Begroting Defensie (36800-X) 1e TK (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D09908, datum: 2026-03-04, bijgewerkt: 2026-03-05 09:31, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-04 11:00: Begroting Defensie (36800-X) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (36800-X);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 (36800-K).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek de leden hun plaatsen in te nemen.
Ik vraag ook de staatssecretaris plaats te nemen, in vak K. U zit
tegenwoordig aan die kant, meneer Boswijk. Het is nog even wennen
misschien. Het staat u goed.
Aan de orde is de eerste termijn van de begroting van Defensie. In de
eerste termijn zullen we sprekers van de zijde van de Kamer horen. Ik
heet de minister en de staatssecretaris van Defensie van harte welkom.
Er zijn veertien sprekers van de zijde van de Kamer. Ik vind het altijd
mooi als we bij begrotingshandelingen goed de ruimte bieden voor
interrupties en het aantal interrupties niet maximeren, maar ik zeg er
wel bij: dat vraagt ook een bepaalde verantwoordelijkheid, namelijk dat
we het kort houden. Ik kan u vertellen dat ik afgelopen nacht tot 1.45
uur de begroting van VWS heb voorgezeten. Dat heb ik natuurlijk met
liefde gedaan, maar er waren fracties bij die 38 interrupties hadden.
Dat hoeft niet, zeg ik er bij voorbaat bij. Enige terughoudendheid is
dus prettig. Een onbeperkt aantal interrupties schept een zware
verantwoordelijkheid, dus ik vraag u daar rekening mee te houden.
Interrupties, vragen en antwoorden zijn kort en bondig, niet meer dan in
drieën. Als het echt uit de klauwen loopt, zullen we er met elkaar
misschien toch een dakje op moeten zetten, maar ik denk dat dat niet
nodig is, omdat we er met elkaar uit gaan komen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Piri, als eerste spreker van de zijde van de
Kamer. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de
Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Allereerst wil ik de bewindspersonen heel veel succes
wensen, met meteen in de eerste week een begroting in de Kamer. Heel
specifiek spreek ik de heer Boswijk aan, met wie ik in de Kamer altijd
heel fijn heb samengewerkt. Ik hoop vooral dat hij de Afghanistanmotie
die we in de Kamer hebben aangenomen, niet vergeet. We hopen dat het
nieuwe kabinet die voortvarend zal gaan uitvoeren.
Voorzitter. Ik begin met de investeringen in Defensie. Deze twee
bewindspersonen kunnen hier met een grote glimlach zitten, want dit is
het enige ministerie in Den Haag waar fors in geïnvesteerd gaat worden.
Laat ik duidelijk zijn: mijn fractie steunt de investeringen in
Defensie, maar we hebben wel grote problemen met de financiële keuzes
die dit kabinet maakt — dat zal de bewindspersonen niet verrassen —
omdat wij ervan overtuigd zijn dat het draagvlak dat zo nodig is voor
deze investeringen, op deze manier ernstig ondermijnd kan worden. Dan
bedoel ik natuurlijk dat tegenover deze investeringen hele, hele zware
bezuinigingen staan op zorg en sociale zekerheid. Dat ondermijnt het
draagvlak. Denk bijvoorbeeld ook aan de vrijheidsbijdrage. We hebben er
al eerder bij stilgestaan, mijn fractie ook, dat die, niet op
progressieve manier, alleen maar wordt gevraagd aan de werkende mensen
en niet aan de allerrijksten, en ook nog eens op zo'n manier dat de
ministers letterlijk minder hoeven bij te dragen dan de conducteur of de
schoonmaker.
Laten we eens kijken naar het hele domein van het buitenland. Vroeger
waren we als Nederland trots op de 3D's: development, diplomacy en
defence. Het lijkt nu slechts één D geworden te zijn: er zijn alleen nog
maar investeringen in defensie; de andere takken worden weggelaten. Laat
duidelijk zijn dat het voor mijn fractie een prioriteit is om te
investeren in Europa. Ik hoor dan ook graag van het kabinet welke keuzes
het maakt. Is de keuze het opvullen van de gaten binnen de NAVO of is de
keuze — dat hoopt mijn fractie — om fors te investeren in Europese
samenwerking? De EU-landen steken per jaar gezamenlijk 381 miljard euro
in defensie. Volgens mij zijn we er allemaal van overtuigd dat dat geld
efficiënter besteed kan worden. Volgens mij zijn we allemaal op zoek
naar Europese autonomie en niet naar nationale autonomie. Wat dat
betreft was ik ook enigszins verrast door het voorstel in het
coalitieakkoord om te kijken naar het Amerikaanse DARPA-model. Het lijkt
me heel goed om dat op Europees niveau te doen, maar wat gaan we daar
qua schaal aan doen in Nederland? Als het gaat om 10% van het
Defensiebudget, is mijn vraag of die ook uit de Defensiebegroting komt
of ergens anders vandaan. Het lijkt me goed om het kabinet om een apart
debat en een aparte brief te vragen.
Dan SAFE-2. Nederland heeft besloten om niet deel te nemen aan SAFE-1,
terwijl je daarmee, even los van hoe je dat doet met leningen, juist die
samenwerking met Europese partners kan vinden. Binnenkort komt SAFE-2 en
ik ben benieuwd of het kabinet voornemens is om daar wel aan deel te
nemen.
Ook de MFK-discussie speelt in Europa. Von der Leyen heeft gezegd dat ze
131 miljard — ik hoor dat het waarschijnlijk nog hoger wordt — wil
investeren in defensie. Ik hoop te horen van dit kabinet dat het daar
welwillend tegenover staat.
Het tweede punt dat voor mijn fractie natuurlijk van belang is, is het
goed besteden van belastinggeld. Er is een angst dat er vooral een soort
bestedingsdrang komt. De vraag die altijd voorop zal moeten staan, is:
hoe dragen die extra investeringen in defensie op korte termijn bij aan
nationale en Europese capaciteitsversterking en aan die binnen de
NAVO?
Daar komt natuurlijk ook het volgende bij. Als we niet opletten met
belastinggeld, kan er ook sprake zijn van overmatige winsten in de
defensie-industrie. Er is hier in de Kamer eerder een motie aangenomen …
Het vorige kabinet heeft die met een net briefje van de minister van
Financiën eigenlijk weer opzijgelegd, maar dit blijft wel een zorgpunt.
Hoe zorgen we ervoor, als het gaat om belastinggeld dat goed en
efficiënt besteed wordt, dat publieke middelen niet alleen maar leiden
tot woekerwinsten in de private sector?
Voorzitter. Dan een waarschuwing die we een aantal maanden geleden zagen
van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zelf.
Zij noemen 2027 een "window of vulnerability". Dat is de kwetsbaarheid
van de situatie waar we nu in zitten. Dan doemt de vraag op of alles wat
we doen wel snel genoeg gaat. Ik noem het personeelsaantal en het
opschalen van defensie. Rusland houdt zich niet aan onze planning. We
weten ook dat die afhankelijkheid van de VS vele fracties in dit
parlement een doorn in het oog is. Laten we zeggen dat de VS
bijvoorbeeld militair ergens anders op de wereld actief zijn. Wat doen
we dan met al die strategische afhankelijkheden wat betreft
luchttransport en inlichtingen? Gaan we daar nu de komende jaren
Europees werk van maken? De doelen in het coalitieakkoord, namelijk 40%
gezamenlijke inkoop en 50% inkoop in Nederland of Europa, zijn wat mijn
fractie betreft niet ambitieus genoeg. Dit zijn de minimale doelen die
we al in Europa hadden gesteld. Mijn vraag is dan ook hoe wij dit vanuit
de Tweede Kamer kunnen monitoren. Waar staan we nu? Is dit nou een harde
eis of is dit een streven? Is Europees dan ook echt Europees of gaat het
dan ook om licenties of joint ventures met de Amerikanen?
Voorzitter, dan Oekraïne en Rusland. Rusland is een dreiging voor het
hele continent. Het is belangrijk om nu te werken aan onze afschrikking,
het op orde krijgen van de gereedheid en de maximale steun aan Oekraïne.
Daar komt de vraag over de motie-Klaver over de 2 miljard bij kijken. Ik
vraag de drie fracties in de coalitie, die dit mede hebben geïnitieerd,
waar die 2 miljard is gebleven. Vorig jaar besteedden we nog 5,7 miljard
aan Oekraïne. Dit jaar staat er 3,5 miljard in de boeken. Het baart mij
ook grote zorgen dat er is besloten om hulp voor Oekraïne buiten het
uitgavenkader te plaatsen. Dat is ook weer iets wat zorgt voor
ondermijning voor het draagvlak.
Over personeel komen we nog te spreken in een apart debat. Voor mijn
fractie is dat altijd een heel belangrijk punt. Hoe kwamen we nou aan
dat aantal van 122.000? Ik vraag me af hoe dat gaat aan zo'n
onderhandelingstafel. "Moeten het er nou 120.000 of 130.000 zijn?" Hoe
komen we nou aan die 122.000? Ook de opleidingen lijken steeds meer
verkort te worden. De vraag is welke risico's we daarmee lopen.
Voorzitter. Dit is het gevaar als je een tekst niet uitschrijft; ik moet
al richting afronding gaan. Ik heb nog een klein punt. Ik hoorde van een
vader van twee mariniers die nu deelnemen aan een oefening in Noorwegen
dat zij niet kunnen stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen, omdat ze
al waren weggegaan voordat de stempas binnenkwam. Is dit iets waar het
kabinet naar zou willen kijken? Hoe zorgen we ervoor dat onze militairen
op training of missie gewoon kunnen stemmen wanneer er verkiezingen zijn
in Nederland?
Tot slot, voorzitter. De afronding van mijn inbreng is: je loopt
risico's met het draagvlak met het opeens opschalen van de vrijwillige
bijdrage naar mogelijk een selectieve opkomstplicht. Dat geldt ook voor
de keuzes die worden gemaakt rond de bezuinigingen op de sociale
zekerheid en de zorg, maar ook over Oekraïne. Als we daarvoor extra geld
nodig hebben, moeten we weer bezuinigen op een andere post. Ik hoop dus
dat het kabinet alsnog bereid is om daarnaar te kijken en daar andere
keuzes in te maken.
Dank u wel.
De heer Van Lanschot (CDA):
Mevrouw Piri zegt een aantal zeer terechte dingen, maar er is ook iets
wat mij van het hart moet en dat is de relatie tussen politiek, publiek
en het bedrijfsleven. De toon waarop wordt gesproken over te veel
winsten, vind ik nogal wantrouwend. Het is noodzakelijk om de
publiek-private samenwerking te versterken. Ik vraag mij af hoe mevrouw
Piri denkt dat deze toon daaraan bijdraagt.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Discussies over toon vind ik prima. Ik denk dat we gewoon realistisch
moeten zijn. Bij heel veel van de capaciteiten die we nodig hebben, gaat
het niet om nationale autonomie. Wat wij volgens mij moeten doen, is
niet zozeer ervoor zorgen dat we straks belastinggeld besteden aan
Nederlandse bedrijven, maar ervoor zorgen dat bij alles wat we Europees
doen om de capaciteit van onze defensie op orde te krijgen Nederlandse
bedrijven onderdeel zijn van die keten. Ook de heer Van Lanschot kan
toch zeggen: hoelang gaan we als Nederland ons best doen om bijvoorbeeld
een bedrijf als Damen overeind te houden? We moeten er toch voor zorgen
dat zo'n bedrijf gewoon in de Europese keten zit? Dat is toch geen
nationale aangelegenheid?
De heer Van Lanschot (CDA):
Het lid Piri merkt terecht op dat het denken in ketens en op Europese
schaal essentieel is voor een effectieve krijgsmacht en
defensie-industrie. Mijn vraag ging over de tegenstelling die wordt
gecreëerd tussen het bedrijfsleven, dat zogenaamd extra winsten zou
maken, en de publieke belangen, terwijl die twee juist op één lijn
zouden moeten staan. Ik zou het fijn vinden als mevrouw Piri daar nog op
zou kunnen reflecteren.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tegen de heer Van Lanschot zeg ik: investeringen in defensie zijn altijd
publiek geld. Het zijn natuurlijk altijd alleen maar overheden die dat
soort orders plaatsen. Natuurlijk hebben wij de defensie-industrie
nodig, maar neem de winstcijfers van een bedrijf als Rheinmetall in
Duitsland. Zoiets met publiek geld doen gaat gewoon iets doen met het
draagvlak in de samenleving, kan ik u vertellen. Dat is precies waar ik
tijdens de behandeling van deze begroting voor wil waarschuwen. Ik denk
dat Defensie zich er heel erg van bewust is in deze tijd, waarin zo veel
miljarden naar Defensie gaan, dat zij ook een maatschappelijke rol te
vervullen hebben. Dan zie ik de politiek, dit kabinet, keuzes maken die
juist dat draagvlak dreigen te ondermijnen. Dat is mijn punt.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Piri. Dan is het woord aan mevrouw Belhirch voor
haar inbreng namens de fractie van D66 in de eerste termijn.
Mevrouw Belhirch (D66):
Voorzitter. Allereerst feliciteer ik de minister en de staatssecretaris
met hun benoeming. U treedt aan in een tijd waarin vrede, veiligheid en
onze democratische waarden niet langer vanzelfsprekend zijn. De
verantwoordelijkheid die u draagt, is groot. Wij zullen u daarop scherp
houden.
Voorzitter. Wat zich nu in het Midden-Oosten afspeelt, laat zien hoe
onvoorspelbaar en instabiel de wereld is geworden. De oorlog tussen
Iran, Israël en de Verenigde Staten heeft zich in korte tijd verspreid
over de regio. Wij leven mee met de Iraniërs en anderen in de regio die
door dit geweld worden geraakt. Deze escalatie raakt onze
energiezekerheid, onze economie en onze veiligheid. Het is goed dat
hierover volgende week een debat wordt gevoerd. Wie nog denkt dat
veiligheid vanzelfsprekend is, vergist zich. Juist daarom moeten wij
investeren in onze veiligheid en in onze weerbaarheid. Niet tijdelijk,
maar structureel. Juist daarom moet Europa zijn eigen defensieve
verantwoordelijkheid steviger organiseren.
Voorzitter. Vier jaar Russische agressie tegen Oekraïne maakt één ding
duidelijk: Europa moet zelf meer doen voor zijn veiligheid. Vorige week
spraak ik met Vadim en Vitali. Vadim was bankier, Vitali advocaat.
Vandaag staan zij aan het front. Hun leven veranderde in korte tijd
volledig. Zij vechten voor hun land, voor hun vrijheid, voor hun
democratie, maar ook voor de veiligheid van ons continent.
Steun aan Oekraïne staat voor ons niet ter discussie. Oekraïne verdedigt
niet alleen zijn eigen vrijheid, maar ook de veiligheid van Europa. Die
steun blijft er wat ons betreft zo lang als dat nodig is. Daarom is het
goed dat dit kabinet de steun aan Oekraïne van jaarlijks 3 miljard euro
voor de aankomende drie jaar heeft vastgelegd. Hoe gaat de minister ons
op de hoogte houden van de uitputting daarvan en van de directe noden
vanuit Oekraïne? Tegelijkertijd is er veel meer nodig dan alleen
Nederlandse steun. Langdurige inzet vraagt om een eerlijke
lastenverdeling binnen Europa. Meer lidstaten moeten hun
verantwoordelijkheid nemen. Hoe zorgt de minister ervoor dat alle
lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen voor de financiële steun aan
Europa?
Voorzitter. Europa moet zijn eigen verdedigingscapaciteit duurzaam
versterken en Nederland neemt daarin verantwoordelijkheid. Met de stap
naar 3,5% investeren wij niet alleen in defensie, maar ook in
geloofwaardigheid binnen de NAVO en binnen Europa. Dit coalitieakkoord
bevat daarom de meest Europese veiligheids- en defensieparagraaf ooit,
niet uit idealisme, maar uit noodzaak. Dat is een bewuste keuze. Maar
investeren zonder samenwerking levert geen resultaat op. Het moet leiden
tot hogere paraatheid en tot het dichten van hiaten, onder meer in de
luchtverdediging en qua munitie. Europa moet in staat zijn de eigen
kritieke capaciteiten te organiseren en te leveren. Daarom wordt
Europese samenwerking de norm: meer interoperabiliteit en gezamenlijk
inkopen.
Mijn vragen aan de minister. Wat moet in 2030 concreet anders zijn in de
Europese pijler binnen de NAVO? Zijn we dan daadwerkelijk in staat om
zelfstandig kritieke capaciteiten te leveren? Welke stappen worden dit
jaar gezet om Europese inkoop en standaardisatie te versnellen? Hoe
wordt inzichtelijk gemaakt dat deze investeringen leiden tot meetbare
paraatheid?
De heer Dassen (Volt):
Een terechte vraag. Ik heb daar ook een vraag over. De coalitie geeft
aan dat ze 40% gezamenlijk wil inkopen, waarvan 50% gezamenlijk in
Europa. Dat is eigenlijk ook al het voorstel van de Europese Commissie.
Nederland gaat daarin dus niet verder dan de EC; ik denk dan ook niet
dat wij ons wat dat betreft te hard op de borst moeten gaan kloppen. Dat
zou ambitieuzer moeten zijn. Maar er zit nog een ander punt in, namelijk
dat het ook onderdeel kan zijn van Europese leveranciers met
licentieproductie, lees: Amerikaanse bedrijven met Europese
licentieproductie. Is de coalitie van mening dat dit onderdeel is van
die 40% en die 50%?
Mevrouw Belhirch (D66):
Dat is een heel goede vraag. Ik moet daarop terugkomen, want ik weet
daar het antwoord niet op. Wat ons betreft is het heel erg belangrijk
dat we steeds meer Europees inkopen, maar of die licentieproductie daar
ook onder valt, daar moet ik op terugkomen. Ik kan hier wel wat over
verzinnen, maar daar zal ik op dit moment eerlijk over zijn.
De heer Dassen (Volt):
Dat is fijn. Ik neem aan dat u terugkomt op wat de coalitie daarvan
vindt. Ik ben ook benieuwd wat u, of wat mevrouw Belhirch, daar zelf van
vindt. Is zij van mening dat we als Nederland voldoende gaan doen als
die licentieproductie daar ook onder valt? Of is dat dan eigenlijk meer
een escape richting Amerikaanse afhankelijkheid?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst geeft u aan — of, voorzitter, de heer Dassen geeft aan — dat
wij ons hier niet op de borst kunnen kloppen. Het is toch echt wel zo
dat dit het meest Europese veiligheids- en defensiecoalitieakkoord ooit
is. Ik vind het belangrijk dat we die inkopen zo veel mogelijk Europees
doen. Daar zouden die licenties ook bij betrokken moeten worden.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat we die afhankelijkheid van de Verenigde Staten nog veel
sneller moeten afbouwen, en dat betekent inderdaad dat we nog veel meer
gezamenlijk in Europa moeten gaan investeren. Wat je nu ziet, is dat
gezamenlijk in kleine clubjes investeringen worden gedaan, waardoor vaak
grote projecten niet van de grond komen. Ik hoop toch echt dat dadelijk
niet die licentieovereenkomsten onderdeel gaan zijn van de percentages
die net genoemd zijn. Mijn mening is dan namelijk dat de ambitie van
Nederland op dit vlak erg tekortschiet.
Mevrouw Belhirch (D66):
Als ik daarop mag reageren: onze ambitie is juist groot en ook Europees.
Wij willen ons er echt voor inzetten dat de afhankelijkheid van Europa
richting bijvoorbeeld Amerika afneemt. Daar zullen we echt ons best voor
doen.
De voorzitter:
U continueert.
Mevrouw Belhirch (D66):
We spreken vandaag over een Defensiebegroting die groter is dan ooit.
Dat is nodig, maar bij zo'n omvang hoort verantwoordelijkheid. Elke euro
moet effectief en toekomstgericht worden ingezet. De Kamer kijkt daarbij
kritisch mee.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik dacht dat we misschien nog wat zouden horen over Europese
samenwerking in dit blokje.
De voorzitter:
Is dat het geval?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, ik kom nog op Europese samenwerking.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan neem ik een voorschot. Het gaat mij om de nucleaire samenwerking. We
hebben gezien dat Macron een plan heeft gepresenteerd. Het kabinet heeft
daarop gereageerd er constructief tegenover te staan. Het plan gaat over
het uitbreiden van kernwapenarsenalen, maar Macron heeft het
bijvoorbeeld ook over de mogelijkheid om strategische middelen tijdelijk
ook in andere landen te plaatsen, zoals in Nederland, of over meedoen
aan nucleaire oefeningen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
D66 is ook voorstander van internationale verdragen en het nakomen
daarvan. We hebben het non-proliferatieverdrag voor kernwapens. Hoe
staat D66 tegenover deze plannen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst, D66 staat nog steeds voor het non-proliferatieverdrag. Waar
het hier om gaat, is dat Macron, Frankrijk, heeft aangegeven dat hij de
afschrikking op nucleair gebied wil uitbreiden. Als we kijken naar hoe
de wereld is veranderd, dan zien we dat het belangrijk is om extra
afschrikking te hebben. Dit is een aanvulling op de afschrikking vanuit
de NAVO. Dit is ook een aanvulling op onze collectieve verdediging. Dit
wil niet zeggen dat we hiermee gaan doen aan een wapenwedloop op
nucleair gebied. De inspanningen zijn nog altijd om met terughoudendheid
het nucleair wapenarsenaal op peil te houden. Wij houden ons als
Nederland aan het non-proliferatieverdrag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Er zit wel een beetje een tegenstelling in dit antwoord. Kijk, het
non-proliferatieverdrag pleit ook voor kernontwapening, niet voor
kernherbewapening, niet voor het uitbreiden van het wapenarsenaal en ook
niet voor het uitbreiden en normaliseren van kernwapens. Dat is wel wat
hier gebeurt. Als je zou zeggen "we houden ons aan het
non-proliferatieverdrag", dan moet je eigenlijk zeggen: nee, hier staan
wij niet achter; hier doen wij niet aan mee en daar zijn we duidelijk
over. Wat betreft het begrip voor meer nucleaire afschrikking in deze
gevaarlijke tijden: weet D66 hoeveel kernkoppen Frankrijk op dit moment
heeft en hoeveel kernkoppen je precies nodig hebt om een kernoorlog te
voeren?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst over het non-proliferatieverdrag. Daarin staat niet dat er
ontwapening moet plaatsvinden. Er staat in dat er gesprekken gevoerd
moeten worden over hoe het te beperken en eventueel ontwapenen. Dat is
een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting. Dat als
eerste.
Dan het andere. We moeten kijken naar de realiteit, waar we nu momenteel
in de wereld staan. Rusland heeft 5.500 nucleaire kernwapens. Je ziet
hoe snel de wereld verandert. Daar moeten we wel naar kijken. Ik weet
niet uit mijn hoofd hoeveel kernkoppen Frankrijk heeft, maar de
afschrikking moet wel zodanig zijn dat wij in Europa, en ook in
Nederland, een verdedigbaar continent hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Misschien heeft D66 de cijfers niet paraat, maar eigenlijk doet dat er
ook niet zo veel toe. De vraag die ik daarna stelde is namelijk veel
relevanter, namelijk: hoeveel kernkoppen en hoeveel kernwapens zijn er
volgens D66 nodig om een nucleaire oorlog te voeren voordat er geen
oorlog meer te voeren valt? Zijn dat er niet al genoeg voor
afschrikking? Een inspanningsverplichting voor non-proliferatie is niet
het normaliseren en het uitbreiden van kernwapenarsenalen. Ik hoop echt
dat D66 steviger stelling wil nemen voor het nakomen van het
non-proliferatieverdrag.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik ga hier toch voor de derde keer herhalen dat wij dat serieus nemen.
Het is ook belangrijk om aan te geven dat deze verdiepende gesprekken
gaan plaatsvinden en dat we zeer zeker het non-proliferatieverdrag in
ons achterhoofd houden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Nucleaire afschrikking, en dan meer Europees gericht, is een
belangwekkend en ingrijpend thema. Ook de SGP vindt het goed dat we het
gesprek daarover voeren met Frankrijk. Ik ben wel benieuwd hoe D66
vervolgens die inbedding ziet. Er is nu sprake van nucleaire autonomie
van de Fransen, heel begrijpelijk, maar kan dat zo blijven of zou dat
juist ingebed moeten in de bredere NAVO-structuur? Heeft D66 daar ook
gedachten bij?
Mevrouw Belhirch (D66):
Het is vers. Het is nog vrij nieuw. De nieuwe insteek is dat het
natuurlijk een aanvulling is op de nucleaire capaciteit van de NAVO. Het
is geen vervanging, maar het is ter aanvulling. Vanuit Frankrijk zijn de
eerste duidingen ook aangegeven, dat zij als Frankrijk wel de autoriteit
erover willen hebben, maar daar moeten nog wel verder gesprekken over
plaatsvinden. Het Franse nucleaire wapenarsenaal verdedigt nu alleen
maar Frankrijk, maar het gaat erom dat die een breder bereik heeft om
ook, indien dat nodig is, een afschrikking vanuit ons te geven. Dat wil
niet per definitie zeggen dat die wel of niet bij ons komen. De
gesprekken en de verdere uitwerking daarvan moeten nog plaatsvinden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze reactie. Die gesprekken moeten inderdaad nog
plaatsvinden. Misschien kan D66 daar toch iets van zeggen. Welke kant
zouden we idealiter op moeten gaan? Is er niet heel veel voor te zeggen
dat je je zo veel mogelijk aansluit bij de bestaande NAVO-structuur op
dit terrein?
Mevrouw Belhirch (D66):
Er is inderdaad een NAVO-structuur, maar de kernafschrikking daarvan is
Amerikaans en wij willen juist onafhankelijk worden van Amerika. Het is
wel belangrijk om dat ook te onderstrepen en dit is een stap
daarnaartoe.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Intensievere Europese samenwerking kan tussen de 75 en 100 miljard euro
besparen. Geen overlap en parallelle systemen, maar middelen die direct
bijdragen aan onze defensieve kracht. Hoe voorkomt de minister dat
middelen wegvloeien in inefficiëntie? Welke afspraken maakt zij hierover
in Europees verband en hoe wordt de Kamer daarbij betrokken? Ook
nationaal moet het beter. De defensie-industrie wil opschalen, maar
loopt vast in korte contracten en trage procedures. Zekerheid is de
basis voor investering, investering is de basis voor productie en
productie is de basis van paraatheid. Wat doen de bewindspersonen om
langdurige contracten mogelijk te maken, procedures te versnellen en
onderhoud structureel mee te nemen? Wanneer zien we het resultaat
daarvan? Welke meetbare indicatoren gaat het kabinet hanteren om
inzichtelijk te maken dat extra investeringen leiden tot een hogere
paraatheid?
