[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Appreciaties van de motie van de leden Maeijer en Van Meetelen over financiële middelen voor het realiseren van toegankelijke speelplekken (Kamerstuk 36800-XVI-165) en van de motie van het lid Westerveld c.s. over voldoen aan Europese normen voor toegankelijkheid bij onderhoud, nieuw-, of verbouw van overheidsgebouwen (Kamerstuk 36800-XVI-162)

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026

Brief regering

Nummer: 2026D11938, datum: 2026-03-16, bijgewerkt: 2026-03-17 16:14, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XVI-182 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z05218:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026

Nr. 182 Brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 maart 2026

In het wetgevingsoverleg gehandicaptenzorg van 9 maart jl., heb ik toegezegd om terug te komen op de appreciaties van twee moties vóór de stemmingen op 17 maart 2026. Tevens heb ik tijdens het debat een motie over respijtzorg niet van een appreciatie voorzien. Dat doe ik met deze brief alsnog.

Motie van de leden Maeijer en van Meetelen aanvullende middelen toegankelijke speelplekken (Kamerstuk 36800-XVI-165)

Het kabinet vindt het belangrijk dat ieder kind de kans krijgt om buiten te spelen. Daarom ondersteunen we het Samenspeelfonds en het Samenspeelnetwerk. Het Samenspeelnetwerk deelt kennis en expertise en samen met het Samenspeelfonds wordt gewerkt aan de realisatie van minimaal één toegankelijke speelplek in iedere gemeente in Nederland. In de Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025 – 2030 is als doel gesteld dat eind 2026 70% van de gemeenten een inclusieve speeltuin heeft en dat dit in 2030 in alle gemeenten (100%) is gerealiseerd. Dit komt overeen met de ambitie en doelen van Jantje Beton.

Het ministerie van VWS is momenteel in gesprek met Jantje Beton over de uitvoering, de haalbaarheid en de benodigde financiën binnen de huidige subsidie aan het Samenspeelfonds. Binnen deze subsidie wordt gekeken naar een uitbreiding van tijd en middelen tot eind 2027. Met deze aanpassingen geeft Jantje Beton aan voldoende middelen te hebben om te werken aan dit programma. De financiële dekking komt vanuit de Sport en Bewegen begroting.

Na overleg met Jantje Beton is mij duidelijk geworden dat deze de wens heeft om aanvullende financiering te ontvangen om in wijdverspreide gemeenten meer dan één inclusieve speeltuin te realiseren. Hoewel ik dit een sympathiek plan vind, wil ik mij nu gezien de forse bezuinigingen op de zorg, alleen focussen op de uitdagende realisatie van één inclusieve plek per gemeente. Ik moet de motie dan ook, op basis van een gebrek aan deze financiële middelen, ontraden.

Motie van het lid Westerveld c.s. over voldoen aan Europese normen voor toegankelijkheid bij onderhoud, nieuw-, of verbouw van overheidsgebouwen (Kamerstuk 36 800 XVI-162)

Het kabinet vindt het belangrijk dat gebouwen toegankelijk zijn voor iedereen. Daarom is vanuit het ministerie van BZK/VRO een meerjarige subsidie verstrekt aan stichting NEN om een vrijwillige norm voor toegankelijk bouwen te ontwikkelen (NEN 9120). In februari 2025 is deze nieuwe NEN-norm voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen gepubliceerd en voor 5 jaar afgekocht zodat de norm gratis ter beschikking komt voor iedereen. De eerste twee jaar na publicatie kan de bouwsector deze vrijwillige norm toepassen in projecten. De ervaringen en drijfveren worden gemonitord door NEN. Daarna weegt het kabinet of en welke onderdelen van de vrijwillige norm worden doorvertaald in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Deze NEN-norm is opgezet met uiteenlopende ervaringsdeskundigen. De integrale toegankelijkheidsstandaard, de Europese norm NEN-EN-17210 en vele andere richtlijnen en inzichten zijn hiervoor gebruikt.

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is voornemens om deze norm te hanteren als basisnorm bij renovatie en nieuwbouw van rijkskantoorgebouwen. Bij onderhoudswerkzaamheden wordt ook gekeken of er al maatregelen van eenvoudige aard genomen kunnen worden vooruitlopend op een renovatie. Het RVB voert met deze aanpak een geleidelijke verwezenlijking van algehele toegankelijkheid van rijkskantoren uit, zoals bedoeld in het Besluit Toegankelijkheid.

Voorafgaand aan de uitvoering van deze motie is nader bestuurlijk overleg met medeoverheden nodig. De financiële haalbaarheid en de uitvoerbaarheid zijn immers cruciaal, aangezien de motie ook op bouwwerken van medeoverheden ziet. Daarbij gaat het onder andere om de afbakening in termen van type overheidsgebouw, de te kiezen voorzieningen uit de NEN9120 en bij welk type bouwactiviteit uitvoering van de motie past. Als ik de motie zo mag interpreteren dat het kabinet de ruimte krijgt om deze nadere uitwerking van de motie in gezamenlijkheid met de medeoverheden te bepalen en het benodigde commitment vast te stellen, dan kan de motie ‘oordeel Kamer’ krijgen. In dat geval zal het kabinet uw Kamer nader informeren over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg.

Motie van het lid van Houwelingen over respijtzorg (Kamerstuk 36800-XVI-167)

De motie van Van Houwelingen verzoekt de regering respijtzorg te borgen voor mantelzorgers die zorgen voor iemand met 24/7 intensieve zorgbehoefte en dit proces samen met mantelzorgers of hun belangenbehartigers vorm te geven om zo te komen tot passend aanbod.

Ik ontraad deze motie; het is niet aan mij dit zelf te borgen. Uiteraard onderschrijf ik het belang van beschikbaarheid van respijtzorg en bevat het stelsel noodzakelijke randvoorwaarden om respijtzorg beschikbaar te hebben. Op basis van de Wet langdurige zorg hebben Wlz-cliënten immers aanspraak op logeerzorg en dagbesteding die opgevat kunnen worden als vormen van respijtzorg. Het is vervolgens aan zorgkantoren en zorgaanbieders om te zorgen voor een regionaal passend aanbod. Zorgkantoren maken zorginkoopbeleid en hebben een zorgplicht jegens de cliënt. Vanzelfsprekend zijn er voor logeren ook andere factoren van belang, zoals de beschikbaarheid van deskundig personeel, een geschikte

accommodatie en kostendekkende tarieven. De verantwoordelijkheid voor een redelijkerwijs passend tarief ligt bij de NZa. Bij de NZa is een signaal ingediend door ZN rondom de tarieven van logeerzorg in de gehandicaptenzorg.

Het ministerie van VWS kan door aandacht te vragen voor signalen en knelpunten er aan bijdragen dat zorgaanbieders en zorgkantoren afspraken kunnen maken over een passend aanbod. Er is dan ook regelmatig contact met zorgkantoren, NZa en aanbieders om zicht te krijgen op knelpunten.

De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,

W.R.C. Sterk