[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Milieuraad op 17 maart 2026 (21501-08) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D11573, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-13 09:10, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Milieuraad d.d. 17 maart 2026

Milieuraad d.d. 17 maart 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Milieuraad d.d. 17 maart 2026 (21501-08, nr. 1026).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Milieuraad op 17 maart 2026. Ik heet de afvaardiging van de zijde van het kabinet van harte welkom in ons midden. Ik geef als eerste het woord aan de heer Huidekooper voor zijn inbreng namens de fractie van D66.

Meneer Heutink?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. We hebben niet meegedaan aan het SO, maar ik wil misschien nog wel wat vragen stellen aan meneer Huidekooper en alle andere interessante sprekers. Ik weet niet of ik dat ga doen, maar ik zou daarom wel alsnog voor nul minuten willen meedoen in dit debat.

De voorzitter:
Ik ga kijken of daar bezwaar tegen is. Ik zie dat dit niet het geval is, want we zijn dol op een goed debat. We zetten u erbij. Maar nu eerst is het woord aan de heer Huidekooper.

De heer Huidekooper (D66):
Dank, voorzitter. Het eerste debat met staatssecretaris Bertram. Ik heet haar van harte welkom in dit huis en wens haar heel veel succes met haar belangrijke taak. Ik zie uit naar een vruchtbare samenwerking de komende tijd.

Ik sta hier vandaag toch ook met een beetje een hachelijk gevoel, want hoewel de wereld richting elektrisch rijden versnelt, overweegt Europa juist op de rem te trappen. We bespreken plannen om het emissiereductiedoel voor auto's in 2035 te verlagen van 100% naar 90% aan de uitlaat. Laten we eerlijk zijn, dat betekent dat de uitstootvrije toekomst wordt uitgesteld. Het kabinet geeft aan dat het aandeel elektrische voertuigen in 2035 daardoor wel tot 15 procentpunt lager kan uitvallen. Het vorige kabinet stond hier onder voorwaarden positief tegenover: het moest innovatie versnellen en onze fossiele afhankelijkheid verminderen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is welke concrete voorwaarden dit kabinet aan deze versoepeling verbindt.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Maar het is toch fantástisch nieuws dat de Europese Commissie dit nu eindelijk gaat doen? Dit betekent dat we dus minder geld hoeven weg te smijten aan peperdure klimaatmaatregelen, waarvan D66 zelf ook weet dat het helemaal niets gaat opleveren!

De heer Huidekooper (D66):
Daarover verschillen wij duidelijk van mening. Ik wijs de heer Heutink er graag op dat de wetenschap aan onze kant staat. Elektrisch rijden is de toekomst. Vanuit China wordt daar al vol op ingezet. Het is heel urgent dat wij die boot niet gaan missen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan mag de wetenschap wel aan de kant van D66 staan, de Nederlander en de portemonnee van de Nederlander staan dat niet.

De heer Huidekooper (D66):
Waarvan akte. De portemonnee van de Nederlander staat heel hoog op onze agenda.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Huidekooper (D66):
Voorzitter. Dat ongemakkelijke gevoel wordt groter als je naar de wereldmarkt kijkt. Terwijl de vraag naar elektrische auto's groeit — ik refereerde er net al aan — schalen fabrikanten buiten Europa, met name uit China, razendsnel op. Ik vraag het kabinet daarom waar zij het vertrouwen vandaan halen dat de Europese auto-industrie met zwakkere doelen deze race alsnog wint.

Dan de Milieuomnibus. D66 steunt het verminderen van onnodige regeldruk, maar een vereenvoudiging mag nooit een eufemisme worden voor minder milieubescherming. Neem bijvoorbeeld het schrappen van de chemische inventarisatie bij de Richtlijn industriële emissies. Het kabinet erkent zelf dat dit het toezicht op schadelijke emissies kan verzwakken. Toch weigert de Europese Commissie een impactassessment uit te voeren. Zij beroept zich op de urgentie uit de rapporten van Draghi en Letta. Die voel ik ook, maar dat mag geen vrijbrief zijn om de eigen regels voor better regulation te negeren. Daarom vraag ik de staatssecretaris of zij kan toezeggen dat het kabinet net als bij de vrachtwagennormen en de Kaderrichtlijn Water zelf een impactanalyse uit zal voeren voor de Milieuomnibus, voordat Nederland hiermee instemt. Als uit die analyse blijkt dat de milieubescherming daadwerkelijk wordt uitgehold, hoe gaat het kabinet zich dan opstellen in Brussel? Ik kijk uit naar de reactie van het kabinet.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind het goed om te horen dat D66 ook kritisch is op de Omnibusvoorstellen, maar ik maak me zorgen over een zin in het coalitieakkoord. Het is de enige zin daarin over de Omnibusakkoorden: "We onderschrijven de Europese Omnibuswetgeving." Dan vraag ik me af: waarom heeft D66 dit laten gebeuren?

