[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel 26 en 29 maart 2026 (CD 19/3) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D12836, datum: 2026-03-19, bijgewerkt: 2026-03-20 09:19, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 26-29 maart 2026

Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 26-29 maart 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 26-29 maart 2026 (CD d.d. 19/03).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik heet van harte welkom in vak K de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en ik geef het woord aan mevrouw Kröger voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Van mijn hand twee moties over de WTO.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de WTO een belangrijk instrument is om wereldwijde handel te stimuleren en reguleren;

overwegende dat handelspolitiek een belangrijk onderdeel is van de klimaattransitie;

verzoekt de regering om in te zetten op het verder integreren van klimaat- en milieustandaarden in de WTO-processen, op een manier die de klimaattransitie verder aanjaagt en het klimaatverdrag van Parijs ondersteunt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Bamenga.

Zij krijgt nr. 3364 (21501-02) (#1).

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
En de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de 14de Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie tot hervormingen kan besluiten die consequenties hebben voor de economische ontwikkeling van opkomende economieën;

verzoekt de regering op Europees niveau te pleiten voor het via een Development Impact Assessment in kaart brengen van de effecten van de uitkomsten van de Conferentie op ontwikkelingslanden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.

Zij krijgt nr. 3365 (21501-02) (#2).

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Naar aanleiding van wat de minister in het debat zei over zijn contact met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over eventuele steun van Nederland aan mogelijke activiteiten om de Straat van Hormuz open te krijgen, heb ik toch een vraag. Er is namelijk net een joint statement uitgekomen door de leiders van het VK, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland en Japan, waarin staat: "We express our readiness to contribute to appropriate efforts to ensure safe passage through the Strait". Mijn vraag is wat er wordt verstaan onder "appropriate efforts". Is dat een financiële bijdrage aan een eventuele administratie of iets dergelijks, waar de minister het over had in het debat? Kan hij uitsluiten dat hiermee ook op militaire efforts wordt gedoeld? Welke andere efforts kan Nederland hiermee bedoelen? Wij waren enigszins verbaasd door dit statement en vroegen ons af wat hier precies de achtergrond van is.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors een enkel ogenblik zodat de moties kunnen worden rondgedeeld, en daarna is het woord aan de minister voor de beantwoording.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de minister. Ik stel voor zijn beantwoording even af te wachten alvorens eventueel vervolgvragen te stellen. Het woord is aan de minister.

Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Ik dank ook de Kamerleden voor het waardevolle debat dat wij deze middag hebben gevoerd. Ik dank de Kamerleden ook, van links tot rechts, voor de uitgesproken steun voor de kabinetsinzet bij de WTO-conferentie, waar wij overigens met twee Kamerleden, van de zijde van D66 en GroenLinks-PvdA, heen zullen reizen. We voelen ons daarin gesteund. We gaan daar heen met een realistische en optimistische blik. Realistisch, want we weten goed wat de uitdagingen zijn en onder welke moeilijke geopolitieke omstandigheden we dit gaan doen. Maar optimisme is een plicht, dus we gaan er alles aan doen om ervoor te zorgen dat we daar een resultaat boeken.

Dat brengt mij bij de motie op stuk nr. 3364, van mevrouw Kröger en de heer Bamenga. De motie geef ik graag oordeel Kamer. Die past bij de inzet van het kabinet. Het is belangrijk dat we hier ambitieus blijven. Tegelijkertijd ook enig verwachtingsmanagement van mijn kant: het zal niet alleen maar van de Nederlandse inzet afhangen, helaas.

Dan de motie op stuk nr. 3365, ook van mevrouw Kröger. Zij verzoekt de regering om op Europees niveau te pleiten voor het via een development impact assessment in kaart brengen van de effecten van de uitkomsten van conferentie op ontwikkelingslanden. Die motie is ontijdig. Daar hebben we ook in het debat kort over van gedachten gewisseld. De meest waarschijnlijke uitkomst van de MC14 is een hervormingsagenda voor de komende jaren en daar zitten geen concrete maatregelen bij waar deze toets op van toepassing zou kunnen zijn.

De voorzitter:
Dan moet ik formeel vragen of mevrouw Kröger bereid is om de motie aan te houden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dan houd ik 'm aan totdat de uitkomsten van de top er zijn en dan ga ik aan de minister vragen wat de effecten van die uitkomsten zijn, want ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat er geen uitkomsten zijn die effecten hebben.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (21501-02, nr. 3365) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Sjoerdsma:
Dank. Uiteraard nemen we wel de gedachte mee die achter de motie zit, namelijk hoe de impact op het Globale Zuiden weegt en wat we daarmee kunnen doen.

Voorzitter. Dan nog de vraag van mevrouw Kröger hoe de gesprekken met de secretaris-generaal van de VN, die ik toevallig heb mogen hebben in New York, zich verhouden tot een van de conclusies van vandaag. Die gesprekken in New York zagen vooral op de bereidheid en ook de noodzakelijkheid om in de Straat van Hormuz toch te kijken of we daar iets van beweging kunnen krijgen. Dat is dan beweging in de zin van: als het dan niet mogelijk is om die hele straat open te krijgen, wat ook voor het handelsverkeer van groot belang is, dan op zijn minst voor kunstmest en humanitaire goederen. We kunnen alleen maar hopen dat dat vanuit de VN kan leiden tot iets wat waarde heeft en wat voor de regio van groot belang zal zijn. De vraag is natuurlijk of dat lukt. In dat licht zie ik ook een beetje de verklaring van vandaag, de bereidheid. De secretaris-generaal was ook bij de Europese top. Die heeft daar tijdens de lunch twee uur mogen spreken over niet alleen de urgentie van deze zaak, maar ook over de urgentie van de hervormingen binnen het VN-systeem. De bereidheid van verschillende landen om bij te dragen aan wat we ook maar kunnen doen om ervoor te zorgen dat daar weer beweging in komt, die is daar uitgesproken.

De voorzitter:
Eén vervolgvraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het is natuurlijk wel relevant of het hierbij gaat om het financieel ondersteunen van een administratief kantoor, zoals de minister het in het debat benoemde, of heel andere zaken. Het kan ook gaan over militaire activiteiten. Kan de minister mij schetsen dat appropriate efforts niet gaan over militaire activiteiten?

De voorzitter:
De minister, kort en bondig.

Minister Sjoerdsma:
Dank voor de vragen. Ik denk dat mevrouw Kröger ook heeft gezien wat de reactie was van eigenlijk gehele Raad Buitenlandse Zaken op het verzoek van president Trump. Die sprak bepaald boekdelen, zou ik zelf zeggen. Tegelijkertijd weet mevrouw Kröger ook dat er hier financieel, diplomatiek en politiek een heleboel instrumenten in te zetten zijn. En als het ooit zou gaan richting militaire inzet, dan weet zij net zo goed als elk ander Kamerlid dat daar geëigende procedures voor zijn waarin de rol van de Tweede Kamer ontzettend belangrijk is. Dus dan komt het ook op die manier naar u toe. Vooralsnog is het zoals ik zeg.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende motie zal dinsdag worden gestemd. Ik schors de vergadering een kort ogenblik. Daarna gaan we verder met de behandeling van de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat betreft een voortzetting. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.