Memorie van toelichting
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D10610, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:47, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 XXIII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Onderdeel van zaak 2026Z04517:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-07 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-04-09 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal |
|
|
|---|---|---|
| Vergaderjaar 2025–2026 | ||
| 36 915 XXIII |
|
|
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
|
|
|---|
|
4 |
|---|
|
4 |
|---|
|
|
|
|---|---|---|
|
|
|
|
|
|---|---|---|
|
|
|
25 | |
|---|---|---|
|
25 | |
|
26 |
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk
afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven - van der Meer
B. BEGROTINGSTOELICHTING
Leeswijzer
Opbouw 1e suppletoire begroting 2026
Deze 1e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2026. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:
Leeswijzer.
Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties. De belangrijkste verplichtingenmutaties zijn toegelicht in de artikelen.
De beleidsartikelen. Voor ieder beleidsartikel is de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven.
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1e suppletoire begrotingen.
Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.
De niet-beleidsartikelen. In de budgettaire tabellen zijn de begrotings-mutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten opgenomen.
Ondergrenzen toelichtingen
Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze eerste suppletoire begroting de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.
| Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV | ||
|---|---|---|
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
| < 50 |
|
|
| => 50 en < 200 |
|
|
| => 200 < 1000 |
|
|
| => 1000 |
|
|
In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.
Beleid
Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties
Tabel 2 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnummer | Uitgaven 2026 | Uitgaven 2027 |
|
Uitgaven 2029 | Uitgaven 2030 | Uitgaven 2031 | |
| Stand vastgestelde begroting 20261 | 31 | 13.713.962 | 6.992.277 |
|
6.525.843 | 7.263.507 | |
| Mutaties coalitieakkoord | |||||||
| CA 61. Efficiencytaakstelling | 31 | ‒ 1.101 |
|
‒ 2.900 | ‒ 3.840 | ‒ 3.393 | |
| CA 62. Vernieuwing rijksdienst/ slagvaardige overheid | 31 | ‒ 3.449 | ‒ 8.664 | ‒ 7.656 | |||
| CA 63. Subsidietaakstelling | 31 | ‒ 80.177 |
|
‒ 80.177 | ‒ 80.177 | ‒ 58.110 | |
| CA 14. Indirecte kostencompensatie ETS | 31 | 192.000 |
|
505.000 | 505.000 | 505.000 | |
| CA 18. Wind op zee TOWOZ 2GW | 31 | ||||||
| CA 18. Wind op Zee integrale Noordzeeopgave | 31 | 4.050 | 65.800 |
|
80.380 | 45.380 | 99.890 |
| Belangrijkste suppletoire mutaties | |||||||
| SDE++ | 31 | 497.100 | |||||
| Vulmaatregelen gasopslag | 31 | 153.540 |
|
||||
| Schadeafhandeling mijnbouw Limburg | 31 | 22.683 |
|
47.979 | 53.508 | 58.229 | |
| Lening EBN | 31 | 8.000.000 | |||||
| Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen | 31 | ‒ 256.837 |
|
‒ 65.914 | ‒ 24.201 | 44.508 | |
| Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden | 31 | ‒ 746.344 | |||||
| Kasschuiven regulier | 31 | ‒ 446.155 | ‒ 94.045 |
|
‒ 50.883 | ‒ 759 | 70.888 |
| Kasschuiven klimaatfonds | 31 | ‒ 818.284 | ‒ 104.645 |
|
‒ 57.320 | ‒ 210.735 | 810.652 |
| Kasschuiven Nationaal Groeifonds | 31 | ‒ 175.750 | ‒ 77.500 |
|
43.000 | 79.500 | 71.500 |
| Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds | 31 | 137.859 | |||||
| Loon- en prijsbijstelling | 71 | 77.358 | 99.170 |
|
68.928 | 85.321 | 6.133 |
| Overige mutaties | 286.313 | 93.016 | ‒ 284.627 | ‒ 76.994 | ‒ 41.329 | 4.108.540 | |
| Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 13.429.993 | 14.104.297 | 8.543.473 | 6.933.493 | 7.662.511 | 5.706.181 | |
Toelichting Coalitieakkoord
CA 61 Efficiencytaakstelling
Een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.
CA 62 Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze loopt op tot structureel
€ 1 mld vanaf 2030. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling.
CA.63. Subsidietaakstelling
De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd met € 189 mln. Deze taakstelling wordt verdeeld naar rato van de subsidie-uitgaven per departement.
CA 14. Indirecte kostencompensatie ETS
Vanuit het coalitieakkoord worden middelen toegekend voor uitbreiding en verlenging van de IKC ETS regeling t/m 2031.
CA 18. Windenergie op zee TOWOZ 2GW
In deze eerste suppletoire begroting wordt in 2027 een verplichtingen-budget van € 7,9 mld opgenomen voor het beschikken en vergunnen van 2 GW windenergie op zee middels de regeling Tijdelijk Ondersteunings-mechanisme Windenergie op Zee (TOWOZ). In de kamerbrief van januari 2026 (Kamerstuk II 2025/2026, 33 561, nr. 99) heeft het kabinet reeds de eerste GW aangekondigd, waarvoor nu het verplichtingenbudget in het juiste jaar wordt geraamd. In lijn met de aangenomen motie Oosterhout
c.s. (Kamerstuk II 2025/2026, 36 800-XXIII, nr. 26) is het budget voor de tweede GW bij deze voorjaarsnota toegevoegd aan de KGG-begroting, vanuit de hiervoor in het coalitieakkoord gereserveerde budget op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën. Het verplichtingenbudget staat geraamd in 2027, omdat verwacht wordt dat dan de beschikking wordt verleend door RVO waarmee de financiële verplichting wordt aangegaan. De tender zal voor beide GW’s gelijktijdig in 2026 plaatsvinden. Op korte termijn ontvangt de Kamer een kamerbrief over de tender van 2GW.
CA 18. Wind op Zee integrale Noordzeeopgave
Voor het uitvoeren van de Partiële Herziening wordt een deel van de beschikbaar gestelde middelen overgeheveld naar de KGG-begroting. De partiële herziening betreft een strategische aanpassing om extra ruimte op de Noordzee te creëren voor windenergie.
Overige belangrijke mutaties SDE++
De compensatiebetalingen (€ 497,1 mln) zijn als gevolg van de kolenmaat-regelen in 2025 niet tot uitbetaling gekomen en in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort. Deze worden naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten hiermee ook onttrokken worden uit de reserve.
Vulmaatregelen gasopslag
Voor de vultaak van EBN in het opslagjaar 2027-2028 wordt een subsidie verleend van € 536 mln waar tegenover een heffingsleveringszekerheid staat. Tevens wordt € 154 mln beschikbaar gesteld om een noodvoorraad gas aan te leggen.
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg
Er komt aanvullend budget beschikbaar voor de uitvoering van het geplande herstel van mijnbouwschade in Limburg. De verwachte behandeling van de schade loopt door tot en met 2031.
Lening EBN
EBN ontvangt een lening voor de vultaak (2027-2028) van de gasopslagen. De lening is bedoeld voor de aankoop van gas en voor de aanvullende zekerheidsstortingen wanneer de gasprijs snel oploopt. De lening wordt in 2028 afgelost.
Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen De kosten voor schade en versterken in Groningen worden (exclusief btw) doorbelast aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die
namens de Maatschap (NAM en beleidsdeelneming EBN) verantwoordelijk is voor het betalen van de kosten voor schade en versterken. In lijn met de economische verhoudingen binnen de Maatschap komt 40% van de kosten voor rekening van EBN. Omdat het budget van EBN hiervoor niet toereikend is, wordt zij hiervoor gecompenseerd. Op basis van de actualisatie van de ramingen voor schade en versterken, wordt de bijdrage aan EBN bijgesteld naar cumulatief € 1,3 mld (tot en met 2033).
Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden
De beschikbare middelen in 2027, € 746,3 mln, voor gemeenten en provincies om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid worden in deze eerste suppletoire begroting overgeheveld van de begroting van KGG naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds.
Kasschuiven regulier
Voor een aantal posten zijn middelen naar achteren geschoven om de middelen in een meer realistisch ritme te zetten. Grote kasschuiven naar achter hebben betrekking op de DEI+ (€ 76 mln), Investeringen Waterstof-backbone (€ 117 mln) en Indirecte Kostencompensatie ETS (€ 192 mln).
