Debat over de Europese top van 19 en 20 maart 2026 (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D11578, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-13 09:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-12 20:00: Debat over de Europese top van 19 en 20 maart 2026 (Plenair debat (overig)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Europese top d.d. 19-20 maart 2026
Europese top d.d. 19-20 maart 2026
Aan de orde is het debat over de Europese top
d.d. 19-20 maart 2026.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de Europese top
van 19 en 20 maart 2026. Nog steeds is de minister-president in ons
midden, dus welkom heten is niet meer nodig. Dat is al vroeg vandaag
gebeurd. Wel heet ik welkom de heer Dassen, hier bij het
spreekgestoelte, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Hij
spreekt namens de fractie van Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Volgende week gaat de premier naar de eerste echte
Europese top. Ik had hem een rustiger begin gegund, want wie dacht dat
de wereld niet nog onzekerder kon worden, komt helaas bedrogen uit. We
leven in een wereld waarin de wetten van de jungle steeds meer gelden.
Conflicten escaleren en internationale regels staan onder druk. Juist
daarom moet Europa duidelijker kiezen waar we voor staan in een wereld
die steeds verder kantelt. We zouden moeten strijden voor een politiek
Europa, een economisch Europa, een sociaal Europa, een fiscaal Europa en
een Europa met een eigen buitenland beleid en een eigen beleid van
zelfverdediging, dat zich zeker niet laat gijzelen door Trump.
Voorzitter. Een belangrijk onderdeel daarvan is Oekraïne. Terwijl
Oekraïne vecht voor de Europese waarden, probeert Orbán met een
verkiezingsstunt een nieuw Europees steunpakket van 90 miljard euro te
blokkeren. Het is de zoveelste keer dat hij Europese steun aan Oekraïne
dwarsboomt via het vetorecht. Ondertussen zijn er ook signalen dat
Rusland via social media probeert invloed uit te oefenen op de Hongaarse
verkiezingen. Ik vind dat ontzetten zorgelijk. Hoe ziet de
minister-president de rol van Nederland in het doorbreken van deze
impasse? Ik weet dat hij daar zelf ook zeer veel belang aan hecht. En
wat kan Europa doen om te zorgen dat de verkiezingen in Hongarije
eerlijk verlopen? Dat vraag ik zeker ook gezien de discussies die we
afgelopen week in eigen land hadden.
EU-lidmaatschap is niet alleen een politieke belofte, maar ook een
veiligheidsgarantie. Toch zien we dat sommige lidstaten de toetreding
opnieuw proberen te vertragen door vast te houden aan het klassieke
tempo van uitbreiding. Mijn fractie vindt het cruciaal dat Oekraïne
toegang krijgt tot het EU-lidmaatschap. Wat ons betreft is dat zo snel
mogelijk, ook als dat gefaseerd gaat. Ik hoor graag hoe de
minister-president daarnaar kijkt en welke opties hij ziet, ook in lijn
met de voorstellen van de Europese Commissie.
Voorzitter. De stijgende energieprijzen en de situatie in Iran laten
opnieuw zien hoe kwetsbaar Europa is door zijn afhankelijkheid van
fossiele energie. Sommige lidstaten willen nu het ETS afzwakken. Het
kabinet wil dat, terecht, niet. We zullen sneller moeten afbouwen. Dat
is juist in het belang van onze soevereiniteit. Wat gaat Nederland in
Europa actief bepleiten om onze fossiele afhankelijkheid daadwerkelijk
af te bouwen? Gaat het kabinet, gezien de oorlog in Iran, pleiten voor
een gezamenlijke gasinkoop, zoals we dat een paar jaar geleden ook
hebben gedaan? Dat is juist om ervoor te zorgen dat we niet tegen elkaar
op hoeven te bieden. Graag een reactie.
Voorzitter. Dan Palestina. We zien in Gaza en op de Westelijke
Jordaanoever de voortdurende erosie van het internationaal recht en we
zien het geweld dat daar gepleegd wordt. Door bommen ontheemde Gazanen
staan elke dag op met roet op hun tenten, op hun eten en in hun longen.
Tegelijkertijd kiest Israël er sinds de aanval op Iran voor om de
humanitaire hulp verder te beperken, met grote gevolgen voor iedereen
daar. Wat is nu de inzet van Nederland als het hierom gaat? Hoe staat
het met de medische evacuaties? Is Nederland bereid zich actiever in te
zetten voor Europese sancties vanwege het geweld door de kolonisten,
maar ook breder, tegen de regering-Netanyahu? Dat vraag ik ook gezien de
interventie die het kabinet vandaag gedaan heeft. Als ik daarover lees
en als ik de juridische tekst eronder lees, dan lees ik eigenlijk: als
dit soort daden worden gepleegd, dan moet er veel harder ingegrepen
worden, by all means necessary. Dan zou ik ook zeggen dat dit kabinet
meer zou moeten doen.
Voorzitter. De terugkeerhubs. Veel ngo's en deskundigen spreken hierover
ernstige zorgen uit. Het sturen van mensen naar onbekende derde landen
met onduidelijke verblijfsvoorwaarden brengt grote risico's op
mensenrechtenschendingen met zich mee. Hoe borgt het kabinet dat
eventuele terugkeerhubs volledig voldoen aan Europees en internationaal
recht? Hoe beoordeelt het deze signalen? Kan worden aangegeven aan welke
landen het kabinet zelf denkt?
Voorzitter, ten slotte. Een volwassen Europa heeft een volwassen
begroting nodig: het MFK. Dit kabinet wil lagere EU-afdrachten en wil
bestaande budgetten herprioriteren. Maar ja, op die manier word je in
mijn ogen geen wereldmacht.
Over één andere zaak hebben we nog niet gesproken. Dat zijn de eigen
middelen. Als we meer ophalen via de eigen middelen, dan kan dat een
lagere afdracht betekenen. Dat is een win-win. Wat is de inzet van het
kabinet als het gaat over de nieuwe eigen middelen? Wat is de inzet van
het kabinet in deze hele discussie over een grotere begroting?
Voorzitter, mijn laatste vraag. Ik ben blij dat het kabinet niet blij is
met het Duits-Italiaanse voorstel, zeker ook omdat dat gaat over verdere
decentralisatie. Ik hoop juist dat het kabinet pleit voor meer Europese
integratie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Klos, die een interruptie heeft. We kunnen
verschillende dingen doen: we kunnen tien interrupties in totaal doen of
we kunnen niet maximeren maar dan doen we de interrupties niet in drieën
maar in tweeën. Zullen we niet maximeren en in tweeën doen? Meneer Klos,
twee interrupties.
De heer Klos (D66):
Ik hoorde Dassen aan het begin van zijn betoog zeggen: we hebben een
veel sterker Europa nodig, met alle elementen die erbij horen. Dat ben
ik zeer met hem eens. Deze zomer gaat IJsland een referendum houden om
bij de Europese Unie te horen. Het klassieke dilemma gaat over
verbreding versus verdieping. Hoe meer leden je hebt, hoe moeilijker het
soms wordt om te gaan verdiepen. Hoe kijkt de heer Dassen naar dat
dilemma? Is hij voorstander van IJslands toetreding? Hoe zouden we
daarmee moeten omgaan?
De heer Dassen (Volt):
Dit is inderdaad een dilemma. Ik ben van mening dat als we willen
uitbreiden, we ook moeten verdiepen. Als we straks 37 landen binnen de
Europese Unie hebben en we houden nog steeds vast aan het veto … Het is
nu al onmogelijk om daadkrachtig op te treden in de wereld. Daar zullen
we echt vanaf moeten om te zorgen dat we slagvaardig blijven. In mijn
ogen zal dat dus hand in hand moeten gaan. Daar pleit ik ook in mijn
betoog voor. Je ziet dat de wereld snel aan het veranderen is en dat het
geopolitiek gezien in ons belang is om te zorgen dat landen die bij de
Europese Unie willen horen hier aansluiting zoeken. In mijn ogen moeten
verdieping en verbreding hand in hand gaan, maar het kan niet zo zijn
dat we alleen maar gaan verbreden, want dan verzwakken we de Europese
Unie.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klos (D66):
Afrondend. Zou het dan kunnen dat de Europese Unie in verschillende
lagen gaat opereren; dat je misschien een kern krijgt die wat sterker
geïntegreerd is en leden daarbuiten die misschien nog niet aan alle
projecten meedoen? Of ziet de heer Dassen dat als onwenselijk?
De heer Dassen (Volt):
Dat is waar Macron een tijd geleden ook voor heeft gepleit. De Europese
Unie is al een unie van verschillende snelheden. Als je ziet hoe we in
de Benelux met elkaar zijn geïntegreerd, dan lopen wij voor ten opzichte
van de integratie die je misschien met andere landen hebt. Zo geldt dat
ook voor andere groepen landen binnen de Europese Unie. Dus dat is er
al.
Waar ik voor wil waken, is dat we overal in kleine groepjes stappen
ondernemen waar andere landen vervolgens niet meer bij aansluiten, want
dan heb je geen gezamenlijke unie meer. Ik ben het dus met de heer Klos
eens dat we moeten kijken of we in groepen gezamenlijke stappen vooruit
kunnen zetten waar andere landen ook daadwerkelijk bij gaan aansluiten.
Het moet niet zo zijn dat we dadelijk een groep landen hebben die heel
erg met elkaar samenwerken en dat andere landen afgehaakt zijn, want dan
hebben we geen Europese Unie meer, dan hebben we groepjes van landen die
samenwerken. Dat zou in mijn ogen de doodsteek zijn van het Europese
project. Uiteindelijk moeten we toe naar de verenigde staten van Europa,
want dat is de enige manier waarop we ons kunnen handhaven in deze
wereld.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan de heer Klos namens de
fractie van D66.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Ik heet de premier welkom bij zijn eerste Kamerdebat
voorafgaand aan een Europese Raad, aan deze kant van de zaal. Nog niet
eerder had Nederland zo'n onbeschroomd pro-Europese minister-president.
Premier Jetten is daarmee ook fundamenteel eigentijds. De steun voor de
Europese samenwerking staat op het hoogste punt ooit gemeten. Met die
steun moet het kabinet, wat D66 betreft, ook direct aan de slag.
Voorzitter. Terwijl de ogen van de wereld zich richten op de Straat van
Hormuz dendert Rusland door met zijn redeloze agressieoorlog in
Oekraïne. Het cynische feit is dat de Amerikanen in vier dagen oorlog in
Iran meer raketten hebben afgevuurd die luchtaanvallen onschadelijk
kunnen maken, dan Oekraïne in vier jaar oorlog met Rusland. In 2026
heeft Oekraïne inmiddels meer militaire steun geleverd aan de Verenigde
Staten, dan andersom.
Alle ogen zijn dus nu op Europa gericht om Oekraïne te helpen met een
grote lening en een nieuw Russisch sanctiepakket. De regeringsleiders
moeten daarvoor wel tot een oplossing komen voor de blokkadepolitiek van
Orbán. Het kabinet zegt dit ook te willen doen, lees ik in de
geannoteerde agenda, maar welk leiderschap wil het daarin laten zien?
Wil Nederland druk zetten op Hongarije via artikel 7 of misschien
artikel 259, of met het verder dichtknijpen van geldstromen? Of ziet het
kabinet nog alternatieve oplossingen die op tijd komen voor Oekraïne? Ik
hoor graag een reactie van de premier.
Voorzitter. Voor de premier zal de Europese Raad voor een deel aanvoelen
als een déjà vu. Opnieuw wordt Europa geconfronteerd met de desastreuze
gevolgen van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Als
energieminister moest de premier in Brussel noodmaatregelen nemen om de
prijs te drukken en de energietransitie te versnellen. Nog maar enkele
jaren later lijkt Europa de lessen van de vorige energiecrisis alweer te
zijn vergeten. Klimaatwetgeving gericht op onafhankelijkheid en
economische groei staat onder druk van gevestigde belangen. Nu hebben ze
de ruggengraat van die wetgeving ook in het vizier: het Europese
handelssysteem voor uitstootrechten, ook wel bekend als ETS. Het kabinet
zegt pal te willen staan voor dat systeem en dat is goed nieuws. Maar
welke mogelijkheden ziet het kabinet om daadwerkelijk ook meerderheden
te smeden voor dat standpunt?
Voorzitter. Toen de bommen begonnen te vallen in het Midden-Oosten stond
Europa erbij en keek ernaar. De Europese Commissie besloot er na het
weekend over te vergaderen. De lidstaten hielden er ieder een ander
standpunt op na en niemand vond het nodig om daarnaar te luisteren. Er
kwam geen Europese Veiligheidsraad bijeen, want die bestaat nog niet.
Het was alsof we terug waren in 1963, toen op het hoogtepunt van de
Cubacrisis de Europese ministers elkaar de tent uitvochten over
visquota.
Nu de geschiedenis en de geopolitiek zo nadrukkelijk op de deur kloppen,
kan Europa niet in een hoekje wegkruipen. Het is tijd voor een politieke
Unie, een Europa met handelsmacht en met handelsperspectief. Dat vraagt
om drastische hervormingen, een aanval op de status quo die vanuit
Nederland als hervormingsgezind land kan beginnen. Als het niet kan met
27 landen, dan maar met minder. Welke mogelijkheden ziet de premier voor
Nederland om hierin voorop te lopen? Welke democratische hervormingen in
het belang van onze economie en veiligheid ziet de premier als
noodzakelijk?
Voorzitter. Nederland heeft een unieke kans om in een leidende rol te
gaan bouwen aan een nieuw Europa, onafhankelijk, vrij en wendbaar. D66
zal de nieuwe premier aanjagen om die kans te verzilveren.
Dank u wel.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de heer Klos voor z'n op zich Europagezinde betoog. Dat herken
ik ook: ambitie. Maar hoe verhoudt zich dat tot de afspraken die in het
regeerakkoord zijn gemaakt, met name over de financiering van Europa? Er
is ontzettend veel nodig, geopolitiek ook. Dat betekent ook meer mandaat
en middelen voor de Europese Unie, maar die zien we niet terug. Sterker
nog, de bezuiniging van het vorige kabinet van 1,6 miljard op onze
afdracht is nog steeds present in de boeken en niet gerepareerd in de
onderhandelingen. Hoe kan dat?
De heer Klos (D66):
Wat ik lees in het coalitieakkoord is dat deze coalitiepartijen een heel
erg sterk Meerjarig Financieel Kader willen, waarin wij voor zeven jaar
gaan vastleggen wat wij met de Europese Unie willen. We willen heel veel
geld, lees ik ook in de geannoteerde agenda, voor de groene, digitale en
sociale transities. Ik vertrouw erop dat deze premier met heel veel
ambitie naar Europa gaat — dat heb ik hem ook zien doen in de afgelopen
weken — om ervoor te zorgen dat die begroting er zo uit komt te zien dat
Nederland kan zeggen: ja, dat voldoet aan de wensen van alle Europeanen
voor al die grote hervormingen die we moeten gaan toepassen.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Optimisme is een morele plicht, maar premier Jetten moet naar Brussel
zonder dat hij iets kan brengen. Sterker nog, hij moet geld ophalen, per
saldo. Dat is de opgave die er nu ligt. Dan is het wel heel erg
ingewikkeld om Europa op het ambitieuze pad te krijgen dat D66 bepleit.
En wat ik dan ook niet snap, is het pleidooi "je moet geen nationale
koppen zetten op Europese afspraken". De grootste nationale kop die dit
kabinet zet op een Europese afspraak, is om het tekort niet op -3% te
maximeren maar op -2%. Dat betekent 12 miljard euro jaarlijks,
structureel, die je aan ruimte weggeeft in een nationale kop op een
Europese afspraak. Hoe kan het dat D66 dat geaccepteerd heeft?
De heer Klos (D66):
D66 is een heel groot voorstander van zuinigheid en fiscale prudentie.
Die zit er, denk ik, vooral in als wij onze euro's gezamenlijk uitgeven.
Daarom ben ik ook zo voor een sterke Europese begroting. Echte
zuinigheid is dat je gezamenlijk in Europa aan je prioriteiten gaat
werken en dat we dat niet alleen met 27 lidstaten nationaal doen, apart
van elkaar, want dan geven we onze euro's half uit en niet heel.
De heer Dassen (Volt):
Bij dat laatste sluit ik mij aan. Een sterke begroting is in mijn ogen
ook een begroting die iets meer is dan de huidige Europese begroting,
waardoor je ook echt kunt investeren in klimaat en defensie. Nu hadden
we vorige week een debat met de minister van Defensie, en zij gaf aan
dat het kabinet toch eigenlijk geen voorstander is van een grotere
begroting en, sterker nog, dat er een grotere korting bedongen moest
gaan worden. Ik ben benieuwd hoe D66 daarnaar kijkt.
De heer Klos (D66):
Ik ga niet over de woorden van de minister van Defensie. D66 wil een
sterke en gemoderniseerde Europese begroting hebben die voldoet aan de
wensen van de huidige tijd en die doet wat Europeanen ervan vragen,
namelijk investeren in groene industrie, in klimaat en in defensie en
veiligheid. Ik denk dat de minister van Defensie dat ook zeer moet
aanspreken.
De heer Dassen (Volt):
Ik hoop ook dat de minister van Defensie dat aanspreekt. Ik snap
natuurlijk dat de heer Klos niet over de woorden van de minister van
Defensie gaat, maar ik hoop wel dat hij een mening heeft over de
uitspraken die zij doet. Volgens mij moeten wij het kabinet en de
minister-president dadelijk met een opdracht op pad sturen naar die
onderhandelingen, waar het over het MFK gaat. Dus wat zegt D66 nou dat
dit kabinet zou moeten doen? De afspraak die D66 met de coalitie heeft
gemaakt, is dus blijkbaar dat er minder geld naar de begroting moet
gaan.
De heer Klos (D66):
Laat ik van harte omarmen wat de heer Dassen hier zegt en dat wij samen
gaan strijden voor een sterke Europese begroting waar al die
prioriteiten in zitten. Ik geloof dat dit kabinet daar best een beetje
aanmoediging bij kan gebruiken, in ieder geval van Volt en ook van
D66.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Klos zei in een tussenzinnetje "iets wat voldoet aan alle wensen
van al die Europeanen". Suggereert hij daarmee dat alle beslissingen die
nu genomen worden niet democratisch genomen worden?
De heer Klos (D66):
Nee.
De heer Vermeer (BBB):
Dat is dan helder. Hij gaf ook aan dat door samen te werken de helft van
de euro's uitgegeven wordt. Denkt de heer Klos dus feitelijk dat we het
budget voor Europa kunnen halveren als we meer samenwerken? Klopt
dat?
De heer Klos (D66):
Integendeel, ik denk dat als wij beter samenwerken, we meer kunnen doen.
Defensie is bijvoorbeeld een van de terreinen waar dat voor geldt.
Experts zeggen dat we nu gelijktijdig op 27 nationale markten ongeveer
hetzelfde aan het kopen zijn en dat je tussen de 75 en 100 miljard euro
zou kunnen besparen als je dat iets beter op elkaar af zou stemmen. Als
we dat geld eenmaal bespaard hebben, vind ik als D66'er alleen ook dat
dat juist ruimte laat om andere dingen meer te doen. Ik zou namelijk
juist willen dat we in Europa iets meer macht zouden hebben en dat we de
lidstaten daarmee dus ook iets meer financiële ruimte kunnen geven,
omdat Europa het gezamenlijk beter kan regelen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer van Baarle voor zijn inbreng namens
DENK. O, u heeft toch nog een interruptie van de heer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ja, we zijn zo leuk bezig met elkaar vandaag. Ik heb eigenlijk nog een
vraag. De heer Klos gaf terecht aan dat Orbán weer op een vreselijke
manier dwarsligt als het gaat om die 90 miljard broodnodige steun aan
Oekraïne. Tegelijkertijd zie je dat er al wordt voorgesorteerd op een
mogelijke oplossing. Je ziet in de media namelijk dat de Baltics en
Nordics bereid zouden zijn om dan bilateraal financieel over de brug te
komen.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is of de heer Klos vindt dat Nederland daaraan bij moet
dragen. Zou dat wat hem betreft bijvoorbeeld kunnen uit die 3 miljard
die binnen dat kader al is vrijgemaakt voor Oekraïne of zou het zelfs,
als het nodig is, kunnen om buiten dat kader iets extra's te doen om te
zorgen dat Oekraïne de steun krijgt die het broodnodig heeft?
De heer Klos (D66):
Ik vind dat we dat wel serieus zouden moeten overwegen. Ik lees ook de
berichten in de media dat als die 90 miljard niet zou lukken, er dan
lidstaten klaarstaan om Oekraïne in ieder geval de maanden die er nu
volgen te laten overleven. Het IMF heeft daar in deze eerste periode
gelukkig ook bij geholpen. Het is natuurlijk schandalig dat Europa er,
dankzij de blokkade van Orbán, niet in slaagt om dat nu al te regelen.
De suggestie van de heer Van der Lee om het kabinet te vragen serieus te
kijken naar de nationale bijdrage die wij zouden kunnen doen als we niet
tot een overeenkomst komen bij deze Europese Raad, vind ik zeer terecht.
Ik wil daar ook met hem naar vragen.
De heer Stöteler (PVV):
Meneer Klos beroept zich net op een aantal artikelen uit Europese
verdragen. Daarmee suggereert hij in ieder geval dat hij daarin thuis
is. Het is eerder vandaag veel gegaan over buitenlandbeleid, dus ik wil
hem het volgende vragen. Hoe is dat buitenlandbeleid vormgegeven in de
Europese Unie, waarvan meneer Klos zegt dat we naar een politieke unie
moeten? Hoe is dat geregeld? Wie bepaalt dat? Wie staat ervoor aan de
lat om dat uit te dragen?
De heer Klos (D66):
Het buitenlandbeleid ligt bij de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese
Unie. In dit geval is dat mevrouw Kaja Kallas van de liberale politieke
familie.
De heer Stöteler (PVV):
Dat is de helft. Maar wie bepaalt dat? Ik zal het antwoord maar geven:
de Europese Raad bepaalt dat bij consensus. Dat doet die ook bij
unanimiteit, maar er wordt niet altijd gestemd, dus je zou eerder zeggen
dat het bij consensus gebeurt. We hebben afgelopen week de EU-keizerin,
mevrouw Von der Leyen, gezien. Zij pleit aan alle kanten voor regime
change in Iran en wat dies meer zij op het internationale toneel. Ik
vraag mij af wat meneer Klos zegt dat haar rol daarin is en wat D66
vindt dat de premier daarmee zou moeten doen.
