens moeten brengen of overal Europees moeten onderbrengen.

De voorzitter:
U vervolgt.

Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u. Waar was ik? Zonder de Verenigde Staten is de afschrikking ... Nee, ik was hier: Trump. Ja, die is ingewikkeld, maar onze alliantie moet er wel zijn en heeft ook bestaansrecht. Ik hoor graag van de minister hoe zij verder de relatie ziet tussen het belang van Europese versterking, die wij ook nodig achten, en het behouden van de trans-Atlantische relatie. In dat kader ook nog even dit, in het kort. De uitnodiging van president Macron om te spreken over een nauwere Europese nucleaire samenwerking, een tweede levensverzekering naast de NAVO, kan heel interessant zijn, maar wat JA21 betreft moet het nadrukkelijk en-en zijn, niet of-of. Je wilt niet de ene afhankelijkheid inruilen voor de andere. Wij willen niets afdoen aan de trans-Atlantische relatie en de Amerikaanse nucleaire paraplu blijft voor ons de primaire garantie. We willen weten of deze gesprekken zijn afgestemd met de Verenigde Staten, en hoe dit zich verhoudt tot bestaande NAVO-verplichtingen.

Dan, voorzitter, Oekraïne. Voor de periode 2027 tot en met 2029 is jaarlijks 3 miljard euro gereserveerd. Dat bedrag wordt vanaf nu ingepast binnen het uitgavenkader. Tegelijk gaf Defensie eerder zelf aan dat de benodigde steun eerder dik boven de 4 miljard per jaar lag, en de afgelopen jaren zaten we ook op dat niveau. Is 3 miljard structureel voldoende of is dit een politiek vastgesteld plafond? Wij willen namelijk geen automatische ophoging van dit bedrag, maar we willen wel graag helderheid over de aannames. Als 3 miljard onvoldoende blijkt, hoe wordt dat dan opgevangen? Gaat dat ten koste van de eigen gereedheid? Wordt er alsnog een beroep gedaan op de algemene middelen? Wij zien overigens voor 2026 helemaal geen ophoging, klopt dat? Of is de minister nog van plan om dat ergens vandaan te halen? Zo ja, waarvandaan, en hoeveel dan exact?

Voorzitter. Een ander punt dat al jaren speelt, is de beveiliging van kritieke militaire infrastructuur. In een tijd van hybride dreiging en sabotage is het moeilijk te verdedigen dat de basisbeveiliging niet volledig op orde is. Ik begrijp eigenlijk niet waarom dit niet allang geregeld is. Mij dunkt dat geld niet meer het argument kan zijn. Waar gaat dit nu, operationeel gezien, nog steeds mis? Hoezo is dit probleem zo hardnekkig? Wat is er zo ingewikkeld aan het beveiligen van kritieke militaire infrastructuur? Het is niet dat we daar als Defensie geen ervaring mee hebben. We verwachten hier in mei meer informatie van de Rekenkamer over, maar dat duurt nog best wel lang. Ik hoop, maar verwacht vooral, dat het kabinet hier nu al kan toezeggen dat dit probleem wordt aangepakt en opgelost. Graag een reactie.

Voorzitter. Dan wil ik het nog hebben over strategische autonomie, met name in praktische zin. Dan bedoel ik: systemen die in aantallen inzetbaar zijn, zoals munitie, granaten en drones. De oorlog in Oekraïne laat zien dat massa weer telt. Dan heb ik een vraag over de Nederlandse maakindustrie. Ik wil hier als JA21 het volgende toch echt heel duidelijk markeren: alles wat in Nederland gemaakt kan worden, moet in Nederland gemaakt worden. Hoe kijkt de minister naar een Nederlandse munitiefabriek? Hoe worden bedrijven gestimuleerd om de productie op te schalen? Zijn er bepaalde regels die we kunnen versoepelen om dat aantrekkelijker te maken? Wat doet de staatssecretaris al? Is de staatssecretaris het met ons eens dat het, zolang de productie nog niet op niveau is, zinvol is om in ieder geval grote strategische voorraden aan te leggen? Hoe staat het bijvoorbeeld met de dronefabriek bij VDL? Ik begrijp dat dit misschien ook gevoelige informatie kan zijn, dus het zou ook vertrouwelijk mogen.

Voorzitter. Tot slot wil ik graag van de minister en de staatssecretaris weten hoe zij zich in deze termijn gaan onderscheiden van hun voorgangers. Waarop kunnen we deze twee bewindspersonen over vier jaar afrekenen? Wat zijn zaken waar zij zich nou echt extra voor gaan inzetten? We zijn daar heel erg benieuwd naar.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Nanninga.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Ik schors tot 13.45 uur voor de lunch.

De vergadering wordt van 13.00 uur tot 13.47 uur geschorst.

Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026

Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (36800-X);

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 (36800-K).

De voorzitter:
Dan is de voortzetting van de begroting van Defensie aan de orde. Voordat ik de heer Van Lanschot het woord geef, geef ik het woord aan mevrouw Piri voor een punt van orde.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter, ik heb een punt van orde. We hebben een brief van het kabinet gekregen deze ochtend, waarin wordt gemeld dat er een verzoek van de Fransen om bijstand ligt. Daarboven staat: artikel 100. Even voor de duidelijkheid: een artikel 100-brief kan natuurlijk pas naar de Kamer worden gestuurd als het kabinet een besluit heeft genomen. Dan komt dat met een motivering naar de Kamer en dan volgt een Kamerdebat. Mijn informatieverzoek is het volgende. A: ik neem aan dat het om een urgent besluit gaat, dus wanneer gaat het kabinet hier een besluit over nemen? B: kunnen wij dan meteen, op basis van een artikel 100-brief van het kabinet, het debat voeren? Ik ben namelijk bang dat als we dit tot dinsdag of woensdag laten liggen, dat te laat is. Vandaar mijn vraag, ook agendatechnisch: moeten wij iets inplannen voor morgen of overmorgen? Graag een reactie van het kabinet.

De voorzitter:
De vraag is even of de minister nu een toelichting kan geven op dat verzoek. Dat is het geval, zie ik. Dan geef ik kort het woord aan de minister.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel. Ik kan het in ieder geval proberen, want ik denk dat ik de vraag goed begrijp. Wij hebben dat verzoek gekregen, maar wij hebben daar zelf ook nog heel veel vragen bij. Het leek ons alleen een heel gekke figuur om, als we dat verzoek hebben liggen en hier met elkaar spreken over Defensie — weliswaar over de begroting voor dit jaar, maar toch — niet transparant met u te hebben gedeeld dat dat verzoek er ligt. Om die reden is die brief nu dus al uitgegaan.

Al deze vragen worden as we speak uitgezocht. Wat is de inzet van de Fransen? Wat wordt er concreet van ons verwacht? Wat gaan wij wel of niet doen? Dat besluit is inderdaad nog niet genomen. Ik denk dat we luid en duidelijk hebben gehoord wat mevrouw Piri zegt: informeer ons meteen zodra het kabinet een besluit heeft genomen en we iets gaan doen. Maar het eerlijke antwoord is dat ik nu nog niet weet wanneer dat is, omdat wij ook al deze vragen hebben. Ik heb veel contact met de mensen bij ons die dat uitzoeken en met de Fransen, maar ik denk niet dat we het aan het einde van de dag duidelijk hebben en dat we het dan morgen kunnen doen. Ik zal zorgen dat we het, zodra wij het weten, volgens de processen die we met elkaar hebben afgesproken, zo snel mogelijk doen. Dat probeerden we ook vanochtend te laten zien met dat briefje: meteen transparant maken waar we naar kijken.

De voorzitter:
Is dat afdoende voor nu, mevrouw Piri?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter. Ik neem aan dat in afwachting van het besluit van het kabinet het schip wel alvast die kant op gaat. Ik denk dat dat hier nu de moeilijkheid is. Maar ik hoor de toezegging van de minister dat er niks gaat gebeuren zolang de Kamer, mocht dat besluit vallen, niet gewoon een volwaardige artikel 100-procedure heeft kunnen voeren met het kabinet.

De voorzitter:
Ik zie non-verbale instemming vanuit de zijde van het kabinet.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Lanschot voor zijn inbreng namens het CDA in de eerste termijn.

De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. "Ik vrees dat we niets anders hebben gedaan dan een slapende reus wakker maken en hem vervullen met een verschrikkelijke vastberadenheid." Dat zou de Japanse admiraal Yamamoto gezegd hebben na de aanval op Pearl Harbor. Door oorlog in Europa, spionage en sabotage staan onze vrijheid en veiligheid weer op het spel. Nederland en Europa zijn inmiddels wakker, maar nog niet uit bed. We moeten in onafzienbare tijd in actie komen en gereed zijn voor een grootschalige confrontatie, die we dan moeten voorkomen. Het CDA heeft er vertrouwen in dat we grote stappen kunnen zetten op vier fronten: manieren, middelen, mensen en mindset.

Met manieren bedoelen we de samenwerking met de EU en NAVO-partners. Allereerst is het essentieel dat we Oekraïne blijven steunen. Daarom is het goed dat daarvoor 9 miljard is opgenomen in het regeerakkoord. Terecht wees de collega van GroenLinks-PvdA er al op dat er ook nog een deel ontbreekt, namelijk 1,3 miljard. We zijn benieuwd welke mogelijkheden de minister ziet om dat te adresseren.

Ten tweede is er nog geen doorbraak in de Oekraïense vredesbesprekingen. Toch is het belangrijk dat onze Kamer zich gaat voorbereiden op een mogelijk verzoek tot Nederlandse deelname aan een internationale afschrikkingsmacht. Wat zijn de randvoorwaarden voor succes? Welke exitstrategieën zijn er en welke lessen leren we uit het verleden? Dit soort vragen moeten we gaan beantwoorden. Daarom zal het CDA tijdens de volgende procedurevergadering een verzoek doen om de experts van de AIV, de Adviesraad Internationale Vraagstukken, hierover voor de zomer aan de Kamer te adviseren.

Ten derde juicht onze fractie het toe dat dit kabinet in Europa een leidende rol wil spelen. Vanochtend informeerden de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, zoals net werd verteld, ons over het Franse verzoek voor de defensieve inzet van ons luchtverdedigings- en commandofregat Zijner Majesteits Evertsen bij de verdediging van met name Cyprus. De CDA-fractie heeft een positieve grondhouding ten opzichte van deze inzet en zal een definitief besluit nemen na nadere bestudering van het exacte verzoek. Wij steunen ook de uitnodiging van Frankrijk voor nucleaire samenwerking.

Voorzitter. Belangrijk is ook het opzetten van de Europese pijler in de NAVO. Wanneer kunnen we van de minister een brief verwachten van de Nederlandse positie daarin?

Voorzitter. Ten vierde zien we in de EU fragmentatie van materieel. Wij hebben negentien verschillende tanks en de VS hebben er één. Dat gaat zo door op allerlei fronten van het materieel. We kopen dus langs elkaar heen. Dat betekent verschillende onderdelen en onderhoudslijnen. Dat kost geld, tijd en inzetbaarheid. Het CDA wil daarom maximale Europese standaardisatie van materieel.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat ook de heer Van Lanschot vraagt wat we nog met die 1,3 miljard euro gaan doen. Dat staat dus genoteerd, net als bij de D66-fractie. Ik ben ook benieuwd. Ik hoop gewoon dat we dat gaan regelen.