Voorzitter. We moeten streng controleren hoe belastinggeld wordt
besteed, maar innovatie niet beperken. Controle en flexibiliteit moeten
hier hand in hand gaan. Dit mag geen begroting van goede bedoelingen
worden, maar wel een van aantoonbare slagkracht. Alleen dan wordt dit
budget niet alleen groter, maar ook sterker. Hoe gaan de bewindspersonen
concreet borgen dat deze extra middelen aantoonbaar leiden tot meer
inzetbare capaciteit, terwijl innovatie en opschaling niet vastlopen in
procedures?
Voorzitter. We bouwen een krijgsmacht van morgen. Innovatie is daarbij
doorslaggevend. Defensie-investeringen hebben eerder geleid tot
doorbraken als internet, gps en recent lifi. In een tijd van hybride
dreigingen en snelle technologische ontwikkelingen is een technologische
voorsprong cruciaal. Wie achterblijft, verliest strategisch terrein.
Daarom steun ik de komst van een defensie-innovatieautoriteit naar het
voorbeeld van DARPA. Wanneer ontvang de Kamer de tijdlijn van oprichting
en inrichting? Hoe wordt daarbij Europees samengewerkt?
Voorzitter. Onze maritieme veiligheid is cruciaal. De Noordzee is geen
randgebied, maar een strategische kern van onze nationale veiligheid.
Onze energievoorziening, windparken, datakabels en logistieke routes
komen hier samen. Wie daar ruimte laat ontstaan, raakt direct onze
veiligheid en energiezekerheid. De Noordzee mag geen achterdeur worden
voor sanctieontduiking, spionage of sabotage. Het kabinet werkt aan
wetgeving om Russische schepen uit de schaduwvloot steviger aan te
pakken. Wat is er tegen de aanwezigheid van deze schepen ondernomen?
Wanneer ontvangt de Kamer dit wetsvoorstel? Kan de minister een tijdlijn
geven, gezien de aanwezigheid van schaduwvlootschepen in onze
Nederlandse exclusieve zone? Hoe wordt geborgd dat handhaving
daadwerkelijk uitvoerbaar en afdwingbaar is?
Daarnaast staat de capaciteit van de Kustwacht onder druk. Regels alleen
zijn niet genoeg; toezicht moet daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd.
Welke concrete stappen zet het kabinet om capaciteit en toezicht
structureel te versterken? Wie is eindverantwoordelijk voor de
coördinatie tussen Defensie, Kustwacht en andere betrokken diensten?
Prioriteit vraagt niet alleen om woorden, maar om duidelijke aansturing
en voldoende capaciteit.
Voorzitter. Ik ben trots op onze mannen en vrouwen die iedere dag hard
werken voor onze vrede en veiligheid. Waar de druk op onze veiligheid
toeneemt, is het dankzij hun inzet dat Nederland veilig blijft. Ik wil
hen allen bedanken voor hun inzet. Onze krijgsmacht moet groeien, niet
alleen in omvang, maar ook in kwaliteit en paraatheid en op de juiste
plekken. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe hij borgt dat de
personele groei zich daadwerkelijk vertaalt in inzetbare capaciteit. Hoe
groeit daarnaast de opleidingscapaciteit tijdig mee met deze ambities,
zodat mensen die willen dienen ook daadwerkelijk snel en goed inzetbaar
worden?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Belhirch heeft het nu net over het opschalen van Defensie. Nog
geen jaar geleden heeft de vorige staatssecretaris een brief naar de
Kamer gestuurd waarin staat dat Defensie naar 100.000 man moet gaan.
Voor de duidelijkheid: we zitten nu op 76.000. Nu is die ambitie nog een
keer opgeschaald. Denkt mevrouw Belhirch, als ze kijkt naar de
maatregelen in het coalitieakkoord, dat het heel realistisch is om dat
op deze manier op korte termijn te bereiken?
Mevrouw Belhirch (D66):
Er zijn verschillende maatregelen getroffen. We zien dat de motivatie en
het enthousiasme van mensen om zich aan te melden bij Defensie groeit.
Daarom heb ik inderdaad een aantal vragen gesteld aan de
staatssecretaris over de opleidingscapaciteit. Daarnaast kijken we juist
hoe we mensen kunnen motiveren om het leger in te gaan.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar is mijn fractie uiteraard ook voorstander van. Als ik kijk naar het
coalitieakkoord, zie ik alleen een behoorlijke escalatie: van het
invullen van een vrijwillige enquête tot een selectieve opkomstplicht
als we het doel van 122.000 niet halen in 2030. Mag ik dan vragen aan
mevrouw Belhirch: wat bedoelt de coalitie met een "selectieve
opkomstplicht"?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst is het inderdaad zo dat we jongeren verplicht een enquête
laten invullen. We doen dat omdat we dan zien waar mensen wel of niet in
mee willen gaan. Je krijgt dan dus echt zeer gemotiveerde mensen die aan
de slag gaan. De selectieve opkomstplicht is echt het laatste middel dat
we gaan gebruiken als het écht niet mogelijk is om die opschaling tijdig
te krijgen. Zover zijn we nog alleen nog niet.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat begrijp ik, maar je zet het niet voor niks in het coalitieakkoord.
Je zet in het coalitieakkoord dat we binnen vier jaar in Nederland over
kunnen gaan op een selectieve opkomstplicht. Wat betekent dat nu voor
jongeren? Met alle respect, maar stel dat je op je 17de of 18de een
enquête invult en dat je daar op die dag heel enthousiast over bent. Als
je vervolgens geselecteerd wordt en niet komt opdagen, dan staat daar
twee jaar gevangenisstraf op. Ik wil dus toch tegen mevrouw Belhirch
zeggen dat er heel veel mogelijkheden zijn tussen die enquête en een
selectieve opkomstplicht. Ik maak me er zorgen over dat we binnen vier
jaar, in vredestijd, aan jongeren vragen om verplicht te dienen, of op
te draaien voor twee jaar gevangenisstraf.
Mevrouw Belhirch (D66):
Even over die gevangenisstraf. Ik denk dat de kijkers thuis daarvan
schrikken. Dit staat echter letterlijk in de wet, die is opgeschort. Wij
gaan er echt van uit — daar hebben we ook vertrouwen in — dat de
staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat er met de maatregelen die worden
genomen een groei zal komen. Ik wil hier dus niet op vooruitlopen. Ik
heb er vertrouwen in dat dit tijdig kan.
De heer Van Baarle (DENK):
D66 heeft zichzelf altijd neergezet als een liberale partij, als een
partij van individuele keuzes. Als je dan als D66 samen met de andere
coalitiepartijen voor een selectieve opkomstplicht gaat — dat is een
moeilijk woord voor "geforceerde dienstplicht" — waarbij mensen
geforceerd het leger in moeten en een straf krijgen als ze dat niet
doen, en als je daarvoor tekent, dan is dat een niet-liberaal principe.
Dan dwing je mensen iets te doen. Hoe kan D66 nou kiezen voor het
mogelijk mensen dwingen om het leger in te gaan?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik herhaal het nog één keer, maar ik heb het antwoord net al gegeven.
Het is echt een laatste redmiddel, als Nederland zo bedreigd wordt dat
we het niet aankunnen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we het redden
met hoe we het nu hebben ingericht, met de inzet van de staatssecretaris
en de mensen op Defensie, met de enquête en met de groei die we nu
hebben. Ik denk dat we dat moeten afwachten.
De heer Van Baarle (DENK):
Even een paar stappen terug. Hoe kan D66 dit er überhaupt in zetten? Hoe
kan D66 überhaupt de mogelijkheid erin zetten dat jongeren gedwongen het
leger in moeten en misschien zelfs tegen hun zin gedwongen uitgezonden
gaan worden? Dat is immers wat een opkomstplicht in de praktijk kan
zijn. D66 is een liberale partij, die gestoeld is op individuele keuzes.
Daar kan je toch niet voor kiezen? Nogmaals: hoe is het mogelijk dat dit
erin is gekomen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Wederom: het is een laatste redmiddel, een worstcasescenario. Ik ga hier
niet van uit. Maar mocht het zo zijn dat er een acute dreiging is, dat
Nederland verdedigd moet worden en dat er onvoldoende mensen in het
leger zitten, dan is dit nodig voor onze veiligheid. Maar zoals ik al
eerder zei, is dit een ultimum remedium. Volgens mij moeten we dit
gewoon afwachten. Het gaat goed met de instroom, dus ik heb er alle
vertrouwen in.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, afrondend.
Dat is ook niet wat er staat. Er staat dat het leger moet toegroeien
naar 122.000. Als dat niet gaat lukken, wordt de selectieve
opkomstplicht een mogelijkheid. Die is dus niet gerelateerd aan acute
dreiging, maar aan het getal van 122.000. Nogmaals, ik kan het gewoon
niet begrijpen dat als je prat gaat op individuele vrijheid, wat D66
altijd doet, je dan kan tekenen voor een opkomstplicht, waarbij mensen
tegen een straf gedwongen het leger in moeten. Dat kan toch niet de
mogelijkheid zijn waar je als D66 dan voor kiest? Ik zou dus willen
zeggen: haal die van tafel. Haal die eruit, want heel veel mensen, heel
veel jongeren, maken zich hier nu zorgen over.
Mevrouw Belhirch (D66):
Volgens mij heb ik hier al eerder op gereageerd, dus ik hou het
hierbij.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Volgens mij is het volstrekt gezond dat we van jongeren vragen om na te
denken over de vraag hoe zij dit land kunnen dienen. Wat mij betreft kan
dat op verschillende manieren. Dat kan bijvoorbeeld met een
maatschappelijk dienstjaar, waarin je bij de politie of in de zorg aan
de slag gaat. Dat kan zeker ook door in het leger een opleiding te
krijgen en zo nodig opgeroepen te worden. Ik hoor genoeg jongeren die
zeggen graag hun land te willen dienen. Wat mij betreft moeten we nu
niet aan de slag gaan met spookbeelden. We moeten wel aan de slag gaan
met de vraag voor welk Nederland we staan. Daarom is mijn vraag aan
collega Belhirch of zij ook vindt dat we juist moeten werken aan de
cultuur. Hoe zorgen we ervoor dat het weer vanzelfsprekend wordt dat er
een defensie is die namens ons allen ons land beschermt en dat we
dankbaar zijn voor de mensen die dat werk doen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Daarover ben ik het helemaal met mevrouw Bikker eens. Daarom ben ik
begonnen met het bedanken van onze mannen en vrouwen voor al hun inzet.
Ik zie dat er de afgelopen jaren juist veel geïnvesteerd is om niet
alleen te laten zien hoe belangrijk het is, maar ook hoe goed en fijn
het is om in het leger te dienen. Daar heeft ook een cultuurverandering
plaatsgevonden. Ik kom straks nog op het blokje reservisten, maar het is
ook mooi om te zien dat onze koningin nu reservist is en dat de
kroonprinses zich ook bij het leger heeft aangesloten. Het is dus heel
erg belangrijk om positief en constructief te kijken naar de mensen die
ons dagelijks verdedigen en om mensen te kunnen motiveren om zich bij
het leger aan te sluiten. Ik denk ook dat wij daar als geheel een
verantwoordelijkheid in hebben.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor dit antwoord. Ik vind het volstrekt normaal dat jongeren even
nadenken over de vraag: hoe kan ik het land, waar ik zo veel van krijg,
een poosje dienen? Wij moeten dat ook een beetje voorleven, in plaats
van dat we alleen maar schetsen wat voor rampscenario's zich zouden
kunnen voltrekken; kom nou. Maar nu pak ik even door. We gaan nu
opschalen. Dat gaat om de nodige tijd en het nodige budget vragen. Deze
coalitie heeft een aantal ruige keuzes gemaakt om dat te kunnen betalen.
Mijn vraag aan collega Belhirch is of zij het met mij deelt dat je voor
de draagkracht van een land ook moet opletten waar je dat geld de
komende jaren vandaan haalt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik begrijp uw vraag. Dat is ook belangrijk. We moeten investeren en dat
geld moet ergens vandaan komen. Veiligheid is namelijk niet gratis. De
keuze waar dat geld vandaan komt, ligt niet hier bij mij. We hebben deze
week begrotingsdebatten over VWS en volgende week over Sociale Zaken.
Daarover worden dus ook gesprekken gevoerd, maar ik begrijp wat u
zegt.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik was gisteren, of beter gezegd vannacht, bij de begroting van VWS. Ik
zie hoeveel pijn het doet. Ik denk dat twee dingen dan juist extra
belangrijk zijn. Ten eerste moeten we nog eens heel goed kijken of we
die verdeling nou goed hebben gedaan, ook op de lange termijn. Als we de
Defensiebegroting namelijk op de lange termijn willen volhouden, vraagt
dat om draagkracht van de hele bevolking. Het vraagt ook om draagkracht
van de bedrijven, want die zijn net zo afhankelijk van de veiligheid.
Ten tweede, heel kort, voorzitter, vraagt het van ons ook dat we iedere
euro bij Defensie besteden als duur verdiend belastinggeld, in plaats
van geld uit een grote, klotsend volle schatkist. Is collega Belhirch
dat met mij eens? Hoe houden we daar het zicht op?
Mevrouw Belhirch (D66):
Het is een grote uitgave. Daarom geef ik ook aan dat we heel goed moeten
controleren waar belastinggeld aan wordt uitgegeven. Ook moet er
inderdaad naar het grotere plaatje gekeken worden, maar we kunnen
tijdens dit Defensiebegrotingsdebat niet met elkaar bespreken waar dat
geld vandaan wordt gehaald. Dat hoort echt thuis bij een ander
debat.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb niet geturfd — ik ben bij tien gestopt — maar ik hoor steeds:
jongeren, jongeren, jongeren. Ik wil het volgende toch even aan D66
meegeven. Ik heb recent een brief gekregen van net gepensioneerde
militairen die heel graag hun bijdrage willen leveren. Ik krijg signalen
uit de maatschappij van mensen die zeggen: op dit gebied ben ik keigoed
en ik wil best mijn werk twee jaar neerleggen om een bijdrage aan onze
vrijheid en veiligheid te leveren. Mijn vraag is: is D66 bereid tot een
bredere oriëntatie, ook gericht op het generatiepact, zodat we versneld
en met veel kennis en kunde op die 122.000 uitkomen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Jazeker, dat onderstreep ik. Dat is ook een onderdeel van bijvoorbeeld
het reservistenbeleid. Dat valt daar ook onder. We willen kijken hoe we
zo breed mogelijk in de samenleving mensen kunnen motiveren om mee te
doen. Ik onderstreep dat dus.
De heer Struijs (50PLUS):
Laten we dan ook breder kijken dan alleen naar reservisten. Dat is
uitermate belangrijk. Er kloppen nu al mensen aan de deur die, denk ik,
een bijdrage kunnen leveren. Ik kijk dan ook erg uit naar de gesprekken
die we hierover gaan voeren.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik kijk er ook naar uit.
Mevrouw Dobbe (SP):
Even een beschouwende opmerking vooraf. Ik zit met een beetje
verwondering te kijken naar hoe dit debat verloopt. Alle lessen die we
hebben geleerd uit het verleden worden nu ineens wel heel gemakkelijk
over de schutting gekieperd. Er komt een opkomstplicht voor jongeren. De
dienstplicht komt gewoon terug. Daar moeten onze 17-jarigen straks mee
dealen. Het uitbreiden van de arsenalen aan kernwapens is ook de
normaalste zaak van de wereld. Het is blijkbaar ook heel normaal om wel
geld te vinden voor defensie en de NAVO maar niet voor de zorg.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De discussie over waar we al deze plannen van betalen is natuurlijk wel
relevant, ook voor deze begroting. Hier staan een heleboel dingen in die
heel veel geld kosten. Het moet 19 miljard extra kosten. Dat moet ergens
van betaald worden. Mijn vraag is: welke discussie heeft D66 gevoerd
over het feit dat er wel geld is gevonden voor de NAVO, die 19 miljard,
maar niet voor de gehandicaptenzorg, niet voor de AOW en niet voor
kinderen in armoede?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst dit. Hier wordt aangegeven dat we van alles over de schutting
gooien, dat we mee gaan doen aan een nucleaire wapenwedloop en dat we de
dienstplicht gaan invoeren, maar dat klopt niet. We gaan de dienstplicht
niet invoeren. Die staat nog steeds in de wet, maar wordt opgeschort. We
gaan beginnen met een enquête. Die wachten we af en pas later komen we
eventueel tot een selectieve dienstplicht. Ook de discussie die wij wel
of niet intern hebben gevoerd over waar het geld vandaan komt ... Het is
belangrijk — ik hoop dat mensen dat beseffen — dat veiligheid, onze
veiligheid, niet gratis is. We zien hoe instabiel de wereld is. Het is
echt nodig om te investeren in onze veiligheid, ook voor onze mensen
hier, ook om goede zorg te kunnen leveren. Ik ga hier niet — dat heb ik
al eerder gezegd — de discussie aan of het geld ergens anders naartoe
had gemogen. We staan hier nu voor het debat over Defensie. Dáár kan ik
wat over zeggen, niet over waar andere gelden wel of niet naartoe
moeten. Ik ben het wel met u eens dat het belangrijk is om ook te zorgen
voor onze mensen en voor goede zorg. Mijn collega's die daarover gaan,
zijn daar heel betrokken bij en gaan graag met u in gesprek om te kijken
wat ze daaraan kunnen doen.
De voorzitter:
Denk echt aan de lengte van uw interrupties, want ze zijn eindeloos.
Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als D66 geen selectieve opkomstplicht wil, zeg dat dan gewoon en doe het
dan ook niet. Nu laat u de weg namelijk gewoon open. Als D66 niet een
uitbreiding wil van kernwapenarsenalen, zeg dan gewoon: hier werken wij
niet aan mee. Als D66 niet de zorg wil afbreken, graai de 19 miljard
euro voor de Defensiebegroting dan niet uit de zorgpot en de AOW. Dat is
namelijk wel wat er gebeurt. Wat ik hier mis, is erkenning van D66 van
de keuzes die hier worden gemaakt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik heb het gevoel dat hier meer een inbreng wordt geleverd dan een vraag
wordt gesteld. Ik gaf al aan: we zijn ons echt wel bewust van de keuzes
die we maken. Het is belangrijk om die keuze te maken om onze eigen
veiligheid veilig te stellen. Daarnaast vinden we zowel de zorg als de
sociale zekerheid belangrijk.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Heel kort, voorzitter. Heeft D66 enig idee wat deze plannen betekenen
voor de zorg?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, maar ik ga hier echt deze discussie niet aan. Ik besef zeer wat dat
betekent. U heeft het debat gevoerd. Ik zou verzoeken om het debat daar
verder te voeren.
De heer Dassen (Volt):
Als we sterk en onafhankelijk willen worden in Europa, moeten we ook
zorgen dat we afkomen van die 178 wapensystemen, al die verschillende
fregatten en tanks. Alleen gezamenlijk inkopen op papier helpt daarbij
niet voldoende. Een voorstel is om te zorgen dat we komen tot één
centraal inkooppunt in Europa, een gezamenlijke inkoopautoriteit. Ik was
benieuwd: is D66 van mening dat die er moet komen?
Mevrouw Belhirch (D66):
U kaart het precies aan: daarom is standaardisatie belangrijk. We moeten
eraan werken dat we veel meer gezamenlijk inkopen. Een gezamenlijk
inkooppunt is een belangrijke stap waar we naartoe moeten. Maar nu zijn
we nog niet zover. We gaan het wel intensiveren. Dat is ook waar de
staatssecretaris en de minister zich voor inzetten. Het uiteindelijke
doel is inderdaad een centraal inkooppunt.
De heer Dassen (Volt):
Op wat voor termijn moet dat er komen naar de mening van mevrouw
Belhirch? Het is vaak een heikel punt geweest in de Tweede Kamer dat er
niet Europees aangekocht gaat worden, maar landen daar steeds zelf over
blijven gaan. In het Draghirapport staat wel degelijk dat er een
inkoopautoriteit moet komen. Ik ben dus heel benieuwd of deze coalitie
daar daadwerkelijk hard op gaat inzetten, om te zorgen dat die er op een
zo kort mogelijke termijn gaat komen. Of zeggen verschillende partijen
dadelijk: nee, we gaan er toch nog wat langer mee wachten? Is deze
coalitie en is D66 van mening dat er centraal in Europa aangekocht moet
gaan worden, juist om die versnippering tegen te gaan?
Mevrouw Belhirch (D66):
Voor ons is het belangrijk dat we nu intensiveren in de standaardisatie
en zo veel mogelijk Europees en gezamenlijk inkopen. Ik heb ook vragen
aan de bewindspersonen gesteld over hoe snel we hier resultaat in kunnen
bereiken. De vraag is ook wanneer een Europees inkooppunt realiseerbaar
is. Ik hoor dan ook graag van de minister en de staatssecretaris hoe zij
dat zien en wanneer het realiseerbaar is.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat iets realiseerbaar is op het moment dat je je er hard voor
gaat maken en daarvoor in Europa de barricades opgaat om te zorgen dat
dit er zo snel mogelijk komt. Als we echt die afhankelijkheid en
fragmentatie willen tegengaan, als we echt een sterke krijgsmacht
willen, dan zal die autoriteit er snel moeten komen, zodat we tot die
gezamenlijke inkoop gaan komen. Ik zal daarover ook vragen stellen aan
het kabinet, maar ik hoop ook dat de coalitie van mening is dat het
Draghirapport moet worden uitgevoerd, en dit dus ook.
De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw inbreng?
Mevrouw Belhirch (D66):
Nee, nog niet.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u uw inbreng eerst afrondt. Daarna geef ik ruimte voor
interrupties.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, dat is goed. In een onzekere wereld hebben we daarnaast een
krijgsmacht nodig die snel kan op- en afschalen. Reservisten zijn daarin
geen bijzaak, maar een structureel onderdeel van onze paraatheid. Dat
vraagt om meer dan incidentele oplossingen. Het vraagt om een
samenhangende langetermijnstrategie. Ziet de staatssecretaris de
noodzaak om het reservistenbeleid strategischer vorm te geven? Is hij
bereid te bezien of wet- en regelgeving moet worden aangepast om
rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor reservisten en werkgevers
duurzaam te borgen?
Voorzitter. De wereld om ons heen is instabieler geworden. Dat vraagt
hier om duidelijke en structurele keuzes. Historische investeringen
brengen historische verantwoordelijkheid met zich mee, niet alleen om
meer uit te geven, maar om daadwerkelijk sterker te worden als het gaat
om paraatheid, slagkracht en betrouwbaarheid. Dat doen we niet voor
vandaag alleen, maar voor de vrijheid en veiligheid van de generaties na
ons. Veiligheid vraagt structurele inzet, niet tijdelijk, maar
blijvend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een vraag. Onze fracties hebben samen opgetrokken voor de 2
miljard voor Oekraïne. We hebben toen ook heel duidelijk gezegd: dat
moet in het eerste kwartaal beschikbaar zijn voor Oekraïne. Waar is dat
geld?
Mevrouw Belhirch (D66):
Goede vraag. De minister heeft de opdracht gekregen om te kijken hoe ze
die 1,3 miljard kan vinden. Zoals ik al eerder zei, hebben we voor de
komende drie jaar 3 miljard uitgetrokken. Binnen Europa is er 90 miljard
uitgetrokken. Nederland zal 6 tot 9 miljard bijdragen. Het is ook
belangrijk dat de bewindspersonen in nauw contact staan met Oekraïne
over wat het nodig heeft. Het is vooral ook een vraag aan de
bewindspersonen: hoe staat het er nu voor en wat zijn uw plannen met die
1,3 miljard?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even voor de duidelijkheid. Het oude kabinet zei: hier gaat de nieuwe
ploeg over en die moeten het gewoon meenemen in de Voorjaarsnota. Kan ik
rekenen op D66 om ervoor te zorgen dat we er alsnog gewoon voor staan?
Oekraïne heeft dat geld nu nodig. We zien al dat de coalitie ervoor
kiest om 2 miljard minder te sturen dan vorig jaar. Dat is niet
toevallig die 2 miljard die we als Kamer hebben geregeld. Heb ik D66 aan
mijn kant bij de Voorjaarsnota? Dan moet die breed aangenomen Kamermotie
gewoon worden uitgevoerd. Het gaat om dat resterende, niet uitgegeven
bedrag uit die motie.
Mevrouw Belhirch (D66):
We hebben onze naam daaronder gezet. Wij vinden het belangrijk dat
Oekraïne het geld krijgt dat het nodig heeft. Wij wachten het antwoord
af van de minister over hoe zij hiermee omgaat.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wacht ook zeker het antwoord af, maar volgens mij is het hier in de
Kamer gewoon aan fracties om duidelijk te maken wat wij verwachten van
het kabinet. Ik reken op de steun van D66 om ervoor te zorgen dat dit
bedrag gewoon duidelijk in de Voorjaarsnota komt.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Belhirch. Het woord is aan de heer Boon voor zijn
inbreng in eerste termijn namens de PVV.
De heer Boon (PVV):
Voorzitter. Wie vandaag spreekt over de versterking van Defensie, moet
eerst eerlijk durven zijn over hoe wij hier terecht zijn gekomen. Onder
leiding van oud-minister-president Mark Rutte is onze krijgsmacht
structureel uitgekleed. Terwijl de wereld instabieler werd, daalden de
defensie-uitgaven tot ongeveer 1,1% van het bbp. Dat is ver onder de
NAVO-norm en ver onder wat verantwoordelijk was. Dat was geen
natuurverschijnsel. Dat waren politieke keuzes.
Onder Rutte werd de 41 Pantserbrigade opgeheven en gingen onze
Leopardtanks de deur uit. Pantserhouwitsers werden afgestoten. De
artilleriecapaciteit werd fors gereduceerd. De landmacht verloor zijn
zware slagkracht. Bij de luchtmacht werden squadrons samengevoegd en
werd vervanging van materieel uitgesteld. Daardoor namen transport- en
helikoptercapaciteit af en kwam de inzetbaarheid onder druk te staan.
Bij de marine verdwenen fregatten en ondersteuningsschepen uit de vaart.
De mijnenjagersvloot werd verkleind. De vervanging van onderzeeboten
werd járenlang vooruitgeschoven. Kazernes sloten hun deuren.
