[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Debat over de Europese top van 19 en 20 maart 2026 (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D11578, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-13 09:16, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Europese top d.d. 19-20 maart 2026

Europese top d.d. 19-20 maart 2026

Aan de orde is het debat over de Europese top d.d. 19-20 maart 2026.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de Europese top van 19 en 20 maart 2026. Nog steeds is de minister-president in ons midden, dus welkom heten is niet meer nodig. Dat is al vroeg vandaag gebeurd. Wel heet ik welkom de heer Dassen, hier bij het spreekgestoelte, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de fractie van Volt. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Volgende week gaat de premier naar de eerste echte Europese top. Ik had hem een rustiger begin gegund, want wie dacht dat de wereld niet nog onzekerder kon worden, komt helaas bedrogen uit. We leven in een wereld waarin de wetten van de jungle steeds meer gelden. Conflicten escaleren en internationale regels staan onder druk. Juist daarom moet Europa duidelijker kiezen waar we voor staan in een wereld die steeds verder kantelt. We zouden moeten strijden voor een politiek Europa, een economisch Europa, een sociaal Europa, een fiscaal Europa en een Europa met een eigen buitenland beleid en een eigen beleid van zelfverdediging, dat zich zeker niet laat gijzelen door Trump.

Voorzitter. Een belangrijk onderdeel daarvan is Oekraïne. Terwijl Oekraïne vecht voor de Europese waarden, probeert Orbán met een verkiezingsstunt een nieuw Europees steunpakket van 90 miljard euro te blokkeren. Het is de zoveelste keer dat hij Europese steun aan Oekraïne dwarsboomt via het vetorecht. Ondertussen zijn er ook signalen dat Rusland via social media probeert invloed uit te oefenen op de Hongaarse verkiezingen. Ik vind dat ontzetten zorgelijk. Hoe ziet de minister-president de rol van Nederland in het doorbreken van deze impasse? Ik weet dat hij daar zelf ook zeer veel belang aan hecht. En wat kan Europa doen om te zorgen dat de verkiezingen in Hongarije eerlijk verlopen? Dat vraag ik zeker ook gezien de discussies die we afgelopen week in eigen land hadden.

EU-lidmaatschap is niet alleen een politieke belofte, maar ook een veiligheidsgarantie. Toch zien we dat sommige lidstaten de toetreding opnieuw proberen te vertragen door vast te houden aan het klassieke tempo van uitbreiding. Mijn fractie vindt het cruciaal dat Oekraïne toegang krijgt tot het EU-lidmaatschap. Wat ons betreft is dat zo snel mogelijk, ook als dat gefaseerd gaat. Ik hoor graag hoe de minister-president daarnaar kijkt en welke opties hij ziet, ook in lijn met de voorstellen van de Europese Commissie.

Voorzitter. De stijgende energieprijzen en de situatie in Iran laten opnieuw zien hoe kwetsbaar Europa is door zijn afhankelijkheid van fossiele energie. Sommige lidstaten willen nu het ETS afzwakken. Het kabinet wil dat, terecht, niet. We zullen sneller moeten afbouwen. Dat is juist in het belang van onze soevereiniteit. Wat gaat Nederland in Europa actief bepleiten om onze fossiele afhankelijkheid daadwerkelijk af te bouwen? Gaat het kabinet, gezien de oorlog in Iran, pleiten voor een gezamenlijke gasinkoop, zoals we dat een paar jaar geleden ook hebben gedaan? Dat is juist om ervoor te zorgen dat we niet tegen elkaar op hoeven te bieden. Graag een reactie.

Voorzitter. Dan Palestina. We zien in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever de voortdurende erosie van het internationaal recht en we zien het geweld dat daar gepleegd wordt. Door bommen ontheemde Gazanen staan elke dag op met roet op hun tenten, op hun eten en in hun longen. Tegelijkertijd kiest Israël er sinds de aanval op Iran voor om de humanitaire hulp verder te beperken, met grote gevolgen voor iedereen daar. Wat is nu de inzet van Nederland als het hierom gaat? Hoe staat het met de medische evacuaties? Is Nederland bereid zich actiever in te zetten voor Europese sancties vanwege het geweld door de kolonisten, maar ook breder, tegen de regering-Netanyahu? Dat vraag ik ook gezien de interventie die het kabinet vandaag gedaan heeft. Als ik daarover lees en als ik de juridische tekst eronder lees, dan lees ik eigenlijk: als dit soort daden worden gepleegd, dan moet er veel harder ingegrepen worden, by all means necessary. Dan zou ik ook zeggen dat dit kabinet meer zou moeten doen.

Voorzitter. De terugkeerhubs. Veel ngo's en deskundigen spreken hierover ernstige zorgen uit. Het sturen van mensen naar onbekende derde landen met onduidelijke verblijfsvoorwaarden brengt grote risico's op mensenrechtenschendingen met zich mee. Hoe borgt het kabinet dat eventuele terugkeerhubs volledig voldoen aan Europees en internationaal recht? Hoe beoordeelt het deze signalen? Kan worden aangegeven aan welke landen het kabinet zelf denkt?

Voorzitter, ten slotte. Een volwassen Europa heeft een volwassen begroting nodig: het MFK. Dit kabinet wil lagere EU-afdrachten en wil bestaande budgetten herprioriteren. Maar ja, op die manier word je in mijn ogen geen wereldmacht.

Over één andere zaak hebben we nog niet gesproken. Dat zijn de eigen middelen. Als we meer ophalen via de eigen middelen, dan kan dat een lagere afdracht betekenen. Dat is een win-win. Wat is de inzet van het kabinet als het gaat over de nieuwe eigen middelen? Wat is de inzet van het kabinet in deze hele discussie over een grotere begroting?

Voorzitter, mijn laatste vraag. Ik ben blij dat het kabinet niet blij is met het Duits-Italiaanse voorstel, zeker ook omdat dat gaat over verdere decentralisatie. Ik hoop juist dat het kabinet pleit voor meer Europese integratie.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Klos, die een interruptie heeft. We kunnen verschillende dingen doen: we kunnen tien interrupties in totaal doen of we kunnen niet maximeren maar dan doen we de interrupties niet in drieën maar in tweeën. Zullen we niet maximeren en in tweeën doen? Meneer Klos, twee interrupties.

De heer Klos (D66):
Ik hoorde Dassen aan het begin van zijn betoog zeggen: we hebben een veel sterker Europa nodig, met alle elementen die erbij horen. Dat ben ik zeer met hem eens. Deze zomer gaat IJsland een referendum houden om bij de Europese Unie te horen. Het klassieke dilemma gaat over verbreding versus verdieping. Hoe meer leden je hebt, hoe moeilijker het soms wordt om te gaan verdiepen. Hoe kijkt de heer Dassen naar dat dilemma? Is hij voorstander van IJslands toetreding? Hoe zouden we daarmee moeten omgaan?

De heer Dassen (Volt):
Dit is inderdaad een dilemma. Ik ben van mening dat als we willen uitbreiden, we ook moeten verdiepen. Als we straks 37 landen binnen de Europese Unie hebben en we houden nog steeds vast aan het veto … Het is nu al onmogelijk om daadkrachtig op te treden in de wereld. Daar zullen we echt vanaf moeten om te zorgen dat we slagvaardig blijven. In mijn ogen zal dat dus hand in hand moeten gaan. Daar pleit ik ook in mijn betoog voor. Je ziet dat de wereld snel aan het veranderen is en dat het geopolitiek gezien in ons belang is om te zorgen dat landen die bij de Europese Unie willen horen hier aansluiting zoeken. In mijn ogen moeten verdieping en verbreding hand in hand gaan, maar het kan niet zo zijn dat we alleen maar gaan verbreden, want dan verzwakken we de Europese Unie.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Klos (D66):
Afrondend. Zou het dan kunnen dat de Europese Unie in verschillende lagen gaat opereren; dat je misschien een kern krijgt die wat sterker geïntegreerd is en leden daarbuiten die misschien nog niet aan alle projecten meedoen? Of ziet de heer Dassen dat als onwenselijk?

De heer Dassen (Volt):
Dat is waar Macron een tijd geleden ook voor heeft gepleit. De Europese Unie is al een unie van verschillende snelheden. Als je ziet hoe we in de Benelux met elkaar zijn geïntegreerd, dan lopen wij voor ten opzichte van de integratie die je misschien met andere landen hebt. Zo geldt dat ook voor andere groepen landen binnen de Europese Unie. Dus dat is er al.

Waar ik voor wil waken, is dat we overal in kleine groepjes stappen ondernemen waar andere landen vervolgens niet meer bij aansluiten, want dan heb je geen gezamenlijke unie meer. Ik ben het dus met de heer Klos eens dat we moeten kijken of we in groepen gezamenlijke stappen vooruit kunnen zetten waar andere landen ook daadwerkelijk bij gaan aansluiten. Het moet niet zo zijn dat we dadelijk een groep landen hebben die heel erg met elkaar samenwerken en dat andere landen afgehaakt zijn, want dan hebben we geen Europese Unie meer, dan hebben we groepjes van landen die samenwerken. Dat zou in mijn ogen de doodsteek zijn van het Europese project. Uiteindelijk moeten we toe naar de verenigde staten van Europa, want dat is de enige manier waarop we ons kunnen handhaven in deze wereld.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan de heer Klos namens de fractie van D66.

De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Ik heet de premier welkom bij zijn eerste Kamerdebat voorafgaand aan een Europese Raad, aan deze kant van de zaal. Nog niet eerder had Nederland zo'n onbeschroomd pro-Europese minister-president. Premier Jetten is daarmee ook fundamenteel eigentijds. De steun voor de Europese samenwerking staat op het hoogste punt ooit gemeten. Met die steun moet het kabinet, wat D66 betreft, ook direct aan de slag.

Voorzitter. Terwijl de ogen van de wereld zich richten op de Straat van Hormuz dendert Rusland door met zijn redeloze agressieoorlog in Oekraïne. Het cynische feit is dat de Amerikanen in vier dagen oorlog in Iran meer raketten hebben afgevuurd die luchtaanvallen onschadelijk kunnen maken, dan Oekraïne in vier jaar oorlog met Rusland. In 2026 heeft Oekraïne inmiddels meer militaire steun geleverd aan de Verenigde Staten, dan andersom.

Alle ogen zijn dus nu op Europa gericht om Oekraïne te helpen met een grote lening en een nieuw Russisch sanctiepakket. De regeringsleiders moeten daarvoor wel tot een oplossing komen voor de blokkadepolitiek van Orbán. Het kabinet zegt dit ook te willen doen, lees ik in de geannoteerde agenda, maar welk leiderschap wil het daarin laten zien? Wil Nederland druk zetten op Hongarije via artikel 7 of misschien artikel 259, of met het verder dichtknijpen van geldstromen? Of ziet het kabinet nog alternatieve oplossingen die op tijd komen voor Oekraïne? Ik hoor graag een reactie van de premier.

Voorzitter. Voor de premier zal de Europese Raad voor een deel aanvoelen als een déjà vu. Opnieuw wordt Europa geconfronteerd met de desastreuze gevolgen van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Als energieminister moest de premier in Brussel noodmaatregelen nemen om de prijs te drukken en de energietransitie te versnellen. Nog maar enkele jaren later lijkt Europa de lessen van de vorige energiecrisis alweer te zijn vergeten. Klimaatwetgeving gericht op onafhankelijkheid en economische groei staat onder druk van gevestigde belangen. Nu hebben ze de ruggengraat van die wetgeving ook in het vizier: het Europese handelssysteem voor uitstootrechten, ook wel bekend als ETS. Het kabinet zegt pal te willen staan voor dat systeem en dat is goed nieuws. Maar welke mogelijkheden ziet het kabinet om daadwerkelijk ook meerderheden te smeden voor dat standpunt?

Voorzitter. Toen de bommen begonnen te vallen in het Midden-Oosten stond Europa erbij en keek ernaar. De Europese Commissie besloot er na het weekend over te vergaderen. De lidstaten hielden er ieder een ander standpunt op na en niemand vond het nodig om daarnaar te luisteren. Er kwam geen Europese Veiligheidsraad bijeen, want die bestaat nog niet. Het was alsof we terug waren in 1963, toen op het hoogtepunt van de Cubacrisis de Europese ministers elkaar de tent uitvochten over visquota.

Nu de geschiedenis en de geopolitiek zo nadrukkelijk op de deur kloppen, kan Europa niet in een hoekje wegkruipen. Het is tijd voor een politieke Unie, een Europa met handelsmacht en met handelsperspectief. Dat vraagt om drastische hervormingen, een aanval op de status quo die vanuit Nederland als hervormingsgezind land kan beginnen. Als het niet kan met 27 landen, dan maar met minder. Welke mogelijkheden ziet de premier voor Nederland om hierin voorop te lopen? Welke democratische hervormingen in het belang van onze economie en veiligheid ziet de premier als noodzakelijk?

Voorzitter. Nederland heeft een unieke kans om in een leidende rol te gaan bouwen aan een nieuw Europa, onafhankelijk, vrij en wendbaar. D66 zal de nieuwe premier aanjagen om die kans te verzilveren.

Dank u wel.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de heer Klos voor z'n op zich Europagezinde betoog. Dat herken ik ook: ambitie. Maar hoe verhoudt zich dat tot de afspraken die in het regeerakkoord zijn gemaakt, met name over de financiering van Europa? Er is ontzettend veel nodig, geopolitiek ook. Dat betekent ook meer mandaat en middelen voor de Europese Unie, maar die zien we niet terug. Sterker nog, de bezuiniging van het vorige kabinet van 1,6 miljard op onze afdracht is nog steeds present in de boeken en niet gerepareerd in de onderhandelingen. Hoe kan dat?

De heer Klos (D66):
Wat ik lees in het coalitieakkoord is dat deze coalitiepartijen een heel erg sterk Meerjarig Financieel Kader willen, waarin wij voor zeven jaar gaan vastleggen wat wij met de Europese Unie willen. We willen heel veel geld, lees ik ook in de geannoteerde agenda, voor de groene, digitale en sociale transities. Ik vertrouw erop dat deze premier met heel veel ambitie naar Europa gaat — dat heb ik hem ook zien doen in de afgelopen weken — om ervoor te zorgen dat die begroting er zo uit komt te zien dat Nederland kan zeggen: ja, dat voldoet aan de wensen van alle Europeanen voor al die grote hervormingen die we moeten gaan toepassen.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Optimisme is een morele plicht, maar premier Jetten moet naar Brussel zonder dat hij iets kan brengen. Sterker nog, hij moet geld ophalen, per saldo. Dat is de opgave die er nu ligt. Dan is het wel heel erg ingewikkeld om Europa op het ambitieuze pad te krijgen dat D66 bepleit. En wat ik dan ook niet snap, is het pleidooi "je moet geen nationale koppen zetten op Europese afspraken". De grootste nationale kop die dit kabinet zet op een Europese afspraak, is om het tekort niet op -3% te maximeren maar op -2%. Dat betekent 12 miljard euro jaarlijks, structureel, die je aan ruimte weggeeft in een nationale kop op een Europese afspraak. Hoe kan het dat D66 dat geaccepteerd heeft?

De heer Klos (D66):
D66 is een heel groot voorstander van zuinigheid en fiscale prudentie. Die zit er, denk ik, vooral in als wij onze euro's gezamenlijk uitgeven. Daarom ben ik ook zo voor een sterke Europese begroting. Echte zuinigheid is dat je gezamenlijk in Europa aan je prioriteiten gaat werken en dat we dat niet alleen met 27 lidstaten nationaal doen, apart van elkaar, want dan geven we onze euro's half uit en niet heel.

De heer Dassen (Volt):
Bij dat laatste sluit ik mij aan. Een sterke begroting is in mijn ogen ook een begroting die iets meer is dan de huidige Europese begroting, waardoor je ook echt kunt investeren in klimaat en defensie. Nu hadden we vorige week een debat met de minister van Defensie, en zij gaf aan dat het kabinet toch eigenlijk geen voorstander is van een grotere begroting en, sterker nog, dat er een grotere korting bedongen moest gaan worden. Ik ben benieuwd hoe D66 daarnaar kijkt.

De heer Klos (D66):
Ik ga niet over de woorden van de minister van Defensie. D66 wil een sterke en gemoderniseerde Europese begroting hebben die voldoet aan de wensen van de huidige tijd en die doet wat Europeanen ervan vragen, namelijk investeren in groene industrie, in klimaat en in defensie en veiligheid. Ik denk dat de minister van Defensie dat ook zeer moet aanspreken.

De heer Dassen (Volt):
Ik hoop ook dat de minister van Defensie dat aanspreekt. Ik snap natuurlijk dat de heer Klos niet over de woorden van de minister van Defensie gaat, maar ik hoop wel dat hij een mening heeft over de uitspraken die zij doet. Volgens mij moeten wij het kabinet en de minister-president dadelijk met een opdracht op pad sturen naar die onderhandelingen, waar het over het MFK gaat. Dus wat zegt D66 nou dat dit kabinet zou moeten doen? De afspraak die D66 met de coalitie heeft gemaakt, is dus blijkbaar dat er minder geld naar de begroting moet gaan.

De heer Klos (D66):
Laat ik van harte omarmen wat de heer Dassen hier zegt en dat wij samen gaan strijden voor een sterke Europese begroting waar al die prioriteiten in zitten. Ik geloof dat dit kabinet daar best een beetje aanmoediging bij kan gebruiken, in ieder geval van Volt en ook van D66.

De heer Vermeer (BBB):
De heer Klos zei in een tussenzinnetje "iets wat voldoet aan alle wensen van al die Europeanen". Suggereert hij daarmee dat alle beslissingen die nu genomen worden niet democratisch genomen worden?

De heer Klos (D66):
Nee.

De heer Vermeer (BBB):
Dat is dan helder. Hij gaf ook aan dat door samen te werken de helft van de euro's uitgegeven wordt. Denkt de heer Klos dus feitelijk dat we het budget voor Europa kunnen halveren als we meer samenwerken? Klopt dat?

De heer Klos (D66):
Integendeel, ik denk dat als wij beter samenwerken, we meer kunnen doen. Defensie is bijvoorbeeld een van de terreinen waar dat voor geldt. Experts zeggen dat we nu gelijktijdig op 27 nationale markten ongeveer hetzelfde aan het kopen zijn en dat je tussen de 75 en 100 miljard euro zou kunnen besparen als je dat iets beter op elkaar af zou stemmen. Als we dat geld eenmaal bespaard hebben, vind ik als D66'er alleen ook dat dat juist ruimte laat om andere dingen meer te doen. Ik zou namelijk juist willen dat we in Europa iets meer macht zouden hebben en dat we de lidstaten daarmee dus ook iets meer financiële ruimte kunnen geven, omdat Europa het gezamenlijk beter kan regelen.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer van Baarle voor zijn inbreng namens DENK. O, u heeft toch nog een interruptie van de heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ja, we zijn zo leuk bezig met elkaar vandaag. Ik heb eigenlijk nog een vraag. De heer Klos gaf terecht aan dat Orbán weer op een vreselijke manier dwarsligt als het gaat om die 90 miljard broodnodige steun aan Oekraïne. Tegelijkertijd zie je dat er al wordt voorgesorteerd op een mogelijke oplossing. Je ziet in de media namelijk dat de Baltics en Nordics bereid zouden zijn om dan bilateraal financieel over de brug te komen.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is of de heer Klos vindt dat Nederland daaraan bij moet dragen. Zou dat wat hem betreft bijvoorbeeld kunnen uit die 3 miljard die binnen dat kader al is vrijgemaakt voor Oekraïne of zou het zelfs, als het nodig is, kunnen om buiten dat kader iets extra's te doen om te zorgen dat Oekraïne de steun krijgt die het broodnodig heeft?

De heer Klos (D66):
Ik vind dat we dat wel serieus zouden moeten overwegen. Ik lees ook de berichten in de media dat als die 90 miljard niet zou lukken, er dan lidstaten klaarstaan om Oekraïne in ieder geval de maanden die er nu volgen te laten overleven. Het IMF heeft daar in deze eerste periode gelukkig ook bij geholpen. Het is natuurlijk schandalig dat Europa er, dankzij de blokkade van Orbán, niet in slaagt om dat nu al te regelen. De suggestie van de heer Van der Lee om het kabinet te vragen serieus te kijken naar de nationale bijdrage die wij zouden kunnen doen als we niet tot een overeenkomst komen bij deze Europese Raad, vind ik zeer terecht. Ik wil daar ook met hem naar vragen.

De heer Stöteler (PVV):
Meneer Klos beroept zich net op een aantal artikelen uit Europese verdragen. Daarmee suggereert hij in ieder geval dat hij daarin thuis is. Het is eerder vandaag veel gegaan over buitenlandbeleid, dus ik wil hem het volgende vragen. Hoe is dat buitenlandbeleid vormgegeven in de Europese Unie, waarvan meneer Klos zegt dat we naar een politieke unie moeten? Hoe is dat geregeld? Wie bepaalt dat? Wie staat ervoor aan de lat om dat uit te dragen?

De heer Klos (D66):
Het buitenlandbeleid ligt bij de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie. In dit geval is dat mevrouw Kaja Kallas van de liberale politieke familie.

De heer Stöteler (PVV):
Dat is de helft. Maar wie bepaalt dat? Ik zal het antwoord maar geven: de Europese Raad bepaalt dat bij consensus. Dat doet die ook bij unanimiteit, maar er wordt niet altijd gestemd, dus je zou eerder zeggen dat het bij consensus gebeurt. We hebben afgelopen week de EU-keizerin, mevrouw Von der Leyen, gezien. Zij pleit aan alle kanten voor regime change in Iran en wat dies meer zij op het internationale toneel. Ik vraag mij af wat meneer Klos zegt dat haar rol daarin is en wat D66 vindt dat de premier daarmee zou moeten doen.

