Amendement van het lid Ceder over het alleen gemotiveerd afwijken van een advies van een expert bij vreemdelingenbewaring van kinderen
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Amendement
Nummer: 2026D12957, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 13:50, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G.M. Ceder, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -17 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .
Onderdeel van zaak 2026Z05685:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 871 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) | |
| Nr. 17 | AMENDEMENT VAN HET LID CEDER | |
| Ontvangen 20 maart 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
Aan artikel I, onderdeel AX, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
6. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. De beoordeling of vreemdelingenbewaring in het belang van het kind is zoals bedoeld in het vijfde lid, vindt plaats na een advies van een vertegenwoordiger of een andere persoon met expertise in de belangen van het kind waarvan Onze Minister slechts gemotiveerd mag afwijken.
Toelichting
Kinderen mogen alleen in detentie worden geplaatst wanneer goed onderbouwd kan worden dat dit in hun belang is. Artikel 26 van de Opvangrichtlijn beschrijft dat bij de uitvoering van de bepalingen in de richtlijn die van invloed kunnen zijn op minderjarigen de belangen van het kind een primaire overweging vormen en dat personen die met minderjarige kinderen werken een passende basisopleiding en bijscholing moeten krijgen over de rechten en behoeften van minderjarigen. In het voorgestelde artikel 59b lid 5 is dit verwoord. De regering werkt niet verder uit hoe de belangen van het kind worden afgewogen. In de nota naar aanleiding van het verslag benoemt de regering dat zwaar mee zal wegen dat de minderjarige bij de ouders kan verblijven en dat het belang van het kind een vertaling heeft gekregen in de wijze waarop bewaring kan worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door de inrichting van de gesloten gezinsvoorziening in Zeist met volledige bewegingsvrijheid binnen de muren van de locatie en onder andere educatieve activiteiten.
Indiener wijst erop dat detentie van kinderen buitensporige fysieke en psychologische schade veroorzaakt ongeacht de omstandigheden waarin zij worden vastgehouden. 42 procent van de kinderen in detentie houdt een depressie over aan detentie, 32 procent een posttraumatische stoornis.1 Ook zijn er effecten op de fysieke gezondheid, zoals ondervoeding, tandcariës, vitamine-D-tekort en klachten zoals hoofdpijn en bedplassen.2
Vanwege de ernstige effecten die detentie kan hebben op een kind, vindt indiener het van groot belang dat de belangen van het kind goed worden afgewogen. Daarom stelt indiener met dit amendement voor om een vertegenwoordiger met expertise in het belang van het kind, zoals een gedragswetenschapper, altijd een advies te laten geven over of detentie in het belang van het kind is, waar de minister slechts gemotiveerd van mag afwijken. Hiermee wordt de artikel 26 lid 6 uit de Opvangrichtlijn geëxpliciteerd en verder ingevuld: de bedoelde vertegenwoordiger dient expertise te hebben in de belangen van het kind en het oordeel van deze vertegenwoordiger is in principe bindend. Met de term ‘vertegenwoordiger’ sluit indiener aan bij de definitie in de herschikte opvangrichtlijn, namelijk dat de vertegenwoordiger zoals beschreven in artikel 27 ook de persoon kan zijn die onafhankelijk de belangen van het kind beoordeelt, maar de intentie van de indiener is dat dit ook een ander persoon kan zijn, en dat deze vertegenwoordigers niet alleen de situatie beoordelen van een niet-begeleide minderjarige, maar van alle minderjarigen bij wie vreemdelingenbewaring wordt overwogen.
Ceder
Priestley, I., Cherian, S., Paxton, G., Steel, Z., Young, P., Gunasekera, H., & Hunt, C. (2025). The impact of immigration detention on children’s mental health: Systematic review. The British Journal of Psychiatry, 227(6), 870–879 (2025)↩︎
Sherif, B., Hocking, D. C., Asghari-Jafarabadi, M., Rees, S., Affaticati, L. M., & Sundram, S. (2025). Immigration detention of children: A systematic review and meta-analysis of physical and mental health impacts. European Child & Adolescent Psychiatry (2025)↩︎