[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op van de leden Kröger en Lahlah over het bericht 'Publiek energiefonds is geen vervanger voor het Noodfonds'

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D12629, datum: 2026-03-19, bijgewerkt: 2026-03-19 15:51, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03648:

Preview document (🔗 origineel)


AH 1374

2026Z03648

Antwoord van minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 19 maart 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1333

1. Bent u bekend met het bericht ‘Publiek Energiefonds is geen vervanger van het noodfonds’ 1) van Energeia?

Ja, hier ben ik mee bekend.

2. Wat zijn de verschillen in doel en opzet tussen het Publiek Energiefonds en het Tijdelijk Noodfonds Energie?

Het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) ondersteunde huishoudens met een laag tot midden inkomen en een hoge energierekening bij het betalen van hun energierekening. Het betrof een publiek-private samenwerking. De stichting TNE werd deels gefinancierd door een subsidie van het Rijk en deels door energieleveranciers en netbeheerders. Om de subsidie binnen de bestaande juridische kaders te verstrekken, was een private bijdrage van meer dan één derde van de totale som vereist.

Het TNE heeft in 2023, 2024 en 2025 uitgekeerd. Het had een jaarlijks vaststaand budget. Mensen kregen op volgorde van aanmelding een uitkering, totdat het budget was uitgeput. Aangezien het budget niet toereikend was voor het aantal huishoudens binnen de doelgroep, kon helaas niet iedereen geholpen worden. Omdat het een private stichting betreft, stond voor mensen geen bezwaar en beroep open.

Kenmerken van een publiek energiefonds zijn onder andere:

  • Het wordt volledig bekostigd uit publiek geld en er wordt een basis in de wet gecreëerd.

  • De relatie tussen een publiek fonds en de huishoudens wordt beheerst door het bestuursrecht en daarmee de Algemene wet bestuursrecht. De besluiten van het fonds over het al dan niet verstrekken van de energietoeslag zijn beschikkingen, waartegen bezwaar en beroep open staat.

  • De uitvoering moet ook voldoen aan andere vereisten in wet- en regelgeving en richtlijnen van het Rijk, zoals de Wet digitale overheid, de aanbestedings- en mededingingsregels en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid.

Binnen de randvoorwaarden gesteld door het SKF krijgen huishoudens met een gasaansluiting, een relatief hoog energieverbruik en een beperkt inkomen jaarlijks € 200 voor de verwachte stijging van hun energierekening als gevolg van de invoering van ETS-2. De looptijd van het fonds is

minimaal 2 jaar, mogelijk langer afhankelijk van niet-gebruik. Het is de bedoeling dat tegelijkertijd wordt gewerkt aan het verduurzamen van woningen. Ook kunnen huishoudens die daar geen bezwaar tegen hebben ondersteuning krijgen van hun gemeenten bij de verlaging van hun energierekening, bijvoorbeeld energiecoaches, energiebesparende maatregelen en hulp bij het aanvragen van regelingen.

3. Hoe beoordeelt u de constatering in dit artikel dat het aangekondigde Publiek Energiefonds is bedoeld om huishoudens te beschermen tegen toekomstige prijsstijgingen als gevolg van Europees beleid, en daarmee geen vervanging is voor de inkomenssteun die het Tijdelijk Noodfonds Energie gaf aan huishoudens, en dus niet kan fungeren als directe vervanger van het Tijdelijk Noodfonds Energie?

Het klopt dat de Europese middelen uit het Social Climate Fund en de vereiste nationale cofinanciering alleen aangewend kunnen worden voor het beschermen tegen toekomstige prijsstijgingen als gevolg van de invoering van het nieuwe Europese emissiehandelssysteem ETS-2. De middelen zijn echter ook bedoeld voor compensatie van hoge energiekosten en komen in belangrijke mate terecht bij de doelgroep van het Tijdelijk Noodfonds Energie.

4. In de brief van het vorige kabinet aan de Kamer (Kamerstuk 2025D38183) is aangegeven dat het publiek energiefonds wordt voorbereid in samenwerking met de werkeenheid Uitvoering van Beleid (UVB) en dat invoering per januari 2027 werd beoogd. Wat is de huidige stand van zaken? Wordt de beoogd uitvoerder definitief aangesteld?

Het kabinet bekijkt de mogelijkheden van een meerjarig publiek Energiefonds. Dat gaat helaas niet makkelijk. Met name de uitvoerbaarheid blijft een uitdaging.

