[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2026D10608, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:47, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36915 XXII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2026Z04516:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

Vergaderjaar 2025–2026
36 915 XXII

Wijziging van de begrotingsstaten van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

3

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

1

Leeswijzer

4

2

Beleid

5

2.1

Overzicht belangrijkste uitgaven-

en ontvangstenmutaties

5

3

Beleidsartikelen

13

3.1

Artikel 1. Woningmarkt

13

3.2

Artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving

en bouwkwaliteit

18

3.3

Artikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

24

3.4

Artikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

27

4

Niet-beleidsartikelen

31

4.1

Artikel 11. Centraal apparaat

31

4.2

Artikel 12. Algemeen

33

4.3

Artikel 13. Nog onverdeeld

34

5

Agentschappen

35

5.1

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

35

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting worden, op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016, elk

afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de begrotingsstaat inzake de agentschappen.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begro-tingstoelichting).

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

E. Boekholt-O'Sullivan

B. BEGROTINGSTOELICHTING

  1. Leeswijzer

De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2026. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt

vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2026 opgebouwd (Kamerstukken II 2025/26, 36800 XXII, nr. 1).

De stand van de vastgestelde begroting 2026 is inclusief de amendementen-Flach (Kamerstukken II 2025/26, 36800 XXII, nr. 13 en Kamerstukken II 2025/26, 36800 XXII, nr. 14).

In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2031 zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepre-senteerd.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoor-schriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2026

Artikel

Ondergrens beleidsmatige mutaties

Ondergrens technische mutaties

1. Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: € 20 mln. Ontvangsten: € 10 mln.

2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: € 20 mln. Ontvangsten: € 2 mln.

3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: € 5 mln. Ontvangsten: € 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 2 mln.

4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: € 5 mln. Ontvangsten: € 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 4 mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: € 2 mln. Ontvangsten: € 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: € 4 mln. Ontvangsten: € 2 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: € 1 mln. Ontvangsten: € 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: € 2 mln. Ontvangsten: € 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: € 1 mln. Ontvangsten: € 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: € 2 mln. Ontvangsten: € 2 mln.

  1. Beleid

    1. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Artikel Uitgaven Uitgaven Uitgaven Uitgaven Uitgaven Uitgaven
2026 2027 2028 2029 2030 2031

Vastgestelde begroting 2026 (incl. amendementen)

9.366.858 10.160.000 9.642.590 9.591.885 9.407.599 0

Mutaties eerste suppletoire begroting 2026

‒ 147.488 99.852 55.192 ‒ 98.897 ‒ 33.899 8.816.184

- waarvan mutaties coalitieakkoord

‒ 101.279 ‒ 7.090 ‒ 73.260 ‒ 79.851 ‒ 89.358 ‒ 83.042

1

Aftrek specifieke zorgkosten huurtoeslag

1 0 0 ‒ 65.000 ‒ 65.000 ‒ 65.000 ‒ 65.000

2

Overheveling Regiodeals naar BZK

3 ‒ 101.279 ‒ 383 ‒ 383 ‒ 383 ‒ 383 0

3

Efficiencytaakstelling

11 0 ‒ 1.244 ‒ 2.414 ‒ 3.609 ‒ 5.041 ‒ 4.777

4

Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

11 0 0 0 ‒ 5.396 ‒ 13.471 ‒ 12.874

5

Subsidietaakstelling

Alle 0 ‒ 5.463 ‒ 5.463 ‒ 5.463 ‒ 5.463 ‒ 391

- waarvan overige suppletoire mutaties

‒ 46.209 106.942 128.452 ‒ 19.046 55.459 8.899.226

6

Kasschuif Realisatiestimulans

1 ‒ 80.698 ‒ 1.961 26.827 13.765 42.067 0

7

Ophoging budget Woningbouwimpuls (amendement-Flach)

1 57.000 0 0 0 0 0

8

Raming uitgaven huurtoeslag

1 ‒ 35.900 ‒ 51.800 ‒ 8.900 ‒ 27.800 ‒ 39.200 ‒ 36.700

9

Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten

1 ‒ 11.106 6.504 11.868 17.324 13.594 9.009

10

Kasschuif stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen (SOO)

1 ‒ 10.000 10.000 0 0 0 0

11

Kasschuif Renovatieversneller

1 ‒ 5.167 4.116 1.051 ‒ 2.350 2.350 0

12

Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven

1 4.114 0 0 0 0 0
13a

Reallocatie Realisatiestimulans naar SOO

1 0 30.000 0 0 0 0
13b

Reallocatie Realisatiestimulans naar SOO

1 0 ‒ 30.000 0 0 0 0

14

Uitvoeringskosten Dienst Toeslagen

1 0 5.500 6.167 6.500 6.500 6.500

15

Subsidie Duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)

2 ‒ 197.011 0 0 0 0 197.011

16

Subsidieregeling verduurzaming vve's (SVVE)

2 16.000 10.790 3.250 ‒ 16.000 ‒ 12.547 ‒ 1.493

17

Opvraag Klimaatfonds Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

2 15.000 23.500 0 0 38.500 0

18

Uitvoeringskosten RVO

2 ‒ 9.500 7.500 2.000 0 0 0

19

Subsidie Verduurzaming Onderhoud Huurwoningen (SVOH)

2 0 ‒ 25.000 0 0 25.000 0

20

Kasschuif SAH

2 0 ‒ 15.000 ‒ 15.000 0 0 30.000
21a

Reallocatie Warmtefonds naar DUMAVA

2 0 0 107.450 27.000 16.241 0
21b

Reallocatie Warmtefonds naar DUMAVA

2 0 0 ‒ 107.450 ‒ 27.000 ‒ 16.241 0

22

Zakelijke lasten RVB

4 23.535 25.828 28.077 15.979 8.145 0

23

Desaldering compensatiegronden

4 20.000 7.000 7.000 7.000 7.000 0

24

Renovatie Binnenhof

4 0 0 0 0 0 54.361

25

Renovatie Grafelijke Zalen

4 0 0 0 0 0 11.500

26

Renovatie Binnenhof diversen

4 11.100 6.600 22.100 34.460 40.615 35.721

27

Verhuiskosten gebruikers Binnenhof

4 ‒ 6.000 0 0 0 0 6.000

28

Vrijval huisvestingsbudget Hoge Colleges van Staat

4 ‒ 3.845 ‒ 11.626 ‒ 19.976 ‒ 111.426 ‒ 111.426 0
Artikel

Uitgaven

2026

Uitgaven

2027

Uitgaven

2028

Uitgaven

2029

Uitgaven 2030

Uitgaven
2031

29

Renovatie paleizen

4 1.500 3.000 3.500 3.500 3.500 3.500

30

Renovatie Algemene Rekenkamer

4 0 0 0 2.500 2.500 2.500

31

Vennootschapsbelasting

12 23.204 0 0 0 0 0

32

Eindejaarsmarge

Alle 83.785 0 0 0 0 0

33

Loon- en prijsbijstelling tranche 2026

Alle 76.012 102.075 57.115 50.702 41.528 16.016

34

Extrapolatie

Alle 0 0 0 0 0 8.572.383

35

Overige mutaties

Alle ‒ 18.232 ‒ 84 3.373 ‒ 13.200 ‒ 12.667 ‒ 7.082

Stand eerste suppletoire begroting 2026

9.219.370 10.259.852 9.697.782 9.492.988 9.373.700 8.816.184

Toelichting uitgavenmutaties

  1. Aftrek specifieke zorgkosten huurtoeslag

In het coalitieakkoord is opgenomen dat de aftrek van specifieke zorgkosten wordt geschrapt vanaf 2028. Door het afschaffen van deze aftrekpost wordt het toetsingsinkomen hoger, waardoor de totale uitgaven aan huurtoeslag afnemen. Hierdoor zijn de begrote uitgaven aan de huurtoeslag naar beneden bijgesteld met structureel € 65,0 mln. vanaf 2028.

  1. Overheveling Regiodeals naar BZK

Sinds het aantreden van het kabinet-Jetten is de minister van BZK verant-woordelijk voor de Regiodeals. Het totale budget van de Regiodeals, in 2026

€ 101,3 mln. en voor de jaren 2027-2030 € 0,4 mln., is overgeboekt van de begroting van VRO naar de begroting van BZK (VII).

  1. Efficiencytaakstelling

Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel

de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 5,0 mln. in 2030 en € 4,8 mln. structureel vanaf 2031.

  1. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 13,5 mln. in 2030 en € 12,9 mln. structureel vanaf 2031.

  1. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd vanaf 2027. Deze taakstelling is verdeeld naar rato van de subsidieuitgaven per departement. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag van € 5,5 mln. voor de jaren 2027 tot en met 2030 en € 0,4 mln. structureel vanaf 2031.

  1. Kasschuif Realisatiestimulans

Op basis van de herijking van de Realisatiestimulans vindt een kasschuif plaats. In totaal wordt € 103,9 mln. aan middelen in een realistischer ritme gezet. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor het versterken van de uitvoeringskracht bij medeoverheden. Hierbij wordt capaciteit beschikbaar gesteld voor gemeenten, worden er versnellingstafels gefaciliteerd en wordt er een Landelijk Expertisecentrum opgericht. Daarnaast wordt ook een deel van de middelen voor de bijdrage aan gemeenten voor betaalbare woningen en voor de NPLV-gebieden in een realistischer ritme gezet. Per saldo verschuiven middelen uit 2026 (€ 80,7 mln.) en 2027 (€ 2,0 mln.) naar 2028 (€ 26,8 mln.), 2029 (€ 13,8 mln.) en 2030 (€ 42,1 mln.).

  1. Ophoging budget Woningbouwimpuls (amendement-Flach)

Bij het debat over de Najaarsnota 2025 is het amendement-Flach (Kamer-stukken II 2025-2026, 36850 XXII, nr. 8) aangenomen dat verzoekt om de onderuitputting op de Woningbouwimpuls (WBI, € 57 mln.) beschikbaar te houden voor de WBI in 2026. Dit bedrag wordt nu als additionele eindejaars-marge toegevoegd aan de begroting van VRO.

  1. Raming uitgaven huurtoeslag

De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren minder huurtoeslagontvangers verwacht, daartegenover staan hogere verwachte huurontwikkelingen. Per saldo is er sprake van lagere uitgaven. Dit resulteert in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 163,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. Ook op de ontvangsten is er structureel een meevaller van € 47,1 mln. vanaf 2031. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.

