Verslag
Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche)
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2026D10313, datum: 2026-03-06, bijgewerkt: 2026-03-06 13:51, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: J.P. van der Haas, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36892 -5 Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche).
Onderdeel van zaak 2026Z02359:
- Indiener: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Medeindiener: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-05 14:00 ā Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-02-12 11:00 ā Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2026-02-12 11:00 ā Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op 5 maart 2026 om 14.00 uur. (Besluit)
- 2026-02-11 13:25 ā Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-02-11 13:25 ā In handen gesteld van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Besluit)
- 2026-02-11 13:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-12 11:00: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-03-05 14:00: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) (36892) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (š origineel)
| 36 892 | Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) |
| Nr. 5 | VERSLAG Vastgesteld 6 maart 2026 |
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen. Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk De adjunct-griffier van de commissie, Van der Haas |
Inhoudsopgave
ALGEMEEN DEEL 3
1. Inleiding 3
Hoofdlijnen wettelijke regeling 4
2. Achtergrond wettelijke regeling risicoanalyse 4
2.1. Doel en strekking van het instrument 4
2.2. De uitvoering van een risicoanalyse in de praktijk 5
2.3. Belang wetsvoorstel 6
3. Inhoud en uitvoering wettelijke regeling risicoanalyse 6
3.1. Reikwijdte risicoanalyse 6
3.1.1 Integriteitsnormen met een grondslag in de wet, verordening of gedragscode
integriteit 6
3.1.2 Formele benoembaarheidseisen 7
3.1.3 Bronnen 7
3.2. De uitvoering van een risicoanalyse 7
3.2.1 Verantwoordelijkheid en ondersteuning van de burgemeester 8
3.2.2 De uitkomsten van de uitvoering van een risicoanalyse 9
3.2.3 Procedure rond de bekendmaking 9
3.3. Risicoanalyse bij waterschappen 10
3.4. Risicoanalyse bij de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10
4. Doel en inhoud wettelijke regeling omgang financiƫle belangen 10
4.1. Achtergrond en doel wettelijke regeling 10
4.2. Inhoud wettelijke regeling 10
4.3. Financieel belang in relatie tot de uitvoering van een risicoanalyse 11
5. Overige wijzigingen 11
5.1. Harmonisatie integriteitsnormen openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en
Saba 11
6. Verhouding hoger recht en nationale regelgeving 11
6.1. Grondwet en mensenrechten 11
6.2. Gegevensbescherming 11
6.2.1 Persoonsgegevens van derden 11
7. Overig 12
ARTIKELSGEWIJS DEEL 12
Artikel I 12
ALGEMEEN DEEL
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden delen de mening van de regering dat integriteit van cruciaal belang is voor vertrouwen in de politiek. Daarom steunen zij het streven de integriteit van het decentraal bestuur te bevorderen. Zij wensen de regering wel enkele vragen te stellen over het wetsvoorstel.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders. Graag willen deze leden de regering over het wetsvoorstel een aantal vragen stellen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel om de integriteit en het functioneren van het decentrale bestuur verder te bevorderen. Deze leden hebben op dit moment nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie hebben het wetsvoorstel met interesse gelezen en hebben nog enkele vragen aan de regering.
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden vinden het goed dat er aandacht is voor de integriteit van bestuurders en begrijpen de keuze voor een uniforme risicoanalyse. Zij zien een dergelijke risicoanalyse als een startschot voor aandacht voor integriteit van bestuurders tijdens hun ambtsperiode. Zij leden hebben hierbij nog enkele vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden onderschrijven het belang van bestuurlijke integriteit en het versterken van het vertrouwen in het decentraal bestuur. Tegelijkertijd achten zij het van groot belang dat een wettelijke verplichting zorgvuldig wordt gemotiveerd en dat helder is welk concreet probleem met dit voorstel wordt opgelost.
Deze leden constateren dat in veel gemeenten reeds een risicoanalyse wordt uitgevoerd voorafgaand aan de benoeming van kandidaat-bestuurders. Zij vragen de regering daarom nadrukkelijk te motiveren waarom een wettelijke verankering noodzakelijk is, indien het instrument in de praktijk al breed wordt toegepast.