Tegelijkertijd begrijpt het kabinet dat huishoudens zich zorgen maken over hoe het conflict hen zal raken en het kabinet neemt die zorgen serieus. Voor komende winter wil het kabinet onder andere kijken of het noodfonds energie weer op poten gezet kan worden, zodat mensen die daar echt behoefte aan hebben daar gebruik van kunnen maken. Ook brengt het kabinet zoals toegezegd door de staatssecretaris van Financiën, alternatieve opties in kaart voor gerichte ondersteuning, zodat deze wanneer nodig bij de augustusbesluitvorming benut kunnen worden.

5. Wanneer moet de vormgeving van het fonds definitief zijn om op 1 januari open te gaan? Is daar wetgeving voor nodig? Lopen de voorbereidingen op schema, en kunt u een gedetailleerde planning aan de Kamer doen toekomen?

Zie het antwoord op vraag 4.

6. Aangezien het publieke energiefonds in 2026 nog niet operationeel zal zijn, welke maatregelen treft u om huishoudens met lage en middeninkomens in de winter van 2026 te beschermen tegen hoge energielasten en mogelijke betalingsproblemen?

Zie het antwoord op vraag 4.

7. Heeft u zicht op hoeveel huishoudens worden geholpen met de dit jaar beschikbaar gestelde 30 miljoen euro voor gemeenten, en hoeveel hen dit scheelt op hun energierekening?

Er zijn meer dan 151.000 huishoudens die zich bij het TNE hebben gemeld en toestemming hebben gegeven om hun gegevens met de eigen gemeente te delen. Aan gemeenten is € 10 miljoen beschikbaar gesteld om met deze huishoudens contact op te nemen over ondersteuning bij verlaging van de energierekening.

De overige € 20 miljoen dient als impuls voor de bestaande lokale dienstverlening in de aanpak van energiearmoede. Gemeenten kunnen deze middelen bijvoorbeeld inzetten voor energiecoaches, energiebesparende maatregelen en hulp bij het aanvragen van regelingen. Deze middelen kunnen gebruikt worden voor ondersteuning aan huishoudens die zich bij het TNE hebben gemeld, maar ook voor andere huishoudens in energiearmoede.

Gemeenten hebben beleidsvrijheid in de uitvoering van hun energiearmoede aanpak, waardoor de effecten per gemeente en per huishouden kunnen verschillen.

Uit het TNO-rapport ‘Kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de effecten van energiehulp op huishoudens’1 blijkt dat vergelijkbare energiehulp een meetbaar effect heeft op het gas- en elektriciteitsverbruik van huishoudens, met name voor mensen in energiearmoede. Gemiddeld leidt dit tot een besparing van €215 per jaar op de energierekening. Daarnaast heeft energiehulp een breder effect, het vermindert zorgkosten en draagt bij aan een betere leefsituatie voor de huishoudens.

8. In hoeverre is onderzocht of het bestaande Tijdelijk Noodfonds Energie tijdelijk kan worden ingezet om 2026 te overbruggen? Is deze analyse heroverwogen naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraak dat het Noodfonds geen zelfstandig bestuursorgaan betreft? Zo ja, hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de eerder opgevoerde argumenten om het Tijdelijk Noodfonds Energie in te zetten ter overbrugging van 2026?

Het kabinet wil ervoor zorgen dat er komende winter hulp is voor mensen die dat nodig hebben. Er liggen verschillende opties op tafel om mensen te helpen. Het Noodfonds Energie is daar één van. Die worden richting augustusbesluitvorming uitgewerkt.

9. Hoeveel huishoudens hadden dit jaar recht gehad op een uitkering uit het Tijdelijk Noodfonds Energie? Een inschatting o.b.v. de meest recente cijfers mag ook.

Het Tijdelijk Noodfonds Energie bakende haar potentiële doelgroep af op basis van inkomens en energiequote. Op basis van de door het Tijdelijk Noodfonds Energie gestelde voorwaarden bedroeg in 2023 de doelgroep naar (grove) schatting ca. 1,8 mln. huishoudens. 2023 was wel een jaar met zeer hoge energieprijzen en daarmee een potentieel grote doelgroep van huishoudens met een hoge energiequote. Het jaar 2024 was qua energieprijzen een meer “gemiddeld” jaar. Op basis van de gestelde voorwaarden bedroeg de doelgroep toen naar schatting 685.000 huishoudens. Over 2026 heeft het kabinet geen inschatting van de potentiële doelgroep, ook omdat de prijzen nog niet vaststaan. Het ligt gezien de huidige prijzen voor de hand dat deze tussen die van 2023 en 2024 ligt.

