[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Stand van zaken Energieprestatie van Gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV)

Integrale visie op de woningmarkt

Brief regering

Nummer: 2026D12042, datum: 2026-03-17, bijgewerkt: 2026-03-18 12:20, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 32847 -1405 Integrale visie op de woningmarkt.

Onderdeel van zaak 2026Z05269:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


32 847 Integrale visie op de woningmarkt

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

Nr. 1405 Brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2026

In uw brief van 28 januari 2026 heeft u verzocht om geïnformeerd te worden over de stand van zaken ten aanzien van de implementatie van de verschillende onderdelen van de herziene richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV) in wet- en regelgeving. Met deze brief informeer ik u graag over de voortgang en de planning.

De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een prioriteit van de coalitie: minder energiegebruik in de gebouwde omgeving en ook minder maar uiteindelijk vermijden van CO2-emissies vanuit fossiele bronnen. Deze verduurzaming moet versnellen om de energierekening blijvend betaalbaar te houden, om de geopolitieke afhankelijkheid te verkleinen in deze roerige tijden en om een bijdrage te leveren aan de vermindering van de opwarming van de aarde. De baten zijn ook breder. Onderzoek laat zien dat goed geïsoleerde en geventileerde woningen leiden tot minder luchtwegklachten (zoals astma) en minder reumatische klachten.1.

De herziene EPBD is onderdeel van het Fit-for-55 pakket waarin de Europese ambities rond de klimaatdoelen zijn vastgelegd en geoperationaliseerd. In EPBD zijn afspraken gemaakt over de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit betreft nog duurzamere nieuwe bouwwerken, maar vooral ook de miljoenen bestaande gebouwen, die klaargemaakt moeten worden voor een duurzame en fossielvrije toekomst.

We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, zoals uit de Klimaat- en Energieverkenning van het PBL blijkt. Het is noodzakelijk om additionele beleidsmaatregelen te treffen om de kans te vergroten dat Nederland de gestelde doelen ook daadwerkelijk gaat halen. Op dit moment loopt het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar de Energietransitie van de woningvoorraad richting 2050. Hierin worden scenario’s, effecten en beleidsopties verkend. Het IBO zal rond de zomer met een eindrapport komen. Ik wacht de opties in dit IBO af om te bepalen welke additionele beleidsvoornemens ik zal uitwerken. Ik zal uw Kamer hier na het zomerreces nader over informeren.

Want we houden de ambitie vast. We gaan vol door met de implementatie en realisatie van maatregelen die reeds zijn afgesproken, lossen knelpunten in de uitvoering op en versnellen doorbraken waar mogelijk. Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak doen we alles wat nodig is om het klimaatdoel voor 2050 te halen.

Vooruitlopend op de opties in het IBO zijn in het coalitieakkoord al enkele maatregelen afgesproken: er komt een Nationaal Isolatie Offensief. In de jaren tot 2030 helpen we via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid de wijken met de grootste energiearmoede. Verhuurders worden verplicht energielabels E, F en G voor huurwoningen per 2029 uit te faseren; en labels C en D per 2040. Naast de inzet op verlaging van de energievraag van gebouwen zetten we vol in op de omschakeling van de energievoorziening naar hernieuwbare bronnen. Zo blijven we inzetten op warmtenetten, ook om netcongestie te verminderen. Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen. Dit is een gemeenschappelijke uitdaging van het kabinet, die hierbij nadrukkelijk de samenwerking zoekt met provincies, gemeenten, woningcorporaties, bedrijfsleven en maatschappelijke initiatieven.

Alvorens in te gaan op de planning van de wijzigingen in wet- en regelgeving, conform uw verzoek, wil ik hieronder eerst toelichten hoe de beleidsmaateregelen mensen in Nederland zal bereiken en welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn. Ook hierover zijn in de EPBD-herziening afspraken gemaakt, maar deze leiden niet tot aanpassing van nationale wetgeving. Het betreft het éénloketsysteem (het Energiehuis), het Renovatiepaspoort en de financiële stimulansen. Tevens maak ik van de gelegenheid gebruik om de laatste stand van zaken over het Nationaal Renovatieplan voor gebouwen (NBRP) en de ontwikkelingen rond de Standaard voor woningisolatie met u te delen.