Kasschuiven Klimaatfonds
Voor een aantal posten zijn middelen naar achteren geschoven om de middelen in een meer realistisch ritme te zetten. Grote kasschuiven naar achteren hebben betrekking op Opschalingsinstrument Waterstof (€ 340 mln), IPCEI-Waterstof (€ 156 mln) en Indirecte Kostencompensatie ETS (€ 126 mln).
Kasschuiven Nationaal Groeifonds
Voor een aantal posten zijn middelen naar achteren geschoven om de middelen in een meer realistisch ritme te zetten. Grote kasschuiven naar achteren hebben betrekking op Groenvermogen (€ 145 mln) en het project Biobased Circular (€ 28 mln).
Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds
Tijdens het voorjaar zijn de middelen die vorig jaar niet tot uitputting zijn gekomen weer toegevoegd aan de begroting. Er is bij het Nationaal Groeifonds sprake van 100% eindejaarmarge.
Loon- en prijsbijstelling
Bij Voorjaarsnota 2026 is de loon- en prijsbijstellingstranche 2026 overge-heveld naar de departementale begroting. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgever. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen. Een deel van de prijsbijstelling is ingehouden voor Rijksbrede problematiek (zoals besloten bij MJN 2026).
De resterende loon- en prijsbijstellingstranche 2026 zal bij de eerstvolgende begrotingsronde verdeeld worden over de relevante loon- en prijsgevoelige onderdelen.
Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026
| Tabel 3 Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnummer | Ontvangsten 2026 |
Ontvangsten 2027 | Ontvangsten 2028 | Ontvangsten 2029 | Ontvangsten 2030 | Ontvangsten 2031 | |
| Stand vastgestelde begroting 20261 | 2.338.434 | 14.460.392 | 5.430.256 | 4.370.932 | 3.750.040 | ||
| Mutaties coalitieakkoord | |||||||
| CA 72. Verwerking jaar uitstel ETS2 | 31 | ‒ 4.103.000 | 908.000 | 328.000 | 20.000 | 21.000 | |
| Belangrijkste suppletoire mutaties | |||||||
| Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie | 31 | 497.100 | |||||
| ETS-ontvangsten | 31 | ‒ 169.000 | ‒ 448.000 | ‒ 837.000 | ‒ 182.000 | 51.000 | 656.000 |
| Heffing gasleveringszekerheid | 31 | ‒ 222.390 | ‒ 222.390 | 201.182 | 187.262 | 708.352 | |
| Lening EBN vulmaatregel | 31 | 8.000.000 | |||||
| Bijstelling raming CO2-heffing | 31 | 32.000 | ‒ 76.000 | ‒ 100.000 | ‒ 135.000 | 84.000 | ‒ 20.000 |
| Overige mutaties | 75.448 | 3.469 | 5.258 | 5.009 | 1.221 | 3.115.567 | |
| Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 2.773.982 | 9.614.471 | 13.184.124 | 4.588.123 | 4.093.523 | 4.480.919 | |
1 Incl. ISB's, NvW en amendementen
Toelichting Coalitieakkoord
CA 72. Verwerking jaar uitstel ETS2
De (Europese) Milieuraad van Klimaatministers heeft besloten om ETS2 met een jaar uit te stellen waardoor ETS2 pas start in 2028. Hierdoor is er ook pas een jaar later sprake van inkomsten uit ETS2. Deze inkomsten zaten al in het basispad voor 2027. Dit leidt tot een lastenderving van ongeveer € 4,1 mld in 2027.
Overige belangrijke mutaties
Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie
De compensatiebetalingen van € 497,1 mln als gevolg van de kolenmaatregelen worden naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten daarom onttrokken worden uit de reserve.
ETS-ontvangsten
De raming voor ETS-ontvangsten wordt per saldo tussen 2026 en 2031 naar beneden bijgesteld met € 929 mln. Dit is onder andere het gevolg van het bijstellen van de aannames over de werking van de Marktstabiliteitsreserve voor ETS1, wat leidt tot een aanpassing in de hoeveelheid te veilen emissie-rechten voor Nederland. Daarnaast wordt op basis van voortschrijdend inzicht de correctie voor financiering van het Social Climate Fund bijgesteld. Dit leidt tot een significant derving van inkomsten voor ETS2.
Heffing gasleveringszekerheid
De subsidie die EBN ontvangt voor de vultaak 2027-2028 en (deels) de aanleg van de noodvoorraad wordt gefinancierd met een opslag heffing op de transsporttarieven van Gasuniegastransport in 2029 t/m 2031. EBN legt de noodvoorraad aan in de gasopslag Piekgasinstallatie (PGI) Alkmaar. Met de gasopslag is een contract afgesloten waarna de noodvoorraad wordt verkocht, de opbrengst hieruit is geraamd in 2031 en dekt het overige deel van de subsidie. De verkoop betekent niet dat er na 2031 geen noodvoorraad meer beschikbaar is, te zijner tijd wordt nut en noodzaak van voortzetting van een noodvoorraad gewogen.
Lening EBN Vulmaatregel
EBN ontvangt een lening voor de vultaak (2027-2028) van de gasopslagen. De lening is bedoeld voor de aankoop van gas en voor de aanvullende zekerheidsstortingen wanneer de gasprijs snel oploopt. De lening wordt in 2028 afgelost.
Bijstelling raming CO2-heffing
De raming van de ontvangsten uit de CO2-heffing voor de Industrie en de AVI'-s wordt bijgesteld op basis van actuele gegevens over ETS prijzen (o.b.v. futures), uitstoot en dispensatierechten, inflatiecijfers en een inschatting van de daling van de uitstoot richting 2030.
Beleidsartikelen
Beleidsartikel 31 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 31 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 8.907.972 | 0 | 8.907.972 | 36.036.493 | 44.944.465 | 7.237.123 | 397.945 | 371.976 | 424.316 | 1.391.653 |
| Uitgaven | 13.713.962 | 0 | 13.713.962 | ‒ 331.542 | 13.382.420 | 7.076.120 | 1.329.034 | 371.108 | 361.827 | 5.704.139 |
| Subsidies (regelingen) | 5.083.412 | 0 | 5.083.412 | ‒ 734.224 | 4.349.188 | ‒ 23.883 | 1.625.273 | 387.138 | 336.663 | 5.089.470 |
| Missiegedreven Onderzoek en Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) | 74.901 | 0 | 74.901 | 3.950 | 78.851 | 5.200 | 5.875 | 4.050 | 2.475 | 14.825 |
| Hernieuwbare Energietransitie (HER+) | 0 | 0 | 0 | 13.131 | 13.131 | 5.067 | 931 | 0 | 0 | 0 |
| Demonstratieregeling Energie-en Klimaatinnovatie (DEI+) | 224.207 | 0 | 224.207 | ‒ 103.916 | 120.291 | 11.113 | 12.949 | 5.580 | 25.924 | 108.472 |
| Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) | 1.933 | 0 | 1.933 | ‒ 55 | 1.878 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Projecten Klimaat en Energieakkoord | 9.436 | 0 | 9.436 | ‒ 7.107 | 2.329 | ‒ 1.061 | ‒ 941 | ‒ 1.089 | ‒ 1.389 | 641 |
| SDE | 340.000 | 0 | 340.000 | 7.437 | 347.437 | 73.091 | 61.157 | 36.771 | 1.594 | 67.877 |
| SDE+ | 343.017 | 0 | 343.017 | 541.358 | 884.375 | 571.138 | 350.462 | ‒ 61.467 | ‒ 86.330 | 825.629 |
| SDE++ | 968.974 | 0 | 968.974 | ‒ 357.184 | 611.790 | ‒ 719.800 | ‒ 465.803 | ‒ 55.481 | 4.559 | 2.066.551 |
| Aardwarmte | 12.828 | 0 | 12.828 | ‒ 328 | 12.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ISDE-regeling | 508.510 | 0 | 508.510 | ‒ 7.711 | 500.799 | ‒ 1.050 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Carbon Capture Storage (CCS) | 4.084 | 0 | 4.084 | 6.000 | 10.084 | 6.000 | 6.000 | 6.000 | 6.000 | 4.228 |
