[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2026D10593, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:48, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36915 XV-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2026Z04512:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025‒2026
36 915XV Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.A.Vijlbrief

De Minister van Werk en Participatie,

A.A.Aartsen

1 Begrotingsstaat premiegefinancierd (voorjaarsnota)

Tabel 1 Wijziging begrotingsstaat premiegefinancierd van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Art. Omschrijving Vastgestelde begroting Mutaties 1e suppletoire begroting
Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten
Totaal 93.330.920 93.330.920 290.609 547.775 547.775 5.677
Beleidsartikelen
1 Arbeidsmarkt 601.110 601.110 0 ‒ 4.759 ‒ 4.759 0
3 Arbeidsongeschiktheid 19.349.266 19.349.266 0 ‒ 51.720 ‒ 51.720 0
5 Werkloosheid 5.252.725 5.252.725 290.609 211.222 211.222 5.677
6 Ziekte en verlofregelingen 6.620.327 6.620.327 0 486.403 486.403 0
8 Oudedagsvoorziening 58.431.096 58.431.096 0 ‒ 18.170 ‒ 18.170 0
9 Nabestaanden 367.233 367.233 0 ‒ 3.204 ‒ 3.204 0
11 Uitvoeringskosten 2.709.163 2.709.163 0 ‒ 71.997 ‒ 71.997 0

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze eerste suppletoire begroting van SZW zijn de effecten van besluiten van het kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota.

De memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkste suppletoire mutaties op de SZW-begroting (paragraaf 2.1). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Tabel 2 Ondergrenzen conform RBV
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)
< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 (2031) opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting (het toevoegen van het jaar t+5) en vervolgens de mutaties van t+5 die met de 1e suppletoire begroting zijn verwerkt. De kolom mutaties 2031 van de budgettaire tabellen toont dus het totale beschikbare budget in 2031 en niet enkel de mutaties die met de 1ste suppletoire begroting in 2031 zijn doorgevoerd.

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Stand begroting 2026 65.707.199 67.739.081 69.575.055 72.818.393 75.210.529
Nr. Mutaties coalitieakkoord
Maatregel 47 Aftrek specifieke zorgkosten Kindgebonden budget 10 ‒ 4.000 ‒ 4.000 ‒ 4.000 ‒ 4.000
Maatregel 54 IVA afschaffen effect TW 2 7.000 23.000
Maatregel 57 WW-maatregelen 2 78.000 159.000 212.000
Maatregel 61 Efficiencytaakstelling 96 ‒ 19.494 ‒ 38.388 ‒ 60.396 ‒ 82.074 ‒ 82.074
Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst 96 ‒ 78.431 ‒ 197.761 ‒ 197.761
Maatregel 63 Subsidietaakstelling 1, 2 ‒ 1.878 ‒ 1.878 ‒ 1.878 ‒ 1.878 ‒ 1.878
Belangrijkste suppletoire mutaties
Besparingsverlies banenafspraak 2 68.919
Compensatie Sociaal Ontwikkelbedrijven 2 ‒ 24.465 ‒ 23.759 ‒ 23.063
Uitstel Participatiewet in balans 2 ‒ 14.603
Versoberen proactieve dienstverlening 4 ‒ 3.320 ‒10.074 ‒17.166 ‒24.527 ‒28.430 ‒28.431
Uitstel afschaffen AO tegemoetkoming 4 80.518
Afschaffen AKW en WKB bij studiefinanciering 10, 11 ‒500 ‒46.700 ‒52.900 ‒52.900
Afromen tijdelijke middelen IBO schulden 99 ‒5.107 ‒37.542 ‒99.342
Afromen extra middelen taaleis 99 ‒3.710 ‒10.565 ‒17.420 ‒21.990 ‒21.990
Ramingsbijstellingen uitkeringslasten div ‒ 379.965 ‒ 281.728 ‒ 176.813 ‒ 153.170 ‒ 210.097 ‒ 213.619
Bijstelling rijksbijdrage 12 51.233 461.498 ‒ 51.028 ‒ 18.599 ‒ 195.120 2.349.951
Desalderingen 2, 96 596 30.149 30.513 30.513 30.267 30.267
Kasschuiven div ‒ 11.936 ‒ 127.725 ‒ 10.092 44.851 35.549 69.353
Overboekingen van AP div 503 5.174
Overboekingen naar andere departementen div ‒ 111.050 ‒ 33.230 ‒ 36.192 ‒ 31.807 ‒ 36.135 ‒ 40.855
Herschikkingen met H40 div 264.584 271.265 ‒ 6.444 ‒ 2.787 ‒ 6.785 ‒ 5.919
LPO 99 74.785 68.218 57.535 52.260 51.151 50.045
Overige mutaties en extrapolatie div ‒ 22.082 5.325 6.195 ‒1.054 8.542 75.374.824
Stand 1e suppletoire begroting 2026 65.595.291 68.122.088 69.193.827 72.583.248 74.664.868 77.460.013

Toelichting

In de toelichting wordt de relevante informatie opgenomen. Voorop staat de zelfstandige leesbaarheid voor Kamerleden van begrotingsstukken, zeker waar het omvangrijke en/of anderszins belangrijke begrotingsmutaties betreft. Bij beleidsmatige intensiveringen met een budgettaire mutatie van € 20 miljoen of meer in enig jaar wordt verwezen of vooruitgewezen naar een stuk met daarin de door de Kamer te ontvangen informatie conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).

Mutaties coalitieakkoord

Maatregel 47 Aftrek specifieke zorgkosten Kindgebonden budget

De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft. Dit betreft de doorwerking van deze maatregel naar het kindgebonden budget.

Maatregel 54 IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV) effect Toeslagenwet (TW)

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe IVA-aanvragen per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Mensen die zonder deze wijziging aanspraak hadden gemaakt op een IVA-uitkering zullen sneller aanspraak maken voor een toeslag bovenop hun WIA-uitkering vanuit de Toeslagenwet (TW). De uitgaven aan de TW nemen hierdoor toe.

Maatregel 57 WW-maatregelen

De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering (Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk binnen de financiële kaders. De bedragen in tabel 3 betreffen de verwachte hogere uitgaven aan bijstand en besparing op de Toeslagenwet.

Maatregel 61 Efficiencytaakstelling

Een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Deze taakstelling loopt voor SZW op tot € 82 miljoen vanaf 2030.

Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling loopt voor SZW op tot structureel € 198 miljoen vanaf 2030.

Maatregel 63 Subsidietaakstelling

De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd. De helft van de verlaging wordt voorlopig gedekt uit de subsidieregeling SLIM (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) en de andere helft uit de subsidiebudgetten van artikel 2. Op een later moment zal worden bezien hoe de subsidietaakstelling definitief ingevuld gaat worden.

Belangrijkste suppletoire mutaties

Besparingsverlies banenafspraak

Door het niet halen van de banenafspraak treedt er in 2026 een besparingsverlies op de bijstandsuitkeringen op en wordt het macrobudget naar boven bijgesteld. Het doel van de banenafspraak is dat mensen met een ziekte of beperking vaker een gewone baan krijgen bij een werkgever. Zo kunnen zij meedoen op de arbeidsmarkt en zelfstandiger werken. Door het niet halen van de banenafspraak treedt er in 2026 een besparingsverlies op de bijstandsuitkeringen op en wordt het macrobudget naar boven bijgesteld.

Compensatie Sociaal Ontwikkelbedrijven

In de SZW-begroting 2026 was aangekondigd dat medewerkers van Sociaal Ontwikkelbedrijven (SO-bedrijven) in 2026 t/m 2028 compensatie krijgen voor de financieel nadelige effecten van het Belastingplan 2025. Echter is binnen het Belastingplan 2026 tot een oplossing voor het financiële nadeel gekomen. Daarom is compensatie niet meer nodig.

Uitstel Participatiewet in balans

De Participatiewet (Pwet) in balans maatregelen bufferbudget en niet-rechthebbende partner kunnen niet halverwege het jaar ingevoerd worden en zijn daarom uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027.

Versoberen proactieve dienstverlening

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW versterkt de mogelijkheden van UWV, de SVB en gemeenten om persoonsgegevens in te zetten voor betere bereikbaarheid van mensen met financiële problemen of opeenstapelende problematiek. In het daarbij horende conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW wordt de samenwerking tussen de dienstverleners en de gegevensuitwisseling die nodig is voor proactieve dienstverlening uitgewerkt. Voor het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW heeft de aanpassing van de financiering geen gevolgen. Voor het conceptbesluit geldt dat het onderdeel over gegevensuitwisseling voor de Participatiewet nu niet meer in werking treedt totdat er voldoende middelen beschikbaar zijn. Gemeenten ontvangen tot dat moment geen gegevens om mensen met mogelijk recht op algemene bijstand proactief te benaderen.

Uitstel afschaffen AO-tegemoetkoming

Het afschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (AO-tegemoetkoming) wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Dit resulteert in hogere uitkeringslasten in 2027 voor onder andere de Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten).

Afschaffen AKW en WKB bij studiefinanciering

Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2029 het recht op kinderbijslag (AKW) en de daaraan gekoppelde aanspraak op het kindgebonden budget (WKB) af te schaffen voor 16- en 17-jarigen die reeds recht hebben op studiefinanciering. Met deze maatregel wordt beoogd om de samenloop van regelingen te beperken en aan te sluiten bij de situatie van vóór 2020. Tot 2020 bestond er al geen recht op AKW (en daarmee ook WKB) wanneer een 16- of 17-jarig kind recht had op studiefinanciering. Deze uitzondering is destijds geschrapt vanwege de invoering van het leenstelsel. Nu studenten weer recht hebben op een basisbeurs, wordt herinvoering van deze uitzondering passend geacht. Dit beperkt de stapeling van inkomensondersteuning. De middelen worden ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Structureel levert de maatregel circa € 53 miljoen op. De vormgeving van deze maatregel wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de nieuwe kindregeling.

Afromen tijdelijke middelen IBO schulden

Op de begroting waren middelen beschikbaar voor de uitwerking van tijdelijke maatregelen voor de preventie van schulden. Deze middelen worden afgeroomd omdat er in het coalitieakkoord een nieuwe envelop met structurele middelen voor armoede en schulden beschikbaar is. In 2026 worden tijdelijke maatregelen voortgezet. De maatregelen vanaf 2027 zijn onderdeel van de uitwerking van de envelop armoede en schulden uit het coalitieakkoord.

Afromen extra middelen taaleis

De extra middelen voor taalaanbod aan bijstandsgerechtigden worden ingezet als onderdeel van de dekking van de budgettaire problematiek bij meerdere uitkeringsregelingen en herstelacties. De middelen waren bedoeld voor gemeenten, door extra taalaanbod konden alle bijstandsgerechtigden die dit nodig hadden, een taalaanbod krijgen. Dit was beoogd als maatregel naast het handhaven van de taaleis in de bijstand.

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

De uitkeringslasten op de SZW-begroting zijn van een actualisatie voorzien op basis van uitvoeringsinformatie van onder andere het UWV, SVB, gemeenten en Toeslagen. Daarnaast zijn de ramingen geactualiseerd naar aanleiding van de laatste macro-economische raming van het CPB. Dit leidt tot een per saldo neerwaartse bijstelling van de uitgaven op Hoofdstuk 15 (Begrotingsgefinancierd). Dit komt voornamelijk doordat de verwachte uitgaven aan Kinderopvangtoeslag, Bijstand, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en Loonkostensubsidie (LKS) neerwaarts zijn bijgesteld.

Bijstelling rijksbijdrage

De rijksbijdragen voor de rijksbijdragen voor de AOW, het Ouderdomsfonds, de Regeling Zelfstandig En Zwanger (ZEZ) en de AO-tegemoetkoming zijn bijgewerkt op basis van CEP. De rijksbijdragen volgen de uitgaven van respectievelijk de fondsen en regelingen.

Desalderingen

Met een desaldering worden gelijktijdig de niet-belastingontvangsten en uitgaven verhoogd, waarmee de middelen beschikbaar komen voor de SZW-begroting. Op een rekening buiten begrotingsverband zijn renteopbrengsten met betrekking tot het Just Transition Fund (JTF) toegekend. Deze worden ingezet om kosten van de Audit Dienst Rijk (ADR) voor het JTF te financieren. Er is een desaldering voor de fictieve renteopbrengsten van het Stimuleringstegemoetkoming Energieprestatie (STEP)-voorschot.

Kasschuiven

Er zijn meerdere kasschuiven waarvan de grootste zijn:

  • De resterende middelen voor de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) worden ingezet voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda. Door middel van een kasschuif van 2026 en 2027 naar latere jaren, worden de middelen voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda in het juiste ritme gezet.

  • De ingangsdatum van het wetsvoorstel verbreding doelgroep banenafspraak is uitgesteld van 2028 naar 2029. Daarom worden de middelen voor Loonkostensubsidie (LKS) in de Wajong doorgeschoven.

  • De realisatie van het interdepartementale programma Beter Samenwerken vertraagt. De implementatie verschuift naar 2028.

  • De expeditieregeling wordt gewijzigd in 2026. Hierdoor ontstaat er vertraging in de uitvoering en kunnen subsidies naar verwachting in 2027 voor het eerst worden beschikt en betaald. Door middel van een kasschuif van 2026 naar 2027 wordt het budget in het juiste ritme gezet.

  • Er is een kasschuif van de middelen voor de kwijtschelding van schulden (KvD en SKD) van 2027 en 2028 naar de jaren 2029 tot en met 2031.

  • Daarnaast is er een kasschuif om de middelen voor inburgering in het juiste kasritme te plaatsen van latere jaren naar 2026 en 2027.

Overboekingen van Aanvullende Post bij Financiën

De reservering op de Aanvullende Post bij Financiën voor Caribisch-Nederland wordt in 2027 ingezet om het tijdelijke koopkrachtpakket van 2025 en 2026 te verlengen. Daarvoor wordt in totaal € 5 miljoen overgeboekt naar SZW voor de energietoelage en aanpak van kinderarmoede. Daarnaast wordt het resterende deel van de envelop Arbeidsmarkt, armoede en schulden van kabinet-Rutte IV overgeboekt naar SZW voor uitvoeringskosten van de EU-richtlijn platformwerk.

Interdepartementale overboekingen

Er zijn in totaal 88 overboekingen met andere departementen. De grootste vier zijn overboekingen naar het gemeentefonds: voor Alleenverdienersproblematiek (€ 27,5 miljoen), Vroegsignalering (€ 21,3 miljoen), Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp (€ 19,7 miljoen) en Re-integratiedienstverlening aan afgewezen wajongers (€ 12,5 miljoen).

Herschikkingen met Hoofdstuk 40

  • Er is een budgetneutrale schuif tussen het premie- en begrotingsgefinancierde budget voor de uitvoeringskosten van UWV. Dit komt door de jaarlijkse prijsherijking van de uitvoeringskosten.

  • De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan het UWV bevoorschot.

Eindejaarsmarge

Voor diverse onderdelen is de uitputting van het budget vertraagd tot 2026. De grootste posten hiervan (groter dan € 1 miljoen) zijn:

  • Nationaal Groeifonds (NGF) programma Meer Uren Werkt!: over budgetten van groeifondsprojecten is de afspraak met de fondsbeheerder dat deze bij onderuitputting niet vrijvallen, maar doorgeschoven worden als eindejaarsmarge.

  • De SOWIS-regeling is een subsidieregeling voor werkgevers voor het ondersteunen en faciliteren van statushouders. Het is niet gelukt om alle subsidieaanvragen tijdig te beoordelen in 2025. Het restant van de beoordeling vindt in januari en februari plaats, waardoor de middelen niet in 2025 maar in 2026 nodig zijn.

Overige mutaties en extrapolatie

Er zijn diverse kleinere mutaties.

Tabel 4 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Stand begroting 2026 2.630.327 2.647.827 2.643.839 2.610.926 2.514.520
Belangrijkste suppletoire mutaties
Ramingsbijstellingen uitkeringslasten div ‒ 443 ‒ 74.026 ‒ 87.405 ‒ 86.195 ‒ 73.048 ‒ 61.790
Desalderingen 2, 96 596 30.149 30.513 30.513 30.267 30.267
Overige mutaties en extrapolatie ‒ 290 7.304 306 408 408 2.416.061
Stand 1e suppletoire begroting 2026 2.630.190 2.611.254 2.587.253 2.555.652 2.472.147 2.384.538

Toelichting

Belangrijkste suppletoire mutaties

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

De uitkeringslasten op de SZW-begroting zijn van een actualisatie voorzien op basis van uitvoeringsinformatie van onder andere het UWV, SVB, gemeenten en Toeslagen. Daarnaast zijn de ramingen geactualiseerd naar aanleiding van de laatste macro-economische raming van het CPB. Dit leidt tot een per saldo neerwaartse bijstelling van de ontvangsten op Hoofdstuk 15. Dit komt voornamelijk doordat de terugontvangsten voor de Kinderopvangtoeslag en het Kindgebonden Budget omlaag zijn bijgesteld.