Het Energiehuis (éénloketsysteem)

Gebouweigenaren, gebruikers en bewoners staan als eerste aan de lat om verduurzamingsmaatregelen te treffen. Dit kunnen ze niet alleen. Er is duidelijkheid, ondersteuning en ontzorging nodig. In de EPBD is daarom afgesproken dat in iedere lidstaat een éénloketsysteem wordt ingericht voor integrale, onafhankelijke, betrouwbare informatie en ondersteuning voor bewoners en gebouweigenaren voor de verduurzaming van hun gebouw.

De afgelopen jaren is in Nederland een grote variëteit aan ondersteuningsaanbod ingericht via bijvoorbeeld gemeentelijke energieloketten, voor (kwetsbare) huishoudens, kleine ondernemers en maatschappelijk vastgoedeigenaren. Maar daardoor is ook een enorm breed palet en versnippering van instrumenten en informatie ontstaan. Er is behoefte aan integrale ontzorging en eenduidige, betrouwbare informatie. Dit wordt vormgegeven via het Energiehuis. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan het éénloketsysteem zoals gevraagd in de EPBD.

Het Energiehuis gaat nadrukkelijk over de verbetering van de bestaande dienstverlening voor eigenaren en gebruikers van woningen en andere gebouwen. Die verbetering is vooral te bereiken door het bestaande aanbod te continueren, beter met elkaar te verbinden en enkel waar nodig uit te breiden. Ook wordt er gewerkt aan een handreiking Energiehuizen samen met verschillende stakeholders. De behoeften van mensen zullen over tijd veranderen. Daarom worden de behoeften bij hun verduurzamingsreis en de aangeboden diensten van het energiehuis regelmatig onderzocht en geactualiseerd. Op dit moment loopt er een monitoringsonderzoek om de stand van zaken rondom alle ondersteuningsinstrumenten in kaart te brengen. Zo ontstaat overzicht en de mogelijkheid om bij te sturen waar dat nodig is. Er is een community of practice waar gemeenten die kennis en ervaringen delen over hoe zij aan de slag zijn met Energiehuizen.

Het Energiehuis is bedoeld als de centrale plek waar mensen digitaal en fysiek, op locatie in het land geholpen worden met informatie en advies over het energiezuiniger maken van woningen en gebouwen. De basis voor de digitale ondersteuning door het Energiehuis is verbeterjehuis.nl. Hoe de andere diensten van het Energiehuis precies ingevuld worden en door welke partijen zal afhankelijk zijn van de lokale behoeften. Hierover lopen nog gesprekken met medeoverheden en andere stakeholders. Voor het zomerreces zal ik de Kamer via een Kamerbrief informeren over de meer gedetailleerde invulling.

De ondersteuning van huishoudens in een kwetsbare positie wordt, als onderdeel van het Energiehuis, deels gefinancierd via middelen van het sociaal klimaatfonds (SCF). Deze energiehulp via energiecoaches en -fixers ondersteunt bewoners met het energiezuiniger en comfortabeler maken van hun woning. Daarnaast wordt een deel van de SCF-middelen besteed aan ondersteuning van de uitvoering van Energiehuizen op nationaal niveau.

Renovatiepaspoort

De EPBD IV stelt dat lidstaten een renovatiepaspoort voor gebouwen kunnen ontwikkelen voor kosteneffectieve renovaties van bestaande gebouwen naar emissievrije gebouwen (ZEB). Het renovatiepaspoort is een routekaart die de stappen schetst voor een gefaseerde grondige renovatie naar een emissievrij gebouw volgens het ‘energy efficiency first’ principe.