De heer Klos (D66):
Ik denk dat we naar een situatie toe moeten waarin het voor andere
landen in de wereld duidelijk wordt wie je belt over het
buitenlandbeleid van de Europese Unie. Ik ben daarom ook voor het
opheffen van veto's op buitenlandbeleid en op defensie, waar de Kamer
ook in meerderheid voor heeft gestemd. Ik zou zeggen dat het
buitenlandbeleid in goede handen is bij mevrouw Kallas. De voorzitter
van de Europese Commissie handelt ook in lijn met haar mandaat om
geopolitieke overwegingen, argumenten en standpunten mee te geven in
haar handelen. Dat vind ik niet contrair aan haar positie.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klos. Het woord is nu dan echt aan de heer Van Baarle
voor zijn inbreng namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Ik begin met Palestina. De misdaden die Israël
pleegt tegen de Palestijnen gaan maar door. Meer dan 70.000 mensen zijn
vermoord door de genocide die Israël pleegt in Gaza. Israël heeft naar
verluidt alle grensovergangen naar Gaza weer geheel of gedeeltelijk
gesloten sinds de oorlog in Iran. Voedsel, brandstof en humanitaire hulp
komen er nu nog minder binnen. 2 miljoen mensen zitten opnieuw gevangen
in een gebied dat al grotendeels tot puin is gebombardeerd. De
humanitaire organisaties die daar nog proberen te helpen, slaan alarm
omdat ze worden geweerd. Ze zeggen dat de voorraden bijna op zijn. Dat
betekent dat honger opnieuw wordt ingezet als wapen tegen de mensen in
Gaza.
Erkent de minister-president dat Israël in Gaza een genocide pleegt? Wat
betekent die interventie bij de genocidezaak nu materieel? Klopt het dat
het slechts een technische exercitie van de uitleg van Nederland over
het Genocideverdrag is? Zo ja, dan is dat wat DENK betreft veel te min.
Erkent de minister-president dat honger opnieuw als wapen wordt ingezet
door Israël? Erkent de minister-president dat Netanyahu een
oorlogsmisdadiger is? Is de minister-president bereid om sancties tegen
Israël te bepleiten? Waar zou er in Europees verband een meerderheid op
het gebied van sancties tegen Israël kunnen komen? Is de
minister-president bereid te bepleiten het EU-Israël-associatieakkoord
op te schorten, of op z'n minst onderdelen van het handelsdeel van dat
akkoord? Is hij bereid te bepleiten om in Europees verband aanvullende
sancties tegen Israël te treffen? Wat gaat Nederland extra bijdragen
voor de hulp aan en de wederopbouw van Gaza? Hoe gaat de minister
president ook in Europees verband bespreken dat Europa als geheel daarin
financiële verantwoordelijkheid gaat nemen?
Ook op de Westelijk Jordaanoever verslechtert de situatie in hoog tempo.
We zien het geweld van misdadige kolonisten tegen Palestijnen. Sinds de
oorlog in Iran is dit geweld weer opgelaaid. Huizen worden vernield,
olijfboomgaarden gekapt en families van hun land verdreven, vaak onder
bescherming van het Israëlische leger. Volgens het internationaal recht
zijn al die nederzetting in bezet gebied illegaal. Het is een al
decennialang bestaand onrecht in de wereld. Toch spreekt de Israëlische
regering nog steeds openlijk over het legaliseren van die nederzettingen
en over annexatie van de Westelijke Jordaanoever, en zien we steeds weer
nieuwe plannen voor nieuwe illegale nederzettingen. Is de
minister-president daarom bereid zich in te spannen om aanvullende
sancties in te stellen tegen gewelddadige kolonisten? Wat gaat hij doen
om in Europees verband eindelijk meerderheden te creëren voor dat
aanvullende sanctiepakket? Deelt hij met mijn fractie dat we bij het
opnieuw uitblijven van EU-overeenstemming nationale maatregelen moeten
gaan nemen tegen deze gewelddadige kolonisten? Wanneer zien we nou
eindelijk dat internationale handelsverbod voor producten uit illegale
nederzettingen tegemoet? Deelt de minister-president dat Europa veel
meer moet doen in de vorm van sancties om de illegale annexaties te
stoppen? Dat kan bijvoorbeeld door gewoon heel helder in de richting van
Israël te communiceren: als jullie ook nog maar één plan maken voor ook
maar één aanvullende nederzetting, dan zullen deze sancties volgen. Is
de minister-president bereid dat te bepleiten?
Voorzitter. Tegelijkertijd houdt Israël al een tijd lang Syrisch
grondgebied bezet, namelijk de Golanhoogte, en heeft het aanvullend
Syrisch grondgebied bezet sinds 2024. Het laat totaal niet zien dat het
ook maar bereid is om deze bezetting te stoppen. Is de
minister-president bereid om ook dit in Europees verband te veroordelen
en te bespreken?
Ik dank u vriendelijk, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van der Lee, die spreekt namens
GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het wordt de eerste Europese top voor de
premier, althans, in die rol. Ik ben benieuwd hoe hij kijkt naar de
positie van Nederland in Europa op dit moment. Kan hij daarbij betrekken
wat de impact is geweest van het vorige kabinet, het kabinet-Schoof?
Klopt het dat het aanzien van Nederland geschaad is en dat onze positie
verzwakt is? Er staan op zich ambitieuze woorden in het regeerakkoord,
maar daarbij moet wel de vraag worden gesteld hoe Nederland snel zijn
positie gaat versterken, want die positie is toch wel deels
teloorgegaan. Als er in het regeerakkoord geschreven wordt dat Nederland
de aanjager moet zijn van een geopolitieke en sterke Europese Unie die
daadkrachtig optreedt, is het wel de vraag of we dan ook boter bij de
vis leveren.
Dan kom ik toch op de financiën. Er is al eerder gesproken over de 1,6
miljard die nog in de boeken staat. Hoe gaat de heer Jetten daar nou mee
om? Gaat die van tafel? Of moet hij die echt binnenhalen? Nog
belangrijker: waarom is die grote, enorme nationale kop op de afspraken
uit het Stabiliteits- en Groeipact terechtgekomen in het regeerakkoord?
Op deze manier geeft de coalitie onnodig structureel 12 miljard euro aan
ruimte weg. Het hoeft helemaal niet van Europa. Ik denk dat de premier
een deel van het geld nodig heeft om bij te dragen aan een veel sterkere
Europese Unie, gelet op alle uitdagingen die er zijn.
Ik ga nu niet in op Iran. Daarover hebben we uitvoerig gedebatteerd. Wel
zal er op de top zeker gesproken worden over de economische impact,
zeker wat betreft de energieprijzen. We hebben het in het verleden
meegemaakt bij de start van de oorlog in Oekraïne. Uiteindelijk is
ervoor gekozen om de overwinsten van de olies af te romen, om het zo
maar even te zeggen. Ik zou de premier willen oproepen om zich in te
zetten voor afspraken over een winstplafond op gas. Dat zijn namelijk
toch de partijen die als eerste profiteren in dit soort momenten van
schaarste, en megawinsten maken. Toen heb ik aangedrongen op de
voorbereiding van een instrument, zodat dat kan worden ingezet als zo'n
situatie zich herhaalt. Het vorige kabinet was daar niet toe bereid,
maar ik denk dat we er snel werk van moeten maken. Wat mij betreft kan
dat ook een plek krijgen in de brief die al is toegezegd en maandag naar
de Kamer komt.
Oekraïne is echt de dupe van electoraal gedreven dwarsliggerij van
Orbán. Ik vind het echt schandalig dat hij die 90 miljard blokkeert.
Tegelijkertijd is dat een gegeven. Ik zou aan de premier willen vragen
of Nederland bereid is om, mocht het nodig zijn, bij te dragen aan de
oplossing die de Nordics en de Baltics schetsen, daarvoor al eventueel
geld in te zetten dat gereserveerd is en, als het echt niet anders kan,
buiten het kader acute financiële hulp te leveren.
Ik heb op veel punten gezien dat de discussie over de financiering van
Oekraïne enorm complex is. Ik betreur het wel erg dat de aangenomen
motie-Klaver niet wordt uitgevoerd. Ik betreur het ook dat ervoor
gekozen is om de steun aan Oekraïne volledig binnen het kader te
plaatsen, juist omdat er een nationale kop op is gezet. We zetten het
tekort en onze schuldpositie elke keer op nummer één en gaan voorbij aan
de acute nood die we moeten lenigen.
Dan heb ik nog een paar vragen over het concurrentievermogen en over de
Industrial Accelerator Act, die is gepresenteerd. Ik zou de minister
willen vragen naar de situatie waarin het "made in Europe"-plan opeens
om meer dan 80 landen gaat. Op deze manier gaat dat 'm niet worden. Kan
de minister op z'n minst toezeggen dat er op een bilaterale manier
ingegrepen kan worden in de handelsrelatie met de landen buiten de EU
die daar nu onder vallen, als u ziet dat zij op oneigenlijke wijze
concurreren met de Europese economie?
De voorzitter:
U rondt af.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Over de voortdurende en nadrukkelijke inzet op deregulering wil ik van
de minister toch horen dat hij zich ervoor inzet dat de bescherming van
werknemers wat betreft hun veiligheid niet op het spel mag worden
gezet.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoorde collega Van der Lee over de Industrial Accelerator Act zeggen
dat dat ook landen zijn waarmee we handelsverdragen hebben gesloten. Die
mogen niet meedoen in dit programma van "made in Europe". Hoe kijkt
collega Van der Lee ernaar dat we handelsafspraken met die landen hebben
gemaakt, handelsdeals gesloten, en we vervolgens economische muren gaan
opwerpen?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Nou, "economische muren"? Ik denk niet dat dat wordt bepleit. Wel wordt
bepleit dat je kijkt naar mogelijkheden, ook vanwege de geopolitieke
situatie en concurrentie, ook vanuit bijvoorbeeld de Verenigde Staten.
Je zult meer stappen moeten zetten om je eigen industriële activiteiten
te beschermen. We hebben verdragen met de Verenigde Staten, maar we zien
in de praktijk wat die waard zijn. Als wij alleen maar zeggen "we hebben
ooit een afspraak gemaakt en daar zullen we nooit meer aan tornen", dan
hebben we echt het nakijken. Dat we onze eigen Europese industrie om
strategische redenen wat meer willen beschermen, is denk ik een cruciale
stap. Dat kan op heel veel manieren, echt niet alleen door bijvoorbeeld
het instellen van tarieven. Dan vind ik het merkwaardig als Buy European
de halve wereld omvat. Dat is toch een beetje een merkwaardige
keuze.
De heer Hoogeveen (JA21):
Wij maken handelsafspraken met landen omdat we er allebei voordeel van
hebben. Wij kunnen onze producten daar verkopen en wij kunnen sommige
producten misschien wat goedkoper inkopen. En dan gaan we met de
Industrial Accelerator Act besluiten wat er uit Europa moet komen. Dat
wordt dan van bovenaf besloten. Dat is extreem bureaucratisch, extreem
omslachtig en ook nog eens een klap in het gezicht van al die landen
waar wij handelsafspraken mee hebben gemaakt, waarbij wij zeiden: wij
willen juist zo veel mogelijk vrijhandel met jullie hebben. Vindt u dat
niet een klap in het gezicht van die landen waar wij handelsafspraken
mee hebben gemaakt?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Nee, ik vind dat geen klap in het gezicht. Ik denk dat allerlei andere
landen ook op deze manier reageren op de nieuwe geopolitieke context.
Kijk maar hoe iedereen zich moet verhouden tot de Verenigde Staten, die
op de meest willekeurige momenten en op de meest willekeurige manieren
allerlei tarieven opleggen en voorbijgaan aan geldende handelsverdragen.
Als je dat allemaal maar laat gebeuren, dan heb je het nakijken als
Europa, denk ik. Dat daar Europees iets aan gedaan wordt, lijkt me dus
terecht. Ik zeg ook dat Buy European breder geformuleerd mag worden,
maar dat je er wel voor moet zorgen dat als je bilateraal iets moet doen
tegen een van de landen uit die groep, je wel wat instrumenten hebt. Het
is immers niet automatisch zo dat de wederkerigheid overeind wordt
gehouden in de handelsverdragen in deze geopolitieke tijd.
De heer Klos (D66):
We hadden het zojuist ook over de korting op de Europese begroting.
Nederland kreeg die voor het eerst onder een PvdA-premier, de partij
waar de heer Van der Lee vandaag namens spreekt. Die werd geïntensiveerd
in 2014: een grote korting onder het kabinet-Rutte II. Daarin speelde de
PvdA ook een grote rol, zeker op Financiën. Hoe kijkt de heer Van der
Lee daarop terug? Heeft hij daar spijt van of kijkt hij daar anders naar
met de kennis van vandaag?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
U brengt mij in gewetensnood, want u vraagt mij naar een
voorgeschiedenis waar ik destijds niet zelf verantwoordelijk voor was,
omdat ik toen in een andere partij zat. Dat is op zich dus slim gedaan.
Op zich snap ik goed dat landen scherp zijn, zeker nettobetalers. Ik
vind wel dat in onze discussie nooit ... Nee dat is niet waar. Ik vind
dat er veel te weinig wordt gekeken naar: wat krijg je ervoor terug? Ik
denk dat Nederland de lidstaat is die misschien wel het meest heeft
geprofiteerd van de Europese vrije markt. Ik kan mij nog een rapport
herinneren over 25 jaar euro waarin dit allemaal is nagerekend. Als je
ziet hoeveel wij verdiend hebben en nog steeds verdienen — wij hebben
immers het grootste handelsoverschot met de lidstaten in de Europese
Unie — lijkt het mij heel terecht dat daar een nettobetalerspositie
tegenover staat.
Ik ben het er ook absoluut mee eens dat je ervoor moet zorgen dat geld
goed wordt uitgegeven. Maar we leven nu in zo'n uitdagende situatie dat
ik niet snap dat die korting die het vorige kabinet heeft opgelegd en
waarvan het Centraal Planbureau in de doorrekening van de
verkiezingsprogramma's heeft gezegd dat die totaal niet realistisch is
en daarom niet is meegenomen, gewoon in de boeken is blijven staan en
dat de partijen in de onderhandelingen dit probleem niet hebben
opgelost, waardoor de heer Jetten met een gigantische hypotheek naar
Brussel afreist. Hij moet immers geld halen in plaats van dat hij kan
bijdragen. Dat is toch niet wat D66 zou moeten willen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klos (D66):
Ik houd het dan even bij de mooie reflectie op de geschiedenis van de
korting op de begroting. Ik ben het zeer eens met de constatering dat
Nederland profiteert van de Europese begroting en dat wij daar dus
zorgvuldig mee om moeten gaan.
De heer Stöteler (PVV):
Meneer Van der Lee had het net over Oekraïne en Hongarije. Ik wilde
meneer Van der Lee vragen wat hij vindt van de volgende quote: "We hopen
dat niemand binnen de Europese Unie de betaling van 90 miljard of de
eerste tranche daarvan aan Oekraïense soldaten zal blokkeren. Anders
geven we het adres van deze persoon door aan onze strijdkrachten, onze
mannen. Laat hen hem bellen en met hem communiceren in hun eigen taal."
Wat vindt meneer Van der Lee daarvan?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet van wie die quote is, maar ik ben tegen het bedreigen van
mensen in het algemeen en van politici in het bijzonder.
De heer Stöteler (PVV):
Dat is fijn om te horen. Nu we interrupties in tweeën doen, heb ik nog
even een totaal andere vraag. Het ging zo-even ook al over
internationale handelsdeals. Nu ken ik het standpunt van GroenLinks over
Mercosur. Het Europees Parlement heeft bij Mercosur gezegd: nee, laat
het niet in werking treden; leg het eerst voor advies voor aan het
Europese Hof van Justitie. De voorzitter van de Europese Commissie Von
der Leyen heeft gezegd: ja, fuck it, laat maar gaan; ik ga dat voorlopig
nog gewoon even ratificeren en in werking laten treden. Wat vindt meneer
Van der Lee daar dan van?
De voorzitter:
Ik weet overigens niet of we dat woord opnemen in de Handelingen.
Vroeger had je het lijkenkistje. Dat bestaat niet meer, maar laten we
het een beetje parlementair houden hier.
De heer Stöteler (PVV):
Daar mag wat anders voor gevonden. Sorry, in mijn enthousiasme …
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat dat niet zo'n gepast woord was; daar ben ik het wel mee
eens.
Volgens mij heeft Von der Leyen het ook niet geratificeerd. Dat kan zij
trouwens ook niet. Wat ze wél doet, is werken aan de implementatie,
omdat de gang naar het Europees Hof, waar wij trouwens ook voor zijn,
niet automatisch betekent dat je niet al mag werken aan de
implementatie. Dat is zoals ik het heb begrepen. Maar ons standpunt over
Mercosur is nog steeds hetzelfde, namelijk dat wij daar geen voorstander
van zijn.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Lee. Dan is het woord aan de heer Hoogeveen
namens JA21.
Ik sprak zojuist over het lijkenkistje. Dat was een fenomeen waarbij de
voorzitter vroeger onparlementaire woorden kon laten schrappen uit de
Handelingen. Tegenwoordig heeft dat niet zoveel zin meer, omdat alles
live wordt uitgezonden, maar soms verlang je er weleens naar terug.
De heer Hoogeveen (JA21):
Laat ik mijn bijdrage dan niet beginnen met woorden uit een
lijkenkistje, maar met een voorzichtig compliment. Het kabinet maakt op
een aantal Europese dossiers namelijk een degelijke eerste indruk.
Premier Jetten bevestigde bij zijn eerste bezoek aan Brussel, conform de
JA21-motie, dat EU-lidmaatschap voor Oekraïne nog niet aan de orde is.
Minister Van den Brink gaf aan dat Nederland koploper wil zijn in het
opzetten van returnhubs voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Het kabinet
wil vooroplopen bij het sluiten van vrijhandelsverdragen. Minister
Heinen wil in E6-verband doorpakken met de kapitaalmarktunie. Daar zijn
wij als JA21 voorstander van.
Tegelijkertijd maken wij van JA21 ons ook zorgen over de koers die de EU
dreigt te gaan volgen als geo-economisch blok. Wij zijn groot geworden
door openheid en vrijhandel, niet door economische muren en
belemmeringen. Europa moet oppassen dat het zich niet mee laat slepen in
een Frans moeras van dirigisme en protectionisme. De voorgestelde
Industrial Accelerator Act komt met "made in Europe"-eisen en andere
vormen van industriepolitiek. Die reflex lijkt een reactie op het
protectionisme van de Verenigde Staten en het staatskapitalisme van
China, maar de vraag is of Europa moet reageren door dat model over te
nemen. Daar verliezen Europa en zeker Nederland uiteindelijk het meeste
door.
Het wrange is dat de Commissie het gevolg bestrijdt en niet de oorzaak.
Onze bedrijven en industrie vertrekken niet uit Europa door te veel
vrijhandel, maar door een verslechterend investeringsklimaat, torenhoge
energieprijzen, een stapeling van regels en een gebrek aan toegang tot
kapitaal. Hoe gaat dit kabinet zich in Brussel verzetten tegen deze
dirigistische plannen op Franse leest? Hoe gaat het rekening houden met
trusted partners, landen waarmee wij vrijhandelsakkoorden hebben
gesloten, voor wie wij een betrouwbare handelspartner moeten zijn en
blijven?
Voorzitter. Dit kabinet zou dan ook positief moeten kijken naar de
agenda van de Duitse bondskanselier Merz en de Italiaanse premier
Meloni. Zij pleiten voor een sterke focus op economische groei,
deregulering, subsidiariteit en een strenge aanpak van migratie. In dat
kader wordt er ook gesproken over het herzien van het ETS-systeem. Ik
ben toch benieuwd naar de reactie van het kabinet hierop.
Voorzitter. We moeten als Europa open for business blijven, handel
verder verbreden, investeringen aantrekken. Als andere landen
rotsblokken in hun havens gooien en hun welvaart opgeven, dan moet dat
voor ons geen reden zijn om hetzelfde te doen. Hoe kijkt het kabinet
hiernaar?
Voorzitter. Een voorbeeld hiervan zagen we gisteren nog. De Amerikaanse
regering kondigde in zijn protectionistische aard weer een onderzoek aan
naar de vraag of handelspartners, waaronder de EU, bijdragen aan
industriële overcapaciteit. Deze zogeheten Section 301-onderzoeken
kunnen uiteindelijk leiden tot weer nieuwe Amerikaanse importtarieven.
Tegelijkertijd hoorden we als reactie in Brussel stemmen opgaan om de
implementatie van de Turnberry deal op te schorten. Dat is dus echt de
verkeerde reactie. Europese bedrijven hebben behoefte aan stabiliteit en
zekerheid. Is het kabinet het met JA21 eens dat Nederland erop moet
blijven inzetten dat de Turnberry deal wordt uitgevoerd?
Voorzitter. Tot slot de stijgende energieprijzen. De Europese Commissie
overweegt opnieuw een prijsplafond voor gas. Wij zijn daar zeer kritisch
op. Een prijsplafond verlaagt de wereldmarktprijs niet, maar kan juist
aanbod naar andere markten duwen en handel verplaatsen van transparante
beurzen naar minder controleerbare deals. Daarom mijn vraag aan het
kabinet: hoe staat Nederland in deze discussie? Is het kabinet bereid
zich uit te spreken tegen een Europees prijsplafond voor gas en in
plaats daarvan in te zetten op gerichte compensatie op
lidstaatniveau?
Dank u wel.
De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij te horen dat JA21 ook voorstander is van een Europese
kapitaalmarktunie en vindt dat we daar hard mee aan de slag moeten. Eén
cruciaal onderdeel van een kapitaalmarktunie is het hebben van safe
assets. Hoe kijkt de heer Hoogeveen daarnaar?
De heer Hoogeveen (JA21):
Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat een kapitaalmarktunie drijft
op harmonisering van regels, bijvoorbeeld in het insolventierecht. Je
moet kijken naar hoe je kapitaal beter tussen lidstaten kan laten
bewegen. Ik heb die discussie ooit ook eens gevoerd met … Ik kan even
niet op zijn naam komen. Het was een heel goede econoom van de Rabobank.
Die was ook heel erg voorstander van safe assets. Ik denk dat daar geen
reden toe is. De safe asset is de Europese economie zelf.
De heer Dassen (Volt):
Daar zit wel mijn zorg, als we deze kapitaalmarktunie gaan doorzetten.
Als je geen safe asset hebt waar beleggers naartoe gaan, net zoals we
die in Nederland en in alle verschillende landen hebben, dan zal er op
het moment dat er iets van financiële onzekerheid komt, een run ontstaan
op de kapitaalmarkt naar de plaats waar de belegger of de investeerder
het makkelijkst naartoe kan. Die zullen dan mogelijk naar Duitsland of
Nederland gaan. Daardoor is er grote onzekerheid, waardoor de kosten
voor de kapitaalmarktunie hoger worden. Is de heer Hoogeveen het met mij
eens dat we dat moeten voorkomen? Als we voor een kapitaalmarktunie in
Europa gaan, moeten we het ook goed doen. Dan moeten we zeggen: dan
komen er ook safe assets, namelijk — komt ie — eurobonds.