  1. Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten

Dit betreft de herijking voor het grootschalige Rijksproject Zuiderhage. Met het ministerie van Financiën is afgesproken dat aanpassingen voor de Flevoprojecten leiden tot een kadercorrectie aan zowel de uitgaven- als ontvangstenkant van de Rijksbegroting. In 2026 zijn de begrote uitgaven naar beneden bijgesteld met € 11,1 mln., in de jaren 2027-2031 zijn de begrote uitgaven naar boven bijgesteld met respectievelijk € 6,5 mln., € 11,9 mln., € 17,3 mln., € 13,6 mln. en € 9,0 mln.

  1. Kasschuif stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen (SOO) Met het amendement-Flach (Kamerstukken II 2025-2026, 36800 XXII, nr. 13) is in 2026 € 10 mln. beschikbaar gesteld voor de SOO in 2026. De SOO betaalt echter pas een jaar later uit nadat vergunningen zijn verleend, daarom wordt het kasbudget naar 2027 geschoven.

  2. Kasschuif Renovatieversneller

Op basis van de reeds aangegane verplichtingen van de tranches voor MEER (Meerjarige Experimenten Effectieve Renovatiestromen) en de verlenging van het ondersteuningsprogramma Verbouwstromen wordt het budget in het juiste kasritme gezet. Uit 2026 wordt € 5,2 mln. geschoven naar 2027 (€ 4,1 mln.) en 2028 (€ 1,1 mln.), en uit 2029 wordt € 2,4 mln. geschoven

naar 2030.

  1. Woningbouwversnelling metropoolregio Eindhoven

Er wordt € 4,1 mln. in 2026 beschikbaar gesteld voor de Woningbouwver-snelling Metropoolregio Eindhoven. Dit budget staat gelijk aan het bedrag dat in 2025 niet tot besteding is gekomen. Meerjarig blijft het totaalbudget hiermee gelijk. Er komen geen aanvullende middelen bij.

  1. Reallocatie Realisatiestimulans naar SOO

In 2027 vindt een reallocatie van € 30 mln. van de Realisatiestimulans naar de SOO plaats. In de Realisatiestimulans is in 2027 € 30 mln. beschikbaar voor een opslag voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Uit een verkenning blijkt echter dat deze opslag niet aansluit bij de behoeften in het veld. Om de bouw van ouderenwoningen te stimuleren, worden deze middelen daarom gebruikt voor een nieuwe tranche van de Stimuleringsre-geling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO).

Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).

  1. Uitvoeringskosten Dienst Toeslagen

Dit betreft hogere uitvoeringskosten bij Dienst Toeslagen. Het gaat om structureel € 6,5 mln. voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening van Dienst Toeslagen. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Financiën (IXB).

  1. Subsidie Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA)

De wijze van subsidieverlening van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) wordt aangepast, zodat die beter aansluit bij de jaargrenzen van de Rijksbegroting. Hierdoor is eenmalig een kasschuif van € 197 mln. uit 2026 naar 2031 nodig, zodat het budget in hetzelfde jaar staat als wanneer de betaling plaatsvindt.

  1. Subsidieregeling verduurzaming vve's (SVVE)

Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de SVVE in het juiste kasritme gezet. Voor 2026 is het geraamde budget niet toereikend. Hiervoor worden middelen uit de jaren 2029-2031 (€ 16,0 mln., € 12,5 mln. en € 1,5 mln.) geschoven naar de jaren 2026-2028 (€ 16,0 mln., € 10,8 mln. en

€ 3,3 mln.).

  1. Opvraag Klimaatfonds Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

Om meer woningen aardgasvrij te maken moeten die aangesloten kunnen worden op het warmtenet. Al het beschikbare budget dat de komende jaren in de begroting staat is reeds verplicht, waardoor er geen ruimte is voor nieuwe aanvragen. Vanuit het ministerie van EZK is momenteel een groot aantal warmteprojecten in ontwikkeling. Door het ontbreken van de finan-ciering voor inpandige kosten vanuit de SAH zouden minder woningen dan gewenst daadwerkelijk aangesloten worden op het warmtenet. Er wordt in deze ronde in totaal € 77 mln. (€ 15,0 mln. in 2026, € 23,5 mln. in 2027 en

€ 38,5 mln. in 2030) overgeboekt vanuit het Klimaatfonds ten behoeve van de SAH. Met dit budget kunnen extra huurwoningen, waaronder corporatie-woningen, worden aangesloten op het warmtenet.

Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).

  1. Uitvoeringskosten RVO

De geraamde uitgaven voor de RVO-jaaropdracht 2027 worden van 2026 (€ 9,5 mln.) geschoven naar 2027 (€ 7,5 mln.) en 2028 (€ 2,0 mln.), zodat de uitgaven voor de opdracht 2027 ook daadwerkelijk in 2027 worden gedaan.

  1. Subsidie Verduurzaming Onderhoud Huurwoningen (SVOH)

Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de afhandeling van de aanvragen van SVOH in het juiste kasritme gezet. Hiervoor wordt

€ 25,0 mln. geschoven van 2027 naar 2030.

  1. Kasschuif SAH

Op de middelen van de SAH vindt een kasschuif plaats op basis van de verwachte prognose van RVO voor de afhandeling van de aanvragen. Het kasritme wordt verklaard doordat in de jaren 2030 en verder budget nodig is voor de vaststelling van projecten en de betaling van de resterende subsidie (50%) van de toegekende subsidies. Uit de jaren 2027 en 2028 wordt per jaar

€ 15,0 mln. doorgeschoven naar 2031 (€ 30,0 mln.).

  1. Reallocatie Warmtefonds naar DUMAVA

In 2025 is circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar

het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet (€ 107,5 mln.

in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2 mln. in 2030).

  1. Zakelijke lasten RVB

Zakelijke lasten betreffen gemeentelijke en waterschapsbelastingen en heffingen op onroerend goed (niet zijnde Rijkshuisvesting) van de Staat. Dit zijn werkzaamheden die het RVB als privaatrechtelijke entiteit uitvoert voor het hele Rijk. Door tariefverhogingen van de gemeentelijke en waterschaps-belastingen nemen de kosten structureel toe. De hogere kosten (€ 23,5 mln. in 2026, € 25,8 mln. in 2027, € 28,1 mln. in 2028, € 16,0 mln. in 2029 en

€ 8,1 mln. in 2030) worden gedekt uit de afrekening van de uitvoering van het Rijksvastgoedbeleid.

  1. Desaldering compensatiegronden

Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks

€ 7,0 mln.

  1. Renovatie Binnenhof

In de 14de Voortgangsrapportage Renovatie Binnenhof (Kamerstukken II 2025-2026, 34293, nr. 149) is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de renovatie van het Binnenhof langer duurt. Als gevolg van de langere

doorlooptijd en marktspanning lopen de geraamde investeringskosten op

met circa € 700 mln. naar cumulatief minimaal € 2,7 mld. in totaal (prijspeil 1 januari 2026). Deze extra kosten leiden vanaf 2031, als het Binnenhof weer in gebruik genomen wordt, tot een stijging van de structurele gebruikersver-goeding van ongeveer € 54,4 mln. per jaar.

  1. Renovatie Grafelijke Zalen

De Grafelijke Zalen zijn het enige onderdeel op het Binnenhof dat tot nu toe niet gerenoveerd wordt. De staat van het complex is echter dermate slecht dat renovatie nodig is om het complex in stand te kunnen houden. Er moet, zoals is beschreven in de 14de Voortgangsrapportage Renovatie Binnenhof, rekening worden gehouden met een investeringsbedrag van circa € 225 mln. voor de renovatie (prijspeil 2031). Dit leidt tot een stijging van de gebruiksvergoeding met circa € 11 mln. in 2031 en daarna structureel met circa € 16 mln. vanaf 2032.

  1. Renovatie Binnenhof diversen

Doordat de renovatie van het Binnenhof langer duurt, zijn er ook hogere tijdelijke kosten van cumulatief circa € 150,6 mln. Dit betreft onder andere extra kosten voor het langer in stand houden van het programmabureau, het omgevingsmanagement, leegstand en beveiligingskosten, de kosten voor het informatiecentrum en uitkijkpunt en het langere gebruik van tijdelijke huisvesting door de gebruikers van het Binnenhof elders. Deze kosten kunnen niet worden opgenomen in de gebruiksvergoedingen en worden incidenteel gedekt. De extra kosten bedragen € 11,1 mln. in 2026,

€ 6,6 mln. in 2027, € 22,1 mln. in 2028, € 34,5 mln. in 2029, € 40,6 mln. in 2030

en € 35,7 mln. in 2031.

  1. Verhuiskosten gebruikers Binnenhof

In 2026 is er op de begroting van VRO € 6,0 mln. beschikbaar voor verhuis-kosten van de gebruikers van het Binnenhof. Nu de gebruikers in 2031 terugkeren op het Binnenhof, wordt dit budget geschoven naar 2031.

  1. Vrijval huisvestingsbudget Hoge Colleges van Staat

In de 14e Voortgangsrapportage Binnenhof Renovatie is de Tweede Kamer geïnformeerd over de herijkte planning van de renovatie van het Binnenhof. De gebruiksvergoeding gaat in na afronding van de werkzaamheden in 2031. De middelen voor de gebruiksvergoeding van de renovatie van het Binnenhof die gereserveerd stonden van 2026 tot en met 2030 vallen hierdoor vrij (cumulatief € 258,3 mln.).

  1. Renovatie paleizen

Er is sprake van diverse onvermijdelijke huisvestingskosten voor het Koninklijk Huis. Dit heeft verschillende oorzaken, te weten marktontwik-kelingen en prijsstijgingen, hogere opslagen voor onderhoud, (nieuwe) wettelijke eisen, aanvullende verduurzamingseisen en tegenvallers op projecten. Dit leidt tot een hogere gebruiksvergoeding die oploopt van

€ 1,5 mln. in 2026 tot structureel € 3,5 mln. vanaf 2028.

  1. Renovatie Algemene Rekenkamer

De verwachting is dat de kosten voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer hoger worden dan geraamd. Dit komt voornamelijk door het complexe werk en de risicobeleving van de markt bij dit type

van aanbestedingen. Bovendien is er sprake van hogere marktspanning en prijsstijgingen dan verwacht. Daarom wordt voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer vanaf het jaar 2029 structureel

€ 2,5 mln. toegevoegd aan de gebruiksvergoeding.

