Afgifte vergunningen voor export militair materieel naar Oekraïne
Wapenexportbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D11271, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-13 11:46, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Ooit D66 kamerlid)
- Mede ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van kamerstukdossier 22054 -480 Wapenexportbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z04942:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Conform het op 10 juni 2011 per brief gemelde aangescherpte wapenexportbeleid (Kamerstuk 2010-2011, 22 054, nr. 165) en de motie van het lid El Fassed c.s. van 22 december 2011 over verlaging van de drempelwaarde voor de versnelde parlementaire controle bij specifieke wapenexportaanvragen naar EUR 2.000.000,-
(Kamerstuk 2011-2012, 22 054, nr. 181), ontvangt uw Kamer onderstaande
informatie over twee door Nederland afgegeven vergunningen met een totale waarde van EUR 17.200.794,- voor uitvoer van militair materiaal naar Oekraïne.
Een Nederlands bedrijf heeft onlangs een exportvergunning verkregen voor de uitvoer van drones naar Oekraïne. De ontvanger en eindgebruiker zijn twee bedrijven in Oekraïne. De drones worden ingezet voor ontwikkel-, test- en certificeringsdoeleinden. Het eindgebruik uit voorliggende transacties heeft geen directe link met inzet door Oekraïne tegen de huidige Russische agressie en komt daarom ook niet in de leveringenbrieven waarin uw Kamer regelmatig wordt geïnformeerd over de stand van zake omtrent de Nederlandse militaire steun aan Oekraïne.1 Bij verdere productontwikkeling en positieve testuitkomsten zouden de drones, mede dankzij nieuwe kennis voortkomend uit deze aanvragen, in de toekomst wel hiervoor kunnen worden ingezet. Het Nederlandse bedrijf zal dan nieuwe vergunningaanvragen indienen met verdere productspecificaties en eindgebruikersverklaringen.
De aanvraag is getoetst aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk
Standpunt inzake wapenexport,2 waarbij uitsluitend is getoetst aan criterium 7 (omleidingsrisico) vanwege de particuliere eindgebruikers. Aangezien er bij particuliere eindgebruikers doorgaans beduidend minder risico is op inzet bij het begaan van mensenrechtenschendingen, bijdrage aan interne conflicten en verstoring van regionale stabiliteit wordt er in dit soort gevallen alleen aan criterium 7 getoetst.
Deze toetsing, waarvan de essentie hieronder wordt weergegeven, leidde tot het afgeven van de vergunning op basis van de volgende argumenten:
Omleidingsrisico (criterium 7)
Voor de goederen uit deze transacties is de beoogde inzet aannemelijk, waardoor het risico op moedwillige omleiding (d.m.v. doorverkoop /doorgeleiding) gering is. Vanwege het opgegeven eindgebruik (R&D-doeleinden), de afspraken die zijn gemaakt over de inzet van de goederen, en het belang dat de bedrijven hebben bij het optimaal ontwikkelen van hun producten is het omleidingsrisico gering.
De goederen worden bovendien niet ingezet bij het front of voor andere gevechtsdoeleinden waardoor het risico op, al dan niet onbedoelde, omleiding naar Russische troepen zeer gering is. Gelet op bovengenoemde beperkte risico’s is toetsing aan criterium 7 positief.
De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, |
De minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen |
|---|
Zie voor de meest recente leveringenbrief Kamerstuk 22 054, nr 479.↩︎
8 GS 2008/944 van 8 december 2008↩︎