De heer Hoogeveen (JA21):
Nee, daar ben ik het nog steeds niet mee eens. De kapitaalmarktunie
draait uiteindelijk om het openbreken van de Europese economie. Het
draait dus om het aantrekken van kapitaal, maar vooral ook om de
beweging van kapitaal. Dat komt — dat ben ik wel met de heer Dassen eens
— doordat we nu nog in 27 verschillende silootjes aan het werk zijn ten
aanzien van bedrijfsrecht of, zoals ik al zei, insolventierecht. Ik noem
ook gewoon het feit dat vergunningverlening bijvoorbeeld nog niet
wederzijds wordt erkend tussen de lidstaten. Tot zover wil ik mee. Maar
het invoeren van een safe asset … Nee, zo zie ik het niet. Ik denk
uiteindelijk dat de Europese economie zelf genoeg een safe asset is om
investeren aantrekkelijk te maken.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hoogeveen. Het woord is aan de heer Krul van het CDA.
De heer Dassen is zo dol op interrumperen. Dat weten we, maar er zijn
nog meer sprekers, meneer Dassen. Meneer Krul, gaat uw gang.
De heer Krul (CDA):
Dank u wel. Wat goed dat de minister-president er nog zo fris en fruitig
bij zit. Je zou bijna denken dat hij niet al de hele dag hier in een
debat zit. Mooi om te zien.
Voorzitter. Volgende week spreekt de Europese Raad over de veiligheid
van ons continent en over de toekomst van de Unie zelf. Dat zijn geen
losse onderwerpen. Ze hangen direct met elkaar samen. Juist daarom moet
Nederland daar met een heldere inzet aan tafel zitten. Voor het CDA is
de kern eigenlijk simpel: een sterk Europa is nodig, maar Europa moet
ook verstandig kiezen. Niet alles kan, niet alles hoeft en niet alles
moet via nieuwe Brusselse potten of uniforme richtlijnen. Hoe kijkt de
minister-president hiernaar? Ik sluit me ook aan bij de vraag van de
heer Van der Lee: hoe kijkt de minister-president aan tegen de huidige
positie van Nederland op het Europese toneel? Wat is daar de afgelopen
jaren allemaal precies gebeurd?
Voorzitter. Deze Europese Raad komt bovendien op een beslissend moment.
Niet alleen omdat de Europese Volkspartij volgende week 50 jaar bestaat,
wat op zichzelf al een heel mooi moment is, maar ook omdat Europa gewoon
erg onder druk staat door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne, door
instabiliteit in het Midden-Oosten en door de toenemende druk op onze
economie, de energieprijzen en de veiligheid. Juist dan moet Nederland
in Brussel helder zijn. Europa moet minder kwetsbaar, meer weerbaar en
politiek volwassen worden.
De Europese Unie wist zich de afgelopen jaren te onderscheiden door zich
op cruciale momenten te verenigen, maar nu zien we nieuwe spanningen.
Het ongemak over de opstelling van de Verenigde Staten werkt ook door
binnen Europa. De Spaanse premier, Pedro Sánchez, profileert zich
nadrukkelijk als anti-Trump, terwijl andere lidstaten juist de andere
kant op bewegen. Ik vraag de minister-president om daarop eens te
reflecteren. Hoe kijkt hij naar de relatie tussen de Europese Unie en de
Verenigde Staten?
Voor ons staat één punt voorop: de veiligheid van ons continent staat of
valt met de veiligheid van Oekraïne. Daarom steunen wij het dat
Nederland inzet op die snelle doorgang van de Europese lening van 90
miljard euro ter ondersteuning, op extra militaire en niet-militaire
steun en op een verdere druk op Rusland via een twintigste
sanctiepakket. Daarbij hoort ook een duidelijke politieke lijn. Vrede
kan nooit over de hoofden van de Oekraïners heen worden geregeld.
Duurzame vrede bestaat alleen als Oekraïne zelf instemt met de uitkomst
van onderhandelingen. Dat is niet alleen moreel juist, maar zeker ook in
ons eigen veiligheidsbelang.
De heer Dassen (Volt):
De heer Krul vroeg aan de minister-president hoe hij nu de relatie met
de Verenigde Staten en met Trump ziet. Hoe kijkt de heer Krul daar zelf
op dit moment naar?
De heer Krul (CDA):
Op momenten vind ik die ongemakkelijk. Tegelijkertijd denk ik dat we ons
simpelweg ook te verhouden hebben met de administratie die daar nu
momenteel de scepter zwaait. De Verenigde Staten zijn nog steeds een
heel belangrijke bondgenoot van Nederland, zowel economisch als op
veiligheidsniveau. Tegelijkertijd is het de realiteit dat we ons veel te
afhankelijk hebben gemaakt van de Verenigde Staten, en daar plukken we
nu de wrange vruchten van. Enerzijds zullen we dus in Europees verband
onafhankelijker moeten worden van de Verenigde Staten, of het nou gaat
om grondstoffen, veiligheid of technologie. Tegelijkertijd moeten we ons
realiseren dat we op dit moment niet zonder hen kunnen. Op dat
spanningsveld moet de minister-president zich gaan bevinden. Ik ben heel
erg benieuwd welke positie is daarbij inneemt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
De Verenigde Staten heeft zwart-op-wit gezet dat de Europese Unie
verzwakt moet worden. De grote techbedrijven spreken van censuur in
Europa. Zij werken samen met de Amerikaanse overheid om onze wetten en
regels te verzwakken, om onszelf te verzwakken. Ik kan mij grotendeels
aansluiten bij wat de heer Krul zegt, maar de vraag is hoe je je daartoe
dan verhoudt. De heer Krul spreekt nog van een bondgenoot, maar kunnen
we de VS en Trump bondgenoten van ons noemen als ze dit zwart-op-wit
zetten? Of moeten we daarmee echt hard gaan breken en echt volledig
inzetten op de Europese onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, die
zo snel mogelijk tot stand moet komen?
De heer Krul (CDA):
Met dat laatste ben ik het zeer eens. We zullen die afhankelijkheden zo
snel als mogelijk moeten afbouwen. Tegelijkertijd denk ik dat toch ook
een zekere pragmatische houding nodig is op het gebied van de
afhankelijkheden die er nu simpelweg zijn. We kunnen niet zonder de
Verenigde Staten op tal van terreinen. Dan gaat het niet alleen om onze
veiligheid, maar zeker ook om afhankelijkheden op het gebied van — ik
noem maar wat — medicijnen. Van de harde lijn die de heer Dassen
voorschrijft, zou ik dus geen voorstander zijn. Dat ben ik zeker wel van
het laatste wat hij zegt: zo snel mogelijk de digitale, de
technologische, de infrastructurele en al die andere afhankelijkheden
afbouwen. Een sterk Europa is immers ook een autonoom Europa.
De heer Stöteler (PVV):
Het CDA van meneer Krul wil inzake het gemeenschappelijk
buitenlandbeleid van de Unie af van consensus of unanimiteit en overgaan
tot, volgens mij, een gekwalificeerde meerderheid. Nou heb ik vanmorgen
de fractievoorzitter van het CDA horen zeggen dat het goed is als
Nederland in Europa een eigenstandige positie inneemt. Dat ging
natuurlijk over het buitenlandbeleid. Ik zou meneer Krul willen vragen:
welke van de twee is het?
De heer Krul (CDA):
Volgens mij is het allebei. Als wij vandaag de minister-president met
een bepaalde boodschap naar de Europese Raad sturen, ga ik ervan uit dat
hij die boodschap ook serieus neemt. Tegelijkertijd denk ik dat het
belangrijk is dat we juist voor een daadkrachtig buitenlandbeleid dit
soort instrumenten wel gaan aanpakken, of het nu gaat om de artikel
7-procedure of om het stemrecht van landen dat hun op dit moment niet
ontnomen kan worden. Dat is ook de inzet van deze coalitie. Ik denk dus
dat het allebei tegelijk waar kan zijn. Dus ik denk dat het allebei
tegelijk waar kan zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stöteler (PVV):
Nou, dat denk ik dus niet. Als je in de Unie buitenlandbeleid via een
gekwalificeerde meerderheid gaat doen omdat je één groot blok wil
vormen, dan zou dat uniestandpunt niks waard zijn als vervolgens
individuele landen een eigenstandige positie innemen. Dat is het hele
idee achter dat er sprake moet zijn van consensus: om daarover een
gemeenschappelijk standpunt uit te dragen. En daarom doet de Hoge
Vertegenwoordiger dat, inderdaad. Dus het kan niet allebei waar
zijn.
De heer Krul (CDA):
Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat deze minister-president wel
degelijk met een bepaalde inzet naar bijvoorbeeld de Europese Raad kan
gaan en zich tegelijkertijd rekenschap kan geven van het feit dat als
die Europese Raad afgelopen is, het cruciaal is dat er een eenduidig
Europees geluid klinkt, en dat dat uiteindelijk de uitkomst kan zijn of
zal zijn van zo'n top. Dus je kan met een — zo wou ik bijna zeggen —
nationale inzet naar een Europese Raad gaan en tegelijkertijd weten dat
een eenduidig en krachtig Europees geluid als gevolg van zo'n Raad
gewoon noodzakelijk is. Ik denk dus dat dat wel allebei tegelijkertijd
waar kan zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Veiligheid en economie zijn inmiddels één verhaal. Daarom is
concurrentievermogen terecht een hoofdthema op deze top. Nederland wil
inzetten op minder regeldruk, een sterke interne markt, technologisch
leiderschap en open handel met betrouwbare partners. Het CDA steunt dat,
maar Europa moet wel minder naïef zijn. We moeten strategische
afhankelijkheden gaan afbouwen op het gebied van kritieke grondstoffen,
energie, havens en technologie, want wie zijn grondstoffen, chips of
defensieproductie niet op orde heeft, levert uiteindelijk ook politieke
invloed in. Maar goed, over dat Meerjarig Financieel Kader zijn wij
helder: moderniseren, versimpelen en richten op de echte prioriteiten
van deze tijd. Dus meer focus op innovatie, veiligheid, defensie,
migratie, maar niet via nieuwe gezamenlijke schulden, niet zonder een
stevige rol voor lidstaten en met duidelijke rechtsstaatvoorwaarden.
Europese daadkracht is nodig, maar discipline op de begroting ook.
Voorzitter, tot slot wat geleende wijsheid voor de minister-president,
want dit is inderdaad zijn allereerste Europese Raad. Daarom toch nog
even wat woorden vanuit deze hoek. Wie de Europese Unie reduceert tot
een veiligheidsproject of een economisch project, mist eigenlijk haar
diepste kracht. Ze is in de kern een gemeenschap van waarden. Václav
Havel, misschien wel bekend, de dissident die na de val van het IJzeren
Gordijn president van Tsjechië werd, zei ooit dat hoop niet de
overtuiging is dat iets goed afloopt, maar het besef dat iets het waard
is om te doen. Dat geldt ook voor Europa: het is geen perfect project,
maar wel een project dat het waard is om te verdedigen. In navolging van
Havel, Schuman, Delors en vele andere Europese voorvechters is het nu
aan deze minister-president om dat uit te dragen. Ik wens hem daarbij
heel veel wijsheid.
De voorzitter:
Meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch een vraag aan de heer Krul over de financiële kaders die hij
noemde, ook in het kader van de MFK-discussie. Hij noemde niet die 1,6
miljard die nog additioneel bespaard moet worden op de afdracht.
Betekent dit dat het CDA dat niet belangrijk vindt, of is dat iets wat
van het CDA echt moet gebeuren?
De heer Krul (CDA):
In principe moet alles wat in de begroting staat echt gebeuren. Ik kan
dan de woorden van de heer Klos herhalen, maar laat ik er iets aan
toevoegen. Ik neem een iets genuanceerder standpunt in als het gaat om
een sterk Europa, namelijk dat dat niet per definitie een Europa is dat
een grotere begroting krijgt. Ik denk dat er ook heel veel mogelijk is
met bijvoorbeeld verouderde subsidiestromen, om maar iets toe te voegen.
Dus juist door te gaan prioriteren in die Europese begroting op de
thema's waar de Europese Unie echt het verschil kan gaan maken, denk ik
dat het op sommige punten best met wat minder kan; als je maar durft te
kiezen. Dat zou ik nog willen toevoegen aan de antwoorden van de heer
Klos, waar ik me verder alleen maar bij wil aansluiten.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
We gaan het nog vaker hebben over de MFK-discussie.
Misschien nog een felicitatie voor 50 jaar EVP. Het CDA staat ook bekend
als een gezinspartij, als een partij die veel belang hecht aan goede
zorg voor kinderen. Ik heb dan toch een vraag over die verordening die
is aangenomen en de deal die de EVP daarbij heeft gesloten met rechts in
het Europees Parlement. Dit gaat betekenen dat ook kinderen worden
gestuurd naar plekken in landen waar ze nog nooit geweest zijn, in
onbekende omstandigheden. Hoe staat het CDA daar nou eigenlijk in? Wil
het dit steunen of vindt het dat dit echt te ver gaat?
De heer Krul (CDA):
Sterker nog, de EVP, waar de heer Tom van der Lee over spreekt, heeft
dit gesteund en heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de
onderhandelingen daarover. Ik denk dat deze Europese regelgeving heel
belangrijk is, juist omdat wij er in Nederlands verband keer op keer op
hameren dat een effectieve oplossing voor het migratieprobleem alleen in
Europa behaald kan worden. In die zin zien wij uit naar de verdere
uitwerking hiervan en naar de inwerkingswet die nog volgt in
Nederland.
De voorzitter:
Eerst nog een interruptie van de heer Dassen. Daarna gaan we naar de
maidenspeech van mevrouw Maes.
De heer Dassen (Volt):
Als alles nog strenger moet dan het al was, is het de vraag of dat
daaraan bijdraagt. Ik heb een andere vraag aan de heer Krul: hoever is
het CDA bereid te gaan om af te stappen van unanimiteitsbesluitvorming?
Ik doel dan niet alleen op buitenlandbeleid, maar ook op
begrotingsbeleid en verschillende beleidsterreinen waarvoor dit nog
geldt. Is de heer Krul het met mij eens dat we daar volledig vanaf
moeten stappen?
De heer Krul (CDA):
"Hoever is het CDA bereid te gaan?" Dat is bijna een
sneuvelbereidheidsvraag. Volgens mij hebben we daar vrij duidelijke
afspraken over gemaakt. Deze minister-president heeft de opdracht
gekregen om in te zetten op de afschaffing van besluitvorming via
unanimiteit bij het gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid.
Dat zijn volgens mij de kaders die wij meegegeven hebben. Ik denk dat
hij er al een behoorlijke kluif aan heeft om dat voor elkaar te boksen.
De artikel 7-procedure is een onderwerp waarover ook in Europa al héél
lang discussie wordt gevoerd. Als we op die twee punten, het
gemeenschappelijk buitenlandbeleid en het veiligheidsbeleid, eens een
begin kunnen maken, dan denk ik dat we al een hele belangrijke slag
gewonnen hebben.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krul. Dan zijn we aanbeland bij een heugelijk moment,
namelijk de maidenspeech van mevrouw Maes. Ik geef haar daartoe graag
het woord. Hoewel interrupties bij een maidenspeech ongebruikelijk zijn,
heeft mevrouw Maes aangegeven graag vragen te beantwoorden, maar dan wel
aan het einde van haar betoog. Mevrouw Maes, als u zover bent, heeft u
het woord.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik was 15 toen ik voor het eerst op tv een debat in
de Kamer zag, dat me zodanig fascineerde dat ik tot diep in de nacht heb
gekeken. Het ging over het reiskostenforfait. Niet dat me dat iets zei,
maar het intrigeerde me. Ik raakte dus, als vanzelf, geïnteresseerd in
politiek en begon een langzame zoektocht naar de partij die bij mijn
ideeën paste. Omdat ik Nijmegen opgroeide en mijn vader zeilmaker was,
begon mijn zoektocht bij de Jonge Socialisten. Ik had slechts één avond
nodig om tot de conclusie te komen dat het geen match was. Een paar jaar
later kwam ik uit bij de JOVD. Dat was liefde op het eerste gezicht: een
organisatie waar vrijheid centraal stond, waar het gezellig was en waar
verantwoordelijkheid en verdraagzaamheid belangrijke waarden
waren.
Voorzitter. Nu sta ik hier, als kersverse buitenlandwoordvoerder voor de
VVD, bij een debat met de premier, die Nijmegen waarschijnlijk net zo
goed kent als ik. Na mijn studie in Nijmegen heb ik er heel bewust voor
gekozen om in Den Haag te gaan wonen, vanwege mijn politieke interesse
en omdat ik graag bij de Rijksoverheid wilde werken. Dat heb ik
jarenlang gedaan. Ik heb de langste tijd bij Buitenlandse Zaken gewerkt,
maar ook enige tijd bij Defensie en de laatste jaren bij Justitie en
Veiligheid. Dat werk bracht mij in Afrika, Uruzgan, Wenen en Ter
Apel.
Waarom wil ik dan nu zelf politicus worden? Dat heeft voor mij heel erg
te maken met de tijdgeest. Opgroeiend in de mooie jaren negentig, waarin
alles kon en iedereen geloofde in een nieuwe wereldorde, is de wereld
sinds 2015 in rap tempo veranderd. Denk aan de opkomst van IS, het
neerhalen van de MH17, het brexitreferendum, maar ook aan de afbreuk van
de liberale democratie in een aantal landen, ook in Europa. Omdat ik
naast mijn werk altijd wel op de een of andere manier bij de VVD
betrokken was, vond ik dit daarom hét moment om van mijn hobby mijn
beroep te maken.
De veranderende toon van het debat de afgelopen jaren maakt dat ik,
komend uit Nijmegen, vaak aan Frank Boeijen moest denken. Voor wie van
na die tijd is: dat is een Nijmeegse zanger die beroemd was in de jaren
tachtig. Hij zong in een van zijn bekendste nummers "denk niet
zwart-wit, maar in de kleur van je hart". Dat is wat ik van plan ben te
doen in dit huis: openstaan voor de mening van anderen om ergens te
komen en het helpen beschermen van de liberale democratie in dit land
vanuit mijn zetel en mijn partij, zodat ook mijn zoon in dit mooie,
vrije land groot kan worden en zich veilig kan voelen.
Dat is een mooi bruggetje naar de Europese Raad van volgende week. Ook
voor de nieuwe minister-president is dit zijn eerste, dus voor hem is
dit wellicht ook een bijzonder en memorabel moment. Aangezien we de hele
dag over Iran hebben gesproken, wil ik beginnen met Oekraïne, een land
dat een oorlog voert voor onze vrijheid. Het is wat mij betreft van
levensbelang dat de EU snel uit de impasse komt, vooral wat betreft de
financiële steun voor Oekraïne; dat is al een aantal malen gezegd. Voor
de VVD-fractie was het besluit op de Europese Raad in december niet de
ideale uitkomst, maar het was wel een besluit van alle 27 lidstaten.
Daarom vindt mijn fractie het onbegrijpelijk dat Orbán hier nu op
terugkomt. Wat is de minister-president van plan te doen om te zorgen
dat Hongarije zich volgende week alsnog achter het genomen besluit
schaart? Ziet de minister-president hier een kans om de afspraken uit
het regeerakkoord om unanimiteit bij het nemen van besluiten over
gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid af te schaffen?
Dan de situatie in het Midden-Oosten. De ontwikkelingen in de regio zijn
nauwelijks bij te houden. De RBZ en de Europese Raad volgende week komen
dan ook op een goed moment, al moet ik zeggen dat er best wat sneller
doorgepakt had mogen worden wat de VVD betreft. De evacuatie van
Nederlanders uit de regio, het bieden van steun aan bevriende naties en
het Iraanse volk ondersteunen bij hun aanhoudende strijd tegen het
regime, zijn zaken die wat de VVD betreft blijvende aandacht verdienen.
Dat we Frankrijk gaan ondersteunen met een fregat is dan ook zeer
welkom. Ik zou de minister-president willen vragen of hij verwacht dat
er tijdens de Europese Raad doorgesproken zal worden over de Europese
reactie en wat zijn inzet daarbij zal zijn.
Voorzitter. Mijn fractie heeft met interesse kennisgenomen van de
vernieuwde Franse nucleaire doctrine en de uitnodiging van president
Macron voor een partnerschap op het gebied van nucleaire afschrikking.
Ik zag dat de premier al in Frankrijk is geweest. We zagen de brief van
de minister van Defensie van vorige week. Het stemt mijn fractie
positief dat het kabinet op het Franse aanbod om de dialoog hierover te
verdiepen in wil gaan.
Dan het Meerjarig Financieel Kader. Voor de VVD-fractie vraagt een
geopolitiek volwassen Europa om een robuuste begroting. Robuustheid voor
de VVD zit echter niet in omvang, maar eerder in doelmatigheid en
zorgvuldig omgaan met middelen. Hoe kijkt de minister-president naar
recente berichten over fraude met het coronaherstelfonds, waar het
Europees Openbaar Ministerie momenteel onderzoek naar doet? De Europese
Rekenkamer waarschuwde hier vorig jaar al voor. Inmiddels zou het gaan
om circa 5 miljard euro, voor de VVD-fractie reden genoeg om kritisch te
blijven op een steeds hoger wordend MFK en om vast te houden aan een
fikse korting. Hoe gaat de minister-president zich daarvoor
inzetten?
Tot slot ga ik terug naar Nijmegen. Zaterdag was ik er nog voor de
gemeenteraadscampagne met de lijsttrekker van de VVD op de koffie bij
mijn zus. Mijn zus heeft weinig vertrouwen in wat wij hier aan het doen
zijn, maar komt wel uit hetzelfde nest. Ze is een andere kant op gegaan
in haar leven. Als ik haar vertrouwen in de politiek kan laten groeien
in mijn tijd hier, dan is mijn politieke carrière geslaagd.
Ik dank u.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maes, voor uw prachtige persoonlijke maidenspeech.
Ik heb het genoegen u als eerste te feliciteren. Daarna schors ik kort
om felicitaties in ontvangst te nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Struijs voor
zijn inbreng namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank u, voorzitter. Het is niet alleen voor de heer Jetten als
minister-president zijn eerste grote vergadering bij de Europese top,
het is ook voor het eerst dat 50PLUS gaat uitspreken hoe ze tegen Europa
aankijkt.
Laat ik met een bijzonder iets beginnen. Morgen ben ik aanwezig bij de
uitreiking van de Geuzenpenning in Vlaardingen, waar ik geboren en
getogen ben. De Geuzenpenning is een mensenrechtenpenning die jaarlijks
wordt uitgereikt. De penning is genoemd naar de Geuzen, de eerste
verzetsgroep in de Tweede Wereldoorlog. Dit jaar gaat de penning naar
Gergely Karácsony, de burgemeester van Boedapest. Ik ben erg vereerd dat
ik morgen uitvoerig met hem kan praten, want hij staat voor gedeelde
waarden in Europa. Daar zit mijn bruggetje. Ik vind het wel mooi dat wij
dit hier in Nederland doen. Ik wil de minister-president dus een paar
parels, waar wij trots op zijn, meegeven naar zijn overleg, te weten die
gelijke waarden.
Iedereen kan zich nog wel herinneren dat Gergely Karácsony tegen de
stroom in toch de lhbti-dag hield. Orbán wilde die dag verbieden, en hij
kreeg 200.000 mensen op zijn dak die daar rond gingen lopen in
Boedapest. Daaronder waren ook enkele Kamerleden, waar ik trots op ben.
