Memorie van toelichting
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D10586, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:45, versie: 1
Directe link naar document (.DOCX), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 XII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Onderdeel van zaak 2026Z04509:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-08 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-04-09 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal |
|
|
|---|---|---|
| Vergaderjaar 2025–2026 | ||
| 36 915 XII |
|
|
Nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
|
|
|---|
|
4 |
|---|
|
4 |
|---|
|
|
|
|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
73 | |
|---|---|---|
|
73 | |
|
76 | |
|
81 |
|
82 | |
|---|---|---|
|
82 |
|
87 |
|---|
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk
afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begro-tingstoelichting).
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
De opzet en structuur van de onderliggende 1e suppletoire begroting voor Hoofdstuk XII is gebaseerd op de vigerende Regeling Rijksbegrotingsvoor-schriften van het Ministerie van Financiën.
Naar aanleiding van de aanbevelingen van het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven (BOR) (Kamerstukken II, 2014–2015, 31 865, nr. 66) zijn in
de Rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande uniforme ondergrenzen opgenomen, welke worden gehanteerd bij het toelichten van de budgettaire gevolgen van beleid. De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan onderstaande tabel worden op het niveau van de totale verplichtingen en de financiële instrumenten toegelicht. Dit houdt in dat financiële instrumenten, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht, tenzij deze beleidsmatig toch relevant zijn.
De onderstaande ondergrenzen gelden niet indien de begrotingswet -als wettelijke grondslag voor het betreffend subsidiebedrag gaat gelden op basis van artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb. In die gevallen worden de afzonderlijke subsidiebedragen in de toelichting van het betreffend begrotingsartikel en optioneel in de tabel vermeld.
Tabel 1 ondergrenzen conform RBV Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen |
|
|
|---|---|---|
| < 50 |
|
|
| => 50 en < 200 |
|
|
| => 200 < 1000 |
|
|
| => 1000 |
|
|
Mutaties 2031
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 (2031) opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting (het toevoegen van het jaar t+5) en vervolgens de mutaties van t+5 die met de 1e suppletoire begroting zijn verwerkt.
De kolom mutaties 2031 van de budgettaire tabellen toont dus het totale beschikbare budget in 2031 en niet enkel de mutaties die met de 1ste suppletoire begroting in 2031 zijn doorgevoerd.
Opbouw
Dit wetsvoorstel is als volgt opgebouwd:
In de begroting(wet)staat zijn de wijzigingen op de begrotingsstaat van het jaar 2026 voor de begroting van Infrastructuur en Waterstaat
(XII) opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de mutaties die op artikelniveau in de verplichtingen, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld bij deze 1ste suppletoire begroting.
In het overzicht in paragraaf 2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties zijn de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmu-taties opgenomen die leiden tot wijziging van de begroting 2026. Deze worden in deze paragraaf financieel en inhoudelijk toegelicht. Hiermee wordt de begroting op hoofdlijnen beschreven van dit wetsvoorstel.
In de artikelgewijze toelichting (paragraaf 3 Beleidsartikelen en paragraaf 4 Niet-beleidsartikelen) wordt inzicht gegeven in de meerjarige mutaties op artikelonderdeelniveau die zijn opgenomen in de begrotingsstaat.
In de paragraaf Agentschappen (zie paragraaf 5 Agentschappen) staan de aanpassingen in de exploitatie- en kasstroomoverzichten van de agentschappen van IenW: RWS en het KNMI.
Coalitieakkoord Jetten-I
Op 30 januari 2026 is het coalitieakkoord Jetten I gepresenteerd. In deze voorliggende suppletoire begroting zijn de budgettaire gevolgen van dit akkoord verwerkt. In paragraaf 2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties en 2.3 Overzicht taakstellingen Jette I is een nadere toelichting hierover opgenomen. Dit betreft met name de verwerking van de taakstellingen uit het coalitieakkoord. Om het vollledige budgettaire beeld voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat te weergeven zijn voor wat betreft de verwerking van de taakstellingen ook het aandeel voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds in de overzichten opgenomen. Een nadere toelichting is opgenomen in de eerste suppletoire begrotingen van de desbetreffende fondsen.
Als gevolg van het coalitieakkoord wordt het beleid met betrekking tot circulaire economie overgeheveld naar het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. In het constituerend beraad van 21 februari 2026 is
de verantwoordelijkheid op dit beleidsterrein aan het Ministerie van Klimaat en Groene Groei overgedragen. Bij een volgend begrotingsmoment worden de daarmee samenhangende budgetten naar Hoofdstuk XXIII Klimaat
en Groene Groei overgeheveld en worden de uitgaven voortaan op dit hoofdstuk gedaan.
2 Beleid
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
De onderstaande tabellen geven de belangrijkste uitgaven- en ontvangsten-mutaties van de 1e suppletoire begroting 2026 weer. Een meer gedetailleerd overzicht van de mutaties per artikel is te vinden bij de budgettaire gevolgen van beleid in paragraaf 3 Beleidsartikelen en paragraaf 4 Niet-beleidsarti-kelen.
|
abel 2 Belangrijkste suppletoire |
|
Uitgaven 2026 |
Uitgaven 2027 |
Uitgaven 2028 |
Uitgaven 2029 |
Uitgaven 2030 |
1.000) Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
3.759.518 | 3.938.476 | 3.760.801 | 3.658.336 | 3.737.786 | 3.197.473 | ||
|
||||||||
| 1. |
|
|
‒ 2.576 | ‒ 5.170 | ‒ 10.434 | ‒ 15.872 | ‒ 15.318 | |
| 2. |
|
|
‒ 18.899 | ‒ 48.229 | ‒ 46.392 | |||
| 3. |
|
|
‒ 13.381 | ‒ 13.381 | ‒ 13.381 | ‒ 13.381 | ‒ 8.512 | |
|
||||||||
| 4. |
|
|
77.248 | 76.864 | 60.439 | 57.580 | 58.610 | 48.889 |
| 5. |
|
|
-6.235 | 5.836 | 8.946 | 6.075 | 6.179 | 10.332 |
| 6. |
|
|
84.666 | -116.120 | -84.529 | 40.172 | 30.679 | 33.200 |
|
79.734 | -119.422 | -86.991 | 37.622 | 29.851 | 32.540 | ||
|
4.932 | 3.302 | 2.462 | 2.550 | 828 | 660 | ||
| 7. |
|
|
764 | 570 | 1.039 | 1.126 | 1.202 | 1.395 |
| 8. |
|
|
31.344 | |||||
| 9. |
|
|
50.155 | |||||
| 10. |
|
|
-267.128 | -55.112 | 21.400 | 70.944 | -111.903 | 341.799 |
| 11. |
|
|
477 | 31.837 | 94.074 | 59.333 | 27.442 | 21.934 |
| 12. |
|
|
11.616 | 4.389 | 1.896 | 4.777 | 10.498 | 0 |
|
|
1.850 | ||||||
|
|
1.032 | ||||||
|
|
6.858 | ||||||
|
|
5.489 | ||||||
|
|
6.127 | 4.389 | 1.896 | 3.745 | 3.640 | 0 | |
| 13. |
|
|||||||
|
4.047.777 | 4.183.637 | 3.950.091 | 3.898.792 | 3.717.344 | 3.616.573 |
Toelichting
Dit betreft de inpassing van het aandeel van Hoofdstuk XII voor de Efficiencytaakstelling, zoals opgenomen in het regeerakkoord van Jetten-I.
Dit betreft de inpassing van het aandeel van Hoofdstuk XII voor de aanvullende taakstelling in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid, zoals opgenomen in het regeerakkoord van Jetten-I.
Dit betreft de inpassing van het aandeel van IenW voor de subsidietaak-stelling, zoals opgenomen in het regeerakkoord van Jetten-I.
Bij de 1e suppletoire begroting wordt de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 van Hoofdstuk XII toegevoegd aan de beleidsbegroting. De daadwerkelijke loon- en prijsbijstelling is hoger dan hetgeen is toegekend, door de volgende kortingen: Voor de prijsbijstelling geldt dat in de miljoenennota 2026 is aangegeven dat een deel van de prijsbijstelling tranche 2026 vanaf 2028 wordt ingehouden ter dekking van structurele problematiek waarvan de rekening niet doorgeschoven kan worden naar toekomstige generaties. Daarnaast is een additionele korting op de prijsbijstelling in de jaren 2026 ‒ 2028 om de eerder voorziene onderuitputting te corrigeren. Om de onderuitputting zo laag mogelijk te houden, wordt door MinFin geanticipeerd op de verwachte onderuitputting op bepaalde dossiers te dekken. De onderuitputting blijkt lager te zijn dan geanticipeerd en het tekort wordt gecorrigeerd door een korting op de prijsbijstelling. Voor de loonbijstelling geldt dat het voormalig Kabinet Schoof-I heeft besloten om een nullijn vanaf 2026 in te voeren. Het huidige kabinet Jetten-I heeft deze nullijn niet terug-gedraaid. De te ontvangen loonbijstelling voor sector Rijk en externe inhuur is daarom niet uitgekeerd.
Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofd-stukken binnen de Rijksbegroting. Per saldo is in de periode 2026 t/m 2031 € 41,7 miljoen naar andere begrotingen overgeboekt. Dit betreft met name de overboeking naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voor de aansluiting op het Nationaal onder-zoeksprogramma kernenergie van NWO voor het Meerjarig Missiege-dreven Innovatieprogramma Kernenergie (MMIP) van € 16,5 miljoen, een overboeking naar het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) voor de uitvoering van de sectorale CSIRT-taken (Computer Security Incident Response Team) die het NCSC in opdracht van IenW uitvoert van € 9,4 miljoen, en een overboeking naar het Gemeentefonds voor de gemeente Haarlemmermeer voor de financiering van de problematiek met de zonnepanelen rondom Schiphol van € 5,8 miljoen.
Voor het uitvoeren van verschillende programma's is in 2026 per saldo
€ 79,7 miljoen overgeboekt van het Mobiliteitsfonds naar Hoofdstuk XII en € 4,9 miljoen vanuit het Deltafonds naar Hoofdstuk XII. Per saldo is er € 11,9 miljoen van de Hoofdstuk XII begroting overgeboekt naar de fondsen in de periode 2026 t/m 2031. Het gaat met name om:
De terugbetaling van alle gemaakte kosten tot en met 2025 voor de vrachtwagenheffing van in totaal € 287,0 miljoen. Deze worden
nu teruggegeven aan de vrije investeringsruimte van het Mobiliteits-fonds, waaruit het voorgefinanceerd was. Vanaf medio 2026 start de vrachtwagenheffing en lopen de kosten via artikel 15.
De overboeking van het Mobiliteitsfonds naar Hoofdstuk XII voor de dekking van de Brede Doeluitkering. Het gaat om € 37,2 miljoen Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH), € 18,8 miljoen voor de Vervoersregio Amsterdam (VRA), € 2,4 miljoen voor het programma Spreiden en Mijden, en € 5,2 miljoen voor het programma Zuid-Holland Bereikbaar via Spits Spreiden en Mijden.
De overboeking van het Mobiliteitsfonds naar HXII voor de dekking van structurele problematiek op Hoofdstuk XII rondom mobiliteit en luchtvaart van in totaal € 77,7 miljoen.
Dit betreft de toevoeging van HGIS-middelen aan Hoofdstuk XII en betreft met name de middelen voor:
Partners voor Water (€ 0,1 miljoen) voor het vergroten van het ‘verdienvermogen’ op het gebied van watermanagement vanwege de kansen in niet-ODA landen.
De verhoogde contributies voor het Europees Centrum voor Weers-verwachtingen op Middellange Termijn (ECMWF) (€ 5,0 miljoen).
De HGIS loon- en prijsbijstelling tranche 2026 om de budgetten in lijn te brengen met het huidige loon- en prijspeil (€ 1,0 miljoen). De daadwerkelijke bijstelling is hoger dan toegevoegd omdat het budget benodigd is om de HGIS non-ODA om te zetten naar het huidige prijspeil en onvermijdelijke tegenvallers binnen de HGIS non-ODA te dekken.
Dit betreft de toevoeging van de reguliere eindejaarsmarge (EJM) op Hoofdstuk XII van € 31,4 miljoen. De toegevoegde eindejaarsmarge zijn aan de verschillende artikelen toegevoegd om de in 2025 voorziene uitgaven die niet meer plaats hebben gevonden, alsnog in 2026 te kunnen doen.
Op de NGF-projecten op Hoofdstuk XII is een voordelig saldo ontstaan van € 50,1 miljoen in 2025. Dit saldo wordt bij deze 1e
suppletoire begroting weer toegevoegd aan de betreffende projecten op Hoofdstuk XII.
Ten laste van het generale beeld wordt per saldo € 267,1 miljoen
vanuit 2026 naar latere jaren geschoven. Het betreft met name schuiven voor de terugsluis Vrachtwagenheffing (€ 195,9 miljoen), Duurzame Mobiliteit (€ 100,2 miljoen), de NGF- projecten Maritiem Masterplan
(€ 47,5 miljoen) en Luchtvaart in Transitie (€ 42,0 miljoen), en de Klimaat-fonds programma's Duurzame Binnenvaart (€ 46,8 miljoen), Verduur-zaming Zeevaart (€ 39,6 miljoen) en Alcohol-to-jets (€ 33,3 miljoen).
Dit betreft de toevoeging van de Klimaatfonds-middelen aan de Hoofdstuk XII begroting en betreffen de volgende projecten:
Duurzame luchtvaart brandstoffen (E-fuels): Vanuit het Klimaat-fonds wordt € 150 miljoen beschikbaar gesteld voor het KF-project duurzame luchtvaartbrandstoffen (e-fuels).
Aanvullende stimulering Walstroom: Vanuit het Klimaatfonds wordt in de jaren 2027 t/m 2030 € 40 miljoen extra ontvangen voor het stimuleren van walstroomvoorzieningen.
Subsidie voor waterstof in binnenvaart: Voor de verduurzaming van de binnenvaart worden aanvullende middelen toegevoegd vanuit het Klimaatfonds. Het betreft in totaal € 33,5 miljoen.
Normering en stimulering biobased bouwen: Vanuit het Klimaat-fonds zijn er middelen toegekend voor de normering en stimulering omtrent biobased bouwen. Het betreft in totaal € 10,6 miljoen.
Voortzetting inzet 2031-2035 (kernenergie): Voor de voortzetting van de nieuwe nucleaire initiatieven worden vanuit het Klimaatfonds
€ 3,0 miljoen toegevoegd.
Dit betreft de toevoeging van de middelen vanuit de Aanvullende post aan de Hoofdstuk XII begroting en betreft:
De middelen voor Adblue van cumulatief € 1,0 miljoen.
De resterende Klimaatakkoord middelen van Kabinet Rutte-III van cumulatief € 20,0 miljoen.
De middelen voor het Programma Bescherming Noordzee Infra-structuur (PBNI) van € 5,5 miljoen in 2026.
Op de Aanvullende Post stonden nog een aantal restbudgetten van vorige kabinetten. Het gaat om resterende middelen van Klimaatakkoord Rutte III en Compensatie Motorrijtuigenbelasting Provincies. Deze middelen zijn overgeheveld naar de begroting van IenW voor het oplossen van enkele vraagstukken op de beleidsbegroting. Dit gaat onder andere om dekking van (1) het aandeel van IenW voor de missie van de TROPOspheric Monitoring Instrument (TROPOMI), (2) een aanvullende tegenvaller bij de NAVO-top, (3) de gestegen kosten voor het beheer en onderhoud van het regeringsvliegtuig en (4) aanvullende kosten voor schaderegeling Stint. Daarnaast wordt een deel van de budgetten overgeboekt naar het reserveringsartikel op de beleidsbegroting van IenW voor lopende dossiers.
Overige mutaties betreffen met name verschillende interne herschikkingen om tegenvallers in de uitvoering van het beleid en in de bedrijfsvoering in te kunnen passen binnen de budgettaire kaders van Hoofdstuk XII. Het gaat hierbij om tegenvallers als gevolg van de herziene EU-richtlijnen en nieuwe eisen voor luchtkwaliteit, de uitgaven voor de Moerdijkregeling en de betaling nadeelcompensatie Te Rijdt. Daarnaast betreft het ook tegenvallers als gevolg van de hogere kosten op het gebied van de bedrijfsvoering en de hogere kosten aan de contributie aan EUMETSAT. Verder betreft het toegevoegd budget voor verwachte investeringen in roerende zaken en de salderingen van de hieronder toegelichte ontvangsten mutaties.
|
Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) |
|
Ontvangsten 2026 |
Ontvangsten 2027 |
Ontvangsten 2028 |
Ontvangsten 2029 |
Ontvangsten 2030 |
x € 1.000) Ontvangsten 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
582.204 | 1.117.118 | 1.120.282 | 1.114.665 | 1.114.665 | 1.114.661 | ||
|
||||||||
| 1. |
|
|
‒ 100 | ‒ 207 | ‒ 351 | ‒ 487 | ‒ 487 | |
| 2. |
|
|
‒ 500 | ‒ 1.254 | ‒ 1.254 | |||
|
||||||||
| 3. |
|
|
16.064 | 32.899 | 33.721 | 34.463 | 34.633 | 34.463 |
| 4. |
|
|
1.160 | |||||
| 5. |
|
|
6.100 | |||||
| 6. |
|
2.785 | ‒ 145 | ‒ 145 | 42.700 | ‒ 300 | ‒ 300 | |
|
602.213 | 1.155.872 | 1.153.651 | 1.190.977 | 1.147.257 | 1.147.083 |
Toelichting
Dit betreft de inpassing van het aandeel van Hoofdstuk XII voor de Efficiencytaakstelling, zoals opgenomen in het regeerakkoord van Jetten-I.
Dit betreft de inpassing van het aandeel van Hoofdstuk XII voor de aanvullende taakstelling in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid, zoals opgenomen in het regeerakkoord van Jetten-I.
Dit betreft een actualisatie van de ontvangstenraming voor de harmoni-satie van de Europese voertuigclassificaties en fiscale derving.
Dit betreft de afrekening van de financiële bijdrage van het Nationaal Groeifonds aan Magna, welke zal overgaan naar Senior.
Dit betreffen de ontvangsten voor de Geluid Isolatie Schiphol 4-regeling (GIS-4), omdat de omvang van woningen die deel uitmaken van de regeling is uitgebreid, daartoe zullen de opbrengsten uit de sector ook langer doorlopen.
De overige ontvangstenmutaties bestaat uit diverse kleinere ontvangsten. Het betreft met name de ontvangsten van RWS vanwege de afronding van het FEDeRATED-project (€ 0,6 miljoen) en van de EU conform de Consortium Agreement voor het opzetten van een financieel administratieve structuur van de digitale transportstrategie (DTS) (€ 0,7 miljoen).
2.2 Overzicht taakstellingen Jetten-I
Op 30 januari 2026 is het coalitieakkoord van het Kabinet Jetten-I gepubli-ceerd. Uit de budgettaire bijlage volgt dat 3 taakstellingen zijn opgenomen IenW direct raken: twee taakstelling op de apparaatsuitgaven van het departement en uitvoering in het kader van efficiency en in het kader
van de vernieuwing Rijksdienst en een slagvaardige overheid, en een subsi-dietaakstelling. De taakstellingen zijn conform de grondslag van MinFin verwerkt in deze begroting en kunnen in navolgende begrotingen nog herschikt worden. In onderstaand overzicht is de totale opgave voor IenW opgenomen. De toelichting op de taakstellingen die het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds raken worden in die betreffende begrotingsstukken nader toegelicht.
Tabel 4 Taakstellingen IenW vanuit het coalitieakkoord Kabinet Jetten-I (bedragen x € 1.000)
Mutaties coalitieakkoord |
coalitieak
|
|
|
|
2030 | 2031 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale taakstelling | 0 | -23.810 | -34.213 | -93.363 | -176.394 | -176.394 | -171.525 |
| 1. Apparaat | 0 | -10.429 | -20.832 | -79.982 | -163.013 | -163.013 | -163.013 |
| 1.1 Efficiency taakstelling | 0 | ‒ 10.429 | ‒ 20.832 | ‒ 33.609 | ‒ 46.294 | ‒ 46.294 | ‒ 46.294 |
| Artikel 11 - Integraal Waterbeleid | 0 | ‒ 3 | ‒ 5 | ‒ 8 | ‒ 10 | ‒ 10 | ‒ 10 |
| Artikel 13 - Bodem en Ondergrond | 0 | ‒ 22 | ‒ 44 | ‒ 66 | ‒ 87 | ‒ 87 | ‒ 87 |
| Artikel 14 - Wegen en Verkeersveiligheid | 0 | ‒ 79 | ‒ 122 | ‒ 153 | ‒ 181 | ‒ 181 | ‒ 181 |
| Artikel 15 - Vrachtwagenheffing | 0 | ‒ 678 | ‒ 1430 | ‒ 2180 | ‒ 2880 | ‒ 2880 | ‒ 2880 |
| Artikel 16 - Openbaar Vervoer en Spoor | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Artikel 17 - Luchtvaart | 0 | ‒ 12 | ‒ 17 | ‒ 21 | ‒ 33 | ‒ 33 | ‒ 33 |
| Artikel 18 - Scheepvaart en Havens | 0 | ‒ 16 | ‒ 28 | ‒ 42 | ‒ 54 | ‒ 54 | ‒ 54 |
| Artikel 19 - Internationaal Beleid | 0 | ‒ 12 | ‒ 24 | ‒ 36 | ‒ 47 | ‒ 47 | ‒ 47 |
| Artikel 20 - Lucht en Geluid | 0 | ‒ 109 | ‒ 220 | ‒ 329 | ‒ 429 | ‒ 429 | ‒ 429 |
| Artikel 21 - Circulaire Economie | 0 | ‒ 72 | ‒ 144 | ‒ 274 | ‒ 357 | ‒ 357 | ‒ 357 |
| Artikel 22 - Omgevingsveiligheid en milieurisico's | 0 | ‒ 151 | ‒ 308 | ‒ 459 | ‒ 606 | ‒ 606 | ‒ 606 |
| Artikel 23 - KNMI | 0 | ‒ 272 | ‒ 531 | ‒ 749 | ‒ 893 | ‒ 893 | ‒ 893 |
| Artikel 24 - ILT | 0 | ‒ 995 | ‒ 1.974 | ‒ 2.999 | ‒ 4.417 | ‒ 4.417 | ‒ 4.417 |
| Artikel 97 - Algemeen Departement | 0 | ‒ 55 | ‒ 116 | ‒ 164 | ‒ 216 | ‒ 216 | ‒ 216 |
| Artikel 98 - Apparaatsuitgaven Kerndepartement | 0 | 0 | 0 | ‒ 2.603 | ‒ 5.175 | ‒ 5.175 | ‒ 5.175 |
| MF artikel 12 & 15 - RWS | 0 | ‒ 6.110 | ‒ 12.242 | ‒ 18.141 | ‒ 23.901 | ‒ 23.901 | ‒ 23.901 |
| DF artikel 5 - RWS | 0 | ‒ 1.843 | ‒ 3.627 | ‒ 5.385 | ‒ 7.008 | ‒ 7.008 | ‒ 7.008 |
| 1.2 Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst/ Slagvaardige overheid | 0 | 0 | 0 | ‒ 46.373 | ‒ 116.719 | ‒ 116.719 | ‒ 116.719 |
| Artikel 11 - Integraal Waterbeleid | 0 | 0 | 0 | ‒ 9 | ‒ 23 | ‒ 23 | ‒ 23 |
| Artikel 13 - Bodem en Ondergrond | 0 | 0 | 0 | ‒ 79 | ‒ 197 | ‒ 197 | ‒ 197 |
| Artikel 14 - Wegen en Verkeersveiligheid | 0 | 0 | 0 | ‒ 181 | ‒ 409 | ‒ 409 | ‒ 409 |
| Artikel 15 - Vrachtwagenheffing | 0 | 0 | 0 | ‒ 2.591 | ‒ 6.499 | ‒ 6.499 | ‒ 6.499 |
| Artikel 16 - Openbaar Vervoer en Spoor | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 1 |
| Artikel 17 - Luchtvaart | 0 | 0 | 0 | ‒ 25 | ‒ 75 | ‒ 75 | ‒ 75 |
| Artikel 18 - Scheepvaart en Havens | 0 | 0 | 0 | ‒ 50 | ‒ 120 | ‒ 120 | ‒ 120 |
| Artikel 19 - Internationaal Beleid | 0 | 0 | 0 | ‒ 42 | ‒ 106 | ‒ 106 | ‒ 106 |
| Artikel 20 - Lucht en Geluid | 0 | 0 | 0 | ‒ 391 | ‒ 967 | ‒ 967 | ‒ 967 |
| Artikel 21 - Circulaire Economie | 0 | 0 | 0 | ‒ 326 | ‒ 805 | ‒ 805 | ‒ 805 |
| Artikel 22 - Omgevingsveiligheid en milieurisico's | 0 | 0 | 0 | ‒ 545 | ‒ 1.367 | ‒ 1.367 | ‒ 1.367 |
| Artikel 23 - KNMI | 0 | 0 | 0 | ‒ 890 | ‒ 2.015 | ‒ 2.015 | ‒ 2.015 |
| Artikel 24 - ILT | 0 | 0 | 0 | ‒ 3.704 | ‒ 10.230 | ‒ 10.230 | ‒ 10.230 |
| Artikel 97 - Algemeen Departement | 0 | 0 | 0 | ‒ 177 | ‒ 454 | ‒ 454 | ‒ 454 |
| Artikel 98 - Apparaatsuitgaven Kerndepartement | 0 | 0 | 0 | ‒ 9.389 | ‒ 23.707 |
|
‒ 23.707 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MF artikel 12 & 15 - RWS | 0 | 0 | 0 | ‒ 21.571 | ‒ 53.931 |
|
‒ 53.931 |
| DF artikel 5 - RWS | 0 | 0 | 0 | ‒ 6.403 | ‒ 15.813 |
|
‒ 15.813 |
| 2. Subsidie | 0 | -13.381 | -13.381 | -13.381 | -13.381 |
|
-8.512 |
| Artikel 11 - Integraal Waterbeleid | 0 | -220 | -220 | -220 | -220 |
|
-209 |
| Artikel 13 - Bodem en Ondergrond | 0 | -191 | -191 | -191 | -191 |
|
-191 |
| Artikel 14 - Wegen en Verkeersveiligheid | 0 | -1.804 | -1.804 | -1.804 | -1.804 |
|
-123 |
| Artikel 15 - Vrachtwagenheffing | 0 | -7.671 | -7.671 | -7.671 | -7.671 |
|
-7671 |
| Artikel 16 - Openbaar Vervoer en Spoor | 0 | -228 | -228 | -228 | -228 |
|
-206 |
| Artikel 17 - Luchtvaart | 0 | -819 | -819 | -819 | -819 |
|
-7 |
| Artikel 18 - Scheepvaart en Havens | 0 | -2.257 | -2.257 | -2.257 | -2.257 |
|
0 |
| Artikel 21 - Circulaire Economie | 0 | -149 | -149 | -149 | -149 |
|
-63 |
| Artikel 22 - Omgevingsveiligheid en milieurisico's | 0 | -42 | -42 | -42 | -42 |
|
-42 |
Apparaat
Het doel van het Kabinet Jetten-I is om de apparaatsuitgaven structureel te verminderen en de Rijksdienst te vernieuwen naar een kleinere, efficiëntere en minder complexe overheid. Voor de beleidsbegroting HXII betekent dit een opgave van € 2,5 miljoen in 2027, oplopend tot structureel € 62,4 miljoen vanaf 2030. De toegewezen taakstelling is conform de grondslag van MinFin gelijkmatig verdeeld over alle artikelen en verwerkt in onderhevige begroting.
Subsidie
Het subsidiebudget wordt vanaf 2027 met € 13,4 miljoen per jaar verlaagd en na 2031 met circa 2% van het subsidiebudget verlaagd. De toegewezen taakstelling is conform de grondslag van MinFin gelijkmatig verdeeld over alle beleidsartikelen en verwerkt in onderhevige begroting.