  1. Vennootschapsbelasting

Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet het RVB jaarlijks vennootschapsbelasting afdragen. Dit betreft een generaal dossier en gaat om € 23,2 mln. in 2026.

  1. Eindejaarsmarge

Dit betreft de ontvangen reguliere eindejaarsmarge over 2025.

  1. Loon- en prijsbijstelling tranche 2026

De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is toegevoegd aan de begroting van VRO.

  1. Extrapolatie

Bij Miljoenennota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie toegevoegd.

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Artikel Ontvangsten Ontvangsten Ontvangsten Ontvangsten Ontvangsten Ontvangsten
2026 2027 2028 2029 2030 2031

Vastgestelde begroting 2026

520.264 519.445 533.025 519.860 518.754 0

Mutaties eerste suppletoire begroting 2026

133.209 36.513 36.837 48.887 59.003 562.159

- waarvan mutaties coalitieakkoord

0 0 0 0 0 0

- waarvan overige suppletoire mutaties

133.209 36.513 36.837 48.887 59.003 562.159

1

Raming ontvangsten huurtoeslag

1 16.800 10.400 10.700 28.400 41.300 47.100

2

Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten

1 ‒ 12.020 18.971 19.046 13.396 10.612 ‒ 1.097

3

Afrekening bevoorschotting uitvoering Rijksvastgoedbeleid

4 108.164 0 0 0 0 0

4

Desaldering compensatiegronden

4 20.000 7.000 7.000 7.000 7.000 0

5

Extrapolatie

Alle 0 0 0 0 0 516.156

6

Overige mutaties

Alle 265 142 91 91 91 0

Stand eerste suppletoire begroting 2026

653.473 555.958 569.862 568.747 577.757 562.159

Toelichting ontvangstenmutaties

  1. Raming ontvangsten huurtoeslag

De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren meer terugvorderingen van te veel uitgekeerde huurtoeslag verwacht dan eerder geraamd. Deze hogere ontvangsten resulteren in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 107,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 47,1 mln. Op de uitgaven is er vanaf 2031 structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.

  1. Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten

Ook aan de ontvangstenkant is het grootschalige Rijksproject Zuiderhage herijkt. In 2026 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met

€ 12,0 mln., in de jaren 2027-2030 zijn de begrote ontvangsten naar boven

bijgesteld met respectievelijk € 19,0 mln., € 19,0 mln., € 13,4 mln. en € 10,6 mln. en in 2031 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met

€ 1,1 mln.

  1. Afrekening bevoorschotting uitvoering Rijksvastgoedbeleid

De afrekening van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) over 2024 en 2025 leiden tot een meevaller van respectievelijk € 34 mln. en € 74 mln. Deze meevaller is ontstaan door een combinatie van factoren. Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd op met name de vervreemdingen, waaronder de Ontwikkellocatie Schapenweide (€ 46 mln.). Anderzijds zijn er minder kosten gemaakt in 2025 dan eerder geraamd.

  1. Desaldering compensatiegronden

Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks

€ 7,0 mln.

  1. Extrapolatie

Bij Miljoenennota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie toegevoegd.

Beleidsartikelen

  1. Artikel 1. Woningmarkt Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Woningmarkt (bedragen x € 1.000)

Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie
begroting t via NvW, stelde 1e suppletoire 2027 2028 2029 2030 2031
(1) moties, begroting t suppletoire begroting
amende- (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en (2) (4) (4)
ISB (2)

Art.

Verplichtingen

7.811.850 0 7.811.850 ‒ 34.545 7.777.305 ‒ 39.557 ‒ 34.365 ‒ 60.991 ‒ 49.403 7.797.561

Uitgaven

7.700.975 0 7.700.975 ‒ 64.665 7.636.310 ‒ 39.599 ‒ 34.407 ‒ 61.033 ‒ 49.445 7.710.661
1.1

Woningmarkt

6.792.113 10.000 6.802.113 ‒ 37.420 6.764.693 ‒ 11.966 ‒ 72.954 ‒ 92.289

105.273

7.682.429

Subsidies (regelingen)

35.103 10.000 45.103 932 46.035 41.966 1.966 1.866 ‒ 134 6.252

Bevordering eigen woningbezit

500 0 500 0 500 0 0 0 0 0

Ouderenhuisvesting

25.104 10.000 35.104 ‒ 619 34.485 40.000 0 0 0 0

Stimuleringsmiddelen wooncoöperaties

626 0 626 658 1.284 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2 0

Woningmarkt

4.496 0 4.496 768 5.264 1.937 1.937 1.937 ‒ 63 4.387

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

1.377 0 1.377 125 1.502 73 73 ‒ 27 ‒ 27 1.865

Projectsteun woningcorporaties

3.000 0 3.000 0 3.000 ‒ 42 ‒ 42 ‒ 42 ‒ 42 0

Opdrachten

7.892 0 7.892 635 8.527 135 1.035 ‒ 280 ‒ 280 9.119

Woningmarkt

6.835 0 6.835 675 7.510 135 1.035 ‒ 280 ‒ 280 8.577

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

1.057 0 1.057 ‒ 40 1.017 0 0 0 0 542

Inkomensoverdrachten

6.498.890 0 6.498.890 ‒ 35.900 6.462.990 ‒ 51.800 ‒ 73.900 ‒ 92.800

104.200

7.550.000

Huurtoeslag

6.498.890 0 6.498.890 ‒ 35.900 6.462.990 ‒ 51.800 ‒ 73.900 ‒ 92.800

104.200

7.550.000

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.787 0 3.787 0 3.787 0 0 0 0 3.767

Woningmarkt

3.787 0 3.787 0 3.787 0 0 0 0 3.767

Bijdrage aan medeoverheden

218.685 0 218.685 ‒ 1.246 217.439 ‒ 1.356 ‒ 1.396 ‒ 416 0 89.620

Caribisch Nederland

12.100 0 12.100 0 12.100 0 0 0 0 14.200

Grote gezinnen

1.600 0 1.600 150 1.750 0 0 0 0 0

Opvang Evacuees

1.500 0 1.500 0 1.500 0 0 0 0 1.500

Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur

74.860 0 74.860 ‒ 1.000 73.860 ‒ 960 ‒ 1.000 ‒ 416 0 73.920

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

128.625 0 128.625 ‒ 396 128.229 ‒ 396 ‒ 396 0 0 0

Bijdrage aan agentschappen

26.593 0 26.593 ‒ 1.232 25.361 ‒ 253 0 0 0 22.461

Dienst van de Huurcommissie

24.979 0 24.979 0 24.979 0 0 0 0 22.461

RVO (Uitvoeringskosten BEW)

1.614 0 1.614 ‒ 1.232 382 ‒ 253 0 0 0 0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

1.163 0 1.163 ‒ 609 554 ‒ 658 ‒ 659 ‒ 659 ‒ 659 1.210

Financiën (IXB)

0 0 0 0 0 0 0 0 0 53

Infrastructuur en Waterstaat (XII)

1.163 0 1.163 ‒ 609 554 ‒ 658 ‒ 659 ‒ 659 ‒ 659 1.157
1.2

Woningbouw

908.862 ‒ 10.000 898.862 ‒ 27.245 871.617 ‒ 27.633 38.547 31.256 55.828 28.232

Subsidies (regelingen)

28.547 0 28.547 1.843 30.390 ‒ 39 ‒ 63 ‒ 63 ‒ 63 1.679

Woningbouw

249 0 249 1.843 2.092 0 ‒ 24 ‒ 24 ‒ 24 1.679

Ontwerp-begroting t

Mutaties via NvW,

Vastge-stelde

Mutaties 1e

Stand 1e suppletoire

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

(1)

moties,

begroting t suppletoire begroting

amende-menten en ISB (2)

(3) = (1) +

(2)

begroting (4)

(5) = (3) +

(4)

Opschalen Woningbouw

28.298 0 28.298 0 28.298 ‒ 39 ‒ 39 ‒ 39 ‒ 39 0

Opdrachten

8.165 0 8.165 2.809 10.974 206 230 230 230 3.078

Grootschalige woningbouwgebieden

3.584 0 3.584 ‒ 350 3.234 0 0 0 0 0

Volkshuisvestingsfonds

142 0 142 0 142 0 0 0 0 0

Woningbouw

4.439 0 4.439 3.159 7.598 206 230 230 230 3.078

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

320 0 320 0 320 0 0 0 0 320

CBS

320 0 320 0 320 0 0 0 0 320

Bijdrage aan medeoverheden

837.525 ‒ 10.000 827.525 ‒ 15.004 812.521 ‒ 31.961 26.827 13.765 42.067 0

Grootschalige woningbouwgebieden

208.250 0 208.250 0 208.250 0 0 0 0 0

Kwetsbare groepen

0 20.000 20.000 0 20.000 0 0 0 0 0

Versnelling huisvesting

28.585 0 28.585 0 28.585 0 0 0 0 0

Vestigingsklimaat

78.750 0 78.750 8.694 87.444 0 0 0 0 0

Volkshuisvestingsfonds

40 0 40 0 40 0 0 0 0 0

Woningbouwimpuls

95.000 ‒ 30.000 65.000 57.000 122.000 0 0 0 0 0

Realisatiestimulans

336.900 0 336.900 ‒ 80.698 256.202 ‒ 31.961 26.827 13.765 42.067 0

Grondfaciliteit

90.000 0 90.000 0 90.000 0 0 0 0 0

Bijdrage aan agentschappen

34.305 0 34.305 ‒ 16.893 17.412 4.161 11.553 17.324 13.594 23.155

Grootschalige Rijksprojecten

19.738 0 19.738 ‒ 11.106 8.632 6.504 11.868 17.324 13.594 21.458

RVB

4.900 0 4.900 2.500 7.400 0 0 0 0 0

RVO

9.667 0 9.667 ‒ 8.287 1.380 ‒ 2.343 ‒ 315 0 0 1.697

Ontvangsten

410.729 0 410.729 5.045 415.774 29.513 29.837 41.887 52.003 462.272

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1

Artikel 1

2026
juridisch verplicht 97%
bestuurlijk gebonden 0%
beleidsmatig gereserveerd 3%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 97% juridisch verplicht.