Toevallig kijk ik naar Volt, maar er waren er meer.
Maar goed, nu terug naar Europa. Wij zijn voor een sterk
samenwerkingsverband in Europa, maar wel in een realistisch tempo. Ik
heb me al meerdere keren uitgesproken over de digitalisering en de
autonomie. Helaas zijn wij voor de digitalisering nog afhankelijk van
Amerika, en dat gaat nog wel tien jaar of langer duren. Maar we moeten
wel de kant van autonomie op. Daar staat 50PLUS voor.
Een ander punt dat ik wil noemen is de veiligheid. Ik haal er maar even
een specifiek ding uit dat voor Nederland belangrijk is, te weten de rol
die wij spelen in de oorlog in Oekraïne. Die steunen wij volledig. Wij
vinden die rol belangrijk, omdat het ook over onze vrijheid gaat. Ik wil
de minister-president ook meegeven dat de Rotterdamse haven momenteel
een cruciale rol speelt als het gaat om militaire ondersteuning en de
cyberaanvallen die de haven te verwerken krijgt van andere staten. Dus
een sterke belangenbehartiging voor de Rotterdamse haven is cruciaal
voor Nederland, maar zeker ook voor Europa.
In deze steeds onzekerder wordende geopolitieke wereld merkt de
Rotterdamse haven zijn Europese belang, maar ze zou nog wel wat extra
ondersteuning kunnen gebruiken. Dan gaat het niet alleen om geld. Het
gaat ook over de netwerkcongestie. Ik vraag de minister-president om in
het informele en liefst ook het formele circuit toch nog even extra
aandacht te vragen voor het belang van Europa en de Rotterdamse haven.
60% van de goederen voor Duitsland komt via die haven binnen, om maar
wat te noemen. De meeste militaire transporten in Europa gaan via dat
infrastructuurpunt. We moeten de haven dus goed blijven ondersteunen op
veiligheid en op minder bureaucratie en regelgeving. Wij zijn echt voor
deregulering, maar ook voor vermindering van de bureaucratie en de
administratieve lastendruk. Als we daar met z'n allen iets aan kunnen
doen, kunnen we ook mooier, beter en sneller zakendoen.
Dat zijn de parels die ik wil meegeven. Ik dank u voor uw aandacht. Ben
ik binnen de tijd?
De voorzitter:
Zeker. Keurig. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Stöteler
voor zijn inbreng namens de fractie van de PVV.
De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Felicitaties aan mevrouw Maes voor haar
maidenspeech. Het was plezierig om daarnaar te luisteren.
Ik moet beginnen met een opmerking over Iran, of beter, over de rol die
Ursula von der Leyen zichzelf daar toe-eigende, met telefoontjes en
videocalls met regeringsleiders in het Midden-Oosten en met
ambassadeurs, waarin zij doodleuk pleit voor een regeringstransitie in
Iran. Laten we wel zijn: het mullahregime kan wat de PVV betreft niet
snel genoeg worden weggevaagd, maar zich daarmee bemoeien is echt niet
haar taak en haar bevoegdheid. In de Unie wordt het buitenlandbeleid
bepaald op basis van consensus en uitgedragen en verwoord door de Hoge
Vertegenwoordiger: één voor allen, allen voor één. Die Hoge
Vertegenwoordiger is Kaja Kallas en niet mevrouw Von der Leyen.
Dit past natuurlijk in het profiel dat we al kennen van mevrouw Von der
Leyen. Binnen de Commissie past zij een verdeel- en heersstategie toe.
Dictatoriaal gedrag, zei Kaja Kallas daarover. Buiten de Commissie trekt
zij bevoegdheid na bevoegdheid naar zich toe. Nu is die arme Kaja Kallas
kaltgestellt. Buitenlandbeleid hoort niet in handen van die
machtsbeluste technocraat die zichzelf continu nieuwe bevoegdheden
toeschuift. De premier moet haar gewoon terugfluiten, hard en duidelijk,
tijdens de Raad. Laat Von der Leyen zich houden aan de taakomschrijving
die zij volgens de verdragen heeft.
Dat is natuurlijk als de premier in Brussel is en niet in Kiev. Het
eerste pr-filmpje van de premier ging namelijk over Kiev en het tweede
buitenlandse bezoek was aan Oekraïne, maar u bent minister-president van
Nederland. Ik vraag dus aan de premier: maak niet nog meer geld over aan
Oekraïne, maar help die Nederlander nou eens een keer, de gepensioneerde
aan de keukentafel, de ondernemer die zucht onder de torenhoge lasten,
de huurder die geen huis vindt. Besteed Nederlands geld aan de
Nederlanders en laat andere Europese landen nu eens de gaten dichtlopen
die ze zelf hebben laten vallen in de steun richting Oekraïne. Voor de
PVV is het glashelder: geen EU-lidmaatschap voor Oekraïne, geen
lidmaatschap-light, geen achterdeurtjes en geen proefballonnen uit
Brussel.
Terwijl iedereen bezig is met zaken waarmee ze zich niet moeten
bemoeien, breekt binnen de EU de pleuris uit. Ik heb van binnenuit
moeten aanschouwen wat een afschuwelijke wetgevingsmachine die Europese
Unie is. Alles wordt kapot gereguleerd met die 720 Europarlementariërs
die per persoon elke maand €20.000 op hun rekening krijgen
bijgeschreven. Dat is €20.000. Dan zitten ze in achterkamertjes ruzie te
maken over een woordje hier, een woordje daar en een procentje hier, een
procentje daar. Het is echt om je kapot te schamen.
Het kabinet wil de interne markt van onder andere het Europees Parlement
vervolmaken. Wat betekent dat precies met die wetgevingsmachine, vraag
ik aan de premier. We hebben minder regels nodig en niet weer een
zoveelste investeringsblokkade die de voorgestelde Industrial
Accelerator Act creëert. Weer extra complexiteit en nieuwe regimes. Weer
een nieuwe Brusselse regelmoloch. "Koop Europees." Dat klinkt leuk,
hoor. Maar wat dan? De regeldruk is exponentieel toegenomen.
Energieprijzen zijn door het dak gegaan. Door al dat klimaatgedram en
greendealgedoe van onder anderen onze premier exporteren we tegenwoordig
haast meer bedrijven dan producten. Wat heeft Nederland handelsland dus
aan "koop Europees"? Wil de premier dat voorstel alstublieft naar de
prullenbak verwijzen?
Focus u op wat telt: het blokkeren van het MFK bijvoorbeeld. Wat de
Commissie wil, gaat om 2 biljoen euro. Het is te gek voor woorden. Dat
is een 2 met twaalf nullen. Schrijft het eens op. Erger nog, ze willen
dat geld uitgeven volgens het systeem van het coronaherstelfonds, via
het RRF. De Rekenkamer waarschuwt al dat dat fout gaat. De aanbeveling
van de Europese Rekenkamer dat de Commissie maatregelen moet vaststellen
die bij inbreuken op de regels consistent in de lidstaten worden
toegepast, werd door de Commissie verworpen. De Europese Commissie wil
dus knetterveel geld uitgeven, het inconsistent onder de lidstaten
verdelen en elke verantwoordelijkheid voor een rechtmatige uitgave van
zich afschuiven.
Beste premier, niet Brussel eerst, niet Kiev eerst, maar Nederland
eerst.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stöteler. Tot slot is het woord aan de heer Vermeer
als laatste spreker van de zijde van de Kamer in eerste termijn. Hij
spreekt namens de BoerBurgerBeweging. Gaat uw gang. Ja, dat is de BBB.
Meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Volgende week komt de Europese Raad bijeen in een wereld die
in zeer korte tijd ingrijpend veranderd is. Terwijl leiders elders in de
wereld bezig zijn met macht, grondstoffen en geopolitiek, is Europa soms
vooral bezig met regels en symboliek. We discussiëren over papieren
rietjes en over dopjes aan flessen, terwijl elders in de wereld wordt
gevochten om macht, grondstoffen en invloed.
Dat moet anders. Wat BBB betreft moet Europa zich gaan bezighouden met
het weerbaar maken van Europa. Dat begint bij voedselzekerheid. In
andere landen groeit dat besef inmiddels ook. In het Verenigd Koninkrijk
wordt openlijk gesproken over de vraag wat er gebeurt als door oorlogen
handelsroutes stilvallen of oogsten mislukken. Die vraag zouden wij in
Europa ook moeten stellen. Ik heb daarom de volgende vraag aan de
minister-president. Neemt Europa voedselzekerheid eigenlijk wel serieus
genoeg als strategisch thema? Neemt Nederland het zelf wel serieus
genoeg? Ziet de minister-president dat de voedselzekerheid hier onder
druk staat? Wat zal de inzet zijn van de minister-president tijdens deze
Europese Raad op het gebied van voedselzekerheid?
Voorzitter. Dan kom ik bij Oekraïne, hier al eerder gememoreerd. Het is
goed dat Nederland zijn steun uitspreekt voor Oekraïne. BBB heeft
Oekraïne ook altijd gesteund en zal dat blijven doen zolang dat nodig
is. Rusland is de agressor en Oekraïne verdient onze steun.
Tegelijkertijd wil ik iets benoemen wat veel mensen in Nederland opvalt.
Sinds het aantreden van het kabinet zijn al drie ministers, waaronder de
minister-president, naar Oekraïne gereisd, terwijl er hier in Nederland
miljoenen mensen zijn die ook met grote uitdagingen worstelen. Mensen
die moeite hebben hun rekeningen te betalen, ondernemers en boeren die
hun levenswerk zien verdwijnen, en inwoners in de regio die hun omgeving
zien verschralen en het gevoel hebben dat hun leefwereld steeds verder
onder druk staat.
De minister van Landbouw wilde niet eens een kwartiertje spreken bij de
manifestatie Red het platteland, afgelopen weekend. Wat voor signaal
geven we dan af aan al die mensen als vrijwel het eerste wat zij zien,
is dat de ministers massaal naar Oekraïne trekken? Waar ligt dan de
prioriteit van dit kabinet? Voor veel mensen versterkt dat precies het
gevoel dat Europa en Den Haag soms ver afstaan van hun eigen
werkelijkheid. Daarom heb ik ook nog de volgende vraag. Begrijpt de
minister-president dat gevoel van veel Nederlanders? Hoe gaat hij ervoor
zorgen dat mensen hier in Nederland daadwerkelijk merken dat hun zorgen
en hun dagelijks leven minstens zo hoog op de agenda van het kabinet
staan als de internationale dossiers?
Voorzitter. Dan nog iets dat mij opviel in de geannoteerde agenda. Daar
staat dat het kabinet bepaalde blokkades rond Europese besluiten
onacceptabel vindt. Daarmee doelt het op de blokkade van Hongarije op de
nieuwe Europese lening van 90 miljard, denk ik. En inmiddels begint ook
het protest tegen het SAFE-programma toe te nemen; de Poolse president
gaf ook al aan hier een veto op te willen uitoefenen. Ik wil daar een
vraag over stellen. In de Europese Unie hebben lidstaten nu eenmaal het
recht om besluiten te blokkeren wanneer unanimiteit vereist is. Dat is
geen fout in het systeem, dat ís het systeem. Dat is juist een
democratische waarborg. Dus wat bedoelt het kabinet precies met de
formulering dat "blokkades onacceptabel" zijn? Is dit nu echt het
standpunt van het kabinet?
In dat licht wil ik ook het volgende vragen; de heer Stöteler begon er
in een interruptiedebat ook over. Hoe kijkt de minister-president naar
de steeds hardere toon van president Zelensky richting Hongarije en
premier Orbán, inclusief berichten over druk en dreiging richting
Hongarije wanneer het land zijn veto gebruikt? Vindt de
minister-president dat een gezonde manier van samenwerken binnen Europa?
Kan hij hier bevestigen dat Nederland staat voor een Europese Unie,
waarin lidstaten hun verdragsrechtelijke veto vrij kunnen gebruiken,
zonder politieke druk of zelfs militaire dreiging?
Dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Over dat laatste punt had ik al iets gezegd in een reactie op een
interruptie. Het gaat me toch even om Orbán. Het is toch zo dat de heer
Orbán tijdens een bijeenkomst van regeringsleiders heeft ingestemd met
die 90 miljard? Pas daarna maakte hij een draai en die lijkt volstrekt
ingegeven te zijn door de electorale strijd die hij op dit moment in
Hongarije aan het voeren is. Dat is toch geen manier om met een veto om
te gaan?
De heer Vermeer (BBB):
In het debat over de regeringsverklaring heb ik zelf ook aangekaart dat
bepaalde mensen met bestuurlijke verantwoordelijkheid soms politieke
argumenten gebruiken of blijkbaar politieke overwegingen hebben om
bepaalde standpunten te herzien of in te nemen. Ik denk dat dat een
realiteit is waar we nou eenmaal mee te maken hebben, zeker als men meer
politiek wil bedrijven, ook in Europa, dan gaan dit soort argumenten net
zo goed meespelen. Maar dat moet u aan de heer Orbán vragen en niet aan
mij, want ik kan niet in zijn hoofd kijken en zien wat zijn overwegingen
zijn.
De heer Klos (D66):
De heer Vermeer begon zijn betoog met voedselzekerheid. Dat is een van
de redenen waarom de Europese Unie ooit is opgericht. Het is ook nog
steeds een van de grootste begrotingsposten van de Europese Unie: een
derde van dat hele grote bedrag dat de heer Stöteler noemde, gaat naar
landbouw en inkomenssteun voor boeren.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Klos (D66):
Welke maatregelen ziet de heer Vermeer nu nog die de Europese Unie
additioneel zou kunnen nemen of welke budgettaire keuzes kan ze maken om
die voedselzekerheid veilig te stellen?
De heer Vermeer (BBB):
Om te beginnen moeten we hier in Nederland stoppen met het wegpesten van
boeren. De beste manier om voedselzekerheid te garanderen, is zorgen dat
je boeren hebt. Veel mensen denken dat voedsel uit de supermarkt komt en
ergens ontstaat, maar het moet eerst verbouwd worden en daar heb je
boeren voor nodig. Als ik de heer Klos een advies mag geven: stimuleer
dat er geboerd wordt.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Klos (D66):
De Europese Unie zou dat dus moeten regelen? U geeft dat advies aan mij,
maar Ursula von der Leyen zou daarvoor moeten zorgen?
De heer Vermeer (BBB):
Die moet in ieder geval zorgen dat er minder beperkingen zijn op het
uitvoeren van de landbouwpraktijk. Neem als voorbeeld de achterlijke
regel dat men maar een bepaalde hoeveelheid dierlijke mest mag
gebruiken, waardoor er meer kunstmest gebruikt moet worden, waardoor we
afhankelijker zijn van Rusland en gas. Dat is gewoon het meest idiote
wat er bestaat. Sowieso is het natuurlijke product altijd te prefereren
boven een kunstmatig product.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van
de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 21.35 uur en
dan luisteren we naar de beantwoording van de minister-president.
De vergadering wordt van 21.19 uur tot 21.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord, als hij zover is, aan de
minister-president van Nederland.
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Inmiddels ben ik eraan gewend, zeg ik tegen de
heer Stöteler.
Laat ik allereerst ook vanaf deze plek mevrouw Maes feliciteren met haar
maidenspeech. Het doet mij als oud-Nijmegenaar natuurlijk goed als er
wordt geciteerd uit de songteksten van Frank Boeijen. Ik kwam zelf in
mijn studententijd regelmatig nog in Café 't Paleis. Als je geluk had,
hing hij daar zelf ook rond. De heer Dassen weet dat ook. En als je echt
veel geluk had, dan ging die ook nog even zingen vanaf de bar. Dan was
Kleur van je hart een van de favoriete nummers. Veel succes in deze
nieuwe rol, mevrouw Maes, maar zo te zien gaat u dat helemaal goed
af.
Voorzitter. Volgende week is inderdaad mijn allereerste Europese Raad
als minister-president. Ik heb daar heel erg veel zin in. Ik heb daarom
ook uitgekeken naar dit debat. Zelfs na al een hele lange dag debatteren
over de situatie in het Midden-Oosten heb ik genoten van de
verschillende inbrengen en de vragen die zijn gesteld. Ik heb vorige
week al speeddatend in Brussel gemerkt dat er ook is uitgekeken naar een
nieuwe Nederlandse regering, met een stevig politiek mandaat. Dat
gebeurt, denk ik, elke keer als er een kabinet heeft gezeten dat
demissionair is geweest.
Ik merk ook dat er vanuit niet alleen de Europese instellingen, maar ook
andere Europese lidstaten echt met interesse wordt gekeken naar het
coalitieakkoord dat in Nederland is afgesproken. Er wordt ook met
interesse gekeken naar het feit dat wij als drijvende kracht ook willen
meewerken aan verbeterde samenwerking binnen de Europese Unie. We willen
vooral ook samenwerken aan meer focus op waar de Europese Unie zich mee
bezighoudt, zodat we een aantal dingen echt goed gaan doen om zo meer
veiligheid, vrijheid en welvaart voor Europese burgers voor elkaar te
kunnen krijgen. Dat vraagt ook om veel geopolitiek realisme. De wereld
is de afgelopen weken namelijk nog sneller veranderd dan we de afgelopen
maanden en jaren al hebben ervaren. Dat vraagt om een Europese Unie die
zelfverzekerd in de wereld staat, maar die zich ook realiseert dat zij
het op een aantal onderwerpen, zoals energieonafhankelijkheid,
defensiesamenwerking, grip op migratie en financiële stabiliteit, dus
echt beter moet doen.
Ik wil daar graag nog één persoonlijke ervaring aan toevoegen, namelijk
mijn bezoek aan Oekraïne van afgelopen weekend. Ik zag daar de schade
die is toegebracht aan de energie-infrastructuur en aan woonwijken, de
vreselijke winter die de Oekraïners hebben moeten doormaken, de
opluchting dat de lente nu was aangebroken. Tegelijkertijd is er ook het
besef dat door de oorlog in Iran het risico op minder aandacht voor
Oekraïne gigantisch is en dat dat de strijd van Oekraïne enorm onder
druk kan zetten. Daarna had ik ook mijn bezoek aan Polen, waarbij de
Poolse premier mij nogmaals op het hart drukte dat als Oekraïne valt,
Europa daarna de volgende in de rij is. Dit is dus niet alleen de oorlog
van Oekraïne; het is ook de oorlog die gaat over de Europese normen en
waarden en over de Europese vrijheid en veiligheid.
Voorzitter. Daarom zal ik zo meteen beginnen met de vragen over
Oekraïne. Mijn tweede blok gaat over de Europese economie en het
concurrentievermogen. Daarin zitten ook de vragen over de energieprijzen
en de energieleveringszekerheid. Het derde blok gaat over het
Midden-Oosten. Het laatste blok gaat over varia. Dat is ook echt een
varia van hele verschillende onderwerpen.
De voorzitter:
Ik wil de leden voorstellen om interrupties te plaatsen na ieder
afgerond blok en om dat, conform de afspraken in de eerste termijn,
steeds in twee keer te doen.
Minister Jetten:
Over Oekraïne zei ik net al: zij vechten niet alleen voor hun eigen
veiligheid en vrijheid, maar ook voor die van ons. Zij verdienen daarom
onze onverminderde steun. Het kabinet blijft de Amerikaanse initiatieven
tot onderhandelingen aanmoedigen, maar de eerlijkheid gebiedt ook te
zeggen dat we aan Russische zijde geen enkele bereidheid zien om die
onderhandelingen daadwerkelijk te laten slagen. Dat betekent dat
Oekraïne de komende tijd zowel op militair als op non-militair vlak
forse steun nodig zal hebben om de strijd tegen Rusland voort te kunnen
zetten. Ik ben het eens met iedereen die hier zegt: Nederland doet heel
veel en dat is goed; het is ook goed dat we daar de komende jaren
meerjarig geld voor uittrekken, maar ook andere landen moeten hun
verantwoordelijkheid nemen en meer doen dan ze tot nu toe hebben gedaan,
zodat we een eerlijke verdeling van de lasten hebben. Daar zal ik
volgende week ook toe oproepen. Dat geldt ook voor de lening van 90
miljard die is afgesproken. Dat is een positieve stap om Oekraïne de
komende tijd stevig te kunnen helpen. Die lening moet ook daadwerkelijk
worden voortgezet. De heer Vermeer vroeg daarnaar, maar het is inderdaad
waar wat de heer Van der Lee zei. Er is een politiek akkoord gesloten.
Ook Hongarije heeft daarmee ingestemd. De blokkade die nu achteraf
plaatsvindt, is echt onacceptabel. Ik ga ervan uit dat de Europese
Commissie er alles aan doet om een oplossing hiervoor te vinden. Daar
heb ik de Commissievoorzitter vorige week al toe opgeroepen. Zij is nu
ook druk bezig om een oplossing hiervoor te vinden.
De voorzitter:
Ik had eigenlijk voorgesteld om het blok Oekraïne af te wachten en
daarna ruimte te geven voor interrupties.
Minister Jetten:
Er zijn nog meer vragen over Hongarije gesteld, maar daar kom ik zo
meteen nog op.
Naast die 90 miljard euro is het belangrijk dat we het twintigste
sanctiepakket tegen Rusland zo snel mogelijk aannemen, zodat we
aanvullende maatregelen kunnen nemen tegen de Russische militair-
industriële complexen, tegen de Russische schaduwvloot en zodat we
omzeiling via derde landen beter kunnen aanpakken.
We moeten ook vaart houden in het EU-toetredingsproces, omdat dat
belangrijk is als perspectief voor het Oekraïense volk. Zij willen graag
weten of alle offers die zij nu brengen, straks ook daadwerkelijk iets
waard zijn. Om aan die toetreding te kunnen voldoen, zal het land moeten
doorgaan met de noodzakelijke hervormingen; dat heb ik vorige week in
Oekraïne ook onderstreept. Waar nuttig en nodig zal Nederland die
hervormingen ondersteunen. Het vastleggen op een concrete datum is op
dit moment nog niet mogelijk, omdat uiteindelijk ook het voldoen aan de
Kopenhagencriteria bij deze uitbreiding relevant is. Dat heeft ook de
Commissievoorzitter twee weken geleden gezegd tijdens de coalition of
the willing.
De motie-Klos vraagt om ook constructief te kijken naar een eventuele
gefaseerde toetreding. Dat kan ik ondersteunen, mits beter wordt
uitgewerkt door de Commissie hoe zo'n gefaseerde toetreding er dan
uitziet. Ik verwacht de komende tijd meer duidelijkheid over hoe dat
stap voor stap kan worden vormgegeven. Je combineert dan eigenlijk het
perspectief voor het Oekraïense volk met het toch ook op merites kunnen
beoordelen of een land klaar is voor een volwaardig lidmaatschap van de
Europese Unie.
