Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (36800-XV) 1e TK (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D11261, datum: 2026-03-11, bijgewerkt: 2026-03-12 09:18, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-11 10:30: Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (36800-XV) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Voorzitter: Paulusma
Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (36800-XV).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. We gaan beginnen met de eerste termijn van de Kamer,
als alle Kamerleden ook zover zijn om dat te gaan doen. Ik kijk dan
onder anderen toch even naar de heer Ceder van de ChristenUnie. We
hebben een lange dag en we hebben straks ook nog een artikel 100-debat,
dus ik zou de Kamerleden willen verzoeken om hele scherpe, maar vooral
korte interrupties te plaatsen. Ik ga ook een klein experiment doen, dus
wellicht kan mevrouw Patijn zelfs blijven zitten. Het experiment heet
"geen rem op het aantal interrupties", maar ik ga ze wel turven. Als dit
uit de hand gaat lopen en als we enorm uitlopen en daardoor de collega's
vanavond met het andere debat in de weg zitten, dan ga ik echt normeren
en gaan we heel scherp zijn op het aantal interrupties. Dus vooralsnog
onbeperkt. Ik zie mevrouw Patijn daardoor ontzettend glimlachen.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik ken u en ik waardeer uw openheid, maar mijn vraag gaat over iets
anders. Er zijn vanochtend twee tweeminutendebatten afgezegd. Het is een
beetje een vreemde plek om dat hier te doen, maar ik wil toch zeggen dat
ik die tweeminutendebatten heel graag snel ingepland zou willen zien.
Die commissiedebatten zijn al zo lang geleden gevoerd.
De voorzitter:
Daar gaan we naar kijken, wordt dan even het meest politiek correcte
antwoord.
De heer Ceder (ChristenUnie):
In het verlengde daarvan: we hebben gisteren tijdens de regeling van
werkzaamheden gevraagd om een brief, vóór vandaag 10.00 uur, over de
situatie rondom de WIA en het krantenartikel daarover. Die hebben we nog
niet gehad. Ik wil die wel graag betrekken bij dit debat. Ik had de
brief bij het tweeminutendebat willen betrekken, maar dat is afgezegd.
Mijn vraag is even of er nog een brief in de pijpleiding zit. De Kamer
heeft daar wel om gevraagd, het liefst nog voor dit debat.
De voorzitter:
Ik hoor, buiten de microfoon, dat dit niet voor dit debat gaat
plaatsvinden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Oké, dat is goed, maar kunnen we de brief nog wel vandaag
verwachten?
De voorzitter:
Dit wordt een heel interessant gesprek. Ik kijk naar vak K.
De minister geeft buiten de microfoon aan dat hij ontzettend zijn best
gaat doen, dus ik verwacht dat het gaat lukken.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik vind uw voorstel voor een onbeperkt aantal korte interrupties heel
sympathiek. Maar ik wil nog wel het volgende meegeven. We hadden een
debat over volksgezondheid, toen met de heer Van Campen als voorzitter,
en daar hadden we ook heel veel sprekers. Ik denk dat het weleens heel
erg uit de hand zou kunnen gaan lopen. Dat wil ik alleen maar
meegeven.
De voorzitter:
Maar hoe goed kent u mij, meneer Van Houwelingen? Laten we dus beginnen.
We hebben ook drie …
Zolang ik de microfoon in vak K nog niet aandoe, is er ook nog geen
spreektijd.
We hebben drie maidenspeeches vandaag. Dat is ook een heel heuglijk
moment. Laten we daar vooral ook van genieten. Maar laten we vooral snel
beginnen met de eerste spreker van de Kamer. Dat is mevrouw Patijn, die
spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Een strenge voorzitter, waardoor je bijna bang zou worden om hier te
gaan staan!
De voorzitter:
Ik zou beginnen. Gaat uw gang.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ja, ja. Dank, voorzitter. Vrijdag 30 januari, 13.00 uur: het
coalitieakkoord kwam binnen. Zoals veel Kamerleden sloeg ik als eerste
de budgettaire bijlage open. Mijn hart bonkte in mijn keel. Niet van
opwinding, maar van pure woede, woede over de keuze van dit kabinet,
over het voornemen van dit kabinet om met de botte bijl in te hakken op
de werknemersrechten.
Voorzitter. De sociale paragraaf van dit coalitieakkoord stemt mij
somber. We spreken vandaag over de beleidsarme begroting van SZW voor
2026. Maar wat ons betreft is de echte vraag van vandaag: wat gaat er
daarna gebeuren en wat kunnen we van dit kabinet verwachten?
GroenLinks-Partij van de Arbeid staat voor sociale zekerheid. We dragen
er allemaal aan bij en we mogen er allemaal zekerheid aan ontlenen. Dit
kabinet maakt echter de keuze om snoeihard te bezuinigen op
werknemersverzekeringen en de AOW, een keuze die voormalige, huidige en
toekomstige werknemers diep raakt. De WW-duur wordt verkort, gehalveerd,
en het re-integratiebudget verdwijnt bijna volledig. Werknemers van
Batavus, Tata, Heineken, ABN AMRO, Chemours en zo veel andere bedrijven
weten dat ze binnenkort een keer hun werk zullen verliezen. Voor hen
betekent halvering van de WW-duur nog meer onzekerheid. De referte-eis
wordt aangescherpt, waardoor flexwerkers en jongeren bijna geen
WW-rechten overhouden. Door de verkorting van de WW-duur komen ook
mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid zijn, versneld in een
lagere uitkering terecht, de laagste uitkering die Nederland kent. De
IVA wordt afgeschaft, de vrijheidsbijdrage komt onevenredig zwaar bij
werknemers terecht en het maximumdagloon wordt met 20% verlaagd. Dit
raakt meteen al 260.000 mensen, die per maand tot €926 gaan verliezen.
Dit gaat over mensen die nu arbeidsongeschikt en werkloos zijn, over
vrouwen die zwangerschapsverlof opnemen, zoals D66 kennelijk gisteren
pas heeft ontdekt, over ouders die partnerschapverlof opnemen en over al
die mensen die dreigen hun baan te verliezen of arbeidsongeschikt te
worden.
Voorzitter. Ik begreep dat de minister met mensen gaat praten. Maar wat
gaat hij zeggen tegen de mensen die heel erg geraakt worden? "Ik kom
naar je luisteren. Maar, sorry, we nemen wel een groot deel van je
uitkering af." "Je was als werknemer verzekerd tegen inkomensverlies. Je
premie blijft gelijk, maar we halveren de regeling." Wat gaat de
minister zeggen tegen die vrouw met ALS in de rolstoel, die €926 in moet
leveren? Ik vraag de minister nadrukkelijk: breek het stelsel niet af,
doe het niet.
Voorzitter. Er is meer. Zo is er het plan van het vorige kabinet om de
tegemoetkoming arbeidsongeschikten af te schaffen, blijven staan.
Arbeidsongeschikten leveren straks €220 in. De bedoeling was dat dit
weggestreept zou worden tegen de verlaging van het eigen risico. Waarom
schrapt de minister deze tegemoetkoming, terwijl het eigen risico juist
verhoogd wordt? Je zal het maar zijn: de arbeidsongeschikte die te maken
heeft met de stapeling van maatregelen die in de WIA plaatsvindt. Een
verlaging van het maximumdagloon: min €926. Het schrappen van de
tegemoetkoming arbeidsongeschikten: min €220. De aftrek specifieke
zorgkosten die verdwijnt: min €300. De samenvoegbepaling arbeidskorting
die geschrapt wordt: gemiddeld min €3.000. Deze mensen gaan tot €15.000
per jaar inleveren. €15.000! Minister, wat vindt u daar nou eigenlijk
zelf van?
Voorzitter. De bezuinigingen van 6,5 miljard euro op de
werknemersrechten slaan een gat in het vertrouwen en in de zekerheid van
voormalige, huidige en toekomstige werknemers. Deze afbraak raakt de
kern van dat waar de vakbonden en de sociaaldemocratie de afgelopen eeuw
voor gevochten hebben. De kern van ons solidariteitsstelsel, dat mede
gedragen wordt omdat we daar allemaal onderdeel van zijn. We dragen er
allemaal aan bij en we mogen er allemaal zekerheid aan ontlenen.
Werknemersverzekeringen zijn geen aalmoes. Het zijn verzekeringen van
werknemers, betaald uit de loonruimte. Dit kabinet hakt in deze
solidaire regeling en hakt daarmee in het draagvlak voor deze regeling.
Is het een visieloze bezuiniging? Ik zou willen dat ik dat kon zeggen.
Wat er schuil lijkt te gaan achter deze agenda, is een opvatting over
een samenleving waarin zelfredzaamheid centraal staat in een
afbrokkelende verzorgingsstaat. Daarover verschilt GroenLinks-PvdA
fundamenteel van mening met dit kabinet. Wij geloven in solidariteit, in
samen risico's dragen, in het collectief dat mensen beschermt als het
misgaat. Dat is het Rijnlands model: werknemers en werkgevers die samen
verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst. Ik had gedacht dat we het
CDA in deze strijd aan onze zijde zouden vinden. Dat we het Rijnlands
model samen zouden beschermen. Maar dit kabinet kiest mét het CDA voor
een andere richting. Niet met elkaar, maar ieder voor zich. Daarmee
kiest het voor zelfredzaamheid volgens het Angelsaksische model, waarin
de inkomensverzekering langzaam verdwijnt en plaatsmaakt voor een
ministelsel waarbij de uitkeringen niet meer zijn dan een voorziening
met een vermogens- en inkomenstoets: de aalmoes van de overheid.
Mijn vraag aan de minister: Is het echt de bedoeling van dit kabinet om
een einde te maken aan ons solidaire stelsel? Wat we willen is simpel en
logisch. Verbeter de werknemersregeling. Behoud het systeem,
gefinancierd uit premies die nu meer dan lastendekkend zijn. Ik wijs er
maar op: in 2024 kwam er 10 miljard meer binnen aan premies dan er
uitgekeerd is aan uitkeringen. Maak werknemers en werkgevers samen
verantwoordelijk. Leg de zeggenschap over de sociale zekerheid daar waar
deze betaald wordt: bij werkgevers en werknemers. Laat hen samen bepalen
hoe de sociale zekerheid versterkt kan worden. Want wie kan beter
meedenken over de houdbaarheid van een rechtvaardig stelsel dan de
mensen die het betalen en erop rekenen? Graag een reactie hierop van de
minister. Is hij bereid de zeggenschap bij werknemers en werkgevers te
leggen? Sowieso ben ik met de plannen van dit kabinet het spoor soms
bijster. Als ik het goed begrijp, wordt de Aof-premie veel hoger,
terwijl de uitkeringen die ermee betaald worden juist halveren. Daarmee
wordt de Aof-premie een verkapte werkgeversbelasting, een boete op
werkgeverschap. Ten eerste gaat de Aof-premie omhoog door de
vrijheidsbijdrage. Ten tweede stijgen de Aof-premie, het AWf en andere
premies voor inkomens tot €5.300. Deze maatregel zou juist het mkb
raken. Daar werken immers veel mensen met een inkomen onder de €5.300.
"De rekening wordt wéér bij het mkb neergelegd", zou Kamerlid Aartsen in
dit geval terecht verzucht hebben. Kan de minister aangeven of het klopt
dat de premielast juist voor die groep stijgt? Kan de minister aangeven
of hij het een gewenst effect vindt dat dit zo neerdaalt bij het mkb?
Kan hij mij precies vertellen hoeveel geld er met deze premieverhoging
opgehaald moet worden en hoe hoog de premie straks zal worden?
Voorzitter. Ik kom bij … Ik hou mijn mond.
De heer Neijenhuis (D66):
Mevrouw Patijn begon haar bijdrage met woede en somberte. Ik ga toch
proberen of we met z'n tweeën nog iets positiefs uit dit debat kunnen
halen. Ik hoorde haar net mooie woorden spreken over zeggenschap over
werknemersregelingen meer neerleggen bij werknemers en werkgevers. Op
zich zie ik mooie teksten daarover terug in het regeerakkoord. Hoe ziet
mevrouw Patijn dat precies voor zich?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Het mooie van werknemersverzekeringen is dat er een premie is, die meer
dan kostendekkend is. Als je dat geheel nou overhevelt en ervoor zorgt
dat dat een kostendekkende premie wordt waar niet als een soort verkapte
werkgeversbelasting uit getapt wordt, dan maak je weer een samenhang
tussen de premie en de regeling die daarmee gepaard gaat. Als je
werkgevers en werknemers daar verantwoordelijk voor maakt — dat kun je
wettelijk regelen — en zij ervoor zorgen dat dat in overleg vormgegeven
wordt, dan heb je een mooie stap gezet. Het gaat mij erom dat er een
relatie is tussen die premie en die uitkering, want anders verdwijnt het
draagvlak. Als je premies betaalt voor je huisverzekering, maar intussen
betaalt de bank daar een heleboel andere dingen mee, dan vind je dat
niet zo heel lekker. Je wil dus gewoon dat er een relatie is tussen je
premie en je verzekering.
De heer Neijenhuis (D66):
Dank. Het lijkt me inderdaad goed om daar een keer naar te kijken. Die
koppeling in de sociale fondsen is de afgelopen jaren, misschien al wel
decennia, een beetje zoekgeraakt. Ze worden ook in de Europese
begrotingsregels eigenlijk op één hoop gegooid met alle andere
overheidsinkomsten en -uitgaven en worden ook nu op die manier
behandeld. Maar ik wil nog wat vragen over die zeggenschap. Mevrouw
Patijn zegt dat je die wettelijk kunt regelen. Welke concrete
voorstellen heeft zij daar dan voor? Hoe ziet zij dit precies voor zich?
Hoe zou je dat willen doen, boven op wat we nu al aan het doen zijn?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Nu al wat?
De heer Neijenhuis (D66):
Boven op zoals dat nu al gebeurt, bijvoorbeeld in het polderoverleg met
de Stichting van de Arbeid en de SER.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Zeggenschap betekent dat je er ook over gaat, dus dat de wet niet
veranderd wordt zonder dat je ... Je bedenkt feitelijk zelf hoe je
bijvoorbeeld je preventiebeleid gaat vormgeven. Dat moet namelijk ook
gebeuren. Je bedenkt zelf hoe je de regelingen vormgeeft, hoe de
uitkeringen plaatsvinden en hoe hoog die uitkeringen zijn. Ik heb het
dus over dat soort dingen. Je legt dus echt de volledige zeggenschap
terug bij de polder. Dat was vroeger ook zo. Toen gingen werkgevers en
werknemers over die regeling. Dat is toen ook wettelijk geregeld. Dat is
allemaal uit de wet gesloopt. Daarna is het een verkapte belasting
geworden. Met deze maatregelen worden eigenlijk het hele AWf en de
Aof-premie een verkapte belasting.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik was gebleven bij de stijging voor het mkb. Ik vroeg de minister ... O
nee, wacht even. Excuus!
Ik kom bij de AOW-plannen. Voor wie het nog niet wist: de coalitie wil
vanaf '33 de AOW-leeftijd sneller laten stijgen. Toen het
pensioenakkoord bijna rond was, werd er op het ministerie van SZW, in de
kamer van de toenmalige minister Koolmees, afgesproken dat het akkoord
langjarig stand moest houden. Daarom werd er een brede politieke
meerderheid gezocht. Voorkomen moest worden dat komende kabinetten aan
het pakket zouden gaan sleutelen. Naast de toenmalige coalitiegenoten
committeerden Asscher en Klaver zich daarom aan het akkoord. Laat het nu
juist de coalitiepartijen van toen zijn, D66, CDA en VVD, die dit
langjarige akkoord nu alweer eenzijdig openbreken en daarmee het
vertrouwen in akkoorden ernstig schaden. Het minderheidskabinet zegt zo
graag akkoorden te willen. Wat zijn akkoorden met dit kabinet
waard?
Voorzitter. Afgelopen vrijdag liet de minister weten de AOW-plannen in
de ijskast te willen zetten. De ijskast van Vijlbrief bleek olie op het
vuur van de vakbonden te zijn. De reactie van de vakbonden was
duidelijk: ze komen niet aan tafel en er komt geen SER-advies. Wij
steunden het langjarige akkoord juist omdat de AOW-leeftijd minder snel
zou stijgen. Wij willen dat de toekomst van Nederland gaat werken, maar
dan wel op basis van vertrouwen. Dat begint bij het nakomen van
afspraken uit het pensioenakkoord.
En let op: de argumenten voor de houdbaarheid van de AOW kloppen niet.
De kosten van de AOW liggen lager dan bij de totstandkoming van het
akkoord. Op alle vlakken is het vooruitzicht over de houdbaarheid beter
dan bij de totstandkoming van het akkoord. In de beantwoording van de
vragen door minister Vijlbrief deze week zat een fout. Komt er een
correctie dat de verwachte AOW-druk toch niet oploopt, maar juist
afloopt ten opzichte van de eerdere prognoses die ten tijde van het
pensioenakkoord gesteld zijn? Welke argumenten voor deze AOW-plannen
blijven er dan over?
Het kabinet heeft bovendien desinformatie gegeven bij het debat over de
regeringsverklaring. Premier Jetten zei meerdere malen dat er op iedere
AOW'er straks nog maar twee werkenden zijn. Dat klopt niet; op iedere
AOW'er zijn er straks bijna drie werkenden. Op welke feiten heeft het
kabinet dit besluit eigenlijk gebaseerd?
Er wordt mensen zand in de ogen gestrooid met een fout frame over de
houdbaarheid van de AOW. Ik roep het kabinet op om het volgende te doen.
Speel niet voor Klaas Vaak, maar houd je aan de langjarige afspraak uit
het pensioenakkoord. Haal de AOW-plannen zo snel mogelijk helemaal van
tafel en pak de kans om daarmee als betrouwbare partner gezien te
worden, want afspraak is afspraak.
Met alle bezuinigingen op werknemersrechten rijst de vraag wat de visie
van deze minister is op de inkomensverdeling. Daarom willen wij van deze
minister graag een inkomens- en uitgavennota ontvangen met de visie op
de inkomensverdeling voor de komende vier jaar. Inkomensbeleid is meer
dan de koopkrachtplaatjes van Prinsjesdag. De
socialezekerheidsmaatregelen staan daar niet volledig in verwerkt. De
gevolgen van beleid voor het gezinsinkomen worden niet goed uitgelicht.
We vragen de minister te komen met een visie.
De voorzitter:
Ik was een beetje op zoek naar het einde van uw betoog. Voordat u
verdergaat, geef ik graag het woord aan mevrouw Michon.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb een korte vraag aan mevrouw Patijn over haar vorige blokje. Is
mevrouw Patijn, en de fractie van GroenLinks-PvdA, van mening dat de AOW
op termijn niet meer betaalbaar is? Dan vraag ik niet naar de opvatting
van de bonden, maar naar de opvatting van mevrouw Patijn als lid van de
fractie van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dank voor deze sneer, maar wij hebben hier een heel duidelijke opvatting
over. Wij waren een onderdeel van het akkoord. We hebben toen gekeken
naar de houdbaarheid en gezegd: dan kan het. Dat was overigens samen met
de VVD. De premier zei toen: dat is een hysterische stijging; dat moeten
we niet doen. Maar wij hebben toen gezegd dat wij daarachter staan. Die
acht maanden stijging per jaar was voor ons een heel cruciaal onderdeel
om ja te zeggen tegen dit akkoord. We hebben toen goed naar de cijfers
ten aanzien van de houdbaarheid gekeken. Dat hebben we nu ook gedaan.
Daarom hebben wij ook vragen gesteld. Die vragen zijn beantwoord. Er is
een fout ingeslopen en daar willen wij goed antwoord op hebben. Uit de
antwoorden op de vragen blijkt dat de AOW juist houdbaarder is geworden
dan die ten tijde van het pensioenakkoord was. Ik praat dus niet de
vakbonden na. Dat vind ik ook een onaangename manier van debatteren. Ik
heb hier heel duidelijk en heel expliciet samen met mijn fractie over
gesproken en de dingen uitgezocht. Dat is waarom het ons zo kwaad maakt.
Het is niet acceptabel om mensen zand in de ogen te strooien en het idee
te wekken dat iets niet houdbaar zou zijn, terwijl het altijd al
duidelijk was dat het op deze manier vormgegeven zou worden en het heel
erg belangrijk is voor de toekomst van de sociale zekerheid.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dit antwoord verbaast mij ook niet. Uit de antwoorden van het kabinet
blijkt inderdaad dat het financiële tekort vanaf 2060 zwaarder weegt dan
in 2033. Daar wijst mevrouw Patijn op. Die antwoorden hebben we
kortgeleden gekregen. Los daarvan wijzen het CPB en de Rekenkamer toch
ook de Kamer, en eigenlijk iedereen, op de problemen met de AOW. Zij
wijzen erop dat de premieopbrengst niet voldoende is om de hele AOW te
financieren. Erkennen mevrouw Patijn en haar fractie deze analyse en
deze signalen van het CPB en andere organisaties die ik net noemde?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Om te beginnen gaat het juist over dat cijfer van 2060. Dat is juist
positief. Dat is de fout die in de beantwoording zat. Het is dus
gunstiger dan eerder verondersteld werd. Ten tweede kreeg ik de
opmerking dat het niet door de premie gedekt wordt. Nee, dat is nogal
wiedes. We hebben hier besloten dat de AOW-premie niet — ik weet het
percentage niet precies — verder mag stijgen en dat de rest uit de
fiscale middelen betaald wordt. Dat is gewoon een afspraak die we met
elkaar gemaakt hebben. Die fiscale middelen worden niet alleen
opgebracht door werknemers. Die worden niet alleen opgebracht door de
jongeren. Die worden opgebracht door iedereen, inclusief de ouderen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Afrondend. Mevrouw Patijn en ik zullen op dit punt vandaag niet tot een
overeenstemming komen. Iedereen wijst ons erop dat er steeds meer
middelen uit de algemene middelen nodig zijn om dit betaalbaar te houden
en dat we op termijn zien dat er nagedacht moet worden over de
houdbaarheid. Wat ik ingewikkeld vind aan de antwoorden van mevrouw
Patijn, is dat zij elke keer terugkomt op de afspraak, alsof je niet
meer zou mogen nadenken over toekomstige scenario's. Tot slot mijn
laatste vraag over de AOW: is mevrouw Patijn op enige manier … Laat ik
het zo zeggen: wat is er voor haar en haar fractie nodig om wel met
elkaar na te denken over de toekomstbestendigheid van, in dit geval, de
AOW?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik begin bij de argumentatie over die houdbaarheid. De
houdbaarheidscijfers waar dit besluit op genomen is, althans die
gecommuniceerd zijn met ons, zijn anders dan de feitelijke cijfers. De
premier zei: voor iedere twee werkenden is er één AOW. Dat klopt niet.
We moeten er dus wel voor zorgen dat we de feiten goed op orde hebben
voordat je dit soort frames neer gaat leggen.
Het tweede is: is het houdbaar? Het percentage van het bbp dat opgaat
aan kosten voor de AOW is lager dan eerder. In dat opzicht is de
houdbaarheid juist gunstiger geworden ten opzichte van het
pensioenakkoord. Dat is voor ons heel cruciaal, want het pensioenakkoord
is nog maar net ingevoerd. Nog geen jaar geleden stonden de twee
ministers als Kamerleden hier nog te zwaaien met het belang van dat
pensioenakkoord en dat we het in stand moeten houden, en nu zou het
ineens heel makkelijk opengebroken kunnen worden. Voor ons is dat een
heel cruciaal onderdeel.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Even kijken waar ik gebleven was, want ik was terug naar mijn …
De voorzitter:
Of u rondt af, dat kan ook.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ja, ik ben er bijna. We willen dus graag een inkomens- en uitgavennota
met een visie op inkomensbeleid op de korte en middellange termijn. We
zouden hier graag een reactie op krijgen van de minister.
Voorzitter. Het lijkt me duidelijk: voor GroenLinks-Partij van de Arbeid
zijn de voorgenomen bezuinigingen niet acceptabel. Sowieso steunen wij
de plannen niet zolang er geen akkoord is met de vakbonden. De regering
zelf wil ook graag akkoorden met de sociale partners en ik zou zeggen:
haal de AOW-plannen en de bezuinigingen op de sociale zekerheid van
tafel en geef de zeggenschap over werknemersverzekeringen weer terug aan
de sociale partners. Bouw aan het vertrouwen en de zekerheid die we zo
hard nodig hebben in deze onzekere wereld. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Mevrouw Van
Brenk, ga uw gang.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Mevrouw Patijn en ik komen van dezelfde vakbond. Zij begon haar betoog
met de ontslagen die een aantal organisaties te wachten staan. We weten
dat dat ook zo is voor de mensen van de Bijenkorf en noem maar op. Dat
zijn geen topsalarissen. Met name oudere werknemers worden heel erg
geraakt door deze plannen. Misschien kan mevrouw Patijn vertellen hoe
GroenLinks-PvdA specifiek tegen dat onderdeel aankijkt.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
We hebben gezegd dat we de plannen voor het korten van de WW, en zeker
op de duur, niet willen. Ik heb vanochtend nog even gebeld met de mensen
die twee jaar geleden zijn ontslagen door de sluiting van de autofabriek
in Born. Een groot deel van die mensen heeft werk kunnen vinden. Dat
wordt als een succes gezien. De arbeidsmarkt was toen heel gunstig. Maar
er zitten ook oudere mensen bij, die nu nog niet aan het werk zijn. Zij
hebben de WW echt nodig om die periode te kunnen overbruggen. In sommige
gevallen is die zelfs een beetje te kort. Ze hebben dat geld keihard
nodig. Het re-integratiebudget is daarbij ook van belang, maar dat is
ook voor een groot deel verdwenen uit het akkoord.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik herken dat. Wij zullen dat probleem ook zeker adresseren. Wij maken
ons zorgen over hoe er aangekeken wordt tegen de transitievergoeding en
wat daarmee gaat gebeuren. Ik ben wel benieuwd of dat bij uw partij al
helder is, want bij ons roept dat nog heel veel vragen op.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Die vragen zijn er sowieso. Ik mag van mevrouw Michon volgens mij niet
zeggen dat ik van de vakbond kom, maar ik kom daar wel vandaan. Dat
blijft in m'n hart zitten. Die transitievergoeding is ook van belang als
je 70% van je laatste loon krijgt. Soms heb je dat geld nodig om de
periode naar je nieuwe baan te kunnen overbruggen, je hypotheek te
kunnen betalen en je auto te kunnen betalen. Het is een risico om te
zeggen dat je dat geld in die korte periode móét besteden aan transitie,
dus aan de investering in jezelf door scholing. Als je die mogelijkheid
wegneemt, maakt dat het wel kwetsbaar.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Helder verhaal. Ik heb ook een hele heldere korte vraag. Ik wil graag
van GroenLinks-Partij van de Arbeid horen of zij dit kabinet blijven
steunen als de AOW-leeftijd omhooggaat, de WW gehalveerd of gekort
wordt, of er op de WIA wordt gekort. We hebben gisteren gezien wat een
verenigde oppositie kan doen. Ik ga dit ook aan andere partijen vragen
vandaag. Dan weten jullie dat alvast. We kunnen dit kabinet namelijk,
als iedereen daar helder over is, met elkaar blokkeren door als
verenigde oppositie te zeggen: geen AOW-leeftijdsverhoging, geen korting
op de WIA en geen halvering van de WW.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij ben ik er heel helder over geweest dat dat voor ons een heel
belangrijk onderdeel is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Maar "een belangrijk onderdeel" is iets anders dan "ja" of "nee". Ik
vind het "een belangrijk onderdeel" noemen, gezien de pijn in de
samenleving … Ik vond uw verhaal heel duidelijk. Ik geef u daar
complimenten voor. Maar ik wil wel graag een ja of een nee horen.
De voorzitter:
Het verhaal van mevrouw Patijn. Graag via de voorzitter, meneer Dijk.
Mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Als ik uw vraag goed interpreteer, dan vraagt u wat wij doen op het
moment dat er een motie van wantrouwen komt. Weet ik veel. Dat gaan we
op dat moment op elke merites beoordelen. Maar wij zijn er heel
duidelijk over dat die AOW-plannen en die socialezekerheidsplannen op
deze manier gewoon niet kunnen.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is mooi.
De voorzitter:
Dat was zeker kort. Mevrouw Michon, gaat uw gang.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik vind het heel goed en inspirerend dat mevrouw Patijn zo dicht op de
vakbond staat. Ik wil haar daarom ook deze vraag stellen. Ik hecht ook
zeer aan de polder als het gaat om afspraken maken over cao's. Is
mevrouw Patijn tevreden met hoe de afspraken uit het akkoord Gezond naar
het pensioen in al die cao's zijn geland tot nu toe? Onderdeel van dat
akkoord destijds was bijvoorbeeld Leven Lang Ontwikkelen. Hoe beoordeelt
mevrouw Patijn de uitwerking van die afspraak in de cao's?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Een van de dingen die ik in al die jaren heb gezien, is dat het alleen
maar theoretisch benaderen van Leven Lang Ontwikkelen ... Als je niet
van school hield — ik hield ook niet van school — dan ga je niet opeens
op je 40ste heel erg vanuit schoolboeken leren. Het wordt heel erg
belangrijk dat mensen zich kunnen ontwikkelen en dat dat ook echt
gestimuleerd wordt vanaf de werkvloer. Dat zal dus ook in werktijd
moeten gebeuren. Want mensen die niet van leren houden, gaan in de
avonduren niet leren. Dat gaat gewoon niet. Dus dat zal je daar op dat
moment moeten regelen. Dat kost geld. Daar moet ruimte voor gemaakt
worden. Daar moeten de werkgevers ook een stap in zetten. Het is
natuurlijk nog maar net begonnen, maar ik vind het een belangrijk
onderdeel. Ik kan mij zomaar voorstellen dat we elkaar goed kunnen
vinden als het gaat om het stimuleren daarvan.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik hoop zelfs dat mevrouw Patijn met mij de uitwerking van dit soort
afspraken iets steviger neer wil zetten. Want ja, zij gaan erover; ja,
het is de polder en ja, daar zitten de cao's. Maar kunnen we nou aan ze
vragen — dat wil ik eigenlijk aan mevrouw Patijn vragen, want zij zit er
nog veel dieper in dan ik — of er misschien één tandje bij kan als het
gaat om het uitwerken van de afspraken over Leven Lang Ontwikkelen? Kan
er misschien één tandje bij als we van die witte vlekken af willen bij
de pensioenverplichting? Zou mevrouw Patijn dat met mij willen
verkennen?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Altijd, want dit zijn problemen die we heel graag opgelost willen zien.
We zullen wel even moeten zoeken hoe we het daarover eens worden, maar
voor ons is het echt heel erg belangrijk dat wij mogelijkheden zoeken.
Ik ben groot voorstander van bijvoorbeeld de tweede kans via bbl. Mensen
werken dan vier dagen en gaan één dag naar school. Dan zul je ook
middelen moeten hebben — die zullen waarschijnlijk uit de WW moeten
komen — om ervoor te zorgen dat mensen voldoende inkomen hebben om die
transitie te maken.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, ik rond af. Dit antwoord van mevrouw Patijn biedt mij toch een
beetje hoop, want ja, de polder gaat erover, maar wij hier kunnen wel
degelijk met elkaar iets sturender zijn op zaken die wij graag zouden
terugzien. Dat doen we juist omdat we iedereen in dit land gezond naar
het pensioen willen zien werken. Daarmee gaan we wat mij betreft de
komende jaren aan de slag.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dan zeg ik graag, als dat mag: niet sturender, maar helpender en
ondersteunend.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Lahlah, die ook
spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Mijn collega Patijn liet zojuist zien wat de
koers van dit nieuwe kabinet betekent op het niveau van het stelsel van
de sociale zekerheid. Ik wil vandaag inzoomen op wat dit betekent aan de
keukentafel voor de mensen in de Wajong, voor gezinnen die iedere maand
opnieuw moeten rekenen, voor mensen die ziek worden en voor kinderen die
de gevolgen moeten voelen van beleid waar zij niets over te zeggen
hebben.
Voorzitter. Als ik de plannen van dit kabinet lees, krijg ik de indruk
dat er wordt gedaan alsof armoede een natuurverschijnsel is, alsof het
ons overkomt. Maar armoede is geen natuurverschijnsel; ik zie de
minister ook knikken. Kinderarmoede is dat ook niet. Armoede is het
gevolg van politieke keuzes. Keuzes om te bezuinigen op sociale
zekerheid. Keuzes waardoor mensen na ziekte of uitval sneller
terugvallen. Keuzes waardoor de stapeling van kosten verder oploopt. Dan
kun je wel zeggen dat armoede onder de streep misschien niet meteen
explodeert, maar mensen leven niet onder een streep. Mensen leven in een
huis, met een koelkast die vol moet, met kinderen die naar school gaan —
helaas nog te vaak zonder bril of warme kleding — en met een verwarming
die steeds vaker uit blijft en een energierekening die elke maand
opnieuw spanning geeft. Dáár moet dit debat over gaan, niet over
geruststellende taal van gemiddelden en papieren werkelijkheden, maar
over wat beleid doet met mensen die geen buffer hebben.
Laat ik drie mensen noemen. Nadia is 41, alleenstaande moeder van twee
kinderen van 8 en 12. Ze werkt 24 uur in de ouderenzorg. Ze is een vrouw
die hard werkt en haar gezin overeind houdt. Ze doet alles wat deze
politiek altijd zegt te waarderen: werken, zorgen, volhouden. Maar voor
Nadia is "stijgende kosten van levensonderhoud" geen economische term.
Het betekent rekenen in de supermarkt met de telefoon in de hand,
twijfelen of de verwarming nog even aan kan, aan het einde van de maand
besluiten welke rekening net even moet wachten. Haar kinderen voelen
dat. Haar dochter vraagt niet meer of ze mee mag op schoolreis, haar
zoon zegt dat hij best nog een jaar kan wachten met een nieuwe winterjas
en dat hij het wel met dezelfde winterjas kan doen. Kinderen gaan zich
kleiner maken in een huis dat financieel onder druk staat. Dat is wat
armoede doet.
Mijn vraag aan de minister is: zegt hij tegen een moeder als Nadia dat
de koopkrachtplaatjes gemiddeld nog net positief zijn, dat armoede
slechts marginaal toeneemt? Of durft hij eerlijk te zeggen dat juist
gezinnen met kinderen, met hoge vaste lasten en zonder reserve als
eersten de klappen opvangen? Durft hij eerlijk te zeggen dat het niet
voortzetten van het Tijdelijk Noodfonds Energie voor hen misschien wel
betekent dat de verwarming straks niet meer aan kan?
Voorzitter, dan Jesse. Jesse is 29. Hij heeft een Wajong-uitkering en
werkt een aantal uren per week — niet omdat dat vanzelf gaat en niet
omdat zijn beperking verdwenen is, maar omdat hij mee wil doen, omdat
hij trots wil zijn op wat hij wél kan. En dan hoort hij dat het
garantiebedrag kan wegvallen. De bescherming is ooit ingevoerd om te
voorkomen dat mensen in de Wajong die gaan werken er opeens op
achteruitgaan door wijziging van de regels. Nu dreigt juist die
bescherming weg te vallen. Vijf jaar lang doet Jesse precies wat de
politiek van hem vraagt. Hij werkt, hij houdt vol. Misschien durft hij
eindelijk een huurcontract te tekenen of misschien heeft hij net een
hypotheek afgesloten en dan zegt dit kabinet, na vijf jaar: de
bescherming stopt. Dan hebben we het niet over een paar tientjes, dan
hebben we het over een gemiddeld verlies van bruto €750 per maand. Dan
hebben we het er ook over dat mensen hun Wajong-recht kunnen verliezen
en daarmee ook andere zekerheden zoals de jonggehandicaptenkorting en de
tegemoetkoming arbeidsongeschikten: samen meer dan €1.000 per
jaar.
Voorzitter. Juist bij de Wajong zie je wat er misgaat als beleid
technisch wordt gemaakt en mensen uit beeld verdwijnen. Eerst zegt de
overheid: ga werken, doe mee, pak je kans. Maar als diezelfde mensen na
vijf jaar werken hun garantiebedrag verliezen en soms ook andere
regelingen kwijtraken, dan zegt diezelfde overheid eigenlijk: bedankt
voor het meedoen en zoek het maar lekker uit. Dat is niet alleen
onrechtvaardig, maar ook onbetrouwbaar bestuur.
Voorzitter. We zien dit niet alleen bij het garantiebedrag. Een deel van
de mensen met een Wajong- of een UWV-uitkering verliest door een
onbedoelde samenloop van wetten en regels ook het recht op
kwijtschelding van lokale belastingen. De Nationale ombudsman heeft daar
vorige week opnieuw hard voor gewaarschuwd.
Keer op keer worden mensen als Jesse in de steek gelaten door beleid.
Mijn vraag aan de minister is dus: hoe legt hij aan een jonggehandicapte
uit dat de overheid eerst zegt "ga meedoen", maar na vijf jaar de
bescherming intrekt die dat meedoen überhaupt mogelijk maakte? En waarom
laat dit kabinet toe dat mensen die vaak al moeten rondkomen van een
smalle marge ook nog vastlopen in botsende regels van overheid,
gemeenten en waterschappen? Op beide punten overweeg ik een motie in te
dienen.
Ook kom ik met een amendement voor het invoeren van een studietoeslag
voor minderjarige mbo-studenten met een medische beperking in de
Participatiewet. Hoewel minderjarige hbo- en wo-studenten met een
beperking die studietoeslag wel ontvangen, zijn mbo'ers daarvan
uitgesloten. Ook dat is onrechtvaardig beleid; dat is niet uit te leggen
aan jongeren die zo hard hun best doen.
Voorzitter. Dan Meryem, 47 jaar. Meryem heeft jarenlang gewerkt in een
winkel, maar ze werd chronisch ziek. Haar lichaam kon niet meer wat
vroeger vanzelfsprekend was. Ineens blijkt dan hoe dun de grens is
tussen meedoen en vallen. Wie ziek wordt of uitvalt, krijgt in de
plannen van dit kabinet minder bescherming. Vakbonden waarschuwen dat
door kortere uitkeringen en versobering van werknemersverzekeringen —
mijn collega Patijn had het daar net al over — meer mensen uiteindelijk
in die bijstand belanden. Volgens sommigen is dat een aanslag op de
sociale zekerheid, maar wat mij betreft is dat ronduit laf en
asociaal.
Voorzitter. Ruim een derde van de mensen in de bijstand heeft inmiddels
een chronische ziekte of een ernstige beperking. Met de plannen van dit
kabinet worden dit er alleen maar meer. Wanneer komt de minister met een
aanpassing voor deze groep, zoals vorig jaar is aangegeven?
De gevolgen hiervan blijven niet beperkt tot de ouder. Kinderen groeien
namelijk mee in die onzekerheid. Ze gaan zich aanpassen aan de
financiële stress thuis. Er wordt niet gesproken over armoede, maar die
woont wel in huis — niet omdat zij iets fout doen, maar omdat beleid zo
uitpakt. En dus vraag ik de minister: erkent hij dat dit moreel niet uit
te leggen is? En is hij bereid serieus te kijken naar een passende
regeling voor mensen die duurzaam en objectief niet meer kunnen werken,
ongeacht hun arbeidsverleden? Erkent hij bovendien de gevolgen voor
kinderen in armoede, die te vroeg leren wat schaamte is? Kinderarmoede
is voor ons geen voetnoot; het is een politieke ondergrens.
Voorzitter. Daarom moeten we af van de reflex om alleen naar de
gemiddelden te kijken. De SZW-begroting zegt zelf dat koopkrachtramingen
niet bedoeld zijn om veranderingen in de portemonnee van individuele
huishoudens te voorspellen. Toch gebruikt het kabinet die gemiddelden
steeds als politiek schild. Maar gemiddelden verbergen Nadia,
gemiddelden verbergen Jesse, gemiddelden verbergen de stapeling van
boodschappen, energie, zorgkosten en inkomensonzekerheid.
Juist daarom wil ik dat we die stapeling zichtbaar maken: wat betekenen
de plannen van dit kabinet voor een alleenstaande ouder op of rond het
minimum, voor een gezin met kinderen en extra zorgkosten, voor iemand
met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, voor een Wajonger die werkt?
Dat moeten we niet raden; dat moeten we laten doorrekenen. Het gaat niet
alleen om statische koopkracht, maar om wat het beleid in de praktijk
doet met echte huishoudens. Precies daarin zit politiek de zwakte van
dit kabinet. Daarom kom ik met een motie om het Nibud
voorbeeldhuishoudens te laten doorrekenen, juist op inkomen en uitgaven,
met extra aandacht voor huishoudens met zorgkosten en kinderen. Want
regeren op basis van gemiddelden is makkelijk, maar rechtvaardig regeren
begint bij eerlijk laten zien wie de rekening betaalt.
Voorzitter. In de politiek kun je twee dingen doen. Je kunt zeggen: dit
zijn technische keuzes en dit zijn nu eenmaal hervormingen. Of je zegt:
nee, wij accepteren niet dat de rekening wordt neergelegd bij de mensen
die al het minst hebben om op terug te vallen. Uiteindelijk is dat de
maat van sociaal beleid: niet of een tabel sluit, maar of een kind warm
opgroeit, of een ouder ademruimte heeft, of iemand die ziek is niet ook
nog z'n zekerheid verliest. Dat is de grens die wij hier moeten trekken.
En voor mij is die grens vandaag heel helder.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Moorman, die ook
spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw
gang.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Het was afgelopen zondag, 8 maart, Internationale
Vrouwendag. Dat is heel belangrijk, want ook in deze tijd is er nog veel
te doen op het gebied van emancipatie. De tweede feministische golf had
een mooie leus: het persoonlijke is politiek. De vrouwen die vooraan
stonden, stonden daar omdat ze zeiden: als vrouwen niet zijn
vertegenwoordigd in de politiek, wordt het emancipatieprobleem nooit
opgelost. Ik moest daar afgelopen zondag aan denken, toen ik ook dacht
aan de plannen van dit regeerakkoord. Dit regeerakkoord is namelijk niet
goed voor de emancipatie, zo zegt ook FNV. Zou dat misschien komen
doordat het vooral mannen zijn die hebben onderhandeld over dit
regeerakkoord?
Ik wil hier één ding noemen dat heel erg opvalt, namelijk de bevalboete.
De bevalboete, die te maken heeft met het maximale dagloon, zorgt ervoor
dat vrouwen die een kind krijgen, worden gekort op hun uitkering tijdens
het zwangerschapsverlof en dat ook vaders, als zij ouderschapsverlof
opnemen, daarop worden gekort. Dat is heel slecht voor de emancipatie.
Gelukkig leek het erop dat er inderdaad een fout was gemaakt. Misschien
gebeurde dat doordat er alleen mannen aan tafel zaten bij de
onderhandelingen. Er waren gisteren twee mensen die op hun schreden
leken terug te keren, namelijk de heer Bontenbal en de heer Paternotte.
Mijn vraag aan de heer Vijlbrief is of dit inderdaad wordt gerepareerd,
zodat wij hier in Nederland geen babyboete krijgen. Dat zou namelijk
zeer slecht voor de emancipatie zijn.
Voorzitter. Dan heb ik nog een punt over de loonkloof. Hier is al een
afspraak over gemaakt in Europa. Europa zegt ook dat Nederland in 2026
transparant moet zijn over de grote loonkloof die er nog steeds is in
Nederland. Die kloof is meer dan 10%. Vrouwen in Nederland verdienen 1,9
miljard per jaar minder. Ze kunnen in november stoppen met werken.
Nederland treuzelt en voert het dit jaar niet in, terwijl Europa heeft
gezegd dat dat wel degelijk moet. Mijn vraag aan de heer Vijlbrief is
waarom we zo treuzelen en waarom we niet nu al dingen invoeren die heel
noodzakelijk zijn, want de wet is allang in consultatie geweest. Het
gaat om transparantie over de loonkloof zodat vrouwen daar niet zelf
naar moeten vragen. Ook betekent het dat je niet afgerekend wordt op je
laatstverdiende loon en dat er een salarisindicatie in de vacature
staat. Daarvoor zullen we met een motie komen. We nemen aan dat het zo
snel mogelijk wordt ingevoerd, ook omdat D66 in Europa een van de
onderhandelaars was. Vrouwen verdienen beter.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Neijenhuis voor zijn
bijdrage namens de fractie van D66. Gaat uw gang
De heer Neijenhuis (D66):
Voorzitter, dank u wel. Een voordeel van jonge vader zijn, is dat je af
en toe je kinderen kunt voorlezen. Een bekend verhaal gaat over de haas
en de schildpad. Misschien kent u dat verhaal ook. De haas zat de
schildpad de hele tijd te plagen dat hij zo traag was, dus de schildpad
daagde hem uit voor een hardloopwedstrijd. Bij het startschot ging de
haas er direct, zoef, vandoor. De schildpad deed het rustig aan, voetje
voor voetje. De haas had een enorme voorsprong en dacht na een tijdje:
"Weet je wat? Ik ben een beetje moe van dat rennen en ik rust even uit."
Veel later werd de haas opeens wakker. Je raadt het al: de schildpad
stond al aan de finish.
Behalve dat dit verhaal mijn kinderen hopelijk leert om geen andere
kinderen te plagen, leert het ons ook wat over onze arbeidsmarkt. Die
begint ook met een flinke voorsprong. Veel mensen zijn aan het werk en
heel productief. Zeker met een vast contract heb je stevige rechten, en
anders is er een goed sociaal vangnet. Maar dit is niet het moment om
uit te rusten en de boel de boel te laten. Daarmee verliezen we namelijk
niet zomaar een weddenschapje of een wedstrijdje. Nee, daarmee zetten we
de houdbaarheid van onze sociale voorzieningen op het spel. We zien al
jaren hoe niet durven kiezen en niet durven ingrijpen op arbeidsmigratie
ervoor zorgt dat mensen onder een brug wonen. Ook zorgt het voor een
langzame gang naar een lagelonenland.
Net bij de ingang werd ik door FairWork gevraagd om een contract in een
andere taal te lezen. Nou, mijn Roemeens is niet meer wat het geweest
is. Voor mij is dat misschien even leuk om te zien, maar voor veel
arbeidsmigranten is het een harde realiteit. Die moeten een contract
tekenen in het Nederlands. Dat is een taal die ze nog totaal niet
kennen, maar ze worden later opeens wel aan dat contract gehouden. Dat
kan niet zo zijn. Het is goed dat ze daar aandacht voor vragen.
Al die misstanden gebeuren terwijl we arbeidsmigratie ook juist nodig
hebben voor een hoogwaardige en duurzame economie. Daarom vind ik de
teksten uit het regeerakkoord, over eindelijk eens grip en sturing
krijgen op arbeidsmigratie, veelbelovend, maar ik wil vandaag van de
minister wel duidelijke taal horen. Is de minister bereid om
uitzendverboden in te stellen voor sectoren die maar in de fout blijven
gaan? Is de minister ook bereid om andere maatregelen te nemen die echt
gaan zorgen voor grip, zoals het aanpakken van onrechtmatige detachering
van derdelanders, hogere boetes en het snel werk maken van een betere
kennismigrantenregeling?
Voorzitter. Dan een dossier waarop we niet langer kunnen wachten op
doorbraken, namelijk arbeidsongeschiktheid. De afgelopen tijd heb ik
hierover kunnen spreken met veel mensen die hier zelf dagelijks mee te
maken hebben. Meningen verschillen altijd, maar over één ding zijn ze
het eens: grijp alsjeblieft in; zo kan het niet langer. Wachtlijsten
zijn al veel te lang en dreigen nu zelfs naar twee jaar te gaan. Het
aantal arbeidsongeschikten gaat naar 1 miljoen. Hervorming van het
systeem is keihard noodzakelijk, maar ik wil vandaag ook een stap terug
doen. Ik wil juist eens kijken naar de mensen zelf, in plaats van naar
het systeem, want ieder mens dat arbeidsongeschikt raakt, is een
tragedie op zichzelf. Ik ben werkelijk enorm geschrokken van de hoge
instroom in de WIA en dan vooral van jonge vrouwen met een heel leven
voor zich die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt raken. Dat kunnen
we als land niet zomaar laten gebeuren, zeker als we weten dat onderzoek
in de gezondheidszorg nog steeds zo sterk gericht is op mannen. Dat is
een onrechtvaardigheid waar ik niet over uit kan. Hoe kijkt de minister
daarnaar? Wat kunnen we doen om de oorzaken en oplossingen van de hoge
instroom in de WIA beter te weten te komen? Ik overweeg een motie op dit
punt.
Als we het hebben over "aan de slag gaan": de afgelopen tijd hebben
enkele wetsvoorstellen uit het arbeidspakket vertraging opgelopen. Ik
heb het hier specifiek over de Vbar en de Baz. Op de Vbar pakte het
kabinet vrijdag direct al goed door. Hoe gaat het kabinet hier nu mee
aan de slag en wat gaan we doen om een korting op het Herstelfonds te
voorkomen?
De voorzitter:
Dit geeft aanleiding tot vragen. Ik heb niet goed gezien wie er als
eerste stond. U geeft elkaar het woord. Mevrouw Patijn, gaat uw
gang.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor u heel enthousiast zijn over de noodzaak tot wijziging van de
WIA en vervolgens verwijst u naar de problemen in de uitvoering. Dat is
iets heel anders dan zeggen "er is een hoge instroom", "we kunnen de
keuringen niet aan" en dat soort dingen. Preventie is belangrijk; dat
ben ik helemaal met u eens. De instroom van jonge vrouwen is een
probleem. Er moet geïnvesteerd worden in een goede verlofregeling.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Maar de kern is: helpt het dan om 20% van het inkomen van die mensen weg
te halen? Gaat dan de instroom naar beneden?
De heer Neijenhuis (D66):
Mevrouw Patijn begon met te zeggen dat ik dit met enthousiasme uitdraag.
Ik probeer uiteraard altijd zo positief en optimistisch mogelijk te
zijn, maar dit soort maatregelen neem ik niet met enthousiasme. Dit
soort plannen verdedig ik juist vanuit de noodzaak die ik ervaar wanneer
ik spreek met de mensen en kijk naar wat er aan de hand is in de WIA.
Bij de invoering van de WIA kwamen er per jaar 35.000 mensen bij die
arbeidsongeschikt raakten. We zitten nu al bijna op het dubbele. Zoals
ik al zei, is dat iedere keer een tragedie op zichzelf. Ik vind
inderdaad dat je dan moet ingrijpen. Daar zijn ook al heel veel
rapporten over verschenen en heel veel adviezen over gegeven. Ik vind
inderdaad dat je daarin moet ingrijpen, om ervoor te zorgen dat we dat
het hoofd gaan bieden.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik zal het kort houden, voorzitter, want u bent streng. Ik ben benieuwd
of de heer Neijenhuis kan aangeven hoe het helpt om €1.000 per maand bij
mensen weg te halen. Hoe helpt dat? Hoe voorkom je daarmee de hogere
instroom?
De heer Neijenhuis (D66):
Dan doelt mevrouw Patijn, denk ik, op de maatregel ten aanzien van het
maximumdagloon. Daarvan zou ik vooral willen zeggen dat die maatregel is
opgenomen in het regeerakkoord, maar dat daar op dit moment natuurlijk
nog geen wet voor ligt. Er staat volgens mij zelfs nog geen letter op
papier van die wet. We hebben ook juist in het regeerakkoord afgesproken
dat uiteindelijk niemand door het ijs zakt. Als ik denk aan de afspraak
in het regeerakkoord dat niemand door het ijs zal zakken en iedereen het
moet kunnen meemaken, dan denk ik vooral aan die groep, want de mensen
die mevrouw Patijn heeft gesproken, heb ik ook gesproken. Ik heb ook
veel andere mensen gesproken die op wat voor manier dan ook met de WIA
te maken hebben. Ik vind dat we echt tot een oplossing moeten komen voor
die mensen. We hebben in het regeerakkoord ook afgesproken dat
uiteindelijk iedereen het moet kunnen meemaken. Het kabinet gaat aan de
slag met die plannen uit het regeerakkoord. Ik wil ze er vooral op
wijzen dat ze moeten kijken naar deze groep mensen, om ervoor te zorgen
dat zij het ook echt kunnen meemaken.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Afrondend. U geeft aan dat u wilt voorkomen dat mensen instromen. In het
regeerakkoord staan alleen bezuinigingsmaatregelen, waaronder het
weghalen van €1.000 bij de uitkeringen van mensen. Ik begrijp niet hoe u
dit wilt voorkomen, terwijl de bedoeling is dat er op deze manier
miljarden en miljarden bezuinigd worden. Kunt u nog één keer uitleggen
waarom deze maatregel wel door zou moeten gaan en wat die bijdraagt aan
de toekomst van de WIA?
De voorzitter:
Kunt u via de voorzitter spreken? Dat komt het debat ten goede.
De heer Neijenhuis (D66):
Nu lopen er wat maatregelen door elkaar heen, denk ik. Ik ben net
ingegaan op hoe ik kijk naar het maximumdagloon, maar er zijn inderdaad
natuurlijk ook andere maatregelen die er vooral voor moeten zorgen dat
de wachtlijsten niet enorm gaan oplopen en dat we iets doen aan de
instroom. Denk bijvoorbeeld aan het afschaffen van de IVA-regeling en
daar één regeling van maken. Daar zijn veel adviezen over geweest en
daar maakt dit kabinet duidelijke keuzes in. Dus dit gaat niet
daarover.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik ben wel benieuwd. De collega is bezorgd over de hoge instroom. Wat
denkt de collega dat er gebeurt als we de pensioengerechtigde leeftijd
verhogen naar 71 of 72 jaar? Wat zal dat doen met de instroom, onder
andere in de WIA?