| Hoge Flux Reactor | 6.899 | 0 | 6.899 | 0 | 6.899 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.697 |
| Caribisch Nederland | 8.342 | 4.400 | 12.742 | 0 | 8.342 | 1.850 | 0 | 0 | 0 | 4.144 |
| Overige subsidies | 23.236 | 0 | 23.236 | ‒ 11.653 | 11.583 | 2.931 | 4.607 | 645 | ‒ 650 | 0 |
| Opschalingsinstrument waterstof | 468.712 | 0 | 468.712 | ‒ 322.295 | 146.417 | 32.627 | 353.835 | ‒ 45.537 | ‒ 391.322 | 816.287 |
| Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) | 4.719 | 0 | 4.719 | 1.525 | 6.244 | 0 | ‒ 1.525 | 0 | 0 | 18.432 |
| IPCEI-waterstof | 243.957 | 0 | 243.957 | ‒ 135.639 | 108.318 | ‒ 146.701 | ‒ 253.654 | ‒ 23.356 | 180.893 | 0 |
| Vulmaatregelen gasopslag | 151.500 | 0 | 151.500 | 153.540 | 305.040 | 0 | 536.000 | 0 | 0 | 36.500 |
| MIEK | 4.634 | 0 | 4.634 | ‒ 875 | 3.759 | 1.534 | 1.195 | 935 | 0 | 0 |
| Schadeafhandeling mijnbouw Limburg | 26.614 | 0 | 26.614 | ‒ 26.614 | 0 | ‒ 1.954 | ‒ 1.954 | ‒ 1.954 | ‒ 1.954 | 1.000 |
| Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) | 57.602 | 0 | 57.602 | ‒ 40.566 | 17.036 | 0 | 40.000 | 0 | 0 | 0 |
| NGF-project NieuweWarmteNu! | 42.130 | 0 | 42.130 | 10.958 | 53.088 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023 | 10.000 | 0 | 10.000 | ‒ 650 | 9.350 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tegemoetkoming blokaansluiting | 1.500 | 0 | 1.500 | 241 | 1.741 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Investeringen waterstofbackbone | 117.461 | 0 | 117.461 | ‒ 117.461 | 0 | 0 | 117.461 | 0 | 0 | 0 |
NGF - project Circulaire Zonnepanelen |
21.429 | 0 | 21.429 | 7.254 | 28.683 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Mutaties via NvW,
Vastge
Mutaties
Stand 1e
moties,
stelde
1esuppletoire
Ontwerp
amende
begrotingsuppletoire
begroting
begroting menten en
2026 (3) =
begroting
(5) = (3) +
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
2026 (1)
ISB's (2)
(1) + (2)
(4)
(4)
2027
2028
2029
2030
2031
| Geothermie (Klimaatfonds) | 84.499 | 0 | 84.499 | ‒ 51.793 | 32.706 | 51.243 | 0 | 0 | 0 | 0 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling flexibiliteit | 31.966 | 0 | 31.966 | ‒ 2.112 | 29.854 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Energiecoöperaties en burgerbetrokkenheid energietransitie | 5.230 | 0 | 5.230 | ‒ 1.250 | 3.980 | ‒ 1.250 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidieproject Djewels | 26.522 | 0 | 26.522 | ‒ 26.522 | 0 | 20.893 | 5.629 | 0 | 0 | 0 |
| Opslag waterstof | 38.689 | 0 | 38.689 | ‒ 37.000 | 1.689 | 0 | 37.000 | 0 | 0 | 0 |
Efficiëntere benutting elektriciteitsnetten |
24.801 | 0 | 24.801 | ‒ 20.368 | 4.433 | 13.466 | 2.467 | ‒ 2.265 | ‒ 4.704 | 0 |
| Realisatie Zon op Zee | 7.073 | 0 | 7.073 | ‒ 1.600 | 5.473 | ‒ 1.400 | ‒ 1.146 | 0 | 0 | 0 |
| Verduurzaming industrie | 281.491 | 0 | 281.491 | ‒ 51.073 | 230.418 | 11.021 | 14.907 | 8.433 | ‒ 8.250 | 0 |
| Infrastructuur duurzame industrie (PIDI) | 0 | 0 | 0 | 1.484 | 1.484 | 3.000 | 3.000 | 0 | 0 | 0 |
| NGF - project Groenvermogen van de Nederlandse economie | 123.703 | 0 | 123.703 | ‒ 44.694 | 79.009 | ‒ 90.050 | 44.950 | 64.950 | 64.950 | 60.000 |
| Indirecte kostencompensatie ETS | 126.662 | 0 | 126.662 | ‒ 126.662 | 0 | 119.151 | 777.088 | 505.000 | 505.000 | 505.000 |
| Investeringen Verduurzaming Industrie - Klimaatfonds | 183.608 | 0 | 183.608 | ‒ 3.546 | 180.062 | 0 | 0 | 0 | 0 | 25.270 |
| NGF - project Circulaire Plastics | 21.213 | 0 | 21.213 | 1.341 | 22.554 | ‒ 50 | 6.200 | ‒ 26.050 | 11.450 | 11.500 |
| NGF - project Biobased Circular | 49.900 | 0 | 49.900 | ‒ 16.398 | 33.502 | 12.450 | 7.950 | 3.950 | 2.950 | 0 |
| Stikstofaanpak piekbelasters industrie | 29.660 | 0 | 29.660 | ‒ 3.699 | 25.961 | 482 | 17.148 | 4.069 | 0 | 0 |
| Stimuleringsprogramma koolstofverwijdering klimaatfonds | 3.500 | 0 | 3.500 | ‒ 688 | 2.812 | 0 | 0 | 0 | 0 | 7.950 |
| Social Climate Fund | 4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 4.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Flankerend beleid WOZ | 99.778 | 0 | 99.778 | ‒ 45.299 | 54.479 | 2.768 | ‒ 24.547 | ‒ 23.845 | ‒ 49.232 | 10.624 |
| Structurele kosten WOZ | 7.363 | 0 | 7.363 | 5.905 | 13.268 | 11.702 | ‒ 10.546 | ‒ 28.325 | 59.328 | 113.760 |
| Flankerend beleid SDE+ | 59.229 | -4.400 | 54.829 | 26.410 | 85.639 | ‒ 24.294 | ‒ 26.422 | 11.124 | 11.371 | 9.060 |
| Subsidiëring TenneT Net op Zee | 181.000 | 0 | 181.000 | 0 | 181.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 181.000 |
| Subsidies WarmtelinQ | 16.400 | 0 | 16.400 | 0 | 16.400 | 0 | 0 | 0 | 0 | 16.000 |
| Tijdelijk ondersteuningsmechanisme Windenergie Op Zee | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 180.023 |
| Subsidie Nationale Deelneming Warmte | 0 | 0 | 0 | 5.000 | 5.000 | 7.000 | 5.000 | 5.000 | 4.000 | 0 |
| Energiebesparing MKB | 0 | 0 | 0 | 45.000 | 45.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leningen | 7.770.488 | 0 | 7.770.488 | 42.593 | 7.813.081 | 8.049.393 | ‒ 604 | 0 | 0 | 0 |
| Lening EBN | 7.751.000 | 0 | 7.751.000 | 0 | 7.751.000 | 8.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lening InvestNL | 907 | 0 | 907 | ‒ 907 | 0 | ‒ 907 | ‒ 604 | 0 | 0 | 0 |
| Verduurzaming industrie | 18.581 | 0 | 18.581 | 0 | 18.581 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lening NEO NL | 0 | 0 | 0 | 43.500 | 43.500 | 50.300 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Schade)vergoeding | 0 | 0 | 0 | 10939 | 10939 | 32083 | 46517 | 48379 | 53908 | 58629 |
| Planschade rijksenergieprojecten | 0 | 0 | 0 | 262 | 262 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 |
| Mijnbouwschadeafhandeling Limburg | 0 | 0 | 0 | 10.677 | 10.677 | 22.683 | 46.117 | 47.979 | 53.508 | 58.229 |
| Verliesverrekening Mijnbouwwet | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 175.997 | 0 | 175.997 | ‒ 57.859 | 118.138 | ‒ 1.002 | 38.831 | 3.055 | 2.662 | 24.571 |
| Onderzoek mijnbouwbodembeweging | 9.224 | 0 | 9.224 | ‒ 687 | 8.537 | 466 | 450 | 0 | 0 | 1.344 |
| SodM onderzoek | 2.565 | 0 | 2.565 | ‒ 256 | 2.309 | ‒ 98 | ‒ 100 | ‒ 101 | 0 | 2.566 |
| Uitvoeringsagenda klimaat | 146 | 0 | 146 | 500 | 646 | 150 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Klimaat mondiaal | 1.972 | 0 | 1.972 | 529 | 2.501 | ‒ 1.062 | 973 | 25 | 25 | 251 |
Mutaties via NvW,
Vastge
Mutaties
Stand 1e
moties,
stelde
1esuppletoire
Ontwerp
amende
begrotingsuppletoire
begroting
begroting menten en
2026 (3) =
begroting
(5) = (3) +
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
2026 (1)
ISB's (2)
(1) + (2)
(4)
(4)
2027
2028
2029
2030
2031
| Onderzoek en opdrachten | 22.726 | 0 | 22.726 | 344 | 23.070 | 4.613 | 22.050 | 2.511 | 2.023 | 11.905 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) | 20.935 | 0 | 20.935 | 825 | 21.760 | ‒ 275 | ‒ 275 | ‒ 275 | 0 | 0 |