Het Renovatiepaspoort wordt gekoppeld aan de in Nederland al bestaande Maatwerkadviezen (MWA), een optionele dienst waarbij een vakbekwaam energieprestatie adviseur (EP-adviseur) voor een gebouw een specifiek advies opstelt op basis van de wensen van de opdrachtgever. Het Renovatiepaspoort is in feite een Maatwerkadvies waarbij de aanbevelingen voldoen aan de eisen van een “emissievrij gebouw”. Een Renovatiepaspoort wordt net als een energielabel in EP-online geregistreerd, en is dan te allen tijde beschikbaar voor gebouweigenaren in Mijnoverheid (woningen) of EP-online (utiliteitsbouw).

Financiële stimulansen

In Nederland zijn op dit moment voor bijna alle doelgroepen verschillende financieringsmogelijkheden en is er ondersteuning om substantiële energiebesparende maatregelen te nemen in hun woning of gebouw. Het aanbod is enorm en gedifferentieerd. Het is belangrijk om richting 2050 een duidelijk en stabiel ondersteuningspakket te behouden. In sommige gevallen vereist dat aanvullende middelen vanuit het Rijk. Tegelijk kan ook nagedacht worden over stroomlijning van het instrumentarium, zodat de consument sneller zijn weg weet te vinden naar het juiste instrument en de uitvoeringslasten beperkt worden. En er kan nagedacht worden over andere instrumenten dan financiële stimulansen om mensen te bewegen tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen. Ik ga er van uit dat het IBO ook hierover met suggesties zal komen en zal uw Kamer op een later moment informeren over de beleidskeuzes die ik hierin ga maken.

National Building Renovation Plan (NBRP)

De EPBD-IV stelt dat iedere EU-lidstaat een National Building Renovation Plan (NBRP) moet opstellen. In dat plan wordt beschreven hoe Nederland ervoor gaat zorgen dat de gebouwde omgeving in 2050 aan het afgesproken einddoel van de EPBD voldoet (een emissievrije en zeer energiezuinige gebouwde omgeving), en welke tussendoelen en streefcijfers voor 2030 en 2040 daarbij worden gehanteerd. Het NBRP bevat dus in essentie de langetermijnstrategie hoe Nederland in 2050 het afgesproken einddoel van de EPBD gaat realiseren.

Tot nu toe was de opgave voor de gebouwde omgeving niet veel verder geconcretiseerd dan tot en met 2030. Voor het opstellen van het NBRP is de opgave nu voor het eerst ook concreet becijferd voor 2040 en 2050: hoeveel gebouwen moeten er nog aangepakt worden om te voldoen aan het ZEB-einddoel in 2050? Wat voor soort gebouwen zijn dit (woningen, utiliteitsbouw, voor-oorlogs, na-oorlogs, eengezins, meergezins, etc.) en hoeveel maatregelen (isoleren van vloer, dak, gevel of raam en aanpassen van de installatie) moeten er dan nog genomen worden? Welk tempo is nodig en uitvoerbaar? En met wat voor soort beleid wil Nederland dat gaan bevorderen: subsidiëren, normeren, of beprijzen?

Het concept-NBRP werkt dit aan de hand van streefcijfers, beleidsmaatregelen en financiële ramingen uit. Het concept-NBRP is in de tweede helft van maart 2026 beschikbaar op de website Internetconsultatie.nl. Tegelijkertijd wordt het concept-NBRP ingediend bij de Europese Commissie ter toetsing. Eind december 2026 moet Nederland zijn definitieve plan indienen bij de Europese Commissie. Ik teken hierbij aan dat de beleidsmaatregelen in dit concept nog niet volledig zijn: zoals ik aan het begin van deze brief toelichtte wacht ik op de adviezen van het IBO alvorens met additionele maatregelen te komen die in het definitieve NBRP een plek zullen vinden.

