[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2026D10550, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36915 V-2 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2026Z04504:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025‒2026
36 915V Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Zaken,

T.B.W. Berendsen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de wijzigingen welke zijn opgetreden in de omvang van de HGIS, alsook de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Conform de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Ook is omschreven welke ondergrens gehanteerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Zie hiervoor onderstaande tabel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)
< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

2 Wijziging in de omvang van de HGIS

In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de HGIS-nota 2025. Zoals uit de hiernavolgende tabel blijkt, neemt de totale omvang van de HGIS voor 2026 af met EUR 332 miljoen (uitgaven minus ontvangsten).

In EUR miljoen HGIS-nota 2026 1e suppletoire begroting 2026 Mutatie
HGIS-uitgaven 2026 8.247 7.548 -699
HGIS-ontvangsten 2026 751 384 -367
Omvang HGIS 2026 (uitgaven - ontvangsten) 7.496 7.164 -332

De per saldo afname van het budget kent een aantal oorzaken, die in de navolgende tabellen per categorie worden toegelicht. Een meer uitgebreide toelichting is daarnaast zowel in de verticale toelichting van de Voorjaarsnota 2026 als de departementale begrotingen weergegeven.

Uitgaven in EUR miljoen 2026
Stand HGIS-nota 2026 8.247
Kasschuif ODA asiel -545
BNI-koppeling ODA-budget (volume) -119
BNI-koppeling ODA-budget (prijs) 39
Netto eindejaarsmarge HGIS 23
Non-ODA afboeken prijsoploop t.b.v. nieuwe indexatiesystematiek -23
Bijdrage HGIS beveiliging hoogrisicoposten -25
Overig -49
Stand 1e suppletoire begroting 2026 7.548

Het uitgavenkader van de HGIS neemt per saldo af met EUR 699 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS nota 2026 is gepresenteerd. Dit kent de volgende oorzaken:

  • Zoals toegelicht in de 1e suppletoire begroting 2026 van BHO vindt er een kasschuif plaats op het ODA-budget. Hierdoor daalt het ODA-budget met EUR 545 miljoen in 2026. Daar staat tegenover dat het ODA-budget in latere jaren stijgt.

  • Het kabinet actualiseert het ODA-budget op basis van de bni-ontwikkelingen. De volumecomponent leidt tot een daling van het ODA-budget met EUR 119 miljoen.

  • Het kabinet actualiseert het ODA-budget op basis van de bni-ontwikkelingen. De prijscomponent leidt tot een stijging van het ODA-budget met EUR 39 miljoen.

  • De netto eindejaarsmarge van de HGIS bedraagt EUR 23 miljoen. Dit is het saldo van de overschrijding op ODA en de onderschrijding op non-ODA in 2025. De eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan de HGIS, waardoor de omvang in 2026 stijgt.

  • Per 2026 wordt het non-ODA budget binnen de HGIS geïndexeerd op basis van de Rijksbrede systematiek op basis van loon- en prijsontwikkelingen (LPO). Met de hier vermelde mutatie wordt het non-ODA budget in huidige prijzen gezet, waarna vervolgens jaarlijks indexatie ontvangen kan worden op basis van de LPO-systematiek. Hierdoor daalt in eerste instantie de omvang van de HGIS in 2026 met EUR 23 miljoen.

  • De HGIS levert een bijdrage aan de beveiliging van hoogrisicoposten in het buitenland. De bijdrage bedraagt EUR 25 miljoen in 2026. Dit budget wordt overgeheveld naar de Defensiebegroting. Omdat deze begroting geen onderdeel uitmaakt van de HGIS, daalt de omvang van de HGIS door deze overboeking.

  • Onder overig vallen diverse andere mutaties met een effect op de omvang van de HGIS. Het per saldo effect is EUR 49 miljoen.

Ontvangsten in EUR miljoen 2026
Stand HGIS-nota 2026 751
Actualiseren raming verkoopopbrengsten BZ -241
Ontvlechting Defensiebudget uit HGIS -131
Overig 5
Stand 1e suppletoire begroting 2026 384

De ontvangsten van HGIS dalen per saldo met EUR 367 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS-nota 2026 is gepresenteerd. Dat komt onder andere door het actualiseren van de raming van verkoopopbrengsten op de begroting van Buitenlandse Zaken. Hierdoor dalen de ontvangsten in 2026 met EUR 241 miljoen. Daarnaast dalen de geraamde ontvangsten door de ontvlechting van de Defensiebegroting uit de HGIS met EUR 131 miljoen.

3 Beleid

3.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer Uitgaven 2026 Uitgaven 2027 Uitgaven 2028 Uitgaven 2029 Uitgaven 2030 Uitgaven 2031
Vastgestelde begroting 2026 16 647 656 16 588 786 18 292 316 18 799 814 19 326 955
Mutaties Coalitieakkoord
1) Maatregel 61: Efficiencytaakstelling div. 0 ‒ 5 ‒ 11 ‒ 1 262 ‒ 2 478 ‒ 2 478
2) Maatregel 62: Vernieuwing Rijksdienst: slagvaardige overheid div. ‒ 4 521 ‒ 11 312 ‒ 11312
3) Maatregel 63: Subsidietaakstelling div. 0 ‒ 915 ‒ 915 ‒ 915 ‒ 915 ‒ 915
Belangrijkste suppletoire mutaties
4) Makandra 2,4 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000
5) Afdrachten aan de Europese Unie 3.1 ‒ 113 832 360 580 276 696 455 316 569 276 683 566
6) Europese Vredesfaciliteit 3.5 197 781
7) Invoerrechten aan de Europese Unie 3.6 500 465 1 016 475 1 013 346 879 839 901 024 1 143 024
8) HGIS omzetten naar huidig prijspeil 6.1 - 23 464 - 54 465 - 89 214 - 118 751 - 151 279 - 181 718
9) Apparaat; loon- en prijsbijstelling (LPB) 7.1 35 721 9 030
10) Apparaat; materieel (huisvesting) middelenafspraak 7.1.14 ‒ 25 400 ‒ 35 000 ‒ 35 000 ‒ 35 000 ‒ 35 000 ‒ 30 000
11) Voorzitterschap Raad van Europa div. 1 185 7 704 620
12) Overige mutaties div. 57 469 4 488 33 018 17 295 19 985 18 823
13) Extrapolatie 19 652 960
Stand 1e suppletoire begroting 2025 17 279 581 17 898 678 19 492 856 19 993 815 20 618 256 21 271 950

Toelichting

1) Maatregel 61: Efficiencytaakstelling + 2) Maatregel 62: Vernieuwing Rijksdienst: slagvaardige overheid
Deze rijksbrede taakstellingen uit het Coalitieakkoord zijn naar rato verdeeld over de apparaatsuitgaven van departementen, inclusief uitvoeringsorganisaties. Voor het apparaat van BZ zijn het postennet, de toerekenbare NAVO-uitgaven en de consulaire ontvangsten uitgezonderd.

3) Maatregel 63: Subsidietaakstelling
Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

4) Makandra
In verband met het staatsbezoek van Zijne Majesteit de Koning aan Suriname op 1 december is voor de periode 2026-2030 cumulatief EUR 10 miljoen ten behoeve van een tweede Makandra programma vrijgemaakt, waarvan EUR 5,0 miljoen uit zowel de BZ- als de BHO-begroting.

5) Afdrachten aan de Europese Unie
Bij de eerste suppletoire begroting is de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU in 2026 naar beneden bijgesteld. De raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU is normaliter gebaseerd op het maximale meerjarig financieel kader (MFK)-betalingenplafond en de maximale inzet van de speciale instrumenten bij het MFK. Het betalingenniveau ligt in het akkoord voor de Europese jaarbegroting 2026 fors onder het betalingenplafond. Om een realistisch beeld te schetsen van de te verwachten Nederlandse EU-afdrachten wordt de raming voor 2026 gebaseerd op het betalingenniveau met een marge van 7 miljard euro. De bijstelling wordt iets gedempt door de verwerking van de nacalculatie. Op 4 maart jl. is de Kamer geïnformeerd over de nacalculatie.