De vraag die ik heb is eigenlijk als volgt. Het uitzenden van militairen, op welke manier dan ook, is het zwaarste besluit dat je hier in de Kamer kan nemen. Nu hebben we geloof ik anderhalf uur geleden een brief binnengekregen, waarvan de minister zegt: ik heb er zelf ook nog veel vragen over en we hebben er nog geen besluit over genomen. Ik begrijp dat in het laatste uur de CDA-fractie al vergaderd heeft of ze hier welwillend tegenover staan? Hoe moet ik de uitspraken van de heer Van Lanschot duiden?

De heer Van Lanschot (CDA):
Mevrouw Piri duidt dit uitstekend. De CDA-fractie heeft een positieve grondhouding ten opzichte van dit verzoek. We hebben het de hele ochtend gehad over meer Europese samenwerking en over het opbouwen van een afschrikwekkende krijgsmacht. Dit Franse verzoek is daar een goed voorbeeld van. Het gaat om defensieve inzet in de Middellandse Zee. Daarom hebben wij een positieve grondhouding. Dat wil nog niet zeggen dat wij instemmen met dat verzoek als het er komt, maar we willen wel alvast duiden dat wij hier in de basis positief tegenover staan.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het gewoon best raar. We hebben net een verzoek ontvangen dat letterlijk alleen maar een verzoek is, zonder details, zoals: om hoeveel man gaat het precies, om welke inzet gaat het, wat is de duur en wat is het doel? Laat ik het als volgt zeggen. Ik zou collega Van Lanschot in ieder geval willen meegeven nooit lichtvaardig te doen over dit soort besluiten. Dit zijn de zwaarste besluiten die je als Kamer kunt nemen. Het is prima dat u in principe altijd zegt: verzoeken van bondgenoten nemen wij altijd serieus. Dat is ook de grondhouding van GroenLinks-PvdA. Maar geef hier alstublieft geen blanco cheques terwijl we nog niet eens weten wat er aan de hand is.

De heer Van Lanschot (CDA):
Een korte reflectie. Een positieve grondhouding wil nog niet zeggen dat het een definitief besluit is. Daarvoor is natuurlijk het exacte verzoek leidend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik hoorde het CDA niet alleen "een positieve grondhouding", maar ook het woord "steunen" zeggen. "Wij steunen het verzoek tot nucleaire samenwerking van de Fransen." Dat klopt, hè? Wat steunt u dan precies? Wat houdt dat verzoek voor nucleaire samenwerking met de Fransen in?

De heer Van Lanschot (CDA):
Wat dat verzoek inhoudt, hebben we allemaal in de krant kunnen lezen en in de speech van Macron kunnen horen. Het CDA steunt dit omdat je samen sterk staat. Collega Nanninga noemde dit al terecht "een tweede verzekeringspremie op nucleair gebied". Die kunnen we uitstekend gebruiken.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als het CDA de informatie uit de kranten haalt, dan hebben wij gewoon dezelfde informatie als het CDA. Wij weten niet precies wat dat verzoek inhoudt. Er is bijvoorbeeld een optie dat Nederland meedoet aan nucleaire proeven. Steunt het CDA dat bij voorbaat? Wat voor proeven zijn dat dan? Hoe vaak gaan we die dan doen? Welke steun wordt hier nu gegeven door het CDA, toch ook een coalitiepartij? Er zouden kernwapens in verschillende landen worden geplaatst. Steunt het CDA het plaatsen van kernwapens op Nederlandse bodem? Waar moeten die kernwapens dan komen? Heeft het CDA hier meer informatie over dan wij of is het gewoon "we steunen alles wat de Fransen ons vragen op kernwapengebied en we zien wel wat we zo meteen moeten doen"?

De heer Van Lanschot (CDA):
We hebben evenveel informatie als de andere Kamerleden. Nucleaire proeven die we samen gaan doen, heb ik niet teruggezien, wel samen trainingen over nucleaire inzet doen, het onderhouden van de faciliteiten en inderdaad plaatsing. Dat gebeurt nu ook al met de Amerikaanse nucleaire afschrikkingsmacht die we hebben.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Dobbe (SP):
Het is echt heel erg zorgelijk dat het CDA, een grote partij, een coalitiepartij, zo lichtzinnig omgaat met kernwapens en het uitbreiden van kernwapenarsenalen. Kernwapens zijn massavernietigingswapens. Je moet die niet willen gebruiken. Nog los van de vraag of je dat wil of niet, maak je jezelf ook een doelwit als je ze plaatst. Waarom geeft het CDA hier een soort vrijbrief aan de Fransen door te zeggen het te steunen, terwijl het CDA duidelijk ook geen idee heeft van wat het inhoudt? Komen er zo meteen kernwapens op Nederlandse bodem? Moeten wij meedoen met nucleaire proeven? Dat is helemaal nog niet bekend. Ondanks dat dat niet bekend is, zegt het CDA: we steunen dat, want dat vinden we belangrijk. Het CDA heeft echter geen idee. Klopt dat nou?

De heer Van Lanschot (CDA):
Het CDA steunt de uitgestoken hand van Frankrijk op het gebied van het versterken van de nucleaire samenwerking. Er zijn misschien partijen in deze Kamer die dat bij voorbaat afwijzen. Dat zou ik heel onverstandig vinden. U heeft het CDA niet horen pleiten voor meer kernwapens, want het zou ook met herverdeling van de bestaande voorraad kunnen. Dit zijn allemaal uitwerkingsvragen waar het kabinet mee aan de slag gaat. Het is nu nog te vroeg om die hier in detail te bespreken.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Ik was aan het vertellen hoe belangrijk het is om in Europa te standaardiseren op het gebied van materieel, zodat wij effectiever kunnen inkopen. Kan de staatssecretaris een plan sturen, het liefst zo snel mogelijk, met daarin de meest voor de hand liggende standaardisatiekeuzes en potentiële EU-partners waarmee we dat kunnen doen?

Dan ga ik verder met de middelen. Het is goed dat we versneld opschalen naar 3,5%, zeg ik terwijl de heer Dassen aan komt lopen.

De voorzitter:
Die ik het woord geef voor zijn interruptie.

De heer Dassen (Volt):
Ik heb aan D66 en de VVD gevraagd hoe het nou zit met die 50%. Zijn de licentieovereenkomsten daar ook onderdeel van? Die vraag zou ik ook graag aan het CDA willen stellen.

De heer Van Lanschot (CDA):
In het coalitieakkoord staat inderdaad: gezamenlijke inkoop bij Nederlandse en Europese ondernemers van materiaal (inclusief licentie en onderhoud). Dus ja, licenties horen daarbij.

De heer Dassen (Volt):
Dat is in ieder geval een helder antwoord; het is een ander antwoord dan dat ik net kreeg. Ik kan meteen door naar de volgende vraag, kijkend naar de voorzitter. Mijn vraag gaat over de gezamenlijke inkoopautoriteit. Draghi geeft aan dat we die moeten hebben. Is het CDA van mening dat er inderdaad een Europese inkoopautoriteit moet zijn die namens de lidstaten van de Europese Unie materieel gaat aankopen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Misschien eerst een stap terug. Draghi heeft een gezaghebbend rapport uitgebracht. Dat is door velen omarmd, maar door weinigen zijn er echt acties op schaal uitgevoerd, een procent of 10. Volgens mij is het een bijzonder interessant idee dat Draghi genoemd heeft. Het zou ook een goed instrument kúnnen zijn in het effectiever samen Europees inkopen. Of we dat zouden moeten inzetten, vind ik echt een vraag die het kabinet primair moet beantwoorden.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Afrondend, voorzitter. Het komt uit het Draghirapport. Volgens mij staat in het coalitieakkoord dat het Draghirapport onverkort uitgevoerd gaat worden. Ik hoop dus dat het kabinet duidelijk aangeeft dat we dit gaan doen. Doet het dat niet, dan zijn de teksten in het coalitieakkoord een beetje dubbelzinnig. Als er iets in staat, dan moet het uitgevoerd worden, zou ik zeggen.

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik zie een aanmoediging van de heer Dassen, namelijk dat het kabinet het Draghirapport goed ter hand neemt en de goede ideeën oppakt en uitwerkt.

De heer Boon (PVV):
Hoorde ik nou goed dat het CDA gewoon Volt links voorbijgaat en onze inkoopverantwoordelijkheid wil weggeven aan de Europese Unie, waardoor wij zelf niet meer gaan over onze inkoop? Heb ik dat nou daadwerkelijk goed gehoord?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dan heeft u iets anders gehoord dan ik gezegd heb. Ik heb gezegd dat er een kans is om effectief in te kopen. Bij inkopen op schaal heb je inkoopkorting, zoals de meeste mensen weten die uit het bedrijfsleven komen, en ook de mensen die niet uit het bedrijfsleven komen overigens. Dit lijkt me een kans die je niet a priori moet wegcijferen.

De heer Boon (PVV):
Dat was de vraag niet. De vraag is: vindt u dat Nederland altijd zelf verantwoordelijk moet blijven voor wat wij inkopen en die verantwoordelijkheid niet aan de Europese Unie moet overdragen? Wij beslissen wat voor materieel, munitie en wapens onze mannen krijgen en niet de Europese Unie.

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik zou niet noodzakelijkerwijs willen uitsluiten dat we samen inkopen. Dat lijkt me zeer onverstandig en geen goede inzet van belastingcenten.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Boon (PVV):
De laatste opmerking. Dan heb ik toch goed geconcludeerd dat het CDA Volt links voorbijgaat.

De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog.

De voorzitter:
Ja.

De heer Van Lanschot (CDA):
We waren bij de middelen. 3,5% in 2035 is prettig, maar geld alleen maakt ons niet veilig. Een van de belangrijke zaken die we moeten doen, is meer innovatief publiek-privaat samenwerken met het bedrijfsleven, overheden en onderwijsinstellingen. Daarom roept onze fractie op tot een herziene Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie. Dit in het afgelopen jaar opgeleverde document beschouwen wij, misschien niet heel parlementair gezegd, als een losse flodder. Daarin worden geen echte keuzes gemaakt noch smart doelstellingen in opgenomen. Wij verwachten dus eigenlijk een herziene strategie, waarin onder andere het volgende staat: een doorvertaling van de doelstellingen uit het regeerakkoord, zoals gezamenlijke Europese inkoop, voorfinanciering van de industrie en oprichting van de defensieautoriteit — die is door meerdere collega's al genoemd vandaag — en het identificeren van knelpunten in toeleveringsketens, vanuit het perspectief van zowel de OEM's als de toeleverende mkb-leveranciers. Bij zo'n industrie-innovatiestrategie moet je natuurlijk ook nauw het bedrijfsleven betrekken. We gaan ervan uit dat dat gebeurt. We zullen hiervoor een motie indienen in de tweede termijn.

DEFPORT is zo'n mooie publiek-private samenwerking. Daarvan ziet onze fractie de potentie in. We horen graag van de staatssecretaris waar we nu staan. Welke meetbare doelen stelt DEFPORT zich? Welke lessen kunnen we trekken op het gebied van publiek-private samenwerking in Oekraïne, zoals met Dignitas en Brave1? Wanneer kunnen we — ik citeer uit de begroting — "voorstellen in het kader van productie en opschaling" verwachten? En hoe zorgen we ervoor dat DEFPORT op voldoende afstand van Defensie opereert, zodat, net als in het succesvolle Brainportmodel, de publiek-private belangen gebalanceerd vertegenwoordigd kunnen worden?