10. Hoeveel huishoudens die recht hadden gehad op inkomenssteun door het Tijdelijk Noodfonds Energie zullen dat niet meer hebben onder de voorwaarden van het Publiek Energiefonds? Een inschatting o.b.v. de meest recente cijfers mag ook.

We kijken momenteel nog naar de vormgeving van een publiek energiefonds. De voorwaarden daarvoor staan dus nog niet vast. Om die reden kan de gevraagde inschatting nog niet worden gegeven.

11. Waarom is ervoor gekozen om het inkomensplafond om in aanmerking te komen voor een uitkering uit het Publiek Energiefonds te verlagen van 200% naar 130% van het sociaal minimum?

Een vernauwing van de omvang van de doelgroep sluit aan bij de bevindingen vanuit het onderzoeksprogramma energiearmoede van TNO2, met als doel om de beschikbare steun te richten op de doelgroep die dit het hardste nodig heeft.

12. Waarom is ervoor gekozen om de uitkering te maximeren op € 200, terwijl TNO berekende dat de ‘diepte’ van energiearmoede veel dieper is (gemiddeld 472 euro per jaar)?

Zoals op vraag 3 geantwoord, mogen de Europese middelen uit het Social Climate Fund alleen gebruikt worden om de verwachte prijsstijgingen door de invoering van ETS-2 te compenseren. Onderzoek van CE-Delft laat zien dat de deze prijsstijging verder oploopt naarmate de jaren verstrijken. Het bedrag van € 200 per jaar sluit aan bij de verwachte gemiddelde prijsstijging waar huishoudens mee te maken krijgen door de meerprijs van ETS-2.

Daarnaast is de inzet van het kabinet om deze kloof te overbruggen ook breder dan alleen inkomensondersteuning; zo wordt er binnen het ministerie van VRO nadrukkelijk ingezet op de verbetering van de energetische kwaliteit van woningen, en werkt het ministerie van KGG als systeemverantwoordelijke aan een rechtvaardig energiesysteem.

13. Waar kunnen huishoudens met een warmtenet terecht die hun energierekening niet kunnen betalen?

Mensen met zorgen over de energierekening kunnen een betalingsregeling met de energieleverancier treffen of aankloppen bij de gemeente of bij Geldfit.

14. Kan uitstel van ETS-2 leiden tot een lager budget in het Sociaal Klimaatfonds voor Nederland, en voor het Publiek Energiefonds in het bijzonder? Zo ja, (hoe) gaat u ervoor zorgen dat dit geen effect heeft op het beschikbare budget in het Publiek Energiefonds?

Het uitstel van ETS-2 zal geen gevolgen hebben voor het totale bedrag waar lidstaten aanspraak op kunnen maken. Wel is het mogelijk dat door het uitstel van ETS-2 de middelen pas later beschikbaar komen, aangezien het Social Climate Fund gevuld wordt uit de opbrengsten van ETS-2.

15. Kan uitstel van ETS-2 naar 2028 ertoe leiden dat huishoudens geen of minder steun krijgen uit het Publiek Energiefonds in 2027, bijvoorbeeld omdat het fonds alleen toeziet op compensatie van extra kosten veroorzaakt door ETS-2? Zo niet, op basis waarvan wordt in dat geval de vergoeding bepaald in 2027?

Uitstel van ETS-2 naar 2028 kan er niet toe leiden dat huishoudens geen of minder steun krijgen uit het publiek Energiefonds in 2027. Zie verder het antwoord op vraag 4.

16. Kunt u bevestigen dat het Sociaal Klimaatfonds ondanks uitstel van ETS-2 per 1 januari open zal gaan? Zo niet, wat zijn de gevolgen voor het Publiek Energiefonds als dit niet zo zou zijn?

Zie het antwoord op vraag 4.

1) Energeia, 13 februari 2026, 'Publiek Energiefonds is geen vervanger van het

noodfonds', energeia.nl/publiek-energiefonds-is-geen-vervanger-van-het-noodfonds/


  1. TNO, juni 2025, ‘Kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de effecten van energiehulp op huishoudens’, Effect energiehulp | TNO.↩︎

  2. TNO, 25 juli 2025, ‘Energiearmoede in Nederland 2019-2024. Een overzicht en een verdieping op risicohuishoudens bij hoge energieprijzen’, TNO-2025-R11172.pdf↩︎