De Standaard voor woningisolatie

In het kader van de EPBD IV moet voor bestaande bouw, ook voor woningen, een ZEB-norm worden vastgesteld. In de brief van 14 juli 2025 aan uw Kamer is aangegeven dat de Standaard voor woningisolatie (hierna: de Standaard) gebruikt zal worden als een belangrijke basis om te bepalen of een gebouw aan de ZEB-vereisten voldoet.

De Standaard is een vrijwillige norm voor de warmtebehoefte van woningen. Met isolatie-, ventilatie- en kierdichtingsmaatregelen kan deze norm wordt bereikt. De Standaard is ontwikkeld en vastgesteld in 2021, om duidelijk te maken wanneer de woning qua isolatie klaar is voor een duurzame warmteoplossing, vooruitlopend op de keuze welke duurzame warmteoplossing voor een bepaalde woning in het verschiet ligt. Een duurzaam verwarmingssysteem werkt meestal met een lagere watertemperatuur in de radiatoren dan een traditionele CV-ketel. Een woning wordt dan langzamer warm. Afdoende isolatie verlaagt de warmtebehoefte, wat ervoor zorgt dat woningen ook in een koude winter voldoende warm zijn. Of een woning voldoet aan de Standaard staat op het energielabel. Via verbeterjehuis.nl kan een eigenaar of bewoner zien welke maatregelen nodig zijn om aan de Standaard te voldoen.

Bij het bepalen van de Standaard in de brief van 18 maart 20212 is aan uw Kamer toegezegd de Standaard voor woningisolatie in 2025 te evalueren. De evaluatie wordt momenteel geapprecieerd. In de volgende Kamerbrief over de EPBD IV, die wij uw Kamer voor het zomerreces zullen sturen, zullen de evaluatie en de vervolgstappen nader toegelicht worden, ook in relatie tot de vast te stellen ZEB-norm.

Planning aanpassing wet- en regelgeving EPBD IV, in tranches

De aanpassingen van de EPBD IV in wet- en regelgeving worden, zoals in de brief van 14 juli 20253 is aangegeven, geïmplementeerd in een aantal tranches. Niet alle wijzigingen moeten immers al dit jaar zijn geïmplementeerd. De tranches zijn in lijn met de uiterste implementatiedatum van 29 mei 2026 en met de diverse startdata van deelonderdelen uit de richtlijn. Op deze wijze wordt de beschikbare tijd benut om ingewikkelde keuzes voor te bereiden en uit te werken, voorbereidingstijd te geven voor de uitvoering, en tegelijkertijd te zorgen voor tijdige vastlegging in de regelgeving.

De 1e tranche is gericht op de EPBD IV onderdelen die per 29 mei 2026 in werking moeten treden. Deze tranche bevat een aantal wijzigingen in de bepalingsmethode van de energieprestatie, extra zonne-energie op gebouwen, technische bouwsystemen, duurzame mobiliteit, laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer en (fiets-)parkeerplaatsen, uitwisseling van gegevens en databanken over energieprestatie gebouwen, verbeterde en uitgebreidere informatie op het energielabel, uitbreiding van de labelplicht naar en (verslagen van) keuringen van systemen voor verwarming, ventilatie en airconditioning.

Voor de 1e tranche zijn een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit en twee wijzigingen van de Omgevingsregeling uitgewerkt. Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl, het Bkl en het Omgevingsbesluit is op 14 januari jongstleden voor advies aan de Raad van State voorgelegd.4

Een van de twee wijzigingen van de Omgevingsregeling betreft het aanwijzen van een nieuwe bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen. Die wijziging is van 4 juni tot en met 2 juli 2025 in internetconsultatie geweest. De tweede wijziging bevat de overige aanpassingen van de Omgevingsregeling die nodig zijn om de hiervoor genoemde onderwerpen te implementeren. Deze wijziging is op 20 februari 2026 in internetconsultatie gebracht5. Beide wijzigingen van de Omgevingsregeling treden naar verwachting op 29 mei 2026 in werking.