Voorzitter. Ten derde is het belangrijk dat we innovatie in de praktijk brengen. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen een inventarisatie te maken van campussen en clusters waar Defensie een leidende rol bij speelt? Ik maak dit even concreet. Tijdens een prachtig werkbezoek bij Vliegbasis Woensdrecht begrepen we dat er een mogelijke deelname verkend wordt van Defensie in de Hive Aerospace Collective, met als doelstelling een gelijkwaardiger partnerschap van de defensie-industrie en overheden. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat we kansen als deze effectief benutten? Kan hij ons ook iets vertellen over hoe we gezamenlijk innovatie met Oekraïne, zoals het kosteneffectief neerhalen van Shaheddrones, verder kunnen stimuleren?

Dan een wat meer zorgelijke ontwikkeling die we lezen in het rapport van de Rekenkamer, namelijk dat van de 103 projecten groter dan 50 miljoen een kwart meer dan zes jaar vertraagd is. Dat moet beter, vinden we. Kan de staatssecretaris ons vertellen wat er nodig is om die projecten vlot te trekken? Dat hoeft niet nu, maar dat kan ook in een brief of in een reguliere P&C-cyclus. Kan de staatssecretaris ons daarover blijven informeren? In april spreken we verder over de ruimte voor Defensie. Het CDA — ik geef alvast een voorproefje — gaat dan kijken of we zij aan zij staan met gemeentes en provincies in de uitvoering daarvan en of we ook de koppelkansen pakken met knooppunten rondom de militaire infrastructuur en civiele infrastructuur.

Voorzitter. Het laatste punt gaat over regels binnen het blokje middelen. Wij vragen ons af wat de minister en staatssecretaris gaan bijdragen aan het tegengaan van de regeldruk, een belangrijk thema in dit regeerakkoord. Alles staat of valt met onze mensen, niet alleen met tanks. In het coalitieakkoord is terecht opgenomen dat de samenleving weerbaar en samenredzaam moet zijn. Daarvoor moeten we een aantal zaken doen. Allereerst moeten we bouwen aan een schaalbare krijgsmacht met minstens 122.000 medewerkers. Er werden hier al een aantal vragen over gesteld. Ook het CDA wil van de staatssecretaris graag een, in goed Nederlands, strategic resource planning. Daarin zijn we eigenlijk benieuwd naar een paar zaken. Wat is nou de beoogde compositie? Denk aan reservisten, beroeps et cetera. In welk jaartal zou dit bereikt moeten worden? Hoe ziet het beoogde groeipad eruit? Wat zijn de talentpools? Dat is ook weer goed Nederlands. Hoe verhoudt dit zich tot het huidige groeipad? Als we dat allemaal weten — ik zie de collega's in vak K lachen — dan hebben we er zicht op of we een beetje op schema lopen of dat er extra maatregelen nodig zijn, zoals bijvoorbeeld het flexibeler omgaan met medewerkers die nu vanwege hun leeftijd uitstromen en die we hartstikke goed kunnen gebruiken; de heer Struijs noemde het al. Onlangs heb ik ook vragen gesteld over de rechtspositie van reservisten. Ik ben benieuwd wanneer die antwoorden naar de Kamer komen, voorzitter.

Dan spreken we in het notaoverleg in juni …

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag gaat hierover. Het gaat over het opschalen van de krijgsmacht. Ik hoorde de heer Van Lanschot hier nu al allerlei opties noemen die heel redelijk zijn, en die ze ook gewoon in het coalitieakkoord hadden kunnen zetten in plaats van die selectieve opkomstplicht. Waarom is er dus meteen gekozen voor die escalatie naar de selectieve opkomstplicht?

De heer Van Lanschot (CDA):
Volgens mij staat dat er niet in. Er staat in: we schalen de krijgsmacht op en we bereiden dat voor als het niet snel genoeg gaat.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker. We hebben nu 76.000 mensen. In het coalitieakkoord staat: als we binnen vier jaar niet op 122.000 zitten, dan is dit een serieuze overweging.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dat klopt. Reflecterend op het debat vanochtend vind ik dat we er ook gewoon open en eerlijk over moeten zijn dat we wat vragen aan onze samenleving voor onze vrijheid, welvarendheid en onafhankelijkheid. Dat betekent ook dat dit een mogelijkheid is. Laten we even in cijfers denken. Een cohort is ongeveer 200.000 per jaar. Als 10% daarvan, dus 20.000 mensen, geïnteresseerd is in Defensie, kom je al makkelijk aan je aantal.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Hartstikke leuk, dit soort rekensommetjes, maar helaas is de ervaring iets hardnekkiger dan dit. Defensie doet al heel lang haar best om het personeel te laten groeien en dat is echt niet op het niveau dat we nu kunnen zeggen: als we op deze weg doorgaan, zit dat op 122.000 in 2030. Ik vind het dus zeer problematisch ... Kijk naar een land als Zweden, dat zo'n selectieve opkomstplicht heeft. Waar komt dat op neer? Elk jaar moeten twee of vijf jongeren de gevangenis in en moeten 3.000 jongeren geldboetes betalen omdat ze weigeren te komen terwijl ze geselecteerd zijn. Is dat daadwerkelijk wat we moeten doen om het draagvlak voor onze Defensie hoog te houden?

De heer Van Lanschot (CDA):
Meteen over dit soort escalaties praten vind ik dit debat in het absurde trekken. Laten we een paar dingen constateren. Allereerst hebben 17-jarigen — ik denk dat velen van ons dat herkennen — soms een steuntje en een duwtje in de rug nodig, zo van: Defensie, is dat niet iets voor jou? Ten tweede zit Defensie ook niet te wachten op mensen die niet gemotiveerd zijn; laten we daar ook gewoon eerlijk over zijn. We kunnen later nog praten over welke maatregelen je kunt nemen als het halen van de doelstelling echt heel krap wordt. Laten we dit vooral zien als een kans om aan iedereen in Nederland te vragen om een steentje bij te dragen voor onze veiligheid.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind dat een mooi bruggetje, want daar ging eigenlijk precies mijn vraag over. Mijn vraag ging niet alleen over ruimte voor Defensie, waar we nog over gaan spreken, maar ook over een beetje trots op Defensie. Ik gaf in mijn bijdrage al aan dat ik zelf op de Veluwe ben opgegroeid. Je was er gewoon trots op dat daar militairen waren. Je zou eigenlijk trots moeten zijn dat er straks een F-35 vanuit Flevoland opstijgt om ons land te verdedigen. Daar gaat mijn vraag ook over. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de kinderen van families die zich nu zorgen maken over geluidsoverlast en straks misschien in de file staan voor een colonne, er misschien toch wel in geïnteresseerd zijn om zich straks bij Defensie te voegen? Wat hebben wij dan nog meer te doen vanuit de Kamer?

De heer Van Lanschot (CDA):
Overlast zal er gewoon zijn. In sommige landen wordt dat "het geluid van vrijheid" genoemd. We moeten accepteren dat die overlast er is. Tegelijkertijd moeten we een inspirerende propositie neerzetten voor de krijgsmacht. Een heel goed voorbeeld daarvan is dat militairen weer vaker in uniform in het openbaar te zien zijn, met dank aan de huidige staatssecretaris, die zich daar hard voor heeft gemaakt. Daar moeten en mogen we gewoon fier op zijn.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben blij met dit antwoord, maar ik zou willen stoppen met zeggen dat we overlast van defensie ondervinden. We hebben profijt van ze, als dat straks nodig is. Ik denk dat we dat ook moeten gaan uitstralen met elkaar. Ik zou dus in dat commissiedebat met elkaar verder willen kijken hoe we aan voldoende personeel komen. Als we praten over ruimte voor defensie, moeten we ook echt meenemen hoe we families in Nederland weer trots maken op de defensie. Zo zorgen we ervoor dat het in de genen komt dat je daar een bijdrage aan levert. Ik hoorde mevrouw Bikker daar eerder in het debat iets over vragen, maar ik zou op dit punt echt nog meer in deze Kamer samen willen optrekken.

De heer Van Lanschot (CDA):
Met de nuance dat sommige mensen toch echt overlast zullen ervaren als ze hun boerderij moeten verplaatsen omdat daar een landingsbaan voor een F-35 komt, neem ik de uitgestoken hand om daar verder over door te praten graag aan.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik hoorde het CDA net zeggen dat het in de huidige situatie, met betrekking tot Iran, steun zou uitspreken. Nou lees ik net in de persberichten dat Iran inmiddels Turkije heeft aangevallen. Dat is een bericht van een halfuur geleden. We worden nu dus best snel door de feiten ingehaald. Als er vanuit de Kamer op korte termijn een verzoek komt voor steun aan Amerika en Israël in de strijd tegen Iran, kunnen we dan rekenen op de steun van het CDA?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dit zijn zeer hypothetische scenario's. Daarbij helpt het niet om hier publiekelijk over te speculeren. Dat ga ik dus ook niet doen.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Daar wil ik toch op reageren, want we hebben wel snelle beslissingen nodig. Ons Europees grondgebied wordt aangevallen. Snel schakelen is daarbij gewenst.

De heer Van Lanschot (CDA):
Als dit een oproep is om snel te schakelen: dat kan het CDA zeker.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Heel goed.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik wil toch even terug naar het vorige punt, naar de mooie gedachtewisseling met collega De Groot over hoe we ervoor gaan zorgen dat een grotere krijgsmacht niet alleen een last is die op het land drukt, maar waarvan we gezamenlijk zeggen: we zijn dankbaar dat mensen zich in willen zetten en onze vrijheid is daarmee gediend. Mijn vraag aan de collega zou daarom juist ook zijn: hoe ziet hij dat ten aanzien van onze veteranen? Zouden we daar ook niet nog een aantal verdere stappen moeten zetten?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan collega Bikker voor dit prachtige bruggetje, want daar wilde ik eigenlijk net mee verdergaan. Als ik dat doe, kan zij daar misschien later nog aanvullingen op doen of daarop reageren.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker, ik ken u als iemand die ongetwijfeld nog een keer terugkomt, en dat mag dan ook. U vervolgt, meneer Van Lanschot.

De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. In het notaoverleg in juni spreken wij uitgebreid over onze meer dan honderdduizend gewaardeerde veteranen. Het CDA wil het daarbij specifiek hebben over de arbeidsmarktpropositie van veteranen. Ik heb zelf mogen ervaren dat zij met hun doelgerichtheid, discipline en teamgeest een versterking zijn voor menig bedrijf. Kan de minister daarom ook voorafgaand aan dit debat de Kamer informeren over feiten, trends en lopende initiatieven?

Voorzitter. Het werd net al genoemd: niet alleen onze veteranen verdienen onze waardering, maar ook hun thuisfront. Dat zijn vaak onzichtbare mannen en vrouwen, vrienden en vriendinnen, die achter die militairen staan. Zij steunen hen en brengen offers. Dat zien we te weinig. Nu vindt op 27 juni de Nederlandse Veteranendag plaats. Dat is een mooie eerste kans om daar iets aan te doen. Kan de minister daarom toezeggen dat zij met het Nationaal Comité Veteranendag in gesprek gaat over het plaatsen van een extra tribune voor het thuisfront, zodat de partners het respect en de eer krijgen die zij verdienen, als een mooie eerste stap?

Tot slot, voorzitter. Het belangrijkste is het bijstellen van onze mindset. Defensie moet ondernemender worden, het bedrijfsleven flexibeler, de samenleving weerbaarder en de politiek realistischer. Bij een versnelde opschaling van de krijgsmacht zullen er zaken misgaan. Onze fractie begrijpt dat. Ook in het bedrijfsleven kiest men vaak voor óf sterk groeien óf scherp op de kosten letten. Beide tegelijkertijd is ontzettend moeilijk. Zolang de Kamer transparant geïnformeerd blijft en Defensie lessen trekt, beziet het CDA fouten met mildheid. Progressie boven perfectie.