De heer Huidekooper (D66):
Het antwoord op de vraag van mevrouw Kostić …

De voorzitter:
Lid Kostić.

De heer Huidekooper (D66):
Van het lid Kostić. Excuus. Het antwoord op die vraag is denk ik helder. De inzet van het kabinet is geweest dat de vereenvoudiging niet ten koste mag gaan van milieubescherming. Dat is precies de reden dat ik ook de staatssecretaris hier vandaag scherp op bevraag. Dat is namelijk ook de inzet vanuit de D66-fractie.

De voorzitter:
Afrondend.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat kan wel zo zijn, maar het staat niet in het coalitieakkoord. Sterker nog, in het coalitieakkoord staat niets wat de gezondheid, natuur en milieu borgt. Dan is mijn vraag aan D66, en die ga ik straks ook aan de staatssecretaris stellen: is de garantie dat gezondheid, milieu en natuur er niet op achteruitgaan echt een keiharde voorwaarde voor D66 om in te stemmen met de Omnibusakkoorden?

De heer Huidekooper (D66):
Ik ben het niet met het lid Kostić eens dat er geen voorstellen in staan die juist de bescherming van natuur en milieu versterken. Maar we zien natuurlijk wel dat er nu een vrij slechte informatievoorziening komt over hoe het nou precies in Brussel loopt en waarom er geen impactassessment op tafel komt. Dus ik sta volgens mij helemaal aan de kant van het lid Kostić als het gaat om het belang van verheldering en dat we er echt duidelijkheid over moeten hebben voordat we deze regering op pad kunnen sturen met een duidelijke instructie.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Huidekooper. Het woord is aan het lid Kostić voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel. Minstens 46 miljard euro, zo veel kost milieuvervuiling Nederlandse burgers volgens het Planbureau voor de Leefomgeving. En dit elk jaar. Onderzoek laat zien dat allerlei stoffen meer schade toebrengen aan milieu en gezondheid dan gedacht. Vanuit rechters, wetenschappers en burgers komt daarom steeds het signaal: zorg voor een sterkere bescherming van milieu, natuur en gezondheid. Maar wat doet de Europese Commissie? Die komt via zogenaamde Omnibuswetgeving met voorstellen die de bescherming van onze leefomgeving en gezondheid juist afzwakken. Het is goed dat het kabinet zegt dat het geen afzwakking wil van de regels die natuur, milieu en gezondheid beschermen en dat het in lijn met de motie van de Partij voor de Dieren pleit voor een zorgvuldige toetsing, maar als puntje bij paaltje komt, dan is het risico levensgroot dat Nederland gewoon instemt.

Ik ga geen motie indienen, omdat ik de staatssecretaris de kans wil geven om hier leiderschap in te tonen. Daarom vraag ik haar om een keiharde toezegging. Kan zij toezeggen dat het kabinet niet instemt met Omnibusvoorstellen als er geen onafhankelijke toetsing heeft plaatsgevonden die aantoont dat gezondheid, natuur en milieu er niet op achteruitgaan? De Partij voor de Dieren wil een duidelijk ja- of nee-antwoord. Gezien de maatschappelijke roep om betere bescherming zou de staatssecretaris om versterking van bescherming van gezondheid en milieu moeten vragen en niet alleen maar om behoud van de status quo. Is zij daar ook toe bereid? Begin alsjeblieft niet over "balans", want die nietszeggende woorden kennen we van de oude politiek. Wil de staatssecretaris het PBL vragen in kaart te brengen wat de eventuele maatschappelijke kosten zijn van de Omnibusvoorstellen voor Nederlanders, zodat we als Kamer echt kunnen zien in hoeverre er sprake is van balans?