Woningmarkt Subsidies (regelingen)

Ouderenhuisvesting

Met het amendement-Flach op de ontwerpbegroting 2026 van VRO (Kamer-stukken II 2025-2026, 36800 XXII, nr. 13) wordt in 2026 € 10 mln. beschikbaar gesteld voor de stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen (SOO). De SOO betaalt echter pas een jaar later uit nadat vergunningen zijn verleend, daarom wordt het kasbudget naar 2027 geschoven.

In 2025 vielen de betalingen tegen vanwege vertragingen bij het verstrekken van de omgevingsvergunningen. De middelen voor deze overlopende verplichtingen komen in 2026 alsnog tot betaling, dit betreft € 9,4 mln.

Tot slot vindt in 2027 een reallocatie van € 30 mln. van de Realisatiesti-mulans naar de SOO plaats. In de Realisatiestimulans is in 2027 € 30 mln. beschikbaar voor een opslag voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Uit een verkenning blijkt echter dat deze opslag niet aansluit bij de behoeften in het veld. Om de bouw van ouderenwoningen te stimuleren, worden deze middelen daarom gebruikt voor een nieuwe tranche van de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO).

Woningmarkt

Dit betreft een reallocatie ten behoeve van de inzet op vocht- en schimmel-problematiek. Dat is een van de grootste uitdagingen met betrekking tot onderhoud voor woningcorporaties én huurders. Hiermee wordt de kennis van experts ingezet die bij een conflict tussen huurder en verhuurder kunnen bemiddelen en vanuit hun expertise een rapport opstellen,

om de terugkeer van vocht- en schimmelproblemen te voorkomen. De kosten worden verdeeld tussen Rijk en corporaties. De reallocatie betreft cumulatief € 6,0 mln. in de jaren 2027 tot en met 2029 van artikel 2 naar artikel 1.

Het restant betreft diverse kleine technische reallocaties en de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieak-koord.

Inkomensoverdrachten

Huurtoeslag

De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren minder huurtoeslagontvangers verwacht, daartegenover staan hogere verwachte huurontwikkelingen. Per saldo is er sprake van lagere uitgaven. Dit resulteert in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 163,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. Ook op de ontvangsten is er structureel een meevaller van € 47,1 mln. vanaf 2031. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.

Dienst Toeslagen heeft te maken met hogere uitvoeringskosten. Het gaat om structureel € 6,5 mln. voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening van Dienst Toeslagen. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Financiën (IXB).

In het coalitieakkoord is opgenomen dat de aftrek van specifieke zorgkosten wordt geschrapt vanaf 2028. Door het afschaffen van deze aftrekpost wordt het toetsingsinkomen hoger, waardoor de totale uitgaven aan huurtoeslag afnemen. Hierdoor zijn de begrote uitgaven aan de huurtoeslag naar beneden bijgesteld met structureel € 65,0 mln. vanaf 2028.

Woningbouw

Bijdrage aan medeoverheden

Vestigingsklimaat

In het voorjaar van 2024 zijn middelen beschikbaar gesteld naar aanleiding van het Convenant van Rijk en Brainportregio over investeringen in het ondernemingsklimaat van de microchipsector. Via de begroting van VRO wordt als onderdeel hiervan zorggedragen voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, te weten het realiseren van additionele (studenten)woningen en gebiedsmaatregelen. Daarnaast wordt er € 4,1

mln. in 2026 beschikbaar gesteld voor de Woningbouwversnelling Metro-poolregio Eindhoven. Dit budget staat gelijk aan het bedrag dat in 2025 niet tot besteding is gekomen. Meerjarig blijft het totaalbudget hiermee gelijk. Er komen geen aanvullende middelen bij.

Daarnaast is een bedrag van € 4,6 mln. beschikbaar gesteld voor afdracht aan het btw-compensatiefonds, zodat gemeenten een beroep kunnen doen op dit fonds. Dit betreffen geen aanvullende middelen, aangezien de middelen voor 2026 worden aangevuld met de middelen uit 2025 die door een abusievelijke berekeningswijze nog niet waren afgedragen.

Woningbouwimpuls

Bij het debat over de Najaarsnota 2025 is het amendement-Flach (Kamer-stukken II 2025-2026, 36850 XXII, nr. 8) aangenomen dat verzoekt om de onderuitputting op de Woningbouwimpuls (WBI, € 57 mln.) beschikbaar te houden voor de WBI in 2026. Dit bedrag wordt nu als additionele eindejaars-marge toegevoegd aan de begroting van VRO.

Realisatiestimulans

Op basis van de herijking van de Realisatiestimulans vindt een kasschuif plaats. In totaal wordt € 103,9 mln. aan middelen in een realistischer ritme gezet. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor het versterken van de uitvoeringskracht bij medeoverheden. Hierbij wordt capaciteit beschikbaar gesteld voor gemeenten, worden er versnellingstafels gefaciliteerd en wordt er een Landelijk Expertisecentrum opgericht. Daarnaast wordt ook een deel van de middelen voor de bijdrage aan gemeenten voor betaalbare woningen en voor de NPLV-gebieden in een realistischer ritme gezet. Per saldo verschuiven middelen uit 2026 (€ 80,7 mln.) en 2027 (€ 2,0 mln.) naar 2028 (€ 26,8 mln.), 2029 (€ 13,8 mln.) en 2030 (€ 42,1 mln.).

Daarnaast vindt in 2027 zoals eerder toegelicht een reallocatie plaats van

€ 30 mln. van de Realisatiestimulans naar de SOO.

Bijdrage aan agentschappen

Grootschalige Rijksprojecten

Dit betreft de herijking voor het grootschalige Rijksproject Zuiderhage. Met het ministerie van Financiën is afgesproken dat aanpassingen voor de Flevoprojecten leiden tot een kadercorrectie aan zowel de uitgaven- als ontvangstenkant van de Rijksbegroting. In 2026 zijn de begrote uitgaven naar beneden bijgesteld met € 11,1 mln., in de jaren 2027-2031 zijn de begrote uitgaven naar boven bijgesteld met respectievelijk € 6,5 mln., € 11,9 mln., € 17,3 mln., € 13,6 mln. en € 9,0 mln.

Ontvangsten

De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoe-ringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren meer terugvorderingen van te veel uitgekeerde huurtoeslag verwacht dan eerder geraamd. Deze hogere ontvangsten resulteren in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 107,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 47,1 mln. Op de uitgaven is er vanaf 2031 structureel sprake van een meevaller van € 36,7 mln. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.

Ook aan de ontvangstenkant is het grootschalige Rijksproject Zuiderhage herijkt. In 2026 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met

€ 12,0 mln., in de jaren 2027-2030 zijn de begrote ontvangsten naar boven bijgesteld met respectievelijk € 19,0 mln., € 19,0 mln., € 13,4 mln. en € 10,6 mln. en in 2031 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met

€ 1,1 mln.

Het restant betreft diverse kleine technische desalderingen.

Artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
(bedragen x € 1.000)

Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie
begroting t via NvW, stelde 1e suppletoire 2027 2028 2029 2030 2031
(1) moties, begroting t suppletoire begroting
amende- (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en (2) (4) (4)
ISB (2)

Art.

Verplichtingen

890.977 0 890.977 394.971 1.285.948 92.254 11.067 56.520 37.147 236.979

Uitgaven

1.086.912 0 1.086.912 ‒ 128.245 958.667 8.427 ‒ 5.240 ‒ 28.954 44.886 452.815
2.1

Energietransitie en duurzaamheid

1.023.752 0 1.023.752 ‒ 129.564 894.188 9.688 ‒ 3.720 ‒ 28.954 44.886 439.392

Subsidies (regelingen)

715.341 0 715.341 ‒ 133.693 581.648 ‒ 4.611 ‒ 6.902 ‒ 19.795 55.503 253.292

Energiebesparing Koopsector

20.000 0 20.000 19.572 39.572 10.390 2.850 ‒ 16.000 ‒ 12.547 0

Energietransitie en duurzaamheid

17.384 0 17.384 6.520 23.904 12 4.068 3.855 3.200 9.491

Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof

2.000 0 2.000 0 2.000 0 0 0 0 0

Maatschappelijk vastgoed fonds

30.000 0 30.000 ‒ 225 29.775 0 0 0 0 0

Nationaal Groeifonds

14.022 0 14.022 6.454 20.476 0 1.463 0 0 0

Nationaal Isolatie Programma

980 0 980 0 980 0 0 0 0 0

Ontzorgen Vereniging van Eigenaren

7.259 0 7.259 0 7.259 0 0 0 0 0

Renovatieversneller

23.435 0 23.435 ‒ 508 22.927 4.076 1.051 ‒ 2.350 2.350 0

SAH

17.100 0 17.100 22.505 39.605 ‒ 15.000 ‒ 15.000 0 0 30.000

Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen

20.521 0 20.521 2.492 23.013 ‒ 27.000 ‒ 4.500 ‒ 4.500 25.000 15.311

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

324.430 0 324.430 ‒ 206.058 118.372 ‒ 589 110.616 26.200 15.241 197.011

Warmtefonds

159.460 0 159.460 0 159.460 0 ‒ 107.450 ‒ 27.000 ‒ 16.241 0

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe

1.000 0 1.000 555 1.555 0 0 0 0 986

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe Wooncorperaties

76.750 0 76.750 0 76.750 0 0 0 0 0

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe innovatie

1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 493

SAH warmteprojecten

0 0 0 15.000 15.000 23.500 0 0 38.500 0

Opdrachten

4.900 0 4.900 905 5.805 1.236 ‒ 3.200 ‒ 3.200 ‒ 3.200 500

Energietransitie en duurzaamheid

2.900 0 2.900 731 3.631 986 ‒ 3.200 ‒ 3.200 ‒ 3.200 500

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

2.000 0 2.000 174 2.174 250 0 0 0 0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.084 0 3.084 0 3.084 0 0 0 0 1.250

Energietransitie en duurzaamheid

2.084 0 2.084 0 2.084 0 0 0 0 500

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe

1.000 0 1.000 0 1.000 0 0 0 0 750

Bijdrage aan medeoverheden

153.353 0 153.353 2.604 155.957 6.814 2.551 ‒ 595 ‒ 595 142.481

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

9.000 0 9.000 246 9.246 0 0 0 0 0

NIP (Soortenmanagement)

