Debat over Iran (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D11575, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-13 09:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-12 10:35: Debat over Iran (Plenair debat (debat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Iran
Iran
Aan de orde is het debat over
Iran.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over Iran. Ik heet
van harte welkom in ons midden de minister-president, de minister van
Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie.
Als eerste wil ik graag het woord geven aan de heer Van Baarle, als
eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet hij namens de fractie
van DENK. Ik geef vooraf de spelregels. Ik stel voor het aantal
interrupties niet te maximeren, maar u weet het: in maximaal drie keer
en houd het kort en bondig, want dan hoef ik niet door u heen te
spreken. Het woord is aan de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. De internationale as van het zionisme en imperialisme,
Netanyahu en Donald Trump, stort het Midden-Oosten opnieuw in een
oorlog. De verwoesters van Gaza, de slachters van de Palestijnen, zijn
nu begonnen met een illegale oorlog tegen Iran. Die oorlog voor
Groot-Israël en Trumpiaanse machtswellust is een misdaad. Terwijl
onderhandelingen plaatsvinden zonder internationaal mandaat een land
bombarderen is een misdaad. Zonder dat er sprake is van aantoonbare
zelfverdediging een land aanvallen is een misdaad. Een school voor
meisjes bombarderen, waardoor talloze kinderen zijn gedood, is een grote
misdaad. Mensen doden en verdrijven in Libanon is een misdaad. De
kwaadaardige as van het imperialisme en zionisme, geleid door Trump en
Netanyahu, pleegt misdaad na misdaad. Na de genocide in Gaza, na de
eerdere aanvallen van Israël op Libanon, Iran en Syrië storten Netanyahu
en Trump het Midden-Oosten in een oorlog.
De reactie van Nederland en deze Kamer op deze oorlog is echt
schrikbarend. Politieke partijen zoals de VVD en het CDA hullen zich in
vaag taalgebruik om de misdaden van Trump en Netanyahu maar niet te
hoeven veroordelen. De VVD en het CDA gooien het internationaal recht
bij het grofvuil voor Trump. Marionetten van Netanyahu in dit huis,
Geert Wilders voorop, applaudisseren voor hun misdadige meester. De
Nederlandse regering zegt zelfs begrip te hebben voor Trump en
Netanyahu. Waarom veroordeelt de minister-president die aanvallen van
Trump en Netanyahu niet? Hoe kan hij begrip hebben voor de daden van
deze misdadigers? Erkent hij dat we met Trump en Netanyahu te maken
hebben met een imperialist en een genocidepleger? Deelt hij dat je geen
begrip moet hebben, maar dat het tijd is voor sancties tegen Netanyahu
en Israël, dat de oorlog moet stoppen, dat alle aanvallen van alle
partijen moeten stoppen en dat het tijd is voor diplomatie?
Ik had zo gehoopt dat we hadden geleerd van de oorlog in Irak. Zo veel
mensen kunnen die niet meer navertellen. Zo veel mensen zijn dood omdat
het Midden-Oosten is gedestabiliseerd door het Westen. Ik had gehoopt
dat we hadden geleerd dat je democratie niet een land in kan
bombarderen. Ik had gehoopt dat we hadden geleerd dat je de leiders van
Amerika nooit mag vertrouwen op hun motieven en Netanyahu al helemaal
niet. Netanyahu en Trump zijn geen brengers van democratie en vrijheid.
We mogen dan ook nooit meegaan in hun agenda van westerse en
zionistische heerschappij. De mensen in Iran gaan over de toekomst in
Iran, niet Trump of Netanyahu.
Naast onze verdeling van de aanval van Israël en de Verenigde Staten
veroordelen wij ook mensenrechtenschendingen tegen burgers in Iran. De
mensen in Iran lijden nu niet alleen onder de oorlog, maar lijden ook al
decennia onder repressie. Misdaden gepleegd tegen weerloze Iraanse
burgers mogen niet. Een regering die dat doet, pleegt misdaden. Kan de
regering de laatste stand van zaken geven op het gebied van het
ondersteunen van mensen in Iran voor hun mensenrechten en het treffen
van sancties tegen plegers van misdaden tegen Iraanse burgers?
Voorzitter. Ik krijg ook veel berichten van mensen die tot op de dag van
vandaag nog vastzitten in het Midden-Oosten en daarbuiten. Kan de
regering de laatste stand van zaken op het gebied van de evacuaties
geven?
We zien ook opnieuw dat de kosten van leven blijven stijgen. De gas- en
benzineprijzen blijven stijgen. Wanneer kunnen we van de regering nu
eindelijk concrete koopkrachtmaatregelen tegemoetzien om de mensen in
ons land te helpen?
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar
inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. De bevolking van Iran verdient vrijheid. Iraanse
vrouwen verdienen het om vrij te zijn van het barbaarse regime waar ze
nu onder overleven. Daarom snappen we de opluchting en de hoop vlak na
de aanvallen van de VS. Maar we zagen die hoop op vrijheid ook in
Afghanistan en ook in Irak, hoop die werd vermorzeld door de permanente
oorlog die volgde.
Het Iraanse volk bombarderen betekent geen vrijheid. Dat zie je nu ook.
Trump lijkt er inmiddels al klaar mee. Gisteren verkondigde hij dat er
praktisch niks meer is om aan te vallen in Iran, terwijl Israël
tegelijkertijd zegt dat de oorlog doorgaat zonder tijdslimiet, als een
permanente oorlog. De Iraanse bevolking is de dupe: gebombardeerd, in
puin, geen stap dichter bij vrijheid.
Bevrijding is het doel natuurlijk ook helemaal niet van deze aanvallen
onder de naam Epic Fury. Na de illegale aanval op Venezuela is Iran aan
de beurt, met de grootste olievoorraad ter wereld. Het is de bevrijding
van olie, niet van de mensen in Iran. Ook als het gaat om een barbaars
regime zoals in Iran, mogen we onze normen niet tot die van hen
verlagen. Dat zou het belangrijkste verschil moeten zijn tussen tirannen
en onszelf: dat wij geen wreedheden accepteren, wie ze ook begaan.
Daarom moeten we de aanvallen van de VS en Israël op het internationaal
recht veroordelen. Is de minister-president bereid om dat klip-en-klaar
te doen?
Ondertussen neemt het aantal slachtoffers toe. Meer dan 1.300 mensen
zijn omgekomen in Iran. Gisteren kwam de bevestiging dat het inderdaad
de VS waren die een Iraanse meisjesbasisschool hebben gebombardeerd, met
175 doden als gevolg, waarvan het merendeel kinderen. Wat gaat Nederland
doen om de oorlogsmisdaden in Iran, door het regime in Iran maar ook
door de VS en Israël, te documenteren en te onderzoeken, om te zorgen
dat hier geen straffeloosheid kan bestaan en schuldigen worden bestraft?
Wie neemt verantwoordelijkheid voor deze doden? De hele regio is nu in
onzekerheid en oorlog gestort.
De minister van Buitenlandse Zaken zegt dat Nederland zich inzet voor
de-escalatie, maar wat zijn nu de concrete dingen die Nederland
daadwerkelijk doet om ervoor te zorgen dat deze oorlog in het
Midden-Oosten stopt? Wat doen we nu concreet echt? Nederland moet in
ieder geval voorkomen zelf onderdeel te worden van deze oorlog. Nu komt
er een Frans plan om de Straat van Hormuz in te gaan. Als we daaraan mee
zouden doen, worden wij ook een oorlog in gerommeld. Wil de
minister-president bevestigen dat er geen enkele toezegging is of wordt
gedaan door dit kabinet om hieraan mee te doen?
Voorzitter. Dan Libanon. Na aanvallen van Hezbollah zien we een reactie
van Israël in Libanon die we herkennen uit Gaza: burgers worden niet
ontzien. Er zijn nu naar schatting 630 doden als gevolg van de
Israëlische aanvallen. Meer dan 700.000 Libanezen zijn op de vlucht.
Human Rights Watch rapporteert dat Israël wittefosforbommen inzet in
woonwijken. Welke maatregelen gaat het kabinet nemen om te zorgen dat de
druk wordt opgevoerd zodat Israëlische aanvallen op burgers in Libanon
stoppen, net zoals de oorlogsmisdaden in Gaza en op de Westelijke
Jordaanoever moeten stoppen? Is er een rode lijn voor minister-president
Jetten of blijft dit kabinet niets doen?
Dan de gevolgen voor de mensen hier. De energieprijzen gaan stijgen, de
prijzen aan de pomp ook; die zijn torenhoog. Als je nu gaat tanken, is
het niet te betalen. Mensen komen in de problemen. Wat gaat het kabinet
heel concreet doen om de gevolgen voor mensen hier tegen te gaan,
bijvoorbeeld via de accijns of maximumprijzen, zodat mensen hun
rekeningen nog kunnen blijven betalen? Graag een reactie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik ben blij dat ik vandaag hoor dat mevrouw Dobbe toch ook ten aanzien
van het Iraanse regime nadrukkelijk aangeeft dat daar al 47 jaar een
verschrikkelijke onderdrukking van de bevolking plaatsvindt. Dat zag ik
de afgelopen dagen niet terugkomen; ik zag in de uitingen van de SP met
name de VS en Israël de grote agressors lijken. Als ik het goed
interpreteer, zegt mevrouw Dobbe nu: het Iraanse regime is echt de
aanleiding, de agressor, enzovoorts. Als het anders is, hoor ik het
dadelijk graag. Mijn vraag is de volgende. Hoe deze oorlog afloopt, weet
niemand hier in de zaal. Ik denk dat heel veel anderen dat ook niet
weten. Maar stel nu eens dat straks blijkt, over een jaar of vijf, dat
dit echt wat veranderd heeft in Iran. Aan welke kant had de SP dan
willen staan?
Mevrouw Dobbe (SP):
Wij hebben altijd gezegd dat het Iraanse regime barbaars is. Elke
oorlogsmisdaad, elke misdaad tegen mensen, wie die ook pleegt, hebben
wij altijd veroordeeld. Het verschil is dat oorlogsmisdaden die gepleegd
worden door Iran, terecht direct worden veroordeeld, maar
oorlogsmisdaden die gepleegd worden door de Verenigde Staten en Israël
niet. Daar zit ons probleem. Dat is onze oproep aan het kabinet. We zijn
er nooit onduidelijk over geweest dat dit een barbaars regime is. Dat
gezegd hebbende, mijn tweede punt: wij staan aan de kant van de mensen.
De mensen zijn er niet bij gebaat als er bommen op hen worden gegooid.
Dat zie je nu ook. De kinderen in de meisjesschool waren niet gebaat bij
deze aanvallen. Als wij denken dat het bombarderen van het Iraanse volk
zou leiden tot democratie en vrijheid voor het volk, zouden wij dat
steunen. Maar dat denken wij niet.
De heer Stoffer (SGP):
Ik denk dat de SP en de SGP existentieel anders aankijken tegen deze
oorlog. Wij zien echt dat de VS en Israël onze oorlog voeren. Als je
niet uitkijkt, gaan we straks namelijk ten onder aan wat vanuit Iran
wellicht aan kernbommen en dergelijke onze kant op komt. Maar dan heb ik
toch de volgende vraag: welk perspectief zou er voor de Iraanse
bevolking zijn als er niets gebeurt? Waar komen ze dan uiteindelijk
terecht?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik denk dat wij inderdaad fundamenteel anders aankijken tegen deze
oorlog. Wij denken niet dat je barbarij bestrijdt met nog meer barbarij.
Het Iraanse volk gaat zelf, hoe moeilijk dat ook is, over zijn eigen
toekomst. Dat kan niet van buiten op een volk worden gebombardeerd, ook
niet in Iran. Wij hebben daarom ook eerder voorstellen gedaan om Iraanse
mensen, mensenrechtenactivisten, demonstranten en
vrouwenrechtenactivisten zo veel mogelijk te steunen in hun strijd voor
democratie en vrijheid. Daar moet de verandering ook vandaan komen. Dat
kan alleen maar van onderop komen. Daar geloven wij in. Die voorstellen
hebben wij dus al eerder gedaan. Die blijven wij ook doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Is dit nu niet vanuit een Europese bril kijken naar hoe het in Iran
gaat? Hoe vaak is de bevolking daar niet opgestaan? Ze worden gewoon
neergeslagen. Er worden ik-weet-niet-hoeveel mensen vermoord. Ik begrijp
heel goed dat een oorlog altijd verschrikkelijk is. Maar zonder steun
van de VS en zonder dat Israël zich ermee bemoeit, komt de Iraanse
bevolking toch nooit tot vrijheid? Hoe kijkt mevrouw Dobbe daarnaar?
Denkt zij echt dat de bevolking dat kan met de blote handen, dat zij
zonder wapens tegen het regime op kan?
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is toch wel de omgekeerde wereld als ons wordt verweten dat wij hier
met een Europese bril tegen aankijken. Dus het van buiten bombarderen
van een land om daar democratie te brengen en om daar een regime neer te
zetten dat welgevallig is voor de VS en niet voor de mensen in Iran, zou
in het belang zijn van het Iraanse volk. Nou, dat zie ik absoluut niet
zo.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Vóór de aanvallen van de VS en Israël hebben we het al gehad over de
situatie in Iran. We hebben gezien dat 10.000 demonstranten in koelen
bloede vermoord zijn door een van de meest bewapende regimes op aarde.
In de jaren daarvoor zagen we dat vrouwen doelbewust door één oog
geschoten werden. We zien dat vrouwen verkracht worden. We zien het
allemaal gebeuren. Mensen vluchten uit het land. Er zijn Iraniërs hier
die ons deze verhalen vertellen. Mevrouw Dobbe zegt dat ze dat erg vindt
en dat ze dat veroordeelt. Maar ik weet dat de mensen daar, als wij het
mantra uiten dat zij gaan over hun toekomst maar vervolgens niks doen om
hen te helpen, niet geholpen zijn. Dan gaat het bloederige regime
eindeloos door met het vermoorden van mensen.
De voorzitter:
Uw vraag, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: ziet mevrouw Dobbe ruimte voor Nederland of voor de SP om
de Iraanse bevolking daadwerkelijk te helpen om, zoals zij zegt, hun
toekomst te bepalen? Want het is overduidelijk dat een groot deel klaar
is met het regime.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die ruimte zien wij. Daarom hebben wij ook voorstellen gedaan om vooral
de vrouwen waar de heer Ceder het over heeft, te helpen, om die te
kunnen ondersteunen. Maar beweert de heer Ceder hier nu dat het
bombarderen van de vrouwen waar hij zegt voor op te komen, vrouwen die
strijden voor hun vrijheid, hen helpt? Er worden bommen gegooid op hun
huizen en hun gezinnen, terwijl het regime er gewoon nog zit. Ze zijn
geen stap dichter bij vrijheid gekomen. Ze zijn geen stap dichter bij
het tegengaan van oorlogsmisdaden tegen henzelf. Dat zie ik dus absoluut
anders.
De voorzitter:
Meneer Ceder, korter dan zojuist.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik begon mijn betoog met het inzoomen op de situatie in Iran. Mijn
verhaal over de aanvallen zal ik zo bespreken. Ik heb juist ingezoomd op
het feit dat we vóór de aanvallen deze discussie al hebben gevoerd. Het
valt me op dat mevrouw Dobbe en de SP vooral als beschouwers naar het
conflict kijken. Mijn vraag is als volgt. U heeft gelijk, mevrouw Dobbe.
U heeft gelijk dat we die vrouwen moeten helpen. Daarvoor staan wij zij
aan zij. Maar bent u het met mij eens dat het bieden van humanitaire
hulp aan hen en het oprichten van een bewijsbank de facto nooit kunnen
leiden tot het in staat stellen van het volk om het regime omver te
werpen? Bent u het in ieder geval eens met die gevolgtrekking?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik ben het er overigens niet mee eens dat dat niet belangrijk zou zijn
in dit proces. Het verzamelen van bewijzen van oorlogsmisdaden, zodat er
geen straffeloosheid kan bestaan, ook voor misdaden die zijn gepleegd
door het Iraanse regime, is heel belangrijk, denk ik. Ik denk dat het
heel belangrijk is om sancties op te leggen tegen het regime, maar
democratie en vrijheid moeten van onderop komen. Daarom hebben wij vóór
deze aanvallen al gepleit voor het zo veel mogelijk steunen van de
Iraanse bevolking, om mensenrechtenverdedigers en
vrouwenrechtenverdedigers in staat te stellen zelf op te komen voor hun
vrijheid. Dat hebben we ook gedaan. Als de heer Ceder dit niet wenst te
horen of hier niet naar wenst te luisteren, is dat aan hem, maar die
voorstellen kan hij gewoon terugvinden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit vind ik het ingewikkelde aan de SP, Nederland en Europa. Wij zeggen
dat een volk moet opstaan en moedigen hen aan dat te doen. Maar als ze
door het oog worden geschoten en worden verkracht, en als er
tienduizenden mensen worden vermoord, reiken wij geen vinger naar hen
uit. Ik ben het ermee eens dat een bewijsbank belangrijk is. Maar dat
betekent dat er al slachtoffers zijn en dat er slachtoffers zullen
blijven komen. Als er geen handhaver is van het internationaal recht,
wie moet het dan doen? De VS, China, Rusland? Wie gaat ervoor zorgen dat
het Iraanse regime tot de orde geroepen wordt? Er is niemand die dat dan
doet. Mijn punt is: erkent de SP dat met haar voorstellen de mensen die
opstaan uiteindelijk niet in staat zullen zijn om het regime omver te
werpen? Even los van het feit dat dat vervolgens actie vraagt, bent u
het ermee eens dat dit onvoldoende is, en dat die mensen niet in staat
zijn tegen het brute regime op te staan, en dat ze, als ze dat wel doen,
keer op keer worden neergeslagen?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik denk dat het Iraanse volk moet gaan over zijn eigen toekomst. Het
enige en het beste wat wij kunnen doen, is dat volk steunen. Dat kunnen
we doen door de mensenrechtenverdedigers en de
vrouwenrechtenverdedigers, de mensen die ertegen opkomen, te steunen.
Wij dragen ze niet op om dat te doen, zoals de heer Ceder suggereert,
alsof wij vanuit Europa zeggen: dat zou je moeten doen. Nee, zij doen
dat al. Wij willen hen steunen op het moment dat zij dat doen. Die
voorstellen hebben wij gedaan. Is dat makkelijk? Nee, natuurlijk niet?
Is dat de oplossing, en is er een knop die we zouden kunnen indrukken om
daar democratie en vrijheid te brengen? Nee, natuurlijk niet. Maar de
heer Ceder suggereert wel dat er dan maar zou moeten worden ingegrepen,
en dan maar via de weg van de VS, namelijk door het bombarderen van
diezelfde vrouwen waarvoor de heer Ceder zegt op te komen. Hij
suggereert dat dat de oplossing zou zijn. Dat is structureel
onverantwoord en onwenselijk. Daar geloven wij absoluut niet in.
De voorzitter:
Ik dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan mevrouw Teunissen voor
haar inbreng namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik wil vooropstellen dat het Iraanse regime
uiterst moorddadig is. Het is uiterst moorddadig en het moet voor het
Internationaal Strafhof worden gesleept. De druk om het regime daar weg
te krijgen moet worden opgevoerd. Maar de illegale aanval die de VS en
Israël tegen Iran zijn gestart is een schending van het internationaal
recht. Nederland zou die moeten veroordelen. Ik heb met verbazing
gekeken naar de reactie van het kabinet, dat begrip toont voor deze
aanvallen. We hebben gezien dat er inmiddels honderden slachtoffers zijn
gevallen onder Iraanse burgers. Er is een meisjesschool geraakt door de
VS. Dat is gisteren bevestigd. 175 kinderen zijn omgekomen.
Voorzitter. Waarom zegt het kabinet begrip te tonen voor deze aanvallen?
Ik zie dit ook in de context van het feit dat Nederland zich niet eerder
heeft uitgesproken en geen duidelijke actie heeft ondernomen in die
richting, in lijn met het internationaal recht. Kijk naar wat er gebeurt
op de Westelijke Jordaanoever met de uitbreidingen van de illegale
nederzettingen. Daar is nog geen enkele effectieve maatregel tegen
ingezet. Ja, een slap ontmoedigingsbeleid. Kijk naar de genocide in
Gaza, waarop het kabinet drie jaar lang geen actie heeft ondernomen en
waarvan dit kabinet weer zegt: de Rode Lijneisen nemen we niet over. Nu
wordt de illegale aanval van de VS en Israël op Iran ook weer niet heel
duidelijk veroordeeld. Neem een voorbeeld aan de Spaanse premier
Sánchez. Die laat heel goed zien: het is geen valse tegenstelling; het
is en-en. Je kunt én optreden tegen dat moorddadige Iraanse regime én je
kunt pal staan voor het internationaal recht en de inval
veroordelen.
Voorzitter. In die lijn heb ik ook nog een aantal vragen aan het
kabinet. Steunt het kabinet onafhankelijk onderzoek naar de schendingen
van het internationaal recht door de VS en Israël in Iran? Teheran werd
afgelopen weekend in duisternis gehuld en zure regen viel uit de lucht
na Amerikaanse en Israëlische aanvallen op oliedepots. Hierbij zijn
burgers om het leven gekomen en er is een catastrofale milieuramp
ontstaan die nog jarenlang gevolgen kan hebben voor de Iraanse
bevolking. Hoe kijkt het kabinet aan tegen deze schending van het
internationaal recht? Bij een illegale aanval is het ook volgens het
VN-Handvest geoorloofd om sancties toe te passen op overtredende landen.
Mijn vraag is dus: heeft het kabinet maatregelen in nationaal of
internationaal verband overwogen richting de VS en Israël?
Voorzitter. Israël is bezig met een groter plan. We zien ook in Libanon
schendingen van het internationaal recht. Sinds 2 maart zijn er meer dan
500 mensen om het leven gekomen door Israëlische aanvallen. Al meer dan
700.000 mensen zijn door Israël gedwongen verplaatst. Dit is een misdaad
tegen de menselijkheid volgens het internationaal recht. Daarnaast zijn
er in korte tijd meer dan 500 mensen door Israëlische bombardementen om
het leven gekomen, wordt de civiele infrastructuur gericht aangevallen
en heeft Israël witte fosfor ingezet in Zuid-Libanon. Ook dit is een
oorlogsmisdaad, en ik heb helemaal niks gehoord van het kabinet. Mijn
punt is dus: wil het kabinet hier verantwoording afleggen voor de
reacties die het geeft, voor het begrip tonen en wegkijken en het niet
uitspreken als er sprake is van schendingen?
Voorzitter. Dat is zo belangrijk, want wij moeten geloofwaardig blijven
als Nederland, als Europa. We zijn gastland van het internationaal
recht. We moeten onze geloofwaardigheid behouden. Als we dat niet doen,
dan gaat het recht van de sterkste in de wereld gelden in plaats van het
internationaal recht.
Voorzitter, tot slot. De minister benoemt in de brief aan de Kamer dat
Iraanse civiele objecten in omliggende landen zijn geraakt. Steunt
Nederland onafhankelijk onderzoek naar mogelijke schendingen? Dat heb ik
al gevraagd. Ik had nog een andere vraag, over Iraanse vluchtelingen. We
zien dat er een risico is dat vluchtelingen toch worden uitgezet naar
Iran, terwijl hun veiligheid niet gegarandeerd is. Kan het kabinet
bevestigen dat wij Iraanse vluchtelingen niet terugsturen naar
Iran?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Klaver namens de fractie van
GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het Iraanse volk leeft al 47 jaar onder onderdrukking, 47
jaar onder het juk van een theocratisch regime. Vele dappere mensen
hebben gestreden voor vrijheid, voor het recht om vrij te zijn en jezelf
te kunnen zijn. Het is de hoogste tijd dat er verandering komt in Iran,
dat mensen daar echt in vrijheid kunnen leven. Maar eenieder die denkt
dat Donald Trump of Bibi Netanyahu het ook maar één seconde te doen is
om het Iraanse volk dat strijdt voor vrijheid, heeft het volstrekt
mis.
Dit gaat er wat mij betreft mis in de hele discussie die we nu hebben,
in het hele debat over de illegale aanval op Iran. Kijk, de afgelopen
twaalf dagen zijn we inmiddels getuige geweest van een ongekende
uitbarsting van geweld. De vraag die we nog steeds met z'n allen hebben,
is: wat is het plan? Wat is het plan van de Verenigde Staten? Waarom
doen ze dit? De Amerikaanse regering lijkt het zelf namelijk ook niet te
weten. Trump, Rubio, Hegseth spreken elkaar dagelijks tegen. Maar niet
alleen het Witte Huis zorgt voor verwarring; ook het kabinet hier in Den
Haag kan er wat van. Eerst riep de premier nog op tot de-escalatie,
waarvoor complimenten. Dezelfde dag trekt de minister van Defensie dit
standpunt via een interview in NRC in twijfel. Dit ondermijnt de positie
van de premier en die van de minister van Buitenlandse Zaken. Dat is wat
mijn fractie betreft onacceptabel. Nadat we 48 uur lang VVD'ers op
ongeveer alle kanalen van de NPO voorbij hebben zien komen, is er ineens
begrip voor de aanvallen van Netanyahu en Trump in dit kabinet. Waar de
premier het internationaal recht nog aanhaalt, weigert de minister van
Defensie hierover te spreken. Ik noem dit profileringsdrang boven
landsbelang. Er dreigt een grote escalatie van geweld, en het is
volstrekt onduidelijk wat het standpunt van het Nederlandse kabinet is.
Dit mag de premier niet tolereren. Daarom vraag ik hem: gaat u voortaan
de eenheid van het kabinetsbeleid bewaken en neemt u hierin het
voortouw?
Voorzitter. Als het kabinet begrip heeft voor de illegale oorlog, heeft
het kabinet dan ook begrip voor de consequenties? Het regime
radicaliseert en zal de bevolking op nog wredere wijze onderdrukken.
Heeft het kabinet daar begrip voor? Mogelijk valt Iran uiteen in een
burgeroorlog. Mensen slaan op de vlucht naar Europa. De prijzen aan de
pomp exploderen. Heeft het kabinet daar begrip voor? Opeens is er een
explosie aan geweld in Libanon. 700.000 mensen moeten hun huis
ontvluchten, waarvan 200.000 kinderen. De commissie Buitenlandse Zaken
was daar vorig jaar, in Zuid-Libanon. Wat we daar zagen, was echt
verschrikkelijk. Er is nog een schepje bovenop gedaan. Heeft het kabinet
daar begrip voor? Een raketaanval door de Verenigde Staten op een
meisjesschool — die is hier al vaak genoemd — heeft het kabinet daar
begrip voor? Er dreigt een groot tekort aan Patriotraketten. De
Russische staatskas wordt gespekt door de stijgende olieprijzen, en er
zullen extra slachtoffers vallen in Oekraïne. Heeft het kabinet daar
begrip voor?
Voorzitter. Deze oorlog is niet in het belang van Nederland. Ik vraag
het kabinet dan ook om toe te zeggen dat Nederland op geen enkele wijze
— op geen enkele wijze — politiek of militair, steun zal verlenen aan de
Amerikaanse en Israëlische oorlogshandelingen.
Ik kom tot een afronding. Het lijkt er niet op dat deze illegale,
roekeloze oorlog van Trump en Netanyahu het Iraanse volk de vrijheid en
de voorspoed gaat geven die het verdient. Deze oorlog maakt Nederland
onveiliger. Het feit dat wij de Evertsen naar de Middellandse Zee moeten
sturen, terwijl wij aan het trainen waren op de Baltische Zee om ons
voor te bereiden op de écht grote bedreiging van Nederland en Europa,
namelijk Rusland, is heel veelzeggend. Ik wil dit kabinet oproepen: houd
de rug recht. Loop niet achter Donald Trump en Bibi Netanyahu aan; de
prijs die we daarvoor zullen betalen, is te groot.
Dank u wel.
De heer Wilders (PVV):
Ik vraag me toch oprecht af waarom de partij van de heer Klaver altijd
aan de verkeerde kant van de geschiedenis wil staan. Hij heeft dat
eerder gedaan, ten aanzien van Gaza. Hij heeft de Palestijnen — lees:
Hamas — toch een beetje de hand boven het hoofd gehouden. Hij heeft, als
het gaat om Israël, de beruchte motie-Piri voor een volledig
wapenembargo. Dat zou er zelfs toe leiden dat Israël zichzelf niet kon
verdedigen als ze onderdelen of wapens nodig zouden hebben, om ook
Iraanse raketten uit de lucht te halen. Dat was ook niet de goede kant
van de geschiedenis. Nu doet u het opnieuw. Nu staat u opnieuw bij Iran.
U zegt het in andere woorden, maar het is ongeveer het verhaal van de
ayatollahs. Die zeggen: "Wat is de agenda van de Israëli's? Wat is de
agenda van de Amerikanen? Het mag allemaal niet." U spreekt nu de taal
van de ayatollahs. Mijn vraag is: waarom kiest u altijd de kant van de
onderdrukkers, van de terroristen, van de antisemieten? Die zou u toch
niet moeten steunen? Ik snap dat niet.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Het geheugen in dit parlement is over het algemeen vrij kort. Er is een
hele hoge omloopsnelheid van collega's, hier in het parlement. Ik zie
trouwens een nieuwe collega zitten. Ik ben blij dat u er bent, hoor; het
is niet persoonlijk. Sommige collega's blijven heel lang zitten, zoals
de heer Wilders. Nou ja … Laat ik het daarbij laten. Maar dat geheugen
zou bij ú wel op orde moeten zijn. Ik kijk terug naar wat er is gebeurd
in Irak. Precies dezelfde discussie hebben we nu. Toen was het ook: "Als
je tégen de inval in Irak bent, dan ben je vóór het regime van Saddam
Hoessein." Zo simpel zit de wereld gewoon niet in elkaar. Ook toen
waarschuwde mijn partij: "Pas op voor wat er gebeurt. Saddam is
verschrikkelijk, maar als we daar binnenvallen, wat trekken we dan los?
Tot wat voor verschrikkelijkheden gaat dat leiden?" Ik zou zeggen dat
mensen die toen die inval steunden en daar nog steeds niet op terug zijn
gekomen, aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. We hebben
gezien tot wat voor ontwrichting het heeft geleid in Irak, en breder in
de regio. We hebben gezien hoe het heeft geleid tot de opkomst van IS en
uiteindelijk tot een oorlog in Syrië. Die oorlog in Syrië heeft ertoe
geleid dat er uiteindelijk een enorme stroom vluchtelingen naar Europa
is gekomen. Het ayatollahregime is verschrikkelijk. Ik denk dat niemand
in deze Kamer zegt: "Dat is leuk, wat die lui daar doen! Dat moet lekker
zo blijven." Maar de vraag is hoe je ze daar wegkrijgt. Ik geloof niet
in regime change door het gooien van bommen.
Dan nog één ding. Wij denken volstrekt anders over wat er gebeurt in
Gaza. Wij noemen dat inderdaad een genocide. Maar wij hebben nooit
voorgesteld om dan maar troepen daarnaartoe te sturen om die te stoppen,
omdat we dondersgoed weten dat een militaire oplossing geen oplossing
is. Helaas, was het maar zo! Wij hebben altijd, consequent, gepleit voor
het inzetten van het internationaal recht. Wij vinden dat Netanyahu
hiervoor verantwoording moet afleggen bij het Internationaal Strafhof.
Wij hebben voorstellen ingediend in het parlement om ervoor te zorgen
dat het Iraanse regime ook voor het Internationaal Strafhof wordt
gedaagd. We moeten sancties instellen voor Iran. We moeten, waar
mogelijk, afspraken maken, zoals er ook een nucleaire deal is gemaakt.
Dat zijn de instrumenten die we hebben. Een ieder die hier doet alsof we
Iran naar de vrijheid zouden kunnen bombarderen, heeft het helaas bij
het verkeerde eind.
De heer Wilders (PVV):
Dat was geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was: waarom staat u
constant aan de verkeerde kant van de geschiedenis, door het steunen van
Hamas, door het steunen van Iran, door hier ayatollahtaal te spreken en
door er met de motie-Piri voor te zorgen dat Israël zich niet kan
verdedigen? Ik ga natuurlijk ook niet over de motieven van de Amerikanen
en de Israëli's. We weten wel dat het regime nu, in ieder geval wat
betreft zijn militaire capaciteit, wat dat dan ook is, wat verder terug
in de tijd is gezet. We weten ook dat zij hun proxy's aansturen,
ongeacht of het gaat om de islamitische jihad, Hezbollah, of mensen die,
in opdracht van hen, tot Nederland aan toe dissidenten om zeep helpen.
We weten dat die kracht nu hopelijk wat minder is geworden.
We weten ook één ding, namelijk dat het internationaal recht de Iraanse
bevolking nooit heeft geholpen. Internationaal recht heeft de Iraanse
bevolking nooit geholpen. Het gaat in meerderheid om jonge mensen,
twintigers, begin dertigers, die vrijheid willen en die niet krijgen.
Dan kan je wel honderd keer naar het Internationaal Strafhof gaan en wel
honderd keer zeggen tegen het kabinet "ja, maar het internationaal
recht", maar het internationaal recht zorgt er niet voor en zal er ook
nooit voor zorgen dat Iran vrij wordt. Waarom kiest u de kant van de
ayatollahs?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Er zijn echt dagen waarop ik zou willen dat mijn wereld zo simpel was
als die van de heer Wilders. Ik meen dat echt oprecht. Als het zo simpel
zou zijn, als het bombarderen van Iran ertoe zou leiden dat die
ayatollahs verdwijnen, dat er vrijheid komt in het land, dat er een
ander regime komt, als het daar allemaal toe zou leiden, dan denk ik dat
heel veel mensen hier zouden denken: "Oh, wat fijn! Wat goed." Maar dit
is niet de eerste oorlog in het Midden-Oosten die is gestart door de
Verenigde Staten. De resultaten daarvan vallen behoorlijk tegen. De
verantwoording die Nederland heeft moeten afleggen over de steun aan de
oorlog in Irak, met zó'n dik rapport van de commissie-Davids, zou ons
aan het denken moeten zetten. Laten we hier geen wedstrijd houden over
wie er het meeste geeft om het Iraanse volk. Ik wil niets liever dan dat
de mensen daar in vrijheid kunnen leven en dat vrouwen niet hoeven te
vrezen voor hun leven, gewoon vanwege het simpele feit dat ze vrouw
zijn. Maar waar ik me tegen verzet, is het idee dat deze aanvallen ertoe
zouden leiden dat het Iraanse volk veiliger is. Dat gaat helaas niet
gebeuren. Sterker nog, ik denk dat het tot meer onveiligheid en meer
instabiliteit in de regio gaat leiden.
Wat het doel is van de Verenigde Staten, doet er nogal toe. Wat proberen
ze te doen? Zo ongeveer iedere dag verandert dat. Iedere dag verandert
wat nou precies het doel is van deze oorlog. Waar wil je eindigen?
Wanneer is het afgelopen? Er zijn weet ik hoeveel bommen afgevuurd op
Iran, en u zegt: laten we hopen dat het iets heeft bijgedragen aan het
verzwakken van de positie van Iran. "Laten we hopen"; hoort u wat u
zegt? Een oorlog starten en dan maar hopen dat die heeft geholpen! Ik
vind niet dat dit is hoe wij moeten opereren.
Dan iets over dat internationaal recht. Dat is verre van perfect. Ik
schaam me kapot als ik zie wat er bijvoorbeeld in Gaza gebeurt. We doen
een beroep op het internationaal recht en ik zie dat het niet werkt.
Maar om dan te denken dat de oplossing daarvoor, van dat punt van het
internationaal recht, is om bommen te gooien … Dan hebben we als
Nederland een heel groot probleem, want dan zijn het de grootste
machtsblokken in de wereld die op deze manier gaan proberen om de wereld
te verdelen, of het nou Poetin is in Oekraïne, of Xi Jingping in Taiwan.
Maar kijk dus ook naar wat er nu gebeurt in Iran en in het
Midden-Oosten. Het internationaal recht is verre van perfect, maar het
is wel het beste wat we nu hebben en het is aan ons om het werkend te
maken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
"Het internationaal recht is verre van perfect." Nou, het internationaal
recht is totaal imperfect. Zegt u maar eens tegen de inwoners van Iran
dat het verre van perfect is. Zegt u dat maar eens tegen de landen die
last hebben van de dreigementen van Iran. Zegt u dat maar eens tegen de
landen die last hebben van de proxy's, van al die terreurorganisaties
die Iran financiert en die overal in de wereld mensen opblazen. Mijn
probleem met de heer Klaver is dat hij zegt wat hij niet wil, maar geen
idee of begin van een oplossing heeft voor hoe het dan wel moet. Geen
begin.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat is niet waar. Dat heb ik net gedaan.
De voorzitter:
Meneer Wilders is aan het woord.
De heer Wilders (PVV):
Ja, ik was aan het woord. Hij geeft geen begin van hoe het dan wel moet.
Hij zegt alleen maar: dit mag niet, dat mag niet en dit mag niet. Ik zeg
u dat de mensen in Iran niet geholpen zijn met het soort
ayatollahteksten dat u hier houdt. Zij willen bevrijd worden. Ik weet
ook niet of dat met bombardementen wel of niet lukt. Daar heeft u
wellicht gelijk in. Maar ik weet wel dat niets doen ervoor zorgt dat de
bevolking nog meer wordt onderdrukt en ervoor zorgt dat ze doorgaan met
hun ballistische programma en nucleaire activiteiten, waar ook wij in
Nederland en Europa last van kunnen hebben — dat is gewoon een feit — en
dat ze hele regio destabiliseren. Ik zeg dus: steun dat nou. Heel veel
mensen uit Iran, zowel daar als in de diaspora, steunen dat ook, hoe
moeilijk ze het ook hebben. Ze doen ook een beroep op u om ervoor te
zorgen dat hun land wordt bevrijd. Ze staan niet te demonstreren tegen
de acties van de Amerikanen en Israëli's, maar steunen die acties. En u?
Wat is uw antwoord op al die Iraniërs die vragen om dit te steunen? U
spreekt als de ayatollahs.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit wordt vast een mooi geknipt filmpje, maar volgens mij heeft u niet
goed geluisterd naar wat ik hier sta te betogen. De hypocrisie vind ik
eigenlijk behoorlijk stuitend. Want ik hoor u echt helemaal nooit over
wat er gebeurt in Gaza en hoe de mensen daar onder de verschrikkingen
moeten leven. Over Congo hoor ik u niet, of over wat in Zuid-Sudan
gebeurt. Ik hoor u daar helemaal niet over. Ik heb u ook geen
voorstellen zien doen om daar militaire interventies te plegen. Als het
u echt te doen zou zijn om het helpen van de Iraanse bevolking, zouden
we wel met andere middelen komen. Ik heb wel degelijk verteld wat ik
vind dat er moet gebeuren. Dat zijn de sancties tegen het regime. Dat is
het regime voor het Internationaal Strafhof dagen. Dat is de oppositie
daar steunen, hoe moeilijk dat ook is. Maar ik geloof niet en dat is wel
waar nu over wordt gesproken … Ik weet niet of ze het gaan doen, hè?
Want dat is het hele probleem: ik weet niet wat het plan van de
Verenigde Staten is. Maar ik maak me zorgen als er wordt gesproken over
het bewapenen van bepaalde groepen in Iran, want dat gaat leiden tot een
burgeroorlog met enorme aantallen slachtoffers tot gevolg en niet tot de
vrijheid die we de mensen daar zo gunnen.
Tot slot zeg ik tegen alle mensen in de Iraanse diaspora: ik voel jullie
pijn. Ik spreek die mensen ook. Het is echt niet zo dat iedereen denkt:
laat de bommen daar maar vallen, want dit gaat helpen. Je ziet dat
mensen verschillende opvattingen hebben over wat de beste manier is om
het Iraanse volk te bevrijden, maar iedereen is verenigd in het idee dat
het Iraanse volk vrij moet zijn. Daar steun ze ik volledig in. Nog één
keer: het geheugen in dit parlement is kort; dat weet ik. Maar juist
tegen iemand die al meer dan twintig jaar in dit parlement zit, zeg ik:
ga terug naar wat er gebeurd is in Irak. Dat hebben wij gesteund. Het
was het begin van het einde van het premierschap van premier Balkende,
omdat we daar een illegale oorlog steunden, die uiteindelijk een hele
regio echt de vernieling in heeft geholpen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben het eens met de heer Klaver dat het historisch geheugen in de
Tweede Kamer soms vrij kort en selectief is. Het gaat heel veel kanten
op, wat dat betreft. Ik probeer tijdens dit debat — dat deed ik ook in
de interruptie bij mevrouw Dobbe — op twee punten in te zoomen. Ik zal
zo tijdens mijn bijdrage wat vertellen over wat ik van de aanval vind,
maar ik probeer ook vooral naar de rol van Nederland en Europa te kijken
in een tijd waarin die verandert. Bij meneer Klaver vraag ik me het
volgende af. Een aantal jaren heeft Europa het pad bewandeld van
diplomatie. Er was het JCPOA, de Irandeal. Daar moest Europa dan iets
van vinden. Ik denk dat GroenLinks daar wel voor was, voor het pad van
diplomatie, van gesprekken voeren, in de hoop dat het Iraanse regime een
gesprekspartner was waarmee je zaken kon doen. U heeft het over Gaza. In
de tussentijd is Hamas wel gefinancierd en gesteund door Iran, waardoor
7 oktober heeft kunnen gebeuren. De Houthi's zijn gefinancierd, waardoor
wat we nu, en ook daarvoor al, in de zeevaart zien, heeft kunnen
gebeuren. Mijn vraag vanuit historisch perspectief: hoe kijkt de heer
Klaver daar nu naar? Hebben wij als Europa tien jaar geleden niet een
fout gemaakt door het Iraanse regime te veel vrijheid te geven, waardoor
we de huidige ontwikkelingen — de aanval is daar één van, maar ik bekijk
het in een veel breder historisch perspectief — als Europa eigenlijk
hebben laten gebeuren?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij zijn er twee zaken. Eén: het aanpakken van het regime via de
diplomatieke route bij de financiering van proxy's is niet effectief
gebleken. Punt. Dat had het wel moeten zijn. U verwijst naar de
nucleaire deal. Het was niet Iran dat die opzegde. Weet u nog wie dat
was? Het was Donald Trump. Er lag een plan. Europa liep daarin voorop.
We hadden een deal. Die was niet perfect, er waren problemen in de
uitvoering, maar het waren verdorie de Verenigde Staten die de deal
opzegden. Dat is wat er is gebeurd. Daarmee is het diplomatieke pad ook
verlaten. Ik vind dat eeuwig zonde. Ik denk dat we wel degelijk op dat
pad door hadden moeten gaan, maar dat is niet gebeurd.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben in ieder geval blij dat de heer Klaver erkent dat het pad dat ook
GroenLinks destijds bewandelde, niet het gewenste effect heeft gehad ...
Meneer Klaver, u kunt daar zo op reageren. In de afgelopen jaren heeft
Iran, terwijl het handen schudde met Europa en de VS, Hamas gesteund,
waardoor 7 oktober had kunnen gebeuren, met alle gevolgen daarna. Dat
klopt gewoon, dat klopt gewoon.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, maar dit is ...
De voorzitter:
Neeneenee, meneer Klaver.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik reageer op de heer Klaver.
De voorzitter:
Komt u tot een vraag, meneer Ceder.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ja, dat zou fijn zijn.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Hier lopen ook weer twee dingen uit elkaar. Want de heer
Klaver zegt: het regime is verschrikkelijk, het volk moet het heft in
eigen handen kunnen nemen en we moeten de oppositie steunen.
Tegelijkertijd betreurt hij dat de deal is afgeketst. Als de deal zou
zijn doorgelopen, dan hadden we hier misschien vrede gehad maar zou het
regime overeind zijn gebleven. Erkent u dat als die deal zou zijn
doorgelopen, de oppositie en het Iraanse volk niet de middelen hadden
gehad om alsnog, als zij dat zouden willen, tot een ander bestuur te
komen?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Allereerst denk ik dat de nucleaire deal een gouden kans was; die heeft
Donald Trump uit zijn handen laten vallen. Dus ja, GroenLinks-Partij van
de Arbeid was voor deze diplomatieke route. Laat ik het even gewoon
benoemen zoals het is: Donald Trump heeft daarvan gezegd "dat gaan we
niet meer doen". Dat was een heel slecht idee. Daar blijf ik bij. Had
die deal ertoe geleid dat er regime change was gekomen? Nee, dat was ook
helemaal niet het doel van deze deal. Maar het bombarderen, dat de VS nu
doen, en het omleggen van Khamenei hebben ertoe geleid dat we nu z'n
zoon hebben. Dus ook het gooien van bommen leidt er niet per se toe dat
dat regime daarmee verandert. Dat is namelijk de hele kern van mijn
betoog. Ik zou willen dat er een ander regime zat, maar regime change
van buitenaf is eigenlijk nog nooit succesvol gebleken. Dat is waar mijn
grote kritiek zich op richt. Ik zou ook hopen ... We staan vaak zij aan
zij met de fractie van de ChristenUnie, maar op dit punt zou ik zeggen:
kijk naar de geschiedenis en naar wat er in Irak is gebeurd. Er worden
nu precies dezelfde argumenten gewisseld als destijds. Wij waren
daartegen. We werden weggezet en er werd tegen ons gezegd: "Ziet u dan
niet hoe verschrikkelijk Saddam Hoessein is? Ziet u niet dat het Iraakse
volk bevrijd moet worden?" Kijk eens tegen welke prijs dat is gebeurd en
welke politieke consequenties dat heeft gehad in Nederland.
De voorzitter:
Kort en bondig, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit antwoord van de heer Klaver bewijst mijn zorg, want dit hoorden we
ook van het kabinet. De verantwoordelijkheid wordt altijd bij de ander
neergelegd, bij een abstract systeem, waardoor wij geen
verantwoordelijkheid hebben voor volkeren die onderdrukt worden. Het
ligt altijd aan de ander. Ik heb net het volgende aangegeven. Het is
waar dat in de tijd dat die deal gesloten was, Iran Hamas is blijven
financieren, het Hezbollah is blijven financieren en het de Houthi's is
blijven financieren, met als een van de gevolgen, even los van de
aanval, want ik heb het over de periode daarvoor ... We hebben de
afgelopen jaren kunnen zien wat er geïnstigeerd is, mede omdat Europa
achteroverleunde en vooral de ander de schuld is gaan geven. Mijn
laatste vraag: klopt het dat, als u zegt dat wij alles moeten doen om de
oppositie te steunen, wat wij tot nu toe gedaan hebben onmogelijk zou
kunnen leiden tot een ander regime? Bent u het in ieder geval daarmee
eens? Ik probeer namelijk te kijken naar een geloofwaardig verhaal, want
ik spreek ook de mensen die u gesproken heeft. Zij zeggen: "Wij geloven
dit verhaal niet. Jullie zeggen ons te steunen, maar als puntje bij
paaltje komt laat Europa ons continu in de steek."
De voorzitter:
De vraag is helder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben benieuwd hoe uw punt die mensen daadwerkelijk zou hebben
geholpen?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer het heel vaak hier te zeggen: de wereld is niet zwart-wit.
Zeker als het gaat over geopolitiek kunnen er gewoon verschillende
dingen tegelijk waar zijn. Als u zegt dat Iran in de afgelopen jaren
proxy's heeft kunnen financieren, met enorme gevolgen, is dat waar.
Laten we alsjeblieft helder zijn over de zaken die er zijn gebeurd. Maar
ik ben het er niet mee eens dat dit wordt aangevoerd, zoals nu gebeurt,
als rechtvaardiging voor een aanval die de Verenigde Staten en Israël op
Iran uitvoeren. Dat is wel waar het nu over gaat. Ik zie dat niet als
een oplossing en trek die dingen daarom uit elkaar. Ik vind het heel
gevaarlijk om te zeggen dat Iran slecht is — daar zijn we het heel snel
over eens — en dingen heeft gedaan die niet kunnen en dat Iran daarom
wordt gebombardeerd. Hier zit het enorm grote risico, want dit is
precies wat er ook in Irak is gebeurd. Dit is precies waarvan wij als
Kamer collectief hebben gezegd: dit gaan wij nooit meer doen. En ik zie
ons hier weer, in ieder geval sommige delen van de Kamer, die val in
lopen. Dat moeten we niet doen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik hoop zo dat we het ook gaan hebben over de problemen voor Nederland
die deze oorlog daar teweegbrengt. De vraag bij dit soort debatten is
natuurlijk altijd: denkt de heer Klaver dat Netanyahu of Trump naar hem
gaat luisteren? Ik denk het niet. Ik denk dat ze zich weinig zullen
aantrekken van wat hier wordt gezegd vandaag. Maar toch even. De heer
Klaver zegt dat een regime change van buitenaf nooit is gelukt. Ik
leefde toen niet, maar ik kan me Duitsland 1945 en Japan 1945
herinneren. Ik kan me ook herinneren Panama 1989, Grenada 1983, Kosovo,
Servië 1999/2000. Het is dus wel degelijk eerder gelukt. Je kan regimes
veranderen. Soms gaat het dan zelfs ietsje beter. Er zijn ook
voorbeelden dat het ietsje slechter is gegaan; u noemde net Irak. De
vraag is dus: hoe kan de heer Klaver zo'n stelling poneren die hij niet
met feiten kan onderbouwen?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik ga de Tweede Wereldoorlog en de prijs die daar is betaald door de
geallieerden om Europa te bevrijden, hier even buiten laten. Laat ik op
de andere zaken wel ingaan. Volgens mij heb ik aangegeven dat je met het
simpelweg bombarderen van een land niet succesvol een regime change voor
elkaar kan krijgen. Ik heb het gehad over het Midden-Oosten, waar de
Verenigde Staten dat een aantal keren hebben geprobeerd en waar dat niet
is gelukt. We weten eigenlijk dat als je dat al zou willen, dat gebeurt
met boots on the ground. Op de plekken die u noemt is dat wel gebeurd.
Daarvoor moest je behoorlijk veel militairen zo'n land insturen. Dat is
geprobeerd in Irak, met exact alle argumenten die nu worden gewisseld.
Het ging toen over weapons of mass destruction,
massavernietigingswapens, en hoever die zouden zijn in de ontwikkeling
en hoe gevaarlijk die zouden zijn. Het leek allemaal mee te vallen
daarna. Het is trouwens niet zo dat er niks gebeurde, hè. Dit is waar ik
op wijs, meneer Markuszower. Laten we met de vergelijking met de Tweede
Wereldoorlog alsjeblieft een beetje oppassen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nou, je hoeft niet per se voor alles op te passen. Ik noemde ook andere
voorbeelden, zoals Kosovo. Dat is nog niet zo lang geleden. Ik noemde
net dat hele rijtje: Grenada, Panama. Er zijn dus ook andere
voorbeelden. Natuurlijk is de prijs om een regime te veranderen,
bijvoorbeeld in de Tweede Wereldoorlog, heel hoog geweest. Natuurlijk is
het ook weleens misgegaan, zoals in Irak. Daar is het nu niet per se
beter. Maar kan het zo zijn, is er misschien hoop dat het deze keer wel
gaat lukken? Het Iraanse volk heeft immers een heel andere cultuur dan
de Arabische voorbeelden die u noemde. Als het niet lukt, wat is het
alternatief? Is het niet gevaarlijker om dit regime te laten zitten, ook
voor onze nationale veiligheid, dan om het te laten voortbestaan?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het toch wel knap hoe hier ook een cultuurstrijd van gemaakt kan
worden, dat het toch ligt aan de inwoners van een land wat daar kan
gebeuren. In mijn bijdrage ben ik erop ingegaan: u gaat er helemaal van
uit dat regime change nu het doel is. Maar wat is nu precies het doel
van de Verenigde Staten en van Israël? Ik weet het niet. U poneert hier
dat er regime change moet komen. Dat heb ik de Verenigde Staten ook
horen zeggen, maar daarna heb ik ze ook allerlei andere zaken horen
zeggen. Mijn hele punt is dat ik niet weet wat ze willen. En om dan
blind achter ze aan te lopen en te zeggen "lekker bezig!", ik denk dat
dit levensgevaarlijk is. Er is geen duidelijk doel van deze oorlog.
Daarmee gaat het in tegen het internationaal recht. Het internationaal
recht geeft eigenlijk best wel veel ruimte om in te grijpen. De
Verenigde Staten hebben ook nog geen moeite gedaan om bijvoorbeeld een
internationale coalitie te bouwen om te zeggen: we moeten hier echt iets
veranderen. Dus wat is nou precies het doel? Dat vind ik het grote
risico hiervan. Wat u hier zegt of voorstelt, gewoon blind achter
Netanyahu en Trump aanlopen, is een buitengewoon slecht idee voor de
belangen hier in Nederland. Ik wil nog één ding daaraan toevoegen. Met
al het geweld dat daar plaatsvindt, zien we dat de voorraden van
bijvoorbeeld Patriotrakketten enorm snel opraken. Dat is een bedreiging
voor de stabiliteit in Oekraïne. Onze mensen die aan het trainen waren
op scenario's voor conflicten met Rusland, moeten nu naar de
Middellandse Zee. Dit leidt af van de grootste bedreiging die er voor
ons is. De olieprijzen stijgen. Wie lacht erom? Poetin. Dit is een
regelrechte bedreiging voor onze veiligheid hier in Europa.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nou komen we ergens, want nou gaat het over onze nationale veiligheid.
Ik weet ook niet wat het doel is van andere leiders, maar ik weet wel
dat het verzwakken van dat regime altijd goed is voor Nederland en ik
weet ook dat het versterken van het regime goed is voor Poetin. Waarom?
Een van de hoofdleveranciers van technologie, wapens en raketten is dat
monsterlijke regime in Iran geweest. Dus als we dat regime verzwakken,
verzwakt het ook de positie van Poetin en versterkt het onze nationale
veiligheid.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik weet ook niet wat het doel is. Meneer Markuszower roept nog even
buiten de microfoon om: natuurlijk niet! Hij zegt eigenlijk: natuurlijk
weet ik niet wat het doel is, maar het is wel goed. Hè? "Ik weet niet
wat het doel is, maar lekker bezig!" Dit is slapstick. Dit is de Tweede
Kamer. Dit kan je toch niet menen? Is dit de manier waarop wij met
internationale politiek omgaan? De veronderstelling die eronder zit, is
dat het Iraanse regime verzwakt wordt. Is dat zo? Ik hoorde laatst een
Amerikaanse analist zeggen: er is één ding gevaarlijker dan een dier en
dat is een gewond dier. We weten niet wat het doel is. Het kan ook zo
zijn dat het misschien wel uit elkaar valt en dat het op het oog
verzwakt lijkt, maar dat juist de radicalisering daar toeneemt. Ik weet
niet wat er gebeurt, maar het feit dat zonder plan wordt gehandeld en
dat men niet weet wat het doel is, is het grote risico dat we hier
hebben. Daarom vraag ik het kabinet, zoals ik net ook in mijn bijdrage
zei: zorg ervoor dat we niet mee worden getrokken in deze spiraal van
geweld. Daar wil ik echt een harde toezegging op van dit kabinet.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer ... O, het woord is nog niet aan de
heer Dassen, maar aan de heer Stoffer voor een interruptie.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, ik heb toch een interruptie. Die laatste opmerking van de heer
Klaver triggerde mij wel. Het had zo kunnen zijn, als de formatie anders
was gelopen, dat de heer Klaver op de stoel van de minister van
Buitenlandse Zaken had gezeten. Dat had zomaar gekund. Kijk, een aantal
weken terug had je nog de keuze kunnen maken: zou je zo'n aanval willen
of niet? Maar dit staat. Israël en de Verenigde Staten hebben deze
aanval uitgevoerd. Ik heb hierbij de volgende vraag aan de heer Klaver.
Hoe dit uitvalt, weten we niet. Daar zijn we het denk ik over eens. Maar
als hij over een aantal jaar hierop terugkijkt, aan welke kant had hij
dan willen staan? Is dat aan de kant van Iran en het regime dat er zit
of aan de kant van Israël en de Verenigde Staten, die in ieder geval nog
iets goeds proberen te realiseren?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wil aan de kant staan van onze Europese bondgenoten, zoals Spanje. Ik
wil aan de kant staan van het internationaal recht. Ik wil aan de juiste
kant van de geschiedenis staan. Dit is hoe slechte oorlogen beginnen en
ook heel slecht eindigen. Meneer Stoffer, u kunt echt beter dan doen
alsof er in dit conflict maar twee kanten zijn en het zo simplistisch
maken. Hou op met dit terugbrengen naar: je bent óf voor Iran óf voor de
Verenigde Staten. Ik laat me hier absoluut niet in trekken. Ik sta voor
de veiligheid en de vrijheid van het Iraanse volk. En ik sta aan de kant
van het internationaal recht, altijd, niet omdat het perfect is, maar
omdat het beter is dan oorlog. Dat internationaal recht is tot stand
gekomen na de Tweede Wereldoorlog, toen we zeiden: dit nooit meer. Ik
wil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat we dat versterken. Maar
laat dit soort valse tegenstellingen hier alsjeblieft lekker aan de
rechterkant van de Kamer. U kunt beter dan dat.
De heer Stoffer (SGP):
Ik denk dat iedereen het erover eens is dat oorlog verschrikkelijk is.
Beeld het je maar eens in. Ik had gisteren nog contact met mensen die om
de haverklap de schuilkelder in moeten. Maar er speelt wat en je kunt nu
wel zeggen "we staan erbij, we kijken ernaar en het zal wel een beetje",
maar het is nu inderdaad wel een van beide. Het is niet anders dan
dat.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat is onzin.
