Vragenuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D11004, datum: 2026-03-10, bijgewerkt: 2026-03-11 09:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-10 14:00: Vragenuur (Vragenuur), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig
artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Ergin
Vragen van het lid Ergin aan de staatssecretaris van
Financiën, bij afwezigheid van de minister van Financiën, over
het bericht "Dieselprijs richting record, 'gaat ons allemaal
pijn doen'".
De voorzitter:
Aan de orde is het vragenuur. Als eerste geef ik het woord aan de heer
Ergin voor zijn vragen aan de staatssecretaris van Financiën namens de
fractie van DENK. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in ons
midden. Het woord is aan de heer Ergin.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank je wel. Het leven in Nederland is in de afgelopen jaren
duurder geworden. De prijzen lopen uit de klauwen en mensen hebben
moeite om aan het einde van de maand alle rekeningen te betalen.
Brandstof is in Nederland al jarenlang peperduur. Zeker als we het
vergelijken met buurlanden, betalen mensen aan de pomp echt de
hoofdprijs. We weten dat die prijsstijging sinds de illegale oorlog van
Trump en Netanyahu gigantisch is toegenomen. Iedereen heeft dat in de
afgelopen dagen gemerkt. Inmiddels kost een liter benzine gemiddeld
€2,45 en een liter diesel €2,52. Als de regering niet ingrijpt, als we
hier niks aan doen, gaan mensen binnenkort €3 betalen per liter
brandstof. €3 per liter! Gekker moet het niet worden.
Het gaat nu over de prijs die mensen aan de pomp betalen, maar we weten
hoe dat werkt: dat gaat binnenkort in de hele keten doorwerken. We gaan
dat merken bij de boodschappen. Mensen gaan dat merken bij de
pizzakoerier. Mensen gaan dat merken bij de bakker om de hoek. Mensen
gaan dat merken bij het pakketje dat wordt thuisbezorgd. We weten nu al
dat dat uiteindelijk een enorme impact gaat hebben op de koopkracht in
Nederland. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris: gaat het kabinet
ingrijpen in deze torenhoge prijzen? Wat gaat het kabinet doen? De
accijnzen zijn nu torenhoog en vormen, als je alle belastingen bij
elkaar optelt, 70% van de literprijs. Gaat de staatssecretaris daarop
ingrijpen?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan de steller van de vragen.
Allereerst is het goed om te memoreren dat ook deze vragen uiteindelijk
hun oorsprong vinden in een verschrikkelijke situatie in het
Midden-Oosten. Dat wil ik hier ook gezegd hebben.
Dan naar de pomp, want dat veel mensen in het land die nu staan te
tanken, schrikken van de prijs en van het effect dat dat heeft op hun
leven, is iets wat het kabinet onderkent en ziet. Je zal maar
afhankelijk zijn van die auto, in sommige gevallen van een oude diesel,
voor je werk of voor het bezoeken van je naasten. Dat willen we zeker
niet aan de kant schuiven. We snappen die zorgen. Tegelijkertijd is de
vraag: waar kijken we naar? Kijken we naar een piek in de prijs of
kijken we naar een structurele prijsverhoging? We gaan dat heel erg goed
monitoren. We zijn dat aan het monitoren. Maar het kabinet is niet blind
voor de mogelijke gevolgen. Daarom bereiden we ons voor. U heeft een
debat staan over de economische gevolgen van de oorlog in het
Midden-Oosten. Het kabinet was al voornemens om u voor dat debat een
brief te sturen over die economische gevolgen. Wij zullen in die brief
ook nadrukkelijk ingaan op de koopkrachteffecten. Dat is natuurlijk iets
breder dan wat er bij de pomp gebeurt. Ook de vraagsteller refereert
daaraan. Maar in die brief zullen wij ook schetsen wat de impact zou
kunnen zijn op de koopkracht, afhankelijk van hoe de situatie zich de
komende tijd gaat ontwikkelen, en welke maatregelen er dan te overwegen
zijn. Die brief kunt u tegemoetzien, zodat u daar tijdig het debat over
kunt voeren. Ik heb begrepen dat uw Kamer dat debat ook snel wenst te
voeren. Daar zullen we als kabinet aan meewerken.
De heer Ergin (DENK):
Eigenlijk hebben Nederlanders die zich rot zijn geschrokken van de
prijzen en weten dat het de komende dagen, de komende periode, steeds
duurder gaat worden, niks aan dit antwoord. Dit antwoord gaat over het
monitoren van de ontwikkelingen. Dat doen we altijd. We monitoren altijd
ontwikkelingen in dit land. Waar het hier om gaat, is het volgende. Ja,
van de laatste gigantische prijsstijging is de illegale oorlog die door
Trump en Netanyahu in Iran is begonnen natuurlijk de aanleiding. Maar
eigenlijk is de staatssecretaris de echte aanleiding. De politieke
keuzes die hier gemaakt worden zijn de echte aanleiding, want al jaren
vormen accijns en belasting 70% van de kosten van een liter benzine en
diesel. De staatssecretaris kan de oplossing buiten het kabinet
plaatsen, maar het kabinet is aan zet om met een oplossing te komen.
Daarom stel ik eigenlijk nogmaals de vraag. Nederlanders hebben niks aan
dit antwoord. Wat gaat dit kabinet concreet doen om de pijn die mensen
letterlijk voelen als ze aan het tanken zijn, te verlichten?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik zei het net al: zowel het kabinet als ik zien wat mensen merken aan
de pomp. Dat betekent dat het ook mijn verantwoordelijkheid is om, samen
met het kabinet, daar serieus naar te kijken. Dat betekent scenario's
voorbereiden en huiswerk maken. En ja, dat doen we ook vanuit de
verantwoordelijkheid om te kijken of we nou naar een piek in de huidige
prijsontwikkeling kijken of naar een structurele prijsontwikkeling. Als
die structureel is, dan vindt het kabinet ook dat we moeten handelen en
dat moet ook snel kunnen. Daarom komt er in die brief, waar ik net aan
refereerde — dat is echt de verantwoordelijkheid van het kabinet — een
overzicht van maatregelen die je met elkaar kunt nemen die bijdragen aan
het beheersbaar houden van de koopkracht.
De heer Ergin (DENK):
Een brief! Een brief is toch niet de oplossing? Als de staatssecretaris
zo gevoelig is voor de stijgende prijzen, als de staatssecretaris er
daadwerkelijk werk van wil maken en als de staatssecretaris er serieus
werk van wil maken, dan kan de staatssecretaris toch nu hier in dit
debat waar alle collega's aanwezig zijn, aangeven: ja, dit gaat hoe dan
ook effect hebben op de koopkrachtplaatjes en wij gaan als kabinet
mensen compenseren en het niet toestaan dat mensen zich blauw betalen
bij de pomp; wat het effect ook is, we gaan het compenseren? Wat belet
de staatssecretaris om dat hier in dit debat te zeggen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik vrees dat het mijn werk en misschien zelfs ook een beetje mijn lot is
om de zorgen van de mensen, waar ik nogmaals niks aan af wil doen, te
verbinden met hoe we het hier met elkaar besluiten. Die verbinding
betekent dat we ons moeten voorbereiden, dat we scenario's moeten maken
en dat die ook alleen zinvol zijn op het moment dat wij naar een
structurele situatie kijken. U zou het ook niet goed vinden als het
kabinet met u in gesprek kwam over maatregelen die achteraf niet nodig
zouden zijn gebleken. We doen het dus alleen als het nodig is. De
voorbereiding van de scenario's vergt ook even denkwerk. Het kabinet wil
die buitengewoon snel aan u doen toekomen, ook omdat ik heb begrepen dat
uw Kamer dit debat snel wenst te voeren.
De heer Ergin (DENK):
Tot slot. Nederlanders betalen al jaren de piek als het gaat om
brandstof. Al jaren is Nederland bijna het duurste land van Europa. De
oplossing ligt dus niet in het monitoren of in het onderzoeken, maar de
oplossing ligt in het aanpassen van de accijnzen, want die vormen 70%
van de literprijs. Ik verzoek de staatssecretaris, de regering, nogmaals
om hier werk van te maken. Stel het niet uit. Schuif het niet naar
voren. Neem een besluit en zorg ervoor dat mensen gewoon fatsoenlijk het
bedrag aan de pomp kunnen betalen.
