Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Defensie op 4 maart 2026
Brief regering
Nummer: 2026D09983, datum: 2026-03-05, bijgewerkt: 2026-03-05 12:45, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z04349:
- Indiener: D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie
- Medeindiener: D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-05 19:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-03-05 19:00: Begroting Defensie (36800-X) voortzetting (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-03-12 10:45: Procedurevergadering Defensie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
| > Retouradres Postbus 2070 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 5 maart 2026 |
| Betreft | Antwoorden op vragen gesteld tijdens begrotingsbehandeling Defensie 2026 |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
MINDEF20260016440
D2026-001342
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
Tijdens de begrotingsbehandeling van Defensie (hoofdstukken K en X) heeft uw Kamer vragen gesteld. Hierbij bied ik uw Kamer het antwoord op een deel van deze vragen en de appreciatie van de ingediende amendementen schriftelijk aan. De overige gestelde vragen zal ik mondeling beantwoorden tijdens het vervolg van het debat op donderdag 5 maart 2026.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN DEFENSIE Dilan Yeşilgöz-Zegerius |
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Derk Boswijk |
|---|
Vragen van het lid Piri
(GL/PvdA)
Gaat het kabinet deelnemen aan Security Action for Europe 2 (SAFE 2)?
Antwoord
Het kabinet zet zich in voor verdere verdieping van de Europese defensiesamenwerking. Binnen de Europese Unie (EU) zijn daarvoor verschillende instrumenten opgezet, zoals het Europees Defensiefonds (EDF) en het Europees Defensie-Industrieprogramma (EDIP). Het kabinet neemt actief deel aan deze defensie-industrieprogramma’s van de EU.
Het kabinet heeft ervoor gekozen geen leningen aan te vragen onder EU-leningeninstrument SAFE, omdat Nederland zelf tegen gunstigere voorwaarden kan lenen. Wel wordt momenteel bezien hoe Nederland kan deelnemen aan projecten die door andere lidstaten met SAFE-leningen worden gefinancierd.
Op dit moment ligt er geen voorstel voor een opvolger van SAFE (door u aangeduid als ‘SAFE 2’). Indien de Europese Commissie met een dergelijk voorstel komt, zal het kabinet eerst een positie innemen over de inhoud en wenselijkheid van het voorstel, alvorens een besluit te nemen over eventuele deelname.
Zijn de streefpercentages van 40% gezamenlijke inkoop en 50% inkoop in Nederland of Europees uit het coalitieakkoord wel ambitieus genoeg? Is het een eis of een streven? Is Europees echt Europees? Hoe monitoren we hierop?
Antwoord
In het coalitieakkoord zetten we in op vraagbundeling en materieel- en industriesamenwerking met Europese partners, waarbij innovatieve bedrijven beter worden opgenomen in de (Europese) defensieleveringsketens.
In de Stand van Defensie zullen we niet alleen percentages opnemen over gezamenlijke verwerving in Europees verband maar ook onderscheid maken in de verwerving en productie samen met Europese partners en verwerving en productie buiten Europa.
Hoe komen we aan het aantal van 122.000 mensen bij Defensie?
Antwoord
Tijdens de eerste ontwerpfase van een nieuw te vormen oorlogsorganisatie halverwege 2025 is een eerste inschatting gemaakt van de benodigde groei van Defensie. Sinds die tijd wordt gewerkt aan de daadwerkelijke planmatige vertaling van de internationale en nationale taken en ontstaat een steeds nauwkeuriger beeld van de benodigde aantallen. In het commissiedebat Personeel en de Defensienota 2026 komen we hier op terug.
Opleidingen lijken steeds korter te worden. Welke risico's lopen we daarmee?
Antwoord
Om ervoor te zorgen dat het opleidingsdomein de groei van de organisatie niet belemmert, zet Defensie allereerst in op efficiënter opleiden, waarbij modern, flexibel, open en transparant onderwijs het uitgangspunt is. We kijken goed naar nut en noodzaak van opleidingen met als uitgangspunt dat we de militair functioneel opleiden voor de taken en verantwoordelijkheden die hij of zij heeft. Daarbij kijken we naar wat een medewerker minimaal nodig heeft om zijn taken verantwoord en veilig uit te voeren. Kortom, we kijken goed naar wat nu moet en straks kan. Hiermee mitigeren we risico’s.
De afgelopen periode zijn diverse opleidingen verkort, waaronder de basis opleiding Koninklijke Landmacht (BOKL). Die is van 18 naar 10 weken verkort. Verder is ook de opleiding tot opleider (instructeur) van een 6 maanden hybride leertraject naar drie weken voltijds verkort.
Defensie kijkt daarnaast ook naar Eerder Verworven Competenties (EVC’s) en skills om zo het opleidingstraject te verkorten en recht te doen aan de kennis en ervaring van nieuwe en huidige medewerkers.
Kan het kabinet kijken naar de mogelijkheid voor militairen om te stemmen als zij op missie of uitzending zijn?
Antwoord
Militairen in het buitenland (op uitzending en oefening) kunnen, net zoals andere Nederlandse staatsburgers in het buitenland, schriftelijk stemmen voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen.
De uitgezonden militairen zijn over de wijze van stemmen schriftelijk geïnformeerd begin 2026. Militairen op oefening worden alsnog geïnformeerd over de wijze van stemmen in het buitenland
Kan de motie Piri inzake Afghan Security Guards voortvarend uitgevoerd worden?
Antwoord
Defensie ontvangt in beperkte mate nog verzoeken van Afghan Security
Guards (ASG) bewakers ter overbrenging. Defensie behandelt deze en
reeds eerder gedane verzoeken van ASG-bewakers zorgvuldig.
De motie Piri c.s.1 verzoekt het kabinet de veilige overbrenging van Afghaanse bewakers en hun gezinnen naar Nederland per direct te realiseren. Parallel loopt er een juridische procedure tegen de Nederlandse Staat omtrent 42 extern ingehuurde voormalige Afghaanse ambassadebewakers. Naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag 4 november 2025 heeft deze groep ambassadebewakers op 30 december 2025 cassatie bij de Hoge Raad ingesteld. Zoals gecommuniceerd door de Minister van BZ in het RBZ-verslag van 29 januari jl. heeft het kabinet besloten om de motie hangende een uitspraak van de Hoge Raad in beraad te houden. Het is aan de minister van Buitenlandse Zaken om u hierover te informeren.
Vragen van het lid Belhirch (D66)
Wat doen de bewindspersonen om langjarige contracten mogelijk te maken, procedures te versnellen en onderhoud structureel mee te nemen?