De heer Van der Lee vroeg of we ons aan kunnen sluiten bij het
initiatief van de Baltische en Scandinavische landen om een workaround
te vinden voor die 90 miljard. Ik vind het zelf eerlijk gezegd niet
behulpzaam om nu te gaan speculeren over dat soort alternatieven, omdat
het ook de druk op Hongarije verlicht. Die druk moet nu maximaal worden
opgevoerd. De Commissievoorzitter moet hier een oplossing voor vinden.
Uit mijn contacten blijkt dat de Nordics en Baltics die lijn eigenlijk
ook steunen, namelijk dat we het politieke akkoord dat nu is gesloten
gewoon moeten uitvoeren. Zoals de heer Dassen, de heer Klos en mevrouw
Maes aangaven, laat de poging van de Hongaarse leider tot die blokkade
ook zien dat dit voortdurend spelen met de Europese afspraken over hoe
je tot besluitvorming komt en hoe je die dan ook snel kan implementeren,
uiteindelijk de slagkracht van Europa sterk ondermijnt. Daarom staat in
het coalitieakkoord ook de afspraak om te kijken hoe we de
besluitvorming in Europa kunnen moderniseren en verbeteren, maar ook hoe
we van dit soort tegenstemmen en blokkades af kunnen komen.
Dat brengt me dus ook bij de vraag van de heer Vermeer, en indirect ook
bij die van de heer Stöteler. Wat bedoelen we nu met de term
"onacceptabel", zoals die in de geannoteerde agenda is opgenomen?
Natuurlijk, zolang we de spelregels nog niet hebben gemoderniseerd en er
een mogelijkheid is om via veto's besluitvorming tegen te houden, is dat
een manier om je als lidstaat op te stellen in onderhandelingen. Het is
echter niet acceptabel als er na politieke overeenstemming alsnog nieuwe
blokkades worden opgeworpen. Dat is de reden dat dat zo in de
geannoteerde agenda is opgenomen.
De heer Dassen vroeg naar signalen over Russische inmenging in de
Hongaarse verkiezingen. Verkiezingen in lidstaten zijn natuurlijk een
nationale aangelegenheid. Het is volstrekt onacceptabel als andere
landen van binnen of van buiten de EU proberen om verkiezingen te
beïnvloeden, of het nu gaat om financiering of om het beïnvloeden van
socialmediacampagnes. Dat kan niet de bedoeling zijn. Er is in Hongarije
ook een uitgebreide OVSE-waarnemingsmissie uitgerold die tijdens deze
campagne en op de verkiezingsdag zelf echt alle facetten in kaart
brengt. In bredere zin hebben we dat natuurlijk ook bij een paar andere
verkiezingen gezien de afgelopen tijd, waarbij het niet alleen ging over
inmenging vanuit buitenlandse mogendheden maar er ook vragen waren over
of socialmediaplatforms voldoende doen om dat tegen te gaan. Ik denk dat
ook deze situatie nogmaals onderstreept dat we daar op nationaal niveau,
maar ook in Europees verband, niet naïef in moeten zijn en dat we moeten
kijken hoe we elkaar kunnen steunen om dit soort beïnvloeding en
inmenging tegen te gaan.
Zoals ik net al aangaf, kan en moet die burden sharing echt beter. De
heer Stöteler stelde daar een vraag over. Ook andere landen zullen dus
meer moeten doen om Oekraïne financieel op militair en non-militair
gebied te ondersteunen. Ik ben bijna aan het eind van dit blok.
De heer Vermeer vroeg nog een paar heel specifieke zaken. De heer
Stöteler deed dat indirect richting de heer Van der Lee in een
interruptie. Die uitspraken over de Hongaarse premier zijn natuurlijk
niet acceptabel. Het kan niet zo zijn dat we met dit soort teksten over
elkaar gaan praten. Dat helpt ook niet in de onderlinge verhoudingen en
ook niet bij het vinden van oplossingen voor de spanning waar we nu in
zitten rondom die 90 miljard.
Ten aanzien van de reizen naar Oekraïne zou ik tegen de heer Vermeer
willen aangeven dat juist in het licht van de oorlog in het
Midden-Oosten het extra belangrijk is dat we onderstrepen dat we die
Oekraïneoorlog niet uit het oog verliezen. De morele steun van de
bezoeken aan Oekraïne wordt daar enorm gewaardeerd, maar het is ook een
signaal aan onze partners binnen en buiten Europa dat de levering van
noodzakelijke wapens bijvoorbeeld moet doorgaan en dat Nederland dus ook
klaarstaat om met Oekraïne die samenwerking vorm te blijven geven.
Een aantal dagen voordat ik naar Oekraïne ging, was ik de hele dag op
werkbezoek in Roosendaal. Dan spreek je in talloze wijken zeker niet
over de oorlog in Oekraïne of de oorlog in Iran. Dan gaat het simpelweg
over de vraag hoe het mooie Roosendaal nog mooier kan worden. Dat
realiseer ik mee ook goed. Als ik hier vandaag niet de hele dag in deze
twee debatten had gestaan, had ik de hele dag werkbezoeken aan de
landbouwsector afgelegd. Dat ga ik dus hopelijk op korte termijn alsnog
kunnen doen.
De voorzitter:
Interrupties in tweeën. Meneer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
De Raad kijkt uit naar een nieuwe regeringsleider van Nederland, "met
een stevig mandaat", zegt de premier net. Ik wil hem er wel even aan
herinneren dat hij 66 zetels achter zich heeft, dus dat dat stevige
politieke mandaat er niet helemaal is. Hij heeft inderdaad wel een groot
mandaat om wat druk uit te oefenen op de andere lidstaten om die gaten
richting Oekraïne dicht te lopen. Ik hoor de minister-president over
Orbán, over die 90 miljard: slecht, slecht, slecht. Zou het helpen als
Zelensky openbaar zijn excuses zou aanbieden over die dreigementen, die
hij ook in het openbaar deed? En zou het kunnen dat die 90 miljard
gedeblokkeerd wordt als de olieleveranties aan Hongarije en Slowakije
via die Druzhba, de Friendship Pipeline, worden hervat door
Zelensky?
Minister Jetten:
Je mag af en toe stevig van mening verschillen op de inhoud, maar het
lijkt mij verstandig als regeringsleiders in Europa onderling op een
respectvolle manier met elkaar omgaan. Het moet dus onderling worden
uitgesproken. Vorige week heb ik in Kyiv zowel met de president als met
de premier benadrukt dat het vinden van een oplossing voor de
Droezjba-pijpleiding kan helpen om uit deze impasse te komen. Ik steun
dus de suggesties om met een technische missie die pijplijn te bezoeken
en te onderzoeken. Ik heb me ook door Zelensky laten bijpraten over hoe
moeilijk het voor hen is om dit soort cruciale energie-infrastructuur te
beveiligen tegen continue Russische aanvallen die daar plaatsvinden. Ik
begrijp dus ook dat hij vervolgens de hulpvraag stelt. Hij kan niet in
zijn eentje al die infrastructuur veilig bewaken voor Europa. Ik heb er
dan ook alle vertrouwen in dat we nu met deze pragmatische aanpak een
oplossing kunnen vinden voor de impasse wat betreft die pijpleiding.
Daarmee kunnen we hopelijk een pragmatische oplossing vinden voor de
impasse rondom de 90 miljard.
De heer Stöteler (PVV):
Dan zijn de media kennelijk niet goed geïnformeerd. Er werd toch bericht
dat Zelensky — althans, Oekraïne — de technische missie vanuit de
Europese Commissie blokkeerde en niet toeliet tot Oekraïne. Het is op
zich een heel plausibel verhaal dat Zelensky zegt dat hij dat niet
allemaal tegelijk kan, maar laat dan op z'n minst de Europese missie
daarnaartoe gaan. Is die al toegelaten en zijn ze al aan het werk?
Minister Jetten:
De boodschap die ik zelf heb overgebracht aan de Oekraïense president
is: laat die technische missie nou toe, als onderdeel van de oplossing.
De laatste stand van zaken weet ik niet, maar zodra daar medewerking aan
wordt verleend, kan de missie direct worden uitgevoerd.
De heer Vermeer (BBB):
Het is goed dat de heer Stöteler hier even op doorvroeg. Het blijkt dus
dat die missie tot op dit moment nog niet is toegelaten. Hopelijk kan
dat snel gebeuren. Ik werd wel even getriggerd toen de
minister-president zei dat er al politieke overeenstemming was. Even
snel naar de EU kijkend: Von der Leyen heeft nu besloten om het
Mercosur-verdrag gewoon in werking in te stellen, terwijl er nog niet
eens politieke overeenstemming is in het Europees Parlement. Dan zou dat
andersom ook zo moeten gelden. Als de minister-president deze morele
positie inneemt, dan neem ik ook aan dat hij volgende week hierover van
leer trekt, zegt dat dat niet door moet gaan en dat we eerst de
uitspraak van het Europees Hof van Justitie moeten afwachten. Dit waren
twee interrupties in één.
Minister Jetten:
Ook in de Raad is er politieke overeenstemming over Mercosur. Die is er
zeker niet gekomen met volledige instemming van alle lidstaten, maar
zoals u weet steunt Nederland Mercosur wel degelijk. We steunen Mercosur
juist omdat het vanwege de handelsoorlog die wereldwijd gaande is en de
nieuwe handelstarieven van de VS op Europa gewoon heel erg belangrijk is
om nieuwe handelsakkoorden te sluiten met Latijns-Amerika, India en
Australië. Met het Mercosur-verdrag is er nu gewoon een unieke kans om
een hele grote markt te creëren voor Europa en Latijns-Amerika.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de premier voor zijn antwoorden. Mij persoonlijk, maar ook mijn
partij, is weleens verweten niet genoeg realisme te hanteren. Wat
betreft die 90 miljard wil ik vragen of de premier het reëel acht dat
binnen nu en een maand, het moment van de verkiezingen, Orbán van
positie verandert? Hij zet die 90 miljard namelijk vol in in de campagne
en hij schildert zijn tegenstander af als een soort Europese marionet.
Ondertussen verwacht ik niet dat de situatie in beweging gaat komen. Ik
denk dat het dan toch best verstandig zou zijn om na te denken over wat
we in de tussentijd doen totdat er een definitieve oplossing is.
Hopelijk kunnen we dat doen met de andere kandidaat, die dan de
verkiezingen gewonnen heeft.
Minister Jetten:
We moeten die verkiezingen in Hongarije even rustig afwachten, maar ik
begrijp wat u zegt. We zitten nu in een impasse. Er zijn een aantal
Europese regeringsleiders die daarover tegen de Commissie zeggen: dat
politieke akkoord is gesloten, dus waarom zou u als Commissie überhaupt
wachten met de implementatie ervan? Ik kan die gedachte eigenlijk best
volgen. In mijn signalen aan Costa en Von der Leyen heb ik dan ook
uitgestraald: treuzel niet, maar werk gewoon met Oekraïne aan de
inwerkingtreding van die lening. Daarnaast denk ik oprecht dat het
vinden van een pragmatische oplossing rondom die pijpleiding de weg
vooruit is voor zowel Hongarije als Oekraïne om zonder gezichtsverlies
uit deze situatie te komen. Daarop moet in ieder geval de komende week
voluit druk worden gezet wat mij betreft.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Optimisme is een morele plicht. Dat heb ik volgens mij vandaag al eerder
gezegd. Oké dus. Ondertussen wordt er wel aan een plan B gewerkt, mocht
het niet lukken. Ik heb nog één andere vraag, die raakt aan het conflict
in het Midden-Oosten en de implicaties voor Oekraïne. We hebben al
gezien dat Trump de sancties verlicht heeft als het gaat om de
olieverkopen van Rusland aan India. Er ligt een twintigste sanctiepakket
voor. Is het niet belangrijk om ook naar andere sancties te kijken voor
Rusland? Ik doel dan specifiek op kunstmest.
Minister Jetten:
Ik maak me wel echt zorgen over niet alleen de signalen over maar ook
het daadwerkelijk toestaan van het omzeilen van sancties op Rusland in
reactie op de oorlog in Iran. Dat zou echt heel slecht nieuws zijn omdat
daarmee de oorlogskas van Poetin gewoon weer makkelijker wordt gevuld.
Des te meer reden om dat twintigste sanctiepakket meteen in te zetten.
We krijgen ook steeds meer signalen dat de Russische economie heel
slecht draait en dat wat dat betreft de onrust aan Russische zijde
toeneemt. Des te meer reden om de druk te blijven opvoeren. Wat mij
betreft zal Nederland altijd in de kopgroep blijven zitten om te kijken
of je na het 20ste sanctiepakket alvast kunt doorwerken aan het 21ste.
Ik sta open voor alle suggesties voor sancties die daaraan kunnen worden
toegevoegd.
De heer Dassen (Volt):
Ik zou nog even door willen vragen op de socialmediabedrijven en de
inmenging in verkiezingen. Ik snap het antwoord van de
minister-president. Deze week hebben we erover gesproken in het
Nederlandse parlement. We hebben signalen over wat er bij de Hongaarse
verkiezingen mogelijk gebeurt met de Russische beïnvloeding. Wil de
minister-president mij toezeggen dat hij dit in ieder geval nogmaals
onder de aandacht brengt bij de Europese Commissie, die de enige is die
toezicht houdt op dit soort grote bedrijven? Hierop moet harder worden
gehandhaafd. De bedrijven moeten zich houden aan de regels die wij hier
met elkaar stellen en er dus voor zorgen dat dit niet kan gebeuren.
Minister Jetten:
Ik denk eerlijk gezegd niet dat mijn aansporing daarvoor nog nodig is.
Toen ik vorige week in Brussel was, begon de Europese Commissie er
namelijk zelf over. De Commissie zei dat dit een grote zorg is aan haar
kant en dat ze daar volop mee bezig is. De Commissie stelt de vraag ook
terug: wat kunnen nationale lidstaten nog meer doen om hier bovenop te
zitten? Ik heb gisteren tijdens mijn bezoek aan Parijs met president
Macron afgesproken dat we op vrij korte termijn Nederlands-Franse
regeringsconsultaties gaan organiseren. Digitale soevereiniteit en
autonomie wordt een van de agendapunten die we daarin bespreken. Het
verzoek van Franse zijde was om onder andere hierbij stil te staan. Ik
stel het volgende voor. De Europese Commissie zit er dus al bovenop. Wij
zullen als Nederlands kabinet met een paar andere lidstaten kijken wat
wij op dat vlak extra kunnen doen. Ik vraag de staatssecretaris van
Digitale Soevereiniteit om hierop later bij u terug te komen.
De heer Dassen (Volt):
Graag, fijn. Ik denk dat daar de digitale dienstenbelasting op Europees
niveau in meegenomen zou moeten worden. Dat zou ook goed zijn voor de
eigen middelen van Europa, juist om dat geld te kunnen gebruiken voor
het opbouwen van onze eigen industrie hier in Nederland.
Ik heb nog een tweede vraag, en wel over toetreding van Oekraïne. Er
zijn voorstellen over een bepaalde gradatie van toetreding. Ik hoop dat
het kabinet daar positief tegenover staat en daar welwillend naar wil
kijken, zodat Oekraïne op een zorgvuldige, niet-rigide manier kan
toetreden.
Minister Jetten:
Dat is de aangenomen motie-Klos, die het kabinet ook ondersteunt. Ik
vind het belangrijk dat er nu een betere uitwerking komt van hoe dat
eruitziet én dat Nederland Oekraïne blijft ondersteunen bij het
doorvoeren van de noodzakelijke hervormingen, want dat is de laatste
tijd in een wat langzamer tempo terechtgekomen.
Voorzitter. Dan de impact van de oorlog in het Midden-Oosten op de
internationale energiemarkten en daarmee ook de wereldeconomie. De
zorgen zijn groot. Vandaag hebben we daar in het eerdere debat al
uitgebreid bij stilgestaan, dus zoom ik alleen in op de vragen die
specifiek zijn gesteld.
De Europese Commissie heeft afgelopen week in een videoconferentie met
regeringsleiders aangegeven dat ze bezig is met het voorbereiden van een
hele toolbox aan mogelijke maatregelen die op Europees of nationaal
niveau genomen kunnen worden. Daarbij is het belangrijk dat we blijven
inzetten op een snelle opschaling van schone-energieproductie via wind-,
zon- en kernenergie en energiebesparing, zodat ook de noodzaak van veel
fossiele import fors afneemt. Ook moeten we inzetten op het versterken
van de interne energiemarkt en het verbeteren van interconnectie tussen
lidstaten, zodat er ook meer energie tussen lidstaten kan worden
geëxporteerd. Ook moeten we veel meer zekerheid vaststellen door middel
van een gevarieerd portfolio van importcontracten, voor zover die nog
nodig zijn.
Daarbij is een sterk en stabiel ETS-systeem cruciaal, omdat dat
investeringszekerheid biedt voor de industrie, die volop investeert in
schonere productie. Zonder een goed functionerend ETS-systeem hadden we
de afgelopen jaren veel minder opschaling van hernieuwbare energie en
kernenergie gezien in Europa. Dan hadden we nog voor vele, vele, vele
miljarden extra fossiele energie van buiten Europa moeten importeren.
Voor de fracties die daar vragen over hebben gesteld: ik heb me in de
afgelopen twee weken in alle bijeenkomsten al stevig uitgesproken voor
een goed functionerend ETS-systeem.
Er zijn een paar lidstaten die echt wel grotere issues hebben, zoals
Polen, door de hele grote fossiele lock-in met kolen die dat land nog
heeft. Maar mijn oproep aan de Commissie is dan ook: kijk hoe je
lidstaten gericht extra kan ondersteunen bij de transitie die ze moeten
doormaken en ga nou niet dat hele ETS-systeem voor de hele Europese Unie
fundamenteel ter discussie stellen, omdat dat onze verduurzaming echt
fors zou vertragen. Ik wijs erop dat ook Tata bijvoorbeeld heeft
aangegeven dat het nemen van een investeringsbeslissing voor het
verduurzamen van de grootste staalfabriek van Noordwest-Europa op losse
schroeven komt te staan zonder het ETS-systeem zoals we dat nu kennen.
Het is dus ook in ons Nederlandse belang.
Er waren een aantal specifieke vragen gesteld over specifieke
instrumenten zoals de gezamenlijke gasinkoop. Dat is een beschikbaar
instrument op Europees niveau. We zijn er dus ook voor dat dat nog
steeds mogelijk blijft. Nederland heeft dat in de vorige energiecrisis
niet nodig gehad, omdat we de gasopslagen met onze eigen nationale
maatregelen voldoende konden vullen.
De heer Klos vroeg naar de verschillende coalities die er nu zijn. Het
is gelukkig weer een wat grotere groep aan het worden die pleit voor een
stevig Europees klimaat- en energiebeleid. Dat zijn gelijkgestemde
landen, onder andere Portugal, Spanje, Luxemburg, Slovenië, Denemarken,
Finland en Zweden. In mijn gesprekken met Frankrijk en Duitsland wijs ik
er echter op dat ook de industrie in die landen echt gebaat is bij een
goed functionerend ETS-systeem in combinatie met CBAM, om de Europese
industrie te beschermen tegen dumping van buiten de Unie.
De heer Hoogeveen en de heer Van der Lee vroegen naar de verschillende
varianten, zoals een prijsplafond of een winstplafond. Ik heb als
minister in het kabinet-Rutte IV op Europees niveau echt eindeloze
nachten onderhandeld over de vraag: hoe zou je dat soort maatregelen nou
op een verstandige manier kunnen nemen? Ik ben het namelijk eens met de
heer Hoogeveen dat je niet onnodig wilt ingrijpen in de Europese
energiemarkt, omdat dat kan leiden tot het wegdringen van import die
naar Europa toe moet komen, die dan gewoon wordt opgekocht door
concurrerende landen elders in de wereld. Het kan ook leiden tot
verminderde investeringen in de Europese energiesector. We hebben in de
vorige energiecrisis gezien hoe moeilijk het is om die plafonds ook
juridisch op een goede manier in te bouwen. Het brengt daarmee ook
significante risico's met zich mee voor de energieleveringszekerheid op
Europees niveau.
Dat neemt niet weg dat exorbitante prijsstijgingen en exorbitante
winsten natuurlijk onwenselijk zijn. Uiteindelijk hebben we in Nederland
na een voorstel van GroenLinks-PvdA een nationaal prijsplafond kunnen
invoeren om consumenten te beschermen tegen te grote schokken op de
energiemarkt. Ook nu wordt weer door de Europese Commissie gekeken hoe
dit soort maatregelen op nationaal niveau overwogen zouden kunnen
worden. We gaan dus open maar ook wel kritisch de discussies in de
komende tijd.
Gerichte compensatie op lidstaatniveau is vaak meer passend bij de
situatie binnen dat land, maar ik zeg ook tegen de heer Hoogeveen dat in
de vorige discussies die ik heb meegemaakt dan vaak wel de vraag kwam of
de ene lidstaat voor de gerichte compensatie in de andere lidstaat kon
betalen. Dat is ook niet de bedoeling van de JA21-fractie, denk ik. Ik
zie aan zijn non-verbale communicatie dat hij dat met mij eens is.
Voorzitter. Deze oorlog laat ook zien dat we alles op alles moeten
zetten om het Europese concurrentievermogen te verbeteren met de
vervolmaking van de Europese interne markt en strategische investeringen
in innovatie en de Europese techindustrie. Nederland zit nu in een
kopgroep om de Europese kapitaalmarktunie versneld af te maken. Dat zou
enorm veel geld kunnen vrijmaken voor investeringen in de Europese
economie en de ambitieuze handelsagenda waar we net al over spraken. Ik
kom bij een paar specifieke vragen die daar nog over zijn gesteld.
Made in Europe. U krijgt als Kamer binnenkort ook nog een uitgebreid
BNC-fiche van het kabinet, waarin we uitgebreider zullen ingaan op de
voorstellen die zijn gedaan. Ik sluit me wel aan bij een aantal sprekers
die al zeiden: made in Europe moet wel een behapbaar pakket zijn.
Daarbij geldt natuurlijk wel dat we afspraken hebben binnen de WTO en
dat we netjes moeten omgaan met de verplichtingen die we zijn aangegaan
met onze FTA-partnerlanden. Ik zou ook willen voorkomen dat we de "made
in Europe"-agenda te veel als een agenda gaan zien die zo beschermend
wordt dat je alleen nog maar binnen de EU of binnen een specifieke
lidstaat van de EU je inkoop kan organiseren. Als je Europees denkt,
moet je namelijk ook denken aan onze Britten en onze Noren. Dat zijn
hele belangrijke partners, bijvoorbeeld bij het opschalen van de
defensie-industrie. Zoals ik net al zei, krijgt u daar binnenkort een
uitgebreider BNC-fiche over, waarin we zullen ingaan op de ambities van
de Europese Commissie om de transitie te versnellen. Daarin zullen we
als kabinet wel kijken of de preferentiecriteria beperkt, tijdelijk en
inclusief zijn, om daarmee ook de Europese weerbaarheid goed te kunnen
beschermen.