Staatssecretaris Eerenberg:
We hebben vandaag ook weer even zitten rekenen met de accijnzen op
diesel. Die vormen nu 42% van de dieselprijs. Dat neemt niet weg dat het
effect heeft op mensen als zij staan te tanken en zien dat het €0,50 per
liter duurder is dan voor de oorlog in het Midden-Oosten. Dat neemt ook
niet weg dat we ons moeten voorbereiden op scenario's hoe daarmee om te
gaan. Dat gaan we nu doen. Dat gaan we in kaart brengen, zodat we juist
ook met uw Kamer in gesprek kunnen komen over wat we te doen hebben.
Maar we doen dat alleen als er ook noodzaak is, want we gaan geen
maatregelen nemen op het moment dat het niet nodig blijkt te zijn.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Staatssecretaris, het is wél nodig. Het is wél nodig, want de mensen
kunnen het allemaal niet meer betalen. Ik sta hier tegenover een
staatssecretaris die inhalig is en zich ten onrechte verrijkt over de
ruggen van de Nederlanders. De accijnzen moeten nu omlaag. De btw ook,
maar die daalt ook mee als je de accijnzen verlaagt. U hoeft daar niet
over te rekenen. U hoeft geen brieven te sturen. De accijnzen moeten nu
omlaag. Doet de staatssecretaris dat niet, dan hebben we hier een soort
omgekeerde Robin Hood: hij pakt van de mensen af en geeft het alleen aan
zichzelf terug. Doe dat niet, staatssecretaris. Ik verzoek u
vriendelijk: doe vandaag nog die accijnzen, en daardoor ook de btw, naar
beneden, zodat de mensen wat lucht krijgen de komende week.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik begrijp goed dat velen van u hier zullen zeggen: het is een noodzaak;
het moet snel. Ik zeg daar tegenover dat we het echt goed moeten
bekijken. We zien dat de situatie alweer iets stabiliseert na de
uitspraken van Trump. Als er een beetje stabilisatie is, dan zullen
maatregelen minder hard nodig zijn. Dan mag u ook ervan uitgaan dat het
kabinet geen dingen introduceert of maatregelen neemt die niet nodig
blijken te zijn en die de schatkist uiteindelijk onterecht geld zouden
kosten, want daar doe ik dit eigenlijk voor. Dat is één. Twee. Als het
wél nodig blijkt te zijn, dan hebben we echt wat huiswerk te maken, want
dan moet de Kamer de goede besluiten kunnen nemen. Laat ik u dit zeggen:
ik begrijp uw ongemak. Ik begrijp dat u een beetje zegt: kom op, aan de
slag! Het kabinet is voornemens om die brief rond het weekend aan u te
versturen. Dat is toch relatief snel?
De heer Hoogeveen (JA21):
We kennen dit kabinet als een kabinet dat het liefste zegt: we kunnen
een euro maar één keer uitgeven, dus als er niet genoeg binnenkomt,
kunnen we ook geen geld uitgeven. Op zich is dat goed. Als de prijzen zo
stijgen, dan zullen ook de btw-inkomsten enorm stijgen. Is de
staatssecretaris bereid om in zijn brief en in zijn overwegingen mee te
nemen dat hij de stijging van de inkomsten van de btw die boven de
ramingen zit, door laat werken naar het mitigeren van de accijnzen om
daarmee uiteindelijk de prijsstijgingen te dempen?
Staatssecretaris Eerenberg:
U bent al bij de dekking aanbeland, meneer Hoogeveen. Hartstikke goed!
Ik zeg hier eigenlijk hetzelfde op, namelijk dat we de komende dagen
even moeten kijken hoe de situatie is. Stabiliseert die zich, ja of nee?
Op basis van die situatie moeten we in de brief die ik u net noemde,
maatregelen schetsen. En, ja, bij maatregelen zullen ook
dekkingsmaatregelen horen. U suggereert er nu een. Die zou onderdeel van
die brief kunnen zijn, maar ik wil daar nu niet op vooruitlopen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan wil ik de staatssecretaris er toch op wijzen dat er ook wel enige
haast bij geboden is. We zien dat de prijzen omhooggaan bij een crisis.
Dat gebeurde destijds ook bij de invasie van Rusland in Oekraïne.
Uiteindelijk werden de boodschappen duurder. Later zijn de prijzen ook
niet meer gedaald. Ik denk dat het belangrijk is om de brandstofprijzen
meteen te mitigeren om de stijgingen te dempen en ook om ervoor te
zorgen dat het een dempend effect heeft op inflatie. Hoe reflecteert de
staatssecretaris daarop?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik ben blij met deze interruptie. Eigenlijk zegt u namelijk dat het over
bredere koopkrachteffecten gaat dan alleen over wat er aan de pomp
gebeurt. Dit wordt precies de inslag in die brief. Het zal een beetje
grof moeten, omdat dit weekend ook nog maar een paar dagen van dit
moment verwijderd is. Het gaat nadrukkelijk om het bredere
koopkrachtplaatje en de inschatting die we daar nu van kunnen geven.
De voorzitter:
Staatssecretaris, u spreekt via de voorzitter.
Staatssecretaris Eerenberg:
Excuus.
De heer Vermeer (BBB):
De staatssecretaris zegt: als het structureel is, dan kunnen we snel
handelen. Dat an sich is een contradictio in terminis. Dat kan gewoon
niet, want het is pas structureel te constateren als je al een poos
verder bent. Snel handelen als het structureel is, kan gewoon niet. Ik
vind dus dat de staatssecretaris dat niet aan de mensen moet voorhouden.
Kan hij niet zeggen dat we gewoon een maximaal bedrag aan accijns en btw
binnen gaan halen, bijvoorbeeld op benzine? Dan maakt het niet meer uit
wat Trump wel of niet doet. Dan weten de mensen gewoon waar ze aan toe
zijn, welke omstandigheid er ook plaats gaat vinden, want morgen zit er
weer ergens een container of een tanker vast en is er weer wat anders
aan de hand.
Staatssecretaris Eerenberg:
Het is interessant dat u inderdaad ook het pad opent ... U is de
voorzitter; excuus, voorzitter. Het is interessant dat het pad wordt
geopend naar een structurele oplossing, want die zit natuurlijk ook nog
op twee andere punten. Die zit op leveringszekerheid. De minister van
KGG is ook in Europees verband bezig om die te verbeteren. Het gaat
bovendien om minder afhankelijkheid van deze energiebronnen. Als wij
meer energie van eigen bodem weten te benutten, dan hebben we het
probleem dat we nu zien, structureel veel beter in grip dan in het hier
en nu. Alleen, als ik dat zeg — dat besef ik — dan zeg ik niks tegen de
mensen die nu aan de pomp schrikken van de literprijs. Daarom verwijs ik
naar het aangevraagde debat over de economische effecten van de nu
ontstane situatie in het Midden-Oosten en naar de brief die rond dit
weekend komt. Daar zullen maatregelen in staan, maar ja, die zullen we
wel moeten afwegen tegen het beeld dat zich de komende dagen
ontwikkelt.
De heer Vermeer (BBB):
Hier wordt weer een bestuurlijk rookgordijn opgeworpen door er in een
keer leveringszekerheid van gas en allemaal andere dingen in mee te
nemen. Dit gaat over de prijzen aan de pomp nú. Mensen kunnen niet
betalen met een brief. Ze moeten betalen met euro's. Er is geen antwoord
gekomen op de vraag, dus ik stel hem nogmaals. Kan de staatssecretaris
niet gewoon met een regeling komen waarin staat: per direct is er
maximaal zo veel accijns en btw en anders passen wij dat gewoon aan op
dat moment? Het kwartje van Kok hebben we ook nog steeds niet terug, dus
er is haast bij.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik denk toch echt dat wij, gegeven de situatie, toch relatief snel
maatregelen in kaart kunnen brengen als u een brief van het kabinet
ontvangt rond dit weekend, wat doorwerken wordt. Die maatregelen zullen
we moeten toetsen aan niet alleen de vraag of ze echt nodig zijn — dat
heb ik nu een paar keer beargumenteerd — maar bijvoorbeeld ook de vraag
of ze uitvoerbaar en effectief zijn en of ze wel de mensen helpen die ze
het hardst nodig hebben; dat is het verhaal van JA21 over de gehele
koopkracht, denk ik. Dat is wat het kabinet nu voorbereidt. Daar werken
we keihard aan. U heeft bij mijn weten binnen enkele weken het debat
over de effecten. Dan kunt u, met die brief in de hand, samen met het
kabinet de besluiten nemen die u te besluiten heeft.
