Memorie van toelichting
Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D10529, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:42, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 IX-2 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Onderdeel van zaak 2026Z04499:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-09 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
- 2026-04-09 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Financiën en de Nationale Schuld (IX) (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota 2026) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025‒2026 | |
| 36 915 IX | Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) |
| Nr. 2 | MEMORIE VAN TOELICHTING |
INHOUDSOPGAVE
|
|
|---|
|
4 |
|---|
|
4 |
|---|
|
5 | |
|---|---|---|
|
5 | |
|
10 |
|
|
|
|---|---|---|
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
|
|
38 | |
|---|---|---|
| 38 | ||
| 41 |
|
43 | |
|---|---|---|
| 43 | ||
| 44 |
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB);
de begrotingsstaat inzake de Nationale Schuld (IXA).
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Financiën,
E. Heinen
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 van het ministerie van Financiën (IXB) en Nationale Schuld (IXA).
In hoofdstuk 2 zijn de overzichten opgenomen met de belangrijkste mutaties; in paragraaf 2.1 voor artikel 1 t/m 13 van IXB en in paragraaf 2.2. voor artikel 11 en 12 van IXA.
Hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4 bevatten per beleidsartikel een budgettaire tabel. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) worden per artikel de (meerjarige) mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in de onderstaande (tabel 1) toegelicht. De toelichting op de mutatie van de belastingontvangsten is in de Voorjaarsnota opgenomen. Vanwege de staffel kan de som van de toegelichte mutaties afwijken van de totale mutaties op het artikel.
| Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV | ||
|---|---|---|
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
2 Beleid
2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties IXB
In onderstaande tabellen worden de belangrijkste suppletoire uitgaven-(tabel 2) en ontvangstenmutaties (tabel 3) weergegeven.
| Tabel 2 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Artikel- nummer |
Uitgaven 2026 | Uitgaven 2027 | Uitgaven 2028 | Uitgaven 2029 | Uitgaven 2030 | Uitgaven 2031 | |
| Stand begroting 2026 | 23.890.649 | 12.651.404 | 10.902.293 | 10.503.482 | 10.580.224 | ||
| Mutaties coalitieakkoord: | 0 | ‒ 24.364 | ‒ 46.684 | ‒ 170.588 | ‒ 342.707 | ||
| 1) Coalitieakkoord: efficiencytaakstelling | div | 0 | ‒ 24.364 | ‒ 46.684 | ‒ 73.469 | ‒ 99.553 | |
| 2) Coalitieakkoord: taakstelling vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid | div | 0 | 0 | 0 | ‒ 97.119 | ‒ 243.154 | |
| Belangrijkste suppletoire mutaties: | |||||||
| 1) ICT opdrachten Belastingdienst | 1 | 40.000 | 75.000 | 80.000 | 85.000 | 85.000 | |
| 2) Opvraag aanvullende post: uitvoeringskosten herstel box 3 | 1 | 11.000 | 70.000 | 0 | 0 | 0 | |
| 3) Prijsstijging portikosten Belastingdienst | 1 | 24.460 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 4) Belasting- en invorderingsrente | 1, 9 | 41.930 | 42.914 | 43.824 | 45.453 | 46.804 | |
| 5) European Stability Mechanism (ESM) kapitaalinleg | 4 | ‒ 252.900 | 252.900 | 0 | 0 | 0 | |
| 6) Bijstelling raming schadeuitkering ekv | 5 | 38.500 | 44.500 | 13.500 | 4.500 | ‒ 7.500 | |
| 7) Btw-compensatiefonds | 6 | 10.795 | 20.718 | 606 | 118 | 0 | |
| 8) Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee) | 9 | 43.197 | 116.723 | 134.796 | 135.000 | 116.645 | |
| 9) Scan- en detectiematerialen | 9 | 0 | 17.000 | 0 | 0 | 0 | |
| 10) Eindejaarsmarge | 10 | 53.711 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 11) Nog te verdelen | 10 | ‒ 15.057 | ‒ 25.710 | ‒ 15.153 | ‒ 13.329 | ‒ 13.029 | |
| 12) Loon- en prijsbijstelling | 10 | 84.194 | 81.696 | 52.434 | 47.043 | 46.876 | |
| 13) Uitvoeringskosten nieuw financieringsstelsel kinderopvang (NFKO) | 13 | 12.000 | 38.300 | 40.000 | 12.000 | 12.000 | |
| 14) Toeslagen Herstel | 13 | 482.941 | 257.339 | ‒ 154.052 | 43.650 | 14.250 | |
| 15) Tariefstijging Rijksvastgoedbedrijf (huisvesting) | div | 19.917 | 19.432 | 19.432 | 19.432 | 19.432 | |
| 16) Overige mutaties & extrapolatie | div | 30.580 | ‒ 11.563 | ‒ 18.904 | ‒ 29.323 | ‒ 30.106 | 10.589.412 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 24.515.917 | 13.626.289 | 11.052.092 | 10.682.438 | 10.527.889 | 10.589.412 | |
Toelichting
Mutaties coalitieakkoord: Apparaatstaakstellingen
Het coalitieakkoord «Aan de slag» bevat een taakstelling op de apparaatsuitgaven van de Rijksoverheid (kerndepartementen en uitvoering). De korting bestaat uit een efficiencytaakstelling en een taakstelling gericht op de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. De kortingen zijn rijksbreed naar rato van de apparaatsuitgaven verdeeld. De betreffende budgettaire taakstellingsmutaties raken zowel de uitgaven (€ 343 mln. structureel) als de ontvangsten (€ 10 mln. structureel; zie ook tabel 3 "belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties”), wat per saldo tot een korting op de Financiënbegroting van € 333 mln. structureel leidt.
1. Coalitieakkoord: efficiencytaakstelling
Deze mutatie betreft het aandeel van het ministerie van Financiën in maatregel 61 «efficiencytaakstelling» uit het coalitieakkoord.
2. Coalitieakkoord: taakstelling vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid
Deze mutatie betreft het aandeel van het ministerie van Financiën in maatregel 62 «vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid».
Belangrijkste suppletoire mutaties
1. ICT opdrachten Belastingdienst
De Belastingdienst kent stijgende ICT-uitgaven. Oorzaken hiervoor zijn hoge prijsstijgingen voor soft- en hardware en de groeiende vraag naar uitbreiding van het ICT-landschap. Om dit tekort structureel op te lossen, wordt het ICT-budget met ingang van 2026 met € 40 mln. verhoogd. Daarnaast heeft er binnen de Belastingdienst een herschikking van budgetten plaatsgevonden. Dit levert een aanvulling op van € 35 mln. in 2027, € 40 mln. in 2028 en € 45 mln. in de daaropvolgende jaren.
2. Opvraag aanvullende post: uitvoeringskosten herstel box 3
De Belastingdienst ontvangt middelen vanuit de Aanvullende Post voor de uitvoering van het rechtsherstel Box 3. Dit betreft € 11 mln. in 2026 en € 70 mln. in 2027. Het gaat hierbij om een gedeelte van de uitvoeringskosten, die gemoeid zijn met de Wet tegenbewijsregeling box 3.
3. Prijsstijging portikosten Belastingdienst
De tarieven van PostNL zijn het afgelopen jaar met 52% toegenomen. Om deze kostenstijging gedeeltelijk te compenseren, heeft de Belastingdienst het initiatief ‘Keuze Digitaal’ gestart, met als doel het postvolume te verminderen. Voor de resterende kostenstijging wordt het budget Overige opdrachten met € 24 mln. in 2026 verhoogd.
4. Belasting- en invorderingsrente
De uitgavenraming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisatiecijfers uit 2025.
5. European Stability Mechanism (ESM) kapitaalinleg
De toetreding van Kroatië tot het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) startte het proces om de ESM-kapitaalsleutel uit 2009 te herzien. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Nederland heeft in 2025 de aanvullende kapitaalstorting begroot om, indien nodig, de storting te kunnen doen. In afwachting van de actualisatie van de kapitaalsleutel wordt de reservering naar 2027 geschoven. Een nieuwe sleutel zou op zijn vroegst na 1 januari 2027 worden vastgesteld, wanneer de tijdelijke korting op de kapitaalinleg van Litouwen eindigt.
6. Bijstelling raming schadeuitkering ekv
De begroting wordt meerjarig aangesloten op de raming van Atradius Dutch State Business (ADSB) en is daarmee in lijn met de hogere realisaties uit afgelopen jaren.
7. Btw-compensatiefonds (BCF)
Als gevolg van overhevelingen van budget van ministeries naar het gemeente- of provinciefonds wordt het geraamde btw-deel van dit budget in het BCF gestort (meerjarig € 32,2 mln.). Gemeentes en provincies kunnen de betaalde btw die verband houdt met de overhevelingen terugvragen bij het BCF. Een onder- of overschrijding bij het BCF komt ten laste of ten gunste van het gemeente- en provinciefonds.
8. Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee)
Vanaf juli 2026 vervalt de huidige de-minimisvrijstelling voor pakketten met een waarde tot € 150 uit derde landen en vanaf november 2026 wordt een uniforme Europese handling fee ingevoerd. Dit is het gevolg van Europese besluitvorming om een gelijk speelveld te creëren en het controlepercentage op e-commerce te waarborgen en verbeteren. Vanwege deze aangepaste EU-wetgeving wordt voor de uitvoering van de extra controle op de e-commercestroom in totaal structureel € 100 mln. per jaar beschikbaar gesteld. Deze kosten bevatten onder andere een formatieve uitbreiding, toezichtkosten voor de markttoezichthouders, benodigde IT-middelen, en extra scan- en detectieapparatuur.
9. Scan- en detectiematerialen
Dit betreft budget voor de aanschaf van scan- en detectiematerialen door Douane, als onderdeel van de vervangingsopgave van scan- en detectiemateriaal voor het realiseren van afbouw van het gebruik van elektronica uit landen met een offensief cyberprogramma. Vanwege een verwachte subsidie vanuit Brussel in 2026 wordt € 17 mln. toegevoegd aan het budget; vervolgens wordt € 17 mln. doorgeschoven naar 2027 op basis van de geplande uitgaven.
10. Eindejaarsmarge
De eindejaarsmarge 2025 van € 53,7 mln. wordt toegevoegd aan de begroting van Financiën.
11. Nog te verdelen
Voor diverse problematiek worden nog onverdeelde middelen op artikel 10 (per saldo circa € 15 mln. in 2026 en € 13 mln. structureel) ingezet. Het gaat hierbij met name om tariefstijgingen van Shared Service Organisaties en het Rijksvastgoedbedrijf en prijsstijgingen van ICT.
12. loon- en prijsbijstelling
De loon- en prijsbijstelling 2026 wordt toegevoegd aan de Financiënbegroting (€ 84 mln. in 2026 en € 47 mln. structureel).
13. Uitvoeringskosten nieuw financieringsstelsel kinderopvang (NFKO)
Voor de dekking van de uitvoeringskosten van het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang (NFKO) is een beroep gedaan op gereserveerde middelen op de Aanvullende Post. Hiervoor wordt budget toegevoegd aan artikel 13 Toeslagen.
14. Toeslagen Herstel
De raming van de Hersteloperatie is herijkt op basis van actuele inzichten in de ontwikkelingen binnen Toeslagen Herstel, waaronder de aanvullende schade en de SPUK brede ondersteuning. Als gevolg van de herijking worden € 389,5 mln. niet bestede middelen uit 2025 en middelen vanuit de Aanvullende Post (€ 254,6 mln.) toegevoegd aan de begroting. Deze middelen worden ingezet op het budget van personeel, opdrachten, bijdrage aan medeoverheden en (schade)vergoedingen. Tot slot vindt er een wijziging plaats in het kasritme van de herstelmiddelen, zowel door herschikkingen binnen het herstelbudget op artikel 13 Toeslagen, als de reservering op de Aanvullende Post. Het betreft een verschuiving van circa € 348,2 mln. vanuit 2027 en 2028 naar 2026 (€ 93,4 mln.), 2029 (€ 197,3 mln.) en 2030 (€ 57,5 mln.). Het budget in 2029 en 2030 is voornamelijk bestemd voor de brede ondersteuning door gemeenten. De middelen vanaf 2028 zijn bedoeld voor aanvullende schade voor ex-partners. Het integrale overzicht van de financiële stand van zaken van de Hersteloperatie Toeslagen en de voortgang per compensatieregeling is te vinden in de 2026Z03209&did=2026D07128">voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen1. De totale raming van € 11,6 mld. blijft gelijk.
15. Tariefstijging Rijksvastgoedbedrijf (huisvesting)
De Belastingdienst, het kerndepartement en Douane hebben te maken met een gemiddelde tariefstijging per 2026 van circa 10% bij het Rijksvastgoedbedrijf.
| Tabel 3 Overzicht belangrijkste suppletoire niet-belastingontvangsten 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnummer | Ontvangsten 2026 | Ontvangsten 2027 | Ontvangsten 2028 | Ontvangsten 2029 | Ontvangsten 2030 | Ontvangsten 2031 | |
| Stand begroting 2026 | 4.046.880 | 4.338.607 | 4.074.564 | 4.278.858 | 4.328.207 | ||
| Mutaties coalitieakkoord: | 0 | ‒ 576 | ‒ 1.063 | ‒ 4.776 | ‒ 10.052 | ||
| 1) Coalitieakkoord: efficiencytaakstelling | div | 0 | ‒ 576 | ‒ 1.063 | ‒ 1.807 | ‒ 2.608 | |
| 2) Coalitieakkoord: taakstelling vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid | div | 0 | 0 | 0 | ‒ 2.969 | ‒ 7.444 | |
| Belangrijkste suppletoire mutaties: | |||||||
| 1) Niet-belastingontvangsten | 1 | 68.629 | 56.399 | 56.399 | 56.399 | 56.399 | |
| 2) Belasting- en invorderingsrente | 1, 9 | ‒ 30.586 | 91.738 | 92.905 | 95.047 | 96.615 | |
| 3) Boeteontvangsten DNB en AFM | 2 | 50.200 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 4) Premieontvangsten garantie TenneT | 3 | ‒ 20.047 | ‒ 36.693 | ‒ 51.699 | ‒ 68.938 | ‒ 78.988 | |
| 5) Renteontvangsten lening TenneT | 3 | ‒ 124.017 | ‒ 167.324 | ‒ 155.998 | ‒ 155.998 | ‒ 155.998 | |
| 6) Verkoop aandelen ABN AMRO | 3 | 182.619 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 7) Dividenden staatsdeelnemingen | 3 | 68.935 | 0 | 25.000 | 0 | ‒ 10.000 | |
| 8) Verkoopopbrengst TenneT Duitsland | 3 | 3.300.000 | 0 | 0 | 1.500.000 | 0 | |
| 9) Kasschuif aflossing en rente bilaterale lening Oekraïne | 4 | 0 | ‒ 36.671 | ‒ 39.098 | ‒ 37.884 | 36.671 | |
| 10) Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee) | 9 | 0 | 98.010 | 498.697 | 0 | 0 | |
| 11) Scan- en detectiematerialen | 9 | 17.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 12) Overige mutaties & extrapolatie | div | 24.734 | ‒ 1.017 | ‒ 1.578 | ‒ 1.223 | ‒ 2.519 | 4.452.742 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 7.584.347 | 4.342.473 | 4.498.129 | 5.661.485 | 4.260.335 | 4.452.742 | |
Toelichting
Mutaties coalitieakkoord
Zie toelichting bij tabel 2 onder 'Mutaties coalitieakkoord: Apparaatstaakstellingen'.