Het Duits-Italiaanse initiatief is eigenlijk een voorstel van de Duitse
en Italiaanse regeringsleiders voor hoe je de Europese economie op korte
termijn zou kunnen versterken. Het is een van de vele voorstellen die
voor deze Europese Raad en de komende maanden zijn gedaan. De focus ligt
daarbij wel heel erg op bescherming van Italiaanse en Duitse industrieën
en niet per se op echte versterking op structureel Europees niveau. Ik
heb met de Belgische premier afgesproken dat we op korte termijn zullen
kijken hoe we binnen de Benelux op een aantal dossiers versneld tot
Europese integratie kunnen overgaan en onnodige belemmeringen en
overbodige regels kunnen wegnemen, om in ieder geval op Nederlands en
Belgisch niveau bedrijven en ondernemers te kunnen helpen en daarmee
hopelijk ook een voorbeeld te zijn voor anderen.
Tot slot vroeg de fractie van GroenLinks-PvdA nog: deregulering kan toch
niet betekenen dat bescherming van werknemers op het spel wordt gezet?
Dat ben ik met hem eens, want vereenvoudiging van regelgeving mag niet
betekenen dat een aantal hele cruciale waarden onder druk komen te
staan. Laten we in plaats van voor minder regels, vooral zorgen voor
simpelere en slimmere regels en laten we daarbij niet uit het oog
verliezen dat er soms ook gewoon hele verstandige dingen zijn bedacht om
werknemers, de natuur of wat dan ook te beschermen.
Ik heb hier nog de vragen over het MFK, maar misschien is het beter als
ik heel even …
De voorzitter:
Ik inventariseer en ik zie twee, nee, drie interrumpanten. Vier? We
houden het op vier.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank aan de premier voor de beantwoording. Ten aanzien van wat de
minister-president zei over de energieprijzen en ETS zeg ik: niet mee
eens. Het is voorspelbaar, maar wij zien dat als JA21 meer als een
voorspelbare verstikking van onze economie. Aan de andere kant zijn we
positief over de reactie van de premier ten aanzien van de
prijsplafonds. Dat is een realistische benadering. In de beantwoording
van de premier mis ik nog wel met welke inzet op dit onderwerp hij nu
naar de Raad gaat. Wat is de inzet van Nederland hierop?
Minister Jetten:
Ik ben nog deels in afwachting van een verder uitgewerkt voorstel van de
Commissievoorzitter, maar meer in algemene zin kan ik het volgende
zeggen. In de vorige energiecrisis hebben we geleerd dat het beter is om
aan de voorkant alle mogelijke opties voor te bereiden. Toen holden we
namelijk achter de realiteit aan en waren we ook te laat met het treffen
van maatregelen. Gelukkig ligt er nu al heel veel klaar; er zit al heel
veel in de gereedschapskist. Op nationaal niveau is dat in Nederland
bijvoorbeeld de opdracht aan EBN om de gasopslagen alvast preventief te
vullen, zodat we op tijd klaar zijn voor de winter. Op Europees niveau
is dat het mogelijk maken van de gezamenlijke gasinkoop, waar de heer
Dassen naar vroeg. Een ander voorbeeld is als lidstaat pleiten voor zo'n
energienoodfonds om gezinnen met een kleiner inkomen gericht te kunnen
ondersteunen. Dat zijn een aantal zaken die wij verstandig vinden.
Ik zit, denk ik, niet heel ver van uw lijn af, namelijk dat ik de
komende week vooral moet bewaken dat de Europese energiemarkt een
fatsoenlijk functionerende markt blijft. Daarbij probeer je de excessen
eraf te schaven zonder zo fundamenteel in te grijpen dat die markt niet
meer functioneert. Een niet-functionerende markt leidt immers tot minder
noodzakelijke inkoop van energie die naar Europa toe moet komen,
bijvoorbeeld in de vorm van vloeibaar gas, maar het leidt ook tot een
forse vertraging van de noodzakelijke investeringen in wind, zon en
kernenergie, de drie vormen van energie die ons continent uiteindelijk
onafhankelijk gaan maken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank voor de beantwoording. Ik ga even in op een ander onderwerp dat in
dit blokje werd behandeld, namelijk de Industrial Accelerator Act. Ik
kijk uit naar het BNC-fiche waar het kabinet mee komt. Ik heb nog wel
een vraag over specifiek de trusted partners die nu min of meer zijn
opgenomen in het Commissievoorstel. Het zijn landen waar wij ook
handelsverdragen mee hebben gesloten. Hoe staat het kabinet
daartegenover? Of komt dat pas in het BNC-fiche naar voren?
Minister Jetten:
Dat zal dan uitgebreider zijn, maar je hebt niet voor niks vertrouwde
partners waarmee je nu de handelsrelatie aan het intensiveren bent. Je
moet dus ook nagaan hoe je in die gezamenlijkheid elkaars autonomie kan
versterken. Je moet voorkomen dat je overafhankelijk wordt van de import
uit één of enkele landen. Mevrouw Maes vroeg daar volgens mij ook nog
naar. We kijken ook in zo'n grondstoffenstrategie naar een goede
spreiding van partners. In dat licht zullen we het BNC-fiche
opstellen.
De heer Klos (D66):
Dank voor de beantwoording over ETS. Het is geruststellend dat Nederland
wat dat betreft zo'n harde en positieve lijn inneemt. De beantwoording
van de premier komt alleen niet helemaal overeen met de gelekte
conceptconclusies van de Raad. De premier wil een gerichte compensatie
voor landen die nog problemen hebben, zoals Polen, maar de Raad zou
aansturen op het reduceren van de volatiliteit van de carbon price en
het mitigeren van de impact op elektriciteitsprijzen in het algemeen.
Hoe leest de premier dat compromis en waarop stuurt de Raad daarmee aan?
Hoe zou zo'n voorstel eruitzien?
Minister Jetten:
Gelukkig wordt er nog onderhandeld over deze conclusies. De zin die de
heer Klos aanhaalt … Heel eerlijk gezegd, heb ik geen idee wat daar
staat, en ik denk niemand in Europa. Aan dit soort vage teksten heb je
dus niks.
De heer Klos (D66):
Oké, super. Dat is helder. Dan heb ik nog een andere vraag in dit blok.
De premier had het over het verminderen van regeldruk en bureaucratie in
de Europese Unie. Veel daarvan ontstaat door de verschillende nationale
regels en de manier waarop we wetten uitleggen. De Raad wil lidstaten
ertoe oproepen minder om richtlijnen te vragen en meer aan te sturen op
verordeningen, waarbij we dan één duidelijke regel hebben voor de hele
Europese Unie. Dan moeten lidstaten alleen wel discipline tonen en bij
de conclusies van wetgeving niet toch om een richtlijn vragen opdat er
nationale ruimte is. Kan ik ervan op aan dat Nederland in ieder geval
stopt met vragen om richtlijnen en meer gaat vragen om
verordeningen?
Minister Jetten:
Niet als generieke inzet. Ik ben het wel eens met de heer Klos: als je
simpelere en betere regels wil, dan helpt het om het op die manier op
Europees niveau af te spreken en daar vervolgens niet weer allerlei
nationale sausjes overheen te doen of allerlei uitzonderingen op te
vragen of wat dan ook. Het betekent echter ook dat we onszelf moeten
disciplineren. Het viel mij op dat in de vorige informele Raad — toen
was ik nog niet in functie — heel erg werd gekeken naar Brussel, zo van:
kom nou vanuit Brussel met allerlei maatregelen, versimpelingen,
verbeteringen et cetera.
Ik was het eigenlijk ook wel eens met de voorzitter van de Europese
Commissie, die de lidstaten de spiegel voorhield en zei: heel veel van
de barrières die de interne markt nu kent, zijn door lidstaten zelf
geïmplementeerd, met gold-plating, met nationale koppen en noem het
allemaal maar op; begin dus ook bij jezelf. Dat is ook waarom ik samen
met Bart De Wever, de Belgische premier, wil nagaan hoe Nederland en
België daarin het goede voorbeeld kunnen geven.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de premier voor de antwoorden. Hij spreekt heel charmant over
slimmere en simpelere regels. Dat spreekt mij natuurlijk ook wel aan,
maar ik vind die hele focus op regels een beetje overtrokken. Ook als je
kijkt naar de omnibussen, naar wat berekend is wat dat oplevert: één
zevenhonderdste van het bbp misschien. Daar gaan we het verschil niet
mee maken. Dan wil ik toch van de premier horen hoe hij aankijkt tegen
het pleidooi van de secretaris-generaal van Economische Zaken, Sandor
Gaastra, die in het traditionele ESB-artikel heel goed ingaat op niet
alleen de noodzaak van productiviteitsgroei, met taskforces, maar ook op
economische weerbaarheid, en heel erg benadrukt dat er meer mandaat,
maar ook meer middelen naar de Europese Unie moeten gaan. Hoe kijkt de
premier daarnaar, ook in het licht van zijn regeerakkoord?
Minister Jetten:
Wat een heel mooi bruggetje is naar de MFK-beantwoording, die zo nog
komt, maar laat ik nu alvast het volgende zeggen. Ik ga komende maandag
naar Berlijn. Daar is een van mijn belangrijkste punten om te bespreken
met mijn Duitse collega hoe wij van die focus van alleen maar minder
regels, als een soort van toverformule, komen naar een focus op
investeren in groei; en dan de gewenste groei, dus een economie die
duurzaam en digitaal is. Ik vind dat we als Nederland, met het
rapport-Wennink in de hand, een hele mooie kans hebben om een aantal
grote projecten uit te kiezen waarin we ook gaan inzetten op die
productiviteitsgroei.
De vervolmaking van de Europese kapitaalmarktunie betekent veel meer
financiering voor Europese start-ups en scale-ups, het Europese mkb en
het grotere bedrijfsleven. Mijn pleidooi bijvoorbeeld om met het
Verenigd Koninkrijk een nieuwe link te leggen om makkelijker energie van
en naar elkaar te kunnen exporteren, leidt ertoe dat uiteindelijk in
allebei de landen de energieprijzen naar beneden kunnen gaan. Soms is
meer dus beter, omdat het leidt tot een grotere taart die we dan met
elkaar kunnen verdelen, in plaats van alleen maar die focus op minder,
minder. Ik kom zo meteen specifieker op het MFK. Sorry, voorzitter, ik
ben te lang aan het antwoorden, maar u merkt dat ik enthousiast word van
dit thema.
De voorzitter:
Ja, dat is duidelijk. Meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dan ga ik er graag nog op door. Wennink: 126 miljard aan concrete
projecten. Toegegeven, dat moet echt niet allemaal publiek gefinancierd
worden; het leeuwendeel privaat. Maar dan nog is mijn vraag: hoe moet ik
dat nou zien in het licht van het regeerakkoord? Want dat is echt een
investeringsagenda. Ja, de defensie-uitgaven worden "investeringen"
genoemd, maar de multiplier daarvan is bijna nul, zo geeft het CPB aan.
We kopen vooral spullen uit het buitenland en investeren via die route
niet in onze economie; althans, heel beperkt. Maar ik zie dus niet de
investeringsbedragen die nodig zijn om die projecten te realiseren. Ik
vind het mooie woorden, maar komt er dan boter bij de vis?
Minister Jetten:
Twee voorbeelden. We komen binnenkort met het voorstel voor de nationale
investeringsinstantie, zodat er miljarden vrijkomen om die investeringen
los te trekken en ook meer privaat kapitaal hiernaartoe te halen. Het
tweede voorbeeld is dat we onder andere bij Defensie hebben afgesproken
dat we 10% van het budget willen oormerken voor innovatie-investeringen,
juist om in Nederland en een aantal partnerlanden zo snel mogelijk de
Europese defensie-industrie op te schalen, zodat we die 20 miljard extra
niet alleen maar buiten de EU hoeven uit te geven.
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. Ik had gevraagd wat de vervolmaking van de interne markt
precies inhoudt. Want daar wordt wel lekker abstract over gesproken,
maar de afgelopen decennia hebben we vanuit Europa vooral of alleen maar
regelgeving gezien die ervoor zorgt dat die interne markt er wel is,
maar dat daarin eigenlijk steeds minder voor steeds meer geld te koop
is. Dus als we dat nou willen vervolmaken, hoe ziet dat er dan uit? Wat
betekent dat dan voor de premier?
Minister Jetten:
Nou, bijvoorbeeld aan de slag gaan met de voorstellen om de Europese
dienstenmarkt beter te integreren. Of de Europese kapitaalmarkt te
integreren met meer en verbeterd toezicht op centraal niveau, zoals nu
door de E6-landen, waaronder Nederland, is voorgesteld. Of het verder
afmaken van de Europese energiemarkt, zodat op Europees niveau
geproduceerde elektriciteit makkelijker tussen landen kan worden
geëxporteerd en er betere onderlinge verbindingen zijn, om daarmee de
weerbaarheid te vergroten. Dus ik denk eigenlijk dat er op een aantal
hele grote dossiers al heel lang voorstellen liggen om de Europese
marktwerking te verbeteren, maar dat we te druk bezig zijn geweest met
allerlei nitty-grittydingen, die ons hebben afgeleid.
De heer Stöteler (PVV):
De samenwerking op het gebied van energie kwam natuurlijk net al
voorbij. Dat is op zichzelf geen slecht idee, ware het niet dat daar
altijd een gevaar in zit. Volgens de verdragen gaan lidstaten namelijk
zelf over hun eigen energiemix. Ze mogen hun eigen energiemix bepalen.
Dan kan er wel een kopgroep van een aantal landen zijn die het één
willen, maar als er een land tussen zit dat zegt "nee, mijn energiemix
ziet er zo uit", dan is dat het. ETS2 is uitgesteld tot 2028. Ziet de
premier nog kans om dat verder uit te stellen naar bijvoorbeeld 2030 of
2060 of misschien zelfs afstel?
Minister Jetten:
Het Nederlandse kabinet is niet voor verder uitstel van ETS2.
De voorzitter:
Ik had eigenlijk gezegd dat de minister-president verder zou gaan met
zijn beantwoording. Ik zou er toch ook op willen wijzen dat dit debat
gaat over de Europese top van 19 en 20 maart. Ik ken de geannoteerde
agenda zelf persoonlijk niet uit mijn hoofd, maar laten we het wel een
klein beetje bij deze top houden. We zien elkaar namelijk heel snel weer
bij een debat over een volgende top. Ik zal meneer Vermeer tot slot nog
het woord geven, maar daarna gaan we wel even verder met de
beantwoording. Het woord is aan meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dat komt vanwege de antwoorden van de minister-president. U kunt het
uitlokking noemen. Ik weet niet wat het is, maar ...
De voorzitter:
Wie zaait, zal oogsten.
De heer Vermeer (BBB):
De minister-president begint over een vervolmaking van de
kapitaalmarktunie. Ik zou hem toch wel even willen vragen om naar het
rondetafelgesprek van 9 september van 2025 te kijken. Daarin
presenteerden zes wetenschappers drie wetenschappelijke factsheets,
waarmee ze uitlegden dat de kapitaalmarktunie niet de oplossing is en
dat het aan een hele andere kant gezocht moet worden.
Minister Jetten:
Ik ga me daar even over laten informeren, voorzitter.
De voorzitter:
We gaan naar het Meerjarig Financieel Kader.
Minister Jetten:
Ik zal korter antwoorden, voorzitter. Excuus.
Nederland is voorstander van een toekomstbestendig en modern Meerjarig
Financieel Kader. Dat betekent dat we de komende tijd in de
onderhandelingen echt zullen pleiten voor strategische prioritering.
Waar heeft de EU de grootste toegevoegde waarde en waar moet je je
budget voor het grootste deel op inzetten? Ik vind dat op dit moment
echt mijn topprioriteit, veel meer dan de discussie over de Nederlandse
nationale afdracht. Het voorstel van de Europese Commissie dat nu
voorligt, is gewoon niet ambitieus genoeg. Daar is, samen met een aantal
andere Europese landen, echt een hele stevige inzet op nodig. Ik heb de
afgelopen weken ook de waarschuwing afgegeven dat een Europese begroting
die niet gemoderniseerd is, maar vervolgens wel van Nederland een
grotere afdracht vraagt, onacceptabel is. Dat gaan we gewoon niet
doen.
U kunt dus van mij verwachten dat ik hier de komende tijd vrij simpele
boodschappen over blijf afgeven om de Nederlandse onderhandelingspositie
stevig en sterk te houden. Er kunnen nog allerlei interessante
discussies en debatten over eigen middelen voorbijkomen. Dat is ook
onderdeel van die gesprekken. Ik zal voorstellen voor nieuwe eigen
middelen ook echt op hun merites beoordelen. Ik zal daarbij bedenken wat
de effecten van eigen middelen zijn op de afdrachten, op de
voorspelbaarheid en op de stabiliteit, dus of het een zekere bijdrage
aan de Europese begroting is of dat het juist heel fluctuerend is,
waardoor er nieuwe discussies over de omvang van het MFK ontstaan.
Voor mij gaat het nu echt om de keuzes die we als Europa maken. De vraag
is dus waarvoor en op welke terreinen de EU de komende jaren echte grote
impact kan hebben voor onze inwoners en bedrijven. Ik verwacht daarvoor
dus ook betere plannen dan de plannen die nu op tafel liggen. Dat
betekent ook dat we in het coalitieakkoord niet vooruitlopen op
eventuele andere afdrachten van Nederland. Dat zullen we bezien zodra de
onderhandelingen op Europees niveau zijn afgerond. Overigens merk ik in
alle gesprekken die ik voer dat er ook vrij veel begrip is voor het niet
laten verslechteren van de nettobetalingspositie. Andere lidstaten zien
namelijk echt wel dat Nederland daar de afgelopen jaren zijn fair share
heeft gepakt.
Terecht wezen mevrouw Maes, de heer Stöteler en anderen op fraude met
Europese fondsen. Je moet natuurlijk goed kijken naar de inzet van
Europese middelen. Die moeten echt ten goede komen aan de onderwerpen
waarover we afspraken hebben gemaakt. Het Europees bureau voor
fraudebestrijding en het Europees Openbaar Ministerie zijn
verantwoordelijk voor het opsporen van fraude en misbruik. Nederland wil
in de onderhandelingen over het MFK ook sterk inzetten op het
structureel verbeteren van de controlemechanismen.
Ik vond een prachtige vondst van de heer Van der Lee dat de grootste
nationale kop ziet op het begrotingssaldo. Heel creatief gevonden! Ik
zeg daar wel bij dat de 3% geen streefwaarde is, maar een grenswaarde.
Sturen op 3% lijkt me dus heel onverstandig, want dan is de kans ook
groot dat je eroverheen gaat. Ik denk dat we daar als Nederlands kabinet
een goede marge hebben ingebouwd.
Tot slot in dit blokje. De heer Struijs vroeg naar de weerbaarheid van
de Rotterdamse haven. Dat is een terecht punt, want die haven is van
groot belang, niet alleen voor Nederland, maar ook voor veel Europese
landen in het achterland. Dat staat nu niet op de agenda van de Europese
Raad. Toevallig, of misschien niet zo toevallig, heb ik deze week
contact gehad met de gemeente Rotterdam en het havenbedrijf. We zijn met
de NCTV en anderen aan het kijken hoe we de weerbaarheid van Rotterdam
goed kunnen borgen.
De heer Krul (CDA):
Ik werd heel blij van het begin van dit blokje. De minister-president
zei: mijn prioriteit is prioriteren. Ik ben benieuwd of hij daar al iets
van kan laten zien. In het coalitieakkoord staan er drie: defensie,
innovatie, veiligheid. Maar waar moet Europa volgens de
minister-president echt voor kiezen in het MFK?
Minister Jetten:
Dat ligt in dezelfde lijn als de discussie de afgelopen jaren in het
parlement, dus minder focus op de landbouwfondsen en de structuurfondsen
en op de korte termijn veel meer focus op veiligheid. De Europese
defensie-industrie moet echt versneld opgeschaald worden. Het Europees
concurrentievermogen staat volgende week ook uitgebreid op de agenda.
Daarmee hangt een effectief energie- en klimaatbeleid samen. Voor veel
lidstaten geldt natuurlijk ook dat we nu echt leveren op de
migratiesamenwerking en de implementatie van het EU-Migratiepact.
De heer Stöteler (PVV):
De Europese Rekenkamer zei over het RRF, het coronaherstelfonds, in een
rapport tegen de Europese Commissie dat zij maatregelen moet vaststellen
die bij inbreuken op de regels consistent in de lidstaten moeten worden
toegepast. Daar stonden veel meer aanbevelingen in, maar dit was wat mij
betreft de grootste als je dat systeem wilt gebruiken voor het Meerjarig
Financieel Kader. Nu zegt de premier net dat hij de controlemechanismen
heel belangrijk vindt. Betekent dat dan ook dat de premier er aanstaande
donderdag en vrijdag bij de Commissie op aan gaat dringen om gewoon alle
aanbevelingen van de Europese Rekenkamer op dit soort mechanismen over
te nemen en niet te verwerpen of maar deels aan te nemen? Gaat hij erop
aandringen dat ze gewoon overgenomen en geïmplementeerd moeten
worden?
Minister Jetten:
Ik ken niet alle aanbevelingen op dit moment. Zo ver had ik me er nog
niet in verdiept. Ook op nationaal niveau vind ik dat je er, als er
aanbevelingen worden gedaan door dit soort onafhankelijke adviseurs,
altijd heel serieus naar moet kijken. Als je aanbevelingen niet
overneemt, moet je ook goed onderbouwen waarom je dat niet doet.
De heer Stöteler (PVV):
Maar als je dat dan niet doet en je wil vervolgens dezelfde systematiek
die nu met 900 miljard wordt gebruikt wil gaan inzetten met 2.000
biljoen of 2 biljoen — wat was het ook alweer, een twee met twaalf
nullen — is dat natuurlijk belachelijk. Je zult dat systeem dan
waterdicht moeten maken. Dan moet je zo'n rekenkamer natuurlijk
bijzonder serieus gaan nemen. Wil de premier er donderdag en vrijdag dus
even op aandringen dat ze gewoon die aanbevelingen van de rekenkamer
overnemen en dat gewoon eens gaan implementeren?
Minister Jetten:
Ik verwacht niet dat de Raad van volgende week hier al in zo veel detail
op zal ingaan, omdat de actualiteiten in Oekraïne en Iran en de effecten
daarvan op de korte termijn op de Europese economie wel echt de
boventoon zullen voeren. Maar in al mijn inzetten de komende tijd op het
MFK zal zeker het bestrijden van misbruik van en fraude met Europees
geld een heel belangrijk onderdeel zijn. De omvang van het MFK zoals de
heer Stöteler dat nu noemt, is voor Nederland nu niet acceptabel.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank voor het compliment over de creatieve vondst. Het klopt natuurlijk
gewoon: het is de grootste nationale kop in euro's. De Kamer heeft via
de motie-Klaver al uitgesproken dat het financiële kader van dit
minderheidskabinet niet op een meerderheid kan rekenen in dit huis. Dat
zie ik maar vast als winstpuntje. Maar mijn vraag gaat over een ander
punt. Ik heb goed geluisterd naar de minister-president. Wederom valt
mij toch het volgende op. Wat betreft de modernisering ben ik het met
hem eens. Er moet heel veel gebeuren. Hij zegt dat er geen
verslechtering mag zijn wat betreft de nettobetalingspositie. Dan kom ik
toch weer op die 1,6 miljard. Dat is nog eens extra opgave, waarvan het
Centraal Planbureau heel duidelijk heeft aangegeven dat die totaal
onrealistisch is. Is hij nou van tafel? Ik hoor de premier hem ook niet
noemen. Ik vind het winst als hij van tafel is, maar dan is dat ook
duidelijk. Dan zijn we er gewoon klaar mee. Ik hoor graag van de premier
hoe dat nu zit.