Oefenterreinen verdwenen. Duizenden militairen en burgerpersoneelsleden
verloren hun functie. Munitievoorraden werden zo ver teruggebracht dat
zelfs trainen problematisch werd. De toenmalige D66-fractievoorzitter
vernederde onze militairen door hen openlijk uit te lachen, met dat ze
tijdens oefeningen "pang, pang" moesten roepen. Onze krijgsmacht werd
gekleineerd en uitgekleed tot op het bot. Dat is de erfenis van Rutte.
En vandaag betalen wij de rekening: miljarden om terug te kopen wat toen
is verkwanseld; miljarden om te herstellen wat toen is gesloopt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Een vraag aan de heer Boon. Kunt u zich Rutte I nog herinneren, waar ook
de PVV in zat en waarin flink is bezuinigd?
De heer Boon (PVV):
Ja, dat kan ik mij zeker herinneren. Ik kan mij zeker herinneren dat de
PVV toen ingezet heeft op 1 miljard extra voor de krijgsmacht. Alleen
heeft de PVV dat niet voor elkaar gekregen; er is juist een miljard
bezuinigd op Defensie. En ik vind het wel mooi dat de NRC een hele
reconstructie heeft gemaakt van hoe dat nou kon: wie zat er nou achter
die bezuiniging, wie ging er nou persoonlijk voor zorgen dat Defensie de
genadeklap kreeg? Dat was meneer Rutte, onze oud-minister-president van
de VVD. Hij heeft zich er persoonlijk voor ingezet dat Defensie kapot
werd gemaakt. Ik kan me dat dus heel goed herinneren. Ik denk dat alle
militairen in Nederland zich dat nog heel goed kunnen herinneren.
Mevrouw Belhirch (D66):
Nou, u zat ook in dat kabinet. Maar mijn andere vraag: hoe staat u nu
dan tegenover deze investeringen?
De heer Boon (PVV):
Daar kom ik nog op. Maar ik sta er zeker positief achter; dat
voorproefje wil ik u alvast geven.
De voorzitter:
U continueert.
De heer Boon (PVV):
Vandaag betalen wij dus de rekening: miljarden om terug te kopen wat
toen is verkwanseld; miljarden om te herstellen wat er toen is
gesloopt.
Voorzitter. Terwijl wij onze krijgsmacht afbraken, werd de wereld om ons
heen steeds bedreigender. Vier jaar geleden viel Rusland Oekraïne
binnen. Maar Rusland staat niet alleen. Er vormt zich opnieuw een as van
het kwaad: landen die elkaar militair, technologisch en economisch
versterken. China bouwt zijn militaire macht razendsnel uit en
investeert massaal in cyberoorlogvoering en strategische beïnvloeding.
Noord-Korea levert manschappen, munitie en raketten aan Rusland. Iran,
waar de islamitische duivel, ayatollah Khamenei, gelukkig is
geëlimineerd, vuurde zelfs raketten af richting Cyprus, een Europees
land. Iran is al jaren de grootste sponsor van wereldwijd terrorisme.
Het levert drones en andere wapens aan Hezbollah, Hamas en de Houthi's,
en destabiliseert daarmee complete regio's. En er is hier één partij in
dit huis die de Houthi's verheerlijkt als "fiere strijders". Ze zijn er
weer niet. Maar laten we helder zijn: de Houthi's zijn een jihadistische
terreurorganisatie die de sharia oplegt, homoseksuelen ter dood
veroordeelt en vrouwen onderdrukt, en die de internationale scheepvaart
aanvalt en daarmee onze economie direct raakt. Wanneer schepen in de
Rode Zee worden aangevallen, lopen de transportkosten namelijk op en
worden producten in de supermarkt duurder. Dat betaalt de Nederlandse
consument. Wanneer energiecorridors worden bedreigd, stijgen gas- en
stroomprijzen. Dat merkt ieder huishouden op de maandelijkse rekening.
Wanneer onderzeese kabels kwetsbaar blijken, komt ook onze digitale
infrastructuur in gevaar. Het raakt onze havens, onze bedrijven, onze
communicatie.
Dagelijks worden westerse landen geconfronteerd met cyberaanvallen op
ziekenhuizen, energiebedrijven en logistieke knooppunten. Dat zijn geen
speldenprikken, maar gerichte pogingen om onze samenlevingen te
ontregelen. Dit is geen ver-van-ons-bedshow. Dit raakt Nederland, dit
raakt onze economie, dit raakt iedere burger. Hybride oorlog is geen
toekomstscenario; het gebeurt nu. Als dit de dreiging is waar wij mee
worden geconfronteerd, dan moet onze krijgsmacht daarop zijn gebouwd.
Niet op papier, niet op beleidsnota's, maar met échte slagkracht: volle
munitievoorraden, inzetbare brigades. Luchtafweer die drones en raketten
uit de lucht haalt. Maritieme bescherming van onze Noordzee.
Cybercapaciteit die tegenstanders afschrikt in plaats van ons alleen
maar te laten reageren. Een sterke krijgsmacht is geen luxe. Het is een
voorwaarde om als land te blijven bestaan. Die voorwaarde begint bij
onszelf: bij het verdedigen van ons eigen grondgebied, bij ónze grenzen,
bij ónze vitale infrastructuur, bij ónze zee- en luchthavens, bij ónze
energievoorziening, bij ónze Noordzee, bij het Caribisch deel van het
Koninkrijk. Eerst ons eigen huis veilig, en dan pas elders
verantwoordelijkheid nemen.
Voorzitter. Vandaag staan we voor de taak om Defensie opnieuw op te
bouwen; niet een beetje bijschaven, maar fundamenteel herstellen. Wat is
afgebroken, moet worden hersteld. Wat is weggegeven, moet worden
teruggebracht. Wij moeten onze krijgsmacht weer sterk maken. Die moet
robuust, slagvaardig en onafhankelijk zijn. De feniks moet weer
herrijzen uit het vuur, en dat begint hier.
De begroting voor 2026 laat zien dat Defensie groeit. De NAVO-norm van
2% wordt gehaald. Er wordt stevig geïnvesteerd in materieel, munitie,
modernisering en uitbreiding van de capaciteit. De PVV steunt de
investeringen die onze gevechtskracht daadwerkelijk versterken. Wij
steunen de aanschaf van de Leopardtanks en de heroprichting van een
volwaardig Nederlands tankbataljon. Wij steunen de moderne
luchtdoelraketten en luchtverdedigingssystemen. Wij steunen
investeringen in elektronische oorlogsvoering en in cyber- en
ruimtecapaciteiten. Wij steunen de versterking van de marine en de
bescherming van de vitale infrastructuur op de Noordzee.
Maar groei op papier is geen garantie voor slagkracht in de praktijk.
Meer geld betekent niet automatisch meer gevechtskracht. Meer budget
betekent niet automatisch meer paraatheid. Kan de minister garanderen
dat deze begrotingsgroei niet verdwijnt in extra managementlagen,
stafstructuren en diversiteitsadviseurs, maar dat die daadwerkelijk
terechtkomt bij gevulde brigades, volle munitiedepots en inzetbare
militairen?
De PVV ziet dat Defensie kampt met grote personeelstekorten. Er zijn
naar schatting 14.500 nieuwe militairen nodig om de organisatie op
sterkte te brengen. Tegelijkertijd is de arbeidsmarkt extreem krap. In
45 van de 59 beroepen die Defensie vraagt, bijvoorbeeld in ICT,
techniek, transport, logistiek en zorg, is sprake van een zeer krappe
arbeidsmarkt. Dat maakt het des te urgenter om het aanwezige personeel
maximaal te benutten, en om geen onnodige drempels op te werpen. Wat
gebeurt er met infanteristen en andere militairen in fysiek zware
functies die na jaren inzet niet langer volledig operationeel inzetbaar
zijn? Worden zij actief omgeschoold voor functies waar nu tekorten
bestaan, zoals monteur, technicus of beveiligingsspecialist? Of blijven
die vacatures extern openstaan, terwijl ervaren militairen de
organisatie verlaten?
Voorzitter. Het gaat niet alleen om de doorstroom, maar ook om de
instroom. Voor bepaalde gevechts- en beveiligingsfuncties gelden harde
leeftijdsgrenzen bij aanstelling. Dat staat los van individuele fysieke
en mentale geschiktheid. Neem als voorbeeld Jorrit Bergsma. Hij is 40
jaar, ónze olympisch kampioen, mentaal en fysiek uitzonderlijk fit. Toch
zou zo iemand met vergelijkbare kwaliteiten in sommige functies niet
eens mogen solliciteren, simpelweg vanwege een leeftijdsgrens op papier.
Wat is de concrete onderbouwing van die grenzen? Waarom telt
kalenderleeftijd zwaarder dan aantoonbare fysieke en mentale
inzetbaarheid? Zijn deze grenzen nog houdbaar in een tijd van
structurele personeelstekorten?
Voorzitter. Dan kom ik op een voor de PVV principieel punt. Het Wapen
der Cavalerie krijgt weer een tanktaak; ons tankbataljon keert weer
terug. Dat is herstel van onze zware slagkracht, maar de volledige
stationering vindt plaats in Duitsland. Heropbouw van onze landmacht
hoort ook zichtbaar te zijn op Nederlands grondgebied. Is de minister
bereid te onderzoeken of een deel van het tankbataljon blijvend in
Nederland kan worden geplaatst, zoals in het verleden ook het geval
was?
Zonder munitie zijn tanks, artillerie en luchtafweer echter niets meer
dan staal op rupsbanden. Nederland kan zich niet permitteren afhankelijk
te blijven van buitenlandse leveranciers voor zoiets essentieels als
munitie. In een crisis moeten wij nu eerst naar het buitenland bellen om
onze krijgsmacht inzetbaar te houden. Onze militairen moeten kunnen
rekenen op een eigen betrouwbare en structurele munitievoorziening.
Zonder munitie geen inzetbaarheid. Daarom moet Nederland zelf munitie
produceren en die productie structureel opschalen. Is de minister bereid
hier concreet werk van te maken en munitieproductie op eigen bodem
daadwerkelijk te realiseren?
Een ander punt. Ik wil niet te diep ingaan op de hele casus rondom
chroom-6. De feiten, de rapporten en de juridische discussie zijn
bekend. Maar achter die dossiers zitten mensen, voormalig en huidig
Defensiepersoneel dat ziek is geworden, terwijl zij werk deden voor ons
land. Ik wil vandaag wel het volgende vragen. Kan de minister toezeggen
dat zij als nieuwe minister met open vizier en in alle redelijkheid een
gesprek met de chroom-6-slachtoffers zal aangaan? Is zij bereid te
luisteren, dingen opnieuw te bekijken waar dat nodig is en te zoeken
naar oplossingen die recht doen aan deze mensen?
Dan nu onze veteranen, mannen en vrouwen die voor Nederland zijn
uitgezonden en soms voor de rest van hun leven de gevolgen van hun inzet
dragen. Erkenning en zorg zijn geen gunst, maar een plicht van de Staat.
In deze begroting wordt geïnvesteerd in materiële en immateriële zorg,
ondersteuning van het thuisfront en betere nazorg. Daar gaat extra geld
naartoe, en dat is terecht. Ikzelf heb contact met jonge veteranen die
psychische en sociale problemen hebben, maar moeilijk in beeld komen en
zorg mijden. Hoe gaat de minister juist deze groep actief
bereiken?
Voorzitter. De PVV steunt de inzet aan de oostflank van de NAVO, maar
hoofdtaak 1 begint bij de bescherming van ons eigen grondgebied. Waarom
sturen wij militairen naar het buitenland om onze grenzen te verdedigen
tegen Russische dreiging, terwijl onze eigen grens onvoldoende wordt
bewaakt? Waarom zijn er wel militairen beschikbaar voor inzet in het
buitenland, maar niet voor structurele ondersteuning en bewaking van
onze eigen landsgrens? We worden nu al aangevallen met hybride
oorlogsvoering. Migratie is een van de wapens daarin. Kijk naar wat er
in onze grote steden gebeurt. Groepen voornamelijk islamitische mannen
in de militaire leeftijd, vaak Syrische statushouders of asielzoekers,
maken hele wijken onveilig met intimidatie, straatterreur, berovingen en
geweld. Zelfs linkse burgemeesters slaan alarm over ernstige overlast.
Winkeliers durven hun zaak niet meer open te houden en bewoners voelen
zich niet meer veilig in hun eigen buurt. Dit zijn geen incidenten meer;
dit is structurele ontwrichting, recht in het hart van onze
samenleving.
Dat is geen toeval. Dit is precies hoe hybride oorlogsvoering werkt:
chaos zaaien zonder één schot te lossen. En wat doet de regering? Die
stuurt soldaten naar Litouwen om de grens met Rusland te bewaken. Prima,
maar onze eigen straten en wijken laat ze over aan deze ontwrichting.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Is de
ongecontroleerde, structureel hoge instroom een veiligheidsdreiging voor
Nederland? Is dit hybride oorlogsvoering tegen ons land? Zo ja, waarom
verdedigen wij dan met man en macht de grenzen van andere landen,
terwijl hier de asieltsunami van ongedocumenteerde asielzoekers maar
doorgaat? Voor de PVV is het helder: hoofdtaak 1 begint hier, bij onze
eigen grens. Wij willen defensie inzetten voor grensbewaking. Wie zijn
grenzen niet controleert, geeft zijn land uit handen.
Voorzitter. Defensie is het zwaard en het schild waarmee wij onze
vrijheid, rechtsstaat en manier van leven verdedigen, generatie op
generatie. Onze vrijheid stond herhaaldelijk op het spel, door één en
dezelfde dreiging: de islam, de strijd tussen vrijheid en de islam, de
strijd tussen goed en kwaad. Die strijd is eeuwenoud en nog steeds
actueel. Onze vrijheid is nooit een geschenk geweest. Zij is bevochten
met bloed en vuur, door westerse militairen die hun leven gaven op het
slagveld, zodat wij, hun nakomelingen, vandaag vrij kunnen ademen, vrij
kunnen spreken en vrij kunnen leven in een samenleving die de onze is.
Bij Tours, in Frankrijk, werd de islamitische opmars gestopt door Karel
Martel. In 1492 viel Granada en eindigde de Moorse overheersing in
Spanje. In 1683 werden de Ottomaanse legers bij het tweede beleg van
Wenen teruggeslagen. Zonder koning Jan III Sobieski had dit het einde
van de westerse wereld kunnen betekenen, maar gelukkig werd dit het
begin van het verval van het Ottomaanse Rijk. Dit waren geen symbolische
maatregelen; dit waren beslissende keerpunten voor het voortbestaan van
onze samenleving. Dankzij die overwinningen leven wij vandaag in een
vrije en democratische samenleving, gebouwd op rede, rechten en
individuele vrijheid, en niet op onderwerping en sharia. Vrijheid die
eeuwenlang met moed en offers is verdedigd, geven wij nu wel stap voor
stap uit handen.
Defensie — u hoort het goed, voorzitter — organiseerde zelf een iftar.
Zelfs de Commandant der Strijdkrachten, generaal Onno Eichelsheim,
schoof daar officieel aan. Dat deed hij als hoogste militair van het
Nederlandse leger, dus niet als privépersoon, maar in functie. Hij deed
dat als generaal van de krijgsmacht. In plaats van onze vrijheid met
hand en tand te verdedigen, viert hij een islamitisch feest, op kosten
en initiatief van Defensie zelf. Waar helden als Karel Martel onversaagd
streden tegen het kwaad, buigt de huidige commandant zich aan
onderwerping. Wat vindt de minister ervan dat de hoogste generaal
meedoet aan een Defensie-iftar? Staat zij toe dat de islam en de sharia
nu gewoon binnen Defensie worden gevierd? Het mag duidelijk zijn dat de
PVV wél tegen de islamisering van onze eigen krijgsmacht strijdt. Ons
leger moet de vrijheid en democratie beschermen tegen dreigingen van
buiten en van binnen. De islamitische ideologie, die onze rechtsstaat
verwerpt, onze vrijheden haat en ons de sharia wil opleggen, verdient
geen enkele ruimte binnen Defensie. Daarom zegt de PVV keihard en
duidelijk: geen iftars, geen islamitische gebedsruimtes, geen
Defensie-imams in ons leger en geen personeel met een dubbele
nationaliteit. Deelt de minister dit standpunt of laat zij toe dat
Defensie zelf het paard van Troje binnenlaat?
De heer Van Baarle (DENK):
Ik vind dat het mijn taak is als volksvertegenwoordiger om deze vormen
van haat en verdachtmaking in het parlement altijd te weerspreken. Dit
is niet alleen een kanonnade van haat in de richting van alle
Nederlandse moslims, maar ook gewoon shoppen in en het vervalsen van de
geschiedenis. De heer Boon weet namelijk ook dat tijdens de Tweede
Wereldoorlog in de legers van de geallieerden heel veel moslims uit
bijvoorbeeld Marokko en de Kaukasus hebben meegevochten. Dat deden ze om
uiteindelijk ook ons land te bevrijden van de tirannie van de nazi's. De
heer Boon doet het hier voorstellen alsof er een soort tweestrijd zou
zijn tussen "de westerse samenleving" en "anderen". Hij noemt de islam.
Het is gewoon vervalsing van de geschiedenis. Ik zou hem willen vragen
te stoppen met die verdachtmakingen en het in de verdachtenhoek plaatsen
van al die Nederlandse moslims.
De heer Boon (PVV):
Ik wil hier graag op reageren, want het ís geen vervalsing van de
geschiedenis. Overal waar de islam komt, verdwijnen vrijheid, gelijkheid
en rechten. Daar verschijnt de sharia. Overal waar de islam verschijnt,
ontstaan woestijnen. Ik wil van Nederland geen woestijn maken. Ik wil
Nederland een vruchtbare oase houden. Daarom is hier geen plek voor de
islam.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Boon heeft het feit dat hij überhaupt kan tellen, te danken aan
de vooruitgang van heel veel Arabische en islamitische geleerden, die
een enorme bijdrage hebben geleverd aan de wiskunde. Zo kan ik nog heel
veel elementen noemen van de beschaving die de heer Boon nu noemt. Hij
doet alsof die alleen westers zou zijn, maar die is juist ook gestoeld
op de vooruitgang dankzij heel veel islamitische geleerden. De heer Boon
verkoopt haat. Hij verkoopt ook klinkklare onzin. Daarmee geeft hij een
klap in het gezicht van al het islamitische Defensiepersoneel. Zij
dienen ook in het Nederlandse leger. Zij zitten in de
Defensieorganisatie. Als het nodig is, zijn zij bereid om hun leven op
te offeren voor mijn veiligheid en zelfs voor die van de heer Boon. Ik
zeg tegen de heer Boon: geef die mensen geen klap in hun gezicht en stop
met het zaaien van haat en verdeeldheid; stop met het wegzetten van die
mensen die ons allemaal dienen.
De heer Boon (PVV):
Dat is grote onzin. Ik strijd juist tegen haat, tegen de haat van de
islam, de haat van de sharia. Heeft u enig idee van wat er in de sharia
staat over homoseksuelen? Die moeten van daken af worden gegooid. Over
vrouwen? Mishandeling is gewoon toegestaan, zolang je geen botten
breekt. Dat is laatst nog weer ingevoerd in Afghanistan. Ik noem de haat
tegen Joden en de haat tegen christenen. Ik strijd juist tegen de haat.
De PVV is opgericht om te strijden tegen deze islamitische haat en de
haat van de sharia. Dat zullen wij altijd blijven doen, wat u ook zegt.
Wij strijden tegen de haat.
De voorzitter:
Tot slot. Daarna gaan we weer terug naar de begroting van Defensie, zeg
ik ook tegen de heer Boon, want die ligt vandaag ter bespreking
voor.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat klopt, voorzitter, maar als een groep van meer dan 1 miljoen
Nederlanders hier in dit huis op deze manier verdacht wordt gemaakt en
wordt weggezet, zie ik het als mijn taak om dat te weerspreken.
De voorzitter:
Dit was ook een opmerking voor de heer Boon. Dat u dit punt maakt, is
meer dan terecht.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat snap ik, voorzitter. De heer Boon bestrijdt geen haat. De heer Boon
verkondigt haat. De PVV is haat, tot diep in de vezels. De heer Boon
gaat niet in op wat ik zeg, namelijk dat de heer Boon het te danken
heeft aan heel veel islamitische wetenschappers en aan de islamitische
beschaving dat hij überhaupt kan tellen. De heer Boon reageert niet op
het feit dat er talloze mensen zijn binnen de Defensieorganisatie met
een islamitische achtergrond, die uiteindelijk voor ons allemaal hun
leven willen geven. Stop met het verkondigen van haat. Stop met het
verkondigen van onzin. Stop met het pompen van dit antimoslimgif in de
Nederlandse samenleving.
De voorzitter:
Uw punten zijn gemaakt, maar ik zou echt willen voorstellen dat we weer
teruggaan naar de begroting Defensie. De reconquista en alles uit de
geschiedenis is zeer relevant, maar we bespreken volgens mij vandaag de
begroting Defensie.
De heer Boon (PVV):
Ja, voorzitter, maar in die tijd streden wij tegen de islam voor
vrijheid en we moeten nu vandaag de dag hetzelfde doen. Vandaag zien we
ook dat het paard van Troje hier binnen is en onze vrijheden wil
afpakken.
De voorzitter:
U continueert.
De heer Boon (PVV):
Wij zijn opgericht om daartegen te strijden. Ik kan hele verzen met haat
van de islam noemen: "wanneer gij ongelovigen ontmoet, houwt in op hun
nekken". Sorry, u ziet het misschien als liefde, maar ik zie dat als
haat.
De voorzitter:
Ik zie helemaal niets, want ik zit slechts uw vergadering voor en die
gaat vandaag over de begroting Defensie. Ik stel voor dat we daar gewoon
weer het debat over gaan voeren.
De heer Boon (PVV):
Het ging over het paard van Troje dat we hebben binnengehaald binnen
Defensie. Dat paard heet: islam en sharia. Daar zijn wij tegen, dus het
was een heel legitiem punt en ik zal altijd blijven strijden tegen de
islam en de sharia, zolang ik leef. Ik heb het hier gedaan, ik heb het
gedaan in Afghanistan en ik blijf het doen. Ik heb gezien hoe de islam
hele samenlevingen vernietigt en hoe het hele Midden-Oosten is
vernietigd door de islam. U noemt allerlei uitvindingen — voorzitter, ik
bedoel u niet persoonlijk — die uit de tijd komen van voor de islam,
toen de wetenschap nog wel domineerde. Maar toen kwam de islam en de
islam heeft alles kapotgemaakt. Dat wil ik in Nederland voorkomen. Ik
wil dat onze kinderen in vrijheid leven en niet onder de sharia.
Voorzitter, ik ga verder. Ik wilde gaan afsluiten. De begroting bevat
positieve elementen: meer geld, meer investeringen en meer nadruk op
gereedheid. Ook wordt geïnvesteerd in veteranenzorg en erkenning en
nazorg voor wie ons land heeft gediend. Dat steunen wij. Na jaren van
afbraak is er noodzakelijk herstel. Maar geld alleen is niet genoeg; het
gaat om keuzes. Focus op Nederland. Focus op onze eigen grenzen. Focus
op gevechtskracht en niet op bijzaken, maar op bescherming van ons
grondgebied en onze bevolking. Defensie bestaat namelijk om Nederland te
verdedigen; onze vrijheid, onze veiligheid en onze manier van leven. Ik
zeg al onze militairen, veteranen en burgerpersoneel dank. Nederland
ziet wat u doet. Voor de veteranen: Nederland zag wat u deed. Nederland
waardeert wat u doet. Voor de veteranen: Nederland waardeert wat u deed.
Nederland moet weer een land worden dat zichzelf kan en durft te
verdedigen. De PVV kiest voor een sterke krijgsmacht, sterke grenzen en
een veilig Nederland. Eerst ons eigen land, altijd! Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Peter de Groot, voor zijn inbreng
namens de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou willen beginnen met de minister en de
staatssecretaris van harte te feliciteren met de nieuwe klus die wacht.
Ik wil hun vooral heel veel succes wensen de komende jaren, want er ligt
een aantal grote uitdagingen en er rust een grote verantwoordelijkheid
op uw beider schouders. Dat als start.
Het stormt namelijk in de wereld. Met een oorlog op het Europese
continent en een agressief Rusland dat zijn invloed probeert uit te
breiden, is veiligheid niet langer vanzelfsprekend. Vrijheid en
veiligheid vormen de basis onder onze samenleving en onze welvaart.
Zonder veiligheid zijn al onze andere voorzieningen uiteindelijk
kwetsbaar. Voor de VVD is het daarom helder: een sterke krijgsmacht is
geen luxe, maar een absolute noodzaak. Daarom investeren we fors in
Defensie. Daarom hebben we als coalitie afgesproken dat Nederland
doorgroeit naar 3,5% van het bbp voor Defensie, in lijn met
NAVO-afspraken. Wat de VVD betreft wordt dat percentage wettelijk
verankerd, zodat onze krijgsmacht ook op langere termijn zekerheid
heeft. Veiligheid is geen concurrerende uitgave; veiligheid is de
randvoorwaarde voor onze manier van leven. Zonder veiligheid is
uiteindelijk niets houdbaar.
We hebben het vandaag over plannen, cijfers en percentages, maar waar
het echt over gaat, zijn de mensen die ons land veilig moeten houden. Ik
ben zelf opgegroeid in Harderwijk, aan de rand van de Veluwe. In mijn
jeugd zag ik eigenlijk niets anders dan onze militairen op straat op weg
naar een oefening, naar een schietterrein op de Veluwe, om te oefenen en
te kijken hoe zij paraat zouden kunnen zijn in het geval zij klaar
zouden moeten zijn voor welk conflict dan ook. Ik heb geen andere
herinnering dan die uit mijn jeugd, namelijk dat het de mensen zijn die
onze krijgsmacht maken. Het zijn de mannen en vrouwen die dagelijks
werken aan onze veiligheid. Militairen die trainen en oefenen en zich
voorbereiden op het uiterste. Mensen die bereid zijn hun leven te
riskeren voor Nederland.
We moeten ook stilstaan bij onze veteranen. Dat zijn namelijk ook mannen
en vrouwen die namens Nederland op missie zijn geweest en vaak blijvende
gevolgen dragen van wat zij hebben meegemaakt. Voor de VVD staat één
ding vast. Wie bereid is zijn leven te riskeren voor Nederland moet erop
kunnen vertrouwen dat Nederland er ook voor hem of haar is. Veteranen
verdienen niet alleen waardering in woorden, maar ook zekerheid in
daden. Onze zorgplicht stopt niet bij terugkeer van een missie. Daarom
wil ik de minister vragen: kan zij garanderen dat onze veteranen niets
tekortkomen? Als dat risico er wel is, wat gaat zij dan doen om dat te
voorkomen?