De heer Klos (D66):
Ik denk dat we naar een situatie toe moeten waarin het voor andere landen in de wereld duidelijk wordt wie je belt over het buitenlandbeleid van de Europese Unie. Ik ben daarom ook voor het opheffen van veto's op buitenlandbeleid en op defensie, waar de Kamer ook in meerderheid voor heeft gestemd. Ik zou zeggen dat het buitenlandbeleid in goede handen is bij mevrouw Kallas. De voorzitter van de Europese Commissie handelt ook in lijn met haar mandaat om geopolitieke overwegingen, argumenten en standpunten mee te geven in haar handelen. Dat vind ik niet contrair aan haar positie.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klos. Het woord is nu dan echt aan de heer Van Baarle voor zijn inbreng namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Ik begin met Palestina. De misdaden die Israël pleegt tegen de Palestijnen gaan maar door. Meer dan 70.000 mensen zijn vermoord door de genocide die Israël pleegt in Gaza. Israël heeft naar verluidt alle grensovergangen naar Gaza weer geheel of gedeeltelijk gesloten sinds de oorlog in Iran. Voedsel, brandstof en humanitaire hulp komen er nu nog minder binnen. 2 miljoen mensen zitten opnieuw gevangen in een gebied dat al grotendeels tot puin is gebombardeerd. De humanitaire organisaties die daar nog proberen te helpen, slaan alarm omdat ze worden geweerd. Ze zeggen dat de voorraden bijna op zijn. Dat betekent dat honger opnieuw wordt ingezet als wapen tegen de mensen in Gaza.

Erkent de minister-president dat Israël in Gaza een genocide pleegt? Wat betekent die interventie bij de genocidezaak nu materieel? Klopt het dat het slechts een technische exercitie van de uitleg van Nederland over het Genocideverdrag is? Zo ja, dan is dat wat DENK betreft veel te min. Erkent de minister-president dat honger opnieuw als wapen wordt ingezet door Israël? Erkent de minister-president dat Netanyahu een oorlogsmisdadiger is? Is de minister-president bereid om sancties tegen Israël te bepleiten? Waar zou er in Europees verband een meerderheid op het gebied van sancties tegen Israël kunnen komen? Is de minister-president bereid te bepleiten het EU-Israël-associatieakkoord op te schorten, of op z'n minst onderdelen van het handelsdeel van dat akkoord? Is hij bereid te bepleiten om in Europees verband aanvullende sancties tegen Israël te treffen? Wat gaat Nederland extra bijdragen voor de hulp aan en de wederopbouw van Gaza? Hoe gaat de minister president ook in Europees verband bespreken dat Europa als geheel daarin financiële verantwoordelijkheid gaat nemen?

Ook op de Westelijk Jordaanoever verslechtert de situatie in hoog tempo. We zien het geweld van misdadige kolonisten tegen Palestijnen. Sinds de oorlog in Iran is dit geweld weer opgelaaid. Huizen worden vernield, olijfboomgaarden gekapt en families van hun land verdreven, vaak onder bescherming van het Israëlische leger. Volgens het internationaal recht zijn al die nederzetting in bezet gebied illegaal. Het is een al decennialang bestaand onrecht in de wereld. Toch spreekt de Israëlische regering nog steeds openlijk over het legaliseren van die nederzettingen en over annexatie van de Westelijke Jordaanoever, en zien we steeds weer nieuwe plannen voor nieuwe illegale nederzettingen. Is de minister-president daarom bereid zich in te spannen om aanvullende sancties in te stellen tegen gewelddadige kolonisten? Wat gaat hij doen om in Europees verband eindelijk meerderheden te creëren voor dat aanvullende sanctiepakket? Deelt hij met mijn fractie dat we bij het opnieuw uitblijven van EU-overeenstemming nationale maatregelen moeten gaan nemen tegen deze gewelddadige kolonisten? Wanneer zien we nou eindelijk dat internationale handelsverbod voor producten uit illegale nederzettingen tegemoet? Deelt de minister-president dat Europa veel meer moet doen in de vorm van sancties om de illegale annexaties te stoppen? Dat kan bijvoorbeeld door gewoon heel helder in de richting van Israël te communiceren: als jullie ook nog maar één plan maken voor ook maar één aanvullende nederzetting, dan zullen deze sancties volgen. Is de minister-president bereid dat te bepleiten?

Voorzitter. Tegelijkertijd houdt Israël al een tijd lang Syrisch grondgebied bezet, namelijk de Golanhoogte, en heeft het aanvullend Syrisch grondgebied bezet sinds 2024. Het laat totaal niet zien dat het ook maar bereid is om deze bezetting te stoppen. Is de minister-president bereid om ook dit in Europees verband te veroordelen en te bespreken?

Ik dank u vriendelijk, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van der Lee, die spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het wordt de eerste Europese top voor de premier, althans, in die rol. Ik ben benieuwd hoe hij kijkt naar de positie van Nederland in Europa op dit moment. Kan hij daarbij betrekken wat de impact is geweest van het vorige kabinet, het kabinet-Schoof? Klopt het dat het aanzien van Nederland geschaad is en dat onze positie verzwakt is? Er staan op zich ambitieuze woorden in het regeerakkoord, maar daarbij moet wel de vraag worden gesteld hoe Nederland snel zijn positie gaat versterken, want die positie is toch wel deels teloorgegaan. Als er in het regeerakkoord geschreven wordt dat Nederland de aanjager moet zijn van een geopolitieke en sterke Europese Unie die daadkrachtig optreedt, is het wel de vraag of we dan ook boter bij de vis leveren.

Dan kom ik toch op de financiën. Er is al eerder gesproken over de 1,6 miljard die nog in de boeken staat. Hoe gaat de heer Jetten daar nou mee om? Gaat die van tafel? Of moet hij die echt binnenhalen? Nog belangrijker: waarom is die grote, enorme nationale kop op de afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact terechtgekomen in het regeerakkoord? Op deze manier geeft de coalitie onnodig structureel 12 miljard euro aan ruimte weg. Het hoeft helemaal niet van Europa. Ik denk dat de premier een deel van het geld nodig heeft om bij te dragen aan een veel sterkere Europese Unie, gelet op alle uitdagingen die er zijn.

Ik ga nu niet in op Iran. Daarover hebben we uitvoerig gedebatteerd. Wel zal er op de top zeker gesproken worden over de economische impact, zeker wat betreft de energieprijzen. We hebben het in het verleden meegemaakt bij de start van de oorlog in Oekraïne. Uiteindelijk is ervoor gekozen om de overwinsten van de olies af te romen, om het zo maar even te zeggen. Ik zou de premier willen oproepen om zich in te zetten voor afspraken over een winstplafond op gas. Dat zijn namelijk toch de partijen die als eerste profiteren in dit soort momenten van schaarste, en megawinsten maken. Toen heb ik aangedrongen op de voorbereiding van een instrument, zodat dat kan worden ingezet als zo'n situatie zich herhaalt. Het vorige kabinet was daar niet toe bereid, maar ik denk dat we er snel werk van moeten maken. Wat mij betreft kan dat ook een plek krijgen in de brief die al is toegezegd en maandag naar de Kamer komt.

Oekraïne is echt de dupe van electoraal gedreven dwarsliggerij van Orbán. Ik vind het echt schandalig dat hij die 90 miljard blokkeert. Tegelijkertijd is dat een gegeven. Ik zou aan de premier willen vragen of Nederland bereid is om, mocht het nodig zijn, bij te dragen aan de oplossing die de Nordics en de Baltics schetsen, daarvoor al eventueel geld in te zetten dat gereserveerd is en, als het echt niet anders kan, buiten het kader acute financiële hulp te leveren.

Ik heb op veel punten gezien dat de discussie over de financiering van Oekraïne enorm complex is. Ik betreur het wel erg dat de aangenomen motie-Klaver niet wordt uitgevoerd. Ik betreur het ook dat ervoor gekozen is om de steun aan Oekraïne volledig binnen het kader te plaatsen, juist omdat er een nationale kop op is gezet. We zetten het tekort en onze schuldpositie elke keer op nummer één en gaan voorbij aan de acute nood die we moeten lenigen.

Dan heb ik nog een paar vragen over het concurrentievermogen en over de Industrial Accelerator Act, die is gepresenteerd. Ik zou de minister willen vragen naar de situatie waarin het "made in Europe"-plan opeens om meer dan 80 landen gaat. Op deze manier gaat dat 'm niet worden. Kan de minister op z'n minst toezeggen dat er op een bilaterale manier ingegrepen kan worden in de handelsrelatie met de landen buiten de EU die daar nu onder vallen, als u ziet dat zij op oneigenlijke wijze concurreren met de Europese economie?

De voorzitter:
U rondt af.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Over de voortdurende en nadrukkelijke inzet op deregulering wil ik van de minister toch horen dat hij zich ervoor inzet dat de bescherming van werknemers wat betreft hun veiligheid niet op het spel mag worden gezet.

De voorzitter:
Een interruptie van de heer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoorde collega Van der Lee over de Industrial Accelerator Act zeggen dat dat ook landen zijn waarmee we handelsverdragen hebben gesloten. Die mogen niet meedoen in dit programma van "made in Europe". Hoe kijkt collega Van der Lee ernaar dat we handelsafspraken met die landen hebben gemaakt, handelsdeals gesloten, en we vervolgens economische muren gaan opwerpen?

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Nou, "economische muren"? Ik denk niet dat dat wordt bepleit. Wel wordt bepleit dat je kijkt naar mogelijkheden, ook vanwege de geopolitieke situatie en concurrentie, ook vanuit bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Je zult meer stappen moeten zetten om je eigen industriële activiteiten te beschermen. We hebben verdragen met de Verenigde Staten, maar we zien in de praktijk wat die waard zijn. Als wij alleen maar zeggen "we hebben ooit een afspraak gemaakt en daar zullen we nooit meer aan tornen", dan hebben we echt het nakijken. Dat we onze eigen Europese industrie om strategische redenen wat meer willen beschermen, is denk ik een cruciale stap. Dat kan op heel veel manieren, echt niet alleen door bijvoorbeeld het instellen van tarieven. Dan vind ik het merkwaardig als Buy European de halve wereld omvat. Dat is toch een beetje een merkwaardige keuze.

De heer Hoogeveen (JA21):
Wij maken handelsafspraken met landen omdat we er allebei voordeel van hebben. Wij kunnen onze producten daar verkopen en wij kunnen sommige producten misschien wat goedkoper inkopen. En dan gaan we met de Industrial Accelerator Act besluiten wat er uit Europa moet komen. Dat wordt dan van bovenaf besloten. Dat is extreem bureaucratisch, extreem omslachtig en ook nog eens een klap in het gezicht van al die landen waar wij handelsafspraken mee hebben gemaakt, waarbij wij zeiden: wij willen juist zo veel mogelijk vrijhandel met jullie hebben. Vindt u dat niet een klap in het gezicht van die landen waar wij handelsafspraken mee hebben gemaakt?

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Nee, ik vind dat geen klap in het gezicht. Ik denk dat allerlei andere landen ook op deze manier reageren op de nieuwe geopolitieke context. Kijk maar hoe iedereen zich moet verhouden tot de Verenigde Staten, die op de meest willekeurige momenten en op de meest willekeurige manieren allerlei tarieven opleggen en voorbijgaan aan geldende handelsverdragen. Als je dat allemaal maar laat gebeuren, dan heb je het nakijken als Europa, denk ik. Dat daar Europees iets aan gedaan wordt, lijkt me dus terecht. Ik zeg ook dat Buy European breder geformuleerd mag worden, maar dat je er wel voor moet zorgen dat als je bilateraal iets moet doen tegen een van de landen uit die groep, je wel wat instrumenten hebt. Het is immers niet automatisch zo dat de wederkerigheid overeind wordt gehouden in de handelsverdragen in deze geopolitieke tijd.

De heer Klos (D66):
We hadden het zojuist ook over de korting op de Europese begroting. Nederland kreeg die voor het eerst onder een PvdA-premier, de partij waar de heer Van der Lee vandaag namens spreekt. Die werd geïntensiveerd in 2014: een grote korting onder het kabinet-Rutte II. Daarin speelde de PvdA ook een grote rol, zeker op Financiën. Hoe kijkt de heer Van der Lee daarop terug? Heeft hij daar spijt van of kijkt hij daar anders naar met de kennis van vandaag?

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
U brengt mij in gewetensnood, want u vraagt mij naar een voorgeschiedenis waar ik destijds niet zelf verantwoordelijk voor was, omdat ik toen in een andere partij zat. Dat is op zich dus slim gedaan. Op zich snap ik goed dat landen scherp zijn, zeker nettobetalers. Ik vind wel dat in onze discussie nooit ... Nee dat is niet waar. Ik vind dat er veel te weinig wordt gekeken naar: wat krijg je ervoor terug? Ik denk dat Nederland de lidstaat is die misschien wel het meest heeft geprofiteerd van de Europese vrije markt. Ik kan mij nog een rapport herinneren over 25 jaar euro waarin dit allemaal is nagerekend. Als je ziet hoeveel wij verdiend hebben en nog steeds verdienen — wij hebben immers het grootste handelsoverschot met de lidstaten in de Europese Unie — lijkt het mij heel terecht dat daar een nettobetalerspositie tegenover staat.

Ik ben het er ook absoluut mee eens dat je ervoor moet zorgen dat geld goed wordt uitgegeven. Maar we leven nu in zo'n uitdagende situatie dat ik niet snap dat die korting die het vorige kabinet heeft opgelegd en waarvan het Centraal Planbureau in de doorrekening van de verkiezingsprogramma's heeft gezegd dat die totaal niet realistisch is en daarom niet is meegenomen, gewoon in de boeken is blijven staan en dat de partijen in de onderhandelingen dit probleem niet hebben opgelost, waardoor de heer Jetten met een gigantische hypotheek naar Brussel afreist. Hij moet immers geld halen in plaats van dat hij kan bijdragen. Dat is toch niet wat D66 zou moeten willen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Klos (D66):
Ik houd het dan even bij de mooie reflectie op de geschiedenis van de korting op de begroting. Ik ben het zeer eens met de constatering dat Nederland profiteert van de Europese begroting en dat wij daar dus zorgvuldig mee om moeten gaan.

De heer Stöteler (PVV):
Meneer Van der Lee had het net over Oekraïne en Hongarije. Ik wilde meneer Van der Lee vragen wat hij vindt van de volgende quote: "We hopen dat niemand binnen de Europese Unie de betaling van 90 miljard of de eerste tranche daarvan aan Oekraïense soldaten zal blokkeren. Anders geven we het adres van deze persoon door aan onze strijdkrachten, onze mannen. Laat hen hem bellen en met hem communiceren in hun eigen taal." Wat vindt meneer Van der Lee daarvan?

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet van wie die quote is, maar ik ben tegen het bedreigen van mensen in het algemeen en van politici in het bijzonder.

De heer Stöteler (PVV):
Dat is fijn om te horen. Nu we interrupties in tweeën doen, heb ik nog even een totaal andere vraag. Het ging zo-even ook al over internationale handelsdeals. Nu ken ik het standpunt van GroenLinks over Mercosur. Het Europees Parlement heeft bij Mercosur gezegd: nee, laat het niet in werking treden; leg het eerst voor advies voor aan het Europese Hof van Justitie. De voorzitter van de Europese Commissie Von der Leyen heeft gezegd: ja, fuck it, laat maar gaan; ik ga dat voorlopig nog gewoon even ratificeren en in werking laten treden. Wat vindt meneer Van der Lee daar dan van?

De voorzitter:
Ik weet overigens niet of we dat woord opnemen in de Handelingen. Vroeger had je het lijkenkistje. Dat bestaat niet meer, maar laten we het een beetje parlementair houden hier.

De heer Stöteler (PVV):
Daar mag wat anders voor gevonden. Sorry, in mijn enthousiasme …

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat dat niet zo'n gepast woord was; daar ben ik het wel mee eens.

Volgens mij heeft Von der Leyen het ook niet geratificeerd. Dat kan zij trouwens ook niet. Wat ze wél doet, is werken aan de implementatie, omdat de gang naar het Europees Hof, waar wij trouwens ook voor zijn, niet automatisch betekent dat je niet al mag werken aan de implementatie. Dat is zoals ik het heb begrepen. Maar ons standpunt over Mercosur is nog steeds hetzelfde, namelijk dat wij daar geen voorstander van zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Lee. Dan is het woord aan de heer Hoogeveen namens JA21.

Ik sprak zojuist over het lijkenkistje. Dat was een fenomeen waarbij de voorzitter vroeger onparlementaire woorden kon laten schrappen uit de Handelingen. Tegenwoordig heeft dat niet zoveel zin meer, omdat alles live wordt uitgezonden, maar soms verlang je er weleens naar terug.

De heer Hoogeveen (JA21):
Laat ik mijn bijdrage dan niet beginnen met woorden uit een lijkenkistje, maar met een voorzichtig compliment. Het kabinet maakt op een aantal Europese dossiers namelijk een degelijke eerste indruk. Premier Jetten bevestigde bij zijn eerste bezoek aan Brussel, conform de JA21-motie, dat EU-lidmaatschap voor Oekraïne nog niet aan de orde is. Minister Van den Brink gaf aan dat Nederland koploper wil zijn in het opzetten van returnhubs voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Het kabinet wil vooroplopen bij het sluiten van vrijhandelsverdragen. Minister Heinen wil in E6-verband doorpakken met de kapitaalmarktunie. Daar zijn wij als JA21 voorstander van.

Tegelijkertijd maken wij van JA21 ons ook zorgen over de koers die de EU dreigt te gaan volgen als geo-economisch blok. Wij zijn groot geworden door openheid en vrijhandel, niet door economische muren en belemmeringen. Europa moet oppassen dat het zich niet mee laat slepen in een Frans moeras van dirigisme en protectionisme. De voorgestelde Industrial Accelerator Act komt met "made in Europe"-eisen en andere vormen van industriepolitiek. Die reflex lijkt een reactie op het protectionisme van de Verenigde Staten en het staatskapitalisme van China, maar de vraag is of Europa moet reageren door dat model over te nemen. Daar verliezen Europa en zeker Nederland uiteindelijk het meeste door.

Het wrange is dat de Commissie het gevolg bestrijdt en niet de oorzaak. Onze bedrijven en industrie vertrekken niet uit Europa door te veel vrijhandel, maar door een verslechterend investeringsklimaat, torenhoge energieprijzen, een stapeling van regels en een gebrek aan toegang tot kapitaal. Hoe gaat dit kabinet zich in Brussel verzetten tegen deze dirigistische plannen op Franse leest? Hoe gaat het rekening houden met trusted partners, landen waarmee wij vrijhandelsakkoorden hebben gesloten, voor wie wij een betrouwbare handelspartner moeten zijn en blijven?

Voorzitter. Dit kabinet zou dan ook positief moeten kijken naar de agenda van de Duitse bondskanselier Merz en de Italiaanse premier Meloni. Zij pleiten voor een sterke focus op economische groei, deregulering, subsidiariteit en een strenge aanpak van migratie. In dat kader wordt er ook gesproken over het herzien van het ETS-systeem. Ik ben toch benieuwd naar de reactie van het kabinet hierop.

Voorzitter. We moeten als Europa open for business blijven, handel verder verbreden, investeringen aantrekken. Als andere landen rotsblokken in hun havens gooien en hun welvaart opgeven, dan moet dat voor ons geen reden zijn om hetzelfde te doen. Hoe kijkt het kabinet hiernaar?

Voorzitter. Een voorbeeld hiervan zagen we gisteren nog. De Amerikaanse regering kondigde in zijn protectionistische aard weer een onderzoek aan naar de vraag of handelspartners, waaronder de EU, bijdragen aan industriële overcapaciteit. Deze zogeheten Section 301-onderzoeken kunnen uiteindelijk leiden tot weer nieuwe Amerikaanse importtarieven. Tegelijkertijd hoorden we als reactie in Brussel stemmen opgaan om de implementatie van de Turnberry deal op te schorten. Dat is dus echt de verkeerde reactie. Europese bedrijven hebben behoefte aan stabiliteit en zekerheid. Is het kabinet het met JA21 eens dat Nederland erop moet blijven inzetten dat de Turnberry deal wordt uitgevoerd?

Voorzitter. Tot slot de stijgende energieprijzen. De Europese Commissie overweegt opnieuw een prijsplafond voor gas. Wij zijn daar zeer kritisch op. Een prijsplafond verlaagt de wereldmarktprijs niet, maar kan juist aanbod naar andere markten duwen en handel verplaatsen van transparante beurzen naar minder controleerbare deals. Daarom mijn vraag aan het kabinet: hoe staat Nederland in deze discussie? Is het kabinet bereid zich uit te spreken tegen een Europees prijsplafond voor gas en in plaats daarvan in te zetten op gerichte compensatie op lidstaatniveau?

Dank u wel.

De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij te horen dat JA21 ook voorstander is van een Europese kapitaalmarktunie en vindt dat we daar hard mee aan de slag moeten. Eén cruciaal onderdeel van een kapitaalmarktunie is het hebben van safe assets. Hoe kijkt de heer Hoogeveen daarnaar?

De heer Hoogeveen (JA21):
Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat een kapitaalmarktunie drijft op harmonisering van regels, bijvoorbeeld in het insolventierecht. Je moet kijken naar hoe je kapitaal beter tussen lidstaten kan laten bewegen. Ik heb die discussie ooit ook eens gevoerd met … Ik kan even niet op zijn naam komen. Het was een heel goede econoom van de Rabobank. Die was ook heel erg voorstander van safe assets. Ik denk dat daar geen reden toe is. De safe asset is de Europese economie zelf.

De heer Dassen (Volt):
Daar zit wel mijn zorg, als we deze kapitaalmarktunie gaan doorzetten. Als je geen safe asset hebt waar beleggers naartoe gaan, net zoals we die in Nederland en in alle verschillende landen hebben, dan zal er op het moment dat er iets van financiële onzekerheid komt, een run ontstaan op de kapitaalmarkt naar de plaats waar de belegger of de investeerder het makkelijkst naartoe kan. Die zullen dan mogelijk naar Duitsland of Nederland gaan. Daardoor is er grote onzekerheid, waardoor de kosten voor de kapitaalmarktunie hoger worden. Is de heer Hoogeveen het met mij eens dat we dat moeten voorkomen? Als we voor een kapitaalmarktunie in Europa gaan, moeten we het ook goed doen. Dan moeten we zeggen: dan komen er ook safe assets, namelijk — komt ie — eurobonds.