Desalderingen

Met een desaldering worden gelijktijdig de niet-belastingontvangsten en uitgaven verhoogd, waarmee de middelen beschikbaar komen voor de SZW-begroting. Op een rekening buiten begrotingsverband zijn renteopbrengsten met betrekking tot het Just Transition Fund (JTF) toegekend. Deze worden ingezet om kosten van de Audit Dienst Rijk (ADR) voor het JTF te financieren. Er is een desaldering voor de fictieve renteopbrengsten van het Stimuleringstegemoetkoming Energieprestatie (STEP)-voorschot.

Tabel 5 Belangrijkste suppletoire premiegefinancierde uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Stand begroting 2026 93.330.920 98.497.703 103.485.445 109.075.623 114.253.110
Nr. Mutaties coalitieakkoord
Maatregel 54 IVA afschaffen 3, 11 6.000 12.000 13.000 17.000 ‒ 60.000 ‒ 222.700
Maatregel 55 Afschaffen CRTV 1, 11 2.000 ‒ 141.000 ‒ 216.000 ‒ 222.000 ‒ 229.000
Maatregel 56 verlagen max dagloon div 10.000 ‒ 644.000 ‒ 658.000 ‒ 676.000
Maatregel 57 WW-maatregelen div 5.000 ‒ 604.000 ‒ 1.150.000 ‒ 1.526.000
Maatregel 58 Re-integratiemiddelen 3 ‒ 100.000 ‒ 100.000 ‒ 100.000 ‒ 100.000
Belangrijkste suppletoire mutaties
WW-uitkering beëindigen op eigen initiatief ‒ 23.319 ‒ 41.318 ‒ 36.253 ‒ 33.346
Gebruikerskosten Basisregistratie Personen 7.747 7.747 7.747 7.747 7.747 7.747
Uitvoeringskosten UWV ‒ 89.000
Herijking WIA-herstelactie 103.870 82.846 75.002 83.742 85.355 87.708
Uitstel afschaffen AO tegemoetkoming 211.639
Ramingsbijstellingen uitkeringslasten 737.398 1.049.710 1.169.668 1.009.787 834.602 851.050
Bijstelling nominale ontwikkeling ‒ 33.455 ‒ 427.978 ‒ 783.124 ‒ 1.242.202 ‒ 1.673.083 ‒ 1.977.808
Premies betaald over uitkeringen 84.095 294.962 282.781 254.063 84.803 27.359
Kasschuiven 11 ‒ 4.455 ‒ 130.385 7.000 2.055 70.785 55.000
Overboekingen naar andere departementen 1 ‒ 124
Herschikkingen met H15 div ‒ 264.584 ‒ 271.265 6.444 2.787 6.785 5.919
Overige mutaties en extrapolatie div 283 10.527 7.651 9.913 8.369 119.907.737
Stand 1e suppletoire begroting 2026 93.878.695 99.339.506 104.022.295 107.615.197 111.452.220 116.177.666

Mutaties coalitieakkoord

Maatregel 54 IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe IVA-aanvragen per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Ook maakt het kabinet werk van taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV en worden er scherpere voorwaarden gesteld bij het aanvragen van herbeoordelingen.

Maatregel 55 Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding (CRTV)

In het coalitieakkoord is het volgende opgenomen over de transitievergoeding: «De transitievergoeding wordt momenteel te vaak niet ingezet waar deze voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De compensatie voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt voor alle werkgevers met ingang van 2028. Dit hangt samen met het anders vormgeven van de transitievergoeding.» Door uitwerking van deze maatregel wordt de raming van de CRTV bijgesteld.

Maatregel 56 verlagen max dagloon

Met deze maatregel wordt per 2029 het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen (IVA, WGA, WAO, WW, ZW, WAZO, WIEG en WBO) verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid. Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo zal hier tegenover een lastenverzwaring komen te staan. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen gericht op hervorming van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, binnen de financiële kaders.

Maatregel 57 WW-maatregelen

De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk binnen de financiële kaders. De bedragen in tabel 5 hebben betrekking op de besparingen op de WW-uitkering, de WGA-uitkering en de uitvoeringskosten van UWV.

Maatregel 58 Re-integratiemiddelen

Dit betreft een voorlopige reservering van de ombuiging op de re-integratiemiddelen vanaf 2028 van het Coalitieakkoord op dit begrotingsartikel. De komende maanden wordt deze maatregel nader ingevuld. Tegenover deze ombuiging staat een verhoging van het budget voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Deze verhoging staat gereserveerd op de Aanvullende Post.

Belangrijkste suppletoire mutaties

WW-uitkering beëindigen op eigen initiatief

Met deze maatregel wordt het voor WW-gerechtigden altijd mogelijk gemaakt om op eigen verzoek de WW-uitkering te laten beëindigen. De geldende voorwaarden voor het zelf stopzetten van een WW-uitkering komen te vervallen. Dit heeft een verlagend effect op de uitkeringslasten van de WW. Deze werkwijze wordt momenteel al gedoogd, in verband met het vrijmaken van uitvoeringscapaciteit bij UWV voor de WIA-herstelactie. De verwachting is dat per 2028 de wet hierop is aangepast.

Gebruikerskosten Basisregistratie Personen

Het UWV, SVB, BIDN (Bureau Informatie Diensten Nederland), BKWI (Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen) en NLA maken gebruik van de Basisregistratiepersoonsgegevens (BRP). De kosten voor de BRP stijgen al een aantal jaar, waardoor deze verwerkt worden in de prijs. Dit resulteert in hogere kosten.

Meevallers UWV

Doordat er incidentele meevallers zijn binnen het UWV wordt het toegekende uitvoeringsbudget beleidsmatig naar beneden bijgesteld voor het jaar 2026. De meevallers komen voornamelijk door een pensioenmeevaller, en onderuitputting bij een aantal onderdelen van het UWV.

Herijking WIA-herstelactie

De ramingen met betrekking tot de WIA-herstelactie zijn in het voorjaar 2026 herijkt. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. Sinds de voorjaarsbesluitvorming 2025 is er vanuit het UWV nieuwe informatie beschikbaar gekomen over het aantal uitkeringen waarbij het dagloon aangepast dient te worden en hoe groot deze aanpassing is. Voor de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie leidt dit tot beperkte budgettaire bijstellingen. Bij de actie loonloze tijdvakken nemen de totale uitgaven in 2026 naar verwachting toe met ongeveer € 155 miljoen in 2031. Tot slot zijn er minder middelen nodig voor de uitvoering van de herstelactie dan eerder verwacht.

Uitvoeringsinformatie WIA

De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met € 285 miljoen in 2026, oplopend naar € 1.065 miljoen in 2031. Dit betreft een samengesteld effect van een meevaller op de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en een grotere tegenvaller op de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). Het grootste deel van de stijgende WIA-uitgaven wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal aanvragen, onder andere door een toename van het aantal mensen met psychische aandoeningen op basis van recente realisaties. Naast de stijgende instroom leiden langere wachttijden voor WIA-beoordelingen tot hogere uitgaven. Een deel van de bijstelling van het budget wordt voor de jaren vanaf 2029 gereserveerd op de Aanvullende Post (€ 152 miljoen in 2029, oplopend naar € 506 miljoen in 2031). In de komende maanden beraadt het kabinet zich op manieren om de instroom in de WIA te beheersen, mede in overleg met sociale partners.

Uitstel afschaffen AO-tegemoetkoming

Eerder is besloten de arbeidsongeschiktheidstegemoetkoming af te schaffen. Het afschaffen wordt een jaar uitgesteld. Hierdoor ontstaat er een besparingsverlies.

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

De uitkeringslasten op de SZW-begroting zijn van een actualisatie voorzien op basis van uitvoeringsinformatie van onder andere het UWV, SVB, gemeenten en Toeslagen. Daarnaast zijn de ramingen geactualiseerd naar aanleiding van de laatste macro-economische raming van het CPB. Dit leidt tot een per saldo opwaartse bijstelling van de uitgaven op Hoofdstuk 40. Dit komt voornamelijk door een hoger dan eerder verwachte instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen en tegenvallers in de Ziektewet en verlofregelingen.

Bijstelling nominale ontwikkeling

Dit betreft de bijstelling van de reserveringen om uitkeringen in de toekomst te indexeren. Deze reserveringen zijn bijgesteld naar aanleiding van mutaties in de uitkeringslasten van de betreffende regelingen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB.

Premies betaald over uitkeringen

Dit betreft de bijstelling van de werkgeverspremies betaald over uitkeringen naar aanleiding van mutaties in de uitkeringslasten van de betreffende regelingen (grondslag) en wijzigingen in de premietarieven.

Diverse kasschuiven

  • Door vertraging bij het wetsvoorstel vereenvoudiging verlofstelsel schuiven de implementatiekosten bij UWV op.

  • Er is een kasschuif voor de uitvoeringskosten UWV van 2027 naar 2030 en 2031 ter ontlasting van het beeld in 2027.

  • De ingangsdatum van het wetsvoorstel verbreding doelgroep banenafspraak is uitgesteld van 2028 naar 2029. Daarom worden de implementatiekosten voor Loonkostensubsidie (LKS) aan de WIA doelgroep doorgeschoven.

  • Er is een kasschuif voor het uitvoeren van het wetsvoorstel SKD (Regeling specifieke uitkering kwijtschelding schulden).

Overboekingen naar andere departementen

Er is een interdepartementale overboeking naar VWS voor de compensatie transitievergoeding van € 0,1 miljoen.

Herschikkingen met Hoofdstuk 15

  • Er is een budgetneutrale schuif tussen het premie- en begrotingsgefinancierde budget voor de uitvoeringskosten van UWV. Dit komt door de jaarlijkse prijsherijking van de uitvoeringskosten.

  • De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan het UWV bevoorschot.

Overige mutaties en extrapolatie

Er zijn diverse kleinere mutaties.

Tabel 6 Belangrijkste suppletoire premiegefinancierde ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Stand begroting 2026 290.609 302.556 345.858 364.261 363.231
Nr. Mutaties coalitieakkoord
Belangrijkste suppletoire mutaties
Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

5

5.972 3.173 14.067 34.933 2.099 1.490
Bijstelling nominale ontwikkeling 5 ‒ 295 ‒ 626 880 4.083 ‒ 1.674 ‒ 2.296
Overige mutaties en extrapolatie 5 378.019
Stand 1e suppletoire begroting 2026 296.286 305.103 360.805 403.277 363.656 377.213

Belangrijkste suppletoire mutaties

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

Op basis van voorlopige realisaties van UWV wordt het verhaal van WW-lasten bij overheidswerkgevers (UFO-ontvangsten) meerjarig bijgesteld. De UFO-ontvangsten vallen hoger uit dan eerder verwacht, wat leidt tot een meevaller op de WW-uitgaven.

Bijstelling nominale ontwikkeling

Dit betreft de bijstelling van de reservering om de UFO-ontvangsten in de toekomst te indexeren. Deze reservering is bijgesteld naar aanleiding van de mutatie in de ontvangsten (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB.

Overige mutaties en extrapolatie

Dit betreft de extrapolatie van de ontvangsten in 2031.

Mutaties coalitieakkoord SZW

Tabel 7 Alle mutaties Coalitieakkoord SZW
Maatregel x € 1 mln. Begrotingshoofdstuk 2026 2027 2028 2029 2030 2031 Struc.
CA 47. Aftrek specifieke zorgkosten H15 ‒ 4 ‒ 4 ‒ 4 ‒ 4 ‒ 4
CA 50. Versterking van gezinnen H86* 300 600 600 600 600 600
CA 51. Leven lang ontwikkelen H86* 100 100 100 100 100
CA 52. Aanpak armoede en problematische schulden H86* 125 150 150 150 150 150
CA 53. Commissie sociaal minimum BES H86* 30 30 30 30 30 30
CA 54. WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV) H15, H40 6 12 13 17 ‒ 53 ‒ 179 ‒ 1.151
CA 55. Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding H40 2 ‒ 141 ‒ 216 ‒ 222 ‒ 229 ‒ 262
CA 56. Verlagen maximumdagloon met 20% per 2029 H15, H40 10 ‒ 644 ‒ 658 ‒ 697 ‒ 813
CA 57. Hervorming WW H15, H40 5 ‒ 526 ‒ 991 ‒ 1.314 ‒ 1.320
CA 58. Re-integratiemiddelen H40 ‒ 100 ‒ 100 ‒ 100 ‒ 100 ‒ 100
CA 60. 1 op 1 koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting per 1-1-2033 H40 ‒ 2.772
CA 61. Efficiencytaakstelling H15 ‒ 19 ‒ 38 ‒ 60 ‒ 82 ‒ 82 ‒ 82
CA 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid H15 ‒ 78 ‒ 198 ‒ 198 ‒ 198
CA 63. Subsidietaakstelling H15 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2
Totaal 6 448 623 ‒ 734 ‒ 1.430 ‒ 1.924 ‒ 5.824
* deze is op de aanvullende post ingeboekt

Toelichting

Maatregel 47 Aftrek specifieke zorgkosten

De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft.

Maatregel 50 Versterking van gezinnen

Het kindgebonden budget en de kinderbijslag worden samengevoegd in één regeling en uitgevoerd door SVB. Om meer zekerheid voor ouders te creëren wordt het vaste bedrag euro verhoogd en het variabele bedrag verlaagd, zodat alle gezinnen erop vooruitgaan. De kindbedragen worden maandelijks uitgekeerd. Voor meer eenvoud en zekerheid wordt structureel 600 miljoen gereserveerd.

Maatregel 51 Leven lang ontwikkelen

Voor Leven lang ontwikkelen komt structureel geld beschikbaar. Hiertoe worden in overleg met sociale partners gerichte maatregelen uitgewerkt.

Maatregel 52 Aanpak armoede en problematische schulden

Het kabinet werkt toe naar meer harmonisering van inkomensondersteunende (lokale) overheidsregelingen, zodat deze begrijpelijker worden en minder verschillen tussen gemeenten. Het kabinet stelt een envelop beschikbaar voor versterking van de bestrijding van armoede en het verder brengen van een effectieve aanpak en preventie van problematische schulden. Voor deze aanpak van armoede en problematische schulden is € 150 miljoen structureel gereserveerd.

Maatregel 53 Commissie sociaal minimum BES

Er wordt € 30 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor armoedeproblematiek in Caribisch Nederland en de verdere implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland.

Maatregel 54 IVA afschaffen effect TW

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Ook maakt het kabinet werk van taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV en worden er scherpere voorwaarden gesteld bij het aanvragen van herbeoordelingen.

Maatregel 55 Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding

De transitievergoeding wordt momenteel te vaak niet ingezet waar deze voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De compensatie voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt voor alle werkgevers met ingang van 2028. Dit hangt samen met het anders vormgeven van de transitievergoeding.

Maatregel 56 Verlagen maximum dagloon met 20% per 2029

Met deze maatregel wordt per 2029 het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid. Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo zal hier tegenover een lastenverzwaring komen te staan. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen gericht op hervorming van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, binnen de financiële kaders.

Maatregel 57 Hervorming WW

De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk binnen de financiële kaders. De bedragen in tabel 7 betreffen de verwachte hogere uitgaven aan bijstand en besparing op de Toeslagenwet.

Maatregel 58 Re-integratiemiddelen

In het licht van het bevorderen van leven lang ontwikkelen en van werk naar werk en het verstevigen van de stimulansen in het stelsel, verlaagt het kabinet de re-integratiebudgetten met € 100 miljoen. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld voor een Leven lang ontwikkelen.

Maatregel 59 Bevriezen aftoppingsgrens voor 6 jaar

Het maximum pensioengevend loon wordt per 2027 voor een periode van zes jaar niet geïndexeerd. Hierdoor blijft het maximum tot en met 2032 bevroren op € 137.800. Dit is het niveau van 2026. Dit betekent dat de subsidiëring van de pensioenopbouw van de hoogste inkomens beperkt wordt.

Maatregel 60 1-op-1 koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting per 1-1-2033

Het kabinet gaat in 2033 over naar een 1-op-1 koppeling van de AOW aan de levensverwachting. Momenteel is de AOW-leeftijd voor twee-derde gekoppeld aan de levensverwachting. Door deze maatregel stijgt de AOW-leeftijd weer 100 procent mee met de verdere levensverwachting. De hoogte van de AOW-uitkering blijft ongewijzigd en groeit mee met de welvaartsontwikkeling.

Maatregel 61 Efficiencytaakstelling

Een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.

Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid.