Wanneer is het resultaat zichtbaar van die inspanningen? Welke meetbare indicatoren gaat het kabinet hanteren?
Antwoord
Om langjarige contracten mogelijk te maken zoekt Defensie de samenwerking op met zowel internationale partners als met de defensie-industrie. Nu is ongeveer 40% van de verplichtingen in het Defensie Materieelbegrotingsfonds een langjarige verplichting, dit zijn contracten van zeven jaar of langer. Een voorbeeld hiervan is de Multi Missie Radar waarbij internationale partners bij het Nederlandse contract aansluiten en in een samenwerking met Thales Nederland het onderhoud van de radars plaatsvindt. Een ander voorbeeld is de strategische samenwerking met Thales Nederland in het kader van het programma Foxtrot over de aanschaf, innovatie en onderhoud van IT-middelen.
Voor de versnelde opbouw van de krijgsmacht besteedt Defensie continu aandacht aan de versnelling van het voorzien-in proces, van behoeftestelling tot levering. Dan kan uw Kamer denken aan verwerving ‘van de plank’, nationale vraagbundeling van de Oekraïense en Nederlandse behoefte en gezamenlijke inkoop in NAVO-verband. Ook kan Defensie door het ophogen van de grensbedragen van het Defensie Materieel Proces (DMP) de doorlooptijd verkorten. Uw Kamer is hier recent over geïnformeerd via de Kamerbrief ‘Tweede update verminderen administratieve lastendruk, versnellen inkoopproces’. Een voorbeeld van procesversnelling is de aanschaf van de Leopard-2A8 gevechtstanks. Tussen de Kamerbrief in oktober 2024 en de contracttekening in mei 2025 zat nog geen jaar. Ondanks goede stappen hebben we nog een stevige opgave.
Met het reguliere Defensie Projectenoverzicht ontvangt uw Kamer op Verantwoordingsdag per project een toelichting met de resultaten.
Hoe gaan de bewindspersonen borgen dat de extra middelen aantoonbaar leiden tot meer capaciteit, en innovatie en opschaling niet vastlopen in procedures?
Antwoord
Defensie investeert in een krijgsmacht met een groter afschrikkend effect en meer vermogen voor defensieve en offensieve operaties. Het voldoen aan de NAVO-capaciteitsdoelstellingen en nationale taken blijft leidend in onze materieelinvesteringen en personele groei. We zullen de Nederlandse en Europese defensie-industrie verder versterken en de Europese defensiesamenwerking verdiepen, investeren in innovatie, bouwen aan een grotere, schaalbare krijgsmacht met meer voortzettingsvermogen en de bescherming van onze vitale infrastructuur en de verdediging van het Caribisch gebied versterken. In de Defensienota 2026 wordt de Tweede Kamer daarover geïnformeerd. In ons inkoopproces kijken we steeds of procedures nog actueel en effectief zijn. Dat is een continu proces.
Wie is eindverantwoordelijk voor de coördinatie tussen Defensie, Kustwacht en andere betrokken diensten?
Antwoord
Op dit moment is de Kustwacht een uitvoeringsorganisatie die taken uitvoert voor zes ministeries (JenV, IenW, LVVN, KGG, Financiën en Defensie), waarbij het ministerie van IenW coördineert. Defensie is als beheerder verantwoordelijk voor de Kustwachtorganisatie, bijvoorbeeld voor de bedrijfsvoering of bij ondersteuning van aanschaf van nieuwe middelen. Kustwachtoperaties worden gecoördineerd door de Kustwacht. Het gezag waaronder dit plaatsvindt is afhankelijk van de taak die de Kustwacht op dat moment uitvoert. Zo vindt strafrechtelijke handhaving plaats onder het gezag van het Openbaar Ministerie en douanecontroles onder het gezag van Financiën. Op verzoek van het civiele gezag kan Defensie bijstand verlenen aan Kustwachtoperaties. Deze Defensie inzet wordt gecoördineerd door de Kustwacht. Het kabinet beoordeelt op welke manier de coördinatie in het licht van de huidige dreiging effectiever georganiseerd kan worden.
Hoe groeit de opleidingscapaciteit mee met de groeiambities van Defensie, zodat mensen die willen dienen ook daadwerkelijk snel en goed inzetbaar worden?
Antwoord
Defensie heeft de afgelopen jaren meerdere maatregelen genomen om de opleidingscapaciteit te vergroten, om te voorkomen dat de opleidingscapaciteit van Defensie de flessenhals wordt die de groei van de organisatie belemmert. Hiervoor is onder andere het Delta Plan Opleidingen (DPO) opgesteld. Hierin wordt langs drie operatielijnen de opleidingscapaciteit vergroot. Allereerst het rationaliseren van de opleidingsvraag (primair opleiden voor de taak), ten tweede het flexibiliseren van het opleidingsaanbod (door bijvoorbeeld meer in te zetten op modern, flexibel open en transparant (afstands-)onderwijs) en ten derde het verbeteren van de regie op het opleidingsdomein. Daarnaast gaan we in- en uitbesteden, waartoe in november een intentieverklaring is getekend met een aantal publieke en private opleiders. Andere instellingen kunnen zich hierbij aansluiten.
Ziet de staatsecretaris de noodzaak om het reservistenbeleid strategischer vorm te geven en is hij bereid om te bezien of de wet- en regelgeving kan worden aangepast om de rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor reservisten en werkgevers duurzaam te borgen?
Antwoord
Uw Kamer wordt voor de zomer (uiterlijk in Q2) geïnformeerd over de aanpassing van wet- en regelgeving met het oog op de rechtspositie van reservisten, conform de eerdere toezegging van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens het Commissiedebat Arbeidsmarktbeleid en Arbeidsmarktdiscriminatie van 24 september 2025 en bij brief van 17 december 2025 aan uw Kamer over de Toekomst van de Krijgsmacht.2
Vragen van het lid Boon (PVV)
Kan de minister garanderen dat de begrotingsgroei niet verdwijnt in extra managementlagen, maar daadwerkelijk terechtkomt bij gevulde brigades, volle munitiedepots en inzetbare militairen?