| Projecten Kernenergie | 98.133 | 0 | 98.133 | ‒ 50.310 | 47.823 | ‒ 1.777 | 13.650 | ‒ 1.900 | ‒ 2.175 | 2.125 |
| Stikstofaanpak piekbelasters industrie | 2.875 | 0 | 2.875 | 0 | 2.875 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verduurzaming industrie | 5.518 | 0 | 5.518 | ‒ 3.011 | 2.507 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Werkbudgetten | 3.439 | 0 | 3.439 | 746 | 4.185 | 3.798 | 2.063 | 2.775 | 2.775 | 0 |
| CSIRT - DSP | 6.539 | 0 | 6.539 | ‒ 6.539 | 0 | ‒ 6.817 | 20 | 20 | 14 | 4.774 |
| Energie-efficiency | 1.925 | 0 | 1.925 | 0 | 1.925 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.606 |
| Vermogensverschaffing/-onttrekking | 0 | 0 | 0 | 66.000 | 66.000 | ‒ 216.837 | ‒ 368.401 | ‒ 65.914 | ‒ 24.201 | 212.524 |
| Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 256.837 | ‒ 368.401 | ‒ 65.914 | ‒ 24.201 | 212.524 |
| Kapitaalstorting Nationale Deelneming Warmte | 0 | 0 | 0 | 21.000 | 21.000 | 40.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kapitaalstorting NEO NL | 0 | 0 | 0 | 45.000 | 45.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan agentschappen | 161.350 | 0 | 161.350 | 85.546 | 246.896 | ‒ 1.930 | ‒ 1.290 | ‒ 5.417 | ‒ 11.389 | 125.315 |
| Bijdrage RVO.nl | 109.985 | 0 | 109.985 | 89.177 | 199.162 | ‒ 537 | ‒ 1.071 | ‒ 5.041 | ‒ 10.766 | 84.746 |
| Bijdrage RDI | 16.399 | 0 | 16.399 | 0 | 16.399 | 155 | 68 | 52 | ‒ 13 | 8.646 |
| Bijdrage NEa | 25.864 | 0 | 25.864 | ‒ 5.992 | 19.872 | ‒ 136 | ‒ 275 | ‒ 411 | ‒ 552 | 25.198 |
| Bijdrage KNMI | 5.161 | 0 | 5.161 | 1.084 | 6.245 | 63 | 44 | 65 | 51 | 2.319 |
| Bijdrage NVWA | 1.058 | 0 | 1.058 | 0 | 1.058 | ‒ 6 | ‒ 12 | ‒ 17 | ‒ 23 | 1.035 |
| Bijdrage RIVM | 230 | 0 | 230 | ‒ 169 | 61 | ‒ 18 | ‒ 34 | ‒ 51 | ‒ 67 | 1.847 |
| Bijdrage RWS | 2.653 | 0 | 2.653 | 1.446 | 4.099 | ‒ 1.451 | ‒ 10 | ‒ 14 | ‒ 19 | 1.524 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 167.155 | 0 | 167.155 | ‒ 15.932 | 151.223 | ‒ 17.069 | ‒ 17.330 | ‒ 1.371 | ‒ 1.554 | 148.911 |
| Doorsluis COVA-heffing | 111.000 | 0 | 111.000 | ‒ 5.168 | 105.832 | 0 | 0 | 0 | 0 | 111.000 |
| TNO kerndepartement | 52.811 | 0 | 52.811 | ‒ 11.148 | 41.663 | ‒ 17.054 | ‒ 17.300 | ‒ 1.327 | ‒ 1.496 | 34.669 |
| TNO SodM | 2.244 | 0 | 2.244 | 0 | 2.244 | ‒ 10 | ‒ 20 | ‒ 29 | ‒ 39 | 2.161 |
| TNO publieke SDRA | 1.100 | 0 | 1.100 | 384 | 1.484 | ‒ 5 | ‒ 10 | ‒ 15 | ‒ 19 | 1.081 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 151.646 | 0 | 151.646 | ‒ 2.917 | 148.729 | ‒ 720.349 | 6.195 | 5.395 | 5.895 | 34.239 |
| Uitkoopregeling | 0 | 0 | 0 | 600 | 600 | 600 | 800 | 0 | 0 | 0 |
| Regeling toezicht energiebesparingsplicht | 11.313 | 0 | 11.313 | ‒ 242 | 11.071 | 0 | 0 | 0 | 0 | 14.489 |
| Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden | 140.333 | 0 | 140.333 | ‒ 3.275 | 137.058 | ‒ 720.949 | 5.395 | 5.395 | 5.895 | 19.750 |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties |
29.414 | 0 | 29.414 | ‒ 19.121 | 10.293 | ‒ 24.286 | ‒ 157 | ‒ 157 | ‒ 157 | 10.480 |
| Nuclear Research Group | 8.596 | 0 | 8.596 | 0 | 8.596 | 0 | 0 | 0 | 0 | 8.637 |
| Internationale contributies | 1.682 | 0 | 1.682 | 15 | 1.697 | ‒ 154 | ‒ 25 | ‒ 25 | ‒ 25 | 1.843 |
| PBL Rekenmeesterfunctie | 136 | 0 | 136 | ‒ 136 | 0 | ‒ 132 | ‒ 132 | ‒ 132 | ‒ 132 | 0 |
| Verrekening Mijnbouwwet | 19.000 | 0 | 19.000 | ‒ 19.000 | 0 | ‒ 24.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Storting/ onttrekking begrotingsreserve |
174.500 | 0 | 174.500 | 293.433 | 467.933 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Storting in reserve duurzame energie en klimaattransitie | 0 | 0 | 0 | 293.433 | 293.433 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Storting in begrotingsreserve Garantieregeling Warmtenetten | 174.500 | 0 | 174.500 | 0 | 174.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 2.338.434 | 0 | 2.338.434 | 435.548 | 2.773.982 | ‒
|
7.753.868 | 217.191 | 343.483 | 4.480.919 |
| Ontvangsten COVA | 111.000 | 0 | 111.000 | ‒ 5.168 | 105.832 | 0 | 0 | 0 | 0 | 111.000 |
| Ontvangsten zoutwinning | 2.511 | 0 | 2.511 | 0 | 2.511 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.511 |
Mutaties via NvW,
Vastge
Mutaties
Stand 1e
moties,
stelde
1esuppletoire
Ontwerp amende begrotingsuppletoire begroting
begroting menten en
2026 (3) =
begroting
(5) = (3) +
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
2026 (1)
ISB's (2)
(1) + (2)
(4)
(4)
2027
2028
2029
2030
2031
| Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie | 1.069.602 | 0 | 1.069.602 | 497.100 | 1.566.702 | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.186 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ETS-ontvangsten | 1.120.000 | 0 | 1.120.000 | ‒ 169.000 | 951.000 | ‒
|
71.000 | 146.000 | 71.000 | 3.327.000 |
| Diverse ontvangsten | 18.636 | 0 | 18.636 | 22.766 | 41.402 | 3.469 | 3.258 | 6.009 | 2.221 | 23.185 |
| Heffing gasleveringszekerheid | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 222.390 | ‒ 222.390 | 201.182 | 187.262 | 744.852 |
| Lening EBN Vulmaatregel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 8.000.000 | 0 | 0 | 0 |
| Opbrengsten tenders Wind op Zee | 1.085 | 0 | 1.085 | 0 | 1.085 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.085 |
| Ontvangsten verduurzaming industrie | 12.000 | 0 | 12.000 | 32.000 | 44.000 | ‒ 76.000 | ‒ 100.000 | ‒ 135.000 | 84.000 | 240.000 |
| Dividenduitkering EBN | 0 | 0 | 0 | 37.524 | 37.524 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dividenduitkering GasTerra | 3.600 | 0 | 3.600 | 0 | 3.600 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten Mijnbouwwet | 0 | 0 | 0 | 19.000 | 19.000 | 0 | 2.000 | ‒ 1.000 | ‒ 1.000 | 26.000 |
| Ontvangsten NAM publieke SDRA | 0 | 0 | 0 | 1.100 | 1.100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.100 |
| Ontvangsten klimaat en energie | 0 | 0 | 0 | 226 | 226 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tabel 5 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x €1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen |
|
0 |
|
|
44.944.465 | 7.237.123 |
|
|
424.316 |
|
| waarvan garantieverplichtingen | ||||||||||
| waarvan overige verplichtingen |
|
0 |
|
|
44.944.465 |
|
|
|
|
|
Budgetflexibiliteit
|
2026 |
|---|---|
| juridisch verplicht | 96% |
| bestuurlijk gebonden | 1% |
| beleidsmatig gereserveerd | 3% |
| nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het voor 2026 beschikbare budget is 96% juridisch verplicht. Bij de berekening van dit percentage worden enkele veronderstellingen toegepast. Namelijk dat alle middelen toegekend uit het Klimaatfonds juridisch verplicht zijn en dat dit ook voor NGF-projecten geldt.