Maatregel 63 Subsidietaakstelling

De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Arbeidsmarkt

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 1 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 259.545 0 259.545 17.201 276.746 ‒ 205.869 ‒ 1.714 959 1.923 336.683
Uitgaven 587.419 0 587.419 ‒ 5.323 582.096 ‒ 131.425 ‒ 6.341 43.175 38.933 386.639
1.0 Arbeidsmarkt 587.419 0 587.419 ‒ 5.323 582.096 ‒ 131.425 ‒ 6.341 43.175 38.933 386.639
Inkomensoverdrachten 112.245 0 112.245 ‒ 19.916 92.329 ‒ 2.111 ‒ 154 713 1.940 218.140
Loonkostenvoordelen 112.245 0 112.245 ‒ 19.916 92.329 ‒ 2.111 ‒ 154 713 1.940 218.140
Subsidies (regelingen) 414.110 0 414.110 19.814 433.924 ‒ 134.232 ‒ 12.609 39.039 31.102 97.640
Overige subsidies algemeen 6.314 0 6.314 3.435 9.749 4.148 2.331 4.078 41 3.390
Duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen 14.065 0 14.065 ‒ 4.108 9.957 6.559 3.999 2.000 3.000 16.674
Stimuleringsregeling LLO in MKB 71.900 0 71.900 ‒ 12.000 59.900 ‒ 939 ‒ 939 ‒ 939 ‒ 939 39.976
Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid 0 0 0 29.499 29.499 0 0 0 0 0
Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden 317.128 0 317.128 640 317.768 ‒ 160.000 ‒ 40.000 0 0 0
Subsidie meer uren werkt 4.703 0 4.703 1.848 6.551 0 0 0 0 0
Subsidieregeling duurzame inzetbaarheid 0 0 0 500 500 16.000 22.000 33.900 29.000 37.600
Opdrachten 50.560 0 50.560 ‒ 1.617 48.943 4.368 6.172 3.423 5.891 52.955
Opdrachten 50.560 0 50.560 ‒ 1.617 48.943 4.368 6.172 3.423 5.891 52.955
Bekostiging 100 0 100 550 650 550 250 0 0 100
Bekostiging 100 0 100 550 650 550 250 0 0 100
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 4.131 0 4.131 ‒ 3.946 185 0 0 0 0 4.781
Ministerie van VWS 56 0 56 0 56 0 0 0 0 706
Ministerie van EZ en LVVN 4.075 0 4.075 ‒ 3.946 129 0 0 0 0 4.075
Bijdrage aan agentschappen 4.973 0 4.973 0 4.973 0 0 0 0 4.973
Agentschap RIVM 4.875 0 4.875 0 4.875 0 0 0 0 4.875
Agentschap CJIB 98 0 98 0 98 0 0 0 0 98
Bijdrage aan medeoverheden 1.300 0 1.300 ‒ 208 1.092 0 0 0 0 8.050
DU Work in NL 1.300 0 1.300 ‒ 208 1.092 0 0 0 0 8.050
Ontvangsten 17.680 0 17.680 ‒ 3.100 14.580 ‒ 3.100 ‒ 3.100 ‒ 3.100 ‒ 3.100 14.580

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1
2026
juridisch verplicht 92,0%
bestuurlijk gebonden 8,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt ‒ € 5,3 miljoen bij de uitgaven en € 17,2 miljoen bij de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is ‒ € 3,1 miljoen. De uitgaven op artikel 1 Arbeidsmarkt zijn voor 92% juridisch verplicht en voor 8% bestuurlijk gebonden voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Verplichtingen artikel 1

  • De expeditieregeling wordt gewijzigd in 2026. Hierdoor ontstaat vertraging in de uitvoering en kunnen subsidies naar verwachting voor het eerst in 2027 worden beschikt en uitbetaald. Daarom vindt er een verplichtingenschuif van 2026 naar 2027 plaats van € 19,0 miljoen.

  • De budgetten van 2026 en 2027 voor collectieve aanvragen voor de SLIM-Scholingssubsidie worden samengevoegd en in 2026 beschikbaar gesteld. Daarom wordt een deel van de verplichtingenruimte (€ 16,8 miljoen) verplaatst van 2027 naar 2026.

  • Bij de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) vindt een verplichtingenschuif plaats om aan te sluiten bij de verwachte kasuitgaven van de MDIEU. Het verplichtingen- en kasritme zijn niet hetzelfde, omdat verplichtingen aangegaan worden als een subsidie wordt afgegeven, terwijl kasuitgaven zich over aantal jaar uitspreiden. Cumulatief sluit het verplichtingenbudget aan op het kasbudget.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft de uitgaven aan de regeling Loonkostenvoordelen (LKV’s). Het LKV wordt in het jaar t+1 uitbetaald. Op basis van de voorlopige realisaties over 2025 is de raming vanaf 2026 naar beneden bijgesteld. Met name de LKV voor de doelgroep banenafspraak (- € 14,4 miljoen) en de LKV ouderen (- € 5,2 miljoen) vallen lager uit dan verwacht.

Subsidies

Stimuleringsregeling LLO in MKB (SLIM)

Van het programmabudget van SLIM is 67% juridisch verplicht. De Slim-Scholingssubsidie heeft voor 2026 een budget van € 35 miljoen voor collectieve aanvragen. Dit budget wordt naar rato van het aantal werkenden verdeeld over de sectoren Onderwijs, Kinderopvang, Techniek, Groen en Zorg en Welzijn. Het deel voor Zorg en Welzijn is € 12 miljoen. De Slim-Scholingssubsidie kent dezelfde beleidsdoelen en doelgroep als een soortgelijke regeling van VWS: Strategisch Opleiden voor Zorg en Welzijn. De subsidies zijn gericht op werkgevers en hebben beiden tot doel om instroom en doorstroom te bevorderen. Om onnodige concurrentie tussen deze subsidies en versnippering tegen te gaan wordt het deel van het budget dat bestemd is voor de sector Zorg en Welzijn overgemaakt naar VWS om bij het budget voor de genoemde subsidieregeling te voegen.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

In 2026 loopt het vaststellingsproces voor de verschillende NOW-tranches door. SZW rekent met UWV kosten voor de NOW af als bedrijven achteraf meer of minder recht blijken te hebben op de subsidie. De afrekening in 2026 met UWV bedraagt naar verwachting € 29,5 miljoen. Dit volgt onder andere uit kosten voor het afhandelen van bezwaar en beroep en openstaande vorderingen die oninbaar zijn geworden.

Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU)

De resterende MDIEU-middelen worden ingezet voor de uitwerking van de Duurzame inzetbaarheidsagenda, die het kabinet en sociale partners zijn overeengekomen als onderdeel van het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ van oktober 2024. Met een kasschuif wordt een deel van het kasbudget van MDIEU voor 2027 en 2028 naar 2026 en 2029 tot en met 2031 geschoven. Deze middelen worden ingezet voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda.

Subsidieregeling Duurzame Inzetbaarheid

In oktober 2024 is het kabinet met de sociale partners tot een «Gezond naar het pensioen» akkoord gekomen. Een van de afspraken uit dit akkoord is het uitwerken van een gerichte en doeltreffende duurzame inzetbaarheidsagenda: de DI-agenda. De agenda heeft als doel om de langdurige blootstelling aan zwaar werk te verminderen via verbetering van arbeidsomstandigheden zodat zwaar werk minder zwaar wordt en stimulering van een tijdige overgang van zwaar naar lichter werk met bijzondere ondersteuning voor het mkb. Een van de beleidsinstrumenten is de nieuwe subsidieregeling 'Duurzame Inzetbaarheid'.

Opdrachten

Van het opdrachtenbudget op artikel 1 is naar schatting 35% juridisch verplicht en 62% bestuurlijk gebonden. Deze inschatting is gemaakt op basis van de openstaande verplichtingen en bestedingsplannen in 2026. Dit budget wordt divers ingezet voor het stimuleren van gezond en veilig werken, evenwichtige arbeidsverhoudingen en handhaving.

Bekostiging

De jaarlijkse bijdrage aan de SER Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De bijdragen aan andere begrotingen zijn voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse bijdrage aan de Gezondheidsraad en aan ‘Registration, Evaluation, Authorisation and restriction of Chemicals and Classification, Labelling and Packaging’ (REACH CLP) van VWS. Verder betreft dit een bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) van LVVN en aan EZ ten behoeve van TNO/MAPA.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn voor 100% juridisch verplicht. Dit is de jaarlijkse kennisvraag aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de bijdrage aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

Bijdrage aan medeoverheden

De bijdrages aan medeoverheden betreffen reserveringen voor de verlenging van decentrale uitkeringen ten behoeve van het programma Work in NL. Dit budget is 100% bestuurlijk gebonden.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 1 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 601.110 0 601.110 ‒ 4.759 596.351 ‒ 63.635 ‒ 174.244 ‒ 242.368 ‒ 256.640 2
Uitgaven 601.110 0 601.110 ‒ 4.759 596.351 ‒ 63.635 ‒ 174.244 ‒ 242.368 ‒ 256.640 2
1.0 Arbeidsmarkt 601.110 0 601.110 ‒ 4.759 596.351 ‒ 63.635 ‒ 174.244 ‒ 242.368 ‒ 256.640 2
Inkomensoverdrachten 601.110 0 601.110 ‒ 4.759 596.351 ‒ 63.635 ‒ 174.244 ‒ 242.368 ‒ 256.640 2
Compensatieregeling transitievergoeding na langdurige AO 564.735 0 564.735 ‒ 3.775 560.960 ‒ 57.997 ‒ 147.875 ‒ 198.298 ‒ 203.705 0
Compensatieregeling transitievergoeding bij pensionering of overlijden 10.700 0 10.700 ‒ 263 10.437 ‒ 263 ‒ 7.220 ‒ 10.698 ‒ 10.698 2
Transitievergoeding na 2 jaar ziekte nominaal 25.198 0 25.198 ‒ 700 24.498 ‒ 5.317 ‒ 18.253 ‒ 31.664 ‒ 40.129 0
Compensatieregeling Transitievergoeding MKB nominaal 477 0 477 ‒ 21 456 ‒ 58 ‒ 896 ‒ 1.708 ‒ 2.108 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 4,8 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

Compensatieregeling transitievergoeding na 2 jaar ziekte (CRTV LAO)

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV is de raming van de CRTV LAO neerwaarts bijgesteld. De neerwaartse bijstelling is circa € 3,8 miljoen in 2026 en loopt op tot circa € 203,7 miljoen in 2030. In 2026 en 2027 is dit het per saldo effect van een neerwaartse bijstelling van de gemiddelde hoogte van de CRTV LAO een opwaartse bijstelling van het verwachtte aantal toekenningen. Vanaf 2028 heeft de neerwaartse bijstelling te maken met het afschaffen van de Compensatieregeling per 1 januari 2028.

Compensatieregeling transitievergoeding bij pensionering of overlijden van de werkgever (CRTV BE)

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV is de raming van de CRTV BE neerwaarts bijgesteld. De neerwaartse bijstelling is circa € 0,3 miljoen in 2026 en loopt op tot circa € 10,7 miljoen in 2030. In 2026 en 2027 is dit het per saldo effect van een neerwaartse bijstelling van de gemiddelde hoogte van de CRTV BE en een opwaartse bijstelling van het verwachtte aantal toekenningen. Vanaf 2028 wordt de regeling neerwaarts bijgesteld, omdat rekening gehouden wordt met het afschaffen van de Compensatieregeling per 1 januari 2028.

3.2 Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 2 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 9.248.579 3.000 9.251.579 ‒ 60.290 9.191.289 4.809 ‒ 3.344 25.733 23.917 10.093.481
Uitgaven 9.256.442 3.000 9.259.442 ‒ 60.290 9.199.152 4.809 ‒ 3.344 25.733 23.917 10.102.131
2.0 Bijstand, Participatiewet en toeslagenwet 9.256.442 3.000 9.259.442 ‒ 60.290 9.199.152 4.809 ‒ 3.344 25.733 23.917 10.102.131
Inkomensoverdrachten 8.999.432 0 8.999.432 3.076 9.002.508 6.298 7.250 16.533 21.868 9.997.524
Macrobudget participatiewetuitkering en intertemporele tegemoetkoming 7.945.994 0 7.945.994 ‒ 20.166 7.925.828 ‒ 28.109 2.021 10.003 9.111 8.778.231
Tozo en Bijstand zelfstandigen bedrijfskrediet (Bbz 2004) 6.306 0 6.306 529 6.835 139 139 139 139 6.656
Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) 532.172 0 532.172 5.343 537.515 8.836 12.385 16.924 22.023 645.184
Toeslagenwet (TW) 502.417 0 502.417 17.071 519.488 24.936 ‒ 8.001 ‒ 11.383 ‒ 10.376 553.599
Bijstand overig 795 0 795 ‒ 9 786 ‒ 17 ‒ 8 7 11 614
Onderstand (Caribisch Nederland) 11.748 0 11.748 308 12.056 513 714 843 960 13.240
Subsidies (regelingen) 143.838 3.000 146.838 ‒ 21.659 125.179 5.073 2.337 429 556 43.627
Stichting Beheer Collectieve Middelen (SBCM) 2.800 0 2.800 0 2.800 0 0 0 0 2.800
NIBUD 693 0 693 116 809 0 0 0 0 693
Overige subsidies algemeen 32.803 3.000 35.803 2.761 38.564 1.101 1.101 ‒ 939 ‒ 939 12.507
Alle kinderen doen mee 15.332 0 15.332 0 15.332 0 0 0 0 16.362
Energiefonds 60.000 0 60.000 ‒ 20.000 40.000 0 0 0 0 0
Geldzorgen Armoede en Schulden (Gas) 10.000 0 10.000 ‒ 510 9.490 ‒ 446 ‒ 289 ‒ 157 ‒ 30 0
Subsidies Arbeidsmarktinfrastructuur 22.210 0 22.210 ‒ 4.026 18.184 4.418 1.525 1.525 1.525 11.265
Opdrachten 36.129 0 36.129 11.422 47.551 17.159 4.796 3.389 2.003 42.962
Opdrachten algemeen 29.016 0 29.016 12.120 41.136 16.660 3.697 2.135 2.087 42.295
Opdrachten Arbeidsmarktinfrastructuur 7.113 0 7.113 ‒ 698 6.415 499 1.099 1.254 ‒ 84 667
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 2.200 0 2.200 350 2.550 0 0 0 0 2.200
Financiën 2.200 0 2.200 350 2.550 0 0 0 0 2.200
Bijdrage aan sociale fondsen 10.000 0 10.000 0 10.000 0 0 0 0 10.000
Pensioenfonds Wsw 10.000 0 10.000 0 10.000 0 0 0 0 10.000
Bijdrage aan agentschappen 510 0 510 ‒ 210 300 ‒ 510 ‒ 510 ‒ 510 ‒ 510 0
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 510 0 510 ‒ 510 0 ‒ 510 ‒ 510 ‒ 510 ‒ 510 0
DUO 0 0 0 300 300 0 0 0 0 0
Bijdrage aan medeoverheden 64.324 0 64.324 ‒ 53.493 10.831 ‒ 23.211 ‒ 17.217 5.892 0 5.809
Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek 28.918 0 28.918 ‒ 28.918 0 ‒ 4.452 5.846 5.892 0 0
Bijzondere uitkeringen 9.272 0 9.272 0 9.272 5.000 0 0 0 4.250
Sociaal ontwikkelbedrijven 24.575 0 24.575 ‒ 24.575 0 ‒ 23.759 ‒ 23.063 0 0 0
SPUK Grensinformatiepunten 1.559 0 1.559 0 1.559 0 0 0 0 1.559
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 9 0 9 0 9 0 0 0 0 9
Contributie Administratief Centrum voor de sociale zekerheid van de Rijnvarenden (CASS) 9 0 9 0 9 0 0 0 0 9
Ontvangsten 55.357 0 55.357 8.400 63.757 7.251 ‒ 31 176 217 9.209
Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
2026
juridisch verplicht 98,9%
bestuurlijk gebonden 0,7%
beleidsmatig gereserveerd 0,4%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 60,3 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 8,4 miljoen. De uitgaven op artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet zijn voor 98,9% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn voor 100% juridisch verplicht. In algemene zin geldt dat inkomensoverdrachten die gebaseerd zijn op wet- en regelgeving voor 100% juridisch verplicht zijn. De inkomensoverdrachten worden gefinancierd door rijksbijdragen aan uitvoerende instellingen, zoals gemeenten (Macrobudget participatiewetuitkeringen, dat vóór oktober 2025 wordt toegekend/verplicht en betrekking heeft op 2026), UWV (Toeslagenwet € 519,5 miljoen) en de SVB (AIO € 538,1 miljoen).

Macrobudget participatiewetuitkering en intertemporele tegemoetkoming

  • Het budget voor het macrobudget Participatiewetuitkering is naar beneden bijgesteld met € 20,2 miljoen in 2026. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de verwerking van de conjunctuur en de voorlopige realisaties van 2025 in de raming van de bijstandsuitgaven. Doordat het CPB een hogere werkloze beroepsbevolking verwacht in de komende jaren, worden de bijstandsuitgaven opwaarts bijgesteld met € 23,3 miljoen in 2026, € 86,4 miljoen in 2027, € 112,1 miljoen in 2028, € 56,4 miljoen in 2029. Voor 2030 verwacht het CPB een lagere werkloze beroepsbevolking waardoor de bijstandsuitgaven in 2030 met € 26,1 miljoen naar beneden worden bijgesteld. De verwerking van de voorlopige realisaties van 2025 zorgt voor een neerwaartse bijstelling van € 59,4 miljoen in 2026, € 59,7 miljoen in 2027, € 60,2 miljoen in 2028, € 60,6 miljoen in 2029 en € 61,0 miljoen in 2030.