3 Beleidsartikelen
3.1 Artikel 11 Integraal Waterbeleid Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 Integraal Waterbeleid (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|
Mutaties 1e suppletoire begroting (4) |
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
x € 1.000)
|
|
|
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
73.721 | 0 | 73.721 | 1.274 | 74.995 | ‒ 300 | ‒ 60 | 377 | 234 | 44.598 |
|
99.892 | 0 | 99.892 | 3.841 | 103.733 | 230 | ‒ 156 | 482 | 370 | 54.409 | |
| 11.1 |
|
55.275 | 0 | 55.275 | 762 | 56.037 | ‒ 1.003 | ‒ 489 | 324 | 212 | 31.827 |
|
15.304 | 0 | 15.304 | 124 | 15.428 | ‒ 552 | ‒ 90 | 250 | 250 | 10.695 | |
|
9.840 | 0 | 9.840 | 123 | 9.963 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.080 | 0 | 1.080 | ‒ 20 | 1.060 | 0 | 0 | 0 | 0 | 996 | |
|
4.384 | 0 | 4.384 | 21 | 4.405 | ‒ 552 | ‒ 90 | 250 | 250 | 9.699 | |
|
15.817 | 0 | 15.817 | 231 | 16.048 | ‒ 246 | 1.226 | 243 | ‒ 5 | 4.834 |
|
1.105 | 0 | 1.105 | 0 | 1.105 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.417 | 0 | 1.417 | 0 | 1.417 | ‒ 67 | ‒ 67 | ‒ 67 | ‒ 67 | 4.663 | |
|
10.664 | 0 | 10.664 | 176 | 10.840 | ‒ 285 | 1.133 | 147 | ‒ 5 | 0 | |
|
631 | 0 | 631 | 55 | 686 | 106 | 160 | 163 | 67 | 171 | |
|
17.234 | 0 | 17.234 | ‒ 23 | 17.211 | ‒ 3 | ‒ 5 | ‒ 17 | ‒ 33 | 16.298 | |
|
16.607 | 0 | 16.607 | 0 | 16.607 | 0 | 0 | 0 | 0 | 15.867 | |
|
627 | 0 | 627 | ‒ 23 | 604 | ‒ 3 | ‒ 5 | ‒ 17 | ‒ 33 | 431 | |
|
6.170 | 0 | 6.170 | 430 | 6.600 | ‒ 202 | ‒ 1.620 | ‒ 152 | 0 | 0 | |
|
6.170 | 0 | 6.170 | ‒ 25 | 6.145 | ‒ 202 | ‒ 1.620 | ‒ 152 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 455 | 455 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
750 | 0 | 750 | 0 | 750 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
750 | 0 | 750 | 0 | 750 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 11.2 |
|
3.167 | 0 | 3.167 | 62 | 3.229 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.308 |
|
3.167 | 0 | 3.167 | 62 | 3.229 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.308 | |
|
3.067 | 0 | 3.067 | 62 | 3.129 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.208 | |
|
100 | 0 | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 | |
| 11.3 |
|
1.665 | 0 | 1.665 | 192 | 1.857 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.732 |
|
1.665 | 0 | 1.665 | 192 | 1.857 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.732 | |
|
1.350 | 0 | 1.350 | 18 | 1.368 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.075 | |
|
315 | 0 | 315 | 174 | 489 | 0 | 0 | 0 | 0 | 657 | |
| 11.4 |
|
39.785 | 0 | 39.785 | 2.825 | 42.610 | 1.233 | 333 | 158 | 158 | 17.542 |
|
6.708 | 0 | 6.708 | 472 | 7.180 | 254 | 179 | 304 | 304 | 5.883 | |
|
2.010 | 0 | 2.010 | ‒ 809 | 1.201 | ‒ 103 | ‒ 183 | ‒ 21 | ‒ 215 | 878 | |
|
4.698 | 0 | 4.698 | 1.281 | 5.979 | 357 | 362 | 325 | 519 | 5.005 | |
|
31.215 | 0 | 31.215 | 2.059 | 33.274 | 1.029 | 154 | ‒ 146 | ‒ 146 | 9.811 | |
|
29.280 | 0 | 29.280 | 559 | 29.839 | ‒ 146 | ‒ 146 | ‒ 146 | ‒ 146 | 9.811 | |
|
1.935 | 0 | 1.935 | 1.500 | 3.435 | 1.175 | 300 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.862 | 0 | 1.862 | 294 | 2.156 | ‒ 50 | 0 | 0 | 0 | 1.848 | |
|
1.862 | 0 | 1.862 | 294 | 2.156 | ‒ 50 | 0 | 0 | 0 | 1.848 | |
|
0 | 0 | 0 | 452 | 452 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de vastgestelde begroting en de 1e suppletoire begroting. Voor
de uitgavenmutaties gebeurt dit op het niveau van financieel instrument, en voor de verplichtingen en ontvangsten op artikelniveau. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting onder Algemeen in de leeswijzer.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verhoogd met € 1,6 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 13,9 miljoen. Dit komt met name door de toegelichte mutaties onder Uitgaven.
Uitgaven
1 Algemeen waterbeleid
Opdrachten
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 0,1 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met per saldo € 0,1 miljoen verhoogd. De opdrachtenmu-taties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Subsidies
Het subsidiebudget is in 2026 verhoogd met € 0,7 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 14,7 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Prijsbijstelling HGIS (€ 1,6 miljoen): dit betreft de ontvangen prijsbij-stelling HGIS voor 2026 en verder.
Partners voor Water-programma (€ 12,4 miljoen): het betreft het opvragen van HGIS-middelen ten behoeve van het Partners voor Water-programma voor 2028 t/m 2030. Voor het vergroten van het ‘verdien-vermogen’ op het gebied van watermanagement zijn HGIS-fondsen cruciaal vanwege de kansen in niet-ODA landen. IenW speelt daar door een sterke aanjagende rol in economische diplomatie op het gebied van waterbeheer en watertechnologie. Bijvoorbeeld door het subsi-dieprogramma en de deltaland-aanpak onder het Partner voor Water-programma.
4 Waterkwaliteit
Opdrachten
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 0,5 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 1 miljoen verhoogd. Het opdrachtenbudget in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Subsidies
Het subsidiebudget is in 2026 verhoogd met € 2,1 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 0,7 miljoen verhoogd. Het betreft:
Het opvragen van de NGF kasmiddelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen maar wel in 2026 benodigd zijn. Het betreft een aangepast kasritme voor onder meer de bijdrage aan Water Alliance (€ 0,6 miljoen in 2026).
Een herschikking van budget voor het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). DAW is een programma om agrariërs te stimuleren om maatregelen te nemen voor schoner en voldoende water (€ 1,5 miljoen in 2026 en in totaal € 1,5 miljoen in de jaren 2027 en 2028).
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Wettelijke begrotingsgrondslagen subsidieverlening
In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is onder artikelonderdeel 11.1 Algemeen Waterbeleid een bedrag van € 141.000,-aan subsidieverplichtingen voor het jaar 2026 opgenomen. Dit bedrag
is ten opzichte van de Ontwerpbegroting, als gevolg van de jaarlijkse indexatie, bijgesteld en heeft betrekking op de mogelijke verlening van een subsidie voor een bijdrage aan de provincie Friesland ten behoeve van het Omgevingsberaad Waddengebied (OBW). Het Omgevingsberaad Waddengebied is het adviesorgaan voor het Bestuurlijk Overleg Wadden-gebied (BOW). Het is tevens een platform waar gestructureerde discussies over het Waddengebied worden geïnitieerd en waar informatie over het Waddengebied wordt uitgewisseld. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
Tabel 6 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 11 |
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 83% |
| bestuurlijk gebonden | 6% |
| beleidsmatig gereserveerd | 11% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Van de totale in 2026 beschikbare programma uitgaven (€ 86,6 miljoen) is 83% juridisch verplicht. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.
Opdrachten. Het beschikbare budget in 2026 is voor 51% juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de betaling van verplichtingen die tot en met 2025 zijn aangegaan met een kaseffect in 2026 voor met name opdrachten in internationaal kader, waaronder Partners voor
Water. Daarnaast worden (jaarlijks) opdrachten verstrekt met het oog op wettelijke taken vanuit de Waterwet, zoals het werken met de nieuwe normering, regie op de kennisontwikkeling waterveiligheid, werkzaam-heden ten behoeve van de Lange Termijn Ambitie Rivieren (onderzoek naar maatregelen voor Rijn, IJssel en Maas), de EU-richtlijn Overstro-mingsrisico’s (ROR) en advisering over de waterkeringen en kust. Verder heeft een deel betrekking op de betaling van de lopende verplichtingen die aangegaan zijn tot en met 2025, waaronder het Nationaal Water Programma, de gebiedsagenda Wadden 2050 en Eems-Dollard.
Subsidies. Het subsidiebudget in 2026 is voor 96% juridisch verplicht. Dit betreft o.a. het subsidieprogramma HGIS Partners voor Water 5 en de subsidies voor Blue Deal, het Omgevingsberaad Waddengebied (OBW), International Panel for Deltas and Coastal Areas, Dutch Wavemakers, het Nationaal Waterplan en Free Flow. De gereseveerde bedragen vanuit het Nationaal Groei Fonds voor de projecten NL2120 en UPPWater zijn in 2024 toegezegd aan de deelnemende partijen en is daarmee voor 100% juridisch verplicht. Voor het volledige subsidieoverzicht wordt verwezen naar bijlage 5 in deze begroting.
Bijdragen aan agentschappen. De uitgaven voor de agentschapsbij-dragen RWS en KNMI zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidson-dersteuning en advies (BOA), waarvoor de opdracht in december wordt verstrekt. RWS reserveert capaciteit voor het uitvoeren van studies of
het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleids-nota’s en de uitvoerbaarheid van beleid. De bijdrage aan het KNMI wordt ingezet voor diverse onderzoeken en analyses die betrekking hebben op kennisontwikkeling.
Bijdragen aan medeoverheden. De bijdrage aan medeoverheden betreft het programma NL2120, een project uit het NGF, waarin ook een bijdrage vanuit twee gemeenten en één provincie is voorzien. Deze bijdrage
is in 2024 beschikt via specifieke uitkeringen en zijn daarmee 100% juridisch verplicht.
Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties. Het beschikbare budget in 2026 is voor 31% juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de structurele contributies voor de internationale riviercommissies en de Oslo en Parijs-commissie (OSPAR), die in internationale verdragen zijn opgericht. Daarnaast wordt bijgedragen aan de High Level Panel on Water (HLPW), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), the Economic Commission for Europe van de United Nations (UN/ECE), de Deltacoalitie Water en Diplomatie en aan de Verenigde Naties (VN), die onder andere het gevolg zijn van een tweetal Memoranda of Understanding, die als bestuurlijk gebonden worden aangemerkt.
Artikel 13 Bodem en Ondergrond Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid art. 13 Bodem en Ondergrond (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
ergrond
|
(bedrage
|
|
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
151.495 | 0 | 151.495 | 5.053 | 156.548 | 2.134 | 1.482 | 1.381 | ‒ 475 | 128.340 |
|
119.539 | 0 | 119.539 | 196 | 119.735 | 1.204 | 1.482 | 1.381 | ‒ 475 | 134.672 | |
| 13.4 |
|
119.539 | 0 | 119.539 | 196 | 119.735 | 1.204 | 1.482 | 1.381 | ‒ 475 | 134.671 |
|
6.910 | 0 | 6.910 | 9.628 | 16.538 | ‒ 812 | ‒ 742 | ‒ 692 | ‒ 900 | 11.860 | |
|
1.550 | 0 | 1.550 | 10.424 | 11.974 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.196 | |
|
1.975 | 0 | 1.975 | ‒ 1.000 | 975 | ‒ 900 | ‒ 900 | ‒ 900 | ‒ 900 | 1.075 | |
|
675 | 0 | 675 | 150 | 825 | 150 | 150 | 150 | 0 | 5.774 | |
|
2.710 | 0 | 2.710 | 54 | 2.764 | ‒ 62 | 8 | 58 | 0 | 1.815 | |
|
25.882 | 0 | 25.882 | ‒ 6.484 | 19.398 | 689 | ‒ 141 | ‒ 191 | ‒ 191 | 13.304 | |
|
15.333 | 0 | 15.333 | ‒ 6.636 | 8.697 | ‒ 105 | ‒ 105 | ‒ 105 | ‒ 105 | 7.306 | |
|
10.399 | 0 | 10.399 | 52 | 10.451 | 694 | ‒ 86 | ‒ 86 | ‒ 86 | 5.998 | |
|
150 | 0 | 150 | 100 | 250 | 100 | 50 | 0 | 0 | 0 | |
|
8.651 | 0 | 8.651 | 3.051 | 11.702 | 2.913 | 2.916 | 2.815 | 1.050 | 7.667 | |
|
4.757 | 0 | 4.757 | 1.334 | 6.091 | 1.334 | 1.334 | 1.334 | 1.334 | 5.657 | |
|
3.894 | 0 | 3.894 | 1.717 | 5.611 | 1.579 | 1.582 | 1.481 | ‒ 284 | 2.010 | |
|
78.096 | 0 | 78.096 | ‒ 5.999 | 72.097 | ‒ 1.586 | ‒ 551 | ‒ 551 | ‒ 434 | 101.840 | |
|
78.096 | 0 | 78.096 | ‒ 5.999 | 72.097 | ‒ 1.586 | ‒ 551 | ‒ 551 | ‒ 434 | 101.840 | |
| 13.5 |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | |
|
0 | 0 | 0 | 168 | 168 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de vastgestelde begroting en de 1e suppletoire begroting. Voor
de uitgavenmutaties gebeurt dit op het niveau van financieel instrument, en voor de verplichtingen en ontvangsten op artikelniveau. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting onder Algemeen in de leeswijzer.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verhoogd met € 5,1 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 5,9 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de toegelichte mutaties onder Uitgaven en de volgende verplichtingenmu-taties.
Het betreft het doorschuiven van € 5,6 miljoen verplichtingenruimte voor de sanering van het EMK-terrein. Besluitvorming was eind 2025 nog niet afgerond, waardoor deze verplichtingen in 2025 niet meer konden worden vastgelegd.
Het betreft het opvragen van middelen in 2027 voor Caribisch Nederland ten behoeve van koopkracht impuls via drinkwatersubsidies (€ 1,9 miljoen).
Uitgaven Ruimtegebruik bodem Opdrachten
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 9,6 miljoen verhoogd en in totaal
voor 2027 t/m 2031 met per saldo - € 4,0 miljoen verlaagd. Het betreft:
Een overheveling van Meerjarenprogramma Bodem en Bedrijvenre-geling naar Bodem en Strong in 2026 (€ 10,6 miljoen). De uitvoering van de lopende sanering van het EMK-terrein duurt langer dan verwacht
en een deel van de nog aan te besteden zaken schuift door naar 2026. Daarvoor is een overheveling gedaan vanuit subsidiebudget (-
€ 7,1 miljoen) en bijdrage aan medeoverheden (- € 3,5 miljoen).
Een budgetoverheveling naar RWS voor de Bodem Project-Prestatiege-stuurde externe plan kosten (EPK) (- € 1 miljoen).
Subsidies
Het subsidiebudget is in 2026 met € 6,5 miljoen verlaagd en in 2027 met
€ 0,7 miljoen verhoogd. Dit komt met name door onderstaande mutaties:
De overheveling van subsidiesbudget Meerjarenprogramma Bodem en Bedrijvenregeling naar Bodem en Strong in 2026 (- € 7,1 miljoen). Zie toelichting bij opdrachten.
Kleinere mutatie bedrijvenregeling (€ 0,5 miljoen in 2026).
Diverse kleinere mutaties (€ 0,7 miljoen in 2027).
Bijdrage aan agentschappen
De bijdrage aan agentschappen is in 2026 met € 3,1 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2030 met € 9,7 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
De budgetoverheveling naar RWS voor de Bodem Project-Prestatiege-stuurde externe plan kosten (EPK) (€ 1 miljoen in 2026 en € 3,6 miljoen in 2027 t/m 2030).
De budgetoverheveling naar RWS voor het projectopdracht Kennis en Innovatie Programma PFAS saneringen voor de periode 2026 t/m 2030 (€ 0,4 miljoen in 2026 en € 1,7 miljoen in 2027 t/m 2030).
De budgetoverheveling voor de jaarlijkse opdracht aan het RIVM (€ 1,6 miljoen in 2026 en € 4,7 miljoen in 2027 t/m 2030).
Diverse kleinere mutaties, waaronder de efficiencytaakstelling en vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid van het coalitieakkoord Jetten-I (- € 0,3 miljoen in 2027 t/m 2030). Zie ook 2.3 Overzicht taakstel-lingen Jetten-I.
Bijdrage aan medeoverheden
De bijdrage aan medeoverheden is in 2026 met € 6 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2030 met € 3,1 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
De budgetoverheveling van Meerjarenprogrogramma Bodem en Bedrij-venregeling naar Bodem en Strong in 2026 (- € 3,5 miljoen). Zie toelichting bij opdrachten.
De budgetoverheveling naar RWS voor het projectopdracht Kennis en Innovatie Programma PFAS saneringen voor de periode 2026 t/m 2030 (-
€ 0,4 miljoen in 2026 en ‒ € 1,7 miljoen in 2027 t/m 2030).
Een budgetoverheveling naar het ministerie van EZ voor de TKI Deltatechnologie en TKI Watertechnologie (penvoerder) voor Werkplan innovatiedeel KIP-PFAS (- € 1,8 miljoen in 2026). In goede samenwerking met RWS en de TKI Deltatechnologie wordt invulling gegeven aan het kennis- en innovatieprogramma PFAS-bodem om te komen tot efficiënte kosteneffectieve maatregelen voor PFAS-verontreinigingen in de bodem en het onderzoeken van het sanderen van grondwater.
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 32% |
| bestuurlijk gebonden | 57% |
| beleidsmatig gereserveerd | 11% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Van de totale in 2026 beschikbare programma uitgaven (€ 38,6 miljoen) is 32% juridisch verplicht. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.
Opdrachten. Het beschikbare budget is ongeveer de helft juridisch verplicht. Dit betreft met name de uitvoering van het bodembeleid met onder andere de sanering van het EMK-Stormpolderdijkterrein te Krimpen aan den IJssel, alsmede voor bodemonderzoeken op het vlak van opkomende stoffen, bodemkwaliteit, grondwater en drinkwater,
kennisinfrastructuur en informatievoorziening. Van de overige middelen worden de EU-gerelateerde activiteiten als bestuurlijk gebonden beschouwd en zijn de overige opdrachten in voorbereiding of zijn de middelen aan RWS in opdracht (BOA) verstrekt. Grofweg zo'n 10%
van het beleidsmatig gereserveerde deel is daarwerkelijk ook juridisch al verplicht.
Subsidies. Het beschikbare budget is 95% juridisch verplicht. Het betreft reeds verstrekte subsidies voor de Bedrijvenregeling, drink-en afvalwater in Caribisch Nederlanden subsidies op grond van de
Wet bodembescherming en het Besluit financiële bepalingen bodemsa-nering. Voor het volledige subsidieoverzicht wordt verwezen naar bijlage 5 in deze begroting.
Bijdragen aan agentschappen. De uitgaven voor de agentschapsbij-dragen RWS en RIVM zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidson-dersteuning en advies (BOA). De opdracht hiervoor wordt in december verleend. RWS reserveert capaciteit voor het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleids-nota’s en de uitvoerbaarheid van beleid. De bijdrage aan het RIVM wordt ingezet voor opdrachten met betrekking tot Bodem en Ondergrond.
Bijdragen aan medeoverheden. Het beschikbare budget is voor 0% juridisch verplicht. Dit betreft met name bijdragen aan lokale overheden voor uitvoering van het meerjarenprogramma bodem, die op grond van de meerjarenafspraken wel grotendeels als bestuurlijk gebonden worden aangemerkt.
Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 Wegen en Verkeersveiligheid (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|
|
|
x € 1.000)
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
392.585 | 0 | 392.585 | 23.134 | 415.719 | 48.175 | 35.748 | 37.608 | ‒ 16.332 | 85.271 |
|
400.246 | 0 | 400.246 | ‒ 88.434 | 311.812 | ‒ 16.871 | 44.770 | 46.460 | 30.565 | 103.013 | |
| 14.1 |
|
17.006 | 0 | 17.006 | 4.637 | 21.643 | ‒ 585 | 1.590 | 1.002 | 976 | 15.921 |
|
11.312 | 0 | 11.312 | ‒ 2.984 | 8.328 | ‒ 397 | 1.778 | 1.002 | 976 | 10.231 | |
|
5.697 | 0 | 5.697 | ‒ 2.742 | 2.955 | ‒ 702 | ‒ 30 | 0 | 0 | 2.760 | |
|
2.894 | 0 | 2.894 | 300 | 3.194 | 2.117 | 1.808 | 1.002 | 976 | 4.397 | |
|
2.721 | 0 | 2.721 | ‒ 542 | 2.179 | ‒ 1.812 | 0 | 0 | 0 | 3.074 | |
|
5.694 | 0 | 5.694 | 3.041 | 8.735 | ‒ 188 | ‒ 188 | 0 | 0 | 5.690 | |
|
5.694 | 0 | 5.694 | 2.963 | 8.657 | ‒ 188 | ‒ 188 | 0 | 0 | 5.690 | |
|
0 | 0 | 0 | 78 | 78 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 4.580 | 4.580 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 4.580 | 4.580 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 14.2 |
|
20.862 | 0 | 20.862 | ‒ 733 | 20.129 | ‒ 828 | 961 | 810 | ‒ 260 | 15.219 |
|
7.857 | 0 | 7.857 | ‒ 1.419 | 6.438 | ‒ 700 | 1.100 | 1.000 | 0 | 4.536 | |
|
3.950 | 0 | 3.950 | ‒ 19 | 3.931 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.536 | |
|
3.907 | 0 | 3.907 | ‒ 1.400 | 2.507 | ‒ 700 | 1.100 | 1.000 | 0 | 0 | |
|
10.267 | 0 | 10.267 | 820 | 11.087 | ‒ 117 | ‒ 117 | ‒ 117 | ‒ 117 | 8.129 | |
|
4.032 | 0 | 4.032 | 0 | 4.032 | ‒ 52 | ‒ 52 | ‒ 52 | ‒ 52 | 3.614 | |
|
4.294 | 0 | 4.294 | 162 | 4.456 | ‒ 55 | ‒ 55 | ‒ 55 | ‒ 55 | 3.792 | |
|
1.941 | 0 | 1.941 | 658 | 2.599 | ‒ 10 | ‒ 10 | ‒ 10 | ‒ 10 | 723 | |
|
720 | 0 | 720 | ‒ 134 | 586 | 0 | 0 | 0 | 0 | 720 | |
|
720 | 0 | 720 | ‒ 134 | 586 | 0 | 0 | 0 | 0 | 720 | |
|
2.018 | 0 | 2.018 | 0 | 2.018 | ‒ 11 | ‒ 22 | ‒ 73 | ‒ 143 | 1.834 | |
|
2.018 | 0 | 2.018 | 0 | 2.018 | ‒ 11 | ‒ 22 | ‒ 73 | ‒ 143 | 1.834 | |
| 14.3 |
|
362.378 | 0 | 362.378 | ‒ 92.338 | 270.040 | ‒ 15.458 | 42.219 | 44.648 | 29.849 | 71.873 |
|
72.750 | 0 | 72.750 | ‒ 26.338 | 46.412 | ‒ 11.677 | 22.627 | 38.605 | ‒ 5.117 | 41.989 | |
|
15.117 | 0 | 15.117 | ‒ 4.644 | 10.473 | 6.390 | 6.861 | 11.000 | 8.183 | 8.100 | |
|
17.761 | 0 | 17.761 | ‒ 12.488 | 5.273 | ‒ 20.573 | ‒ 12.856 | ‒ 6.200 | ‒ 11.800 | 1.611 | |
|
2.952 | 0 | 2.952 | ‒ 2.488 | 464 | 0 | 0 | 0 | 0 | 673 | |
|
3.347 | 0 | 3.347 | ‒ 1.027 | 2.320 | 0 | 0 | 0 | 0 | 29.916 | |
|
4.841 | 0 | 4.841 | 179 | 5.020 | 9.000 | 9.000 | 9.000 | 9.000 | 0 | |
|
14.840 | 0 | 14.840 | ‒ 10.254 | 4.586 | 4.006 | 17.622 | 0 | 0 | 0 | |
|
7.958 | 0 | 7.958 | ‒ 3.459 | 4.499 | ‒ 12.500 | 0 | 22.805 | ‒ 12.500 | 0 | |
|
1.832 | 0 | 1.832 | 0 | 1.832 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontwerp-begroting
Mutaties via NvW,
Vastge-stelde
Mutaties 1e
Stand 1e suppletoire
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
t (1)
moties,
begroting suppletoire begroting
amende- t (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en ISB (2)
(2)
(4)
(4)
|
4.102 | 0 | 4.102 | 7.843 | 11.945 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 1.689 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
230.471 | 0 | 230.471 | ‒ 51.666 | 178.805 | ‒ 6.813 | 16.592 | 3.504 | 32.213 | 22.227 |
|
25.670 | 0 | 25.670 | ‒ 10.520 | 15.150 | ‒ 2.000 | 13.979 | 4.691 | 0 | 0 |
|
29.335 | 0 | 29.335 | ‒ 7.505 | 21.830 | ‒ 11.500 | 6.000 | 0 | 0 | 0 |
|
42.406 | 0 | 42.406 | 0 | 42.406 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
31.570 | 0 | 31.570 | ‒ 3.021 | 28.549 | ‒ 332 | ‒ 332 | ‒ 332 | ‒ 332 | 20.000 |
|
78.060 | 0 | 78.060 | ‒ 27.112 | 50.948 | ‒ 2.284 | ‒ 2.284 | ‒ 1.984 | 22.616 | 0 |
|
7.500 | 0 | 7.500 | 0 | 7.500 | 10.000 | 0 | 2.500 | 12.500 | 0 |
|
4.250 | 0 | 4.250 | ‒ 1.750 | 2.500 | ‒ 79 | ‒ 79 | ‒ 79 | ‒ 79 | 1.750 |
|
7.000 | 0 | 7.000 | ‒ 484 | 6.516 | ‒ 1.278 | ‒ 1.278 | ‒ 1.278 | ‒ 2.478 | 0 |
|
4.680 | 0 | 4.680 | ‒ 1.274 | 3.406 | 660 | 586 | ‒ 14 | ‒ 14 | 477 |
|
15.917 | 0 | 15.917 | 13.703 | 29.620 | 3.032 | 3.000 | 2.539 | 2.753 | 7.657 |
|
1.829 | 0 | 1.829 | 2.095 | 3.924 | 800 | 800 | 800 | 800 | 1.932 |
|
5.462 | 0 | 5.462 | 0 | 5.462 | ‒ 27 | ‒ 47 | ‒ 155 | ‒ 304 | 4.137 |
|
6.756 | 0 | 6.756 | 11.341 | 18.097 | 2.267 | 2.266 | 1.948 | 2.332 | 1.588 |
|
220 | 0 | 220 | 267 | 487 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
1.650 | 0 | 1.650 | 0 | 1.650 | ‒ 8 | ‒ 19 | ‒ 54 | ‒ 75 | 0 |
|
42.940 | 0 | 42.940 | ‒ 28.980 | 13.960 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
13.940 | 0 | 13.940 | 20 | 13.960 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
29.000 | 0 | 29.000 | ‒ 29.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
0 | 0 | 0 | 233 | 233 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
0 | 0 | 0 | 233 | 233 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
300 | 0 | 300 | 710 | 1.010 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
300 | 0 | 300 | 710 | 1.010 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
5.782 | 0 | 5.782 | 0 | 5.782 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5.781 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verhoogd met € 23,1 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 206,2 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door de onder uitgaven toegelichte mutaties en:
Vanwege een onvolledige uitputting op het kasbudget van verschil-lende subsidieregelingen van Duurzame Mobiliteit in 2025 is het verplichtingenbudget in 2026 met € 49,9 miljoen verhoogd, zodat de hiervoor bestemde middelen kunnen worden besteed. Het gaat
om de subsidieregelingen Private Laadinfrastructuur (SPriLa), Publieke Laadinfrastructuur (SPuLa), Schoon en Emissieloos Bouwen (SSEB), emissieloze Touringcars (STour), Collectieven mkb Verduurzaming Reisgedrag (COVER).
Het verplichtingenbudget in 2026 wordt verhoogd met € 7 miljoen, omdat er in het verleden een dubbele verplichting is aangegaan voor uitvoeringscapaciteit bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Het verplichtingenbudget tussen 2026 en 2028 wordt met € 43,7 miljoen verhoogd om verloren verplichtingenbudget weer aan te vullen.
Hierdoor kan het bestaande kasbudget ingezet worden voor beleid.
Er wordt € 3,7 miljoen aan verplichtingen van 2027 t/m 2031 naar 2026 geschoven, om dit jaar in één keer een beschikking af te geven aan het CBR voor de WaU-gelden.
Er wordt € 1,7 miljoen van 2027 verschoven naar 2026 voor Spreiden & Mijden en Publieke Mobiliteit. Dit budget is overgeheveld vanuit het MF, maar stond nog niet in het juiste jaar.
Om beter aan te sluiten op de verwachte uitputting van de SPriLa en de SPuLa wordt er € 4,9 miljoen aan verplichtingen uit 2026 doorgeschoven naar 2030.
Om de subsidie aan de SWOV voor 2027 in 2026 te kunnen beschikken, wordt € 4 miljoen uit 2027 naar 2026 verplaatst.
Uitgaven 1 Netwerk
De uitgavenmutaties in de 1ste suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
2 Verkeersveiligheid
De uitgavenmutaties in de 1ste suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
3 Slimme en Duurzame Mobiliteit Opdrachten
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 26,4 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 70,3 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Innovatie en Intelligente Transportsystemen: Het opdrachtenbudget wordt in 2026 t/m 2031 met totaal € 35,9 miljoen verhoogd:
Om het aflopende opdrachtenbudget in het kader van Innovatie en Intelligente Transportsystemen op het noodzakelijke niveau te brengen, wordt er in 2026 t/m 2031 € 22,6 miljoen uit het MF overgeboekt
naar HXII.