Belangrijkste suppletoire mutaties
1. Niet-belastingontvangsten
De raming van de ontvangsten uit bestuurlijke boeten en uit het doorbelasten van invorderingsmaatregelen wordt verhoogd naar aanleiding van de hogere realisaties van het afgelopen jaar en de indexatie van de Kostenwet invordering rijksbelastingen en Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.
2. Belasting- en invorderingsrente
De ontvangstenraming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisatiecijfers uit 2025, die ruim € 200 mln. hoger waren dan geraamd. Daarnaast heeft de Hoge Raad op 16 januari 2026 geoordeeld dat het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting en enige andere middelen, in strijd is met algemene rechtsbeginselen en heeft de bepaling waarmee het verhoogde percentage wordt geregeld onverbindend verklaard. Dit leidt ertoe dat deze belastingrente wordt verlaagd naar het reguliere belastingrentepercentage. Dit leidt in 2026 tot € 264 mln. lagere ontvangsten en € 145 mln. lagere ontvangsten in latere jaren.
3. Boeteontvangsten DNB en AFM
Een deel van de ontvangsten uit boetes en dwangsommen van De Nederlandse Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) komen toe aan de Staat. In 2026 bedragen deze ontvangsten € 50,2 mln., vooral vanwege enkele grote boetes aan banken die in 2025 zijn geïnd, en die in 2026 worden afgedragen aan de Staat.
4. Premieontvangsten garantie TenneT
De Staat ontvangt als garantieverstrekker garantiepremie voor het verstrekken van de garantie aan TenneT Nederland. Op basis van de meest recente marktconforme rentepercentages worden de premieontvangsten van de garantie aan TenneT meerjarig naar beneden bijgesteld.
5. Renteontvangsten lening TenneT
Op basis van de meest recente inzichten in de verwachte door TenneT te trekken leningdelen worden de verwachte ontvangsten op de lening aan TenneT meerjarig naar beneden bijgesteld. Met de garantie voor TenneT is inmiddels een structurele oplossing geïmplementeerd voor de financiering van TenneT Nederland. Tevens is met de deelname van private investeerders in TenneT Duitsland voor TenneT Duitsland in de kapitaalbehoefte voorzien. Dit maakt dat TenneT minder uit de leningsfaciliteit hoeft op te nemen, en daarom ook minder rente hoeft te betalen.
6. Verkoop aandelen ABN AMRO
De verwachte verkoopopbrengsten van aandelen ABN AMRO worden met € 182,6 mln. omhoog bijgesteld als gevolg van het lopende verkoopprogramma van aandelen ABN AMRO van de Staat.
7. Dividenden staatsdeelnemingen
De dividendraming wordt aangepast aan de meest recente informatie over het verwachte dividend van zowel de financiële staatsdeelnemingen als de niet-financiële staatsdeelnemingen, als gevolg van de huidige marktomstandigheden. Met betrekking tot Havenbedrijf Rotterdam is het dividendbeleid aangepast waardoor hogere dividenden worden verwacht.
In 2026 betreft het voor de financiële staatsdeelnemingen een verhoging van circa € 48,9 mln. en voor de niet-financiële staatsdeelnemingen betreft het een verhoging van circa € 20 mln.
8. Verkoopopbrengst TenneT Duitsland
De Duitse staat verkrijgt in 2026 voor een bedrag van circa € 3,3 mld. aandelen in TenneT Duitsland. Dit gebeurt via een verkoop van aandelen die TenneT houdt in TenneT Duitsland. De Nederlandse staat heeft een aandeelhouderslening verstrekt aan TenneT. Met de opbrengsten door de deelname van de Duitse staat in TenneT Duitsland gaat TenneT een gedeelte van deze lening aflossen. Hiermee komen de opbrengsten toe aan de Nederlandse staat. Het betreft een niet-saldorelevante opbrengst van € 3,3 mld. in 2026 en bij een gelijkblijvende kapitaalbehoefte wordt uiterlijk in 2029 nogmaals circa € 1,5 mld. aan opbrengsten gerealiseerd.
9. Kasschuif aflossing en rente bilaterale lening Oekraïne
Dit betreft een uitstel van de betalingen (rente en aflossing) van Oekraïne aan Nederland die gepland stonden voor de jaren 2027 ‒ 2029. Reden voor het uitstel is de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne op dit moment en het politiek commitment dat Nederland heeft afgegeven Oekraïne te blijven steunen zolang als nodig is. Voorlopig zijn de betalingen verschoven naar 2030-2031, maar hier zijn nog geen afspraken over bekend. Over eventuele kwijtschelding van (delen van) de lening moet op een later moment worden besloten.
10. Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee)
De ontvangsten vanuit de Europese Handling fee worden geraamd op € 596,7 mln. in totaal. Deze ontvangsten worden volledig ingezet ter dekking van de uitvoeringskosten van de extra controle op de e-commercestroom binnen de meerjarenperiode.
11. Scan- en detectiematerialen
De ontvangsten in 2026 worden met € 17 mln. verhoogd vanwege een verwachte subsidie vanuit de Europese Unie voor de aanschaf van scan- en detectieapparatuur door de Douane. Zie ook toelichting bij post 9 van de tabel Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties.
2.2 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties IXA
In onderstaande tabellen worden de belangrijkste suppletoire uitgaven-(tabel 4) en ontvangstenmutaties (tabel 5) weergegeven.
| Tabel 4 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnummer | Uitgaven 2026 | Uitgaven 2027 | Uitgaven 2028 | Uitgaven 2029 | Uitgaven 2030 | Uitgaven 2031 | |
| Stand begroting 2026 | 42.447.494 | 48.917.607 | 50.210.485 | 51.091.079 | 53.394.301 | ||
| Mutaties coalitieakkoord: | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Belangrijkste suppletoire mutaties: | |||||||
| 1) Rente vaste schuld | 11 | -449.000 | -453.000 | -273.000 | -110.000 | 3.000 | |
| 2) Rente vlottende schuld | 11 | 417.000 | 841.000 | 912.000 | 984.000 | 1.038.000 | |
| 3) Aflossing vaste schuld | 11 | 220.000 | -270.000 | 0 | 12.000 | 3.000 | |
| 4) Rente kasbeheer | 12 | 457.514 | 442.179 | 551.326 | 732.909 | 954.592 | |
| 5) Overige mutaties & extrapolatie | div | 2.006 | 900 | 900 | 900 | 900 | 49.727.599 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 43.095.014 | 49.478.686 | 51.401.711 | 52.710.888 | 55.393.793 | 49.727.599 | |
Toelichting
1. Rente vaste schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 minder vaste schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Als gevolg hiervan nemen de rentelasten op de vaste schuld in het lopende begrotingsjaar en in latere jaren af. Daarentegen nemen de rentelasten op de vaste schuld toe vanwege de hogere lange rekenrentes zoals geraamd in het CEP en de neerwaartse bijstelling van het geraamde kassaldo. Per saldo neemt de raming van de rentelasten op de vaste schuld in de jaren 2026 tot en met 2029 af en in het jaar 2030 licht toe.
2. Rente vlottende schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 meer vlottende schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Als gevolg hiervan neemt de omvang van de vlottende schuld in 2026 en in latere jaren toe. In combinatie met de naar boven bijgestelde raming van de korte rekenrente in het CEP leidt dit tot hogere rentelasten op de vlottende schuld. Dit effect wordt echter enigszins gedempt door de bijstelling van het kassaldo.
3. Aflossing vaste schuld
Vanwege de vervroegde aflossing van vaste schuld in 2025 en 2026 wordt er in 2026 meer vaste schuld afgelost en wordt er in 2027 minder vaste schuld afgelost.
4. Rente kasbeheer
De raming van de rentelasten uit hoofde van het kasbeheer is structureel naar boven bijgesteld. Deze bijstelling is gebaseerd op de verwachting dat met name de sociale fondsen meer middelen zullen aanhouden op hun rekeningen-courant. Dit effect wordt versterkt door de naar boven bijgestelde raming van de korte rekenrente in het CEP.
| Tabel 5 Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnummer | Ontvangsten 2026 | Ontvangsten 2027 | Ontvangsten 2028 | Ontvangsten 2029 | Ontvangsten 2030 | Ontvangsten 2031 | ||
| Stand begroting 2026 | 97.783.806 | 73.813.872 | 79.340.582 | 74.109.194 | 78.309.190 | |||
| Mutaties coalitieakkoord: | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |||
| Belangrijkste suppletoire mutaties: | ||||||||
| 1) Uitgifte vaste schuld | 11 | ‒ 35.334.000 | 12.044.000 | -1.954.000 | 2.266.000 | -1.391.000 | ||
| 2) Mutatie vlottende schuld | 11 | 28.496.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| 3) Rente kasbeheer | 12 | ‒ 14.782 | ‒ 15.985 | ‒ 10.269 | ‒ 4.487 | 1.341 | ||
| 4) Ontvangen aflossingen | 12 | 4.232 | 19.450 | 2.399 | ‒ 21.613 | ‒ 44.902 | ||
| 5) Mutaties in rekening courant en deposito | 12 | 3.416.965 | 1.111.827 | 2.536.129 | 4.746.586 | 6.362.700 | ||
| 6) Overige mutaties & extrapolatie | div | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 79.853.953 | |
| Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 94.352.221 | 86.973.164 | 79.914.841 | 81.095.680 | 83.237.329 | 79.853.953 | ||
Toelichting
1. Uitgifte vaste schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 minder vaste schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Verder wordt het bijgestelde kassaldo vanaf 2027 opgevangen met een wijziging in de uitgifte van vaste schuld. Het bijgestelde kassaldo leidt tot een cumulatieve toename in de periode 2027 tot en met 2030.
2.Mutatie vlottende schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 meer vlottende schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de vastgestelde begroting. Verder wordt het bijgestelde kassaldo in het lopende begrotingsjaar opgevangen met een mutatie van de vlottende schuld. Per saldo leidt dit tot een toename van € 28,5 mld. in de mutatie van de vlottende schuld in 2026.
3. Rente kasbeheer
Als gevolg van het bijwerken van de realisaties van verstrekte leningen en het bijwerken van de rekenrente zoals geraamd in het CEP is de raming van de rentebaten uit hoofde van het kasbeheer bijgesteld.
4. Ontvangen aflossingen
Als gevolg van het bijwerken van de realisaties van verstrekte leningen is de raming van de te ontvangen aflossingen bijgesteld. Deze leningen worden binnen het schatkistbankieren verstrekt aan agentschappen en rechtspersonen met een wettelijke taak.
5. Mutaties in rekening courant en deposito
Uit de actualisatie van de raming van uitgaven en ontvangsten van de sociale fondsen volgt dat deze fondsen naar verwachting structureel meer middelen zullen aanhouden in de schatkist dan waarmee rekening werd gehouden bij de begroting.
