Memorie van toelichting
Wijziging van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D10544, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 M-2 Wijziging van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Onderdeel van zaak 2026Z04503:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-07 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-04-09 14:00: Wijziging van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal |
|
|
|---|---|---|
| Vergaderjaar 2025–2026 | ||
| 36 915 M |
|
|
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
|
|
|---|
|
4 |
|---|
|
4 |
|---|
|
|
|
|---|---|---|
|
|
|
7 | |
|---|---|---|
|
7 | |
|
9 | |
|
10 | |
|
12 | |
|
14 | |
|
16 | |
|
17 |
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten, die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk
afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het Klimaatfonds.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven - van der Meer
B. BEGROTINGSTOELICHTING
Leeswijzer
Opbouw 1e suppletoire begroting 2026
Deze 1e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2026. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:
Leeswijzer.
Het overzicht van de belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangsten-mutaties. De belangrijkste verplichtingenmutaties zijn toegelicht in de artikelen. Voor een gedetailleerde uitwerking van alle maatregelen op het Klimaat- en energiefonds zie het ontwerp Meerjarenprogramma 2027.
De beleidsartikelen. Voor ieder beleidsartikel is de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven.
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel
«Budgettaire gevolgen van beleid» van de 1e suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.
Ondergrenzen toelichtingen
Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze eerste suppletoire begroting de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen |
nform RBV
|
|
|---|---|---|
| < 50 |
|
|
| => 50 en < 200 |
|
|
| => 200 < 1000 |
|
|
| => 1000 |
|
|
In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.
Naamswijziging Klimaat- en energiefonds
Op 1 januari 2026 is de naam van het Klimaatfonds gewijzigd naar het Klimaat- en energiefonds (KEF). De naam van het begrotingsstuk kan echter alleen bij de ontwerpbegroting 2027 formeel worden aangepast, omdat de naamswijziging bij de Begroting 2026 nog niet was doorgevoerd. In de Memorie van Toelichting wordt wel gesproken van het Klimaat- en energiefonds.
Beleid
Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Artikel nummer |
Uitgaven 2026 | Uitgaven 2027 | Uitgaven 2028 | Uitgaven 2029 | Uitgaven 2030 | Uitgaven 2031 | |
| Stand vastgestelde begroting 20261 | 478.163 | 1.683.243 | 2.187.456 | 2.579.700 | 2.080.959 | 2.006.940 | |
| Belangrijkste suppletoire mutaties | |||||||
| Kasschuiven | 1,3,4,5,6&7 | ‒ 93.358 | ‒ 431.865 | ‒ 372.619 | ‒ 103.256 | 206.315 | 503.493 |
| NEO | 1 | ‒ 43.500 | ‒ 50.300 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nationale deelneming Warmte | 3 | ‒ 26.000 | ‒ 47.000 | ‒ 5.000 | ‒ 5.000 | ‒ 4.000 | 0 |
| Duurzame luchtvaartbrandstoffen (E-fuels) | 4 | 0 | ‒ 22.550 | ‒ 74.700 | ‒ 30.000 | ‒ 7.650 | ‒ 15.100 |
| Energiebesparing mkb: energiebesparingsfonds mkb | 5 | ‒ 35.000 | |||||
| Energiebesparing mkb: Uitbreiding ontzorgingsprogramma | 5 | ‒ 10.000 | |||||
| Maatwerk AER | 5 | ‒ 5.000 | ‒ 15.000 | ‒ 20.000 | ‒ 10.000 | 0 | 0 |
| SAH | 6 | ‒ 15.000 | ‒ 23.500 | 0 | 0 | ‒ 38.500 | 0 |
| Loon en prijsbijstelling | 7 | 11.062 | 45.910 | 42.437 | 49.347 | 39.831 | 36.091 |
| Overige mutaties | 1-7 | 126.321 | ‒ 49.099 | ‒ 34.830 | ‒ 41.529 | ‒ 39.303 | ‒ 51.250 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 387.688 | 1.089.839 | 1.722.744 | 2.439.262 | 2.237.652 | 2.480.174 | |
1 Incl. ISB's, NvW en amendementen
Toelichting
Projectorganisatie NEO NL (KGG)
Voor de bouw van de gewenste vier kernreactoren is een uitbreiding van de projectorganisatie NEO NL nodig. Deze projectorganisatie is nodig om de rol van opdrachtgever (KGG) en opdrachtnemer (de projectorganisatie NEO NL) te scheiden. De rol van opdrachtnemer dient los te staan van de politieke besluitvorming zodat de opdrachtnemer slagvaardig besluiten kan nemen en zich inhoudelijk kan richten op de voorbereiding van de aanbesteding van de nieuwe kerncentrales.