  • De raming voor de Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (IOAW-raming) is aangepast als gevolg van de bijstelling van het doorstroompercentage (doorstroom uit de WW) en de nieuwe WW-uitstroomcijfers. De verwachte uitstroom vanuit de WW daalt in 2025 waardoor ook de doorstroom van de WW naar de IOAW daalt. In 2026 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de IOAW-raming van € 2,2 miljoen. Dit loopt op tot een neerwaartse bijstelling van € 5,2 miljoen in 2030.

  • In 2026 wordt de banenafspraak (wederom) niet gehaald waardoor er een besparingsverlies op de bijstand ontstaat. In totaal bedraagt dit geraamde besparingsverlies € 68,9 miljoen in 2026, waarvan € 33,6 miljoen wordt veroorzaakt door de markt en € 35,3 miljoen door het Rijk.

  • De Participatiewet in balans maatregelen bufferbudget en niet-rechthebbende partner kunnen niet halverwege het jaar ingevoerd worden en zijn daarom uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027. Dit is in de raming verwerkt en zorgt ervoor dat het macrobudget in 2026 met € 14,0 miljoen naar beneden wordt bijgesteld.

  • De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Op 1 januari 2030 wordt ook de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 uit 52 gewerkte weken en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Deze maatregelen op de WW-uitkering leiden naar verwachting tot hogere uitgaven aan de bijstand. De hogere uitgaven aan bijstand bedragen naar verwachting ongeveer € 81,0 miljoen in 2029, € 171,0 miljoen in 2030 en € 228,0 miljoen in 2031.

  • Het kabinet heeft besloten om de reservering van middelen voor vereenvoudiging van de Toeslagenwet structureel vrij te laten vallen. Deze middelen zijn ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Daarbij is voor 2029 t/m 2031 ook een schuif van circa € 17,2 miljoen per jaar van de Toeslagenwet naar de bijstand ingeboekt.

  • Verder zijn ook de middelen voor de bijstand in het kader van het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Het gaat om € 3,3 miljoen in 2026 oplopend tot € 28,4 miljoen in 2031.

Tabel 13 Uitsplitsing macrobudget participatiewetuitkeringen (x € 1.000)
Mutatie 2026 Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Macrobudget Participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming ‒ 20.166 ‒ 28.109 2.021 10.003 9.111 8.778.231
Algemene bijstand 16.030 18.038 50.825 62.073 64.631 7.874.170
Loonkostensubsidie ‒ 37.144 ‒ 39.197 ‒ 41.065 ‒ 42.889 ‒ 44.713 836.372
IOAW ‒ 2.647 ‒ 6.245 ‒ 7.142 ‒ 8.642 ‒ 10.327 26.934
IOAZ ‒ 3.206 ‒ 3.157 ‒ 3.073 ‒ 3.015 ‒ 2.957 2.403
Bbz levensonderhoud 2.426 2.453 2.476 2.476 2.476 38.351
Overig 4.375

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

Op basis van uitvoeringsinformatie van SVB worden de uitgaven aan de AIO vanaf 2026 opwaarts bijgesteld met circa € 5,3 miljoen in 2026 oplopend tot € 22,0 miljoen in 2030. De voornaamste reden hiervoor is dat de volumeprognose naar boven wordt bijgesteld.

Toeslagenwet (TW)

  • Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV en de meest recente economische raming van het CPB is de raming van de TW-uitgaven bijgesteld. Dit resulteert in een opwaartse bijstelling van circa € 6,5 miljoen van de TW-uitgaven in 2026 ten opzichte van de stand van de begroting 2026. De opwaartse bijstelling is het per saldo effect van een hoger aantal TW-aanvullingen en een lagere gemiddelde hoogte van de TW-aanvullingen dan eerder verwacht.

  • De maatregel afschaffen IVA in het coalitieakkoord leidt naar verwachting tot hogere TW-uitgaven. De TW-raming is daarom opwaarts bijgesteld met circa € 7,0 miljoen in 2030 en circa € 21,0 miljoen in 2031. De maatregel WW-duurverkorting naar 12 maanden zorgt naar verwachting voor lagere TW-uitgaven. De TW-raming is daarom neerwaarts bijgesteld met circa € 3,0 miljoen in 2029, circa € 12,0 miljoen in 2030 en circa € 16,0 miljoen in 2031.

  • Het kabinet heeft besloten om de reservering van middelen voor vereenvoudiging van de Toeslagenwet structureel vrij te laten vallen. Deze middelen zijn ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Het gaat om een reservering van circa € 4,4 miljoen per jaar binnen de begrotingshorizon. Daarbij is ook een schuif van circa € 17,2 miljoen per jaar van de Toeslagenwet naar de bijstand ingeboekt. Verder is besloten om bij de vergoedingsregeling van de WIA-herstelacties keteneffecten te voorkomen. Dit leidt tot hogere TW-uitgaven van circa € 10,6 miljoen in 2026 en € 11,9 miljoen in 2027.

Subsidies

De subsidies zijn voor 52,8% juridisch verplicht en voor 47,2% bestuurlijk gebonden.

Er wordt € 19,7 miljoen overgeboekt naar het Gemeentefonds voor aanvullende ondersteuning van de lokale energiehulp. Het beoogde doel van deze decentrale uitkering is dat gemeenten de mogelijkheid hebben om de lokale hulp voor huishoudens met een hoge energierekening te intensiveren. Met de middelen uit de bestaande Specifieke Uitkering Energiearmoede hebben veel gemeenten bovendien een lokale aanpak op energiearmoede opgezet.

Opdrachten

De opdrachten zijn voor 31,4% juridisch verplicht. Het gaat om circa € 14,9 miljoen. Daarnaast is er 1,1% bestuurlijk gebonden. Verder zijn er budgetten voor volgende jaren als beleidsmatig gereserveerd aangemerkt, zoals bijvoorbeeld voor het wetsvoorstel Stroomlijning Keten voor Derdenbeslag.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De bijdrage aan het Ministerie van Financiën is 100% juridisch verplicht en vormt een compensatie voor de auditwerkzaamheden in het kader van de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Bijdrage aan sociale fondsen

De bijdrage aan sociale fondsen is 100% juridisch verplicht en vormt compensatie van gestegen werkgeverslasten, onder de voorwaarde dat de werkgevers (de gemeenten) en werknemers die verantwoordelijk zijn voor de pensioenen van de Wsw een akkoord bereiken over een structurele oplossing voor het pensioenfonds PWRI. De financiële compensatie wordt jaarlijks gegeven tot uiterlijk 2057.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan DUO is 100% juridisch verplicht. Door de herstelactie controle uitwonendenbeurs van OCW zijn er met terugwerkende kracht extra studenten die recht hebben op de eenmalige tegemoetkoming voor de energiekosten. Deze extra tegemoetkomingen zouden in 2025 worden uitbetaald, maar dit is uitgesteld naar 2026.

Bijdrage aan medeoverheden

De bijdragen voor de tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek en de specifieke uitkering grensinformatiepunten zijn voor 100% juridisch verplicht. Verder zijn de bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor 100% bestuurlijk gebonden.

  • Er is een overboeking naar het Gemeentefonds voor de Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek van € 27,5 miljoen in 2026.

  • Onder de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek zijn gemeenten in staat een tegemoetkoming te verstrekken aan alleenverdienerhuishoudens in hun gemeente. Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit het budget voor 2026 voor de tegemoetkoming en de uitvoering daarvan.

  • In de SZW-begroting 2026 was aangekondigd dat medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven (SO-bedrijven) in 2026 t/m 2028 compensatie krijgen voor de financieel nadelige effecten van het Belastingplan 2025. Echter is binnen het Belastingplan 2026 een oplossing voor het financiële nadeel gekomen. Daarom is compensatie niet meer nodig.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De bijdrage aan het Administratief Centrum voor de sociale zekerheid van Rijnvarenden (CASS) is 100% juridisch verplicht.

3.3 Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 3 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 13.056 0 13.056 253.431 266.487 255.337 1.055 344 355 1.238
Uitgaven 13.056 0 13.056 253.431 266.487 255.337 1.055 344 355 1.238
3.0 Arbeidsongeschiktheid 13.056 0 13.056 253.431 266.487 255.337 1.055 344 355 1.238
Inkomensoverdrachten 1.442 0 1.442 302 1.744 331 346 344 355 1.238
Ongevallenverzekering (Caribisch Nederland) 1.442 0 1.442 302 1.744 331 346 344 355 1.238
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 11.614 0 11.614 253.129 264.743 255.006 709 0 0 0
Uitvoering individuele plaatsing & steun 11.614 0 11.614 ‒ 1.401 10.213 477 709 0 0 0
Vergoedingsregeling WIA (herstel)acties 0 0 0 254.530 254.530 254.529 0 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 15 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 3
2026
juridisch verplicht 100,0%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 253,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 3 Arbeidsongeschiktheid zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten van de Ongevallenverzekering Caribisch Nederland.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdrage aan ZBO's/RWT's is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft de uitvoering van de individuele plaatsing en steun voor de gemeentelijke doelgroep.

Uitvoering individuele plaatsing & steun (IPS)

De verdeling van de middelen voor 2026, 2027 en 2028 is gewijzigd naar aanleiding van de conclusie uit de uitvoeringstoets van UWV. Door deze aanpassing kunnen naar verwachting alle aanvragen voor IPS-trajecten worden gehonoreerd.

Vergoedingsregeling WIA (herstel)acties

De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 3 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 19.349.266 0 19.349.266 -51.720 19.297.546 448.310 530.509 207.843 112.152 23.933.769
Uitgaven 19.349.266 0 19.349.266 -51.720 19.297.546 448.310 530.509 207.843 112.152 23.933.769
3.0 Arbeidsongeschiktheid 19.349.266 0 19.349.266 -51.720 19.297.546 448.310 530.509 207.843 112.152 23.933.769
Inkomensoverdrachten 19.198.813 0 19.198.813 -56.548 19.142.265 449.204 640.334 320.708 228.182 23.889.986
WAO 2.759.900 0 2.759.900 ‒ 28.397 2.731.503 9.515 ‒ 21.978 ‒ 26.321 ‒ 24.372 1.495.802
IVA 6.331.684 0 6.331.684 ‒ 198.528 6.133.156 ‒ 229.740 ‒ 245.511 ‒ 434.721 ‒ 516.721 6.932.744
WGA 5.880.991 0 5.880.991 186.084 6.067.075 552.800 752.441 572.412 563.431 7.016.574
WAZ 60.214 0 60.214 ‒ 1.586 58.628 ‒ 426 ‒ 619 ‒ 528 ‒ 425 25.328
WGA eigenrisicodragers 591.696 0 591.696 76.880 668.576 76.979 77.079 77.079 77.079 700.793
WAO nominaal 122.454 0 122.454 ‒ 3.779 118.675 ‒ 7.426 ‒ 10.287 ‒ 14.129 ‒ 17.467 337.139
IVA nominaal 289.581 0 289.581 ‒ 14.298 275.283 ‒ 39.593 ‒ 53.324 ‒ 104.825 ‒ 152.848 1.601.369
WGA nominaal 272.888 0 272.888 3.865 276.753 29.478 73.211 85.791 132.335 1.763.287
WAZ nominaal 2.666 0 2.666 ‒ 123 2.543 ‒ 204 ‒ 227 ‒ 274 ‒ 304 5.709
WGA eigenrisicodragers nominaal 27.655 0 27.655 3.047 30.702 4.778 7.510 9.356 10.953 164.266
Sociale lasten 2.859.084 0 2.859.084 ‒ 79.713 2.779.371 53.043 62.039 156.868 156.521 3.846.975
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 150.453 0 150.453 4.828 155.281 ‒ 894 ‒ 109.825 ‒ 112.865 ‒ 116.030 43.783
Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW/WW 145.878 0 145.878 5.000 150.878 0 ‒ 100.000 ‒ 100.000 ‒ 100.000 36.669
Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW/WW nominaal 4.575 0 4.575 ‒ 172 4.403 ‒ 894 ‒ 9.825 ‒ 12.865 ‒ 16.030 7.114
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt ‒ € 51,7 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met € 285 miljoen in 2026, oplopend naar € 1.065 miljoen in 2031. Dit betreft een samengesteld effect van een meevaller op de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en een grotere tegenvaller op de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). Het grootste deel van de stijgende WIA-uitgaven wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal aanvragen, onder andere door een toename van het aantal mensen met psychische aandoeningen op basis van recente realisaties. Naast de stijgende instroom leiden langere wachttijden voor WIA-beoordelingen tot hogere uitgaven. Een deel van de bijstelling van het budget wordt voor de jaren vanaf 2029 gereserveerd op de Aanvullende Post (€ 152 miljoen in 2029, oplopend naar € 506 miljoen in 2031). In de komende maanden beraadt het kabinet zich op manieren om de instroom in de WIA te beheersen, mede in overleg met sociale partners.

Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)

Uit de realisaties van 2025 blijkt dat er minder mensen een IVA-uitkering hebben gekregen dan eerder verwacht. Deze daling is voornamelijk het gevolg van de voorschottensystematiek bij het UWV. Doordat het aantal WGA-voorschotten oploopt, neemt de directe instroom in de IVA af. De lagere IVA-uitkeringslasten gaan daarom gepaard met hogere WGA-uitkeringslasten. Meerjarige verwerking van het lager aantal IVA-uitkeringen leidt tot een meerjarige meevaller in de IVA (- € 147 miljoen in 2026).

Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en WGA-eigenrisicodragers (WGA-E)

Uit de realisaties van 2025 blijkt dat er meer mensen een WGA-uitkering hebben gekregen dan eerder verwacht. Deze hogere instroom wordt voornamelijk verklaard door psychische aandoeningen en gedeeltelijk door een uitvoeringsmismatch bij het UWV. Meerjarige verwerking hiervan leidt tot een meerjarige tegenvaller in de WGA (€ 252 miljoen in 2026) en WGA-ERD (€ 77 miljoen in 2026).

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

Uit de realisaties van 2025 blijkt dat er minder mensen een WAO-uitkering hebben gekregen dan eerder verwacht. Meerjarige verwerking hiervan leidt tot een meerjarige meevaller in de WAO (- € 28 miljoen in 2026).

Loonloze tijdvakken

Als gevolg van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 30 juli 2024 verhoogt UWV het dagloon en daarmee de uitkering van alle WIA-uitkeringsgerechtigden met een loonloos tijdvak, ongeacht de reden hiervan. Dit geldt voor zowel lopende als nieuwe gevallen en leidt tot extra WIA-uitkeringslasten, minder TW-aanvulling en incidentele uitvoeringskosten. Bij Voorjaarsnota 2023, 2024 en 2025 is geld gereserveerd voor een deel van deze doelgroep, te weten uitkeringsgerechtigden die gedurende hun dienstverband maandelijks uitbetaald kregen. De raming voor deze groep is herijkt. Daarnaast is aanvullend geld gereserveerd voor mensen die gedurende hun dienstverband 4-wekelijks uitbetaald kregen. De totale uitgaven nemen per saldo in 2026 naar verwachting toe met ongeveer € 155 miljoen en structureel met € 100 miljoen vanaf 2072.

Vergoedingsregeling WIA-(herstel)acties

De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

Het afschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Dit resulteert in hogere uitkeringslasten in 2027 voor de IVA, WGA, WAO, WAZ en Wajong. In totaal gaat het om € 292 miljoen incidenteel.

CA 54 IVA afschaffen, taakherschikking en voorwaarden herbeoordelingen

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Ook maakt het kabinet werk van taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV en worden er scherpere voorwaarden gesteld bij het aanvragen van herbeoordelingen.

CA 56 verlagen max dagloon

Met deze maatregel wordt per 2029 het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid. Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo zal hier tegenover een lastenverzwaring komen te staan. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen gericht op hervorming van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, binnen de financiële kaders.

CA 58 Ombuiging re-integratiemiddelen

Dit betreft een voorlopige reservering van de ombuiging op de re-integratiemiddelen vanaf 2028 van het Coalitieakkoord op dit begrotingsartikel. Het kabinet werkt de komende maanden aan de invulling van deze bezuiniging. Tegenover deze ombuiging staat een verhoging van het budget voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Deze verhoging staat gereserveerd op de Aanvullende Post.