Voorzitter. Nederland blijft Oekraïne ook onverminderd steunen:
militair, financieel en humanitair. Hun strijd voor vrijheid is ook onze
strijd. Daarom was het mooi om te zien — complimenten daarvoor — dat de
minister van Defensie samen met de minister van Buitenlandse Zaken in
een van hun eerste dagen naar Kiev zijn afgereisd om Oekraïne steun te
betuigen op het moment dat Oekraïne een wrange mijlpaal van vier jaar
oorlog haalde. Vier jaar waarin het dappere Oekraïense volk en de
militairen vechten voor hun en uiteindelijk onze vrijheid. Kan de
minister na haar bezoek aan Oekraïne aangeven en/of bevestigen dat
Nederland voldoende doet om Oekraïne te steunen? In dat verband: kan de
minister ook aangeven dat die steun in 2026 onverminderd blijft?
Dan ga ik naar de uitvoering. Extra geld voor Defensie is noodzakelijk,
maar extra geld alleen maakt Defensie niet sterker. Voor de VVD gaat het
om uitvoering en snelheid. In 2026 geven we 28 miljard uit aan Defensie,
inclusief het materieelfonds. Dat zijn enorme bedragen. Die bedragen
lopen de komende jaren fors op. Daar hoort ook een enorme
verantwoordelijkheid bij, want elke euro belastinggeld moet terechtkomen
waar die hoort: bij onze militairen, bij munitie, bij materieel en bij
geoefende eenheden. Dus niet in bureaucratie, niet in vertraging en niet
in plannen die op papier goed klinken, maar in de praktijk te lang
duren. Militairen moeten merken dat het beter wordt. Nederland moet zien
dat Defensie sterker wordt, en niet alleen Nederland, maar ook iedereen
daarbuiten. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris wat hij concreet
gaat doen om de uitvoering te versnellen. Waar zitten nu de grootste
knelpunten? Welke procedures moeten sneller? En wanneer zien we daarvan
het resultaat? In deze tijd is onderuitputting namelijk geen
administratief probleem; het is een veiligheidsprobleem.
Voorzitter. De krijgsmacht groeit dus fors de komende jaren. Dat vraagt
mensen maar ook ruimte. Onze militairen moeten kunnen oefenen. Defensie
moet zichtbaar zijn in onze samenleving en ook onze krijgsmacht moet
fysiek en juridisch de ruimte krijgen om zich voor te bereiden op zijn
taak. Dat betekent dat vergunningstrajecten sneller moeten, dat betekent
dat procedures korter moeten en dat betekent dat de nationale veiligheid
soms zwaarder moet wegen dan andere belangen. Dat zal lokaal soms best
schuren — daar ben ik me van bewust — maar veiligheid vraagt soms om
moeilijke keuzes. De VVD steunt de minister en de staatssecretaris bij
het maken van die keuzes. Wel vraag ik aan de staatssecretaris of de Wet
op de defensiegereedheid voldoende instrumenten biedt om deze procedures
echt te versnellen en belemmeringen weg te nemen, want zonder die ruimte
komt er geen groei en daarmee uiteindelijk geen sterkere
krijgsmacht.
Voorzitter. Ook Europa moet binnen de NAVO meer verantwoordelijkheid
nemen voor de eigen veiligheid. De VVD ziet niks in een Europees leger,
zoals u weet. De inzet van Nederlandse militairen blijft altijd een
nationale beslissing van deze Kamer, maar de Europese samenwerking moet
wel worden verdiept, op alle niveaus. Wij willen een sterke Europese
pijler binnen de NAVO, waarbij ook samen met bijvoorbeeld het VK en
Noorwegen wordt opgetrokken. Dat betekent gezamenlijke investeringen,
strategische capaciteiten en gezamenlijke inkoop waar logisch. Hoever
zijn we hiermee, is mijn vraag aan de minister. Is er al een
inventarisatie gemaakt van welke kritieke systemen en capaciteiten op
termijn met andere EU-landen aangeschaft moeten worden? Daarbij blijft
voor de VVD één punt helder: Nederland gaat niet garant staan voor
schulden van andere landen.
De heer Boon (PVV):
Ik heb één vraag. Hoe kijkt de VVD aan tegen de keuze óf gezamenlijk
inkopen óf het allerbeste materiaal voor onze militairen? Kiest de VVD
er duidelijk voor dat we altijd moeten kiezen voor het allerbeste
materiaal voor onze militairen en dat dan de gezamenlijke inkoop —
jammer dan — niet van toepassing is?
De heer Peter de Groot (VVD):
Het allerbelangrijkste dat wij te doen hebben, is dat wij onze
militairen moeten voorzien van het materiaal dat nodig is. Wij moeten
opschalen als Defensie. Dat betekent dat we niet altijd de luxe hebben
om te kiezen waar en wat we kopen. Het is goed dat we dat in Europees
verband gezamenlijk doen. U noemde het al in uw eigen bijdrage. We weten
wat er in het verleden weleens is gebeurd bij een tekort aan
bijvoorbeeld munitie. We kunnen ons niet permitteren om daar keuzes in
te maken. Voor de VVD staat voorop dat we die opschaling verzorgen en
dat we ervoor zorgen dat onze militairen goed uitgerust zijn. Dat is
precies de reden waarom ik aan de minister vraag wat we gezamenlijk
kunnen doen en wat we zelf kunnen doen.
De heer Boon (PVV):
Ik begrijp dat je iets wat er niets is, niet kunt inkopen, maar als het
er wel is, kiest u dan wel altijd voor het beste materiaal dat
voorhanden is voor onze militairen? Of kiest u dan voor datgene wat
partners gezamenlijk inkopen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Uiteindelijk gaat het er hier over wat wij in Nederland doen. Wij willen
uiteraard voor onze militairen het allerbeste hebben. Zo is het ook.
Alleen, ik wilde wel ook het vorige antwoord geven, omdat het ten eerste
belangrijk is dat we alles kunnen verkrijgen met elkaar.
De heer Dassen (Volt):
Ik zou graag over die gezamenlijke inkopen een vraag willen stellen. Het
kabinet heeft dezelfde ambitie als de Europese Commissie, namelijk 40%
gezamenlijke inkoop. We lezen in het coalitieakkoord dat de
licentieovereenkomsten daar onderdeel van zijn. Daar wordt vaker mee
gewerkt, waardoor Europese bedrijven hier kunnen produceren, maar dat
gebeurt wel met een licentie van Amerikaanse technologie. Daarmee
blijven we eigenlijk afhankelijk van die Amerikaanse technologie en
zeggenschap. Is de heer De Groot van mening dat onder die 40% ook die
licentietechnologieën vallen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ga straks nog iets zeggen over de defensie-industrie en over hoe ik
daar vanuit de VVD naar kijk, maar ik denk dat datgene wat we hebben
opgeschreven over wat we samen in Europa willen doen, een gezonde
ambitie is. Als de VVD zou moeten kiezen tussen het wel of niet inkopen
van defensiematerieel, munitie of wat we ook nodig hebben dat van de VS
afkomstig is op korte termijn, dan zullen we er altijd voor kiezen om
ervoor te zorgen dat we de Defensie die we nodig hebben, kunnen zijn met
elkaar. We weten ook dat we de defensie-industrie in Europa verder
moeten opschalen. We weten ook dat we daar als Nederland een belangrijke
rol in kunnen spelen. Het belangrijkste wat voor de VVD overeind staat,
is echter dat we onszelf voldoende kunnen equiperen.
De heer Dassen (Volt):
Dit is niet helemaal een antwoord op de vraag. Ik ben echt zoekende. Wat
is nou de afspraak die deze coalitie hierover heeft gemaakt? Zijn zij
van mening dat we die 40% minimaal moeten gaan investeren in de
gezamenlijke Europese defensie-industrie, of zitten daar ook die
licentieproducties bij vanuit de Verenigde Staten en eventueel andere
landen als Israël? Dat zou namelijk betekenen dat we dus helemaal niet
in een groot tempo onafhankelijk aan het worden zijn, maar dat we het
gewoon anders opschrijven.
De heer Peter de Groot (VVD):
Het doel is om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden. Ik schets
alleen het dilemma dat we met elkaar hebben, namelijk dat we die ambitie
hebben — dat hebben we ook met elkaar opgeschreven — maar dat het
tegelijkertijd zo kan zijn dat op het moment dat wij specifieke
strategische inkopen moeten doen, we dan ook afhankelijk zijn van
partijen buiten de Europese industrie. Zo simpel is het nou eenmaal. Als
je morgen een strategisch middel wil inkopen en je het niet zelf
produceert in Europa, is het niet zo dat je dat niet buiten Europa zou
moeten inkopen. Wat mij betreft staat die afspraak voor 40% en 50%
helder in het coalitieakkoord en zullen wij met elkaar moeten werken aan
een sterke defensie-industrie in Europa.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Voor mij staat het dus niet helder in het coalitieakkoord, omdat
daarachter tussen haakjes iets staat over die licentieovereenkomsten. Ik
probeer duidelijkheid te krijgen bij de VVD en bij D66 — ik zal het
dadelijk ook bij het CDA vragen — over wat dat nu precies betekent. Als
we echt onafhankelijk willen worden, dan moeten we gezamenlijk in Europa
gaan investeren. Ik heb grote twijfels of het daadwerkelijk een grote
ambitie is, als al die licentieovereenkomsten onderdeel zijn van die
40%-ambitie. Ik vraag aan de heer De Groot of hij mij daar duidelijkheid
over kan geven. Is de VVD van mening dat onder die 40% ook die
licentieovereenkomsten vallen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik blijf bij het vorige antwoord. We zijn het erover eens dat we moeten
werken aan onafhankelijkheid en aan de productie in Europa. Daarvoor
hebben we deze afspraken met elkaar gemaakt. Daar heb ik niets meer aan
toe te voegen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de heer De Groot zeggen: we moeten sneller onafhankelijk
worden. Even voor de duidelijkheid: betekent dat dus ook onafhankelijker
van de enorme afhankelijkheid die we hebben van de VS?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat zou de VVD heel graag willen, maar de realiteit is dat we daar in
NAVO-verband nog heel afhankelijk van zijn als het gaat over de
verdediging van Europa. Dat is precies de reden waarom de VVD ook zo
hard geknokt heeft bij dit akkoord om die 3,5% te gaan halen. We zullen
alleen minder afhankelijk van Amerika worden als wij zelf die
investeringen doen met elkaar, als wij er zelf voor zorgen dat we de
Nederlandse industrie daarbij betrekken en als wij er zelf voor zorgen
dat we als Europa een sterke pijler worden binnen de NAVO, en op geen
enkele andere manier.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even voor de duidelijkheid: het doel is nog steeds … In het akkoord van
D66 en het CDA stond dat namelijk ook heel duidelijk. Sorry, het was
geen akkoord: het was een stuk van die twee partijen. Daarin stond heel
duidelijk dat het een doel is om onafhankelijk te worden van de VS. In
het coalitieakkoord van deze drie partijen staat iets over de Europese
pijler van de NAVO, maar ik vraag gewoon expliciet: betekent dat nog
steeds dat we dus ook onafhankelijker willen worden van de VS?
De heer Peter de Groot (VVD):
Binnen die Europese pijler binnen de NAVO moeten wij gewoon een sterke
partij worden. Zonder in een semantische discussie met elkaar te willen
belanden: wij hebben als Nederland en als Europa heel veel te doen
binnen die Europese pijler binnen de NAVO, anders kunnen we alleen maar
naar Amerika blijven kijken, en volgens mij is het gezond als wij gewoon
onze eigen broek weten op te houden.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Het is niet zo'n hele moeilijke vraag. Nu zie ik vooral dat kennelijk
het enige waar de drie partijen het over eens konden worden, was: laten
we maar iets opschrijven over die Europese pijler in de NAVO. Maar ik
hoor hier toch echt een ander verhaal van D66. Dat betekent gewoon echt
investeren in de Europese industrie en op langere termijn
onafhankelijkheid van de Amerikanen. Diezelfde woorden hoor ik niet bij
de heer De Groot. Ik doe nog één keer een poging. Betekent het
versterken van die Europese pijler ook dat we onze afhankelijkheid van
de Amerikanen moeten afbouwen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Volgens mij heb ik dat net gezegd. Wij willen onafhankelijker worden van
de Verenigde Staten. Alleen — ik blijf bij het antwoord dat ik daar net
over heb gegeven — duurt dat een tijd. Wij moeten daarom werken aan die
stevige pijler binnen de NAVO. Maar als Europa en als Nederland moeten
wij onszelf gewoon beter kunnen verdedigen. Dus onafhankelijker: ja.
Maar volledig onafhankelijk zie ik niet direct gebeuren.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik deel de opbouw naar die onafhankelijkheid, maar één element mis ik,
namelijk het gesprek dat ik met hoge militairen had. In deze discussie
is één ding erg belangrijk, hoe snel of langzaam we ook afbouwen met
onder andere de Amerikanen, namelijk dat de afhankelijkheid van die
technologie hoog blijft en dat de veiligheid van onze militairen leidend
is. Laten we dus niet onverantwoord in avonturen stappen richting
Europese onafhankelijkheid, die ik ook nastreef. Ik zie nu een
afhankelijkheid van satellieten, AI en noem allemaal maar op. Laten we
dit debat dus ook realistisch voeren. Is de VVD dat met mij eens?
De heer Peter de Groot (VVD):
Het korte antwoord is ja. Dat is waarom ik zoek naar de woorden voor wat
"onafhankelijk" betekent. Dat betekent dat we als Nederland meer zelf
moeten regelen. Dat betekent ook dat we dingen gezamenlijk moeten doen
in Europa, bijvoorbeeld als het gaat om satellietcapaciteit, AI — daar
ga ik zo nog wat over vragen — en het opschalen van een
defensie-industrie in Europa met de nieuwe technologieën die nodig zijn,
waar ik zo ook nog even kort op terugkom. Ik denk dat dat allemaal
voorwaardelijk is voordat je op een gegeven moment kunt zeggen: nu
worden we onafhankelijker en laten we onze militairen niet in de steek
als er iets belangrijks langskomt.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank voor uw antwoord. De veiligheid van onze burgers en militairen moet
altijd leidend zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel. Dat is een mooie afhechting, zou ik zeggen.
Dan ga ik naar de defensie-industrie. Dat is het laatste onderwerp dat
ik zal aansnijden. Investeren in defensie betekent namelijk ook gewoon
investeren in Nederland. Als we richting die structurele opgave van 3,5%
van het bbp gaan, moeten we ervoor zorgen dat onze eigen
defensie-industrie kan meegroeien.
Voor de VVD is de defensie-innovatieautoriteit, naar voorbeeld van
DARPA, vooral belangrijk als instrument om de defensie-industrie op te
schalen. Innovatie is een belangrijke pijler waarvoor samenwerking bij
investeringen in de industrie hét verschil maakt. Uiteindelijk zijn het
de bedrijven die nieuwe technologieën moeten kunnen produceren. Goede
ideeën zijn pas waardevol als ze leiden tot systemen en technologieën
die beschikbaar zijn voor onze militairen. Er wordt daarbij tot diep in
militaire oefeningen en bij echte gevechtsomstandigheden samengewerkt
met ondernemers. Zo kunnen technologieën en systemen snel worden
doorontwikkeld.
Daarom moet de aanbesteding eenvoudiger worden en moeten kleinere
bedrijven beter toegang krijgen tot opdrachten. Daarom moet Defensie
investeren in langdurige samenwerking met Nederlandse bedrijven. Ik
vraag daarom aan de minister: hoe gaat de defensie-innovatieautoriteit
concreet bijdragen aan het opschalen van de Nederlandse
defensie-industrie? Hoe zorgen we ervoor dat Nederlandse bedrijven
daadwerkelijk kunnen doorgroeien? Hoe zorgen we ervoor dat innovatie
sneller wordt omgezet in productie en inzetbare capaciteit? Als laatste
vraag: hoe gaan we borgen dat we op het gebied van AI innovatief kunnen
concurreren met andere grootmachten zoals China en de VS, zonder dat we
onszelf verstikken in strengere ethische regels dan onze rivalen hebben?
Investeren in Defensie is ook investeren in onze veiligheid,
strategische autonomie en Nederlandse banen.
Voorzitter, ik kom tot een slot. Laat ik afsluiten met het volgende. De
VVD steunt deze begroting, omdat investeren in Defensie noodzakelijk is.
Steun betekent niet vrijblijvendheid. Het gaat om kráchtige uitvoering,
met voldoende snelheid. Resultaat in de opschaling is namelijk keihard
nodig. Elke euro belastinggeld moet bijdragen aan een sterkere
krijgsmacht, voor onze veiligheid, voor onze militairen en voor onze
veteranen.
Dank u wel.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik ben het erg eens met wat de heer De Groot in abstracte zin zegt over
investeringen in de Nederlandse industrie. Om het toch even concreet te
maken, denk ik aan een voorbeeld: de investeringen in de
bergingscapaciteit. Die kunnen oplopen tot 1 miljard euro. Het vorige
kabinet heeft dat uitbesteed aan een Duitse concurrent. Op zo'n punt
vraag je je toch echt af: kan zo'n investering, met een producent als
Rheinmetall in Ede, niet gewoon in Nederland blijven?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is precies de reden waarom ik deze vragen stel. Ik ben zelf ook bij
een aantal maritieme bedrijven geweest die zich bezighouden met
technologie die uiteindelijk in de defensie-industrie gebruikt kan
worden. Dat is natuurlijk iets dat wij moeten koesteren. Ik denk dat met
name de maritieme industrie in Nederland belangrijk is, vooral vanwege
onze geschiedenis daarmee. Ik zie ook kansen voor opschaling van
bijvoorbeeld droneproductie. We moeten kijken hoe we het hier kunnen
houden, maar ook hoe we het hier kunnen vermarkten. Ik denk namelijk dat
het belangrijk is dat als wij iets maken, de andere Europese landen daar
dan ook gebruik van moeten kunnen maken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze reactie. Ik maak het even iets concreter. Het is een feit
dat deze hele grote opdracht is uitbesteed aan een Duitse concurrent.
Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar vanuit zijn VVD-bril?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb net al iets gezegd over hoe we die aanbestedingen moeten
vormgeven en wat voor effort we op dat vlak moeten doen. Ik heb daar ook
vragen over gesteld aan de minister.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mijn vraag aan collega De Groot gaat over iets anders. We gaan nu heel
veel investeren. Ik zie heel veel vacatures staan voor het
kerndepartement. Mijn zorg is dat we straks een zelfrijzend bakmeel
krijgen aan heel veel mensen van goede wil, maar dat we niet écht de
slagkracht krijgen voor onze defensie. Is collega De Groot het met mij
eens dat we de komende jaren even moeten opletten dat we niet een
eindeloze groei krijgen van de beleidsmatige kant van de overheid, maar
dat we juist een groei krijgen van de slagvaardige kant van de
overheid?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind dit een hele mooie vraag. Ik denk dat we de kracht van onze
strijdkracht pas kunnen vergroten als we de operationele capaciteit, de
technologie en de inzet vergroten. Dus ja, ik kan het er eigenlijk
alleen maar mee eens zijn dat we hiervoor moeten opletten.
Dan het tweede deel van het antwoord. Ik denk dat we op bepaalde
beleidsterreinen vacatures hebben die we moeten invullen, zodat we de
opschaling kunnen vormgeven. Ik denk dat dat ook belangrijk is. Ik vind
echter wel dat er geen onevenwichtigheid moet ontstaan.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou willen voorkomen dat het de consultants zijn die ons vertellen
hoe wij de opschaling gaan vormgeven. Ik zou dit juist heel graag zien
vanuit de vakkennis die we op het ministerie hebben. Ik denk dat het
belangrijk is dat we die vakkennis laten groeien en dat we niet
tijdelijke krachten krijgen die duurbetaald een poosje een klus gaan
doen. Is collega De Groot het met mij eens dat het kabinet daar juist
zicht op moet houden? Dan kunnen we over tien jaar namelijk zeggen "we
hebben geïnvesteerd in dat wat blijft" en niet "we hebben van alles
gezaaid, en maar een paar bloemen geplukt".
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou graag een vergelijking willen maken met hoe ik dat zelf in het
bedrijfsleven heb gezien. De kracht moet in de uitvoering zitten. De
mooiste innovaties en technologieën worden ook ontwikkeld op de
werkvloer. In algemene zin zou ik willen zeggen dat de doorgroei daar
moet plaatsvinden.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mijn laatste vraag ziet op de wendbaarheid van de investeringen. Als ik
namelijk iets heb gezien in de oorlog in Oekraïne, dan is het hoe
razendsnel de ontwikkelingen gaan. Waar we vandaag in investeren, is
overmorgen mogelijk achterhaald. Is collega De Groot het ook met mij
eens dat we moeten bekijken of onze aanbestedingen voldoende wendbaar
zijn om de industrie in staat te stellen om zich te verhouden tot nieuwe
oorlogsvoering, in plaats van dat we aanbestedingen hebben en dingen
blijven aanschaffen die niet meer of beperkt nuttig zijn?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben het er helemaal mee eens. Dat was eigenlijk de reden van mijn
inbreng net. Ik heb aangegeven dat aanbestedingen daarom ook eenvoudiger
moeten worden. Ik vind ook dat er in de samenwerking tussen Defensie en
het bedrijfsleven dicht op de gevechtsomstandigheden gewerkt moet
worden. Van daaruit kunnen de aanpassingen die nodig zijn weer
teruggelegd worden bij bijvoorbeeld de inkooporganisatie van Defensie.
Ik vind vooral dat dat beter moet werken en niet tegengehouden moet
worden door juridische regels. Daar moet de snelheid gemaakt worden. Als
je namelijk kijkt hoe dat op dit moment op andere plekken gaat — ik noem
alleen maar Oekraïne — dan zie je dat je snel wendbaar moet zijn om dit
voor elkaar te krijgen. Ik ben het dus helemaal met mevrouw Bikker
eens.
De heer Boon (PVV):
Ik vraag mij af of de heer De Groot al zijn spreektekst al uitgesproken
heeft, want ik miste volledig een stuk over hybride oorlogsvoering. Ik
heb daar in mijn spreektijd ruim de tijd voor ingeruimd. Ik heb ook
aangetoond dat wij worden aangevallen. Zelfs de EU heeft in whitepapers
gezegd dat migratie een wapen is, dat nu al wordt ingezet. We hebben
gisteren de tunnels in Polen gezien. Die zijn gegraven door terroristen,
waarschijnlijk van Hamas of IS; dat is nog niet bekend. Polen werd
volledig overspoeld door migranten. Die migranten blijven niet in Polen,
maar komen hier. Dat zien we iedere week in Ter Apel, waar de cijfers
blijven stijgen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Boon (PVV):
Waar is het antwoord van de VVD op deze hybride oorlogsvoering?
De heer Peter de Groot (VVD):
Volgens mij wordt de hybride oorlogsvoering binnen Defensie volledig
erkend. Het is belangrijk om hierin door te groeien, om daar oog voor te
hebben en om dat aan te pakken. Het is onderdeel geweest van mijn
bijdrage. Ik heb het niet specifiek gehad over de marine, de luchtmacht
of de landmacht. Ik heb een meer integrale inbreng geleverd over
Defensie en daar maakt dit onderdeel van uit.
De heer Boon (PVV):
U zegt "aanpakken", maar ik heb nog geen begin gehoord van hoe u dit
wilt aanpakken. Die gasten die door de tunnels komen, die migranten die
als wapen worden ingezet, lopen gewoon door tot Ter Apel. Die komen
gewoon in onze buurten. Hoe wilt u dat aanpakken? De PVV heeft een heel
duidelijk plan, een tienpuntenplan zelfs: grenzen sluiten, Defensie
inzetten. Dat lijkt ons het allerbeste middel om in te zetten tegen de
hybride oorlogsvoering. Wat is nou het begin van het antwoord dat de VVD
hierop heeft?
De heer Peter de Groot (VVD):
Kijk, het gaat niet alleen over deze vorm van hybride oorlogsvoering.
Het gaat bijvoorbeeld ook over cyberoorlog of over ondermijning. Denk
aan informatieverstrekking. Daar moeten we allemaal heel erg gespitst op
zijn bij Defensie. Vergeef het mij, het is mijn eerste debat als
defensiewoordvoerder. Ik heb me een week kunnen inlezen, maar het is
ontzettend veel. Ik heb me vooral gefocust op de vraag hoe we sneller
Defensie kunnen opbouwen. Ik zal daar op een ander moment zeker nog op
terugkomen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In het coalitieakkoord staat de ambitie, waar mijn fractie zeer voor is,
voor het openbreken van die gesloten defensiemarkten. Dan luister ik
naar de inbreng van de heer De Groot, zeker in respons op de collega van
de SGP, en denk ik: ik hoor toch weer vooral een pleidooi voor die
nationale markt. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik pleit er namens de VVD voor dat wij ervoor zorgen dat investeringen
ook in Nederland gaan landen. Ik bedoel de ontwikkeling — daar maakt
onder andere DARPA onderdeel van uit — dat Defensie samenwerkt met
Nederlandse bedrijven om die technologie, bijvoorbeeld als het gaat om
drones of andere vormen van inzet van technologie, ook in Nederland te
ontwikkelen, zodat we die ook kunnen exporteren. Daarvoor is het
natuurlijk nodig dat we die markt openbreken. Dat werkt natuurlijk twee
kanten op; laten we wel zijn. Dat is ook de reden dat we met elkaar
gezamenlijk gaan inkopen, zodat we dingen die we in Nederland niet
produceren, in andere landen inkopen. Zo zou dat systeem volgens mij
moeten werken.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Het staat toch een beetje op gespannen voet met elkaar. Als wij vooral
bij andere Europese landen gaan bepleiten "zet je markt open en zorg
ervoor dat er ook Nederlandse bedrijven op kunnen komen", dan kunnen wij
hier niet nationaal een verhaal houden dat wij ons geld vooral nationaal
willen besteden. Dat is precies waar de angst bij mij zit: dat juist nu
er veel meer geld beschikbaar komt voor defensie, al die Europese landen
dat vooral nationaal gaan besteden, in plaats van te zorgen voor een
Europese markt, waarbij Nederlandse bedrijven juist onderdeel zijn van
die keten. Ik zie u knikken. Wat is uw reactie daarop?