Nationale deelneming warmte (KGG)
In het wetsvoorstel voor de Wet collectieve warmte (Wcw) is opgenomen dat een meerderheid van de aandelen van een warmtebedrijf in publieke handen moet zijn. De regie voor de warmtetransitie ligt bij de gemeenten, maar naar verwachting ontbreekt het veel gemeenten aan kapitaal, capaciteit en kennis om zelfstandig warmtebedrijven op te richten. Met de inzet van een nationale deelneming kunnen medeoverheden worden ondersteund. Het eerste deel van de middelen wordt toegekend. De Wcw waarin de mogelijkheid staat om een deelneming op te richten is inmiddels door beide Kamers aangenomen. Hiermee wordt aan de voorwaarde voor de eerste tranche voldaan. Het toegekende bedrag dient te worden uitgegeven aan projecten en aan de opbouw van de organisatie.
Duurzame luchtvaartbrandstoffen (E-fuels) (IenW)
De maatregel betreft een investeringssubsidie voor (pre-)commerciële fabrieken voor de productie van e-fuels voor de luchtvaart. Dit is een uitwerking van een voorstel uit het Meerjarenprogramma 2024. Deze maatregel ziet op de opschaling van duurzame industrie op nationaal niveau, terwijl een eerder overgehevelde maatregel op Europees niveau opschaling stimuleert.
Energiebesparing mkb: energiebesparingsfonds mkb (KGG)
Deze maatregel betreft het inrichten van een kredietfonds waar midden- en kleinbedrijf (mkb) leningen kunnen krijgen voor maatregelen die onder de Energiebesparings-plicht vallen. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026
is er besloten, om vertraging te voorkomen, een deel van de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen
onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van
de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het verstrekken van leningen voor maatregelen om aan de huidige plicht te voldoen en voor maatregelen om aan de aangescherpte plicht te voldoen. Mkb'ers moeten volgens de planning medio 2027 aan de aangescherpte plicht voldoen.
Energiebesparing mkb: Uitbreiding ontzorgingsprogramma (KGG)
Dit voorstel is bedoeld om het mkb te ondersteunen bij het maken van een verduurzamingsplan, inclusief advies om dit plan uit te voeren. In 2024 is dit ontzorgingsprogramma al gestart voor micro- en kleinbedrijf, in het voorstel zoals nu ingediend wordt dit uitgebreid naar bedrijven met 50 tot 250 fte. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026 is er besloten, om vertraging te voorkomen, de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het ondersteunen van mkb'ers om te verduurzamen en aan de energiebesparingsplicht te voldoen.
SAH (VRO)
Deze subsidie wordt ingezet voor inpandige aansluitkosten voor warmte-netten via de SAH. De SAH is een belangrijke schakel bij het realiseren van warmtenetten in startmotorwijken (corporatiewoningen). Hiermee worden de inpandige kosten voor aansluiten aan een warmtenet gesubsidieerd.
Kasschuiven
Op het Klimaat- en energiefonds worden kasschuiven gedaan om de middelen in het juiste kasritme te zetten. Hierbij worden ook middelen uit de periode t/m 2031 verschoven naar 2032 t/m 2035. In totaal wordt er € 291 mln aan middelen verschoven van de periode tussen 2026 t/m 2031 naar 2032 t/m 2035. Op deze manier worden de middelen in kasritmes gezet die zo goed mogelijk aansluiten bij de maatregelen waarvoor middelen vooralsnog in het fonds zijn gereserveerd.