Het resterende budget van € 10,6 miljoen in 2027 t/m 2030 op het Mobiliteitsfonds voor Initiatief Beter Benutten wordt naar HXII overge-heveld om beleidsmatige opdrachten te verstrekken die niet op het Mobiliteitsfonds verantwoord kunnen worden.
Een deel van het budget voor innovatie is voor dit jaar niet benodigd, daarom wordt € 4,5 miljoen doorgeschoven van 2026 naar 2027 en 2028.
Op het MF staat € 2,9 miljoen in 2026 en 2027 bedoeld voor de Veilig, Slim en Duurzaam-regeling. Het wordt nu overgeboekt naar HXII om in te zetten voor hetzelfde beleidsdoel.
De beleidsverantwoordelijkheid voor deelmobiliteit was versnipperd over verschillende artikelonderdelen. Het resterende budget van
€ 2,9 miljoen in 2026 t/m 2028 voor dit beleid wordt overgeheveld naar artikelonderdeel 3.
Klimaatakkoord: Het opdrachtenbudget wordt in 2026 t/m 2031 met totaal
€ 51,3 miljoen verlaagd:
Er wordt € 15,4 miljoen in 2026 en 2027 ingezet voor IenW-brede proble-matiek.
Om de zonnepanelen-problematiek bij Schiphol op te lossen is vorig jaar binnen IenW € 6,8 miljoen beschikbaar gesteld. Dit wordt nu terug-geboekt naar het oorspronkelijke begrotingsartikel 14.
€ 4,4 miljoen wordt overgeheveld naar bijdrage aan agentschappen, ter bekostiting van het BOA-protocol bij RWS.
€ 5,6 miljoen wordt doorgeschoven van 2027 en 2028 naar 2029.
Bij Voorjaarsnota 2026 worden de Klimaatakkoordmiddelen meerjarig toebedeeld aan de juiste budgetten. Hiervoor moeten middelen in de juiste jaren staan.
Er wordt € 1 miljoen opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van een onderzoek naar Adblue-handhaving.
Tot slot wordt er binnen het opdrachtenbudget € 37 miljoen in herschikt voor Verduurzaming Logistiek en € 11 miljoen voor opdrachten Elektrisch Vervoer.
Verduurzaming Logistiek: Het opdrachtenbudget wordt in 2026 t/m 2031 met totaal € 36,2 miljoen verhoogd:
Vanuit opdrachtenbudget Klimaatakkoord wordt € 37 miljoen herschikt voor Verduurzaming Logistiek.
NGF: Dutch Metropolitan Innovations (DMI): Het opdrachtenbudget wordt in 2026 t/m 2031 met € 11,4 miljoen verhoogd:
€ 11,4 miljoen aan NGF-budget wordt buiten de eindejaarsmarge opgevraagd voor het project Dutch Metropolitan Innovations.
€ 21,6 miljoen wordt vanuit 2026 doorgeschoven naar 2027 en 2028, waardoor in de juiste jaren aan de kasverplichtingen kan worden voldaan.
KF: Laadinfra Bouw: Het opdrachtenbudget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 6 miljoen verhoogd:
Bij eerdere begrotingen is er budget ingezet voor de SPUK SEB. Nu blijkt dat er meer budget op bijdragen aan medeoverheden staat dan benodigd. Daarom wordt er € 29 miljoen teruggezet naar het opdrachten-budget.
€ 25 miljoen wordt overgeheveld naar het instrument subsidies, ter dekking van de Subsidieregeling SEB.
€ 22,8 miljoen wordt doorgeschoven van 2026 naar 2029, zodat het in het juiste jaar kan worden ingezet voor bijdragen aan semi-publieke oragnisaties, Rijkswaterstaat en verschillende subsidieregelingen.
Overige Opdrachten: Het opdrachtenbudget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 17,5 miljoen verhoogd:
€ 11 miljoen is overgeheveld uit het opdrachtenbudget Klimaatakkoord voor opdrachten Elektrisch Vervoer.
€ 2,5 miljoen is overgeheveld uit opdrachten Klimaatakkoord voor opdrachten Actieve Mobiliteit.
€ 2,5 miljoen is overgeheveld uit andere opdrachtenbudgetten voor de directe uitvoeringskosten van de RVO in 2026.
Subsidies
Het subsidiebudget is in 2026 met € 51,7 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 65,6 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Algemeen: Als gevolg van de subsidietaakstelling van het kabinet Jetten, wordt het subsidiebudget tussen 2027 t/m 2031 met € 8,4 miljoen verlaagd. Zie ook 2.3 Overzicht taakstellingen Jetten-I.
Duurzame Mobiliteit: Het subsidiebudget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 6,1 miljoen verhoogd:
€ 6 miljoen wordt overgeheveld uit het subsidiebudget Elektrisch Vervoer.
€ 18,7 miljoen wordt doorgeschoven van 2026 en 2027 naar 2028 en 2029. Middels deze kasschuif wordt aangesloten op de prognoses van de RVO. Daarnaast wordt rekening gehouden met de 70% bevoorschotting bij de Subsidie emissieloze Touringcars.
Elektrisch Vervoer: Het subsidiebudget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 13 miljoen verlaagd:
€ 7 miljoen wordt overgeheveld naar bijdragen aan agentschappen, ten behoeve van de inzet in fte's bij RVO.
€ 6 miljoen wordt overgeheveld naar subsidiebudget Duurzame Mobiliteit. Er staat meer budget dan benodigd om aan alle subsidiever-plichtingen te voldoen.
€ 6 miljoen uit 2026 en 2027 wordt doogeschoven naar 2028. Middels deze schuif wordt aangesloten bij de RVO-prognoses.
Bronmaatregelen Stikstof: Het subsidiebudget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 15,3 miljoen verhoogd:
€ 17 miljoen is overgeheveld uit het MF. De stikstofmiddelen staan op het MF, maar worden op HXII ingezet voor de subsidies Schoon & Emissieloos Bouwen en Topsector Logistiek.
€ 20 miljoen wordt doorgeschoven van 2026 naar 2031. Het budget uit het MF staat in 2026, maar is pas in latere jaren benodigd.
KF: Laadinfra wegvervoer: Het subsidiebudget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 11,4 miljoen verlaagd:
€ 9,5 miljoen wordt overgeheveld naar bijdragen aan agentschappen, ten behoeve van de uitvoeringskosten bij RVO voor subsidies
voor laadinfrastructuur.
€ 25 miljoen wordt doorgeschoven van 2026 naar 2030, om aan te sluiten bij de RVO-prognoses.
KF: Laadinfra bouw: Het subsidiebudget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 25 miljoen verhoogd:
€ 25 miljoen wordt overgeheveld uit het opdrachtenbudget KF: Laadinfra Bouw, ter dekking van de Subsidieregeling SEB.
€ 2,5 miljoen wordt doorgeschoven van 2027 naar 2029, om aan te sluiten bij de RVO-prognoses.
Bijdrage aan agentschappen
Het budget voor bijdragen aan agentschappen is in 2026 met € 13,7 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 12,1 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Bijdrage aan agentschap RWS: Het budget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 5,3 miljoen verhoogd, als gevolg van het vaststellen van het BOA-protocol.
Bijdrage aan agentschap RVO: Het budget wordt in 2026 t/m 2031 met
€ 21,5 miljoen verhoogd, om de FTE die de subsidieregelingen bij RVO uitvoeren te financieren.
Bijdrage aan medeoverheden
Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is in 2026 met € 29 miljoen verlaagd. Dit komt door de volgende mutatie:
KF - Laadinfra: Bij eerdere begrotingen is er budget ingezet voor de SPUK SEB. Nu blijkt dat er meer budget op dit instrument staat dan benodigd. Daarom wordt er € 29 miljoen teruggezet naar het opdrachtenbudget.
Ontvangsten
Er zijn geen ontvangstenmutaties.
Wettelijke grondslag subsidieverlening
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzonderingen hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld.
In de tabel budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel
zijn dergelijke subsidieverplichtingen voor het jaar 2026 opgenomen. Voor de subsidie- en specifieke uitkeringverplichtingen die specifiek hier onderaan worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de
wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht respectievelijk zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Financiële-Verhoudingswet jo. artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Er staat één specifieke uitkeringsverplichtingen hier onderaan, bedoeld voor het openbare lichaam Saba. Deze bijdragen zullen in dollars worden overgemaakt. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde uitkering(en) als bedoeld in artikel 92, tweede lid, onder c, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Begrotingsgrondslagen subsidies Artikel 14 Voorjaarsnota 2026
€ 8.474.000 voor de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersvei-ligheid, voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek als input voor verkeersveiligheidsbeleid van IenW en alle overige stakeholders.
€ 667.000 voor Veiligheid NL - Spoedzorgdata voor verkeersveiligheid, voor het verzamelen en verwerken van data bij de Regionale Ambulancevoorzie-ningen (RAV's) en het vullen van het MOVE RAV-dashboard ten behoeve van gebruik door de Nederlandse overheden.
€ 770.000 voor ElaadNL, voor een initiatief van gezamenlijke Nederlandse netbeheerders en voert onderzoeken uit die Nederland ondersteunen in het behouden van de voortrekkersrol in elektrische mobiliteit en laadinfra-structuur.
Begrotingsgrondslagen CN Artikel 14 Voorjaarsnota 2026
€ 4.580.000 voor het Openbare Lichaam Saba, voor de realisatie van de geplande onderhoudswerkzaamheden aan de infrastructuur op Saba voor de jaren 2027 t/m 2030.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 99% |
| bestuurlijk gebonden | 1% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
De juridische verplichtingen bij de opdrachten betreffen onder meer opdrachten van het ministerie van IenW op het gebied van verkeers-en wegmaatregelen. Dit zijn onder meer opdrachten in het kader van campagnes voor duurzame mobiliteit (waaronder elektrische deelauto’s en autobanden). Ook betreft het uitgaven in het kader van de wegver-voerssector en verzorgingsplaatsen langs de hoofdwegen. Bij verkeers-veiligheid liggen diverse campagnes vast (waaronder BOB en MoNo). Een substantieel deel daarvan wordt betaald aan RWS.
De uitgaven in het kader van het NGF-project: Dutch Metropolitan Innovations zijn in 2023 voor zes jaar vastgelegd. Ten tijde van het opstellen van deze begroting zijn de gunningstrajecten in een
afrondende fase. De werkzaamheden hebben betrekking op algemene voorzieningen, kennis & afspraken en diverse toepassingen.
De uitgaven voor Innovatie en Intelligente Transportsystemen hebben betrekking op dienstverlening door UDAP en licenties DMI.
De uitgaven duurzame logistiek zijn onder andere bedoeld voor bouwlo-gistiek en emissievrije bouwplaatsen.
De Klimaatakkoordmiddelen betreffen voornamelijk opdrachten voor Verduurzaming Logistiek en Elektrisch Vervoer, uivoeringskosten RWS en ZE-bussen. Deze middelen worden jaarlijks bij Voorjaarsnota beschikbaar gesteld voor de betreffende programma's. Deze middelen zijn 97% juridisch verplicht en 3% bestuurlijk gebonden.
Subsidies
De subsidies voor verkeersveiligheid bestaan uit:
Veilig Verkeer Nederland (VVN) en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Zij voeren projecten uit en leveren producten in het kader van de verkeersveiligheid. Het gaat zowel om wetenschappelijk onderzoek als om kennisverspreiding op het gebied van verkeersveiligheid. De regelingen worden in 2026 weer open gezet.
De overige subsidies bestaan uit TeamAlert en de tijdelijke subsi-dieregeling. Ook hier gaat het om het uitvoeren van projecten en het leveren van producten gericht op de verkeersveiligheid. De regelingen worden in 2026 weer open gezet.
Voor de subsidies aan VVN, SWOV, Team Alert en Kennisnetwerk SPV zijn de maximaal beschikbare subsidiebudgetten vermeld in de gepubliceerde meerjarensubsidieregelingen of jaarlijks gepubli-ceerde subsidieplafonds.
De subsidies voor duurzame mobiliteit bestaan uit:
Twee subsidies voor bronmaatregelen stikstof: subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB) en de tijdelijke subsi-dieregeling onderzoek Topsector Logistiek (TSL) 2022–2026. De SSEB stimuleert de aanschaf van emissieloze bouwmachines voor bouwwerkzaamheden door ondernemingen in de bouwsector.
Subsidies in het kader van elektrisch vervoer: de subsidieregeling voor particulieren auto’s (SEPP). Deze liep tot en met 2024, maar de uitgaven voor leaseauto’s (nieuw en gebruikt) lopen tot en met 2028. De subsidieregeling voor bestelauto’s 2024 (SEBA) kennen kasuitgaven ook voor 2026.
Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport. Deze regeling heeft als doel het ondersteunen van projecten gericht op technologie- en innovatieontwikkeling in de pre-commerciële fase, die een bijdrage leveren aan het bereiken van een reductie van met name de emissie van CO 2 , alsmede
de emissies van NOx, fijn stof en geluid, in de sector mobiliteit en transport door het gebruik van vervoermiddelen die in hun energiebehoefte worden voorzien door alternatieve brandstoffen. De verwachte kasuitgaven lopen tot en met 2028.
Overige subsidies. Voor deze subsidies wordt de wettelijke grondslag via de begroting geregeld. Het gaat om subsidies aan maatschap-pelijke organisatie als Dutch Cycling Embassy, Wandelnet, De Fietsersbond en Wandel&Fiets.Voor het volledige subsidieoverzicht wordt verwezen naar bijlage 5 in deze begroting.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdrage RWS zijn 95% juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsondersteuning en advies (BOA). RWS reserveert capaciteit voor het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsnota’s en de uitvoer-baarheid van beleid.
De bijdrage aan de NEa wordt verstrekt voor het uitvoeren van onder andere wettelijke taken op het gebied van Energie Vervoer en hebben tevens een structureel karakter.
Bijdragen aan medeoverheden
De bijdragen aan medeoverheden zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft de specifieke uitkering tot en met 2026 voor «zero emissie bussen». De bijdragen gaan naar de 13 OV autoriteiten. Daarnaast betreft het de specifieke uitkering Schoon en Emissieloos Bouwen.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
Het gaat hier om bijdrages aan CBR (het vorderingenonderzoek en medisch en rijvaardigheid), RDW en IBKI. De bijdrages zijn verplicht op grond van diverse verstrekte bijdragebrieven aan de hierboven genoemde organi-saties en kennen verschillende looptijden. De bijdragen voor 2026 zijn voor 100% juridisch verplicht.
Artikel 15 Vrachtwagenheffing Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 Vrachtwagenheffing (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
x € 1.00 Mutatie 2028 |
0)
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
374.484 | 0 | 374.484 | ‒ 10.205 | 364.279 | ‒ 120.011 | ‒ 92.010 | 16.244 | ‒ 30.086 | 800.265 |
|
374.484 | 0 | 374.484 | ‒ 110.705 | 263.779 | ‒ 177.811 | ‒ 105.010 | 20.144 | ‒ 4.640 | 942.219 | |
| 15.1 |
|
0 | 0 | 0 | 8.104 | 8.104 | 16.597 | 17.012 | 17.386 | 17.386 | 17.386 |
|
0 | 0 | 0 | 8.104 | 8.104 | 16.597 | 17.012 | 17.386 | 17.386 | 17.386 | |
|
0 | 0 | 0 | 8.104 | 8.104 | 16.597 | 17.012 | 17.386 | 17.386 | 17.386 | |
| 15.2 |
|
89.789 | 0 | 89.789 | ‒ 21.614 | 68.175 | ‒ 61.475 | ‒ 70.400 | ‒ 72.700 | ‒ 70.700 | 118.300 |
|
10.714 | 0 | 10.714 | 14.661 | 25.375 | ‒ 5.775 | ‒ 8.000 | ‒ 8.000 | ‒ 8.000 | 29.000 | |
|
3.000 | 0 | 3.000 | 1.600 | 4.600 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 9.000 | |
|
7.714 | 0 | 7.714 | 13.061 | 20.775 | ‒ 7.775 | ‒ 10.000 | ‒ 10.000 | ‒ 10.000 | 20.000 | |
|
34.075 | 0 | 34.075 | ‒ 28.275 | 5.800 | ‒ 30.700 | ‒ 37.400 | ‒ 39.700 | ‒ 37.700 | 14.300 | |
|
30.500 | 0 | 30.500 | ‒ 25.500 | 5.000 | ‒ 28.500 | ‒ 35.000 | ‒ 37.000 | ‒ 35.000 | 12.000 | |
|
3.000 | 0 | 3.000 | ‒ 2.550 | 450 | ‒ 900 | ‒ 1.100 | ‒ 1.400 | ‒ 1.400 | 1.600 | |
|
575 | 0 | 575 | ‒ 225 | 350 | ‒ 1.300 | ‒ 1.300 | ‒ 1.300 | ‒ 1.300 | 700 | |
|
45.000 | 0 | 45.000 | ‒ 8.000 | 37.000 | ‒ 25.000 | ‒ 25.000 | ‒ 25.000 | ‒ 25.000 | 75.000 | |
|
45.000 | 0 | 45.000 | ‒ 8.000 | 37.000 | ‒ 25.000 | ‒ 25.000 | ‒ 25.000 | ‒ 25.000 | 75.000 | |
| 15.3 |
|
31.695 | 0 | 31.695 | ‒ 31.695 | 0 | ‒ 138.784 | ‒ 116.521 | 0 | 0 | 0 |
|
31.695 | 0 | 31.695 | ‒ 31.695 | 0 | ‒ 138.784 | ‒ 116.521 | 0 | 0 | 0 | |
|
31.695 | 0 | 31.695 | ‒ 31.695 | 0 | ‒ 138.784 | ‒ 116.521 | 0 | 0 | 0 | |
| 15.4 |
|
253.000 | 0 | 253.000 | ‒ 65.500 | 187.500 | 5.851 | 64.899 | 75.458 | 48.674 | 806.533 |
|
253.000 | 0 | 253.000 | ‒ 65.500 | 187.500 | 5.851 | 64.899 | 75.458 | 48.674 | 806.533 | |
|
156.000 | 0 | 156.000 | ‒ 12.500 | 143.500 | 53.100 | 64.400 | 30.000 | ‒ 15.000 | 99.000 | |
|
66.000 | 0 | 66.000 | ‒ 32.000 | 34.000 | ‒ 29.900 | ‒ 6.900 | ‒ 11.600 | ‒ 58.946 | 45.454 | |
|
10.000 | 0 | 10.000 | ‒ 5.000 | 5.000 | ‒ 5.000 | 1.500 | 1.500 | 500 | 500 | |
|
11.000 | 0 | 11.000 | ‒ 11.000 | 0 | ‒ 26.000 | ‒ 15.000 | 26.000 | 26.000 | 0 | |
|
10.000 | 0 | 10.000 | ‒ 5.000 | 5.000 | ‒ 3.000 | 5.000 | 10.000 | 0 | 5.000 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 16.651 | 15.899 | 19.558 | 96.120 | 656.579 | |
|
539.000 | 0 | 539.000 | 16.064 | 555.064 | 32.899 | 33.721 | 34.463 | 34.633 | 1.116.463 | |
*Het huidige meerjarenprogramma loopt van 2026 t/m 2030. Binnen het kabinet en met de sector worden t.z.t. afspraken gemaakt over een meerjarenprogramma voor 2031 en verder.
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de
mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
De verlaging van het verplichtingenbudget met € 137,0 miljoen in 2026 en in 2027 t/m 2031 met € 320,4 miljoen wordt veroorzaakt door de onder Uitgaven toegelichte mutaties en specifiek de volgende mutaties:
AanZET: Het aanpassen van het ritme naar aanleiding van het verwerken van de ervaringen leidt tot een verhoging van het verplichtingenbudget in 2026 met € 23,5 miljoen en er wordt in totaal € 40,7 miljoen van 2031 naar eerdere jaren geschoven.
Private Laadinfrastructuur: Het aanpassen van het ritme naar aanleiding van het verwerken van de ervaringen leidt tot een verhoging van
het verplichtingenbudget in 2026 met € 2,0 miljoen en wordt er in totaal € 56,9 miljoen uit 2029 en 2030 naar voren en naar 2031
(€ 44,1 miljoen) geschoven.
SWiM: Het aanpassen van het ritme naar aanleiding van het verwerken van de ervaringen leidt tot een verschuiving van totaal € 13,0 miljoen van 2030 en 2031 naar 2027 t/m 2029.
Uitgaven
Fiscale derving
Het uitgavenbudget wordt in 2026 met € 8,1 miljoen verhoogd en in de periode van 2027 t/m 2031 cumulatief met € 85,8 miljoen verhoogd. Dit heeft betrekking op de harmonisatie van de MRB-classificaties met de
EU-voertuigclassificaties. De fiscale derving die hierdoor misgelopen wordt, wordt gecom-penseerd.
Exploitatiekosten
Opdrachten
Het opdrachtenbudget wordt in 2026 met € 14,6 miljoen verhoogd en in de periode van 2027 t/m 2031 cumulatief met € 37,8 miljoen verlaagd. Dit heeft met namer betrekking op de volgende mutaties:
Programmakosten: Het opdrachtenbudget voor de programmakosten wordt in 2026 met € 13,1 miljoen verhoogd en in de periode van 2027 t/m 2031 cumulatief met € 47,8 miljoen verlaagd.
Logistieke efficiëntie: Dit betreft het opdrachtenbudget wat uitgegeven zal worden voor logistieke efficiëntie (€ 10,8 miljoen in 2026 en
€ 2,2 miljoen in 2027).
Programmakosten: Nadere uitwerking van het programma heeft geleid tot het bijstellen van de programmakosten. Hierdoor wordt het budget in de periode 2027 t/m 2031 cumulatief € 50,0 miljoen verlaagd.
Bijdrage aan agentschappen
Het budget voor bijdrage aan agentschappen is in 2026 met € 28,3 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 181,2 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutatie.
Bijdrage aan RVO: De budgetten zijn naar aanleiding van nadere afstemming met het RVO, die de subsidies zal verstrekken, geactualiseerd. Het budget wordt in 2026 met € 25,5 miljoen verlaagd en in 2027 t/m 2031 cumulatief met € 168,5 miljoen verlaagd.
Bijdrage aan ZBO en RWT
Het budget voor bijdrage aan ZBO en RWT is in 2026 met € 8,0 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 125,0 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutatie.
Bijdrage aan RDW: De budgetten zijn geactualiseerd naar aanleiding van nadere afstemming met de RDW. Hierom wordt het budget in 2026 met
€ 8,0 miljoen en in 2027 t/m 2031 cumulatief met € 125,0 miljoen verlaagd.
Terugbetaling Mobiliteitsfonds
Bijdrage aan begrotingen
Het budget voor bijdrage aan begrotingen is in 2026 met € 31,7 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 255,3 miljoen verlaagd. Dit betreffen de gemaakte realisatiekosten tot en met 2025, deze worden teruggegeven aan minregel ten behoeve van Vrachtwagenheffing op het MF.
Terugsluis
Subsidies
Het subsidiebudget is in 2026 met € 65,5 miljoen verlaagd en in 2027 t/m 2031 cumulatief met € 459,5 miljoen verhoogd. Dit komt met name
door het terugsluizen van de hogere ontvangsten naar aanleiding van de harmonisatie van EU-classificaties (zoals toegelicht onder Ontvangsten). Daarnaast zijn de exploitatiekosten geactualiseerd waardoor meer budget is vrijgekomen voor de Terugsluis subsidies. Ook zijn alle subsidies in
het juiste ritme geplaatst. Gezien deze grotendeels in tranches uitgekeerd zullen worden, zijn de ramingen hierop aangepast. Dit leidt voornamelijk tot kasschuiven naar achteren. Daarnaast wordt er binnen de terugsluis geschoven, nu ervaringen uit al lopende subsidies zijn meegenomen. De specifieke mutaties die hieruit voorkomen zijn:
Zero-Emissie Trucks (AanZET): Naar aanleiding van het bijstellen van de exploitatiekosten, wordt het budget in 2026 met € 25,5 miljoen verhoogd en in 2027 t/m 2031 met cumulatief € 193,5 miljoen verhoogd. Daarnaast leidt het aanpassen van het ritme tot een verlaging van het subsidiebudget in 2026 met € 38,0 miljoen en wordt er in totaal € 55,3 miljoen naar
2031 geschoven.
Private Laadinfrastructuur bij bedrijven: Het aanpassen van het ritme tot een verlaging van het subsidiebudget in 2026 met € 32,0 miljoen en wordt er in totaal € 137,5 miljoen naar 2031 geschoven. Daarnaast wordt het subsidiebudget met € 92,1 miljoen verlaagd ter herverdeling tussen de subsidies van de terugsluis in 2031.
Waterstof in Mobiliteit (SWiM): Er wordt € 5,0 miljoen van 2026 naar 2028 geschoven om het ritme aan te passen aan de ramingen. Daarnaast wordt het subsidiebudget in 2027 t/m 2031 cumulatief met € 6,0 miljoen verlaagd ter herverdeling van de terugsluis.
Electric Road Systems (ERS): Het aanpassen van het ritme tot een verlaging van het subsidiebudget in 2026 met € 11,0 miljoen en wordt er in totaal
€ 45,0 miljoen naar 2029 en 2030 geschoven. Daarnaast wordt het subsidie-budget in de periode 2027 t/m 2031 cumulatief met € 26,0 miljoen verlaagd ter herverdeling van de terugsluis.
Logistieke efficiëntie: Het aanpassen van het ritme tot een verlaging van het subsidiebudget in 2026 met € 5,0 miljoen en wordt het subisidiebudget in totaal met € 17,0 miljoen verhoogd in de periode van 2027 t/m 2031. Dit is deels dankzij de schuif, en deels dankzij de herverdeling van de terugsluis.
Subsidies VWH: Het subsidiebudget wordt in de periode 2027 t/m 2031 met cumulatief € 262,8 miljoen verhoogd dankzij de herverdeling van de subsidies binnen de terugsluis.
Ontvangsten
Het ontvangstenbudget is in 2026 met € 16,1 miljoen en in 2027 t/m 2031 cumulatief met € 170,2 miljoen verhoogd. Dit heeft betrekking op de harmo-nisatie van de MRB-classificaties met de EU-voertuigclassificaties.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 29% |
| bestuurlijk gebonden | 71% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
De juridisch verplichtingen bij opdrachten betreft de opdrachten aan de ILT.
Subsidies
De subsidies zijn 100% bestuurlijk gebonden. Dit zijn de subsidies en uitgaven voor Zero-Emissie Trucks, Private Laadinfrastructuur bij bedrijven, Waterstof in Mobiliteit, Electric Road Systems en Logistieke efficiëntie.
De uitvoering hiervan is vastgelegd in het meerjarenprogramma voor de jaren 2026-2030 dat is overeengekomen met de vervoerssector. Na deze periode wordt er een nieuw meerjarenprogramma opgesteld. Hoewel deze subsidies bestuurlijk gebonden zijn, is het verstrekken van de subsidies uit de inkomsten van Vrachtwagenheffing wettelijk wel vastgelegd.
Bijdragen aan agentschappen
Dit betreft de juridische verplichtingen voor de bijdrage aan RVO en RWS voor de uitvoering.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
Dit betreft de juridische verplichtingen voor de bijdrage aan de RDW en CJIB voor de uitvoering.
Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken
Deze uitgaven zijn ook 100% juridisch verplicht en betreffen de terugbe-taling aan het Mobiliteitsfonds, waar de kosten voor het mogelijk maken (de invoering) van de Vrachtwagenheffing uit voorgefinancierd zijn. De volledige terugbetaling is in de jaren 2026-2029 geraamd.
Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 16 Openbaar Vervoer en Spoor (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
26.511 | 224.000 | 250.511 | -1.470 | 249.041 | -16.766 | -17.104 | -21.783 | -20.658 | 1.394 |
|
32.998 | 224.000 | 256.998 | 10.963 | 267.961 | -347 | -225 | -215 | 1.371 | 23.611 | |
| 16.1 |
|
32.998 | 224.000 | 256.998 | 3.205 | 260.203 | -347 | -225 | -215 | 1.371 | 23.611 |
|
4.039 | 0 | 4.039 | 2.703 | 6.742 | -119 | 3 | 13 | 700 | 4.811 | |
|
2.620 | 0 | 2.620 | 500 | 3.120 | 0 | 3 | 13 | 700 | 3.338 | |
|
1.419 | 0 | 1.419 | 2.203 | 3.622 | -119 | 0 | 0 | 0 | 1.473 | |
|
25.377 | 0 | 25.377 | 171 | 25.548 | -228 | -228 | -228 | 672 | 15.219 | |
|
8.300 | 0 | 8.300 | 0 | 8.300 | -21 | -21 | -21 | -21 | 0 | |
|
16.139 | 0 | 16.139 | 0 | 16.139 | -198 | -198 | -198 | -198 | 0 | |
|
938 | 0 | 938 | 171 | 1.109 | -9 | -9 | -9 | 891 | 15.219 | |
|
941 | 0 | 941 | 431 | 1.372 | 0 | 0 | 0 | -1 | 940 | |
|
925 | 0 | 925 | -132 | 793 | 0 | 0 | 0 | 0 | 925 | |
|
16 | 0 | 16 | 0 | 16 | 0 | 0 | 0 | -1 | 15 | |
|
0 | 0 | 0 | 563 | 563 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
2.539 | 224.000 | 226.539 | -100 | 226.439 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.539 | |
|
2.439 | 0 | 2.439 | 0 | 2.439 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.439 | |
|
100 | 224.000 | 224.100 | -100 | 224.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 | |
|
102 | 0 | 102 | 0 | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 | 102 | |
|
102 | 0 | 102 | 0 | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 | 102 | |
| 16.2 |
|
0 | 0 | 0 | 7.758 | 7.758 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
0 | 0 | 0 | 7.758 | 7.758 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 3.204 | 3.204 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 4.554 | 4.554 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget op artikel 16 is in 2026 met € 222,5 miljoen toegenomen en cumulatief in de periode 2027 t/m 2031 met € 126,8 miljoen toegenomen. Dit komt met name door de onderstaande mutaties:
Verplichtingenschuif OV-begeleiderskaart: Er schuift € 2,8 miljoen aan verplichtingen vanuit de jaren 2027 t/m 2030 naar 2026, zodat de opdracht voor de OV-begeleiderskaart vastgelegd kan worden.