281 0 281 ‒ 281 0 ‒ 186 0 0 0 0

Ontwerp- Mutaties begroting via NvW,

Vastge-stelde

Mutaties 1e

Stand 1e suppletoire

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

t (1)

moties,

begroting suppletoire begroting

amende- t (3) = (1) + begroting (5) = (3) +

menten en ISB (2)

(2)

(4)

(4)

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe

8.854 0 8.854 0 8.854 0 0 0 0 33.250

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0 0 0 2.639 2.639 0 ‒ 449 ‒ 595 ‒ 595 0

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe ontzorgingsprogramma

3.500 0 3.500 0 3.500 0 0 0 0 3.500

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe isolatie en ventilatie

126.718 0 126.718 0 126.718 0 0 0 0 100.731

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe uitvoeringsorganisatie

5.000 0 5.000 0 5.000 0 0 0 0 5.000

Energiehuis

SCF (Klimaatfonds)

0 0 0 0 0 7.000 3.000 0 0 0

Bijdrage aan agentschappen

39.349 0 39.349 9.342 48.691 11.466 2.569 0 0 23.905

Dienst Publiek

en Communicatie

1.760 0 1.760 0 1.760 0 0 0 0 0

RVB

10.050 0 10.050 0 10.050 0 0 0 0 3.750

RVO (Energietransitie en duurzaamheid)

16.359 0 16.359 12.834 29.193 12.656 2.719 0 0 8.653

RVO

(Uitvoering Energieakkoord)

11.180 0 11.180 ‒ 3.492 7.688 ‒ 1.190 ‒ 150 0 0 9.942

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.560

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

107.725 0 107.725 ‒ 8.722 99.003 ‒ 5.217 1.262 ‒ 5.364 ‒ 6.822 17.964

EGO (innovatie)

17.414 0 17.414 ‒ 7.297 10.117 ‒ 5.217 1.262 ‒ 5.364 ‒ 6.822 16.364

Handhaving energielabel C

1.600 0 1.600 0 1.600 0 0 0 0 1.600

Uitfaseren van slechte labels

1.000 0 1.000 ‒ 1.000 0 0 0 0 0 0

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

87.711 0 87.711 ‒ 425 87.286 0 0 0 0 0
2.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

63.160 0 63.160 1.319 64.479 ‒ 1.261 ‒ 1.520 0 0 13.423

Subsidies (regelingen)

19.139 0 19.139 19.429 38.568 ‒ 1.261 ‒ 1.520 0 0 2.248

Biobased bouwen

11.238 0 11.238 489 11.727 ‒ 1.500 ‒ 1.500 0 0 0

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

2.801 0 2.801 1.666 4.467 0 0 0 0 2.248

Aanpak funderingsschade

5.100 0 5.100 17.274 22.374 239 ‒ 20 0 0 0

Opdrachten

17.249 0 17.249 4.806 22.055 0 0 0 0 9.275

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

12.749 0 12.749 4.806 17.555 0 0 0 0 9.275

Aanpak funderingsschade

4.500 0 4.500 0 4.500 0 0 0 0 0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0 0 0 297 297 137 0 0 0 0

Overige bijdragen

0 0 0 34 34 0 0 0 0 0

Aanpak funderingsschade

0 0 0 263 263 137 0 0 0 0

Bijdrage aan medeoverheden

24.791 0 24.791 ‒ 23.213 1.578 ‒ 137 0 0 0 0

Aanpak funderingsschade

24.791 0 24.791 ‒ 23.213 1.578 ‒ 137 0 0 0 0

Bijdrage aan agentschappen

1.981 0 1.981 0 1.981 0 0 0 0 1.900

RVB

1.981 0 1.981 0 1.981 0 0 0 0 1.900

Ontvangsten

91 0 91 0 91 0 0 0 0 91

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2

Artikel 2

2026
juridisch verplicht 95%
bestuurlijk gebonden 4%
beleidsmatig gereserveerd 1%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 95% juridisch verplicht.

Energietransitie en duurzaamheid Subsidies (regelingen)

Energiebesparing Koopsector

Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de subsidiere-geling verduurzaming vve's (SVVE) in het juiste kasritme gezet. Voor 2026 is het geraamde budget niet toereikend. Hiervoor worden middelen uit de jaren 2029-2031 (€ 16,0 mln., € 12,5 mln. en € 1,5 mln.) geschoven naar de jaren 2026-2028 (€ 16,0 mln., € 10,8 mln. en € 3,3 mln.).

Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieakkoord.

SAH

Het toekennen en beoordelen van de aanvragen van de nieuwe openstelling in 2025 en een deel van (eerdere) aanvragen is in december 2025 niet meer tot betaling gekomen. RVO heeft in het korte tijdbestek tussen openstelling en toekenning niet alle betalingen kunnen doen. Deze overlopende verplich-tingen komen in 2026 tot betaling, dit betreft € 22,5 mln.

Daarnaast vindt een kasschuif plaats op basis van de verwachte prognose van RVO voor de afhandeling van de aanvragen. Het kasritme wordt verklaard doordat in de jaren 2030 en verder budget nodig is voor de vaststelling van projecten en de betaling van de resterende subsidie (50%) van de toegekende subsidies. Uit de jaren 2027 en 2028 wordt per jaar € 15 mln. doorgeschoven naar 2031 (€ 30 mln.).

Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen

De aanvragen Subsidie Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) trekken aan ten opzichte van 2024. Hierdoor neemt het vaststellen van (eerdere) aanvragen meer tijd in beslag. De aangegane verplichtingen zijn hierdoor voor een deel niet meer in 2025 tot betaling gekomen en lopen over naar 2026. Dit betreft € 2,5 mln.

Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de afhandeling van de aanvragen van SVOH in het juiste kasritme gezet. Hiervoor wordt

€ 25,0 mln. geschoven van 2027 naar 2030.

Daarnaast vindt in de jaren 2027 t/m 2029 een reallocatie plaats van artikel 2 naar artikel 1 van € 2,0 mln. per jaar voor de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek in huurwoningen.

Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieakkoord.

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

De wijze van subsidieverlening van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) wordt aangepast, zodat die beter aansluit bij de jaargrenzen van de Rijksbegroting. Hierdoor is eenmalig een kasschuif van € 197 mln. uit 2026 naar 2031 nodig, zodat het budget in hetzelfde jaar staat als wanneer de betaling plaatsvindt.

Aan RVO wordt een bijdrage gedaan voor de uitvoering van de regeling DUMAVA en het Programma Utiliteitsbouw en monitoringsopdracht. Dit betreft € 6,5 mln. in 2026, € 1,2 mln. in 2027 en € 0,2 mln. in 2028. Er vindt een reallocatie plaats naar het juiste instrument ('RVO (Energietransitie en duurzaamheid)' onder bijdrage aan agentschappen) om de middelen daar te verantwoorden.

De meerjarige Programmatische Aanpak Maatschappelijk Vastgoed wordt in 2026 uitgewerkt. In de jaren hiervoor werd de uitvoering in de regeling maatschappelijk vastgoed opgenomen. Het budget van € 5,0 mln. voor de verduurzaming middels de programmatische aanpak wordt geschoven van 2026 naar 2027 om de aanpak vanaf 2027 meerjarig op te zetten.

Het totale beschikbare subsidiebudget voor DUMAVA is in 2025 aangevraagd en verplicht. Voor een klein deel van de aanvragen wordt de subsidie betaald in 2026, dit betreffen overlopende verplichtingen van

€ 1,9 mln.

Voor het verduurzamen van schoolgebouwen wordt ook subsidie verleend vanuit het DUMAVA-budget. Het budget hiervan is afkomstig van het ministerie van OCW. Middels de kasschuif wordt het budget meerjarig

in het juiste kasritme gezet. Uit 2027 wordt € 4,2 mln. geschoven naar 2026 (€ 0,5 mln.), 2028 (€ 3,5 mln.) en 2029 (€ 0,2 mln.).

In 2025 is circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar

het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet. Dit betreft € 107,5 mln. in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2 mln. in 2030.

Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieakkoord.

Warmtefonds

Zoals toegelicht onder «Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed» is in 2025 circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet. Dit betreft € 107,5 mln. in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2 mln. in 2030.

SAH warmteprojecten

Om meer woningen aardgasvrij te maken moeten die aangesloten kunnen worden op het warmtenet. Al het beschikbare budget dat de komende jaren in de begroting staat is reeds verplicht, waardoor er geen ruimte is voor nieuwe aanvragen. Vanuit het ministerie van EZK is momenteel een groot aantal warmteprojecten in ontwikkeling. Door het ontbreken van de finan-ciering voor inpandige kosten vanuit de SAH zouden minder woningen dan gewenst daadwerkelijk aangesloten worden op het warmtenet. Er wordt in deze ronde in totaal € 77 mln. (€ 15,0 mln. in 2026, € 23,5 mln. in 2027 en

€ 38,5 mln. in 2030) overgeboekt vanuit het Klimaatfonds ten behoeve van de SAH. Met dit budget kunnen extra huurwoningen, waaronder corporatie-woningen, worden aangesloten op het warmtenet.

Bijdrage aan medeoverheden

Energiehuis SCF (Klimaatfonds)

Er wordt in totaal € 10 mln. uit het Klimaatfonds overgeheveld naar de begroting van VRO voor ondersteuning voor huishoudens die in een kwetsbare positie verkeren voor verduurzaming middels Energiehuizen. Dit is onderdeel van de Nederlandse invulling van de middelen uit het Social Climate Fund (SCF). Dit gaat om € 7,0 mln. in 2027 en € 3,0 mln. in 2028.

Bijdrage aan agentschappen

RVO (Energietransitie en duurzaamheid)

De geraamde uitgaven voor de RVO-jaaropdracht 2027 worden van 2026 (€ 9,5 mln.) geschoven naar 2027 (€ 7,5 mln.) en 2028 (€ 2,0 mln.), zodat de uitgaven voor de opdracht 2027 ook daadwerkelijk in 2027 worden gedaan.

RVO heeft een deel van de aanvragen en vaststellingen in 2025 niet tijdig kunnen uitvoeren. Om deze overlopende verplichtingen wel in 2026 uit te kunnen voeren wordt er € 2,9 mln. beschikbaar gesteld.