Loon- en prijsbijstelling
Jaarlijks worden de middelen op het Klimaat- en energiefonds (KEF) gecorrigeerd voor de loon- en prijsstijgingen. Voor de periode 2026 t/m 2031 wordt er in totaal € 224,7 mln aan loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan het KEF. Daarnaast is er voor 2032 t/m 2035 € 181,2 mln toegevoegd aan het KEF.
Beleidsartikelen
Beleidsartikel 1 Kernenergie Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Kernenergie (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen |
|
|
|
|
0 | ‒ 113.809 | ‒ 1.477 | ‒ 1.477 | ‒ 2.113 | 0 | ||||
| Uitgaven |
|
|
|
|
0 | ‒ 113.809 | ‒ 1.477 | ‒ 1.477 | ‒ 2.113 | 0 | ||||
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | ||||||||||||||
| Kernenergie onverdeeld |
|
|
|
|
0 | ‒ 113.809 | ‒ 1.477 | ‒ 1.477 | ‒ 2.113 | 0 | ||||
| Ontvangsten |
|
|
|
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
Budgetflexibiliteit
Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Kernenergie zijn er in 2026 er geen middelen toegekend onder voorwaarde, gereserveerd en in de vrije ruimte.
|
2026 |
|---|---|
| Toekenning onder voorwaarde | 0% |
| Reservering | 0% |
| Vrije ruimte | 0% |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Kernenergie onverdeeld
Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteren er geen middelen meer in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel kernenergie naar de ontvangende departementale begroting.
Voorzetting inzet 2031 ‒ 2035 (IenW)
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vraagt middelen voor ambtelijke inzet die benodigd is voor de continuering en opschaling van kernenergie in Nederland.
Nieuwbouw kerncentrales (KGG)
Directie Kernenergie (KGG) heeft langjarig een partner en adviesdiensten nodig voor een viertal vraagstukken rondom de bouw van nieuwe kerncentrales. Zonder dergelijke adviesdiensten ontstaan er risico's voor het selectieproces, de staatssteunprocedure en de governance van NEO.
Projectorganisatie NEO NL (KGG)
Voor de bouw van de gewenste vier kernreactoren is een uitbreiding van de projectorganisatie NEO NL nodig. Deze projectorganisatie is nodig om de rol van opdrachtgever (KGG) en opdrachtnemer (de projectorganisatie NEO NL) te scheiden. De rol van opdrachtnemer dient los te staan van de politieke besluitvorming zodat de opdrachtnemer slagvaardig besluiten kan nemen en zich inhoudelijk kan richten op de voorbereiding van de aanbesteding van de nieuwe kerncentrales.
Bedrijfsduurverlenging (KGG)
Met deze maatregel worden middelen gevraagd voor een benodigd onderzoek dat moet plaatsvindt rondom de bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele. In 2023 is hiervoor een overheveling gedaan, maar de kosten van de onderzoeken liggen hoger dan geraamd waardoor een ophoging van het subsidiebedrag nodig is.
Ondersteuning gemeenten (KGG)
Gemeentes en provincies worden financieel ondersteund tot aan de ontwerp voorkeursbeslissing in 2026 over de bouw van de nieuwe kerncentrales. Voor deze maatregel zijn eerder middelen toegekend uit het Klimaat- en energiefonds. Deze maatregel richt zich op burgerparticipatie als sociale randvoorwaarde voor de bouw van nieuwe kerncentrales.
Technische mutaties
De technische mutaties bestaat uit een kasschuif van 2027 naar 2026. Daarnaast is er eindejaarsmarge opgeboekt (€ 5,4 mln).
Ontvangsten
Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.
