Amendement van het lid Beckerman over het niet mogelijk maken van finale kwijting
Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen
Amendement
Nummer: 2026D11112, datum: 2026-03-11, bijgewerkt: 2026-03-11 17:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.M. Beckerman, Tweede Kamerlid (SP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36836 -10 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen .
Onderdeel van zaak 2026Z04884:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 836 | Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen | |
| Nr. 10 | AMENDEMENT VAN HET LID Beckerman | |
| Ontvangen 11 maart 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
In artikel I, onderdeel G, onder 2, wordt aan het voorgestelde derde lid een zin toegevoegd, luidende: Deze voorwaarden kunnen niet inhouden het ontnemen van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag tot schadevergoeding indien er zich sinds de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomstindien geen nieuwe aardbeving heeft voorgedaan en ook geen nieuwe schade is ontstaan door indirecte effecten van diepe bodemdaling.
Toelichting
Dit amendement regelt dat finale kwijting wordt geschrapt uit de wettelijke regeling voor de afhandeling van mijnbouwschade. Finale kwijting verplicht schademelders ertoe definitief af te zien van het recht om in de toekomst nieuwe schade te melden, ook wanneer die schade later ontstaat of verergert. De indieners achten dit onwenselijk. Mijnbouwschade is geen eenmalig verschijnsel, maar kan zich in de tijd blijven ontwikkelen door nieuwe aardbevingen of voortgaande bodemdaling. Het uitsluiten van toekomstige schademeldingen legt dit risico eenzijdig bij bewoners en miskent de bijzondere aard van de schadeproblematiek in Groningen en Drenthe.
De aardbeving bij Zeerijp met een kracht van 3,4 laat bovendien zien dat ook jaren na het stoppen van de gaswinning nog steeds zware bevingen kunnen optreden, met mogelijk nieuwe schade tot gevolg. Deze beving onderstreept dat het niet gerechtvaardigd is bewoners nu al definitief afstand te laten doen van hun recht op schadevergoeding voor toekomstige schade, waarvan vaststaat dat die zich nog kan voordoen.
Daarnaast blijkt dat veel bewoners zich onvoldoende bewust zijn van de verstrekkende gevolgen van finale kwijting. De keuze voor een snelle of laagdrempelige schadeafhandeling mag niet betekenen dat fundamentele rechten worden prijsgegeven, temeer gezien de ongelijkwaardige positie tussen overheid en schademelder.
De bestaande uitzonderingen op finale kwijting bieden in de praktijk nauwelijks bescherming, doordat de drempels zeer hoog liggen en moeilijk aantoonbaar zijn. Het amendement beoogt daarom te waarborgen dat bewoners te allen tijde nieuwe schade kunnen melden wanneer zich nieuwe of verergerde schade voordoet. Daarmee wordt de schadeafhandeling rechtvaardiger, menselijker en beter in lijn gebracht met de blijvende risicoâs van de gaswinning.
Beckerman