De heer Vlottes (PVV):
Ik hoor "een brief", "dit weekend" en "over een aantal weken", maar de
mensen hebben nu hulp nodig. De mensen lopen nu leeg aan de pomp. De
benzine en de diesel zijn onbetaalbaar door de accijnzen en de btw. De
mensen zitten niet te wachten op een weekend met een brief. De accijnzen
moeten nu naar beneden. De dekking kan prima gevonden worden in het
Klimaatfonds; roof dat maar leeg, want dan kan de accijns naar beneden.
Waarom deze onwil bij het kabinet? De accijnzen moeten nu naar beneden.
De mensen moeten nu geholpen worden.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik onderken helemaal dat mensen die nu bij de pomp staan, nu schrikken
van de prijs, zeker die van diesel. Tegelijkertijd is het ook onze
verantwoordelijkheid om zorgvuldige besluitvorming met u voor te
bereiden. Die zorgvuldigheid zit 'm erin dat wij ons afvragen: zijn de
maatregelen die we nemen nodig? Maatregelen zullen namelijk ook snel in
de papieren lopen; dat gaat ook om onze gezamenlijke schatkist. Dat is
één. Ten tweede vragen wij ons af: zijn de maatregelen dan ook effectief
om het probleem aan te pakken? Dat zit dan eerder in de hoek van de
koopkracht en de effecten van de stijgende olieprijzen op de gehele
koopkracht dan in de hoek van louter en alleen de huidige prijs aan de
pomp. Ik weet dat ik, als ik dit zeg, niks zeg voor de mensen die
vandaag en morgen schrikken bij de pomp; dat weet ik. Tegelijkertijd
mogen diezelfde mensen van het kabinet verwachten dat wij aan
zorgvuldige besluitvorming doen.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk inderdaad dat heel veel mensen heel erg geschrokken zijn, vooral
van de hele snelle prijsstijging aan de pomp in de afgelopen week. De
situatie is ook erg onzeker. We weten niet hoe dit verder gaat: is het
inderdaad een korte piek of blijft het langdurig onrustig en blijven de
prijzen langdurig hoog? Ik zou het kabinet dus willen vragen om zich ook
op dat meest ongunstige, meest zwarte scenario voor te bereiden, zodat
er in ieder geval maatregelen liggen, mocht het toch een langdurig hoge
prijs zijn. Ik vind het ook niet gek dat er ook naar de accijnzen wordt
gekeken als het over de brandstofprijzen gaat. Tegelijkertijd zou ik het
kabinet wel willen vragen om, als er naar maatregelen wordt gekeken, die
vooral te richten op de mensen die ze het hardst nodig hebben: de mensen
met de laagste inkomens.
Staatssecretaris Eerenberg:
Kortheidshalve zou ik kunnen zeggen dat ik het met beide elementen uit
de interruptie eens ben. We moeten ons op alle scenario's voorbereiden,
zowel scenario's die meevallen als scenario's die tegenvallen. Dat is
precies wat het kabinet nu aan het doen is. Ik ben het verder zeer met u
eens: we moeten ook leren van de maatregelen die we in de situatie
rondom Oekraïne hebben genomen, dus als je een bepaalde groep wenst te
helpen, dan moeten de maatregelen op die groep gericht zijn. Dat zei de
vragensteller ook heel mooi.
De heer Russcher (FVD):
Ik denk inderdaad dat alle Nederlanders zich doodschrikken wanneer ze
moeten afrekenen na het tanken, maar dat zij zich mogelijk ook
doodschrikken aan het einde van de maand, wanneer zij hun reiskosten
gaan declareren. Op dit moment is de maximale onbelaste
reiskostenvergoeding namelijk €0,23 per kilometer. Er kan dus een
scenario gaan ontstaan waarin mensen straks extra geld kwijt zijn voor
een ritje naar hun werk, omdat de reiskostenvergoeding boven die €0,23
als loon belast gaat worden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of
hij het als een optie overweegt om het te verhogen naar bijvoorbeeld
€0,25 of €0,27. Als dat nu nog niet tot de opties behoort, wanneer dan
wel?
Staatssecretaris Eerenberg:
Daarom denk ik dat het goed is dat we inderdaad met die brief werken,
want dan kunnen juist dit soort creatieve suggesties van uw Kamer daarin
landen. Ik zeg u dus toe dat we concreet op deze suggestie zullen
reflecteren in de brief.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het is huilen bij de pomp voor mensen. Ze hebben de afgelopen dagen te
zien gekregen dat de minister-president en de minister van Financiën
zeiden: het is allemaal nog te vroeg. Ik vind dat u veel te laat bent.
Veel te laat! Ik vraag me af wanneer u eindelijk eens een keertje op
tijd bent. Dan kom ik bij mijn vraag over die brief. We doen dit
vragenuurtje niet als een soort rituele dans waarin u komt met een brief
en de rest zegt: schiet op, schiet op, schiet op.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wat kan ik van die brief verwachten? Kom er een prijsplafond voor
brandstof? Gaan de accijnzen naar beneden? Wat kan ik uit die brief
verwachten?
Staatssecretaris Eerenberg:
Het flauwe antwoord, maar eerlijk gezegd ook een beetje waar, is dat als
ik nu zou weten wat er in die brief zou staan, ik een ander antwoord had
gegeven. Nogmaals, het kabinet kijkt langs twee lijnen. De eerste lijn
sluit aan bij wat de minister-president en collega Heinen hebben gezegd:
het moet wel echt nodig zijn. Wij moeten dus kijken hoe de ontwikkeling
de komende dagen is. Als het nodig blijkt te zijn, is er een breed scala
aan maatregelen die we zouden kunnen overwegen. Wij zijn ervoor
verantwoordelijk dat die maatregelen betaalbaar zijn en terechtkomen bij
de doelgroepen die ze het hardst nodig hebben, maar ze moeten ook
uitvoerbaar zijn. Dat is precies het huiswerk dat het kabinet nu aan het
maken is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Hier zit wel het probleem. Tijdens de regeringsverklaring hebben we een
kabinet gezien dat lage en middeninkomens volle bak een NAVO-taks laat
betalen. We zien dat Trump een land binnenvalt, wat invloed heeft op de
energie- en brandstofprijzen hier. In een week tijd zegt het kabinet
dan: wij komen met een brief en met maatregelen. U kunt een maximumprijs
invoeren, zoals België die heeft. U kunt de btw en de accijnzen
verlagen. U kunt zoveel meer doen! U kunt ook zeggen: de olies, met hun
dikke winsten, gaan we pakken. Die maken nú al dikke winsten; dat is nu
al problematisch. Ik vind het echt niet te verkopen dat hier een
staatssecretaris staat die weet dat dit speelt, die naar een vragenuur
komt en, terwijl Nederlanders bij de pomp staan te huilen, niet verder
komt dan: "Ik heb een brief." U kunt toch wel een típje van de sluier
oplichten, staatssecretaris?
De voorzitter:
De staatssecretaris.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het kabinet heeft toch wel iet van een idee over wat er moet
gebeuren?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik snap dit. Ik snap waar uw vraag vandaan komt. Ik snap ook wat mensen
die bij de pomp staan en die de rekening betalen nu denken. Dat snap ik,
maar ik vind dat diezelfde mensen ook van het kabinet mogen verwachten
dat wij heel zorgvuldig kijken wat wij kunnen doen om hen te helpen. Dat
begint nogmaals bij de vraag: is het echt nodig? Ik weet niet wat er de
komende dagen gaat gebeuren. Dat weet volgens mij niemand in deze zaal.