De heer Hoogeveen (JA21):
Nee, daar ben ik het nog steeds niet mee eens. De kapitaalmarktunie draait uiteindelijk om het openbreken van de Europese economie. Het draait dus om het aantrekken van kapitaal, maar vooral ook om de beweging van kapitaal. Dat komt — dat ben ik wel met de heer Dassen eens — doordat we nu nog in 27 verschillende silootjes aan het werk zijn ten aanzien van bedrijfsrecht of, zoals ik al zei, insolventierecht. Ik noem ook gewoon het feit dat vergunningverlening bijvoorbeeld nog niet wederzijds wordt erkend tussen de lidstaten. Tot zover wil ik mee. Maar het invoeren van een safe asset … Nee, zo zie ik het niet. Ik denk uiteindelijk dat de Europese economie zelf genoeg een safe asset is om investeren aantrekkelijk te maken.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hoogeveen. Het woord is aan de heer Krul van het CDA. De heer Dassen is zo dol op interrumperen. Dat weten we, maar er zijn nog meer sprekers, meneer Dassen. Meneer Krul, gaat uw gang.

De heer Krul (CDA):
Dank u wel. Wat goed dat de minister-president er nog zo fris en fruitig bij zit. Je zou bijna denken dat hij niet al de hele dag hier in een debat zit. Mooi om te zien.

Voorzitter. Volgende week spreekt de Europese Raad over de veiligheid van ons continent en over de toekomst van de Unie zelf. Dat zijn geen losse onderwerpen. Ze hangen direct met elkaar samen. Juist daarom moet Nederland daar met een heldere inzet aan tafel zitten. Voor het CDA is de kern eigenlijk simpel: een sterk Europa is nodig, maar Europa moet ook verstandig kiezen. Niet alles kan, niet alles hoeft en niet alles moet via nieuwe Brusselse potten of uniforme richtlijnen. Hoe kijkt de minister-president hiernaar? Ik sluit me ook aan bij de vraag van de heer Van der Lee: hoe kijkt de minister-president aan tegen de huidige positie van Nederland op het Europese toneel? Wat is daar de afgelopen jaren allemaal precies gebeurd?

Voorzitter. Deze Europese Raad komt bovendien op een beslissend moment. Niet alleen omdat de Europese Volkspartij volgende week 50 jaar bestaat, wat op zichzelf al een heel mooi moment is, maar ook omdat Europa gewoon erg onder druk staat door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne, door instabiliteit in het Midden-Oosten en door de toenemende druk op onze economie, de energieprijzen en de veiligheid. Juist dan moet Nederland in Brussel helder zijn. Europa moet minder kwetsbaar, meer weerbaar en politiek volwassen worden.

De Europese Unie wist zich de afgelopen jaren te onderscheiden door zich op cruciale momenten te verenigen, maar nu zien we nieuwe spanningen. Het ongemak over de opstelling van de Verenigde Staten werkt ook door binnen Europa. De Spaanse premier, Pedro Sánchez, profileert zich nadrukkelijk als anti-Trump, terwijl andere lidstaten juist de andere kant op bewegen. Ik vraag de minister-president om daarop eens te reflecteren. Hoe kijkt hij naar de relatie tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten?

Voor ons staat één punt voorop: de veiligheid van ons continent staat of valt met de veiligheid van Oekraïne. Daarom steunen wij het dat Nederland inzet op die snelle doorgang van de Europese lening van 90 miljard euro ter ondersteuning, op extra militaire en niet-militaire steun en op een verdere druk op Rusland via een twintigste sanctiepakket. Daarbij hoort ook een duidelijke politieke lijn. Vrede kan nooit over de hoofden van de Oekraïners heen worden geregeld. Duurzame vrede bestaat alleen als Oekraïne zelf instemt met de uitkomst van onderhandelingen. Dat is niet alleen moreel juist, maar zeker ook in ons eigen veiligheidsbelang.

De heer Dassen (Volt):
De heer Krul vroeg aan de minister-president hoe hij nu de relatie met de Verenigde Staten en met Trump ziet. Hoe kijkt de heer Krul daar zelf op dit moment naar?

De heer Krul (CDA):
Op momenten vind ik die ongemakkelijk. Tegelijkertijd denk ik dat we ons simpelweg ook te verhouden hebben met de administratie die daar nu momenteel de scepter zwaait. De Verenigde Staten zijn nog steeds een heel belangrijke bondgenoot van Nederland, zowel economisch als op veiligheidsniveau. Tegelijkertijd is het de realiteit dat we ons veel te afhankelijk hebben gemaakt van de Verenigde Staten, en daar plukken we nu de wrange vruchten van. Enerzijds zullen we dus in Europees verband onafhankelijker moeten worden van de Verenigde Staten, of het nou gaat om grondstoffen, veiligheid of technologie. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat we op dit moment niet zonder hen kunnen. Op dat spanningsveld moet de minister-president zich gaan bevinden. Ik ben heel erg benieuwd welke positie is daarbij inneemt.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
De Verenigde Staten heeft zwart-op-wit gezet dat de Europese Unie verzwakt moet worden. De grote techbedrijven spreken van censuur in Europa. Zij werken samen met de Amerikaanse overheid om onze wetten en regels te verzwakken, om onszelf te verzwakken. Ik kan mij grotendeels aansluiten bij wat de heer Krul zegt, maar de vraag is hoe je je daartoe dan verhoudt. De heer Krul spreekt nog van een bondgenoot, maar kunnen we de VS en Trump bondgenoten van ons noemen als ze dit zwart-op-wit zetten? Of moeten we daarmee echt hard gaan breken en echt volledig inzetten op de Europese onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, die zo snel mogelijk tot stand moet komen?

De heer Krul (CDA):
Met dat laatste ben ik het zeer eens. We zullen die afhankelijkheden zo snel als mogelijk moeten afbouwen. Tegelijkertijd denk ik dat toch ook een zekere pragmatische houding nodig is op het gebied van de afhankelijkheden die er nu simpelweg zijn. We kunnen niet zonder de Verenigde Staten op tal van terreinen. Dan gaat het niet alleen om onze veiligheid, maar zeker ook om afhankelijkheden op het gebied van — ik noem maar wat — medicijnen. Van de harde lijn die de heer Dassen voorschrijft, zou ik dus geen voorstander zijn. Dat ben ik zeker wel van het laatste wat hij zegt: zo snel mogelijk de digitale, de technologische, de infrastructurele en al die andere afhankelijkheden afbouwen. Een sterk Europa is immers ook een autonoom Europa.

De heer Stöteler (PVV):
Het CDA van meneer Krul wil inzake het gemeenschappelijk buitenlandbeleid van de Unie af van consensus of unanimiteit en overgaan tot, volgens mij, een gekwalificeerde meerderheid. Nou heb ik vanmorgen de fractievoorzitter van het CDA horen zeggen dat het goed is als Nederland in Europa een eigenstandige positie inneemt. Dat ging natuurlijk over het buitenlandbeleid. Ik zou meneer Krul willen vragen: welke van de twee is het?

De heer Krul (CDA):
Volgens mij is het allebei. Als wij vandaag de minister-president met een bepaalde boodschap naar de Europese Raad sturen, ga ik ervan uit dat hij die boodschap ook serieus neemt. Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk is dat we juist voor een daadkrachtig buitenlandbeleid dit soort instrumenten wel gaan aanpakken, of het nu gaat om de artikel 7-procedure of om het stemrecht van landen dat hun op dit moment niet ontnomen kan worden. Dat is ook de inzet van deze coalitie. Ik denk dus dat het allebei tegelijk waar kan zijn. Dus ik denk dat het allebei tegelijk waar kan zijn.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Stöteler (PVV):
Nou, dat denk ik dus niet. Als je in de Unie buitenlandbeleid via een gekwalificeerde meerderheid gaat doen omdat je één groot blok wil vormen, dan zou dat uniestandpunt niks waard zijn als vervolgens individuele landen een eigenstandige positie innemen. Dat is het hele idee achter dat er sprake moet zijn van consensus: om daarover een gemeenschappelijk standpunt uit te dragen. En daarom doet de Hoge Vertegenwoordiger dat, inderdaad. Dus het kan niet allebei waar zijn.

De heer Krul (CDA):
Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat deze minister-president wel degelijk met een bepaalde inzet naar bijvoorbeeld de Europese Raad kan gaan en zich tegelijkertijd rekenschap kan geven van het feit dat als die Europese Raad afgelopen is, het cruciaal is dat er een eenduidig Europees geluid klinkt, en dat dat uiteindelijk de uitkomst kan zijn of zal zijn van zo'n top. Dus je kan met een — zo wou ik bijna zeggen — nationale inzet naar een Europese Raad gaan en tegelijkertijd weten dat een eenduidig en krachtig Europees geluid als gevolg van zo'n Raad gewoon noodzakelijk is. Ik denk dus dat dat wel allebei tegelijkertijd waar kan zijn.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Veiligheid en economie zijn inmiddels één verhaal. Daarom is concurrentievermogen terecht een hoofdthema op deze top. Nederland wil inzetten op minder regeldruk, een sterke interne markt, technologisch leiderschap en open handel met betrouwbare partners. Het CDA steunt dat, maar Europa moet wel minder naïef zijn. We moeten strategische afhankelijkheden gaan afbouwen op het gebied van kritieke grondstoffen, energie, havens en technologie, want wie zijn grondstoffen, chips of defensieproductie niet op orde heeft, levert uiteindelijk ook politieke invloed in. Maar goed, over dat Meerjarig Financieel Kader zijn wij helder: moderniseren, versimpelen en richten op de echte prioriteiten van deze tijd. Dus meer focus op innovatie, veiligheid, defensie, migratie, maar niet via nieuwe gezamenlijke schulden, niet zonder een stevige rol voor lidstaten en met duidelijke rechtsstaatvoorwaarden. Europese daadkracht is nodig, maar discipline op de begroting ook.

Voorzitter, tot slot wat geleende wijsheid voor de minister-president, want dit is inderdaad zijn allereerste Europese Raad. Daarom toch nog even wat woorden vanuit deze hoek. Wie de Europese Unie reduceert tot een veiligheidsproject of een economisch project, mist eigenlijk haar diepste kracht. Ze is in de kern een gemeenschap van waarden. Václav Havel, misschien wel bekend, de dissident die na de val van het IJzeren Gordijn president van Tsjechië werd, zei ooit dat hoop niet de overtuiging is dat iets goed afloopt, maar het besef dat iets het waard is om te doen. Dat geldt ook voor Europa: het is geen perfect project, maar wel een project dat het waard is om te verdedigen. In navolging van Havel, Schuman, Delors en vele andere Europese voorvechters is het nu aan deze minister-president om dat uit te dragen. Ik wens hem daarbij heel veel wijsheid.

De voorzitter:
Meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch een vraag aan de heer Krul over de financiële kaders die hij noemde, ook in het kader van de MFK-discussie. Hij noemde niet die 1,6 miljard die nog additioneel bespaard moet worden op de afdracht. Betekent dit dat het CDA dat niet belangrijk vindt, of is dat iets wat van het CDA echt moet gebeuren?

De heer Krul (CDA):
In principe moet alles wat in de begroting staat echt gebeuren. Ik kan dan de woorden van de heer Klos herhalen, maar laat ik er iets aan toevoegen. Ik neem een iets genuanceerder standpunt in als het gaat om een sterk Europa, namelijk dat dat niet per definitie een Europa is dat een grotere begroting krijgt. Ik denk dat er ook heel veel mogelijk is met bijvoorbeeld verouderde subsidiestromen, om maar iets toe te voegen. Dus juist door te gaan prioriteren in die Europese begroting op de thema's waar de Europese Unie echt het verschil kan gaan maken, denk ik dat het op sommige punten best met wat minder kan; als je maar durft te kiezen. Dat zou ik nog willen toevoegen aan de antwoorden van de heer Klos, waar ik me verder alleen maar bij wil aansluiten.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
We gaan het nog vaker hebben over de MFK-discussie.

Misschien nog een felicitatie voor 50 jaar EVP. Het CDA staat ook bekend als een gezinspartij, als een partij die veel belang hecht aan goede zorg voor kinderen. Ik heb dan toch een vraag over die verordening die is aangenomen en de deal die de EVP daarbij heeft gesloten met rechts in het Europees Parlement. Dit gaat betekenen dat ook kinderen worden gestuurd naar plekken in landen waar ze nog nooit geweest zijn, in onbekende omstandigheden. Hoe staat het CDA daar nou eigenlijk in? Wil het dit steunen of vindt het dat dit echt te ver gaat?

De heer Krul (CDA):
Sterker nog, de EVP, waar de heer Tom van der Lee over spreekt, heeft dit gesteund en heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de onderhandelingen daarover. Ik denk dat deze Europese regelgeving heel belangrijk is, juist omdat wij er in Nederlands verband keer op keer op hameren dat een effectieve oplossing voor het migratieprobleem alleen in Europa behaald kan worden. In die zin zien wij uit naar de verdere uitwerking hiervan en naar de inwerkingswet die nog volgt in Nederland.

De voorzitter:
Eerst nog een interruptie van de heer Dassen. Daarna gaan we naar de maidenspeech van mevrouw Maes.

De heer Dassen (Volt):
Als alles nog strenger moet dan het al was, is het de vraag of dat daaraan bijdraagt. Ik heb een andere vraag aan de heer Krul: hoever is het CDA bereid te gaan om af te stappen van unanimiteitsbesluitvorming? Ik doel dan niet alleen op buitenlandbeleid, maar ook op begrotingsbeleid en verschillende beleidsterreinen waarvoor dit nog geldt. Is de heer Krul het met mij eens dat we daar volledig vanaf moeten stappen?

De heer Krul (CDA):
"Hoever is het CDA bereid te gaan?" Dat is bijna een sneuvelbereidheidsvraag. Volgens mij hebben we daar vrij duidelijke afspraken over gemaakt. Deze minister-president heeft de opdracht gekregen om in te zetten op de afschaffing van besluitvorming via unanimiteit bij het gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid. Dat zijn volgens mij de kaders die wij meegegeven hebben. Ik denk dat hij er al een behoorlijke kluif aan heeft om dat voor elkaar te boksen. De artikel 7-procedure is een onderwerp waarover ook in Europa al héél lang discussie wordt gevoerd. Als we op die twee punten, het gemeenschappelijk buitenlandbeleid en het veiligheidsbeleid, eens een begin kunnen maken, dan denk ik dat we al een hele belangrijke slag gewonnen hebben.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krul. Dan zijn we aanbeland bij een heugelijk moment, namelijk de maidenspeech van mevrouw Maes. Ik geef haar daartoe graag het woord. Hoewel interrupties bij een maidenspeech ongebruikelijk zijn, heeft mevrouw Maes aangegeven graag vragen te beantwoorden, maar dan wel aan het einde van haar betoog. Mevrouw Maes, als u zover bent, heeft u het woord.

Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik was 15 toen ik voor het eerst op tv een debat in de Kamer zag, dat me zodanig fascineerde dat ik tot diep in de nacht heb gekeken. Het ging over het reiskostenforfait. Niet dat me dat iets zei, maar het intrigeerde me. Ik raakte dus, als vanzelf, geïnteresseerd in politiek en begon een langzame zoektocht naar de partij die bij mijn ideeën paste. Omdat ik Nijmegen opgroeide en mijn vader zeilmaker was, begon mijn zoektocht bij de Jonge Socialisten. Ik had slechts één avond nodig om tot de conclusie te komen dat het geen match was. Een paar jaar later kwam ik uit bij de JOVD. Dat was liefde op het eerste gezicht: een organisatie waar vrijheid centraal stond, waar het gezellig was en waar verantwoordelijkheid en verdraagzaamheid belangrijke waarden waren.

Voorzitter. Nu sta ik hier, als kersverse buitenlandwoordvoerder voor de VVD, bij een debat met de premier, die Nijmegen waarschijnlijk net zo goed kent als ik. Na mijn studie in Nijmegen heb ik er heel bewust voor gekozen om in Den Haag te gaan wonen, vanwege mijn politieke interesse en omdat ik graag bij de Rijksoverheid wilde werken. Dat heb ik jarenlang gedaan. Ik heb de langste tijd bij Buitenlandse Zaken gewerkt, maar ook enige tijd bij Defensie en de laatste jaren bij Justitie en Veiligheid. Dat werk bracht mij in Afrika, Uruzgan, Wenen en Ter Apel.

Waarom wil ik dan nu zelf politicus worden? Dat heeft voor mij heel erg te maken met de tijdgeest. Opgroeiend in de mooie jaren negentig, waarin alles kon en iedereen geloofde in een nieuwe wereldorde, is de wereld sinds 2015 in rap tempo veranderd. Denk aan de opkomst van IS, het neerhalen van de MH17, het brexitreferendum, maar ook aan de afbreuk van de liberale democratie in een aantal landen, ook in Europa. Omdat ik naast mijn werk altijd wel op de een of andere manier bij de VVD betrokken was, vond ik dit daarom hét moment om van mijn hobby mijn beroep te maken.

De veranderende toon van het debat de afgelopen jaren maakt dat ik, komend uit Nijmegen, vaak aan Frank Boeijen moest denken. Voor wie van na die tijd is: dat is een Nijmeegse zanger die beroemd was in de jaren tachtig. Hij zong in een van zijn bekendste nummers "denk niet zwart-wit, maar in de kleur van je hart". Dat is wat ik van plan ben te doen in dit huis: openstaan voor de mening van anderen om ergens te komen en het helpen beschermen van de liberale democratie in dit land vanuit mijn zetel en mijn partij, zodat ook mijn zoon in dit mooie, vrije land groot kan worden en zich veilig kan voelen.

Dat is een mooi bruggetje naar de Europese Raad van volgende week. Ook voor de nieuwe minister-president is dit zijn eerste, dus voor hem is dit wellicht ook een bijzonder en memorabel moment. Aangezien we de hele dag over Iran hebben gesproken, wil ik beginnen met Oekraïne, een land dat een oorlog voert voor onze vrijheid. Het is wat mij betreft van levensbelang dat de EU snel uit de impasse komt, vooral wat betreft de financiële steun voor Oekraïne; dat is al een aantal malen gezegd. Voor de VVD-fractie was het besluit op de Europese Raad in december niet de ideale uitkomst, maar het was wel een besluit van alle 27 lidstaten. Daarom vindt mijn fractie het onbegrijpelijk dat Orbán hier nu op terugkomt. Wat is de minister-president van plan te doen om te zorgen dat Hongarije zich volgende week alsnog achter het genomen besluit schaart? Ziet de minister-president hier een kans om de afspraken uit het regeerakkoord om unanimiteit bij het nemen van besluiten over gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid af te schaffen?

Dan de situatie in het Midden-Oosten. De ontwikkelingen in de regio zijn nauwelijks bij te houden. De RBZ en de Europese Raad volgende week komen dan ook op een goed moment, al moet ik zeggen dat er best wat sneller doorgepakt had mogen worden wat de VVD betreft. De evacuatie van Nederlanders uit de regio, het bieden van steun aan bevriende naties en het Iraanse volk ondersteunen bij hun aanhoudende strijd tegen het regime, zijn zaken die wat de VVD betreft blijvende aandacht verdienen. Dat we Frankrijk gaan ondersteunen met een fregat is dan ook zeer welkom. Ik zou de minister-president willen vragen of hij verwacht dat er tijdens de Europese Raad doorgesproken zal worden over de Europese reactie en wat zijn inzet daarbij zal zijn.

Voorzitter. Mijn fractie heeft met interesse kennisgenomen van de vernieuwde Franse nucleaire doctrine en de uitnodiging van president Macron voor een partnerschap op het gebied van nucleaire afschrikking. Ik zag dat de premier al in Frankrijk is geweest. We zagen de brief van de minister van Defensie van vorige week. Het stemt mijn fractie positief dat het kabinet op het Franse aanbod om de dialoog hierover te verdiepen in wil gaan.

Dan het Meerjarig Financieel Kader. Voor de VVD-fractie vraagt een geopolitiek volwassen Europa om een robuuste begroting. Robuustheid voor de VVD zit echter niet in omvang, maar eerder in doelmatigheid en zorgvuldig omgaan met middelen. Hoe kijkt de minister-president naar recente berichten over fraude met het coronaherstelfonds, waar het Europees Openbaar Ministerie momenteel onderzoek naar doet? De Europese Rekenkamer waarschuwde hier vorig jaar al voor. Inmiddels zou het gaan om circa 5 miljard euro, voor de VVD-fractie reden genoeg om kritisch te blijven op een steeds hoger wordend MFK en om vast te houden aan een fikse korting. Hoe gaat de minister-president zich daarvoor inzetten?

Tot slot ga ik terug naar Nijmegen. Zaterdag was ik er nog voor de gemeenteraadscampagne met de lijsttrekker van de VVD op de koffie bij mijn zus. Mijn zus heeft weinig vertrouwen in wat wij hier aan het doen zijn, maar komt wel uit hetzelfde nest. Ze is een andere kant op gegaan in haar leven. Als ik haar vertrouwen in de politiek kan laten groeien in mijn tijd hier, dan is mijn politieke carrière geslaagd.

Ik dank u.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maes, voor uw prachtige persoonlijke maidenspeech. Ik heb het genoegen u als eerste te feliciteren. Daarna schors ik kort om felicitaties in ontvangst te nemen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Struijs voor zijn inbreng namens 50PLUS.

De heer Struijs (50PLUS):
Dank u, voorzitter. Het is niet alleen voor de heer Jetten als minister-president zijn eerste grote vergadering bij de Europese top, het is ook voor het eerst dat 50PLUS gaat uitspreken hoe ze tegen Europa aankijkt.

Laat ik met een bijzonder iets beginnen. Morgen ben ik aanwezig bij de uitreiking van de Geuzenpenning in Vlaardingen, waar ik geboren en getogen ben. De Geuzenpenning is een mensenrechtenpenning die jaarlijks wordt uitgereikt. De penning is genoemd naar de Geuzen, de eerste verzetsgroep in de Tweede Wereldoorlog. Dit jaar gaat de penning naar Gergely Karácsony, de burgemeester van Boedapest. Ik ben erg vereerd dat ik morgen uitvoerig met hem kan praten, want hij staat voor gedeelde waarden in Europa. Daar zit mijn bruggetje. Ik vind het wel mooi dat wij dit hier in Nederland doen. Ik wil de minister-president dus een paar parels, waar wij trots op zijn, meegeven naar zijn overleg, te weten die gelijke waarden.