1. Inleiding
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat het door een risicoanalyse vooraf inzichtelijk maken van integriteitsrisicoās een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van integriteitsschendingen en in het algemeen het integriteitsbewustzijn kan verhogen. Dit betekent wel een beperking van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Vanwege een openbare bespreking kan het nodig zijn dat bepaalde delen van de uitkomsten van de risicoanalyse openbaar gemaakt moeten worden. Deze leden vragen de regering om een reflectie op het spanningsveld tussen privacy en integriteit, waarin zij ingaat op de intimidatie en bedreigingen die lokale bestuurders steeds vaker ondervinden.
De leden van de PVV-fractie vragen de regering waarom ervoor gekozen wordt de risicoanalyse centraal per wet te verplichten, als reeds 96 procent van de responderende gemeenten al gebruik maakt van het instrument van de uitvoering van een risicoanalyse. Vindt de regering deze wet gezien dit gegeven niet overbodig?
Deze leden vragen aan de regering of het wettelijk verplichten van het uitvoeren van een risicoanalyse bestuurlijke integriteit geen nadelig effect heeft op het aantal mensen dat zich kandidaat wil stellen voor een functie in het openbaar bestuur.
Deze leden vragen aan de regering hoe zij in de wet heeft geborgd dat de verplichte risicoanalyse objectief zal worden uitgevoerd en niet als een politiek instrument kan worden gebruikt door bijvoorbeeld de burgemeester om kandidaat-bestuurders van een andere politieke kleur uit te sluiten van het beoogde ambt.
1.1 Hoofdlijnen wettelijke regeling
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de wens om de integriteit van het decentrale bestuur verder te bevorderen en versterken. Deze leden vinden het daarom verstandig dat de regering hiertoe nadere wettelijke regels voorstelt.
Deze leden begrijpen dat het voorliggende wetsvoorstel ziet op de dagelijks bestuurders bij de verschillende decentrale overheden. Zij wijzen echter ook op het belang van transparantie en integriteit bij gekozen volksvertegenwoordigers. Zo constateren deze leden dat bij decentrale volksvertegenwoordigingen niet altijd een actuele lijst van nevenfuncties op de website te vinden is. Onderkent de regering het belang van een actuele lijst van nevenfuncties en is de regering het met deze leden eens dat provincies, waterschappen, gemeenten en openbare lichamenen hier zorg voor dienen te dragen? Is de regering bereid het belang hiervan opnieuw bij de decentrale volksvertegenwoordigingen onder de aandacht te brengen?
De leden van de Groep Markuszower merken op dat met dit wetsvoorstel de uitvoering van een risicoanalyse verplicht wordt gesteld en dat daarnaast regels worden vastgelegd met betrekking tot financiƫle belangen van bestuurders. Deze leden vragen de regering nader te concretiseren welk concreet tekort in de huidige praktijk met deze wettelijke regeling wordt ondervangen.
2. Achtergrond wettelijke regeling risicoanalyse
De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat voor het vertrouwen van burgers in de overheid integriteit van bestuurders en politici van groot belang is. Het doel van de risicoanalyse is dan ook het inzicht bieden in eventuele kwetsbaarheden met betrekking tot de integriteit van kandidaat-bestuurders. De wettelijk verplichte risicoanalyse integriteit moet daar een bijdrage aan leveren. Anderzijds, zo menen deze leden, is ook de persoonlijke levenssfeer van kandidaat-bestuurders en van eventuele derden van groot belang. Het wetsvoorstel legt extra verplichtingen op aan kandidaat-bestuurders. Hoe kan worden bereikt dat het ambt voor een ieder aantrekkelijk blijft? Deze leden vragen de regering daarop in te gaan.
2.1. Doel en strekking van het instrument
De leden van de D66-fractie delen het uitgangspunt van de regering dat de uitvoering van een risicoanalyse primair het doel van preventie met zich meedraagt en niet vanuit wantrouwen redeneert. Deze leden vragen de regering te reflecteren op hoe zij kan voorkomen dat potentiƫle kandidaat-wethouders toch het tegendeel kunnen ervaren, waarmee het wetsvoorstel op hen een afschrikwekkende werking kan hebben.