Daarnaast zijn de economische cijfers, die de Europese Commissie in het kader van de MFK-onderhandelingen over het Eigenmiddelenbesluit en heeft gepubliceerd, verwerkt in de Nederlandse ramingen van de afdrachten aan de EU-begroting.

De Europese Commissie heeft vastgesteld dat niet alle betalingskredieten voor de Oekraïne-faciliteit in 2025 zijn benut. De onderuitputting wordt doorgeschoven naar 2027.

Tenslotte heeft er een update van de rentestanden plaatsgevonden voor de terugbetaling NGEU ten behoeve van de raming van het volgende MFK (vanaf 2028). Deze update is conform reguliere systematiek.

6) Europees Vredesfaciliteit
Het uitgavenbudget van de Europese Vredesfaciliteit wordt met EUR 198 miljoen verhoogd. Zoals vermeld in de Decemberbrief 2025 betreft dit middelen voor Oekraïne die in 2025 niet konden worden uitgegeven door een politieke blokkade van Hongarije.

7) Invoerrechten aan de Europese Unie
Als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de cijfers uit het Centraal Economisch Plan 2026 (CEP-cijfers) wordt de raming van de EU-invoerrechten met EUR 500 miljoen naar boven bijgesteld voor 2026. Deze bijstelling heeft ook een meerjarig effect dat verwerkt wordt in de begroting.

8) HGIS omzetten naar huidig prijspeil
Per 2026 wordt het non-ODA budget binnen de HGIS geïndexeerd op basis van de Rijksbrede systematiek op basis van loon- en prijsontwikkelingen (LPO). Hiertoe dient de prijsoploop in het budget, die ontstaan is als gevolg van de koppeling tussen het non-ODA budget en het prijsBBP, uit de begroting te worden geboekt. Op deze manier wordt dubbele indexatie voorkomen. Met deze mutatie wordt het non-ODA budget in huidige prijzen gezet, waarna indexatie ontvangen kan worden op basis van de LPO-systematiek.

9) Apparaat; Loon- en Prijsbijstelling (LPB)
Vanuit de HGIS is in 2026 EUR 35,7 miljoen en in 2027 EUR 9,0 toegekend aan artikel 7 Apparaat voor de loon en-prijs bijstelling van de personele en materiële uitgaven.

10) Apparaat; materieel (huisvesting) middelenafspraak
Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 verlaagd. Daar staat tegenover dat er in latere jaren (2027-2030) meer verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak worden daarmee ook de uitgaven bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.

11) Nederlandse voorzitterschap van de Raad van Europa

Er wordt in 2026, 2027 en 2028 budget gereserveerd voor de organisatie van het Nederlandse voorzitterschap van het comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027. Deze middelen zijn tevens bestemd voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

12) Overige mutaties
Dit betreft de som van overige kleine mutaties.

13) Extrapolatie
Conform reguliere systematiek is het jaar 2031 aan de begrotingshorizon toegevoegd.

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer Ontvangsten 2026 Ontvangsten 2027 Ontvangsten 2028 Ontvangsten 2029 Ontvangsten 2030 Ontvangsten 2031
Vastgestelde begroting 2025 4 731 716 1 403 410 1 448 000 1 503 833 1 540 637
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Diverse ontvangsten EU 3.10 125 116 254 119 253 337 219 960 225 256 285 756
2) Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen 4.2 4 400 0 0 0 0 0
3) Diverse ontvangsten apparaat 7.10 ‒ 241 000 18 600 19 000 19 000 19 000 0
4) Extrapolatie 1 539 937
Stand 1e suppletoire begroting 2025 4 620 232 1 676 129 1 720 337 1 742 793 1 784 893 1 825 693

Toelichting

1) Diverse ontvangsten EU
Dit is een aanpassing van de perceptiekostenvergoeding op basis van de CEP-ramingen van 2026. Deze mutatie hangt samen met de actualisatie en nabetaling van de invoerrechten. Vanwege de hoger dan verwachte invoerrechten, nemen ook de ontvangsten van de perceptiekostenvergoeding toe.

2) Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen
Meer-ontvangsten als gevolg van subsidie uit het Europese Fonds voor Geïntegreerd Grensbeheer (Border Management and Visa Policy Instrument (BMVI)) van EUR 4,4 miljoen in 2026. Ontvangen subsidies worden ingezet om een deel van de kosten voor de optimalisering van visumsystemen te dekken.

3) Diverse ontvangsten apparaat
Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 verlaagd. Daar staat tegenover dat er in latere jaren (2027-2030) meer verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak worden de ontvangsten bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.

4) Extrapolatie
Conform reguliere systematiek is het jaar 2031 aan de begrotingshorizon toegevoegd.

4 Beleidsartikelen

4.1 Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Versterkte internationale rechtsorde (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 103.583 0 103.583 11.077 114.660 ‒ 10.754 20.052 ‒ 22.767 ‒ 11.671 90.219
Uitgaven 127.627 0 127.627 660 128.287 ‒ 179 ‒ 179 ‒ 179 ‒ 179 115.235
1.1 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak 59.613 0 59.613 0 59.613 ‒ 12 ‒ 12 ‒ 12 ‒ 12 58.882
Subsidies (regelingen) 1.550 0 1.550 0 1.550 ‒ 12 ‒ 12 ‒ 12 ‒ 12 819
Internationaal recht 1.550 0 1.550 0 1.550 ‒ 12 ‒ 12 ‒ 12 ‒ 12 819
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 58.063 0 58.063 0 58.063 0 0 0 0 58.063
Verenigde Naties 40.150 0 40.150 0 40.150 0 0 0 0 40.150
OESO 9.673 0 9.673 0 9.673 0 0 0 0 9.673
Internationaal Strafhof 5.240 0 5.240 0 5.240 0 0 0 0 5.240
Internationaal recht 3.000 0 3.000 0 3.000 0 0 0 0 3.000
1.2 Bescherming en bevordering van mensenrechten 51.463 0 51.463 0 51.463 ‒ 149 ‒ 149 ‒ 149 ‒ 149 46.146
Subsidies (regelingen) 17.937 0 17.937 744 18.681 4.433 5.048 5.142 5.423 15.432
Mensenrechtenfonds 17.937 0 17.937 744 18.681 4.433 5.048 5.142 5.423 15.432
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 33.526 0 33.526 ‒ 744 32.782 ‒ 4.582 ‒ 5.197 ‒ 5.291 ‒ 5.572 30.714
Mensenrechtenfonds 26.026 0 26.026 ‒ 744 25.282 ‒ 4.582 ‒ 5.197 ‒ 5.291 ‒ 5.572 24.304
Mensenrechten multilateraal 7.500 0 7.500 0 7.500 0 0 0 0 6.410
1.3 Gastandbeleid internationale organisaties 16.551 0 16.551 660 17.211 ‒ 18 ‒ 18 ‒ 18 ‒ 18 10.207
Subsidies (regelingen) 15.276 0 15.276 0 15.276 ‒ 78 ‒ 78 ‒ 78 ‒ 78 8.872
Carnegiestichting 7.316 0 7.316 0 7.316 ‒ 62 ‒ 62 ‒ 62 ‒ 62 4.338
Vredespaleis 7.960 0 7.960 0 7.960 ‒ 16 ‒ 16 ‒ 16 ‒ 16 4.534
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.275 0 1.275 660 1.935 60 60 60 60 1.335
Internationaal Strafhof 725 0 725 0 725 0 0 0 0 725
Nederland Gastland 550 0 550 660 1.210 60 60 60 60 610
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

Binnen artikel 1 stijgt het totale verplichtingenbudget voor het Mensenrechtenfonds (MRF) in 2026 met EUR 11,1 miljoen. In afwachting van de herinrichting van het MRF zijn de posten in 2025 verzocht geen meerjarige verplichtingen aan te gaan. Door de herinrichting is in 2025 het aantal landen dat decentraal budget vanuit het mensenrechtenfonds krijgt, gedaald van 86 naar 31 landen. Deze 31 landen gaan in 2026 meerjarige verplichtingen aan.

Daarnaast is er verplichtingenbudget verschoven van 2029 naar 2028. Het huidige meerjarige corefundingsarrangement met het Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) loopt tot en met 2027, gelijk aan de looptijd van het meerjarige strategische plan van OHCHR. Voor de nieuwe corefunding is reeds in 2028 verplichtingenbudget nodig om opnieuw parallel te kunnen lopen met de meerjarige strategische planning van OHCHR.