– Subsidies (regelingen): dit zijn met name de langjarige verplichtingen die voor de subsidieregelingen SDE, SDE+, SDE++, HER+, ISDE,
MOOI/TSE en DEI+ zijn aangegaan en die in 2026 uitbetaald dienen te worden. Daarnaast is ook aan TenneT een langjarige subsidie toegezegd voor de aanleg van het net op zee en zijn de kolenmaatregelen juridisch verplicht. Voor het waterstof-backbone project is in 2023 een omvangrijke subsidieverplichting naar de Gasunie aangegaan die onder andere in 2026 tot een aanzienlijke kasbetaling zal leiden. Ook de diverse subsidies gericht op de verduurzaming van de industrie (maatwerkafspraken, VEKI, NIKI) zijn deels al juridisch verplicht, als ook diverse NGF-subsidieregelingen (Groenvermogen, Circulaire Plastics, Biobased Circular, NieuweWarmteNu!). Verder zijn de openstellingen van de IPCEI-waterstofprojecten (golf 2, 3 en 4) en de doorwerking van de vulmaatregelen gasopslagen naar 2026 juridisch verplicht. Tot slot zijn enkele van omvang kleinere subsidies ook van budget voorzien uit het Klimaatfonds, waarmee ze juridisch verplicht zijn.
Leningen: het voor leningen beschikbare budget (met name aan de
€ 7.751 mln voor de lening aan EBN ten behoeve van de vultaak) is voor 100% juridisch verplicht.(Schade)vergoedingen: het budget voor schadevergoedingen is 100% juridisch verplicht (met name voor de regeling schadeafhandeling Limburg).
Opdrachten: dit zijn met name de Klimaatfonds-budgetten. Ook zijn enkele middelen in het kader van onderzoek naar de diepe ondergrond juridisch verplicht.
Bijdragen aan agentschappen: de meeste opdrachten aan de agentschappen worden voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt en zijn daarmee grotendeels juridisch verplicht.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's: hier speelt vooral de doorsluis van de COVA-heffing aan de Stichting COVA voor het aanhouden van strategische olievoorraden. Omdat dit een wettelijke taak is, is dit voor
100% juridisch verplicht. Ook de diverse opdrachten aan TNO zijn 100% juridisch verplicht.
Bijdragen aan medeoverheden: in 2024 zijn verplichtingen aangegaan voor gebiedsinvesteringen in de regio's waar sprake is van aanlanding van netten op zee, die spelen hierin een grote rol.
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: dit vooral omdat de bijdrage aan NRG voor 2026 juridisch verplicht is.
Bestuurlijk gebonden
Het percentage bestuurlijk gebonden (1%) wordt grotendeels verklaard door middelen gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden en het NGF-subsidie Circulaire zonnepanelen.
Beleidsmatig gereserveerd
Het budget aan middelen dat nog resteert (3%) is beleidsmatig gereserveerd wat met name wordt verklaard door de meevaller van de SDE++ welke conform de gebruikelijke systematiek voor SDE-meevallers wordt gestort in de begrotingsreserve SDE.
Toelichting Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor 2026 is opgehoogd met ca. € 39,9 mld. Een groot deel van deze toename betreft de toevoeging van het verplichtingenbudget aan de begroting om EBN voor het gasjaar 2027-2028 een vultaak te geven. Voor de lening van EBN is € 22,3 mld nodig en voor een subsidie aan EBN waar tegenover heffingsleveringszekerheid staat is € 1,0 mld nodig. Er is een verschil tussen het verplichtingbudget en het kasbudget wat is vrijgemaakt voor de lening aan EBN. Dit komt omdat er voor het kasbudget uit wordt gegaan van een realistische, maar conservatieve, inschatting van de gasprijs. Het verplichtingenbudget is op basis van een meer extreem scenario. Daarnaast is er ook € 154 mln verplichtingenbudget beschikbaar gesteld voor het aanleggen van een noodvoorraad.
Om verplichtingen aan te kunnen gaan voor de 2025-openstelling van de SDE en de 2026 openstelling is er additioneel € 10,9 mld verplichtingen-budget opgehoogd. In 2025 zijn niet alle verplichtingen aangegaan voor de openstelling van dat jaar, dit gaat om ongeveer € 8 mld. Daarnaast is er onvoldoende verplichtingenbudget om de 2026-ronde te kunnen verplichten Hierdoor is circa € 3 mld aan extra verplichtingenbudget nodig.
Het verplichtingenbudget is daarnaast opgehoogd, omdat niet al het budget in 2025 tot besteding is gekomen. Dit geldt onder meer voor maatregelen die gefinancierd worden uit het Nationaal Groeifonds, maar ook voor een aantal Klimaatfonds maatregelen. Zo is er voor de NGF-maatregelen NieuweWarmteNu, Circulaire Zonnepanelen, Groenvermogen van de Nederlandse economie, Circulair Plastics en Biobased Circulair € 418,8 mln verplichtingenbudget opgevraagd. Conform de NGF-begrotingsafspraken worden middelen die vorig jaar niet tot uitputting zijn gekomen weer toegevoegd aan de begroting. Er is bij het Nationaal Groeifonds sprake van 100% eindejaarsmarge.
Een ander voorbeeld is de Subsidieregeling Opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse (OWE2-regeling) uit het Klimaatfonds. Hiervoor is € 300,9 mln verplichtingenruimte opgevraagd om zo voldoende verplichtingenbudget beschikbaar te hebben voor een nieuwe openstellingsronde van deze regeling (OWE3).
Ook voor intensiveringsmiddelen DEI+ (€ 44 mln), Maatwerkafspraak industrie (€ 46 mln) en VEKI regeling (€ 138,6 mln) is verplichtingenbudget toegevoegd. De verplichtingen zijn in 2025 niet aangegaan en worden in 2026 opgevraagd zodat alsnog beschikt kan worden op de verschillende regelingen zoals voorzien bij publicatie en openstelling.
Het verplichtingenbudget voor WarmtelinQ is met € 622 mln opgehoogd. In 2025 is vanwege vertraging deze verplichting namelijk niet aangegaan, in 2026 is de verwachting dat dit alsnog zal gebeuren.