Antwoord
De NAVO-norm voor defensie-uitgaven is verhoogd vanwege de sterk toegenomen dreiging. Defensie investeert dan ook in een krijgsmacht met een groter afschrikkend effect en meer vermogen voor defensieve en offensieve operaties. Het voldoen aan de NAVO-capaciteitsdoelstellingen en nationale taken blijft leidend in onze materieelinvesteringen en personele groei. We zullen de Nederlandse en Europese defensie-industrie verder versterken en de Europese defensiesamenwerking verdiepen, investeren in innovatie, bouwen aan een grotere, schaalbare krijgsmacht met meer voortzettingsvermogen en de bescherming van onze vitale infrastructuur en de verdediging van het Caribisch gebied versterken. De concrete keuzes voor toekomstige investeringen worden bekendgemaakt in de Defensienota 2026 die voor de zomer wordt gepubliceerd.
Wat gebeurt er met militairen die in fysieke zware functies na jarenlange inzet niet operationeel inzetbaar zijn? Worden zij actief omgeschoold of blijven deze vacatures openstaan terwijl ervaren militairen de organisatie verlaten?
Antwoord
Om de noodzakelijke personele groei in de komende jaren mogelijk te maken hebben we iedereen nodig. Hiervoor zetten we zowel in op instroom van nieuwe medewerkers als behoud van ervaren militairen en burgers. Iedere defensiemedewerker krijgt op basis van geschiktheid en inzetbaarheid een taak in de organisatie.
Militairen die na jarenlange inzet niet langer operationeel inzetbaar zijn worden actief omgeschoold binnen hun talenten en mogelijkheden naar een andere geschikte plaats in de organisatie. Dit doen we door bijscholing en omscholing. Hiermee leveren we ook een bijdrage aan het vullen van moeilijk te werven personeelscategorieën.
Wat is de concrete onderbouwing van de leeftijdsgrenzen voor inzetbaarheid? Waarom telt kalenderleeftijd zwaarder dan aantoonbare fysieke en mentale inzetbaarheid? En zijn deze grenzen nog haalbaar in een tijd van structurele personeelstekorten?
Antwoord
Gelet op de aard van het militaire beroep en bijzondere eisen die worden gesteld aan inzetbaarheid en fysieke geschiktheid, hanteert defensie leeftijdsgrenzen. Dit is vastgelegd in regelgeving (artikel 5a Algemeen militair ambtenarenreglement). Gezien de structurele militaire tekorten, de noodzaak tot maximale groei en vulling van Defensie en de aandacht voor duurzaam inzetbaarheid, zijn de leeftijdsgrenzen inmiddels verruimd. Momenteel wordt intern defensie bezien of de leeftijdsgrenzen binnen de kaders van operationele inzetbaarheid verder kunnen worden verruimd.
Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij als nieuwe staatssecretaris met open vizier en in alle redelijkheid een gesprek met de chroom 6 slachtoffers zal aangaan? Is hij bereid te luisteren, opnieuw te kijken waar dat nodig is en op zoek te gaan naar oplossingen die recht doen aan deze mensen?
Antwoord
We ze zijn zeer begaan met de (oud-)medewerkers die zijn blootgesteld aan chroom-6 in het verleden. Mijn voorgangers zijn verscheidene keren in gesprek gegaan met (oud-)medewerkers en nabestaanden. Daarbij is aan de orde gekomen wat uit het wetenschappelijk onderzoek van het RIVM is gekomen. Ook de conclusies van de onafhankelijke commissie onder leiding van Heerma van Voss, die op verzoek van aangenomen moties, onderzoek heeft gedaan naar de Uitkeringsregeling chroom-6 Defensie, zijn met uw Kamer en met hen besproken. Deze commissie heeft aangegeven dat de Uitkeringsregeling voldoende ruimhartig is.
Tevens is toegezegd dat als er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn, Defensie opnieuw naar de Uitkeringsregeling zal kijken. Op dit moment zijn er geen nieuwe wetenschappelijke inzichten en ziet Defensie geen aanleiding het beleid te wijzigen. Bij een gesprek met de (oud-)medewerkers of nabestaanden zullen derhalve geen nieuwe inzichten worden besproken.
Vragen van het lid De Groot (VVD)
Hoe borgen we dat wij op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI) innovatief kunnen concurreren met andere grootmachten als China en de VS, zonder dat we onszelf verstikken in strengere ethische regels dan onze rivalen?
Antwoord
Het kabinet onderschrijft dat technologische voorsprong op het gebied van Artificiële Intelligentie essentieel is voor de militaire effectiviteit en daarmee voor de nationale veiligheid. Nederland kan en hoeft hierin niet alleen te opereren. Juist door intensieve samenwerking binnen de NAVO en de Europese Unie wordt schaal gecreëerd om te kunnen concurreren met grootmachten als de Verenigde Staten en China. Binnen deze verbanden werkt Defensie aan gezamenlijke standaarden, interoperabiliteit en gedeelde innovatieprogramma’s, zodat investeringen worden gebundeld en versnippering wordt voorkomen.
Tegelijkertijd zet Defensie nationaal in op versnelling van innovatie door nauwe samenwerking met kennisinstellingen, industrie en start-ups, en door experimenteerruimte te creëren via innovatiehubs en praktijkgerichte testomgevingen. Daarbij worden ethische en juridische kaders niet als sluitstuk gezien, maar vanaf het begin geïntegreerd in het ontwerp- en ontwikkelproces. Deze benadering voorkomt vertraging achteraf en zorgt ervoor dat nieuwe AI-toepassingen direct voldoen aan (inter)nationaalrechtelijke verplichtingen en operationele eisen. Deze aanpak zorgt er tevens voor dat we aantoonbaar handelen volgens wetten, regels en gemaakte afspraken. Dat geldt overigens ook voor traditionele wapensystemen. Ook daarbij zijn we gebonden aan wetgeving en internationale afspraken.
Daarnaast is het voor Defensie belangrijk om meer ruimte te creëren voor versnelling en innovatie. Daarom heeft Defensie maatregelen getroffen om complexe compliance-processen te versimpelen. Zo is er bijvoorbeeld een compliance office geïnstalleerd die overzicht en inzicht biedt vanaf de start en kan helpen om dit proces snel en soepel te laten verlopen. Uiteindelijk leidt dit tot keuzes die betrouwbaar zijn, risico’s die adequaat beheerst worden en besluiten die verantwoord zijn.
Vragen van het lid Nanninga (JA21)
Waarom is de beveiliging van kritieke militaire infrastructuur nog niet op orde? Kan het kabinet toezeggen dat dit probleem wordt aangepakt en opgelost?
Antwoord
Beveiliging is voor defensie een randvoorwaarde voor de operationele gereedheid en daarmee ontzettend belangrijk. Ik kan toezeggen dat Defensie druk bezig is de beveiliging van deze kritieke militaire infrastructuur verder te verbeteren.