Iedereen kan zich nog wel herinneren dat Gergely Karácsony tegen de stroom in toch de lhbti-dag hield. Orbán wilde die dag verbieden, en hij kreeg 200.000 mensen op zijn dak die daar rond gingen lopen in Boedapest. Daaronder waren ook enkele Kamerleden, waar ik trots op ben. Toevallig kijk ik naar Volt, maar er waren er meer.

Maar goed, nu terug naar Europa. Wij zijn voor een sterk samenwerkingsverband in Europa, maar wel in een realistisch tempo. Ik heb me al meerdere keren uitgesproken over de digitalisering en de autonomie. Helaas zijn wij voor de digitalisering nog afhankelijk van Amerika, en dat gaat nog wel tien jaar of langer duren. Maar we moeten wel de kant van autonomie op. Daar staat 50PLUS voor.

Een ander punt dat ik wil noemen is de veiligheid. Ik haal er maar even een specifiek ding uit dat voor Nederland belangrijk is, te weten de rol die wij spelen in de oorlog in Oekraïne. Die steunen wij volledig. Wij vinden die rol belangrijk, omdat het ook over onze vrijheid gaat. Ik wil de minister-president ook meegeven dat de Rotterdamse haven momenteel een cruciale rol speelt als het gaat om militaire ondersteuning en de cyberaanvallen die de haven te verwerken krijgt van andere staten. Dus een sterke belangenbehartiging voor de Rotterdamse haven is cruciaal voor Nederland, maar zeker ook voor Europa.

In deze steeds onzekerder wordende geopolitieke wereld merkt de Rotterdamse haven zijn Europese belang, maar ze zou nog wel wat extra ondersteuning kunnen gebruiken. Dan gaat het niet alleen om geld. Het gaat ook over de netwerkcongestie. Ik vraag de minister-president om in het informele en liefst ook het formele circuit toch nog even extra aandacht te vragen voor het belang van Europa en de Rotterdamse haven. 60% van de goederen voor Duitsland komt via die haven binnen, om maar wat te noemen. De meeste militaire transporten in Europa gaan via dat infrastructuurpunt. We moeten de haven dus goed blijven ondersteunen op veiligheid en op minder bureaucratie en regelgeving. Wij zijn echt voor deregulering, maar ook voor vermindering van de bureaucratie en de administratieve lastendruk. Als we daar met z'n allen iets aan kunnen doen, kunnen we ook mooier, beter en sneller zakendoen.

Dat zijn de parels die ik wil meegeven. Ik dank u voor uw aandacht. Ben ik binnen de tijd?

De voorzitter:
Zeker. Keurig. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Stöteler voor zijn inbreng namens de fractie van de PVV.

De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Felicitaties aan mevrouw Maes voor haar maidenspeech. Het was plezierig om daarnaar te luisteren.

Ik moet beginnen met een opmerking over Iran, of beter, over de rol die Ursula von der Leyen zichzelf daar toe-eigende, met telefoontjes en videocalls met regeringsleiders in het Midden-Oosten en met ambassadeurs, waarin zij doodleuk pleit voor een regeringstransitie in Iran. Laten we wel zijn: het mullahregime kan wat de PVV betreft niet snel genoeg worden weggevaagd, maar zich daarmee bemoeien is echt niet haar taak en haar bevoegdheid. In de Unie wordt het buitenlandbeleid bepaald op basis van consensus en uitgedragen en verwoord door de Hoge Vertegenwoordiger: één voor allen, allen voor één. Die Hoge Vertegenwoordiger is Kaja Kallas en niet mevrouw Von der Leyen.

Dit past natuurlijk in het profiel dat we al kennen van mevrouw Von der Leyen. Binnen de Commissie past zij een verdeel- en heersstategie toe. Dictatoriaal gedrag, zei Kaja Kallas daarover. Buiten de Commissie trekt zij bevoegdheid na bevoegdheid naar zich toe. Nu is die arme Kaja Kallas kaltgestellt. Buitenlandbeleid hoort niet in handen van die machtsbeluste technocraat die zichzelf continu nieuwe bevoegdheden toeschuift. De premier moet haar gewoon terugfluiten, hard en duidelijk, tijdens de Raad. Laat Von der Leyen zich houden aan de taakomschrijving die zij volgens de verdragen heeft.

Dat is natuurlijk als de premier in Brussel is en niet in Kiev. Het eerste pr-filmpje van de premier ging namelijk over Kiev en het tweede buitenlandse bezoek was aan Oekraïne, maar u bent minister-president van Nederland. Ik vraag dus aan de premier: maak niet nog meer geld over aan Oekraïne, maar help die Nederlander nou eens een keer, de gepensioneerde aan de keukentafel, de ondernemer die zucht onder de torenhoge lasten, de huurder die geen huis vindt. Besteed Nederlands geld aan de Nederlanders en laat andere Europese landen nu eens de gaten dichtlopen die ze zelf hebben laten vallen in de steun richting Oekraïne. Voor de PVV is het glashelder: geen EU-lidmaatschap voor Oekraïne, geen lidmaatschap-light, geen achterdeurtjes en geen proefballonnen uit Brussel.

Terwijl iedereen bezig is met zaken waarmee ze zich niet moeten bemoeien, breekt binnen de EU de pleuris uit. Ik heb van binnenuit moeten aanschouwen wat een afschuwelijke wetgevingsmachine die Europese Unie is. Alles wordt kapot gereguleerd met die 720 Europarlementariërs die per persoon elke maand €20.000 op hun rekening krijgen bijgeschreven. Dat is €20.000. Dan zitten ze in achterkamertjes ruzie te maken over een woordje hier, een woordje daar en een procentje hier, een procentje daar. Het is echt om je kapot te schamen.

Het kabinet wil de interne markt van onder andere het Europees Parlement vervolmaken. Wat betekent dat precies met die wetgevingsmachine, vraag ik aan de premier. We hebben minder regels nodig en niet weer een zoveelste investeringsblokkade die de voorgestelde Industrial Accelerator Act creëert. Weer extra complexiteit en nieuwe regimes. Weer een nieuwe Brusselse regelmoloch. "Koop Europees." Dat klinkt leuk, hoor. Maar wat dan? De regeldruk is exponentieel toegenomen. Energieprijzen zijn door het dak gegaan. Door al dat klimaatgedram en greendealgedoe van onder anderen onze premier exporteren we tegenwoordig haast meer bedrijven dan producten. Wat heeft Nederland handelsland dus aan "koop Europees"? Wil de premier dat voorstel alstublieft naar de prullenbak verwijzen?

Focus u op wat telt: het blokkeren van het MFK bijvoorbeeld. Wat de Commissie wil, gaat om 2 biljoen euro. Het is te gek voor woorden. Dat is een 2 met twaalf nullen. Schrijft het eens op. Erger nog, ze willen dat geld uitgeven volgens het systeem van het coronaherstelfonds, via het RRF. De Rekenkamer waarschuwt al dat dat fout gaat. De aanbeveling van de Europese Rekenkamer dat de Commissie maatregelen moet vaststellen die bij inbreuken op de regels consistent in de lidstaten worden toegepast, werd door de Commissie verworpen. De Europese Commissie wil dus knetterveel geld uitgeven, het inconsistent onder de lidstaten verdelen en elke verantwoordelijkheid voor een rechtmatige uitgave van zich afschuiven.

Beste premier, niet Brussel eerst, niet Kiev eerst, maar Nederland eerst.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stöteler. Tot slot is het woord aan de heer Vermeer als laatste spreker van de zijde van de Kamer in eerste termijn. Hij spreekt namens de BoerBurgerBeweging. Gaat uw gang. Ja, dat is de BBB. Meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Volgende week komt de Europese Raad bijeen in een wereld die in zeer korte tijd ingrijpend veranderd is. Terwijl leiders elders in de wereld bezig zijn met macht, grondstoffen en geopolitiek, is Europa soms vooral bezig met regels en symboliek. We discussiëren over papieren rietjes en over dopjes aan flessen, terwijl elders in de wereld wordt gevochten om macht, grondstoffen en invloed.

Dat moet anders. Wat BBB betreft moet Europa zich gaan bezighouden met het weerbaar maken van Europa. Dat begint bij voedselzekerheid. In andere landen groeit dat besef inmiddels ook. In het Verenigd Koninkrijk wordt openlijk gesproken over de vraag wat er gebeurt als door oorlogen handelsroutes stilvallen of oogsten mislukken. Die vraag zouden wij in Europa ook moeten stellen. Ik heb daarom de volgende vraag aan de minister-president. Neemt Europa voedselzekerheid eigenlijk wel serieus genoeg als strategisch thema? Neemt Nederland het zelf wel serieus genoeg? Ziet de minister-president dat de voedselzekerheid hier onder druk staat? Wat zal de inzet zijn van de minister-president tijdens deze Europese Raad op het gebied van voedselzekerheid?

Voorzitter. Dan kom ik bij Oekraïne, hier al eerder gememoreerd. Het is goed dat Nederland zijn steun uitspreekt voor Oekraïne. BBB heeft Oekraïne ook altijd gesteund en zal dat blijven doen zolang dat nodig is. Rusland is de agressor en Oekraïne verdient onze steun. Tegelijkertijd wil ik iets benoemen wat veel mensen in Nederland opvalt. Sinds het aantreden van het kabinet zijn al drie ministers, waaronder de minister-president, naar Oekraïne gereisd, terwijl er hier in Nederland miljoenen mensen zijn die ook met grote uitdagingen worstelen. Mensen die moeite hebben hun rekeningen te betalen, ondernemers en boeren die hun levenswerk zien verdwijnen, en inwoners in de regio die hun omgeving zien verschralen en het gevoel hebben dat hun leefwereld steeds verder onder druk staat.

De minister van Landbouw wilde niet eens een kwartiertje spreken bij de manifestatie Red het platteland, afgelopen weekend. Wat voor signaal geven we dan af aan al die mensen als vrijwel het eerste wat zij zien, is dat de ministers massaal naar Oekraïne trekken? Waar ligt dan de prioriteit van dit kabinet? Voor veel mensen versterkt dat precies het gevoel dat Europa en Den Haag soms ver afstaan van hun eigen werkelijkheid. Daarom heb ik ook nog de volgende vraag. Begrijpt de minister-president dat gevoel van veel Nederlanders? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat mensen hier in Nederland daadwerkelijk merken dat hun zorgen en hun dagelijks leven minstens zo hoog op de agenda van het kabinet staan als de internationale dossiers?

Voorzitter. Dan nog iets dat mij opviel in de geannoteerde agenda. Daar staat dat het kabinet bepaalde blokkades rond Europese besluiten onacceptabel vindt. Daarmee doelt het op de blokkade van Hongarije op de nieuwe Europese lening van 90 miljard, denk ik. En inmiddels begint ook het protest tegen het SAFE-programma toe te nemen; de Poolse president gaf ook al aan hier een veto op te willen uitoefenen. Ik wil daar een vraag over stellen. In de Europese Unie hebben lidstaten nu eenmaal het recht om besluiten te blokkeren wanneer unanimiteit vereist is. Dat is geen fout in het systeem, dat ís het systeem. Dat is juist een democratische waarborg. Dus wat bedoelt het kabinet precies met de formulering dat "blokkades onacceptabel" zijn? Is dit nu echt het standpunt van het kabinet?

In dat licht wil ik ook het volgende vragen; de heer Stöteler begon er in een interruptiedebat ook over. Hoe kijkt de minister-president naar de steeds hardere toon van president Zelensky richting Hongarije en premier Orbán, inclusief berichten over druk en dreiging richting Hongarije wanneer het land zijn veto gebruikt? Vindt de minister-president dat een gezonde manier van samenwerken binnen Europa? Kan hij hier bevestigen dat Nederland staat voor een Europese Unie, waarin lidstaten hun verdragsrechtelijke veto vrij kunnen gebruiken, zonder politieke druk of zelfs militaire dreiging?

Dank u wel.

De voorzitter:
Meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Over dat laatste punt had ik al iets gezegd in een reactie op een interruptie. Het gaat me toch even om Orbán. Het is toch zo dat de heer Orbán tijdens een bijeenkomst van regeringsleiders heeft ingestemd met die 90 miljard? Pas daarna maakte hij een draai en die lijkt volstrekt ingegeven te zijn door de electorale strijd die hij op dit moment in Hongarije aan het voeren is. Dat is toch geen manier om met een veto om te gaan?

De heer Vermeer (BBB):
In het debat over de regeringsverklaring heb ik zelf ook aangekaart dat bepaalde mensen met bestuurlijke verantwoordelijkheid soms politieke argumenten gebruiken of blijkbaar politieke overwegingen hebben om bepaalde standpunten te herzien of in te nemen. Ik denk dat dat een realiteit is waar we nou eenmaal mee te maken hebben, zeker als men meer politiek wil bedrijven, ook in Europa, dan gaan dit soort argumenten net zo goed meespelen. Maar dat moet u aan de heer Orbán vragen en niet aan mij, want ik kan niet in zijn hoofd kijken en zien wat zijn overwegingen zijn.

De heer Klos (D66):
De heer Vermeer begon zijn betoog met voedselzekerheid. Dat is een van de redenen waarom de Europese Unie ooit is opgericht. Het is ook nog steeds een van de grootste begrotingsposten van de Europese Unie: een derde van dat hele grote bedrag dat de heer Stöteler noemde, gaat naar landbouw en inkomenssteun voor boeren.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Klos (D66):
Welke maatregelen ziet de heer Vermeer nu nog die de Europese Unie additioneel zou kunnen nemen of welke budgettaire keuzes kan ze maken om die voedselzekerheid veilig te stellen?

De heer Vermeer (BBB):
Om te beginnen moeten we hier in Nederland stoppen met het wegpesten van boeren. De beste manier om voedselzekerheid te garanderen, is zorgen dat je boeren hebt. Veel mensen denken dat voedsel uit de supermarkt komt en ergens ontstaat, maar het moet eerst verbouwd worden en daar heb je boeren voor nodig. Als ik de heer Klos een advies mag geven: stimuleer dat er geboerd wordt.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klos (D66):
De Europese Unie zou dat dus moeten regelen? U geeft dat advies aan mij, maar Ursula von der Leyen zou daarvoor moeten zorgen?

De heer Vermeer (BBB):
Die moet in ieder geval zorgen dat er minder beperkingen zijn op het uitvoeren van de landbouwpraktijk. Neem als voorbeeld de achterlijke regel dat men maar een bepaalde hoeveelheid dierlijke mest mag gebruiken, waardoor er meer kunstmest gebruikt moet worden, waardoor we afhankelijker zijn van Rusland en gas. Dat is gewoon het meest idiote wat er bestaat. Sowieso is het natuurlijke product altijd te prefereren boven een kunstmatig product.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 21.35 uur en dan luisteren we naar de beantwoording van de minister-president.

De vergadering wordt van 21.19 uur tot 21.35 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord, als hij zover is, aan de minister-president van Nederland.

Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Inmiddels ben ik eraan gewend, zeg ik tegen de heer Stöteler.

Laat ik allereerst ook vanaf deze plek mevrouw Maes feliciteren met haar maidenspeech. Het doet mij als oud-Nijmegenaar natuurlijk goed als er wordt geciteerd uit de songteksten van Frank Boeijen. Ik kwam zelf in mijn studententijd regelmatig nog in Café 't Paleis. Als je geluk had, hing hij daar zelf ook rond. De heer Dassen weet dat ook. En als je echt veel geluk had, dan ging die ook nog even zingen vanaf de bar. Dan was Kleur van je hart een van de favoriete nummers. Veel succes in deze nieuwe rol, mevrouw Maes, maar zo te zien gaat u dat helemaal goed af.

Voorzitter. Volgende week is inderdaad mijn allereerste Europese Raad als minister-president. Ik heb daar heel erg veel zin in. Ik heb daarom ook uitgekeken naar dit debat. Zelfs na al een hele lange dag debatteren over de situatie in het Midden-Oosten heb ik genoten van de verschillende inbrengen en de vragen die zijn gesteld. Ik heb vorige week al speeddatend in Brussel gemerkt dat er ook is uitgekeken naar een nieuwe Nederlandse regering, met een stevig politiek mandaat. Dat gebeurt, denk ik, elke keer als er een kabinet heeft gezeten dat demissionair is geweest.

Ik merk ook dat er vanuit niet alleen de Europese instellingen, maar ook andere Europese lidstaten echt met interesse wordt gekeken naar het coalitieakkoord dat in Nederland is afgesproken. Er wordt ook met interesse gekeken naar het feit dat wij als drijvende kracht ook willen meewerken aan verbeterde samenwerking binnen de Europese Unie. We willen vooral ook samenwerken aan meer focus op waar de Europese Unie zich mee bezighoudt, zodat we een aantal dingen echt goed gaan doen om zo meer veiligheid, vrijheid en welvaart voor Europese burgers voor elkaar te kunnen krijgen. Dat vraagt ook om veel geopolitiek realisme. De wereld is de afgelopen weken namelijk nog sneller veranderd dan we de afgelopen maanden en jaren al hebben ervaren. Dat vraagt om een Europese Unie die zelfverzekerd in de wereld staat, maar die zich ook realiseert dat zij het op een aantal onderwerpen, zoals energieonafhankelijkheid, defensiesamenwerking, grip op migratie en financiële stabiliteit, dus echt beter moet doen.

Ik wil daar graag nog één persoonlijke ervaring aan toevoegen, namelijk mijn bezoek aan Oekraïne van afgelopen weekend. Ik zag daar de schade die is toegebracht aan de energie-infrastructuur en aan woonwijken, de vreselijke winter die de Oekraïners hebben moeten doormaken, de opluchting dat de lente nu was aangebroken. Tegelijkertijd is er ook het besef dat door de oorlog in Iran het risico op minder aandacht voor Oekraïne gigantisch is en dat dat de strijd van Oekraïne enorm onder druk kan zetten. Daarna had ik ook mijn bezoek aan Polen, waarbij de Poolse premier mij nogmaals op het hart drukte dat als Oekraïne valt, Europa daarna de volgende in de rij is. Dit is dus niet alleen de oorlog van Oekraïne; het is ook de oorlog die gaat over de Europese normen en waarden en over de Europese vrijheid en veiligheid.

Voorzitter. Daarom zal ik zo meteen beginnen met de vragen over Oekraïne. Mijn tweede blok gaat over de Europese economie en het concurrentievermogen. Daarin zitten ook de vragen over de energieprijzen en de energieleveringszekerheid. Het derde blok gaat over het Midden-Oosten. Het laatste blok gaat over varia. Dat is ook echt een varia van hele verschillende onderwerpen.

De voorzitter:
Ik wil de leden voorstellen om interrupties te plaatsen na ieder afgerond blok en om dat, conform de afspraken in de eerste termijn, steeds in twee keer te doen.

Minister Jetten:
Over Oekraïne zei ik net al: zij vechten niet alleen voor hun eigen veiligheid en vrijheid, maar ook voor die van ons. Zij verdienen daarom onze onverminderde steun. Het kabinet blijft de Amerikaanse initiatieven tot onderhandelingen aanmoedigen, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat we aan Russische zijde geen enkele bereidheid zien om die onderhandelingen daadwerkelijk te laten slagen. Dat betekent dat Oekraïne de komende tijd zowel op militair als op non-militair vlak forse steun nodig zal hebben om de strijd tegen Rusland voort te kunnen zetten. Ik ben het eens met iedereen die hier zegt: Nederland doet heel veel en dat is goed; het is ook goed dat we daar de komende jaren meerjarig geld voor uittrekken, maar ook andere landen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en meer doen dan ze tot nu toe hebben gedaan, zodat we een eerlijke verdeling van de lasten hebben. Daar zal ik volgende week ook toe oproepen. Dat geldt ook voor de lening van 90 miljard die is afgesproken. Dat is een positieve stap om Oekraïne de komende tijd stevig te kunnen helpen. Die lening moet ook daadwerkelijk worden voortgezet. De heer Vermeer vroeg daarnaar, maar het is inderdaad waar wat de heer Van der Lee zei. Er is een politiek akkoord gesloten. Ook Hongarije heeft daarmee ingestemd. De blokkade die nu achteraf plaatsvindt, is echt onacceptabel. Ik ga ervan uit dat de Europese Commissie er alles aan doet om een oplossing hiervoor te vinden. Daar heb ik de Commissievoorzitter vorige week al toe opgeroepen. Zij is nu ook druk bezig om een oplossing hiervoor te vinden.

De voorzitter:
Ik had eigenlijk voorgesteld om het blok Oekraïne af te wachten en daarna ruimte te geven voor interrupties.

Minister Jetten:
Er zijn nog meer vragen over Hongarije gesteld, maar daar kom ik zo meteen nog op.

Naast die 90 miljard euro is het belangrijk dat we het twintigste sanctiepakket tegen Rusland zo snel mogelijk aannemen, zodat we aanvullende maatregelen kunnen nemen tegen de Russische militair- industriële complexen, tegen de Russische schaduwvloot en zodat we omzeiling via derde landen beter kunnen aanpakken.

We moeten ook vaart houden in het EU-toetredingsproces, omdat dat belangrijk is als perspectief voor het Oekraïense volk. Zij willen graag weten of alle offers die zij nu brengen, straks ook daadwerkelijk iets waard zijn. Om aan die toetreding te kunnen voldoen, zal het land moeten doorgaan met de noodzakelijke hervormingen; dat heb ik vorige week in Oekraïne ook onderstreept. Waar nuttig en nodig zal Nederland die hervormingen ondersteunen. Het vastleggen op een concrete datum is op dit moment nog niet mogelijk, omdat uiteindelijk ook het voldoen aan de Kopenhagencriteria bij deze uitbreiding relevant is. Dat heeft ook de Commissievoorzitter twee weken geleden gezegd tijdens de coalition of the willing.

De motie-Klos vraagt om ook constructief te kijken naar een eventuele gefaseerde toetreding. Dat kan ik ondersteunen, mits beter wordt uitgewerkt door de Commissie hoe zo'n gefaseerde toetreding er dan uitziet. Ik verwacht de komende tijd meer duidelijkheid over hoe dat stap voor stap kan worden vormgegeven. Je combineert dan eigenlijk het perspectief voor het Oekraïense volk met het toch ook op merites kunnen beoordelen of een land klaar is voor een volwaardig lidmaatschap van de Europese Unie.