De leden van de JA21-fractie lezen dat de risicoanalyse tijdens het benoemingsproces van kandidaat-wethouders wordt uitgevoerd met als doel preventief in kaart te brengen welke integriteitsrisicoās zich mogelijk kunnen voordoen gedurende de uitoefening van het ambt. Deze leden vragen de regering nader toe te lichten welk probleem met het verplicht stellen van deze risicoanalyse wordt opgelost dat niet reeds via bestaande instrumenten kan worden ondervangen.
Deze leden merken op dat diverse regioās reeds initiatieven hebben ontwikkeld om de weerbaarheid van het openbaar bestuur te versterken, zoals de Zeeuwse norm voor een weerbare overheid (gepubliceerd door de provincie Zeeland op 4 maart 2026). Deze leden vragen de regering hoe dergelijke bestaande initiatieven zich verhouden tot het in dit wetsvoorstel voorgestelde instrument van de risicoanalyse.
De leden van de Groep Markuszower lezen dat de uitvoering van een risicoanalyse reeds in veel gemeenten plaatsvindt als onderdeel van het benoemingsproces. Deze leden vragen de regering uiteen te zetten welke problemen zich in de huidige praktijk voordoen wanneer gemeenten op eigen initiatief een risicoanalyse uitvoeren. Welke knelpunten of tekortkomingen zijn uit onderzoek of praktijkervaring naar voren gekomen?
Voorts vragen deze leden of er concrete probleemgevallen of incidenten bekend zijn waarbij het ontbreken van een wettelijke grondslag of uniforme werkwijze heeft geleid tot onduidelijkheid, geschillen of integriteitskwesties. Indien dergelijke gevallen zich hebben voorgedaan, verzoeken deze leden aan de regering om deze nader toe te lichten. Indien dergelijke gevallen niet of nauwelijks bekend zijn, vragen deze leden de regering nader te motiveren waarom wettelijke verankering desalniettemin noodzakelijk wordt geacht.
Daarnaast vragen zij of de verschillen in uitvoering tussen gemeenten daadwerkelijk hebben geleid tot aantoonbare risicoās voor de bestuurlijke integriteit, dan wel vooral tot variatie in procedurele aanpak.
2.2. De uitvoering van een risicoanalyse in de praktijk
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regering de zorgen die de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: Afdeling advisering) uit over de positie en rol van de burgemeester niet in de memorie van toelichting heeft overgenomen. Kan de regering nogmaals nader ingaan op het feit dat zij de adviezen van de Afdeling advisering op dit punt niet overneemt?
De leden van de CDA-fractie vragen om een nadere toelichting over wie bepaalt door wie de risicoanalyse uitgevoerd gaat worden en hoe dit is vastgelegd.
Deze leden lezen dat de regering het onwenselijk acht dat een burgermeester zelf de risicoanalyse uitvoert, terwijl deze ook is aangewezen om toe te zien op de kwaliteit van de uitvoering daarvan. Zij vragen waarom er niet voor gekozen is om op wetsniveau te expliciteren dat de burgermeester niet de analyse zelf mag uitvoeren.
Deze leden merken op dat een van de mogelijkheden voor het uitvoeren van de risicoanalyse het uitbesteden aan een extern bureau is. Zij vragen hoe geborgd wordt dat een bureau afdoende kwaliteit kan leveren.
De leden van de Groep Markuszower lezen dat de Handleiding basisscan integriteit voor kandidaat-bestuurders reeds breed bekend is en door een ruime meerderheid van gemeenten wordt gebruikt. Deze leden vragen de regering toe te lichten in hoeverre de huidige situatie, waarin gemeenten vrijwillig gebruikmaken van deze handleiding, tekortschiet. Is gebleken dat gemeenten die de handleiding toepassen desalniettemin wezenlijk verschillend omgaan met de reikwijdte van de risicoanalyse, de gebruikte bronnen of de wijze van rapporteren aan de gemeenteraad? Indien dat het geval is, in hoeverre zijn deze verschillen problematisch gebleken in de praktijk?
Voorts vragen deze leden waarom niet is gekozen voor versterking van de bestaande handleiding, bijvoorbeeld door middel van nadere richtsnoeren of bestuurlijke afspraken, alvorens over te gaan tot een wettelijke verplichting.