Uitgaven

Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

Budgetflexibiliteit

Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit
juridisch verplicht 76%
bestuurlijk gebonden 1%
beleidsmatig gereserveerd 22%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde zijn voor 76% juridisch verplicht.

De uitgaven voor het artikelonderdeel «goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak» zijn voor 83% vastgelegd voor de verdragcontributies met o.a. de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof terwijl 14% beleidsmatig gereserveerd is.

De programma’s van het artikelonderdeel «bescherming en bevordering van mensenrechten» zijn voor 60% juridisch verplicht en 40% beleidsmatig gereserveerd. De bijdrage aan het Kantoor van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten (OHCHR) is meerjarig vastgelegd. De juridisch vastgelegde verplichtingen op het mensenrechtenfonds zijn relatief laag doordat er een stop op meerjarige verplichtingen voor de posten was ingesteld in afwachting van de hervorming van het mensenrechtenfonds. Vanaf dit jaar zullen er weer meerjarige verplichtingen worden aangegaan.

Van het artikelonderdeel «gastlandbeleid internationale organisaties» is 100% van het geraamde budget juridisch verplicht. Het betreft met name de gastlanduitgaven voor de huisvesting van het Permanente Hof van Arbitrage, het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis (waarvan de Carnegie Stichting eigenaar en beheerder is) en van de gastlanduitgaven voor het Internationaal Strafhof (ICC), de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) en de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden (HCNM).

4.2 Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Veiligheid en stabiliteit (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 305.141 0 305.141 ‒ 23.221 281.920 6.336 ‒ 2.147 ‒ 2.940 ‒ 2.951 260.830
Uitgaven 339.812 0 339.812 ‒ 22.361 317.451 ‒ 140 ‒ 682 ‒ 1.144 ‒ 1.160 264.635
2.1 Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid 26.960 0 26.960 5.392 32.352 7.648 5.630 5.963 5.963 32.321
Subsidies (regelingen) 874 0 874 6.402 7.276 7.728 5.395 5.694 5.694 6.052
Atlantische Commissie 874 0 874 0 874 ‒ 5 ‒ 5 ‒ 5 ‒ 5 353
Veiligheidsfonds 0 0 0 6.402 6.402 7.733 5.400 5.699 5.699 5.699
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 26.086 0 26.086 ‒ 1.010 25.076 ‒ 80 235 269 269 26.269
NAVO 18.500 0 18.500 0 18.500 0 0 0 0 23.350
WEU 845 0 845 0 845 0 0 0 0 890
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid 2.700 0 2.700 ‒ 2.540 160 ‒ 1.480 ‒ 1.065 ‒ 1.131 ‒ 1.131 0
Veiligheidsfonds 4.041 0 4.041 1.530 5.571 1.400 1.300 1.400 1.400 2.029
2.2 Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme 6.074 0 6.074 ‒ 5.020 1.054 ‒ 7.321 ‒ 5.304 ‒ 5.636 ‒ 5.636 0
Subsidies (regelingen) 4.374 0 4.374 ‒ 3.490 884 ‒ 5.921 ‒ 4.004 ‒ 4.236 ‒ 4.236 0
Anti-terrorisme instituut 551 0 551 ‒ 390 161 ‒ 306 ‒ 217 ‒ 231 ‒ 231 0
Contra-terrorisme 1.640 0 1.640 ‒ 1.390 250 ‒ 4.025 ‒ 2.793 ‒ 2.898 ‒ 2.898 0
Cyber security 2.183 0 2.183 ‒ 1.710 473 ‒ 1.590 ‒ 994 ‒ 1.107 ‒ 1.107 0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.700 0 1.700 ‒ 1.530 170 ‒ 1.400 ‒ 1.300 ‒ 1.400 ‒ 1.400 0
Contra-terrorisme 380 0 380 ‒ 210 170 ‒ 480 ‒ 480 ‒ 580 ‒ 580 0
Cyber security 1.320 0 1.320 ‒ 1.320 0 ‒ 920 ‒ 820 ‒ 820 ‒ 820 0
2.3 Wapenbeheersing 11.699 0 11.699 0 11.699 0 0 0 0 11.699
Opdrachten 547 0 547 0 547 0 0 0 0 547
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties 547 0 547 0 547 0 0 0 0 547
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 11.152 0 11.152 0 11.152 0 0 0 0 11.152
IAEA 7.592 0 7.592 0 7.592 0 0 0 0 7.592
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties 1.560 0 1.560 0 1.560 0 0 0 0 1.560
CTBTO 2.000 0 2.000 0 2.000 0 0 0 0 2.000
2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband 174.848 0 174.848 ‒ 21.485 153.363 ‒ 1.867 ‒ 2.405 ‒ 2.858 ‒ 2.858 175.319
Subsidies (regelingen) 28.353 0 28.353 12.300 40.653 4.681 1.610 1.609 1.609 28.401
Nederland Helsinki Comité 28 0 28 0 28 ‒ 12 ‒ 11 ‒ 12 ‒ 12 0
Stabiliteitsfonds 25.000 0 25.000 10.800 35.800 3.646 1.646 1.646 1.646 26.646
Training buitenlandse diplomaten 3.325 0 3.325 0 3.325 1.047 ‒ 25 ‒ 25 ‒ 25 1.755
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties 0 0 0 1.500 1.500 0 0 0 0 0
Opdrachten 0 0 0 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 0
Makandra 0 0 0 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 116.743 0 116.743 ‒ 6.033 110.710 ‒ 4.747 ‒ 3.651 ‒ 4.000 ‒ 4.000 121.688
OVSE 6.000 0 6.000 ‒ 117 5.883 ‒ 78 0 0 0 6.000
Stabiliteitsfonds 38.701 0 38.701 ‒ 4.447 34.254 ‒ 4.669 ‒ 3.651 ‒ 4.000 ‒ 4.000 34.467
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties 71.767 0 71.767 ‒ 1.500 70.267 0 0 0 0 81.073
Tegengaan internationale georganiseerde criminaliteit 275 0 275 31 306 0 0 0 0 148
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 25.230 0 25.230 ‒ 25.230 0 0 0 0 0 25.230
Inzet hoog-risico posten 25.230 0 25.230 ‒ 25.230 0 0 0 0 0 25.230
Nog te verdelen 4.522 0 4.522 ‒ 4.522 0 ‒ 3.801 ‒ 2.364 ‒ 2.467 ‒ 2.467 0
Nog te verdelen 4.522 0 4.522 ‒ 4.522 0 ‒ 3.801 ‒ 2.364 ‒ 2.467 ‒ 2.467 0
2.5 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden 27.231 0 27.231 ‒ 498 26.733 1.400 1.397 1.387 1.371 17.296
Subsidies (regelingen) 16.541 0 16.541 ‒ 301 16.240 2.230 3.760 2.760 2.760 8.901
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA 10.348 0 10.348 0 10.348 ‒ 87 ‒ 87 ‒ 87 ‒ 87 6.025
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 6.193 0 6.193 ‒ 301 5.892 2.317 3.847 2.847 2.847 2.876
Opdrachten 2.143 0 2.143 1.056 3.199 1.500 1.500 1.500 1.500 2.456
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 2.143 0 2.143 1.056 3.199 1.500 1.500 1.500 1.500 2.456
Bijdrage aan agentschappen 611 0 611 443 1.054 1.376 1.373 1.363 1.347 1.774
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 257 0 257 443 700 1.378 1.376 1.370 1.360 1.617
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA 354 0 354 0 354 ‒ 2 ‒ 3 ‒ 7 ‒ 13 157
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 7.936 0 7.936 ‒ 1.696 6.240 ‒ 3.706 ‒ 5.236 ‒ 4.236 ‒ 4.236 4.165
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka 7.936 0 7.936 ‒ 1.851 6.085 ‒ 3.706 ‒ 5.236 ‒ 4.236 ‒ 4.236 4.165
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA 0 0 0 155 155 0 0 0 0 0
2.6 Oekraine (V) 93.000 0 93.000 ‒ 750 92.250 0 0 0 0 28.000
Subsidies (regelingen) 12.500 0 12.500 4.925 17.425 123 75 0 0 500
Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine 10.500 0 10.500 0 10.500 0 0 0 0 500
Accountability Oekraïne 0 0 0 925 925 123 75 0 0 0
Humanitaire ontmijning 0 0 0 5.000 5.000 0 0 0 0 0
Bescherming en herstel van cultureel erfgoed 2.000 0 2.000 ‒ 1.000 1.000 0 0 0 0 0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 80.500 0 80.500 ‒ 5.675 74.825 ‒ 123 ‒ 75 0 0 27.500
Accountability Oekraine 32.500 0 32.500 ‒ 925 31.575 ‒ 123 ‒ 75 0 0 27.500
Humanitaire ontmijning 10.000 0 10.000 ‒ 5.000 5.000 0 0 0 0 0
NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) TF 25.000 0 25.000 0 25.000 0 0 0 0 0
Versterken cyberweerbaarheid Oekraïne 10.000 0 10.000 0 10.000 0 0 0 0 0
Democratie en rechtstaat 3.000 0 3.000 ‒ 750 2.250 0 0 0 0 0
Bescherming en herstel van cultureel erfgoed 0 0 0 1.000 1.000 0 0 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 1.000
Tabel 7 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 2 Veiligheid en stabiliteit (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Ontvangsten 1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 1.000
2.40 Restituties programma's 1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 1.000
Restituties programma's 1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 1.000
Restituties programma's 1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 1.000