De heer Neijenhuis (D66):
Dat betekent dat je goed moet kijken naar de WIA, hoe die op dit moment
geregeld is en of we dat met z'n allen aankunnen. Een andere discussie
is inderdaad die over de AOW-leeftijd. Daarvan heeft mijn partij al heel
lang gezegd dat wij het, met de 17 miljard euro die er in vijf jaar tijd
bij komt, terwijl de piek van de vergrijzing nog moet komen, heel
logisch vinden om ook daarnaar te kijken. Daarvoor staat een voorstel in
het regeerakkoord, maar dat staat alweer in de ijskast, heb ik afgelopen
week begrepen. Het is goed om het gesprek daarover met elkaar te voeren.
Ik denk dus dat het vooral belangrijk is om dat gesprek met elkaar aan
te gaan.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dit is een afleiding, want het bedrag dat we uitgeven, kan stijgen, maar
uitgedrukt in een percentage van het bbp is het al 30 jaar onder de 5%
en dat blijft het ook. Dat is dus geen reden om iets te doen. Maar mijn
vraag was heel specifiek. Wat denkt meneer Neijenhuis dat er gaat
gebeuren op het moment dat we de leeftijd waarop je met pensioen gaat,
gaan verleggen naar 72 jaar? Wat zal er gebeuren met de politieagent van
72 jaar die nog de orde moet handhaven? Wat gebeurt er met een zuster
van 71 of 72 jaar die een nachtdienst moet draaien in het ziekenhuis?
Wat denkt mijn collega dat er zal gebeuren met de instroom van dat soort
mensen?
De heer Neijenhuis (D66):
Daar ben ik net al op ingegaan. De heer Mulder zegt: die uitgaven zullen
sowieso nooit boven de 5% van het bbp komen. Daar maak ik me wél zorgen
over, zeker als de piek van de vergrijzing nog moet komen. De cijfers
waar mevrouw Patijn net aan refereerde om te onderstrepen dat het
allemaal wel meeviel, laten juist ook zien dat de AOW-uitgaven de
komende vijftien jaar van 4,7% naar 5,7% van het bbp gaan. Dat is dus
ver boven de 5% waar de heer Mulder het over heeft. Ik vind dat dit
noopt tot actie. Als je dit als politiek ziet aankomen, kun je niet
zeggen: we doen maar even niks. Je moet juist tot keuzes overgaan. Daar
sta ik wel echt voor.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Nogmaals, we worden al heel lang bang gemaakt met die rapporten met die
cijfers. Ik heb rapporten gezien uit 2010 en 2012 waarin een cijfer van
9% stond. Dat neemt dus af. Die cijfers klopten allemaal niet. Tot
dusver is het onder de 5% gebleven. Daarop wordt nu beleid gemaakt.
Laten we het dan even vergelijken. We halen 2,7 miljard weg bij mensen
die zwaargehandicapt zijn en niet meer kunnen werken. Ik ga even terug
naar de vorige periode, toen D66 een enorm punt maakte van de
btw-verhoging. Het ging om 1,3 miljard. De boeken …
De voorzitter:
Meneer Mulder, wat is uw vraag?
De heer Edgar Mulder (PVV):
… werden €1 of €2 duurder en de beschaving ging ten onder. Het was een
boete op lezen. Wat vindt mijn collega erger: de prijs van een boek met
€2 verhogen of tussen de 2 en 3 miljard euro weghalen bij mensen die
volledig zijn afgekeurd en niet meer kunnen werken?
De heer Neijenhuis (D66):
Ik ben er erg blij mee dat we die lastenverhoging voor sport, cultuur en
al die dingen die zo belangrijk zijn in het leven van mensen in de
vorige periode van tafel hebben gekregen. Dat laat zien wat er, zelfs in
een meerderheidskabinet, wel niet mogelijk was als je het gesprek
aanging en tot oplossingen wilde overgaan. Het lijkt me ook heel mooi
als we nu, met dit minderheidskabinet, waar die uitgestoken hand er
zeker is, kunnen kijken hoe we andere oplossingen kunnen vinden voor
andere zaken.
De voorzitter:
Nee, meneer Mulder, het was, kort en afrondend, uw laatste interruptie.
Ik geef het woord aan …
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat is dus een opening om die 2,7 miljard …
De voorzitter:
Nee, meneer Mulder. Ik ga naar de heer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Neijenhuis zei dat hij bij mensen op de bank zat die
arbeidsongeschikt waren en dat hij veel met hen heeft gesproken.
Vervolgens komt hij ermee dat er problemen zijn met de WIA en de
wachtlijsten. Maar u kort op mensen met een arbeidsbeperking.
De voorzitter:
Niet "u", maar "de heer Neijenhuis".
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ja, de heer Neijenhuis kort daarop, honderden euro's. U verlegt een
politiek probleem, terwijl onder andere uw partij verantwoordelijk is
voor de creatie van dat politieke stelsel, en legt vervolgens een
korting van honderden euro's neer bij de arbeidsongeschikten. Wat lost
dat op voor diegenen, meneer Neijenhuis?
De heer Neijenhuis (D66):
Dat wil ik helemáál niet. Volgens mij ligt er in het regeerakkoord een
voornemen voor plannen waar we volgens mij inhoudelijk heel lang over
kunnen spreken. We zullen het er misschien ook niet over eens worden,
maar volgens mij zijn de plannen zeker logisch om ervoor te zorgen dat
je die groei in de socialezekerheidsuitgaven het hoofd biedt, wat
volgens mij echt een opgave is die iedereen ziet. Daarover gaan wij met
elkaar in gesprek. De wetten liggen er nog niet. Het zijn voornemens.
Het kabinet gaat daarover in gesprek met de oppositie, met de vakbonden
en — daar heb ik hele goede teksten van gehoord van de minister — als
het goed is juist ook met de mensen in het land, om te kijken hoe we die
opgave van Nederland het hoofd gaan bieden. Daarvoor gelden voor mijn
fractie in ieder geval twee belangrijke principes, want ik zal die
plannen uiteindelijk hier vanuit de Kamer moeten gaan beoordelen. Dat is
aan de ene kant dat we geen problemen doorschuiven naar volgende
kabinetten, volgende Kamers en volgende generaties en aan de andere kant
dat iedereen het moet kunnen meemaken. Dan denk ik inderdaad vooral aan
de mensen die ik heb gesproken met betrekking tot de WIA.
De voorzitter:
De heer Dijk, graag via de voorzitter en houd de interruptie alstublieft
kort.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Dit is natuurlijk een beetje een bizarre vertoning. Er zit
hier een minderheidskabinet, waarvan D66 de grootste partij is. D66
levert de premier, heeft onderhandeld en komt met een regeerakkoord waar
gewoon klip-en-klaar in staat dat er fors, tot wel 20%, gekort gaat
worden op de WIA voor mensen die langdurig en eigenlijk volledig
arbeidsongeschikt zijn. Dat zijn de mensen op de bank die u als het goed
is gesproken heeft.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Dijk?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Mijn vraag is: wat vindt D66 daarvan? U zegt: dit zijn plannen van het
kabinet en daar kunnen we nog van alles aan doen. Daarom wil ik graag
van u horen wat het oplevert als u honderden euro's, tot wel €1.000,
gaat korten op mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Wat
levert het hun op, behalve dat u hen het leven zuur maakt?
De voorzitter:
Meneer Dijk, het gaat echt nog steeds via de voorzitter. Dat komt het
debat ten goede en dat is niet omdat het mijn hobby is. Ik ga nu de heer
Neijenhuis het woord geven.
De heer Neijenhuis (D66):
Wat het oplevert, is dat we ook het alternatief zouden kunnen doen,
namelijk helemaal niks. Dan weet ik wel wat er gebeurt. Dat is dat we de
problemen hetzelfde laten en we hier dan over vier jaar misschien nog
steeds zijn. Dan hebben wij die moeilijke keuzes niet hoeven maken, maar
dan, over vier jaar, zijn die problemen alleen nog maar groter geworden
en hebben we mensen wat mij betreft een rad voor ogen gedraaid.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit raakt echt kant noch wal. Er is in deze Kamer echt helemaal niemand,
niet één partij, die zegt dat de WIA nu goed werkt. De discussie is
alleen dat het kabinet komt met plannen waarmee fors wordt gekort op
mensen, waardoor mensen er, door D66, honderden euro's op achteruitgaan.
Nou moet u niet een soort spelletje gaan spelen, alsof deze Tweede Kamer
vindt dat de WIA zo goed werkt. Daar hebben we ellenlange discussies
over gehad en die zullen we ook gaan hebben, maar het moet beter worden,
zeg ik tegen de heer Neijenhuis. Het moet beter worden. Dan rest nog
steeds de volgende vraag; daar krijg ik geen antwoord op en dat zegt
eigenlijk alles. Het zijn ondoordachte plannen die hard zijn voor
mensen. Wat levert het op als je honderden euro's kort op mensen die
arbeidsongeschikt zijn? Wat de SP betreft, levert dat niks op.
De voorzitter:
Meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik wil van D66 horen wat D66 denkt dat het voor die mensen oplevert als
je honderden euro's gaat korten, zonder dat D66 zegt dat het deze hete
kolen voor zich uitschuift en deze hete aardappel niet wil pellen. U
ontwijkt namelijk gewoon steeds dezelfde vraag: wat levert het mensen
die de pech hebben om arbeidsongeschikt te worden op als u honderden
euro's gaat korten? Wat levert dat op?
De voorzitter:
Meneer Dijk, u bent mijn geduld aardig op de proef aan het stellen. Ik
heb aan het begin van dit debat gezegd dat ik alle ruimte ga geven áls
de interrupties kort en bondig zijn. Dat lukt op deze manier niet. Ik
ben, met het oog op de collega's en alle mensen in dit huis die voor ons
werken, niet van plan om dit debat uren uit te laten lopen. Dan ga ik
vanaf nu de interrupties tellen en het aantal ook begrenzen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ben het helemaal met u eens.
De voorzitter:
Ik ben nog steeds aan het woord. We moeten elkaar wel een beetje helpen.
Dat betekent spreken via de voorzitter. En alle interrupties moeten
korter en bondiger.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, dat zal ik doen. Ik ben het daar roerend mee eens, maar ik
stel drie keer dezelfde vraag en krijg drie keer een ontwijkend
antwoord, dat niet gaat over de kern van de vraag die hier nu al zes
keer gesteld is.
De voorzitter:
Maar meneer Dijk, alle Kamerleden in dit huis gaan over hun eigen
antwoord. Ik ga de heer Neijenhuis daartoe niet uitnodigen — en niemand
trouwens — maar als hij een liedje gaat zingen in reactie op uw vraag,
dan staat dat de heer Neijenhuis vrij. Ik ga dat niet toelaten, maar
Kamerleden gaan over hun eigen antwoorden. Die ruimte bied ik u en die
ruimte bied ik de heer Neijenhuis.
De heer Neijenhuis (D66):
Ik zal niet gaan zingen. Dat zeg ik ook toe aan de heer Dijk. Ik ben
juist op de vraag van de heer Dijk al een aantal keren ingegaan. Als je
kijkt naar het maximumdagloon, denk ik dat het een logische stap is,
gelet op hoe de socialezekerheidsuitgaven zich ontwikkelen. Je ziet dat
dit een probleem is, je erkent dat en je wilt die groei afremmen. Want
met de plannen van dit kabinet gaat er niet minder geld naartoe, maar
alleen minder meer. Als je dit wilt doen op een manier waarop mensen het
gaan meemaken, valt er inderdaad nog een hele hoop te regelen bij de
invulling die het kabinet daarvoor kiest. Daar zet ik ook heldere
strepen in het zand en doe ik een oproep aan het kabinet om er goed naar
te kijken. Maar de maximumdagloonmaatregel is natuurlijk wel een manier
om ervoor te zorgen dat je bij het afremmen van die groei in ieder geval
mensen met een modaal inkomen en mensen met minder dan een modaal
inkomen juist ontziet. In die zin vind ik het wel een logisch, als je de
socialezekerheidsuitgaven wilt afremmen, om te proberen de kwetsbaren zo
veel mogelijk te ontzien. Op dat punt hebben we nog een enorme opgave,
maar ik vind dit een goed startpunt.
De voorzitter:
Meneer Ceder, geef alsjeblieft het goede voorbeeld met een heel korte en
bondige interruptie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De heer Neijenhuis hoeft geen lied te zingen. Ik kan mij heugen dat u
wel een koorverleden heeft, toch? Ik vind het verhaal van D66 nog een
beetje warrig. Aan de ene kant zegt u "niemand moet door het ijs zakken"
en u zegt "we moeten moeten met elkaar de voorstellen nog behandelen en
bezien", maar aan de andere kant verdedigt u ze ook. U zegt: we kunnen
het niet doorschuiven en we moeten deze stap zetten. Ik heb er moeite
mee dat u doet alsof dat per se bij de arbeidsongeschikten en de
gehandicapten moet vallen. Dit kabinet heeft gewoon de keuze gemaakt om
bijvoorbeeld de hogere inkomens en het bedrijfsleven wat meer te
ontzien, en de harde klappen te laten vallen bij mensen die geen
restverdienvermogen meer hebben.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: hoe realistisch vindt u het om bij iemand die geen
verdienvermogen meer heeft, die gehandicapt is, honderden euro's weg te
halen? Dat is wel wat u betoogt. U zegt niet: dit is een
bedrijfsongeluk. U zegt: we moeten dit doen. Ik ben benieuwd of u het
zelf geloofwaardig vindt dat het doorvoeren hiervan ervoor gaat zorgen
dat die mensen niet door de ondergrens zakken, wat u zo belangrijk
vindt.
De voorzitter:
Ik moet toch weer streng zijn, want wat voor de heer Dijk geldt, geldt
ook voor u. Graag via de voorzitter en niet rechtstreeks Kamerleden
aanspreken. Dit was wat mij betreft niet de definitie van een korte,
bondige interruptie.
De heer Neijenhuis.
De heer Neijenhuis (D66):
Voorzitter, ik zoek even naar een antwoord waarmee ik recht doe aan de
vraag van de heer Ceder. Ik verdedig natuurlijk inderdaad het
regeerakkoord zoals het er ligt, en ik zie ook dat dit een
minderheidskabinet is, waarbij ook vanuit het kabinet zelf al is
aangegeven: voordat we dingen op papier gaan zetten, gaan we eerst goed
het gesprek aan. Ik vind ook dat we dat gesprek met elkaar aan moeten
gaan, omdat de problemen zo groot zijn. In die zin vind ik het ook
logisch dat je, als je kijkt waar je de groei van de sociale zekerheid
gaat afremmen, juist kijkt naar de plek waar we op dit moment het meest
uitgeven. Als je ziet dat van die loongerelateerde uitkeringen juist ook
een best groot deel naar mensen met een bovenmodaal inkomen gaat, dan
zeg ik natuurlijk niet: daar moeten we dan maar meteen helemaal mee
stoppen. Die opties lagen natuurlijk ook op tafel in dat ibo, dat de
heer Ceder ook goed kent. Ik vind het dan echter niet gek dat je kijkt
naar zo'n maximumdagloon, dat in de afgelopen jaren natuurlijk ook fors
verhoogd is; daar wil ik ook even op wijzen. Ik vind dus dat het logisch
is om op die manier naar de sociale zekerheid te kijken en de
maatregelen voor te stellen zoals dat is gebeurd, maar ik zie net als de
heer Ceder dat er inderdaad nog een hoop moet gebeuren in de invulling
daarvan om ervoor te zorgen dat iedereen het mee kan maken.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het antwoord klinkt echt liberaal, maar niet sociaal-liberaal, want de
argumentatie is: wij kijken waar het meeste geld te halen valt en daar
proberen we keuzes in te maken. Terwijl je ook zou kunnen zeggen: we
kijken ook naar waar de klappen het hardst aankomen en proberen daar
juist mensen te ontzien. Dat heeft D66, natuurlijk samen met andere
partijen, niet gedaan. Ik probeer erachter te komen waarom. Is dit een
ondoordachte keuze geweest, of vindt u vanuit een soort ideologische
drijfveer dat, omdat daar het meeste geld te halen valt, we daar ook de
pijn moeten laten vallen? Ik herhaal: het had ook op een andere plek
gehaald kunnen worden, dus er zijn keuzes gemaakt. Mijn vraag is als
volgt: het was wel mogelijk om deze week de korting op het
zwangerschapsverlof eraf te halen. Daar ben ik heel blij mee.
De voorzitter:
Maar uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: waarom kon dat wel bij het zwangerschapsverlof en waarom
kan dat niet bij de arbeidsongeschikten? Ik probeer erachter te komen
wat de drijfveer van D66 is om deze weging te maken. Er had namelijk ook
een andere gemaakt kunnen worden.
De heer Neijenhuis (D66):
De heer Ceder zit hier te zoeken naar mijn diepste drijfveren in dit
debat. Volgens mij heb ik net al twee duidelijke principes aangegeven op
basis waarvan ik die plannen zal gaan beoordelen. Die zijn: geen
problemen doorschuiven naar volgende generaties, maar ook ervoor zorgen
dat iedereen het mee kan maken. De heer Ceder had het net over
liberalisme en sociaalliberalisme. Ik zal hem er waarschijnlijk nooit
van kunnen overtuigen om liberaal te worden, maar ik hoop toch wel dat
ik hem kan overtuigen mee te werken aan het afremmen van de groei van
socialezekerheidsuitgaven. Ik zag in het verkiezingsprogramma van de
ChristenUnie ook hele goede, hoewel niet alleen maar goede, voorstellen
om juist goed te kijken naar de uitgaven in de WIA. Die voorstellen
gingen volgens mij zelfs nog wat verder dan die in het
verkiezingsprogramma van D66 en die in het regeerakkoord.
Er staan zeker ook plannen in waar ik het niet mee eens ben. De
ChristenUnie kijkt naar deeltijdfuncties en dat je die zou aanpassen in
het functiebestand van het UWV. Daar ben ik echt geen voorstander van.
Ik zou daar niet voor kiezen. De ChristenUnie doet dat wel. Laten we dat
gesprek vooral zonder taboes houden en niet hier gaan zeggen: het moet
allemaal precies op mijn manier of precies zoals in het regeerakkoord
staat. Laten we zonder taboes een open gesprek voeren over hoe we de
problemen van dit land aanpakken en niet doorschuiven. Ik hoop dat ik de
heer Ceder kan vinden om dat gesprek samen te gaan voeren.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ook de ChristenUnie vindt dat er stappen gezet moeten worden. Niemand
hier vindt dat de WIA momenteel werkt; die moet hervormd worden. Daarom
is er ook een OCTAS-rapport gekomen. Het is dit kabinet dat daar geen
geld voor heeft uitgetrokken. Het is dit kabinet dat ervoor kiest om een
groot deel van het geld weg te halen bij de gehandicapten en
arbeidsongeschikten in plaats van bij de hogere vermogens of het
bedrijfsleven. Dat is wat ik constateer. Ik reik graag de hand uit om te
kijken hoe we dat kunnen bijsturen. Dat hebben we gisteren al gedaan
voor het gehandicaptenbeleid en ik denk dat er nog een paar andere
onderdelen zijn.
Ik heb geen antwoorden op mijn vraag gehad. Dat mag, maar ik ga 'm toch
nog een keer stellen. Gisteren bleek dat het mogelijk was bij te sturen
op het moment dat het kabinet of de partijen inzien dat ze fout zitten.
Dat was bij het zwangerschapsverlof en de korting daarop. Dat was een
terechte keus; dat hadden we niet mogen doen. Mijn vraag is: waarom kan
dat daar wel, maar kan D66, of kunnen de partijen, dat ten aanzien van
mensen die nooit meer aan het werk kunnen nu niet doen? Die mensen gaan
erop achteruit en dat heeft grote gevolgen voor hen. Waarom kan dat
niet?
De heer Neijenhuis (D66):
Volgens mij is dat heel duidelijk. Wij geven als coalitiepartijen ook
duidelijk aan hoe de plannen die het kabinet zal moeten uitwerken eruit
moeten komen te zien. Ik heb net ook al aangegeven dat iedereen het moet
kunnen meemaken en we geen problemen moeten doorschuiven naar volgende
generaties. Ook de arbeidsmarktpositie van vrouwen mag wat ons betreft
niet verslechteren. Dat is ook een duidelijke streep in het zand die ik
heb gezet.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik wil even voortborduren op het laatste punt van de heer Ceder over het
maximumdagloon. We kunnen objectief vaststellen dat dat een gevoelige
maatregel is, wat je er ook van vindt. De heer Neijenhuis zegt net dat
de werkwijze van de minderheidscoalitie is om eerst in gesprek te gaan
voordat er maatregelen worden uitgewerkt of worden doorgevoerd. Dan kijk
ik wel op, ongeacht wat je er inhoudelijk van vindt, van hoe het
gisteren gelopen is. De heer Paternotte, de fractieleider van de heer
Neijenhuis, deelt gewoon mede dat de doorwerking van de korting van het
maximumdagloon in zwangerschapsverlofsregelingen van tafel is. Ik vraag
me dan wel af: hoe werkt zoiets? Is die inderdaad van tafel? Als dat zo
makkelijk gaat, geldt dit dan ook voor andere wensen vanuit de oppositie
op dit gebied? Dan heb ik namelijk ook nog wel een lijstje.
De heer Neijenhuis (D66):
Volgens mij heeft de heer Paternotte vooral duidelijk aangegeven hoe D66
erin zit, namelijk dat wij geen verslechtering van de
arbeidsmarktpositie van vrouwen accepteren als gevolg van dit
regeerakkoord. Op die manier zetten wij als fractie natuurlijk ook
bepaalde kaders neer waarbinnen de regeerakkoordafspraken moeten worden
uitgewerkt. Zo zal u ook die kaders hebben. Zo zullen partijen aan de
linkerkant en partijen aan de rechterkant allemaal die kaders hebben. Ik
hoop dat we vooral het gesprek kunnen aangaan hoe we die allemaal tot
elkaar kunnen brengen.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb een vervolgvraag. Volgens mij is de heer Neijenhuis wel een
beetje aan het downplayen wat zijn fractieleider gisteren heeft gezegd.
Volgens mij ging dat een stukje verder dan wat hij zei. De heer
Neijenhuis zei "wat D66 betreft doen we zus of zo", maar de kop in het
AD is: het gaat van tafel. Wat is nou eigenlijk de status? Is dit puur
een wens die de heer Paternotte op tafel heeft gelegd? Of is dit iets
waarvan hij zegt: dit gaat sowieso nu door? Als dat tweede het geval is,
is dat dan hoe makkelijk er met wensen vanuit fracties wordt
omgegaan?
De heer Neijenhuis (D66):
Wij gaan er met z'n allen niet over welke kop het AD er uiteindelijk van
maakt. Wat vanuit D66 is gezegd, is hoe wij erin staan. Daar kunt u de
conclusies uit trekken die u wil trekken. Ik zeg hier in ieder geval ook
dat wij het niet gaan accepteren dat de arbeidsmarktpositie van vrouwen
verslechtert als gevolg van dit regeerakkoord. Volgens mij is dat zeker
niet downplayen, maar juist heel stevig een streep in het zand
trekken.
De voorzitter:
Meneer Ceulemans, kort en afrondend, alstublieft.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja, afrondend. Volgens mij ben ik net behoorlijk kort geweest. Dan
interpreteer ik de woorden van de heer Neijenhuis zo dat de coalitie ook
openstaat voor wensen of aanpassingen bij die korting van maximumdagloon
op andere terreinen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de eerbiedigende
werking, want dat is ook een gevoelig punt op dat gebied. Ik zie de heer
Neijenhuis knikken. Die neem ik dan mee.
De heer Neijenhuis (D66):
Zeker. Laten we dat gesprek vooral open en zonder taboes aangaan.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb gelukkig een paar keer gehoord dat D66 oog heeft voor kwetsbaren.
Dan ben ik toch eigenlijk wel benieuwd wie daarmee bedoeld worden. In
onze optiek zijn met name de mensen die permanent arbeidsongeschikt
geworden zijn, bijvoorbeeld door een ernstig ongeval met hersenletsel en
noem maar op, de meest kwetsbaren van Nederland.
De heer Neijenhuis (D66):
Dat is een zeer terechte vraag van mevrouw Van Brenk. Ik denk dat we
allemaal wel mensen in ons hoofd hebben van wie we denken: dat zijn de
kwetsbaren voor wie we op moeten komen en die het mee moeten kunnen
maken, niet alleen de uitvoering van dit regeerakkoord, maar al het
beleid dat we hier voeren. Ik denk dat het vooral de komende maanden en
jaren een zoektocht gaat worden om ervoor te zorgen dat dat beleid op de
juiste plek terechtkomt. Als we met elkaar zeggen dat niemand door het
ijs mag zakken en dat iedereen het mee moet kunnen maken, dan moet dat
ook echt voor iedereen gelden. Ik ga graag met mevrouw Van Brenk aan de
slag om dit goed boven water te krijgen. Volgens mij zijn er ook al
moties aangenomen zodat het kabinet er in ieder geval mee aan de slag
gaat. Ik zou er ook graag vanuit de Kamer mee aan de slag gaan om dit
goed te krijgen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Als D66 praat over een uitgestoken hand — wij nemen die graag aan — mag
ik dan verwachten dat we wel eerst een goede oplossing met elkaar vinden
voordat we die bezuiniging van 1,1 miljard inboeken?
De heer Neijenhuis (D66):
Ik zeg toe en roep het kabinet ook op om zonder taboes dat gesprek aan
te gaan: echt open. Alleen kan ik hier natuurlijk niet allemaal
ongedekte dingen gaan steunen; dat snapt mevrouw Van Brenk ook wel. Zo
werkt het hier natuurlijk ook niet. Ook als je kijkt naar de financiën
op de lange termijn, zie je dat de kans enorm groot is dat de schuld
boven de 100% gaat uitkomen. Ook als je kijkt naar het saldo van de
komende jaren zit het al tegen de 3% aan. Volgens mij wil mevrouw Van
Brenk ook niet dat we over die tekort- en schuldnormen heen gaan. Dat
betekent volgens mij ook dat die financiële kaders er gewoon zijn. Dat
betekent dus ook dat ik hier niet zomaar ineens allemaal ongedekte
dingen kan gaan steunen. Maar als mevrouw Van Brenk vraagt of we open
dat gesprek aan kunnen gaan en of daarbij alles op tafel ligt, zeg ik:
ja, wat mij betreft ligt gewoon alles op tafel.
De voorzitter:
Kort en afrondend, alstublieft.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Over kaders zeg ik het volgende. Politiek is keuzes maken. De keuzes
zijn ook waar je de rekening neerlegt. Wat ons betreft is dat nooit bij
de meest kwetsbaren.
De heer Neijenhuis (D66):
Dat is helder. Dat is een oproep die ik zeer ter harte neem en ook van
harte ondersteun.
De voorzitter:
Meneer Mulder, u bent in deze ronde al geweest. Ik wil graag de heer
Dassen het woord geven en dan de heer Neijenhuis even de ruimte bieden
om weer een volgende alinea in zijn betoog te behandelen. Wellicht vindt
u daar ook weer een haakje om een vervolgvraag te stellen.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Hoezo hebben we één ronde?
De voorzitter:
Omdat ik graag wat voortgang in het debat wil. U krijgt van mij
ongelimiteerd interrupties, maar ik wil ook wel graag even door.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? Het is goed dat u aan het
begin van het debat bedacht hebt om mensen veel ruimte te geven, maar
die ongelimiteerde interrupties zijn nu in de praktijk niet
ongelimiteerd. De heer Mulder wil gewoon een interruptie plaatsen. Als
daar nu geen ruimte voor is, zijn er geen ongelimiteerde interrupties.
Dan stel ik voor om ook gewoon een aantal vast te stellen, zodat mensen
wel gewoon een interruptie kunnen plaatsen wanneer zij dat willen.
De voorzitter:
Dat vind ik ook uitstekend. Ik ben alleen op zoek naar voortgang in het
debat. Het is ook een beetje gebruikelijk om na te denken over wat er in
een eerste ronde aan interrupties is geweest en of dat past bij het
betoog dat al geweest is. Als ik naar de blaadjes van meneer Neijenhuis
kijk, is het namelijk nog niet af, denk ik. Ik kan me dus ook
voorstellen dat vragen juist relevanter worden als de heer Neijenhuis
wat verder in zijn betoog is. Maar als de hele Kamer dit voorstel van de
heer Ceulemans wil steunen, dan ga ik het aantal interrupties nu
limiteren. Ik ga hier alleen niet een heel lang debatje over voeren. Ik
wil de Kamer volledig van dienst zijn, maar dan moet de Kamer mij ook
helpen. Ik probeer wat voortgang in het debat te houden en iedereen in
gelegenheid te stellen tot het stellen van vragen — ook mensen die nog
niet geweest zijn. Ik ben het eens met de heer Ceulemans: dit voelt
wellicht wat ongemakkelijk ten aanzien van "ongelimiteerd". Maar ik moet
ook wel een beetje de voortgang erin houden. Ik ga ze of begrenzen op
vijf keer drie, of ik blijf doen wat ik net deed. Misschien wil de heer
Mulder daar zelf een oordeel over vellen.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik sla aan op een opmerking die mijn collega Neijenhuis een paar minuten
geleden maakte en ik wil daarover een vraag stellen.
De voorzitter:
Dan ga ik nu de interrupties limiteren. Dat betekent dat iedereen — ik
wil de fracties die nog niet gesproken hebben daarin wat coulance bieden
— vijf keer een blokje van drie krijgt om te interrumperen en daarna
houdt het op. De heer Mulder.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dit kan heel kort. Hoorde ik net mijn collega zeggen dat hij zichzelf
zag als sociaalliberaal?
De heer Neijenhuis (D66):
Ja, zeker.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat sociale is interessant, want een van de maatregelen die hij staat te
verdedigen, is dat geld wordt weggehaald bij mensen die al in de ellende
zitten, die al een uitkering hebben of die volledig zijn afgekeurd. Door
die beperking over verlaging van het maximumdagloon gaan die uitkeringen
namelijk naar beneden. Ik wil graag van mijn collega weten — dat mag
heel kort en makkelijk, in tweeën en niet in drieën — waarom hij dat
sociaal vindt.
De heer Neijenhuis (D66):
Het eerlijke verhaal is dat die maatregel natuurlijk wringt, ook bij
ons. Daarom heb ik — dat heb ik net al een paar keer gedaan, maar ik zal
het nu nog een keer doen — het kabinet opgeroepen om bij de invulling
van die maatregel specifiek te denken aan de mensen die ik heb
gesproken, die u heeft gesproken en die het kabinet nu waarschijnlijk
ook spreekt.
De heer Dassen (Volt):
Dat is natuurlijk een heel mooie oproep van de heer Neijenhuis, maar
zijn fractie heeft wel met de coalitie bepaalde afspraken gemaakt over
waar de lasten worden neergelegd. De stapeleffecten van dit
coalitieakkoord komen bij de meest kwetsbaren terecht. Dat zijn keuzes
die gewoon door deze coalitie gemaakt worden. Je kunt niet zomaar
zeggen: kabinet, ga maar kijken. Dat vind ik iets te makkelijk. U heeft
hiervoor getekend. Is de heer Neijenhuis van mening dat de manier waarop
het nu verdeeld is rechtvaardig en eerlijk is?
De voorzitter:
De heer Neijenhuis. Ik ga u ook vragen om wat korter en bondiger te
zijn.
De heer Neijenhuis (D66):
Ik sta voor het regeerakkoord en alle maatregelen die erin opgenomen
zijn, maar ook voor de afspraken die we met het kabinet hebben gemaakt.
Deze maatregelen moeten verder uitgewerkt worden. Op dit moment staat
hier nog niks van op papier en zal juist eerst het gesprek gevoerd
moeten worden met de sociale partners, met de oppositie en met de mensen
in het land. De oproep aan het kabinet is vooral om straks mijn fractie
vanuit deze Kamer mee te krijgen, om ervoor te zorgen dat we geen zaken
doorschuiven naar volgende generaties, maar ook om ervoor te zorgen dat
iedereen het mee kan maken.
De heer Dassen (Volt):
Ik proef het ongemak bij de heer Neijenhuis in zijn antwoord. Hij zegt
eigenlijk: ik wil dat het kabinet hiernaar gaat kijken en dat het verder
uitgewerkt wordt. Volgens mij zit dat ongemak erin, omdat we nu zien dat
juist de meest kwetsbaren in de samenleving geraakt worden. Is de heer
Neijenhuis het met mij eens dat dit in ieder geval niet de manier is hoe
we het het beste zouden kunnen verdelen en dat dit niet rechtvaardig
is?
De heer Neijenhuis (D66):
Uiteraard is het een soort waarheid als een koe dat het niet
rechtvaardig is om maatregelen vooral bij dezelfde mensen te laten
neerslaan. Daarom denk ik dat het heel verstandig is dat we als Kamer de
motie-Stoffer hebben aangenomen, juist om te kijken hoe dat precies
gebeurt, of maatregelen inderdaad vooral bij dezelfde mensen neerslaan
en wat we daarvoor kunnen doen. In het regeerakkoord is, zoals u
waarschijnlijk ook wel weet, ook opgenomen dat we 350 miljoen vrijmaken
voor chronisch zieken en gehandicapten en 150 miljoen om ervoor te
zorgen dat we armoede en problematische schulden aanpakken, want die
afspraken staan ook in het regeerakkoord. Niemand zakt door het ijs. We
willen juist voorkomen dat mensen in de armoede komen. Daar zijn ook
middelen voor. Dat is ook nog niet uitgewerkt, net als de grote
hervormingen. Ik zou dat graag in samenspraak willen bekijken, om ervoor
te zorgen dat uiteindelijk iedereen het mee kan maken. Daarom vind ik
het toch ook wel goed — daar sta ik ook wel voor —dat het regeerakkoord
een paar duidelijke keuzes maakt over hoe we de toekomst van de sociale
zekerheid voor ons zien. We moeten namelijk ook geen rekeningen
doorschuiven naar volgende generaties. Als we het allemaal maar niet
doen en de boel de boel laten, staan we hier over vier jaar weer en zijn
die problemen alleen nog maar groter geworden.
De voorzitter:
Kort en afrondend, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dat laatste ben ik helemaal met de heer Neijenhuis eens. Laten we kijken
waar de sterkste schouders zijn, want dan kunnen we die de zwaarste
lasten laten dragen. Maar daar wordt door deze coalitie en dit kabinet
niks aan gedaan. Er bestaan ook erf- en schenkbelasting,
vermogensbelasting, hypotheekaftrek, belastingen voor grote bedrijven
... Is de heer Neijenhuis het met mij eens — want hij concludeert ook
dat dit niet rechtvaardig of eerlijk is — dat we ook die taboes van
tafel moeten halen, dat we daar ook naar moeten kijken en dat dat ook de
oproep richting het kabinet zou moeten zijn?
De heer Neijenhuis (D66):
Wat mij betreft gaan alle taboes van tafel, op eentje na, namelijk dat
de plannen die er uiteindelijk komen, een meerderheid moeten hebben in
deze Kamer en de Eerste Kamer. En om er eentje aan toe te voegen: de
mensen in het land moeten daar ook goed bij meegenomen worden. Volgens
mij staan de heer Dassen van Volt en ik op het gebied van het belasten
van vermogen behoorlijk dicht bij elkaar. Echter, ook daarvoor is nog
geen meerderheid in beide Kamers. Ik zal er zeker graag naar kijken met
de heer Dassen. Het is niet mijn portefeuille, dus ik zal hem
waarschijnlijk doorverwijzen naar een collega van mij. We gaan daar
zeker graag naar kijken, maar ook daarvoor geldt: er moet uiteindelijk
een meerderheid zijn. We hebben natuurlijk ook een regeerakkoord waarmee
we ervoor moeten zorgen dat het de goede kant op gaat met het land.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik ga het heel kort proberen te houden. U gooit er een aantal cijfers
in, zoals 17 miljard voor de AOW. Ik ben op verschillende momenten bij
woordvoerders echt het spoor bijster. U zegt: de stijging naar 6,5% in
2040 is niet verantwoord.
De heer Neijenhuis (D66):
5,7% was het volgens mij.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Sorry, ik was aan het woord. Als je kijkt naar de cijfers ten tijde van
het pensioenakkoord, dan zie je dat de voorspelling toen was dat de
uitgaven 6,5% in 2040 en 5,9% in 2060 zouden zijn. Ten tijde van het
pensioenakkoord werd daarvan gevonden: dat is houdbaar; dat noemen wij
houdbaar. Nu is de voorspelling dat dat daalt naar 5,7% in …
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Patijn?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Kunt u aangeven waarom dit niet meer houdbaar zou zijn op dit moment,
terwijl het nu lager is dan ten tijde van het pensioenakkoord?
De heer Neijenhuis (D66):
Om op die cijfers in te gaan: die 17 miljard heb ik uit de begroting SZW
die we op dit moment aan het bespreken zijn. Die is inmiddels natuurlijk
al wel behoorlijk gedateerd, want we bespreken hier nota bene half maart
een begroting. Daar heb ik het uit. Wat betreft de 5,7% die ik net
noemde: het gaat dus van 4,7% van het bbp naar 5,7% van het bbp. Dat was
ook in reactie op de heer Mulder, die zei: het komt toch nooit boven die
5% uit. Daar zijn we het niet echt over eens geworden, maar ik wilde
toch wel even wijzen op die cijfers. Die komen volgens mij uit
antwoorden op vragen van mevrouw Patijn, dus dat is de bronvermelding
van de cijfers.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dan is mijn vraag heel concreet. Het was toen houdbaar. Toen was het
hoger. Nu is het lager. Waarom is het nu niet meer houdbaar, terwijl
het, toen uw partij het pensioenakkoord afsloot, nog wel houdbaar
gevonden werd?
De heer Neijenhuis (D66):
Dat pensioenakkoord werd afgesloten in 2019. Er is wel wat gebeurd sinds
2019. Dan kunnen we alleen al kijken naar de demografische cijfers. Dan
kun je ook zien dat het aantal AOW'ers van hoge leeftijd nog hoger is
dan we ten tijde van het pensioenakkoord dachten. Maar inderdaad, de
cijfers die mevrouw Patijn noemt, kloppen ook allemaal. Er is ook nogal
wat gebeurd sinds 2019 — we hebben niet alleen de AOW fors verhoogd met
8%; dat is sowieso gebeurd — maar ook als je breder kijkt. Een paar
maanden na dat pensioenakkoord kwam de PAS-uitspraak, die ertoe leidde
dat de Nederlandse overheid opeens een enorme investeringsopgave kreeg
om ervoor te zorgen dat we Nederland van het stikstofslot af zouden
kunnen krijgen en ook nog een landbouwsector zouden overhouden. Nog
binnen een jaar kregen we de coronacrisis, die ook een enorme druk op de
begroting en de investeringscapaciteit van de overheid zou leggen. Een
paar jaar later was de inval in Oekraïne. Meer recent is ons duidelijk
gemaakt dat wij voor de veiligheid van Nederland en Europa niet langer
kunnen leunen op de garanties van de Verenigde Staten, maar dat we juist
zelf verantwoordelijk zijn om aan die opgave te voldoen en ons land
veilig te houden.
Dat zijn grote opgaven, die enorme impact hebben op de begroting. Als je
dan de puzzel gaat leggen hoe je dat moet inpassen — dat is geen
makkelijke puzzel — dan vind ik het niet gek dat er in ieder geval
voorstellen gedaan worden of dat er gekeken wordt naar de uitgaven
waarvan we zien dat die op dit moment heel hoog zijn. De uitgaven aan
AOW zijn op dit moment hoger dan aan onderwijs en stijgen inderdaad met
17 miljard. Ik vind het niet gek dat je dan kijkt naar de grootste
uitgavenposten en de uitgavenposten die het hardst stijgen.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik begon mijn betoog net dat mijn hart hier klopt en nu weer, want op
het moment dat er bezuinigd moet worden omdat er andere uitgaven zijn —
wij zien ook dat er andere uitgaven nodig zijn, zoals aan defensie —
kiest D66 er niet voor om het weg te halen bij de mensen die het kunnen
dragen, maar bij de mensen die het niet aankunnen om door te werken tot
70,5. Ik begrijp daar helemaal niks van.
De heer Neijenhuis (D66):
GroenLinks-PvdA koos er in het programma, in de doorrekeningen, voor om
dat bonnetje voor de latere jaren helemaal niet te betalen. Ja, dat is
ook een keuze.
De voorzitter:
De heer Mulder.
De heer Neijenhuis (D66):
Dan weet je niet waar het terechtkomt. O, pardon.
De voorzitter:
"De heer Mulder", zei ik, meneer Neijenhuis.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Excuus, even een correctie op wat net gezegd werd. Of ik heb het niet
goed verwoord en niet duidelijk verteld, maar over boven of onder de 5%:
waar ik op doelde, is dat er voorspellingen zijn geweest die naar 9% en
7,8% gingen. Dat is nooit gehaald. Tot dusver is het onder de 5%. Je kan
nooit beweren — dat wil ik dan ook niet doen — dat het niet boven de 5%
kan komen, want het is altijd in verhouding tot het bbp. Ook dat kan
veranderen, dus dat zegt verder niks over de AOW. Maar tot dusver is het
de laatste jaren onder de 5%. Dat wilde ik alleen maar zeggen; een punt
van orde of wat dan ook.
De voorzitter:
Ja, dit was duiding, een soort persoonlijke ondertiteling. Gaat u verder
met uw betoog.
De heer Neijenhuis (D66):
Dank u, voorzitter. Ik ben er net al een beetje op ingegaan, maar er was
de afgelopen tijd natuurlijk veel onrust over de impact van een
maatregel op de verlofregelingen. Voor D66 en volgens mij de hele
coalitie staat voorop dat de arbeidsmarktpositie van vrouwen moet
verbeteren en niet verslechteren. Ik vind het daarom heel goed dat mijn
eigen fractievoorzitter maar ook de heer Bontenbal en de minister van
Financiën gisteren duidelijk hebben gemaakt: dit gaat niet zo gebeuren
en het kabinet gaat aan de slag voor een andere oplossing.
Voorzitter. Ten slotte wil ik het hebben over het onderwijs voor
werkenden. Iedereen hier onderkent het belang van Leven Lang
Ontwikkelen, maar nog steeds ontbreekt een duidelijk plan om ervoor te
zorgen dat de mensen die dat het hardst nodig hebben dat onderwijs
kunnen gaan volgen. De woorden van minister Vijlbrief van vorige week,
namelijk dat hij het pand van het ministerie van SZW niet achter zich
dichtdoet voordat er hier een goedwerkend systeem voor is opgetuigd,
zijn mij uit het hart gegrepen. Het is belangrijk wat hierover in het
regeerakkoord staat, namelijk dat dit systeem voor onderwijs voor
werkenden gericht wordt op tekortberoepen, maar verderop lees ik ook
over een nieuw strategisch industriebeleid en een talentstrategie voor
specifieke sectoren. Wanneer mogen we de eerste resultaten verwachten in
zijn zoektocht naar dat systeem, waarmee hij ooit met een gerust hart
dat pand achter zich kan laten wanneer die dag zich aandient? Hoe gaat
het kabinet ervoor zorgen dat al deze meer gerichte initiatieven qua
focus ook goed op elkaar aansluiten? Hoe gaat hij voorkomen dat drie
ministeries straks elk een andere kant op sturen?
Voorzitter. In mijn bijdrage zijn veel rapporten en adviezen
langsgekomen. De rode draad is helder: wakker worden en aan de slag. Het
nieuwe kabinet maakt duidelijke keuzes om ons weer in beweging te
krijgen. Dat zijn keuzes die niet eenvoudig zijn, maar die vragen om
gezamenlijke actie van kabinet en Kamer. Meningsverschillen zijn
onoverkomelijk in de politiek, maar over één ding kunnen we het hopelijk
allemaal eens zijn: slapen onder een boom is echt geen optie, want dan
zijn we pas echt het haasje.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft nog aanleiding tot een interruptie. Gaat uw
gang.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de fractievoorzitter gisteren horen zeggen dat hij de impact van
wat er is afgesproken over emancipatie zeer slecht vindt en dat de
babyboete van tafel moet. Gaat dat inderdaad gebeuren? Ik heb daar nog
helemaal niks over gehoord in de bijdrage van de heer Neijenhuis.
De heer Neijenhuis (D66):
Daar ben ik net op ingegaan, dus dan was u misschien net even weg. Ik
steun de woorden die mijn eigen fractievoorzitter gisteren sprak, en ook
die van de heer Bontenbal en de minister van Financiën. Zij zeggen dat
dit niet zo gaat gebeuren en dat we hiervoor naar een oplossing moeten
zoeken.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Maar dat klinkt toch een beetje als gratis bier. Welke concreet voorstel
heeft de heer Neijenhuis hier dan voor?
De heer Neijenhuis (D66):
Voor dat maximumdagloon ligt nog geen enkel voorstel op tafel. Wij geven
hier alleen vooraf aan wat voor ons de strepen in het zand zijn en op
welke manier wij dat voorstel zullen beoordelen. Dat is het.
De voorzitter:
Dank u wel. Dank ook voor uw bijdrage. Dan gaan wij nu luisteren naar
mevrouw Biekman, die ook spreekt namens de fractie van D66. Ik krijg al
wat appjes uit de zaal. Wij gaan lunchen na de bijdrage van mevrouw
Biekman. Dat betekent dat we wellicht een afterlunchdip hebben als de
heer Mulder van de PVV spreekt, maar ik zal zorgen dat iedereen er weer
fris bij zit. We gaan lunchen na de bijdrage van mevrouw Biekman. 45
minuten. Dat is niet uw spreektijd, maar de lunchtijd. Gaat uw gang.
Mevrouw Biekman (D66):
Dank u wel, voorzitter. Kunnen meedoen in onze samenleving laat zich
niet vangen in één cijfer. Het gaat over mensen, over kansen en over de
ruimte die mensen hebben om hun leven op te bouwen. De afgelopen jaren
zijn er stappen gezet om armoede te verminderen. Dat is zeer belangrijk.
Maar voor de mensen die nog elke maand moeten puzzelen om rond te komen,
voelt die vooruitgang vaak nog te ver weg. Het is daarom niet genoeg dat
er regelingen bestaan; mensen moeten ze ook kunnen vinden en gebruiken.
Beleid dat mensen niet bereikt, maakt in de praktijk namelijk weinig
verschil. En ook ik denk aan die moeder die 's avonds aan de keukentafel
zit en zich zorgen maakt over de rekeningen en of haar zoontje mee kan
doen aan voetbal. Op papier heeft zij recht op ondersteuning, maar in de
praktijk verdwaalt ze in alle regelingen. Juist daarom is vindbaarheid
zo belangrijk. Want als hulp vindbaar is, kan haar zoontje zich
inschrijven bij de voetbalvereniging. Maar kunnen meedoen is belangrijk
voor meer groepen, ook voor jongeren die een plek zoeken. Als jongere
komt er veel op je af: een bijbaan, verantwoordelijkheden en
zelfstandigheid. Tegelijkertijd zien jongeren op TikTok en Instagram
finfluencers die ze snelle rijkdom beloven, gokadvertenties en "buy now,
pay later". Jongeren die willen meedoen, kunnen zich zo ongemerkt in de
schulden werken. Als ik het heb over meedoen, heb ik het ook over de
inwoners op de BES-eilanden. Aan deze kant van de oceaan is het
armoederisico relatief laag, maar daar zijn de kosten van
levensonderhoud hoog en de inkomens laag. We moeten dus nog veel doen om
mensen perspectief te geven, te beginnen met de moeder die verdwaalt in
een oerwoud van regelingen. Daar heb ik namelijk de meeste vragen
over.
Een goede stap in het versimpelen van het stelsel is het verkleinen van
de verschillen tussen gemeenten. Sommige gemeenten lopen namelijk voorop
met ruime regelingen en goede vindbaarheid. Andere gemeenten worstelen
hiermee. Zo is in de gemeente Schiedam onlangs de wegwijzer Goed
geregeld gelanceerd. Dat is een handzaam boekje dat mensen helpt bij
vragen over geld en meedoen. Als oud-wethouder weet ik hoe belangrijk de
rol van Den Haag is. Daarom is het goed dat het kabinet de ambitie heeft
om de onderlinge verschillen te verkleinen. Ik zie namelijk grote
verschillen tussen gemeentes als het gaat om hoogtes, voorwaarden en
uitvoering. Het resultaat? Soms wel honderden euro's verschil tussen het
ene gezin en het andere gezin 100 meter verderop. We kunnen deze
verschillen verkleinen door veelvoorkomende lokale regelingen te
vervangen door landelijk beleid. Denk aan de studietoeslag door DUO, de
gemeentelijke zorgpolis of de individuele inkomenstoeslag. Ongetwijfeld
heeft het ministerie hierover nagedacht, maar ik heb toch een aantal
vragen. Hoe wil de minister de komende tijd werk maken van de ambitie
uit het akkoord om armoede- en schuldenbeleid en re-integratiebeleid van
gemeenten meer te uniformiseren? Welke ambtelijke trajecten lopen er al
om de regelingen die ik net noemde te harmoniseren of landelijk uit te
voeren?
We zien ook flinke verschillen tussen de gemeenten als het gaat om de
tegemoetkoming voor alleenverdieners. Onderzoek van het Instituut voor
Publieke Economie wijst erop dat de tegemoetkoming voor de
alleenverdieners bij veel gemeenten niet goed vindbaar is.
De voorzitter:
Daar hoorde ik een punt. Mevrouw Van Brenk, ga uw gang.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik herken het punt van D66. Inderdaad, de ene gemeente neemt 130% van
het minimum als grens voor een bijdrage, de andere zelfs 150%. Bepleit
D66 nu minder zeggenschap voor gemeenten?
Mevrouw Biekman (D66):
Nee, uiteraard niet, want de gemeenten moeten ruimte krijgen om er zelf
invulling aan te geven. Ik kom zelf uit een gemeente vandaan. Het zou
echter wel goed zijn als er enige vorm van uniformiteit is. In welke
gemeente je woont kan bepalend zijn — hier niet en een paar honderd
meter verderop wel — of je wel of niet gebruik kunt maken van een
minimaregeling. Dat is echt zonde. Dat kunnen we de mensen niet aandoen.
Ik weet dat in de G4-steden het levensonderhoud wat duurder is. Daar zou
dan ook naar moeten worden gekeken. Maar ik vraag het kabinet wel om te
gaan onderzoeken of enige vorm van harmonisatie mogelijk is.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wij herkennen dit punt zeker, ook vanuit de Wmo. Je zou bijna moeten
verhuizen naar de ene gemeente als je een gehandicapt kind hebt en naar
de andere gemeente als je ouder bent. Ik probeer toch even te snappen
welke uniformiteit D66 bepleit. Betekent dit een vergoeding aan de
gemeenten, zodat ze allemaal hetzelfde beleid kunnen uitvoeren?
Mevrouw Biekman (D66):
Dat kan een vergoeding aan de gemeenten zijn, maar dat kan ook het
harmoniseren van regelingen zijn. U had het zelf over de bijzondere
bijstand. De ene gemeente hanteert 110%, de andere 130%. Laat het
kabinet kijken wat daarin een mooie deler is.
De voorzitter:
Mevrouw Van Brenk, kort en afrondend alstublieft.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Als het kabinet komt met een advies, is dat dan wet voor gemeenten of
hebben gemeenten dan toch nog vrijheid?
Mevrouw Biekman (D66):
De gemeenten moeten wel te allen tijde de ruimte krijgen om te kijken
hoe zij met de minimaregelingen omgaan. Maar enige vorm van uniformiteit
bij bepaalde regelingen — ik had het net bijvoorbeeld over de
studietoeslag van DUO — zou moeten kunnen.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Mevrouw Biekman begon haar betoog met te zeggen dat de bestrijding van
armoede ontzettend belangrijk is. Nou blijkt uit de berekeningen van het
coalitieakkoord dat we zonder de maatregelen van Jetten zouden zitten op
2,5% van de bevolking die in armoede leeft, terwijl dit percentage met
dit beleid stijgt naar 2,7%. Kan mevrouw Biekman daarop reageren?
Mevrouw Biekman (D66):
In mijn betoog heb ik het inderdaad gehad over de verschillen.
Allereerst wil ik dit zeggen. Een kijker thuis interesseren die cijfers
van 2,5% of 2,7% eigenlijk geen bal. Die wil namelijk weten: krijg ik
hulp van de overheid, kunnen mijn kinderen meedoen en heb ik
toekomstperspectief? Feit is ook dat de armoedecijfers — elk cijfer is
te veel; mensen die in armoede leven, moeten gewoon geholpen worden — de
laatste jaren zijn gedaald. We komen van 7,1% in 2020 en we zitten nu op
2,5%. Inderdaad, met de doorrekeningen komen we uit op 2,7%. Ik ben
namelijk heel blij en het doet me echt goed dat zowel de premier als het
kabinet bij de motie-Bikker over het armoedebeleid heeft gezegd dat de
armoedeval voor de mensen die het het hardst nodig hebben tot een
minimum moet worden beperkt.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Maar met dit soort argumenten hoef ik hier eigenlijk niet te staan.
Mevrouw Biekman geeft namelijk zelf aan: we komen vanaf ergens rond de
7% en gingen de goede kant op. Maar door de maatregelen die zij hier
staat te verdedigen, gaan we naar 2,7%. Dat zegt mevrouw Biekman zelf.
Dat is toch raar? Dan is het leuk dat er een brief komt, maar in de
praktijk is het aan die keukentafel waarover mijn collega het had en
waaraan het zoontje vraagt of hij nieuwe voetbalschoenen mag ... Dat kan
dus niet, want de zorgkosten stijgen en de belastingen gaan omhoog. Door
de maatregelen die mevrouw Biekman verdedigt, krijgen die mensen het
slechter. Dus ...
De voorzitter:
Mevrouw Biekman.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Sorry?
De voorzitter:
O, ik dacht een vraagteken te horen, dus ik nodigde mevrouw Biekman uit
haar reactie te geven.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dan mijn vraag. Juist in de lijn van uw eigen opmerkingen is dit beleid
toch schandalig? Daar zou u dan toch fel tegen moeten zijn?
