Memorie van toelichting
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D10608, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:47, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 XXII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Onderdeel van zaak 2026Z04516:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-07 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-04-09 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal |
|
|
|---|---|---|
| Vergaderjaar 2025–2026 | ||
| 36 915 XXII |
|
|
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
|
|
|---|
|
4 |
|---|
|
4 |
|---|
|
5 | |
|---|---|---|
|
5 |
|
13 | |
|---|---|---|
|
13 | |
|
18 | |
|
24 | |
|
27 |
|
31 | |
|---|---|---|
|
31 | |
|
33 | |
|
34 |
|
35 | |
|---|---|---|
|
35 |
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting worden, op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016, elk
afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de begrotingsstaat inzake de agentschappen.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begro-tingstoelichting).
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan
B. BEGROTINGSTOELICHTING
Leeswijzer
De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2026. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt
vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2026 opgebouwd (Kamerstukken II 2025/26, 36800 XXII, nr. 1).
De stand van de vastgestelde begroting 2026 is inclusief de amendementen-Flach (Kamerstukken II 2025/26, 36800 XXII, nr. 13 en Kamerstukken II 2025/26, 36800 XXII, nr. 14).
In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2031 zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepre-senteerd.
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoor-schriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.
Artikel |
|
|
|---|---|---|
| 1. Woningmarkt |
|
|
| 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit |
|
|
| 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet |
|
|
| 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid |
|
|
| 11. Centraal apparaat |
|
|
| 12. Algemeen |
|
|
| 13. Nog onverdeeld |
|
|
Beleid
Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
|
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
9.366.858 | 10.160.000 | 9.642.590 | 9.591.885 | 9.407.599 | 0 | ||
|
‒ 147.488 | 99.852 | 55.192 | ‒ 98.897 | ‒ 33.899 | 8.816.184 | ||
|
‒ 101.279 | ‒ 7.090 | ‒ 73.260 | ‒ 79.851 | ‒ 89.358 | ‒ 83.042 | ||
|
|
1 | 0 | 0 | ‒ 65.000 | ‒ 65.000 | ‒ 65.000 | ‒ 65.000 |
|
|
3 | ‒ 101.279 | ‒ 383 | ‒ 383 | ‒ 383 | ‒ 383 | 0 |
|
|
11 | 0 | ‒ 1.244 | ‒ 2.414 | ‒ 3.609 | ‒ 5.041 | ‒ 4.777 |
|
|
11 | 0 | 0 | 0 | ‒ 5.396 | ‒ 13.471 | ‒ 12.874 |
|
|
Alle | 0 | ‒ 5.463 | ‒ 5.463 | ‒ 5.463 | ‒ 5.463 | ‒ 391 |
|
‒ 46.209 | 106.942 | 128.452 | ‒ 19.046 | 55.459 | 8.899.226 | ||
|
|
1 | ‒ 80.698 | ‒ 1.961 | 26.827 | 13.765 | 42.067 | 0 |
|
|
1 | 57.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
|
1 | ‒ 35.900 | ‒ 51.800 | ‒ 8.900 | ‒ 27.800 | ‒ 39.200 | ‒ 36.700 |
|
|
1 | ‒ 11.106 | 6.504 | 11.868 | 17.324 | 13.594 | 9.009 |
|
|
1 | ‒ 10.000 | 10.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
|
1 | ‒ 5.167 | 4.116 | 1.051 | ‒ 2.350 | 2.350 | 0 |
|
|
1 | 4.114 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 13a |
|
1 | 0 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 13b |
|
1 | 0 | ‒ 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
|
1 | 0 | 5.500 | 6.167 | 6.500 | 6.500 | 6.500 |
|
|
2 | ‒ 197.011 | 0 | 0 | 0 | 0 | 197.011 |
|
|
2 | 16.000 | 10.790 | 3.250 | ‒ 16.000 | ‒ 12.547 | ‒ 1.493 |
|
|
2 | 15.000 | 23.500 | 0 | 0 | 38.500 | 0 |
|
|
2 | ‒ 9.500 | 7.500 | 2.000 | 0 | 0 | 0 |
|
|
2 | 0 | ‒ 25.000 | 0 | 0 | 25.000 | 0 |
|
|
2 | 0 | ‒ 15.000 | ‒ 15.000 | 0 | 0 | 30.000 |
| 21a |
|
2 | 0 | 0 | 107.450 | 27.000 | 16.241 | 0 |
| 21b |
|
2 | 0 | 0 | ‒ 107.450 | ‒ 27.000 | ‒ 16.241 | 0 |
|
|
4 | 23.535 | 25.828 | 28.077 | 15.979 | 8.145 | 0 |
|
|
4 | 20.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 0 |
|
|
4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 54.361 |
|
|
4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 11.500 |
|
|
4 | 11.100 | 6.600 | 22.100 | 34.460 | 40.615 | 35.721 |
|
|
4 | ‒ 6.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 6.000 |
|
|
4 | ‒ 3.845 | ‒ 11.626 | ‒ 19.976 | ‒ 111.426 | ‒ 111.426 | 0 |
| Artikel | Uitgaven 2026 |
Uitgaven 2027 |
Uitgaven 2028 |
Uitgaven 2029 |
|
Uitgaven 2031 |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
4 | 1.500 | 3.000 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 |
|
|
4 | 0 | 0 | 0 | 2.500 | 2.500 | 2.500 |
|
|
12 | 23.204 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
|
Alle | 83.785 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
|
Alle | 76.012 | 102.075 | 57.115 | 50.702 | 41.528 | 16.016 |
|
|
Alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 8.572.383 |
|
|
Alle | ‒ 18.232 | ‒ 84 | 3.373 | ‒ 13.200 | ‒ 12.667 | ‒ 7.082 |
|
9.219.370 | 10.259.852 | 9.697.782 | 9.492.988 | 9.373.700 | 8.816.184 |
Toelichting uitgavenmutaties
Aftrek specifieke zorgkosten huurtoeslag
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de aftrek van specifieke zorgkosten wordt geschrapt vanaf 2028. Door het afschaffen van deze aftrekpost wordt het toetsingsinkomen hoger, waardoor de totale uitgaven aan huurtoeslag afnemen. Hierdoor zijn de begrote uitgaven aan de huurtoeslag naar beneden bijgesteld met structureel € 65,0 mln. vanaf 2028.
Overheveling Regiodeals naar BZK
Sinds het aantreden van het kabinet-Jetten is de minister van BZK verant-woordelijk voor de Regiodeals. Het totale budget van de Regiodeals, in 2026
€ 101,3 mln. en voor de jaren 2027-2030 € 0,4 mln., is overgeboekt van de begroting van VRO naar de begroting van BZK (VII).
Efficiencytaakstelling
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel
de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 5,0 mln. in 2030 en € 4,8 mln. structureel vanaf 2031.
Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 13,5 mln. in 2030 en € 12,9 mln. structureel vanaf 2031.
Subsidietaakstelling
In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd vanaf 2027. Deze taakstelling is verdeeld naar rato van de subsidieuitgaven per departement. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag van € 5,5 mln. voor de jaren 2027 tot en met 2030 en € 0,4 mln. structureel vanaf 2031.
Kasschuif Realisatiestimulans
Op basis van de herijking van de Realisatiestimulans vindt een kasschuif plaats. In totaal wordt € 103,9 mln. aan middelen in een realistischer ritme gezet. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor het versterken van de uitvoeringskracht bij medeoverheden. Hierbij wordt capaciteit beschikbaar gesteld voor gemeenten, worden er versnellingstafels gefaciliteerd en wordt er een Landelijk Expertisecentrum opgericht. Daarnaast wordt ook een deel van de middelen voor de bijdrage aan gemeenten voor betaalbare woningen en voor de NPLV-gebieden in een realistischer ritme gezet. Per saldo verschuiven middelen uit 2026 (€ 80,7 mln.) en 2027 (€ 2,0 mln.) naar 2028 (€ 26,8 mln.), 2029 (€ 13,8 mln.) en 2030 (€ 42,1 mln.).
Ophoging budget Woningbouwimpuls (amendement-Flach)
Bij het debat over de Najaarsnota 2025 is het amendement-Flach (Kamer-stukken II 2025-2026, 36850 XXII, nr. 8) aangenomen dat verzoekt om de onderuitputting op de Woningbouwimpuls (WBI, € 57 mln.) beschikbaar te houden voor de WBI in 2026. Dit bedrag wordt nu als additionele eindejaars-marge toegevoegd aan de begroting van VRO.
Raming uitgaven huurtoeslag
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren minder huurtoeslagontvangers verwacht, daartegenover staan hogere verwachte huurontwikkelingen. Per saldo is er sprake van lagere uitgaven. Dit resulteert in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 163,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. Ook op de ontvangsten is er structureel een meevaller van € 47,1 mln. vanaf 2031. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.
Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten
Dit betreft de herijking voor het grootschalige Rijksproject Zuiderhage. Met het ministerie van Financiën is afgesproken dat aanpassingen voor de Flevoprojecten leiden tot een kadercorrectie aan zowel de uitgaven- als ontvangstenkant van de Rijksbegroting. In 2026 zijn de begrote uitgaven naar beneden bijgesteld met € 11,1 mln., in de jaren 2027-2031 zijn de begrote uitgaven naar boven bijgesteld met respectievelijk € 6,5 mln., € 11,9 mln., € 17,3 mln., € 13,6 mln. en € 9,0 mln.
Kasschuif stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen (SOO) Met het amendement-Flach (Kamerstukken II 2025-2026, 36800 XXII, nr. 13) is in 2026 € 10 mln. beschikbaar gesteld voor de SOO in 2026. De SOO betaalt echter pas een jaar later uit nadat vergunningen zijn verleend, daarom wordt het kasbudget naar 2027 geschoven.
Kasschuif Renovatieversneller
Op basis van de reeds aangegane verplichtingen van de tranches voor MEER (Meerjarige Experimenten Effectieve Renovatiestromen) en de verlenging van het ondersteuningsprogramma Verbouwstromen wordt het budget in het juiste kasritme gezet. Uit 2026 wordt € 5,2 mln. geschoven naar 2027 (€ 4,1 mln.) en 2028 (€ 1,1 mln.), en uit 2029 wordt € 2,4 mln. geschoven
naar 2030.