Hiervoor is in 2025 een plan van aanpak opgesteld waar nu uitvoering aan wordt gegeven. De Algemene Rekenkamer toetst hier op in het verantwoordingsonderzoek.
Het kost echter nog enige tijd om financiële middelen om te zetten in beveiligingsmaatregelen en om personeel aan te trekken en op te leiden, dit zijn processen van de lange adem zeker op het gebied van vastgoed maatregelen, zoals ook al is aangegeven in de beantwoording van vragen die zijn gesteld naar aanleiding van de Stand van Defensie in het najaar van 2025.
Vragen van het lid Van Lanschot (CDA)
Wanneer kan de Tweede Kamer een brief verwachten van de minister over de Nederlandse positie in Europa?
Antwoord
Het kabinet is een voorstander van meer Europese verantwoordelijkheid
binnen de NAVO, een Europese pilaar van de NAVO. Ook de VS vraagt van
Europa dat wij een groter deel van de collectieve afschrikking en
verdediging van het continent voor onze rekening nemen. Het is in ons
eigen belang om hier uitvoering aan te geven. Hierbij is het primaire
doel om de NATO Capability Targets in te vullen en zo snel
mogelijk toe te werken naar volledige invulling van de The Hague
Defense Investment Pledge van 3,5% defensie-uitgaven. Europese
bondgenoten zijn hierover doorlopend met elkaar in gesprek. De
Nederlandse insteek is om er in nauw overleg met de VS naartoe te werken
dat de Europese bondgenoten het leeuwendeel van de afschrikking en
verdediging op het Europese continent zelfstandig kunnen voorzien. Het
kabinet zal uw Kamer op diverse momenten op de hoogte houden van de
ontwikkelingen.
Klopt het dat Defensie deelname verkent aan de Hive Aerospace Collective (HIVE), met als doelstelling een gelijkwaardiger partnerschap van defensie, industrie en overheden, en hoe zorgt de staatssecretaris dat kansen als deze effectief worden benut?
Antwoord
Defensie heeft de ambitie om de meerwaarde van de samenwerking binnen HIVE verder te versterken en onderzoekt op dit moment verschillende mogelijkheden om dat op een passende manier vorm te geven. Er is echter nog geen definitief besluit genomen over een eventuele deelneming.
Defensie verkent de opties zorgvuldig binnen de geldende wet- en regelgeving en beoordeelt daarbij zowel de juridische, financiële als governance-aspecten. Naast een mogelijke deelneming worden ook andere instrumenten en samenwerkingsvormen uitgewerkt om de beoogde doelstellingen te realiseren.
Wanneer kan de Tweede Kamer een overzicht verwachten op welke punten aanpassingen nodig zijn ten aanzien van de rechtspositie van reservisten?
Antwoord
Uw Kamer wordt voor de zomer (uiterlijk in Q2) geïnformeerd over de aanpassing van wet- en regelgeving met het oog op de rechtspositie van reservisten, conform eerdere toezegging van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens het Commissiedebat Arbeidsmarktbeleid en Arbeidsmarktdiscriminatie van 24 september 2025 en bij brief van 17 december 2025 aan uw Kamer over de Toekomst van de Krijgsmacht.3
In een rapport van de Algemene Rekenkamer staat dat van de 103 projecten groter dan €50 miljoen meer dan zes jaar vertraagd is. Kan de staatssecretaris vertellen - dit kan ook in een brief of in een reguliere P&C-cyclus - wat er nodig is om die projecten vlot te trekken en te blijven informeren?
Antwoord
Defensie heeft te maken met een verhoogde vraag naar defensiematerieel en een overspannen markt. Ook prioriteert Defensie in sommige gevallen de beschikbare projectcapaciteit in het kader van de voorbereiding van Hoofdtaak 1. In andere gevallen kan het voorkomen dat vertraging wordt veroorzaakt door de complexiteit van het project. Dit kan soms leiden tot het later ontvangen van het materieel.
Echter betekent niet elke bijstelling van de projectplanning dat de realisatie van een project vertraagt. Zo kan het voorkomen dat projecten langer doorlopen in tijd vanwege bijbestellingen, zoals het geval is voor de additionele Multi-Missie Radars of extra NH90’s. Tevens wordt soms de scope van het project uitgebreid door additionele behoeftes vanuit Defensie of door internationale vraagbundeling met andere landen, bijvoorbeeld de aankoop van de Embraer C390.
Ook prioriteert Defensie in sommige gevallen de beschikbare projectcapaciteit in het kader van de voorbereiding op Hoofdtaak 1. Daarnaast kan het voorkomen dat een planning wordt bijgesteld door voortschrijdend inzicht, zoals bij de ontvangst van een definitieve Letter of Offer and Acceptance.
Hiervoor lopen reeds verschillende maatregelen en initiatieven. Zo kan verwerving ‘van de plank’, nationale vraagbundeling van de Oekraïense en Nederlandse behoefte en gezamenlijke inkoop in NAVO-verband bijdragen aan versnelling. Ook draagt het ophogen van de grensbedragen van het Defensie Materieel Proces (DMP) bij aan het vergroten van de wendbaarheid, waardoor Defensie meer projecten intern kan afhandelen. Dit verkort de doorlooptijd van projecten. Daarnaast kijkt Defensie continu naar versnellingsmogelijkheden bij alle stappen van het voorzien-in-proces en naar het bevorderen van een interne organisatiecultuur die oog heeft voor snelheid en realisatievermogen. Ook is de inkoopcapaciteit vergroot.
Met het reguliere Defensie Projectenoverzicht ontvangt uw Kamer op Verantwoording dag per project een toelichting met de belangrijke wijzigingen.
Wat gaan de minister en staatssecretaris bijdragen aan het tegengaan van regeldruk bij Defensie?
Antwoord
Defensie continueert de Taskforce Versnellen Inkoop, die versnellingsmaatregelen binnen de voorzien-in keten identificeert en treft. Hierover is uw Kamer eerder geïnformeerd.4
Een van de recent getroffen maatregelen door de Taskforce is een forse verhoging van de inkoopmandaten, zodat inkopers minder tijd kwijt zijn aan administratieve verantwoording van keuzes binnen de organisatorische lijn en meer capaciteit beschikbaar komt voor het plaatsen van orders. Dit levert handelingsvrijheid op en vermindert de doorlooptijd van het inkoopproces aanzienlijk.