3 Beleidsartikelen Ministerie van Financiën (IXB)
Artikel 1 Belastingen
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 3.867.953 | 0 | 3.867.953 | 252.376 | 4.120.329 | 152.931 | 57.888 | ‒ 33.379 | ‒ 155.837 | 3.365.384 |
| Uitgaven (1) + (2) | 3.884.473 | 0 | 3.884.473 | 252.376 | 4.136.849 | 152.931 | 57.888 | ‒ 33.379 | ‒ 155.837 | 3.467.659 |
| (1) Apparaatsuitgaven | 3.641.921 | 0 | 3.641.921 | 128.557 | 3.770.478 | 31.174 | ‒ 69.633 | ‒ 167.344 | ‒ 290.201 | 3.117.883 |
| Personele uitgaven | 3.136.108 | 0 | 3.136.108 | 85.554 | 3.221.662 | 21.935 | ‒ 77.633 | ‒ 162.669 | ‒ 273.088 | 2.731.056 |
| Eigen personeel | 2.771.903 | 0 | 2.771.903 | 40.165 | 2.812.068 | 56.255 | ‒ 23.990 | ‒ 100.161 | ‒ 199.185 | 2.494.181 |
| Inhuur externen | 323.722 | 0 | 323.722 | 51.889 | 375.611 | ‒ 30.845 | ‒ 53.478 | ‒ 61.469 | ‒ 72.538 | 229.337 |
| Overig personeel | 40.483 | 0 | 40.483 | ‒ 6.500 | 33.983 | ‒ 3.475 | ‒ 165 | ‒ 1.039 | ‒ 1.365 | 7.538 |
| Materiële uitgaven | 505.813 | 0 | 505.813 | 43.003 | 548.816 | 9.239 | 8.000 | ‒ 4.675 | ‒ 17.113 | 386.827 |
| ICT | 39.560 | 0 | 39.560 | 2.143 | 41.703 | ‒ 191 | ‒ 359 | ‒ 1.174 | ‒ 2.308 | 28.599 |
| Bijdrage aan SSO's | 336.920 | 0 | 336.920 | 37.867 | 374.787 | 22.146 | 23.796 | 11.696 | 7 | 268.405 |
| Overig materieel | 129.333 | 0 | 129.333 | 2.993 | 132.326 | ‒ 12.716 | ‒ 15.437 | ‒ 15.197 | ‒ 14.812 | 89.823 |
| (2) Programma-uitgaven | 242.552 | 0 | 242.552 | 123.819 | 366.371 | 121.757 | 127.521 | 133.965 | 134.364 | 349.776 |
| Garanties | 181 | 0 | 181 | 0 | 181 | 0 | 0 | 0 | 0 | 181 |
| Garantie procesrisico's | 181 | 0 | 181 | 0 | 181 | 0 | 0 | 0 | 0 | 181 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 15.477 | 0 | 15.477 | 0 | 15.477 | ‒ 83 | ‒ 153 | ‒ 499 | ‒ 979 | 13.020 |
| Waarderingskamer | 2.489 | 0 | 2.489 | 0 | 2.489 | ‒ 14 | ‒ 29 | ‒ 94 | ‒ 185 | 2304 |
| Kadaster | 2.933 | 0 | 2.933 | 0 | 2.933 | ‒ 12 | ‒ 24 | ‒ 79 | ‒ 154 | 2779 |
| Kamer van Koophandel | 341 | 0 | 341 | 0 | 341 | ‒ 2 | ‒ 4 | ‒ 13 | ‒ 25 | 316 |
| Overige bijdrage ZBO's/RWT's | 9.714 | 0 | 9.714 | 0 | 9.714 | ‒ 55 | ‒ 96 | ‒ 313 | ‒ 615 | 7.621 |
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 3.387 | 0 | 3.387 | 0 | 3.387 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.387 |
| Internationale Douaneraad | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage overige (inter)nationale organisaties | 3.387 | 0 | 3.387 | 0 | 3.387 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.387 |
| Opdrachten | 448.612 | 0 | 448.612 | 77.389 | 526.001 | 75.000 | 80.000 | 85.000 | 85.000 | 467.771 |
| ICT opdrachten | 379.162 | 0 | 379.162 | 65.159 | 444.321 | 75.000 | 80.000 | 85.000 | 85.000 | 394.336 |
| Overige opdrachten | 69.450 | 0 | 69.450 | 12.230 | 81.680 | 0 | 0 | 0 | 0 | 73.435 |
| Bijdrage aan agentschappen | 12.877 | 0 | 12.877 | ‒ 2.500 | 10.377 | ‒ 3.074 | ‒ 3.150 | ‒ 2.989 | ‒ 3.461 | 9.416 |
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Bijdrage Logius | 7.275 | 0 | 7.275 | ‒ 5.500 | 1.775 | ‒ 6.042 | ‒ 6.085 | ‒ 5.776 | ‒ 6.043 | 1.232 |
| Bijdrage overige agentschappen | 5.602 | 0 | 5.602 | 3.000 | 8.602 | 2.968 | 2.935 | 2.787 | 2.582 | 8.184 |
| (Schade)vergoeding | 15.950 | 0 | 15.950 | 0 | 15.950 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5.950 |
| (Schade)vergoedingen | 12.558 | 0 | 12.558 | 0 | 12.558 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.558 |
| Vergoeding proceskosten | 3.392 | 0 | 3.392 | 0 | 3.392 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.392 |
| Rente | 232.275 | 0 | 232.275 | 48.930 | 281.205 | 49.914 | 50.824 | 52.453 | 53.804 | 202.460 |
| Belasting- en invorderingsrente | 232.275 | 0 | 232.275 | 48.930 | 281.205 | 49.914 | 50.824 | 52.453 | 53.804 | 202.460 |
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | ‒ 486.207 | 0 | ‒ 486.207 | 0 | ‒ 486.207 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 352.409 |
| Toerekening uitgaven aan Douane | ‒ 229.108 | 0 | ‒ 229.108 | 0 | ‒ 229.108 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 141.618 |
| Toerekening uitgaven aan Toeslagen | ‒ 257.099 | 0 | ‒ 257.099 | 0 | ‒ 257.099 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 210.791 |
| Ontvangsten (3) + (4) | 226.564.695 | 0 | 226.564.695 | ‒ 2.328.622 | 224.236.073 | 7.037.786 | 11.684.872 | 15.681.018 | 16.379.380 | 305.382.777 |
| Programma-ontvangsten (3) | 226.441.017 | 0 | 226.441.017 | ‒ 2.345.142 | 224.095.875 | 7.038.358 | 11.685.928 | 15.684.205 | 16.385.642 | 305.305.169 |
| waarvan: Belastingontvangsten | 224.959.865 | 0 | 224.959.865 | ‒ 2.380.785 | 222.579.080 | 6.892.621 | 11.539.024 | 15.535.159 | 16.235.028 | 303.721.137 |
| Bekostiging | 230.864 | 0 | 230.864 | 16.399 | 247.263 | 16.399 | 16.399 | 16.399 | 16.399 | 247.263 |
| Doorbelasten kosten vervolging | 230.864 | 0 | 230.864 | 16.399 | 247.263 | 16.399 | 16.399 | 16.399 | 16.399 | 247.263 |
| Rente | 996.647 | 0 | 996.647 | ‒ 32.986 | 963.661 | 89.338 | 90.505 | 92.647 | 94.215 | 1.058.128 |
| Belasting- en invorderingsrente | 996.647 | 0 | 996.647 | ‒ 32.986 | 963.661 | 89.338 | 90.505 | 92.647 | 94.215 | 1.058.128 |
| Boetes en schikkingen | 253.641 | 0 | 253.641 | 52.230 | 305.871 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 278.641 |
| Ontvangsten boetes en schikkingen | 253.641 | 0 | 253.641 | 52.230 | 305.871 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 278.641 |
| Apparaatsontvangsten (4) | 123.678 | 0 | 123.678 | 16.520 | 140.198 | ‒ 572 | ‒ 1.056 | ‒ 3.187 | ‒ 6.262 | 77.608 |
| Tabel 7 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 3.867.953 | 0 | 3.867.953 | 252.376 | 4.120.329 | 152.931 | 57.888 | ‒ 33.379 | ‒ 155.837 | 3.365.384 |
| waarvan garantieverplichtingen | 336 | 0 | 336 | 0 | 336 | 0 | 0 | 0 | 0 | 336 |
| Garantie procesrisico's | 336 | 0 | 336 | 0 | 336 | 0 | 0 | 0 | 0 | 336 |
| waarvan overige verplichtingen | 3.867.617 | 0 | 3.867.617 | 252.376 | 4.119.993 | 152.931 | 57.888 | ‒ 33.379 | ‒ 155.837 | 3.365.048 |
| Tabel 8 Geschatte budgetflexibiliteit1 | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 45,8% |
| bestuurlijk gebonden | 3,4% |
| beleidsmatig gereserveerd | 50,8% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,0% |
De berekende budgetflexibiliteit heeft alleen betrekking op de programma-uitgaven
Toelichting
Budgetflexibiliteit
In 2026 is 45,8% van de programma-uitgaven van de Belastingdienst juridisch verplicht, 3,4% bestuurlijk gebonden en 50,8% beleidsmatig gereserveerd. Juridisch verplichte uitgaven, zijn uitgaven die in 2026 reeds gerealiseerd zijn. Daarnaast gaat het over uitgaven onder de rubriek «Rente», bijvoorbeeld door de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en de Invorderingswet 1990. Programma-uitgaven voor «Bijdragen aan ZBO's/RWT's», «Bijdragen aan (inter)nationale organisaties» en «Bijdragen aan agentschappen» zijn volledig bestuurlijk gebonden, tenzij ze al juridisch verplicht zijn door contracten. De bijdrage aan de Waarderingskamer is bestuurlijk gebonden op basis van de Wet WOZ. Voor het Kadaster en de Kamer van Koophandel bestaan samenwerkingsovereenkomsten voor gegevensuitwisseling met de Belastingdienst. Bij agentschappen en internationale organisaties zijn afspraken gemaakt over bijdragen en dienstverlening, waardoor deze uitgaven ook bestuurlijk gebonden zijn.
De overige programma-uitgaven betreffen hoofdzakelijk «Opdrachten», die deels juridisch verplicht zijn bij vaststelling van de begroting, zoals contracten voor ICT, licenties, onderhoud en papieren dienstverlening. Over het algemeen zijn niet-juridisch verplichte uitgaven noodzakelijk voor een goede uitvoering van de primaire taken van de Belastingdienst.
Verplichtingen en Uitgaven
Personele uitgaven
Het coalitieakkoord (CA) «Aan de slag» van het kabinet-Jetten bevat een taakstelling op de apparaatsuitgaven van de Rijksoverheid, zowel voor de kerndepartementen als voor de uitvoeringsorganisaties. Deze bestaat uit een efficiencytaakstelling (maatregel 61 uit het CA) en een taakstelling gericht op de vernieuwing van de rijksdienst en het versterken van een slagvaardige overheid (maatregel 62 uit het CA). In deze 1e suppletoire begroting wordt de taakstelling voor het ministerie van Financiën naar rato verdeeld over de verschillende dienstonderdelen. Voor de personele uitgaven van de Belastingdienst zijn in dit kader de volgende bedragen verwerkt: € 17,7 mln. in 2027, € 35,4 mln. in 2028, € 115,1 mln. in 2029 en € 224,5 mln. in 2030 en verder.
Binnen de Belastingdienst vindt een herschikking van het eigen personeel plaats. Door de succesvolle werving van eigen medewerkers in de afgelopen jaren, waaronder het in vaste dienst nemen van veel ICT’ers en uitzendkrachten die werkzaam waren bij de inning, is de behoefte aan externe inhuur sterk verminderd. Budgettair betekent dit vanaf 2027 een ophoging van het budget voor eigen personeel en een verlaging van het budget op externe inhuur van € 33,5 mln., oplopend naar € 50 mln. in 2028 en latere jaren.
Voor de uitvoering van specifieke projecten ontvangt de Belastingdienst in 2026 van Toeslagen Herstel € 47,9 mln., waarvan € 33,4 mln. voor uitvoeringskosten. Daarnaast ontvangt de Belastingdienst middelen vanuit de Aanvullende Post voor de uitvoering van het rechtsherstel Box 3. Dit betreft € 11 mln. in 2026 en € 70 mln. in 2027. Tevens wordt er in 2026 via de eindejaarsmarge een bedrag van € 11 mln. beschikbaar gesteld voor werkzaamheden op het gebied van herstel Box 3.
Materiële uitgaven
Het budget voor materiële uitgaven van de Belastingdienst is in het kader van de taakstelling uit het coalitieakkoord «Aan de Slag» verlaagd. In deze 1e suppletoire begroting zijn hiervoor de volgende bedragen verwerkt: € 0,9 mln. in 2027, € 1,8 mln. in 2028, € 14 mln. in 2029 en € 27 mln. in 2030 en verder.
De huisvestingsbudgetten worden vanaf 2026 structureel met € 16,4 mln. verhoogd, vanwege de stijgende tarieven van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Daarnaast worden in 2026 de uitgaven voor de inzet van ketenpartners bij de uitvoering van UHT (Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen) vergoed. Dit betreft een herijking van de overhead en bedraagt € 18,7 mln.
Verder is de structurele bijdrage van Dienst Toeslagen ten behoeve van overheaduitgaven voor het personeel bij de Belastingdienst herijkt. Hieruit is gebleken dat de structurele bijdrage € 15 mln. te hoog is, en is daarom dit budget naar Dienst Toeslagen overgeboekt.
Voor de uitvoering van specifieke projecten ontvangt de Belastingdienst in 2026 van Toeslagen Herstel € 47,9 mln., waarvan € 11,7 mln. voor overheadkosten.
Opdrachten
De Belastingdienst kent stijgende ICT-uitgaven. Oorzaken hiervoor zijn hoge prijsstijgingen voor soft- en hardware en de groeiende vraag naar uitbreiding van het ICT-landschap. Om dit tekort structureel op te lossen, wordt het ICT-budget met ingang van 2026 met € 40 mln. verhoogd. Daarnaast heeft er binnen de Belastingdienst een herschikking van budgetten plaatsgevonden. Dit levert een aanvulling op van € 35 mln. in 2027, € 40 mln. in 2028 en € 45 mln. in de daaropvolgende jaren.
De tarieven van PostNL zijn het afgelopen jaar met 52% toegenomen. Om deze kostenstijging gedeeltelijk te compenseren, heeft de Belastingdienst het initiatief ‘Keuze Digitaal’ gestart, met als doel het postvolume te verminderen. Voor de resterende kostenstijging wordt het budget Overige opdrachten met € 24 mln. in 2026 verhoogd.
Rente
De uitgavenraming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisatiecijfers uit 2025.
Ontvangsten
Bekostiging
De ontvangstenraming van doorbelasten kosten vervolging (aanmaningen, dwangbevelen etc.) is bijgesteld naar aanleiding van de hogere realisaties in 2025 en indexatie van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. Dit leidt structureel tot hogere verwachte ontvangsten.
Rente
De ontvangstenraming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het CEP van het CPB en de realisatiecijfers uit 2025, die ruim € 200 mln. hoger waren dan geraamd. Daarnaast heeft de Hoge Raad op 16 januari 2026 geoordeeld dat het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting en enige andere middelen, in strijd is met algemene rechtsbeginselen en heeft de bepaling waarmee het verhoogde percentage wordt geregeld onverbindend verklaard. Dit leidt ertoe dat deze belastingrente wordt verlaagd naar het reguliere belastingrentepercentage. Dit leidt in 2026 tot € 264 mln. lagere ontvangsten en € 145 mln. lagere ontvangsten in latere jaren.
Boetes en schikkingen
De raming van de ontvangsten uit bestuurlijke boeten wordt verhoogd naar aanleiding van de hogere realisaties van het afgelopen jaar en de indexatie van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.
Apparaatsontvangsten
Het dienstonderdeel Organisatie & Personeel voert werkzaamheden uit voor Binnenwerk (ministerie van BZK) in het kader van het invullen van de quotumdoelstelling voor Medewerkers Banenafspraak (MBA). Daarnaast verzorgt de Belastingdienst ICT-dienstverlening voor andere overheidsorganisaties. In totaal ontvangt de Belastingdienst hiervoor een vergoeding van € 10,3 mln.
