[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP)(Kamerstuk 22112-4241)

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D10226, datum: 2026-03-06, bijgewerkt: 2026-03-06 09:52, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z02009:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr.

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld … 2026

De vaste commissie voor Financiën heeft op 5 maart 2026 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van Financiën over het door de minister van Buitenlandse Zaken op 30 januari 2026 toegezonden fiche op het beleidsterrein Financiën:

Fiche – Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) (Kamerstuk 22 112, nr. 4241).

De minister van Financiën heeft deze vragen beantwoord bij brief van ….

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De fungerend voorzitter van de commissie,

Van der Lee

De adjunct-griffier van de commissie,

Van der Steur

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het fiche over het Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP). Deze leden onderschrijven het belang van een sterkere, transparantere en meer geïntegreerde Europese kapitaalmarkt met gecentraliseerd toezicht. De leden van de D66-fractie hebben nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de D66-fractie lezen dat een van de doelen van het pakket is om het regelgevend kader te versimpelen en daarmee de lasten voor financiële instellingen te verlichten. Deze leden vragen de minister hoe concreet wordt gemeten of deze vereenvoudiging daadwerkelijk leidt tot lagere administratieve lasten voor financiële instellingen. Op welke indicatoren wordt dit gebaseerd? Wanneer kan de minister hierover rapporteren of dit inderdaad het geval is?

De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet in beginsel positief staat tegenover het voorstel om de regels voor vermogensbeheerders te versoepelen. Ze begrijpen dat de nieuwe regels de regeldruk kunnen verminderen, maar vragen de minister welke concrete risico’s hierbij kunnen ontstaan. Kan de minister nader toelichten welke risico’s bijvoorbeeld kunnen ontstaan op het gebied van toezicht en controleerbaarheid en belangenconflicten.

De leden van de D66-fractie vragen de minister hoe het kabinet de effecten van dit pakket wil monitoren en de vraag wil beantwoorden of de voorstellen uit het Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatiepakket daadwerkelijk bijdragen aan het versimpelen van het aanbieden van deelnemingsrechten in beleggingsfondsen in de Europese Unie, het creëren van een geïntegreerde markt en het versterken van het toezicht.

Deze leden vragen wanneer de minister verwacht de eerste voortgangsupdate of evaluatie van de Europese Commissie over dit pakket te ontvangen? Is de minister voornemens om periodiek te rapporteren over de effecten van dit pakket?

Deze leden vragen daarnaast of de minister kan aangeven welke specifieke verplichtingen zoals Wwft-, fiscale- of duurzaamheidsrisicorapportages door dit voorstel verdwijnen of worden vereenvoudigd.

De leden van de D66-fractie lezen dat een sterkere rol voor de Europese toezichthouder kan bijdragen aan harmonisatie en een gelijk speelveld. Deze leden vragen de minister hoe wordt gewaarborgd dat centralisatie van toezicht daadwerkelijk leidt tot minder fragmentatie en lagere nalevingskosten en niet tot een overbodige extra toezichtlagen naast nationale toezichthouders.

De leden van de D66-fractie lezen dat een deel van het toezicht op grote marktpartijen wordt overgeheveld naar de Europese toezichthouder ESMA. Deze leden vragen hoe wordt geborgd dat nationale toezichthouders voldoende betrokken blijven bij het toezicht op instellingen die een belangrijke rol spelen in de Nederlandse financiële sector, zonder dat dit leidt tot overbodige toezichtlagen. Ook vragen deze leden hoe de minister voorkomt dat verschillen in interpretatie tussen ESMA en nationale toezichthouders alsnog blijven bestaan.

De leden van de D66-fractie ontvangen signalen uit de sector dat de huidige toepassing van de Investment Firm Regulation (IFR) en Investment Firm Directive (IFD) in sommige gevallen sterk leunt op bankachtige kapitaaleisen die mogelijk niet altijd aansluiten bij het risicoprofiel van niet-bank beleggingsondernemingen. Deze leden vragen de minister hoe het kabinet deze signalen beoordeelt.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche van de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) over het Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP). Deze leden zijn over het algemeen verheugd om te lezen dat er werk wordt gemaakt van een diepere Europese kapitaalmarkt. Deze leden merken daarbij op, net zoals het kabinet dat doet, dat het voor de nationale en Europese concurrentiekracht belangrijk is dat lidstaten over de eigen schaduw heen stappen. Deze leden hebben over het fiche nog enkele vragen en opmerkingen.