Dank u wel.

De heer Boon (PVV):
Dit is mijn laatste vraag. Rutte heeft onze Leopardtanks wegbezuinigd. Daarna hebben we een gedeelte kunnen leasen van de Duitsers. Nu krijgen we weer ons eigen tankbataljon. Deelt het CDA de mening dat een gedeelte van dat tankbataljon vast in Nederland gestationeerd moet zijn? Deelt het CDA de mening dat het laten zien van de tanks en het uitstralen van trots kan bijdragen aan het halen van het doel om het aantal militairen verhogen? Iedereen die een tank ziet, is toch vol van trots?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dit is enerzijds een operationele vraag. Die laat ik graag over aan de staatssecretaris. Over het punt van trots ben ik het helemaal eens.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Uw voorspellende gaven zijn weer eens bewezen, voorzitter. Mijn vraag aan collega Van Lanschot is de volgende. Ik zei al dat ik een vraag heb over veteranen en over hoe we ervoor kunnen zorgen dat we in ons land een betere veteranencultuur krijgen. Ik heb het dan niet alleen over de plekken waar veteranen samenkomen, maar veel meer over de erkenning voor offers die niet alleen zij, maar ook hun gezinnen soms hebben gebracht. Is collega Van Lanschot het me eens dat we daarin ook zouden moeten kijken naar de Diensten voor Geestelijke Verzorging bij Defensie? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook daar een beschikbaarheid is voor de veteranen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dat vind ik een hele prikkelende en interessante gedachte. Onze oud-commissaris van de Koning hier in Zuid-Holland en vele anderen zullen ons ongetwijfeld kunnen helpen bij het vormgeven, dus ik ga graag in op die uitnodiging.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dan houden we het gewoon daarbij, voorzitter. Had u dat niet gedacht?

De voorzitter:
Nee! Dank u wel voor uw medewerking. Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn inbreng namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Het is duidelijk dat DENK geen voorstander is van de NAVO-norm en de massale investeringen die we zien in wapens. Dat hebben we tijdens vele debatten ook al gezegd. De Trumptaks duwt mensen in ons land die al moeite hebben om hun rekeningen te betalen de armoede in. Boodschappen worden duurder, de benzineprijs stijgt naar het hoogste niveau in jaren, het kabinet kort op de WW en door de verhoging van de AOW moeten mensen bijna tot hun dood blijven doorwerken. Nederlanders kunnen hun rekeningen aan het einde van de maand vaak al niet meer betalen, nemen steeds legere boodschappentassen mee naar huis en moeten pijnlijke keuzes maken in hun leven. Nu moeten ze dus ook gaan betalen voor de NAVO-norm. Als je wapens verkiest boven het helpen van kinderen in armoede en miljarden aan wapens uitgeeft terwijl heel veel mensen in Nederland het gewoon niet meer kunnen trekken, dan is dat volgens DENK geen rechtvaardige keuze.

Via de zogenaamde vrijheidsbijdrage, de Trumptaks, worden miljarden euro's opgehaald bij mensen in ons land. We zien dat de armoede in ons land daardoor gaat stijgen: bijna 40.000 mensen extra in armoede. Het gaat om honderden euro's per huishouden aan extra kosten. Waarom moeten normale Nederlanders, die het al niet meer kunnen hebben om extra bijdragen te leveren, zo op de lasten gejaagd worden?

Voorzitter. Daar komt nog eens bij dat we al dat geld misschien niet eens uitgegeven krijgen. Het Centraal Planbureau verwacht dat Defensie in 2030 ongeveer 1,4 miljard euro van het extra geld voor Defensie niet eens kán uitgeven. Volgens het Centraal Planbureau blijft door een gebrek aan uitvoeringscapaciteit meer dan 10% van de uitgaven op de plank liggen. Is de minister zich hiervan bewust? Waarom blijven we dan van gewone mensen eisen dat ze meer moeten bijdragen, terwijl het geld misschien niet eens besteed kan worden? Wat gaat er eigenlijk met dit soort onderbestedingen gebeuren?

Voorzitter. De fractie van DENK dankt het defensiepersoneel en waardeert het defensiepersoneel voor hun inzet en hun bereidheid om ons te beschermen en ons land bijvoorbeeld te dienen bij rampen. Maatregelen die wij van harte steunen, zijn maatregelen die het personeelsbeleid van ons defensiepersoneel structureel verbeteren. Al jaren is bekend dat militairen soms de organisatie verlaten vanwege werkdruk of beperkte loopbaanmogelijkheden. Wie mensen vraagt hun leven te riskeren voor onze veiligheid, moet die mensen ook fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden bieden.

In het verleden hebben we bijvoorbeeld weleens vragen gesteld over vergoedingen in Nederland aan defensiepersoneel voor trainingen die echt uit de pas liepen bij vergoedingen die andere landen hiervoor geven. Kan de regering voorbeelden geven van zaken die zij met de extra middelen wil gaan oppakken om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren? Daar hoort ook bij dat militairen kunnen wonen en werken in fatsoenlijke omstandigheden. De staat van veel woon- en verblijfsgebouwen bij kazernes en legeringen laat al lange tijd te wensen over vanwege te lang geen goed onderhoud. Renovaties duren vaak lang en militairen verblijven daardoor soms in verouderde accommodaties. Is de regering bereid om de renovatie en modernisering van deze gebouwen echt te gaan versnellen de komende tijd, ook gebruikmakend van de extra middelen? Kan de regering daar iets over zeggen?

Voorzitter. Daarnaast moet Defensie een veilige en en inclusieve organisatie zijn. Diversiteit in werving versterkt onze krijgsmacht ook. Discriminatie en racisme hebben nooit een plek, ook niet bij Defensie. Een moderne krijgsmacht moet een afspiegeling zijn van de samenleving die zij beschermt. Hoe gaat de regering de versterking van de diversiteit de komende tijd borgen?

Dan een ander punt. Nederland koopt nog steeds defensiematerieel van Israëlische bedrijven, terwijl Israël zich schuldig maakt ... Ik zie een interruptie, voorzitter.

De voorzitter:
Nog op het vorige punt.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de heer Van Baarle voor zijn terechte interruptie net bij de PVV om het een en ander recht te zetten. Hij stelt de regering de vraag hoe we een inclusievere krijgsmacht kunnen opbouwen. Ik ben benieuwd naar de ideeën die hij daar zelf over heeft.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat is een hele goede vraag. Ik dank collega Lanschot ook voor die vraag. De gebaren binnen Defensie om uit te stralen dat zij een inclusieve organisatie is — denk aan iftars of het deelnemen aan andere religieuze feesten; daarin moeten we niet selectief zijn, want Nederland is een divers land — moeten we omarmen. Daarvoor moeten we onze waardering uitspreken. We moeten bekijken hoe we die outreach nog breder kunnen maken, naar nog meer gemeenschappen. Ik zie dat er een flinke slag gemaakt wordt door Defensie om ook in de breedte van de samenleving aanwezig te zijn, op verschillende beurzen, bij verschillende scholen. Hoe zou je dat bijvoorbeeld kunnen versterken, zou een vraag kunnen zijn. Hoe kan je interne protocollen versterken tegen zaken zoals discriminatie en racisme en bewerkstelligen dat meldingen opgevolgd worden? Ik denk dat dit allemaal zaken zijn waarop je stappen kan zetten om ervoor te zorgen dat de organisatie een weerspiegeling is van de samenleving. We kunnen het in deze Kamer oneens zijn over hoeveel geld je aan Defensie uitgeeft en andere dingen, maar ik denk dat we het wel allemaal met elkaar eens zijn dat het personeel goed beloond moet worden, dat het personeel gerespecteerd moet worden en dat iedereen zich prettig moet voelen bij de Defensieorganisatie. Dank voor de vraag.

Voorzitter. Een ander punt. Nederland koopt nog steeds defensiematerieel van Israëlische bedrijven, terwijl Israël zich schuldig maakt aan ernstige en grootschalige misdaden en schendingen van het internationale recht. Er is een risico op genocide vastgesteld door het Internationaal Gerechtshof en ook in Gaza en op de Westbank pleegt Israël verschrikkelijke misdaden. Toch gaat Nederland door met de aanschaf van materieel van Israëlische bedrijven, zoals Elbit Systems, RAFAEL en Israel Aerospace Industries. Het gaat daarbij om verschillende wapensystemen. In de afgelopen tijd is daar enorm veel geld aan uitgegeven: systemen die aantoonbaar zijn ingezet bij het plegen van misdaden tegen Palestijnen. We weten dat deze bedrijven ook soms in hun marketing expliciet adverteren met het predicaat "battle-tested". Dat is gewoon in de praktijk getest op Palestijnen.

Voorzitter. Wij vinden niet dat de Nederlandse regering met ook maar één cent de Israëlische oorlogskas van Netanyahu mag spekken. Wij vragen de regering dan ook per direct alle contracten met Israëlische bedrijven op te schorten en te stoppen met het kopen van wapens in Israël. We hebben ook gezien dat een Israëlisch defensiebedrijf, Elbit, volgens de diensten van de NAVO betrokken is bij een corruptieschandaal en dat de Nederlandse regering zegt: daar doen we maar niks mee, want het is niet ons probleem; we blijven gewoon bij Elbit kopen. Is dat niet een extra reden om de aankoop van Israëlisch wapentuig te stoppen? Hoe kan Nederland hier maar gewoon mee doorgaan?

Voorzitter. Dan mijn laatste punt. Tijdens de genocide in Srebrenica zijn meer dan 8.000 Bosnische moslimmannen en -jongens systematisch vermoord: vaders, broers, zonen, kinderen. Het is een van de grootste genocides op Europese bodem sinds de Tweede Wereldoorlog. Die misdaad heeft diepe sporen nagelaten in Europa en ook in Nederland. Juist daarom rust op ons land een bijzondere verantwoordelijkheid om blijvend en zichtbaar te herdenken. De Tweede Kamer heeft meermaals gevraagd met moties om actieve inzet voor een nationale herdenkingsplek in Den Haag voor de genocide in Srebrenica. Het initiatief daarvoor kwam indertijd van verschillende Kamerleden. De minister schrijft dat er inmiddels een plaatsmarkering is onthuld en gaat ervan uit dat daarmee moties zijn opgevolgd. Maar DENK wil echt dat er snel een permanente herdenkingsplek komt voor die genocide in Srebrenica, een plek waar bijvoorbeeld de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap ons gezamenlijke verleden daar kan herdenken, vanwege ook de aanwezigheid van Nederland. Voor de vervolgstappen verwijst de minister naar crowdfunding en een ontwerpwedstrijd, maar waarom spreekt de minister niet expliciet uit dat ook de Staat hier financiële verantwoordelijkheid voor neemt? Is de minister bereid bij te dragen aan de totstandkoming van dat nationale monument voor de herdenking van de genocide in Srebrenica? Wij hebben daarvoor een amendement ingediend, zodat er in ieder geval een bijdrage is van de Rijksoverheid om de eerste stappen te zetten om dat monument te realiseren, bijvoorbeeld op het gebied van ontwerp en het betrekken van deskundigen. Zo kan de eerste stap gezet worden. Er zal waarschijnlijk meer geld nodig zijn, maar de eerste stappen kunnen ermee gezet worden. Wij hopen op een positief oordeel over dat amendement.

Dat was mijn bijdrage. Ik zie dat er een vraag is, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, en daar geef ik ruimte voor. Mevrouw Ten Hove.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wou nog even terug naar het puntje over de wapens uit Israël.