Belastingontvangsten
In de Voorjaarsnota 2026 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht in hoofdstuk 6 Inkomsten en uitgesplitst in bijlage 5 Belasting- en premieontvangsten. De aansluiting met de Voorjaarsnota en de bedragen in de begrotingstoelichting (artikel 1 Belastingen, tabel budgettaire gevolgen van beleid) ziet er als volgt uit:
| Tabel 9 Belastingontvangsten (bedragen x € 1.000) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 | ISB's | Vastgestelde begroting 2026 na ISB's (1) | Mutatie 1e suppletoire begroting (2) | Stand 1e suppletoire begroting 2026 (3) = (1+2) | |
| Totaal belastingontvangsten | 299.235.281 | 0 | 299.235.281 | ‒ 847.658 | 298.387.623 |
| – /– Afdracht Gemeentefonds | 47.525.903 | 0 | 47.525.903 | 430.024 | 47.955.927 |
| – /– Afdracht Provinciefonds | 3.696.842 | 0 | 3.696.842 | 273.350 | 3.970.192 |
| – /– Afdracht BES-fonds | 95.808 | 0 | 95.808 | ‒ 1.163 | 94.645 |
| – /– Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds | 4.481.648 | 0 | 4.481.648 | 10.795 | 4.492.443 |
| – /– Belastingontvangsten artikel 9 Douane | 18.475.215 | 0 | 18.475.215 | 820.121 | 19.295.336 |
| Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen | 224.959.865 | 0 | 224.959.865 | ‒ 2.380.785 | 222.579.080 |
Artikel 2 Financiële markten
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Financiële markten (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 33.444 | 0 | 33.444 | 36.973 | 70.417 | 10.891 | 12.029 | 9.700 | 8.853 | 37.230 |
| Uitgaven | 33.444 | 0 | 33.444 | 6.973 | 40.417 | 10.891 | 12.029 | 9.700 | 8.853 | 37.230 |
| Bekostiging | 8.013 | 0 | 8.013 | ‒ 34 | 7.979 | ‒ 34 | ‒ 34 | ‒ 34 | ‒ 34 | 7.979 |
| Accountantskamer | 1.481 | 0 | 1.481 | 0 | 1.481 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.481 |
| Muntcirculatie | 5.176 | 0 | 5.176 | 0 | 5.176 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5.176 |
| IMVO convenanten | 34 | 0 | 34 | ‒ 34 | 0 | ‒ 34 | ‒ 34 | ‒ 34 | ‒ 34 | 0 |
| Overig | 1.322 | 0 | 1.322 | 0 | 1.322 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.322 |
| Opdrachten | 12.585 | 0 | 12.585 | 6.532 | 19.117 | 11.517 | 12.196 | 10.169 | 9.740 | 17.562 |
| Wijzer in geldzaken | 1.637 | 0 | 1.637 | 0 | 1.637 | 0 | 0 | 0 | 0 | 182 |
| Vakbekwaamheid | 4.660 | 0 | 4.660 | 636 | 5.296 | 636 | 636 | 636 | 636 | 5.296 |
| Uitvoeringskosten SRH | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Schadeloosstelling SRH | 2.300 | 0 | 2.300 | 0 | 2.300 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Convertibiliteit Oekraïense hryvnia | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overig | 3.988 | 0 | 3.988 | 5.896 | 9.884 | 10.881 | 11.560 | 9.533 | 9.104 | 12.084 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 11.615 | 0 | 11.615 | 475 | 12.090 | ‒ 592 | ‒ 133 | ‒ 435 | ‒ 853 | 10.762 |
| Bijdrage AFM BES-toezicht | 769 | 0 | 769 | 0 | 769 | ‒ 3 | ‒ 7 | ‒ 22 | ‒ 43 | 726 |
| Bijdrage DNB toezicht en DGS BES | 2.202 | 0 | 2.202 | 0 | 2.202 | ‒ 13 | ‒ 26 | ‒ 83 | ‒ 164 | 2.038 |
| Bijdrage toezicht en handhaving MIF | 513 | 0 | 513 | ‒ 330 | 183 | ‒ 333 | ‒ 6 | ‒ 20 | ‒ 39 | 474 |
| Bijdrage PSD II | 623 | 0 | 623 | ‒ 195 | 428 | ‒ 199 | ‒ 7 | ‒ 24 | ‒ 46 | 577 |
| Bijdrage FEC | 4.766 | 0 | 4.766 | 0 | 4.766 | ‒ 28 | ‒ 55 | ‒ 181 | ‒ 356 | 4.410 |
| Overig | 2.742 | 0 | 2.742 | 1.000 | 3.742 | ‒ 16 | ‒ 32 | ‒ 105 | ‒ 205 | 2.537 |
| Storting/onttrekking begrotingsreserve | 625 | 0 | 625 | 0 | 625 | 0 | 0 | 0 | 0 | 625 |
| Dotatie begrotingsreserve DGS BES | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dotatie begrotingsreserve NHT | 625 | 0 | 625 | 0 | 625 | 0 | 0 | 0 | 0 | 625 |
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 606 | 0 | 606 | 0 | 606 | 0 | 0 | 0 | 0 | 302 |
| IASB | 357 | 0 | 357 | 0 | 357 | 0 | 0 | 0 | 0 | 6 |
| (Caribean) Financial Action Task Force | 249 | 0 | 249 | 0 | 249 | 0 | 0 | 0 | 0 | 296 |
| Ontvangsten | 9.905 | 0 | 9.905 | 57.776 | 67.681 | 1.576 | 1.576 | 1.576 | 1.576 | 10.026 |
| Bekostiging | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.000 |
| Ontvangsten muntwezen | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.000 |
| Toename munten in circulatie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 1.455 | 0 | 1.455 | 0 | 1.455 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijzer in geldzaken | 1.455 | 0 | 1.455 | 0 | 1.455 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Convertibiliteit Oekraïense hryvnia | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Storting/onttrekking begrotingsreserve | 0 | 0 | 0 | 6.000 | 6.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dotatie begrotingsreserve DGS BES | 0 | 0 | 0 | 6.000 | 6.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 6.450 | 0 | 6.450 | 51.776 | 58.226 | 1.576 | 1.576 | 1.576 | 1.576 | 8.026 |
| Overig | 6.450 | 0 | 6.450 | 51.776 | 58.226 | 1.576 | 1.576 | 1.576 | 1.576 | 8.026 |
| Tabel 11 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 33.444 | 0 | 33.444 | 36.973 | 70.417 | 10.891 | 12.029 | 9.700 | 8.853 | 37.230 |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 30.000 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Garantie SRF | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Garantie WAKO (kernongevallen) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Garantie DGS BES | 0 | 0 | 0 | 30.000 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige verplichtingen | 33.444 | 0 | 33.444 | 6.973 | 40.417 | 10.891 | 12.029 | 9.700 | 8.853 | 37.230 |
| Muntcirculatie | 5.176 | 0 | 5.176 | 0 | 5.176 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5.176 |
| Vakbekwaamheid | 4.660 | 0 | 4.660 | 636 | 5.296 | 636 | 636 | 636 | 636 | 5.296 |
| Schadeloosstelling SRH | 2.300 | 0 | 2.300 | 0 | 2.300 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage DNB toezicht en DGS BES | 2.202 | 0 | 2.202 | 0 | 2.202 | ‒ 13 | ‒ 26 | ‒ 83 | ‒ 164 | 2.038 |
| Bijdrage FEC | 4.766 | 0 | 4.766 | 0 | 4.766 | ‒ 28 | ‒ 55 | ‒ 181 | ‒ 356 | 4.410 |
| Overige betalingsverplichtingen | 14.340 | 0 | 14.340 | 6.337 | 20.677 | 10.296 | 11.474 | 9.328 | 8.737 | 20.310 |
| Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 62,8% |
| bestuurlijk gebonden | 28,0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 9,2% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
Van de uitgaven op artikel 2 is in 2026 62,8% juridisch verplicht. Deze verplichte uitgaven (€ 25,5 mln.) bestaan voor het grootste deel uit uitgaven voor vakbekwaamheid (€ 5,3 mln.), muntcirculatie (€ 5,2 mln.), de bijdrage aan het Financieel Expertise Centrum (FEC) (€ 4,8 mln.), de bijdragen aan AFM en DNB voor het toezicht op de BES-eilanden (€ 2,2 mln.), de uitgaven inzake de schadeloosstelling SRH (€ 2,3 mln.), de uitgaven inzake Wijzer in geldzaken (€ 1,6 mln.) en uitgaven omtrent de Accountantskamer (€ 1,5 mln.).
De juridisch verplichte uitgaven aan vakbekwaamheid betreffen de kosten van de centrale Wft-examinering. De juridisch verplichte uitgaven vanwege de muntcirculatie komen voort uit de Muntwet, de afspraken met DNB en de afspraken in muntcontract voor circulatiemunten en het muntcontract voor verzamelaarsmunten van DNB met de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM).
De bestuurlijk gebonden uitgaven (28,0%) hebben onder andere betrekking op de uitvoeringstoets van het verbod op cashbetalingen van € 3.000 of meer. Verder zien deze uitgaven grotendeels op de uitvoeringskosten inzake het AML-pakket als gevolg van de implementatie van Europese regelgeving. De beleidsmatig gereserveerde uitgaven (9,2%) hebben betrekking op de implementatie en beheerskosten van de UBO-registers (Ultimate Beneficial Owners, uiteindelijke belanghebbenden).
Verplichtingen
Garantieverplichtingen
DGS BES
Het Depositogarantiestelsel voor Caribisch Nederland (DGS BES) is aangepast, onder andere de financiering van het fonds verandert. De financieringsopzet met voorfinanciering door de Staat is niet langer noodzakelijk en in plaats daarvan zal het stelsel door de sector zelf worden gefinancierd. DNB hecht vanuit haar resolutietaak aan het voorbereiden van achtervangfinanciering, voor het geval een bank in Caribisch Nederland failliet gaat. Hiervoor wordt een kredietovereenkomst voorbereid met de Belastingdienst Caribisch Nederland (BCN), inclusief een daaraan gekoppelde garantie van € 30 mln.
Overige verplichtingen
Overige betalingsverplichtingen
Dit betreft met name een bijstelling inzake het AML-pakket. Als gevolg van de implementatie van Europese regelgeving (AMLD6 en AMLR), zijn er uitvoeringskosten voor de Kamer van Koophandel (KvK), Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI), Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). Een deel van de kosten worden toegerekend aan J&V. De uitvoeringskosten, voor de rekening van de Financiënbegroting, bedragen structureel circa € 9 mln.
Uitgaven
Opdrachten
Overig
Zie toelichting onder 'Verplichtingen - Overige betalingsverplichtingen'.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Overig
Door de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) zijn eind 2022 de UBO-registers gesloten. Omdat nog niet alle Wwft-instellingen weer uittreksels uit het register kunnen opvragen, zijn de beschikbare middelen niet toereikend om de kosten voor beheer en ontwikkeling te kunnen dekken. Deze kosten bedragen € 1,0 mln. in 2026.
Ontvangsten
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Dotatie begrotingsreserve DGS BES
Het Depositogarantiestelsel voor Caribisch Nederland (DGS BES) is aangepast, onder andere de wijze van financiering van het stelsel verandert. Zodoende valt de begrotingsreserve van € 6,0 mln. vrij aan het generale beeld.
Overig
Dit betreft een technische bijstelling van circa € 1,6 mln. structureel.
Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | ‒ 5.640.641 | 0 | ‒ 5.640.641 | 14.873.580 | 9.232.939 | 37.822 | 28.630 | ‒ 700 | ‒ 700 | 109.259 |
| Uitgaven | 11.689.959 | 0 | 11.689.959 | ‒ 700 | 11.689.259 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | 109.259 |
| Garanties | 20 | 0 | 20 | 0 | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 20 |
| Regeling Bijzondere Financieringen | 20 | 0 | 20 | 0 | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 20 |
| Leningen | 11.000.000 | 0 | 11.000.000 | 0 | 11.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lening TenneT | 11.000.000 | 0 | 11.000.000 | 0 | 11.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 4.985 | 0 | 4.985 | ‒ 700 | 4.285 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | 4.285 |
| Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen | 4.985 | 0 | 4.985 | ‒ 700 | 4.285 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | 4.285 |
| Opstart Invest International | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vermogensverschaffing/-onttrekking | 680.000 | 0 | 680.000 | 0 | 680.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100.000 |
| Kapitaalinjectie TenneT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aan-/verkoop vermogenstitels | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afdrachten Staatsloterij | 100.000 | 0 | 100.000 | 0 | 100.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100.000 |
| Kapitaalinjectie Invest-NL | 330.000 | 0 | 330.000 | 0 | 330.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalinjectie Invest International | 250.000 | 0 | 250.000 | 0 | 250.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalinjectie regionale netbeheerders | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 4.954 | 0 | 4.954 | 0 | 4.954 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.954 |
| NLFI | 4.954 | 0 | 4.954 | 0 | 4.954 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.954 |
| Ontvangsten | 1.953.734 | 0 | 1.953.734 | 3.407.490 | 5.361.224 | ‒ 204.017 | ‒ 182.697 | 1.275.064 | ‒ 244.986 | 2.269.391 |
| Garanties | 34.000 | 0 | 34.000 | ‒ 20.047 | 13.953 | ‒ 36.693 | ‒ 51.699 | ‒ 68.938 | ‒ 78.988 | 125.177 |
| Premieontvangsten garantie TenneT | 33.000 | 0 | 33.000 | ‒ 20.047 | 12.953 | ‒ 36.693 | ‒ 51.699 | ‒ 68.938 | ‒ 78.988 | 124.177 |
| Premieontvangsten garantie FMO | 1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.000 |
| Leningen | 1.084.169 | 0 | 1.084.169 | 3.175.983 | 4.260.152 | ‒ 167.324 | ‒ 155.998 | 1.344.002 | ‒ 155.998 | 1.197.927 |
| Renteontvangsten lening KLM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Renteontvangsten lening TenneT | 1.084.169 | 0 | 1.084.169 | ‒ 124.017 | 960.152 | ‒ 167.324 | ‒ 155.998 | ‒ 155.998 | ‒ 155.998 | 1.197.927 |
| Aflossing lening TenneT | 0 | 0 | 0 | 3.300.000 | 3.300.000 | 0 | 0 | 1.500.000 | 0 | 0 |
| Vermogensverschaffing/-onttrekking | 831.065 | 0 | 831.065 | 251.554 | 1.082.619 | 0 | 25.000 | 0 | ‒ 10.000 | 941.787 |
| Aan-/verkoop vermogenstitels | 0 | 0 | 0 | 182.619 | 182.619 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afdrachten Staatsloterij | 100.000 | 0 | 100.000 | 0 | 100.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100.000 |
| Dividenden staatsdeelnemingen | 731.065 | 0 | 731.065 | 68.935 | 800.000 | 0 | 25.000 | 0 | ‒ 10.000 | 841.787 |
| Winstafdracht DNB | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan: Griekse inkomsten SMP | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan: rente-inkomsten ESM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.500 |
| NLFI | 4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.500 |
| Tabel 14 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | ‒ 5.640.641 | 0 | ‒ 5.640.641 | 14.873.580 | 9.232.939 | 37.822 | 28.630 | ‒ 700 | ‒ 700 | 109.259 |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 8.736.558 | 8.736.558 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Garantie FMO | 0 | 0 | 0 | ‒ 63.442 | ‒ 63.442 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Garantie TenneT | 0 | 0 | 0 | 8.800.000 | 8.800.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige verplichtingen | ‒ 5.640.641 | 0 | ‒ 5.640.641 | 6.137.022 | 496.381 | 37.822 | 28.630 | ‒ 700 | ‒ 700 | 109.259 |
| Lening SRH | 0 | 0 | 0 | 37.722 | 37.722 | 38.522 | 29.330 | 0 | 0 | 0 |
| Lening TenneT | ‒ 6.100.000 | 0 | ‒ 6.100.000 | 6.100.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalinjectie TenneT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afdrachten Staatsloterij | 100.000 | 0 | 100.000 | 0 | 100.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100.000 |
| Kapitaalinjectie Invest-NL | 99.400 | 0 | 99.400 | 0 | 99.400 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalinjectie Invest International | 250.000 | 0 | 250.000 | 0 | 250.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige betalingsverplichtingen | 9.959 | 0 | 9.959 | ‒ 700 | 9.259 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | ‒ 700 | 9.259 |
| Tabel 15 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 97,6% |
| bestuurlijk gebonden | 2,3% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0,0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
De uitgaven op artikel 3 zijn in 2026 voor 97,6% juridisch verplicht en voor 2,3% bestuurlijk gebonden. De juridisch verplichte uitgaven bestaan voornamelijk uit de lening aan TenneT, (een groot deel van) de kapitaalinjecties aan Invest-NL en de afdrachten Staatsloterij. De bestuurlijk gebonden uitgaven hebben met name betrekking op de kapitaalinjectie aan Invest International.