De heer Peter de Groot (VVD):
Misschien heb ik daar niet scherp genoeg op geantwoord. Het zijn twee
verschillende dingen. We zullen als Europa en defensie-industrie met z'n
allen moeten opschalen. Waar het om gaat, is dat wij in Europa voldoende
zelf produceren van datgene waar elk land goed in is qua productie en
wat we nodig hebben met elkaar, zodat we meer van onze
defensie-investeringen hier kunnen doen en bijvoorbeeld niet alleen maar
Amerikaans wapentuig moeten kopen. Daar gaat het over. Mijn pleidooi
gaat erover dat we ervoor zorgen dat een deel van de investeringen die
we als Nederland doen, ook in onze industrie landt, bij de dingen waar
wij goed in zijn, waar wij goede technologieën op kunnen ontwikkelen.
Dus ik ben het er helemaal mee eens dat er een ecosysteem ontstaat in
Europa dat ervoor zorgt dat we ook zelf goed geëquipeerd zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, afrondend. We gaan zien hoe het uitpakt. We hebben vaak gezien in
landen dat niet per se wordt gekeken naar die efficiëntie, maar dat men
het nog belangrijker vindt dat geld nationaal besteed wordt. Als we dat
gaan doen met 381 miljard euro jaarlijks in Europa, dan is dat heel veel
geld dat heel inefficiënt besteed gaat worden. Dus ik hoop de VVD daarin
aan mijn zijde te krijgen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Daar gaan we zeker samen naar kijken. Ja. Maar mijn pleidooi is ook dat
niet al het geld over de grens heen gaat en dat we goed kijken hoe we
ervoor zorgen dat we een deel daarvan in onze eigen economie kunnen
steken. Dus het is wat de VVD betreft wel en-en, maar wel op de juiste
en meest efficiënte manier.
De voorzitter:
Een korte interruptie van de heer Dassen. Daarna krijgt mevrouw Nanninga
het woord.
De heer Dassen (Volt):
Het allergrootste deel van de uitgaven aan materieel doen we buiten de
Europese Unie. Als we nu zorgen dat we daarvan een heel groot gedeelte
binnen de Europese Unie gaan uitgeven, dan hebben we daar allemaal veel
profijt van. Ik denk dat dat de inzet zou moeten zijn. Om daar te komen,
moeten we inzetten op die Europese aankoopautoriteit. Ik ben benieuwd
hoe de VVD daarnaar kijkt, dus dat er gezamenlijk in Europa voor de
landen wordt aangekocht.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat hebben we ook afgesproken in het coalitieakkoord.
De heer Dassen (Volt):
Dat is heel mooi. Het staat natuurlijk niet expliciet genoemd. Het is
onderdeel van het Draghi-akkoord. Dan is de VVD het er dus mee eens dat
een Europese inkoopautoriteit namens de landen de aankopen gaat
doen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Volgens mij staat in het coalitieakkoord de afkorting EDM; ik weet de
precieze naam niet. Volgens mij gaan we daarin verkennen hoe we dat op
een goede manier met elkaar kunnen doen. Anders moeten wij nog eens even
doorpraten over wat het technische verschil is tussen een
inkoopautoriteit en het EDM. Ik dacht namelijk dat dat hetzelfde
was.
De voorzitter:
Dank u wel. Heel kort, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Daar zit dus inderdaad een verschil. Een EDM is niet iets wat binnen de
Europese Unie gedaan wordt, terwijl het rapport-Draghi stelt dat dat
juist wel moet gebeuren. Daar zit dus een verschil, ook tussen de
manieren waarop daarnaar gekeken wordt. Daar moet inderdaad nog over
gesproken worden, want als je het Draghirapport wil uitvoeren, moet je
een Europese inkoopautoriteit hebben.
De heer Peter de Groot (VVD):
Misschien kunnen we dat tijdens de lunch doen, meneer Dassen.
De voorzitter:
Ja, daar gaan we zo naartoe.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Maar niet voordat we mevrouw Nanninga het woord geven voor haar inbreng
in de eerste termijn namens JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Ik heb nu een beetje een kikker in de keel. Dat is ook
lastig.
Anyway, Nederland haalt met deze demissionair opgestelde begroting net
de 2%-norm, maar de tijd waarin dat voldoende was, is alweer voorbij. We
zullen moeten doorgroeien naar 3,5%. We zijn dan ook blij dat het nieuwe
kabinet deze lijn volgt en uiteindelijk toewerkt naar 19 miljard extra
voor defensie. Het is wel zaak om ervoor te zorgen dat deze miljarden
daadwerkelijk voor een sterkere defensie gaan zorgen. Daarover leven bij
JA21 een aantal zorgen.
Sinds 2021 zien we een oplopende onderbesteding en steeds meer
kasschuiven. In 2024 bleven er opnieuw miljarden liggen. Enerzijds hoort
dat natuurlijk bij het karakter van de Defensiebegroting, omdat je
afhankelijk bent van veel externe factoren. Anderzijds moet je wel een
idee hebben van hoe dit te voorkomen wanneer wij, en vooral ook de rest
van de NAVO, gigantisch veel meer geld gaan uitgeven. De kernvraag is
niet alleen of we het georganiseerd krijgen om dat geld uit te geven. De
vraag is ook wat we ervoor terugkrijgen. Als onderbesteding wordt
opgelost doordat prijzen met 30% of 40% stijgen, zijn we per saldo niet
verder. Dan betalen we simpelweg meer voor dezelfde wapensystemen,
dezelfde munitievoorraden en dezelfde inzetbare capaciteit. Dat vergroot
wel het budget, maar niet de gevechtskracht.
Ik wil daarom graag, al dan niet vertrouwelijk, concreet geïnformeerd
worden over volume en niet alleen over het budget: hoeveel zware
wapensystemen, hoeveel artilleriegranaten, hoeveel drones? Prijzen zijn
namelijk volatiel en zeggen steeds minder over de daadwerkelijke
capaciteit. Als de Kamer geen zicht heeft op concrete aantallen, dan is
controle op de effectiviteit bijna onmogelijk. Ik vind deze informatie
op dit moment simpelweg niet te controleren. Kortom, ik hoor graag van
de minister hoe zij borgt dat extra geld daadwerkelijk leidt tot meer
materieel en meer inzetbare capaciteit, en niet alleen tot hogere
facturen.
Voorzitter. Al die miljarden moeten natuurlijk ook iets opleveren voor
Nederland zelf. Defensie-uitgaven zijn ook investeringen in technologie,
productie en innovatie. De vraag is hoe we die groei benutten om onze
eigen economische positie te versterken. Er wordt gesproken over 40%
gezamenlijke Europese inkoop en 50% inkoop bij Nederlandse en Europese
ondernemers. Dat klinkt ambitieus, maar wat prevaleert als de doelen
botsen? Wat weegt zwaarder? Dat is geen waardeoordeel, maar gewoon een
vraag. Wat weegt zwaarder, de snelheid van levering of Europese
industriepolitiek?
Daarnaast wordt een defensie-innovatieautoriteit naar het voorbeeld van
DARPA aangekondigd, met een oplopend aandeel tot mogelijk 10% van het
defensiebudget. Dat zijn hele forse bedragen. Hoe gaan we voorkomen dat
dit overhead wordt, een extra bestuurlijke laag in plaats van een
versneller en aanjager van innovatie? Welke concrete resultaten verwacht
de minister binnen deze kabinetsperiode? Wat is de scope hiervan? Ik wil
hier graag een toezegging op of meer duidelijkheid over. Anders overweeg
ik op dit punt een motie.
Voorzitter. We moeten daarbij realistisch blijven over Europese
ambities. Vorige week las ik nog een bericht over het nieuwe,
gezamenlijke Europese jachtvliegtuig, het Future Combat Air System. Die
ontwikkeling is zo goed als dood. Duitsland en Frankrijk worden het niet
eens. Dit voorbeeld laat zien hoeveel Europa nog achterloopt op de VS.
Ik begrijp dan ook niet dat veel partijen hier denken dat we
onafhankelijk kunnen worden van Amerika, onze trans-Atlantische relatie.
Europese versterking is zeker nodig, maar de NAVO blijft de hoeksteen
van onze veiligheid. Zonder de Verenigde Staten is de
afschrikkingskracht van Europa fundamenteel zwakker. Langjarige
allianties verbreek je niet vanwege een tijdelijke politieke wind. Onze
relatie met de VS is weleens beter geweest en de heer Trump is een
bijzonder figuur, maar onze defensiebehoefte is structureel.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Nanninga is het misschien niet eens met de scenario's die mijn
fractie voor zich ziet, maar laten we gewoon even een ander scenario
pakken. Amerika is volledig gecommitteerd aan de NAVO, aan artikel 5,
maar er gebeurt iets in Azië. China doet een inval in Taiwan. De
Amerikanen zeggen: wij hebben nu alle middelen nodig in dat deel van de
wereld. In dat opzicht, wat is het dan waarvan mevrouw Nanninga zegt dat
we ons erop moeten voorbereiden? Dit is gewoon een reëel scenario,
waarvan onze eigen inlichtingendiensten ook zeggen dat dit die window of
vulnerability is waar we rekening mee moeten houden.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik ben het helemaal met mevrouw Piri eens. Het is interessant dat zij
China noemt. Dat is een gevoelige slag toegebracht doordat het ook is
afgesneden van de Iraanse olietoevoer dankzij Donald Trump, maar dit
terzijde. Ik ben het dus helemaal eens met dat we ook onafhankelijker
moeten worden van de NAVO en van Amerika, zeker. Maar het idee dat wij
onafhankelijk van Amerika of de NAVO zouden kunnen opereren, is onzin.
Je moet dus diversifiëren; je moet niet al je eieren in één mandje
stoppen. Dat ben ik helemaal eens met mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, dat is fijn. Maar laten we dan ook vooral geen karikatuur maken,
zou ik zeggen, alsof GroenLinks-PvdA zou zeggen dat we morgen volledig
onafhankelijk zouden moeten zijn van de Amerikanen. Ik denk gewoon dat
we voor onze veiligheid, als het gaat om strategische autonomie, veel
sneller, echt veel sneller, deze slag moeten maken, vanwege allerlei
scenario's, waarvan ik er zonet eentje heb geschetst.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De karikatuur die ik heb beluisterd, is "onafhankelijkheid van de
Verenigde Staten". Als dat niet is gezegd door GroenLinks-PvdA, dan
niet. Als het wel is gezegd, dan vind ik dat een karikatuur. De
woordvoerder van de VVD zei terecht: onafhankelijker van de Verenigde
Staten. Maar onafhankelijkheid daarvan is niet mogelijk en onzes inziens
ook niet wenselijk.
Mevrouw Belhirch (D66):
Mevrouw Nanninga zei net dat het belangrijk is om ons belastinggeld goed
uit te geven, maar ze zette ook kritische vraagtekens bij Europese
samenwerking. Nu is het zo dat we, als we Europees samenwerken, ongeveer
tussen de 75 en 100 miljard euro besparen. Ik zou dan zeggen dat dat
heel goed is voor ons belastinggeld. Hoe kijkt mevrouw Nanninga
daarnaar?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Zeker. Wij zitten fijn op het standpunt "het Nederlands belang gaat
altijd voor". Dus waar we dingen nationaal, bij het Nederlandse
bedrijfsleven, kunnen aanbesteden, moeten we dat zeker doen; en als het
Europees kan, dan Europees. Dat moeten we per geval, per aanbesteding,
per contract bekijken. Maar we staan hier voor het Nederlandse belang.
Wij zien graag dat het Nederlandse bedrijfsleven, de Nederlandse
maakindustrie, hier zo veel mogelijk van profiteert, en dat we niet
onnodig, om maar Europees te doen, maar zo veel mogelijk gaan
uitbesteden. Maar ik ben het helemaal met D66 eens dat het ook zeer
voordelig kan uitpakken.
Mevrouw Belhirch (D66):
Erkent mevrouw Nanninga dat we, als we het als Nederland niet alleen
aankunnen, juist de Europese defensie-industrie nodig hebben om onze
veiligheid te garanderen?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik heb mezelf niet horen zeggen dat we Europa niet nodig hebben.
Mevrouw Belhirch (D66):
Daarom is het juist belangrijk om te onderstrepen dat we ook moeten
investeren in een betere Europese samenwerking, en ook in de Europese
defensie-industrie.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik heb mijzelf net niet het tegendeel horen beweren. JA21 is niet tegen
Europese samenwerking op defensie; wij zien daar zeker het nut van in.
Maar ik wil hier wel een lans breken en een heel duidelijke markering
maken: wij denken wel altijd eerst vanuit het nationale belang, dus dat
we wat nationaal kan, wat in Nederland kan, ook echt in Nederland moeten
doen en dat we dat niet over de grens moeten brengen of overal Europees
moeten onderbrengen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u. Waar was ik? Zonder de Verenigde Staten is de afschrikking ...
Nee, ik was hier: Trump. Ja, die is ingewikkeld, maar onze alliantie
moet er wel zijn en heeft ook bestaansrecht. Ik hoor graag van de
minister hoe zij verder de relatie ziet tussen het belang van Europese
versterking, die wij ook nodig achten, en het behouden van de
trans-Atlantische relatie. In dat kader ook nog even dit, in het kort.
De uitnodiging van president Macron om te spreken over een nauwere
Europese nucleaire samenwerking, een tweede levensverzekering naast de
NAVO, kan heel interessant zijn, maar wat JA21 betreft moet het
nadrukkelijk en-en zijn, niet of-of. Je wilt niet de ene afhankelijkheid
inruilen voor de andere. Wij willen niets afdoen aan de
trans-Atlantische relatie en de Amerikaanse nucleaire paraplu blijft
voor ons de primaire garantie. We willen weten of deze gesprekken zijn
afgestemd met de Verenigde Staten, en hoe dit zich verhoudt tot
bestaande NAVO-verplichtingen.
Dan, voorzitter, Oekraïne. Voor de periode 2027 tot en met 2029 is
jaarlijks 3 miljard euro gereserveerd. Dat bedrag wordt vanaf nu
ingepast binnen het uitgavenkader. Tegelijk gaf Defensie eerder zelf aan
dat de benodigde steun eerder dik boven de 4 miljard per jaar lag, en de
afgelopen jaren zaten we ook op dat niveau. Is 3 miljard structureel
voldoende of is dit een politiek vastgesteld plafond? Wij willen
namelijk geen automatische ophoging van dit bedrag, maar we willen wel
graag helderheid over de aannames. Als 3 miljard onvoldoende blijkt, hoe
wordt dat dan opgevangen? Gaat dat ten koste van de eigen gereedheid?
Wordt er alsnog een beroep gedaan op de algemene middelen? Wij zien
overigens voor 2026 helemaal geen ophoging, klopt dat? Of is de minister
nog van plan om dat ergens vandaan te halen? Zo ja, waarvandaan, en
hoeveel dan exact?
Voorzitter. Een ander punt dat al jaren speelt, is de beveiliging van
kritieke militaire infrastructuur. In een tijd van hybride dreiging en
sabotage is het moeilijk te verdedigen dat de basisbeveiliging niet
volledig op orde is. Ik begrijp eigenlijk niet waarom dit niet allang
geregeld is. Mij dunkt dat geld niet meer het argument kan zijn. Waar
gaat dit nu, operationeel gezien, nog steeds mis? Hoezo is dit probleem
zo hardnekkig? Wat is er zo ingewikkeld aan het beveiligen van kritieke
militaire infrastructuur? Het is niet dat we daar als Defensie geen
ervaring mee hebben. We verwachten hier in mei meer informatie van de
Rekenkamer over, maar dat duurt nog best wel lang. Ik hoop, maar
verwacht vooral, dat het kabinet hier nu al kan toezeggen dat dit
probleem wordt aangepakt en opgelost. Graag een reactie.
Voorzitter. Dan wil ik het nog hebben over strategische autonomie, met
name in praktische zin. Dan bedoel ik: systemen die in aantallen
inzetbaar zijn, zoals munitie, granaten en drones. De oorlog in Oekraïne
laat zien dat massa weer telt. Dan heb ik een vraag over de Nederlandse
maakindustrie. Ik wil hier als JA21 het volgende toch echt heel
duidelijk markeren: alles wat in Nederland gemaakt kan worden, moet in
Nederland gemaakt worden. Hoe kijkt de minister naar een Nederlandse
munitiefabriek? Hoe worden bedrijven gestimuleerd om de productie op te
schalen? Zijn er bepaalde regels die we kunnen versoepelen om dat
aantrekkelijker te maken? Wat doet de staatssecretaris al? Is de
staatssecretaris het met ons eens dat het, zolang de productie nog niet
op niveau is, zinvol is om in ieder geval grote strategische voorraden
aan te leggen? Hoe staat het bijvoorbeeld met de dronefabriek bij VDL?
Ik begrijp dat dit misschien ook gevoelige informatie kan zijn, dus het
zou ook vertrouwelijk mogen.
Voorzitter. Tot slot wil ik graag van de minister en de staatssecretaris
weten hoe zij zich in deze termijn gaan onderscheiden van hun
voorgangers. Waarop kunnen we deze twee bewindspersonen over vier jaar
afrekenen? Wat zijn zaken waar zij zich nou echt extra voor gaan
inzetten? We zijn daar heel erg benieuwd naar.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Nanninga.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors tot 13.45 uur voor de lunch.
De vergadering wordt van 13.00 uur tot 13.47 uur geschorst.
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (36800-X);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 (36800-K).
De voorzitter:
Dan is de voortzetting van de begroting van Defensie aan de orde.
Voordat ik de heer Van Lanschot het woord geef, geef ik het woord aan
mevrouw Piri voor een punt van orde.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter, ik heb een punt van orde. We hebben een brief van het
kabinet gekregen deze ochtend, waarin wordt gemeld dat er een verzoek
van de Fransen om bijstand ligt. Daarboven staat: artikel 100. Even voor
de duidelijkheid: een artikel 100-brief kan natuurlijk pas naar de Kamer
worden gestuurd als het kabinet een besluit heeft genomen. Dan komt dat
met een motivering naar de Kamer en dan volgt een Kamerdebat. Mijn
informatieverzoek is het volgende. A: ik neem aan dat het om een urgent
besluit gaat, dus wanneer gaat het kabinet hier een besluit over nemen?
B: kunnen wij dan meteen, op basis van een artikel 100-brief van het
kabinet, het debat voeren? Ik ben namelijk bang dat als we dit tot
dinsdag of woensdag laten liggen, dat te laat is. Vandaar mijn vraag,
ook agendatechnisch: moeten wij iets inplannen voor morgen of
overmorgen? Graag een reactie van het kabinet.
De voorzitter:
De vraag is even of de minister nu een toelichting kan geven op dat
verzoek. Dat is het geval, zie ik. Dan geef ik kort het woord aan de
minister.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel. Ik kan het in ieder geval proberen, want ik denk dat ik de
vraag goed begrijp. Wij hebben dat verzoek gekregen, maar wij hebben
daar zelf ook nog heel veel vragen bij. Het leek ons alleen een heel
gekke figuur om, als we dat verzoek hebben liggen en hier met elkaar
spreken over Defensie — weliswaar over de begroting voor dit jaar, maar
toch — niet transparant met u te hebben gedeeld dat dat verzoek er ligt.
Om die reden is die brief nu dus al uitgegaan.
Al deze vragen worden as we speak uitgezocht. Wat is de inzet van de
Fransen? Wat wordt er concreet van ons verwacht? Wat gaan wij wel of
niet doen? Dat besluit is inderdaad nog niet genomen. Ik denk dat we
luid en duidelijk hebben gehoord wat mevrouw Piri zegt: informeer ons
meteen zodra het kabinet een besluit heeft genomen en we iets gaan doen.
Maar het eerlijke antwoord is dat ik nu nog niet weet wanneer dat is,
omdat wij ook al deze vragen hebben. Ik heb veel contact met de mensen
bij ons die dat uitzoeken en met de Fransen, maar ik denk niet dat we
het aan het einde van de dag duidelijk hebben en dat we het dan morgen
kunnen doen. Ik zal zorgen dat we het, zodra wij het weten, volgens de
processen die we met elkaar hebben afgesproken, zo snel mogelijk doen.
Dat probeerden we ook vanochtend te laten zien met dat briefje: meteen
transparant maken waar we naar kijken.
De voorzitter:
Is dat afdoende voor nu, mevrouw Piri?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter. Ik neem aan dat in afwachting van het besluit van het
kabinet het schip wel alvast die kant op gaat. Ik denk dat dat hier nu
de moeilijkheid is. Maar ik hoor de toezegging van de minister dat er
niks gaat gebeuren zolang de Kamer, mocht dat besluit vallen, niet
gewoon een volwaardige artikel 100-procedure heeft kunnen voeren met het
kabinet.
De voorzitter:
Ik zie non-verbale instemming vanuit de zijde van het kabinet.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Lanschot voor zijn inbreng namens het CDA
in de eerste termijn.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. "Ik vrees dat we niets anders hebben gedaan dan een slapende
reus wakker maken en hem vervullen met een verschrikkelijke
vastberadenheid." Dat zou de Japanse admiraal Yamamoto gezegd hebben na
de aanval op Pearl Harbor. Door oorlog in Europa, spionage en sabotage
staan onze vrijheid en veiligheid weer op het spel. Nederland en Europa
zijn inmiddels wakker, maar nog niet uit bed. We moeten in onafzienbare
tijd in actie komen en gereed zijn voor een grootschalige confrontatie,
die we dan moeten voorkomen. Het CDA heeft er vertrouwen in dat we grote
stappen kunnen zetten op vier fronten: manieren, middelen, mensen en
mindset.
Met manieren bedoelen we de samenwerking met de EU en NAVO-partners.
Allereerst is het essentieel dat we Oekraïne blijven steunen. Daarom is
het goed dat daarvoor 9 miljard is opgenomen in het regeerakkoord.
Terecht wees de collega van GroenLinks-PvdA er al op dat er ook nog een
deel ontbreekt, namelijk 1,3 miljard. We zijn benieuwd welke
mogelijkheden de minister ziet om dat te adresseren.
Ten tweede is er nog geen doorbraak in de Oekraïense vredesbesprekingen.
Toch is het belangrijk dat onze Kamer zich gaat voorbereiden op een
mogelijk verzoek tot Nederlandse deelname aan een internationale
afschrikkingsmacht. Wat zijn de randvoorwaarden voor succes? Welke
exitstrategieën zijn er en welke lessen leren we uit het verleden? Dit
soort vragen moeten we gaan beantwoorden. Daarom zal het CDA tijdens de
volgende procedurevergadering een verzoek doen om de experts van de AIV,
de Adviesraad Internationale Vraagstukken, hierover voor de zomer aan de
Kamer te adviseren.
Ten derde juicht onze fractie het toe dat dit kabinet in Europa een
leidende rol wil spelen. Vanochtend informeerden de ministers van
Defensie en Buitenlandse Zaken, zoals net werd verteld, ons over het
Franse verzoek voor de defensieve inzet van ons luchtverdedigings- en
commandofregat Zijner Majesteits Evertsen bij de verdediging van met
name Cyprus. De CDA-fractie heeft een positieve grondhouding ten
opzichte van deze inzet en zal een definitief besluit nemen na nadere
bestudering van het exacte verzoek. Wij steunen ook de uitnodiging van
Frankrijk voor nucleaire samenwerking.
Voorzitter. Belangrijk is ook het opzetten van de Europese pijler in de
NAVO. Wanneer kunnen we van de minister een brief verwachten van de
Nederlandse positie daarin?
Voorzitter. Ten vierde zien we in de EU fragmentatie van materieel. Wij
hebben negentien verschillende tanks en de VS hebben er één. Dat gaat zo
door op allerlei fronten van het materieel. We kopen dus langs elkaar
heen. Dat betekent verschillende onderdelen en onderhoudslijnen. Dat
kost geld, tijd en inzetbaarheid. Het CDA wil daarom maximale Europese
standaardisatie van materieel.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat ook de heer Van Lanschot vraagt wat we nog met die 1,3
miljard euro gaan doen. Dat staat dus genoteerd, net als bij de
D66-fractie. Ik ben ook benieuwd. Ik hoop gewoon dat we dat gaan
regelen.
De vraag die ik heb is eigenlijk als volgt. Het uitzenden van
militairen, op welke manier dan ook, is het zwaarste besluit dat je hier
in de Kamer kan nemen. Nu hebben we geloof ik anderhalf uur geleden een
brief binnengekregen, waarvan de minister zegt: ik heb er zelf ook nog
veel vragen over en we hebben er nog geen besluit over genomen. Ik
begrijp dat in het laatste uur de CDA-fractie al vergaderd heeft of ze
hier welwillend tegenover staan? Hoe moet ik de uitspraken van de heer
Van Lanschot duiden?
De heer Van Lanschot (CDA):
Mevrouw Piri duidt dit uitstekend. De CDA-fractie heeft een positieve
grondhouding ten opzichte van dit verzoek. We hebben het de hele ochtend
gehad over meer Europese samenwerking en over het opbouwen van een
afschrikwekkende krijgsmacht. Dit Franse verzoek is daar een goed
voorbeeld van. Het gaat om defensieve inzet in de Middellandse Zee.
Daarom hebben wij een positieve grondhouding. Dat wil nog niet zeggen
dat wij instemmen met dat verzoek als het er komt, maar we willen wel
alvast duiden dat wij hier in de basis positief tegenover staan.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het gewoon best raar. We hebben net een verzoek ontvangen dat
letterlijk alleen maar een verzoek is, zonder details, zoals: om hoeveel
man gaat het precies, om welke inzet gaat het, wat is de duur en wat is
het doel? Laat ik het als volgt zeggen. Ik zou collega Van Lanschot in
ieder geval willen meegeven nooit lichtvaardig te doen over dit soort
besluiten. Dit zijn de zwaarste besluiten die je als Kamer kunt nemen.
Het is prima dat u in principe altijd zegt: verzoeken van bondgenoten
nemen wij altijd serieus. Dat is ook de grondhouding van
GroenLinks-PvdA. Maar geef hier alstublieft geen blanco cheques terwijl
we nog niet eens weten wat er aan de hand is.
De heer Van Lanschot (CDA):
Een korte reflectie. Een positieve grondhouding wil nog niet zeggen dat
het een definitief besluit is. Daarvoor is natuurlijk het exacte verzoek
leidend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik hoorde het CDA niet alleen "een positieve grondhouding", maar ook het
woord "steunen" zeggen. "Wij steunen het verzoek tot nucleaire
samenwerking van de Fransen." Dat klopt, hè? Wat steunt u dan precies?
Wat houdt dat verzoek voor nucleaire samenwerking met de Fransen in?