Mevrouw Biekman (D66):
Armoede gaat natuurlijk ook over veel meer dan alleen geld. Armoede gaat
ook over: mee kunnen doen en jezelf kunnen ontwikkelen. Daarom is het
goed dat dit kabinet investeert in onderwijs. Daarom is het goed dat wij
kinderen die het nodig hebben, weer een rijke schoolmaaltijd kunnen
bieden. Daarom is het goed dat de buurthuizen weer openblijven, zodat
wanneer jij in de schulden zit, jij met een hulpvraag op een
laagdrempelige manier weer naar dat buurthuis kan gaan.
De voorzitter:
Kort en afrondend, alstublieft, meneer Mulder.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Sorry, hoor ...
De voorzitter:
U hoeft geen sorry tegen de voorzitter te zeggen.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Nee, maar ik vind het wereldvreemd om te zeggen dat armoede niet met
geld samenhangt. Dan discussiëren we namelijk over totaal andere dingen.
Armoede gáát om geld. En pas als je daarmee je basisbehoeften hebt
ingevuld, ga je kijken naar andere zaken. Maar het gaat om geld. En u
pakt die mensen geld af.
Mevrouw Biekman (D66):
Volgens mij heeft de heer Mulder mij niet goed verstaan, want ik heb
gezegd dat armoede over meer dan alleen geld gaat.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben blij dat de armoede gedaald is, mede ook onder Rutte IV met
minister Carola Schouten. Zij heeft ook echt de ambitie neergezet dat
het moet dalen. Daar zien we de afgelopen jaren het effect van. Het
kabinet-Schoof heeft vervolgens gezegd: wij hebben niet de ambitie om de
armoede verder te laten dalen; het moet ongeveer hetzelfde blijven. Toen
stond ik hier naast D66 om er schande van te spreken dat je niet de
ambitie hebt om de armoede in zo'n rijk land als Nederland te verlagen.
Maar nu zie ik een kabinet dat niet eens de ambitie wil hebben om de
armoede op hetzelfde niveau te houden, maar er zelfs content mee is dat
die stijgt. Ik vraag me af of dit nou een D66-punt is. Vindt u ...
De voorzitter:
"Vindt mevrouw Biekman", meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Vindt mevrouw Biekman het oprecht oké dat de armoede stijgt omdat we op
onderwijs en op andere delen plussen? Of zegt u: deze afspraak is
gemaakt, waarbij de VVD ons onder water heeft gehouden en we dit hebben
moeten slikken? Dat doen ze wel vaker, dus dat begrijp ik.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik probeer het te begrijpen. D66 staat hier namelijk — ik had het ook
met de heer Neijenhuis — de plannen te verdedigen alsof het plannen van
D66 zelf zijn. Ik ben benieuwd of dat inderdaad zo is. Of zegt u dat u
het eigenlijk liever anders had gezien maar hiertoe bent genoodzaakt, om
welke reden dan ook?
Mevrouw Biekman (D66):
Om antwoord te geven op de vraag van de heer Ceder zeg ik allereerst:
dat is het voordeel van een minderheidskabinet. We zitten hier in een
minderheid. Het kabinet weet dat het op zoek moet gaan naar
meerderheden. Ik heb de premier ook horen zeggen dat hij de armoedeval
tot een minimum wil beperken. Dat is dus ook de opdracht aan het
kabinet. Het is onze taak als Tweede Kamer om hierin gezamenlijk op te
trekken en het kabinet hierin dus ook scherp te houden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Maar het kabinet heeft deze afspraken niet gemaakt; die heeft de
D66-fractie gemaakt. Er is een akkoord gekomen en elk D66-fractielid
heeft daarmee ingestemd, met als gevolg dat er bezuinigd wordt op de
gehandicapten, met als gevolg dat de zorg duurder wordt, met als gevolg
dat de armoede stijgt. Ik snap dat dit de wittebroodsweken zijn; er is
een nieuw kabinet en dus wordt er feestgevierd. Maar nu het stof
neerdaalt, wordt er gewoon keihard bezuinigd op de meest kwetsbare
mensen. Dat vind ik jammer. Dat vind ik jammer, omdat ik samen met D66
bij het vorige kabinet, het kabinet-Schoof, zij aan zij stond om hen op
hun gebrek aan ambitie aan te spreken. Nu blijft de armoede niet op
hetzelfde niveau, maar stijgt die zelfs. Mijn vraag is of mevrouw
Biekman het met mij eens is dat geen ambitie hebben en de armoede zelfs
laten stijgen, eigenlijk niet kan en een verkeerde keuze is geweest.
Mevrouw Biekman (D66):
U vindt mij aan uw zijde wat betreft het terugdringen van armoede. Ik
vind ook dat de armoedeval tot een minimum moet worden beperkt. Daarin
vindt u mij zeker aan uw zijde. Ik zal dus ook uw voorstellen, als die
er komen, op hun waarde beoordelen en kijken wat de mensen die nu in
armoede leven daaraan hebben. Ik gaf zojuist ook aan dat we hier met een
minderheidskabinet zitten. We zitten hier ook om samen het kabinet
scherp te houden. Ik wil daaraan toevoegen dat ik het echt een hele
goede stap vind dat het kabinet wel 150 miljoen investeert in
armoedebestrijding. Een concreet voorbeeld daarvan gaat over de
buurthuizen. Dat gaf ik net ook aan. Gemeentes, colleges, zitten aan
tafel en moeten het besluit nemen of het buurthuis wel of niet
openblijft en of ze een wijkregisseur nog wel kunnen inzetten. Kunnen
mensen nog terecht bij de gemeente? Door bijvoorbeeld het openhouden van
de buurthuizen en het investeren in schuldhulpverlening kunnen wij de
mensen die in armoede leven, bereiken en helpen.
De voorzitter:
Kort en afrondend, alstublieft.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot op dit punt, voorzitter. Het klopt dat D66 150 miljoen heeft
uitgetrokken. Ik ben daar blij mee, maar het zal niet genoeg zijn om de
armoede te laten dalen. Die stijgt namelijk, dus er moeten keuzes
gemaakt worden. Mijn vraag is waar voor D66 de prioriteiten liggen wat
betreft dat bedrag. Als die bij de buurthuizen liggen, dan kan dat. Dan
zegt u dat het geld via het gemeentefonds besteed moet worden. Ik heb
andere ideeën over de besteding. Mijn vraag is waar het geld wat de
D66-fractie betreft gaat landen.
Mevrouw Biekman (D66):
Het kabinet moet de plannen natuurlijk ook nog uitwerken. Ik wil het
kabinet wel de ruimte geven om de plannen uit te werken. Daarbij hebben
we het kabinet de opdracht gegeven om te kijken hoe we de armoedeval
kunnen verminderen. Als de plannen vanuit het kabinet er komen, zal ik
die ook op hun waarde beoordelen. Ik hoop dan dat u ook met plannen komt
en dat wij elkaar weten te vinden, om zo te kijken hoe we samen armoede
kunnen bestrijden.
De voorzitter:
Ook vanaf die kant van de microfoon spreken we elkaar aan met "de heer
Ceder" en "mevrouw Biekman".
Mevrouw Biekman (D66):
Sorry, voorzitter.
De heer Dassen (Volt):
Ik wil even terug naar de verschillende regelingen die er in alle
gemeenten zijn. We hebben daar al eerder verschillende keren voorstellen
voor gedaan. Een voorbeeld daarvan gaat over de studietoeslag, die
zojuist genoemd werd. Het kabinet is er als het goed is mee aan de slag
om die bij DUO te beleggen. Het is namelijk al aangenomen. Welke andere
regelingen die zo snel mogelijk naar het Rijk verplaatst kunnen worden,
ziet mevrouw Biekman voor zich?
Mevrouw Biekman (D66):
Ik noemde de gemeentelijke zorgpolis. Daar zitten ook al verschillen in.
Dat is een regeling waar je naar zou kunnen kijken, net als naar de
individuele inkomenstoeslag.
De heer Dassen (Volt):
Dat is heel mooi. Ik zou er graag eentje aan toe willen voegen, namelijk
de laptopregeling. Nu bepaalt je postcode uiteindelijk of je daar wel of
geen recht op hebt. Zeker in deze tijd, waarin digitalisering en online
zijn ook voor kinderen steeds belangrijker worden om mee te kunnen komen
op school, moeten we er volgens mij voor zorgen dat iedereen daar
toegang toe krijgt. We hebben daar een voorstel voor. Kan ik daarvoor op
steun van D66 rekenen?
Mevrouw Biekman (D66):
Ik zal het voorstel van de heer Dassen op zijn waarde beoordelen als het
voorligt. Ik zie het voorstel dus graag tegemoet.
De voorzitter:
Kort en afrondend, alstublieft.
De heer Dassen (Volt):
Ja, kort. De vraag eronder is natuurlijk vanuit welk uitgangspunt
mevrouw Biekman van mening is dat we dit moeten doen. Het IPE zegt dat
dit verstandig is. De Commissie sociaal minimum geeft aan dat dit
verstandig is. Ik ben dus van mening dat het voor gemeentes makkelijker
moet worden en dat het vooral makkelijker moet worden voor mensen die
dingen aanvragen. Nu is het een wirwar. Wat mij regelen leggen we zo
veel mogelijk op rijksniveau, wat zeker kan. De gemeenten hebben dan de
ruimte voor maatwerk. Ik hoop dus op steun van D66.
Mevrouw Biekman (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat was een hele korte reactie. Daar hou ik als voorzitter ook van.
Mevrouw Biekman (D66):
Het was een laatste statement van de heer Dassen, dus ik weet niet wat
ik daar nog op had moeten reageren.
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde mevrouw Biekman vragen om te reflecteren op het gegeven dat de
armoede gaat toenemen door de plannen van dit kabinet. De armoede gaat
dus niet afnemen en blijft ook niet gelijk, maar gaat toenemen. Mijn
collega's hebben daar al naar gevraagd. Ik hoor in het betoog van
mevrouw Biekman dat ze wat betreft het harmoniseren van regelingen
verwijst naar oplossingsrichtingen van de Commissie sociaal minimum en
het Instituut voor Publieke Economie. Kan mevrouw Biekman, vraag ik via
de voorzitter, toezeggen dat harmoniseren voor deze coalitie, en
specifiek voor D66, in ieder geval niet "versoberen" betekent?
Mevrouw Biekman (D66):
Het is een opdracht aan het kabinet om te harmoniseren, dus ik wacht de
voorstellen van het kabinet ten aanzien van die harmonisatie af. Ik heb
zojuist ook al aangegeven dat het kabinet een duidelijke opdracht heeft
gekregen vanuit de Kamer om de armoedeval terug te dringen. Daar reken
ik op.
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):
Dat is niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Ik zal hem concreter
stellen aan mevrouw Biekman van D66 zelf. Kunt u toezeggen dat het
harmoniseren van de armoederegeling in ieder geval voor uw partij geen
verdere versobering betekent, ja of nee?
Mevrouw Biekman (D66):
Volgens mij heb ik zojuist ook al antwoord gegeven op deze vraag. Dat
antwoord verandert niet. Het is wel belangrijk dat wij het kabinet de
opdracht hebben gegeven om de armoedeval tot een minimum te beperken. Ik
hou het kabinet daar ook aan en ik zal het kabinet daar scherp op
bevragen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Biekman had het net over het feit dat armoede om meer gaat dan
alleen de financiële situatie. Het gaat ook over meedoen. Ik verwees net
al naar het rapport van de Nationale ombudsman waarin staat dat een
aantal groepen onevenredig hard worden getroffen door een samenloop van
wetten en voorstellen, onder andere over de Wajong. Is mevrouw Biekman
het met mij eens, vraag ik via de voorzitter, dat het onrechtvaardig is
om het garantiebedrag voor de Wajongers af te schaffen, zeker als je het
hebt over dat meedoen zo belangrijk is?
Mevrouw Biekman (D66):
Ik ben het met u eens dat de Wajongers een eerlijke kans moeten hebben,
dus ik zie uw voorstel zeker tegemoet. Ik denk dat dit een opdracht is
aan het kabinet.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Kan mevrouw Biekman van D66 mij uitleggen waarom de afgelopen tien jaar
onze gezamenlijke koek steeds groter is geworden, maar steeds meer
mensen in bestaansonzekerheid verkeren?
Mevrouw Biekman (D66):
Bestaanszekerheid is heel belangrijk voor mensen, want je moet kunnen
meedoen, je moet je rekeningen kunnen betalen, je moet boodschappen
kunnen doen en je kinderen moeten naar de sportvereniging kunnen. Daarom
vind ik het goed dat dit kabinet 150 miljoen investeert in het tegengaan
van armoede. Als het bijvoorbeeld gaat om de isolatie van woningen,
betekent dat dat mensen die in armoede leven niet meer in een
schimmelwoning hoeven te wonen. Daar gaat het ook om. Dat heeft ook met
bestaanszekerheid te maken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Oké. Mijn vraag was: als de koek groter wordt en er meer te verdelen is,
hoe komt het dan dat de armoede toeneemt en dat 1,2 miljoen mensen nog
steeds op of net iets boven de armoedegrens leven? Hoe komt dat? U hoeft
mij geen antwoord te geven over schimmelwoningen. Het gaat mij om de
koek die ieder jaar groter wordt, maar iedere keer zo verdeeld is dat
meer mensen in armoede terechtkomen en 1,2 miljoen mensen nog steeds in
bestaansonzekerheid leven. Kunt u een antwoord geven op de vraag hoe dat
komt?
Mevrouw Biekman (D66):
Wat de heer Dijk hier schetst, is dat er meer mensen in armoede leven.
Dat erken ik. Ik erken het. Ik weet ook wel dat de intensiteit van de
armoede bij de mensen die in armoede leven, enorm is. Maar wij
investeren nu vanuit het kabinet wel 150 miljoen euro in het tegengaan
van armoede. Dat is geld om preventieve maatregelen mee te nemen en om
schuldhulpverlening mee te bevorderen. Daarom is mijn vraag aan het
kabinet ook de volgende. Het gaat ook om de vindbaarheid van die
regelingen. Er zijn al een aantal regelingen. Sommige van die regelingen
bereiken niet de mensen die het nodig hebben.
De voorzitter:
Afrondend. Meneer Dijk, gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik had iets totaal anders verwacht van D66 in dit debat. Als je ziet dat
de kabinetsplannen leiden tot meer bestaansonzekerheid voor de lage en
middeninkomens en meer armoede, dan verwacht ik hier niet van mevrouw
Biekman dat ze zegt: we gaan 150 miljoen euro uitgeven aan
armoedebestrijding. Ik verwacht nieuwe voorstellen die dat aanpakken en
daar iets aan doen. U weet wel met een vingerknip 19 miljard euro te
vinden voor de NAVO. Wat gaat u nou zeggen tegen die mensen en die
kinderen die in armoede leven? Zegt u: wij hebben 150 miljoen euro
gevonden? Ik verwacht van mevrouw Biekman, vandaag, nu, hier, een extra
voorstel bij deze begroting om te voorkomen dat meer mensen in armoede
terechtkomen. Waar kan ik op rekenen? Wat gaat u doen om dat aan te
pakken, om de koek eerlijker te verdelen? Daar gaat het namelijk om.
Mevrouw Biekman (D66):
Ik vind de vraag van de heer Dijk een interessante vraag. We zitten hier
in de constellatie van een minderheidskabinet. U vraagt aan mij wat u
van mij kunt verwachten. Ik heb aangegeven dat ik het kabinet scherp zal
bevragen, dat ik kritisch zal zijn en dat ik de plannen op hun waarde
zal beoordelen. U geeft aan dat u naar ons kijkt, maar ik vraag me ook
af: wat kunt u doen en waarin zult u zich constructief opstellen? Wat
kan ik van u verwachten? Komt u ook naast mij staan?
De voorzitter:
U kunt iets verwachten van de heer Dijk.
Mevrouw Biekman (D66):
O, sorry, voorzitter.
De voorzitter:
Dit was een beetje uitlokking, dus ik ga u de ruimte geven voor een
reactie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik kan heel kort zijn. Ik heb vele amendementen ingediend, waaronder
eentje voor 50.000 banen voor mensen die nu graag aan het werk willen,
maar waar dit kabinet geen poot voor uitsteekt. Dat zijn mensen die in
sociale werkplaatsen of in buurten en wijken aan de slag kunnen. Dat
kunt u steunen. Ik doe een voorstel voor middelen voor het
Jeugdeducatiefonds en voor het Jeugdsportfonds, voor zwemles voor
kinderen. Dat zijn allemaal constructieve voorstellen. Ik heb van u nog
helemaal niks gehoord. Er is een grotere koek, maar u verdeelt niks. U
zorgt er alleen maar voor dat meer kinderen, meer mensen, in armoede
komen. Aan de slag!
De heer Ergin (DENK):
Ik denk dat de collega's een terecht punt hebben als ze zeggen dat er
met het coalitieakkoord meer mensen in armoede gaan leven. Op dat punt
zou ik een reflectie van mevrouw Biekman willen vragen, maar ik merk dat
ze de discussie vooruitschuift. Ik wil de discussie vandaag eigenlijk
zuiver houden. Ik wil de discussie vandaag voeren over de begroting. In
Nederland leven meer dan een half miljoen mensen in armoede. Ik zou
mevrouw Biekman het volgende willen vragen. Als ze puur en alleen kijkt
naar de begroting die we nu voor ons hebben, denkt mevrouw Biekman van
D66 dan dat de huidige begroting ervoor gaat zorgen dat er minder mensen
in armoede zullen leven in 2026?
Mevrouw Biekman (D66):
Via u, voorzitter: ja, deze begroting bezuinigt op armoede. Daarom ben
ik het met de heer Ergin eens. Ik kijk inderdaad vooruit, omdat dit
kabinet erin investeert om de armoedeval terug te dringen.
De heer Ergin (DENK):
Klopt, maar de investering waar D66 het over heeft … De discussie over
wat het onderaan de streep nou betekent voor de mensen thuis, gaan we
later voeren en ik denk dat ik het niet eens zal zijn met mevrouw
Biekman. Ik denk dat we echt een verschrikkelijk resultaat zullen zien
en dat letterlijk meer mensen in de armoede zullen komen. Maar nogmaals,
ik wil de discussie verplaatsen naar deze begroting. Er zit een
bezuiniging in deze begroting en dat erkent mevrouw Biekman. Wat gaat
D66 doen om ervoor te zorgen dat we in deze begroting, in de tweede
termijn van dit debat, op z'n minst nog iets kunnen doen voor de meer
dan 500.000 mensen in Nederland die in armoede leven?
Mevrouw Biekman (D66):
Voor deze begroting kijk ik uit naar de plannen van de fracties. Ik zal
alle plannen en voorstellen op hun waarde beoordelen.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Ergin.
De heer Ergin (DENK):
Heel goed, die uitgestoken hand van D66. Ik heb een amendement ingediend
waarmee we 1 miljoen euro vrijmaken — het gaat niet om heel veel geld —
en extra investeren om mensen bijvoorbeeld betere nazorg te geven als ze
in een minnelijke schikking zijn terechtgekomen, om mensen intensiever
te begeleiden, zodat ze niet terugvallen in schulden. We weten namelijk
uit onderzoek dat als je eenmaal heel lang in de schulden hebt geleefd,
dat iets doet met je leefpatroon en dat dat een effect heeft voor de
rest van je leven. Is mevrouw Biekman bereid om deze begroting ietsje
beter te maken door 1 miljoen euro extra te steken in nazorg en betere
begeleiding van mensen in armoede?
Mevrouw Biekman (D66):
Ik verval in herhaling, maar ik zal het amendement van de heer Ergin
lezen en op z'n waarde beoordelen.
De voorzitter:
Wilt u afronden?
Mevrouw Biekman (D66):
Ja, voorzitter. Ik maak me zorgen over de vindbaarheid van verschillende
regelingen. De mensen waar het om gaat, leven onder bijstandsniveau en
lang niet al deze mensen zijn in beeld bij hun gemeente. Daarom vraag ik
aan de minister wat hij gaat doen om de vindbaarheid van de
alleenverdienersregeling te verbeteren. Hoe kunnen we als overheid de
doelgroep beter in kaart brengen? Kan hij toezeggen in gesprek te gaan
met bijvoorbeeld de VNG en Divosa om hier stappen in te zetten?
Voorzitter. Bij werkvoorzieningen is het ook nog te complex. Mensen die
vanuit een uitkering aan de slag gaan, hebben soms voorzieningen nodig
om te kunnen gaan werken. Denk aan een jobcoach, een speciale stoel of
een instaplift. Elke gemeente heeft op basis van de verordening eigen
beleid en ook zijn er verschillen in beleid tussen verschillende regio's
en tussen gemeenten en UWV. Het vorige kabinet was al bezig om te kijken
hoe de werkvoorzieningen van UWV en gemeenten landelijk meer op elkaar
kunnen aansluiten. Daarom ben ik benieuwd wat de stand van het onderzoek
op dit punt is en of de minister alvast voortvarend met dit punt aan de
slag kan.
Voorzitter. Ik noemde in het begin ook de jongere die in een schuldendal
dreigt te vallen. Ik lees hierover in het coalitieakkoord goede dingen.
Er komen strengere regels voor finfluencing, voor kindgerichte marketing
en beïnvloeding en voor verslavende in-gameaankopen. De afgelopen jaren
is er ook geïnvesteerd in financiële educatie. Op de basisschool, de
middelbare school en het mbo is het mogelijk om met subsidie geldlessen
inrichten. Ze kunnen helpen met de financiële opvoeding en kunnen
financiële steunpunten opzetten. Het klinkt alsof de ambities uit het
akkoord goed voortbouwen op deze inzet. Daarom vraag ik aan de minister
hoe hij ervoor zorgt dat financiële educatie op scholen goed wordt
verbonden met vroegsignalering en schuldhulp, zodat jongeren niet pas
geholpen worden als de schulden al hoog zijn maar veel eerder. Kan de
minister ook al meer vertellen over hoe hij de financiële educatie de
komende jaren vanuit het ministerie wil ondersteunen?
Voorzitter. Afrondend ga ik in op de inwoners van de BES-eilanden. De
afgelopen jaren is een aantal stappen genomen om de armoede op de
BES-eilanden te verlagen, maar we zijn er nog lang niet. Het is positief
dat het kabinet structureel 30 miljoen euro beschikbaar stelt voor de
armoedeproblematiek in Caribisch Nederland. Binnenkort vergadert de
commissie voor Koninkrijksrelaties over bestaanszekerheid in Caribisch
Nederland. Kan de minister iets vertellen over zijn inzet op dit
dossier? Welke oplossingsrichtingen heeft hij voor ogen? Heeft de
minister ook een tijdspad voor ogen, gelet op het geschetste tijdspad
van de commissie-Thodé? Kan de minister toezeggen om, net als in
Europees Nederland, het sociaal minimum in Caribisch Nederland iedere
vier jaar te herijken? Uiteindelijk gaat het voor mensen die in armoede
leven niet om politieke frames, maar om de vraag: krijg ik hulp en heb
ik toekomstperspectief?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Dan zijn wij, zoals ik eerder aangaf, toegekomen aan de lunchpauze. Ik
ga 45 minuten schorsen. Daarna gaan wij fris en voldaan verder, met de
bijdrage van de heer Mulder.
De vergadering wordt van 12.33 uur tot 13.21 uur geschorst.
Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (36800-XV).
De voorzitter:
Dan gaan wij nu verder met de begroting Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, de eerste termijn van de Kamer.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik geef met veel plezier het woord aan de heer Mulder die spreekt namens
de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Met plezier voer ik het woord, alhoewel de onderwerpen waarover we het
vandaag hebben, niet echt vrolijk maken.
Voorzitter. De mate van beschaving van een samenleving kan worden
afgemeten aan de manier waarop er binnen die samenleving wordt omgegaan
met zieken, zwakken en gehandicapten. Dat is een bekende uitspraak. Je
zou kunnen stellen dat dit coalitieakkoord een aanval is op die
beschaving, want het akkoord staat vol met asociale maatregelen. Ik weet
dat in deze zaal vaker grote woorden gebruikt worden, maar het woord
"asociaal" is niet overdreven als omschrijving van de maatregelen van
deze regering binnen Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hoe verzin je het
als regering om te bezuinigen op mensen die volledig zijn afgekeurd? Op
mensen die er niets aan kunnen doen dat ze niet meer kunnen werken? Deze
mensen, die de pech hebben om niet meer te kunnen werken, moeten nog
eens een paar miljard inleveren. Waarom is er een frontale aanval op
onze ouderen? Waarom laat deze coalitie de leeftijd waarop mensen
eindelijk met pensioen mogen oplopen, terwijl in de rest van Europa
mensen veel minder lang moeten werken? Die leeftijd waarop je met
pensioen mag, gaat in de plannen van deze regering omhoog, ook met de
motie van de SGP. Het is een bezuiniging van 2,7 miljard euro
structureel op onze ouderen.
Voorzitter. Zelfs bestaande gevallen worden niet ontzien. Dat is
eigenlijk ongekend in Nederland. Met dit coalitieakkoord gaan we met
ferme pas richting een Angelsaksisch model. Van de VVD begrijp ik dat.
Het is de politieke natte droom van de VVD: afbraak van de sociale
zekerheid en het einde van de overlegcultuur. Nogmaals, ik snap dit van
de VVD, maar wat is er in vredesnaam met het CDA aan de hand? Het CDA
doet niet eens meer een poging om iets van het Rijnlands model in stand
te houden. Waarom? Dat is mijn vraag aan het CDA. Waarom zijn al die
bezuinigingen op de sociale zekerheid er? Hoe haal je het in je hoofd om
akkoord te gaan met het korten op bestaande gevallen? Dat gaat over
mensen die het al zwaar hebben in het leven, die met pech zijn
afgekeurd, die een ziekte hebben, die kanker hebben, die gehandicapt
zijn en hun leven opnieuw hebben moeten inrichten op een veel lager
welvaartsniveau dan toen ze werkten. Daar wordt nu nog eens een groot
gedeelte van afgepakt. Dat is écht asociaal.
Voorzitter. Deze voorbeelden van kortingen gaan dus niet over mensen
waarvan de coalitie vindt dat ze "geactiveerd moeten worden", zoals er
staat, om "een paar uur in de week meer te gaan werken". Er wordt door
het kabinet gesproken over "arbeidsparticipatie" en "instroombeperking".
Dat is onzin, want de mensen waarover het gaat, kúnnen niet een paar uur
meer werken. Die mensen zijn volledig en duurzaam afgekeurd. Hoezo
moeten die dan geprikkeld worden? Die mensen hebben dus hun leven
gebaseerd op eerder gemaakte afspraken met de overheid. De
verplichtingen die ze zijn aangegaan, zoals een hypotheek, lopen wél
door. Daaraan kunnen ze niks wijzigen, maar er verdwijnt tussen de €300
en €800 per maand. Daarmee raakt dit kabinet met zijn plannen het
principe van de rechtszekerheid. De overheid wordt minder betrouwbaar.
Dat is onbegrijpelijk en ook onacceptabel.
Voorzitter. De dominante partij in de nieuwe coalitie is D66. Zoals ik
vanochtend tijdens een interruptiedebatje al zei, maakte D66 zich
ontzettend druk over de btw-verhoging op cultuur. Daardoor ging de
boekenprijs wel met €1,50 tot €2 omhoog. Weet u wie zich daar heel druk
om maakte? Dat was de heer Vijlbrief, die zelfs een soort speciaal
gezant voor de oppositie werd. Hij was wekenlang bezig om de boekenprijs
op hetzelfde niveau te houden. Vijlbrief noemde de btw-verhoging
destijds "een totaal verkeerde inschatting". Hij had het samen met de
heer Jetten over "een boete op lezen". Hij constateerde ook boos dat "de
btw-verhoging in geen enkel verkiezingsprogramma stond", dus "hoe durven
ze". Mijn eerste vraag aan de minister is in welk verkiezingsprogramma
de maatregel stond om mensen die niet meer in staat zijn om te werken,
te korten op hun bestaande uitkering. Mijn tweede vraag is wat hij erger
vindt, bezuinigen op bestaanszekerheid van gehandicapten of het verhogen
van de prijs van een boek. Graag een inhoudelijk antwoord daarop. Ten
derde: als die btw-verhoging destijds een boete op lezen was, is hij het
dan eens met de conclusie van de PVV dat de bezuinigingen op de WIA en
de AOW een boete op leven zijn?
Voorzitter. Dan nog iets over deze minister. Minister Vijlbrief liet na
zijn benoeming als minister vrolijk weten dat hij het land in zou gaan
op zoek naar draagvlak voor de maatregelen rondom de AOW. De minister
laat ons dus weten dat hij het openbreken van het pensioenakkoord, een
akkoord waar meer dan tien jaar over onderhandeld is, goedkeurt en dat
hij op zoek gaat naar draagvlak. Want als je gaat praten met mensen,
zegt de minister, dan kun je tot oplossingen komen. Dat zegt dezelfde
persoon die destijds met zijn hoofd in de handen zat — ik wou zeggen
"met de handen in het haar", maar dat wordt minder, steeds minder — toen
een collega van ons hier probeerde om de discussie te openen over het
invaren. Want wat was dat niet schandalig zeg! We hadden er namelijk
tien jaar over gesproken. Graag een antwoord van de minister op de vraag
wie vanavond de grootste hypocriet is in de zaal en waarom dat minister
Vijlbrief is.
Voorzitter. Ik wil iets meer inzoomen op de verschillende plannen. Ik
begin met de AOW. Deze minister wil de pensioenleeftijd dus verhogen.
Nederlanders moeten doorwerken tot 71 of zelfs 72 jaar. Dat is gewoon
niet oké. Het is namelijk onzin om te stellen dat het logisch is dat je
langer moet werken als je langer leeft. Ja, we leven langer, maar niet
in goede gezondheid en zeker niet op een manier waarop je gewoon nog
iedere dag kan werken. Hoe moet je in deze tijd politieagent zijn als je
69 of 70 bent? Hoe draai je nachtdiensten in een ziekenhuis als
verpleegster als je 71 bent? Hoe werk je in de bouw met 68 of 69 jaar?
Hoe doe je dat? Het enige wat er echt gaat gebeuren, is dat mensen
eerder afhaken, omvallen, ziek worden en daarna afgekeurd worden. Wat
dan zo erg is, is dat er dan geen sociaal vangnet is voor die mensen die
afgekeurd zijn. Dat vangnet wordt door deze coalitie namelijk
afgebroken.
De vraag is ook waarom de regering wil dat mensen langer moeten werken.
Voor de verandering komt de opdracht dit keer niet uit Brussel. Dat kan
niet zo zijn, want in de meeste Europese landen zit je een jaar of acht
eerder aan de pina colada op het strand dan in Nederland. In Spanje mag
je stoppen met 65. Frankrijk werd half afgebroken toen er een voorstel
kwam om de leeftijd te verhogen van 62 naar 64. Naar 62, hè; niet naar
72. Dus het kan niet zo zijn dat die opdracht uit Brussel komt. De bron
van dit kwaad schijnt te liggen bij rapporten van ambtenaren. Die hebben
de afgelopen jaren heel veel rapporten gepubliceerd — ik heb ze ook
mogen lezen — over het onbetaalbaar worden van de AOW. Met de AOW zijn
enorme bedragen gemoeid, maar je moet het altijd bekijken in verhouding
tot het bbp. Als percentage van het bbp — we hadden het er vanochtend
ook al over — zitten de AOW-lasten al ruim 30 jaar tussen de 4% en 5%,
ondanks de vergrijzing. Ik wil graag van de minister weten waarom 4,9%
nu ineens onbetaalbaar is. Graag wat uitleg daarover.
Dan de WIA. Ik begon daar in het begin van mijn bijdrage al over. Het
heeft te maken met beschaving. Die beschaving staat in Nederland dus
ernstig onder druk door bezuinigingen op mensen die volledig zijn
afgekeurd, bijvoorbeeld mensen die een zwaar ongeluk hebben gehad,
mensen met kanker of mensen met een handicap. De heer Vijlbrief wil die
IVA per 2030 afschaffen. Daarbovenop wil de minister voor zowel
bestaande als nieuwe gevallen de uitkeringen verlagen door aanpassing
van het zogenaamde maximumdagloon. Berekeningen laten zien dat dat
mensen tussen de €300 en €800 per maand kost. Dat is korten op bestaande
gevallen. Ook de minister moet het met me eens zijn dat dat in Nederland
ongekend is. Dat deden we gewoon nooit. Je kan het voor nieuwe gevallen
aankondigen, maar het korten van bestaande gevallen, die geen kant op
kunnen, is ongekend. Ik heb hierover eigenlijk maar twee vragen aan de
heer Vijlbrief. Moet je als overheid nu juist niet betrouwbaar zijn door
bestaande afspraken die je met volledig afgekeurde mensen hebt gemaakt
te handhaven? Ten tweede: waarom kort u op mensen die echt niet kunnen
werken? Een alternatief zou kunnen zijn om te korten op mensen die nieuw
in dit land komen en nog niets gedaan hebben. Dat zou ook een
mogelijkheid zijn. Heeft u dat overwogen?
Voorzitter. Vanochtend hadden we eigenlijk een debatje over een
onderdeel van de Participatiewet, over de taaleis. Die is voor de derde
keer uitgesteld, dus ik ga er toch maar iets over zeggen. Wat de PVV
betreft hebben mensen die de Nederlandse taal niet willen spreken geen
enkel recht op een uitkering of een toeslag. De PVV is duidelijk: wie in
Nederland wil wonen, moet bijdragen aan onze samenleving en er ook alles
aan doen om Nederlander te worden. Dat begint met het leren van de taal.
Zeker van een nieuwkomer die van een uitkering leeft moet je kunnen
eisen dat hij Nederlands leert. Dat vindt niet alleen de PVV; dat staat
gewoon in de wet. Die wet is hier met een ruime meerderheid aangenomen.
Ook de nieuwe coalitie, dus ook meneer Vijlbrief en in dit geval meneer
Aartsen — het is zijn afdeling — zeggen in het akkoord dat ze doorgaan
op het ingeslagen pad en effectief gaan handhaven op de plichten die
erbij horen, zoals de taaleis.
Voorzitter. Die wet wordt nu vaak niet gehandhaafd. Het wordt steeds
gekker, want gemeentes als Amsterdam en Eindhoven zeggen openlijk dat ze
hem ook niet gaan handhaven. Daar zitten allerlei linkse bestuurders en
die vinden schijnbaar dat zij boven de wet staan. Wat vindt deze
minister van het feit dat er gemeenten zijn waar bestuurders de taaleis
niet willen handhaven? Welke sancties gaat hij opleggen tegen die
gemeenten?
Over de koopkracht hebben we het vandaag ook al gehad. Als je het
coalitieakkoord van de drie partijen leest, is één ding zeker: de tijd
waarin partijen zich druk maakten over bestaanszekerheid, is echt
voorbij. Je kan ctrl+5'en wat je wilt, het woord "bestaanszekerheid"
staat nul keer in dat hele coalitieakkoord. Jarenlang hebben we ons daar
allemaal druk om gemaakt, en nu staat het er gewoon niet meer in! Dat is
eigenlijk ook wel logisch, maar met dit akkoord wordt die
bestaanszekerheid echt dramatisch.
Bestaanszekerheid betekent dat je iets doet tegen de armoede. Deze
coalitie draagt met haar plannen ertoe bij dat de armoede stijgt. We
hadden daarover ook al een discussie gedurende de inbreng van D66 in
eerste termijn. Op een of andere manier is die partij nu zo gedwaald dat
ze het schijnbaar niet meer erg vindt dat je honger lijdt of dat je
zoontje niet meer naar voetbal kan, als je er maar in een buurthuis over
kan praten. Je ziet dat het aantal mensen in armoede stijgt en dat meer
en meer mensen de voedselbank nodig hebben. En dan zijn de
energieprijzen nog niet eens meegenomen in al deze cijfers.
Voorzitter. Zoals ik al zei: onze manier van leven en onze beschaving
staan onder druk. Een verzorgingsstaat en open grenzen gaan niet samen —
toen niet, nu niet, nooit niet. Mensen uit landen waar ze niet goed voor
zichzelf kunnen en willen zorgen, kiezen tegenwoordig zelf waar ze gaan
wonen. Mensen die iets kunnen, gaan dan naar landen als Amerika, waar je
door hard werken een goed leven krijgt. En mensen die niet het
vertrouwen hebben dat ze hun eigen broek kunnen ophouden, die gaan naar
landen waar je alles gratis en voor niets krijgt: die komen dus helaas
naar Nederland.
Daarom is er bijvoorbeeld in 2026 heel weinig Nederlands meer aan de
Nederlandse bijtstandswet. Eind 2025 waren er in Nederland 410.000
mensen die bijstand kregen. Een groot gedeelte daarvan, bijna de helft,
zit langjarig in de bijstand, bijna vijf jaar lang. Als je dan gaat
kijken wie daar in zit: van de Somaliërs in Nederland zit bijna 70% in
de bijstand; van de Irakezen en Eritreeërs de helft, en de trend is dat
het aantal mensen met een bijstandsuitkering stijgt. Ik moet vaart maken
want mijn klokje loopt door. Dan leef je dus je hele leven hier in
Nederland en krijg je bijstand.
Wat ook raar is, is dat als je hier komt en een jaar of 63 of 64 bent,
dezelfde uitkering krijgt als een Nederlander die al 50 jaar in dit land
woont. Dat moet ik misschien even toelichten. Je krijgt in Nederland een
AOW-uitkering als je hier woont. Voor ieder jaar dat je hier woont,
krijg je 2%. Na 50 jaar zeggen ze dat je recht hebt op 100% AOW. Als je
hier echter komt op je 64ste en je verblijft hier drie jaar als je met
pensioen gaat, heb je 6% opgebouwd, maar je krijgt toch, op een paar
tientjes na, hetzelfde bedrag als een Nederlander die hier al 50 jaar
woont. Dat geld komt uit de AIO, en de AIO-uitgaven stijgen
explosief.
Gezien de massa-immigratie en gezinshereniging is dit nog maar het
begin. Wat te denken van alle Syriërs en Oekraïners die hier nu een paar
jaar zijn? Kunnen al die Syriërs en Oekraïners, als ze hier met 65 jaar
komen, ook recht hebben op zo'n volledige "volksverzekering", zoals wij
het nog steeds noemen, al is er weinig volks meer aan? Ik vraag het aan
de minister. Ook die oudedagsvoorziening is dus iets minder Nederlands
geworden. Graag hoor ik van de minister uitleg daarover en hoe we kunnen
voorkomen dat dit een nog grotere ramp in wording is.
Voorzitter. Ik rond af. De conclusie is helaas dat onze manier van leven
en onze beschaving zwaar onder druk staan door de massa-immigratie,
zeker, maar ook door verkeerde politieke keuzes van bestuurders. De PVV
zal alles doen om dit te stoppen. Liever vandaag dan morgen nieuwe
verkiezingen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Michon-Derkzen, die
spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga het in mijn bijdrage over werk hebben. Ik
ben de kersverse woordvoerder voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat
doet mij zelf ook denken aan hoe ik naar werken kijk. Dat doe ik al van
jongs af aan. Dat is geen geheim. Mijn ouders hadden een winkel en wij
woonden daarboven. Mijn ouders waren zes dagen in de week op de zaak en
wij waren daar dus ook toen we heel jong waren, om te scharrelen en al
heel snel ook om een beetje mee te werken. Werk is voor mij dan ook echt
bijna een onderdeel van de identiteit. Het zorgt voor inkomen, maar ook
voor sociaal contact en zingeving. Via werk bouwen we met elkaar aan
onze toekomst. We nemen verantwoordelijkheid en we dragen ons steentje
bij. Werk biedt structuur. Het is de reden waarom mensen, wij allemaal,
's ochtends vroeg opstaan, vanochtend door de regen moesten en ergens
vol voor gaan. Al die gezinnen in al die wijken, onze hele samenleving,
draaien op die hardwerkende Nederlanders.
De arbeidsmarkt verandert. Dat is een gegeven. De laatste tijd lijkt die
verandering echter steeds sneller te gaan door kunstmatige intelligentie
en technologische vooruitgang. Ook toenemende regeldruk en vergrijzing
zorgen ervoor dat de arbeidsmarkt er over tien jaar echt wezenlijk
anders uit zal zien dan vandaag. Dat roept hele concrete en terechte
vragen op bij mensen. Bestaat mijn baan straks nog wel? Kan ik eigenlijk
wel rondkomen als ik een gezin wil stichten? Hoe moet ik nou als zzp'er
mijn werk doen om ook de combinatie te kunnen maken met andere zaken in
mijn leven? Werk moet daarom perspectief bieden op een goed inkomen en
op zekerheid bij tegenslagen, maar ook op kansen om jezelf te blijven
ontwikkelen in die veranderende arbeidsmarkt.
Tegelijkertijd — dat is het hele goede nieuws van deze tijd — zie je dat
werkgevers staan te springen om mensen. Er zijn grote tekortsectoren.
Het aantal tekortsectoren loopt alleen maar op en de beweeglijkheid op
de arbeidsmarkt neemt juist af. Cruciale vacatures blijven openstaan.
Mensen zitten vast, helemaal als ze ouder zijn. Dat is doodzonde voor
mensen zelf, die kansen mislopen, maar het is ook doodzonde voor onze
economie, die juist groeit als iedereen met zijn eigen unieke talent op
de juiste plek terechtkomt. Om onze welvaart te laten groeien en onze
sociale zekerheid betaalbaar te houden hebben we een groei van
arbeidsproductiviteit nodig. Dit klinkt abstract, maar we hebben gewoon
meer mensen nodig die werken, we hebben mensen nodig die meer werken en
we moeten slimmer werken, zodat we met elkaar die verzorgingsstaat
kunnen blijven betalen.
De voorzitter:
Ik hoor een punt. De heer Ceulemans, ga uw gang.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik ben het helemaal eens met wat mevrouw Michon-Derkzen zegt, maar waar
we dan, denk ik, ook naar moeten kijken is het wegnemen van obstakels
voor werkgevers om personeel in dienst te nemen. Ik denk dan
bijvoorbeeld aan de absurd lange termijn van loondoorbetaling bij ziekte
die we in Nederland kennen, wat voor heel veel werkgevers echt een reden
is om geen personeel, met name geen personeel dat wat ouder is, in
dienst te nemen. Ik heb in het coalitieakkoord gezien dat er wordt
voorgesorteerd op het meer werkbaar maken van die regeling voor
werkgevers, maar ik vond het nog een beetje een vage term. Is mevrouw
Michon-Derkzen het met mij eens dat "meer werkbaar" in de praktijk een
fors kortere periode van loondoorbetaling bij ziekte door werkgevers
moet betekenen?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Een terechte vraag van de heer Ceulemans. Het was een van de punten om
ondernemers te helpen die die banen creëren, waar ik zo op terugkom. Ik
ben het volstrekt eens met de analyse van de heer Ceulemans van het
regeerakkoord. Een ietwat vaag zinnetje over meer werken en het tweede
jaar loon doorbetalen bij ziekte. Ik wil van deze minister horen wanneer
hij met de voorstellen en de uitwerking komt, omdat de inzet van mijn
fractie is dat we voor die loondoorbetaling bij ziekte tegemoet moeten
komen aan werkgevers, omdat het gewoon simpelweg niet meer te doen is.
Het is een blokkade om mensen in dienst te nemen. Je gaat er bijna aan
onderdoor als je zieke werknemers hebt die je zo lang moet doorbetalen
bij ziekte en die je daarna, als ze vertrekken, ook nog de
transitievergoeding moet betalen. Het is gewoon te veel. Dat kunnen we
niet van ze vragen.
De heer Ceulemans (JA21):
Daar ben ik het mee eens. Begrijp ik goed dat de tegemoetkoming richting
werkgevers waar u het over heeft, voor de VVD concreet betekent: een
veel kortere periode van loon doorbetalen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik had het natuurlijk het liefst zo concreet mogelijk in het
regeerakkoord willen hebben. Ik zie dat daar "werkbaar" staat. Ik wil me
dus ook aan die term houden. Daar denken collega's overigens anders
over; dat hoor je vandaag ook maar weer. Ik wil dus van het kabinet
horen hoe ze dat gaan uitwerken en wanneer we de voorstellen tegemoet
kunnen zien. Dan heb ik het er graag weer over met meneer Ceulemans.
De heer Flach (SGP):
Mevrouw Michon-Derkzen begon haar bijdrage bijna als een soort
maidenspeech over de waarde van werk en hoe ze dat zag als een deel van
haar identiteit. Ik denk dat dat voor heel veel mensen geldt.
Belemmeringen die mensen tegenhouden om te werken, moeten we zeker
wegnemen. We moeten bij werkgevers ook belemmeringen wegnemen om mensen
in dienst te nemen; dat is waar. Tegelijkertijd — misschien ben ik te
vroeg in het betoog — moeten we ook oppassen dat het niet eenzijdig is.
Onze samenleving kent niet alleen maar haar identiteit door betaald
werk. Het gaat ook om: hoe gaan we om met mensen die niet kunnen werken
en in een uitkeringssituatie zitten en met mensen die naar hen omkijken
en vrijwilligerswerk, mantelzorg enzovoort doen? Hoe zet u die twee
naast of tegenover elkaar?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank aan de heer Flach voor deze vraag. Ik ben het met u eens. Ik ben
geneigd, persoonlijk en ideologisch, om altijd na te gaan wat mensen wel
kunnen en op welke manier ze toch via werk een bijdrage aan het leven
kunnen leveren. Tegelijkertijd — dat zal ik ook in mijn betoog zeggen —
zeg ik: het leven is niet lineair. Het kan zo zijn dat je door zorgtaken
of iets anders werk en privé moet zien te combineren. Ik zou heel erg
graag willen dat we dat in de toekomst op een betere manier doen dan nu
en dat we ervoor zorgen dat mensen juist een leven lang op een gezonde
manier kunnen werken. Dat is dus niet altijd op precies dezelfde manier,
bijvoorbeeld in aantal uren werk of in wat je aan mensen vraagt. Er moet
iets meer vrijheid komen richting een werknemer, zodat diegene niet uit
het werkproces verdwijnt, maar het op een andere manier kan invullen om
een aantal andere taken te kunnen combineren.
De heer Flach (SGP):
Dank. Mooi antwoord. Daar kan ik me voor een groot deel ook wel in
vinden. Tegelijkertijd moeten we daarnaast constateren dat er een groep
mensen is voor wie het echt niet weggelegd is dat ze kunnen gaan werken,
die arbeidsongeschikt zijn of dusdanige beperkingen hebben dat ze die
mogelijkheid niet hebben. Ik roep de Agenda voor Werkend Nederland van
de VVD in herinnering, waarin werd gezegd dat werkenden er altijd meer
op vooruit moeten gaan. Ik zou graag horen wat de VVD daar precies mee
bedoelt. Hoe voorkomen we dat er een steeds groter wordende kloof
ontstaat tussen mensen die niet kunnen werken en mensen die wél willen
werken?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Inderdaad, vorig voorjaar presenteerden we de Agenda voor Werkend
Nederland. De analyse die daarachter lag, was dat heel veel mensen
terughoudend zijn om meer te werken omdat het niks oplevert. We hebben
het met bijvoorbeeld toeslagen en kosten voor kinderopvang zo ingeregeld
dat het voor een vrouw — het is helaas vaak de vrouw, moet ik erbij
zeggen nu we net Internationale Vrouwendag achter de rug hebben — vaak
de moeite niet waard en bijna, zou ik willen zeggen, het gedoe niet
waard is om meer te gaan werken. Dat vind ik gewoon niet goed. Dan
hebben we dus fouten in ons systeem zitten. Als meneer Flach zegt "er
zijn mensen die niet kunnen werken, die arbeidsongeschikt zijn; wilt u
daarvoor zorgen?", dan zeg ik: meneer Flach, ik vind eerlijk gezegd dat
we ons niet hoeven te schamen voor het sociale vangnet in ons land. Ik
vind ook dat mensen die niet kunnen werken, gewoon een voldoende basis
moeten hebben om in hun levensbehoeften te kunnen voorzien. Daar zal ik
altijd voor staan.
De voorzitter:
Afrondend, alstublieft.
De heer Flach (SGP):
Ja, afrondend inderdaad. Dank voor dit antwoord. Ik denk dat we samen
kunnen optrekken als het gaat om het voor mensen die meer willen werken,
meer lonend te laten zijn. Er zijn zelfs ideeën om mensen boven het
maximumaantal uren per werkweek te laten werken. Je kunt volgens mij
heel creatief kijken in hoeverre je dat zo goed als belastingvrij zou
kunnen laten doen, want dat verhoogt de arbeidsproductiviteit enorm,
denk ik. Er zijn nog heel veel mensen in Nederland die gewoon 40, 45 uur
willen werken en die daar nu niet aan toekomen door allerlei regels
daaromheen. Laten we daar dus samen in optrekken; dank.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Graag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De VVD en de SP verschillen vaak wezenlijk van mening over cruciale
dingen in het leven van mensen, maar niet over werk. Het belang van
werk, dat u net uiteenzette, is cruciaal voor mensen. De koek moet
daarvoor groter; daar ben ik het ook met de VVD over eens. Ik denk dat
dat ook iets is waar liberalen en socialisten het vaak met elkaar over
eens zijn.
Over het belang van werk: er zitten nu 120.000 mensen thuis die heel
graag willen werken en die een beetje begeleiding nodig hebben,
bijvoorbeeld in een sociaal ontwikkelbedrijf of bij een werkgever met
wat begeleiding. Lokaal heb ik altijd met de heer Arno Rutte
samengewerkt om daarvoor te zorgen. Dat hebben we altijd goed gedaan. Ik
wil u vragen om dat de komende tijd ook te doen. Ik heb een voorstel
gedaan om met elkaar te werken aan 50.000 plekken voor mensen bij
sociaal ontwikkelbedrijven of basisbanen bij gemeenten, zodat we ervoor
kunnen zorgen dat die mensen trots hebben en hun werk kunnen doen, omdat
ze heel graag willen werken, maar nu thuis zitten.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Dijk?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vraag naar een opening.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Sorry, wat was nu de vraag?
De voorzitter:
Daar sprak de voorzitter doorheen omdat ik behoefte had aan tempo, maar
de heer Dijk zei: ik vraag om een opening.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik ben het totaal met de heer Dijk eens dat je mensen soms moet
begeleiden naar werk. Daarom vind ik ook dat we nu meer moeten doen aan
Leven Lang Ontwikkelen; ik kom daarop terug. Daar praten we al jaren
over. Het is alleen maar papier. Er komt veel te weinig van terecht. Dat
moeten we echt veel steviger oppakken, vind ik. Als het gaat over mensen
vanuit de bijstand of met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden
naar werk, vind ik het Rotterdams model eerlijk gezegd hét mooie
voorbeeld. Het kan dus wel. Je kan ook mensen die al enige tijd uit het
arbeidsproces zijn, weer begeleiden naar werk. Het verschil tussen de
heer Dijk en mij is dat de heer Dijk zegt dat dat dan in de publieke
sector moet, of in banen bij gemeenten, zoals ik hem hoorde zeggen, of
bij sociaal ontwikkelbedrijven. Ik zou willen dat dat ook bij gewone
bedrijven is. Daar hebben we ook de socialreturnopdracht voor. Daar is
vaak veel meer mogelijk dan we vooraf denken. Als meneer Dijk dus vraagt
of ik met hem wil optrekken om mensen meer naar werk te begeleiden, is
mijn antwoord: altijd.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Idealiter is dat bij een reguliere werkgever. We zien helaas dat er een
groep mensen is die graag aan het werk wil, maar die de afgelopen jaren
thuis is komen te zitten door het sluiten van de plekken bij de sociale
werkplaatsen en de sociale werkvoorzieningen. Die sociale
werkvoorzieningen vragen ons nu om ervoor te zorgen dat zij wat meer
middelen krijgen. Gemeenten vragen dat ook. Dan kunnen ze mensen
namelijk begeleiden bij sociaal ontwikkelbedrijven. Die kunnen later bij
een reguliere werkgever aan de slag met een beetje begeleiding. Ik heb
daar een voorstel voor gedaan. Ik zou het fijn vinden als de VVD naar
dit voorstel kijkt. Het is een serieus voorstel. Het gaat ten koste van
externe inhuur bij het Rijk. Laten we kiezen voor échte banen in plaats
van externe inhuur. Laten we kiezen voor mensen die nu thuiszitten, die
met een beetje hulp aan het werk kunnen. Ik zou u willen vragen om daar
ook naar te kijken. En verder: natuurlijk, laten we alsjeblieft het
werkloosheidsprobleem in de economie trekken en dus ook de werkgevers
daarbij betrekken. Maar ik wil om uw steun vragen om dit voorstel te
bekijken.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik kijk met veel belangstelling naar ieder voorstel. Daar komen we dan
over te spreken. Ik hoor wat de heer Dijk zegt.
Voorzitter. Dit regeerakkoord klinkt wat mijn fractie betreft als een
klok. Het maakt namelijk keuzes. Het maakt keuzes die bijdragen aan een
toekomstbestendige en wendbare arbeidsmarkt. Die zorgt er dus voor dat
de arbeidsproductiviteit, waar ik het net over had, daadwerkelijk wordt
vergroot. Dat is nodig. Dat is nodig. We hebben het hier altijd alleen
maar over hoe we het geld uitgeven, maar het moet verdiend worden. We
hebben daarom een toekomstbestendige arbeidsmarkt nodig. Ik heb als
rapporteur bij deze begroting — je zou bijna vergeten dat we het
eigenlijk nog over de begroting hebben — een stafnotitie over
arbeidsproductiviteit gekregen. Ik dank de bewindspersonen voor de
antwoorden op de door de commissie gestelde vragen. Ik wil het gedurende
het jaar in commissieverband ook over arbeidsproductiviteit hebben, en
ook over de bijdrage van deze ministers daaraan. Het lijkt namelijk een
soort studieus onderwerp, terwijl we wel degelijk met instrumenten die
arbeidsproductiviteit moeten stimuleren. De voorstellen die Hans
Borstlap in 2020 al deed, komen ook terug in het regeerakkoord. Dat vind
ik een hele goede zaak.