Het restant (€ 19,4 mln. in 2026) betreft bijdragen aan RVO voor de uitvoering van verschillende regelingen en jaaropdrachten. De voornaamste hiervan zijn de regeling DUMAVA en het Programma Utiliteitsbouw, het Expertise-programma Woningbouw en het Programma Energieprestatie Gebouwen.

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit Subsidies (regelingen)

Aanpak funderingsschade

Voor de landelijke werking van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is een subsidie verleend van € 20 mln. in 2026 aan Stichting Volkshuis-

vesting Nederland. De middelen worden met deze reallocatie op het juiste instrument gezet.

Er gaat € 5,0 mln. naar de provincie Fryslân en enkele gemeenten ten behoeve van de gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek. Met deze reallocatie van € 4,5 mln. worden de middelen op de juiste plaats gezet.

Voor de periode 2025 t/m 2028 is in totaal € 56 mln. beschikbaar gesteld voor de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek. Een groot deel van deze middelen is bestemd voor informatievoorziening, kennisontwikkeling en innovatie en de gebiedsgerichte leeraanpak, zoals beschreven in de Kamerbrief van 4 juli 2025 (Kamerstukken II 2024-2025, 28325, nr. 298). Het betreft middelen voor innovatie en opschaling van funderingsherstel en renovatie. De in 2025 geleverde inspanningen hebben niet volledig geleid tot uitputting doordat dit nog in de opstartfase zit. Om de inspanningen

in 2026 onverminderd door te zetten is in 2026 € 1,9 mln. budget voor overlopende verplichtingen beschikbaar gesteld.

Het restant betreft een bijdrage vanuit het ministerie van IenW (€ 0,3 mln.) aan het Kenniscentrum Bodemdaling en Fundering voor 2027 en diverse kleine technische reallocaties.

Bijdrage aan medeoverheden

Aanpak funderingsschade

Voor de landelijke werking van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is een subsidie verleend van € 20 mln. in 2026 aan Stichting Volkshuis-

vesting Nederland. De middelen worden met deze reallocatie op het juiste instrument gezet.

Als onderdeel van de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek worden in 2026 bijdragen gedaan van in totaal € 6,0 mln., verdeeld over de provincie Fryslân en de gemeenten Rotterdam, Dordrecht, Zaanstad, Arnhem en Emmen (elk € 1,0 mln.). Deze middelen worden uitgekeerd via het provincie-fonds en het gemeentefonds.

Met de hierboven genoemde reallocatie van € 4,5 mln. naar dit instrument worden de middelen voor de gebiedsgerichte leeraanpak op de juiste plaats gezet.

Het restant betreft overboekingen naar het ministerie van EZK (€ 1,5 mln.) als bijdragen aan Deltares en TNO en een kleine technische reallocatie.

Artikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Ruimtelijke Ordening en Omgevingswet (bedragen x € 1.000)

Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie
begroting t via NvW, stelde 1e suppletoire 2027 2028 2029 2030 2031
(1) moties, begroting t suppletoire begroting
amende- (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en (2) (4) (4)
ISB (2)

Art.

Verplichtingen

163.511 0 163.511 108 163.619 ‒ 229 ‒ 205 ‒ 422 ‒ 422 145.318

Uitgaven

264.407 0 264.407 ‒ 100.788 163.619 ‒ 229 ‒ 205 ‒ 422 ‒ 422 145.318
3.1

Ruimtelijke ordening

67.825 0 67.825 ‒ 5.518 62.307 182 206 ‒ 11 ‒ 11 65.322

Subsidies (regelingen)

1.186 0 1.186 648 1.834 ‒ 11 ‒ 11 ‒ 11 ‒ 11 763

Basisregistraties

581 0 581 0 581 ‒ 7 ‒ 7 ‒ 7 ‒ 7 467

Programma Ruimtelijk Ontwerp

0 0 0 408 408 0 0 0 0 0

Ruimtelijk

instrumentarium (diversen)

300 0 300 150 450 ‒ 4 ‒ 4 ‒ 4 ‒ 4 296

VNG

305 0 305 0 305 0 0 0 0 0

Gebiedsontwikkeling

0 0 0 90 90 0 0 0 0 0

Opdrachten

17.183 0 17.183 ‒ 2.965 14.218 ‒ 25 0 0 0 13.937

Basisregistraties Ondergrond

998 0 998 0 998 0 0 0 0 0

Gebiedsontwikkeling

3.828 0 3.828 ‒ 1.890 1.938 ‒ 25 0 0 0 3.719

Geo-informatie

188 0 188 0 188 0 0 0 0 0

Nationaal Groeifonds

141 0 141 0 141 0 0 0 0 194

Programma Ruimtelijk Ontwerp

4.804 0 4.804 ‒ 520 4.284 0 0 0 0 3.911

Ruimtelijk

instrumentarium (diversen)

7.224 0 7.224 ‒ 555 6.669 0 0 0 0 6.113

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

36.740 0 36.740 ‒ 1.738 35.002 461 460 2.260 2.260 35.812

Geonovum

2.575 0 2.575 64 2.639 72 82 82 82 2.575

Kadaster (basisregistraties)

33.180 0 33.180 ‒ 2.256 30.924 388 378 2.178 2.178 33.237

Nationaal Groeifonds

985 0 985 110 1.095 0 0 0 0 0

NOVEX

0 0 0 344 344 1 0 0 0 0

Bijdrage aan medeoverheden

215 0 215 0 215 0 0 0 0 234

Nationaal Groeifonds

215 0 215 0 215 0 0 0 0 234

Bijdrage aan agentschappen

5.001 0 5.001 3.537 8.538 217 217 0 0 3.841

ICTU

250 0 250 2.884 3.134 0 0 0 0 0

RIVM

126 0 126 0 126 0 0 0 0 126

RVB

2.680 0 2.680 653 3.333 217 217 0 0 2.413

RWS (leefomgeving)

1.945 0 1.945 0 1.945 0 0 0 0 1.302

Bijdrage aan

(andere) begrotingshoofdstukken

7.500 0 7.500 ‒ 5.000 2.500 ‒ 460 ‒ 460 ‒ 2.260 ‒ 2.260 10.735

Beheer NGII

5.000 0 5.000 ‒ 5.000 0 ‒ 460 ‒ 460 ‒ 2.260 ‒ 2.260 4.540

Ontwikkeling NGII

2.500 0 2.500 0 2.500 0 0 0 0 6.195
3.2

Omgevingswet

95.303 0 95.303 6.009 101.312 ‒ 28 ‒ 28 ‒ 28 ‒ 28 79.996

Subsidies (regelingen)

2.285 0 2.285 0 2.285 ‒ 28 ‒ 28 ‒ 28 ‒ 28 1.972

Eenvoudig Beter

2.285 0 2.285 0 2.285 ‒ 28 ‒ 28 ‒ 28 ‒ 28 1.972

Opdrachten

6.386 0 6.386 ‒ 232 6.154 0 0 0 0 2.150

Aan de Slag

6.206 0 6.206 ‒ 232 5.974 0 0 0 0 2.000

Serviceteam Rijk

180 0 180 0 180 0 0 0 0 150

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

62.080 0 62.080 ‒ 25.849 36.231 ‒ 27.879 ‒ 27.890 ‒ 27.892 ‒ 27.892 37.226

Kadaster

62.080 0 62.080 ‒ 25.849 36.231 ‒ 27.879 ‒ 27.890 ‒ 27.892 ‒ 27.892 37.226

Bijdrage aan agentschappen

24.552 0 24.552 32.090 56.642 27.879 27.890 27.892 27.892 38.648

Aan de Slag

20.095 0 20.095 32.090 52.185 27.879 27.890 27.892 27.892 35.541

Ontwerp-

Mutaties

Vastge-

Mutaties 1e Stand 1e

Mutatie

Mutatie

Mutatie

Mutatie

Mutatie

begroting t via NvW,

stelde

suppletoire suppletoire

2027

2028

2029

2030

2031

(1)

moties, amende-menten en ISB (2)

begroting t

(3) = (1) +

(2)

begroting (4)

begroting

(5) = (3) +

(4)

RWS (STR)

3.083 0 3.083 0 3.083 0 0 0 0 1.883

Serviceteam Rijk

1.374 0 1.374 0 1.374 0 0 0 0 1.224
3.3

Regio

101.279 0 101.279 ‒ 101.279 0 ‒ 383 ‒ 383 ‒ 383 ‒ 383 0

Subsidies (regelingen)

30 0 30 ‒ 30 0 ‒ 30 ‒ 30 ‒ 30 ‒ 30 0

Regiodeals

30 0 30 ‒ 30 0 ‒ 30 ‒ 30 ‒ 30 ‒ 30 0

Opdrachten

353 0 353 ‒ 353 0 ‒ 353 ‒ 353 ‒ 353 ‒ 353 0

Regiodeals

353 0 353 ‒ 353 0 ‒ 353 ‒ 353 ‒ 353 ‒ 353 0

Bijdrage aan medeoverheden

100.896 0 100.896 ‒ 100.896 0 0 0 0 0 0

Regiodeals

100.896 0 100.896 ‒ 100.896 0 0 0 0 0 0

Ontvangsten

3.824 0 3.824 0 3.824 0 0 0 0 3.824

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 3

Artikel 3

2026
juridisch verplicht 59%
bestuurlijk gebonden 34%
beleidsmatig gereserveerd 8%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 59% juridisch verplicht.

Ruimtelijke ordening

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Beheer NGII

Er vindt in 2026 een overboeking plaats (€ 4,5 mln.) van de begroting van VRO naar de begroting van KGG. Deze middelen zijn bij de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar gesteld voor de beleidsmatige doorontwikkeling van het programma basisregistratie ondergrond (BRO). Via de begroting van KGG wordt opdracht gegeven aan TNO voor de BRO.

Daarnaast vindt er een reallocatie plaats van bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s. In tegenstelling tot eerder geraamd worden meer werkzaamheden door het Kadaster uitgevoerd dan door TNO (ministerie van EZK). De extra middelen voor het Kadaster bedragen € 0,5 mln. voor 2026 tot en met 2028 en € 2,3 mln. voor 2029 tot en met 2031. Deze middelen zijn bij de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar gesteld.