De heer Van der Lee vroeg of we ons aan kunnen sluiten bij het initiatief van de Baltische en Scandinavische landen om een workaround te vinden voor die 90 miljard. Ik vind het zelf eerlijk gezegd niet behulpzaam om nu te gaan speculeren over dat soort alternatieven, omdat het ook de druk op Hongarije verlicht. Die druk moet nu maximaal worden opgevoerd. De Commissievoorzitter moet hier een oplossing voor vinden. Uit mijn contacten blijkt dat de Nordics en Baltics die lijn eigenlijk ook steunen, namelijk dat we het politieke akkoord dat nu is gesloten gewoon moeten uitvoeren. Zoals de heer Dassen, de heer Klos en mevrouw Maes aangaven, laat de poging van de Hongaarse leider tot die blokkade ook zien dat dit voortdurend spelen met de Europese afspraken over hoe je tot besluitvorming komt en hoe je die dan ook snel kan implementeren, uiteindelijk de slagkracht van Europa sterk ondermijnt. Daarom staat in het coalitieakkoord ook de afspraak om te kijken hoe we de besluitvorming in Europa kunnen moderniseren en verbeteren, maar ook hoe we van dit soort tegenstemmen en blokkades af kunnen komen.

Dat brengt me dus ook bij de vraag van de heer Vermeer, en indirect ook bij die van de heer Stöteler. Wat bedoelen we nu met de term "onacceptabel", zoals die in de geannoteerde agenda is opgenomen? Natuurlijk, zolang we de spelregels nog niet hebben gemoderniseerd en er een mogelijkheid is om via veto's besluitvorming tegen te houden, is dat een manier om je als lidstaat op te stellen in onderhandelingen. Het is echter niet acceptabel als er na politieke overeenstemming alsnog nieuwe blokkades worden opgeworpen. Dat is de reden dat dat zo in de geannoteerde agenda is opgenomen.

De heer Dassen vroeg naar signalen over Russische inmenging in de Hongaarse verkiezingen. Verkiezingen in lidstaten zijn natuurlijk een nationale aangelegenheid. Het is volstrekt onacceptabel als andere landen van binnen of van buiten de EU proberen om verkiezingen te beïnvloeden, of het nu gaat om financiering of om het beïnvloeden van socialmediacampagnes. Dat kan niet de bedoeling zijn. Er is in Hongarije ook een uitgebreide OVSE-waarnemingsmissie uitgerold die tijdens deze campagne en op de verkiezingsdag zelf echt alle facetten in kaart brengt. In bredere zin hebben we dat natuurlijk ook bij een paar andere verkiezingen gezien de afgelopen tijd, waarbij het niet alleen ging over inmenging vanuit buitenlandse mogendheden maar er ook vragen waren over of socialmediaplatforms voldoende doen om dat tegen te gaan. Ik denk dat ook deze situatie nogmaals onderstreept dat we daar op nationaal niveau, maar ook in Europees verband, niet naïef in moeten zijn en dat we moeten kijken hoe we elkaar kunnen steunen om dit soort beïnvloeding en inmenging tegen te gaan.

Zoals ik net al aangaf, kan en moet die burden sharing echt beter. De heer Stöteler stelde daar een vraag over. Ook andere landen zullen dus meer moeten doen om Oekraïne financieel op militair en non-militair gebied te ondersteunen. Ik ben bijna aan het eind van dit blok.

De heer Vermeer vroeg nog een paar heel specifieke zaken. De heer Stöteler deed dat indirect richting de heer Van der Lee in een interruptie. Die uitspraken over de Hongaarse premier zijn natuurlijk niet acceptabel. Het kan niet zo zijn dat we met dit soort teksten over elkaar gaan praten. Dat helpt ook niet in de onderlinge verhoudingen en ook niet bij het vinden van oplossingen voor de spanning waar we nu in zitten rondom die 90 miljard.

Ten aanzien van de reizen naar Oekraïne zou ik tegen de heer Vermeer willen aangeven dat juist in het licht van de oorlog in het Midden-Oosten het extra belangrijk is dat we onderstrepen dat we die Oekraïneoorlog niet uit het oog verliezen. De morele steun van de bezoeken aan Oekraïne wordt daar enorm gewaardeerd, maar het is ook een signaal aan onze partners binnen en buiten Europa dat de levering van noodzakelijke wapens bijvoorbeeld moet doorgaan en dat Nederland dus ook klaarstaat om met Oekraïne die samenwerking vorm te blijven geven.

Een aantal dagen voordat ik naar Oekraïne ging, was ik de hele dag op werkbezoek in Roosendaal. Dan spreek je in talloze wijken zeker niet over de oorlog in Oekraïne of de oorlog in Iran. Dan gaat het simpelweg over de vraag hoe het mooie Roosendaal nog mooier kan worden. Dat realiseer ik mee ook goed. Als ik hier vandaag niet de hele dag in deze twee debatten had gestaan, had ik de hele dag werkbezoeken aan de landbouwsector afgelegd. Dat ga ik dus hopelijk op korte termijn alsnog kunnen doen.

De voorzitter:
Interrupties in tweeën. Meneer Stöteler.

De heer Stöteler (PVV):
De Raad kijkt uit naar een nieuwe regeringsleider van Nederland, "met een stevig mandaat", zegt de premier net. Ik wil hem er wel even aan herinneren dat hij 66 zetels achter zich heeft, dus dat dat stevige politieke mandaat er niet helemaal is. Hij heeft inderdaad wel een groot mandaat om wat druk uit te oefenen op de andere lidstaten om die gaten richting Oekraïne dicht te lopen. Ik hoor de minister-president over Orbán, over die 90 miljard: slecht, slecht, slecht. Zou het helpen als Zelensky openbaar zijn excuses zou aanbieden over die dreigementen, die hij ook in het openbaar deed? En zou het kunnen dat die 90 miljard gedeblokkeerd wordt als de olieleveranties aan Hongarije en Slowakije via die Druzhba, de Friendship Pipeline, worden hervat door Zelensky?

Minister Jetten:
Je mag af en toe stevig van mening verschillen op de inhoud, maar het lijkt mij verstandig als regeringsleiders in Europa onderling op een respectvolle manier met elkaar omgaan. Het moet dus onderling worden uitgesproken. Vorige week heb ik in Kyiv zowel met de president als met de premier benadrukt dat het vinden van een oplossing voor de Droezjba-pijpleiding kan helpen om uit deze impasse te komen. Ik steun dus de suggesties om met een technische missie die pijplijn te bezoeken en te onderzoeken. Ik heb me ook door Zelensky laten bijpraten over hoe moeilijk het voor hen is om dit soort cruciale energie-infrastructuur te beveiligen tegen continue Russische aanvallen die daar plaatsvinden. Ik begrijp dus ook dat hij vervolgens de hulpvraag stelt. Hij kan niet in zijn eentje al die infrastructuur veilig bewaken voor Europa. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat we nu met deze pragmatische aanpak een oplossing kunnen vinden voor de impasse wat betreft die pijpleiding. Daarmee kunnen we hopelijk een pragmatische oplossing vinden voor de impasse rondom de 90 miljard.

De heer Stöteler (PVV):
Dan zijn de media kennelijk niet goed geïnformeerd. Er werd toch bericht dat Zelensky — althans, Oekraïne — de technische missie vanuit de Europese Commissie blokkeerde en niet toeliet tot Oekraïne. Het is op zich een heel plausibel verhaal dat Zelensky zegt dat hij dat niet allemaal tegelijk kan, maar laat dan op z'n minst de Europese missie daarnaartoe gaan. Is die al toegelaten en zijn ze al aan het werk?

Minister Jetten:
De boodschap die ik zelf heb overgebracht aan de Oekraïense president is: laat die technische missie nou toe, als onderdeel van de oplossing. De laatste stand van zaken weet ik niet, maar zodra daar medewerking aan wordt verleend, kan de missie direct worden uitgevoerd.

De heer Vermeer (BBB):
Het is goed dat de heer Stöteler hier even op doorvroeg. Het blijkt dus dat die missie tot op dit moment nog niet is toegelaten. Hopelijk kan dat snel gebeuren. Ik werd wel even getriggerd toen de minister-president zei dat er al politieke overeenstemming was. Even snel naar de EU kijkend: Von der Leyen heeft nu besloten om het Mercosur-verdrag gewoon in werking in te stellen, terwijl er nog niet eens politieke overeenstemming is in het Europees Parlement. Dan zou dat andersom ook zo moeten gelden. Als de minister-president deze morele positie inneemt, dan neem ik ook aan dat hij volgende week hierover van leer trekt, zegt dat dat niet door moet gaan en dat we eerst de uitspraak van het Europees Hof van Justitie moeten afwachten. Dit waren twee interrupties in één.

Minister Jetten:
Ook in de Raad is er politieke overeenstemming over Mercosur. Die is er zeker niet gekomen met volledige instemming van alle lidstaten, maar zoals u weet steunt Nederland Mercosur wel degelijk. We steunen Mercosur juist omdat het vanwege de handelsoorlog die wereldwijd gaande is en de nieuwe handelstarieven van de VS op Europa gewoon heel erg belangrijk is om nieuwe handelsakkoorden te sluiten met Latijns-Amerika, India en Australië. Met het Mercosur-verdrag is er nu gewoon een unieke kans om een hele grote markt te creëren voor Europa en Latijns-Amerika.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de premier voor zijn antwoorden. Mij persoonlijk, maar ook mijn partij, is weleens verweten niet genoeg realisme te hanteren. Wat betreft die 90 miljard wil ik vragen of de premier het reëel acht dat binnen nu en een maand, het moment van de verkiezingen, Orbán van positie verandert? Hij zet die 90 miljard namelijk vol in in de campagne en hij schildert zijn tegenstander af als een soort Europese marionet. Ondertussen verwacht ik niet dat de situatie in beweging gaat komen. Ik denk dat het dan toch best verstandig zou zijn om na te denken over wat we in de tussentijd doen totdat er een definitieve oplossing is. Hopelijk kunnen we dat doen met de andere kandidaat, die dan de verkiezingen gewonnen heeft.

Minister Jetten:
We moeten die verkiezingen in Hongarije even rustig afwachten, maar ik begrijp wat u zegt. We zitten nu in een impasse. Er zijn een aantal Europese regeringsleiders die daarover tegen de Commissie zeggen: dat politieke akkoord is gesloten, dus waarom zou u als Commissie überhaupt wachten met de implementatie ervan? Ik kan die gedachte eigenlijk best volgen. In mijn signalen aan Costa en Von der Leyen heb ik dan ook uitgestraald: treuzel niet, maar werk gewoon met Oekraïne aan de inwerkingtreding van die lening. Daarnaast denk ik oprecht dat het vinden van een pragmatische oplossing rondom die pijpleiding de weg vooruit is voor zowel Hongarije als Oekraïne om zonder gezichtsverlies uit deze situatie te komen. Daarop moet in ieder geval de komende week voluit druk worden gezet wat mij betreft.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Optimisme is een morele plicht. Dat heb ik volgens mij vandaag al eerder gezegd. Oké dus. Ondertussen wordt er wel aan een plan B gewerkt, mocht het niet lukken. Ik heb nog één andere vraag, die raakt aan het conflict in het Midden-Oosten en de implicaties voor Oekraïne. We hebben al gezien dat Trump de sancties verlicht heeft als het gaat om de olieverkopen van Rusland aan India. Er ligt een twintigste sanctiepakket voor. Is het niet belangrijk om ook naar andere sancties te kijken voor Rusland? Ik doel dan specifiek op kunstmest.

Minister Jetten:
Ik maak me wel echt zorgen over niet alleen de signalen over maar ook het daadwerkelijk toestaan van het omzeilen van sancties op Rusland in reactie op de oorlog in Iran. Dat zou echt heel slecht nieuws zijn omdat daarmee de oorlogskas van Poetin gewoon weer makkelijker wordt gevuld. Des te meer reden om dat twintigste sanctiepakket meteen in te zetten. We krijgen ook steeds meer signalen dat de Russische economie heel slecht draait en dat wat dat betreft de onrust aan Russische zijde toeneemt. Des te meer reden om de druk te blijven opvoeren. Wat mij betreft zal Nederland altijd in de kopgroep blijven zitten om te kijken of je na het 20ste sanctiepakket alvast kunt doorwerken aan het 21ste. Ik sta open voor alle suggesties voor sancties die daaraan kunnen worden toegevoegd.

De heer Dassen (Volt):
Ik zou nog even door willen vragen op de socialmediabedrijven en de inmenging in verkiezingen. Ik snap het antwoord van de minister-president. Deze week hebben we erover gesproken in het Nederlandse parlement. We hebben signalen over wat er bij de Hongaarse verkiezingen mogelijk gebeurt met de Russische beïnvloeding. Wil de minister-president mij toezeggen dat hij dit in ieder geval nogmaals onder de aandacht brengt bij de Europese Commissie, die de enige is die toezicht houdt op dit soort grote bedrijven? Hierop moet harder worden gehandhaafd. De bedrijven moeten zich houden aan de regels die wij hier met elkaar stellen en er dus voor zorgen dat dit niet kan gebeuren.

Minister Jetten:
Ik denk eerlijk gezegd niet dat mijn aansporing daarvoor nog nodig is. Toen ik vorige week in Brussel was, begon de Europese Commissie er namelijk zelf over. De Commissie zei dat dit een grote zorg is aan haar kant en dat ze daar volop mee bezig is. De Commissie stelt de vraag ook terug: wat kunnen nationale lidstaten nog meer doen om hier bovenop te zitten? Ik heb gisteren tijdens mijn bezoek aan Parijs met president Macron afgesproken dat we op vrij korte termijn Nederlands-Franse regeringsconsultaties gaan organiseren. Digitale soevereiniteit en autonomie wordt een van de agendapunten die we daarin bespreken. Het verzoek van Franse zijde was om onder andere hierbij stil te staan. Ik stel het volgende voor. De Europese Commissie zit er dus al bovenop. Wij zullen als Nederlands kabinet met een paar andere lidstaten kijken wat wij op dat vlak extra kunnen doen. Ik vraag de staatssecretaris van Digitale Soevereiniteit om hierop later bij u terug te komen.

De heer Dassen (Volt):
Graag, fijn. Ik denk dat daar de digitale dienstenbelasting op Europees niveau in meegenomen zou moeten worden. Dat zou ook goed zijn voor de eigen middelen van Europa, juist om dat geld te kunnen gebruiken voor het opbouwen van onze eigen industrie hier in Nederland.

Ik heb nog een tweede vraag, en wel over toetreding van Oekraïne. Er zijn voorstellen over een bepaalde gradatie van toetreding. Ik hoop dat het kabinet daar positief tegenover staat en daar welwillend naar wil kijken, zodat Oekraïne op een zorgvuldige, niet-rigide manier kan toetreden.

Minister Jetten:
Dat is de aangenomen motie-Klos, die het kabinet ook ondersteunt. Ik vind het belangrijk dat er nu een betere uitwerking komt van hoe dat eruitziet én dat Nederland Oekraïne blijft ondersteunen bij het doorvoeren van de noodzakelijke hervormingen, want dat is de laatste tijd in een wat langzamer tempo terechtgekomen.

Voorzitter. Dan de impact van de oorlog in het Midden-Oosten op de internationale energiemarkten en daarmee ook de wereldeconomie. De zorgen zijn groot. Vandaag hebben we daar in het eerdere debat al uitgebreid bij stilgestaan, dus zoom ik alleen in op de vragen die specifiek zijn gesteld.

De Europese Commissie heeft afgelopen week in een videoconferentie met regeringsleiders aangegeven dat ze bezig is met het voorbereiden van een hele toolbox aan mogelijke maatregelen die op Europees of nationaal niveau genomen kunnen worden. Daarbij is het belangrijk dat we blijven inzetten op een snelle opschaling van schone-energieproductie via wind-, zon- en kernenergie en energiebesparing, zodat ook de noodzaak van veel fossiele import fors afneemt. Ook moeten we inzetten op het versterken van de interne energiemarkt en het verbeteren van interconnectie tussen lidstaten, zodat er ook meer energie tussen lidstaten kan worden geëxporteerd. Ook moeten we veel meer zekerheid vaststellen door middel van een gevarieerd portfolio van importcontracten, voor zover die nog nodig zijn.

Daarbij is een sterk en stabiel ETS-systeem cruciaal, omdat dat investeringszekerheid biedt voor de industrie, die volop investeert in schonere productie. Zonder een goed functionerend ETS-systeem hadden we de afgelopen jaren veel minder opschaling van hernieuwbare energie en kernenergie gezien in Europa. Dan hadden we nog voor vele, vele, vele miljarden extra fossiele energie van buiten Europa moeten importeren. Voor de fracties die daar vragen over hebben gesteld: ik heb me in de afgelopen twee weken in alle bijeenkomsten al stevig uitgesproken voor een goed functionerend ETS-systeem.

Er zijn een paar lidstaten die echt wel grotere issues hebben, zoals Polen, door de hele grote fossiele lock-in met kolen die dat land nog heeft. Maar mijn oproep aan de Commissie is dan ook: kijk hoe je lidstaten gericht extra kan ondersteunen bij de transitie die ze moeten doormaken en ga nou niet dat hele ETS-systeem voor de hele Europese Unie fundamenteel ter discussie stellen, omdat dat onze verduurzaming echt fors zou vertragen. Ik wijs erop dat ook Tata bijvoorbeeld heeft aangegeven dat het nemen van een investeringsbeslissing voor het verduurzamen van de grootste staalfabriek van Noordwest-Europa op losse schroeven komt te staan zonder het ETS-systeem zoals we dat nu kennen. Het is dus ook in ons Nederlandse belang.

Er waren een aantal specifieke vragen gesteld over specifieke instrumenten zoals de gezamenlijke gasinkoop. Dat is een beschikbaar instrument op Europees niveau. We zijn er dus ook voor dat dat nog steeds mogelijk blijft. Nederland heeft dat in de vorige energiecrisis niet nodig gehad, omdat we de gasopslagen met onze eigen nationale maatregelen voldoende konden vullen.

De heer Klos vroeg naar de verschillende coalities die er nu zijn. Het is gelukkig weer een wat grotere groep aan het worden die pleit voor een stevig Europees klimaat- en energiebeleid. Dat zijn gelijkgestemde landen, onder andere Portugal, Spanje, Luxemburg, Slovenië, Denemarken, Finland en Zweden. In mijn gesprekken met Frankrijk en Duitsland wijs ik er echter op dat ook de industrie in die landen echt gebaat is bij een goed functionerend ETS-systeem in combinatie met CBAM, om de Europese industrie te beschermen tegen dumping van buiten de Unie.

De heer Hoogeveen en de heer Van der Lee vroegen naar de verschillende varianten, zoals een prijsplafond of een winstplafond. Ik heb als minister in het kabinet-Rutte IV op Europees niveau echt eindeloze nachten onderhandeld over de vraag: hoe zou je dat soort maatregelen nou op een verstandige manier kunnen nemen? Ik ben het namelijk eens met de heer Hoogeveen dat je niet onnodig wilt ingrijpen in de Europese energiemarkt, omdat dat kan leiden tot het wegdringen van import die naar Europa toe moet komen, die dan gewoon wordt opgekocht door concurrerende landen elders in de wereld. Het kan ook leiden tot verminderde investeringen in de Europese energiesector. We hebben in de vorige energiecrisis gezien hoe moeilijk het is om die plafonds ook juridisch op een goede manier in te bouwen. Het brengt daarmee ook significante risico's met zich mee voor de energieleveringszekerheid op Europees niveau.

Dat neemt niet weg dat exorbitante prijsstijgingen en exorbitante winsten natuurlijk onwenselijk zijn. Uiteindelijk hebben we in Nederland na een voorstel van GroenLinks-PvdA een nationaal prijsplafond kunnen invoeren om consumenten te beschermen tegen te grote schokken op de energiemarkt. Ook nu wordt weer door de Europese Commissie gekeken hoe dit soort maatregelen op nationaal niveau overwogen zouden kunnen worden. We gaan dus open maar ook wel kritisch de discussies in de komende tijd.

Gerichte compensatie op lidstaatniveau is vaak meer passend bij de situatie binnen dat land, maar ik zeg ook tegen de heer Hoogeveen dat in de vorige discussies die ik heb meegemaakt dan vaak wel de vraag kwam of de ene lidstaat voor de gerichte compensatie in de andere lidstaat kon betalen. Dat is ook niet de bedoeling van de JA21-fractie, denk ik. Ik zie aan zijn non-verbale communicatie dat hij dat met mij eens is.

Voorzitter. Deze oorlog laat ook zien dat we alles op alles moeten zetten om het Europese concurrentievermogen te verbeteren met de vervolmaking van de Europese interne markt en strategische investeringen in innovatie en de Europese techindustrie. Nederland zit nu in een kopgroep om de Europese kapitaalmarktunie versneld af te maken. Dat zou enorm veel geld kunnen vrijmaken voor investeringen in de Europese economie en de ambitieuze handelsagenda waar we net al over spraken. Ik kom bij een paar specifieke vragen die daar nog over zijn gesteld.

Made in Europe. U krijgt als Kamer binnenkort ook nog een uitgebreid BNC-fiche van het kabinet, waarin we uitgebreider zullen ingaan op de voorstellen die zijn gedaan. Ik sluit me wel aan bij een aantal sprekers die al zeiden: made in Europe moet wel een behapbaar pakket zijn. Daarbij geldt natuurlijk wel dat we afspraken hebben binnen de WTO en dat we netjes moeten omgaan met de verplichtingen die we zijn aangegaan met onze FTA-partnerlanden. Ik zou ook willen voorkomen dat we de "made in Europe"-agenda te veel als een agenda gaan zien die zo beschermend wordt dat je alleen nog maar binnen de EU of binnen een specifieke lidstaat van de EU je inkoop kan organiseren. Als je Europees denkt, moet je namelijk ook denken aan onze Britten en onze Noren. Dat zijn hele belangrijke partners, bijvoorbeeld bij het opschalen van de defensie-industrie. Zoals ik net al zei, krijgt u daar binnenkort een uitgebreider BNC-fiche over, waarin we zullen ingaan op de ambities van de Europese Commissie om de transitie te versnellen. Daarin zullen we als kabinet wel kijken of de preferentiecriteria beperkt, tijdelijk en inclusief zijn, om daarmee ook de Europese weerbaarheid goed te kunnen beschermen.