2.3. Belang wetsvoorstel
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering stelt dat dit wetsvoorstel āeen belangrijke eerste stap isā in het vaststellen van kwaliteitseisen bij de risicoanalyse lezen dat er ook gesteld wordt dat de vraag hoe het beste gekomen kan worden tot kwaliteitseisen nog onderwerp van gesprek is. Deze leden vragen om een nadere toelichting wat de regering hiermee bedoelt en vragen waarom er niet gewacht wordt met dit wetsvoorstel totdat er duidelijk is welke kwaliteitseisen er aan een integriteitsonderzoek, dan wel risicoanalyse, gesteld zullen worden.
De leden van de Groep Markuszower onderschrijven het belang van het bevorderen van integriteit en het versterken van het vertrouwen in het openbaar bestuur. Deze leden vragen de regering evenwel nader te motiveren waarom de stap van vrijwillige toepassing naar een dwingende wettelijke verplichting proportioneel en noodzakelijk wordt geacht in het licht van de reeds bestaande praktijk.
3. Inhoud en uitvoering wettelijke regeling risicoanalyse
3.1. Reikwijdte risicoanalyse
De leden van de CDA-fractie merken op dat in de bestaande praktijk onderzoek vaak al verder gaat dan zoals nu in het wetsvoorstel is voorzien. Deze leden vragen hoe tegemoet gekomen zal worden aan de zorg van onder andere de Vereniging van Griffiers dat de beperkte reikwijdte van de wet ervoor kan zorgen dat relevante integriteitsaandachtspunten niet meer worden getoetst.
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de voorgestelde afbakening van de risicoanalyse tot wettelijk verankerde integriteitsnormen en normen uit gedragscodes of verordeningen. Deze leden vragen de regering hoe in de praktijk wordt geborgd dat de risicoanalyse niet alsnog wordt verbreed naar algemene morele of geschiktheidsafwegingen die buiten het wettelijk kader vallen.
3.1.1 Integriteitsnormen met een grondslag in de wet, verordening of gedragscode integriteit
In de memorie van toelichting valt te lezen dat het gaat om het inventariseren van risicoās ten aanzien van wettelijke integriteitsnormen dan wel van integriteitsnormen die zijn vastgelegd in de lokale gedragscode integriteit of verordening. De leden van de VVD-fractie kunnen zich voorstellen dat de lokale gedragscodes of verordeningen per gemeente verschillen. Leidt dat niet tot verschillende aandachtspunten voor kandidaat-bestuurders en dus tot het verschillend omgaan met integriteit in gemeenten? Deze leden vragen de regering daarop in te gaan.
De leden van de CDA-fractie vragen of het klopt dat ten opzichte van de versie uit de internetconsulatie in dit onderdeel van het wetsvoorstel een verbreding heeft plaatsgevonden, waardoor in de risicoanalyse ook integriteitsnormen uit een lokale gedragscode of verordening meegenomen kunnen worden. Indien dat het geval is, vragen deze leden waarom dit gewijzigd is. Voorts vragen zij om een toelichting of hiermee dan geen grote verschillen tussen gemeenten zullen ontstaan.
De leden van de JA21-fractie lezen dat integriteitsnormen vaak nader zijn uitgewerkt in lokale gedragscodes. Deze leden vragen de regering hoe moet worden omgegaan met situaties waarin een kandidaat-bestuurder formeel voldoet aan de wettelijke normen maar niet aan een lokale gedragscode.
3.1.2 Formele benoembaarheidseisen
De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de keuze open gelaten wordt om ook de formele benoembaarheidseisen onderdeel te laten zijn van de risicoanalyse. Indien dit het geval is, vragen deze leden hoe dat zich verhoudt tot de positie van de commissie die de geloofsbrieven onderzoekt.
3.1.3 Bronnen
EĆ©n van de bronnen bij de uitvoering van de risicoanalyse is het āgoede gesprekā met de kandidaat. De leden van de VVD-fractie vragen zich af wie dat goede gesprek met de kandidaat voert. Doet de burgemeester dat als er geen extern bureau wordt ingeschakeld? Kan dat overigens ook de mandaatambtenaar zijn dan wel het externe bureau dat kan worden ingeschakeld voor de uitvoering van de risicoanalyse?