Woningbouwversnelling metropoolregio Eindhoven
Er wordt € 4,1 mln. in 2026 beschikbaar gesteld voor de Woningbouwver-snelling Metropoolregio Eindhoven. Dit budget staat gelijk aan het bedrag dat in 2025 niet tot besteding is gekomen. Meerjarig blijft het totaalbudget hiermee gelijk. Er komen geen aanvullende middelen bij.
Reallocatie Realisatiestimulans naar SOO
In 2027 vindt een reallocatie van € 30 mln. van de Realisatiestimulans naar de SOO plaats. In de Realisatiestimulans is in 2027 € 30 mln. beschikbaar voor een opslag voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Uit een verkenning blijkt echter dat deze opslag niet aansluit bij de behoeften in het veld. Om de bouw van ouderenwoningen te stimuleren, worden deze middelen daarom gebruikt voor een nieuwe tranche van de Stimuleringsre-geling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO).
Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).
Uitvoeringskosten Dienst Toeslagen
Dit betreft hogere uitvoeringskosten bij Dienst Toeslagen. Het gaat om structureel € 6,5 mln. voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening van Dienst Toeslagen. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Financiën (IXB).
Subsidie Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA)
De wijze van subsidieverlening van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) wordt aangepast, zodat die beter aansluit bij de jaargrenzen van de Rijksbegroting. Hierdoor is eenmalig een kasschuif van € 197 mln. uit 2026 naar 2031 nodig, zodat het budget in hetzelfde jaar staat als wanneer de betaling plaatsvindt.
Subsidieregeling verduurzaming vve's (SVVE)
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de SVVE in het juiste kasritme gezet. Voor 2026 is het geraamde budget niet toereikend. Hiervoor worden middelen uit de jaren 2029-2031 (€ 16,0 mln., € 12,5 mln. en € 1,5 mln.) geschoven naar de jaren 2026-2028 (€ 16,0 mln., € 10,8 mln. en
€ 3,3 mln.).
Opvraag Klimaatfonds Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)
Om meer woningen aardgasvrij te maken moeten die aangesloten kunnen worden op het warmtenet. Al het beschikbare budget dat de komende jaren in de begroting staat is reeds verplicht, waardoor er geen ruimte is voor nieuwe aanvragen. Vanuit het ministerie van EZK is momenteel een groot aantal warmteprojecten in ontwikkeling. Door het ontbreken van de finan-ciering voor inpandige kosten vanuit de SAH zouden minder woningen dan gewenst daadwerkelijk aangesloten worden op het warmtenet. Er wordt in deze ronde in totaal € 77 mln. (€ 15,0 mln. in 2026, € 23,5 mln. in 2027 en
€ 38,5 mln. in 2030) overgeboekt vanuit het Klimaatfonds ten behoeve van de SAH. Met dit budget kunnen extra huurwoningen, waaronder corporatie-woningen, worden aangesloten op het warmtenet.
Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).
Uitvoeringskosten RVO
De geraamde uitgaven voor de RVO-jaaropdracht 2027 worden van 2026 (€ 9,5 mln.) geschoven naar 2027 (€ 7,5 mln.) en 2028 (€ 2,0 mln.), zodat de uitgaven voor de opdracht 2027 ook daadwerkelijk in 2027 worden gedaan.
Subsidie Verduurzaming Onderhoud Huurwoningen (SVOH)
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de afhandeling van de aanvragen van SVOH in het juiste kasritme gezet. Hiervoor wordt
€ 25,0 mln. geschoven van 2027 naar 2030.
Kasschuif SAH
Op de middelen van de SAH vindt een kasschuif plaats op basis van de verwachte prognose van RVO voor de afhandeling van de aanvragen. Het kasritme wordt verklaard doordat in de jaren 2030 en verder budget nodig is voor de vaststelling van projecten en de betaling van de resterende subsidie (50%) van de toegekende subsidies. Uit de jaren 2027 en 2028 wordt per jaar
€ 15,0 mln. doorgeschoven naar 2031 (€ 30,0 mln.).
Reallocatie Warmtefonds naar DUMAVA
In 2025 is circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar
het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet (€ 107,5 mln.
in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2 mln. in 2030).
Zakelijke lasten RVB
Zakelijke lasten betreffen gemeentelijke en waterschapsbelastingen en heffingen op onroerend goed (niet zijnde Rijkshuisvesting) van de Staat. Dit zijn werkzaamheden die het RVB als privaatrechtelijke entiteit uitvoert voor het hele Rijk. Door tariefverhogingen van de gemeentelijke en waterschaps-belastingen nemen de kosten structureel toe. De hogere kosten (€ 23,5 mln. in 2026, € 25,8 mln. in 2027, € 28,1 mln. in 2028, € 16,0 mln. in 2029 en
€ 8,1 mln. in 2030) worden gedekt uit de afrekening van de uitvoering van het Rijksvastgoedbeleid.
Desaldering compensatiegronden
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks
€ 7,0 mln.
Renovatie Binnenhof
In de 14de Voortgangsrapportage Renovatie Binnenhof (Kamerstukken II 2025-2026, 34293, nr. 149) is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de renovatie van het Binnenhof langer duurt. Als gevolg van de langere
doorlooptijd en marktspanning lopen de geraamde investeringskosten op
met circa € 700 mln. naar cumulatief minimaal € 2,7 mld. in totaal (prijspeil 1 januari 2026). Deze extra kosten leiden vanaf 2031, als het Binnenhof weer in gebruik genomen wordt, tot een stijging van de structurele gebruikersver-goeding van ongeveer € 54,4 mln. per jaar.
Renovatie Grafelijke Zalen
De Grafelijke Zalen zijn het enige onderdeel op het Binnenhof dat tot nu toe niet gerenoveerd wordt. De staat van het complex is echter dermate slecht dat renovatie nodig is om het complex in stand te kunnen houden. Er moet, zoals is beschreven in de 14de Voortgangsrapportage Renovatie Binnenhof, rekening worden gehouden met een investeringsbedrag van circa € 225 mln. voor de renovatie (prijspeil 2031). Dit leidt tot een stijging van de gebruiksvergoeding met circa € 11 mln. in 2031 en daarna structureel met circa € 16 mln. vanaf 2032.
Renovatie Binnenhof diversen
Doordat de renovatie van het Binnenhof langer duurt, zijn er ook hogere tijdelijke kosten van cumulatief circa € 150,6 mln. Dit betreft onder andere extra kosten voor het langer in stand houden van het programmabureau, het omgevingsmanagement, leegstand en beveiligingskosten, de kosten voor het informatiecentrum en uitkijkpunt en het langere gebruik van tijdelijke huisvesting door de gebruikers van het Binnenhof elders. Deze kosten kunnen niet worden opgenomen in de gebruiksvergoedingen en worden incidenteel gedekt. De extra kosten bedragen € 11,1 mln. in 2026,
€ 6,6 mln. in 2027, € 22,1 mln. in 2028, € 34,5 mln. in 2029, € 40,6 mln. in 2030
en € 35,7 mln. in 2031.
Verhuiskosten gebruikers Binnenhof
In 2026 is er op de begroting van VRO € 6,0 mln. beschikbaar voor verhuis-kosten van de gebruikers van het Binnenhof. Nu de gebruikers in 2031 terugkeren op het Binnenhof, wordt dit budget geschoven naar 2031.
Vrijval huisvestingsbudget Hoge Colleges van Staat
In de 14e Voortgangsrapportage Binnenhof Renovatie is de Tweede Kamer geïnformeerd over de herijkte planning van de renovatie van het Binnenhof. De gebruiksvergoeding gaat in na afronding van de werkzaamheden in 2031. De middelen voor de gebruiksvergoeding van de renovatie van het Binnenhof die gereserveerd stonden van 2026 tot en met 2030 vallen hierdoor vrij (cumulatief € 258,3 mln.).
Renovatie paleizen
Er is sprake van diverse onvermijdelijke huisvestingskosten voor het Koninklijk Huis. Dit heeft verschillende oorzaken, te weten marktontwik-kelingen en prijsstijgingen, hogere opslagen voor onderhoud, (nieuwe) wettelijke eisen, aanvullende verduurzamingseisen en tegenvallers op projecten. Dit leidt tot een hogere gebruiksvergoeding die oploopt van
€ 1,5 mln. in 2026 tot structureel € 3,5 mln. vanaf 2028.
Renovatie Algemene Rekenkamer
De verwachting is dat de kosten voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer hoger worden dan geraamd. Dit komt voornamelijk door het complexe werk en de risicobeleving van de markt bij dit type
van aanbestedingen. Bovendien is er sprake van hogere marktspanning en prijsstijgingen dan verwacht. Daarom wordt voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer vanaf het jaar 2029 structureel
€ 2,5 mln. toegevoegd aan de gebruiksvergoeding.
Vennootschapsbelasting
Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet het RVB jaarlijks vennootschapsbelasting afdragen. Dit betreft een generaal dossier en gaat om € 23,2 mln. in 2026.
Eindejaarsmarge
Dit betreft de ontvangen reguliere eindejaarsmarge over 2025.
Loon- en prijsbijstelling tranche 2026
De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is toegevoegd aan de begroting van VRO.
Extrapolatie
Bij Miljoenennota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie toegevoegd.
|
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
520.264 | 519.445 | 533.025 | 519.860 | 518.754 | 0 | ||
|
133.209 | 36.513 | 36.837 | 48.887 | 59.003 | 562.159 | ||
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
|
133.209 | 36.513 | 36.837 | 48.887 | 59.003 | 562.159 | ||
|
|
1 | 16.800 | 10.400 | 10.700 | 28.400 | 41.300 | 47.100 |
|
|
1 | ‒ 12.020 | 18.971 | 19.046 | 13.396 | 10.612 | ‒ 1.097 |
|
|
4 | 108.164 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
|
4 | 20.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 0 |
|
|
Alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 516.156 |
|
|
Alle | 265 | 142 | 91 | 91 | 91 | 0 |
|
653.473 | 555.958 | 569.862 | 568.747 | 577.757 | 562.159 | ||
Toelichting ontvangstenmutaties
Raming ontvangsten huurtoeslag
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren meer terugvorderingen van te veel uitgekeerde huurtoeslag verwacht dan eerder geraamd. Deze hogere ontvangsten resulteren in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 107,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 47,1 mln. Op de uitgaven is er vanaf 2031 structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.
Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten
Ook aan de ontvangstenkant is het grootschalige Rijksproject Zuiderhage herijkt. In 2026 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met
€ 12,0 mln., in de jaren 2027-2030 zijn de begrote ontvangsten naar boven
bijgesteld met respectievelijk € 19,0 mln., € 19,0 mln., € 13,4 mln. en € 10,6 mln. en in 2031 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met
€ 1,1 mln.
Afrekening bevoorschotting uitvoering Rijksvastgoedbeleid
De afrekening van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) over 2024 en 2025 leiden tot een meevaller van respectievelijk € 34 mln. en € 74 mln. Deze meevaller is ontstaan door een combinatie van factoren. Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd op met name de vervreemdingen, waaronder de Ontwikkellocatie Schapenweide (€ 46 mln.). Anderzijds zijn er minder kosten gemaakt in 2025 dan eerder geraamd.
Desaldering compensatiegronden
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks
€ 7,0 mln.
Extrapolatie
Bij Miljoenennota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie toegevoegd.
Beleidsartikelen
Artikel 1. Woningmarkt Budgettaire gevolgen van beleid
|
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
7.811.850 | 0 | 7.811.850 | ‒ 34.545 | 7.777.305 | ‒ 39.557 | ‒ 34.365 | ‒ 60.991 | ‒ 49.403 | 7.797.561 |
|
7.700.975 | 0 | 7.700.975 | ‒ 64.665 | 7.636.310 | ‒ 39.599 | ‒ 34.407 | ‒ 61.033 | ‒ 49.445 | 7.710.661 | |
| 1.1 |
|
6.792.113 | 10.000 | 6.802.113 | ‒ 37.420 | 6.764.693 | ‒ 11.966 | ‒ 72.954 | ‒ 92.289 | ‒
|
7.682.429 |
|
35.103 | 10.000 | 45.103 | 932 | 46.035 | 41.966 | 1.966 | 1.866 | ‒ 134 | 6.252 | |
|
500 | 0 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
25.104 | 10.000 | 35.104 | ‒ 619 | 34.485 | 40.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
626 | 0 | 626 | 658 | 1.284 | ‒ 2 | ‒ 2 | ‒ 2 | ‒ 2 | 0 | |
|
4.496 | 0 | 4.496 | 768 | 5.264 | 1.937 | 1.937 | 1.937 | ‒ 63 | 4.387 | |
|
1.377 | 0 | 1.377 | 125 | 1.502 | 73 | 73 | ‒ 27 | ‒ 27 | 1.865 | |
|
3.000 | 0 | 3.000 | 0 | 3.000 | ‒ 42 | ‒ 42 | ‒ 42 | ‒ 42 | 0 | |
|
7.892 | 0 | 7.892 | 635 | 8.527 | 135 | 1.035 | ‒ 280 | ‒ 280 | 9.119 | |
|
6.835 | 0 | 6.835 | 675 | 7.510 | 135 | 1.035 | ‒ 280 | ‒ 280 | 8.577 | |
|
1.057 | 0 | 1.057 | ‒ 40 | 1.017 | 0 | 0 | 0 | 0 | 542 | |
|
6.498.890 | 0 | 6.498.890 | ‒ 35.900 | 6.462.990 | ‒ 51.800 | ‒ 73.900 | ‒ 92.800 | ‒
|
7.550.000 | |
|
6.498.890 | 0 | 6.498.890 | ‒ 35.900 | 6.462.990 | ‒ 51.800 | ‒ 73.900 | ‒ 92.800 | ‒
|
7.550.000 | |
|
3.787 | 0 | 3.787 | 0 | 3.787 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.767 | |
|
3.787 | 0 | 3.787 | 0 | 3.787 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.767 | |
|
218.685 | 0 | 218.685 | ‒ 1.246 | 217.439 | ‒ 1.356 | ‒ 1.396 | ‒ 416 | 0 | 89.620 | |
|
12.100 | 0 | 12.100 | 0 | 12.100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 14.200 | |
|
1.600 | 0 | 1.600 | 150 | 1.750 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.500 | 0 | 1.500 | 0 | 1.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.500 | |
|
74.860 | 0 | 74.860 | ‒ 1.000 | 73.860 | ‒ 960 | ‒ 1.000 | ‒ 416 | 0 | 73.920 | |
|
128.625 | 0 | 128.625 | ‒ 396 | 128.229 | ‒ 396 | ‒ 396 | 0 | 0 | 0 | |
|
26.593 | 0 | 26.593 | ‒ 1.232 | 25.361 | ‒ 253 | 0 | 0 | 0 | 22.461 | |
|
24.979 | 0 | 24.979 | 0 | 24.979 | 0 | 0 | 0 | 0 | 22.461 | |
|
1.614 | 0 | 1.614 | ‒ 1.232 | 382 | ‒ 253 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.163 | 0 | 1.163 | ‒ 609 | 554 | ‒ 658 | ‒ 659 | ‒ 659 | ‒ 659 | 1.210 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 53 | |
|
1.163 | 0 | 1.163 | ‒ 609 | 554 | ‒ 658 | ‒ 659 | ‒ 659 | ‒ 659 | 1.157 | |
| 1.2 |
|
908.862 | ‒ 10.000 | 898.862 | ‒ 27.245 | 871.617 | ‒ 27.633 | 38.547 | 31.256 | 55.828 | 28.232 |
|
28.547 | 0 | 28.547 | 1.843 | 30.390 | ‒ 39 | ‒ 63 | ‒ 63 | ‒ 63 | 1.679 | |
|
249 | 0 | 249 | 1.843 | 2.092 | 0 | ‒ 24 | ‒ 24 | ‒ 24 | 1.679 | |
Ontwerp-begroting t
Mutaties via NvW,
Vastge-stelde
Mutaties 1e
Stand 1e suppletoire
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
(1)
moties,
begroting t suppletoire begroting
amende-menten en ISB (2)
(3) = (1) +
(2)
begroting (4)
(5) = (3) +
(4)
|
28.298 | 0 | 28.298 | 0 | 28.298 | ‒ 39 | ‒ 39 | ‒ 39 | ‒ 39 | 0 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
8.165 | 0 | 8.165 | 2.809 | 10.974 | 206 | 230 | 230 | 230 | 3.078 |
|
3.584 | 0 | 3.584 | ‒ 350 | 3.234 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
142 | 0 | 142 | 0 | 142 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
4.439 | 0 | 4.439 | 3.159 | 7.598 | 206 | 230 | 230 | 230 | 3.078 |
|
320 | 0 | 320 | 0 | 320 | 0 | 0 | 0 | 0 | 320 |
|
320 | 0 | 320 | 0 | 320 | 0 | 0 | 0 | 0 | 320 |
|
837.525 | ‒ 10.000 | 827.525 | ‒ 15.004 | 812.521 | ‒ 31.961 | 26.827 | 13.765 | 42.067 | 0 |
|
208.250 | 0 | 208.250 | 0 | 208.250 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
0 | 20.000 | 20.000 | 0 | 20.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
28.585 | 0 | 28.585 | 0 | 28.585 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
78.750 | 0 | 78.750 | 8.694 | 87.444 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
40 | 0 | 40 | 0 | 40 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
95.000 | ‒ 30.000 | 65.000 | 57.000 | 122.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
336.900 | 0 | 336.900 | ‒ 80.698 | 256.202 | ‒ 31.961 | 26.827 | 13.765 | 42.067 | 0 |
|
90.000 | 0 | 90.000 | 0 | 90.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
34.305 | 0 | 34.305 | ‒ 16.893 | 17.412 | 4.161 | 11.553 | 17.324 | 13.594 | 23.155 |
|
19.738 | 0 | 19.738 | ‒ 11.106 | 8.632 | 6.504 | 11.868 | 17.324 | 13.594 | 21.458 |
|
4.900 | 0 | 4.900 | 2.500 | 7.400 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|
9.667 | 0 | 9.667 | ‒ 8.287 | 1.380 | ‒ 2.343 | ‒ 315 | 0 | 0 | 1.697 |
|
410.729 | 0 | 410.729 | 5.045 | 415.774 | 29.513 | 29.837 | 41.887 | 52.003 | 462.272 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Artikel 1 |
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 97% |
| bestuurlijk gebonden | 0% |
| beleidsmatig gereserveerd | 3% |
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 97% juridisch verplicht.
Woningmarkt Subsidies (regelingen)
Ouderenhuisvesting
Met het amendement-Flach op de ontwerpbegroting 2026 van VRO (Kamer-stukken II 2025-2026, 36800 XXII, nr. 13) wordt in 2026 € 10 mln. beschikbaar gesteld voor de stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen (SOO). De SOO betaalt echter pas een jaar later uit nadat vergunningen zijn verleend, daarom wordt het kasbudget naar 2027 geschoven.
In 2025 vielen de betalingen tegen vanwege vertragingen bij het verstrekken van de omgevingsvergunningen. De middelen voor deze overlopende verplichtingen komen in 2026 alsnog tot betaling, dit betreft € 9,4 mln.
Tot slot vindt in 2027 een reallocatie van € 30 mln. van de Realisatiesti-mulans naar de SOO plaats. In de Realisatiestimulans is in 2027 € 30 mln. beschikbaar voor een opslag voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Uit een verkenning blijkt echter dat deze opslag niet aansluit bij de behoeften in het veld. Om de bouw van ouderenwoningen te stimuleren, worden deze middelen daarom gebruikt voor een nieuwe tranche van de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO).