We willen niet op korte termijn dure maatregelen implementeren die
achteraf niet nodig blijken te zijn geweest. Ten tweede — daar hebben we
dus die brief voor nodig — moeten we de maatregelen nemen die landen bij
precies die doelgroep waarvan u zegt dat die zich het meeste zorgen
maakt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb eerst een compliment en dan iets waarover ik eigenlijk meer
verwacht van het kabinet. Allereerst is het heel verstandig om te
zeggen: we moeten de situatie nu goed in de gaten houden. Wat gebeurt er
nu precies in het Midden-Oosten? Iedereen die niet in het hoofd van
Donald Trump kan kijken, zou graag willen horen wat er gaat gebeuren. We
weten het niet en we weten dus ook niet wat het effect is op de
economie. Maar een brief met een opsomming van de maatregelen die zouden
kunnen? Die weten we wel. Het geheugen van het parlement en ook van het
kabinet is vaak kort, maar in 2022 hebben we eenzelfde situatie aan de
hand gehad. Alle opties lagen toen op tafel. Dat rijtje met opties is er
dus wel. De vraag is welke maatregelen het kabinet gaat voorbereiden.
Komt dat in de brief te staan?
Staatssecretaris Eerenberg:
Als het deze week nodig blijkt te zijn — áls dat zo is — dan kunt u van
het kabinet verwachten dat er in de brief ook een doorkijk wordt gegeven
naar wat er dan te doen is. Ik denk dat het geheugen van het kabinet het
dit weekend nog wel vol gaat houden.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit is iets te makkelijk. Ik begrijp heel goed dat je niet nu iets gaat
aankondigen. Ik vind ook dat er niet alleen naar de accijnzen moet
worden gekeken, maar ook naar de boodschappen en naar de energieprijzen
thuis. Ik herinner mij nog van 2022 dat wij in maart het voorstel deden
van een energieprijsplafond. Twee dagen voor Prinsjesdag belde ik de
minister van Financiën. Het was toen: "Kun je toch nog eens langskomen?
We willen dit gaan doen." Tot op de ochtend van Prinsjesdag stond dit in
de troonrede geschreven. Dit soort scenario's wil ik voorkomen. De
ellende die we toen hebben uitgestrooid over mensen en bedrijven is
ongekend. Ik vraag dus niet om volgende week het prijsplafond opnieuw in
te voeren. Ik vraag om alle voorbereidingen te treffen om het, op het
moment dat het nodig is, gelijk te kunnen doen. Dat geldt voor alle
maatregelen waarvan het kabinet zegt: dit zouden we misschien kunnen
inzetten. Is de staatssecretaris bereid om toe te zeggen dat in de brief
komt te staan welke maatregelen concreet worden voorbereid voor het
moment dat het nodig is?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik denk dat de heer Klaver en ik het eens zijn. In de brief moet er geen
theoretische exercitie van scenario's zijn. Wat daarin staat, moet ook
uitvoerbaar zijn. Als er een noodzaak is om ze uit te voeren, moeten ze
ook daadkrachtig ingezet kunnen worden.
De voorzitter:
De heer Ergin.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik had nog een vraag. Nee, ik heb niets aan de
staatssecretaris … Ik heb maar twee vragen, dus ik ga met mijn rug naar
hem toe staan. Dat is helemaal niet onbeleefd bedoeld.
De voorzitter:
U heeft een vraag aan mij?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee. Er is toegezegd — dat is nieuw — dat er een brief komt, nog rond
het weekend. Een meerderheid heeft gezegd dat het debat moet worden
ingepland na ommekomst van deze brief. Nu deze is toegezegd, hoop ik ook
dat u als Voorzitter dat debat zo snel mogelijk inplant.
De voorzitter:
Dat gaan we wegen en bekijken. Meneer Ergin.
De heer Ergin (DENK):
Ik heb even gemonitord voor de staatssecretaris. Ik heb begrepen dat de
staatssecretaris het heel belangrijk vindt dat het kabinet monitort. Als
we kijken naar de bijdrages en naar de vragen die de staatssecretaris
heeft gekregen, kunnen we nu al de conclusie trekken dat er in de Kamer
een meerderheid is voor het eventueel toepassen van een
koopkrachtreparatie. Ziet de staatssecretaris die meerderheid nu
ook?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ja, voorzitter. Ik denk dat dit misschien wel bijna een mooie conclusie
zou kunnen zijn van het gesprek dat wij hier met elkaar hebben gehad.
Dat is nou precies de reden dat ik denk dat een brief met de maatregelen
en de daadkracht waar ook GroenLinks-PvdA om vroeg, u kan helpen om in
meerderheid met dit minderheidskabinet bij het volgende debat te doen
wat nodig is.
De heer Ergin (DENK):
We hoeven hier geen discussies te voeren over de inhoudsopgave van die
brief. Daar gaat het kabinet zelf over. Natuurlijk kan de Kamer daar
altijd vragen over stellen. Maar het gaat erom dat heel veel politieke
partijen, heel veel fracties in dit huis nu al hebben gezegd: ja, wij
willen best wel kijken naar koopkrachtreparaties. Alleen zegt de
staatssecretaris dat niet. De staatssecretaris zegt "wij gaan monitoren,
wij gaan onderzoeken en wij gaan nog een keer kijken naar alle
maatregelen", terwijl hij een voor de samenleving verlichtende uitspraak
kan doen door te zeggen: wij gaan daadwerkelijk aan de slag met de
koopkracht, alleen weten we nog niet hoe, maar dat hoort u later van
ons. Maar zelfs dat minimale wordt door de staatssecretaris niet gezegd.
Waarom, zou ik aan de staatssecretaris willen vragen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Volgens mij zeg ik namens het kabinet dat we zien wat er aan de hand is.
De eerste vraag die wij te beantwoorden hebben, is of dit iets
tijdelijks is of dat het iets is wat zich blijvend zal ontwikkelen. Als
wij het begin van een antwoord op die vraag hebben, hebben wij
maatregelen klaarliggen om te nemen, om te implementeren. Juist om het
gesprek in uw Kamer te faciliteren komt er op korte termijn een
hartstikke goede brief, zodat u bij het volgende debat uw werk als
volksvertegenwoordiger kunt doen.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris.
Vragen Dassen
Vragen van het lid Dassen aan de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht
"Meta's verbod op politieke reclame werkt niet, partijen adverteren
gewoon door".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Dassen voor zijn vragen aan de minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties namens de fractie van
Volt. Ik heet ook de minister van harte welkom in de Kamer. Het woord is
aan de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Ons leven speelt zich grotendeels online af. We moeten
dan ook eisen dat die online wereld veilig is. Dat betekent dat we de
regels van die wereld niet moeten overlaten aan bedrijven die een heel
andere taal spreken dan wij. Wij hebben het over veiligheid en over
democratie, en zij spreken over maximale scrolltijd en interactie. Dat
is immers waar hun verdienmodellen op draaien.
Gisteren kwam er wederom een bericht dat op Facebook en Instagram nog
volop advertenties van Nederlandse politieke partijen verschijnen, in
aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Experts waarschuwen, niet
voor de eerste keer, dat het speelveld voor partijen ondoorzichtig is
terwijl schadelijke content onder de radar blijft circuleren. Wie houdt
de Zuckerbergs van deze wereld verantwoordelijk als ze zelf
scheidsrechter mogen spelen? Dit is het zoveelste voorbeeld dat big tech
in goed vertrouwen gemaakte afspraken niet nakomt, want niet alleen bij
de platformen van Meta speelt dit probleem, maar ook bij andere
platformen: X, Google, TikTok. Nog steeds zien we dat binnenlandse en
buitenlandse actoren op die manier invloed kunnen uitoefenen op onze
democratie. Dat is een extra groot risico bij de aanstaande
gemeenteraadsverkiezingen, omdat het voor een niet-transparant en
ongelijk speelveld zorgt.
Mijn vraag aan de minister is dan ook hoe hij van plan is te waarborgen
dat onze verkiezingen betrouwbaar kunnen verlopen, ongehinderd door
buitenlandse en binnenlandse verstoringen. Hoe kunnen wij erop
vertrouwen dat deze bigtechbedrijven, die niet eens in staat zijn om
zulke duidelijke politieke advertenties te weren, in staat zijn om de
sluikcampagnes van bijvoorbeeld de Russen te weren?
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Heerma:
Dank u, voorzitter, en dank aan de heer Dassen voor zijn vraag met
betrekking tot de reclames. Het is misschien goed om hierbij enige
context te geven. Er is onlangs, afgelopen najaar, een nieuwe
verordening vanuit de Europese Unie ingegaan die toeziet op
transparantie, specifiek rondom politieke reclames. Die verordening ziet
erop toe — wellicht hebben mensen dat al gezien — dat er een potloodje
bij staat waarbij duidelijk is: dit is een politieke reclame. Het moet
duidelijk zijn wie de financier daarvan is en er zijn ook regels rondom
targeting: dat mag daarbij niet plaatsvinden. In reactie op deze
regelgeving heeft onder andere Meta, het moederbedrijf van platformen
als Instagram en Facebook, besloten om niet langer betaalde politieke
advertenties toe te staan: een totaalverbod. Dit betreft echter het
beleid van Meta zelf en dit volgt niet uit de Europese
verordening.