Reikwijdte van het voorstel
Een belangrijk onderdeel van de nu voorgestelde wijzigingen, betreft het overhevelen van toezichtstaken van nationale toezichthoudende instanties van de lidstaten naar de Europese autoriteit voor effecten en markten (ESMA). Nederland is de thuisbasis voor relatief veel grote internationaal opererende handelsplatformen, waardoor de leden van de VVD-fractie aannemen dat dit voorstel relatief ook meer impact heeft op Nederland. Deze leden hebben momenteel echter onvoldoende inzicht in de totale reikwijdte van dit voorstel in Nederland en dus de gevolgen. Graag zouden deze leden dit inzicht wel van het kabinet krijgen. Te denken valt dan aan het aantal Nederlandse ondernemingen op wie het voorstel impact heeft, het aantal Nederlandse klanten wat impact zou ondervinden van deze wijzigingen en andere relevante inzichten.

De leden van de VVD-fractie merken daarbij ook op dat zij enkele definities in het voorstel nog onduidelijk vinden. Dit geldt bijvoorbeeld voor wanneer een handelsplatform als “significant” wordt aangemerkt (“het handelsplatform is belangrijk voor de economie van de Europese Unie of het handelsplatform is significant qua omvang en heeft tevens een significante grensoverschrijdende dimensie”). Een dergelijke definitie van “significant” is wel belangrijk, omdat dit bepaalt of het toezicht wordt overgeheveld naar ESMA. Deze leden vragen aan de minister of het kabinet aan de Europese Commissie duidelijkheid gaat vragen over deze en andere definities, zodat de impact van het voorstel in Nederland goed in kaart kan worden gebracht.

Rol van nationale toezichthouder
Bij het aannemen van dit voorstel zouden veel bevoegdheden worden overgedragen aan ESMA. De leden van de VVD-fractie horen graag of er voor lidstaten nog waarborgen zijn ingebouwd om in te grijpen bij ondernemingen die voortaan onder het toezicht zouden komen te staan van ESMA of dat nationale toezichthouders signalen kunnen afgeven aan ESMA om in te grijpen, waarbij er substantiële waarborgen zijn dat ESMA deze signalen serieus zal behandelen. Deze leden hechten hier wel belang aan, aangezien het in de lijn der verwachting licht dat nationale toezichthouders dichter op de betreffende markt zitten.

Innovatie
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel is om ESMA bevoegdheden te geven over de vergunningverlening aan cryptoactivadienstverleners. Het idee is bovendien dat ESMA in sommige gevallen toezicht houdt en handhaaft op deze dienstverleners. Deze leden vragen hoe streng de Europese Commissie dan wel ESMA in dat geval van plan is toezicht te houden op deze dienstverleners. Daarbij merken deze leden op dat crypto in landen buiten de Europese Unie juist lijkt te worden omarmd en het niet uitgesloten is dat de blockchaintechnologie achter crypto innovaties op andere terreinen teweeg zal brengen. Met andere woorden: hoe wil het kabinet ervoor zorgen dat met het overhevelen van bevoegdheden innovaties niet in de kiem worden gesmoord?

Baten
De leden van de VVD-fractie zijn blij om te zien dat er bij dit voorstel een impact assessment is uitgevoerd. Deze leden lezen dat de Europese Commissie de baten tussen de €1,36 en 3,62 miljard euro over dertig jaar schat (p.14 van het BNC-fiche). Een alinea verderop gaat het echter om 1,36 en 3,62 biljoen euro. Deze leden nemen aan dat het hier gaat om een omissie en dat het miljard betreft.