Woningmarkt
Dit betreft een reallocatie ten behoeve van de inzet op vocht- en schimmel-problematiek. Dat is een van de grootste uitdagingen met betrekking tot onderhoud voor woningcorporaties én huurders. Hiermee wordt de kennis van experts ingezet die bij een conflict tussen huurder en verhuurder kunnen bemiddelen en vanuit hun expertise een rapport opstellen,
om de terugkeer van vocht- en schimmelproblemen te voorkomen. De kosten worden verdeeld tussen Rijk en corporaties. De reallocatie betreft cumulatief € 6,0 mln. in de jaren 2027 tot en met 2029 van artikel 2 naar artikel 1.
Het restant betreft diverse kleine technische reallocaties en de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieak-koord.
Inkomensoverdrachten
Huurtoeslag
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren minder huurtoeslagontvangers verwacht, daartegenover staan hogere verwachte huurontwikkelingen. Per saldo is er sprake van lagere uitgaven. Dit resulteert in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 163,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. Ook op de ontvangsten is er structureel een meevaller van € 47,1 mln. vanaf 2031. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.
Dienst Toeslagen heeft te maken met hogere uitvoeringskosten. Het gaat om structureel € 6,5 mln. voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening van Dienst Toeslagen. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Financiën (IXB).
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de aftrek van specifieke zorgkosten wordt geschrapt vanaf 2028. Door het afschaffen van deze aftrekpost wordt het toetsingsinkomen hoger, waardoor de totale uitgaven aan huurtoeslag afnemen. Hierdoor zijn de begrote uitgaven aan de huurtoeslag naar beneden bijgesteld met structureel € 65,0 mln. vanaf 2028.
Woningbouw
Bijdrage aan medeoverheden
Vestigingsklimaat
In het voorjaar van 2024 zijn middelen beschikbaar gesteld naar aanleiding van het Convenant van Rijk en Brainportregio over investeringen in het ondernemingsklimaat van de microchipsector. Via de begroting van VRO wordt als onderdeel hiervan zorggedragen voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, te weten het realiseren van additionele (studenten)woningen en gebiedsmaatregelen. Daarnaast wordt er € 4,1
mln. in 2026 beschikbaar gesteld voor de Woningbouwversnelling Metro-poolregio Eindhoven. Dit budget staat gelijk aan het bedrag dat in 2025 niet tot besteding is gekomen. Meerjarig blijft het totaalbudget hiermee gelijk. Er komen geen aanvullende middelen bij.
Daarnaast is een bedrag van € 4,6 mln. beschikbaar gesteld voor afdracht aan het btw-compensatiefonds, zodat gemeenten een beroep kunnen doen op dit fonds. Dit betreffen geen aanvullende middelen, aangezien de middelen voor 2026 worden aangevuld met de middelen uit 2025 die door een abusievelijke berekeningswijze nog niet waren afgedragen.
Woningbouwimpuls
Bij het debat over de Najaarsnota 2025 is het amendement-Flach (Kamer-stukken II 2025-2026, 36850 XXII, nr. 8) aangenomen dat verzoekt om de onderuitputting op de Woningbouwimpuls (WBI, € 57 mln.) beschikbaar te houden voor de WBI in 2026. Dit bedrag wordt nu als additionele eindejaars-marge toegevoegd aan de begroting van VRO.
Realisatiestimulans
Op basis van de herijking van de Realisatiestimulans vindt een kasschuif plaats. In totaal wordt € 103,9 mln. aan middelen in een realistischer ritme gezet. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor het versterken van de uitvoeringskracht bij medeoverheden. Hierbij wordt capaciteit beschikbaar gesteld voor gemeenten, worden er versnellingstafels gefaciliteerd en wordt er een Landelijk Expertisecentrum opgericht. Daarnaast wordt ook een deel van de middelen voor de bijdrage aan gemeenten voor betaalbare woningen en voor de NPLV-gebieden in een realistischer ritme gezet. Per saldo verschuiven middelen uit 2026 (€ 80,7 mln.) en 2027 (€ 2,0 mln.) naar 2028 (€ 26,8 mln.), 2029 (€ 13,8 mln.) en 2030 (€ 42,1 mln.).
Daarnaast vindt in 2027 zoals eerder toegelicht een reallocatie plaats van
€ 30 mln. van de Realisatiestimulans naar de SOO.
Bijdrage aan agentschappen
Grootschalige Rijksprojecten
Dit betreft de herijking voor het grootschalige Rijksproject Zuiderhage. Met het ministerie van Financiën is afgesproken dat aanpassingen voor de Flevoprojecten leiden tot een kadercorrectie aan zowel de uitgaven- als ontvangstenkant van de Rijksbegroting. In 2026 zijn de begrote uitgaven naar beneden bijgesteld met € 11,1 mln., in de jaren 2027-2031 zijn de begrote uitgaven naar boven bijgesteld met respectievelijk € 6,5 mln., € 11,9 mln., € 17,3 mln., € 13,6 mln. en € 9,0 mln.
Ontvangsten
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren meer terugvorderingen van te veel uitgekeerde huurtoeslag verwacht dan eerder geraamd. Deze hogere ontvangsten resulteren in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 107,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 47,1 mln. Op de uitgaven is er vanaf 2031 structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.
Ook aan de ontvangstenkant is het grootschalige Rijksproject Zuiderhage herijkt. In 2026 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met
€ 12,0 mln., in de jaren 2027-2030 zijn de begrote ontvangsten naar boven bijgesteld met respectievelijk € 19,0 mln., € 19,0 mln., € 13,4 mln. en € 10,6 mln. en in 2031 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met
€ 1,1 mln.
Het restant betreft diverse kleine technische desalderingen.
Artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit Budgettaire gevolgen van beleid
Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie
Mutatie Mutatie |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
890.977 | 0 | 890.977 | 394.971 | 1.285.948 | 92.254 | 11.067 | 56.520 | 37.147 | 236.979 |
|
1.086.912 | 0 | 1.086.912 | ‒ 128.245 | 958.667 | 8.427 | ‒ 5.240 | ‒ 28.954 | 44.886 | 452.815 | |
| 2.1 |
|
1.023.752 | 0 | 1.023.752 | ‒ 129.564 | 894.188 | 9.688 | ‒ 3.720 | ‒ 28.954 | 44.886 | 439.392 |
|
715.341 | 0 | 715.341 | ‒ 133.693 | 581.648 | ‒ 4.611 | ‒ 6.902 | ‒ 19.795 | 55.503 | 253.292 | |
|
20.000 | 0 | 20.000 | 19.572 | 39.572 | 10.390 | 2.850 | ‒ 16.000 | ‒ 12.547 | 0 | |
|
17.384 | 0 | 17.384 | 6.520 | 23.904 | 12 | 4.068 | 3.855 | 3.200 | 9.491 | |
|
2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
30.000 | 0 | 30.000 | ‒ 225 | 29.775 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
14.022 | 0 | 14.022 | 6.454 | 20.476 | 0 | 1.463 | 0 | 0 | 0 | |
|
980 | 0 | 980 | 0 | 980 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
7.259 | 0 | 7.259 | 0 | 7.259 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
23.435 | 0 | 23.435 | ‒ 508 | 22.927 | 4.076 | 1.051 | ‒ 2.350 | 2.350 | 0 | |
|
17.100 | 0 | 17.100 | 22.505 | 39.605 | ‒ 15.000 | ‒ 15.000 | 0 | 0 | 30.000 | |
|
20.521 | 0 | 20.521 | 2.492 | 23.013 | ‒ 27.000 | ‒ 4.500 | ‒ 4.500 | 25.000 | 15.311 | |
|
324.430 | 0 | 324.430 | ‒ 206.058 | 118.372 | ‒ 589 | 110.616 | 26.200 | 15.241 | 197.011 | |
|
159.460 | 0 | 159.460 | 0 | 159.460 | 0 | ‒ 107.450 | ‒ 27.000 | ‒ 16.241 | 0 | |
|
1.000 | 0 | 1.000 | 555 | 1.555 | 0 | 0 | 0 | 0 | 986 | |
|
76.750 | 0 | 76.750 | 0 | 76.750 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 493 | |
|
0 | 0 | 0 | 15.000 | 15.000 | 23.500 | 0 | 0 | 38.500 | 0 | |
|
4.900 | 0 | 4.900 | 905 | 5.805 | 1.236 | ‒ 3.200 | ‒ 3.200 | ‒ 3.200 | 500 | |
|
2.900 | 0 | 2.900 | 731 | 3.631 | 986 | ‒ 3.200 | ‒ 3.200 | ‒ 3.200 | 500 | |
|
2.000 | 0 | 2.000 | 174 | 2.174 | 250 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
3.084 | 0 | 3.084 | 0 | 3.084 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.250 | |
|
2.084 | 0 | 2.084 | 0 | 2.084 | 0 | 0 | 0 | 0 | 500 | |
|
1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 750 | |
|
153.353 | 0 | 153.353 | 2.604 | 155.957 | 6.814 | 2.551 | ‒ 595 | ‒ 595 | 142.481 | |
|
9.000 | 0 | 9.000 | 246 | 9.246 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
281 | 0 | 281 | ‒ 281 | 0 | ‒ 186 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontwerp- Mutaties begroting via NvW,
Vastge-stelde
Mutaties 1e
Stand 1e suppletoire
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
t (1)
moties,
begroting suppletoire begroting
amende- t (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en ISB (2)
(2)
(4)
(4)
|
8.854 | 0 | 8.854 | 0 | 8.854 | 0 | 0 | 0 | 0 | 33.250 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
0 | 0 | 0 | 2.639 | 2.639 | 0 | ‒ 449 | ‒ 595 | ‒ 595 | 0 | |
|
3.500 | 0 | 3.500 | 0 | 3.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.500 | |
|
126.718 | 0 | 126.718 | 0 | 126.718 | 0 | 0 | 0 | 0 | 100.731 | |
|
5.000 | 0 | 5.000 | 0 | 5.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5.000 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 7.000 | 3.000 | 0 | 0 | 0 | |
|
39.349 | 0 | 39.349 | 9.342 | 48.691 | 11.466 | 2.569 | 0 | 0 | 23.905 | |
|
1.760 | 0 | 1.760 | 0 | 1.760 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
10.050 | 0 | 10.050 | 0 | 10.050 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.750 | |
|
16.359 | 0 | 16.359 | 12.834 | 29.193 | 12.656 | 2.719 | 0 | 0 | 8.653 | |
|
11.180 | 0 | 11.180 | ‒ 3.492 | 7.688 | ‒ 1.190 | ‒ 150 | 0 | 0 | 9.942 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.560 | |
|
107.725 | 0 | 107.725 | ‒ 8.722 | 99.003 | ‒ 5.217 | 1.262 | ‒ 5.364 | ‒ 6.822 | 17.964 | |
|
17.414 | 0 | 17.414 | ‒ 7.297 | 10.117 | ‒ 5.217 | 1.262 | ‒ 5.364 | ‒ 6.822 | 16.364 | |
|
1.600 | 0 | 1.600 | 0 | 1.600 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.600 | |
|
1.000 | 0 | 1.000 | ‒ 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
87.711 | 0 | 87.711 | ‒ 425 | 87.286 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 2.2 |
|
63.160 | 0 | 63.160 | 1.319 | 64.479 | ‒ 1.261 | ‒ 1.520 | 0 | 0 | 13.423 |
|
19.139 | 0 | 19.139 | 19.429 | 38.568 | ‒ 1.261 | ‒ 1.520 | 0 | 0 | 2.248 | |
|
11.238 | 0 | 11.238 | 489 | 11.727 | ‒ 1.500 | ‒ 1.500 | 0 | 0 | 0 | |
|
2.801 | 0 | 2.801 | 1.666 | 4.467 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.248 | |
|
5.100 | 0 | 5.100 | 17.274 | 22.374 | 239 | ‒ 20 | 0 | 0 | 0 | |
|
17.249 | 0 | 17.249 | 4.806 | 22.055 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.275 | |
|
12.749 | 0 | 12.749 | 4.806 | 17.555 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.275 | |
|
4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 297 | 297 | 137 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 34 | 34 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 263 | 263 | 137 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
24.791 | 0 | 24.791 | ‒ 23.213 | 1.578 | ‒ 137 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
24.791 | 0 | 24.791 | ‒ 23.213 | 1.578 | ‒ 137 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
1.981 | 0 | 1.981 | 0 | 1.981 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.900 | |
|
1.981 | 0 | 1.981 | 0 | 1.981 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.900 | |
|
91 | 0 | 91 | 0 | 91 | 0 | 0 | 0 | 0 | 91 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Artikel 2 |
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 95% |
| bestuurlijk gebonden | 4% |
| beleidsmatig gereserveerd | 1% |
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 95% juridisch verplicht.