Kapitaalinjectie Invest International en Invest-NL
De kapitaalinjectie voor Invest International is bestuurlijk gebonden. Na goedkeuring van de concrete aanvragen voor de kapitaalinjecties door Invest International wordt de verplichting juridisch vastgelegd. De kapitaalinjecties voor Invest-NL zijn grotendeels juridisch verplicht. Voor beide instellingen geldt dat de kapitaalinjecties nodig zijn om hun investeringsactiviteiten uit te voeren.
Afdrachten Staatsloterij
De afdrachten Staatsloterij (uitgaven en ontvangsten) zijn 100% juridisch verplicht op basis van de Wet op de Kansspelen (WOK).
Verplichtingen
Garantieverplichtingen
Garantie FMO
De uitstaande garantie (USD 16 mld.) wordt naar beneden bijgesteld met € 63,4 mln. aan de hand van de EUR-USD wisselkoers per 27 februari 2026. De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR. Aangezien de koers van de euro ten opzichte van de dollar is gestegen, daalt de waarde van deze garantie.
Garantie TenneT
Door de grote investeringsagenda neemt de financieringsbehoefte van TenneT Nederland (hierna: TenneT) fors toe. Om te zorgen dat TenneT deze investeringsopgave kan financieren, heeft het kabinet in 2025 besloten een garantie af te geven. Als gevolg hiervan kan TenneT meer en goedkoper schuld ophalen op de kapitaalmarkt. TenneT heeft het gedaan om het plafond van de garantie op te hogen tot € 60,4 mld. De bestaande garantie van € 51,6 mld. wordt daarom met € 8,8 mld. opgehoogd.
Overige verplichtingen
Lening SRH
SRH heeft een vordering op de Nederlandse staat, waarop de (positieve) rente niet wordt betaald maar jaarlijks wordt bijgeboekt op de vordering. Voor de periode 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2028 is een nieuw (marktconform)rentepercentage vastgesteld. De verplichting voor de lening SRH wordt naar aanleiding hiervan in 2026 met € 37,7 mln. omhoog bijgesteld
Lening TenneT
Bij de gedeeltelijke afboeking van de lening aan TenneT in de Ontwerpbegroting 2026 is ook het verplichtingenbudget afgeboekt, waardoor er een negatieve verplichtingenstand is ontstaan. Als gevolg van gewijzigde regelgeving moet deze afboeking in 2025 plaatsvinden in plaats van in 2026. Daarom wordt de afboeking gecorrigeerd. Deze correctie op het verplichtingenbudget is puur technisch van aard en heeft geen gevolgen voor de trekkingsrechten van TenneT op de lening zelf en ook geen gevolgen voor geraamde EMU-saldo en -schuld.
Ontvangsten
Garanties
Premieontvangsten TenneT
De Staat ontvangt als garantieverstrekker garantiepremie voor het verstrekken van de garantie aan TenneT Nederland. Op basis van de meest recente marktconforme rentepercentages worden de premieontvangsten van de garantie aan TenneT meerjarig naar beneden bijgesteld.
Leningen
Renteontvangsten lening TenneT
Op basis van de meest recente inzichten in de verwachte door TenneT te trekken leningdelen worden de verwachte ontvangsten op de lening aan TenneT meerjarig naar beneden bijgesteld. Met de garantie voor TenneT is inmiddels een structurele oplossing geïmplementeerd voor de financiering van TenneT Nederland. Tevens is met de deelname van private investeerders in TenneT Duitsland voor TenneT Duitsland in de kapitaalbehoefte voorzien. Dit maakt dat TenneT minder uit de leningsfaciliteit hoeft op te nemen, en daarom ook minder rente hoeft te betalen.
Aflossing lening TenneT
Verder verkrijgt de Duitse staat in 2026 voor een bedrag van circa € 3,3 mld. aandelen in TenneT Duitsland. Dit gebeurt via een verkoop van aandelen die TenneT houdt in TenneT Duitsland. De Nederlandse staat heeft een aandeelhouderslening verstrekt aan TenneT. Met de opbrengsten door de deelname van de Duitse staat in TenneT Duitsland gaat TenneT een gedeelte van deze lening aflossen. Hiermee komen de opbrengsten toe aan de Nederlandse staat. Het betreft een niet-saldorelevante opbrengst van € 3,3 mld. in 2026 en bij een gelijkblijvende kapitaalbehoefte wordt uiterlijk in 2029 nogmaals circa € 1,5 mld. aan opbrengsten gerealiseerd.
Vermogensverschaffing/-onttrekking
Aan-/verkoop vermogenstitels
De verwachte verkoopopbrengsten van aandelen ABN AMRO worden met € 182,6 mln. omhoog bijgesteld als gevolg van het lopende verkoopprogramma van aandelen ABN AMRO van de Staat.
Dividenden staatsdeelnemingen
De dividendraming wordt aangepast aan de meest recente informatie over het verwachte dividend van zowel de financiële staatsdeelnemingen als de financiële staatsdeelnemingen, als gevolg van de huidige marktomstandigheden. Met betrekking tot Havenbedrijf Rotterdam is het dividendbeleid aangepast waardoor hogere dividenden worden verwacht.
In 2026 betreft het voor de financiële staatsdeelnemingen een verhoging van circa € 48,9 mln. en voor de niet-financiële staatsdeelnemingen betreft het een verhoging van circa € 20 mln.
Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Internationale financiële betrekkingen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 2.215.341 | 0 | 2.215.341 | 5.648.351 | 7.863.692 | 252.975 | 75 | 75 | 75 | 1.137.657 |
| Uitgaven | 323.516 | 0 | 323.516 | ‒ 249.265 | 74.251 | 256.535 | 3.635 | 75 | 75 | 537.321 |
| Garanties | 26.720 | 0 | 26.720 | 0 | 26.720 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| EIB pan-Europees garantiefonds | 26.720 | 0 | 26.720 | 0 | 26.720 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 294.355 | 0 | 294.355 | ‒ 249.340 | 45.015 | 256.460 | 3.560 | 0 | 0 | 535.117 |
| Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen | 19 | 0 | 19 | 0 | 19 | 0 | 0 | 0 | 0 | 19 |
| Wereldbank | 0 | 0 | 0 | 3.560 | 3.560 | 3.560 | 3.560 | 0 | 0 | 535.098 |
| EBRD | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalinleg ESM | 252.900 | 0 | 252.900 | ‒ 252.900 | 0 | 252.900 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage EU voor rente Oekraïne | 41.436 | 0 | 41.436 | 0 | 41.436 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lening aan Oekraïne | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 2.441 | 0 | 2.441 | 75 | 2.516 | 75 | 75 | 75 | 75 | 2.204 |
| Technische assistentie | 2.341 | 0 | 2.341 | 0 | 2.341 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.029 |
| Overige opdrachten | 100 | 0 | 100 | 75 | 175 | 75 | 75 | 75 | 75 | 175 |
| Ontvangsten | 52.593 | 0 | 52.593 | ‒ 7.308 | 45.285 | ‒ 44.594 | ‒ 47.322 | ‒ 46.653 | 27.506 | 314.369 |
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 3.213 | 0 | 3.213 | 1.056 | 4.269 | 697 | 746 | 470 | 74 | 3.039 |
| Ontvangsten IFI's | 3.213 | 0 | 3.213 | 1.056 | 4.269 | 697 | 746 | 470 | 74 | 3.039 |
| Leningen | 49.380 | 0 | 49.380 | ‒ 8.364 | 41.016 | ‒ 45.291 | ‒ 48.068 | ‒ 47.123 | 27.432 | 311.330 |
| Aflossing lening Griekenland | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 159.919 |
| Renteontvangsten lening Griekenland | 49.380 | 0 | 49.380 | ‒ 8.364 | 41.016 | ‒ 8.620 | ‒ 8.970 | ‒ 9.239 | ‒ 9.239 | 38.972 |
| Aflossing lening Oekraïne | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 33.333 | ‒ 33.333 | ‒ 33.333 | 33.333 | 99.999 |
| Renteontvangsten lening Oekraïne | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 3.338 | ‒ 5.765 | ‒ 4.551 | 3.338 | 12.440 |
| Tabel 17 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 2.215.341 | 0 | 2.215.341 | 5.648.351 | 7.863.692 | 252.975 | 75 | 75 | 75 | 1.137.657 |
| waarvan garantieverplichtingen | 1.960.000 | 0 | 1.960.000 | 5.890.496 | 7.850.496 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Garantie aan DNB inzake IMF | 0 | 0 | 0 | ‒ 22.102 | ‒ 22.102 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ESM | 1.960.000 | 0 | 1.960.000 | 0 | 1.960.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| AIIB | 0 | 0 | 0 | ‒ 3.271 | ‒ 3.271 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wereldbank | 0 | 0 | 0 | ‒ 24.131 | ‒ 24.131 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Headroomgarantie Steunlening Oekraïne | 0 | 0 | 0 | 5.940.000 | 5.940.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige verplichtingen | 255.341 | 0 | 255.341 | ‒ 242.145 | 13.196 | 252.975 | 75 | 75 | 75 | 1.137.657 |
| Wereldbank | 0 | 0 | 0 | 10.680 | 10.680 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalinleg ESM | 252.900 | 0 | 252.900 | ‒ 252.900 | 0 | 252.900 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Technische assistentie | 2.341 | 0 | 2.341 | 0 | 2.341 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.029 |
| Overige betalingsverplichtingen | 100 | 0 | 100 | 75 | 175 | 75 | 75 | 75 | 75 | 1.135.628 |
| Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 97,0% |
| bestuurlijk gebonden | 0,0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 3,0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
In 2026 bedraagt het totaal aan juridisch verplichte uitgaven 97% van het totaal aan uitgaven. Het bestaat voornamelijk uit uitgaven op garanties en bijdragen aan internationale organisaties. De 3% bij beleidsmatig gereserveerd bestaat voornamelijk uit technische assistentie aan kiesgroeplanden waarvoor nog geen verplichting is aangegaan.
Verplichtingen
Garantieverplichtingen
Garantie aan DNB inzake IMF
De uitstaande garantie wordt met € 22,1 mln. naar beneden bijgesteld op basis van de wisselkoers. De garantie is in SDR (Special Drawing Rights) ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.
Wereldbank - IBRD
De uitstaande garantie aan de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, onderdeel van de Wereldbank) wordt met € 24,1 mln. naar beneden bijgesteld op basis van de wisselkoers. De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.
Headroomgarantie Steunlening Oekraïne
Op 19 december 2025 spraken Europese leiders tijdens de Europese Raad hun steun uit om Oekraïne te helpen met financieringsbehoeften voor 2026 en 2027. Daartoe bereikten zij een politiek akkoord om voor € 90 mld. aan leningen aan Oekraïne te verstrekken, voor zowel macro-financiële als militaire steun. De Commissie leent hiervoor namens de Unie middelen op de kapitaalmarkt, die het vervolgens doorleent aan Oekraïne (leningen-voor-leningen). De headroom wordt gebruikt als zekerheid voor de markt dat de Unie kan voldoen aan de aflossings- en renteverplichtingen op de leningen die zij aangaat. Binnen de headroom zal Nederland een garantie opnemen, op basis van het bni-aandeel van de lidstaten die deelnemen aan deze afspraak. Het bni-aandeel van Nederland is berekend op 6,6%, de Nederlandse garantie bedraagt daarmee circa € 5,94 mld. Dit voorstel is nog onder voorbehoud, aangezien door een veto van Hongarije nog geen definitief akkoord is bereikt over deze steun.
Overige verplichtingen
Wereldbank - IDA
Deze mutatie betreft een overboeking van € 10,7 mln. vanuit de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkeling voor de bijdrage aan het programma heavily indebted poor countries (HIPC), een internationale samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Het betreft een verplichting in 2026, waarbij de kasuitgaven verdeeld zijn over 2026-2028.
Kapitaalinleg ESM
Zie toelichting onder uitgaven.
Uitgaven
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Kapitaalinleg ESM
De toetreding van Kroatië tot het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) startte het proces om de ESM-kapitaalsleutel uit 2009 te herzien. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Nederland heeft in 2025 de aanvullende kapitaalstorting begroot om, indien nodig, de storting te kunnen doen. In afwachting van de actualisatie van de kapitaalsleutel wordt de reservering naar 2027 geschoven. Een nieuwe sleutel zou op zijn vroegst na 1 januari 2027 worden vastgesteld, wanneer de tijdelijke korting op de kapitaalinleg van Litouwen eindigt.
Ontvangsten
Leningen
Renteontvangsten lening Griekenland
Op basis van de meest recente renteramingen en de vervroegde aflossing in 2025 worden de verwachte ontvangsten van de lening aan Griekenland bijgesteld.
Aflossing en renteontvangsten lening Oekraïne
Dit betreft een uitstel van de betalingen (rente en aflossing) van Oekraïne aan Nederland die gepland stonden voor de jaren 2027 ‒ 2029. Reden voor het uitstel is de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne op dit moment en het politiek commitment dat Nederland heeft afgegeven Oekraïne te blijven steunen zolang als nodig is. Voorlopig zijn de betalingen verschoven naar het einde van de begrotingshorizon, maar hier zijn nog geen afspraken over bekend. Over eventuele kwijtschelding van (delen van) de lening moet op een later moment worden besloten.
Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 10.096.016 | 0 | 10.096.016 | 4.471 | 10.100.487 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 10.097.397 |
| Uitgaven | 173.516 | 0 | 173.516 | 42.971 | 216.487 | 46.830 | 15.570 | 6.570 | ‒ 5.430 | 167.397 |
| Opdrachten | 20.732 | 0 | 20.732 | 2.621 | 23.353 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 22.103 |
| Kostenvergoeding Atradius DSB | 20.629 | 0 | 20.629 | 2.271 | 22.900 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 22.000 |
| Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten | 0 | 0 | 0 | 350 | 350 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige uitgaven | 103 | 0 | 103 | 0 | 103 | 0 | 0 | 0 | 0 | 103 |
| Garanties | 79.900 | 0 | 79.900 | 40.350 | 120.250 | 44.500 | 13.500 | 4.500 | ‒ 7.500 | 72.400 |
| Schade-uitkering ekv | 77.500 | 0 | 77.500 | 38.500 | 116.000 | 44.500 | 13.500 | 4.500 | ‒ 7.500 | 70.000 |
| Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten | 0 | 0 | 0 | 1.850 | 1.850 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Herverzekerde schades ekv-premies | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.000 |
| Herverzekerde schades ekv-restituties na 2019 | 200 | 0 | 200 | 0 | 200 | 0 | 0 | 0 | 0 | 200 |
| Herverzekerde schades ekv-restituties 1999-2019 | 100 | 0 | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 |
| Herverzekerde schades ekv-restituties voor 1999 | 100 | 0 | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 |
| Storting/onttrekking begrotingsreserve | 72.884 | 0 | 72.884 | 0 | 72.884 | 0 | 0 | 0 | 0 | 72.894 |
| Mutatie begrotingsreserve ekv | 72.884 | 0 | 72.884 | 0 | 72.884 | 0 | 0 | 0 | 0 | 72.894 |
| Ontvangsten | 131.821 | 0 | 131.821 | 4.471 | 136.292 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 113.575 |
| Garanties | 104.092 | 0 | 104.092 | 2.200 | 106.292 | 0 | 0 | 0 | 0 | 84.475 |
| Premies ekv | 72.244 | 0 | 72.244 | 0 | 72.244 | 0 | 0 | 0 | 0 | 72.244 |
| Premies herverzekering leverancierskredieten | 0 | 0 | 0 | 1.200 | 1.200 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Schaderestituties ekv voor 1999 | 19.781 | 0 | 19.781 | 0 | 19.781 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 |
| Schaderestituties ekv vanaf 1999 tot 2019 | 640 | 0 | 640 | 0 | 640 | 0 | 0 | 0 | 0 | 650 |
| Schaderestituties ekv na 2019 | 3.927 | 0 | 3.927 | 0 | 3.927 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.981 |
| Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten | 0 | 0 | 0 | 1.000 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Herverzekerde schades ekv-schadeuitkeringen | 7.500 | 0 | 7.500 | 0 | 7.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 7.500 |
| Storting/onttrekking begrotingsreserve | 27.729 | 0 | 27.729 | 2.271 | 30.000 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 29.100 |
| Mutatie begrotingsreserve ekv | 27.729 | 0 | 27.729 | 2.271 | 30.000 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 29.100 |
| Tabel 20 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 10.096.016 | 0 | 10.096.016 | 4.471 | 10.100.487 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 10.097.397 |
| waarvan garantieverplichtingen | 10.000.000 | 0 | 10.000.000 | 0 | 10.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 10.000.000 |
| Exportkredietverzekeringen | 10.000.000 | 0 | 10.000.000 | 0 | 10.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 10.000.000 |
| waarvan: aangegane garantieverplichtingen | 10.000.000 | 0 | 10.000.000 | 0 | 10.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 10.000.000 |
| waarvan: vervallen garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige verplichtingen | 96.016 | 0 | 96.016 | 4.471 | 100.487 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 97.397 |
| Kostenvergoeding Atradius DSB | 20.629 | 0 | 20.629 | 2.271 | 22.900 | 2.330 | 2.070 | 2.070 | 2.070 | 22.000 |
| Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten | 0 | 0 | 0 | 350 | 350 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten | 0 | 0 | 0 | 1.850 | 1.850 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Herverzekerde schades ekv-premies | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.000 |
| Herverzekerde schades ekv-restituties na 2019 | 200 | 0 | 200 | 0 | 200 | 0 | 0 | 0 | 0 | 200 |
| Herverzekerde schades ekv-restituties 1999-2019 | 100 | 0 | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 |
| Herverzekerde schades ekv-restituties voor 1999 | 100 | 0 | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 |
| Storting begrotingsreserve ekv | 72.884 | 0 | 72.884 | 0 | 72.884 | 0 | 0 | 0 | 0 | 72.894 |
| Overige betalingsverplichtingen | 103 | 0 | 103 | 0 | 103 | 0 | 0 | 0 | 0 | 103 |
| Tabel 21 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 100% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
Opdrachten
Dit budget is 100% juridisch verplicht op basis van een overeenkomst met Atradius Dutch State Business (ADSB).
Garanties
Deze uitgaven zijn 100% juridisch verplicht, aangezien deze voortvloeien uit afgesloten exportkredietverzekeringen. Indien de verzekerde risico’s zich materialiseren en aan alle verzekeringsvoorwaarden is voldaan, moet de Staat als verzekeraar tot uitkering overgaan.
Verplichtingen
Overige verplichtingen
Kostenvergoeding Atradius DSB
Zie toelichting onder uitgaven.
Uitgaven
Opdrachten
De kostenvergoeding aan Atradius DSB wordt geïndexeerd. Ook worden er in 2026 en 2027 extra kosten gemaakt voor externe expertise voor het aanbesteden (consultantskosten) van de uitvoering van de ekv. Deze uitvoeringskosten worden middels een desaldering gedekt uit de begrotingsreserve.
Garanties
Schade-uitkering ekv
De begroting wordt meerjarig aangesloten op de raming van ADSB en licht daarmee dichter bij de realisaties van de afgelopen jaren.
Ontvangsten
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Zie toelichting onder opdrachten.
Artikel 6 Btw-compensatiefonds
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 4.481.648 | 0 | 4.481.648 | 10.795 | 4.492.443 | 20.718 | 606 | 118 | 0 | 4.481.648 |
| Uitgaven | 4.481.648 | 0 | 4.481.648 | 10.795 | 4.492.443 | 20.718 | 606 | 118 | 0 | 4.481.648 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 4.481.648 | 0 | 4.481.648 | 10.795 | 4.492.443 | 20.718 | 606 | 118 | 0 | 4.481.648 |
| Bijdragen aan gemeenten | 4.042.000 | 0 | 4.042.000 | 3.078 | 4.045.078 | 18.623 | 600 | 118 | 0 | 4.042.000 |
| Bijdragen aan provincies | 439.648 | 0 | 439.648 | 7.717 | 447.365 | 2.095 | 6 | 0 | 0 | 439.648 |
| Ontvangsten | 4.481.648 | 0 | 4.481.648 | 10.795 | 4.492.443 | 20.718 | 606 | 118 | 0 | 4.481.648 |
| Tabel 23 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 100% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
De bijdrage van het Rijk ter compensatie van de door decentrale overheden betaalde btw is opgenomen in de Wet op het Btw-compensatiefonds (BCF). De wet bevat de voorwaarden waarbinnen gemeenten en provincies kunnen claimen uit het BCF. Met ingang van 2015 is het BCF geplafonneerd.2 Dit plafond groeit jaarlijks mee met de uitkomst van de normeringssystematiek. Als minder geclaimd wordt uit het fonds dan het plafond, dan wordt de ruimte onder het plafond gestort in het Gemeente- en Provinciefonds. Als meer wordt geclaimd uit het fonds dan het plafond, dan wordt het bedrag boven het plafond teruggevorderd uit het Gemeente- en Provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het Gemeente- en Provinciefonds communicerende vaten.
Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten
Als gevolg van overhevelingen van budget van ministeries naar het gemeente- of provinciefonds wordt het geraamde btw-deel van de overheveling in het BCF gestort (meerjarig circa € 32,2 mln.). Gemeentes en provincies kunnen de betaalde btw die verband houdt met de overhevelingen terugvragen bij het BCF. De ontvangsten zijn gelijk aan de uitgaven omdat de terugbetaalde btw-bedragen tevens belastinginkomsten zijn. Een onder- of overschrijding bij het BCF komt ten laste of ten gunste van het gemeente- en provinciefonds.
Artikel 9 Douane
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 Douane (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 889.611 | 0 | 889.611 | 20.297 | 909.908 | 99.658 | 95.560 | 79.709 | 33.555 | 895.242 |
| Uitgaven (1) + (2) | 889.611 | 0 | 889.611 | 20.297 | 909.908 | 99.658 | 95.560 | 79.709 | 33.555 | 895.242 |
| (1) Apparaatsuitgaven | 598.512 | 0 | 598.512 | ‒ 5.337 | 593.175 | 20.823 | 45.668 | 27.970 | ‒ 3.236 | 667.138 |
| Personele uitgaven | 591.899 | 0 | 591.899 | ‒ 6.018 | 585.881 | 18.600 | 43.397 | 25.986 | ‒ 1.956 | 600.396 |
| Eigen personeel | 574.589 | 0 | 574.589 | ‒ 17.382 | 557.207 | 9.187 | 29.063 | 15.795 | ‒ 11.947 | 584.964 |
| Inhuur externen | 16.608 | 0 | 16.608 | 6.579 | 23.187 | 5.466 | 10.591 | 9.603 | 9.412 | 14.612 |
| Overig personeel | 702 | 0 | 702 | 4.785 | 5.487 | 3.947 | 3.743 | 588 | 579 | 820 |
| Materiële uitgaven | 6.613 | 0 | 6.613 | 681 | 7.294 | 2.223 | 2.271 | 1.984 | ‒ 1.280 | 66.742 |
| ICT | 2.452 | 0 | 2.452 | ‒ 1.500 | 952 | ‒ 3 | 0 | ‒ 88 | ‒ 180 | 2.314 |
| Bijdrage aan SSO's | 0 | 0 | 0 | 1.003 | 1.003 | 1.517 | 1.567 | 1.503 | ‒ 1.041 | 40.342 |
| Overig materieel | 4.161 | 0 | 4.161 | 1.178 | 5.339 | 709 | 704 | 569 | ‒ 59 | 24.086 |
| (2) Programma-uitgaven | 291.099 | 0 | 291.099 | 25.634 | 316.733 | 78.835 | 49.892 | 51.739 | 36.791 | 228.104 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 513 | 0 | 513 | 1.962 | 2.475 | 1.916 | 1.913 | 1.899 | 1.881 | 2.393 |
| Overige bijdrage ZBO's/RWT's | 513 | 0 | 513 | 1.962 | 2.475 | 1.916 | 1.913 | 1.899 | 1.881 | 2.393 |
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 199 | 0 | 199 | 46 | 245 | 0 | 0 | 0 | 0 | 199 |
| Wereld Douane Organisatie | 199 | 0 | 199 | 46 | 245 | 0 | 0 | 0 | 0 | 199 |
| Bijdragen vertragingsrente EU | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan overige (inter)nationale organisaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 44.566 | 0 | 44.566 | 28.395 | 72.961 | 81.109 | 51.590 | 53.545 | 38.746 | 71.017 |
| ICT opdrachten | 7.273 | 0 | 7.273 | 14.172 | 21.445 | 22.482 | 9.507 | 6.527 | 6.528 | 15.352 |
| Overige opdrachten | 37.293 | 0 | 37.293 | 14.223 | 51.516 | 58.627 | 42.083 | 47.018 | 32.218 | 55.665 |
| Bijdrage aan agentschappen | 3.572 | 0 | 3.572 | 2.286 | 5.858 | 2.865 | 3.444 | 3.350 | 3.219 | 6.791 |
| Bijdrage overige agentschappen | 3.572 | 0 | 3.572 | 2.286 | 5.858 | 2.865 | 3.444 | 3.350 | 3.219 | 6.791 |
| Rente | 13.000 | 0 | 13.000 | ‒ 7.000 | 6.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | 6.000 |
| Belasting- en invorderingsrente | 13.000 | 0 | 13.000 | ‒ 7.000 | 6.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | 6.000 |
| (Schade)vergoeding | 141 | 0 | 141 | ‒ 55 | 86 | ‒ 55 | ‒ 55 | ‒ 55 | ‒ 55 | 86 |
| (Schade)vergoedingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vergoeding proceskosten | 141 | 0 | 141 | ‒ 55 | 86 | ‒ 55 | ‒ 55 | ‒ 55 | ‒ 55 | 86 |
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 229.108 | 0 | 229.108 | 0 | 229.108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 141.618 |
| Toegerekende uitgaven van Belastingen | 229.108 | 0 | 229.108 | 0 | 229.108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 141.618 |
| Ontvangsten (3) +(4) | 18.709.092 | 0 | 18.709.092 | 839.740 | 19.548.832 | 308.669 | 1.329.609 | 742.846 | 1.587.164 | 22.593.060 |
| Programma-ontvangsten (3) | 18.708.487 | 0 | 18.708.487 | 822.740 | 19.531.227 | 308.673 | 1.329.616 | 742.869 | 1.587.209 | 22.592.500 |
| waarvan: Belastingontvangsten | 18.475.215 | 0 | 18.475.215 | 820.121 | 19.295.336 | 208.263 | 828.519 | 740.469 | 1.584.809 | 22.568.000 |
| Ontvangsten CBAM | 211.172 | 0 | 211.172 | 0 | 211.172 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Bekostiging | 500 | 0 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 500 |
| Doorbelasten kosten vervolging | 500 | 0 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 500 |
| Rente | 17.600 | 0 | 17.600 | 2.400 | 20.000 | 2.400 | 2.400 | 2.400 | 2.400 | 20.000 |
| Belasting- en invorderingsrente | 17.600 | 0 | 17.600 | 2.400 | 20.000 | 2.400 | 2.400 | 2.400 | 2.400 | 20.000 |
| Boetes en schikkingen | 4.000 | 0 | 4.000 | 219 | 4.219 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.000 |
| Ontvangsten boetes en schikkingen | 4.000 | 0 | 4.000 | 219 | 4.219 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.000 |
| Handeling Fee | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 98.010 | 498.697 | 0 | 0 | 0 |
| Handeling Fee | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 98.010 | 498.697 | 0 | 0 | 0 |
| Apparaatontvangsten (4) | 605 | 0 | 605 | 17.000 | 17.605 | ‒ 4 | ‒ 7 | ‒ 23 | ‒ 45 | 560 |
| Tabel 25 Geschatte budgetflexibiliteit1 | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 82% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 18% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
De berekende budgetflexibiliteit heeft betrekking op de programma-uitgaven, waarbij de toegerekende uitgaven van Belastingen buiten beschouwing zijn gelaten.
Toelichting
Budgetflexibiliteit
Douane is verantwoordelijk voor de heffing en inning van de Traditionele Eigen Middelen (TEM, invoerrechten) en de tijdige terbeschikkingstelling van deze eigen middelen aan de Europese Commissie (EC). De heffing, inning en terbeschikkingstelling van TEM door de Nederlandse Douane zijn gebaseerd op wetgeving van de EU en is daarmee 100% juridisch verplicht. De bijdrage aan agentschappen betreft met name de bijdrage aan de Rijksrederij van Rijkswaterstaat en is 100% juridisch verplicht vanuit samenwerkingsovereenkomsten.
De bijdrage aan ZBO's en RWT's zijn beleidsmatig gereserveerd. Daarnaast wordt voor een correcte toepassing van de douanewetgeving opdrachten gegeven om ICT-systemen aan te passen. En voor de uitvoering van de Algemene Douanewet geeft Douane opdrachten voor de inkoop van Douane specifieke middelen, bijvoorbeeld speurhonden, detectiesystemen, werktuigen, meldkamervoorzieningen en laboratoria. De post ICT opdrachten is voor 100% juridisch verplicht en de post Overige opdrachten is voor 50% juridisch verplicht en voor de overige 50% beleidsmatig gereserveerd.