Beleidsartikel 2 CO2-vrije gascentrales Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 CO2-vrije gascentrales (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x €1.000) |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbeg roting 2026 (1) |
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB’s (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutaties 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
||||||||||
| CO2- vrije gascentrales onverdeeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Tijdens de Augustusbesluitvorming 2025 is dit perceel volledig leeggeboekt. Er resteren daarom geen middelen.
|
2026 |
|---|---|
| Toekenning onder voorwaarde | 0% |
| Reservering | 0% |
| Vrije ruimte | 0% |
Beleidsartikel 3 Energie-infrastructuur Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Energie-infrastructuur (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 37.900 | ‒ 1.900 | 36.000 | ‒ 35.300 | 700 | ‒ 102.850 | ‒ 31.560 | ‒ 166.830 | ‒ 106.910 | 320.210 |
| Uitgaven | 37.900 | ‒ 1.900 | 36.000 | ‒ 35.300 | 700 | ‒ 102.850 | ‒ 31.560 | ‒ 166.830 | ‒ 106.910 | 320.210 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
||||||||||
| Energie- infrastructuur onverdeeld | 37.900 | ‒ 1.900 | 36.000 | ‒ 35.300 | 700 | ‒ 102.850 | ‒ 31.560 | ‒ 166.830 | ‒ 106.910 | 320.210 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Energie-infrastructuur zijn er voor 2026 middelen toegekend onder voorwaarde (€ 700.000). Er zijn geen middelen voor 2026 gereserveerd en ook niet vrij beschikbaar binnen het perceel.
|
2026 |
|---|---|
| Toekenning onder voorwaarde | 100% |
| Reservering | 0% |
| Vrije ruimte | 0% |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Energie-infrastructuur onverdeeld
Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteert er € 700.000 aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Energie-infrastructuur naar de ontvangende departementale begroting.
Nationale deelneming warmte (KGG)
In het wetsvoorstel voor de Wet collectieve warmte (Wcw) is opgenomen dat een meerderheid van de aandelen van een warmtebedrijf in publieke handen moet zijn. De regie voor de warmtetransitie ligt bij de gemeenten, maar naar verwachting ontbreekt het veel gemeenten aan kapitaal, capaciteit en kennis om zelfstandig warmtebedrijven op te richten. Met de inzet van een nationale deelneming kunnen medeoverheden worden ondersteund. Het eerste deel van de middelen wordt toegekend. De Wcw waarin de mogelijkheid staat om een deelneming op te richten is inmiddels door beide Kamers aangenomen. Hiermee wordt aan de voorwaarde
voor de eerste tranche voldaan. Het toegekende bedrag dient te worden uitgegeven aan projecten en aan de opbouw van de organisatie.
Aanvullende stimulering walstroom (IenW)
Eerder toegekend budget is niet toereikend om aan de AFIR-verplichtingen voor 2030 te voldoen. Met dit aanvullende budget worden een aantal terminals voorzien van walstroom om aan de AFIR te voldoen.
Gebiedsinvesteringen hoogspanning op land (voorheen: projectaanpak netcongestie) (KGG)
Om netcongestie aan te pakken zet het kabinet in op sneller bouwen, naast beter benutten en slimmer inzicht. Op basis hiervan zet het Ministerie van KGG in op een generieke aanpak én een projectaanpak. Het kabinet wil voor in totaal 25 projecten met landelijke dekking meer regie én aanvullende gebiedscompensatie om tot een aanvullende versnelling (bovenop de generieke aanpak) te komen. De ambtelijke inschatting van het beoogde effect van deze projectaanpak is een aanvullende tijdswinst van tot 18 maanden voor de 25 meest prangende netcongestieprojecten.
Taskforce projectaanpak middenspanning (KGG)
Het voorstel betreft de oprichting van een Taskforce voor de projectenaanpak van middenspanningsprojecten om netcongestie aan te pakken. De Taskforce is bedoeld om de doorlooptijd van MS-projecten met 12 tot 18 maanden te verkorten en daarmee de uitbreiding van de elektriciteits-infrastructuur te bevorderen.