Uitgaven
Het uitgavenbudget van de KGG-begroting wordt in 2026 verlaagd en in elk jaar van 2027 t/m 2031 significant verhoogd. Deze ophoging wordt onder andere veroorzaakt door de mutaties, groter dan € 10 mln, die hieronder worden toegelicht. Het overgrote deel van de ophoging van het budget in 2031 wordt hieronder niet toegelicht omdat dit de extrapolatie van de begroting betreft.
Subsidies
DEI+
Er wordt in deze eerste suppletoire begroting op het DEI+ instrument,
€ 105,7 mln, naar latere jaren geschoven. Dit heeft verschillende redenen. Allereerst wordt de DEI+ dit jaar voor € 134 mln opengesteld, maar de betalingen worden in latere jaren verwacht. Daarnaast wordt er voor vergassing vanuit 2026 € 19,8 mln naar 2031 geschoven omdat er in 2026 minder middelen benodigd zijn dan eerder was begroot. De middelen worden naar 2031 geschoven omdat er wordt verwacht dat later in de tijd deze middelen wel nodig zullen zijn. De verwachting is dat meer projecten subsidie kunnen aanvragen in de toekomst wanneer de bijmengverplichting groen gas van start gaat per 1 januari 2027. Hiermee komt een grotere zekerheid tot afname voor vergassingspartijen wat de businesscase op het gebied van inkomstenhoogte en inkomstenzekerheid vergroot.
Ten slotte schuift de opening van en de beschikking op de intensiverings-middelen voor de DEI (XL) een jaar op, waardoor ook het kasritme voor verwachtte uitfinanciering moet worden aangepast.
SDE, (+) en (++)
Tijdelijk wordt de korting door de subsidietaakstelling geboekt op het SDE-budget. De korting loopt namelijk over alle budgetten en niet alle budgetten hebben in 2031 beschikbaar budget. Om negatieve standen te voorkomen wordt de volledige taakstelling voor nu op de SDE++ geboekt. Besluitvorming over herverdeling dient na de eerste suppletoire begroting nog plaats te vinden.
Daarnaast zijn de compensatiebetalingen (€ 497,1 mln) als gevolg van de kolenmaatregelen in 2025 niet tot uitbetaling gekomen en in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort. Deze worden naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten daarom ook onttrokken worden uit de reserve.
In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Door de jaarlijkse ramingsbijstelling op basis van de nieuwe KEV cijfers vallen de geraamde betalingen op de SDE++ lager uit, waardoor er een meevaller ontstaat. Ook is er op basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van RVO, waarbij meerdere grote CCS projecten hun beschikking hebben teruggegeven, meer ruimte in de beschikbare middelen ontstaan. In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Deze onderuitputting wordt conform reguliere systematiek in de begrotingsreserve duurzame energie gestort.
Opschalinginstrument Waterstof
Dit betreft o.a. de benodigde kasschuif van eerder toegekende klimaatfonds-middelen voor uitvoering project Hystock. Naar verwachting zal dit bedrag in 2026 beschikt worden aan de Gasunie voor het nemen van een finale investeringsbeslissing en het opvangen van een deel van de risico's. Een eerste bevoorschotting in kas is pas nodig in 2028, wanneer het eerste risico zich naar verwachting voor zal doen.
Daarnaast zijn kasschuiven voor de diverse waterstof dossiers verwerkt om de bedragen in een juist kasritme te zetten.
IPCEI waterstof
Middels deze mutatie worden de middelen voor diverse waterstofdossiers in een juist ritme gezet. Dit is gedaan op basis van nieuwe ramingen van RVO.
Vulmaatregelen Gasopslag
Voor de vultaak van EBN in het opslagjaar 2027-2028 wordt een subsidie verleend van € 536 mln. De vultaak wordt gedekt door de heffing gasleveringszekerheid. Tevens wordt € 154 mln beschikbaar gesteld voor de noodvoorraad gas.
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg
In 2026 zijn er middelen beschikbaar gesteld voor de schadeafhandeling mijnbouw in Limburg. Dit budget wordt met de eerste suppletoire begroting 2026 beschikbaar gesteld aan RVO. RVO ontfermt zich voor de eerste twee jaar over de uitvoering van de schadeafhandeling. Daarnaast is er € 2 mln beschikbaar gesteld voor een pakket aan technische maatregelen die zorgen voor een veilige leefomgeving in het kader van na-ijlende effecten van steenkoolwinning in Zuid-Limburg.
Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)
Vanwege vertraging in de uitrol van collectieve warmtenetten, onder andere veroorzaakt door onzekerheid rondom de nieuwe wet collectieve warmte (WcW), is het beschikbare kasbudget in 2026 te hoog. Vanwege de inwerkingtreding van de WcW in 2027 en het beschikbare kasbudget in desbetreffend jaar is nu de nieuwe inschatting dat de aanvragen voor de WIS vanaf 2027 voldoende op gang gaan komen. Daarom wordt het kasritme hierop aangepast en een deel van het kasbudget van 2026 naar 2028 geschoven (€ 40 mln).
Investeringen waterstofbackbone
Er is vertraging op de uitrol van het waterstoftransportnet waardoor GasUnie voorlopig voldoende kasvoorschotten heeft ontvangen voor de uitvoering. Het kasritme van de bevoorschotting in de oorspronkelijke beschikking dient te worden aangepast aan de nieuwe begroting en het nieuwe uitrolplan. Hierdoor wordt € 117,5 mln van 2026 naar 2028 geschoven.
Geothermie
Voor het programma Hoge Temperatuur Geothermie wordt € 51,2 mln doorgeschoven van 2026 naar 2027. Een deel van de middelen wordt gebruikt voor onderzoek naar ultradiepe geothermie. Fase 1 van het onderzoek is momenteel van start gegaan. De eerste onderzoeken worden door externe partijen uitgevoerd en met offertes/aanbestedingen geregeld. Onlangs is de tijdlijn hiervoor verschoven. Fase 2 van het onderzoek valt daarom in 2027. Daarnaast is de tijdlijn van het vergunningstraject voor Renkum papierfabriek niet gelijk met de eerdere raming waardoor middelen dit jaar niet meer tot besteding gaan komen.
Subsidieproject Djewels
Er heeft een kasschuif plaatsgevonden van 2026 naar 2027 en 2028 om de bedragen in het juiste kasritme te zetten. Dit is gedaan om het budget in lijn te brengen met de prognoses van RVO.
Opslag waterstof
Dit betreft de benodigde kasschuif van eerder toegekende middelen voor uitvoering project Hystock. Naar verwachting zal dit bedrag in 2026 beschikt worden aan de Gasunie voor het nemen van een finale investeringsbeslissing en het opvangen van een deel van de risico's. Een eerste bevoorschotting in kas is pas nodig in 2028, wanneer het eerste risico zich naar verwachting voor zal doen.
Efficiëntere benutting elektriciteitsnetten
Er worden plannen uitgewerkt voor een subsidieregeling in het kader van netcongestie/energyhubs. Hierdoor worden de beschikbare middelen tussen de jaren op de begroting geschoven voor het realiseren van deze regeling en overeen te laten komen met de uitwerking van beleid.
Daarnaast ontvangen provincies middelen voor inzet rondom het stimuleren van energyhubs. Middelen worden door KGG verstrekt in het kader van het Stimuleringsprogramma Energyhubs. Voor 2024 en 2025 ging dit via de CDOKE-regeling. Voor 2026 is er € 10,5 mln toegevoegd aan het Provinciefonds.
Verduurzaming Industrie
Dit betreft de benodigde kasschuif voor een maatwerkafspraak, waarbij de middelen van 2026 naar latere jaren worden geschoven. Hierdoor sluit het kasritme aan op de investeringsbehoefte en het ingediende projectplan.
NGF-project Groenvermogen
Voor het NGF-project Groenvermogen van de Nederlandse economie zijn middelen opgevraagd die in 2025 niet tot uitputting zijn gekomen. Daarnaast wordt er door een nieuwe raming van de geplande uitgaven middelen van 2026 naar latere jaren geschoven.
Indirecte kostencompensatie ETS
Er zijn vanuit het coalitieakkoord middelen toegekend voor uitbreiding en verlenging van de IKC ETS regeling t/m 2031.