Voorzitter. Je ziet daarin dat de polder een hele belangrijke partner is
en blijft. Mijn felicitaties aan de nieuwe voorzitter van FNV, de heer
Spekman, die we van de week langs hebben zien komen, en aan de nieuwe
voorzitter van VNO-NCW, de heer Van Oostrom. Ik kijk uit naar de
samenwerking. Het is de polder die de cao's afsluit en die aan de basis
ligt van de arbeidsovereenkomst. Tegelijkertijd vind ik het heel terecht
dat dit kabinet in z'n algemeenheid gaat kijken naar regeldruk. Ik vraag
dan ook aan deze bewindspersonen of dat dan ook geldt voor de regeldruk
van cao's. Je hoort namelijk nog weleens dat er overregulering via die
cao's plaatsvindt. Mijn oprechte vraag is: komt dat door de polder of
door onze eigen wet- en regelgeving? Wat leert het advies van de
Stichting van de Arbeid ons over cao's?
Voorzitter. Vandaag wil ik inzoomen op twee punten: ten eerste op
ondernemerschap en productiviteit en ten tweede op een leven lang
werken.
De voorzitter:
Ik vermoed dat mevrouw Van Brenk een vraag heeft over een eerder stukje
van uw bijdrage. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, voorzitter. Werk moet lonen. Toch horen we ook heel vaak verhalen
over werkende armen: mensen die fulltime werken maar toch niet rond
kunnen komen. Wat is de visie van de VVD daarop?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Als je in de cijfers van huishoudens in armoede duikt, dan zie je dat er
inderdaad in een klein deel van die huishoudens wordt gewerkt. Dat is
ernstig. Dat zou niet zo moeten zijn. Ik vind het daarom bijvoorbeeld
ook goed dat we spreken over die flexwet. De grillige inkomens door
nulurencontracten zijn een van de rode vlaggen, zou ik bijna willen
zeggen. Er is dan geen stabiel inkomen en dus kans op armoede. We gaan
dat met elkaar aanpakken als een van de zes wetten in het
arbeidsmarktpakket. Tegelijkertijd vind ik ook — ik wil niet al het gras
voor de voeten van collega De Beer wegmaaien — dat je gezinnen die echt
door een grens zakken moet helpen, met armoedebestrijding en andere
ondersteuning. Daarom vind ik het heel goed dat we die kindregelingen
herzien, dat we bijna gratis opvang hebben geregeld in dit regeerakkoord
en dat we de hypotheekrenteaftrek overeind houden. Dat zijn in ieder
geval maatregelen die ervoor zorgen dat we mensen die het water aan de
lippen hebben staan ondanks dat ze werken, zo veel mogelijk helpen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Goed verhaal. Het lijkt mij ook goed om mensen te helpen. Maar ik noem
één van de punten die vroeger eigenlijk heel simpel waren. Dat is het
begrijpen en lezen van je loonstrookje, zodat je weet hoeveel je eraan
overhoudt als je een dag meer gaat werken. Nu is het echt onmogelijk:
krijg ik nu wel of geen toeslag, enzovoort.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Zou het hele systeem niet gewoon iets simpeler moeten zijn, zodat je
weet: per uur verdien ik dit en houd ik dat over? Het kan, denk ik
dan.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Die analyse deel ik. Hoe ingewikkelder, hoe onoverzichtelijker. Ik kan
mezelf ook goed voorstellen dat je dan denkt: laat maar zitten. Dan is
de kans op verkeerd uitgavenbeleid ook groter. Ik zei al dat de flexwet
eraan komt. Ik denk dat een belangrijke wet is. Ik denk dat ook het
wetsvoorstel Proactieve dienstverlening belangrijk is. Dat komt er ook
aan. Dat zorgt ervoor dat je mensen meer en ook eenvoudiger zicht geeft
op hun inkomsten. Zoals ik al zei: grilligheid in inkomsten is echt een
risico voor verkeerd uitgavenbeleid en daardoor ook het begin van
armoede. Ik denk dus dat we wat dat betreft echt nog wel wat te doen
hebben en dat we dat met aankomende wetgeving ook kunnen verbeteren.
Daar zal ik me voor inzetten.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Kort en afrondend, voorzitter. Wij hebben ooit een voorstel gedaan om
van al die toeslagen af te komen. Ik hoop dat dit kabinet op dat terrein
ook graag wil doorpakken. Wij willen daar in ieder geval graag over
meedenken.
De heer Dassen (Volt):
Werken moet meer lonen. Ik ben benieuwd of mevrouw Michon-Derkzen één
maatregel kan noemen in dit coalitieakkoord die ervoor zorgt dat een
politieagent of een militair er ook daadwerkelijk op vooruitgaat met
elke verdiende euro.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Bijna gratis kinderopvang.
De heer Dassen (Volt):
Dat gaat niet meer lonen als je meer gaat werken. Er zijn ook werkende
mensen die geen kinderen hebben. Toch, minister?
De voorzitter:
We gaan nu geen debatje met vak K voeren.
De heer Dassen (Volt):
Nee, dat snap ik, maar daar wordt non-verbaal gereageerd.
De voorzitter:
Want dan wordt het heel ingewikkeld.
De heer Dassen (Volt):
Maar dat is geen maatregel die ervoor gaat zorgen dat mensen meer
overhouden van elke verdiende euro. Dat is overigens ook een maatregel
van het vorige kabinet. Ik ben benieuwd of er in dit coalitieakkoord één
nieuwe maatregel is die ervoor zorgt dat werken meer gaat lonen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dit is wel een fascinerende vraag. Ik geef een antwoord en dan zegt de
heer Dassen: nee, andere categorie, de categorie van mensen zonder
kinderen. Er zijn inderdaad ook mensen zonder kinderen, maar op de
arbeidsmarkt zijn er heel veel mensen met kinderen. Die zijn enorm
geholpen met die bijna gratis kinderopvang. Je ziet dat vooral vrouwen
niet meer werken, of sowieso maar twee of drie dagen. Ik denk dat dit
zal leiden tot een enorme verbetering. Ik vind overigens ook het behoud
van hypotheekrenteaftrek belangrijk, maar daarvan zal de heer Dassen
zeggen dat dat niks met werken te maken heeft. Dat is heel belangrijk om
ervoor te zorgen dat er rust in de portemonnee is en blijft. De
arbeidsmarkt is ontzettend gunstig, wil ik richting de heer Dassen
zeggen. Wij willen meer mensen aan het werk krijgen en aan het werk
houden. Ik heb er ook alle vertrouwen in dat dat gaat lukken vanwege
deze gunstige arbeidsmarkt, die de komende jaren alleen nog maar
gunstiger wordt. Als we nou zouden aankijken tegen een enorme berg
werkloosheid van 8% en zouden denken dat het alleen maar erger wordt —
waar zetten we al die mensen aan het werk? — maar dat is niet zo. Het
enkele feit dat er ontzettend veel banen in dit land zijn, maakt dat
iedereen perspectief heeft op werk. Waar nodig moeten we mensen
begeleiden. Als mensen eenmaal perspectief op werk hebben en zich kunnen
ontwikkelen, zullen ze dat ook in hun portemonnee merken.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Het was niet een hele moeilijke vraag, dacht ik. Het was ook een vrij
simpele vraag, namelijk of werken daadwerkelijk meer gaat lonen. De
conclusie uit het antwoord dat mevrouw Michon-Derkzen geeft, is dat
daarvoor geen enkele maatregel is. Ik vind dat teleurstellend. Ik zou
juist zeggen dat we ervoor moeten zorgen dat het op dat vlak makkelijker
wordt. Maar nee, de belastingen gaan omhoog voor mensen die werken. Ik
vraag hier ook naar omdat de minister hier vorig jaar zelf aan de
interruptiemicrofoon stond en zei "het is code rood voor de
middeninkomens" omdat de belasting op arbeid te hoog was. De conclusie
van dit verhaal is dat er niks aan gedaan wordt, en dat vind ik
teleurstellend.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Kijk, als meneer Dassen mij een vraag stelt, terwijl hij zelf de
conclusie al weet en deze na drie vragen ook trekt, dan mag dat. Ik geef
dan gewoon op een eerlijke manier antwoord en dan luisteren we naar de
conclusie van de heer Dassen. We hebben koopkrachtplaatjes gekregen na
het verschijnen van het regeerakkoord. Het is minimaal, maar daarin gaat
iedereen er iets op vooruit, ondanks die enorme investeringen die we
doen in veiligheid, ondanks die enorme hervormingen die we doen op zorg
en sociale veiligheid. Ik vind dat een hele knappe prestatie, maar
meneer Dassen wil graag zeggen dat niemand erop vooruitgaat. Nou, dat
mag hij zeggen, maar feitelijk is dat niet waar.
Voorzitter. Ik heb twee lijnen in mijn betoog, de ene is
ondernemerschap. Ondernemers zorgen voor banen. Van de slager om de hoek
tot een wereldspeler als ASML: onze welvaart rust op hun schouders en op
die van hardwerkende Nederlanders die daar elke dag aan bijdragen. Maar
ondernemers ervaren dat het steeds moeilijker wordt om mensen aan te
nemen en dat ondernemen steeds moeilijker wordt. De kosten lopen immers
op, de regeldruk neemt toe en goedbedoelde regels maken het soms onnodig
ingewikkeld om te groeien en banen te creëren. Ik zei het net al tegen
de heer Ceulemans: twee jaar loon doorbetalen bij ziekte knelt.
Reorganisaties zijn duur. De Wet verbetering poortwachter is voor veel
ondernemers nodig om het hoofd boven water te houden. Vooral in het mkb
zien we dit probleem scherp. Een mkb'er is een ondernemer, een mkb'er
heeft geen hr-afdeling, een mkb'er heeft geen juridisch team. Laten we
wel zijn, 60% van de beroepsbevolking werkt in het mkb. Ik vind dat we
met onze agenda naar die mkb'ers moeten kijken.
Die mkb'ers willen drie dingen, en daar zit mijn fractie scherp en
stevig in. Ik hoop dat ik van deze minister op alle drie een reactie
krijg in de termijn van volgende week. Ten eerste de hervorming van de
Wet verbetering poortwachter, met minder bureaucratie, meer menselijk
contact en meer duidelijkheid in plaats van gevangen te zitten in
procedures. Het regeerakkoord stelt ook dat we aan de hand van een
knelpuntenanalyse deze wet gaan aanpassen. Wanneer krijgen we deze
aanpassing? Gaat de minister daarbij ook uitdrukkelijk met ondernemers
in gesprek? Die kunnen namelijk precies vertellen wat eraan schort.
Graag een reactie daarop van de minister.
Het tweede punt is de wet loondoorbetaling bij ziekte. Het regeerakkoord
stelt dat we dit "meer werkbaar gaan maken voor werkgevers, met name in
het mkb". Dat staat letterlijk in het coalitieakkoord. Dat is een heel
goed punt. Wat is "meer werkbaar maken"? Dat zei ik net ook in de
richting van meneer Ceulemans. Kan de minister toezeggen dat hij voor de
volgende SZW-begroting met een voorstel komt? En betrekt hij ook hier de
ondernemers bij?
Voorzitter. Dan de transitievergoeding. Het regeerakkoord stelt dat die
transitievergoeding niet hoeft te worden betaald als de werkgever
voldoende bijdraagt aan Leven Lang Ontwikkelen. Ik vind dat een hele
mooie combinatie — een werkgever is verantwoordelijk voor de
ontwikkeling van de werknemers — vooral omdat hetzelfde regeerakkoord
zegt dat de compensatie voor de betaling van die transitievergoeding
voor het mkb wordt afgeschaft. Deze twee zinnen ziet mijn fractie in
combinatie met elkaar: we schaffen die compensatie voor het betalen van
die transitievergoeding af en dat is pijnlijk voor mkb'ers, maar
tegelijkertijd zeggen we dat je het niet hoeft te betalen als je
voldoende doet aan dat Leven Lang Ontwikkelen en dat is een kans voor
mkb'ers. Die twee wil ik dus aan elkaar gekoppeld zien. Ik vraag de
minister om daar met een voorstel voor te komen.
Voorzitter. Het tweede onderdeel ziet op een leven lang werken; dat is
eigenlijk de werknemerskant. Een goedwerkende arbeidsmarkt vraagt
namelijk dat werknemers zich blijven ontwikkelen. Over Leven Lang
Ontwikkelen hebben we net een commissiedebat gevoerd, maar als we heel
eerlijk zijn, is het een beetje stilstaand water. We spreken hier al
jaren over, maar de mensen thuis merken er echt te weinig van. Mij
bekruipt heel erg het gevoel dat we heel vaak het aanbod financieren,
terwijl we eigenlijk niet goed weten of het nou terechtkomt bij de
mensen die het moeten hebben, de mensen die het nodig hebben. De enorme
belangstelling voor die STAP-regeling — iedereen weet dat nog; het was
bijna hilarisch — laat zien dat er behoefte aan is, maar tegelijkertijd
laat deze regeling zien dat de uitvoering anders moet. Het kabinet trekt
extra middelen uit, namelijk 100 miljoen per jaar, voor Leven Lang
Ontwikkelen. Wanneer zien we hier de concrete uitwerking van? Hoe komt
dit terecht bij de werknemers? Een interessante vraag is natuurlijk ook,
zeker als de hele arbeidsmarkt verandert: hoe zorgen we dat je het ook
aan iemand kunt geven voor een andere baan? Dan is het dus niet alleen
voor ontwikkelingen binnen je baan, maar kan het ook bijdragen aan een
overstap naar een andere sector. Hoe staat dit in verhouding tot de
O&O-fondsen van sociale partners? Hier gaat ongelofelijk veel geld
in om. Wij als Kamer zien daar niks van; het is van de polder. Dat is
allemaal prima, maar ik zou graag willen dat we een combinatie maken
tussen die O&O-fondsen die bij de polder liggen en onze eigen
LLO-middelen. Wat kan de minister daar nu op zeggen? Wanneer gaat hij
dit uitwerken?
Voorzitter. Met werken verdien je je inkomen. Je inkomen, je
portemonnee, is vrij dwingend in de keuzes die je elke dag maakt in je
leven. Nog veel te vaak — we hadden het daar net ook al over — worden er
aan de keukentafels berekeningen gemaakt: loont het wel om een dag extra
te werken of om een extra dienst te draaien? Dat moeten we veranderen.
Daarom is de VVD ook enthousiast over het voornemen van het kabinet om
een versoepeling van de Wet onderscheid arbeidsduur te verkennen.
Werkgevers moeten meer ruimte krijgen om voltijd werken of, zoals de
heer Flach zei, zelfs meer dan voltijd werken aantrekkelijker te maken.
Kan de minister toezeggen dat deze verkenning snel wordt gestart?
Voorzitter. Het leven verloopt zelden lineair en hetzelfde geldt voor
ons werkende leven. In verschillende fases van je leven kunnen andere
verantwoordelijkheden een beroep op ons doen. Daarom is mijn fractie er
blij mee dat het kabinet de stap naar bijna gratis kinderopvang doorzet
richting 2029. Zoals net ook gezegd loont het voor veel ouders, helaas
met name voor vrouwen, niet om meer te werken. Daardoor werken zij dus
ook minder. In het hele systeem van toeslagen, kortingen en überhaupt de
intensiteit van deze levensfase denk je: laat maar zitten dan. Dat
moeten we veranderen. Gelukkig gaat dat ook veranderen. In dit licht is
mijn fractie dan ook positief over de hervormingen van de
kindregelingen. Het kabinet kiest voor een systeem van een hoger vast
bedrag en een lager variabel deel. Daar trekt het kabinet structureel
600 miljoen voor uit. Dat is echt goed nieuws voor gezinnen. Dit
verhoogt namelijk de zekerheid voor ouders en verlaagt de marginale
druk. Daarom horen wij graag van de minister wanneer de Kamer de
concrete uitwerking van deze plannen kan verwachten.
Voorzitter. De combinatie van werk en kinderen is niet de enige
uitdaging in het leven. Ook mantelzorg kan een reden zijn waarom mensen
tijdelijk iets minder kunnen of willen werken. Dan is het veel beter om
ervoor te zorgen dat je op een andere manier kan werken dan dat je
iemand bijna dwingt om uit het hele arbeidsproces te stappen. Ik wil de
minister vragen hoe hij omgaat met de uitwerking van het SER-advies
Balans in maatschappelijk verlof. Ik denk dat dat een van de sleutels is
voor een leven lang gezond werken, tot je pensioen.
Tot slot, voorzitter. Ook voor zelfstandigen moet hun harde werk kunnen
lonen, niet alleen in de portemonnee, maar vooral in de rechtszekerheid.
Het vorige kabinet is met de Vbar de mist in gegaan. Laten we het maar
zeggen zoals het is: het vorige kabinet heeft het kind met het badwater
weggegooid. Het is evident dat we schijnzelfstandigheid moeten
bestrijden, maar de meer dan 1 miljoen zelfstandigen horen bij een
moderne arbeidsmarkt. Zij verdienen duidelijkheid over hun positie, in
plaats van voortdurende onzekerheid. Ik bedank de minister vandaag
namens de hele VVD-fractie voor het schrappen van het omstreden
verduidelijkingsdeel in de Vbar. Het is nu zaak dat het snel verder
wordt gebracht en dat het kabinet aan de slag gaat met de
Zelfstandigenwet, die op initiatief van de Kamer tot stand is gekomen.
Ik hoor graag hoe de heer Aartsen dit verder gaat oppakken.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het geeft toch nog aanleiding tot een vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Nou, eigenlijk zelfs twee.
De voorzitter:
Een compliment.
De heer Ceulemans (JA21):
Wat zegt u?
De voorzitter:
Een compliment.
De heer Ceulemans (JA21):
Voor wie? Voor mij?
De voorzitter:
Nee, haha! Ik dacht dat u zei: "Geen vraag, maar …" Toen dacht ik: ik
vul 'm in.
De heer Ceulemans (JA21):
Nee, ik wilde zeggen: zelfs twee vragen. Ik zal het kort doen. Komt
mevrouw Michon-Derkzen of haar collega De Beer over de bijstand te
spreken? Ik heb daar namelijk een vraag over.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Collega De Beer.
De heer Ceulemans (JA21):
Oké, prima. Dat is één. Ten tweede had u het net over zzp'ers en sloot u
af met zeggen dat het verduidelijkingsdeel op dit moment uit de Vbar
gehaald wordt. Dat deel was inderdaad een hele grote steen des
aanstoots, dus dit is natuurlijk een goede zaak. Tegelijkertijd moeten
we natuurlijk wel voorkomen dat dat deel niet in een of andere nieuwe
vorm opduikt in de Zelfstandigenwet. Bent u het daarmee eens? Gaat u ook
met ons monitoren dat dat deel niet op een andere manier alsnog
terugkomt?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mijn fractie is een van de initiatiefnemers van de Zelfstandigenwet, dus
dat vonden wij het alternatief voor die — mag ik het gewoon zo zeggen? —
vreselijke Vbar. Tegelijkertijd weten we dat we aan de verplichtingen
uit Europa moeten voldoen. De Vbar is met die nota van wijziging nu
eigenlijk weer terug naar het minimum dat nodig is om te voldoen aan de
Europese vereisten. We gaan het natuurlijk niet allemaal weer in de
Zelfstandigenwet fietsen. We gaan nu proberen om het pakket te maken
waarmee we voldoen aan de eisen. Tegelijkertijd geven we ruim baan aan
de zelfstandigen die prima met een arbeidsongeschiktheidsverzekering en
een pensioenvoorziening zelfstandig willen werken. Dat is wat we wat mij
betreft gaan doen.
De heer Ergin (DENK):
Ik denk dat het heel goed is dat de Vbar voor een deel doorgaat en voor
een groot deel niet. De Zelfstandigenwet is een stap in de goede
richting, maar er moet nog wel het een en ander goed uitgewerkt worden.
Ik ben benieuwd wat voor perspectief de VVD biedt aan zzp'ers die tot
die wetswijziging nog steeds zelfstandig willen zijn maar door de
Belastingdienst en de wetgeving worden geblokkeerd.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zou bijna tegen de heer Ergin willen zeggen: zal ik mijn mailbox er
even bij pakken? Je ziet gewoon dat opdrachten niet meer worden gegeven
omdat er onduidelijkheid over de regelgeving is. Je ziet dat de Vbar,
terwijl die gewoon nog in concept ligt en hier nog niet eens is
besproken, al leidt tot een verschuiving op de arbeidsmarkt. Wat mij
betreft moeten we dat zo snel mogelijk repareren. Ik maan deze minister
ook vooral tot vaart. De voorgenomen wetgeving heeft ertoe geleid dat we
met een enorme bijl op de arbeidsmarkt hebben ingehakt en dat opdrachten
gewoon opdrogen of niet meer tot stand komen. Er is dus haast geboden
met deze wetgeving.
De heer Ergin (DENK):
Mevrouw Michon-Derkzen hoeft mij er niet van te overtuigen dat dit nodig
is. Volgens mij delen we dat standpunt. Wij delen ook het standpunt dat
de Zelfstandigenwet een oplossing kán zijn, maar we weten ook hoe traag
het hier in dit huis gaat met wetten. Je bent zo anderhalf à twee jaar
verder. In de tussentijd heb je nog steeds mensen die worden aangepakt
door de Belastingdienst. Die mensen krijgen vergrijpboetes en
naheffingen. Eigenlijk was mijn vraag niet waarom de Zelfstandigenwet zo
goed of zo nodig is. Nee, mijn vraag is wat we in de tussentijd gaan
doen voor al die mensen die zelfstandig willen zijn en al jarenlang het
werk doen, maar nu worden geblokkeerd door de huidige regelgeving.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik begrijp wel wat de heer Ergin zegt. Ik meen dat de heer Ergin laatst
nog zei: zorg ervoor dat die boetes niet worden gegeven. Maar het feit
dat deze wetgeving boven de markt hangt, maakt dat die opdrachten niet
meer worden gegeven. Dus ik denk dat als je aan deze minister zou vragen
hoeveel boetes er worden gegeven, dat ook reuze meevalt. Maar die hele
markt is opgedroogd doordat deze olifant in de kamer staat. Dat is het
probleem wat mij betreft. Daarom moet die wetgeving er zo snel komen.
Wij gaan over onze eigen orde. U vindt mij, zeg ik via de voorzitter
richting de heer Ergin, aan uw zijde als u zegt: "Wij zijn er volgende
maand klaar voor. Kom maar hier. We trekken er een dag voor uit en we
bespreken die wetgeving." Hoe eerder, hoe beter. Wij gaan over de orde.
Ik wil het zo snel mogelijk besproken hebben. Het gaat er niet eens
zozeer om dat we ervoor zorgen dat die boetes niet worden gegeven. Het
feit dat die olifant in de kamer staat, maakt dat alle opdrachten
opdrogen.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Zeker mee eens, maar ik doel eigenlijk meer op de zachte landing.
Tijdens het opheffen van het handhavingsmoratorium hebben we hier in dit
huis gezegd: we gaan een zachte landing introduceren, waarbij we
opdrachtgevers gaan coachen en waarbij we niet hard gaan ingrijpen als
zelfstandigen ergens een keer iets niet handig hebben genoteerd en
daardoor onder de holistische benadering van de wet vallen. Dat gebeurt
inmiddels wel. De zachte landing is gestopt. Er wordt ook niks gedaan
met het voorstel van DENK, dat hier in de Tweede Kamer door een ruime
meerderheid is aangenomen, om die zachte landing te verlengen. Mijn
vraag aan mevrouw Michon-Derkzen is dus de volgende. Het gebeurt niet
vaak dat de VVD en DENK het eens zijn met elkaar over een onderwerp,
maar wat dit onderwerp betreft gaat dat wel lukken, denk ik. De vraag is
alleen wat we in de tussentijd gaan doen voor die zelfstandigen.
De voorzitter:
Mevrouw Michon.
De heer Ergin (DENK):
Ik ga nog een motie indienen om die zachte landing te verlengen. De
vraag is of de VVD die motie gaat steunen en, als de regering die motie
niet uitvoert en daar niks mee doet, samen met DENK de regering gaat
oproepen om die motie alsnog uit te voeren.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik kijk overal met zeer veel interesse naar. Ik ga het allemaal
nauwlettend lezen. Maar de oplossing voor de problematiek is de
wetgeving, de Zelfstandigenwet en de aangepaste Vbar. Daarmee lossen we
het structureel op. Volgens mij staat niets ons in de weg om dat nu snel
te doen. Ik hoop dat de heer Ergin er met mij voor zal zorgen dat we dat
zo snel mogelijk hier met elkaar bespreken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het heuglijke moment aangebroken van de
maidenspeech van de heer De Beer, die ook spreekt namens de fractie van
de VVD. De heer De Beer heeft aangegeven aan het eind van zijn betoog
open te staan voor interrupties, maar laten we hem eerst zijn
maidenspeech laten houden. Ik geef u daarvoor met alle plezier het
woord. Gaat uw gang.
De heer De Beer (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met een persoonlijke noot. In
1992 begon ik aan de middelbare school, op de mavo in Heerlen-Noord, een
gebied dat al jarenlang getekend werd door de mijnsluitingen. Mijn
brugklasjaar was eerlijk gezegd geen groot succes. Hoewel ik het thuis
goed had, was studeren voor mij geen vanzelfsprekende route. Mijn vader
werkte vanaf zijn 13de als kolenboer in de Passart, een typische
mijnwerkerskolonie in Heerlen, in het hart van de oostelijke mijnstreek.
Dat was zwaar werk. Hij sjouwde zakken kolen van 50 kilo of meer. Werken
deed je, zeker in die tijd, met je handen. Pas toen ik voor mijn
huiswerk de keukentafel verruilde voor mijn slaapkamer, begon mijn
interesse in leren. Er ging een lampje branden. Ik ging van de mavo naar
de havo, vervolgens naar de hogeschool en uiteindelijk naar de
universiteit. Later stond ik tien jaar lang als docent economie voor de
klas op de hogeschool. Daar heb ik studenten altijd gestimuleerd om op
zoek te gaan naar hun eigen lampje, hun eigen talent.
Die gedachte werd ook mijn drijfveer als wethouder in Heerlen, wat ik
elf jaar heb mogen doen. Zo nam ik het initiatief tot de oprichting van
de Bovengrondse Vakschool. De naam is uiteraard een knipoog naar de
roemruchte Ondergrondse Vakschool, waar generaties mijnwerkers werden
opgeleid. Die Bovengrondse Vakschool helpt mensen uit de
Participatiewet. Die helpt hen om hun talenten te ontdekken, te
ontwikkelen en te benutten op de arbeidsmarkt. Dan gaat het juist om
mensen voor wie dat niet vanzelfsprekend is. Kwetsbare werkzoekenden
kunnen daar in verschillende werkomgevingen ontdekken waar hun kracht
ligt, van horeca, logistiek en techniek tot de zorg en de bouw. Zelf
keuzes maken is daarbij een essentieel uitgangspunt, in de hoop dat ook
bij hen een lampje gaat branden. Het is bovendien geen puur gemeentelijk
initiatief, maar een intensieve samenwerking tussen het bedrijfsleven,
de overheid en het onderwijs, want opleiden moet perspectief bieden op
werk.
Voorzitter. Ik vind het belangrijk dat mensen worden gezien als
individuen met talenten, dat ze serieus worden genomen en kansen krijgen
om hun talenten ook te benutten. Dat geeft mensen namelijk vertrouwen en
maakt hen zelfbewust en trots. Mensen ervaren meer vrijheid wanneer ze
zelfstandig kunnen functioneren vanuit hun eigen talenten. En toch
werken we als overheid soms anders. Soms wordt voor mensen beslist dat
ze hun talenten niet mogen of kunnen benutten. Soms houdt het systeem
mensen ook klein of werkt het zelfs tegen hen, vaak vanuit goede
bedoelingen overigens, maar met perverse gevolgen. Daar wil ik als
Kamerlid alert op zijn. Als woordvoerder Onderwijs en Sociale Zaken en
Werkgelegenheid wil ik mij inzetten voor een systeem dat ruimte geeft
aan talent op alle niveaus. Tegelijkertijd kampen veel werkgevers met
een schrijnend personeelstekort. Dat werd net al uitgebreid genoemd.
Daardoor staat onze welvaart onder druk.
Voorzitter. Dat brengt mij bij de begroting van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Naast het creëren van banen en het stimuleren van
economische groei moeten we ook aandacht hebben voor de groep mensen die
nog aan de zijlijn staat. Als VVD zijn wij ervan overtuigd dat iedereen
talenten heeft die kunnen en moeten worden benut op onze arbeidsmarkt.
Volgens een schatting van ABN AMRO staan er momenteel ongeveer 600.000
mensen met een beperking of chronische aandoening langs de kant van de
arbeidsmarkt. Dat is een enorm onbenut arbeidspotentieel. Een
belangrijke denkfout in ons arbeidsongeschiktheidsstelsel is dat we nog
te vaak kijken naar wat mensen niet kunnen, in plaats van naar wat
mensen wel kunnen, terwijl ik ervan overtuigd ben dat iedereen, of bijna
iedereen, met de juiste begeleiding en ondersteuning stappen kan zetten
richting werk. Die inzet sluit ook aan bij de koers uit het
regeerakkoord. Daarin staat dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel te
complex is geworden en dat de focus sterker moet komen te liggen op wat
mensen wél kunnen. Een activerender en menselijker stelsel dus, waarin
begeleiding naar werk centraal staat en waarin werken loont.
Vanuit die gedachte wil ik vier punten onder de aandacht brengen. Ten
eerste de terugvalmogelijkheid in de WIA en de Wajong. Veel mensen met
een beperking willen wel werken, maar durven die stap niet te zetten. De
reden is simpel: de angst om hun uitkering definitief kwijt te raken.
Als het vervolgens toch niet lukt, bijvoorbeeld doordat hun ziekte
verslechtert, hebben zij geen vangnet meer. Dat is een begrijpelijke
angst. Een terugvalmogelijkheid, bijvoorbeeld binnen vijf jaar, kan de
drempel aanzienlijk verlagen. Mensen durven dan het risico te nemen om
te gaan werken, omdat ze weten dat ze kunnen terugvallen wanneer hun
gezondheid dat noodzakelijk maakt. Mijn vraag aan de minister is daarom:
wordt deze terugvaloptie meegenomen in de herziening van het
arbeidsongeschiktheidsstelsel?
Ten tweede de versimpeling van bestaande regelingen. Er bestaan al veel
instrumenten om mensen met een beperking of aandoening aan het werk te
helpen, en toch ligt de arbeidsparticipatie van deze groep nog altijd
ongeveer 30% lager dan die van mensen zonder beperking. Een belangrijke
oorzaak is de complexiteit van regelingen en de onbekendheid daarvan bij
werkgevers, met name in het midden- en kleinbedrijf. Veel ondernemers
willen iemand wel een kans geven, maar zien vaak door de bomen het bos
niet meer. Kan de minister daarom verkennen hoe bestaande regelingen
eenvoudiger kunnen worden gemaakt en beter onder de aandacht kunnen
worden gebracht van het mkb?
Ten derde de Rotterdamse bijstandsaanpak, zoals ik het noem. Tegen de
landelijke trend in daalt het aantal mensen in de bijstand in Rotterdam.
De kern van die aanpak is dat mensen in de eerste zes maanden van hun
uitkering intensief worden begeleid naar werk. Die aanpak is overigens
vergelijkbaar met de intensieve begeleiding op de Bovengrondse
Vakschool. Dat lijkt de VVD een verstandige aanpak. Juist in het begin
is de kans dat mensen weer snel aan het werk gaan het grootst.
Intensieve begeleiding voorkomt dat mensen langdurig afhankelijk worden
van een uitkering. Deelt de minister de opvatting dat intensieve
begeleiding in die eerste maanden van de bijstand de standaard zou
moeten zijn? Hoe kan het kabinet gemeenten stimuleren om deze aanpak
breder toe te passen? Daarbij geldt ook het volgende. Wie afhankelijk is
van de bijstand, verdient ondersteuning, maar daar mag ook iets
tegenover staan: de inzet om mee te doen in onze samenleving.
Voorzitter. Ten vierde. Werken moet altijd lonen. Laat ik daarbij
duidelijk zijn: mensen die het moeilijk hebben, moeten ook altijd kunnen
rekenen op ondersteuning, maar hulp moet mensen wel vooruithelpen en
niet onbedoeld vastzetten in een uitkering. In sommige gemeenten bestaan
zeer uitgebreide lokale regelingen voor mensen met een
bijstandsuitkering. Denk aan kwijtscheldingen en vergoedingen voor
allerlei kosten. Die regelingen zijn vaak goedbedoeld, maar kunnen er
wel toe leiden dat de stap naar werk financieel minder aantrekkelijk
wordt. Daarom vindt de VVD het belangrijk dat de gemeentelijke
regelingen worden meegenomen in de nationale armoedecijfers. Zo krijgen
we beter zicht op de totale inkomensondersteuning en kunnen we voorkomen
dat werkprikkels onbedoeld worden ondermijnd. Kan de minister toezeggen
dat dit wordt meegenomen bij de verdere ontwikkeling van het armoede- en
inkomensbeleid?
Voorzitter. Nederland heeft een enorme behoefte aan talent op de
arbeidsmarkt. Tegelijkertijd staan er nog veel mensen langs de kant die
wel iets willen en kunnen bijdragen. Nederland heeft eigenlijk geen
tekort aan talent. We hebben een systeem dat het potentieel van talent
nog te weinig benut. Als we erin slagen om het systeem meer te richten
op wat mensen wel kunnen, dan winnen we daar allemaal bij: werkgevers en
de economie, maar vooral de mensen zelf. Dan kan bij nog veel meer
mensen dat spreekwoordelijke lampje gaan branden.
Dank u wel, voorzitter.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een vraag of een felicitatie. Mevrouw Van
Brenk, gaat uw gang.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Natuurlijk allereerst een felicitatie. Dat kan niet missen. Het was een
prachtige speech. Dank u wel. We hebben zojuist het debat gehad met de
collega van D66 die het had over uniformering van gemeentes. U wijst op
uw ervaring in Heerlen, maar u complimenteert ook de Rotterdamse aanpak.
Zouden we eigenlijk moeten willen dat alle gemeenten de Rotterdamse
aanpak volgen?
De heer De Beer (VVD):
Ja, dat was eigenlijk ook wel mijn oproep of mijn vraag aan de minister,
dus om bij de intensieve begeleiding vooral in te zetten op die eerste
maanden dat mensen in de bijstand zitten, omdat die eerste maanden vaak
de meest effectieve periode zijn om ze weer op weg te helpen naar werk,
in plaats van dat pas te doen op het moment dat iemand een jaar, twee
jaar of drie jaar in de bijstand zit. Dus het antwoord is ja.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vraag me namelijk ook af of alle gemeentes dezelfde financiën hebben
als de grote steden, zal ik maar zeggen. De vraag is dus even of het
kostenmodel dat Rotterdam hanteert voor alle gemeentes uitgerold kan
worden. Is de fractie van de VVD dan ook bereid om daar eventueel geld
voor beschikbaar te stellen?
De heer De Beer (VVD):
Ik was ook voorzitter van de arbeidsmarktregio in Zuid-Limburg. Mijn
ervaring is dat geld meestal niet de oplossing is voor dit probleem als
het gaat over mensen aan het werk helpen. Natuurlijk is geld heel
belangrijk als voorwaarde, maar extra geld levert niet per definitie
meer resultaat op. Je ziet dus dat gemeenten ook in de regio goed met
elkaar samenwerken of nog wel beter met elkaar zouden kunnen samenwerken
om na te denken over effectievere manieren om mensen op weg te krijgen
richting werk. Ik zou de gemeenten en ook de regio's dus echt willen
aanspreken om daarmee aan de slag te gaan of nog beter daarmee aan de
slag te gaan. De vraag aan de minister was vooral of we de goede
voorbeelden die we in het land hebben beter kunnen verspreiden, ook
richting andere gemeenten.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, afrondend. In mijn bijdrage zal ik nog stilstaan bij een geval
vanuit de Participatiewet. In dat geval loont werken niet. Ik hoop dat
ik dan de VVD aan mijn zijde vind om te zorgen dat werken wél gaat
lonen.
De heer Ceulemans (JA21):
Vanaf deze plaats alvast mijn felicitaties voor uw maidenspeech, een
mooi verhaal. Als voormalig Rotterdams raadslid heeft de bijstand ook
mijn grote interesse. Ik kom daar straks in mijn eigen termijn nog op
terug, onder andere ook op de taaleis. Een ander element dreigt een
beetje ondergesneeuwd te raken; dat vind ik jammer. Dat betreft de
tegenprestatie. Met het hele traject van de Participatiewet in Balans is
de tegenprestatie eigenlijk steeds meer omgevormd naar maatschappelijke
participatie. Voorheen was de bedoeling eigenlijk om iets terug te doen
voor de samenleving. Nu is het er vooral op gericht dat de
bijstandsgerechtigde in zichzelf investeert met cursussen et cetera. Dat
tweede kan natuurlijk nuttig zijn, maar wij vinden het een slechte zaak
dat daarmee het hele element van wederkerigheid, gewoon iets voor je
bijstandsuitkering terugdoen voor de samenleving, verloren dreigt te
gaan. Hoe staat de VVD daarin en vind ik u aan mijn zijde als ik
voorstellen doe om dat aan te scherpen?
De heer De Beer (VVD):
Ik heb in mijn bijdrage wel genoemd dat er iets tegenover het krijgen
van een bijstandsuitkering moet staan door inzet te tonen en mee te doen
in de samenleving. Dat kan inderdaad ook gebeuren door in jezelf te
investeren en zorgen dat je stappen kunt maken richting de arbeidsmarkt.
Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat je meedoet in een sociaal
ontwikkelbedrijf of dat je deelneemt aan allerhande trajecten, waardoor
je je uiteindelijk richting werk beweegt. Dat is de primaire inzet van
de VVD ten aanzien van mensen uit de Participatiewet: hen in beweging
krijgen richting de arbeidsmarkt. Daar kunnen soms ook andere vormen van
participatie behulpzaam bij zijn. Ik ben geïnteresseerd in het voorstel
van de collega.
De heer Ceulemans (JA21):
Even ter verduidelijking: de heer De Beer zegt dus niet dat de VVD vindt
dat die tegenprestatie, slash maatschappelijke participatie, meer dan nu
gericht moet zijn op iets terugdoen voor de samenleving? U vindt het
goed hoe het nu geregeld is?
De heer De Beer (VVD):
De beweging die je maakt richting de arbeidsmarkt, staat voor de VVD
voorop. Dat kun je op verschillende manieren doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mag ik u als eerste feliciteren met uw maidenspeech. Het
was ook heel prachtig om uw eigen persoonlijke verhaal te horen. Ik werd
zelf ook geraakt door het gegeven dat u de drijfveer heeft om het
lichtje bij jezelf of bij een ander te laten branden. Ik denk dat de
politiek dat goed kan gebruiken. Dank voor uw mooie woorden.
Ik vraag u om voor het rostrum te gaan staan, want dan kan u door uw
collega's gefeliciteerd worden. Geniet ook weer van dit moment.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is nog steeds de begroting
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, eerste termijn van de Kamer.
Ik word heel enthousiast van het enthousiasme van de heer Ceulemans, die
gaat spreken namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. We hebben het vandaag officieel over de
begroting voor dit jaar. In de praktijk is het echter voor een groot
deel een debat over de plannen van het nieuwe kabinet. Dat is logisch,
want er is flink wat om te doen. JA21 staat voor een sociale zekerheid
die ook in de toekomst betaalbaar en toegankelijk blijft. Daarnaast zijn
wij voorstander van een activerende sociale zekerheid, waar mensen
tijdelijk op kunnen terugvallen wanneer dat nodig is, maar die er ook op
gericht is om mensen snel weer aan het werk te krijgen wanneer ze dat
kunnen. Zeker nu de krapte op de arbeidsmarkt al lange tijd aanhoudt en
werkgevers staan te springen om personeel.
De nieuwe coalitie heeft in het coalitieakkoord een aantal maatregelen
aangekondigd, waarover het vandaag al veel gegaan is. Onze lijn is
helder: wij zijn er niet op uit om aan de voorkant allerlei blokkades op
te werpen. Dat is omdat we net als het kabinet zien dat hervormingen
soms onontkoombaar zijn, maar zeker ook omdat de plannen nog maar net in
de grondverf staan. Het kabinet gaat deze nu verder uitwerken, waarna
wij ze op hun merites zullen beoordelen. Bij JA21 dus geen dichte
deuren, ook niet tijdens het nader uitwerken van de plannen, maar
uiteraard ook geen garanties aan de voorkant. Dat is de houding die het
minderheidskabinet van ons kan verwachten. Wel wil ik op dit moment
alvast stilstaan bij één specifieke maatregel, namelijk het verlagen van
het maximumdagloon per 2029, waarover het vandaag al uitgebreid gegaan
is. Op zichzelf klinkt het niet onlogisch om bij het betaalbaar houden
van de sociale zekerheid ook te kijken naar de hoogste uitkeringen. Maar
toch zijn er begrijpelijke zorgen over de gevolgen van deze maatregel.
Een belangrijke bron van zorg is dat de voorgestelde verlaging van het
maximumdagloon geen eerbiedigende werking kent. De verlaging gaat ook
gelden voor wie al een uitkering ontvangt en zijn of haar leven daarop
heeft ingericht. Denk hierbij aan hypotheeklasten bijvoorbeeld. Dit is
wat ons betreft geen kwestie van rechts of links, maar van een overheid
die betrouwbaar en van beleid dat voorspelbaar moet zijn. We hebben
gisteren gezien dat er nogal makkelijk wijzigingen in deze maatregelen
aangebracht kunnen worden. Is het kabinet bereid om op dit punt van de
eerbiedigende werking bij de verlaging van het maximumdagloon in ieder
geval naar een alternatief te kijken?
De situatie in de WIA is onhoudbaar. Op dit moment ontvangen in
Nederland 860.000 personen een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De
instroom in de WIA bedraagt inmiddels ruim boven de 60.000 personen per
jaar. Het aandeel personen in de IVA is fors opgelopen en bij
ongewijzigd beleid loopt de wachtlijst bij het UWV in 2030 op tot
200.000 personen en loopt de wachttijd voor een beoordeling op tot drie
jaar. Je kunt het je met deze cijfers haast niet voorstellen, maar hier
gaat nog twee jaar loondoorbetaling bij ziekte door de werkgever aan
vooraf. De Tilburgse hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen constateerde
in november vorig jaar in De Telegraaf dat Nederland naar verhouding
fors meer arbeidsongeschikten telt dan het Europees gemiddelde, ondanks
het twee jaar doorbetalen bij ziekte door werkgevers, terwijl dit in
onze buurlanden België en Duitsland tussen de twee en zes weken ligt. Je
zou met ons systeem verwachten dat juist minder werknemers
arbeidsongeschikt raken, maar het systeem doet weinig voor het
terugbrengen van het aantal arbeidsongeschikten, zo concludeert
Wilthagen.
Wat het systeem wel doet, is werkgevers met een gigantische kostenpost
opzadelen en hen ontmoedigen om personeel in dienst te nemen, uit angst
voor uitval. Met alle bijkomende verplichtingen worden mkb'ers door deze
regeling gereduceerd tot mini-UWV'tjes op zichzelf, maar dan wel op
eigen kosten. Dit kan zo niet langer. De loondoorbetaling bij ziekte
moet worden teruggebracht, het liefst tot een jaar. In dit nieuwe
coalitieakkoord wordt weliswaar erkend dat de doorbetaling van twee jaar
als een grote last wordt ervaren, maar de aangedragen oplossing is een
stuk vager. Er komen voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer
werkbaar te maken voor werkgevers. Ik heb een aantal vragen aan de
minister. Wat houdt "meer werkbaar maken" voor u in? Deelt u de mening
van JA21 dat iedere maatregel anders dan verkorting van de
doorbetalingsperiode tekortschiet? Kunt u uw ideeën en het tijdpad dat u
hierbij voor ogen heeft nader toelichten? In de tweede termijn zal ik
hierover een motie indienen.
Voorzitter. Dan ga ik naar de zzp'ers, een groep die JA21 na aan het
hart ligt. De handhaving en beboeting rond de Wet DBA, die voor iedere
zzp'er een nachtmerrie is, blijft voor ons en veel zzp'ers een punt van
zorg. De Kamer heeft eerder een motie van de heer Ergin aangenomen
waarin gevraagd werd om de zachte landing te verlengen tot ten minste 31
maart. Die datum nadert inmiddels met rasse schreden en zzp'ers verkeren
nog altijd in onduidelijkheid. Afgelopen vrijdag stuurde de
staatssecretaris een nota van wijziging op de Wet Vbar naar de Kamer.
Daarin wordt een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel, namelijk de
verduidelijking van de beoordeling van de arbeidsrelatie, uit de Vbar
gehaald.
Daarover heb ik een aantal vragen. Hoe verhoudt deze aangepaste Vbar
zich nu tot de zogeheten "mijlpalen" in het Herstel- en Veerkrachtplan?
U weet wel: die dwangbuis waarin we onszelf hebben vastgesnoerd om
aanspraak te maken op een fractie van het geld dat we in het Europese
coronaherstelfonds hebben gekieperd. Dat was in december voor het
kabinet immers nog aanleiding om halsstarrig vast te houden aan het
einde van een zachte landing. Is het met deze nieuwe route nog mogelijk
om die mijlpaal te halen? Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij de
zachte landing in ieder geval zal verlengen tot er een nieuw en werkbaar
kader van kracht is? Kan de staatssecretaris ook garanderen dat het
geschrapte, onwerkbare deel uit de Vbar niet via een achterdeur de
Zelfstandigenwet in gefietst wordt?
Voorzitter. Dan ga ik naar de bijstand.
De voorzitter:
Ik hoef bijna niks meer te doen; u stopt vanzelf. Gaat uw gang, meneer
Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Hier heb ik ook een vraag over. Voor zzp'ers komt er ook een verplichte
arbeidsongeschiktheidsverzekering aan. Kan meneer Ceulemans misschien
iets zeggen over hoe JA21 daarnaar kijkt?
De heer Ceulemans (JA21):
We zijn tegen iedere maatregel die zzp'ers verder insnoert. Ik denk dus
dat we elkaar daarover de hand kunnen schudden.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik snap dat u er nog even naar moet kijken. U bent dus net als wij
geneigd daartegen te zijn?
De voorzitter:
U bedoelt de heer Ceulemans? Ja dus.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja, zeker.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Ceulemans (JA21):
Dan ga ik naar de bijstand, voorzitter. Het is een cliché, maar daarom
niet minder waar: de bijstand moet wat JA21 betreft een vangnet zijn en
zeker geen hangmat om een leven lang in te blijven liggen. Wie in de
bijstand komt, moet daar namelijk zo snel mogelijk weer uit en aan het
werk. De ongemakkelijke waarheid is dat de bijstand in de loop der jaren
meer en meer een migrantenuitkering is geworden. Van de ruim 400.000
bijstandsuitkeringen in Nederland gaat ruim de helft naar mensen die
buiten Europa zijn geboren. In de grote steden ligt dat aantal nog veel
hoger, bijvoorbeeld 61% in Rotterdam. Let wel, dat is dus alleen de
eerste generatie migranten. Om onze verzorgingsstaat in de toekomst
overeind te kunnen houden, is dus drastische migratiebeperking nodig.
Iedere socialist die dat niet erkent, vindt die verzorgingsstaat
kennelijk toch niet zo heel belangrijk.
Het is, met het bovenstaande in het achterhoofd, dan ook onverteerbaar
hoe laks er met de taaleis in de Participatiewet wordt omgegaan. Van wie
een bijstandsuitkering ontvangt en daarmee een beroep doet op de
samenleving om te voorzien in zijn levensonderhoud mag op z'n minst
worden verwacht dat hij razendsnel Nederlands leert als hij de taal niet
of onvoldoende beheerst. Gemeenten handhaven hier echter massaal niet of
nauwelijks op, soms zelfs openlijk op linkse principiële gronden. Vorig
jaar bleek uit een rondgang van de NRC dat gemeenten in de praktijk
zelden tot nooit maatregelen opleggen aan bijstandsontvangers die zich
niet inspannen om Nederlands te leren. In december vroeg ik de
toenmalige staatssecretaris wat er sindsdien gebeurd was om gemeenten
wél de wet te laten naleven en, nog belangrijker, wat de resultaten
daarvan waren. Met name dat laatste blijft nog onduidelijk. Mijn vraag
aan de minister is: op welke manier ziet u erop toe dat gemeenten de
taaleis handhaven? Wat heeft dat sinds april vorig jaar concreet
opgeleverd? Hoe grijpt u in bij gemeenten die weigeren deze taak conform
de wet uit te voeren? Welke sancties legt u hun op? Want dat dit niet
zonder sancties kan blijven, is wat JA21 betreft duidelijk.
Tot slot nog twee vragen hierover aan de minister. Welke mogelijkheden
ziet hij om de taaleis in de bijstand meer in te richten als een
resultaatsverplichting in plaats van, zeker in de praktijk, slechts een
inspanningsverplichting? Deelt hij onze zorgen dat met het omvormen van
de tegenprestatie tot maatschappelijke participatie een belangrijk
aspect verloren gaat, namelijk de wederkerigheid, dus dat je gewoon iets
terugdoet voor de samenleving die jouw uitkering opbrengt? Kan de
minister hierop reageren? Hoe kunnen we dit beter waarborgen? Ook hierop
overweeg ik een motie.
Ik ga snel door mijn tijd, dus ik moet een blokje schrappen.
Tot slot ga ik over op arbeidsmigratie. Dat blijft een belangrijk
onderdeel van de portefeuille van deze minister. Vooropgesteld,
arbeidsmigratie zal in zekere mate altijd nodig zijn, maar wel
gereguleerd en om aantoonbare tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt
aan te vullen. Dat is dus iets heel anders dan Nederlands personeel
vervangen door goedkoop en makkelijk uit te buiten importpersoneel uit
het Oostblok, complete onrendabele bedrijfstakken op arbeidsmigratie
laten draaien, complete wijken laten zuchten onder malafide
huisvestingspraktijken en Oost-Europeanen als wegwerpproducten op straat
gooien, met dakloosheid, verslaving en verloedering van onze steden tot
gevolg. Wat JA21 betreft grijpen we alle mogelijkheden aan om weer grip
te krijgen op arbeidsmigratie, idealiter met een stelsel van
werkvergunningen. Kan de minister aangeven welke concrete stappen hij op
korte termijn op dit vlak wil zetten? Kan hij tevens aangeven welke
aanvullende regulerende maatregelen wel zouden kunnen binnen de Europese
regels, maar die het kabinet op dit moment nog niet wil nemen? Kan de
minister tot slot nader ingaan op de pilot die het kabinet wil starten
rond het gericht naar Nederland halen van personeel uit in ieder geval
kandidaat-lidstaten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Als het over arbeidsmigratie gaat heeft de heer Ceulemans wellicht nog
een suggestie. Zoals ik het begrijp, is binnen het Europees recht bijna
niets mogelijk. Waar denkt de heer Ceulemans zelf wellicht aan?
De heer Ceulemans (JA21):
Het is inderdaad een hele ingewikkelde discussie. Bij de
procedurevergadering SZW gaan wij geloof ik ook samen in een werkgroep
zitten waarin we in kaart gaan brengen wat er dan binnen de Europese
kaders nog meer mogelijk is. Eén ding is op dit moment denk ik het
belangrijkst: dat we uit die "kan niet, mag niet"-discussie komen. We
moeten voor eens en voor altijd duidelijk hebben welke aanvullende
maatregelen we nog kunnen nemen. Wat ons betreft gaan we die dan ook
nemen. Dan is dat onderdeel van de discussie in ieder geval duidelijk.
Wat ons betreft nemen we daarbij ook het onderwerp werkvergunningen
mee.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we toegekomen aan het volgende extra heuglijke
moment in dit debat. Dat is de maidenspeech van de heer Hamstra. Hij
spreekt namens het CDA. Hij heeft aangegeven niet geïnterrumpeerd te
willen worden. Ik zal dat dus ook niet toestaan. Ik wens u veel plezier.
Gaat uw gang.
De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter, dank.
De wereld mooier achterlaten dan die was toen ik ter wereld kwam; dat is
waar ik 's ochtends mijn bed voor uitkom. Dat is wat mijn hart sneller
laat kloppen, wat mijn bloed sneller doet stromen en wat mij motiveert
en mijn drijfveer is in het leven. Die oorsprong vond 8.000 kilometer
verderop plaats. De dag dat ik ter wereld kwam is 26 augustus 1986. Mijn
wieg stond in Kalutara in Sri Lanka. Een vruchtbaar land, omringd door
de Indische Oceaan, bekend van witte stranden, blauwe oceanen, groene
jungles, rijke culturen en de smaakvolle keuken. Dat is de mooie kant.
Er is ook een andere kant. Het bestaan was in die tijd voor de meeste
mensen erg onzeker. Er woedde een burgeroorlog en meer dan een kwart van
de inwoners leefde onder de armoedegrens. Dat is dan ook de reden waarom
mijn biologische ouders niet voor mij konden zorgen en kozen voor
adoptie. Dat kan geen makkelijke keus geweest zijn: het afstaan van mijn
zus, toen anderhalf jaar oud, en mijzelf — ik was toen een paar weken.
Maar door armoede en gebrek aan toekomstperspectief zagen zij geen
andere uitweg.
