[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Westerveld over spraakherkenningshulpmiddelen en tolken in relatie tot het onderwijs

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D10373, datum: 2026-03-06, bijgewerkt: 2026-03-06 16:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z00999:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, J.Z.C.M. Tielen, de antwoorden op de vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over spraakherkenningshulpmiddelen en tolken in relatie tot het onderwijs (2026Z00999).

Hoogachtend,

de minister van Langdurige Zorg,

Jeugd en Sport,

Mirjam Sterk

Antwoorden op Kamervragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over spraakherkenningshulpmiddelen en tolken in relatie tot het onderwijs (2026Z00999, ingezonden op 21 januari 2026).

Vraag 1
Wat is er gebeurd met uw toezegging in antwoord op onze Kamervragen in augustus 2025[1] waarin u zegt “VWS en OCW gaan samen met UWV, zorgverzekeraars en de vertegenwoordiging van Siméa, FODOK en Dovenschap in gesprek over welke (aanvullende) behoefte er bij leerlingen en studenten is voor het gebruik van spraakherkenningshulpmiddelen in het onderwijsdomein en bekijken wat er eventueel nodig is om dat mogelijk te maken.”? Hebben deze gesprekken plaatsgevonden? Welke (aanvullende) behoeften zijn er bij leerlingen en studenten? Hoe gaat u hier samen met genoemde instanties aan werken?

Antwoord 1

De contacten voor deze gesprekken zijn gelegd. De inzet is om hier dit voorjaar met elkaar afspraken over te maken, zoals eerder toegezegd in de antwoorden op de vragen van uw Kamer van augustus jl.1 Voor de zomer zullen de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en ik uw Kamer informeren over de opbrengst van deze gesprekken.

Vraag 2
Zijn in deze gesprekken ook slechthorende en dove leerlingen en studenten zelf bevraagd zodat hun ervaringen meegenomen worden? Bent u bereid ervaringsdeskundige leerlingen en studenten ook structureel te betrekken bij uw beleid rondom toegankelijkheid van het onderwijs? Zo ja, op welke manier?

Antwoord 2

Zeker, het is heel belangrijk om bij de gesprekken in het voorjaar het perspectief van ervaringsdeskundigen – bijvoorbeeld via Dovenschap en Fodok – mee te nemen. Zij brengen ervaringskennis in van de gebruikers van spraakherkenningshulpmiddelen.

Vraag 3
Bent u het met ons eens dat zowel de toegang tot spraakherkenningshulpmiddelen als het meepraten van ervaringsdeskundigen over beleid dat hen aangaat, een verplichting is die voortvloeit uit het VN-Verdrag Handicap, maar ook gewoon in ons aller belang is?

Antwoord 3

Zoals bij de beantwoording van vraag 1 is aangegeven, gaan de ministeries van VWS en OCW samen met UWV, zorgverzekeraars en de vertegenwoordiging van Siméa, FODOK en Dovenschap in gesprek over welke (aanvullende) behoefte er bij leerlingen en studenten is voor het gebruik van spraakherkenningshulpmiddelen in het onderwijsdomein. De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en ik bekijken wat er eventueel nodig en mogelijk is om in die behoeften te voorzien.


Vraag 4

Kunt u toelichten waarom het UWV schrijftolken wél vergoedt voor het volgen van onderwijs, terwijl spraakherkenningshulpmiddelen, die dezelfde functionele behoefte vervullen (namelijk het omzetten van spraak naar tekst) voor werk wél, maar voor onderwijs niet door het UWV worden vergoed? Acht u deze ongelijke behandeling van functioneel gelijkwaardige voorzieningen logisch en uitlegbaar?

Antwoord 4

UWV kan inderdaad geen hulpmiddelen verstrekken die onder de Regeling zorgverzekering vallen. Vanuit UWV kunnen spraakherkenningshulpmiddelen alleen worden aangeboden aan mensen die een voorziening aanvragen voor werk. Spraakherkenningshulpmiddelen worden in het onderwijs wel vergoed door zorgverzekeraars, als deze onderdeel zijn van de volledige hooroplossing. Vergoeding is afhankelijk van de individuele situatie en de beoordeling daarvan.