Het Duits-Italiaanse initiatief is eigenlijk een voorstel van de Duitse en Italiaanse regeringsleiders voor hoe je de Europese economie op korte termijn zou kunnen versterken. Het is een van de vele voorstellen die voor deze Europese Raad en de komende maanden zijn gedaan. De focus ligt daarbij wel heel erg op bescherming van Italiaanse en Duitse industrieën en niet per se op echte versterking op structureel Europees niveau. Ik heb met de Belgische premier afgesproken dat we op korte termijn zullen kijken hoe we binnen de Benelux op een aantal dossiers versneld tot Europese integratie kunnen overgaan en onnodige belemmeringen en overbodige regels kunnen wegnemen, om in ieder geval op Nederlands en Belgisch niveau bedrijven en ondernemers te kunnen helpen en daarmee hopelijk ook een voorbeeld te zijn voor anderen.

Tot slot vroeg de fractie van GroenLinks-PvdA nog: deregulering kan toch niet betekenen dat bescherming van werknemers op het spel wordt gezet? Dat ben ik met hem eens, want vereenvoudiging van regelgeving mag niet betekenen dat een aantal hele cruciale waarden onder druk komen te staan. Laten we in plaats van voor minder regels, vooral zorgen voor simpelere en slimmere regels en laten we daarbij niet uit het oog verliezen dat er soms ook gewoon hele verstandige dingen zijn bedacht om werknemers, de natuur of wat dan ook te beschermen.

Ik heb hier nog de vragen over het MFK, maar misschien is het beter als ik heel even …

De voorzitter:
Ik inventariseer en ik zie twee, nee, drie interrumpanten. Vier? We houden het op vier.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank aan de premier voor de beantwoording. Ten aanzien van wat de minister-president zei over de energieprijzen en ETS zeg ik: niet mee eens. Het is voorspelbaar, maar wij zien dat als JA21 meer als een voorspelbare verstikking van onze economie. Aan de andere kant zijn we positief over de reactie van de premier ten aanzien van de prijsplafonds. Dat is een realistische benadering. In de beantwoording van de premier mis ik nog wel met welke inzet op dit onderwerp hij nu naar de Raad gaat. Wat is de inzet van Nederland hierop?

Minister Jetten:
Ik ben nog deels in afwachting van een verder uitgewerkt voorstel van de Commissievoorzitter, maar meer in algemene zin kan ik het volgende zeggen. In de vorige energiecrisis hebben we geleerd dat het beter is om aan de voorkant alle mogelijke opties voor te bereiden. Toen holden we namelijk achter de realiteit aan en waren we ook te laat met het treffen van maatregelen. Gelukkig ligt er nu al heel veel klaar; er zit al heel veel in de gereedschapskist. Op nationaal niveau is dat in Nederland bijvoorbeeld de opdracht aan EBN om de gasopslagen alvast preventief te vullen, zodat we op tijd klaar zijn voor de winter. Op Europees niveau is dat het mogelijk maken van de gezamenlijke gasinkoop, waar de heer Dassen naar vroeg. Een ander voorbeeld is als lidstaat pleiten voor zo'n energienoodfonds om gezinnen met een kleiner inkomen gericht te kunnen ondersteunen. Dat zijn een aantal zaken die wij verstandig vinden.

Ik zit, denk ik, niet heel ver van uw lijn af, namelijk dat ik de komende week vooral moet bewaken dat de Europese energiemarkt een fatsoenlijk functionerende markt blijft. Daarbij probeer je de excessen eraf te schaven zonder zo fundamenteel in te grijpen dat die markt niet meer functioneert. Een niet-functionerende markt leidt immers tot minder noodzakelijke inkoop van energie die naar Europa toe moet komen, bijvoorbeeld in de vorm van vloeibaar gas, maar het leidt ook tot een forse vertraging van de noodzakelijke investeringen in wind, zon en kernenergie, de drie vormen van energie die ons continent uiteindelijk onafhankelijk gaan maken.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank voor de beantwoording. Ik ga even in op een ander onderwerp dat in dit blokje werd behandeld, namelijk de Industrial Accelerator Act. Ik kijk uit naar het BNC-fiche waar het kabinet mee komt. Ik heb nog wel een vraag over specifiek de trusted partners die nu min of meer zijn opgenomen in het Commissievoorstel. Het zijn landen waar wij ook handelsverdragen mee hebben gesloten. Hoe staat het kabinet daartegenover? Of komt dat pas in het BNC-fiche naar voren?

Minister Jetten:
Dat zal dan uitgebreider zijn, maar je hebt niet voor niks vertrouwde partners waarmee je nu de handelsrelatie aan het intensiveren bent. Je moet dus ook nagaan hoe je in die gezamenlijkheid elkaars autonomie kan versterken. Je moet voorkomen dat je overafhankelijk wordt van de import uit één of enkele landen. Mevrouw Maes vroeg daar volgens mij ook nog naar. We kijken ook in zo'n grondstoffenstrategie naar een goede spreiding van partners. In dat licht zullen we het BNC-fiche opstellen.

De heer Klos (D66):
Dank voor de beantwoording over ETS. Het is geruststellend dat Nederland wat dat betreft zo'n harde en positieve lijn inneemt. De beantwoording van de premier komt alleen niet helemaal overeen met de gelekte conceptconclusies van de Raad. De premier wil een gerichte compensatie voor landen die nog problemen hebben, zoals Polen, maar de Raad zou aansturen op het reduceren van de volatiliteit van de carbon price en het mitigeren van de impact op elektriciteitsprijzen in het algemeen. Hoe leest de premier dat compromis en waarop stuurt de Raad daarmee aan? Hoe zou zo'n voorstel eruitzien?

Minister Jetten:
Gelukkig wordt er nog onderhandeld over deze conclusies. De zin die de heer Klos aanhaalt … Heel eerlijk gezegd, heb ik geen idee wat daar staat, en ik denk niemand in Europa. Aan dit soort vage teksten heb je dus niks.

De heer Klos (D66):
Oké, super. Dat is helder. Dan heb ik nog een andere vraag in dit blok. De premier had het over het verminderen van regeldruk en bureaucratie in de Europese Unie. Veel daarvan ontstaat door de verschillende nationale regels en de manier waarop we wetten uitleggen. De Raad wil lidstaten ertoe oproepen minder om richtlijnen te vragen en meer aan te sturen op verordeningen, waarbij we dan één duidelijke regel hebben voor de hele Europese Unie. Dan moeten lidstaten alleen wel discipline tonen en bij de conclusies van wetgeving niet toch om een richtlijn vragen opdat er nationale ruimte is. Kan ik ervan op aan dat Nederland in ieder geval stopt met vragen om richtlijnen en meer gaat vragen om verordeningen?

Minister Jetten:
Niet als generieke inzet. Ik ben het wel eens met de heer Klos: als je simpelere en betere regels wil, dan helpt het om het op die manier op Europees niveau af te spreken en daar vervolgens niet weer allerlei nationale sausjes overheen te doen of allerlei uitzonderingen op te vragen of wat dan ook. Het betekent echter ook dat we onszelf moeten disciplineren. Het viel mij op dat in de vorige informele Raad — toen was ik nog niet in functie — heel erg werd gekeken naar Brussel, zo van: kom nou vanuit Brussel met allerlei maatregelen, versimpelingen, verbeteringen et cetera.

Ik was het eigenlijk ook wel eens met de voorzitter van de Europese Commissie, die de lidstaten de spiegel voorhield en zei: heel veel van de barrières die de interne markt nu kent, zijn door lidstaten zelf geïmplementeerd, met gold-plating, met nationale koppen en noem het allemaal maar op; begin dus ook bij jezelf. Dat is ook waarom ik samen met Bart De Wever, de Belgische premier, wil nagaan hoe Nederland en België daarin het goede voorbeeld kunnen geven.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de premier voor de antwoorden. Hij spreekt heel charmant over slimmere en simpelere regels. Dat spreekt mij natuurlijk ook wel aan, maar ik vind die hele focus op regels een beetje overtrokken. Ook als je kijkt naar de omnibussen, naar wat berekend is wat dat oplevert: één zevenhonderdste van het bbp misschien. Daar gaan we het verschil niet mee maken. Dan wil ik toch van de premier horen hoe hij aankijkt tegen het pleidooi van de secretaris-generaal van Economische Zaken, Sandor Gaastra, die in het traditionele ESB-artikel heel goed ingaat op niet alleen de noodzaak van productiviteitsgroei, met taskforces, maar ook op economische weerbaarheid, en heel erg benadrukt dat er meer mandaat, maar ook meer middelen naar de Europese Unie moeten gaan. Hoe kijkt de premier daarnaar, ook in het licht van zijn regeerakkoord?

Minister Jetten:
Wat een heel mooi bruggetje is naar de MFK-beantwoording, die zo nog komt, maar laat ik nu alvast het volgende zeggen. Ik ga komende maandag naar Berlijn. Daar is een van mijn belangrijkste punten om te bespreken met mijn Duitse collega hoe wij van die focus van alleen maar minder regels, als een soort van toverformule, komen naar een focus op investeren in groei; en dan de gewenste groei, dus een economie die duurzaam en digitaal is. Ik vind dat we als Nederland, met het rapport-Wennink in de hand, een hele mooie kans hebben om een aantal grote projecten uit te kiezen waarin we ook gaan inzetten op die productiviteitsgroei.

De vervolmaking van de Europese kapitaalmarktunie betekent veel meer financiering voor Europese start-ups en scale-ups, het Europese mkb en het grotere bedrijfsleven. Mijn pleidooi bijvoorbeeld om met het Verenigd Koninkrijk een nieuwe link te leggen om makkelijker energie van en naar elkaar te kunnen exporteren, leidt ertoe dat uiteindelijk in allebei de landen de energieprijzen naar beneden kunnen gaan. Soms is meer dus beter, omdat het leidt tot een grotere taart die we dan met elkaar kunnen verdelen, in plaats van alleen maar die focus op minder, minder. Ik kom zo meteen specifieker op het MFK. Sorry, voorzitter, ik ben te lang aan het antwoorden, maar u merkt dat ik enthousiast word van dit thema.

De voorzitter:
Ja, dat is duidelijk. Meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dan ga ik er graag nog op door. Wennink: 126 miljard aan concrete projecten. Toegegeven, dat moet echt niet allemaal publiek gefinancierd worden; het leeuwendeel privaat. Maar dan nog is mijn vraag: hoe moet ik dat nou zien in het licht van het regeerakkoord? Want dat is echt een investeringsagenda. Ja, de defensie-uitgaven worden "investeringen" genoemd, maar de multiplier daarvan is bijna nul, zo geeft het CPB aan. We kopen vooral spullen uit het buitenland en investeren via die route niet in onze economie; althans, heel beperkt. Maar ik zie dus niet de investeringsbedragen die nodig zijn om die projecten te realiseren. Ik vind het mooie woorden, maar komt er dan boter bij de vis?

Minister Jetten:
Twee voorbeelden. We komen binnenkort met het voorstel voor de nationale investeringsinstantie, zodat er miljarden vrijkomen om die investeringen los te trekken en ook meer privaat kapitaal hiernaartoe te halen. Het tweede voorbeeld is dat we onder andere bij Defensie hebben afgesproken dat we 10% van het budget willen oormerken voor innovatie-investeringen, juist om in Nederland en een aantal partnerlanden zo snel mogelijk de Europese defensie-industrie op te schalen, zodat we die 20 miljard extra niet alleen maar buiten de EU hoeven uit te geven.

De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. Ik had gevraagd wat de vervolmaking van de interne markt precies inhoudt. Want daar wordt wel lekker abstract over gesproken, maar de afgelopen decennia hebben we vanuit Europa vooral of alleen maar regelgeving gezien die ervoor zorgt dat die interne markt er wel is, maar dat daarin eigenlijk steeds minder voor steeds meer geld te koop is. Dus als we dat nou willen vervolmaken, hoe ziet dat er dan uit? Wat betekent dat dan voor de premier?

Minister Jetten:
Nou, bijvoorbeeld aan de slag gaan met de voorstellen om de Europese dienstenmarkt beter te integreren. Of de Europese kapitaalmarkt te integreren met meer en verbeterd toezicht op centraal niveau, zoals nu door de E6-landen, waaronder Nederland, is voorgesteld. Of het verder afmaken van de Europese energiemarkt, zodat op Europees niveau geproduceerde elektriciteit makkelijker tussen landen kan worden geëxporteerd en er betere onderlinge verbindingen zijn, om daarmee de weerbaarheid te vergroten. Dus ik denk eigenlijk dat er op een aantal hele grote dossiers al heel lang voorstellen liggen om de Europese marktwerking te verbeteren, maar dat we te druk bezig zijn geweest met allerlei nitty-grittydingen, die ons hebben afgeleid.

De heer Stöteler (PVV):
De samenwerking op het gebied van energie kwam natuurlijk net al voorbij. Dat is op zichzelf geen slecht idee, ware het niet dat daar altijd een gevaar in zit. Volgens de verdragen gaan lidstaten namelijk zelf over hun eigen energiemix. Ze mogen hun eigen energiemix bepalen. Dan kan er wel een kopgroep van een aantal landen zijn die het één willen, maar als er een land tussen zit dat zegt "nee, mijn energiemix ziet er zo uit", dan is dat het. ETS2 is uitgesteld tot 2028. Ziet de premier nog kans om dat verder uit te stellen naar bijvoorbeeld 2030 of 2060 of misschien zelfs afstel?

Minister Jetten:
Het Nederlandse kabinet is niet voor verder uitstel van ETS2.

De voorzitter:
Ik had eigenlijk gezegd dat de minister-president verder zou gaan met zijn beantwoording. Ik zou er toch ook op willen wijzen dat dit debat gaat over de Europese top van 19 en 20 maart. Ik ken de geannoteerde agenda zelf persoonlijk niet uit mijn hoofd, maar laten we het wel een klein beetje bij deze top houden. We zien elkaar namelijk heel snel weer bij een debat over een volgende top. Ik zal meneer Vermeer tot slot nog het woord geven, maar daarna gaan we wel even verder met de beantwoording. Het woord is aan meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dat komt vanwege de antwoorden van de minister-president. U kunt het uitlokking noemen. Ik weet niet wat het is, maar ...

De voorzitter:
Wie zaait, zal oogsten.

De heer Vermeer (BBB):
De minister-president begint over een vervolmaking van de kapitaalmarktunie. Ik zou hem toch wel even willen vragen om naar het rondetafelgesprek van 9 september van 2025 te kijken. Daarin presenteerden zes wetenschappers drie wetenschappelijke factsheets, waarmee ze uitlegden dat de kapitaalmarktunie niet de oplossing is en dat het aan een hele andere kant gezocht moet worden.

Minister Jetten:
Ik ga me daar even over laten informeren, voorzitter.

De voorzitter:
We gaan naar het Meerjarig Financieel Kader.

Minister Jetten:
Ik zal korter antwoorden, voorzitter. Excuus.

Nederland is voorstander van een toekomstbestendig en modern Meerjarig Financieel Kader. Dat betekent dat we de komende tijd in de onderhandelingen echt zullen pleiten voor strategische prioritering. Waar heeft de EU de grootste toegevoegde waarde en waar moet je je budget voor het grootste deel op inzetten? Ik vind dat op dit moment echt mijn topprioriteit, veel meer dan de discussie over de Nederlandse nationale afdracht. Het voorstel van de Europese Commissie dat nu voorligt, is gewoon niet ambitieus genoeg. Daar is, samen met een aantal andere Europese landen, echt een hele stevige inzet op nodig. Ik heb de afgelopen weken ook de waarschuwing afgegeven dat een Europese begroting die niet gemoderniseerd is, maar vervolgens wel van Nederland een grotere afdracht vraagt, onacceptabel is. Dat gaan we gewoon niet doen.

U kunt dus van mij verwachten dat ik hier de komende tijd vrij simpele boodschappen over blijf afgeven om de Nederlandse onderhandelingspositie stevig en sterk te houden. Er kunnen nog allerlei interessante discussies en debatten over eigen middelen voorbijkomen. Dat is ook onderdeel van die gesprekken. Ik zal voorstellen voor nieuwe eigen middelen ook echt op hun merites beoordelen. Ik zal daarbij bedenken wat de effecten van eigen middelen zijn op de afdrachten, op de voorspelbaarheid en op de stabiliteit, dus of het een zekere bijdrage aan de Europese begroting is of dat het juist heel fluctuerend is, waardoor er nieuwe discussies over de omvang van het MFK ontstaan.

Voor mij gaat het nu echt om de keuzes die we als Europa maken. De vraag is dus waarvoor en op welke terreinen de EU de komende jaren echte grote impact kan hebben voor onze inwoners en bedrijven. Ik verwacht daarvoor dus ook betere plannen dan de plannen die nu op tafel liggen. Dat betekent ook dat we in het coalitieakkoord niet vooruitlopen op eventuele andere afdrachten van Nederland. Dat zullen we bezien zodra de onderhandelingen op Europees niveau zijn afgerond. Overigens merk ik in alle gesprekken die ik voer dat er ook vrij veel begrip is voor het niet laten verslechteren van de nettobetalingspositie. Andere lidstaten zien namelijk echt wel dat Nederland daar de afgelopen jaren zijn fair share heeft gepakt.

Terecht wezen mevrouw Maes, de heer Stöteler en anderen op fraude met Europese fondsen. Je moet natuurlijk goed kijken naar de inzet van Europese middelen. Die moeten echt ten goede komen aan de onderwerpen waarover we afspraken hebben gemaakt. Het Europees bureau voor fraudebestrijding en het Europees Openbaar Ministerie zijn verantwoordelijk voor het opsporen van fraude en misbruik. Nederland wil in de onderhandelingen over het MFK ook sterk inzetten op het structureel verbeteren van de controlemechanismen.

Ik vond een prachtige vondst van de heer Van der Lee dat de grootste nationale kop ziet op het begrotingssaldo. Heel creatief gevonden! Ik zeg daar wel bij dat de 3% geen streefwaarde is, maar een grenswaarde. Sturen op 3% lijkt me dus heel onverstandig, want dan is de kans ook groot dat je eroverheen gaat. Ik denk dat we daar als Nederlands kabinet een goede marge hebben ingebouwd.

Tot slot in dit blokje. De heer Struijs vroeg naar de weerbaarheid van de Rotterdamse haven. Dat is een terecht punt, want die haven is van groot belang, niet alleen voor Nederland, maar ook voor veel Europese landen in het achterland. Dat staat nu niet op de agenda van de Europese Raad. Toevallig, of misschien niet zo toevallig, heb ik deze week contact gehad met de gemeente Rotterdam en het havenbedrijf. We zijn met de NCTV en anderen aan het kijken hoe we de weerbaarheid van Rotterdam goed kunnen borgen.

De heer Krul (CDA):
Ik werd heel blij van het begin van dit blokje. De minister-president zei: mijn prioriteit is prioriteren. Ik ben benieuwd of hij daar al iets van kan laten zien. In het coalitieakkoord staan er drie: defensie, innovatie, veiligheid. Maar waar moet Europa volgens de minister-president echt voor kiezen in het MFK?

Minister Jetten:
Dat ligt in dezelfde lijn als de discussie de afgelopen jaren in het parlement, dus minder focus op de landbouwfondsen en de structuurfondsen en op de korte termijn veel meer focus op veiligheid. De Europese defensie-industrie moet echt versneld opgeschaald worden. Het Europees concurrentievermogen staat volgende week ook uitgebreid op de agenda. Daarmee hangt een effectief energie- en klimaatbeleid samen. Voor veel lidstaten geldt natuurlijk ook dat we nu echt leveren op de migratiesamenwerking en de implementatie van het EU-Migratiepact.

De heer Stöteler (PVV):
De Europese Rekenkamer zei over het RRF, het coronaherstelfonds, in een rapport tegen de Europese Commissie dat zij maatregelen moet vaststellen die bij inbreuken op de regels consistent in de lidstaten moeten worden toegepast. Daar stonden veel meer aanbevelingen in, maar dit was wat mij betreft de grootste als je dat systeem wilt gebruiken voor het Meerjarig Financieel Kader. Nu zegt de premier net dat hij de controlemechanismen heel belangrijk vindt. Betekent dat dan ook dat de premier er aanstaande donderdag en vrijdag bij de Commissie op aan gaat dringen om gewoon alle aanbevelingen van de Europese Rekenkamer op dit soort mechanismen over te nemen en niet te verwerpen of maar deels aan te nemen? Gaat hij erop aandringen dat ze gewoon overgenomen en geïmplementeerd moeten worden?

Minister Jetten:
Ik ken niet alle aanbevelingen op dit moment. Zo ver had ik me er nog niet in verdiept. Ook op nationaal niveau vind ik dat je er, als er aanbevelingen worden gedaan door dit soort onafhankelijke adviseurs, altijd heel serieus naar moet kijken. Als je aanbevelingen niet overneemt, moet je ook goed onderbouwen waarom je dat niet doet.

De heer Stöteler (PVV):
Maar als je dat dan niet doet en je wil vervolgens dezelfde systematiek die nu met 900 miljard wordt gebruikt wil gaan inzetten met 2.000 biljoen of 2 biljoen — wat was het ook alweer, een twee met twaalf nullen — is dat natuurlijk belachelijk. Je zult dat systeem dan waterdicht moeten maken. Dan moet je zo'n rekenkamer natuurlijk bijzonder serieus gaan nemen. Wil de premier er donderdag en vrijdag dus even op aandringen dat ze gewoon die aanbevelingen van de rekenkamer overnemen en dat gewoon eens gaan implementeren?

Minister Jetten:
Ik verwacht niet dat de Raad van volgende week hier al in zo veel detail op zal ingaan, omdat de actualiteiten in Oekraïne en Iran en de effecten daarvan op de korte termijn op de Europese economie wel echt de boventoon zullen voeren. Maar in al mijn inzetten de komende tijd op het MFK zal zeker het bestrijden van misbruik van en fraude met Europees geld een heel belangrijk onderdeel zijn. De omvang van het MFK zoals de heer Stöteler dat nu noemt, is voor Nederland nu niet acceptabel.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank voor het compliment over de creatieve vondst. Het klopt natuurlijk gewoon: het is de grootste nationale kop in euro's. De Kamer heeft via de motie-Klaver al uitgesproken dat het financiële kader van dit minderheidskabinet niet op een meerderheid kan rekenen in dit huis. Dat zie ik maar vast als winstpuntje. Maar mijn vraag gaat over een ander punt. Ik heb goed geluisterd naar de minister-president. Wederom valt mij toch het volgende op. Wat betreft de modernisering ben ik het met hem eens. Er moet heel veel gebeuren. Hij zegt dat er geen verslechtering mag zijn wat betreft de nettobetalingspositie. Dan kom ik toch weer op die 1,6 miljard. Dat is nog eens extra opgave, waarvan het Centraal Planbureau heel duidelijk heeft aangegeven dat die totaal onrealistisch is. Is hij nou van tafel? Ik hoor de premier hem ook niet noemen. Ik vind het winst als hij van tafel is, maar dan is dat ook duidelijk. Dan zijn we er gewoon klaar mee. Ik hoor graag van de premier hoe dat nu zit.