Verplichtingen en uitgaven
Het coalitieakkoord «Aan de slag» bevat een taakstelling op de apparaatsuitgaven van de Rijksoverheid (kerndepartementen en uitvoering). De taakstelling bestaat uit een efficiencytaakstellingen een taakstelling gericht op de vernieuwing van de rijksdienst en het versterken van een slagvaardige overheid. De korting voor het ministerie van Financiën wordt naar rato verdeeld. Voor artikel 9 Douane komt dit neer op € 3,5 mln. in 2027, € 7,0 mln. in 2028, €22,9 mln. in 2029 en € 50,1 mln. in 2030 en verder. De taakstelling is verdeeld over verschillende posten.
Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee)
Vanaf juli 2026 vervalt de huidige de-minimisvrijstelling voor pakketten met een waarde tot € 150 uit derde landen en vanaf november 2026 wordt een uniforme Europese handling fee ingevoerd. Dit is het gevolg van Europese besluitvorming om een gelijk speelveld te creëren en het controlepercentage op e-commerce te waarborgen en verbeteren. Veel bijstellingen op de uitgaven en ontvangsten binnen dit artikel houden verband met deze aangepaste EU-regelgeving. Zo wordt voor de uitvoering van de extra controle op de e-commercestroom in totaal structureel € 100 mln. per jaar beschikbaar gesteld. Deze kosten bevatten onder andere een formatieve uitbreiding, toezichtkosten voor de markttoezichthouders, benodigde IT-middelen, en extra scan- en detectieapparatuur. Tegelijkertijd zal Nederland meer invoerrechten gaan heffen.
Personele uitgaven
De personele uitgaven voor 2026 zijn bijgesteld met ‒ € 6,0 mln. De meest belangrijke en relevante mutaties zijn:
Een bijstelling vanwege de uitvoeringskosten voor de nieuwe EU-wetgeving e-commerce, zie ook de toelichting hierboven. De kosten voor formatieve uitbreiding bij Douane bedragen € 10,0 mln. in 2026 oplopend naar € 60,1 mln. in 2031. Voor de intensivering van de samenwerking tussen douaneautoriteiten en markttoezichtautoriteiten (MSA’s) aan de buitengrens is € 15,2 mln. in 2026 beschikbaar oplopend naar € 24,8 mln. in 2031. Deze middelen worden overgeheveld naar de desbetreffende departementen waar deze MSA's onder vallen.
Door een meerjarige herijking op de personele uitgaven is een correctie op de budgetstanden verwerkt (- € 14,7 mln. in 2026 en € -17,9 mln. structureel).
Opdrachten
De uitgaven aan opdrachten voor 2026 zijn bijgesteld met € 28,4 mln. De meest belangrijke en relevante mutaties zijn:
Een bijstelling vanwege de kosten voor de nieuwe EU-wetgeving e-commerce, zie ook de toelichting hierboven. Deze kosten bevatten onder andere de uitbreiding en aanpassing van IT-systemen en scanplatforms (€ 18,1 mln. in 2026 oplopend naar € 27,3 mln. in 2031).
Er is € 17,0 mln. aan het budget van 2026 toegevoegd voor de aanschaf van scan-en detectiematerialen.
Van 2026 wordt in totaal € 17,0 mln. geschoven naar 2027 op basis van de geplande uitgaven voor scan- en detectiemateriaal.
Door een meerjarige herijking op de begrotingspost opdrachten is een correctie op de budgetstanden verwerkt (€ 9,4 mln. in 2026 en € 9,2 mln. structureel).
Rente
De uitgavenraming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de realisatiecijfers uit 2025.
Ontvangsten
Belastingontvangsten
Dit betreft de belastingontvangsten die geheven en geïnd worden via de Douanesystemen. Het gaat om invoerrechten, accijnzen, verbruiksbelasting en een deel van de omzetbelasting. In de Voorjaarsnota 2026 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht in hoofdstuk 6 Inkomsten en uitgesplitst in bijlage 5 Belasting- en premieontvangsten. Een aansluiting van de belastingontvangsten van hoofdstuk IX met de Voorjaarsnota 2026 is te vinden onder de toelichting van artikel 1 Belastingen.
Rente
De ontvangstenraming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de realisatiecijfers uit 2025.
Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee)
De ontvangsten vanuit de Europese Handling fee worden geraamd op € 596,7 mln. in totaal. Deze ontvangsten worden volledig ingezet ter dekking van de uitvoeringskosten van de extra controle op de e-commercestroom binnen de meerjarenperiode.
Apparaatsontvangsten
De apparaatsontvangsten in 2026 worden met € 17 mln. verhoogd vanwege een verwachte subsidie vanuit de Europese Unie voor de aanschaf van scan- en detectieapparatuur door de Douane.
Artikel 13 Toeslagen
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 13 Toeslagen (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 1.913.504 | 0 | 1.913.504 | 431.239 | 2.344.743 | 312.172 | ‒ 89.015 | 76.676 | 40.730 | 414.509 |
| Uitgaven (1) + (2) | 1.955.821 | 0 | 1.955.821 | 431.239 | 2.387.060 | 312.172 | ‒ 89.015 | 76.676 | 40.730 | 414.509 |
| (1) Apparaatsuitgaven | 550.474 | 0 | 550.474 | ‒ 22.422 | 528.052 | 77.758 | 77.438 | 38.680 | 28.238 | 202.887 |
| Personele uitgaven | 530.562 | 0 | 530.562 | ‒ 35.910 | 494.652 | 52.342 | 52.737 | 24.429 | 14.194 | 183.196 |
| Eigen personeel | 306.469 | 0 | 306.469 | 82.629 | 389.098 | 94.871 | 46.922 | 23.879 | 15.123 | 170.582 |
| Inhuur externen | 222.878 | 0 | 222.878 | ‒ 118.539 | 104.339 | ‒ 42.522 | 5.829 | 596 | ‒ 838 | 11.492 |
| Overig personeel | 1.215 | 0 | 1.215 | 0 | 1.215 | ‒ 7 | ‒ 14 | ‒ 46 | ‒ 91 | 1.122 |
| Materiële uitgaven | 19.912 | 0 | 19.912 | 13.488 | 33.400 | 25.416 | 24.701 | 14.251 | 14.044 | 19.691 |
| ICT | 224 | 0 | 224 | 1.100 | 1.324 | 3.099 | 2.997 | ‒ 9 | ‒ 17 | 207 |
| Bijdrage aan SSO's | 0 | 0 | 0 | 1.000 | 1.000 | 1.500 | 2.500 | 0 | 0 | 0 |
| Overige materiële uitgaven | 19.688 | 0 | 19.688 | 11.388 | 31.076 | 20.817 | 19.204 | 14.260 | 14.061 | 19.484 |
| (2) Programma-uitgaven | 1.405.347 | 0 | 1.405.347 | 453.661 | 1.859.008 | 234.414 | ‒ 166.453 | 37.996 | 12.492 | 211.622 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 108 | 0 | 108 | 0 | 108 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 4 | ‒ 8 | 100 |
| Bijdrage overige ZBO's/RWT's | 108 | 0 | 108 | 0 | 108 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 4 | ‒ 8 | 100 |
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 4.130 | 0 | 4.130 | 500 | 4.630 | 2.630 | 4.630 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 4.130 | 0 | 4.130 | 500 | 4.630 | 2.630 | 4.630 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 50.033 | 0 | 50.033 | 99.376 | 149.409 | 188.247 | 41.848 | 0 | 0 | 128 |
| ICT opdrachten | 27 | 0 | 27 | 0 | 27 | 1.000 | 1.500 | 0 | 0 | 27 |
| Overige opdrachten | 50.006 | 0 | 50.006 | 99.376 | 149.382 | 187.247 | 40.348 | 0 | 0 | 101 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 121.630 | 0 | 121.630 | 94.370 | 216.000 | 140.244 | 101.000 | 38.000 | 12.500 | 0 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 121.630 | 0 | 121.630 | 94.370 | 216.000 | 140.244 | 101.000 | 38.000 | 12.500 | 0 |
| (Schade)vergoeding | 970.347 | 0 | 970.347 | 259.415 | 1.229.762 | ‒ 96.706 | ‒ 313.930 | 0 | 0 | 603 |
| Compensatie toeslagengedupeerden | 73.556 | 0 | 73.556 | 83.602 | 157.158 | ‒ 5.991 | 15.077 | 0 | 0 | 0 |
| Kwijtschelden private schulden | 44.174 | 0 | 44.174 | ‒ 15.866 | 28.308 | ‒ 9.519 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Herstelprogramma voor kinderen | 25.716 | 0 | 25.716 | 6.200 | 31.916 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Herstelregeling voor ex-partners | 4.000 | 0 | 4.000 | 0 | 4.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Herstelregeling voor gedupeerden andere toeslagen | 11.360 | 0 | 11.360 | 22.300 | 33.660 | 1.840 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanvullende schade | 776.848 | 0 | 776.848 | 114.645 | 891.493 | ‒ 90.568 | ‒ 329.007 | 0 | 0 | 0 |
| Overige (schade)vergoedingen | 34.693 | 0 | 34.693 | 48.534 | 83.227 | 7.532 | 0 | 0 | 0 | 603 |
| Subsidies | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidie toeslagen herstel | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 257.099 | 0 | 257.099 | 0 | 257.099 | 0 | 0 | 0 | 0 | 210.791 |
| Toegerekende uitgaven van Belastingen | 257.099 | 0 | 257.099 | 0 | 257.099 | 0 | 0 | 0 | 0 | 210.791 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Apparaatsontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma-ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tabel 27 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 95,5% |
| bestuurlijk gebonden | 0,0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 4,5% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
De programma-uitgaven zijn overwegend gerelateerd aan de compensatie voor de gedupeerden van de problemen bij toeslagen. Deze uitgaven zijn voor circa 95,5% juridisch verplicht doordat regelingen zijn verankerd in wetgeving of anderszins bindende afspraken die contractueel zijn vastgelegd.
Verplichtingen en uitgaven
Personele uitgaven
De bijstelling van het budget voor personele uitgaven kent verschillende redenen. De belangrijkste zijn:
De raming van de Hersteloperatie is herijkt op basis van de actuele inzichten in de ontwikkelingen binnen Toeslagen Herstel. Hiermee wordt het personeelsbudget bijgesteld vanuit de niet bestede middelen 2025, de Aanvullende Post en herschikkingen binnen artikel 13. Dit leidt onder andere tot een verhoging van het budget voor eigen personeel in 2026 (€ 83,5 mln.) en een verhoging in 2027 en 2028 (respectievelijk € 60,4 mln. en € 10,5 mln.). De herijking leidt tot een verlaging van het budget voor externe inhuur in 2026 (€ 101,6 mln.) en 2027 (€ 38,8 mln.).
Voor de dekking van de uitvoeringskosten van het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang (NFKO) is een beroep gedaan op gereserveerde middelen op de Aanvullende Post. Hiervoor wordt € 28,3 mln. toegevoegd in 2027, € 27,6 mln. in 2028 en € 12 mln. in de jaren erna.
Binnen het reguliere budget van Dienst Toeslagen vindt een overheveling plaats vanuit andere departementen, om conform gemaakte afspraken bij te dragen aan het budgettair tekort (€ 16,5 mln. in 2027 en € 13,0 mln. structureel).
Materiële uitgaven
De bijstelling van de materiële uitgaven wordt voornamelijk veroorzaakt door een structurele verrekening tussen de Belastingdienst en Toeslagen. Voor de verrekening van uitgaven voor werkplek, automatisering, huisvesting en documentaire informatievoorziening werd voorheen uitgegaan van standaardtarieven en worden voortaan de werkelijke tarieven en uitgaven gebruikt.
Opdrachten
Er vinden meerdere wijzigingen plaats op het budget van opdrachten:
De niet bestede middelen 2025, de reservering op de Aanvullende Post en herschikkingen binnen artikel 13 worden ingezet om het budget van opdrachten te verhogen met € 146,9 mln. in 2026, € 185,8 mln. in 2027 en € 38,7 mln. in 2028 voornamelijk voor de uitvoeringskosten voor de forfaitaire routes van aanvullende schade.
Er vindt in 2026 een budgetoverheveling van € 47,9 mln. plaats naar de Belastingdienst voor de uitvoering van werkzaamheden voor de aanvullende schaderoutes.
Bijdrage aan medeoverheden
De niet bestede middelen 2025 en herschikkingen binnen artikel 13 worden ingezet voor de brede hulp door gemeenten via de SPUK.
(Schade)vergoeding
De raming van de Hersteloperatie is herijkt op basis van actuele inzichten in de ontwikkelingen binnen Toeslagen Herstel, waaronder de aanvullende schade en de SPUK brede ondersteuning. Als gevolg van de herijking worden de begrote compensatie- en hersteluitgaven bijgesteld door middel van herschikkingen binnen het herstelbudget, de reservering op de Aanvullende Post, en niet bestede middelen 2025. Tot slot vindt er een wijziging plaats in het kasritme van de herstelmiddelen. Het betreft een verschuiving van circa € 348,2 mln. vanuit 2027 en 2028 naar 2026 (€ 93,4 mln.), 2029 (€ 197,3 mln.) en 2030 (€ 57,5 mln.). Het budget in 2029 en 2030 is voornamelijk bestemd voor de brede ondersteuning door gemeenten. De middelen vanaf 2028 zijn bedoeld voor aanvullende schade voor ex-partners.
De bijstellingen leiden tot een verhoging van het herstelbudget op (schade)vergoedingen in 2026 (€ 259,4 mln.) en tot een verlaging in 2027 en 2028 (respectievelijk € 96,7 mln. en € 313.9 mln.). Het integrale overzicht van de financiële stand van zaken van de Hersteloperatie Toeslagen en de voortgang per compensatieregeling is te vinden in de voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen.