De heer Stoffer (SGP):
Dan heb ik toch de volgende vraag. Wellicht wordt het daar toch beter,
want een heel groot deel van de Iraanse bevolking vraagt ook: help ons,
alstublieft. Er is er maar één die kan helpen op dit moment,
menselijkerwijs gezien dan: de Verenigde Staten. Als nou over vijf jaar
blijkt dat het toch anders is, aan welke kant had de heer Klaver dan
willen staan?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Een wereldbeeld dat zo simpel is dat je óf moet kiezen voor de Verenigde
Staten en Israël óf moet kiezen voor Iran, is niet mijn wereldbeeld. Ik
geloof in een eigenstandige positie van Nederland en Europa. Een van de
belangrijke lessen van de commissie-Davids was ook dat we een
eigenstandige positie moeten innemen. De positie hier is dat deze oorlog
illegaal is, dat deze oorlog niet gestart had moeten worden, dat het
onduidelijk is wat de doelen van de Verenigde Staten zijn en dat het
onduidelijk is waar dit toe gaat leiden. Aan die kant sta ik dus, en ik
ga niet mee in dit soort simplistische keuzes. Dat ga ik gewoon niet
doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Dan constateer ik toch dat GroenLinks-PvdA eigenlijk zegt: er is hier
wat aan de hand, maar wij kiezen geen positie en we blijven een beetje
op veilige afstand. Ja, dan kom je nooit ergens. Ik denk dat dat nog het
meest gevaarlijke is. Wees dan helder in de positionering. Dit is niet
iets waarbij je even weg kunt kijken en je kop even in het zand kunt
steken, dus struisvogelpolitiek. Deze situatie is op dit moment een
feit, en dan moet je een keus maken.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit is precies hoe Nederland de Irakoorlog in is gerommeld. Precies dit.
Dit is hoe Nederland de Irakoorlog in is gerommeld. Dat gaan wij niet
laten gebeuren. Dit is precies hoe we de Irakoorlog zijn in gerommeld.
Er ligt zó'n dik rapport van de commissie-Davids, die heeft geschreven:
dit mogen we echt nooit meer doen. Volgens werden die conclusies ook
onderschreven door de SGP-fractie, maar het geheugen wordt daar steeds
korter, constateer ik. Er zijn echt dagen waarop ik Bas van der Vlies
ontzettend mis hier in het parlement. Door hem werd namelijk toch echt
een andere toon aangeslagen dan ik nu vanuit de SGP-fractie hoor.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik zat nog even met die struisvogel in mijn hoofd, voorzitter, maar ik
kom ter zake.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De Jan Struijs…
De heer Struijs (50PLUS):
De Jan Struijsvogel. Maar goed. Never waste a crisis. Ik ben even op
zoek in uw betoog. Los van de belangrijke discussie die we hier voeren,
de analyses en de standpunten, hebben we nu een realiteit die heel veel
vraagt van de weerbaarheid van Nederland en van onze bevolking. Ik neem
nu even een voorschot op het verdere debat. Is PvdA-GroenLinks bereid om
erover mee te denken dat de hoge olieprijzen ons allemaal gaan belasten,
ook de kwetsbaren in ónze maatschappij? De medicijnprijzen gaan
bijvoorbeeld ook omhoog. Komt er ook een moment na de analyse dat we
even met z'n allen pragmatisch kunnen kijken naar de weerbaarheid van
Nederland en Europa?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Meneer Struijs, dat ben ik volledig met u eens, want hoe verdeeld we
misschien kunnen zijn over de geopolitieke analyse, hoe we ervoor staan
en hoe we zouden moeten reageren, zo verenigd zouden we in dit parlement
moeten zijn wat betreft het dempen van de sociaal-economische gevolgen
van deze crisis. Daar ben ik het dus volmondig mee eens. In het
vragenuur — ik had mij daar voor dit debat eigenlijk veel meer op
voorbereid — hebben we het hier al over gehad. Het kabinet heeft een
brief toegezegd met daarin alle opties. Voor dinsdag heb ik in de
regeling laten zetten om het debat over de gevolgen naar aanleiding van
de voorstellen die het kabinet zal doen, snel in te plannen, want hier
moeten we heel, heel voortvarend in optrekken.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik vond het net toch wel even jammer dat de heer Klaver in antwoord op
een zeer terechte vraag van de heer Stoffer eigenlijk van onderuit de
zak over de heer Van der Vlies begon.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat was een compliment.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nou, zo kwam het niet over. Zo was het ook absoluut niet bedoeld.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat was het wel.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Het punt is dat de heer Van der Vlies het vaak had over de praktijk van
het leven. Dat trok mij altijd zo ontzettend in hem aan. Ik zie de heer
Klaver hier principieel een standpunt innemen en dus niet ingaan op de
praktijk van het leven. Eigenlijk wil ik dat toch van hem horen. We
zitten nu in de situatie waar we in zitten. Die aanval is gedaan. Aan
welke kant sta je dan vervolgens? Dat vind ik een zeer terechte vraag.
Daarmee maak je het niet onnodig simpel, want het is ingewikkeld. Toch
wil ik dat de heer Klaver kiest.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wil één ding rechtzetten. Ik heb groot respect voor de heer Van der
Vlies en ik vond de lijn die de SGP toen koos in het debat … Ik zie een
groot verschil tussen wat ik toen zag en wat ik nu zie. Dat is waar ik
op heb gewezen. Dat vind ik een groot respect voor de heer Van der
Vlies.
Tot slot. De wereld is ingewikkelder. Doen alsof je of voor de Verenigde
Staten bent of voor Iran is precies de keuze die er werd gegeven tijdens
de inval in Irak: je bent of voor Saddam Hoessein of voor de Verenigde
Staten; waar sta je? Dat heeft ertoe geleid dat Nederland zich mee heeft
laten slepen in een illegale oorlog. Ik doe het niet! Wij staan aan de
kant van het internationaal recht. Wij staan aan de kant van Europa en
de bondgenoten die een hele andere toon en houding aanslaan dan de
Verenigde Staten. Dat is de positie die wij kiezen. Dat heeft alles te
maken met de praktijk. De praktijk is namelijk dat het naar de
vernieling proberen te bombarderen van een regime niet leidt tot de
verbetering van de situatie van een volk daar, maar vooral leidt tot
destabilisering van de regio, met enorme economische effecten tot
gevolg. Dat is waar wij staan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat regime schiet onschuldige mannen en vrouwen in het gezicht terwijl
ze aan het demonstreren zijn. Dat helpt in ieder geval ook niet. Toch
heb ik dan nog de volgende vraag. De fractie van GroenLinks-PvdA stemt
voor twee moties die oproepen om niet langer wapens te kopen van
Israëlische bedrijven, terwijl die — daar kan de minister van Defensie
straks misschien wat over zeggen — nodig zijn voor de missie waartoe
besloten is. Ook daarbij gaan de handen dus principieel hoog of worden
ze gewassen in onschuld, maar wil GroenLinks-PvdA niet nadenken over de
praktijk van de dag waar wij nu in staan. Ik vind dat buitengewoon
jammer.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde geen vraag.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik het woord aan de heer Dassen voor
zijn inbreng namens de fractie van Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. De bevolking van Iran leeft al decennia onder een
repressief regime en economische sancties en leeft nu opnieuw onder de
dreiging van escalatie en geweld. Het zijn gewone mensen, jongeren die
verlangen naar vrijheid en een toekomst, die opdraaien voor de gevolgen
van deze oorlog. Er wordt een gok genomen met hun toekomst. Welke
mogelijkheden ziet het kabinet om hen te steunen?
Voorzitter. De oorlog van de VS en Israël is een duidelijke schending
van het internationaal recht. Het internationaal recht is
superbelangrijk volgens de minister-president. Maar op dit soort
momenten is het ook altijd een beetje lastig. Het internationaal recht
is juist nodig op de momenten waarop het lastig is. Het kabinet uit de
hele tijd begrip voor de acties van de VS en Israël. Kan de premier
uitleggen waarvoor er begrip is? Er is namelijk geen plan, geen mandaat,
geen einddoel en zelfs geen reden van de inval. Het verandert dagelijks.
Regime change, kernwapens, humanitair, onvoorwaardelijke overgave: het
kwam allemaal voorbij. Morgen wil Trump mogelijk zelf ayatollah worden.
Dat is geen strategie, maar improvisatie. Dit conflict destabiliseert de
regio. Niemand weet wat er komen gaat: niet de bondgenoten, niet de
regio en zeker niet de Iraniërs, die de prijs betalen wanneer staten de
boel laten escaleren. Weet het kabinet inmiddels wat het doel is? Hoe
kijkt de premier naar de verschillende uitingen van de VS? Kan hij
aangeven waar hij meegaat met de VS en waar hij duidelijk ziet dat de VS
onzin aan het uitspreken zijn?
Voorzitter. Eerst bombarderen en dan hopen op het beste zorgt ervoor dat
de macht verschuift naar de meest radicale vleugels van het regime en
dat ook veel Iraniërs die kant opschuiven. Juist daarom moeten we helder
blijven over één fundamenteel uitgangspunt: het internationaal recht. De
regels daarvan zijn ingevoerd om nationalisme te beteugelen en
samenwerking te bevorderen. Het is de basis van de internationale orde.
Het is verre van perfect geweest, maar zonder het recht blijft alleen
het recht van de sterkste over.
De heer Vermeer (BBB):
Kan meneer Dassen hier even aan de mensen uitleggen wat het
internationaal recht de inwoners van Iran gebracht heeft?
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat het internationaal recht verre van perfect is, maar ik denk
dat het internationaal recht er voor ons allemaal voor zorgt dat de
wereld enige mate van stabiliteit kent en dat het recht van de sterkste
niet wint. Het had de Iraniërs iets gebracht als we in staat waren
geweest om de Irandeal uit 2017 overeind te houden. Die zorgde er
namelijk voor dat het gebruik van nucleaire wapens verminderd werd. Die
zorgde ervoor dat er verlichting van de sancties kwam. Die zorgde er
vervolgens voor dat de Iraniërs binnen Iran meer ruimte kregen. Donald
Trump heeft zich daaruit teruggetrokken. Donald Trump is ook degene die
deze oorlog samen met Netanyahu is gestart. Dat helpt de Iraniërs niet,
want verandering moet van binnenuit komen en niet door van buitenaf te
bombarderen.
De heer Vermeer (BBB):
Die deal is gestopt omdat er onvoldoende toegang was tot nucleaire
faciliteiten voor de internationale organisaties. Die deal is gestopt
omdat het extra geld dat het Iraanse regime ermee verdiende, gebruikt
werd om terroristische organisaties in andere landen te sponsoren. Dus
nogmaals mijn vraag: wat heeft het internationaal recht de bevolking van
Iran opgeleverd?
De heer Dassen (Volt):
Nee, die deal is gestopt omdat Donald Trump die deal eenzijdig heeft
gestopt en zich daaruit teruggetrokken heeft en omdat wij als Europa
niet in staat waren om die deal zelfstandig overeind te houden, omdat we
afhankelijk zijn van de Verenigde Staten, onder andere voor
SWIFT-transacties. Dat is de reden waarom die Irandeal is gestopt. Het
sponsoren van de proxy's — ik ben het helemaal met u eens dat dat
tegengehouden en gestopt moet worden — is daarna flink toegenomen. Als
je het hebt over het internationaal recht, dan zorg je dat er sancties
komen en dat je het maatschappelijk middenveld ondersteunt om op die
manier de druk maximaal op te voeren en te zorgen dat juist de mensen in
Iran die ook die verandering willen, de ruimte krijgen om uiteindelijk
hun toekomst vorm te kunnen geven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Dassen spreekt zichzelf tegen. Hij zegt dat het opheffen van de
sancties de bevolking juist meer ruimte gaf, terwijl hij ook zegt dat
sancties helpen om het regime daar te beperken. Dat kan niet beide waar
zijn. Nogmaals, voor de derde keer, dezelfde vraag: wat heeft het
internationaal recht de bevolking van Iran opgeleverd?
De heer Dassen (Volt):
Dan heeft de heer Vermeer niet goed geluisterd. Ik heb gezegd dat de
Irandeal juist de mogelijkheid gaf om te zorgen dat we het regime in
Iran openbraken, dat we juist meer ruimte gaven aan de hervormers die er
op dat moment ook zaten en dat we op die manier juist de mensen die van
binnenuit verandering willen, de ruimte gaven om daar de druk mee op te
voeren. Dat is niet gelukt. De sancties werden verlicht. Daarna zijn de
sancties opnieuw ingevoerd en verder uitgebreid. Dit jaar nog is de
Revolutionaire Garde eindelijk op de sanctielijst gezet. Dat zijn
onderdelen van het internationaal recht waar je volgens mij voor moet
strijden.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Dassen (Volt):
Europa moet zichzelf in de spiegel aankijken, juist nu de wereld zo
verandert. Waar gaan wij voor staan als de wereld aan het buigen is? Wie
willen we zijn in deze nieuwe wereld, vraag ik aan de premier. Wat Volt
betreft moet dat duidelijk zijn: een Verenigde Staten van Europa die pal
staan voor rechtvaardigheid en mensenrechten en die daar met kracht op
durven te bouwen. Dat is geen idealisme; dat is realisme en een
geopolitieke noodzaak. Kan de premier duidelijk maken hoe hij hiernaar
kijkt? Handhaven wij dit internationaal recht? Is dat onderdeel van
hetgeen waar we als Europa op moeten bouwen? Want het was gênant om weer
te zien hoe 27 verschillende vingers omhooggingen, totaal verdeeld. Het
leek in dat opzicht enigszins op de coalitie. Spanje staat pal voor het
internationaal recht en ook Frankrijk en Italië waren duidelijk, maar
Duitsland ging totaal de andere kant op. Snapt de minister-president dat
als we als Europa niet met één stem spreken, we ook weinig in te brengen
hebben? Hoe gaat het kabinet samen met alle Europese partners actief
diplomatiek initiatief nemen om samen te werken met landen in de regio
om de-escalatie te bevorderen? De Irandeal uit 2017, waar Trump zich uit
terugtrok, zorgde voor een mogelijke opening. Ook nu werd er geschetst
dat er afspraken dichtbij waren. Kan de premier daarop
reflecteren?
Voorzitter. Bij de repatriëring van Europese burgers uit
conflictgebieden volgt elke lidstaat een eigen weg. Er is geen
gecoördineerde Europese aanpak. Kan het kabinet aangeven wat Nederland
doet om samen met Europese partners een gezamenlijk
repatriëringsmechanisme op te zetten, zodat Europese burgers in
crisissituaties sneller en veiliger teruggehaald kunnen worden?
Voorzitter, tot slot. Verdeeld zullen we altijd reactieve toeschouwers
blijven, maar door als de verenigde staten van Europa op te treden,
kunnen we elke wereldwijde crisis het hoofd bieden en opkomen voor het
internationaal recht, om niet in de wet van de jungle terecht te komen,
vooral niet richting het Iraanse volk. Om met de woorden van Mossadeq af
te sluiten: als we het stil verzwijgen, dan zondigen we.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan de heer Bontenbal voor zijn
inbreng namens de fractie van het CDA.
De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter. De Iraanse burgers hebben hier niet voor gekozen, niet voor
een meedogenloos regime, en ook niet voor een oorlog met een onzekere
afloop. Toch zijn het opnieuw de Iraanse burgers die de hoogste prijs
betalen. Het Iraanse regime is een regime van onderdrukking en terreur.
Het steunt terreur in de regio, levert wapens aan Rusland voor de oorlog
tegen Oekraïne en werkt aan de ontwikkeling van kernwapens. De wereld
zou beter af zijn zonder dit regime. Maar dat betekent nog niet dat elke
militaire stap tegen dit regime automatisch verstandig, houdbaar of
rechtmatig is. Mijn vraag aan het kabinet is daarom om snel in
EU-verband het gesprek aan te gaan met de Verenigde Staten over drie
zaken. Ten eerste: wat is het perspectief voor de Iraanse bevolking? Ten
tweede: wat zijn de doelstellingen van deze operatie? Ten derde: wat is
de exitstrategie?
Voorzitter. Daarnaast vraag ik het kabinet hoe Nederland zich voorbereid
op de gevolgen van deze oorlog. Deze oorlog heeft grote consequenties
wereldwijd, ook consequenties die we vermoedelijk nu nog niet overzien.
Denk dan aan de betaalbaarheid en beschikbaarheid van energie, maar ook
aan de gevolgen van deze oorlog voor de oorlog in Oekraïne. Deze oorlog
maakt Rusland en China sterker. Wat zijn daarvan de gevolgen?
Voorzitter. In de Nederlandse Grondwet staat dat de regering de
ontwikkeling van de internationale rechtsorde moet bevorderen. Hoewel we
nu nog niet kunnen vaststellen of de aanval op Iran past binnen het
internationaal recht, kunnen we wel stellen dat die ermee schuurt.
Tegelijkertijd moeten we ook erkennen dat de situatie in Iran laat zien
dat de internationale rechtsorde niet goed functioneert. Veto's
verlammen de Veiligheidsraad. Internationale instituties lopen vast in
geopolitieke blokkades. Juist daarom mag onze reactie niet blijven
steken in symboolpolitiek, want passiviteit is geen goede
strategie.
Voorzitter. Zoals president Stubb van Finland vorige week in India al
terecht zei, is de tijd van een overwegend door het Westen gedomineerde
wereldorde voorbij. Dat kan bij ons in het Westen leiden tot twee
verkeerde reflexen. De eerste is nostalgie naar de oude orde. De tweede
is doemdenken, alsof alles al verloren is. Van beide reflexen moeten we
wegblijven.
Voorzitter. Voor het CDA geldt: waarden zonder macht zijn leeg, maar
macht zonder moreel kompas is gevaarlijk. Het doel is daarom een
evenwicht te vinden tussen waarden en belangen, waarbij principes
voorrang krijgen, maar waarbij tegelijkertijd de grenzen van onze macht
worden erkend. Wij houden daarom vast aan democratie, vrijheid,
soevereiniteit, mensenrechten en internationaal recht. Tegelijkertijd
erkennen we dat de wereld niet perfect is en dat landen ook moeten
handelen vanuit belangen en machtsverhoudingen. Met andere woorden: een
politiek van op waarden gebaseerd realisme.
Dat betekent drie dingen. Eén. Dat betekent investeren in de
weerbaarheid van Europa, want de internationale rechtsorde kunnen we
niet verdedigen als we militair, economisch en technologisch te
afhankelijk zijn. Twee. Dat betekent het vormen van internationale
instellingen, zodat de stem van landen uit Afrika, Azië en
Latijns-Amerika daarin zwaarder meewegen. Drie. Dat betekent
internationaal samenwerken met andere middenmachten, zoals onder anderen
Carney die noemde, aan nieuwe regels en normen die stabiliteit bieden.
We horen graag een reflectie van de premier en de minister van
Buitenlandse Zaken hierop.
Voorzitter. We staan nu voor de keuze: een wereld van opportunistische
machtspolitiek, waar slechts het recht van de sterkste geldt, of een
waardegebaseerd realisme, waarbij moraal en macht de internationale
politiek bepalen. Dit is voor het CDA de richting die we moeten inslaan:
principieel zonder naïef te zijn, realistisch zonder cynisch te worden.
Dank u wel.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dank. Een genuanceerd betoog van de heer Bontenbal. Dat is fijn om te
horen hier in de zaal. Ik heb een vraag over militaire en politieke
steun aan de offensieve activiteiten van de Verenigde Staten en Israël:
is de heer Bontenbal het met mij eens dat het kabinet daar op geen
enkele wijze toezeggingen over moet doen?
De heer Bontenbal (CDA):
Op basis van de informatie die we nu hebben, lijkt me dat niet
verstandig. Maar ik denk dat je nooit kunt uitsluiten dat er in de
toekomst nieuwe informatie komt of dat er nieuwe politieke
omstandigheden zijn. Maar dan moeten we dat op dat moment wegen, op
basis van die informatie. Het kabinet geeft er nu geen steun aan. Dat
lijkt me ook terecht.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Heel goed dat dat nu niet gebeurt. Situaties kunnen altijd wijzigen,
maar er is hier wel sprake van een illegale oorlog. Ik wil niet dat
Nederland hierin gerommeld wordt. Dat hebben we eerder gezien in Irak.
Ik vraag dus wel een iets stevigere uitspraak over deze aanval op Iran,
namelijk dat het volstrekt helder is dat Nederland nooit betrokken kan
raken bij de militaire activiteiten van de VS en Israël.
De heer Bontenbal (CDA):
Maar dat kun je alleen maar doen op basis van wat je nu weet, op basis
van de situatie zoals die nu is. De regering zegt: wij steunen dat niet,
ook niet militair nu. Dat lijkt me een heel terechte keuze. De
terminologie van "in een oorlog worden gerommeld" suggereert dat wij er
zelf niet bij zijn. U heeft een aantal keren uit het rapport van Davids
geciteerd. Ik mag hopen dat wij in dit parlement wel degelijk lessen
hebben geleerd. Het feit dat wij dit debat hebben, dat u deze punten
opbrengt en dat anderen deze punten opbrengen, laat wel zien dat dit
onderdeel is van het debat. Misschien waren we daar eerder makkelijker
over geweest. Het feit dat wij het nu al hebben over het rapport-Davids,
laat zien dat wij ook wel iets geleerd hebben van die tijd.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik noemde het "erin rommelen". Het is niet zozeer dat ik vind
dat het kabinet zich zo opstelt, maar het is wel een verwijzing naar hoe
het toen is gegaan. Daarom vind ik dat we daar vrij stevig in moeten
zijn. Het is niet dat er toen niet werd gedebatteerd in de Tweede Kamer.
Toen waren er ook debatten zoals dit. Die gingen ongeveer volgens
hetzelfde stramien als nu het geval is: je bent voor of je bent tegen
een invasie. Daarom vind ik het zo belangrijk om toch … Ik begrijp u: je
weet nooit hoe de toekomst zal lopen. Er kan van alles gebeuren. Maar
ten aanzien van deze oorlog die door Donald Trump gestart is, zoek ik
naar de stevigste bewoordingen, om duidelijk te maken dat wij hier nooit
bij betrokken willen raken.
De heer Bontenbal (CDA):
Nee, we willen er niet bij betrokken worden op de manier zoals we nu
zien dat die oorlog loopt. Wij kunnen ook niet in de toekomst kijken. U
zegt zelf ook dat je daar genuanceerd over moet zijn. Dus "nooit" is een
belofte die ik hier niet zomaar kan waarmaken. Ik weet niet hoe die
oorlog zich ontwikkelt. Maar ik zie nu geen reden voor het kabinet om
daar steun aan te verlenen.
De heer Wilders (PVV):
Het spijt me, maar ik erger me steeds meer aan die non-opmerkingen. De
collega had het over moreel en macht. Hoe krijgt u het uit uw keel?
Moreel en macht: wat hebben moreel en macht te maken met wat het Iraanse
regime doet? Het ophangen van homo's aan hijskranen omdat ze homo zijn.
Het verkrachten en executeren van vrouwen met een hoofddoek die op
straat zeggen dat ze hun hoofddoek willen afwerpen. Die hangen gewoon
aan de galg in de Evin-gevangenis in Teheran. Dat zijn de consequenties.
Moreel en macht: wat is er voor moreel en macht aan dat het land
raketten met weet ik wat voor lading ontwikkelt, van de Shahab-3 tot
noem maar op, om Europa en Israël van de kaart te vegen? Het heeft ook
die intentie. Ze hebben de capability. Ze kúnnen het doen, maar ze
hebben ook de intentie om het te doen. Wat heeft het met moraal en macht
te maken dat het regime de islamitische jihad, Hezbollah en weet ik wie
allemaal steunt? Dat zijn terreurorganisaties. Hoe haalt u het in uw
hoofd om hier over terreur en macht te praten als u de kant kiest van
diegenen die die terreur en macht alleen maar misbruiken tegen hun
bevolking en tegen ons?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik werp het ver, zeer ver van me dat u mij dit in de schoenen schuift.
Het Iraanse regime vind ik net zo verschrikkelijk als u. Ik heb ook
gelezen over alle daden die u net beschreef. Ik zou daaraan willen
toevoegen: al die studentes die de afgelopen tijd hebben geprotesteerd
en die door het Iraanse regime zijn vermoord. Ik werp dat dus verre van
mij. Ik vind het Iraanse regime net zo verwerpelijk als u. Mijn verhaal
gaat over wat je als land, als Europa moet doen in deze internationale
politiek. Dan gaat het wel degelijk over moraal en macht. Als je alleen
met moraal bezig bent, maar niet de macht hebt om de standpunten die je
hebt voor elkaar te krijgen, kun je niet effectief zijn. Daarom ben ik
ook geen fan van de Spaanse premier, die wel begint over internationaal
recht, maar al een tijdje weigert te investeren in defensie. Dat laat
zien dat moraal en macht wel degelijk moeten samengaan.
Macht zonder moraal wordt willekeurig; dat is ook niet wat we willen. Ik
voer hier een discussie waar andere premiers ook mee bezig zijn, zoals
Mark Carney van Canada en Alexander Stubb. Het is een grote discussie
die op dit moment plaatsvindt: hoe moet Europa zich in de internationale
politiek verhouden? Dat is een debat dat wij hier moeten voeren. U
verwijt mij dat ik het over moraal en macht heb. Ik voer hier mede een
discussie over hoe wij ons als Nederland en Europa moeten opstellen in
de internationale politiek, en ik geef mijn uitgangspunten. Daar wil ik
aan toevoegen: je kunt onderscheid maken tussen gezindheidsethiek en
verantwoordelijkheidsethiek, waarbij je bij verantwoordelijkheidsethiek
ook kijkt naar de gevolgen van je daden. Ik denk dat dat hoort bij op
waarden gebaseerd realisme: als je ergens wilt ingrijpen, moet je ook
bedenken wat de gevolgen daarvan zijn en moet je al die gevolgen ook
meewegen. Dat is wat ik zo zorgvuldig mogelijk probeerde te doen. Maar
ik keur alles wat het Iraanse regime heeft gedaan nog steeds ten zeerste
af. We hebben het nog niet gehad over de nucleaire dreiging, maar ik
denk dat dat een van de belangrijkste punten is die hier ook nog benoemd
moet worden.
De heer Wilders (PVV):
Een lang antwoord; dank daarvoor, maar de vraag blijft staan. Laat ik
die anders formuleren: wat heeft het Iraanse volk aan uw verhaal; wat
hebben zij daaraan? In hoeverre hebben de mensen die nu al de klos zijn,
of dreigen te worden geëxecuteerd of opgehangen, of wat dan ook, de
mensen die onvrij zijn en vrijheid willen, hier iets aan? Dan heb ik het
even niet over de proxy's, de ballistische raketten en de nucleaire
dreiging of andere dreigingen van dat land. Wat hebben die mensen
hieraan? Bent u weleens in Iran geweest?
De voorzitter:
Meneer Bontenbal, korter dan zojuist.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik snap dat u dat zegt, voorzitter, maar ik vind ook dat als het over
waarden, macht en moraal gaat bij een debat over dit soort belangrijke
dingen, we daar best wel even over mogen doorpraten.
De voorzitter:
Zeker. Daarom maximeer ik interrupties ook niet, en is er alle ruimte,
maar het kan nog steeds compact en treffend.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik doe een poging. Dat is natuurlijk een terechte vraag: wat heeft de
Iraniër aan uw verhaal? Dat geldt voor alle verhalen die hier gehouden
worden, ook de verhalen die heel stevig zijn en afkeuring laten blijken
van dit regime. Ook daarbij kan die vraag gesteld worden: wat heeft de
Iraniër aan uw verhaal? Een verhaal over internationale politiek raakt
de Iraniër wel degelijk. Ethiek speelt hier wel degelijk een heel
belangrijke rol. Dan kom ik toch bij de gevolgenethiek. Je zult je als
land, als Europa, als Verenigde Staten, als Israël de vraag moeten
stellen wat het resultaat van je handelen is. Daar zit een morele
overweging in. Als je het bekijkt vanuit verantwoordelijkheidsethiek,
dus vanuit wat de gewone Iraniër eraan heeft, dan is de vraag of dit een
verstandige aanval is een hele legitieme vraag om te stellen, juist ook
in het licht van de Iraniër. Dan kom ik ook terug op een punt dat ik
eerder heb gemaakt: wat is het doel van deze aanval? Dat is nog steeds
niet duidelijk. Is dat een regime change? Dat lijkt mij best wel
ingewikkeld. Ik zou zelf zeggen: als je een rechtvaardiging zoekt voor
deze aanval, zit die in de opbouw van kernkoppen, die Iran in staat
stellen een ontwrichtende werking te hebben in het Midden-Oosten en de
dreiging die het land richting Israël heeft waar te maken. We hebben het
steeds over de rechtvaardiging in het internationaal recht om aan te
vallen. Een van die dingen is acute dreiging. Daar valt dit niet onder,
maar daar zou best een gesprek over mogen plaatsvinden. Als een land als
Iran binnen drie weken in staat zou zijn om kernkoppen te maken, is dat
dan een vorm van acute dreiging? Daarom zult u mij ook niet keihard
horen zeggen: dit is tegen het internationaal recht. De acute dreiging
vanuit die kernwapens, die Iran wel degelijk heeft, vind ik namelijk
zeer zorgwekkend. Die wordt, denk ik, te makkelijk weggewuifd door
sommigen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
Voor landen in de regio, bijvoorbeeld voor Israël, is die acute dreiging
van Iran er iedere dag, want ze steunen hun proxy's misschien niet met
nucleaire middelen, maar wel met wapens, bommen, granaten, raketten, met
alles wat ze maar hebben. Er is dus zeker voor Israël wel degelijk een
acute dreiging door wat Iran doet. Die is nu wel minder, wat je er ook
van vindt. Het land heeft geen luchtmacht meer. Raketten raken langzaam
op; die hebben ze ook niet morgen erbij. Het leidt dus wel degelijk
ergens toe.
Maar nog één keer over die bevolking. Ik zal het kort houden,
voorzitter. Ik ben er wel geweest. Ik ben er drie keer geweest, lang
geleden al, toen ik nog kon. Toen al zeiden die mensen tegen mij, en dan
praat ik over 20, 25 jaar geleden: "Wanneer gebeurt er iets? Al dat
geklets, maar er verandert niets. Er verandert niets. Wij zijn onvrij."
Ik heb de Joodse gemeenschap in Isfahan opgezocht, die ik in angst in
achterzaaltjes moest zien. In Teheran heb ik de mensen ontmoet die bang
waren om hun mening te geven om niet gearresteerd te worden. We zijn nu
20, 25 jaar later en er is niets veranderd. Dat is de achtergrond van
mijn verhaal. U heeft gelijk: ik weet ook niet wat uiteindelijk de
doelstellingen zijn van de twee landen die dat nu doen. Ik hoop maar dat
ze er beter over hebben nagedacht dan nu lijkt. Maar snapt u dat niets
doen voor die mensen het ergste is wat er is? We praten over
internationaal recht, sancties hier en sancties daar en dual
containment. Wat hebben we allemaal langs zien komen de afgelopen 20, 25
jaar? We moeten ook wat voor die bevolking doen. Alleen maar zeggen dat
alles fout is, helpt ze niet.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat ben ik ook met u eens. Alleen, bij elke actie die je onderneemt, zul
je de vraag moeten stellen of het resultaat van je handelen
daadwerkelijk de situatie van de Iraniërs verbetert. Dat is denken
vanuit gevolgenethiek. Als je zo denkt, wil het niet zeggen dat elke
aanval tot een verbetering leidt van het lot van de Iraniërs. We hebben
het nu over consequenties. Wat zijn de consequenties van deze aanval
voor het lot van de groepen die u beschrijft? Hebben we dat
inzichtelijk? Wordt hun lot nu daadwerkelijk beter? Maar er zijn ook
andere gevolgen. Ik lees dat Iran mijnen aan het leggen is in de Straat
van Hormuz. Ik weet dat het raketarsenaal van de Verenigde Staten nu een
stuk kleiner is, waardoor ze minder in staat zijn de bedreiging van
China van zich af te keren. Ik weet dat Rusland op dit moment extra
olie-inkomsten heeft, waardoor het de oorlog in Oekraïne beter kan
financieren. De Verenigde Staten hebben steeds gezegd: wij willen graag
onze Patriots enzovoorts bewaren, want we willen ons ook kunnen
verdedigen ten opzichte van China. In een aantal weken wordt een heel
deel van die voorraad weggeschoten, maar die andere dreiging was de
reden waarom ze die niet aan Oekraïne gaven. Je moet toch vanuit een
verantwoordelijkheidsethiek bedenken welke gevolgen je acties hebben?
Daarmee zeg ik: niet elke actie is dan goed. U zegt: niets doen is geen
optie. Nou ja, je zult moeten afwegen wat het resultaat van je handelen
is. De morele veroordeling die u heeft over het Iraanse regime, heb ik
ook. Het is een gruwelijk regime. Wat zij doen, is verschrikkelijk. Wat
die bevolking al decennia meemaakt, is ook verschrikkelijk.
Mevrouw Dobbe (SP):
De heer Bontenbal noemde het woord "symboolpolitiek" in zijn betoog.
Daar zou ik toch op door willen gaan. Dit is relevant voor dit debat,
hoor, voorzitter, dus als u mij wilt toestaan. Voor dit debat was ik bij
een presentatie van een rapport van de CAVV en de AIV over geweld tegen
hulpverleners, dat wereldwijd toeneemt. Daar stond de directeur van het
Rode Kruis. Die vertelde dat hij in de afgelopen periode 31 ambulances
heeft verloren met mensen erin, omdat hulpverleners door statelijke
actoren tot doelwit worden gemaakt in oorlogssituaties. Dat rapport was
heel duidelijk: door het niet consequent veroordelen van oorlogsmisdaden
en doordat dit straffeloos kan gebeuren, worden dit soort
oorlogsmisdaden doorgezet en ingezet als bewuste actie.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Volgens mij zien we dat hier ook. Dit is een heel reëel gevolg van het
niet veroordelen en het niet consequent toepassen van het internationaal
recht. Mijn vraag is dus: als de heer Bontenbal het heeft over
symboolpolitiek, bedoelt hij dan ook dat het veroordelen van
oorlogsmisdaden, zoals nu ook de illegale aanval van de VS en Israël,
symboolpolitiek zou zijn?
De heer Bontenbal (CDA):
Volgens mij heb ik dat niet gezegd. Wat ik daarmee bedoel, is dat we
onder andere als Europa vaak wel heel goed zijn geweest in de taal van
het internationaal recht, maar dat niet vergezeld hebben laten gaan van
daadwerkelijke inspanningen om de internationale rechtsorde te
bevorderen. Als u het mij vraagt, gaat dat in die combinatie van moraal
en macht. Daarom stoort bijvoorbeeld zo'n Spaanse premier mij nogal. Als
je zegt dat we het internationaal recht moeten hooghouden en je vooraan
staat om met het internationaal recht in de hand anderen te veroordelen,
maar je zelf al jarenlang niet voldoende hebt geïnvesteerd in je
defensie, dan vind ik dat ook goedkoop. Het moet samengaan. Met
"symboolpolitiek" bedoel ik woorden die hol klinken, maar die niet
daadwerkelijk tot daden leiden. Ik heb in mijn betoog een aantal dingen
geschetst ten aanzien van hoe ik denk dat je de internationale
rechtsorde kunt versterken, wat overigens ook een artikel in onze
Grondwet is. Ik heb een aantal dingen genoemd, zoals hoe je bepaalde
mondiale instituties inclusiever zou kunnen maken. Ik vind dat een
belangrijke discussie, die nu op gang komt door onder anderen de Finse
premier Alexander Stubb, maar ook door Mark Carney: hoe ga je dat
waardegedreven realisme in de internationale politiek verankeren?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel voor dit antwoord. Overigens zie ik de link tussen het
samengaan van het naleven van het internationaal recht en het bevorderen
van de internationale rechtsorde met een grote defensie zelf wat minder
sterk. Ik ben wel erg te spreken over de houding van de Spaanse premier
hierin. Met een aantal van de dingen die de heer Bontenbal zegt, ben ik
het natuurlijk wel helemaal eens, zoals dat de internationale rechtsorde
en de instituties die daarbij horen, versterkt moeten worden. Maar de
vraag was natuurlijk iets anders. Het gaat om het volgende. Op het
moment dat je ziet dat de Verenigde Staten en Israël een aanval doen op
een land die in strijd is met het internationaal recht, ongeacht of daar
een barbaars regime zit — het gaat erom dat die aanval in strijd is met
het internationaal recht — dan is het belangrijk om die aanval te
veroordelen, zodat je niet laat zien dat het ene land wel de rechtsorde
moet handhaven en het andere land niet. Bent u ...
De heer Bontenbal (CDA):
Ik snap uw punt ook wel, hoor.
Mevrouw Dobbe (SP):
... het daarmee eens?
De voorzitter:
De heer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Sorry, voorzitter. Ik heb zelf de woorden "het schuurt met het
internationaal recht" gebruikt. Dat doe ik bewust, omdat je dat formeel
gezien pas later kan vaststellen. Er zijn twee routes: de
VN-Veiligheidsraad en de acute dreiging. Het zou theoretisch kunnen dat
er bewijs wordt aangeleverd door deze landen dat er sprake is van een
acute dreiging. Het is een beetje een formalistisch antwoord. Daarom heb
ik het woord "schuren" gebruikt. Ik heb ook gezegd dat ik vind dat de
internationale rechtsorde niet functioneert. De situatie in Iran is in
die zin ook het falen van de internationale rechtsorde.
Dan kom ik bij mijn eerdere punt, namelijk de opbouw van kernwapens. Het
feit dat er 408 kilo verrijkt uranium kwijt is, vind ik heel risicovol.
Dat is 60% verrijkt uranium. Het is niet zo heel moeilijk om dat naar
90% te verrijken. Zoals ik de analyses lees, kan dat in een paar dagen
als je de machines hebt. In een paar weken kun je er een aantal
kernwapens van maken. Ik vind het ontzettend zorgelijk dat Iran dat in
het bezit zou hebben. Is dat een acute dreiging? Zegt u het maar! Ik
denk dat je dat volgens het huidige recht niet als een acute dreiging
kunt zien, maar het is levensgevaarlijk. Zouden we het internationaal
recht daar bijvoorbeeld dan niet ook op moeten aanpassen? Ik vind het
nogal zorgwekkend als Iran in het Midden-Oosten kernwapens heeft,
wetende dat Irans ideologie bijvoorbeeld is om Israël van de kaart te
vegen.
Laten we ook niet doen alsof Iran geen invloed heeft op de veiligheid in
Europa. Er worden ook mensen in Europa omgelegd door dat regime. We
weten van hybride oorlogsvoering. Ook dat is dus een feit dat we mee
moeten wegen: Iran is op dit moment ook voor Europa een
veiligheidsissue. Nu al keihard concluderen dat het tegen het
internationaal recht is, snap ik. Het is formalistisch als ik zeg dat je
dat nu nog niet kan doen. Daarom zeg ik dat het schuurt. Maar daar leg
ik ook die andere overweging bij, namelijk dat ik het doodeng vind dat
er mogelijk een kernwapenarsenaal wordt opgebouwd door Iran. Dan begrijp
ik dat daarop wordt ingegrepen.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, afrondend, kort.
Mevrouw Dobbe (SP):
De retoriek van de heer Bontenbol ... Sorry, ik moet niet "retoriek"
zeggen, maar het antwoord van de heer Bontenbal doet mij heel erg denken
aan een andere oorlog, namelijk die waarbij het bestaan van weapons of
mass destruction werd gebruikt om een illegale oorlog te voeren. Je zou
toch denken dat je daarvan hebt geleerd dat je eerst de bewijzen wilt
zien. Volgens mij heeft het Internationaal Atoomenergie Agentschap die
bewijzen ook niet kunnen leveren. Dat is toch onze onafhankelijke
waakhond als het gaat over de wereld en het bestaan van kernwapens. Maar
als die bewijzen er niet zijn, dan moet je geen illegale oorlog gaan
starten, en al helemaal niet een heel volk in onzekerheid en een hele
regio in oorlog storten. Daarom is mijn vraag de volgende. Je kan wel
zeggen dat we het achteraf gaan constateren — dan nemen we nog een jaar
of tien — maar zo werkt het natuurlijk ook niet. Op het moment dat je
schendingen ziet van het internationaal recht, wees dan ook moedig en
zeg: dit veroordelen we. Het heeft grote consequenties als we dat niet
doen.
De heer Bontenbal (CDA):
Mevrouw Dobbe zegt een aantal dingen. Ze nam het woord "retoriek" terug,
en daar ben ik blij mee, want ik probeer juist een zorgvuldig betoog te
houden dat niet in een van de extremen valt. Het is terecht dat u wijst
op het Internationaal Atoomenergie Agentschap. Ik zou zeggen dat het
onderdeel is van de internationale rechtsorde dat je onafhankelijk
toezicht toestaat. Het atoomagentschap zegt: wij kunnen niet hard
bewijzen dat ze op dit moment snel in staat zijn om kernwapens te
bouwen. Tegelijkertijd zegt dat atoomagentschap: maar we mogen niet
overal toezicht houden en, o ja, er is een deel kwijt. Dat is toch
levensgevaarlijk, een atoomagentschap dat zegt: we kunnen op basis van
wat we weten geen conclusie trekken, maar we mogen geen toezicht meer
houden? Dat is toch ook een duidelijk signaal? Er worden onder de grond
geen koekjesfabrieken gebouwd. 60% verrijkt uranium is niet voor
kernenergie of kerncentrales. Dat heeft maar één doel: van 60% naar 90%.
Je hebt 5% tot 10% verrijkt uranium nodig voor kernenergie. Van 60% naar
90% is het gewoon bedoeld om kernwapens te maken. Laten we niet naïef
zijn. Dat een atoomagentschap zegt dat het niet acuut bewezen kan
worden, snap ik. Maar het is doodeng dat ze van 60% naar 90% kunnen. En
dat er geen toezicht op is, dat is ook het falen van de internationale
rechtsorde.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik ben er ontzettend klaar mee dat als we zien dat de Verenigde Staten
of Israël misdaden plegen, er elke keer weer vanuit de Nederlandse
regering of politiek wegkijkende reacties of vaag en verhullend
taalgebruik komen. We zagen dat bij de inval in Irak, we zagen dat bij
de genocide in Gaza, en we zien dat ook nu. We zien een illegale aanval
op Iran, maar ook aanvallen op Libanon. We zien de berichten van
verschrikkelijke burgerslachtoffers die vallen terwijl een meisjesschool
in Iran gebombardeerd wordt. We zien de mensen in Libanon die verdreven
worden. Er wordt wittefosformunitie gebruikt. Aan alles zien we dat dit
niet deugt, dat dit een misdaad is, dat dit niet mag. Als we zien dat
het niet mag, als we zien dat het een misdaad is, waarom zeggen we dat
dan niet gewoon?
De heer Bontenbal (CDA):
Je mag niet selectief zijn in dat wegkijken. U heeft een punt als u
vraagt of we consequent zijn ten aanzien van wat er in Gaza gebeurt. U
weet dat mijn fractie de afgelopen jaren op dat punt is bewogen. Wij
zijn ons steeds steviger gaan uitlaten op basis van wat we daar zagen.
Wij kijken dus helemaal niet weg. Maar ik wil ook niet wegkijken voor
wat er in Iran gebeurt. Daar mogen wij ook niet van wegkijken. Het gaat
dus niet om wegkijken of selectief zijn. Ik hoorde net ook een discussie
in de zin van: aan welke kant schaar je je? Dus je zou óf aan de ene
kant óf aan de andere kant staan. Ik vind het goed als Nederland in
Europa juist een eigenstandige positie heeft. Het is niet zo dat we ons
niet willen uitspreken of dat we wegkijken.
Ik denk dat ik juist probeer een genuanceerde positie in te nemen,
waarbij ik alles meeweeg. Dat kunt u vaag vinden — de minister heeft het
een worsteling genoemd — maar ik vind het helemaal niet erg als politici
laten zien dat ze daarmee worstelen en meerdere belangen, meerdere
zienswijzen, meenemen. U had het over witte fosfor. Dat vind ik een
interessant punt. Witte fosfor mag je niet gebruiken in oorlogsvoering.
Er zijn twee uitzonderingen: als je het inzet voor rookgordijnen, heb ik
begrepen, en om troepen te demarqueren. Ik weet niet of het daarvoor
gebruikt is, maar als het daar niet voor gebruikt is, mag het niet
volgens het Verdrag chemische wapens. Als Israël dat wel doet, dan ben
ik bereid uit te spreken dat dat niet mag en dat dat dus veroordeeld
moet worden. Het is niet wegkijken, het is een genuanceerd verhaal
proberen te houden.
De heer Van Baarle (DENK):
Het is wél wegkijken. Iedereen in deze Tweede Kamer heeft woorden
uitgesproken om mensenrechtenschendingen in Iran te veroordelen.
Iedereen! Tegelijkertijd zie ik in deze Tweede Kamer heel veel politieke
partijen die schendingen van het internationaal recht van Israël en de
Verenigde Staten niet zo willen noemen. Als we het dan gewoon heel
concreet maken, dan wijs ik op die bommen die zijn gevallen op die
meisjesschool in Iran, waaraan hoogstwaarschijnlijk meer dan 160
kinderen overleden zijn. Maar ik noem ook de retoriek, zoals de heer
Bontenbal die zegt: we wachten maar even op het bewijs en of er
misschien signalen zijn over mogelijke wapens of een dreiging. Volgens
mij is het zo dat je moet bewijzen dat er een aanleiding is op het
moment dat je iets doet. Zolang het bewijs voor die aanleiding er niet
is, klopt het niet. Dan deugt wat je doet niet. Wat de heer Bontenbal
hiermee dus doet, is het zwakker maken van het internationaal recht, het
ondergraven van de principes waar hij zelf zo prat op gaat. Ik vraag hem
om dat gewoon niet te doen.
De heer Bontenbal (CDA):
Mijn betoog over internationaal recht was breder dan dat. Ik heb gezegd
dat de internationale rechtsorde bevorderd moet worden, maar dat die
tegelijkertijd ook faalt. In die complexe situatie zitten we nu. De
situatie in Iran is namelijk ook het resultaat van een gebrek aan het
handhaven van het internationaal recht. We zien daarin ook het falen van
de internationale rechtsorde. Dat maakt de situatie zo complex.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Zo complex hoeft het helemaal niet te zijn. Als de heer Bontenbal blijft
schermen — en nogmaals, we hebben allemaal woorden gesproken om de
mensenrechtenschendingen in Iran te veroordelen — met mogelijkheden, met
eventuele dreigingen die er zouden kunnen zijn, dan constateer ik dat
dat niet eens het begin is van keihard bewijs of een directe aanleiding
om een aanval zoals de aanval die Israël en de Verenigde Staten hebben
gepleegd, te kunnen legitimeren. Dan gebeurt er precies hetzelfde als er
is gebeurd met Irak. Dan gebeurt er precies hetzelfde wat we hebben
gezien bij de aanval, de genocide, op Gaza, bij de aanvallen op Libanon,
bij de aanvallen op Syrië. Schendingen van het internationaal recht door
Israël en de Verenigde Staten kunnen elke keer weer plaatsvinden omdat
de Nederlandse regering, het CDA en andere politieke partijen, wegkijken
en wegpoetsen. Dat moeten we niet doen.
De heer Bontenbal (CDA):
Deze conclusie had de heer Van Baarle al getrokken voordat hij de vraag
stelde. Dan leg ik hem ook voor wat ik eerder in mijn betoog zei: de
opbouw van nucleaire wapens zou toch minstens meegewogen moeten worden
in het oordeel dat hij hierover velt? Je wil een Iran dat er
overduidelijk op uit is om Israël van de kaart te vegen, een Iran dat in
het Midden-Oosten destabiliserend werkt, een Iran dat ook in Europa voor
onveiligheid zorgt, niet helpen aan kernwapens. Het is toch logisch en
begrijpelijk dat dit argument ook wordt meegewogen?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De heer Bontenbal houdt een genuanceerd betoog. Waar ik moeite mee heb,
is dat de heer Bontenbal zijn eigen kaders aan het optuigen is, een
gevolgenethiek. Hij vroeg zich zelfs af: maar er is toch misschien wel
sprake van een directe dreiging? Vanuit de VS en Israël gaat ook een
directe dreiging uit. Dat hebben we gezien met de aanval op Iran. Dan
horen we het kabinet zeggen: we hebben er wel begrip voor. Is de heer
Bontenbal het met mij eens dat als je je niet gewoon heel helder
uitspreekt, je het risico loopt dat je meegaat in het ondermijnen van
het internationaal recht? Er is namelijk gewoon geen mandaat, ook geen
VN-mandaat, voor deze aanval. Is dat punt dan niet genoeg voor de heer
Bontenbal om te zeggen "dit is in strijd met het internationaal recht,
dus we zouden dit steviger moeten veroordelen"?
De heer Bontenbal (CDA):
Nu ben ik bang dat ik mezelf ga herhalen. Ik heb nu al een aantal keer
iets gezegd over het internationaal recht. Uw vraag ligt in het
verlengde van vorige vragen. Ik denk niet dat ik nu eigen kaders aan het
neerleggen ben. Ik refereer aan een discussie over internationale
politiek die op dit moment gaande is. Ik noemde premier Mark Carney, de
Canadese premier, en Alexander Stubb. Het gaat over de vraag hoe
Nederland en Europa zich handhaven de komende tijd, binnen de context
van een wereldorde die verdwenen is. Het lijkt mij juist heel verstandig
dat we daar dieper over nadenken dan we gedaan hebben. Mijn voorstel is
om dat waardengebaseerde realisme waarover zij spreken, dieper te
doordenken en bijvoorbeeld onderdeel maken van ons buitenlandbeleid.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het is natuurlijk altijd goed om dieper door te denken, maar we moeten
niet bij het grofvuil zetten wat we al hebben. Dat is namelijk het
internationaal recht en het VN-Handvest. Dat is gewoon klip-en-klaar
over dat je niet zomaar een land mag bombarderen zonder dat daar een
mandaat voor is. Als Nederland dan, zonder zich heel helder uit te
spreken, wel instemt met er een fregat naartoe sturen, zie ik daar het
risico in dat wij, met de VS en Israël, toch onbedoeld nauwer betrokken
raken bij die oorlog. Mijn vraag is: ziet het CDA ook het risico dat als
wij ons als Nederland niet helder uitspreken en als wij die acties van
de VS en Israël niet veroordelen, wij onbedoeld betrokken kunnen
raken?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zou het dan iets anders willen formuleren. Ik zie wel het risico dat
je, doordat het mogelijk wat kleinere stappen zijn, stap voor stap
onderdeel van een conflict wordt en dat je achteraf zegt: hier hebben we
niet goed over nagedacht. Dat risico zie ik, maar daarom denk ik juist
dat dit soort debatten goed zijn. Daarom denk ik dat als er een mandaat
gegeven wordt om de Evertsen uit te sturen, het goed is dat dat een
afgebakend mandaat is, dat daarover een Kamerdebat plaatsvindt en dat
het kabinet zegt: op het moment dat we dat mandaat verbreden, komen we
opnieuw bij u terug. Daarmee voorkom je, denk ik, dat je, zoals de heer
Klaver zei, "erin gerommeld wordt". We moeten dit dus regelmatig met
elkaar bespreken.
Dan dat mandaat. Het klopt dat je dat mandaat in de internationale
rechtsorde kunt ophalen bij de VN-Veiligheidsraad. Maar laten we eerlijk
zijn: dat instituut is toch ook lam? Zolang Rusland en China in die
Veiligheidsraad zitten en een veto hebben, gaat er nooit ook maar één
opdracht komen om nog maar iets te doen. We moeten dus constateren dat
die instellingen die zo belangrijk zijn in die zin ook lam zijn. Daarmee
zeg ik niet dat het allemaal waardeloos is. Nee, ik zou die
internationale rechtsorde willen versterken. Maar hoe dan? Daarvoor
probeer ik een aantal aanzetten te geven. Daarmee heb ik het niet
uitgedacht, maar het is niet het weggooien van de internationale
rechtsorde. Sterker nog, in onze Grondwet staat dat we die moeten
bevorderen. De vraag is: hoe doen we dat in een wereldorde die gekanteld
is?
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Afrondend, voorzitter. Het is natuurlijk veel te makkelijk om te zeggen:
het is lam, dus we hoeven ons er niks van aan te trekken, en we gaan dit
gewoon accepteren en begrip tonen voor de aanvallen die worden gepleegd.
Dat is de omgekeerde wereld. Dat is wat de heer Bontenbal nu doet. Hij
gaat eerst zelf vragen stellen, zo van "nou, misschien is er wel een
dreiging en misschien is het wel volgens het mandaat", in plaats van van
tevoren met landen te bezien wat er mogelijk is binnen het
internationaal recht. Kunnen we inderdaad het regime voor het
International Strafhof brengen? Kunnen we dat versnellen? Dát is
handelen in lijn met het internationaal recht. Maar wat de heer
Bontenbal nu doet, is de omgekeerde wereld. Hij toont begrip voor een
aanval en zegt achteraf: die internationale rechtsorde is toch een
beetje wankel, dus daar hoeven we ons dan op dit moment toch niet zoveel
van aan te trekken.
De heer Bontenbal (CDA):
Begrip is geen steun. Ik kies mijn woorden zorgvuldig. Ik zeg niet dat
ik deze aanval steun. Ik zeg dat ik er begrip voor heb. Dat vind ik echt
net wat anders. Dat begrip komt onder andere voort uit de nucleaire
dreiging die ik zie. Ik denk dat op dit moment de internationale
rechtsorde daar geen goed antwoord op heeft, maar ik zie die dreiging
wel en ik zie hoe gevaarlijk het zou zijn als Iran kernwapens zou
hebben. Die overweging neem ik dus ook mee. Dat er daarmee een
worsteling in mijn verhaal zit, klopt. Dat geef ik ook direct toe.
De voorzitter:
Ik wil de leden nogmaals vragen om de vragen, opmerkingen en antwoorden
kort en bondig te houden. Dit debat staat gepland tot 17.00 uur en
vanavond is er nog debat met de minister-president over de Europese
top.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
We wensen de minister-president sterkte toe vandaag.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is de volgende. Het is ingewikkelde materie, maar het
internationaal recht zegt niet dat je pas een oorlog kan voeren als de
Veiligheidsraad daarmee instemt. Als er namelijk sprake is van een
imminente dreiging, kan je wel degelijk ingrijpen. Dat is wat er aan de
orde is. Ik denk dus zelf dat als er vanuit Iran een imminente dreiging
zou zijn, je mag ingrijpen. Dat was de hele basis waarop de Irakoorlog
was gebouwd. Dat bleek niet waar te zijn, maar dat was wel de basis.
Welke imminente dreiging is er nu die deze oorlog rechtvaardigt?
De heer Bontenbal (CDA):
Dat is dezelfde discussie als in een eerdere interruptie. Als je het
formeel, volgens de huidige maatstaven bekijkt, zoals dat gedefinieerd
is, dan moeten de raketten feitelijk al opgesteld staan, de kernkoppen
er al op zitten, en moeten ze binnen een paar uur afgeschoten kunnen
worden, voordat er sprake is van een imminente dreiging. Mijn vraag is
of we het met elkaar niet begrijpelijk vinden dat je een nucleair
arsenaal aanpakt waaraan gebouwd wordt en dat nog drie weken nodig heeft
om geproduceerd te worden. Als CDA hebben we wel begrip getoond voor de
eerdere Israëlische aanval op die faciliteiten, op die installaties
daar, want ik vind het levensgevaarlijk wat daar gebeurt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
We moeten oppassen dat we niet op een soort glijbaan terechtkomen. Waar
komt die termijn van drie weken vandaan? Uit welke inlichtingenbronnen
blijkt dit? Waar wordt gezegd dat binnen drie weken Iran zo ver zou
kunnen zijn dat ze een nucleaire bom hebben die ze zouden kunnen afvuren
op onze bondgenoten?
De heer Bontenbal (CDA):
Dat is gebaseerd op de stukken en alle artikelen die ik de afgelopen
dagen heb gelezen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dan zou ik willen weten welke dat zijn.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, dat kan ik wel voor u opzoeken, maar ik heb dat niet voor nu
opgeschreven. Ik heb mijn voorbereidingen gedaan, en heb geprobeerd veel
hierover te lezen. Dat is wat ik ervan weet. Ik kan ernaast zitten, dan
laat ik me corrigeren, maar dat is in ieder geval de informatie die ik
heb en waarmee ik me heb voorbereid op dit debat.
De voorzitter:
Dat kan in tweede termijn. Afrondend, meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, tot slot. Dit is overigens geen verwijt aan de heer
Bontenbal, maar dit bedoel ik als ik zeg: laten we oppassen dat we er
niet in worden gerommeld. Als het om het internationaal recht gaat,
moeten we daar volstrekt helder in zijn. Het zijn juist de Amerikaanse
inlichtingendiensten zelf die aangeven dat er op dit moment geen
imminente dreiging van uitgaat. Er zijn wel risico's; die zie ik ook. Ik
vind het trouwens ook een heel groot risico dat een man met een
baseballcap vanaf een golfresort in Florida bepaalt met wie hij op welk
moment van de dag oorlog wil voeren. Dat vind ik ook een risico, maar
dat is geen grond om de VS binnen te vallen. Volgens mij moeten we dus
heel helder zijn over wat hier gebeurt. Tot slot. Ik vind het woord
"begrip" echt verkeerd gekozen. Ik denk echt dat het een fout is van dit
kabinet. Het internationaal recht werkt namelijk niet zo dat je kan
zeggen: u begint die oorlog, en achteraf kunt u aangeven waarom u dat
heeft gedaan. Op dit moment is er geen imminente dreiging die deze
oorlog rechtvaardigt. Dat kan maar één reactie van dit kabinet, en van
ons hier in de Kamer, betekenen: hier is geen legitimatie voor, dit is
een illegale oorlog; dit had u niet moeten doen.
De heer Bontenbal (CDA):
Formeel gezien, en dan herhaal ik mezelf weer, kunnen er door deze
landen feiten worden aangedragen die die aanval rechtvaardigen. Dat kan
nog steeds. Daarom heb ik tegelijkertijd gezegd dat dit een
formalistisch antwoord is, want het schuurt met het internationaal
recht. Dat zeg ik niet voor niks. Maar ik denk dat we heel voorzichtig
moeten zijn met het doen van stevige uitspraken als we nog niet alles
weten. Daarom heb ik deze positie gekozen. Ik gebruik ook niet het woord
"steun". Dat heeft het kabinet overigens ook niet gebruikt. Ik gebruik
dat woord heel bewust niet.
