[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Naderend Raadscompromis Omnibus AI

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Brief regering

Nummer: 2026D10431, datum: 2026-03-09, bijgewerkt: 2026-03-09 13:40, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4287 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.

Onderdeel van zaak 2026Z04610:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Sinds de publicatie van de voorstellen voor een Omnibus AI en Omnibus Digitaal op 11 november jl. wordt in de Raad onder hoge druk onderhandeld over de hierin voorgestelde aanpassingen aan digitale wetgeving. De onderhandelingen voor de Omnibus AI bevinden zich al in een afrondende fase. Het Cypriotische voorzitterschap zal, eerder dan verwacht, waarschijnlijk tijdens de Coreper-II-bespreking van 13 maart aanstaande, het bereikte compromis aan de lidstaten voorleggen en een mandaat vragen voor de onderhandelingen met het Europees Parlement (EP).

Middels deze brief informeer ik uw Kamer conform de gemaakte informatie-afspraken over de ontwikkelingen in de onderhandelingen en hoe het kabinet het verwachte compromis op de Omnibus AI apprecieert. Eerder is uw Kamer via het BNC-fiche over de omnibussen1 geïnformeerd over de kabinetsinzet en de voortgang van de onderhandelingen. In lijn met het parlementair behandelvoorbehoud maakt het kabinet tot na het mondeling overleg met de Eerste Kamer op 17 maart tijdens de onderhandelingen over de digitale omnibussen een voorbehoud. Het kabinet blijft met dat voorbehoud het standpunt zoals geformuleerd in het BNC-fiche uitdragen, inclusief de zorgen die daarin worden geuit.

Regeldrukvermindering is een belangrijke prioriteit van dit kabinet en de verwachte Raadspositie is grotendeels in lijn met de inzet uit het BNC-fiche. Het kabinet is dan ook positief over het verwachte onderhandelingsresultaat op de Omnibus AI . Gezien het parlementaire behandelvoorbehoud dat de Eerste Kamer heeft geplaatst bij de Omnibus AI en Omnibus Digitaal zal het kabinet echter een voorbehoud moeten maken over de Raadspositie op de Omnibus AI. Dit zou de onderhandelingspositie op beide digitale omnibussen voor de rest van de onderhandelingen kunnen verzwakken. Gezien het belang van het adresseren van de zorgen over sommige onderdelen van de Omnibus Digitaal en de positieve uitkomst van de onderhandelingen op de Omnibus AI heb ik de Eerste Kamer gevraagd of zij bereid is het behandelvoorbehoud op de Omnibus AI op te heffen zodat het kabinet zich positief kan uitspreken over het bereikte Raadscompromis. Indien de Eerste Kamer hier niet toe bereid zal het kabinet uiteraard conform de afspraken een voorbehoud maken over de Raadspositie op de Omnibus AI.

Omnibus AI

De onderhandelingen over de Omnibus AI zijn in een vergevorderd stadium. Tegelijkertijd is de inhoud van de concept-Raadspositie nog steeds in beweging. Zoals aangegeven in het BNC-fiche, bevatte het voorstel voor de Omnibus AI verschillende wijzigingen die het kabinet kan steunen omdat deze het voor organisaties eenvoudiger maken om aan de AI-verordening te voldoen, zonder afbreuk te doen aan de doelen van de verordening. De voorgestelde wijzigingen dragen bij aan vermindering van administratieve lasten doordat bepaalde registratieverplichtingen worden geschrapt of vereenvoudigd en meer duidelijkheid wordt geboden over verplichtingen voor organisaties die AI-systemen ontwikkelen of gebruiken. Er lijkt voldoende steun om deze wijzigingen te behouden in het Raadscompromis.

In het BNC-fiche heeft het kabinet ook aangegeven dat het op een aantal onderwerpen inzet op verbetering van het oorspronkelijke voorstel. De belangrijkste hierin zijn de aangepaste bevoegdheid voor het verwerken van bijzondere categorieën van persoonsgegevens voor biasdetectie en -correctie, het schrappen van de registratieplicht voor bepaalde AI-systemen die in hoog-risico context worden gebruikt, de aanpassingen omtrent AI-geletterdheid en uitstel van de inwerkingtreding van de bepalingen omtrent hoog-risico AI. De Raadspositie zal ten opzichte van het voorstel op al deze punten waarschijnlijk meer in lijn zijn gebracht met de kabinetspositie.