Zo werd ons levenspad vervolgd in een nieuw beloofd land. Ik kwam
terecht in het mooie Ermelo. De bosrijke omgeving en de hartelijkheid
van de mensen hielpen mee, maar mijn ouders zijn de reden voor mijn
nagenoeg onbezorgde jeugd. Mijn moeder, verpleegkundige van huis uit een
vrijwilliger in de kerk, leerde me hoe belangrijk het is om je in te
zetten voor de samenleving. Mijn vader had geen opleiding genoten, maar
bouwde vanuit het niets een eigen bedrijf op. Hij leerde me het nut van
hard werken voor wat jij belangrijk vindt. Samen vormden ze me en
maakten ze me tot de persoon die ik nu ben. Daar zal ik ze eeuwig
dankbaar voor zijn.
Voorzitter. Dankbaar ben ik ook voor alle kansen die Nederland mij heeft
geboden, kansen die ik in Sri Lanka hoogstwaarschijnlijk niet gekregen
zou hebben. Door een samenloop van omstandigheden en wat ik als christen
"Gods plan" noem, heb ik die kansen toch gekregen. Die kansen gun ik
iedereen. Kansen om te doen waar je goed in bent, jezelf te leren
kennen, je te ontwikkelen en je in te zetten voor de samenleving. Daar
zet ik me graag voor in. Op die manier maak je de wereld namelijk een
stukje mooier.
Voorzitter. Dat brengt me bij de begroting van vandaag. Laat ik beginnen
bij armoede. Als je de debatten of het nieuws volgt, zou je kunnen
denken dat er in Nederland verschillende typen armoede zijn,
bijvoorbeeld menstruatiearmoede, energiearmoede, verzorgingsarmoede of
kinderarmoede. We hebben het allemaal wel voorbij zien komen, maar
eigenlijk is er maar één type armoede. Feitelijk leef je in armoede als
je onvoldoende geld hebt om in je basisbehoeften te kunnen voorzien. Ik
heb het dan bijvoorbeeld over een dak boven je hoofd, eten op je bord,
energie om je warm te houden, maar ook over verzorgingsproducten en geld
om deel te nemen aan de samenleving. Het is al eerder gezegd: in ons
land wonen 550.000 mensen onder de armoedegrens. 1,1 miljoen mensen
zitten daar net boven. Die laatste groep is één kapotte wasmachine
verwijderd van leven in armoede.
Voorzitter. Als we kijken naar de nieuwe definitie die in 2024 is
ingegaan, dan valt mij op dat het aantal armen in één klap gedaald is
van 820.000 naar 540.000. Hoewel deze definitie breder is en de
werkelijke kosten van zaken als huisvesting, energie en vermogen
meeneemt, maakt mijn fractie zich zorgen of een deel van deze groep niet
te gemakkelijk uit het oog is verloren. Met andere woorden: hebben we
deze mensen niet de armoede uit gedefinieerd, vraag ik aan de minister.
Of laat ik het positiever formuleren: hebben we alle groepen voldoende
in zicht? Zo worden schulden en daadwerkelijke zorgkosten bijvoorbeeld
niet meegenomen in de nieuwe definitie; daar is dus nog wel wat ruimte
voor verbetering. Worden deze elementen wel meegenomen in de herijking?
Want beter zicht maakt beter beleid mogelijk en zo voorkomen we armoede.
Dat betekent overigens niet dat we vanuit Den Haag alles kunnen
oplossen.
Voorzitter. We hebben het niet alleen over hoeveel mensen onder de
armoedegrens leven, maar ook over hoe diep armoede gaat. Dan heb ik het
over de intensiteit en de duur van armoede. Juist mensen met wisselende
uren en een flexibel inkomen, of mensen die toeslagen niet aan durven
vragen uit angst voor terugvorderingen, kennen we niet, zien we niet, of
zien we gewoonweg te laat. Dan helpt het als toeslagen automatisch
zouden kunnen worden toegekend en uitgekeerd. Mijn vraag aan de minister
is: klopt het dat er standaard onderuitputting is, omdat mensen
toeslagen niet aanvragen, terwijl ze daar wel recht op hebben en het
geld eigenlijk ook hartstikke hard nodig hebben? Hoe staat de minister
tegenover het automatisch toekennen en uitkeren van toeslagen, zodat het
risico op terugvordering en niet-gebruik afneemt?
Voorzitter. Dan over kinderarmoede. Meer dan 300.000 kinderen groeien in
Nederland op in armoede. Kinderen die aan het leven beginnen met een
achterstand en kinderen die minder kansen krijgen zonder dat ze daar
zelf iets aan kunnen doen. Het maakt uit waar je wieg staat. Gemeenten
hebben de mogelijkheid om zelf te bepalen tot welk inkomen hun inwoners
recht hebben op minimaregelingen. In de ene gemeente is dat 105% van het
wettelijk minimuminkomen, in de andere gemeente is het 150% en alles wat
daartussen zit. Maar armoede mag geen Postcodeloterij zijn. Ik vraag aan
de minister of hij kan toezeggen dat hij actief met de VNG in gesprek
gaat om de minimaregelingen bij gemeenten te uniformeren. Collega
Biekman had het daar ook al over in haar eerste termijn.
Voorzitter. Armoede wordt vaak aangejaagd door lasten die te hoog
worden. Dat brengt me bij energiearmoede. In de memorie van de begroting
staat dat er in 2026 60 miljoen is gereserveerd voor een meerjarig
publiekelijk energiefonds voor lage inkomens met hoge energielasten. Het
coalitieakkoord bevestigt dat en het CDA is daar blij mee. Wel vragen we
ons af wanneer de opening van dit noodfonds gereed is. Kan de minister
garanderen dat dit noodfonds op tijd gereed is, zodat huishoudens niet
in de problemen komen door de extreem stijgende energielasten als gevolg
van geopolitieke instabiliteit? Daar zit natuurlijk ook veel
onzekerheid. Denkt de minister bijvoorbeeld in scenario's en in wat
daarvoor nodig is? Dan kunnen we namelijk snel handelen als dat nodig
is.
Voorzitter. Ik heb Kamervragen gesteld over noodpakketten voor minima.
Het vorige kabinet schrijft in de beantwoording dat er op dit moment
geen financiële ruimte is voor extra stappen. Ook staat in het antwoord
dat alle ministeries werken aan maatschappelijke weerbaarheid en dat er
nadrukkelijk wordt gekeken welke departementen welke rol hebben. Kan de
minister toezeggen dat hij samen met bijvoorbeeld de staatssecretaris
van Defensie, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van
Justitie en Veiligheid verkent wat er nodig is om minima te ondersteunen
bij noodvoorbereidingen?
Voorzitter. Noodpakketten zijn een praktische vorm van weerbaarheid,
maar structurele weerbaarheid zit ook in het voorkomen dat mensen
überhaupt in problematische schulden belanden. Dat brengt mij op
schuldhulp. Vrijwilligers zijn het cement van de samenleving. Dat blijkt
ook als het aankomt op schuldhulp. Deloitte onderzocht onlangs nog dat
de hulp die vrijwilligersorganisaties bieden aan mensen met financiële
problemen, de samenleving 208 miljoen per jaar oplevert. Dat is
prachtig, maar daarmee zijn we er nog niet. Twee punten wil ik de
minister graag meegeven.
Het eerste punt gaat over overzicht. Zonder overzicht blijkt schuldhulp
vaak dweilen met de kraan open. Als CDA pleiten wij voor één overzicht
van schulden en betalingscapaciteit. Hoe kijkt de minister aan tegen
zo'n schuldenoverzicht, dat ook private schulden meeneemt, zodat de
betaalcapaciteit realistischer kan worden vastgelegd en escalatie kan
worden voorkomen?
Het tweede punt gaat over prikkels rondom schulden, en dan hebben we het
natuurlijk over de schuldenindustrie. Daar gaat veel geld om in
aanmaningen, incassokosten en ketenpartijen. Mijn vraag is hoe de
minister de prikkel verschuift van verdienen aan schuld naar vroeg
oplossen. Als je schulden voorkomt en mensen eerder bereikt, scheelt dat
niet alleen ellende, maar ook geld.
Dat brengt mij bij een heel praktisch punt over financiële weerbaarheid:
wanneer geld binnenkomt. Wij vinden dat mensen meer grip verdienen op
financiën. Als CDA-fractie hebben we gepleit voor één nationale
betaaldag voor inkomensregelingen, juist omdat er nu te veel verschillen
zijn tussen de uitbetaalmomenten en de afschrijvingen van de vaste
lasten. Dat is nu ook opgenomen in de kabinetsplannen. We moeten dus zo
snel mogelijk aan de slag. Hoe gaat de minister dit oppakken? Gaat hij
bijvoorbeeld in overleg met het UWV, de SVB en decentrale overheden? Wie
krijgt de regie op een plan van aanpak met concrete eerste stappen?
Wanneer informeert hij de Kamer hierover?
Voorzitter, ik rond af. Ik begon mijn inbreng met Nederland als beloofd
land. Dat doet me denken aan het Bijbelverhaal van Mozes. Mozes leidde
het volk Israël 40 jaar lang door de woestijn. 40 jaar lang doorstond
hij beproevingen en uitdagingen om een volk, dat het lang niet altijd
met hem eens was, te leiden naar het beloofde land, dat hij uiteindelijk
zelf nooit zou binnengaan. Dat is wat mij betreft de kern van wat wij
hier doen. Laten we dus samen werken aan dat beloofde land, ook al is de
kans groot dat wij daar zelf nooit volledig binnen zullen gaan. Een
samenleving floreert als haar leiders bomen planten waarvan zij zelf
misschien wel nooit in de schaduw zullen zitten.
Voorzitter, dank.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel. Ook u dank ik voor uw persoonlijke en bevlogen verhaal, en
voor het inkijkje in de reis die u letterlijk en figuurlijk heeft
afgelegd. Ik denk dat het mensen ook geraakt heeft. Ik wil u van harte
feliciteren. Ik vraag u om voor het rostrum te gaan staan om de
felicitaties van uw collega's in ontvangst te nemen. Ik schors voor
enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. We zijn nog steeds bezig met de eerste termijn van de
Kamer. Ik nodig mevrouw Van Ark, die komt spreken namens de fractie van
het CDA, van harte uit. Dit is geen maidenspeech, maar ik wens u alsnog
veel plezier.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Onze arbeidsmarkt is sterk veranderd. Werkgevers
staan te springen om talent. Technologische ontwikkelingen veranderen
het werk en de vaardigheden die daarvoor nodig zijn. Dat biedt kansen,
ook voor mensen die aan de zijlijn staan en voor mensen die een nieuwe
stap willen zetten. Daarom investeert het nieuwe kabinet wat ons betreft
terecht in Leven Lang Ontwikkelen. Er wordt ingezet op een stelsel van
sociale zekerheid dat de focus op goede en snelle begeleiding naar werk
legt, en dat ondersteunt bij het combineren van werk met andere
verantwoordelijkheden, in het gezin, voor familie of in de
samenleving.
Ik wil vandaag drie punten aansnijden. Het eerste punt gaat over de
sociale zekerheid. Mijn tweede punt gaat over een toekomstbestendige
arbeidsmarkt. Ik sluit af met de combinatie van werk en zorg.
Ik begin bij het eerste punt. Het CDA vindt dat iedereen moet kunnen
meedoen. Werk betekent meer dan inkomen. Het biedt structuur, sociale
contacten en eigenwaarde. Tegelijkertijd kunnen mensen te maken krijgen
met risico's, zoals ziekte of arbeidsongeschiktheid. Daarom hebben we
een solidair stelsel van sociale zekerheid. Dat kan echter alleen
houdbaar blijven als het begrijpelijk en uitvoerbaar is, en juist daar
zien we de problemen. De WIA is te complex geworden, de instroom neemt
toe en de uitvoering bij het UWV loopt vast. Ook bij de WW komt de
beweging van werk naar werk nog onvoldoende op gang. Op de korte termijn
moet de druk daarom van de ketel. Het afschaffen van de IVA voor nieuwe
gevallen kan daarbij helpen. Maar op de lange termijn moeten we ons echt
meer gaan richten op preventie en duurzame inzetbaarheid. We zijn dan
ook heel blij met de extra middelen voor Leven Lang Ontwikkelen, die we
wat ons betreft heel gericht gaan inzetten voor de groepen die dit het
hardst nodig hebben. Daarbij heb ik de volgende vragen aan de minister.
Hoe wil de minister zorgen dat Leven Lang Ontwikkelen echt een centrale
plaats krijgt in het arbeidsmarktbeleid? Wil hij dit ook expliciet
meenemen in de gesprekken met sociale partners? Ziet de minister ook dat
dit een heel belangrijk onderdeel van cao's kan zijn, met name bij zware
beroepen?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zou aan mijn collega van het CDA willen vragen wat in haar ogen de
groepen zijn die het het hardste nodig hebben, want ik denk dat iedereen
hier in de Kamer daar een ander beeld bij heeft. Wat is in de ogen van
het CDA de groep die de middelen uit dat Leven Lang Ontwikkelen het
hardst nodig heeft?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel. Dat is een mooie vraag. De groepen die dat, denk ik, het
hardst nodig hebben, zijn de groepen die zich op dit moment in kwetsbare
posities bevinden, bijvoorbeeld in een werkomgeving waarvan we eigenlijk
weten dat die binnenkort wordt vervangen door AI. We weten dat straks
heel veel andersoortige banen nodig zijn. We hebben straks bijvoorbeeld
veel meer banen nodig in de technologie. Andere banen zullen worden
uitgefaseerd. Wat mij betreft gaan we met name naar de groepen kijken
met beroepen waarvan we weten dat ze niet meer houdbaar zijn op de lange
termijn. Dat vind ik heel belangrijk. Mensen met een mbo-opleiding horen
ook bij de kwetsbare groepen waarin niet automatisch geïnvesteerd wordt
via Leven Lang Ontwikkelen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank voor dit antwoord. Tegelijkertijd zien we ook dat er al
O&O-fondsen zijn voor alle beroepen en sectoren die worden genoemd.
Hoe ziet mijn collega van het CDA die wisselwerking daartussen? Hoe ziet
zij de optimalisatie tussen deze twee potten met geld die we straks bij
elkaar willen brengen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Een heel terechte vraag, denk ik. In de O&O-fondsen zit ook heel
veel geld voor Leven Lang Ontwikkelen. Ik denk dat we ook echt slim
moeten kijken. Het heeft niet zo heel veel zin om dezelfde groepen twee
keer te financieren. Ik denk dat we heel goed moeten kijken naar welke
groepen die O&O-fondsen toe gaan en welke groepen echt gebruik
zouden moeten kunnen maken van het geld van Leven Lang Ontwikkelen. Het
geld is natuurlijk niet onbeperkt. We moeten slim kijken hoe we dat geld
gaan inzetten. Wat dat betreft kunnen we elkaar daar wel in vinden.
De heer Edgar Mulder (PVV):
In het algemeen zou ik mevrouw Van Ark willen vragen — want u had het
over kwetsbare groepen — of u langdurig en duurzaam gehandicapten ook
een kwetsbare groep vindt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ja, dat vind ik zeker een kwetsbare groep.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Vindt u dan ook dat het CDA voor dat soort mensen zou moeten opkomen en
zou moeten vechten voor hun rechten?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Uiteraard. Daar kom ik zo meteen ook nog op terug in mijn inbreng.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Misschien kunt u dan al vertellen, als u vindt dat dat ook een kwetsbare
groep is, hoe u als CDA akkoord kan gaan, vraag ik via de voorzitter,
met kortingen op bestaande gevallen. Ik bedoel niet de nieuwe gevallen,
zoals door het afschaffen van de IVA in de toekomst, maar mensen die nu
afgekeurd zijn, waarvan vastgesteld is dat ze niet meer kunnen werken.
Waarom gaat het CDA ermee akkoord dat op die mensen gekort wordt?
De voorzitter:
Het is mevrouw Van Ark, via de voorzitter alstublieft.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik kom zo precies op dit punt terug in mijn inbreng. Als u daarna nog
een vraag heeft daarover — dat kan ik mij zo voorstellen — dan
beantwoord ik die graag.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Telt die interruptie dan niet mee, voorzitter?
De voorzitter:
Ik ga nu heel coulant zijn. Ik tel deze niet als interruptie. Gaat u
verder, mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Het CDA vindt dat overheid, werkgevers en werknemers alle
drie een deel van de oplossing zijn bij toekomstige stelselherziening.
Daarom is het zo belangrijk dat iedereen aan tafel komt, zodat er
samengewerkt wordt aan een evenwichtig, uitlegbaar en betaalbaar systeem
van verzekeringen, waarbij de maatregelen juridisch houdbaar zijn en er
handelingsperspectief is voor mensen, goede informatievoorziening en
overgangsrecht waar nodig. Deelt de minister deze randvoorwaarden?
Daarbij willen we extra aandacht vragen voor het maximumdagloon en de
verlaging daarvan. Voor onze fractie is dit een steen op de maag. Daar
moeten we ook eerlijk over zijn. Dat geeft meteen antwoord op de vraag
van de heer Mulder. We willen graag snel duidelijkheid van de minister
over de vraag in hoeverre dit juridisch houdbaar is voor bestaande
gevallen. Zou de minister ons daar een analyse van kunnen geven en die
aan de Kamer kunnen doen toekomen? Zo niet, hoe ziet de minister
overgangsrecht voor zich? Geldt daarvoor een uitgestelde of
eerbiedigende werking? Met andere woorden: beschermt de minister
bestaande gevallen helemaal of alleen tijdelijk? Dit gaat om mensen die
niet in staat zijn om de terugval in inkomen bij te verdienen, terwijl
hun vaste lasten hetzelfde blijven. Graag een reactie van de
minister.
De heer Flach (SGP):
Dit is wel interessant. Het is "een steen op de maag" voor het CDA. Dat
is forse kritiek op het eigen programma. Is dat een kwestie van "dat
hebben we gewoon slecht onderhandeld" of hoor ik hier een
spijtoptant?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het is niet heel veel anders dan wat de heer Bontenbal vorige week
gezegd heeft. Hij heeft het "een kiezel in de schoen" genoemd. Ik noem
het "een steen op de maag". Het komt op hetzelfde neer. Voor ons is dit
gewoon een pijnlijke maatregel waarvan we ons echt afvragen: hoe zit het
met de juridische houdbaarheid daarvan? Laten we daar dus goed naar
kijken. Dit is natuurlijk ook een van de maatregelen die we graag
uitgewerkt zien met sociale partners.
De heer Flach (SGP):
"Een steen in de schoen" en "een steen op de maag" is een soort
escalerend proces. Het wordt steeds gekker. Daar krijg je steeds meer
last van. Ik deel overigens wel de bezwaren die mevrouw Van Ark naar
voren brengt. Stel dat er vanuit de oppositie voorstellen komen om dat
aan te passen of om daar wat dan ook mee te doen. Kan ik dan rekenen op
een welwillende blik van het CDA?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik ga ervan uit dat de hele Kamer een welwillende blik heeft. Met al
deze voorstellen die we in het coalitieakkoord hebben neergelegd, hebben
we ook een handreiking gedaan aan de sociale partners om daarnaar te
kijken en om betere tegenvoorstellen te doen. Tegelijkertijd, zeg ik er
heel eerlijk bij, hebben we ook een financieel plaatje dat erbij hoort,
dus daar moeten we ook scherp naar kijken. Als we iets aan maatregelen
gaan doen, dan moet er ook iets anders voor in de plaats komen.
De voorzitter:
Afrondend, de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dan blijf ik nog met één vraag zitten. Als mevrouw Van Ark verwacht dat
de hele Kamer daar welwillend naar kijkt, hoe is het dan in vredesnaam
in het akkoord terechtgekomen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dit zijn afspraken die in het akkoord komen waar je misschien anders
naar gaat kijken. Wat ons betreft is dit er een die we echt goed moeten
uitzoeken met elkaar.
De voorzitter:
De heer Mulder. Deze telt wel.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Nee, want dit was …
De voorzitter:
Ja, ik doe een voorwaarschuwing. Gaat u verder.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ja, maar ... Nou. "Een steen in de maag". Een aantal kabinetten geleden
hebben we het gehad over een meloen die moest worden doorgeslikt. Dat
werd ook steeds erger. Dit handhaaft u ook niet. Dit is een verloren
strijd. Het past ook helemaal niet bij het CDA. Ik snap de opmerking van
mevrouw Van Ark eigenlijk ook niet dat ze wil dat er wordt gekeken naar
de juridische houdbaarheid. Het zou moeten gaan om beschaving, om
uitgangspunten, dus waarom wil je iets weten over juridische
houdbaarheid? Wat vindt het CDA? Is het terecht om te bezuinigen op
mensen die volledig zijn afgekeurd, terwijl ze geen enkele mogelijkheid
hebben om zichzelf nog verder te redden of om extra te gaan werken of
wat dan ook? Wat vindt u daarvan, los van de juridische zaken? Wat vindt
de CDA-fractie daarvan? Dáár zou u op moeten regeren. Graag een reactie,
alstublieft.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat de steen op de maag mooi symbool staat voor hoe wij daarnaar
kijken. Ik heb ook gezegd dat dit kwetsbare groepen zijn, die moeilijk
nog iets kunnen bijverdienen. Ze zijn niet voor niks arbeidsongeschikt.
Dat is dus de manier waarop we ernaar kijken. Daarbij hoort ook dat we
nu zeggen: laten we ook eerst eens even kijken naar de juridische
houdbaarheid. Maar dat gevoel wordt gesymboliseerd door die steen op de
maag.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dan mag het in drieën, als de interruptie toch telt. Dan keurt u dus die
hele maatregel an sich af? U bent daaroptegen en …
De voorzitter:
"Mevrouw Van Ark is daaroptegen."
De heer Edgar Mulder (PVV):
… en u wilt ervoor zorgen dat er een vervanging komt, vraag ik via de
voorzitter.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het is een maatregel waar wij moeite mee hebben, ja.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Maar bent u daar ook op tegen, vraag ik via de voorzitter. Bent u
eroptegen dat mensen die geen kant meer op kunnen nog extra gepakt
worden, zodat ze ook niet meer kunnen voldoen aan langjarige
verplichtingen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Wij zouden dat graag anders zien als het anders kan.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Het is "niet grappig": zo noemde Bontenbal de zwangerschapsboete, de
20%. U noemt de boete voor de mensen die in de WIA zitten "een steen op
de maag". Hoe noemt u de verlaging voor de mensen die in de WW
terechtkomen en die 20% inleveren?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat zijn natuurlijk geen fijne maatregelen. Tegelijkertijd gaan we wel
met elkaar kijken hoe we het gehele stelsel, dus niet al die losse
maatregelen, beter kunnen maken, ook voor de mensen zelf. Dat geldt voor
de mensen in de WW, maar dat geldt ook voor de mensen in bijvoorbeeld de
WIA. Ik denk dat dat een heel grote groep is. Volgens mij zijn we het
als Kamer heel erg met elkaar eens dat met name bij de mensen in de WIA
het stelsel vastloopt. We zien heel graag dat het ook voor de mensen
zelf beter wordt, want ook mensen zelf gaan graag aan het werk als ze
dat kunnen.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Het raakt mensen in de Wazo, de Wieg, de WW, de WIA: de hele groep
mensen die vallen onder een werknemersverzekering. Iedereen wordt
geraakt door die 20% korting. Ik hoor het CDA allerlei termen noemen
voor hoe het mensen raakt, maar de kern is dat de hele maatregel voor
iedereen hetzelfde effect heeft, namelijk dat er bijna €1.000 per maand
ingeleverd gaat worden. Dat is een maatregel die hard binnenkomt bij al
die mensen die in een situatie zitten waar ze niks aan kunnen
veranderen. Is het CDA bereid om naar de hele maatregel van die 20% te
kijken en te kijken of er alternatieven gevonden kunnen worden?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb zonet aangegeven dat we eerst graag naar het maximumdagloon voor
de mensen in de WIA gaan kijken. Dat is voor ons echt de steen op de
maag, waar we heel veel aandacht voor willen vragen. Tegelijkertijd heb
ik begrepen dat het kabinet ook gaat kijken hoe het zit met het
zwangerschapsverlof. Ook daar gaan we naar kijken. Tegelijkertijd wordt
het begrip "sociale partners" volgens mij vijf keer in het
coalitieakkoord genoemd. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dit
ook samen met sociale partners gaan doen. Die uitgestoken hand van het
CDA is wat mij betreft ook echt nog steeds een uitgestoken hand. Laten
we dus ook met elkaar goed kijken of we, waar dat kan, betere
voorstellen kunnen doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dan zou ik mevrouw Van Ark graag willen uitdagen om met ons naar de
mogelijkheid te kijken om die zeggenschap juist weer helemaal bij
werkgevers en werknemers neer te leggen en toe te werken naar een
kostendekkende premie. Op dit moment komt er 10 miljard meer binnen dan
er wordt uitgekeerd. Ik heb het ook over toewerken naar een
kostendekkende premie, zorgen dat die zeggenschap veiliggesteld wordt en
we de polder herstellen, zodat we met elkaar misschien het Rijnlands
model kunnen redden.
De voorzitter:
Mevrouw Patijn, voor de administratie: dit was uw vierde blokje. U heeft
er dus nog één. De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat mevrouw Van Ark aangeeft dat dit
een steen op de maag is en dat, als het anders zou kunnen, het misschien
ook anders zou moeten. U vindt hier een Kamer die meer zetels heeft dan
de coalitie. Ik heb het net bij D66 geprobeerd. Toen proefde ik in het
antwoord dat zij dit voortzetten, ook omdat ze het belangrijk vinden dat
we het niet doorschuiven naar de volgende generatie. Toen ik vroeg of de
keuzes niet op een andere plek konden landen, kreeg ik daar geen
antwoord op.
De voorzitter:
En uw vraag aan mevrouw Van Ark?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik merk bij het CDA dat ze het wel belangrijk vinden. Mijn vraag op dit
punt is dus hoe dit eigenlijk heeft kunnen gebeuren. Dit is niet een
akkoord van het kabinet. Dit is een akkoord van Kamerleden. We wisten
dat mensen die nooit meer zouden kunnen werken keihard geraakt zouden
worden door die 20%. Ik vind het een beetje gek dat er een maand nadat
iedereen z'n handtekening heeft gezet, op verschillende punten wordt
gezegd dat het ingewikkeld, een kiezel, een steen, een ramp, een meloen
is. Mijn vraag is eigenlijk of het CDA zich ervan bewust was dat deze
maatregel gehandicapten en arbeidsongeschikten zou raken en ze daarmee
hebben ingestemd …
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark.
De heer Ceder (ChristenUnie):
... of heeft deze ontwikkeling zich pas later, na de presentatie van het
kabinet, geopenbaard?
De voorzitter:
Meneer Ceder, de interrupties moeten echt korter en bondiger. Ik hoor de
heer Dijk zeggen "maar wel een goede". Ik doe niet aan kwalificaties,
meneer Dijk.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, meneer Dijk, zeg ik via de voorzitter.
De voorzitter:
Ik zeg iets over de lengte. Het moet echt korter, ook vanwege de
collega's die hierna nog moeten. Ik heb het dan over een ander debat.
Mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het korten op het maximumdagloon met 20% staat gewoon heel duidelijk in
het coalitieakkoord. Dat was dus gewoon bekend. Het is ook bekend dat er
pijnlijke maatregelen in staan. Ik herhaal mezelf nu denk ik weer, maar
er staat tegelijkertijd ook heel erg duidelijk in dat dit allemaal
maatregelen zijn die we echt nog moeten uitwerken met elkaar. Daarbij
moeten we kijken naar hoe we dit precies goed kunnen vormgeven, welke
groepen dit gaat raken en hoe we er met elkaar, met sociale partners
voor zorgen dat dit goed uitpakt. Wij hebben daarbij juist voor de meest
kwetsbaren dan extra veel aandacht.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit verhaal kan natuurlijk niet kloppen, want er staat gewoon dat we die
daglonen generiek gaan verminderen. Dan weet je dat het gaat over de
gehandicapten, de arbeidsongeschikten en de mensen die het meest
kwetsbaar zijn. Als je het anders had gewild, dan was er opgeschreven
dat we het bij een aantal regelingen gaan aanpassen. D66, de VVD en het
CDA hebben dat niet gedaan. Ik begrijp van mevrouw Van Ark dat de
CDA-fractie willens en wetens wist wat de gevolgen hiervan waren. Oké,
prima. Ik vraag me dan af wat er tussen toen en de afgelopen vier weken
is gebeurd waardoor het opeens een steen op de maag is …
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark.
De heer Ceder (ChristenUnie):
… als dat het toen, bij het accorderen van dit punt, niet was.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Nee, hoor. Ik denk niet dat er iets anders is gebeurd. Ik denk dat het
hele coalitieakkoord gewoon duidelijk is. We kunnen allemaal lezen over
het korten op dat dagloon met 20%. Dat is geen verrassing, ook niet voor
ons. Wij hebben onze handtekening gezet onder maatregelen die we goed
kenden. Dat is dus geen verrassing. Het is altijd een steen op de maag
geweest, uiteraard, anders hadden we 'm ook zelf wel in ons
verkiezingsprogramma gezet. Tegelijkertijd hebben we erop ingezet dat we
met elkaar en samen met sociale partners gaan kijken of we de
voorstellen beter kunnen maken.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, ter afronding. Ik vind het vrij instabiel worden. Al binnen
vier weken hebben alle drie de partijen op een punt aangegeven: "Willens
en wetens hebben we hiermee ingestemd. We wisten wat de implicaties
waren en wie het zou raken. We krijgen nu al koudwatervrees." Hoe moet
dit de komende vier jaar dan gaan? Als er een meerderheid was voor de
gehandicaptenmotie van gisteren, dan snap ik dat je niet anders kan als
coalitie. Maar het initiatief hiervoor komt vanuit de coalitie. Ze
zeggen: als het anders kan, dan hebben wij daar open oren voor. Mijn
vraag is eigenlijk hoe mevrouw Van Ark namens het CDA de komende vier
jaar met al deze maatregelen omgaat. We hebben het nu over die 20%, maar
er is ook geen geld uitgetrokken voor de WIA-hervorming an sich.
De voorzitter:
U heeft uw vraag gesteld. Mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat het helemaal niet verkeerd is om af en toe eerlijk tegen
elkaar te zeggen wat wij van de maatregelen vinden. Ik denk dat dat ook
een kracht is. Als wij iets een vervelende maatregel vinden, dan moet je
dat, vind ik, ook eerlijk kunnen zeggen. Daar sta ik voor. Daar staat
het CDA ook voor. Dat is, denk ik, helemaal niet verkeerd; dat is een
goede eigenschap. Ik denk ook dat het een kans is. We hebben een
minderheidscoalitie. Het is een kans om met de Kamer dit soort
voorstellen beter te maken. Zo kijk ik ernaar.
De heer Neijenhuis (D66):
Er zijn uiteraard veel vragen over de WIA. Het is ook een belangrijk
onderwerp dat veel mensen bezighoudt. In de bijdrage van mevrouw Van Ark
hoor ik haar net zeggen: het is vooral ook belangrijk dat we gaan kijken
naar preventie en duurzame inzetbaarheid. We hebben daar zelf in onze
bijdrage voorstellen voor gedaan. Ik ben ook heel benieuwd naar de
voorstellen waar mevrouw Van Ark aan denkt als het gaat om inzetten op
preventie en duurzame inzetbaarheid.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ja, heel belangrijk. Ik ben heel blij dat we ook extra geld hebben
uitgetrokken voor Leven Lang Ontwikkelen. In het coalitieakkoord wordt
hiervoor 100 miljoen per jaar extra uitgetrokken. Ik denk dat dit heel
belangrijk is. Helaas hebben we er nog veel te weinig werk van gemaakt.
In deze Kamer hebben we het al heel lang over een leven lang
ontwikkelen. Er ligt voor ons allemaal een opdracht om daar nu echt werk
van te maken. Daar liggen echt kansen om het beter te doen voor
mensen.
De heer Neijenhuis (D66):
Dat klinkt mij als muziek in de oren, uiteraard. Die middelen voor Leven
Lang Ontwikkelen zijn inderdaad heel belangrijk, maar dat zijn ze
natuurlijk op heel veel plekken, ook in de context van de WIA. Vindt
mevrouw Van Ark dat de middelen voor LLO moeten worden ingezet om mensen
die op dit moment langs de kant staan, ook vanwege een arbeidsbeperking,
te helpen naar werk?
Mevrouw Van Ark (CDA):
In eerste instantie zijn die middelen bedoeld om ervoor te zorgen dat
mensen überhaupt niet instromen in de WIA. Daar gaan we eerst naar
kijken. Zoals u in uw bijdrage al aangaf, stromen ontzettend veel jonge
mensen met psychische klachten in de WIA in. In uw bijdrage gaf u al aan
dat het vooral vrouwen zijn. Dit is iets wat ons zorgen zou moeten
baren. Het baart mij ook zorgen, dus wat mij betreft gaan we de middelen
heel gericht inzetten, ook om ervoor te zorgen dat mensen überhaupt niet
terechtkomen in de WW of de WIA.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Neijenhuis (D66):
Mijn laatste vraag ging over ons voorstel om die hoge instroom goed te
onderzoeken, maar daar ging mevrouw Van Ark net al op in. Dank
daarvoor.
De heer Ceulemans (JA21):
Nog even terug naar het maximumdagloon in relatie tot de WIA. Mevrouw
Van Ark straalt in werkelijk alles uit dat ze dit niet wil, maar
vervolgens zegt ze wel: voor nu vind ik het het belangrijkst dat wordt
uitgezocht wat de juridische houdbaarheid is. Dan is de simpele vraag of
het CDA weer bijdraait, mocht blijken dat het juridisch wel houdbaar is.
Zegt het CDA dan "oké, dan vinden die maatregel wel te dragen"?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik zou de minister graag willen vragen om niet alleen naar de juridische
houdbaarheid te kijken, maar ook te kijken naar alternatieven, mocht het
juridisch niet houdbaar blijken te zijn.
De heer Ceulemans (JA21):
Dat is nogal wiedes. Op het moment dat u aan het kabinet vraagt of het
juridisch houdbaar is en het kabinet zegt dat het niet juridisch
houdbaar is, zou het raar zijn als u zou zeggen: zet het toch maar door.
Mijn vraag is natuurlijk precies andersom. Mocht blijken dat het
juridisch wel houdbaar is, dan doet het belangrijkste argument dat u
aandraagt niet meer ter zake. Stel dat het juridisch wel houdbaar is.
Zegt u dan "dan vind ik het nog steeds geen prettige maatregel, maar dan
ga ik ermee akkoord dat hij wordt doorgevoerd"? Dat is het punt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
De maatregel blijft natuurlijk niet prettig, maar laten we eerst eens
even kijken hoe deze analyse afloopt.
De heer Ceulemans (JA21):
Dan concludeer ik dat u de maatregel niet wil en dat u naar de
juridische houdbaarheid vraagt in de hoop dat het niet juridisch
houdbaar is en u geen gedoe in de coalitie heeft.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik verwachtte eigenlijk nog een antwoord hierop, maar goed.
De voorzitter:
Daar gaan Kamerleden zelf over.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ja. Ik merk kiezels in de schoenen en stenen in de maag. Ik weet niet
wat u daarnet allemaal zei, maar het was overduidelijk dat u het geen
goed idee vindt. Daarvoor zitten wij hier. Als er geen goede plannen
vanuit het kabinet komen, dan zijn wij er om te controleren en zelf met
plannen te komen. Ik heb een wit papiertje meegenomen. Ik vroeg me af:
wat zullen we gaan opschrijven? Welk voorstel zullen we gaan doen om dit
kabinet te verzoeken om het beperken van het maximumdagloon niet door te
laten gaan? We kunnen vandaag een voorstel doen voor heel veel zekerheid
voor mensen die gerekend hadden op een fatsoenlijk CDA. We kunnen samen
een voorstel doen. Dat lijkt me heel goed. Wat zal ik opschrijven?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik vind het een leuk idee, dat witte papiertje, maar wat mij betreft
gaan we eerst eens even afwachten wat het kabinet hierover te zeggen
heeft. Dit is echt iets wat we niet alleen in de Kamer moeten bespreken
maar ook met de sociale partners.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Op dat antwoord had ik dus gerekend en dat vind ik mooi, want de sociale
partners hebben namelijk al duidelijk aangegeven wat ze willen. Die
willen dit niet en dat is glashelder. Die deur is dichtgegooid, en
terecht. Je kunt immers niet tijdens het spel constant de spelregels
veranderen. Mensen die rechten hebben opgebouwd, hebben daar recht op.
Dan kom ik op mijn vervolgvraag. Als de koek steeds groter wordt en de
premies betaald zijn door werkende mensen in de industrie die door
werkgevers zo meteen worden ontslagen — dat wordt gezegd en u gaf dat
zelf net ook aan, want er komt AI aan ...
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Dijk?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Hoe kan het halveren van de WW dan een optie zijn? Hoe heeft u dat
kunnen bedenken? Dat treft die mensen toch keihard, met name de groep
55-plussers die in het tweede jaar helemaal niet meer aan de bak
komt?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Allereerst denk ik dat het heel belangrijk is om te voorkomen dat mensen
überhaupt in de WW belanden. Ik denk dat we het over dat principe echt
best wel eens zijn. We moeten ervoor zorgen dat, ongeacht wie er in de
WW belandt, mensen echt geactiveerd kunnen worden en dat ze bijvoorbeeld
ook wat makkelijker bij kunnen verdienen als dat mogelijk is. Ook moeten
we ervoor zorgen dat mensen weer zo snel mogelijk uit de WW kunnen. Voor
mij is dat belangrijk. Dat principe staat voorop. Dit is echt een
maatregel waarvan we wachten op de uitwerking.
De voorzitter:
Kort en afrondend, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik hoor hier, vind ik, pijnlijke woorden voor mensen die hun leven lang
gewerkt hebben en dit land hebben opgebouwd, de koek groter hebben
gemaakt. In tien jaar tijd was dat 21% economische groei. Het zijn
precies die mensen die dat hebben gedaan, die ons land draaiende hebben
gehouden. En u zegt: wanneer deze mensen hun baan verliezen, moeten we
ze gaan activeren. Via de voorzitter: mevrouw Van Ark, dit zijn
kneiteractieve mensen die héél graag aan het werk willen! Dan gaat u ze
toch niet korten? Waarom heeft u deze keuze gemaakt? De potten zitten
vol. De potten zitten vol om die WW uit te keren. Het zijn mensen die
dolgraag aan het werk willen. Hoe komt u tot dit besluit?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Precies het punt dat u zegt: mensen die in de WW belanden, willen zo
snel mogelijk de WW weer uit. Zij hebben keihard gewerkt, maar willen
ook keihard weer aan de slag. Dat staat voorop. Ik denk dat dit principe
voorop moet staan als wij de WW opnieuw vorm gaan geven met elkaar.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb misschien ook nog een suggestie voor het witte papiertje van de
heer Dijk. Er wordt straks hard bezuinigd op de uitkeringen. Ook het CDA
heeft daar zijn handtekening onder gezet. Maar het CDA heeft ook zijn
handtekening gezet onder die 19 miljard extra voor Defensie. Dat is een
enorm bedrag. Dat gaat grotendeels naar de Amerikaanse wapenindustrie.
Mijn suggestie is om daar nou eens 10%, 2 miljard, vanaf te halen.
Mevrouw Van Ark (CDA):
We hebben het in deze Kamer deze week heel veel over Iran. Ik denk dat
dat ook laat zien hoe belangrijk het is om in onze defensie te gaan
investeren. We hebben ook met elkaar gezegd dat vrijheid niet gratis is.
Ik denk dat heel veel mensen, ook de mensen die nu thuiszitten en
misschien naar dit debat kijken, heel erg beseffen hoe belangrijk het is
dat we onszelf kunnen beschermen. Daar zie ik dus geen mogelijkheden
voor.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Inderdaad is veiligheid niet gratis, maar er gaat straks maar liefst 19
miljard euro extra naartoe, terwijl Defensie dat geld nu al niet op
krijgt. Dat geld gaat waarschijnlijk grotendeels naar de Amerikaanse
wapenindustrie. We hadden het er al over: met die 5% gaat er
waarschijnlijk nog meer geld naartoe dan naar de hele AOW. Dat is toch
buiten alle proporties? Dat is dan de afweging die wij maken. Mijn vraag
is of het CDA diezelfde afweging maakt. Of vindt het CDA dat redelijk?
Vindt het CDA dat een redelijk bedrag om daarvoor te reserveren, gezien
alle kortingen op de uitkeringen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik vind het een enorm bedrag. Helaas is het een enorm bedrag. Ik denk
wel dat het heel erg nodig is. We hebben heel lang heel veel te weinig
geïnvesteerd in de defensie-industrie, zeker als je ziet in welke
geopolitieke werkelijkheid we op dit moment terecht zijn gekomen. Ik ben
dus heel erg blij dat we ook die investeringen op dit moment doen.
Tegelijkertijd betekent dit ook wel dat we aan de andere kant pijnlijke
maatregelen nemen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Afrondend en tot slot. Fijn om te horen dat mevrouw Van Ark dat eerlijk
toegeeft. Dan mijn laatste vraag: is hierover überhaupt discussie
geweest binnen de CDA-fractie? Mevrouw Van Ark is woordvoerder SZW.
Heeft u daar met uw collega, waarschijnlijk de heer Boswijk, die over
Defensie ging, over gediscussieerd? Of was het gewoon een dictaat van:
nou, er gaat nu 20 miljard extra naar Defensie? Is daar discussie over
geweest?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Wij hebben altijd hele goede gesprekken in de CDA-fractie, kan ik u
vertellen. We hebben uitgebreid gesproken over alle maatregelen, dus
daar kunt u van op aan.
De voorzitter:
Mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja, goeiedag!
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel. Mijn eerste interruptie. De leider van de CDA-fractie wilde
een fatsoenlijk kabinet met vakbekwame mensen die rust, reinheid en
regelmaat zouden brengen. Volgens mij sneuvelt hier ter plekke de
bezuiniging van 900 miljoen op uitkeringen voor mensen met een
arbeidshandicap. De AOW is al onderuit geschoffeld; 2,7 miljard. Zo zie
je achter elkaar de dominostenen vallen. Hoe gaat uiteindelijk de
CDA-fractie daarin bepalen wat zij wil? Ik ben in ieder geval het spoor
bijster hoe de CDA-fractie uiteindelijk alles weer bij elkaar
brengt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat het echt wel een kracht van ons is — daar staat deze
coalitie ook voor — dat we goed luisteren. We hebben een
minderheidskabinet. In het kader van die AOW denk ik dat het ook heel
erg positief is dat we luisteren naar de geluiden die zowel in als
buiten de Kamer te horen zijn. Het kabinet heeft vervolgens ook besloten
om een pas op de plaats te maken. Ik kijk daar dus echt anders naar dan
u, zeg ik via de voorzitter.
De voorzitter:
"Dan mevrouw Keijzer".
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Mevrouw Keijzer; dat klopt.
Het is prachtig als je luistert, maar 2,7 miljard voor de ingreep in de
AOW die niet gerealiseerd wordt, een klein miljard voor de greep in de
kas van mensen met een arbeidshandicap en 2,3 miljard in box 3 telt wel
even op. Ik vind het heel verstandig dat u daarnaar luistert en
terugkeert op uw schreden, hoor. Maar hoe gaat u dit dan uiteindelijk
betalen? We hebben hier namelijk al de hele dag een debat over de
begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar niemand hier weet
hoe dan uiteindelijk die rekening opgepakt gaat worden. Ik zou toch wel
heel graag van de CDA-fractie willen weten hoe ze dit dan gaan doen. Ten
koste van wat gaat het dan uiteindelijk?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat zijn allemaal maatregelen die we natuurlijk verder gaan uitwerken
met elkaar. Ik denk ook niet dat we zomaar kunnen stellen dat die
maatregelen allemaal van tafel zijn. Maar wat er inderdaad aan de hand
is, is dat we nog eens goed naar die maatregelen moeten kijken en hoe
die precies ingevuld moeten worden.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Kort en afrondend is er geen helderheid. Die rust, reinheid en regelmaat
krijgen we dus voorlopig niet, terwijl dat wel beloofd is door het
CDA.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik denk dat het CDA graag bij ons op de koffie komt. Ik drink eigenlijk
altijd thee, maar we nodigen ze graag uit, want het lijkt alsof er
ruimte is, een opening. Ik weet dat het het onderwerp van uw collega is,
maar toen mochten we niet interrumperen, dus misschien kan het CDA toch
nog een blik werpen op de stijging van de armoede.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik drink in de middag graag thee en in de ochtend koffie, dus dan weet u
dat alvast. Ik kom graag een keertje bij u langs.
Dit is inderdaad een onderwerp van mijn collega, maar ik kan er wel wat
over zeggen. Ik kan er in ieder geval over zeggen dat het CDA er in het
coalitieakkoord voor gezorgd heeft, uiteraard met alle coalitiepartners,
dat er extra middelen worden uitgetrokken voor armoede. Er is 150
miljoen per jaar aan extra middelen voor armoede. Ik ben er heel blij
mee dat we dat ook kunnen gaan inzetten.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Een stijging met meer dan 2% is niet kinderachtig. Dat wordt bij lange
na ook niet gehaald met het extraatje dat daarvoor uitgetrokken is. Ik
wil dus nogmaals benadrukken: de koffie staat bij ons altijd klaar,
zeker voor het CDA, nu er ruimte is. Maar met betrekking tot die armoede
moeten we de mensen helpen die het het slechtst hebben. Ik hoop dat ik
het CDA daarin aan mijn zijde vind.
Mevrouw Van Ark (CDA):
U vindt ons daarin altijd aan uw zijde. Ik zie ook een duimpje van mijn
collega in de zaal, dus wat dat betreft gaan we daar graag over in
gesprek.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
U bent allebei van harte welkom!
De voorzitter:
Dit was uw vierde blokje, mevrouw Van Brenk. Dat geldt ook voor de heer
Ceulemans. Dat probeerde ik net al zonder woorden aan hem te seinen. De
heer Mulder begint nu aan zijn vierde blokje. Veel plezier.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik vind dit toch een opmerkelijk debat. U gooit
namelijk wél een aantal dingen van tafel. U zegt dat die voorstellen nog
niet van tafel zijn, maar met z'n drieën had u 66 zetels en zonder het
CDA gaat het terug naar 48. Dan krijgt u echt geen enkel voorstel meer
door deze Kamer. Als u dus echt zegt dat u het als CDA eigenlijk
helemaal niks vindt om te korten op bestaande rechten en het verlagen
van het maximumdagloon, dan heeft u er nu tijdens dit debat ter plekke
al voor gezorgd dat die maatregel van tafel gaat. Realiseert u zich
dat?
De voorzitter:
Mag het alsnog via de voorzitter, meneer Mulder?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb gezegd dat er voor ons een aantal moeilijke maatregelen in zitten
en dat we het goed vinden dat daar nog eens naar gekeken wordt. Dat is
wat anders dan dat alle maatregelen van tafel zijn.
De voorzitter:
Meneer Mulder, u kunt voortaan beter blijven staan.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat zal ik voortaan doen, voorzitter, als ik eenmaal een blokje heb. En
ik zal altijd via de voorzitter praten, want dat is ontzettend
belangrijk, terwijl het eigenlijk niet in de reglementen staat. Maar
alsnog is het ontzettend belangrijk! Maar toch, "er opnieuw naar kijken"
betekent in politieke taal gewoon: we willen dat voorstel niet meer.
Daarmee zeg je dus: "We hebben ons als CDA vergist. Sorry, mea culpa." U
hoopt dat de twee heren die daar zitten het gaan oplossen. U gaat terug
van 66 naar 48 zetels voor die voorstellen. Het voorstel is van tafel.
Ik ben daar blij mee. Ik denk dat het grootste gedeelte van de Kamer
daar ook hartstikke blij mee is. Je kan discussiëren over alle
voorzieningen in dit land, maar blijf af van voorzieningen van mensen
die echt niet meer de mogelijkheid hebben om bij te verdienen en blijf
af van verworven rechten. Nogmaals, realiseert u zich, vraag ik via de
voorzitter, dat u er eigenhandig voor heeft gezorgd dat die twee heren
heel hard moeten gaan werken om dit amateurisme van vandaag te
herstellen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Nee, ik zie dit echt anders. Ik heb niet gezegd dat de maatregelen van
tafel zijn. "Er goed naar kijken" is echt wat anders. Wij doen dit als
CDA echt op een normale manier. We hebben onze handtekening gezet onder
het coalitieakkoord en onder het financiële plaatje dat daarbij hoort.
Dat is echt heel belangrijk. Daarom zeg ik niet zomaar: hup, alle
maatregelen van tafel. Dat zou wat ons betreft niet de manier zijn. Dat
is wat anders dan dat je af en toe nog eens even goed naar een maatregel
wil kijken. Ik denk dat dat ook heel eerlijk en normaal is.
De heer Ergin (DENK):
Ik denk dat ik de asociale bezuinigingen op de uitkeringen hier niet
hoef te herhalen. Mijn voorgangers hebben dat al gedaan. Ik hoor mevrouw
Van Ark wel zeggen dat dat eigenlijk bezuinigingen zijn en dat ze daar
geen fan van zijn. Ze had het over een "steen op de maag", of wat was
het nou? Een steentje in de schoen, een kiezeltje in de maag; weet ik
veel wat het was. Ik ben altijd geïnteresseerd in de ander, dus ik
probeer altijd te begrijpen wat er gebeurt. Kan mevrouw Van Ark
uitleggen wat het CDA daar dan voor heeft teruggekregen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
De heer Ergin vraagt wat wij daarvoor terug hebben gekregen, maar zo
werkt het niet. Het is voor ons belangrijk om aan te geven dat een
aantal maatregelen moeilijk zijn. Andere coalitiepartners zullen dat af
en toe ook doen. Daar willen we ook gewoon eerlijk over zijn.
Tegelijkertijd willen we er ook eerlijk over zijn dat er een
bezuinigingsmaatregel onder ligt en dat je maatregelen dus niet zomaar
van tafel kan gooien.
De heer Ergin (DENK):
Dat tweede deel, over eerlijkheid, deel ik volledig met mevrouw Van Ark.
Politiek moet eerlijk zijn. Tegelijkertijd wordt er altijd gezegd dat
politiek geven en nemen is. Dat hebben we ook heel vaak van de heer
Bontenbal gehoord. Je kunt niet altijd je hele verkiezingsprogramma
realiseren, maar je moet geven en nemen. Ik denk dat de gemiddelde
Nederlander dat ook begrijpt. Dan is het natuurlijk wel eerlijk om aan
te geven op welke punten je hebt gegeven, namelijk de daglonen en de
halvering van de WW-uitkeringen. Maar dan is het ook eerlijk om aan te
geven wat voor het CDA dan belangrijker is. Wat heeft het CDA gekregen
in het akkoord?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik interpreteer uw vraag zo dat u vraagt wat belangrijke maatregelen
zijn waar het CDA heel blij van wordt. Het CDA wordt bijvoorbeeld heel
blij van het gezinspakket. Dit kabinet trekt daar 600 miljoen voor uit.
Dat is voor ons een hele belangrijke maatregel. Het gemeenschapsfonds
heeft niks te maken met de begroting van Sociale Zaken, maar daarvoor
zitten er ook hele belangrijke financiële budgetten in het
coalitieakkoord.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Als dit echt een serieus antwoord van het CDA is op de vraag over geven
en nemen, dan zou ik mevrouw Van Ark willen adviseren om heel goed na te
gaan of het CDA wel of niet gepiepeld is. Ik heb eigenlijk geen vraag
meer, maar wel een advies. Als ik op de plaats van mevrouw Van Ark zou
staan — ik zit nu in de oppositie, maar ik hoop dat DENK ook ergens in
de toekomst in de coalitie komt — dan zou ik me heel erg afvragen of het
CDA is gepiepeld door de overige twee partijen.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik wil daar nog wel even wat over zeggen. Ik neem echt afstand van zo'n
opmerking. Ik kijk daar echt niet zo naar. Met de coalitiepartners
hebben we in goed overleg een coalitieakkoord gesloten. Ja, dat is geven
en nemen. Dit soort woorden zou ik echt niet willen gebruiken.
De voorzitter:
Meneer Dassen, dit is ook uw vierde blokje.
De heer Dassen (Volt):
Oké. Volgens mij moeten we ook kijken naar hoe we de mensen die het
nodig hebben daadwerkelijk kunnen helpen. De coalitie geeft de hele tijd
aan dat er een uitgestoken hand is, dus laten we kijken of we elkaar ook
kunnen vinden. We hebben een voorstel gedaan dat mooi aansluit op het
mooie verhaal dat uw collega Hamstra tijdens zijn maidenspeech hield.
Dat voorstel gaat namelijk over de minima. De mensen die op dit moment
niet in staat zijn om een noodpakket aan te schaffen, moeten we helpen,
juist om ervoor te zorgen dat de weerbaarheid van de gehele samenleving
omhooggaat. Daar hebben wij een voorstel voor ingediend. Ik ben benieuwd
hoe de CDA-fractie daarnaar kijkt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat is natuurlijk lastig. Wij gaan er volgens mij naar kijken. Dat valt
niet precies onder mijn woordvoerderschap, dus ik ken het voorstel niet
uit mijn hoofd. Mijn collega Hamstra heeft dit in zijn portefeuille.
Maar ik weet wel dat hij zich er hard voor inzet dat ook minima op de
een of andere manier aan een noodpakket kunnen komen.
De heer Dassen (Volt):
Precies voor die "een of andere manier" hebben wij een voorstel gedaan,
juist om te zorgen dat we 15 miljoen uit dat geld voor de
maatschappelijke paraatheid halen, zodat we de mensen helpen die niet in
staat zijn om zelf een noodpakket te betalen. Dat lijkt mij precies een
goede invulling van de maatschappelijke paraatheid. Het gaat er juist om
dat we zorgen dat we die mensen helpen. Ik snap dat mevrouw Van Ark geen
woordvoerder is op dit thema. Ik hoop wel dat de CDA-fractie hier
serieus naar wil kijken, want volgens mij is dit een kleine manier om te
zorgen dat we de samenleving als geheel een stukje weerbaarder
maken.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA kijkt altijd naar goede voorstellen, dus ik ben benieuwd.