De heer Dassen (Volt):
De heer Bontenbal eindigt net met te zeggen: we moeten geen stevige
uitspraken doen als we niet alles weten. Ik vind het best wel een
stevige uitspraak om te zeggen dat er binnen drie weken een reële
dreiging met nucleaire wapens is. Ik heb mijn huiswerk ook proberen te
doen en heb juist hele andere zaken gelezen, namelijk dat het land daar
mogelijk niet toe in staat was. Ik heb ook gelezen dat de
onderhandelaars hebben gezegd dat er bijna een deal was. Dus is dat dan
niet ook een uitspraak die wellicht iets te stevig is voor dit debat,
juist ook omdat de Verenigde Staten tot op heden tientallen aanleidingen
— en niet één, zoals de heer Bontenbal nu doet — hebben genoemd om
binnen te vallen?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik hoop dat ik me eerder in het debat zorgvuldiger heb uitgedrukt dan
dat. Zo niet, dan moet ik dat doen. Volgens mij heb ik gezegd: áls Iran
in staat is om binnen een aantal weken kernwapens te produceren, is dat
dan een voldoende grond om het land aan te vallen? Ik heb inderdaad
stukken gelezen waarin gezegd wordt dat het een kwestie van weken zou
kunnen zijn als al die faciliteiten draaien. Maar als ik betere
informatie heb, dan pas ik uiteraard mijn positie aan. Dat maakt dit
punt denk ik niet anders, namelijk het verschil tussen de imminente
dreiging, waar de heer Klaver ook over begon, en het feit dat er een
nucleair programma is dat in de toekomst, ongeacht of dat dagen, weken
of maanden zijn, wel de hele regio kan destabiliseren. Kan dat dan ook
een grond zijn om begrip te tonen voor die aanval? Daarvan heb ik
gezegd: ja.
De heer Dassen (Volt):
Nog geen jaar geleden was er ook een inval, waarbij Trump zei dat deze
nucleaire faciliteiten "obliterated" zouden zijn. Ze zouden weggevaagd
zijn. Blijkbaar beschikt de heer Bontenbal nu over informatie dat dit
niet klopt. Is het niet zo dat juist de deal waarover ze nu aan het
spreken waren, ervoor moest zorgen dat dit niet zou gaan gebeuren? Is
het niet zo dat door het kiezen voor deze illegale inval die hele deal
van tafel is?
De heer Bontenbal (CDA):
Liever had ik gehad dat het via de diplomatieke weg en via dit soort
overeenkomsten was gebeurd. Maar nogmaals, ik heb niet alle informatie,
ik heb niet alle intelligence-informatie die mogelijk Israël of de
Verenigde Staten wel hebben. Die zullen zij dan ook naar voren moeten
brengen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
De informatie die ik kreeg vanuit de onderhandelaars, is dat ze bezig
waren met een deal die verder ging dan de Irandeal uit 2017. De dag
voordat er gebombardeerd werd, zeiden de onderhandelaars dat Iran bereid
was om meer concessies te doen. Dat is dan toch de weg om te voorkomen
dat dit gebeurt? Dat is dan toch de diplomatieke inspanning waar dit
kabinet en waar Europa zich volledig achter had moeten scharen? Op het
moment dat de Verenigde Staten er samen met Israël voor kiezen om te
zeggen "de onderhandelingen waar we mee bezig zijn, gooien we van tafel
en we beginnen een oorlog zonder duidelijke reden", moeten wij ons daar
toch ook als Nederland en als Europa over uitspreken dat dit niet de weg
is, dat dit tegen het internationaal recht ingaat? Ik zou de heer
Bontenbal toch willen uitdagen om als hij zich erin verdiept heeft, zich
ook iets verder daarin te verdiepen.
De heer Bontenbal (CDA):
Een van de eerste reacties die ik heb gegeven op de aanval, was ook die
van de-escalatie en de diplomatieke route. Het lijkt nu alsof ik moet
verdedigen waarom de Verenigde Staten deze aanval doen. Ik ben
parlementariër in de Tweede Kamer en controleer dit kabinet. Dit kabinet
is niet het kabinet van een land dat die aanval heeft gedaan. Wij moeten
ons ertoe verhouden in de internationale politieke betrekkingen. Ik
controleer het kabinet. Dat zijn natuurlijk de verhoudingen hier. Maar
het lijkt nu net alsof ik moet verdedigen waarom de Verenigde Staten
Iran hebben aangevallen. Dat is natuurlijk niet hoe de verhoudingen hier
zijn.
De voorzitter:
Meneer Klaver.
De heer Dassen (Volt):
Dit is nog geen begin van …
De voorzitter:
Meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
We hebben dit debat omdat u zegt er begrip voor te hebben. We vragen
niet waarom de Verenigde Staten dit hebben gedaan, maar waarom u daar
begrip voor heeft. We hadden het erover dat we moeten oppassen voor
glibberige glijbanen en dat we er niet in gerommeld worden. Daarom sloeg
ik ook echt aan op die drie weken. Ik denk dat er wel degelijk gegronde
reden zou kunnen zijn — ook binnen het internationaal recht, als daar
gronden voor zijn — om in te grijpen. Daarom heb ik er even bij gepakt
wat mijn informatie is. Op 2 maart heeft de directeur-generaal Rafael
Mariano Grossi van het Internationaal Atoomenergie Agentschap een
persconferentie gegeven. Ik citeer hem even en doe dat in het Engels
voor de precisie: "We don't see a structured programme to manufacture
nuclear weapons in Iran." De volgende dag werd Grossi in een interview
met CNN gevraagd of "the Iranians were days or weeks away from building
a bomb". Zijn reactie daarop was: no. Nee dus. Het internationaal
atoomagentschap zegt dus op de vraag of ze dagen of weken waren
verwijderd van het maken van een bom: nee. Tot slot. Waarom breng ik dit
naar voren, voorzitter? Omdat ik het heel belangrijk vind, juist in deze
casus, waarin het onduidelijk is waarom de Verenigde Staten dit doen,
dat er geen misvattingen mogen ontstaan over hoever Iran zou zijn met
welke bedreiging dan ook. Dat het een verschrikkelijk regime was of is,
daar zijn we het volstrekt over eens. Maar we moeten wel heel helder
zijn over wat die dreiging precies inhoudt.
De heer Bontenbal (CDA):
Tegelijkertijd zegt het atoomagentschap ook dat het niet volledig zicht
heeft op wat er gebeurt. Er is ook intelligence die laat zien dat er
nieuwe locaties zijn gebouwd waarvan ze ook niet precies weten wat er
gebeurt. Althans, dat is wat ik heb gelezen, maar ik laat me graag
corrigeren. Ik vind dat heel verontrustend. Ik vind het heel
verontrustend als het atoomagentschap wél de heel harde conclusie trekt
dat er geen acute dreiging is vanuit dat nucleaire programma, maar
ondertussen niet het volledige toezicht heeft en dat ook gewoon
zegt.
De voorzitter:
Kort en bondig, meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. De Amerikaanse inlichtingendiensten zeggen hierover hetzelfde,
in ieder geval in de publieke bronnen die wij hierover hebben kunnen
raadplegen. Dit vind ik dus gevaarlijk aan vragen als "was er nou een
imminente dreiging of niet?" en "had je dit mogen doen?" Dit is allemaal
guessing. Het is raden wat er zou kunnen gebeuren. We weten niet precies
wat er gebeurt. Ze zijn bezig met het verrijken van uranium; dat is
allemaal waar. Maar als de standaard is dat je, als je je zorgen maakt
over wat er gebeurt in een land, gewoon maar een oorlog kan beginnen,
denk ik dat China heel veel redenen kan verzinnen om Taiwan binnen te
vallen. Dat zijn ook precies de redenen die Poetin aanhaalde om Oekraïne
binnen te vallen. Dat is precies waarom ik hier zo scherp op zit. Ik wil
niet dat de grootmachten in de wereld dit blijven doen. We moeten
daartegen blijven optreden, zoals we dat ook in Oekraïne doen.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat punt snap ik. Dat is ook een terecht punt, maar daarom hoort u mij
ook niet zeggen dat ik de aanval steun. Dat is echt een groot verschil,
denk ik.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik denk dat de heer Bontenbal een aantal verstandige noties inbrengt,
verstandiger dan een paar jaar geleden. Toen hadden we veel debatten
over het Midden-Oosten waarin het soms toch wat zwart-witter was. Hij
geeft nu inderdaad de complexiteit aan. Ik ben met u eens dat de
internationale rechtsorde bevorderen niet betekent: kijken naar het
systeem zoals het midden jaren veertig was en is vastgesteld als
tijdopname en nu doen alsof dat het is. Je moet het bevorderen. Dat heb
ik ook in mijn betoog aangegeven. Ik heb eind vorig jaar een motie
aangenomen gekregen om te kijken naar hervorming van de Veiligheidsraad.
Het kan niet zo zijn dat je nooit meer een mandaat gaat halen, met China
en Rusland. Die motie heeft het ook gehaald. Mijn vraag was of een van
de stappen voorwaarts van dit kabinet is om als voorloper binnen de VN
te vragen om een hervorming van de Veiligheidsraad, maar ook van de
resoluties. Zoals het nu gaat, is het en niet geloofwaardig en niet
effectief. Zo kom je nooit tot het helpen van volkeren wereldwijd.
De heer Bontenbal (CDA):
Het standpunt van mijn partij, gelet op het betoog dat ik net gehouden
heb, zou zijn: ja. Ik zou zeggen: kijk dan ook naar andere instituties.
We kunnen discussie voeren over de WTO. Er is al heel lang discussie
over welke werelddelen daar nou effectief aan mee mogen doen. Dat bedoel
ik ook met het bevorderen van de internationale rechtsorde. Dat moet je
dan niet alleen met uitspraken doen, maar ook met instituties, door
landen of werelddelen die nu eigenlijk niet aan bod komen en consequent
op achterstand staan, een meer gelijkwaardige plek aan tafel te geven.
Als het kabinet daarmee aan de slag kan, zou me dat zeker wat waard
zijn.
De voorzitter:
Kort en bondig, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Daarin vinden we elkaar. Ik denk dat ik ook met een motie kom. Ik dacht:
aan wie kan ik deze vraag stellen? Volgens mij kan de heer Bontenbal die
het meest op waarde schatten. We zitten ook in een conflict dat al
eeuwenlang speelt, dat tussen rechtspositivisme en onderliggend recht of
natuurrecht. We hebben door de eeuwen heen situaties gehad waarin het
recht op papier niet meer voldeed aan het dieperliggend gevoel van
rechtvaardigheid en waarin hervormen van binnenuit niet mogelijk was. Ik
heb een beetje het gevoel dat we met de rechtsorde momenteel in een
soort tijdsgewricht zijn beland waarin dat weer naar voren komt.
Onderschrijft u dat? Onderschrijft u dat wat wij midden jaren veertig
als momentopname hebben afgesproken belangrijk was, maar dat het anno
2026 gezien de ontwikkelingen tijd is om opnieuw te kijken naar die
dieperliggende waarden en dat rechtspositivisme niet de enige en meest
geldige lijn is van wat internationaal recht ten diepste hoort te
behelzen?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik denk dat de voorzitter ons zo wel gaat afkappen als het te veel over
dit soort dingen gaat, maar ik vind het een mooie discussie en ik voer
die graag nog een keer met u na het debat. Voor nu: ik kan goed
begrijpen wat u zegt. Ik denk dat mijn betoog ook wel in die lijn ligt.
Ik denk dat u zich net als ik laat inspireren door denkers als Niebuhr
met zijn waardegedreven realisme. Hans Morgenthau zou je daar misschien
toch ook wel een beetje onder kunnen scharen. Ik zou het heel mooi
vinden als we door de lens van dat waardegedreven realisme, waar
Alexander Stubb nu over begint, net als Carney — dat gaat met name over
de landen die misschien niet behoren tot de grootste machtsblokken, die
zich met elkaar moeten verenigen — beter na gaan denken over onze
internationale politiek en buitenlandbeleid. Daar moeten wij samen nog
maar eens over doorbomen, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Eens.
De voorzitter:
Bent u aan het einde gekomen van uw inbreng?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Bontenbal (CDA):
Graag gedaan.
De voorzitter:
Ik zou heel kort willen schorsen om eenieder de gelegenheid te geven
voor een kleine praktische plichtpleging, maar ik wil wel zo veel
mogelijk leden voor de lunchpauze de gelegenheid geven om hun inbreng te
leveren. Dus ik schors even heel kort en daarna gaan we verder met de
heer Brekelmans. Dan kijken we hoever we komen. Dan schorsen we niet al
te laat. We moeten wel even met elkaar op stoom komen. De vergadering is
geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer Brekelmans voor
zijn inbreng namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Brekelmans (VVD):
Voorzitter. Het Iraanse regime veroorzaakt al tientallen jaren een spoor
van onderdrukking, geweld en terreur. Voor miljoenen Iraniërs betekent
dat een leven zonder vrijheid en in angst. Demonstraties worden bruut
neergeslagen. Duizenden mensen zijn geëxecuteerd, alleen maar omdat zij
een vrijer Iran wilden. Geen vezel van het internationaal recht wordt
door het Iraanse regime gerespecteerd. En de dreiging van het regime
stopt niet bij de eigen grenzen. Dat zien we dagelijks. De reactie van
het Iraanse regime op de aanval van de Verenigde Staten en Israël leidt
tot instabiliteit in het Midden-Oosten en ver daarbuiten. En dan is er
de ontwikkeling van het nucleaire programma en de ballistische raketten,
met een bereik van duizenden kilometers. Voor de VVD is dit alles bij
elkaar reden om begrip te hebben voor het ingrijpen van de Verenigde
Staten en Israël. Als een regime met dit karakter nucleaire wapens in
handen krijgt, dan waant het zich onaantastbaar. Dat is een fundamentele
bedreiging voor de internationale veiligheid en de internationale
rechtsorde. Dat moet op tijd worden tegengehouden.
We kunnen veel commentaar leveren op de Verenigde Staten en op Israël,
maar een net zo relevante vraag is nu: wat is nu de strategie van Europa
en van Nederland? Hoe willen wij dat het nu verdergaat?
De heer Wilders (PVV):
Met heel veel van wat collega Brekelmans net zei, ben ik het eens. Maar
ik hoorde u zeggen: we hebben begrip voor wat de Amerikanen en de
Israëliërs hebben gedaan. Waarom steunt u het niet?
De heer Brekelmans (VVD):
Omdat het woord "steun" zou impliceren dat wij hier ook bij betrokken
willen zijn. Dan is meteen de vraag die u stelt: hoe gaat u dan
invulling geven aan die steun? Het is een militaire interventie geweest
die de Verenigde Staten en Israël hebben gepland zonder enige
betrokkenheid van Nederland of Europa. In dat geval vind ik het meer
gepast om hier begrip voor tonen. Dat heb ik al vanaf het begin
bepleit.
De heer Wilders (PVV):
Ik begrijp daar helemaal niets van. Kijk naar de Duitse Bundeskanzler.
Die was er ook niet bij betrokken. Die heeft volgens mij ook niet de
intentie om er verder militair direct bij betrokken te zijn. Die zegt
het volgende. Ik citeer hem even in het Engels, want hij was bij Trump
op bezoek, dus hij sprak ook in het Engels. "We are supporting the
United States and Israel to get rid of this terrible terroristic
regime." Dus onze buurman aan de oostgrens zegt gewoon: we steunen het.
Onze minister-president, maar tot mijn grote schrik ook de VVD-fractie,
zegt dus niet: wij steunen dit. Dat is niet alleen heel onterecht voor
die landen, zeker voor Israël, die direct daardoor worden bedreigd, maar
ik dacht dat de VVD toch de Iraanse bevolking wel wat meer zou steunen.
Ik heb het over de diaspora van Iraniërs die buiten Iran wonen, die het
terecht heel erg opnemen voor hun land, en over het gros van de Iraanse
bevolking in Iran. Iemand vertelde mij dat er een peiling was geweest
waaruit bleek dat 85% van die mensen voor deze actie zou zijn geweest
als als er stemmingen waren geweest, en ook voor het weghalen van het
regime. Waarom steunt u dat niet? Het zou zo belangrijk zijn als de
grootste regeringspartij, de VVD, steun zou geven aan de Iraanse
bevolking en aan deze acties en niet zou verzanden in juridische
haarkloverij door het woord "begrip" te gebruiken. Waarom niet gewoon
"steun"?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik was aandachtig naar de heer Wilders aan het luisteren, maar toen hij
het had over "de grootste regeringspartij", haakte ik helaas even af.
Mijn gedachten gingen terug naar vroegere tijden. Nee, het is heel
belangrijk dat wij aangeven waar wij staan. Ik heb dat vanaf het begin
heel duidelijk aangegeven. Wij staan aan de kant van het Iraanse volk.
Wij steunen natuurlijk ook hun verlangen naar vrijheid. Ook staan wij
heel duidelijk aan de kant van de Verenigde Staten en Israël. Wij staan
aan de kant van partners en bondgenoten in de regio. Daarom hebben wij
er ook direct mee ingestemd dat de Evertsen die kant op gaat om hen te
verdedigen. Overigens noemt u nu één land, maar er zijn nog een heleboel
landen die aan dezelfde kant staan en het woord niet gebruiken. Dan zou
namelijk direct de vervolgvraag zijn: oké, dat woord "steun" is nogal
leeg als je daar geen verdere invulling aan geeft. Daarom sta ik ook
achter deze woordkeuze door het kabinet. Ik vind het goed om dat woord
te gebruiken, want als je zegt "wij steunen het", krijg je vervolgens
allemaal vragen. Oké, hoe geeft u daar dan invulling aan? Gaat u
meedoen? Gaat u steunen met inlichtingen? Gaat u op andere manieren
bijdragen? En als het antwoord daarop nee is, betekent het woord "steun"
ook niet zo veel.
De heer Wilders (PVV):
Ja, maar het betekent voor veel mensen wél veel. Voor veel mensen is het
namelijk belangrijk dat het Iraanse volk wordt gesteund, en dus ook de
acties van de Israëli's en de Amerikanen. Wat u zegt, klopt niet, want
ik noemde u het voorbeeld van de Duitse Bundeskanzler, die ik letterlijk
citeerde. Hij heeft het wél gezegd. Oké, er zijn ook Europese leiders
die wat anders hebben gezegd, maar er zijn er ook die het wel hebben
gezegd, zoals de Duitser. Die passen dus niet in uw definitie van: dan
moet je ook a, b en c doen. Dat is gewoon niet zo, want dat doet de heer
Merz ook niet. Wat vindt u dan dat de heer Jetten moet zeggen als hij
ooit wordt toegelaten tot het Witte Huis, iets wat ik de heer Trump zeer
zou ontraden, en Trump hem vraagt: steunt u onze actie? Die actie is dan
hopelijk of waarschijnlijk al verleden tijd; we zullen het zien. Moet de
heer Jetten dan zeggen: nou nee, we steunen het niet maar we hebben er
alle begrip voor? Ik denk dat hij voordat hij is uitgesproken al op het
gazon staat bij de West Wing.
De heer Brekelmans (VVD):
Nogmaals, wij hebben vanaf het begin heel duidelijk aangegeven aan welke
kant we staan. Niemand hoeft eraan te twijfelen dat wij staan voor de
vrijheid van het Iraanse volk en dat wij hun verlangen naar vrijheid van
harte steunen. Wanneer president Trump zou vragen waar dit kabinet
staat, dan is het aan de premier om daar antwoord op te geven, maar het
is heel duidelijk aan welke kant de VVD staat. Iedereen ziet dat ook.
Het gaat dan alleen om formuleringen, welk woord je precies kiest en wat
dat internationaal versus in Nederland betekent. Ik vind niet dat wij nu
de indruk moeten wekken … Dat is namelijk ook een vraag die heel veel
mensen hebben: "Zijn wij betrokken bij deze oorlog? Doen wij mee?" Het
antwoord daarop is nee. Het is een actie geweest van de Amerikanen en de
Israëli's, die dit zelf hebben gepland, zonder medeweten van Europese
bondgenoten, in ieder geval niet van Nederland. Trump heeft ons ook
nooit gevraagd: "Steunt u dit? Wilt u hier een bijdrage aan leveren?" Ik
denk dat hij die vraag niet eens gaat stellen. Het is heel duidelijk
waar Nederland, in ieder geval de VVD, maar ook het kabinet, staat.
Daarom hebben wij dat heel duidelijk aangegeven. Maar er zijn ook mensen
die bij het woord "steun" direct de gevolgtrekking maken dat dat
betekent dat we mee gaan doen in deze oorlog. Dat is niet zo. Ik heb een
heel duidelijke boodschap richting iedere Iraniër, in Nederland en in
Iran zelf, die wordt onderdrukt: uiteraard steunen wij jullie vrijheid
van harte.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Brekelmans (VVD):
Voorzitter. Het is heel goed dat er door het kabinet, en ook gisteren
breed door de Kamer, is besloten om de Evertsen te sturen om onze
partners en bondgenoten te helpen verdedigen. Mijn vraag is wat we als
Nederland en Europa nu doen om met andere internationale partners en
andere landen de druk op het regime te verhogen. Hoe zijn onze
diplomatieke inspanningen om de druk te verhogen? Handhaven wij sancties
strenger? Pakken wij ook mensen in Nederland aan die sympathie uiten
voor de Revolutionaire Garde? Die is nu immers door Europa aangemerkt
als terreurorganisatie. Graag een zo concreet mogelijke reactie van het
kabinet hierop. Wat kunnen wij nog meer doen om het Iraanse volk en
Iraniërs te helpen en hen een hart onder de riem te steken? Iraniërs
vrezen door Europa in de steek te worden gelaten.
Het kabinet heeft aangegeven dat de dreiging mogelijk ook voor Nederland
kan toenemen. Mijn vraag aan de minister van Defensie is welke lessen er
tot nu toe worden getrokken uit deze oorlog. Ziet Defensie ook al een
toename van cyberdreigingen richting Nederland? Heeft het kabinet
voldoende middelen en grondslag om ons hiertegen te verdedigen? Wat
betekent het voor Iraniërs in Nederland? Zijn extra maatregelen nodig om
hen in onze straten en op onze pleinen te beschermen?
Ik wil ook complimenten maken aan het kabinet voor alle inspanningen,
zowel van BZ als van het ministerie van Defensie, om Nederlanders in de
regio te helpen en hiernaartoe te halen. Mijn vraag is hoeveel
Nederlanders die hiernaartoe zouden willen, nu nog vastzitten. Op welke
termijn zou dat kunnen? Op welke manier kan Defensie hieraan blijven
bijdragen?
Voorzitter. Deze situatie raakt niet alleen de veiligheid, maar ook de
portemonnee van Nederlanders. De prijzen op de wereldmarkt fluctueren
enorm. Iedereen merkt de gevolgen daarvan direct aan de benzinepomp. De
VVD heeft daarom gevraagd om scenario's uit te werken en om voorbereid
te zijn als maatregelen nodig zijn. Ik heb daarover drie snelle vragen.
Eén. Wat is nu de internationale inzet van het kabinet om de leveringen
van olie en gas te verhogen, om zeestraten en zeeverkeer te beschermen
en om de markten te kalmeren? Twee. Wil het kabinet onderzoeken of een
strategische noodvoorraad voor gas aangelegd kan worden? Drie. Aan welke
scenario's werkt het kabinet concreet en welk tijdspad heeft het voor
ogen?
Voorzitter. Ik heb nog een paar seconden. Ik wil wederom afsluiten met
het uitspreken van steun en diep respect voor het Iraanse volk. Hun
verlangen naar een vrij Iran verdient steun van de internationale
gemeenschap en ook brede steun in de Kamer.
Dank u wel.
De heer Stoffer (SGP):
Op zich is het een helder betoog van de heer Brekelmans; ik had ook niet
anders verwacht. Ik stond toch wel wat te kijken van het
interruptiedebat tussen de heren Wilders en Brekelmans. Ik zag gisteren
een interview met een van de Israëlische onderministers in de Telegraaf.
Hoe je het ook wendt of keert: ik denk dat het beeld van Europa toch wel
een beetje bepaald wordt door Duitsland aan de ene kant en Spanje aan de
andere kant. Kan de heer Brekelmans niet gewoon uitspreken dat we wat
hier gebeurt, moreel steunen? Dit is toch wat de Iraanse bevolking wil?
Morele steun betekent niet dat we ons op dit moment in de oorlog mengen.
Daar hebben we ook helemaal geen slagkracht voor. Israël en de Verenigde
Staten zijn veel sterker; dat zeggen ze zelf ook. Maar morele steun is
toch het minste wat we uit kunnen spreken?
De heer Brekelmans (VVD):
U noemt Duitsland aan de ene kant en Spanje aan de andere kant. Als u
vraagt waar de VVD staat, is heel duidelijk dat wij aan de kant van
Duitsland zitten. We gaan nu onderscheid maken tussen morele steun,
politieke steun en militaire steun. Mijn bezwaar is precies om het op
deze manier uit te spreken. Dan gaat u namelijk vervolgens de vraag
stellen: waarom wel morele steun en geen politieke steun? Maar goed, als
u mij vraagt of wij het Iraanse volk moreel steunen in zijn vrijheid, is
het antwoord uiteraard ja, zoals ik zojuist al zei. Steunen wij dat dat
verlangen na al die tientallen jaren van onderdrukking zo belangrijk is?
Uiteraard, maar de specifieke militaire interventie die de Verenigde
Staten en Israël nu aan het doen zijn, hebben zij echt zelfstandig
gedaan. Daarvan hebben wij direct gezegd: gegeven de enorme dreiging die
het Iraanse regime vormt met een nucleair programma, met ballistische
raketten en met het steunen van terreurgroepen, hebben wij daar het
volste begrip voor.
De voorzitter:
Denk eraan om via de voorzitter te spreken, meneer Brekelmans.
De heer Brekelmans (VVD):
Ja.
De heer Stoffer (SGP):
Helder. Ik schat in dat er vanuit Jeruzalem en Washington DC ook best
meegekeken en meegeluisterd wordt naar wat er in landen in Europa
gebeurt. Begrip is natuurlijk mooi, maar laten we gewoon zeggen dat we
dit moreel steunen. Dat betreft niet alleen de Iraanse bevolking; dat
punt is helder. Wat de Iraanse bevolking nodig heeft, is wat er nu
gebeurt vanuit Israël, vanuit Jeruzalem, vanuit de Verenigde Staten,
vanuit Washington DC. Als het kabinet dit niet zegt, is dat helder, maar
laat de VVD gewoon uitspreken dat we dit moreel steunen. Voor mij hoeven
daar geen termen zoals "politiek" en "militair" bij; dat is heel helder.
Maar laat de VVD uitspreken dat we dat wat nu vanuit Washington DC en
Jeruzalem wordt gedaan, moreel steunen om de Iraanse bevolking vrijheid
te gunnen en ook ons, want het kan ook ons bedreigen.
De heer Brekelmans (VVD):
Volgens mij heb ik vanaf dag één gezegd aan welke kant we staan,
namelijk aan de kant van de Verenigde Staten en Israël. Daar laat ik
volgens mij ook mijn morele steun mee zien en daarmee geef ik daar
uiting aan. De vraag werd gesteld wat dit, als je dat politiek vertaalt,
militair betekent. Ik ben terughoudend met dat woord, omdat dat
verkeerde verwachtingen wekt, maar er mag geen enkele twijfel over zijn
aan welke kant de VVD staat.
De heer Dassen (Volt):
Israël en de Verenigde Staten zijn deze oorlog begonnen zonder mandaat,
zonder doel, zonder richting. Er zijn elke keer andere redenen waarom
dit gebeurt. Inmiddels zijn volgens de VN 3 miljoen Iraniërs ontheemd en
zien we in de straten van Teheran dat er vuur woedt door bommen die daar
gegooid zijn. Wat moet daar volgens de VVD gebeuren?
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Dassen begon met het geven van kwalificaties aan het Amerikaanse
optreden en zei dat dat niet helder is. Een van de dingen die in de
verschillende uitingen heel consistent door verschillende Amerikaanse
regeringsleiders zijn gezegd, is dat hiermee de militaire capaciteiten
van het Iraanse regime verzwakt, substantieel verzwakt, moeten worden,
want als dit zo door zou gaan en als het Iraanse regime steeds dichter
bij een nucleair wapen zou komen en steeds geavanceerdere ballistische
raketten zou hebben, is het te laat. Het is heel duidelijk dat de
Verenigde Staten, nadat decennialange diplomatieke pogingen om iets aan
dat ballistische programma te doen en om die nucleaire verrijking stop
te zetten, niet zijn gelukt en niet tot voortgang hebben geleid, naar
andere methoden hebben gegrepen. Ik kan niet beoordelen wanneer het punt
is bereikt waarop je kunt zeggen dat het Iraanse regime zodanig verzwakt
is dat het de komende jaren geen dreiging zal vormen. Ten tweede hoop ik
natuurlijk dat het Iraanse volk en Iraanse burgers in staat zullen zijn
om tot een vrij Iran te komen. Ik denk dat we dat allemaal van harte
hopen. Ik zie dat het Amerikaanse en Israëlische optreden nu voorwaarden
creëert waardoor de kans dat dat lukt, groter wordt. Maar ik kan me er
niet op voorhand aan committeren dat dat gaat slagen, want het is een
verschrikkelijk moorddadig regime, dat zijn tentakels door de hele
samenleving heeft. Ik kan dat hier vanuit Den Haag als externe dus
helaas niet bepalen.
De heer Dassen (Volt):
Maar de heer Brekelmans kan wel alle begrip opbrengen voor wat Trump en
Netanyahu aan het doen zijn. Daar ben ik zoekende naar: hoelang gaat dat
begrip dan door? Is er begrip voor dat er nu zoveel ontheemden zijn en
voor aanvallen van Israël? Blijkbaar waren ook de Verenigde Staten er
niet van op de hoogte dat die aanvallen zo groot zouden zijn toen ze
Teheran dit aandeden. Ik vraag het ook omdat we steeds meer signalen uit
Iran zelf krijgen van mensen die ook tegen dit afschuwelijke regime
waren, maar die zeggen dat zij ook niet hadden gehoopt of verwacht dat
dit zou gebeuren en dat deze bommen zouden vallen. Zij willen dat ook
niet. Je ziet juist dat er een tegenovergestelde beweging kan
plaatsvinden, namelijk dat het regime nog meer macht krijgt en dat de
Iraniërs de radicale vleugel in gedreven worden. Dat is volgens mij ook
niet wat we moeten hebben. Dus hoelang heeft de heer Brekelmans nog
begrip voor Israël en de Verenigde Staten en wat ze nu aan het doen
zijn?
De heer Brekelmans (VVD):
We spreken er soms over alsof Iran een uniform land zou zijn, maar het
is een land met verschillende bevolkingsgroepen, met verschillende
religies, met mensen binnen de Perzische gemeenschap die het regime
steunen versus mensen die hun leven riskeren door daar oppositie tegen
te voeren. Ik zie en hoor in de contacten die ik heb vooral dat Iraniërs
na tientallen jaren wanhoop zeggen: eindelijk wordt er eens een keer
ingegrepen. We hebben natuurlijk geprobeerd sancties in te stellen en we
kunnen veroordelingen uitspreken, maar het zet totaal geen zoden aan de
dijk. Uiteindelijk was de internationale rechtsorde erop gericht om
brede veiligheid en bescherming van mensenrechten te brengen. Als je
ziet wat China doet, wat Rusland doet, wat het Iraanse regime aan het
doen is, zichzelf met een nucleair programma onaantastbaar makend, dan
denk ik dat het voor de internationale rechtsorde desastreus zou zijn
als Iran daartoe in staat zou zijn. Dus ik heb er begrip voor dat de
Verenigde Staten en Israël hebben gezegd: als het langs de diplomatieke
weg niet lukt, dan doen we het militair, omdat een Iraans regime met een
ballistische raket en een nucleair wapen veel gevaarlijker zou zijn.
Maar hoe die oorlog zich verder gaat ontwikkelen, welke acties verder
nog worden ondernomen en hoever de Verenigde Staten en Israël daarin
gaan, weet ik niet, want wij zijn daar niet bij betrokken. Ik ben daarom
ook terughoudend — daarover ging de interruptiediscussie die we net
hadden over de woordkeuze — omdat wij daar geen onderdeel van zijn. Maar
het feit dat de Verenigde Staten en Israël tot dit besluit zijn gekomen,
gegeven het gevaar dat het Iraanse regime vormt, ook voor de
internationale rechtsorde, begrijp ik.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
De heer Brekelmans spreekt zichzelf wel een beetje tegen op deze manier.
Dus u heeft begrip, maar aan andere kant zegt u ook: verder kan ik
eigenlijk ook niet kijken. Dat is natuurlijk wel een beetje makkelijk.
Iraniërs zitten nu namelijk met de daadwerkelijke gevolgen hiervan. Die
zitten ook met de gevolgen omdat de internationale gemeenschap
grotendeels de Verenigde Staten en Israël hun gang laat gaan. Heel veel
Iraniërs zeggen: het was niet de bedoeling dat we ook gebombardeerd
zouden worden. Ze keken naar Venezuela, naar wat daar gebeurde.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Dassen (Volt):
Mijn vraag is eigenlijk de vraag die ik net ook stelde. Wat is volgens
de heer Brekelmans dan nu in het belang van de Iraniërs? Is dat doorgaan
met wat nu door de Verenigde Staten en Israël gedaan wordt? Of moet er
nu de-escalatie plaatsvinden, juist om te zorgen dat we weer met elkaar
om de tafel komen?
De voorzitter:
Een beknopt antwoord van de heer Brekelmans.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik weet niet met welke Iraniërs de heer Dassen spreekt, maar toen eerder
dit jaar het Iraanse regime tienduizenden mensen — de schattingen lopen
uiteen, maar laten we uitgaan van tienduizenden mensen — bruut en
willekeurig heeft vermoord, was de reactie die ik heel breed zag, ook
toen Trump de belofte deed "wij staan klaar om ook militair te
ondersteunen": waar blijven de Verenigde Staten, waar blijft die steun?
Volgens mij heeft niemand gedacht: we gaan met een militaire operatie à
la Maduro ayatollah Khamenei ergens uit een bunker halen en dan gaat
Iran richting een vrije toekomst. We weten heel goed welke militaire
capaciteiten het Iraanse regime heeft en dat als je daar iets tegen wil
doen, dat fiks militair ingrijpen vraagt.
Maar nogmaals, volgens mij willen we allemaal dat het Iraanse regime
militair minder krachtig wordt. Ik kan niet inschatten hoever de
Verenigde Staten en Israël zijn in het bewerkstelligen daarvan. Dat
weten wij allemaal niet. Ik hoop dat het de omstandigheden creëert voor
het Iraanse volk om op te kunnen staan en, met alle morele steun die wij
daarbij geven, een vrije toekomst te kunnen nastreven. Ik vraag het ook
aan het kabinet. Wat vinden zij dat ze kunnen doen, zowel aan de
diplomatieke kant als met andere instrumenten, om daar voor zover het
kan een bijdrage aan te leveren? Maar de wereld zit helaas niet zo in
elkaar dat ik nu precies kan zeggen: tot op dat puntje toon ik begrip,
en op dat puntje gaat het net iets te ver. Zo zit de wereld niet in
elkaar.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Kiezen voor zo'n woord als "begrip" is toch proberen recht te praten wat
krom is? Maar goed, dat is het woord dat deze coalitie en dit kabinet
hebben gekozen. Mijn vraag is als volgt. We hebben het veel over Iran,
maar we zien dat er ook in Libanon fors wordt ingegrepen door Israël.
Heeft u ook begrip voor wat Israël doet in Libanon?
De heer Brekelmans (VVD):
We zien dat Hezbollah is gaan deelnemen door een aanval op Israël uit te
voeren. Israël reageert daar vervolgens op. De inzet van het kabinet, en
ook van de VVD, is steeds geweest: laten we ervoor zorgen dat die oorlog
zich niet verder verspreidt over het Midden-Oosten. Als er een dreiging
is dat Hezbollah raketten en drones afschiet op Israël, begrijp ik dat
Israël daarop reageert. Maar ik vind niet dat dit nog verder moet
escaleren in Libanon tot een volledige oorlog, zoals ik ook niet zou
willen dat dat in de rest van het Midden-Oosten gebeurt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De heer Brekelmans zei: ik begrijp dat Israël daar ingrijpt. Er is dus
ook begrip voor wat er daar gebeurt. In Libanon zijn al 3,2 miljoen
mensen op de vlucht. De commissie voor Buitenlandse Zaken is daar vorig
jaar geweest. We hebben toen in het zuiden gezien dat de situatie daar
al verschrikkelijk was. De manier waarop daar wordt ingegrepen, is echt
ongekend, maar ook op dit punt wordt dus weer begrip getoond. Dat heb ik
nog niet van het kabinet gehoord, dus vanaf deze plek zou ik het kabinet
willen vragen of het ook begrip heeft voor wijze waarop Israël op dit
moment ingrijpt in Libanon.
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Klaver luistert bewust of onbewust niet naar mij; beide zijn
even vervelend. Ik heb niet gezegd dat ik begrip toon voor alles wat
Israël in Libanon doet, maar dat legt u mij wel in de mond. Ik heb
gezegd dat, wanneer Hezbollah raketten afvuurt op Israël en Israël wil
voorkomen dat dat vaker gebeurt, ik begrijp dat een land dat niet op
zich af laat komen en zegt: als er nog cellen actief zijn die daartoe
leiden, doen we daar iets tegen. Ik heb geen begrip geuit voor het
verder escaleren van de oorlog in Libanon. Ik heb heel duidelijk
aangegeven dat ik vind dat die oorlog zich niet verder moet verspreiden
in het Midden-Oosten. Dat proberen we juist te voorkomen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de heer Brekelmans heel goed gehoord. Hij heeft er namelijk ook
geen begrip voor als de situatie in Iran verder escaleert; dat zei hij
ook. Hij heeft er ook geen begrip voor als de situatie in het
Midden-Oosten überhaupt verder escaleert. Mijn punt ging over de wijze
waarop Israël nu reageert in Libanon. Die is ongekend, met enorme
gevolgen voor het Midden-Oosten. Als ik het mis heb dat hij daar geen
begrip voor heeft, laat ik me graag corrigeren, maar ik dacht in de
woorden van de heer Brekelmans toch echt te horen: ik heb begrip voor de
wijze waarop Israël op dit moment reageert in Libanon. Daarbij zegt hij
ook dat het niet verder moet escaleren, maar ik hoor volgens mij
duidelijk dat hij er begrip voor heeft, en ik vraag het kabinet hoe het
daarnaar kijkt.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb aangegeven dat ik begrijp dat wanneer Hezbollah raketten afvuurt,
of dat gaat doen, Israël daar niet alleen op reageert, maar daar ook
actie op onderneemt. Ik kan niet inschatten in hoeverre de manier waarop
Israël dat nu doet proportioneel is. Niet zo lang geleden heb ik, in
mijn vorige rol, de Libanese president ontmoet. Hij heeft ook
aangegeven: wij willen dat dit stopt en wij willen op een vreedzame
manier met Israël samenleven. We steunen natuurlijk dat dat gebeurt. Dat
is mijn inzet ook, en dat geef ik ook heel duidelijk aan. Maar als
Hezbollah ondertussen doorgaat met drones en raketten afvuren, dan
begrijp ik ook dat Israël daarop reageert. Dat wil niet zeggen dat ik op
voorhand begrip heb voor alles wat Israël daar doet. Het kabinet zegt:
wij zetten in op de-escalatie daar en in andere landen in het
Midden-Oosten. Dat steun ik.
De heer Van Baarle (DENK):
Ergens in zijn bijdrage zei de heer Brekelmans: we kunnen voldoende
commentaar leveren op de Verenigde Staten en Israël. Mijn punt is: ik
hoor dat commentaar niet, noch van de heer Brekelmans, noch van de
Nederlandse regering. Ik hoor geen commentaar van de heer Brekelmans of
van de Nederlandse regering op het feit dat de VS en Israël, zonder
internationaal mandaat en zonder bewijs te leveren dat er
internationaalrechtelijke grond toe is, een illegale aanval zijn
begonnen. Ik hoor geen commentaar op het feit dat we zien dat er enorm
veel burgerslachtoffers vallen, waaronder burgerslachtoffers na het
bombarderen van een meisjesschool. Waarom hoor ik al dat commentaar niet
van de VVD?
De heer Brekelmans (VVD):
Omdat ik niks doen tegen het Iraanse regime een grotere bedreiging vind
voor zowel het volk in Iran als de internationale veiligheid als de
internationale rechtsorde.
De heer Van Baarle (DENK):
Dan constateer ik alleen maar dat de VVD het internationaal recht vooral
wegpoetst, helemaal wegpoetst. Kijk naar de huidige situatie, waarbij de
Verenigde Staten en Israël zonder aanleiding, maar ook zonder plan, met
die aanval het hele Midden-Oosten in chaos hebben gestort en hebben
gezorgd voor een oorlogssituatie, voor ontheemden, voor bombardementen
en voor economische instabiliteit, waardoor de prijzen hier stijgen. De
heer Brekelmans kan dan toch niet zeggen dat wat Israël en de Verenigde
Staten nu doen, in ons belang en voor onze veiligheid is? Het hele
Midden-Oosten raakt gedestabiliseerd. Er gaan mensen dood. Dat kan de
heer Brekelmans dan toch niet zeggen?
De heer Brekelmans (VVD):
Stel dat we niets zouden doen of dat er niets zou gebeuren en dat het
Iraanse regime de komende jaren doorgaat met het verder ontwikkelen van
ballistische raketten met een bereik tot nog verder in Europa. Stel dat
het Iraanse regime zou verdergaan met nucleaire verrijking. Als je de
berichten daarover kunt vertrouwen, zitten ze nu op 60%. Voor geen
enkele civiele toepassing heb je honderden kilo's tot 60% verrijkt
uranium nodig. Stel dat het Iraanse regime daarmee door zou gaan en over
een aantal jaar daadwerkelijk een nucleaire macht zou zijn. Daarmee weet
het: de rest van de wereld kan ons niks maken. Stel dat het Iraanse
regime vervolgens doorgaat met het sponsoren van al die terreurgroepen
in het Midden-Oosten en doorgaat met het ondermijnen van de veiligheid
hier in onze straten via de lange arm van Teheran. Weet je, dan is onze
internationale rechtsorde over vijf of tien jaar veel slechter af. Dan
is het Iraanse regime namelijk onaantastbaar. We zien al dat dat met
China het geval is. We zien dat dat met Rusland het geval is. Dan kunt u
zeggen "nou, wij hebben hier precies naar de letter van het
internationaal recht gehandeld", maar vervolgens is de wereld
onveiliger, wordt de internationale rechtsorde letterlijk kapotgeschoten
en zijn we met z'n allen slechter af, meneer Van Baarle.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Afrondend. Ik herhaal bij elk interruptiedebat in deze Kamer: iedereen,
inclusief ik, veroordeelt schendingen gepleegd door de regering van Iran
en zeker ook de schendingen die gepleegd worden tegen de eigen burgers.
Dat laat onverlet dat de heer Brekelmans hier alleen maar een lijstje
opnoemt met "stel", "als, dan" en "stel", maar niet met bewijs komt dat
alle zaken die hij zegt, ook daadwerkelijk aan de orde zijn. We hebben
internationaalrechtelijk geen bewijs gezien dat er sprake is van die
imminente dreiging. We hebben geen bewijzen van Trump en Netanyahu
gezien dat dat allemaal het geval was. Sterker nog, we hebben wel de
bewijzen gezien dat Trump en Netanyahu in het verleden met leugens en
met misdaden de grondvesten van de hele internationale orde hebben
omgekeerd en naar hun eigen hand hebben gezet. Ik zou dus tegen de VVD
willen zeggen: loop nou niet klakkeloos achter die leugens van Trump en
Netanyahu aan, hou het internationaal recht hoog en durf jezelf tegen
Trump en Netanyahu uit te spreken.
De heer Brekelmans (VVD):
"We hebben geen bewijs gezien." Vertel dat even tegen de families van
die 30.000 Iraniërs. "We hebben geen bewijs gezien." Vertel dat even
tegen al die slachtoffers van terreuraanslagen van groepen die het
Iraanse regime als enige sponsor hebben. "We hebben geen bewijs gezien."
Waar komen al die ballistische raketten nu vandaan die op al die
partnerlanden worden geschoten? Die komen van het Iraanse regime. "We
hebben geen bewijs gezien." Ieder rapport van het Internationaal
Atoomenergieagentschap zegt: het zicht is beperkt, maar we zien 60%
verrijking; dat is veel meer dan wat er nodig zou zijn. Er is bewijs
genoeg. We hebben het niet eens over de rapporten van de
inlichtingendiensten over de intentie en activiteiten van het Iraanse
regime. Iraniërs en mensen in het Midden-Oosten die slachtoffer zijn van
terreur hebben er bijzonder weinig aan als u daarvan wegkijkt en zegt:
nou, de internationale veiligheid en rechtsorde zijn erbij gediend dat
wij alleen maar met onze vinger wijzen en hier moties aannemen om dingen
te veroordelen. Daar hebben Nederlanders en Europeanen die straks zouden
moeten leven met de raketdreiging en nucleaire dreiging van Iran ook
bijzonder weinig aan.
De heer Wilders (PVV):
Ik had er nog eentje tegoed van de vorige keer, voorzitter.
De voorzitter:
U heeft helemaal gelijk, meneer Wilders. Ik gaf u per abuis twee in
plaats van drie interrupties.
De heer Wilders (PVV):
Kan gebeuren, geen probleem. Dank dat ik de derde nog krijg. Die
interruptie ging over waarom de heer Brekelmans alleen begrip had en
geen steun gaf. Er zijn belangrijkere dingen in het leven — dat geef ik
meteen toe — maar ik begrijp er niets van. De heer Brekelmans haalde
vorige week dinsdag minister Berendsen van Buitenlandse Zaken naar de
Tweede Kamer. U waste hem zo ongeveer de oren met dat het allemaal "te
vlak" en "niet stevig genoeg" was en dat het, even in mijn eigen woorden
gezegd, een beetje een slappehapreactie was van de heer Berendsen. Dat
zei u natuurlijk op zijn Brekelmans, dus een stuk netter dan ik dat nu
doe.
De heer Brekelmans (VVD):
Dank.
De heer Wilders (PVV):
Maar het komt ongeveer op hetzelfde neer. Nu doet u hetzelfde. Nu doet u
hetzelfde! U staat hier met een of ander verhaal van: ja, dit en dat
betekent dat. Als ik dan vijf keer "dat is niet zo; kijk naar de collega
in Duitsland" zeg, dan negeert de heer Brekelmans dat en herhaalt hij
gewoon zijn antwoord. U doet opnieuw precies hetzelfde als wat u de heer
Berendsen heeft verweten. Ik vraag het nog één keer: alstublieft, steun
het gewoon, niet alleen omdat het goed is voor onze bondgenoten, maar
vooral omdat het een signaal is aan de Iraanse bevolking, in de diaspora
en Iran, als de VVD dat steunt.
Dan mijn laatste vraag. Ik ga vandaag opnieuw een motie indienen om de
Iraanse ambassadeur uit Nederland weg te sturen; ik zal dat bij ieder
debat dat wij hierover hebben doen. De heer Brekelmans heeft er een
aantal weken over kunnen denken. Is hij nu wel bereid om die motie van
mij te steunen? Hij mag de motie ook meetekenen, als hij dat wil.
De heer Brekelmans (VVD):
Het wordt een beetje een semantische discussie zo. Ik heb tegen de heer
Stoffer gezegd dat er geen enkele twijfel is over wie wij moreel steunen
en aan welke kant wij staan. Wij staan aan de kant van het Iraanse volk.
Wij staan aan de kant van vrijheid. We staan aan de kant van de
Amerikanen en de Israëli's. Alleen, het is gewoon niet zo dat wij aan
deze operatie deelnemen of dat wij daar ook in praktische zin, politiek
dan wel militair, steun aan verlenen. Het is een eigenstandige actie van
de Amerikanen en de Israëli's geweest. De reden waarom ik hier twee
weken geleden stond, was omdat het kabinet een algehele oproep had
gedaan tot de-escalatie en terughoudendheid. Zo werd het in ieder geval
geïnterpreteerd, dus alsof dat voor beide kanten hetzelfde zou gelden.
Daarover heb ik heel duidelijk gezegd: dat kan niet zo zijn. Het moet
heel duidelijk zijn aan welke kant we staan, dus dat we geen, nul,
begrip hebben voor het Iraanse regime, maar dat we wel begrip tonen voor
het ingrijpen van de Verenigde Staten en Israël. Dat heeft de minister
van Buitenlandse Zaken gedaan. Dat heeft het kabinet gedaan. Dat is wat
mij betreft duidelijk.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Brekelmans. Ik stel voor na de bijdrage van de heer
Ceder te schorsen voor de lunch. Het Restaurantbedrijf biedt tot 14.00
uur de ruimte voor een lunchschorsing, hoor. U heeft dus alle ruimte bij
de heer Ceder. Gaat uw gang, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Twee weken na de aanslagen van 7 oktober 2023 maakte
president Biden een opmerking die door veel analisten werd gemist, maar
die de huidige situatie in het Midden-Oosten in perspectief plaatst. Hij
stelde dat Hamas, gesteund en gefinancierd door Iran, wist dat de
Verenigde Staten op het punt stonden met Saudi-Arabië om tafel te gaan.
De Saudi's overwogen namelijk om Israël te erkennen als onderdeel en
daarmee uitbreiding van de Abraham-akkoorden. Zo'n nieuw regionaal
machtsblok zou de destabiliserende ambities van Iran in de regio
aanzienlijk hebben verzwakt. We weten allemaal wat er daarna gebeurde.
Sindsdien zijn er tienduizenden mensen gestorven in een verwoestende
oorlog en werd de kans op normalisatie en vrede opgeblazen.
Voor de goed geïnformeerde waarnemer zijn de vingerafdrukken van Iran
tijdens deze conflicten overal zichtbaar. Hamas werd gesteund door Iran.
Hezbollah wordt gesteund door Iran. De Houthi's, die de aanval op de
internationale scheepvaart openden, worden gesteund door Iran. De
invloed van het Iraanse regime reikt ver, zelfs tot in Nederland.
Volgens de AIVD is Iran verantwoordelijk voor de moord op twee Iraniërs,
hier in Den Haag en in Almere, en voor een poging tot de aanslag in
Haarlem. Ook in andere Europese landen, zoals Duitsland, zijn aanslagen
op Europees grondgebied aan Iran gelinkt. Tegelijkertijd zijn de
berichten over tienduizenden vermoorde Iraanse demonstranten in Iran
zelf ronduit ijzingwekkend.
Voorzitter. Toch lukte het de EU tot een paar weken geleden niet eens om
het er met elkaar over eens te worden of de Islamitische Revolutionaire
Garde op de EU-terreurlijst geplaatst moest worden, na jaren van
pogingen daartoe. De eerste reactie van Nederland op de recente
escalatie was verwarrend en vooral zwak. Dat is niet de eerste keer. We
leven niet in het tijdperk van veranderingen, maar in een verandering
van tijdperk. Ik stel mij oprecht de vraag: realiseert dit kabinet zich
dat? Realiseert Europa zich dat?
De internationale rechtsorde, het volkerenrecht, is ooit opgebouwd om de
zwakkeren te beschermen en de macht van grote staten te begrenzen. Laten
we eerlijk zijn: zonder VN-mandaat of acute zelfverdediging is een
aanval op een soevereine staat een schending van het VN-Handvest, punt.
Dat geldt ook voor de VS en Israël. Tegelijkertijd weten we ook dat
toestemming voor ingrijpen in de praktijk afhankelijk is van de
goedkeuring van landen als China en Rusland. Iedereen voelt aan dat een
wereldorde waarin juist die landen de uiteindelijke handhavers van het
recht zouden moeten zijn, fundamenteel wringt. Orde zonder handhaving is
de facto niet-bestaand.
Ik maak mij weinig illusies dat de VS en Israël uit puur moreel
plichtsbesef voor de Iraniërs handelen, maar wie alleen oproept tot
veroordeling en de-escalatie zonder verder te kijken, miskent ook de
verantwoordelijkheid van Europa zelf. Jarenlang hebben wij namelijk zelf
toegestaan dat de internationale rechtsorde en de VN aan kracht
verloren. Door enkel te veroordelen, besteden wij onze morele
verantwoordelijkheid uit aan een abstract systeem dat zelf geen morele
keuzes kan maken. De ChristenUnie vindt dat Nederland moet blijven
opkomen voor de internationale rechtsorde. Als klein land hebben wij
daar meer belang bij dan wie dan ook. Maar het verdedigen van de
rechtsorde betekent ook eerlijk erkennen waar die nu tekortschiet.
Wanneer volkerenrecht niet langer bescherming biedt aan volken maar
juist machteloosheid produceert, hebben we een probleem.
Ik heb een aantal vragen over het bevorderen van de rechtsorde. Welke
visie heeft het kabinet daarvoor? En specifiek: hoe voert het kabinet
mijn aangenomen motie van vorig jaar uit om met de hervorming van de
Veiligheidsraad aan de slag te gaan, en wat doen we momenteel in het
handhavingsvacuüm? Ik vind ook dat we nu moeten kijken naar de nationale
maatregelen voor energie, dat we het energiefonds opnieuw naar voren
moeten halen en dat het kabinet daar steun aan moet geven, ook
financieel. Hoe kijkt het kabinet daarnaar?
Voorzitter, tot slot. Ook in Libanon is de oorlog tussen Israël en
Hezbollah weer losgebarsten. Hoe spant het kabinet zich in om te zorgen
dat noodhulp daar ongehinderd kan plaatsvinden? Kan Nederland daar nu
zelf een bijdrage aan leveren, ook ten aanzien van de bescherming van
hulpverleners?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors tot 14.00 uur voor de lunch.
De vergadering wordt van 13.28 uur tot 14.00 uur geschorst.
Debat over Iran
Debat over Iran
Aan de orde is de voortzetting van het debat over
Iran.
De voorzitter:
We zijn aangekomen bij de voortzetting van het debat over Iran, in
eerste termijn. Ik geef het woord aan de heer Vermeer, die spreekt
namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. BBB staat pal achter de Iraniërs die strijden
voor hun vrijheid, zowel in eigen land als hier in Nederland, die
strijden voor de vrijheid om als vrouw de wind door je haren te voelen
en de vrijheid voor eenieder om te leven zonder angst of risico om
vermoord te worden om je mening of levenskeuzes. Wat ons betreft: weg
met de ayatollahs en weg met dit terroristische regime!
Enkele dagen geleden waarschuwden de Duitse veiligheidsdiensten dat er
een verhoogd risico is dat Iran in Europa vergeldingsacties uit gaat
voeren, onder meer door het activeren van zogenaamde sleeper cells. Deze
netwerken kunnen een risico vormen voor onze veiligheid en voor de
veiligheid van Iraniërs in Nederland. Ziet het kabinet op dit moment nog
steeds een verhoogde dreiging in Nederland wat betreft Iraanse netwerken
die actief worden? Is ook bekend welke doelen op dit moment het grootste
risico lopen? Worden Iraanse Nederlanders en Iraanse vluchtelingen
beschermd tegen mogelijke intimidatie of mogelijk geweld vanuit het
Iraanse regime? Zijn de veiligheidsanalyses, waar de minister vorige
week in zijn beantwoording naar verwees, intussen afgerond?
Voorzitter. Deze oorlog raakt niet alleen mensen in Iran of in de regio,
maar ook Nederlanders die daar nu middenin zitten. Wij krijgen nog
steeds signalen van Nederlanders die vastzitten op luchthavens of in
steden in de regio. Zij proberen weg te komen, maar lopen telkens aan
tegen geannuleerde vluchten, hoge ticketprijzen en onduidelijkheid.
Tegelijkertijd horen wij dat noodnummers en whatsappcontacten van de
ambassades moeilijk of soms niet bereikbaar zijn, terwijl andere
Europese landen hun burgers zichtbaarder ondersteunen. Daarom de
volgende vragen. Kan de minister bevestigen dat noodnummers en
whatsappcontacten van de ambassades daadwerkelijk goed bereikbaar zijn
voor gestrande Nederlanders? Die moeten niet alleen bereikbaar zijn;
mensen moeten ook antwoord krijgen. Hoeveel Nederlanders hebben zich
inmiddels gemeld als gestrande reiziger in de regio, en in welke landen
bevinden zij zich? Klopt het dat commerciële vluchten momenteel tegen
extreem hoge tarieven worden aangeboden? Wordt er gewerkt aan betaalbare
evacuatie- of repatriëringsvluchten? Wat doet het kabinet om misbruik
tegen te gaan? Ik hoor over ticketprijzen van €5.000 of €6.000 of zelfs
nog hoger. De bron hiervan is de koepel van reisorganisaties.
Voorzitter. De strijd voor vrijheid stopt niet bij de grenzen van Iran.
Waar dit regime zijn lange arm probeert uit te strekken, moeten wij
duidelijk maken dat Nederland geen plek is waar intimidatie, geweld of
terreur namens Teheran of welke terroristen dan ook wordt geaccepteerd.
Wie hier veiligheid zoekt tegen het regime, moet die hier ook
daadwerkelijk kunnen vinden, terwijl we tegelijkertijd de veiligheid van
iedereen in ons land beschermen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan de heer Paternotte voor
zijn inbreng namens de fractie van D66.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. De 19-jarige Amirhossein kreeg van zijn vader één
waarschuwing: ga niet de straat op; doe het niet, want het is te
gevaarlijk. Maar hij ging toch, omdat het onrecht zo groot was dat
zwijgen voor hem geen optie meer was. Een dag later stierf hij in de
armen van zijn vader, door het regime in gezicht geschoten in de straten
van Teheran. En zoals Amirhossein zijn er nog duizenden en duizenden
bruut neergeslagen simpelweg omdat zij opstonden voor hun vrijheid. Dat
is waarom niemand rouwt om de dood van ayatollah Khamenei, die zijn
eigen bevolking decennialang liet opsluiten, martelen en doodslaan.