De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en ik vinden het belangrijk dat kinderen en jongeren met een gehoorbeperking ook goed kunnen meedoen in het onderwijs. De ministeries van VWS en OCW gaan dit voorjaar samen met UWV, zorgverzekeraars en de vertegenwoordiging van Siméa, FODOK en Dovenschap in kaart brengen welke (aanvullende) behoefte er bij leerlingen en studenten is voor het gebruik van spraakherkenningshulpmiddelen in het onderwijs. Afhankelijk van de uitkomsten van deze gesprekken wordt bekeken wat er nodig is en mogelijk is om in die behoeften te voorzien.

Vraag 5

Kunt u aanvullend ook uitleggen hoe uw antwoord op de vragen 5 en 6 in onze vorige Kamervragen (waarin u stelt dat mensen die doof en slechthorend zijn toegang moeten hebben tot hulpmiddelen die passen bij hun situatie en u stelt dat de toegang tot onderwijs voor deze groep geborgd moet zijn) zich verhoudt tot de complexe regelgeving waarbij vergoedingen voor hulpmiddelen afhankelijk zijn van de situatie en allemaal op een verschillende manier geregeld worden? Is het niet veel effectiever, gebruiksvriendelijker en uiteindelijk ook goedkoper als dit drastisch wordt versimpeld?

Antwoord 5

Het is vooral belangrijk dat hulpmiddelen aansluiten bij wat een leerling of student nodig heeft om deel te nemen aan het onderwijs. Niet iedere situatie in het onderwijs leent zich even goed voor het gebruik van spraakherkenningshulpmiddelen en niet voor ieder persoon is een dergelijk hulpmiddel passend. Het vinden van een passend hulpmiddel is en blijft maatwerk, waardoor versimpelen van regelgeving niet altijd eenvoudig is. Deze nuance nemen we mee in de gesprekken.

Vraag 6

Bent u het met ons eens dat spraak-naar-teksthulpmiddelen op dit moment een belangrijke aanvullende rol vervullen in het onderwijs, met name wanneer er geen tolk beschikbaar is, en dat dit een reden zou moeten zijn om deze middelen te vergoeden voor degenen die dat nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen?


Antwoord 6

Spraakherkenningshulpmiddelen kunnen een passende oplossing zijn, maar dit is afhankelijk van de persoon en situatie. Een passende oplossing is maatwerk. De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en ik zijn het met u eens dat het zeer vervelend is wanneer er geen tolk beschikbaar is en dat spraak-naar-teksthulpmiddelen in dat geval een aanvullende rol zou kunnen vervullen in het onderwijs.

Om de kans op een tolk te vergroten is er sprake van een (al bestaande) hardheidsclausule met betrekking tot de reiskosten. Hierdoor kunnen extra kilometers worden vergoed, bovenop de reguliere maximaal te declareren kilometers aan de tolk, als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden. Er is in het persoonlijk netwerk geen tolk gevonden, er een bemiddelingsopdracht bij Tolkcontact2 is uitgezet en er geen tolk is gevonden. Daarnaast is door Berengroep in opdracht van UWV en de ministeries van OCW, SZW en VWS per 1 april de «achterwacht»-functie op vernieuwde wijze ingevuld. Hierdoor is er meer zekerheid dat er een tolk ingezet kan worden bij calamiteiten in het onderwijs-, werk- of leefdomein. De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en ik nemen deze context mee in de gesprekken met betrokken partijen.

Vraag 7

Is de vraag naar schrijf- en gebarentolken in het (hoger) onderwijs bekend? Zo ja, kunt u ons deze overzichten verstrekken? Zo nee, bent u bereid deze vraag structureel te monitoren?

Antwoord 7

Op dit moment zijn hier geen precieze cijfers over bekend. De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie gaat in gesprek met de sector voor meer inzicht hierover.