De voorzitter:
Ja, u mag er nog een interruptie aan wagen, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Ja, nee, dat is fijn om te horen. Ik ga kijken of de CDA-fractie dan ook
bij mij terugkomt op het moment dat ze hiernaar gekeken hebben, zodat we
kunnen kijken of dit daadwerkelijk wat gaat opleveren voor mensen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Er zijn een aantal maatregelen die de minderheidscoalitie voor elkaar
heeft gekregen waar ik blij mee ben, ook wat betreft de kindregelingen.
Daar ben ik blij mee. Er zijn ook wel een aantal maatregelen in brede
zin waar wij zorgen over hebben. Ik heb het bijvoorbeeld over de
bezuiniging op de gehandicaptenzorg. We hebben het net gehad over het
maximumdagloon. Ik noem ook ontwikkelingssamenwerking. Als ik het zo
zie, is dat toch een voortzetting van het beleid van kabinet-Schoof.
Maar ik heb de meeste vragen over de hervorming van de WIA. Wij weten
hier allemaal dat die veranderd moet worden. We weten ook allemaal dat
dat geld kost. Maar de plannen die nu uitgewerkt zijn, leiden volgens
mij niet tot een beter stelsel.
De voorzitter:
Wat is uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik kan het misschien verkeerd hebben, maar ik zou mevrouw Van Ark willen
vragen hoe de maatregelen die nu ingeboekt zijn, gaan leiden tot een
beter stelsel voor mensen die in de WIA terechtkomen.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Eén: er zijn een aantal maatregelen die wel degelijk kunnen helpen.
Tegelijkertijd zal ik er ook eerlijk bij zeggen dat de maatregelen zoals
ze nu gepresenteerd zijn, nog niet voldoende zijn. Ik denk dat we echt
ook naar andere dingen moeten kijken om te zorgen dat het hele stelsel
beter wordt. We gaan zowel naar de instroom en de uitstroom als naar het
UWV zelf kijken. Ik denk dat je aan alle knoppen tegelijkertijd moet
draaien. Een van de maatregelen waarvan ik wel degelijk denk dat die het
UWV gaat ontlasten, is de IVA. Die zetten we stop. Dat maakt het
simpeler voor het UWV om de uitkering toe te kennen. In meerdere
adviesrapporten is aangeraden om dat op die manier te doen. De IVA is
echt ingewikkeld en zorgt voor heel veel ontevredenheid en lange
wachttijden, dus die gaan we eruit halen. Dat gaat echt wel voor lucht
zorgen bij het UWV.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben het ermee eens dat het schrappen van de IVA voor meer lucht
zorgt, maar dat is niet de hervorming die beoogd wordt. We voeren al de
hele ochtend en middag een discussie over het feit dat het eraf halen
van de IVA en het schrappen van het maximumdagloon eigenlijk de meest
kwetsbaren raakt. Ik vraag me toch af welke visie het CDA of dit kabinet
heeft als het gaat om de hervorming. Ik zie namelijk — dat vind ik heel
pijnlijk, misschien nog wel het pijnlijkst van alle maatregelen — dat we
weer vier jaar tegemoet gaan waarin we de WIA niet fiksen.
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: hoe gaat de WIA in zijn geheel gefikst worden? Dan heb ik
het niet over de uitvoeringsdiensten. Het gaat erom dat de mensen
krijgen waar ze recht op hebben.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Hele goeie vraag. Ik denk dat het heel belangrijk is om goed te kijken
naar de uitvoering van het stelsel. Ik had eigenlijk vanochtend een
motie willen indienen hierover, want we hebben de hervormingsagenda
inkomensondersteuning; mogelijk kent u die ook. Dat is een heel grote
agenda van het vorige kabinet met daarin zeven sporen. De bedoeling is
dat die over meerdere kabinetten doorloopt. Daar zit ook de WIA in. Dat
betekent dat er een aantal stelselhervormingen aankomen die moeten
zorgen dat het beter wordt voor mensen en dat het stelsel niet meer
vastloopt, want we hebben het stelsel zoals het nu is, echt veel te
ingewikkeld gemaakt. Ik zal heel erg blij zijn als het kabinet hier
voortvarend mee aan de slag zal gaan.
De voorzitter:
Kort en afrondend, alstublieft.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben daar ook blij mee. Ik heb ook een voorstel ingediend om
bijvoorbeeld aan taakdelegatie en herschikking te doen, waarbij dat
voortvarend wordt opgepakt. Maar dit zijn kleine maatregelen om
bijvoorbeeld de wachtlijsten terug te dringen of ervoor te zorgen dat
het proces iets sneller gaat. Nogmaals, dit is niet de hervorming
waarvan OCTAS heeft gezegd dat die noodzakelijk is. Kan ik in ieder
geval constateren dat het CDA het met mij eens is dat we, als we de
maatregelen die in de financiële plaat van dit kabinet zijn gezet,
uitvoeren zoals ze er nu in staan, over vier jaar nog geen hervorming
hebben? Is mevrouw Van Ark dat in ieder geval met mij eens?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat we meerdere dingen nodig hebben om te zorgen dat het stelsel
niet vastloopt. We moeten echt goed naar het stelsel kijken. Het gaat
niet alleen maar om het financiële plaatje zoals dat in het
coalitieakkoord staat, maar ook om, onder andere, de
hervormingsagenda.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Mevrouw Van Ark en ik zaten op de dinsdag voordat de regeringsverklaring
werd gehouden en het regeerakkoord hier werd besproken, bij de
rondetafel met werkgevers, werknemers en de voorzitter van de SER. Zij
zeiden allemaal: de AOW-leeftijd kan niet omhoog, want dit hebben we met
elkaar afgesproken. Hoe beoordeelt mevrouw Van Ark van het CDA de
huidige situatie?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Zal ik dan een klein stukje verdergaan met mijn inbreng? Ik was namelijk
precies aangekomen bij het pensioenakkoord en de AOW.
De voorzitter:
Als u dat in een antwoord kunt samenvatten, zal dat denk ik het tempo
verhogen, en ook de tevredenheid van de collega, vermoed ik.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Oké, prima. Wat ons betreft is het goed dat het kabinet heeft aangegeven
dat er een pas op de plaats wordt gemaakt met de invoering van de
een-op-eenkoppeling van de AOW aan de levensverwachting vanaf 2033. We
willen wel aan de minister vragen hoe we het gesprek met de sociale
partners nu verder gaan voeren, want wat ons betreft is het belangrijk
om dat gesprek te blijven voeren, niet alleen over de AOW, maar ook over
duurzame inzetbaarheid. Dit probleem speelt nu namelijk ook al. Tijdens
het rondetafelgesprek heb ik, net als u, gehoord dat er veel aandacht
moet zijn voor mensen met een zwaar beroep, nu ook al, dus even los van
de AOW-maatregel zoals die nu in het coalitieakkoord staat. We zien nu
ook al dat mensen hun beroep niet tot hun 67ste kunnen volhouden. Een
oplossing kan zijn dat ze op een andere manier opgeleid worden, zodat ze
het wel vol kunnen houden. Je kunt dan denken aan een soort
tweedespoortraject, zoals soms ook in cao's wordt afgesproken. We denken
dat de sociale partners er een belangrijke rol in hebben om nu al na te
denken over duurzame inzetbaarheid, maar we horen ook graag van het
kabinet hoe het denkt dat we hier verder met de sociale partners over
kunnen praten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Goed contact met de sociale partners is, denk ik, een van de pijlers van
het Rijnlands model, waar het CDA ook groot voorstander van is. Nu heeft
dit kabinet, deze coalitie, de grote fout gemaakt om de verhoging van de
AOW-leeftijd in haar akkoord op te schrijven. Niet alleen de vakbonden,
maar ook de werkgevers en de voorzitter van de SER hebben gezegd dat ze
daarover niet in gesprek gaan. Ik spreek hier nu met de woordvoerder van
het CDA, mevrouw Van Ark, die zegt: goed dat we een pas op de plaats
maken. Maar die plannen moeten van tafel, wilt u de vakbonden weer aan
tafel krijgen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Een pas op de plaats maken is iets anders dan de plannen van tafel
halen. Vindt u, net als de SP, dat die plannen van tafel moeten, zoals
de vakbonden aangeven?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Mijn punt is eigenlijk dat ik het goed vind dat we hierover blijven
nadenken, dus ik zeg niet: we gaan het nu op deze manier van tafel
vegen. Ik vind het heel goed dat de minister heeft aangegeven een pas op
de plaats te willen maken, maar laten we wel nadenken over de
houdbaarheid van de AOW. Waarom? Omdat we vinden dat onze jongeren
straks ... Ik heb ook kinderen, maar mijn kinderen krijgen later
misschien ook kinderen. Wij maken ons gewoon zorgen over de generatie na
ons. Is de AOW straks ook nog betaalbaar? Ik denk dat we dat gesprek ook
nu zouden moeten voeren. Daarbij speelt ook het probleem van duurzame
inzetbaarheid, zoals ik net aangaf. Ook daarover zouden we nu het
gesprek moeten voeren. Ik denk dus dat het heel goed is als ons nadenken
hierover niet stilstaat.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het zijn lege zinnen. Niemand zegt dat je moet stoppen met nadenken. Dat
moet je nooit doen. Dat lijkt me heel onverstandig als je in de politiek
zit. Maar vooruitkijken is ook belangrijk. Als de eerste stap het
verhogen van de AOW-leeftijd is, betekent dit dat onze kinderen en
kleinkinderen zo meteen tot hun 72ste — wat zeg ik? Misschien wel tot
hun 75ste! — moeten doorwerken. Dan is er helemaal geen AOW voor hen.
Het CDA zei eerst over de WIA dat het "een kiezel in onze schoen" en dan
een "steen op de maag" was. Die muur achter u staat u trouwens goed,
mevrouw Van Ark: allemaal stenen achter u. Ik begrijp niet waarom het
CDA over die AOW-maatregel niet gewoon kan zeggen dat die van tafel
moet. Dan kan het kabinet door! Dan hebben de mensen zekerheid thuis en
heeft u zich ook aan uw woord gehouden.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Volgens mij is dat in feite al gezegd: die maatregel staat nu even in de
ijskast. Het CDA heeft ook al eerder gezegd: we zien een uitgestoken
hand naar sociale partners om ook alternatieven op tafel te leggen en
die ook te bespreken. Daarom zeg ik hier nog een keer: laten we ook echt
niet stilstaan met nadenken over deze maatregelen, want we moeten ons
wel degelijk zorgen maken over de houdbaarheid. We moeten ons er wel
degelijk zorgen om maken dat de AOW straks ook niet meer betaalbaar is
voor onze kinderen. Ik vind het dus heel belangrijk dat we hier alsnog
het gesprek over aangaan, maar dat kan wat mij betreft ook over
alternatieven.
De voorzitter:
Wilt u komen tot een afronding?
Mevrouw Van Ark (CDA):
O, ik was …
De voorzitter:
Ja, u. O, bent al klaar met de spreektekst?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Nee, nee.
De voorzitter:
Hoever bent u?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb nog één pagina.
De voorzitter:
Kan het wellicht iets korter?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat is goed.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik wil graag ingaan op die houdbaarheid, want die houdbaarheid noemt u
heel uitdrukkelijk. Kunnen de kinderen het straks nog betalen? De heer
Jetten heeft in het debat over de regeringsverklaring gesproken van één
AOW'er op twee werkenden en zei dat dat het onhoudbaar maakt. De
feitelijke situatie is dat er drie werkenden op één AOW'er zijn, dat de
houdbaarheid er gunstiger uitziet dan ten tijde van het pensioenakkoord.
Hoe zit dat nou? Heeft het CDA die handtekening nou onder het
pensioenakkoord gezet en is dat akkoord in de ogen van het CDA gewoon
waardeloos of hecht u ook waarde aan de afspraken die daarbij over de
AOW zijn gemaakt?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Natuurlijk is het pensioenakkoord voor ons van waarde. Het
pensioenakkoord is natuurlijk breder dan alleen de AOW, maar we moeten
ook constateren dat de AOW op dit moment voor meer dan de helft wordt
gefinancierd uit de algemene middelen; en dat wordt meer. We moeten ook
constateren dat de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal
mensen die AOW ontvangen, ook steeds schever wordt. Dat zijn gewoon
allemaal constateringen die we nu kunnen doen. We moeten ook constateren
dat de uitgaven van 4,7% van het bbp naar 5,7% gaan. Dat had meneer
Mulder ook al goed opgezocht. De AOW wordt dus wel degelijk duurder, dus
ik denk wel dat het goed is om daar het gesprek en de discussie met
elkaar over te hebben.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik word steeds giftiger, want elke keer worden hier cijfers verdraaid.
Elke keer hoor ik weer opnieuw, van welke partij uit deze regering ook,
dat het toch een beetje anders zit. Nee, ten tijde van het
pensioenakkoord gold 6,5% van het bbp in 2040 als houdbaarheidscijfer.
Het huidige cijfer, gebaseerd op nieuwe berekeningen voor 2025, is 5,7%.
Dat is lager dan ten tijde van het pensioenakkoord.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Hoe kan het dat u zó gemakkelijk afziet van de afspraken, juist terwijl
de houdbaarheid beter is geworden dan ten tijde van het
pensioenakkoord?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik betwist de cijfers die u heeft niet. Daar zal u ongetwijfeld gelijk
in hebben. Tegelijkertijd constateer ik aan de hand van de cijfers die
we nu zien en hoe het nu gaat, dat de AOW-kosten wel degelijk oplopen.
Ik constateer ook dat het daarom goed zou zijn om met elkaar te bekijken
of de destijds gemaakte afspraak in het pensioenakkoord nog steeds
betaalbaar is, of die afspraak verstandig is of dat we dit op een andere
manier kunnen invullen. Dit is iets om met sociale partners te
bespreken; ik denk dat we elkaar daar in ieder geval in vinden.
De voorzitter:
Kort en afrondend. Ook tegen mevrouw Van Ark zeg ik: kort en bondig.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik constateer dat mevrouw Van Ark en het CDA het pensioenakkoord totaal
niet belangrijk vinden, want verdraaien van de cijfers, dat hier steeds
plaatsvindt, doet mevrouw Van Ark ook weer. Ik hoop dat jullie met de
weigering van de vakbonden om nog te gaan praten tot het inzicht komen
dat dit verhaal van tafel moet.
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark? Nee.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik blijf het toch een opmerkelijk debat vinden. Ik weet ook niet meer
over welke cijfers ik nu moet interrumperen, want ze veranderen
voortdurend. De cijfers veranderen voortdurend. Ook de maatregelen die
hier in de zaal wel of niet gesteund worden, veranderen voortdurend. Ik
wil alleen maar zeggen dat het wel handig is als u één lijn kiest en dat
u er gewoon voor uitkomt als u vindt dat het hartstikke goed is om te
bezuinigen op mensen die gehandicapt zijn. De hele tijd een beetje
meegeven en dan weer terugdeinzen is vrij lastig. Ik blijf ook vinden —
daar zal ik het dan bij laten — dat dit kabinet niet 66 zetels heeft
maar 48 zetels als het CDA, zoals mevrouw Van Ark daar staat met haar
hele lichaamshouding en met alles wat ze zegt, niet tevreden is met de
handtekening die gezet is en met die maatregelen. Het is bijna een
verbetering van het aantal zetels van het vorige kabinet, maar daarmee
trekt u de stekker er langzamerhand wel heel voorzichtig uit. Misschien
is het handig, ook gezien de discussie die we in het verleden ooit
hebben gehad over een meloen — dat is nu een steen geworden — dat u dat
snel doet met uw fractie, want anders wordt het echt een lijdensweg.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Kijk, ik had een tijdje geleden hier een schoolklas staan. Er werd toen
gezegd: jullie hebben een minderheidskabinet; betekent dat nou dat het
minder democratisch is geworden? Ik zeg: nee, misschien wel
democratischer. Waarom? Omdat wij samen met de coalitiepartijen en de
oppositiepartijen aan voorstellen gaan werken. Ik denk dus dat het heel
erg goed is dat we over sommige maatregelen met elkaar in gesprek gaan.
Zo kijk ik ernaar.
De voorzitter:
Wilt u afronden?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ja. Voor het CDA is belangrijk dat ook onze jongeren straks AOW krijgen.
Mijn vraag aan de minister is daarom: is de minister bereid om ook
jongeren te betrekken bij de discussie rondom de AOW? De SER heeft
bijvoorbeeld een jongerenplatform. Ziet de minister een rol voor dit
platform of is hij bereid naar andere vormen te kijken om jongeren te
betrekken bij de toekomst van de AOW?
Gelukkig zien we ook nog wat laaghangend fruit als het gaat om de AOW.
Een belangrijke vereenvoudiging die het kabinet wil doorvoeren, is
volgens ons het harmoniseren van de 21 leefvormen in de AOW. Die maken
het stelsel nu onnodig complex, met als bijeffect dat mensen een
financiële drempel kunnen ervaren om samen te gaan wonen, terwijl we
juist alle woningen nodig hebben. Is de minister bereid om dit zo snel
mogelijk op te pakken en wat is daarvoor nodig?
Mijn laatste punt, de arbeidsmarkt. In het coalitieakkoord is
afgesproken dat het SER-advies over het arbeidspakket wordt uitgevoerd.
Voor ons zijn daarbij meer zekerheid voor flexwerkers, een
crisisregeling voor personeelsbehoud en wetgeving voor het tweede
ziektejaar belangrijk. Kan de minister aangeven wanneer we deze laatste
twee wetsvoorstellen kunnen verwachten?
Ik kom nu bij mijn laatste punt, ik kort het wat in. De combinatie van
werk, zorg en inzet voor de samenleving. Voor het CDA zijn gezinnen het
fundament van de samenleving. Beleid rond werk en gezin is daarom niet
alleen economisch, maar ook sociaal en maatschappelijk van belang. Hoe
beter gezinnen worden ondersteund bij het combineren van werk, zorg en
scholing, hoe sterker de samenleving. Daarom zijn wij blij met de extra
steun voor en vereenvoudiging van de kindregeling in het
coalitieakkoord. Voor een goed evenwicht tussen werk en zorg is ook een
goed verlofstelsel essentieel. Kan de minister bevestigen dat het
wetsvoorstel tot vereenvoudiging, dat gebaseerd is op het SER-advies,
nog steeds per 1 juli 2027 in werking moet treden? Kan hij ook toezeggen
dat hij daarbij speciale aandacht heeft voor het recente SER-advies voor
versterking van mantelzorgers?
Nu echt tot slot. Ook toegankelijke en betaalbare kinderopvang is
essentieel voor de ondersteuning van gezinnen. Om het nieuwe stelsel van
bijna gratis kinderopvang zo goed mogelijk vorm te geven, willen wij dat
bij het wetsvoorstel een nadere impactanalyse wordt meegestuurd. Deze
analyse moet inzicht geven in de impact van het voorgenomen stelsel voor
ouders, ondernemers en het aanbod, waarbij ook de aanwijzing als dienst
van algemeen economisch belang wordt meegenomen. Is de minister hiertoe
bereid? De toegankelijkheid van de kinderopvang raakt niet alleen
ondernemers, maar ook jonge ouders, die er nu al kopzorgen over hebben.
Daarom is het van groot belang dat het stelsel zorgvuldig wordt
hervormd, zodat ouders er niet door in de knel komen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik nu voor enkele minuten. Dat had ik al
aangekondigd bij de heer Van Houwelingen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de Begroting Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Wij zijn nog steeds bezig met de eerste termijn van de
Kamer. Ik vraag alle Kamerleden te gaan zitten, want de heer Van
Houwelingen staat al klaar en gaat spreken namens de fractie van Forum
voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Vorige week spraken we met elkaar over de
Zorgbegroting. Daar gaat het kabinet hard op bezuinigen, maar liefst 10
miljard euro per jaar. Ook op de sociale zekerheid, waar we vandaag met
elkaar over spreken, gaat het kabinet miljarden bezuinigen. Dat kan ook
niet anders. Dit kabinet heeft zich immers gecommitteerd aan de
NAVO-norm van 5% en moet dus structureel 19 miljard euro extra gaan
uitgeven aan defensie. Dat is een gigantisch bedrag. Daarnaast kiest dit
kabinet er bewust voor om te blijven accepteren dat we niet langer onze
eigen grenzen kunnen controleren. Het gevolg is onvermijdelijk
massamigratie, die, zo heeft Jan van de Beek becijferd, ons nu al ruim
20 miljard euro per jaar kost. Dan heb ik het nog niet gehad over de
vele miljarden euro's die dit kabinet jaarlijks over de balk gaan
smijten voor volstrekt zinloos klimaatbeleid en het laten voortduren van
een eveneens zinloze oorlog in Oekraïne. Dit alles bij elkaar kost de
Nederlandse schatkist elk jaar weer ruim 50 miljard euro.
Tja, voorzitter. Dat geld moet ergens vandaan komen; voor een groot deel
is dat van onze zorg en sociale zekerheid. Daar gaat dit kabinet keihard
op bezuinigen. Het uitkeringsplafond, het maximale bedrag dat uitgekeerd
kan worden, zal voor bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsverzekering
drastisch worden verlaagd. Nederlanders die arbeidsongeschikt zijn,
waaronder blijvend arbeidsongeschikten, die dus geen kant op kunnen,
zullen hierdoor hard worden geraakt. Ze zakken wellicht weg in armoede,
of kunnen niet meer rondkomen. Ondertussen worden er door dit kabinet
miljarden vrijgemaakt voor Oekraïne, defensie, oftewel de Amerikaanse
wapenindustrie, en voor massamigratie. We ontvangen hier veel mails en
brieven over. Ik zou er daar graag twee van willen voorlezen, om daarmee
deze burgers hier een stem te kunnen geven.
Ik citeer: "Ik ben opgeleid als arts en mijn zorghart huilt. Er heerst
onrust en bezorgdheid vanwege de geplande bezuinigingen op de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Middels mijn schrijven wil ik mij
graag uitspreken voor enkel en alleen de groep mensen die zo ernstig
ziek zijn dat ze geen enkel duurzaam benutbaar arbeidsvermogen meer
hebben en nooit meer kunnen en zullen werken. Mijn verzoek luidt op
humanitaire gronden: voorkom dat de meest kwetsbaren hun inkomen
verliezen en in financiële problemen komen. Waarom dit verzoek? Het
omzien naar elkaar en bestaanszekerheid dreigt in het gedrang te komen.
Er komen mij diverse verhalen ter ore van mensen die flink in de
financiële problemen dreigen te komen, direct leidend tot verlies van
onder andere hun soms aangepaste woning, sociale zorg- of
mantelzorgnetwerk. Deze plannen zullen zonder uitzondering een forse
aanslag vormen op hun toch al verminderde kwaliteit van leven. Dit alles
boven op het feit dat leven met beperkingen ten gevolge van ernstige
ziekte al genoeg uitdagingen, problemen en zorgen oplevert. Een hoge
arbeidsongeschiktheidsuitkering is geen riant inkomen meer. Dat is
volgens mij een belangrijk punt. In gesprek met deze groep mensen blijkt
dat er van enige luxe überhaupt geen sprake meer is. Deze mensen
investeren vrijwel zonder uitzondering tot aanzienlijke bedragen aan
onvergoede zorgkosten en aanpassingen van hun leefomgeving — denk
daarbij aan woningaanpassingen, vervoer, kleding, voeding enzovoort —
gericht op verlichting van ziektelast en ziektebeperking. Bovendien
worden nu al, vanwege een gebrek aan toereikende financiële middelen,
regelmatig keuzes gemaakt die geenszins bevorderend voor de gezondheid
kunnen zijn. Mensen met een IVA-uitkering is al heel lang veel
afgenomen. Denk aan hun gezondheid, hun baan en hun sociale contacten.
De voorgenomen bezuiniging van 20% op het inkomen voor een hele grote
groep zieken die écht nooit meer kunnen werken, acht ik dan ook moreel
onjuist."
Tot slot, voorzitter, nog een tweede voorbeeld van een brief die we
hebben ontvangen van een burger die werd getroffen door deze
bezuinigingen. "Bij de presentatie van de WIA- en IVA-plannen rondom het
nieuwe regeerakkoord op 6 februari klapte ik helemaal dicht. De grond
werd onder mijn voeten en die van ons gezin met studerende kinderen
weggeslagen. Sinds twee jaar zit ik in de Ziektewet. Ik heb een infarct
gehad. Ik kan niet veel meer. Ik heb mijn handen vol aan het door de dag
heen leven. Het is een heel hard gelag en erg verdrietig. Ruim 26 jaar
lang heb ik uitsluitend fulltime gewerkt als leraar in het
basisonderwijs. Nu moet er bezuinigd worden om 20 miljard extra vrij te
spelen voor Defensie. De WIA-uitkeringen moeten met 20% omlaag omdat er
een prikkel moet komen om weer meer aan het werk te gaan. Ook de IVA
moet afgeschaft worden, want 20% van iemands uitkering afpakken is voor
het komende kabinet nog niet genoeg. Zoals altijd wordt er geschermd met
onderzoeken. Voor mijn gezin komen boven op deze monstermaatregelen
waarschijnlijk ook nog de versobering van de Wmo, de verhoging van het
eigen risico in de zorg en de invoering van de vrijheidsbijdrage, alsof
het allemaal niets is! Het is graaien bij degenen die zich niet kunnen
verweren. We hebben als gezin veel zorgen. De plannen maken ons erg
verdrietig. Ik heb mijn hele leven keihard gewerkt, altijd fulltime. Nu
ik helaas na een infarct een beroep moet doen op de WIA of de IVA, wordt
voorgesteld deze ernstig te versoberen.
Ik zou niet weten hoe het verder moet. Ik voel me wanhopig. Mijn hele
leven dacht ik betaald te hebben voor een eerlijk sociaal vangnet, dus
wat de toekomstige regeerders van CDA, VVD en D66 voorstellen voelt zó
oneerlijk. Het voelt als stelen van de zwaksten. Ik kan wel janken. Ik
wil zo graag werken, maar ik kan niet meer. Mijn lichaam is op. Ik heb
zelfs moeite met opstaan en met dagelijkse activiteiten als wassen,
aankleden en eten. Hebt u enig idee hoe dit voelt? Op de site van de NOS
stond op 6 februari 2026 het volgende te lezen: 'De formerende partijen
halen inspiratie uit een recent overheidsonderzoek naar de WIA. Daarin
staat dat het verlagen van uitkeringen kan leiden tot een positief
effect op de arbeidsparticipatie. Ook zou er in Nederland sprake zijn
van een ervaren onrechtvaardigheid tussen mensen die hoge en lage
uitkeringen krijgen. Het verlagen van de hoogste uitkeringen kan volgens
het rapport die ervaren onrechtvaardigheid adresseren.' Inmiddels zit ik
nu ruim een halfjaar op 70% van mijn laatst verdiende salaris, ongeveer
vergelijkbaar met een volledige WIA-uitkering. Daar gaat in de nieuwe
plannen nog eens 20% vanaf. Door de ervaren onrechtvaardigheid gaat er
nog eens circa €300 vanaf voor de groep die in aanmerking komt voor de
IVA. Omdat het onrechtvaardig voelt, moet er dus nog meer gekort worden?
Het onrecht wordt door CDA, D66 en VVD in deze plannen opgelost door een
nog groter onrecht af te dwingen, namelijk door ook de IVA af te
schaffen. Alsof het onrechtvaardig is dat je van het vangnet van de IVA
gebruik mag maken als je volledig afgekeurd wordt of bent. Ik was mijn
hele leven met hart en ziel leraar. Het doet zo'n zeer om dit beroep
niet meer uit te kunnen oefenen. Kunt u zich voorstellen hoe dat voelt?
En dan komen deze kabinetsplannen er nog overheen, als zout in mijn
wonden. Er is arrogantie en lef voor nodig om deze plannen als een
maatregel tegen ervaren onrechtvaardigheid te verkopen. Het is het
wassen van je handen in onschuld. Het maakt me verdrietig en boos. Het
is vals wat hier gebeurt. Het nieuwsbericht van anderhalve week geleden
dat deze toekomstige regering onder andere de salarissen van de eigen
ministers met 15% wil verhogen, is een trap in mijn gezicht. Het maakt
me woedend. Het is voor mij de verpersoonlijking van het onrecht. Na 26
jaar ploeteren, voel ik me nu echt aan de kant geschoven. Ik ben tot
last van deze maatschappij geworden. Het erge is: ik kan me niet meer
verweren. Daarvoor ben ik te zwak. Daarom schrijf ik met heel veel
moeite deze brief aan u."
Dat was het einde van dit lange citaat. U hoort het. Ik heb het al vaker
gezegd: onze bevolking wordt door dit kabinet genadeloos uitgeperst. Dat
mag je toch wel zeggen. Zo kunnen er tientallen miljarden euro's per
jaar worden weggegeven — in onze ogen verspild — aan een globalistische
agenda die onder andere in het teken staat van massamigratie en oorlog.
Het is een agenda die op geen enkele wijze het belang van de Nederlander
dient.
En dan die Nederlander. Die Nederlander — u heeft het zojuist gehoord —
wordt gekort op z'n arbeidsongeschiktheidsuitkering, WW en AOW. Die
Nederlander moet straks meer gaan betalen voor de wijkverpleging en moet
een hogere eigen bijdrage voor z'n zorgverzekering gaan betalen. Die
Nederlander moet accepteren dat er op de gehandicaptenzorg drastisch
bezuinigd gaat worden. Die Nederlander ziet niet alleen de prijzen, maar
ook de belastingen stijgen. Die belastingen worden eufemistisch
"vrijheidsbijdrage" genoemd, maar het zijn natuurlijk ordinaire
oorlogsbelastingen. Die Nederlander leest dat onze gasvoorraden
historisch laag zijn en dat de olieprijzen door alle onrust en oorlogen
stijgen als een raket. Die Nederlander kijkt met afgrijzen toe, terwijl
we in onze eigen gasvelden beton storten en onze gasinstallaties
ontmantelen en weggeven aan Oekraïne. Het is niet te bevatten. Daar was
deze minister in een andere rol primair verantwoordelijk voor. Straks
zal hij in z'n nieuwe rol geconfronteerd worden met de ellende en
armoede die hiervan nu al het gevolg zijn.
Voorzitter. Die Nederlander is het kind van de rekening. Die Nederlander
kan straks niet meer rondkomen. Die Nederlander zinkt weg in armoede.
Die Nederlander wordt door dit kabinet genadeloos in de steek gelaten,
uitgeperst en langzaam verwurgd. Het is die Nederlander en zijn belang
waar dit kabinet volstrekt onverschillig overheen dendert en niets maar
dan ook niets anders waarvoor Forum nu al tien jaar lang met man en
macht de strijd aangaat. Dat blijven we doen.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de bijdrage van de heer
Ergin. Dat gaan we althans bijna doen. Ik zie dat mevrouw Keijzer een
lange afstand af moet leggen tot de interruptiemicrofoon. Gaat uw
gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoor de heer Van Houwelingen zeggen dat dit een strijd is die Forum
al tien jaar voert. Ik ga ervan uit dat Forum een rechtse partij is. Ik
denk dat dat klopt. Ik zie de heer Van Houwelingen knikken. Maar wat is
dan zijn oplossing voor het verbeteren van het besteedbare inkomen van
de Nederlander?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor de vraag. Ja, ik knik, maar dat betekent "ik hoor wat u zegt".
Ik zou onszelf namelijk niet per se links of rechts noemen, want wat
betekenen die begrippen nog? Ik ga daar niet lang over uitweiden, want
de voorzitter wil het graag kort houden.
De voorzitter:
Dat lijkt mij een goed plan.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik zou ons eerder als een volkspartij zien. Zo zie ik ons, ook als ik
naar onze achterban kijk, waar ik heel trots op ben. Het punt dat ik
hier wil maken is het volgende. De bezuinigingen die nu plaatsvinden op
de sociale zekerheid en ook op de zorg, die zijn ons grote pijnpunt, ook
van die meneer die ik uitgebreid citeerde. Die bezuinigingen zijn niet
nodig, want er is voldoende geld. Dat is het basispunt, omdat er in onze
ogen dus tientallen miljarden worden verspild aan de punten die ik
noemde: de massa-immigratie, klimaat, defensie, oorlog in Oekraïne. We
hebben natuurlijk ook voorstellen. Zo willen we bijvoorbeeld de
AOW-leeftijd niet verhogen, maar verlagen. We willen ook zeker niet de
verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Zo zijn er ook punten die
wij willen hebben op dit onderwerp. Maar dit is het punt dat ik vandaag
wilde maken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Maar dit is het debat over de begroting van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Ik ben het eens met de heer Van Houwelingen over de
ingreep in de WIA: die is bizar. Maar wat gaat Forum nou doen aan
werkgelegenheid, aan zorgen dat mensen die niet rond kunnen komen, meer
gaan werken? Daar heb ik hem amper over gehoord. Ik hoor alleen maar een
klaagzang over uitkeringen, over oorlogsbelasting. Dat deel ik trouwens
wel met hem, daar gaat het niet om, maar wat heeft Forum die fulltime
werkende Nederlander te bieden, die zich afvraagt: wie staat er nou voor
mij?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Die fulltime werkende Nederlander is natuurlijk voor onze partij
ontzettend belangrijk. Wij willen drastische dingen, en dat kan ook, met
de voorstellen die wij hebben. De belasting verlagen vinden we het
allerbelangrijkste. Maar ik ben het met mevrouw Keijzer eens, want dat
is ook heel belangrijk. Te veel mensen zijn afhankelijk van een
uitkering, van de bijstand bijvoorbeeld. Dat heeft allerlei oorzaken.
Het komt, denk ik, ook door bijvoorbeeld arbeidsmigratie. Als dat
activerend werkt, valt er met ons wellicht te praten over misschien de
WW verkorten. In zoverre zijn wij niet tegen alle hervormingen. Dat is
dan nog een plan waar wij enigszins positief tegen aankijken. Daar
hebben wij dus ook ideeën voor. Maar het punt dat ik nu vooral wilde
maken, is dat we echt heel erg tegen die bezuinigingen zijn, zoals
gelukkig heel veel leden in deze Kamer, op uitkeringen waarvan mensen
afhankelijk zijn die niet meer aan het werk kúnnen gaan. Dan is het
natuurlijk een ander verhaal.
De voorzitter:
Afrondend mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Enigszins een opening om het ook eens over werkgelegenheid te hebben met
elkaar en over de middeninkomens die dit land overeind houden. Dank
u.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat gesprek ga ik graag aan, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er gaat na deze dag veel koffie gedronken worden, merk ik.
Wij gaan nu wel luisteren naar de heer Ergin, die spreekt namens de
fractie van DENK.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken wij over de begroting Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, een begroting die zou moeten gaan over
zekerheid, menselijkheid en gelijke kansen. Dit is de begroting die de
mensen uit de armoede zou moeten trekken en hun bestaanszekerheid zou
moeten vergroten, maar voor veel mensen in het land voelt die zekerheid
heel ver weg. Voor mensen die proberen uit de schulden te komen, voor
mensen die vast zijn gelopen in het ingewikkelde systeem, voor mensen
die vastlopen in de regels en niet weten waar de loketten zijn, voor
kwetsbare jongeren die perspectief nodig hebben, voor mensen die ondanks
hun talenten telkens weer worden buitengesloten, zien wij dat zowel het
akkoord als ook deze begroting onvoldoende is.
Voorzitter. Zeker als we kijken naar de plannen van de nieuwe coalitie,
zien we dat daar heel veel pijn in zit. Ik begin bij de AOW, want dit
kabinet zegt dat de plannen voor een snellere verhoging van de
AOW-leeftijd in de ijskast zijn gezet. Dat klinkt alsof er rust is of
rust komt, alsof werknemers, vakbonden en gepensioneerden weer even adem
kunnen halen. Maar tegelijkertijd zien we dat die bezuiniging nog steeds
staat ingeboekt, en horen we ook nog steeds van de minister dat er
gekeken wordt naar maatregelen rond de AOW en de pensioenen, dat daar
toch íets aan moet gebeuren. Met andere woorden: het plan is in de
ijskast, maar de pijn gaat hoe dan ook gevoeld worden door de
mensen.
Voorzitter. Dat zorgt voor heel veel onzekerheid, onzekerheid bij mensen
die al 40 jaar lang werken. Ik zou aan de minister willen vragen hoe het
nou precies in elkaar zit. Wat betekent het nou als er gezegd wordt: "we
gaan even opnieuw advies inwinnen"? Gaat die pijn hoe dan ook komen?
Gaat de bezuiniging, als er ook na het advies aan de regering geen
meerderheid lijkt te zijn, daadwerkelijk van tafel? Hoe zit dat nou
precies?
Voorzitter. Als we kijken naar de onderdelen van deze begroting over
schuldhulpverlening en armoede, zien we dat het voor heel veel kwetsbare
mensen een begroting is die hen onvoldoende helpt. Denk bijvoorbeeld aan
een alleenstaande moeder die keihard werkt, die overdag schoonmaakwerk
doet en 's avonds de kinderen helpt met huiswerk. Ze wil vooruitkomen.
Ze wil bouwen aan een toekomst voor haar kinderen. Maar telkens loopt
die alleenstaande moeder over van de stress of ze de rekeningen aan het
einde van de maand wel kan betalen. Stel je eens voor dat die
alleenstaande moeder alles doet wat wij hier vragen. Wij zeggen
namelijk: ga naar de gemeente en vraag om hulp; probeer nou op zoek te
gaan naar hulp. Dit wat ik zojuist vertelde, is niet alleen het verhaal
van een alleenstaande moeder; het gaat om 730.000 mensen, ieder jaar
opnieuw. Het is geen incident, maar een patroon. Daarom heeft mijn
fractie een amendement ingediend over betere monitoring, betere nazorg
en intensievere begeleiding van mensen die in de schuldhulpverlening
zitten. Ik ben benieuwd hoe de minister kijkt naar het verbeteren van de
ondersteuning van mensen die in de schuldhulpverlening zitten.
Voorzitter. De tweede groep waar ik het over wil hebben, betreft de
kwetsbare jongeren. We weten namelijk dat er in Nederland naar schatting
350.000 jongeren in een kwetsbare positie zitten. Het gaat om jongeren
die niet kunnen terugvallen op hun ouders of op hun familie, die te
maken hebben met schulden, psychische problematiek, een instabiele
woonsituatie, dakloosheid en thuisloosheid. De cijfers laten zien dat
deze jongeren steeds vaker in de bijstand terechtkomen. We zien ook dat
de uitstroom achterblijft. Waar het eigenlijk op neerkomt, is dat deze
jongeren steeds vaker afhankelijk blijven van ondersteuning, zonder dat
zij perspectief hebben op een toekomst, namelijk op werk en onderwijs.
Daar hebben we natuurlijk de gemeenten voor. We verwachten dat de
gemeenten deze jongeren opzoeken en helpen. We zien in de wetgeving
eigenlijk dat de experimenteerruimte voor de gemeenten om op zoek te
gaan naar nieuwe dingen, naar innovatieve dingen … Als je iets al 80
jaar probeert en je ziet dat het nog steeds niet helpt om jongeren aan
perspectief te helpen, dan wil je dat de gemeenten iets meer ruimte
daarin krijgen. Daar heb ik een amendement voor ingediend. We weten
namelijk dat gemeenten dagelijks zien wat er nodig is. Mevrouw Biekman
refereerde net al aan haar wethouderschap in Schiedam. Toevallig zat ik
met haar aan diezelfde collegetafel. Dit soort uitdagingen, namelijk de
ruimte die er niet was, waardoor wij jongeren niet konden helpen, zagen
wij dagelijks aan de collegetafel. Ik ben benieuwd hoe de minister kijkt
naar extra ruimte voor gemeenten om mensen te helpen.
Voorzitter. Ik wil ook nog even stilstaan bij het initiatiefwetsvoorstel
voor gelijke kansen bij werving en selectie, dat vorige week is
ingediend. Ik weet dat dit in het regeerakkoord stond, niet van het
kabinet hiervoor, maar van Rutte IV, en dat het uiteindelijk is
gesneuveld in de Eerste Kamer. Ik ben benieuwd hoe de minister kijkt
naar de initiatiefwetgeving. Ik begrijp dat de minister niet de inhoud
kan induiken, maar ik zou graag een reflectie willen op het idee om
werkgevers verantwoordelijk te maken voor eerlijke
sollicitatieprocedures en het idee om de Arbeidsinspectie erbij te
slepen en die de bevoegdheid te geven om te controleren of werkgevers
daadwerkelijk eerlijk mensen aannemen.
Voorzitter. Mijn een-na-laatste onderwerp gaat over de zelfstandigen. Ik
weet nog dat meneer Aartsen, toen hij nog Kamerlid was, en ik in een
commissiedebat samen optrokken om op te komen voor de zelfstandigen. Ik
twijfel er op geen enkele manier aan dat de heer Aartsen er nu als
minister alles aan zal doen om die onduidelijkheid weg te nemen. Maar de
minister is ook verantwoordelijk voor het uitvoeren van een motie;
eigenlijk niet één motie, maar meerdere moties. Er is nu een motie
aangenomen, volgens mij net niet unaniem maar wel heel breed, om die
zachte landing voor zelfstandigen te verlengen. Door het vorige kabinet,
in demissionaire staat, is aangekondigd dat die niet uitgevoerd zal
worden. Mijn vraag aan de minister is of hij die motie gaat uitvoeren.
Gaan we de zachte landing verlengen totdat we duidelijkheid bieden aan
de zelfstandigen? Dat is de vraag aan de staatssecretaris.
Voorzitter. Mijn laatste punt gaat eigenlijk over een principieel
onderwerp, namelijk dat we in dit land al 40 à 50 jaar lang een debat
hebben over integratie. Afgelopen maandag hebben we daar bij het WGO
Integratie met diverse woordvoerders over kunnen verschillen van mening.
Het punt is dat we in deze begroting nog steeds uitgaan van beleid
waarbij derde- en vierdegeneratie-Nederlanders, dus mensen die hier zijn
geboren en getogen en zich eigenlijk alleen moeten houden aan de wet,
eigenlijk door een extra hoepel moeten springen. Die hoepel heet
"integratie". In het vorige kabinet had je weer een VVD-staatssecretaris
die met een eis komt. Daarna komt een andere politieke partij weer met
een eis. Nederlanders met een migratieachtergrond die hier geboren en
getogen zijn, worden op basis van het beleid van deze minister in deze
begroting gedwongen om door hoepels heen te springen. Die mensen zijn
het spuugzat dat ze continu moeten deelnemen aan een integratiemarathon,
waarbij de politiek continu de finish verplaatst. Daarom heb ik een
amendement ingediend om het begrotingsartikel in ieder geval bij deze
begroting aan te passen. We horen namelijk met elkaar samen te leven in
dit land. We horen elkaar te accepteren in dit land. We gaan niet
eenzijdig aan één groep opleggen dat ze zich moeten aanpassen aan welke
normen en waarden dan ook. We verwachten van mensen dat ze zich houden
aan de wet, dat ze netjes hun belasting betalen en dat ze bijdragen aan
de samenleving.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie de heer Flach staan. Dat doet mij deugd. De heer
Flach gaat spreken namens de fractie van de SGP. Ga uw gang.
De heer Flach (SGP):
Dank u wel, voorzitter. "Geef ons heden ons dagelijks brood" klinkt
dagelijks van vele lippen. In afhankelijkheid wordt opgekeken naar God.
Het is biddag voor gewas en arbeid vandaag. Ons werken blijft
vruchteloos zonder de zegen van onze Schepper. Daarom bidden christenen
vandaag voor ons land, de groei van ons voedsel en ons werk.
Voorzitter. In vijf jaar tijd groeide de begroting van SZW met maar
liefst 35%. Het is terecht dat er wordt gekeken naar de houdbaarheid van
ons sociale stelsel. Echter, bezuinigen doe je niet met oogkleppen op,
maar juist met oog voor kwetsbaren. Daarom heeft de SGP een duidelijke
lijn getrokken: de menselijke maat mag nooit uit het oog worden
verloren.
Behalve over de AOW-verhoging, zijn er veel zorgen over de verlaging van
het maximumdagloon, zeker bij huidige uitkeringsgerechtigden die hun
hypotheek en uitgavenpatroon daarop hebben aangepast. Daarom zal ik in
de tweede termijn mede namens JA21 een motie indienen om alternatieven
uit te werken voor deze maatregel.
Daarnaast vraag ik aandacht voor de gevolgen van deze maatregel voor de
arbeidsmarkt en werkgevers, want een risico is dat zij minder snel
mensen in dienst nemen. Bekijkt de minister hoe nadelige effecten voor
werkgevers zo veel mogelijk kunnen worden beperkt?
Voorzitter. De zorgen over kwetsbare groepen nemen toe nu de olie- en
gasprijzen volop stijgen. Hoe wordt voorkomen dat mensen financieel
kopje-onder gaan? Met een amendement reserveert de SGP een minimumbudget
van de schuldenaanpak voor informele vrijwillige schuldhulpverlening.
Het werk van de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp is bewezen effectief en
heeft brede maatschappelijke impact. Krijgt de alliantie een vaste plek
aan tafel als volwaardige ketenpartner?
Dan iets anders. De RI&E is voor veel ondernemers een
hoofdpijndossier. De SGP wil dat dit kabinet werk maakt van een stevige
vereenvoudiging voor de RI&E. Eind 2025 zou worden teruggekomen op
onze eerdere moties met de VVD hierover, maar dit lijkt op de lange baan
geschoven. Natuurlijk moeten risico's worden beperkt, maar de ene
werklocatie is de andere niet. Het risico op een bedrijfsongeval bij een
administratief beroep op een bureaustoel is veel kleiner dan bij een
chemiemedewerker die met explosieve stoffen werkt. Laten we een
vereenvoudigde RI&E voor kantoren ontwikkelen en erkennen. Zonder
daarnaast meer werkgevers uit van externe toetsing, bijvoorbeeld
werkgevers tot 100 medewerkers of in minder risicovolle branches. Dat
scheelt kosten en regeldruk. Pakt de minister dit voortvarend op?
Voorzitter. Alles begint bij een liefdevol gezin. Deze belangrijke
pijler van de samenleving kan niet genoeg aandacht krijgen. Mijn motie
over een online gezinsportaal waarin alle gezinsregelingen zijn
ondergebracht, is aangenomen maar wordt nog niet uitgevoerd, omdat er
geen budget voor is. Maakt het kabinet hier spoedig geld voor
vrij?
Wat de SGP betreft is het goed dat dit kabinet de eerste stap zet naar
vereenvoudigde kindregelingen. De SGP ziet graag een gezinspakket waarin
alle kindregelingen zijn gebundeld, zoals het Groeipakket in Vlaanderen,
waaronder de kinderopvangtoeslag en gemeentelijke regelingen.
Gegevensuitwisseling tussen Rijk en gemeenten zorgt er dan voor dat aan
gezinnen automatisch regelingen worden toegekend ter voorkoming van
armoede en terugvorderingen.
Aandacht voor het gezin gaat ook over een proactief en samenhangend
gezinsbeleid. Welke ambities heeft het kabinet op dit punt? Een
belangrijk onderdeel daarvan is dat opvoeding, zorg en onbetaald werk
van onschatbare waarde zijn. De SGP wil dat het kabinet dit ook laat
zien in het koopkrachtbeleid voor gewone gezinnen zoals middeninkomens
en eenverdieners. Graag een toezegging op dit punt.
Gezinsbeleid begint bij het verwelkomen en koesteren van nieuw leven. In
dat licht vond ik het ronduit schokkend dat de EU zich nu ook al inlaat
met actieve abortuspolitiek. Staat ook dit kabinet op het standpunt dat
de EU niet over abortus gaat en dat het dus ook niet wil dat hieraan via
het ESF+-fonds Europees geld wordt uitgegeven, op geen enkele manier,
niet voor Nederland en niet voor andere lidstaten?
Voorzitter. Een goed nabestaandenpensioen is essentieel. Vooral bij het
overlijden vóór de pensioendatum zijn de risico's groot, zeker als
mensen onbedoeld onverzekerd zijn. De vorige minister schetste hiervoor
oplossingen in een Kamerbrief, waarvoor dank. De zes genoemde opties
zijn het waard om te onderzoeken en uit te werken. Zegt de minister dat
toe met het oog op een spoedige invoering?
Met de sector wordt een coulanceregeling bewerkstelligd, maar de SGP wil
een bredere regeling. Als iemand onverzekerd is en niet bewust deze
verzekering vóór het nabestaandenpensioen heeft stopgezet, moeten
pensioenuitvoerders wat ons betreft coulance bieden. Kan de minister
toezeggen dat de coulanceregeling breder opgezet wordt? Overigens blijft
de SGP ook de optie openhouden om een vorm van restitutie in te
voeren.
Voorzitter. De SGP maakt zich al langer zorgen over de integratie van
nieuwkomers. Als Nederlands parlement geef je echt het verkeerde
voorbeeld als je de agenda laat bepalen door verplichte islamitische
rituelen, zoals maandag gebeurde. Dat is nu juist wat we niet willen.
Nieuwkomers passen zich aan aan de normen en waarden die hier gelden,
niet andersom. Dat was ook de reden van ons initiatief voor een
verplicht inburgeringsbezoek aan een Holocaustgerelateerde locatie. Met
een amendement breiden we het budget voor de pilot hiervoor uit, zodat
meer gemeenten en instellingen hiermee ervaring op kunnen doen.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Ceder, die
spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Toen ik net begon met mijn rechtenstudie was mijn moeder
trots. Heel trots! Ze was zo trots dat ze aan iedereen die het maar
wilde horen, vertelde dat haar zoon advocaat was geworden en dat hij al
hun problemen kon oplossen. Binnen de kortste keren had ik als
eerstejaarsstudent wekelijks in ons appartement in de Amsterdamse
Bijlmer mensen aan de deur met incassobrieven, onbegrijpelijke
terugvorderingen van de Belastingdienst of woekerpolissen.
Ik werd snel bekend met de wondere wereld van de schuldenindustrie en
ontdekte dat er enorm veel geld wordt verdiend aan kosten boven op het
oorspronkelijke bedrag. Denk aan aanmaningskosten, administratiekosten,
incassokosten, rentekosten, executiekosten enzovoort. En begrijp me niet
verkeerd: ik vind dat een schuld in principe betaald moet worden. Punt!
Maar de wijze waarop de wet het mogelijk maakt om schulden zo op te
laten lopen, is onverantwoord. De maatschappelijke gevolgen zijn groot:
ziekteverzuim, stress in het lichaam, armoede en soms zelfs
dakloosheid.
Het systeem laat mensen verder wegzakken, terwijl het juist zou moeten
helpen om weer op te staan. De schuldenindustrie is dan ook de reden
waarom ik de politiek ben ingegaan, want verandering vraagt om politieke
actie. Ik ben dan ook blij dat ik mijn ervaringen met al die mensen aan
de keukentafel heb kunnen bundelen in een initiatiefnota genaamd Eigen
schuld, maatschappelijke bult. Ik noem die nota zo, omdat de kosten van
het niet-werkende incassostelsel uiteindelijk op de samenleving, op ons
allen, worden afgewenteld. De totale maatschappelijke kosten van
huishoudens met problematische schulden worden geschat op zo'n 8,5
miljard euro per jaar en dat betalen we met z'n allen.
In mijn nota doe ik voorstellen voor betere bescherming van burgers, het
effectiever oplossen van schulden, waar zowel schuldenaar als
schuldeiser voordeel bij hebben, en oplossingen om duurzaam schuldenvrij
te blijven. Ik werk graag met de Kamer en met het kabinet samen om samen
de nodige hervormingen door te voeren.
Voorzitter, maakt u zich geen zorgen: ik heb voor ieder Kamerlid hier
een kopie, zodat ze dat allemaal kunnen lezen. En misschien kunnen we
elkaar er ook wel op vinden.
Voorzitter. Hierover nog enkele vragen. Het vorige kabinet heeft het
collectieve afbetalingsplan en de zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders
omarmd, maar het bleef helaas bij mooie woorden. Er zijn geen financiële
middelen vrijgemaakt en dan gaat het dus ook niet gebeuren. Mijn vraag
is wat het kabinet daarmee gaat doen. Het kabinet heeft 150 miljoen euro
uitgetrokken voor armoede en schulden. Daar ben ik blij mee, maar kan de
minister al toelichten waarvoor er geld zal worden uitgetrokken? Kan de
minister wellicht ook al toezeggen dat het collectieve afbetalingsplan
voldoende wordt gefinancierd? Kan ik die toezegging krijgen? En deelt de
minister mijn mening dat het beter is om het geld in te zetten voor
structurele verbeteringen in plaats van voor incidentele beperkte
koopkrachtreparaties, zoals we die de afgelopen jaren hebben
gezien?
Voor de hele schuldhulpverlening geldt dat vrijwillige
schuldhulpverlening cruciaal is, want we zijn nergens zonder
vrijwilligers die met iemand aan de keukentafel een boodschappentas aan
post openmaken, organisaties bellen voor betalingsregelingen of iemands
kasboekje bijhouden. Recent onderzoek van Deloitte wijst uit dat
organisaties, zoals SchuldHulpMaatje en andere, de maatschappij
miljoenen euro's per jaar besparen. Wat vindt de minister van het
onderzoek en wat betekent het onderzoek voor de rol van deze
organisaties voor de financiering en hun invloed op het beleid?
Mensen stappen sneller naar het buurthuis, een kerk of een huisarts voor
hulp dan naar de gemeente, vooral als bij hen het wantrouwen heel diep
zit, omdat de overheid een van de grootste schuldeisers is. Meer
inlooppunten of samenwerking met huisartsen om financiële problemen op
te sporen is volgens mij een route die we verder moeten ontwikkelen. Ik
heb daarvoor een amendement ingediend en ik kijk uit naar de reactie van
de minister. Mevrouw Lahlah doet overigens mee.