Aangezien dit soort grote platformen ook een belangrijk kanaal zijn voor
politici en politieke partijen, is mijn ministerie, voordat dit beleid
van Meta inging, met het bedrijf in contact getreden en heeft het
benadrukt dat het van belang is dat de verordening wordt nageleefd. Meta
heeft daarbij echter aangegeven de verordening onduidelijk te vinden en
om die reden te besluiten alle politieke advertenties te weren. Als
private partij staat hun dat vrij, al vind ik het wel onwenselijk. Dan
is het nu helemaal kwalijk om in de berichtgeving waarover de heer
Dassen deze vraag stelt, te zien dat Meta het verbod, het eigen beleid
waarvoor Meta heeft gekozen en dat dus niet volgt uit de Europese
verordening, onevenwichtig handhaaft. Je moet namelijk óf iedereen
gelijke toegang geven, óf alles weren. Nu is er sprake van een soort
tussenweg. Dat is niet wenselijk.
De hoofdvestiging van Meta bevindt zich echter in Ierland. Daarom valt
de handhaving van de verordening formeel onder de Ierse toezichthouder.
Dat maakt de handelingsopties die wij hier hebben beperkt.
Tegelijkertijd is het belangrijk dat dit aanhangig wordt gemaakt, zeker
omdat het om een nieuwe verordening gaat. Naar aanleiding van het
gesprek dat heeft plaatsgevonden met Meta, hebben wij daarom contact
opgenomen met de Europese Commissie. We hebben een brief gestuurd waarin
we hebben gewezen op het belang van het goed handhaven van die
verordening. We hebben inmiddels een schrijven terug, waarin aangegeven
wordt dat er met Meta gesproken gaat worden. We staan ook in contact met
de Ierse toezichthouder. Ambtenaren van mijn ministerie zijn daar
onlangs nog geweest. Wij zullen naar aanleiding van deze berichtgeving
opnieuw contact opnemen met de Europese Commissie en de Ierse
toezichthouder om ervoor te zorgen dat er aandacht blijft bestaan voor
het feit dat Meta zich te houden heeft aan deze verordening.
De heer Dassen (Volt):
Er hebben inmiddels heel veel gesprekken plaatsgevonden, er zijn heel
veel moties aangenomen en er zijn heel veel beloftes uitgesproken.
Afgelopen week nog hadden we als commissie hier in de Tweede Kamer de
socialmediabedrijven op bezoek. Daar werd eigenlijk tegen ons gezegd:
"Ga maar rustig slapen. Er is niks aan de hand. Wij zorgen dat alles
goed geregeld wordt. Wij zorgen dat die verkiezingen veilig verlopen.
Sterker nog, wij doen veel meer dan nodig is om te waarborgen dat alles
online veilig gaat." Alle zorgen die wij als Kamerleden adresseerden,
werden niet herkend. Daar zit precies het probleem. Deze bedrijven
hebben lak aan wat wij zeggen, aan de zorgen die wij continu kenbaar
maken. Waarom? Omdat hun verdienmodel hierop draait. De minister heeft
ook met ze gesproken. Ik ben dan ook benieuwd wat daar dan precies uit
gekomen is. Zijn er mooie beloftes herhaald? We zien in de berichtgeving
weer hoe die herhaald worden. Biedt de uitvoeringswet voor het
Commissariaat voor de Media, waar de minister het net over had,
voldoende handvaten om hier wel wat aan te kunnen doen? Of zijn we in
Nederland totaal overgeleverd aan de wil van deze bedrijven en moeten we
hopen dat de Europese Commissie daadwerkelijk gaat handhaven? Volgens
mij laten namelijk genoeg onderzoeken zien dat dat moet gebeuren.
Minister Heerma:
Ik begrijp de zorg van de heer Dassen heel goed. Toch wil ik even scherp
zijn wat betreft de volgorde der dingen. Juist omdat er zorgen zijn over
onlinebeïnvloeding, is die verordening afgelopen najaar in werking
getreden, dus er is sprake van een Europese verordening die voor
transparantie moet zorgen. Gelukkig zien we in Nederland in aanloop naar
de gemeenteraadsverkiezingen bij brancheorganisaties en marktpartijen
brede bereidheid om deze regels na te leven. Het Commissariaat voor de
Media heeft daar gisteren nog over gecommuniceerd. In het gesprek dat
onder mijn ambtsvoorganger heeft plaatsgevonden, heeft Meta aangegeven
de regels onduidelijk te vinden en daarom te kiezen voor een
totaalverbod, dat dus niet volgt uit die verordening. Omdat daar zorg
over is, is daarover contact opgenomen met de Europese Commissie — daar
is een brief naartoe gestuurd — en staan wij in contact met de Ierse
toezichthouder. Ierland is namelijk in dit geval de toezichthouder,
omdat het hoofdkantoor van Meta daar gesitueerd is. Dat is dus niet
omdat er allerlei mooie beloftes gedaan zijn, waar de heer Dassen naar
vraagt. Nee, Meta heeft juist aangegeven de regels onduidelijk te vinden
en daarom te kiezen voor een totaalverbod, waarvan nu blijkt dat dat
selectief wordt toegepast. Dat is dus juist reden tot zorg. Dat is reden
om opnieuw met zowel de Ierse toezichthouder als de Europese Commissie
contact te hebben; dat doet het Commissariaat voor de Media ook. Die
geven beide aan hier aandacht voor te hebben.
Dan misschien het volgende als afronding. Juist omdat dit om een nieuwe
verordening gaat en Nederland een van de eerste landen is waar nu zowel
landelijke als gemeenteraadsverkiezingen zijn, is het heel belangrijk om
de informatie die wij opdoen over wat wel en niet werkt, weer terug te
geven aan de Europese Commissie.
De heer Dassen (Volt):
Ik hoop ook dat dat gebeurt. Ik heb een heel korte vraag. Het gaat
natuurlijk niet alleen om Meta, het gaat ook om al de andere bedrijven
waar continu dit soort dingen gevonden worden. Ik had de vraag of de
uitvoeringswet voor het Commissariaat voor de Media, die naar de Kamer
wordt gestuurd, ook echt de handvatten heeft die we nu nodig hebben.
Minister Heerma:
Heel goed. Het is een terecht punt van de heer Dassen. Deze vraag had ik
niet meegenomen naar aanleiding van zijn tweede ronde. Omdat de
uitvoeringswet er nog niet is, is er eind oktober een aanwijzingsbesluit
genomen, zodat het Commissariaat voor de Media op dit moment al als
bevoegde autoriteit kan optreden. In dat kader hebben zij gisteren
aangegeven dat zij in Nederland grote bereidheid zien om de nieuwe
regels na te leven. Zodra de uitvoeringswet er is — ik verwacht dat die
over enkele weken naar de Kamer toe gaat — is dit, ook voor de
toezichthouder bij het commissariaat, wettelijk geborgd voor Nederland.
De Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument & Markt
hebben hier overigens ook een rol. Maar voor bedrijven die hun
hoofdvestiging elders hebben, zoals Meta, dat in Dublin zit, blijft het
zo dat de toezichthouder in dit geval de Ierse toezichthouder is. De
uitvoeringswet gaat het dus, in aanvulling op het aanwijzingsbesluit dat
in oktober is genomen, voor Nederland goed regelen. Het commissariaat
geeft gelukkig aan dat de nalevingsbereidheid nu al heel groot is. Het
commissariaat krijgt geen rol in het vraagstuk rondom Meta, want dat
ligt bij de Ierse toezichthouder.