Ten slotte. Honderden wetenschappers concluderen in het VN-Milieuprogramma dat de economische schade door klimaatverandering, milieuvervuiling en het verlies van natuur oploopt tot vele duizenden miljarden euro's per jaar, maar dat een betere aanpak van de verschillende milieucrises juist economische voordelen oplevert. Is de staatssecretaris bereid dit te agenderen in Europa, zodat het mee kan worden gewogen in de besluitvorming?

Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb een vraag aan het lid Kostić. Er wordt gevraagd om een harde toezegging. Dat is hartstikke goed, want ik denk ook dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat we die impactassessments gewoon wel doen en dat we ervoor zorgen dat we de milieubescherming hoog houden. Maar ik hoorde ook iets over een onafhankelijke toetsing. Ik ben benieuwd: wat verstaat lid Kostić onder een onafhankelijke toetsing? Kan dat ook gewoon toetsing zijn vanuit bevoegd gezag, vanuit de overheid?

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste is het voor ons inderdaad belangrijk dat we eerst zeker weten dat die Omnibusvoorstellen geen schade toebrengen aan milieu, gezondheid en natuur. Dat zou de basis moeten zijn. Ze zouden eigenlijk natuur, milieu en gezondheid moeten versterken en anders stem je er niet mee in. Er ligt een aangenomen motie van de Partij voor de Dieren. In de beantwoording van de vragen is al gezegd: we gaan die motie gewoon uitvoeren. Dus die vragen zijn al beantwoord. Wat nog niet beantwoord is, is of we nee zeggen als dat er straks niet is. Dat is belangrijk. Wat betekent onafhankelijke toetsing? Het gaat om een wetenschappelijke toetsing. Dat is belangrijk. Het moet niet politiek worden. Je moet gewoon met wetenschappelijke toetsing kunnen kijken: brengt dit voorstel schade toe aan natuur, dier en milieu? Zo simpel is het toch? Ik neem aan dat het CDA dat ook vindt.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, afrondend, voorzitter. Zeker, het moet wetenschappelijk onderbouwd zijn. Dat ben ik met het lid Kostić eens. Maar mijn vraag is natuurlijk ook wie dan die toetsing moet uitvoeren en hoe uitvoerbaar dat dan is. Want we hebben gewoon bevoegd gezag, we hebben de provincies, we hebben het Rijk en we hebben allerlei uitvoeringsdiensten die voor ons dat werk kunnen verrichten en waar ík vertrouwen in heb. Ik ben benieuwd of het lid Kostić dat vertrouwen ook heeft.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind het echt een beetje absurd dat we het nu gaan hebben over provincies die Omnibus zouden moeten toetsen. Het is Europese wet- en regelgeving. Het zou in principe normaal moeten zijn dat je wetenschappelijk toetst wat die doet met ons milieu, onze natuur en onze gezondheid. In deze Kamer is ook een motie aangenomen om dat daadwerkelijk te doen. Ik neem toch aan dat ook de kiezers van het CDA op z'n minst dát willen. Als wetgeving eenmaal is aangenomen et cetera, is het vervolgens natuurlijk aan de uitvoerders om daar verder werk van te maken. Maar de toetsing begint in Europa, bij de wetenschap. Dat willen we geborgd hebben. Als die toetsing er niet is en er dus geen garantie is voor gezondheid, natuur en milieu, moeten wij hier als Kamer zeggen: tot hier en niet verder. Ik hoor D66, het CDA en allerlei andere partijen hier namelijk ook zeggen dat ze niet akkoord gaan met Omnibus als dat schade toebrengt.

De voorzitter:
De heer Jansen wenst te interrumperen, maar de PVV heeft niet meegedaan met het schriftelijk overleg. Is er bezwaar tegen dat hij dat doet? Ik zie dat dat niet het geval is. Een interruptie van de heer Jansen.

De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter, en dank ook aan de collega's. Mijn vraag aan lid Kostić van de Partij voor de Dieren is de volgende. Vindt u dat wij genoeg geld van Brussel krijgen?

De voorzitter:
Lid Kostić.

De heer Chris Jansen (PVV):
Ik bedoel namelijk … Sorry, ik zal mijn vraag even nader toelichten, voorzitter.

De voorzitter:
Ik heb een béétje haast, want we hebben hierna ook een belangrijk debat.