De leden van de VVD-fractie vragen of deze bedragen enkel de kostenbesparing bedragen of dat hierin ook het geschatte extra investeringsvolume die met het voorliggende voorstel kan vrijkomen is meegenomen. Zo niet, zijn er schattingen van het extra investeringsvolume dat dit voorstel teweeg kan brengen en zo ja, hoeveel bedraagt dit?

Efficiëntie toezicht
Voor ESMA ontstaan naar verwachting substantiële kosten door nieuwe taken. De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet bij deze uitbreiding van taken en bevoegdheden van ESMA oog wil houden voor behoud van efficiëntie van het toezicht en voor beheersing van de kosten. Deze leden zijn er groot voorstander van als het kabinet hier actief op aanstuurt. Hoe wil het kabinet dit concreet voor elkaar krijgen?

Bezwaar
De leden van de VVD-fractie lezen dat een gedelegeerde handeling opgesteld door de Europese Commissie alleen in werking treedt als zowel het Europees Parlement als de Raad van ministers geen bezwaar maakt binnen twee maanden. Deze periode kan nog eens worden verlengd met twee maanden op verzoek van het parlement of de Raad. Op basis van wat voor besluitvorming zou dit maken van bezwaar plaats moeten vinden (moet er unaniem bezwaar worden gemaakt/ moet er één lidstaat bezwaar maken/qualified majority voting)? Wat geldt er voor het verlengen van de termijn?
Deze bevoegdheid om gedelegeerde handelingen te nemen kan bovendien op elk moment worden ingetrokken door het parlement of de Raad, zo lezen de leden van de VVD-fractie. Hoe is het voorstel dat dit proces in zijn werk gaat?
Deze leden lezen daarnaast dat de periode van twee maanden afwijkt van de gangbare drie maanden. Waarom is door de Europese Commissie voor deze afwijking gekozen?
Ook voor technische reguleringsnormen lezen deze leden dat het Europees Parlement en de Raad bevoegdheidstoedeling kan intrekken en inwerkingtreding van gedelegeerde handelingen kan blokkeren. Ook daaromtrent verzoeken deze leden het kabinet graag om in te gaan op hoe de vork in de steel zit.

Voortgang voorstel
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet wil inzetten op een ruimere implementatietermijn (ruim twee jaar in plaats van de door de Europese Commissie voorgestelde anderhalf jaar) en ook een langere overgangstermijn dan de door de Europese Commissie voorgestelde 12 maanden. Deze leden vragen het kabinet of het kabinet niet tóch mogelijkheden ziet tot versnelling van executie van dit voorliggende voorstel van de Europese Commissie, gezien het belang van behoud van gezonde Europese- en nationale concurrentiekracht, waarbij implementatie en overgang naar een nieuw regime natuurlijk wel op een ordentelijke manier dient te gebeuren.

De leden van de VVD-fractie lezen bovendien dat het kabinet de nodige weerstand verwacht op het voornemen in het voorstel om het toezicht te centraliseren. Deze leden vinden het in het kader van de Nederlandse- en Europese concurrentiekracht wederom echter belangrijk dat er met gepaste snelheid voortgang wordt geboekt op dit dossier. Kan het kabinet toezeggen de Kamer actief op de hoogte te houden over de voortgang van dit voorstel van de Europese Commissie?
Het voorliggende voorstel kan daarnaast gevolgen hebben op de financiën en het personeelsbestand van de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandse Bank. Kan het kabinet toezeggen de Kamer ook hiervan op de hoogte te houden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsappreciatie van het Europese voorstel tot uitbreiding van de bevoegdheden en toezichttaken van de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA). Deze leden maken zich zorgen over de groeiende macht van Brusselse instanties ten koste van de nationale soevereiniteit. Naar aanleiding hiervan hebben deze leden een aantal vragen.

De leden van de PVV-fractie willen weten hoe het kabinet de voorgestelde overheveling van directe toezichttaken van nationale instanties als de AFM en DNB naar de Europese autoriteit ESMA rijmt met het uitgangspunt dat Nederland zelf zeggenschap moet houden over zijn eigen financiële markten.