Omgevingswet Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s Kadaster

Er wordt € 27,0 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

naar bijdrage aan agentschappen voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV). Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtver-

strekking aan Rijkswaterstaat. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

Er wordt € 0,9 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage aan agentschappen voor de uitbouw van DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

In 2026 wordt € 2,0 mln. gerealloceerd van bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s voor de afbouw van DSO-LV. Omdat een groter gedeelte van de werkzaamheden zal plaatsvinden bij het Kadaster dan eerder werd ingeschat, vindt er een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

Bijdrage aan agentschappen

Aan de Slag

Er wordt € 27,0 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage aan agentschappen voor het beheer van het DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

Er wordt € 0,9 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage aan agentschappen voor de uitbouw van DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

In 2026 wordt € 2,0 mln. gerealloceerd van bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s voor de afbouw van DSO-LV. Omdat een groter gedeelte van de werkzaamheden zal plaatsvinden bij het Kadaster dan eerder werd ingeschat, vindt er een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

Voor diverse overlopende verplichtingen worden middelen toegevoegd

(€ 6,2 mln. in 2026) voor de uitvoering van de Omgevingswet (DSO-LV) aan KOOP en RWS.

Regio

Subsidies / Opdrachten / Bijdrage aan medeoverheden

Regiodeals

Sinds het aantreden van het kabinet-Jetten is de minister van BZK verant-woordelijk voor de Regiodeals. Het totale budget van de Regiodeals, in 2026

€ 101,3 mln. en voor de jaren 2027-2030 € 0,4 mln., is overgeboekt van de begroting van VRO naar de begroting van BZK (VII).

  1. Artikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (bedragen x € 1.000)

Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie
begroting t via NvW, stelde 1e suppletoire 2027 2028 2029 2030 2031
(1) moties, begroting t suppletoire begroting
amende- (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en (2) (4) (4)
ISB (2)

Art.

Verplichtingen

214.784 0 214.784 48.389 263.173 33.090 42.989 ‒ 47.899 ‒ 49.578 418.976

Uitgaven

214.784 0 214.784 48.389 263.173 33.090 42.989 ‒ 47.899 ‒ 49.578 418.976
4.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

126.819 0 126.819 2.654 129.473 ‒ 1.938 5.712 ‒ 70.878 ‒ 64.723 339.744

Bijdrage aan agentschappen

126.819 0 126.819 2.654 129.473 ‒ 1.938 5.712 ‒ 70.878 ‒ 64.723 339.744

RVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)

85.622 0 85.622 2.955 88.577 ‒ 3.326 3.824 ‒ 72.766 ‒ 66.611 299.048

RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

18.495 0 18.495 1.500 19.995 3.000 3.500 3.500 3.500 21.941

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

10.662 0 10.662 ‒ 1.801 8.861 ‒ 1.801 ‒ 1.801 ‒ 1.801 ‒ 1.801 8.182

RVB (Bijdrage

voor monumenten)

4.916 0 4.916 0 4.916 189 189 189 189 3.487

RVB (Bijdrage

voor rijkshuisvesting)

7.124 0 7.124 0 7.124 0 0 0 0 7.086
4.2

Beheer materiële activa

87.965 0 87.965 45.735 133.700 35.028 37.277 22.979 15.145 79.232

Bijdrage aan agentschappen

87.965 0 87.965 45.735 133.700 35.028 37.277 22.979 15.145 79.232

RVB

23.816 0 23.816 2.200 26.016 2.200 2.200 0 0 15.878

RVB (Bijdrage

voor compensatiegronden en erfpachtrecht)

5.000 0 5.000 20.000 25.000 7.000 7.000 7.000 7.000 5.000

RVB (Onderhoud en beheerkosten)

4.779 0 4.779 0 4.779 0 0 0 0 4.129

RVB (Zakelijke lasten)

54.370 0 54.370 23.535 77.905 25.828 28.077 15.979 8.145 54.225

Ontvangsten

105.620 0 105.620 128.164 233.784 7.000 7.000 7.000 7.000 95.972

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4

Artikel 4

2026
juridisch verplicht 99%
bestuurlijk gebonden 1%
beleidsmatig gereserveerd 0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 99% juridisch verplicht.

Doelmatige Rijkshuisvesting

Bijdrage aan agentschappen

RVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)

In de 14e voortgangsrapportage Binnenhof (Kamerstukken II 2025/26, 34293, nr. 149) is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de renovatie van

het Binnenhof langer duurt. De herijkte planning gaat uit van een afronding van de werkzaamheden in 2031. Daarnaast leiden de aanhoudende markt-spanning door een hoge inflatie, gestegen loonkosten en schaarste aan specialistisch personeel tot hogere kosten.

Als gevolg van de langere doorlooptijd en marktspanning lopen de geraamde investeringskosten op met circa € 700 mln. naar cumulatief minimaal € 2,7 mld. in totaal (prijspeil 1 januari 2026). Deze extra kosten leiden vanaf 2031, als het Binnenhof weer in gebruik genomen wordt, tot een stijging van de structurele gebruikersvergoeding van ongeveer € 54,4 mln. per jaar.

Doordat de renovatie van het Binnenhof langer duurt zijn er ook hogere tijdelijke kosten van cumulatief € 150,6 mln. Dit betreft met name extra kosten voor het langer in stand houden van het programmabureau, het omgevingsmanagement, leegstand en beveiligingskosten, de kosten voor het informatiecentrum en uitkijkpunt en het langere gebruik van tijdelijke huisvesting door de gebruikers van het Binnenhof elders. Deze kosten kunnen niet worden opgenomen in de gebruiksvergoedingen en worden incidenteel gedekt. De extra kosten bedragen € 11,1 mln. in 2026, € 6,6 mln. in 2027, € 22,1 mln. in 2028, € 34,5 mln. in 2029, € 40,6 mln. in 2030 en

€ 35,7 mln. in 2031. Daarnaast is in 2026 op de begroting van VRO € 6,0 mln. beschikbaar voor verhuiskosten van de gebruikers van het Binnenhof. Nu de gebruikers in 2031 terugkeren op het Binnenhof, wordt dit budget geschoven naar 2031.

Daarnaast is binnen dit artikel budget toegevoegd voor de renovatie van de Grafelijke Zalen. De Grafelijke Zalen zijn het enige onderdeel op het Binnenhof dat tot nu toe niet gerenoveerd wordt. De staat van het complex is echter dermate slecht dat renovatie nodig is om het complex in stand

te kunnen houden. Er moet, zoals is beschreven in de 14de Voortgangsrap-portage Renovatie Binnenhof, rekening worden gehouden met een investe-ringsbedrag van circa € 225 mln. voor de renovatie (prijspeil 2031). Dit leidt tot een stijging van de gebruiksvergoeding met circa € 11 mln. in 2031 en daarna structureel met circa € 16 mln. vanaf 2032.

De gebruiksvergoeding gaat in na afronding van de werkzaamheden in 2031. De middelen voor de gebruiksvergoeding van de renovatie van het Binnenhof die gereserveerd stonden van 2026 tot en met 2030 vallen hierdoor vrij (cumulatief € 258,3 mln.).

De verwachting is dat de kosten voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer hoger worden dan geraamd. Dit komt voornamelijk door het complexe werk en de risicobeleving van de markt bij dit type

van aanbestedingen. Bovendien is er sprake van hogere marktspanning en prijsstijgingen dan verwacht. Daarom wordt voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer vanaf het jaar 2029 structureel

€ 2,5 mln. toegevoegd aan de gebruiksvergoeding.

Ten slotte wordt er, om middelen op de juiste regeling te verantwoorden, structureel € 1,7 mln. gerealloceerd van de regeling «RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)» naar «RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)».

RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

Er is sprake van diverse onvermijdelijke huisvestingskosten voor het Koninklijk Huis. Dit heeft verschillende oorzaken, te weten marktontwik-kelingen en prijsstijgingen, hogere opslagen voor onderhoud, (nieuwe) wettelijke eisen, aanvullende verduurzamingseisen en tegenvallers op projecten. Dit leidt tot een hogere gebruiksvergoeding die oploopt van

€ 1,5 mln. in 2026 tot structureel € 3,5 mln. vanaf 2028.

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

Om de middelen op de juiste regeling te verantwoorden wordt er structureel

€ 1,7 mln. overgeboekt van de regeling «RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)» naar «RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)».

Beheer materiële activa Bijdrage aan agentschappen

RVB

Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet zijnde-rijkshuisvesting) die tot de Staat toebehoren, zoals de werkzaamheden rond (ver)huur en (erf)pacht. Het tekort wordt veroorzaakt door de reguliere RVB-tariefaanpassingen. Hierdoor ontstaat een tegenvaller van € 2,2 mln. per jaar in 2026 tot en met 2028.

RVB (Bijdrage voor compensatiegronden en erfpachtrecht)

Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks

€ 7,0 mln.

RVB (Zakelijke lasten)

Zakelijke lasten betreffen gemeentelijke en waterschapsbelastingen en heffingen op onroerend goed (niet zijnde Rijkshuisvesting) van de Staat. Dit zijn werkzaamheden die het RVB als privaatrechtelijke entiteit uitvoert voor het hele Rijk. Door tariefverhogingen van de gemeentelijke en waterschaps-belastingen nemen de kosten structureel toe. De hogere kosten (€ 23,5 mln. in 2026, € 25,8 mln. in 2027, € 28,1 mln. in 2028, € 16,0 mln. in 2029 en

€ 8,1 mln. in 2030) worden gedekt uit de afrekening van de uitvoering van het Rijksvastgoedbeleid.

Ontvangsten

De afrekening van het RVB over 2024 en 2025 leiden tot een meevaller van respectievelijk € 34 mln. en € 74 mln. Deze meevaller is ontstaan door een combinatie van factoren. Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd

dan geraamd op met name de vervreemdingen, waaronder de Ontwikkello-catie Schapenweide (€ 46 mln.). Anderzijds zijn er minder kosten gemaakt in 2025 dan eerder geraamd.

Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijks-partijen, maar ook voor beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor 2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks

€ 7,0 mln.

Niet-beleidsartikelen

  1. Artikel 11. Centraal apparaat

De apparaatsuitgaven van VRO worden verantwoord op artikel 11 van de begroting van BZK.

Tabel 12 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)

Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie
begroting t via NvW, stelde 1e suppletoire 2027 2028 2029 2030 2031
(1) moties, begroting t suppletoire begroting
amende- (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en (2) (4) (4)
ISB (2)

Art.