Voorzitter. De benzineprijzen en de energierekening schieten omhoog. Bij
veel gezinnen die moeten rondkomen van één inkomen of van het
minimumloon, slaat de stress toe. Het illustreert de noodzaak van een
structureel energiefonds. Vorig jaar heb ik samen met mijn collega
Grinwis een amendement ingediend om het fonds extra te vullen. Dat
amendement is aangenomen, maar het hele bedrag is niet uitgekeerd en
uitgevoerd zoals de bedoeling was. Maar ondertussen wordt er steeds
verwezen naar het fonds dat er zou komen. Hoe staat het daarmee en is
het de verwachting dat de Europese Commissie akkoord gaat geven? Ziet de
minister verder ook de noodzaak van een fonds, in welke vorm dan ook, en
wordt dit fonds voor de start van de winter, dus begin november,
opengesteld? Ik wil aankondigen dat ik daarvoor een motie heb
voorbereid.
Voorzitter. Tot slot een paar losse vragen. Het kabinet wil meer mensen
aan het werk krijgen, maar waarom bezuinigt dit kabinet dan op de
re-integratiemiddelen? En wat kunnen de mensen die in een sociale
werkplaats werken, verwachten van het kabinet?
Dan het Europees Sociaal Fonds. Wat gaat het kabinet daarmee doen? Ik
wijs de minister op mijn eerder aangenomen motie om de aanpak van
dakloosheid een prominente plek te geven in het ESF-programma. Mijn
vraag is of het kabinet kan toezeggen dat het dit ook echt gaat
doen.
Voorzitter. We hebben een aantal interruptiedebatjes gehad. Ik vind het
onverteerbaar dat de WIA-hervormingen niet met voldoende middelen gestut
worden. Het gevolg is dat ook dit kabinet het niet gaat regelen. Dat is
wat mij betreft onverantwoord. Mijn vraag aan de ministers is dan ook of
het klopt dat er nu te weinig geld is voor een hervorming. Als het
antwoord ja is, dan vind ik dat onverantwoord, gezien de afspraak dat we
rekeningen niet door zouden schuiven naar de volgende generatie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Dijk, die spreekt
namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. De koek moet groter. We moeten eerst geld
verdienen voordat we het kunnen uitgeven. Daar ben ik het mee eens. Maar
dat geld is verdiend: tussen 2014 en 2024 is de totale economische groei
21% geweest. Waar in 1995 nog 85% van de economische groei bij werkenden
terechtkwam, was dit in 2024 nog maar 70%. De andere 30% van de groei
komt dus terecht bij de winst. De koek is dus groter geworden, maar hij
wordt steeds schever verdeeld. Dit kabinet-Jetten zet dat verder door,
terwijl ons land nu vraagt om zekerheid in tijden van internationale
onzekerheid. Juist nu is die zekerheid nodig, maar juist nu doet het
kabinet-Jetten precies het tegenovergestelde: onzekerheid over de
AOW-leeftijd, onzekerheid over arbeidsongeschiktheid, onzekerheid bij
werkloosheid. Het is onzekerheid en nog meer ongelijkheid.
De AOW-leeftijd verhogen, vergroot de ongelijkheid. Als je kijkt naar de
levensverwachting, als je kijkt naar onregelmatig werk, als je kijkt
naar mensen die niet hetzelfde gestel hebben, dan is het verhogen van de
AOW-leeftijd een grote ongelijkmaker. De verlaging van de uitkering bij
arbeidsongeschiktheid vergroot de ongelijkheid; mensen worden met
honderden euro's gekort. De verkorting van de WW-uitkering vergroot de
ongelijkheid. We zien dat de 55-plussers langer in de WW zitten. Juist
die worden nu getroffen, vanwege bedrijven die hun deuren sluiten en
werkgevers die AI misbruiken om mensen op straat te gooien. We zien dat
juist de 55-plussers hard getroffen worden door het halveren van de
WW.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
De heer Dijk begon met VVD-teksten, dus ik dacht: dit wordt een mooie
bijdrage! Maar vervolgens doet hij wat hij altijd doet, namelijk als een
soort ghostbuster — ik ken het Nederlandse woord ervoor niet — met een
soort stofzuiger op zijn rug proberen om iedereen maar in dat systeem
van de verzorgingsstaat te trekken. Ik hoor hem zeggen: "Het is
oneerlijk om langer door te moeten werken. Het is vreselijk als je
korter in de WW zit." Waarom gaat de heer Dijk er niet vanuit dat mensen
juist gezond tot hun pensioen moeten werken? Waarom werkt hij niet mee
om ervoor te zorgen dat het "gezond naar pensioen"-idee van de polder
goed wordt uitgevoerd? Waarom maakt hij zich niet boos omdat er maar 30%
van het "Leven Lang Ontwikkelen"-programma in de nieuwe cao's staat?
Waarom wil hij met ons niet méér doen aan het vervroegd pensioen voor
zware beroepen? Waarom focust de heer Dijk daar niet op? Waarom wil hij
iedereen maar in die stofzuiger van de publieke sector trekken?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit is fascinerend, omdat ik socialist ben. Ik ben helemaal niet voor
een verzorgingsstaat! Het is de een-na-beste oplossing. Een
verzorgingsstaat is namelijk úw oplossing. Alle problemen die onze
economie veroorzaakt, moeten juist terug in de economie geduwd worden.
Wat betekent dat? Als er werkloosheid of arbeidsongeschiktheid is, dan
moeten we die problemen terug in de economie duwen. Nu worden ze
constant over de schutting gegooid en mogen wij dat met z'n allen
betalen. Uiteindelijk wordt ie dan bij iedere crisis onbetaalbaar. En
dan komt u aanzetten: het is crisis, we moeten gaan korten. Ik ben
ervoor dat mensen snel weer aan het werk komen. Ik ben ervoor dat
iedereen aan het werk kan. Kan! Maar als dat niet zo is, bij
arbeidsongeschiktheid, dan moeten we niet partijen hebben die die mensen
gaan straffen bij pech. Als een industrie sluit, dan moeten we niet
partijen hebben die mensen straffen bij pech, bij de ellende dat je je
baan verliest en dat je trots wordt gekrenkt. Daar ben ik niet
voor.
Ik ben heel erg voor sociale voorzieningen, maar ik ben er nog meer voor
dat we de problemen van arbeidsongeschiktheid, van mensen die hun baan
kwijtraken, daar leggen waar die horen: in de economie. Dat betekent dat
we meer kunnen vragen van werkgevers, niet met onnodige moeilijke
bureaucratie zoals dat nu is opgetuigd. Absoluut niet. Ik zie dat het
midden- en kleinbedrijf dolgraag mensen in dienst wil nemen. Ik doe
voorstellen om ze een beetje te ontlasten. Daar zou een overheid goed
voor zijn. Maar kap met het afbreken van onze sociale welvaartsstaat,
die juist of eigenlijk enkel is opgebouwd om de scherpe randen van dit
harde kapitalistische systeem af te vijlen. Daar is die namelijk voor
bedoeld. Die is bedoeld voor de werknemer in Born die ontslagen wordt
omdat ergens anders grotere winsten worden gemaakt. Die is bedoeld voor
de mensen in de papier- en kartonindustrie die uit worden gekotst omdat
ergens anders meer winst te maken is. Die is juist bedoeld voor die
mensen die nu hun baan verliezen omdat werkgevers denken: als we met AI
gaan werken, kunnen we nóg meer winsten maken. Dat moeten we niet
doen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank aan de heer Dijk voor het antwoord. Ik vind het heel mooi dat wij
met onze verschillende ideologieën dit debat kunnen hebben, en dat
moeten we ook vaker doen. Meneer Dijk steekt de loftrompet over de
mkb'ers en tegelijkertijd zegt hij in de tweede helft van zijn antwoord
dat werkgevers eigenlijk een stel geldwellustelingen zijn die mensen er
zomaar even uitgooien als ze meer geld kunnen verdienen, dat ze puur
door geld gedreven mensen zijn en elke werknemer als een instrument
zien. Dat ben ik dus fundamenteel oneens met de heer Dijk. 60% van de
beroepsbevolking werkt in het mkb. Die hebben werkgevers, die daar
inderdaad een boterham aan willen verdienen. Dat moet ook, want die
hebben ook gewoon een huis en een hoop kosten waar ze geld voor willen
hebben. Maar die doen er natuurlijk alles om personeel te behouden. Als
dat niet zou lukken, dan moeten wij met elkaar zorgen dat die werknemer
naar een ander bedrijf kan, want er is werk zat. Ik vind de contradictie
in het antwoord van meneer Dijk dat werkgevers eigenlijk de grote boze
boeman in deze wereld zijn niet te rijmen met het begin van zijn
antwoord dat hij hier ook zo voor het mkb staat. Ik kijk enorm uit naar
de voorstellen die hij daarover heeft. Ik hoop dat ik daar nog heel veel
over in debat kan gaan met de heer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Laat ik daar een heel makkelijk voorbeeld van geven. Volgens mij deed ik
vlak voor de verkiezingen een voorstel om het tweede jaar van
loondoorbetaling bij ziekte voor midden- en kleinbedrijf met 50
werknemers collectief te organiseren, omdat zij vaak een grote last
hebben en geen grote hr-afdeling hebben om het te fiksen. Het grote
verschil, mevrouw Derkzen, tussen het mkb en het grootbedrijf is vaak
dat er bij het mkb geen aandeelhouders achter zitten te hijgen die meer
winst willen hebben. Daarom zou ik er een groot voorstander van zijn dat
we ons grootbedrijf gaan democratiseren en werknemers meer zeggenschap
daarover geven. Dat heet het Rijnlandse model, zeg ik even richting het
CDA. Dan vind je de balans tussen de kapitaalverstrekker en degene die
het kapitaal voortbrengt, oftewel mensen die werken, een bijdrage
leveren en daarmee meerwaarde creëren. Die meerwaarde moet naar de
mensen, niet naar de aandeelhouders. Daarin zit een groot verschil
tussen het midden- en kleinbedrijf en het aandeelhouderskapitalisme van
het grootbedrijf. Het mkb bestaat vaak uit mensen die zelf in hun zaak
werken en die lokaal geworteld zijn.
Een klein voorbeeld is de Batavusfabriek in Heerenveen. Fantastisch. Ze
werkten samen met fietsenmakers, maar werden opgekocht door private
equity. Grootaandeelhouders, kapitalisme, dé grote boze boeman — dat mag
u best weten: weg daarmee — hebben het opgeslokt, leeggetrokken, en nu
zitten mensen zonder baan in Friesland. En wat zien we? De fietsenmaker
in de kleine Friese dorpen heeft daar last van. Dat is niet mijn
economie. Mijn economie is gebaseerd op de menselijke maat. Dat betekent
dat je weg moet van het aandeelhouderskapitalisme, wat gewoon rovers
zijn. Die maken misbruik van de toegevoegde waarde van werkende mensen.
Daar zou u ook meer oog voor moeten hebben.
De voorzitter:
Het mag aan beide zijden van de microfoon wat bondiger, in de vraag,
maar ook …
De heer Jimmy Dijk (SP):
We hebben zo wel een goed debat.
De voorzitter:
Dat kan ook als het net iets bondiger is. Gaat uw gang, mevrouw
Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik vind het ook net leuk worden, dus wat mij betreft gaan we nog even
door. De VVD heeft het voorstel van de SP gesteund over het tweede jaar
loondoorbetaling bij ziekte. Ik kijk er ook naar uit om dat soort
maatregelen met u te blijven steunen en daarin samen op te trekken. Dan
de contradictie tussen grootkapitaal, de rovers, en het mkb. Ook daarin
vind ik een valse tegenstelling zitten, omdat alle mkb'ers ook leveren
aan het grootkapitaal, zoals de heer Dijk dat noemt. Dat is een keten
aan bedrijven. Als je ziet wat ASML, als de grote rover in de ogen van
meneer Dijk, levert aan zowel het mkb als aan kennisinstellingen,
universiteiten, is dat bijna een ecosysteem te noemen. Ik vind dat u
altijd enorm focust op de grote rovers. Als u dat helemaal doorzet dan
spoelt u dat dat hele ecosysteem als het kind met het badwater door het
putje.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit vind ik dus fascinerend, want ASML is het schoolvoorbeeld hiervan.
Ze houden u constant in een gijzeling: als u niet de belastingen
verlaagt, als u niet de expatregeling uitbreidt, dan vertrekken wij. Ze
houden u in een gijzeling. Wat heeft dat met democratie te maken? Als we
echte democratie hadden, was dat meer dan één keer in de zoveel tijd
even stemmen. Dan hadden we ook zeggenschap gehad over onze economie.
Maar u wordt constant gegijzeld: als u niet dit doet, dan vertrekken wij
naar Franrijk. En als u dat dan doet, vertrekken ze alsnog met
afdelingen naar Frankrijk. Daar zit toch niks democratisch in? Voor
iedere euro die wordt gestoken in een groot bedrijf ter subsidie van
expats zouden we zeggenschap moeten terugkrijgen, garanties moeten
krijgen om werkgelegenheid te behouden. Zo krijg je een democratie
gebaseerd op de menselijke maat, in plaats van, zoals we nu constant
zien, dat de politiek, u, in gijzeling wordt gehouden door de
economie.
De voorzitter:
Mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja. Mijn derde interruptie, volgens mij.
De voorzitter:
Dat klopt. En kort.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
En kort. Socialisme betekent de productiemiddelen in eigendom van het
collectief, de werknemers. Hoe zou dat er dan uitzien bij ASML, als dat
niet eigendom was van aandeelhouders, maar van de mensen die daar
werken?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Hoe bent u hier terechtgekomen?
De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee, nee. We gaan geen wedervragen doen. U gaat gewoon
antwoord geven.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ga de vraag beantwoorden. Hoe bent u hier terechtgekomen? Hoe zijn
deze heren daar terechtgekomen? Volgens mij is dat niet heel
ingewikkeld. Er zijn bedrijven, ook in Europa, bijvoorbeeld in Monsanto
in Baskenland, waar de mensen die daar werken hun eigen
vertegenwoordigers kiezen, hun eigen bazen kiezen, hun eigen
bedrijfsleiding kiezen. En wat gebeurt er als daar een crisis ontstaat?
Het is fascinerend wat er dan gebeurt. Bij de vorige bankencrisis nam
Monsanto delen over van US Steel, omdat Monsanto in staat was om de
lonen te drukken, mensen in dienst te houden, goed te produceren en
samen een probleem op te lossen in plaats van dat mensen ontslagen
werden en de Spaanse overheid vervolgens kosten moest gaan maken voor
uitkeringen en dat soort dingen. Nee, ze deelden met elkaar echt de last
en het bedrijf werkt ongelofelijk goed. Het heeft een eigen universiteit
oftewel een eigen research-and-developmentafdeling. Het is helemaal
ingebed in de regio. Zo doe je dat. We beslissen aan de keukentafel waar
we naartoe gaan met elkaar op vakantie. Laten we dat ook democratie
noemen. We gaan één keer in de zoveel tijd met elkaar stemmen. Dat
noemen we de politieke democratie. Dan is het fascinerend om te zien dat
mensen eigenlijk niets te zeggen hebben op het stukje van hun leven waar
ze acht uur per dag aan kwijt zijn en dat vaak ook, als het om zwaar
werk gaat, hun rug of hun knieën kapotmaakt. Dat vind ik een gemankeerde
democratie. Zonde.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Interessante casus, zonder meer. Maar als je op een gegeven moment in
een economie aan bepaalde producten geen behoefte meer hebt,
bijvoorbeeld omdat AI het overneemt, dan zul je toch ook als eigenaren
van zo'n bedrijf, ook als dat de werknemers zijn, moeten gaan nadenken
over hoe je de bakens verzet?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Natuurlijk.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
"Natuurlijk", zegt de heer Dijk. Dat is mooi. Dan is het toch veel te
makkelijk om daar waar een groot internationaal georiënteerd bedrijf dat
doet met dit soort woorden te komen? Dan snap ik vervolgens niet wat de
heer Dijk tegen mevrouw Michon zegt over dat de verzorgingsstaat, dus
dat je met elkaar collectief in Nederland in die situatie mensen
tijdelijk op weg helpt met een uitkering, zo beroerd is. Dus het is
prachtig. Ik geniet altijd van de heer Dijk. Hij kan het mooi vertellen,
maar in de praktijk pakt het volgens mij toch altijd net even anders
uit.
De voorzitter:
Dit was geen uitnodiging voor een hele lange interruptie, dat mevrouw
Keijzer zei dat u heel mooi kunt vertellen. Laten we het iets bondiger
houden. Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Mijn punt is dat de verzorgingsstaat de secondbestoplossing is. Het is
op dit moment de beste oplossing, precies om de reden die ik net noemde.
Als je een democratisch gecontroleerde economie hebt, dan los je
problemen met elkaar op. Dan snappen mensen het dat als er loonmatiging
nodig is om voldoende werkgelegenheid te behouden, je met elkaar die
afweging maakt. Die wordt nu hier vaak gemaakt. Maar als zo meteen deze
crisis doorzet, en er heel veel mensen op straat komen te staan, reken
er dan maar op dat er steunpakketten moeten komen. Reken maar dat er dan
belastinggeld moet worden uitgegeven. Waarom wordt dat belastinggeld
vervolgens uitgegeven? Omdat we dan zien dat de kosten van energie, van
brandstof, stijgen. Tegelijkertijd zien we dat de olies, of het nou
Shell, BP of ExxonMobil is, tientallen miljarden winst in hun zak hebben
gestoken. Die zeggen: "Wij zijn even niet te vinden, toedeledokie! Wij
nemen even geen verantwoordelijkheid." De belastingbetaler mag dat dan
gaan ophoesten. En dat zien we constant. Je kan de bakens overigens
verzetten als bedrijf, ook een democratisch georganiseerd bedrijf.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Volgens mij moeten we toe naar een veel flexibelere economie, waarbij
een groep mensen — want zo begint elk bedrijf, soms is het zelfs een
individu — makkelijk een nieuw bedrijf kan starten, makkelijk daarop in
kan zetten en makkelijk mensen in dienst kan nemen. Ja, dan heb je ook
nodig dat je wat makkelijker van mensen af kunt komen, niet om ze
vervolgens in de ellende te laten zakken maar om een economie te krijgen
die ervoor zorgt dat mensen elders hun brood kunnen gaan verdienen. Het
nadeel van de socialistische praatjes is dat je toch vooral houdt wat je
hebt en dat je die menselijke neiging om beter te worden en vooruit te
komen, uiteindelijk smoort. Dus ik kijk op een andere manier dan de heer
Dijk, maar dat wisten wij al van elkaar.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Toch vind ik dit onbegrijpelijk. Ik zie namelijk dat de mensen die dit
doen, die opstaan en zelf een bedrijf oprichten — laten we de kapper
noemen of de broodjes-en-koffiezaak waar ik afgelopen zaterdag in Breda
was, dus vooral het kleinbedrijf — overrompeld worden door belastingen,
een enorme administratieve druk, het opknippen van de btw, een btw op
broodjes en koffie. Daar wordt de belasting wel gehaald. Daar hebben zij
last van. Maar er wordt geen cent gehaald bij de grote vermogens. En die
olies, waar ik het net over had, betalen minder belasting op hun winsten
dan werknemers dat doen of dat een mkb'er dat doet over een broodje,
koffie of een knipbeurt. Dat is toch niet uit te leggen? Juist mensen
die verantwoordelijkheid nemen, die zelf een zaak beginnen, kleine
ondernemers, wordt het vel over de neus getrokken, met een enorme
registratiedruk. Maar die grote bedrijven kunnen u in gijzeling houden
door te zeggen: als jullie nu niet de belastingen verlagen, dan
vertrekken wij. Die nemen geen enkele maar dan ook geen enkele
verantwoordelijkheid voor wat dat met de maatschappij doet. Ik vind het
echt onbegrijpelijk dat dat hier niet erkend wordt.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, ik heb vijf interrupties in drieën, dus dan wil ik nu mijn
vierde van drie hebben, alstublieft.
De voorzitter:
Mevrouw Keijzer, ik kan ook tellen als voorzitter, maar dan stel ik wel
voor dat u in uw volgende blokje over iets anders begint en niet zes
interrupties over hetzelfde onderwerp doet, want daar komen we, hoe
interessant het ook is om naar de heer Dijk te luisteren, vanavond niet
uit.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter, dat is aardig.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Wat de heer Dijk hier doet, is wat de Socialistische Partij altijd doet:
hij neemt de afslag naar belastingverhoging. Daar zijn wij het over
eens. Dat heeft te maken met de CPB-cafetariapolitiek die we met elkaar
bedrijven hier in dit huis. Waar de heer Dijk het níét over heeft, is
hoe op allerlei andere manieren die kleine ondernemer het leven zuur
wordt gemaakt. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Er
zijn allerlei regels waar ook de heer Dijk elke keer voor pleit ...
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Keijzer?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
... en die het onmogelijk maken om te ondernemen. Dus als de heer Dijk
hier wil gaan staan voor kleine ondernemers, sta ik aan zijn zijde, maar
dan breed op al die onderwerpen waardoor het in dit land zo
langzamerhand onmogelijk is om een eigen bedrijf te starten en mensen in
dienst te nemen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Laat ik daar een heel simpel, kort antwoord op geven. Voor mij is een
ondernemer iemand die werkt, iemand die in zijn zaak werkt. Iemand die
aandelen heeft en belegt, is voor mij geen ondernemer. Daar zit bij mij
het grote onderscheid. Dus als ik moet meewerken aan lastenverlichting,
minder regeldruk en noem maar op, dan doe ik dat heel graag voor degene
die iedere ochtend opstaat, en zijn leven lang in de koffiezaak, in de
cafetaria en bij de kapper staat en aan het werk is. Heel graag, iedere
dag. Voor mij is dat namelijk net zo goed de werkende klasse. Maar ik ga
het niet opnemen voor die lui die investeren, "beleggen" en hun
aandeelportefeuille terugtrekken omdat ze ergens anders meer winst
kunnen maken en nu huilend in Dubai zitten en graag willen dat de
Nederlandse overheid ze terug gaat halen met het vliegtuig omdat ze daar
weg willen vluchten. Nee, daar neem ik het niet voor op. Succes!
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voor het deel dat gaat over kleine ondernemers, sta ik aan de kant van
de heer Dijk. Maar het is tegelijkertijd ook socialistische pruttelpraat
als hij niet wil erkennen dat het midden- en kleinbedrijf voor een groot
gedeelte van de omzet ook afhankelijk is van het grotere, internationale
bedrijfsleven. Dat is één. Ik wil graag van hem horen of hij dat ziet.
Twee. In een globale economie — dat is gewoon een feit, want we kunnen
nou eenmaal of in een vliegtuig stappen of elkaar via de internetsnelweg
bereiken — moet je ook gewoon kunnen concurreren op die schaal. Als je
daar de ogen voor sluit, dan hebben we hier zo direct prachtig een
kleine economie met alleen maar kleinere bedrijven, maar missen we het
deel van de economie dat we ook gewoon nodig hebben om dit land sterk te
maken en te houden.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ziet de heer Dijk dat ook of sluit hij daar de ogen voor?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik sluit daar zeker de ogen niet voor. Sterker nog, ik heb tien jaar
lang in de kartonindustrie gewerkt. Daar heb ik gezien dat de
internationale concurrentie gigantisch is. Die is enorm groot. Waren er
maar partijen geweest die zo'n industrie echt gesteund hadden. Dat was
heel goed geweest. Dan was een groot deel van de industrie nog behouden.
Als ik kijk naar de auto-industrie, denk ik: waren er maar partijen
geweest die bij Nedcar hadden gezien dat er misschien een industrie
behouden moest worden. Als ik kijk naar de chemie, denk ik: "Was het
maar zo dat we niet afhankelijk waren geweest van Saudische
investeerders die hun geld eruit trokken. Was dat maar zo. Hadden we er
maar zeggenschap over gehad. Dan hadden we die banen gehad. Dan hadden
mensen hun trots behouden. Dan hadden we kunnen blijven produceren." Dan
had u ook gelijk: het mkb dat daaromheen zat, dat onderdeel is van zo'n
organisme, had dan ook nog steeds een goede baan. Maar helaas, ze zijn
vertrokken, ze zijn weg en ze laten ons berooid achter. Dat is namelijk
wat het grote geld doet als het niet geworteld is en niet democratisch
gecontroleerd wordt. Dat is exact het probleem. U heeft het zelf steeds
over "socialistische prietpraat". Ik noem dat de democratisering van het
socialisme. Het zou heel goed zijn als we onze economie democratiseren,
in plaats van dat we die overlaten aan een paar mensen die alleen maar
dollartekens en eurotekens in hun ogen hebben en bij het minste of
geringste vertrekken, omdat ze elders meer geld kunnen verdienen. Dat
schaadt onze samenleving constant.
De voorzitter:
Kort en afrondend. De reacties moeten echt bondiger, meneer Dijk.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Tot slot, voorzitter. Dan zet de Socialistische Partij uiteindelijk een
communistisch ijzeren gordijn om een land heen, want dan gaat de heer
Dijk dus voorbij aan de werkelijkheid van een internationale economie.
En ja, daar zitten absoluut verkeerde kanten aan. Dat zie ik ook met
hem. Maar doen alsof je daar een ijzeren gordijn omheen kunt zetten,
gaat ons uiteindelijk niet vooruithelpen. Ik hoop dus zeker de komende
tijd allerlei debatten met de heer Dijk te voeren en elkaar ook te
vinden op verstandige onderwerpen, maar het zal toch echt met een wat
opener blik naar de rest van de wereld moeten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb het echt nooit gehad over "een gordijn optrekken". Sterker nog,
ik heb het over een bedrijf gehad in Spaans Baskenland dat zo
concurrerend was dat het onderdelen van U.S. Steel over wist te nemen.
Daar zat weinig gordijn rond. Ik zeg dat werknemers meer zeggenschap
moeten hebben en dat de balans tussen kapitaalverstrekker en degenen die
aan het werk zijn, in evenwicht moet zijn. Dat is die nu totaal niet. We
gaan steeds meer naar een Angelsaksisch systeem en naar een Amerikaanse
economie zonder sociale zekerheid — die wordt gewoon afgebroken — in
plaats van dat we gaan kijken naar waar we trots op waren als Europese
landen. De trots van Europese landen bestond uit sterke economieën en
sterke samenlevingen, met goede sociale voorzieningen; daarvoor zie je
veel Amerikanen nu ook naar bijvoorbeeld Scandinavië kijken. Een beetje
zekerheid in het leven vinden mensen fijn. Dat is ook goed voor het
leven. Daar hebben mensen ook een fijner leven door, in plaats van in
permanente staat van onzekerheid te verkeren, wat ongeveer 2 miljoen
mensen nu doen in Nederland. Dat komt niet door het socialisme.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Dit kabinet moet zekerheid bieden. Mensen hebben erop
gerekend om op een bepaalde leeftijd met AOW te kunnen. Nu verandert u
dit, terwijl de eindstreep voor veel mensen in zicht was. Mensen hebben
geld ingelegd voor een WW-uitkering. Nu verandert u bij pech en
gekrenkte trots in één keer de spelregels. Mensen hebben hun leven lang
bijgedragen door te werken. Nu verandert u bij ziekte, ellende, ongeluk
of arbeidsongeschiktheid in één keer de spelregels. Waarom blijft deze
minister zo halsstarrig vasthouden aan een hogere AOW-leeftijd? Hoezo
denkt hij dat het advies van de SER anders zal zijn dan tijdens het
rondetafelgesprek met vakbonden en werkgevers, waar de SER-voorzitter
zelf zei: afspraak is afspraak?
Op welke manier denkt de minister dat bezuinigingen op
arbeidsongeschikten de arbeidsongeschiktheid beter zal maken? Waarom
verbetert u de WIA niet, maar kleedt u deze vooral uit? Waarom denkt de
minister dat hij via sociale premies opgebouwde en betaalde WW-rechten
van werkende mensen zomaar kan afpakken? U zei in een interview dat u
begreep dat mensen het verschil tussen de WW en de wachtgeldregelingen
voor politici niet uit te leggen vinden. Wat gaat u dan doen om de
wachtgeldregeling in te korten? Waarom? Waarom deze platte
bezuinigingen? Het kabinet zegt steeds dat het onbetaalbaar wordt. Ook
dat klopt niet. Het is al eerder voorbijgekomen: de geraamde kosten voor
de AOW in 2040 zijn de afgelopen tien jaar zelfs gedaald van 6,5% van de
gemeenschappelijke koek naar 5,7% van onze gemeenschappelijke
koek.
Natuurlijk moeten mensen zo snel mogelijk weer aan het werk als ze in de
WW terechtkomen. Dat wíllen mensen namelijk zelf ook graag. Mensen
willen aan het werk en mensen willen een onderdeel zijn van onze
samenleving. Natuurlijk moet je de WIA verbeteren en veranderen, gaat er
veel mis en loopt er veel vast, maar het helpt dan niet om fors te
bezuinigen op die WW en op die WIA. Dat helpt helemaal niets. U raakt
alleen maar mensen die de pech hebben om hun baan te verliezen of
arbeidsongeschikt te raken terwijl zij wel jarenlang constructief zijn
geweest om onze gemeenschappelijke koek steeds groter te maken. De
afbraak van dit kabinet is niet constructief. De bijdrages van
coalitiepartijen van vandaag zijn dat evenmin. Ik heb geen
coalitiepartij gezien of gehoord die ook maar enige boodschap heeft aan
de kritieken die werkende mensen hebben op de plannen van de coalitie:
niet op de AOW-leeftijd, niet op het korten van de WIA en niet op het
halveren van de WW.
Weet u wat wel constructief zou zijn? Als we echt met plannen zouden
komen om mensen die dolgraag willen werken, aan het werk te krijgen. Dat
is constructief: plannen om mensen die dat dolgraag willen, aan het werk
te krijgen. Het gaat om 120.000 mensen die vroeger bij een sociale
werkplaats of met een beetje begeleiding bij een reguliere werkgever
terechtkonden. Maar nu is daar geen plek meer voor hen. We horen dat van
verschillende gemeenten en verschillende sociale werkplaatsen. Terwijl
zij willen en kunnen bijdragen aan vermogen, worden ze door
verschillende kabinetten aan de kant of in de bijstand gezet. Maar we
kunnen ervoor kiezen om 50.000 banen te creëren voor mensen die wel
willen en kunnen werken. We kunnen 40.000 plekken toevoegen aan sociaal
ontwikkelbedrijven en 10.000 basisbanen creëren voor mensen die met een
beetje begeleiding maatschappelijk zeer nuttig werk kunnen doen in onze
samenleving en die onze gemeenschap kunnen versterken. Ik heb daar drie
dekkingen voor, want wie constructief is, moet die geven.
We kunnen besparen op de handhaving, sanctionering en terugvordering
binnen de sociale zekerheid. De afgelopen jaren is gebleken dat een veel
te groot deel hiervan weinig opbrengt en hoge kosten kent.
Incasso-opbrengsten bij het UWV, de SVB en gemeenten zijn al jaren laag,
terwijl de uitvoeringskosten hartstikke hoog zijn. Wij kiezen voor
gerichte fraudeonderzoeken en terugvorderingen daar waar die echt nodig
zijn. We schrappen fraudeonderzoeken en terugvorderingen met een lage
financiële omvang bij sancties en niet-opzettelijke fouten. Hierdoor
besparen we 120 miljoen euro, zonder afbreuk te doen aan de handhaving
bij aantoonbare fraude en misbruik, die ook de solidariteit ondermijnen.
Als gevolg van de door ons gecreëerde banen ontstaat er een uitstroom
van mensen uit een uitkering of zwaardere andere voorzieningen. Dat is
een besparing van 50 miljoen; dat is nog laag ingeschat.
Voorzitter. De basisbanen kunnen we ook gebruiken om de bijstand in te
zetten om mensen aan het werk te krijgen. Dat zou al ruim een derde van
de kosten voor basisbanen kunnen dragen. Wat betreft de rest van de
middelen kunnen we geld inzetten vanuit re-integratie. Ook kunnen we het
Europees Sociaal Fonds aanspreken.
Dan blijft er nog maar een heel klein deel over. Daarvan zegt de SP:
laten we alsjeblieft stoppen met zo ongelofelijk veel externe inhuur bij
de overheid. Er wordt nu 3,7 miljard euro uitgegeven aan externe inhuur,
consultants en interimmanagers. Door dat te verlagen met 175 miljoen
euro, zorgen we ervoor dat we in totaal 50.000 banen hebben voor mensen
die nu aan de kant staan en heel graag, heel graag, aan het werk willen.
Zullen we dat doen? Dat lijkt mij uiterst constructief. Vakbonden willen
het ook. Sociale werkplaatsen geven het aan. Mkb'ers vinden het een goed
idee en steunen deze voorstellen ook. Uit alle onderzoeken die gedaan
zijn, blijkt dat dit ook maatschappelijke winst oplevert, nog buiten het
gegeven dat het heel veel zorgkosten bespaart. De vraag is vandaag
vooral: hoe constructief is deze coalitie eigenlijk zelf? Want door dit
en vorig kabinetsbeleid zitten nu 50.000 mensen thuis, vaak in armoede.
Ze willen werken. Ik herhaal: hoe constructief zijn D66, CDA en VVD?
Mijn tweede vraag: hoe constructief is de oppositie? Want, ik blijf het
herhalen, wij zijn met meer.
Wat ook constructief zou zijn, is de verhoging van het wettelijk
minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen. Wanneer denkt het
kabinet dit te gaan doen? Wanneer krijgen mensen en kinderen die daar
het meeste behoefte aan hebben hun eerlijke deel van die groter gemaakte
koek? Hoe gaat de minister de armoede in Nederland oplossen, in plaats
van deze groter te maken, zoals bleek uit de kabinetsplannen? De SP
vindt het uiterst constructief om daarvoor het minimumloon te verhogen.
Waarom heeft het kabinet daar geen miljarden voor gevonden, maar wel 90
miljard voor de NAVO? Hoe legt u uit dat iedere dag, iedere dag, in ons
land 35 baby's worden geboren zonder dat er kleding, een warm bed of een
knuffeltje voor hen is? Als u deze berichten leest, en het kabinet heeft
het over constructief zijn, of over fatsoen, of over grote doorbraken,
wat is hier dan constructief aan? Waar is uw fatsoen gebleven? Waar zijn
de doorbraken voor hen die dat het meeste nodig hebben? Ook hier stel ik
de vraag: waar zijn jullie, constructieve coalitiepartijen? Waar zijn
jullie voorstellen? Ik heb níéts gehoord vandaag, helemaal niets!
Voorzitter. Het kabinet kiest er niet voor om echt een aanpak van
armoede toe te passen. De coalitie kiest daar ook niet voor, 66 zetels
die ervoor wegkijken. Het is niet uit te leggen.
Maar laat ik u wel zeggen waarom. Het zijn namelijk altijd de partijen
D66, CDA en VVD die zeggen: de koek moet groter; we moeten eerst het
geld verdienen, voordat we het kunnen uitgeven. Nogmaals, ik ben het
daar zeer mee eens, maar nu is die koek groter geworden en verdeelt u
het alsnog niet. Dat zet mij voor een dilemma. Want wat kan ik vandaag
dan wel doen? Wat kan ik wel doen vandaag, in het hier en nu, om ervoor
te zorgen dat de kinderen waar ik het net over had het beter krijgen?
Wat kan ik doen? Wat kan ik doen om ervoor te zorgen dat geen kind in
Nederland, het rijke Nederland, meer in armoede leeft? Ik kan
voorstellen doen. Ik kan zeer constructief zijn met de oppositie.
Gisteren was daar een goed voorbeeld van. Vandaag doe ik meerdere
voorstellen. Ik doe vier voorstellen om de armoede onder kinderen
vandaag aan te kunnen pakken, hier en nu.
We zorgen ervoor dat iedereen zwemles kan krijgen. Het halen van een
A-diploma kost bijna €1.000. Het aantal kinderen dat geen zwemdiploma
meer heeft, is verdubbeld. In 2022 ging het om 6%. In 2024 ging het om
14%. Laten we ervoor zorgen dat alle kinderen zwemles kunnen
krijgen.
We kunnen ervoor zorgen dat alle kinderen kunnen gaan sporten, dat ze
sportkleding hebben, een lidmaatschap bij een vereniging, een bal of een
racket. Zo simpel kan het zijn.
We kunnen ervoor zorgen dat kinderen die naar school moeten
schoolspullen zoals laptops, rekenmachines, een fiets, rugzakken en
boeken kunnen krijgen. Er is een explosieve groei geweest in de aanvraag
van deze middelen.
En we kunnen ervoor zorgen dat 135.000 kinderen een bril krijgen. Een
bril, om op te doen, om het bord te kunnen zien. Zo simpel kan het zijn.
Ik heb vandaag geen een coalitiepartij gehoord met dit soort
voorstellen. Dus kom bij mij nooit meer aan met dat wij niet
constructief zouden zijn. Dit zijn uiterst constructieve voorstellen.
Doe het maar eens beter.
Voorzitter. Dit kabinet en deze coalitie onderschatten de
betaalbaarheidscrisis waar zo veel Nederlanders in zitten. De huren
worden verhoogd terwijl de hypotheekrenteaftrek voor villa's wordt
behouden. Die hypotheekrenteaftrek drijft de prijzen van woningen op, en
de huurverhogingen drijven de inflatie op. De huren moeten nu dus
verlaagd worden. Het eigen risico wordt voor het gemak verhoogd naar
€520. Dat zijn kosten die enkel op het individu worden afgewenteld. Wie
ziek is, betaalt meer. Wie het niet kan betalen, gaat zorg mijden. Het
drijft de zorgkosten op, omdat er complexere zorg nodig is en meer
menselijk leed het gevolg is. Verlaag het eigen risico dus. Schaf het
af. Pak die bedrijven met aandeelhouders waar we het net over hadden,
die winsten maken in de zorg en die zorgfraude plegen. Daar kun je 10
miljard euro besparen. Dat kun je doen door cowboys aan te pakken. Daar
is één ding voor nodig: schaf de marktwerking af. Dan heb je er geen
last meer van. Dat bespaart een heleboel geld.
Voorzitter. De stijgende energieprijzen zullen de brandstofprijzen nog
verder doen stijgen, terwijl mensen nu de kosten van de boodschappen al
niet meer kunnen betalen. Ook hier zien we dat de inflatie toeneemt. Die
was al hoog, maar die neemt nog verder toe. Verlaag de btw op
boodschappen dus. Controleer, reguleer en blokkeer prijzen als dat nodig
is. Andere landen doen dit ook. Dat kán. Het is geen illusie of droom.
Het kán.
Voor brandstof geldt hetzelfde. De brandstofprijzen stijgen door de
internationale crisis. Het is huilen aan de pomp voor mensen die
afhankelijk zijn van hun auto en voor wie het ov niet beschikbaar is. De
accijns- en btw-inkomsten voor de Staat stijgen met de prijzen mee. Het
drijft de prijzen op en verhoogt de inflatie. Verlaag dus de btw op
brandstof en op ov. Voer maximumprijzen in, zoals België, Kroatië en
Hongarije doen.
Door de internationale crisis stijgen ook de energierekeningen verder
door, terwijl vóór de oorlog in Iran al meer dan de helft van de
Nederlanders de verwarming niet aanzette vanwege de hoge energiekosten.
De helft van de Nederlanders! Voer het prijsplafond voor energie weer
in, maar dan zonder het spekken van de winsten van de grote
energiebedrijven. Waarom is dat prijsplafond eigenlijk überhaupt
afgeschaft? Zet het energienoodfonds weer op. De enige die ik hierover
heb gehoord, is de heer Ceder van de ChristenUnie. Hoe is het mogelijk?
De prijzen gaan door het dak! U kunt daar vandaag iets aan doen hè, als
constructieve partijen. Voer dat energienoodfonds weer in. Wacht niet
tot het einde van het jaar. Ga nu aan de slag. Mensen kunnen namelijk
niet wachten. Verlaag de belasting op energie. Dit had allang op tafel
moeten liggen bij dit kabinet. Onbegrijpelijk dat jullie zo lang
wachten.
Dan de vraag: waar wacht u op? Op al deze punten kiest het kabinet het
tegenovergestelde en laat het de kosten voor mensen stijgen. Of ze
zeggen bij monde van premier Jetten en minister van Financiën Heinen dat
het nog te vroeg is om in te grijpen. Waar wacht u nog op? Wacht u tot
er nóg meer mensen in de problemen zitten? 551.000 mensen leven al in
armoede. 1,2 miljoen mensen leven op of net boven de armoedegrens. De
rijen bij de voedselbank zijn het afgelopen jaar nóg langer geworden. Er
komen 155.000 mensen bij de voedselbank. 450.000 mensen hebben een
boodschappenkaart van het Rode Kruis nodig. Er is voedselnood in
Nederland! Waar wacht u nog op? Waarom komt er pas vanaf 1 januari 2027
een energienoodfonds, terwijl mensen al vóór de oorlog in Iran in de
problemen zaten? De urgentie is nog veel groter geworden, net als het
aantal mensen in de problemen. Waar wacht u op?
Als het om de betaalbaarheidscrisis gaat is het kabinet niet
constructief, maar zeer, zeer passief. Het toont een patroon aan dat we
helaas al veel vaker hebben gezien. Toen de wooncrisis namelijk door
vele mensen allang werd gevoeld, kwam het kabinet met minister Ollongren
van D66 pas in beweging toen de kinderen van de hogere middenklasse geen
woning meer konden vinden. Toen de energiecrisis al door vele mensen
werd gevoeld, kwam het kabinet met D66-minister Kaag pas in beweging
toen de hogere middenklasse ook merkte dat de energierekening toch wel
erg aan het stijgen was. En nu zien we het weer. Terwijl vele mensen de
boodschappen, de brandstof en de energierekening al niet of nauwelijks
kunnen betalen, wacht dit D66-kabinet nog eventjes af. Het raakt hen
namelijk nog niet. Het toont de kloof aan tussen gewone mensen en dit
kabinet. Dit kabinet is welgesteld en wereldvreemd.
Maar laat ik weer constructief zijn. Laat de oppositie constructief
zijn, met concrete plannen die veel beter zijn dan die van dit kabinet.
Gisteren lieten we al zien hoe dat kan door de bezuinigingen op de
gehandicaptenzorg van tafel te krijgen. Laten we niet passief maar
constructief zijn en niet wachten op dit kabinet of op deze coalitie.
Zij wachtten namelijk ook niet bij het terugdraaien van alle box
3-plannen; toen ging het in één keer supersnel. Toen was de uitvoering
het valse argument. Bij het energienoodfonds moeten we ook weer het
valse argument aanhoren dat de uitvoering erg ingewikkeld is en dat we
moeten wachten tot volgend jaar, terwijl mensen al voor de oorlog in
Iran in de problemen zaten. Laten we niet wachten met het
energienoodfonds, want mensen kunnen niet wachten. Dat fonds kunnen we
nu instellen, verruimen en weer voor grote groepen mensen beschikbaar
stellen.
Voorzitter. Samengevat: de voorstellen tegen armoede onder kinderen, de
voorstellen voor zwemles, schoolspullen, sporten en brillen voor
kinderen, de eerdere voorstellen die ik al deed bij de begroting over de
zorg, de voorstellen voor 50.000 banen voor mensen die willen werken
maar door dit kabinetsbeleid thuiszitten en de voorstellen voor het
uitbreiden en het invoeren van het energienoodfonds lijken me uiterst
constructief.
Voorzitter, ik rond af. Terwijl de koek al jarenlang groeit, moeten
mensen het nog steeds doen met een veel te laag inkomen, waarvan ze niet
rond kunnen komen. Terwijl de koek nog steeds groeit, blijft het kabinet
bezuinigen op sociale voorzieningen en sociale zekerheid. In een tijd
die vraagt om meer zekerheid, kiest het kabinet voor het
tegenovergestelde: nog meer onzekerheid. Tijdens deze
betaalbaarheidscrisis, met steeds verder stijgende prijzen en het risico
op een hogere inflatie, laat dit kabinet zien aan welke kant deze
coalitie staat. Staat zij aan de kant van mensen die werken en zich
dagelijks inzetten voor een beter Nederland of aan de kant van hen die
het al goed hebben? Wij weten, de SP weet, waar wij staan. Wij willen
een ander Nederland, een land waarin het gaat om mensen, en niet om snel
geld verdienen. Wij willen een land dat voor iedereen betaalbaar is,
waar werken loont en inzet zekerheid geeft, een land waar mensen boven
winsten gaan, dat betaalbaar is voor iedereen en waar geen kind in
armoede opgroeit.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een mooi, bevlogen betoog. Ik heb toch even een vraag. De heer Dijk is
net als wij kritisch op de extra miljarden die naar defensie gaan, naar
de NAVO. Hij is ook kritisch op het grootbedrijf; dat zijn wij wat
minder. Nou is mijn vraag de volgende. Wij denken daar verschillend
over, maar je zou verwachten dat de SP kritisch is op de NAVO en op de
EU, die marktwerking vaak zelfs in wetten vereist. Dat is dus eigenlijk
mijn vraag, via u, voorzitter, aan de heer Dijk. Hoe kijkt de SP
inmiddels, zou ik bijna zeggen, aan tegen de NAVO en de EU? Wij willen
eruit, zoals u weet, maar hoever bent u met uw gedachteprocessen?
De voorzitter:
Meneer Dijk, graag bondig.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat kan ook, dat kan ook. Dat is helemaal niet ingewikkeld om te doen.
Je kunt nu inderdaad een hele fundamentele discussie voeren over de
levensvatbaarheid van de NAVO. U vraagt specifiek naar de EU. Ik vind,
mijn partij vindt, dat de EU zich niet moet bemoeien met
niet-grensoverschrijdende problemen. Er worden bijvoorbeeld grenzen
overschreden bij milieuvervuiling, migratie, criminaliteit of
belastingontduiking. Dat stopt niet bij de grens. Maar de EU heeft niets
te zeggen en hoeft ook niets te zeggen te hebben over ons openbaar
vervoer, onze zorg en onze woningbouw. Dat heeft ze wel, maar dat
bestrijden wij ten zeerste.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef mevrouw Van Brenk enkele minuten om hier te komen,
want ik schors voor enkele minuten. U mag natuurlijk alvast klaar gaan
staan en u voorbereiden, mevrouw Van Brenk, maar ik schors voor enkele
ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Wij zijn nog steeds bezig met de eerste termijn van de
Kamer. Ik nodig met heel veel enthousiasme mevrouw Van Brenk uit, die
spreekt namens 50PLUS. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. De ministers kennen mij nog niet goed, dus dit is ook
een mooi moment om kennis te maken. Ik werk inmiddels 47 jaar. Op het
moment dat ik AOW-gerechtigd ben, op mijn 67ste, heb ik 49 jaar gewerkt.
Ik wil dat mijn kinderen en mijn kleinkinderen kunnen stoppen met werken
op de leeftijd dat ze nog een aantal gezonde jaren hebben. In Frankrijk
— het is straks ook al genoemd — kun je op dit moment stoppen op je
62ste. Met 42 jaar werken heb je in Frankrijk een volledig pensioen.
Maar moeten mijn kleinkinderen werken tot na hun 72ste? Wat ons betreft
niet. Als ze dat zelf willen, is dat prima, maar niet gedwongen.
Voorzitter. Nu moet ik zeggen dat ik misschien wel het prototype ben van
wat de ministers zien als iemand die een leven lang leert, want dat komt
als je een laag schooladvies krijgt: dan moet je van ver komen. In
totaal heb ik diverse avondopleidingen gedaan naast een onnoemelijk
aantal cursussen. In totaal was dat dertien jaar avondschool, van mbo en
hbo tot bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit. Behalve dat dit heel
veel tijd en energie kost, kan lang niet iedereen dit betalen. Veel van
mijn werkgevers hebben niet in mij geïnvesteerd. Dat ging ten koste van
onze huishoudportemonnee. Voordat iemand denkt "haar man zal wel een
topbaan gehad hebben en ze konden het zich vast makkelijk veroorloven":
mijn man was buschauffeur en is rond zijn 42ste gedeeltelijk in de WAO
gekomen door een hartinfarct, dus nee, het was geen vetpot bij ons
thuis.
Voorzitter. Nu moet ik die 47 jaar werken wel nuanceren, want op mijn
60ste eindigde mijn Kamerlidmaatschap en moest ik een baan zoeken. Dat
valt niet mee, maar gelukkig werd na twee jaar werkloosheid mijn schat
aan werkervaring gewaardeerd en op waarde geschat. Dat was niet het
geval bij talloze andere sollicitaties. "Te oud" werd niet gezegd, maar
de mooie kreet "u moet toch niet onder uw niveau gaan werken" is een
leuke en aardige afwijzing. Ik wil maar aangeven dat het zoeken naar
werk niet eenvoudig is op latere leeftijd. Het hakt er dus in als je die
twee jaar WW gaat verlagen. Het zal oudere werknemers ongekend hard
raken. Het is een maatregel die verre van sociaal is en wat ons betreft
ook echt van tafel zou moeten.
Voorzitter. Ik kan werken en wil werken, maar mijn vader en mijn oom,
die jaren in de bouw hebben gewerkt, hebben beide de AOW-gerechtigde
leeftijd niet gehaald. Ik heb de ellende bij het UWV meegemaakt: iedere
keer weer komen om herkeurd te worden alsof je rug en je knieën beter
worden. Zelfs op 64 jaar en 6 maanden moest mijn vader nog herkeurd
worden, tot ons aller irritatie.
De plannen van dit kabinet vergen echt de nodige toelichting. Het lijkt
op een botte bijl die aan onze sociale zekerheid en onze welvaart is
gezet. Mensen kunnen in ongekende problemen komen door een stapeling van
maatregelen. Hoe leggen de ministers uit dat een kortere WW en daarnaast
de verlaging van het maximumdagloon noodzakelijk zijn? Inmiddels komt
hier al de eerste ellende naar boven: het zal vrouwen met
zwangerschapsverlof extra gaan raken. Dat kan toch niet de bedoeling
zijn?
Voorzitter. Behalve dat vrouwen bij zwangerschap geraakt worden door de
plannen van dit kabinet, wil ik ook weten wat deze ministers gaan doen
aan de loonkloof. Er is nog steeds een verschil tussen de beloning van
mannen en vrouwen. Wat ons betreft is het schandalig dat Nederland bij
de EU uitstel gevraagd heeft om hier iets mee te doen. Gelukkig kregen
ze nul op het rekest. We doen er al jaren niks aan. In welk tempo wordt
hier werk van gemaakt? Graag een antwoord.
The devil is in the details, dus de plannen rondom de
transitievergoeding moeten wat ons betreft duidelijk uitgelegd worden.
De vrije vertaling van 50PLUS is dat de VVD ontslag gewoon goedkoper
maakt. Is dat het idee? Vergeet niet dat oudere werknemers vaak het hele
circus moeten doorlopen: van baan naar WW, van WW naar de bijstand, van
de bijstand naar een baan, van de baan weer naar de Ziektewet en van de
Ziektewet misschien naar arbeidsongeschiktheid. Dan begint het hele
feest pas: herkeuringen, omscholingen, re-integratietrajecten. De
re-integratie in Nederland is geen goed geoliede machine, maar een
jungle, waarin gemeenten met duizenden unieke trajecten allemaal
proberen het wiel opnieuw uit te vinden.
Daar zit je dan, op je 63ste, in een klasje met koffie en een flip-over
bij het UWV of de gemeente. Aan de bak kom je niet, want je hebt een
ziektebeeld en er is nog altijd sprake van leeftijdsdiscriminatie. In
het ergste geval raken deze mensen hun huis en hun spaargeld kwijt, nog
voordat de pensioengerechtigde leeftijd bereikt wordt. Als u schrijnende
situaties zoekt, dan lijkt dit ons bij uitstek een groot probleem. Ik
hoor graag of daar oplossingen voor zijn en hoe het kabinet daartegen
aankijkt. De plannen lijken dus op een goedkope bezuiniging over de rug
van velen en ook weer de zwakkeren, die begeleid worden met een leven
lang leren. Zullen we de bezuinigingen pas inboeken als blijkt dat dit
werkt?
De meest brute maatregel, het afschaffen van de inkomensvoorziening voor
volledig arbeidsongeschikten, is vandaag al eerder genoemd. Waarom? Om
de uitvoering eenvoudiger te maken? Dan moet u 50PLUS maar uitleggen
waarom we deze mensen permanent minder inkomen gaan geven, terwijl het
toch al geen vetpot is.
Voorzitter. Dan het armpjedrukken met de vakbonden. Laten we het
afgesloten pensioenakkoord maar eens lekker verzieken. Als je van een
slechte start spreekt, is die hier wel gelukt. En waarom was dit nou zo
noodzakelijk? We weten dat het akkoord bij de totstandkoming destijds is
doorgerekend tot 2050. Er was geen enkele reden om de afspraken te
wijzigen. Gelukkig houden de vakbonden hun poot stijf, maar wat zijn nu
de plannen van de minister? Hij zat er in mijn optiek bij het programma
Pauw nogal genoegzaam bij. Nu wordt er gesproken van "een pas op de
plaats" en van "luisteren", maar wat is hij nou precies van plan? De
hele oppositie was tegen, maar u was horende doof. Nu ligt er een motie
van de SGP. We waren daar niet enthousiast over, maar we zijn wel
benieuwd wanneer deze minister die motie gaat uitvoeren. Is dat voor het
meireces of gaat Rob Jetten op 1 mei bij de vakbonden zeggen dat het van
tafel is? We horen het graag.
Zullen we eerst eens beginnen met mensen die niet met pensioen willen en
die zelf graag willen doorwerken, die geen functioneel leeftijdsontslag
willen maar zelf willen blijven werken, desgewenst parttime? Kennis en
kunde blijven dan behouden. Zou de minister willen nadenken over die
mogelijkheden, over die verruiming, en zou de minister willen nadenken
over een sociaal pensioen? VrijwilligerswerkNL stelt voor om mensen een
jaar voor hun pensioen een dag vrijwilligerswerk te laten doen, dat na
hun pensioen desgewenst uitgebreid kan worden. Als we zorgzame wijken en
meer mantelzorgers willen, ligt hier een grote kans. Misschien wil de
minister in overleg met VrijwilligerswerkNL. Wij zijn graag bereid om
met u mee te denken en eventueel zelfs met u mee te gaan.