De heer Van Baarle (DENK):
Aha.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Persoonlijk ben ik bang dat als we de samenwerking met Israël omtrent wapens stoppen, we achter gaan lopen, bijvoorbeeld met de technologie. Wat voor oplossing hebben we daarvoor?

De heer Van Baarle (DENK):
Ik denk dat we eerst een stap terug moeten zetten. Als je als Nederlandse Staat koopt van Israëlische defensiebedrijven, draag je bij aan misdaden van de Israëlische regering. Die Israëlische defensiebedrijven zijn namelijk staatsbedrijven. Als je daar koopt, gaat er dus geld naar de oorlogskas van Netanyahu, waarmee hij zijn misdaden kan plegen en zijn onderdrukking van de Palestijnen kan financieren. Alleen al op basis van dat principe vinden wij dat je dat gewoon niet moet kopen en daar niet aan mee moet werken, ook omdat die bedrijven gewoon adverteren met het feit dat die producten battle-tested, dus getest op Palestijnen, zijn. Dan kom je op het andere vlak, namelijk of er alternatieven zijn. Ik denk dat die alternatieven er op heel veel vlakken zijn. Er zijn ook andere landen, zoals Spanje, die het besluit hebben genomen om geen zaken meer te doen met Israëlische defensiebedrijven. Als andere landen, ook binnen NAVO-verband, daarvoor kunnen kiezen, waarom zou Nederland dat dan niet kunnen?

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Oké, dan ga ik daar eens goed naar kijken. In mijn ogen waren wij nog enorm afhankelijk van Israël en maken we ons zwak doordat we onze eigen burgers en onze eigen veiligheid niet optimaal kunnen beschermen. Ik ga daar dus nog goed naar kijken.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou tegen mevrouw Ten Hove willen zeggen: gaat u daar eens goed naar kijken. We spenderen als Nederland op dit moment enorm veel geld door Israëlische defensiebedrijven te spekken die medeverantwoordelijk zijn voor een systeem van onderdrukking van de Palestijnen, het plegen van een genocide in Gaza, het uithongeren van de Palestijnen. DENK vindt dat daar gewoon geen cent naartoe moet. Er moet geen cent Nederlands belastinggeld naar de misdadige Netanyahu.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Daar wil ik toch nog kort op reageren. Wat Israël, in samenwerking met Amerika, nu aan het doen is in Iran, vind ik persoonlijk een heldendaad tegen het barbaarse regime dat zich daar bevindt. Het is monsterlijk wat het Iraanse regime allemaal teweegbrengt. Ik ben zelf ooit in Afghanistan geweest. Ik heb gezien wat het met vrouwen en met onze lhbtqi+-gemeenschap doet. Dat is echt verwerpelijk. Ik wil dat absoluut niet hier op ons grondgebied hebben. Dat wil ik nog wel even gezegd hebben.

De heer Van Baarle (DENK):
We gaan van een discussie over het als Nederland al dan niet aanschaffen van wapentuig uit Israël opeens naar een lofzang van mevrouw Ten Hove op de illegale aanval van Israël en de Verenigde Staten. Het moge duidelijk zijn dat de fractie van DENK het leger van Israël dan wel de regering van Israël op geen enkele manier ondersteunt. Integendeel, wij zijn daar een tegenstander van. De Israëlische regering is een apartheidsstaat die al decennialang misdaden pleegt tegen de Palestijnen. Het zal mevrouw Ten Hove dus niet verrassen dat ik haar lofzang verre, verre en verre van mij werp.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Als je er goed over nadenkt, word je er koud van: afgelopen jaar is er wereldwijd 2,7 biljoen dollar uitgegeven, niet aan de bestrijding van honger of ziekte, maar aan wapentuig. Andermaal blijkt dat de mensheid geen vooruitgang kent, maar naar verlossing snakt die alleen bij Christus te vinden is. Dit is de gebroken wereld waarin wij leven. Hoe paradoxaal ook, oorlog voorkom je alleen door de prijs voor de tegenstander te hoog te maken. Geloofwaardige afschrikking is daarvoor essentieel. Daarom staat de SGP pal voor een sterke defensie.

Voorzitter. De SGP herkent veel van het realisme uit de defensieparagraaf van het coalitieakkoord. De NAVO is en blijft de hoeksteen van onze collectieve veiligheid, terwijl Europa steeds meer zelf verantwoordelijkheid draagt voor de verdediging van zijn eigen grondgebied. Dan gaat het ook over nucleaire afschrikking. Daarvoor zijn twee dingen nodig: de bereidheid van bondgenoten om deze wapens in te zetten en de overtuiging bij vijandelijke mogendheden dat bondgenoten hiertoe in het ultieme geval overgaan. De SGP heeft er daarom begrip voor dat het kabinet met Frankrijk in gesprek is over verbreding van zijn nucleaire afschrikkingsrol. Wel rijst de vraag hoe deze inzet zich verhoudt tot de bestaande NAVO-structuur. Blijft Frankrijk in de nieuwe situatie vasthouden aan zijn traditionele nucleaire autonomie of kiest het ervoor zijn nucleaire garanties te verankeren binnen de NAVO-structuur, zoals het VK en de VS?

Voorzitter. Eerder legde ik de vinger bij de tekorten bij de Kustwacht. Daardoor zijn we kwetsbaar voor sabotage en spionage op de Noordzee. Het tegengaan hiervan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Defensie en IenW. Inmiddels ligt er een aangenomen motie-Stoffer/Grinwis voor structurele financiering van bescherming van infrastructuur op de Noordzee. Graag hoor ik van de minister of ik erop kan vertrouwen dat daarmee ook een einde komt aan het gesteggel over geld tussen departementen. De SGP ziet een actieplan tegemoet.

Voorzitter. Nederland haalt zo'n 90% van zijn defensiemateriaal uit de VS. Daarmee zitten we ver boven het Europese gemiddelde. Willen we onze kwetsbaarheden afbouwen, dan zullen we meer Europees moeten doen. Complementariteit en specialiseren moeten daarbij het uitgangspunt zijn. Nederland blinkt technologisch uit in intelligente systemen. Daarom is het wat de SGP betreft logisch dat we in Europees verband leiderschap nemen op bijvoorbeeld het gebied van drones en counterdronesystemen.

Laten we bij al dit Europese denken onze capaciteit op andere gebieden niet verwaarlozen. Zo vraagt de SGP zich af — het kwam ook tijdens een interruptie terug — of de eigen defensie-industrie niet alsnog een grotere rol kan spelen bij de uitbreiding van zware bergingscapaciteit. In plaats van meer van hetzelfde te kiezen, koos het vorige kabinet voor een Duitse concurrent. Moeten die nieuwe bergingstanks niet gewoon in Nederland geproduceerd worden? Dat voorkomt hogere kosten en zorgt voor de gewenste familievorming.

Voorzitter. In december 2025 heeft het kabinet een definitief besluit genomen over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Staphorst is definitief aangewezen als locatie voor grootschalige munitieopslag. Niets dan lof voor Staphorst en voor al die gemeenten die hun nek uitsteken. Het is nu aan het Rijk om te leveren en de motie-Diederik van Dijk c.s. (36592, nr. 34) onverkort uit te voeren. Daarom vraag ik de staatssecretaris: hoe en wanneer gaan we de gevolgen zien van de benodigde infrastructurele aanpassingen op de begrotingen van de verantwoordelijke departementen? Kan de nieuwe bewindspersoon aangeven hoe hij invulling geeft aan zijn coördinerende rol, zodat infrastructurele aanpassingen uit het NPRD prioriteit krijgen bij IenW?

Mevrouw Nanninga (JA21):
De lof voor Staphorst of enige andere gemeente die ruimte biedt aan Defensie, delen wij bij JA21 natuurlijk. Nog even op het voorgaande punt: hoe staat de SGP ertegenover om voor het verkleinen van de Amerikaanse afhankelijkheid ook te kijken naar bijvoorbeeld Israëlische technologie? Het Heilige Land wordt natuurlijk uitstekend beschermd door de Iron Dome. Ze liggen in veel opzichten op ons voor. Ik was benieuwd hoe de SGP daarnaar kijkt.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat zal, denk ik, geen verrassing zijn. Wij zien Israël als een buitengewoon belangrijke bondgenoot, die wij vanaf onze kant moeten steunen waar we dat kunnen. Andersom is het helemaal waar wat mevrouw Nanninga zegt: Israël is op een aantal terreinen, ook in innovatief opzicht, een koploper. Waar het de SGP om gaat, is dat onze mannen en vrouwen van Defensie moeten kunnen rekenen op het allerbeste materiaal. Waar Israël dat kan leveren: graag bestellen.

Voorzitter, ik kom bij mijn laatste punt. Bij de VWS-begroting gisteren, of "vanochtend", moet ik zeggen, vroeg ik aandacht voor het voortbestaan van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Dat doe ik hier in het kader van het veteranenbeleid. Schattenberg, zoals het herinneringskamp destijds heette, heeft na de oorlog oud-KNIL-militairen opgevangen. Daarom vraag ik de minister: kan de vernieuwing van Kamp Westerbork ook opgenomen worden in het veteranenbeleid, zodat we mogelijk bij de Voorjaarsnota duidelijkheid krijgen over de financiering na 2027?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week was het vier jaar geleden dat Rusland Oekraïne op gruwelijke wijze binnenviel. Sindsdien zijn ontelbaar veel levens, dorpen en steden verwoest. De militaire begraafplaats waar ik vorig jaar in Lviv was, is inmiddels vol. Het is onvoorstelbaar. Rusland stopt niet. Europa sliep te lang. Daarom zijn investeringen in defensie noodzakelijk.

Over de groei van de begroting heb ik al twee vragen. Ten eerste. Defensie heeft extra miljarden, maar heeft moeite om die goed uit te geven; ook het CPB waarschuwt daarvoor. Ik zou het onverteerbaar vinden als in de zorg — over die begroting debatteerde ik gisteren — elke euro moet worden omgedraaid, terwijl bij Defensie het geld ondoelmatig wordt besteed. Dat zou het draagvlak ondermijnen. Wat doen de bewindslieden om dat te voorkomen? Hoe voorkomen zij dat vooral het kerndepartement buitenproportioneel groeit?

Groei betekent ook meer uitzendingen en oefeningen in het buitenland. Achter elke militair staat een thuisfront. Hoe wordt daarvoor gezorgd? Groeit met de begroting de geestelijke ondersteuning voor militairen, de ondersteuning voor veteranen en de hulp voor het thuisfront navenant mee?

Voorzitter. Nederland kent helaas nauwelijks een veteranencultuur, terwijl je land dienen iets is wat respect verdient. Ik denk dat het Dienjaar, dat zorgt voor meer reservisten, hieraan kan bijdragen. Het is mooi dat zo veel mensen zich melden. De ChristenUnie is groot voorstander van het Dienjaar en van de invoering van een militaire en maatschappelijke dienstplicht, want vrijheid en veiligheid zijn er niet vanzelf. Het is heel goed dat elke jongere een poosje de samenleving dient. Ik vind het ongelofelijk dat ik partijen hier hoor dreigen met celstraf. Het gaat niet om de celstraf. Het gaat om je land dienen. Dat is iets kostbaars. Dat is opstaan voor de vrijheid waar je zelf van geniet. Ik vraag het kabinet wel om er geen gemiste kans van te maken door het te versmallen tot alleen een militaire plicht. Kijk ook naar de maatschappelijke diensttijd.