De heer Van Lanschot (CDA):
Wat dat verzoek inhoudt, hebben we allemaal in de krant kunnen lezen en
in de speech van Macron kunnen horen. Het CDA steunt dit omdat je samen
sterk staat. Collega Nanninga noemde dit al terecht "een tweede
verzekeringspremie op nucleair gebied". Die kunnen we uitstekend
gebruiken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als het CDA de informatie uit de kranten haalt, dan hebben wij gewoon
dezelfde informatie als het CDA. Wij weten niet precies wat dat verzoek
inhoudt. Er is bijvoorbeeld een optie dat Nederland meedoet aan
nucleaire proeven. Steunt het CDA dat bij voorbaat? Wat voor proeven
zijn dat dan? Hoe vaak gaan we die dan doen? Welke steun wordt hier nu
gegeven door het CDA, toch ook een coalitiepartij? Er zouden kernwapens
in verschillende landen worden geplaatst. Steunt het CDA het plaatsen
van kernwapens op Nederlandse bodem? Waar moeten die kernwapens dan
komen? Heeft het CDA hier meer informatie over dan wij of is het gewoon
"we steunen alles wat de Fransen ons vragen op kernwapengebied en we
zien wel wat we zo meteen moeten doen"?
De heer Van Lanschot (CDA):
We hebben evenveel informatie als de andere Kamerleden. Nucleaire
proeven die we samen gaan doen, heb ik niet teruggezien, wel samen
trainingen over nucleaire inzet doen, het onderhouden van de
faciliteiten en inderdaad plaatsing. Dat gebeurt nu ook al met de
Amerikaanse nucleaire afschrikkingsmacht die we hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is echt heel erg zorgelijk dat het CDA, een grote partij, een
coalitiepartij, zo lichtzinnig omgaat met kernwapens en het uitbreiden
van kernwapenarsenalen. Kernwapens zijn massavernietigingswapens. Je
moet die niet willen gebruiken. Nog los van de vraag of je dat wil of
niet, maak je jezelf ook een doelwit als je ze plaatst. Waarom geeft het
CDA hier een soort vrijbrief aan de Fransen door te zeggen het te
steunen, terwijl het CDA duidelijk ook geen idee heeft van wat het
inhoudt? Komen er zo meteen kernwapens op Nederlandse bodem? Moeten wij
meedoen met nucleaire proeven? Dat is helemaal nog niet bekend. Ondanks
dat dat niet bekend is, zegt het CDA: we steunen dat, want dat vinden we
belangrijk. Het CDA heeft echter geen idee. Klopt dat nou?
De heer Van Lanschot (CDA):
Het CDA steunt de uitgestoken hand van Frankrijk op het gebied van het
versterken van de nucleaire samenwerking. Er zijn misschien partijen in
deze Kamer die dat bij voorbaat afwijzen. Dat zou ik heel onverstandig
vinden. U heeft het CDA niet horen pleiten voor meer kernwapens, want
het zou ook met herverdeling van de bestaande voorraad kunnen. Dit zijn
allemaal uitwerkingsvragen waar het kabinet mee aan de slag gaat. Het is
nu nog te vroeg om die hier in detail te bespreken.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Ik was aan het vertellen hoe belangrijk het is om in
Europa te standaardiseren op het gebied van materieel, zodat wij
effectiever kunnen inkopen. Kan de staatssecretaris een plan sturen, het
liefst zo snel mogelijk, met daarin de meest voor de hand liggende
standaardisatiekeuzes en potentiële EU-partners waarmee we dat kunnen
doen?
Dan ga ik verder met de middelen. Het is goed dat we versneld opschalen
naar 3,5%, zeg ik terwijl de heer Dassen aan komt lopen.
De voorzitter:
Die ik het woord geef voor zijn interruptie.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb aan D66 en de VVD gevraagd hoe het nou zit met die 50%. Zijn de
licentieovereenkomsten daar ook onderdeel van? Die vraag zou ik ook
graag aan het CDA willen stellen.
De heer Van Lanschot (CDA):
In het coalitieakkoord staat inderdaad: gezamenlijke inkoop bij
Nederlandse en Europese ondernemers van materiaal (inclusief licentie en
onderhoud). Dus ja, licenties horen daarbij.
De heer Dassen (Volt):
Dat is in ieder geval een helder antwoord; het is een ander antwoord dan
dat ik net kreeg. Ik kan meteen door naar de volgende vraag, kijkend
naar de voorzitter. Mijn vraag gaat over de gezamenlijke
inkoopautoriteit. Draghi geeft aan dat we die moeten hebben. Is het CDA
van mening dat er inderdaad een Europese inkoopautoriteit moet zijn die
namens de lidstaten van de Europese Unie materieel gaat aankopen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Misschien eerst een stap terug. Draghi heeft een gezaghebbend rapport
uitgebracht. Dat is door velen omarmd, maar door weinigen zijn er echt
acties op schaal uitgevoerd, een procent of 10. Volgens mij is het een
bijzonder interessant idee dat Draghi genoemd heeft. Het zou ook een
goed instrument kúnnen zijn in het effectiever samen Europees inkopen.
Of we dat zouden moeten inzetten, vind ik echt een vraag die het kabinet
primair moet beantwoorden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Afrondend, voorzitter. Het komt uit het Draghirapport. Volgens mij staat
in het coalitieakkoord dat het Draghirapport onverkort uitgevoerd gaat
worden. Ik hoop dus dat het kabinet duidelijk aangeeft dat we dit gaan
doen. Doet het dat niet, dan zijn de teksten in het coalitieakkoord een
beetje dubbelzinnig. Als er iets in staat, dan moet het uitgevoerd
worden, zou ik zeggen.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik zie een aanmoediging van de heer Dassen, namelijk dat het kabinet het
Draghirapport goed ter hand neemt en de goede ideeën oppakt en
uitwerkt.
De heer Boon (PVV):
Hoorde ik nou goed dat het CDA gewoon Volt links voorbijgaat en onze
inkoopverantwoordelijkheid wil weggeven aan de Europese Unie, waardoor
wij zelf niet meer gaan over onze inkoop? Heb ik dat nou daadwerkelijk
goed gehoord?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dan heeft u iets anders gehoord dan ik gezegd heb. Ik heb gezegd dat er
een kans is om effectief in te kopen. Bij inkopen op schaal heb je
inkoopkorting, zoals de meeste mensen weten die uit het bedrijfsleven
komen, en ook de mensen die niet uit het bedrijfsleven komen overigens.
Dit lijkt me een kans die je niet a priori moet wegcijferen.
De heer Boon (PVV):
Dat was de vraag niet. De vraag is: vindt u dat Nederland altijd zelf
verantwoordelijk moet blijven voor wat wij inkopen en die
verantwoordelijkheid niet aan de Europese Unie moet overdragen? Wij
beslissen wat voor materieel, munitie en wapens onze mannen krijgen en
niet de Europese Unie.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik zou niet noodzakelijkerwijs willen uitsluiten dat we samen inkopen.
Dat lijkt me zeer onverstandig en geen goede inzet van
belastingcenten.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Boon (PVV):
De laatste opmerking. Dan heb ik toch goed geconcludeerd dat het CDA
Volt links voorbijgaat.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog.
De voorzitter:
Ja.
De heer Van Lanschot (CDA):
We waren bij de middelen. 3,5% in 2035 is prettig, maar geld alleen
maakt ons niet veilig. Een van de belangrijke zaken die we moeten doen,
is meer innovatief publiek-privaat samenwerken met het bedrijfsleven,
overheden en onderwijsinstellingen. Daarom roept onze fractie op tot een
herziene Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie. Dit in het
afgelopen jaar opgeleverde document beschouwen wij, misschien niet heel
parlementair gezegd, als een losse flodder. Daarin worden geen echte
keuzes gemaakt noch smart doelstellingen in opgenomen. Wij verwachten
dus eigenlijk een herziene strategie, waarin onder andere het volgende
staat: een doorvertaling van de doelstellingen uit het regeerakkoord,
zoals gezamenlijke Europese inkoop, voorfinanciering van de industrie en
oprichting van de defensieautoriteit — die is door meerdere collega's al
genoemd vandaag — en het identificeren van knelpunten in
toeleveringsketens, vanuit het perspectief van zowel de OEM's als de
toeleverende mkb-leveranciers. Bij zo'n industrie-innovatiestrategie
moet je natuurlijk ook nauw het bedrijfsleven betrekken. We gaan ervan
uit dat dat gebeurt. We zullen hiervoor een motie indienen in de tweede
termijn.
DEFPORT is zo'n mooie publiek-private samenwerking. Daarvan ziet onze
fractie de potentie in. We horen graag van de staatssecretaris waar we
nu staan. Welke meetbare doelen stelt DEFPORT zich? Welke lessen kunnen
we trekken op het gebied van publiek-private samenwerking in Oekraïne,
zoals met Dignitas en Brave1? Wanneer kunnen we — ik citeer uit de
begroting — "voorstellen in het kader van productie en opschaling"
verwachten? En hoe zorgen we ervoor dat DEFPORT op voldoende afstand van
Defensie opereert, zodat, net als in het succesvolle Brainportmodel, de
publiek-private belangen gebalanceerd vertegenwoordigd kunnen
worden?
Voorzitter. Ten derde is het belangrijk dat we innovatie in de praktijk
brengen. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen een inventarisatie te
maken van campussen en clusters waar Defensie een leidende rol bij
speelt? Ik maak dit even concreet. Tijdens een prachtig werkbezoek bij
Vliegbasis Woensdrecht begrepen we dat er een mogelijke deelname verkend
wordt van Defensie in de Hive Aerospace Collective, met als doelstelling
een gelijkwaardiger partnerschap van de defensie-industrie en overheden.
Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat we kansen als deze effectief
benutten? Kan hij ons ook iets vertellen over hoe we gezamenlijk
innovatie met Oekraïne, zoals het kosteneffectief neerhalen van
Shaheddrones, verder kunnen stimuleren?
Dan een wat meer zorgelijke ontwikkeling die we lezen in het rapport van
de Rekenkamer, namelijk dat van de 103 projecten groter dan 50 miljoen
een kwart meer dan zes jaar vertraagd is. Dat moet beter, vinden we. Kan
de staatssecretaris ons vertellen wat er nodig is om die projecten vlot
te trekken? Dat hoeft niet nu, maar dat kan ook in een brief of in een
reguliere P&C-cyclus. Kan de staatssecretaris ons daarover blijven
informeren? In april spreken we verder over de ruimte voor Defensie. Het
CDA — ik geef alvast een voorproefje — gaat dan kijken of we zij aan zij
staan met gemeentes en provincies in de uitvoering daarvan en of we ook
de koppelkansen pakken met knooppunten rondom de militaire
infrastructuur en civiele infrastructuur.
Voorzitter. Het laatste punt gaat over regels binnen het blokje
middelen. Wij vragen ons af wat de minister en staatssecretaris gaan
bijdragen aan het tegengaan van de regeldruk, een belangrijk thema in
dit regeerakkoord. Alles staat of valt met onze mensen, niet alleen met
tanks. In het coalitieakkoord is terecht opgenomen dat de samenleving
weerbaar en samenredzaam moet zijn. Daarvoor moeten we een aantal zaken
doen. Allereerst moeten we bouwen aan een schaalbare krijgsmacht met
minstens 122.000 medewerkers. Er werden hier al een aantal vragen over
gesteld. Ook het CDA wil van de staatssecretaris graag een, in goed
Nederlands, strategic resource planning. Daarin zijn we eigenlijk
benieuwd naar een paar zaken. Wat is nou de beoogde compositie? Denk aan
reservisten, beroeps et cetera. In welk jaartal zou dit bereikt moeten
worden? Hoe ziet het beoogde groeipad eruit? Wat zijn de talentpools?
Dat is ook weer goed Nederlands. Hoe verhoudt dit zich tot het huidige
groeipad? Als we dat allemaal weten — ik zie de collega's in vak K
lachen — dan hebben we er zicht op of we een beetje op schema lopen of
dat er extra maatregelen nodig zijn, zoals bijvoorbeeld het flexibeler
omgaan met medewerkers die nu vanwege hun leeftijd uitstromen en die we
hartstikke goed kunnen gebruiken; de heer Struijs noemde het al. Onlangs
heb ik ook vragen gesteld over de rechtspositie van reservisten. Ik ben
benieuwd wanneer die antwoorden naar de Kamer komen, voorzitter.
Dan spreken we in het notaoverleg in juni …
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag gaat hierover. Het gaat over het opschalen van de
krijgsmacht. Ik hoorde de heer Van Lanschot hier nu al allerlei opties
noemen die heel redelijk zijn, en die ze ook gewoon in het
coalitieakkoord hadden kunnen zetten in plaats van die selectieve
opkomstplicht. Waarom is er dus meteen gekozen voor die escalatie naar
de selectieve opkomstplicht?
De heer Van Lanschot (CDA):
Volgens mij staat dat er niet in. Er staat in: we schalen de krijgsmacht
op en we bereiden dat voor als het niet snel genoeg gaat.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker. We hebben nu 76.000 mensen. In het coalitieakkoord staat: als we
binnen vier jaar niet op 122.000 zitten, dan is dit een serieuze
overweging.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dat klopt. Reflecterend op het debat vanochtend vind ik dat we er ook
gewoon open en eerlijk over moeten zijn dat we wat vragen aan onze
samenleving voor onze vrijheid, welvarendheid en onafhankelijkheid. Dat
betekent ook dat dit een mogelijkheid is. Laten we even in cijfers
denken. Een cohort is ongeveer 200.000 per jaar. Als 10% daarvan, dus
20.000 mensen, geïnteresseerd is in Defensie, kom je al makkelijk aan je
aantal.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Hartstikke leuk, dit soort rekensommetjes, maar helaas is de ervaring
iets hardnekkiger dan dit. Defensie doet al heel lang haar best om het
personeel te laten groeien en dat is echt niet op het niveau dat we nu
kunnen zeggen: als we op deze weg doorgaan, zit dat op 122.000 in 2030.
Ik vind het dus zeer problematisch ... Kijk naar een land als Zweden,
dat zo'n selectieve opkomstplicht heeft. Waar komt dat op neer? Elk jaar
moeten twee of vijf jongeren de gevangenis in en moeten 3.000 jongeren
geldboetes betalen omdat ze weigeren te komen terwijl ze geselecteerd
zijn. Is dat daadwerkelijk wat we moeten doen om het draagvlak voor onze
Defensie hoog te houden?
De heer Van Lanschot (CDA):
Meteen over dit soort escalaties praten vind ik dit debat in het absurde
trekken. Laten we een paar dingen constateren. Allereerst hebben
17-jarigen — ik denk dat velen van ons dat herkennen — soms een steuntje
en een duwtje in de rug nodig, zo van: Defensie, is dat niet iets voor
jou? Ten tweede zit Defensie ook niet te wachten op mensen die niet
gemotiveerd zijn; laten we daar ook gewoon eerlijk over zijn. We kunnen
later nog praten over welke maatregelen je kunt nemen als het halen van
de doelstelling echt heel krap wordt. Laten we dit vooral zien als een
kans om aan iedereen in Nederland te vragen om een steentje bij te
dragen voor onze veiligheid.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind dat een mooi bruggetje, want daar ging eigenlijk precies mijn
vraag over. Mijn vraag ging niet alleen over ruimte voor Defensie, waar
we nog over gaan spreken, maar ook over een beetje trots op Defensie. Ik
gaf in mijn bijdrage al aan dat ik zelf op de Veluwe ben opgegroeid. Je
was er gewoon trots op dat daar militairen waren. Je zou eigenlijk trots
moeten zijn dat er straks een F-35 vanuit Flevoland opstijgt om ons land
te verdedigen. Daar gaat mijn vraag ook over. Hoe kunnen we ervoor
zorgen dat de kinderen van families die zich nu zorgen maken over
geluidsoverlast en straks misschien in de file staan voor een colonne,
er misschien toch wel in geïnteresseerd zijn om zich straks bij Defensie
te voegen? Wat hebben wij dan nog meer te doen vanuit de Kamer?
De heer Van Lanschot (CDA):
Overlast zal er gewoon zijn. In sommige landen wordt dat "het geluid van
vrijheid" genoemd. We moeten accepteren dat die overlast er is.
Tegelijkertijd moeten we een inspirerende propositie neerzetten voor de
krijgsmacht. Een heel goed voorbeeld daarvan is dat militairen weer
vaker in uniform in het openbaar te zien zijn, met dank aan de huidige
staatssecretaris, die zich daar hard voor heeft gemaakt. Daar moeten en
mogen we gewoon fier op zijn.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben blij met dit antwoord, maar ik zou willen stoppen met zeggen dat
we overlast van defensie ondervinden. We hebben profijt van ze, als dat
straks nodig is. Ik denk dat we dat ook moeten gaan uitstralen met
elkaar. Ik zou dus in dat commissiedebat met elkaar verder willen kijken
hoe we aan voldoende personeel komen. Als we praten over ruimte voor
defensie, moeten we ook echt meenemen hoe we families in Nederland weer
trots maken op de defensie. Zo zorgen we ervoor dat het in de genen komt
dat je daar een bijdrage aan levert. Ik hoorde mevrouw Bikker daar
eerder in het debat iets over vragen, maar ik zou op dit punt echt nog
meer in deze Kamer samen willen optrekken.
De heer Van Lanschot (CDA):
Met de nuance dat sommige mensen toch echt overlast zullen ervaren als
ze hun boerderij moeten verplaatsen omdat daar een landingsbaan voor een
F-35 komt, neem ik de uitgestoken hand om daar verder over door te
praten graag aan.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik hoorde het CDA net zeggen dat het in de huidige situatie, met
betrekking tot Iran, steun zou uitspreken. Nou lees ik net in de
persberichten dat Iran inmiddels Turkije heeft aangevallen. Dat is een
bericht van een halfuur geleden. We worden nu dus best snel door de
feiten ingehaald. Als er vanuit de Kamer op korte termijn een verzoek
komt voor steun aan Amerika en Israël in de strijd tegen Iran, kunnen we
dan rekenen op de steun van het CDA?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dit zijn zeer hypothetische scenario's. Daarbij helpt het niet om hier
publiekelijk over te speculeren. Dat ga ik dus ook niet doen.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Daar wil ik toch op reageren, want we hebben wel snelle beslissingen
nodig. Ons Europees grondgebied wordt aangevallen. Snel schakelen is
daarbij gewenst.
De heer Van Lanschot (CDA):
Als dit een oproep is om snel te schakelen: dat kan het CDA zeker.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Heel goed.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik wil toch even terug naar het vorige punt, naar de mooie
gedachtewisseling met collega De Groot over hoe we ervoor gaan zorgen
dat een grotere krijgsmacht niet alleen een last is die op het land
drukt, maar waarvan we gezamenlijk zeggen: we zijn dankbaar dat mensen
zich in willen zetten en onze vrijheid is daarmee gediend. Mijn vraag
aan de collega zou daarom juist ook zijn: hoe ziet hij dat ten aanzien
van onze veteranen? Zouden we daar ook niet nog een aantal verdere
stappen moeten zetten?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan collega Bikker voor dit prachtige bruggetje, want daar wilde ik
eigenlijk net mee verdergaan. Als ik dat doe, kan zij daar misschien
later nog aanvullingen op doen of daarop reageren.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, ik ken u als iemand die ongetwijfeld nog een keer
terugkomt, en dat mag dan ook. U vervolgt, meneer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. In het notaoverleg in juni spreken wij uitgebreid over onze
meer dan honderdduizend gewaardeerde veteranen. Het CDA wil het daarbij
specifiek hebben over de arbeidsmarktpropositie van veteranen. Ik heb
zelf mogen ervaren dat zij met hun doelgerichtheid, discipline en
teamgeest een versterking zijn voor menig bedrijf. Kan de minister
daarom ook voorafgaand aan dit debat de Kamer informeren over feiten,
trends en lopende initiatieven?
Voorzitter. Het werd net al genoemd: niet alleen onze veteranen
verdienen onze waardering, maar ook hun thuisfront. Dat zijn vaak
onzichtbare mannen en vrouwen, vrienden en vriendinnen, die achter die
militairen staan. Zij steunen hen en brengen offers. Dat zien we te
weinig. Nu vindt op 27 juni de Nederlandse Veteranendag plaats. Dat is
een mooie eerste kans om daar iets aan te doen. Kan de minister daarom
toezeggen dat zij met het Nationaal Comité Veteranendag in gesprek gaat
over het plaatsen van een extra tribune voor het thuisfront, zodat de
partners het respect en de eer krijgen die zij verdienen, als een mooie
eerste stap?
Tot slot, voorzitter. Het belangrijkste is het bijstellen van onze
mindset. Defensie moet ondernemender worden, het bedrijfsleven
flexibeler, de samenleving weerbaarder en de politiek realistischer. Bij
een versnelde opschaling van de krijgsmacht zullen er zaken misgaan.
Onze fractie begrijpt dat. Ook in het bedrijfsleven kiest men vaak voor
óf sterk groeien óf scherp op de kosten letten. Beide tegelijkertijd is
ontzettend moeilijk. Zolang de Kamer transparant geïnformeerd blijft en
Defensie lessen trekt, beziet het CDA fouten met mildheid. Progressie
boven perfectie.
Dank u wel.
De heer Boon (PVV):
Dit is mijn laatste vraag. Rutte heeft onze Leopardtanks wegbezuinigd.
Daarna hebben we een gedeelte kunnen leasen van de Duitsers. Nu krijgen
we weer ons eigen tankbataljon. Deelt het CDA de mening dat een gedeelte
van dat tankbataljon vast in Nederland gestationeerd moet zijn? Deelt
het CDA de mening dat het laten zien van de tanks en het uitstralen van
trots kan bijdragen aan het halen van het doel om het aantal militairen
verhogen? Iedereen die een tank ziet, is toch vol van trots?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dit is enerzijds een operationele vraag. Die laat ik graag over aan de
staatssecretaris. Over het punt van trots ben ik het helemaal eens.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Uw voorspellende gaven zijn weer eens bewezen, voorzitter. Mijn vraag
aan collega Van Lanschot is de volgende. Ik zei al dat ik een vraag heb
over veteranen en over hoe we ervoor kunnen zorgen dat we in ons land
een betere veteranencultuur krijgen. Ik heb het dan niet alleen over de
plekken waar veteranen samenkomen, maar veel meer over de erkenning voor
offers die niet alleen zij, maar ook hun gezinnen soms hebben gebracht.
Is collega Van Lanschot het me eens dat we daarin ook zouden moeten
kijken naar de Diensten voor Geestelijke Verzorging bij Defensie? Hoe
kunnen we ervoor zorgen dat ook daar een beschikbaarheid is voor de
veteranen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dat vind ik een hele prikkelende en interessante gedachte. Onze
oud-commissaris van de Koning hier in Zuid-Holland en vele anderen
zullen ons ongetwijfeld kunnen helpen bij het vormgeven, dus ik ga graag
in op die uitnodiging.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dan houden we het gewoon daarbij, voorzitter. Had u dat niet
gedacht?
De voorzitter:
Nee! Dank u wel voor uw medewerking. Het woord is aan de heer Van Baarle
voor zijn inbreng namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Het is duidelijk dat DENK geen voorstander is van de
NAVO-norm en de massale investeringen die we zien in wapens. Dat hebben
we tijdens vele debatten ook al gezegd. De Trumptaks duwt mensen in ons
land die al moeite hebben om hun rekeningen te betalen de armoede in.
Boodschappen worden duurder, de benzineprijs stijgt naar het hoogste
niveau in jaren, het kabinet kort op de WW en door de verhoging van de
AOW moeten mensen bijna tot hun dood blijven doorwerken. Nederlanders
kunnen hun rekeningen aan het einde van de maand vaak al niet meer
betalen, nemen steeds legere boodschappentassen mee naar huis en moeten
pijnlijke keuzes maken in hun leven. Nu moeten ze dus ook gaan betalen
voor de NAVO-norm. Als je wapens verkiest boven het helpen van kinderen
in armoede en miljarden aan wapens uitgeeft terwijl heel veel mensen in
Nederland het gewoon niet meer kunnen trekken, dan is dat volgens DENK
geen rechtvaardige keuze.
Via de zogenaamde vrijheidsbijdrage, de Trumptaks, worden miljarden
euro's opgehaald bij mensen in ons land. We zien dat de armoede in ons
land daardoor gaat stijgen: bijna 40.000 mensen extra in armoede. Het
gaat om honderden euro's per huishouden aan extra kosten. Waarom moeten
normale Nederlanders, die het al niet meer kunnen hebben om extra
bijdragen te leveren, zo op de lasten gejaagd worden?
Voorzitter. Daar komt nog eens bij dat we al dat geld misschien niet
eens uitgegeven krijgen. Het Centraal Planbureau verwacht dat Defensie
in 2030 ongeveer 1,4 miljard euro van het extra geld voor Defensie niet
eens kán uitgeven. Volgens het Centraal Planbureau blijft door een
gebrek aan uitvoeringscapaciteit meer dan 10% van de uitgaven op de
plank liggen. Is de minister zich hiervan bewust? Waarom blijven we dan
van gewone mensen eisen dat ze meer moeten bijdragen, terwijl het geld
misschien niet eens besteed kan worden? Wat gaat er eigenlijk met dit
soort onderbestedingen gebeuren?
Voorzitter. De fractie van DENK dankt het defensiepersoneel en waardeert
het defensiepersoneel voor hun inzet en hun bereidheid om ons te
beschermen en ons land bijvoorbeeld te dienen bij rampen. Maatregelen
die wij van harte steunen, zijn maatregelen die het personeelsbeleid van
ons defensiepersoneel structureel verbeteren. Al jaren is bekend dat
militairen soms de organisatie verlaten vanwege werkdruk of beperkte
loopbaanmogelijkheden. Wie mensen vraagt hun leven te riskeren voor onze
veiligheid, moet die mensen ook fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden
bieden.
In het verleden hebben we bijvoorbeeld weleens vragen gesteld over
vergoedingen in Nederland aan defensiepersoneel voor trainingen die echt
uit de pas liepen bij vergoedingen die andere landen hiervoor geven. Kan
de regering voorbeelden geven van zaken die zij met de extra middelen
wil gaan oppakken om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren? Daar hoort ook
bij dat militairen kunnen wonen en werken in fatsoenlijke
omstandigheden. De staat van veel woon- en verblijfsgebouwen bij
kazernes en legeringen laat al lange tijd te wensen over vanwege te lang
geen goed onderhoud. Renovaties duren vaak lang en militairen verblijven
daardoor soms in verouderde accommodaties. Is de regering bereid om de
renovatie en modernisering van deze gebouwen echt te gaan versnellen de
komende tijd, ook gebruikmakend van de extra middelen? Kan de regering
daar iets over zeggen?
