Reactie op verzoek commissie inzake Bezuiniging scenario's gehandicaptenzorg, inclusief reactie op de brief van de Vereniging Gehandicaptenzorg
Gehandicaptenbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D10436, datum: 2026-03-09, bijgewerkt: 2026-03-10 13:52, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 24170 -385 Gehandicaptenbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z04612:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-10 16:05 â Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-10 16:05: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-25 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (đ origineel)
24170 Gehandicaptenbeleid
Nr. 385 Brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 maart 2026
De Kamer heeft mij gevraagd een aanvullende brief over de
gehandicaptenzorg te sturen, voorafgaand aan het wetgevingsoverleg (WGO)
Gehandicaptenbeleid van 9 maart 2026.
U heeft verzocht om in de aanvullende brief voor de maatregel âbestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen zorgâ uit het coalitieakkoord âAan de slagâ een aantal scenarioâs te schetsen voor de verdeling van de lagere beschikbare groeiruimte en daarbij in te gaan op de gevolgen daarvan voor de gehandicaptenzorg. Daarnaast vroeg u om een reactie op de brief van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) van 5 maart jl.
Voorwaarden voor weging
De Kamer heeft mij opnieuw gevraagd een aantal scenarioâs te schetsen voor de verdeling van de beschikbare groeiruimte voor de Wlz over de drie sectoren: ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de langdurige ggz. Hoewel ik de vraag naar het schetsen van scenarioâs begrijp zie ik een aantal risicoâs in het werken daarmee. Ik licht dat hierna nog toe.
In mijn eerdere brief van 4 maart jl., waar deze brief een aanvulling op is, heb ik al wel een aantal voorwaarden geschetst. Deze voorwaarden wil ik benutten in de weging om te komen tot een verdeling van de beschikbare groeiruimte en uiteindelijk akkoorden die passen binnen de beschikbare budgettaire kaders.
Bij de verdeling van de beschikbare groeiruimte over de sectoren in de Wlz kies ik ervoor om dit te doen met één voorstel dat ik technisch en inhoudelijk wil onderbouwen. Dit voorstel moet eerlijk en uitlegbaar zijn voor alle drie sectoren in de Wlz en aansluiten bij de opgaven van de drie sectoren en de transitie die daar nodig is. Naast elementen als demografische ontwikkeling, historische ontwikkelingen in de uitgaven, de arbeidsmarkt en technologische ontwikkelingen, kijk ik daarbij ook naar de mogelijkheden om passende zorg vorm te geven en de snelheid in de transformatie die een sector aankan.
In de verdeling zoek ik ook enige ruimte om te investeren in de beweging naar de voorkant en passende zorg om de transitie mogelijk te maken. De verdeling mag voorts niet leiden tot oplopende wachtlijsten of tot oplopende druk op medewerkers in de zorg. Ook moeten de kwaliteit van zorg en ondersteuning in de Wlz blijven voldoen aan het kwaliteitskompas zoals de sector dat heeft geformuleerd.
Ik verwacht dat uw Kamer in het WGO Gehandicaptenbeleid zal reflecteren op deze voorwaarden en mij aandachtspunten zal meegeven. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor de zomer, informeren over de verdeling en de onderbouwing daarvan.
Dit betekent dat ik er niet voor kies te werken met scenarioâs voor de verdeling. Het werken met scenarioâs brengt namelijk risicoâs met zich mee. Ieder scenario kent tenslotte âwinnaarsâ en âverliezersâ, omdat verdeling van een vaste groeiruimte bij iets meer groeiruimte voor de ene sector leidt tot iets minder groei voor de andere sector. Het presenteren van scenarioâs leidt dan gelijk tot onderhandelingen over het gekozen scenario en de bijbehorende budgettaire kaders. Dat wil ik voorkomen. De ervaring bij de totstandkoming van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) is juist dat gesprekken over de toekomst van de zorg gebaat zijn met het allereerst vaststellen van gezamenlijke waarden en ambities. Vervolgens moet het gesprek gaan over wat nodig is om die te bereiken binnen de middelen (personeel en geld) die ons ter beschikking staan. Een dergelijke aanpak staat mij ook bij de uitwerking van het coalitieakkoord met de partijen in de gehandicaptenzorg voor ogen.
Reactie brief VGN
Daarbij wil ik dus ook graag de visie van VGN meenemen. VGN geeft aan ook betrokken te willen worden. Ik hecht veel waarde aan de genoemde brief van 5 maart jl. en het feit dat VGN aangeeft graag met het kabinet in gesprek te blijven.