De 2e tranche van de regelgeving die de implementatie van de EPBD IV vormgeeft heeft betrekking op de aanpassing van de huidige BENG-eisen naar tijdelijke ZEB-eisen6 voor nieuwe gebouwen van overheidsinstanties en de rekenplicht wlc-gwp7 voor nieuwe gebouwen die groter zijn dan 1.000m². Deze verplichtingen gaan beide gelden per 1 januari 2028. Het betreffende ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl is in december 2025 besproken met de stakeholders en zal in de tweede helft van deze maand in internetconsultatie worden gebracht. De bepalingsmethode wlc-gwp zal via een wijziging van de Omgevingsregeling worden aangewezen; die wijziging zal in het najaar in consultatie gaan. Deze onderdelen zullen per 1 januari 2027 in werking treden.

De 3e tranche van de implementatie regelgeving heeft betrekking op de minimum energieprestatie-eisen voor utiliteitsgebouwen die per 2030 en 2033 gaan gelden en het ZEB-niveau voor de bestaande gebouwen. Deze onderdelen zullen onder andere via een wijziging van het Bbl per 1 juli 2027 in werking treden. In maart en april van dit jaar worden de eerste concepten hiervan besproken met de stakeholders.

De 4e en laatste tranche van de implementatie regelgeving heeft betrekking op het moderniseren van de bepalingsmethode energieprestatie en het aanpassen van de systematiek voor energielabels, omdat per 2030 een nieuw energielabel van kracht zal worden, gebaseerd op totaal primair energiegebruik en met een indeling van A tot en met G. De modernisering betekent dat de uitkomsten van de bepalingsmethode anders zullen worden dan ze nu zijn. Dit kan gevolgen hebben voor gebouweigenaren en huurders. De inzet is om deze gevolgen minimaal te laten zijn. In de komende jaren zullen de effecten bepaald worden. Ook zullen met de nieuwe bepalingsmethode in 2028 twee eisen worden herijkt, zoals de ZEB-eisen voor nieuwbouw en de wlc-gwp per 2030. De voorbereidingen voor de 4e tranche zijn al in gang gezet en zullen naar verwachting uiterlijk op 1 juli 2029 in werking treden.

Naast deze tranches, die voornamelijk betrekking hebben op de bouwregelgeving (Bbl en Hoofdstuk 5 Omgevingsregeling), is voor de artikelen 3 en 14, achtste lid, van de EPBD IV een wetswijziging vereist. Met het Wetsvoorstel implementatie EPBD IV zal het Burgerlijk Wetboek worden aangepast om het voor appartementseigenaren in een Vereniging van eigenaren (VvE) eenvoudiger te maken een oplaadpunt voor een elektrische auto op een parkeerplaats binnen het beheer van de VvE te plaatsen. Ook wordt een initiatiefrecht voor huurders opgenomen met betrekking tot oplaadpunten. In het wetsvoorstel wordt tevens het Nationaal gebouw renovatieplan (NBRP) als verplicht programma in de Omgevingswet opgenomen. Het wetsvoorstel wordt op korte termijn aangeboden aan de Raad van State ter advisering. In 2021 is een eerdere versie van het wetsvoorstel met een notificatieregeling voor oplaadpunten in VvE’s in internetconsultatie geweest. Aangezien het wetsvoorstel een implementatie van een Europese richtlijn betreft is internetconsultatie optioneel. Ten behoeve van de voortgang van het dossier in verband met de implementatie deadline wordt het uitgebreide wetsvoorstel dan ook niet hernieuwd in consultatie gebracht. Na de adviesaanvraag bij de Raad van State zal het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk openbaar worden gemaakt via de wetgevingskalender.

Meer informatie voor de verschillende doelgroepen over de inhoudelijke wijzigingen van de vier tranches is te vinden op volkshuisvestingnederland.nl, RVO.nl en IPLO.nl. Deze informatie wordt regelmatig bijgewerkt naarmate de datum van inwerkingtreding dichterbij komt en de details van de wijzigingen meer zijn uitgewerkt.