Verplichtingen

88.552 0 88.552 ‒ 1.395 87.157 ‒ 3.912 ‒ 5.060 ‒ 11.291 ‒ 20.868 62.309

Uitgaven

88.552 0 88.552 ‒ 1.395 87.157 ‒ 3.912 ‒ 5.060 ‒ 11.291 ‒ 20.868 62.309
11.1

Apparaat

88.552 0 88.552 ‒ 1.395 87.157 ‒ 3.912 ‒ 5.060 ‒ 11.291 ‒ 20.868 62.309

Personele uitgaven

87.516 0 87.516 ‒ 1.461 86.055 ‒ 1.244 ‒ 2.414 ‒ 9.005 ‒ 18.512 58.735

Eigen personeel

78.008 0 78.008 ‒ 1.716 76.292 ‒ 1.244 ‒ 2.414 ‒ 9.005 ‒ 18.512 53.868

Inhuur externen

8.932 0 8.932 267 9.199 4 12 12 12 4.291

Overige personele uitgaven

576 0 576 ‒ 12 564 ‒ 4 ‒ 12 ‒ 12 ‒ 12 576

Materiële uitgaven

811 0 811 66 877 ‒ 2.668 ‒ 2.646 ‒ 2.286 ‒ 2.356 3.350

Bijdrage SSO's

784 0 784 ‒ 784 0 ‒ 2.668 ‒ 2.646 ‒ 2.286 ‒ 2.356 3.323

Overige materiële uitgaven

27 0 27 850 877 0 0 0 0 27

Bijdrage aan agentschappen

225 0 225 0 225 0 0 0 0 224

Diverse bijdragen

225 0 225 0 225 0 0 0 0 224

Ontvangsten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

11.1 Apparaat Personele uitgaven Eigen personeel

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.

Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel

de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 5,0 mln. in 2030 en € 4,8 mln. structureel vanaf 2031.

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 13,5 mln. in 2030 en € 12,9 mln. structureel vanaf 2031.

Om de uitgaven voor de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) op het juiste instrument te kunnen verantwoorden is er in 2026 een reallocatie van € 1,8 mln. bijdrage SSO's.

Verder is er een reallocatie van € 0,5 mln. om de uitgaven voor het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) op het juiste instrument inhuur externen en overige materiële uitgaven te kunnen verantwoorden.

  1. Artikel 12. Algemeen

Tabel 13 Algemeen (bedragen x € 1.000)

Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie
begroting t via NvW, stelde 1e suppletoire 2027 2028 2029 2030 2031
(1) moties, begroting t suppletoire begroting
amende- (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en (2) (4) (4)
ISB (2)

Art.

Verplichtingen

11.228 0 11.228 23.204 34.432 0 0 0 0 9.728

Uitgaven

11.228 0 11.228 23.204 34.432 0 0 0 0 9.728
12.1

Algemeen

11.228 0 11.228 23.204 34.432 0 0 0 0 9.728

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

11.228 0 11.228 23.204 34.432 0 0 0 0 9.728

Financiën (IXB)

11.228 0 11.228 23.204 34.432 0 0 0 0 9.728

Ontvangsten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

12.1 Algemeen

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën (IXB)

Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet het RVB jaarlijks vennootschapsbelasting afdragen. Dit betreft een generaal dossier (€ 23,2 mln.).

  1. Artikel 13. Nog onverdeeld

Tabel 14 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)

Ontwerp- Mutaties Vastge- Mutaties Stand 1e Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie
begroting t via NvW, stelde 1e suppletoire 2027 2028 2029 2030 2031
(1) moties, begroting t suppletoire begroting
amende- (3) = (1) + begroting (5) = (3) +
menten en (2) (4) (4)
ISB (2)

Art.

Verplichtingen

0 0 0 76.012 76.012 102.075 57.115 50.702 41.528 16.377

Uitgaven

0 0 0 76.012 76.012 102.075 57.115 50.702 41.528 16.377
13.0

Nog onverdeeld

0 0 0 76.012 76.012 102.075 57.115 50.702 41.528 16.377

Nog te verdelen

0 0 0 76.012 76.012 102.075 57.115 50.702 41.528 16.377

Loonbijstelling

0 0 0 5.677 5.677 6.340 6.074 5.823 5.806 5.896

Prijsbijstelling

0 0 0 70.335 70.335 95.735 51.041 44.879 35.722 10.481

Ontvangsten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

13.0 Nog onverdeeld Nog te verdelen

De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is toegevoegd aan de begroting van VRO.

  1. Agentschappen

    1. Rijksvastgoedbedrijf (RVB) Exploitatieoverzicht

Tabel 15 Exploitatieoverzicht baten-lastenagentschap RVB (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

(1) Vastge- (2) Mutaties 1e (3) = (1) + (2)
stelde begroting suppletoire Totaal geraamd
begroting

Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten 1.755.970 59.708 1.815.678
Ingebruikgeving 1.192.578 34.686 1.227.264
In stand houden vastgoed 279.954 1.772 281.726
Projectrealisatie 162.148 ‒ 4.954 157.194
Verkoop 21.758 26.914 48.672
Expertise en advies 99.532 1.290 100.822
- Baten als tegenprestatie voor de levering van input 0 0 0
waarvan bijdrage aan A 0 0 0
waarvan bijdrage aan B 0 0 0
waarvan bijdrage aan C 0 0 0
Rentebaten 6.000 ‒ 2.000 4.000
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 103.743 34.450 138.193
Totaal baten 1.865.713 92.158 1.957.871
Lasten
Apparaatskosten 542.935 41.462 584.397
- Personele kosten 438.488 35.241 473.729
waarvan eigen personeel 372.529 30.948 403.477
waarvan inhuur externen 65.959 4.293 70.252
waarvan overige personele kosten 0 0 0
- Materiële kosten 104.447 6.221 110.668
waarvan apparaat ICT 10.644 12.042 22.686
waarvan bijdrage aan SSO's 62.550 ‒ 2.169 60.381
waarvan overige materiële kosten 31.253 ‒ 3.652 27.601
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 0 0 0
Rentelasten 110.055 38.860 148.915
Afschrijvingskosten 514.162 13.429 527.591
- Materieel 514.162 13.429 527.591
waarvan apparaat ICT 0 0 0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 514.162 13.429 527.591
- Immaterieel 0 0 0
Overige lasten 698.561 ‒ 1.593 696.968
waarvan dotaties voorzieningen 0 0 0
waarvan bijzondere lasten 698.561 ‒ 1.593 696.968
Totaal lasten 1.865.713 92.158 1.957.871
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 0 0 0
Agentschapsdeel Vpb-lasten 0 0 0
Saldo van baten en lasten 0 0 0

Toelichting Baten

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

Verkoop

De toename in de geraamde omzet verkoop ten opzichte van de oorspronkelijk begroting wordt verklaard door een toename in geraamde verkooptransacties van de eigendomsobjecten, waaronder de af te stoten pachtboerderijen. Een deel van de eigendomsobjecten bestaat uit objecten met een initieel geplande opleveringsdatum in boekjaar 2025 die naar 2026 zijn uitgesteld.

Rentebaten

De rentebaten worden lager geraamd dan de oorspronkelijke begroting als gevolg van dalende rentestanden.

Bijzondere baten

Dit betreft met name het deel van de apparaatsinzet bij projecten dat wordt geactiveerd. De hogere raming is het gevolg van de verwachte, toenemende capaciteitsinzet binnen het product projectrealisatie.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten nemen op totaalniveau met € 41,5 mln. (7,6%) toe ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Dit is vrijwel volledig het gevolg van een toenemende, geraamde, gemiddelde bezetting (7,5% hogere ten opzichte van de oorspronkelijke begroting). Binnen de materiële apparaats-kosten hebben enkele mutaties van budgetten plaatsgevonden.

Materiële kosten

Ten opzichte van de oorspronkelijk begroting is rekening gehouden met verder stijgende uitgaven als gevolg van beheerslasten (project run) van nieuwe systemen in een veiligere omgeving en extra investeringen in het kader van de nieuwe I-strategie (project change). Daarnaast heeft er een verplaatsing in budget plaatsgevonden van SSC-ICT (Bijdrage aan SSO’s) naar Apparaat ICT. Binnen de overige materiële kosten heeft het RVB een interne, incidentele budgettaakstelling afgeroepen ten behoeve van de kostendekkendheid RVB.

Rentelasten

De stijging van de verwachte rentelasten is een gevolg van nieuw opgeleverde investeringsprojecten voor Rijkshuisvesting, inclusief de daarbij behorende DBFMO-contracten.

Kasstroomoverzicht

Tabel 16 Kasstroomoverzicht RVB (Eerste suppletoire begroting 2026) (bedragen x € 1.000)

(1) Vastge- (2) Mutaties 1e (3) = (1) + (2)
stelde begroting suppletoire Totaal geraamd
begroting

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

363.637 273.165 636.802

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

3.292.231 223.874 3.516.105

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 2.767.360 ‒ 219.805 ‒ 2.987.165

2.

Totaal operationele kasstroom

524.871 4.069 528.940

Totaal investeringen (-/-)

‒ 1.148.453 ‒ 406.862 ‒ 1.555.315

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0 1.196 1.196

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 1.148.453 ‒ 405.666 ‒ 1.554.119

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0 0 0

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0 0 0

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 527.283 91.647 ‒ 435.636

Beroep op leenfaciliteit (+)

1.148.453 406.862 1.555.315

4.

Totaal financieringskasstroom

621.170 498.509 1.119.679

5.

Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

361.225 370.077 731.302

Toelichting

De stand van de rekening courant RHB 1 januari 2026 is gebaseerd op het Jaarverslag 2025. Zowel de ontvangsten als de uitgaven bij de opera-

tionele kasstroom worden in gelijke mate beïnvloed door de geprognosti-ceerde omzet op benzineveilingen, doorbelasting programmagelden VRO en programmagelden Defensie.

Investeringskasstroom

Jaarlijks wordt een aanvullend bedrag opgenomen voor het voorwaardelijk deel bij het beroep op leenfaciliteit tijdens de eerste suppletoire begroting. Het beroep is dit jaar voornamelijk verhoogd vanwege de hogere verwachte productie binnen de projecten.

Financieringskasstroom

De aflossingen op leningen is bijgesteld conform het Jaarverslag 2025. Zie de toelichting Investeringskasstroom voor de ontwikkelingen binnen de leenfaciliteit.