Aangepast arbeidsongeschiktheidscriterium bij LKS

Bij de invoering van de Participatiewet is afgesproken dat er een alternatief arbeidsongeschiktheidscriterium zou komen voor mensen die met loonkostensubsidie (LKS) werken, zodat zij niet per definitie als volledig arbeidsongeschikt worden beoordeeld. Ondertussen blijkt dat het invoeren hiervan in strijd is met internationaal recht. De toegang tot de WIA zou voor deze groep namelijk strenger worden dan voor andere werknemers, wat in strijd is met het VN-verdrag handicap. Daarnaast is het niet mogelijk om een passend en uitvoerbaar alternatief criterium te ontwikkelen. Daarom wordt van invoering afgezien. Dit leidt tot een besparingsverlies op de IVA, WGA en TW. Daartegenover nemen de verwachte bijstandsuitgaven af. Per saldo nemen de uitgaven toe met circa € 1 miljoen in 2027 en € 42 miljoen structureel. Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer de onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).

Maatregelen ontlasten UWV

In de voorjaarsbesluitvorming 2026 is geld vrijgemaakt voor het ontlasten van het UWV. Bij de beoordeling van het WAO fictief tweede recht hoeft niet langer meer een sociaal-medische beoordeling te worden uitgevoerd door een verzekeringsarts. In plaats daarvan wordt aangenomen dat er altijd sprake is van een fictief tweede recht. Dit bespaart artsencapaciteit maar leidt tot hogere WAO-uitkeringen. Hiervoor is circa € 2 miljoen gereserveerd in 2027, aflopend naar 0 omdat de WAO een aflopende regeling is. Daarnaast wordt de WGA referte-eis gedigitaliseerd. Hierdoor wordt het proces om vast te stellen of voldaan is aan de referte-eis versneld en minder foutgevoelig. Hierdoor ontvangen meer mensen een loongerelateerde uitkering wat leidt tot hogere uitkeringslasten. Hiervoor is € 0,3 miljoen gereserveerd in 2026 en structureel € 1,2 miljoen vanaf 2028. Beide maatregelen dragen bij aan vereenvoudiging en het ontlasten van UWV.

Nominaal

Dit betreft de nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitgaven (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB (CEP).

3.4 Artikel 4 Jonggehandicapten

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 4 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 4.851.392 0 4.851.392 3.011 4.854.403 83.793 ‒ 81.869 ‒ 83.883 ‒ 82.951 4.910.486
Uitgaven 4.851.392 0 4.851.392 3.011 4.854.403 83.793 ‒ 81.869 ‒ 83.883 ‒ 82.951 4.910.486
4.0 Jonggehandicapten 4.851.392 0 4.851.392 3.011 4.854.403 83.793 ‒ 81.869 ‒ 83.883 ‒ 82.951 4.910.486
Inkomensoverdrachten 4.762.872 0 4.762.872 8.011 4.770.883 83.793 ‒ 81.869 ‒ 83.883 ‒ 82.951 4.839.154
Wajong 4.762.872 0 4.762.872 8.011 4.770.883 83.793 ‒ 81.869 ‒ 83.883 ‒ 82.951 4.839.154
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 88.520 0 88.520 ‒ 5.000 83.520 0 0 0 0 71.332
Re-integratie Wajong 88.520 0 88.520 ‒ 5.000 83.520 0 0 0 0 71.332
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
2026
juridisch verplicht 100,0%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 3,0 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 4 Jonggehandicapten zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en zijn derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Wajong.

  • De bijstelling op basis van de realisaties van 2025 resulteert in 2026 in een lichte stijging van de uitkeringslasten en vanaf 2027 in een daling, tot € 92,9 miljoen in 2031. De neerwaartse bijstelling komt met name door een lagere verwachte instroom naar aanleiding van de 10-jaarregel en een grote uitstroom in de oude wajongregelingen naar aanleiding van de 5-jaarregel. De 10-jaarregel houdt in dat voor Wajongers waarbij tijdelijk geen arbeidsvermogen is vastgesteld en die in tien jaar tijd geen ontwikkelingen hebben laten zien, het ontbreken van arbeidsvermogen als duurzaam wordt aangenomen. Daarnaast ging per januari 2021 op het moment van de ingang van de Wet Vereenvoudiging Wajong de 5-jaarstermijn voor alle werkende Wajong-gerechtigden opnieuw in. Dat betekent dat de uitkering stopt als een Wajong-gerechtigde vijf jaar onafgebroken aan het werk is geweest, tenminste 75% van het maatmanloon verdient en zonder voorziening of ondersteuning (of alleen met een meeneembare voorziening) van UWV werkt. Als de Wajong-gerechtigde aan alle voorwaarden voldoet, stopt de Wajong-uitkering niet eerder dan 1 januari 2027.

  • Het afschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Dit resulteert in hogere uitkeringslasten in 2027 voor de IVA, WGA, WAO, WAZ en Wajong. In totaal gaat het om € 292 miljoen incidenteel. Het budgettaire effect voor de Wajong is incidenteel € 80,5 miljoen.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn 100% juridisch verplicht. Het betreft een re-integratiebudget voor Wajong-gerechtigden.

3.5 Artikel 5 Werkloosheid

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 5 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 98.782 0 98.782 ‒ 3.689 95.093 741 742 5.097 14.452 54.525
Uitgaven 98.782 0 98.782 ‒ 3.689 95.093 741 742 5.097 14.452 54.525
5.0 Werkloosheid 98.782 0 98.782 ‒ 3.689 95.093 741 742 5.097 14.452 54.525
Inkomensoverdrachten 95.458 0 95.458 ‒ 3.753 91.705 ‒ 437 ‒ 443 3.904 13.254 49.896
Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) 95.453 0 95.453 ‒ 3.753 91.700 ‒ 437 ‒ 443 3.904 13.254 49.891
Cessantiawet (Caribisch Nederland) 5 0 5 0 5 0 0 0 0 5
Subsidies (regelingen) 2.800 0 2.800 0 2.800 1.178 1.185 1.193 1.198 4.105
Werkgeverssubsidie praktijkleren 2.800 0 2.800 0 2.800 0 0 0 0 2.900
Subsidies CN 0 0 0 0 0 1.178 1.185 1.193 1.198 1.205
Bijdrage aan agentschappen 524 0 524 64 588 0 0 0 0 524
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 524 0 524 64 588 0 0 0 0 524
Ontvangsten 0 0 0 971 971 0 0 0 0 0
Tabel 20 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
2026
juridisch verplicht 100,0%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 3,7 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 1,0 miljoen. De uitgaven op artikel 5 Werkloosheid zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

  • De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten voor de IOW en de Cessantiawet (Caribisch Nederland).

  • Op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie van UWV en nieuwe economische raming van CPB zijn de IOW-uitgaven bijgesteld. De bijstelling in 2026 bedraagt - € 3,8 miljoen als per saldo effect van een lager aantal uitkeringen en hogere gemiddelde uitkering. Het is niet mogelijk om in 2030 de IOW-uitkering in te stromen, maar in de bijstelling in 2030 is voor het eerst rekening gehouden met instroom als gevolg van administratieve overloop van aanvragen uit 2029. Hierdoor worden de IOW-uitgaven naar boven bijgesteld.

Subsidies

Het budget voor de subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Deze bijdrage is 100% juridisch verplicht. Dit zijn de uitvoeringskosten voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de bovengenoemde subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 5 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 5.252.725 0 5.252.725 211.222 5.463.947 359.402 217.875 ‒ 1.018.755 ‒ 2.014.147 4.707.761
Uitgaven 5.252.725 0 5.252.725 211.222 5.463.947 359.402 217.875 ‒ 1.018.755 ‒ 2.014.147 4.707.761
5.0 Werkeloosheid 5.252.725 0 5.252.725 211.222 5.463.947 359.402 217.875 ‒ 1.018.755 ‒ 2.014.147 4.707.761
Inkomensoverdrachten 5.234.583 0 5.234.583 211.207 5.445.790 359.437 217.844 ‒ 1.018.795 ‒ 2.014.236 4.687.286
WW 4.268.731 0 4.268.731 178.020 4.446.751 275.175 157.404 ‒ 757.785 ‒ 1.414.541 3.211.312
WW nominaal 190.050 0 190.050 ‒ 1.009 189.041 7.712 8.082 ‒ 143.471 ‒ 313.730 752.239
Sociale lasten 775.802 0 775.802 34.196 809.998 76.550 52.358 ‒ 117.539 ‒ 285.965 723.735
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 18.142 0 18.142 15 18.157 ‒ 35 31 40 89 20.475
Re-integratie WW 3.000 0 3.000 0 3.000 0 0 0 0 3.000
Scholing WW 14.692 0 14.692 0 14.692 0 0 0 0 14.692
Re-integratie WW nominaal 91 0 91 ‒ 3 88 ‒ 15 ‒ 11 ‒ 11 ‒ 11 557
Scholing WW nominaal 359 0 359 18 377 ‒ 20 42 51 100 2.226
Ontvangsten 290.609 0 290.609 5.677 296.286 2.547 14.947 39.016 425 377.213

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 211,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 5,7 miljoen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

  • Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV wordt de raming van de Werkloosheidswet (WW) opwaarts bijgesteld. Dit is met name het gevolg van een bijstelling van de hoogte van de uitkeringen. De lager dan verwachte instroom over 2025 werkt meerjarig door. Per saldo hebben deze twee bijstellingen een opwaarts effect op de WW-uitkeringslasten van € 109,7 miljoen in 2026, aflopend tot € 24,3 miljoen in 2031.

  • Daarnaast stelt het CPB de raming van de werkloze beroepsbevolking in de meest recente raming (CEP 2026) voor de eerste jaren naar boven, en voor de lange termijn naar beneden bij. Voor de eerste jaren van de begrotingshorizon leidt dit tot een opwaartse bijstelling van de WW-uitgaven van € 68,9 miljoen in 2026, € 191,6 miljoen in 2027 en € 148,6 miljoen in 2028. Voor de jaren aan het einde van de begrotingshorizon worden de verwachte WW-uitgaven neerwaarts bijgesteld met € 29,1 miljoen in 2029, € 159,6 miljoen in 2030 en € 126,2 miljoen in 2031.

  • Het verlagen van het maximum dagloon met 20% per 2029 uit het Coalitieakkoord 2026 leidt er toe dat de mensen met de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. Dit leidt tot een besparing op de WW-uitgaven. De besparing op de WW-uitgaven bedraagt vanaf 2029 ongeveer € 200 miljoen per jaar.

  • De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Op 1 januari 2030 wordt ook de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 uit 52 gewerkte weken en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. De wijzigingen leiden naar verwachting tot een besparing op de WW-uitgaven van ongeveer € 560 miljoen in 2029, € 1,1 miljard in 2030 en € 1,4 miljard in 2031.

  • De mutatie op de sociale lasten betreft de doorwerking van maatregelen uit het coalitieakkoord en de nieuwe ramingen van de verwachte WW-uitgaven op de premies betaald over WW-uitkeringen.

Nominaal

Dit betreft de nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitgaven (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB (CEP).

Ontvangsten

Overheidswerkgevers zijn eigenrisicodragers voor de WW. De WW-uitgaven worden door UWV verhaald op deze werkgevers. De raming van de ontvangsten uit verhaal is voor 2026 naar boven bijgesteld op grond van uitvoeringsinformatie van UWV (€ 6,0 miljoen). Naar verwachting nemen de ontvangsten de komende jaren toe.

3.6 Artikel 6 Ziekte en verlofregelingen

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 6 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 40.765 0 40.765 ‒ 18.555 22.210 ‒ 30.073 ‒ 35.691 ‒ 36.458 ‒ 35.541 29.998
Uitgaven 40.765 0 40.765 ‒ 18.555 22.210 ‒ 30.073 ‒ 35.691 ‒ 36.458 ‒ 35.541 29.998
6.0 Ziekte en verlofregelingen 40.765 0 40.765 ‒ 18.555 22.210 ‒ 30.073 ‒ 35.691 ‒ 36.458 ‒ 35.541 29.998
Inkomensoverdrachten 40.765 0 40.765 ‒ 18.555 22.210 ‒ 30.073 ‒ 35.691 ‒ 36.458 ‒ 35.541 29.998
Tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) 7.755 0 7.755 ‒ 976 6.779 ‒ 976 ‒ 976 ‒ 976 ‒ 976 6.779
Ziekteverzekering (Caribisch Nederland) 8.105 0 8.105 3.936 12.041 4.140 6.133 6.264 6.381 13.050
Organo Psycho Syndroom (OPS)- fonds 26 0 26 ‒ 26 0 0 0 0 0 0
Tegemoetkomingsregeling stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB) 24.879 0 24.879 ‒ 21.489 3.390 ‒ 33.237 ‒ 40.848 ‒ 41.746 ‒ 40.946 10.169
Ontvangsten 0 0 0 2.763 2.763 0 0 0 0 0
Tabel 23 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 6
2026
juridisch verplicht 100,0%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 18,6 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 2,8 miljoen. De uitgaven op artikel 6 Ziekte en verlofregelingen zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers (TAS), Ziekteverzekering Caribisch Nederland, OPS-voorzieningenfonds en Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB).

  • De uitkeringslasten van de Ziekteverzekering Caribisch Nederland zijn op basis van de realisatie van de uitkeringslasten 2025 en de bijstelling van de CBS-bevolkingsprognose meerjarig naar boven bijgesteld met € 3,9 miljoen in 2026, oplopend tot € 6,5 miljoen in 2031.

  • De TSB-uitgaven zijn bijgesteld op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie van de SVB en een nieuwe planning voor de uitbreiding van de regeling met meer beroepsziektes. Uit de realisaties volgt dat het aantal toekenningen lager uit valt dan eerder verwacht. Daarnaast volgt uit de nieuwe planning dat verdere uitbreiding van de regeling minder snel mogelijk is. De bijstelling in 2026 bedraagt in totaal - € 21,5 miljoen.

Ontvangsten

In 2026 is er een terugontvangst van naar verwachting € 2,3 miljoen omdat het voorschot aan de SVB voor de TSB-uitgaven in 2025 hoger is dan de gerealiseerde uitgaven.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 6 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 6.620.327 0 6.620.327 486.403 7.106.730 545.869 574.566 481.639 464.672 9.134.831
Uitgaven 6.620.327 0 6.620.327 486.403 7.106.730 545.869 574.566 481.639 464.672 9.134.831
6.0 Ziekte en verlofregelingen 6.620.327 0 6.620.327 486.403 7.106.730 545.869 574.566 481.639 464.672 9.134.831
Inkomensoverdrachten 6.620.327 0 6.620.327 486.403 7.106.730 545.869 574.566 481.639 464.672 9.134.831
ZW 2.548.159 0 2.548.159 203.163 2.751.322 205.505 212.931 183.428 180.078 2.901.533
WAZO 1.816.566 0 1.816.566 31.427 1.847.993 25.631 15.760 ‒ 35.912 ‒ 42.535 1.982.250
WAZO aanvullend geboorteverlof partners 284.122 0 284.122 24.033 308.155 27.669 29.442 14.338 13.425 331.891
Wet Betaald ouderschapsverlof (WBO) 747.729 0 747.729 93.623 841.352 108.350 116.140 90.326 89.597 926.704
ZW nominaal 114.667 0 114.667 3.640 118.307 8.789 19.034 16.577 17.006 688.266
WAZO nominaal 81.701 0 81.701 ‒ 2.165 79.536 ‒ 3.784 ‒ 3.311 ‒ 14.850 ‒ 21.702 469.486
WAZO aanvullend geboorteverlof partners nominaal 12.785 0 12.785 466 13.251 1.362 2.809 826 504 78.727
Wet Betaald ouderschapsverlof (WBO) nominaal 33.648 0 33.648 2.530 36.178 6.518 12.153 10.615 12.072 219.821
Sociale lasten 980.950 0 980.950 129.686 1.110.636 165.829 169.608 216.291 216.227 1.536.153
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 486,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

  • De ZW-uitkeringslasten zijn meerjarig opwaarts bijgesteld. De bijstelling betreft circa € 203 miljoen in 2026. Dit komt voornamelijk door de bijstelling van het ZW-volume, waarbij mensen met een aflopend dienstverband en zwangere mensen naar verwachting vaker een ZW-uitkering ontvangen. Vanaf 2029 is de opwaartse bijstelling lager vanwege de maatregel verlagen maximum dagloon uit het coalitieakkoord.

  • De WAZO-uitkeringslasten zijn opwaarts bijgesteld. De gemiddelde uitkering voor de WAZO-werknemers is meerjarig opwaarts bijgesteld. Tegelijkertijd is het ZEZ-volume meerjarig neerwaarts bijgesteld. Per saldo is er sprake van een opwaartse bijstelling van circa € 31,2 miljoen in 2026. Vanaf 2029 zijn de WAZO-uitkeringslasten neerwaarts bijgesteld vanwege de maatregel verlagen max dagloon uit het coalitieakkoord.