Ook mensen in het netwerk van een kandidaat-bestuurder kunnen worden bevraagd. De kandidaat wordt hiervan op de hoogte gesteld. Medewerking van personen uit het netwerk van de kandidaat geschiedt op basis van vrijwilligheid, zo blijkt uit de memorie van toelichting. Wat zijn de gevolgen als een derde geen vragen wil beantwoorden? Wordt daar in het dossier melding van gemaakt? Deze leden vragen de regering daarop in te gaan.
3.2. De uitvoering van een risicoanalyse
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het Nader rapport dat de regering van mening is dat het wetsvoorstel reeds voldoende waarborgen biedt voor de kwaliteitseisen die gesteld zouden moeten worden aan het integriteitsonderzoek. Deze leden lezen voorts dat er nog gesprekken gevoerd worden met de diverse beroeps- en belangenverenigingen en met de uitvoerders van het integriteitsonderzoek. Tevens loopt er nog een onderzoek bij de Radboud Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Deze leden ontvangen hier graag een update over. Hoe lopen deze gesprekken en wanneer wordt het onderzoek verwacht? Geven deze gesprekken de regering aanleiding om alsnog nadere kwaliteitseisen in de wet op te nemen?
De Afdeling advisering merkt op dat gemeentelijke gedragscodes en verordeningen geen onderdeel mogen uitmaken van de risicoanalyse. Deze leden vinden het van groot belang dat voor eenieder helder is aan welke criteria precies getoetst wordt bij een risicoanalyse. Zij vragen de regering daarom om nader in te gaan op het feit dat de situatie zich kan voordoen dat bij een decentrale overheid regels en verordeningen zijn waaraan niet getoetst kan worden. Hoe wordt voorkomen dat hier onduidelijkheid over zal ontstaan en dat een kandidaat door de risicoanalyse komt, terwijl niet voldaan is aan de regels die het decentrale orgaan zelf opgesteld heeft?
3.2.1 Verantwoordelijkheid en ondersteuning van de burgemeester
De leden van de D66-fractie merken op dat de burgemeester met het voorstel de verantwoordelijkheid krijgt voor het toezicht op en potentieel ook de uitvoering van de risicoanalyse, ook nog na advies van de Afdeling advisering om de twee te scheiden. De regering geeft aan daarmee aansluiting te zoeken bij de huidige uitvoeringspraktijk. Deze leden vragen de regering te verduidelijken waarom zij een dergelijke aansluiting verkiest boven het opvolgen van het advies van de Afdeling advisering. Ook vragen deze leden hoe de regering reflecteert op de wenselijkheid van een situatie waarin de burgemeester zorgdraagt voor de uitvoering van de analyse, met het oog op de samenwerkingsrelatie tussen de burgemeester en kandidaat-wethouder en het uitgangspunt om de analyse juist op afstand van politieke overwegingen te zetten.
Deze leden hebben daarnaast begrip voor de redenering dat een burgemeester mogelijkerwijs wenst geen extern bureau in te huren voor de uitvoering van een risicoanalyse. Zij vragen de regering of overwogen is een ondersteunende taak voor de risicoanalyses te leggen bij de Rijksoverheid. Als het antwoord instemmend is, vragen zij de regering toe te lichten waarom daarvan is afgezien. Als het antwoord ontkennend is, vragen zij de regering of deze beschikt over instrumenten om externe inhuur te voorkomen, anders dan het leggen van de uitvoering bij de burgemeester.
Ingevolge het voorgestelde artikel 36c, tweede lid, āziet de burgemeester toeā op de uitvoering van de risicoanalyse, zo lezen de leden van de VVD-fractie. De burgemeester kan vervolgens zelf zorg dragen voor de feitelijke uitvoering van een risicoanalyse, de uitvoering beleggen bij een extern bureau dan wel bij een onafhankelijke commissie, of een combinatie hiervan. Als de burgemeester zelf zorg draagt voor de uitvoering van de risicoanalyse, dan zal de feitelijke uitvoering meestal door een daartoe gemandateerde ambtenaar worden gedaan, dus in opdracht van de burgemeester. Is het denkbaar dat de burgemeester de analyse ook daadwerkelijk zelf uitvoert, ook al is het niet aan te bevelen dat de burgemeester de gehele feitelijke uitvoering van de risicoanalyse voor zijn rekening neemt? Als dat niet is aan te bevelen, zou dat dan niet in de wet moeten worden verankerd, in die zin dat de burgemeester de feitelijke uitvoering niet voor zijn rekening neemt? Waarom is niet bepaald dat de feitelijke risicoanalyse op afstand van de burgemeester wordt geplaatst en dat de burgemeester toeziet op een goede uitvoering van ƩƩn en ander? Deze leden vragen de regering de in het wetsvoorstel gemaakte keuze nader te motiveren.