De heer Dassen (Volt):
Ik hoop dat het dan in Ierland ook snel geïmplementeerd gaat worden. Ik
hoop ook dat we niet alleen op de blauwe ogen van bedrijven gaan
vertrouwen, maar dat we daadwerkelijk gaan handhaven. Dat is volgens mij
wat belangrijk is. Deze grote techbedrijven bepalen namelijk helemaal
wat wij zien, horen en voelen. Hun verdienmodellen zijn hierin leidend,
en niet wat wij belangrijk vinden, niet onze democratie en niet onze
vrijheid. Sterker nog, ze zitten samen met de Amerikaanse regering in
hetzelfde schuitje. Zij hebben duidelijk aangegeven dat de Europese Unie
en deze wetgeving censuur zijn, en dat zij daar niks mee te maken willen
hebben. Ik hoop dus van harte dat de minister zich hier in Nederland,
maar zeker ook in Europa, blijft inzetten om te zorgen dat deze
bedrijven zich aan onze wet- en regelgeving gaan houden.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Wenst de minister nog te reageren?
Minister Heerma:
Het was niet echt een vraag, maar ik wil nogmaals benadrukken dat de
verordening rondom transparantie over politieke reclames afgelopen
najaar is ingegaan om dezelfde reden als waarover hier nu zorgen zijn.
We zijn in Nederland druk bezig met de implementatie daarvan. Het is ook
heel nadrukkelijk in het vizier van de Europese Commissie.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Het is natuurlijk enorm kinderachtig dat een bedrijf als Meta meteen
zulke extreme maatregelen neemt als het het niet eens is met de regels.
Het noemt het dan "onduidelijk". Ondertussen gebeurt bij mensen thuis
het volgende. We hebben nog een week tot de gemeenteraadsverkiezingen.
Als mensen een filmpje te zien krijgen, op welk socialmediaplatform dan
ook, moeten ze er toch van uit kunnen gaan dat het duidelijk is of er
reclame of een politieke boodschap achter zit of niet? Die duidelijkheid
is er nu niet. U heeft net al wat antwoorden gegeven op de vragen van de
heer Dassen. Stel dat dit soort desinformatiecampagnes plaatsvinden en
dat dit wordt gemeld aan de Europese Commissie. Kunt u er dan ook voor
zorgen dat Nederland deze informatie zo snel mogelijk krijgt, zodat wij
kunnen acteren, mocht er sabotage van onze verkiezingen
plaatsvinden?
Minister Heerma:
Op het moment dat in Nederland geconstateerd wordt dat men zich niet aan
de regels houdt, wordt er contact opgenomen met de toezichthouder in
Ierland. U vraagt nu of signalen zo snel mogelijk aan Nederland kunnen
worden doorgegeven zodra die elders aanwezig zijn. Ik zal er de check op
doen of dat gebeurt, maar ik heb de indruk dat dat al staande praktijk
is.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Sommige partijen slagen er nu dus wél in reclames te maken op sociale
media. Is de minister ervan overtuigd dat er in aanloop naar deze
verkiezingen sprake is van een gelijk speelveld voor alle lokale
partijen en lokale afdelingen van landelijke partijen?
Minister Heerma:
Het Commissariaat voor de Media heeft gisteren laten weten dat men in
Nederland, bij brancheorganisaties en marktpartijen, een heel grote
bereidheid ziet om de nieuwe regels na te leven. Tegelijkertijd laat het
onderzoek dat nu gedaan is zien dat Meta de regels die men zelf heeft
opgesteld selectief handhaaft — ik moet "beleid" zeggen, want dit volgt
niet uit Europese regels. Dit is dus absoluut reden tot zorg. Wij hebben
op dit moment geen aanwijzingen dat dit ook daadwerkelijk een verstoring
van de verkiezingen is, maar we zullen dit vraagstuk absoluut meenemen
in de evaluatie van de verkiezingen. Nogmaals, dit gaat om een nieuwe
verordening. Het feit dat Nederland op zo'n korte termijn twee
verkiezingen heeft, levert ook informatie op over hoe het in de praktijk
werkt en over of op Europees niveau eventueel op termijn aanscherpingen
nodig zijn.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Onze democratie is het grootste goed dat we hier hebben. Vorige week was
onder andere Meta op bezoek bij de rondetafelgesprekken. Eigenlijk gaven
zij niet echt antwoorden op de vragen die wij hadden. Dat baart me enorm
veel zorgen, met name omdat het onderwerp van die tafelgesprekken
socialemedia-inmenging in de verkiezingen was. In de aanloop naar de
gemeenteraadsverkiezingen zeggen ook experts dat dit een ongelijk
speelveld kan creëren voor de politieke partijen en het tegelijkertijd
ook een risico vormt voor meer buitenlandse inmenging in onze
verkiezingen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Mijn vraag aan de minister is dus of hij kan toezeggen dat hij Meta
hierop aanspreekt. Naar ons luisteren ze namelijk niet, wellicht naar u
wel.
Minister Heerma:
De reden dat hier zorgen over zijn, is ook de reden dat de verordening
afgelopen najaar van kracht is geworden. Ik heb zojuist ook al
aangegeven dat het beleid dat Meta zelf toepast niet uit de verordening
volgt. Ik vind het ook onwenselijk. Als ze het daarvoor doen, moeten ze
het niet selectief toepassen. Dat levert namelijk het risico van
ongelijke behandeling van partijen op. Wij hebben hier in de aanloop van
die verordening zowel vanuit het ministerie van BZK als het ministerie
van Algemene Zaken gesprekken over gevoerd met Meta. Meta heeft daarin
aangegeven de regelgeving onduidelijk te vinden en daarom hun eigen
beleid toe te passen. We staan daarover in contact met de Europese
Commissie — zij hebben in antwoord hierop al aangegeven hier met Meta
over in gesprek te gaan — en met de Ierse toezichthouder, die toezicht
houdt op hetgeen Meta doet. Dat ligt niet bij Nederland.
De heer Dassen (Volt):
Volgens mij is het ministerie zelf ook een trusted flagger. Daar zijn
ook afspraken over gemaakt. Ik was benieuwd of er een samenwerking is
tussen het ministerie en andere trusted flaggers om ervoor te zorgen dat
ze dit beter bij Meta en andere bedrijven onder de aandacht kunnen
brengen.
Minister Heerma:
Als er zaken naar voren komen die niet voldoen aan de regels, dan wordt
er zowel vanuit het ministerie als het Commissariaat contact opgenomen
met de toezichthouders, in dit geval dus met de Ierse toezichthouder. Er
worden door trusted flaggers dus inderdaad ook signalen doorgegeven aan
de betreffende platforms.
De heer Dassen (Volt):
Mijn laatste vraag. Vorige week waren er ngo's, die ook trusted flagger
zijn, bij een rondetafel. Zij worden in het rapport van Jordan uit de
Verenigde Staten aangemerkt als problematisch. Ik hoop dat de minister
een manier vindt om hen in ieder geval te steunen en om ervoor te zorgen
dat zij niet door druk vanuit de Verenigde Staten te maken krijgen met
een chilling effect, waardoor zij hun werk niet meer kunnen doen. Verder
wil ik de minister danken voor zijn antwoorden. Ik hoop dat hij zijn
inzet in Europa verder voortzet.
Minister Heerma:
We werken in het kader van trusted flaggers goed samen, omdat dat van
belang is. Zoals ik in verschillende antwoorden al aangaf, zijn wij in
contact met zowel de Europese Commissie als met de Ierse toezichthouder.
Dat was al zo en dat zetten we ook door.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording.
Vragen Boomsma
Vragen van het lid Boomsma aan de minister van Asiel en
Migratie over het bericht "Fraude met kind-erkenning levert
vreemdelingen verblijfsvergunning op: ongrijpbaar web van
'nepvaders'".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Boomsma voor zijn vragen namens de fractie
van JA21 aan de minister van Asiel en Migratie, die ik ook van harte
welkom heet in de Kamer. Het woord is aan de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dank, voorzitter. In Nederland wordt massaal gefraudeerd met
kind-erkenningen, zo meldde De Telegraaf vanochtend. Mannen melden zich
vaak tegen betaling aan als vader van een kind van wie ze niet de
biologische vader zijn, met wie ze geen enkele band hebben, dat ze
nauwelijks kennen en dat ze soms zelfs nooit hebben gezien. Dit doen ze
alleen zodat het kind en de moeder dan een verblijfsvergunning in
Nederland kunnen krijgen. Via zo'n web van nepvaders zijn sinds 2017
mogelijk maar liefst 20.000 mensen naar Nederland gekomen — 20.000 via
deze route! In 2024 bleek al dat één man maar liefst 25 kinderen had
erkend van 17 vrouwen. Het is onbegrijpelijk dat wij dit laten
gebeuren.