De heer Chris Jansen (PVV):
Klopt, maar ik zal het nader toelichten. Wij zijn letterlijk het afvoerputje van Europa. Een aantal grote rivieren komen via het buitenland in Nederland en gaan uiteindelijk richting de Noordzee. In dat oppervlaktewater zit heel veel vervuiling. Vindt u dat wij meer geld uit Brussel zouden moeten krijgen om dat aan te pakken?

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind in het algemeen dat er meer geld zou moeten worden besteed aan de aanpak van vervuiling, maar ik wil eigenlijk vooral dat de vervuilers daarvoor gaan betalen en dat dit ook in Europa beter wordt geregeld. Mijn collega van de PVV weet namelijk ook dat nu vooral de burgers opdraaien voor die vervuiling. Dat is het grote onrecht. Dáár moeten we het over hebben.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Chris Jansen (PVV):
Dat snap ik wel, maar wij hebben natuurlijk vervuilers in het buitenland, waar onze burgers last van hebben. Mijn vraag aan lid Kostić is dus nogmaals: vindt u dat wij meer miljarden van Brussel zouden moeten krijgen om dat specifieke geval aan te pakken?

Kamerlid Kostić (PvdD):
Het blijft dweilen met de kraan open als je die vervuilers in binnen- en buitenland niet aanpakt. Dan kan je alsnog meer geld uit Brussel krijgen, maar dat geld komt uiteindelijk uit de zakken van de PVV-stemmers. Dus wie moet je aanpakken? De grote vervuilers. Die moet je laten betalen. Er is 46 miljard euro aan schade voor burgers door milieuvervuiling door die grote vervuilers. Die burgers betalen daarvoor, en daar zou de PVV iets aan moeten doen.

De voorzitter:
Dank u wel, lid Kostić. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Kan de staatssecretaris meteen doorgaan met de beantwoording? Nee, hoor ik. Dan een korte schorsing voor de beantwoording van de zijde van de staatssecretaris.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter. Dank u wel voor de vragen. Ik ben komende maandag en dinsdag in Brussel en ik ga dan zo veel mogelijk met de verantwoordelijken daar spreken om uw zorg, maar ook uw wens een plek te geven. Er zijn drie vragen gesteld. Eén: wat zijn nou de voorwaarden die het kabinet stelt? Ik wijs dan graag naar het BNC-fiche. Daarin hebben we gezegd: het gaat om uitvoerbare normen, daadwerkelijke innovatie en uiteindelijk ook om betaalbaarheid voor burgers. Dat wordt ook vanuit deze Kamer gezegd. Dat is voor het kabinet natuurlijk ook echt een hele belangrijke. Uiteindelijk zal het natuurlijk ook actief gaan om de elektrificatie van de nieuwverkoop. Dat is waar het kabinet naar streeft. Dat ga ik ook maandag en dinsdag uitdragen in Brussel.

Wat de Milieuomnibus betreft, snap ik heel goed de zorg van de Kamer. Als er geen impactanalyse wordt gedaan, sta je toch een klein beetje met lege handen, want wat is nu eigenlijk de impact van de voorstellen vanuit die Milieuomnibus? Daarover zou ik willen zeggen: ik vermoed dat die impactanalyse mogelijkerwijze niet komt, want dat is natuurlijk al gezegd vanuit het Brusselse. Maar ook dat ga ik maandag en dinsdag in Brussel uitdragen. Ik ben eigenlijk van plan om in ieder geval een quickscan te doen. Ik zou u willen vragen om mij even tijd te geven om die quickscan in te vullen. Ik snap ook de suggestie dat er meerdere partijen zijn die de quickscan kunnen doen. Het moet verantwoord zijn, het moet onafhankelijk zijn en we moeten met z'n allen kunnen wegen wat die quickscan uiteindelijk voor ons betekent. Dan komt ook het moment dat we daar een oordeel over moeten vellen. Dan zal ik ongetwijfeld weer een keer naar Brussel gaan, maar maandag en dinsdag zal dat mijn insteek zijn. Om u misschien gerust te stellen: vanuit Nederland vinden wij het echt lastig als er in Brussel wordt afgezien van impactanalyses. Wij zullen dus blijven bepleiten om dat instrument dat toegezegd en beloofd is, te doen. Doen ze dat niet … Ik begin zelf in ieder geval ook met een verantwoorde quickscan.