Energietransitie en duurzaamheid Subsidies (regelingen)
Energiebesparing Koopsector
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de subsidiere-geling verduurzaming vve's (SVVE) in het juiste kasritme gezet. Voor 2026 is het geraamde budget niet toereikend. Hiervoor worden middelen uit de jaren 2029-2031 (€ 16,0 mln., € 12,5 mln. en € 1,5 mln.) geschoven naar de jaren 2026-2028 (€ 16,0 mln., € 10,8 mln. en € 3,3 mln.).
Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieakkoord.
SAH
Het toekennen en beoordelen van de aanvragen van de nieuwe openstelling in 2025 en een deel van (eerdere) aanvragen is in december 2025 niet meer tot betaling gekomen. RVO heeft in het korte tijdbestek tussen openstelling en toekenning niet alle betalingen kunnen doen. Deze overlopende verplich-tingen komen in 2026 tot betaling, dit betreft € 22,5 mln.
Daarnaast vindt een kasschuif plaats op basis van de verwachte prognose van RVO voor de afhandeling van de aanvragen. Het kasritme wordt verklaard doordat in de jaren 2030 en verder budget nodig is voor de vaststelling van projecten en de betaling van de resterende subsidie (50%) van de toegekende subsidies. Uit de jaren 2027 en 2028 wordt per jaar € 15 mln. doorgeschoven naar 2031 (€ 30 mln.).
Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen
De aanvragen Subsidie Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) trekken aan ten opzichte van 2024. Hierdoor neemt het vaststellen van (eerdere) aanvragen meer tijd in beslag. De aangegane verplichtingen zijn hierdoor voor een deel niet meer in 2025 tot betaling gekomen en lopen over naar 2026. Dit betreft € 2,5 mln.
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de afhandeling van de aanvragen van SVOH in het juiste kasritme gezet. Hiervoor wordt
€ 25,0 mln. geschoven van 2027 naar 2030.
Daarnaast vindt in de jaren 2027 t/m 2029 een reallocatie plaats van artikel 2 naar artikel 1 van € 2,0 mln. per jaar voor de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek in huurwoningen.
Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieakkoord.
Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
De wijze van subsidieverlening van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) wordt aangepast, zodat die beter aansluit bij de jaargrenzen van de Rijksbegroting. Hierdoor is eenmalig een kasschuif van € 197 mln. uit 2026 naar 2031 nodig, zodat het budget in hetzelfde jaar staat als wanneer de betaling plaatsvindt.
Aan RVO wordt een bijdrage gedaan voor de uitvoering van de regeling DUMAVA en het Programma Utiliteitsbouw en monitoringsopdracht. Dit betreft € 6,5 mln. in 2026, € 1,2 mln. in 2027 en € 0,2 mln. in 2028. Er vindt een reallocatie plaats naar het juiste instrument ('RVO (Energietransitie en duurzaamheid)' onder bijdrage aan agentschappen) om de middelen daar te verantwoorden.
De meerjarige Programmatische Aanpak Maatschappelijk Vastgoed wordt in 2026 uitgewerkt. In de jaren hiervoor werd de uitvoering in de regeling maatschappelijk vastgoed opgenomen. Het budget van € 5,0 mln. voor de verduurzaming middels de programmatische aanpak wordt geschoven van 2026 naar 2027 om de aanpak vanaf 2027 meerjarig op te zetten.
Het totale beschikbare subsidiebudget voor DUMAVA is in 2025 aangevraagd en verplicht. Voor een klein deel van de aanvragen wordt de subsidie betaald in 2026, dit betreffen overlopende verplichtingen van
€ 1,9 mln.
Voor het verduurzamen van schoolgebouwen wordt ook subsidie verleend vanuit het DUMAVA-budget. Het budget hiervan is afkomstig van het ministerie van OCW. Middels de kasschuif wordt het budget meerjarig
in het juiste kasritme gezet. Uit 2027 wordt € 4,2 mln. geschoven naar 2026 (€ 0,5 mln.), 2028 (€ 3,5 mln.) en 2029 (€ 0,2 mln.).
In 2025 is circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar
het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet. Dit betreft € 107,5 mln. in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2 mln. in 2030.
Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieakkoord.
Warmtefonds
Zoals toegelicht onder «Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed» is in 2025 circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet. Dit betreft € 107,5 mln. in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2 mln. in 2030.
SAH warmteprojecten
Om meer woningen aardgasvrij te maken moeten die aangesloten kunnen worden op het warmtenet. Al het beschikbare budget dat de komende jaren in de begroting staat is reeds verplicht, waardoor er geen ruimte is voor nieuwe aanvragen. Vanuit het ministerie van EZK is momenteel een groot aantal warmteprojecten in ontwikkeling. Door het ontbreken van de finan-ciering voor inpandige kosten vanuit de SAH zouden minder woningen dan gewenst daadwerkelijk aangesloten worden op het warmtenet. Er wordt in deze ronde in totaal € 77 mln. (€ 15,0 mln. in 2026, € 23,5 mln. in 2027 en
€ 38,5 mln. in 2030) overgeboekt vanuit het Klimaatfonds ten behoeve van de SAH. Met dit budget kunnen extra huurwoningen, waaronder corporatie-woningen, worden aangesloten op het warmtenet.
Bijdrage aan medeoverheden
Energiehuis SCF (Klimaatfonds)
Er wordt in totaal € 10 mln. uit het Klimaatfonds overgeheveld naar de begroting van VRO voor ondersteuning voor huishoudens die in een kwetsbare positie verkeren voor verduurzaming middels Energiehuizen. Dit is onderdeel van de Nederlandse invulling van de middelen uit het Social Climate Fund (SCF). Dit gaat om € 7,0 mln. in 2027 en € 3,0 mln. in 2028.
Bijdrage aan agentschappen
RVO (Energietransitie en duurzaamheid)
De geraamde uitgaven voor de RVO-jaaropdracht 2027 worden van 2026 (€ 9,5 mln.) geschoven naar 2027 (€ 7,5 mln.) en 2028 (€ 2,0 mln.), zodat de uitgaven voor de opdracht 2027 ook daadwerkelijk in 2027 worden gedaan.
RVO heeft een deel van de aanvragen en vaststellingen in 2025 niet tijdig kunnen uitvoeren. Om deze overlopende verplichtingen wel in 2026 uit te kunnen voeren wordt er € 2,9 mln. beschikbaar gesteld.
Het restant (€ 19,4 mln. in 2026) betreft bijdragen aan RVO voor de uitvoering van verschillende regelingen en jaaropdrachten. De voornaamste hiervan zijn de regeling DUMAVA en het Programma Utiliteitsbouw, het Expertise-programma Woningbouw en het Programma Energieprestatie Gebouwen.
Bouwregelgeving en bouwkwaliteit Subsidies (regelingen)
Aanpak funderingsschade
Voor de landelijke werking van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is een subsidie verleend van € 20 mln. in 2026 aan Stichting Volkshuis-
vesting Nederland. De middelen worden met deze reallocatie op het juiste instrument gezet.
Er gaat € 5,0 mln. naar de provincie Fryslân en enkele gemeenten ten behoeve van de gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek. Met deze reallocatie van € 4,5 mln. worden de middelen op de juiste plaats gezet.