  • De uitkeringslasten voor WAZO aanvullend geboorteverlof partners zijn opwaarts bijgesteld. Dit is voornamelijk het gevolg van de bijstelling van het WIEG-volume en in mindere mate door de bijstelling van de gemiddelde WIEG-uitkeringshoogte. De bijstelling bedraagt circa € 24,0 miljoen in 2026. Vanaf 2029 is de opwaartse bijstelling lager vanwege de maatregel verlagen max dagloon uit het coalitieakkoord.

  • De raming voor de Wet Betaald ouderschapsverlof (WBO) is opwaarts bijgesteld, met circa € 93,6 miljoen in 2026. Vanaf 2029 is de opwaartse bijstelling lager vanwege de maatregel verlagen max dagloon uit het coalitieakkoord.

  • Er is een bijstelling € 130,3 miljoen in 2026 voor de doorwerking van het coalitieakkoord en de ramingen op de premies betaald over WAZO-uitkeringen.

Nominaal

Dit betreft de nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitgaven (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB (CEP).

3.7 Artikel 7 Kinderopvang

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 7 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 6.213.745 0 6.213.745 ‒ 260.235 5.953.510 ‒ 284.252 ‒ 132.065 ‒ 93.506 ‒ 109.923 8.456.822
Uitgaven 6.213.745 0 6.213.745 ‒ 260.235 5.953.510 ‒ 284.252 ‒ 132.065 ‒ 93.506 ‒ 109.923 8.456.822
7.0 Kinderopvang 6.213.745 0 6.213.745 ‒ 260.235 5.953.510 ‒ 284.252 ‒ 132.065 ‒ 93.506 ‒ 109.923 8.456.822
Inkomensoverdrachten 6.140.729 0 6.140.729 ‒ 248.365 5.892.364 ‒ 273.096 ‒ 131.983 ‒ 93.397 ‒ 109.832 8.403.501
Kinderopvangtoeslag 6.140.729 0 6.140.729 ‒ 248.365 5.892.364 ‒ 273.096 ‒ 131.983 ‒ 93.397 ‒ 109.832 8.403.501
Subsidies (regelingen) 16.295 0 16.295 ‒ 5.898 10.397 0 0 0 0 1.850
Kinderopvang 4.500 0 4.500 0 4.500 0 0 0 0 1.850
Subsidies Caribisch Nederland 11.795 0 11.795 ‒ 5.898 5.897 0 0 0 0 0
Opdrachten 12.173 0 12.173 ‒ 5.434 6.739 ‒ 8.735 1.090 ‒ 445 ‒ 535 7.361
Overige Opdrachten 3.302 0 3.302 ‒ 445 2.857 ‒ 4.710 1.090 ‒ 445 ‒ 535 5.669
Opdrachten Caribisch Nederland 2.371 0 2.371 ‒ 964 1.407 0 0 0 0 1.692
Opdrachten Stelselherziening KO 6.500 0 6.500 ‒ 4.025 2.475 ‒ 4.025 0 0 0 0
Bekostiging 13.582 0 13.582 5.601 19.183 232 155 336 444 32.040
Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging van Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland (Projectbureau PGV) 1.787 0 1.787 0 1.787 330 0 0 0 1.787
Kinderopvang BES 11.795 0 11.795 5.601 17.396 ‒ 98 155 336 444 30.253
Bijdrage aan agentschappen 11.309 0 11.309 0 11.309 0 0 0 0 9.658
Agentschap DUO 11.309 0 11.309 0 11.309 0 0 0 0 9.658
Bijdrage aan medeoverheden 19.657 0 19.657 ‒ 6.139 13.518 ‒ 2.653 ‒ 1.327 0 0 2.412
Versterking Kinderopvang Samenwerking BES(t) 4 kids CN 5.728 0 5.728 781 6.509 0 0 0 0 2.412
SPUK kwijtschelden schulden Kinderopvang 13.929 0 13.929 ‒ 6.920 7.009 ‒ 2.653 ‒ 1.327 0 0 0
Ontvangsten 2.112.930 0 2.112.930 ‒ 18.366 2.094.564 ‒ 13.030 ‒ 29.063 ‒ 28.865 ‒ 17.427 1.971.772
Tabel 26 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 7
2026
juridisch verplicht 99,8%
bestuurlijk gebonden 0,2%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 260,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is - € 18,4 miljoen. De uitgaven op artikel 7 Kinderopvang zijn voor 99,8% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en daarom voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten kinderopvangtoeslag.

De uitgaven Kinderopvangtoeslag (KOT) zijn meerjarig naar beneden bijgesteld. Dit komt hoofdzakelijk doordat uit de uitvoeringsinformatie van Dienst Toeslagen blijkt dat het aantal kinderen dat gebruikmaakte van dagopvang in 2025 naar verwachting iets is afgenomen in tegenstelling tot de eerder verwachte toename, terwijl het gebruik van de buitenschoolse opvang vorig jaar iets minder toenam dan eerder werd verwacht. Dit werkt meerjarig door in een neerwaartse bijstelling van het gebruik. Ook is het gemiddelde urengebruik per kind in de dagopvang neerwaarts bijgesteld.

Subsidies

Het budget voor Subsidies Kinderopvang is voor 73% juridisch verplicht. Het juridisch verplichte gedeelte bestaat uit instellingssubsidies en projectsubsidies kinderopvang in Nederland en een subsidie voor het Klimaatfonds. De twee grootste subsidies zijn een subsidieregeling voor groepshulpen, ten bedrage van circa € 2,0 miljoen, uitgezet via de RVO en de subsidie voor het Klimaatfonds van circa € 360.000.

Voor de Tijdelijke subsidieregeling Caribisch Nederland geldt dat alle kinderopvangorganisaties die aan de voorwaarden voldoen een beroep op de regeling kunnen doen. Daarmee is 100% van het budget voor Subsidies Caribisch Nederland juridisch verplicht. Sinds de invoering van de Wet kinderopvang BES worden de kinderopvangorganisaties via het instrument bekostiging gefinancierd en niet langer via de tijdelijke subsidieregeling.

Opdrachten

Het budget voor Overige Opdrachten is voor 58% juridisch verplicht. Het gaat om opdrachten en onderzoek voor de kinderopvang in Nederland. Daarnaast is 31% bestuurlijk gebonden. De rest van het budget voor Overige Opdrachten (11%) is beleidsmatig gereserveerd.

Vanuit het budget opdrachten Caribisch Nederland is 1% juridisch verplicht. De rest van het budget (99%) is bestuurlijk gebonden. Dit betreffen uitvoeringskosten van de Wko BES voor de Inspectie van het Onderwijs (kosten voor het toezicht op de kinderopvang) en de RCN-unit SZW (zowel implementatie als uitvoering als financierder van de vergoeding kinderopvang en toezichthouder op rechtmatigheid). Daarnaast betreft dit uitvoeringskosten van UVB ten behoeve van de tijdelijke subsidieregeling.

De opdrachten voor de ontwikkeling van het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang (Opdrachten Stelselherziening KO) zijn voor 95% bestuurlijk gebonden.

Bekostiging

Het budget voor bekostiging is voor 100% juridisch verplicht en bedoeld voor de uitgaven aan Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging van Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland (PGV) en voor de kinderopvang in Caribisch Nederland.

De financiering van de kinderopvang in Caribisch Nederland op grond van de Wet kinderopvang BES wordt sinds 1 januari 2026 via het instrument bekostiging gefinancierd en is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdrage aan agentschappen is voor 87% juridisch verplicht. Het juridisch verplichte gedeelte is bestemd voor de uitvoering door DUO van het Landelijk Register Kinderopvang en het Personenregister Kinderopvang. De resterende 13% is bestuurlijk gebonden.

Bijdrage aan medeoverheden

De regeling kwijtschelden van publieke schulden in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, die door de gemeenten wordt uitgevoerd (SPUK), is 100% juridisch verplicht.

De middelen voor de versterking van de kinderopvang in Caribisch Nederland zijn voor 19% juridisch verplicht. Het juridisch verplichte deel is bestemd voor de activiteiten van BES(t)4Kids. Daarnaast is 61% bestuurlijk gebonden en bestemd voor het realiseren van meer huisvesting voor nieuwe kinderopvangorganisaties en voor Plusopvang. De resterende 20% van het budget is beleidsmatig gereserveerd.

Ontvangsten

De ontvangsten Kinderopvangtoeslag zijn naar beneden bijgesteld. Dit komt vooral door lagere beschikkingen die doorwerken in lagere ontvangsten (lees: een grondslageffect).

3.8 Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 8 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 66.725 0 66.725 ‒ 2.242 64.483 ‒ 2.416 ‒ 2.011 ‒ 1.636 ‒ 1.265 83.881
Uitgaven 66.887 0 66.887 ‒ 2.242 64.645 ‒ 2.416 ‒ 2.011 ‒ 1.636 ‒ 1.265 84.043
8.0 Oudedagsvoorziening 66.887 0 66.887 ‒ 2.242 64.645 ‒ 2.416 ‒ 2.011 ‒ 1.636 ‒ 1.265 84.043
Inkomensoverdrachten 66.335 0 66.335 ‒ 2.636 63.699 ‒ 2.416 ‒ 2.011 ‒ 1.636 ‒ 1.265 83.491
AOV inclusief tegemoetkoming (Caribisch Nederland) 66.084 0 66.084 ‒ 2.703 63.381 ‒ 2.416 ‒ 2.011 ‒ 1.636 ‒ 1.265 83.491
Overbruggingsregeling AOW 251 0 251 7 258 0 0 0 0 0
Gebaar erkenning Surinaamse ouderen 0 0 0 60 60 0 0 0 0 0
Opdrachten 552 0 552 394 946 0 0 0 0 552
Opdrachten 552 0 552 394 946 0 0 0 0 552
Ontvangsten 0 0 0 32 32 0 0 0 0 0
Tabel 28 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 8
2026
juridisch verplicht 99,2%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,8%
nog niet ingevuld/ vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt ‒ € 2,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 0,03 miljoen. De begrotingsgefinancierde uitgaven op artikel 8 Oudedagsvoorziening zijn voor 99,2% juridisch verplicht voor het jaar 2026 en voor 0,8% beleidsmatig gereserveerd. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AOV, de Overbruggingsregeling AOW (OBR) en het Gebaar erkenning Surinaamse ouderen.

De uitkeringslasten van de AOV Caribisch Nederland zijn op basis van de realisatie van de uitkeringslasten 2025 en de bijstelling van de CBS-bevolkingsprognose meerjarig neerwaarts bijgesteld met € 2,7 miljoen in 2026, aflopend met € 0,9 miljoen in 2031.

Opdrachten

De middelen onder opdrachten zijn voor 45% juridisch verplicht. De juridisch verplichte uitgaven betreffen gereserveerde middelen voor onder andere de AOW-monitor en een analyse over de inkomenspositie van Anw-gerechtigden. Het restant, 55%, is beleidsmatig gereserveerd.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 29 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 8 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 58.431.096 0 58.431.096 ‒ 18.170 58.412.926 ‒ 379.101 ‒ 750.318 ‒ 986.283 ‒ 1.245.443 74.657.980
Uitgaven 58.431.096 0 58.431.096 ‒ 18.170 58.412.926 ‒ 379.101 ‒ 750.318 ‒ 986.283 ‒ 1.245.443 74.657.980
8.0 Oudedagsvoorziening 58.431.096 0 58.431.096 ‒ 18.170 58.412.926 ‒ 379.101 ‒ 750.318 ‒ 986.283 ‒ 1.245.443 74.657.980
Inkomensoverdrachten 58.431.096 0 58.431.096 ‒ 18.170 58.412.926 ‒ 379.101 ‒ 750.318 ‒ 986.283 ‒ 1.245.443 74.657.980
AOW 56.459.630 0 56.459.630 1.370 56.461.000 53.941 71.281 62.979 37.649 62.190.427
AOW nominaal 1.971.466 0 1.971.466 ‒ 19.540 1.951.926 ‒ 433.042 ‒ 821.599 ‒ 1.049.262 ‒ 1.283.092 12.467.553
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 18,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB over 2025 en de CBS-bevolkingsprognose 2025-2070 wordt de raming voor de verwachte uitkeringslasten van de AOW meerjarig opwaarts bijgesteld. De opwaartse bijstelling is circa € 1,4 miljoen in 2026 en loopt op tot circa € 71,3 miljoen in 2028 en loopt daarna weer af tot circa € 8,1 miljoen. Dit is voornamelijk het gevolg van een opwaartse bijstelling van het aantal personen met een AOW. Hier staat een neerwaartse bijstelling tegenover door een lager gemiddeld opbouwpercentage voor de groep die een gekorte AOW ontvangt.

3.9 Artikel 9 Nabestaanden

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 9 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 3.280 0 3.280 ‒ 53 3.227 2 56 90 122 3.544
Uitgaven 3.280 0 3.280 ‒ 53 3.227 2 56 90 122 3.544
9.0 Nabestaanden 3.280 0 3.280 ‒ 53 3.227 2 56 90 122 3.544
Inkomensoverdrachten 3.280 0 3.280 ‒ 53 3.227 2 56 90 122 3.544
AWW (Caribisch Nederland) 3.280 0 3.280 ‒ 53 3.227 2 56 90 122 3.544
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 9
2026
juridisch verplicht 100,0%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt ‒ € 0,1 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 9 Nabestaanden zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) Caribisch Nederland.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 32 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 9 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 367.233 0 367.233 ‒ 3.204 364.029 ‒ 7.372 ‒ 9.830 ‒ 12.928 ‒ 15.213 372.798
Uitgaven 367.233 0 367.233 ‒ 3.204 364.029 ‒ 7.372 ‒ 9.830 ‒ 12.928 ‒ 15.213 372.798
9.0 Nabestaanden 367.233 0 367.233 ‒ 3.204 364.029 ‒ 7.372 ‒ 9.830 ‒ 12.928 ‒ 15.213 372.798
Inkomensoverdrachten 367.233 0 367.233 ‒ 3.204 364.029 ‒ 7.372 ‒ 9.830 ‒ 12.928 ‒ 15.213 372.798
ANW 329.006 0 329.006 ‒ 2.816 326.190 ‒ 5.491 ‒ 6.681 ‒ 8.325 ‒ 9.387 292.559
Tegemoetkoming ANW 5.487 0 5.487 ‒ 26 5.461 ‒ 64 ‒ 79 ‒ 102 ‒ 116 4.928
ANW nominaal 14.623 0 14.623 ‒ 287 14.336 ‒ 1.353 ‒ 1.825 ‒ 2.919 ‒ 3.701 55.834
Tegemoetkoming ANW nominaal 158 0 158 ‒ 1 157 ‒ 4 ‒ 21 ‒ 25 ‒ 29 729
Sociale lasten 17.959 0 17.959 ‒ 74 17.885 ‒ 460 ‒ 1.224 ‒ 1.557 ‒ 1.980 18.748
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt ‒ € 3,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

3.10 Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 33 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 10 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 9.928.997 0 9.928.997 ‒ 67.362 9.861.635 -47.492 -74.577 -101.296 -88.356 9.230.381
Uitgaven 9.928.997 0 9.928.997 ‒ 67.362 9.861.635 -47.492 -74.577 -101.296 -88.356 9.230.381
10.0 Tegemoetkoming ouders 9.928.997 0 9.928.997 ‒ 67.362 9.861.635 -47.492 -74.577 -101.296 -88.356 9.230.381
Inkomensoverdrachten 9.928.997 0 9.928.997 ‒ 67.362 9.861.635 -47.492 -74.577 -101.296 -88.356 9.230.381
Algemene Kinderbijslagwet (AKW) 4.749.235 0 4.749.235 19.433 4.768.668 20.457 20.350 ‒ 364 ‒ 10.121 4.678.193
Wet op het Kindgebonden Budget (WKB) 5.164.070 0 5.164.070 ‒ 86.748 5.077.322 ‒ 68.020 ‒ 95.115 ‒ 101.186 ‒ 78.591 4.535.675
Kinderbijslagvoorziening BES 15.692 0 15.692 ‒ 47 15.645 71 188 254 356 16.513
Ontvangsten 335.662 0 335.662 ‒ 45.205 290.457 ‒ 59.343 ‒ 56.405 ‒ 55.498 ‒ 53.830 248.632
Tabel 34 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 10
2026
juridisch verplicht 100,0%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 67,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is - € 45,2 miljoen. De uitgaven op artikel 10 Tegemoetkoming ouders zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op huidige wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AKW, WKB en kinderbijslagvoorziening BES.

  • De verwachte uitgaven aan de AKW zijn meerjarig opwaarts bijgesteld: € 19,4 miljoen in 2026 tot € 11,6 miljoen in 2031. Dit komt grotendeels door hogere uitgaven aan de extra tegemoetkoming voor ouders van thuiswonende kinderen met een intensieve zorgbehoefte (de AKW+). Daarnaast stelt het CBS het aantal kinderen opwaarts bij in de nieuwste bevolkingsprognose.