Coördinatie MIEK-projecten Delta Rhine Corridor (KGG)
Via het Meerjarenprogramme Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) werken Rijk, medeoverheden, netwerkbedrijven, industrie en energieproducenten samen aan tijdige realisatie van de benodigde
infrastructuur voor de verschillende sectoren om te kunnen verduurzamen. De maatregel betreft het verlengen van de projectdirectie voor de Delta Rhine Corridor (DRC). Gezien het nationale belang van de DRC (bijdrage aan opschaling transport van waterstof en CO2 als randvoorwaarde voor verduurzaming) wordt nu een aanvullende toekenning gedaan.
Inzet ETS-2 SCF (VRO)
Met deze mutatie doet Nederland de benodigde bijdrage voor het Europese Social Climate Fund.
Technische mutaties
De technische mutaties bestaan uit een herschikking met perceel Vroege fase opschaling en een kasschuif. Er worden met deze kasschuif ook middelen buiten de meerjarenperiode geschoven (€ 24,9 mln). Daarnaast is de eindejaarsmarge voor dit perceel opgeboekt (€ 22,7 mln).
Ontvangsten
Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.
Beleidsartikel 4 Vroege fase opschaling Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 54.598 | 0 | 54.598 | 60.579 | 115.177 | ‒ 347.983 | ‒ 512.201 | ‒ 106.416 | 213.932 | 224.868 |
| Uitgaven | 54.598 | 0 | 54.598 | 60.579 | 115.177 | ‒ 347.983 | ‒ 512.201 | ‒ 106.416 | 213.932 | 224.868 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
||||||||||
| Vroege fase opschaling onverdeeld | 54.598 | 0 | 54.598 | 60.579 | 115.177 | ‒ 347.983 | ‒ 512.201 | ‒ 106.416 | 213.932 | 224.868 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Vroege fase opschaling zijn er voor 2026 middelen toegekend onder voorwaarde (€ 5,7 mln) en gereserveerd (€ 109,5 mln). Er zijn voor 2026 geen middelen vrij beschikbaar.
|
2026 |
|---|---|
| Toekenning onder voorwaarde | 4,9% |
| Reservering | 95,1% |
| Vrije ruimte | 0,0% |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Vroege fase opschaling onverdeeld
Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteert er € 115,2 mln aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Vroege fase opschaling naar de ontvangende departementale begroting.
Normering en stimulering biobased bouwen (IenW)
Deze maatregel is gericht op het stimuleren van het gebruik van biobased materialen in de bouwsector en grond-, weg- en waterbouwsector door middel van een ketenbenadering. Er wordt tegelijkertijd ingezet op het stimuleren van de vraag naar biobased bouwmaterialen door middel van een subsidie voor het gebruik van deze materialen, het opzetten van een verwerkende industrie door middel van een investeringssubsidie, het stimuleren van het aanbod door het opzetten van een stelsel van koolstof-certificaten en het bijeenbrengen van vraag en aanbod.
Subsidie voor waterstof in binnenvaart (IenW)
Met deze subsidie worden binnenvaartschepen omgebouwd zodat ze op waterstof kunnen varen, zodat een begin wordt gemaakt met de opschaling naar emissieloos varen op langere afstanden in de binnenvaart. Volgens het fiche sluit de subsidie voor de CAPEX (50% van de ombouwkosten) voor
varen op waterstof aan bij aangekondigde maatregelen, zoals de implemen-tatie van de Renewable Energy Directive III en de door de staatsecretaris van I&W aangekondigde opt-in voor ETS2 voor de binnenvaart.
Duurzame luchtvaartbrandstoffen (E-fuels) (IenW)
De maatregel betreft een investeringssubsidie voor (pre-)commerciële fabrieken voor de productie van e-fuels voor de luchtvaart. Dit is een uitwerking van een voorstel uit het MJP 2024. Deze maatregel ziet meer op de opschaling van duurzame industrie op nationaal niveau, terwijl een eerder overgehevelde maatregel op Europees niveau opschaling stimuleert.
IPCEI golf 4 (KGG)
Middelen voor deze maatregel zijn eerder overgeheveld naar de KGG-begroting en deels teruggeboekt naar het KEF. Vanwege jaaroverschrij-dende verplichtingen zijn de teruggeboekte middelen overgeheveld naar de afkomstige maatregel.