Vraag 8

Is bekend of naast de opleiding AD schrijftolk van de Hogeschool Utrecht nog meer opleidingen gaan stoppen? Kunt u de ontwikkeling van het aantal opleidingen en studenten in de afgelopen 5 jaar uiteenzetten? Erkent u dat het tekort aan schrijf- en gebarentolken niet wordt veroorzaakt door gebrek aan vraag of werk, maar door lage instroom en het dreigende verdwijnen van de opleiding tot schrijftolk, en dat dit vraagt om gericht opleidings- en instroombeleid? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

Antwoord 8

Er zijn bij de ministeries van VWS en OCW geen signalen bekend over het stoppen van het opleidingen van tolken. Wanneer hogescholen en universiteiten een opleiding willen beëindigen, dienen zij dit aan DUO, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW, door te geven. Informatie over de ontwikkelingen van het aantal opleidingen en het aantal studenten is beschikbaar op de website OCW in cijfers.3 Het ministerie van OCW verschaft deze gegevens op stelselniveau.

Het onderwijs is altijd in beweging. Dit betekent dat er voortdurend opleidingen starten en stoppen. Het stoppen van een opleiding betekent echter niet per definitie dat het onderwijs ook verdwijnt. Onderwijs kan in vele vormen worden aangeboden door hogescholen en universiteiten. Door dalende studentaantallen kunnen niet altijd alle opleidingen blijven bestaan. Dit vraagt om strategische en gecoördineerde keuzes. De onderwijsinstellingen spreken hier al regelmatig met elkaar over. Het ministerie van OCW wil deze manier van werken bestendigen en verder mogelijk maken, zodat hogescholen en universiteiten collectief de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een dekkend onderwijsaanbod dat aansluit bij maatschappelijke behoeften.

Hogescholen en universiteiten zijn daarnaast zelf verantwoordelijk voor de voorlichting en werving van studenten voor hun opleidingen. Het ministerie van OCW vindt het belangrijk dat studenten een studie kiezen die past bij hun talenten. Een gericht instroombeleid past daar niet bij.

Vraag 9

Bent u bekend met de oproep van Terry Koper op LinkedIn[3] die beschrijft hoe hij misschien geen passende masteropleiding kan volgen vanwege de beschikbaarheid van schrijftolken die Engels kunnen tolken? Wat zijn volgens u geschikte oplossingen voor studenten die tegen soortgelijke problemen aanlopen?

Antwoord 9

De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en ik zijn bekend met deze oproep en we begrijpen de zorgen. In de gesprekken gaan we op zoek naar mogelijke geschikte oplossingen voor studenten in situaties dat er geen schrijftolken beschikbaar zijn die Engels kunnen tolken.

Vraag 10

Hoe gaat u borgen dat de toegankelijkheid voor dove en slechthorende studenten niet verder onder druk komt te staan, gezien de beperkte beschikbaarheid van Engelstalige schrijftolken? Bent u bereid om samen met het onderwijsveld extra inspanning te verrichten om te zorgen dat er voldoende aanbod is?

Antwoord 10

Zoals toegezegd wordt een gesprek met betrokken partijen gepland en daarin zal dit aspect worden meegenomen.

Vraag 11)

Wilt u deze vragen vóór het Wetgevingsoverleg Gehandicaptenbeleid beantwoorden?

Antwoord 11

Ja.

[1] Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2941.
[2] Instagram, 30 september 2025 (www.instagram.com/p/DPO_gDzDOG5/).
[3] LinkedIn, (www.linkedin.com/posts/terry-koper-68465a221_toegankelijkheid-onderwijs-toegankelijkonderwijs-activity-7404807345974697984-5xVv?utm_source=share&utm_medium=member_desktop&rcm=ACoAABMQ3YEB620ZFkqRuqrpPrTFHqITR4gOj7M).


  1. Aanhangsel Handelingen, 2025/26, nr. 123.↩︎

  2. Berengroep is een externe organisatie die op basis van een Europese aanbesteding de tolkvoorziening op het gebied van bemiddeling, voorlichting en facturatie namens het UWV uitvoert. Dit gebeurt via Tolkcontact.↩︎

  3. Home | OCW in cijfers.↩︎