Dit jaar wil de Taskforce Versnellen Inkoop interne aanvraagprocedures versoepelen, in het bijzonder waar het raamovereenkomsten en het inhuurproces betreft. Daarnaast herziet Defensie de interne regelgeving over contract auditing, die van toepassing is bij opdrachten die niet onder concurrentiestelling tot stand komen. De Wet op de Defensiegereedheid (Wodg) draagt hier ook aan bij.
Randvoorwaardelijk bij het doorvoeren van deze en andere maatregelen die de regeldruk verlagen is dat dit op een verantwoorde wijze gebeurt.
Ook vinden nu de triloogonderhandelingen over de Defensie Omnibus plaats. Dit pakket van EU wetgevingsvoorstellen beoogt juridische en administratieve belemmeringen voor de krijgsmacht weg te nemen, procedures voor aanbestedingen en vergunningen te versnellen en de grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren.
De Commissie heeft aangekondigd in het verlengde daarvan in Q3 2026 de defensie- en veiligheidsaanbestedingsrichtlijn verder te herzien. Defensie zet in op het verruimen van deze Europese aanbestedingsregelgeving die aan de nationale aanbestedingswetgeving ten grondslag ligt. Momenteel benut Defensie zoveel mogelijk de beschikbare ruimte binnen de aanbestedingswetgeving. In het overgrote deel van de inkooptrajecten maakt Defensie gebruik van de uitzonderingsbepalingen die deze wetgeving biedt.
Kan de staatssecretaris voorafgaand aan het personeelsdebat in april een pragmatische Strategic Resource Planning delen?
Antwoord
Nederland en Europa moeten weerbaarder worden. We accepteren niet dat we voor onze bescherming afhankelijk blijven van anderen. Wij kiezen voor een krijgsmacht die afschrikt en doorbijt. Dat vraagt niet alleen om investeringen, maar vooral om een mentaliteitsverandering: van vredesdividend naar gevechtskracht, van uitzendingen in de periferie, naar het verdedigen van onze Europese manier van leven. Om dit te realiseren bouwen we aan de schaalbare krijgsmacht. De grootte van de krijgsmacht wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Defensie werkt aan een strategisch personeelsplan, dat is vertrouwelijk en kunnen we daarom niet delen. Indien hier behoefte aan is bieden wij graag een vertrouwelijke technische briefing aan.
Wij nemen alle in-, door- en uitstroom en maatregelen in het kader van behoud mee; aanvullende instrumenten worden overwogen indien vrijwillige instroom onvoldoende blijkt.
Vragen van het lid Van Dijk (SGP)
Kan de Tweede Kamer erop vertrouwen dat dit kabinet een einde maakt aan het gesteggel over geld tussen departementen?
Antwoord
Dit kabinet is met vol vertrouwen aan de slag gegaan. De departementen werken nauw met elkaar samen om de grote uitdagingen waar wij voor staan en die ook geadresseerd zijn in het coalitieakkoord aan te pakken. Dit willen we ook doen in goede en constructieve samenwerking met uw Kamer.
Hoe en wanneer worden de eventuele budgettaire gevolgen voor de benodigde infrastructurele aanpassingen ingepast op de begrotingen van de verantwoordelijke departementen?
Hoe geeft de staatssecretaris invulling aan zijn coördinerende rol, zodat infrastructurele aanpassingen uit het NPRD prioriteit krijgen bij Infrastructuur en Waterstaat?
Antwoord
Defensie is direct na het uitbrengen van het ontwerp-NPRD met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in gesprek gegaan over mogelijke infrastructurele aanpassingen in relatie tot de hoofdinfrastructuur. Hierbij hebben de departementen afgesproken dat de ministeries van Defensie en IenW bezien waar deze opgaven al een plek hebben of kunnen krijgen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT).5 Dit gesprek wordt voortgezet door het kabinet.
Daar waar het om mogelijke aanpassingen gaat op de onderliggende wegennetten wordt dit met betrokken overheden besproken via de gebiedsprocessen die worden ingericht.
Kan de vernieuwing van Kamp Westerbork ook opgenomen worden in het veteranenbeleid, zodat we mogelijk bij de Voorjaarsnota duidelijkheid krijgen over financiering na 2027?
Antwoord
De herdenking van de Tweede Wereldoorlog en het welzijn van Molukse groeperingen vormen onderdeel van de begroting van VWS. Het vorige kabinet heeft voor 2026 en 2027 vanuit de begroting van VWS in totaal 15 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de vernieuwing van Herinneringscentrum Kamp Westerbork zodat dit belangrijke verhaal zal worden overgedragen aan volgende generaties. Naar aanleiding van deze bijdrage zijn ook andere financiers ingestapt en worden deze nog actief door Herinneringscentrum Kamp Westerbork geworven. Ook dit kabinet vindt de toekomst van Westerbork van groot belang. Maar het is in dit stadium eerst aan Herinneringscentrum Kamp Westerbork zelf om met de eerste fase van de vernieuwing van start te gaan. De Minister van Langdurige Zorg en Sport blijft daarom met Kamp Westerbork in gesprek over de vorderingen en de verdere dekking van het gehele project.
Vragen van het lid Bikker (CU)
Wat zijn de plannen van het kabinet om het voor werkgevers gemakkelijker te maken om reservist te zijn, bijvoorbeeld rondom bijzonder verlof?
Antwoord
Zoals in de beantwoording van de eerder gestelde schriftelijke vragen6 genoemd tref ik op dit moment, samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorbereidingen om de rechtspositie van reservisten in hun civiele arbeidsrelatie met hun werkgever te verduidelijken en waar nodig te versterken. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de positie van de reservist binnen het civiele arbeidsrecht, dus om de verhouding tussen reservist en civiele werkgever niet om interne defensieregelgeving. Intern Defensie zijn er al diverse verbeteringen doorgevoerd in de rechtspositie voor de reservist.
Uw Kamer wordt voor de zomer (uiterlijk in Q2) geïnformeerd over de aanpassing van wet- en regelgeving met het oog op de rechtspositie van reservisten, conform eerdere toezegging van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens het Commissiedebat Arbeidsmarktbeleid en Arbeidsmarktdiscriminatie van 24 september 2025 en bij brief van 17 december 2025 aan uw Kamer over de Toekomst van de Krijgsmacht.7 Daarbij zal de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingaan op de vraag of nadere wettelijke regels nodig zijn.
Worden de NAVO priority targets nu echt het uitgangspunt bij de nieuwe Defensienota?