HRN-concessie: Voor de HRN-concessie die in 2023 met NS is afgesloten voor de periode 2025-2033 is in 2025 een verplichting aangegaan voor één jaar. IenW is juridisch verplicht om de gehele concessie in een
keer te verplichten. Deze correctie is bij Slotwet 2025 doorgevoerd en de verplichting is daarbij in 2025 opgehoogd. De meerjarige doorwerking van deze correctie is zichtbaar in de Voorjaarsnota 2026
door een verplichtingenafname van € 16,1 miljoen in 2026 en cumulatief
€ 101,6 miljoen in de jaren 2027-2033.
TVOV: In 2025 is er € 8,1 miljoen minder verplicht in het kader van de TVOV. De verplichtingen schuiven daarom middels het saldo door naar 2026, in afwachting van de financiële afwikkeling van de TVOV-regeling.
Het resterende bedrag wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitga-venmutaties.
Uitgaven
OV en Spoor
Bijdrage aan medeoverheden
Per saldo is het kasbudget voor bijdrage aan medeoverheden op het gebied van OV en Spoor in 2026 met € 224 miljoen verhoogd. Dit komt door de volgende mutatie:
Verbetering van het OV – Amendement-Grinwis:
Deze ophoging van in totaal € 448 miljoen in de jaren 2026 en 2027 is het gevolg van het amendement-Grinwis ten behoeve van de verbetering van het openbaar vervoer. De middelen worden op een later begrotingsmoment herschikt op basis van de daadwerkelijke toedeling van de middelen aan de concessies.
2. Maatregelpakket OVS
Subsidies
Per saldo is het kasbudget voor subsidies op het gebied van maatregelen-pakket OV en Spoor in 2026 met € 7,8 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Beschikbaarheidsvergoeding OV-sector:
Er heeft een bijstelling plaatsgevonden van de BVOV raming van de benodigde middelen voor de regeling 2023, op basis van de meest recente inzichten (€ 3,2 miljoen). De beschikking van de provincie Limburg kon nog niet definitief worden vastgesteld in 2025. Dit schuift door naar 2026. Deze vaststelling kan nog tot een uitgave leiden, indien het resterende kasbudget in 2026 alsnog nodig is.
Transitievangnet OV-sector:
Er dient in 2026 nog een deel van de financiële afwikkeling van de TVOV plaats te vinden. Conform de afspraken uit de TVOV-regeling schuift het voordelig saldo uit 2025 ter hoogte van € 4,6 miljoen door naar 2026.
Ontvangsten
Er hebben zich bij Voorjaarsnota 2026 geen ontvangstenmutaties voorgedaan op dit artikel.
Subsidiegrondslagen
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzonderingen hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. In de tabellen «budgettaire gevolgen van beleid» bij de verschillende beleidsartikelen in deze begroting zijn in de regel <Verplichtingen> verplichtingen inbegrepen die betrekking hebben op dergelijke subsidies. Voor de subsidieverplichtingen die specifiek hieronder worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht. Hieronder is een overzicht van de subsidies met een wettelijke grondslag in de begroting opgenomen.
€ 284.000 - Trans Link Systems B.V. - Voor de verdere doorontwikkeling en realisatie van de informatiehuishouding van het openbaar vervoer aan Trans Link Systems B.V.
€ 512.000 - Coöperatieve Vereniging Samenwerkingsverband DOVA (Decentrale Openbaar Vervoer Autoriteit) - Om de gezamenlijke activiteiten voor de Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV), Stationstopologie, Beheer Informatie Standaarden OV Nederland (BISON), Dashboard Deur-tot-Deur en de Staat van het OV optimaal uit te kunnen voeren.
€ 250.000 - Stichting CROW, kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte - Voor de uitvoering van de OV Klantenbarometer 2026. De OV-Klantenbarometer is het nationale klanttevredenheidsonderzoek voor het openbaar vervoer in Nederland. Het omvat het regionale stads- en streekvervoer en sinds 2018 ook het personenvervoer op het hoofdrailnet en de Friese Waddenveren.
€ 14.582.360 - Wunderlinie - Op dit beleidsartikel is in 2020 een verplichting voor een specifieke uitkering aangegaan. Het gaat om een verplichting aan de Provincie Groningen. Het project duurt langer dan in eerste instantie verwacht en de looptijd is inmiddels verstreken. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde verleningen van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Financiële-Verhoudingswet jo. artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.
€ 5.107.000 - Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn Regionaal Economisch Programma (RSP-ZZL REP) - Op dit beleidsartikel is in 2020 een verplichting voor een specifieke uitkering aangegaan. Het gaat om een verplichting aan de Provincie Groningen. Het project duurt langer dan in eerste instantie verwacht en de looptijd is inmiddels verstreken. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde verleningen van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Financiële-Verhoudingswet jo. artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 16% |
| bestuurlijk gebonden | 84% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
Van het opdrachtenbudget in 2026 is 76% juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen, het overige deel is Bestuurlijk gebonden. Het betreft hier onder andere uitgaven voor de de OV-begeleiderkaart, marktordening, de taxi, fiets in de keten, sociale veiligheid en toegankelijkheid, MER evaluatie HSL-zuid, beheerconcessie Pro-Rail, veiligheid en internationaal, opdrachten RWS en SWUNG geluidstaken. Opdrachten zijn verplicht op grond van verstrekte opdrachtbrieven aan diverse opdrachtnemers. De opdrachten kennen een verschillende looptijd.
Subsidies
Het subsidiebudget is op grond van de subsidieregelingen en- beschikkingen en wettelijke bepalingen 100% juridisch verplicht. Dit betreft subsidie NS voor de hoofdrailnetconcessie, subsidie Wind in de zeilen Zeeland, NS subsidie sociale veiligheid, subsidie Consumentenorganisatie OV en subsidie Regionale OV-systemen.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdragen RWS en KNMI zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsondersteuning en advies (BOA). RWS reserveert capaciteit voor het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsnota’s en de uitvoerbaarheid van beleid. De bijdrage aan het KNMI is bestemd voor het verstrekken van informatievoorziening, bijvoorbeeld rondom winterse omstandigheden, die van belang zijn voor de veiligheid van het vervoer over het spoor.
Bijdragen aan medeoverheden
De bijdragen aan mede-overheden zijn negenoeg geheel bestuurlijk gebonden. Op basis van het amendement Grinwis wordt er 224 mln. ingezet om het openbaar vervoer op peil en betaalbaar te houden. IenW is gebonden aan de doelstelling zoals deze is opgenomen in het amendement. Echter zal de verdere verdeling naar OV-concessiehouders en de daaraan verbonden verplichting pas later plaatsvinden. Het resterende budget is op grond van de regelingen voor de specifieke uitkeringen en de reeds aangegane verplichtingen 100% juridisch verplicht. Het betreft onder meer de jaarlijkse bijdrage voor de Complete Lijn Uitschakeling (waarbij bijvoorbeeld bij een incident een tracé als geheel wordt uitgeschakeld) en de inzet van de 25kV Spanningstester (CLU+) op de Betuweroute en HSL in het kader van de daartoe gesloten overeenkomst met de betrokken Veiligheidsregio’s waaraan de bijdrage wordt verstrekt.
Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties
De bijdrage internationale organisaties is op grond van verdragen voor 100% juridisch verplicht en kent een structureel karakter. Het betreft bijdragen aan de Organisation pour les Transports Internationaux Ferroviares (OTIF) en Railforum Nederland.
Artikel 17 Luchtvaart Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 17 Luchtvaart (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
267.890 | 0 | 267.890 | ‒ 102.609 | 165.281 | 240.915 | ‒ 1.505 | 9.908 | 80.818 | 23.255 |
|
125.057 | 0 | 125.057 | ‒ 9.653 | 115.404 | 42.240 | 90.703 | 69.287 | 2.634 | 51.256 | |
| 17.1 |
|
125.057 | 0 | 125.057 | ‒ 9.653 | 115.404 | 42.240 | 90.703 | 69.287 | 2.634 | 51.256 |
|
22.586 | 0 | 22.586 | 15.583 | 38.169 | 13.153 | 7.302 | 6.413 | 6.308 | 13.681 | |
|
0 | 0 | 0 | 200 | 200 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
243 | 0 | 243 | ‒ 14 | 229 | ‒ 14 | 0 | 0 | 0 | 465 | |
|
300 | 0 | 300 | 7 | 307 | 0 | 0 | 0 | ‒ 945 | 0 | |
|
7.000 | 0 | 7.000 | 3.792 | 10.792 | 5.312 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
3.399 | 0 | 3.399 | ‒ 311 | 3.088 | 224 | 950 | 700 | 700 | 700 | |
|
1.398 | 0 | 1.398 | ‒ 839 | 559 | ‒ 551 | ‒ 500 | ‒ 500 | ‒ 500 | 989 | |
|
2.013 | 0 | 2.013 | 283 | 2.296 | 1.500 | 740 | 740 | 740 | 1.858 | |
|
539 | 0 | 539 | 450 | 989 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 | |
|
200 | 0 | 200 | ‒ 141 | 59 | 100 | 100 | 100 | 241 | 100 | |
|
7.494 | 0 | 7.494 | 12.156 | 19.650 | 6.582 | 6.012 | 5.373 | 6.072 | 9.469 | |
|
94.553 | 0 | 94.553 | ‒ 23.218 | 71.335 | 32.657 | 82.758 | 62.002 | ‒ 5.376 | 33.759 | |
|
200 | 0 | 200 | 220 | 420 | 155 | 370 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.500 | 0 | 1.500 | 0 | 1.500 | 0 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | |
|
28 | 0 | 28 | 28 | 56 | 28 | 56 | 56 | 56 | 56 | |
|
85.500 | 0 | 85.500 | ‒ 17.971 | 67.529 | 24.960 | 3.639 | 12.099 | 451 | 0 | |
|
1.078 | 0 | 1.078 | 0 | 1.078 | 847 | 847 | 847 | 847 | 1.049 | |
|
3.000 | 0 | 3.000 | ‒ 3.000 | 0 | ‒ 13.500 | ‒ 11.034 | 20.057 | ‒ 6.397 | 12.887 | |
|
2.500 | 0 | 2.500 | ‒ 2.500 | 0 | 20.146 | 87.188 | 27.251 | ‒ 2.025 | 17.763 | |
|
747 | 0 | 747 | 5 | 752 | 21 | 192 | 192 | 192 | 504 | |
|
2.843 | 0 | 2.843 | 297 | 3.140 | 140 | 619 | 854 | 1.692 | 1.951 | |
|
323 | 0 | 323 | 149 | 472 | 239 | 90 | 90 | 90 | 59 | |
|
29 | 0 | 29 | 6 | 35 | 6 | 35 | 35 | 35 | 35 | |
|
1.268 | 0 | 1.268 | ‒ 177 | 1.091 | ‒ 476 | ‒ 45 | 207 | 1.067 | 1.057 | |
|
281 | 0 | 281 | 146 | 427 | 29 | 200 | 200 | 200 | 174 | |
|
400 | 0 | 400 | 69 | 469 | ‒ 2 | ‒ 4 | ‒ 13 | ‒ 26 | 0 | |
|
542 | 0 | 542 | 104 | 646 | 344 | 343 | 335 | 326 | 626 | |
|
3.044 | 0 | 3.044 | ‒ 2.674 | 370 | ‒ 3.796 | 17 | 17 | 17 | 17 | |
|
0 | 0 | 0 | 370 | 370 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontwerp-begroting
Mutaties via NvW,
Vastge-stelde
Mutaties 1e
Stand 1e suppletoire
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
t (1)
moties,
begroting suppletoire begroting
amende- t (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en ISB (2)
(2)
(4)
(4)
|
3.044 | 0 | 3.044 | ‒ 3.044 | 0 | ‒ 3.796 | 17 | 17 | 17 | 17 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
1.665 | 0 | 1.665 | 349 | 2.014 | 77 | 0 | 0 | 0 | 1.625 |
|
1.455 | 0 | 1.455 | 0 | 1.455 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.455 |
|
210 | 0 | 210 | 349 | 559 | 77 | 0 | 0 | 0 | 170 |
|
366 | 0 | 366 | 10 | 376 | 9 | 7 | 1 | ‒ 7 | 223 |
|
366 | 0 | 366 | 10 | 376 | 9 | 7 | 1 | ‒ 7 | 223 |
|
12.711 | 0 | 12.711 | 1.568 | 14.279 | 5.955 | ‒ 145 | ‒ 300 | ‒ 300 | 275 |
Tabel 16 Uitsplitsing verplichtingen artikel 17 (bedragen x € 1.000)
Mutaties
via NvW, Vastge- Mutaties Stand 1e
moties,
stelde
1seuppletoire
amendementenbegrotinsguppletoirebegroting
Ontwerpbegroting
en ISB t (3) = (1)begroting
(5) = (3) Mutaties Mutaties Mutaties Mutaties
t (1)
(2)
+ (2)
(4)
+ (4)
2027
2028
2029
2030
| Verplichtingen | 267.890 | 0 |
|
‒
|
158.174 |
|
|
160.061 | 81.401 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| waarvan garantieverplichtingen | 77.700 | 0 |
|
|
|
|
300 | 71.000 | |
| waarvan overige verplichtingen | 190.190 | 0 |
|
‒ 99.916 |
|
|
159.761 | 10.401 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verlaagd met € 102,6 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 340,1 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de onderstaand toegelichte uitgaven mutaties. Daarnaast hebben onderstaande mutaties hier invloed op:
GIS-4 regeling: Er is € 2,6 miljoen van 2027 naar 2026 geschoven naar aanleiding van nieuwe ramingen, zie ook Opdrachten.
Luchtvaart in Transitie: Zoals onder subsidies wordt toegelicht is het subsidiebudget naar achteren geschoven. Ook het verplichtingenbudget wordt van 2026 naar 2027 geschoven (€ 57,8 miljoen).
Alcohol-to-jet: Zoals onder subsidies wordt toegelicht is het ritme aangepast naar aanleiding van de uitwerking van de subsidieregeling. Hiertoe zijn ook de verplichtingen uit 2026 (€ 30,0 miljoen) en 2027 (€ 30,0 miljoen) naar
2028 geschoven.
Duurzame luchtvaartbrandstoffen: Zoals onder subsidies wordt toegelicht is het ritme aangepast naar aanleiding van de uitwerking van de regelingen. Naar aanleiding daarvan is het verplichtingenbudget van 2026 (€ 25,0 miljoen) en 2028 (€ 17,3 miljoen) naar 2027 geschoven.
Aandrijftechnologieën: De middelen zijn in het ritme gezet waarbij rekening wordt gehouden met de termijnen voor openstelling bij RVO. Hiertoe is € 5,0 miljoen verplichtingenbudget van 2026 naar 2027 geschoven.
Elektrisch taxiën: Het verplichtingenbudget voor de subsidie elektrisch taxiën is in het juiste ritme gezet door € 10,0 miljoen verplichtingen-budget van 2026 naar 2027 te schuiven. Er wordt voorzien dat deze subsidies pas later versterkt kan worden wegens de voorwaarden waaraan de ontvanger moet voldoen.
Garantstelling LVNL: De garantstelling wordt bijgesteld zodat de reeks opnieuw in lijn is met financieringsbehoefte van LVNL zoals is opgenomen in de goedgekeurde begroting van LVNL. Hiervoor is het
verplichtingenbudget in 2026 met € 9,8 miljoen verlaagd en in de periode 2027 t/m 2031 met cumulatief € 12,2 miljoen verhoogd.
Uitgaven
1. Luchtvaart
Opdrachten Luchtvaart
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 15,6 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 39,0 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
GIS-4 regeling: De vertraging bij het beoordelen van aanvragen en het uitvoeren van de vierde gevelisolatieregeling (GIS-4) zorgt ervoor dat bestekken pas later aanbesteed kunnen worden. Het budget wat in 2025 niet tot besteding is gekomen, is aan het budget voor 2026 middels de eindejaarsmarge (€ 3,0 miljoen) toegevoegd. Daarnaast worden er op basis van geactualiseerde ramingen middelen van 2027 naar 2026 geschoven
(€ 0,8 miljoen). In 2027 wordt het opdrachtenbudget opgehoogd met
€ 6,1 miljoen, omdat de regeling is uitgebereid met een aantal woningen. De regeling wordt gefinancierd via de GIS-heffing (zie Ontvangsten).
Overige opdrachten: De mutaties bij overige opdrachten hebben met name betrekking op:
PBNI middelen: De middelen die voor 2026 op de Aanvullende Post stonden zijn toegekend voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (€ 5,0 miljoen). Daarnaast is er in 2026 € 5,3 miljoen overgeboekt naar de begroting van HXII voor de uitvoering van het actieplan voor de bescherming Noordzee infrastructuur. € 2,1 miljoen hiervan wordt op artikel 17 verantwoord. Deze middelen komen deels vanaf artikel 18, waaronder de middelen die zijn toegevoegd n.a.v. het amendement Stoffer/Grinwis, en deels vanuit de reservering op het MF. Daarnaast worden de bestaande middelen voor het PBNI overgeboekt van artikel 18 naar artikel 17 (€ 1,4 miljoen) omdat deze voortaan op artikel 17 verantwoord zullen worden.
Nadeelcompensatie: Over de gebruikersjaren 2023 en 2024 moet een nadeelcompensatie aan omwonenden van Schiphol betaald worden vanwege geluidsoverschrijdingen. Hiertoe is het opdrachtenbudget in 2026 met € 1,1 miljoen verhoogd en in 2027 met € 5,0 miljoen voor uitvoeringskosten en betalingen.
POLS: Voor Programma omgeving luchthaven Schiphol (POLS) is er t/m 2027 budget beschikbaar, voor de jaren daarna niet meer. De werkzaamheden rondom
Schiphol zullen dan nog niet afgerond zijn. Daarom wordt er vanuit het MF budget vrijgemaakt en overgeboekt (voor 2026 € 0,3 miljoen, voor 2027 t/m 2031 cumulatief
€ 23,0 miljoen).
Subsidies Luchtvaart
Het subsidiebudget is in 2026 verlaagd met € 23,2 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 205,3 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
NGF-project Luchtvaart in Transitie: De eerste projecten worden opgeleverd en leveren nieuwe inzichten op voor het benodigde kasritme. Op basis van de opgedane ervaring wordt er vanuit 2026 € 42,2 miljoen naar de periode 2027 t/m 2030 geschoven. Daarnaast wordt het subsidiebudget in 2026 middels de eindejaarsmarge met € 22,8 miljoen opgehoogd met de middelen die vorig jaar niet tot besteding zijn gekomen door een vertraging bij de toekenning van deelproject HOT fase 2.
KF Alcohol-to-jet: Het kasritme voor het project alcohol-to-jet is aangepast, na verdere uitwerking van de regeling en in lijn gebracht met de manier van beschikken door RVO. Vanuit 2026 wordt € 3,0 miljoen doorgeschoven naar latere jaren. Daarnaast wordt er in totaal cumulatief € 24,2 miljoen uit 2027 en 2028 verplaatst naar 2029 en 2031.
Duurzame luchtvaartbrandstoffen: Vanuit het Klimaatfonds wordt
€ 150,0 miljoen beschikbaar gesteld voor het KF-project duurzame luchtvaart-brandstoffen (e-fuels). Deze middelen zijn eerder voor dit project binnen het Klimaatfonds gereserveerd en worden nu toegekend. Hiervan wordt
€ 2,5 miljoen uit 2026 naar latere jaren geschoven zodat de middelen in het juiste ritme komen te staan. Cumulatief wordt er € 12,9 miljoen naar 2027 en € 2,9 miljoen naar 2031 geschoven.
Bijdrage aan medeoverheden
Het uitgavenbudget voor bijdrage aan medeoverheden is in 2026 met
€ 2,7 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 3,8 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutatie.
Overige bijdragen: Dit heeft met name betrekking op de overboeking naar het Gemeentefonds voor een bijdrage aan de gemeente Haarlemmermeer voor de kosten voor de aanpak van de problematiek met de zonnepanelen rondom Schiphol (€ 5,8 miljoen in 2026).
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties voor 2026 zijn lager dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer). De ontvangsten worden in de periode 2027 t/m 2031 met cumulatief € 4,9 miljoen verhoogd. Dit heeft met name betrekking op de ontvangsten vanuit de GIS-4 heffing
(€ 6,1 miljoen). De scope van de GIS-regeling is uitgebereid met een aantal woningen. Voor de financiering van de GIS-regeling zal de GIS-heffing langer doorlopen.
Subsidiegrondslagen
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzondering hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. In de tabellen «budgettaire gevolgen van beleid» bij de verschillende beleidsartikelen in deze begroting zijn in de regel <Verplichtingen> verplichtingen inbegrepen die betrekking hebben op dergelijke subsidies. Voor de subsidieverplichtingen die specifiek hieronder worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht. Hieronder is een overzicht van de subsidies met een wettelijke grondslag in de begroting opgenomen.
€ 155.000 - Dutch Caribbean Air Navigation service Provider – Voor een deel van de kosten van de levering van luchtverkeersdienstverlening op en rond Bonaire International Airport. Zonder deze bijdrage zouden
de tarieven dusdanig sterk stijgen dat een mogelijke verstoring van de markt zal optreden, met bijbehorend negatief effect op de lokale gemeenschap. Het bedrag is exclusief eventuele koersverschillen
€ 230.000 - Dutch Caribbean Air Navigation service Provider – Voor AIS-en ARO Kosten voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, om te voldoen aan ICAO annex 15. Het bedrag is exclusief eventuele koersverschillen.
€80.000 - St. Faunabeheereenheid Noord-Holland - Voor de coördinatie van ruivangsten.
NGF subsidies:
€ 6.700.000 - Stichting Luchtvaart in transitie, NGF Luchtvaart in transitie: Governance fase 2
€ 8.250.000 - Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaart-centrum, NGF Luchtvaart in transitie: Ondersteunend onderzoek
€ 13.747.511 - Technische Universiteit Delft, NGF Luchtvaart in transitie: Ondersteunend onderzoek
€ 746.842 - Technische Universiteit Eindhoven, NGF Luchtvaart in transitie: Ondersteunend onderzoek
€ 2.801.154 - Universiteit Twente, NGF Luchtvaart in transitie: Onder-steunend onderzoek
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 92% |
| bestuurlijk gebonden | 8% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
Het beschikbare budget in 2026 is voor 77% juridisch verplicht en voor de rest bestuurlijk gebonden. De juridische verplichtingen bij de opdrachten betreffen onder meer diverse opdrachten voor NGF, klimaatfonds, luchtvaartveiligheid, Caribisch Nederland, geluidisolatie Schiphol, regionale luchthaven, luchtruimherziening, onbemande luchtvaart.
Subsidies
Het beschikbare budget in 2026 is voor 100% juridisch verplicht. Het subsidiebudget betreft met name het NGF-project Luchtvaart in transitie en de klimaatfonds-projecten. Voor het volledige subsidieoverzicht wordt verwezen naar bijlage 5 in deze begroting.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdrage RWS, RVO, NEA en RIVM zijn volledig juridisch verplicht en hebben deels een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsondersteuning en advies (BOA). RWS reserveert capaciteit voor het uitvoeren van studies of het
leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsnota’s en de uitvoerbaarheid van beleid. De uitgaven aan RVO zijn voor de uitvoering van subsidieregelingen.
Bijdragen aan medeoverheden
Het beschikbare budget in 2026 is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan SAR CN voor opzetten beheersoganisatie.
Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties
Het beschikbare budget in 2026 is voor 100% juridisch verplicht. De bijdrage aan internationale organisaties betreft de jaarlijkse contributie aan de International Civil Aviation Organization (ICAO), aan het hiertoe opgezette samenwerkingsverband binnen ABIS en aan de European Civil Aviation Conference (ECAC). Dit bedrag is daarmee geheel juridisch verplicht.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
De uitgaven aan de Luchtverkeersleiding Nederland zijn volledig juridisch verplicht op basis volgend uit de afspraken die gemaakt zijn in de ‘Overeen-komst betreffende de operationaliteit voor civiel medegebruik van de militaire radar bij Soesterberg’. Dit betreft een structurele bijdrage.
Artikel 18 Scheepvaart en Havens Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid art. 18 Scheepvaart en Havens (bedragen x € 1.000)
|
|
|
pvaart
|
en Havens
|
|
|
.000)
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
135.592 | 4.000 | 139.592 | -35.807 | 103.785 | 68.501 | 5.525 | 35.499 | 26.400 | 22.550 |
|
158.239 | 4.000 | 162.239 | 12.992 | 175.231 | 23.320 | 4.325 | 39.722 | -75.747 | 121.437 | |
| 18.1 |
|
158.239 | 4.000 | 162.239 | 12.992 | 175.231 | 23.320 | 4.325 | 39.722 | -75.747 | 121.437 |
|
31.570 | 4.000 | 35.570 | -1.781 | 33.789 | 3.803 | 2.053 | 2.313 | -4.346 | 14.419 | |
|
9.413 | 0 | 9.413 | 0 | 9.413 | 0 | 0 | 50 | 0 | 0 | |
|
100 | 0 | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100 | |
|
9.962 | 0 | 9.962 | 838 | 10.800 | 2.801 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
444 | 0 | 444 | -294 | 150 | -140 | -40 | 50 | -4.742 | 5.126 | |
|
2.180 | 0 | 2.180 | -309 | 1.871 | -522 | -554 | -854 | -854 | 2.480 | |
|
0 | 0 | 0 | 190 | 190 | 130 | 30 | 0 | -306 | 0 | |
|
1.480 | 0 | 1.480 | -1.303 | 177 | -1.225 | -810 | -810 | -1.576 | 637 | |
|
1.372 | 4.000 | 5.372 | -5.372 | 0 | -813 | -598 | -124 | -869 | 0 | |
|
1.369 | 0 | 1.369 | -315 | 1.054 | -381 | 553 | 553 | 553 | 1.923 | |
|
5.250 | 0 | 5.250 | 4.784 | 10.034 | 3.953 | 3.472 | 3.448 | 3.448 | 4.153 | |
|
118.135 | 0 | 118.135 | 4.511 | 122.646 | 18.234 | -3.772 | 30.764 | -71.965 | 100.652 | |
|
3.550 | 0 | 3.550 | 0 | 3.550 | -50 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
41.238 | 0 | 41.238 | 14.912 | 56.150 | -12.103 | -7.605 | -229 | 4.929 | 0 | |
|
4.125 | 0 | 4.125 | 0 | 4.125 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
3.698 | 0 | 3.698 | 2.267 | 5.965 | 4.535 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
10.000 | 0 | 10.000 | 0 | 10.000 | 1.382 | 8.909 | 21.667 | 7.986 | 0 | |
|
42.740 | 0 | 42.740 | -8.308 | 34.432 | 3.850 | 4.164 | -207 | -30.444 | 32.838 | |
|
3.550 | 0 | 3.550 | -1.110 | 2.440 | -2.311 | -3.889 | 4.016 | -17.346 | 52.717 | |
|
3.300 | 0 | 3.300 | -3.300 | 0 | 12.107 | 4.657 | 5.607 | -36.540 | 15.097 | |
|
5.910 | 0 | 5.910 | 0 | 5.910 | 10.774 | -10.058 | -140 | -600 | 0 | |
|
24 | 0 | 24 | 50 | 74 | 50 | 50 | 50 | 50 | 0 | |
|
6.732 | 0 | 6.732 | 1.481 | 8.213 | 1.283 | 1.044 | 649 | -108 | 4.607 | |
|
2.430 | 0 | 2.430 | 2.292 | 4.722 | 1.420 | 1.383 | 1.347 | 622 | 1.778 | |
|
400 | 0 | 400 | -41 | 359 | 61 | -4 | -13 | -26 | 0 | |
|
3.902 | 0 | 3.902 | -770 | 3.132 | -198 | -335 | -685 | -704 | 2.829 | |
|
0 | 0 | 0 | 8.500 | 8.500 | 0 | 5.000 | 6.000 | 680 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5.000 | 6.000 | 680 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 8.500 | 8.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.678 | 0 | 1.678 | 1 | 1.679 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1.231 | |
|
1.173 | 0 | 1.173 | 0 | 1.173 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.173 | |
Ontwerp-begroting
Mutaties via NvW,
Vastge-stelde
Mutaties 1e
Stand 1e suppletoire
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
t (1)
moties,
begroting suppletoire begroting
amende- t (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en ISB (2)
(2)
(4)
(4)
|
505 |
|
505 | 1 |
|
|
1 |
|
1 | 58 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
124 |
|
124 | 280 |
|
|
‒ 1 |
|
‒ 9 | 528 |
|
124 |
|
124 | 280 |
|
|
‒ 1 |
|
‒ 9 | 528 |
|
0 |
|
0 | 1.360 |
|
|
0 |
|
0 | 0 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verlaagd met € 35,8 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 158,5 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de onderstaand toegelichte uitgaven mutaties. Het verschil wordt verklaard door diverse kleine mutaties.