De leden van de CDA-fractie lezen ādat [het] logisch [is] dat bij ambtsopvolging of waarneming van het burgemeestersambt het dossier overgaat op de ambtsopvolger of degene die in de waarneming van het ambt voorzietā. Deze leden vragen of dit in de huidige vorm van het wetsvoorstel dan ook mogelijk is.
De leden van de JA21-fractie lezen dat de burgemeester toeziet op de uitvoering van de risicoanalyse en in dat kader tevens kan optreden als verwerkingsverantwoordelijke voor persoonsgegevens. Deze leden vragen de regering hoe wordt gewaarborgd dat de burgemeester deze rol kan vervullen zonder dat diens positie in het lokale politieke krachtenveld onder druk komt te staan.
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de burgemeester toeziet op de uitvoering van de risicoanalyse. In de memorie van toelichting wordt tevens aangegeven dat het niet aan te bevelen is dat de burgemeester de gehele feitelijke uitvoering zelf voor zijn rekening neemt. Deze leden vragen waarom er in dat geval niet voor is gekozen om wettelijk vast te leggen dat de feitelijke uitvoering plaatsvindt door een onafhankelijke commissie of een extern bureau, onder verantwoordelijkheid van de burgemeester. Welke overwegingen hebben eraan ten grondslag gelegen om een dergelijke onafhankelijkheidswaarborg niet expliciet in de wet op te nemen? Bestaat het risico dat in de praktijk aanzienlijke verschillen blijven bestaan tussen gemeenten, waarbij in sommige gevallen de burgemeester feitelijk zelf de risicoanalyse uitvoert en in andere gevallen een externe partij wordt ingeschakeld? Acht de regering het, mede gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van kandidaten en het belang van objectiviteit, niet wenselijk om een minimale mate van onafhankelijkheid wettelijk vast te leggen?
Voorts vragen deze leden hoe wordt omgegaan met situaties waarin de relatie tussen burgemeester en beoogd wethouder politiek of persoonlijk gevoelig ligt. Welke waarborgen bestaan er in dat geval om de schijn van partijdigheid te voorkomen en het vertrouwen in de procedure te waarborgen?
3.2.2 De uitkomsten van de uitvoering van een risicoanalyse
De leden van de JA21-fractie lezen dat de burgemeester een belangenafweging dient te maken tussen het informeren van de raad en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de kandidaat of eventuele derden. Deze leden vragen de regering op welke wijze deze afweging in de praktijk wordt vormgegeven en of hiervoor nadere richtlijnen worden ontwikkeld.
De leden van de Groep Markuszower vragen de regering toe te lichten hoe wordt gewaarborgd dat de uitkomsten van de risicoanalyse helder, evenwichtig en proportioneel worden geformuleerd, zodat de gemeenteraad op basis daarvan een zorgvuldige politieke afweging kan maken zonder dat onnodig reputatieschade ontstaat.
3.2.3 Procedure rond de bekendmaking
De leden van de D66-fractie merken op dat de Afdeling advisering en de regering anders kijken naar de aard van de opgenomen geheimhoudingsregeling. De Afdeling advisering achtte het mogelijk dat de informatie uit de risicoanalyse, naast de conclusie, aanbevelingen en beheersmaatregelen, onder geheimhouding gedeeld kan worden met de gemeenteraad. De regering stelt dat het verstrekken van geheime stukken aan de gemeenteraad niet mogelijk is, aangezien de burgemeester enkel verantwoordelijk is voor het proces en niet voor de inhoud van de risicoanalyse. Deze leden vragen de regering te verduidelijken hoe voorkomen kan worden dat er zich desalniettemin misverstanden kunnen voordoen op lokaal niveau met betrekking tot de reikwijdte van de geheimhouding. Ook vragen zij de regering of haar redenering over de verantwoordingsplicht ook van toepassing is op een situatie waarin de burgemeester zelf zorgdraagt voor de uitvoering van de risicoanalyse.