Voor de periode 2025 t/m 2028 is in totaal € 56 mln. beschikbaar gesteld voor de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek. Een groot deel van deze middelen is bestemd voor informatievoorziening, kennisontwikkeling en innovatie en de gebiedsgerichte leeraanpak, zoals beschreven in de Kamerbrief van 4 juli 2025 (Kamerstukken II 2024-2025, 28325, nr. 298). Het betreft middelen voor innovatie en opschaling van funderingsherstel en renovatie. De in 2025 geleverde inspanningen hebben niet volledig geleid tot uitputting doordat dit nog in de opstartfase zit. Om de inspanningen
in 2026 onverminderd door te zetten is in 2026 € 1,9 mln. budget voor overlopende verplichtingen beschikbaar gesteld.
Het restant betreft een bijdrage vanuit het ministerie van IenW (€ 0,3 mln.) aan het Kenniscentrum Bodemdaling en Fundering voor 2027 en diverse kleine technische reallocaties.
Bijdrage aan medeoverheden
Aanpak funderingsschade
Voor de landelijke werking van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is een subsidie verleend van € 20 mln. in 2026 aan Stichting Volkshuis-
vesting Nederland. De middelen worden met deze reallocatie op het juiste instrument gezet.
Als onderdeel van de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek worden in 2026 bijdragen gedaan van in totaal € 6,0 mln., verdeeld over de provincie Fryslân en de gemeenten Rotterdam, Dordrecht, Zaanstad, Arnhem en Emmen (elk € 1,0 mln.). Deze middelen worden uitgekeerd via het provincie-fonds en het gemeentefonds.
Met de hierboven genoemde reallocatie van € 4,5 mln. naar dit instrument worden de middelen voor de gebiedsgerichte leeraanpak op de juiste plaats gezet.
Het restant betreft overboekingen naar het ministerie van EZK (€ 1,5 mln.) als bijdragen aan Deltares en TNO en een kleine technische reallocatie.
Artikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet Budgettaire gevolgen van beleid
|
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
163.511 | 0 | 163.511 | 108 | 163.619 | ‒ 229 | ‒ 205 | ‒ 422 | ‒ 422 | 145.318 |
|
264.407 | 0 | 264.407 | ‒ 100.788 | 163.619 | ‒ 229 | ‒ 205 | ‒ 422 | ‒ 422 | 145.318 | |
| 3.1 |
|
67.825 | 0 | 67.825 | ‒ 5.518 | 62.307 | 182 | 206 | ‒ 11 | ‒ 11 | 65.322 |
|
1.186 | 0 | 1.186 | 648 | 1.834 | ‒ 11 | ‒ 11 | ‒ 11 | ‒ 11 | 763 | |
|
581 | 0 | 581 | 0 | 581 | ‒ 7 | ‒ 7 | ‒ 7 | ‒ 7 | 467 | |
|
0 | 0 | 0 | 408 | 408 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
300 | 0 | 300 | 150 | 450 | ‒ 4 | ‒ 4 | ‒ 4 | ‒ 4 | 296 | |
|
305 | 0 | 305 | 0 | 305 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 90 | 90 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
17.183 | 0 | 17.183 | ‒ 2.965 | 14.218 | ‒ 25 | 0 | 0 | 0 | 13.937 | |
|
998 | 0 | 998 | 0 | 998 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
3.828 | 0 | 3.828 | ‒ 1.890 | 1.938 | ‒ 25 | 0 | 0 | 0 | 3.719 | |
|
188 | 0 | 188 | 0 | 188 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
141 | 0 | 141 | 0 | 141 | 0 | 0 | 0 | 0 | 194 | |
|
4.804 | 0 | 4.804 | ‒ 520 | 4.284 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.911 | |
|
7.224 | 0 | 7.224 | ‒ 555 | 6.669 | 0 | 0 | 0 | 0 | 6.113 | |
|
36.740 | 0 | 36.740 | ‒ 1.738 | 35.002 | 461 | 460 | 2.260 | 2.260 | 35.812 | |
|
2.575 | 0 | 2.575 | 64 | 2.639 | 72 | 82 | 82 | 82 | 2.575 | |
|
33.180 | 0 | 33.180 | ‒ 2.256 | 30.924 | 388 | 378 | 2.178 | 2.178 | 33.237 | |
|
985 | 0 | 985 | 110 | 1.095 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | 344 | 344 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
215 | 0 | 215 | 0 | 215 | 0 | 0 | 0 | 0 | 234 | |
|
215 | 0 | 215 | 0 | 215 | 0 | 0 | 0 | 0 | 234 | |
|
5.001 | 0 | 5.001 | 3.537 | 8.538 | 217 | 217 | 0 | 0 | 3.841 | |
|
250 | 0 | 250 | 2.884 | 3.134 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
126 | 0 | 126 | 0 | 126 | 0 | 0 | 0 | 0 | 126 | |
|
2.680 | 0 | 2.680 | 653 | 3.333 | 217 | 217 | 0 | 0 | 2.413 | |
|
1.945 | 0 | 1.945 | 0 | 1.945 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.302 | |
|
7.500 | 0 | 7.500 | ‒ 5.000 | 2.500 | ‒ 460 | ‒ 460 | ‒ 2.260 | ‒ 2.260 | 10.735 | |
|
5.000 | 0 | 5.000 | ‒ 5.000 | 0 | ‒ 460 | ‒ 460 | ‒ 2.260 | ‒ 2.260 | 4.540 | |
|
2.500 | 0 | 2.500 | 0 | 2.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 6.195 | |
| 3.2 |
|
95.303 | 0 | 95.303 | 6.009 | 101.312 | ‒ 28 | ‒ 28 | ‒ 28 | ‒ 28 | 79.996 |
|
2.285 | 0 | 2.285 | 0 | 2.285 | ‒ 28 | ‒ 28 | ‒ 28 | ‒ 28 | 1.972 | |
|
2.285 | 0 | 2.285 | 0 | 2.285 | ‒ 28 | ‒ 28 | ‒ 28 | ‒ 28 | 1.972 | |
|
6.386 | 0 | 6.386 | ‒ 232 | 6.154 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.150 | |
|
6.206 | 0 | 6.206 | ‒ 232 | 5.974 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.000 | |
|
180 | 0 | 180 | 0 | 180 | 0 | 0 | 0 | 0 | 150 | |
|
62.080 | 0 | 62.080 | ‒ 25.849 | 36.231 | ‒ 27.879 | ‒ 27.890 | ‒ 27.892 | ‒ 27.892 | 37.226 | |
|
62.080 | 0 | 62.080 | ‒ 25.849 | 36.231 | ‒ 27.879 | ‒ 27.890 | ‒ 27.892 | ‒ 27.892 | 37.226 | |
|
24.552 | 0 | 24.552 | 32.090 | 56.642 | 27.879 | 27.890 | 27.892 | 27.892 | 38.648 | |
|
20.095 | 0 | 20.095 | 32.090 | 52.185 | 27.879 | 27.890 | 27.892 | 27.892 | 35.541 | |
Ontwerp-
Mutaties
Vastge-
Mutaties 1e Stand 1e
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
begroting t via NvW,
stelde
suppletoire suppletoire
2027
2028
2029
2030
2031
(1)
moties, amende-menten en ISB (2)
begroting t
(3) = (1) +
(2)
begroting (4)
begroting
(5) = (3) +
(4)
|
3.083 | 0 | 3.083 | 0 | 3.083 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.883 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
1.374 | 0 | 1.374 | 0 | 1.374 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.224 | |
| 3.3 |
|
101.279 | 0 | 101.279 | ‒ 101.279 | 0 | ‒ 383 | ‒ 383 | ‒ 383 | ‒ 383 | 0 |
|
30 | 0 | 30 | ‒ 30 | 0 | ‒ 30 | ‒ 30 | ‒ 30 | ‒ 30 | 0 | |
|
30 | 0 | 30 | ‒ 30 | 0 | ‒ 30 | ‒ 30 | ‒ 30 | ‒ 30 | 0 | |
|
353 | 0 | 353 | ‒ 353 | 0 | ‒ 353 | ‒ 353 | ‒ 353 | ‒ 353 | 0 | |
|
353 | 0 | 353 | ‒ 353 | 0 | ‒ 353 | ‒ 353 | ‒ 353 | ‒ 353 | 0 | |
|
100.896 | 0 | 100.896 | ‒ 100.896 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
100.896 | 0 | 100.896 | ‒ 100.896 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
|
3.824 | 0 | 3.824 | 0 | 3.824 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.824 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Artikel 3 |
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 59% |
| bestuurlijk gebonden | 34% |
| beleidsmatig gereserveerd | 8% |
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 59% juridisch verplicht.
Ruimtelijke ordening
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Beheer NGII
Er vindt in 2026 een overboeking plaats (€ 4,5 mln.) van de begroting van VRO naar de begroting van KGG. Deze middelen zijn bij de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar gesteld voor de beleidsmatige doorontwikkeling van het programma basisregistratie ondergrond (BRO). Via de begroting van KGG wordt opdracht gegeven aan TNO voor de BRO.
Daarnaast vindt er een reallocatie plaats van bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s. In tegenstelling tot eerder geraamd worden meer werkzaamheden door het Kadaster uitgevoerd dan door TNO (ministerie van EZK). De extra middelen voor het Kadaster bedragen € 0,5 mln. voor 2026 tot en met 2028 en € 2,3 mln. voor 2029 tot en met 2031. Deze middelen zijn bij de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar gesteld.
Omgevingswet Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s Kadaster
Er wordt € 27,0 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s
naar bijdrage aan agentschappen voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV). Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtver-
strekking aan Rijkswaterstaat. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Er wordt € 0,9 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage aan agentschappen voor de uitbouw van DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
In 2026 wordt € 2,0 mln. gerealloceerd van bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s voor de afbouw van DSO-LV. Omdat een groter gedeelte van de werkzaamheden zal plaatsvinden bij het Kadaster dan eerder werd ingeschat, vindt er een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Bijdrage aan agentschappen
Aan de Slag
Er wordt € 27,0 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage aan agentschappen voor het beheer van het DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Er wordt € 0,9 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage aan agentschappen voor de uitbouw van DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
In 2026 wordt € 2,0 mln. gerealloceerd van bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s voor de afbouw van DSO-LV. Omdat een groter gedeelte van de werkzaamheden zal plaatsvinden bij het Kadaster dan eerder werd ingeschat, vindt er een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Voor diverse overlopende verplichtingen worden middelen toegevoegd
(€ 6,2 mln. in 2026) voor de uitvoering van de Omgevingswet (DSO-LV) aan KOOP en RWS.