De leden van de PVV-fractie vragen het kabinet om toe te lichten hoe de aangekondigde uitbreiding van honderden fte’s bij ESMA zich verhoudt tot de wens om de omvang van het Europese ambtenarenapparaat en de bijbehorende regeldruk juist te beperken.

Voorts constateren de leden van de PVV-fractie dat Nederland een van de grootste nettobetalers aan de Europese Unie is en deze leden vragen waarom het kabinet zou instemmen met een nieuwe verdeelsleutel vanaf 2028, waarbij de EU-begroting een groter deel van de kosten van ESMA op zich neemt, wat feitelijk neerkomt op een hogere indirecte bijdrage van de Nederlandse belastingbetaler. Hoeveel meer gaat Nederland bijdragen als gevolg hiervan?

De leden van de PVV-fractie willen weten hoe het kabinet aankijkt tegen de constatering dat door de centralisatie bij ESMA essentiële kennis van de specifieke Nederlandse marktdynamiek verloren kan gaan, terwijl juist nationale toezichthouders dichter op de lokale markt staan en daardoor misstanden effectiever kunnen opsporen.

De leden van de PVV-fractie merken op dat het pakket maar liefst zestien delegatiegrondslagen bevat die de Europese Commissie de macht geven om verordeningen en richtlijnen aan te vullen. Deze leden vragen of het kabinet de zorg deelt dat hiermee belangrijke besluitvorming over onze financiële sector verschuift van de nationale wetgever naar Europese instellingen en hun ambtelijke organisaties.

De leden van de PVV-fractie vragen het kabinet om te bevestigen dat de extra toezichtkosten die aan de financiële sector worden doorgerekend, niet uiteindelijk zullen leiden tot hogere tarieven voor bankdiensten, pensioenen en beleggingsproducten voor de Nederlandse burger.

De leden van de PVV-fractie willen weten hoe het kabinet zal waarborgen dat de vijf onafhankelijke leden van het nieuwe uitvoerend bestuur van ESMA uitsluitend op basis van bewezen inhoudelijke deskundigheid worden geselecteerd en niet binnen een Europees ‘ons-kent-ons’-netwerk van politieke benoemingen.

De leden van de PVV-fractie constateren dat het kabinet geen voorstander is van de nieuwe urgentieprocedure waarmee de Europese Commissie eenzijdig technische normen buiten werking kan stellen. Deze leden vragen of het kabinet een dergelijk ingrijpend voorstel dat, de rechtszekerheid aantast, met een veto kan blokkeren.

De leden van de PVV-fractie vragen ten slotte het kabinet om te garanderen dat de zogenoemde “proportionele betrokkenheid” van nationale toezichthouders bij het centraal toezicht op instellingen die voor Nederland van substantieel belang zijn, niet louter symbolisch is zodra ESMA de formele hoofdverantwoordelijkheid krijgt.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van de Europese Commissie om het toezicht op financiële instellingen in de EU te versterken door bepaalde toezichtstaken over te hevelen van de nationale toezichthoudende instanties naar de ESMA. Duidelijkheid van afbakening van taken is hierin essentieel. Wat is de precieze afbakening van grootste handelsplatformen (significant trading venues) waarbij het toezicht bij de ESMA komt te liggen? Wat is de precieze definitie van ‘significante omvang en significante grensoverschrijdende activiteit’? Wanneer is iets ‘significant’ volgens de Europese Commissie? In hoeverre wordt de AFM bij deze wijziging in toezichtstaken betrokken?

De leden van de CDA-fractie zien duidelijke voordelen in het verder uniformeren van het toezicht. Deze leden vragen echter in hoeverre deze uniformering in de praktijk daadwerkelijk zal worden gerealiseerd, temeer daar de appreciatie van het krachtenveld nog als voorzichtig wordt omschreven.

Deze leden roepen het kabinet op zich in te zetten voor het integraal overnemen van het voorliggende pakket, inclusief een rol voor ESMA in het toezicht, en actief medestanders te zoeken binnen de Raad. Kan de minister nader uiteenzetten welke concrete inzet hij pleegt om steun te verwerven bij andere lidstaten en welke landen hierin als potentiële partners worden gezien?

II Reactie van de minister