Niemand betreurt dat Iraanse leiders een prijs betalen voor hun steun
aan Russische agressie in Oekraïne en aan terreurgroepen in het hele
Midden-Oosten.
Maar wat is verder het resultaat van het gigantische offensief dat de
Verenigde Staten en Israël zijn begonnen? Wat is überhaupt het plan voor
wat Trump wil bereiken? Het eerlijke antwoord is: we hebben geen idee.
Het resultaat is tot nu toe dat de Iraniërs nog steeds onder dezelfde
terreur leven, nog steeds onder een Khamenei maar dan 30 jaar jonger. We
zien wel wat er gebeurt met het volk, zei Trump in de Oval Office. Het
resultaat is ook dat er een olie- en gascrisis dreigt, dat er een
vluchtelingencrisis dreigt, dat er meer dan 150 kinderen zijn gedood
door een Amerikaanse raket waarschijnlijk als gevolg van een
informatiefout, dat Poetins oorlogskas nu weer wordt gevuld met
oliedollars en dat Oekraïne mogelijk niet meer de schaarse Patriots
krijgt om Russische rakketten, gericht op scholen en woonwijken, uit de
lucht te halen. Wat D66 betreft moeten we daarom niet blind achter Trump
aan bewegen, maar een eigen Europese lijn kiezen. Dat betekent de
escalatie stoppen, de rust terugbrengen en tegelijk mensen helpen.
Gelukkig zie ik het kabinet dat ook doen samen met Europese leiders die
ook inzetten op de-escalatie. Verdere escalatie raakt namelijk niet
alleen de regio, maar ook onze bondgenoten, van Cyprus tot Griekenland
en Turkije. Daarom steunt mijn fractie ook de inzet van Zr.Ms. Evertsen.
Vanaf hier wens ik onze vrouwen en mannen een behouden vaart en een
veilige terugkeer.
Voorzitter. Voor gewone Iraniërs is ondertussen de ellende compleet. Ik
hoop dat hun een vrije toekomst wacht. Zij verdienen het. Maar wat
dreigt, is dat zij moeten leven in een land waarin het terreurbewind van
Khamenei nog recht overeind staat, met uitzichtloze repressie en
wraakexercities tot gevolg. Laten we het hebben over hoe Europa voor hen
kan opkomen. De minister-president was gisteren op bezoek bij president
Macron. Wat heeft hij daar besproken over de oorlog? Heeft hij gesproken
over concrete steun die wij kunnen geven aan het Iraanse volk? Kan de
minister-president toezeggen dat Nederland tijdens de Europese Raad zal
pleiten voor een gezamenlijke raad om Iraanse oppositiebewegingen te
steunen? Dat gaat bijvoorbeeld om communicatie die de censuur en de
internetblack-out kan omzeilen. Europa kan voor de mensen in de regio
opkomen, want ook in Libanon zijn 700.000 mensen van huis verdreven door
Israëlische aanvallen op Hezbollah. Dank aan het kabinet voor de extra
noodhulp die daar wordt gegeven.
Voorzitter. Dit conflict heeft ook directe gevolgen voor Nederlanders,
allereerst omdat er nog steeds velen vastzitten in de regio. Het is heel
goed dat KLM en Defensie snel vliegtuigen hebben ingezet om mensen naar
huis te halen. Mijn complimenten daarvoor. Doet Nederland op dit moment
al het mogelijke om mensen veilig thuis te brengen of kunnen
Buitenlandse Zaken en Defensie nog extra inspanningen leveren?
Daarnaast maken mensen zich zorgen over hun energierekening en de
prijzen aan de pomp. Dat is logisch als die prijs zo snel oploopt. Het
kabinet bereidt scenario's voor om Nederlanders te helpen als dat nodig
blijkt. Dat is goed. Ik zou ook willen zeggen: maak daar haast mee. Het
is daarom verstandig dat de minister van Klimaat en Energie samen met
andere landen alvast strategische reserves inzet om prijsstijgingen te
dempen. Dat laat opnieuw zien waarom we zo snel mogelijk onafhankelijk
moeten worden van energie uit het Midden-Oosten, uit Rusland en uit
Amerika. Want echte zekerheid betekent ook energieonafhankelijkheid. Kan
de minister-president toezeggen dat dit een topprioriteit blijft?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik onderstreep het punt dat er snel een oplossing moet komen voor
mogelijk stijgende prijzen, met name voor de lage inkomens. Ik ben met
een motie bezig, waar bijna de gehele oppositie onder staat. Ik hoop dat
u die ook kunt steunen. In eerdere debatten heeft D66 aangegeven de
aanval van de VS en Israël op Iran te veroordelen als schending van het
internationaal recht. De ChristenUnie denkt ook dat het een schending
van het VN-Handvest is, voor zover we dat kunnen beoordelen.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is de volgende. Het kabinet spreekt die woorden niet uit. Wat
vindt u daarvan? U heeft daar in uw betoog namelijk weinig over gezegd.
Als grootste partij van de Kamer lijkt het mij goed dat u daar uw licht
op laat schijnen.
De heer Paternotte (D66):
Het kabinet zegt het volgens mij iets diplomatieker dan wij beiden dat
misschien doen, maar maakt ook wel duidelijk dat dit natuurlijk niet in
lijn is met het internationaal recht. Het lijkt me ook goed dat het
kabinet dat heeft vastgesteld.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb niet begrepen dat het kabinet gezegd heeft dat er sprake is van
een schending van het internationaal recht en dat het die stappen dus
veroordeelt, maar misschien hoor ik dat zo. Waar D66 en de ChristenUnie
misschien over van mening verschillen, is hoe we dan verder moeten. Als
je iets constateert moet je de orde ook kunnen handhaven. Mijn
veronderstelling is dat als je iets niet kunt handhaven, er de facto ook
geen sprake is van een orde. Van de handhavers van het internationaal
recht staat de VS op nummer één. Nou, die valt af. Dan heb je nog China,
Rusland of de EU. Hoe ziet u dat dan? Er wordt door andere partijen
gepleit voor een veroordeling. Volgens mij is dat niets anders dan een
performatieve actie, als er verder niets aan gekoppeld is. Ik ben even
benieuwd hoe u daarnaar kijkt. Ik zie namelijk geen mogelijke
vervolgstap, maar misschien ziet D66 dat anders.
De heer Paternotte (D66):
Heel praktisch denk ik dat de inzet van Nederland samen met Frankrijk,
Spanje en Griekenland en volgens mij ook het Verenigd Koninkrijk om
bijvoorbeeld in het oosten van de Middellandse Zee escalatie te
voorkomen, bondgenoten te beschermen, te voorkomen dat zij ook worden
meegesleurd in die oorlog en slachtoffer daarvan worden, ook een
inspanning is die bedoeld is om de internationale rechtsorde te
beschermen. Dus ik denk dat die praktische inzet, gericht op
de-escalatie, het aan de Amerikanen vragen wat hier nu eigenlijk het
plan is, en ondertussen met Nederlandse inzet bondgenoten beschermen,
hetgeen is waarmee wij een verschil kunnen maken.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Anders dan het kabinet en de VVD heb ik de heer Paternotte niet horen
spreken over "begrip" voor deze situatie. Klopt dat?
De heer Paternotte (D66):
Dat heb ik volgens mij nu niet gezegd, nee.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Wat is het oordeel van de D66-fractie over wat hier nu gebeurt? Wij
zeggen dat dit een illegale oorlog is, dat dit tegen het internationaal
recht ingaat en dat het onverstandig is dat dit gebeurt. Wij kunnen ook
geen begrip opbrengen voor wat de Verenigde Staten doen. Hoe kijkt D66
daarnaar?
De heer Paternotte (D66):
Het is in strijd met het internationaal recht. Ik denk dat dat duidelijk
is. Ik kan er begrip voor hebben dat je het verschrikkelijke regime in
Iran graag weg wil hebben, omdat het de eigen bevolking terroriseert,
omdat het terreurgroepen steunt en omdat het de hele regio onveilig
maakt. Maar waar ik geen enkel begrip voor heb, is dat je een oorlog
begint zonder duidelijk plan, zonder bewijs aan te voeren voor wat je
zegt dat je wil bereiken, en dat je daar elke dag ook nog iets anders
over zegt. Je geeft de Iraniërs een mep in het gezicht door eerst de
indruk te wekken dat dit bedoeld is om het regime te veranderen en
vrijheid te bewerkstelligen, om vervolgens te zeggen "we zien wel wat er
met het volk gebeurt" en te suggereren dat regime change helemaal nooit
het doel is.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Heel goed om te horen dat er geen begrip is voor de acties van de
Verenigde Staten en Israël. Dat is wel de positie die dit kabinet
inneemt, namelijk dat er begrip is voor wat de Verenigde Staten en
Israël aan het doen zijn. Bent u het met mij eens dat we beiden het
kabinet zouden kunnen verzoeken om toch iets meer duidelijkheid te geven
over wat er precies wordt bedoeld met dat begrip, maar vooral ook om
iets meer afstand te nemen van wat de Verenigde Staten en Israël op dat
punt aan het doen zijn?
De heer Paternotte (D66):
Ik hoor van het kabinet duidelijk begrip voor het idee dat je wil dat
dat Iraanse regime zou verdwijnen. Ik hoor van het kabinet dat er zorgen
zijn over bijvoorbeeld het kernwapenprogramma of de steun aan
terreurgroepen in de regio. Maar ik hoor van het kabinet ook heel
duidelijk dat het op gespannen voet staat met het internationaal recht
en dat er grote zorgen zijn over dat er geen plan is. Daarom wordt ook
ingezet op de-escalatie. Er is eigenlijk een heel duidelijke Europese
lijn, samen met een aantal Europese bondgenoten, die allemaal wat dat
betreft hetzelfde zeggen, namelijk: nee, dit verdraagt zich niet met het
internationaal recht en wij willen escalatie tegengaan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het probleem is dat het kabinet niet eenduidig is in de veroordeling van
deze aanval. De heer Jetten heeft gezegd dat het op gespannen voet
staat, maar dat het lastig is. De minister van Defensie zegt: we hebben
begrip voor de situatie. Dat zegt ook de minister van Buitenlandse
Zaken. Er is dus geen eenduidig verhaal. Ik ben blij dat D66 zegt dat
deze aanval een schending is van het internationaal recht. Dat is goed,
omdat we het internationaal recht niet moeten ondermijnen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dan is de vraag: vindt D66 ook dat het kabinet zich helder moet
uitspreken en deze aanval moet veroordelen?
De heer Paternotte (D66):
Wat het kabinet zegt, is eigenlijk praktisch hetzelfde als wat Frankrijk
zegt, als wat het Verenigd Koninkrijk zegt en als wat ik sinds kort ook
Italië hoor zeggen. Meloni zei: this is outside the scope of
international law. Zij roept op om te komen tot de-escalatie. De
escalatie moet stoppen, zegt Macron. Het is essentieel dat we verdere
escalatie voorkomen en weer een diplomatiek proces starten, zegt Keir
Starmer. Dit kabinet zegt dat ook. Ja, natuurlijk snappen we dat er een
diepe wens is om dat verschrikkelijke terreurbewind in Teheran weg te
krijgen, maar we hebben ook grote zorgen over de escalatie, over of er
wel een plan achter zit en over wat er tot nu toe bereikt is. We zien
namelijk nog geen enkele stap richting dat de Iraniërs daadwerkelijk
weer in vrijheid zouden kunnen leven.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dan plaats ik het toch even in de context. Volgens mij zit er wel
degelijk lucht tussen wat het kabinet zegt en wat de heer Paternotte
zegt. Volgens de heer Paternotte is dat niet zo. Dat gaan we zo dan van
het kabinet horen. Maar als je kijkt naar de context van het bevorderen
van het internationaal recht — in het coalitieakkoord staat dat het
kabinet dat gaat doen — hebben we de afgelopen tijd gezien dat Nederland
op geen enkele manier echt dat internationaal recht heeft uitgedragen.
Kijk naar de genocide in Gaza. Daar heb ik nog samen met D66 gepleit
voor maatregelen in lijn met dat recht. Die zijn er niet gekomen. De
Westelijke Jordaanoever, de uitbreiding van illegale nederzettingen, de
aanval richting Venezuela: dat is allemaal niet veroordeeld door het
kabinet. Vindt D66 dus ook dat er nu echt een stevigere stelling moet
komen?
De heer Paternotte (D66):
Volgens mij hebben wij samen ten aanzien van Venezuela die oproep
gedaan. Het kabinet heeft er daarna wel degelijk, net als de Nordics,
een standpunt over ingenomen. Als het gaat om de Westelijke Jordaanoever
en de uitbreiding van de nederzettingen: de sanctie, een handelsembargo
tegen de Israëlische illegale nederzettingen, wordt gewoon
doorgezet.
De heer Wilders (PVV):
Dit kan echt niet. Met alle respect, maar wat een ontzettende puinhoop
laat dit kabinet hier zien. Ik bedoel: de coalitie is dus verdeeld over
begrip of geen begrip. Ik begrijp dat in ieder geval de
VVD-fractievoorzitter heeft gezegd: wij hebben begrip. Dat heeft hij net
gezegd. Volgens mij heeft de CDA-fractievoorzitter ook gezegd: ik heb
begrip. Ik vergiste me net, maar D66 is wel de grootste coalitiepartij.
En u heeft geen begrip voor de militaire acties, wel voor wat er in Iran
en de bevolking … Maar zie ik het goed dat u, als voorzitter van de
D66-fractie, dus als voorzitter van de grootste coalitiefractie, in
tegenstelling tot wat hier vandaag de CDA- en de VVD-fractievoorzitter
hebben gezegd, geen begrip heeft voor de militaire acties van Israël en
de Verenigde Staten?
De heer Paternotte (D66):
De heer Wilders noemde mij de vorige keer nog "meneer Jetten" en zei dat
Brekelmans voorzitter van de grootste coalitiefractie was. Het is goed
dat we nu de feiten in ieder geval weer scherp hebben. Waar wij geen
begrip voor hebben, is niet zozeer dat je iets wil doen tegen dat
terreurbewind in Teheran, maar dat je dat doet zonder plan en dat je dat
doet met bijvoorbeeld zo'n aanval op een meisjesschool die gebaseerd is
op verkeerde informatie. Het lijkt er heel sterk op — dat onderzoek
loopt natuurlijk nog — dat daardoor meer dan 150 kinderen, onschuldige
kinderen, om het leven zijn gekomen. Dat terwijl ondertussen de inzet op
de oorlog leidt tot een wereldwijde olie- en gascrisis en misschien wel
tot een vluchtelingencrisis. Er zijn inmiddels 4 miljoen mensen
ontheemd. Als je zo'n oorlog inzet, neem je een hele zware
verantwoordelijkheid op je schouders om daar een duidelijk doel mee te
bereiken. Wat we van de Amerikaanse regering horen, is elke dag iets
anders.
De heer Wilders (PVV):
Het antwoord is dus dat de collega van D66 geen begrip heeft voor de
militaire actie. Ik hoor een hoop gedraai en wol en rookgordijnen, maar
voor de militaire actie, de militaire aanvallen, de bombardementen van
Israël en de Verenigde Staten op Iran, heeft u dus geen begrip. Dat
betekent dat er rotzooi is binnen de coalitie op het belangrijke punt
van steun of begrip voor de oorlog. Ik vraag me ook af hoe het zit met
het kabinet. Daar komen we zo op. Ik heb de premier het woord "begrip"
namelijk ook niet zo helder horen zeggen. Ik hoor graag van hem of daar
sprake van is, want het kan toch niet zo zijn dat we hier dadelijk
zitten met verdeeldheid binnen de coalitie? Ik heb wel een brief gezien
van de heer Berendsen aan de Kamer van 3 maart …
De voorzitter:
Van de minister van Buitenlandse Zaken.
De heer Wilders (PVV):
… van de minister van Buitenlandse Zaken. Hij heet de heer
Berendsen.
De voorzitter:
Ja, maar we spreken ze hier aan op hun ambt.
De heer Wilders (PVV):
Hij zegt wel dat het kabinet begrip heeft voor die stap. Ik ga ervan uit
dat dat ook namens de minister-president is gebeurd. Ik zal het zo
horen. Maar als hier onenigheid over is in de coalitie, kom daar dan
gewoon voor uit. Zeg dan gewoon: twee coalitiepartijen verschillen
hierover van mening; D66 heeft er nul begrip voor. Dan weten we wat we
kunnen doen. Dan weten we wat we daaraan hebben. Dan weten we hoe groot
de onenigheid is en wat dat voor politiek feit is.
De heer Paternotte (D66):
Ik heb volgens mij net glashelder gemaakt waarvoor wij begrip hebben.
Dat is de wens dat je het Iraanse regime weg zou willen hebben en dat je
niet wil dat Iran een kernwapen krijgt. Waar wij onbegrip voor hebben,
is de wijze waarop het nu gaat, waarbij er geen enkel duidelijk plan
lijkt te zijn, terwijl ondertussen de hele wereld in een crisis gestort
lijkt te worden. Daar hebben wij geen begrip voor.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
Dan stel ik vast dat er op dit belangrijke punt, het eerste grote
geopolitieke, buitenlandse punt van dit kabinet, grote onenigheid is
binnen de coalitie, dat de fractievoorzitters van VVD en CDA hier
klip-en-klaar zeggen "ik steun het niet, maar ik heb er wel begrip voor"
en dat u dat niet zegt. U heeft er geen begrip voor. Dit is een
abominabele start voor dit kabinet. Dat was het al op sociaal-economisch
terrein, maar als er over de eerste oorlog die plaatsvindt dan ook nog
niet eens overeenstemming is in de coalitie, dan kunt u beter meteen
naar huis gaan.
De heer Paternotte (D66):
Dit is volgens mij echt flauwekul. Die discussie zouden we hebben als de
heer Wilders hier zou staan en zou zeggen "ik verwacht van het kabinet
dat u steun uitspreekt" of, zoals de heer Markuszower wil — daar staat
hij, trouwens — zelfs zou verwachten dat we militair gaan meedoen aan
deze oorlog. Geen van de coalitiepartijen zegt dat dat gebeurt. We
begrijpen alle drie dat het goed zou zijn als het terreurbewind in
Teheran zou verdwijnen. We hebben alle drie ook zorgen uitgesproken.
Natuurlijk zijn er toonverschillen, maar volgens mij zegt geen van de
drie coalitiepartijen hier dat het kabinet op een verkeerde lijn zit of
iets verkeerds doet. Ik vind het ook mooi dat zelfs de heer Wilders
eindelijk een keer de inzet van Nederlandse militairen heeft gesteund om
die de-escalatie in te kunnen zetten, om te voorkomen dat er raketten op
Turkije, Cyprus, Griekenland of andere bondgenoten van ons vallen, en de
Europese samenwerking ondersteunt. Dat heeft hij bijna nooit gedaan. Dat
is in ieder geval een stap vooruit.
De heer Dassen (Volt):
Hier wijkt de lijn van de heer Paternotte wel degelijk af van de lijn
van het kabinet. Het kabinet zei namelijk, bij monde van de heer Jetten
bij de persconferentie, dat het begrip heeft voor de aanvallen die
plaatsvinden. Dat is wel degelijk iets anders dan wat de heer Paternotte
zegt. Kan ik dan concluderen dat de D66-fractie het in ieder geval niet
eens is met de lijn van het kabinet?
De heer Paternotte (D66):
Nee, want ik zeg net dat we er begrip voor hebben dat je het Iraanse
regime weg wilt hebben en dat je daarvoor een aanval zou willen
inzetten. In de manier waarop dat nu gebeurt, zien wij alleen geen
duidelijk plan. Daarbij ondersteunen we de zorgen die ook het kabinet
daarover uit.
De heer Dassen (Volt):
Het moet natuurlijk geen woordenspel gaan worden, maar de heer Jetten
heeft letterlijk gezegd: "Het Nederlandse kabinet heeft begrip voor het
feit dat die aanvallen plaatsvinden". Dat zijn de woorden van de
minister-president. Dat is iets anders dan wat de heer Paternotte
zegt.
De heer Paternotte (D66):
Volgens mij is dat niet iets anders …
De voorzitter:
Dassen is nog aan het woord.
De heer Paternotte (D66):
O, ik dacht dat hij een punt had gezet.
De heer Dassen (Volt):
Begrip voor dat het regime weg moet, is wat anders dan begrip voor het
feit dat deze aanvallen plaatsvinden. De heer Paternotte zegt nu een
paar woorden, maar ik moet hieruit concluderen dat de VVD-fractie en de
CDA-fractie duidelijk aangeven dat ze er net als het kabinet begrip voor
hebben dat deze aanvallen plaatsvinden, en dat de heer Paternotte en de
D66-fractie hier een ander standpunt over innemen. Dan ben ik benieuwd
of de heer Paternotte het met mij eens is dat we het kabinet op dit punt
inderdaad terug moeten fluiten.
De heer Paternotte (D66):
Ik heb het idee dat u er een woordspel van maakt, omdat ik heel
duidelijk maak dat wij begrip hebben voor de inzet van Amerika, voor het
feit dat ze het Iraanse regime weg willen krijgen en daarvoor aanvallen
denken in te zetten. Wij hebben alleen geen begrip voor de manier waarop
dat gaat op dit moment, zowel voor wat betreft de uitvoering als voor
wat betreft het totale gebrek aan een plan dat erachter zit. En
ondertussen zien we de gevolgen daarvan en zien we dat voor gewone
Iraniërs, die dromen van vrijheid, er op dit moment helemaal niets
verbetert, maar dat zij nu leven onder een Khamenei die 30 jaar jonger
is, maar met hetzelfde terreurbewind.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik vind het gewoon heel kwalijk dat op het moment dat in het
coalitieakkoord heel duidelijk staat dat we het internationaal recht
nastreven en dat we dat willen bevorderen, er twee partijen zijn die
hier in deze Kamer zeggen begrip te hebben en het kabinet zegt begrip te
hebben voor deze aanvallen, die een duidelijke schending zijn van het
internationaal recht, zoals de heer Paternotte zelf heeft aangegeven.
Dan moet ik toch concluderen dat wat de minister-president zegt,
namelijk dat het kabinet begrip heeft voor deze aanvallen die
plaatsvinden, de verkeerde route is en dat het kabinet daar niet mee
door zou moeten gaan? De heer Paternotte moet dat toch met mij eens
zijn?
De heer Paternotte (D66):
Nee, dat ben ik dus niet met u eens. Je kunt hier een spel van maken:
aan welke kant zou je moeten staan? Ik zie dat Amerika en Israël die
aanval hebben ingezet en dat er landen in de wereld zijn die daar
schande van spreken en aan de kant van Iran gaan staan, maar dat wij de
Europese lijn kiezen. Dat vind ik heel verstandig. Die Europese lijn
richt zich op de-escalatie. Bijna alle regeringsleiders zeggen daar
vergelijkbare dingen over. Het ging net over bondskanselier Merz, die
inderdaad verder ging in het uitspreken van steun, maar die ondertussen
ook zegt: ik wil dat deze oorlog kort duurt, want ik zie die olie- en
gascrisis en ik vrees voor een vluchtelingencrisis. Die Europese inzet,
die wij ook samen met president Macron vormgeven door met de Fransen
samen te werken om escalatie te voorkomen en om te voorkomen dat
bondgenoten hierbij betrokken raken, steunen wij.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb twee dingen. Het ene is een kleine reactie. Ik werd als het ware
uitgedaagd, want de heer Paternotte zei dat ik dat militair zou steunen.
Ik heb inderdaad eerder aangegeven dat ik vind dat het kabinet de
aanvallen van de bondgenoten Israël en Amerika politiek zou moeten
steunen. Ik heb inderdaad ook gezegd dat dit ook militair zou moeten
gebeuren. Volgens mij gebeurt dat nu met het sturen van het fregat, want
we ondersteunen toch onze bondgenoten in deze oorlog. Dus wat mij
betreft is aan mijn oproep voldaan. Dat is toch net iets anders dan de
interpretatie die de heer Paternotte gaf.
De voorzitter:
Waarvan akte. Uw interruptie.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dan nu mijn interruptie. Ik ben toch benieuwd naar waar die
vooringenomenheid van de heer Paternotte vandaan komt. Hij zegt: ik kan
het niet steunen, want er is geen plan. Maar kan het zo zijn dat er wel
een plan is, maar dat president Trump nog niet de moeite heeft genomen
om even meneer Paternotte te bellen om te zeggen: dit is mijn plan?
De heer Paternotte (D66):
Dit is volgens mij de teneur van blind achter Donald Trump gaan staan,
die elke dag wat anders zegt, en dan denken: er zal wel een bepaald
briljant idee achter zitten. Ik hoor inmiddels president Trump zeggen:
de oorlog is bijna voorbij. Zijn minister van Defensie zegt: we zijn
eigenlijk pas net begonnen. Dat is dezelfde Amerikaanse regering, met
twee totaal verschillende boodschappen. Op die manier raak ik er niet
van overtuigd dat ze weten waar ze mee bezig zijn. Ik zie dat ook in de
berichten over wat er op het bureau van Donald Trump zou hebben gelegen.
De New York Times bericht over de rapporten die daar lagen, die Trump
waarschuwden en aangeven: u denkt mogelijk dat dit kan leiden tot een
regime change, maar die kans is heel klein en de kans dat het leidt tot
grote chaos is heel groot. Ik maak me heel erg veel zorgen en vraag me
af of dit om de juiste redenen begonnen is en ik ben ook heel erg
bezorgd over waar dit toe gaat leiden.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Je zorgen maken is altijd goed. Ik neem kennis van het feit dat wij
beiden dezelfde openbare bronnen hebben kunnen lezen, maar dat neemt
niet weg dat u nog geen antwoord heeft gegeven op mijn vraag. Waar komt
toch die vooringenomenheid vandaan die de heer Paternotte laat denken
dat als Trump hem niet even belt om te zeggen wat zijn plan is, er ook
daadwerkelijk geen plan is? Daar is geen antwoord op gekomen. Ik stel
maar vast dat ik niet denk, ook niet na dit debat, dat de heer Trump
meneer Paternotte gaat bellen om te zeggen: dit zijn precies de
plannen.
De heer Paternotte (D66):
Nee, ik denk ook niet dat de heer Trump mij gaat bellen. Althans, dat
zou me zeer verbazen. Ik denk ook niet dat dat zijn werk is. Maar ik
denk ook niet dat de heer Markuszower mij er nu van heeft overtuigd dat
er een soort briljant geheim plan is waar Trump op een of andere geniale
manier continu verwarring over weet te zaaien om daarmee zijn doelen te
bereiken. Ik zie hem zeggen: er zijn eigenlijk geen militaire doelen in
Iran meer over. Ik zie hem over de nieuwe ayatollah zeggen: ik hoop dat
die niet met kernwapens verder aan de slag gaat. Dat is ongeveer waar de
onderhandelingen voor bedoeld waren. Dat was waar het JCPOA, de Iran
nuclear deal, voor bedoeld was: zorgen dat Iran niet aan kernwapens zou
komen. Daar heeft Donald Trump zichzelf hoogstpersoonlijk uit
teruggetrokken. Dus nee, ik heb niet het idee dat Trump hier stap voor
stap bezig is om een strategisch doel te bereiken. Dat is, denk ik, ook
een klap in het gezicht voor al die Iraniërs die daar wel op
hoopten.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Als ik de heer Paternotte zo beluister, denk ik dat hij helemaal geen
begrip heeft voor de aanvallen van de Verenigde Staten. Dat begrijp ik
heel goed. Ik vond de eerste reactie van de premier eigenlijk heel goed:
gericht op de-escalatie, rustig, even kijken wat er gebeurt. Maar 48 uur
later zagen we het begrip "begrip" geïntroduceerd worden, met druk van
de VVD om dat woord te gebruiken. We horen de VVD-fractie ook zeggen:
het is heel verstandig; wij hebben begrip, begrip, begrip. Ik hoor de
heer Paternotte het hier vooral niet daarover willen hebben. Dit
kabinet, deze coalitie, heeft ervoor gekozen om in een woordenspel
terecht te komen. Het zou de heer Paternotte sieren, juist ook in die
nieuwe politieke cultuur, met een minderheidskabinet, als hij hier
volstrekt helder zou zijn over de positie van D66. D66 vindt toch ook
gewoon dat dit een illegale oorlog is? D66 kan toch geen begrip hebben
voor de aanvallen van Israël en de VS op Iran?
De heer Paternotte (D66):
Dan gaan we wel aan één ding voorbij. Iran heeft Hamas, Hezbollah, de
Houthi's en andere terreurgroepen in de regio jarenlang ondersteund en
daarmee dood en verderf gezaaid, tot in Nederland aan toe. Het heeft
mensen geliquideerd en ook nog de Russen van wapens voorzien. De
Houthi's die zijn ondersteund, hebben ook op Nederlandse schepen
geschoten. Ik heb er begrip voor dat je dat terreurbewind in Teheran weg
wilt hebben of daar een aanval voor zou inzetten. Maar de manier waarop
dat op dit moment gaat, gaat daar absoluut niet toe leiden.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit is een woordenspel. Niemand in deze zaal vindt het namelijk goed wat
er in Iran gebeurt. Ze hebben ook een verschrikkelijke invloed in de
regio. Ik was heel specifiek in mijn woorden: begrip voor de aanval van
de Verenigde Staten, heeft u dat wel of heeft u dat niet?
De heer Paternotte (D66):
Ik heb het volgens mij zonet heel duidelijk gezegd. Voor u is het in
zekere zin makkelijk, want u zegt: het is in strijd met het
internationale recht en dus is het verkeerd. Dat snap ik. Zo kijken wij
er ook bijna altijd tegen aan, maar niet voor honderd procent. Ik denk
namelijk dat u ook nog weet dat wij ooit een Kosovo-oorlog hadden,
waarin Servië bezig was om 1,5 miljoen mensen etnisch te zuiveren. Toen
hebben wij van GroenLinks tot VVD, toen nog de meest rechtse partij in
de Kamer, besloten dat wij de NAVO-operatie zouden gaan steunen. 78
dagen lang werd Servië toen gebombardeerd, met als doel om de levens van
de Kosovaren te redden. Dat was een duidelijk afgebakend doel, met een
duidelijk plan en een diplomatiek voortraject. Alle pogingen waren
gedaan om dat diplomatiek op te lossen. Daarna was er ook de bereidheid
om mensen daar via een NAVO-missie neer te zetten, om mensen te blijven
beschermen, tot op de dag van vandaag. Dat was in strijd met het
internationaal recht, maar dat was bedoeld om levens te redden, om een
terreurregime in dat geval terug te dringen. Het was een duidelijk
afgebakend doel. Dat zie ik op dit moment niet. Daar heb ik geen begrip
voor.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp echt niet waar dit heen gaat. Als je deze redeneertrant
namelijk volgt, dan zeg je: ik steun wat er in Iran gebeurt, want
hiermee gaan we een moorddadig regime ten val brengen en gaan we de
burgerbevolking beschermen. Dit is mijn laatste interruptie. Ik kan me
toch niet voorstellen dat de heer Paternotte dit bedoelt. Ik vind dit
kwalijk, omdat het over leven en dood gaat. We hebben het in de artikel
100-brief gehad over het zenden van onze militairen naar de Middellandse
Zee om bondgenoten te beschermen. Ik wil dat de regering, maar ook de
coalitie, volstrekt helder is over wat ze wel en niet steunen. Hierover
blijft dat gewoon vaag. Heel vaak is dat geen probleem, maar in dit
soort kwesties is het dat wel degelijk. Ik vraag gewoon helderheid over
één punt, heel concreet: steunt u dat Nederland op geen enkele wijze mag
bijdragen aan dit offensief van de Verenigde Staten en Israël?
De heer Paternotte (D66):
De heer Klaver zei net: als ik u zo hoor, dan steunt u het dus. Maar ik
gaf net heel duidelijk aan wat het grote verschil is met de keer dat wij
politieke steun en uiteraard ook militaire steun, want we hebben daar
deelgenomen aan die operatie, hebben uitgesproken. Op dat moment was dat
namelijk met een doordacht plan, na een diplomatiek proces, met een heel
duidelijk doel, wetende dat je bereid bent om troepen aan de grond te
zetten. Dit is een oorlog die vanuit de lucht wordt gevoerd. De heer
Markuszower kwam net met wat voorbeelden van geslaagde regime changes;
ik geloof tot Grenada aan toe. Er is geen enkel voorbeeld waarbij er met
bommen vanuit de lucht een dictator aan de kant werd geschoven en daarna
een democratie werd gevestigd. Dat is er niet. Daarom ben ik er ook niet
van overtuigd dat het plan dat er nu ligt, voldoende gaat zijn.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik verwacht echt beter van D66. Het kan niet en-en zijn. Het kan niet
dat D66 zegt: er is een schending van het internationaal recht, maar we
hebben wel begrip voor het standpunt van het kabinet, dat zegt begrip te
hebben voor de aanvallen. Het is echt heel belangrijk dat het kabinet
zich uitspreekt als het echt om veiligheid geeft. Straks word je als
Westen ongeloofwaardig. Als je nu niet heel duidelijk zegt dat dit een
schending is van het internationaal recht, kan je Rusland, China en Iran
ook niet meer aanspreken. Dat heeft D66 ook altijd gezegd. Kan de heer
Paternotte er dus in meegaan dat we consequent moeten zijn en dat dit
kabinet hierin dus echt een lijn moet trekken?
De heer Paternotte (D66):
Dat vind ik wel lastig. Vladimir Poetin reageerde namelijk ook op deze
aanvallen. Hij zei dat het een flagrante schending van alle
internationaal gevestigde normen en het idee van soevereiniteit van
landen is. Iran verdraagt zich de afgelopen jaren natuurlijk op geen
enkele manier met het internationaal recht, met het ondersteunen van
terreurgroepen en het uitvoeren van liquidaties in andere landen. Deze
aanval is dus in strijd met het internationaal recht, maar een nog veel
groter probleem is dat dit leidt tot een grote escalatie. Het leidt tot
vluchtelingenstromen, tot 4 miljoen mensen die ontheemd zijn. Nu dreigt
er een olie- en gascrisis in de hele wereld. Ondertussen lijkt er geen
doordacht plan achter te zitten. U en een aantal andere collega's
zeggen: het kabinet heeft enerzijds gezegd dat het op gespannen voet
staat met het internationaal recht en heeft anderzijds gezegd er wel
begrip voor te hebben. Daarvan kunt u zeggen: ik vind dat niet
duidelijk. Maar het is wel precies wat de meeste Europese landen zeggen.
Je hoort het vanuit België, Frankrijk, Italië en het Verenigd
Koninkrijk. Dat gebeurt om een hele goede reden, namelijk dat het
Iraanse terreurregime er een is waarvan we volgens mij met z'n allen
hopen dat het morgen weg is. Tegelijkertijd zien we dat wat Amerika en
Israël nu doen, daar waarschijnlijk niet toe gaat leiden.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Waarom Poetin dit zegt, is natuurlijk volkomen duidelijk: hij steunt
Iran. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat Nederland consequent
opkomt voor het internationaal recht. Daar gaat het om. Ik hoor D66
zeggen: dit is een schending. Dat heb ik het kabinet niet horen zeggen.
Daar komt het dus op neer. Je kunt als D66 niet zeggen: wij vinden het
een schending van het internationaal recht, maar voor het standpunt van
het kabinet hebben we alleen maar begrip. Het kan niet en-en zijn. D66
is het toch met mij eens dat het niet en-en kan zijn?
De heer Paternotte (D66):
Dat is het ook niet. Het kabinet zegt: het staat op gespannen voet met
internationaal recht. Andere Europese regeringen zeggen: this is outside
the scope of international law. Dat is een diplomatieke manier om dat te
zeggen. Ik kan hier als parlementariër gewoon zeggen dat het natuurlijk
duidelijk is dat dit zich niet verdraagt met het internationaal
recht.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Zonder inleiding. Ik stelde net een vraag, maar ik kreeg daar geen
antwoord op. Ik vraag het nog één keer. Bent u het met de fractie van
GroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat Nederland geen militaire en
politieke steun kan geven aan deze militaire actie?
De heer Paternotte (D66):
Ja.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Paternotte. Het woord is aan de heer Eerdmans voor
zijn inbreng namens JA21.
De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, veel dank. Goedemiddag. JA21 staat achter de aanval van de
VS en Israël op Iran. Uiteraard heeft diplomatie altijd de voorkeur
boven oorlog, maar eindeloos en vruchteloos onderhandelen met religieuze
fundamentalisten … Het houdt ook een keer op, zeker als je ziet welke
constante dreiging van Iran uitgaat: "Dood aan Amerika! Dood aan
Israël!" Het is hun staand beleid. Denk aan hun raketten, hun nucleaire
dreiging, de talloze aanslagen op westerse en joodse doelen en, niet te
vergeten, de politieke en operationele steun van Iran voor de aanslagen
van Hamas in Israël in 2023.
Voorzitter. De militaire aanval volgt op een jarenlang eerst sluimerend,
maar groeiend en groeiend protest onder de Iraanse bevolking zelf;
helden en heldinnen zijn het wat ons betreft. Ik denk dat het signaal
van Amerika heel erg duidelijk is: wij steunen jullie; de repressie moet
stoppen en wij zijn jullie bondgenoot. Hopelijk verdwijnt niet alleen de
Iraanse militaire dreiging, maar leidt dit ook echt tot een nieuwe lente
voor Iraniërs. Op 20 maart is het hier officieel lente, maar wordt het
daar Iraans nieuwjaar. Ze vieren op die dag dat er na elke winter een
nieuwe lente is. Ik hoop met de 90 miljoen Iraniërs dat zij in de
toekomst vrij kunnen gaan leven zonder onderdrukking en met respect voor
mensenrechten.
Voorzitter. Dat is ook hier voor ons van belang. De lange arm van de
islamitische republiek reikt tot ver binnen Europa. Buiten kijf staat
dat de Revolutionaire Garde gelukkig enorm is verzwakt. Wel zijn er
grote vraagtekens, ook bij ons, over wat nou plan B van Amerika en
Israël is. We horen vaak wisselende verhalen. Eerst streeft Trump naar
volledige overgave door Iran. Een week later is de oorlog vrijwel
voorbij. Er lijkt sinds gisteren ook licht te zitten tussen de
opstelling van Amerika en die van Israël. Hoe kijkt onze regering
hiernaar? En wat is de positie van Nederland? Moet de westerse wereld nu
actief gaan bijdragen aan het verder omverwerpen van het
ayatollahregime? Kan Nederland politieke steun uitspreken voor de zoon
van de sjah, Reza Pahlavi, die sinds 1979 in ballingschap in de VS
verblijft?
Voorzitter. De oorlog in het Midden-Oosten heeft ook hier gigantische
gevolgen. De AEX vliegt heen en weer en begin deze week ging de
olieprijs door de 100 dollar per vat heen, voor het eerst sinds 2022;
dat was tijdens het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. De benzine- en
gasprijzen stijgen, terwijl onze gasvoorraad historisch laag is, onder
de 9%. Nederland is superkwetsbaar bij langdurige onderbreking van de
gasaanvoer door dit conflict. Dat bleek gisteren ook weer uit een studie
van de Gasunie: Nederland is onvoldoende voorbereid op een langdurige
verstoring van het gasaanbod. JA21 vindt daarom — het is bekend — dat de
gasputten in Groningen, die momenteel met beton dicht worden gestort,
open moeten blijven als strategische reserve, als redmiddel in tijden
van schaarste. Twee derde van de Nederlanders is het daar overigens mee
eens, net als ongeveer de helft van de Groningers. We gaan toch niet
meemaken dat door onze politieke koppigheid in dit dossier de
oorlogsmachine van Poetin extra wordt gefinancierd? Kan de premier
garanderen dat we geen extra Europese energie-import uit Rusland gaan
meemaken?
Voorzitter. Gisteren werd ook bekend dat 31 landen, waaronder Nederland,
een recordhoeveelheid olie uit hun reserveringen halen om de
prijsstijgingen tegen te gaan. Als we onze noodvoorraad olie gaan
aanboren, waarom storten we dan beton in onze noodvoorraad gas van 500
miljard kuub? Ik zeg daar maar even bij dat het afsluiten van die putten
een extra kostenpost erbij betekent van 2 miljard euro. Wil het kabinet
nogmaals proberen ons uit te leggen wat hier nou de logica achter is? Ik
hoop dat we ook op dit dossier heel snel onze kop uit het zand
halen.
Voorzitter, hier laat ik het bij. Dank je wel.
De voorzitter:
Dit debat gaat over de situatie in Iran. Ik wil dus een beetje voorkomen
dat het een debat wordt over Gronings gas, meneer Ceder. Een korte
interruptie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De andere kant van de munt is dat de stijgende prijzen ook bij de meest
kwetsbaren zorgen veroorzaken. Dat hebben we ook gezien bij de eerdere
stijgingen van de gasprijs. We hebben eerder gepleit voor heropening van
het energienoodfonds. Ik vraag me af of u daar in ieder geval open voor
staat, omdat het erop lijkt dat we hier dan een Kamermeerderheid
hebben.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik dacht dat u al een meerderheid had, maar dan heb ik dat verkeerd
gezien. Ik heb dit in beraad; dat geldt ook voor de twee collega's van
de JA21-fractie die op Energie en Sociale Zaken zitten. We kijken daar
dus naar. Ik hoor overigens meer mensen zeggen dat de gevolgen zich
helaas niet beperken tot het Midden-Oosten. Vandaar dat ook de
energieprijzen, de olieprijzen en onze voorraden hierbij natuurlijk een
grote rol spelen. Vandaar dat JA21 daar ook op in is gegaan.
De voorzitter:
Alle begrip. Ik meen dat het kabinet voor het weekend ook nog met een
brief hierover komt en dat we het debat hierover ook nog uitvoerig met
elkaar gaan voeren. Dank u wel, meneer Eerdmans. Het woord is aan de
heer Markuszower voor zijn inbreng namens de Groep Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel veel dank, voorzitter. We leven in onheilspellende tijden. Landen
hier ver vandaan zorgen voor mondiale instabiliteit en vormen steeds
vaker een bedreiging, niet alleen voor de wereldwijde economie, niet
alleen voor de volken die zij onderdrukken en niet alleen vanwege de
oorlogen die zij in hun eigen regio ontketenen, want zij vormen ook
steeds vaker een bedreiging voor ons land. De bevolking van Iran, een
land met een indrukwekkende geschiedenis en beschaving, wordt al bijna
een halve eeuw vermorzeld en gekneveld door bloeddorstige monsters.
Bevangen door de waanzin van de ideologie die de islam kan zijn, vormt
dat regime een existentieel gevaar voor eenieder die met deze barbaren
in aanraking komt. Ik hoop vurig dat de bevolking van Iran zich spoedig
bevrijdt van die gestoorde tirannen. We hebben in het verleden namelijk
gezien, zoals in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, wat er
gebeurt als een barbaars regime de macht heeft over een indrukwekkend en
bekwaam volk: een catastrofe, een wereldoorlog, destijds 60 miljoen
doden. We kunnen ons amper indenken wat die suïcidale, jihadistische
monsters voor de wereld in petto hebben. In eigen land zaaien zij dood
en verderf. Ook in andere landen plegen zij terroristische aanslagen.
Dit regime moet worden gestopt, juist ook voor onze nationale
veiligheid.
Het past ons vandaag om onze dankbaarheid uit te spreken aan onze
bondgenoten Israël en Amerika. De heldhaftige acties van Israëlische en
Amerikaanse soldaten, de moedige beslissing van president Trump en
premier Netanyahu om die monsters in Iran aan te pakken: het is allemaal
zeer prijzenswaardig. Hun moed maakt ook ons hier in Nederland
veiliger.
Hoelang die acties gaan duren en wat exact de uitkomst wordt, weet
niemand. Voor Nederland gelden nu wel een aantal problemen die wij hier
vandaag moeten adresseren. Allereerst bestaat het risico dat door de
onrust in het Midden-Oosten vluchtelingenstromen richting Nederland
komen. Hoezeer wij ook begaan zijn met het lot van onschuldige mensen,
ik wil dat onze regering er alles aan doet om te zorgen dat wij nul
vluchtelingen gaan opnemen. De regio daar is groot. De landen rondom
Iran zijn extreem rijk. Zorg dat vluchtelingen niet hier maar daar
worden opgevangen. Graag een toezegging op dit punt van de
minister.
Iran heeft gedreigd met het plegen van terroristische aanslagen. Hoe
gaat de regering voorkomen dat die daadwerkelijk in Nederland gepleegd
worden?
Voorzitter. Los van die militaire druk, kan Nederland via diplomatieke
maatregelen de bevolking van Iran helpen in het terugveroveren van hun
land. Dat zouden we kunnen doen door het regime niet langer te erkennen.
Verbreek de diplomatieke banden, sluit de Iraanse ambassade in Den Haag,
zet de Iraanse ambassadeur vandaag nog het land uit en erken een
interim-regime onder leiding van Reza Pahlavi.
Voorzitter. Door deze geopolitieke ontwikkelingen is het tanken van
brandstof verworden tot een ware rip-off. Tegelijkertijd zijn de
belastingen op brandstof torenhoog. Meer dan de helft van de
benzineprijs bestaat uit belastingen. Onze fractie wil dat de accijnzen
op brandstof drastisch worden verlaagd. Zo wordt autorijden betaalbaar
en krijgen Nederlanders lucht in de portemonnee.
Voorzitter. Ik rond af. Het is duidelijk dat het afgelopen moet zijn met
de onderdrukking in Iran. Wij wensen het Iraanse volk veel kracht en
sterkte toe.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Markuszower. Het woord is aan de heer Wilders voor
zijn inbreng namens de PVV. De brief waarover ik eerder sprak met de
heer Eerdmans zal aanstaande maandag komen, heeft de minister-president
mij laten weten. Het woord is aan de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Mag ik ook beginnen met het geven van een heel groot
compliment aan de Verenigde Staten en Israël voor het elimineren van
ayatollah Khamenei en een groot deel van de rest van zijn islamitische
terreurbende? Wat een heldendaad. Ook het zo veel mogelijk vernietigen
van de Iraanse nucleaire ballistische en terroristische infrastructuur
was zeer terecht. Europa heeft er ook zelf een direct veiligheidsbelang
bij. Iran hoort immers tot de grootste terreurstaten ter wereld.
Voorzitter. De eerste reactie van premier Jetten op de militaire actie
van de VS en Israël was om je kapot te schamen. Ik vond hem zwak. Ik
vond hem laf. Hij leek even op de Chamberlain van de Lage Landen toen
hij alle partijen — alle partijen op gelijke voet: Iran, Israël en de
Verenigde Staten — opriep tot terughoudendheid. Ten aanzien van een land
als Iran, dat zo ongeveer de halve wereld terroriseert en waar vrouwen
worden verkracht en vermoord voor het niet dragen van een hoofddoek,
waar homoseksuelen aan hijskranen op publieke pleinen worden opgehangen,
is en was dat zeer ongepast van deze minister-president.
Voorzitter. Gelukkig pakken Trump en Netanyahu de Iraanse ayatollahs en
hun terreurinfrastructuur genadeloos hard aan. Wat mij betreft — ik hoor
dat ook van heel veel Iraniërs — verdienen ze daarvoor de Nobelprijs
voor de Vrede. Wat de doelstellingen ook mogen zijn, feit is dat de
militaire capaciteit van Iran gigantisch is verzwakt. Hun luchtmacht en
marine zijn fors geminimaliseerd. Ze hebben bijna geen raketten en
drones meer over, lees ik overal. Ook hun steun aan de proxy's wordt dus
verzacht.
Voorzitter. Iran was vóór 1979 een seculier en vrij land, dat goede
contacten onderhield met de Verenigde Staten, Europa en Israël. Wat zou
het fantastisch zijn als dat terug zou komen. De bevrijding van Iran zou
van historische betekenis zijn voor alle Iraniërs wereldwijd, maar ook
voor de geopolitiek. Het Midden-Oosten en Europa zouden bevrijd worden
van de terreur van die krankzinnige ayatollahs en hun proxy's die in de
regio, maar ook hier in Nederland, in het verleden al verschillende
politieke tegenstanders met bruut geweld hebben laten vermoorden.
Voorzitter. Tientallen miljoenen Iraniërs haten inmiddels de islam, in
naam waarvan ze zijn gekneveld, onderdrukt en vermoord. Ze willen hun
land terecht bevrijden van diezelfde islam. Ik begrijp dat heel goed.
Ook Europa en ons eigen Nederland zouden moeten worden bevrijd van de
islam. We islamiseren hier razendsnel. We beginnen in dit land steeds
meer op een soort klein Irantje te lijken, met steden vol hoofddoekjes,
krijsende moskeeën, terreur en zelfs iftarpauzes in ons eigen
parlement.
Voorzitter. We moeten onze grenzen dus sluiten voor nog meer islam. We
moeten inzetten op remigratie en ons land de-islamiseren, want de islam
is en blijft een groot gevaar, en hoort niet bij Nederland.
Voorzitter. De PVV heeft gisteren steun gegeven aan de inzet van het
marineschip Evertsen in het oosten van de Middellande Zee. Het helpen
onderscheppen van raketten uit Iran richting Europa is zeker zinvol.
Onze woordvoerder heeft dit gisteren al gezegd, maar ik zeg het graag
nog een keer: wij wensen onze militairen heel veel succes bij hun
belangrijke missie en een behouden thuiskomst.
Voorzitter. Ten slotte de gevolgen voor Nederland. De PVV wil de
gevolgen voor de portemonnee van de Nederlanders graag onmiddellijk
kleiner maken en minimaliseren. De brandstof- en energieprijzen stijgen.
Eergisteren, bij het vragenuurtje, kwam het kabinet niet verder dan wat
kort gebral. Dat is onvoldoende. Het moet snel gebeuren. We hebben geen
onderzoek nodig; we hebben actie nodig. Mijn oproep aan het kabinet is
dus ook om zo snel mogelijk, het liefst binnen een paar weken, te
besluiten en er het liefst ook voor te zorgen dat de brandstofaccijns,
de energiebelasting en de btw op boodschappen voor Nederlanders
omlaaggaan. Betaal dat maar incidenteel door geen tientallen miljarden
uit te geven aan een klimaat- en stikstoffonds of aan ontwikkelingshulp,
en laat andere landen maar een keer wat meer geven aan Oekraïne. Wij
hebben dat gedaan; dat hebben we terecht gedaan, maar we staan er voor
20 miljard euro voor aan de lat.
Voorzitter, ten slotte. De portemonnee van de Nederlander is nu
belangrijker. Help die Nederlander en doe dat snel. Houd op met
smoesjes. Steun de actie van de Amerikanen en de Israëli's.
Dank u wel.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik vind het echt onbegrijpelijk hoe Geert Wilders zich gedraagt als een
fanboy van Netanyahu. Bij alle oorlogen en misdaden van Netanyahu staat
de heer Wilders te klappen en te juichen. Hij stond te juichen toen
Israël 70.000 mensen afslachtte tijdens de genocide in Gaza. Hij stond
te juichen toen Israël mensen afslachtte toen het Libanon aanviel. Hij
stond te juichen toen Israël Syrië aanviel en dat land illegaal bezette.
Hij staat nu ook te juichen bij de illegale aanval op Iran. Waarom
blijft de heer Wilders zich keer op keer opstellen als een fanboy van
Netanyahu en waarom steunt hij Netanyahu in het voeren van al die
illegale oorlogen?
De heer Wilders (PVV):
Ik ben zeer trots op de steun voor het land Israël en op de premier die
daar zit. Ik vind dat hij meer gedaan heeft in de terreurbestrijding dan
Europa in de laatste vijftig jaar. Hij heeft na honderdduizend aanvallen
op zijn land teruggeslagen tegen Hezbollah in Libanon, een
terreurorganisatie die gesteund wordt door de Islamitische Republiek
Iran. Hij heeft Hezbollah kleiner gemaakt; dat is alleen maar sterk. Hij
heeft ook teruggeslagen tegen Hamas, en hij heeft Hamas een kopje
kleiner gemaakt. U kunt het zich herinneren: op 7 oktober 2023 viel
Hamas zijn land binnen en slachtte daar onschuldige feestende tieners
af. Hamas is ook een terroristische organisatie. Die is weliswaar
soennitisch, in tegenstelling tot het sjiitische Iran, maar Hamas wordt
ook gesteund door Iran. Dus ik vind het ook prima dat hij dat deed. En,
zoals u weet, hebben alle ayatollahs, van Khomeini tot Khamenei — een
collega zei het net al — geroepen: dood aan de grote en de kleine satan.
Daarmee werden de Verenigde Staten en Israël bedoeld. Dan is er nog de
financiële en militaire steun die Iran gaf aan al die terroristische
organisaties die ik net noemde. Die heeft hij ook een kopje kleiner
gemaakt. Het is niet alleen begrijpelijk dat hij dat heeft gedaan om
zijn land te verdedigen, maar daar hebben wij ook rechtstreeks belang
bij. U weet namelijk dat Iran zijn capaciteiten … In ieder geval is de
intentie van Iran om het Midden-Oosten en Israël, maar ook Europa,
uiteindelijk een kopje kleiner te maken. We hebben het ook gezien toen
er vanuit Iran een aanval op Cyprus kwam. Iedereen zei dat het een
verzinsel was. Ook Cyprus is aangevallen. Dat is een van de redenen dat
wij daar nu ons fregat naartoe sturen. Dus ja, in alle eerlijkheid zeg
ik dat het geweldig is wat hij heeft gedaan, meer dan twintig
minister-presidenten in Nederland in de afgelopen vijftig jaar.
De heer Van Baarle (DENK):
Dit is nogal wat, hoor. Netanyahu pleegt genocide in Gaza en slacht op
z'n minst 70.000 Palestijnen af en de heer Wilders zegt hier maar even:
geweldig, hoor, dat hij dat heeft gedaan. De heer Wilders doet hier
gewoon een loftuiting, een compliment, in de richting van een van de
grootste criminelen van de moderne geschiedenis, Netanyahu, en dat
terwijl we zien dat de daden van Netanyahu niet eens in het belang zijn
van de mensen hier in Nederland, die nu moeten lijden onder de
toegenomen kosten van leven, van brandstof. De heer Wilders zegt nu niet
alleen dat hij Netanyahu steunt, omdat hij politiek gezien de trekpop
van Netanyahu is, maar ook dat de Nederlander meer moet lijden, want hij
zegt eigenlijk: Netanyahu, bombardeer maar door en de Nederlander moet
maar betalen aan de pomp en gebukt gaan onder armoede. De heer Wilders
dient dus de belangen van Netanyahu, niet de belangen van de
Nederlander. Waarom, meneer Wilders?
De heer Wilders (PVV):
Nee, dat doe ik allemaal niet. Sterker nog, ik zeg juist dat wij — daar
eindigde ik mijn inbreng mee — tientallen miljarden die we nu aan gekke
stikstof- en klimaatfondsen besteden in ieder geval incidenteel, zolang
de crisis duurt, de komende jaren moeten besteden aan een lagere
benzineprijs, een lagere btw, lagere accijnzen op benzine en lagere
belasting op de energierekening. Ik pleit voor het afschaffen van het
lage 9%-tarief op boodschappen, want die kunnen ook zomaar duurder
worden als de olie duurder wordt. Ik wil dus juist dat die Nederlander
wordt gecompenseerd. Ja, het is ook in het belang van Nederland als een
land, in dit geval samen met de Verenigde Staten, terroristen aanpakt.
Iedereen die het opneemt voor Iran, neemt het op voor terroristen, want
dat zijn ze. Ze vermoorden wereldwijd hun tegenstanders en ook in hun
eigen land. Daar hoor ik u dan niet over. Je zal er maar vrouw,
christen, joods, homoseksueel zijn. Als je dat uit, hang je aan een
hijskraan. Dat is wat dat land doet. Ik heb dus geen enkel begrip voor
het begrip; wat de collega van DENK hier laat zien, vind ik eerder
rieken naar terreur.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Wilders steunt niet alleen een genocidepleger, maar zegt hier
ook dat Nederlands belastinggeld gebruikt moet worden om te gaan betalen
voor de gevolgen van de illegale oorlog van Netanyahu en Trump. Dat is
namelijk wat er op dit moment gebeurt. Als de heer Wilders misdaden van
Netanyahu steunt, maar ook nog eens zegt dat de Nederlandse
belastingbetaler moet opdraaien voor die kosten, kan ik alleen maar
concluderen dat hier niet Geert Wilders staat, maar dat hier de praatpop
van Netanyahu staat, die tegen de belangen van Nederlanders ingaat. Dat
is een schande en een Nederlandse volksvertegenwoordiger onwaardig.
De heer Wilders (PVV):
Dat is beter dan een praatpop te zijn van Hamas, van de Jihad en van
Khamenei. Dat is zoals u zich nu uit, en dat mag allemaal. Maar
nogmaals, Israël en Amerika pakken hier het terrorisme aan. God verhoede
dat er niets zou gebeuren. Sterker nog, niets doen tegen Iran is geen
optie. Iran is een land met een nucleaire ambitie, een land met
overbrengingsmiddelen, raketten die tot Europa kunnen reiken. Het is een
land dat miljarden besteedt om terroristen in de regio, maar ook in
Europa, te ondersteunen. Niets doen is geen optie. Wij kijken graag de
andere kant op. Wij gaan hier weet ik wat voor gekke dingen doen. Wij
laten iedereen ons land binnen. We bouwen nieuwe moskeeën. We hebben op
verzoek van u een iftarpauze in het parlement. Dat gaan wij hier niet
meer doen! Niets doen is geen optie. Als je de vrijheid van je land en
van je volk wil behouden, dan zul je terreur moeten aanpakken en dan zul
je de islam moeten terugdringen. Zo is het en niet anders.