Uitgaven
1. Scheepvaart en Havens
Opdrachten Scheepvaart en Havens
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 1,8 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 18,2 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Digitale transport strategie (DTS): Het opdrachtenbudget van DTS is in 2026 met € 4,8 miljoen verhoogd en meerjarig in 2027 t/m 2031 met € 13,4 miljoen verhoogd. Dit komt door het toevoegen van budget voor kosten die samenhangen met twee nieuwe Europese verordeningen. Dekking voor deze kosten komt vanuit het Mobiliteitsfonds.
Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur: het opdrachtenbudget voor PBNI wordt in 2026 met € 5,4 miljoen verlaagd en meerjarig in 2027 t/m 2031 met € 2,4 miljoen verlaagd. Dit komt omdat PBNI vanaf 2026 wordt onder gebracht bij weerbaarheid welke onderdeel is van Luchtvaart.
Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties.
Subsidies Scheepvaart en Havens
Het subsidiebudget is in 2026 verhoogd met € 4,5 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 73,9 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Duurzame Zeevaart: Er schuift € 10,8 miljoen uit 2027 naar de jaren 2028 t/m 2031. Uit de voorbereidingen voor de 3 stikstofpilots (elektrisch varen in de haven; waterstof bevoorradingschepen en elektrificatie havenmaterieel) is gebleken dat een ander kas- en verplichtingenritme wenselijk is.
KF subsidieregeling walstroom: vanuit het Klimaatfonds wordt in de jaren 2028 t/m 2030 € 40 miljoen extra ontvangen voor het stimuleren van walstroomvoorzieningen. De Europese AFIR-Verordening verplicht
Nederland om uiterlijk in 2030 walstroom beschikbaar te stellen voor grote zeegaande containerschepen, cruiseschepen en roro-passagiersschepen. De aanvullende middelen dragen bij aan aanpak van de totale opgave.
Tegelijkertijd zet Nederland in op nationale verplichtingen. Daarmee wordt enerzijds de verantwoordelijkheidsverdeling tussen terminalbeheerders en havenbeheerders verduidelijkt en met de subsidie wordt de business case verbeterd.
Walstroom Zeehavens: Binnen het subsidiebudget van walstroom zeehavens schuift € 14,9 miljoen naar 2026 en € 5,0 miljoen naar 2030 vanuit de jaren 2027 t/m 2029. Dit sluit beter aan bij de planning die door RVO is opgesteld voor deze regeling.
KF verduurzaming zeevaart: Voor verduurzaming Zeevaart schuift er
€ 3,3 miljoen uit 2026 en € 36,5 miljoen uit 2030 naar de jaren 2027 ‒ 2029 en 2031. De regeling wordt in 2027 gepubliceerd. Het nieuwe kas- en verplichtingen ritme sluit beter aan op de voorziene planning.
KF verduurzaming binnenvaart: Het budget wordt in 2026 met € 1,1 miljoen verlaagd en meerjarig van 2027 t/m 2031 met € 33,2 miljoen verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt door:
Er wordt in de jaren 2027 t/m 2031 in totaal € 31,5 miljoen opgevraagd vanuit het klimaatfonds. Deze middelen waren eerder voorwaardelijk toegezegd. Aan de gestelde voorwaarde is inmiddels voldaan waardoor de middelen nu kunnen worden opgevraagd.
Uit de jaren 2026 t/m 2030 schuift € 45,9 miljoen naar 2031. De voortgang in het voorbereiden van de subsidieregeling heeft tot nieuwe inzichten geleid in het kas- en verplichtingenritme.
NGF Maritiem Masterplan: Voor het Maritiem Masterplan schuift er
€ 8,3 miljoen uit 2026 en € 30,4 miljoen uit 2030 naar de jaren 2027 ‒ 2029 en 2031. Dit sluit beter aan bij de planning die door RVO is opgesteld voor deze regeling.
NGF Zero Emission Services (ZES): Het budget wordt in 2026 met
€ 2,3 miljoen verhoogd en in 2027 met € 4,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt doordat € 6,8 miljoen in 2025 niet tot besteding is gekomen, o.a. door overlapping met een andere tijdelijke subsidieregeling. Deze middelen zijn via de NGF-eindejaarsmarge aan het budget van 2026 toegevoegd. Van de opgevraagde eindejaarsmarge (€ 6,8 miljoen) schuift € 4,5 miljoen van 2026 naar 2027 omdat dit budget in latere openstellingen pas nodig zal zijn.
Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties.
Bijdragen aan medeoverheden
De bijdrage aan medeoverheden is in 2026 verhoogd met € 8,5 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 11,7 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Moerdijkregeling: Tijdens het bestuurlijk overleg van 1 december 2025 is door IenW toegezegd om € 8,5 miljoen bij te dragen aan het ophogen van de Moerdijkregeling. Deze regeling houdt in dat inwoners van het dorp Moerdijk hun huis kunnen verkopen aan de gemeente voor 95% van de taxatiewaarde. Deze regeling bestaat omdat er al langere tijd plannen zijn
om de de haven uit te breiden voor aanlanding wind op zee en verduur-zaming industrie. Door alle onrust die in het najaar van 2025 is ontstaan heeft IenW besloten mee te betalen aan het ophogen van de regeling naar 100% van de taxatiewaarde. Hiervoor stelt IenW € 8,5 miljoen beschikbaar, evenals KGG.
Optimalisatie Wilhelminakanaal: vanuit het Mobiliteitsfonds wordt in de jaren 2029 t/m 2030 € 11,7 miljoen overgeboekt voor de ophoging van de SPUK optimalisatie Wilhelminakanaal bij Tilburg.
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties in de 1e suppletoire begroting zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Subsidiegrondslagen
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzondering hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. In de tabellen «budgettaire gevolgen van beleid» bij de verschillende beleidsartikelen in deze begroting zijn in de regel <Verplichtingen> verplichtingen inbegrepen die betrekking hebben op dergelijke subsidies. Voor de subsidieverplichtingen die specifiek hieronder worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht. Hieronder is een overzicht van de subsidies met een wettelijke grondslag in de begroting opgenomen.
1. € 50.000 - Stichting Waterrecreatie Nederland (SWR NL) - De subsidie is ten behoeve van in 2025 beëindigde subsidie voor de continuering van de Basisvisie Recreatietoervaartnet Nederland. IenW is voornemens om
50.000 euro per jaar bij te dragen voor de periode 2026-2031 aan SWR NL voor de financiering van een overlegorgaan tussen Rijk en de provincies, om het recreatietoervaartnet te versterken en stremmingen/onderhoud met de verschillende beheerders af te stemmen.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 94% |
| bestuurlijk gebonden | 6% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
Het beschikbare budget in 2026 is voor 95% juridisch verplicht. Dit betreft met name het NGF-project Digitale Infrastructuur en Logistiek en Topsector Logistiek waarvoor verplichtingen zijn aangegaan met Connekt tot en met respectievelijk 2027 en 2026. Ook valt de inzet op wettelijk verplichte
verordeningen ten aanzien van EMSWe en eFTI voor Digitale Transport Stratgie hieronder. Tot slot vallen hier opdrachten onder die uitgevoerd gaan worden door de agentschappen RWS (BOA) en RVO alsook diverse opdrachten, waaronder een onderzoek bij de Kustwacht, die al verplicht zijn. Onder bestuurlijk verbonden zijn onder meer posten opgenomen voor CER-NIS2, cyber en VENAC, veiligheid Noordzee, milieu, Loodsenwet en Novex-havengebied.
Subsidies
Het beschikbare budget in 2026 is voor 100% juridisch verplicht en dat betreft met name:
De Tijdelijke subsidieregeling onderzoek TSL 2024-2026 is gepubliceerd en 100% juridisch verplicht.
De Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2024–2027 is gepubliceerd en 100% juridisch verplicht.
De Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026 is gepubliceerd en 100% juridisch verplicht. Deze subsidieregeling betreft deels middelen uit het Klimaatfonds.
De middelen ter bevordering van verduurzaming van de zeevaart zijn 100% juridisch verplicht als gevolg van nog te publiceren pilot voor elektrisch varen in de havens.
De Nationaal Groeifonds (NGF) middelen voor de Tijdelijke subsidie-regeling Maritiem Masterplan en de Tijdelijke subsidieregeling Zero Emissie Services Ombouw schepen zijn 100% juridisch verplicht.
Indien het budget niet wordt uitgegeven zal dit terugvloeien naar het Nationaal Groeifonds.
De Klimaatfondsmiddelen voor de nog te publiceren Tijdelijke subsidie-regeling vroege opschaling energietransitie zeevaartschepen 2026-2030 en de Tijdelijke subsidieregeling voor de verduurzaming van de binnenvaart zijn 100% juridisch verplicht. Indien het KF-budget niet wordt uitgegeven zal dit terugvloeien naar het Klimaatfonds.
De subsidies hebben een tijdshorizon.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdrage RWS zijn 100% juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsondersteuning en advies (BOA). RWS reserveert capaciteit voor het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsnota’s en de uitvoerbaarheid van beleid. Ook de uitgaven voor RVO en de NEa zijn 100% juridisch verplicht en gebaseerd op gereserveerde capaciteit voor het uitvoeren van subsidieregelingen en overig beleid.
Bijdragen aan medeoverheden
De bijdrage aan de Moerdijkregeling is nog niet officieel vastgelegd en daardoor bestuurlijk verbonden.
Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties
De bijdragen aan internationale organisaties zijn 100% juridisch verplicht en betreffen contributies en bijdragen conform verdragsverplichtingen, deels vanuit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) aan o.a. de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en de International Maritime Organisation en daarnaast aan de International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities, Regional Cooperation Agreement on Combating Piracy and Armed Robbery against Ships in Asia, de Donaucommissie en North Atlantic Ice Patrol.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
De bijdragen aan zelfstandige bestuursorganen of rechtspersonen met een wettelijke taak zijn 29% juridisch verplicht. Het betreft hier een bijdrage aan de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart voor het uitvoeren van haar wettelijke taak Nationaal Register. Het restant is bestuurlijk gebonden en betreft een bijdrage aan het CBR voor uitvoering-stoetsen.
Artikel 19 Internationaal Beleid Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid art. 19 Internationaal Beleid (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
|
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
10.102 | 0 | 10.102 | 686 | 10.788 | 686 | 710 | ‒ 278 | ‒ 353 | 9.536 |
|
11.030 | 0 | 11.030 | 767 | 11.797 | 686 | 710 | ‒ 278 | ‒ 353 | 10.239 | |
| 19.2 |
|
11.030 | 0 | 11.030 | 767 | 11.797 | 686 | 710 | ‒ 278 | ‒ 353 | 10.239 |
|
6.239 | 0 | 6.239 | 557 | 6.796 | 500 | 386 | ‒ 548 | ‒ 548 | 5.646 | |
|
1.702 | 0 | 1.702 | ‒ 200 | 1.502 | ‒ 200 | ‒ 200 | ‒ 200 | ‒ 200 | 1.904 | |
|
2.758 | 0 | 2.758 | 970 | 3.728 | 798 | 684 | ‒ 250 | ‒ 250 | 2.590 | |
|
1.779 | 0 | 1.779 | ‒ 213 | 1.566 | ‒ 98 | ‒ 98 | ‒ 98 | ‒ 98 | 1.152 | |
|
5 | 0 | 5 | 0 | 5 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
5 | 0 | 5 | 0 | 5 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
2.942 | 0 | 2.942 | 210 | 3.152 | 186 | 324 | 270 | 195 | 2.949 | |
|
469 | 0 | 469 | 223 | 692 | 198 | 348 | 348 | 348 | 729 | |
|
2.473 | 0 | 2.473 | ‒ 125 | 2.348 | ‒ 12 | ‒ 24 | ‒ 78 | ‒ 153 | 2.220 | |
|
0 | 0 | 0 | 112 | 112 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.844 | 0 | 1.844 | 0 | 1.844 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.644 | |
|
1.844 | 0 | 1.844 | 0 | 1.844 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.644 | |
|
802 | 0 | 802 | 397 | 1.199 | 0 | 0 | 0 | 0 | 802 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
De verplichtingenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Uitgaven
De uitgavenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 80% |
| bestuurlijk gebonden | 10% |
| beleidsmatig gereserveerd | 9% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
Van het opdrachtenbudget is circa 70% juridisch verplicht op grond van (meerjarige) verplichtingen. Het gaat hierbij onder meer om de verplich-tingen aan het Rijksvastgoedbedrijf voor de exploitatie kosten van het Galileo Reference Center (einddatum april 2047) te Noordwijk en het Galileo Sensor Station op Bonaire (einddatum april 2043) en de opdracht aan de Rijksdienst Caribisch Nederland voor het onderhoud en beheer van het GSS. Ook de opdrachten inzake de door de Europese secreta-riaten te leveren technische bijstand in het kader van het INTERREG
VI programma zijn juridisch verplicht voor de totale looptijd van het programma (einddatum 2027). Dit geldt eveneens voor de jaarlijkse opdracht aan het Nederlands Space Office voor de dienstverlening in het kader van het programma ruimtevaart en de opdracht inzake TROPOMI. Daarnaast zijn een aantal opdrachten in het kader van het programma Ruimtevaart en de opdracht aan RWS eveneens juridisch verplicht.
Subsidies
Het subsidiebudget is op grond van een incidentele toekenning aan de Jongerenmilieuraad 100% juridisch verplicht.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdragen RWS, RVO en RIVM zijn volledig (100%) juridisch verplicht en hebben een structureel karakter.
De bijdrage aan RWS heeft onder andere betrekking op capaciteitsinzet voor de uitvoering van de Antarcticaregelgeving. De bijdrage aan de RVO is bestemd voor de uitvoering van de subsidieregelingen Interreg V en Interreg VI en de capaciteitsinzet voor de uitvoering van enkele Europese programma's. De bijdrage aan het RIVM betreft de inzet voor het Nationaal Milieu Programma.
Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties
De bijdrage aan internationale organisaties is voor 86% juridisch verplicht. Het betreft hier uitgaven op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken.
Artikel 20 Lucht en Geluid Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid art. 20 Lucht en Geluid (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|
|
1.000)
|
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
54.870 | 0 | 54.870 | ‒ 200 | 54.670 | 3.927 | 3.316 | 1.316 | 640 | 57.914 |
|
60.816 | 0 | 60.816 | 206 | 61.022 | 3.927 | 3.316 | 1.316 | 640 | 57.914 | |
| 20.1 |
|
60.816 | 0 | 60.816 | 206 | 61.022 | 3.927 | 3.316 | 1.316 | 640 | 57.914 |
|
10.270 | 0 | 10.270 | 3.651 | 13.921 | 4.790 | 4.790 | 4.290 | 3.800 | 12.440 | |
|
4.909 | 0 | 4.909 | 385 | 5.294 | 5.200 | 5.200 | 4.700 | 4.210 | 7.680 | |
|
592 | 0 | 592 | ‒ 335 | 257 | ‒ 310 | ‒ 310 | ‒ 310 | ‒ 310 | 282 | |
|
3.258 | 0 | 3.258 | 3.615 | 6.873 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.258 | |
|
1.511 | 0 | 1.511 | ‒ 14 | 1.497 | ‒ 100 | ‒ 100 | ‒ 100 | ‒ 100 | 1.220 | |
|
22.940 | 0 | 22.940 | ‒ 2.193 | 20.747 | 637 | 526 | 26 | ‒ 650 | 21.996 | |
|
3.488 | 0 | 3.488 | 906 | 4.394 | 646 | 646 | 646 | 646 | 4.134 | |
|
15 | 0 | 15 | 20 | 35 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
691 | 0 | 691 | 357 | 1.048 | 97 | 93 | 78 | 55 | 746 | |
|
18.746 | 0 | 18.746 | ‒ 3.476 | 15.270 | ‒ 106 | ‒ 213 | ‒ 698 | ‒ 1.351 | 17.116 | |
|
27.569 | 0 | 27.569 | ‒ 1.252 | 26.317 | ‒ 1.500 | ‒ 2.000 | ‒ 3.000 | ‒ 2.510 | 23.000 | |
|
25.569 | 0 | 25.569 | ‒ 649 | 24.920 | ‒ 1.500 | ‒ 2.000 | ‒ 3.000 | ‒ 2.510 | 23.000 | |
|
2.000 | 0 | 2.000 | ‒ 603 | 1.397 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
37 | 0 | 37 | 0 | 37 | 0 | 0 | 0 | 0 | 478 | |
|
37 | 0 | 37 | 0 | 37 | 0 | 0 | 0 | 0 | 478 | |
|
1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.000 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
De verplichtingenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Uitgaven
1 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder
Opdrachten Lucht en Geluid
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 3,7 miljoen verhoogd. In 2027 t/m 2031 is het opdrachtenbudget verhoogd met € 21,5 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Waarvan RIVM: het opdrachtenbudget is in 2026 met € 3,6 miljoen verhoogd voor opdrachten inzake het programma Duurzame Leefomgeving (DLO). Specifiek betreft dit uitgaven voor Duurzame Agro, Luchtkwaliteit en gezondheid, Geluid en trillingen, monitoring en de rapportage luchtkwa-liteit. De herschikking is binnen het artikel en de middelen zijn afkomstig van bijdragen aan agentschappen (waarvan RIVM).
Geluid en luchtsanering: het opdrachtenbudget is in 2027 t/m 2031 met
€ 23,5 miljoen verhoogd. Het gaat hierbij om de volgende mutaties:
Het opdrachtenbudget op het programma Uitvoering Lucht is in 2027 t/m 2031 met € 11,5 miljoen verhoogd als gevolg van stijgende uitvoerings-kosten voor de regeling Sanering Verkeerslawaai. Het gaat hierbij om een herschikking binnen het artikel en de middelen zijn afkomstig van bijdrage aan medeoverheden.
Het opdrachtenbudget voor de uitvoering lucht is in 2027 t/m 2031 verhoogd met € 12 miljoen. Deze middelen zijn benodigd om te voldoen aan de herziene EU-richtlijn luchtkwaliteit, zoals o.a. het inrichten
van supersites en het voldoen aan nieuwe eisen van datakwaliteit en analyses.
Bijdragen aan agentschappen
De bijdragen aan agentschappen zijn in 2026 met € 2,2 verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Bijdrage RWS: deze bijdrage is in 2026 met € 0,9 miljoen verhoogd voor fte inzet in het kader van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Deze middelen komen vanuit het opdrachtenbudget (met name RWS) en de bijdrage
aan medeoverheden.
Bijdrage aan RVO: deze bijdrage is in 2026 met € 0,4 miljoen verhoogd voor de inzet van fte's voor het programma Duurzame AGRO vanuit het opdrach-tenbudget en de bijdrage aan medeoverheden. Deze middelen zijn bedoeld voor ondersteuning van de technische adviespool (TAP) die adviseert over ammoniak, fijnstof en geur uit innovatieve stallen en technieken gericht op de verlaging van stalgebonden emissies uit de veehouderij.
Bijdrage aan RIVM: deze bijdrage is in 2026 met € 3,5 miljoen verlaagd voor activiteiten voor het programma Duurzame Leefomgeving (DLO) die via het financieel instrument «opdrachten» worden ingezet (zie boven).
Bijdragen aan medeoverheden
De bijdragen aan medeoverheden zijn in 2026 met € 1,3 miljoen verlaagd. In 2027 t/m 2031 is deze bijdrage verlaagd met € 11,5 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Uitvoeringskosten geluidsanering: de bijdrage aan medeoverheden is in 2026 met € 0,65 miljoen verlaagd en in 2027 t/m 2031 verlaagd met
€ 11,5 miljoen voor de uitvoeringskosten van de regeling sanering Verkeers-lawaai. De herschikking is binnen het artikel en gaat naar opdrachten.
Programma NSL en SLA:de bijdrage aan medeoverheden is in 2026 met
€ 0,6 miljoen verlaagd voor de bijdrage aan RWS en RVO (zie ook boven). De herschikking is binnen het artikel en gaat naar bijdragen aan agent-schappen.
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 99% |
| bestuurlijk gebonden | 1% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
Van het opdrachtenbudget is circa 94% juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen. Het gaat hierbij om een meerjarige opdrachten aan het Bureau Sanering Verkeerslawaai voor de uitvoering van de subsidie-regeling Sanering Verkeerslawaai. Daarnaast zijn ook de opdrachten aan RIVM, RVO en RWS juridisch verplicht. Tevens zijn een aantal opdrachten in het kader van de programma's uitvoering Lucht, Duurzame Agro aan derden juridisch verplicht.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdrage RIVM, RVO en RWS zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. Het RIVM voert
als kennisinstituut beleidsvoorbereidend en -onderbouwend onderzoek uit ter bevordering van een gezonde leefomgeving door de luchtkwaliteit te verbeteren en geluidhinder te voorkomen of te beperken. De bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) betreft de uitvoering van de specifieke uitkering Schone Lucht Akkoord en overige werkzaamheden gericht op het reduceren van emissie van fijnstof en het verminderen
van geuroverlast uit stallen. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsondersteuning en advies (BOA) en de prestatie- en project gestuurde opdrachten op het gebied van luchtkwaliteit en geluid.
Bijdragen aan medeoverheden
De bijdrage aan medeoverheden is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft de subsidieregeling Sanering verkeerslawaai voor 2026 (wordt elk jaar 100% uitgeput), de regeling (SPUK) Nadeelcompensatie veehouderijen en de afwikkeling van toekenningen inzake de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord.
Artikel 21 Circulaire Economie Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid art. 21 Circulaire Economie (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
|
0)
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
65.775 | 0 | 65.775 | 18.914 | 84.689 | 4.163 | ‒ 5.894 | ‒ 4.234 | ‒ 1.146 | 33.797 |
|
69.734 | 0 | 69.734 | 7.257 | 76.991 | 3.314 | 298 | 1.163 | ‒ 512 | 31.332 | |
| 21.5 |
|
69.734 | 0 | 69.734 | 7.257 | 76.991 | 3.314 | 298 | 1.163 | ‒ 512 | 31.332 |
|
15.039 | 0 | 15.039 | 684 | 15.723 | 3.540 | ‒ 2.066 | ‒ 2.565 | ‒ 1.853 | 5.573 | |
|
2.693 | 0 | 2.693 | 8.342 | 11.035 | 2.000 | 1.957 | 1.740 | 1.798 | 4.318 | |
|
2.456 | 0 | 2.456 | ‒ 1.887 | 569 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
2.993 | 0 | 2.993 | ‒ 240 | 2.753 | 6.800 | 1.235 | 950 | 1.600 | 0 | |
|
6.897 | 0 | 6.897 | ‒ 5.531 | 1.366 | ‒ 5.260 | ‒ 5.258 | ‒ 5.255 | ‒ 5.251 | 1.255 | |
|
24.034 | 0 | 24.034 | 2.252 | 26.286 | ‒ 2.164 | 457 | 2.239 | 376 | 1.710 | |
|
11.586 | 0 | 11.586 | 902 | 12.488 | ‒ 4.531 | ‒ 858 | 1.230 | ‒ 633 | 1.710 | |
|
7.738 | 0 | 7.738 | 1.067 | 8.805 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | 0 | |
|
2.610 | 0 | 2.610 | 0 | 2.610 | ‒ 46 | ‒ 46 | ‒ 46 | ‒ 46 | 0 | |
|
2.000 | 0 | 2.000 | 283 | 2.283 | 1.358 | 306 | 0 | 0 | 0 | |
|
100 | 0 | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
27.250 | 0 | 27.250 | 4.326 | 31.576 | 1.953 | 1.925 | 1.521 | 1.016 | 23.533 | |
|
13.255 | 0 | 13.255 | 5.219 | 18.474 | 3.711 | 3.722 | 3.731 | 3.741 | 13.058 | |
|
12.989 | 0 | 12.989 | ‒ 711 | 12.278 | ‒ 1.752 | ‒ 1.786 | ‒ 2.173 | ‒ 2.651 | 9.543 | |
|
1.006 | 0 | 1.006 | ‒ 182 | 824 | ‒ 6 | ‒ 11 | ‒ 37 | ‒ 74 | 932 | |
|
2.844 | 0 | 2.844 | 0 | 2.844 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
2.844 | 0 | 2.844 | 0 | 2.844 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
51 | 0 | 51 | ‒ 51 | 0 | ‒ 51 | ‒ 51 | ‒ 51 | ‒ 51 | 0 | |
|
51 | 0 | 51 | ‒ 51 | 0 | ‒ 51 | ‒ 51 | ‒ 51 | ‒ 51 | 0 | |
|
516 | 0 | 516 | 46 | 562 | 36 | 33 | 19 | 0 | 516 | |
|
516 | 0 | 516 | 46 | 562 | 36 | 33 | 19 | 0 | 516 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verhoogd met € 18,9 miljoen. In 2027 t/m 2031 is het verplichtingenbudget verlaagd met € 8,7 miljoen. Dit komt deels door de toegelichte mutaties onder uitgaven en het verschil van € 11,3 miljoen tussen de verplichtingen en uitgaven komt voornamelijk door:
DEI + CE: Het verplichtingenbudget is in 2026 met € 14,2 miljoen verhoogd door middel van een verplichtingenschuif naar 2026 vanuit 2027-2031 voor de openstelling van de regeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie Circulaire Economie (DEI+CE).
Overig:
Er vindt een kasschuif van € 4,6 miljoen van 2027 naar 2026 plaats en een kasschuif vanuit 2029 naar 2028 en 2030 (€ 1,3 miljoen), om aan de juridisch verplichte uitgaven te kunnen voldoen in 2026. Dit heeft geen invloed op verplichtingen, maar wel op kas. Hierdoor neemt het verschil met dit bedrag af.
Er is in 2026 € 1,7 miljoen ontvangen aan eindejaarsmarge voor o.a. de subsidieregelingen EKOO CE en Circulair implementeren en opschalen. Deze verplichtingen zijn al aangegaan maar de betalingen hiervan zullen plaatsvinden in 2026. Dit heeft geen invloed op verplichtingen, maar wel op kas. Hierdoor neemt het verschil met dit bedrag af.
Uitgaven
Duurzame productieketens
Opdrachten Circulaire Economie
De opdrachtenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Voor 2027 t/m 2031 is het opdrachtenbudget in totaal met € 4,9 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Uitvoering Duurzame Productketens: het opdrachtenbudget voor deze reguliere CE opdrachten is verhoogd in 2027 t/m 2031 met € 9,6 miljoen als gevolg van het reduceren van de agentschapsopdrachten aan RWS, RVO en RIVM. Dit betreft een herschikking binnen artikel en is afkomstig van o.a. de bijdrage aan agentschappen en overige opdrachten.
KF - Biobased bouwen: Vanuit het Klimaatfonds zijn er middelen toegekend voor de normering en stimulering omtrent biobased bouwen. Dit betreft cumulatief € 10,6 miljoen van 2027 t/m 2030.
Overige opdrachten: Het opdrachtenbudget van RWS is in 2027 t/m 2031
€ 24,7 miljoen verlaagd vanwege een herschikking naar bijdrage aan agent-schappen RWS voor de prestatiesturing projecten die uitgevoerd worden door RWS omwille van het uitvoeringsprogramme Circulaire Economie. Dit type opdrachten worden per voorjaarsnota 2026 niet langer verantwoordt op het instrument opdrachten maar op het instrument bijdrage aan agent-schappen.
Het resterende saldo van € 0,4 miljoen is het gevolg van kleine mutaties binnen artikel 21.
Subsidies (regelingen) Circulaire Economie
Het subsidiebudget is in 2026 met € 2,3 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 zijn de subsidiemutaties onder de gehanteerde norm. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Subsidies duurzame productieketens:
Het subsidiebudget is in 2026 met € 0,9 miljoen toegenomen als gevolg van de uitkering van eindejaarsmarge voor overlopende verplichtingen vanuit 2025 en een overboeking vanuit artikel 22 naar artikel 21 voor de subsidieverlening aan Milieu Centraal voor het Kaderprogramma Duurzaam Leven 2026.
Verder vindt er vanuit 2027 een kasschuif van € 4,6 miljoen naar 2026 plaats en een kasschuif vanuit 2029 naar 2028 en 2030 (€ 1,3 miljoen), om aan de juridisch verplichte uitgaven te kunnen voldoen in 2026. Dit in verband met de afloop van de dekking voor de uitvoering van het Nationaal Programma Circulaire economie. Deze kasschuif wordt weer herschikt binnen het opdrachtenbudget van Circulaire Economie.