Voor de bevoegdheid voor het verwerken van bijzondere categorieën van persoonsgegevens voor biasdetectie en -correctie, lijkt er voldoende steun te zijn om deze bevoegdheid te limiteren tot verwerkingen die strikt noodzakelijk zijn voor het detecteren, corrigeren en voorkomen van bias die waarschijnlijk de gezondheid en veiligheid van personen aantast, grondrechten schaadt of tot discriminatie leidt. Dit is in lijn met het gezamenlijke advies van de Europees Comité voor Gegevensbescherming (EDPB) en de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming (EDPS. Met deze aanvullende waarborgen acht het kabinet de bevoegdheid proportioneel tot het doel van detecteren en corrigeren van bias, zeker aangezien bias in AI-systemen op zichzelf ook grondrechten kan schaden.

In de Raadspositie blijft waarschijnlijk, in lijn met de kabinetspositie, de registratieplicht behouden voor AI-systemen die in hoog-risico context worden gebruikt, maar op zichzelf geen hoog risico vormen. Ook lijkt er voldoende steun om, in lijn met de kabinetsinzet, de inwerkingtreding van de bepalingen voor hoog-risico AI-systemen niet te koppelen aan besluiten van de Europese Commissie. Het kabinet heeft liever dat de inwerkingtreding van de bepalingen voor hoog-risico AI-systemen die in bijlage III van de AI-verordening zijn opgenomen minder lang wordt uitgesteld, maar hier is onvoldoende steun voor in de Raad.

Tot slot lijkt er voldoende steun om in de aangepaste bepaling over AI-geletterdheid expliciet te maken dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nog steeds verantwoordelijkheden en verplichtingen hebben om voor voldoende training en vaardigheden te zorgen bij hun werknemers. Ook zullen er door de AI Raad (AI Board) aanbevelingen en niet-bindende gezamenlijke doelstellingen van lidstaten worden vastgesteld met betrekking tot AI-geletterdheid. Hiermee komt meer duidelijkheid over de implicaties van de verplichting omtrent AI-geletterdheid voor overheden en organisaties. Het kabinet zou nog verdere verduidelijking van deze verplichting verwelkomen.

Een punt waar nog discussie over is in de Raad, is de voorgestelde exclusieve bevoegdheid voor de AI Office om toezicht te houden op hoog risico AI-systemen die zijn gebaseerd op AI-modellen voor algemene doeleinden (GPAI-modellen), waarbij zowel het GPAI-model als het AI-systeem van dezelfde aanbieder zijn. Er zijn met name zorgen dat deze exclusieve bevoegdheid ertoe kan leiden dat de AI Office ook op een grote groep gebruiksverantwoordelijken van zulke AI-systemen toezicht zal moeten houden, wanneer deze vallen onder dezelfde juridische entiteit als de aanbieder. Deze groep zal in de toekomst mogelijk steeds groter worden naarmate het gebruikelijker wordt voor organisaties om GPAI modellen zelf te ontwikkelen. Deze gebruiksverantwoordelijken kunnen ook organisaties zijn met een publieke taak die raakt aan nationale competenties, zoals binnen de rechtshandhaving of de rechtspraak. Het toezicht op deze organisaties past niet onder de exclusieve bevoegdheid van de EU. Er lijkt nu voldoende steun te zijn voor aanpassingen aan deze bevoegdheid, die voorkomen dat de bevoegdheid van de AI Office botst met nationale bevoegdheden.

Het kabinet zal zich blijven inzetten om bovenstaande prioriteiten zoveel mogelijk in de Raadspositie te laten landen. Als het lukt om tot overeenstemming te komen in de Raad, zal ik uw Kamer informeren over de uitkomsten hiervan. Na totstandkoming van de Raadspositie zal het Europees Parlement nog zijn positie moeten bepalen, en volgen de trilogen om te komen tot een definitieve Omnibus AI. Het voorzitterschap streeft ernaar dat de Omnibus AI uiterlijk in augustus 2026 in werking treedt, omdat de bepalingen voor sommige hoog-risico AI-systemen 16 augustus 2026 in werking treden.

Omnibus Digitaal

De onderhandelingen over de Omnibus Digitaal zijn minder ver gevorderd dan de onderhandelingen over de Omnibus AI. Voor verschillende punten waar het kabinet zorgen heeft geuit lijkt er steun van een aantal lidstaten om deze zorgen te adresseren. Zo lijkt er steun van verschillende lidstaten om de definitie van persoonsgegevens in stand te houden en om bepaalde bepalingen in de P2B-verordening te behouden. Ook met betrekking tot de zorgen over bepaalde wijzigingen aan de AVG en het Europees centraal meldpunt zijn er meerdere lidstaten die vergelijkbare zorgen lijken te hebben. Het kabinet heeft ook samen met andere lidstaten non-papers opgesteld over de in het BNC-fiche geuite zorgen over het Europees centraal meldpunt en de P2B-verordening. Deze non-papers zijn bijgevoegd bij deze brief.

Willemijn Aerdts

Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit


  1. Kamerstukken II 2025/2026, 22112, nr. 4223↩︎