Het kabinet wil het Dienjaar wel opschalen; mooi. Maar naar welke omvang? Wat houdt de herinvoering van de selectieve opkomstplicht nu in volgens de staatssecretaris, in plaats van de doembeelden die ik hoor en niet herken? Wat betreft reservisten: wat zijn de plannen van het kabinet om het met werkgevers gemakkelijker te maken om reservist te zijn, bijvoorbeeld rondom het bijzonder verlof?

Voorzitter. Veel mensen gaan in hun directe woonomgeving merken dat Defensie groeit. Een aantal vragen daarover. Wanneer krijgen de mensen in Staphorst de zekerheid dat de infrastructurele aanpassingen, de aansluiting op de A28 en een ongelijkvloerse spoorwegovergang, er echt gaan komen? Wanneer komt dit geld op de IenW-begroting te staan? Iets zuidelijker op de A28 stapelen de opgaven zich op: grote woningnood, grote stikstofproblematiek, netcongestie. Daar komen nu een grote kazerne in Zeewolde en uitbreiding in Ermelo bij. Er wordt heel wat van het gebied gevraagd en ik zie betrokken gemeenten, maar gebruik die dan ook, zou ik willen zeggen. Hoe wordt de bereikbaarheid rond dorpen als Nijkerk en Ermelo gewaarborgd? De A28 is nu al niet bepaald de meest rustige snelweg. Gaat de staatssecretaris daarin investeren?

Hoe wordt woningbouw gegarandeerd op plekken waar Defensie opschaalt? Zit de betrokken gemeente overal aan tafel, en ook de gemeenten die in hun eigen gebied geen Defensie-uitbreiding ondervinden, maar wel direct aanpalend zijn? Worden deze gemeenten ook financieel in staat gesteld om die processen op gang te brengen?

Voorzitter. De NAVO Capability Targets moeten leidend zijn bij ons defensiebeleid. Eerder schoot vooral de landmacht tekort. Wat betekent dat voor de Defensienota 2026? Worden de prio-targets van de NAVO nu echt het uitgangspunt bij de nieuwe Defensienota? Ik heb hierover eerder een motie ingediend met het oud-Kamerlid Yeşilgöz en mijn voorganger, collega Segers, deed dat met het oud-Kamerlid Boswijk. Kortom, ik zie mogelijkheden.

Voorzitter. Ik kan niet eindigen zonder iets gezegd te hebben over de meest recente oorlog, namelijk die in Iran. De onmacht van het internationale recht mag geen vrijbrief zijn voor regimes om gruwelijk hun gang te gaan. Tegelijkertijd mag de diepe waarde van gerechtigheid zich nooit versmallen tot het geweten van één man, de Amerikaanse president. Ik vraag het kabinet vierkant te staan voor recht en gerechtigheid voor het Iraanse volk. Vandaag dank ik in het bijzonder de militairen die in deze regio, ook namens ons land, actief zijn, samen met hun families, die daar veel voor leveren.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het nieuwe kabinet-Jetten gaat onze samenleving versneld militariseren. Wat van waarde is in onze samenleving moet wijken voor het waanidee dat onze wereld veiliger wordt als we maar 5% van wat we allemaal samen verdienen, overmaken naar vooral de Amerikaanse wapenindustrie; zonder daadwerkelijke onderbouwing, maar omdat daddy Trump dit heeft geroepen. En nu moeten we met z'n allen 19 miljard euro ophoesten. Ik vraag deze minister: waarom heeft u wel 19 miljard euro voor de NAVO gevonden en niet voor de gehandicaptenzorg? Waarom wel 19 miljard voor de NAVO en niet voor een AOW op 65 jaar? En waarom wel 19 miljard euro voor de NAVO en geen geld om armoede onder alle kinderen in Nederland op te lossen?

Nu gaat ons belastinggeld dus naar de VS en naar Israël. Vindt het kabinet dit daadwerkelijk verantwoord? Nederland kocht in vijf jaar tijd voor bijna 2 miljard euro aan Israëlische wapens, de helft daarvan na het begin van de genocide in Gaza. Wapens die zijn getest op Palestijnen, van Elbit Systems, betrokken bij een corruptieschandaal van de NAVO en nog steeds niet uitgesloten als wapenverkoper aan Nederland. Wat is er dan nog meer nodig om zo'n bedrijf wel uit te sluiten en om daar geen wapens meer van aan te schaffen?

Om onze samenleving te beschermen, wordt onze samenleving afgebroken, in het kader van weerbaarheid. Maar wat maakt een weerbare samenleving? Dat is een samenleving waarin er niet een steeds groeiende kloof is tussen arm en rijk. Een samenleving waar we mensen niet laten vallen als ze zorg of hulp nodig hebben, zodat ze niet in armoede vervallen, en met goede sociale voorzieningen zoals WIA en WW. Een weerbare samenleving betekent niet een eindeloze wapenwedloop en militarisering vooropzetten om je te kunnen verdedigen tegen Rusland, waar een vreselijke leider zit die een illegale oorlog voert in Oekraïne, maar al tijden nauwelijks in staat is om daar meer grondgebied te veroveren. Rusland geeft 186 miljard euro uit aan een oorlogsapparaat, terwijl de EU-landen zonder de VS 381 miljard euro uitgeven en 200.000 meer actieve manschappen hebben, twee keer zoveel landmaterieel en ongeveer drie keer zoveel boten. Wat wil je dan nog meer voor militaire afschrikking? Toch is er een grote wervingscampagne opgezet, voor nog meer militairen. Maar is er dan niet ook een gigantisch personeelstekort in onze ziekenhuizen en onze verpleeghuizen, en op onze scholen en in onze treinen? Is dat dan niet net zo belangrijk? En zelfs de dienstplicht, de opkomstplicht, komt hier weer op tafel, "naar Zweeds model" zegt men dan sussend — alsof dat dan beter is. De regering wil een dwanginstrument inzetten waardoor jongeren hun eigen tijd niet meer kunnen besteden aan dingen die niet met oorlog te maken hebben. Ze moeten, of ze willen of niet, oorlogsoefeningen gaan doen op de hei, anders krijgen ze een straf, terwijl zorgverleners en leraren met personeelstekorten doorwerken en ervoor zorgen dat de bodem niet uit onze samenleving zakt. Dit is geen goed idee. Zo wordt onze hele samenleving ingericht voor en door het leger. En de wapenindustrie groeit enorm met publieke investeringen, zonder dat hier publieke zeggenschap tegenover staat. Publieke zeggenschap lijkt me, als je ergens publiek geld in stopt, toch niet te veel gevraagd. Het is gewoon heel logisch. Gaat het kabinet dit ook regelen?

We verliezen ook steeds meer controle over wat onze bondgenoten doen. Polen, Finland, de Baltische Staten en Oekraïne stapten uit het Ottawa-verdrag tegen landmijnen. Litouwen stapte uit het Verdrag inzake clustermunitie. Deze wapens zijn onder het humanitair oorlogsrecht verboden omdat veel burgers slachtoffer daarvan worden, vooral kinderen. Deelt de minister de mening dat we nooit mogen bijdragen aan de productie en export van verboden wapens? En dat, als Nederland investeert in bijvoorbeeld de Oekraïense wapenindustrie, het een voorwaarde moet zijn dat er geen verboden wapens worden geproduceerd en dat zij ook dezelfde wapenexportcriteria hanteren als Nederland?

Dan tot slot, voorzitter. In de nieuwe coalitie zitten drie partijen die zeggen internationale verdragen belangrijk te vinden. Wat betekent dan het "constructief" staan "tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking"? Wat is er toegezegd aan de Fransen? Wat is er besproken? Wat wil Nederland? Hoe ziet samenwerking eruit als het gaat om kernwapens? Graag hierop een antwoord en transparantie.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn inbreng namens 50PLUS. Gaat uw gang.

De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. In 1979 meldde de heer Struijs, Jan Albert, zich bij zijn opa voor zijn militaire dienstplicht. Zijn opa zei namelijk: "Jij moet gaan. We gaan de Russen tegenhouden, Jan." Dat zijn wel profetische woorden, nu ik hier in de Kamer sta. Ik sta nog steeds achter mijn opa en wat ik toen deed, want ik ging met trots het land verdedigen. Ik vind dat wij er met z'n allen aandacht voor moeten hebben dat we, voor al die mensen die we dadelijk naar gebieden sturen, en voor de mensen die er nu al zijn, regelmatig onze trots laten blijken. Het is namelijk zó belangrijk als je daar zit — ik weet dat als geen ander, uit een andere functie — dat je toch wel even gesteund wordt. Dat gezegd hebbende: ik steun de begroting. Ik heb wel een paar kritische vragen en opmerkingen.

Ten eerste een over het werven van personeel. Ik heb het al eerder aangegeven: kijk breder dan jongeren. Kijk met name ook naar de vele militairen die zich bij mij hebben gemeld, die bijvoorbeeld net met functioneel leeftijdsontslag zijn gegaan, oftewel: de gepensioneerden. Maar ook breder in de maatschappij zijn er mensen die een bijdrage willen leveren en twee jaar iets anders willen gaan doen dan de huidige functie die ze binnen ICT hebben. Ik verzoek dus om erop te reflecteren of die mogelijkheden er zijn, en of we daar gezamenlijk in op kunnen trekken.

Een andere is de besteding op de derde pijler. De derde pijler stelt dat defensie ook regelmatig bijspringt bij rampen en incidenten. Ik heb specifiek de haven van Rotterdam bezocht. Ik mag er niet te veel over zeggen, maar daar zijn momenteel veel militaire activiteiten. Die haven wordt dagelijks aangevallen op zijn cyberdomein. Kunnen we met de Defensiegelden ook dat soort belangrijke plaatsen, waar momenteel veel militaire activiteiten zijn, toch extra helpen met het beschermen tegen de hybride aanvallen? Ik kan meer plaatsen noemen, maar ik noem dit als voorbeeld, omdat er ook daar behoefte is om de Defensiegelden te gebruiken, met de specialisten die we daarvoor hebben. Het is ook daar namelijk uur U.

Een ander punt dat ik heel graag wil inbrengen, is iets wat wij snel vergeten in dit soort dingen, namelijk de flexibiliteit die wij met z'n allen moeten betrachten. Ja, wij moeten goed geïnformeerd worden. Maar het gaat nu ontzettend snel, zeker wat er in Iran en de omgeving gebeurt. De collega refereerde er al aan. De eerste ballistische raket is richting NAVO-gebied, richting Turkije, gestuurd. We verwachten de komende tijd heel veel extra activiteiten. Ik verzoek de regering, de staatssecretaris en de minister, daarom: gebruik die ruimte, maar informeer ons, daar waar het kan, snel. Ik verwacht die flexibiliteit ook van mezelf en van andere Kamerleden. Het is namelijk wel heel serieus aan het worden wat we met z'n allen meemaken.

Als laatste wil ik toch attenderen op de communicatiestrategie. Neem het volk zo goed mogelijk mee. Ik zie nog te veel mensen die niet het urgentiebesef hebben dat ik heb, dat we hier in de Kamer hebben en dat Defensiepersoneel heeft. Er moet nog veel worden gecommuniceerd om te beseffen — dat gaat verder dan een extra voorraad waterflessen in je garage zetten — hoe belangrijk het is dat we ons beschermen, zeker gezien hetgeen er nu met Oekraïne en Rusland gebeurt.

