Vervolg van het wetsvoorstel voor een verbod op voorrang voor statushouders
Brief regering
Nummer: 2026D12926, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 13:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Onderdeel van zaak 2026Z05673:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Voorrang voor statushouders bij sociale huur knelt steeds meer, omdat andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan. Het kabinet gaat hier wat aan doen langs drie routes: minder instroom, meer nieuwbouw en alternatieve huisvesting tussen COA-locaties en een reguliere woning. Zodra deze alternatieve huisvesting er in voldoende mate is, zal de mogelijkheid van voorrang voor statushouders in sociale huurwoningen niet langer wettelijk mogelijk zijn. In het coalitieakkoord is afgesproken dat we, zolang er geen goed alternatief is om statushouders te huisvesten, het beleid op dit punt aan gemeenten zelf laten. Ondertussen bereid ik een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel voor dat de voorrang in sociale huurwoningen niet langer mogelijk maakt. Het huidige wetsvoorstel dat nu klaarligt in de Tweede Kamer, trek ik daarmee in. Ik neem regie om tot oplossingen te komen en invulling te geven aan de afspraken uit het coalitieakkoord. Ik ga langs twee sporen verder.
Met gemeenten en andere maatschappelijke partners ga ik aan de slag met de uitwerking van een convenant, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord. Hierin maak ik afspraken over het snel ontwikkelen van flexibele locaties voor tijdelijke woningen waar statushouders, Oekraïners en andere woningzoekenden die tijdelijke huisvesting nodig hebben, terechtkunnen als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen. Daarbij sluit ik aan bij succesvolle initiatieven in het land die we kunnen opschalen. Zo zijn verschillende gemeenten al aan de slag met alternatieve huisvesting, zoals flexwoningen. Ook woningdelen kan een oplossing zijn. Hierdoor zijn minder woningen nodig voor huisvesting van statushouders, wat de wachttijd voor sociale huurwoningen vermindert. Ik heb een aanjaagteam aangesteld dat deze goede voorbeelden in kaart brengt en gemeenten helpt als de huisvesting nog moeizaam verloopt. Ik wil duidelijke afspraken maken met medeoverheden en corporaties over hoe we deze verschillende vormen van alternatieve huisvesting kunnen opschalen en de concrete aantallen die moeten worden gerealiseerd. Deze afspraken moeten zo snel mogelijk leiden tot oplossingen voor de huisvesting van statushouders en bijdragen aan meer woonruimten voor andere woningzoekenden.
In samenwerking met gemeenten en andere maatschappelijke partners werk ik een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel uit waarbij tegemoet gekomen wordt aan de reacties van de Raad van State, gemeenten en andere betrokken partijen over de uitvoerbaarheid van het eerdere wetsvoorstel voor verbod op voorrang statushouders. Daarmee kunnen we de druk op de sociale woningvoorraad verminderen, met alternatieven voor statushouders en voldoende uitstroom uit de asielopvang.
Mijn doel is om voor de zomer een concept convenant klaar te hebben. In de Ministeriële Taskforce Asiel en Migratie (TAenM) is dit een belangrijke actielijn. Daarmee is geborgd dat we hier gezamenlijk en met volle inzet mee aan de slag gaan. De wettelijke verankering van deze afspraken volgt in het wetsvoorstel. Ik start de voorbereidingen van het vervangende wetsvoorstel en zal deze dit jaar nog in internetconsultatie doen.
Tot slot blijf ik mij als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onverminderd inzetten voor het realiseren van 100.000 woningen per jaar. Dat doe ik door meer woningen toe te voegen, door nieuwbouw, het beter benutten van de bestaande bouw en alternatieve huisvestingsmogelijkheden.
Hoogachtend,
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Elanor Boekholt-O'Sullivan