Antwoord
Defensie investeert in een krijgsmacht met een groter afschrikkend effect en meer vermogen voor defensieve en offensieve operaties. Dat doen we samen met bondgenoten, zodat Europese landen samen en de NAVO als geheel sterker worden. De NAVO-capaciteitsdoelstellingen geven aan over welke capaciteiten de Nederlandse krijgsmacht dient te beschikken om een evenredige bijdrage te leveren aan de afschrikking van tegenstanders en verdediging van het NAVO-verdragsgebied. Deze doelstellingen zijn dan ook richtinggevend voor investeringen. Naast de NAVO-capaciteitsdoelstellingen dient Defensie ook invulling te geven aan doelstellingen in het kader van Homeland Defence, Host Nation Support en Sustainment en aan overige nationale en Koninkrijkstaken, waaronder de bescherming en verdediging van de Caribische delen van het Koninkrijk. De investeringen in de komende jaren zullen erop gericht zijn om voldoende invulling te kunnen geven aan zowel NAVO- als nationale taken, in het licht van de huidige en mogelijke toekomstige dreigingen. In de Defensienota zullen we hier verder op ingaan.
Het kabinet wil het dienjaar wel opschalen, mooi, maar naar welke omvang?
Antwoord
Het programma Dienjaar Defensie loopt inmiddels twee jaar en blijft succesvol. Het Dienjaar is met name bedoeld om jongeren (18-27 jaar) laagdrempelig kennis te laten maken met Defensie na de middelbare school, als tussenjaar of na afstuderen. Zowel het animo voor het Dienjaar als de doorstroom vanuit het Dienjaar naar een beroeps- of reservistenaanstelling blijven hoog. In 2025 hebben 1.100 mensen deelgenomen aan het Dienjaar. Voor 2026 is het voornemen om op te schalen naar 1.500 dienjaarmilitairen.
Vragen van het lid Dassen (Volt)
Welke investeringen van Defensie, zoals collaborative combat aircraft, zorgen voor verdere afhankelijkheid van de Verenigde Staten (VS)? En kan de staatssecretaris uitleggen wat er in die intentieverklaring staat en waarom de Tweede Kamer er niet voldoende in is meegenomen?
Antwoord
Nederland streeft naar een evenwichtige trans-Atlantische relatie door
Europa zelfstandiger te maken op defensiegebied en het versterken van de
Europese pilaar binnen de NAVO. Dit betekent het afbouwen van de
afhankelijkheid van de VS, terwijl samenwerking met de VS wordt
voortgezet op domeinen waar geen Europese alternatieven zijn. De
intentieverklaring (LOI) van 16 oktober 2025 heeft als doel om de
samenwerking met de VS voor de gezamenlijke behoefte voor kennisopbouw
in onbemenste systemen verder te verkennen en samen te werken met eigen
industriepartners. Het ontwikkelen van opkomende technologieën staat
voorop. Uw Kamer is geïnformeerd over Collaborative Combat
Aircraft met de Kamerbrief van 19 december jl.8
Hoe kijkt de minister naar de Amerikaanse afhankelijkheid? En hoe kijkt de minister naar de ontwikkelingen in de VS, specifiek naar het conflict tussen Antropic en het Pentagon?
Antwoord
Overal in onze dagelijkse samenleving zijn we afhankelijk van
technologie. Dit is niet uniek voor Defensie. Wel wordt digitalisering
steeds belangrijker in het gevecht van de toekomst. Data science en AI
technologie komt steeds vaker van commerciële (big)techbedrijven, ook
uit de Verenigde Staten. Afhankelijkheid van leveranciers uit één land
heeft daarbij mijn aandacht. Deze trend versterkt de politieke invloed
van technologiebedrijven.
Digitale autonomie is van groot belang voor Nederland en Defensie erkent het belang hiervan. Zo is in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (2025-2029) en de Digitale Transformatie strategie strategische autonomie als doel benoemd. Defensie vindt het belangrijk om hier stappen op te zetten. Voorbeelden van deze stappen zijn open standaarden en het investeren in eigen kennis en kunde. Defensie vindt het daarom belangrijk om te investeren in innovatie van Nederlandse en Europese bodem.
Samengevat is het voor Defensie belangrijk om controle te houden over de eigen digitale infrastructuren, systemen en gegevens, én het vermogen deze zelfstandig te beheren en, indien nodig, los te koppelen, zonder buitensporige afhankelijkheid van buitenlandse partijen. Tegelijkertijd is het belangrijk om te realiseren dat de Verenigde Staten een belangrijke bondgenoot zijn en dat we onze krijgsmacht willen uitrusten met de beste technologie. Om goed binnen de NAVO samen te werken is het eveneens ook noodzakelijk dat systemen van alle bondgenoten, waaronder de VS, geïntegreerd zijn.
Kunnen we in juni stoppen met grenscontroles?
Antwoord
De tijdelijke binnengrenscontroles, met als doel grip op migratie zoals afgesproken in het coalitie akkoord, worden sinds december 2024 uitgevoerd en lopen tot 8 juni 2026. De minister van Asiel en Migratie gaat over het besluit of de binnengrenscontroles na deze periode nogmaals worden verlengd.
De KMar laat het verkeer niet langzamer rijden, maar begeleidt voertuigen van de weg af en controleert ze op specifieke locaties. Hierdoor is het effect op de verkeersstromen door de Nederlandse controles minimaal.
We willen dat het merendeel van onze investeringen in defensie, nationaal en Europees, bij Europese bedrijven terecht komt. EU commissie pleit voor minstens 50% aanschaf van materieel uit Europa. Dat woord mist in het coalitieakkoord. Neemt het kabinet dit woordje alsnog mee en is het minstens 50% of stuurt zij op het maximaal halen van 50%?
Antwoord:
In het Coalitieakkoord staat: we streven ernaar 50 procent in te kopen bij Nederlandse en Europese ondernemers, inclusief licentieproductie en onderhoud.
In de Stand van Defensie zullen we niet alleen de huidige percentages opnemen over gezamenlijke verwerving in Europees verband, maar ook onderscheid maken in de verwerving en productie samen met Europese partners en verwerving en productie buiten Europa.
Vragen van het lid Ten Hove (Groep Markuszower)
Herkent de minister de signalen dat er sprake is van vervroegde
uitstroom en verlies van motivatie bij het Dienjaar Defensie en welke
maatregelen worden genomen om vroegtijdige uitval te
voorkomen?
Kan de minister voorafgaand aan het commissiedebat Personeel een brief versturen met alle relevante feiten over het Dienjaar Defensie op een rij, specifiek hoeveel deelnemers per lichting begonnen zijn en hoeveel percentage uitstroom er is per lichting?