Nogmaals mijn waardering voor onze Defensiemedewerkers, maar ook voor de Oekraïense militairen. Ik heb er velen mogen spreken de laatste jaren. Ik heb diep respect voor hen, omdat ze ook vechten voor onze vrijheid. Zij verdienen maximale steun.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng namens Volt. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Mooi, nieuwe bewindspersonen in vak K. Veel succes met de flinke uitdagingen waar u voor staat. De Europese defensie heeft namelijk een flinke taak voor de boeg. Ik noem een gebroken wereldorde, onbetrouwbare bondgenoten en nog veel minder te vertrouwen vijanden. Van de droom van de defensieparaplu van de Verenigde Staten hebben we afscheid moeten nemen. Wat we moeten doen, is volgens mij voor menigeen duidelijk, ook als ik dit debat beluister. Maar hoe we daar komen, daarin spreken we nog lang niet dezelfde taal. De afgelopen maand demonstreerde Defensiecommissaris Kubilius dit nog heel erg goed. Hij zei dat Europa een eigen strijdmacht nodig heeft. Hij stelde de terechte vraag of de Amerikaanse supermacht even sterk zou zijn als 50 legers uit elke staat samen zouden moeten werken, als alternatief voor een eensgezind Amerikaans leger. Het antwoord op deze vraag is natuurlijk nee. Waarom kiezen wij in Europa nog steeds voor die verdeeldheid, voor verschillende wapensystemen, verdeelde kopgroepen, 27 varianten van aanbestedingsregels, fragmentatie in plaats van eenwording? Terwijl andere grootmachten doelgericht opkomen voor hun eigen belangen, krijgen wij niet eens een eigen gevechtsvliegtuig van de grond.

En dan zijn er partijen in deze Kamer die zich erover verbazen dat we keer op keer aan de zijlijn staan. Oekraïne, Palestina, Iran: we zitten niet aan tafel. Niemand zal ons die plek aan tafel komen geven; die moeten we zelf pakken met de ruggensteun van een Europees leger. De urgentie is groot. Het gokken met onze veiligheid moet afgelopen zijn. Deze coalitie wil gelukkig inzetten op meer Europese defensie-integratie, maar het is wat mij betreft nog veel te weinig en het gaat ook te langzaam. Coalitions of the willing en een verbeterd gezamenlijk inkoopbeleid klinken aantrekkelijk, maar houden de fragmentatie grotendeels in stand. Het is tijd dat we over de nationale ego's heen stappen en stoppen met de eilandjesaanpak.

Voorzitter. Niks kan effectiever en completer Nederlandse belangen beschermen, Europese start-ups stimuleren en een rol op het wereldtoneel opeisen dan een eensgezind leger, dat de kracht van 450 miljoen Europeanen weerspiegelt. Hoe reflecteert de minister op de uitspraak van Eurocommissaris Kubilius? Hoe denkt zij dat Europa weerstand kan bieden aan de militaire en politieke druk van landen die wel gebruikmaken van een federaal leger? We zien wat er nu met Spanje gebeurt. Trump zegt: als jullie ons niet helpen, stoppen wij de handel. Het is dus geen fictieve vraag. Dit is op dit moment de geopolitieke druk die door bepaalde bondgenoten op andere bondgenoten van ons wordt gelegd. Graag dus een reactie hierop.

Voorzitter. De kosten van de Europese verdeeldheid zijn vooral zichtbaar bij de organisatie en productie van defensie. We kunnen EU-breed tot wel 75 miljard euro besparen als we echt toe durven te werken naar een Europees leger. We lopen dus jaarlijks 75 miljard mis. Daar gaat dan ook de vrijheidsbijdrage. Hoeveel procent van deze VVD-belasting is wel niet weggegooid geld, omdat deze coalitie fragmentatie te veel in stand wil houden? Kan de minister aangeven waarom dit kabinet kiest voor een nationale belastingverhoging in plaats van verdere Europese integratie? Ziet zij ook de meerwaarde van defensie als Europese competentie, zoals handel nu ook is? Waarom wel of waarom niet?

Voorzitter. Het gaat niet alleen om de efficiëntie van onze uitgaven, maar ook om waar het geld terechtkomt. Momenteel haalt Europa namelijk twee derde van het materieel uit de Verenigde Staten. Voor Nederland geldt al een percentage van 90%. Dat betekent dat Europa jaarlijks ongeveer 80 miljard euro richting de Verenigde Staten brengt en daarmee dus zijn afhankelijkheid vergroot. Ongelofelijk, zou ik zeggen. We blijven bouwen aan afhankelijkheid. Amerikaanse systemen, Amerikaanse tech: als we daar gebruik van willen blijven maken, hebben we geen andere keus dan de lijnen van de Amerikanen te volgen op het gebied van diplomatie, handel en defensie. Die lijnen lijken echter steeds vaker te botsen, zoals we ook dit weekend zagen.

Welke investeringen die Defensie nu doet, zoals in Collaborative Combat Aircraft, zorgen voor verdere afhankelijkheid? Dat vraag ik aan de staatssecretaris. Kan hij uitleggen wat er in die intentieverklaring staat en waarom de Kamer hierin nog niet afdoende is meegenomen?

We willen dat het merendeel van onze investeringen in defensie, nationaal en Europees, bij Europese bedrijven terechtkomt. De Europese Commissie pleit er daarom voor dat bij de aanschaf van materieel minstens 50% uit Europa komt. Dat woordje "minstens" ontbreekt echter in het coalitieakkoord. Het lijkt iets kleins, maar in mijn ogen is het dat niet. Neemt het kabinet dit woordje alsnog mee en is het dus "minstens 50%", of stuurt het kabinet op het halen van maximaal 50%?

Waarom heeft de minister aangegeven ook licentieproductie onder het inkoopbeleid goed te keuren? Dit houdt de afhankelijkheid namelijk in stand. Kan de staatssecretaris wellicht aangeven voor hoeveel procent er op dit moment aan licentieproductie gedaan wordt? Dan kunnen we dat meenemen als onderdeel van het geheel van de Europese productie.

Voorzitter. In het coalitieakkoord wordt een eerder al door Volt aangedragen initiatief genoemd: het DARPA, dan wel het NADI. Dat is een heel goed initiatief, aangezien deze maand Europese defensieambtenaren nog waarschuwden voor het gevaar van technologische afhankelijkheid op militair vlak. Ik ben blij dat hiermee aan de slag wordt gegaan en ik hoop dat het een succes wordt, maar over de invulling daarvan is nog veel onduidelijkheid. Hoe gaat dit vehicle er precies uitzien? Hoe worden de financiering en scope ingevuld en waar komt de governance te liggen? Graag hoor ik de visie van de staatssecretaris. Hoe gaat de samenwerking met vergelijkbare Europese instituten eruitzien? Of wordt dit dadelijk onderdeel van een Europees DARPA? In mijn ogen zou het juist goed zijn als we gezamenlijk investeringen in innovatie en productie gaan doen, juist om ervoor te zorgen dat we als Europa daadwerkelijk een deuk in een pakje boter gaan slaan.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij met deze toevoeging, want ik neem toch aan dat ook de heer Dassen zegt dat we niet streven naar nationale strategische autonomie, maar naar Europese strategische autonomie. Het moet dus heel duidelijk zijn dat zo'n initiatief ook onderdeel moet zijn van een Europees initiatief, omdat het anders weinig uithaalt.

De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat het mevrouw Piri niet zal verbazen dat toen wij hier moties over indienden, wij pleitten voor een Europees DARPA. Helaas werd dat door deze Kamer weggestemd. Ik denk wel dat het goed is om dan te bekijken hoe je ervoor kunt zorgen dat het initiatief dat nu op tafel ligt ook Europees getrokken wordt. In mijn ogen kan dat ook zijn als je met Europese instituten een soort ecosysteem bouwt, waarmee je dus gaat investeren in innovatie en ontwikkeling, maar dan moet dat wel gaan gebeuren. Ik geloof er namelijk niet in dat we op de juiste manier bezig zijn als we in Duitsland, Nederland, België en Luxemburg verschillende DARPA's neer gaan zetten die allemaal dezelfde innovaties gaan onderzoeken.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nee, en waarschijnlijk komt er ook niet een uitvinding à la het internet uit als we dat allemaal nationaal gaan doen. Hier zijn we het dus over eens.

Ik hoorde de heer Dassen ook iets zeggen over licenties. Daar ben ik het ook van harte mee eens, maar we zien nu ook joint ventures. Neem bijvoorbeeld Israëlische bedrijven. Zeker na de oorlog in Gaza snappen ze dat het voor heel veel overheden gevoelig ligt om nu inkopen te doen in Israël. Wat je nu ziet, zijn dus joint ventures, bijvoorbeeld heel vaak met Duitse bedrijven. Het lijkt alsof je met een Duits bedrijf zakendoet, maar uiteindelijk worden er gewoon spullen uit Israël geleverd. Hoe kijkt de heer Dassen daartegen aan?

De heer Dassen (Volt):
Daar ben ik natuurlijk net zo kritisch op als op die licentieovereenkomsten. Dat is namelijk het behouden van een bepaalde mate van afhankelijkheid, terwijl je net doet alsof je investeert in Europese defensie. Dat is precies als de vraag die ik net heb gesteld. Dat moeten we voorkomen. We zijn dan op papier misschien met andere percentages bezig. Op papier zijn we dan Europees onafhankelijk aan het worden, terwijl dat in de praktijk helemaal niet het geval is en we nog steeds aan de leiband lopen van andere wereldmachten.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zal zelf met een motie komen om te monitoren welke doelen het kabinet heeft gesteld en hoe het daaraan wil voldoen. Ik wil daarmee ook bekijken hoe er elke keer aan de Kamer gerapporteerd kan worden wanneer er toch wordt besloten om aankopen te doen buiten de Europese Unie. Ik hoop de heer Dassen dan aan mijn zijde te hebben.

De heer Dassen (Volt):
Ja, absoluut. Wat ons betreft kunnen we niet snel genoeg gaan investeren in Europese defensie. Het moet dan ook helder zijn wat daar precies onder valt. Qua joint ventures en licentieovereenkomsten moet het helder zijn. Wat mij betreft gaat het er dan ook om die 50% te halen en om wat de stappen zijn die daarna komen. Ik zal deze motie dus van harte steunen. Ik zal zelf ook een motie indienen over die licentieovereenkomst. Er zit namelijk toch nog wat onduidelijkheid in de antwoorden die ik net vanuit de coalitiepartijen kreeg. Ik hoop dus ook van harte op steun van mevrouw Piri om ervoor te zorgen dat we de coalitie en het kabinet op dat punt ook de juiste kant op wijzen.

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik vraag mij af of de heer Dassen alvast een doorkijkje zou kunnen geven van wat hij dan beoogt in die motie over licenties.

De heer Dassen (Volt):
Ik stelde net de vraag hoeveel procent nu al onder die licenties valt en of dat ook wordt meegenomen. Als je streeft naar echte Europese onafhankelijkheid, naar een Europese defensie-industrie, en zegt dat minimaal 50% in Europa geïnvesteerd moet worden, dan kunnen die licentieovereenkomsten daar dus geen onderdeel van zijn. Dat is waar ik in die motie op ga inzetten, afhankelijk van de beantwoording van het kabinet.

De heer Van Lanschot (CDA):
Het CDA staat daar toch wat genuanceerder in. Het hangt wat ons betreft ook af van de manier waarop die licenties worden vormgegeven. Als de heer Dassen dat nog zou kunnen meenemen in zijn overwegingen, dan zouden wij dat waarderen.