De voorzitter:
De heer Klaver heeft een punt van orde.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ja, een punt van orde. Zojuist komt er het bericht binnen dat een kanon
op de Evertsen het niet zou doen. Gister is hier natuurlijk het debat
over de artikel 100-brief geweest. Ik zou graag staande dit debat en zo
snel mogelijk een brief willen ontvangen van de minister van Defensie,
en ook willen horen waarom dit niet eerder aan de Kamer is gemeld.
Blijkbaar is het iets wat al speelde, want als ik de berichtgeving mag
geloven werd er geprobeerd om het op te lossen.
De heer Wilders (PVV):
Wat staat daarin, als ik het vragen mag?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Sorry, het AD bericht zojuist dat een kanon op de Evertsen het niet
doet, dat dat al bekend was, dat er namelijk al gewerkt werd aan een
oplossing en dat die oplossing langer duurt. Het is van belang dat de
Kamer volledig wordt geïnformeerd voordat wij instemmen met zo'n artikel
100-brief. Ik zou dus graag staande dit debat, eigenlijk binnen een
halfuur, een brief willen van de minister van Defensie.
De voorzitter:
De heer Klaver doet een informatieverzoek in de richting van het
kabinet. Ik mag verwachten dat daaraan tegemoetgekomen wordt. Ik zie nog
een interruptie van de heer Vermeer voor de heer Wilders.
De heer Vermeer (BBB):
Nee, ik ga even in op dit ordeverzoek. We hebben namelijk gisteren in
het debat nadrukkelijk juist naar dit punt gevraagd: of dit schip
zichzelf volledig kon verdedigen. En daar is toen met ja op
geantwoord.
De voorzitter:
Ja. Het informatieverzoek is gedaan. Meneer Wilders, dank u wel. Nu een
interruptie van de heer Paternotte.
De heer Paternotte (D66):
Ik vind het onnavolgbaar dat Wilders zegt: je moet eigenlijk volle steun
uitspreken voor de oorlog, en dat Henk en Ingrid zich nu blauw betalen
bij de pomp vind ik heel vervelend, maar dat moet je dan maar oplossen
door gewoon niks meer te doen aan klimaat- en energiebeleid. Waarom wil
hij zo graag dat wij al die olie en dat gas uit het Midden-Oosten
blijven halen? Dat geld voor klimaat en energie is bedoeld voor
windmolen, zonnepanelen en het verduurzamen van huizen, zodat ze van het
gas af kunnen, we niet meer elke keer al die olie en dat gas uit het
Midden-Oosten hoeven te halen en mensen hier door die prijsschommelingen
de hoofdprijs moeten betalen.
De heer Wilders (PVV):
Er is echt geen Nederlander die dit wil. Er is niemand die dit wil. In
uw plannen heeft u staan dat u tot 2050 of 2055 65 miljard euro aan
windmolens op zee besteedt. 65 miljard euro! Voorzitter, ik hou het
netjes, maar ik zou bijna willen vragen of de collega nog helemaal goed
bij zinnen is. 65 miljard euro voor windmolens op zee! Als we daarvan
nou eens 30 of 40 miljard of voor mijn part alles gebruiken om voor
Nederlanders de boodschappen betaalbaarder te maken, te zorgen dat ze
aan de pomp gewoon weer goedkoop benzine kunnen kopen, te zorgen dat de
dieselprijs — wat is die inmiddels? €2,50 of zo? — omlaaggaat en te
zorgen dat de gasrekening thuis betaalbaar wordt. U schiet door in alles
wat u doet. Het zijn onmogelijke bedragen. U bezuinigt op de
ouderenzorg. U doet het eigen risico omhoog. U wilt WW'ers pakken. We
hebben er net dankzij de ChristenUnie voor gezorgd dat de gehandicapten
niet worden gepakt. Dat was u namelijk ook van plan. Tegelijkertijd
geeft u 65 miljard aan windmolen. En dan komt u nu bij mij klagen? Het
is werkelijk niet te geloven.
De heer Paternotte (D66):
Het gaat om iets meer dan 2 miljard euro per jaar om te zorgen dat we
hier in Nederland zelf op eigen bodem energie kunnen opwekken met
windmolens en zonnepanelen, en voor het verduurzamen van huizen, zodat
ze van het gas af kunnen en het gas dus niet met een schip vanuit Qatar
hoeft te worden aangevoerd. Waarom wil Wilders tot in lengte van dagen
dat Nederland dat uit het Midden-Oosten moet halen, terwijl daar continu
oorlogen zijn, ook nu weer, en Henk en Ingrid zich daardoor blauw
betalen aan de pomp, terwijl Wilders zegt dat het fantastisch is dat die
oorlog er is?
De voorzitter:
Het is een Irandebat, meneer Paternotte.
De heer Wilders (PVV):
Het is heel triest dat de collega van D66 in het Irandebat niet verder
komt dan windmolens. Hij kent ook zijn feiten niet, want wij krijgen het
merendeel van ons gas helemaal niet via de Straat van Hormuz. Dat is
helemaal niet zo. Een groot deel van ons gas krijgen wij via Noorwegen.
Het andere deel krijgen wij in vloeibare vorm via schepen van de
Verenigde Staten. Ik geloof dat wij 2% of zo via de Straat van Hormuz
krijgen. De rest gebeurt allemaal niet. A u kent uw feiten niet, b u
bent bij het verkeerde debat en c Nederlanders willen liever minder
betalen voor energie dan betalen voor uw idiote windmolens op zee.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Paternotte (D66):
De heer Wilders doet zich dommer voor dan hij is. 20% van het gas uit de
wereld komt via schepen door de Straat van Hormuz. 13% van het lng in
Europa komt door de Straat van Hormuz uit het Midden-Oosten. Omdat we
dat niet meer krijgen omdat de lng-centrale in Qatar nu helemaal
stilligt en het zes weken duurt om die weer op te starten, stijgt de
gasprijs wereldwijd en maken mensen zich nu al zorgen om hun
gasrekening. Als u doet alsof u dat allemaal niet snapt en het allemaal
geen probleem is omdat wij wat uit Noorwegen halen, dan doet u zich
dommer voor dan u bent. Wij zijn afhankelijk van die energie uit het
Midden-Oosten. Dat is waarom we ons nu zorgen maken om prijzen. Dat is
waarom u ernaar vraagt en waarom ik vraag wat de overheid daarvoor kan
doen. Zeggen dat we dat geld dan maar eventjes weghalen bij de
investeringen die we doen om te zorgen dat Nederlanders juist een
betaalbare energierekening krijgen, is oliedom.
De heer Wilders (PVV):
Nederland betaalt in Europa, volgens mij zelfs wereldwijd, het meeste
aan belastingen op energie. We hebben een torenhoge accijns op benzine.
Dat doet uw kabinet nu ook. Die accijnzen zijn gewoon inkomsten voor de
overheid. Dat is gewoon geld dat u steelt van de burger. Dat gaat niet
naar weet ik wat voor doelen, maar dat gaat rechtstreeks in de
portemonnee van de minister van Financiën. De Nederlander bloedt, want
die moet heel veel hoge belastingen betalen. Die moet bijna de hoogste
belasting van de wereld op zijn energierekening en op zijn gasrekening
betalen. Hij moet een torenhoge accijns betalen aan de pomp, omdat u dat
geld ergens anders voor wil gebruiken. Dat is pure diefstal. Hij gaat
tot 2055 ook nog 65 miljard betalen aan die windmolens op zee. Nou, ik
zeg u: als u daarmee campagne had gevoerd, had u de verkiezingen niet
gewonnen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wilders. Het woord is aan mevrouw Keijzer voor haar
inbreng namens lid Keijzer. Gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie minuten, dus drie onderwerpen. Ten
eerste de eenheid van kabinetsbeleid. Zou de vertegenwoordiger — "wie
van de drie?" zou ik bijna willen zeggen — precies willen zeggen hoe ze
in dit hele debat staan? De afgelopen tijd hebben we allerlei
verschillende meningen over elkaar heen gezien, maar het is ook wel
interessant om te weten of u zich nog steeds gaat houden aan artikel 45,
lid 3 van de Grondwet, namelijk de eenheid van kabinetsbeleid. Ik krijg
ook graag een reactie op de uitspraak die de heer Paternotte net deed,
dat in ieder geval de fractie van D66 geen militaire steun gaat verlenen
als die wordt gevraagd door de VS en Israël.
Dan het tweede onderwerp: dat wat rechtmatig is, is niet ook altijd
rechtvaardig. Ik heb met verbazing gekeken naar de hele discussie en
naar hoe die zich beperkte tot de vraag of wat hier gebeurd is nou in
overeenstemming is met het internationaal recht. Er is hier al heel veel
over gezegd vandaag. Ik zal dat niet herhalen. Ik denk dat we vooral ook
moeten stilstaan bij wat dit dictatoriale regime betekend heeft voor de
mensen in Iran zelf. Dat was niet in overeenstemming met welk recht of
welke moraal dan ook.
Voorzitter. Dan het derde punt. Wat betekent dit alles voor Nederland?
Ik heb gezien dat er een wetsvoorstel ten aanzien van de
strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme, terroristisch
geweld of terroristische organisaties in internetconsulatie is geweest.
Volgens mij ligt het bij de Raad van State. Met welk tempo gaat het
kabinet dit in de Kamer neerleggen? Ik maak me zorgen over het
straatbeeld.
Het tweede onderwerp: vluchtelingenstromen. Wat gaat dit kabinet doen om
te voorkomen dat er weer een nieuwe groep mensen Nederland instroomt,
die overigens vanzelfsprekend dan weer op een andere manier in het
Iraanse debat zitten dan de groep die hier al vertegenwoordigd is? Hoe
houden we die mensen veilig? Tot slot het derde onderwerp: de
energieprijzen. Ik heb een aantal vertegenwoordigers van het kabinet
horen zeggen dat ze ernaar zullen kijken, dat ze het zullen onderzoeken,
maar het is allemaal niet zo heel erg simpel. Doe de btw naar beneden of
de accijnzen naar beneden. Doe dat, alsjeblieft, en stop met het voeren
van CPB-cafetariapolitiek.
Tot slot, voorzitter. Ik eindig hier uiteraard met het uitspreken van
mijn steun aan de Iraanse bevolking, want die zit hiermee.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Keijzer. Het woord is aan meneer Struijs namens
50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank u, voorzitter. Wij kiezen een iets andere invalshoek, maar alle
dingen die gezegd zijn, blijven ook voor ons belangrijk, bijvoorbeeld
als het gaat over de steun aan het Iraanse volk. De dingen die zij
allemaal hebben meegemaakt de laatste decennia, zijn met geen pen te
beschrijven.
Ik wil een beetje ingaan op weerbaarheid. Mensen in onze achterban, en
vele andere Nederlanders, hebben menige crisis meegemaakt. Bij onze
achterban zijn er zelfs mensen die als kind oorlog hebben meegemaakt. We
hebben van al die oorlogen en crisissen geleerd, ook van mensen die zijn
uitgezonden: het eerste wat je moet doen als Nederland, is weerbaar
zijn, zowel fysiek als mentaal als economisch als militair. Waar staat
dat dan voor? Dat staat voor een rechte rug, solidariteit, ook in de
Kamer, en steun aan onze manschappen die daarnaartoe gaan, ook in
materieel. Ik vind het toch wel schandalig dat een kanon het niet doet.
Dat zal niet worden ingezet, volgens de berichtgeving, want het is niet
bedoeld voor de defensieve taken. Maar dat had gemeld moeten worden,
want dat is al een tijdje bekend. We hebben hier met een hele
belangrijke operatie te maken. Collega's in de Kamer hebben gevraagd of
het materieel in orde was. Ik herinner u even aan wat de heer Vermeer
gisteren in de briefing, en ook later, zei. "Is het materieel in orde?"
"Ja, het materieel is in orde." Meld dit dan. Het geeft zo veel ruis op
de lijn. Dat gezegd hebbende, verwacht ik een adequaat antwoord over het
niet-werken van het kanon en op de vraag waarom dat niet gemeld
is.
Nederland staat voor een hele zware opgave. Er wordt een collectief
beroep op ons allen gedaan. De prijzen van olie en gas gaan nu echt door
het dak, maar de consequenties gaan verder dan alleen die hogere
prijzen. We zien dat alles daardoor duurder wordt. Dit wordt geen korte
oorlog. Alle lichten staan erop dat je dit regime niet makkelijk
omverwerpt. De Iraanse garde, die groot is, heeft zich letterlijk
ingegraven, in cellen onder de grond, fysiek. Ze hebben meerdere keren
verklaard op te splitsen en door te gaan zolang ze kunnen. Dit regime
valt dus niet een-twee-drie.
De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, had het
gisteren over 3 miljard euro aan extra import van fossiele brandstoffen;
zo veel kost dit ongeveer de laatste tien dagen. We moeten nu dus heel
veel geld investeren in onze energie. Doe dat ook, zodat het betaalbaar
blijft voor die mensen. Ik geef u namelijk op een briefje dat over drie
weken de eerste boodschappen alweer duurder gaan worden omdat de
transportkosten zijn toegenomen. Denk ook aan de kleine rijschoolhouder.
Wij gaan hier allemaal last van houden. Ik verwacht dus een antwoord op
de vraag of hier al over nagedacht wordt, want weerbaarheid is ook
vooruitdenken.
Laten we ook nog even stilstaan bij het volgende. 50PLUS gaat zich
mengen in alles wat er nu gebeurt, niet alleen ten aanzien van Iran,
maar ook ten aanzien van alle consequenties. De 86 miljoen inwoners, die
enorm hebben geleden, staan nog steeds onder het gezag van die
Revolutionaire Garde. Maar ook hier is die actief geweest en is die ook
nog steeds actief. De vicepremier van de UK, David Lammy, deed
recentelijk de volgende uitspraak: "Iran is wereldwijd de grootste
staatssponsor van terrorisme. Het afgelopen jaar zijn er ruim twintig
moordcomplotten en pogingen tot ontvoering op Brits grondgebied
verijdeld." Ook MI5-baas Ken McCallum achtte de dreiging onlangs zo
groot dat hij publiekelijk waarschuwde voor dit mondiale gevaar: Iran
moordt, gijzelt en intimideert, en houdt hier voorlopig niet mee op. Hij
heeft een deel van deze informatie ook aan Nederland doorgespeeld. Ik
weet niet wat die informatie is, maar ik wil graag van deze regering
horen of deze oproep tot waakzaamheid ertoe leidt dat we nu alles uit de
kast trekken om dit te voorkomen op Nederlands grondgebied. Kunt u daar
een nadere duiding van geven? Wat gaan we hieraan doen? Ik ga stoppen.
Wat is het dreigingsniveau in Nederland? Daarover wil ik een concreet
antwoord van deze regering.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs.
Tot slot is het woord aan de heer Stoffer. Hij is de laatste spreker van
de zijde van de Kamer. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
"Dood aan Amerika. Dood aan Israël." We horen het nu al 47 jaar. Dit
stukje proza is niet zomaar retoriek, maar officieel beleid van de
Islamitische Republiek Iran en haar Revolutionaire Garde, van aanslagen
in Beirut en Buenos Aires tot liquidaties in Europa. De garde rekent
koelbloedig af met tegenstanders, zowel binnen als buiten Iran, en laat
geen kans onbenut om antisemitisme aan te wakkeren.
Dat heeft ook hier in Nederland gevolgen. Joodse instellingen nemen al
jaren zware veiligheidsmaatregelen. De Israëlische ambassadeur is veruit
de zwaarst beveiligde diplomaat. Vorige week maakten de autoriteiten in
Azerbeidzjan nog bekend dat er terreuraanslagen op een synagoge en de
ambassade zijn verijdeld. Voor Iraanse en joodse Nederlanders vormt de
garde een dagelijkse bedreiging.
Iran is bovendien een existentiële bedreiging voor Israël. Daarom waren
we als SGP echt in shock toen de minister in zijn eerste reactie opriep
tot terughoudendheid. Dat zeggen we toch ook niet tegen Oekraïne?
Wellicht geschrokken van de reacties, gaf de minister enkele dagen later
aan dat de oproep met name aan Iran was gericht en dat het
internationaal recht niet het enige kader is. Zonder daarbij directe
steun uit te spreken, werd er in ieder geval begrip getoond voor de
acties van Israëli's en Amerikanen.
Voorzitter. Maar wat schetst mijn verbazing? Gisteren liet de
minister-president een statement uitgaan dat het kabinet inzet op
de-escalatie en druk op het Iraanse regime. Mijn vraag is: kan de
minister-president uitleggen hoe die twee samengaan? Ik probeer dit
soort statements welwillend te lezen, maar het kabinet laat ons opnieuw
in verwarring achter. In Jeruzalem en Washington wordt ook meegelezen.
Dit soort teksten roepen daar onbegrip op. De vraag is: wat is nu
precies de positie van Nederland en aan wie is die oproep tot
de-escalatie ditmaal gericht? Als zich een kans voordoet om dit brute
regime een gevoelige slag toe te brengen en misschien zelfs ruimte te
creëren voor echte verandering, is een oproep tot de-escalatie totaal
ongepast. Als alles bij het oude blijft, hebben tienduizenden Iraanse
demonstranten hun leven verloren, terwijl de ayatollahs hun macht
consolideren.
Voorzitter. Een nucleair bewapend Iran vormt een existentiële dreiging
voor Israël en de internationale veiligheid. Volgens het Internationaal
Atoomenergie Agentschap heeft Iran uranium tot wel 60% verrijkt. Civiel
gebruik vereist minder dan 4%. Voor een kernwapen is 90% nodig. Dat is
een niveau dat Iran vanuit 60% in enkele weken kan realiseren. Na de
aanvallen van Israël en de VS schoot een deel van de Kamer direct in de
reflex van zeggen dat het internationaal recht is geschonden, maar dat
is voorbarig. In Nederland beschikken we niet over alle inlichtingen
waarover Israël en de Verenigde Staten wel beschikken. Het minste wat we
kunnen doen, is ons oordeel opschorten totdat we een vollediger beeld
hebben. Wat we wel weten, is dat een tweede Noord-Korea het laatste is
wat de wereld kan gebruiken.
Voorzitter. Dit debat raakt ook ons bredere buitenlandbeleid. Het openen
van markten of vergroten van exportkansen is belangrijk, maar dat kan
niet het primaire doel zijn. Internationale veiligheid en stabiliteit
moeten altijd vooropstaan. Het nucleaire akkoord met Iran bood
ontegenzeggelijk kansen voor het bedrijfsleven, maar dat
kortetermijndenken kwam met een enorme prijs. Commerciële betrekkingen
leiden niet automatisch tot hervormingen. Het tegendeel is waar; met
handel boven veiligheid hebben de Verenigde Staten en de EU het
ayatollahregime indirect gefinancierd. Follow the Money zegt dat
belastingopbrengsten vloeien naar veiligheidsdiensten die hun
binnenlandse greep verstevigen en naar buitenlandse operaties via
Hezbollah, de Houthi's en de Islamitische Jihad. Daarom is mijn vraag
aan de minister of het kabinet bereid is met de kennis van nu over de
voorgaande uraniumverrijking, de agressieve rol van Iran en de
onderdrukking van de eigen bevolking daar, te reflecteren op de
Nederlandse positie ten aanzien van de Irandeal ten tijde van de
kabinetten Rutte-II en Rutte III.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 15.40 uur. Dan gaan we naar de
beantwoording van het kabinet.
De vergadering wordt van 15.14 uur tot 15.40 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Klaver voor een
punt van orde.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Wij zouden willen voorstellen om over de moties, ingediend
bij dit debat, direct na dit debat fractiegewijs te stemmen. Als het
hoofdelijk is, kan dat wat ons betreft gewoon dinsdag, ook als de
stemmen staken of iets dergelijks. Dan hoeven we niet alle fracties van
thuis te halen, maar kunnen we dit debat vandaag wel helemaal
afronden.
De voorzitter:
U bent de baas in dit huis, bij meerderheid. Dus daar heb ik dan wel een
meerderheid voor nodig. Zijn er leden die bezwaar hebben? Meneer Ceder
heeft bezwaar.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb geen bezwaar, maar dan wel graag voordat het debat
over de Europese top aanvangt.
De voorzitter:
Ja, dat is volgens mij het voorstel.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik heb niet per se bezwaar, maar ik wil wel graag even uitleg waarom er
nu gestemd moet worden over deze moties. Waarom kan dat niet dinsdag?
Dat begrijp ik nog niet helemaal.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Dit is een vrij actuele situatie die speelt. De
minister-president moet hier ook gewoon op handelen in de komende dagen
en uren. We hebben al een week gewacht op dit debat, dus vandaar dat we
zeggen: niet nog een weekend eroverheen voordat er Kameruitspraken
worden gedaan.
De heer Dassen (Volt):
Steun, voorzitter.
De heer Paternotte (D66):
Het is vrij logisch om een aantal Kameruitspraken vanavond te kunnen
doen en een goed idee om dat fractiegewijs te doen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ikzelf houd er eerlijk gezegd niet zo van om af te wijken van de
procedure, maar als er een meerderheid is om dat wél te doen, dan wil ik
wel graag met de heer Paternotte meegaan, dus hopelijk kan het
fractiegewijs.
De voorzitter:
Want in dit huis bepalen wij samen de procedure.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun, hoor.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik houd ook niet van afwijken van de procedures. Als er een
meerderheid voor is, dan in elk geval niet hoofdelijk vanavond, zodat
iedereen nog overal vandaan terug moet komen. Dus hoogstens
fractiegewijs — en anders ben ik tegen.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb begrepen dat het voorstel inderdaad luidt: vandaag fractiegewijs
en niet hoofdelijk. Dat steun ik.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zie in algemene zin geen noodzaak hiertoe. Als er moties zijn die
echt zo urgent zijn dat het vóór dinsdag moet, dan kunnen we daarover
stemmen. Maar ik zou niet weten waarom we over alles voor dinsdag moeten
stemmen. Dus geen steun.
De heer Wilders (PVV):
Ik kan het wel steunen, maar mits inderdaad fractiegewijs. Ik vraag me
af of dat met het Reglement van Orde kan, want als één lid opstaat ...
Ik zei dus: in beginsel steun, maar ik vraag me af of dat kan. Want als
één lid opstaat en zegt "ik wil toch met het Reglement van Orde in de
hand hoofdelijk", dan wordt het hoofdelijk. Dus je kunt dat niet ...
De voorzitter:
Dan doen we dat dus dinsdag. Dat is het punt dat de heer Klaver
voorstelt. Als u zich daar in meerderheid achter schaart, dan is het
conform het Reglement van Orde om daar dinsdag hoofdelijk over te
stemmen. Maar goed dat u dat even scherp aanzet.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dinsdag wat mij betreft, voorzitter.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel goed dat meneer Wilders het scherp aanzet, maar als er ooit
hoofdelijk wordt gestemd, dan geldt sowieso die drieuursregel, maar in
principe de "naar de dinsdag verschuiven"-regel.
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun voor het voorstel van de heer Klaver.
De voorzitter:
Ik hoor dat er een meerderheid is en steun is om na afloop van dit
debat, dus vóór het debat over de Europese Raad, te stemmen over
ingediende moties. Mocht het onverwijld zo zijn dat er een hoofdelijke
stemming is, bijvoorbeeld omdat de stemmen staken of omdat een lid dat
aanvraagt ... U heeft aangegeven met elkaar dat we hoofdelijke
stemmingen überhaupt pas dinsdag doen. Ik stel dus voor om het als volgt
inderdaad te doen: stemmingen na dit debat, fractiegewijs, en indien
onverhoopt hoofdelijk, dan aanstaande dinsdag bij de reguliere
stemmingen. Akkoord.
Het woord is aan de minister-president voor de beantwoording.
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Gisterochtend sprak ik met een groep Iraanse
Nederlanders. In de korte tijd dat ik met hen in gesprek kon, werd de
situatie in Iran in al zijn facetten en met alle gevoelens die daarbij
horen, heel helder naar voren gebracht. Ik begreep ook uit de inbreng
van een aantal fracties dat zij soortgelijke gesprekken hebben gevoerd.
Daaruit komt één thema heel helder naar voren, een thema dat echt
overheerst bij die Iraanse Nederlanders: diepe bezorgdheid. Bezorgdheid
over familieleden die wonen in een gebied waar ze van de een op de
andere dag niet meer veilig zijn. Bezorgdheid ook over de toekomst van
Iran en over wat de escalatie van geweld betekent voor hun familie en
vrienden in het land zelf maar ook in de omliggende landen. Die zorgen
waren bijna voelbaar aanwezig, laat staan hoe dat is voor de miljoenen
mensen die op dit moment in Iran zelf zijn. "Bezorgdheid' is ook het
sleutelwoord in de gesprekken die ik de afgelopen week heb gevoerd met
leiders uit de Golfstaten over de gevolgen voor de gehele regio. In een
wereld waarin alles met alles samenhangt, zijn de gevolgen van deze
oorlog immers enorm.
Voorzitter. In dat fijngesponnen weefsel van belangen, afspraken en
menselijke verhoudingen moet Nederland zich verhouden tot de
actualiteit. Die is, zoals zo vaak, ingewikkelder dan we graag zouden
willen. Want ja, het is al lange tijd duidelijk dat Iran een serieuze
bedreiging is voor de vrede en veiligheid in het Midden-Oosten, maar ook
in Europa, onder andere door het leveren van drones aan Rusland. Het is
ook duidelijk dat het Iraanse volk al heel lang, decennialang, lijdt
onder een repressief en moorddadig regime. Het is ook duidelijk dat de
aanval op Iran en de onacceptabele tegenaanvallen van Iran op landen in
de regio buiten de kaders van het internationaal recht vallen. Inmiddels
zijn ook de effecten daarvan wereldwijd merkbaar.
Ik zou graag willen, zoals velen in dit debat, dat Nederland met een
paar maatregelen of een paar keuzes de situatie kan bezweren. We doen
wat we kunnen, maar helaas kunnen we daar niet alles oplossen. We doen
wat we kunnen voor het repatriëren van gestrande reizigers of het helpen
om daar weg te komen. We helpen bij het beschermen van Cyprus en
bondgenootschappelijk gebied door de inzet van een
luchtverdedigingsfregat. Ook Nederland maakt, samen met 31 andere
landen, olie uit strategische reserves vrij om de prijseffecten aan de
pomp, ook voor Nederlandse huishoudens en ondernemers, te dempen. Maar
we weten ook dat de invloed van Nederland beperkt is. Dus alleen door
internationaal samen te werken kunnen we helpen om stabiliteit in de
regio te brengen, met onze Europese partners, maar ook met onze partners
in de Golfregio.
Het is met die realistische boodschap in het achterhoofd dat ik vandaag
hier met uw Kamer dit debat wil voeren. Ik zal zo meteen ingaan op het
standpunt van het kabinet, op de gevolgen voor Nederland op het gebied
van economie en energie. Ik zal ingaan op de nationale veiligheid en op
de positie van Iraanse vluchtelingen in Nederland. Daarna zal de
minister van Buitenlandse Zaken ingaan op de Nederlandse inzet
internationaal, de Europese samenwerking en de consulaire inzet van
Nederland. Tot slot zal de minister van Defensie ingaan op vragen over
de Straat van Hormuz, cyberdreiging, geleerde lessen uit het verleden en
de gevraagde brief over het fregat.
Voorzitter. Verschillende Kamerleden hebben stilgestaan bij het
standpunt van Nederland over de aanval van de VS en Israël. De situatie
in en rond Iran blijft een bron van grote zorg. Sinds het begin van de
luchtaanvallen op Iran is het conflict alleen maar verder geëscaleerd
door de Iraanse vergeldingsaanvallen op doelen in de hele regio. Het
kabinet koestert geen enkele illusie over de intenties van het Iraanse
regime, het regime dat eerder dit jaar duizenden van zijn eigen burgers
vermoordde, dat verantwoordelijk is voor de liquidatie van twee mensen
in Nederland en dat Rusland steunt in de oorlog tegen Oekraïne.
Daarnaast heeft Nederland, net als veel andere landen, al jaren grote
zorgen over het nucleaire programma, het raketprogramma dat de regio
bedreigt en de steun van Iran aan talloze terroristische organisaties.
Deze realiteit en dreiging maken dat het kabinet begrip heeft dat de VS
en Israël zich genoodzaakt zagen om over te gaan tot actie. Zowel de
aanval op Iran van vorige week als die onacceptabele tegenaanvallen van
Iran daarna op landen in de regio vallen op basis van wat we nu weten
buiten de kaders van het internationaal recht. De aanvallen van Iran op
landen die niets met het conflict te maken hebben, beperken zich
bovendien niet tot militaire doelen. Ook burgerdoelen, zoals luchthavens
en hotels, liggen onder vuur. De Golfstaten zijn dan ook woedend over de
Iraanse agressie. Ik sprak verschillende van mijn collega's en heb
jegens hen onderstreept dat Nederland deze aanvallen onbegrijpelijk en
onacceptabel acht en dat we de aanvallen veroordelen.
Miljoenen mensen in en rondom Iran verkeren nu in grote angst en
onzekerheid. Dat geldt ook voor mensen in de Iraanse gemeenschap in
Nederland. Zij maken zich terecht zorgen over waar dit eindigt en wat de
toekomst van Iran is. Ook Nederlanders in de regio vrezen voor hun
veiligheid. Voor al die groepen geldt dat het onduidelijk is hoelang dit
conflict gaat duren en wat daarvan de consequenties zijn. Ik erken ook
dat het precieze einddoel van de Verenigde Staten en Israël — wat hebben
ze met deze aanvallen voor ogen? — inderdaad niet duidelijk is. Daarom
houdt het kabinet nu rekening met meerdere scenario's. Hoe langer het
conflict duurt, hoe groter de secundaire gevolgen zullen zijn voor Iran,
voor de regio en voor de rest van de wereld. Het conflict heeft
inmiddels al wereldwijde consequenties, onder andere voor de mondiale
handelsstromen en de energieprijzen. Het gevolg kan ook zijn dat de
aandacht voor andere situaties verslapt. Bij mijn bezoek aan Oekraïne
afgelopen weekend heb ik daarom nogmaals benadrukt dat de Russische
oorlog in Oekraïne juist nu niet vergeten mag worden. Natuurlijk zouden
we er allemaal bij gebaat zijn als het conflict snel de-escaleert. Daar
blijft het kabinet samen met de Europese partners toe oproepen in alle
contacten. Er moeten diplomatieke wegen worden gevonden om deze spiraal
van geweld te doorbreken, om daarmee te komen tot stabiliteit op de
lange termijn. Dat kan alleen met ook diplomatieke oplossingen. Daar wil
dit kabinet samen met de EU-partners aan bijdragen. Maar de eerlijkheid
gebiedt te zeggen dat de Europese invloed daarop momenteel beperkt is.
Zolang de veiligheidsdreiging voortduurt, zal het kabinet er dan ook
alles aan doen om de Nederlandse belangen zo veel mogelijk te
behartigen.
Dat brengt de vraag met zich mee — die werd gesteld door onder anderen
de heer Dassen en de heer Bontenbal — wat dit conflict ons leert over de
veranderende wereld en de positie van Europa daarin. Ik ben het helemaal
eens met de sprekers die hebben aangegeven dat dit conflict juist weer
aantoont hoe belangrijk het is dat we de Europese buitenlandse
samenwerking verstevigen, zodat ook Europa de taal van de macht veel
beter leert spreken, zodat Europa kan meebepalen dat er in dit soort
conflicten oog blijft voor de internationale rechtsorde, zodat we kunnen
helpen om het internationaal recht te verdedigen en zodat we bij
partijen, in dit geval de strijdende partijen, diplomatieke oplossingen
kunnen forceren. Dat vraagt van Europa de komende tijd een stevigere
inzet tegen het Iraanse regime. Nederland is al jaren koploper als het
gaat om meer Europese druk en het toevoegen van sancties jegens Iran,
onder andere de sancties die recentelijk zijn doorgevoerd en
exportbeperkingen die de druk op het regime verhogen. Nederland zal ook
de komende tijd niet stilzitten en alles op alles zetten om in Europa
tot een verdere aanscherping te komen en de Iraanse democratische
krachten maximaal te ondersteunen. Dat geldt voor het maatschappelijk
middenveld, mensenrechtenorganisaties en oppositie. De minister van
Buitenlandse Zaken zal daar zo meteen nog verder op ingaan.
Mevrouw Dobbe vroeg mij naar de inzet van de Franse president en de
verhouding van Nederland tot die Franse plannen. Tijdens mijn gesprek
met de Franse president van gisteren sprak hij zijn dank uit voor de
inzet van het Nederlandse fregat Evertsen voor de beveiliging van de
Charles de Gaulle en daarmee ook de inzet om het oostelijk Middellandse
Zeegebied te beschermen tegen Iraanse aanvallen, onder andere gericht op
Cyprus. Dat is ook het mandaat van deze missie. Dat is gisteren ook
uitvoerig met de beide ministers besproken in het debat over artikel
100. Het is mogelijk dat Frankrijk of andere partners de komende tijd
nog andere missies gaan overwegen, onder andere ter bescherming van
handelsstromen en energieleveringen. Als er verzoeken aan Nederland
worden ingediend, zullen we die opnieuw wegen en ook weer stap voor stap
zorgvuldig die afwegingen doorlopen. We zullen de Kamer daar uiteraard
ook actief en vooraf over informeren. Ik hecht er wel aan om te
benadrukken dat er nu dus geen concreet aanvullend verzoek ligt. Ik heb
ook met de Franse president gesproken over de inzet van Europa voor de
Iraanse bevolking. Ik verwijs nogmaals naar wat ik net al zei: we waren
en we blijven koploper in het opvoeren van die druk.
Tot slot waren er in dit blok ook nog een aantal vragen aan mij gesteld
over de eenheid van kabinetsbeleid. Dat is eigenlijk heel erg simpel. We
werken namelijk als team goed en intensief samen in een situatie die
zich continu ontwikkelt. Dat betekent dat u regelmatig leden van het
kabinet in actie ziet komen als er weer nieuwe ontwikkelingen zijn en
het kabinet zich daartoe verhoudt. Dat zullen we de komende tijd blijven
doen, allen vanuit onze eigen verantwoordelijkheid binnen dit
conflict.
Dat brengt me bij de vragen die zijn gesteld over de nationale
veiligheid. Daar zijn terecht zorgen over geuit, onder andere door de
VVD en BBB. Al jaren weten we uit ervaring veel te goed dat er
daadwerkelijk een dreiging bestaat van Iran, ook op het Nederlands
grondgebied. Daar hebben onze diensten regelmatig voor gewaarschuwd. Ook
onze nationale politie is daar scherp op. Waar nodig vinden er periodiek
ook veiligheidsanalyses plaats. Over eventuele specifieke maatregelen
die worden genomen om die onveilige situaties tegen te gaan, kan ik
helaas niets zeggen.
Als u het goedvindt, maak ik even deze paar vragen af.
In dit licht vroeg mevrouw Teunissen naar het voornemen van het kabinet
ten aanzien van Iraanse vluchtelingen die zich in Nederland bevinden. De
IND maakt een pas op de plaats en neemt op dit moment geen besluiten op
Iraanse asielaanvragen. De minister van Asiel en Migratie bereidt
intussen een besluit- en vertrekmoratorium voor. In de tussentijd worden
er geen personen teruggestuurd naar Iran, juist ook om die Iraanse
vluchtelingen in Nederland te beschermen.
Tot slot heb ik in dit blok de vraag van mevrouw Keijzer over het
wetsvoorstel Strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme. Dat
wetsvoorstel is in december 2025 naar de Raad van State verstuurd. We
hopen op korte termijn het advies daarop te ontvangen, zodat we daar
daarna als kabinet snel de volgende stappen op kunnen zetten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag gaat over het blokje dat aan de orde was voordat het over
Nederland ging. Dat ging over de inzet van Nederland als het gaat over
de-escalatie, omdat het heel belangrijk is om te komen tot de-escalatie,
omdat deze oorlog anders alleen maar langer gaat duren en ook groter
wordt, met alle gevolgen van dien voor mensen die daar direct of
indirect bij betrokken zijn. Het is dus heel belangrijk om daarop in te
zetten. Ik hoor de minister-president zeggen: wij roepen daartoe op.
Maar mijn vraag was: wat doen we nou concreet om daartoe te komen en om
te zorgen dat partijen met elkaar in gesprek gaan?
Minister Jetten:
Er zijn eigenlijk vanaf de dag dat de eerste aanval startte aan de
lopende band telefoongesprekken, videoconferenties en diplomatieke
contacten die erop gericht zijn om te begrijpen: wat is er gaande en wat
is het doel van de aanvallen? Maar er zijn ook contacten met de landen
in de Golfregio. Die landen zijn de afgelopen week geconfronteerd met
een bizarre hoeveelheid aan raketten en drone-aanvallen, soms op civiele
doelen en soms op de energie-infrastructuur. Dat geeft ook de grote
mondiale impact van dit conflict. Dus de eerste de-escalatie die plaats
zou moeten vinden is het stoppen van de aanvallen die gericht zijn op
landen en civiele doelen die eigenlijk niks met dit conflict te maken
hebben, om daarmee een verdere olievlekwerking van dit conflict te
voorkomen en ook de internationale energieleveringen weer zo veel
mogelijk op gang te krijgen.
De tweede stap van de-escalatie bestaat uit kijken of er tussen de
strijdende partijen — ik doel dan aan de ene kant op de Verenigde Staten
en Israël en aan de andere kant op Iran — weer bereidheid is of kan
komen om ook via het diplomatieke spoor met elkaar in gesprek te gaan
over hoe de aanvallen over en weer op een gegeven moment ook kunnen
stoppen en er weer via onderhandelingen en gesprekken kan worden gezocht
naar een oplossing, zoals tot een dag voordat de aanval begon die
diplomatieke gesprekken ook plaatsvonden met bemiddeling van andere
landen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat tot nu toe geen van de
strijdende partijen veel bereidheid toont om die indirecte
onderhandelingen weer op te starten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank voor het antwoord. Het probleem in oorlogen is natuurlijk altijd
dat de strijdende partijen weinig bereid zijn om het tot een einde te
brengen. Dat is helaas vaak zo. Wat daarvoor nodig is, is denk ik eerst
dat het geweld stopt. Als de bombardementen niet stoppen, dan zal ook de
escalatie in de regio niet stoppen. Maar wat betekent het nou concreet
als we het hebben over het aan tafel krijgen van partijen? Welke
pogingen zijn ondernomen? Ik snap ook wel dat het niet per se leidt tot
resultaat als Nederland oproept om allemaal aan tafel te komen, maar als
je dat in coalitieverband doet bijvoorbeeld wel. Ik denk dan aan een
coalitieverband met de Golfstaten of met de EU. Misschien zijn er nog
andere landen die hieraan willen bijdragen. Welke concrete stappen zet
ook de minister-president hierin om te zorgen dat we daar komen?
Minister Jetten:
Ik begrijp de vraag. We doen dat in de eerste plaats door met de
ministers van Buitenlandse Zaken en met de regeringsleiders in
EU-verband ook gezamenlijk die oproep te doen. Dus wij hebben allemaal
op ons eigen bilaterale niveau die contacten, maar die boodschap wordt
dan geëchood doordat eigenlijk iedereen die boodschap overbrengt. Hier
zie je dat ook de Europese partners en de partners in de Golfregio — ik
moet het eigenlijk niet "Golfregio" noemen, want het is breed het
Midden-Oosten — eigenlijk allemaal wel op één lijn zitten. Ook de
Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Bahrein, Koeweit, Jordanië en
Cyprus zijn namelijk allemaal geholpen als zij niet meer onderdeel zijn
van dit conflict met de tegenaanvallen die daar plaatsvinden. Dus de
boodschap die Nederland en de Europese partners overbrengen aan Iran, de
Verenigde Staten en Israël, voor zover er contacten met Iran zijn, is
dezelfde boodschap als die ook de landen in het Midden-Oosten aan die
strijdende partijen overbrengen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat snap ik ook, want de belangen om dit conflict te eindigen zijn daar
natuurlijk dezelfde, ook in de Golfregio. Maar het "oproepen tot" is
niet hetzelfde als het "faciliteren van" bijvoorbeeld. Dus je kan ook
een uitnodiging uitdoen met een coalitie van partijen, waarbij je kunt
zeggen: kunnen wij met ú in gesprek, kunnen wij met ú in gesprek en
kunnen we dan kijken of we samen in gesprek kunnen? Dat is iets anders
dan alleen maar "oproepen". Mijn vraag is of dat soort initiatieven ook
worden ondernomen en, zo niet, of de minister-president daar in ieder
geval een poging toe wil doen, om te kijken of we zo ver kunnen
komen.
Minister Jetten:
Twee dingen daarover. Allereerst liepen er natuurlijk hele intensieve
indirecte onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Iran, die
werden gefaciliteerd door een aantal regeringsleiders of staatshoofden
uit de Golfregio. Die landen zijn echt woedend over het feit dat juist
zij nu een heel groot deel van de tegenaanvallen vanuit Iran moeten
incasseren, ondanks de pogingen die ze al zo lang deden om de partijen
bij elkaar te brengen. De bereidheid in een aantal van die Golfstaten om
die faciliterende rol nog te vervullen is dus behoorlijk afgenomen, zo
niet tot het nulpunt gedaald. Daarmee is eigenlijk de belangrijkste en
de snelste route naar enig diplomatiek verkeer tussen de VS en Iran veel
beperkter geworden dan die twee weken geleden was. Dat begrijp ik ook
wel vanuit die landen, die niet alleen maar aanvallen hebben moeten
incasseren op Amerikaanse bases, maar ook op
energieproductiefaciliteiten, op havens, op hotels en op
appartementencomplexen. Aankomende week is de Europese Raad. We hebben
daar vanavond nog een apart debat over, maar laat ik hier alvast zeggen
dat op de agenda van die Europese Raad natuurlijk ook heel nadrukkelijk
de vraag staat welke rol de Europese Unie kan vervullen in het
faciliteren van enig diplomatiek verkeer, zoals mevrouw Dobbe vraagt.
Maar nogmaals, tot nu toe is de bereidheid om daarop te acteren vanuit
de strijdende partijen zeer beperkt.
De heer Dassen (Volt):
Ik probeer nog iets beter te begrijpen hoe de minister-president kan
zeggen dat hij het belangrijk vindt dat het internationaal recht
gewaarborgd wordt, en hij tegelijkertijd kan zeggen dat hij begrip heeft
voor de aanvallen. Die aanvallen zijn zonder mandaat en zonder doel
gepleegd en er zijn allemaal verschillende redenen voor aangevoerd. We
zien nu ook dat er 3 miljoen Iraniërs ontheemd zijn. Hoe rijmt de
minister-president die twee dingen nou met elkaar?
Minister Jetten:
Eerlijk gezegd vond ik het onderlinge debat in uw Kamer wat dat betreft
heel goed. Alle facetten van dit conflict werden daarin heel duidelijk
aan het licht gebracht. Het ene hoeft het andere namelijk niet uit te
sluiten. Ik noemde zonet de decennialange onderdrukking van het eigen
volk, het decennialang negeren van internationale afspraken, het voeden
van terreurorganisaties en van de Russische Federatie in de oorlog tegen
Oekraïne en de risico's op verdere versterking van de militaire kracht
van Iran. Die hele optelsom leidt ertoe dat het kabinet begrip heeft
voor het feit dat de VS en Israël zich genoodzaakt zagen om tot actie
over te gaan. Tegelijkertijd is het waar en kan het waar zijn dat je als
Nederland en de internationale gemeenschap blijft opkomen voor de
naleving van dat internationaal recht. Als we namelijk in een wereld
terechtkomen waar altijd alleen maar het recht van de sterkste geldt,
zonder dat daar een internationaal mandaat aan ten grondslag ligt, wordt
het wel een hele instabiele en onvoorspelbare wereld. De geopolitieke
realiteit waar we nu mee te maken hebben, is dat deze aanvallen zijn
gestart en dat dat heeft geleid tot veel tegenaanvallen van Iran en een
enorme escalatie van het conflict. We hebben nu als belangrijkste taak
om bijvoorbeeld te kijken hoe we ons bondgenootschappelijk gebied helpen
beschermen met de inzet van ons fregat, hoe we onze Nederlanders in de
regio veilig houden, of we die eventueel kunnen terughalen als dat nodig
is, hoe we partners in de regio steunen en hoe je toch blijft
benadrukken dat het diplomatieke spoor de uitweg is van een oorlog die
wekenlang gaat escaleren en mondiaal hele grote gevolgen heeft.
De heer Dassen (Volt):
Er liepen diplomatieke gesprekken. Die waren schijnbaar in zo'n stadium
dat de onderhandelaar zei dat die verder gingen dan de Irandeal uit
2017. De Verenigde Staten en Israël hebben ervoor gekozen om in plaats
van verder te onderhandelen, over te gaan tot het bombarderen van Iran.
Deze minister-president zegt: daarvoor heb ik begrip. Ik rijm dat niet
met voor het internationaal recht staan. De minister-president zegt
namelijk terecht: dan wordt het het recht van de sterkste. Dat is
precies wat er op dit moment gebeurt. Dit is het recht van de sterkste.
Dit is niet meer het internationaal recht. Als de minister-president
zegt daar begrip voor te hebben, dan zegt hij eigenlijk: oké, als de
Verenigde Staten en Israël dit moeten doen, dan mogen ze hun gang gaan.
Hoe rijmt hij dat met elkaar?
Minister Jetten:
In een aantal interruptiedebatten kwam al naar voren dat er nu
natuurlijk grote zorgen zijn over wat dit in de komende dagen of weken —
laten we hopen dat dit zo kort mogelijk duurt — nog voor verdere
consequenties gaat hebben en over wat voor verdere escalatie er nog gaat
zijn. Wat is het einddoel? Wanneer zijn de aanvallen succesvol in de
ogen van de strijdende partijen en kunnen die worden gestopt? Wat zijn
de langetermijngevolgen voor de wereldhandel, energieleveringszekerheid
en energieprijzen? Wat zijn de langetermijngevolgen voor de stabiliteit
van de regio? Wat zijn de langetermijngevolgen voor de stabiliteit van
Iran? Is de Iraanse bevolking inderdaad in staat om de komende tijd meer
haar eigen koers te bepalen of niet? Dat zijn allemaal hele relevante
zorgen en vragen, waar we nu gewoon simpelweg het antwoord niet op
weten. Dat gaat de komende tijd heel relevant zijn. Dat neemt niet weg
dat je begrip kan hebben voor het feit dat er tot de initiële aanval is
overgegaan en je tegelijkertijd kan hameren op het belang van het
internationaal recht.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
De minister-president geeft zelf eigenlijk al aan waarom het zo lastig
is om hier begrip voor te hebben: omdat we niet weten waar dit naartoe
gaat. We zien nu dat er 3 miljoen Iraniërs ontheemd zijn, dat er vanuit
Iran signalen komen dat mensen juist naar die radicale vleugel gedreven
worden en dat de zoon van Khamenei de macht heeft gegrepen. Heeft de
minister-president op dit moment nog steeds begrip voor deze
aanvallen?
Minister Jetten:
Dan moet je ook de andere kant van de medaille benoemen, die ik net in
mijn inleiding heb toegelicht. Ik doel op het feit dat het Iraanse
regime nog niet zo heel lang geleden tienduizenden mensen van zijn eigen
bevolking heeft uitgemoord. Ik doel ook op het feit dat het Iraanse
regime aan de lopende band tot grote instabiliteit leidt via allerlei
proxy's in talloze landen in het brede Midden-Oosten, met allerlei doden
tot gevolg. Het Iraanse regime ondersteunt Poetin al vanaf de start van
de Russische oorlog in Oekraïne met het leveren van wapens. Al die zaken
zijn tegelijkertijd ook waar. Het is uiteindelijk aan de Verenigde
Staten en Israël om uitgebreid toe te lichten waarom ze tot deze keuze
zijn overgegaan en hoe ze die willen onderbouwen. Ik blijf erbij dat
zowel de initiële actie alsook de onacceptabele tegenaanvallen van Iran,
die daarna zijn gestart, buiten de kaders van het internationaal recht
plaatsvinden. Aan de ene kant was er geen mandaat om tot die actie over
te gaan. Aan de andere kant kiezen Iraniërs er bewust voor om ook
niet-militaire doelen aan te grijpen. Dat is de geopolitieke realiteit
waar we als Europa mee geconfronteerd zijn en waartoe we ons moeten
verhouden.
De voorzitter:
Meneer Klaver.
De heer Dassen (Volt):
Mijn vraag was of u nog steeds begrip had.
De voorzitter:
Neeneeneenee, meneer Dassen. Meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Allereerst hadden we een brief gevraagd van de minister van Defensie.
Die wilden we graag binnen een halfuur hebben, maar we zijn inmiddels
ruim een uur verder.
Minister Jetten:
Die komt er elk moment aan.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Hartstikke goed. Dat is geregeld. De brief komt eraan; dat is fijn.
De voorzitter:
Uw interruptie, meneer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de premier hier zeggen, zoals hij eerder ook heeft gedaan, dat
hij begrip heeft voor de aanval van Israël en de Verenigde Staten. Wat
maakt dat dan anders dan het uitspreken van politieke steun?
Minister Jetten:
Dat is nogal relevant. Er is aan Nederland geen enkele vraag gesteld
voorafgaand aan deze aanvallen. Wij kennen die plannen dus ook niet. Dat
geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor alle Europese partners.
Er is dus geen sprake van politieke of militaire steun. Je kunt slechts
reageren op wat je ziet gebeuren. Daarvan heb ik in het eerste weekend
waarin dit begon al aangegeven dat je bij zo'n bruut en misdadig regime,
dat Iran heeft, er begrip voor kan opbrengen dat in dit geval de VS en
Israël op een gegeven moment besluiten over te gaan tot militaire
actie.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nogmaals mijn complimenten aan de minister-president voor zijn eerste
reactie, waarin hij het duidelijk had over de-escalatie en het
diplomatieke spoor. 48 uur later kwam daar pas begrip bij kijken, nadat
de vicepremier van Defensie hierover had gesproken. Het is heel relevant
waarom ik dit vraag. Het gaat namelijk wel over waar we staan als
Nederland. Er zijn progressieve leiders in Europa die zich heel helder
hebben uitgesproken. Er is niet gevraagd wat zij ervan vinden, maar zij
hebben zich verhouden tot de situatie en hebben gezegd: het is een
illegale oorlog en die verwerpen wij. Dat is een keuze die Nederland
niet maakt. Mijn vraag is dus nogmaals: waarom kan de minister-president
begrip opbrengen voor deze aanvallen? Als je dat zegt, dan is dat toch
een impliciete politieke steun aan wat hier gebeurt?
Minister Jetten:
De eerste reactie die ik heb gegeven, kwam volgens mij twee uur na de
eerste berichten over de aanval op Iran. Daarna is de oorlog heel snel
geëscaleerd. Wij laten ons als kabinet continu bijpraten over wat er in
Iran en in de brede regio gebeurt. We verhouden ons ook tot die actuele
ontwikkelingen. Op basis daarvan hoort u mij of een van de andere leden
van het kabinet daar ons standpunt over toelichten. Dat is volgens mij
een kraakhelder standpunt, dat ook door iedereen wordt uitgedragen. Ik
heb in die eerste reactie ook meteen aangegeven dat het Iraanse regime
hier volgens mij Kamerbreed — dat hoop ik — op geen enkele steun van
Nederland kan rekenen en dat je alles op alles via het diplomatieke
spoor moet doen om de druk op dat regime op te voeren, maar dat in een
ultieme situatie ook andere maatregelen mogelijk zijn. De Amerikanen en
de Israëli hebben daar nu toe besloten zonder de Europese partners daar
aan de voorkant over in te lichten. Dat maakt dat we er geen steun aan
verlenen, maar dat we wel nog steeds begrip kunnen opbrengen voor het
feit dat ze daartoe zijn overgegaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Wat betekent dat dan? Want dit is een totaal vage positie. Dat begrip
lijkt bedoeld om de uitersten in een coalitie bij elkaar te houden, maar
wat betekent dit verder internationaal? Wat betekent dit voor de positie
van Nederland en welke helderheid creëren we hiermee? Er is hier sprake
van een illegale oorlog, die niet voldoet aan de regels van het
internationaal recht. De premier zegt hier zelf dat hij niet weet wat
het einddoel is van wat de Amerikanen aan het doen zijn. Hoe kan je daar
dan begrip voor opbrengen? Het gaat namelijk om de vraag of je begrip
hebt voor deze aanvallen. Het gaat niet om de vraag of je begrip hebt
voor het lijden van de Iraanse bevolking en voor de angst die Israëli's
voelen voor een regime dat al een hele tijd bezig is. Daar gaat het niet
om. Het gaat heel specifiek om begrip voor deze aanvallen. Als je
eigenlijk zegt dat je begrip hebt voor deze aanval, is dat ook een
signaal aan de Verenigde Staten: ga je gang maar.
Minister Jetten:
Nee, totaal niet. Volgens mij zei de heer Klaver zelf in een van de
interruptiedebatten dat dit conflict niet geholpen is met het innemen
van een zwart-witstandpunt. Dat doet het kabinet dus ook niet, net zoals
de Europese Unie dat niet doet. Wij wijzen er met al onze Europese
partners continu op dat er grote zorgen zijn over de korte- en
langetermijnconsequenties van deze oorlog, consequenties in Iran, in het
Midden-Oosten en wereldwijd. Daarom benadrukken we in al die
diplomatieke contacten dat de-escalatie nodig is, dat herstel van de
diplomatieke routes nodig is en dat je dus ook met elkaar moet nadenken
over hoe je de veiligheid van de Iraanse bevolking beter kan behartigen,
hoe je de veiligheid in het Midden-Oosten kan behartigen en hoe je oog
kan hebben voor alle Nederlandse belangen die in die regio spelen. Dat
is ook precies wat niet alleen ik maar ook al onze Europese partners de
afgelopen weken hebben overgebracht aan de VS en Israël. Dat zullen we
ook blijven doen.
De heer Wilders (PVV):
Ik ga toch nog even door op die eerste reactie. Afgezien van het feit
dat de premier pas net in functie was — dat wil ik hem meegeven: hij had
nog niet zoveel ervaring — begrijp ik een eerste reactie die alleen
neerkwam op "we volgen het op de voet en we roepen op tot
terughoudendheid" daadwerkelijk niet. Het is een flutreactie. U zegt dat
u later meer informatie kreeg, maar er zijn collega's van u die ongeveer
net zo snel, maar op een andere manier hebben gereageerd. Ik geef toe
dat er ook collega's zijn die op dezelfde manier hebben gereageerd, maar
kijk naar uw collega Merz in Duitsland; die heeft echt andere taal
gesproken. Dus waarom die terughoudendheid? Waarom die voorzichtigheid?
Waarom heeft u niet meteen gezegd wat u later heeft gezegd of wat mij
betreft zelfs "steun"? Dat begrip was er in het begin niet. Dat was er
ook bij de minister van Buitenlandse Zaken niet. Dat heeft ertoe geleid
dat de fractievoorzitter van uw coalitiegenoot de VVD dat bij het
vragenuurtje een beetje heeft gecorrigeerd. Ik ben dus niet de enige die
dit vindt. Waarom is dat zo gegaan? Waarom heeft u niet meteen een
flinkere reactie gegeven en niet zo'n toch een beetje bangelijke
reactie?
Minister Jetten:
Nogmaals, dat was op de zaterdagochtend, toen de aanvallen net waren
begonnen en er echt nog weinig informatie was over de schaal en het doel
daarvan, maar ik sta nog steeds achter mijn oproep van die ochtend:
voorkom vergaande escalatie, zoals we die nu hebben gezien met de
Iraanse tegenaanvallen. Door de Iraanse tegenreactie zijn inmiddels
talloze landen in die brede regio meegezogen in dit conflict. Iran valt
daarbij allerlei doelen aan die niks met deze oorlog te maken hebben,
ook civiele doelen. Dus de oproep richting Iran om te stoppen met die
aanvallen op landen die niks hiermee te maken hebben, blijft gewoon
staan. Vandaag en de afgelopen dagen hebben we de pogingen gezien om de
Straat van Hormuz af te sluiten met zeemijnen en aanvallen op tankers.
Dat zijn allemaal escalaties van dit conflict die grote consequenties
hebben, ook voor mensen hier in Nederland. Dan vind ik het ook de taak
van het kabinet om erop te wijzen dat we dat onacceptabel vinden en
willen dat die aanvallen stoppen.
De heer Wilders (PVV):
Maar dat zei u niet in het begin. Zei u dat maar. In het begin zei u: ik
roep op tot terughoudendheid. Ik heb dan een beeld voor me. Ik herinner
het me nog. Uw voorganger — in de Kamer, niet in het kabinet — mevrouw
Kaag, ging ook naar Iran, gesluierd, met een hoofddoek om. Ze maakte een
halve buiging voor de president van Iran. Het was een zekere vorm van
onderdanigheid die ze daar liet zien. Die foto kent heel Nederland nog.
Niet iedereen was het ermee eens dat ze dat deed. Nu bent u namens
dezelfde partij, formeel natuurlijk namens de Kroon, minister-president,
en dan komt er toch weer een wat slappe reactie in eerste instantie. U
had ook gewoon kunnen zeggen: "Ik begrijp het. We gaan ons beraden, maar
ik begrijp wat er gebeurt. Iran is een dreiging. Ik begrijp wat de
Amerikanen en Israëli's hebben gedaan. Het kabinet komt morgen met een
nadere duiding." Dat had u ook kunnen zeggen.
Minister Jetten:
Dat heb ik allemaal gezegd die dag.
De heer Wilders (PVV):
Niet de eerste keer. De eerste keer heeft u dat niet gezegd. Ik heb de
quotes bij me. Uw eerste reactie ging echt minder ver.
Minister Jetten:
Ik heb ook op die eerste dag meteen gewezen op de brutaliteit van het
Iraanse regime, de onderdrukking van het Iraanse volk, de
destabiliserende werking die Iran heeft via allerlei terreurorganisaties
in die regio. Dat is al heel lang klip-en-klaar de Nederlandse lijn. Die
blijft ook dit kabinet heel helder uitdragen.