  • De verwachte uitgaven kindgebonden budget (WKB) zijn meerjarig neerwaarts bijgesteld. Specifiek in 2026 gaat het om een bijstelling van € -86,7 miljoen. Uit uitvoeringsgegevens blijkt dat het definitief vaststellen van de Wkb vaker minder vaak leidt tot een nabetaling. Daarnaast neemt het huishoudinkomen sterker toe dan eerder was verwacht, waardoor er minder recht op kindgebonden budget bestaat.

  • Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2029 het recht op kinderbijslag (AKW) en de daaraan gekoppelde aanspraak op het kindgebonden budget (WKB) af te schaffen voor 16- en 17-jarigen die reeds recht hebben op studiefinanciering. Met deze maatregel wordt beoogd om de samenloop van regelingen te beperken en aan te sluiten bij de situatie van vóór 2020. Tot 2020 bestond er al geen recht op AKW (en daarmee ook WKB) wanneer een 16- of 17-jarig kind recht had op studiefinanciering. Deze uitzondering is destijds geschrapt vanwege de invoering van het leenstelsel. Nu studenten weer recht hebben op een basisbeurs, wordt herinvoering van deze uitzondering passend geacht. Dit beperkt de stapeling van inkomensondersteuning. De middelen worden ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Structureel levert de maatregel circa € 53 miljoen op. De vormgeving van deze maatregel wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de nieuwe kindregeling.

Ontvangsten

De WKB-ontvangsten zijn meerjarig naar beneden bijgesteld. Op basis van realisatiecijfers is het de verwachting dat de komende jaren een kleiner deel van de toeslag die gedurende het jaar wordt bevoorschot, later weer wordt teruggevorderd.

3.11 Artikel 11 Uitvoering

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 35 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 11 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 723.710 0 723.710 33.308 757.018 17.121 ‒ 4.581 ‒ 1.969 ‒ 2.758 694.305
Uitgaven 723.710 0 723.710 33.308 757.018 17.121 ‒ 4.581 ‒ 1.969 ‒ 2.758 694.305
11.0 Uitvoering 723.710 0 723.710 33.308 757.018 17.121 ‒ 4.581 ‒ 1.969 ‒ 2.758 694.305
Opdrachten 2.228 0 2.228 1.415 3.643 0 0 0 0 2.335
Handhaving en gegevensuitwisseling 2.228 0 2.228 1.415 3.643 0 0 0 0 2.335
Bekostiging 16.661 0 16.661 1.588 18.249 0 333 333 273 12.673
Uitvoeringskosten CN 16.661 0 16.661 1.588 18.249 0 333 333 273 12.673
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 703.542 0 703.542 30.305 733.847 17.121 ‒ 6.914 ‒ 4.302 ‒ 5.031 676.018
Uitvoeringskosten UWV 490.670 0 490.670 24.539 515.209 13.173 ‒ 8.747 ‒ 6.989 ‒ 9.215 470.929
Uitvoeringskosten SVB 192.812 0 192.812 2.215 195.027 2.987 2.272 1.437 1.634 183.729
Uitvoeringskosten Bureau Informatie Diensten Nederland (BIDN) 20.060 0 20.060 3.551 23.611 961 ‒ 439 1.250 2.550 21.360
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.279 0 1.279 0 1.279 0 0 0 0 1.279
Landelijk Clientenraad 1.279 0 1.279 0 1.279 0 0 0 0 1.279
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 36 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 11
2026
juridisch verplicht 95,0%
bestuurlijk gebonden 4,0%
beleidsmatig gereserveerd 1,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 33,3 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 11 Uitvoering zijn voor 95% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is voor 40% juridisch verplicht en voor 60% beleidsmatig gereserveerd. Het betreft het budget handhaving en gegevensuitwisseling SZW.

Bekostiging

Het budget voor bekostiging is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft het uitvoeringsbudget voor de RCN-unit SZW en middelen voor ICT-ontwikkeling.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdragen aan ZBO's zijn voor 96% juridisch verplicht, 3% bestuurlijk gebonden en 1% beleidsmatig gereserveerd. Deze budgetten worden bij goedkeuring van de jaarplannen vastgesteld.

Uitvoeringskosten UWV

Als gevolg van de jaarlijkse prijsherijking van de uitvoeringskosten volgt een budgetneutrale schuif tussen premie- en begrotingsgefinancierd budget van € 7,5 miljoen.

Uitvoeringskosten NOW

Betreft uitvoeringskosten UWV voor het afhandelen van openstaande NOW-vorderingen door UWV in 2026 (€ 7,0 miljoen).

Vergoedingsregeling WIA

De uitvoeringskosten UWV voor de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

De bijdrage aan nationale organisaties is 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de Landelijke Cliëntenraad (LCR). Het budget wordt bij goedkeuring van het jaarplan vastgesteld.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 37 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 11 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 2.709.163 0 2.709.163 ‒ 71.997 2.637.166 ‒ 61.670 148.292 110.426 153.729 3.370.525
Uitgaven 2.709.163 0 2.709.163 ‒ 71.997 2.637.166 ‒ 61.670 148.292 110.426 153.729 3.370.525
11.0 Uitvoeringskosten 2.709.163 0 2.709.163 ‒ 71.997 2.637.166 ‒ 61.670 148.292 110.426 153.729 3.370.525
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 2.709.163 0 2.709.163 ‒ 71.997 2.637.166 ‒ 61.670 148.292 110.426 153.729 3.370.525
Uitvoeringskosten UWV 2.383.491 0 2.383.491 ‒ 67.074 2.316.417 ‒ 70.274 133.382 99.813 148.711 2.538.931
Uitvoeringskosten SVB 220.632 0 220.632 0 220.632 3.509 1.296 28 ‒ 80 225.458
Uitvoeringskosten UWV nominaal 96.472 0 96.472 ‒ 4.769 91.703 4.942 13.541 11.107 6.021 557.272
Uitvoeringskosten SVB nominaal 8.568 0 8.568 ‒ 154 8.414 153 73 ‒ 522 ‒ 923 48.864
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt ‒ € 72,0 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

Uitvoeringskosten UWV

  • Doordat er incidentele meevallers zijn binnen UWV, wordt het toegekende uitvoeringsbudget beleidsmatig naar beneden bijgesteld met € 89 miljoen voor het jaar 2026. De meevallers komen voornamelijk doordat de werkgeversbijdrage aan de pensioenregeling lager uitvalt. Daarnaast is er incidenteel onderuitputting bij verschillende organisatieonderdelen binnen UWV. Tot slot heeft UWV maatregelen genomen om de taakstellingen die volgen uit het hoofdlijnenakkoord van Kabinet Schoof en het Amendement Bontenbal c.s. in te vullen. Deze maatregelen leveren in 2026 meer op dan benodigd voor het invullen van deze taakstellingen. Daarnaast wordt het uitvoeringsbudget opwaarts bijgesteld als gevolg van de verwerking van de uitvoeringsinformatie en CEP (€ 61,3 miljoen in 2026 oplopend tot € 89 miljoen in 2031). Dit is voornamelijk het gevolg van een opwaartse bijstelling van de WIA-volumes.

  • De uitvoeringskosten UWV voor de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

  • Er worden structurele middelen gereserveerd voor de gebruikerskosten voor de Basisregistratie Personen (BRP), die jaarlijks aan BZK worden overgeboekt (€ 7,7 miljoen). SZW vergoedt deze kosten voor UWV, de SVB, BKWI, het BIDN, en de NLA.

  • In het coalitieakkoord 'Aan de slag' zijn middelen gereserveerd voor taakherschikking bij UWV (€ 6 miljoen in 2026 oplopend naar € 9,3 miljoen vanaf 2031).

  • Voor de verlaging van het maximumdagloon zijn in het coalitieakkoord middelen gereserveerd voor de implementatie bij UWV (€ 10 miljoen).

  • Er is sprake van een kasschuif van € 125 miljoen uit 2027 naar 2030 (€ 70 miljoen) en 2031 (€ 55 miljoen).

Nominaal

Dit betreft de doorwerking van CEP op de nominale ontwikkeling van de uitvoeringskosten UWV.

3.12 Artikel 12 Rijksbijdragen

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 38 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 12 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 32.633.056 0 32.633.056 51.233 32.684.289 461.498 ‒ 51.028 ‒ 18.599 ‒ 195.120 42.395.996
Uitgaven 32.633.056 0 32.633.056 51.233 32.684.289 461.498 ‒ 51.028 ‒ 18.599 ‒ 195.120 42.395.996
12.0 Rijksbijdragen 32.633.056 0 32.633.056 51.233 32.684.289 461.498 ‒ 51.028 ‒ 18.599 ‒ 195.120 42.395.996
Bijdrage aan sociale fondsen 32.633.056 0 32.633.056 51.233 32.684.289 461.498 ‒ 51.028 ‒ 18.599 ‒ 195.120 42.395.996
Kosten heffingskortingen AOW 4.128.900 0 4.128.900 ‒ 44.600 4.084.300 ‒ 581.300 ‒ 708.000 ‒ 828.900 ‒ 870.800 4.074.700
Vermogenstekort Ouderdomsfonds 28.203.600 0 28.203.600 75.900 28.279.500 1.022.200 866.500 1.017.300 880.000 38.215.200
Tegemoetkoming arbeidsongeschikten 186.563 0 186.563 24.197 210.760 24.773 ‒ 191.077 ‒ 191.077 ‒ 191.077 0
Zwangere zelfstandigen 113.993 0 113.993 ‒ 4.264 109.729 ‒ 4.175 ‒ 18.451 ‒ 15.922 ‒ 13.243 106.096
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 39 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 12
2026
juridisch verplicht 100,0%
bestuurlijk gebonden 0,0%
beleidsmatig gereserveerd 0,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 51,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 12 Rijksbijdragen zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Bijdrage aan sociale fondsen

De bijdragen aan sociale fondsen zijn 100% juridisch verplicht. De rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen AOW en het vermogenstekort Ouderdomsfonds zijn juridisch verplicht volgens de Wet financiering sociale verzekeringen. De rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschikten is juridisch verplicht volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De rijksbijdrage zwangere zelfstandigen is juridisch verplicht volgens de Wet arbeid en zorg. Hoofdstuk van de Begroting 2026 gaat nader in op de financiering van de sociale fondsen.

  • De geraamde uitgaven voor de rijksbijdrage aan het Ouderdomsfonds voor de kosten van heffingskortingen wordt op basis van de CEP-ramingen in 2026 met € 44,6 miljoen naar beneden bijgesteld. Dat komt vooral doordat het tarief van de eerste schijf van de inkomstenbelasting is verhoogd. Daardoor slaat een groter deel van de heffingskortingen neer bij de inkomstenbelasting en een kleiner deel bij de volksverzekeringen. De rijksbijdrage om voor de volksverzekeringen de kosten van heffingskortingen te compenseren kan daardoor kleiner zijn.

  • De uitgaven aan de rijksbijdragen voor het vermogenstekort van het Ouderdomsfonds wordt voor 2026 met € 75,9 miljoen naar boven bijgesteld. Een van de oorzaken voor deze bijstelling is dat er voor het Ouderdomsfonds voor 2026 nu € 775 miljoen minder premie-ontvangsten worden geraamd. De rijksbijdrage moet dus met dit bedrag stijgen om deze lagere premie-inkomsten aan te vullen. Iets lagere uitgaven, de lagere BIKK en lagere rente-ontvangsten verhogen de rijksbijdrage met € 86 miljoen. Daar staat tegenover dat de rijksbijdrage voor 2026 met ongeveer € 785 miljoen omlaag kan doordat het Ouderdomsfonds het jaar 2025 heeft afgesloten met een vermogensoverschot.

3.13 Artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 40 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 13 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 484.728 250 484.978 ‒ 10.589 474.389 53.224 106.484 134.908 142.601 446.989
Uitgaven 485.728 250 485.978 ‒ 20.589 465.389 53.224 106.484 134.908 142.601 446.989
13.0 Integratie en maatschappelijke samenhang 485.728 250 485.978 ‒ 20.589 465.389 53.224 106.484 134.908 142.601 446.989
Inkomensoverdrachten 36.594 0 36.594 ‒ 1.328 35.266 ‒ 1.597 ‒ 1.896 ‒ 2.147 ‒ 2.379 24.965
Remigratiewet 36.594 0 36.594 ‒ 1.328 35.266 ‒ 1.597 ‒ 1.896 ‒ 2.147 ‒ 2.379 24.965
Subsidies (regelingen) 20.414 0 20.414 4.412 24.826 0 0 0 0 11.174
Opbouw kennisfunctie integratie 2.632 0 2.632 0 2.632 0 0 0 0 2.198
Vluchtelingenwerk Nederland 1.208 0 1.208 0 1.208 0 0 0 0 1.009
Overige subsidies algemeen 4.357 0 4.357 4.412 8.769 0 0 0 0 1.300
Vroege Integratie en Participatie 12.217 0 12.217 0 12.217 0 0 0 0 6.667
Opdrachten 29.561 250 29.811 ‒ 12.736 17.075 1.050 1.320 151 0 10.928
Opdracht Integratie 29.061 250 29.311 ‒ 12.736 16.575 1.050 1.320 151 0 10.928
Remigratie 500 0 500 0 500 0 0 0 0 0
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 63.571 0 63.571 ‒ 13.446 50.125 11.316 8.741 10.799 11.136 46.588
COA 63.571 0 63.571 ‒ 13.446 50.125 11.316 8.741 10.799 11.136 46.588
Bijdrage aan agentschappen 29.595 0 29.595 0 29.595 0 0 0 0 24.453
Agentschap DUO 29.595 0 29.595 0 29.595 0 0 0 0 24.453
Bijdrage aan medeoverheden 289.645 0 289.645 0 289.645 35.290 91.930 120.438 128.389 311.812
Gemeenten inburgeringsvoorzieningen 289.645 0 289.645 0 289.645 35.290 91.930 120.438 128.389 311.812
Leningen 16.348 0 16.348 2.509 18.857 7.165 6.389 5.667 5.455 17.069
DUO 16.348 0 16.348 2.509 18.857 7.165 6.389 5.667 5.455 17.069
Ontvangsten 3.000 0 3.000 54.122 57.122 1.500 1.500 1.500 1.500 4.500
Tabel 41 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 13
2026
juridisch verplicht 90,0%
bestuurlijk gebonden 8,0%
beleidsmatig gereserveerd 2,0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt - € 20,6 miljoen bij de uitgaven en ‒ € 10,6 bij de verplichtingen. De verwachte ontvangsten nemen toe met € 54,1 miljoen. De uitgaven op artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang zijn voor 90% juridisch verplicht en 8% bestuurlijk gebonden en 2% beleidsmatig gereserveerd voor het jaar 2026. Hieronder volgt een toelichting per financieel instrument.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De Inkomensoverdrachten volgen uit wet- en regelgeving op het terrein van de Remigratiewet en zijn daarmee voor 100% juridisch verplicht.

Subsidies

De subsidies zijn voor 20% juridisch verplicht. Daarnaast zijn de subsidies voor het Kennisplatform Integratie en Samenleving, Vluchtelingenwerk Nederland en de werkgeversregeling 'Statushouders aan het werk' bestuurlijk gebonden vanwege meerjarige afspraken met de ontvangende organisaties. Iedere vijf jaar wordt opnieuw bezien of de subsidies worden voortgezet. De post overige subsidies is voor 20% verplicht en is bestemd voor de afrekening van lopende integratieverplichtingen. De verwachting is dat de overige middelen volledig besteed gaan worden aan geplande nieuwe subsidies in het kader van de Actieagenda Integratie in 2026.

Opdrachten

De opdrachtenbudgetten zijn voor 20% verplicht. De rest is beleidsmatig gereserveerd voor de uitvoering van de Actieagenda Integratie en ter ondersteuning van de Wi2021. De middelen voor opdrachten zijn voor het onderdeel Remigratie geheel gebonden aan bestuurlijke afspraken.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdrage aan ZBO's is bedoeld voor de uitvoering van de voorinburgering door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en is daarmee 100% juridisch verplicht.

Het budget voor COA voorinburgering is bij voorjaar 2026 met € 13,4 miljoen naar beneden bijgesteld vanwege de verwachting dat minder personen deelnemen aan voorinburgering dan voorheen werd gedacht.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) ten behoeve van het beheer van het examenstelsel en de uitvoering van het leenstelsel is gebaseerd op gemaakte afspraken en daarmee 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

De taken en verantwoordelijkheden door gemeenten zijn vastgelegd in de inburgeringswet. De specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van inburgeringsvoorzieningen in het nieuwe stelsel is onderdeel van de nieuwe Wet inburgering 2021. Daarmee zijn deze uitgaven 100% juridisch verplicht. De middelen zijn voor 2027 en verder naar boven bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt omdat de raming conform het coalitieakkoord is bijgesteld naar hogere aantallen.

Leningen

Dit budget vloeit voort uit de Wet inburgering 2013 en de Wet inburgering 2021 en is daarmee 100% juridisch verplicht. De middelen zijn voor 2027 en verder naar boven bijgesteld omdat de raming conform het coalitieakkoord is bijgesteld naar hogere aantallen.