4 Beleidsartikelen Nationale Schuld (IXA)
Artikel 11 Financiering staatsschuld
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 28 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 Financiering staatsschuld (bedragen x € 1 mln.) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 37.622 | 0 | 37.622 | 190 | 37.812 | 119 | 640 | 887 | 1.045 | 40.709 |
| Uitgaven | 37.622 | 0 | 37.622 | 190 | 37.812 | 119 | 640 | 887 | 1.045 | 40.709 |
| Opdrachten | 24 | 0 | 24 | 2 | 26 | 1 | 1 | 1 | 1 | 23 |
| Overige kosten | 24 | 0 | 24 | 2 | 26 | 1 | 1 | 1 | 1 | 23 |
| Rente | 8.763 | 0 | 8.763 | -32 | 8.731 | 388 | 639 | 874 | 1.041 | 17.463 |
| Rente vaste schuld | 7.686 | 0 | 7.686 | ‒ 449 | 7.237 | -453 | -273 | -110 | 3 | 14.678 |
| Rente vlottende schuld | 1.077 | 0 | 1.077 | 417 | 1.494 | 841 | 912 | 984 | 1.038 | 2.785 |
| Voortijdige beëindiging schuld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rente derivaten lang | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rente derivaten kort | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voortijdige beëindiging derivaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen | 28.835 | 0 | 28.835 | 220 | 29.055 | -270 | 0 | 12 | 3 | 23.223 |
| Aflossing vaste schuld | 28.835 | 0 | 28.835 | 220 | 29.055 | -270 | 0 | 12 | 3 | 23.223 |
| Mutatie vlottende schuld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 85.354 | 0 | 85.354 | ‒ 6.838 | 78.516 | 12.044 | -1.954 | 2.266 | -1.391 | 55.518 |
| Rente | 20 | 0 | 20 | 0 | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 10 |
| Rente vlottende schuld | 20 | 0 | 20 | 0 | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 10 |
| Voortijdige beëindiging schuld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rente derivaten lang | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voortijdige beëindiging derivaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen | 85.334 | 0 | 85.334 | ‒ 6.838 | 78.496 | 12.044 | -1.954 | 2.266 | -1.391 | 55.508 |
| Uitgifte vaste schuld | 85.334 | 0 | 85.334 | ‒ 35.334 | 50.000 | 12.044 | -1.954 | 2.266 | -1.391 | 55.508 |
| Mutatie vlottende schuld | 0 | 0 | 0 | 28.496 | 28.496 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tabel 29 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 99,94% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0,06% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
De beleidsmatige ontvangsten en uitgaven met betrekking tot de algemene doelstelling bestaan uit renteontvangsten en -betalingen als gevolg van transacties op de geld- en de kapitaalmarkt. Omdat de verplichtingen voornamelijk voortvloeien uit de in het verleden opgebouwde schuld is de budgetflexibiliteit voor dit artikel zeer gering. De uitgaven zijn voor 99,94% als juridisch verplicht aan te merken. Enkele overige kosten zoals advieskosten (circa € 22 mln. structureel) zijn niet juridisch verplicht.
Aangezien de (betalings)verplichtingen van de aangegane staatsschuld voortvloeien uit beleids- en bedrijfsvoeringsuitgaven die ten laste van andere begrotingen komen, heeft een verplichtingenbenadering (als begrotingsstelsel) voor de begroting van Nationale Schuld noch uit het oogpunt van budgettaire beheersing, noch uit het oogpunt van budgetrecht meerwaarde ten opzichte van het kasstelsel. Om die reden is in de Comptabiliteitswet 2016 bepaald dat voor de uitgaven ten laste van de begroting van Nationale Schuld de verplichtingen in een jaar gelijkgesteld mogen worden aan de uitgaven in dat jaar.
Verplichtingen en uitgaven
Rente
Rente vaste schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 minder vaste schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Als gevolg hiervan nemen de rentelasten op de vaste schuld in het lopende begrotingsjaar en in latere jaren af. Daarentegen nemen de rentelasten op de vaste schuld toe vanwege de hogere lange rekenrentes zoals geraamd in het CEP en de neerwaartse bijstelling van het geraamde kassaldo. Per saldo neemt de raming van de rentelasten op de vaste schuld in de jaren 2026 tot en met 2029 af en in het jaar 2030 licht toe. De mutatie in 2031 betreft voornamelijk de extrapolatie van de basisstand.
Rente vlottende schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 meer vlottende schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Als gevolg hiervan neemt de omvang van de vlottende schuld in 2026 en in latere jaren toe. In combinatie met de naar boven bijgestelde raming van de korte rekenrente in het CEP leidt dit tot hogere rentelasten op de vlottende schuld. Dit effect wordt echter enigszins gedempt door de bijstelling van het kassaldo. In de mutatie in 2031 is ook de extrapolatie van de basisstand verwerkt.
Leningen
Aflossing vaste schuld
Vanwege de vervroegde aflossing van vaste schuld in 2025 en 2026 wordt er in 2026 meer vaste schuld afgelost en wordt er in 2027 minder vaste schuld afgelost. Vanwege de uitgifte van een nieuwe staatsobligatie in 2026 zal er in 2031 een additioneel bedrag van € 8,2 mld. moeten worden afgelost. In de mutatie in 2031 is ook de extrapolatie van de basisstand verwerkt.
Ontvangsten
Leningen
Uitgifte vaste schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 minder vaste schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Verder wordt het bijgestelde kassaldo vanaf 2027 opgevangen met een wijziging in de uitgifte van vaste schuld. Het bijgestelde kassaldo leidt tot een cumulatieve toename in de periode 2027 tot en met 2031. Ten behoeve van de aflossing van een nieuw uitgegeven staatsobligatie zal er in 2031 additionele vaste schuld worden uitgegeven. In de mutatie in 2031 is ook de extrapolatie van de basisstand verwerkt.
Mutatie vlottende schuld
In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat er in 2026 meer vlottende schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de vastgestelde begroting. Verder wordt het bijgestelde kassaldo in het lopende begrotingsjaar opgevangen met een mutatie van de vlottende schuld. Per saldo leidt dit tot een toename van € 28,5 mld. in de mutatie van de vlottende schuld in 2026.
Artikel 12 Kasbeheer
Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 Kasbeheer (bedragen x € 1 mln.) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 4.826 | 0 | 4.826 | 458 | 5.283 | 442 | 551 | 733 | 955 | 9.019 |
| Uitgaven | 4.826 | 0 | 4.826 | 458 | 5.283 | 442 | 551 | 733 | 955 | 9.019 |
| Rente | 2.126 | 0 | 2.126 | 458 | 2.583 | 442 | 551 | 733 | 955 | 6.319 |
| Rente kasbeheer | 2.126 | 0 | 2.126 | 458 | 2.583 | 442 | 551 | 733 | 955 | 6.319 |
| Uitgaven bij voortijdige beëindiging (hoofdsom) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen | 2.700 | 0 | 2.700 | 0 | 2.700 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.700 |
| Verstrekte leningen | 2.700 | 0 | 2.700 | 0 | 2.700 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.700 |
| Mutaties in rekening-courant en deposito's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Mutaties in rekening courant en deposito | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 12.430 | 0 | 12.430 | 3.406 | 15.836 | 1.115 | 2.528 | 4.720 | 6.319 | 24.336 |
| Rente | 218 | 0 | 218 | -15 | 203 | -16 | -10 | -4 | 1 | 444 |
| Rente kasbeheer | 218 | 0 | 218 | -15 | 203 | -16 | -10 | -4 | 1 | 444 |
| Voortijdige beëindiging binnen kasbeheer | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen | 1.420 | 0 | 1.420 | 4 | 1.424 | 19 | 2 | -22 | -45 | 1.778 |
| Ontvangen aflossingen | 1.420 | 0 | 1.420 | 4 | 1.424 | 19 | 2 | -22 | -45 | 1.778 |
| Mutaties in rekening-courant en deposito's | 10.792 | 0 | 10.792 | 3.417 | 14.209 | 1.112 | 2.536 | 4.747 | 6.363 | 22.114 |
| Mutaties in rekening courant en deposito's | 10.792 | 0 | 10.792 | 3.417 | 14.209 | 1.112 | 2.536 | 4.747 | 6.363 | 22.114 |
| Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit | |
|---|---|
| 2026 | |
| juridisch verplicht | 100% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Budgetflexibiliteit
De uitgaven en ontvangsten op dit artikel zijn voor 100% als juridisch verplicht aan te merken. Alle rentelasten en -baten zijn juridisch verplicht omdat deze volgen uit de leningen, deposito’s en rekening-courant-tegoeden die deelnemers in de schatkist aanhouden. De andere uitgaven en ontvangsten volgen ook uit de toename of afname van de middelen die door deelnemers in de schatkist worden aangehouden of uit de schatkist worden geleend.
Verplichtingen en uitgaven
Rente
Rente kasbeheer
De raming van de rentelasten uit hoofde van het kasbeheer is structureel naar boven bijgesteld. Deze bijstelling is gebaseerd op de verwachting dat met name de sociale fondsen meer middelen zullen aanhouden op hun rekeningen-courant. Vanwege de naar boven bijgestelde raming van de korte rekenrente in het CEP nemen deze rentelasten verder toe. In de mutatie in 2031 is ook de extrapolatie van de basisstand verwerkt.
Ontvangsten
Rente
Rente kasbeheer
Als gevolg van het bijwerken van de realisaties van verstrekte leningen en het bijwerken van de rekenrente zoals geraamd in het CEP is de raming van de rentebaten uit hoofde van het kasbeheer bijgesteld.
Leningen
Ontvangen aflossingen
Als gevolg van het bijwerken van de realisaties van verstrekte leningen is de raming van de te ontvangen aflossingen bijgesteld. Deze leningen worden binnen het schatkistbankieren verstrekt aan agentschappen en rechtspersonen met een wettelijke taak.
Mutaties in rekening courant en deposito's
Mutaties in rekening courant en deposito's
Uit de actualisatie van de raming van uitgaven en ontvangsten van de sociale fondsen volgt dat deze fondsen naar verwachting structureel meer middelen zullen aanhouden in de schatkist dan waarmee rekening werd gehouden bij de begroting.
5 Niet-beleidsartikelen
Artikel 8 Apparaat
| Tabel 32 Apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 427.233 | 0 | 427.233 | 36.433 | 463.666 | 23.605 | 19.991 | 7.984 | ‒ 7.127 | 388.378 |
| Uitgaven | 427.233 | 0 | 427.233 | 36.433 | 463.666 | 23.605 | 19.991 | 7.984 | ‒ 7.127 | 388.378 |
| Personele uitgaven | 290.993 | 0 | 290.993 | 5.047 | 296.040 | 4.632 | 3.290 | ‒ 3.196 | ‒ 13.883 | 260.807 |
| Eigen personeel | 276.366 | 0 | 276.366 | ‒ 1.192 | 275.174 | 5.511 | 4.169 | ‒ 2.073 | ‒ 12.353 | 251.223 |
| Inhuur externen | 13.425 | 0 | 13.425 | 6.241 | 19.666 | ‒ 878 | ‒ 878 | ‒ 1.090 | ‒ 1.453 | 8.457 |
| Overig personeel | 1.202 | 0 | 1.202 | ‒ 2 | 1.200 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 33 | ‒ 77 | 1.127 |
| Materiële uitgaven | 136.240 | 0 | 136.240 | 31.386 | 167.626 | 18.973 | 16.701 | 11.180 | 6.756 | 127.571 |
| ICT | 22.641 | 0 | 22.641 | 4.505 | 27.146 | 1.840 | 1.840 | 1.283 | 504 | 21.712 |
| Bijdrage aan SSO's | 46.017 | 0 | 46.017 | 15.446 | 61.463 | 13.294 | 12.083 | 10.888 | 9.225 | 54.582 |
| Overig materieel | 67.582 | 0 | 67.582 | 11.435 | 79.017 | 3.839 | 2.778 | ‒ 991 | ‒ 2.973 | 51.277 |
| Ontvangsten | 60.120 | 0 | 60.120 | 3.256 | 63.376 | 3.000 | 3.000 | 2.334 | ‒ 745 | 58.681 |
| Apparaatontvangsten | 60.120 | 0 | 60.120 | 3.256 | 63.376 | 3.000 | 3.000 | 2.334 | ‒ 745 | 58.681 |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Het coalitieakkoord «Aan de Slag» bevat een taakstelling op de apparaatsuitgaven van de Rijksoverheid, zowel kerndepartement als uitvoeringsorganisaties. De korting bestaat uit een efficiencytaakstelling (maatregel 61 uit het CA) en een korting gericht op de vernieuwing van de rijksdienst en het versterken van een slagvaardige overheid (maatregel 62 uit het CA). De korting is rijksbreed naar rato van de apparaatsuitgaven. In deze suppletoire begroting wordt de korting naar rato doorverdeeld. Voor Artikel 8 'Apparaat' komt dit neer op € 8,7 mln. in 2029 en € 21,2 mln. voor 2030 en verder. De korting is verdeeld over de verschillende uitgaven-en ontvangstenposten.
Materiële uitgaven
In 2026 zijn er circa € 4,5 mln. aan hogere uitgaven voor diverse platforms voor ICT beheer en innovatie.
In 2026 is € 10,8 mln. beschikbaar voor tariefstijgingen bij het Rijksvastgoedbedrijf en SSO’s voor zover die uitgaan boven de loonprijscompensatie, en ter dekking van een hogere afname van producten en diensten van het Shared Service Centre ICT en de Rijkorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH).
Er zijn middelen beschikbaar in 2026 en 2027 voor tekorten bij inkoopcategorie Vakliteratuur (€ 8,6 mln.).
Artikel 10 Nog onverdeeld
| Tabel 33 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
| Verplichtingen | 31.428 | 0 | 31.428 | 74.149 | 105.577 | 52.245 | 34.235 | 32.203 | 33.546 | 90.769 |
| Uitgaven | 31.428 | 0 | 31.428 | 74.149 | 105.577 | 52.245 | 34.235 | 32.203 | 33.546 | 90.769 |
| Nog te verdelen | 31.428 | 0 | 31.428 | 74.149 | 105.577 | 52.245 | 34.235 | 32.203 | 33.546 | 90.769 |
| Loonbijstelling | 0 | 0 | 0 | 25.787 | 25.787 | 25.050 | 24.159 | 24.050 | 23.956 | 23.970 |
| Prijsbijstelling | 0 | 0 | 0 | 58.407 | 58.407 | 56.646 | 28.275 | 22.993 | 22.920 | 21.178 |
| Nog te verdelen | 31.428 | 0 | 31.428 | ‒ 10.045 | 21.383 | ‒ 29.451 | ‒ 18.199 | ‒ 14.840 | ‒ 13.330 | 45.621 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Nog te verdelen
Loonbijstelling
De loonbijstelling 2026 voor de Financiënbegroting wordt ontvangen (€ 25,8 mln. in 2026 en € 24,0 mln. structureel). De loonbijstelling wordt in het volgende begrotingsstuk naar rato doorverdeeld over de artikelen waar loonbijstelling van toepassing is.
Prijsbijstelling
De prijsbijstelling 2026 wordt toegevoegd aan de Financiënbegroting (€ 58,4 mln. in 2026 en € 21,2 mln. structureel). De prijsbijstelling wordt in het volgende begrotingsstuk doorverdeeld naar de artikelen waar prijsbijstelling van toepassing is.
Nog te verdelen
Voor diverse problematiek worden nog onverdeelde middelen op artikel 10 (per saldo circa € 10 mln. in 2026 en € 13 mln. structureel) ingezet. Het gaat hierbij met name om tariefstijgingen van Shared Service Organisaties en het Rijksvastgoedbedrijf en prijsstijgingen van ICT. Ook wordt de eindejaarsmarge toegevoegd en vervolgens verdeeld over het apparaatsartikel en beleidsartikelen.
__22e Voortgangsrapportage (VGR) Hersteloperatie Toeslagen, Kamerstukken II 2025-2026, 36 708, nr. 64↩︎
__Conform afspraken in het financieel akkoord uit 2013 tussen het Rijk en decentrale overheden, zie ook Kamerstukken II 2012-2013, 33 400 B, nr. 7.↩︎