Elektrolyse onshore 500-1.000 (KGG)
Middelen voor deze maatregel zijn eerder overgeheveld naar de KGG-begroting en deels teruggeboekt naar het KEF. Vanwege jaaroverschrij-dende verplichtingen zijn de teruggeboekte middelen overgeheveld naar de afkomstige maatregel.
Vroege fase opschaling onverdeeld
De technische mutaties bestaan uit een herschikking met Energie-infra-structuur en een kasschuif om de middelen in het juiste ritme te zetten.
Er worden met deze kasschuif ook middelen buiten de meerjarenperiode geschoven (€ 291,3 mln). Daarnaast is de eindejaarsmarge voor dit perceel opgeboekt (€ 135,5 mln).
Ontvangsten
Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.
Beleidsartikel 5 Verduurzaming industrie en innovatie mkb Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 311.549 | 0 | 311.549 | ‒ 50.800 | 260.749 | 892 | 11.073 | 43.938 | 19.703 | ‒ 71.844 |
| Uitgaven | 311.549 | 0 | 311.549 | ‒ 50.800 | 260.749 | 892 | 11.073 | 43.938 | 19.703 | ‒ 71.844 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
||||||||||
| Verduurzaming Industrie en innovatie mkb onverdeeld | 311.549 | 0 | 311.549 | ‒ 50.800 | 260.749 | 892 | 11.073 | 43.938 | 19.703 | ‒ 71.844 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Verduurzaming industrie en innovatie mkb zijn er voor 2026 middelen toegekend onder voorwaarde (€ 150,7 mln) en gereserveerd (€ 110,1 mln). Er zijn voor 2026 geen middelen in de vrije ruimte.
|
2026 |
|---|---|
| Toekenning onder voorwaarde | 57,8% |
| Reservering | 42,2% |
| Vrije ruimte | 0% |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Verduurzaming industrie en innovatie mkb onverdeeld
Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteert er € 260,7 mln aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Verduurzaming industrie en innovatie mkb naar de ontvangende departementale begroting.
Maatwerk AER (KGG)
Op 11 maart 2026 heeft het kabinet een JLoI getekend met Alco Energy Rotterdam (AER) in het kader van de maatwerkaanpak. Op basis van deze JLoI wordt € 50 mln toegekend voor maatwerksubsidie ten behoeve van het sluiten van de bindende maatwerkafspraak (bMWA).
Energiebesparing mkb: energiebesparingsfonds mkb (KGG)
Deze maatregel betreft het inrichten van een kredietfonds waar mkb’ers leningen kunnen krijgen voor maatregelen die onder de Energiebesparings-plicht vallen. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026
is er besloten, om vertraging te voorkomen, een deel van de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen
onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van
de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het verstrekken van
leningen voor maatregelen om aan de huidige plicht te voldoen en voor maatregelen om aan de aangescherpte plicht te voldoen. Mkb'ers moeten volgens de planning medio 2027 aan de aangescherpte plicht voldoen.
Energiebesparing mkb: Uitbreiding ontzorgingsprogramma (KGG)
Dit voorstel is bedoeld om het mkb te ondersteunen bij het maken van een verduurzamingsplan, inclusief advies om dit plan uit te voeren. In 2024 is dit ontzorgingsprogramma al gestart voor micro- en kleinbedrijf, in het voorstel zoals nu ingediend wordt dit uitgebreid naar bedrijven met 50 tot 250 fte. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026 is er besloten, om vertraging te voorkomen, de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het ondersteunen van mkb'ers om te verduurzamen en aan de energiebesparingsplicht te voldoen.
Uitvoeringskosten maatwerk (KGG)
Er zitten onlosmakelijk uitvoeringskosten verbonden aan de maatwerk-afspraken. Bij toekomstige maatwerksubsidies moet worden bekeken hoeveel middelen er nodig zijn voor uitvoering van de maatwerkafspraak, zodat deze per maatwerksubsidie kunnen worden gekwantificeerd.