KF - DEI + CE:
Het subsidiebudget is in 2026 met € 1,1 miljoen verhoogd vanwege lagere uitvoeringskosten voor de subsidie regelingen DEI + CE en EKOO CP. De herschikking is binnen het artikel vanuit bijdrage aan agentschappen aan de RVO terug naar het subsidiebudget.
KF - Plastics norm: het subsidiebudget neemt in 2026 met € 0,3 miljoen vanwege een herschikking voor de uitvoeringskosten voor de subsidie-regeling DEI+CE, EKOO CP en circulair doen en gedrag. Dit betreft een herschikking binnen artikel en is afkomstig vanuit het opdrachtenbudget van de RVO.
Bijdrage aan agentschappen
De bijdragen aan agentschappen zijn in 2026 met € 4,3 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 9,6 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties
Bijdrage aan RWS: de bijdrage is verhoogd met € 5,2 miljoen in 2026 en met
€ 19,7 miljoen in 2027-2031 voor o.a. de realisatie van het uitvoeringspro-gramme Circulaire Economie en Microplastics. Deze herschikking is binnen het artikel.
Bijdrage aan RVO: de bijdrage is verlaagd met € 0,7 miljoen in 2026 en
€ 9,9 miljoen in 2027 t/m 2031 voor de uitvoeringskosten RVO omtrent de verschillende subsidie regelingen. Hiervan betreft in de periode 2027 t/m 2031 € 2,8 miljoen de invulling van de efficiency en vernieuwing rijksdienst taakstelling vanuit het coalitieakkoord Jetten I.
Bijdrage aan RIVM: de bijdrage is verlaagd met € 0,2 miljoen in 2026 voor de uitvoering van Duurzame productieketens. De herschikking is binnen het artikel en gaat naar het opdrachtenbudget (met name RIVM).
Het resterende cumulatieve saldo in de periode 2027 t/m 2031
betreft ‒ €0,7 miljoen en is het gevolg van kleine mutaties binnen artikel 21.
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij
te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 92% |
| bestuurlijk gebonden | 8% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting Opdrachten
Van het opdrachtenbudget is circa 64% juridisch verplicht op grond van (meerjarige) verplichtingen. Het gaat hierbij onder meer om de jaaropdrachten aan RWS, RIVM en RVO in het kader van circulaire economie. Daarnaast betreft de uitvoering door RVO van de ketendoorbraakprojecten en de jaarlijkse opdracht aan de NEN.
Subsidies
Het subsidiebudget is op grond van de subsidieregelingen DEI+CE (2025), KIA CE (2025), de CIO (2025) en de begrotingssubsidies voor Milieu Centraal voor 49% juridisch verplicht. Voor het volledige subsidieoverzicht wordt verwezen naar bijlage 5 in deze begroting. De subsidies hebben een tijdshorizon.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdragen RWS, RIVM en RVO zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsondersteuning en advies (BOA) op de thema’s CE in de regio, bouw en duurzame agro, maatschappelijk verantwoord inkopen, grondstoffen en recycling, circulaire economie en het landelijk meldpunt afvalstoffen. Met de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden werkzaamheden bekostigd om de transitie naar een Circulaire Economie (CE) te bewerkstelligen en de onder F. toelichting op de financiële insturmenten genoemde subsidieregelingen uit te voeren. De bijdrage aan RIVM ziet op de werkzaamheden die RIVM uitvoert omtrent de monitoring impact maatschappelijk verantwoord inkopen, duurzame landbouw/biotische reststromen en grondstoffen en recycling.
Bijdragen aan medeoverheden
Het beschikbare budget is volledig juridisch verplicht en heeft betrekking op een bijdrage aan Caribisch Nederland voor de verbetering van het afvalbeheer op Bonaire en Sint-Eustatius.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
Het beschikbare budget is volledig juridisch verplicht. Het betreft middelen voor de bijdragen aan stichting Milieukeur (SMK) voor het uitvoeren van de wettelijke taken ten behoeve van het Ecolabel en de bijdrage aan de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) voor het uitvoeren van de overgedragen taken en werkzaamheden.
Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid art. 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s (bedragen x € 1.000) (
|
|
|
|
|
|
|
|
|
00)
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
106.971 | 0 | 106.971 | ‒ 4.775 | 102.196 | ‒ 4.151 | ‒ 3.926 | ‒ 5.946 | ‒ 6.915 | 96.780 |
|
98.115 | 0 | 98.115 | ‒ 4.722 | 93.393 | ‒ 4.307 | ‒ 3.926 | ‒ 5.946 | ‒ 6.915 | 96.465 | |
| 22.1 |
|
34.566 | 0 | 34.566 | ‒ 2.887 | 31.679 | ‒ 3.337 | ‒ 4.644 | ‒ 7.887 | ‒ 8.548 | 30.827 |
|
13.952 | 0 | 13.952 | ‒ 1.971 | 11.981 | ‒ 2.582 | ‒ 2.432 | ‒ 5.202 | ‒ 5.202 | 13.565 | |
|
2.000 | 0 | 2.000 | ‒ 1.700 | 300 | ‒ 1.500 | ‒ 3.500 | ‒ 5.000 | ‒ 5.000 | 0 | |
|
2.077 | 0 | 2.077 | ‒ 2.002 | 75 | ‒ 2.002 | ‒ 652 | ‒ 1.122 | ‒ 1.122 | 1.425 | |
|
3.678 | 0 | 3.678 | 921 | 4.599 | 920 | 920 | 920 | 920 | 7.038 | |
|
1.197 | 0 | 1.197 | 684 | 1.881 | 0 | 800 | 0 | 0 | 1.020 | |
|
3.982 | 0 | 3.982 | 256 | 4.238 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.064 | |
|
1.018 | 0 | 1.018 | ‒ 130 | 888 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.018 | |
|
20.555 | 0 | 20.555 | ‒ 1.326 | 19.229 | ‒ 755 | ‒ 2.211 | ‒ 2.683 | ‒ 3.342 | 17.207 | |
|
2.222 | 0 | 2.222 | 2.064 | 4.286 | 2.064 | 714 | 714 | 714 | 2.936 | |
|
18.059 | 0 | 18.059 | ‒ 3.390 | 14.669 | ‒ 2.818 | ‒ 2.922 | ‒ 3.388 | ‒ 4.037 | 14.016 | |
|
274 | 0 | 274 | 0 | 274 | ‒ 1 | ‒ 3 | ‒ 9 | ‒ 19 | 255 | |
|
0 | 0 | 0 | 360 | 360 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 360 | 360 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
59 | 0 | 59 | 50 | 109 | 0 | ‒ 1 | ‒ 2 | ‒ 4 | 55 | |
|
59 | 0 | 59 | 0 | 59 | 0 | ‒ 1 | ‒ 2 | ‒ 4 | 55 | |
|
0 | 0 | 0 | 50 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 22.2 |
|
6.014 | 0 | 6.014 | 792 | 6.806 | 697 | 671 | 556 | 396 | 6.410 |
|
1.583 | 0 | 1.583 | ‒ 259 | 1.324 | ‒ 241 | ‒ 241 | ‒ 241 | ‒ 241 | 1.342 | |
|
1.150 | 0 | 1.150 | ‒ 417 | 733 | ‒ 94 | ‒ 94 | ‒ 94 | ‒ 94 | 1.056 | |
|
433 | 0 | 433 | 158 | 591 | ‒ 147 | ‒ 147 | ‒ 147 | ‒ 147 | 286 | |
|
4.431 | 0 | 4.431 | 1.051 | 5.482 | 938 | 912 | 797 | 637 | 5.068 | |
|
2.535 | 0 | 2.535 | 957 | 3.492 | 855 | 840 | 775 | 684 | 3.219 | |
|
1.896 | 0 | 1.896 | 94 | 1.990 | 83 | 72 | 22 | ‒ 47 | 1.849 | |
| 22.3 |
|
57.535 | 0 | 57.535 | ‒ 2.627 | 54.908 | ‒ 1.667 | 47 | 1.385 | 1.237 | 59.228 |
|
26.855 | 0 | 26.855 | ‒ 12.499 | 14.356 | ‒ 4.901 | ‒ 3.163 | ‒ 2.653 | ‒ 2.653 | 37.954 | |
|
5.398 | 0 | 5.398 | ‒ 2.403 | 2.995 | ‒ 177 | ‒ 976 | 0 | 0 | 13.866 | |
|
3.448 | 0 | 3.448 | ‒ 959 | 2.489 | ‒ 678 | ‒ 1.322 | ‒ 1.323 | ‒ 1.324 | 188 | |
|
2.778 | 0 | 2.778 | ‒ 2.133 | 645 | ‒ 2.171 | ‒ 2.171 | ‒ 2.637 | ‒ 2.637 | 607 | |
|
8.497 | 0 | 8.497 | ‒ 3.883 | 4.614 | 0 | 0 | 0 | 0 | 17.401 | |
|
6.734 | 0 | 6.734 | ‒ 3.121 | 3.613 | ‒ 1.875 | 1.306 | 1.307 | 1.308 | 5.892 | |
|
14.397 | 0 | 14.397 | 4.429 | 18.826 | ‒ 42 | ‒ 42 | ‒ 42 | ‒ 42 | 2.949 | |
|
3.001 | 0 | 3.001 | 1.345 | 4.346 | ‒ 34 | ‒ 34 | ‒ 34 | ‒ 34 | 2.365 | |
|
11.396 | 0 | 11.396 | 3.084 | 14.480 | ‒ 8 | ‒ 8 | ‒ 8 | ‒ 8 | 584 | |
|
11.585 | 0 | 11.585 | 5.602 | 17.187 | 3.435 | 3.411 | 4.239 | 4.091 | 13.785 | |
|
7.391 | 0 | 7.391 | 2.499 | 9.890 | 2.290 | 2.290 | 3.226 | 3.226 | 8.726 | |
|
435 | 0 | 435 | 0 | 435 | ‒ 2 | ‒ 4 | ‒ 15 | ‒ 28 | 407 | |
Ontwerp-begroting
Mutaties via NvW,
Vastge-stelde
Mutaties 1e
Stand 1e suppletoire
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
t (1)
moties,
begroting suppletoire begroting
amende- t (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en ISB (2)
(2)
(4)
(4)
|
3.759 | 0 | 3.759 | 3.073 | 6.832 | 1.147 | 1.125 | 1.028 | 893 | 4.652 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
0 | 0 | 0 | 30 | 30 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
159 | 0 | 159 | ‒ 159 | 0 | ‒ 159 | ‒ 159 | ‒ 159 | ‒ 159 | 0 |
|
159 | 0 | 159 | ‒ 159 | 0 | ‒ 159 | ‒ 159 | ‒ 159 | ‒ 159 | 0 |
|
4.539 | 0 | 4.539 | 0 | 4.539 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.540 |
|
4.539 | 0 | 4.539 | 0 | 4.539 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.540 |
|
250 | 0 | 250 | 0 | 250 | 0 | 0 | 0 | 0 | 250 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verlaagd met 4,8 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 22,9 miljoen verlaagd. Dit komt grotendeels door de toegelichte mutaties onder Uitgaven.
Uitgaven
Veiligheid chemische stoffen
Opdrachten Veiligheid chemische stoffen
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 2 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 13,4 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
KF Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (NVS): Het opdrachten-budget neemt in 2026 met € 1,7 miljoen af en in 2027 t/m 2031 neemt dit met budget €18,5 miljoen toe.
Er is € 1,5 miljoen en in 2027 t/m 2030 € 15 miljoen overgeboekt
naar OCW voor het Nationaal Onderzoekprogramma kernenergie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in het kader van het Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramme kernenergie (MMIP).
Het budget neemt in 2026 met € 0,2 miljoen af voor een bijdrage aan de directie Participatie voor een onderzoek fysieke leefomgeving voor het programma eindberging radioactief afval.
In 2027 t/m 2031 neemt het opdrachtenbudget met € 4,8 verhoogd als gevolg van een overboeking vanuit het Klimaatfonds voor het
Radionuclidenlab Rijksinstituut bij het RIVM. Dit Radionuclidelab wordt uitgebreid zodat de onderzoekscapaciteit in verhouding staat tot de nucleaire industrie als gevolg van de geplande uitbreiding van de nucleaire sector in Nederland.
In 2031 wordt het opdrachtenbudget met € 28,8 miljoen opgehoogd door een overboeking vanuit het klimaatfonds voor de voortzetten van eerder toegekende claims. Deze voorgaande claim is tot en met 2030 toegekend. Echter zijn de middelen voor kernenergie tot en met 2035 beschikbaar, met deze overboeking worden de middelen die eerder niet tot 2035 waren toegekend alsnog overgeboekt.
Waarvan RWS: het opdrachtenbudget wordt in 2026 met € 2 miljoen verlaagd en in 2027 t/m 2031 met € 6 miljoen voor o.a. het Landelijk Asbest Volgsysteem (LAVS), Atlas leefomgeving en gezondheid en veiligheid, deze projecten worden vanaf nu vormgegeven als project/prestatiegestuurde opdrachten. Dit wordt binnen het artikel herschikt en gaat naar bijdrage aan agentschappen (RWS).
Waarvan RIVM;
Het opdrachtenbudget is opgehoogd in 2026 met € 0,8 miljoen en in 2027 t/m 2031 met € 4,1 miljoen om aan te sluiten bij de
benodigde programma middelen van de RIVM opdracht in het kader van; Chemische stoffen, biociden, Atlas Leefomgeving en nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. De herschikking is binnen het artikel en wordt in mindering gebracht van de bijdrage aan agentschappen.
Er wordt in 2026 € 0,1 miljoen en in 2027 t/m 2031 € 0,5 miljoen vanuit VWS overgeboekt voor het Informatie- en kennispunt Gezonde Leefomgeving (IGLO).
Het restant van de overige € 0,6 miljoen bij het opdrachtenbudget Uiitvoering Veiligheid, Uitvoering stoffen Milieu & Gezondheid en overige opdrachten is het gevolg van diverse kleine mutaties.
Bijdrage aan agentschappen Veiligheid Chemische stoffen
Het bijdrage aan agentschappen is in 2026 met € 1,3 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 12,3 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Waarvan RWS: de bijdrage aan agentschappen wordt in 2026 met
€ 2,1 miljoen verhoogd en in 2027 t/m 2031 met € 4,9 miljoen voor
o.a. het Landelijk Asbest Volgsysteem (LAVS), Atlas leefomgeving en gezondheid en veiligheid, deze projecten worden vanaf nu vormgegeven als project/prestatiegestuurde opdrachten. De herschikking is binnen het artikel (zie hierboven).
Waarvan RIVM: de bijdrage aan agentschappen wordt verlaagd in 2026 met
€ 3,4 miljoen in 2027 t/m 2031 met € 17,2 miljoen.
De bijdrage wordt met € 2,6 miljoen verlaagd in 2026 en met € 9,5 miljoen in 2027 t/m 2031 om aan te sluiten bij de RIVM opdrachten. Dit betreft werkzaamheden voor de Veiligheid Bedrijven en Transport en Veiligheid biotechnologie. De herschikking is binnen het artikel en gaat naar de bijdrage aan agentschappen op Veiligheid bedrijven en transport en veiligheid biotechnologie (RIVM).
De bijdrage is in 2026 met € 0,8 miljoen en in 2027 t/m 2031 verlaagd met € 4,1 miljoen voor de RIVM opdrachten Chemische stoffen, biociden, Atlas Leefomgeving en nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. De herschikking is binnen het artikel (zie hierboven).
De overige verlaging van € 3,6 miljoen in 2027 t/m 2031 betreft de invulling van de efficiency en vernieuwing rijksdienst taakstelling vanuit het coalitieakkoord Jetten I.
Veiligheid biotechnologie
De uitgavenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Veiligheid bedrijven en transport
Opdrachten Veiligheid bedrijven en transport
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 12,5 miljoen verlaagd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 16,8 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Omgevingsveiligheid:
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 1,3 miljoen verlaagd zodat met name de volgende subsidies kunnen worden verstrekt en betaald: de Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid (SVO). De Subsidie-regeling ondersteunt Safety Deals. Dit zijn bovenwettelijke veiligheids-initiatieven van industriële bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen of risicovolle processen. En de subsidie aan Veiligheid Nederland ten behoeve van voorlichting en om inzicht te verkrijgen in de effecten van regelgeving en maatregelen om vuurwerkletsels te voorkomen.
Het overige opdrachtenbudget is met € 1,1 verlaagd in 2026 als gevolg van meerdere kleine mutaties.
Waarvan RWS: het opdrachtenbudget is in 2026 met € 2,1 miljoen verlaagd en in 2027 t/m 2031 met € 12,3 miljoen miljoen voor de programma uitgaven van RWS. De herschikking is binnen het artikel en gaat naar bijdrage aan agentschappen (RWS). Dit komt doordat opdrachten in het kader van Omgevingsveiligheid generiek, veiligheid Bedrijven, Register Externe Veiligheid, Vervoer gevaarlijke stoffen basisnet en VTH Caribisch Nederland bij RWS met ingang van 2026 (deels) worden vormgegeven als project/prestatiegestuurde opdrachten. Voorheen vielen deze opdrachten geheel onder de Beleidsondersteuning- en advies opdrachten die jaarlijks aan RWS worden verstrekt.
VTH-stelsel:
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 3,1 miljoen verlaagd om met name subsidies te verstrekken aan omgevingsdiensten ter bevordering van het robuust maken van de omgevingsdiensten in Nederland en tevens ten behoeve van een subsidie aan Omgevingsdienst Nederland voor het programma digitalisering VTH o.a. voor data- en informatie-voorziening van kennisnetwerken, eenheid van taal en datagedreven vergunningverlening. De herschikking is binnen het artikel en gaat naar het subsidiebudget.
Het overige verschil van € 0,7 miljoen wordt veroorzaakt door meerdere kleinere mutaties.
Overige opdrachten:
Er is € 1,8 miljoen in 2026 en € 2,4 miljoen in 2027 overgeboekt naar JenV voor een opdracht aan het NSCS voor de sectorale CSIRT-taken (Computer Security Indicent Response Team) voor 2026 en 2027.
Er wordt € 0,9 miljoen overgeboekt naar bijdrage aan RIVM voor een onderzoek dat uitgevoerd word naar de gezondheid van omwonenden bij Industrie en leefomgevingseffecten.
Het restant van verlaging van € 0,4 miljoen in 2026 van het overige opdrachtenbudget wordt verklaard door diverse kleinere mutaties.
Subsidies (regelingen) Veiligheid bedrijven en transport.
Het subsidiebudget is in 2026 met € 4,4 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Inrichting en Transport: Het subsidiebudget is in 2026 met € 1,3 miljoen verhoogd voor o.a. de Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid en de subsidie aan Veiligheid Nederland. Zie bij het kopje opdrachten veiligheid bedrijven en transport voor de nadere omschrijving.
Overige subsidies: het subsidiebudget is in 2026 met € 3,1 miljoen verhoogd om een subsidie te verstrekken aan omgevingsdiensten en Omgevings-dienst Nederland. Zie bij het kopje opdrachten veiligheid bedrijven en transport voor de nadere omschrijving.
Bijdrage aan agentschappen
De bijdragen aan agentschappen zijn in 2026 met € 5,6 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 19,3 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Bijdrage aan RWS: deze bijdrage is in 2026 verhoogd met € 2,5 miljoen en in 2027 t/m 2031 met € 14,3 miljoen.
Hiervan is de verhoging in 2026 van € 2 miljoen en in 2027 t/m 2031 van
€ 13,4 miljoen doordat diverse opdrachten met ingang van 2026 worden vormgegeven als project/prestatiegestuurde opdrachten. Dit staat nader toegelicht onder het kopje opdrachten Veiligheid Bedrijven en Transport bij RWS.
Het resterende bedrag is het gevolg van kleine overige mutaties.
Bijdrage aan RIVM: deze bijdrage is in 2026 verhoogd met € 3,1 miljoen en in 2027 t/m 2031 met € 5,1miljoen.
De bijdrage is met € 1,8 miljoen verhoogd in 2026 en met € 5,8 miljoen in 2027 t/m 2031 voor werkzaamheden voor uitvoering van de Veiligheid Bedrijven en Transport. De herschikking is binnen het artikel en
is afkomstig van de bijdrage aan agentschappen op Veiligheid en Chemische stoffen (zie hierboven).
De bijdrage is met € 0,9 miljoen verhoogd voor een onderzoek dat uitgevoerd word door de RIVM naar de gezondheid van omwonenden bij Industrie en leefomgevingseffecten. De herschikking is binnen het artikel en is afkomstig van het opdrachtenbudget (waarvan RIVM).
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 0,3 miljoen verhoogd voor een opdracht op het gebied van kennisuitwisseling tussen het RIVM en omgevingsdiensten op het gebied van het Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)-emissiebeleid met als doel de kennispositie te versterken. De herschikking is binnen het artikel (zie hierboven).
Ontvangsten
De ontvangstenmutaties in de 1e suppletoire begroting 2026 zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).
Wettelijke grondslag subsidieverlening
In 2026 wordt aan Omgevingsdienst Nederland een meerjarige subsidie van maximaal € 5 miljoen toegekend voor de periode 2026–2029, ten behoeve van de digitalisering van het stelsel Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Deze subsidie ondersteunt met name de personele inzet van Omgevingsdienst Nederland voor projecten die voortvloeien uit het
programma digitalisering VTH en voor de versterking van de ICT-expertise binnen de organisatie, in lijn met de afspraken van de VTH-stelselpartijen om het stelsel verder te digitaliseren.
Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening(en) als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 80% |
| bestuurlijk gebonden | 20% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Opdrachten
Van het opdrachtenbudget is circa 54% juridisch verplicht op grond van (meerjarige) verplichtingen. Het gaat hierbij onder meer om de jaarop-drachten aan RWS, RIVM en RVO in het kader van veiligheid chemische stoffen, biotechnologie en bedrijven en transport. Daarnaast zijn diverse inkoopopdrachten reeds verplicht in het huidige jaar of in voorgaande jaren.
Subsidies
Van het subsidiebudget is 69% juridisch verplicht. Met publicatie
in de Staatscourant van de subsidieregeling Versterking omgevings-veiligheid chemische sector (SVO-regeling) in 2022 is deze subsidie meerjarig verplicht. Daarnaast zijn er reeds enkele subsidies (meerjarig) juridisch verplicht die samenhangen met de meerjarenagenda versterking Omgevingsveiligheid en VTH. Deze subsidies hebben diverse tijdspaden.
Bijdragen aan agentschappen
De uitgaven voor de agentschapsbijdragen RWS, RVO en RIVM zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS is voornamelijk de capaciteitsinzet in het kader van veiligheid rondom bedrijven, omgevingsveiligheid, Register Externe Veiligheid en het vervoer van gevaarlijke stoffen, verdere ontwikkeling en het beheer van het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS). Daarnaast is er inzet voor Atlas leefomgeving voor de invulling van het Informatiepunt Gezonde Leefom-geving en beleidsondersteuning en uitvoering geven aan het asbestbeleid en verbetering van wet- en regelgeving, gericht op het beperken van blootstelling aan asbestvezels via de leefomgeving. De bijdrage aan RIVM is voornamelijk de capaciteitsinzet in het kader van Veiligheid Stoffen, Gezonde Leefomgeving, Onderzoek Beleid Nucleair, het radionuclidenlab en veiligheid Biotechnologie. Hierbij wordt invulling gegeven aan wettelijke taken. De bijdrage aan RVO betreft de uitvoeringskosten voor onder andere de SVO-regeling.
Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties
De bijdragen aan (inter-)nationale organisaties betreffen onder andere uitgaven aan de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), Verenigde Naties en PEPPER. Dit levert een bijdrage aan onder andere veiligheid rondom chemische stoffen en validatie van testmethoden.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
Het beschikbare budget is voor 54% juridisch verplicht en heeft betrekking op de jaarlijkse bijdrage aan het College voor toelating van gewasbescher-mingsmiddelen en biociden (CTGB). De overige middelen zijn bestuurlijk gebonden en betreft een bijdrage aan Society Based Education en is ten behoeve van het exameninstituut Register Plaagdierbeheersing, Milieu en Veiligheid voor het samenvoegen van exameninstituten.
Inkomensoverdrachten
Het beschikbare budget is volledig juridisch verplicht en heeft betrekking op het honoreren van incidentele aanvragen in het kader van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienst gerelateerde slachtoffers van mesothe-lioom en asbestose (TNS).
Artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 28 Budgettaire gevolgen van beleid art. 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|
|
Aardobse
|
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
82.553 | 0 | 82.553 | 2.762 | 85.315 | 1.745 | 2.588 | 1.736 | 209 | 65.077 |
|
83.493 | 0 | 83.493 | 2.762 | 86.255 | 1.745 | 2.588 | 1.736 | 209 | 65.740 | |
| 23.1 |
|
57.307 | 0 | 57.307 | 2.762 | 60.069 | 872 | 1.316 | 326 | ‒ 837 | 44.468 |
|
52.606 | 0 | 52.606 | 2.931 | 55.537 | 506 | 277 | ‒ 800 | ‒ 2.039 | 38.092 | |
|
52.606 | 0 | 52.606 | 2.931 | 55.537 | 506 | 277 | ‒ 800 | ‒ 2.039 | 38.092 | |
|
4.701 | 0 | 4.701 | ‒ 169 | 4.532 | 366 | 1.039 | 1.126 | 1.202 | 6.376 | |
|
970 | 0 | 970 | 0 | 970 | 0 | 0 | 0 | 0 | 970 | |
|
3.693 | 0 | 3.693 | ‒ 169 | 3.524 | 366 | 1.039 | 1.126 | 1.202 | 5.368 | |
|
38 | 0 | 38 | 0 | 38 | 0 | 0 | 0 | 0 | 38 | |
| 23.2 |
|
26.186 | 0 | 26.186 | 0 | 26.186 | 873 | 1.272 | 1.410 | 1.046 | 21.272 |
|
26.186 | 0 | 26.186 | 0 | 26.186 | 873 | 1.272 | 1.410 | 1.046 | 21.272 | |
|
26.186 | 0 | 26.186 | 0 | 26.186 | 873 | 1.272 | 1.410 | 1.046 | 21.272 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verhoogd met € 2,8 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 7,6 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door de onder uitgaven toegelichte mutaties.
Uitgaven
1 Meteorologie en seismologie Bijdrage aan agentschappen
Het budget voor bijdragen aan agentschappen is in 2026 met € 2,9 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 4,1 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Algemeen: Vanwege de efficiencytaakstelling en de taakstelling vernieuwing Rijksdienst wordt het budget met € 8,3 miljoen verlaagd in 2026 t/m 2031.
Bijdragen aan agentschap KNMI:
Voor de versterking van de meteorologische- en seismologische dienst-verlening op de BES-eilanden wordt het budget in 2026 t/m 2031 met
€ 3,8 miljoen verhoogd vanuit het IenW-brede beeld.
Voor een incidentele impuls van de modernisering van de waarneemin-frastructuur wordt het budget in 2026 met € 1,5 miljoen verhoogd vanuit het IenW-brede beeld.
RWS voert voor KNMI de werving en selectie uit. Vanwege een terugval in het aantal vacatures kunnen diverse werkzaamheden worden afgeschaald. KNMI krijgt daardoor € 1,1 miljoen terug in 2026 t/m 2031.
Als agentschap met baten-lastenstelsel, dient het KNMI een reservering te treffen voor de verlofuren van het personeel. Aangezien KNMI dit niet doorberekend in de tarieven, worden de kosten voor 2026 in één keer gedekt. Dit bedraagt € 0,7 miljoen.
2 Aardobservatie
Bijdragen aan agentschappen
Het budget voor bijdragen aan agentschappen is in 2026 gelijk gebleven en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 6,6 miljoen verhoogd. Dit komt door de volgende mutaties:
Bijdragen aan agentschap KNMI:
Vanaf 2027 start de Europese Organisatie voor Meteorologische Satellieten (EUMETSAT) met het Altimetry-programma, om zeespiegel-stijging te meten. Om de verhoogde contributie te dekken, wordt het budget met € 4,9 miljoen verhoogd vanuit het MF, € 1 miljoen vanuit het DF en € 0,7 miljoen vanuit HXII voor de jaren 2027 t/m 2031.
Ontvangsten
Er zijn geen ontvangstenmutaties.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 100% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Bijdragen aan agentschappen
Van de totale in 2026 beschikbare programma uitgaven van € 86,3 miljoen is 100% juridisch verplicht. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.
1. Bijdrage aan agentschappen: de uitgaven hebben betrekking op het agentschap KNMI. Deze zijn volledig (100%) juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan het KNMI wordt verstrekt voor het uitvoeren van wettelijke taken op het gebied van Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie.
2. Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties. de bijdragen aan de inter-nationale organisaties zijn 100% juridisch verplicht. De bijdragen zijn bestemd voor structurele jaarlijkse contributies aan de Wereld Meteoro-logische Organisatie (WMO) en het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts (ECMWF). De WMO is belangrijk voor de uitwis-seling van meteorologische gegevens, producten en het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van weer en klimaat. Ook de ontwikkeling van Early Warning for all vindt plaats in WMO-kader. Het ECMWF ontwikkelt en onderhoudt numerieke globale weermodellen voor middellange en lange termijn weersverwachtingen. De operati-onele numerieke weersverwachtingen van het ECMWF worden 24/7 verspreid aan afnemers binnen de lidstaten. Ook stelt het ECMWF computer rekencapaciteit beschikbaar aan de lidstaten.