Regio
Subsidies / Opdrachten / Bijdrage aan medeoverheden
Regiodeals
Sinds het aantreden van het kabinet-Jetten is de minister van BZK verant-woordelijk voor de Regiodeals. Het totale budget van de Regiodeals, in 2026
€ 101,3 mln. en voor de jaren 2027-2030 € 0,4 mln., is overgeboekt van de begroting van VRO naar de begroting van BZK (VII).
Artikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid Budgettaire gevolgen van beleid
Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie
Mutatie Mutatie |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
214.784 | 0 | 214.784 | 48.389 | 263.173 | 33.090 | 42.989 | ‒ 47.899 | ‒ 49.578 | 418.976 |
|
214.784 | 0 | 214.784 | 48.389 | 263.173 | 33.090 | 42.989 | ‒ 47.899 | ‒ 49.578 | 418.976 | |
| 4.1 |
|
126.819 | 0 | 126.819 | 2.654 | 129.473 | ‒ 1.938 | 5.712 | ‒ 70.878 | ‒ 64.723 | 339.744 |
|
126.819 | 0 | 126.819 | 2.654 | 129.473 | ‒ 1.938 | 5.712 | ‒ 70.878 | ‒ 64.723 | 339.744 | |
|
85.622 | 0 | 85.622 | 2.955 | 88.577 | ‒ 3.326 | 3.824 | ‒ 72.766 | ‒ 66.611 | 299.048 | |
|
18.495 | 0 | 18.495 | 1.500 | 19.995 | 3.000 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 21.941 | |
|
10.662 | 0 | 10.662 | ‒ 1.801 | 8.861 | ‒ 1.801 | ‒ 1.801 | ‒ 1.801 | ‒ 1.801 | 8.182 | |
|
4.916 | 0 | 4.916 | 0 | 4.916 | 189 | 189 | 189 | 189 | 3.487 | |
|
7.124 | 0 | 7.124 | 0 | 7.124 | 0 | 0 | 0 | 0 | 7.086 | |
| 4.2 |
|
87.965 | 0 | 87.965 | 45.735 | 133.700 | 35.028 | 37.277 | 22.979 | 15.145 | 79.232 |
|
87.965 | 0 | 87.965 | 45.735 | 133.700 | 35.028 | 37.277 | 22.979 | 15.145 | 79.232 | |
|
23.816 | 0 | 23.816 | 2.200 | 26.016 | 2.200 | 2.200 | 0 | 0 | 15.878 | |
|
5.000 | 0 | 5.000 | 20.000 | 25.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 5.000 | |
|
4.779 | 0 | 4.779 | 0 | 4.779 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.129 | |
|
54.370 | 0 | 54.370 | 23.535 | 77.905 | 25.828 | 28.077 | 15.979 | 8.145 | 54.225 | |
|
105.620 | 0 | 105.620 | 128.164 | 233.784 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 95.972 | |
Geschatte budgetflexibiliteit
Artikel 4 |
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 99% |
| bestuurlijk gebonden | 1% |
| beleidsmatig gereserveerd | 0% |
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 99% juridisch verplicht.
Doelmatige Rijkshuisvesting
Bijdrage aan agentschappen
RVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)
In de 14e voortgangsrapportage Binnenhof (Kamerstukken II 2025/26, 34293, nr. 149) is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de renovatie van
het Binnenhof langer duurt. De herijkte planning gaat uit van een afronding van de werkzaamheden in 2031. Daarnaast leiden de aanhoudende markt-spanning door een hoge inflatie, gestegen loonkosten en schaarste aan specialistisch personeel tot hogere kosten.
Als gevolg van de langere doorlooptijd en marktspanning lopen de geraamde investeringskosten op met circa € 700 mln. naar cumulatief minimaal € 2,7 mld. in totaal (prijspeil 1 januari 2026). Deze extra kosten leiden vanaf 2031, als het Binnenhof weer in gebruik genomen wordt, tot een stijging van de structurele gebruikersvergoeding van ongeveer € 54,4 mln. per jaar.
Doordat de renovatie van het Binnenhof langer duurt zijn er ook hogere tijdelijke kosten van cumulatief € 150,6 mln. Dit betreft met name extra kosten voor het langer in stand houden van het programmabureau, het omgevingsmanagement, leegstand en beveiligingskosten, de kosten voor het informatiecentrum en uitkijkpunt en het langere gebruik van tijdelijke huisvesting door de gebruikers van het Binnenhof elders. Deze kosten kunnen niet worden opgenomen in de gebruiksvergoedingen en worden incidenteel gedekt. De extra kosten bedragen € 11,1 mln. in 2026, € 6,6 mln. in 2027, € 22,1 mln. in 2028, € 34,5 mln. in 2029, € 40,6 mln. in 2030 en
€ 35,7 mln. in 2031. Daarnaast is in 2026 op de begroting van VRO € 6,0 mln. beschikbaar voor verhuiskosten van de gebruikers van het Binnenhof. Nu de gebruikers in 2031 terugkeren op het Binnenhof, wordt dit budget geschoven naar 2031.
Daarnaast is binnen dit artikel budget toegevoegd voor de renovatie van de Grafelijke Zalen. De Grafelijke Zalen zijn het enige onderdeel op het Binnenhof dat tot nu toe niet gerenoveerd wordt. De staat van het complex is echter dermate slecht dat renovatie nodig is om het complex in stand
te kunnen houden. Er moet, zoals is beschreven in de 14de Voortgangsrap-portage Renovatie Binnenhof, rekening worden gehouden met een investe-ringsbedrag van circa € 225 mln. voor de renovatie (prijspeil 2031). Dit leidt tot een stijging van de gebruiksvergoeding met circa € 11 mln. in 2031 en daarna structureel met circa € 16 mln. vanaf 2032.
De gebruiksvergoeding gaat in na afronding van de werkzaamheden in 2031. De middelen voor de gebruiksvergoeding van de renovatie van het Binnenhof die gereserveerd stonden van 2026 tot en met 2030 vallen hierdoor vrij (cumulatief € 258,3 mln.).
De verwachting is dat de kosten voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer hoger worden dan geraamd. Dit komt voornamelijk door het complexe werk en de risicobeleving van de markt bij dit type
van aanbestedingen. Bovendien is er sprake van hogere marktspanning en prijsstijgingen dan verwacht. Daarom wordt voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer vanaf het jaar 2029 structureel
€ 2,5 mln. toegevoegd aan de gebruiksvergoeding.
Ten slotte wordt er, om middelen op de juiste regeling te verantwoorden, structureel € 1,7 mln. gerealloceerd van de regeling «RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)» naar «RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)».
RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)
Er is sprake van diverse onvermijdelijke huisvestingskosten voor het Koninklijk Huis. Dit heeft verschillende oorzaken, te weten marktontwik-kelingen en prijsstijgingen, hogere opslagen voor onderhoud, (nieuwe) wettelijke eisen, aanvullende verduurzamingseisen en tegenvallers op projecten. Dit leidt tot een hogere gebruiksvergoeding die oploopt van
€ 1,5 mln. in 2026 tot structureel € 3,5 mln. vanaf 2028.
RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)
Om de middelen op de juiste regeling te verantwoorden wordt er structureel
€ 1,7 mln. overgeboekt van de regeling «RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)» naar «RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)».
Beheer materiële activa Bijdrage aan agentschappen
RVB
Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet zijnde-rijkshuisvesting) die tot de Staat toebehoren, zoals de werkzaamheden rond (ver)huur en (erf)pacht. Het tekort wordt veroorzaakt door de reguliere RVB-tariefaanpassingen. Hierdoor ontstaat een tegenvaller van € 2,2 mln. per jaar in 2026 tot en met 2028.
RVB (Bijdrage voor compensatiegronden en erfpachtrecht)
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks
€ 7,0 mln.
RVB (Zakelijke lasten)
Zakelijke lasten betreffen gemeentelijke en waterschapsbelastingen en heffingen op onroerend goed (niet zijnde Rijkshuisvesting) van de Staat. Dit zijn werkzaamheden die het RVB als privaatrechtelijke entiteit uitvoert voor het hele Rijk. Door tariefverhogingen van de gemeentelijke en waterschaps-belastingen nemen de kosten structureel toe. De hogere kosten (€ 23,5 mln. in 2026, € 25,8 mln. in 2027, € 28,1 mln. in 2028, € 16,0 mln. in 2029 en
€ 8,1 mln. in 2030) worden gedekt uit de afrekening van de uitvoering van het Rijksvastgoedbeleid.
Ontvangsten
De afrekening van het RVB over 2024 en 2025 leiden tot een meevaller van respectievelijk € 34 mln. en € 74 mln. Deze meevaller is ontstaan door een combinatie van factoren. Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd
dan geraamd op met name de vervreemdingen, waaronder de Ontwikkello-catie Schapenweide (€ 46 mln.). Anderzijds zijn er minder kosten gemaakt in 2025 dan eerder geraamd.
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks
€ 7,0 mln.