In bepaalde situaties kunnen derden in de gelegenheid worden gesteld om vooraf een reactie te geven op de opgestelde rapportage. Als er in het niet-openbare deel van de rapportage persoonsgegevens van derden worden vermeld, geldt deze verplichting niet. Waarom krijgt een derde niet altijd de gelegenheid om een reactie te geven? Een derde verdient toch ook bescherming? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.
De leden van de Groep Markuszower verzoeken de regering nader toe te lichten hoe de privacy van de kandidaat wordt gewaarborgd bij de openbaarmaking van beheersmaatregelen en hoe wordt voorkomen dat gevoelige informatie indirect herleidbaar is tot persoonlijke omstandigheden.
3.3. Risicoanalyse bij waterschappen
In de memorie van toelichting wijst de regering terecht op de bijzondere situatie dat bij waterschappen geborgde zetels zijn en dat hierbij een lid dat benoemd is via een geborgde zetel ook kan worden benoemd in het dagelijks bestuur. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat hier zorgvuldig naar gekeken wordt. Kan de regering hier nader op ingaan en aangeven of er in dit kader bijzondere aandachtspunten zijn voor de risicoanalyse en of hier in de wet voldoende waarborgen voor zijn?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de directe dan wel indirecte relatie tussen onroerend goed en de uitvoering van de waterbeheertaak van het waterschap volgens de regering bijzondere aandacht bij de uitvoering van de risicoanalyse verdient. Deze leden vragen om een nadere toelichting hoe dit in de praktijk vormgegeven zal moeten worden.
3.4. Risicoanalyse bij de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het belangrijk dat ook op de eilanden Bonaire, Sin Eustatius en Saba (BES-eilanden) de risicoanalyse goed kan worden uitgevoerd. Deze leden vragen aandacht voor het feit dat, gelet op de kleine schaal van deze eilanden en hun bijzondere ligging, het wellicht lastiger zal zijn om een extern bureau te vinden dat een goede risicoanalyse kan uitvoeren. Ook wijzen zij op de mogelijke extra kosten die de BES-eilanden in dit kader moeten maken. Kan de regering hier nader op reflecteren?
4. Doel en inhoud wettelijke regeling omgang financiƫle belangen
4.1. Achtergrond en doel wettelijke regeling
De leden van de Groep Markuszower onderschrijven het belang van duidelijke normen omtrent financiĆ«le belangen. Deze leden vragen de regering nader te concretiseren wat onder āongewensteā financiĆ«le belangen wordt verstaan en op welke wijze bestuurders vooraf duidelijkheid kunnen verkrijgen over de toelaatbaarheid van bepaalde belangen.
4.2. Inhoud wettelijke regeling
In het voorgestelde artikel 41ba wordt geregeld dat een wethouder geen financiƫle belangen heeft, geen effecten bezit en geen effectentransacties verricht, voorzover dit ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap. De leden van de VVD-fractie vragen de regering aan te geven in welk opzicht de regeling voor wethouders verschilt van de regeling voor bewindslieden en daarbij ook in te gaan op de mate van het in de openbaarheid komen van financiƫle belangen van wethouders en bewindslieden en de te nemen beheersmaatregelen. De financiƫle belangen van een kandidaat-wethouder kunnen immers via de uitvoering van de risicoanalyse in bepaalde mate openbaar worden.
Ook vragen deze leden hoe met de financiƫle belangen van minderjarige kinderen en partners (als zij in gemeenschap van goederen zijn getrouwd) moet worden omgegaan als blijkt dat deze belangen onverenigbaar zijn met de vervulling van het ambt van wethouder. Graag krijgen zij een reactie van de regering.
De leden van de Groep Markuszower vragen de regering in hoeverre de voorgestelde regeling leidt tot aanvullende administratieve lasten voor kandidaat-bestuurders en decentrale overheden.
4.3. Financieel belang in relatie tot de uitvoering van een risicoanalyse
De leden van de Groep Markuszower verzoeken de regering toe te lichten hoe wordt voorkomen dat de beoordeling van financiƫle belangen in de praktijk uiteenloopt tussen verschillende gemeenten.