Artikel 24 Inspectie Leefomgeving en Transport Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid art. 24 Inspectie Leefomgeving en Transport (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|
|
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
|
|
|
0)
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
228.514 | 0 | 228.514 | 13.407 | 241.921 | 12.053 | 12.050 | 6.824 | ‒ 2.230 | 225.545 |
|
230.713 | 0 | 230.713 | 13.407 | 244.120 | 12.053 | 12.050 | 6.824 | ‒ 2.230 | 225.545 | |
| 24.1 |
|
208.577 | 0 | 208.577 | 9.701 | 218.278 | 9.243 | 9.162 | 4.522 | ‒ 3.719 | 201.945 |
|
208.577 | 0 | 208.577 | 9.701 | 218.278 | 9.243 | 9.162 | 4.522 | ‒ 3.719 | 201.945 | |
|
187.815 | 0 | 187.815 | 10.201 | 198.016 | 9.367 | 9.403 | 5.291 | ‒ 2.208 | 183.212 | |
|
20.762 | 0 | 20.762 | ‒ 500 | 20.262 | ‒ 124 | ‒ 241 | ‒ 769 | ‒ 1.511 | 18.733 | |
| 24.2 |
|
22.136 | 0 | 22.136 | 3.706 | 25.842 | 2.810 | 2.888 | 2.302 | 1.489 | 23.600 |
|
22.136 | 0 | 22.136 | 3.706 | 25.842 | 2.810 | 2.888 | 2.302 | 1.489 | 23.600 | |
|
596 | 0 | 596 | 2.750 | 3.346 | ‒ 9 | ‒ 13 | ‒ 43 | ‒ 85 | 1.053 | |
|
10.442 | 0 | 10.442 | ‒ 1.750 | 8.692 | 0 | 0 | ‒ 263 | ‒ 630 | 9.370 | |
|
11.098 | 0 | 11.098 | 2.706 | 13.804 | 2.819 | 2.901 | 2.608 | 2.204 | 13.177 | |
|
16.678 | 0 | 16.678 | 0 | 16.678 | ‒ 100 | ‒ 207 | ‒ 694 | ‒ 1.364 | 16.911 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 met € 13,4 miljoen verhoogd en in de periode 2027 t/m 2031 in lijn met het uitgavenbudget met totaal € 24,8 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.
Uitgaven
1. Personele uitgaven
De personele uitgaven zijn in 2026 met € 9,7 miljoen verhoogd en in 2027 t/m 2031 verhoogd met cumulatief € 13,8 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
– Een optelling van extra middelen voor nieuwe taken voor de ILT van
€ 11,0 miljoen in 2026 en cumulatief € 46,8 miljoen in de periode 2027 t/m 2031. Voor 2026 heeft dit met name betrekking op de taken die de ILT zal uitvoeren voor het versterkte markttoezicht aan de grens (€ 5,0 miljoen in 2026 en cumulatief € 43,2 miljoen in de periode 2027 t/m 2031) en voor de implementatie van de Vrachtwagengheffing (€ 3,9 miljoen in 2026). Meerjarig heeft dit met name betrekking op het extra toezicht
en handhaving wat de ILT zal gaan houden op het gebruik van fluor-houdende gassen (in 2026 € 0,8 miljoen en cumulatief 2027 t/m 2031
€ 3,2 miljoen).
– De verlaging van de personele uitgaven heeft met name betrekking op de efficiency en vernieuwing Rijksdienst taakstellingen van het coalitie-akkoord Jetten-I. Dit betreft voor 2027 t/m 2031 cumulatief € 38,7 miljoen. Zie ook 2.3 Overzicht taakstellingen Jetten-I.
Ontvangsten
Er zijn geen ontvangstenmutaties in 2026. In de periode 2027 t/m 2031 wordt het ontvangstenbudget cumulatief met € 3,7 miljoen verlaagd. Dit komt door de efficiency en vernieuwing Rijksdienst taakstellingen van het coalitieakkkoord Jetten-I. Zie ook 2.3 Overzicht taakstellingen Jetten-I.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 95% |
| bestuurlijk gebonden | 5% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Personele uitgaven
De begroting van de ILT bestaat grotendeels uit personele kosten voor de uit te voeren taken. Dit betreffen contracten tussen personeel en organisatie en zijn daarmee juridisch verplicht. Naast de vaste contracten wordt een deel van de begroting gereserveerd voor inhuurcontracten.
Deze mensen worden ingehuurd om enige flexibiliteit te waarborgen, maar ook om moeilijk in te vullen vacatures al van capaciteit te voorzien. Er wordt verwacht dat 25% niet juridisch verplicht is. Wel is het volledige bedrag via de jaarplannen bestemd voor taken en projecten en daarmee al bestuurlijk gebonden.
Materiële uitgaven
Binnen de materiele uitgaven zijn de contracten voor ICT, shared service organisaties en overige zaken opgenomen. Dit betreffen werkzaamheden die reeds vastliggen in langdurige contracten of contracten die aangegaan moeten worden om up to date te blijven bij de ontwikkelingen op ICT-gebied. Aan het overige deel wordt bij het vaststellen van de jaarplannen invulling gegeven. De verwachting op basis van de realisatie van de afgelopen jaren dat 10% van het materiële budget nog niet juridisch verplicht is maar wel bestuurlijk gebonden.
Artikel 25 Brede Doeluitkering Budgettaire gevolgen van beleid
|
Tabel 32 Budgettaire gevolgen van beleid art. 25 Brede Doeluitkering (bedragen x € 1.000) |
|
|
|
|
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
|
0)
|
|
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
1.296.254 | 0 | 1.296.254 | ‒ 191.465 | 1.104.789 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.168.147 |
|
1.296.254 | 0 | 1.296.254 | 64.943 | 1.361.197 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.186.310 | |
| 25.1 |
|
1.296.254 | 0 | 1.296.254 | 64.943 | 1.361.197 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.186.310 |
|
1.296.254 | 0 | 1.296.254 | 64.943 | 1.361.197 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.186.310 | |
|
1.296.254 | 0 | 1.296.254 | 64.943 | 1.361.197 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.186.310 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de eerste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget wordt per saldo met € 191,5 miljoen verlaagd in 2026. Dit komt deels door de toegelichte mutaties onder Uitgaven en het verschil tussen de verplichtingen en uitgaven komt door:
Beschikking Brede Doeluitkering (BDU) 2026:
Het verplichtingenbudget is in 2026 met € 146,4 miljoen verlaagd, omdat de BDU beschikking voor het jaar 2026 eind 2025 is afgegeven aan de twee vervoersregio’s Metropoolregio Rotterdam en Den
Haag (MRDH) en Vervoerregio Amsterdam (VRA). Volgens de BDU-systematiek worden de verplichtingen voorafgaand aan het jaar van betaling aangegaan.
Terugdraaien SPUK korting
Omdat de Brede Doeluitkering (BDU) Verkeer en Vervoer formeel een Specifieke Uitkering (SPUK) is en in het Hoofdlijnenakkoord van kabinet-Schoof een korting op SPUK-middelen was opgenomen, was ook de BDU als maatregel gekort. Deze maatregel ging gepaard met een korting van 10%. De voorgenomen korting voor 2026 uit het HLA is bij augus-tusbesluitvorming 2025 volledig teruggedraaid. Omdat volgens de BDU-systematiek de verplichtingen voorafgaand aan het jaar van betaling worden aangegaan, vindt er een verplichtingenschuif van 2026 naar 2025 plaats.
Uitgaven
Het budget wordt per saldo met € 64,9 miljoen verhoogd in 2026. Dit komt met name door overboekingen vanuit het Mobiliteitsfonds voor
€ 63,6 miljoen voor de volgende onderwerpen:
Een overboeking van middelen ter hoogte van € 22,1 miljoen naar het financieel instrument BDU voor de Rijksbijdrage aan De Vlietlijn.
Een overboeking van middelen ter hoogte van € 14,3 miljoen naar het financieel instrument BDU voor de Rijksbijdrage aan OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer.
Een overboeking van middelen ter hoogte van € 10 miljoen naar
het financieel instrument BDU voor de Rijksbijdrage aan Randstadrail/ Metronet Rotterdam.
Verschillende kleinere mutaties die tezamen de uitgaven met
€ 18,6 miljoen verhogen.
Geschatte budgetflexibiliteit
In onderstaande tabel is van het totaal van de geraamde programma uitgaven inzicht gegeven in het geschatte aandeel juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld/vrij te besteden. In lijn met de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften is voor de juridisch verplichte uitgaven op het niveau van een Financieel Instrument als geheel van het totale artikel een kwalitatieve toelichting opgenomen.
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 100% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Toelichting
Bijdrage aan medeoverheden
Conform de Wet BDU wordt jaarlijks voorafgaand aan het uitkeringsjaar de brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoersbeleid geheel als betalingsverplichting vastgelegd.
Niet-beleidsartikelen
Artikel 97 Algemeen Kerndepartement
Tabel 34 Budgettaire gevolgen van beleid art. 97 Algemeen Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
1.000)
|
|
|
|
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
64.242 | 0 | 64.242 | 184.161 | 248.403 | ‒ 323 | ‒ 526 | ‒ 589 | ‒ 1.119 | 50.875 |
|
57.287 | 0 | 57.287 | 57.841 | 115.128 | 49.641 | 70.492 | 8.429 | ‒ 1.119 | 51.025 | |
| 97.1 |
|
57.287 | 0 | 57.287 | 54.863 | 112.150 | 49.641 | 70.492 | 8.429 | ‒ 1.119 | 51.025 |
|
44.265 | 0 | 44.265 | 51.722 | 95.987 | 49.642 | 70.608 | 8.806 | ‒ 362 | 40.604 | |
|
1.789 | 0 | 1.789 | 46 | 1.835 | 0 | ‒ 89 | ‒ 89 | ‒ 89 | 1.694 | |
|
2.019 | 0 | 2.019 | 0 | 2.019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.733 | |
|
3.835 | 0 | 3.835 | ‒ 1.639 | 2.196 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.762 | |
|
4.682 | 0 | 4.682 | ‒ 73 | 4.609 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.607 | |
|
9.370 | 0 | 9.370 | 338 | 9.708 | 0 | 0 | 0 | 0 | 8.959 | |
|
15.611 | 0 | 15.611 | 1.784 | 17.395 | 257 | 258 | 427 | 259 | 16.172 | |
|
6.959 | 0 | 6.959 | 51.266 | 58.225 | 49.385 | 70.439 | 8.468 | ‒ 532 | 4.677 | |
|
29 | 0 | 29 | 0 | 29 | 54 | 0 | 0 | 0 | 10 | |
|
29 | 0 | 29 | 0 | 29 | 54 | 0 | 0 | 0 | 10 | |
|
12.993 | 0 | 12.993 | 3.141 | 16.134 | ‒ 55 | ‒ 116 | ‒ 377 | ‒ 757 | 10.411 | |
|
3.485 | 0 | 3.485 | 74 | 3.559 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.422 | |
|
252 | 0 | 252 | 3.067 | 3.319 | ‒ 1 | ‒ 3 | ‒ 9 | ‒ 17 | 230 | |
|
9.256 | 0 | 9.256 | 0 | 9.256 | ‒ 54 | ‒ 113 | ‒ 368 | ‒ 740 | 6.759 | |
| 97.3 |
|
0 | 0 | 0 | 2.978 | 2.978 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
0 | 0 | 0 | 2.978 | 2.978 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 2.978 | 2.978 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.101 | 0 | 1.101 | 0 | 1.101 | 0 | 0 | 42.964 | ‒ 87 | 1.293 | |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verhoogd met € 184 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 8,1 miljoen. Dit komt deels door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties. Het verschil met de uitgaven betreft de middelen voor de testen voor reizigers (COVID) die nog niet geheel zijn afgerond, waarvan de verplichtingen in eerdere jaren zijn aangegaan en de overlopende facturen uit 2025, met name m.b.t. de exploitatie van
het Regeringsvliegtuig.
Uitgaven
1. Algemeen Departement
Invulling taakstelling Coalitieakkoord Jetten-I
Hiervoor wordt door ANVS - € 1,3 miljoen in totaal in de periode 2027-2030 afgeboekt;
Opdrachten
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 51,7 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 136 miljoen verhoogd. De wordt verklaard door ondertsaande mutaties.
Opdrachten PBL
Dit betreft overwegend de verwerking van de Negatieve Eindejaarsmarge HXII 2025. PBL is met ingang van 2024 gestart met een verbeterslag van haar rekenmodellen. Een deel van de kosten hiervan zijn in 2024 gemaakt maar het grotendeel van de kosten kwam tlv 2025. Dit heeft tot een overschrijding van het budget voor het reguliere werkprogramma in 2025 geleidt. Deze overschrijding is door IenW ingehouden op het budget van PBL in 2026.
Daarnaast betreft het diverse interdepartementale overboekingen naar LVVN, EZ en BZK, voornamelijk in t.b.v. de Klimaat en Energieverkenning KEV 2026 ‒ € 1,6 miljoen;
Regeringsvliegtuig
Dit betreft de toedeling van de Eindejaarsmarge 2025 voor het regerings-vliegtuig (€ 1,5 miljoen). Diverse facturen voor onderhoud en onderdelen zijn niet betaald in 2025 en lopen over naar 2026. Daarnaast zijn middelen aan het budget toegevoegd vanwege de gestegen kosten voor exploitatie en onderhoud (€ 4,8 miljoen in de periode 2026-2031).
Overige opdrachten
Het budget wordt in 2026 met € 51,3 miljoen verhoogd en in de periode 2027-2031 in totaal met € 128,4 miljoen opgehoogd. In het jaar 2026 wordt het budget met € 50 miljoen opgehoogd en in de jaren 2027 t/m 2029
met in totaal € 130 miljoen opgehoogd voor verwachte investeringen in roerende zaken. Daarnaast vinden er diverse kleinere mutaties plaats onder andere voor de hogere kosten voor de organisatie van de NAVO top, een herschikking naar artikel 98 en diverse interdepartementale overboekingen naar EZ, JenV en AZ m.b.t. de samenwerking met TNO en de financiering van het Bureau Bestuursraad Rijk. Hiervoor wordt in totaal € 1,3 miljoen in 2026 verhoogd en - € 1,9 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 verlaagd;
Bijdragen agentschappen
Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 3,1 miljoen verhoogd en in totaal voor 2027 t/m 2030 met € 1,3 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Bijdragen aan agentschap KNMI
Overboeking vanuit het MF voor verstrekte maatwerkopdracht(en) die het KNMI voor Rijkswaterstaat verricht € 1,8 miljoen;
Overboeking vanuit het DF voor verstrekte maatwerkopdracht(en) die het KNMI voor Rijkswaterstaat verricht (€ 1,2 miljoen).
Overige bijdragen
Voor de periode 2027 t/m 2030 wordt cumulatief - € 1,3 miljoen afgeboekt
a.g.v. de opgelegde efficiency-taakstelling uit het Coalitieakkoord Jetten-I.
3. Testen reizigers
Algemeen:
– Dit betreft de middelen voor de testen voor reizigers (COVID) die nog niet geheel zijn afgerond en nog moeten worden verrekend met de aanvragers. Deze worden toegevoegd in 2026, buiten de Eindejaars-marge om € 3 miljoen.
Ontvangsten
Dit betreffen de verwerking van de taakstelling uit het Coalitieakkoord van Jetten-I en de verwachte verkoop van roerende zaken.
Artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement
|
Tabel 35 Budgettaire gevolgen van beleid art. 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000) |
tikel 98 Ap Ontwerp-begroting t (1) |
|
|
|
|
|
|
1.000) Mutatie 2029 |
|
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
528.588 | 0 | 528.588 | ‒ 18.682 | 509.906 | ‒ 5.353 | ‒ 2.340 | ‒ 8.591 | ‒ 23.341 | 415.640 |
|
541.621 | 0 | 541.621 | 22.660 | 564.281 | 563 | 2.547 | ‒ 4.073 | ‒ 19.449 | 415.989 | |
| 98.1 |
|
408.136 | 0 | 408.136 | 14.798 | 422.934 | 231 | 3.178 | ‒ 741 | ‒ 11.810 | 312.428 |
|
408.136 | 0 | 408.136 | 14.798 | 422.934 | 231 | 3.178 | ‒ 741 | ‒ 11.810 | 312.428 | |
|
370.526 | 0 | 370.526 | 3.437 | 373.963 | ‒ 2.745 | ‒ 540 | ‒ 1.999 | ‒ 12.717 | 299.088 | |
|
37.220 | 0 | 37.220 | 10.906 | 48.126 | 2.591 | 3.348 | 1.179 | 868 | 11.073 | |
|
390 | 0 | 390 | 455 | 845 | 385 | 370 | 79 | 39 | 2.267 | |
| 98.2 |
|
133.485 | 0 | 133.485 | 7.862 | 141.347 | 332 | ‒ 631 | ‒ 3.332 | ‒ 7.639 | 103.561 |
|
133.485 | 0 | 133.485 | 7.862 | 141.347 | 332 | ‒ 631 | ‒ 3.332 | ‒ 7.639 | 103.561 | |
|
44.050 | 0 | 44.050 | 2.389 | 46.439 | ‒ 130 | ‒ 130 | ‒ 1.014 | ‒ 2.345 | 30.663 | |
|
63.399 | 0 | 63.399 | ‒ 1.512 | 61.887 | ‒ 2.148 | ‒ 2.148 | ‒ 3.715 | ‒ 5.897 | 54.180 | |
|
26.036 | 0 | 26.036 | 6.985 | 33.021 | 2.610 | 1.647 | 1.397 | 603 | 18.718 | |
|
4.880 | 0 | 4.880 | 0 | 4.880 | 0 | 0 | ‒ 121 | ‒ 290 | 4.309 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget op artikel 98 is in 2026 met € 16,4 miljoen afgenomen en cumulatief in de periode 2027 t/m 2030 met € 32,1 miljoen afgenomen. Het wordt met name veroorzaakt door onderstaande uitgaven-mutaties. Het verschil met de uitgaven is overwegend het gevolg van (eerdere) verplichtingenschuiven van latere jaren naar 2026 voor o.a. het vastleggen van de dienstverleningsovereenkomsten 2026 (-€ 31 miljoen), voor licenties voor het bedrijfsvoeringssysteem voor de periode van 2025 tot en met 2030 (-€ 17,5 miljoen) en het vastleggen contractuele verplichting PPP (Proces Primair Platform) die t//m 2030 (-€ 6,3 miljoen).
Uitgaven
Personele uitgaven
Eigen personeel
De uitgaven voor het eigen personeel worden in 2026 met € 3,6 miljoen en in de periode 2027‒2030 met € 19 miljoen verlaagd. Dit wordt met name verklaard door onderstaande mutaties.
Algemeen:
Voor PBNI wordt er € 0,9 miljoen overgeboekt vanuit artikel 18 en de artikel 11 van het Mobiliteitsfonds.
Saldo van uitgekeerde Eindejaarsmarge € 0,2 miljoen;
Verwerking apparaattaakstelling: Hiervoor wordt -€ 50,3 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 afgeboekt;
Overboekingen vanuit het MF in het kader van inzet t.b.v. Buisleidingen en Vaarwegen. Hiervoor wordt € 0,7 miljoen in 2026 en € 3,8 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 beschikbaar gesteld;
Overboekingen vanuit DF in het kader van compensatie voor taakstelling op Staf Deltacommissaris. Hiervoor wordt € 0,3 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 overgeboekt;
Diverse interdepartementale overboekingen o.a. vanuit KGG en EZ van het klimaatfonds fiche Toezichtbouw en intensivering meet- en ongevalsorganisatie, bijdragen aan PBL voor kennisprogramma Energietransitie Integraal Kostenbeeld (EIK), de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie SDE en SCE en de structurele nabetaling van
LPO 2024 m.b.t. de Rekenmeesterfunctie. Aan directie Participatie wordt vanuit EZK een bijdrage voor het nationaal burgerberaad klimaat ontvangen. Vanuit VRO wordt een bijdrage ontvangen voor de evaluatiecommissie Omgevingswet en van LVVN wordt een bijdrage ontvangen ten behoeve van Natuur en herstelwet Hiervoor wordt
€ 1,4 miljoen in 2026 en € 6,4 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 beschikbaar gesteld;
Er vinden kasschuiven plaats naar latere jaren van NGF-middelen om de personele inzet van de afwikkeling van de DMI-opdrachten te financieren en de discrepantie op te heffen tussen ontvangen middelen en gewenste kas- en verplichtingritmes m.b.t. het Maritieme Masterplan (MMP).
Daarnaast vindt een schuif plaats op het apparaatsbudget van DGMO om de middelen in het juiste jaar te zetten op basis van de vaststelling van de formatieplaat. Hiervoor wordt -€ 0,8 miljoen in 2026 en € 0,8 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 beschikbaar gesteld;
Vanuit HGIS wordt budget toegevoegd voor gestegen loonkosten, personele exploitatie en huisvesting van de attachees in het buitenland. Hiervoor wordt € 0,6 miljoen in 2026 en € 3,1 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 beschikbaar gesteld;
Er vinden overboekingen plaats vanuit andere artikelen. Dit betreft voornamelijk overboekingen vanuit art 24 voor de personele exploitatie-kosten van de Rijkstrainees, vanuit art 14 voor financiering va detache-ringen op het beleidsterrein van innovatie, vanuit artikel 18 ter dekking van de inzet voor de EU-richtlijnen CER en NIS2, vanuit artikel 97 ter omdat meer communicatie-opdrachten in eigen beheer worden gedaan, vanuit artikel 17 omdat NGF LiT middelen op het juiste instrument komen te staan, van artikel 22 ten behoeve van de vacatiegelden en de inhuur van het secretariaat Expertgroep - Tata Steel en vanuit artikel
11 als bijdrage van DGWB voor het Noordzee Overleg (NZO). Hiervoor wordt € 2 miljoen in 2026 en € 4,8 miljoen in totaal in de periode
2027-2031 beschikbaar gesteld;
Er is extra inzet nodig voor grensbewaking nodig in het kader van de intensivering van het markttoezicht. Hiervoor wordt € 0,2 miljoen in 2026 en € 0,8 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 beschikbaar gesteld;
Diverse herschikkingen naar Externe inhuur, met name als gevolg van de herverdeling van budgetten binnen DGLM naar de nieuwe directies luchtvaart. Hiervoor wordt -€ 3,7 miljoen in 2026 en -€ 9,2 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Herschikkingen vanuit Materieel ter dekking van, met name als gevolg van de uitbreiding de Functionaris Gegevensbescherming office (FG) wordt met 2 medewerkers vanwege de verhoogde werkdruk, de verste-viging van de directie Mens en Organisatie en voor de verambtelijking van een activiteit gerelateerd aan de Vliegende Brigade. De dekking
vindt plaats uit centraal gereserveerd materieel budget. Hiervoor wordt
€ 1,4 miljoen in 2026 en -€ 8,3 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Herschikking vanuit ICT € 0,1 miljoen in 2026 en € 0,7 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Het resterende verschil wordt verklaard door diverse kleinere herschik-kingen.
Inhuur externen
De uitgaven voor de inhuur van externen worden in 2026 met € 10,9 miljoen en in de periode 2027-2030 met € 8 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door de extrapolatie in 2031 en ondertsaande mutaties.
Algemeen:
Voor PBNI wordt er € 2,1 miljoen overgeboekt vanuit artikel 18 en de artikel 11 van het Mobiliteitsfonds.
Saldo van uitgekeerde Eindejaarsmarge € 3,1 miljoen;
Opvragen saldo 2025 COVID middelen € 0,1;
Verwerking apparaattaakstelling: Hiervoor wordt -€ 1,8 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 afgeboekt;
Diverse interdepartementale overboekingen vanuit EZ, in het kader van het nationaal burgerberaad klimaat en vanuit DEF een bijdrage voor opdrachten en inhuur Luchtruimherziening 2026 en 2028. Hiervoor wordt
€ 2,2 miljoen in 2026 en € 2 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 beschikbaar gesteld;
Overboeking uit het MF naar HXII ten behoeve van apparaatskosten in het kader van Spreiden & Mijden. Deze middelen zijn bedoeld voor de VSD-regeling € 0,4 miljoen;
Er vinden Kasschuiven plaats naar latere jaren van klimaatfondsmid-delen. Het betreft met name Inhuur m.b.t. E-Fuels en Aandrijftechno-logiën zodat de middelen in het juiste ritme komen te staan.
Diverse herschikkingen vanuit Eigen personeel, met name als gevolg van de herverdeling van budgetten binnen DGLM naar de nieuwe directies luchtvaart. Hiervoor wordt € 3,7 miljoen in 2026 en € 9,2 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Herschikking naar ICT ‒ € 1,6 miljoen in het kader van projecten Horizon en VGP omdat minder wordt ingehuurd maar d.m.v. opdrachten wordt uitgezet en tevens ter dekking van hogere ICT kosten voor PBL;
Het resterende verschil wordt verklaard door diverse kleinere herschik-kingen.
Materiele uitgaven
ICT
De uitgaven voor ICT worden in 2026 met € 2,4 miljoen en in de periode 2027-2030 met € 3,6 miljoen verlaagd. Dit wordt met name verklaard door de extrapolatie in 2031 en ondertsaande mutaties.
Algemeen:
Verwerking apparaattaakstelling: Hiervoor wordt - € 6,1 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 afgeboekt;
Vanuit art 14 wordt een bijdrage gedaan voor het Dataplatform van de Directoraat Generaal Mobiliteit voor de uitgaven via het Standaard Platform € 0,3 miljoen en vanuit artikelen 11, 19, 20, 21 en 22 worden
bijdrage gedaan door DGMI en DGWB voor de inzet van medewerkers voor project Horizon € 0,4 miljoen;
Herschikking vanuit Inhuur € 1,6 miljoen in het kader van project Horizon en ter dekking hogere materiële kosten voor PBL;
Herschikking vanuit Materieel voor het project Horizon € 0,2 miljoen;
Herschikking naar Eigen Personeel ‒ € 0,1 miljoen in 2026
en ‒ € 0,7 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Bijdrage aan rijksbrede SSO
De uitgaven voor Rijksbrede SSO's worden in 2026 met - € 0,5 miljoen en in de periode 2027-2030 met -€ 13,9 miljoen verlaagd. Dit wordt met name verklaard door ondertsaande mutaties.
Algemeen:
Verwerking apparaattaakstelling: Hiervoor wordt € 5,3 miljoen in totaal in de periode 2027-2030 afgeboekt;
Een interdepartementale overboeking naar VRO m.b.t. de wijziging van de landelijke tarieven voor rijkshuisvesting (RVB). Hiervoor wordt
€ 8,6 miljoen in totaal in de periode 2027-2030 afgeboekt.
Overige materiële uitgaven
De uitgaven worden in 2026 met € 7 miljoen en in de periode 2027-2030 met € 6,3 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard onder-staande mutaties.
Algemeen:
Saldo van uitgekeerde Eindejaarsmarge € 3,3 miljoen;
Verwerking apparaattaakstelling: Hiervoor wordt - € 3,1 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 afegboekt;
Toename uitgaven op de corporate budgetten van de werkplekvoorzie-ningen en overige bedrijfsvoeringstaken vanwege de prijs en volumes-tijgingen en de nieuwe onderwerpen. Hiervoor wordt € 5,0 miljoen in 2026 en € 3 miljoen in 2027 toegevoegd;
Herschikking naar ICT voor het project Horizon ‒ € 0,2 miljoen;
Herschikking naar bijdrage SSO vanwege stijgende kosten huisvesting, facilitair en ICT ‒ € 0,3 miljoen;
Herschikkingen naar Eigen personeel ter dekking van, met name als gevolg van de uitbreiding de Functionaris Gegevensbescherming office (FG) met 2 medewerkers vanwege de verhoogde werkdruk, de verste-viging van de directie Mens en Organisatie en voor de verambtelijking van een activiteit gerelateerd aan de Vliegende Brigade. De dekking vindt plaats uit centraal gereserveerd materieel budget. Hiervoor wordt
- € 1,4 miljoen in 2026 en - € 8,3 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Herschikking naar Postactieven om deze uitgaven aan te laten sluiten bij de prognose voor de komende jaren. Hiervoor wordt - € 0,5 miljoen in 2026 en - € 0,9 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Diverse interdepartementale overboekingen vanuit EZ, KGG, VRO, SZW en BZK m.b.t. de ontwikkeling van de Rijksbrede QuantumStrategie, het nationaal burgerberaad klimaat, de evaluatiecommisie Omgevingswet, het besparingsverlies van SZW op de Banenafspraak en het organiseren van een netwerkbijeenkomst over het onderwerp particpatie met onder-zoekers, ambtenaren en professionals uit het bedrijfsleven en het uitvoeren van een AI-pilot naar internetconsultaties € 0,9 miljoen;
Kasschuif t.b.v. voor de invulling van de Banenafspraak om zo het aantal Banen te vergroten over een langere looptijd. Hiervoor wordt
-€ 3,1 miljoen in 2026 en € 3,1 miljoen in totaal in de periode 2027-2030 herverdeeld;
Terugboeking van middelen werving en selectie uit het MF. In het verleden zijn er middelen overgemaakt naar RWS voor werving en selectie. Door een terugval in het aantal vacatures kunnen diverse werkzaamheden afgeschaald worden. Hierdoor vallen er middelen vrij
die Rijkswaterstaat nu terug wil muteren. Deze teruggave is inclusief de teruggave aan KNMI en ILT. Hiervoor wordt € 3 miljoen in 2026 en
€ 14,8 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Overboekingen naar art 23 en 24 m.b.t. de hiervoor beschreven teruggave van middelen door RWS aan KNMI en ILT voor afgeschaalde werving en selectie werkzaamheden. Hiervoor wordt - € 1,1 miljoen in 2026 en - € 5,3 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herverdeeld;
Overboekingen uit art 11 en 22 als bijdrage aan het NoordZee Overleg en het programma eindberging radioactief afval € 0,4 miljoen;
Herschikking van HGIS-budget voor de huisvestingskosten van de attachees in het buitenland. Deze uitgaven waren begroot binnen
het budget voor materiele uitgaven. Huisvestingskosten vallen echter onder personele exploitatie. Hiervoor wordt -€ 0,3 miljoen in 2026 en
-€ 1,4 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 herschikt;
Extra uitgaven in het kader van de uitvoeringen van veiligheidsonder-zoeken en het uitvoeren van het project te beschermen belangen.