Niet-beleidsartikelen
Artikel 11. Centraal apparaat
De apparaatsuitgaven van VRO worden verantwoord op artikel 11 van de begroting van BZK.
|
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
88.552 | 0 | 88.552 | ‒ 1.395 | 87.157 | ‒ 3.912 | ‒ 5.060 | ‒ 11.291 | ‒ 20.868 | 62.309 |
|
88.552 | 0 | 88.552 | ‒ 1.395 | 87.157 | ‒ 3.912 | ‒ 5.060 | ‒ 11.291 | ‒ 20.868 | 62.309 | |
| 11.1 |
|
88.552 | 0 | 88.552 | ‒ 1.395 | 87.157 | ‒ 3.912 | ‒ 5.060 | ‒ 11.291 | ‒ 20.868 | 62.309 |
|
87.516 | 0 | 87.516 | ‒ 1.461 | 86.055 | ‒ 1.244 | ‒ 2.414 | ‒ 9.005 | ‒ 18.512 | 58.735 | |
|
78.008 | 0 | 78.008 | ‒ 1.716 | 76.292 | ‒ 1.244 | ‒ 2.414 | ‒ 9.005 | ‒ 18.512 | 53.868 | |
|
8.932 | 0 | 8.932 | 267 | 9.199 | 4 | 12 | 12 | 12 | 4.291 | |
|
576 | 0 | 576 | ‒ 12 | 564 | ‒ 4 | ‒ 12 | ‒ 12 | ‒ 12 | 576 | |
|
811 | 0 | 811 | 66 | 877 | ‒ 2.668 | ‒ 2.646 | ‒ 2.286 | ‒ 2.356 | 3.350 | |
|
784 | 0 | 784 | ‒ 784 | 0 | ‒ 2.668 | ‒ 2.646 | ‒ 2.286 | ‒ 2.356 | 3.323 | |
|
27 | 0 | 27 | 850 | 877 | 0 | 0 | 0 | 0 | 27 | |
|
225 | 0 | 225 | 0 | 225 | 0 | 0 | 0 | 0 | 224 | |
|
225 | 0 | 225 | 0 | 225 | 0 | 0 | 0 | 0 | 224 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
11.1 Apparaat Personele uitgaven Eigen personeel
De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel
de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 5,0 mln. in 2030 en € 4,8 mln. structureel vanaf 2031.
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 13,5 mln. in 2030 en € 12,9 mln. structureel vanaf 2031.
Om de uitgaven voor de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) op het juiste instrument te kunnen verantwoorden is er in 2026 een reallocatie van € 1,8 mln. bijdrage SSO's.
Verder is er een reallocatie van € 0,5 mln. om de uitgaven voor het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) op het juiste instrument inhuur externen en overige materiële uitgaven te kunnen verantwoorden.
Artikel 12. Algemeen
Tabel 13 Algemeen (bedragen x € 1.000)
|
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
11.228 | 0 | 11.228 | 23.204 | 34.432 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.728 |
|
11.228 | 0 | 11.228 | 23.204 | 34.432 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.728 | |
| 12.1 |
|
11.228 | 0 | 11.228 | 23.204 | 34.432 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.728 |
|
11.228 | 0 | 11.228 | 23.204 | 34.432 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.728 | |
|
11.228 | 0 | 11.228 | 23.204 | 34.432 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.728 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
12.1 Algemeen
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Financiën (IXB)
Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet het RVB jaarlijks vennootschapsbelasting afdragen. Dit betreft een generaal dossier (€ 23,2 mln.).
Artikel 13. Nog onverdeeld
|
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. |
|
0 | 0 | 0 | 76.012 | 76.012 | 102.075 | 57.115 | 50.702 | 41.528 | 16.377 |
|
0 | 0 | 0 | 76.012 | 76.012 | 102.075 | 57.115 | 50.702 | 41.528 | 16.377 | |
| 13.0 |
|
0 | 0 | 0 | 76.012 | 76.012 | 102.075 | 57.115 | 50.702 | 41.528 | 16.377 |
|
0 | 0 | 0 | 76.012 | 76.012 | 102.075 | 57.115 | 50.702 | 41.528 | 16.377 | |
|
0 | 0 | 0 | 5.677 | 5.677 | 6.340 | 6.074 | 5.823 | 5.806 | 5.896 | |
|
0 | 0 | 0 | 70.335 | 70.335 | 95.735 | 51.041 | 44.879 | 35.722 | 10.481 | |
|
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
13.0 Nog onverdeeld Nog te verdelen
De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is toegevoegd aan de begroting van VRO.
Agentschappen
Rijksvastgoedbedrijf (RVB) Exploitatieoverzicht
(1) Vastge- (2) Mutaties 1e (3) = (1) + (2) |
|||
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| - Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 1.755.970 | 59.708 | 1.815.678 |
| Ingebruikgeving | 1.192.578 | 34.686 | 1.227.264 |
| In stand houden vastgoed | 279.954 | 1.772 | 281.726 |
| Projectrealisatie | 162.148 | ‒ 4.954 | 157.194 |
| Verkoop | 21.758 | 26.914 | 48.672 |
| Expertise en advies | 99.532 | 1.290 | 100.822 |
| - Baten als tegenprestatie voor de levering van input | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage aan A | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage aan B | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage aan C | 0 | 0 | 0 |
| Rentebaten | 6.000 | ‒ 2.000 | 4.000 |
| Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 |
| Bijzondere baten | 103.743 | 34.450 | 138.193 |
| Totaal baten | 1.865.713 | 92.158 | 1.957.871 |
| Lasten | |||
| Apparaatskosten | 542.935 | 41.462 | 584.397 |
| - Personele kosten | 438.488 | 35.241 | 473.729 |
| waarvan eigen personeel | 372.529 | 30.948 | 403.477 |
| waarvan inhuur externen | 65.959 | 4.293 | 70.252 |
| waarvan overige personele kosten | 0 | 0 | 0 |
| - Materiële kosten | 104.447 | 6.221 | 110.668 |
| waarvan apparaat ICT | 10.644 | 12.042 | 22.686 |
| waarvan bijdrage aan SSO's | 62.550 | ‒ 2.169 | 60.381 |
| waarvan overige materiële kosten | 31.253 | ‒ 3.652 | 27.601 |
| Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 0 | 0 | 0 |
| Rentelasten | 110.055 | 38.860 | 148.915 |
| Afschrijvingskosten | 514.162 | 13.429 | 527.591 |
| - Materieel | 514.162 | 13.429 | 527.591 |
| waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 514.162 | 13.429 | 527.591 |
| - Immaterieel | 0 | 0 | 0 |
| Overige lasten | 698.561 | ‒ 1.593 | 696.968 |
| waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijzondere lasten | 698.561 | ‒ 1.593 | 696.968 |
| Totaal lasten | 1.865.713 | 92.158 | 1.957.871 |
| Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 |
| Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 |
| Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 |
Toelichting Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
Verkoop
De toename in de geraamde omzet verkoop ten opzichte van de oorspronkelijk begroting wordt verklaard door een toename in geraamde verkooptransacties van de eigendomsobjecten, waaronder de af te stoten pachtboerderijen. Een deel van de eigendomsobjecten bestaat uit objecten met een initieel geplande opleveringsdatum in boekjaar 2025 die naar 2026 zijn uitgesteld.
Rentebaten
De rentebaten worden lager geraamd dan de oorspronkelijke begroting als gevolg van dalende rentestanden.
Bijzondere baten
Dit betreft met name het deel van de apparaatsinzet bij projecten dat wordt geactiveerd. De hogere raming is het gevolg van de verwachte, toenemende capaciteitsinzet binnen het product projectrealisatie.
Lasten
Apparaatskosten
De apparaatskosten nemen op totaalniveau met € 41,5 mln. (7,6%) toe ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Dit is vrijwel volledig het gevolg van een toenemende, geraamde, gemiddelde bezetting (7,5% hogere ten opzichte van de oorspronkelijke begroting). Binnen de materiële apparaats-kosten hebben enkele mutaties van budgetten plaatsgevonden.
Materiële kosten
Ten opzichte van de oorspronkelijk begroting is rekening gehouden met verder stijgende uitgaven als gevolg van beheerslasten (project run) van nieuwe systemen in een veiligere omgeving en extra investeringen in het kader van de nieuwe I-strategie (project change). Daarnaast heeft er een verplaatsing in budget plaatsgevonden van SSC-ICT (Bijdrage aan SSO’s) naar Apparaat ICT. Binnen de overige materiële kosten heeft het RVB een interne, incidentele budgettaakstelling afgeroepen ten behoeve van de kostendekkendheid RVB.
Rentelasten
De stijging van de verwachte rentelasten is een gevolg van nieuw opgeleverde investeringsprojecten voor Rijkshuisvesting, inclusief de daarbij behorende DBFMO-contracten.
Kasstroomoverzicht
|
||||
|---|---|---|---|---|
|
|
363.637 | 273.165 | 636.802 |
|
3.292.231 | 223.874 | 3.516.105 | |
|
‒ 2.767.360 | ‒ 219.805 | ‒ 2.987.165 | |
|
|
524.871 | 4.069 | 528.940 |
|
‒ 1.148.453 | ‒ 406.862 | ‒ 1.555.315 | |
|
0 | 1.196 | 1.196 | |
|
|
‒ 1.148.453 | ‒ 405.666 | ‒ 1.554.119 |
|
0 | 0 | 0 | |
|
0 | 0 | 0 | |
|
‒ 527.283 | 91.647 | ‒ 435.636 | |
|
1.148.453 | 406.862 | 1.555.315 | |
|
|
621.170 | 498.509 | 1.119.679 |
|
|
361.225 | 370.077 | 731.302 |
Toelichting
De stand van de rekening courant RHB 1 januari 2026 is gebaseerd op het Jaarverslag 2025. Zowel de ontvangsten als de uitgaven bij de opera-
tionele kasstroom worden in gelijke mate beïnvloed door de geprognosti-ceerde omzet op benzineveilingen, doorbelasting programmagelden VRO en programmagelden Defensie.
Investeringskasstroom
Jaarlijks wordt een aanvullend bedrag opgenomen voor het voorwaardelijk deel bij het beroep op leenfaciliteit tijdens de eerste suppletoire begroting. Het beroep is dit jaar voornamelijk verhoogd vanwege de hogere verwachte productie binnen de projecten.
Financieringskasstroom
De aflossingen op leningen is bijgesteld conform het Jaarverslag 2025. Zie de toelichting Investeringskasstroom voor de ontwikkelingen binnen de leenfaciliteit.