Technische mutaties
Er heeft een kasschuif plaatsgevonden om de middelen in het juiste ritme te zetten voor voorwaardelijke toekenningen en reserveringen. Er worden met deze kasschuif ook middelen buiten de meerjarenperiode geschoven (€ 24,8 mln). De eindejaarsmarge voor dit perceel is opgeboekt (€ 28,9 mln). Daarnaast is er een terugboeking van maatregel Georgetown (€ 226.000).
Ontvangsten
Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.
Beleidsartikel 6 Verduurzaming gebouwde omgeving Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 Verduurzaming gebouwde omgeving (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 76.016 | 0 | 76.016 | ‒ 76.016 | 0 | ‒ 69.000 | 27.016 | 41.000 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 76.016 | 0 | 76.016 | ‒ 76.016 | 0 | ‒ 69.000 | 27.016 | 41.000 | 0 | 0 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
||||||||||
| Verduurzaming gebouwde omgeving onverdeeld | 76.016 | 0 | 76.016 | ‒ 76.016 | 0 | ‒ 69.000 | 27.016 | 41.000 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Verduurzaming gebouwde omgeving zijn er in 2026 geen middelen toegekend onder voorwaarde, gereserveerd of beschikbaar in de vrije ruimte.
|
2026 |
|---|---|
| Toekenning onder voorwaarde | 0% |
| Reservering | 0% |
| Vrije ruimte | 0% |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Verduurzaming gebouwde omgeving onverdeeld
Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteren er geen middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Verduurzaming gebouwde omgeving naar de ontvangende departementale begroting.
SAH (VRO)
Deze subsidie wordt ingezet voor inpandige aansluitkosten voor warmte-netten via de SAH. De SAH is een belangrijke schakel bij het realiseren van warmtenetten in startmotorwijken (corporatiewoningen). Hiermee worden de inpandige kosten voor aansluiten aan een warmtenet gesubsidieerd.
Technische mutaties
Er heeft een kasschuif plaatsgevonden om de middelen in het juiste ritme te zetten.
Ontvangsten
Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.
Beleidsartikel 7 Onverdeeld Budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 Onverdeeld (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 11.062 | 11.062 | 39.346 | 42.437 | 49.347 | 32.281 | 0 |
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 11.062 | 11.062 | 39.346 | 42.437 | 49.347 | 32.281 | 0 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
||||||||||
| Onverdeeld | 0 | 0 | 0 | 11.062 | 11.062 | 39.346 | 42.437 | 49.347 | 32.281 | 0 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
De loon- en prijsbijstelling is uitgekeerd na afronding van het Klimaat-en energiefonds besluitvormingsproces, waardoor deze middelen bij de Voorjaarsnota niet bestemd kunnen worden voor maatregelen. Deze
middelen worden op een later moment verdeeld over de percelen maar deze staat nu nog in de vrije ruimte van perceel Onverdeeld (€ 355,6 mln).
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Na de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling resteert er € 11,1 mln aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven zijn dit voorjaar overgeheveld van perceel onverdeeld naar de ontvangende departementale begroting.
Mijnbouwschade Limburg en reservering regeling vloeibaar gas (KGG) Naar aanleiding van politieke besluitvorming tijdens de Voorjaarsbesluit-vorming is besloten om € 50,2 mln van de voorziene loon- en prijsbijstelling van het KEF in te zetten ter dekking van de KGG-dossiers mijnbouwschade Limburg en een op te zetten regeling om de leveringszekerheid van vloeibaar gas te waarborgen. Hierna resteerde er loon- en prijsbijstelling van cumulatief € 355,6 mln.
Technische mutaties
Er heeft een kasschuif plaatsgevonden om de middelen in het juiste ritme te zetten. De loon- en prijsbijstelling (€ 405,8 mln) is tijdelijk op dit perceel geboekt, waarvan een deel (€ 50,2 mln) reeds ter dekking is ingezet voor bovengenoemde KGG-dossiers.
Ontvangsten
Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.