Ik vind dit van groot belang, omdat we de verschillende perspectieven en de kennis vanuit de praktijk moeten benutten om samen de toekomst van zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking vorm te geven. Ook de Kamer heeft tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van VWS aangegeven belang te hechten aan het goed betrekken van de praktijk. Uit de brief van VGN blijkt dat wij niet of nauwelijks van elkaar verschillen in wat we willen bereiken op de lange termijn. Namelijk dat mensen met een beperking, van jongs af aan, gewoon in de samenleving leven, met hulp om het zelf te kunnen en zorg wanneer dat nodig is. Wij willen ons beide inzetten voor de mensen om wie het gaat. Mensen met een beperking, hun naasten en mensen die iedere dag hun best doen om hen liefdevol te begeleiden of te verzorgen. Ook hun vertegenwoordigers nodig ik daarom graag uit om samen de toekomst van de gehandicaptenzorg vorm te geven.
Daarnaast schrijft VGN dat een transitie in de gehandicaptenzorg nodig is om de zorg en ondersteuning toegankelijk te houden, nu en in de toekomst. De urgentie van die transitie wordt vergroot, omdat ook deze sector te maken heeft met een tekort aan zorgverleners. Dat probleem is naar mijn mening niet op te lossen door meer geld voor extra zorgverleners. Buiten het gegeven dat deze mensen er niet zijn roept dit ook een meer principiĂ«le vraag op: blijven we accepteren dat mensen met een beperking steeds afhankelijker worden van intensieve zorg, of willen we dat zij de kansen in de samenleving krijgen die zij verdienen? In mijn ogen betekent de noodzakelijke transitie dat alles erop gericht is dat mensen met een beperking zoveel mogelijk hun eigen leven kunnen inrichten en daardoor minder afhankelijk worden van zorg. Bijvoorbeeld door ze eerder in hun leven beter passende ondersteuning te bieden of het gezin waarin zij opgroeien beter te begeleiden: âde beweging naar de voorkantâ. De transitie betekent voor mij ook dat het aanbod van ondersteuning nog meer gaat aansluiten bij de individuele wensen en behoeften van mensen met een beperking en dat hulpvragen op diverse levensgebieden niet direct met zorg worden beantwoord.
Vanuit dit soort principes werken we aan passende zorg. Daarbij willen we dat zorgmedewerkers deskundig en goed toegerust zijn, en met plezier en ruimte hun vak kunnen uitoefenen. Zonder overbodige regels. Deze medewerkers zijn heel belangrijk in het leven van mensen met een beperking en hun verwanten en zij verdienen onze steun. Daarnaast is het van belang om over de grenzen van de sector heen te kijken. Bijvoorbeeld door de samenwerking met de ggz te verbeteren.
Ik ben ervan overtuigd dat het kabinet, VGN en de andere betrokken partijen daar vanuit een gedeelde ambitie goede afspraken over kunnen maken, die gaan passen binnen de beschikbare budgettaire kaders voor de komende jaren.
Gevolgen maatregel
Tenslotte heeft de Kamer mij gevraagd om inzicht te geven in de gevolgen van de maatregel âbestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen zorgâ uit het coalitieakkoord voor de gehandicaptenzorg. Aan dit verzoek kan ik nog niet tegemoetkomen. Het coalitieakkoord geeft een duidelijke taakstelling op de groeiruimte van de Wlz, en biedt daarbij veel ruimte om daar verdere, concretere invulling aan te geven. Zoals gezegd hecht ik er veel waarde aan om dit samen met de partijen uit de sector te doen. Dit betekent dat ik aan de slag ga met (vertegenwoordigers van) mensen met een beperking, verwanten, de beroepsgroepen, zorgaanbieders en zorgkantoren. Dat betekent dat ik nu niet vooruit kan lopen op de oplossingen die we samen zien en dus ook geen inzicht kan geven in de effecten waar u naar vraagt.
Ik heb wel veel begrip voor de wens van de Kamer om dit inzicht te krijgen. Ik zeg daarom graag toe om de Kamer te blijven informeren over de voortgang in de gesprekken en (de beoogde effecten van) de keuzes en afspraken die ik met de sector wil maken.
Tot slot
Het proces zoals ik dat in deze brief heb beschreven wil ik zorgvuldig doorlopen. Ik blijf inzetten op draagvlak bij alle betrokken partijen (en hun achterbannen) en wil samen goed beoordelen of het resultaat van onze besprekingen tot het gewenste effect zal leiden. Door dit zorgvuldige proces verwacht ik niet al voor de start van de zorginkoop 2027 (1 juni a.s.) tot overeenstemming met de gehandicaptensector te komen. Aangezien de maatregel âbestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen zorgâ uit het coalitieakkoord al start per 2027 is het mijn inzet voor deze besparing in 2027 een alternatieve oplossing te vinden. Hierover zal ik de Kamer voor de zomer informeren. Voor de maatregelen âWlz behandelingâ en âopschaling digitale zorgâ van vorige kabinetten zal ik de aanwijzing aan de NZa eerst voorhangen bij beide Kamers.
De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,
W.R.C. Sterk