Tot slot

Voor het zomerreces 2026 zal ik u informeren over de eindkeuzen van de 1e tranche EPBD IV die per 29 mei aanstaande in werking gaat treden. Ook verwacht ik u dan te kunnen informeren over een aantal beleidskeuzes rond emissievrije gebouwen en de minimum energieprestatie van gebouwen, die met de latere tranches worden geïmplementeerd.

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

E. Boekholt-O’Sullivan

Bijlage A - Planning regelgeving tranches EPBD IV

Planning 1e tranche EPBD wijzigingen
- Bepalingsmethode energieprestatie
- Zonne-energie
- Technische bouwsystemen (incl GACS)
- Duurzame mobiliteit - Laadinfrastructuur en (fiets-)parkeerplaatsen
- Uitwisseling van gegevens en databanken energieprestatie gebouwen
- Informatie op energielabel en uitbreiding labelplicht
- Keuringen en verslagen van keuringen
jan - mrt 2026 Advisering Raad van State (Bbl)
feb - apr 2026 Consultatie 1e tranche EPBD wijzigingen Or
mei 2026 Bekendmaking Bbl en Or
29-mei-2026 Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or
Planning 2e tranche EPBD wijzigingen
- ZEB nieuwbouw overheidsgebouwen ( 2028)
- Rekenplicht wlc-gwp gebouwen 1000m2 (2028)
mrt - mei 2026 Consultatie 2e tranche EPBD wijzigingen Bbl
aug - okt 2026 Advisering Raad van State (Bbl)
aug - okt 2026 Consultatie 2e tranche EPBD wijzigingen Or
dec 2026 Bekendmaking Bbl en Or
1-jan-2027 Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or

Planning 3e tranche EPBD wijzigingen
- ZEB bestaande bouw (20??)

- MEPS Ubouw (2030 en 2033)

mrt - apr 2026 Agendering Bbl in JTC en OPB
aug - okt 2026 Consultatie 3e tranche EPBD wijzigingen Bbl
feb - mei 2027 Advisering Raad van State (Bbl)
feb - mrt 2027 Consultatie 3e tranche EPBD wijzigingen Or
jun 2027 Bekendmaking Bbl en Or
1-jul-27 Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or

NB Voor de 4e tranche, met daarin o.a. de ZEB-eis voor alle nieuwbouw per 2030 en de nieuwe labelsystematiek op basis van de gemoderniseerde bepalingsmethode, is nog geen detailplanning van de regelgeving beschikbaar.


  1. https://publications.tno.nl/publication/34640562/99HEFO/TNO-2023-R10003.pdf↩︎

  2. kamerstuk 30196 nr 749↩︎

  3. https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-binnenlandse-zaken-en-koninkrijksrelaties/documenten/kamerstukken/2025/07/14/kamerbrief-inzake-implementatie-epbd ↩︎

  4. Omdat deze ontwerp-amvb alleen strekt tot uitvoering van internationaalrechtelijke verplichtingen, namelijk de Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2024, L 1275), hoeft het ontwerpbesluit op grond van artikel 23.5, derde lid, van de Omgevingswet niet te worden voorgehangen en volstaat dat daarvan kennis wordt gegeven aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Een gelijkluidende bekendmaking is opgenomen in een brief aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.↩︎

  5. https://www.internetconsultatie.nl/omgevingsregeling_epbdiv_tranche1↩︎

  6. ZEB: Zero Emission Building, oftewel nul uitstoot van broeikasgassen op het perceel, een lage energiebehoefte (door isolatie en efficiënte installaties) en gebruikmaking van duurzame energie die waar mogelijk op of nabij het perceel wordt opgewekt.↩︎

  7. whole life cycle – global warming potential (wlc-gwp), de berekening van de broeikasgasemissies van een gebouw gedurende de volledige levenscyclus↩︎