De voorzitter:
Laat u de leden uitspreken tijdens hun interruptie, zou ik willen
vragen.
Minister Jetten:
Excuus, voorzitter.
De heer Wilders (PVV):
Ja, dat heeft u misschien gezegd, maar u heeft niet meteen gezegd dat u
begrip had voor die militaire actie van de Amerikanen en de Israëli's.
Wat mij betreft was het nog liever steun, maar dat is voor u blijkbaar
een brug te ver. U bent net minister-president. U had meteen kunnen
zeggen, wat minder neerbuigend, "ik heb begrip voor die actie, want
jeetje …" en dan de rest van wat u wel heeft gezegd. Toegegeven, dat
heeft u wel gezegd, maar u heeft niet gezegd "ik heb begrip voor die
actie". Dat is toch wel wat we hadden verwacht als twee bondgenoten van
ons, al verschilt u daarover van mening, maar als twee bondgenoten van
ons — want dat zijn de Verenigde Staten en Israël — om heel goede
redenen die actie doen. Waarom heeft u dat er dan niet meteen bij
gezegd?
Minister Jetten:
Omdat de hele concrete vraag op dat moment aan mij was of Nederland of
de Europese Unie op de hoogte was van deze aanvallen, en dat waren we
niet. Dus dan is het ook niet aan mij om op basis van halve informatie
uit de media daar al een standpunt over in te nemen. Dat hebben we
gedaan nadat we als kabinet breder waren geïnformeerd over wat daar
gaande was en wat de intenties daarachter zijn.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik probeer echt de positie van het kabinet en van deze
minister-president goed te begrijpen. Allereerst, hoe verhouden volgens
de minister-president de aanvallen van Israël en de Verenigde Staten
zich tot het internationaal recht?
Minister Jetten:
Dat heb ik nu drie keer gezegd. Het is buiten de kaders.
De heer Van Baarle (DENK):
Die zijn dus in strijd met het internationaal recht. Dan snap ik niet
dat op het moment dat iets volgens de minister-president buiten de
kaders is van het internationaal recht, de minister-president bij de
laatste persconferentie letterlijk zei: het Nederlandse kabinet heeft
begrip voor het feit dat die aanvallen plaatsvinden. Dat was nadat het
bombardement was geweest op de meisjesschool in Minab, waarbij meer dan
150 kinderen zijn doodgegaan volgens heel veel media en ook experts van
de VN. Het was nadat al die beelden naar buiten zijn gekomen van branden
in Teheran, nadat mensenrechtenorganisaties aangaven dat er meer dan
duizend burgerdoden zijn gevallen in Iran. Hoe kan je dan op dat moment
nog aangeven dat je als premier begrip hebt voor de aanvallen?
Minister Jetten:
Dit zijn heel specifieke en verschrikkelijke voorbeelden die we allemaal
de afgelopen week op het nieuws hebben gezien en die, denk ik, niemand
in deze Kamer in de koude kleren zijn gaan zitten. Het is klip-en-klaar
dat je bij dit soort handelingen, bij dit soort aanvallen, moet handelen
binnen alle afspraken die we daarover hebben gemaakt en dat je civiele
slachtoffers moet voorkomen. Het is dus ook meer dan terecht dat er nu
onderzoek wordt gedaan naar niet alleen dit specifieke voorbeeld, maar
ook naar een aantal andere situaties, waarbij de vraag is op basis van
welke inlichtingen tot een bepaalde aanval is overgegaan. Was er weet
van mogelijke civiele slachtoffers en, zo ja, hoe heeft dan die aanval
kunnen plaatsvinden? Nederland ondersteunt via verschillende
internationale routes het doen van onderzoek. Dat doen we al langer, in
Iran, maar ook op andere plekken in de wereld. Dat geldt dus ook voor
deze aanval op de meisjesschool: er moet goed onderzoek naar worden
gedaan en er moeten gevolgtrekkingen worden gemaakt. Maar dat staat los
van de initiële vraag. Nogmaals, ter herhaling: op basis van wat we nu
weten, vallen die initiële aanvallen buiten de kaders van het
internationaal recht. Daarnaast staat dat Iran een bruut regime heeft en
dat, vanwege alle redenen die ik net heb opgenoemd, het kabinet begrip
kan opbrengen voor de keuze om op een gegeven moment tot militaire actie
over te gaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Bij mij gaat het er gewoon niet in dat die twee dingen naast elkaar
kunnen bestaan: het erkennen dat die aanvallen niet mogen plaatsvinden
volgens het internationaal recht, zien wat daar gebeurt — vervolgens
wordt dat bombardement op die meisjesschool ook nog eens veroordeeld
door een breed scala aan mensenrechtenorganisaties, UNESCO en een groep
VN-experts — en als Nederlandse regering niet stellig zijn en dat niet
veroordelen als oorlogsmisdaden. Ik vraag aan de minister-president
waarom dat niet gebeurt.
Minister Jetten:
Er lopen nu wel heel veel vragen door elkaar. Heeft u het over het feit
dat deze militaire actie is begonnen of heeft u het over één specifieke
aanval? De specifieke aanval op de meisjesschool waar u op doelt, is
natuurlijk voor iedereen volstrekt onacceptabel. Dat neemt niet weg dat
in de bredere geopolitieke ontwikkelingen die daar nu plaatsvinden, die
twee waarheden naast elkaar bestaan, hoe leuk of niet leuk het ook is:
op basis van de informatie die we nu hebben, valt het buiten de kaders
van het internationaal recht, en tegelijkertijd kan er begrip voor
worden opgebracht dat er op een gegeven moment tot militaire actie wordt
overgegaan vanwege de grote onveiligheid die het Iraanse regime voor
zijn eigen volk en anderen met zich meebrengt.
De voorzitter:
Ik meen dat mevrouw Teunissen eerder bij de interruptiemicrofoon stond
dan de heer Paternotte. Is dat niet het geval, mevrouw Teunissen? Oké,
meneer Paternotte, excuses. Gaat uw gang.
De heer Paternotte (D66):
Excuses aanvaard, voorzitter. Wel zeer chic van u. De minister-president
had het net over wat wij in Europa kunnen doen voor de Iraanse
gemeenschap en voor de oppositie daar. Daar zijn grote zorgen over. Het
is goed dat nu duidelijk is dat er een uitzetstop komt; er worden op dit
moment geen mensen uitgezet naar Iran. Dat lijkt me ook logisch. Mijn
vraag luidt als volgt. Veel mensen in Nederland — dat horen we ook van
de diaspora — kunnen heel moeilijk contact krijgen en maken zich daarom
meer zorgen. Veel mensen zien dat de oppositie daar nog moeilijker kan
samenwerken omdat communicatie door de internetblack-out bijna
onmogelijk is. Ik zou de minister-president willen vragen of hij daar
nog verder op kan ingaan, als hij zegt dat we in Europa kijken wat we
voor hen en hun richting kunnen doen. Wat betekent dat dan?
Minister Jetten:
Het kan zijn dat de minister daar zo nog uitgebreider op ingaat. We
zitten natuurlijk niet stil in de tussentijd. We kijken hoe we richting
de komende Raad Buitenlandse Zaken concrete voorstellen kunnen doen over
hoe de EU de Iraanse bevolking en de Iraanse democratische krachten
extra kan ondersteunen. Dat gaat onder andere om nieuwe sancties die
gericht zijn op de Revolutionaire Garde en andere machtige en
invloedrijke mensen van het Iraanse regime, en eventueel ook op hun
familieleden en andere naasten die door de sancties geraakt zouden
kunnen worden, om zo de druk op te voeren. Er is ook heel veel winst te
behalen in het tegengaan van de omzeiling van sancties. Je zag dat juist
door de appeasement die de afgelopen tijd vanuit de Golfregio
plaatsvond, Iran via de regio veel van de internationale sancties kon
ontwijken. Ik denk dat het draagvlak voor die ontwijking van sancties nu
wel volledig weg is. Er zijn verzoeken vanuit Iraanse democratische
krachten aan Europese landen om hen te helpen, en om
mensenrechtenorganisaties en andere organisaties in Iran direct te
helpen. Ik heb ook uw suggestie gehoord om te kijken of Europa meer kan
doen om telecommunicatie binnen het land, en tussen het land en de rest
van de wereld, te helpen herstellen. Ik stel voor dat we dat meenemen in
het pakket dat we aan het voorbereiden zijn.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het is goed dat de premier zegt dat de aanvallen van de VS en Israël op
Iran buiten de kaders van het internationaal recht vallen. Ik snap ook
dat hij probeert de verschillende uitspraken van bewindslieden aan
elkaar te verbinden, maar we kunnen wel concluderen dat Nederland er in
Europa niet fraai op staat als voorvechter van het internationaal recht.
Nederland stond eerder ook al niet goed op de kaart. Nederland stond
toch ook al eerder niet goed op de kaart. Kijk naar de genocide in Gaza.
Het kabinet durft die niet te benoemen en durft geen acties te
ondernemen. Kijk naar de uitbreiding van illegale nederzettingen en naar
de aanval op Venezuela. En nu weer. Nederland staat niet goed op de
kaart als het gaat om het zich uitspreken voor het internationaal recht
en het ondernemen van de acties die nodig zijn.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag aan de premier is op welke manier hij nou echt gaat staan
voor die internationale rechtsorde. Gaat hij die ook uitdragen? Gaat hij
met betrekking tot de aanvallen ook tot concrete acties oproepen?
Minister Jetten:
Dat zal dus ook volgende week bij de Europese Raad een belangrijk
onderwerp van gesprek zijn. Hoe gaan we — daar had ik het in het
antwoord op de vraag van de heer Dassen ook over — ervoor zorgen dat
Europa hierbij veel meer met één mond spreekt? Na de verklaring van de
buitenlandministers, die — wat was het? — de zondag nadat de aanvallen
startten bijeen zijn gekomen, kwam er vervolgens toch ook weer een
twintigtal verschillende lijnen uit de Europese hoofdsteden; dat maakt
dat Europa in dit geopolitieke spel gewoon niet sterk staat. Ook zijn de
vervolgacties die je kan verbinden aan het veroordelen van aanvallen
over en weer heel beperkt. Onze inzet is er dus vooral op gericht om die
Europese coördinatie te versterken, zodat Europa met één mond spreekt en
ook meer impact kan maken.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Maar dat begint erbij dat je zelf ook duidelijke uitspraken doet.
Doordat Nederland zich niet helder positioneert en bijvoorbeeld niet
uitspreekt dat de aanval van de VS en Israël op Iran in strijd is met
het internationaal recht, zien we dat we, ook als Europa, steeds
ongeloofwaardiger worden. Dan wordt het straks moeilijker om Rusland,
China, Iran aan te spreken. Daarom verwacht ik, als de premier nu zegt
dat deze aanval, net als de acties van Iran, buiten de kaders van het
internationaal recht valt, dat het kabinet met een concrete inzet van
Nederland komt, ook straks richting Europa. Is de premier dus
bijvoorbeeld ook bereid om tegen de VS en Israël te zeggen dat ze moeten
stoppen met deze aanvallen, het geweld?
Minister Jetten:
Zoals ik net ook al heb aangegeven, zijn alle diplomatieke contacten
erop gericht om de-escalatie van het geweld voor elkaar te krijgen. Op
de eerste plaats noem ik het erbij betrekken van allerlei civiele doelen
en landen die niks met dit conflict te maken hebben, omdat dat leidt tot
die veel bredere escalatie van dit conflict. Uiteindelijk is het ook een
kwestie van kijken of je met elkaar de strijdende partijen weer tot rust
kan brengen, maar zolang de Iraanse tegenaanvallen doorgaan, is het,
denk ik, ook niet te verwachten dat de Amerikanen of de Israëli's gaan
stoppen met de aanvallen op militaire doelen in Iran.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot. We hebben hier wel echt een enorm probleem, want als Nederland
zich er niet duidelijk over uitspreekt dat deze aanvallen in strijd zijn
met het internationaal recht en als Nederland niet zegt "stop met het
geweld", dan zwakken het internationaal recht en onze positie in Europa
af. Oproepen om daar ook echt voor te gaan en ook oproepen aan andere
landen om zich aan het internationaal recht te houden, worden
ongeloofwaardig. Ik verwacht dus echt concretere acties van het kabinet
en ik verwacht dat het echt handelt in lijn met dat internationaal
recht, in plaats van alleen maar zeggen "het valt buiten de kaders, maar
tegelijkertijd hebben we toch ook wel een beetje begrip voor de
aanvallen". Dan zwak je je eigen positie af.
Minister Jetten:
Ik ben het er gewoon echt niet mee eens dat de positie van Nederland in
Europa op dit punt anders is. We zien vanuit Frankrijk, Italië, de
Scandinavische landen en onze zuiderburen dezelfde lijn.
De voorzitter:
Ik begrijp dat de door de heer Klaver verzochte brief inmiddels aan de
Kamer is verstuurd.
De heer Dassen (Volt):
Excuses dat ik het net via een interruptie probeerde. Ik zal de vraag nu
opnieuw stellen. Heeft de minister-president, kijkend naar de
consequenties voor de bevolking, kijkend naar de escalatie in de regio,
kijkend naar wat er nu gebeurt in Iran, nu nog steeds begrip voor de
aanvallen die daar plaatsvinden?
Minister Jetten:
Ik heb net aangegeven dat ook het kabinet grote zorgen heeft over de
korte- en langetermijnconsequenties van deze oorlog. Hoe langer die
oorlog voortduurt, hoe groter die impact kan zijn, in de eerste plaats
op de Iraanse bevolking, die nu, zolang luchtaanvallen op het land
doorgaan, grote zorgen heeft over haar veiligheid, maar ook over de
reactie van het Iraanse regime, dat bijvoorbeeld reageert met verdere
onderdrukking van het Iraanse volk, dat al zo lang hoopt het regime
omver te werpen, zo lang hoopt op internationale steun om zichzelf te
kunnen bevrijden. Het kan — dat zien we nu al — grote effecten hebben op
vluchtelingenstromen, niet alleen in Iran, maar ook in andere landen.
Daarmee komt er nog meer druk op een vaak al penibele humanitaire
situatie. Daarom heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken ook
besloten om extra humanitaire hulp aan Libanon te verlenen. Bij het
laatste blok kom ik op de impact die deze oorlog heeft op de
internationale wereldhandel, de energieleveringszekerheid en de
energieprijzen. Die zorgen zijn er. We werken nu aan verschillende
scenario's om te kijken hoe we die zo goed mogelijk kunnen opvangen.
De heer Dassen (Volt):
Dat was niet mijn vraag. Mijn vraag was of de minister-president nog
steeds begrip had.
Minister Jetten:
Dan kom ik terug bij het antwoord dat ik net ook al aan de heer Dassen
gaf. Je kunt niet ontkennen dat het Iraanse regime niet alleen z'n eigen
bevolking bruut onderdrukt, niet alleen in de regio via allerlei
terreurorganisaties voor instabiliteit zorgt, maar ook de rest van de
wereld bedreigt. Het heeft onder andere op Nederlands grondgebied mensen
laten vermoorden. Als je kijkt naar dat verschrikkelijk regime, met dat
trackrecord, kun je er volgens mij heel goed begrip voor hebben dat de
internationale gemeenschap op een gegeven moment zegt: tot hier en niet
verder.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb wel moeite met wat de minister-president nu zegt, want iedereen
in deze Kamer is het erover eens dat er een barbaars regime zat en dat
je zelfs nog begrip zou kunnen hebben voor de mensen die blij zijn dat
dat regime er niet meer is. Dat is natuurlijk wat anders dan nog steeds
begrip hebben voor de aanvallen. De minister-president geeft net aan dat
er in gesprekken gede-escaleerd moet worden. Als je in die gesprekken
tegelijkertijd aangeeft er wel begrip voor te hebben, dan zijn dat
natuurlijk een beetje lege woorden. Daarmee zeg je namelijk: ik vind het
vervelend, maar ik snap wel dat je het doet. Dan ben ik van mening dat
dit kabinet niet opkomt voor het internationaal recht en in mijn ogen
ook niet voor de Iraanse bevolking. Bij hen vallen nu namelijk de bommen
bovenop hun huizen. Zij worden op dit moment ontheemd en op die manier
ook richting het regime geduwd. Dat is volgens mij precies het
tegenovergestelde van wat goed is voor de Iraanse bevolking.
Minister Jetten:
Zo gaan de gesprekken in in ieder geval mijn diplomatieke verkeer ook
niet. Die gaan over de vraag hoe je dit zo snel mogelijk kunt stoppen.
Die gaan over de vraag wat de huidige situatie voor de Iraanse bevolking
betekent, wat het aanstellen van een nieuwe ayatollah betekent voor de
Iraanse bevolking, welke steun er de komende tijd kan worden geleverd
aan democratische krachten in het land, zodat die het heft in eigen hand
kunnen nemen. Daarover gaan de gesprekken nu in het internationale
diplomatieke verkeer. Die gaan niet over de vraag hoe er in dat eerste
weekend is gehandeld en welke reacties er toen initieel door allerlei
landen zijn gegeven. Die gaan echt over de vraag hoe je nu zo snel
mogelijk komt tot een de-escalatie van het geweld en over het
uitschakelen van het Iraanse wapenprogramma en over hoe je uiteindelijk
tot een perspectief voor de Iraanse bevolking kunt komen.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe voor een korte, bondige interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Kort en bondig. Dan zal ik dat doen. In 2003 was er een oorlog gestart
door de VS in Irak. Ik vind dat wij moeten leren van de lessen uit het
verleden. Daar is het hele internationaal recht, waar wij het hier over
hebben, ook op gebaseerd. Dat zijn lessen die we hebben geleerd. "Dit
nooit meer." In 2003 begon de VS met steun van bondgenoten met een
aanval in Irak, "the war on terror". Nu heet het "Epic Fury". Natuurlijk
zijn situaties niet altijd te vergelijken, maar welke lessen neemt de
minister-president mee uit die oorlog, en uit hoe alles zich daarna
heeft ontwikkeld, in de beoordeling van deze aanvallen?
Minister Jetten:
Dat is een hele grote vraag. Ik denk dat het meest relevante is dat je
je als Europese partners op basis van goede inlichtingen en informatie
zelf een beeld vormt van de situatie, en dat je in dit geval ook heel
rustig en zorgvuldig afweegt welke bijdrage je aan eventuele missies
wilt leveren. In het debat dat u gisteren had met het kabinet over de
artikel 100-brief is heel duidelijk benadrukt dat de inzet van het
fregat nu echt op defensieve gronden gebeurt, voor het helpen verdedigen
van Cyprus en andere gebieden die behoren tot het EU- of
NAVO-bondgenootschap, en dat dat de weg vooruit is. Wij moeten ons nu
dus niet op basis van halve informatie ergens in laten meeslepen, maar
rustig stap voor stap daar een eigen afweging in maken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik had gehoopt dat deze minister-president bijvoorbeeld zou zeggen dat
je een land niet helpt door het te bombarderen. Dat is een van de lessen
die we van de oorlog in Irak hebben geleerd, omdat je ziet hoelang
daarna de bevolking van Irak daar nog last van heeft gehad. De hele
regio heeft daar last van gehad en is daar nog steeds niet van hersteld.
Die lessen zouden we ook mee moeten nemen, net zoals de les dat het niet
alleen maar gaat om informatie verzamelen, maar ook om wat je met die
informatie doet. Nu wordt als excuus voor die aanvallen niet alleen het
brute regime gebruikt. Daar ging het helemaal niet om. Deze aanvallen
gingen niet om de bevrijding van het Iraanse volk. Het excuus werd
gebruikt dat daar kernwapens liggen. Maar dat is niet bewezen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als we nu met deze informatie terugkijken naar de Irakoorlog in 2003 en
hoe zich die heeft ontsponnen, dan moet er toch meer komen van dit
kabinet dan: we weten dat het in strijd is met het internationaal recht,
maar we veroordelen het niet, want we hebben er begrip voor. Snapt u de
vraag?
Minister Jetten:
Ja, zeker nu die wat specifieker wordt gesteld. De kans dat je tot een
democratische omwenteling komt met luchtaanvallen is zeer klein. In het
gesprek dat ik gisteren had met de Iraanse diaspora zag je daar ook de
diversiteit onder Iraanse Nederlanders. Een aantal zei: "Dit is de
gamechanger. Het gaat gebeuren. De komende weken gaan de Iraniërs de
straat op en met hulp van deze bombardementen zullen zij ervoor zorgen
dat dat verschrikkelijke regime uiteindelijk verdwijnt." Maar anderen in
het gesprek zeiden: "Nee, ik heb daar hele grote zorgen over. Ik ben
juist bang dat deze bombardementen dadelijk opeens gaan stoppen zonder
dat het regime echt definitief is uitgeschakeld, waarna het regime deze
oorlog vervolgens gaat misbruiken om de eigen Iraanse bevolking nog
harder te onderdrukken."
Ik vrees dat de waarheid ergens in het midden zal liggen, maar dat er
geen duidelijk pad naar een van die twee routes is. Uiteindelijk zijn
alleen de Iraniërs zelf degenen die de toekomst van hun land kunnen
bepalen. Het is door velen van u in dit debat al gezegd: de meeste
Iraniërs zijn al vele jaren klaar met hun eigen brute en misdadige
regime. Zij zijn er klaar mee dat een paar mensen een religie misbruiken
om miljoenen te onderdrukken. Ze zijn er klaar mee dat de Republikeinse
Garde de hele economie in handen heeft en zich verrijkt over de rug van
miljoenen onschuldige mensen. Het zijn uiteindelijk die onschuldige
Iraniërs die de eigen toekomst van hun land kunnen bepalen. Een
buitenlandse interventie zal nooit voldoende zijn om dat te
bewerkstelligen. Dat is inderdaad, zoals mevrouw Dobbe terecht zegt, een
les die we kunnen trekken uit allerlei andere oorlogen die we in de
afgelopen decennia hebben gezien.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan is het wel ingewikkeld om de minister-president te horen zeggen dat
er begrip is voor deze aanval, terwijl we, zoals de minister-president
ook zelf zegt, eigenlijk al weten uit de aanvallen op Irak dat dit
alleen maar ellende zal betekenen. We weten eigenlijk al dat er een
grote waarschijnlijkheid is dat de bevolking in Iran hier nog heel lang
last van zal hebben en er niet beter uit zal komen dan ze was voordat ze
werd gebombardeerd door de VS. Het zou de minister-president sieren dat
op het moment dat het internationaal recht wordt overtreden — hij erkent
immers ook dat het internationaal recht wordt overtreden — daar een
veroordeling op volgt, en geen begrip, zeker met deze wetenschap. Als
wij het Iraanse volk willen helpen, maar ook de regio, dan heeft het
geen zin om door te gaan met bommen gooien. Daar wil ik graag een
reflectie op. Wij moeten ook leren van het verleden. Ik hoor nu absoluut
niet: onvoorwaardelijke steun voor de VS en hun olieoorlog.
Minister Jetten:
Dat brengt mij terug bij wat ik daarstraks zei over wat Europa nu gaat
doen, nu we weten dat dit de realiteit is waar we door deze oorlog in
Iran mee worden geconfronteerd. Hoe gaan we er als Europa voor zorgen
dat we niet alleen maar staan toe te kijken, maar dat we ook aanvullende
sancties op het Iraanse regime voorbereiden om de druk op het regime
maximaal op te voeren? Wat doen we als Europa om democratische krachten
in Iran te ondersteunen, zodat zij beter in staat zijn om hun eigen
toekomst te bepalen? Wat doen we als Europese Unie om met onze partners
in de Golfregio verdere escalatie van het conflict te voorkomen en om
hen te helpen bij de verdediging van hun burgers en luchtruim? Wat doen
we als Europese Unie om de samenwerking tussen Oekraïne en de Golfstaten
te verbeteren, zodat er in de Golfregio niet allerlei veel te dure
raketten de lucht in worden geschoten om drones uit de lucht te halen,
terwijl die raketten veel beter in Oekraïne kunnen worden ingezet om
Oekraïne te beveiligen tegen Rusland?
Dat is de opdracht die er nu voor Europa ligt. Dat is om niet alleen
maar een bystander, een toekijker, te zijn bij wat daar nu gaande is
tussen de drie primaire strijdende partijen. Dat is om ook te kijken wat
we kunnen doen om uiteindelijk echt perspectief aan de Iraanse bevolking
te geven.
De voorzitter:
De heer Klaver. Ik stel voor dat de minister-president daarna in ieder
geval een groot deel van zijn beantwoording vervolgt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit lijkt gewoon een debat op een willekeurige donderdagmiddag, zoals we
dat wel vaker hier in het parlement voeren, maar dit is zo'n type debat
dat over tien jaar nog eens wordt teruggelezen: wat werd er nou
eigenlijk precies gezegd? Het lastige aan de woordvoering van het
kabinet vind ik dat dit een woordvoeringslijntje is. Het hebben over
"begrip" is een vondst om ervoor te zorgen dat je coalitiepartners bij
elkaar brengt, maar het is geen strategie of reflectie op het
internationaal recht. Waarom is dat problematisch? Wat is straks de
reactie van het kabinet als Noord-Korea wordt gebombardeerd? Daarover
kun je hetzelfde zeggen: het is een verschrikkelijk regime. Is daar dan
ook begrip voor? Als dit gebeurt met de leiders van Jemen, is daar dan
ook begrip voor?
Ik verwacht dat het kabinet — daar hunkerde ik zeker naar na het
kabinet-Schoof — niet week na week probeert door te komen met
woordvoeringslijntjes, maar dat het komt met een consistente lijn
waarmee we de komende jaren vooruit kunnen komen. Dit is eigenlijk een
waarschuwing aan het kabinet. Ik ben benieuwd hoe de minister-president
hierop reflecteert. Door te kiezen voor een begrip als "begrip", waarbij
er zo veel verwarring is over wat het precies betekent, zet je jezelf
klem. Daarmee is straks zo'n beetje iedere interventie
gelegitimeerd.
Minister Jetten:
Nee, want die situaties kunnen in die zin van elkaar verschillen. Ik zag
in het vragenuur van vorige week vergelijkingen met Venezuela en de
ingreep die daar is gedaan. Die is totaal anders dan de situatie in
Iran, omdat het Iraanse regime zich de afgelopen decennia van een hele
andere kant heeft laten zien, niet alleen in eigen land, maar ook in de
regio en ook hier in Nederland. De taak is ook dat je per keer kijkt wat
de geopolitieke ontwikkeling is en hoe je je daartoe verhoudt als
Nederland en als Europa. De basis onder al die conflicten is het
internationaal recht. Die afspraken zijn niet perfect, maar we hebben ze
wel met elkaar gemaakt, omdat dat het beste is wat we hebben.
De heer Bontenbal heeft dit in zijn inbreng uitgebreid toegelicht.
Daarop gaat de minister van Buitenlandse Zaken straks ook uitgebreider
in. We hebben de afgelopen jaren heel vaak gezien dat de internationale
gemeenschap onvoldoende in staat is gebleken om het internationale recht
effectief toe te passen. Dat is omdat de VN-Veiligheidsraad daar niet
goed voor functioneert. Dat is omdat, zoals de heer Dassen en de heer
Paternotte zeiden, de Europese Unie niet de taal van de macht weet en
wil spreken. Daardoor kan de Europese Unie het internationaal recht ook
niet afdwingen als andere landen dat aan hun laars lappen. Dat zijn
allemaal geopolitieke realiteiten waarmee we vandaag de dag te maken
hebben. We moeten onszelf dus ook de vraag stellen: hoe gaan we als
Nederland en als Europa daar een veel serieuzere rol in spelen?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Die serieuze rol spelen, begint bij het kiezen van je woorden. Met
woordvoeringslijntjes als "begrip" doe je dat niet. Het internationaal
recht staat onder druk, allereerst omdat grootmachten als Rusland en
China en nu ook de VS het hele internationaal recht aan hun laars
lappen. Maar het staat ook onder druk omdat andere landen vervolgens
toekijken en er niets van zeggen. Dat is wat Nederland in dit geval
doet. Er zijn verschillende reacties vanuit Europa. Ik voel me
aangesproken door de reactie vanuit Spanje, waarin ze heel helder zijn
en zeggen: dit is een illegale oorlog waar je niet aan moet willen
meewerken; dat moet je niet doen. Tegelijkertijd waren ze de eerste om
te zeggen: wij gaan onze bondgenoten op Cyprus en in Turkije steunen;
dat moeten we namelijk altijd doen.
Dat is een heldere houding. Ik zou willen dat meer landen in Europa deze
positie innemen. Het is niet alleen dat de grote machtsblokken het
internationaal recht met voeten treden, maar het is ook dat wij dat
accepteren. Dan kan er in de zaal gezegd worden: gaan ze dan luisteren
als wij nee zeggen? Maar het gaat wel om de vraag: welke norm handhaven
we? Met teksten als "begrip" en met woordvoeringslijntjes creëren we te
veel ruimte in wat er allemaal wel en wat er niet zou mogen. Ik wil deze
premier echt aanmoedigen: doe dat niet. Blijf gewoon bij de initiële
reactie die u heeft gegeven op zaterdag. Die was uitstekend. Laat u niet
opjagen door alle VVD-bewindspersonen, -mastodonten op televisie en de
-fractie hier. Volg hierin uw eigen lijn, want ik denk dat dat kompas
veel beter is afgestemd dan u denkt.
Minister Jetten:
Ik heb geen vraag gehoord. Ik ga verder met de laatste vragen die nog
zijn gesteld over de impact van deze oorlog op de economie en op de
energie. Daarvan is het onzeker hoe zich dat de komende tijd verder gaat
ontwikkelen, omdat alles afhangt van hoelang deze oorlog gaat
voortduren. Gisteren is er een belangrijke stap aangekondigd door zo'n
dertigtal landen die samenwerken in het Internationaal
Energieagentschap, namelijk om een deel van de strategische
olievoorraden op de markt te zetten om daarmee een bijdrage te leveren
aan het dempen van de onrust op de energiemarkt en het verlagen van de
prijzen. We zien natuurlijk dat die prijzen nog steeds continu op en
neer gaan. Het wordt komende weken nader gevolgd. Tijdens de Europese
Raad van volgende week bespreken we een aantal voorstellen van de
Europese Commissie om te kijken hoe met aanvullende maatregelen de
impact op de energieprijzen kan worden ondervangen.
Zoals de voorzitter al aangaf, zal er aankomende maandag een brief komen
van het kabinet. De ministers van EZK, SZW en Financiën zullen een scala
van mogelijke maatregelen schetsen die op nationaal niveau genomen
kunnen worden om de impact van de energieprijzen te ondervangen. Ik
benadruk wel dat alle internationale afspraken, zoals de vrijgave van de
strategische reserves of afspraken die we op Europees niveau maken, het
meest effectief zijn om de macro-economische gevolgen zoveel mogelijk te
ondervangen.
De heer Brekelmans vroeg welke macro-economische scenario's erbij komen
kijken. Het CPB heeft u eigenlijk op uw wenken bediend door vandaag in
ieder geval een tweetal scenario's te schetsen. Daaruit blijkt dat een
langdurige oorlog grote gevolgen kan hebben voor onder andere de
inflatie in de eurozone en daarmee ook impact kan hebben op de
Nederlandse economische groei. Die staat er op dit moment nog relatief
goed voor, maar we moeten er wel oog voor houden dat die onder druk kan
komen te staan als de oorlog leidt tot een blijvende stijging van de
prijzen. Ik ga er ook van uit dat de Kamer snel een nieuw debat zal
aanvragen op basis van de Kamerbrief die maandag volgt. De heer Klaver
heeft dat volgens mij ook al aangekondigd.
Er is gevraagd naar de noodzaak om strategische gas- en oliereserves aan
te leggen. We hebben veel van die strategische reserves al met elkaar
georganiseerd. Daardoor kan Nederland nu ook een bijdrage leveren aan de
vrijgave van de strategische reserves op het gebied van olie- en
brandstofproductie. Ten aanzien van het gas, dat we met name gebruiken
voor het verwarmen van onze huizen en deels voor elektriciteitsproductie
in Nederland, is besloten dat staatsdeelneming EBN per 1 april
aanstaande weer kan starten indien de markt achterblijft met het vullen
van de Nederlandse gasopslagen. EBN gaat ook aan de slag met de aanleg
van een noodvoorraad van 5 terawattuur in Alkmaar. Dat is nog door het
vorige kabinet besloten en wordt door dit kabinet voortgezet. Daarnaast
kijken we met de Europese Commissie naar eventuele extra maatregelen om
de effecten op de gasmarkt zo goed mogelijk te ondervangen. We hebben
geleerd van 2022, toen we echt werden overvallen door een energiecrisis
nadat Rusland Oekraïne binnenviel. Het beperkte voordeel daarvan is nu
dat we destijds alle mogelijke instrumenten hebben onderzocht. Zij
zitten in de toolbox van de Europese Commissie. We kijken uit naar hun
voorstellen.
De heer Eerdmans en de heer Paternotte vroegen nog specifiek naar
fossiele-energie-importen van buiten de EU. Vanaf eind 2027 is het in
Europa definitief verboden om Russisch gas te importeren. Dat geldt ook
voor Russisch lng. Dat komt voort uit de REPowerEU-verordening die
eerder is aangenomen. Nederland steunt dit. Ik hecht eraan dat de import
die nu nog in de boeken staat en die via Rotterdam binnenkomt, niet
gericht is op de Nederlandse markt, maar wordt gebruikt door andere
Europese landen die via Rotterdam importeren.
Voorzitter. Daarmee kom ik aan het eind van mijn beantwoording en geef
ik het stokje over aan de minister van Buitenlandse Zaken, als u dat
goed vindt.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, de heer Markuszower en de heer Wilders denken daar toch
anders over. Een interruptie van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil toch even door over de energierekening van mensen, want die mogen
we niet vergeten. Een heleboel mensen maken zich enorme zorgen over de
energierekening en dat is ook logisch. Al voor de oorlog maakten geloof
ik honderdduizend mensen gebruik van het energienoodfonds. Wij horen ook
de verhalen van mensen die de rekeningen niet meer kunnen betalen, niet
aan de pomp, maar ook niet om hun huis te verwarmen. Als we nu wachten
op de Europese Commissie voor een nieuw energienoodfonds, dan redden we
dat waarschijnlijk niet voor deze winter.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De vraag is: is de minister-president bereid om te zorgen dat er nu een
nieuwe energienoodfonds komt, zodat we daar met de nu gestegen prijzen
niet op hoeven te wachten, maar de mensen nu zekerheid krijgen dat ze
hun energierekening gewoon kunnen betalen?
Minister Jetten:
In de brief die maandag komt, zal ook door het kabinet worden geschetst
wat we kunnen doen met de inzet van dat Noodfonds Energie. Het voordeel
ten opzichte van 2022 is nu dat we niet hoeven te wachten op een
eindeloos Europees traject of een antwoord op de vraag of dit mag. De
vraag is hier dus echt waar de impact van de stijgende energieprijzen
het grootst is, wat dan het handelingsperspectief is en welke
maatregelen het kabinet kan inzetten. In de brief van maandag schetsen
we ook of en hoe zo'n Noodfonds Energie weer opnieuw kan worden benut,
om op korte termijn de effecten in Nederland te dempen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Kunnen wij er dan van uitgaan dat — niet of en hoe maar dát — daar dan
gewoon in staat dat er een nieuw energienoodfonds komt? Als namelijk
honderdduizend mensen dat al nodig hadden voordat de prijzen gingen
stijgen, dan hebben nu alleen nog meer mensen het nodig. Dat is ook wat
wij overal horen. Als dat erin staat, dan hoeven wij dat hier nu niet
voor te stellen. En als het er niet in staat, dan gaan we het hier wel
voorstellen, want de mensen kunnen niet wachten.
Minister Jetten:
Het kabinet heeft niet al besloten om dat te gaan doen, want wij zijn
nog in kaart aan het brengen waar de impact van de gestegen
energieprijzen het grootst is en wat de meest effectieve route is om
daarop in te grijpen. Dat schetsen we maandag uitgebreid in die brief.
Maar ik zeg tegen mevrouw Dobbe: het is echt anders dan in 2022, waar we
nu op het punt zouden staan om daar een heel ingewikkelde discussie over
te krijgen. Nu is de vraag echt of je dit gericht kunt inzetten en per
wanneer dat verstandig is om te doen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mijn vraag gaat over hetzelfde onderwerp maar niet per se over een
energienoodfonds. Onze fractie heeft al eerder gepleit voor het direct
en drastisch naar beneden halen van accijnzen op brandstof en daardoor
ook de btw, waardoor de mensen ietsje meer lucht krijgen aan de pomp en
ietsje meer ruimte en rust, zeg ik met een knipoog naar de VVD en haar
"rust in de portemonnee". Kan de premier toezeggen — zijn
staatssecretaris wilde dat eerder deze week niet doen — dat die
accijnzen naar beneden gaan? Want de staatskas verrijkt zich nu onnodig
en met te veel geld.
Minister Jetten:
We hebben in het coalitieakkoord besloten om de verlaging van een deel
van de accijnzen door te zetten. Nu is de vraag wat de te verwachten
ontwikkeling van de energieprijzen in de komende tijd is. Hoe langer
deze oorlog voortduurt, hoe groter de impact, maar als die de komende
weken abrupt ten einde komt, dan zul je wellicht ook weer heel snel een
verlaging van de energieprijzen zien. Ik wil ervoor waarschuwen dat we
nu hals over kop te forse maatregelen nemen, die achteraf niet nodig
bleken te zijn. Vandaag gaf het CPB aan dat bepaalde maatregelen vooral
hoge inkomensgroepen bereiken, terwijl de lage en de middeninkomens
onvoldoende worden geholpen. We moeten bij de keuze en de maatvoering
van maatregelen echt heel goed afwegen wie er geholpen wordt en wie er
extra rust in de portemonnee krijgt. Dat is nu nog iets te vroeg om te
beoordelen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Bijna alle Nederlanders, of ze nou hoge inkomens hebben of lage
inkomens, en ook het mkb en de bakkers en zo hebben nu last van de hoge
benzineprijzen en de hoge dieselprijzen aan de pomp. Ik denk dus dat
daar niet heel veel rekenwerk en denkwerk achter hoeft te zitten. We
weten dat de prijs te hoog is en we weten ook dat daardoor de overheid
nu meer geld krijgt dan ze ooit had begroot. Mijn voorstel, mijn wens,
mijn verzoek zou namens zo veel Nederlanders zijn: meneer de premier,
doe nou alsjeblieft die accijnzen direct omhoog ehm omlaag. Je kunt ze
daarna ... Omlaag, omlaag, omlaag.
De voorzitter:
Dat ging bijna mis.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
U kunt ze daarna altijd weer omhoog doen. Als die prijzen zover dalen,
kunt u ze toch weer omhoog doen? Alleen nu hebben mensen pijn aan de
pomp, dus doe het alstublieft nú.
Minister Jetten:
Dat is precies de reden waarom die brief aankomende maandag al komt. Dan
kunnen we er namelijk ook heel snel een vervolgdebat over voeren.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tijdens het debat mag het ook gaan over het gevoel van onmacht dat leeft
bij Iraniërs en bij verschillende gemeenschappen daar, maar ook in de
diaspora. We hebben ook een debat gehad over het bevorderen van het
internationaal recht. De ChristenUnie staat daarvoor, maar dat betekent
niet dat we de momentopname uit de jaren veertig permanent doorvoeren,
nu we ook zien dat dat eigenlijk tot een patstelling leidt. Ik denk dat
deze tijd ook vraagt om een premier die de handschoen oppakt om
internationaal te kijken of dit tot hervormingen kan leiden. Ik weet dat
hier draagvlak in de Kamer voor is, want er is ook een motie van mijn
hand aangenomen. Mijn vraag is of de premier het volgende erkent. Het
internationaal recht is belangrijk, maar dat wat op papier staat, is
anno 2026 misschien ook wel verouderd. We moeten, met Nederland voorop,
gaan kijken hoe we dat gesprek snel met elkaar gaan voeren.
Minister Jetten:
Daar zijn we het mee eens. De minister gaat zo meteen nog wat
uitgebreider in op wat we aan het doen zijn in het licht van de eerder
aangenomen motie-Ceder. Dit is ook precies de reden waarom ik me de
afgelopen weken, niet alleen rondom Oekraïne en Iran, meteen met veel
Europese partners hiervoor heb ingespannen. U krijgt zo meteen dus nog
een veel uitgebreider antwoord, maar u kunt erop rekenen dat ik me daar
persoonlijk ook voor zal inzetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot een interruptie van meneer Wilders, en nog een van
de heer Bontenbal. Gaat uw gang, meneer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Van mijn kant vraag ik ook graag haast met die brief en het liefst ook
met maatregelen voor de koopkracht. Nogmaals, mensen zitten er echt om
te springen. Doe dat dus alstublieft ontzettend snel. Ik zal daar
dadelijk zelf ook wat moties over indienen.
Mijn vraag gaat over iets anders, namelijk de Iraanse activiteiten in
Europa en in Nederland. Uit publieke informatie blijkt dat Amerikaanse
inlichtingendiensten berichten hebben onderschept dat er activatiecodes
voor slapende terreurcellen vanuit Iran over de wereld zijn gegaan en
dat men van plan is om aanslagen te plegen. Ik noemde al eerder dat in
het nieuws was dat uw collega Merz de beveiliging van Joodse,
Israëlische en Amerikaanse instellingen heeft opgeschroefd. U hoeft mij
niet te vertellen welke maatregelen u neemt, maar ik wil er wel zeker
van zijn dat onze inlichtingendiensten, de minister van Binnenlandse
Zaken en uzelf daarmee bezig zijn. Dit is namelijk wel het moment dat
dat kan gebeuren. Dat moeten wij hier in het parlement, en ook u in het
kabinet, heel erg serieus nemen.
Minister Jetten:
Zeker. Dat onderstreep en ondersteun ik volledig. Dit is ook een van de
onderwerpen die continu op de agenda van de Nationale Veiligheidsraad
staat. We zijn al langer zeer bezorgd over wat Iran doet binnen de EU en
ook in Nederland, niet alleen op het gebied van het opjagen van Iraanse
dissidenten die in Nederland verblijven of het proberen te beïnvloeden
van de Iraanse diaspora, maar bijvoorbeeld ook de hybride dreigingen op
het gebied van cyber. In het licht van de escalatie van deze oorlog
hebben we daar extra aandacht voor. Er worden ook, waar noodzakelijk,
maatregelen genomen. U zult begrijpen dat ik daar verder niks over kan
zeggen.
De heer Bontenbal (CDA):
Mag ik de minister-president vragen om in de brief over de maatregelen
om de energiekosten mogelijk te dempen, of in ieder geval over de opties
die in kaart worden gebracht, ook te refereren aan de energieplafonds
die we destijds hadden? Er zijn namelijk specifieke plafonds
afgesproken. Ik vraag dat omdat het ook een soort maat is van wanneer we
blijkbaar met z'n allen vinden dat de energieprijzen te hoog zijn.
Natuurlijk snap ik dat dat voor een bepaalde tijd moet gelden. Maar ik
vraag dat omdat de gasprijs op dit moment nog steeds lager ligt dan het
energieplafond van €1,45 per kuub gas destijds. Als je nu een contract
afsluit, zit je nog op €1,30. Als het kabinet in de brief aandacht
besteedt aan de energieplafonds, zou het dat dan ook kunnen relateren
aan de hoogtes die we destijds hadden? Zijn dat voor het kabinet ook de
referentieplafonds?
Minister Jetten:
Dat zullen we doen. Ik zeg toe dat u dat maandag in de brief zult
teruglezen.
De voorzitter:
Ik dank de minister-president en ik geef het woord aan de minister van
Buitenlandse Zaken voor zijn beantwoording.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. De minister-president heeft namens het kabinet
al heel veel vragen beantwoord. Ik heb vier blokjes. Ik begin met het
blokje consulair, dan nog een aantal detailvragen over de situatie in
Iran, dan de ontwikkeling in de regio en tot slot een apart blokje over
de veranderende wereldorde.
Allereerst consulair. Zoals de premier al stelde, zijn we vanaf het
begin bezig geweest met de veiligheid van de Nederlanders in de regio.
We zijn eerst bezig geweest met opschalen. Dat betekent dat we in het
begin meteen het crisiscentrum hebben opgeschaald. We hebben daarnaast
vluchten ingezet en Defensie bijgeschakeld. Zo hebben we steeds verder
controle gekregen op de repatriëring en het veilige vertrek van
Nederlanders uit de regio. We hebben in contact met de Golfstaten ook
volop aandacht besteed aan hulp voor mensen uit de regio. Het is een
moeilijke operatie, omdat het niet alleen gaat om het veilige vertrek
van de vluchten. Deze operatie heeft namelijk ook te maken met de vraag
hoe je mensen met bussen veilig op locatie krijgt.
Om een beeld te geven: 6.000 gestrande Nederlanders voldeden aan de
voorwaarden voor repatriëring. Het gaat dan om gestrande reizigers die
woonachtig zijn in Nederland en de Nederlandse nationaliteit hebben. Op
dit moment hebben sowieso al duizenden mensen zelfstandig veilig de
regio verlaten. Onze schatting is dat dat er ongeveer 3.000 zijn. Een
kleine 1.000 mensen hebben laten weten nu niet gerepatrieerd te willen
worden of geen gebruik te willen maken van de mogelijkheden die wij
bieden. Ongeveer 1.000 mensen hebben via de hulp van BZ, of in
aanvulling daarop via Defensie, het gebied verlaten. Dat betekent dat we
op dit moment nog kleine groepen gestrande Nederlandse reizigers in de
regio hebben.
Om daar een beeld van te geven, ga ik ze even opnoemen. Dat doe ik
vooral om een beeld te geven van hoe verspreid zij over de regio zitten.
De cijfers kunnen nog steeds fluctueren, maar naar schatting gaat het om
3 mensen in Bahrein, 32 in Irak, 18 in Iran, 44 in Israël, 17 in
Jordanië, 7 in Koeweit, 71 in Libanon, 10 in Qatar, 10 in Saoedi-Arabië
en 200 in de Verenigde Arabische Emiraten. Op dit moment gaan wij dus
van het steeds verder opschalen naar een nieuwe fase, namelijk maatwerk
bieden aan de mensen die op al die verschillende locaties zitten. We
zijn daarvoor in contact met de ambassades.
We doen ook belacties, ook automatische belacties, zodat mensen zich
kunnen afmelden op het moment dat ze al veilig uit de regio vertrokken
zijn. Ik doe nogmaals de oproep: ben je veilig uit de regio vertrokken,
laat dat de ambassades en het ministerie dan weten. Op die manier kunnen
we ons echt richten op de mensen die op allerlei verschillende plekken
nog steeds met grote zorgen zitten te wachten op hulp en op een signaal
over hoe ze op een veilige manier de regio kunnen verlaten. Dat betekent
dat we nu maatwerk aan het leveren zijn voor die kleine groepen. Ik wil
daarbij ook nog vermelden dat ons verzoek is geweest dat het
Defensievliegtuig gewoon in de regio blijft, en dat dat ook gebeurt. Zo
kunnen we dat nog inzetten als dat noodzakelijk is en waar dat mogelijk
is. Ik denk dat ik daarmee antwoord heb gegeven op veel van de vragen
over de repatriëring.
De heer Dassen had nog een vraag over de Europese inzet. Bij al onze
vluchten en ook in al onze contacten die wij de afgelopen weken gedrieën
gehad hebben met onze collega's in andere landen, hebben we steeds
informatie uitgewisseld over vluchten en mogelijkheden om gebruik te
maken van elkaars vluchten. Ook op Europees niveau zijn er berichten dat
de Europese Commissie gezamenlijke vluchten op Europees gebied heeft
uitgevoerd. Dat neemt niet weg dat de consulaire inzet bij dit soort
repatriëringsoperaties, inclusief de bijbehorende vervoersmiddelen die
we hebben, in de eerste instantie een nationale competentie zijn,
waarbij we zo goed mogelijk samenwerken met onze Europese
collega's.
De heer Vermeer vroeg naar noodnummers, WhatsApp-contacten … Maak ik dit
eerst af?
De voorzitter:
Ja, heel graag. Misschien kunt u dit blokje afmaken, of is dat nog heel
veel?
Minister Berendsen:
Neeneenee. Daar ben ik zo doorheen.
De voorzitter:
O, dan maken we eerst dit blokje af.
Minister Berendsen:
Kan de minister bevestigen dat de noodnummers en WhatsApp-contacten
daadwerkelijk goed bereikbaar zijn voor gestrande Nederlanders, zodat ze
ook contact kunnen opnemen en antwoord kunnen krijgen? Zoals ik al zei
hebben we ruim 6.000 mensen die aan de voorwaarden voldoen. Er hadden
zich 11.000 mensen gemeld. Het verschil daartussen, dus de mensen die
zich hebben gemeld maar die niet voldoen aan de criteria, heeft dat te
horen gekregen. Daarna is er natuurlijk geen contact meer met hen
geweest, omdat zij niet aan onze voorwaarden voldoen.
Het kan tegelijkertijd zo zijn dat mensen nog geen contact gehad hebben,
omdat wij, ondanks herhaalde pogingen, soms geen gehoor krijgen. Dat kan
natuurlijk om allerlei redenen zijn, variërend van bereik en batterij
tot mensen die al veilig thuis zijn, maar van wie we dat op dit moment
nog niet te horen hebben gekregen. Het algemene contactcentrum van
NederlandWereldwijd is telefonisch altijd bereikbaar, 24 uur per dag, 7
dagen in de week.
U kunt zich ook voorstellen dat in de afgelopen anderhalve week daar
duizenden telefoontjes zijn binnengekomen. In de eerste dagen van de
crisis kon het dus soms iets langer duren tot mensen contact hadden. We
doen er natuurlijk alles aan om ervoor te zorgen dat mensen bereikbaar
zijn. Er is ook een automatisch dialersysteem ingesteld, zodat mensen nu
automatisch gebeld worden. Daarbij kunnen ze meteen een optie indrukken
om aan te geven of ze nog in de regio zijn en, als ze nog in de regio
zijn, nog gebruik willen maken van onze hulp of dat ze alweer veilig
thuis zijn. Dat zorgt ervoor dat onze data steeds verder op orde
komen.
Dan was er nog een vraag van de heer Vermeer over de ticketprijzen. De
prijzen van de commerciële vliegtickets vanuit de regio zijn
uiteenlopend. Daar heeft het kabinet ook geen invloed op. Wij bemiddelen
wel vanuit Buitenlandse Zaken, waar mogelijk met lokale
luchtvaartmaatschappijen. De speciale vlucht van Qatar Airways van
vorige week is daarvan een goed voorbeeld, denk ik. Daarmee zijn 173
Nederlanders vertrokken. Die vlucht vond plaats met bemiddeling van de
Nederlandse ambassade tegen een reguliere prijs, die vergelijkbaar was
met de financiële bijdrage die we gevraagd hebben voor de repatriëring.
Ook voor morgen staat een dergelijke vlucht vanuit Qatar gepland.
Daarmee denk ik de vragen over de repatriëring van de heren Van Baarle,
Brekelmans en Paternotte ook beantwoord te hebben.
De heer Dassen (Volt):
Ik ben van mening dat we als Europa veel meer moeten gaan samenwerken op
het gebied van buitenlandbeleid. Daar hoort dit ook bij. Ik snap dat het
kabinet niet zover wil gaan als Volt, want wij willen een Europese
minister van Buitenlandse Zaken, maar we kunnen misschien wel kleinere
stappen maken, zoals een EU-repatriëringsmechanisme. Is dat iets wat de
minister van Buitenlandse Zaken in ieder geval wil onderzoeken met zijn
collega's?
Minister Berendsen:
Ik denk dat het sowieso goed is dat we evalueren met de Europese
partners hoe deze repatriëringen en alle acties uiteindelijk hebben
gewerkt en hoe we daarin beter kunnen samenwerken. Op Europees niveau is
er natuurlijk ook gezamenlijke actie, waar Nederland ook onderdeel van
is. Tegelijkertijd denk ik dat het in het Nederlandse belang en in het
belang van dit kabinet is om alle nationale middelen die wij hebben en
kunnen inzetten, volop te gebruiken om in de eerste plaats Nederlanders
terug te krijgen en in de tweede plaats daar waar daarvoor mogelijkheden
zijn onze partners te helpen.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat het ook in ons belang zou zijn als we dit in Europa veel
beter met elkaar zouden doen. Als we het gezamenlijk zouden doen, zouden
de capaciteit en misschien ook de snelheid groter zijn. Ook zouden de
mensen die daadwerkelijk ergens in een crisissituatie zitten dan beter
geholpen zijn. Ook in situaties waar Nederlanders misschien niet direct
bij betrokken zijn of waar juist heel veel Nederlanders bij betrokken
zijn, kunnen andere landen dan misschien sneller helpen. Mijn oproep aan
de minister van Buitenlandse Zaken is om in ieder geval op een positieve
manier te kijken of we hier in Europa gezamenlijk in op kunnen
trekken.
Minister Berendsen:
Ik kijk hier positief naar. Ik ben met name positief over de manier
waarop we in deze hele operatie samengewerkt hebben met de landen om ons
heen, zoals de Benelux-landen, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en
noem maar op. Niet alleen binnen EU-verband, maar veel breder hebben we
er samen voor kunnen zorgen dat we daar waar mogelijk EU-burgers en
burgers uit partnerlanden hebben kunnen meenemen.
De heer Vermeer (BBB):
Heb ik uit het antwoord van de minister goed begrepen dat de
repatriëringsvluchten die het ministerie zelf organiseert, betaalbaar
zijn, maar dat het kabinet niets gaat doen aan misbruik door commerciële
partijen die mensen vervoerden uit landen waaruit ze eigenlijk weg
wilden? Heb ik dat goed begrepen?
Minister Berendsen:
De vluchten die wij zelf organiseren, acht ik inderdaad betaalbaar. Ik
denk dat we daar een redelijke eigen bijdrage van de passagiers voor
vragen. Over de commerciële vluchten heb ik inderdaad gezegd dat wij
geen invloed hebben op de ticketprijzen. In overleg met de lokale
vluchtmaatschappijen, zoals Qatar Airways, zorgen we er wel voor dat
onze Nederlandse gestrande reizigers op een fatsoenlijke manier en voor
fatsoenlijke prijzen mee kunnen vliegen. Daar is de hulp van onze
ambassade en van het ministerie op gericht.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Berendsen:
Nu kom ik bij het blokje Iran, waar het hele debat natuurlijk over gaat.
Ik denk dat heel veel van deze vragen al door de minister-president
beantwoord zijn. Ik ga proberen om er nog een aantal dingen uit te
halen.
De heer Bontenbal vroeg hoe wij als kabinet in EU-verband gesprekken
aangaan met de Verenigde Staten. Ik denk dat dat een terechte vraag is.
Zowel de premier als ik hebben al herhaaldelijk gezegd dat we de Iraanse
bevolking enorm steunen. Die proberen we ook waar mogelijk te steunen.
De vragen over de doelstelling en de exitstrategie leven bij ons en bij
vele anderen. Dat betekent dat wij ook in samenwerking met onze Europese
partners proberen antwoorden daarop te krijgen vanuit Washington en
Israël. Op dit moment worden daar verschillende signalen over afgegeven.
We proberen dat in gezamenlijkheid met onze partners te doen, ook gelet
op mogelijke verdere escalatie en op het beschermen van onze belangen op
het gebied van veiligheid, energie en migratie. Ook proberen we te
kijken waar er eventuele diplomatieke oplossingen zijn voor dit
conflict, ook al is onze invloed niet groot.
De vragen over de-escalatie en verdere diplomatieke inzet heeft de
minister-president zojuist beantwoord.
Ik moet even kijken. Sorry, meneer de voorzitter. Het is meer een
compliment voor de beantwoording van de minister-president dan dat het
aan mijn administratie ligt.
De voorzitter:
Het wordt zeer gewaardeerd.
Minister Berendsen:
We hebben het over diplomatie gehad. De vragen over druk op het Iraanse
regime zijn eigenlijk ook net door de minister-president behandeld.
Wellicht ter herhaling, maar ik heb daar nog aan toe te voegen dat wij
natuurlijk al jaren voorloper zijn in Brussel op het gebied van sancties
en exportbeperkingen. We zetten onder andere in op de kopstukken van de
IRGC en op mensenrechtenschenders. We hebben ook sancties gericht op
Iraanse wapensteun aan Rusland. In 2019 was er de terrorismelisting van
de Iraanse inlichtingendienst en dit jaar is ook eindelijk de
Revolutionaire Garde op de terrorismelijst gekomen. Op dat punt hebben
we natuurlijk vooropgelopen. Ik zie ook nieuwe kansen ontstaan, hoe cru
dat ook is om te zeggen in dit conflict. Met name de Golfstaten hebben
hun positie richting Iran veranderd. Wellicht kunnen we samen met onze
partners uit de Golfstaten meer doen tegen ontwijking van de sancties en
meer inzetten op het effectief uitvoeren van de sancties.
Even kijken ... Strategie heeft de minister-president beantwoord.
Misschien nog even over de vraag van de heer Dassen. "De reflectie van
de minister-president op de eerdere Irandeal", zie ik hier staan. Ik
kijk even naar de heer Dassen, maar die is er niet meer. Ik ga ervan uit
dat deze vraag beantwoord is.
De voorzitter:
Dat denk ik ook.
Minister Berendsen:
Laat ik in aanvulling op wat de minister-president al gezegd heeft, nog
dit zeggen op de vraag van de heren Van Baarle, Brekelmans en Dassen
naar de laatste stand van zaken met betrekking tot het ondersteunen van
de mensenrechten in Iran. Sancties heb ik net al behandeld. Zoals ik
zojuist zei, is Nederland al jaren koploper. Ook in deze situatie kijken
we op allerlei manieren hoe we het maatschappelijk middenveld en
mensenrechtenorganisaties in Iran in samenwerking met onze Europese
partners en andere partners kunnen steunen. Tegelijkertijd kunnen we
daar niet volledig openlijk over spreken, omdat we daarmee de
desbetreffende mensen en organisaties in gevaar zouden kunnen
brengen.