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget van artikel 2 daalt in 2026 met circa EUR 23,2 miljoen. Dit is met name het gevolg van de overheveling van EUR 25,2 miljoen naar het ministerie van Defensie voor de beveiliging van een aantal hoog-risicoposten door de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB).

Uitgaven

Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

De Rijksbrede apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord (61. Efficiencytaakstelling en 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Dat betekent dat de bijdragen aan RVO meelopen in de grondslag. Deze bijdragen zijn naar rato van het budget verlaagd.

Artikelonderdeel 2.1 en 2.2

Door de taakstelling zijn de budgetten van verschillende veiligheidsgerelateerde budgetplaatsen verlaagd. Om versnippering tegen te gaan, flexibiliteit te verhogen en voor de eenvoud wordt een aantal budgetplaatsen samengevoegd tot één budgetplaats Veiligheidsfonds. Het gaat om overheveling van POBB, antiterrorisme, cyber security, Helsinki comité, en contraterrorisme budgetten.

Artikelonderdeel 2.4

Conform geldende systematiek wordt in 2026 het budget voor inzet van de BSB voor de beveiliging van Nederlandse diplomaten en ambassades in risicogebieden overgeheveld naar het ministerie van Defensie.

Voor 2027 was het kasbudget niet toereikend om de verplichting aan Clingendael te kunnen voldoen voor training buitenlandse diplomaten. Deze wordt daarom verhoogd.

Daarnaast is er EUR 5 miljoen van het Stabiliteitsfonds gebruikt om dekking te vinden voor Makandra 2.0 (kasritme 2028 EUR 1 miljoen, 2029 EUR 2 miljoen en 2030 EUR 2 miljoen); zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op de IOB evaluatie van het eerste Makandra programma, aan de Tweede Kamer verstuurd tijdens het staatsbezoek aan Suriname in december 2025. De overige EUR 5 miljoen komt van ODA-middelen op de BHO begroting (kasritme 2026 EUR 2 miljoen, 2027 EUR 2 miljoen en 2028 EUR 1 miljoen).

Budgetflexibiliteit

Tabel 8 Geschatte budgetflexibiliteit
juridisch verplicht 44%
bestuurlijk gebonden 46%
beleidsmatig gereserveerd 10%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 2 Veiligheid en stabiliteit zijn voor 44% juridisch verplicht.

Bij het artikelonderdeel «Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid» is 82% van de uitgaven juridisch verplicht. De bijdragen aan de NAVO en de West-Europese Unie (WEU) zijn volledig juridisch verplicht en de uitgaven voor de Atlantische Commissie zijn dat nagenoeg. Het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) en het Veiligheidsfonds zijn voor een groot deel juridisch verplicht waarbij het overige gedeelte beleidsmatig gereserveerd is.

Binnen het artikel «Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme» is het budget met 92% bijna volledig juridisch verplicht. Het artikelonderdeel «Wapenbeheersing» is volledig juridisch verplicht. Het betreft verdragsrechtelijke contributies en een kleine variabiliteit.

Binnen het artikelonderdeel «Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband» is het Stabiliteitsfonds voor 39% juridisch verplicht. Dit betreft voor de subsidies voornamelijk de toekenningen uit hoofde van het subsidiebeleidskader Mine Action en Cluster-munitie Programma III 2025–2030. Voor de bijdragen betreft het onder meer projectaanvragen die zijn ingediend vanuit de posten en directies bij het stabiliteitsfonds. Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies) zijn volledig beleidsmatig gereserveerd.

Op het artikelonderdeel «Bevordering van transitie in prioritaire gebieden» zijn de voorziene uitgaven voor de programma's Matra en Shiraka voor 74% juridisch verplicht en zullen in de loop van het jaar verder worden ingevuld.

Binnen het artikelonderdeel «Oekraïne» is 23% van de accountability middelen juridisch verplicht. De resterende uitgaven binnen dit artikelonderdeel zijn beleidsmatig gereserveerd voor onder andere contributiekosten agressietribunaal.

.

4.3 Artikel 3: Effectieve Europese samenwerking

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Effectieve Europese samenwerking(bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 14.818.259 0 14.818.259 387.075 15.205.334 1.383.396 1.290.042 1.335.155 1.470.300 19.895.112
Uitgaven 15.053.809 0 15.053.809 585.046 15.638.855 1.383.393 1.290.039 1.335.152 1.470.297 19.936.295
3.1 Afdrachten aan de Europese Unie 9.795.556 0 9.795.556 ‒ 113.832 9.681.724 360.580 276.696 455.316 569.276 12.964.909
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 9.795.556 0 9.795.556 ‒ 113.832 9.681.724 360.580 276.696 455.316 569.276 12.964.909
BNI-afdrachten 8.019.591 0 8.019.591 ‒ 113.832 7.905.759 337.442 233.596 391.689 492.706 10.869.785
BTW-afdrachten 1.563.347 0 1.563.347 0 1.563.347 23.138 43.100 63.627 76.570 1.887.030
Plastic-grondslag 212.618 0 212.618 0 212.618 0 0 0 0 208.094
3.2 Europees Ontwikkelingsfonds 33.500 0 33.500 0 33.500 0 0 0 0 41.000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 33.500 0 33.500 0 33.500 0 0 0 0 41.000
Europees Ontwikkelingsfonds 33.500 0 33.500 0 33.500 0 0 0 0 41.000
3.3 Een hechtere Europese waardengemeenschap 23.984 0 23.984 442 24.426 6.341 0 0 0 16.723
Opdrachten 0 0 0 442 442 6.341 0 0 0 0
Raad van Europa 0 0 0 442 442 6.341 0 0 0 0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 23.984 0 23.984 0 23.984 0 0 0 0 16.723
Raad van Europa 16.723 0 16.723 0 16.723 0 0 0 0 16.723
Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbank 7.261 0 7.261 0 7.261 0 0 0 0 0
3.4 Versterkte Nederlandse positie in de Unie 7.023 0 7.023 190 7.213 ‒ 3 ‒ 3 ‒ 3 ‒ 3 10.921
Subsidies (regelingen) 348 0 348 0 348 ‒ 3 ‒ 3 ‒ 3 ‒ 3 183
EIPA 348 0 348 0 348 ‒ 3 ‒ 3 ‒ 3 ‒ 3 183
Opdrachten 1.625 0 1.625 190 1.815 0 0 0 0 5.688
Europa College beurzenprogramma 190 0 190 190 380 0 0 0 0 0
EU-sanctiebeleid 1.435 0 1.435 0 1.435 0 0 0 0 5.688
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 5.050 0 5.050 0 5.050 0 0 0 0 5.050
Benelux bijdrage 5.050 0 5.050 0 5.050 0 0 0 0 5.050
3.5 Europese Vredesfaciliteit 239.210 0 239.210 197.781 436.991 0 0 0 0 48.742
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 239.210 0 239.210 197.781 436.991 0 0 0 0 48.742
Europese Vredesfaciliteit 239.210 0 239.210 197.781 436.991 0 0 0 0 48.742
3.6 Invoerrechten aan de Europese Unie 4.954.536 0 4.954.536 500.465 5.455.001 1.016.475 1.013.346 879.839 901.024 6.854.000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 4.954.536 0 4.954.536 500.465 5.455.001 1.016.475 1.013.346 879.839 901.024 6.854.000
Invoerrechten 4.954.536 0 4.954.536 500.465 5.455.001 1.016.475 1.013.346 879.839 901.024 6.854.000
Ontvangsten 4.162.431 0 4.162.431 125.116 4.287.547 254.119 253.337 219.960 225.256 1.713.750
Tabel 10 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 3 Effectieve Europese samenwerking (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Ontvangsten 4.162.431 0 4.162.431 125.116 4.287.547 254.119 253.337 219.960 225.256 1.713.750
3.10 Diverse ontvangsten EU 1.238.635 0 1.238.635 125.116 1.363.751 254.119 253.337 219.960 225.256 1.713.500
Diverse ontvangsten EU 1.238.635 0 1.238.635 125.116 1.363.751 254.119 253.337 219.960 225.256 1.713.500
Invoerrechten 1.238.635 0 1.238.635 125.116 1.363.751 254.119 253.337 219.960 225.256 1.713.500
3.11 Europees herstelfonds 2.923.546 0 2.923.546 0 2.923.546 0 0 0 0 0
Europees herstelfonds 2.923.546 0 2.923.546 0 2.923.546 0 0 0 0 0
Europees herstelfonds 2.923.546 0 2.923.546 0 2.923.546 0 0 0 0 0
3.30 Restitutie Raad van Europa 250 0 250 0 250 0 0 0 0 250
Restitutie Raad van Europa 250 0 250 0 250 0 0 0 0 250
Restitutie Raad van Europa 250 0 250 0 250 0 0 0 0 250