Ontvangsten

De SPUK inburgeringsontvangsten over 2025 zijn € 48,2 miljoen. Dit komt doordat het aantal asielstatushouders dat in gemeenten instroomden in 2025 lager was dan eerst gedacht, waardoor er minder inburgeraars met hun inburgeringstraject gestart zijn. Deze afrekening wordt verrekend in 2026.

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Apparaat Kerndepartement

Tabel 42 Budgettaire gevolgen van Apparaat Kerndepartement artikel 96 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 631.903 0 631.903 22.827 654.730 33.815 17.829 ‒ 89.051 ‒ 232.287 348.937
Uitgaven 635.914 0 635.914 22.827 658.741 33.815 17.829 ‒ 89.051 ‒ 232.287 348.696
96.0 Apparaat Kerndepartement 635.914 0 635.914 22.827 658.741 33.815 17.829 ‒ 89.051 ‒ 232.287 348.696
Personele uitgaven 517.384 0 517.384 9.244 526.628 20.285 4.028 ‒ 102.035 ‒ 243.743 228.285
eigen personeel 501.263 0 501.263 4.258 505.521 18.800 3.680 ‒ 101.686 ‒ 243.153 216.014
externe inhuur 11.370 0 11.370 2.793 14.163 65 ‒ 589 ‒ 959 ‒ 1.200 6.910
overige personele uitgaven 4.751 0 4.751 2.193 6.944 1.420 937 610 610 5.361
Materiële uitgaven 118.530 0 118.530 13.583 132.113 13.530 13.801 12.984 11.456 120.411
overige materiële uitgaven 21.518 0 21.518 2.771 24.289 ‒ 74 ‒ 80 ‒ 80 ‒ 80 21.843
ICT 31.319 0 31.319 3.515 34.834 5.909 5.837 4.890 3.458 32.744
bijdrage aan SSO's 65.693 0 65.693 7.297 72.990 7.695 8.044 8.174 8.078 65.824
Ontvangsten 105.698 0 105.698 246 105.944 30.149 30.513 30.513 30.267 135.845

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 22,8 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen en € 0,2 miljoen bij de ontvangsten.

Uitgaven

Personele uitgaven

  • In 2027 start de Nederlandse Autoriteit voor de Uitleenmarkt (NAU) als onderdeel van SZW. De NAU gaat toezien op de uitvoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). In 2026 zijn er voorbereidende werkzaamheden.

  • Vanaf 2027 is het effect zichtbaar van de ingeboekte taakstellingen uit het Coalitieakkoord. Het gaat om de efficiencytaakstelling vanaf 2027 en de taakstelling Vernieuwing Rijksdienst vanaf 2029. Beide taakstellingen zijn vooralsnog volledig ingeboekt op artikel 96 onder eigen personeel. De bedragen zullen voor de Begroting 2027 worden herverdeeld binnen de begroting van SZW.

Bijdrage aan SSO's

Het budget voor de bijdrage aan SSO's wordt opgehoogd vanwege de gestegen tarieven van de SSO's (met name Rijksvastgoedbedrijf en SSC-ICT).

Ontvangsten

De NAU wordt gefinancierd vanuit leges. Deze worden geboekt als ontvangst op artikel 96.

4.2 Nog onverdeeld

Tabel 43 Budgettaire gevolgen van Nog omverdeeld artikel 99 (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 168.026 -3.250 164.776 ‒ 37.380 127.396 -31.675 -115.887 -15.619 -17.840 314.220
Uitgaven 168.026 -3.250 164.776 ‒ 37.380 127.396 -31.675 -115.887 -18.094 -17.840 314.220
99.0 Nog onverdeeld 168.026 -3.250 164.776 ‒ 37.380 127.396 -31.675 -115.887 -18.094 -17.840 314.220
Nog te verdelen 168.026 -3.250 164.776 ‒ 37.380 127.396 -31.675 -115.887 -18.094 -17.840 314.220
waarvan apparaat 7.270 0 7.270 68.185 75.455 68.218 57.535 52.260 51.701 51.947
waarvan programma 160.756 -3.250 157.506 ‒ 105.565 51.941 -99.893 -173.422 -70.354 -69.541 262.273
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt ‒ € 37,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

  • Er zijn diverse overboekingen van en naar andere departementen. De grootste zijn overboekingen naar het Gemeentefonds voor onder andere vroegsignalering als onderdeel van het basispakket voor het IBO problematische schulden (€ 21,3 miljoen); re-integratiedienstverlening gericht op jongeren (€ 12,5 miljoen); kortdurende opvang voor dakloze niet-rechthebbende EU-burgers (€ 8,0 miljoen); de uitvoering van het wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid (€ 6,6 miljoen). JenV ontvangt € 3,8 miljoen voor de doorontwikkeling van de clustering Rijksincasso. OCW krijgt € 9,8 miljoen voor hogere kosten voor het afnemen van Nt2-examens voor inburgeraars en extra kosten van DUO.

  • Daarnaast zijn er verschillende herschikkingen binnen de SZW-begroting. Zo gaat er € 8,9 miljoen naar artikel 2 voor het wetsvoorstel Stroomlijning keten voor derdenbeslag en € 2,3 miljoen voor de uitvoering van de wet Beslagvrije voet. Ook gaat er € 4,1 miljoen naar artikel 11 voor de uitvoering van het wetsvoorstel Handhaving door UWV en de SVB en € 3,5 miljoen voor de overheveling van taken van het schuldenknooppunt naar het Bureau Informatie Diensten Nederland (BIDN). Daarnaast is er een overboeking van € 3,8 miljoen naar artikel 96 voor de inrichting van de Nederlandse Autoriteit voor de Uitleenmarkt (NAU) en van € 2,1 miljoen naar artikel 1 en 96 voor de invoering van de EU-richtlijn Loontransparantie.

  • Voor de uitvoering van het knelpunt keteneffecten bij nabetalingen zijn additionele middelen gereserveerd op artikel 99. Dit gaat om € 0,6 miljoen in 2026 en € 6,8 miljoen in 2027.

  • Om beter aan te sluiten bij het verwachte kasritme van de uitgaven vindt er een aantal kasschuiven plaats. Dit geldt onder meer voor de middelen voor inburgering, waarvoor € 9,4 miljoen naar 2026 en € 1,7 miljoen naar 2027 wordt geschoven vanuit 2028-2031, voordat deze middelen worden overgeboekt naar OCW (zie eerste bullet). Voor het wetsvoorstel Stroomlijning keten voor derdenbeslag worden middelen uit 2026 (€ 5,5 miljoen) en 2027 (€ 0,5 miljoen) doorgeschoven naar 2028 en 2029. Vanwege vertraging van het wetsvoorstel verbreding banenafspraak wordt € 18,8 miljoen voor Loonkostensubsidie in de Wajong doorgeschoven van 2027 en 2028 naar 2029 en verder. Daarnaast wordt er € 2,5 miljoen van 2026 geschoven naar 2027 vanwege vertraging van het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers en omdat er tijd nodig is om het verduidelijkingsonderdeel van de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden aan te passen naar de Zelfstandigenwet.

  • Tot slot worden enkele reserveringen op artikel 99 ingezet ter dekking van onvermijdelijkheden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de reservering die is gemaakt naar aanleiding van het IBO problematische schulden (€ 5,1 miljoen in 2026, € 37,5 miljoen in 2027 en € 99,3 miljoen in 2028). De opvolging van het IBO wordt meegewogen in de besluitvorming over de besteding van de envelop 'Aanpak armoede en problematische schulden' die is vrijgemaakt in het coalitieakkoord. Ook de middelen voor de taaleis (€ 17,4 miljoen structureel) worden ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Daarnaast vervalt de reservering van € 7,4 miljoen voor Handhaving in 2026.

5 Bijlagen

5.1 Bijlage 1: Lijst van afkortingen

Tabel 44
Afkorting Betekenis
ACOI Adviescommissie Openbaarheid en Informatiehuishouding
AFM Autoriteit Financiële Markten
AHK Algemene heffingskorting
AIO Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen
AKW Algemene Kinderbijslagwet
AMvB Algemene maatregel van bestuur
Anw Algemene Nabestaandenwet / Nabestaandenfonds
AO Arbeidsongeschiktheid, of Algemeen Overleg
Aof Arbeidsongeschiktheidsfonds
AOV Algemene Ouderdomsverzekering Caribisch Nederland, of Arbeidsongeschiktheidsverzekering
AOW Algemene Ouderdomswet / Ouderdomsfonds
APP Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen
Arbo Arbeidsomstandigheden
ASB Assurantiebelasting
ATW Arbeidstijdenwet
avv Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten
AWf Algemeen Werkloosheidsfonds
Awir Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen
AWW Algemene Weduwen- en Wezenverzekering Caribisch Nederland, of Algemene Weduwen en Wezenwet
AZC Asielzoekerscentrum
BAZ Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen
Bbz Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
BES Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (samen Caribisch Nederland)
BIDN Bureau InformatieDiensten Nederland
BIKK Bijdrage in kosten kortingen
BKWI Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen
BMIP Brabants Migratie Informatiepunt
BNC Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen
BNPL Buy Now Pay Later
BRP Basisregistratie Personen
Brzo Besluit risico’s zware ongevallen
BZ (Ministerie van) Buitenlandse Zaken
BZK (Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
cao Collectieve arbeidsovereenkomst
CASS Administratief Centrum voor de sociale zekerheid van de Rijnvarenden
CBS Centraal Bureau voor de Statistiek
CIZ Centrum Indicatiestelling Zorg
CJIB Centraal Justitieel Incassobureau
CMD Common Mental Disorder
CN Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius, Saba)
COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
CPB Centraal Planbureau
CSE Chronic solvent-induced encephalopathy, een aandoening van het centrale zenuwstelsel als gevolg van de langdurige blootstelling aan oplosmiddelen
Ctgb College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden
DGA Duurzaam geen arbeidsvermogen
DI Duurzame inzetbaarheid
DKIZ Dubbele kinderbijslag intensieve zorg
DMS Document Management Systeem
DNB De Nederlandsche Bank
DUO Dienst Uitvoering Onderwijs
EK Eerste Kamer
ELA European Labour Authority (Europese Arbeidsautoriteit)
EMU Economische en Monetaire Unie
EPA Ernstige psychische aandoening
EPSCO Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
ERD ZW Eigenrisicodragen Ziektewet
ESB-regeling Subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen
ESF Europees Sociaal Fonds
ESF+ Europees Sociaal Fonds Plus
ETK-regeling Extra Territoriale Kosten regeling
EU Europese Unie
EZ (Ministerie van) Economische Zaken
FIN (Ministerie van) Financiën
G&VW Gezond en Veilig Werken
GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst
GGZ Geestelijke gezondheidszorg
GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio
GIPs Grensinformatiepunten
GWV Generieke Werkgeversvoorziening
havo Hoger algemeen voortgezet onderwijs
HLA Hoofdlijnenakkoord
HVP Herstel- en Veerkrachtplan
IAS Instituut Asbestslachtoffers
IB Inlichtingenbureau
IBO Interdepartementaal Beleidsonderzoek
IBPV Instelling voor bedrijfspensioenvoorziening
IHH Informatiehuishouding
ILO International Labour Organization
IO&E Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed
IOAOW Inkomensondersteuning AOW-gerechtigden
IOAW Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers
IOAZ Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen
IORP Europese Pensioenfondsrichtlijn
IOW Inkomensvoorziening Oudere Werklozen
IPS Individuele Plaatsing en Steun
IUSD Integratie-uitkering sociaal domein
IVA Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten
JenV (Ministerie van) Justitie en Veiligheid
Jeugd-LIV Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon, of Minimumjeugdloonvoordeel
KIS Kennisplatform Inclusief Samenleven
KO Kinderopvang
KOT Kinderopvangtoeslag
LCR Landelijke Cliëntenraad
LIV Lage-inkomensvoordeel
LKS Loonkostensubsidie
LKV Loonkostenvoordelen
LLO Leven Lang Ontwikkelen
LOCOV Longitudinaal Onderzoek Cohort Oekraïense Vluchtelingen
LOCS Longitudinaal Onderzoek Cohort Statushouders
LRK Landelijk Register Kinderopvang
mbo middelbaar beroepsonderwijs
MCKW Mobiliteitscentrum Kolenketen Westhaven
MDIEU Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
MEV Macro-economische Verkenning
MIP Meerjarig investeringsprogramma
Mkb Midden- en kleinbedrijf
MKBA Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse
Mln Miljoen
NCDR Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme
NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden
NGF Nationaal Groeifonds
Nibud Nationaal instituut voor budgetvoorlichting
NL Nederland
NLA Nederlandse Arbeidsinspectie
NOW Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid
NPLV Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
NVVK Branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering
NWO Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
OBR Overbruggingsregeling AOW
OCTAS Onafhankelijke commissie toekomst arbeidsongeschiktheidsstelsel
OCW (Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
OPS Organo Psycho Syndroom
OV Ongevallenverzekering Caribisch Nederland
Pgb Persoonsgebonden budget
PGV Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging van Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland
PIP Plan Inburgering en Participatie
POC KOT, of POK Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag
PPI Premiepensioeninstelling
PRK Personenregister Kinderopvang
Pro Praktijkonderwijs
pSG Plaatsvervangend secretaris-generaal
PWRI Pensioenfonds Werk en (Re-)Integratie
RBK Register Buitenlandse Kinderopvang
RBV Rijksbegrotingsvoorschriften
RCN Rijksdienst Caribisch Nederland (unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
REACH CLP Registration, Evaluation, Authorisation en restriction of Chemicals and Classification, Labelling en Packaging
REACT-EU Recovery Assistance for Cohesion and the Territories of Europe
RI&E Risico-inventarisatie en -evaluatie
RIHH Regeringscommissaris Informatiehuishouding
RIS Rapportage integratie en samenleven
RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RNI Registratie niet-ingezetenen
RMT Regionaal mobiliteitsteam
RSO Rijksschoonmaakorganisatie
RVO Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland
RVU Regeling voor vervroegde uittreding
RvW Regeling van Werkzaamheden
RWC Regionale werkcentra
RWT Rechtspersoon met een Wettelijke Taak
SBB Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven
SBCM Stichting Beheer Collectieve Middelen
SCP Sociaal en Cultureel Planbureau
SEA Strategische Evaluatie Agenda
SER Sociaal-economische Raad
SG Secretaris-generaal
SiSa Single information Single audit
SLIM Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen
SMI Sociaal-medische indicatie
SPUK Specifieke Uitkering
SSO Shared Service Organisatie
STAP Stimulering Arbeidsmarktpositie
Stb. Staatsblad
SUWI Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen
SVB Sociale Verzekeringsbank
Sw Sociale werkvoorziening
SZ Sociale Zekerheid
SZI (Directoraat Generaal) Sociale Zekerheid en Integratie
SZW (Ministerie van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TAS Regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers
TK Tweede Kamer
TNO Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
TOGS Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19
Tozo Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers
TSB Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten
TVL Tegemoetkoming Vaste Lasten
TW Toeslagenwet
Twv Tewerkstellingsvergunning
Ufo Uitvoeringsfonds voor de overheid
UN United Nations
UVB Uitvoering Van Beleid
UWV Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
Vbar Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden
VE Voorschoolse educatie
VGR Voortgangsrapportage
VIA Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt
VIM Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen
VN Verenigde Naties
VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VOG Verklaring Omtrent het Gedrag
Vso Voortgezet speciaal onderwijs
Vut Vervroegde uittreding
vwo Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
VWS (Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Waadi Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs
Wab Wet arbeidsmarkt in balans
WagwEU Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie
Wajong Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Wamil Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen
WAO Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
WAS Wet aanpak schijnconstructies
WaU Werk aan Uitvoering
Wav Wet arbeid vreemdelingen
WAZ Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen
WAZO Wet Arbeid en Zorg
WBO Wet betaald ouderschapsverlof
WEA Werkgevers Enquête Arbeid
WEU Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen
Wfw Wet flexibel werken
WGA Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten
WGO Wetgevingsoverleg
Whk Werkhervattingskas
WIA Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
WKB Wet op het Kindgebonden Budget
Wko Wet kinderopvang
Wlz Wet langdurige zorg
Wml Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag / Wettelijk minimumloon
Wob Wet openbaarheid van bestuur
Woo Wet open overheid
WOR Wet op de Ondernemingsraden
Wsnp Wet schuldsanering natuurlijke personen
Wsw Wet sociale werkvoorziening
Wtl Wet tegemoetkomingen loondomein
Wtp Wet toekomst pensioenen
Wtta Wet toelating ter beschikkingstelling van arbeidskrachten
WW Werkloosheidswet
WJW Wet werken waar je wilt
ZBO Zelfstandig Bestuursorgaan
ZEA Zelfstandigen Enquête Arbeid
ZEZ Regeling Zelfstandig En Zwanger
ZonMw Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie
ZV Ziekteverzekering Caribisch Nederland
ZVW Zorgverzekeringswet
ZW Ziektewet
zzp Zelfstandige zonder personeel