[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Ergin over middelen voor effectievere vormen van participatiebevordering van kwetsbare jongeren.

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026

Amendement

Nummer: 2026D10422, datum: 2026-03-06, bijgewerkt: 2026-03-06 17:16, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XV-18 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z04608:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
Nr. 18 AMENDEMENT VAN HET LID Ergin
Ontvangen 6 maart 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 10.000 (x € 1.000).

II

In artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 10.000 (x € 1.000).

Toelichting

In Nederland groeien naar schatting ruim 350.000 jongeren op in een kwetsbare positie. Het gaat om jongeren die niet kunnen terugvallen op ouders of familie, te maken hebben met schulden, psychische problematiek, instabiele woonsituaties of (dreigende) dak- en thuisloosheid. Recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat het aantal jongeren met een bijstandsuitkering in het derde kwartaal van 2025 met 5,5 procent is gestegen tot 41 duizend, terwijl de uitstroom achterblijft ten opzichte van 2019. Dit onderstreept dat duurzame participatie voor een groeiende groep jongeren niet vanzelfsprekend is.1

Tegen deze achtergrond heeft de Tweede Kamer in 2025 met brede steun de motie-Flach en Inge van Dijk (Kamerstukken II 2024/25, 36 582, nr. 65) aangenomen, waarin is uitgesproken dat gemeenten de ruimte moeten krijgen om de uitvoering van de Participatiewet uit te dagen wanneer zij met effectievere interventies de doelstellingen van de wet kunnen behalen. Gemeenten signaleren dat bij deze jongeren tijdelijke stabiliteit en ontwikkelruimte noodzakelijk kunnen zijn om duurzame participatie mogelijk te maken. Tegelijkertijd ontbreekt structurele financiële borging voor interventies die hiervan uitgaan.

Hoewel in de meicirculaire middelen beschikbaar worden gesteld via een decentralisatie-uitkering voor jongeren, richten deze middelen zich primair op de uitvoering van de wet ‘Van school naar duurzaam werk’. Dit amendement ziet specifiek op gemeenten die binnen de Participatiewet willen experimenteren met ontwikkelingsgerichte interventies voor kwetsbare jongeren. Daarmee is sprake van een aanvullende inzet.

Met dit amendement wordt € 10 miljoen beschikbaar gesteld om binnen artikel 2 van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ruimte te creëren voor gemeenten die gemotiveerd willen inzetten op effectievere vormen van participatiebevordering van kwetsbare jongeren. De middelen kunnen worden ingezet voor tijdelijke, ontwikkelingsgerichte interventies die bijdragen aan schuldaanpak, terugkeer naar onderwijs of geleidelijke toeleiding naar werk.

De dekking wordt gevonden binnen de vrij te besteden ruimte onder artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang.

Ergin


  1. https://www.cbs.nl/item?sc_itemid=fae20907-1f45-499c-a8a6-28093a26125a&sc_lang=nl%20nl↩︎