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen op artikel 3 muteren mee met de uitgaven zoals hieronder toegelicht.

Uitgaven

Artikelonderdeel 3.1

Bij de eerste suppletoire begroting is de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU in 2026 naar beneden bijgesteld. De raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU is normaliter gebaseerd op het maximale meerjarig financieel kader (MFK)-betalingenplafond en de maximale inzet van de speciale instrumenten bij het MFK. Het betalingenniveau ligt in het akkoord voor de Europese jaarbegroting 2026 fors onder het betalingenplafond. Om een realistisch beeld te schetsen van de te verwachten Nederlandse EU-afdrachten wordt de raming voor 2026 gebaseerd op het betalingenniveau met een marge van 7 miljard euro. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de raming van EUR 135 miljoen.

De bijstelling wordt iets gedempt door de verwerking van de nacalculatie. Op 4 maart jl. is de Kamer geïnformeerd over de nacalculatie. Dit is een jaarlijkse technische exercitie waarbij met terugwerkende kracht wordt berekend wat de EU-afdrachten van lidstaten hadden moeten zijn op basis van hun realisaties en economische prestaties over 2024 en eerdere jaren. Voor Nederland betreft de nacalculatie een nabetaling van EUR 108 miljoen. Het grootste gedeelte betreft bni- en btw-afdracht (EUR 87 miljoen) en wordt verrekend in 2027. Het overige deel betreft de plastic-afdracht (EUR 21 miljoen) in 2026.

Daarnaast zijn de economische cijfers, die de Europese Commissie in het kader van de MFK-onderhandelingen over het Eigenmiddelenbesluit en heeft gepubliceerd, verwerkt in de Nederlandse ramingen van de afdrachten aan de EU-begroting. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de raming van de Nederlandse EU-afdrachten in de jaren 2027-2031. Daardoor stijgen de afdrachten in 2027 met EUR 142 miljoen, in 2028 met EUR 312 miljoen, in 2029 met EUR 490 miljoen, in 2030 met EUR 603 miljoen en in 2031 met EUR 707 miljoen. Deze stijging wordt veroorzaakt doordat de Europese economie harder groeit dan eerder voorzien en het Nederlandse aandeel daarin toeneemt. De relatief grotere stijging vanaf 2028 heeft te maken met de ramingsmethodiek van het volgende MFK.

De Europese Commissie heeft vastgesteld dat niet alle betalingskredieten voor de Oekraïne-faciliteit in 2025 zijn benut. De onderputting wordt doorgeschoven naar 2027 en leidt in dat jaar tot een verhoging van de Nederlandse bni-afdracht van EUR 131 miljoen.

Tenslotte heeft er een update van de rentestanden plaatsgevonden voor de terugbetaling NGEU ten behoeve van de raming van het volgende MFK (vanaf 2028). Deze update is conform reguliere systematiek. Lagere rentestanden leiden tot een lagere raming van het volgend MFK en daarmee tot lagere afdrachten (ongeveer EUR 35 miljoen per jaar in 2028-2030 en EUR 23 miljoen in 2031).

Artikelonderdeel 3.3

Er wordt in 2026, 2027 en 2028 budget gereserveerd voor de organisatie van het Nederlandse voorzitterschap van het comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027. Deze middelen zijn tevens bestemd voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikelonderdeel 3.5

Het uitgavenbudget van de Europese Vredesfaciliteit wordt met EUR 198 miljoen verhoogd. Zoals vermeld in de Decemberbrief 2025 betreft dit middelen voor Oekraïne die in 2025 niet konden worden uitgegeven door een politieke blokkade van Hongarije

Artikelonderdeel 3.6

Als gevolg van de bijstelling van de raming van de invoerrechten in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 worden de invoerrechten naar boven bijgesteld. Daarnaast vervalt per 1 juli 2026 de vrijstelling van invoerrechten op lage waarde goederen (tot EUR 150) wat een verhogend effect heeft op de invoerrechten.

In 2026 is de actualisatie gelijk aan EUR 500 miljoen, in 2027 EUR 1016 miljoen, in 2028 EUR 1013 miljoen, in 2029 EUR 880 miljoen, in 2030 EUR 901 miljoen en in 2031 EUR 1143 miljoen. De mutatie in 2031 heeft te maken met de extrapolatie waarmee de geraamde invoerrechten voor 2031 in zijn geheel ook als mutatie worden weergegeven.

Ontvangsten

Artikelonderdeel 3.10

De perceptiekostenvergoeding is omhoog bijgesteld als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de CEP-cijfers 2026 (Centraal Economisch Plan – raming van het CPB). Daarnaast vervalt per 1 juli 2026 de vrijstelling van invoerrechten op lage waarde goederen (tot EU 150) wat een verhogend effect op de invoerrechten. Nederland mag 25% van de totale invoerrechten zelf houden, ter dekking van de gemaakte kosten voor de inning ervan. Deze korting geldt ook voor eventuele nabetalingen.

In 2026 is de actualisatie gelijk aan EUR 125 miljoen, in 2027 EUR 254 miljoen, in 2028 EUR 253 miljoen, in 2029 EUR 220 miljoen, in 2030 EUR 225 miljoen en in 2031 EUR 286 miljoen. Deze mutatie wordt verwerkt ten gunste van het generale beeld.

Artikelonderdeel 3.11

Het financiële risico voor Nederland bij het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) bedraagt maximaal EUR 653 miljoen1 per niet behaalde mijlpaal of doelstelling. Het financieel risico betreft primair het niet tijdig behalen van de mijlpalen aangaande de Wet Regie op Volkshuisvesting, Wet Verduidelijking Beoordeling arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden en Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Alle HVP-mijlpalen en doelstellingen moeten uiterlijk 31 augustus 2026 zijn gerealiseerd. Nederland kan in totaal nog aanspraak maken op ruim €2,3 miljard. Als deze wetgeving niet tijdig wordt afgerond kan dit gevolgen hebben voor de uitkering van deze tranche HVP gelden.