5. Overige wijzigingen
5.1. Harmonisatie integriteitsnormen openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
Het wetsvoorstel regelt dat de integriteitsnormen voor de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba geharmoniseerd worden met het gemeentelijk stelsel. In hoeverre heeft de regering overwogen om dit onderdeel van het onderhavige wetsvoorstel te betrekken bij de algehele herziening van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die aanstaande is? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.
6. Verhouding hoger recht en nationale regelgeving
6.1. Grondwet en mensenrechten
De leden van de JA21-fractie lezen dat de risicoanalyse een inbreuk kan vormen op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar dat deze volgens de regering gerechtvaardigd is in het belang van de bestuurlijke integriteit. Deze leden vragen de regering nader toe te lichten hoe de proportionaliteit van deze inbreuk wordt gewaarborgd.
6.2. Gegevensbescherming
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten veel waarde aan de goede omgang met persoonsgegevens en de bescherming hiervan. Zeker als persoonsgegevens door een decentrale overheid aan een extern bureau worden overgedragen voor het doen van een risicoanalyse is het van groot belang dat ook dit externe bureau zich nauwkeurig aan de geldende wet- en regelgeving houdt. Kan de regering nader ingaan op de vraag of hier met het huidige wetsvoorstel voldoende rekening mee gehouden is? Kan hierbij ook ingegaan worden op de vraag hoe een kandidaat-bestuurder zelf goed kan beoordelen of het bureau waar de persoonsgegevens aan zijn verstrekt zorgvuldig met deze gegevens omgaat en vernietigt wanneer deze gegevens niet meer noodzakelijk zijn om te bewaren?
6.2.1 Persoonsgegevens van derden
De leden van de D66-fractie merken op dat naast persoonsgegevens over de kandidaat ook persoonsgegevens van derden kunnen worden verwerkt en openbaargemaakt. Het gaat dan om personen in het sociale of zakelijke netwerk van de kandidaat. Wat betreft rechtsbescherming voor deze derden wijst de Afdeling advisering erop dat deze zich niet goed verhoudt tot het recht van bezwaar als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Gezien de recente ontwikkelingen rondom het lekken van persoonsgegevens zorgt dit voor een kwetsbare situatie. Daarom vragen deze leden de regering nader te reflecteren op de potentiĆ«le risicoās, wenselijkheid en noodzaak van dit onderdeel van het wetsvoorstel.
Voor de uitvoering van een risicoanalyse worden persoonsgegevens verwerkt. Dat kunnen ook gegevens van derden zijn. In hoeverre geeft het wetsvoorstel de grondslag en de noodzaak voor de verwerking van deze gegevens van derden? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering.
De leden van de CDA-fractie lezen dat zowel de persoonsgegevens van de kandidaat-wethouder als die van derden vallen onder de grondslag van de wettelijke verplichting en dat de belangenafweging dus al in de wet gemaakt is gemaakt, waardoor de persoonsgegevens niet onder de AVG vallen. Deze leden vragen om een nadere toelichting wat voor risicoās dit met zich meebrengt voor derden? Voorts vragen zij om een nadere toelichting op wat de grondslag en de noodzaak zijn voor de verwerking van persoonsgegevens van derden, zoals op grond van de AVG is vereist.
De leden van de JA21-fractie lezen dat bij de uitvoering van een risicoanalyse mogelijk ook persoonsgegevens van derden worden verwerkt, bijvoorbeeld uit het zakelijke of sociale netwerk van de kandidaat-bestuurder. Deze leden vragen de regering hoe wordt gewaarborgd dat de rechtsbescherming van deze derden voldoende is geregeld.
7. Overig
De leden van de Groep Markuszower hechten eraan dat de noodzaak, proportionaliteit en uitvoerbaarheid overtuigend worden gemotiveerd. Deze leden zien de beantwoording van hun vragen met belangstelling tegemoet.
ARTIKELSGEWIJS DEEL
Artikel I
De leden van de CDA-fractie vragen om een reactie op de alternatieve formulering in lid 1 van artikel 36c, zoals voorgesteld door de Kring van commissarissen van de Koning.