Minister Jetten:
Ook dat is onderdeel van de gesprekken met Brussel. Ik ga me niet te
veel in de kaarten laten kijken, maar hier gaan we uit komen.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dat moet ik ook als winst incasseren, geloof ik. Ik weet niet of ik dat
gelijk aanneem. Maar goed, ik ga hier rustig over nadenken.
Minister Jetten:
Wordt vervolgd.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ja, laat ik het daar maar bij houden.
De heer Dassen (Volt):
Als ik de minister-president goed beluister, zet het kabinet in op een
verlaging van het voorgestelde MFK in combinatie met een
herprioritering. Dan vraag ik me wel af, met de uitdagingen waar we voor
staan, of we de Europese Unie de komende zeven jaren niet tekort gaan
doen. We zetten de begroting voor zeven jaar vast. Er zit een enorme
omwenteling in de wereld aan te komen. Hoort daar niet een begroting bij
die in staat is om die uitdagingen daadwerkelijk aan te kunnen? Ik kijk
naar klimaat, energie en veiligheid. Dat zijn gigantische uitdagingen
als je echt naar een Europese defensie wil. Is dan het inzetten op een
verlaging van het MFK wel verstandig volgens de minister-president?
Minister Jetten:
Wat ik niet verstandig vind, is de inzet die ik nu uit veel andere
Europese lidstaten zie terugkomen, namelijk om alles maar bij het oude
te houden. Dat is het de grootste fout die we zouden kunnen maken,
gezien de grote uitdagingen die de heer Dassen ook noemt. We moeten
voorkomen dat we uitkomen op een begroting die wel in omvang enorm
toeneemt, maar geen verdere prioritering kent, zodat er dus nog meer
geld besteed gaat worden aan zaken waar we in de afgelopen jaren al te
lang aan zijn blijven vasthouden. Dat zou volgens mij heel slecht nieuws
zijn voor de Nederlandse belangen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Dat geloof ik helemaal, maar we staan nu in het Nederlandse parlement.
Ik ben het helemaal met de heer Jetten eens dat ook al die andere landen
zullen moeten toewerken naar die hervormingen. Die zijn cruciaal en
absoluut noodzakelijk. Ik denk ook dat we moeten nagaan wat wij dan
precies willen inbrengen. En is onze houding om te zeggen dat het MFK
lager moet worden dan wel verstandig?
Misschien een andere vraag. Het MFK wordt voor zeven jaar vastgesteld.
Zouden we eigenlijk niet toe moeten naar een verkorting daarvan? We
kunnen zeggen dat het MFK voor vier jaar of drie jaar wordt vastgesteld,
juist omdat deze tijd zo snel om verandering vraagt. Is dat iets waar de
minister-president eens op wil reflecteren?
De voorzitter:
Ik weet niet of het op de agenda staat van 19 en 20 maart, maar laten we
het eens vragen.
Minister Jetten:
Heel kort, voorzitter. Ik snap de vraag. Als je meer en sneller had
kunnen inspelen op de actualiteit, zou een kortere tijdshorizon wellicht
beter zijn. Maar dat gaat in deze MFK-onderhandelingen echt kansloos
zijn. Dat is dan voor de volgende ronde interessant.
De voorzitter:
Krul en Klos? Meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Toch even terug naar die herprioritering. De minister-president geeft
aan dat je toch moet kijken naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Dat is een enorme brok met geld. Als je gaat prioriteren, kijk je daar
als eerste naar. Maar hij sprak ook over structuurfondsen en
cohesiefondsen. Bedoelt hij dan ook bijvoorbeeld het Just Transition
Fund voor het sneller afbouwen van een industrie, of een ESF+, waar het
recentelijk in Europa in het parlement over gegaan is, waarmee we toch
met elkaar nobele dingen voor elkaar krijgen binnen Europa? Kan hij daar
nog iets meer op inzoomen? Het zou wel heel zonde zijn als juist op dit
soort cohesiefondsen geminderd wordt, terwijl die zo belangrijk
zijn.
Minister Jetten:
Goede vraag. Juist het Just Transition Fund hangt natuurlijk samen met
de implementatie van het ETS2. Dat heb ik zelf nog uitonderhandeld als
minister voor Klimaat en Energie. Eigenlijk iedereen in Europa vond het
logisch dat je ook in andere sectoren een prijs op
CO2-uitstoot zet, mits je maar een deel van de opbrengsten
terug investeert in een goede transitie en daarbij ook extra aandacht
besteedt aan gebieden of sectoren die meer moeite hebben om die
transitie mee te maken. Dat moeten we wel in die samenhang blijven
bezien. Dat ben ik eens met de heer Krul.
De heer Klos (D66):
Ik ben benieuwd welke lessen de premier heeft getrokken uit de vorige
ronde van de meerjarenbegroting. Nederland heeft toen de focus gelegd op
de afdracht en niet op de modernisering. Het resultaat dat de premier
toen heeft uitonderhandeld was: geen modernisering en een kleinere
afdracht. De begroting werd ook kleiner dan voorgesteld, maar het
snijden gebeurde bij het innovatiebudget, waar Nederland juist heel veel
baat bij heeft. Dus welke lessen trekt het kabinet nu uit de inzet van
de vorige keer?
Minister Jetten:
Ik denk dat de belangrijkste les de keuze is om al in het
coalitieakkoord de modernisering en de afdracht in de prioriteiten van
de Nederlandse inzet op te nemen, en in mijn bilaterale contacten vooral
door te praten, na al die prachtige eerste bijeenkomsten waar ik bij ben
geweest, waar iedereen de mond vol had van een geopolitiek sterker
Europa dat voor zichzelf kan zorgen op het gebied van veiligheid en
economie. Wij zullen er dan ook voor zorgen dat we een begroting hebben
die dat mogelijk maakt.
De voorzitter:
Het Midden-Oosten.
Minister Jetten:
Als u het goedvindt, doe ik eerst even de varia.
De voorzitter:
Ja.
Minister Jetten:
Dan gaat het iets sneller en dan kunnen we daarna goed stilstaan bij het
Midden-Oosten. Ik denk dat ik inmiddels genoeg gezegd heb over de
hervorming van de Europese besluitvorming en de noodzaak die we zien om
op een aantal onderwerpen niet meer met unanimiteit tot die
besluitvorming te komen.
De Turnberry deal hangt samen met wat we net al bespraken. Het kabinet
is natuurlijk niet blij met de Amerikaanse tarieven en de voortdurende
onzekerheid die die opleveren voor Nederlandse en Europese bedrijven. De
Verenigde Staten blijven een belangrijke handelspartner van de EU. Het
is daarom juist belangrijk dat we vasthouden aan de afspraken die in
augustus vorig jaar zijn gemaakt. Daar wordt op alle mogelijke manieren
op gewezen: laten we voorspelbare partners zijn nadat we tot zo'n
moeizaam akkoord zijn gekomen.
De Verenigde Staten blijven een belangrijke bondgenoot waar we veel
belangen mee delen, zowel op het gebied van veiligheid als van welvaart.
Daarom blijven we ons inspannen voor die trans-Atlantische band.
Tegelijkertijd moeten we nu allemaal wakker zijn geworden — dat zijn we
hopelijk — wat betreft de onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse regering
op een aantal grote dossiers. We moeten als Europa dus veel meer op
eigen benen staan.
Wie doet wat in Brussel? We hebben inderdaad een voorzitter van de
Europese Commissie, een voorzitter van de Europese Raad en een Hoge
Vertegenwoordiger voor het buitenland. Ik heb de afgelopen weken gezien
dat die drie veel gezamenlijk optrekken en daarmee elkaars inzet
ondersteunen en versterken. Dat is belangrijk in de outreach die we op
dit moment doen naar onze partners in onder andere het Midden-Oosten en
Oekraïne, maar dat mag zeker niet de aandacht afleiden van al het werk
dat intern in de EU moet gebeuren.
We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat de
migratieterugkeerhubs moeten voldoen aan de Europese en internationale
standaarden en dat we bij eventuele afspraken toezien op het waarborgen
van de rechten van migranten bij de uitwerking en de operationalisering.
Ik ben benieuwd of er de komende tijd ook andere partnerlanden kunnen
worden gevonden om dat soort hubs te realiseren.
Tot slot in het blok overig de vragen van mevrouw Maes ten aanzien van
de Franse inzet en de Nederlandse ondersteuning met het fregat Evertsen.
Dat wordt nu dus ingezet voor het oostelijke Middellandse Zeegebied met
een defensief mandaat. Tijdens de aankomende Europese Raad staat het
niet formeel op de agenda, maar ik ga er wel van uit dat we in alle
informele contacten ... Tijdens mijn dagelijkse telefoontjes wordt er
natuurlijk continu gekeken naar hoe de situatie zich ontwikkelt en wat
Europa kan doen om ook voor ons belangrijke handelsstromen goed te
beschermen en het Europese grondgebied veilig te houden. Mochten er
nieuwe ontwikkelen of nieuwe verzoeken aan Nederland zijn, dan zullen we
de Kamer daar direct over informeren.
De voorzitter:
Ik inventariseer nu de interrupties voor dit blokje. Ik zie de heer
Stöteler en de heer Dassen.
De heer Stöteler (PVV):
Over die fantastische samenwerking tussen de drie ambtenaren in Brussel
op buitenlandbeleid. Ik wil niet het hele Irandebat overdoen, maar
kunnen we dan vaststellen dat regime change in Iran het
kabinetsstandpunt is? Is dat dan de vaststelling van de avond? Dat heb
ik vanmiddag namelijk nog niet gehoord.
Minister Jetten:
Ik vind het knap dat u dat nu interpreteert op basis van hetgeen ik net
heb gezegd. Mocht er een ander regime komen in Iran, dan denk ik dat dat
goed nieuws is voor de Iraanse bevolking.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Stöteler (PVV):
Ik vraag dat omdat mevrouw Von der Leyen, de voorzitter van de Europese
Commissie, daar toch internationaal toe heeft opgeroepen. Veel
ambassadeurs uit lidstaten waren daarover overigens not amused, om in
goed Engels te spreken. Die zeiden: wat Von der Leyen nu doet, is policy
overreach. Maar het is goed om te horen dat dit het standpunt van de
Nederlandse regering is.
De heer Dassen (Volt):
Ik wil graag nog even een vraag stellen over de terugkeerhubs. We zien
vanuit het Europees Parlement dat er deze week een verslechtering is
doorgevoerd. Daarover zijn er ook veel zorgen vanuit ngo's, zeker als
het gaat om kinderrechten. Daarover had ik een vraag gesteld. Volgens
mij heeft de minister-president die nog niet beantwoord.
Minister Jetten:
Ik heb ook gezien dat het Europees Parlement een akkoord heeft bereikt
op dit dossier nadat er een andere meerderheid is ontstaan dan de
meerderheid die we een week geleden misschien nog hadden verwacht. Dat
betekent dat de onderhandelingen in de triloog nu kunnen gaan starten.
We wachten af wat daar de uitkomst van gaat zijn. U kent de Nederlandse
inzet zoals die ook eerder is gepleegd in de Europese Raad.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
De verwachting is dat de Raad er vrij snel uit gaat zijn met het
Europees Parlement, omdat veel landen dit steunen. Ik ben benieuwd of de
Nederlandse inzet hetzelfde blijft of dat Nederland de strengere lijn
gaat steunen.
Minister Jetten:
Dat is het antwoord dat ik net al heb gegeven, namelijk dat we vanuit
het coalitieakkoord de terugkeerhubs zullen blijven beoordelen op
Europese en internationale standaarden, die ook toezien op het
waarborgen van de rechten van migranten. Zowel de uitwerking van het
beleid voor de terugkeerhubs als de operationalisatie van specifieke
deals zullen we langs die meetlat leggen.
De voorzitter:
De minister-president vervolgt met het laatste deel van zijn
beantwoording.
Minister Jetten:
Ik kom nu nog bij het Midden-Oosten.
De voorzitter:
Meneer Dassen, was er een vraag niet beantwoord?
De heer Dassen (Volt):
Ik had nog een vraag over met welke landen dit soort afspraken gemaakt
kunnen worden, volgens de minister-president.
De voorzitter:
De minister-president.
Minister Jetten:
Ik heb net aangegeven dat dat de grote vraag is voor de komende tijd.
Het is interessant en goed om te zien dat er nu tempo zit in de
onderhandelingen, nu eerst in het Europees Parlement en dan in de
triloog. Daarna komt de vraag met welke landen je goede afspraken kunt
maken. We hebben eerder gezien dat er gesprekken liepen met Oeganda. Die
gesprekken zijn nu on hold vanwege de nasleep van de verkiezingen daar.
Het zal onderdeel zijn van de gesprekken die de migratieministers met
elkaar voeren over welke landen rondom Europa interessant zouden zijn om
dit soort afspraken mee te gaan maken. Ik heb niet meteen een heel
concreet lijstje voor u voorhanden.
De voorzitter:
U vervolgt het laatste deel van uw beantwoording.
Minister Jetten:
De ontwikkelingen in het Midden-Oosten en Iran kunnen niet los van
elkaar worden gezien. Terwijl alle aandacht gaat naar de oorlog in Iran
en alle tegenaanvallen, en terwijl er aandacht gaat naar Oekraïne,
moeten we niet vergeten dat onder andere in Gaza, op de Westbank en in
Libanon er nog steeds sprake is van een hele kwetsbare situatie, met
verdere inperking van de bewegingsvrijheid, zowel in Gaza als op de
Westelijke Jordaanoever. Denk aan het sluiten van alle grensovergangen
op 28 februari. Op 3 maart jongstleden werd de grensovergang Kerem
Shalom gedeeltelijk heropend, maar de andere grensovergangen blijven
gesloten. Dat geldt ook voor de overgang tussen Egypte en de Gazastrook
bij Rafah. Dat betekent dat de hulp die nu binnenkomt in de Gazastrook
aanzienlijk minder is dan voor de oorlog met Iran. Daardoor is de
humanitaire situatie onvoldoende en wordt die alleen maar nijpender.
Hulporganisaties kampen al lange tijd met ernstige restricties op het
leveren van hulp. Dan gaat het onder andere om essentiële goederen zoals
tenten en medische apparatuur. Nederland blijft daarom pleiten voor een
veilige en ongehinderde toegang voor de VN, het Rode Kruis en
ngo-partners. Daarvoor gebruiken we momenteel ook alle mogelijke
kanalen.
Zowel de minister van Buitenlandse Zaken als ikzelf zullen volgende week
in Brussel wederom aandringen op het feit dat Israël meer moet doen om
deze nijpende humanitaire situatie in de Gazastrook te verbeteren.
Daarnaast werken we in EU-verband aan stevige maatregelen via bestaande
missies. We kijken hoe we de steun aan de Palestijnse Autoriteit verder
kunnen versterken. Ik heb gisteren gesproken met de premier van de
Palestijnse Autoriteit. Dan gaat het niet alleen over steun voor de
Autoriteit zelf, voor de herstelde samenwerking met UNRWA als
belangrijkste leverancier van humanitaire hulp aan Palestijnen, maar ook
over wat we kunnen doen aan extra steun voor de wederopbouw van
Gaza.
In het gesprek met de premier van de Palestijnse Autoriteit heb ik
aandacht gevraagd voor de snel verslechterende situatie op de Westelijke
Jordaanoever, want die situatie is onaanvaardbaar. De minister van
Buitenlandse Zaken heeft dat ook gedaan in het gesprek met zijn
Israëlische counterpart. De recente besluiten van het Israëlische
kabinet waarmee de controle over het bezette gebied wordt uitgebreid,
zijn een duidelijke schending van het internationaal recht en plaatst de
tweestatenoplossing nog verder op afstand. We zullen dan ook pleiten
voor een stevige reactie van de Europese Unie. Eerder deed Nederland dat
in VN-verband in New York samen met 80 andere landen.
We kijken daarnaast hoe we de nijpende humanitaire situatie kunnen
verlichten door onder andere de herregistratieplicht voor internationale
ngo's te verwerpen en erop te wijzen dat het niet op deze manier kan
doorgaan. Daarover heeft ook de minister van BHOS gesprekken gevoerd met
de betrokken ngo's. De heren Dassen en Van Baarle vroegen ook naar de
medische noden in Gaza. Die zitten aan de ene kant natuurlijk op het
leveren van acute humanitaire hulp, die ter plaatse kan helpen voor
verlichting. Maar we kijken ook naar eventuele nieuwe evacuaties van
patiënten. Dat moet natuurlijk op een zorgvuldige wijze worden
uitgevoerd, omdat het gaat om een hele kwetsbare groep patiënten en
gezinnen, die niet alleen specialistische zorg nodig hebben, maar vaak
ook opvang en begeleiding. Dat vergt dus een goede coördinatie. Op 1
april is er een commissiedebat over humanitaire hulp. Het kabinet zal
voor die tijd een update sturen over de medische evacuaties.
Zoals ik net al zei laat de situatie op de Westelijke Jordaanoever zien
dat het toenemende kolonistengeweld en ook het voornemen van de
Israëlische regering om daar meer gebied in te nemen, gewoon
onacceptabel is. Zoals bekend in uw Kamer is Nederland initiatiefnemer
in de EU als het gaat om aanvullende sancties tegen gewelddadige
kolonisten en organisaties. Nederland zal daar tijdens de komende Raad
Buitenlandse Zaken opnieuw aandacht voor vragen, met name voor een derde
sanctiepakket gericht tegen deze gewelddadige kolonisten en
organisaties.
De eerlijkheid gebiedt daarbij te zeggen dat hier ook realisme nodig is.
Ik voel in deze Kamer een heel stevige oproep om meer te doen op dit
vlak, maar we zien ook dat in de EU het aantal partners onder
EU-lidstaten dat meedoet om deze druk op te voeren en tot extra
maatregelen te komen, erg beperkt is. De minister van Buitenlandse Zaken
en ik kijken ook steeds welke druk nuttig is om weer extra stappen te
zetten. Dat kan, vrees ik, niet in de volle breedte zoals dat hier door
een aantal fracties in de Kamer wordt gesuggereerd.
Er is nog gevraagd naar de Nederlandse interventie bij het
Internationaal Gerechtshof aangaande de zaak die door Zuid-Afrika is
aangespannen. Zoals de minister van Buitenlandse Zaken een paar uur
geleden heeft toegezegd, komt daar snel een uitgebreidere brief met
toelichting.
Voorzitter. Daarmee heb ik, denk ik, in algemene zin alle vragen op dit
punt beantwoord, behalve de vraag van de heer Van Baarle over Syrië.
Laten we ook wat dat betreft benadrukken dat Nederland de bezetting van
de Golanhoogte sinds 1967 niet erkent en dat ook in de komende Europese
Raad niet alleen zal worden gekeken naar Gaza en de Westelijke
Jordaanoever, maar ook naar de situatie in Syrië en Jordanië.
Punt, voorzitter.
De voorzitter:
Meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat de situatie verslechtert, is echt schrijnend. We hebben al sinds
oktober 2023 te maken met jarenlang gepleegde misdaden tegen de
Palestijnen in Gaza. De illegale bezetting van Palestijns land op de
Westelijke Jordaanoever is een misdaad die natuurlijk al decennialang
gepleegd wordt. Dan hoor ik de minister-president zeggen "aandringen bij
Israël", "aanspreken op de wijze", "pleiten voor een reactie", maar wat
behelst dat dan concreet? Ik heb gevraagd: gaat u dan pleiten voor
opschorting van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord? Of gaat u
nationale maatregelen nemen als die meerderheid in de EU er weer niet
komt voor sancties tegen gewelddadige kolonisten? Wat gaat u nou
materieel doen?
Minister Jetten:
Zoals de heer Van Baarle weet, worden er ook een aantal nationale
maatregelen voorbereid en zijn we daarnaast aan het kijken hoe we op
Europees niveau voldoende steun kunnen vinden voor extra effectieve
maatregelen om die druk op te voeren. Er zijn allerlei suggesties
gedaan, ook door de Kamer. Die nemen we daar allemaal in mee, maar zoals
ik net aangaf, past hier helaas dus ook enig realisme: voor heel veel
van de suggesties die door de Kamer worden gedaan, is in Europa absoluut
geen meerderheid te vinden. Dat neemt niet weg dat we eraan blijven
werken en blijven bouwen aan aanvullende sancties tegen gewelddadige
kolonisten en organisaties, en dat we nu dus als Nederlands kabinet — en
dat is toch wel een breuk ten opzichte van het vorige kabinet — Israël
ook bilateraal aanspreken op de verantwoordelijkheid die dat land heeft
om niet alleen de humanitaire hulp aan Gaza sterk te verbeteren, maar
ook te stoppen met de onacceptabele acties die op de Westelijke
Jordaanoever plaatsvinden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Dan ontbreekt nog steeds het antwoord van de minister-president op de
vraag wat Nederland dan concreet gaat bepleiten in Europa en wat daarbij
de inzet is. Ook ontbreekt het antwoord van de minister-president op het
punt van de sancties tegen gewelddadige kolonisten. Ik vraag hier al zo
lang om en elke keer is het antwoord dat daar geen Europese meerderheid
voor is. Er is een motie van mij aangenomen om te onderzoeken of die
gewelddadige kolonisten op een nationale inreisverbodlijst gezet kunnen
worden. Dat wordt elke keer weerhouden; dat wordt niet gedaan. Kan de
minister-president toezeggen dat als daar bij de komende Europese
vergadering weer geen meerderheid voor is, we die personen gewoon op een
nationale inreisverbodlijst gaan zetten? Ik ben de straffeloosheid van
de mensen die het leven van Palestijnen zuur maken, helemaal zat. Ik kan
het gewoon niet meer aanzien, en ik hoop de minister-president ook
niet.
Minister Jetten:
Ik begrijp de frustratie dat hier de laatste tijd zo weinig voortgang op
geboekt is, terwijl er zulke verschrikkelijke omstandigheden zijn voor
zo veel onschuldige mensen. Ik ga volgende week voor het eerst in de
Europese Raad meemaken hoe deze discussie verloopt. Ik ga nu ook niet
toezeggen wat ik ga doen als dat niet meteen in deze eerste vergadering
al tot resultaat leidt. Ik wil beter begrijpen waar de weerstand zit om
meer te doen en hoe Nederland daar effectiever op kan inspelen. Dat doe
ik niet alleen, maar met de minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter:
Ik dank de minister-president. Tot slot nog één vraag van meneer
Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Eén vraag. Israël heeft de afgelopen decennia al ondervonden hoe het is
om terreurorganisaties aan je grenzen te hebben. De afgelopen paar jaar
is dat met Hamas en Hezbollah. Dat zagen we afgelopen week nog: 200
raketten en allemaal drones erbij. Misschien kan de minister-president
een heel klein beetje begrip opbrengen voor het feit dat Israël zegt:
die Golanhoogte houden we nog wel even leeg, want als we die loslaten,
zit ook daar meteen de volgende dag een terreurgroep zich in te graven,
en dat willen we toch echt niet. Ik vraag een klein beetje begrip.