Geldstromen richting de EU

Om een integraal beeld te geven van alle geldstromen richting de EU wordt met ingang van de Ontwerpbegroting 2024 in de BZ-begrotingsstukken een extracomptabele tabel opgenomen met een totaaloverzicht van:

– Artikel 3.1: Nationale afdrachten aan de Europese Unie (bni, btw en plasticafdrachten);

– Artikel 3.6: Traditionele eigen middelen (TEM; invoerrechten);

– Artikel 3.10: Perceptiekostenvergoeding

– Artikel 9 Begroting Financiën: Vertragingsrente betaald aan de Europese Commissie

Tabel 11 Extracomptabel overzicht van de mutaties nationale afdrachten, invoerrechten, ontvangsten EU en vertragingsrente
Begroting Art. Nederland Stand ontwerp- begroting 2026 Mutaties via NvW, moties, amende- menten en ISB 2026 Vastge- stelde begro-
ting 2026
Mutaties 1e suppletoire begroting 2026 Stand 1e suppletoire begroting 2026 Mutaties 1e suppletoire begroting 2027 Mutaties 1e suppletoire begroting 2028 Mutaties 1e suppletoire begroting 2029 Mutaties 1e suppletoire begroting 20230 Mutaties 1e suppletoire begroting 2031
V (BZ) 3.1 Nationale afdrachten 9 795 556 0 9 795 556 ‒ 113 832 9 681 724 360 580 276 696 455 316 569 276 12 964 909
Bni-afdracht 8 019 591 0 8 019 591 ‒ 113 832 7 905 759 337 442 233 596 391 689 492 706 10 869 785
Btw-afdracht 1 563 347 0 1 563 347 0 1 563 347 23 138 43 100 63 627 76 570 1 887 030
Plastic 212 618 0 212 618 0 212 618 0 0 0 0 208 094
V (BZ) 3.6 Invoerrechten 4 954 536 0 4 954 536 500 465 5 455 001 1 016 475 1 013 346 879 839 901 024 6 854 000
V (BZ) 3.10 Ontvangsten EU 1 238 635 0 1 238 635 125 116 1 363 751 254 119 253 337 219 960 225 256 1 713 500
Perceptie-kosten
vergoeding
1 238 635 0 1 238 635 125 116 1 363 751 254 119 253 337 219 960 225 256 1 713 500
Overige ontvangsten EU 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
IX (FIN) 9.44.2 Vertragings-rente 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal 13 511 457 0 13 511 457 261 517 13 772 974 1 122 936 1 036 705 1 115 195 1 245 044 18 105 409

Budgetflexibiliteit

Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit
juridisch verplicht 100%
bestuurlijk gebonden 0%
beleidsmatig gereserveerd 0%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 3 Effectieve Europese samenwerking zijn voor 100% juridisch verplicht.

De uitgaven op dit artikel zijn (nagenoeg) volledig juridisch verplicht. De belangrijkste uitgaven betreffen de afdrachten en invoerrechten aan de EU, de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), de Europese Vredesfaciliteit (EPF) en bijdragen aan de Benelux, de Raad van Europa en de Council of Europe Development Bank.

4.4 Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 56.007 0 56.007 18.184 74.191 4.216 957 1.097 8.395 32.696
Uitgaven 58.194 0 58.194 15.484 73.678 4.210 2.447 1.075 595 35.080
4.1 Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 9.905 0 9.905 6.070 15.975 3.178 ‒ 22 ‒ 22 ‒ 22 8.901
Subsidies (regelingen) 1.560 0 1.560 0 1.560 ‒ 22 ‒ 22 ‒ 22 ‒ 22 1.538
Gedetineerdenbegeleiding 1.560 0 1.560 0 1.560 ‒ 22 ‒ 22 ‒ 22 ‒ 22 1.538
Inkomensoverdrachten 540 0 540 0 540 0 0 0 0 540
Gedetineerdenbegeleiding 540 0 540 0 540 0 0 0 0 540
Opdrachten 7.805 0 7.805 6.070 13.875 3.200 0 0 0 6.823
Consulaire bijstand 409 0 409 5.000 5.409 3.200 0 0 0 409
Reisdocumenten en verkiezingen 5.332 0 5.332 0 5.332 0 0 0 0 5.350
Consulaire opleidingen 400 0 400 0 400 0 0 0 0 400
Consulaire informatiesystemen 1.664 0 1.664 1.070 2.734 0 0 0 0 664
4.2 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren 9.918 0 9.918 3.300 13.218 0 0 0 0 10.590
Opdrachten 8.218 0 8.218 3.300 11.518 0 0 0 0 8.890
Ambtsberichtenonderzoek 150 0 150 0 150 0 0 0 0 150
Visumverlening 2.858 0 2.858 0 2.858 0 0 0 0 2.858
Legalisatie en verificatie 80 0 80 0 80 0 0 0 0 80
Consulaire informatiesystemen 5.130 0 5.130 3.300 8.430 0 0 0 0 5.802
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.700 0 1.700 0 1.700 0 0 0 0 1.700
Bijdragen asiel en migratie 1.700 0 1.700 0 1.700 0 0 0 0 1.700
4.3 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur 6.785 0 6.785 0 6.785 ‒ 51 ‒ 51 ‒ 51 ‒ 51 3.581
Subsidies (regelingen) 4.567 0 4.567 ‒ 947 3.620 ‒ 51 ‒ 51 ‒ 51 ‒ 51 3.581
Internationaal cultuurbeleid 4.567 0 4.567 ‒ 947 3.620 ‒ 51 ‒ 51 ‒ 51 ‒ 51 3.581
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 2.218 0 2.218 947 3.165 0 0 0 0 0
Internationaal cultuurbeleid 2.218 0 2.218 947 3.165 0 0 0 0 0
4.4 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen 31.586 0 31.586 6.114 37.700 1.083 2.520 1.148 668 12.008
Subsidies (regelingen) 17.615 0 17.615 ‒ 840 16.775 ‒ 600 78 677 677 4.730
Instituut Clingendael 1.603 0 1.603 ‒ 603 1.000 ‒ 601 ‒ 619 ‒ 20 ‒ 20 1.375
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid 2.970 0 2.970 0 2.970 ‒ 23 ‒ 23 ‒ 23 ‒ 23 1.567
Internationale manifestaties en diverse bijdragen 71 0 71 0 71 ‒ 1 ‒ 1 ‒ 1 ‒ 1 38
Publieksdiplomatie 2.477 0 2.477 ‒ 237 2.240 26 722 722 722 1.696
Onderzoeksprogramma 100 0 100 0 100 ‒ 1 ‒ 1 ‒ 1 ‒ 1 54
Academische Leerstoel Anton de Kom 280 0 280 0 280 0 0 0 0 0
Opvolging excuses Slavernijverleden 10.114 0 10.114 0 10.114 0 0 0 0 0
Opdrachten 11.070 0 11.070 1.717 12.787 1.725 2.483 622 157 5.892
Adviesraad Internationale Vraagstukken 586 0 586 157 743 157 157 157 157 732
Instituut Clingendael 1.000 0 1.000 2.500 3.500 2.818 2.995 465 0 535
Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties 1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 535
Algemene voorlichting 2.783 0 2.783 0 2.783 0 0 0 0 1.466
Koninklijk Huis ¿ inkomende en uitgaande bezoeken, officiële ontvangsten 2.500 0 2.500 0 2.500 0 0 0 0 2.500
Onderzoeksprogramma 3.011 0 3.011 ‒ 1.250 1.761 ‒ 1.250 ‒ 669 0 0 124
Kennisplatform Oost-Europa 190 0 190 310 500 0 0 0 0 0
Bijdrage aan agentschappen 1.400 0 1.400 0 1.400 ‒ 2 ‒ 5 ‒ 15 ‒ 30 370
Verkeersnotificaties 400 0 400 0 400 ‒ 2 ‒ 5 ‒ 15 ‒ 30 370
Opvolging excuses Slavernijverleden 1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.501 0 1.501 237 1.738 ‒ 40 ‒ 36 ‒ 136 ‒ 136 1.016
Europese bewustwording 250 0 250 0 250 0 0 ‒ 100 ‒ 100 34
Publieksdiplomatie 1.251 0 1.251 237 1.488 ‒ 40 ‒ 36 ‒ 36 ‒ 36 982
Nog te verdelen 0 0 0 5.000 5.000 0 0 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0 5.000 5.000 0 0 0 0 0
Ontvangsten 87.214 0 87.214 4.400 91.614 0 0 0 0 82.372
Tabel 14 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Ontvangsten 87.214 0 87.214 4.400 91.614 0 0 0 0 82.372
4.10 Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 19.500 0 19.500 0 19.500 0 0 0 0 19.500
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 19.500 0 19.500 0 19.500 0 0 0 0 19.500
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland 19.500 0 19.500 0 19.500 0 0 0 0 19.500
4.20 Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen 67.514 0 67.514 4.400 71.914 0 0 0 0 62.672
Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen 67.514 0 67.514 4.400 71.914 0 0 0 0 62.672
Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen 67.514 0 67.514 4.400 71.914 0 0 0 0 62.672
4.41 Ontvangsten verkeersnotificaties 200 0 200 0 200 0 0 0 0 200
Ontvangsten verkeersnotificaties 200 0 200 0 200 0 0 0 0 200
Ontvangsten verkeersnotificaties 200 0 200 0 200 0 0 0 0 200