De heer Dassen (Volt):
Ik wil alles meenemen in overwegingen. Het wordt dan slechts een langere motie. Tegelijkertijd wil ik ervoor waken om te doen alsof er allerlei nuanceringen zijn op dit vlak. Als je ervoor wilt zorgen dat je onafhankelijk wordt, dan moet je dus geen omwegen gaan verzinnen met licentieovereenkomsten die er eigenlijk voor zorgen dat je afhankelijk blijft van de Amerikaanse technologie, terwijl je net doet alsof het Europese investeringen zijn.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Dassen (Volt):
In het kader van DARPA en NADI nog een laatste vraag. Hoe ziet de staatssecretaris de samenwerking met kennisinstellingen voor zich in het kader van de onervarenheid van universiteiten met dit soort projecten? Ik denk wel dat daar een kans ligt. Daarin moet natuurlijk ook het Europese aspect worden meegenomen, omdat juist kennisinstellingen over de grenzen met elkaar samenwerken.

Investeringen in militaire tech hebben bewezen ook veel maatschappelijke en economische waarde te hebben, aangezien er vaak maatschappelijke toepassingen uit voortvloeien. Bekende voorbeelden zijn inderdaad die welke zojuist al werden genoemd: het internet, gps en straalmotoren voor commerciële vliegtuigen. Die innovaties moeten ook wat Volt betreft niet stoppen op militair vlak, maar worden doorontwikkeld tot producten en diensten die ook maatschappelijk en economisch rendement opleveren. Op welke manieren gaat de staatssecretaris borgen dat de defensie-investeringen in innovatie en infrastructuur zo goed mogelijk worden doorontwikkeld tot maatschappelijke toepassingen? Is de staatssecretaris het met ons eens dat het programma zich niet moet beperken tot de innovaties die al bijna rijp zijn — ik geloof dat ik de VVD dat net hoorde zeggen — maar juist ook veel aandacht moet geven aan de innovaties in vroege stadia, omdat daar juist de ontwikkeling zit voor hetgeen we misschien nu nog niet kunnen bedenken? Dan heb je het over gps, internet of over die motoren die zijn ontwikkeld. Dat waren geen ontwikkelingen die al heel ver waren, maar in het begin zaten. Zo zie ik dat NADI ook, namelijk dat daarin wordt geïnvesteerd. Graag een reactie daarop.

We gaan bouwen aan ons eigen technologie. Laten we dat snel en veelvuldig doen, maar tot die tijd zijn we, ook bij Defensie, compleet afhankelijk van de Amerikaanse tech. Het gaat zelfs zo ver dat Europese topmilitairen waarschuwen dat discussies over digitale autonomie mogelijk onze defensieparaatheid ondermijnen, omdat alles, maar dan ook alles — en daar gaan we weer — op Amerikaanse systemen draait. Het gevaar daarvan zagen we afgelopen week ook bij het conflict tussen Anthropic en het Pentagon. Anthropic weigerde mee te werken aan massasurveillance en autonome wapens en toen werd duidelijk wat de consequenties zijn voor de bedrijven die niet gehoorzamen. Trump betitelde Anthropic als een extreemlinks woke bedrijf en Defensieminister Pete Hegseth noemde Anthropic een gevaar voor de veiligheid van het land. Dus de systemen die wij gebruiken, zijn totaal overgeleverd aan de orange fever van het Witte Huis. Hoe kijkt de minister naar deze Amerikaanse afhankelijkheid, maar ook naar de ontwikkelingen binnen de Verenigde Staten? Het is misschien een long shot, maar zouden we niet Anthropic naar Europa moeten halen, aangezien het nu in de VS door de Amerikaanse overheid kapot wordt gemaakt?

Voorzitter. Macron heeft aangekondigd zijn kernparaplu Europees beschikbaar te willen maken. Een jaar geleden hebben wij hier ook voor gepleit. Het is goed dat de coalitie hier positief op reageert, maar hoe gaan we dit Europeaniseren? Zeker met het oog op de aanstaande verkiezingen in Frankrijk, waar de grootste partij zich heeft uitgesproken tegen het delen van de Franse nucleaire paraplu. Hoe gaan wij ervoor zorgen dat dit over een jaar niet een ander verhaal wordt, juist omdat het op dit moment zo belangrijk wordt? Ik ben benieuwd naar de visie van de minister hierop, zeker ook omdat dit nog helemaal verder uitgewerkt moet worden.

Dan een korte vraag. Niemand heeft zin in drukke zomerfiles, dus kunnen we alsjeblieft in juli stoppen met die grenscontroles, vraag ik de minister. Ik zie haar glimlachen, dus ik kan mij voorstellen dat zij daar ook geen zin meer in heeft.

Tot slot zou ik heel graag mijn dank willen uitspreken aan alle vrouwen en mannen die zich inderdaad elke dag inzetten voor Nederland, voor onze vrijheid en onze veiligheid, zowel in Nederland als ver daarbuiten, en zeker ook — de heer Van Lanschot zei het net al — aan alle families die daarachter staan en elke keer weer meemaken wat dat betekent. Ik denk dat we daar als Nederland, als parlement, onze waardering voor mogen uitspreken. Dat doe ik dan ook graag bij dezen. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan is het woord aan mevrouw Ten Hove, als laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn. Zij spreekt namens de Groep Markuszower.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn allereerste debat in de commissie Defensie, en gelijk een heel belangrijk debat. Ik heb het net al genoemd. Iran heeft vandaag een tweede aanval op NAVO-territorium uitgevoerd. Eerder al op een basis van het Verenigd Koninkrijk en Cyprus en nu een raket op Turkije. Iran is al jarenlang een immense bedreiging voor onze nationale veiligheid. Ik noem liquidaties en intimidatie in Nederland. Iran financiert al jaren terroristische organisaties in Europa. Ook heeft Iran recent gedreigd met het activeren van terroristische netwerken in Europa. Dat gaat ons aan. Dat is een regelrechte oorlogsverklaring aan de NAVO, Europa en Nederland. We willen dat dit kabinet de Amerikaanse missie niet alleen politiek steunt, maar ook militair. Stel het Defensieapparaat ter beschikking aan onze bondgenoten ter ondersteuning van het optreden tegen Iran. Als het kabinet zelf geen actie onderneemt, zal Groep Markuszower de Kamer middels een motie vragen hierover samen stelling te nemen.

Voorzitter, ik ga verder.

De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben benieuwd naar het volgende. Ik heb namelijk ook het nieuws gezien over een droneaanval boven Turkije, die gelukkig lijkt te zijn afgeweerd. De collega heeft het over twee aanvallen op de NAVO. Die andere heb ik niet meegekregen. Waar heeft zij het over?

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dan doel ik op de basis op Cyprus. Die is van het Verenigd Koninkrijk. Het is niet de EU, maar het is wel NAVO-grondgebied, omdat het een basis is van het Verenigd Koninkrijk. Zo kom ik op twee.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké, want Cyprus zit zelf natuurlijk niet in de NAVO.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Precies.

Voorzitter. Wij steunen de investeringen in defensie. De vraag is echter of de werkende Nederlander moet opdraaien voor de Defensiebegroting. De vrijheidsbijdrage is wat ons betreft een ordinaire belastingverhoging die niet uit te leggen is in de wetenschap dat we geld van Brussel hadden mogen lenen om de noodzakelijke defensie-investeringen te kunnen doen. De vraag is ook of al dit geld uitgegeven gaat worden, want alleen al in 2024 lag er nog ruim 3,3 miljard euro op de plank. Hoe gaat het kabinet al dat geld daadwerkelijk uitgeven?

Voorzitter. De basis moet op orde. Het is natuurlijk leuk dat we groots uitpakken met persberichten waarin wordt gesteld dat we weer een nieuw vliegtuig hebben gekocht, maar we moeten niet vergeten dat ook aan de randvoorwaarden moet worden voldaan om zo'n vliegtuig überhaupt in de lucht te houden. Laat me een voorbeeld geven. Laatst mocht ik met de commissie mee op werkbezoek naar Vliegbasis Woensdrecht. Daar stonden twee F-35's in een hangar. Een van de twee vliegtuigen stond al negentien maanden stil. Het stond gewoon negentien maanden niks te doen. Dat is anderhalf jaar. Een machine van 100 miljoen staat gewoon stof te happen. Dat is onbegrijpelijk. Toen ik aan een vliegtuigtechnicus vroeg hoe het kan dat zo'n prachtig apparaat zo lang stilstaat, kreeg ik als alleszeggend antwoord: complexe logistieke processen. Ook was er maar één koelwagen beschikbaar die noodzakelijk is bij het onderhoud en testen van het toestel. Toevallig was die in gebruik. Concreet: bij het doen van investeringen moeten we de logistieke processen die daarmee gepaard gaan dus niet vergeten. Hoe gaat de minister hier invulling aan geven?

We zien dat er bijvoorbeeld bij de trainingen en de opleiding voor de F-35 al efficiëntieslagen worden gemaakt. Door dit samen met EU-bondgenoten te doen, worden onze slagkracht en onze reactiesnelheid vergroot. Nog zo'n voorbeeld is de samenwerking tussen Nederland en Duitsland ten aanzien van de Leopard 2A8-gevechtstank. Is er een plan om nog meer van dit soort gezamenlijke aankopen en trainingen uit te rollen zonder ons direct in een groot Europees leger te rommelen? Dat laatste willen wij namelijk absoluut niet.

Defensie groeit hard en gebruikt het Dienjaar als een manier om nieuw personeel te werven. Het Dienjaar is een vrijwillig programma waarbij jongeren gedurende één jaar fulltime als militair meedraaien. Het programma wordt versneld opgeschaald naar 1.500 deelnemers per jaar. Uit het werkveld bereiken ons twijfels over de effectiviteit ervan. Veel deelnemers stromen vroegtijdig uit en lijken gaandeweg hun motivatie te verliezen. Herkent de minister deze signalen? Welke maatregelen worden er al genomen om vroegtijdige uitval te voorkomen? Uit beschikbare cijfers blijkt dat na afronding van het Dienjaar 40% als beroepsmilitair en 16% als reservist aanblijft. Het is echter onbekend hoeveel deelnemers tussentijds stoppen. De kosten voor een regulier Dienjaar bedragen ongeveer €100.000 per deelnemer per jaar. Bovendien legt het Dienjaar een aanzienlijke claim op de beschikbare instructeurs en de opleidingscapaciteit. Kunnen we van de minister voorafgaand aan het commissiedebat Personeel een brief ontvangen met alle relevante feiten over het Dienjaar op een rij, en dan specifiek over hoeveel deelnemers er per lichting begonnen en wat het percentage is van vroegtijdige uitstroom? Wij zouden er namelijk voor willen zorgen dat het Dienjaar nog effectiever wordt in het behouden en ook in het enthousiasmeren van deelnemers. Om te onderzoeken hoe dit het beste kan worden bereikt, is wat ons betreft een evaluatie van het programma wenselijk.

Tot slot wil ook ik mij richten tot alle militairen, alle reservisten en al het burgerpersoneel van Defensie. Groep Markuszower is enorm trots op onze helden. Tegen mijn oud-collega's zeg ik: dank jullie wel voor jullie inzet voor een veilig Nederland.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ten Hove.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer bij het debat over de begroting Defensie. Ik dank de leden voor het gevoerde debat en de bewindspersonen voor hun aanwezigheid.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
De voortzetting van dit debat zal aanstaande donderdag plaatsvinden, vanaf 16.30 uur. Ik schors de vergadering nu tot 16.00 uur, waarna we verdergaan met het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 9 en 10 maart 2026. De vergadering is geschorst tot 16.00 uur.

De vergadering wordt van 15.11 uur tot 16.00 uur geschorst.