Door de verwachtte forse uitbreiding van de regeling en de late openstelling in het jaar verwacht RVO niet voor het eind van dit jaar te kunnen beschikken. Betaling zal naar verwachting pas begin 2027 kunnen plaatsvinden, daarom zijn de middelen een jaar verschoven.
Flankerend beleid WOZ
Vanuit het coalitieakkoord zijn middelen toegekend voor Partiële Herziening, een aanpassing om extra ruimte op de Noordzee te creëren voor windenergie. Dit is onderdeel van het vrijgemaakte geld door de coalitie voor het behalen van 40GW via Windenergie op Zee.
Daarnaast is er in 2025 een herijking gedaan van het budget voor inpassing van Windenergie op Zee. Om budget en planning bij elkaar aan te laten sluiten zijn beschikbare middelen naar latere jaren geschoven.
Structurele kosten WOZ
In 2025 is een actualisatie gedaan van planning van de WoZ-uitgaven en de kosten voor inpassing. Deze actualisatie van de raming leidt tot een aantal kasschuiven.
Flankerend beleid SDE+
De resterende 34 mln voor Sint-Maarten wordt opgevraagd ten behoeve van het bevorderen van de energietransitie. Daarnaast worden middelen voor de uitgaven aan het flankerende beleid voor de SDE geschoven in een ritme dat meer overeenkomt met de verwachte uitgaven. Tevens worden overtollige middelen, beschikbaar voor flankerend beleid SDE, overgeheveld naar de SDE++ ter aanvulling van de prijs-risicobuffer.
Leningen
Lening EBN
EBN ontvangt een lening voor de vultaak (2027-2028) van de gasopslagen. De lening is bedoeld voor de aankoop van gas en voor de aanvullende zekerheidsstortingen wanneer de gasprijs snel oploopt. De lening wordt in 2028 afgelost.
(Schade) vergoeding
Verliesverrekening Mijnbouwwet
De raming voor verrekening Mijnbouwwet was geraamd onder categorie Bijdrage aan organisaties. Uiteindelijk blijkt deze raming onder de categorie (Schade)vergoeding te vallen. Met de overboeking naar categorie (Schade)vergoeding staat deze reeks onder de juiste categorie.
Er heeft een bijstelling op de ontvangstenraming Mijnbouwwet plaatsgevonden. Sinds de raming Voorjaarsnota 2025 is een vorm van verliesverrekening geraamd. Exploitanten kunnen tot 3 jaar terug verliezen verrekenen met eerder afgedragen winstaandelen. De raming van de ontvangsten Mijnbouwwet laat zien dat er vanaf 2027 verliezen worden geraamd in de sector. Met de Voorjaarsnota 2026 is er wederom een raming gemaakt (tweejaarlijks). Op basis van de nieuwe raming is naar voren gekomen dat de verwachte verliezen in de sector moeten worden bijgesteld.
Opdrachten
Projecten kernenergie
Van het onderdeel nieuwbouw kerncentrales wordt € 45 mln overgeheveld naar de categorie vermogensverschaffing/-onttrekking voor de bijdrage aan NEO NL ten behoeve van het startkapitaal voor de oprichting.
Vanwege verdere (benodigde) uitwerking van plannen voor activiteiten rondom het ontwikkelen van de nucleaire kennisinfrastructuur en plannen om de SMR-middelen te besteden, wordt budget van 2026 doorgeschoven naar latere jaren.
Onderzoek en opdrachten
De huidige geopolitieke omstandigheden onderstrepen het belang van het versterken van de gasleveringszekerheid. Er wordt in 2026 een regeling uitgewerkt gericht op de waarborging van de leveringszekerheid van vloeibaar gas in de komende jaren.
Vermogensverschaffing/- onttrekking
Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen De kosten voor schade en versterken in Groningen worden (exclusief btw) doorbelast aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die namens de Maatschap (NAM en beleidsdeelneming EBN) verantwoordelijk is voor het betalen van de kosten voor schade en versterken. In lijn met de economische verhoudingen binnen de Maatschap komt 40% van de kosten voor rekening van EBN. Omdat het budget van EBN hiervoor niet toereikend is, wordt zij hiervoor gecompenseerd. Op basis van de actualisatie van de ramingen voor schade en versterken, wordt de bijdrage aan EBN bijgesteld naar cumulatief € 1,3 mld (tot en met 2033).
Kapitaalstorting NEO NL
Vanuit het onderdeel nieuwbouw kerncentrales wordt € 45 mln overgeheveld naar de categorie vermogensverschaffing/-onttrekking omdat in 2026 NEO NL als organisatie wordt opgericht. Op deze manier wordt de investering in het startkapitaal juist verantwoord.
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage RVO NL
Dit betreft het budget dat vanuit KGG beschikbaar wordt gesteld voor de RVO-bundel. Dit zijn alle opdrachten gerelateerd aan de kosten die RVO maakt voor de lopende uitvoering van KGG. Deze begrotingsmutatie zorgt ervoor dat RVO voldoende uitvoeringscapaciteit heeft voor alle KGG-werkzaamheden in 2026 (€ 69 mln). Er wordt gecorrigeerd voor reeds ingebrachte middelen uit deze budgetten en voor reeds beschikbare middelen binnen de RVO bundel (€ 20 mln).
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
TNO Kerndepartement
Er hebben twee overhevelingen plaatsgevonden naar de begroting van EZ voor TNO. De eerste overheveling betreft een subsidie aan TNO om een Kernhuis te realiseren. Het eerste deel is in 2025 aan TNO overgemaakt.
Dit jaar volgt het restant. Het Kernhuis van de Geologische Dienst Nederland (onderdeel van TNO) is een uniek archief dat een grote collectie sediment- en gesteentemonsters bewaart. De tweede overheveling betreft een overboeking voor het meerjarige PIO programma (PEGA invulling ondergrond). Dit programma is in 2024 gestart en toen verwerkt op artikel 4 van de EZK begroting. Met de splitsing van de EZK begroting in EZ en KGG is deze verplichting naar KGG gegaan. Dit is een omissie geweest in de splitsing van de begroting. In 2025 is al een deel overgeboekt. Met de Voorjaarsnota 2026 volgt het restant van de opdracht.
Bijdrage aan medeoverheden
Uitvoeringskosten Klimaat medeoverheden
De beschikbare middelen in 2027, € 746,3 mln, voor gemeenten en provincies om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid, worden in deze eerste suppletoire begroting overgeheveld van de begroting van KGG naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds.
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Verrekening Mijnbouwwet
De raming voor verrekening Mijnbouwwet was geraamd onder categorie Bijdrage aan organisaties. Uiteindelijk blijkt deze raming onder de categorie (Schade)vergoeding te vallen. Met de overboeking naar categorie (Schade)vergoeding staat deze reeks onder de juiste categorie.
Storting begrotingsreserve
Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie
De ramingsbijstelling van de SDE-regelingen, op basis van de KEV25 cijfers waarbij energieprijzen hoger zijn, en nieuwe uitvoeringsinformatie van RVO over teruggegeven beschikkingen leidt tot lagere uitgaven. De verwachte meevaller in 2026 op de SDE++ van € 293 mln wordt hiermee alvast in de reserve gestort.
Ontvangsten
Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie
De compensatiebetalingen als gevolg van de kolenmaatregelen zijn in 2025 niet tot uitbetaling gekomen. Het bedrag van € 497,1 mln dat hiervoor geraamd stond is in 2025 in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort. De compensatiebetalingen worden naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten daarom ook onttrokken worden uit de reserve.
ETS-ontvangsten
Als onderdeel van de herziening van de Europese Klimaatwet is in de Milieuraad van 4 november overeengekomen de inleverplicht van ETS-2 met een jaar uit te stellen naar 1 januari 2028. Hierdoor is er ook pas een jaar later sprake van inkomsten uit ETS2. Deze inkomsten zaten al in het basispad voor 2027. Dit leidt tot een lastenderving van ongeveer € 4,1 mld in 2027. Dit is verwekt in het coalitiekakkoord.