Toelichting

Verplichtingen

Er is een desaldering van ontvangen subsidies vanuit Europa, om een deel van de kosten voor de optimalisering van visumsystemen te dekken. Ook is er een verhoging van de verplichtingen omdat er in 20230 een aanbesteding worden gedaan op het beleidskader gedetineerdenbegeleiding.

Uitgaven

Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

De Rijksbrede apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord (61. Efficiencytaakstelling en 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Dat betekent dat de bijdragen aan RVO meelopen in de grondslag. Deze bijdragen zijn naar rato van het budget verlaagd.

Artikelonderdeel 4.1 en 4.2

De grootste mutaties op artikel 4.1 en 4.2 betreffen de inkomsten van EUR 4,4 miljoen subsidie BMVI-middelen uit Brussel in 2026. Deze subsidie zal worden ingezet om een deel van de kosten voor de doorontwikkeling van de visumsystemen te dekken. Er wordt in 2026 EUR 1,1 miljoen toegekend voor consulaire informatiesystemen NL in buitenland op artikel 4.1 en EUR 3,3 miljoen voor consulaire informatiesystemen vreemdelingenbeleid op artikel 4.2.

Vanuit de HGIS wordt in 2026 EUR 5,0 miljoen non-ODA budget vrijgemaakt ten behoeve van crisisbeheersing. Dit is zichtbaar onder de regel van consulaire bijstand. In 2027 wordt er EUR 3,2 miljoen beschikbaar gesteld. Dit gaat met name om kosten voor consulaire dienstverlening zoals bv. evacuaties van Nederlanders in het buitenland in nood. Dit is prioritair gezien de recente geopolitieke ontwikkelingen.

Artikelonderdeel 4.4

De aanpassing van het budget binnen artikel 4.4 is het gevolg van een verschuiving van het uitgavenbudget van Clingendael onderzoeksprogramma en onderzoeksprogramma van het instrument Subsidies (regelingen) naar het financieel instrument Opdrachten voor Clingendael.

Ontvangsten

De ontvangsten op dit artikelonderdeel worden in 2026 met EUR 4,4 miljoen verhoogd vanwege ontvangen BMVI-subsidie uit de EU (het instrument voor grensbeheer en visa). Deze ontvangsten worden gedesaldeerd met artikelonderdelen 4.1 en 4.2 (Consulaire informatiesystemen).

Budgetflexibiliteit

Tabel 14 Geschatte budgetflexibiliteit
juridisch verplicht 55%
bestuurlijk gebonden 0%
beleidsmatig gereserveerd 45%
nog niet ingevuld/vrij te besteden 0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden zijn voor 55% juridisch verplicht.

Binnen het artikelonderdeel «Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland» is 93% juridisch verplicht. De subsidies voor gedetineerdenbegeleiding, de opdracht voor reisdocumenten en verkiezingen, en de opdracht voor consulaire informatiesystemen zijn volledig juridisch verplicht. De inkoop van de te verstrekken reisdocumenten en de geplande uitgaven voor het samen met (keten-)partners reguleren van het personenverkeer zijn voor 90% juridisch verplicht en worden aan de hand van de afgifte van paspoorten en visa bepaald. Hiervoor worden gedurende het begrotingsjaar verplichtingen aangegaan.

Voor het artikelonderdeel van internationaal cultuurbeleid zijn de uitgaven voor de specifieke landenprogramma’s en de cultuurmanifestaties voor 9% juridisch verplicht en de rest beleidsmatig gereserveerd in het kader van het 2025-2028 beleidskader.

Binnen het artikelonderdeel «Uitdragen Nederlandse waarden en belangen» is 38% juridisch verplicht. De budgetten voor onderzoek uitgevoerd door Clingendael zijn voor 80% juridisch verplicht en verder volledig beleidsmatig gereserveerd. De budgetten voor publieksdiplomatie (59% juridisch verplicht) worden ingezet voor activiteiten op het gebied van de positionering van Nederland in het buitenland, landenprogramma’s ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen, bezoeken van beïnvloeders en journalisten en uitgaven voor programma’s met in Nederland gevestigde partners zoals internationale organisaties.

De uitgaven voor de academische leerstoelgroep Anton de Kom zijn volledig juridisch verplicht. De uitgaven voor opvolging excuses Slavernijverleden zijn volledig beleidsmatig gereserveerd. De uitgaven voor Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid zijn voor 25% juridisch verplicht en voor 75% beleidsmatig gereserveerd en richten zich op lange-termijn beleidsdoelstellingen en activiteiten gerelateerd aan actuele ontwikkelingen, met als doel om bepaalde landenrelaties te intensiveren in het kader van verstrekt engagement. De budgetten voor de onderzoeksprogramma's zijn bijna volledig juridisch vastgelegd. Verplichtingen betreffen subsidies voor Progress en opdrachten voor het China Kennisnetwerk en het Oost-Europa/Rusland Kennisplatform. Ook de verkeersnotificaties zijn 100% juridisch verplicht. De uitgaven ten behoeve van het gastlandschap van Nederland, waaronder die van het Koninklijk Huis, VIP bezoeken en het corps diplomatique zijn deels juridisch verplicht en deels beleidsmatig gereserveerd. Die laatste categorie uitgaven wordt in de loop van 2026 ingevuld.

.

5 Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 5: Geheim

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie t+1 Mutatie t+2 Mutatie t+3 Mutatie t+4 Mutatie t+5
Verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Programma-uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Financieel instrument yyy 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

5.2 Artikel 6: HGIS onverdeeld

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 6 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 9.326 0 9.326 ‒ 6.999 2.327 ‒ 76.118 ‒ 59.047 ‒ 96.306 ‒ 132.489 2.431
Uitgaven 9.326 0 9.326 ‒ 6.999 2.327 ‒ 76.118 ‒ 59.047 ‒ 96.306 ‒ 132.489 2.431
6.1 Nog onverdeeld (HGIS) 9.326 0 9.326 ‒ 6.999 2.327 ‒ 76.118 ‒ 59.047 ‒ 96.306 ‒ 132.489 2.431
Nog onverdeeld (HGIS) 9.326 0 9.326 ‒ 6.999 2.327 ‒ 76.118 ‒ 59.047 ‒ 96.306 ‒ 132.489 2.431
Nog onverdeeld (HGIS) 9.326 0 9.326 ‒ 6.999 2.327 ‒ 76.118 ‒ 59.047 ‒ 96.306 ‒ 132.489 2.431
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Op dit artikel worden uitgaven verantwoord die samenhangen met de HGIS-indexering en HGIS-besluitvorming bij Voorjaarsnota. Op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt het HGIS non-ODA budget geïndexeerd. De indexatie wordt verwerkt op dit artikel. Het geraamde budget op dit artikel is met name bedoeld voor het uitkeren van loon- en prijsbijstelling binnen de HGIS en voor incidentele initiatieven of tegenvallers. De indexatiesystematiek van de HGIS non-ODA budgetten is met ingang van 2026 in lijn gebracht met de Rijksbrede LPO-systematiek.