De voorzitter:
Er is ruimte voor één vervolgvraag of opmerking per fractie.

De heer Bikkers (VVD):
Ik waardeer de inzet van de staatssecretaris waar het gaat om de quickscan. Ik zou daarbij willen vragen of ze dan ook de effecten voor het bedrijfsleven wil meenemen in die quickscan. Net zo belangrijk als de effecten op het milieu vind ik de vraag welke consequenties het heeft voor het bedrijfsleven.

Staatssecretaris Bertram:
Ik ga dat zeker doen. Ik begrijp van het lid Kostić dat "balans" niet per se het toverwoord is, maar voor mij is het proberen te wegen van de verschillende belangen wel een belangrijke. Uiteindelijk hou je natuurlijk vast aan wat is toegezegd. Het antwoord is dus ja.

De heer Huidekooper (D66):
Ik ben blij te horen dat de staatssecretaris de quickscan gaat uitvoeren. Ik hoop dat die ook snel naar de Kamer kan komen. Mijn vraag ging over de innovatie. Ik heb het BNC-fiche uiteraard gelezen. Dat was nog vrij abstract en algemeen.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Huidekooper (D66):
Je zou namelijk ook kunnen stellen dat innovatie eigenlijk wordt geremd doordat autofabrikanten minder snel op moeten schalen naar volledig elektrisch. Ik zou dus toch nog een keer de vraag willen stellen: wat bedoelt u concreet op het gebied van voorwaarden?

Staatssecretaris Bertram:
Wat wij in ieder geval gaan doen met de auto-industrie is de norm zodanig formuleren dat het hen er juist toe aanzet om tot innovatie te komen. Voor ons zal ook bij de quickscan een van de toetspunten zijn of het de industrie stimuleert om hiermee door te gaan of niet. Als je ziet hoe snel het gaat, zou je haast zeggen dat we in ieder geval op de goede weg zijn.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
We zijn jarenlang door de Europese Commissie gegijzeld als het gaat om klimaatbeleid, ons autobeleid en milieubeleid; je kunt het zo gek niet verzinnen. Nu zetten we een stap in de goede richting, want het wordt versoepeld. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij haar best gaat doen om het nog veel verder te versoepelen. We moeten gewoon af van al die maatregelen.

Staatssecretaris Bertram:
Nou, ik denk dat ik bij mijn eerste antwoord blijf. Het BNC-fiche, zoals dat is vastgesteld, is voor mij de leidraad. Binnen dat BNC-fiche betekent het ook dat we doorgaan met wat we als kabinet hebben voorgesteld.

De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw beantwoording gekomen?

Staatssecretaris Bertram:
Ik ben aan het einde gekomen.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog één interruptie, van het lid Kostić. Kort en bondig.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Er zijn drie vragen van mij niet beantwoord, over het PBL, over de kosten voor de samenleving en over het VN-rapport. Kan ik een schriftelijke beantwoording daarvan toegezegd krijgen?

De voorzitter:
Kunt u dat toezeggen, staatssecretaris?

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik maak het even af. Ik wil echt een interruptie plegen, want dit is gewoon bijzonder. Dit is écht belangrijk. Ik wil van de staatssecretaris echt de toezegging dat als uit de toetsing van wat het Omnibusakkoord doet, blijkt dat het schade oplevert voor milieu, natuur en gezondheid, Nederland er niet akkoord mee gaat. Ik wil gewoon een ja of een nee.

Staatssecretaris Bertram:
Ja of nee is echt te simpel. Ik heb gezegd dat ik een balans zoek. We houden vast aan wat er in het regeerakkoord staat. We houden vast aan wat er in het BNC-fiche staat. Als de quickscan er is, denk ik dat wij met elkaar het debat moeten voeren over waar we met z'n allen voor staan.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Hiermee komen ook de stemmingen te vervallen.

Ik wil deze Kamercommissie wel op één ding wijzen, namelijk dat het voor het inplannen van een tweeminutendebat een voorwaarde is om een motie in te dienen. Er staat vandaag een groot debat geagendeerd, over Iran. Er zijn vandaag geen moties ingediend. Dat mag. Deze commissie heeft er zelf voor gekozen om een schriftelijk overleg te voeren in plaats van een commissiedebat. Ik denk dat u de volgende keer toch een commissiedebat moet voeren.

Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid en schors kort voor het debat over Iran.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.