Voorzitter. Dat hiermee wordt gefraudeerd, is al bekend, met name sinds
het Chavezarrest. We hebben al eerder een rapport van de IND gezien en
er zijn al vragen over gesteld vanuit deze Kamer door de heer Van Dijk
en mevrouw Rajkowski. Maar het wordt dus elk jaar erger. Nog steeds is
het blijkbaar kinderlijk eenvoudig: je meldt je bij het gemeenteloket,
overhandigt een paar documenten, geeft een verklaring en hoppa. Zelfs
als gemeenteambtenaren het niet vertrouwen en aan de bel trekken, blijkt
het door jurisprudentie vrijwel onmogelijk geworden om er iets aan te
doen. De bewijslast om het af te wijzen moet namelijk extreem hoog zijn.
Dat stelt ook de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Het gevolg is
dat ambtenaren van de burgerlijke stand maar gewoon akkoord gaan omdat
ze denken dat het toch geen zin heeft omdat ze anders toch worden
teruggefloten bij de rechter.
Voorzitter. Dit is een van de talloze manieren waarop ons asielsysteem
wordt misbruikt. Jaar in, jaar uit blijft dit doorgaan. Dat moet gewoon
stoppen. Je mag niet toelaten dat mensen hiermee weg blijven komen.
Daarom de volgende vragen. Wanneer gaat dit kabinet eindelijk actie
ondernemen om dit te stoppen? Kan de minister ervoor zorgen dat de
bewijslast wordt omgedraaid, zodat ambtenaren die fraude vermoeden
daarnaar kunnen handelen? Kan de minister toezeggen dat hij z.s.m.
maatregelen neemt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van den Brink:
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de heer Boomsma voor zijn vragen.
Ik deel de emotie, de verontwaardiging en de woorden die hij hierover
gebruikt. Het is misbruik van ons systeem, en dat op een schaal die we
onacceptabel vinden. We weten dat er zo'n 20.000 erkenningen per jaar
worden gedaan. Dat zijn gewoon de erkenningen die we allemaal ook uit
onze eigen omgeving zouden kunnen kennen. Maar mogelijk zijn daarvan
honderden per jaar frauduleus. Het vorige kabinet is hierop gewezen en
ermee aan de slag gegaan. Ook nu al kan een gemeenteambtenaar in
beginsel bij de signalen van fraude een schijnerkenning weigeren. Ook
kan die nietig worden verklaard.
De heer Boomsma noemt ook al de problemen die we daarmee zien. Daarom
heeft het huidige kabinet in het coalitieakkoord afspraken gemaakt om
daarbovenop meer te doen dan we tot nu toe van plan waren. In het
coalitieakkoord is opgenomen dat erkenning van buitenlandse kinderen
straks alleen nog bij een aantal gemeenten met relevante kennis en
expertise mogelijk is en dat de schijnerkenners strafrechtelijk zullen
worden vervolgd. Daarmee gaan we dus volop aan de slag. Die maatregelen
worden op dit moment uitgewerkt. Ik verwacht begin april uw Kamer te
informeren over hoe we daarmee aan de slag gaan.
Dat komt boven op wat we al van plan waren. Er zijn een aantal dingen
die we nu al in gang hebben gezet. De Nederlandse Vereniging voor
Burgerzaken zet samen met de IND in op het vergroten van de kennis en
expertise van gemeenteambtenaren. We moeten ons namelijk wel realiseren
dat dit gaat over mensen die bij een loket van een gemeente komen en dan
een erkenning doen, dus van de mensen die daar werken vergt het op alle
niveaus bij alle gemeenten een soort expertise en kennis om dit te
kunnen herkennen en daarop in te grijpen. Daarom komt er een
expertiseteam van de IND, waar gemeentes contact mee kunnen opnemen voor
ondersteuning bij het herkennen van de signalen van
schijnerkenning.
Wanneer die erkenning eenmaal tot stand is gekomen en aan de voorwaarden
is voldaan, kan de IND niets anders dan overgaan tot het verlenen van
een verblijfsrecht. Daarom zet ik ook in op maatregelen om die erkenning
weer nietig te verklaren. Als ik die namelijk door de IND nietig heb
laten verklaren, kan ook het verblijfsrecht worden ingenomen en kan er
gewerkt worden aan terugkeer en uitzetting. Samen met de Nederlandse
Vereniging voor Burgerzaken, de IND en het OM wordt uitgewerkt hoe dit
sneller, eenvoudiger en vaker kan gebeuren. We zetten dus alles op alles
om de sluitende aanpak van schijnerkenning op poten te zetten. Het is
goed dat u hier nogmaals aan refereert, want het kan ook de urgentie
onderstrepen die we hiervoor nodig hebben.
Dank u wel.
De heer Boomsma (JA21):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik ben blij dat er een plan
van aanpak komt. Ik begrijp dat dat begin april komt. Maar goed, een
plan op papier is natuurlijk niet voldoende. We moeten nu echt
resultaten gaan boeken. Ik begreep dat er in België aparte wetgeving is
ontwikkeld om deze vorm van fraude strafbaar te stellen. Heeft het
kabinet gekeken of zulke wetgeving ook in Nederland kan worden
doorgevoerd? De minister gaf aan dat hij wil dat het leidt tot
vervolging, maar moet daarvoor een wetswijziging komen?
Ik ben ook blij dat de minister aangaf dat men ook gaat terugkijken en
gaat kijken hoeveel nepvaders er alsnog kunnen worden vervolgd. Begrijp
ik dat inderdaad goed? Hoeveel gevallen worden er dan opnieuw
onderzocht? Kan de overheid dan ook de kosten verhalen? Ik begrijp
namelijk dat veel moeders met kinderen vaak op kosten van de samenleving
in een noodopvang terechtkomen. Wordt dan ook onderzocht of die
nepouders zich inderdaad niet houden aan de onderhoudsplicht? Zijn er op
dit moment überhaupt al zaken bekend waarbij het vermoeden van een
schijnerkenning achteraf tot beëindiging van de verblijfsvergunning
heeft geleid? Als dat niet is gebeurd, wat gaat de minister dan concreet
doen om dat daadwerkelijk zover te krijgen?
Zoals ik net al aangaf, is het nu dus zo dat zonder een wetswijziging de
burger alleen maar hoeft te stellen dat hij ouder voor het kind wil
zijn. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet vervolgens bewijzen dat
dat niet klopt. De bewijslast moet dus worden omgedraaid, maar volgens
mij vergt dat een wetswijziging. Wordt die wetswijziging dan ook
voorbereid? En, zo ja, wanneer wordt die dan voorgelegd aan de
Kamer?
Minister Van den Brink:
U noemt nog een aantal nieuwe punten. Dat geeft aan dat we met elkaar
alle creativiteit nodig hebben om dit aan te pakken. Het is heel goed
dat u hier een aantal voorstellen doet. Ik zal er een aantal gelijk
toezeggen. U vraagt om een strafbaarstelling waar wij ook op zien met
dit kabinet om daar een wetswijziging voor in te dienen, zodat die
strafbaarstelling er ook komt. We hebben gezien dat dat in België al
wordt gedaan, dus waarom zouden we dat in Nederland niet ook kunnen? Het
is namelijk echt misbruik op vele fronten. Dat misbruik hebben we ook al
gezien in het verleden. We hebben in het verleden Kamervragen van de
heer Van Dijk beantwoord door het vorige kabinet over een man die wel
zo'n 25 erkenningen op zijn naam had staan. Ik weet dat daarover een
zaak loopt, dus er is aangifte gedaan. Dat is een aangifte van
mensenhandel geworden, want dit gaat op zo'n grote schaal dat het om
mensenhandel gaat. Die zaak loopt op dit moment, dus ik kan daar geen
uitspraken over doen. Mocht die zaak voorkomen, dan zal ik de Kamer
daarover informeren.
Ik ga het kostenverhaal even mee terugnemen, want ik weet niet precies
hoe dat zit. Dat is een kostenverhaal dat je moet herleiden op de degene
die er aanspraak op heeft gemaakt, op het moment dat we ook al bezig
zijn om diegene uit te zetten. Dat voegt wel wat complexiteit toe. Het
omdraaien van de bewijslast wil ik zeker meenemen in het onderzoek en in
het plan van aanpak dat wij u begin april zullen toesturen.