Minister Jetten:
Het is klip-en-klaar dat ook Israël het recht heeft zich te verdedigen
tegen voortdurende aanvallen die op het land worden uitgevoerd. Een
aantal terroristische organisaties bedreigen de veiligheid van Israël al
vele jaren en het is dus ook het recht van Israël om zich daartegen te
verdedigen en in te grijpen als dat nodig is. Dat neemt niet weg dat je
ook de gruwelheden kunt veroordelen die in de Gazastrook hebben
plaatsgevonden, dat de humanitaire situatie daar heel nijpend is, dat je
ook Israël kunt aanspreken op zijn verantwoordelijkheid om zowel op de
Westelijke Jordaanoever als in Syrië als in Libanon terughoudend te zijn
en verdere escalatie te voorkomen.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde
van het kabinet. Ik kijk of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik
zie geknik. De heer Dassen krijgt als eerste het woord voor zijn tweede
termijn. De tweede termijn is niet verplicht, zeg ik er nog maar even
bij. Volgens het Reglement van Orde staat het u helemaal vrij of u daar
al dan niet gebruik van wil maken. Gaat uw gang, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de minister-president voor de
beantwoording. Ik heb een paar moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel EU-lidstaten hun eigen insolventie- en
belastingwetgeving hebben, hetgeen de integratie van de
kapitaalmarktunie en grensoverstijgend investeren in Europese bedrijven
bemoeilijkt;
overwegende dat voor een ontwikkelde en functionerende Europese
kapitaalmarktunie harmonisatie van insolventie- en belastingwetgeving
nodig is;
overwegende dat het gebruikmaken van het 28ste regime voor insolventie-
en belastingwetgeving het verder integreren van de kapitaalmarktunie kan
stimuleren;
verzoekt de regering in Europees verband te pleiten voor het
gebruikmaken van het 28ste regime voor insolventie- en
belastingwetgeving met als doel om de kapitaalmarktunie verder te
ontwikkelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 2381 (21501-20) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet zich inzet voor modernisering van het
Meerjarig Financieel Kader (MFK);
overwegende dat het huidige MFK een looptijd van zeven jaar heeft,
terwijl de geopolitieke, economische en maatschappelijke omstandigheden
in Europa snel kunnen veranderen;
verzoekt de regering zich in Europees verband actief in te zetten voor
het verkorten van de looptijd van het Meerjarig Financieel Kader als
onderdeel van de modernisering van de Europese begroting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 2382 (21501-20) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat gezamenlijke Europese gasinkoop tijdens de vorige
energiecrisis zijn meerwaarde heeft bewezen;
constaterende dat de gasprijzen opnieuw stijgen en dit instrument
onvoldoende wordt ingezet;
verzoekt de regering zich in Europees verband actief in te zetten voor
het heractiveren van gezamenlijke gasinkoop,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 2383 (21501-20) (#3).
U heeft een interruptie van meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik wil het toch even over die eerste motie van meneer Dassen hebben, die
juist heel erg pro-Europees is. Helpt het nou Europa om een fictief
28ste regime, een jurisdictie die alleen op papier bestaat, te creëren,
waarbij het onduidelijk is wie op welke manier belasting moet betalen
aan wie en dat een uitnodiging is voor het creëren van
brievenbusfirma's? Is dat nou wel de route die we zouden moeten
volgen?
De heer Dassen (Volt):
Ik denk zeker dat het bij kan dragen dat we naast al die nationale
wetgeving, waar we met elkaar maar niet van afkomen, inderdaad een
alternatief gaan bieden om te zorgen dat bedrijven daadwerkelijk
makkelijker in Europa kunnen ondernemen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
De heer Vermeer — ik zie hem nu niet — refereerde aan een rondetafel die
we hebben gehad. Dit is een product van de lobby van de financiële
sector. Ik zie niet in hoe de reële economie hiervan gaat profiteren. Ik
ben altijd bereid om na te denken en mee te praten over het voltooien
van een Europese kapitaalmarktunie, maar laten we dat dan echt doen met
27 lidstaten en geen constructie bedenken waarvan ik meer ellende
verwacht dan enige nuttige bijdrage voor de reële economie.
De heer Dassen (Volt):
Duly noted. Ik denk dat het zeker wel kan bijdragen. Zo hebben we ook de
Europese rechtsvorm EU-INC neergezet als alternatief van het 28ste
regime. Dat kan volgens mij ook juist bijdragen aan het versnellen van
jonge ondernemingen. Dit is volgens mij ook een mogelijkheid die juist
bijdraagt aan de vervolmaking van de kapitaalmarktunie. Ik zou toch
zeggen dat we dat allemaal moeten willen.
De voorzitter:
Dank u wel. Is er bij de heer Klos behoefte aan een tweede termijn? Dat
is het geval. Daarvoor krijgt hij nu het woord. Gaat uw gang.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister-president dat hij na een lange
dag buitenlandse politiek ook aandacht wilde besteden aan de
binnenlandse Europese politiek. Van mijn hand ook een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het rapport van Mario Draghi over de toekomst van de
Europese economie oproept tot diepere en strategischere Europese
samenwerking om de concurrentiekracht en strategische autonomie van de
EU te bevorderen;
overwegende dat het rapport verschillende voorstellen bevat voor
institutionele en democratische hervormingen om besluitvorming binnen de
Unie sneller en slagvaardiger te maken;
overwegende dat Nederland een voortrekkersrol wil vervullen bij de
snelle implementatie van aanbevelingen uit het rapport;
verzoekt de regering om in lijn met de aanbevelingen uit het
Draghirapport concrete voorstellen uit te werken voor democratische en
institutionele hervormingen van de Europese Unie, in het bijzonder het
activeren van overbruggingsclausules en versterkte samenwerking, zich in
Europees verband actief in te zetten voor het vormen van een coalitie
van gelijkgezinde lidstaten om deze hervormingen te agenderen, en de
Kamer hierover voor het zomerreces te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos en Krul.
Zij krijgt nr. 2384 (21501-20) (#4).
Dank u wel, meneer Klos. Het woord is aan de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Israëlische ministers Smotrich en Katz een voorstel
hebben gedaan voor nieuwe illegale nederzettingen dat is goedgekeurd
door het Israëlische veiligheidskabinet;
constaterende dat de illegale nederzettingen in strijd zijn met het
internationaal recht;
overwegende dat Katz deze schendingen van het internationaal recht ook
heeft verdedigd door te stellen dat de nederzettingen de vestiging van
een Palestijnse staat voorkomen en dienen ter consolidatie van
Israëlische controle over territorium en ter uitoefening van een
historisch recht;
overwegende dat Smotrich en Ben-Gvir door Nederland tot persona non
grata zijn verklaard vanwege uitspraken over illegale annexatie;
verzoekt de regering om de Israëlische minister Katz tot persona non
grata te verklaren, net zoals dat terecht bij Smotrich en Ben-Gvir is
gebeurd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 2385 (21501-20) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Internationaal Gerechtshof reeds in 2024 oordeelde
dat Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden illegaal is en zo
spoedig mogelijk beëindigd moet worden;
verzoekt de regering om sancties te bepleiten tegen entiteiten die
aantoonbaar activiteiten ontplooien om illegale nederzettingen in
Palestijnse gebieden te vestigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 2386 (21501-20) (#6).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om in Europees verband naar draagvlak te zoeken
voor opschorting van (onderdelen van) het handelsdeel van het
EU-Israël-associatieakkoord,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 2387 (21501-20) (#7).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering in Europees verband de noodzaak te bepleiten van
een Europees pakket aan maatregelen die getroffen zullen worden indien
Israël nieuwe plannen voor illegale nederzettingen maakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 2388 (21501-20) (#8).
De heer Van Baarle (DENK):
Ik dank u vriendelijk, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan meneer Van der Lee, die
spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Dank aan de premier voor zijn beantwoording. Ik zie
uit naar de komende debatten. We zijn het eens over een sterk Europa,
maar we gaan nog vaak een robbertje vechten over de financiële
implicaties daarvan. Ik kijk daarnaar uit. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de afsluiting van de Straat van Hormuz opnieuw laat zien
hoe kwetsbaar Europa is door de afhankelijkheid van fossiele
brandstoffen en dat landen met een hoog aandeel hernieuwbare energie
minder last hebben van prijsstijgingen;
constaterende dat Europese huishoudens en bedrijven tijdens de vorige
energiecrisis 100 miljard euro hebben bespaard dankzij meer zonne- en
windenergie;
verzoekt de regering zich bij de Europese Raad in te zetten voor een
Europees versnellingsplan voor energieonafhankelijkheid, met maatregelen
voor de snelle opschaling van hernieuwbare energie en
energiebesparing,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee, Van Oosterhout en
Dassen.
Zij krijgt nr. 2389 (21501-20) (#9).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Hongarije vooralsnog een veto legt op de beloofde
Europese lening van 90 miljard voor Oekraïne;
constaterende dat als er niets gebeurt, er in mei een financieel gat
ontstaat voor Oekraïne;
verzoekt de regering om samen met de Baltische staten, noordse landen en
andere gelijkgestemde EU-lidstaten extra financiële middelen vrij te
maken om Oekraïne draaiende te houden tot er een gezamenlijke Europese
oplossing is gevonden als tijdens de aankomende Europese top het veto
niet wordt opgeheven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee en Dassen.
Zij krijgt nr. 2390 (21501-20) (#10).
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Krul voor een interruptie.
De heer Krul (CDA):
Ik begrijp de laatste motie misschien bijna of net niet. Ik zou bijna
zeggen: die komt in stemming na uitkomst van de Europese top en niet
ervoor.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Wat betreft Europese besluitvorming is het altijd ingewikkeld. Ga je
wachten tot er een besluit ligt en wil je dat veranderen of verzoek je
iets te doen omdat je anticipeert op een uitkomst die heel realistisch
is? In de interruptie op de premier heb ik volgens mij al aangegeven dat
het zeer onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk, is dat Orbán voor de
verkiezingen terugkomt op de positie die hij heeft ingenomen. Mij gaat
het echt om het helpen en steunen van Oekraïne. Het maakt me niet uit of
dat linksom of rechtsom gaat. Het moet gebeuren. Ik vrees dat er een
plan B nodig is. Vandaar dat ik dacht: ik dien een motie in.
De heer Vermeer (BBB):
Ik ben het inhoudelijk niet met de heer Van der Lee eens, maar ik ben
het wel eens met de stellingname dat we dat beter aan de voorkant kunnen
doen. Anders worden we namelijk, zoals hier vandaag al gezegd,
geconfronteerd met politieke besluiten die al genomen zijn en dan is dat
weer het argument waarom er niks kan veranderen.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dan hoop ik dat u ook nog op de inhoud wil meebewegen.
De heer Klos (D66):
Over de inhoud ben ik inderdaad een andere mening toegedaan. Is het met
het oog op de uitleg van de premier en het druk houden op premier Orbán
voor een uitkomst die wij, denk ik, allemaal in de Kamer willen dan niet
toch onhandig getimed om er van tevoren een uitspraak over te doen? We
zouden het namelijk juist achteraf kunnen repareren. Dit is echt een
open en oprechte vraag.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
We hebben in de internationale media gezien dat er al lidstaten gekomen
zijn met dit plan, en Orbán leest de krant ook, althans, op z'n minst
zijn medewerkers. Het is ook geen geheim dat aan dit soort opties wordt
gedacht. Als het nodig is ... Ik hoop van niet; maximale druk op Orbán,
helemaal mee eens. Maar je moet ook reëel zijn en de kans dat hij gaat
bewegen voor de verkiezingen, acht ik echt minimaal. Dan vind ik wel dat
Nederland hoort bij de groep landen die Oekraïne tijdelijk weer helpt
totdat de Europese gezamenlijke oplossing er is.
De voorzitter:
Meneer Hoogeveen krijgt het woord voor zijn inbreng namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Mijn ervaring in Europa heeft me wel geleerd dat je
snel piketpaaltjes moet slaan ten aanzien van je positionering. Vandaar
de volgende moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie voorstellen heeft gedaan in het
kader van de Industrial Accelerator Act, onder meer met "made in
Europe"-eisen;
overwegende dat dergelijke eisen kunnen leiden tot hogere kosten voor
consumenten en bedrijven en mogelijke vergeldingsmaatregelen van
handelspartners;
verzoekt de regering zich in de onderhandelingen over de Industrial
Accelerator Act uit te spreken tegen protectionistische eisen en voor
een gelijk speelveld, open markten en het voorkomen van nieuwe
handelsbelemmeringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 2391 (21501-20) (#11).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie het invoeren van een Europees
prijsplafond voor aardgas overweegt;
overwegende dat dit de stabiliteit van de Europese energiemarkten kan
ondermijnen en het risico vergroot dat het aanbod verschuift naar andere
markten of naar minder transparante bilaterale contracten;
verzoekt de regering zich in Europees verband uit te spreken tegen de
invoering van een Europees prijsplafond op gas,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 2392 (21501-20) (#12).
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Tot slot nog over Duitsland. De premier gaf aan dat hij
maandag naar Duitsland vertrekt. Gisteren was hij nog in Parijs, bij
president en Renew-collega Emmanuel Macron. Nou gaat de premier maandag
naar Duitsland, maar wat gaat hij daar precies bespreken? Staat
bijvoorbeeld ook migratie op de agenda?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Krul, die afziet van zijn tweede termijn.
Mevrouw Maes, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het
geval. Meneer Struijs, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Ja.
Daarvoor krijgt u het woord. U doet dat namens de fractie van
50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Een aanmoedigingsmotie. Ik heb er al iets over verteld.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de haven van Rotterdam cruciaal is voor de economie,
energievoorziening en logistiek van zowel Nederland als Europa;
constaterende dat de Rotterdamse haven als onmisbare logistieke schakel
daarnaast van groot strategisch belang is voor de veiligheid van
Nederland en Europa;
overwegende dat vanwege de oplopende spanningen in de geopolitieke
wereld investeringen nodig zijn om de strategische infrastructuur van de
Rotterdamse haven te beschermen en versterken;
overwegende dat dit in het belang is van heel Europa;
verzoekt de regering zich tijdens de Europese top in te zetten voor
financiële en beleidsmatige ondersteuning vanuit de Europese Unie om de
strategische infrastructuur van de haven van Rotterdam te beschermen en
versterken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Struijs.
Zij krijgt nr. 2393 (21501-20) (#13).
De heer Struijs (50PLUS):
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Stöteler voor zijn
inbreng in tweede termijn namens de PVV.
De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister-president voor de late
uurtjes op donderdag; toch een prettig debat.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet in onderhandelingen over het Europees Meerjarig
Financieel Kader ervoor te zorgen dat Nederland niet langer nettobetaler
blijft maar netto-ontvanger wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stöteler.
Zij krijgt nr. 2394 (21501-20) (#14).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer, als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet hij namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Tja, wie kan er nou tegen zo'n motie zijn, zou je denken, maar ja
...
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voedselzekerheid in een geopolitiek instabielere
wereld van toenemend strategisch belang is voor de weerbaarheid van
Nederland en Europa;
constaterende dat een weerbare samenleving begint bij
voedselzekerheid;
constaterende dat het vorige kabinet zou komen met een integrale
nationale voedselstrategie en zich op EU-niveau hard maakte voor een
Europese voedselstrategie;
overwegende dat Nederland en Europa niet afhankelijk mogen worden van
kwetsbare internationale handelsroutes, geopolitieke spanningen of
externe productie voor hun voedselvoorziening;
overwegende dat voedselzekerheid niet alleen een landbouwthema is, maar
ook raakt aan nationale veiligheid, economische weerbaarheid en
strategische autonomie;
verzoekt de regering door te gaan met het uitwerken van een integrale
nationale voedselstrategie en deze voor de zomer met de Kamer te delen,
en zich tevens in Europa actief in te blijven zetten voor de
totstandkoming van een Europese voedselstrategie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 2395 (21501-20) (#15).
Dank u wel. Ik schors voor tien minuten. Daarna gaan we luisteren naar de appreciaties. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 23.03 uur tot 23.14 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de
minister-president.
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter.
De motie op stuk nr. 2381. Nederland steunt het 28ste regime, maar ik
moet wel zeggen dat de specifieke punten die de heer Dassen in deze
motie heeft opgenomen, nou net de onderwerpen zijn waar wij minder
enthousiast over zijn. Daarom moet ik deze motie dus ontraden, maar het
is wel heel knap gevonden. Er komen binnenkort voorstellen over wat we
dan wél willen op dit vlak.
De motie op stuk nr. 2382, over de looptijd van het MFK, ontraad ik
onder verwijzing naar het debat.
De motie op stuk nr. 2383, ten aanzien van de gezamenlijke gasinkoop,
geef ik oordeel Kamer, maar wel met de kanttekening dat dit natuurlijk
ook een vrijwillig instrument is dat kan worden ingezet.
De motie op stuk nr. 2384, van de heer Klos, over het uitwerken van
Draghi. Als ik de term "overbruggingsclausule" mag interpreteren als
"passerelles uit de EU-verdragen", geef ik deze motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Is dat akkoord? Ja, dat is het geval. Daarmee krijgt deze motie oordeel
Kamer.
Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2385, van de heer Van Baarle, verzoekt om nog een
aantal mensen tot persona non grata te verklaren. Er zijn eerder
voorstellen gedaan om dit op Europees niveau met elkaar af te spreken.
Daar was destijds geen meerderheid voor, helaas. Daarom heeft Nederland
er toen voor gekozen om een aantal nationale maatregelen te treffen. Het
is natuurlijk wel effectiever als we dit zo veel mogelijk in Europees
verband doen. Daarom moet ik de motie op stuk nr. 2385 dus
ontraden.
De motie op stuk nr. 2386, van de heer Van Baarle, geef ik oordeel
Kamer. Daarbij zullen we wel moeten kijken onder welk sanctieregime dit
het beste kan worden ingepast, maar dat is meer de praktische
uitwerking.
De motie op stuk nr. 2387, van het lid Van Baarle, geef ik oordeel
Kamer, met de kanttekening dat we daar eerder ook voor hebben gepleit,
maar dat er op dit moment geen meerderheid voor is in de Europese Unie,
omdat alles op alles wordt gezet om het vredesplan te laten slagen. Er
zijn veel lidstaten die zeggen: laten we dat nou vooral als hoofdroute
aflopen in plaats van de route zoals de heer Van Baarle die nu in deze
motie heeft verwoord. Dat neemt echter niet weg dat het boven de markt
laten hangen hiervan nuttig kan zijn, dus de motie op stuk nr. 2387
krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2388: oordeel Kamer. Ook hier maak ik echter de
kanttekening dat er waarschijnlijk geen draagvlak voor is.
De motie op stuk nr. 2389, van de heer Van der Lee, over een versnelling
van de Europese onafhankelijkheid. Dat kan heel goed onder REPowerEU,
dus de motie op stuk nr. 2389 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2390, van de heer Van der Lee, ontraad ik, omdat ik
het belangrijk vind om de politieke druk er nu maximaal op te houden,
zoals in het debat verwoord.
De motie op stuk nr. 2391, van de heer Hoogeveen, moet ik "ontijdig"
verklaren, omdat het BNC-fiche nog door het kabinet moet worden
vastgesteld. De boodschap van de heer Hoogeveen is echter duidelijk.
De voorzitter:
Bent u bereid de motie aan te houden tot nader order, meneer Hoogeveen?
U mag één korte vraag stellen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Zoals ik aangaf, is het goed om piketpaaltjes te slaan, dus ik wil 'm
niet aanhouden.
De voorzitter:
Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 2391 de appreciatie "ontijdig". Dank
u wel, meneer Hoogeveen.
Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2392, van de heer Hoogeveen, krijgt oordeel Kamer
onder verwijzing naar het debat.
De motie op stuk nr. 2393, van de heer Struijs, moet ik nu ontraden. Dit
staat niet op de agenda van deze Raad. Ik heb afgelopen week, zoals ik
eerder al aangaf, verzocht om gesprekken op het vlak van de weerbaarheid
van de Rotterdamse haven. Ik weet nu nog niet wat er uit die gesprekken
gaat komen en wat dan de beste vervolgstap is, dus ik ontraad de motie
nu, hoe sympathiek ik 'm ook vind. Het is goed om te weten dat dit
onderwerp ook de aandacht van 50PLUS heeft. We gaan hier later vast nog
uitgebreider over spreken.
De motie op stuk nr. 2394 vind ik niet realistisch. Die ontraad
ik.
De motie op stuk nr. 2395, van de heer Vermeer. Ik zou aan hem willen
vragen of hij de motie misschien wil aanhouden. De verschillende
ministers komen op korte termijn met hun beleidsbrieven, waarin ze hun
inzet vanuit het coalitieakkoord verder zullen verwoorden. Ik kan me
zomaar voorstellen dat de minister en staatssecretaris van LVVN dan ook
in zullen gaan op de nationale voedselstrategie. Wellicht wil hij de
motie aanhouden totdat die brief er is.
De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, meneer Vermeer?
De heer Vermeer (BBB):
Nee, want het vorige kabinet was hier al mee bezig. Dit is gewoon een
aanmoediging om dit werk af te maken.
De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 2395 de appreciatie "ontijdig".
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van …
Minister Jetten:
O, nee. Ik heb nog de vraag van de heer Hoogeveen over mijn bezoek aan
Duitsland van aankomende maandag. Dat is heel overzichtelijk: dat gaat
over versnelde defensiesamenwerking en opschaling van de
defensie-industrie, over verbeterde energiesamenwerking, onder andere
voor gaswinning op de Noordzee en de opschaling van hernieuwbare
energie, over alles rondom het concurrentievermogen, zoals vandaag
besproken, en over de Nederlands-Duitse samenwerking op het gebied van
migratie.
De heer Krul (CDA):
Het is een mooi programma. Ik ben benieuwd of de minister-president in
Berlijn dan ook een woordje Duits gaat spreken, aangezien we gisteren
een mooie demonstratie van zijn Frans hebben gekregen. Is dat ook de
ambitie maandag bij zijn collega Merz?
Minister Jetten:
Ja, en binnenkort bij collega Sánchez doe ik dat in het Spaans.
De voorzitter:
Wir danken euch. Vielen dank aan de minister-president en de aanwezige
leden. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit plenaire debat over
de Europese top.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We zijn ook aan het einde gekomen van deze plenaire vergaderdag van
donderdag 12 maart 2026. Ik sluit de vergadering.
Sluiting
Sluiting 23.17 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|