Voorzitter. Daarnaast moet Defensie een veilige en en inclusieve
organisatie zijn. Diversiteit in werving versterkt onze krijgsmacht ook.
Discriminatie en racisme hebben nooit een plek, ook niet bij Defensie.
Een moderne krijgsmacht moet een afspiegeling zijn van de samenleving
die zij beschermt. Hoe gaat de regering de versterking van de
diversiteit de komende tijd borgen?
Dan een ander punt. Nederland koopt nog steeds defensiematerieel van
Israëlische bedrijven, terwijl Israël zich schuldig maakt ... Ik zie een
interruptie, voorzitter.
De voorzitter:
Nog op het vorige punt.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de heer Van Baarle voor zijn terechte interruptie net bij de
PVV om het een en ander recht te zetten. Hij stelt de regering de vraag
hoe we een inclusievere krijgsmacht kunnen opbouwen. Ik ben benieuwd
naar de ideeën die hij daar zelf over heeft.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat is een hele goede vraag. Ik dank collega Lanschot ook voor die
vraag. De gebaren binnen Defensie om uit te stralen dat zij een
inclusieve organisatie is — denk aan iftars of het deelnemen aan andere
religieuze feesten; daarin moeten we niet selectief zijn, want Nederland
is een divers land — moeten we omarmen. Daarvoor moeten we onze
waardering uitspreken. We moeten bekijken hoe we die outreach nog breder
kunnen maken, naar nog meer gemeenschappen. Ik zie dat er een flinke
slag gemaakt wordt door Defensie om ook in de breedte van de samenleving
aanwezig te zijn, op verschillende beurzen, bij verschillende scholen.
Hoe zou je dat bijvoorbeeld kunnen versterken, zou een vraag kunnen
zijn. Hoe kan je interne protocollen versterken tegen zaken zoals
discriminatie en racisme en bewerkstelligen dat meldingen opgevolgd
worden? Ik denk dat dit allemaal zaken zijn waarop je stappen kan zetten
om ervoor te zorgen dat de organisatie een weerspiegeling is van de
samenleving. We kunnen het in deze Kamer oneens zijn over hoeveel geld
je aan Defensie uitgeeft en andere dingen, maar ik denk dat we het wel
allemaal met elkaar eens zijn dat het personeel goed beloond moet
worden, dat het personeel gerespecteerd moet worden en dat iedereen zich
prettig moet voelen bij de Defensieorganisatie. Dank voor de
vraag.
Voorzitter. Een ander punt. Nederland koopt nog steeds defensiematerieel
van Israëlische bedrijven, terwijl Israël zich schuldig maakt aan
ernstige en grootschalige misdaden en schendingen van het internationale
recht. Er is een risico op genocide vastgesteld door het Internationaal
Gerechtshof en ook in Gaza en op de Westbank pleegt Israël
verschrikkelijke misdaden. Toch gaat Nederland door met de aanschaf van
materieel van Israëlische bedrijven, zoals Elbit Systems, RAFAEL en
Israel Aerospace Industries. Het gaat daarbij om verschillende
wapensystemen. In de afgelopen tijd is daar enorm veel geld aan
uitgegeven: systemen die aantoonbaar zijn ingezet bij het plegen van
misdaden tegen Palestijnen. We weten dat deze bedrijven ook soms in hun
marketing expliciet adverteren met het predicaat "battle-tested". Dat is
gewoon in de praktijk getest op Palestijnen.
Voorzitter. Wij vinden niet dat de Nederlandse regering met ook maar één
cent de Israëlische oorlogskas van Netanyahu mag spekken. Wij vragen de
regering dan ook per direct alle contracten met Israëlische bedrijven op
te schorten en te stoppen met het kopen van wapens in Israël. We hebben
ook gezien dat een Israëlisch defensiebedrijf, Elbit, volgens de
diensten van de NAVO betrokken is bij een corruptieschandaal en dat de
Nederlandse regering zegt: daar doen we maar niks mee, want het is niet
ons probleem; we blijven gewoon bij Elbit kopen. Is dat niet een extra
reden om de aankoop van Israëlisch wapentuig te stoppen? Hoe kan
Nederland hier maar gewoon mee doorgaan?
Voorzitter. Dan mijn laatste punt. Tijdens de genocide in Srebrenica
zijn meer dan 8.000 Bosnische moslimmannen en -jongens systematisch
vermoord: vaders, broers, zonen, kinderen. Het is een van de grootste
genocides op Europese bodem sinds de Tweede Wereldoorlog. Die misdaad
heeft diepe sporen nagelaten in Europa en ook in Nederland. Juist daarom
rust op ons land een bijzondere verantwoordelijkheid om blijvend en
zichtbaar te herdenken. De Tweede Kamer heeft meermaals gevraagd met
moties om actieve inzet voor een nationale herdenkingsplek in Den Haag
voor de genocide in Srebrenica. Het initiatief daarvoor kwam indertijd
van verschillende Kamerleden. De minister schrijft dat er inmiddels een
plaatsmarkering is onthuld en gaat ervan uit dat daarmee moties zijn
opgevolgd. Maar DENK wil echt dat er snel een permanente herdenkingsplek
komt voor die genocide in Srebrenica, een plek waar bijvoorbeeld de
Bosnisch-Nederlandse gemeenschap ons gezamenlijke verleden daar kan
herdenken, vanwege ook de aanwezigheid van Nederland. Voor de
vervolgstappen verwijst de minister naar crowdfunding en een
ontwerpwedstrijd, maar waarom spreekt de minister niet expliciet uit dat
ook de Staat hier financiële verantwoordelijkheid voor neemt? Is de
minister bereid bij te dragen aan de totstandkoming van dat nationale
monument voor de herdenking van de genocide in Srebrenica? Wij hebben
daarvoor een amendement ingediend, zodat er in ieder geval een bijdrage
is van de Rijksoverheid om de eerste stappen te zetten om dat monument
te realiseren, bijvoorbeeld op het gebied van ontwerp en het betrekken
van deskundigen. Zo kan de eerste stap gezet worden. Er zal
waarschijnlijk meer geld nodig zijn, maar de eerste stappen kunnen ermee
gezet worden. Wij hopen op een positief oordeel over dat
amendement.
Dat was mijn bijdrage. Ik zie dat er een vraag is, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, en daar geef ik ruimte voor. Mevrouw Ten Hove.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wou nog even terug naar het puntje over de wapens uit Israël.
De heer Van Baarle (DENK):
Aha.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Persoonlijk ben ik bang dat als we de samenwerking met Israël omtrent
wapens stoppen, we achter gaan lopen, bijvoorbeeld met de technologie.
Wat voor oplossing hebben we daarvoor?
De heer Van Baarle (DENK):
Ik denk dat we eerst een stap terug moeten zetten. Als je als
Nederlandse Staat koopt van Israëlische defensiebedrijven, draag je bij
aan misdaden van de Israëlische regering. Die Israëlische
defensiebedrijven zijn namelijk staatsbedrijven. Als je daar koopt, gaat
er dus geld naar de oorlogskas van Netanyahu, waarmee hij zijn misdaden
kan plegen en zijn onderdrukking van de Palestijnen kan financieren.
Alleen al op basis van dat principe vinden wij dat je dat gewoon niet
moet kopen en daar niet aan mee moet werken, ook omdat die bedrijven
gewoon adverteren met het feit dat die producten battle-tested, dus
getest op Palestijnen, zijn. Dan kom je op het andere vlak, namelijk of
er alternatieven zijn. Ik denk dat die alternatieven er op heel veel
vlakken zijn. Er zijn ook andere landen, zoals Spanje, die het besluit
hebben genomen om geen zaken meer te doen met Israëlische
defensiebedrijven. Als andere landen, ook binnen NAVO-verband, daarvoor
kunnen kiezen, waarom zou Nederland dat dan niet kunnen?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Oké, dan ga ik daar eens goed naar kijken. In mijn ogen waren wij nog
enorm afhankelijk van Israël en maken we ons zwak doordat we onze eigen
burgers en onze eigen veiligheid niet optimaal kunnen beschermen. Ik ga
daar dus nog goed naar kijken.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou tegen mevrouw Ten Hove willen zeggen: gaat u daar eens goed naar
kijken. We spenderen als Nederland op dit moment enorm veel geld door
Israëlische defensiebedrijven te spekken die medeverantwoordelijk zijn
voor een systeem van onderdrukking van de Palestijnen, het plegen van
een genocide in Gaza, het uithongeren van de Palestijnen. DENK vindt dat
daar gewoon geen cent naartoe moet. Er moet geen cent Nederlands
belastinggeld naar de misdadige Netanyahu.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Daar wil ik toch nog kort op reageren. Wat Israël, in samenwerking met
Amerika, nu aan het doen is in Iran, vind ik persoonlijk een heldendaad
tegen het barbaarse regime dat zich daar bevindt. Het is monsterlijk wat
het Iraanse regime allemaal teweegbrengt. Ik ben zelf ooit in
Afghanistan geweest. Ik heb gezien wat het met vrouwen en met onze
lhbtqi+-gemeenschap doet. Dat is echt verwerpelijk. Ik wil dat absoluut
niet hier op ons grondgebied hebben. Dat wil ik nog wel even gezegd
hebben.
De heer Van Baarle (DENK):
We gaan van een discussie over het als Nederland al dan niet aanschaffen
van wapentuig uit Israël opeens naar een lofzang van mevrouw Ten Hove op
de illegale aanval van Israël en de Verenigde Staten. Het moge duidelijk
zijn dat de fractie van DENK het leger van Israël dan wel de regering
van Israël op geen enkele manier ondersteunt. Integendeel, wij zijn daar
een tegenstander van. De Israëlische regering is een apartheidsstaat die
al decennialang misdaden pleegt tegen de Palestijnen. Het zal mevrouw
Ten Hove dus niet verrassen dat ik haar lofzang verre, verre en verre
van mij werp.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng
namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Als je er goed over nadenkt, word je er koud
van: afgelopen jaar is er wereldwijd 2,7 biljoen dollar uitgegeven, niet
aan de bestrijding van honger of ziekte, maar aan wapentuig. Andermaal
blijkt dat de mensheid geen vooruitgang kent, maar naar verlossing snakt
die alleen bij Christus te vinden is. Dit is de gebroken wereld waarin
wij leven. Hoe paradoxaal ook, oorlog voorkom je alleen door de prijs
voor de tegenstander te hoog te maken. Geloofwaardige afschrikking is
daarvoor essentieel. Daarom staat de SGP pal voor een sterke
defensie.
Voorzitter. De SGP herkent veel van het realisme uit de
defensieparagraaf van het coalitieakkoord. De NAVO is en blijft de
hoeksteen van onze collectieve veiligheid, terwijl Europa steeds meer
zelf verantwoordelijkheid draagt voor de verdediging van zijn eigen
grondgebied. Dan gaat het ook over nucleaire afschrikking. Daarvoor zijn
twee dingen nodig: de bereidheid van bondgenoten om deze wapens in te
zetten en de overtuiging bij vijandelijke mogendheden dat bondgenoten
hiertoe in het ultieme geval overgaan. De SGP heeft er daarom begrip
voor dat het kabinet met Frankrijk in gesprek is over verbreding van
zijn nucleaire afschrikkingsrol. Wel rijst de vraag hoe deze inzet zich
verhoudt tot de bestaande NAVO-structuur. Blijft Frankrijk in de nieuwe
situatie vasthouden aan zijn traditionele nucleaire autonomie of kiest
het ervoor zijn nucleaire garanties te verankeren binnen de
NAVO-structuur, zoals het VK en de VS?
Voorzitter. Eerder legde ik de vinger bij de tekorten bij de Kustwacht.
Daardoor zijn we kwetsbaar voor sabotage en spionage op de Noordzee. Het
tegengaan hiervan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Defensie
en IenW. Inmiddels ligt er een aangenomen motie-Stoffer/Grinwis voor
structurele financiering van bescherming van infrastructuur op de
Noordzee. Graag hoor ik van de minister of ik erop kan vertrouwen dat
daarmee ook een einde komt aan het gesteggel over geld tussen
departementen. De SGP ziet een actieplan tegemoet.
Voorzitter. Nederland haalt zo'n 90% van zijn defensiemateriaal uit de
VS. Daarmee zitten we ver boven het Europese gemiddelde. Willen we onze
kwetsbaarheden afbouwen, dan zullen we meer Europees moeten doen.
Complementariteit en specialiseren moeten daarbij het uitgangspunt zijn.
Nederland blinkt technologisch uit in intelligente systemen. Daarom is
het wat de SGP betreft logisch dat we in Europees verband leiderschap
nemen op bijvoorbeeld het gebied van drones en
counterdronesystemen.
Laten we bij al dit Europese denken onze capaciteit op andere gebieden
niet verwaarlozen. Zo vraagt de SGP zich af — het kwam ook tijdens een
interruptie terug — of de eigen defensie-industrie niet alsnog een
grotere rol kan spelen bij de uitbreiding van zware bergingscapaciteit.
In plaats van meer van hetzelfde te kiezen, koos het vorige kabinet voor
een Duitse concurrent. Moeten die nieuwe bergingstanks niet gewoon in
Nederland geproduceerd worden? Dat voorkomt hogere kosten en zorgt voor
de gewenste familievorming.
Voorzitter. In december 2025 heeft het kabinet een definitief besluit
genomen over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Staphorst is
definitief aangewezen als locatie voor grootschalige munitieopslag.
Niets dan lof voor Staphorst en voor al die gemeenten die hun nek
uitsteken. Het is nu aan het Rijk om te leveren en de motie-Diederik van
Dijk c.s. (36592, nr. 34) onverkort uit te voeren. Daarom vraag ik de
staatssecretaris: hoe en wanneer gaan we de gevolgen zien van de
benodigde infrastructurele aanpassingen op de begrotingen van de
verantwoordelijke departementen? Kan de nieuwe bewindspersoon aangeven
hoe hij invulling geeft aan zijn coördinerende rol, zodat
infrastructurele aanpassingen uit het NPRD prioriteit krijgen bij
IenW?
Mevrouw Nanninga (JA21):
De lof voor Staphorst of enige andere gemeente die ruimte biedt aan
Defensie, delen wij bij JA21 natuurlijk. Nog even op het voorgaande
punt: hoe staat de SGP ertegenover om voor het verkleinen van de
Amerikaanse afhankelijkheid ook te kijken naar bijvoorbeeld Israëlische
technologie? Het Heilige Land wordt natuurlijk uitstekend beschermd door
de Iron Dome. Ze liggen in veel opzichten op ons voor. Ik was benieuwd
hoe de SGP daarnaar kijkt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat zal, denk ik, geen verrassing zijn. Wij zien Israël als een
buitengewoon belangrijke bondgenoot, die wij vanaf onze kant moeten
steunen waar we dat kunnen. Andersom is het helemaal waar wat mevrouw
Nanninga zegt: Israël is op een aantal terreinen, ook in innovatief
opzicht, een koploper. Waar het de SGP om gaat, is dat onze mannen en
vrouwen van Defensie moeten kunnen rekenen op het allerbeste materiaal.
Waar Israël dat kan leveren: graag bestellen.
Voorzitter, ik kom bij mijn laatste punt. Bij de VWS-begroting gisteren,
of "vanochtend", moet ik zeggen, vroeg ik aandacht voor het voortbestaan
van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Dat doe ik hier in het kader
van het veteranenbeleid. Schattenberg, zoals het herinneringskamp
destijds heette, heeft na de oorlog oud-KNIL-militairen opgevangen.
Daarom vraag ik de minister: kan de vernieuwing van Kamp Westerbork ook
opgenomen worden in het veteranenbeleid, zodat we mogelijk bij de
Voorjaarsnota duidelijkheid krijgen over de financiering na 2027?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar
inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week was het vier jaar geleden dat
Rusland Oekraïne op gruwelijke wijze binnenviel. Sindsdien zijn
ontelbaar veel levens, dorpen en steden verwoest. De militaire
begraafplaats waar ik vorig jaar in Lviv was, is inmiddels vol. Het is
onvoorstelbaar. Rusland stopt niet. Europa sliep te lang. Daarom zijn
investeringen in defensie noodzakelijk.
Over de groei van de begroting heb ik al twee vragen. Ten eerste.
Defensie heeft extra miljarden, maar heeft moeite om die goed uit te
geven; ook het CPB waarschuwt daarvoor. Ik zou het onverteerbaar vinden
als in de zorg — over die begroting debatteerde ik gisteren — elke euro
moet worden omgedraaid, terwijl bij Defensie het geld ondoelmatig wordt
besteed. Dat zou het draagvlak ondermijnen. Wat doen de bewindslieden om
dat te voorkomen? Hoe voorkomen zij dat vooral het kerndepartement
buitenproportioneel groeit?
Groei betekent ook meer uitzendingen en oefeningen in het buitenland.
Achter elke militair staat een thuisfront. Hoe wordt daarvoor gezorgd?
Groeit met de begroting de geestelijke ondersteuning voor militairen, de
ondersteuning voor veteranen en de hulp voor het thuisfront navenant
mee?
Voorzitter. Nederland kent helaas nauwelijks een veteranencultuur,
terwijl je land dienen iets is wat respect verdient. Ik denk dat het
Dienjaar, dat zorgt voor meer reservisten, hieraan kan bijdragen. Het is
mooi dat zo veel mensen zich melden. De ChristenUnie is groot
voorstander van het Dienjaar en van de invoering van een militaire en
maatschappelijke dienstplicht, want vrijheid en veiligheid zijn er niet
vanzelf. Het is heel goed dat elke jongere een poosje de samenleving
dient. Ik vind het ongelofelijk dat ik partijen hier hoor dreigen met
celstraf. Het gaat niet om de celstraf. Het gaat om je land dienen. Dat
is iets kostbaars. Dat is opstaan voor de vrijheid waar je zelf van
geniet. Ik vraag het kabinet wel om er geen gemiste kans van te maken
door het te versmallen tot alleen een militaire plicht. Kijk ook naar de
maatschappelijke diensttijd.
Het kabinet wil het Dienjaar wel opschalen; mooi. Maar naar welke
omvang? Wat houdt de herinvoering van de selectieve opkomstplicht nu in
volgens de staatssecretaris, in plaats van de doembeelden die ik hoor en
niet herken? Wat betreft reservisten: wat zijn de plannen van het
kabinet om het met werkgevers gemakkelijker te maken om reservist te
zijn, bijvoorbeeld rondom het bijzonder verlof?
Voorzitter. Veel mensen gaan in hun directe woonomgeving merken dat
Defensie groeit. Een aantal vragen daarover. Wanneer krijgen de mensen
in Staphorst de zekerheid dat de infrastructurele aanpassingen, de
aansluiting op de A28 en een ongelijkvloerse spoorwegovergang, er echt
gaan komen? Wanneer komt dit geld op de IenW-begroting te staan? Iets
zuidelijker op de A28 stapelen de opgaven zich op: grote woningnood,
grote stikstofproblematiek, netcongestie. Daar komen nu een grote
kazerne in Zeewolde en uitbreiding in Ermelo bij. Er wordt heel wat van
het gebied gevraagd en ik zie betrokken gemeenten, maar gebruik die dan
ook, zou ik willen zeggen. Hoe wordt de bereikbaarheid rond dorpen als
Nijkerk en Ermelo gewaarborgd? De A28 is nu al niet bepaald de meest
rustige snelweg. Gaat de staatssecretaris daarin investeren?
Hoe wordt woningbouw gegarandeerd op plekken waar Defensie opschaalt?
Zit de betrokken gemeente overal aan tafel, en ook de gemeenten die in
hun eigen gebied geen Defensie-uitbreiding ondervinden, maar wel direct
aanpalend zijn? Worden deze gemeenten ook financieel in staat gesteld om
die processen op gang te brengen?
Voorzitter. De NAVO Capability Targets moeten leidend zijn bij ons
defensiebeleid. Eerder schoot vooral de landmacht tekort. Wat betekent
dat voor de Defensienota 2026? Worden de prio-targets van de NAVO nu
echt het uitgangspunt bij de nieuwe Defensienota? Ik heb hierover eerder
een motie ingediend met het oud-Kamerlid Yeşilgöz en mijn voorganger,
collega Segers, deed dat met het oud-Kamerlid Boswijk. Kortom, ik zie
mogelijkheden.
Voorzitter. Ik kan niet eindigen zonder iets gezegd te hebben over de
meest recente oorlog, namelijk die in Iran. De onmacht van het
internationale recht mag geen vrijbrief zijn voor regimes om gruwelijk
hun gang te gaan. Tegelijkertijd mag de diepe waarde van gerechtigheid
zich nooit versmallen tot het geweten van één man, de Amerikaanse
president. Ik vraag het kabinet vierkant te staan voor recht en
gerechtigheid voor het Iraanse volk. Vandaag dank ik in het bijzonder de
militairen die in deze regio, ook namens ons land, actief zijn, samen
met hun families, die daar veel voor leveren.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de
SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het nieuwe kabinet-Jetten gaat onze samenleving
versneld militariseren. Wat van waarde is in onze samenleving moet
wijken voor het waanidee dat onze wereld veiliger wordt als we maar 5%
van wat we allemaal samen verdienen, overmaken naar vooral de
Amerikaanse wapenindustrie; zonder daadwerkelijke onderbouwing, maar
omdat daddy Trump dit heeft geroepen. En nu moeten we met z'n allen 19
miljard euro ophoesten. Ik vraag deze minister: waarom heeft u wel 19
miljard euro voor de NAVO gevonden en niet voor de gehandicaptenzorg?
Waarom wel 19 miljard voor de NAVO en niet voor een AOW op 65 jaar? En
waarom wel 19 miljard euro voor de NAVO en geen geld om armoede onder
alle kinderen in Nederland op te lossen?
Nu gaat ons belastinggeld dus naar de VS en naar Israël. Vindt het
kabinet dit daadwerkelijk verantwoord? Nederland kocht in vijf jaar tijd
voor bijna 2 miljard euro aan Israëlische wapens, de helft daarvan na
het begin van de genocide in Gaza. Wapens die zijn getest op
Palestijnen, van Elbit Systems, betrokken bij een corruptieschandaal van
de NAVO en nog steeds niet uitgesloten als wapenverkoper aan Nederland.
Wat is er dan nog meer nodig om zo'n bedrijf wel uit te sluiten en om
daar geen wapens meer van aan te schaffen?
Om onze samenleving te beschermen, wordt onze samenleving afgebroken, in
het kader van weerbaarheid. Maar wat maakt een weerbare samenleving? Dat
is een samenleving waarin er niet een steeds groeiende kloof is tussen
arm en rijk. Een samenleving waar we mensen niet laten vallen als ze
zorg of hulp nodig hebben, zodat ze niet in armoede vervallen, en met
goede sociale voorzieningen zoals WIA en WW. Een weerbare samenleving
betekent niet een eindeloze wapenwedloop en militarisering vooropzetten
om je te kunnen verdedigen tegen Rusland, waar een vreselijke leider zit
die een illegale oorlog voert in Oekraïne, maar al tijden nauwelijks in
staat is om daar meer grondgebied te veroveren. Rusland geeft 186
miljard euro uit aan een oorlogsapparaat, terwijl de EU-landen zonder de
VS 381 miljard euro uitgeven en 200.000 meer actieve manschappen hebben,
twee keer zoveel landmaterieel en ongeveer drie keer zoveel boten. Wat
wil je dan nog meer voor militaire afschrikking? Toch is er een grote
wervingscampagne opgezet, voor nog meer militairen. Maar is er dan niet
ook een gigantisch personeelstekort in onze ziekenhuizen en onze
verpleeghuizen, en op onze scholen en in onze treinen? Is dat dan niet
net zo belangrijk? En zelfs de dienstplicht, de opkomstplicht, komt hier
weer op tafel, "naar Zweeds model" zegt men dan sussend — alsof dat dan
beter is. De regering wil een dwanginstrument inzetten waardoor jongeren
hun eigen tijd niet meer kunnen besteden aan dingen die niet met oorlog
te maken hebben. Ze moeten, of ze willen of niet, oorlogsoefeningen gaan
doen op de hei, anders krijgen ze een straf, terwijl zorgverleners en
leraren met personeelstekorten doorwerken en ervoor zorgen dat de bodem
niet uit onze samenleving zakt. Dit is geen goed idee. Zo wordt onze
hele samenleving ingericht voor en door het leger. En de wapenindustrie
groeit enorm met publieke investeringen, zonder dat hier publieke
zeggenschap tegenover staat. Publieke zeggenschap lijkt me, als je
ergens publiek geld in stopt, toch niet te veel gevraagd. Het is gewoon
heel logisch. Gaat het kabinet dit ook regelen?
We verliezen ook steeds meer controle over wat onze bondgenoten doen.
Polen, Finland, de Baltische Staten en Oekraïne stapten uit het
Ottawa-verdrag tegen landmijnen. Litouwen stapte uit het Verdrag inzake
clustermunitie. Deze wapens zijn onder het humanitair oorlogsrecht
verboden omdat veel burgers slachtoffer daarvan worden, vooral kinderen.
Deelt de minister de mening dat we nooit mogen bijdragen aan de
productie en export van verboden wapens? En dat, als Nederland
investeert in bijvoorbeeld de Oekraïense wapenindustrie, het een
voorwaarde moet zijn dat er geen verboden wapens worden geproduceerd en
dat zij ook dezelfde wapenexportcriteria hanteren als Nederland?
Dan tot slot, voorzitter. In de nieuwe coalitie zitten drie partijen die
zeggen internationale verdragen belangrijk te vinden. Wat betekent dan
het "constructief" staan "tegenover het versterken van een Europese
nucleaire afschrikking"? Wat is er toegezegd aan de Fransen? Wat is er
besproken? Wat wil Nederland? Hoe ziet samenwerking eruit als het gaat
om kernwapens? Graag hierop een antwoord en transparantie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn
inbreng namens 50PLUS. Gaat uw gang.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. In 1979 meldde de heer Struijs, Jan Albert, zich bij zijn
opa voor zijn militaire dienstplicht. Zijn opa zei namelijk: "Jij moet
gaan. We gaan de Russen tegenhouden, Jan." Dat zijn wel profetische
woorden, nu ik hier in de Kamer sta. Ik sta nog steeds achter mijn opa
en wat ik toen deed, want ik ging met trots het land verdedigen. Ik vind
dat wij er met z'n allen aandacht voor moeten hebben dat we, voor al die
mensen die we dadelijk naar gebieden sturen, en voor de mensen die er nu
al zijn, regelmatig onze trots laten blijken. Het is namelijk zó
belangrijk als je daar zit — ik weet dat als geen ander, uit een andere
functie — dat je toch wel even gesteund wordt. Dat gezegd hebbende: ik
steun de begroting. Ik heb wel een paar kritische vragen en
opmerkingen.