De heer Markuszower vroeg naar maatregelen om het regime niet langer te
erkennen. Hij zei: verbreek de diplomatieke banden, sluit de Iraanse
ambassade, zet de Iraanse ambassadeur het land uit en erken het
interim-regime onder leiding van de heer Pahlavi. Wat ons betreft is het
sluiten van de ambassade en het uitzetten van de ambassadeur
onwenselijk. Wij blijven erbij dat de diplomatieke communicatiekanalen,
hoe lastig ook, opengehouden moeten worden. Dat heeft er ook alles mee
te maken dat iedere actie die wij richting de Iraanse ambassade hier
zouden uitvoeren, ook impact heeft op de Nederlandse ambassade in Iran,
die wij uit veiligheidsoverwegingen nu hebben verplaatst naar
Azerbeidzjan. Op enigerlei wijze ogen en oren houden in een land waar de
bevolking dusdanig onder druk staat en tegelijkertijd afgesloten is van
de buitenwereld, blijven wij belangrijk vinden. Wat betreft de steun aan
Pahlavi: het is uiteindelijk niet aan Nederland of aan de internationale
gemeenschap, laat staan aan mijzelf, om te bepalen wie het gezicht van
het regime moet zijn. Het is belangrijk dat de Iraanse bevolking dat
zelf doet.
Dan de vraag van mevrouw Dobbe, mevrouw Teunissen en de heer Klaver over
wat het kabinet gaat doen om de oorlogsmisdaden door het regime in Iran,
maar ook door de VS en Israël te documenteren. Hoe kijken wij aan tegen
de schending van internationaal recht, in het bijzonder wat betreft de
aanval op de meisjesschool? Over de documentatie van de schendingen
heeft de minister-president net al het een en ander gezegd. Het is van
groot belang dat vermeende schendingen — door alle partijen —
gedocumenteerd worden. Nederland zet zich daar ook wereldwijd voor in.
Zo zet Nederland zich in de Mensenrechtenraad jaarlijks in voor
verlenging van de fact-finding mission voor Iran. Dat blijven we doen.
Die fact-finding mission richt zich niet alleen op eventuele
oorlogsmisdaden van Iran, maar kan ook schendingen door andere landen in
Iran onderzoeken.
Dan de aanval op de Iraanse meisjesschool. Het is natuurlijk
hartverscheurend om te zien dat zo veel jonge meisjes zijn omgekomen.
Het is duidelijk dat burgers of burgerobjecten nooit een doelwit mogen
zijn. Op dit moment is onduidelijk wat het precieze doelwit was van de
aanval en of er voldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen.
Onafhankelijk onderzoek zal dat moeten uitwijzen. Op basis van
uitspraken van president Trump begrijp ik dat er momenteel zo'n
onderzoek gaande is. Tegelijkertijd moet, zoals ik al zei, ook zo'n
fact-finding mission in Iran dit soort eventuele schendingen door andere
landen kunnen onderzoeken.
Ik denk dat ik wat het blokje Iran betreft het onderwerp van dit debat
behandeld heb. Dan heb ik nog twee blokjes.
De voorzitter:
Welke zijn dat, vraagt mevrouw Keijzer.
Minister Berendsen:
Ik heb nog: ontwikkelingen regio en, mijn favoriete blokje, de
veranderende wereldorde.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat is mij te hoog gegrepen.
Ik wil even terug naar het internationale gerechtelijke kader. Ik hoorde
de minister-president zeggen dat er buiten die kaders getreden is. Ik
heb de minister van Buitenlandse Zaken eerder horen zeggen dat hij dat
antwoord op die manier niet kon geven, omdat de beoordeling daarvan aan
de Verenigde Staten en Israël was. Is dat nog steeds zo of is hij
inmiddels dezelfde mening toegedaan als de minister-president, namelijk
dat er buiten het internationaal recht geopereerd is door de Verenigde
Staten en Israël?
Minister Berendsen:
Ik ben exact dezelfde mening toegedaan als de minister-president en het
hele kabinet. Dat betekent dat we op basis van de informatie die we nu
hebben, zien dat de acties buiten de internationaalrechtelijke kaders
plaatsvinden. Tegelijkertijd is het niet aan Israël en de VS om te
beoordelen of dat zo is, maar is het aan Israël en de VS om de vragen
daarover te beantwoorden. Tegelijkertijd zeggen wij ook steeds dat het
internationaalrechtelijk kader niet de enige lens is waarmee we naar dit
conflict moeten kijken, gezien de moorddadigheid van het Iraanse regime
en alle andere elementen die daar nog bij horen, waarvan ik me kan
voorstellen dat ik die hier niet hoef te herhalen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Excuus. Het gaat inderdaad niet om beoordelen, maar om antwoord geven op
die vraag. Daarmee kun je volgens mij dus twee conclusies trekken. In
het begin — u was ook allemaal net nieuw — was het even zoeken naar de
juiste lijn, maar dan houdt u nu dus wel de mogelijkheid open dat de
Verenigde Staten en Israël uiteindelijk, bijvoorbeeld op basis van
artikel 51 van het VN-Handvest, nog kunnen aantonen dat ze wel degelijk
geopereerd hebben binnen de internationaalrechtelijke kaders. Klopt
dat?
Minister Berendsen:
Nogmaals, op basis van wat wij nu weten lijkt het erop dat de acties
buiten het internationaalrechtelijk kader plaatsvinden, maar
uiteindelijk is het aan de VS en Israël om op die vraag een antwoord te
geven.
De heer Brekelmans (VVD):
Allereerst nogmaals complimenten aan de minister voor de repatriëring en
voor de transparantie in zijn antwoorden zojuist. Hij zei iets over de
betrekkingen met het Iraanse regime en de oppositie, maar dat zijn
eigenlijk antwoorden die we al enige tijd kennen. Er is in de afgelopen
weken en maanden natuurlijk wel wat gebeurd. Er zijn tienduizenden
mensen omgebracht, waardoor we de Revolutionaire Garde op de
terreurlijst hebben geplaatst. Er worden op dit moment raketten
afgeschoten richting partners en zelfs bondgenoten in de regio. De
Nederlandse ambassade in Teheran is naar Azerbeidzjan verhuisd. De
Iraanse oppositie schreeuwt om steun en om meer erkenning. Mijn vraag
aan de minister is: leidt dat ook bij Buitenlandse Zaken en bij uzelf
tot een heroverweging van de manier waarop wij ons formeel verhouden tot
het regime en van de mate waarin wij betrekkingen onderhouden met niet
één specifiek oppositielid of één specifieke oppositiepartij — dat snap
ik namelijk — maar de Iraanse oppositie in brede zin?
Minister Berendsen:
Alle kwalificaties van de heer Brekelmans over het Iraanse regime deel
ik volledig. Zoals ik al zei, zijn de keuzes en de overweging die wij
maken over wat wij hier richting de Iraanse ambassade en de ambassadeur
doen, die ook al ontboden is voor alle kwalificaties die de heer
Brekelmans zojuist heeft gegeven. Daarin is leidend dat wij nog steeds
zien dat Iran afgesloten is van de buitenwereld, waarbij wij grote
zorgen hebben over alle burgers en de hardheid en de moorddadigheid van
het regime richting de eigen burgers. Wij blijven er toch waarde aan
hechten dat we op de een of andere manier, ook al is het nu op afstand,
ogen en oren blijven houden in Iran en die contacten blijven
onderhouden. Onze ambassade onderhoudt natuurlijk niet alleen contacten
met het regime, maar juist ook met allerlei actoren in Iran om
informatie op te doen. Iedere ontwikkeling in de situatie zorgt er
natuurlijk voor dat wij dat meenemen in onze overwegingen.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zou de minister toch willen aansporen. Er zijn verschillende landen
in de wereld waar het kabinet op een gegeven moment van heeft gezegd:
het regime dat er zit, is geen vertegenwoordiging van de bevolking en de
wil van het volk. In het geval van Belarus, namelijk dat er een
verkiezing is geweest en de oppositieleider lijkt te hebben gewonnen,
die vervolgens het land uit is verjaagd, is er een andere situatie dan
die in Iran; dat snap ik. Ik zou echter toch nog een keer willen vragen
of het mogelijk is om zichtbaarder betrekkingen te onderhouden met en
zichtbaarder steun uit te spreken voor met name oppositiepartijen en
mensen die opkomen voor de vrijheid in Iran. Zo voorkomen we dat de
Iraanse gemeenschap zich afvraagt aan welke kant het Nederlandse kabinet
staat en of er oog is voor de uitzichtloosheid waar zij zich in
bevinden.
Minister Berendsen:
Ik denk dat het volstrekt helder is aan welke kant dit kabinet staat.
Dat blijkt ook uit de beantwoording van de minister-president en de
uitingen van de coalitiepartijen die deze regering dragen. De afwegingen
die wij daarin maken, zijn de afwegingen die ik net vermeld heb.
Tegelijkertijd zeg ik ook dat het op dit moment onzeker is hoe de
toekomst van Iran en het regime van Iran eruit gaan zien, gezien de
onvoorspelbaarheid van dit conflict. Ik neem het signaal van de heer
Brekelmans wel degelijk aan als het gaat om de breedte van de contacten
die ik in mijn rol — maar wellicht speelt dat ook breder in het kabinet
en de Kamer — heb met alle partijen en contacten die er zijn in Iran, om
in de volle breedte te laten zien dat wij achter het Iraanse volk staan
en niet achter dit regime.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb nog een korte vraag over het verzamelen van bewijzen en het
documenteren van oorlogsmisdaden, want dat is belangrijk. Op het moment
dat er oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen worden gepleegd, moet
dat gedocumenteerd worden en moeten bewijzen worden verzameld. Anders
kunnen de schuldigen niet worden bestraft. We weten dat er in Iran
sprake is van oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen van het
Iraanse regime, maar mogelijk ook door de aanvallen door de VS en Iran.
De aanval op de meisjesschool, een basisschool voor meisjes, waarbij 175
kinderen dood zijn gegaan, is een voorbeeld daarvan. Nu zegt deze
minister: Trump heeft gezegd dat er onderzoek wordt gedaan. Wat betekent
dat dan? Wij vragen natuurlijk om onafhankelijk onderzoek. We weten ook
dat de fact-finding mission op dit moment onvoldoende financiering en
capaciteit heeft om überhaupt alleen al de misdaden van het Iraanse
regime te onderzoeken.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat betekent dit antwoord van de minister, als wij dit steunen?
Minister Berendsen:
Dit antwoord betekent dat wij de boosheid, de woede en het verdriet, die
ik ook proef in de woorden van mevrouw Dobbe over de aanval op de
meisjesschool en alle onschuldige kinderdoden die daar gevallen zijn,
volledig delen. Dit betekent dat wij als kabinet ook kijken hoe we de
bestaande instrumenten kunnen inzetten om dit onafhankelijk te
onderzoeken via bijvoorbeeld die fact-finding mission. Het betekent ook
dat we als kabinet zullen bekijken hoe we hier op dit moment, maar ook
de komende weken en maanden, op de beste manier onze steun aan kunnen
geven.
Mevrouw Dobbe (SP):
Betekent dat ook dat als Trump bijvoorbeeld vanuit de VS onderzoek laat
doen naar deze mogelijke oorlogsmisdaad die mogelijk is gepleegd door de
Verenigde Staten, wij die conclusies in ieder geval zullen verifiëren
met onafhankelijk onderzoek, onder andere door die fact-finding mission,
of op een andere manier? Wat betekent het nou dat de fact-finding
mission gewoon underfunded is en niet genoeg capaciteit heeft om dit te
doen? We weten namelijk dat dat zo is.
Minister Berendsen:
Buiten kijf staat dat hier onafhankelijk onderzoek naar moet volgen. Dat
betekent dat bij ieder onderzoek dat door wie dan ook aangekondigd
wordt, de inzet van Nederland altijd is dat wij toetsen: is het
onafhankelijk onderzoek en hoe kunnen wij daaraan bijdragen? Dat is
eigenlijk ook het antwoord op uw tweede vraag. Het is belangrijk dat dit
gebeurt. Wij zullen kijken hoe we daar steun aan kunnen geven met alle
mogelijkheden die we hebben en met de middelen die er zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, maar wat betekent dat nou concreet? Ik heb net ook al aangegeven
dat de fact-finding mission onvoldoende capaciteit heeft om dit allemaal
te onderzoeken. Wat betekent het dan concreet als we het via die kanalen
laten lopen? Of gaat de minister iets anders doen om te zorgen dat deze
oorlogsmisdaden worden onderzocht en gedocumenteerd?
Minister Berendsen:
In de eerste plaats is de fact-finding mission het instrument dat we
daar op dit moment, samen met de internationale partners, meteen al voor
kunnen inzetten. Vanzelfsprekend zullen wij kijken welke middelen
daarvoor nodig zijn en er in internationaal verband voor zorgen dat zo'n
fact-finding mission effectief kan zijn als het gaat om het Iraanse
regime, maar ook in zaken zoals de aanval op de meisjesschool.
De voorzitter:
De minister vervolgt met de laatste onderdelen van zijn
beantwoording.
Minister Berendsen:
Dit is een dunner mapje, maar het is niet minder relevant. Het gaat over
ontwikkelingen in de regio. Ik ga nog even specifiek in op de vragen van
mevrouw Dobbe, de heer Klaver en de heer Ceder over Libanon.
Het kabinet maakt zich ernstig zorgen over de escalatie in Libanon als
gevolg van de aanvallen van Hezbollah op Israël na de aanvallen op Iran.
Het kabinet erkent dat Israël zich in een vijandige omgeving begeeft.
Onder het internationaal recht heeft Israël het recht op noodzakelijke
en proportionele zelfverdediging. In het uitoefenen hiervan is het
noodzakelijk de regels van het humanitair oorlogsrecht te volgen. Het
kabinet benadrukt dat een diplomatieke oplossing de enige duurzame
oplossing is. Het kabinet roept alle partijen op om terug te keren naar
gesprekken over het staakt-het-vuren. Ook roept het kabinet, in lijn met
de motie van mevrouw Piri, de partijen op tot de-escalatie en naleving
van het internationaal recht. We onderstrepen deze boodschap tegenover
alle partijen. Ik heb dat recent ook gedaan in mijn gesprek met mijn
collega uit Israël. Hezbollah moet onmiddellijk de aanvallen staken en
ontwapenen. Het kabinet verwelkomt de inzet van de Libanese regering
tegen de aanvallen van Hezbollah en het verwelkomt dat zij verdere
militaire activiteiten van Hezbollah illegaal heeft verklaard.
Ondertussen zien we ook de humanitaire effecten en de vele ontheemden.
Met Nederlandse financiering, ook ingezet door mijn collega-minister van
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, hebben
partnerorganisaties snel kunnen reageren. Zo hebben onder andere de
Dutch Relief Alliance en het Nederlands Rode Kruis direct een "acute
response", een acute reactie, gelanceerd.
De heer Wilders (PVV):
Bent u klaar met voorlezen, minister? Ja. Kijk, Hezbollah valt met steun
en middelen van Iran Israël aan. Dat is al jaren zo. De minister heeft
dus gelijk: Israël heeft het recht om terug te slaan. Maar wat is er nou
beter dan het totaal van de aardbodem vegen van die terreurclub
Hezbollah? Waarom hier weer vragen om restraint, om beperking? Het zijn
terroristen. Ze houden zich nergens aan. Ze worden aangepakt. Mij dunkt:
hoe meer, hoe harder, hoe uitgebreider en hoe definitiever, hoe
beter.
Minister Berendsen:
Een deel daarvan kan ik steunen, maar het kabinet heeft grote zorgen
over de burgerslachtoffers, het aanvallen van burgerdoelen en feit dat
we nu zien dat de mensen in Libanon ontheemd raken. Door alles wat in
het verleden is gebeurd, was Libanon al echt een staat waarin mensen het
zwaar hebben. De inzet van het kabinet is dan ook daarop gericht: ervoor
zorgen dat een verdere escalatie niet leidt tot meer burgerslachtoffers
en dat de reactie van Israël proportioneel is. Een staakt-het-vuren is
daarvoor uiteindelijk een oplossing. We moeten ook zorg dragen voor de
humanitaire situatie in Libanon.
De heer Wilders (PVV):
Een staakt-het-vuren is helemaal niet ideaal. Je hebt terroristen
tegenover je. Ze hebben jou aangevallen; jij bent niet begonnen. Je kan
ze elimineren. Waarom moet je dan in hemelsnaam kiezen voor een
staakt-het-vuren? Ik zou zeggen: ga je gang. Natuurlijk, u heeft gelijk:
er moeten zo min mogelijk burgerslachtoffers vallen. Die mensen kunnen
er ook allemaal niks aan doen. Nou is het wel zo dat Hezbollah die
burgers gebruikt in hun strijd. Ik weet niet of u er weleens bent
geweest, maar zo werkt dat. Over burgerslachtoffers zijn wij het dus
eens, maar waarom weer terug naar de onderhandelingstafel? In
hemelsnaam, even naar de realiteit. Verwacht u nou dat een land dat
aangevallen wordt door Iran-gesteunde Hezbollahterroristen aan de
onderhandelingstafel gaat zitten met die terroristen? Is dat wat u zegt?
Dat kunt u toch niet menen?
Minister Berendsen:
In het betoog van de heer Wilders ontbreekt één element, één partij, en
dat is de Libanese regering en de Lebanese Armed Forces. Dat is waar dit
kabinet en de internationale partners volledig steun aan proberen te
geven. We zijn ook heel blij dat de Libanese regering juist afstand
heeft genomen van de acties van Hezbollah en, sterker nog, die illegaal
heeft verklaard. Dat betekent dat we achter de acties tegen Hezbollah
kunnen staan. Dat kan ook proportioneel zijn. Als het wordt aangevallen
door Hezbollah, heeft Israël het recht om zich te verdedigen. Op het
moment dat er burgerslachtoffers vallen en een verdere escalatie
plaatsvindt in een regio die al zo zwaar onder druk staat en waar de
humanitaire situatie al zó erg is, moeten we er zorg voor dragen dat het
aantal burgerslachtoffers tot een minimum wordt beperkt. Dat wellicht
inderdaad burgers gebruikt worden in de strijd van Hezbollah, neemt dat
niet weg.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
Ja, afrondend. Natuurlijk, dat ben ik met de minister eens. Er moet een
minimum aan burgerslachtoffers zijn. Als Hezbollah van de aardbodem
verdwijnt, is niemand blijer dan de Libanese regering. Dat hebben we bij
verschillende premiers, christelijk of anderszins, in Libanon gezien.
Dat zijn dus niet hun vrienden. Zij moeten ze helaas soms, afhankelijk
van de tijdspanne, tolereren gebaseerd op hoe machtig en krachtig ze
zijn, maar de gemiddelde Libanese regering is blij als Hezbollah van het
toneel verdwijnt. Het is alleen maar één van de Iraanse proxy's die
zowel in Syrië als in Hezbollah een vervelende rol spelen. Dus ik ben al
blij als de minister van Buitenlandse Zaken in ieder geval niet meer
zegt dat hij hoopt dat Israël met de terroristen — de Libanese regering
is wat anders — aan tafel moet, want dat is natuurlijk … U kunt van
niemand vragen om met een club die Nederland zelf al als terroristisch
heeft bestempeld, aan tafel te gaan om te onderhandelen.
Minister Berendsen:
Dit kabinet blijft zich grote zorgen maken over de situatie in Libanon,
staat naast de regering van Libanon en blijft hopen dat deze situatie
niet verder escaleert. Wij hopen inderdaad ook dat Hezbollah
uiteindelijk onschadelijk gemaakt wordt, want Hezbollah blijft een grote
bedreiging voor Israël, maar blijft ook een grote bedreiging voor een
veilig Libanon.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Berendsen:
Het blokje veranderende wereldorde. Ik ben bang dat de voorzitter mij
niet voldoende tijd gaat laten voor dit blokje, maar ik wil daar toch
een aantal zinnen over zeggen. We hebben als kabinet gezegd: wij hebben
een optimistisch en realistisch buitenlandbeleid. Uiteindelijk wordt de
positie van Nederland aan de geopolitieke onderhandelingstafel altijd
bepaald door hoe sterk we thuis staan. Dat betekent dat wij, zolang wij
grote afhankelijkheden hebben op het gebied van energie, veiligheid,
grondstoffen, technologie en onze economie, nooit sterk genoeg zullen
staan aan de onderhandelingstafel, zodat wij ook minder goed dingen
zullen kunnen afdwingen.
Wij zijn er optimistisch over dat wij, met Europese partners en andere
partners in de wereld, sterk kunnen staan aan die onderhandelingstafel
en onze afhankelijkheden beter zullen kunnen afbouwen. Leidend hiervoor,
ook in het buitenlandbeleid, zijn de vaste waarden die wij als Nederland
en Europa hebben, namelijk onze waarden op het gebied van rechtsstaat,
democratie, mensenrechten en vrijheid. Alleen zullen wij voor die vaste
waarden nieuwe wegen moeten vinden, ook om die waarden in de wereld te
beschermen, in een wereldorde die absoluut onder druk staat en blijvend
aan het veranderen is. Dat betekent ook dat dit kabinet vindt dat wij
met onze partners in de wereld samen moeten werken, ondanks dat de
grootmachten zich niet meer houden aan de wereldorde en de
internationale rechtsorde zoals wij dat graag hadden gezien. Zo zullen
wij in de toekomst zien hoe wij, samen met partners, sterk kunnen
blijven staan en kunnen blijven samenwerken om die waarden te blijven
beschermen in een wereld die aan verandering onderhevig is. Dat in
algemene zin.
Ik ga nog iets specifieker in op de vragen van de heer Ceder en de heer
Bontenbal. Dat heeft specifiek te maken met de internationale rechtsorde
en het beschermen van instellingen die die rechtsorde kunnen borgen.
Nou, als gastland van hoven en tribunalen spelen wij daar natuurlijk
sowieso een belangrijke rol in. Het betekent het effectiever en
representatiever maken van internationale instellingen zoals de VN.
Beide leden hebben daar al meerdere dingen over gezegd. Hervormingen
zijn nodig om ook andere landen in de wereld die een belangrijkere stem
verdienen in dit soort multilaterale organisaties, sterker te maken. Net
zo belangrijk is dat wij als Nederland en Europa de taal van de macht
meer zullen kunnen spreken. De belangrijkste voorwaarde daarvoor zijn
onze defensie en onze weerbaarheid.
De voorzitter:
Meneer Ceder, ik zou willen voorstellen om de beantwoording op dit punt
nog even af te ronden.
Minister Berendsen:
Ik denk dat ik die vragen beantwoord heb. In het kort de heer Dassen
nog. Natuurlijk hebben we in het regeerakkoord gezegd dat juist bij
internationale crises ons buitenlandbeleid mede vormgegeven wordt door
wat wij kunnen doen in Europees verband en met de Europese partners.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?
Minister Berendsen:
Ja.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben blij dat de minister en dit kabinet herkennen en erkennen dat de
internationale instituties inmiddels — en dat mag ook wel, na de jaren
veertig — toe zijn aan vernieuwing en hervorming. Ik heb daar twee
vragen over. Wat is de rol van Nederland daarin? Dit vraagt om een
leidende rol daarin, omdat onze Grondwet ons daartoe verplicht en je zo
ook invulling kan geven aan de woorden "bevordering van de rechtsorde".
Het voorkomt dat we continu met twee woorden moeten spreken. Zo kunnen
we vervolgens ook aangeven wat de route is die wij bewandelen, en andere
landen meekrijgen.
Mijn tweede vraag stel ik gelijk even, want die heeft te maken met wat
wij in de tussentijd doen, omdat er dan een handhavingsvacuüm is.
De voorzitter:
Uw tweede vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is wat we dan in de tussentijd doen, in de tijd waarin we
zien dat de internationale rechtsorde hervormd dient te worden. Die is
niet zoals ze zou moeten zijn, omdat de Veiligheidsraad de facto
onvoldoende functioneert. Ik zou daar graag een visie op willen zien.
Dat hoeft niet nu, maar dan kan de minister in ieder geval aangeven om
daarop terug te komen. Want ik voorzie met verschillende scenario's dat
we over een paar maanden weer hier zijn, als het om Taiwan, Cuba of
andere landen gaat.
Minister Berendsen:
Daar wil ik graag op terugkomen en ook graag met de Kamer een gesprek
over voeren. Niet alleen over de internationale rechtsorde, maar
überhaupt over hoe wij als Nederland, in samenwerking met onze partners,
gaan navigeren in een wereldorde die aan verandering onderhevig is en
nooit maar gaat worden zoals ze was. Daar zullen wij als Nederland een
weg in moeten vinden. Dat gesprek ga ik ook graag aan met de Kamer.
De voorzitter:
Kort.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Kan ik dit als een toezegging beschouwen? Ik zou dit gesprek ook echt
serieus willen voeren. Ik zou dan wel graag iets op papier willen
hebben, waardoor we dit gesprek meer op metaniveau en op een zeer
urgente manier met elkaar kunnen voeren.
Minister Berendsen:
Ja, ik denk dat dit absoluut een discussie is die we gezamenlijk moeten
gaan voeren.
De voorzitter:
Een korte interruptie nog van de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Heel kort, voorzitter. Als je als Nederland de taal van de macht wilt
spreken, dan zul je dat in Europa moeten doen. Daarin sluit ik mij
volledig aan bij de minister. Je zult dan echt anders naar Europa moeten
gaan kijken. Je moet dan een politieke Unie hebben, waarin een Europees
leger rugdekking kan geven aan de soft power. Dát is de taal van de
macht: 450 miljoen Europeanen die met één stem spreken op het
wereldtoneel.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Dassen (Volt):
Is de minister dan ook bereid om serieus te kijken hoe we de stap naar
de verenigde staten van Europa kunnen maken?
Minister Berendsen:
Dit kabinet is niet voornemens is om stappen richting de verenigde
staten van Europa te zetten. Wij willen samen met onze Europese partners
werk maken van de grote uitdagingen in Europa. Wij willen als Nederland
actief aan tafel zitten, in de kopgroepen van de grote economieën van
Europa. We willen mee aan het stuur zitten om in Europese samenwerking
grote uitdagingen aan te pakken.
De voorzitter:
Kort.
De heer Dassen (Volt):
Dat klinkt heel mooi, die samenwerking, maar dat betekent dus dat je
altijd vanuit nationale belangen naar de grote uitdagingen van de wereld
kijkt. Dat betekent dat je áltijd met een verdeeld Europa te maken
blijft hebben. Als de wereld zo veranderd is, zoals de minister nu zegt,
dan zul je ook anders naar Europa zelf moeten kijken. Dan moet je dus
ook keuzes durven maken die ons als Europa verenigen en met één stem
laat spreken op het wereldtoneel. Ik hoop dat de minister daar nog eens
goed over na wil denken.
Minister Berendsen:
Mag ik daar één reactie op geven?
De voorzitter:
Kort, kort!
Minister Berendsen:
Ik denk namelijk dat wij elkaar vinden in hoe waardevol Europese
samenwerking is voor de grote uitdagingen. Ik denk dat we elkaar wat
minder vinden in welke institutionele hervormingen er dan noodzakelijk
zijn. Wij willen gewoon werk maken van de grote uitdagingen met de
landen om ons heen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Dan zul je dus ook daarnaar moeten kijken. Zo heb je hier in Nederland
ook geen twaalf provincies die allemaal met elkaar moeten afstemmen wat
de reactie gaat zijn "op het moment dat". Wil je als Nederland een stem
hebben op het wereldtoneel, dan moet dat echt in Europa. Dat kan alleen
maar als je ook toewerkt naar een politieke Unie.
Minister Berendsen:
Ik kijk uit naar het debat over de Staat van de Unie. Dan zullen we
ongetwijfeld dat gesprek vervolgen.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Buitenlandse Zaken voor zijn beantwoording. Ik
geef het woord aan de minister van Defensie voor haar beantwoording.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. Er is een hoop gaande in de wereld. Ik vond dat
de heer Ceder dat mooi zei. Volgens was hij het die zei: we zitten niet
in een tijdperk van veranderingen, maar in het veranderen van een
tijdperk. We gaan …
Voorzitter. Zal ik, voordat ik mijn inleidende tekst uitspreek, u de
ruimte geven de heer Klaver de ruimte te geven?
De voorzitter:
Nee, tenzij hij een ordevoorstel doet. Ik weet niet of dat zo is?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, voorzitter. Ik wilde eerst even ingaan op het bericht over de
Evertsen.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik wilde via mijn inleiding daar meteen mee beginnen.
De voorzitter:
Ik begrijp dat dat het laatste onderdeel is van de beantwoording van de
minister van Defensie.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Nee, hoor. Dat is het eerste onderdeel, maar ik vind het mooi dat u ook
een lijstje heeft.
De voorzitter:
We houden het allemaal bij! Gaat uw gang.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel.
Als het mag, zeg ik tegen de heer Klaver, wil ik wat zeggen over het
vijfde jaar dat we zijn ingegaan van de grootschalige invasie van
Rusland in Oekraïne en wat daar allemaal gaande is. De recente
ontwikkelingen in het Midden-Oosten betekenen dat we onze ogen niet
mogen sluiten voor wat er in de rest van de wereld gebeurt.
Instabiliteit aan de grenzen van Europa en het NAVO-grondgebied is nauw
verbonden met de veiligheid van Nederland en Nederlanders. Ik ben daarom
blij dat we gisteren met het debat over de inzet van Zr.Ms. Evertsen een
stap hebben kunnen zetten om onze bondgenoten te steunen en te laten
zien dat Nederland altijd klaarstaat om op te treden.
Voorzitter. Ik had eigenlijk een iets langere inleiding over wat er aan
de hand is in de wereld, maar daar hebben we het al de hele middag, heel
erg terecht, over. De minister-president en de minister van Buitenlandse
Zaken hebben dit al uitvoerig benoemd.
Ik ga dus meteen inzoomen op Zr.Ms. Evertsen. We hebben het daar
gisteren over gehad. Vandaag kwam het bericht in de media over een
niet-werkend kanon. We hebben zojuist een brief uitgedaan — althans, nu
alweer twee uur geleden, meen ik — over wat de stand daarvan is. Als ik
'm nog even in mijn eigen woorden mag samenvatten — ik denk dat de heer
Klaver daar specifieker op in zal willen gaan — dan zou ik zeggen dat we
bij artikel 100-inzetten, maar eigenlijk bij alle inzetten en operaties,
nooit gedetailleerd ingaan op onze operationele inzet. Dat heb ik
gisteren in het debat al aangegeven en dat is ook in de technische
briefing aangegeven. Voor het mandaat dat ons fregat daar gaat
uitvoeren, is alles in orde. Ik wil het volgende zeggen over het
niet-werkende kanon. Vorig jaar is al gemeld dat alle kanonnen — in de
maritieme context noemen we dat "kanons"; ik leer voor mijn gevoel
helemaal opnieuw Nederlands — een voor een worden vervangen en dat we
gelukkig ook ander materieel op het schip hebben om, als het nodig is,
kortere afstandsschepen te kunnen weren. Dat heb ik ook in de brief
laten opnemen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dank voor de brief. De beantwoording baart me wel een beetje zorgen. Bij
een artikel 100-procedure is het namelijk heel belangrijk om het
parlement in alle stappen en facetten mee te nemen. Vertrouwelijke
operationele informatie kan dan nooit zomaar publiekelijk gedeeld
worden. Dat moet desnoods vertrouwelijk. Dit was echter al bekend. Hier
is namelijk al eerder over gecommuniceerd. Op het moment dat er vragen
worden gesteld vanuit de Kamer of alles operationeel is en het antwoord
daarop is ja, dan is de Kamer niet volledig geïnformeerd. Eigenlijk zou
ik van deze minister willen horen: "Dat heb ik niet goed gedaan. Ik had
gisteren gewoon in het debat moeten aangeven dat dit het geval is."
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Alles wat nodig is voor het mandaat voor het fregat dat wij als kabinet
vragen, is operationeel. Het is heel erg belangrijk dat het kabinet dat
deelt met de Kamer. Eén stap daarvoor is het in mijn rol natuurlijk ook
uiterst belangrijk dat de specialisten, de experts, op het schip en
hier, ook tot dat standpunt komen, want daar baseer ik natuurlijk mijn
besluit op. Dat is precies wat het is. Het kanon heeft niks te maken met
het mandaat waarvoor we het schip op pad sturen. De vragen zijn gisteren
bijvoorbeeld door de heer Vermeer nadrukkelijk gesteld. "Is alles
aanwezig?" Ja, en alles wat nodig is, is operationeel. Dit kanon maakt
helemaal niks uit voor de context. Het zijn oude zaken. Die zijn eind
jaren zestig van de vorige eeuw gemaakt. We weten dat we ze aan het
vervangen zijn. Wellicht is het ook goed om hier aan te geven dat dit in
het vlootverband al heel lange tijd bekend was. Bij de oefening was het
duidelijk. Het heeft niks te maken met de inzet van het fregat.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wil ergens landen. Volgens mij staat iedereen hier met ongeveer
hetzelfde gevoel. Als Kamer besluiten wij niet lichtzinnig over inzet
van militairen. Wanneer wij een artikel 100-brief in onze fractie
bespreken, zijn dat de meest intensieve besprekingen die we hebben.
Wanneer er een dag na zo'n debat vanuit de marine zelf informatie naar
buiten komt dat er iets niet operationeel is op het schip, of dat nu te
maken heeft met de missie die daar plaatsvindt of niet, dan voelen wij
ons als Kamer, plat gezegd, gewoon bedonderd. Deze minister heeft mij
hierover ook gebeld. Dat waardeer ik zeer. Dat is ook gebruikelijk om
dat te doen. Deze informatie had gedeeld moeten worden. Eigenlijk wil ik
gewoon van deze minister horen: "Ik hoor wat u zegt. Dat had ik gewoon
moeten doen. Dat zullen we een volgende keer zo doen."
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dit gegeven over de schepen, inclusief de Evertsen, was vorig jaar al
gemeld. Dat is gewoon openbare informatie. In de regel geven we nooit
informatie, ook niet in een artikel 100-procedure, over operationeel
materieel en de inzet daarvan. Dat doen we niet. Gisteren zijn er ook
vragen over gesteld. Toen heb ik ook gezegd dat we daar in de basis
nooit specifiek op ingaan. Dat is wel belangrijk. Dit kabinet doet dat,
net als de Kamer, ook niet lichtzinnig. Daarom hebben we ook besloten om
er een artikel 100-brief van te maken. Ik las vandaag daar weer kritiek
op: dat had allemaal niet in de media gehoeven. Ik denk dat dat wel
belangrijk is. Zo kon alles en iedereen dat afwegen. Maar dit gaat niet
over het mandaat en waar het schip op gericht is, luchtverdediging. Gaat
het over schepen die dichterbij komen, waar je een kanon voor nodig zou
hebben, dan is al het andere materiaal aanwezig. Het schip is dus
operationeel voor het mandaat.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit is niet het punt. Wat ik naar voren probeer te brengen is dat we,
een dag nadat dit in de Kamer is behandeld, ermee worden geconfronteerd
dat een van de wapensystemen op dit schip niet functioneert. De minister
zegt dat al een jaar geleden is aangegeven dat dit wordt vervangen. Dat
klopt. Misschien is het naïviteit, ligt het aan mij en hebben de
collega's dat niet, maar wanneer een schip wordt uitgezonden en dit een
jaar geleden het geval was, ga ik er eigenlijk van uit dat het is
opgelost. Ik vind gewoon dat er op dit punt, juist omdat het al bekend
was, wel degelijk iets over gezegd had moeten worden. Dat vraag ik deze
minister. Ik sta hier gewoon omdat ik er zicht op wil houden dat we,
wanneer we artikel 100-brieven behandelen, wanneer we besluiten over de
inzet van militairen, volledig geïnformeerd zijn. Nogmaals, ik hoop echt
dat de minister dat gewoon wil toezeggen en zegt: op dit punt zat ik
gewoon fout, dat had ik anders moeten doen. Dan kunnen we ook door wat
mij betreft.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Wat ik heel goed kan toezeggen, is dat we in het vervolg, wanneer we
artikel 100-brieven hebben, ook vertrouwelijke sessies hebben. Dat is in
het verleden ook weleens gebeurd, meen ik. Daarin kunnen we op
operationele zaken ingaan. We kunnen natuurlijk met elkaar afspreken dat
we dat altijd doen en dat je, los van het mandaat, dat bredere plaatje
kunt schetsen. Op de vraag of de Kamer volledig is geïnformeerd over de
inzet, het mandaat, wat daarvoor nodig was en wat operationeel is,
antwoord ik ja. Je zou denken dat het misschien makkelijk is om een
kanon te vervangen. Ik heb inmiddels goed begrepen dat dat een stuk
complexer is. Nogmaals, alles was al bekend, bij bondgenoten in het
vlootverband en bij de oefening. Het heeft geen toegevoegde waarde voor
ons luchtverdedigings- en commandofregat an sich en zeker niet in deze
operatie.
De heer Vermeer (BBB):
Dat kanon zit er niet voor de sier. Dat zit er ook niet op sinds 1962.
Volgens de informatie van navywatchers is al in december, bij de
oefening voor de kust van Wales, geconstateerd dat er een nieuw
Vulcano-kanon geïnstalleerd was. Dus dit gaat niet over het oude kanon.
Maar dit terzijde. Dat zijn details die de minister maar even uit moet
zoeken.
Gisteren heb ik nadrukkelijk gevraagd: ook als het schip aangevallen
wordt, dus als het niet alleen defensieve taken moet doen binnen de
missie, maar in een conflict verzeild raakt, is het schip dan volwaardig
toegerust, met alle middelen die er zijn, om die taken uit te voeren?
Daar hebben wij een volmondig ja op gekregen. Dat is natuurlijk
essentieel voor die artikel 100-procedure. Wij moeten erop kunnen
vertrouwen dat de antwoorden die het kabinet hier geeft, kloppen. Anders
had de minister moeten zeggen: ik kan over de verdere uitrusting hier
publiekelijk geen mededelingen doen, maar dat kan ik vertrouwelijk doen.
En dat is niet gebeurd.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Het staat ook in de brief. Op het schip zijn ook andere zaken voor de
zelfverdediging aanwezig. Die worden gebruikt op exact dezelfde manier
waarop je een kanon zou gebruiken. Ik kan hier nu niet op ingaan wat dat
materieel is. Dat kunnen we ook vertrouwelijk doen. Dat kan ik overigens
ook in dit kader aanbieden. Ik sprak over toekomstige artikel 100-zaken,
maar het kan natuurlijk ook in dit geval, als de heer Vermeer dat wenst.
Maar het antwoord is ja. Nogmaals, het wordt ook in die brief uitgelegd.
Dus in relatie tot het mandaat, het doel van het fregat, de samenwerking
in het vlootverband en de zelfverdediging, ook als het gaat om dichter
erop, is alles op orde.
De heer Vermeer (BBB):
Dit gaat niet alleen over het doel van deze actie en het mandaat. Dit
gaat over het informeren van de Kamer op de juiste manier. Ik ga daar
straks in de tweede termijn een motie over indienen, want ik vind echt
dat wij hiervan op aan moeten kunnen, zeker bij zo'n gevoelig onderwerp.
Ik heb zelfs nog gezegd dat ik niet hoop dat dit ooit ter discussie gaat
komen hier. En binnen een dag is het ter discussie. Ik hoop echt dat de
minister snapt dat ze hier niet lichtzinnig mee om moet gaan en niet net
moet doen alsof iets al in een brief stond, want het stond er gewoon
niet in.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Het staat de heer Vermeer vrij om elke kwalificatie te geven die hij
wenst, maar ik ga hier niet lichtzinnig mee om. Kanondoelen zijn
landdoelen. Dit fregat is naar de oostelijke kant van de Middellandse
Zee gegaan om luchtverdediging te bieden. Dat is de technische briefing
geweest, ons debat geweest, artikel 100 geweest, het mandaat geweest en,
sterker nog, het verzoek van het Franse vliegdekschip, Cyprus en onze
bondgenoten geweest. In die lijn communiceren wij met elkaar. Ik bied
aan: als dat gewenst is, kan dit in een vertrouwelijke technische
briefing gecommuniceerd worden. En als het aan de wens van de heer
Klaver tegemoetkomt, kan het voortaan altijd bij een artikel 100-zaak in
een technische briefing. Maar in de lijn van wat wij hier neerleggen,
waar zeer zorgvuldig met de marine over is gesproken, is dit precies
waar het over gaat. Dit is wat operationeel is.
Overigens kan ik ook nog aangeven dat in de komende dagen en de komende
tijd het materieel getest zal worden. Ook dat hoort erbij.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dit echt heel kwalijk. Dat kanon is voor landdoelen. Maar als
dat schip vanaf land aangevallen wordt, moet het zich toch kunnen
verdedigen? Het mandaat kan wel zijn "We zijn hier voor
luchtverdediging", maar als je vanaf land aangevallen wordt, ga je toch
niet zeggen "Sorry, het staat niet in het mandaat, dus we gaan niet
terugschieten"? We hebben juist nadrukkelijk gevraagd of het fregat
zichzelf kan verdedigen als de boel escaleert. Het antwoord was: ja,
alles is daarop toegerust. Ik heb niet voor niets dat woord toen
gebruikt.
De voorzitter:
Minister, ook tegen u zeg ik: we laten de leden uitspreken.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Excuus, voorzitter.
In de derde alinea, in de laatste zin, wordt het antwoord nogmaals
bevestigd. Ja, dit schip kan zichzelf verdedigen.
De heer Wilders (PVV):
Natuurlijk, in beginsel vertrouw je de minister en het kabinet over wat
ze zeggen. Ik vind het ook fair dat de minister zegt: in het vervolg kan
ik dat in vertrouwelijkheid delen. Maar dat had u gisteren ook kunnen
zeggen. Dat was een kleine moeite geweest. We hebben het opgezocht. Dat
stuk is op 21 mei 2025 naar de Kamer gestuurd. In dat stuk staat iets
over de vervanging van dat 27 mm-kanon. Er staat: "Maart 2025 is het LCF
Zr.Ms. Evertsen voorzien van een nieuw kanon. De integratie met de
systemen aan boord volgt." Wij kunnen niet weten of dat drie maanden
duurt, of acht maanden of negen maanden. Als je dat gelezen hebt, dan
kun je ervan uitgaan dat dat inmiddels is gebeurd. Nogmaals, we zijn
geen specialisten. We sturen dat fregat uit. Of het nou bij de taken
hoort of niet, je mag er als Kamer toch van uitgaan dat alles naar
behoren werkt. Als dat niet zo is, dan begrijp ik heel goed dat de
minister dat niet openbaar kan maken, maar had dan gisteren op de vragen
geantwoord: alles is functioneel voor de taken, maar ik heb u nog wat in
vertrouwelijkheid mede te delen. Het is toch een kleine moeite om dat te
zeggen? U zegt zelfs ook: dat ga ik in de toekomst doen. Waarom kunt u
dan niet zeggen dat u dat gisteren zou hebben moeten doen?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Een aantal dingen. Ik snap de vragen heel goed, hoor. Ik denk ook niet:
dat had u zelf in de informatie van vorig jaar maar eens op moeten
zoeken. Ik ben bijvoorbeeld geïnformeerd over het doel van hetgeen we
daar gaan doen, over het mandaat dat aan ons wordt gevraagd en over de
vraag of het schip daartoe goed is uitgerust. Het antwoord is ja en dat
blijft ja. Anders hadden wij dit nooit voorgelegd richting de
Kamer.
Voorzitter. Dan wat betreft de verdediging waar een kanon voor zou
dienen. Daarvoor zijn er letterlijk andere middelen aanwezig. U begrijpt
dat ik weet welke dat zijn, maar dat ik dat hier nu niet hardop zeg. Ik
bied natuurlijk aan dat nog in een vertrouwelijke briefing te kunnen
doen, zodat de Kamerleden ook dat totaaloverzicht hebben. Het is niet
aan mij om te beoordelen of de vragen legitiem zijn. Ik had ze ook
gesteld als ik aan de kant van de Kamer had gestaan. Maar het is niet zo
dat er door het niet werken van dit instrument een gat valt voor ons
fregat en het zichzelf niet volledig kan verdedigen. Voor het doel is
alles dus op orde. Mochten er kleinere schepen dichterbij komen of mocht
er vanaf land iets gebeuren, dan hebben we ons materieel. In
vlootverband wist men hier ook van, maar daar is het dus ook niet als
gebrek opgevangen. Het lijkt mij heel goed om aan te bieden daar morgen,
vanavond, volgende week, of wanneer de Kamer dat wenst, op in te
gaan.
Ik hoor dat er hier wordt gezegd dat je dat in het vervolg altijd
standaard zou kunnen aanbieden en, los van het mandaat en hetgeen we
neerleggen in breder verband, alles zo veel mogelijk zou kunnen tonen.
Er is gisteren in de technische briefing en door het te vragen op het
departement en bij de marine door mij echt gefocust op de vraag: wat is
hier het doel en zijn we daarop voorbereid? Dat zijn we.
De heer Wilders (PVV):
Toch is dat niet echt een antwoord op mijn vraag. Ik vertrouw u blind
als u zegt: voor het doel is het fregat geschikt. Toch is het voor de
Kamer handig om te weten dat dat oorspronkelijke kanon niet werkt. Als
je dat niet weet — er stond ook niets bij — dan kun je niet verwachten
dat het wellicht een paar maanden duurt om dat kanon met die systemen
aan boord te integreren. U had toch kunnen zeggen: "In vertrouwelijkheid
wil ik nog even zeggen dat de integratie van het kanon wat langer duurt
dan er hier staat. Dat heb ik uw Kamer in mei niet verteld. We hebben
daar op andere manieren in voorzien." Iedereen gelooft dat, maar het is
voor de Kamer toch belangrijk om het hele plaatje te kennen als wij een
uitzending accorderen? Dat is alles wat ik vraag. Ik vraag u niet om
excuses of om weet ik wat, maar kunt u niet gewoon zeggen: dat had
gisteren beter zo gekund? Dat is toch niet een onmogelijke vraag?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Nee, dat is een hele redelijke vraag. Daarom geef ik ook mee hoe het
gesprek rond zo'n artikel 100-brief er aan mijn kant aan toe gaat. Ik
had het altijd alleen meegemaakt aan de kant van de Kamer. Je richt je
behoorlijk op de vraag: wat is er voor de operatie belangrijk? Dan is
dit dus ook niet in onze scope, omdat dit voor de operatie niet
belangrijk is. Daarom zeg ik nu ook toe dat veel breder in te steken in
de technische briefings en in de voorbereiding. Dat betekent dat dat van
ons allebei, vanuit de beide rollen, om zelfdiscipline vraagt om dat
onderscheid te kunnen maken. Er zijn dingen die voor de operatie niet
relevant zijn, maar die wel relevant zijn om te weten als Kamerlid. Dat
begrijp ik heel erg goed van de heer Wilders.
Ik zeg niet dat we dat in de toekomst niet gaan doen, maar ik ben wel
aan het toelichten waarom dat niet op die manier gewogen is. Voor de
operatie, wat betreft artikel 100, kijk je naar wat er van ons wordt
gevraagd. Kunnen we dat leveren? Zo ja, dan leggen we dat voor. Nu
zeggen de heer Wilders en andere Kamerleden: doe het dan toch één slag
breder, voor al het materieel, ook al is dat voor de operatie niet
relevant. Dat snap ik. Dat kunnen we voortaan doen. Dat kunnen we
natuurlijk ook voor deze operatie, ook al is die gaande, alsnog op korte
termijn organiseren. Dat is vanzelfsprekend.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
Dank daarvoor. Nogmaals, dat is niet ... Blijkbaar is het heel moeilijk
om te zeggen: dat hadden we nu ook moeten doen. Was dat niet door uzelf,
dan was dat in de technische briefing door uw ambtenaren die dat nog een
keer doen. Het gaat niet eens over u, maar het gaat erom dat de Kamer in
vertrouwelijkheid door de bewindspersonen dan wel door ambtenaren of
militairen tijdens de vertrouwelijke briefing wordt geïnformeerd. Het
was beter geweest als dat niet alleen in de toekomst gebeurt, maar als
dat ook in de afgelopen dagen was gebeurd.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Maar natuurlijk, dan hadden we dit hele gesprek kunnen voorkomen. Het
gaat erom dat de Kamer er een goed gevoel bij heeft, en niet alleen de
Kamer, maar ook degenen die dit gesprek nu volgen, zoals misschien het
thuisfront. Dus: zeker. Ik geef alleen maar de kaders mee waarin je het
beoordeelt, en de deskundigen beoordelen: wat is de vraag voor de
operatie en welk mandaat kunnen we wel of niet geven? Er zullen vaker
spullen zijn op zo'n groot schip die op dat moment niet optimaal werken.
Als het voor het mandaat relevant is, dan baseer je daar de weging op.
Is het voor het mandaat niet relevant, dan doe je dat niet. Maar we
zullen hem breder aanvliegen, de volgende keer.
De heer Stoffer (SGP):
Het komt op mij een beetje over alsof ik mijn auto meegeef aan mijn
dochter en zie dat het mooi weer is en denk: ze komt vanavond thuis en
dat de ruitenwissers het niet doen, is niet zo erg. Maar stel dat ze
twee dagen wegblijft en het regent de volgende dag, dan heb ik haar
natuurlijk wel iets aangedaan. Dit ter illustratie. Wij hebben als Kamer
altijd een achterstand op het kabinet. Wij moeten controleren ten
opzichte van zo'n groot ministerie. Je weet nooit wat er gebeurt. Het is
een heel zwaar iets, wat we hier doen. Het besluit is van het kabinet,
maar wij stemmen ermee in of niet. Zo'n artikel 100-besluit weegt voor
ons altijd heel zwaar en dan moet je echt alles weten, als het kan. Het
kán namelijk zijn dat het straks anders wordt en dat er een uitkomst is
waarbij iets wordt gevraagd van onze militairen wat heel zwaar is, wat
anders is dan we aan de voorkant verwachtten, en dan hadden we dit toch
met elkaar moeten weten. Daarom wil ik dit punt toch even maken. Het
komt niet alleen van links, van de heer Klaver, het komt ook van ons. We
zeggen: doe het volledig. We moeten het niet groter maken dan het is,
maar we moeten hier wel met elkaar van leren, kabinet en Kamer, om te
zorgen dat het goed gaat. Ik proef de intentie bij het kabinet om het
goed te doen. Ja, voorzitter, u wil door, maar het dit is een belangrijk
punt.
De voorzitter:
U interrumpeert meer dan een minuut, dus …
De heer Stoffer (SGP):
Ja, maar ik heb me voor de rest gedeisd gehouden, vandaag.
De voorzitter:
Maar toch.
De heer Stoffer (SGP):
Daarom. Laten we dit in de toekomst echt goed doen. Het weegt namelijk
zwaar voor ons. Ik ga ervan uit dat met alles wat hier nu breed in de
Kamer is gezegd, het voor het kabinet daarmee ook zwaar weegt.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik denk dat dat een heel terechte samenvatting is van de heer Stoffer.
Dus: ja. Als ik een ding mag toevoegen over de ruitenwissers en "het
duurt een dag langer": daarom vond ik het belangrijk om de derde alinea
te benadrukken, zonder dat ik hier al te veel kan ingaan op het "wat".
Er valt geen gat in onze zelfverdediging in die zin dat we iets niet
hebben wat we anders wel zouden hebben gehad. Dus, stel dat je in plaats
van in de lucht er toch dichter op zit en je moet jezelf verdedigen, dan
hebben we ook nog steeds het materieel. Dat is in het geheel der dingen
waarom het is gegaan zoals het is gegaan. Ik denk dat heer Stoffer het
ontzettend goed heeft samengevat. Dat is wat mij betreft hoe we het gaan
doen. Ik wilde zeggen "dat neem ik mee", maar dat is hoe we het gaan
doen.
De voorzitter:
Meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik wil graag een informatieverzoek doen, want er wordt hier toch
gesuggereerd dat wij het in een brief allemaal wel hadden kunnen lezen
en dat we het wellicht niet allemaal scherp konden hebben. Dat kan
allemaal zo zijn, maar volgens de laatste informatie die ik heb, was het
systeem in december gewoon volledig geïntegreerd en zijn er succesvol
doelen uitgeschakeld door dat nieuwe kanon. Ik wil dus heel graag
geïnformeerd worden over wat precies de tijdlijn is rond dit kanon. De
minister moet natuurlijk beoordelen in welke vorm dat gebeurt, omdat de
veiligheid van mensen niet in het geding mag komen.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Wellicht kunnen we dan aanbieden wat ik net suggereerde, namelijk de
besloten briefing. Dan kan de Kamer besluiten of dat een goed idee is en
of het voldoende is. Daar wordt dan alles in meegenomen. Ik kan me heel
goed voorstellen dat daar dan nog vragen uitkomen, die misschien ook
politiek relevant zijn, maar ik denk dat dat de beste plek is om eerst
de informatie te delen waar de heer Vermeer naar vraagt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, als het vertrouwelijk moet, moet het vertrouwelijk. Dat is
helder. Maar de informatie die nu is gedeeld, is gewoon publiek en die
had gisteren gewoon in de brief gekund. Ik denk in alle eerlijkheid dat
er dan in de Kamer niet verder over gesproken was. Misschien was er nog
een vraag gesteld, maar dan was de kous af geweest.
Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de beantwoording. Wanneer was
de minister er zelf van op de hoogte dat het kanon niet
functioneerde?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dat was ook vandaag. Ik heb mij tot best wel in detail laten informeren
over wat voor deze operatie voor het mandaat belangrijk is. Op die
manier heb ik gesprekken gehad, ook met de marine zelf, en heb ik
vandaag gezegd: waarom is dat niet gedeeld? Dit is de scope waarop men
een artikel-100 voorbereidt, namelijk wat is er voor het mandaat nodig
en hebben we alles, ook voor de scenario's waar de heer Klaver en de
heer Stoffer naar verwezen? Dat is het gesprek dat we hebben gehad. Dat
is de zienswijze, de manier waarop dit altijd werkt. Ik snap heel goed,
en ik denk dat de heer Klaver gelijk heeft, dat als dit gisteren op een
bepaalde manier gedeeld was, het waarschijnlijk ook door iedereen op een
bepaalde manier gewogen was, zodat we dit nu niet hadden gedaan. Ik
begrijp het dus, maar ik probeer hier het proces uit te leggen. Zo
werkte het blijkbaar altijd, leer ik nu ook aan deze kant.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Als het gewoon was gedeeld op de manier waarop het nu in de brief staat,
was het prima geweest. Dat wil ik nogmaals gezegd hebben. Nog even een
punt om te zien of ik het goed begrijp: de minister was hiervan niet op
de hoogte, ze heeft hier geen stukken over ontvangen en ze had niet
kunnen weten dat dit het geval is?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik had de brief van maart 2025 ook kunnen lezen, in theorie. Dat is waar
ik naar verwijs, ook in deze brief. Het was gedeeld, maar wij hebben ons
gericht op wat belangrijk was voor de operatie en voor die inzet is en
was het kanon waar het over gaat, niet relevant. Dat is dan dus de
afbakening van hoe het gegaan is.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ten slotte. Ik kan me voorstellen dat de minister dat wel heel graag had
willen weten, net zoals wij dat hadden willen weten. Maar dank.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
We zullen de processen wat anders inrichten. Dat betekent ook — dat is
de toezegging die ik net ook aan de heer Stoffer of de heer Wilders,
excuus, heb gedaan — dat de informatievoorziening in besloten briefings
breder wordt dan strikt noodzakelijk of relevant voor een operatie. Er
zullen dus altijd delen inzitten die dan misschien niet functioneren of
onderweg zijn of noem maar op. Maar ik denk dat wij daar met elkaar heel
goed uitkomen. Het totaalplaatje en die afbakening kunnen maken is heel
belangrijk. Dus absoluut, dat gaan we doen voortaan.
Voorzitter, dan ... O sorry, nee, wacht: dit was het begin. Ik heb nog
maar een paar vragen, dus dat scheelt. Ik denk dat deze politiek de
nieuwste was, want we hebben gisteren en vandaag al veel kunnen
bespreken. Ik heb hier nog een vraag van mevrouw Dobbe van de SP. Hier
hebben we het gisteren lang over gehad. Het ging over het Franse plan
dat er zou liggen om militair aanwezig te zijn in de Straat van Hormuz.
De minister-president is er op ingegaan. Vanuit Defensie hebben we
gisteren gedeeld dat het mandaat en de taakstelling voor onze inzet heel
helder zijn. Mocht er een verzoek komen om die inzet te veranderen, dan
gaan wij dat opnieuw wegen. We hebben er net een procesvoorstel aan
toegevoegd en daarna zullen we kijken hoe we dit neerleggen.
Dan vroeg de heer Brekelmans welke lessen de minister van Defensie tot
nu toe uit deze oorlog rond Iran trekt. Dit laat ook zien dat het een
breder conflict is dat verschillende conflictarena's aanraakt, en dat
het allemaal samenhangt. We kennen — daar is het uitvoerig over gegaan,
dus dat hoef ik hier niet meer te zeggen — de rol van Iran ook in de
steun richting Rusland en de aanvallen richting Oekraïne. Maar we zien
ook wat dit doet met de energieprijzen wereldwijd, wat het potentieel
doet met de veiligheid van onze militairen in de regio, tot en met de
lange arm van Teheran. Net als de minister-president en de minister van
Buitenlandse Zaken spreek ook ik mijn collega's regelmatig. Daaruit is
onder andere de inzet van de Evertsen gekomen. Maar natuurlijk heb ik
ook met mijn collega's gesprekken over of het nou de veiligheid in die
regio is of rond de Straat van Hormuz. Maar nogmaals, als er iets
verandert in onze inzet, dan gaat dat natuurlijk eerst netjes naar de
Kamer.