Voorzitter. De indruk die wij opdoen, is dat er veel overhoop wordt
gehaald, terwijl er juist nog zoveel op orde te brengen is.
Uitvoeringsorganisaties lopen vast. Zeker, wij zijn ook voor meer
eenvoud, maar dat kan niet betekenen dat de meest kwetsbaren en
arbeidsgehandicapten daardoor in financiële problemen komen. In het
Algemeen Dagblad konden we lezen hoe het UWV informatie achterhield.
Mensen kregen verkeerde berekeningen en konden niet controleren of die
berekeningen klopten. Het lijkt wel alsof er geen einde komt aan de vele
misstanden. Hoe gaat de minister nu orde op zaken stellen? Ik neem aan
dat hij dat doet met veel meer dan alleen het behalen van
bezuinigingsdoelen. Ik mag aannemen dat de kwaliteit van de uitvoering
en van de processen minstens evenveel aandacht vraagt. En gaan we
ophouden met nieuwe beleidsvoornemens en gaan we eerst eens zorgen dat
we een goed geoliede uitvoeringsorganisatie krijgen?
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een vraag. Gaat uw gang, mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag voor mevrouw Van Brenk. Ik hoor haar zeggen dat we goed
moeten kijken naar de berekeningen van het UWV, omdat daar op het moment
veel mis zou gaan. Ik ben vorige week op bezoek geweest bij het UWV en
toen viel mij op dat het UWV ook een probleem heeft met het op een goede
manier aangeleverd krijgen van gegevens. Ik denk daarom dat we heel goed
moeten kijken hoe we het minder ingewikkeld kunnen maken. Hoe we het
loon berekenen moeten we bijvoorbeeld minder ingewikkeld maken, zodat
het UWV ook niet zo makkelijk een fout kan maken.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Bent u het met mij eens dat het ook goed is om daarnaar te kijken en om
er dus aan de voorkant voor te zorgen dat die fouten niet gemaakt kunnen
worden?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik zei dat daarstraks al tegen u in het debatje over, zeg maar, het
simpele loonstrookje en dergelijke. Ja, absoluut! Mensen kunnen nu
absoluut niet meer berekenen hoe het in mekaar zit. Dan krijg je weer
een heffingskorting en dan daal je in een keer … Kortom, het is chaos.
Maar ik denk ook breder dat we met z'n allen alles rond belastingen en
toeslagen veel simpeler moeten maken.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Daar ga ik graag een keertje met u naar kijken, want volgens mij is het
iets wat we slimmer in cao's kunnen regelen. De cao's zijn nu namelijk
zo verschillend dat het voor het UWV ook heel lastig is. Ik ga daar dus
graag met u een keertje bij een kopje koffie over in gesprek.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Als het een kopje thee mag zijn, dan zeker!
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog. Ik ga nogmaals zeggen dat ik het heel erg zou
waarden als het ons lukt om om 18.00 uur af te ronden, want dan staat
het artikel 100-debat gepland. Er gaat daarmee niets van uw spreektijd
af, maar ik motiveer eenieder wel om iets meer tempo te maken.
Gaat u verder, mevrouw Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Ondanks geweldige volzinnen over evenwichtig inkomensbeleid
en "werken moet lonen", groeit de armoede dankzij de plannen van dit
kabinet. We waren verbaasd dat de koopkrachtanalyse van het Centraal
Planbureau geen puntenwolken vrijgaf voor werkenden, gepensioneerden en
uitkeringsgerechtigden. Dit was altijd wel gebruikelijk. Kunnen we die
uitsplitsing ontvangen bij de plannen van Prinsjesdag?
Voorzitter. De afstand tussen thuis en het verpleeghuis is te groot. Als
je niet meer thuis kan blijven wonen en er is in jouw gemeente slechts
één woonzorgcentrum met een huur van €1.245 en €100 servicekosten, dan
snapt iedereen dat je met €1.600 netto aan AOW niet rondkomt. Iedereen
begrijpt dan dat er te weinig overblijft om van te leven en dat er dus
vaak teruggevallen wordt op de bijzondere bijstand. Maar bijzondere
bijstand hoort eigenlijk ad hoc te zijn. Gemeentes kunnen dit niet
onbeperkt maandelijks bijplussen. Ik wil graag van de minister weten
waar deze groep senioren op kan rekenen bij een duidelijk ontoereikend
inkomen voor deze gewenste en noodzakelijke verhuisstap. Wat kan de
minister hierin betekenen?
Voorzitter. Ditzelfde speelt bij de Participatiewet. Als het UWV zegt
"we kennen het probleem, maar we doen er niets aan, want we kunnen hier
niets aan doen", dan moet dat wat ons betreft niet het eindpunt zijn,
maar de start van een debat. Het gaat over jonggehandicapten, aangemerkt
als Wajong-gerechtigden met de status "duurzaam geen arbeidsvermogen".
Dat is een mooi stickertje dat ooit bedoeld was om bescherming te
bieden, maar dat stickertje is blijven plakken. En deze jongeman heeft
echt wel iets bijzonders gerealiseerd. Hij heeft namelijk fulltime werk
gevonden bij een werkgever die hem ondersteund.
Die werkgever neemt daarmee zijn verantwoordelijkheid en wij stimuleren
dat via loondispensatie. Maar de belofte was helder: werken mag niet
leiden tot financiële achteruitgang. Want er blijft immers altijd een
risico op terugval. Maar wat blijkt? Werken loont hier niet. Deze
jongeman mag van de overheid niet eens het minimumloon verdienen, niet
omdat hij dat niet wil, niet omdat hij niet werkt, maar omdat het
volgens de regels niet kan. Ik zou graag willen dat de minister hier
induikt en dat hij in ieder geval probeert om dit op te lossen. Het is
niet eenvoudig, maar als er een wil is, is er een weg.
Voorzitter. Ik kom bij een van de speerpunten va 50PLUS: onze
pensioenfondsen. Die zijn vastgeketend aan beleggingsstrategieën die
kant noch wal raken in het huidige tijdsgewricht. We zien dramatisch
slechte rendementen op onze unieke pensioenreserve van ongeveer 1.700
miljard. Valt het nou niemand op dat we al ruim vijf jaar, sinds 2020,
praten over een pot van ongeveer 1.700 miljard? Terwijl de rest van de
wereld volop heeft genoten van geweldige beursjaren, blijven wij
letterlijk en figuurlijk stilstaan. Elke beleggingsexpert die ik spreek,
noemt dat volslagen belachelijk, een wanprestatie. Als we vanaf 2020
voor de helft hadden meegelopen in de rendementen van de Standard &
Poor's 500 of de MSCI Wereldindex, zouden we nu dicht bij de 2.500
miljard staan. Per saldo is er dus nul rendement geweest vanaf 2020.
Maar er is nog steeds geen gevoel voor urgentie, ook niet in deze zaal,
ook niet als je zegt dat 1% gemist rendement neerkomt op 17 miljard
euro. Wat zitten we hier nu met z'n allen te doen? 50PLUS waarschuwt
nogmaals. Wij zien een parlementaire enquête al aankomen.
Als u de internationale reacties heeft gezien op het Nederlandse plan
rondom vermogensaanwasbelastingen in box 3, dan mogen de prestaties van
de pensioenfondsen eigenlijk geen verbazing opleveren. Wij zijn het
beleggen simpelweg verleerd. Het heeft ons al meer gekost dan het hele
bezuinigingspakket van dit kabinet maal tien. Bijna een derde deel van
het pensioengeld in de tweede pijler zou uiteindelijk in de schatkist
terechtkomen. In dit verband is het dan ook eigenlijk hallucinant om te
spreken over 8 miljard aan netto besparingen op de zorg, 2 miljard op de
AOW-leeftijd en 2 miljard op de inkomens voor chronisch zieken. Dat is
penny wise and pound foolish in het kwadraat.
Nederland is pensioenland nummer één. Wij eisen van pensioenbestuurders
niets minder dan concurrerende kosten en toprendementen. Het is niet uit
te leggen dat we na ronduit slechte prestaties nog meer jaren moeten
aanzien hoe de wereld beleggingsrendementen van ons bord eet. Smoesjes
zijn goed, maar de praatjes deugen allang niet meer. Deelt de minister
onze mening en gaat hij hier nu eens iets aan doen? Dit geldt helaas
niet alleen voor rendementen, maar ook voor de beheerskosten. In de
brief van de minister zagen we al dat de transitiekosten gierend uit de
klauwen lopen: berichten over stijging van de structurele kosten waren
los van de transitie ook al alarmerend. Zijn de deskundigen vergeten dat
€1 aan extra kosten een veelvoud van de toekomstige pensioenen afhaalt?
Over dat geld zal namelijk nooit meer rendement gemaakt worden.
Andermans geld is hartstikke makkelijk uitgeven. Wij willen graag
inzicht per fonds in de kosten die gemaakt worden, met kengetallen
waarmee deelnemers hun fonds eenvoudig kunnen vergelijken met andere
aanbieders en het bestuur ter verantwoording kunnen roepen. Daar kunnen
we dan ter vergelijking ook de kostentarieven van erkende marktpartijen
aan toevoegen, want wij vrezen dat onze fondsen het contact met de
werkelijkheid volledig zijn kwijtgeraakt. Ondertussen zijn het de
externe IT-adviseurs, beleidsadviseurs en communicatieadviseurs die
steeds meer binnenharken. Het stinkt. Is de minister bereid om dit
inzicht te verschaffen?
Voorzitter. De met regelmaat oplaaiende discussie over de betaalbaarheid
van de AOW, ook vandaag, beschouwen wij als 50PLUS als vijandig. Het
meest voor de hand liggende cijfer waarmee hard gemaakt kan worden dat
de AOW onbetaalbaar wordt, is wijzen op de veel minder kostbare
AOW-stelsels in onze buurlanden. Maar er is geen enkele Nederlander,
deskundige of niet, die deze cijfers kan laten zien. Dat is ook logisch,
want als je dat cijfer probeert te achterhalen, zie je dat er geen enkel
EU-land is waar de AOW minder druk legt op de begroting dan in
Nederland. De Nederlandse AOW kost ongeveer de helft van het Europees
gemiddelde. Waarover zeuren wij nu?
Welk punt probeer je met "betaalbaarheid" te maken? Dat een steeds
groter deel van onze AOW betaald wordt uit belastingen in plaats van uit
de AOW-premie? Dat is geen relevant argument. Het wordt gebruikt om
mensen in verwarring te brengen. Onderaan de streep kost onze AOW
ongeveer de helft van wat in heel Europa gebruikelijk is, als we het
uitdrukken in een percentage van onze totale economie.
Dat de premie niet genoeg oplevert, komt doordat we een groot deel van
de premieopbrengsten weer teruggeven via heffingskortingen. De regering
geeft de premie zelf uit aan iets anders. Dus ja, als er dan moet worden
aangevuld vanuit de algemene middelen, dan is het vestzak-broekzak van
likmevestje en geen relevant of kundig argument. Het premieargument
gebruiken om mensen bang te maken over de betaalbaarheid van de AOW
vinden wij moreel geen zuivere koffie. Dan probeer je mensen bang te
maken met onwaarheden.
Er zijn zeker zorgen dat omslaggefinancierde stelsels voor Nederland
grote financiële problemen kunnen veroorzaken, maar dan gaat het over
risico's in andere eurolanden, niet in Nederland. Gegevens van Eurostat
over de onbetaalde pensioenrekeningen in Europa laten dit luid,
duidelijk en onverwijld zien. Nederland is in dit geval geen
probleemgeval, geen zorgenkindje en geen bron van risico. Wij zijn
kampioen pensioenhoudbaarheid. Alleen IJsland en Zwitserland komen een
klein beetje bij ons in de buurt. Als Nederland een pensioenprobleem
heeft, dan gaan het niet over de betaalbaarheid van de AOW maar over de
onophoudelijke politieke aanranding van tot voor kort het beste
pensioenstelsel ter wereld: oplopende beheerskosten, zwaar
teleurstellende rendementen en steeds weer nieuwe knellende regels
rondom indexatie en risicodeling. Dan heb je het grootste vermogen bij
elkaar gespaard, tot wel tien keer, twintig keer zo veel als buurlanden
en Europese partners. Wij hebben het risico voor de Staat al lang
geleden beperkt tot de helft van wat gebruikelijk is. Maar in plaats van
dit te zien als een waardevol bezit, een strategisch voordeel en een
geweldige kans, worden we gedwongen om dit te zien als extra risico,
waar onze gepensioneerden voor hebben moeten bloeden. Han de Jong toonde
dit recent nog aan in een artikel op BNR. De Nederlandse
gepensioneerden, door het uitblijven van indexatie op hun aanvullend
pensioen, hebben zwaar ingeleverd voor het opbouwen van het best
gefinancierde pensioenstelsel van zowat de hele wereld. Een
indexatieloos tijdperk van vijftien jaar wordt opgevolgd door een nieuw
stelsel met een veel grotere blootstelling aan de ups-and-downs van de
premiebeurzen. Gepensioneerden ervaren niet dat een leven lang premie
betalen ook het vertrouwensanker oplevert waar ze zo hard voor gewerkt
hebben.
Dan het laatste punt, voorzitter. In een artikel van Daan Kleinloog in
Pensioen & Praktijk wordt overtuigend gesteld dat
nettoprofijtberekeningen onvoldoende geschikt zijn om pensioenvermogens
in de transitie te verdelen. Hij noemt vijf redenen waarmee hard wordt
gemaakt dat op het allerlaatste moment een dubieuze en ongeschikte
parameter wordt gekozen voor de verdeling van de 1.700 miljard euro. Hij
geeft daarbij vijf zwaarwegende argumenten, waarvan ook wij vinden dat
je daar niet zomaar overheen kan stappen. 50PLUS wil graag een
appreciatie van zijn analyse ontvangen. Want als het Actuarieel
Genootschap zelf aangeeft dat nettoprofijtberekeningen slechts
ondersteunend zijn en niet geschikt zijn voor euronauwkeurige
herverdeling, waarom blijft DNB deze methode dan toch doordrammen? Graag
duidelijkheid.
Voorzitter. Wij kennen deze ministers onvoldoende, dus wij weten niet of
ze echt bereid zijn om te luisteren, of ze willen samenwerken, of ze
zaken willen veranderen. Wij willen er alles aan doen om zaken te
verbeteren: verbeteren voor Nederland, voor jong en oud, voor alle
generaties. Wij werken daar graag aan mee, maar dan wel aan
verbeteringen en geen afbraak.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Dassen, die spreekt
namens de fractie van Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Ik dacht al: dat is een hoop tijd die u mij
beschikbaar stelt.
De voorzitter:
Zeker niet! U heeft nu de juiste tijd. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
We leven in een tijd waarin het woord "weerbaarheid" steeds vaker valt,
ook vandaag: militaire weerbaarheid, economische weerbaarheid,
geopolitieke weerbaarheid. Dat is terecht, want de wereld is instabieler
geworden. Maar er is nog een vorm van weerbaarheid die minstens zo
belangrijk is, en dat is maatschappelijke weerbaarheid: de kracht van
ons als samenleving om de schokken samen op te vangen, niet door te
kijken of ik als individu goed voorbereid ben, maar door zeker te
stellen dat iedereen de schokken aankan. Een samenleving functioneert
het beste wanneer mensen weten dat een tegenslag niet leidt tot
onzekerheid, dat een scheiding, ziekte of baanverlies niet direct
betekent dat je achteropraakt. Sociale zekerheid is niet alleen een
financieel instrument. Het is de fundering onder een weerbare
samenleving en dit kabinet tornt aan dat fundament, wat veel mensen doet
schudden.
Voorzitter. In internationaal onzekere tijden vraagt weerbaarheid om
voorbereiding. Laat ik ook daarom benoemen wat goed is. De campagne Denk
vooruit is gestart en het is cruciaal om ons daarmee voor te bereiden op
het onverwachte. Juist daarom wordt geprobeerd om mensen weerbaarder te
maken voor het geval dat we te maken krijgen met bijvoorbeeld een
onverwachte ramp of een cyberaanval. Al langere tijd roept het kabinet
mensen op om noodpakketten aan te schaffen. Verstandig, maar voor veel
mensen, voor veel gezinnen, is een noodpakket simpelweg niet te betalen.
Deelt de minister dat weerbaarheid alleen werkt als iedereen mee kan
doen? Hoe zorgen we dat iedereen een noodpakket in huis kan hebben? We
hebben hier een voorstel voor ingediend en ik hoor graag van de minister
— ze hebben net even uitgemaakt welke minister over weerbaarheid gaat,
dus ik ben blij dat dat in ieder geval al goed ingebed zit bij deze
minister — hoe die hiernaar kijkt.
Voorzitter. Weerbaarheid is ook dat als je werkt en door pech je baan
verliest, je niet direct je huur niet meer kan betalen. Niet als
eindstation, maar als tijdelijk vangnet dat mensen helpt om weer vooruit
te komen en het vertrouwen dat mensen zich met de juiste steun kunnen
herpakken en aan hun toekomst kunnen werken. Maar we zien dat er een
aantal maatregelen is die het vangnet juist dunner maken: de WW wordt
verkort, de hoogte van de uitkeringen wordt versoberd, de daglonen
worden gekort. Tegenslagen stapelen zich vaak op bij dezelfde groep en
precies daar is het noodzakelijk om te kijken naar de recente inzichten
van het Centraal Planbureau. Het CPB laat namelijk zien dat risico's in
het leven zich zelden geïsoleerd voordoen. Mensen die te maken krijgen
met één probleem, bijvoorbeeld onzekerheid over een baan, hebben vaak
ook een grotere kans op andere tegenslagen, zoals gezondheidsproblemen.
Het is een domino-effect en het laat zien dat ons
socialezekerheidsstelsel niet alleen moet reageren op de problemen
wanneer ze ontstaan, maar juist ook moet voorkomen dat deze risico's
zich opstapelen. Hoe weegt het kabinet bij deze hervormingen het risico
dat juist voor kwetsbare groepen bij tegenslagen al deze dingen
samenkomen? Hoe beschermt het deze groepen tegen deze stapeleffecten en
welke waarborgen bouwt het kabinet hiertegen in?
Voorzitter. Zwangerschaps- en ouderschapsverlof zijn er niet alleen voor
het individu, maar ook voor de samenleving. Ze zorgen voor rust en
stabiliteit in gezinnen en dragen bij aan een eerlijke verdeling van
zorg en werk tussen ouders, zodat vaders ook gewoon luiers kunnen
verschonen en zodat moeders ook gewoon de ruimte krijgen om te werken.
Dat is iets waar jarenlang voor gestreden is. Dit kabinet wil snijden in
het ouderschapsverlof. Voor sommige ouders, meestal de vaders, betekent
dat tot 44% minder inkomen als ze thuisblijven voor hun kind. Het
gevolg: vaders nemen minder verlof en moeders meer. Dit is een beetje de
jaren zestig die hun maatregel terug willen. Geen babyboete, geen
luierlast en geen verlofval. Kan de minister aangeven in dit debat dat
deze maatregel nu volledig van tafel gaat?
Een ander voorstel van dit kabinet dat van tafel lijkt, is de
AOW-verhoging. Hierdoor lijkt op de lange termijn een aardig gat te
ontstaan. Wat is nou precies het voornemen van het kabinet met
betrekking tot de AOW-verhoging? Gaat die volledig van tafel en wordt de
rekening daarmee doorgeschoven naar toekomstige generaties of komt er
een andere invulling? En als die maatregel dan van tafel is, komt er dan
ook een ander dekkingsvoorstel vraag ik aan de minister.
Voorzitter. Weerbaarheid is ook dat het voor mensen te snappen is waar
ze recht op hebben. Volt is het eens met de analyse dat ons sociale
stelsel te complex is geworden. Eerder hebben we met de motie om de
studietoeslag over te hevelen naar DUO een poging gedaan om het systeem
meer te harmoniseren en te versimpelen. Er zijn meerdere gemeentelijke
regelingen die we nu graag zouden willen overdragen naar landelijk.
Laten we kijken waar we gemeenten kunnen ontlasten om te zorgen dat zij
het in de uitvoering minder complex hebben en dat het voor mensen veel
makkelijker wordt om regelingen aan te vragen en ze weten waar ze moeten
zijn. De laptopregeling is nu een gemeentelijke regeling, die op veel
plekken bedoeld is om jongeren digitaal vaardig te maken. Dat is geen
luxe, maar een basisvoorwaarde om mee te doen aan het onderwijs en de
arbeidsmarkt in een wereld die steeds digitaler wordt. Niet iedereen
heeft daar nu toegang toe. In sommige gemeenten bestaat de regeling niet
en in andere wel. Ziet de minister dit ook als een onderdeel van de
brede agenda om het stelsel te versimpelen, het efficiënter in te
richten en ook om gelijke kansen voor jongeren te bevorderen? Is hij het
met ons eens dat dit nationaal geregeld zou moeten worden? Welke andere
regelingen ziet het kabinet om zo snel mogelijk te harmoniseren en te
zorgen dat we die op landelijk niveau gaan uitvoeren?
Voorzitter. In Nederland verdienen jongeren die hetzelfde werk doen vaak
minder, puur omdat ze jonger zijn. Dat is niet meer uit te leggen, zeker
niet in een tijd waarin jongeren te maken hebben met hoge woonlasten,
studieschulden en steeds duurdere boodschappen. Ik weet van de minister
dat hij het met mij eens is. Sterker nog, zijn naam staat onder een
motie om dit verder te verhogen dan nu in de boeken staat. Daarom vraag
ik ook aan de minister of hij uitvoering gaat geven aan de motie van
Dassen, Patijn en Vijlbrief voor een hoger minimumjeugdloon. Haha, ik
hoor de minister nu iets daarover zeggen.
De voorzitter:
Nee, vak K blijft zich keurig gedragen tot het einde van dit debat. Gaat
u verder, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, ik kan me voorstellen dat de minister er al wat langer zit,
maar uit zijn eerste reactie kan ik opmaken ...
De voorzitter:
Neeneenee, dit heet uitlokking, gaat u vooral verder met uw betoog.
De heer Dassen (Volt):
... dat hij daar positief en welwillend tegenover staat. Dus ik kijk uit
naar zijn reactie.
Voorzitter. Naast bescherming moeten we ook kijken naar kansen en
perspectief, vooral voor jongeren die nu tussen wal en schip vallen. In
Nederland hebben we meer dan 350.000 jongeren die moeite hebben met de
stap naar volwassenheid. Daarom hebben zij eerder aandacht gevraagd voor
het Bouwdepot. Jongeren in een kwetsbare situatie krijgen een jaar lang
een maandelijkse bijdrage en begeleiding om hun leven weer op te bouwen.
Een onderzoek van DRIFT vanuit de Erasmus Universiteit laat zien dat dit
werkt. Jongeren gaan weer werken, volgen een opleiding, pakken schulden
aan. Het is dus een aanpak die perspectief creëert en die jongeren
daadwerkelijk helpt om hun leven weer op de rit te krijgen. Hoe kijkt de
minister naar initiatieven zoals het Bouwdepot, die juist perspectief
geven aan jongeren en hen helpen om de samenleving weer op te bouwen? Is
hij bereid om samen met gemeenten te kijken hoe dit soort succesvolle
initiatieven meer ruimte kan krijgen, zodat jongeren die nu buiten het
systeem vallen wél de ondersteuning kunnen krijgen die ze nodig
hebben?
Voorzitter. Ik wil ook even stilstaan bij de Europese dimensie van werk
en sociale zekerheid. Onze arbeidsmarkt stopt niet bij de grens. Steeds
meer mensen werken, studeren of ondernemen in een Europese context. Toch
lopen ze vaak nog tegen praktische barrières aan. Diploma's en
certificaten worden niet altijd automatisch erkend. Dat maakt het
moeilijker voor mensen om hun vaardigheden elders in Europa te benutten.
Een beter functionerende Europese arbeidsmarkt vergroot kansen voor
werknemers en helpt tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen. Welke
stappen wil de minister zetten om de erkenning van diploma's en
certificaten binnen Europa te verbeteren? Hoe gaat de minister ervoor
zorgen dat Europese initiatieven zoals de Talent Pool bijdragen aan het
aanpakken van personeelstekorten, terwijl we tegelijkertijd uitbuiting
voorkomen en arbeidsvoorwaarden beschermen?
Voorzitter, tot slot. Een weerbare samenleving is er een die ook oog
heeft voor de problemen van bedrijven die de toekomst bouwen. Zij
beginnen vaak met grote ideeën maar met weinig liquide middelen.
Daardoor zijn risico's rond personeel groter bij start-ups. Als we
risico's rond werk en inkomen slimmer collectief organiseren, versterken
we zowel de zekerheid voor werknemers als de groeikracht van nieuwe
bedrijven. Is de minister bereid om te verkennen hoe we deze risico's
beter kunnen mitigeren voor start-ups?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik was even een minister kwijt in vak K,
dus ik was even afgeleid. We hebben een extra heugelijk moment, voor de
derde en laatste keer, want we hebben een maidenspeech, en wel van
mevrouw Moinat van de Groep Markuszower. Ik hoop dat ik uw achternaam
goed heb uitgesproken. Bijna, hoor ik. Ik ga mijn best doen. Ik wens u
veel plezier. Mevrouw Moinat heeft aangegeven niet geïnterrumpeerd te
willen worden.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de begroting van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid. Voor mij is dit niet alleen een begroting. Het
is mijn maidenspeech, en daarom wil ik beginnen bij de mensen om wie het
hier uiteindelijk draait: onze inwoners. Mensen die in een situatie
verkeren zoals die ooit de mijne was. In 2017 werd ik dakloos met mijn
zoon van 7 jaar oud. Ik had niet genoeg woonjaren opgebouwd voor een
sociale huurwoning en was in strijd met de gemeente voor een
urgentieverklaring. In de tussentijd sliepen wij in een andere gemeente
op een kleine kamer. Elke dag reed ik terug naar Purmerend, naar de
school van mijn zoon, drie keer per week naar voetbal, want een 7-jarige
kan er immers niks aan doen dat hij met zijn moeder ineens dakloos werd.
Als moeder wil je dat alles zo normaal mogelijk doorgaat, want hij was
pas 7 jaar oud.
Voorzitter. In korte tijd was ik bijna alles kwijt: mijn huis, mijn
financiële zekerheid, mijn stabiliteit. Ik leefde van dag tot dag, in de
hoop op een urgentieverklaring en een woning, met €550 per maand om van
rond te komen. Ik kan u zeggen dat het knap lastig is als je daar alles
van moet betalen. Maar uiteindelijk kwam het goed. Vandaag, bijna tien
jaar later, sta ik hier met een diepe overtuiging: niemand in Nederland
zou zo in onzekerheid mogen leven. Juist daarom raakt deze begroting
mij. Wat mij is overkomen, kan namelijk iedereen overkomen. Ook de
minister of de staatssecretaris zouden ineens dakloos kunnen worden, zeg
ik tegen de heren in vak K. Wij zien namelijk dat te veel inwoners nog
altijd op het randje leven.
Laten we het hebben over de bestaanszekerheid. Voor lage inkomens en
middeninkomens, voor alleenstaanden en eenverdienersgezinnen, met of
zonder kinderen, blijft het dagelijks leven een rekensom die niet meer
klopt. De huur stijgt, de energierekening stijgt, boodschappen worden
duurder, het eigen risico gaat omhoog, de benzine is duur en kleding is
duur; eigenlijk is gewoon alles duur.
Het kabinet wil de maximale duur van de werkloosheidsuitkering, ook wel
de WW genoemd, van 24 naar 12 maanden brengen, maar deze gaat op 1
januari 2028 al naar 18 maanden brengen. Klopt het nog steeds, vraag ik
aan de minister, dat die maximale termijn al per 1 januari 2028 beoogd
is op 18 maanden? Onze fractie vindt dit namelijk oneerlijk. Mensen
bouwen die op door premie te betalen. Als zij in loondienst zijn, is het
een vangnet voor als zij onverhoopt toch werkloos worden omdat zij
ontslagen zijn of werkzaam waren bij een bedrijf dat failliet is gegaan.
Is de minister het met onze fractie eens dat je niet aan mensen kunt
verkopen dat je ze afscheept met 12 maanden Werkloosheidswet, de WW,
aangezien zij hier zelf premie voor hebben betaald? Graag een reactie.
Is de minister bereid om met het kabinet opnieuw om de tafel te gaan om
deze plannen 180 graden om te draaien en deze voorgestelde wijziging
niet door te voeren? Graag een reactie.
Ook hangt er ondertussen bij veel mensen een WIA-uitkering-doemscenario
boven het hoofd. Veel WIA-uitkeringen zijn namelijk verkeerd berekend
door fouten bij het UWV. Nu komt zelfs aan het licht dat UWV-baas
Maarten Camps wilde bepalen wat de minister naar buiten kon en mocht
brengen. Dit is echt te krankzinnig voor woorden. Duizenden mensen zijn
gedupeerd en deze big boss wil het wel even allemaal op zijn manier
regelen. Bij de regeling van werkzaamheden gisteren hebben wij hierover
een debat aangevraagd, maar helaas is ons dit niet gegund, terwijl dit
een apart debat had moeten zijn vanwege de impact en het onderwerp, in
plaats van het bij deze begroting te stoppen. Immers, wat vindt de
minister van het stuk "Top uitkeringsinstantie herschrijft Kamerbrief
van ministerie", dat is gepubliceerd in het Algemeen Dagblad? Graag een
reactie.
Ook sprak ik met het Armoedefonds. Zij zien armoede in de praktijk
toenemen. Dit blijkt ook uit een onderzoek van het Armoedefonds. Twee op
de drie hulporganisaties ziet een stijging van het aantal hulpvragen.
Het Armoedefonds is bang dat veel mensen met een hulpvraag niet in beeld
komen. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met bijvoorbeeld de hoge
zorgkosten of schulden. Net boven de armoedegrens balanceren betekent
nog steeds elke dag het risico lopen om te vallen. Daarom noemen zij de
nieuwe armoedegrens een nieuwe werkelijkheid. Het is eerder een
overlevingsgrens. Als je eronder zit, verzuip je, maar net erboven is
het nog steeds watertrappelen. Als we er even kort bij stilstaan, hoop
ik dat elk weldenkend mens het ermee eens is dat dit voor sommige mensen
niet te doen is. We moeten niet alleen de cijfers zien, maar ook de
mensen die in de nacht wakker liggen omdat zij weer eens een maaltijd
moeten overslaan, zodat hun kinderen wel kunnen eten. Zij moeten hun
kind ziek melden voor een verjaardagsfeestje omdat zij geen cadeautje
kunnen kopen voor het jarige kind. Zo kan ik helaas nog wel even
doorgaan.
Denk ook aan de werkende die ondanks een baan toch schulden opbouwt.
Groep Markuszower vindt dat dit anders moet, concreter en eerlijker. Is
de minister het met ons eens dat echte lastenverlichting op
arbeidsinkomen voorop moet staan in plaats van dat we achteraf repareren
wat eerder misgaat? Is de minister het met ons eens dat werken moet
lonen, ook onderaan de streep? Laten we beginnen met werken echt lonend
maken, zodat een uitkering steeds onaantrekkelijker wordt voor de mensen
die eigenlijk gewoon kunnen en mogen werken. Ik vrees namelijk dat met
deze begroting veel meer mensen in de knel komen te zitten dan nu het
geval is. Dat betekent ook dat meer mensen hun woning verliezen, hun
stabiliteit verliezen en hun sociale zekerheden verliezen, zoals ik
destijds.
Nederland kent krapte op de arbeidsmarkt. Tegelijk staan nog altijd
mensen langs de zijlijn: langdurig werkzoekenden, gedeeltelijk
arbeidsongeschikten en 50-plussers zonder perspectief. Te vaak zien wij
een systeem dat wantrouwt, sanctioneert en regels opstapelt in plaats
van dat het mensen begeleidt, ondersteunt en perspectief biedt. De
middelen voor re-integratie stijgen, maar inwoners merken daar weinig
van. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat begeleiding daadwerkelijk
werkt en dat mensen niet verdwalen tussen loketten, maar gezien worden?
Graag een reactie.
Ook lazen wij het nieuws dat de schijnzelfstandigheid voor de zzp'ers
voorlopig aan de zijlijn wordt gezet. Onze fractie zal daarom ook een
motie indienen die het voor zzp'ers en opdrachtgevers makkelijker maakt
om in bepaalde sectoren weer gewoon te kunnen starten als zzp'er.
Voorzitter. Ons sociaal vangnet moet er zijn voor iedereen die het echt
nodig heeft, maar de massale immigratie legt een gigantische druk op ons
stelsel van sociale zekerheid. Met name niet-westerse migranten, eerste,
tweede en derde generatie, doen een groot beroep op de bijstand. Het
autochtone deel van onze bevolking heeft de afgelopen decennia een veel
kleiner beroep gedaan op de bijstand, terwijl zij hier wel dik voor
betalen. Bovendien wordt door het autochtone deel van de bevolking
steeds minder aanspraak gemaakt op de bijstand. Hun afhankelijkheid van
bijstandsuitkeringen neemt over de tijd dus gemiddeld af. Dit kan helaas
niet worden gezegd over het allochtone deel van de Nederlanders:
migranten doen een steeds groter beroep op de bijstand. Als wij willen
voorkomen dat het socialezekerheidsstelsel in elkaar stort, dan moet dit
anders.
Om succesvol deel uit te maken van onze samenleving, is een goede
beheersing van de Nederlandse taal essentieel. Groep Markuszower vindt
dat op het gebied van taalbeheersing veel te weinig van
bijstandsgerechtigden wordt geëist. Hierop moet dan ook strenger worden
gehandhaafd. Bijstandsgerechtigden die de Nederlandse taal niet of niet
voldoende machtig zijn, hebben minder kans om een baan te vinden en dus
minder kans om succesvol deel uit te maken van onze samenleving.
Gemeenten knijpen een oogje toe als een bijstandsgerechtigde de
Nederlandse taal niet spreekt, terwijl dit wel van hen wordt geëist. Het
staat namelijk gewoon in de wet. Hierdoor wordt het draagvlak onder
Nederlandse belastingbetalers ondermijnd. Dit brengt Nederland onnodig
schade toe.
Deze begroting bevat stappen in de goede richting, maar mist vooral
scherpte en uitvoerbaarheid. Voor Groep Markuszower is één ding leidend:
sociale zekerheid moet voelbaar zijn in het dagelijks leven van mensen.
Dat is geen detail; dat is een kerntaak van elk kabinet. Uiteindelijk
draait deze begroting om het perspectief van onze inwoners. Dat moet
beter beschermd worden dan nu gebeurt.
Als laatste wil ik de minister en de staatssecretaris nog meegeven dat
als ze in de werkkamer zitten, overleg hebben of maatregelen nemen, die
maatregelen ingrijpend kunnen zijn. Kijk elke keer als u de bedragen
ziet ook naar de mensen erachter en naar wat die bedragen en die
maatregelen met hen zouden kunnen doen. Maak van elk getal een mens,
zodat u niet alleen de budgettaire tabel ziet, maar ook denkt aan al die
mensen die het moeilijk hebben of kunnen krijgen door een papier dat u
tekent voor de uitvoering.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel. Ik mag u als eerste feliciteren met uw maidenspeech. Ik denk
dat uw persoonlijke verhaal niet alleen mij, maar ook vele collega's
geraakt heeft. Het is altijd waardevol om die ervaring mee te nemen naar
de Kamer. En dan nu genieten van de bloemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de Begroting Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. We gaan verder met de eerste termijn van de Kamer. We
zijn toegekomen aan de laatste spreker van de Kamer, als de heren Dassen
en Mulder daar ook klaar voor zijn: mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik wacht eerst even totdat de heren Dassen en Mulder klaar zijn,
voorzitter.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u, voorzitter. Je hoeft al lang geen socioloog meer te zijn om te
zien hoe onze samenleving en economie onder druk staan. Je ziet het op
straat, je voelt het en je merkt het in het dagelijks leven, ook in een
debat als dat van vandaag. Ik denk dat het heel erg goed is dat wij hier
vandaag een debat voeren over sociale zaken en ook over werkgelegenheid.
Helaas ging het debat naar mijn smaak veel te veel, alleen maar, over
sociale zekerheid, uitkeringen, hoe je die hoog houdt en hoe je ervoor
zorgt dat mensen die houden. Daarmee wil ik trouwens niet zeggen dat ik
niet trots ben op de sociale zekerheid die we in Nederland hebben
gebouwd. Maar het vangnet is zo langzamerhand niet alleen een hangmat
geworden, maar zelfs een kooi gebleken. Daardoor zetten mensen niet, of
niet snel genoeg, de stap naar werkgelegenheid of meer
werkgelegenheid.
Voorzitter. Eerst wil ik toch nog iets zeggen over integratie. Afgelopen
maandag is er een WGO geweest; dat heb ik uiteraard gevolgd. Integratie
is juist zo belangrijk. Als mensen geïntegreerd zijn, zitten ze namelijk
niet langer in een isolement. De beste manier om te integreren is door
mee te doen in de samenleving, vooral via het hebben van een baan.
Eergisteren liet naar mijn smaak de niet verder doordenkende meerderheid
in dat commissiedebat het gebeuren dat de individuele religieuze
beleving de gang van de vergadering in deze volksvertegenwoordiging, in
dit parlement, bepaalde door een ramadanschorsing af te dwingen.
"Spijkers op laag water" noemde het CDA de debataanvraag daarover
gisteren. Ik zie dit anders, namelijk als een onderdeel van een grotere
discussie. In wat voor samenleving integreer je als migrant? Vandaag
ging het zoals gezegd vooral over sociale zekerheid, terwijl een baan
toch dé manier is om te integreren en deel te nemen aan de samenleving.
Wat voor samenleving is dat dan? Alleen maar individuele vrijheden
bezingen, is onvoldoende. Nederland is geworteld in rijke fundamenten,
van joods-christelijke traditie, van vrijheid, rechtsstaat en
democratie. Een bepaalde mate van saamhorigheid en gemeenschapszin maakt
bijvoorbeeld dat we met elkaar hoogwater bestreden hebben en
bestrijden.
Voorzitter. Waarom noemde ik het nou net het niet doordenken? Als je aan
een belijdend moslim een schorsing geeft voor een iftareetmoment, moet
dat met veel meer individuele religieuze momenten. Vandaag — het werd al
gememoreerd — is de biddag voor gewas en arbeid. De debatten gaan
vandaag gewoon door. 2 april is het Witte Donderdag, de herdenking van
Jezus' laatste avondmaal. Ik weet zeker dat er die avond debatten zijn.
Daarnaast zijn er ook heel veel moslims in Nederland die niet op die wat
striktere manier hun geloof belijden. Wat zeg je daar dan tegen? Laat je
die nog de ruimte om het op een andere manier te beleven? Er zit hier
echt meer achter en degenen die het ontkennen, zijn wat mij betreft
ziende blind en horende doof. De bedoeling van organisaties zoals
bijvoorbeeld de Moslimbroederschap is gewoon die verregaande acceptatie
en islamisering van het westen. Dat is geen complottheorie. Dat is een
uitgesproken ambitie.
Het leidt er onder andere toe dat goedwillende mkb-ondernemers
ontslagvergoedingen moeten betalen aan moslims die eisen dat ze mogen
bidden tijdens hun werkuren, terwijl we juist dat midden- en
kleinbedrijf nodig hebben voor werkgelegenheid. Die worden — je kan het
ze moeilijk kwalijk nemen — wat terughoudend met het in dienst nemen van
een praktiserende moslim. Dat is eeuwig zonde, want een van de grootste
problemen van de ondernemers in Nederland is juist dat er onvoldoende
mensen zijn om al de banen te bezetten die we juist zo nodig hebben voor
het laten stijgen van de arbeidsproductiviteit. Dat blijkt ook uit het
onderzoek dat we gekregen hebben van de rapporteurs mevrouw
Michon-Derkzen en Judith Bühler.
Voorzitter. Ik ga weer terug naar de sociale zekerheid. Zoals gezegd is
dat ooit bedoeld als een vangnet voor mensen met tegenslag in hun leven,
in welke vorm dan ook, die op die manier tijdelijk in hun
levensonderhoud kunnen voorzien; een steun in moeilijke tijden en niet
een systeem waarin mensen vastgroeien omdat er geen of onvoldoende
prikkels zijn om weer vooruit te komen. Inmiddels is het iets anders.
Voor een grote groep Nederlanders is de afhankelijkheid van uitkeringen
en toeslagen zo groot geworden dat het niet alleen onwenselijk is, maar
ronduit kwetsbaar.
Voorzitter. Even zien. De volgende pagina. Ik heb wat gerommeld in mijn
aantekeningen.
We zien hoe driekwart van alle huishoudens inmiddels één of meer
toeslagen ontvangt. We zien hoe zelfs een paar uur extra werken kan
leiden tot zo veel verlies aan toeslagen dat mensen onderaan de streep
minder overhouden. Dat is geen steun meer, dat is verregaande
afhankelijkheid van een overheid, door ons hier met z'n allen met de
beste bedoelingen gecreëerd. Het raakt vooral mensen met lage inkomens,
gezinnen waarvan de helft van het inkomen uit toeslagen bestaat en die
door een fout of misverstand honderden euro's hebben moeten
terugbetalen. Zo zijn we aan het toeslagenschandaal gekomen. Dat is geen
bestaanszekerheid. Dat is bestaansonzekerheid.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt.
De heer Neijenhuis (D66):
Ik zat zonet bij de bijdrage van de heer Flach al een beetje te
twijfelen, en nu komt die iftarschorsing weer terug. We hebben net een
WGO …
De voorzitter:
Nee, sorry. We hebben bij de regeling een debat gehad over wat er in dat
commissiedebat is gebeurd, en dat gaan we nu niet opnieuw doen. Ik wilde
net al ingrijpen om terug te gaan naar het onderwerp van het debat. Hier
is in de regeling al een hele hoop over gezegd. Ik sta u dus één
interruptie toe, en die moet kort en bondig zijn.
De heer Neijenhuis (D66):
Ik heb hier toch wel een beetje moeite mee. Er worden hier in de
plenaire zaal dingen aan elkaar gekoppeld. Die iftarschorsing wordt
eraan gekoppeld dat mensen bij het Holocaustmuseum op bezoek mogen, en
dan wordt het er hier weer aan gekoppeld dat wij er begrip voor moeten
hebben dat moslims op de arbeidsmarkt gediscrimineerd worden. Ik zou
mevrouw Keijzer graag de volgende vraag willen stellen. We zien dat
Nederland juist gebouwd is op een cultuur waarin we rekening houden met
elkaar, en op vrijheden, waaronder de vrijheid van religie. Hoe bestaat
het dan dat mensen met een islamitische achtergrond die vragen om
rekening met hen te houden, in een hoek worden gezet en worden weggezet
als nieuwkomers of migranten, in plaats van dat er rekening met hen
gehouden wordt? Die mensen zijn hier gewoon geboren en wonen hier al hun
hele leven.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dan heeft de heer Neijenhuis toch niet goed naar mij geluisterd. De
vraag is namelijk de volgende. Integratie is iets waarbij je integreert
in een samenleving, en integreert in een bepaalde manier van leven en
samenwerken met elkaar. Dat is de vraag. Volgens mij is Nederland
gehuisvest op ijzersterke fundamenten van een joods-christelijke
traditie van vrijheden, democratie en rechtsstaat. Je houdt rekening met
elkaar, maar hoever gaat dat? Want waarom hebben wij hier vandaag een
debat, terwijl het de dankdag voor gewas en arbeid is? Omdat de mensen
die daar gebruik van maken dat niet willen opleggen aan anderen. Waarom
zal ik hier op 2 april niet vragen om een schorsing, of waarom heb ik
dat afgelopen Aswoensdag niet gedaan? Die viel nu overigens in een
reces. Omdat wij hier met elkaar bepaalde afspraken gemaakt hebben over
wanneer wij recessen hebben en wanneer wij schorsen. Dat is de ene kant
van dit verhaal. De andere kant van dit verhaal is dat we in dit land
ook allerlei mensen hebben die ooit moslim waren maar het niet langer
zijn. Daar staat overigens de doodstraf op.
De voorzitter:
Maar zou u … Mevrouw Keijzer, wilt u tot een afronding komen van dit
onderwerp en dan weer teruggaan naar uw betoog?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Zeker. We hebben ook moslims in dit land die veel vrijer in dit soort
discussies staan, en we weten welke druk er op hen wordt uitgeoefend.
Dat is nóg een reden waarom juist een partij als D66 zou moeten zeggen:
dit gaat ons gewoon te ver. Waarom is dit belangrijk? Omdat dit de
begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid is en het daarbij gaat om de
vraag: waar integreer je in? Als we dat niet met elkaar weten te
bespreken zonder allerlei toevoegingen … Ik vind dit gewoon voorbij het
punt van een discussie gaan, hoezeer ik trouwens ook vind dat iedereen
zijn eigen godsdienst mag beleven zoals hij of zij dat wil.
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, we hebben afgelopen …
De voorzitter:
Neeneenee, ik heb u nog niet het woord gegeven. We gaan het wel gewoon
doen zoals we het met elkaar hebben afgesproken. We gaan dat debat niet
opnieuw doen. Het debat was maandag en er is over gedebatteerd bij de
regeling. Ik heb één interruptie toegestaan over dit onderwerp, en één
antwoord. Ik wil dat mevrouw Keijzer verdergaat met haar betoog. Als u
een andere vraag heeft, sta ik dat toe, maar we gaan niet weer terug
naar het onderwerp van daarnet.
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):
Nou, voorzitter, ik wilde een punt van orde maken, en dat was precies
dat punt. We hebben afgelopen maandag niet voor niks een WGO gehad over
integratie en inburgering.
De voorzitter:
Exact, maar dan zijn we het eens.
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):
Als mevrouw Keijzer daar niet bij aanwezig is geweest, is dat heel erg
jammer. Dus laten we alstublieft teruggaan naar het onderwerp, want het
is heel makkelijk om iets te zeggen … Als je dit zo belangrijk vindt dat
je er een heel betoog over wilt houden, kijk ik daarnaar uit. Ik ga er
ook graag over in debat, maar wel op de plek waar het debat gevoerd zou
moeten worden. Dat was afgelopen maandag en daar was u helaas niet
bij.
De voorzitter:
Nee, maar dit kan weer aanleiding geven tot een volgende discussie. Ik
wil graag dat u verdergaat met uw betoog.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Zeker, voorzitter. Ik heb het net gehad over de toeslagen, die zo
langzamerhand leiden tot bestaansonzekerheid. Mensen zetten daardoor
niet de stap naar meer werken, terwijl dat juist voor hen, in hun
situatie, een oplossing kan zijn. Ik moet ook geregeld terugdenken aan
een van mijn eerste debatten over Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
waarin mevrouw Patijn haar maidenspeech had. Zij vertelde over haar
jeugd, waarin haar ouders als zij niet rond konden komen, zich ook
afvroegen: kunnen we misschien ergens bij de gemeente om hulp vragen? Ik
weet nog dat …
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Maar bij ons thuis is het nooit een probleem geweest om rond te komen,
dus het kan nooit over mij gegaan zijn.
De voorzitter:
Ik ga nu het voorstel doen om terug te gaan naar het debat, geen
recensies van andere Kamerleden te geven en tot een afronding op de
inhoud te komen. Ik vraag u echt om niet over andere Kamerleden
voorbeelden naar voren te halen of te spreken over andere momenten,
mevrouw Keijzer. Teruggaan naar het debat en uw spreektekst afronden,
alstublieft.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, excuus hiervoor. Ik heb juist een hele mooie herinnering aan
die maidenspeech van mevrouw Patijn, omdat ik me toen …
De voorzitter:
Dit gaan we doen buiten de orde van dit debat. Ik wil dat u teruggaat
naar de inhoud en dat u uw spreektekst afrondt, zonder andere Kamerleden
erbij te betrekken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat is goed, voorzitter.
Waarom is dit belangrijk voor het debat van vandaag? In het
coalitieakkoord staat wel dat er gewerkt gaat worden aan een ander
toeslagenstelsel, wat ik heel erg goed vind, maar dat wordt alleen heel
concreet bij de kinderopvangtoeslag. Daarom de volgende vraag. Hoe gaat
het kabinet de afhankelijkheid van de overheid daadwerkelijk aanpakken
door het fiscale stelsel te wijzigen? In mijn jeugd zaten mijn ouders
als ze niet meer rond konden komen, namelijk met elkaar te bespreken hoe
ze bijvoorbeeld op zaterdag meer konden gaan werken. Het was helder wat
ze daaraan overhielden. Inmiddels hebben we een systeem gebouwd —
mevrouw Van Brenk sprak daar trouwens net ook heel mooi over, toen het
over de loonstrook ging — waarin het volstrekt onduidelijk is voor
mensen hoe dat in de praktijk uitpakt, waardoor ze feitelijk gevangen
worden in armoede.
Voorzitter. Ook de bijstand is wat mij betreft een financiële kooi
geworden. Voor samenwonende stellen in de bijstand kan het financieel
zelfs onvoordelig zijn om te gaan werken, omdat de combinatie van
bijstand en toeslagen hoger kan uitvallen dan het loon van een baan. Dat
is een verkeerde prikkel. Dat is een systeem dat mensen vastzet in
afhankelijkheid. Werken moet lonen, maar in Nederland loont zitten waar
je zit vaak meer dan het zetten van die stap. Graag een analyse van de
minister hierop. Waarom koppelen we de bijstand ook niet veel strakker
aan meedoen? Waarom laten we toe dat een regeling die bedoeld was om
mensen op te tillen, voor velen een permanente verblijfsplaats is
geworden?
Voorzitter. Ik heb hier nog het een en ander over integratie staan. Dat
laat ik dan voor nu. Ik zeg alleen maar dat ik me helemaal kan
aansluiten bij de woorden van mevrouw Nanninga, van de fractie van JA21,
van afgelopen maandag.
Voorzitter. Laat ik dan vervolgens nog aan het kabinet vragen hoe het de
taaleis van B1 gaat handhaven. Dat was ook al de ambitie van het vorige
kabinet. Dat is al veel langer een ambitie. Hoe gaat dat nou in de
praktijk gebeuren? Hoe zorgen we dat we veel strakker en stringenter
worden met de ontheffingen, die nu volgens mij door burgemeesters
gegeven mogen worden? Ik heb naturalisatie van nieuwkomers die volstrekt
de taal niet spreken namelijk zelf ook meegemaakt en ik vind het
ongekend.
Voorzitter. Over de werkgelegenheid heb ik net in een interruptiedebat
het een en ander gezegd. De groei van de arbeidsproductiviteit gebeurt
volgens ondernemers vooral niet vanwege een gebrek aan personeel. Daar
zouden we het veel meer over mogen hebben. Ik was dan ook heel blij met
de inbreng van mevrouw Michon, die heel nadrukkelijk de aandacht voor
werkgelegenheid bij deze begroting vroeg. Zij zei daarbij dat 60%
inmiddels bij het midden- en kleinbedrijf werkt. Een paar jaar geleden
was dat volgens mij 70%. Daarbij zijn we dus de verkeerde weg op aan het
gaan. De overheid wordt steeds groter. We zullen dus scherp in de gaten
moeten houden dat we het veel makkelijker maken voor mensen om een
bedrijf te starten, maar ook om personeel in dienst te nemen. Daarmee
zijn we wat mij betreft in dit land echt op de verkeerde weg.
Voorzitter. Tot slot het besteedbaar inkomen. Wij hebben het in dit land
op een manier georganiseerd waarbij we het met koopkrachtplaatjes in de
gaten houden. Het zou bijzonder van mij zijn om nu afstand te nemen van
de begroting van 2026 die we hier vandaag bespreken — dat zal ik ook
niet doen — maar het is, denk ik, wel heel belangrijk dat we de komende
tijd goed in de gaten houden hoe we er nou voor zorgen dat mensen door
meer te gaan werken, uiteindelijk in besteedbaar inkomen meer
overhouden.
Voorzitter. Het wordt lastig om dat de komende tijd te gaan beoordelen.
Ik weet dat het coalitieakkoord is doorgerekend. Maar zoals hier vandaag
al is geconstateerd: box 3 is inmiddels gesneuveld, de AOW gaat in de
voorgestelde vorm niet door en de verlaging van het dagloon van de
arbeidsgehandicapten staat hier zwaar ter discussie. Ik begrijp dat
inmiddels al is gerepareerd dat mensen vanwege zwangerschapsverlof een
verlaging in het vooruitzicht hadden. De komende tijd wordt het dus echt
een zoekplaatje voor wat het beleid dat het kabinet gaat voeren
uiteindelijk werkelijk concreet in het leven van mensen betekent. Ik sta
aan de kant van het kabinet als het echt gaat proberen om die ruimte te
geven aan ondernemers en om te zorgen dat ons fiscale stelsel zo
ingericht wordt dat meer werken daadwerkelijk gaat lonen.
Voorzitter. We zullen dan vast met elkaar in een situatie terechtkomen
waarin het op papier niet voor elke denkbare minderheid positief
uitpakt, maar dat moet ons niet weerhouden om die stappen te gaan
zetten. We hebben ons namelijk ook op dit onderwerp compleet in de hoek
geschilderd.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de Kamer. De voortzetting van dit debat is donderdag 19 maart. Ik
zwaai de leden van het kabinet uit. Ik dank alle Kamerleden voor hun
aanwezigheid.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Even voor de agenda en de administratie: ik schors tot het moment waarop
de commissie BuZa, Buitenlandse Zaken, de eerste termijn heeft afgerond.
Daarna vindt de voortzetting plaats in de plenaire zaal. Ik schors
totdat BuZa de eerste termijn heeft afgerond.
De vergadering wordt van 18.24 uur tot 19.17 uur geschorst.