Hiervoor wordt € 1,3 miljoen in 2026 en € 3,7 miljoen in totaal in de periode 2027-2031 toegevoegd.
Ontvangsten
Algemeen:
Verwerking apparaatstaakstelling: Hiervoor wordt - € 0,4 miljoen in totaal in de periode 2027-2030 afgeboekt;
Artikel 99 Nog onverdeeld
Tabel 36 Budgettaire gevolgen van beleid art. 99 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
(2) |
|
Stand 1e suppletoire begroting
|
|
|
|
|
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
0 | 0 | 0 | 106.403 | 106.403 | 81.574 | 65.326 | 54.024 | 55.209 | 45.397 |
|
0 | 0 | 0 | 75.938 | 75.938 | 81.574 | 65.326 | 54.024 | 55.209 | 45.397 | |
| 99.1 |
|
0 | 0 | 0 | 75.938 | 75.938 | 81.574 | 65.326 | 54.024 | 55.209 | 45.397 |
|
0 | 0 | 0 | 75.938 | 75.938 | 81.574 | 65.326 | 54.024 | 55.209 | 45.397 | |
|
0 | 0 | 0 | 75.938 | 75.938 | 81.574 | 65.326 | 54.024 | 55.209 | 45.397 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties van t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt. In onderstaande toelichtingen wordt de extrapolatie van de begroting buiten beschouwing gelaten.
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget is in 2026 verhoogd met € 106,4 miljoen en in totaal voor 2027 t/m 2031 met € 301,5 miljoen. Dit komt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.
Uitgaven
Het uitgavenbudget is in 2026 verhoogd met € 75,9 miljoen en in totaal voor 2026 t/m 2031 met € 346,9 miljoen. Dit komt met name door de volgende mutaties:
Nog onverdeeld
Nog onverdeeld
De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 zijn aan de Hoofdstuk XII begroting toegevoegd.
De eindejaarsmarge is ook aan de hoofdstuk XII begroting toegevoegd en gelijk verdeeld over de diverse artikelen op Hoofdstuk XII.
Op de Aanvullende Post stonden nog een aantal restbudgetten van vorige kabinetten. Het gaat om resterende middelen van Klimaatakkoord Rutte III en Compensatie Motorrijtuigenbelasting Provincies. Deze middelen zijn overgeheveld naar de begroting van IenW voor het oplossen van enkele vraagstukken op de beleidsbegroting. Dit gaat onder andere om dekking van (1) het aandeel van IenW voor de missie van de TROPOspheric Monitoring Instrument (TROPOMI), (2) een aanvullende tegenvaller bij de NAVO-top, (3) de gestegen kosten voor het beheer en onderhoud van het regeringsvliegtuig en (4) aanvullende kosten voor schaderegeling Stint. Daarnaast wordt een deel van de budgetten overgeboekt naar het reserveringsartikel op de beleidsbegroting van IenW voor lopende dossiers.
Ontvangsten
Op dit artikel worden geen ontvangsten geboekt.
Agentschappen
Agentschap Rijkswaterstaat
Tabel 37 Exploitatieoverzicht agentschap Rijkswaterstaat Eerste suppletoire begroting 2026 (bedragen x € 1.000)
Omschrijving |
|
|
|
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| Baten als tegenprestatie voor levering van input | 4.271.212 | 480.538 | 4.751.750 |
| waarvan bijdrage aan apparaat (interne kosten) | 1.671.823 | 79.480 | 1.751.303 |
| waarvan bijdrage aan exploitatie en onderhoud | 2.502.470 | 382.054 | 2.884.524 |
| waarvan bijdrage aan te verlenen diensten | 96.919 | 19.004 | 115.923 |
| Baten uit reeds ontvangen bijdragen voor levering van input | 452.780 | ‒ 295.988 | 156.792 |
| waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud | 412.856 | ‒ 375.794 | 37.062 |
| waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten | 39.924 | 79.806 | 119.730 |
| Rentebaten | 17.064 | 6.411 | 23.475 |
| Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 |
| Bijzondere baten | 1.500 | 0 | 1.500 |
| Totaal baten | 4.742.556 | 190.961 | 4.933.517 |
| Lasten | |||
| Apparaatskosten | 1.638.216 | 126.131 | 1.764.347 |
| - Personele kosten | 1.300.629 | 64.771 | 1.365.400 |
| waarvan eigen personeel | 1.177.902 | 63.891 | 1.241.793 |
| waarvan inhuur externen | 66.965 | 5.035 | 72.000 |
| waarvan overige personele kosten | 55.762 | ‒ 4.155 | 51.607 |
| - Materiele kosten | 337.587 | 61.360 | 398.947 |
| waarvan apparaat ICT | 57.727 | 13.220 | 70.947 |
| waarvan bijdrage aan SSO's | 74.944 | 12.056 | 87.000 |
| waarvan overige materiele kosten | 204.916 | 36.084 | 241.000 |
| Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 3.065.517 | 109.136 | 3.174.653 |
| Rentelasten | 4.746 | ‒ 1.372 | 3.374 |
| Afschrijvingskosten | 22.342 | ‒ 1.163 | 21.179 |
| - Materieel | 22.215 | ‒ 1.131 | 21.084 |
| waarvan apparaat ICT | 4.624 | 959 | 5.583 |
| waarvan overige materiele afschrijvingskosten | 17.591 | ‒ 2.090 | 15.501 |
| - Immaterieel | 127 | ‒ 32 | 95 |
| Overige lasten | 8.000 | ‒ 8.000 | 0 |
| waarvan dotaties voorzieningen | 8.000 | ‒ 8.000 | 0 |
| waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 |
| Totaal lasten | 4.738.821 | 224.732 | 4.963.553 |
| Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 3.735 | ‒ 33.771 | ‒ 30.036 |
| Agentschapsdeel Vpb-lasten | 1.300 | 0 | 1.300 |
| Saldo van baten en lasten | 2.435 | ‒ 33.771 | ‒ 31.336 |
| Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij | 2.435 | 6.977 | 9.412 |
| Te verdelen resultaat | 0 | ‒ 40.748 | ‒ 40.748 |
Toelichting Baten
Baten als tegenprestatie voor levering van input
Bijdrage aan apparaat (interne kosten)
De bijdrage aan apparaat dient ter dekking van de interne kosten van RWS (apparaatskosten inclusief rente- en afschrijvingskosten) die verband houden met exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en beleidsondersteuning en –advisering (BOA).
De hogere bijdrage aan apparaat ten opzichte van de begroting 2026 ad.
€ 79,5 miljoen is met name veroorzaakt door:
Hogere realisatie energieopbrengsten windmolenpark Maasvlakte II. Deze opbrengsten komen grotendeels ten gunste van de bijdrage aan apparaat, omdat de kosten van het windmolenpark worden verantwoord onder de materiële kosten (€ 24,3 miljoen);
Bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering, die als gevolg van de invoering van het IKB-spaarverlof en de verruiming van het aantal IKB-uren aanzienlijk is gestegen (€ 17,5 miljoen);
Toename van de apparaatsmiddelen Rijksrederij als gevolg van verhoging van de tarieven die de Rijksrederij in rekening brengt bij de opdrachtgevers (€ 7,7 miljoen);
Het saldo van mutaties < € 5 miljoen (€ 30 miljoen).
Bijdrage aan exploitatie en onderhoud
De bijdrage aan exploitatie en onderhoud dient ter dekking van de externe kosten die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN) voor exploitatie en onderhoud.
De hogere bijdrage aan exploitatie en onderhoud ten opzichte van de begroting 2026 ad. € 382,1 miljoen is met name veroorzaakt door:
Middelen ter dekking van excessieve prijsstijgingen op exploitatie en onderhoud (€ 209 miljoen);
Compensatie voor het deels terugdraaien van besparingen die in het BKN waren opgenomen op verlichting, faunarasters en bermbeheer (€ 68 miljoen);
Aanvulling op de prijsbijstelling 2025. Het ministerie van Financiën heeft in 2025 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd aan de departementen. Om te voorkomen dat hierdoor, als gevolg van hogere prijzen, de programmering van exploitatie en onderhoud naar beneden moet worden bijgesteld, ontvangt RWS aanvullende middelen vanuit IenW (€ 54,3 miljoen);
Middelen ter dekking van exogene tegenvallers (€ 52,8 miljoen);
Middelen voor de uitvoering van het programma Draaiend houden ringen fase 2 (€ 21,3 miljoen);
Middelen uit het Klimaatakkoord voor verduurzaming van asfalt. De middelen zijn bedoeld voor het opschalen van duurzame technieken voor asfalt (€ 14,1 miljoen);
Compensatie voor ongeplande kosten die voortkomen uit maatregelen die nodig zijn door de ingestelde grenscontroles in Duitsland
(€ 5 miljoen);
Lagere realisatie energieopbrengsten windmolenpark Maasvlakte II. Deze opbrengsten komen ten gunste van de bijdrage aan apparaat, omdat de kosten van het windmolenpark worden verantwoord onder de materiële kosten (€ -24,3 miljoen);
Het saldo van mutaties < € 5 miljoen (€ -18,1 miljoen).
Bijdrage aan te verlenen diensten
De bijdrage aan te verlenen diensten dient ter dekking van de externe kosten in het kader van planning en studies, Caribisch Nederland, Werken voor en met Partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten.
De hogere bijdrage aan te verlenen diensten ten opzichte van de begroting 2026 ad. € 19 miljoen is met name veroorzaakt door:
Programmamiddelen voor het uitvoeren van projecten die voorheen tot BOA werden gerekend en op het opdrachtenbudget op de begroting Hoofdstuk XII werden verantwoord. Vanaf 2026 is de uitvoering van deze taken door separate (meerjarige) opdrachtverlening aan RWS overge-dragen (€ 10 miljoen);
Programmamiddelen voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2026 voor de water en bodemopgaven. Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder de Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO) (€ 10 miljoen);
Financiële dekking voor opdrachten die RWS uitvoert in het kader van Werken voor en met Partners (€ 9,5 miljoen);
Terugbetalen van het restbudget voor planstudie Zoetwater aan de reservering Deltaplan Zoetwater op het Deltafonds (€ -10,3 miljoen);
Actualisatie van de programmering op de planuitwerkingen Hoofdwe-gennet, waardoor budget uit de periode 2026 doorschuift naar later jaren (€ -8,5 miljoen);
Het saldo van mutaties < € 5 miljoen (€ 8,3 miljoen).
Baten uit reeds ontvangen bijdragen voor levering van input
Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud
Onder dit saldo vallen de baten en lasten die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN). De huidige prognose geeft het beeld dat RWS meer opdrachten in de markt zet dan het aan baten ontvangt. De geraamde afname bedraagt € 37,1 miljoen, dat is € 375,8 miljoen minder dan verwacht bij begroting 2026. Deze lagere afname is met name het gevolg van compensatie die RWS in 2026 heeft ontvangen voor excessieve prijsstijgingen, deels terugdraaien van besparingen BKN op verlichting, faunarasters en bermbeheer, aanvulling op prijsbijstelling 2025 en exogene tegenvallers. Daarmee blijft vanuit de balanspost Saldo Op Ontvangen Bijdragen voldoende budget beschikbaar ter dekking van de BKN-opgave in de periode 2026-2030 (5 jaar € 100 miljoen per jaar).
Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten
Onder dit saldo vallen de baten en lasten in het kader van planstudies, Caribisch Nederland, werken voor en met partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten. De huidige prognose geeft het beeld dat uitvoering van de verkregen opdrachten sneller uitvoert ten opzichte van de verwachting
bij het opstellen van de begroting 2026. De geraamde afname over 2026 bedraagt € 119,7 miljoen. Op het moment van begroten werd een afname van € 39,9 miljoen verwacht. Derhalve een aanpassing van de verwachting met € 79,8 miljoen.
Rentebaten
Voor 2026 zijn de verwachte rentebaten hoger dan waarvan bij begroting 2026 is uitgegaan (€ 6,4 miljoen). Dit is met name het gevolg van een hogere rekening-courant eindstand over 2025 bij het ministerie van Financiën dan waarmee rekening was gehouden bij de begroting 2026.
Lasten Apparaatskosten Personele kosten
De personele kosten bestaan uit de kosten van het eigen personeel en de
kosten van de ingehuurde capaciteit voor de uitvoering van kerntaken. Dat de personele kosten inclusief overige personele kosten zijn toegenomen ten opzichte van de begroting 2026 (€ 59,7 miljoen) komt met name
door toevoeging van capaciteit in het kader van het Klimaatakkoord
verduurzaming asfalt, duurzaamheid Klimaatneutrale en Circulaire Infra-structuur (KCI), het programmateam Duurzame Leefomgeving, Critical Entities Directive (CER-Richtlijn), Ruimte voor de Rivier 2.0- sediments-uppleties en assetmanagement, Vrachtwagenheffing 2026 en bediening Kethel- en Sijtwendetunnel en capaciteit voor opdrachten van andere depar-tementen en werkzaamheden in het kader van Werken voor en met Partners (derden) (ca. € 42,2 miljoen). Daarnaast nemen de verwachte personele kosten ook toe als gevolg van de gemaakte afspraken in de CAO Rijk voor het onderdeel Individueel Keuze Budget (IKB) spaarverlof. De toename van het IKB Spaarverlof leidt tot hogere personele kosten dan bij begroting is ingeschat (€ 17,5 miljoen).
De hogere inhuur ten opzichte van de begroting (€ 5 miljoen) is met name het gevolg van krapte op de arbeidsmarkt binnen specifieke kennisgebieden waardoor RWS, gezien de productieopgave, een hoger beroep op inhuur moet doen dan werd ingeschat bij het opstellen van de begroting. Ondanks deze stijging verwacht RWS dat de inhuur op kerntaken, gefinancierd uit de apparaatsmiddelen, onder de norm van 10% blijft.
Materiële kosten
De materiële kosten bestaan uit de kosten voor apparaat gebonden ICT-middelen, de bijdrage aan SSO’s die bedrijfsvoeringsdiensten leveren en overige materiële kosten.
De verwachte materiële kosten voor 2026 zijn hoger dan ingeschat bij begroting 2026 (€ 61,4 miljoen), door verwachte toename van kosten voor apparaat gebonden ICT door gestegen kosten van licenties, uitbestede ICT-dienstverlening en beheerkosten van de technische infrastructuur
(€ 13,2 miljoen).
Daarnaast verwacht RWS ook een toename van de kosten voor bijdragen aan Shared Service Organisaties. Deze kosten worden vanuit Shared Service organisaties aan RWS doorbelast (€ 12,1 miljoen).
Tenslotte verwacht RWS een hogere realisatie van overige materiële kosten ten opzichte van de begroting 2026 (€ 36,1 miljoen). Dit wordt met name veroorzaakt doordat de kosten voor het windpark Maasvlakte II onder
de materiële kosten worden verantwoord (€ 24,3 miljoen). Daarnaast verwacht RWS een verwacht hogere realisatie op uitbesteding advies-kosten, bureau, voorlichting en huisvesting, onderhoudskosten en huur/ lease van inventaris, vaar- en voertuigen (€ 11,8 miljoen).
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
Voor 2026 verwacht RWS een hogere realisatie ten opzichte van de begroting 2026 (€ 109,1 miljoen). In 2025 is de productie op stoom gekomen en heeft RWS meer gerealiseerd dan aan bijdrage aan exploitatie en onderhoud en bijdrage aan te verlenen diensten is ontvangen. Die trend lijkt door te zetten in 2026. De hogere realisatie vindt financiële dekking
uit de balanspost Saldo Op Ontvangen Bijdragen. Het doel van deze balanspost is het opvangen van fluctuaties in de productie. Dit is echter geen ongelimiteerde financieringsbron. Bij het uitvoeren van de exploitatie en onderhoudstaken dienen baten en lasten, inclusief inzet van de balanspost, met elkaar in balans te zijn.
Rentelasten
De rentelasten zijn met € -1,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit is met name het gevolg van het lagere beroep op de leenfaciliteit in 2025. Dit kent een doorwerking in 2026.
Afschrijvingskosten
Ten opzichte van de begroting zijn de afschrijvingskosten naar beneden bijgesteld (€ -1,2 miljoen) mede als gevolg van de herziening van de inves-teringsplanning 2026.
Overige lasten
Dotaties voorzieningen
Met ingang van 1 januari 2025 is een stelselwijziging doorgevoerd over de verwerking van het levensduur verlengend onderhoud (LVO) van de
vaartuigen. De LVO-uitgaven worden voortaan geactiveerd als uitbreidings-investering en niet langer ten laste van de voorziening LVO gebracht. Door deze stelselwijziging vervalt in 2026 de dotatie aan de voorziening LVO
(€ -8 miljoen).
Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij
De dotatie aan de Reserve Rijksrederij betreft het verschil tussen de rente en afschrijvingen op basis van de vervangingswaarde van de vloot in vergelijk met de werkelijke rente en afschrijvingskosten op basis van de historische kostprijs. Over 2026 bedraagt deze dotatie naar verwachting
€ 9,4 miljoen en is daarmee € 7 miljoen hoger dan voorzien bij het opstellen van de begroting.
Te verdelen resultaat
Over het boekjaar 2026 verwacht RWS een negatief resultaat. Gedurende 2026 vindt, evenals in 2025, verscherpte sturing op kosten plaats en zoekt RWS naar mogelijkheden tot het doorvoeren van noodzakelijke besparingen om weer een gezonde organisatie te worden.
Tabel 38 Kasstroomoverzicht agentschap Rijkswaterstaat Eerste suppletoire begroting 2026 (bedragen x € 1.000)
|
|
staat Eerste suppletoire beg
|
|
|
|---|---|---|---|---|
| 1. |
|
1.001.805 | 331.369 | 1.333.174 |
|
4.289.776 | 486.949 | 4.776.725 | |
|
‒ 4.709.779 | ‒ 233.895 | ‒ 4.943.674 | |
| 2. |
|
‒ 420.003 | 253.054 | -166.949 |
|
‒ 86.055 | 15.939 | ‒ 70.116 | |
|
0 | |||
| 3. |
|
‒ 86.055 | 15.939 | ‒ 70.116 |
|
0 | |||
|
0 | |||
|
‒ 19.803 | 1.400 | ‒ 18.403 | |
|
81.752 | ‒ 15.142 | 66.610 | |
| 4. |
|
61.949 | ‒ 13.742 | 48.207 |
| 5. |
|
557.696 | 586.620 | 1.144.316 |
Toelichting
Rekening courant RHB 1 januari 2026
Dit is de mutatie naar de werkelijke stand per 1-1-2026. Voor een uitgebreide toelichting zie het jaarverslag 2025.
Operationele kasstroom
Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfs-voering.
De hogere ontvangsten operationele kasstroom ten opzichte van de begroting (€ 486,9 miljoen) worden met name veroorzaakt door de hogere baten als tegenprestatie voor levering van input. Zie hiervoor ook de toelichting onder «Baten als tegenprestatie voor levering van input».
De hogere uitgaven operationele kasstroom ten opzichte van de begroting (€ -233,9 miljoen) worden met name veroorzaakt door de hogere kosten uitbesteed werk en andere externe kosten , kosten eigen personeel, inhuur externen en materiële kosten. Zie hiervoor ook de toelichting onder
«kosten uitbesteed werk en andere externe kosten», «personele kosten» en
«materiële kosten».
Investeringskasstroom
Hieronder vallen de investeringen in nieuwe en bestaande activa en
de boekwaarden, boekwinsten en boekverliezen van de verschrootte en verkochte vaste activa.
Ten opzichte van de begroting zijn de investeringen naar beneden bijgesteld (€ 15,9 miljoen). Dit betreft voornamelijk de herziening van de investerings-planning als onderdeel van het Herstelplan Resultaat Agentschap (HeRA). Deze herziening leidt tot een lagere investeringsbehoefte in 2026.
Financieringskasstroom
Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van RWS.
De lagere aflossing op leningen is mede het gevolg het lagere beroep op de leenfaciliteit in 2025 (€ 1,4 miljoen). Dit kent een doorwerking in 2026.
Het lagere beroep op de leenfaciliteit ten opzichte van de begroting
(€ -15,1 miljoen) is het gevolg van de hierboven genoemde lagere investe-ringen.
Agentschap Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
Tabel 39 Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap KNMI Eerste suppletoire begroting 2026 (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 126.730 |
|
134.799 |
| Baten als tegenprestatie voor levering van input | 126.730 |
|
134.799 |
| Waarvan bijdrage aan basisfinanciering | 76.641 |
|
81.703 |
| Waarvan bijdrage aan maatwerk | 32.566 |
|
32.817 |
Waarvan bijdrage aan subsidieprojecten |
17.523 |
|
20.279 |
| Rentebaten | 400 | 400 | |
| Vrijval voorzieningen | |||
| Bijzondere baten | |||
| Totaal baten | 127.130 |
|
135.199 |
(1) Vastgestelde begroting (2) Mutaties 1e suppletoire begroting
(3) = (1) + (2) Totaal geraamd
| Lasten | |||
| Apparaatskosten | 100.087 | 9.313 | 109.400 |
| - Personele kosten | 62.111 | 21 | 62.132 |
| waarvan eigen personeel | 59.111 | 1.097 | 60.208 |
| waarvan inhuur externen | 3.001 | ‒ 1.077 | 1.924 |
| waarvan overige personele kosten | |||
| - Materiële kosten | 37.976 | 9.292 | 47.268 |
| waarvan apparaat ICT | 17.192 | 1.825 | 19.017 |
| waarvan bijdrage aan SSO's | 2.298 | 427 | 2.725 |
| waarvan overige materiële kosten | 18.486 | 7.040 | 25.526 |
| Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 24.900 | 861 | 25.761 |
| Rentelasten | 316 | ‒ 166 | 150 |
| Afschrijvingskosten | 1.782 | 279 | 2.061 |
| - Materieel | 1.664 | 305 | 1.969 |
| waarvan apparaat ICT | 40 | 57 | 97 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten |
1.624 | 248 | 1.872 |
| - Immaterieel | 118 | ‒ 26 | 92 |
| Overige lasten | |||
| waarvan dotaties voorzieningen | |||
| waarvan bijzondere lasten | |||
| Totaal lasten | 127.085 | 10.287 | 137.372 |
| Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 45 | ‒ 2.219 | ‒ 2.174 |
| Agentschapsdeel Vpb-lasten | 45 | 35 | 80 |
| Saldo van baten en lasten | ‒ | ‒ 2.253 | ‒ 2.254 |
Toelichting Baten
Omzet basisfinanciering
De stijging van de basisfinanciering komt door toevoeging van middelen aan de KNMI-begroting voor Modernisering Waarneeminfrastructuur (MWI) € 1,5 miljoen, verlofreservering € 0,7 miljoen en BES-dienstverlening
€ 0,6 miljoen, welke effect hebben op zowel baten als lasten. Na het opstellen van de MJN 2026 is ook duidelijkheid gekregen over een nieuw project vanuit het ministerie van LVVN, dit levert extra baten op van
€ 1,4 miljoen. Daarnaast zijn de aardobservatie baten opgehoogd met
€ 0,9 miljoen a.d.h.v. de laatste kostenspecificatie van EUMETSAT (hetzelfde bedrag is opgenomen onder de lasten).
Omzet maatwerkopdrachten
Er zijn diverse stijgingen m.b.t. enkele kleine projecten.
Omzet subsidieprojecten
De stijging van de omzet subsidieprojecten wordt vooral veroorzaakt door de intensivering van de projectactiviteiten van bestaande projecten. Dit komt met name door de projecten EarthCARE DISC € 0,9 miljoen, CAMS2_35_bis € 0,9 miljoen, ATM MPC € 0,2 miljoen, Sentinel-2 L2A
€ 0,2 miljoen en UrbanAIR € 0,3 miljoen.
Rentebaten
Er zijn geen mutaties op de rentebaten.
Lasten
Personele kosten
De kosten voor het eigen personeel zijn hoger door een stijging van de verlofreservering van € 0,7 miljoen. De overige € 0,4 miljoen is te verklaren door de stijging van de FTE die in loondienst zijn. Deze zijn gestegen van 508 naar 512. De inhuur is lager door dat er gestuurd is op besparingen als gevolg van de taakstelling. Dit is bereikt door verambtelijking en contracten zijn niet verlengd c.q. beëindigd.
Materiële kosten
De ICT-kosten zijn gestegen met € 1,8 miljoen. Dit betreft datacommu-nicatie en uitbesteding van de ICT. De overige materiele kosten zijn gestegen met € 7,0 miljoen. Dit wordt voor € 2,6 miljoen veroorzaakt door hogere (uitbestedings)kosten voor diverse subsidieprojecten (met name CAMS en EarthCARE DISC), hogere kosten voor het programma MWI € 2,1 miljoen, hogere kosten voor diverse sensoren € 0,4 miljoen,
Transitiekosten € 0,5 miljoen, Uitbreiding seismisch netwerk € 0,3 miljoen en BES-dienstvverlening (€ 0,6 miljoen). Tot slot hogere kosten voor diverse kleinere projecten € 0,5 miljoen.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De contributiekosten EUMETSAT (Aardobservatie) stijgen met € 0,9 miljoen door de nieuw vastgestelde begroting van EUMETSAT. Hierin zijn de kosten gestegen onder andere door inflatiecorrectie.
Rentelasten
Er zijn in 2025 minder investeringen gedaan waarvoor financiering benodigd was. Hierover worden dus minder rentekosten betaald.
Afschrijvingskosten
Afschrijvingskosten zijn hoger door meer investeringen in MWI Meetnet, FTO Cabauw en uitbreiding seismisch netwerk.
Resultaat
Het begrote negatieve resultaat 2026 van € 2,3 wordt veroorzaakt door de kosten van het Masterplan. Deze worden gefinancierd uit het Eigen Vermogen en niet via de omzet.
|
Tabel 40 Kasstroomoverzicht agentschap KNMI Eerste suppletoire begroting 2026 (bedragen x € 1.000)
|
|
|
|
|---|---|---|---|---|
| 1. |
|
12.780 | 10.907 | 23.687 |
|
9.090 | 1.074 | 10.164 | |
|
‒ 1 | ‒ 2.253 | ‒ 2.254 | |
| 2. |
|
9.089 | ‒ 1.179 | 7.910 |
|
‒ 8.177 | 2.007 | ‒ 6.170 | |
|
||||
| 3. |
|
‒ 8.177 | 2.007 | ‒ 6.170 |
|
||||
|
||||
|
‒ 2.084 | 472 | ‒ 1.612 | |
|
4.044 | 76 | 4.120 | |
| 4. |
|
1.960 | 548 | 2.508 |
| 5. |
|
15.652 | 12.283 | 27.935 |
Toelichting
Rekening-courant RHB 1 januari 2026
Dit is de mutatie naar de werkelijke stand per 1 januari 2026.
Operationele kasstroom
Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfs-voering.
De ontvangsten operationele kasstroom zijn toegenomen met € 1,1 miljoen, dit betreft enerzijds financiering van derden € 2 miljoen en anderzijds extra lasten EUMETSAT van € 0,9 miljoen.
De uitgaven operationele kasstroom zijn toegenomen met € 2,3 miljoen dit is het negatief resultaat van € 2,3 miljoen. In de Ontwerpbegroting 2026 was deze op nul begroot.
Investeringskasstroom
Hieronder vallen de investeringen in nieuwe en bestaande activa en
de boekwaarden, boekwinsten en boekverliezen van de verschrootte en verkochte vaste activa.
Ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2026 zijn de investeringen naar beneden bijgesteld (€ 2,0 miljoen).
Financieringskasstroom
Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van het KNMI.
De lagere aflossing op leningen is het gevolg van lagere investeringen (en daarmee een lagere lening) in 2025.
Het hogere beroep op de leenfaciliteit ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2026 (€ 0,1 miljoen) is het gevolg van de hogere investeringen waarbij voor een deel van de investeringen geen gebruik zal worden gemaakt van de leenfaciliteit omdat deze investeringen direct worden gefinancierd door de opdrachtgevers.