De heer Brekelmans vroeg of we al een toename zien van het aantal
cyberdreigingen richting Nederland en of we voldoende middelen hebben om
ons daartegen te weren. Het Nationaal Cyber Security Centrum ziet op dit
moment nog geen toename in digitale aanvallen richting Nederland vanuit
Iran of de Golfregio. Dat het een wezenlijk risico is en dat die
aanvallen plaatsvinden, weten we helaas. Het Nationaal Cyber Security
Centrum monitort dit zeker, en natuurlijk is de minister van Justitie en
Veiligheid coördinerend hierop, maar wij zijn daar nauw bij
aangesloten.
De vragen van de heer Brekelmans over de repatriëring zijn denk ik ruim
beantwoord door de minister van Buitenlandse Zaken. Wij zullen als
Defensie onze hulp blijven aanbieden aan Buitenlandse Zaken daar waar
nodig.
Dan hadden we nog ... Die zijn volgens mij beantwoord.
Voorzitter, als ik verder zou gaan, zou ik in herhaling vervallen, dus
ik denk dat ik rond ben.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik heb deze minister van Defensie ook veel over het
buitenlandbeleid horen spreken. Ik zou haar willen aanmoedigen toch echt
meer bij haar eigen portefeuille te blijven. In heb echter wel een
verschil opgemerkt tussen hoe zij hierover heeft gesproken en de
minister van Buitenlandse Zaken en de minister-president dat deden. Zij
hebben het er namelijk wel over gehad dat de aanval van Amerika een
schending is van het internationaal recht. Dat heb ik de minister van
Defensie niet horen zeggen. Ik zou vandaag graag horen of zij ook ziet
dat dit een schending van het internationaal recht is.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik sluit me helemaal aan bij wat er door de minister-president en de
minister van Buitenlandse Zaken is gezegd. De focus van Defensie is de
afgelopen vier jaar helaas heel erg op het buitenland gericht geweest. U
zult Defensie dus, net als de afgelopen jaren, ook in de toekomst vaak
over het buitenland horen. Daar vullen wij elkaar aan. Ik ben in mijn
eerste reactie vorige week, zoals mijn collega's hier net ook hebben
gedaan, natuurlijk ook ruim ingegaan op de enorme schending van onze
veiligheid, het willen ondermijnen van onze manier van leven en het
volledig lak hebben aan het internationaal recht door Iran. Vervolgens
zie je dat het internationaal recht ons ook bijna tandeloos kan maken;
wat ga je dan doen? Ik deel dus het begrip voor de inzet van Israël en
de VS. Wat betreft het vraagstuk of het binnen of buiten het kader valt,
heeft u het antwoord net gehoord. Er is alle reden om te denken dat het
buiten het kader valt. Maar die vraag is, zoals de minister van
Buitenlandse Zaken vorige week ook aangaf, primair te beantwoorden door
de VS en Israël. Dat is, denk ik, ook zo voor nationaal beleid, maar
voor buitenlandbeleid bij uitstek. Al deze lagen bij elkaar vormen de
waarheid. Er is dus niet één ding dat erboven uitspringt, want we zien
wat Iran deed. Daar is het uitvoerig over gegaan. Ik wil dus best
herhalen hoe ik ernaar kijk, maar dat is exact hetzelfde als hoe de
minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken aangeven.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De minister van Defensie geeft in ieder geval aan dat zij zich aansluit
bij de woorden van de minister-president dat er hier sprake is van
schendingen van het internationaal recht. Ik vind het interessant om te
zien dat ze die woorden niet zelf zal uitspreken. Ze sluit zich erbij
aan, maar ik was benieuwd of ze ook zelf kan zeggen dat ze vindt dat
daar sprake van is. Ik vind het wel echt heel erg belangrijk om hier ook
duidelijk te maken dat het primaat over buitenlandbeleid bij de minister
van Buitenlandse Zaken ligt. Ik zie dat de minister van Buitenlandse
Zaken en de premier uitspraken doen, en dat deze minister van Defensie
daar vervolgens eigenlijk bijna afstand van neemt. Er wordt dan gezegd
dat het ook maar een kader is, en dat de-escalatie goed is om over te
spreken, maar dat je in het geval van Iran kan betwijfelen hoe effectief
het is. Ik vind dat een ondermijning van haar collega's. Daarmee is het
— en dat is veel belangrijker — ook een ondermijning van het Nederlands
belang, omdat het kabinet echt met één mond dient te spreken en omdat
het primaat over buitenlandbeleid niet bij haar ligt.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik waardeer de zorgen van de heer Klaver. Maar wij zijn dagelijks in
nogal nauw overleg. Dat kan in formele overleggen zijn en anders op
andere manieren. Minister Berendsen en ik zitten al ongeveer drie weken
bijna elke dag letterlijk naast elkaar: samen in een debat, samen in
Oekraïne of samen onderweg daarnaartoe. Dus nee, dit is elkaar
aanvullen. Er is geen enkel verschil in de lijn. We kiezen wel onze
eigen woorden daarbij, maar dat is ook omdat we alle drie mensen zijn
met een eigen vocabulaire. Maar er zit geen enkel verschil in de lijn
binnen het kabinet. Dat zat er vorige week niet en dat zit er nu ook
niet.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik zie dat niet zozeer als aanvullen, maar eerder als corrigeren. U zegt
dat u allemaal mensen bent met uw eigen vocabulaire. U bent allen
dienaar van de Kroon. Zeker als het gaat over buitenlandbeleid, mag er
geen enkele twijfel zijn over de positie van Nederland. Ik denk dat dat
heel belangrijk is. De toonverschillen, of de "vocabulaireverschillen"
waar de minister van Defensie het over heeft, parkeert u maar voor
andere zaken.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Hoe mensen erop hebben gereageerd en het feit dat elke bewindspersoon
ook de verantwoordelijkheid voor het eigen domein pakt, vind ik juist
heel erg sterk in Nederland. Dat we dat doen in samenhang met onze
departementen en persoonlijk hier samen, vind ik ook heel erg
belangrijk. U zult mij volop horen over alle facetten die Defensie
raken. Het is een ongelofelijk belangrijk onderwerp. Gelukkig is er
draagvlak voor. U zult mij daar ook volop over horen in lijn met het
kabinetsbeleid, zoals dat dan wordt gedeeld.
De voorzitter:
De minister heeft haar beantwoording inderdaad afgerond, zeg ik tegen de
heer Brekelmans.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik had nog één vraag die niet helemaal is beantwoord door het kabinet.
Die gaat over mensen in Nederland die steun uiten voor de Revolutionaire
Garde of het Iraanse regime. De Revolutionaire Garde is op de
terreurlijst geplaatst. Op het moment dat mensen daar steun voor uiten,
is dat in feite steun aan een terroristische groepering. Mijn vraag is
hoe het kabinet hiermee omgaat. Het is niet helemaal een vraag voor de
minister van Defensie, dus misschien kan de minister van JenV een
uitgebreidere brief sturen waarin staat of we hier incidenten van zien
en hoe we daarmee omgaan. Misschien kan de minister van Defensie er wel
iets over zeggen, en anders dus graag een brief van het kabinet.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De minister van Justitie en Veiligheid enigszins kennende denk ik dat
hij heel graag een brief zou sturen, zeker over dit onderwerp. Laat ik
dat dus sowieso toezeggen. Wij hebben daar vanuit verschillende
verantwoordelijkheden natuurlijk allemaal een rol in, dus dat lijkt me
alleen maar heel goed. Nederland wil de Revolutionaire Garde al langere
tijd op de terroristenlijst plaatsen. Ik herinner me dat ik daar in mijn
rol als minister van Justitie en Veiligheid ook al voor pleitte in
Europa. Ik ben blij dat het eindelijk gelukt is. Het lijkt me dus een
faire vraag wat dat betekent voor de actuele situatie in Nederland. Wij
beschouwen opruien, aanzetten tot geweld of je echt aan willen sluiten
bij een terroristische organisatie als strafbare feiten, waar we ook
tegen willen optreden. Ik geleid deze dus heel graag door naar Justitie
en Veiligheid.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording
van de zijde van het kabinet in de eerste termijn. Het woord is aan de
heer Van Baarle namens de fractie van DENK als eerste spreker in de
tweede termijn van de zijde van de Kamer.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran
vanwege de gemaakte burgerslachtoffers, het ontbreken van een
internationaal mandaat en het ontbreken van bewijs over een concrete en
op handen zijnde dreiging, een schending vormen van het internationaal
recht;
verzoekt de regering om de oorlog die Israël en de Verenigde Staten
voeren in Iran te veroordelen als een schending van het internationaal
recht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Teunissen, Dobbe,
Dassen en Klaver.
Zij krijgt nr. 635 (23432) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse regering "begrip" heeft getoond voor de
motieven voor de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op
Iran;
overwegende dat de aanvallen een schending zijn van het internationaal
recht;
verzoekt de regering om helder uit te spreken dat Nederland nooit
militaire of politieke steun zal geven aan de oorlog van de Verenigde
Staten en Israël tegen Iran,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 636 (23432) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Iran aanhoudend schendingen gepleegd worden van
de mensenrechten;
verzoekt de regering bij EU-vergaderingen consequent het belang van
documentatie en het voorkomen van straffeloosheid van
mensenrechtenschendingen in Iran te bepleiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en
Teunissen.
Zij krijgt nr. 637 (23432) (#3).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat VN-experts het bombardement op de meisjesschool in
Minab veroordelen en dat verschillende internationale media berichten
dat aangetoond is dat de VS deze school zouden hebben
gebombardeerd;
overwegende dat internationale organisaties aangeven dat er vele
burgerslachtoffers zijn gevallen door de aanvallen van de VS en Israël
op Iran en Libanon;
verzoekt de regering om in internationaal verband te pleiten voor het
documenteren en voorkomen van straffeloosheid van schendingen van het
internationaal recht gepleegd door Israël en de Verenigde Staten tijdens
hun aanvallen op Iran en Libanon,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en
Teunissen.
Zij krijgt nr. 638 (23432) (#4).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de fractie van de SP
in de tweede termijn. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Iran burgerslachtoffers vallen door geweld van het
Iraanse regime en aanvallen van de VS en Israël op Iran;
overwegende dat het belangrijk is dat er onafhankelijk onderzoek
plaatsvindt bij mogelijke oorlogsmisdaden en
mensenrechtenschendingen;
overwegende dat een Iraanse meisjesschool in Minab is gebombardeerd met
175 doden tot gevolg;
verzoekt de regering bij te dragen aan onafhankelijk onderzoek naar
mogelijke oorlogsmisdaden in Iran en daarin in ieder geval mee te nemen
de aanval op de Iraanse meisjesschool in Minab, waar mogelijk in EU- en
VN-verband,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Teunissen en Van
Baarle.
Zij krijgt nr. 639 (23432) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de VS, Israël en Iran in oorlog zijn en het hele
Midden-Oosten in oorlog dreigt te vervallen;
verzoekt de regering om, waar mogelijk samen met de EU, de Golfstaten of
andere landen, te komen tot de-escalatie en gesprekken tussen alle
partijen om deze oorlog zo snel mogelijk te beëindigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 640 (23432) (#6).
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Israël illegale aanvallen uitvoert op Libanon met
Libanese burgerslachtoffers tot gevolg;
constaterende dat Human Rights Watch rapporteert dat Israël bommen met
witte fosfor gebruikt boven woonwijken;
verzoekt de regering de aanvallen van Israël op Libanon ondubbelzinnig
te veroordelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 641 (23432) (#7).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar inbreng in
tweede termijn namens de fractie van de Partij voor de Dieren. Gaat uw
gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Ik wil het kabinet bedanken voor de beantwoording. Het
kabinet erkent dat de aanval van Trump en Netanyahu buiten de kaders van
het internationaal recht is, maar er volgt geen veroordeling maar
begrip. Als het je echt om veiligheid te doen is, moet je geen illegale
interventies gaan legitimeren door begrip te tonen.
Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bescherming van burgers, scholen en ziekenhuizen altijd
geldt, ongeacht de dader;
overwegende dat mogelijke schendingen van het internationaal recht
altijd onafhankelijk moeten worden onderzocht en daders ter
verantwoording moeten worden geroepen;
verzoekt de regering zich actief in te zetten voor onafhankelijk
onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in deze oorlog en
internationale vervolging van verantwoordelijken te ondersteunen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Van Baarle en
Dobbe.
Zij krijgt nr. 642 (23432) (#8).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de recente oorlog in het Midden-Oosten opnieuw laat
zien hoe afhankelijkheid van fossiele energie leidt tot economische en
politieke kwetsbaarheid;
overwegende dat versnelling van de energietransitie en productie van
duurzame energie in eigen land deze afhankelijkheid kunnen
verminderen;
verzoekt de regering met een concreet plan te komen om de
afhankelijkheid van geïmporteerde olie en gas versneld af te bouwen en
de productie van duurzame energie te vergroten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.
Zij krijgt nr. 643 (23432) (#9).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Klaver, die spreekt namens de
fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik dank het kabinet voor de beantwoording van alle
gestelde vragen. Ik heb een drietal moties, die ik zal voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet geen politieke of militaire steun aan de
Amerikaanse en Israëlische oorlog tegen Iran te verlenen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klaver.
Zij krijgt nr. 644 (23432) (#10).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Libanese regering Frankrijk heeft gevraagd te
helpen bij het afdwingen van een staakt-het-vuren, de ontwapening van
Hezbollah en de terugtrekking van Israëlische troepen;
verzoekt het kabinet om de Libanese regering te ondersteunen bij de
implementatie van resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klaver.
Zij krijgt nr. 645 (23432) (#11).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het Nederlands buitenlandbeleid vorm wordt gegeven door
de minister van Buitenlandse Zaken, en Defensie een cruciaal instrument
voor de uitvoering daarvan is;
constaterende dat een duidelijke rolverdeling belangrijk is voor de
eenheid van kabinetsbeleid;
verzoekt de regering in al haar handelen te laten blijken dat het
buitenlandbeleid door de minister van Buitenlandse Zaken wordt
vormgegeven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klaver.
Zij krijgt nr. 646 (23432) (#12).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dassen, die spreekt namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor de beantwoording.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Europese burgers zich momenteel in een onzekere
veiligheidssituatie bevinden in en rond Iran;
overwegende dat repatriëring van Europese burgers bij eerdere crises
grotendeels nationaal werd georganiseerd, terwijl gezamenlijke Europese
coördinatie sneller en effectiever kan zijn;
overwegende dat de wereld steeds onveiliger aan het worden is;
verzoekt de regering zich binnen de EU in te zetten voor een
gecoördineerde aanpak bij de repatriëring van EU-burgers uit
conflictgebieden, bijvoorbeeld via de multinationale European Air
Transport Command,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 647 (23432) (#13).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Europese landen sterk geraakt worden door de
conflicten in het Midden-Oosten terwijl zij beperkt invloed hebben op
strategische besluitvorming;
verzoekt de regering zich binnen de EU actief in te zetten voor maximale
gezamenlijke diplomatieke druk op strijdende partijen met als doel
snelle de-escalatie, hervatting van diplomatieke onderhandelingen en het
vervullen van een bemiddelende rol,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Dobbe.
Zij krijgt nr. 648 (23432) (#14).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat er geen begrip kan zijn voor de militaire aanvallen van
de VS en Israël op Iran,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Klaver.
Zij krijgt nr. 649 (23432) (#15).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Bontenbal, die spreekt namens het CDA. Ga uw gang.
De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter, dank. Dank voor de beantwoording van alle vragen. Ik heb één
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering de ontwikkeling van de internationale
rechtsorde bevordert;
van mening dat de internationale rechtsorde onvoldoende functioneert,
maar dat dit niet mag leiden tot een wereld van opportunistische
machtspolitiek, waarin slechts het recht van de sterkste geldt;
overwegende dat premier Carney van Canada en president Stubb van Finland
een pleidooi houden om samen met andere middenmachten te werken aan een
internationale politiek van op waarden gebaseerd realisme;
verzoekt om waar mogelijk met middenmachten op te trekken in het
hervormen van internationale instellingen zodat de stem van landen in
onder andere Afrika, Azië en Latijns-Amerika daarin zwaarder gaat
meewegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bontenbal, Paternotte, Stoffer,
Ceder, Dassen en Struijs.
Zij krijgt nr. 650 (23432) (#16).
De heer Bontenbal (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
U heeft één vervolgvraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb goed geprobeerd te luisteren. Ik vroeg me af of de heer Bontenbal
niet bang is dat hij wellicht een niet-perfect systeem maar wel een
systeem dat functioneert, namelijk de Verenigde Naties, ondermijnt met
dit voorstel. Hoe werkt het? Hoe ziet de heer Bontenbal dit voor
zich?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zie dat absoluut niet zo. Deze motie is niet bedoeld om de
infrastructuur die er nu staat, de VN, te ondermijnen. Ik denk dat dit
daar een aanvulling op is. Het gaat mij dus echt om het beter later
functioneren van de internationale rechtsorde. Het is geen vervanging.
Die suggestie wil ik met die motie dus niet wekken.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Brekelmans voor zijn inbreng namens de VVD. Ga
uw gang.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik hou het kort. Ik heb geen moties. Wel heb ik nog twee aansporingen
aan het kabinet, in aanvulling op de antwoorden die zijn gegeven. De
eerste is om vanuit Nederland elke dag het maximale te doen om de druk
op het Iraanse regime op te voeren. Dat kan inderdaad via het beter
handhaven van sancties. Dat kan ook door met landen in de wereld samen
te werken die nu ook worden getroffen door de situatie. De meest
effectieve manier om iets aan de energieprijzen te doen, is
internationaal optreden om ervoor te zorgen dat er toch olie en gas deze
kant op kan vloeien. Dat is dus een aansporing aan het kabinet. Ik zie
dat het ook hard bezig is om zich daar elke dag voor in te zetten.
Ten tweede ben ik blij dat de minister van Buitenlandse Zaken mijn
signaal om ons anders te verhouden tot het Iraanse regime en de Iraanse
overheid en mogelijk ook tot de Iraanse oppositie en Iraanse
oppositiepartijen serieus oppakt. Ik hoop dat we daar in de komende tijd
het een en ander van zullen zien. Ook de Kamer kan daar mogelijk een rol
in spelen. Laten we daar dus ook gecoördineerd in optreden.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceder namens de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over de situatie in
Libanon.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Israëlische aanvallen op Hezbollah in Libanon zorgen
voor een grote humanitaire crisis, met meer dan 600.000 Libanezen op de
vlucht, die vaak maar moeilijk onderdak kunnen vinden;
overwegende dat humanitaire organisaties slechts beperkt toegang hebben
en de veiligheid van hun medewerkers in het geding is, aangezien het
lastig is in te schatten waar bombardementen gaan plaatsvinden;
verzoekt de regering om zowel bilateraal als in EU-verband actief op te
komen voor het garanderen van de veiligheid van humanitaire
hulpverleners in Libanon en zich in te zetten voor voldoende toegang van
humanitaire organisaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Stoffer en
Bontenbal.
Zij krijgt nr. 651 (23432) (#17).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Dan een motie over het energiefonds. Ik denk dat het
belangrijk is om ons daarop voor te bereiden. Ik denk dat het ook
verstandig is om met energiepartijen te gaan praten om te kijken of ze
eventueel een bijdrage kunnen leveren en, zo ja, hoe die eruitziet. Ik
hoop dat het kabinet hiermee voortvarend aan de slag gaat, juist ook
voor de lage en middeninkomens. Ik dien hierover de volgende motie
in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Tijdelijk Noodfonds Energie de afgelopen jaren
veel huishoudens geholpen heeft met het betalen van de energierekening,
maar het fonds nu gesloten is in verband met een gebrek aan een
financiële bijdrage van de energieleveranciers;
overwegende dat een verdere stijging van de energierekening voor
huishoudens een gevolg zal zijn van de huidige geopolitieke situatie,
met name de afsluiting van de Straat van Hormuz, en dit de noodzaak van
een structureel noodfonds energie onderstreept;
overwegende dat de regering als vervolg op het Tijdelijk Noodfonds
Energie werkt aan een publiek energiefonds, maar dat goedkeuring van de
Europese Commissie nog niet binnen is en het onzeker is of het loket van
dit fonds voor komende winter opengaat;
verzoekt de regering voordat de winter van '26-'27 invalt een werkend en
ruimhartig noodfonds energie beschikbaar te hebben voor burgers in
energiearmoede, hetzij via de route van het Tijdelijk Noodfonds Energie,
hetzij via het in voorbereiding zijnde publieke energiefonds, hetzij op
een andere wijze, en de Kamer regelmatig over de voortgang te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Grinwis, Lahlah, Jimmy
Dijk, Van Brenk, Keijzer, Wiersma, Ergin, Dassen, Stoffer, Wilders en
Kostić.
Zij krijgt nr. 652 (23432) (#18).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel. Ik wil het kabinet en de ondersteuning bedanken voor de
antwoorden die we gekregen hebben. De minister van Defensie gaf aan dat
ze al behoorlijk ingewerkt was in het jargon op haar ministerie, dus ze
zal dit schot voor de boeg zoals verwoord in mijn motie zeker serieus
nemen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat via de media naar buiten is gekomen dat het kanon van
het Nederlands fregat Evertsen, dat Cyprus moet beschermen tegen Iraanse
drones en raketten, niet werkt;
constaterende dat gedurende de zorgvuldige behandeling van de artikel
100-procedure deze informatie niet gedeeld is met de Kamer;
constaterende dat op vragen hierover nadrukkelijk in de kabinetsreactie
is aangegeven dat het fregat Evertsen ook voor zelfverdediging voldoende
toegerust is voor zijn taak;
constaterende dat hier geen enkel voorbehoud is gemaakt;
waarschuwt de minister van Defensie dat de Kamer altijd volledig
geïnformeerd moet worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 653 (23432) (#19).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Paternotte namens D66. Ik meld alvast dat ik zo een kwartier schors voor de voorbereiding van de beantwoording door het kabinet en dat ik pas na de stemmingen zal schorsen voor de dinerpauze.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter, dank voor uw uitmuntende leiding van dit debat. Dank aan de
minister-president en beide ministers voor hun beantwoording.
Wat ons betreft zijn drie dingen belangrijk bij de huidige oorlog. Dat
is één het terugbrengen van de rust, twee dat wij onze Europese
bondgenoten helpen beschermen en dat we ons ervoor inzetten om mensen te
ondersteunen, specifiek ook de Iraanse oppositie en de bevolking via de
contacten met de diaspora. Ik hoor dat het kabinet dat ook wil gaan doen
met een hele sterke Europese koers. Het is goed te horen dat het kabinet
in de Europese Raad gaat inzetten op extra sancties voor de Iraanse
Revolutionaire Garde. We blijven daarvan graag op de hoogte.
Hetzelfde geldt voor de inzet om te kijken of wij via radio- of
satellietcommunicatie de communicatie met en binnen Iran kunnen helpen
verbeteren voor de oppositie en de bevolking.
We zien ook uit naar de brief over de stijgende energieprijzen. Dankzij
eerdere ervaringen die wij hebben, hebben wij een stevige
gereedschapskist. Vier jaar geleden brak er ook een oorlog uit. Mede
dankzij het werk van de Kamer, van GroenLinks-Partij van de Arbeid, kwam
er een energieplafond. De heer Bontenbal verwees daar natuurlijk al
naar. Ik ben dus benieuwd naar de scenario's die het kabinet aangeeft.
Tegelijkertijd zegt Donald Trump dat de oorlog volgende week voorbij is.
Of dat echt zo is, is ongewis. We zullen volgende week pas weten waar we
volgende week staan. Daarom is het zo belangrijk dat het kabinet
erbovenop blijft zitten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Eerdmans namens JA21.
De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, dank. Wij willen de Iraniërs in Nederland graag een hart
onder de riem steken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het Iraanse regime al decennialang verantwoordelijk is
voor grootschalige mensenrechtenschendingen, binnenlandse repressie en
destabilisatie in het Midden-Oosten en daarbuiten;
constaterende dat een groot deel van de Iraanse bevolking zich
herhaaldelijk heeft uitgesproken tegen het huidige regime en voor
politieke verandering;
verzoekt de regering steun uit te spreken voor de democratische
aspiraties van het Iraanse volk;
verzoekt de regering in te staan voor de veiligheid van Iraanse
dissidenten en activisten in Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.
Zij krijgt nr. 654 (23432) (#20).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de ministers voor de beantwoording. Het
barbaarse regime in Iran moet gedelegitimeerd worden. Daarom zal ik
straks in ieder geval een motie medeondertekenen die de heer Wilders
gaat indienen. Ik spreek ook steun uit voor de motie die meneer Eerdmans
net heeft ingediend. Zelf heb ik ook nog twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door het conflict in het Midden-Oosten een
vluchtelingenstroom op gang zou kunnen komen;
constaterende dat Nederland op dit moment al een gigantisch
asielprobleem heeft en geen extra mensen meer op kan vangen;
overwegende dat de directe buurlanden van Iran veel ruimte en geld
hebben om vluchtelingen op te vangen;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat vluchtelingen in hun eigen
regio worden opgevangen, en dus niet in Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Markuszower, Wilders, Keijzer,
Stoffer, Vermeer en Eerdmans.
Zij krijgt nr. 655 (23432) (#21).
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat brandstof onbetaalbaar is geworden;
constaterende dat de benzineprijs voor meer dan de helft uit belastingen
bestaat;
verzoekt de regering zo snel mogelijk een drastische accijnsverlaging op
brandstoffen door te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Markuszower en Vermeer.
Zij krijgt nr. 656 (23432) (#22).
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Wilders namens de PVV.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, dank. Ik heb veel moties, dus ik ga snel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om haar steun uit te spreken voor de gezamenlijke
Amerikaans-Israëlische militaire operatie tegen Iran,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders.
Zij krijgt nr. 657 (23432) (#23).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om de Iraanse ambassade in Nederland te sluiten en
alle Iraanse diplomaten het land uit te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wilders, Markuszower en
Vermeer.
Zij krijgt nr. 658 (23432) (#24).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om de Amerikaanse president Donald Trump en de
Israëlische premier Benjamin Netanyahu voor te dragen als kandidaten
voor de Nobelprijs voor de Vrede,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wilders en Markuszower.
Zij krijgt nr. 659 (23432) (#25).
De heer Wilders (PVV):
Niet alleen Iran, maar ook Nederland moet de-islamiseren; ik zei het al
in mijn eerste termijn.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet Nederland te de-islamiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders.
Zij krijgt nr. 660 (23432) (#26).
De heer Wilders (PVV):
Ten slotte, voorzitter. Ik heb 'm snel en slordig met pen geschreven. Ik
hoop dat u 'm kan lezen. Ik zie net in het nieuws dat Nederland zich
heeft gemengd in of gevoegd bij, hoe je het ook wil noemen, de
zogenaamde genocidezaak tegen Israël bij het International Court of
Justice. Het is echt te gek voor woorden dat dat nu gebeurt. We hebben
het de helft van de dag over Israël, over wat Israël is aangedaan en
over wat er is gebeurd. Net op die dag doet het kabinet dit. Het is te
walgelijk voor woorden, dus dit verdient zeker een motie van
afkeuring.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland zich heeft gemengd in de "genocidezaak"
tegen Israël bij het ICJ;
keurt dat ten zeerste af,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders.
Zij krijgt nr. 661 (23432) (#27).
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel kort. Ik heb een verzoek aan de heer Wilders. Zou ik mijn naam
onder de motie over een Nobelprijsvoordracht en onder de laatste motie
mogen zetten?
De heer Wilders (PVV):
Onder de motie over de Nobelprijs mag u zeker uw naam zetten.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
We zullen het erbij schrijven.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb een verzoek aan de heer Wilders. Ik zag het bericht ook
voorbijkomen. Het kan niet zo zijn dat dit kabinet in die zin steun
uitspreekt voor die zaak, maar dat is ook niet het geval. Het is
allemaal vrij technisch. Het kabinet wordt om een opinie gevraagd waar
niet per se een standpunt in zit. Ik zou de heer Wilders dus het
volgende willen vragen. Er is zo meteen een debat over de Europese top.
Daar is de premier bij. Dan kan hij ook voorbereid een toelichting geven
op dit geval. Kan hij deze motie bij dat debat indienen? Dan hebben we
in ieder geval de mogelijkheid om daar wat uitgebreider over van
gedachten te wisselen. Nu wordt een motie van afkeuring ingediend — dat
is een zwaar middel — zonder dat we daar een minuut over gedebatteerd
hebben.
De heer Wilders (PVV):
Ik heb de motie nu ingediend dus zij is gewoon ingediend. We hebben nog
een tweede termijn van de regering tegoed, dus het is, los van uw debat,
niet zo dat we dadelijk naar huis gaan. De premier kan dadelijk
antwoorden. Dat kan hij doen. Dan kan ik daarna bekijken of ik mijn
motie in stemming breng of aanhoud, maar ik hou haar nu natuurlijk in
stand. Ik dien 'm niet voor niets in.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wilders. Het woord is aan mevrouw Keijzer. Gaat uw
gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het wetsvoorstel Strafbaarstelling van de
verheerlijking van terrorisme in internetconsultatie is geweest en nu
bij de Raad van State ligt;
verzoekt de regering het wetsvoorstel Strafbaarstelling van de
verheerlijking van terrorisme na ontvangst vanuit de Raad van State
onverwijld naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Keijzer en Markuszower.
Zij krijgt nr. 662 (23432) (#28).
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik ben geschokt door wat de heer Wilders hier net naar voren
bracht. Ik zou toch wel heel graag, bij voorkeur schriftelijk, van het
kabinet horen wat nu precies de status is van deze actie en wat de
overwegingen daarvoor zijn, want we hebben hier veel gesproken over wat
er in Israël, Gaza en de landen eromheen is gebeurd. Tot zo'n actie
overgaan zonder dat je daar een debat over gevoerd hebt in de Kamer … Ik
ben eigenlijk sprakeloos. Graag een toezegging dat we hier wat meer
informatie over ontvangen, want ik hoop dat we zo niet met elkaar
omgaan, en overigens ook niet met onze internationale partners.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Struijs namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ik heb één motie, maar die
is wel belangrijk, denk ik.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Britse inlichtingendienst MI5 alsook de Britse
vicepremier David Lammy Europese landen expliciet waarschuwen voor het
dreigende gevaar van het Iraanse regime op eigen bodem;
constaterende dat Europol alsook het International Centre for
Counter-Terrorism hebben gewaarschuwd dat er door de oplopende
spanningen met Iran sprake is van een verhoogde terroristische dreiging
van pro-Iraanse milities in westerse landen;
constaterende dat in Europa meerdere landen, waaronder Frankrijk en
Duitsland, om die reden hun veiligheidsmaatregelen hebben
verscherpt;
overwegende dat het van belang is dat Nederland hier voldoende tijdig op
voorbereid is;
verzoekt de regering om met alle scenario's rekening te houden en op
basis van informatie van de veiligheidsdiensten indien nodig aanvullende
veiligheidsmaatregelen te nemen tegen terroristische dreigingen, en de
Kamer hier waar mogelijk over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Struijs.
Zij krijgt nr. 663 (23432) (#29).
Dank u wel. Tot slot de heer Stoffer namens de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het kader van het nucleaire akkoord met Iran
(JCPOA) sancties werden verlicht en handel en investeringen met de EU
toenamen;
overwegende dat sanctieverlichting en toegenomen handel met Iran het
regime extra financiële middelen hebben verschaft, die via onder meer
belastinginkomsten mede zijn ingezet voor versterking van
veiligheidsdiensten en steun aan regionale proxyorganisaties zoals
Hezbollah, Hamas, de Houthi's en Palestijnse Islamitische Jihad;
overwegende dat handel en exportbevordering belangrijk zijn, maar niet
het primaire buitenlandbeleid kunnen zijn;
overwegende dat internationale veiligheid en stabiliteit leidend dienen
te zijn;
overwegende dat er grote zorgen zijn over de voortgaande
uraniumverrijking door Iran, de ontwrichting van de regio via gewapende
groeperingen en de aanhoudende onderdrukking van de eigen
bevolking;
verzoekt de regering de Nederlandse en Europese positie ten aanzien van
het nucleaire akkoord met Iran (JCPOA) gedurende de kabinetten-Rutte II
en III te evalueren in het licht van de huidige ontwikkelingen en de
destijds gemaakte afwegingen, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Keijzer en Ceder.
Zij krijgt nr. 664 (23432) (#30).
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Het nieuws dat de heer Wilders zojuist als eerste
aankaartte, kwam mij ook ter ore. Nederland heeft besloten zich te
mengen in de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël. Dat valt ons ook
rauw op het dak. Ik zou graag de toezegging van het kabinet willen dat
er op zo kort mogelijke termijn een brief naar de Kamer komt om ons over
de ins en outs te informeren, want ik denk dat dat op z'n minst wel op
z'n plaats is.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 18.45 uur. Dan gaan we verder met de
beantwoording van het kabinet. Mevrouw Dobbe, gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb even een procesvraag over het verloop van de avond. Nu gaan we
even schorsen, maar wanneer gaan we schorsen voor de stemmingen? Er zijn
namelijk 30 moties ingediend.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen daarvoor tien minuten te schorsen en dan te
stemmen. We kunnen ook stemmen na de dinerpauze, maar daartegen zie ik
ook bezwaren. Ik wil toch echt voorstellen dat u probeert om nu al
eventueel stemadviezen te delen met uw fracties, dat we in het kwartier
het antwoord van het kabinet afwachten en dat we vervolgens, na de
appreciaties, tien minuten schorsen en dan gaan stemmen. Daarna komt dan
de dinerpauze, zodat het debat over de Europese top rustig kan
plaatsvinden. Dat zou mijn voorstel zijn, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Tien minuten voor 30 moties. Hoeveel moties moeten wij volgens u dan per
minuut beoordelen? Dat is wel héél snel. We hebben dus echt wat meer
tijd nodig.
De voorzitter:
Dan maken we daar een kwartier van. We zitten nog met een volgend debat
vanavond. Dat is hoe de Kamer het heeft gewenst. Meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
We hebben hier al meerdere malen aangegeven dat er minimaal een halfuur
tussen moet zitten om een fatsoenlijk overleg met fracties te hebben. We
moeten dat hier niet elke keer weer aan de orde hoeven stellen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik steun de voorzitter volledig: liever vijf minuten dan een kwartier.
Anders moeten we maar gewoon dinsdag stemmen. We moeten de boel niet
steeds ontregelen. Ik hoor u zeggen dat u naar huis wilt, meneer
Wilders. Dat sowieso. Ook ik wil graag naar huis. Ik denk dat Nederland
ook wel klaar is met dit debat, zeker na het laatste nieuws dat we
hebben gehoord. Dus zo snel mogelijk stemmen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zei het net al, in het begin: waarom moeten we hier überhaupt
vanavond over stemmen? Er is volgens mij niet iets wat nu acuut besloten
moet worden. Als de nood aan de man is, ben ik uw vrouw, maar dit lijkt
mij iets wat prima naar de stemmingen van dinsdag kan.
De voorzitter:
Zoals ik al vaker heb gezegd: ik ben dienstbaar aan de meerderheid van
de Kamer. De heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Volgens mij hebben we vandaag bij meerderheid besloten dat we hier
vanavond over stemmen. Ik sluit mij aan bij mevrouw Dobbe: het
beoordelen van 30 moties in zo'n korte tijd vind ik niet zorgvuldig. Ik
hecht er ook aan dat we daar ruimer de tijd voor krijgen.
De heer Wilders (PVV):
Bij nader inzien, voorzitter: zeker gezien het laatste bericht en de
tijd die het kost, wil ook de PVV graag dinsdag pas stemmen.
De voorzitter:
De heer Wilders maakt een nieuw punt van orde. Hij stelt voor om dinsdag
te stemmen over de ingediende moties. Ik kijk of daar steun voor is.
Meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb geen moties gehoord waar vanavond over gestemd moet worden.
Aangezien al deze moties of een heleboel daarvan best gevoelig liggen,
is het volgens mij ook van belang om daar de tijd voor te nemen en dat
niet in tien minuten af te raffelen. Dus steun.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik sluit mij aan bij de woorden van Brekelmans.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Van harte steun voor het verzoek van de heer Wilders.
De heer Paternotte (D66):
Ik heb eerder gezegd dat ik begrip heb voor stemmen vanavond vanwege de
impact op een lopend conflict. Dat is niet gek; dat doen we ook bij
Europese Raden. Ik heb inderdaad een hoop moties gehoord waarover op
zich ook prima dinsdag kan worden gestemd. Ik kan me voorstellen dat we
even kijken naar de indieners van moties waarover volgens hen echt
vanavond gestemd moet worden. Ik kan me ook voorstellen dat we stemmen
na de dinerpauze.
De voorzitter:
Nee, dat is een nieuw voorstel. We gaan óf helemaal door, en dan
schorsen we voor de dinerpauze en daarna doen we de Europese top, óf we
stemmen dinsdag over de ingediende moties. Eerdmans.
De heer Eerdmans (JA21):
Dinsdag.
De heer Vermeer (BBB):
Steun voor dinsdag.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Toch even een punt van orde. Ik doe het niet gauw, maar er gebeurde net
iets wat vrouwen altijd gebeurt: ze doen een voorstel; daar wordt niet
op ingegaan, maar vervolgens zegt een man hetzelfde en dan is het het
ordevoorstel van de man. Voor alle vrouwen die hier aanwezig zijn en
alle vrouwen die nog na mij komen: doe dat niet meer.
De voorzitter:
Neeneenee, mevrouw Keijzer. U weet dat ik zeer gevoelig ben voor dit
type opmerkingen, maar wat u zei, was geen punt van orde. Dan had u het
toch iets anders moeten formuleren. Dat heeft niets te maken met het
geslacht dat u heeft of met welk geslacht dan ook. Meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Mij lijkt het goed om vanavond te stemmen.
De voorzitter:
Ik schors een kwartier voor de voorbereiding van de beantwoording.
Daarna gaan we een conclusie trekken over hoe we het doen met de
stemmingen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen kort, want dit leidt toch tot wat consternatie. Meneer
Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. U heeft mijn ordevoorstel overgenomen. Iedereen is aan het
woord geweest. Het is gebruikelijk dat we daarna concluderen of daar een
meerderheid voor is.
De voorzitter:
Dan concludeer ik dat het voorstel van de heer Wilders een meerderheid
heeft gekregen. Er zal dinsdag worden gestemd. De vergadering is een
kwartier geschorst.
De vergadering wordt van 18.37 uur tot 18.52 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van
Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Ik ben nieuw in deze rol — het is de eerste keer
dat ik dit doe — maar ik ga mijn best doen om dit op de manier te doen
die de Kamer het liefst heeft.
De eerste motie, de motie-Van Baarle c.s. op stuk nr. 635, ontraden we,
met verwijzing naar het debat.
De motie op stuk nr. 636 ontraden we, met verwijzing naar het debat en
ook naar een toekomst die wij op dit moment niet kunnen
uitsluiten.
De motie op stuk nr. 637 van Van Baarle, Dobbe en Teunissen geven we
oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 638 van Van Baarle ontraden we, met verwijzing naar
het debat.
De motie op stuk nr. 639 van Dobbe ontraden we, met verwijzing naar het
debat.
De motie op stuk nr. 640 van Dobbe over de-escalatie. Dat is staand
beleid. We geven deze oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 641 van Dobbe: ontraden, met verwijzing naar het
debat.
De motie op stuk nr. 642 van Teunissen over een accountabilityonderzoek:
oordeel Kamer.
Dan de motie ... Even kijken ...
De voorzitter:
Op stuk nr. 643.
Minister Berendsen:
Er is er toch nog eentje niet voor mij, inderdaad.
De voorzitter:
U hebt één vraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, want de motie op stuk nr. 639 wordt ontraden. Dat snap ik eigenlijk
niet, want in het debat werd duidelijk dat deze regering wil bijdragen
aan het documenteren en het verzamelen van bewijs van
mensenrechtenschendingen, en dan wordt deze motie ontraden. Dat snap ik
niet. Misschien kunt u dat uitleggen.
Minister Berendsen:
Ja. Volgens mij is er een andere motie die zich hier al op richt. Ik heb
een keuze gemaakt in welke motie we daarvoor steunen. Plus dat de
bewoordingen die wij wilden kiezen in het debat niet helemaal aansluiten
bij deze motie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als er een andere motie is en het vergelijkbare moties zijn, en er wordt
gekozen om de andere motie te steunen, is dat toch geen inhoudelijke
reden om deze te ontraden? En welke bewoordingen bedoelt u precies?
Minister Berendsen:
Ik lees de motie nogmaals... Ja, ik snap dat ik 'm oordeel Kamer kan
geven. Ik probeer even het juiste te doen hier. Voorzitter, daar geeft u
me vast wel even een minuutje voor. Dan ik lees de motie nog een
keer.
De voorzitter:
Staat er wellicht bij uw advies naar welke motie er wordt verwezen?
Minister Berendsen:
Ja ...
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 642 kreeg oordeel Kamer.
Minister Berendsen:
Ja. Ik kan deze ook oordeel Kamer geven. Excuses hiervoor.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 639 krijgt oordeel Kamer. Nu de motie op stuk nr.
644.
Minister Berendsen:
Ja. Even kijken ... De motie op stuk nr. 644; hebbes. Die ontraden we.
Dat heeft alles te maken met de zorgvuldige manier waarop dit kabinet
zijn woorden heeft gekozen, met alle elementen die wij meenemen in onze
bewoordingen hierover en ook met dat wij op dit moment de toekomst van
het conflict nog niet kunnen voorspellen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat heb ik goed gehoord, dat niet kunnen voorspellen van de toekomst. Er
zijn hierover twee moties, ook een van de heer Van Baarle die "nooit"
zegt. Eigenlijk vervatte ik in de mijne dat waarvan ik dacht, of hoopte,
wat de lijn van het kabinet was, namelijk dat er geen politieke of
militaire steun wordt gegeven aan deze Amerikaanse en Israëlische
oorlog. Dat is toch de lijn van het kabinet?
Minister Berendsen:
Dat is op dit moment de lijn van het kabinet. Maar tegelijkertijd
verwijs ik naar dat deze motie niets zegt over of ze over nu of over
later gaat; het is überhaupt "geen". In dit geval is het zoals ik al
zei: we kunnen de toekomst van het conflict niet voorspellen, en daarom
ontraden wij deze motie.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nog één keer, tot slot. Dit kabinet zegt toch dat er geen steun wordt
gegeven? Deze motie dien ik juist in omdat ik het nogal onduidelijk vind
wat het kabinet precies vindt, met die verschillende
woordvoeringslijnen. Dit zou helderheid moeten verschaffen. Ik kan me
voorstellen dat u zegt dat ze overbodig is omdat dat het beleid is, maar
u zegt hier gewoon: ontraden. Ik heb de heer Bontenbal heel goed
gehoord. Overigens begreep ik dat nog, dat je zegt dat "nooit" niet
bestaat, dus dat je, als je zoiets absoluuts vraagt ... Dat vragen we
ook helemaal niet. Het gaat erom wat nú de positie van het kabinet is.
Ik mag toch hopen dat de positie van het kabinet is dat er geen
politieke of militaire steun wordt gegeven aan deze oorlog. Dat is toch
de positie, of niet?
Minister Berendsen:
Dit kabinet heeft geen enkele intentie om hier direct bij betrokken te
raken. In het dictum stond dat een illegale en roekeloze oorlog een
...
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, het gaat om de motie op stuk nr. 644. Het spijt me, ik val
de minister in de rede. In de motie staat: verzoekt het kabinet geen
politieke of militaire steun aan de Amerikaanse en Israëlische oorlog
tegen Iran te verlenen. That's it.
Minister Berendsen:
Ik blijf erbij dat we de toekomst van het conflict niet kunnen
voorspellen en dat wij geen enkele intentie hebben om op dit moment in
dat conflict betrokken te raken. Daarmee ontraden we deze motie.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik heb zojuist aangegeven dat we niet hebben gekozen voor het
woord "nooit". We weten namelijk niet wat er hoever in de toekomst
allemaal gaat gebeuren. Het gaat over nu. Dus u ontraadt 'm? Sorry, ik
begrijp dit echt niet. Daarmee zegt u eigenlijk: dit is niet het beleid
van het kabinet; dit is niet wat wij vinden. Nou, dan is dat ook
helder!
Minister Berendsen:
Nee, er staat: verzoekt het kabinet geen politieke of militaire steun te
verlenen. Er staat niet: verzoekt het kabinet nú geen politieke steun te
verlenen. Er staat: verzoekt het kabinet geen politieke of militaire
steun te verlenen.
De voorzitter:
Ja, dus u blijft bij uw appreciatie.
Minister Berendsen:
Ja, ik blijf bij de appreciatie.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Prima, dan maken we ervan: om nu geen politieke of militaire steun te
geven. Krijgt de motie dan oordeel Kamer?
Minister Berendsen:
Ik denk dat die in dat geval overbodig is, want we hebben dit net in het
debat aangekondigd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 644 is in de huidige formulering ontraden. Indien
de heer Klaver de motie voor dinsdag wijzigt, zal deze de appreciatie
"overbodig" krijgen.
Dan gaan we nu door naar de motie op stuk nr. 645.
Minister Berendsen:
De motie-Klaver op stuk nr. 645 over de Libanese regering: oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 647 over ons binnen de EU inzetten voor het
coördineren van de repatriëring: oordeel Kamer. Wel wil ik daar nog de
evaluatie van de huidige operatie in meenemen.
De motie-Dassen op stuk nr. 648 over EU-samenwerking op het gebied van
de-escalatie: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 649 is een spreekt-uitmotie. Ik heb begrepen dat
die geen appreciatie behoeft.
De voorzitter:
Correct!
Minister Berendsen:
De motie-Bontenbal op stuk nr. 650: oordeel Kamer.
De motie-Ceder op stuk nr. 651: oordeel Kamer. Dat is staand
beleid.
De motie-Markuszower op stuk nr. 655 over migratie in eigen regio:
oordeel Kamer. De andere moties liggen als het goed is bij mijn
collega's.
De motie-Wilders op stuk nr. 657: ontraden onder verwijzing naar het
debat.
Ook bij de motie-Wilders c.s. op stuk nr. 658 over het sluiten van de
ambassade verwijzen we naar het debat. Dit onderwerp is besproken.
De voorzitter:
Welke appreciatie hoort daarbij?
Minister Berendsen:
Ontraden.
De motie-Wilders/Markuszower op stuk nr. 659: ontraden. Deze motie
verzoekt ons om Trump en Netanyahu de Nobelprijs voor de Vrede toe te
kennen. Wij zien daar op dit moment geen reden toe.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 660.
De heer Wilders (PVV):
En vandaag is het donderdag, hè! Maar even serieus: u moet wel ... Nou
ja, u moet natuurlijk niks, maar het is wel beleefd om hier even wat
meer duiding aan te geven. Dat heeft u namelijk niet in uw termijn
gedaan. U kon natuurlijk ook niet weten dat ik hiermee zou komen, maar
het zou fijn zijn als u het even iets meer inhoudelijk doet en dus niet
alleen met een appreciatie komt omdat u hier geen zin in heeft.
De voorzitter:
De heer Wilders wenst graag een toelichting op de motie op stuk nr.
659.
Minister Berendsen:
Dat begrijp ik. Ik ga toch nog even verwijzen naar het debat dat we
gehad hebben over het internationaal recht. We hebben er begrip voor dat
Israël en de VS zich hiertoe genoodzaakt voelden, maar gezien de kaders
van het internationaal recht, die we besproken hebben, zien we op dit
moment geen aanleiding om dit te doen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Wilders (PVV):
Ik zet een streep onder "op dit moment". Dat zou namelijk betekenen dat
het in de toekomst kan veranderen. Dat is goed nieuws.
Minister Berendsen:
We kunnen de toekomst nooit voorspellen, maar dit is nu niet aan de
orde.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 660.
Minister Berendsen:
Even kijken. Nee, ik ga niet naar de motie-Wilders op stuk nr. 660, want
die ligt bij mijn collega.
Ik ga naar de motie-Wilders op stuk nr. 661. Dat is een motie van
afkeuring over de interventie van Nederland bij het Internationaal
Gerechtshof. Daar wil ik even bij opmerken dat wat ik hierin lees, niet
past bij de wijze waarop wij dit gedaan hebben. Wij voegen ons niet in
de zaak. Het gaat om een procesneutrale interventie. Dit doen wij
regelmatig, ook in genocidezaken. Wij interveniëren in andere zaken. Dat
past ook bij het profiel van Nederland als gastland. Wij kiezen hiermee
geen partij. Dit gaat strikt om de interpretatie van het Genocideverdrag
en de bijdrage die wij vanuit een juridisch kader daaraan kunnen
leveren. Natuurlijk zeg ik ook een brief toe aan de Kamer, om die
informatie verder en uitgebreider te kunnen delen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel graag meer informatie, want eerlijk gezegd begreep ik helemaal niks
van wat ik net hoorde. Ik wil graag dat u in die brief opneemt hoe zo'n
besluit binnen het kabinet tot stand komt. In welke andere zaken, in de
afgelopen tien jaar bijvoorbeeld, heeft u hetzelfde gedaan en waarom? Op
basis van welke feiten heeft de minister van Buitenlandse Zaken tot deze
interventie, mocht die er zijn, besloten? Ik begreep net dat die er
misschien niet is. Heeft de minister van Buitenlandse Zaken hier zelf
onderzoek naar verricht? Kan de minister dat dan ook opnemen in de
brief? Heeft de minister, als hij onderzoek heeft verricht, misschien
ook overleg gehad met bijvoorbeeld de Israëlische autoriteiten? Met
andere woorden: ik wil een zeer uitgebreid relaas over hoe zoiets tot
stand is gekomen.
De voorzitter:
Kunt u dat toezeggen?
Minister Berendsen:
Zeker zeggen we dat toe. In dit geval gaat het dus niet om de feiten.
Het gaat om de interpretatie van het Genocideverdrag waar wij een
juridische interventie aan geven, zoals we dat ook hebben gedaan bij
bijvoorbeeld Gambia tegen Myanmar en Oekraïne versus Rusland.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Mogen we ook de inhoud van die interventie krijgen?
De voorzitter:
De inhoud van de interventie.
Minister Berendsen:
De inhoud van de interventie is openbaar, volgens mij, dus die kunnen we
daar ook bij voegen.
De heer Brekelmans (VVD):
We wachten de brief af, maar om in ieder geval enige opheldering te
krijgen vraag ik of het klopt dat de interventie die Nederland zal doen
een algemene interpretatie is van hoe Nederland het Genocideverdrag
leest, maar dat Nederland geen standpunt zal innemen of Israël wel of
geen genocide heeft gepleegd. Wat daar ook over rondgaat, of het nou in
de media is of op social media, klopt dus niet. Nederland geeft een
toelichting op hoe wij het Genocideverdrag lezen in algemene zin.
Minister Berendsen:
Dit klopt helemaal.
De heer Wilders (PVV):
Dan heb ik toch een vraag. Waarom heeft u het dan gedaan? Het staat nu
al in verschillende media op een andere manier dan hoe u het uitlegt.
Het is op z'n minst knullig en onhandig door iemand gedaan. Waarom doet
u dit?
Minister Berendsen:
Ik ga niet over hoe de media erover berichten. Het is door andere
partijen online gezet. Ik zal in de brief uitgebreid toelichten waarom
Nederland dit doet met alle informatie die daarbij hoort. Het gaat om
het juridisch kader, de ontwikkeling van de internationale rechtsorde en
onze interpretatie van het Genocideverdrag en niet om de feiten in deze
zaak.
De heer Wilders (PVV):
Ten slotte. Als die brief niet bevredigend is, is dit een apart debat
waard, dat ik dan volgende week zal aanvragen. Ik zou de minister willen
vragen om in ieder geval voor dinsdagochtend 10.00 uur die brief naar de
Kamer te sturen, zodat hij op tijd voor de regeling arriveert. Kunt u
dat toezeggen?
Minister Berendsen:
Wij gaan ons best doen om dat zo snel mogelijk te doen. Ik kan uit mijn
hoofd niet bepalen of dat een haalbaar tijdstip is. Als dat haalbaar is,
zullen we dat zeker doen en heeft u die toezegging van mij.
De heer Wilders (PVV):
Heel veel fracties in de Kamer willen hier duidelijkheid over hebben. We
hebben hier de procedure dat wij dinsdag debatten kunnen aanvragen. Het
is dus geen onredelijke vraag. Ik vraag niet om hem morgen te sturen.
Als u hem dan dinsdag voor 12.00 uur, in ieder geval voor wij daarover
besluiten, kunt sturen, dan zou dat enorm helpen.
Minister Berendsen:
Dit is een zorgvuldig besluit geweest. Alle informatie is beschikbaar,
dus ik ga ervan uit dat dat ook lukt.
De voorzitter:
Dat is een toezegging. Meneer Paternotte.
De heer Paternotte (D66):
Het is goed dat het kabinet dit deed. Het is inderdaad ook niet gek,
want ook bij een eerdere genocidezaak, Gambia-Myanmar, heeft Nederland
die interventie geplaatst. Er is een hele trits landen die daaronder
staat. Ik meen dat onder andere België eronder staat. Uiteindelijk
bepaalt het Internationaal Gerechtshof of de genocidezaak van
Zuid-Afrika slaagt of niet. Dat is waarschijnlijk ook het moment waarop
het Nederlandse kabinet een standpunt zal innemen. Ik vraag het kabinet
om vooral ook die verhoudingen goed te schetsen in de brief.
Minister Berendsen:
Ja.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 664 ontraden we. De Nederlandse betrokkenheid bij
de totstandkoming is gering, een evaluatie bewerkelijk en middelen zijn
beperkt. Maar we blijven natuurlijk altijd inzetten op een diplomatieke
oplossing.
Tot zover mijn gedeelte van de moties.
De voorzitter:
Ik dank u wel. De motie op stuk nr. 664 is ontraden, gaf u aan. Het
woord is aan de minister-president.
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 643 ontraad ik. Dit is
precies de opdracht waar de minister van KGG en de staatssecretaris voor
staan. Zij zullen op momenten dat dat gedienstig is met aanscherping van
beleid komen, maar er is nu geen noodzaak om acuut een ander plan te
maken dan waar zij al mee bezig zijn.
De motie op stuk nr. 646 van de heer Klaver is overbodig. De aansporing
om ons werk te doen hebben we als kabinet niet nodig.
De motie op stuk nr. 652 van de heer Ceder c.s. geef ik oordeel Kamer.
Wij zullen richting de augustusbesluitvorming bezien wat nodig is om
gericht bepaalde huishoudens uit inkomensgroepen te ondersteunen. In de
brief van aankomende maandag zullen deze opties al worden geschetst,
zoals ik al aangaf. De motie krijgt dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 654 van de heer Eerdmans krijgt oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 656 ontraad ik onder verwijzing naar het debat en
naar de brief van aankomende maandag.
De motie op stuk nr. 660 — het zal de heer Wilders niet verrassen —
ontraden we vanwege een echt andere kijk op dit vlak.
De motie op stuk nr. 662 van het lid Keijzer is ontijdig. Mevrouw
Keijzer zou de motie eventueel ook kunnen aanhouden. Wij hebben het
advies van de Raad van State nog niet en we weten dus nog niet of dat
advies aanleiding zal geven tot enige aanpassing. Dus het onverwijld
doorsturen van een wetsvoorstel kan ik nu geen oordeel Kamer geven.
Wellicht dat mevrouw Keijzer de motie wil aanhouden totdat het advies
van de Raad van State er is. Anders moet ik de motie ontijdig
verklaren.
De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, mevrouw Keijzer?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Er is volgens mij afgelopen dinsdag een motie aangenomen waarin ook
gevraagd is om onverwijld iets naar de Kamer te sturen. Ik zal even
kijken hoe die motie geapprecieerd is en vervolgens naar bevind van
zaken handelen. U hoort dus nog van mij.
De voorzitter:
We gaan het zien op de stemmingslijst.
Minister Jetten:
Als u mij toestaat, voorzitter, wil ik tot slot een oordeel geven over
de motie op stuk nr. 663 van het lid Struijs. Dan heb ik daarna alle
tijd voor de heer Klaver. De motie op stuk nr. 663 geef ik oordeel
Kamer, waarbij ik wel wil opmerken dat een deel van de gevraagde
informatie waarschijnlijk alleen in de commissie voor de Inlichtingen-
en Veiligheidsdiensten met u gedeeld kan worden.
De voorzitter:
De heer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Even een opmerking over de motie op stuk nr. 646. Wij zien die niet
helemaal als staand beleid. We hebben gewoon gezien dat het
buitenlandbeleid is aangescherpt door de minister van Defensie. Wij
hopen dat in de toekomst niet meer te zien. Ik hoop dat de
minister-president er goed op zal letten dat het primaat bij de minister
van Buitenlandse Zaken ligt en niet bij de minister van Defensie.
Minister Jetten:
Zo zijn ook de verhoudingen. Dat is door alle drie deze leden van het
kabinet al meermaals gezegd in de afgelopen tijd.
De voorzitter:
Tot slot de minister van Defensie.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Voorzitter. Ik heb hier de motie op stuk nr. 653 van de heer Vermeer.
Deze motie geef ik oordeel Kamer onder verwijzing naar het debat. We
hebben met elkaar afgesproken en ik heb toegezegd dat we voortaan de
artikel 100-procedures breder zullen aanvliegen. Dat is ook hoe we het
zullen inrichten, met standaard ook het aanbod om met besloten briefings
te werken, waarin zaken die niet alleen relevant zijn voor het mandaat
nog steeds worden opgenomen. Wij passen de procedure in die zin dus aan
in de toekomst. De motie krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde
van het kabinet.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik heb in de schorsing even geteld: met maar liefst 81 leden hebben we
besloten om dinsdag aanstaande te stemmen over de voorliggende
moties.
Ik schors de vergadering tot 20.00 uur, waarna we beginnen met het debat
over de Europese top.
De vergadering wordt van 19.09 uur tot 19.59 uur geschorst.