Hoe kijkt de minister naar een evaluatie van het Dienjaar Defensie, om te onderzoeken hoe Defensie nog effectiever kan worden in het behouden en enthousiasmeren van deelnemers?
Antwoord
Het programma Dienjaar Defensie loopt inmiddels twee jaar en blijft
succesvol. Het Dienjaar is met name bedoeld om jongeren (18-27 jaar)
laagdrempelig kennis te laten maken met Defensie na de middelbare
school, als tussenjaar of na afstuderen. Zowel het animo voor het
Dienjaar als de doorstroom vanuit het Dienjaar naar een beroeps- of
reservistenaanstelling blijven hoog. Vanaf de zomer van 2023 hebben zich
bijna 8.000 kandidaten aangemeld, daarvan zijn ruim 2.000
dienjaarmilitairen gestart met het Dienjaar en zijn per 1 februari 835
dienjaarmilitairen nog bezig met het traject. Daarnaast blijkt uit de
eerste lichtingen dat ca. 60% van de deelnemers na afronding van het
jaar kiest voor een vervolg als beroepsmilitair (ca. 70%) of reservist
(ca. 30%). De uitval tijdens de militaire opleiding ligt rond de 12% en
later in het Dienjaar valt nog ongeveer 3% af. Dit ligt dus lager dan de
20% uitval tijdens de reguliere militaire opleiding. Voor 2026 is het
voornemen om 1.500 dienjaarmilitairen aan te stellen. Ik ben bereid om
nog dit jaar een evaluatie van het Dienjaar uit te voeren.
Ik heb vliegbasis Woensdrecht bezocht. 1 van de 2 F35's stond al 19 maanden stil. Toen ik vroeg hoe dit kon kreeg ik het antwoord dat het ligt aan complexe logistieke processen en dat er maar 1 koelwagen beschikbaar is, die noodzakelijk is voor onderhoud. We moeten bij het doen van investeringen de logistieke processen niet vergeten. Hoe gaat de minister hier invulling aan geven?
Antwoord
In het Defensie Materieel Proces wordt rekening gehouden met de instandhouding, het onderhoud en de benodigde logistieke processen van alle systemen die Defensie aanschaft. Deze instandhouding is onderdeel van de totale investering.
Ik ben bekend met de situatie waarmee de Commandant Air Support Command in Woensdrecht te maken heeft. De Nederlandse F35 Air Police en Enhanced Forward Presence missies in Polen en de Baltische Staten maken dat de luchtmacht keuzes maakt bij de verdeling van schaarse onderhoudsmiddelen. De koelwagen is zo’n schaarstegoed dat tussen F-35 Squadrons regelmatig wordt uitgewisseld.
Vragen van het lid Van Baarle (DENK)
DENK is geen voorstander van de NAVO-norm en investeringen in wapens vanwege kosten, die bij burgers worden neergelegd. Mensen kunnen hun rekeningen niet meer betalen. Waarom moeten normale Nederlanders die al niet zo hebben een extra bijdrage leveren en zo op kosten gejaagd worden?
Antwoord
Zonder veiligheid hebben we niets. De veiligheid in Nederland staat
onder druk door oorlog op ons continent en elders. We moeten onszelf en
onze bondgenoten kunnen verdedigen. Alleen zo kunnen we onze vrijheid en
welvaart in stand houden.
In het debat over de Regeringsverklaring heeft het kabinet uitgelegd welke keuzes gemaakt worden en welke afwegingen daarbij een rol gespeeld hebben. In dit debat staat de Ontwerpbegroting 2026 van Defensie centraal. Na jarenlange krimp binnen defensie en het huidige dreigingsbeeld is het noodzakelijk om extra te investeren in Defensie. De krijgsmacht moet in staat zijn het Koninkrijk te verdedigen en te beschermen, mogelijke tegenstanders af te schrikken en waar nodig het gevecht te kunnen winnen. Dat is van essentieel belang voor alle Nederlanders. Daarnaast dragen we bij aan de verdediging van onze bondgenoten, de bevordering van de internationale rechtsorde en de bescherming van Nederlandse belangen.
De besluiten voor deze investeringen worden weloverwogen gemaakt, zodat de toegenomen Defensie-budgetten op een zo effectief mogelijk wijze worden uitgegeven. Uitstel is geen optie: binnen enkele jaren moeten we gereed zijn.
Vragen van het lid Dobbe (SP)
Polen, de Baltische staten, Finland en Oekraïne stappen uit het Ottawa-verdrag tegen landmijnen. Litouwen stapte uit het verdrag tegen clustermunitie. Deelt de minister de mening dat we nooit bij mogen dragen aan de productie en export van verboden wapens? En dat als Nederland investeert in de Oekraïense wapenindustrie, een voorwaarde moet zijn dat er geen verboden wapens worden geproduceerd, en dat zij dezelfde wapenexportcriteria hanteren als Nederland?
Antwoord
Nederland is partij bij het Verdrag inzake clustermunitie (CCM) en het Verdrag inzake anti-personeelslandmijnen (APMBC) en is daarmee gehouden aan de bepalingen van deze verdragen, waaronder het verbod op productie en export van anti-personeelslandmijnen en clustermunitie.
Nederland investeert in de Oekraïense defensie-industrie door directe aanschaf van producten die in lijn zijn met de verdragsverplichtingen van Nederland.
Wapenexportbeleid is een nationale bevoegdheid. Het kabinet kan geen uitspraken doen over de invulling van het Oekraïense wapenexportcontrolebeleid, aangezien dit sterk afhankelijk is van de nationale context. Nederland stimuleert Oekraïne om een zorgvuldig en transparant exportcontrolebeleid te voeren, in overeenstemming met het Oekraïense EU-toetredingsperspectief en de noodzaak tot geleidelijke aanpassing aan het EU-acquis. In dat kader vormt het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole (2008/944/GBVB) het referentiekader.
Vragen van het lid Struijs (50 PLUS)
Voor wat betreft het verwerven van personeel: kijk breder dan alleen naar jongeren, met name naar de militairen die net met functioneel leeftijdsontslag zijn gegaan. Maar ook breder in de maatschappij zijn er veel mensen die een bijdrage willen leveren. Ik verzoek de Minister om hierop op te reflecteren, zijn de mogelijkheden er? En hoe kunnen we hier samen gezamenlijk in optrekken?
