Eindtekst
Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens
Eindtekst
Nummer: 2026D12476, datum: 2026-03-19, bijgewerkt: 2026-03-19 11:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2025Z15215:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-12 14:00 â Agenderen voor plenair debat. (Besluit)
- 2026-03-11 10:15 â Aanmelden voor plenaire behandeling (als hamerstuk). (Besluit)
- 2026-01-14 12:00 â Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2025-09-10 10:15 â Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op woensdag 14 januari 2026. (Besluit)
- 2025-09-10 10:15 â Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2025-09-02 15:10 â Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2025-09-02 15:10 â In handen gesteld van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (Besluit)
- 2025-09-02 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-09-10 10:15: Procedurevergadering IenW (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-01-14 12:00: Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-03-11 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-03-12 14:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-19 10:15: Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens (36793) (Hamerstukken), TK
Preview document (đ origineel)
De Tweede Kamer der Staten- Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer. De Voorzitter, 19 maart 2026 |
|
| Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens | |
| VOORSTEL VAN WET | |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de bevoegdheden in titel 8A.6 van de Wet luchtvaart ten aanzien van buitenlandse militaire luchthavens bij de Minister van Defensie komen te liggen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I (WIJZIGING WET LUCHTVAART)
De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 8a.54, eerste lid, vervalt onderdeel b, onder verlettering van onderdeel c tot b.
B
Artikel 8a.58 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
2. Voorts is artikel 8.9, eerste, tweede en vierde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. in plaats van âhet luchthavenindelingbesluitâ wordt gelezen: het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven;
b. als de verklaring van geen bezwaar betrekking heeft op het beperkingengebied van een buitenlandse militaire luchthaven Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.
C
Artikel 8a.59 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âOnze Minister van Infrastructuur en Milieuâ vervangen door âOnze Minister van Infrastructuur en Waterstaatâ en wordt âomtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van het externe-veiligheidsrisicoâ vervangen door âomtrent het externe-veiligheidsrisico ten aanzien van buitenlandse burgerluchthavensâ.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Bij regeling van Onze Minister van Defensie, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden regels gesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de geluidbelasting, en kunnen regels worden gesteld omtrent het externe-veiligheidsrisico ten aanzien van buitenlandse militaire luchthavens.
D
Na artikel 8a.60 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
8a.60a
Indien het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt vastgesteld in verband met de nabijheid van een buitenlandse militaire luchthaven is artikel 10.19 van overeenkomstige toepassing.
E
Artikel 8a.61 komt te luiden:
8a.61
De artikelen 8.31 tot en met 8.33 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. in plaats van âhet luchthavenindelingbesluit of het luchthavenverkeerbesluitâ onderscheidenlijk âhet luchthavenindelingbesluitâ wordt gelezen: het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven;
b. indien het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven betrekking heeft op een buitenlandse militaire luchthaven Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
F
Artikel 8a.62 komt te luiden:
8a.62
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of Onze Minister van Defensie kan voor iedere buitenlandse burgerluchthaven, onderscheidenlijk buitenlandse militaire luchthaven, aangewezen bij of krachtens artikel 8a.54, een commissie regionaal overleg luchthaven instellen.
2. Indien een commissie wordt ingesteld, stelt Onze betrokken Minister regels omtrent:
a. de taak, samenstelling en werkwijze van de commissie;
b. de instelling van een secretariaat ter ondersteuning van de commissie; en
c. de mate waarin en de voorwaarden waaronder Onze betrokken Minister jaarlijks bijdraagt in de kosten van de commissie.
3. Artikel 8.37 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het een commissie voor een buitenlandse militaire luchthaven betreft, Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
ARTIKEL II (INWERKINGTREDING)
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
De Staatssecretaris van Defensie,