Na de verwerking van het uitstel van ETS-2 in het coalitieakkoord wordt de raming voor ETS-ontvangsten per saldo tussen 2026 en 2031 naar beneden bijgesteld met € 929 mln. Dit is onder andere het gevolg van het bijstellen van de aannames over de werking van de Marktstabiliteitsreserve voor ETS-1, wat leidt tot een aanpassing in de hoeveelheid te veilen emissie-rechten voor Nederland. Daarnaast wordt op basis van voortschrijdend inzicht de correctie voor financiering van het Social Climate Fund bijgesteld. Dit leidt tot een significant derving van inkomsten voor ETS-2.
Heffing leveringszekerheid
De vultaak van EBN wordt gedekt door de heffing gasleveringszekerheid. Dit is het ontvangstendeel van de heffing. De nu voorziene afschrijving op de aan te leggen noodvoorraad wordt ook gedekt door de heffing gasleveringszekerheid.
Lening EBN Vulmaatregel
Dit betreft de claim voor de vultaak van EBN in het opslagjaar 2027-2028. Dit is de raming van de aflossen van de lening van € 8 mld in 2028.
Bijstelling raming CO2-heffing
De raming van de ontvangsten uit de CO2-heffing industrie wordt bijgesteld op basis van actuele gegevens over ETS-prijzen (o.b.v. futures), uitstoot en dispensatierechten, inflatiecijfers en een inschatting van de daling van de uitstoot richting 2030. Tot en met 2025 geldt de uitstoot inclusief AVI’s als grondslag voor de heffing. Vanaf 2026 is er enkel sprake van een aparte heffing voor AVI’s.
Hiernaast was de raming tot nog toe op transactiebasis opgenomen in de begroting. Dit wordt nu aangepast naar een raming op kasbasis. Hiermee schuift de hele reeks voor de raming één jaar op in de tijd, naar het jaar waarin de ontvangsten werkelijk op de begroting worden verwacht.
Dividenduitkering EBN
Dit betreft het interim-dividend over de vultaak van EBN in opslagjaar 2024-2025.
Ontvangsten Mijnbouwwet
Tweejaarlijks worden de ontvangsten Mijnbouwwet geraamd: met Voorjaarsnota en Miljoenennota. De bijstelling van de ontvangsten volgt door de extrapolatie van de kosten van EBN, de CPB gasprijzen en de verwachte winning volgens EBN. De verwachte ontvangsten vanuit de Mijnbouwwet zijn positief bijgesteld o.b.v. de nieuwe raming.
Toelichting op de Begrotingsreserves
| Tabel 7 Begrotingsreserve Duurzame energie en Klimaattransitie (bedragen x € 1 mln) | |
|---|---|
| Stand 1/1/2026 | 3.484,0 |
| + Geraamde storting | 293,4 |
| – Geraamde onttrekking | ‒ 1.566,7 |
| Stand (raming) per 31/12/2026 | 2.210,7 |
De begrotingsreserve voor duurzame energie en klimaattransitie is bestemd voor onbesteed gebleven middelen als gevolg van vertraging bij of het niet doorgaan van projecten waaraan subsidie is toegekend op basis van
de MEP, de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER+ of de ISDE. De middelen voor Flankerend Beleid WOZ en Structurele kosten WOZ vallen ook binnen deze afspraak.
Via de reserve blijven deze middelen ook in de toekomst beschikbaar voor het stimuleren van hernieuwbare energieproductie of CO2-reductie. Onderstaand een uitsplitsing van de onttrekkingen in 2026 en stortingen.
Onttrekkingen
De compensatiebetalingen (€ 497,1 mln) als gevolg van de kolenmaatregelen zijn in 2025 niet tot uitbetaling gekomen en daarom in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort. Deze worden mogelijk in 2026 uitbetaald en moeten daarom weer onttrokken worden aan de reserve.
In 2025 is meerjarig onttrokken aan de reserve voor het dekken van verwachte tekorten die bleken uit de raming als gevolg van een gedaalde energieprijs. Voor2026 gaat dit om een bedrag van € 761 mln.
Een onttrekking van € 4,4 mln ten behoeve van structurele kosten voor wind op zee waarvan de ontvangsten in 2023 zijn gerealiseerd.
In 2020 is in het amendement Sienot besloten om jaarlijks bijna € 4,2 mln te te onttrekken (in totaal € 63 mln) ter dekking van de SCE, zo ook in 2026.
In 2017 in de Startnota van het kabinet Rutte-III afgesproken dat de reserve duurzame energie en klimaattransitie vanaf 2023 tot en met 2028 voor een deel leeggeboekt zou worden. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,7 mld, waarvan € 300 mln in 2026.
Stortingen
In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Door de jaarlijkse ramingsbijstelling op basis van de nieuwe KEV cijfers vallen de geraamde betalingen op de SDE++ lager uit, waardoor er een meevaller ontstaat. Ook is er op basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van RVO, waarbij meerdere grote CCS projecten hun beschikking hebben teruggegeven, meer ruimte in de beschikbare middelen ontstaan. In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Deze onderuitputting wordt conform reguliere systematiek in de begrotingsreserve duurzame energie gestort.
| Tabel 8 Begrotingsreserve Aardwarmte (bedragen x € 1 mln) | |
|---|---|
| Stand 1/1/2026 | 17,7 |
| + Geraamde storting | |
| – Geraamde onttrekking | ‒ 0,2 |
| Stand (raming) per 31/12/2026 | 17,5 |
De begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget voor het mogelijk uitbetalen van verliesdeclaraties meerjarig in te kunnen zetten en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten (premies) en uitgaven (verliesdeclaraties) op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen marktpartijen een kostendekkende premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO) die wordt gestort in de begrotingsreserve. De RVO-uitvoeringskosten voor 2026 worden onttrokken. De regeling is sinds 2024 gesloten.
| Tabel 9 Begrotingsreserve aan ECN/NRG verstrekte leningen (bedragen x € 1 mln) | |
|---|---|
| Stand 1/1/2026 | 6,6 |
| + Geraamde storting | |
| – Geraamde onttrekking | |
| Stand (raming) per 31/12/2026 | 6,6 |
De middelen in de begrotingsreserve risicopremie ECN/NRG zullen worden aangesproken als ECN – al dan niet tijdelijk – (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de afgesloten leningsovereenkomst.
| Tabel 10 Begrotingsreserve garantieregeling warmtenetten (bedragen x € 1 mln) | |
|---|---|
| Stand 1/1/2026 | 0 |
| + Geraamde storting | 174,5 |
| – Geraamde onttrekking | |
| Stand (raming) per 31/12/2026 | 174,5 |
Conform de Augustusbesluitvorming 2025 van het Klimaatfonds zijn middelen toegekend voor het Waarborgfonds Warmtenetten ten behoeve van het inrichten van een garantieregeling warmtenetten. In 2026 wordt de eerste storting geraamd.
Niet-beleidsartikelen
Artikel 70 Apparaat
| Tabel 11 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| eigen personeel | ||||||||||
| inhuur externen | ||||||||||
| overige personele uitgaven | ||||||||||
| Materiële uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ICT | ||||||||||
| bijdrage aan SSO's | ||||||||||
| overige materiële uitgaven | ||||||||||
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting op de verplichtingen en uitgaven
De apparaatsuitgaven van KGG staan gereserveerd op de EZ-begroting.
Artikel 71 Nog onverdeeld
| Tabel 12 Nog onverdeeld (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2026 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2) | Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 107.573 | 107.573 | 15.560 | 57.319 | 36.492 | 37.187 | 2.402 |
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 107.573 | 107.573 | 15.560 | 57.319 | 36.492 | 37.187 | 2.402 |
| Loonbijstelling | 0 | 0 | 0 | 47.481 | 47.481 | 35.878 | 37.299 | 36.542 | 37.177 | 2.042 |
| Prijsbijstelling | 0 | 0 | 0 | 92 | 92 | 22 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onverdeeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting op de verplichtingen en uitgaven
Loon- en prijsbijstelling
Bij Voorjaarsnota 2026 is de loon- en prijsbijstellingstranche 2026 overgeheveld naar de departementale begroting. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgever. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen. Een groot deel van de prijsbijstelling is ingezet als dekking voor tegenvallers. De resterende loon- en prijsbijstellingstranche 2026 zal bij de eerstvolgende begrotingsronde verdeeld worden aan de relevante loon- en prijsgevoelige onderdelen.