Minister Jetten:
Ook dat is onderdeel van de gesprekken met Brussel. Ik ga me niet te veel in de kaarten laten kijken, maar hier gaan we uit komen.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dat moet ik ook als winst incasseren, geloof ik. Ik weet niet of ik dat gelijk aanneem. Maar goed, ik ga hier rustig over nadenken.

Minister Jetten:
Wordt vervolgd.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ja, laat ik het daar maar bij houden.

De heer Dassen (Volt):
Als ik de minister-president goed beluister, zet het kabinet in op een verlaging van het voorgestelde MFK in combinatie met een herprioritering. Dan vraag ik me wel af, met de uitdagingen waar we voor staan, of we de Europese Unie de komende zeven jaren niet tekort gaan doen. We zetten de begroting voor zeven jaar vast. Er zit een enorme omwenteling in de wereld aan te komen. Hoort daar niet een begroting bij die in staat is om die uitdagingen daadwerkelijk aan te kunnen? Ik kijk naar klimaat, energie en veiligheid. Dat zijn gigantische uitdagingen als je echt naar een Europese defensie wil. Is dan het inzetten op een verlaging van het MFK wel verstandig volgens de minister-president?

Minister Jetten:
Wat ik niet verstandig vind, is de inzet die ik nu uit veel andere Europese lidstaten zie terugkomen, namelijk om alles maar bij het oude te houden. Dat is het de grootste fout die we zouden kunnen maken, gezien de grote uitdagingen die de heer Dassen ook noemt. We moeten voorkomen dat we uitkomen op een begroting die wel in omvang enorm toeneemt, maar geen verdere prioritering kent, zodat er dus nog meer geld besteed gaat worden aan zaken waar we in de afgelopen jaren al te lang aan zijn blijven vasthouden. Dat zou volgens mij heel slecht nieuws zijn voor de Nederlandse belangen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Dat geloof ik helemaal, maar we staan nu in het Nederlandse parlement. Ik ben het helemaal met de heer Jetten eens dat ook al die andere landen zullen moeten toewerken naar die hervormingen. Die zijn cruciaal en absoluut noodzakelijk. Ik denk ook dat we moeten nagaan wat wij dan precies willen inbrengen. En is onze houding om te zeggen dat het MFK lager moet worden dan wel verstandig?

Misschien een andere vraag. Het MFK wordt voor zeven jaar vastgesteld. Zouden we eigenlijk niet toe moeten naar een verkorting daarvan? We kunnen zeggen dat het MFK voor vier jaar of drie jaar wordt vastgesteld, juist omdat deze tijd zo snel om verandering vraagt. Is dat iets waar de minister-president eens op wil reflecteren?

De voorzitter:
Ik weet niet of het op de agenda staat van 19 en 20 maart, maar laten we het eens vragen.

Minister Jetten:
Heel kort, voorzitter. Ik snap de vraag. Als je meer en sneller had kunnen inspelen op de actualiteit, zou een kortere tijdshorizon wellicht beter zijn. Maar dat gaat in deze MFK-onderhandelingen echt kansloos zijn. Dat is dan voor de volgende ronde interessant.

De voorzitter:
Krul en Klos? Meneer Krul.

De heer Krul (CDA):
Toch even terug naar die herprioritering. De minister-president geeft aan dat je toch moet kijken naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dat is een enorme brok met geld. Als je gaat prioriteren, kijk je daar als eerste naar. Maar hij sprak ook over structuurfondsen en cohesiefondsen. Bedoelt hij dan ook bijvoorbeeld het Just Transition Fund voor het sneller afbouwen van een industrie, of een ESF+, waar het recentelijk in Europa in het parlement over gegaan is, waarmee we toch met elkaar nobele dingen voor elkaar krijgen binnen Europa? Kan hij daar nog iets meer op inzoomen? Het zou wel heel zonde zijn als juist op dit soort cohesiefondsen geminderd wordt, terwijl die zo belangrijk zijn.

Minister Jetten:
Goede vraag. Juist het Just Transition Fund hangt natuurlijk samen met de implementatie van het ETS2. Dat heb ik zelf nog uitonderhandeld als minister voor Klimaat en Energie. Eigenlijk iedereen in Europa vond het logisch dat je ook in andere sectoren een prijs op CO2-uitstoot zet, mits je maar een deel van de opbrengsten terug investeert in een goede transitie en daarbij ook extra aandacht besteedt aan gebieden of sectoren die meer moeite hebben om die transitie mee te maken. Dat moeten we wel in die samenhang blijven bezien. Dat ben ik eens met de heer Krul.

De heer Klos (D66):
Ik ben benieuwd welke lessen de premier heeft getrokken uit de vorige ronde van de meerjarenbegroting. Nederland heeft toen de focus gelegd op de afdracht en niet op de modernisering. Het resultaat dat de premier toen heeft uitonderhandeld was: geen modernisering en een kleinere afdracht. De begroting werd ook kleiner dan voorgesteld, maar het snijden gebeurde bij het innovatiebudget, waar Nederland juist heel veel baat bij heeft. Dus welke lessen trekt het kabinet nu uit de inzet van de vorige keer?

Minister Jetten:
Ik denk dat de belangrijkste les de keuze is om al in het coalitieakkoord de modernisering en de afdracht in de prioriteiten van de Nederlandse inzet op te nemen, en in mijn bilaterale contacten vooral door te praten, na al die prachtige eerste bijeenkomsten waar ik bij ben geweest, waar iedereen de mond vol had van een geopolitiek sterker Europa dat voor zichzelf kan zorgen op het gebied van veiligheid en economie. Wij zullen er dan ook voor zorgen dat we een begroting hebben die dat mogelijk maakt.

De voorzitter:
Het Midden-Oosten.

Minister Jetten:
Als u het goedvindt, doe ik eerst even de varia.

De voorzitter:
Ja.

Minister Jetten:
Dan gaat het iets sneller en dan kunnen we daarna goed stilstaan bij het Midden-Oosten. Ik denk dat ik inmiddels genoeg gezegd heb over de hervorming van de Europese besluitvorming en de noodzaak die we zien om op een aantal onderwerpen niet meer met unanimiteit tot die besluitvorming te komen.

De Turnberry deal hangt samen met wat we net al bespraken. Het kabinet is natuurlijk niet blij met de Amerikaanse tarieven en de voortdurende onzekerheid die die opleveren voor Nederlandse en Europese bedrijven. De Verenigde Staten blijven een belangrijke handelspartner van de EU. Het is daarom juist belangrijk dat we vasthouden aan de afspraken die in augustus vorig jaar zijn gemaakt. Daar wordt op alle mogelijke manieren op gewezen: laten we voorspelbare partners zijn nadat we tot zo'n moeizaam akkoord zijn gekomen.

De Verenigde Staten blijven een belangrijke bondgenoot waar we veel belangen mee delen, zowel op het gebied van veiligheid als van welvaart. Daarom blijven we ons inspannen voor die trans-Atlantische band. Tegelijkertijd moeten we nu allemaal wakker zijn geworden — dat zijn we hopelijk — wat betreft de onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse regering op een aantal grote dossiers. We moeten als Europa dus veel meer op eigen benen staan.

Wie doet wat in Brussel? We hebben inderdaad een voorzitter van de Europese Commissie, een voorzitter van de Europese Raad en een Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenland. Ik heb de afgelopen weken gezien dat die drie veel gezamenlijk optrekken en daarmee elkaars inzet ondersteunen en versterken. Dat is belangrijk in de outreach die we op dit moment doen naar onze partners in onder andere het Midden-Oosten en Oekraïne, maar dat mag zeker niet de aandacht afleiden van al het werk dat intern in de EU moet gebeuren.

We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat de migratieterugkeerhubs moeten voldoen aan de Europese en internationale standaarden en dat we bij eventuele afspraken toezien op het waarborgen van de rechten van migranten bij de uitwerking en de operationalisering. Ik ben benieuwd of er de komende tijd ook andere partnerlanden kunnen worden gevonden om dat soort hubs te realiseren.

Tot slot in het blok overig de vragen van mevrouw Maes ten aanzien van de Franse inzet en de Nederlandse ondersteuning met het fregat Evertsen. Dat wordt nu dus ingezet voor het oostelijke Middellandse Zeegebied met een defensief mandaat. Tijdens de aankomende Europese Raad staat het niet formeel op de agenda, maar ik ga er wel van uit dat we in alle informele contacten ... Tijdens mijn dagelijkse telefoontjes wordt er natuurlijk continu gekeken naar hoe de situatie zich ontwikkelt en wat Europa kan doen om ook voor ons belangrijke handelsstromen goed te beschermen en het Europese grondgebied veilig te houden. Mochten er nieuwe ontwikkelen of nieuwe verzoeken aan Nederland zijn, dan zullen we de Kamer daar direct over informeren.

De voorzitter:
Ik inventariseer nu de interrupties voor dit blokje. Ik zie de heer Stöteler en de heer Dassen.

De heer Stöteler (PVV):
Over die fantastische samenwerking tussen de drie ambtenaren in Brussel op buitenlandbeleid. Ik wil niet het hele Irandebat overdoen, maar kunnen we dan vaststellen dat regime change in Iran het kabinetsstandpunt is? Is dat dan de vaststelling van de avond? Dat heb ik vanmiddag namelijk nog niet gehoord.

Minister Jetten:
Ik vind het knap dat u dat nu interpreteert op basis van hetgeen ik net heb gezegd. Mocht er een ander regime komen in Iran, dan denk ik dat dat goed nieuws is voor de Iraanse bevolking.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Stöteler (PVV):
Ik vraag dat omdat mevrouw Von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie, daar toch internationaal toe heeft opgeroepen. Veel ambassadeurs uit lidstaten waren daarover overigens not amused, om in goed Engels te spreken. Die zeiden: wat Von der Leyen nu doet, is policy overreach. Maar het is goed om te horen dat dit het standpunt van de Nederlandse regering is.

De heer Dassen (Volt):
Ik wil graag nog even een vraag stellen over de terugkeerhubs. We zien vanuit het Europees Parlement dat er deze week een verslechtering is doorgevoerd. Daarover zijn er ook veel zorgen vanuit ngo's, zeker als het gaat om kinderrechten. Daarover had ik een vraag gesteld. Volgens mij heeft de minister-president die nog niet beantwoord.

Minister Jetten:
Ik heb ook gezien dat het Europees Parlement een akkoord heeft bereikt op dit dossier nadat er een andere meerderheid is ontstaan dan de meerderheid die we een week geleden misschien nog hadden verwacht. Dat betekent dat de onderhandelingen in de triloog nu kunnen gaan starten. We wachten af wat daar de uitkomst van gaat zijn. U kent de Nederlandse inzet zoals die ook eerder is gepleegd in de Europese Raad.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
De verwachting is dat de Raad er vrij snel uit gaat zijn met het Europees Parlement, omdat veel landen dit steunen. Ik ben benieuwd of de Nederlandse inzet hetzelfde blijft of dat Nederland de strengere lijn gaat steunen.

Minister Jetten:
Dat is het antwoord dat ik net al heb gegeven, namelijk dat we vanuit het coalitieakkoord de terugkeerhubs zullen blijven beoordelen op Europese en internationale standaarden, die ook toezien op het waarborgen van de rechten van migranten. Zowel de uitwerking van het beleid voor de terugkeerhubs als de operationalisatie van specifieke deals zullen we langs die meetlat leggen.

De voorzitter:
De minister-president vervolgt met het laatste deel van zijn beantwoording.

Minister Jetten:
Ik kom nu nog bij het Midden-Oosten.

De voorzitter:
Meneer Dassen, was er een vraag niet beantwoord?

De heer Dassen (Volt):
Ik had nog een vraag over met welke landen dit soort afspraken gemaakt kunnen worden, volgens de minister-president.

De voorzitter:
De minister-president.

Minister Jetten:
Ik heb net aangegeven dat dat de grote vraag is voor de komende tijd. Het is interessant en goed om te zien dat er nu tempo zit in de onderhandelingen, nu eerst in het Europees Parlement en dan in de triloog. Daarna komt de vraag met welke landen je goede afspraken kunt maken. We hebben eerder gezien dat er gesprekken liepen met Oeganda. Die gesprekken zijn nu on hold vanwege de nasleep van de verkiezingen daar. Het zal onderdeel zijn van de gesprekken die de migratieministers met elkaar voeren over welke landen rondom Europa interessant zouden zijn om dit soort afspraken mee te gaan maken. Ik heb niet meteen een heel concreet lijstje voor u voorhanden.

De voorzitter:
U vervolgt het laatste deel van uw beantwoording.

Minister Jetten:
De ontwikkelingen in het Midden-Oosten en Iran kunnen niet los van elkaar worden gezien. Terwijl alle aandacht gaat naar de oorlog in Iran en alle tegenaanvallen, en terwijl er aandacht gaat naar Oekraïne, moeten we niet vergeten dat onder andere in Gaza, op de Westbank en in Libanon er nog steeds sprake is van een hele kwetsbare situatie, met verdere inperking van de bewegingsvrijheid, zowel in Gaza als op de Westelijke Jordaanoever. Denk aan het sluiten van alle grensovergangen op 28 februari. Op 3 maart jongstleden werd de grensovergang Kerem Shalom gedeeltelijk heropend, maar de andere grensovergangen blijven gesloten. Dat geldt ook voor de overgang tussen Egypte en de Gazastrook bij Rafah. Dat betekent dat de hulp die nu binnenkomt in de Gazastrook aanzienlijk minder is dan voor de oorlog met Iran. Daardoor is de humanitaire situatie onvoldoende en wordt die alleen maar nijpender. Hulporganisaties kampen al lange tijd met ernstige restricties op het leveren van hulp. Dan gaat het onder andere om essentiële goederen zoals tenten en medische apparatuur. Nederland blijft daarom pleiten voor een veilige en ongehinderde toegang voor de VN, het Rode Kruis en ngo-partners. Daarvoor gebruiken we momenteel ook alle mogelijke kanalen.

Zowel de minister van Buitenlandse Zaken als ikzelf zullen volgende week in Brussel wederom aandringen op het feit dat Israël meer moet doen om deze nijpende humanitaire situatie in de Gazastrook te verbeteren. Daarnaast werken we in EU-verband aan stevige maatregelen via bestaande missies. We kijken hoe we de steun aan de Palestijnse Autoriteit verder kunnen versterken. Ik heb gisteren gesproken met de premier van de Palestijnse Autoriteit. Dan gaat het niet alleen over steun voor de Autoriteit zelf, voor de herstelde samenwerking met UNRWA als belangrijkste leverancier van humanitaire hulp aan Palestijnen, maar ook over wat we kunnen doen aan extra steun voor de wederopbouw van Gaza.

In het gesprek met de premier van de Palestijnse Autoriteit heb ik aandacht gevraagd voor de snel verslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever, want die situatie is onaanvaardbaar. De minister van Buitenlandse Zaken heeft dat ook gedaan in het gesprek met zijn Israëlische counterpart. De recente besluiten van het Israëlische kabinet waarmee de controle over het bezette gebied wordt uitgebreid, zijn een duidelijke schending van het internationaal recht en plaatst de tweestatenoplossing nog verder op afstand. We zullen dan ook pleiten voor een stevige reactie van de Europese Unie. Eerder deed Nederland dat in VN-verband in New York samen met 80 andere landen.

We kijken daarnaast hoe we de nijpende humanitaire situatie kunnen verlichten door onder andere de herregistratieplicht voor internationale ngo's te verwerpen en erop te wijzen dat het niet op deze manier kan doorgaan. Daarover heeft ook de minister van BHOS gesprekken gevoerd met de betrokken ngo's. De heren Dassen en Van Baarle vroegen ook naar de medische noden in Gaza. Die zitten aan de ene kant natuurlijk op het leveren van acute humanitaire hulp, die ter plaatse kan helpen voor verlichting. Maar we kijken ook naar eventuele nieuwe evacuaties van patiënten. Dat moet natuurlijk op een zorgvuldige wijze worden uitgevoerd, omdat het gaat om een hele kwetsbare groep patiënten en gezinnen, die niet alleen specialistische zorg nodig hebben, maar vaak ook opvang en begeleiding. Dat vergt dus een goede coördinatie. Op 1 april is er een commissiedebat over humanitaire hulp. Het kabinet zal voor die tijd een update sturen over de medische evacuaties.

Zoals ik net al zei laat de situatie op de Westelijke Jordaanoever zien dat het toenemende kolonistengeweld en ook het voornemen van de Israëlische regering om daar meer gebied in te nemen, gewoon onacceptabel is. Zoals bekend in uw Kamer is Nederland initiatiefnemer in de EU als het gaat om aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en organisaties. Nederland zal daar tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken opnieuw aandacht voor vragen, met name voor een derde sanctiepakket gericht tegen deze gewelddadige kolonisten en organisaties.

De eerlijkheid gebiedt daarbij te zeggen dat hier ook realisme nodig is. Ik voel in deze Kamer een heel stevige oproep om meer te doen op dit vlak, maar we zien ook dat in de EU het aantal partners onder EU-lidstaten dat meedoet om deze druk op te voeren en tot extra maatregelen te komen, erg beperkt is. De minister van Buitenlandse Zaken en ik kijken ook steeds welke druk nuttig is om weer extra stappen te zetten. Dat kan, vrees ik, niet in de volle breedte zoals dat hier door een aantal fracties in de Kamer wordt gesuggereerd.

Er is nog gevraagd naar de Nederlandse interventie bij het Internationaal Gerechtshof aangaande de zaak die door Zuid-Afrika is aangespannen. Zoals de minister van Buitenlandse Zaken een paar uur geleden heeft toegezegd, komt daar snel een uitgebreidere brief met toelichting.

Voorzitter. Daarmee heb ik, denk ik, in algemene zin alle vragen op dit punt beantwoord, behalve de vraag van de heer Van Baarle over Syrië. Laten we ook wat dat betreft benadrukken dat Nederland de bezetting van de Golanhoogte sinds 1967 niet erkent en dat ook in de komende Europese Raad niet alleen zal worden gekeken naar Gaza en de Westelijke Jordaanoever, maar ook naar de situatie in Syrië en Jordanië.

Punt, voorzitter.

De voorzitter:
Meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat de situatie verslechtert, is echt schrijnend. We hebben al sinds oktober 2023 te maken met jarenlang gepleegde misdaden tegen de Palestijnen in Gaza. De illegale bezetting van Palestijns land op de Westelijke Jordaanoever is een misdaad die natuurlijk al decennialang gepleegd wordt. Dan hoor ik de minister-president zeggen "aandringen bij Israël", "aanspreken op de wijze", "pleiten voor een reactie", maar wat behelst dat dan concreet? Ik heb gevraagd: gaat u dan pleiten voor opschorting van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord? Of gaat u nationale maatregelen nemen als die meerderheid in de EU er weer niet komt voor sancties tegen gewelddadige kolonisten? Wat gaat u nou materieel doen?

Minister Jetten:
Zoals de heer Van Baarle weet, worden er ook een aantal nationale maatregelen voorbereid en zijn we daarnaast aan het kijken hoe we op Europees niveau voldoende steun kunnen vinden voor extra effectieve maatregelen om die druk op te voeren. Er zijn allerlei suggesties gedaan, ook door de Kamer. Die nemen we daar allemaal in mee, maar zoals ik net aangaf, past hier helaas dus ook enig realisme: voor heel veel van de suggesties die door de Kamer worden gedaan, is in Europa absoluut geen meerderheid te vinden. Dat neemt niet weg dat we eraan blijven werken en blijven bouwen aan aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en organisaties, en dat we nu dus als Nederlands kabinet — en dat is toch wel een breuk ten opzichte van het vorige kabinet — Israël ook bilateraal aanspreken op de verantwoordelijkheid die dat land heeft om niet alleen de humanitaire hulp aan Gaza sterk te verbeteren, maar ook te stoppen met de onacceptabele acties die op de Westelijke Jordaanoever plaatsvinden.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Dan ontbreekt nog steeds het antwoord van de minister-president op de vraag wat Nederland dan concreet gaat bepleiten in Europa en wat daarbij de inzet is. Ook ontbreekt het antwoord van de minister-president op het punt van de sancties tegen gewelddadige kolonisten. Ik vraag hier al zo lang om en elke keer is het antwoord dat daar geen Europese meerderheid voor is. Er is een motie van mij aangenomen om te onderzoeken of die gewelddadige kolonisten op een nationale inreisverbodlijst gezet kunnen worden. Dat wordt elke keer weerhouden; dat wordt niet gedaan. Kan de minister-president toezeggen dat als daar bij de komende Europese vergadering weer geen meerderheid voor is, we die personen gewoon op een nationale inreisverbodlijst gaan zetten? Ik ben de straffeloosheid van de mensen die het leven van Palestijnen zuur maken, helemaal zat. Ik kan het gewoon niet meer aanzien, en ik hoop de minister-president ook niet.

Minister Jetten:
Ik begrijp de frustratie dat hier de laatste tijd zo weinig voortgang op geboekt is, terwijl er zulke verschrikkelijke omstandigheden zijn voor zo veel onschuldige mensen. Ik ga volgende week voor het eerst in de Europese Raad meemaken hoe deze discussie verloopt. Ik ga nu ook niet toezeggen wat ik ga doen als dat niet meteen in deze eerste vergadering al tot resultaat leidt. Ik wil beter begrijpen waar de weerstand zit om meer te doen en hoe Nederland daar effectiever op kan inspelen. Dat doe ik niet alleen, maar met de minister van Buitenlandse Zaken.

De voorzitter:
Ik dank de minister-president. Tot slot nog één vraag van meneer Stöteler.