De heer Boomsma (JA21):
Dank aan de minister. Ik ben heel blij dat hij dit zo serieus oppakt. Ik
hoop dat we dan nu ook heel snel de stappen kunnen zetten die nodig zijn
om hier een einde aan te maken. Ik zie uit naar het plan van aanpak en
de brief waarin hij op die andere routes en opties ingaat.
Tot slot nog de vraag of er nog andere dingen zijn die wij kunnen leren
van andere landen in de EU. Die hadden immers ook te maken met dat
Chavezarrest. Hoe zijn die hiermee omgegaan?
Minister Van den Brink:
De internationale vergelijking doe ik hier nu ter plekke niet even uit
mijn hoofd, maar ook daarin zie ik een opgave waaraan wij waar mogelijk
een invulling zullen geven als wij uw Kamer informeren.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is natuurlijk onbegrijpelijk dat deze vorm van massale fraude al
jarenlang aan de gang is en dat er tot nu toe helemaal niets aan gedaan
is. Ik hoor dat de minister nu maatregelen gaat nemen. Dat is goed, maar
wat gaat hij doen met alle vergunningen die in het verleden zijn
verleend? Jarenlang zijn er verblijfsvergunningen verleend waarbij
mogelijk gefraudeerd is. Is de minister bereid om grondig onderzoek in
te voeren naar al die verleende verblijfsvergunningen en om als er
sprake is van fraude die verblijfsvergunningen in te trekken of als er
al een Nederlandse nationaliteit is gegeven, die af te pakken.
Minister Van den Brink:
Het is heel goed dat mevrouw Vondeling dit vraagt. Boven op wat het
vorige kabinet heeft gedaan, neemt dit kabinet een aantal maatregelen
die in het vorige kabinet nog niet overwogen zijn. We gaan dus
strafrechtelijke vervolging mogelijk maken. Wij gaan het aantal
gemeentes dat hiervoor beschikbaar is, beperken. Dat zijn de maatregelen
die dit kabinet neemt. Daarbovenop zullen we zeker bij aangifte en bij
bewijs dat er sprake is van schijnerkenning de verblijfsvergunning
intrekken. Dat is niet gelimiteerd in de tijd. Dus ook als het op een
later moment kenbaar wordt of uit onderzoek blijkt, kunnen we de
verblijfsvergunning intrekken. Daarmee vervalt dus ook het recht op
verblijf en kunnen mensen uitgezet worden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik deel met de vraagsteller, de heer Boomsma, dat het ontzettend
frustrerend is dat we zo lang moeten wachten op de aanpak van een vorm
van misbruik die al zo lang bekend is, terwijl omliggende landen, zoals
Duitsland en België, allang maatregelen genomen hebben. Geeft dat niet
een ontzettende aanzuigende werking? Kan de minister daar iets over
zeggen? Had dat ook niet de aanleiding moeten zijn om dit met veel meer
spoed op te pakken?
Minister Van den Brink:
In het vreemdelingenrecht zien we natuurlijk vaker dat er sprake is van
misbruik en van mensen die op zoek zijn naar de gaten in de wet.
Tegelijkertijd hebben we hierbij natuurlijk te maken met een erkenning
van, vaak, het vaderschap die natuurlijk op heel veel manier plaatsvindt
in onze samenleving, ook buiten de groep die echt gebruikmaakt van
schijnerkenning. Die mensen wil je natuurlijk ook niet allemaal extra
belasten met allerlei maatregelen die op zichzelf gezien niet echt
proportioneel zouden zijn. We zoeken dus naar de meest effectieve manier
om schijnerkenning aan te pakken en dat is aan de bron. We proberen bij
de gemeenten de expertise op te bouwen. De gevolgen zie je namelijk in
de "vreemdelingenketen", zoals ze dat dan noemen, of in de asielketen,
waardoor mensen het verblijfsrecht verkrijgen. Maar op het moment dat we
de erkenning hebben ingetrokken, gaan we het zeker terugdraaien.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het aanpakken van de schijnerkenners, en zo hard mogelijk, steunen we
van harte. Wat ons betreft laten we ze ook opdraaien voor die
opvangkosten. Ik wil nog de vinger bij de wond leggen — dit gaat om een
andere groep, waar het soms te weinig over gaat — namelijk het belang
van het kind.
Minister Van den Brink:
Zeker.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Hoe is dat belang in die erkenning geborgd en behoeft dat ook nog
verbetering?
Minister Van den Brink:
Even uit mijn hoofd. Het belang van het kind in de zin dat het daar echt
bij betrokken wordt, ligt natuurlijk echt op een hogere leeftijd. Dus
bij lagere leeftijd is daar geen sprake van. Dan is alleen de moeder
betrokken en is er de erkenning van, in dit geval, de vader. Maar het is
natuurlijk wel schrijnend als daar gevolgen aan zitten, want als die
erkenning vervalt, heeft dat natuurlijk ook direct effect voor het kind.
In soort gevallen is het kind vaak echt de dupe van het misbruik door
ouders, waaraan mensen medewerking verlenen. Dat zal dus zeker ook een
onderdeel zijn van de aanpak, in de zin dat als er gewerkt moet worden
aan terugkeer, dat op een manier gaat die zo veel mogelijk rekening
houdt met het belang van het kind.
Mevrouw Straatman (CDA):
Mijn vraag gaat over de veelerkenners. Zoals de minister zei, zijn er
individuele gevallen waarin iemand al tientallen kinderen heeft erkend.
Ziet de minister ook dat er problemen zijn met de informatiedeling,
waardoor die informatie onvoldoende terechtkomt bij individuele
ambtenaren, zodat zij daar niet eerder op kunnen acteren?
Minister Van den Brink:
Dat is precies de vraag die ik ook stelde toen ik over deze zaak las. De
Gemeentelijke Basisadministratie is daar niet aan gekoppeld. Het
erkennen van iemand gebeurt echt op het individuele niveau in een
gemeente, maar de gevolgen daarvan zien we wel bij de IND. Als de IND
een erkenning binnenkrijgt die leidt tot een verblijfsrechtelijke
aanspraak, zien ze natuurlijk wel of die persoon dat al meerdere keren
heeft gedaan. Om die reden heeft de IND in het verleden dus ook aan de
bel getrokken. Daarom is er bij een groot aantal meldingen van erkenning
nu ook een zaak gestart over mensenhandel. Dat is een zwaar delict en
het is heel goed dat daar op dit moment onderzoek naar wordt gedaan door
het OM.
De heer Ellian (VVD):
Er ontgaat mij toch iets. Het Openbaar Ministerie kan vernietiging van
de erkenning vorderen op basis van het tweede lid van artikel 205 van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Valsheid in geschrifte is strafbaar,
op basis van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Ik snap dus
niet waarom er zo weinig voortgang is geboekt, terwijl de wet wel
degelijk mogelijkheden biedt. En wat ik helemaal niet begrijp, is het
volgende. Tussen 2017 en 2024 waren er 400 signalen van valse erkenning.
Nu zijn het er volgens De Telegraaf 800. Dat is een verdubbeling in een
jaar tijd. Wat heeft de minister of wat heeft het kabinet dan
gemist?
Minister Van den Brink:
In het vorige kabinet is erop gewezen. Het vorige kabinet is gestart met
een aantal maatregelen, maar was ook nog aan het onderzoeken hoe het die
vorm en inhoud ging geven. Deze coalitiepartijen hebben niet meer willen
wachten op de maatregelen die getroffen moesten worden en hebben dit
kabinet en daarmee mij als minister de opdracht gegeven om de
maatregelen te treffen die ik net heb genoemd. Die gaan we dus treffen.
Ik zal in de brief die ik in april zal sturen, zo goed mogelijk
inzichtelijk proberen te maken over welke cijfers we het hebben. De heer
Ellian heeft helemaal gelijk dat het nu, op basis van de wet, al wel
degelijk mogelijk is om een erkenning in te trekken. Er zijn overigens
wel — dat zei de heer Boomsma terecht — een aantal gemeenten met hun
neus tegen de deur gelopen, dus we zullen gemeenten ook moeten helpen om
het makkelijker en beter voor elkaar te krijgen, om ervoor te zorgen dat
hier een einde aan komt.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording en ik schors de vergadering
voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 14.57 uur tot 15.04 uur geschorst.