De stand op artikel 6.1 wordt verlaagd als gevolg van de HGIS-voorjaarsbesluitvorming. Een meer uitgebreide toelichting is opgenomen in paragraaf 2 van dit stuk, in de verticale toelichting van de Voorjaarsnota 2026 en op de respectievelijke departementale begrotingen.

  • Op diverse HGIS-budgetten op departementale begrotingen wordt budget toegekend voor de loon- en prijsbijstelling;

  • In 2029 is Nederland voorzitter van de Raad van de Europese Unie (EU). De HGIS stelt in 2026 EUR 909.000 beschikbaar voor de voorbereiding.

  • In 2027 is Nederland voorzitter van de Raad van Europa (RVE). Het voorzitterschap is een Rijksbrede verplichting. De invulling van het voorzitterschap wordt ook interdepartementaal afgestemd. Vanuit de HGIS wordt er EUR 1,2 miljoen in 2026, EUR 7,7 miljoen in 2027 en EUR 620.000 in 2028 beschikbaar gesteld.

  • Er wordt EUR 6 miljoen in 2026 en 2027 beschikbaar gemaakt ten behoeve van Rijksbrede juridische proceskosten.

  • Er wordt in 2026 EUR 5 miljoen non-ODA budget vrijgemaakt ten behoeve van crisisbeheersing. In 2027 wordt er EUR 3,2 miljoen beschikbaar gesteld. Dit gaat met name om kosten voor consulaire dienstverlening zoals bv. evacuaties van Nederlanders in het buitenland in nood. Dit is prioritair gezien de recente geopolitieke ontwikkelingen.

  • Er wordt in 2026 en 2027 EUR 6,3 miljoen beschikbaar gesteld aan JenV voor stijgende kosten met betrekking tot de gastlandverplichting voor Europol.

  • In 2026 wordt er EUR 7 miljoen toegevoegd aan het Stabiliteitsfonds voor een bijdrage aan de Lebanese Armed Forces.

5.3 Artikel 7: Apparaat

Tabel 18 Apparaatsuitgaven Kerndepartement Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 1.058.888 0 1.058.888 60.095 1.118.983 ‒ 1.274 ‒ 32.038 ‒ 44.597 ‒ 45.763 918.274
Uitgaven 1.058.888 0 1.058.888 60.095 1.118.983 ‒ 1.274 ‒ 32.038 ‒ 44.597 ‒ 45.763 918.274
7.1 Apparaat 1.058.888 0 1.058.888 60.095 1.118.983 ‒ 1.274 ‒ 32.038 ‒ 44.597 ‒ 45.763 918.274
Personele uitgaven 733.480 0 733.480 38.263 771.743 15.184 ‒ 3.292 ‒ 15.711 ‒ 23.343 672.691
Eigen personeel 590.799 0 590.799 25.567 616.366 7.107 ‒ 1.894 ‒ 11.276 ‒ 17.269 530.465
Inhuur externen 59.184 0 59.184 4.546 63.730 1.628 ‒ 17 ‒ 1.564 ‒ 3.105 56.895
Overige personele uitgaven 83.497 0 83.497 8.150 91.647 6.449 ‒ 1.381 ‒ 2.871 ‒ 2.969 85.331
Materiële uitgaven 325.408 0 325.408 21.832 347.240 ‒ 16.458 ‒ 28.746 ‒ 28.886 ‒ 22.420 245.583
ICT 79.135 0 79.135 ‒ 10.833 68.302 ‒ 15.490 ‒ 16.022 ‒ 16.336 ‒ 16.040 56.293
Bijdrage aan SSO's 63.961 0 63.961 14.282 78.243 3.581 0 0 0 63.961
Overige materiële uitgaven 182.312 0 182.312 18.383 200.695 ‒ 4.549 ‒ 12.724 ‒ 12.550 ‒ 6.380 125.329
Ontvangsten 481.071 0 481.071 ‒ 241.000 240.071 18.600 19.000 19.000 19.000 28.571

Toelichting

Verplichtingen
De geraamde verplichtingen zijn gelijk aan de geraamde uitgaven voor apparaat.

Uitgaven
De uitgaven op artikel 7 Apparaat stijgen in 2026 en nemen vervolgens meerjarig af. De belangrijkste mutaties zijn hieronder toegelicht.

Loon- en prijsbijstelling (LPB)
De apparaatskosten stijgen in 2026 met EUR 35,7 miljoen als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling (LPB) vanuit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Deze LPB wordt onderverdeeld in EUR 15 miljoen voor personele uitgaven en EUR 20,7 miljoen voor materiële uitgaven.

Huisvesting
Op basis van een Meerjarenprogrammering (MJP) Vastgoed brengt BZ de huisvestingsportefeuille op orde. Onderdeel van de MJP is het afstoten van een aantal objecten. Voor de ontvangsten uit de verkoop van deze objecten geldt een middelenafspraak. Deze houdt in dat de betreffende ontvangsten mogen worden ingezet voor de investeringen in vastgoed ten behoeve van een aantal specifieke vastgoedprojecten. Door de neerwaartse bijstelling van de ontvangsten van een grote verkoop te desalderen neemt het huisvestingsbudget meerjarig af. De afname bedraagt EUR 25,4 miljoen in 2026, EUR 35 miljoen in de jaren 2027 t/m 2030 en EUR 30 miljoen in 2030. Verder vindt vanaf artikel 6.1 HGIS onverdeeld een overheveling plaats naar artikel 7 Apparaat van EUR 10,6 miljoen in 2027 en 3,81 miljoen in 2030. Dit wordt toegevoegd aan het huisvestingsbudget opgenomen onder Overige materiële uitgaven. In de ontwerpbegroting 2027 van BZ wordt een CW 3.1 kader meegestuurd over de wijzigingen in de huisvestingsportefeuille.

De apparaatstaakstellingen uit kabinet-Schoof zijn verder beleidsinhoudelijk uitgewerkt en worden bij deze begroting op de desbetreffende instrumenten verwerkt. In afwachting van deze invulling was de taakstelling grotendeels geboekt onder Overige materiële uitgaven. De apparaatstaakstelling wordt met name verwerkt op Eigen personeel, Overige personele uitgaven en ICT. Hierdoor vindt er een meerjarige verschuiving plaats van deze instrumenten naar Overige materiële uitgaven. Voor 2026 bedraagt de overheveling naar Overige materiële uitgaven EUR 9,0 miljoen en dit loopt op naar structureel EUR 34,7 miljoen in 2030.

De apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord betreffen de efficiencytaakstelling (CA 61) en de taakstelling Vernieuwing Rijksdienst (CA 62). Deze rijksbrede taakstellingen zijn naar rato verdeeld over de apparaatsuitgaven van departementen, inclusief uitvoeringsorganisaties. Voor het apparaat van BZ zijn het postennet, de toerekenbare NAVO-uitgaven en de consulaire ontvangsten uitgezonderd. In afwachting van de inhoudelijke invulling van de taakstellingen zijn deze naar rato verdeeld over het personeel deel en het materieel deel van het apparaat van BZ.

Juridische Proceskosten
Overige personele uitgaven stijgen met EUR 6 miljoen voor juridische kosten voor rijksbrede internationale procedures, waaronder investeringsarbitrages.

Voorzitterschap EU en RvE
Er wordt in 2026, 2027 en 2028 budget gereserveerd voor de personele uitgaven voor de organisatie van het Nederlandse voorzitterschap van het comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027.

Er is tevens gereserveerd in 2026 voor de personele uitgaven die nodig zijn om het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 2029 voor te bereiden.

Ontvangsten

Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 met EUR 241 miljoen verlaagd. Daar staat tegenover dat voor 2027 EUR 18,6 miljoen en voor de periode 2028 tot en met 2030 EUR 19 miljoen aan extra verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak worden de ontvangsten bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.


  1. __Eerder is aan de Kamer geïnformeerd dat de korting per mijlpaal of maximaal doelstelling €600 miljoen betrof. In de laatste wijziging van het HVP is het aantal mijlpalen en doelstellingen echter naar beneden bijgesteld, waardoor de korting per mijlpaal en doelstelling hoger kan uitvallen. De Europese Commissie heeft een hoge mate van discretionaire ruimte bij het bepalen van de uiteindelijke korting, die achteraf wordt vastgesteld.↩︎