De heer Stöteler (PVV):
Eén vraag. Israël heeft de afgelopen decennia al ondervonden hoe het is om terreurorganisaties aan je grenzen te hebben. De afgelopen paar jaar is dat met Hamas en Hezbollah. Dat zagen we afgelopen week nog: 200 raketten en allemaal drones erbij. Misschien kan de minister-president een heel klein beetje begrip opbrengen voor het feit dat Israël zegt: die Golanhoogte houden we nog wel even leeg, want als we die loslaten, zit ook daar meteen de volgende dag een terreurgroep zich in te graven, en dat willen we toch echt niet. Ik vraag een klein beetje begrip.

Minister Jetten:
Het is klip-en-klaar dat ook Israël het recht heeft zich te verdedigen tegen voortdurende aanvallen die op het land worden uitgevoerd. Een aantal terroristische organisaties bedreigen de veiligheid van Israël al vele jaren en het is dus ook het recht van Israël om zich daartegen te verdedigen en in te grijpen als dat nodig is. Dat neemt niet weg dat je ook de gruwelheden kunt veroordelen die in de Gazastrook hebben plaatsgevonden, dat de humanitaire situatie daar heel nijpend is, dat je ook Israël kunt aanspreken op zijn verantwoordelijkheid om zowel op de Westelijke Jordaanoever als in Syrië als in Libanon terughoudend te zijn en verdere escalatie te voorkomen.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik kijk of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik zie geknik. De heer Dassen krijgt als eerste het woord voor zijn tweede termijn. De tweede termijn is niet verplicht, zeg ik er nog maar even bij. Volgens het Reglement van Orde staat het u helemaal vrij of u daar al dan niet gebruik van wil maken. Gaat uw gang, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de minister-president voor de beantwoording. Ik heb een paar moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel EU-lidstaten hun eigen insolventie- en belastingwetgeving hebben, hetgeen de integratie van de kapitaalmarktunie en grensoverstijgend investeren in Europese bedrijven bemoeilijkt;

overwegende dat voor een ontwikkelde en functionerende Europese kapitaalmarktunie harmonisatie van insolventie- en belastingwetgeving nodig is;

overwegende dat het gebruikmaken van het 28ste regime voor insolventie- en belastingwetgeving het verder integreren van de kapitaalmarktunie kan stimuleren;

verzoekt de regering in Europees verband te pleiten voor het gebruikmaken van het 28ste regime voor insolventie- en belastingwetgeving met als doel om de kapitaalmarktunie verder te ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2381 (21501-20) (#1).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet zich inzet voor modernisering van het Meerjarig Financieel Kader (MFK);

overwegende dat het huidige MFK een looptijd van zeven jaar heeft, terwijl de geopolitieke, economische en maatschappelijke omstandigheden in Europa snel kunnen veranderen;

verzoekt de regering zich in Europees verband actief in te zetten voor het verkorten van de looptijd van het Meerjarig Financieel Kader als onderdeel van de modernisering van de Europese begroting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 2382 (21501-20) (#2).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gezamenlijke Europese gasinkoop tijdens de vorige energiecrisis zijn meerwaarde heeft bewezen;

constaterende dat de gasprijzen opnieuw stijgen en dit instrument onvoldoende wordt ingezet;

verzoekt de regering zich in Europees verband actief in te zetten voor het heractiveren van gezamenlijke gasinkoop,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 2383 (21501-20) (#3).

U heeft een interruptie van meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik wil het toch even over die eerste motie van meneer Dassen hebben, die juist heel erg pro-Europees is. Helpt het nou Europa om een fictief 28ste regime, een jurisdictie die alleen op papier bestaat, te creëren, waarbij het onduidelijk is wie op welke manier belasting moet betalen aan wie en dat een uitnodiging is voor het creëren van brievenbusfirma's? Is dat nou wel de route die we zouden moeten volgen?

De heer Dassen (Volt):
Ik denk zeker dat het bij kan dragen dat we naast al die nationale wetgeving, waar we met elkaar maar niet van afkomen, inderdaad een alternatief gaan bieden om te zorgen dat bedrijven daadwerkelijk makkelijker in Europa kunnen ondernemen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
De heer Vermeer — ik zie hem nu niet — refereerde aan een rondetafel die we hebben gehad. Dit is een product van de lobby van de financiële sector. Ik zie niet in hoe de reële economie hiervan gaat profiteren. Ik ben altijd bereid om na te denken en mee te praten over het voltooien van een Europese kapitaalmarktunie, maar laten we dat dan echt doen met 27 lidstaten en geen constructie bedenken waarvan ik meer ellende verwacht dan enige nuttige bijdrage voor de reële economie.

De heer Dassen (Volt):
Duly noted. Ik denk dat het zeker wel kan bijdragen. Zo hebben we ook de Europese rechtsvorm EU-INC neergezet als alternatief van het 28ste regime. Dat kan volgens mij ook juist bijdragen aan het versnellen van jonge ondernemingen. Dit is volgens mij ook een mogelijkheid die juist bijdraagt aan de vervolmaking van de kapitaalmarktunie. Ik zou toch zeggen dat we dat allemaal moeten willen.

De voorzitter:
Dank u wel. Is er bij de heer Klos behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval. Daarvoor krijgt hij nu het woord. Gaat uw gang.

De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister-president dat hij na een lange dag buitenlandse politiek ook aandacht wilde besteden aan de binnenlandse Europese politiek. Van mijn hand ook een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het rapport van Mario Draghi over de toekomst van de Europese economie oproept tot diepere en strategischere Europese samenwerking om de concurrentiekracht en strategische autonomie van de EU te bevorderen;

overwegende dat het rapport verschillende voorstellen bevat voor institutionele en democratische hervormingen om besluitvorming binnen de Unie sneller en slagvaardiger te maken;

overwegende dat Nederland een voortrekkersrol wil vervullen bij de snelle implementatie van aanbevelingen uit het rapport;

verzoekt de regering om in lijn met de aanbevelingen uit het Draghirapport concrete voorstellen uit te werken voor democratische en institutionele hervormingen van de Europese Unie, in het bijzonder het activeren van overbruggingsclausules en versterkte samenwerking, zich in Europees verband actief in te zetten voor het vormen van een coalitie van gelijkgezinde lidstaten om deze hervormingen te agenderen, en de Kamer hierover voor het zomerreces te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos en Krul.

Zij krijgt nr. 2384 (21501-20) (#4).

Dank u wel, meneer Klos. Het woord is aan de heer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Israëlische ministers Smotrich en Katz een voorstel hebben gedaan voor nieuwe illegale nederzettingen dat is goedgekeurd door het Israëlische veiligheidskabinet;

constaterende dat de illegale nederzettingen in strijd zijn met het internationaal recht;

overwegende dat Katz deze schendingen van het internationaal recht ook heeft verdedigd door te stellen dat de nederzettingen de vestiging van een Palestijnse staat voorkomen en dienen ter consolidatie van Israëlische controle over territorium en ter uitoefening van een historisch recht;

overwegende dat Smotrich en Ben-Gvir door Nederland tot persona non grata zijn verklaard vanwege uitspraken over illegale annexatie;

verzoekt de regering om de Israëlische minister Katz tot persona non grata te verklaren, net zoals dat terecht bij Smotrich en Ben-Gvir is gebeurd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2385 (21501-20) (#5).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Internationaal Gerechtshof reeds in 2024 oordeelde dat Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden illegaal is en zo spoedig mogelijk beëindigd moet worden;

verzoekt de regering om sancties te bepleiten tegen entiteiten die aantoonbaar activiteiten ontplooien om illegale nederzettingen in Palestijnse gebieden te vestigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2386 (21501-20) (#6).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om in Europees verband naar draagvlak te zoeken voor opschorting van (onderdelen van) het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2387 (21501-20) (#7).

De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering in Europees verband de noodzaak te bepleiten van een Europees pakket aan maatregelen die getroffen zullen worden indien Israël nieuwe plannen voor illegale nederzettingen maakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 2388 (21501-20) (#8).

De heer Van Baarle (DENK):
Ik dank u vriendelijk, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan meneer Van der Lee, die spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Dank aan de premier voor zijn beantwoording. Ik zie uit naar de komende debatten. We zijn het eens over een sterk Europa, maar we gaan nog vaak een robbertje vechten over de financiële implicaties daarvan. Ik kijk daarnaar uit. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de afsluiting van de Straat van Hormuz opnieuw laat zien hoe kwetsbaar Europa is door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en dat landen met een hoog aandeel hernieuwbare energie minder last hebben van prijsstijgingen;

constaterende dat Europese huishoudens en bedrijven tijdens de vorige energiecrisis 100 miljard euro hebben bespaard dankzij meer zonne- en windenergie;

verzoekt de regering zich bij de Europese Raad in te zetten voor een Europees versnellingsplan voor energieonafhankelijkheid, met maatregelen voor de snelle opschaling van hernieuwbare energie en energiebesparing,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee, Van Oosterhout en Dassen.

Zij krijgt nr. 2389 (21501-20) (#9).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Hongarije vooralsnog een veto legt op de beloofde Europese lening van 90 miljard voor Oekraïne;

constaterende dat als er niets gebeurt, er in mei een financieel gat ontstaat voor Oekraïne;

verzoekt de regering om samen met de Baltische staten, noordse landen en andere gelijkgestemde EU-lidstaten extra financiële middelen vrij te maken om Oekraïne draaiende te houden tot er een gezamenlijke Europese oplossing is gevonden als tijdens de aankomende Europese top het veto niet wordt opgeheven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee en Dassen.

Zij krijgt nr. 2390 (21501-20) (#10).

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Krul voor een interruptie.

De heer Krul (CDA):
Ik begrijp de laatste motie misschien bijna of net niet. Ik zou bijna zeggen: die komt in stemming na uitkomst van de Europese top en niet ervoor.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Wat betreft Europese besluitvorming is het altijd ingewikkeld. Ga je wachten tot er een besluit ligt en wil je dat veranderen of verzoek je iets te doen omdat je anticipeert op een uitkomst die heel realistisch is? In de interruptie op de premier heb ik volgens mij al aangegeven dat het zeer onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk, is dat Orbán voor de verkiezingen terugkomt op de positie die hij heeft ingenomen. Mij gaat het echt om het helpen en steunen van Oekraïne. Het maakt me niet uit of dat linksom of rechtsom gaat. Het moet gebeuren. Ik vrees dat er een plan B nodig is. Vandaar dat ik dacht: ik dien een motie in.

De heer Vermeer (BBB):
Ik ben het inhoudelijk niet met de heer Van der Lee eens, maar ik ben het wel eens met de stellingname dat we dat beter aan de voorkant kunnen doen. Anders worden we namelijk, zoals hier vandaag al gezegd, geconfronteerd met politieke besluiten die al genomen zijn en dan is dat weer het argument waarom er niks kan veranderen.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dan hoop ik dat u ook nog op de inhoud wil meebewegen.

De heer Klos (D66):
Over de inhoud ben ik inderdaad een andere mening toegedaan. Is het met het oog op de uitleg van de premier en het druk houden op premier Orbán voor een uitkomst die wij, denk ik, allemaal in de Kamer willen dan niet toch onhandig getimed om er van tevoren een uitspraak over te doen? We zouden het namelijk juist achteraf kunnen repareren. Dit is echt een open en oprechte vraag.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
We hebben in de internationale media gezien dat er al lidstaten gekomen zijn met dit plan, en Orbán leest de krant ook, althans, op z'n minst zijn medewerkers. Het is ook geen geheim dat aan dit soort opties wordt gedacht. Als het nodig is ... Ik hoop van niet; maximale druk op Orbán, helemaal mee eens. Maar je moet ook reëel zijn en de kans dat hij gaat bewegen voor de verkiezingen, acht ik echt minimaal. Dan vind ik wel dat Nederland hoort bij de groep landen die Oekraïne tijdelijk weer helpt totdat de Europese gezamenlijke oplossing er is.

De voorzitter:
Meneer Hoogeveen krijgt het woord voor zijn inbreng namens JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Mijn ervaring in Europa heeft me wel geleerd dat je snel piketpaaltjes moet slaan ten aanzien van je positionering. Vandaar de volgende moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie voorstellen heeft gedaan in het kader van de Industrial Accelerator Act, onder meer met "made in Europe"-eisen;

overwegende dat dergelijke eisen kunnen leiden tot hogere kosten voor consumenten en bedrijven en mogelijke vergeldingsmaatregelen van handelspartners;

verzoekt de regering zich in de onderhandelingen over de Industrial Accelerator Act uit te spreken tegen protectionistische eisen en voor een gelijk speelveld, open markten en het voorkomen van nieuwe handelsbelemmeringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2391 (21501-20) (#11).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie het invoeren van een Europees prijsplafond voor aardgas overweegt;

overwegende dat dit de stabiliteit van de Europese energiemarkten kan ondermijnen en het risico vergroot dat het aanbod verschuift naar andere markten of naar minder transparante bilaterale contracten;

verzoekt de regering zich in Europees verband uit te spreken tegen de invoering van een Europees prijsplafond op gas,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2392 (21501-20) (#12).

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Tot slot nog over Duitsland. De premier gaf aan dat hij maandag naar Duitsland vertrekt. Gisteren was hij nog in Parijs, bij president en Renew-collega Emmanuel Macron. Nou gaat de premier maandag naar Duitsland, maar wat gaat hij daar precies bespreken? Staat bijvoorbeeld ook migratie op de agenda?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Krul, die afziet van zijn tweede termijn. Mevrouw Maes, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Meneer Struijs, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Ja. Daarvoor krijgt u het woord. U doet dat namens de fractie van 50PLUS.

De heer Struijs (50PLUS):
Een aanmoedigingsmotie. Ik heb er al iets over verteld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de haven van Rotterdam cruciaal is voor de economie, energievoorziening en logistiek van zowel Nederland als Europa;

constaterende dat de Rotterdamse haven als onmisbare logistieke schakel daarnaast van groot strategisch belang is voor de veiligheid van Nederland en Europa;

overwegende dat vanwege de oplopende spanningen in de geopolitieke wereld investeringen nodig zijn om de strategische infrastructuur van de Rotterdamse haven te beschermen en versterken;

overwegende dat dit in het belang is van heel Europa;

verzoekt de regering zich tijdens de Europese top in te zetten voor financiële en beleidsmatige ondersteuning vanuit de Europese Unie om de strategische infrastructuur van de haven van Rotterdam te beschermen en versterken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Struijs.

Zij krijgt nr. 2393 (21501-20) (#13).

De heer Struijs (50PLUS):
Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Stöteler voor zijn inbreng in tweede termijn namens de PVV.

De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister-president voor de late uurtjes op donderdag; toch een prettig debat.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet in onderhandelingen over het Europees Meerjarig Financieel Kader ervoor te zorgen dat Nederland niet langer nettobetaler blijft maar netto-ontvanger wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stöteler.

Zij krijgt nr. 2394 (21501-20) (#14).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer, als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet hij namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):
Tja, wie kan er nou tegen zo'n motie zijn, zou je denken, maar ja ...

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voedselzekerheid in een geopolitiek instabielere wereld van toenemend strategisch belang is voor de weerbaarheid van Nederland en Europa;

constaterende dat een weerbare samenleving begint bij voedselzekerheid;

constaterende dat het vorige kabinet zou komen met een integrale nationale voedselstrategie en zich op EU-niveau hard maakte voor een Europese voedselstrategie;

overwegende dat Nederland en Europa niet afhankelijk mogen worden van kwetsbare internationale handelsroutes, geopolitieke spanningen of externe productie voor hun voedselvoorziening;

overwegende dat voedselzekerheid niet alleen een landbouwthema is, maar ook raakt aan nationale veiligheid, economische weerbaarheid en strategische autonomie;

verzoekt de regering door te gaan met het uitwerken van een integrale nationale voedselstrategie en deze voor de zomer met de Kamer te delen, en zich tevens in Europa actief in te blijven zetten voor de totstandkoming van een Europese voedselstrategie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 2395 (21501-20) (#15).

Dank u wel. Ik schors voor tien minuten. Daarna gaan we luisteren naar de appreciaties. De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt van 23.03 uur tot 23.14 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister-president.

Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter.

De motie op stuk nr. 2381. Nederland steunt het 28ste regime, maar ik moet wel zeggen dat de specifieke punten die de heer Dassen in deze motie heeft opgenomen, nou net de onderwerpen zijn waar wij minder enthousiast over zijn. Daarom moet ik deze motie dus ontraden, maar het is wel heel knap gevonden. Er komen binnenkort voorstellen over wat we dan wél willen op dit vlak.

De motie op stuk nr. 2382, over de looptijd van het MFK, ontraad ik onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 2383, ten aanzien van de gezamenlijke gasinkoop, geef ik oordeel Kamer, maar wel met de kanttekening dat dit natuurlijk ook een vrijwillig instrument is dat kan worden ingezet.

De motie op stuk nr. 2384, van de heer Klos, over het uitwerken van Draghi. Als ik de term "overbruggingsclausule" mag interpreteren als "passerelles uit de EU-verdragen", geef ik deze motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
Is dat akkoord? Ja, dat is het geval. Daarmee krijgt deze motie oordeel Kamer.

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2385, van de heer Van Baarle, verzoekt om nog een aantal mensen tot persona non grata te verklaren. Er zijn eerder voorstellen gedaan om dit op Europees niveau met elkaar af te spreken. Daar was destijds geen meerderheid voor, helaas. Daarom heeft Nederland er toen voor gekozen om een aantal nationale maatregelen te treffen. Het is natuurlijk wel effectiever als we dit zo veel mogelijk in Europees verband doen. Daarom moet ik de motie op stuk nr. 2385 dus ontraden.

De motie op stuk nr. 2386, van de heer Van Baarle, geef ik oordeel Kamer. Daarbij zullen we wel moeten kijken onder welk sanctieregime dit het beste kan worden ingepast, maar dat is meer de praktische uitwerking.

De motie op stuk nr. 2387, van het lid Van Baarle, geef ik oordeel Kamer, met de kanttekening dat we daar eerder ook voor hebben gepleit, maar dat er op dit moment geen meerderheid voor is in de Europese Unie, omdat alles op alles wordt gezet om het vredesplan te laten slagen. Er zijn veel lidstaten die zeggen: laten we dat nou vooral als hoofdroute aflopen in plaats van de route zoals de heer Van Baarle die nu in deze motie heeft verwoord. Dat neemt echter niet weg dat het boven de markt laten hangen hiervan nuttig kan zijn, dus de motie op stuk nr. 2387 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2388: oordeel Kamer. Ook hier maak ik echter de kanttekening dat er waarschijnlijk geen draagvlak voor is.

De motie op stuk nr. 2389, van de heer Van der Lee, over een versnelling van de Europese onafhankelijkheid. Dat kan heel goed onder REPowerEU, dus de motie op stuk nr. 2389 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2390, van de heer Van der Lee, ontraad ik, omdat ik het belangrijk vind om de politieke druk er nu maximaal op te houden, zoals in het debat verwoord.

De motie op stuk nr. 2391, van de heer Hoogeveen, moet ik "ontijdig" verklaren, omdat het BNC-fiche nog door het kabinet moet worden vastgesteld. De boodschap van de heer Hoogeveen is echter duidelijk.

De voorzitter:
Bent u bereid de motie aan te houden tot nader order, meneer Hoogeveen? U mag één korte vraag stellen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Zoals ik aangaf, is het goed om piketpaaltjes te slaan, dus ik wil 'm niet aanhouden.

De voorzitter:
Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 2391 de appreciatie "ontijdig". Dank u wel, meneer Hoogeveen.

Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2392, van de heer Hoogeveen, krijgt oordeel Kamer onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 2393, van de heer Struijs, moet ik nu ontraden. Dit staat niet op de agenda van deze Raad. Ik heb afgelopen week, zoals ik eerder al aangaf, verzocht om gesprekken op het vlak van de weerbaarheid van de Rotterdamse haven. Ik weet nu nog niet wat er uit die gesprekken gaat komen en wat dan de beste vervolgstap is, dus ik ontraad de motie nu, hoe sympathiek ik 'm ook vind. Het is goed om te weten dat dit onderwerp ook de aandacht van 50PLUS heeft. We gaan hier later vast nog uitgebreider over spreken.

De motie op stuk nr. 2394 vind ik niet realistisch. Die ontraad ik.

De motie op stuk nr. 2395, van de heer Vermeer. Ik zou aan hem willen vragen of hij de motie misschien wil aanhouden. De verschillende ministers komen op korte termijn met hun beleidsbrieven, waarin ze hun inzet vanuit het coalitieakkoord verder zullen verwoorden. Ik kan me zomaar voorstellen dat de minister en staatssecretaris van LVVN dan ook in zullen gaan op de nationale voedselstrategie. Wellicht wil hij de motie aanhouden totdat die brief er is.

De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, meneer Vermeer?

De heer Vermeer (BBB):
Nee, want het vorige kabinet was hier al mee bezig. Dit is gewoon een aanmoediging om dit werk af te maken.

De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 2395 de appreciatie "ontijdig".

Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van …

Minister Jetten:
O, nee. Ik heb nog de vraag van de heer Hoogeveen over mijn bezoek aan Duitsland van aankomende maandag. Dat is heel overzichtelijk: dat gaat over versnelde defensiesamenwerking en opschaling van de defensie-industrie, over verbeterde energiesamenwerking, onder andere voor gaswinning op de Noordzee en de opschaling van hernieuwbare energie, over alles rondom het concurrentievermogen, zoals vandaag besproken, en over de Nederlands-Duitse samenwerking op het gebied van migratie.

De heer Krul (CDA):
Het is een mooi programma. Ik ben benieuwd of de minister-president in Berlijn dan ook een woordje Duits gaat spreken, aangezien we gisteren een mooie demonstratie van zijn Frans hebben gekregen. Is dat ook de ambitie maandag bij zijn collega Merz?

Minister Jetten:
Ja, en binnenkort bij collega Sánchez doe ik dat in het Spaans.

De voorzitter:
Wir danken euch. Vielen dank aan de minister-president en de aanwezige leden. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit plenaire debat over de Europese top.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We zijn ook aan het einde gekomen van deze plenaire vergaderdag van donderdag 12 maart 2026. Ik sluit de vergadering.

Sluiting

Sluiting 23.17 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 51 - 2025-2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.
Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.