Ten eerste een over het werven van personeel. Ik heb het al eerder
aangegeven: kijk breder dan jongeren. Kijk met name ook naar de vele
militairen die zich bij mij hebben gemeld, die bijvoorbeeld net met
functioneel leeftijdsontslag zijn gegaan, oftewel: de gepensioneerden.
Maar ook breder in de maatschappij zijn er mensen die een bijdrage
willen leveren en twee jaar iets anders willen gaan doen dan de huidige
functie die ze binnen ICT hebben. Ik verzoek dus om erop te reflecteren
of die mogelijkheden er zijn, en of we daar gezamenlijk in op kunnen
trekken.
Een andere is de besteding op de derde pijler. De derde pijler stelt dat
defensie ook regelmatig bijspringt bij rampen en incidenten. Ik heb
specifiek de haven van Rotterdam bezocht. Ik mag er niet te veel over
zeggen, maar daar zijn momenteel veel militaire activiteiten. Die haven
wordt dagelijks aangevallen op zijn cyberdomein. Kunnen we met de
Defensiegelden ook dat soort belangrijke plaatsen, waar momenteel veel
militaire activiteiten zijn, toch extra helpen met het beschermen tegen
de hybride aanvallen? Ik kan meer plaatsen noemen, maar ik noem dit als
voorbeeld, omdat er ook daar behoefte is om de Defensiegelden te
gebruiken, met de specialisten die we daarvoor hebben. Het is ook daar
namelijk uur U.
Een ander punt dat ik heel graag wil inbrengen, is iets wat wij snel
vergeten in dit soort dingen, namelijk de flexibiliteit die wij met z'n
allen moeten betrachten. Ja, wij moeten goed geïnformeerd worden. Maar
het gaat nu ontzettend snel, zeker wat er in Iran en de omgeving
gebeurt. De collega refereerde er al aan. De eerste ballistische raket
is richting NAVO-gebied, richting Turkije, gestuurd. We verwachten de
komende tijd heel veel extra activiteiten. Ik verzoek de regering, de
staatssecretaris en de minister, daarom: gebruik die ruimte, maar
informeer ons, daar waar het kan, snel. Ik verwacht die flexibiliteit
ook van mezelf en van andere Kamerleden. Het is namelijk wel heel
serieus aan het worden wat we met z'n allen meemaken.
Als laatste wil ik toch attenderen op de communicatiestrategie. Neem het
volk zo goed mogelijk mee. Ik zie nog te veel mensen die niet het
urgentiebesef hebben dat ik heb, dat we hier in de Kamer hebben en dat
Defensiepersoneel heeft. Er moet nog veel worden gecommuniceerd om te
beseffen — dat gaat verder dan een extra voorraad waterflessen in je
garage zetten — hoe belangrijk het is dat we ons beschermen, zeker
gezien hetgeen er nu met Oekraïne en Rusland gebeurt.
Nogmaals mijn waardering voor onze Defensiemedewerkers, maar ook voor de
Oekraïense militairen. Ik heb er velen mogen spreken de laatste jaren.
Ik heb diep respect voor hen, omdat ze ook vechten voor onze vrijheid.
Zij verdienen maximale steun.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn
inbreng namens Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Mooi, nieuwe bewindspersonen in vak K. Veel succes met
de flinke uitdagingen waar u voor staat. De Europese defensie heeft
namelijk een flinke taak voor de boeg. Ik noem een gebroken wereldorde,
onbetrouwbare bondgenoten en nog veel minder te vertrouwen vijanden. Van
de droom van de defensieparaplu van de Verenigde Staten hebben we
afscheid moeten nemen. Wat we moeten doen, is volgens mij voor menigeen
duidelijk, ook als ik dit debat beluister. Maar hoe we daar komen,
daarin spreken we nog lang niet dezelfde taal. De afgelopen maand
demonstreerde Defensiecommissaris Kubilius dit nog heel erg goed. Hij
zei dat Europa een eigen strijdmacht nodig heeft. Hij stelde de terechte
vraag of de Amerikaanse supermacht even sterk zou zijn als 50 legers uit
elke staat samen zouden moeten werken, als alternatief voor een
eensgezind Amerikaans leger. Het antwoord op deze vraag is natuurlijk
nee. Waarom kiezen wij in Europa nog steeds voor die verdeeldheid, voor
verschillende wapensystemen, verdeelde kopgroepen, 27 varianten van
aanbestedingsregels, fragmentatie in plaats van eenwording? Terwijl
andere grootmachten doelgericht opkomen voor hun eigen belangen, krijgen
wij niet eens een eigen gevechtsvliegtuig van de grond.
En dan zijn er partijen in deze Kamer die zich erover verbazen dat we
keer op keer aan de zijlijn staan. Oekraïne, Palestina, Iran: we zitten
niet aan tafel. Niemand zal ons die plek aan tafel komen geven; die
moeten we zelf pakken met de ruggensteun van een Europees leger. De
urgentie is groot. Het gokken met onze veiligheid moet afgelopen zijn.
Deze coalitie wil gelukkig inzetten op meer Europese
defensie-integratie, maar het is wat mij betreft nog veel te weinig en
het gaat ook te langzaam. Coalitions of the willing en een verbeterd
gezamenlijk inkoopbeleid klinken aantrekkelijk, maar houden de
fragmentatie grotendeels in stand. Het is tijd dat we over de nationale
ego's heen stappen en stoppen met de eilandjesaanpak.
Voorzitter. Niks kan effectiever en completer Nederlandse belangen
beschermen, Europese start-ups stimuleren en een rol op het wereldtoneel
opeisen dan een eensgezind leger, dat de kracht van 450 miljoen
Europeanen weerspiegelt. Hoe reflecteert de minister op de uitspraak van
Eurocommissaris Kubilius? Hoe denkt zij dat Europa weerstand kan bieden
aan de militaire en politieke druk van landen die wel gebruikmaken van
een federaal leger? We zien wat er nu met Spanje gebeurt. Trump zegt:
als jullie ons niet helpen, stoppen wij de handel. Het is dus geen
fictieve vraag. Dit is op dit moment de geopolitieke druk die door
bepaalde bondgenoten op andere bondgenoten van ons wordt gelegd. Graag
dus een reactie hierop.
Voorzitter. De kosten van de Europese verdeeldheid zijn vooral zichtbaar
bij de organisatie en productie van defensie. We kunnen EU-breed tot wel
75 miljard euro besparen als we echt toe durven te werken naar een
Europees leger. We lopen dus jaarlijks 75 miljard mis. Daar gaat dan ook
de vrijheidsbijdrage. Hoeveel procent van deze VVD-belasting is wel niet
weggegooid geld, omdat deze coalitie fragmentatie te veel in stand wil
houden? Kan de minister aangeven waarom dit kabinet kiest voor een
nationale belastingverhoging in plaats van verdere Europese integratie?
Ziet zij ook de meerwaarde van defensie als Europese competentie, zoals
handel nu ook is? Waarom wel of waarom niet?
Voorzitter. Het gaat niet alleen om de efficiëntie van onze uitgaven,
maar ook om waar het geld terechtkomt. Momenteel haalt Europa namelijk
twee derde van het materieel uit de Verenigde Staten. Voor Nederland
geldt al een percentage van 90%. Dat betekent dat Europa jaarlijks
ongeveer 80 miljard euro richting de Verenigde Staten brengt en daarmee
dus zijn afhankelijkheid vergroot. Ongelofelijk, zou ik zeggen. We
blijven bouwen aan afhankelijkheid. Amerikaanse systemen, Amerikaanse
tech: als we daar gebruik van willen blijven maken, hebben we geen
andere keus dan de lijnen van de Amerikanen te volgen op het gebied van
diplomatie, handel en defensie. Die lijnen lijken echter steeds vaker te
botsen, zoals we ook dit weekend zagen.
Welke investeringen die Defensie nu doet, zoals in Collaborative Combat
Aircraft, zorgen voor verdere afhankelijkheid? Dat vraag ik aan de
staatssecretaris. Kan hij uitleggen wat er in die intentieverklaring
staat en waarom de Kamer hierin nog niet afdoende is meegenomen?
We willen dat het merendeel van onze investeringen in defensie,
nationaal en Europees, bij Europese bedrijven terechtkomt. De Europese
Commissie pleit er daarom voor dat bij de aanschaf van materieel
minstens 50% uit Europa komt. Dat woordje "minstens" ontbreekt echter in
het coalitieakkoord. Het lijkt iets kleins, maar in mijn ogen is het dat
niet. Neemt het kabinet dit woordje alsnog mee en is het dus "minstens
50%", of stuurt het kabinet op het halen van maximaal 50%?
Waarom heeft de minister aangegeven ook licentieproductie onder het
inkoopbeleid goed te keuren? Dit houdt de afhankelijkheid namelijk in
stand. Kan de staatssecretaris wellicht aangeven voor hoeveel procent er
op dit moment aan licentieproductie gedaan wordt? Dan kunnen we dat
meenemen als onderdeel van het geheel van de Europese productie.
Voorzitter. In het coalitieakkoord wordt een eerder al door Volt
aangedragen initiatief genoemd: het DARPA, dan wel het NADI. Dat is een
heel goed initiatief, aangezien deze maand Europese defensieambtenaren
nog waarschuwden voor het gevaar van technologische afhankelijkheid op
militair vlak. Ik ben blij dat hiermee aan de slag wordt gegaan en ik
hoop dat het een succes wordt, maar over de invulling daarvan is nog
veel onduidelijkheid. Hoe gaat dit vehicle er precies uitzien? Hoe
worden de financiering en scope ingevuld en waar komt de governance te
liggen? Graag hoor ik de visie van de staatssecretaris. Hoe gaat de
samenwerking met vergelijkbare Europese instituten eruitzien? Of wordt
dit dadelijk onderdeel van een Europees DARPA? In mijn ogen zou het
juist goed zijn als we gezamenlijk investeringen in innovatie en
productie gaan doen, juist om ervoor te zorgen dat we als Europa
daadwerkelijk een deuk in een pakje boter gaan slaan.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij met deze toevoeging, want ik neem toch aan dat ook de
heer Dassen zegt dat we niet streven naar nationale strategische
autonomie, maar naar Europese strategische autonomie. Het moet dus heel
duidelijk zijn dat zo'n initiatief ook onderdeel moet zijn van een
Europees initiatief, omdat het anders weinig uithaalt.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat het mevrouw Piri niet zal verbazen dat toen wij hier moties
over indienden, wij pleitten voor een Europees DARPA. Helaas werd dat
door deze Kamer weggestemd. Ik denk wel dat het goed is om dan te
bekijken hoe je ervoor kunt zorgen dat het initiatief dat nu op tafel
ligt ook Europees getrokken wordt. In mijn ogen kan dat ook zijn als je
met Europese instituten een soort ecosysteem bouwt, waarmee je dus gaat
investeren in innovatie en ontwikkeling, maar dan moet dat wel gaan
gebeuren. Ik geloof er namelijk niet in dat we op de juiste manier bezig
zijn als we in Duitsland, Nederland, België en Luxemburg verschillende
DARPA's neer gaan zetten die allemaal dezelfde innovaties gaan
onderzoeken.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nee, en waarschijnlijk komt er ook niet een uitvinding à la het internet
uit als we dat allemaal nationaal gaan doen. Hier zijn we het dus over
eens.
Ik hoorde de heer Dassen ook iets zeggen over licenties. Daar ben ik het
ook van harte mee eens, maar we zien nu ook joint ventures. Neem
bijvoorbeeld Israëlische bedrijven. Zeker na de oorlog in Gaza snappen
ze dat het voor heel veel overheden gevoelig ligt om nu inkopen te doen
in Israël. Wat je nu ziet, zijn dus joint ventures, bijvoorbeeld heel
vaak met Duitse bedrijven. Het lijkt alsof je met een Duits bedrijf
zakendoet, maar uiteindelijk worden er gewoon spullen uit Israël
geleverd. Hoe kijkt de heer Dassen daartegen aan?
De heer Dassen (Volt):
Daar ben ik natuurlijk net zo kritisch op als op die
licentieovereenkomsten. Dat is namelijk het behouden van een bepaalde
mate van afhankelijkheid, terwijl je net doet alsof je investeert in
Europese defensie. Dat is precies als de vraag die ik net heb gesteld.
Dat moeten we voorkomen. We zijn dan op papier misschien met andere
percentages bezig. Op papier zijn we dan Europees onafhankelijk aan het
worden, terwijl dat in de praktijk helemaal niet het geval is en we nog
steeds aan de leiband lopen van andere wereldmachten.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zal zelf met een motie komen om te monitoren welke doelen het kabinet
heeft gesteld en hoe het daaraan wil voldoen. Ik wil daarmee ook
bekijken hoe er elke keer aan de Kamer gerapporteerd kan worden wanneer
er toch wordt besloten om aankopen te doen buiten de Europese Unie. Ik
hoop de heer Dassen dan aan mijn zijde te hebben.
De heer Dassen (Volt):
Ja, absoluut. Wat ons betreft kunnen we niet snel genoeg gaan investeren
in Europese defensie. Het moet dan ook helder zijn wat daar precies
onder valt. Qua joint ventures en licentieovereenkomsten moet het helder
zijn. Wat mij betreft gaat het er dan ook om die 50% te halen en om wat
de stappen zijn die daarna komen. Ik zal deze motie dus van harte
steunen. Ik zal zelf ook een motie indienen over die
licentieovereenkomst. Er zit namelijk toch nog wat onduidelijkheid in de
antwoorden die ik net vanuit de coalitiepartijen kreeg. Ik hoop dus ook
van harte op steun van mevrouw Piri om ervoor te zorgen dat we de
coalitie en het kabinet op dat punt ook de juiste kant op wijzen.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik vraag mij af of de heer Dassen alvast een doorkijkje zou kunnen geven
van wat hij dan beoogt in die motie over licenties.
De heer Dassen (Volt):
Ik stelde net de vraag hoeveel procent nu al onder die licenties valt en
of dat ook wordt meegenomen. Als je streeft naar echte Europese
onafhankelijkheid, naar een Europese defensie-industrie, en zegt dat
minimaal 50% in Europa geïnvesteerd moet worden, dan kunnen die
licentieovereenkomsten daar dus geen onderdeel van zijn. Dat is waar ik
in die motie op ga inzetten, afhankelijk van de beantwoording van het
kabinet.
De heer Van Lanschot (CDA):
Het CDA staat daar toch wat genuanceerder in. Het hangt wat ons betreft
ook af van de manier waarop die licenties worden vormgegeven. Als de
heer Dassen dat nog zou kunnen meenemen in zijn overwegingen, dan zouden
wij dat waarderen.
De heer Dassen (Volt):
Ik wil alles meenemen in overwegingen. Het wordt dan slechts een langere
motie. Tegelijkertijd wil ik ervoor waken om te doen alsof er allerlei
nuanceringen zijn op dit vlak. Als je ervoor wilt zorgen dat je
onafhankelijk wordt, dan moet je dus geen omwegen gaan verzinnen met
licentieovereenkomsten die er eigenlijk voor zorgen dat je afhankelijk
blijft van de Amerikaanse technologie, terwijl je net doet alsof het
Europese investeringen zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Dassen (Volt):
In het kader van DARPA en NADI nog een laatste vraag. Hoe ziet de
staatssecretaris de samenwerking met kennisinstellingen voor zich in het
kader van de onervarenheid van universiteiten met dit soort projecten?
Ik denk wel dat daar een kans ligt. Daarin moet natuurlijk ook het
Europese aspect worden meegenomen, omdat juist kennisinstellingen over
de grenzen met elkaar samenwerken.
Investeringen in militaire tech hebben bewezen ook veel maatschappelijke
en economische waarde te hebben, aangezien er vaak maatschappelijke
toepassingen uit voortvloeien. Bekende voorbeelden zijn inderdaad die
welke zojuist al werden genoemd: het internet, gps en straalmotoren voor
commerciële vliegtuigen. Die innovaties moeten ook wat Volt betreft niet
stoppen op militair vlak, maar worden doorontwikkeld tot producten en
diensten die ook maatschappelijk en economisch rendement opleveren. Op
welke manieren gaat de staatssecretaris borgen dat de
defensie-investeringen in innovatie en infrastructuur zo goed mogelijk
worden doorontwikkeld tot maatschappelijke toepassingen? Is de
staatssecretaris het met ons eens dat het programma zich niet moet
beperken tot de innovaties die al bijna rijp zijn — ik geloof dat ik de
VVD dat net hoorde zeggen — maar juist ook veel aandacht moet geven aan
de innovaties in vroege stadia, omdat daar juist de ontwikkeling zit
voor hetgeen we misschien nu nog niet kunnen bedenken? Dan heb je het
over gps, internet of over die motoren die zijn ontwikkeld. Dat waren
geen ontwikkelingen die al heel ver waren, maar in het begin zaten. Zo
zie ik dat NADI ook, namelijk dat daarin wordt geïnvesteerd. Graag een
reactie daarop.
We gaan bouwen aan ons eigen technologie. Laten we dat snel en
veelvuldig doen, maar tot die tijd zijn we, ook bij Defensie, compleet
afhankelijk van de Amerikaanse tech. Het gaat zelfs zo ver dat Europese
topmilitairen waarschuwen dat discussies over digitale autonomie
mogelijk onze defensieparaatheid ondermijnen, omdat alles, maar dan ook
alles — en daar gaan we weer — op Amerikaanse systemen draait. Het
gevaar daarvan zagen we afgelopen week ook bij het conflict tussen
Anthropic en het Pentagon. Anthropic weigerde mee te werken aan
massasurveillance en autonome wapens en toen werd duidelijk wat de
consequenties zijn voor de bedrijven die niet gehoorzamen. Trump
betitelde Anthropic als een extreemlinks woke bedrijf en
Defensieminister Pete Hegseth noemde Anthropic een gevaar voor de
veiligheid van het land. Dus de systemen die wij gebruiken, zijn totaal
overgeleverd aan de orange fever van het Witte Huis. Hoe kijkt de
minister naar deze Amerikaanse afhankelijkheid, maar ook naar de
ontwikkelingen binnen de Verenigde Staten? Het is misschien een long
shot, maar zouden we niet Anthropic naar Europa moeten halen, aangezien
het nu in de VS door de Amerikaanse overheid kapot wordt gemaakt?
Voorzitter. Macron heeft aangekondigd zijn kernparaplu Europees
beschikbaar te willen maken. Een jaar geleden hebben wij hier ook voor
gepleit. Het is goed dat de coalitie hier positief op reageert, maar hoe
gaan we dit Europeaniseren? Zeker met het oog op de aanstaande
verkiezingen in Frankrijk, waar de grootste partij zich heeft
uitgesproken tegen het delen van de Franse nucleaire paraplu. Hoe gaan
wij ervoor zorgen dat dit over een jaar niet een ander verhaal wordt,
juist omdat het op dit moment zo belangrijk wordt? Ik ben benieuwd naar
de visie van de minister hierop, zeker ook omdat dit nog helemaal verder
uitgewerkt moet worden.
Dan een korte vraag. Niemand heeft zin in drukke zomerfiles, dus kunnen
we alsjeblieft in juli stoppen met die grenscontroles, vraag ik de
minister. Ik zie haar glimlachen, dus ik kan mij voorstellen dat zij
daar ook geen zin meer in heeft.
Tot slot zou ik heel graag mijn dank willen uitspreken aan alle vrouwen
en mannen die zich inderdaad elke dag inzetten voor Nederland, voor onze
vrijheid en onze veiligheid, zowel in Nederland als ver daarbuiten, en
zeker ook — de heer Van Lanschot zei het net al — aan alle families die
daarachter staan en elke keer weer meemaken wat dat betekent. Ik denk
dat we daar als Nederland, als parlement, onze waardering voor mogen
uitspreken. Dat doe ik dan ook graag bij dezen. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan is het woord aan mevrouw Ten Hove, als
laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn. Zij spreekt
namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn allereerste debat in de commissie
Defensie, en gelijk een heel belangrijk debat. Ik heb het net al
genoemd. Iran heeft vandaag een tweede aanval op NAVO-territorium
uitgevoerd. Eerder al op een basis van het Verenigd Koninkrijk en Cyprus
en nu een raket op Turkije. Iran is al jarenlang een immense bedreiging
voor onze nationale veiligheid. Ik noem liquidaties en intimidatie in
Nederland. Iran financiert al jaren terroristische organisaties in
Europa. Ook heeft Iran recent gedreigd met het activeren van
terroristische netwerken in Europa. Dat gaat ons aan. Dat is een
regelrechte oorlogsverklaring aan de NAVO, Europa en Nederland. We
willen dat dit kabinet de Amerikaanse missie niet alleen politiek
steunt, maar ook militair. Stel het Defensieapparaat ter beschikking aan
onze bondgenoten ter ondersteuning van het optreden tegen Iran. Als het
kabinet zelf geen actie onderneemt, zal Groep Markuszower de Kamer
middels een motie vragen hierover samen stelling te nemen.
Voorzitter, ik ga verder.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben benieuwd naar het volgende. Ik heb namelijk ook het nieuws gezien
over een droneaanval boven Turkije, die gelukkig lijkt te zijn
afgeweerd. De collega heeft het over twee aanvallen op de NAVO. Die
andere heb ik niet meegekregen. Waar heeft zij het over?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dan doel ik op de basis op Cyprus. Die is van het Verenigd Koninkrijk.
Het is niet de EU, maar het is wel NAVO-grondgebied, omdat het een basis
is van het Verenigd Koninkrijk. Zo kom ik op twee.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké, want Cyprus zit zelf natuurlijk niet in de NAVO.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Precies.
Voorzitter. Wij steunen de investeringen in defensie. De vraag is echter
of de werkende Nederlander moet opdraaien voor de Defensiebegroting. De
vrijheidsbijdrage is wat ons betreft een ordinaire belastingverhoging
die niet uit te leggen is in de wetenschap dat we geld van Brussel
hadden mogen lenen om de noodzakelijke defensie-investeringen te kunnen
doen. De vraag is ook of al dit geld uitgegeven gaat worden, want alleen
al in 2024 lag er nog ruim 3,3 miljard euro op de plank. Hoe gaat het
kabinet al dat geld daadwerkelijk uitgeven?
Voorzitter. De basis moet op orde. Het is natuurlijk leuk dat we groots
uitpakken met persberichten waarin wordt gesteld dat we weer een nieuw
vliegtuig hebben gekocht, maar we moeten niet vergeten dat ook aan de
randvoorwaarden moet worden voldaan om zo'n vliegtuig überhaupt in de
lucht te houden. Laat me een voorbeeld geven. Laatst mocht ik met de
commissie mee op werkbezoek naar Vliegbasis Woensdrecht. Daar stonden
twee F-35's in een hangar. Een van de twee vliegtuigen stond al
negentien maanden stil. Het stond gewoon negentien maanden niks te doen.
Dat is anderhalf jaar. Een machine van 100 miljoen staat gewoon stof te
happen. Dat is onbegrijpelijk. Toen ik aan een vliegtuigtechnicus vroeg
hoe het kan dat zo'n prachtig apparaat zo lang stilstaat, kreeg ik als
alleszeggend antwoord: complexe logistieke processen. Ook was er maar
één koelwagen beschikbaar die noodzakelijk is bij het onderhoud en
testen van het toestel. Toevallig was die in gebruik. Concreet: bij het
doen van investeringen moeten we de logistieke processen die daarmee
gepaard gaan dus niet vergeten. Hoe gaat de minister hier invulling aan
geven?
We zien dat er bijvoorbeeld bij de trainingen en de opleiding voor de
F-35 al efficiëntieslagen worden gemaakt. Door dit samen met
EU-bondgenoten te doen, worden onze slagkracht en onze reactiesnelheid
vergroot. Nog zo'n voorbeeld is de samenwerking tussen Nederland en
Duitsland ten aanzien van de Leopard 2A8-gevechtstank. Is er een plan om
nog meer van dit soort gezamenlijke aankopen en trainingen uit te rollen
zonder ons direct in een groot Europees leger te rommelen? Dat laatste
willen wij namelijk absoluut niet.
Defensie groeit hard en gebruikt het Dienjaar als een manier om nieuw
personeel te werven. Het Dienjaar is een vrijwillig programma waarbij
jongeren gedurende één jaar fulltime als militair meedraaien. Het
programma wordt versneld opgeschaald naar 1.500 deelnemers per jaar. Uit
het werkveld bereiken ons twijfels over de effectiviteit ervan. Veel
deelnemers stromen vroegtijdig uit en lijken gaandeweg hun motivatie te
verliezen. Herkent de minister deze signalen? Welke maatregelen worden
er al genomen om vroegtijdige uitval te voorkomen? Uit beschikbare
cijfers blijkt dat na afronding van het Dienjaar 40% als beroepsmilitair
en 16% als reservist aanblijft. Het is echter onbekend hoeveel
deelnemers tussentijds stoppen. De kosten voor een regulier Dienjaar
bedragen ongeveer €100.000 per deelnemer per jaar. Bovendien legt het
Dienjaar een aanzienlijke claim op de beschikbare instructeurs en de
opleidingscapaciteit. Kunnen we van de minister voorafgaand aan het
commissiedebat Personeel een brief ontvangen met alle relevante feiten
over het Dienjaar op een rij, en dan specifiek over hoeveel deelnemers
er per lichting begonnen en wat het percentage is van vroegtijdige
uitstroom? Wij zouden er namelijk voor willen zorgen dat het Dienjaar
nog effectiever wordt in het behouden en ook in het enthousiasmeren van
deelnemers. Om te onderzoeken hoe dit het beste kan worden bereikt, is
wat ons betreft een evaluatie van het programma wenselijk.
Tot slot wil ook ik mij richten tot alle militairen, alle reservisten en
al het burgerpersoneel van Defensie. Groep Markuszower is enorm trots op
onze helden. Tegen mijn oud-collega's zeg ik: dank jullie wel voor
jullie inzet voor een veilig Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ten Hove.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde
van de Kamer bij het debat over de begroting Defensie. Ik dank de leden
voor het gevoerde debat en de bewindspersonen voor hun aanwezigheid.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
De voortzetting van dit debat zal aanstaande donderdag plaatsvinden,
vanaf 16.30 uur. Ik schors de vergadering nu tot 16.00 uur, waarna we
verdergaan met het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 9 en 10
maart 2026. De vergadering is geschorst tot 16.00 uur.
De vergadering wordt van 15.11 uur tot 16.00 uur geschorst.