Antwoord
Om meer potentieel vanuit de maatschappij bij Defensie binnen te halen,
is de aanstellingsleeftijd, dus de maximale leeftijd waarop iemand kan
worden aangesteld, inmiddels verhoogd.
| Categorie | Huidige overeengekomen maximumleeftijd bij aanstelling |
|---|---|
| soldaat CLAS /CLSK | 28 |
| marechaussee | 28 |
| korporaal CLAS/CLSK | 28 |
| matroos/marinier | 28 |
| onderofficier | 30 |
| onderofficier KMar | 30 |
| officier | 30 |
| officier meerjarige opleiding | 30 |
| officier vlieger | 30 |
| officier vlieger meerjarige opleiding | 25 |
| officier specialistenopleiding | 37 |
| officier algemeen militair arts | 37 |
| officier huisarts, tandarts en apotheker | 37 |
Daarnaast biedt Defensie de mogelijkheid om als reservist een bijdrage te leveren tot de aanstellingsleeftijd van 55 jaar. Uitgangspunt is dat de reservist voldoet aan de gestelde aanstellings- en keuringseisen. Verder wordt via het platform Defensie bedrijfsleven en directe convenanten met bedrijven afspraken gemaakt over de inzet van reservisten bij defensie.
Defensie springt bij tijdens rampen en incidenten. Er zijn veel militaire activiteiten in en om bijvoorbeeld de haven Rotterdam. Zij worden dagelijks aangevallen in het cyberdomein. Kunnen we defensiegelden toekennen aan plaatsen waar veel militaire activiteiten zijn zodat zij zich zo beter kunnen beschermen tegen hybride activiteiten die plaatsvinden?
Antwoord:
De dreiging vanuit het cyberdomein is niet geografisch georiënteerd en vindt dagelijks plaats. Hybride activiteiten zijn bovendien niet beperkt tot cyber. Een reactie hierop vereist adequate maatregelen en is niet beperkt is tot alleen militaire activiteiten. Met betrekking tot de digitale veiligheid zijn partijen zelf in eerste instantie verantwoordelijk voor de eigen veiligheid. In geval van nood kan een beroep worden gedaan op de overheid. Zo kunnen vitale sectoren hulp krijgen van de overheid bij ernstige cyberincidenten. Hierbij kan in eerste instantie een beroep worden gedaan op het Nationaal Centrum voor Cyberbeveiliging, het NCSC. Het NCSC is primair verantwoordelijk voor cyberveiligheid in Nederland, maar kan bijstand inroepen van Defensie. In dat kader draagt Defensie in interdepartementaal verband bij aan de cyberveiligheid van civiele dienstverleners, toeleveranciers en digitale infrastructuur waar de krijgsmacht en bondgenoten afhankelijk van zijn voor inzet. We werken hierbij nauw samen met andere departementen.
Ten slotte zal ik middels de Defensienota 2026 uw Kamer informeren over de voorgenomen besteding van de additionele middelen en over de afwegingen die leidend zijn geweest bij gemaakte keuzes.
Amendementen
Amendement 36800-X-21 van het lid Dassen (Volt)
Ik ontraad het amendement nummer 21 van het lid Dassen ten aanzien van het wijzigen van de begrotingsstaat van artikel 5 Koninklijke Marechaussee (KMar). Het lid Dassen beoogt met het amendement €15 miljoen van de middelen die door het kabinet-Schoof voor de intensivering van de grensbewaking beschikbaar zijn gesteld, niet meer in te zetten voor binnengrenscontroles, maar aan te wenden voor de structurele versterking van de bredere capaciteit van de KMar. Sinds december 2024 worden in opdracht van het ministerie van A&M/J&V door de KMar tijdelijk binnengrens-
controles uitgevoerd aan de landsgrenzen met Duitsland en België. De tijdelijke binnengrenscontroles vinden plaats binnen de beschikbare capaciteit en middelen voor Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) controles. Deze binnengrenscontroles worden derhalve niet gefinancierd uit de €15 miljoen die aan de begroting van de KMar is toegevoegd. MTV-controles zijn structureel en vormen een kerntaak van de KMar bij het grenstoezicht. Zowel bij de tijdelijke binnengrenscontroles als bij de MTV-controles, kijkt de KMar naar irreguliere migratie en veiligheidsrisico’s op het gebied van nationale veiligheid. De huidige verlenging van de tijdelijke binnengrenscontroles loopt tot en met 8 juni 2026. Als de controles niet worden verlengd, dan heeft de KMar na deze periode de volledige MTV-capaciteit weer beschikbaar voor MTV.
Amendement 36800-X-14 van het voormalig lid Heite (NSC) en lid Ceder (CU)
Ik ontraad het amendement nummer 14 van het voormalig lid Heite en het lid Ceder. Het budget dat is gereserveerd op artikel 12 Nog onverdeeld heeft al een bestemming en is nodig voor de opbouw van de krijgsmacht en in lijn met de NAVO doelstelling van de 3,5%.
Amendement 36800-X-31 van het lid Van Baarle (DENK)
Ik ontraad het amendement van het lid Van Baarle. Defensie zet zich al geruime tijd samen met o.a. het ministerie van BZ, het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente Den Haag in voor een nationale herdenkingsplek. Zoals indiener aangeeft is er een mooie stap genomen met de tijdelijke plaatsmarkering. Defensie is zich bewust van het belang van deze herdenkingsplek.
De verdere ontwikkeling van deze herdenkingsplek dient zorgvuldig te worden afgestemd met alle betrokkenen en belanghebbenden. Het is daarom niet wenselijk om op dit moment middelen te reserveren in de begroting van Defensie.
Wel wil ik toezeggen dat Defensie zich onverminderd blijft inzetten voor de totstandkoming van een permanente herdenkingsplek en ook bereid is financieel bij te dragen, zodra hierover zorgvuldig is afgestemd met alle partners en er een concreet plan ligt.
Kamerstuk 36800-V-23, aangenomen 2 december 2025.↩︎
Kamerstuk 33763, nr. 174, d.d. 17 december 2025↩︎
Kamerstuk 33763, nr. 174, d.d. 17 december 2025↩︎
Kamerstuk 36600-X-84, d.d. 1 juli 2025↩︎
Kamerstuk 29 435, nr. 270, d.d. 17 oktober 2025↩︎
Kamerstuk 2026Z01145, d.d. 16 februari 2026↩︎
Kamerstuk 33763, nr. 174, d.d. 17 december 2025↩︎
Kamerstuk 36592, nr. 56, d.d. 19 december 2025↩︎